Issuu on Google+

magazine voor cultural politics en het Midden-Oosten Zoom in Zoom out is een project van Bazaar #3

met bijdragen van:

Fisk, Khouri, Boeri, Ghasemi, Van Kesteren en anderen


Het Midden-Oosten herzien (redactioneel) – Christian Ernsten Arabische stereotypen – Tamima Salam Locatie De leugen van de landkaart – Robert Fisk Dichters en de dood in Mutanabbi Street – Afif Sarhan Dear people of the Bazaar.. Amerikaanse wederopbouwactiviteiten in Irak – F.A.S.T. Paradoxaal Teheran: mogelijkheden voor nieuwe geopolitiek – Stefano Boeri Wij en het Westen. Bloggers uit Iran Muziek en stad. In gesprek met de Libanese muzikanten Jawad Nawfal en Charbel Harber – Rani al Rajji Een openbare bibliotheek voor Kaboel – Niloufar Tajeri Metro kaart Beiroet – Hassan Choubassi Vorm Arabische beschaving: De Bourj in Beiroet – Rami Khouri Kritiek door kunst: de Biënnale van Sharjah – Markus Miessen Voor wie verder wil lezen... Eerste communiqué van het Volks Bevrijdingsfront van Bounyakistan – Studio Beirut DAM: de Godfathers van de Palestijnse hiphop. Interview met Tamer Nafer – Aysel Sabahoglu Zwembaden in Kaboel 2006 – Bauhaus Dessau Foundation ‘Access denied’ internetcensuur in Iran – Eefje Blankenvoort Keer je wereld – Pascale Hares Overleven met de mobiele telefoon – Geert van Kesteren Ontsnapping – Oras Haddad Oorlog en flyers – beeldonderzoek: F.A.S.T., bewerking Zena el Khalil Super star – Zena el Khalil Karakter Media guerrilla in een informatie oorlog. In gesprek met Hezbollah – Joost Janmaat Ontheemding in Afghanistan – F.A.S.T. De Che Guevara van de jihad – Roel Meijer Katoesja’s en Israëlische popcultuur – Christian Ernsten en Malkit Shoshan Open ruimte in een gesloten stad – Christine Mady Coffeeshop Ladies – Amirali Ghasemi Een reisverhaal uit Iran – Andre de Jong Colofon Programma Bazaar

4 5 5 6 8 10 10 11 12

13 14 16 16 17 18 19 20 21 21 22 23

24 26 27 28 29 30 31 31

Christian Ernsten Autobommen in Bagdad, een holocaustconferentie in Teheran, protesten in Beiroet. Sterke beelden die ook in Nederland de headlines haalden. Alternatieve beelden verkopen niet, dus worden we voortdurend met dezelfde thema’s en clichés opgescheept. Het kader is helder. Als Arabieren, moslims of het Midden-Oosten het onderwerp zijn op tv, in de krant, in de kroeg of in de politiek, dan is de eerste associatie: heibel. De drieënvijftigste editie van de Grote Bos Atlas bracht het recent zeer inzichtelijk in kaart. In het Midden-Oosten zijn ‘staten en gewapende conflicten’ en etnische groepen met veel verschillende godsdiensten. Het Midden-Oosten = heibel.

In ZOOM IN ZOOM OUT analyseren we hoe de massamedia onze visie op Hezbollah bepalen. We brengen een fotobezoek aan de Biënnale van Sharjah, het ‘Emiraat van de Kunst’ aan de Perzische Golf en we speculeren over een openbare bibliotheek in Kaboel. We zien de ­ontheemding in Afghanistan, duiken in koffiehuizen van Teheran en spreken met de voormannen van de Palestijnse hiphopscene. En we horen hoe in het Midden-Oosten over ons wordt gedacht.

De mediacritici van de InfowarRoom hebben sinds 11 september, de Amerikaanse aanval in Irak en de moord op Theo van Gogh getoond, hoe de Arabier, de moslim en het Midden-Oosten in onze beeldcultuur stelselmatig een negatieve sociale betekenis krijgen. De oriëntalistische visie op de regio is soepel overgegaan in een ander, maar even deterministisch beeld; dat van conflictgebied. We focussen ons op de gewelddadige karakteristieken en categoriseren iedere afwijking hiervan naar de marge. De partyscene in Beiroet, succesvolle vrouwen in Iran en mensenrechtenactivisten in Bagdad. Iedere vorm van modernisering in het Midden-Oosten is aldus ‘verwestering’ of ‘mondialisering’.

Dit magazine is bedoeld als instrument om het politiek-culturele landschap van de regio op een andere manier te beleven. We brengen het Midden-Oosten op een tegendraadse manier in kaart, op z’n kop, binnenste buiten, verticaal, intuïtief, door in en uit en in en uit te zoomen. Door het ontcijferen van de locatie, de vorm en het karakter van de regio komen we op nieuwe plekken. We kijken naar het leven van alledag en haar paradoxen, we zoomen in op subculturen en denken mee over de toekomst. We zien inderdaad ook religieus ­fanatisme, vernietigingen van land en stad, onvrijheid. Als we dichter naderen, worden we geconfronteerd met autoritair leiderschap, vluchtelingen, mislukte buitenlandse interventies, verarmde samenlevingen en omstreden grenzen. We zien mensen die iedere dag opnieuw net overleven, of niet. We kiezen ervoor om dit niet te begrijpen door middel van concepten als de Axis of Evil of de Clash of Civilisations. Maar als het resultaat van een War on Error, van corrupt beleid en van eenzijdige kennis, daar én hier.

De samenlevingen in deze regio blijven gevangen in een set statische en exotische vooroordelen. Dit is een voortvloeisel van onze cultural politics, onze culturele bril gevormd door media, onderwijs en politiek. We creëren een culturele kloof en dat is gevaarlijk, want we baseren er onze culturele dialoog, ontwikkelingshulp én militaire interventies op. Is er een alternatief?

In ZOOM IN ZOOM OUT ontmaskeren we de metafoor en het cliché. We doen een voorstel voor een nieuwe cultural politics bestaande uit andere beelden, andere kaarten, andere verhalen en dus andere kennis die gevestigde ideeën en vooroordelen ontzenuwen. Zo herzien we het Midden-Oosten.

 ZOOM IN ZOOM OUT

Arabische Stereotypen Tamima Salam


Afif Sarhan

Robert Fisk Waarom proberen wij de volkeren van het Midden-Oosten op te delen? Waarom proberen wij ze in stukjes te hakken, ze anders te maken, ze te herinneren – voortdurend, op een verraderlijke, valse, wrede manier – aan hun verdeeldheid, aan hun wantrouwen, aan hun vermogen tot wederzijdse haat? Is het slechts ons gebruikelijke racisme? Of zit er iets donkerders in onze westerse zielen? Neem de landkaarten. Ben ik de enige die misselijk wordt van onze journalistieke neiging om sektarische landkaarten van het Midden-Oosten te publiceren? U weet ik wat ik bedoel. We zijn intussen allemaal vertrouwd met de kleurgecodeerde landkaart van Irak. Sjiieten aan de onderkant (uiteraard), Soennieten in hun centrale ­‘driehoek’ – in feite is het meer een achthoek (of een vijfhoek) – en de Koerden in het noorden. Of de kaart van Libanon, waar ik woon. Sjiieten aan de onderkant (uiteraard), iets naar het noorden de Druzen, Soennieten in Sidon en in de kuststrook ten zuiden van Beiroet, Sjiieten in de zuidelijke buitenwijken van de hoofdstad, Soennieten en Christenen in de stad, Christelijke Maronieten verder naar het noorden, ­Soennieten in Tripoli, meer Sjiieten naar het oosten. Wat zijn wij verzot op deze landkaarten. Natuurlijk is het niet zo eenvoudig. Ik woon in een kleine Druzen nederzetting in het westen van Beiroet. Maar mijn plaatselijke kruidenier en mijn chauffeur zijn Soennieten. Ik neem aan dat ze niets te zoeken hebben in het verkeerde gedeelte van onze kaart. Zal ik Abed, mijn chauffeur, dan maar vertellen dat hij niet langer voor mijn huis kan parkeren? Of de Islamitische uitgever van de Arabische editie van mijn boek The Great War of Civilisation dat hij me niet langer kan ontmoeten in onze favoriete ontmoetingsplek – Paul’s restaurant in Oost-Beiroet – voor de lunch, omdat onze kaarten aantonen dat dit een Christelijk Maronitische buurt van Beiroet is? In Tarek al-Jdeidi (Soennitisch), hebben enkele Sjiietische families hun huis verlaten – tijdelijk, begrijpt u, een korte vakantie, sleutels achtergelaten bij de buren, zo gaat het altijd –, waardoor onze Beiroet kaart nu zuiverder is, eenvoudiger te begrijpen. Hetzelfde gebeurt op een veel grotere schaal in Bagdad. Onze kleurcodering kan nu nog fermer. Dat verwarrende woord ‘gemengd’ kan eindelijk overboord. We deden hetzelfde in de Balkan. De Drina-vallei in ­Bosnië was Moslimgebied, totdat de Serven het ‘zuiverden’. ­Srebrenica? Verwijder ‘safe area’ en plak er het beeldmerk  ZOOM IN • LOCATIE ZOOM OUT

‘Servisch’ op. Krajina? Servisch, totdat de Kroaten het ­innamen. Noemden wij ze ‘Kroaten’? Of ‘Katholieken’? Of beide op onze landkaarten? Onze schuld in dit sektarische spel is overduidelijk. We willen de ‘ander’, ‘zij’, onze potentiële vijanden, loskoppelen van elkaar, terwijl wij – wij beschaafde Westerlingen met onze verfijnde, gedeelde, multiculturele waarden – onaantastbaar zijn. Ik zou een kaart van Birmingham kunnen tekenen, bij wijze van voorbeeld, met daarop ‘Moslim’en ‘NietMoslim’ (er zijn immers niet veel Christenen meer over in Engeland), maar geen krant zou hem plaatsen. Ik zou een extreem trefzekere etnische kaart van Washington kunnen tekenen, compleet met een frontlinie van straten tussen ‘zwarte’en ‘blanke’gemeenschappen, maar de ­Washington Post zou mijn kaart nooit publiceren. Stelt u zich voor hoeveel kleurplezier The New York Times zou kunnen hebben met Brooklyn, Harlem, de East River, zwart, blank, bruin, Italiaans, Katholiek, Joods, Wasp. Of de Toronto Globe and Mail met Frans- en ­niet-Frans­Canadees Montreal (waarvan de frontlinie op een gegeven moment langs de plaatselijke metro loopt) of met Toronto (waar ‘Little Italy’ nu Oekraïens of Grieks is). Uiteraard kleuren we de voorstad Mississauga groen voor ‘Moslim’. Wij tekenen deze Hitleriaanse kaarten niet voor onze samenlevingen. Het zou iets onvergeeflijks zijn, slechte smaak, iets dat ‘wij’ niet doen in onze dierbare, zorgvuldig bewaakte beschaving. Bij het passeren van een tijdschriftenstalletje in New York deze week viel mijn oog op het zondige Time Magazine. Op de cover – die werkelijk een Nazi cover uit de jaren dertig had kunnen zijn – stonden twee mannen met een hoofddoek, de een zwart, de ander grotendeels verscholen achter een geblokte sjaal. ‘Sunnis vs Shi’ites. Why they hate each other’, schreeuwde de kop. Dit was uiteraard ‘uitpakken’ met de burgeroorlog in Irak – trouwens een burgeroorlog, waarover Amerikaanse woordvoerders al in augustus 2003 spraken, toen nog geen enkele Irakees in zijn ergste nachtmerrie droomde over wat intussen aan de orde van de dag is. Koop Times Magazine, beste lezer, sla hem open op pagina dertig en wat zult u vinden? ‘How to Tell Sunnis and Shi’ites Apart’. Handig toch? Vervolgens vindt u kolommen met nuttige, uitgesplitste informatie. Zoals het kopje

‘Names’. ‘Some names carry sectarian markers…Abu Bakr, Omar and Abdel-Zahra’ (ik heb trouwens nog nooit iemand ontmoet die ‘Abdel-Zahra’ heette) ‘are most likely Shi’ite.’ Dan zijn er ook nog kolommen met ‘Prayer’, ‘Mosques’, ‘Homes’, ‘Accents’ en ‘Dialects’ en zelfs – hemel sta me bij – ‘Cars’. De laatste, voor de lezers die niet reeds opgewonden zijn van ongeloof, vertelt ons op welke bumperstickers we moeten letten (zoek een foto van imam Ali en u weet dat de chauffeur Sjiietisch is) of bij welke nummerplaat (registratie van de provincie Anbar bijvoorbeeld) u waarschijnlijk een Soenniet achter het stuur zult vinden. En bedankt. Ik weet niet waarom het Amerikaanse leger niet gewoon deze editie van Time opkoopt en loslaat boven Bagdad om de laatste onwetende lokale moordenaars een handje te helpen met eenvoudig-te-identificeren doelwitten. Maar zal Time ons ook helpen om Amerika’s sterk verdeelde samenleving te identificeren (wie laat de meeste rotzooi slingeren in zijn tuin in Washington, welke bumperstickers kunnen ze zoeken in Dearborn, Michigan)? Natuurlijk niet. Ook ik ben schuldig aan het spelen van sektarische spelletjes in het Midden-Oosten. Ik vraag een Libanees waar hij of zij vandaan komt. Niet om de bergen of rivieren in de buurt van hun huis, maar om ze op mijn landkaart te ­coderen. Maar mijn kaart valt snel en makkelijk uit elkaar. De man die me vertelde dat hij uit het Libanese zuiden kwam (Sjiietisch), bleek te leven in de zuidelijke Druzen nederzetting Hasbaya. De vrouw die me vertelde dat zij in Jbeil woonde (Christelijk), bleek afkomstig uit de ­plaatselijke Sjiietische minderheid. Als die lastige ­minderheden nou eens zouden vertrekken en gaan leven in het juiste deel van onze imperiale, sektarische landkaarten?! Ondertussen gaan wij maar door met praten tegen onze Soennitische koningen in het Midden-Oosten. We luisteren naar hun tirades over de Sjiietische ‘halve maan’. Geen wonder dat we het Sjiietische Iran zo haten. En wij gaan door met het verdelen en verknippen van landen. We gaan door met het drukken van meer en meer van onze raciale kaarten. Ik vraag me serieus af of wij van plan zijn om burgeroorlogen te blijven bevorderen in dit deel van de wereld. Weet u wat ik denk? Ik denk eigenlijk van wel.

Eerder gepubliceerd in The Independent, 3 maart 2007

Sadia’a Muhammad (43) zal nooit vergeten hoe de ­vensters uit haar winkel werden geblazen door de explosie. Op vijf maart van dit jaar ontplofte een auto in haar straat, Al Mutanabbi Street, waarbij ten minste 38 mensen gedood werden en meer dan 100 mensen gewond raakten. ‘Ik wist me geen raad meer. Ik was bang om mijn winkel te verlaten, terwijl mijn gezicht verwoest was door het rondvliegende glas. Mijn zoon was buiten om boodschappen te doen, en ik was doodsbang dat hem iets overkomen was’, zo vertelt Muhammad. ‘Na een paar minuten ging ik naar buiten. Mensen schoten te hulp maar ik zocht wanhopig naar mijn zoon Ala’a. Hij was nog niet terug. Tot een vriend naar ons toe kwam, schreeuwend. Hij was dicht bij de explosie gezien en niemand kon hem meer vinden.’ Muhammad’s zoon Ala’a was een van de slachtoffers in de bomexplosie. De achttienjarige jongen, juist begonnen aan zijn studie Literatuur, is omgekomen in het geweld waarin zijn land weggezonken is. Zijn lichaam volledig vernietigd door de explosie. Zijn droom – dichter te worden zoals zijn opa – dwarrelde tussen de honderden bladzijden van verwoeste boekwinkeltjes in de straat omlaag. ‘Hij was nog mijn enige familie. Al mijn familieleden zijn omgekomen in de laatste vier jaar. Het was een intelligente jongen. Het geweld maakte een eind aan zijn droom en gaf daarvoor een lijden terug, dat ik met me mee zal dragen tot de dag dat ik zelf sterf’, vertelt Muhammad nog. Mutanabbi Street – vernoemd naar een bekende Arabische dichter – is een gemengde wijk, waar Sjiieten en Soennieten zaakjes hebben en boodschappen doen. De straat is al jaren de straat van dichters en schrijvers. Die dag in maart zagen zij hun boeken besmeurd worden door bloed en tranen. Bloedbevlekte pagina’s die aan het vuur ontsnapte, stegen hemelwaarts in een kolom van zwarte rook. De door benzine aangedreven generatoren, waarvan de bevolking afhankelijk is voor elektriciteit, onploften een voor een.‘De mensen in Irak kunnen het geweld niet meer aan. Het geweld is desastreus voor hun psychische gezondheid. Zelfmoorden zijn aan de orde van de dag’, zegt dokter Acram Fakhouri, psycholoog in Bagdad. Hij merkt op dat in de laatste jaren het aantal mensen dat zijn hulp zoekt, is verviervoudigd. De bomexplosie in Mutanabbi Street in maart luidde een nieuwe fase in. Het geweld had de gemengde wijken bereikt, de straten die als ‘neutraal’ gezien werden. De consequenties kunnen rampzalig zijn. ‘Mutanabbi Street werd altijd ­beschouwd als een onpartijdige straat, met ­inwoners van allerlei achtergronden. De explosie veranderde de ­neutraliteit. De meeste eigenaren sloten hun winkels waardoor tientallen Irakezen werkloos achterbleven, niet langer in staat hun families te onderhouden’, aldus Fatah Ahmed, woordvoerder voor de Iraq Aid Association (IAA).Hij gaat verder: ‘Vóór de aanval zag je honderden mensen die hun boeken verkochten hier in de straat en kinderen op zoek naar kinderboeken. Nu is het een lege straat. Het verdriet en de pijn is te lezen op de gezichten van iedereen, voor wie deze nauwe straat hun leven en geschiedenis is.’

Tientallen mensen verloren hun bezittingen in de explosie en de overheid zegt niet genoeg middelen te hebben om mensen schadeloos te stellen. Volgens Ahmed van IAA zijn er vijftien auto’s uitgebrand en raakte meer dan ­vierendertig winkels verwoest. Achtendertig families verloren een ­geliefde. En iedereen wacht op compensatie van de overheid. ‘Het was een zwarte dag. In een van de auto’s zat een hele familie, inclusief vrouw en kinderen. Iedereen werd gedood in de explosie. Hun auto reed langs op het moment van de bomaanslag. Een hele familie in een klap gedood. Misschien was dat zelfs nog beter dan dat een van hen de aanslag overleefd zou hebben’, vertelt Ibtissam Yehia, een 53 jaar oude boekverkoper uit Mutanabbi Street. Ook een van de weinige winkels in de stad die boeken voor de universiteit verkocht, werd vernietigd. Studenten weten niet waar ze nu hun teksten moeten zoeken. ‘De aanval was niet alleen gericht tegen het leven in deze stad, maar ook tegen het onderwijs. Studenten zijn afhankelijk van een paar boekwinkels voor hun boeken. Die winkels zijn nu óf ­vernietigd óf de studenten zijn te bang om nog in deze buurt te komen’, aldus Fahed Ibraheem, 23, student aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Bagdad. ‘Het geweld in Irak heeft ieders leven op zijn kop gezet. Wanneer je hier woont, weet je dat jij het volgende slachtoffer kan zijn. Als je vertrekt, ben je een vluchteling zonder status, spullen en toekomst. Wat moet je doen?’ Aan het eind van de straat is Muhammad Rabia’a te vinden, een boekverkoper die zijn winkel verloor in de explosie. ‘De winkel die ik van mijn vader erfde en hij weer van zijn vader. Het verkopen van boeken was een traditie in onze familie en het voorzag in onze inkomsten. Nu hebben we niets meer. Geen inkomen en geen voedsel, omdat de overheid ons niet gecompenseerd heeft. Ik heb geen andere baan en toch zeven monden te voeden’, zo vertelt Rabia’a.‘Wij zijn nooit afhankelijk geweest, maar nu moeten we bedelen bij ontwikkelingsorganisaties en buren. Ik schaam me, maar mijn familie moet eten. De bommenleggers willen de overheid aanvallen, maar ze vernietigen het leven’.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dear people from the Bazaar it is very good idea , and my colleague said when i asked her that not only you should present a car but a whole form of destruction of houses and cities , but i thing that will be alot of work , so keep on the car, and if you need one we had a few wrekeges over baghdad streets , i can mail it to you , but you pay for the stamps. with my best, A friend from Baghdad +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ hi, i think it is a very good idea, it is very symbolic, and strong, that will affect people, and i think that’s the point..(we used it once in a exposition for Samir Kassir Memory, we put a sculpture of an explosed car, the feedback was very positive, people even put roses inside it..) i dont think it a use of people’s suffering at all, since you are not using pics or audiovisual elements, it’s just symbolic of a dramatic situation.. so go for it! Cheers from. Lebanon +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hoi Ik vind het persoonlijk een heel goed idee. Ben het ook zeker eens met deze toon van de Bazaar. Wat alleen wel belangrijk is, is een bepaald handelingsperspectief om een positieve verandering op gang te brengen. Anders krijgen we alleen dat machteloze gevoel zonder een kans op verbetering. Groeten uit Amsterdam +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hi guys I would think that to put a fake wreck on the place is ok, as it is symbolic anyway, and as a real one would not help people to think more over it (but it would shock few of them and prevent those then to think it over !)... at least as far as you put a text with it, explaining partly what you told us here, and asking “what if it was a real one? We discussed this a lot.” Besides, I would say a car is not a house, not the same terrifying symbol. So why not tell this also, that you were suggested about “presenting” a destroyed house, or something like that. War is not something imaginable until you experience it the way our friends do. So if you show the car, please tell also about the houses. Anyway, it is a good idea and i wish we could all see your big Bazar ! thank you for sharing this with us. Good luck with the preparations of all kinds... Baghdad +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dear “Bazari’s” I think the car wreck is a good idea, because even if is fake it could reflect our situation in Iraq, ( of course without a blood). By that also I think you will attract people get more concern in the Middle East especially in Iraq. So I am with you in that. Greetings, Baghdad +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Guys, I was also thinking that you cannot waste this idea of the car wreck. Unfortunately, you exist only if you exist in the media, so this is a means to reach visibility to promote the great and importantideals and campaigns of IKV. And you have also the “approval” of our two iraqis...wat you can even want more in life? (sarcastic question...). About one of the points you reported as contrary to this initiative “You should not use suffering of people for a political message”, I’m even not so sure that it is right, according with my machiavellian, utilitarian view of politics. You do that for a good porpose and the aim of your provocative meansis that those suffering people won’t suffer anymore. Ciao!! From Israel +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

In het kader van Bazaar 2007: The War On Error wordt geprobeerd samen met studenten van de Universiteit van Bagdad het wrak uit Al Mutanabbi Street naar Amsterdam te halen. Op 1 juni is het wrak te zien op het Leidseplein in Amsterdam. Zie ook BBC News ‘Baghdad: Mapping the violence’: http://news.bbc.co.uk/2/shared/spl/hi/in_depth/baghdad_navigator/ Iraq Body Count meet het aantal burgerslachtoffers dat de media haalde: www.iraqbodycount.org LOCATIE • ZOOM IN

ZOOM OUT




Amerikaanse wederopbouwactiviteiten in Irak Kaart: F.A.S.T.

1

Irak - Turkse pijpleiding

2

Irak - Syrië - Libanon pijpleiding

3

Irak - Strategische pijpleiding

4

Irak - Saoedi Arabië pijpleidin

5

Bagdad olieraffinaderij

6

Basra olieraffinaderij

7

Kirkuk olieraffinaderij

1

8

10

Dahuk

Mosul

Mosul 1 2 1

Erbil

4

5

3

Sulaimania

Kirkuk

Kirkuk 7

2 6

Biji 2

Samarra 7

8

Haditha 9 BAGDAD 10 11

Ramadi Ar Rutba

12

11

5 13

Dawra

Kut

Kerbala 3

Hilla 5

Najaf

Diwania Amara

Samawa 14 Samawa

Nasiriah

9

Nasiria

Sasra

12

6 Basra

1 2

Luchtmachtbasis

Olieveld

Permanente Amerikaanse vliegbasis

Raffinaderij

Landmacht basis

Pijpleiding

Permanente Amerikaanse basis

Rivier

Belangrijke Amerikaanse voorziening

Weg

Post Freedom (Mosul) Saddam Husseins voormalige paleis in Mosul wordt op dit moment gebruikt door de 101ste Airborne Division. Camp Marez (vliegveld Mosul) Camp Marez, gelegen aan een vliegveld ten zuidwesten van Mosul, heeft een kantine voor 500 soldaten. In december 2004 vermoorde een zelfmoordterrorist zichzelf en dertien Amerikaanse soldaten bij de kantine.

3

Naam onbekend (tussen Arbil and Kirkuk)

4

Al-Qayyarah vliegbasis WAARSCHIJNLIJKE LOCATIE VAN EEN PERMANENTE AMERIKAANSE VOORZIENING

5

Camp Renegade (Kirkuk) Met een strategische positie ten opzichte van de olievelden van Kirkuk en de Raffinaderij en Petrochemische fabriek van Kirkuk heeft Kamp Renegade de beschikking over dertien slaapzalen voor 1664 militairen (zes tot acht mensen per kamer)

6

Camp Speicher (Tikrit) Vernoemd naar F/A-18 piloot Michael ‘Scott’ Speicher in die in 1991 - tijdens de Eerste Golfoorlog – werd neergeschoten. Camp Speicher ligt in de buurt van Tikrit in noordelijk Irak, ongeveer 170 kilometer ten noorden van Bagdad.

7

Al-Asad vliegbasis WAARSCHIJNLIJKE LOCATIE VAN EEN PERMANENTE AMERIKAANSE VOORZIENING Beslaat 49 vierkante kilometer en wordt gebruikt door 17.000 Amerikaanse militairen en burgers.

8

Camp Anaconda (Balad vliegbasis) WAARSCHIJNLIJKE LOCATIE VAN EEN PERMANENTE AMERIKAANSE VOORZIENING Camp Anaconda is een grote Amerikaanse logistiek-basis in de buurt van Balad. Het kamp is 39 vierkante kilometer groot en wordt ingericht om 20.000 militairen te huisvesten. Er werd 60.000 kubieke meter beton gestort voor landingsbanen en platforms voor de C-5 en C-130 vliegtuigen en maar liefst 120 helikopters. De voorzieningen bieden plaats aan 25.000 troepen.

 ZOOM IN • LOCATIE ZOOM OUT

4 6

9

13

Camp Taji (Taji) Camp Taji, de voormalige ’militaire stad’ van de Iraakse Republikeinse Garde, is nu een enorme Amerikaanse basis, voorzien van een ondergrondse en een Burger King en Pizza Hut op het terrein.

10

Camp Fallujah De exacte locatie en naam van deze basis in niet bekend. Deskundigen zijn van mening dat de VS een ‘blijvende basis’ bouwen in Fallujah, een grote stad 65 kilometer ten westen van Bagdad. Fallujah blijkt de stad te zijn die het meest vatbaar is voor geweld. Fallujah was een ‘no-go area’ tussen begin april 2004, toen de US Marines hun eerste offensief tegen de stad moesten afbreken, en november 2004, toen de stad ‘opnieuw werd ingenomen’ vanwege de talrijke moorden en bomaanslagen.

11

Green Zone (Bagdad) De Groene Zone in de binnenstad van Bagdad omvat de belangrijkste paleizen van Saddam Hussein. Voorheen zat de Coalition Provisional Government in de Groene Zone en nog steeds zitten er de belangrijkste Amerikaanse adviesbureau’s en de tijdelijke Amerikaanse Ambassade.

12

Camp Falcon / Al-Sarq (Bagdad) Eind september 2003 landde het 439ste Ingenieurs Bataljon met meer dan 100.000 ton grind. Het bataljon assisteert momenteel bij de bouw van wegen, muren, wachttorens en gebouwen voor Kamp Falcon. Kamp Falcon is ontworpen voor 5.000 militairen.

13

Camp Victory / Al-Nasr (vliegveld Bagdad) Kamp Victory is een U.S. Army basis op het terrein van het vliegveld, ongeveer vijf kilometer van Bagdad International Airport. De basis kan plaats bieden aan maximaal 14.000 troepen. Het Al Faw Paleis op Kamp Victory wordt omgeven door kunstmatige meren en functioneert nu als een officieus conferentie-oord voor het leger.

14

Tallil Base WAARSCHIJNLIJKE LOCATIE VAN EEN PERMANENTE AMERIKAANSE VOORZIENING Deskundigen zijn van mening dat de VS een ‘blijvende basis’ bouwen in de buurt van Nasiria, een provinciehoofdstad in Zuidoost-Irak aan de Eufraat. Tallil Basis is de locatie van een nieuwe kantine toegerust voor 6.000 mensen.

7 14

LOCATIE • ZOOM IN

ZOOM OUT




­ erkelijkheid en de socio-culturele en economische w kenmerken van verstedelijkte naties –, dan moeten we ons bewust zijn van de impliciete beperkingen en tekortkomingen van een complex beeld vergeleken met een gesimplificeerd beeld in het mondiale communicatiesysteem. Het is moeilijk om een gecompliceerd beeld te verspreiden en even moeilijk voor de doelgroep om het te onthouden. Het moet opereren op verschillende niveaus om effectief te kunnen zijn en tegelijk een tegenwicht bieden aan de greep van een geopolitiek beeld van steden op de media. De paradoxen van Teheran Een bezoek aan Teheran is tegenwoordig de best ­mogelijke manier om de clichés van statelijke geopolitiek naar de prullenbak te verwijzen. Dit is niet vanwege het feit dat bepaalde kenmerken die geforceerd overgebracht worden door de westerse media – zoals die rond onderdrukking, ­naargeestigheid en doelmatige inperking van individueel gedrag – niet waar of niet te controleren zijn. Integendeel, deze eigenschappen corresponderen met de werkelijkheid. Iran heeft wetten die de individuele en collectieve vrijheid van miljoenen individuen inperken. Maar naast en voorbij deze aspecten – die inderdaad opvallend aanwezig zijn – treden andere kenmerken van de Iraanse samenleving steeds nadrukkelijker op de voorgrond. Kenmerken die volkomen in tegenspraak zijn met de eigenschappen die gecommuniceerd worden door de geopolitieke clichés van binnen- en buitenlandse regeringen. Neem de inwoners van Teheran. Zij zijn opmerkelijk vaardig in hun functioneren binnen en naast de opgelegde gedragsregels en tonen daarbij een opmerkelijke belangstelling voor de buitenwereld. De sleutel tot het mysterie van Teheran is waarschijnlijk de paradox. Niet alleen zijn de zaken zelden zoals ze op het eerste zicht lijken te zijn, maar ook bevat elk fenomeen meervoudige verklaringen die soms elkaar tegenspreken. Denk alleen maar aan een politiek regime dat een houding van afsluiting en veroordeling van de Verenigde Staten propageert, terwijl de cultuur van grote groepen in de Iraanse bevolking sterk gericht is op het westen en de Verenigde Staten.

Stefano Boeri Een van de meest overtuigende bevestigingen van de visuele medeplichtigheid die onder de hedendaagse geopolitiek schuilgaat, is het gedrag dat voortkwam uit de definitie van ‘schurkenstaten’ (gekoppeld aan het concept van de ‘As van het Kwaad’) door president Bush in 2002. Het is moeilijk te zeggen in hoeverre staten als Irak, Iran en Noord-Korea ­gelijkvormig of zelfs met elkaar te vergelijken zijn, los van een algemeen en nooit werkelijk bewezen verwijzing naar hun ‘contacten met internationaal terrorisme en de ontwikkeling van massavernietigingswapens’. Sterker, we weten dat de gevaren van nucleaire bewapening, tenminste in het geval van Irak, ongefundeerd waren. En we weten dat er vele andere landen ter wereld zijn, die op even ­controversiële wijze aan nucleaire wapens proberen te komen. Zelfs de verdenking van een impliciet belang in het Amerikaans buitenlands beleid in olieproducerende landen – hoewel Noord-Korea geen olievelden heeft, kan het scenario dat in 2002 werd geïntroduceerd niet rechtvaardigen. Geopolitieke clichés Toch heeft het geopolitieke cliché van schurkenstaten immense uitwerkingen gehad op de internationale betrekkingen. Er werd een muur opgetrokken tussen het front van vijandelijke staten en staten die verbonden zijn met Bush en Blair in de strijd tegen internationaal terrorisme. Het cliché heeft de bedenkers in staat gesteld om de loyaliteit en het engagement van hun partners te peilen en graden van dreiging en gevaar in vijandelijke overheden te definiëren. Interessanter is echter de reactie van de regeringen die bestempeld worden met deze deels ongefundeerde ‘eigenschappen’. Op dit vlak kan gesteld worden dat de regeringen van de twee staten die door Bush beschuldigd werden als handlangers van het internationale terrorisme, gedurende de afgelopen vier jaar weinig tot niets hebben gedaan om het hun aangemeten imago te veranderen of te weerleggen. Het ligt voor de hand dat een regering als die van NoordKorea nagenoeg niets heeft gedaan in termen van mediacommunicatie om het ‘schurkenstaat’-cliché te ontkennen. Het is een land dat objectief gezien niet over de culturele, politieke en symbolische middelen beschikt om een ontkenning van het cliché te produceren zonder dat dit haar  ZOOM IN • LOCATIE ZOOM OUT

onbetwijfelbare isolatie en onvrijheid bevestigt. De casus van Iran is anders. Je kunt je afvragen wat gedaan is door de huidige Iraanse regering om de beschuldigingen van Bush te weerleggen. Niets of in ieder geval te weinig. Als er al inspanningen zijn gedaan, dan in tegenovergestelde richting: pogingen om het multi-culturalisme, het pluralisme en de tolerantie, die altijd al onderdeel zijn geweest van de Iraanse samenleving, te verbergen. Het zijn juist deze eigenschappen die de beschuldigingen van de regering van de ­Verenigde Staten hadden kunnen matigen of ontzenuwen. Neem het recente voorbeeld van de ‘revisionistische’ conferentie over de Holocaust. De Iraanse samenleving is altijd een open, multi-etnische en multi-religieuze samenleving geweest, waarin Joden een prominente rol hebben gespeeld en nog spelen. De stad Isfahan, bijvoorbeeld, heeft joodse wortels. Racisme is opvallend afwezig in het gedrag van de mensen en in het alledaagse leven in de belangrijkste Iraanse steden. De organisatie van een huiveringwekkende internationale conferentie, waar vele van de meest ongeloofwaardige en schokkende vormen van Holocaustontkenning – door neo-nazi’s en ultra-orthodoxen – een massapodium werd geboden, zou een alliantiestrategie kunnen zijn vanuit de Iraanse overheid om radicale, anti-Israëlische Arabische staten te verenigen. Maar dat kan deze onhandige en in het algemeen impopulaire zet niet rechtvaardigen. Het mag geen verbazing wekken dat de conferentie vrijwel volledig werd genegeerd in de nationale media, terwijl het de voorpagina’s kleurde van kranten over de hele wereld. Het was de perfecte bevestiging van het ‘schurkenstaat’-etiket, dat geplakt is op het hedendaagse Iran. Men zou vermoeden dat de werking van het geopolitieke cliché een belangrijke – zij het secundaire – rol heeft gespeeld bij de beslissing om zo’n instabiel samenraapsel aan individuen en groepen de taak toe te vertrouwen van het definiëren van Iran’s regionale beleid in het MiddenOosten. De acceptatie van een rol die bepaald wordt door de codes van statelijke geopolitiek en de verwijdering van informatie over tradities en gedragingen van tolerantie en multi-­culturalisme die stevig geworteld zijn in de Iraanse samenleving. Het voornaamste effect van statelijke geopoli-

tiek ligt in veel gevallen in het produceren van een sterke ­discrepantie of een kloof tussen de internationale publieke identiteit van een land – vaak gereduceerd tot een vereenvoudigd label – en de werkelijke sociale en culturele identiteit. De clichés van de geopolitiek zijn de labels van de wereld van vandaag. En net als bij alle labels, verhullen ze delen van het object dat ze beweren te representeren.

Het feit dat Farsi, de belangrijkste taal in Iran, tegenwoordig de derde gedeelde taal is op het internet toont hoe ontvankelijk en onderzoekend met name jonge Iraniërs – meer dan zestig procent van de zeventig miljoen Iraniërs is jonger dan vijfendertig jaar – zijn tegenover de wereld. De situatie van vrouwen is even paradoxaal en dramatisch.

Vrouwen worden gedwongen om een sluier te dragen, maar de sluier – in al haar vormen – is vaak ook een gemeenschappelijke code die vrouwen toegang biedt tot sociale verbanden. In werkelijkheid zijn Iraanse vrouwen moderner, actiever en meer aanwezig in de maatschappij dan voor de revolutie. Zeventig procent van de studenten zijn vrouw en veel vrouwen bezetten prominente posities. Vrouwen hebben vooral ruimtelijke beperkingen. Vrouwen stoppen niet op straat, want ze mogen zich alleen bewegen van de ene plaats naar de andere. Maar ze zijn bezig de publieke en private sfeer te veranderen. Moderne vrouwen, gevangen in een traditionele ruimte. De situatie van Teheran’s publieke ruimte is in zichzelf paradoxaal. Ze wordt voortdurend binnengevallen door duizenden auto’s, die in werkelijkheid kleine capsules van private vrijheid representeren die zich bewegen door een rigide en gecontroleerde publieke ruimte. In Teheran is de auto een instrument van privé-ervaringen, die de publieke stedelijke ruimte binnendringen. Semi-private capsules waarin mensen vrijheid kunnen genieten die verboden is in de publieke ruimte. Ook de staat van de stedelijke architectuur in Teheran is al even paradoxaal. Enerzijds refereerde het Iraanse revolutionaire taalgebruik jarenlang aan een verveeld en gedateerd postmodernisme, waarmee de starre en onverzettelijke boodschap van Islamitisch fundamentalisme werd gerepresenteerd. Anderzijds bezit Teheran een bijzonder erfgoed van modernistische architectuur, dat halverwege de twintigste eeuw opnieuw werd geïnterpreteerd en aangepast aan de Perzische cultuur. Duizenden gebouwen, verspreid over de stad, verenigen het sobere minimalisme van de façades met verrassende gebaren in plastiek en een explosie van ornamentele details in gevlochten ijzer, die doen denken aan de Perzische tapijtcultuur. De paradox is dat de weigering van het postrevolutionaire regime om de culturele en politieke waarde van deze stedelijke architectuur te onderkennen, de architectuur van het regime in een anachronistische richting heeft geduwd. In de richting van een vulgair postmodernisme, een mengeling van stijlelementen die geïnspireerd zijn op de slechtste voorbeelden van de Europese en NoordAmerikaanse architectuur. In de praktijk heeft deze architectuur dus precies de neokoloniale uitstraling, waarvan de architectuur van het regime het tegenbeeld zou moeten zijn. De aard van Teheran’s bazaar is net zo gecompliceerd. Vanuit meerdere opzichten is de bazaar het werkelijke tegenbeeld

van de westerse rationalistische cultuur en ­systematische planning. Het is een postmodern stedelijk model dat niettemin in tijd ver terug gaat vanuit een ­ruimtelijk paradigma gekoppeld aan persoonlijke herinnering, ­onvoorspelbaarheid, onzichtbare netwerken van gewoonten, onderliggende verwantschappen en zakelijke verhoudingen. Maar de bazaar is ook de wieg van het hedendaagse Iraanse multi-culturalisme, meertaligheid en multi-etniciteit (er zijn vijftig verschillende talen en slechts vijftig procent van de bevolking spreekt Iraans). Het is een plek waar betekenisvolle krachten vervlochten zijn. Als zodanig is de bazaar een bijzondere publieke ruimte die vooruitloopt op een ­mogelijke toekomst van kosmopolitische metropolen. Een ruimtelijk instrument dat zich blijft verspreiden door de stad en voor een deel ook een mogelijke toekomst voor ons representeert. Teheran is een grote, moderne metropool, open en kosmopolitisch, doorkruist door duizenden economische en politieke tegenstellingen. De paradox – de complexiteit van verbanden tussen voorkomen en realiteit, tussen visuele publieke ruimte en de ruimte van private verhoudingen – is een onmisbare sleutel tot de interpretatie van de stad. Teheran is niet te reduceren tot geopolitieke etiketten. Antennes in de geopolitiek Welke instrumenten hebben we om de macht van geopolitieke clichés in de media tegen te gaan? Zoals we weten, is verzet tegen deze macht moeilijk. Maar als er een ­mogelijkheid bestaat, dan ligt het binnen onze ­mogelijkheden om de visuele medeplichtigheid die voortkomt uit de clichés van statelijke geopolitiek te ontwrichten. In de huidige tijd is het belangrijk om antennes te ontwerpen en te installeren in plaatsen op de wereld die symbolisch verarmd zijn door de geopolitiek van clichés. Antennes die niet alleen rijkere informatie ontvangen over de sociale en culturele voorwaarden in de plaatsen waar ze zijn geïnstalleerd, maar deze ook verspreiden. Het instal­ leren van interactieve antennes, zelfs op afstand, is de meest effectieve manier om een tegenwicht te bieden aan een geopolitiek die – in de woorden van Jürgen Habermas – iedere ­mogelijkheid op communicatieve interactie vernietigt. Deze tekst is een verkorte versie van de bijdrage van Stefano Boeri aan een conferentie op de Universiteit van Teheran, Faculteit van Architectuur op 1 januari 2007 Fotografie: Roozbeh Elias Azar, Ramak Fazel, Kaveh Mehrabani, Kaveh Rashidzadeh, Zahra Tabdili

Geopolitiek van steden In het licht van deze overwegingen zouden we ons moeten afvragen of er vandaag de dag nog enige mogelijkheid is om statelijke geopolitiek – met alle inherente regels, opper­ vlakkige syntheses en schaduwgebieden – te verbinden met een geopolitiek die expliciet uiting geeft aan de werkelijke kenmerken van de sociale en culturele identiteit van een natie. We zouden ons moeten afvragen of er tegenwoordig ruimte is voor een geopolitiek die de werkelijke staat van de natie weergeeft. Een geopolitiek die opereert op een visueel niveau, de reductio ad unum van clichés verwerpt en ­tegelijkertijd de veelvormigheid van de identiteit van een natie erkent. Een geopolitiek die opereert naast die van staten, verbanden legt en een kritische geest representeert. In een wereld waarin verstedelijking zo manifest is en waarin grote steden in staat zijn gebleken om de diepgewortelde kenmerken van naties onder te brengen, te absorberen en te verbeelden, zijn beschrijvingen die een ‘profiel’ van een stad construeren bijzonder effectief aangezien ze de verhalen, projecten en tradities achter elke stad benadrukken. Eén manier om een nieuwe geopolitiek te ontwikkelen zou daarom kunnen liggen in de samenstelling van stedelijke ’portretten’ en urbane ‘atlassen’, die – zonder essentialistische pretenties – de voornaamste en structurele kenmerken en gebruiken van een stedelijke gemeenschap kunnen weergeven. Dit zou publieke beelden verspreiden die niet afgezaagd en reductionistisch zijn en ons kunnen helpen om gedeelde meningen over de posities van geo­ politiek in de hedendaagse wereld te construeren. Wanneer we enig profijt willen trekken van deze ‘geo­ politiek van meervoudige identiteiten’ – gebaseerd op de weergave van de complexiteiten in de stedelijke LOCATIE • ZOOM IN

ZOOM OUT




Wij en het Westen Op verzoek van Mehdi Jami, directeur van Radio ­Zamaneh, reflecteerden Iraanse intellectuelen op de betekenis van het Westen in hun land. Dit is een korte verzameling van 20 langere bijdragen nu beschikbaar op het blog We and the West. http://occidorient.malakut.org/

The West has no geographical border The West has no clear borderline for me. At least in recent years I have come to believe that east and west are created in people’s minds. Nowadays, global economy is not concentrated in the west, but is taking shape in a considerable and very populated part of the east. A reality called China, India and countries of South East Asia. Along with the huge hydrocarbon resources of the Middle East and Central Asia, this reality leaves no place for a concentrated economy in a western sense. To me, the West is no deterring thing, nor is it something very colourful and deceiving. For me, it is quite understandable to be in the heavily competitive atmosphere of the First World and I can quite easily understand why the idea of Nietzsche’s Übermensch was created and in which direction it has to go. Trampling the weak and deciding about the destruction of all those who cannot run ahead in this competition, are far more obvious than all the humanitarian slogans and human rights show-offs. This is, regrettably, an inevitable fact . . . From: ‘I love the way you think’-weblog The misunderstanding among us I am writing about things I expect you to know about me. However, this expectation has become a huge complex for me. When you show me in your movies and plays in ways that are not me, something painfully convulses inside me. But I am not aware of how my neighbours see you.

There has always been a deep gulf of misunderstanding between you and me, like a concrete wall separating us. In fact, I am ­neither that monster you have seen of me in the movies that have been made about me, nor are you that individual with no identity who is stupid, corrupted or perverted. This is the image that was given to me, from the moment I had the ability to discern things in the storm of revolutionary slogans.

Een openbare bibliotheek voor Kaboel

Sir Colin St. John ‘Sandy’ Wilson, direct afreizen, maar waarschijnlijk eerder om zich in te zetten als officier dan als architect. Rem Koolhaas, wellicht, als aanvoerder van de ‘kinetische’ elite. Die is hoogstwaarschijnlijk in het geheim al bezig met een onderzoek naar Kaboel. Maar zou daar meer uitkomen dan een verleidelijke, intelligente publicatie?

Zou de architect van de Bibliothèque Nationale in Parijs, ­Dominique Perrault, het ooit aandurven om met Ariana Airlines te vliegen om een projectvergadering in Kaboel bij te wonen? Enfant terrible Louis Kahn, het creatieve brein achter de bibliotheek van de Philips Exeter Academy (Hampshire), zou niet aarzelen om een meesterwerk voor Afghanistan te ontwerpen. Helaas, hij is al overleden. Misschien zou de architect van de Britse bibliotheek in Londen,

Waarom ontbreken, jaren na de bevrijding, openbare gebouwen nog steeds in Kaboel? Waarom is er in de private sector duidelijk verandering zichtbaar en blijft de ontwikkeling van de openbare ruimte, parken en infrastructuur uit? Waarom maakt de Afghaanse overheid al een plan voor Kaboel 2.0, een satellietstad, zonder dat er fatsoenlijke stedenbouwkundige concepten en strategieën zijn voor de al bestaande stad? Komt het door de ongelijke verhoudingen in de stad? Is het de afwezigheid van veiligheid? In plaats

image for the world of future, but I do see the ­present framework to be too tight. I have no doubt that in the near ­future this framework shall become even tighter. Human beings will live under the cruel scrutiny of cameras. With some caution, but ­nonetheless, I would like to exclaim that we are standing at the end of a glorious scientific and cultural era.

Niloufar Tajeri Shahrnoush Parsipour, Author

Nonetheless, we were cruel to ourselves. Forgive our shortcomings. However, we did not really have a chance to reveal many facts and truths in the contemporary world. That is why you really think that our Mowlavi’s real name is indeed Rumi. And since he is buried in Turkey, you imagine that he is originally from there. All the money spent by the Turkish government does not leave any room for you thinking – only for a second – that the language of all his thousands of verses of poetry is Farsi and not Turkish of Istanbul! We were lazy and it is because of us that nowadays you think because Ibn Sina and Biruni have the name and contents of their books in Arabic, they are Arabs in the real sense. It is our problem that we did not give you our own history. Amir Riyazi, From: ‘The Thousandths Saoshiyant’-weblog My admiration for the west has ended Human civilization is increasingly polluting the climate due to the unbridled growth of technological means and the desire for reproduction is rapidly dying away. No genius is tackling this problem, because all people are indulged in their desires for pleasure. This may sound strange, but it may soon be discovered that ­democracy is a disaster to human society. For what is human society if ­civilized human beings no longer have any desire for shaping their common future or becoming pregnant? This is the image I see of the West today. My admiration for ­western society has come to an end. Admiration changed for bewilderment. I have reached a point that I can see the defects and the flaws of this cultural setting. I do not have any ideal framework or

The west speaks to our history, not to us To me, as an Iranian with an interest in culture, the most ­disgusting part of the western view of us goes back to the positive aspect of it. The positive view of us in the west merely looks to the past. Maybe the sale of the books of Mowlavi in the United States ­creates a sort of third world excitement among Iranians. As well as listing the names of Iranian scientists working in the west. But, believe me, I am frustrated when I hear the names of Khayyam and Mowlavi in the West.

van het zoeken naar antwoorden op al deze vragen, stel ik voor om nieuwe manieren van actie te ontwikkelen: nieuwe creatieve visies en een nieuwe verbeelding over hoe verandering eruit zou kunnen zien in Kaboel. Verandering, de hoogste waarde van onze westerse maatschappij, is precies waar het in Kaboel aan ontbreekt. Laat ons dromen van Kaboel bezet door de architectuur van de Kennis, bestookt met meesterwerken van Design en gevangen in de openbare schoonheid van de Moderniteit. In de context van een naoorlogse samenleving betekent het bouwen van een publieke instelling niet alleen het ontwerp van een gebouw. De handeling heeft direct consequenties voor de werkgelegenheid, economische groei, samenwerking en daarmee de wederopbouw van sociale cohesie, identiteit en trots.

1 1 - ‘Bibliothèque Nationale’, ontworpen door Dominique Perrault, naast de Jade Maiwand in de oude stad.

Why? Because I ask myself, are we so many centuries in the past from a western outlook? Western physical presence in Iran is merely limited to visiting the Persepolis, Isfahan and generally whatever belongs to the past. In a most optimistic possibility, they have a dialogue with our history – not with us.

2 - ‘The British Library’, London, ontworpen door Sir Colin St. John Wilson, in het oostelijk deel van de oude stad. 3 - De bibliotheek in Exeter, ontworpen door Louis Kahn, omsloten door het ‘Kuti Baghshe’ paleis in de ‘governmental area’.

In order to restore the damaged bridges between us and the West, it is essential to cut off from history. The west must leave the past and look to the present of Iran. But not the image they receive from news leads. We have a much deeper heritage of cultural and social interactions, which is certainly not much different from what western people do. In whatever case, the understanding we have of the western people is far better that the understanding they have of us. The west must set aside its monolithic view of Iran. This sheepish understanding of the relationship of state-people is an insult to all Iranians. It is an insult which cracks other columns of this bridge between Iran and the West.

4 - ‘Seattle Library’, ontworpen door Rem Koolhaas, aan de markt in het centrum van de oude stad.

Mojtaba Pourmohsen, Author and Journalist

Meer informatie over het r.s.v.p. Event in Kabul waar deze discussie wordt voortgezet: http://www.archis.org/rsvp/ Collage door Niloufar Tajeri 2

Rani al Rajji in gesprek met de Libanese muzikanten Jawad Nawfal en Charbel Harber Mocht je in de veronderstelling zijn dat Beiroet dermate is beschoten, gebombardeerd en gemangeld dat de bewoners alle lust voor cultureel ondernemerschap hebben verloren, dan heb je het mis: de mediterrane stad bubbelt en bruist. Om deze stelling kracht bij te zetten, stoof Rani al Rajji – DJ, architect en een cultureel guerrillero in de breedste zin van het woord – de straat op om lokale innovatie en creativiteit te peilen. Twee lokale muziekformaties lieten zich strikken om de vragen van Rani – in diens typische stengunstijl – te ondergaan. Jawad Nawfal (1979), leider van zijn eigen one-man-band Munma en Scrambled Eggs­frontman Charbel Harber (1979) ondergingen min of meer vrijwillig het spervuur aan vragen. Jawad Nawfal zit zelden stil. Hij studeerde filmkunde aan de Universiteit van Saint Joseph in Beiroet. Voordat hij afgelopen zomer met Munma begon, gingen drie eerdere bandjes ter ziele. Munma is een eenpersoons bandje dat elektronische geluiden produceert, die doen denken aan Aphex Twins, Auteckre en Plaid. De naam ‘Munma’ verwijst naar ‘Apple Seed’, een Japanse sci-fi manga. In deze strip zijn Arabieren de oprichters van de ‘Sacred Republic of Munma’, een politieke coalitie die de wereld domineert na de Derde Wereldoorlog. Voor Munma begint het succes net te komen. Scrambled Eggs is al langere tijd een grote naam in Beiroet. Charbel Harber en de zijnen waren de pioniers van de huidige muziekscene en worden beschouwd als een belangrijke ­inspiratiebron voor latere bands en artiesten uit Libanon. De band werd opgericht in 1998, in een tijd waarin Beiroet nog nasidderde van de chaos en vernietiging die tijdens de burgeroorlog op de stad was neergedaald. Voordat de groep tot rust kwam in de huidige bezetting, experimenteerden ze met verschillende combinaties van muzikanten en muziekstijlen. Ze begonnen 10 ZOOM IN • LOCATIE ZOOM OUT

met grunge, maar hangen tegenwoordig een meer experimentele muzikale aanpak aan. Scrambled Eggs heeft al vier albums uitgebracht en in 2005 ontvingen ze de ‘Best Soundtrack Award’ op het ‘Festival des Trois Continents’ in Nantes (Frankrijk) voor hun muziek bij de film ‘A Perfect Day’, geregisseerd door de Libanese filmmakers Joanna Hadjitomas en Khalil Joreige. Rani: ‘Wat betekent Beiroet voor jou? En Libanon? Wat is het Midden-Oosten? Hoe ziet jouw wereld er uit? Wat gebeurt er als je deze vier door elkaar mengt?’ Charbel: ‘Pffff, wat een vragen. Het lijkt wel een vuurpeloton. Wat was de eerste ook al weer?’ Jawad: ‘Over Beiroet, toch? Beiroet is de stad waar ik ben geboren en waar mijn ouders elkaar zijn tegengekomen. Het is de stad waar ik mijn beste vrienden heb ontmoet en de stad waar ik de twee liefdes van mijn leven heb ­gevonden: de muziek en mijn vrouw. Charbel: ‘Beiroet is mijn belangrijkste cocon en bron van inspiratie: de mensen, de architectuur. Libanon is de achtertuin.’ Jawad: ‘Voor mij is Libanon een brouwsel van ongedefinieerde territoria waar de politieke belangen van de hele regio worden uitgespeeld. Het land is een beetje instabiel maar wel erg verrassend in elke zin van het woord.’ Rani: ‘En hoe zien jullie het Midden-Oosten?’ Jawad: ‘Het Midden-Oosten is een eclectisch groepje politieke entiteiten met dictatoriale kenmerken. Dit maakt Libanon des te unieker doordat het als culturele springplank van de regio is gaan functioneren.’ Charbel: ‘Inderdaad. Het Midden-Oosten is een militaire term die bestaat uit een veelvoud aan elementen in een geografisch

potje zonder katalysator. Daarin speelt zich mijn leven af. Maar eigenlijk is onze wereld een nog grotere achtertuin.’ Jawad: ‘Mijn wereld is een altijd veranderend plan met een willekeurige inhoudsopgave: veel muziek, cinema, multimedia en sterke maar problematische vriendschaps­banden. Het mengen van deze vier niet verenigbare werelden – Beiroet, Libanon, het Midden-Oosten en mijn eigen wereld – heeft me gemaakt tot wie ik ben.’

3

4

Rani: Waar gaat jullie muziek over? Waar komt het vandaan? Wat willen jullie bereiken? Waar zijn jullie in twee jaar? Charbel: ‘Waarom stel jij altijd zoveel vragen tegelijk? Wat was de vraag? Oké, iets over onze muziek, toch?’ Jawad: ‘Mijn muziek draait om de botsing tussen verschillende werelden. Mijn klassieke opleiding had drie verschillende componenten die me enorm hebben gestuurd: Europees, oriëntaals en psychedelisch. Ik wil dat mijn muziek zich ontwikkelt tot een onafhankelijke kunstuiting die is gebaseerd op beatloze tracks zonder een gecodeerde boodschap. Een muziek die alleen toegankelijk is voor ­artiesten en leden van een bepaalde bovenklasse.’ Charbel: ‘De manier waarop mensen onze muziek ervaren, verandert even snel als onze manier van muziek maken. Er zit slechts één stapje tussen. Onze muziek wordt over het algemeen niet meer ontvangen als een elitair iets. De meeste mensen hebben het opgegeven om op een ­analytische manier iets van onze muziek te begrijpen en beginnen nu gewoon lol te maken als ze er naar luisteren!’

De muziek van Munma, (‘34 Days’) en van Scrambled Eggs, (‘Happy Together Filthy’) is uitgebracht op het Incognito label, zie: www.incognitome.net Voor boekingen, bel Ziad Nawfal (+961 1743531) LOCATIE • ZOOM IN 11

ZOOM OUT


Rami G. Khouri Wanneer je een gemeenschappelijke malaise die de volledige Arabische wereld teistert wil begrijpen, kijk naar haar steden. De steden projecteren een oppervlakkig fineerlaagje van urbanisme, terwijl het leven zich in ­werkelijkheid ­terugtrekt binnen de kaders van de gemilitariseerde dorpsgemeenschap en tribale waarden. In de laatste generatie zijn we getuige geweest van groter en groter wordende Arabische steden die het kernelement missen van stedelijke grandeur: een gevoel van kosmopolitisme, van het ­overstijgen van de lokale ruimte om de interactie aan te gaan en onderdeel te worden van de buitenwereld. Voorafgaand aan de jaren zeventig, voordat de meeste Arabische regimes werden overgenomen door soldaten en tuig, weerspiegelden de belangrijkste Arabische steden verschillende diepgaande tradities. Ze stonden open voor buitenlandse en regionale handelaars, namen immigranten uit andere landen op en verwelkomden en profiteerden van buitenlandse instituten – vaak initiatieven van religieuze missionarissen die scholen en hospitalen stichtten. Nieuwe ideeën en normen uit het buitenland werden gemakkelijk opgenomen en de steden waren vanzelfsprekend aangenaam door een brede variëteit aan lokale en vreemde levensstijlen die zich naast elkaar manifesteerden. Destijds, in tegenstelling tot het heden, zag je zelden gewapende soldaten op iedere willekeurige straathoek. Nooit werd iemand staande gehouden bij de ingang van een overheidsgebouw om te vragen waar je vandaan kwam of waar je vader geboren was. De gewapende bewakers van de bekrompen sektarische staat hoefden niet uit te vinden of je legaal was of niet op basis van territoriale of tribale afkomst. Nu willen ze dat wel weten, vooral bij de ­luchthaven, overheidsdepartementen en andere plaatsen van brute machtsprojectie. Voor mij is dit het meest irriterende voorbeeld van de zwakte en barbaarsheid van de huidige gecentraliseerde Arabische veiligheidsstaat. Bang voor zijn eigen burgers, voelt het regime de noodzaak om ze te categoriseren naar oerverwantschap in plaats van naar hun identificatie met het land zelf. Door zich zo te gedragen, degradeert, sterker, ontkracht de archetypische Arabische overheid het burgerschap van zijn eigen burgers. Het signaal naar de burgers is dat hun gelijke rechten als burgers vervangen zijn door relatieve rechten als lid van een stam die verschillende maten van persoonlijk aanzien en burgerlijke privileges geniet in een – in essentie – kastensysteem van eerste-, tweede- en derderangs burgers. In ruil daarvoor mogen we allemaal om de maand een bezoek brengen aan het pas geopende winkelcentrum in de buurt.

Beiroet Metro kaart Met een kaart voor een serie virtuele metrolijnen voegt de Beirut Metro Map (BMM) een nieuwe laag toe aan het fysieke en mentale labyrint Beiroet. BMM gaat uit van de nog altijd aanwezige grenzen die 12 ZOOM IN • LOCATIE ZOOM OUT

de stad tijdens de burgeroorlog verdeelden en onderzoekt de relatie tussen die grenzen en het naoorlogse sociale klimaat in de stad. De infrastructuur lijkt totaal ongepast in het huidige stadsplan, terwijl die tegelijkertijd symbool staat voor de abrupte mobiliteit van de Beiroeti’s. Een plotselinge mogelijkheid om de grenzen te slechten.

Deze kaart is ontwikkeld door: Hassan Choubassi (www.choubassi.com) Geproduceerd door The Lebanese Association for Plastic Arts, Ashkal Alwan, in samenwerking met Home Works III: A Forum on Cultural Practices: www.ashkalalwan.org Een project in het kader van DasArts, Block 20, Amsterdam: www.dasarts.nl

partij wordt tegen zijn eigen volk, dan zien de nationale inwoners de regering en de centrale gewapende machten niet langer als hun beschermers. Gewone mensen zoeken dan bescherming en identiteit in verschillende andere ­beschikbare en toepasselijke vormen: de stam of clan, de buurt, religie, etnische sekten, ideologische groepen, ­criminele bendes die dealen in wapens of drugs of elke andere groep of collectief waar identiteiten worden gevormd. Het is niet altijd zo geweest, zo herinnert de Libanese ­socioloog Samir Khalaf ons in zijn inzichtelijke en uiterst actuele nieuwste boek Heart of Beirut: Reclaiming the Bourj. Heart of Beirut beschrijft de ontwikkeling van Beiroet’s centrale plein, de Bourj, door de eeuwen heen. Het beschrijft hoe de centrale publieke functie van het plein zich ontwikkelde en, nog belangrijker, hoe het voortdurend lokale en buitenlandse invloeden in zich opnam en zichzelf steeds weer opnieuw uitvond als een levendige, kosmopolitische en plezierige plek waarin collectieve normen en identiteiten tot uiting kwamen. De rijkdom van de Bourj lag precies in zijn eclectische en tolerante diversiteit, waar vele verschillende activiteiten door mensen met verschillende achtergronden ondergebracht waren. Op deze plek, binnen een ruimte van minder dan een vierkante kilometer, was het stedelijke epicentrum met religieuze gebouwen, verschillende grote commerciële markten of soukhs, uitgeverijen en mediahuizen, hotels, bordelen, overheidsgebouwen, elegante warenhuizen, cafés en restaurants, politieke ontmoetingsplekken, bioscopen, bus- en tramhokjes, kunstateliers en havengerelateerde maritieme kantoren.

Er wordt niet veel meer ‘overgestoken’ in Arabische steden tegenwoordig. Het tegenovergestelde vindt plaats. Gemeenschappen trekken zich terug in hun eigen afgesloten ruimtes, veelal bewaakt door kinderen met kalashnikovs. Gedurende bijna een eeuw belichaamde de Bourj van Beiroet de Arabische beschaving en het kosmopolitisme, vanwege elementen die Khalaf als volgt samenvat: ‘Ten eerste, vanwege de natuurlijke neiging van de Bourj om pluralistische en multiculturele eigenschappen te verenigen. Ten tweede, vanwege de vindingrijkheid om collectieve identiteiten en publieke beelden te herdefiniëren en een nieuwe vorm te geven en, ten derde, vanwege de rol in het onderdak bieden en verspreiden van populaire cultuur, consumentisme, massa-entertainment en vaak verfoeilijke toeristische attracties’. De volgende keer dat een Arabische ambtenaar of soldaat mij vraagt waar ik vandaan kom, ga ik hem zeggen: Ik kom van de Bourj – van een plek waar zeer verschillende mensen een gemeenschappelijke band vormden, waar individuen uit uiteenlopende tradities een levendige collectieve ruimte deelden en waar de kwetsbaarheden en angsten van kleine groepen en stammen verdampten in de beschutting van een overstijgende Arabische gemoedelijkheid. En als diezelfde Arabische soldaat of ambtenaar me vraagt waar ik heen ga, zal ik hem ook zeggen: Ik ga naar de Bourj – om mijn Arabische erfdeel van stedelijke fijngevoeligheid, samenleving, beschaving, multicultureel plezier en elementaire menselijke waardigheid op te eisen. Het was er voordat zijn geweren kwamen en het zal opnieuw bloeien, zodra hij toegeeft aan onze gedeelde mensheid. Eerder gepubliceerd in de Daily Star, 8 april 2006.

De Bourj heeft altijd het vermogen gehad om beperkte identiteiten te bevestigen en te overstijgen, waardoor de bewoners de kans kregen om zichzelf te doen gelden en tegelijk rond te snuffelen in aangrenzende en gedeelde domeinen die gedefinieerd werden door Libanezen, Arabieren en buitenlanders. Een plek waar mensen komen om hun verlangen te stillen naar ‘verwondering en vrolijkheid’, naar ‘nieuwe indrukken, onbekende visies op de wereld en de mogelijkheid om dankbare sympathieën te uiten – verlangens die alle versterkt werden door de verbondenheid met vreemden’. Het meest fundamentele of bepalende element van een publieke sfeer, zo schrijft Khalaf, ligt ‘juist in zijn vermogen om gesloten of afgegrensde ruimtes om te vormen in open ruimtes, waarmee de mogelijkheid ontstaat om (mentaal) te reizen, te doorkruisen en over te steken’.

Irak, Palestina, Libanon, Soedan, Jemen, Algerije en andere Arabische landen die te kampen hebben gehad met ernstige burgeroorlogen, zijn de meest extreme voorbeelden van een trend die doordringt in de hele regio. Wanneer de centrale staatsautoriteit aan stukken breekt of een oorlogvoerende VORM • ZOOM IN 13

ZOOM OUT


Markus Miessen Iedereen heeft ongetwijfeld wel eens gelezen over de ogenschijnlijk oneindige bouwdrift, die het gezicht van Dubai op dit moment bepaalt. Het emiraat zit op het hoogtepunt van een ontwikkelingsgolf die de stad heeft veranderd in één van de meest modieuze toeristische plekken van de wereld. De ruimtelijke dromen van de sjeik, gebaseerd op een nietsontziend geloof in architectuur als instrument van modernisering, zijn zowel opwindend als twijfelachtig. De stad produceert aan de lopende band overtreffende trappen, maar niet van de soort waar we in het Westen van houden. Daarom wordt dit vaak geïnterpreteerd als de zucht van de sjeik naar erkenning. In werkelijkheid is de ruimtelijke politiek van de sjeik tamelijk doordacht. Anderen discussiëren over wat er gedaan zou moeten worden. Hij doet gewoon en maakt zich eventueel later wel zorgen. ‘Het kan niet gek genoeg’ Een armada van internationale bouwbedrijven construeert momenteel een archipel van profetische onsamen­ hangendheid, van ‘s werelds hoogste gebouw tot ‘s werelds grootste winkelcentrum. Roept u maar. Onlangs nog reageerden curatoren geschokt nadat bekend werd dat de Franse overheid overeengekomen was om de naam van het Louvre te verhuren aan Abu Dhabi – voor dertig jaar en 520 miljoen dollar (in cash). Als onderdeel van een andere deal, waarmee 1,3 miljard dollar gemoeid is, zullen een aantal Franse musea bovendien hun werken uitlenen en hun expertise in dienst van de regio stellen. Terwijl veilinghuizen en kunstbeurzen zich naar het ­Midden-Oosten, Rusland en China haastten, staat de strategie van het Guggenheim voor een nieuwe aanpak. Het zijn niet langer uitsluitend de kunst, de kunstmarkt en de kunstverzamelaars die zich over grenzen bewegen. We gaan te maken krijgen met een globalisering van musea. En het lijkt erop dat voor de meeste landen die zich in het internationale kunstcircus storten, status belangrijker is dan de collectie. Wanneer beruchte architecten worden gevraagd om gebouwen als iconen te verwezenlijken, betekent dat meestal dat er weinig geld over is tegen de tijd dat het gebouw opgeleverd wordt. Dat betekent op zijn beurt dat er geen fondsen beschikbaar zijn voor een intelligente programmering en slimme curatieve strategieën. Op dit vlak zou de economische stabiliteit van het Arabisch schiereiland een mondiale bijdrage kunnen leveren. Daar waar de grenzen van de kunstwereld opschuiven, kan politieke deelname aan dit proces alleen maar positief uitpakken. Geen enkele overheid wil gezien worden als een spelbreker. Censuur en repressie van kritiek is moeilijk wanneer de hele wereld haar top-notch cultuurcritici invliegt. De toestroom van kunst en cultuur naar de Verenigde Arabische Emiraten is enorm. Slechts een paar weken na de Gulf Art Fair in Dubai, opende de Biënnale van ­Sharjah. De internationale kunstscene wordt bijna elke week ingelicht over de opening van weer een nieuwe culturele hot spot. We zouden ons moeten afvragen wat al die kunst en cultuur teweeg brengt op het politieke vlak. De Biënnale van Sharjah is een grote, twee maanden durende tentoonstelling in het hart van de Emiraten. De achtste editie, met als thema ‘Art, Ecology & The Politics of Change’, probeert grotere sociale en politieke onderwerpen te beslaan dan de vorige Biënnalen. Deze aflevering – georganiseerd door Sharjah’s Departement voor Cultuur en Informatie (een overheidsinstelling) –, biedt een opmerkelijk open blik op mondiale politieke, sociale en culturele kwesties. In een omgeving als die in Sharjah, waar meer dan de helft van de sponsors overheidsinstellingen zijn, zijn het kritische discours en de artistieke productie tijdens de Biënnale waarschijnlijk uitzonderlijk als dragers van een kritisch denken. Dankzij dit denken kan een debat over politiek in het algemeen en de lokale situatie in het bijzonder worden gestimuleerd. Het lijkt erop dat kunst doet wat de politiek niet kan: openlijk kritiseren. ‘Schrijf op wat je ziet’ In de taxi terug, van Sharjah naar Dubai, begint de Syrische chauffeur een gesprekje. ‘Last month, zero money.’ Hij vraagt me waar ik vandaan kom en wat ik hier doe. Ik vertel hem dat ik gekomen ben voor de Biënnale en daarover schrijf, waarop hij me vraagt wat dat dan is, de Biënnale. Ik leg het hem uit en in ruil daarvoor vertelt hij over de moderne slavernij die hij dagelijks om zich heen ziet. ‘Schrijf op wat je ziet’, zegt hij. 14 ZOOM IN • VORM ZOOM OUT

Het bedrijf waar hij voor werkt heet Dubai Transport, een overheidsbedrijf dat zijn gastarbeiders in dezelfde kampen huisvest als waar de meeste van Dubai’s bouwvakkers zitten: Sunapur – ergens in de woestijn, ver buiten het toeristenspektakel, uit het zicht. Een plek die niet bestaat op de plattegronden die de bezoekers gebruiken. Heel anders dan de architectuur in het centrum van Dubai vind je hier niets van de ‘het-kan-niet-gek-genoeg’ architectuur. Sunapur is clean. Niet vanwege een gebrek aan vuilnis, maar vanwege een gebrek aan versiering. Als er één plek is in het Emiraat die de Nieuwe Zakelijkheid in zich heeft, is het deze. Terwijl ik over de twaalfbaans snelweg door de woestijn stuif, denk ik terug aan één van de projecten in Sharjah. In de buurt van het Al Kuwait-plein liet een geluidsinstallatie (‘I Love To You: Workers’ Voices from the UAE’) gastarbeiders van verschillende etnische achtergronden horen, terwijl ze liederen uit hun land zongen. Die arbeiders wonen in de kampen. Benauwde en raamloze slaapkamers waar acht tot twaalf mensen in slapen. Badkamers zijn minuscuul en een zeldzaamheid. Ze worden gedeeld door soms meer dan 25 mensen. Van de 36 kampen die het Ministerie van Arbeid inspecteerde, voldeden er 27 niet aan de overheidsstandaard. Omdat vakbonden zijn verboden in – op één na – alle Golfstaten, is staken illegaal en zijn bonden een zeldzaamheid. Om ergens een begin te maken is het Ministerie van Arbeid nu begonnen met een hervorming van het beleid, waardoor arbeiders de ­gelegenheid moeten krijgen om makkelijker van werkgever te veranderen en werkgevers worden beboet wanneer zij hun werknemers niet betalen.

Toenemende kritische berichtgeving in de media leidde ertoe dat de inspectie van het Ministerie de kampen nu vaker bezoekt. Terwijl ze proberen om de groei van Dubai niet in de weg te zitten, zien beleidsmakers zich vaak ingeklemd tussen het beschermen van de rechten van de arbeiders en die van de werkgevers. Na tienduizenden arbeidsgeschillen heeft de overheid van Dubai twee instellingen opgericht: een ‘Permanent Comité voor Arbeidszaken’ en een mensenrechtenafdeling bij de Dubai politie. Toch heeft Human Rights Watch de overheid van Dubai gevraagd om de ­problemen waarmee gastarbeiders zich geconfronteerd weten, pro-actief aan te pakken. Wat bovendien dringend gevraagd zou moeten worden, is een serieuze verbetering van de omgeving waarin de gastarbeiders gedwongen worden te leven en van de tijden waarop zij gedwongen worden te werken. Hoewel ­eerdere protesten wel op media-aandacht konden ­rekenen, werden zij ook snel weer vergeten. Het lot van deze gastarbeiders moet internationale aandacht krijgen. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen, is om de internationale toeristen te choqueren, adverteerders in de war te brengen en zo het publiek – in algemene zin – een beetje te doen wankelen.

Informatie over de Sharjah Biënnale, zie: http://www.sharjahbiennial.org/en/ Foto’s: Markus Miessen VORM • ZOOM IN 15

ZOOM OUT


Eerste communiqué van het Volks ­Bevrijdingsfront van Bounyakistan Studio Beirut Mede Bounyaks en Bounyaques, Als gevolg van een serie verschrikkelijke incidenten, waarin een onbekend aantal schimmige personen op een buitensporige manier misbruik hebben gemaakt van de Bounyakidentiteit, met als enige doel media-aandacht te genereren, hebben wij, het Uitvoerende Comité voor Tactische en Strategische Vraagstukken van het Volks Bevrijdingsfront van Bounyakistan, de M.H.E.T.S.H.C.P.L.F.B., besloten om dit communiqué uit te doen gaan. We willen voor eens-enaltijd de definitieve grenzen van de Bounyak-identiteit vastleggen. Laat het bekend zijn dat vanaf vandaag een ieder die voldoet aan een van de volgende kwalificaties wordt beschouwd als een ­Bounyak of een Bounyaque.

Interview met Tamer Nafer Aysel Sabahoglu Tamer Nafer (29), Suhell Nafer (24) en Mahmoud Jreri (24), drie jonge Palestijnen in Israël, vormen sinds 1998 de rapgroep DAM, da Arabic Microphone Controllers. DAM is de leidende hiphopgroep in de Palestijnse wereld. Ze rappen in het Hebreeuws, Arabisch en Engels en zijn de pioniers van de Arabische hiphop. Ze verzetten zich tegen de gelatenheid en de uitzichtloosheid die heerst onder de Palestijnse bevolking en doen dat met rap. Ze maakten hun succesvolle Nederlandse debuut tijdens hun optreden vorig jaar in de Melkweg, als slotact van de Bazaar. Eind vorig jaar kwam hun langverwachte eerste CD uit, ‘IHDA – Dedication’ - opgedragen aan het Palestijnse volk. Een interview met frontman Tamer Nafer over de wording van DAM en hun onwaarschijnlijke internationale succes. Tamer, Suhell en Mahmoud rappen over sociaal onrecht en onderdrukking. Het bekende muziekblad ‘Rolling Stone’ wijdde een artikel aan hen en ze zijn inmiddels geïnterviewd door CNN, BBC en zelfs het Nederlandse Nova. Ze zijn de ­Palestijnen van 1948 – zij die niet vluchtten - en wonen in de armste streken van Israël. Ze zijn vreemdelingen op eigen grond: ‘We never sold our country/The occupation has written our destiny/Which is, that the whole world is treating us as Israelis and Israel treats us as Palestinians’

Een Bounyak of Bounyaque is: Iedere persoon die door een woestijn of zandvlakte zwerft om te zoeken naar wilde ongedomesticeerde kamelen en/of dromedarissen. Iedere persoon die wordt bespot of uitgelachen door kamelen en/of dromedarissen om het najagen van deze dieren in een woestijn of zandvlakte. Iedere persoon die wordt bespot of uitgelachen door een kameel, dromedaris en/of een ander dier omdat diegene een genetische angst heeft voor honden.

Het kostte DAM maar liefst vijf jaar om een label te vinden. Tamer Nafer: ‘Noch Arabische labels, noch westerse labels wilden onze muziek uitbrengen. Daarom wilden we aanvankelijk zelf een label oprichten onder de naam ‘48 Records’, maar ook dat lukte niet omdat we geen geld hadden. We treden al op sinds 1998 en hebben als podiumartiesten naam gemaakt in Israël en in de bezette gebieden. In 2002 werden we door documentairemaker en politiek activist Udi Aloni gevraagd de soundtrack te maken van de film ‘Local Angel’, over het Palestijns-Israëlische conflict na 11 september. Udi Aloni maakte een tour met zijn film in West-Europa en ons eerste optreden in het buitenland was naar aanleiding van het uitkomen van die documentaire in Berlijn.

Iedere persoon die chronisch te laat komt zonder reden. Iedere persoon die gelijktijdig rijdt, rookt, drinkt, de mobiele telefoon gebruikt, de muziek te hard zet en klaagt over het verkeer. Iedere persoon die regelmatig visa’s worden geweigerd voor toegang tot de bekende wereld, inclusief grote gedeelten van Bounyakistan. Iedere persoon die bekend is met de geografie, de geschiedenis en de worsteling van Bounyakistan. Iedere persoon die de letter ‘R’ rolt en buitensporig vaak het woord ‘buitensporig’ gebruikt. Iedere persoon die vertrouwd is met de Bounyak lichaamstaal. De meeste inwoners van de geheime hoofdstad van Bounyakistan. Iedere persoon die zich de Bounyak levenstijl aanmeet. Iedere persoon die helemaal klaar is met het dagelijkse traditionele levensritme en op zoek is naar scherpere benaderingen. Iedere persoon die minimaal drie talen of meer in een zin gebruikt. Iedere persoon die serieusheid gebruikt als een plan B, en uitsluitend als alle andere methoden hebben gefaald. Iedere persoon die gelooft in een consensusdemocratie als politiek systeem voor de toekomst van deze planeet. Iedere persoon die schrijft of zich manifesteert voor de bevrijding van Bounyakistan. Iedere persoon die de Bounyak tradities exporteert naar andere beschavingen en deze zodoende bekeert tot het Bounyakidom Ieder persoon die nog meer buitensporige kwalificaties aan deze lijst kan toevoegen.

Maar een CD uitbrengen lukte desondanks nog steeds niet. We hebben op een gegeven moment maar liefst vijftig ­muziekproductiebedrijven benaderd, allemaal in ­West­Europa. We zochten op het internet naar adressen en bleven onze muziek insturen. Onze nummers stonden ook op onze website en ook via youtube konden we onze muziek verspreiden. We bleven onze nummers inzenden en uiteindelijk reageerde ‘Red Circle Music’ in Londen op een van onze e-mails en zo kwam ‘Dedication’ uit op hun label. We hebben nu ook een agent en een pr-bedrijf dat voor ons de marketing doet. Door die professionalisering hebben we wel een enorme slag gemaakt. Maar van een doorbraak wil ik niet spreken. Er is hooguit sprake van een ­sneeuwbaleffect. We traden al veel meer op en dat effect werd versterkt door het uitkomen van onze cd. We hebben nu veel succes met optredens in de Verenigde Staten, Duitsland, Spanje, Italië, Engeland en Nederland en breiden op die manier ons netwerk uit. Maar we blijven werken aan onze droom om ‘48 Records’ op te richten.’ Hoezo rap? ‘Wij zijn opgegroeid met het idee dat er geen Arabische schrijvers, dichters, muzikanten en wetenschappers zijn. Op school leerden we niets over de Palestijnse cultuur en geschiedenis. Palestijnen zijn terroristen, dat kregen we te horen en wij moesten vooral goede Arabieren zijn. Met het uitbreken van de Tweede Intifada kozen we stelling en kwam ons grote succes met het controversiële nummer ‘Meen Erhabe’ (Who’s the terrorist?). De tekst sloeg aan bij jonge Palestijnen: ‘I’m not against peace/Peace is against me/It’s going to destroy me/We fight for our freedom/But you’ve made that a crime/ Who is the terrorist when you’ve taken my land’ We verwoordden de woede van onze generatie met onze teksten en vonden op die manier een uitlaatklep. Maar wij rappen ook over sociaal onrecht: ‘You’re a democracy/Actually it’s more like the Nazi’s!/Your countless raping of the Arabs’ soul/Finally impregnated it/Gave birth to your child/His name: Suicide Bomber’ Wij wonen in de sloppenwijk Lid, vlakbij Tel Aviv en Jeruzalem. Het is een verkeersknooppunt van autowegen en

16 ZOOM IN • VORM ZOOM OUT

treinen. In onze buurt, Samekh, hebben de steegjes geen namen, is er geen bestrating, geen straatverlichting en wordt vuilnis niet opgehaald. Er is drugshandel en criminaliteit. En met belachelijk hoge apartheidsmuren scheiden ze de Arabische wijken van de Joodse. Ons nummer ‘Born here’ gaat over het leven in dit soort wijken: ‘Each day I wake up and see like a 100 cops/Maybe they came to arrest a dealer/Oh no they came to destroy his neighbors home/What is happening here?/A hate bubble surrounding the ghetto/I broke the law/No the law broke me’ Vroeger waren de drugsdealers in onze buurt de superhelden omdat ze in BMW’s reden. Ik wilde jonge kinderen laten zien dat er een andere weg naar die BMW mogelijk is. Dat ze hun best moeten doen op school en zich niet klein moeten laten krijgen door de omstandigheden waarin ze leven en de politieke situatie. Ik ging ook vrijwilligerswerk doen met kinderen. Dat is terug te zien in de hiphopdocumentaire ‘SlingShotHipHop’ van de Palestijns-Amerikaanse regisseuse Jackie Salloum, die nog moet uitkomen. Ik bezocht kinderen in de internaten en ging met hen in gesprek. Met een microfoon in de hand had ik invloed op ze. We maakten samen muziek. Ik vertelde hun over de ontstaansgeschiedenis van de hiphop en waarom wij voor rap hadden gekozen. Hiphop is de muziek van de zwarte man in Amerika. In de verdrukking van de zwarte Amerikanen zoals verwoord in de teksten van Public Enemy en Tupac Shakur, herkende ik de geschiedenis van de Palestijnen. Palestijnse kinderen en jongeren worden door de Israëlische politie op de hielen gezeten, terwijl diezelfde politie niets doet aan de drugshandel en de criminaliteit. Palestijnse kinderen groeien op in gevangenschap, in ghetto’s. Vrijheid is voor hen een onbereikbaar ideaal. Daar gaat ‘Mali Huriye’ (I don’t have freedom) over: ‘We’ve been like this more than 50 years/Living as prisoners behind the paragraphs of agreements that change nothing(...)/You won’t limit my hope by a wall of seperation (...)/Everywhere I go I see borders, imprisoning humanity/Why can’t I be free like other children in this world’

En nu? Wat zijn jullie toekomstplannen? ‘Wij zijn tegenwoordig vaak weg uit Palestina. Die reportages van de BBC en CNN hebben ons echt vooruit geholpen. We worden veel gevraagd, niet langer alleen maar door vredesorganisaties, maar ook door festivals. Op 16 juni treden we bijvoorbeeld weer op in Nederland tijdens ‘Festival Mundial’ in Tilburg. Dat mensen nu speciaal voor DAM komen is geweldig. We zijn muzikanten met een boodschap, maar we zijn geen politici en willen ook gewoon entertainen. Soms maak ik me kwaad over iets en dan wil ik daarover rappen. Maar als je verliefd bent, dan wil je gewoon een liefdeslied horen en niet college krijgen. We doen verschillende dingen. We hebben de soundtrack geschreven bij de film ‘Ford Transit’ van de NederlandsPalestijnse regisseur Hany Abu Assad, die een Golden Globe won voor ‘Paradise Now’. Op dit moment werkt ik aan twee solo-albums. Eén in het Hebreeuws, dat vooral politiek zal zijn en één in het Arabisch, dat gaat over sociale thema’s. Ik ga acteren in een politiek toneelstuk en ben nu veel aan het repeteren. Suhell werkt aan een reggae album. Met DAM treden we overal op, onlangs nog met jullie eigen Ali B. hier in Palestina en ook met de Israëlische rapper Sagol. We werken aan onze videoclips en misschien komt er nog een DVD van ons uit. In de zomer willen we weer in Ramallah en in Jeruzalem optreden. Ramallah mogen we niet in, Gaza is een gevangenis, maar er zijn clandestiene wegen. In de toekomst hoop ik een cultureel centrum en een uitgeverij te kunnen beginnen. Verder ben ik nu verloofd. Ik wil trouwen, maar geld blijft een probleem hier. In New York ontmoetten we onze jeugdhelden: de rappers van ‘Public Enemy’, onder wie Chuck D. Dat was te gek! We traden daar op voor een Arabisch-Amerikaans publiek dat uit zijn dak ging. Hier in de Palestijnse gebieden gelden we als de grondleggers van de rapmuziek, maar daar waren wij broekies in de oertempel van de rap.’

DAM wordt gevormd door Tamer Nafer, Suhel Nafer, Mahmoud Jreri. Hun cd IHDA - Dedication is verkrijgbaar bij Boudisque in Amsterdam en in Utrecht. Voor meer informatie, zie: www.dampalestine.com VORM • ZOOM IN 17

ZOOM OUT


Eefje Blankevoort Latex, Sussex, University of Virginia, het zijn een paar van de woorden op de ellenlange lijst van verboden zoek­termen in Iran. ‘Women’ is er nog zo een. Wie in Iran op het internet iets over vrouwen wil opzoeken, krijgt een groot geel waarschuwingsbord te zien. ‘Access denied’ staat er in schreeuwende letters op het computerscherm.

Het zwembad van Tapa-e Bibi Mahru werd gebouwd door de Sovjets.

De wijken Wazir Akbar Khan en Shar-e Now, waar de meeste NGO’s

Het werd nooit in gebruik genomen en werd het symbool voor het

­zitten, tellen ongeveer vijftig privé-zwembaden

Terwijl in de publieke ruimte in Iran nog altijd strikte islamitische leefregels gelden en de media onder controle van de Opperste Geestelijk leider staan, zoeken steeds meer Iraniërs vrijheid in het virtuele domein. De omvang van de Iraanse gemeenschap op internet is aanzienlijk: Farsi is na Engels en Mandarijn de populairste taal op internet en het aantal Iraanse weblogs wordt op meer dan honderdduizend geschat. Er wordt geschreven over religie, kunst, politiek en seks. Teksten gaan ongecensureerd de wereld in, gelijk­ gezinden ontmoeten elkaar in de talloze chatrooms. Naast satelliet-tv is internet de belangrijkste bron voor ongecensureerd nieuws.

watertekort in de stad Kaboel

Op dit moment heeft slecht 35% van de stedelijke bevolking toegang tot veilig water en slecht 14 % toegang tot kraanwater. Slechts 23% kan gebruik maken van de riolering

Zwembaden in Kaboel 2006 Het onderzoek van Snehal Hannukar en Pushkaraj Karakat laat zien dat de aanwezigheid van de VN en internationale organisaties geleid heeft tot de ontwikkeling van een nieuw gebied; een stad verrijst in de stad. Het contrast tussen de internationale en lokale wereld heeft een blijvende invloed op de stedelijke ontwikkeling van Kaboel. Een opmerkelijk teken van die kloof is het 18 ZOOM IN • VORM ZOOM OUT

bestaan van ongeveer vijftig privé-zwembaden, in een stad die kampt met een enorm watergebrek. Dit onderzoek is onderdeel van het Bauhaus-college: ‘UN-­Urbanism’ (door Regina Bittner, Wilfried Hackenbroich en Kai Voeckler). Dit college richtte zich in 2005/2006 op de transformatie van steden in crisisgebieden. De rol van de Verenigde Naties in het management van conflicten is aanzienlijk gegroeid de laatste jaren. De VN leveren een belangrijke bijdrage aan het onderhandelen in geschillen, maar geven vaak ook een impuls aan de heropleving van politieke, sociale en culturele instituties. Daarbij worden, vaak in samenwerking met internationale hulporganisaties, nieuwe structuren aan de stad toegevoegd. Hoewel in eerste instantie vaak

van tijdelijke aard, hebben deze projecten een grote invloed op de verdere ontwikkeling van deze locaties. ­Internationaal opererende organisaties initiëren op deze manier belangrijke stadsont­ wikkeling in allerlei regio’s in de wereld. Een groep architecten, stadsplanners, kunstenaars en wetenschappers hebben in Mostar (Bosnië-Herzegovina) en Kaboel (Afghanistan) de effecten onderzocht van ‘crisis-regulating urbanisation’. De resultaten zullen binnenkort gepubliceerd worden bij de Bauhaus Dessau Foundation. © alle afbeeldingen: Snehal Hannukar and Pushkaraj Karakat / ­Bauhaus Dessau Foundation

Ook activisten maken handig gebruik van het internet. Met name voor de vrouwenbeweging, die de laatste jaren aan kracht wint, is het internet een belangrijk middel. ­Ongelijkheid voor de wet tussen mannen en vrouwen, polygamie en prostitutie – het zijn onderwerpen die in de reguliere media vaak onbesproken blijven. Op het internet worden die discussies wel gevoerd. Reportages over demonstraties van de vrouwenbeweging en het gewelddadige optreden van de politie zijn op de staatstelevisie niet te zien. Maar foto’s en ooggetuigenverslagen circuleren al een paar uur later op tal van Iraanse weblogs en online nieuwsdiensten. Iedereen die aanwezig is bij zo’n demonstratie heeft een mobiele telefoon of een digitaal cameraatje, velen hebben een eigen weblog. Deze vorm van burgerjournalistiek is in Iran inmiddels een fenomeen. Het regime ziet het met lede ogen aan: het kan gewoonweg niet alles controleren. Toch is de vrijheid in cyberspace niet vanzelfsprekend. De populariteit en kracht van het internet is ook het regime niet ontgaan. Was internet in de eerste jaren van haar opmars in Iran nog een vrijplaats zonder censuur, inmiddels is Iran naast China het land met de sterkst ontwikkelde internetcensuur ter wereld. De laatste jaren zijn kritische webloggers gearresteerd en gemarteld, webloggers moeten zich officieel registreren en de regering

zet steeds zwaardere filters in om ongewenste websites te blokkeren. Iraanse internetactivisten schatten dat momenteel rond de 25.000 websites zijn gefilterd. Saillant detail is dat een Amerikaanse softwareproducent de filters aan Teheran heeft verkocht. Ook staat de regering een snelle internetverbinding niet toe. Volgens de grondwet heeft de Islamitische Republiek het monopolie op radio en televisie: snel internet bedreigt die positie. Websites over mensenrechten, met kritiek op religie of politiek, en sites van de vrouwenbeweging worden door het regime geblokkeerd. Maar niet alleen de weblogs van kritische geesten worden gefilterd, ook zoektermen die naar onzedelijkheid neigen, worden gecensureerd. Met soms absurde gevolgen. ‘Virgin’ en ‘virginity’ zijn onzedelijke woorden en dus is ook de website van de universiteit van Virginia niet meer te vinden. Seks en porno zijn helemaal uit den boze. Met als gevolg dat de lieflijke county Sussex aan de zuidoostkust van Engeland geen Iraanse toeristen hoeft te verwachten. De zoekterm ‘vrouw’ kan zowel naar porno als naar kritische sites over vrouwenrechten leiden en wordt dus maar in zijn geheel geblokkeerd. Iraanse webloggers zoeken voortdurend naar een manier om de filters te omzeilen. Ze maken gebruik van anti-filterprogramma’s om toegang te krijgen tot verboden sites en schrijven hun blogs voortaan in het Engels of beginnen hun weblog onder een andere naam. Het regime blokkeert daarop de nieuwe domeinnamen en ontwikkelt weer nieuwe filters. Een vergelijkbaar kat-en-muisspel vond eind jaren negentig plaats tussen het regime en de gedrukte pers. Ten tijde van de voorzichtige hervormingen en experimenten met persvrijheid onder president Khatami werden er in korte tijd honderden kranten en tijdschriften opgericht. Veel werden echter al snel weer verboden en gingen vervolgens onder een andere naam verder. Nu de vrijheid van de gedrukte pers een nieuw dieptepunt heeft bereikt, heeft het gevecht zich verplaatst naar het virtuele publieke domein.

Hoewel de censuur op het internet in Iran steeds groteskere vormen aanneemt, lijkt het een gevecht dat het regime gaat verliezen. Het regime kon de traditionele media nog relatief eenvoudig beheersen – je gaat naar het kantoor, intimideert de redactie en pakt de journalisten op –, in cyberspace zijn de mazen in het net makkelijker te vinden en is de anonimiteit groter. Honderdduizenden bloggers die onder pseudoniem op het internet hun verhalen de wereld in slingeren de mond te snoeren, is zelfs voor de machthebbers in Teheran een onmogelijke opgave.

Gefilterde website / zoekterm

Banner tegen internetcontrole van internetactivisten

Van de website http://www.bedoonemarz.com/womyn.php waarop aandacht wordt gevraagd voor het filteren van

Het gevecht om vrijheid in cyberspace is kostbaar. Veel webloggers kunnen het zich niet veroorloven telkens een nieuwe domeinnaam aan te maken en lopen gevaar opgepakt te worden. Toch blijven er elke dag nieuwe webloggers bijkomen. De drang om te schrijven en ongecensureerd nieuws en verhalen te delen is gewoonweg te groot.

het woord ‘women’

Meer informatie over vrouwenbewegingen, zie: http://weforchange.net. Over censuur op het internet in Iran, zie: www.freekeyboard.com (farsi) Over activisme en blogcultuur, zie: http://jadi.civiblog.org/blog. VORM • ZOOM IN 19

ZOOM OUT


Overleven met de mobiele telefoon

Kaart: Pascale Hares

KEER JE WERELD OM

Geert van Kesteren

AFLEVERING BENEDEN

Irak is verzeild geraakt in een gruwelijk wrede spiraal van geweld. Het is overgeleverd aan de genade van criminelen, milities, mujahideen en Al Qaida. Het voortdurende geweld maakt het voor de VN, het Rode Kruis en andere non-gouvernementele organisaties onmogelijk om hulp te geven in Irak. Een van de kwesties die daardoor geen aandacht krijgt, is het vluchte­ lingenprobleem. Vluchtelingen die onder hoogspanning leven in een wanhopige bezorgdheid over familieleden en bezittingen die zij achter zich moesten laten en hun eigen onzekere toekomst. Het eind van hun vermogen komt in zicht, terwijl er geen perspectief is op internationale hulp. Slechts een paar honderd Iraakse vluchtelingen kregen een beschermend asiel in 2006. Deze digitale foto’s zijn gemaakt met mobiele telefoons, door Irakezen en Iraakse vluchtelingen in 2006 en 2007. Vaak zijn dit soort cam-photos en digitale kiekjes de enige tastbare herinnering aan hun familie en geliefden. De cam-photo symboliseert de ontoegankelijkheid van Irak (zowel voor de vluchteling als de journalist) en tegelijkertijd de opmars van ‘citizens journalism’. In alle verhalen die door vluchtelingen verteld worden, speelt de mobiele telefoon een hoofdrol. De mobiele telefoon is verworden tot een cruciaal instrument in het overleven van een moderne oorlog: hij houdt familieleden op de hoogte van het laatste nieuws in Irak en van de vluchte­ lingensituaties in de omliggende landen. Tegelijkertijd is de telefoon een cruciaal medium voor diegene die midden in het sektarisch geweld in Irak zitten:

CAmbodja Iran test langeafstandsraket 300 doden in Irak 6000 doden door aardbeving Sumatra Hevige gevechten tussen Coalitie en Taliban Blair en Bush overeenstemming over gevechts Anna Nicole Smith dood gevonden Bolivia nationaliseert telefoonbedrijf Fidel Castro herstelt Syrie en Libanon nog geen vrienden vliegtuig neergestort in Nigeria, 172 mensen vermist Spanje legaliseert cannabis South Park gecensureerd Harry Potter nu in de bioscoop Brad Pitt en Angelina Jolie adopteren Afrikaanse kinderen Michael Jackson bekent definitief kleur Rusland stopt leveranties olie

Nihad ontving een smsberichtje, van telefoonnummer +9647705121816. Er stond: ‘Als we klaar zijn met de Sjiieten, dan ben jij aan de beurt.’

Conflicten

Honger

Kinderarbeid

Intolerantie

natural ressources

Mahmood, Soenniet, nam de telefoon op. ‘Bent u de vader van Manaf?’ ‘Ja, dat ben ik.’ Wij hebben uw zoon, en willen 150.000 dollar.’

Onderdrukking

Egocentrisme

Wapens

Welvaart

Natuurlijke Hulpbronnen

cairan 500 doden door aardbeving in Siberië Kongo richt fonds op voor cultuur en ontwikkeling in Zuid Europa Duizenden doden door honger in Frankrijk en Groot-Brittannië Koude Oorlog tussen anHet Midden Oosten is nog steeds het Midden Oosten 200 Amerikaanse vluchtelingen proberen Mexico binnen te komen Cuba en Thailand werken aan een nucleair ruimteprogramma De Afrikaanse sfel 2 Journalisten doodgeslagen in Duitsland Afrikaanse magnaat adopteert Brad Pitt en Angelina Jolie MaMadou de Afrikaanse Prins nu in de bioscoop Zweden en Noorwegen beëindigen

LIGTHETMIDDENOOSTEN ECHTINHETMIDDEN? ZORGTDEPOSITIEVANHET MIDDENOOSTENOPDE WERELDKAARTERVOORDAT DEREGIOEENSPEELPLAATS ISVOORCONFLICTEN? LATENWEEENSPELLETJE SPELEN. WATGEBEURTERALSWEDE FYSIEKEMAPOMDRAAIEN TERWIJL WEDEPOLITIEKE, ECONOMISCHEENSOCIALE CONDITIES OPDEZELFDEPLAATS LATEN?EUROPAZAL WORDENVERSCHEURD DOORHONGER...AFRIKAZAL RIJKERZIJNDANOOIT...EN AMERIKAANSEVLUCHTELINGENZULLENPROBERENDE GRENSMETMEXICOOVERTE STEKENOMUITHUN ONTAARDELANDTE ONTSNAPPEN.KIJKNAARDE OMGEKEERDE NIEUWSBALK...DANMERKJE DATHETMIDDENOOSTEN PRAKTISCHHETZELFDEBLIJFT..

ZELFDE OORLOGEN, ZELFDEONDERDRUKKING, ZELFDEINTOLERANTIE, ZELFDEKOLEREZOOI. ALLEMOGELIJKE CONFIGURATIESVANDE WERELDKAARTHEBBEN HETZELFDEKLOTIGE MIDDENOOSTEN. ZO,ISDEREGIOGEZEGENDOF VERDOEMD? TOTWEDAAREEN ANTWOORDOPHEBBEN,IS DEBOELAFENTOEGOED OMGOOIENHETENIGEWAT ONSREST. GENIETERVAN!

20 ZOOM IN • VORM ZOOM OUT

Maroj, een Turkmeense, nam haar mobiele telefoon op, om haar man Mohammad aan de andere kant van de lijn te vinden. ‘Ik ben ontvoerd’, huilde hij. Ook Nabil kreeg een telefoontje. ‘Vertrek. Of je kunt alle andere Christenvarkens naar het mortuarium dragen.’ Hannah Sharif, Sjiietisch, beantwoordde een oproep. ‘Dit is de telefoon van een dode vrouw. Komt u, en haal haar ­lichaam op.’ Foto’s verzameld door Geert van Kesteren

Ontsnapping Oras Haddad Op 25 juli 2006 ging een vrouwelijke arts, zoals ze dat elke dag deed, naar haar werk in een ziekenhuis in een van de heetste gebieden in Irak. Om 11.45 uur begonnen mensen te schieten. De leidinggevende arts gebood haar om snel het gebouw te verlaten. Haar chauffeur kon haar echter niet ophalen, want alle wegen waren afgezet door het leger. Samen met haar vriend, die ook als dokter in het ziekenhuis werkte, en twee assistenten was ze ge­ dwongen om in het ziekenhuis te blijven tot de situatie kalmeerde. Er was geen elektriciteit en het was uitzonderlijk heet die dag. Het schieten ging echter door en om 14.30 uur besloten ze te ontsnappen per voet. Aan de poort van het ziekenhuisterrein stond een gewapende man. Hij stond niet meer dan tien meter van hen vandaan. De man behoorde niet tot de politie of het Irakese of Amerikaanse leger. Ze vroegen de man om hulp, maar hij ver-

telde dat er nog overal gevechten woedden en dat de wegen nog te gevaarlijk waren. Hij bood echter aan om hen naar een andere man te brengen, iemand die ook gewapend was en hen naar een veilige plek kon brengen.

gen gruwelijke dingen en hoorden het gegil van vrouwen. Na een uur haalden de mannen ze weer uit hun schuilplaats en vertrokken met hen naar een veilige plek. Onderweg zagen ze opgeblazen en uitgebrande auto’s. Dode mensen. Een verlaten stad.

Na vijf kilometer te voet door het oudste en armste deel van de stad, waar angstaanjagende gewapende mannen in het wilde weg aan het rondrennen waren, stopte de gids en begon plotseling met wat vervaarlijk uitziende mannen te kletsen. Ze debatteerden over wat de veiligste route zou zijn. Uiteindelijk werd besloten om de dokters te verbergen in een van de huizen totdat de situatie weer veilig was.

Uiteindelijk kwamen wij aan op een veilige plek. Wij waren opgelucht. Ja ‘wij’, want die vrouwelijke ‘arts’ was ik!

Voor meer informatie lees: Rana Abbawi and Miriam Struyk i.s.m.

De gevechten verplaatsten zich intussen in hun richting en de artsen waren stiekeme getuigen van de schermutselingen. Ze za-

Middle East Youth Forum: Human Security, Stories from Below, De publicatie is te bestellen op: www.ikvpaxchristi.nl VORM • ZOOM IN 21

ZOOM OUT


Oorlog en Flyers Ik weet niet of je weet van de flyers die de Israëli’s over ons heen hebben gestort gedurende de oorlog afgelopen zomer? Tweede ­Wereldoorlog-stijl. De boodschap was dat we de schuld van de oorlog bij Hezbollah moesten zoeken. Ze probeerden de mensen tegen ­Hezbollah op te zetten. Sommige flyers waarschuwden ons waar ze gingen bombarderen. Maar de flyer die me het meeste opviel was een komische tekening van Assad, Haniyah en Ahmadinejad. De heren zitten in een cirkeltje, bovenop een kaart van Libanon en spelen op ­muziekinstrumenten. Nasrallah komt vervolgens uit een vaas, heeft het lichaam van een slang en vraagt aan iedereen of hij van dienst kan zijn. Ik vond het een erg grappig en pakkend beeld en vroeg me af hoe iemand deze flyer serieus kon nemen. Ik dacht aan de persoon die hem had getekend en vroeg me af of het een kind was, een puberale reservist of een gepensioneerde generaal. Het was bijna te grappig en absurd om waar te zijn. Israël staat bekend om zijn superieure ­inlichtingendiensten: hoe kon zoiets langs ze heen zijn geslipt? Ik was gefascineerd door de tekeningen en voor ik het wist was ik op de flyers aan het krabbelen om de tijd te doden. Sommigen waren bang dat de flyers giftig zouden zijn. Maar ik trok mijn stoute schoenen aan en waagde het er op. Email van Zena el Khalil aan de redactie

Deze serie tekeningen gemaakt door Zena el Khalil heet de “Flyer Doodle Series”

De oorspronkelijke flyers. Verzameld door: Malkit Soshan

Super Star Zena el Khalil Dit is een portret van een man die, van de ene op de andere dag, veranderde in een internationale media-sensatie. Los van mijn politieke mening was het zijn stem waarop ik had gewacht. Door hem te schilderen heb ik geprobeerd om de mens achter de popster te leren kennen. Een portret van een persoon die een enorme aanwezigheid werd in mijn leven. Super Star, Mixed Media on wood, 60 * 60 cm, 2006

22 ZOOM IN • VORM ZOOM OUT

VORM • ZOOM IN 23

ZOOM OUT


Interview met Ibrahim Mousawi door Joost Janmaat

Voor een buitenstaander lijkt het leven van Ibrahim ­Mousawi een leven van tegenstellingen. Hij is een islamist, die zich inzet voor een bepalende rol van religie in alle belangrijke aspecten van het leven. Hij is óók een wetenschapper, die nauwgezet werkt aan een promotie-onderzoek over Islam en democratie aan de Universiteit van Birmingham. Als onafhankelijk journalist werkte hij in opdracht van een groot aantal internationale media. Tegelijkertijd is hij een politiek activist, die jarenlang als hoofdredacteur het politieke en buitenlandse nieuws vorm gaf bij Al-Manar TV – de media-organisatie van Hezbollah. Mousawi verkeerde jarenlang in de frontlinies van de ‘Info War on Terror’. Hij was getuige van de fabricage van leugens, halve waarheden en agressieve stereotypering aan beide zijden. Hij heeft gezien welke rol de massa­media kunnen spelen in de legitimering van een conflict en het voorbereiden van mensen op oorlog en vernietiging. Hij kent de kracht van massamedia in het creëren van ­identiteiten, bondgenoten en vijanden. Refererend aan de Amerikaanse media-criticus Herbert Schiller, Bob Marley en de Almachtige kijkt Mousawi met ZOOM IN ZOOM OUT terug op de recente oorlog tussen Hezbollah en Israël. De Juli-oorlog was voor hem in de eerste plaats een oorlog om informatie.

denken, onze meningen en overtuigingen door de distributie van informatie. Ze zijn machtig en hebben het vermogen om misvattingen te consolideren. Tegelijkertijd hoeven we hun werkelijkheid niet te accepteren. Elke exclusieve realiteit die de perspectieven van anderen ontkent, draagt bij aan de voedingsbodem voor conflicten. Dat vuur kun je alleen doven door het perspectief op de werkelijkheid te verbreden. In deze wereld hebben ontwikkelingen in het ene deel altijd effect op het andere deel.’ ‘Welke ‘delen’ waren betrokken bij de PR-strijd van de Juli-oorlog?’ ‘In eerste instantie namen de Arabische landen duidelijk stelling, maar die stellingname veranderde snel in deze regio. De officiële reactie van de grote meerderheid van de Arabische overheden – die niet noodzakelijkerwijs hun bevolking vertegenwoordigen – was om de arrestatie van de twee Israëlische soldaten af te wijzen als een roekeloos avontuur, een gok. Maar terwijl de oorlog zich ontwikkelde en Hezbollah militaire successen boekte, zag je de steun voor Hezbollah groeien in de Arabische straten. Dit maakte weer dat de Arabische overheden hun posities aanpasten. Onze oorlog tegen Israël werd onderdeel van de Arabische collectieve herinnering aan Israëlische bloedbaden, invasies en bezettingen – in Palestina, Libanon en de Golan-hoogvlakte.’ ‘Terugblikkend, wie heeft naar uw mening de mediaoorlog gewonnen?’

‘U gelooft. U bent wetenschapper. U bent journalist. En activist.’ ‘Hoe kan dat zichzelf tegenspreken? Elk deel van mij streeft naar dezelfde waarden. Elk deel werkt voor dezelfde hogere doelen: gerechtigheid, gelijkwaardigheid en vrede voor iedereen. Ik zoek kennis en perfectie. Bovenal probeer ik dingen een beetje beter te maken. Daarbij ondersteunt het ene deel het andere. Uiteindelijk denk ik dat alles neerkomt op één doel, dat we moeten proberen het goede te zoeken in anderen. De problemen beginnen vaak – paradoxaal genoeg – als we zaken die we tegenstrijdig achten, samen proberen te brengen.’ ‘Terwijl het leiderschap van Hezbollah zich verborgen hield, werd u als hoofdredacteur van Al-Manar door de internationale media van journalist tot belangrijkste ­woordvoerder van Hezbollah gemaakt tijdens de Juli-oorlog. Hoe kijkt u terug op deze wellicht niet gekozen, maar enorm ­belangrijke rol in de vierendertig dagen durende oorlog?’ ‘Vooropgesteld, laat me duidelijk zijn: ik ben nooit woordvoerder geweest van Hezbollah. Hezbollah heeft geen woordvoerders. Ik had echter wel toestemming om te zeggen dat ik nauw gelieerd ben aan de partij. Zoals je weet leven wij in een conflictgebied. Ik ben Libanees en ons land was – en is nog altijd – onder bezetting. En daar was – en is nog steeds – verzet tegen. De vernietiging en het lijden ­tijdens de laatste oorlog was ongekend. Een militaire invasie, bombardementen, vernietiging, mensen die gewond en gedood raakten, mensen die vluchtten. Er waren journalisten en schrijvers bij. In zo’n situatie voel je je verplicht om iets te doen, om te helpen. Omdat ik journalist ben, voelde ik me geroepen te informeren. Dat is waarom ik, zolang als de oorlog duurde, interviews gegeven heb om onze kant van het verhaal gehoord te doen worden.’ ‘U stapte in de mediaoorlog; de oorlog om informatie.’ ‘Laat me een voorbeeld geven. Ik werd live geïnterviewd door Larry King. Een van de belangrijkste opinieleiders van een erg belangrijke internationale media-outlet. Hij kaderde het conflict direct door zijn publiek eraan te herinneren dat Hezbollah de oorlog begonnen was door het kidnappen van de twee Israëlische militairen en het bombarderen van Haifa met raketten. Ik zei hem: “Larry, je hebt het mis. Die soldaten zijn niet gekidnapt maar gearresteerd.” We hebben aangegeven dat het onderdeel was van een beperkte militaire operatie, bedoeld om een gevangenenruil mogelijk te maken met de vele Libanezen in Israëlische gevangenissen. We rekenden op internationale bemiddeling. Wanneer de Israëli’s onze gegijzelden zouden hebben vrijgelaten na 2000 (toen Israël zich terugtrok uit Zuid Libanon, red.), hadden we dit niet eens hoeven doen.’

‘Hoewel de de Al-Manarstudio’s met de grond gelijk gemaakt werden: Hezbollah. Dat is duidelijk. En niet omdat ik het verzet steun. In mijn optiek hebben ze de mediaoorlog gewonnen omdat de hele wereld te zien kreeg met wat voor overmatige, buitenproportionele agressie Israël werkt. De infrastructuur en het milieu van Libanon werden verwoest. Er liggen nu meer dan een miljoen niet-ontplofte clusterbommen in Zuid Libanon – het overgrote deel daarvan werd afgeworpen in de 72 uur voorafgaand aan het staakthet-vuren. Je kunt sommige mensen af en toe voor de gek houden, maar je kunt niet iedereen de hele tijd misleiden. Israël verloor de mediaoorlog verder aan de ‘citizens’ media’: nog nooit eerder lieten individuele burgers zich op zo’n schaal horen. Noem het ‘citizens’ mass media’. De mate ­waarin burgers een medium zijn geworden om nieuws door te geven, is zonder precedent: zeker in het Midden-Oosten. Terwijl burgers het grootste slachtoffer waren in de Julioorlog, was burgerjournalistiek de grote winnaar. De derde factor in Hezbollah’s overwinning in de mediaoorlog had te maken met de rechtvaardigheid van de oorlog zelf. We hebben alle niet-gewelddadige mogelijkheden uitgeput om onze mensen uit Israëlische gevangenissen te krijgen. We wachtten tot de internationale gemeenschap zou ingrijpen in dit conflict. Uiteindelijk heeft het uitblijven van reacties ons het recht gegeven om militaire operaties uit te voeren tegen militair personeel, zodat we hen konden ruilen voor onze mensen. Dan was er Nasrallah, als commandant in het veld. We weten allemaal dat sommige Joodse kolonisten hem meer krediet gaven dan hun eigen leiders. Ten slotte waren daar nog de voortdurende uitzendingen van ­AlManar TV, die de strijd ondersteunden.’

den je ook kiest. Ik heb het niet alleen over woorden als ‘Hezbollahterroristen’ en ‘As van het Kwaad’, maar juist ook alledaagse woorden: ‘blij’ is iets anders dan ‘tevreden’.’ ‘Van welke symbolen en connotaties maakt Al-Manar in dat verband gebruik?’ ‘Opnieuw, we hebben het over een samenleving in verzet. De symbolen die daarbij passen zijn die van het martelaar­ schap. Symbolen van een persoonlijk offer voor de gemeenschappelijke zaak. Die symbolen hebben een bijzondere Sjiietische en historische connotatie, maar tegelijkertijd een algemene: ze refereren aan meer algemeen menselijke moraal of geloof. In zekere zin heeft Al-Manar sommige van die oude symbolen gewoon opnieuw afgestoft.’ ‘U wordt beschouwd als het gematigde gezicht van het verzet. Een vertegenwoordiger van Hezbollah 2.0, een partij die zich heeft ontwikkeld over de jaren. Iemand die Libanon’s multiculturele karakter onderkent alsook de onwaarschijnlijkheid om een Islamitische staat te forceren in het land. Bent u het belangrijkste PR-instrument om dit nieuwe, gematigde beeld van de partij voor het voetlicht te brengen?’ ‘Ik zou het een eer vinden. Dat gezegd, denk ik dat het verzet in het algemeen gematigd is. Iedereen wil in vrede, welzijn en welvaart leven. Belangrijke, maar gematigde doelen. Mijn persoonlijk begrip van religie is open. Ik geloof in een gedeeld geloof voor de menselijkheid, een gedeeld lot. Ik geloof en ik geloof dat God ons in de gaten houdt. Ik geloof dus dat we er goed aan doen om zelf in de gaten te houden waar we mee bezig zijn. Het verzet probeert een einde te maken aan de bezetting: een bescheiden doelstelling. We zoeken vrede. Ik denk dat de meeste mensen gematigd zijn. Net zoals ik denk dat de meeste mensen empathie hebben met anderen. Wat maakt je anders tot mens? Je moet om iedereen kunnen geven. Wat er echt aan de hand is in onze tijd, is niet een conflict tussen de Arabieren en de Israëli’s. Ook niet tussen het oosten en het westen, of tussen moslims en christenen. Dit is een moreel conflict: tussen goed en kwaad, tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Dit gaat over bezetting en onderdrukking. Dit conflict is tot het laatste, meest fundamentele niveau gebracht. Dat van de moraal, van algemeen menselijke waarden.’ Wanneer zijn visum aanvraag gehonoreerd wordt zal Ibrahim Mousawi Nederland bezoeken in het kader van de Bazaar. Op 3 juni spreekt hij over public relations, propaganda en de rol van media in conflict. De televisiezender Al-Manar (Arabisch voor Het Baken) werd door Hezbollah opgericht in 1991, met steun van Iran. Al-Manar noemt zich het “kanaal van het verzet” (qanat al-muqawama) en is een instrument in wat Hezbollah de “psychologische oorlog tegen de Zionistische vijand” noemt. Al-Manar koerst niet op een neutrale boodschap, maar kiest expliciet partij. De programmering richt zich sterk op het IsraëlischPalestijns conflict en de Amerikaanse bezetting van Irak. Eind 2004 werd Hezbollah door de VS als terreurorganisatie gekwalificeerd, en vervolgens verboden. Ook in Frankrijk en Spanje werd de zender verboden. In 2004 werd geschat dat Al-Manar dagelijks door tien tot vijftien miljoen mensen wereldwijd werd bekeken en dat het onder Palestijnen in de West Bank en Gaza het op twee na populairste televisiekanaal was.

‘U bent journalist en activist. Hoe vallen die twee te rijmen?’

Meer over Al-Manar, zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Al-Manar

‘Wij vechten in een bezettingsoorlog. Israël bezette zuidelijk Libanon en bezet nog altijd Palestina en de Golan. Amerika bezet Irak. Dit is de werkelijkheid die we laten zien op Al-Manar. We geloven in een zaak. Je kunt objectief zijn, maar niet neutraal. Er zit een morele dimensie aan dit probleem: kun je je als journalist los maken van de ­werkelijkheid, jezelf dissociëren, om vervolgens strikt feitelijk verslag te doen van hetgeen je ziet? Of zeg je: ik zie een bezetting, en die moet bestreden worden? Laat me in dit verband wijzen op het gebruik van taal. Taal is per definitie niet neutraal! Elke uitdrukking en verwoording probeert een speciale betekenis over te brengen en is dus altijd contextgebonden, geladen met waarde. Welke woor-

‘Hoe ziet u de rol van massamedia in conflicten?’

24 ZOOM IN • KARAKTER ZOOM OUT

Sommige media zijn natuurlijk in bezit van, of worden ­gestuurd, door politieke machten of bepaalde groepen en instituties. Vanzelfsprekend compromitteert dit de ­objectiviteit van die media. We kennen allemaal het boek van Herbert Schiller, The Mind Managers. Ze managen ons

KARAKTER • ZOOM IN 25

ZOOM OUT


Ontheemding in Afghanistan

Roel Meijer 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Sar - Pol 10, 600

Sholgara 1, 000

Dehdadi 3, 000 (2 camps)

Mazar -e Sharif 42, 4000 (12 camps)

Arab Kakul 2, 400 (2 camps)

Lala Guzar 5, 300

Pyandzh River 1, 100

8

7

6

5

4

3

2

1

Panjawi 42 993

Maiwand 6 428

Mukhtar 23 800

Zehray Dhast 45 843

Minaret 961

Shaidayee 2 932

Maslakh 7 139

Baghi Shirkat 855

Bij jihadi salafisme wordt altijd gedacht aan geweld. Dat is niet zo verwonderlijk aangezien jihad zelf leidt tot geweld en de jihadi’s er zelf alles aan doen om dit aspect van hun strijd te benadrukken. Maar geweld is problematisch, omdat het alles overheerst. Tegenstanders kunnen het afdoen als terrorisme zonder verder te kijken naar de oorzaken of de achterliggende ideeën. Daarbij hebben ze de gewone burgers aan hun kant. Want als er één vorm van geweld is die als contraproductief wordt ervaren, dan is het wel ‘terroristisch’ geweld. Het neerhalen van de Twin Towers, het onthoofden van westerse gijzelaars en het opblazen van Sjiieten in Irak lijken volstrekt zinloos. Zonder context kunnen we het niet begrijpen. We horen ervan, zien het op tv en vervolgens zakt het weg tot de volgende aanslag opnieuw het nieuws haalt.

3 8

9

Herat

TURKMENISTAN

2

12 4 11

Nimroz

Badghis

Qal’eh-ye Now

Lashkar Gah

Hilmand

Ghor

6

8.800 vluchtelingen (vanaf juni 2001)

Balkh

5

Mazar e-Sharif

Zabul

6 4

Kunduz

Konduz

Parwan

3 1

Takhar

1

2

Panjsher

Kapisa

Badakhshan

Faizabad

Kunar

Nangarhar

Nuristan

Laghman

Jalalabad

Khost

Khost

Baghlan

Kabul

Logar

Kabul

Wardak

Ghazni Paktya

We vergeten dat Europa ook in de ban is geweest van irrationale krachten en nog niet eens zo lang geleden. Het fascisme en nazisme met hun rassenwaan bestaan al een tijd niet meer. Maar het communisme met zijn ­heilsboodschap is pas in 1989 ingestort en nog steeds bestaan allerlei stromingen die ‘onderbuikgevoelens’ aanspreken. Zelfs de Verlichting kan in het tegendeel omslaan, van een bevrijdende stroming in een repressieve leer die gebruikt wordt om te onderdrukken. Bescheidenheid past in dit geheel. Europa is niet zo rationeel en het Midden-Oosten minder ­irrationeel dan we denken. Het is niet toevallig dat ­commentatoren die overtuigd zijn van de superioriteit van Europa, ook de ‘war-on-terror’ voorstaan. Het ontslaat ons van de plicht om ons te verplaatsen in de ander, ook al is hij of zij een jihadi. Zelfs zogenaamde specialisten verdiepen zich zelden in de denkwereld van deze lieden.

KIRGIZIË

15.400 vluchtelingen (vanaf januari 2001)

CHINA

1

1.000.000 potentiële vluchtelingen (meer dan 150 kampen)

Internally Displaced People (2005) Totaal aantal IDPs: 130.096

1

50.000 TADJIKISTAN potentiële vluchtelingen

Samangan

Ghazni

Paktika

PAKISTAN

Internally Displaced People (2001) Totaal aantal IDPs: 328.500

Vluchtelingenstroom ná 11 september 2001

Vluchtelingenstroom vóór 11 september 2001

Vluchtelingenkampen sinds 11 september 2001

15.000 tot 20.000 vluchtelingen

Bamyan

OEZBEKISTAN

Jawzjan

7

Day Kundi

17

Sari Pul

5

16

Uruzgan

Kandahar

15

Meymanah

Chaghcharan

Faryab

7 8

Kandahar

Over de motieven achter het geweld weten we niets. We zouden niet eens op het idee komen ons af te vragen of die er wel zijn. Zo gewend zijn we geraakt moslims in een kwaad daglicht te stellen. Dit geldt nog sterker voor jihadisten, die als totaal krankzinnig worden neergezet. Bin Laden zou voor een ontsnapte psychiatrische patiënt worden versleten, als hij niet zo gevaarlijk was geweest. Voor Europeanen is het ook moeilijk voor te stellen dat iemand zich opblaast om anderen te doden. Martelaarschap is een fenomeen uit lang vervlogen tijden, toen Europa in de ban was van irrationele krachten. Gelukkig hebben we dat gehad. Wij hebben de Verlichting en hebben onze zaken op orde. Zij duidelijk niet. Als toevallig iemand als Mohammed B. zich tussen ons bevindt, dan hebben we eerder het idee dat hij een beetje verdwaald is.

1.500 vluchtelingen (vanaf juni 2001) (50.000 potentiële vluchtelingen)

ISLAMITISCHE REPUBLIEK IRAN

Minaret 1 & 2 17, 000

Herat West 161, 200

Herat Downtown 6, 200

Rawza Bagh 11, 000

Herat East 50, 000

Makaki 3, 700

Mile 46 600

Arghandab River 7, 500 (11 camps)

De Tarnak River 500

Spin -Boldak 6, 000

10 Herat

Farah

Farah

13

14

2.000.000 vluchtelingen (vanaf juni 2001)

Roghani vluchtelingenkamp (UN Photo #UN 210485C)

Killi Faizo vluchtelingenkamp Het tentenkamp aan de Afghaanse kant van de grens deelt een kort stuk hekwerk met het Killi Faizo vluchtelingenkamp. IDP’s (internally displaced people) verblijven er in tijdelijke onderkomens in afwachting van toestemming om de grens over te steken naar de vluchtelingenkampen. Zodra ze de grens oversteken worden IDP’s vluchtelingen. Families wachten bij het check point in de hoop het Killi Faizo vluchtelingenkamp te bereiken. (UN Photo #UN210516C)

Chaman Hazuri vluchtelingenkamp De tenten in het kamp zijn voor het grootste deel plastic onderkomens die sneeuw en regen niet buitenhouden. Sommige bewoners hebben hun onderkomens ter isolatie met modder bedekt.

Quetta, Pakistan Afghaanse vluchtelingen in Quetta die buiten de officiële vluchtelingenkampen leven. De heuvels op de achtergrond zijn van Jura kalksteen. (UN Photo #UN 210494)

De Afghanen zijn een volk van herders. De vluchtelingen nemen hun kuddes mee. (UN Photo #UN 210489C)

Killi Faizo vluchtelingenkamp Het tentenkamp van Killi Faizo. Deze specifieke tenten werden gebruikt door het VN Wereldvoedselprogramma. (UN Photo #UN 210486C)

26 ZOOM IN • KARAKTER ZOOM OUT

13

14

15

16

17

1.500.000 vluchtelingen (400.000 potentiële vluchtelingen)

Kaart: f.a.s.t.

Trucjes Toch staan jihadi’s minder ver van ons af dan we zouden denken of vrezen. Om dat in te zien zijn een paar ‘trucs’ nodig. In de eerste plaats is het nodig de tegenstander te ‘ont-exotiseren’. Het is waar dat hij religieuze taal gebruikt, een baard draagt en hoogwaterbroeken aantrekt, maar is dat de kern waar alles om draait? Is het zo moeilijk dit te begrijpen? De taal is misschien onbegrijpelijk, maar zijn de motieven dan wel invoelbaar? Een trucje om dit probleem aan te pakken is om er niet meteen vanuit te gaan dat de ander ook daadwerkelijk archaïsch is. Handiger is het om te denken dat die persoon in de moderne wereld leeft, zich bedient van de middelen die hem ter beschikking staan en ook moderne concepten gebruikt. In de praktijk blijkt veel wat authentiek lijkt, hypermodern te zijn. Tenslotte leven ze ook in het heden en niet in het verleden, hoe graag ze dat zelf ook zouden willen. Ook zij moeten een vertaalslag maken. Zoals een Iraakse wetenschapper het ooit zei: “Authenticiteit heeft zijn maagdelijk al heel lang geleden verloren”. Nogmaals, het is waar dat jihadisten hun best doen om ons om de tuin te leiden. Maar zelfs een idioot die de geschriften van Mohammed B. leest, ziet dat hij het heeft over typisch Nederlandse aangelegenheden die te maken hebben met het integratievraagstuk. Het gaat om deelname aan verkiezingen, erkenning van het rechtssysteem, omgang met nietmoslims. Wie de ‘trucjes’ toepast ziet opeens meer. Een stap verder en je begrijpt het zelfs. Maar, o wee, ben ik dan niet zelf een terrorist? Bij de huidige greep van de gedachtepolitie op ons denken ben ik er niet zeker van wat je wel en niet mag denken. Daarbij, Mohammed B. was toch wel een rare jongen, net als Samir A., met zijn maffe martelaarsvideo. Toch niet helemaal fris die twee. Het is nog niet zo eenvoudig je in hun wereld te verplaatsen. Overtuigingskracht Gelukkig bestaan er wel jihadisten in het Midden-Oosten die het de nieuwsgierige Europeaan naar de zin maken. In tegenstelling tot zweverige ‘would-be heiligen’ als Bin Laden,

of ontspoorde adolescenten als Samir A., bestaan er jihadisten die wel een samenhangend verhaal hebben. Er is zelfs heel wat afgeschreven onder de jihadi’s. Sommigen hebben in de loop van de tijd wel duizenden bladzijden geschreven. Er bestaat zelfs een boek over de jihad dat op zich al zestienhonderd pagina’s dik is. Ze zijn nog interessant ook. Je vraagt je af waar ze de tijd vandaan haalden om nog te vechten.

een strategisch doel dient. De jihadist moet zich daarom goed op de hoogte stellen van de politieke en economische aspecten van de lokale situatie en daaraan zijn methodes aanpassen. Mocht hij de twee basiselementen kunnen verbinden – een zuivere intentie (niyya) en een goede kennis van de werkelijkheid –, dan heeft hij een superieur inzicht in de werkelijkheid. Zo ontstaat de voorhoede van de islamitische umma.

De werkelijkheid is dat er veel meer geschreven wordt dan gevochten en dat deze geschriften misschien op den duur veel gevaarlijker zijn dan de acties zelf. Want zelfs 9/11 gaat op den duur vervelen en niet iedereen heeft een maag die sterk genoeg is om video’s van eindeloze onthoofdingen te bekijken. Intellectuele diepgang, een coherent verhaal, het opbouwen van een betoog is uiteindelijk bevredigender dan gewelddadige beelden, hoe belangrijk die ook zijn in onze virtuele wereld. Uiteindelijk is het ook voor hen een intellectueel debat en zul je de tegenstander met argumenten om de oren moeten slaan. Dat Mohammed B. niets zei tijdens zijn proces was geen toeval.

Het is dan ook niet zo vreemd dat bijna het grootste gedeelte van zijn werk in beslag wordt genomen door een analyse van de politieke situatie in landen als Tsjetsjenië, de Filippijnen, Afghanistan, Bosnië, Saoedi-Arabië en Irak—de fronten van de islam. Opvallender is dat al-Oeyairi ook niet schuwt om ongelovigen (kuffar) aan te halen. Zo verwijst hij naar Samuel Huntington, Bernard Lewis en Thomas Friedman. Uit zijn geschriften blijkt dat hij zelfs de memoires van Nixon heeft gelezen. Geen in zichzelf gekeerde sektarische salafist dus. De BBC en FOX News zijn voor hem geen onbekende, al beluistert hij die natuurlijk op een heel specifieke manier. Uit deze bronnen haalt hij ook het grootste deel van zijn politieke argumentatie tegen het Westen. Zijn overbekende denkbeelden over het Amerikaanse imperialisme zijn gebaseerd op westerse geschriften.

Yoesoef al-Oeyairi is zo’n jihadi-intellectueel die voldoet aan onze behoeften. Hij heeft over tal van onderwerpen geschreven en, in zijn korte leven, een aardig oeuvre geproduceerd. Het zal dan ook niet zomaar zijn, dat zijn werk over de jihad onlangs vertaald is in het Nederlands. Het gaat weer beter met Nederland, ook met de jihadi’s. Yoesoef al-Uyairi was ook niet de eerste de beste. Hij was leider van al-Qaida op het Arabisch Schiereiland, verantwoordelijk voor ettelijke bomaanslagen in Saudi-Arabië in 2004 en 2005. Hijzelf maakte dit allemaal niet mee omdat hij in mei 2003 werd doodgeschoten. Waarom heeft het werk van al-Oeyairi zo’n overtuigingskracht? Eigenlijk is het dezelfde kracht die het communisme had. Je zou hem zelfs kunnen vergelijken met Lenin. Lenin predikte de totale revolutie en zoals iedere revolutionair wilde hij helemaal opnieuw beginnen met een schone lei, een ‘tabula rasa’. Het is waar dat al-Oeyairi een andere terminologie gebruikt. Zoals de ‘eenheid van God’ (tawhid), waaraan moslims zich moeten onderwerpen. Maar in wezen is dat niet anders dan wat communisten de ‘wetten van de geschiedenis’ noemden. Net als de communisten vindt ook al-Oeyairi dat alles daarvoor moet wijken: de machthebbers, seculiere ‘burgerlijke’ wetten, de asymmetrische relaties met het Westen. Eigenlijk moet de jihad net zolang gevoerd worden totdat de wereld volledig onderworpen is aan de islam en iedereen moslim is geworden – een soort permanente revolutie, vergelijkbaar met die van Trotski. Maar dit keer is het niet de klassenstrijd, maar een culturele strijd die voorop staat. Volgens al-Oeyairi is de belangrijkste kracht in de wereld een botsing van beschavingen, die net zo lang doorgaat tot de islam heeft gewonnen. Voor deze strijd schrikt al-Oeyairi niet terug. Integendeel. Hij is erg enthousiast over de jihad, het hoogste wat een moslim kan bereiken. Niet het martelaarschap staat daarbij voorop. Nee, hij vindt dat de jihad altijd verbonden moet zijn met een inzicht in de ‘werkelijkheid’ (waqi‘) en pas waarde heeft als het

Jihadi praatgroepjes Is al-Oeyairi daarmee gebanaliseerd? Nee, want het is fascinerend hoe feitelijk westerse denkbeelden – ook al zal hij dat zelf ten stelligste ontkennen – hun ingang vinden en getransformeerd worden in een salafistisch idioom en vervolgens voor heel andere doelen worden ingezet. Eigenlijk krijgt het Westen een koekje van eigen deeg. Globalisering werkt ook door op dit niveau. Maar dit is niet het enige wat al-Oeyairi interessant maakt. Juist door zijn strategische denken, dat rekening houdt met de verschillende lokale omstandigheden, zorgt hij ervoor dat jihad aan allerlei voorwaarden moet voldoen. De geschriften van al-Oeyairi – wanneer je ze allemaal leest en dus niet alleen de jihad-teksten – maken de beslissing om jihad te voeren nog knap lastig. Voorwaarde is dat het strategisch effectief moet zijn. Maar wanneer is dat het geval? Wanneer is het voordeel groter dan het nadeel? Daarover kun je als intellectueel nog eindeloos discussiëren. Het is dan ook zeer de vraag of al-Oeyairi de aanslag op Van Gogh door Mohammed B. zou hebben goedgekeurd. Hij zou het in ieder geval in een veel bredere context en een lange-termijnstrategie hebben geplaatst. Dit is het begin van het einde van ­jihad als daad, want uiteindelijk is geweld contraproductief, vooral in de Europese context. Komen we dan toch uit op de marxistische praatgroepjes van de jaren zeventig? Marx ­begrijpen was al lastig. Hoe zou het zijn om hem in het Arabisch te lezen? Laat staan dat je duizenden bladzijden moet lezen, waarbij één van de cruciale boeken alleen al zestienhonderd bladzijden ­omvat. Laat de intellectuele jihadi’s maar opstaan! Vertaalde geschriften van Oeyairi zijn eenvoudig te vinden op het internet. In het Nederlands vertaald is er o.a. De Constanten op het pad van de Jihad. Een ‘standaardwerk’ over de Jihad is geschreven door Abu Mus’ab al-Suri: Da’wa al-Moqawamah al-Islamiyyah al-‘Alemiyyah (Een oproep tot wereldwijd Islamitisch verzet, alleen in het arabisch) (red.) KARAKTER • ZOOM IN 27

ZOOM OUT


Christine Mady

Katoesja’s en Israëlische popcultuur Christian Ernsten en Malkit Shoshan Gedurende de Israëlische aanval op Libanon in de zomer van 2006 reageerde Hezbollah met het afvuren van katoesja-raketten op Noord-Israël. De katoesja is oorspronkelijk een wapen gebruikt door de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog. De naam komt uit een Russisch liedje. Over een meisje dat verlangt naar haar dienstplichtige geliefde. Te midden van de dagelijkse angst en trauma’s als gevolg van de Hezbollah-aanval, ontstond in Israël een nieuwe populaire cultuur. Katoesja werd de naam van een zomercocktail in de clubs van Tel Aviv en wijnboeren maakten reclame met exclusieve wijn­ proeverijen tijdens de aanvallen. Op de Israëlische eBay ontstond een levendige handel in katoesja-scherven. En na afloop van de oorlog werden toeristen verleid met de volgende slogan: ‘Tour katyusha-damaged Israel before life returns to normal.’ Op het web verschenen spelletjes waarin de speler Nasrallah het ziekenhuis in mag boksen. En uit mobiele telefoons, op elke straathoek, klonken de populaire beltonen van haatliedjes over Hezbollah-leider Nasrallah. Een voorbeeld van zo’n liedje: ‘Jalaa ja’Nasrallah we send you back to allah Jalaa ja’Nasrallah we fuck you over inshallah we send you back to allah with all the Hezbollah. Yalah ya’Nasrallah we throw u out you trash and send you back above...’ Wie meer voorbeelden wil zien van de populaire cultuur die rond de katoesja-aanvallen is ontstaan, kan bij de volgende websites zijn hart ophalen. Voor Nasrallah-beltonen, zie: http://www.laza.co.il/modules.php?name=News&file=categories& op=newindex&catid=5 http://cellular.finder.co.il/send_realtone.php?key=303 Spelletjes, zie: http://www.go2heb.com/hp/game5.html http://www.laza.co.il/modules.php?name=News&file=article&sid=113 Wijnproeverijen, zie: http://www.ynet.co.il/articles/0,7340,L-3281633,00.html Toeristische uitstapjes, zie: http://www.jpost.com/servlet/Satellite?cid=1154525954652&page name=JPost%2FJPArticle%2FShowFull http://www.globalpulse.net/archives/economy/tour_katyushada_ 000295.php Bijnamen, zie: http://www.flashi.co.il/games/online/catch-nasralla/508/

Menselijke interactie in een stad is van groot belang. Een levendige publieke ruimte is vaak in alle opzichten positief voor de stad en zijn bewoners. In een moderne stad als Beiroet functioneren veel plekken als publieke ­ontmoetingsplek. Maar wat nu als een stad wordt ­belegerd of etnisch verdeeld is? Wat is de functie van publieke ­ruimte in een gesloten stad? Stedelijke vormgeving vs. de metropolieten Met een groeiende populatie en een grote variëteit aan menselijke behoeften wordt de gemeenschappelijke ruimte in moderne steden steeds kleiner. De schaarste aan publieke ruimte wordt veroorzaakt door enerzijds de hoge bouwdichtheid en anderzijds door de verstopping van beschikbare ruimte door conflicterende behoeften en gebruiken van mensen met verschillende achtergronden. Op het moment dat er geen publieke ruimten worden aangelegd – doordat de ruimte beperkt is of doordat er geen fondsen zijn voor aanleg en onderhoud – vinden de zogenaamde ‘metropolieten’, kosmopolitische stedelingen, wel hun eigen publieke plekken. De vraag wordt daardoor relevant of stedelijk ontwerp nog wel zin heeft? Kunnen planners wel alle gebruikers accommoderen? Zijn het niet de gebruikers in plaats van de ontwerpers die het succes bepalen door hun aanwezigheid en hun activiteiten? Ik stel hier dat de definitie van een publieke ruimte niet moet worden beperkt door een fysieke ruimte, maar dat de intervallen en frequenties van gebeurtenissen in de publieke ruimte een belangrijke bijdrage leveren aan het karakter van een stad. Ik heb het dan over het ontstaan van informele publieke ruimten. Allereerst de definitie. ‘Informele publieke ruimte’ ­(informal public space) wordt omschreven als een open ­publieke ruimte, die niet tot stand is gekomen door stedelijke planning van hoger hand. Door te kijken naar informele publieke ruimten als een andere vorm van publieke voorzieningen – met name naar de rol die deze innemen in de stedelijke context, het leven dat zich daar manifesteert en de manier waarop ze hun plaats veroveren in een stad – ontstaan nieuwe inzichten. Inzichten die een indicatie kunnen zijn van potentiële ontwikkeling. Materieel, ruimtelijk en mentaal. Beiroet – de spontane, tijdelijke en restruimten Laten we kijken naar een aantal locaties in Beiroet. In Beiroet heeft de publieke ruimte een complexe en ­omstreden geschiedenis. Vooral ten tijde van de oorlogsperiode tussen 1975 en 1991, maar ook vanwege de huidige politieke strubbelingen, is de functie en het gebruik van publieke ruimte problematisch. Doordat de demarcatielijn de stad tijdens en na de oorlog in tweeën deelde, hebben de afzonderlijke stadsdelen zich – verschillend in beleid en bevolkingsdynamiek – afwijkend van elkaar ontwikkeld. Veranderingen in de naoorlogse periode werden met name geaccentueerd in het gereconstrueerde centrum van de stad. De constante veranderingen en herdefiniëring van het nieuwe centrum beïnvloedden juist de verschillen tussen de stadsdelen en hun ­bewoners. Bovendien had de dynamiek van het gereconstrueerde ­centrum gevolgen voor de directe omgeving. Ik identificeerde in Beiroet een aantal van dit soort plekken, die ik als volgt zou willen categoriseren: (1) spontane ruimten, (2) restruimten en (3) tijdelijke stedelijke ruimten. Allereerst de spontane ruimten (spontaneous space). Publieke ruimten worden, ondanks hun toegewezen vorm en functie, vaak gebruikt voor andere ‘spontane’ activiteiten. Hierdoor ontstaat een spontane ruimte. Deze activiteiten kunnen in verband worden gebracht met economisch opportunisme, politieke gebeurtenissen of cultureel en sociaal activisme. Voorbeelden in Beiroet zijn het Plein der Martelaren – waar werd in 2005 een ‘menselijke vlag’ werd gevormd – en Sanayeh Garden – dat gedurende de Juli-oorlog in 2006 veranderde in een vluchtelingenkamp voor zo’n vierhonderdvijftig ontheemden. Een ander voorbeeld is de haven van Beiroet, die in 1997 veranderde in een mensenmenigte tijdens een bezoek van de paus. Daarnaast bestaan er restruimten (residual spaces). Een restruimte is wat overblijft, nadat een bouwproject is afgerond. Voorbeelden zijn ruimten onder een brug of een

28 ZOOM IN • KARAKTER ZOOM OUT

Parkeerplaats Centre Sofil, Beiroet 2006

verkaveld stuk land, ruimten die tijdelijke functies kunnen vervullen in het kader van evenementen in de stad. Het aangrijpen van de mogelijkheden die een restruimte te bieden heeft loopt in pas met de tijdsgeest in de moderne stad. De invulling van deze nieuwe plekken is meestal ter bevordering van het publieke welzijn. Het gebruik van restruimten signaleert een ‘stedelijk heropleving’ en zijn krachtiger naarmate de omgeving wordt betrokken. Een voorbeeld van restruimte in Beiroet is de menigte die de ruimte onder de brug gebruikte om hun tenten op te zetten en hun kerstbomen te etaleren. Tenslotte de tijdelijke ruimten (temporary spaces). ­ ijdelijkheid als begrip is een verhelderend instrument T om flexibel om te gaan met de stedelijke ruimte. Tijdelijke ruimten zijn ruimten die net zijn veranderd van de status – ze zijn overgegaan van ‘in aanbouw’ naar ‘te huur’. In dit functionele vacuüm is het vaak niet voor iedereen duidelijk welke functie in de ruimte thuishoort. Deze ruimtes ­hebben geen onmiddellijke relevantie voor de autoriteiten of eigenaren. Daardoor bieden ze geweldige mogelijkheden. Een voorbeeld van een tijdelijke ruimte is het lege parkeerterrein aan de oostzijde van het nieuwe centrum van Beiroet. Deze ruimte is tijdelijk in gebruik door de initiatiefnemers van Souq el Tayeb. Een ander voorbeeld is de parkeerplaats van het Centre Sofil, in de chique wijk achter de Charles Malek Avenue. De parkeerplaats voorziet het Centre Sofil van parkeerruimte, maar is ook een bloemenmarkt. Vensters op een open samenleving Een informele publieke ruimte als plaats voor een activiteit is makkelijker te creëren dan één en dezelfde plek te onderhouden voor een lange, onbepaalde periode. Kunnen deze ruimtes worden gezien als laboratoria voor een open ­samenleving? Het antwoord op deze vraag ligt in de toekomst. Maar het bestaan van ruimtelijke initiatieven in Beiroet wijst in een positieve richting. Het bestaan van informele publieke ruimten in Beiroet genereert uitdagingen en spanningen, waarvan het potentieel voor de gemeenschap nog moet worden ontdekt. Naar mijn mening is het van belang dat informele publieke ruimten locaties in de stad gedurende een beperkte tijd ‘bezetten’. Op deze manier biedt het een venster op de mogelijke positieve veranderingen die kunnen plaatsvinden in de stad. Het venster op Beiroet is in ieder geval hoopgevend.

Ring Beiroet, 2006

Souq el Tayeb, 2006

KARAKTER • ZOOM IN 29

ZOOM OUT


Colofon / ZOOM IN ZOOM OUT #1

Magazine voor Cultural Politics en het Midden-Oosten Hoofdredactie Christian Ernsten Eindredactie Christiaan Fruneaux, Joost Janmaat Redactie Monique Doppert, Evert-Jan Grit, Arthur Huizinga, Rani al Rajji, Aysel Sabahoglu ZOOM IN ZOOM OUT is een project van GroenLinks, Hivos en IKV Pax Christi en Partizan Publik in het kader van de BAZAAR 2007. Zoom In Zoom out is gerealiseerd door PARTIZAN PUBLIK.

Coffeeshop Ladies

Partizan Publik is een denk - en actietank voor een moedige maatschappij. De Partizanen verkennen, produceren en implementeren sociale, politieke en culturele instrumenten die positieve en duurzame verandering genereren voor mensen en hun omgeving. Als zodanig nemen zij deel in het complexe en continue proces van mondiale ‘social engineering’. www.partizanpublik.nl

Amirali Ghasemi

GroenLinks, een Nederlandse politieke partij voor democratie, respect voor natuur en milieu, sociale rechtvaardigheid en internationale solidariteit. www.groenlinks.nl

Deze fotodocumentaire is gemaakt in een aantal van de meest populaire café’s – of ‘koffiehuizen’, zoals ze in Iran heten - van Teheran. In Iran zijn koffiehuizen het symbool van (een zeker mate van) sociale vrijheid. Bij afwezigheid van een vrije publieke ruimte, zijn het de koffiehuizen waar de ambitieuze jeugd, de journalisten en de oudere intelligentsia bij elkaar komen. Door een gebrek aan objectieve media en een overwaardering van beelden van geweld wordt elk kunstwerk uit het Midden-Oosten ­–eigenlijk elk beeld– beschouwd en gebruikt als informatie: een bewijsstuk voor de schuldigheid van de regio. Maar elk stuk informatie kan zowel negatief als positief gebruikt worden.

Hivos, een Nederlandse niet-gouvernementele organisatie die handelt vanuit humanistische waarden. www.hivos.nl IKV Pax Christi, het samenwerkingsverband werkt als grootste vredesbeweging van Nederland in opdracht van IKV en Pax Christi. Met de steun van ruim 20.000 donateurs en leden en een grote achterban van kerken werkt IKV Pax Christi in meer dan twintig landen samen met partnerorganisaties aan vrede, veiligheid en verzoening. www.ikvpaxchristi.nl.

http://www.amiralionly.com

Vormgeving Zoom In Zoom Out / Bazaar - Boem Ontwerpburo, www.boem.nu Vertaling en Nederlandse tekstredactie Christian Ernsten, Christiaan Fruneaux, Henriette de Goei, Robbert van Hiele, Arthur Huizinga, Joost Janmaat Kantoor redactie Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam +31 (0) 20 5535173, info@partizanpublik.nl, www.partizanpublik.nl Zoom In Zoom Out is gedrukt door Dijkman Offset, Diemen Copyright, 2007 Partizan Publik Niet al de copyright houders konden worden getraceerd. Neem contact op met de redactie als u copyright claimt.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Auteurs

Boeri: Stefano Boeri is architect, hoofdredacteur van Abitare magazine in Italië en de directeur van de Multiplicity Foundation.

Een reisverhaal uit Iran

Blankenvoort: Eefje Blankenvoort is partner in Prospektor. Binnenkort wordt haar boek Stiekem kan hier alles - de twee gezichten van de islamitische republiek Iran gepubliceerd bij Uitgeverij Podium.

André de Jong ‘We zijn er! Nu kunnen we eindelijk roken’, meldt Hoessein opgetogen wanneer de taxi stopt voor een deur in een lemen muur. De goedgeklede zeventiger beent, ondanks zijn manke been en wandelstok, kwiek de binnenplaats op van het armoedige onderkomen van zijn vriend. Even daarvoor heb ik Hoessein ontmoet op het busstation van Mashhad, Iran. Zijn vriend Reza opent de deur. Hij is zo te zien net wakker en oogt zwaarmoedig. Hij leidt ons naar een kaal vertrek met kussens en tapijten op de grond. Het enige dat de wanden siert is een portret van imam Hoessein. We nemen plaats en al snel is die andere Hoessein druk in de weer. Uit zijn tas haalt hij een campinggaspitje, een rol ijzerdraad, een nijptang, plakband en papier. Dan haalt hij een papieren propje uit zijn zak en laat me triomfantelijk de inhoud zien. ‘Dit is kristal, gemaakt van pure heroïne, hiervan ga je vliegen’. Hij gaat op in de voorbereidingen voor de rooksessie en even later chineest hij via een papieren toetertje de rook naar binnen die is vrijgekomen door een eindje verhitte ijzerdraad tegen het kristallen klontje aan te drukken. Hoessein vindt het prachtig als ik beleefd bedank voor de eer. Meer mensen zouden er een voorbeeld aan moeten nemen. Hij wijst op Reza, die niet weet hoe snel hij het spul naar binnen moet zuigen. Hij wordt nerveus en vraagt Hoessein of hij zeker weet dat niemand ons naar binnen heeft zien gaan, maar deze bezweert dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Hoessein heeft inmiddels een mooi ‘gefotoshopt’ portret van zijn zoon voor de dag gehaald, die om het leven is gekomen in de oorlog. Daarnaast zet hij een foto van zijn vorig jaar aan kanker overleden broer. Samen met mij moeten de doden toezien hoe hun vader en broer, zich volzuigen. Twee jaar geleden is hij ermee begonnen nadat bij hem kanker werd geconstateerd. Na een succesvolle maagoperatie waren er toch weer uitzaaiingen en gedreven door helse pijnen is hij op aanraden van een vriend begonnen met het roken van ‘kristal’. Bij wijze van illustratie laat hij de verticaal over zijn buik lopende operatiewond zien om daarna zijn andere littekens te showen: een halfblind oog, vijf beschadigde nekwervels en een verbrijzeld onderbeen. Souvenirs uit de oorlog. Via Reza komt hij gemakkelijk en goedkoop aan het spul. Vol overgave zet Hoessein de toeter weer aan zijn mond. Hij heeft een halve kilo bij zich maar is niet bang gepakt te worden. Hij pocht hoe hij het spul zelfs tijdens de hadj, de bedevaart naar Mekka, heeft meegenomen. Lachend wuift hij de pakkansen weg. Geef toe, wie zou dit ook achter deze fatsoenlijk geklede oude heer zoeken? Afghaanse opium wordt in Pakistaanse laboratoria verwerkt en komt opnieuw via Afghanistan Iran binnen. Veel blijft in de ­regio hangen, wat tot een ongekende en daardoor onderschatte ­ problematiek leidt. Hele streken in Iran zijn in de ban van de drugs. De schattingen over het aantal verslaafden lopen uiteen van drie tot vijf 30 ZOOM IN • KARAKTER ZOOM OUT

miljoen. Reza zegt dat minstens negentig procent van al zijn bekenden gebruiken. Er is geen werk, geen vertier. Met de drugs kun je ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Mehdi, een neef van Reza, komt binnen om met ons de maaltijd te nuttigen. Daarna is het tijd voor de thee en nog meer gechinees. De avond vliegt voorbij, dankzij de sterke verhalen van Hoessein over zijn diensttijd bij de Libanese Hezbollah. Er zijn tranen als hij het verhaal vertelt van zijn zoon Babak. In de buurt van Khorram Shar, tijdens de oorlog met buurland Irak, werd hij met zijn eenheid verrast door een gifgasaanval. Van de stoere, sportieve Babak bleef niet veel meer over dan een menselijk wrak. Alle operaties en behandelingen hebben Hoessein een fortuin gekost. Het mocht niet baten, in 1993 kwam aan zijn lijden een eind. Huilend pakt Hoessein de foto en drukt die tegen zijn borst. Snikkend richt hij zich tot God en kust de afbeelding van zijn zoon. Even later is de sfeer weer heel anders en zit Hoessein druk moppen te tappen. Voor Reza is dit het sein om zich bij zijn al slapende vrouw en kind te voegen en korte tijd later maken ook Mehdi, Hoessein en ik aanstalten. En zo lijkt de rust weer neer te dalen over dit kleine huis in de Iraanse outback. Maar niet voor lang. Mehdi ligt op zijn rug en is in hevig gepeins verzonken. Al snel lopen hem snikkend de tranen over de wangen. Dan wordt Hoessein met een schreeuw wakker, een nachtmerrie zo te zien. Verdwaasd grijpt hij naar ijzerdraad en toeter en begint aan een nieuwe sessie. Mehdi heeft zich blijkbaar bedacht en gaat alsnog naar huis. Over zijn tranen wil hij niets kwijt. Zo gaan Hoessein en ik de nacht in, hij chinezend en ik aan de thee. Hij vertelt over zijn nachtmerries, de verschrikkingen van de oorlog en hoe hij vele Irakezen de dood heeft ingejaagd. In zijn dromen komen ze hem bezoeken. Met een van pijn verwrongen stem vraagt hij zich af waar al dat leed toch allemaal voor nodig was. Steeds vaker zinkt hij weg in een bedwelmende roes, waarbij hij gevaarlijk dicht wegzakt richting het brandende gaspitje. Het volgende moment is hij weer springlevend en begint hij enthousiast ratelen. Ik wil eigenlijk wel slapen, maar wordt continue wakker gehouden door zijn verhalen. Als hij dan weer eens wegzakt, ben ik bang dat hij vlam vat. Ik ben blij als ik de eerste oproep tot gebed door het dorpje hoor schallen. Na een stevig ontbijt en een laatste hijs opium begeven Hoessein, Reza en ik ons naar de grote weg. Zij moeten naar Masshad en ik ga de andere kant op, richting Teheran. Ondanks de sessie van achttien uur oogt Hoessein zo fris als een hoentje. Met prachtwoorden neemt hij afscheid van zijn zoon, zoals hij me noemt. Hij vraagt me of ik nog iets nodig heb en wenst me Gods zegen toe voor onderweg. Al liftend loop ik richting het westen. Wanneer ik me omdraai, zie ik nog net hoe Hoessein zich met grote lenigheid in een auto slingert. Ik vraag me af hoe lang deze mooie man nog te leven heeft en hoe lang hij nog kan genieten van dat gevaarlijke goedje.

Bauhaus: De Bauhaus Dessau Foundation organiseert, onderzoekt en doceert over architectuur. www.bauhaus-dessau.de. Choubassi: Hassan Choubassi (1970) is kunstenaar uit Beiroet. Hij studeerde in 2005 af bij DasArts (De Amsterdamse School). Ernsten: Christian Ernsten is historicus. Hij is partner in Partizan Publik en redacteur van Volume Magazine. F.A.S.T.: De Foundation for Achieving Seamless Territory, een architectenkantoor in Amsterdam, wordt gevormd door architecten Daniela Bellelli, Anil Koratane en Venk Prakash. Fisk: Robert Fisk is wellicht de bekendste westerse correspondent in het ­MiddenOosten en auteur van standaardwerken over de Libanese burgeroorlog en de regio van het Midden-Oosten. Ghasemi: Amirali Ghasemi (1980) is kunstenaar. In 1998 richtte hij Parkingallery op, een onafhankelijke kunststudio and virtuele galerie in Teheran. www.amiralionly.com Haddad: Oras Haddad is een vijfentwintigjarige student en activist uit Bagdad. Ze werkt in een publiek ziekenhuis. In haar vrije tijd is ze actief bij de Iraqi –alAmal (Hoop) vereniging. Hares: Pascale Hares is vormgever in Beiroet. Op dit moment werkt zij aan de totstandkoming van Studio Beirut, een platform voor kunst, architectuur en debat in Libanon. Jami: Mehdi Jami is directeur van Radio Zamaneh, een in Amsterdam gevestigd Iraanstalig radiostation. Het station, gesteund door Press Now, geeft een stem aan Iraanse burgers, die in de Iraanse media niet gehoord worden. Janmaat: Joost Janmaat (1977) is social engineer met een fascinatie voor conflict en verandering. Hij is mede-oprichter van Partizan Publik. www.partizanpublik.nl De Jong: Andre de Jong (1971) is parttime wereldreiziger. Zijn laatste reis ging van Pakistan, Afghanistan naar Iran en de Kaukasus en tenslotte van Turkije naar Roemenie. Van Kesteren: Geert van Kesteren is freelance fotograaf voor onder andere Newsweek. Eerder publiceerde hij Why Mister Why (2003) over Irak vlak na de Amerikaanse invasie. Khalil: Zena el Khalil werkt als kunstenaar. Ze is medeoprichter van Xanadu* een ‘art space’ in New York en Beiroet. Khouri: Rami Khouri is redacteur bij de Daily Star, een Engelstalig dagblad voor het Midden-Oosten, gepubliceerd in Beiroet. Mady: Christine Mady (1973) is promovendus aan de Cardiff University School of City and Regional Planning. Ze werkte eerder als architect in Beiroet. Meijer: Roel Meijer is docent Geschiedenis van het Midden-Oosten aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van het Nederlandse tijdschrift Zem Zem, over het Midden-Oosten. Hij doet onderzoek naar salafisme en jihadistische bewegingen. Miessen: Markus Miessen is architect en schrijver en doceert aan de Architectural Association in Londen. Hij promoveert aan Goldsmiths. www.studiomiessen.com; www.didsomeonesayparticipate.com Rajji: Rani al Rajji (1976) is architect en dj. Op dit moment werkt hij aan de totstandkoming van Studio Beirut, een platform voor kunst, architectuur en debat in Libanon. Sabahoglu: Aysel Sabahoglu (1973) is juriste en studeerde Turkse talen en culturen. Ze is stafmedewerker bij het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Sarhan: Afif Sarhan (1978) is freelance journalist voor onder andere het nieuws­ agentschap van de Verenigde Naties (IRIN), Emirates Today en Al-Jazeera. Shoshan: Malkit Shoshan is directeur van de Foundation of Achieving Seamless Territory, een architectuur bureau in Amsterdam. www.seamlessterritory.org Studio Beirut: Studio Beirut bestaat uit Steve Eid, Pascale Hares, Bernard Mallat, Nabil Menhem, Joe Mounzer, Rani al Rajji. Tajeri: Niloufar Tajeri is architect en werkt voor Volume magazine in Amsterdam en het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam. KARAKTER • ZOOM IN 31

ZOOM OUT


Zaal open 16.45 uur De Melkweg Lijnbaansgracht 234a Amsterdam Entree: 5 euro reserveren via Aub uitburo 0900-0191 (0,40 cent p/m) THE WAR ON ERROR: ALTERNATIVE VIEWS FROM THE MIDDLE EAST Bazaar # 3 is de ontmoetingsplek voor iedereen die verder wil kijken dan het Midden-Oosten; voor iedereen die geïnteresseerd is in democratie en mensenrechten in Afghanistan, Irak en Libanon, frontlinies in de wereldwijde War on Terror; voor iedereen die wil horen over verandering van onderop én van bovenaf.

Programma THE WAR ON ERROR: installatie uit Irak Vrijdag 1 juni, 16 uur, Leidseplein Bagdad op het Leidseplein: de Bazaar toont het wrak van de auto, gebruikt voor de bomaanslag van 5 maart op de Mutanabbi boekenmarkt in Bagdad. Met statements van Abdelkader Benali (schrijver), Femke Halsema (GroenLinks), Chris Keulemans (schrijver), Bahram Sadeghi (De Wereld Draait Door) en Jonas Staal (kunstenaar). A WAY OUT OF THE WAR: onderhandelen met de Taliban Zondag 3 juni, 14.00-16.30 uur, Melkweg Simulatie van een diplomatieke uitweg uit de oorlog in Afghanistan, met Nederlandse parlementariërs, deskundigen, ambtenaren, activisten en journalisten (i.s.m. Instituut Clingendael). Besloten bijeenkomst. EXPOSING WAR: massa media en Hezbollah Zondag 3 juni, 17.00-17.45 uur, Melkweg De oorlog tegen de terreur speelt zich grotendeels af op TV. Daar worden vijanden verbeeld en conflicten gelegitimeerd. Hoe ging dat afgelopen zomer in de oorlog tussen Israël en Hezbollah? Een real-time video-interview vanuit de Al Manarstudio’s in Beirut met Ibrahim Mousawi (spreekbuis van Hezbollah) door Joost Lagendijk. Panel: Reimer van Tuinen (mediacriticus en filmmaker) en Peter ter Velde (NOS Journaal)

EXPOSING ERROR: angst in Bagdad Zondag 3 juni, 18.00-18.45 uur, Melkweg Een gesprek over angst en de vernietiging van de publieke ruimte in Bagdad; over geweld, de verstomming van culturele creativiteit en burgeractivisme, en overlevingsstrategieën. Met Ahmed Mohammed Ali en Saef Ahmed, (Student League for Human Rights, Bagdad), Rana Abbawi (IKV PAX Christi) en Lieven de Cauter (filosoof en mede-oprichter van het Brussels Tribunaal Irak, o.l.v. Ole Bouman (directeur Nederlands Architectuurinstituut) Zondag 3 juni, 17.00-20.00 uur, Melkweg lobby Beelden uit Irak, tentoonstelling van Magnumfotograaf Geert van Kesteren

Voor meer informatie www.waronerror.nl


Zoom In Zoom Out