Skip to main content

Nr70

Page 59

© Foto’s: Jens Helskens

tussen alles wat het Britse Rijk militair heeft voortgebracht. Niet gering, dat spreekt: wapens, kledij, uitrusting, eretekens en prestaties. De wereld in een Engelse notendop, van glazen kasten, kaarten, poppen en soldaten. Elf uur is nog een uur weg en we krijgen in de tussentijd nog de keuze: the Order of Service, Choral Matins in de kapel, of een rondleiding in dit Guards Museum? Wat verkiezen wij? The Service, besluit de helft van de groep, in de Royal Military Chapel, samen met mij; de vijf andere leerlingen kiezen voor honderden jaren groei van het Brits imperium, met mijn collega, in het labyrint van het museum. Want wij zien beiden de wereld anders, mijn collega en ik. Hij: het is toch bijna ondenkbaar dat de mens in zo’n onmetelijk blind heelal van enige betekenis zou zijn. Hij is een wiskundige. Houdt van ontleden. Ik: het is toch bijna ondenkbaar dat de ziende mens in zo’n onmetelijk heelal van geen enkele betekenis zou zijn. Ik ben een taalkundige. Houd van verbanden. Maar wij zijn vrienden. En dus discussiëren wij tot een stuk in de nacht, met de leerlingen gezellig om ons heen, vol vermaak om de clash van hun titanen. Finaal, als de hostelbaas ons teken doet, heffen wij dan het glas, en toasten op de leerlingen, en op elkander. Wij gaan anders, maar bewandelen gelijke paden. Nu dus: hij, in het museum; ik, in de kerk. Tot straks, aan het monument. Tot straks.

Alleen de onhoorbare stem van bijna één miljoen doden klinkt

The Royal Military Chapel, 11 uur Remembrance Sunday, twentieth First Sunday after Trinity, verwoordt het inkomstpamfletje. Sunday 9th November 2014. Honderd jaar later, weet iedereen. Wereldoorlog I. De voor Engeland verpletterende Groote Oorlog wegens de verloren

generatie. De jongvolwassen. Kids nog, ocharme. De eerbiedige plechtstatigheid hangt als een onzichtbare maar naar de keel grijpende nevel in de ruimte; niemand speekt nog een woord. Zelfs geen gefluister, nauwelijks gehoest. Alleen de onhoorbare stem van bijna één miljoen doden klinkt; en de geur hangt er van 888 246 keramische klaprozen waartussen we daags voordien nog verdwaalden in de wal van de Tower. Overweldigend mooi is dat, en toch gelijk: overweldigend verstikkend. Een bloem voor iedere gevallen Britse soldaat. Hallucinant hoe zoveel schoonheid zoveel ellende kan verbeelden. Hoe die bloemenzee op je inwerkt, en binnenkomt, je kaatst van de mulle aarden loopgraven van weleer naar de keramische klaprozen van nu. Tot je uiteindelijk zelf verstilt tot een poppy, even breekbaar wellicht. Kan kunst de wereld redden? Hierbinnen in de militaire kapel baden wij in een toonvast en heerlijk gezang van een engelenkoor. Als wierook in een Anglicaanse kerk. Hymnes, zoals alleen schoonheid ze bedenken kan. De mens. Op z’n best. De goudkleurige apsis schittert vooraan als een zon: een verblindende koepelvormige trekpleister voor het oog. Een lange, blauwe

januari’15

59


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Nr70 by Nummer9080 - Issuu