Issuu on Google+

Coping en complementaire zorg

Verzorgende IG: (Fase 3, Periode 9-10) WP. 1.1 Stelt het zorgplan op (D, H, J, K, M) WP.1.9 Verleent zorg en ondersteuning in ĂŠĂŠn specifieke branche (A, K, R) WP. 2.3 Begeleidt een zorgvrager op sociaal-maatschappelijk gebied (G,R) WP. 3.3 Stemt de zorgverlening af (E, Q, U) Verpleegkundige: (Fase 2, periode 9-10) WP. 1.5 Monitort de gezondheidstoestand op somatisch en psychosociaal gebied. WP. 1.7 Hanteert crisissituaties en onvoorziene situaties. Competenties: J, N, A, T, V,


Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Coping en complementaire zorg? ........................................................................................................... 4 Werkwijze tijdens het project ................................................................................................................. 6 Workshop ........................................................................................................................................ 6 Productverslag ................................................................................................................................. 6 Procesverslag................................................................................................................................... 6 Stap 1: Start van het project.................................................................................................................... 7 Stap 2: OriĂŤntatie .................................................................................................................................... 8 Stap 3:Workshop ................................................................................................................................... 11 Stap 4: Evaluatie .................................................................................................................................... 12 Groep ................................................................................................................................................. 12 Individueel ......................................................................................................................................... 12 Beoordeling ........................................................................................................................................... 13 Onderdeel A: Workshop ................................................................................................................ 13 Onderdeel B: Productverslag......................................................................................................... 13 Onderdeel C: Procesverslag........................................................................................................... 14 Bijlage 1: Het groepscontract ................................................................................................................ 15 Bijlage 2: Wekelijkse afsprakenlijst ....................................................................................................... 16

2|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Inleiding Dit is de handleiding van het project “Coping en Complementaire zorg”. In deze handleiding vind je alles wat je nodig hebt om aan dit project te werken zoals: Coping en complementaire zorg? Werkwijze tijdens het project. De planning van het project. Hoe word je project beoordeeld? Tiplijst voor literatuur en websites.

Tijdens het project zal je begeleid worden door een docent die beschikbaar is voor vragen en die jij en je groepje zal coachen zowel in de samenwerking als op de inhoud. Het project is volgens een stappenplan. Pas als je een stap hebt afgerond kun je met de volgende stap aan de slag. Hiervoor heb je goedkeuring nodig van jou begeleidend docent.

We wensen je leerzaam en leuk project toe.

3|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Coping en complementaire zorg? “Coping”: de manier waarop iemand omgaat met problemen en gebeurtenissen, alsmede omgaat met hevige gedachten of gevoelens. Zo kan iemand een actieve of passieve copingstijl hebben. Mensen met een actieve copingstijl hebben over het algemeen minder last van stress en beschikken over een betere geestelijke gezondheid. Complementaire zorg”: betekent letterlijk ‘aanvullende zorg’. Deze zorg komt dus niet in de plaats van de gangbare zorg maar vormt daarop een aanvulling. Veel mensen met bijvoorbeeld chronische pijn maken gebruik van “complementaire zorg” om met de pijn leren om te gaan (pijncoping). Voorbeelden zijn bidden, hoop of spirituele steun, alternatieve geneeswijzen. Coping kan zowel de pijn laten toenemen als afnemen: ●Een pijnafname kan veroorzaakt worden door stressvermindering, afleiding van pijn, de emotionele steun die spiritualiteit biedt en de sociale steun die er vaak aan gekoppeld is. Er is enig bewijs dat de mate van spiritualiteit verbonden is met de dichtheid van de serotonine receptoren en zo met stemming en pijn. ●Negatieve spirituele cognities zoals ‘God heeft me verlaten’ is gecorreleerd met pijn toename. Onder complementaire zorg wordt echter meer verstaan dan alleen een aanvulling op de gangbare zorg. Er zijn een aantal uitgangspunten te benoemen. In het verpleegkundige beroep is de term ‘complementaire zorg’ in 1996 in Nederland geïntroduceerd door Astrid Noorden die onderzoek deed naar het toepassen van deze zorgvormen door Nederlandse verpleegkundigen. Zij formuleerde een definitie van het begrip ‘complementaire zorg interventie’. Deze definitie wordt in Nederland veel gebruikt om het begrip ‘complementaire zorg’ helder te krijgen.

Uit deze definitie volgen de kenmerken van complementaire zorg: 1. Complementaire zorg speelt zich af binnen het zorgberoep. 2. Complementaire zorg stelt zich als doel het welbevinden van de zorgvrager te vergroten. 3. Uitgangspunt is het holistisch mensbeeld. 4. De interventies gebruiken stoffen uit de natuur en/ of gaan uit van het energetisch principe. 5. De interventies stimuleren het zelfhelend vermogen. 6. De kwaliteit van de aanwezigheid en aandacht van de zorgverlener spelen een belangrijke rol in de toegepaste interventies.

4|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


In de afgelopen jaren zijn er verschillende invloeden geweest die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van complementaire zorg. Er zijn verschillende inspiratiebronnen van verschillende herkomst. Een belangrijke inspiratiebron voor complementaire zorg zijn de alternatieve geneeswijzen. Maar ook de veranderde zelfzorg van mensen speelt een rol in het ontstaan en het waarderen van complementaire zorg. Andere invloeden zijn: de mind-bodybeweging, traditionele zelfzorggebruiken bij zorgvragers, integrative medicine. Daarnaast spelen ontwikkelingen in de gezondheidszorg en het zorgberoep een rol. Enkele bekende vormen van toepasbare complementaire zorg in de hulpverlening zijn: Massage: gezichtsmassage, voet- en hand-/armmassage en gehele lichaamsmassage. Werken met etherische oliĂŤn (aromatherapie). Ontspanning- en visualisatieoefeningen. Energetische benaderingen, zoals therapeutic touch (TT) en Reiki. Werken met kruiden (fytotherapie) bijv. bloesemtherapie. Werken met muziek (muziektherapie). Snoezelen. Creatieve therapie, imaginatie. Mindfullnestraining. VOOR EEN AANTAL TOEPASBARE VORMEN VAN COMPLEMENTAIRE ZORG HEB JE EEN OPLEIDING NODIG OM DEZE IN DE PRAKTIJK TE MOGEN BRENGEN .

5|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Werkwijze tijdens het project Dit project bestaat uit een groeps- en een individueel gedeelte. Beide tellen mee voor je eindcijfer. In de het beoordelingsdocument kun je zien voor welke onderdelen je als groep een beoordeling krijgt en voor welke onderdelen individueel. Workshop Groepen bestaan uit 4 of 5 mensen Als groep zijn jullie een patiëntenorganisatie. Je organiseert een workshop voor verpleegkundigen en verzorgende IG. De workshop is een scholing om te leren wat de relatie tussen coping, complementaire zorg, en alternatieve geneeswijze is. Productverslag Naast de workshop werk je als groep ook aan een verslag. Dit verslag bestaat uit verschillende onderdelen. Het project is opgezet uit verschillende stappen. Onder aan deze stappen staat tot welke producten deze stap leidt. Deze producten bundel je overzichtelijk samen. Deze producten samen zijn je verslag. Hieronder vind je een lijst wat van wat er allemaal in je productverslag moet zitten: De oriëntatie Literatuuronderzoek naar de doelgroepen Literatuuronderzoek naar complementaire zorg De uitgewerkte workshop Procesverslag Je werkt tijdens het project intensief samen in een groep. Ook samenwerken in een projectgroep is belangrijk voor je latere beroep. Daarom maakt dit onderdeel uit van je beoordeling. Je procesverslag bestaat uit de volgende onderdelen: Groepscontract (bijlage 1) (groep) Wekelijkse afsprakenlijsten (bijlage 2) (groep) Groepsevaluatie (groep) Leerdoel (individueel) Reflectie (individueel)

6|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Stap 1: Start van het project Je maakt als groep afspraken over hoe je gaat samenwerken. Dit doe je aan de hand van het groepscontract. (bijlage 1) Je werkt de afspraken uit en legt deze voor aan je begeleidende docent. Deze moet een “Go” geven voor dat je door mag naar Stap 2. Ook maak je een wekelijkse afsprakenlijst (bijlage2) Je verdeelt de volgende samenwerkingsrollen in de groep. Aan de hand van deze samenwerkingsrol werkt ieder groepslid een SMART-leerdoel uit dat je kunt toepassen in de samenwerking. Aan het eind van dit project reflecteer je op het leerdoel. Hieronder volgende samenwerkingsrollen die je kunt verdelen. Voorzitter (verplicht): De voorzitter houdt het overzicht over alles wat binnen het project gebeurd. Deze maakt de agenda’s voor de bijeenkomsten en houd de planning in de gaten zodat alles op tijd af is. De voorzitter fungeert dan ook als eerste aanspreekpersoon voor de begeleidende docent. Materiaalverzorger (verplicht): De materiaalverzorger zorgt er voor dat alle afspraken goed gebundeld worden. Hierbij hoort dus het notuleren tijdens de bijeenkomsten. Daarnaast verzorgt de materiaalverzorger ook het bundelen van alle documenten zodat dit er uit ziet als professionele eindproducten. Kwaliteitsbewaker: (verplicht)De kwaliteitsbewaker heeft als rol om kritisch te zijn op de producten die de groep maakt. Klopt het wel wat er staat? Is het theoretisch onderbouwt en zijn er bronvermeldingen. Coach: (verplicht)De Coach heeft als voornaamste taak om te letten op de samenwerking in de groep. Kan iedereen vooruit en is iedereen het eens met wat er besloten word in de groep. Je maakt als coach de sfeer in de groep bespreekbaar en wijst een groep er op als er niet serieus gewerkt word. Informant: (verplicht) De informant benut andere groepen om mee te denken over andere ideeën. Daarnaast legt de informant ook contacten met externe instanties en personen om informatie in te winnen over het onderwerp waar jullie voor gekozen hebben. De informant moet dus iemand zijn die hier zelf initiatief toe neemt en op deze manier zijn groep verder helpt in de uitwerking van het project.

Wat werk je uit bij stap 1: Groepscontract (hoort bij het procesverslag) Uitgewerkte leerdoelen (hoort bij het procesverslag) Je werkt gedurende het hele project iedere week de afsprakenlijst uit (bijlage 2) (hoort bij het procesverslag) Je moet eerst een “go” hebben van je begeleidende docent om naar de volgende stap te gaan. 7|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Stap 2: Oriëntatie Het doel van de oriëntatie is om je kennis te laten maken met complementaire zorg en coping. Dit doe je door middel van het lezen van literatuur en het beantwoorden van vragen hierover. Lees en bestudeer hst. 5 “Coping” uit deel 2 van “Effectief verplegen” en beantwoord de onderstaande vragen. Vragen: 1. Wat is coping? 2. Welke 4 vragen kan een verpleegkundige zich afvragen/stellen om te checken of de zorgvrager copingsproblemen heeft? 3. Coping is een persoonlijk proces, leg dit uit. 4. Hoe (op welke manier) kan een verpleegkundige bij een zorgvrager het copingsgedrag analyseren? 5. Welke invloed heeft stress op het copingsgedrag van een zorgvrager? 6. Wanneer wordt coping ineffectief? 7. Welke copingsstrategieën zijn er? 8. Draagkracht wordt beïnvloedt door: biologische, sociale –en psychologische factoren. Geef van beide een voorbeeld die je in de praktijk hebt meegemaakt. 9. Coping kun je beter leren door te oefenen! Ben je het eens of oneens met deze stelling (licht dit toe). 10. Lazarus beschrijft 3 sociale factoren. Welke zijn dit en leg deze kort uit? 11. De context is belangrijk voor het copingsgedrag. leg dit met eigen woorden uit. 12. Tijdens de verpleegkundige anamnese moet je rekening houden met de coping. Welke vragen zou jij aan de de heer. C. casus 3 willen stellen om achter eventuele copingsproblemen te komen (denk aan de gezondheidspatronen van Gordon). 13. Stel een verpleegkundige diagnose van ineffectieve coping adhv. casus 4 mevrouw. D. 14. Benoem bij Mevr. D bij iedere benadering een verpleegkundige interventie: -proactieve benadering -actieve benadering -probleem gerichte benadering -Nic interventie.

8|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Lees en bestudeer blz. 219-220 uit deel 2 van “Effectief verplegen” en beantwoord de onderstaande vragen (maak ook gebruik van andere bronnen). Vragen: 15. Wat is complementaire zorg? 16. Welke 8 hoofdvormen van complementaire zorg zijn er? 17. Wat zijn de uitgangspunten van complementaire zorg? 18. Welke mogelijkheden en beperkingen van complementaire zorg zijn er? 19. Wat zegt de wetgeving mbt. complementaire zorg?

9|Pagina Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Lees de onderstaande tekst en zoek meer informatie over alternatieve geneeswijzen op. Onder alternatieve geneeswijzen vallen alle therapieën, geneesmiddelen en diagnostische handelingen waarvoor geen algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs van geneeskundige effectiviteit geleverd is. Meestal worden deze niet aan medische faculteiten of officieel erkende paramedische opleidingen gedoceerd. Deze geneeswijzen worden ook door niet-artsen uitgeoefend. Naast genezing of behandeling van een ziekte kunnen ze ook persoonlijke groei en relaxatie tot doel hebben. Alternatieve geneeswijzen pretenderen dat zij herstel geven van de gezondheid. De meest bezochte alternatieve geneeswijzen zijn: ●Homeopathische geneeswijze. ●Manuele geneeswijze. ●Oosterse geneeswijzen. ●Natuurgeneeswijze. ●Antroposofische geneeswijze. ●Paranormale geneeswijze. Vragen: 21. 22. 23. 24. 25.

Alternatieve geneeswijzen, wat zijn dat? Neemt de vraag naar alternatieve geneeswijzen toe? (licht je antwoord toe). Zijn de alternatieve geneeswijzen werkzaam? (licht je antwoord toe). Zijn alternatieve geneeswijzen een onderdeel van de gezondheidszorg? (licht toe). Er zijn zes hoofdgroepen van alternatieve geneeswijzen. a. Leg deze in een brochure/folder bondig en helder uit. b. Welke spreekt je het meest aan en waarom? c. Geef van iedere hoofdgroep 2 voorbeelden van geneeswijzen die hier onder vallen. 26. Heb je zelf, of iemand in je directe omgeving, weleens gebruik gemaakt van 1 van de 6 bovengenoemde geneeswijzen: a. Welke? b. Werkte het? c. Geloof je erin? d. Wissel ervaringen met een groepsgenoot uit. e. Kun je alternatieve geneeswijzen toepassen in je werk als verpleegkundige? 27. Benoem 4 verschillen tussen alternatieve –en reguliere geneeswijze.

Wat werk je uit bij stap 2: Beantwoord alle vragen die in de oriëntatie staan. Bundel deze overzichtelijk en voeg bronvermeldingen toe. (hoort bij het productverslag) Je moet eerst een “go” hebben van je begeleidend docent om naar de volgende stap te gaan.

10 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Stap 3:Workshop Als groep zijn jullie een patiëntenorganisatie. Je organiseert een workshop voor verpleegkundigen en verzorgende IG. De workshop is een scholing om te leren wat de relatie tussen coping, complementaire zorg, en alternatieve geneeswijze is. Je kiest als groep 2 doelgroepen uit het volgende rijtje: Chronisch zieke zorgvragers Chirurgische zorgvragers Interne zorgvragers Geriatrische zorgvragers Jeugdige zorgvragers Verstandelijke beperkte zorgvragers Psychiatrische zorgvrager Complementaire zorg kan bestaan uit: Arbeidsactiviteiten Creatieve activiteiten Belevingsactiviteiten Van de bovenstaande activiteiten kies je er één die je vervolgens gaat uitvoeren tijdens je workshop. Deze workshop duurt 40 minuten. In deze workshop moeten minimaal de onderstaande onderwerpen verwerkt zijn: De twee doelgroepen die je gekozen hebt, en met theorie onderbouwt wat voor problematiek hier bij komt kijken. Het informeren over technieken, behandelwijzen van complementaire therapieën bij doelgroepen. Het geven van instructies aan verpleegkundigen/verzorgende IG. Het belang van de complementaire zorg aangeven voor de beroepspraktijk. Het leren omgang met beperkingen, stress, verlies, druk. Het reactiveren (copingstrategieën aanleren) van zorgvrager(s). Bekijk in het beoordelingsdocument goed waar je allemaal op beoordeeld word. Wat werk je uit bij stap 3: Je doet literatuuronderzoek naar de doelgroepen. Je vermeld hiervan de bronnen en de conclusies die je eruit trekt. (hoort bij het productverslag) (max. 2 A4) Je doet literatuuronderzoek naar de door jou gekozen complementaire zorg. Je vermeld hiervan de bronnen en de conclusies die je eruit trekt (hoort bij het productverslag) (max. 2 A4) Je werkt de workshop volledig op papier uit. (hoort bij het productverslag) Natuurlijk voer je de workshop uit! 11 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Stap 4: Evaluatie Groep Na iedere workshop evalueren we met elkaar wat er sterk en minder sterk is aan de workshop. De projectgroep die de workshop uitvoert neemt deze punten mee voor hun eigen evaluatie. In de laatste bijeenkomst van het project ga je als projectgroep met elkaar evalueren. Zowel op productniveau als op procesniveau. Je ontvangt van je begeleidend docent hier hulpvragen voor. Productniveau – Het inhoudelijke en theoretische deel van de door jullie gemaakte producten. In het bijzonder de workshop. Procesniveau – Hoe verliep de weg naar dit eindproduct? Ofwel, hoe was de samenwerking en hoe werden de samenwerkingsrollen door de groepsgenoten uitgevoerd? Betrek in beide de verkregen feedback van de andere studenten. Je trekt conclusies op productniveau en procesniveau. Deze beschrijf je op één A4 en onderbouwt deze kort.

Individueel Je maakt een korte reflectie waarin je terugkijkt op je eigen leerdoel en jouw samenwerkingsrol. Benoem hierin de volgende punten: Hoe heb jij de samenwerking beleefd? Wat was mijn rol binnen de groep en hoe heb ik deze uitgevoerd? Wat heb ik over/van mijzelf geleerd binnen dit project en binnen de samenwerking? Heb ik mijn leerdoel behaald? Wat zou ik de volgende keer anders doen bij de uitvoer van mijn leerdoel?

Wat werk je uit bij stap 4: Groepsevaluatie met daarin de conclusies op product en procesniveau in 1 A4 (hoort bij het procesverslag) Reflectie op eigen aandeel in samenwerking en leerdoel in 1 A4 (hoor bij het productverslag)

12 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Beoordeling Onderdeel A: Workshop

Onderwerpen: Mondeling centraal Voorlichtingsstrategieën

Onderwerp/presentatie Tijdsbestek Goede uitleg van de 3 activiteiten

Het belang van onderwerp aangeven Voor een verpleegkundige/verzorgende en de doelgroepen Doelstelling behaald

Eisen: Meer dan 50% Meer dan 3 Minder dan 3 Minder dan 2 Origineel, leuk, boeiend, aansprekend Presentatie duurt 40 min Per 5 min verschil 1 act. 2 act. 3 act. Algemeen Specifiek

Punten: 5 10 5 0 20 10 -5 5 10 15 15 10 15 10 Totaal: 100

Onderdeel B: Productverslag

Oriëntatie Alle verwerkingsopdrachten zijn gemaakt: <55 % goed 55% goed 70% goed 80% goed 90% en meer Uitgewerkte Workshops Literatuuronderzoek naar doelgroep

Literatuuronderzoek naar complementaire zorg in relatie tot coping Uitgewerkte workshop

0 25 35 40 50 Per doelgroep: relevante conclusies mbt workshop, correcte bronvermelding relevante conclusies mbt workshop en gevolgen voor coping, correcte bronvermelding Tijdspad Doelstellingen voor de workshop Strategische beschrijving uitvoer van activiteiten.

5 10 10

5 10 15 30 Totaal: 100

13 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg – ROC Rivor


Onderdeel C: Procesverslag

Groepsonderdeel Groepscontract Groepsevaluatie Wekelijkse afsprakenlijst Individueel Samenwerkingsleerdoel Reflectie samenwerkingsleerdoel

Goed gekeurd Logische conclusies mbt samenwerking en gemaakte afspraken Alle afsprakenlijsten zijn aanwezig

5

Correct opgesteld

5

De student kijkt kritisch naar eigen handelen en welke invloed deze heeft op de groep. De student formuleert heldere leerpunten voor de toekomst

10 5

25 Totaal: 50

Normering niv 4 (70% is voldoende)

Normering niv. 3 (55% is voldoende)

Cijfer

Aantal punten

Cijfer

Aantal punten

1,0

31,8

1,0

25,0

1,5

47,7

1,5

37,5

2,0

63,6

2,0

50,0

2,5

79,5

2,5

62,5

3,0

95,5

3,0

75,0

3,5

111,4

3,5

87,5

4,0

127,3

4,0

100,0

4,5

143,2

4,5

112,5

5,0

159,1

5,0

125,0

5,5

175,0

5,5

137,5

6,0

183,3

6,0

150,0

6,5

191,7

6,5

162,5

7,0

200,0

7,0

175,0

7,5

208,3

7,5

187,5

8,0

216,7

8,0

200,0

8,5

225,0

8,5

212,5

9,0

233,3

9,0

225,0

9,5

241,7

9,5

237,5

10,0

250,0

10,0

250,0

14 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg â&#x20AC;&#x201C; ROC Rivor


Bijlage 1: Het groepscontract Wie zitten er in de groep? En wat zijn de contactgegevens?

Naam

Studentnr.

Adres

Woonplaats

E-mail en Telefoonnummer

Hoe houd je elkaar op de hoogte?

Welke afspraken maken jullie over de afwezigheid en eventuele consequenties hiervan?

Hoe zorgen jullie ervoor, dat iedereen evenveel aandeel in het product heeft?

Welke afspraken maak je over werk dat niet, slecht of deels is gedaan? Welke consequenties heeft dit?

Hoe houd je de docent op de hoogte?

Hoe zorgen jullie er voor dat je op tijd klaar bent met het project?

15 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg â&#x20AC;&#x201C; ROC Rivor


Bijlage 2: Wekelijkse afsprakenlijst Datum: Aanwezig: Afwezig: Liggen we op schema met onze werkzaamheden als we kijken naar de tijdsplanning van de handleiding? Wie doet wat deze week en wanneer is dit af?

Wie:

Wat:

Af op:

Zijn er nog bijzonderheden?

16 | P a g i n a Project coping en complementaire zorg â&#x20AC;&#x201C; ROC Rivor


Project coping en complementaire zorg