roepen ook, maar veel minder vaak en minder luid dan mannetjes, en vaak als reactie op een mannetje (Uthleb, 2012). Roepactiviteit is gecorreleerd met factoren als: maximale temperatuur van de voorgaande dag, luchtvochtigheidsgraad, een tekort aan vrouwtjes ... Populatieonderzoek heeft aangetoond dat tussen de 5 à 10% van de mannetjes op een gemiddelde nacht roept (Lewylle, 2012; Böll, 2003). Voor 2016 komt dit neer op een populatie van zo'n 40 à 80 dieren. In 2015 werd de poel 6 maal bemonsterd, maar enkel schepdagen in februari en maart leverden larven op. Op 6 augustus 2016 werd in de verschillende poeldelen geschept. Er wordt steeds per vaste locatie tien keer geschept, erop lettend dat de verschillende microhabitats (bodem, drijvende vegetatie, diep en ondiep) van de poel allemaal bemonsterd worden. Tien keer is voldoende om de aanwezigheid van larven vast te stellen, maar omdat de larven graag bijeenscholen en vaak de bodem opzoeken, is het belangrijk zo representatief mogelijk te scheppen. Het is de bedoeling om de komende jaren steeds zo te scheppen. Op locaties 1, 2 en 3 van de kaart werd telkens tien keer geschept. Op locatie 1 werden zo 18 larven aangetroffen, op locatie 2, 3 larven, en op lo-
POPULATIESCHATTING Het grootste aantal roepende dieren in 2016 bedroeg 4. Hoe groot de actuele populatie is, is moeilijk in te schatten aan de hand van het aantal roepers. Roepers zijn paringsbereide dieren die nog geen partner hebben gevonden. Vrouwtjes
100 Larve Adult
90 80
Aantal
70 60 50 40 30 20 10 0
2003
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
catie 3 geen enkele Vroedmeesterpadlarve (en 3 Meerkikkerlarven). Dit duidt er op dat zwervende mannetjes (dit jaar toch) vooral tot ei-afzet overgaan op de noordelijke oever. Het is zaak om, door natuurbeheer, de andere poeldelen ook interessant te maken voor ei-afzet. Op deze dag werden in totaal 47 individuele Vroedmeesterpadlarven geschept. In de andere poeldelen werden enkel Meerkikkerlarven aangetroffen (in poeldeel 6 maar liefst 209). Ook in 2012 werd na een ruiming in de winter een sterke toename van het aantal larven in de opvolgende zomer vastgesteld. Vermoedelijk hebben winterruimingen een sterke impact op Meerkikker, die bijna uitsluitend in het water overwintert. Bemonstering op 29 oktober 2016 leverde nog steeds 25 larven op in verschillende lengtestadia, wat aangeeft dat er een succesvolle augustusgeneratie (derde generatie na de afzetperioden mei-juni en juli) werd afgezet. Deze zullen allen overwinteren. Hopelijk vertaalt dit zich de komende jaren in verhoogde aantallen roepers!
Literatuur Böll, S., 2003. Zur Populationsdynamik und Verhaltensökologie einer Rhöner Freilandpopulation von Alytes o. obstetricans. In K. Grossenbacher, S. Zumbach, Die Geburtshelferkröte - Biologie, Ökologie, Schutz. - Zeitschrift für Feldherpetologie 10, Laurenti-Verlag, Bielefeld. Felix R., Crombaghs B. & Geraeds R., 2012. Exotische Meerkikkers in Zuid-Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 101, 7, 125-130. Lewylle I., 2012. De Vroedmeesterpad in Vlaams-Brabant – Verkennende studie van het voortplantingshabitat, Natuurpunt Studie 2011/14, Mechelen, België, 46 p. Loeffel K., Meier C., Hofmann A., Cigler H, 2009. Praxishilfe zur Aufwertung und Neuschaffung von Laichgewässern für Amphibien. Baudirektion Kanton Zürich, 22 p. Uthleb, H., 2012. Die Geburtshelferkröte. Brutpflege ist männlich. Beiheft 14 der Zeitschrift für Feldherpetologie, 160 p., Laurenti-Verlag, Bielefeld. Uthleb, H., Scheidt U., Meyer F., 2003. Die Geburtshelferkröte (Alytes obstetricans) an ihrer nordöstlichen Verbreitungsgrenze: Vorkommen, Habitatnutzung und Gefährdung in Thüringen und Sachsen-Anhalt. In K. Grossenbacher, S. Zumbach, Die Geburtshelferkröte - Biologie, Ökologie, Schutz. - Zeitschrift für Feldherpetologie 10, Laurenti-Verlag, Bielefeld. Vervoort R. 1994. Soortbeschermingsplan voor de Vroedmeesterpad (Alytes obstestricans) in Vlaams-Brabant. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Departement Leefmilieu en Infrastructuur. AMINAL, afdeling Natuur. 185 p. + bijlages.
NATUURBEHEER
Het verdelen van de poel in verschillende stukken heeft de oeverlengte van de poel vergroot, wat zich vertaalt in meer toegangsplaatsen voor ei-afzettende mannetjes en meer uitgangsplaatsen voor gemetamorfoseerde larven. We hopen dat er zo ook minder interacties tussen Vroedmeesterpad en Meerkikker zullen zijn. Meerdere kleine poelen met verschillende omgevingsfactoren kunnen de langetermijnoverleving van de soort ten goede komen door het sterfterisico te spreiden (Adriaens et al., 2008). De komende jaren gaan er grazers ingezet worden om de zandgroeve open te houden. Deze winter wordt een omheining aangebracht met een tussenraster, zodat de begrazing rond de poel kan verminderd worden in de kwetsbare voorjaarsperiode. Hiervoor zullen we naar alle waarschijnlijkheid IJslandse pony's en schapen gebruiken. Pony's kunnen op relatief voedselarme terreinen nog voldoende voedsel vinden en vertragen het ontstaan van een rietkraag door begrazing en betreding.
Thomas Vandenberghe
Oproep hernieuwing abonnement U kan zich (opnieuw) abonneren op de Boomklever door overschrijving van 15 EUR op rekeningnummer BE8600 115521 6850 (IBAN) met BIC GEBABEBB van de Natuurstudiegroep Dijleland, met vermelding van ABO 2017 + naam en adres. Een steunabonnement kost 20 EUR of meer.
Jaar Grootste telaantallen per jaar, per levensstadium
106
De boomklever I december 2016 I natuurbeheer
Het bestuur van de Natuurstudiegroep Dijleland dankt u bij voorbaat. De boomklever I december 2016 I natuurbeheer
107