Page 1

CULTUUR HISTORISCH MAGAZINE DORDRECHT REGIO

#11 april 2009 E 3,50

✽ Dordrecht en Calvijn:

een moeizame relatie

✽ Kleurensporen van

oorlogstijd in Dordrecht

✽ De ondergang van een

bloeiende gemeenschap

✽ Geen acuut probleem voor Dordtse kerken

✽ Wolbrandskerke teruggevonden?

En verder • Erfgoedcentrum DiEP goes digital • Waar broeken spreken…. • Pelgrimsinsignes


inhoud colofon

6

#11

14

18

24

32

3

Redactioneel

4-5

Actueel

6-8

Dordrecht en Calvijn: een moeizame relatie

9

Calvijn & Wij: grote tentoonstelling Grote Kerk Dordrecht

10-11

Uit de collectie van… het archief

Colofon

12

Hofkwartier

14-16

Waar broeken spreken….

17

Trots op een ‘tweede’ Dordtse bijbel

18-19

Atlas waakt over bijzondere elementen in het landschap

20-21

Centerfold pelgrimsinsignes

22-23

Kleurensporen van oorlogstijd in Dordrecht

24-25

De ondergang van een bloeiende gemeenschap

26-28

‘Geen acuut probleem’ voor 60 tot 70 Dordtse kerken

29

Varia regio

30-31

Achter de gevel van… de H. Maria Maior: Voorstraat 120

32-34

Wolbrandskerke teruggevonden?

35-36

Top Tien Verboden!

37-38

Boeken

39

Ingezonden

Nummer 11 (april 2009) Redactie Iris Knapen, Deborah Paalman, Janneke Pierhagen, Rachel Saleh, Helen Stroosma, Lisa Traarbach Hoofdredactie Conny van Nes Eindredactie Els Kamsteeg Fotografie en afbeeldingen o.a. Erfgoedcentrum DiEP, Stadsontwikkeling Dordrecht, Frits Baarda Ontwerp Opera Graphic Design, Breda Drukwerk De Longte, Dordrecht Uitgave Erfgoedcentrum DiEP / gemeente Dordrecht ISSN 1871-6040 Distributie / abonnementen Donkervoort + Partners Redactiesecretariaat DiEP via bureau Monumentenzorg en Archeologie, T 078-6396402 / monarch@dordrecht.nl www.erfgoedcentrumdiep.nl www.dordrecht.nl/stadsarchief www.dordrecht.nl/monumentenzorg www.dordrecht.nl/archeologie Verkoopprijs losse nummers a 3,50 Abonnementsprijs 3 nummers a 10,– Opgave abonnementen 078-6396402 / monarch@dordrecht.nl of via e-loket www.dordrecht.nl

Twee vrouwelijke kerkgangers lopend op de Cornelis de Wittstraat naar het

Eerder verschenen DiEP uitgaven

2 DiEP #11 / 2009

Vrieseplein op weg naar kerkgenootschap Calvijn aan het Kromhout, ca. 1975.


redactioneel

Els Kamsteeg, eindredacteur

Religie en wij Je zult als toerist maar geïnteresseerd zijn in religieuze geschiedenis. Als Japanner, Duitser of Amerikaan blijf je dan waarschijnlijk ergens hangen in Amsterdam, Delft of Den Haag. Maar de gemiddelde Nederlandse dagjesmens moet toch wel in Dordrecht terechtkomen, de plaats van de Dordtse Synode en de Grote Kerk waar Willem van Oranje zichzelf in 1573 oprecht tot ‘calvinist’ uitriep. Prachtige gegevens waar Dordrecht tot nu toe weinig mee heeft gedaan. Natuurlijk, de Grote Kerk is een publiekstrekker maar is dat voldoende? ‘De stad heeft haar religieuze geschiedenis niet erg zichtbaar gemaakt’, schrijft Trouw-journalist Lodewijk Dros op pagina 8. Gelukkig breekt langzaam het besef door dat we als stad goud in handen hebben en dat we daar wat mee moeten doen. De mens in de 21e eeuw, ook de religieuze, wil tijdens zijn dagje uit nu eenmaal vermaakt worden. Er wordt heel hard gewerkt om van de bakermat van onze geschiedenis, het Hof, een mooie plek te maken waar de (religieuze) geschiedenis goed tot zijn recht komt. Ook kan Dordrecht zich goed op de toeristische kaart zetten met haar prominente rol in dit Calvijnjaar. Zoals u verderop in dit nummer kunt lezen, staat de Grote Kerk daarin centraal met de grote landelijke tentoonstelling Calvijn en Wij en zijn er in de stad tal van andere activiteiten die aanhaken op de 500ste geboortedag van de kerkhervormer. In deze editie van DiEP laat de bekende hoogleraar geschiedenis James Kennedy zijn licht schijnen op de rol van Calvijn in ons land. Daarbij aansluitend is de redactie nog wat verder de Dordtse kerkgeschiedenis in­gedoken. Zo hebben we een mooie reportage over de talloze kerkgebouwen in de stad. Of ze zijn tot puin vervallen of ze worden nog druk bezocht. En we volgden het spoor van de Dordtse joden van wie slechts enkelen de oorlog overleefden. Op de middenpagina zette onze archeologe een schitterende verzameling pelgrims­ insignes bij elkaar, uit de tijd van vóór de reformatie, toen Dordrecht nog Katholiek was. Overigens hebben we het aardse niet helemaal verlaten: het laatste nieuws over het ­verdronken dorp Wolbrandskerke wordt uitgebreid toegelicht. U zult zich zeker niet vervelen met deze elfde editie van DiEP!

#11 / 2009 DiEP 3


actueel Bouwstenen en blokkendozen SIMON VAN GIJN - museum aan huis, toont vanaf 25 april de tentoonstelling Bouwstenen en blokkendozen: veel en bijzonder bouw- en constructiespeelgoed uit de collectie van het museum. Een groot deel van de bouw- en ­constructiedozen dateert uit de 19e eeuw, de tijd van de grote hervormingen in het lager onderwijs. De nieuwe manier van leren was voor­ namelijk gericht op het spelenderwijs en ­fantasievol ontwikkelen van ruimtelijk inzicht. De constructie- en bouwdozen die hieruit voortkwamen waren in eerste instantie van hout, maar al snel kwamen er stenen en metalen onderdelen op de markt. Deze werden rond 1860-1870 niet alleen op scholen, maar ook door architecten gebruikt. De tentoonstelling loopt t/m 29 november 2009 in SIMON VAN GIJN - museum aan huis, Nieuwe Haven 29-30 in Dordrecht.

Bouwspeelgoed, te zien in Van Gijn.

Romantiek in Dubbeldam ‘Romantiek in Dubbeldam’ is de titel van de muziek­ theatervoorstelling die op zaterdag 14 maart werd gehouden in de zaal van De Gravenhorst, het wijk­ centrum voor ouderen in Dubbeldam. Een groot aantal jonge en oude Dubbel­dammers was op deze voorstelling afgekomen om te ­kijken en luisteren naar de zeer herkenbare verhalen. Een voorstelling over de liefde, voor en over ­Dubbel­dammers van jong tot oud. Drie generaties Dubbeldammers werden eerder geïnterviewd en gaven antwoord op allerlei liefdesvragen. De liefde is universeel, van alle tijden en kent geen grenzen. Maar hoe is het om verliefd te zijn in Dubbeldam en hoe was dat vroeger? Wat is de plek om je geliefde te ontmoeten en waar ging je vroeger heen als je met je geliefde alleen wilde zijn? Naar een romantische plek in het buiten­gebied? En vertelde je het thuis, als je verliefd was op een ‘buitenstaander’? Het Schooltheater, ­verbonden aan het Insula College in Dordrecht, maakte naar aanleiding van deze interviews de muziektheatervoorstelling. ‘Romantiek in Dubbeldam’ werd ­georganiseerd op initiatief van Erfgoedcentrum

Romantiek in Dubbeldam: De acteurs liggen op de dijk bij de watertoren; een bekende plek voor Dubbeldammers,

DiEP en de Dordtse WelzijnsOrganisatie DWO.

waar veel geliefden afspraken.

4 DiEP #11 / 2009


Opgravingen Dordrechts Museum De renovatie en de nieuwbouw van het Dordrechts Museum aan de Museumstraat

Statenplein 1997 toch nog uitgewerkt?

hebben de afgelopen

Dit voorjaar wordt bekend of

maanden interessante

de gemeente Dordrecht een

archeologische vondsten

subsidie krijgt om de resulta-

opgeleverd. Er zijn

ten van het bodemonderzoek

­sporen van bewoning

op het Statenplein verder uit

uit de afgelopen eeuwen

te werken.

Twee haardstenen uit de 16e-eeuwse haard. Op de steen links is (het onderlijf van) Sint Joris met zwaard

gevonden maar ook

In 1997 zijn er opgravingen

en de draak te zien. Op de steen rechts zit Simson op de rug van een leeuw en scheurt zijn bek in tweeën.

­bijvoorbeeld, langs de

gedaan op het Statenplein,

gevel, een rioolstelsel

waar op de plaats van de

met putten uit de periode 1760-1898, toen het pand werd gebruikt als krankzinnigenhuis.

­huidige winkel/woontoren

In het gebouw zijn muren van kamers ontdekt die ook uit deze periode komen. Op een platte-

een laatmiddeleeuwse

grond uit 1766 is te lezen dat de gevonden vertrekken in gebruik waren als ‘knechtskamer’ en

ambachtswijk werd bloot­

‘slaapkamers voor gekken’. Een andere bijzondere vondst is een zeer grote haardplaats com-

gelegd. Helaas is van het

pleet met beschilderde haardstenen, uit het tweede kwart van de 16e eeuw. Op twee stenen

onderzoek van 1997 geen

zijn de voorstellingen nog herkenbaar. Op één steen is Sint-Joris en de draak afgebeeld, op

basisrapport van de sporen

de andere een scène uit het Oude Testament, namelijk Simson die de leeuw doodt. In deze

en structuren verschenen.

periode behoorde het pand tot het complex van het Agnietenklooster, dat heeft bestaan

Wel zijn er enkele specialisti-

vanaf ongeveer 1420 tot 1572. De haard is waarschijnlijk gebruikt als zaalverwarming.

sche deelverslagen beschik-

De muurresten van de haardplaats zijn tijdens de bouw weer verdwenen onder en achter de

baar, zoals het archiefonder-

liftschacht. De haardstenen zijn meegenomen uit de bouwput en worden nader bestudeerd.

zoek naar de bewoners van

Daarna worden ze bewaard in het stadsdepot.

de 5 aangetroffen huisjes en een bouwhistorisch ­onderzoek. Op 13 januari heeft Bureau

Calvijn in beeld

Monumentenzorg en

Met de tentoonstelling Calvijn in Beeld

binnen het onderzoeks­

haakt het Dordrechts Museum in op het

programma ‘Odyssee’ van de

Calvijnjaar. De tentoonstelling wordt op

Nederlandse Organisatie voor

9 mei geopend en laat zien hoe Calvijn

Wetenschappelijk Onderzoek

door de eeuwen heen in beeld is

(NWO). Dat richt zich op

gebracht. Van geleerde theoloog in pren-

onuitgewerkt archeologisch

treeksen van hervormers tot karikatuur

onderzoek uit de jaren 1900

in spotprenten over de godsdienst­

tot 2000.

twisten. Calvijn in Beeld laat met schil-

Vooral na de recente publica-

derijen, prenten, boeken en penningen

tie van het proefschrift van

zien dat de belangrijke hervormer in

H. Sarfatij – Dordracum

later tijd invloedrijk is geweest en tot

Excavatum: archeologie van

de verbeelding is blijven spreken.

een Deltastad - over de

De grote betekenis van Calvijn voor

­‘rijkere’ waterzijde van de

de Reformatie in de Nederlanden komt

stad Dordrecht, is een rappor-

onder meer tot uitdrukking in kunst­

tage van het onderzoek

werken rond de Beeldenstorm in 1566

Statenplein 1997 van weten-

en de Synode van Dordrecht in 1618/19.

schappelijk belang. Het geeft

Archeologie daarom een ­subsidieaanvraag ingediend

inzicht in de ontwikkeling van De tentoonstelling is te zien t/m 31

een wijk aan de ‘armere’

­oktober 2009 in het tijdelijke Dordrechts

landzijde van de stad

Museum aan de Nieuwe Haven 26.

­gedurende acht eeuwen.

#11 / 2009 DiEP 5


Dordrecht en Calvijn: een moeizame relatie Lodewijk Dros

De canon van Nederland bevat maar een paar ‘vensters’ die religie in de geschiedenis uit­ lichten. James Kennedy legt in dit Calvijnjaar uit waarom wat meer aandacht voor het calvinisme terecht zou zijn. De Nederlandse geschiedenis én de westerse samenleving zouden er zonder Calvijn heel anders hebben uit­gezien, zegt Kennedy in dé ­calvinistische stad van Nederland: Dordrecht.

De Synode van Dordrecht (1618/1619) is tot in de Verenigde Staten en Korea een begrip.

‘De Statenbijbel, het belangrijkste boek’, heet een van de vensters uit de canon van de Nederlandse geschiedenis. Deze bijbel­vertaling die de Nederlandse taal flink heeft beïnvloed, is niet de enige vrucht van Dordrecht. ‘Dordt’ is tot in de Verenigde Staten en Zuid-Korea een begrip. Maar de stad heeft haar religieuze geschiedenis niet erg zichtbaar gemaakt, terwijl er toch buitenlandse toeristen op zoek naar hun roots rondlopen die economisch zijn uit te baten. James Kennedy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis en columnist van Trouw, lacht

6 DiEP #11 / 2009

als hij recente foto’s ziet van de plaatsen waar het calvinisme ooit wortel schoot. Het Hof in Dordrecht, waar in 1572 de eerste vergadering van de Staten van Holland werd gehouden, is wel goed bewaard gebleven, maar op de plaats waar eens de Kloveniers­ doelen stonden, rest niet meer dan wat graffiti en een bordje ‘verboden in te rijden’. Geen verwijzing naar de synode die daar in 1618 bijeenkwam of naar de protestantse stroming die daar haar belangrijkste theologische keuzes maakte, waar de remonstranten de zaal werden uitgescholden, waar de Statenbijbel is geboren.


Calvijn als aanjager van de revolutie Calvinisten staan te boek als oppassende burgers. Maar

Hun idealen waren anderhalve eeuw later minder religieus

Calvijn en zijn erfenis kennen ook een gezagsondermijnende

geladen, veel politieker geworden, maar ze zorgden wel

kant. James Kennedy: „De seculiere overheid heeft steeds

voor een omwenteling in 1780.”

de kerk tegenover zich gehad. Zij oefende kritiek: ‘U handelt

De derde revolutie die Kennedy in verband brengt met

niet zoals God het wil’. Dat klinkt in moderne oren een

calvinistische invloeden, is de Franse van 1795.

beetje eng, maar het vormde de basis voor verzet tegen de

Dat is opmerkelijk, want vooral in de achterban van

overheid.” De opstand tegen de Spaanse overheerser kreeg

­ChristenUnie en SGP leeft juist het besef dat de Franse

er een ferme stimulans van. En drie andere revoluties zijn

revolutie niets met het calvinisme te maken heeft. Vrijheid,

óók ondenkbaar zonder het denken van Calvijn als aanjager,

gelijkheid en broederschap – het motto van deze revolte –

meent Kennedy.

zongen het volk volgens deze calvinisten los van God.

„Het makkelijkst zichtbaar werd dat in Engeland. Twintig jaar

De Antirevolutionaire Partij van Abraham Kuyper, nu deel

na de synode van Dordrecht waar Engelse afgevaardigden,

van het CDA, dankt zelfs haar naam aan die weerzin.

‘puriteinen’, waren, gistte het in Engeland. De puriteinen,

Kennedy: „Ja, Groen van Prinsterer, de vader van het

deel van de stedelijke burgerij, werden al ongelukkiger met

antirevolutionaire denken in Nederland, zei ooit: die

de absolutistische pretenties van koning Charles I. Dat leidde

revolutie is de tegenpool van het Evangelie. Maar dan zie je

tot een burgeroorlog en de onthoofding van Charles in

wel iets over het hoofd. Vanaf 1685 moesten de protestanten

1648.”

Frankrijk uit, maar hun ideeën bleven er hangen. In een

In de Verenigde Staten is het verband tussen Calvijn en de

geseculariseerde vorm, in een politieke vertolking die de

revolutie iets minder direct. „Puriteinen landden in 1630 in

status quo aanviel. Dat mondde uit in de Franse revolutie.”

New England, in Massachusetts. Ze stichtten een kolonie.

Het gaat Kennedy nog net iets te ver om te zeggen dat de

Het zou een ‘planting Gods’ worden, een godvruchtige

hele westerse wereld haar politieke gestalte dankt aan de

samenleving zoals Calvijn die in Genève had gerealiseerd.

reformator die 500 jaar geleden geboren is. „Maar Calvijn is er wel mede voor verantwoordelijk.”

Zo’n beeld, zegt Kennedy (zelf een stevige calvinist), verbeeldt het ‘ongemak’ van Dordrecht met Calvijn. En niet alleen van Dordrecht. De oorzaak zoekt de historicus in de persoonlijkheid van de reformator – die is niet zo aaibaar als zijn collega Maarten Luther. „Lutheranen hebben het vaak over Luther, calvinisten niet zo over Calvijn. Zijn persoonlijkheid sprong er in zijn publieke geschriften niet erg uit en hij was minder begeesterend dan Luther. Bovendien wilde Calvijn, een beroemdheid tijdens zijn leven, voorkomen dat zijn graf een protestants bedevaartsoord zou worden. Daarom werd hij op een niet-gemarkeerde plaats begraven, dat was zijn wens. Heel bescheiden: wij trekken geen eer naar ons toe. Calvinisten hechten daardoor niet zo aan gedenkwaardige plaatsen.” In de Dordtse Kloveniersdoelen werd de calvinistische leer bepalend voor de gereformeerde kerken.

Beeldenstorm

De Doelstraat vormde ooit het decor voor de Synode, nu herinnert

Toen het calvinisme in de Nederlanden terechtkwam, midden 16e eeuw, leverde dat brandstof voor de opstand tegen de Spanjaarden. En voor een Beeldenstorm

weinig daaraan. De Kloveniersdoelen werden in de negentiende eeuw afgebroken.

(1566) – óók een venster in de nationale canon. Het Nederlandse calvinisme kreeg vorm vanuit Dordrecht, waar de synode, het nationale protestantse kerkbestuur, bijeenkwam. Dat ging gepaard met keiharde doctrinaire maatregelen, met een ‘uit­ verkiezingsleer’ (God bepaalt al voor je geboorte of je naar de hemel of naar de hel gaat) die Maarten ‘t Hart en Jan Siebelink bitter beschreven hebben. De milde, Erasmiaanse onderstroom van het protestantisme werd de deur gewezen. Dat maakt, zegt Kennedy, dat de gereformeerde traditie een ‘moeilijke verhouding’ heeft gehouden met Dordrecht. Orthodoxe protestanten wijzen geregeld naar ‘Dordt’. Niet alleen in Nederland, ook emigranten, zoals het voorgeslacht van Kennedy. Dat is afkomstig uit Schotland, emigreerde naar Canada en belandde in de Verenigde Staten. „Ik ben opgegroeid in Iowa. Niet ver daarvandaan stond Dordt College. Zonder standbeeld van Calvijn, maar zo is de herinnering wel levend gehouden.” #11 / 2009 DiEP 7


De Kloveniersdoelen gezien vanuit het Stek, 1857; tekening in kleur door J. Rutten.

Democratie In het Calvijnjaar wordt van alles aan de reformator toegeschreven. Zoals democratie, al wijst de manier waarop Calvijn in Genève keihard bewind uitoefende op het eerste gezicht niet in die richting. Toch ziet Kennedy daar democratie ontkiemen. „Johannes Calvijn was leider van de dominees daar, de consistorie. Dat viel niet samen met het stadsbestuur. Het was niet veel, maar er zát ruimte tussen. Die twee besturen hadden niet dezelfde belangen. Dat kon tot wrijving leiden, want ze hadden consensus nodig. Een enkele keer botsten ze echt. Zo kon er geleidelijk aan ruimte ontstaan voor wat we later democratie gingen noemen.” Die kreeg een extra stimulans door het gereformeerde kerk­ model. Daarin functioneerden naast dominees ook leken - ouderlingen en diakenen. „Dat kerkelijke regeringssysteem werkte met verkiezingen: je kon ouder­ lingen kiezen. Die gingen naar classes, bovenplaatselijke besturen, en daar moest eindeloos veel geargumenteerd worden. Het ging er soms heel fel en onaangenaam aan toe, ze verketterden elkaar, maar raakten zo wel gewend aan overleg en aan een representatieve bestuursvorm. Heel democratisch, met dank aan de gereformeerde kerk.” 8 DiEP #11 / 2009

De verslagen van de Dordtse synode wijzen op veel strengheid en weinig tolerantie jegens andersdenkenden. De gereformeerde kerk wilde in de 17e eeuw dat de overheid daarin behulpzaam was en ketters najoeg. Maar Britten die in die eeuw ons land bezochten, zagen iets heel anders: ze vonden Nederland opmerkelijk tolerant, je had hier allerlei godsdienstige overtuigingen en toch sloegen ze elkaar niet de hersens in. Dat was dan tolerantie ondanks de gereformeerden. Of, zoals Kennedy het formuleert: „Op dat terrein namen ze de leiding niet.” Waar komt die tolerantie dan vandaan? Er waren, zegt Kennedy, weinig alternatieven in de 17e eeuw. „Ze moesten hard werken – katholieken, protestanten, allemaal – om elkaar niet aan te vliegen. Ze vonden er een modus vivendi voor. Maar het was ook een eeuw van oorlogen. De 17e eeuw is geen succesverhaal.”

Moderne tijd De belangstelling voor Calvijn en diens erfgoed is dit jaar flink opgeleefd, en niet alleen in Dordrecht. Symposia, een glossy, bespiegelingen in kranten en op tv. Dat wijst, zegt Kennedy, op een ‘omslag’. „Nederland was lang in de ban van de moderne tijd. We moesten niet terugkijken, alleen maar vooruitkijken en dan kwam

alles goed. Nu weten we het niet meer zo, de zekerheid dat het goed gaat met de moderniteit, die zijn we kwijt. En dan speelt de vraag op: waarin zijn we geworteld?” Kennedy is ‘geraadpleegd over de contouren’ van het Nationaal Historisch Museum in Arnhem, het huis waar Nederland zijn canon gaat beleven. Daarin zou wat extra aandacht voor Calvijn en diens nalatenschap wel passen, zegt Kennedy. Niet door een 51ste venster te maken, maar wel  door „het venster over de Statenbijbel uit te breiden.”   Dit artikel is onder meer gebaseerd op de inspiratiebijeenkomst ‘Calvijn, Dordt en Democratie’ op 17 april 2008 door Erfgoedcentrum DiEP, het CBK en ­stichting Reformatie Instituut Dordrecht.


Op de plaats waar Willem van Oranje in 1573 zichzelf ‘calvinist’ verklaarde, de Grote Kerk in Dordrecht, verrijst dit jaar de eerste Nederlandse tentoonstelling over Calvijn en het calvinisme. De voorbereidingen voor deze expositie over de befaamde 16e eeuwse denker en hervormer van de middeleeuwse kerk Jean Cauvin zijn inmiddels in volle gang. ‘Calvijn & Wij’ opent in mei dit jaar, omlijst met een gevarieerd cultureel programma. ­Wereldwijd wordt in 2009 Calvijns 500ste geboortejaar herdacht. Dordrecht is met de tentoonstelling en het ­cultureel programma het centrum van de Calvijnherdenking in Nederland.

Calvijn & Wij Eerste Nederlandse tentoonstelling over Calvijn en calvinisme in Dordrecht

De presentatie in de Grote Kerk belooft

passende locatie; Willem van Oranje

de reformatie. In de stad zullen verder

onconventioneel en multimediaal te

nam hier in 1573 voor het eerst deel

tal van culturele activiteiten worden

worden. De bezoeker wordt eerst gecon-

aan het heilig avondmaal in een gerefor-

georganiseerd, met film, theater, muziek

fronteerd met het begrip ‘calvinisme’,

meerde setting. Daarmee koos hij de

en debat. Op 30 mei is de Nationale

waarmee typisch Nederlandse karakter-

zijde van de calvinisten, tegen de

Calvijnherdenking in Dordrecht met

trekjes worden getypeerd, en met zijn

Spanjaarden. Ook werden in de Grote

­bijdragen van premier Balkenende en

eigen ideeën en gevoelens hierover.

Kerk in 1619 de uitkomsten van de

James Kennedy, hoogleraar

Staat het voor soberheid, degelijkheid,

Dordtse Synode openbaar afgekondigd.

Nederlandse geschiedenis.

ijver, ‘zuunigheid’, dat ene koekje bij

Deze werden leidend voor de gerefor-

‘Calvijn & Wij’ is een coproductie van

de koffie? Is het typisch Nederlands?

meerde kerk wereldwijd en zijn voor

Erfgoedcentrum DiEP en het Instituut

En wat is het verband met Calvijn en

een belangrijk deel geïnspireerd door

voor Reformatieonderzoek van de

zijn ideeën; is dat er wel? Vervolgens

Calvijns ideeën.

Theologische Universiteit Apeldoorn.

bieden ­animaties een bijna persoonlijke

En Dordrecht biedt meer ‘Calvijn’ in

Opera Ontwerpers uit Amsterdam tekent

ontmoeting met de mens Calvijn, en

2009. In Het Hof is de fototentoon­

voor de vormgeving. Er wordt samen­

maakt de bezoeker kennis met zijn

stelling ‘Calvijn & Ik’ gepland, met foto’s

gewerkt met het gerenommeerde Musée

leven, zijn leer, zijn tijd en de betekenis

van wat Nederlanders als calvinistisch

International de la Réforme uit Genève,

van zijn werk voor het protestantisme

ervaren; de fotowedstrijd die hieraan ten

met het Dordrechts Museum en met

in Nederland.

grondslag ligt, wordt door dagblad

Dordrecht Marketing.

In de monumentale Grote Kerk is de

Trouw uitgeschreven. Het Dordrechts

gehele kooromgang gereserveerd voor

Museum aan de Haven toont een fraaie

Voor meer informatie zie

‘Calvijn & Wij’. De kerk is een historisch

selectie kunstwerken rond Calvijn en

www.calvijndordrecht.nl. #11 / 2009 DiEP 9


uit de collectie van het archief Heel Nederland vierde feest, toen aan de Blekersdijk de eerste paal geslagen werd van de Wilhelminakerk. 6 september 1898 was immers ook de dag van de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Met de bouw van de ­Wilhelmina­kerk gaven de gereformeerden blijk van zelfbewuste aanwezigheid in de Dordtse samenleving. De bouwplannen zijn vast­gelegd in kerkeraadsnotulen, kasboeken en bouwtekeningen. Onderzoek naar de bouw­geschiedenis van de ­Wilhelminakerk begint dan ook in het archief van de Gereformeerde Kerk te ­Dordrecht, dat wordt bewaard in het archief van Erfgoed­centrum DiEP. Ontwerptekening uit 1898 voor de Wilhelminakerk van de Amsterdamse architect Tjeerd Kuypers.

Kerkbouw in calvinistisch perspectief Peter Dillingh

10 DiEP #11 / 2009

Notulen De besluitvorming over de bouw van de Wilhelminakerk is te vinden in de kerkenraads­ notulen van de Gereformeerde Kerk te Dordrecht A. Vanaf de jaren dertig van de 19e eeuw kerkten de Afgescheidenen in een houten gebouw in het Kromhout. Dat werd in 1866 vervangen door het kerkgebouw dat tegenwoordig in gebruik is bij de Ned. Herv. Vereniging ‘Calvijn’. In de jaren negentig werd dat gebouw te klein. In diezelfde tijd werd een nieuwe woonwijk ontwikkeld op het terrein van Villa Maria, tussen de Singel, de Johan de Wittstraat, de Cornelis de Wittstraat en de Blekersdijk. Op de hoek van de geprojecteerde Koningin Wilhelminastraat met de Blekersdijk kocht de kerkenraad een bouwterrein. Architect Tjeerd Kuipers in Amsterdam, die eerder was benaderd voor een verbouwing in het Kromhout, maakte drie schetsontwerpen. De besluitvorming wordt in de kerkenraadsnotulen wel zeer beknopt samengevat: ‘Voorloopig wordt de ronde kerk uitgekozen.’ De kosten werden geraamd op meer dan f 50.000.


Kasboeken

Interieur van de Wilhelminakerk aan de Blekersdijk.

Handschriften

Kranten

De achtergronden van het gekozen ontwerp zijn niet te vinden in de kerkenraadsnotulen. Er is ook vrijwel geen correspondentie uit deze periode bewaard gebleven in het archief van de Gereformeerde Kerk. Een ongedachte bron bevindt zich echter in de handschriftenverzameling van het Erfgoedcentrum DiEP: een brief van Tjeerd Kuipers aan Caspert van Son, van 19 juli 1899. Van Son was hoofdonderwijzer op Dubbeldam, maar ook kunstrecensent van het Dordrechtsch Nieuwsblad. Hij nodigde Kuipers uit een beschouwing te geven over het opvallende ontwerp van de Wilhelmina­ kerk. Kuipers antwoordde: ‘Mijnheer! Hoewel ik zeer weinig tijd heb voor andere zaken dan mijn werk betreffende wil ik u even over een en ander wel inlichten over de kerk Dordt.’ Hij verwees naar de artikelen die dr. Abraham Kuyper in het voorjaar van 1898 had gepubliceerd in het kerkelijk weekblad De Heraut. ‘De platte grond en het groote platform, waarop zich zal bevinden de ambo, het doopvont, de tafel voor het heilig Avondmaal en de zitplaatsen voor den raad der Kerk, heeft zijn ontstaan aan die artikelen te danken.’ Kuyper was in 1897 begonnen aan een reeks artikelen over allerlei aspecten van liturgie en kerkbouw, die hij in 1911 zou bundelen onder de titel Onze Eeredienst. Tjeerd Kuipers sloot in zijn ontwerp zo nauw mogelijk aan bij de ideeën van Kuyper.

Hoe de publieke opinie reageerde op de kerkbouw, is onder meer te lezen in het Dordrechtsch Nieuwsblad van 2 januari 1899: ‘De nieuwe kerk der Afgescheidenen rijst zienderoogen uit den grond en zal weldra hare voltooiing nabij zijn. Wel zijn daarvoor de hooge iepen geveld, het water gedempt en het frissche, verre uitzicht aan de bewoners van het Bleekersdijkje ontnomen, maar we mogen ten minste ons verheugen in het feit, dat de nieuwe aanbouw geen eentonige huizenrij te zien geeft.’ Een uurwerk en een luidklok werden pas geplaatst in 1904. De Dordrechtsche Courant deed verslag van het eerste klokgelui op 20 april van dat jaar: ‘Met nog een lichte siddering van blijdschap om iets nieuws luistert men naar het slaan van heele en halve uren. Het zijn niet de zware bim-bam tonen die van een stadstoren dreunen, - veeleer doet het denken aan het vredige geklep van een dorpsklokje, voor de boeren op het land een sein voor arbeid of voor rust. En wie achter het frissche ontluikende groen van den Singel het geestige torentje oprijzen ziet, voelt ook hoe uit de verweerde grijsheid van het historische Dordt hier een jonge loot is voortgekomen met de eeuwig liefelijke bekoring eener voorjaarsidylle.’

Kort voor de ingebruikneming had de kerkenraad besloten de nieuwe Wilhelmina­ kerk open te stellen voor bezichtiging, entree 25 cent. Koster J.C. Kemper kreeg van elk verkocht kaartje 10 cent. Zo zijn in het kasboek per halfjaar de aantallen bezoekers terug te vinden. In 1899 werden negen bezoekers genoteerd; 1900 was vanzelfsprekend een topjaar met 47 bezoekers in het eerste en 68 in het tweede halfjaar. Toch bleef ook daarna het aantal bezoekers tot in 1904 vrij constant op 20 per halfjaar. Eén bezoeker maakte bezwaar tegen het entreegeld. Zijn klacht werd besproken op de kerkenraadsvergadering van 2 juli 1903. ‘Ouderling Dicke vraagt namens Tjeerd Kuipers van Amsterdam, gewezen architect van onze kerk, om bij voorkomen de kerk te laten zien er van verschoond te mogen zijn om telkens een kwartje te moeten betalen.’ Aldus werd besloten.

Ronde vorm Het belangrijkste besluit in de bouwgeschiedenis van de Wilhelminakerk is de keuze voor de karakteristieke ronde vorm. Het is te danken aan Caspert van Son, dat Tjeerd Kuipers de achtergronden van zijn ontwerp op papier heeft gezet. De ontwerptekening van de plattegrond is van grote betekenis, omdat Tjeerd Kuipers daarmee de eerste architect was die de ideeën van dr. Abraham Kuyper toepaste.

Bronnen Peter Dillingh, Een eeuw rondom het Woord: 100 jaar Wilhelminakerk Dordrecht, 1899-1999, Dordrecht 1999. Peter Dillingh, Het orgel in de Wilhelminakerk te Dordrecht: een drieluik, Dordrecht 2006. P.J. Horsman, Inventaris van de archieven van de Gereformeerde Kerk van Dordrecht, 1837-1986, Dordrecht 1995.

#11 / 2009 DiEP 11


HET HOFKWARTIER

Nieuws uit het hof F ototentoonste ll ing C a lvi j n & Ik Orgels, knielende kinderen, King-pepermunt en één koekje bij de koffie. Deze dingen ­hebben iets gemeen: ze horen bij het calvinisme. Van 8 mei tot en met 30 augustus vindt in het Hof de fototentoonstelling ‘Calvijn & Ik’ plaats.

Hotel Berckepoort, feit of fictie? Ontwerp Joyce van der Knaap

Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt

Deze ­panden zijn stuk voor stuk

DiEP een fotowedstrijd uit waarbij zij opriepen beeld in te sturen van Calvijn

Tot en met 26 april is er een bijzondere

stadsbeeld en zijn dat eigenlijk nog

en alles wat calvinistisch heet.

tentoonstelling te zien in de Groene Zaal

steeds. Zo staat het pand van Huis

De expositie in het Hof toont de tachtig

van het Hof, Hoe dichter bij Dordt hoe

Holster er nu verwaarloosd bij, terwijl

meest spraakmakende foto’s. Daarvan

mooier het wordt – Architectuurstudies

het al in de 16e eeuw dienst deed

worden er tien genomineerd door een

van markante Dordtse gebouwen.

als Grafelijke Herberg. De Graven

vakjury. Na de selectie kan het publiek

In samenwerking met studenten van de

van Holland verbleven er in de 14e en

tot 1 juni stemmen: welke van de tien

TU Delft zijn daar studies te zien van

15e eeuw. Onlangs heeft burgemeester

genomineerde foto’s spreken het meest

­bijzondere gebouwen in Dordrecht.

Bandell een vurig ­pleidooi voor

aan? Stemmen kan via de website van

De studenten studeren aan de afdeling

­restauratie van Huis Holster gehouden.

Trouw en door het invullen van een

R-Mit, een internationaal wetenschappe-

Het pleidooi lijkt te werken, want als

stembiljet in het Hof in Dordrecht.

lijk onderzoeksbureau verbonden aan

er bij het ministerie van Onderwijs,

Begin juni worden de winnaars bekend

de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

Cultuur en Weten­schappen extra geld

gemaakt. De makers van de drie beste

In samenspraak met de gemeente

beschikbaar komt voor restauratie,

foto’s winnen een geheel verzorgd,

Dordrecht is in eerste instantie het

gaat dat naar Dordrecht.

luxe weekend voor twee personen in

Hofkwartier als opgave voor de

Een ander beeldbepalend pand, het

historisch Dordrecht.

TU-studenten geselecteerd omdat de

Energiehuis aan de Noordendijk, is

2009 is hét grote Calvijn-jaar, wereld-

gemeente benieuwd was naar de visies

gebouwd in 1908. Het heeft lange tijd

wijd wordt de geboorte van de

van de studenten. Vervolgens is

dienst gedaan als elektriciteitscentrale.

16e-eeuwse denker en hervormer van

­besloten om meerdere gebouwen in

Vanaf het moment dat energie­leverancier

de middeleeuwse kerk Jean Cauvin

Dordrecht aan te wijzen als opgave.

Eneco in 1999 het pand ­verliet, ­worden

Samen met dagblad Trouw schreef

­bepalend geweest voor het Dordtse

de ruimtes verhuurd aan ­bedrijven

­herdacht. In Dordrecht vinden tal van activiteiten rondom Calvijn plaats. In

De studenten hebben ontwerpstudies

maar zijn ook voor feesten en partijen

de Grote Kerk in Dordrecht organiseert

gedaan voor enkele beeldbepalende

beschikbaar. Anno 2009 wil de

DiEP van 8 mei t/m 31 oktober de

gebouwen, in de vorm van maquettes,

­gemeente Dordrecht het Energiehuis

­tentoonstelling ‘Calvijn & Wij’, de eerste

beelden en concepten. Onder andere

bestemmen tot cultuurfabriek.

Nederlandse tentoonstelling gewijd aan

het gebouw De Holland, het

Het ­vernieuwde Energiehuis zal onder

Calvijn en het calvinisme. Zie voor meer

Energiehuis, Huis Holster, ’t Hof en

meer plaats bieden aan Stichting To

informatie pagina 9.

de Vestschool zijn geselecteerd.

Be, Bibelot en Popcentrale.

12 DiEP #11 / 2009


Erfgoedcentrum DiEP goes digital Teun de Bruijn

Het afgelopen half jaar heeft Erfgoedcentrum DiEP een flink aantal stappen voorwaarts gezet op de digitale snelweg en we zijn er natuurlijk nog lang niet. De belangrijkste ontwikkelingen – niet alleen in 2008 maar ook in 2009 – op een rijtje.

Dordrechtsche Courant Ook de Dordrechtsche Courant uit de jaren 1796 - 1945 is integraal via de website te raadplegen. De krant uit de periode 1796 - 1868 kan men niet alleen doorbladeren maar ook via Acrobat Reader op trefwoord doorzoeken, de periode na 1868 kan alleen doorgebladerd worden. Er wordt nog gewerkt aan een betere en snellere zoekmethode. De digitale afbeeldingen van een krant kunt u thuis gratis uitprinten.

Beeldbank

De nieuwe website van DiEP.

Vanaf begin maart is ook de beeldbank via internet te raadplegen. Hiermee komen onder andere Dordracum Illustratum, de collectie historische en topografische afbeeldingen verzameld door Simon van Gijn, de prentbriefkaartencollectie en een groot deel van de collectie Beerman (portretfoto’s uit de jaren 20 en 30) en Tollens (glasnegatieven van vòòr 1925) voor iedereen beschikbaar. Er kunnen commentaren bij de afbeeldingen worden geplaatst, zodat het verhaal achter een foto steeds verder uitgebreid kan worden. De beeldbank wordt continu met nieuwe afbeeldingen aangevuld. Vrijwilligers en medewerkers beschrijven wekelijks talloze foto’s, kaarten en prenten die direct online te bekijken zijn. Houd de beeldbank dus in de gaten!

Huwelijksakten

Overige collecties

De afgelopen jaren heeft een groot aantal vrijwilligers de huwelijksakten van Dordrecht, Dubbeldam, Wieldrecht en De Mijl, Krabbe en Nadort uit de jaren 1812 - 1932 ontsloten in een database. Najaar 2008 zijn de digitale afbeeldingen aan de namen in de database gekoppeld, zodat u thuis direct kunt zien of u de juiste persoon en akte hebt. U kunt de akte vervolgens uitprinten en in uw stamboom of kwartierstaat opnemen.

In de eerste helft van dit jaar zullen in elk geval de toegangen tot de archeologische en bouwhistorische collectie beschikbaar komen. Bij de meeste objecten zullen foto’s worden geplaatst, zodat dat u onmiddellijk een voorstelling kunt maken hoe de vondst of het object er uit ziet. Daarnaast zullen de doop-, trouw- en begraafboeken uit alle regiogemeenten op de website worden geplaatst, waardoor u deze belangrijke genealogische bronnen rustig thuis van achter uw computer kunt raadplegen. Tenslotte zal in 2009 met behulp van een aantal vrijwilligers ook de museale sloten- en sleutelcollectie van Lips gefaseerd worden ontsloten, waarmee ook deze belangrijke en unieke verzameling voor een groot publiek toegankelijk wordt. Alle bestanden zijn te raadplegen via de website www.erfgoedcentrumdiep.nl.

Bibliotheek Sinds het najaar van 2008 is ook de catalogus op de bibliotheek van Erfgoedcentrum DiEP via internet te raadplegen. De bibliotheek bevat naast tienduizenden titels over de geschiedenis van Dordrecht en de regio Zuid-Holland Zuid ook een groot aantal Dordtse drukken, zoals bijbels en boeken uitgegeven door de Firma Blussé. Daarnaast omvat de bibliotheek onder andere de collectie van het Letterkundig Genootschap ‘Diversa Sed Una’, de bibliotheek van de Nederlands Hervormde en Waalse Gemeente en de collectie van het tekengenootschap ‘Pictura’ . De boeken worden niet uitgeleend maar zijn op de studiezaal van Erfgoedcentrum DiEP in te zien.

Teun de Bruijn is Hoofd Collectiebeheer van Erfgoedcentrum DiEP

#11 / 2009 DiEP 13


Waar broeken spreken…. Helen Stroosma

De broek is in het straatbeeld van 2009 een heel gewoon kledingstuk. Voor mannen en voor vrouwen. Er zijn echter nog steeds groeperingen die het dragen van broeken door vrouwen niet wenselijk vinden. Het Calvijnjaar is een goed moment om het dragen van broeken eens nader te bekijken.

Determineren voor beginners Duidelijkheid is prettig. In de supermarkt is het plezierig als je een product herkent aan de verpakking. In een oogopslag weet je wat je hebt. De verpakking dient niet alleen als bescherming van de inhoud maar ook als herkenningsmiddel. Zo is het met kleding ook. Zo zit er in een wielerpak een wielrenner, in een ski-pak een skiër, in een joggingpak een jogger, in een zwempak een zwemmer en in een politie-uniform een agent. Schaatsers dragen schaatspakken, en een beetje ballerina heeft spitzen aan haar voeten.

De cover van het tijdschrift ”Le Jardin des Modes” van december 1931 met skikleding van het modehuis Hermès.

14 DiEP #11 / 2009

Onduidelijkheid is spannend; maakt onzeker. Een man met een vioolkist onder zijn arm is een violist. Of misschien toch niet. Tal van gangsterfilms zetten ons op het verkeerde been. Een jongen met een rugzak is een rugzaktoerist (….toch?) en een persoon in een pak is een man. Een eeuw geleden kon je hier inderdaad vanuit gaan, enkele uitzonderingen daargelaten. Jeanne d’ Arc en Elisabeth I zijn bekende ‘crossdressers’ uit het verleden. Shakespeare zaaide graag verwarring in zijn toneelstukken door vrouwen als mannen verkleed ten tonele te voeren. Amandine Dupin, beter bekend onder haar pseudoniem George Sand, droeg in de eerste helft van de 19e eeuw al een broek en rookte pijp. Als jong meisje had zij thuis al ervaren dat paardrijden in broek handiger was. Later, in de 18e eeuw, trok Isabel Eberhardt onder de schuilnaam Si Mahmoud de broek aan en ging op ontdekkingsreis door Noord Afrika. Zij rookte liever hasjiesj. Van beide


Tot in de jaren veertig was de broek voorbehouden aan mannen, filmsterren en vrouwen die lak hadden aan conventies. Marlene Dietrich bracht de gemoederen in beroering door in een mannenpak te verschijnen. Gekleed als man werd zij er alleen maar verleidelijker op. In de jaren vijftig verscheen de capri-broek, een driekwart broek met smalle pijpen. Dit type broek werd een rage door actrices als Audrey Hepburn en Brigitte Bardot. Begin jaren zestig gevolgd door de skibroek, een stretchbroek met bandjes onder de voet. Nog steeds was de broek voor vrouwen alleen geschikt als vrijetijdskleding. Pas in de jaren zeventig, met het verschijnen van het broekpak, werd een broek voor vrouwen geaccepteerd als ‘nette’ kleding. Veertig jaar later is het herenpak voor dames ingeburgerd. In tal van confectieketens hangt het vrouwenpak standaard in de rekken. ‘Beach pyjama’s’ van Lanvin, zoals afgebeeld in ‘Le Jardin des Modes’ van 1929.

Dichter bij huis vrouwen was het een bewuste poging de grenzen van het vrouw-zijn te testen door zich te kleden als man. Met één verschil, namelijk dat Georg Sand in haar omgeving opviel, en wilde opvallen terwijl Eberhardt juist probeerde minder op te vallen door als man verkleed te reizen. Maar natuurlijk viel ook zij op. Vooralsnog liet de rest van de Europese mensheid zich gemakkelijk determineren. Had het een rokje aan, was het een vrouwtje; had het een broekje aan was het een mannetje. Op enkele Schotten na.

Er is geen Dordtse vrouw bekend die in de negentiende eeuw in mannenkleding heeft rondgelopen, maar wat in de grote steden gebeurde, gebeurde ook in Dordrecht en omgeving, alleen langzamer en minder extreem. Tegenwoordig kan men bijna alles dragen zonder veel opzien te baren.

Grenzen verleggen

Bijna. Kledingkeuzes die ontstaan vanuit een behoefte om tradities te behouden vallen op. De oorsprong van de keuze ligt op het religieuze vlak maar is vaak ook een maatschappelijke keuze. Dit zien we gebeuren in reformatorische- maar ook in islamitische groeperingen.

De Eerste Wereldoorlog luidde het einde in van deze overzichtelijkheid. De machtigste landen van Europa lagen met elkaar overhoop en de mannen werden opgeroepen om het uit te vechten. Terwijl zij vochten, werden vrouwen en meisjes ingezet om de lege plaatsen in de fabrieken en op het land op te vullen. Al snel bleek dat vrouwenkleding in bepaalde beroepen niet praktisch was om in te werken. De eerste vrouwen in broek deden hun intrede. Maar tot een revolutie op kledinggebied leidde dit nog niet. Rok- en haarlengtes werden korter. Vrouwen kregen in de jaren twintig een steeds jongensachtiger silhouet. Indien nodig waren er hulpmiddelen om platter te lijken, een soort platte bh’s. Eind jaren twintig verschijnen de eerste broeken voor vrouwen in de vorm van pyjama’s. De strandpyjama’s bleken een gouden greep als vrijetijdskleding. Daarnaast waren er ook avondpyjama’s niet om in te slapen maar als een soort informele avondkleding.

De skibroek van stretch stof en bandjes onder de voet, zoals die in het begin van de jaren 60 in de mode was.

#11 / 2009 DiEP 15


Engelse spoorwegwerksters in overal tijdens de eerste wereldoorlog. Een propagandaplaat van Archibald Hatrick. Vrouwen werden tijdens de oorlog in mannenberoepen geduld door de vakbonden.

In gereformeerde kringen wordt van vrouwen en meisjes verwacht dat zij een rok dragen. Het voorval van de meisjes uit Kampen die deze winter naar huis werden gestuurd omdat ze met het koude weer een broek droegen, heeft zelfs de nationale pers gehaald. Zo konden we afgelopen januari meisjes in lange rokken zien schaatsen in de Alblasserwaard. Als ze paars haar en piercings hadden gehad waren ze minder opgevallen. De betrekkelijk grote groep gereformeerden in Dordrecht en omgeving heeft de ontwikkeling van kledingstijlen duidelijk beïnvloed. De huidige eigenaar van de firma Bahlman, Kees van Buchem kan hierover meepraten. Bahlman is de enige overgebleven vestiging van een van oorsprong Duitse manufacturenzaak. Tot in de jaren zeventig was een groot deel van de clientèle afkomstig uit de gereformeerde gemeenschap. Bahlman voorzag hierin met een speciale japonnen afdeling. Deze jurken werden meestal gemaakt in Duitsland. Natuurlijk in stemmige kleuren. Ook voor hoeden was er een aparte afdeling in de winkel. In de jaren tachtig ging Bahlman zich meer richten op een wat modegevoeliger markt. De traditionele groep ging haar inkopen verleggen naar plaatsen als Sliedrecht. Klachten over jassen die geplet werden door het vele zitten in kerkbankjes behoorden tot het verleden. Nu is er een trek de andere kant uit gekomen. Dames uit de biblebelt komen nu naar Bahlman om broeken te kopen. Dat het dragen van rokken niet alleen vanuit een eigen religieus standpunt werd gedaan blijkt uit het verhaal van een vrouw uit Papendrecht. Zij herinnert zich dat zij als meisje in de jaren zestig op zondag niet buiten op straat mocht spelen en een rok moest dragen om geen aanstoot te geven aan streng gelovige buren.

16 DiEP #11 / 2009

Tante Emily Bottomly (met broek) aan het dollen in de tuin, omstreeks 1947.

Refo- en halalbabes Op zondag zijn de gereformeerde kerkgangers duidelijk herkenbaar als groep. Onze vooroordelen worden weer bevestigd als wij de vrouwen in lange rokken, lang, opgestoken haar en sombere kleuren langs zien wandelen. Ze passen keurig in het hokje dat er voor ze bedacht is. De laatste twintig jaar zijn wij ook gewend geraakt aan ons beeld van moslimvrouwen, eveneens in lange donkere kleding, een paar passen achter hun man aanlopend. Maar dan hebben wij buiten de mode gerekend. Ook in deze subculturen dringt de mode onherroepelijk door tenzij met geweld buiten de deur gehouden, zoals bij klederdrachten. Zowel hippe refo-meisjes als hippe moslima’s verstaan de kunst van het opzoeken van de grenzen en het zaaien van verwarring. De refo-meisjes dragen kokette jurken of rokken en lopen op hoge hakken; de moslimmeiden met een jurk over een broek en een hoofddoek om, zien eruit als exotische modellen die de catwalk bewandelen. Beiden volgens de regels van hun gemeenschap gekleed maar ondertussen een niet mis te verstane boodschap uitzendend: ik bepaal zelf hoe mijn hokje eruit ziet.


Trots op een ‘tweede’ Dordtse Bijbel

Dordrecht mag trots zijn: wederom is er een Dordtse bijbel verschenen. Bijna 400 jaar na de Statenvertaling van 1637 die ontstond na de Dordtse Synode van 1618-1619, is dit najaar de tweede Dordtse Bijbel uitgekomen.

Els Kamsteeg

De Dordtse Bijbel met op de omslag een afbeelding van de Dordtse Synode ( foto Jan van Tour).

Kerkrentmeester Jan van Tour is één van de initiatief-

bijbel alweer aan zijn zevende druk toe is, konden

nemers van de Dordtse Bijbel. Hij kwam, samen met

wij daar direct op inhaken en onze bijbel ook laten

een aantal leden van de hervormde gemeente van de

drukken.”

Grote Kerk, op het idee toen een aantal jaren geleden

De tekst mag dan hetzelfde zijn, de foto’s in de

de Naardense Bijbel verscheen. Dat boek is gebaseerd

Dordtse bijbel zijn uiteraard van de Grote Kerk.

op het werk van predikant en bijbelvertaler Pieter

Fotografe Cathy Kroon legde de oude kerk in al zijn

Oussoren die 32 jaar werkte aan een nieuwe vertaling.

gedaanten vast en het resultaat is een prachtig

„De Naardense Bijbel van Oussoren is daarnaast voor-

­boekwerk dat in linnen is gebonden en gedrukt is

zien van prachtige foto’s van de gewelfschilderingen

op dundrukpapier.

van de Naardense Kerk,” zegt Van Tour. „Toen Groningen

Bijzonder trots is de hervormde kerk ook op de bijdrage

en Gouda ook dergelijke bijbels gingen uitgeven;

van de Dordtse kerkhistoricus prof.dr. Fred van

Gouda bijvoorbeeld met foto’s van de prachtige

Lieburg. „Hij heeft een overzicht gemaakt van 1000

gebrandschilderde ramen in de St. Jan, vonden we

jaar Dordtse kerkgeschiedenis en dat is natuurlijk een

dat wij niet konden achterblijven. Dordrecht, als stad

mooie toevoeging in deze bijbel,” zegt Van Tour.

van de Synode, moest ook een eigen bijbel krijgen.”

Er is veel belangstelling voor de bijbel geweest, de

Ds Oussoren werkte tientallen jaren aan de Naardense

eerste druk is al bijna uitverkocht. „Er zijn er nog wel

Bijbel. Hij baseerde zich op de oorspronkelijke teksten

enkele tientallen exemplaren te koop, vermoed ik.

waarin de bijbel is geschreven, de Hebreeuwse en

Wij hebben er ook nog een aantal want wij gebruiken

Griekse grondteksten. Zijn doel was een zo letterlijk

hem ook als trouwbijbel. Er zijn al twee echtparen

mogelijke vertaling te maken, nog ­letterlijker dan de

die hem bij hun huwelijk in de kerk hebben mee­

Statenvertaling waarop veel latere bijbelvertalingen

gekregen,” zegt Van Tour.

zijn gebaseerd. „De Dordtse Bijbel is qua tekst identiek aan die van

De Dordtse Bijbel is voor € 81,50 te koop in de boek-

Naarden,” aldus Van Tour. „Aangezien de Naardense

winkels in de stad en in de winkel van de Grote Kerk.

#11 / 2009 DiEP 17


Atlas waakt over bijzondere elementen in het landschap Deborah Paalman Het Waterschap Hollandse Delta heeft Landschapsbeheer ZuidHolland opdracht gegeven om deze atlas, die over het buitengebied gaat, te maken. Doel van de atlas is om bijzondere cultuurhistorischeen landschapselementen in het buitengebied, zoals grienden, boomgroepen, dijkpatronen, oude voetpaden, sluisjes en gemaaltjes in kaart te brengen. Op die manier wordt bekend welke bijzondere elementen zich nog waar bevinden, zodat wordt voorkomen dat ze bij nieuwe plannen onbewust worden weggevaagd. Daarom werken de gemeenten in het gebied ook mee aan het samen­stellen van de nieuwe atlas, ook zij hebben bij het maken van nieuwe plannen te maken met cultuurhistorische elementen in het landschap.

Rij oude knotwilgen langs de Zeedijk in Dordrecht. Op de achtergrond de 17e eeuwse aardhaalzone ­waarmee de Zeedijk werd aangelegd (foto D.J. Kemp Hakkert).

Oude sluisjes en vergeten ­voet­paden, een groepje bomen of misschien zelfs wel een verloren gewaand stationnetje. Het Waterschap Hollandse Delta werkt aan een overzicht van ­waardevolle en vaak vergeten elementen in het landschap. Ze worden voor de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht en Albrandswaard gebundeld in de Cultuur­historische Atlas van IJsselmonde en Dordrecht.

De landelijke overheid werkt ook aan inpassing van cultuurhistorische en landschappelijke elementen. Dergelijke voornemens liggen vast in de Rijksnota Belvedère. In een aanverwante cultuurnota (Cultuurnota 2009-2012) wordt het als volgt omgeschreven: „De inrichting van Nederland, van polderlandschap tot historische steden en hedendaagse woningbouw, leidt in binnen- en buitenland tot bewondering en verwondering. De internationale faam van Nederlandse architecten, stedenbouwkundigen, vormgevers en landschapsarchitecten is een teken dat Nederland het goed doet. Dit neemt niet weg dat er zorgen zijn over de inrichting en vormgeving van ons land. Nederland verandert snel en burgers vinden dat de kwaliteit en herkenbaarheid van hun leefomgeving achteruit gaat. Er moet dan ook wat gebeuren: de inrichting van Nederland moet weer nadrukkelijk ook als culturele opgave worden aangepakt. We moeten zonder schroom zoeken naar innovatieve mogelijkheden om nieuwe kwaliteiten toe te voegen en bestaande kwaliteiten te behouden. De uitdaging aan opdrachtgevers en ontwerpers is de kunst van het maken te combineren met maatschappelijke betrokkenheid: rekening houden met de historische en ruimtelijke context, inspelen op de noden en wensen van burgers en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.”

Begrazing door koeien op 17e eeuwse aardhaalzone langs de Zeedijk, rijtje oude knotwilgen en (op de achtergrond) een kazemat uit de Tweede Wereldoorlog (foto: D.J. Kemp Hakkert).

18 DiEP #11 / 2009

Rijtje geknotte wilgen langs de Zeedijk (foto: D.J. Kemp Hakkert).


Bijschrift Centerfold pagina 20-21

Voor het volk: religieuze insignes uit de 14e/15e eeuw

Sluisje in de hoek Zeedijk/Veerweg (foto Ronald van Jeveren/Natuur- en Vogelwacht Dordrecht).

Atlassen in de regio Het initiatief van het waterschap past goed in dat kader en met de Cultuurhistorische Atlas IJsselmonde en Dordrecht worden ook de betrokken gemeenten geholpen hun beleid meer richting te geven. De atlas wordt financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en de gemeenten Albrandswaard, Zwijndrecht en Dordrecht. Daarnaast leveren de gemeenten ook inhoudelijk een bijdrage aan het tot stand komen van de kaart. Een grote rol spelen ook de historische en landschapskundige verenigingen uit de regio, die als geen ander weten welke verborgen schatten er in hun gebied liggen. Samen met Landschapsbeheer Zuid-Holland en de Stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht worden alle interessante plaatsen, gebouwen en voorwerpen bezocht en gefotografeerd. In de regio zijn al eerder cultuurhistorische atlassen gemaakt in opdracht van het Waterschap. Zo verscheen er een atlas voor Goeree-Overflakkee die nu door de gemeenten op Goeree-Overflakkee wordt gebruikt. Ook voor de Hoeksche Waard wordt gewerkt aan een atlas. Hiervoor zijn al veel elementen aangemeld zoals vergeten sluisjes, windmolens, kreken, de voor het eiland karakteristieke bomendijken en alle oude tramstationnetjes. De atlas wordt in de Hoeksche Waard onder meer verspreid onder de ambtenaren ruimtelijke ordening.

De atlas in Dordrecht De atlas voor IJsselmonde en Dordrecht is halverwege dit jaar klaar en bestaat uit een grote kaart – zowel analoog als digitaal – en een rapport met foto’s en omschrijvingen van alle op de kaart gemelde punten. Een plekje op de kaart betekent echter nog geen bescherming, het behoedt ons bij plan­ ontwikkeling wel om cultuurhistorische

waarden over het hoofd te zien. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze kaart zoveel mogelijk bekendheid geniet? De gemeentelijke archeologische verwachtings- en waardekaart zou dan uitkomst kunnen bieden. Bureau Monumentenzorg en Archeologie van de gemeente Dordrecht is druk bezig met de afronding van zo’n kaart, een gevolg van de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Alle Nederlandse gemeenten moeten nu in hun nieuwe bestemmingsplannen rekening houden met archeologie en daar voorschriften aan verbinden. Om die voorschriften in Dordrecht en de regio zo goed mogelijk archeologisch te kunnen onderbouwen, laat de gemeente Dordrecht een (digitale) archeologische kaart maken met meerdere kaartlagen. De kaart moet een overzicht geven van alle locaties op het Eiland van Dordrecht waar archeologisch onderzoek is uitgevoerd en van alle plaatsen waarvan vondstmeldingen bekend zijn. Aan deze locaties worden archeologische verwachtingen of waarden verbonden. De bedoeling is de cultuur­ historische atlas als extra kaartlaag op te nemen onder de archeologische verwachtings- en waardekaart. Wordt in de toekomst getoetst aan archeologie, dan kan gelijk worden gecontroleerd welke cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het plangebied bestaan. Zo kan een compleet cultuurhistorisch beleid voor de gemeente Dordrecht tot stand komen, zeker als ook de monumenten hierin worden opgenomen.

In de Late Middeleeuwen maakten Christenen pelgrimstochten naar ‘verre’ oorden. Daar ­werden relikwieën bezocht, zoals de tunica van Maria in Aken, of ‘het bloedwonder van Boxtel’: een korporaaldoek en een altaardoek met rode vlekken, ontstaan nadat er witte (!) wijn overheen was gevallen. Van dit soort (miraculeuze) voorstellingen, of van bisschoppen en heiligen, werden goedkope figuurtje van lood/tin ­gegoten: insignes. Pelgrims kochten ze ter plekke of ­onderweg als aandenken. Insignes konden onder andere op kleding ­worden genaaid. Het zal een veel voorkomende vorm van persoonlijke ­decoratie zijn geweest, misschien vooral om de devotie van de drager te tonen. In Dordrecht zijn talloze religieuze insignes ­opgegraven (van links naar rechts en van boven naar beneden). 1 Servatius, Maastricht (vindplaats: Statenplein, 1997) 2 Heilig Bloedwonder van Boxtel ­ (vindplaats: Statenplein, 1997) 3 Calvariescène: kruisiging van Christus op de berg Golghota, geflankeerd door links Maria en rechts Johannes de Evangelist (vindplaats: Statenplein, 1997) 4 Bisschop (vindplaats: Statenplein, 1998) 5 Theobaldus uit Thann (Elzas) ­ (vindplaats: Statenplein, 1997) 6 Maria met Kind (vindplaats: Statenplein, 1997) 7 Karel de Grote (Rooms Duits Keizer), Aken (vindplaats: Statenplein, 1997) 8 Insignebroche met het Lam Gods ­ (vindplaats: Statenplein, 1997) 9 Maria met kind (vindplaats: Statenplein, 1997) 10 Crucifix (vindplaats: Statenplein, 1997) 11 Maria, Karel de Grote en de Tunica (barenskleed van Maria), Aken ­ (vindplaats: Statenplein, 1997) 12 (vermoedelijk) Bisschop Thomas Becket, Canterbury (vindplaats: Statenplein, 1997) 13 Drie Koningen en Maria met Kind, Keulen (vindplaats: Statenplein, 1997) 14 Servatius, Maastricht

Maar de Cultuurhistorische Atlas van IJsselmonde en Dordrecht kan in de toekomst ook gewoon via internet worden geraadpleegd. Zo speelt ze niet alleen een rol bij dijkversterkingen en gemeentelijke planvorming, maar bijvoorbeeld ook bij het uitzetten van recreatieve routes.

(vindplaats: Statenplein, 1997) 15 (ronde insigne) Maria met Kind ­ (vindplaats: Statenplein, 1997) 16 Maria (vindplaats: Statenplein, 1998)

#11 / 2009 DiEP 19


20 DiEP #11 / 2009


#11 / 2009 DiEP 21


Kleurensporen van oorlogstijd in Dordrecht

Gert van Engelen

Allereerste kleurenfoto’s ontdekt Zeldzame kleurenfoto’s van Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn kortgeleden opgedoken bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam. De kleurenopnames, zes stuks, tonen geen oorlogshandelingen, Duitse Wehrmachtsoldaten of ruïnes na bombardementen. Zij laten eerder de pittoreske schoonheid van Dordrecht zien, en dan vooral het havengebied rond de Groothoofd­spoort. De dia’s, allemaal gemaakt op 2 september 1941, zijn uitzonderlijk, omdat het Erfgoedcentrum DiEP geen enkele kleurenfoto uit de oorlogsjaren bezit.

Ary Scheffer (foto Beeldbank WO2 DiaArchief Mr. A. Hustinx – NIOD).

De unieke, bijna toeristische kleurenfoto’s van Dordrecht in de bezettingstijd zijn bij toeval ontdekt. Eind april opende het NIOD met enig publicitair trompetgeschal de nieuwe beeldbank WO2. Daarin zijn alle 175.000 foto’s, tekeningen en affiches samengebracht die voordien opgeborgen lagen in de afzonderlijke collecties van oorlogs-

22 DiEP #11 / 2009

en verzetsmusea, herinneringscentra en het NIOD. Iedereen kan de afbeeldingen online kosteloos bekijken (www.beeldbankwo2.nl) en tegen een uiterst schappelijk tarief downloaden. De omvangrijke databank is vooral opgezet om kwetsbare, originele foto’s voor verder verval te behoeden en om de oorlogsbeelden te behouden voor toekomstige generaties. In de beeldbank zijn de 1500 dia’s opgenomen die de Roermondse autodidactische fotograaf en cineast mr. Alphons Hustinx (1900-1972) tijdens de Tweede Wereldoorlog verspreid door heel Nederland heeft gemaakt. Deze particuliere verzameling geldt als de grootste collectie kleurenopnamen in Europa. Lodewijk Imkamp, neef en erfgenaam van Hustinx, stelde de bijzondere dia’s onlangs ter beschikking van het NIOD, speciaal voor de lancering van de beeldbank. Het NIOD is opgetogen over deze “belangrijke aanwinst”, bovenal omdat de oorlogsjaren hoofdzakelijk in zwart-wit zijn gefotografeerd. De dia’s ‘kleuren’ de beeldvorming en nuanceren de herinnering.

Hoge prijs Nieuwsgierig grasduinend in de beeldbank trof ik als Dordts journalist enige tijd later zes kleurenfoto’s van Dordrecht in het oorlogsjaar 1941 aan, die onmiddellijk opvielen door hun

uniciteit: kleurenfotografie stond in de bezettingstijd nog in de kinderschoenen. Technische beperkingen en de hoge prijs bepaalden dat vrijwel geen enkele Nederlandse fotograaf zich eraan waagde. In tegenstelling tot Hustinx, die hield van technische noviteiten en direct na de introductie van de kleurendia in 1936 uitgebreid begon te experimenteren met het materiaal. De foto’s die Hustinx op zijn rondtocht door Dordrecht maakte, op een lome septemberdag, tonen een vredige, schilderachtige stad, die lijkt ingedommeld in de najaarszon. Waar hij elders in Nederland oorlogs­verwoestingen registreerde, of schrille propaganda-affiches en stads­bewoners in haveloze kledij en noodschoeisel vastlegde, is op de Dordtse beelden geen flintertje oorlogsleed te zien, zelfs bij wijze van spreken niet met een vergrootglas. Mensen komen er bij aandachtig turen nog wel op voor, maar als achteloze passanten, als decor. Hustinx zoomde niet op hen in, maar op karakteristieke gebouwen.

Ary Scheffer Tijdens zijn wandeling beperkte Hustinx zich tot de Groothoofdspoort en omgeving. Er zijn twee foto’s van die poort, van veraf en dichtbij. Ook legde hij de Palingstraat vast, met de twee kinderen die er net liepen, en de Wolwevershaven, met prominent het


Wijnhaven (foto Beeldbank WO2 DiaArchief Mr. A. Hustinx – NIOD)

pand Stokholm. Verder fotografeerde hij de Wijnhaven met Taankade, staande op de Nieuwbrug. De enige foto die verraadt dat Hustinx de Dordtse binnenstad iets verder is ingetrokken, is die van het Scheffersplein. Aan de voet van het behekte standbeeld van Ary Scheffer staan volwassenen met platte petten op, in het bijschrift ‘hangouderen’ genoemd. Hoewel Hustinx Dordrecht lijkt te hebben willen vangen in onschuldige ansichtkaartbeelden, zijn zijn dia’s als kleurenopnames geschiedkundig van groot belang. Pieter Breman, beheerder van de atlas, de beeldverzameling van het erfgoedcentrum DIEP, is aangenaam verrast als hij wordt gewezen op de Hustinx-collectie. Zonder aarzelen zegt hij dat de Dordtse foto’s zeldzaam zijn. “Wij hebben geen kleurenfoto’s uit de bezettingstijd. De vroegste kleurenfoto’s die wij bezitten – 1 of 2 – ­dateren van vóór de Tweede Wereldoorlog, en daarna pas weer in de jaren ‘50. Die kleurenfoto’s zijn meestal stadsgezichten, van verschillende fotograferen. Sommige ervan zijn gebruikt voor prentbriefkaarten.” Breman vindt het “vervreemdend” om via de beeldbank van het NIOD ineens kleurenfoto’s uit de oorlogsjaren te zien. De Tweede Wereldoorlog is ook bij hem in dramatisch zwart-wit in het geheugen geëtst. “Met deze kleurenfoto’s lijkt het

net of de oorlog is nagemaakt.” Het is een ontregelend effect dat vaker ontstaat zodra onvermoede kleurenfoto’s te voorschijn komen van de bezetting, of van de waters­­noodramp in 1953. De gebeurtenissen ogen er onschuldiger door, en ook minder ver weg. Kleur haalt de oorlog dichterbij.

Geen sporen Toch overweegt Breman niet om de Dordtse foto’s van Hustinx aan te schaffen voor de atlas. “Bijzonder als ze om hun kleuren zijn, teleurgesteld ben ik dat je geen aanknopingspunten, geen sporen ziet van de bezettingsjaren. Geen Duitstalige richtingwijzers bijvoorbeeld, geen legertanks met soldaten, geen opgejaagde burgers. Ik vind de foto’s te algemeen om op te nemen in de collectie. Als ze in 1955 waren gemaakt, had het niets uitgemaakt. De foto’s typeren de oorlogsjaren niet.” Hustinx, vermoedt Pieter Breman, lijkt zich geconcentreerd te hebben op “toeristische plaatjes” van Dordrecht. Hij neemt het de Limburgse fotograaf niet kwalijk. “Waarschijnlijk was het te gevaarlijk om militaire objecten te fotograferen. Misschien heeft hij zich voor zijn eigen veiligheid beperkt tot het stadsschoon.”

Hustinx was daarmee een ander figuur dat Wim Meijers, de legendarische oud-directeur van de Dordtse HBS en gepassioneerde amateur-fotograaf, van wie het erfgoedcentrum DIEP een grote collectie zelfgemaakte stadsfoto’s heeft. “Meijers had een verborgen camera achter op zijn fiets gemonteerd, waarmee hij tijdens de oorlog militaire objecten en bewegingen heeft gefotografeerd. Niet om te spioneren, maar om te documenteren. Daar hebben we een heleboel foto’s van, maar die zijn allemaal in zwart-wit.”

Dagelijks leven Ook elders in Nederland legde Alphons Hustinx maar sporadisch oorlogsgruwelen vast. De gevolgen van de bombardementen, de oprukkende legervoertuigen, de ‘verDuitsing’ van het straatbeeld – hij fotografeerde het allemaal. Systematisch legde hij bovendien de affiches en mededelingen van de bezettingsautoriteiten en de NSB vast. Maar evenzeer richtte hij zijn camera op het dagelijks leven in die oorlogsjaren: de kersenpluk, een zeil­ partijtje, Limburgse vrouwen met net gebakken vlaaien, schaatsende mensen in een Amsterdamse gracht. Het NIOD vindt dat hij de sfeer van het gewone leven ‘treffend’ en ‘verrassend’ in beelden heeft gevangen.

#11 / 2009 DiEP 23


Etalage van Heeren- en Kinderkleedingmagazijn Fortuin aan de Voorstraat 180, nu 220 (hoek Nieuwstraat), ca. 1935.

De ondergang van een bloeiende gemeenschap Weinig herinnert in Dordrecht nog aan de joden en hun cultuur Iris Knapen In Dordrecht herinnert nog maar weinig aan het joodse leven. De joodse begraafplaats en de 足monumenten van het stadhuis zijn slechts aanknopingspunten voor de eens zo bloeiende 足gemeenschap in onze stad. Dordrecht kent nog maar een klein aantal joodse inwoners. Dat loopt vermoedelijk in de tientallen en is ongeveer een tiende (!) van het vooroorlogse aantal. Groepsportret van het dagelijks bestuur van de joodse onderwijzersvereniging Achawah in 1912. Geheel rechts rabbijn Samuel Dasberg.

24 DiEP #11 / 2009


gemeenschap is rabbijn Dasberg. Deze

Bovendien mogen joden geen gebruik

legt in 1932 om gezondheidsredenen

maken van het openbaar vervoer en

zijn ambt neer. Tezelfdertijd keert het

openbare telefoons, moeten zij hun

tij voor de joodse inwoners. De sfeer

­fietsen inleveren, tussen 20.00 en 6.00

wordt grimmiger en de Tweede Wereld­

uur thuis zijn en op beperkte tijden

oorlog nadert met rasse schreden.

boodschappen doen. In de zomer van 1942 volgen de eerste oproepen voor

Synagoge aan de Varkenmarkt in 1931.

In de eerste bezettingsjaren wordt het

deportatie naar Westerbork. Veel joodse

koord om de hals van de joden steeds

Dordtenaren geven hieraan gehoor.

harder aangetrokken. Net als in de rest

Sommigen krijgen uitstel, duiken onder

van Nederland vaardigen de Duitsers in

of weten te vluchten. De Joodsche

Dordrecht een aantal harde maatregelen

School houdt op te bestaan ‘wegens

uit. Zo is het verboden om joods

vertrek van leerlingen en leerkrachten’.

­personeel in dienst te nemen. De joodse

Eind 1942 al kan er een trieste balans

directeur van de Hema komt in opstand

worden opgemaakt: Dordrecht wordt

en draagt zijn vrouwelijk personeel op

door de bezetter ‘Judenrein’ verklaard.

Eeuwenlang is de joodse gemeenschap,

niet uit te gaan of te spreken met Duitse

met behoud van een sterke eigen

soldaten. Deze oproep blijft niet onge-

­identiteit, een vanzelfsprekend onder-

straft; hij krijgt hiervoor maar liefst drie

deel van het Dordtse leven geweest.

jaar gevangenschap. Wie joods perso-

Hoewel ook toen al antisemitisme met

neel in dienst heeft, moet dit melden en

regelmaat de kop op stak.

ook joodse ondernemingen moeten

De eerste synagoge wordt in 1739

worden aangemeld. Een aantal Dordtse

ondergebracht in het oude Mariënborn­

joodse ambtenaren en raadsleden wordt

klooster (huidige Weeshuisplein), 11 jaar

ontheven uit hun functie. Joden moeten

na de officiële oprichting van de Joodse

zich melden bij het stadhuis waar hun

Groepsportret joodse vriendenclub tijdens picknick. Vlnr: B. Duits,

Gemeente. In de 19e eeuw neemt het

persoonsbewijzen met een ‘J’ worden

N. Dasberg, I. Dasberg, H. Meijer, B. Cohen, M. Zadoks.

aantal joodse gelovigen toe en barst de

gemerkt. Al snel volgt de verplichting

oude synagoge uit haar voegen. Aan de

tot het dragen van de Jodenster.

Na de oorlog wordt pas goed duidelijk

Varkenmarkt komt een gebouw vrij, de

wat de dramatische gevolgen zijn voor

Vleeshal, ontworpen door stadsarchitect

de joodse gemeenschap in de stad.

G.N. Itz. De nieuwe synagoge wordt, na

Hoewel cijfers van overlevenden niet

een verbouwing door dezelfde Itz, op

zeker zijn, vermelden bronnen dat er

vrijdag 12 september 1856 ingewijd

van de circa 290 gedeporteerden slechts

(vrijdag 12 Eloel 5616 volgens de joodse

vijf zijn teruggekomen.

jaartelling).

De synagoge heeft geen bestaansrecht meer en bevindt zich in deplorabele

De joodse gemeenschap bloeit en telt aan het einde van de eeuw circa 430

Huwelijk van Abraham Sons en Mathilda Stad in de synagoge

­toestand. Het gebouw wordt in 1947

mensen. Joodse winkels en bedrijven

aan de Varkenmarkt, 15 juli 1942. Zij dragen Jodensterren.

verkocht aan een aangrenzend ­garagebedrijf, krijgt later de functie van

doen goede zaken. Naast de synagoge zijn er een joodse begraafplaats (in 1871

Dordtse ondernemingen worden geli-

kledingopslag en wordt ten slotte in

verplaatst van de Hoogt naar de Achter­

quideerd, waaronder een zuivelwinkel

1965 gesloopt om plaats te maken voor

weg, thans Nieuwe Weg), een mikwe

aan het Steegoversloot en een winkel in

de aanleg van de Grote Markt. Een pla-

(badhuis), een Joodsche School en

rituele waren aan de Korte Breestraat.

quette op een huis aan het Vrieseplein

­verschillende sport- en vrijetijdsvereni-

Joden moeten van de bezetter hun

meldt nog de functie van synagoge in

gingen. Ook is er een armenbestuur en

radiotoestellen inleveren en mogen niet

de periode vanaf 1964. In 1987 wordt

zijn er diverse joodse liefdadigheids­

meer komen in ‘openbare inrichtingen

de Nederlands-Israëlitische gemeente

instellingen. Spilfiguur in de kerkelijke

van ontspanning, tijdverdrijf en voor-

in Dordrecht opgeheven en bij die van

lichting’. In 1942 moet de burgemeester

Rotterdam gevoegd. De eens zo bloeien-

opgave doen van de in Dordrecht

de joodse gemeenschap verdween

­woonachtige joden. Een in het Duits

­daarmee definitief uit het Dordtse leven.

opgestelde lijst telt dan 265 namen. Een

Kledingopslag in de voormalige synagoge 1960.

uitgebreidere lijst meldt ook gemengd-

Bronnen

gehuwden en kinderen, wat het totaal

De verdwenen Mediene Dordrecht, Dienst

op 373 brengt. Joden worden geweerd

Kunsten – Gemeentearchief Dordrecht, 1995

voor allerlei soorten arbeid. Het werken

Website Joods Historisch Museum: www.jhm.nl

als straatventer en in de handel in oude

Dordrecht zoals het was, deel 11 Geloof,

metalen, lompen en afval is verboden.

Waanders Uitgevers Zwolle, 1995. #11 / 2009 DiEP 25


‘Geen acuut probleem’ voor 60 tot 70 Dordtse kerken Grafzerken als rustplaats voor keukenkasten

De Nieuwkerk gezien vanuit het Lijnbaansgebied (foto Frits Baarda).

Het geloof en Dordrecht horen bij elkaar. De aanwezigheid van veel kerkelijke gebouwen is dan ook vanzelfsprekend. Er was een tijd, in de jaren 70, dat sprake was van kerkverlating. Dordtenaren kozen op zondag liever voor een bezoek aan de camping dan voor een eredienst. Lege kerkgebouwen kregen nieuwe bestemmingen, tot een supermarkt aan toe. Hoe is de toestand nu? Een geruststellend rondje rond de kerken. ‘Er is in Dordt geen acuut probleem.’ Frits Baarda

26 DiEP #11 / 2009

Sommige kerkgebouwen in Dordrecht zijn zo onopvallend dat alleen omwonenden weten dat ze er nog staan. Neem de Sint Jacobskapel, een kerkje opgesloten in een nieuwbouwwijkje tussen de Grotekerks­ buurt en de Houttuinen. Gebouwd in 1901 diende het tientallen jaren als kapel voor bejaarden en weeskinderen van het Sint Jacobsgesticht en zieken en verzorgers van het RK ziekenhuis. Het ziekenhuis werd gesloten, de kapel gespaard en in de jaren 90 voor 750.000 gulden gerestaureerd. Niemand die er daarna nog naar omkeek. Pas een paar maanden geleden kreeg het via een openbare veiling een nieuwe eigenaar. Voor 240.000 euro ging het kerkje van de hand. De nieuwe bestemming? Bedrijfspand en opslagruimte. De Jacobskapel (officieel Sint Josephkapel) is het meest recente voorbeeld van her­ bestemming voor een kerkgebouw. Het heeft geluk de veranderende tijd te over­ leven. Andere kerkgebouwen krijgen niet eens een andere gebruiker, ze gaan gewoon tegen de grond. Dat lot is de Morgenster­ kerk in Sterrenburg beschoren. Het na­­oorlogse bouwwerk wordt een prooi van de slopershamer, zodra projectontwikkelaar Dudok daartoe besluit. Woningen en

algemene voorzieningen komen er vermoedelijk voor in de plaats. Kerken komen kerken gaan, zoals generaties Dordtenaren. De stad telde in kerkelijke hoogtijdagen, 19e en begon 20e eeuw, ruim vijftig kerkgebouwen. Documenten hebben ze voor een deel geboekstaafd, maar onderzoek is gaande naar het precieze aantal gebouwen met een kerkelijke functie. Peter Dillingh, betrokkene bij de Wilhelmina­kerk, zet zich er met vier anderen persoonlijk voor in. Als voorzitter van de werkgroep Kerken van de vereniging oud-Dordrecht graaft hij in boeken en archieven naar ‘basisgegevens van verdwenen en bestaande kerken op het eiland van Dordrecht’. De inventarisatie moet in 2011 zijn beslag krijgen in het jaarboek van de vereniging. „We hebben nog twee jaar te gaan,” zegt hij. „Dat lijkt een ruime tijd, maar dat is het niet. Er valt veel uit te zoeken. Vorig jaar zijn we ermee begonnen.” In zijn speurtocht naar verdwenen kerken stuit hij op ‘pareltjes van bouwkunst’. Zo treurt hij om het verlies van de dorpskerk in Dubbeldam, op de plek waar nu het parkeerterrein van kerkelijk centrum De Wijnstok ligt. Het kerkje uit 1630 werd zonder genade gesloopt. „Dat zou nu niet meer gebeuren,” denkt Dillingh. Van het dorpskerkje resteren alleen nog fraaie afbeeldingen. Dat kan ook gezegd van de Wijnkoperskapel in de Wijnstraat, eerst onderkomen van leden van de Waalse kerk, later van de Engelse kerk. Het markante torentje werd na de afbraak overgeplaatst naar de Waalse kerk, op de hoek van de Visstraat en de Voorstraat. Zo verdwenen nog meer kerken uit het stadsbeeld. De synagoge van de joodse gemeente, gevestigd in een oude vleeshal uit 1854 aan de Varkenmarkt, ging in 1965 tegen de grond. Van het ontwerp van stadsarchitect G.N.Itz zijn alleen een paar zwart-witfoto’s bewaard gebleven. Van andere verdwenen gebouwen is nog slechts een vermelding in de boeken over. „Wat weten we nog van het schuilkerk dat


Het Nederlands Hervormde dorpskerkje met pastorie van Dubbeldam uit 1630 werd halverwege de jaren 60 afgebroken met toestemming van de staatssecretaris (ansichtkaart uit de jaren 40 van de vorige eeuw).

stond op de plaats van het huidige Maria Maior-kerkje aan de Voorstraat Noord? Alleen dat het heeft bestaan. Hoe het er uitzag weet niemand.” Onder leiding van Dillingh proberen de werkgroepleden alle kerken van grofweg de laatste twee eeuwen in kaart te brengen, inclusief bouwjaar en kerkgenootschappen of kerkelijke afsplits­ ingen die van de gebouwen gebruik maakten. Het bieden van een overzicht zal een puzzel blijken. Het kerkelijk leven in Dordrecht was in de 19e eeuw het monopolie van de Hervormde Kerk. Gereformeerden, zowel aan de orthodoxe als de vrijzinnige kant, begonnen zich vaker af te splitsen. Ze zochten allemaal behuizing, net als de katholieken en joden. In de 20e eeuw streken er ook leden van het Leger des Heils, Jehova’s en zelfs mormomen in Dordrecht neer. In 1930 waren 49 kerk­ genootschappen geregistreerd. Dordrecht en het geloof gingen hand in hand. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het kerkelijk aanzien van de stad sterk, zoals ook elders in Nederland. Eerst volgden de kerken nog in het kielzog van de stads­ uitbreidingen. Nieuwe wijken kregen nieuwe kerken. Zo kwam er in de jaren 60 in Crabbehof de Stéphanuskerk, volgens Peter Dillingh bewust langs een opvallende zichtas: „De kerk nam in de wijk een centrale plaats in, zoals het instituut kerk in de samenleving van toen.” De verandering diende zich korte tijd later al aan, zichtbaar in de positie van de Ontmoetingskerk in Sterrenburg. „Van bescheiden gebouwen werden kerken haast onzichtbaar. Dat was

het directe gevolg van de minder prominente positie in de samenleving.” Nederlanders kwamen losser te staan van het geloof en kozen op zondag liever voor een bezoek aan de camping dan voor een eredienst. Vooral de hervormde gemeente, eens verreweg het grootste kerkgenootschap van Dordrecht, verloor zienderogen aanhang. Kerken kwamen leeg te staan. De toekomst van die kerkgebouwen lag ­ voor een deel in handen van de politiek. Gemeentelijke plannen leidden tot verhitte discussies in de samenleving. In de gerestaureerde Nieuwkerk kwam een supermarkt, in de Waalse Kerk winkelketen Ter Meulen en de Bonifatiuskerk werd een podium voor popmuziek. Zonder de nieuwe gebruikers waren de gebouwen vermoedelijk aan leegstand en verval ten onder gegaan. Beginjaren 70 werkte de jonge Andries Lugten korte tijd als ambtenaar in het Stadskantoor om zich daarna als vrije architect te ontwikkelen. Restauratie, renovatie en nieuwbouw van kerken behoort tot zijn specialismen. Lugten zegt dat het politieke klimaat in de stad een goede voedingsbodem was voor de omstreden herbestemming van de godshuizen. „Achteraf kun je zeggen dat de gereformeerde kongsie in het Stadskantoor was vervangen door rode ambtenaren, onder politieke leiding van wethouder Nico Lamers met zijn Nieuw Linkse geluid. Het was tijd voor praktische oplossingen, vonden ze. Een kerk was niet bijzonderder dan een ander gebouw. Zo kon het gebeuren dat een supermarkt zich in een kerk kon vestigen.”

Na de feestelijke opening van de supermarkt op 17 december 1987 weigerden sommige Dordtenaren uit piëteit met de winkelwagens over de eeuwenoude grafzerken te rijden. De Sint Nicolaas- of Nieuwe Kerk, in de wijk Bleyenhoek, stamt uit omstreeks 1430 en ontving vooral veel zeelieden, die zich er ook lieten begraven. De supermarkt kwijnde weg, waarna in 1999 een keukenspeciaalzaak er zijn deuren opende. Nu rusten keukenkasten op de zerken en is de Nieuwkerk niet langer gewijd aan Sint Nicolaas maar aan Siematic. Andere kerken behielden ook hun nietreligieuze herbestemming. Ter Meulen vertrok uit de Waalse kerk langs de Visstraat, maar goedkope sportkleding heeft de croissanterie intussen vervangen.

De wijnkoperskapel aan de Wijnstraat. Het gebouw is verloren gegaan, het torentje kreeg een herbestemming op de Waalse Kerk aan de Visstraat (tekening in kleur, J. Rutten, ca. 1834)

#11 / 2009 DiEP 27


Poppodium Bibelot houdt het sinds 1979 vol in de rooms-katholieke Bonifatiuskerk uit 1826, een beeldbepalend gebouw in de Waterstaatstijl. Andere kerken, waaronder de Kerk van de Nazarener aan de Museum­ straat, bieden ook onderdak aan cultuur. De huidige Kunstkerk heeft zich ontpopt tot dé concertzaal voor klassieke en andere concertante muziek. Dat zijn nog respectabele bestemmingen. Het kerkje van de buurtschap de Tweede Tol is niet meer dan een opslagplaats van een bedrijfje. Na al die tijd heeft Andries Lugten nog weinig goede woorden over voor de inrichting van de ‘winkelkerken’. De Waalse kerk met de sportartikelen vindt hij ‘aanstootgevend’. Over de Nieuwkerk is hij iets milder: „Je kunt daar de tijdelijkheid nog van in zien. De keukens kun je wegdenken. Het oorspronkelijke kerk­ interieur is zichtbaar, al is het weinig. Maar die ene overgebleven beuk blijft toch een open wond.” Wel meent Lugten dat de gemeente en ook kerkgenootschappen beter waken over kerkelijke gebouwen. De controlerende taak ligt voor een groot deel in handen van een

‘uitstekend clubje’, de Monumentenwacht. „Zo’n probleem als van boktorren is dankzij veelvuldige inspectie teruggedrongen. Dat bespaart uiteindelijk veel ellende en geld.” Zijn architectenbureau Lugten Malschaert was in 1996 betrokken bij de restauratie van de Augustijnenkerk. „Die functioneert weer uitstekend,” zegt hij. „Door die grote deuren, dat grote gat, is de kerk weer heel toegankelijk.” Ook de restauratie van de Wilhelminakerk, voltooid in 2001, kwam op conto van zijn architectenbureau. Die kerk (1899) aan de Blekersdijk staat, net als vijf andere, op de nominatie om gemeentelijk monument te worden. Op die lijst staan nu al de Nieuw-Apostolische kerk aan de Dubbeldamseweg en de Emmanuelkerk Oudendijk. Dordrecht telt negen kerkelijke Rijksmonumenten: Grote Kerk, Nieuwkerk, Augustijnenkerk, Waalse Kerk, Bonifatius­ kerk, Remonstrantse Kerk aan de Cornelis de Wittstraat, Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Singel, Lutherse Kerk aan de Vriesestraat en de Oud-Katholieke Kerk (Maria Maior) aan de Voorstraat Noord. De bouwkundige conditie van deze kerken staat buiten kijf. Maar ook de overige zestig

Steenhouwers rusten uit tijdens de restauratie van de Grote Kerk. Opname omstreeks 1905.

28 DiEP #11 / 2009

tot zeventig kerkgebouwen op het Eiland van Dordrecht verkeren in een behoorlijke staat, meent onderzoeker Peter Dillingh. „Er is geen sprake van een acuut probleem. Er zijn ook geen dreigende sluitingen.” In zijn ogen telt Dordrecht nog enkele bijzonder fraaie kerkgebouwen. De Grote of Onze-Lieve-Vrouwkerk beschouwt hij als een symbool en hét herkenningspunt van de stad, ‘misschien wel juist dankzij die scheve toren.’ Maar de allermooiste kerk is volgens hem een andere. Het is de Wilheminakerk, waar hij een deel van zijn leven en vrije tijd aan wijdt. „In zijn ontwerp, de ronde plattegrond, wordt mijn visie op het kerkzijn het beste uitgedrukt. De gemeente schaart zich hier letterlijk rond het Woord.” Voor Andries Lugten is de mooiste kerk nog een droombeeld. Hij dicht de Waalse kerk, naast de binnenstadse Albert Heijn, daarin een plaats toe. „Weg met die vreselijke winkel,” roept hij op. „Maak van het kerkje weer een echte bezinnings- en ontmoetingsruimte. Geef het de kerkelijke functie terug. Een stille plek in het drukste deel van Dordts centrum. De stad heeft het nodig.”


varia regio Nieuws uit de Nieuwstad

Historisch InformatiePunt Liesveld feestelijk geopend

Gorinchem had tot het laatste kwart van de 16e eeuw een stadsmuur. Vanwege de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), met verbeterde belegeringstactieken en modernere wapens, was het nodig nieuwe verdedigingswerken rond de stad aan te leggen. Dat gebeurde en in 1590 gaf het stadsbestuur kavels bouwgrond uit in het nieuwe gedeelte: de Nieuwstad. Momenteel verandert deze plek in de Nieuwstad opnieuw: op de plaats van een voormalige bierbrouwerij worden

Wie waren mijn voor-

Willem III

appartementen gebouwd. Bij archeologisch onderzoek ­werden muren, vloertjes, gootjes, afval­kuilen

ouders? Hoe

en twee beerputten zichtbaar. De kleine beerput bevatte onder meer een bijna compleet majolica

zag mijn

bord (majolica is de voorganger van Delfts blauw) uit de 17e eeuw. De grote beerput was de hele

straat er

18e eeuw in gebruik en bevatte veel fragmenten van borden, glas, wijnflessen, porselein, ­klei­-

vroeger uit?

pijpen, leerfragmenten, botten, oesters en een zakhorloge. Een mooie vondst is een faience bord

Wat stond

(= Delfts blauw, moest op porselein lijken) met de afbeelding van koning-stadhouder Willem III.

er vroeger in de kranten?

Unieke aanwinst gunt Zwijndrecht blik in de 18e eeuw

Voor al deze vragen kunnen inwoners uit Liesveld sinds kort terecht bij Historisch

Prent van Van Ollefen uit 1793.

Een tegeltableau met daarop een afbeelding van Zwijndrecht in de

InformatiePunt Liesveld (HIP).

18e eeuw. Dat was voldoende om het bestuur van de Historische

Het HIP is dé plek voor stam-

Vereniging Zwijndrecht in vervoering te brengen en stappen te

boomonderzoek, boeken en tijd-

ondernemen om het 12.000 euro kostende voorwerp aan te schaf-

schriften over de geschiedenis

fen. Dit lukte met hulp van het Prins Bernhard Cultuurfonds , de

van Liesveld en voor het digitaal

gemeente Zwijndrecht en een aantal privé-sponsors. Bijzonder is

zoeken in kranten en archieven.

dat het na al die tijd nog behoorlijk gaaf is. Het tableau verbeeldt

Zijn in het Historisch Informatie-

een deel van de Zwijndrechtse oever, met centraal de scheepswerf

Punt de eerste stappen in het

van Van der Pijpen die destijds gevestigd was naast het huidige

verleden gezet en wilt u dieper

Maasplein. Later zaten daar scheepswerf Visser en vanaf 1884

graven? Dan is Erfgoedcentrum

scheepswerf Gebroeders Kooiman. De afbeelding is terug te

DiEP in Dordrecht het juiste

­vinden in het bekende prentje van Zwijndrecht uit De Stads- en

adres voor het raadplegen

Dorpsbeschrijver van Van Ollefen uit 1793. Het tableau is te zien in Oudheidkamer De Vergulde

van de originele bronnen en

Swaen aan de Rotterdamseweg 53-55 in Zwijndrecht. Elke woensdag en zaterdag van 10.00 tot

archieven.

16.00 uur geopend en zondag van 14.00 tot 17.00 uur. Of op afspraak.

Het Historisch InformatiePunt organiseert ook activiteiten.

Dvd’s over Lips en de kabelfabriek Alblasserdam

Zo zijn er regelmatig lezingen, cursussen en workshops. En voor vragen over stamboom-

Erfgoedcentrum DiEP heeft een aantal dvd’s uitgebracht naar aanleiding van het verhalenproject

onderzoek bent u elke eerste

‘DiEP in de Drecht­steden’. In het kader van dit verhalenproject heeft DiEP het afgelopen jaar drie

maandagavond van de maand

succesvolle theatervoorstellingen ­georganiseerd: Lips Ontsloten over de Dordtse Sloten- en

van harte welkom op het

Brandkastenfabriek Lips, Hart van Staal over de Neder­landsche Kabelfabriek Alblasserdam en

spreekuur genealogie.

Door Schepen Gegrepen over scheepswerf Jonker en Stans in Hendrik-Ido-Ambacht. Voor ‘DiEP

HIP Liesveld is een samenwer-

in de Drechtsteden’ worden verhalen verzameld en vastgelegd over de zes Drechtgemeenten.

king tussen bibliotheek Liesveld,

Die worden verwerkt in een theatervoorstelling en indien mogelijk, op locatie opgevoerd. Als

Erfgoedcentrum DiEP en

rode draad door de zes verschillende voorstellingen loopt het thema naoorlogse industrialisering.

Historische Kring Nieuwpoort

Erfgoedcentrum DiEP kreeg veel verzoeken of de theatervoorstellingen op dvd te verkrijgen

en is gevestigd in bibliotheek

waren. Ook was er veel vraag naar de films die ná de theatervoorstellingen werden vertoond.

Liesveld in Groot-Ammers

Daarom is besloten om van zowel Lips Ontsloten als Hart van Staal een dvd uit te brengen,

(Margrietstraat 15-17).

­inclusief de vertoonde films. De dvd’s zijn te bestellen via activiteitendiep@dordrecht.nl of

Kijkt u voor meer informatie op

078-649 23 11. De kosten bedragen e 10,- (incl. verzendkosten).

www.erfgoedcentrumdiep.nl of

Kijk voor meer informatie over de films op www.erfgoedcentrumdiep@dordrecht.nl.

www.bibliotheeknetwerkzhzo.nl.

#11 / 2009 DiEP 29


achter de gevel van de H. Maria Maior, de oud de H. Maria Maior, de oud katholieke kerk aan de Voorstraat 120 Een druilerige vrijdagmorgen kan zomaar een zonnige gloed krijgen door een goed gesprek én een ­bezoek aan één van de parels van Dordrecht... Met Piet Almekinders, naar eigen zeggen zij-instromer van de oud­katholieke kerk, praten we uit­gebreid over het oudkatholieke geloof en het prachtige kerkge­ bouw. Hij is kerkrentmeester en mede­oprichter van de Stichting Vrienden van de Oud-Katholieke Kerk.

Op de Voorstraat Noord staat achter een hek, iets van de straat, de neoclassicistische voorgevel van het kerkgebouw. Het gebouw is, samen met de naastgelegen pastoorswoning, ontworpen door stadsbouwmeester G.N. Itz en kwam gereed in 1843. Zowel aan het exterieur als in het interieur is te zien dat de stadsbouwmeester zich goed wist in te leven in de wensen van de opdrachtgever. In het lichte interieur met hoge stalramen zijn veel monumentale stukken te vinden. Zoals de eikenhouten preekstoel uit 1747 met in reliëf de bisschoppen Willibrord en Bonifatius en de communiebank uit 1742 met het laatste Avondmaal. Op het altaar uit 1843 van L. van der Steen staat een houten tabernakel uit 1760 omgeven door engelen die geloof, hoop en liefde verbeelden. Boven het altaar bevindt zich in een driehoek – symbool van de drie-eenheid – het ‘alziend oog’ van God, omgeven door een stralenkrans en vier engelenkopjes.

30 DiEP #11 / 2009

Het Kamorgel


katholieke kerk aan de Voorstraat 120

Iris van Knapen Conny Nes

Het alziend oog

Het doopvont staat symbolisch bij de ingang van de kerk: een pas gedoopte kan de kerk gereinigd betreden. Het zogenoemde Kam-orgel is terug van weggeweest. Het is gebouwd door Kam en Van der Meulen en in 1844 ingewijd. In 1937 is het orgel, zonder het front, verkocht aan de Hervormde Gemeente van Gieterveen. In 1984 kocht de kerkgemeente het orgel terug en nu is het gerestaureerd teruggeplaatst. Het oudkatholieke geloof ontstond na de reformatie. In de 17e en 18e eeuw was het katholicisme officieel niet toegestaan in Nederland, het werd gedoogd. Zo ontstonden de schuilkerken, die vanaf de openbare weg niet zichtbaar mochten zijn. De paus beschouwde Nederland in die tijd als een missiegebied, omdat het officiële rooms-katholieke leven behoorlijk ontregeld was. Een minderheid van de Nederlandse katholieken was het hier niet mee eens en zorgde ervoor dat de vacante bisschopszetels werden ingenomen.

Tot op de dag van vandaag kiezen de oudkatholieken hun eigen bisschoppen. Deze functioneren geheel apart van de bisschoppen van de kerk van Rome. De oudkatholieke kerk is internationaal verbonden met andere oudkatholieke kerken en met de anglicaanse en episcopaalse kerken. Binnen de moderne opvattingen van de oudkatholieke kerk bestaat geen celibaat en het priesterambt is opengesteld voor vrouwen. Ook homoseksuele relaties kunnen worden ingezegend, al is het dan niet met het huwelijkssacrament. Alle katholieke sacramenten, zoals doop, huwelijk en ziekenzalving, vinden op traditionele wijze plaats. Voor Piet gaat er grote aantrekkingskracht uit van de kerkelijke kalender. „Bij elk seizoen horen speciale vieringen die je samen beleeft. Hierdoor ben je je veel bewuster van de jaarcyclus. En het grote verschil met de Kerk van Rome is vrijheid,” zegt Piet „Vrijheid om het eigen geweten te vormen en te laten spreken tegenover God.”

Altaar uit 1843

H. Maria Maior

De Stichting Vrienden van de Oud-Katholieke kerk van Dordrecht is nog op zoek naar sponsors voor de uitgave van een fraai geïllustreerd boek waarin de geschiedenis van de kerk in Dordrecht is opgeschreven door de oud-pastoor Spaans.

Het doopvont

Elke zondag vindt om 10.30 uur een dienst plaats. De kerk is verder open op Open Monumentendagen en tijdens Kunstrondje Dordt elke eerste zondag van de maand.

Het kerkinterieur

#11 / 2009 DiEP 31


Henk ’t Jong

In 2006 werden op het terrein van het toekom­ stige Gezondheidspark ondermeer de middel­ eeuwse resten van een netjes afgevlakt toren­fundament terug­ gevonden.Dit moest wel op een kerk wijzen, maar van welk dorp was deze kerk? Want na de over­ stromingen als gevolg van de St. Elisabethsvloed in 1421, was niet meer precies bekend waar welk dorp had gelegen.

Dordrecht na 1421, een reconstructiekaart van N. Dierts uit 1565.

Wolbrandskerke teruggevonden? Al snel kwam in de discussie de naam Wolbrandskerke bovendrijven en die naam bleef hangen. Dit was één van de dorpen in de voormalige Tieselenswaard, een zelf­standig waterschapje in het uiterste noordwesten van de Grote Waard, even ten zuiden van Dordrecht. Over dit dorp is niet veel bekend, behalve dat het, net als het eerder teruggevonden Erkentrudenkerke, aan de daar stromende Dubbel lag. De twee dorpen zouden niet al te ver van elkaar hebben gelegen, alleen aan verschillende oevers. Maar is dat wel zo? Oudere schrijvers die zich met de Elisabethsvloed en haar oorzaken hebben beziggehouden – en die waren er al in de 17e eeuw – hebben altijd aangenomen dat Wolbrandskerke in het ambacht1 Nesse lag. Dat feit wordt echter nergens in de bronnen vermeld. Integendeel. Het grafelijke leenregister zegt met zoveel woorden: Een derde van de tiende in Wolbrandskerke, in het 32 DiEP #11 / 2009

ambacht van Nicolaas Oem (1347) op Dubbeldam (1388) in de Tieselenswaard.2 Hieruit blijkt dat het dorp Wolbrandskerke in het ambacht Dubbeldam ligt. Wel moet het vlak naast Nesse gelegen hebben, want in diezelfde registers staat:

…‘t ambocht dat men heet de Nesse dat leget in Thiesselins Waert, van Wollebrants Kerke opwaert thot Heeren Ghenemans polre ende aen die visscheryen die totten ambochte voorseyt toebehoren, die gelegen syn van Heeren Ghenemans Polre westwaerts tot der Heeren


visscheryen van S. Pieters t’Utrecht in den Dubbel.3 Hier staat dus niet dat Wolbrandskerke in Nesse ligt, maar dat het ambacht zich vanaf daar uitstrekt langs de Dubbel naar (Heer Genemans) Polre; het meest oostelijke ambacht in de Tieselenswaard. De vraag blijft nu of de in 2006 opgegraven delen van een dorp in het ambacht Dubbeldam lagen, of dat het daar inderdaad Nesse was. Een probleem is dat we niet precies weten hoe groot die verdronken ambachten waren. We kunnen dus geen oppervlaktematen afpassen op de inmiddels via boringen bekende kaart van de Tieselenswaard (zie afbeelding). We weten waar de Maas (het Oude Maasje), de zuidelijke grens, liep en hoe de Dubbel, de noord-oostgrens, zich daar ongeveer van afsplitste en waar deze in de huidige Oude Maas uitmondde. Daar werd even vóór 1282 de Dubbeldam gelegd, ongeveer op de plaats waar nu het benzinestation onder de oprit van de Zwijndrechtse brug staat. Negentiende-eeuwse schrijvers hebben beweerd dat het ambacht Dubbeldam, dat bij deze dam ontstond, niet meer dan een stuk dijk met het aanpalende land was. Het is echter de vraag of een invloedrijk heer als Claes Oem, één van de eerste leenmannen, met zo weinig tevreden was geweest. Het lijkt waarschijnlijker dat het ambacht zich langs beide zijden van de Dubbel, tot onder de muren van Dordrecht uitstrekte en aansloot bij de Thure, die waarschijnlijk de grens tussen dat ambacht en Tolloisen vormde.

Op zoek naar de tijd Deborah Paalman Heeft u het al gezien? Op de grote parkeerplaats van het Albert ­Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht en op de opgravingslocatie (Amnesty Internationalweg) hangen sinds begin dit jaar prachtige illustraties van de in 2006 opgegraven kerk die mogelijk (hoewel…?) van Wolbrandskerke was. De afbeelding toont de zomer van 1421, maar boven het zorgeloze dorp pakken zich donkere wolken samen: de St. Elisabethsvloed is op komst… We weten alleen nog lang niet alles van dit dorp. In april beginnen dan ook nieuwe opgravingen op het Gezondheidspark. Opnieuw worden middeleeuwse graven verwacht. Het onderzoek achter de schermen staat evenmin stil. Diverse dateringsonderzoeken zijn uitgevoerd, gebaseerd op verschillende methoden: dendrochronologie, OSL en 14C (AMS). Dendrochronologie dateert hout met behulp van jaarringpatronen. In onze klimaatstreken leggen bomen elk jaar tussen maart en oktober een nieuwe houtring aan onder de bast. De breedte van deze ‘jaarringen’ kan variëren: zijn de omstandigheden gunstig, dan vormt de boom een brede jaarring, bij ongunstige omstandigheden een smalle. De afwisselend smalle en brede ringen vormen samen een archief van de jaarlijkse groeiomstandigheden. Om een stuk archeologisch hout te dateren worden de jaarringpatronen vergeleken met bekende groeikalenders van bomen in veel gebieden van Europa. Deze ‘standaardkalenders’ omvatten duizenden jaren. Als ook de laatst gevormde ring – die direct onder de boomschors zat toen de boom werd omgehakt – in het houten object aanwezig is, is exact te bepalen in welk jaar de boom is gekapt. Optisch gestimuleerde luminescentie (OSL) datering bepaalt het moment van afzetting en begraving van zand- of siltkorrels. De methode is toepasbaar voor sedimenten van enkele jaren oud tot ongeveer 150.000 jaar. Het maakt gebruik van een klein lichtsignaaltje dat kwartskorrels

Cruyskerke?

– aanwezig in sommige sedimenten en potscherven – kunnen uitzenden.

De enige andere mogelijkheid die overblijft is het geheimzinnige Cruyskerke. In het verleden is er een hele controverse ontstaan over dit dorp. Er zijn aanhangers van de theorie dat Cruyskerke een andere naam was voor Erkentrudenkerke in Tolloisen, anderen denken hetzelfde over Wolbrandskerke. De vraag is natuurlijk waarom een dorp onder twee namen bekend zou staan. Waarom zou het geen zelfstandig dorp kunnen zijn? Trouwens: 16e eeuwse bronnen vermelden dat er in het verdronken gebied gevist werd i n het gebied waar zowel Cruyskerke als Wolbrandskerke hadden gelegen: twee aparte dorpen dus.4 Over Cruyskerke weten we ook dat het een zelfstandig ambacht was dat oorspronkelijk aan de heren van de Merwede hoorde: ...in het ambacht van de leenman ten Kruise in de Nesse.5 De leenman was Jan Zegersz., dezelfde die in de vroege 14e eeuw Nesse in leen had van de graaf.

Dit licht (luminescentiesignaal) wordt op nul gesteld (gebleekt) zodra het sediment in aanraking komt met zonlicht. Na afzetting en begraving van de korrels bouwt het signaal op doordat de korrels natuurlijke achtergrondstraling absorberen uit hun directe omgeving. Het luminiscentie­ signaal is te meten: hoe sterker het is, hoe langer het sediment al geen zonlicht meer heeft gezien en dus hoe ouder het is. Meer bekend is de reguliere ‘C14-methode’ en de 14C-AMS-methode. In de natuur komen radioactieve koolstofisotopen voor. Die worden continu geproduceerd in de atmosfeer door kernreacties van neutronen met stikstof. Doordat planten 14C opnemen uit de atmosfeer, komt het ook in mensen en dieren terecht. Maar zodra het organisme sterft, houdt de uitwisseling van 14C met de omgeving op. Wat rest is het radioactieve verval en daarvan is bekend dat het 5730 jaar duurt voordat het verval in een organisme op de helft is. Als je vervolgens weet hoeveel het resterende 14C-gehalte in het organisme nog is, kun je de ouderdom ervan bepalen (reguliere 14C-methode). De 14C-AMS-methode werkt ook met koolstofisotopen, maar is niet van het radioactieve verval afhankelijk. Het meet direct de 14C-concentratie in het monster. Daarnaast heeft de 14C-AMS-methode als voordeel dat slechts heel weinig monstermateriaal nodig is en dat de meetduur veel korter is. Ook kleine monsters zijn daarmee geschikt geworden voor 14C-datering, zoals houtskoolfragmenten,

#11 / 2009 DiEP 33


zaden, pollen, macrofossielen, aankoeksels op potten en (gecremeerde)

Er zijn twee mogelijkheden: Cruyskerke was een echt ambacht dat aansloot bij Nesse, of het was een tamelijk laat ontstaan dorp aan de Dubbel in Nesse. Het wordt namelijk pas in de tweede helft van de 14e eeuw genoemd. Interessant is de vraag of dit ‘late dorp’ zou kunnen aansluiten bij de tweede opbouwfase van het opgegraven dorp: uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het gevonden dorp twee opbouwfasen kende. Gezien de voorlopige dateringen (zie inzet) zou het één met het ander verband kunnen houden.

botten. De Dubbel. De dateringsonderzoeken leverden al enkele resultaten op. Op grond van 7 dendromonsters bleek de kapdatum van het eikenhout uit het dak van de kerktoren1 te dateren in het tweede kwart van de 14e eeuw, vermoedelijk ergens tussen 1320 en 1340. Voor OSL-dateringen werden grondmonsters van de binnenste/oudste en buitenste/jongste fase van een opgegraven dijkje2 opgestuurd naar Engeland (Oxford). Maar de resultaten zijn vreemd: de dateringen pakken veel vroeger uit dan verwacht. De verwachting is dat de dijk rond 12001300 is opgeworpen, tegelijkertijd met de ontginning van het gebied en het ontstaan van ‘de terp Wolbrandskerke’. Aangenomen wordt dat de vervaardiging van de dijk vóór de afdamming van het Oude Maasje

De opgegraven kerk met zijn kerkhof ligt in elk geval op de zuidelijke oever van de Dubbel. Dat klopt zowel voor Wolbrandskerke als voor Cruyskerke, maar ondanks dat nu niet precies bekend meer is waar de scheidslijn tussen de ambachten Dubbeldam en Nesse liep, valt de opgegraven kerk waarschijnlijk toch in het gebied dat traditioneel aan Nesse wordt toegeschreven. Wolbrandskerke lag, zoals we zagen, niet in Nesse, maar aan het oostelijke eind van het ambacht Dubbeldam en moet dus westelijker gelegen hebben. Misschien is het gevonden dorp dus wèl Cruyskerke en hebben de archeologen eindelijk de kerk, die ‘ten Brunen Cruce’ genoemd werd, gevonden.

1

(1230-1270) heeft plaatsgevonden, omdat de Dubbel daarna geen water meer kreeg en overstromingen waarschijnlijk niet meer frequent voorkwamen. Maar waarom vallen de dateringen veel vroeger? Mogelijk heeft het gedateerde sediment tijdens het steken van de kleiplaggen voor de dijk geen daglicht gezien, waardoor het luminescentiesignaal niet op nul is gezet. De dateringen geven dan niet aan wanneer de klei is verwerkt in de dijk, maar wanneer deze door de rivier de Dubbel werd afgezet. Dat was waarschijnlijk ergens tussen 400 en 800 na Chr. Daarmee weten we dus wel iets over wanneer de rivier de Dubbel actief was, maar helaas niet over de dijk.

Een ambacht is een stuk land dat via een belening

door de leenheer, in bezit was van een heer en waarin meestal wel een dorp lag waar de lokale

Fase 2 van Wolbrandskerke, tot ca. 1425.

parochiekerk stond. Ambacht en dorp heetten meestal niet hetzelfde, maar af en toe wel.

Wel weten we inmiddels dat het dorp een eerste en een tweede opbouw-

Leen- en Rekenkamer 50, f 230, nr 1529, zie:

fase kende. OSL-dateringen van de bovenste lagen van de terp, eveneens

J.C. Kort, ‘Repertorium op de grafelijke lenen in

opgestuurd naar Engeland (Liverpool), lijken namelijk wel te kloppen. Ze

de Grote of Zuidhollandse Waard (1276-1650)’,

geven een datering van rond 1275 na Chr. Het geeft de start van de

Ons Voorgeslacht 51 (1996) 237.

tweede fase weer. De dendrodateringen bevestigen dit. De start van de

2

3

LRK 22, f 11, nr 59., 24.3.1319; zie ook: F. van Mieris,

eerste fase kon dus helaas nog niet worden gedateerd. Misschien als de

Groot charterboek der graaven van Holland, van

14C-AMS dateringen terug zijn, naar verwachting eind april. Daarvoor

Zeeland en heren van Vriesland…, 2 (Leiden 1754)

werden enkele stukjes dierlijk- en wat menselijk bot uit de onderste en

194, 22.3.1318.

bovenste lagen van het kerkhof opgestuurd naar een laboratorium in

4

Rentmeestersrekening Zuid-Holland, 1535,

Groningen.

­geciteerd in J.H. Hingman, De Maas en de dijken van den Zuid-Hollandschen Waard in 1421

De vraag blijft daarnaast vooral: wat weten we eigenlijk uit originele

­(‘s-Gravenhage 1885) 25-26.

(primaire) bronnen over dit dorp? Aan dat archiefonderzoek wordt

5

J.C. Kort, ‘Repertorium op de lenen van de

Merwede, 1319-1801’, Ons Voorgeslacht 33 (1978) 17.

34 DiEP #11 / 2009

momenteel hard gewerkt. 1

DiEP Magazine 8, p. 5. / 2 DiEP Magazine 8, p. 4.


top 10

Door Lisa Traarbach

Verboden! De overheid bemoeit zich te veel met de burger, horen we tegenwoordig vaak zeggen. Je mag nergens meer roken en op steeds meer gebieden word je op je vingers gekeken. We leven wat dit betreft toch niet in een uitzonder­ lijke tijd, want verboden zijn van alle tijden. Deze keer een top 10 met strikte verboden waar Dordtenaren zich aan dienden te onderwerpen.

1

3

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vlagvertoon ten

Op pagina 24 en 25 kunt

­gunste van Oranje niet op prijs gesteld. Op 2 augustus 1940

u lezen hoe de Joodse

wordt een officieel verbod uitgevaardigd tegen Oranje­

gemeenschap ten gevolge

gezinde herdenkingen. Elke soort betoging of herdenking

van de Tweede Wereld­

werd verboden: ‘Als betoogingen tegen de bezettingsmacht

oorlog uit Dordrecht

zijn ook te beschouwen demonstraties voor de Koningin of

­verdween, zoals ook

andere leden van het Huis van Oranje, dat den oorlog tegen

in zoveel andere

het Grootduitsche Rijk volhardend voortzet. Het bevestigen

Nederlandse steden.

en dragen van kenteeken, bloemen, kleuren of andere voor-

De foto’s van ‘Verboden

werpen, welke een

voor Joden’ - borden bij openbare ruimten en gebouwen in

gehechtheid aan het

Dordrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog herinneren ieder-

Huis van Oranje uit­

een aan deze zwarte periode uit de Dordtse geschiedenis.

drukken, kan evenmin geduld worden als het

4

uitsteken van vlaggen of het aanbrengen van andere versieringen aan gebouwen ter eere van een lid van het Huis van Oranje.’

2 Aan het begin van de 19e eeuw liepen er kennelijk veel gevaarlijke honden rond in Dordrecht. Dat was de gemeente een doorn in het oog. Op 1 augustus 1803 werd een ver­ ordening uitgevaardigd: ‘Dat alle groote honden, het zy

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was enige Oranjegezindheid

Bullen, Doggen, Brakken, alle bastaarden of zoogenaamde

streng verboden. 150 jaar eerder tijdens de Franse overheer-

Keeshonden, en alle andere groote honden, zonder uit­

sing ging het er net zo aan toe. Ondanks dat de stad in 1795

zondering, voortaan desdaags zullen moeten worden

‘de burgers en ingezetenen de zoete vrugten eener volkome

gemuilband, zoodanig dat dezelve daar door verhinderd

vryheid hoe langer hoe meer deed smaken’, zoals ze zelf

worden eenige schaade te kunnen toebrengen.’ Liep zo’n

­zeiden, waren er nog veel ‘kwaadwillende’ personen die

hond toch zonder muilkorf rond, dan mocht hij gedood

onrust veroorzaakten. Ze hadden opruiende praatjes en

­worden.

­strooiden valse geruchten uit. Hen werd op 4 februari 1795 het volgende uitdrukkelijk verboden: ‘het houden van oproerige gesprekken, zamenrottingen, het zingen van Oranje-deuntjes of het dragen van Oranje-leuzen’. De straf loog er niet om: ‘Mogt iemand zig schuldig maken aan een der bovenstaande misdadigheden, dan zullen ze voor verstoorders der Algemene Rust aan gezien worden en als de zodanigen arbitrairlyk, ja zelfs na bevind van zaken aan den lyve of met de dood te worden gestraft.’

#11 / 2009 DiEP 35


top 10 verboden! 5

8 Een rookverbod iets van deze tijd? Een verbod van 21 juli 1726 verbiedt het roken van tabak ­tijdens het werk: ‘Dat van nu

De dagen na de watersnoodramp in 1953 verliepen voor alle

voortaan geen arbeyders ofte

getroffen gebieden in Zeeland en Zuid-Holland chaotisch.

ambagtluden, het zy baasen,

Om de hulpdiensten en andere instanties hun werk volledig

knegts, jongens, voerluyden en andere stalbedienden eenige

te kunnen laten doen, vaardigt de gemeente Giessendam

tabak sullen mogen rooken op poene [boete] voor de eerste-

op 11 februari 1953 een verbod uit: ‘Verordening op het

maal van dertig stuyvers en voor de tweedemaal met datelijke

zich bevinden in het overstroomde gedeelte der gemeente

ontsegging van deze stadt.’ De gezondheid van de inwoners

Giessendam, alsmede in het drooglopende gedeelde van

was niet het voornaamste doel, het ging vooral ‘omme de

het uitbreidingsplan ten Noorden van de spoorlijn.’ Alleen

zwaare ongelukken die door onagtsaamheyd van het vuur

met een schriftelijke vergunning van burgemeester mocht

daar uyt kunnen resulteren’.

het rampgebied worden betreden.

9

6

De jeugd veroorzaakte aan Afgelopen jaarwisseling

het eind van de 18e eeuw

gingen er stemmen op

in Dordrecht veel overlast.

om het afsteken van vuur-

Er waren veel klachten over

werk door particulieren te

‘de ondeugd van de jeugd,

verbieden. In de 18e eeuw

de attrompementen des

kon het hele jaar door

zondags op veele publicque

vuurwerk worden afge­ stoken, tot ergernis van

plaatsen als­meede het speelen den dobbelen op weegen.’ Vooral kerken hadden last

velen. Op 29 september 1770 werd een verordening uit­

van overlast tijdens zondagsdiensten. Er kwam een verbod op

gevaardigd die het afsteken van vuurwerk en stinkpotten

het spelen van ‘allerlei soorten van speelen ofte eenig gedruis

verbood op bepaalde dagen van het jaar, want het leidde

te maken omtrend de kerken. En gelyk [een verbod] op allerlei

tot ‘groote overlast en schade der buuren en buurhuizen’.

soorten van speelen om geld en wel byzonder met kaarten

Alleen met speciale toestemming mocht je nog op bepaalde

en dobbelsteenen, aangezien dit alles niet anders kan ver-

plekken van vuurwerk genieten.

strekken dan tot de schade en ondergang van huis­gezinnen.’ Tevens: ‘dat ook niemand zijn evenmensch zal mogen

7

naschreeuwen of beledigen, noch aan eenige huizen ­baldadigheeden zal pleegen, niet zal mogen gooijen met

De kunsten van Uri Geller en vakgenoten zijn momenteel mateloos populair. Niemand is bang voor de schadelijke gevolgen van dergelijke praktijken. In de jaren twintig van

­steenen of eenig vuil ook niet schieten door rieten pypjes.’

10

de 20e eeuw was er echter een landelijk: ‘Comité tot het ­ver­krijgen van een verbodsbepaling tegen hypnotische

De Tuchtunie in de 20e eeuw liet zich ook

demonstraties’. Men was bang voor fysieke nadeligheid

niet onbetuigd om de vermeende tuchte-

door onkunde van de hypnotiserende podium-artiest. Ook

loosheid van jongeren te beteugelen.

vreesde men gevaarlijke amateur-hypnose-praktijken bij de

Enkele wenken uit 1917 voor ouders van

mensen thuis. Het comité stelde voor om ‘het brengen in

jongeren die zich dreigden over te geven

hypnotische toestand’ en ‘het door middel van hypnose of

aan baldadigheid en straatschenderij:

suggestie ondergeschikt maken van iemands wilsverrichtin-

‘Verbiedt hen te vloeken, alcohol te

gen aan den wil van een ander’, aan banden te leggen;

gebruiken, te rooken, slechte zedebeder-

­overigens zonder resultaat.

vende tooneel- en bioscoopvoorstellingen te bezoeken en onzedelijke boeken te lezen. Houdt hen van de straat, vooral op die uren bij duisternis en ontijde, waarin de gelegenheid en de verleiding tot onzedelijkheid, diefstal en andere misdrijven en vergrijpen het grootste zijn. Geeft uwen kinderen voortdurend bezigheid; zendt hen voor ontspanning zoo gelijk naar speelterreinen, sportvelden, leeszalen, enz. Ledigheid is des duivels oorkussen!’

36 DiEP #11 / 2009


boeken

Jan Alleblas

Jan Alleblas, bibliothecaris van Erfgoedcentrum DiEP, signaleert nieuw verschenen boeken over de geschiedenis van Dordrecht en de regio.

In 1998 verscheen het twee-

­lotgevallen gedurende de oorlog en de watersnoodramp

de deel van het driedelige

en de andere Dordtse halteplaatsen passeren kort de revue.

standaardwerk

Ten slotte wordt stil gestaan bij de recente plannen voor de

Geschiedenis van

Stedenbaan. Het zoals gebruikelijk weer fraai geïllustreerde

Dordrecht. Dat deel behan-

boekje is te koop in de boekwinkel en bij Erfgoedcentrum

delt de periode 1572-1813

DiEP voor e 2,95.

en een van de onderdelen is de demografische ontwikkeling van de stad. Een groep

Vrijwel onopgemerkt door

vrijwilligers werkte daarvoor

buitenstaanders (de

alle doop-, trouw- en

gemeente­leden kregen elk

begraafboeken in het

een exemplaar) verscheen in

Stadsarchief door. Niet alle

november 2008 een aardig

verzamelde gegevens kon-

boekje ter gelegenheid van

den in de Geschiedenis van

het vijftigjarig bestaan van

Dordrecht worden opgeno-

de Petruskapel. Kerk op de

men. Besloten werd daarom ze in een aparte uitgave te bun-

Staart: 50 jaar Petruskapel

delen en zo kon, tien jaar na publicatie van het hoofdwerk,

Dordrecht 1958-2008 is de titel

eind vorig jaar Van de wieg tot het graf: statistische reeksen

en Peter Dillingh de deskundi-

voor de demografie van Dordrecht 1574-1811 verschijnen als

ge auteur. Hij beschrijft hierin

tweede deel van de serie Dordtse Bronnen, een initiatief van

dat de hervormden tussen

Erfgoedcentrum DiEP en de historische vereniging Oud-

1924 en 1949 op de Staart

Dordrecht. Dr. Hubert Nusteling en zijn mede-auteurs Emile

kerkten in het voormalige

Havers en Th. van der Weegen zorgden er zo voor dat

gymlokaal van de Marine-machinistenschool aan de

Dordrecht nu beschikt over een van de best toegankelijke

Maasstraat en toen de Noorderkerk aan de Noordendijk

demografische tijdsreeksen van het land. Van de wieg tot het

betrokken. De gereformeerden moesten naar de Wilhelmina­

graf is aantrekkelijk geïllustreerd en fraai uitgegeven, maar

kerk maar konden vanaf 1956 terecht in de kantine van

laat zich door de vele statistische informatie niet gemakkelijk

Bakovenbouw Den Boer, tot dat op 23 december 1958 de

lezen. Het is te koop bij Erfgoedcentrum DiEP voor E 13,50.

Petruskapel aan het Plein 1940-1945 geopend werd. Het jaar daarop ging ook de Hervormde Gemeente van dit kerkje gebruik maken en vanaf 1974 hielden beide groeperingen, als

In de bekende serie Verhalen

een van de eerste Samen op Weg gemeenten, gezamenlijke

van Dordrecht verscheen

diensten. Sinds 2002 maakt de Petruskapel deel uit van de

alweer het veertiende deeltje.

protestantse wijkgemeente Wilhelminakerk, zo valt allemaal

Auteur Rita Heiden behandelt

te lezen in een door drukkerij RAD keurig verzorgde uitgave.

in Dordrecht op het spoor; de trein als motor voor de stad na eerst een stukje algemene

De actieve werkgroep

spoorweggeschiedenis, de

Het Nieuwe Werck werd in

geschiedenis van de spoor­

­september 2000 opgericht door

wegen op het Eiland van

drie Dordtse amateurhistorici

Dordrecht. De eerste spoorweg

die zich ten doel stellen de

van ons land, tussen

geschiedenis van de ongeveer

Amsterdam en Haarlem, werd

150 huizen in het gelijknamige

in september 1839 geopend.

zestiende-eeuwse stadsuit­

Maar Dordrecht moest nog tot oudejaarsdag 1871 op de trein

breidinggebied tussen Nieuwe

wachten. Pas toen was de Moerdijkbrug over het Hollands

Haven, Vlak, Oude Maas en

Diep, toen de langste spoorbrug van Europa, klaar.

Blauw­poortsplein te onder­

Ook de bouw van het station, de spoorwegstaking van 1903,

zoeken en in beeld te brengen.

ongevallen op het spoor, de Belgische vluchtelingen, de

Elk jaar verschijnen in dat kader #11 / 2009 DiEP 37


boeken wel enkele publicaties, waarbij het archiefonderzoek steeds

gebruik moeten zijn

door Angenetha Balm wordt uitgevoerd. Meestal gaat het

geweest, evenals vondsten

uiteraard om particuliere woonhuizen, maar de jongste

van keramiek en slacht­

­publicatie is gewijd aan een bijzonder bouwwerk: de

afval, die wijzen op

Blauwpoort. De eerste poort, waarschijnlijk nog niet veel

­bewoning in de buurt

meer dan een eenvoudige doorgang in de stadsmuur, dateert

van dit gebied dat als

uit 1586. In 1604 kwam er een echte poort, opgetrokken

­landbouwgrond in gebruik

uit blauwe steen. Die werd op zijn beurt rond 1672 weer

was. Tom Hos doet in

­vervangen door een dubbel particulier woonhuis met

Proefsleuvenonderzoek

­onderdoorgang, ook Blauwpoort genoemd. Balm beschrijft

Burgemeester Jaslaan /

in De Blauwpoort de geschiedenis van het pand en de vele

­terrein de Vlaming,

bewoners op de van haar bekende nauwgezette manier. De

­verschenen als deel 2

publicatie is niet in de handel maar in de archiefbibliotheek

van de serie Dordrecht

van Erfgoedcentrum DiEP in te zien.

ondergronds, verslag van dit onderzoek. Dat geldt ook voor De bewoningsgeschiedenis

Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Stichting

van het gebouw De

Boerderij en Erf Alblasserwaard – Vijfheerenlanden ver­-

Harmonie, Vest 73 te

scheen in december jongstleden het boek Boerenhofsteden

Dordrecht, eveneens van

­gaandeweg. Beeldend kunstenaar en fotograaf Evert van

de hand van Angenetha

Lopik ­fotografeerde hiervoor in 41 gemeenten in de

Balm en in dit geval

Alblasserwaard en Vijfheerenlanden boerderijen en het

opgesteld in opdracht

­boerenleven en freelance auteur en streekkenner Dick de

van de huidige

Jong schreef de teksten. Opvallend aan het boek is echter

bewoners. Dit herenhuis

dat de prachtige foto’s en op zich zeer informatieve teksten

werd gebouwd in 1832

geheel los van elkaar staan. Vrijwel nergens zegt de tekst

in opdracht van Albertus

iets over de afgebeelde boerderij; hoogstens over het dorp

Gips, telg uit een

waar hij staat. Dat mag toch op zijn minst merkwaardig

geslacht van scheeps-

genoemd worden. Maar een fraai en lezenswaardig boek

bouwers, en bood later

is het wel geworden. De publicatie is te koop voor e 14,95

naast particulieren ook

in de boekhandel, bij Museum de Koperen Knop of via

onderdak aan School

www.boerderijenerf.nl

Mühring, de plaatselijke afdeling van de Nederlandsche Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn en natuurlijk, tussen 1938 en 2001, de vereniging Dordrechtsch Harmoniekorps (later Drechtstad Harmonie), waaraan het gebouw de naam heeft ontleend. Sinds 2001 is het weer woonhuis en atelier. Ook deze publicatie is niet in de handel maar bij Erfgoedcentrum DiEP in te zien.

In opdracht van Roos Vastgoed BV en de Gemeente Dordrecht groef Bureau Monumentenzorg en Archeologie in december 2006 drie proefsleuven op het terrein van de Vlaming aan de Burgemeester Jaslaan in Dubbeldam. Uit eerder booronderzoek was gebleken dat de kans op het aantreffen van een ongeschonden middeleeuws landschap en sporen van menselijke bewoning in dit gebied, groot is. In de eerste proefsleuf werd een restgeul aangetroffen die beschoeid was met een rij houten paaltjes. In de tweede sleuf werd slechts een klei-op-veen landschap gevonden. De derde sleuf leverde de resten van drie sloten op, die in 1421 nog in

38 DiEP #11 / 2009


ingezonden

In februari 1664 ontving Johan de Witt een cadeau van zijn broer Cornelis. Het was een haas die Cornelis had geschoten. Dit slordig geschreven ­kattebelletje vergezelde het pakket. Deze autograaf was in het bezit van Simon van Gijn en bevindt zich nu in de Collectie van Handschriften van Erfgoedcentrum DiEP.

‘De Nederlandse Vereniging Vrienden van De Witt probeert de herinnering van deze twee markante Dordtse staatsmannen in leven te houden. Op zaterdag 21 maart was de vereniging met een Griekse delegatie op de Visbrug aanwezig om kransen te leggen bij het beeld van Johan en Cornelis de Witt. www.vriendenvandewitt.nl

#11 / 2009 DiEP 39


Expositie over 500 jaar Calvijn en het calvinisme. Van 8 mei t/m 31 oktober 2009 in de Grote Kerk van Dordrecht.

calvijndordrecht.nl 40 DiEP #11 / 2009

Diep Magazine no.11  

Cultuurhistorisch magazine voor de gemeente Dordrecht.

Diep Magazine no.11  

Cultuurhistorisch magazine voor de gemeente Dordrecht.

Advertisement