Page 1

* jaargang 03

*

nummer 04

*

winter 2013

in dit nummer onder meer:

Thema: verlichting Heeft led-lamp keurmerk nodig? ‘ Leds worden steeds goedkoper’ De zon schijnt altijd op school En verder: Duurzame energie maakt stroom duurder ‘ Kernenergie kan klimaat redden’ o naf h an k e li j k

n i e u ws-

en

opi n i eb l ad

over

de

ener giemar kt


atie Vraag inform aan over de e eerstvolgend post-HBO nergie opleidingen e e.nl via www.pho

Kernenergie is slecht. Dat idee heeft zich vastgezet in hoofden van milieuactivisten. Niet zo verwonderlijk, gezien de risico’s van nucleaire technologie voor de mens en het milieu. Ongelukken met kerncentrales zoals in Harrisburg, Chernobyl en Fuskuhima helpen niet mee. Het grootste probleem van kernenergie is de opslag van kernafval, dat duizenden jaren nodig heeft om de schadelijke radioactieve straling kwijt te raken. Waar moeten we dat afval laten? Onder de grond? Blijft die ondergrond duizenden jaren stabiel? En mogen de toekomstige generaties hiermee belasten? En wat als er iets mis gaat in die duizenden jaren? Dan zijn de rapen gaar. Dan wordt de hele omgeving besmet met radioactieve straling. Laten we daarom maar zo weinig mogelijk kerncentrales bouwen, om de gevolgen voor het milieu te beperken.

Zonder kennis geen kunde coverfoto: led-spotjes zijn zeer gewild als energiezuinige verlichting. vooral in de donkere dagen rondom kerst. consumenten stappen massaal over op led-verlichting. enkele jaren geleden vonden ze het licht van led-lampen nog koud en kil, maar inmiddels is dit achterhaald. en een led-spotje hoeft weinig duurder te zijn dan een halogeen spotje. daarom schakelen huishoudens sneller over op led dan verwacht. ook scholen, kantoorgebouwen en snelwegen kunnen overstappen op led-verlichting. dat gaat echter in de praktijk minder snel dan bij huishoudens. waarom? lees het in dit ensoc magazine.

Maar we gebruiken met zijn allen steeds meer energie. De vraag naar energie zal in 2050 drie keer zoveel zijn dan nu. Hoe moeten we voorzien in deze groeiende behoefte? We verbranden nu veel kolen en aardgas om elektriciteit te maken. Maar daarmee brengen we extra CO2 in de atmosfeer, waardoor het klimaat verandert. Duurzame energie kan ons helpen, maar zonnepanelen en windmolens produceren niet altijd stroom op elk moment van de dag. Bovendien groeit het aanbod groene stroom niet snel genoeg. Hoe lossen we dit probleem op? Met een energiebron die continue stroom levert zonder CO2-uitstoot. Zoals kernenergie. Laten we daarom maar zo veel mogelijk kerncentrales bouwen, om het klimaat te redden. Conclusie: kernenergie is goed. En de opslag van kernafval? Dat lossen we later wel op. Norbert Cuiper, hoofdredacteur

www.ensoc.nl

3


12 06

‘leds worden steeds goedkoper’

28

philips ziet nog groeiende

heeft led-lamp keurmerk nodig?

markt voor retrofitledlampen.

openbare verlichting onder de loep goede verdeling

experts verdeeld

van plichten en

over kwaliteitsnorm

verantwoordelijkheden

voor led-verlichting.

noodzakelijk.

18

duurzame energie maakt stroom duurder hoger door grootschalige

kostenpost meer.

30 ceo luminaid wil markt

11 ‘licht’ is straks geen

‘kernenergie kan klimaat redden’

‘nog veel te besparen met leds’

elektriciteitsrekening wind- en zonne-energie.

van spaarlamp tot spaarpaneel

36

de zon schijnt altijd op school

22

35

markiezaat college in bergen op zoom bespaart 40% op verlichting met daglicht-

energie besparen? verhoog de prijs

voor straatverlichting

milieuactivisten zien voordelen in van nucleaire technologie.

40

‘smart grid kan zonder slimme meter’ denktank vaasaett

openbreken.

publiceert best practices van slimme netten.

agenda alle beurzen, cursussen en bijeenkomsten voor het komende kwartaal op een rij. pagina 48

schrijft addo de visser.

kleur.

4

ensoc magazine winter 2013

www.ensoc.nl

5


experts verdeeld over kwaliteitsnorm voor led-verlichting De stelling ‘Het is hoog tijd voor een keurmerk voor ledverlichting’ leidt tot verdeeldheid onder specialisten. Dat blijkt uit reacties op stellingen die het vaktijdschrift Inside Information Verlichting heeft gepubliceerd in het boekje ‘Zin en onzin van LED’. Eén van de specialisten, lichtontwerper Robert Jan Vos, is een voorstander van een keurmerk: ‘De huidige richtlijnen voor LED’s zijn ontoereikend. De levensduur is niet genormeerd en er is sprake van verschillende specificaties. Bovendien wordt de kleurweergave substantieel uit alle discussies gehouden bij huishoudelijk gebruik. Gelukkig gebeurt er wel veel op gebied van productontwikkeling, maar de huidige stand van zaken is verre van optimaal,’ aldus Vos.

Voortouw

Heeft LED-lamp keurmerk nodig? 6

ensoc magazine winter 2013

Het is hoog tijd voor een keurmerk voor led-verlichting. Dat melden sommige specialisten op gebied van verlichting. Maar niet al hun collega’s zijn het met hen eens. Dat blijkt uit een hoofdstuk in het boekje ‘Zin en onzin van LED’ dat onlangs is verschenen. Tekst: Norbert Cuiper, F&B

Volgens Vos wordt al gewerkt aan een keurmerk, zoals de samenwerking tussen Agentschap NL en het Nederlands Metrologisch Instituut (VSL). Deze twee partijen hebben het initiatief genomen om regels op Europees niveau te ontwikkelen. Kai Alexander de Vries, hoofd verkoop van LedItLight, vindt dat commerciële partijen zich hier buiten moeten houden. Hij noemt ook VSL als partij. ‘Wij zouden graag zien dat de Nederlandse Raad van Accreditatie en het VSL het voortouw nemen en participeren in één Europees keurmerk.’ De Vries adviseert om de Amerikaanse normen te nemen zolang er in Europa geen eenduidige standaarden zijn. ‘Wij hanteren de Assist normen, Lighting Facts, LM 79 en 80 meettechnologieën,’ aldus De Vries.

Kookboek ‘Een keurmerk is beslist noodzakelijk,’ zegt fysicus en lichtontwerper Ed ten Berge. Hij pleit ook voor begrijpelijke informatie voor de consument. ‘Zelfs lichtadviseurs weten op dit moment niet waar ze aan toe zijn.’ Ten Berge stelt voor om een rapportcijfer voor kleurweergave en energiezuinigheid te vermelden op de verpakking. Hij heeft een bijzondere aanpak: ‘Ik kom veel in interieurzaken en neem dan mijn kookboek mee om het licht te beoordelen van de led-lampen. Dit kan ik iedereen aanraden die een ledlamp wil aanschaffen. Er wordt namelijk heel wat smurrielicht verkocht in peperdure designarmaturen. Fijne nuances in lichtverkleuring, zoals bij leds en spaarlampen, kunnen het verschil maken tussen spaghetti Bolognese en smurrie met gifsliertjes.’

Icoontjes Ook Marinus Jan Veltman van LEDexpert vindt dat er een keurmerk moet komen. ‘Dat komt er ook. Het is voor de meeste gebruikers moeilijk om te beoordelen of de led-lamp die je wilt kopen voldoet aan je verwachtingen. Door een keurmerk kun je op basis van vastgestelde criteria aflezen aan welke kwaliteitseisen de led-lamp moet voldoen. Die criteria worden door deskundigen vastgesteld. Voor iedere gebruiker is dan in begrijpelijke termen of icoontjes af te lezen of de lamp aan de gestelde verwachtingen gaat voldoen.’ Volgens Veltman kan een keurmerk ook een imagoverslechtering van de led-lamp

voorkomen. ‘Als je veel geld uitgeeft aan de lamp die niet voldoet, is dat teleurstellend. Je kan er zelfs je geloof in led-lampen door verliezen.’

Overbodig Niet alle specialisten zijn het met elkaar eens over de noodzaak van een keurmerk. Teus Koteris, senior product manager bij lampenfabrikant Osram, vindt een keurmerk voor led-verlichting overbodig. Koteris: ‘Lampen die in de Europese Unie op de markt worden gebracht, moeten voldoen aan allerlei verpakkingseisen. Voldoet een lamp niet aan de eisen, dan mag de lamp niet het CE-merk voeren. Dan mag het niet in Nederland op de markt worden gebracht. Daarmee is naar onze mening een keurmerk overbodig.’ Ook Nico Koreman, eigenaar van Koreman Lichtonderhoud, denkt niet dat er een specifiek keurmerk voor led-verlichting moet komen. Hij vindt wel dat de overheid eisen aan verlichtingssystemen moet stellen, zoals voor efficiency, levensduur en belasting voor het milieu.

Standaard Volgens algemeen directeur Gijs de Rooij van LED Lease is het heel moeilijk een goede standaard te zetten voor ledlampen. ‘We zouden dan jaren moeten testen om een indicatie te geven over de verwachte levensduur. We kunnen ledlampen niet in de oven op 60 graden leggen en kijken hoelang ze blijven branden om het vervolgens terug te rekenen naar het aantal branduren.’ Volgens De Rooij is er al een keurmerk www.ensoc.nl

7


experts verdeeld over kwaliteitsnorm voor led-verlichting

‘Opkomst leds gepaard met onzin’ waar de led-lampen aan moeten voldoen: het CE-keurmerk. Dit keurmerk test onder andere op elektromagnetische straling en netvervuiling van de kampen. Maar controle op dit keurmerk is er nu niet, zegt De Rooij. Volgens hem wordt er in China nogal eens met certificaten gerommeld, waardoor toch nog veel ondeugdelijke led-lampen de EU binnenkomen.

Toezicht ‘Binnen de huidige regelgeving is het blijkbaar mogelijk om slechte led-lampen op de markt te brengen. Daardoor is het voor de eindgebruiker moeilijk om de juiste lampen te kiezen,’ zegt Rob van Heur, project engineer lighting bij Laborec. Volgens Van

Heur is het in de huidige wetgeving niet altijd even helder waaraan de led-lamp moet voldoen. ‘Een keurmerk is een mooi systeem voor fabrikanten om aan te geven dat een product voldoet aan de geldende eisen. De eindgebruiker kan in één oogopslag zien waar hij aan toe is.’ Maar primair moet voorkomen worden dat er slechte producten in omloop komen, zegt Van Heur. Volgens hem is daarom ook strenger toezicht nodig om slechte led-lampen uit de markt te halen. Dat vindt Van Heur een taak voor overheden. ‘Overheden moeten strenger gaan handhaven op basis van de bestaande wet- en regelgeving,’ aldus Van Heur.

Verantwoording Dit artikel is een redactionele bewerking van hoofdstuk ‘Het is hoog tijd voor een keurmerk voor led-verlichting’ uit het boekje ‘Zin en onzin van LED’ dat in september verscheen bij Uitgeverij Gelderland.

Het boekje ‘Zin en onzin van LED’, samengesteld door hoofdredacteur Henk-Jan Hoekjen van vaktijdschrift Inside Information Verlichting en lichtfilosoof en onafhankelijk lichtexpert Egbert Keen, wordt uitgegeven door Uitgeverij Gelderland. Prijs: 34,95. ISBN: 978-9491826047. Te verkrijgen via iedere (online) boekhandel of de webshop van www.uitgeverijgelderland.nl

8

ensoc magazine winter 2013

De opkomst van de led gaat onmiskenbaar gepaard met veel onzin. Over leds worden door bedrijven verhalen verteld die lang niet altijd even waarachtig zijn. Dat melden auteurs Henk-Jan Hoekjen en Egbert Keen in het boekje ‘Zin en onzin van LED’ dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Gelderland. Ze geven een voorbeeld: sommige fabrikanten beweren dat leds een levensduur hebben van 50.000 uur. Maar dat betekent niet dat is bewezen dat led-lampen in de

praktijk ook 50.000 uren kunnen branden. Ook dat de led in tegenstelling tot de gloeilamp vrijwel geen warmte ontwikkelt is een fabeltje. Pak de achterzijde van een brandende led maar eens even lekker vast, adviseren de auteurs. Ze geven een overzicht van de zin èn de onzin van leds door op een rij te zetten wat een led is, hoe een led functioneert, welke parameters bij het gebruik van een led van belang zijn en hoe je een led het beste kunt toepas-

sen. Dat doen ze behoorlijk uitgebreid, hoewel het boekje nog geen honderd bladzijden telt. Naast de geschiedenis en werking van de led geven ze reacties van een aantal specialisten op relevante stellingen over de revolutionaire lichtgevende halfgeleider. Dit laat zien dat er binnen het ledverhaal sprake is van voortdurend schuivende panelen. Een aanrader voor een ieder die zich meer wil verdiepen in de mogelijkheden van leds.

LED-verlichting in het kantoor van Rau-architecten, Amsterdam Bron: Philips www.ensoc.nl

9


column

Hamilcar Knops

Va n sp a a rl a m p l to t sp a a rp a n e e

het ‘spaarpaneel’ doet de eigen productie toenemen

‘Gas, water, licht’: het is zo’n ingeburgerde uitdrukking voor de maandelijkse lasten die we moeten betalen voor gas, water en stroom. Oorspronkelijk zal verlichting wel de belangrijkste toepassing van elektriciteit geweest zijn. Maar inmiddels gaat slechts 14% van het stroomverbruik van huishoudens op aan verlichting – hoewel dat in deze donkere dagen rond kerst natuurlijk tijdelijk wel iets meer zal zijn.

waarbij je de rest van je stroom (verplicht) moet afnemen. Wie met zonnepanelen zelf meer stroom opwekt dan hij op dat moment verbruikt moet dat overschot aan zijn leverancier verkopen – ook hier gedwongen winkelnering. Waarom is het (nog) niet mogelijk om zo’n overschot aan je buurman ter beschikking te stellen of aan je oma? Het is toch een mooi idee dat de lichtjes van oma’s kerstboom branden op de windstroom van haar kleinzoon.

Onze bijdrage voor ‘gas, water, licht’ werd traditioneel als iets onvermijdelijks gezien: dat moest je nu eenmaal betalen aan ‘het’ energiebedrijf en ‘het’ waterbedrijf. Veel keuze had je niet. Daarin heeft de liberalisering van de energiesector overigens nauwelijks verandering gebracht. De ‘verplichte’ monopolist van vroeger, het lokale energiebedrijf, is eigenlijk alleen maar vervangen door een ‘gekozen monopolist’. De elektriciteitsen gasvoorziening zijn momenteel immers zo ingericht dat een afnemer slechts één leverancier kan hebben voor stroom of gas.

De energiemarkt van de toekomst moet dat keurslijf van één leverancier loslaten. Maar ook de prijsvorming moet anders. Betalen per kWh is misschien logisch als je kolen of gas moet inkopen om die kWh-en te maken. Maar bij een windmolen of zonnepaneel heb je vooral vaste kosten – de wind en zon zijn gratis. Daarbij past het veel beter om per productiecapaciteit (kW) te betalen dan per geproduceerde energie (kWh).

Dat is veel te beperkt. Het is alsof je maar bij één supermarkt mag inkopen: je mag die winkel weliswaar kiezen, maar daar moet je dan wel al je levensmiddelen halen. Dat zou u vast absurd vinden. Toch doen we het zo met stroom en gas. Dat gaat steeds meer knellen als we rekening houden met de ontwikkeling dat energiegebruikers, zoals huishoudens, steeds meer zelf ook stroom gaan opwekken. Particulieren en bedrijven nemen een aandeel in een windmolen of een windpark en krijgen de beschikking over een deel van de productie. Maar om die stroom zelf te kunnen gebruiken is momenteel nog een leverancier nodig als intermediair, 10

ensoc magazine winter 2013

Deze voorstellen lijken grote wijzigingen ten opzichte van de traditionele organisatie van de energiesector. Ze passen echter bij de ontwikkelingen die gaande zijn. De meest radicale wijziging is waarschijnlijk dat ‘licht’ straks geen kostenpost meer is, maar een inkomstenbron. Als het heel normaal wordt om daken en gevels vol te hangen met zonnepanelen, kunnen we gaan verdienen aan het zonlicht dat op onze gebouwen valt. Het zonnepaneel wordt dan een eigentijds spaarvarken. Het (be)sparen van energie krijgt dan twee kanten: met de spaarlamp brengen we het eigen verbruik omlaag, terwijl het ‘spaarpaneel’ de eigen productie doet toenemen. Een win-winsituatie die ook leidt tot verlichting van onze energiekosten?

www.ensoc.nl

11


philips ziet nog groeiende markt voor retrofit-ledlampen

Steven Kardinaal

is marketing manager ledlampen bij Philips Lighting. Hij studeerde eerst electrotechniek aan de TU Eindhoven en stapte na de studie over op de studie marketing. Bij Philips is hij verantwoordelijk voor de marketing van ledlampen op Europees niveau.

Snelweg A44 wordt deels verlicht met ledlampen (foto Philips)

12

‘leds worden steeds goedkoper’

ensoc magazine winter 2013

Led-lampen leveren de meeste energiebesparing op en worden steeds goedkoper. Dat maakt led-lampen ideaal om energie te besparen met verlichting, meldt marketing manager Steven Kardinaal van Philips. ‘We zien nog megagrote groei in retrofit-leds. De rek is er nog lang niet uit.’ Tekst: Norbert Cuiper; foto's: Philips

B

ij energiezuinige verlichting wordt al snel aan led-lampen gedacht. Dat is niet zo raar, want led-lampen leveren de meeste energiebesparing op. Dat vertelt Steven Kardinaal, product marketing manager led-lampen bij Philips Lighting, in een telefonisch gesprek aan Ensoc Magazine. ‘De vraag naar led-verlichting is de laatste jaren snel toegenomen, maar dat geldt ook voor het aanbod in led-lampen,’ zegt Kardinaal. Volgens hem heeft Philips nog steeds last van led-cowboys uit Azië. Dat merken we vooral op de consumentenmarkt, waar veel led-lampen worden verkocht als huismerk. Maar deze lampen stralen vaak een te koud licht uit en gaan snel stuk. Uiteindelijk zullen klanten weer overstappen op een betrouwbaarder merk, verwacht Kardinaal. Wat zijn bij verlichting de mogelijkheden voor energiebesparing? ‘Bijna alle typen lampen zijn een op een te vervangen door energiezuiniger exemplaren. Gloeilampen en halogeenspotjes wor-

den vervangen door spaarlampen of led-varianten. Dat gaat zonder verlies van kwaliteit, uitgedrukt in lichtsterkte. Soms levert vervanging zelfs betere lichtkwaliteit op. Bij TL-verlichting zijn nog wel slagen te maken in kwaliteit, maar ook daar valt veel energie te besparen.’ Op wat voor verlichting richt Philips zich? TL of led? ‘We verkopen nog steeds TL-verlichting, maar we richten ons voornamelijk op led-lampen. TL-verlichting is zeer succesvol, gezien de grote volumes die worden afgenomen. Maar de focus ligt op led. Het grootste deel van onze promotie en communicatie gaat over led-lampen.’ Hoe snel gaat de ontwikkeling van led? ‘De ontwikkeling van led-lampen gaat snel, maar niet zo snel als sommigen zouden willen. We merken wel dat huishoudens sneller overschakelen op led-lampen dan verwacht. Maar niet alleen de vraag is toegenomen, ook het aanbod vanuit Azië is toegenomen. Dit levert een behoorlijke prijsdruk op, waardoor led-lampen steeds goedkoper worden. Zo hoeft een led-spotje weinig duurder te zijn dan een halogeen spotje. Dat is de reden waarom huishoudens sneller overschakelen op led.’ Wat voor lampen leveren de meeste energiebesparing op? ‘Led-lampen leveren de meeste energiebesparing op. Als je een gloeilamp vervangt door een spaarlamp resulteert dat in www.ensoc.nl

13


philips ziet nog groeiende markt voor retrofit-ledlampen ongeveer 30 tot 40% procent energiebesparing. Maar vervang je dezelfde gloeilamp door een led-lamp dan levert dat 90 procent besparing op. Led-lampen zijn weliswaar anderhalf tot twee keer duurder dan spaarlampen, maar de meerprijs verdien je terug via de hogere energiebesparing. Dat geldt zeker voor de led-lampen die we nu aanbieden via grote winkelketens.’ Led-lampen zijn nog niet uitontwikkeld. Is het slim om te wachten met de aanschaf? ‘Dat hangt af van wat voor lamp je vervangt. Als je een gloeilamp vervangt door een led-lamp bespaar je 90 procent. Om dit percentage te verhogen naar 95 procent of hoger moet je veel meer moeite doen waardoor de prijs zal stijgen en de terugverdientijd zal toenemen. Dan is het niet slim om te wachten. Bij TL-verlichting moeten nog wel enkele slagen maken om de overstap naar ledlampen aantrekkelijker te maken. Voor kantoor is een efficiency nodig van 200 lumen per Watt. Dat gaan we ook doen met de T5 en T8-verlichting. We zijn voortdurend bezig om te prijzen te verlagen.’ Is led een voorwaardige opvolger van TL? ‘Nee, TL is nog een prima product, dat weinig kost en voor iedereen en overal beschikbaar is. Toch zie je dat led voordeliger kan zijn, met name in een koude omgeving, zoals in de vriezer thuis, maar ook in de supermarkt bij de koelafdeling waar de vleeswaren liggen. Daar wordt TL en glas minder gewaardeerd. Maar led is nog geen volwaardige opvolger van TL. Dat komt omdat we nog te vaak moeten kijken naar het type armatuur waar de lampen in passen en of er een reflector [spiegel] in zit. Dan is TL nog beter dan led. Maar ik verwacht dat hierin snel verandering komt. Ik denk dat ledTL in 2014 of in 2015 volwaardige opvolger is van de TL-lamp als het lukt om de hindernissen weg te nemen.’ Hoeveel efficiënter kunnen led-lampen nog worden? ‘Dat ligt onder meer aan de vorm. Bij led-TL is een verbetering mogelijk van 100 lumen per Watt naar 200 lumen per Watt in 2015. Dat betekent een verdubbeling van de efficiency. Bij conventionele TL-verlichting is hooguit een efficiency haalbaar van maximaal 80 tot 100 lumen per Watt.’ 14

ensoc magazine winter 2013

Philips is van plan om in 2015 met een led-lamp op de markt te komen met een efficiency van 200 lumen per Watt. Betekent dit dat klanten beter kunnen wachten met de aanschaf van deze lamp? ‘Nee, absoluut niet. Natuurlijk wordt deze lamp efficiënter, maar bij bepaalde toepassingen zijn ledlampen niet ook al interessant met een aantrekkelijke prijs/kwaliteit verhouding. Deze lampen kan je al binnen twee tot drie jaar terugverdienen. Dus als je nu niet investeert, bespaar je ook niets. Met een efficiëntere lamp kan je sneller terugverdienen, maar hoe langer je wacht met de aanschaf des te minder tijd je hebt om het terug te verdienen. Dus dan heeft het weinig zin om te wachten.’ Sommige klanten vervangen de lampen èn de armaturen? Is dat slim? ‘Het is mogelijk om de hele armatuur te vervangen door een ledarmatuur. Meestal kiezen klanten ervoor om de armatuur te behouden en alleen de lampen te vervangen, maar het nadeel is dat ze daarmee dezelfde vorm behouden. Soms vinden klanten het mooier als het armatuur er anders uitziet. Dat kan met led, waardoor ze niet meer gebonden zijn aan de vorm van een lamp. De laatste tijd verschijnen op de markt hele mooie nieuwe led-armaturen, die in kantoren zijn toe te passen.’ Volgens lichtexpert Egbert Keen vormen retrofitleds een steeds kleinere nichemarkt. Zijn retrofit-leds een aflopende zaak? ‘Nee. We zijn nog niet eens op het punt aanbeland waarbij alle consumenten overschakelen naar retrofit-leds. Die situatie moeten we nog zien te bereiken. Dus ik zie absoluut niet dat de markt voor retrofit-leds al kleiner wordt. Op den duur geloven we ook wel dat consumenten hun armaturen zullen vervangen, maar dat zal pas in 2030 of later gebeuren. Ook spaarlampen hadden veel tijd nodig gehad om in de huiskamer te komen. De ledlampen moeten de hele cyclus nog door. Wij zien nog een megagrote groei in de retrofit-leds. De rek is er nog lang niet uit. Klanten zijn ook niet zomaar ‘om’. Dat geldt voor zowel consumenten als professionele klanten. Verlichting is een minder sexy product dan een i-Phone. Consumenten en bedrijven zijn met verlichting behoorlijk conservatief. Klanten hoeven niet per sé het nieuwste van het nieuwste te hebben.’

De nachtwacht van Rembrandt wordt in het Rijksmuseum verlicht met led-lampen (foto Philips)

Tips bij aanschaf verlichting Waarop moeten we op letten als we energiezuinige verlichting kopen? Steven Kardinaal van Philips Lighting geeft enkele tips en adviezen. 1. Hoe vaak moeten lampen branden? In het toilet ligt dit zo laag dat het vaak niet loont om ledlampen aan te brengen. In een parkeergarage is dit echter weer heel anders. 2. Reken het benodigde vermogen om. Een vermogen van 60 Watt bij gloeilampen komt ongeveer overeen met een vermogen van 9 Watt bij ledlampen 3. Kijk of de nieuwe verlichting in aanmerking komt voor de Energie Investerings Aftrek. Deze fiscale regeling maakt de investering financieel aantrekkelijker. 4. Wees niet bang voor ledlampen. De kwaliteit is over het algemeen beter dan voorheen. De lichtkleur was koud maar is nu evengoed als van gloeilampen. Ook ledlampen kunnen inmiddels worden gedimd en geven zelfs gedimd een warmere kleur. Retrofit-leds passen op bijna alle armaturen.

www.ensoc.nl

15


‘Led is nog geen volwaardige opvolger van TL’

Heeft Philips nog last van ‘led-cowboys’? ‘Ja, de invloed van led-cowboys is nog steeds merkbaar, met name op de consumentenmarkt. Winkels zoals Hema en Kruidvat verkopen veel led-lampen als huismerk. Dat is aan de ene kant jammer, want deze lampen zijn vaak te koud of gaan snel stuk. Maar daardoor zullen klanten weer overstappen op een betrouwbaarder merk zoals Philips met de gedachte van ‘die jongens zullen het wel weten’.’ Verder komt er steeds meer Europese regels die eisen stellen aan de kwaliteit van verlichting. Daardoor vallen led-cowboys door de mand als het gaat om de kwaliteit van de lampen. We proberen hierover transparant te zijn, zodat consumenten een goede keuze kunnen maken.’

Wat voor garanties bedoel je dan? Garantie op levensduur of op product? ‘We geven de garantie dat een lamp een aantal jaren meegaat. Dat verschilt per product, afhankelijk van de toepassing. Een garantie afgeven op een levensduur van 50.000 branduren lijkt me geen verantwoorde keuze, maar we doen er alles aan om dat aantal uren wel te halen. Dat doen we door testen uit te voeren, zoals met versnelde levensduurtesten in samenwerking met de leveranciers. Op basis van rekenmodellen kunnen we dan een schatting maken hoe lang de lampen zullen meegaan.’

Moet er een keurmerk komen voor ledverlichting? ‘Er is al Europese regelgeving voor verlichting, en led-lampen vallen daaronder. Daarbij gaat het om de kwaliteit. Voor de veiligheid is er een Kema-keurmerk in het leven geroepen. Dat heet tegenwoordig Dekra. Om onze lampen voor dit keurmerk in aanmerking te laten komen laten we ze testen. Dat gebeurt intern bij Philips, maar ook extern bij Kema. Hiermee zorgen we ervoor dat onze lampen ook voldoen aan alle veiligheidseisen.’

Komen de testresultaten overeen met de levensduur in de praktijk? ‘Ja. Als een lamp continu brandt gedurende 50.000 uren komt dat overeen met een krappe zes jaar. We zijn echter al langer bezig met led-lampen. Hierdoor hebben we inmiddels kunnen vaststellen dat de rekenmodellen goed overeen komen met de resultaten in de praktijk. Dat bevestigt dat we op de goede weg zitten met onze testen.’

16

ensoc magazine winter 2013

Er gaan stemmen op om voor led-verlichting een keurmerk in het leven te roepen. Hoe kijkt Philips daar tegenaan? ‘Ja, ehm… lastige vraag. We zijn daar niet zo actief mee bezig. Ik vraag me ook af wat de meerwaarde is van een specifiek keurmerk voor led-verlichting. De kwaliteit wordt al getoetst met Europese regelgeving, dat is al afdoende. Philips heeft ook niet de bedoeling om een keurmerk voor led-verlichting te ondersteunen, laat staan dat ze van plan is om dit op te zetten. Een extra keurmerk zou het ook lastiger maken voor de klant. Een specifiek keurmerk voor ledlampen lijkt nu niet nodig.’

led-verlichting kan jaarlijks 9 ton besparen Openbare straatverlichting moet in Lelystad zo spoedig mogelijk worden vervangen door zuinige LED-verlichting. De gemeenteraad heeft hierover een motie aangenomen van GroenLinks en de Inwonerspartij. Volgens de fracties kan op lange termijn toepassing van LED-lampen in straatlantaarns 900.000 euro per jaar besparen. Wethouder Jansen stelde dat de gemeente al een tijdje bezig is met een proefproject met LED-verlichting, onder meer in de wijk Karveel. De uitkomsten zijn nog niet bekend, maar volgens Jansen gaan technologische ontwikkelingen zo snel dat misschien niet LED maar een ander type verlichting de voorkeur heeft.

coolsingel verlicht met leds De openbare verlichting op de bekende Coolsingel en op het Hofplein in Rotterdam is nu ook vervangen door energiezuinige LEDverlichting van Philips. De LED-verlichting verbruikt ruim 40% minder stroom dan de oude verlichting en is daardoor beter voor het milieu en goedkoper. Op jaarbasis scheelt dit bijna 2.000 euro aan stroomverbruik. De heldere LED-verlichting zorgt voor een betere kleurherkenning waardoor de licht-donkerbeleving op straat minder groot is. Hierdoor verbetert niet alleen de sociale veiligheid maar ook de verkeersveiligheid op straat. Op andere plekken in Rotterdam brandt al langer LED-verlichting. Door de ervaring hiermee verwacht de gemeente dat het aantal storingen in lampen op de Coolsingel met tweederde afneemt.

led-verlichting voor duurzame wijk In de wijk Rijswijk Buiten worden vijf energieneutrale woningen gebouwd, waarbij onder andere warmtepompen en extra zonnepanelen worden ingezet. Voor de nieuwe wijk is een energiecontract ontwikkeld dat uniek is in Nederland en volledig is goedgekeurd door Vereniging Eigen Huis. Bewoners van de volledig energieneutrale huizen kunnen rekenen op een energienota van 0 euro. De woningen krijgen extra zonnepanelen, warmtepompen met gelijkstroompompen, A+++ apparatuur en een standby-killer. Daarnaast wordt duurzame openbare verlichting ingezet in samenwerking met Philips en Ziut. Bijzonder is dat de toegepaste LEDverlichting is uitgerust met het slimme regelsysteem CityTouch, waarmee de verlichting op afstand bestuurd en ingelezen kan worden.

verlichtingsmast wekt eigen energie op De Brabantse mastenfabrikant Kaal Masten introduceert een verlichtingsmast op zonnestroom die geen gebruik maakt van het elektriciteitsnetwerk. Het eerste exemplaar wordt geplaatst op het terrein van de Technische Universiteit in Eindhoven. Het bedrijf stelt met de zogenoemde Spirit een wereldprimeur te hebben, met masten tot achttien meter hoog die volledig stand alone werken. De Spirit is een modulair opgebouwde verlichtingsmast die

behangen is met pv-modules en voorzien is van led- en accutechnologie. Doordat bekabeling niet nodig is, kunnen de Spirit-masten eenvoudig worden geplaatst op locaties waar aansluiting met het elektriciteitsnetwerk onmogelijk is, zoals snelwegen, plattelandswegen, parkeerplaatsen en bergwegen.

ledstrips voor na-druk-gelukbrug

V e r l i c ht i n g

Volgens een test van de Consumentenbond maken led-lampen de gegarandeerde levensduur van 50.000 branduren niet altijd waar. ‘Dat klopt. Gelukkig komen de lampen van Philips goed uit de test. De lampen die niet voldoen aan de garantie komen voornamelijk uit Azië. De lampen van Philips en ook Osram halen dat wel. Wij geven dan ook de lampen die we via Albert Heijn distribueren een garantie van minimaal twee jaar. Als klanten niet tevreden zijn over de lampen kunnen ze worden teruggestuurd. We moeten met leds vertrouwen opbouwen gezien onzekerheid op de markt. Klanten willen een goede kleur licht, willen dat de lampen werken en dat ze lang meegaan. Daarom geven we ook garanties.’

De Na-Druk-Gelukbrug in Amsterdam is voorzien van lichtlijnen met ledverlichting. De lichtlijnen zijn aangebracht in de lichtgoten van de stalen dichte brugleuningen. De ledverlichting geleidt bij avond en nacht voetgangers, fietsers en het gemotoriseerde verkeer, maar benadrukt ook de bruglijnen. Gebr. Beentjes uit Uitgeest, de bouwer van de Na-druk-Geluk-brug, had problemen met de oorspronkelijke lichtlijnen van de brug. Er was in eerste instantie gebruik gemaakt van ledsnoeren. Deze lichtslangen, gelijmd in de horizontale lichtgoten van de brugleuningen, waren te saboteren en lieten te gemakkelijk los. Gebr. Beentjes nam toen contact op met Klaver Infratechniek. Dit bedrijf kwam met het idee ledstrips te installeren. Uiteindelijk zijn ledstrips van Klemko geïnstalleerd.

www.ensoc.nl

17


elektriciteitsrekening hoger door grootschalige wind- en zonne-energie

Duurzame energie maakt stroom duurder Toepassing van winden zonne-energie op grote schaal zal voor de Nederlandse consument in de papieren gaan lopen. Dat blijkt uit meerdere rapporten van diverse instituten. Tekst: Cyril Widdershoven, expert olie & gas

De voordelen van een vergroening van de economie worden door velen onderschreven. Dat blijkt uit de totstandkoming van een nationaal energieakkoord. Maar de Nederlandse consument

18

ensoc magazine winter 2013

zal straks tientallen euro’s per maand extra gaan betalen voor de energietransitie. Vreemd genoeg besteden de media hier nog steeds erg weinig aandacht aan. Toch hebben diverse instituten al hun licht laten schijnen over extra kosten die ontstaan door verduurzaming van de energievoorziening. Steeds meer analyses waarschuwen voor de additionele kosten voor de Nederlandse consument.

Windenergie overschat De effecten van windenergie op het terugdringen van CO2-emissies worden overschat. Dat blijkt

energieakkoord. Totale kosten liggen rond de 90 euro per maand in 2020. Dit bedrag komt bovenop de huidige rekening.

Prijsdrukkend effect

Windpark voor de kust van Egmond aan Zee. Nederland wil grootschalig investeren in windenergie om de ambities uit het

Deze uitkomst ligt bijna in lijn met een ander rapport, geschreven door onderzoeksinstituut ECN. ECN heeft een analyse gemaakt van de kostenposten bij de integratie van grote hoeveelheden variabele zon-PV en wind. ECN meldt dat de positieve effecten van de invoering van wind- en zonne-energie duidelijk meetbaar zijn.

energieakkoord te realiseren (foto Nuon).

uit een rapport van de Groene Rekenkamer, geschreven door Jeroen Hetzler and professor Richard Tol. Dit effect valt vooral lager uit doordat windturbines minder presteren dan verwacht en doordat ze minder lang meegaan dan de economische levensduur. Volgens Hetzler zullen de Nederlandse ambities voor windenergie de consument vele tientallen euro’s per maand gaan kosten. Hij berekende dat een gemiddeld huishouden 63 euro per maand aan energiebelasting zal gaan betalen in 2020. Daarbij komen dan nog de extra kosten van de netbeheerder en de kosten van het nationaal

De door velen bejubelde impact van extra wind en zon-PV waarbij een prijsdrukkend effect ontstaat op de momenten van veel wind en zon, het zogenaamde profieleffect, wordt ook door ECN aangevoerd. Dit geldt echter alleen voor de periode tot 2020 wanneer pas een relatief laag volume aan zonne- en windenergie zijn gebouwd en moeten worden geïntegreerd. Bij een totale invoering van de ambitieuze plannen lopen de kosten echter substantieel op. De integratie van grote hoeveelheden PV of wind is niet op te vangen zonder versterking en uitbreiding van het huidige elektriciteitsnet.

Ambities uit energieakkoord kosten consument tientallen euro’s per maand

Duits voorbeeld ECN zegt dat de extra behoefte aan reservevermogen voor zowel wind als zon-PV maar een beperkt aandeel vormt in de totale integratiekosten. De balanceringskosten van wind zijn veel belangrijker en zijn ongeveer vijf keer hoger dan de kosten van de behoefte aan extra reservevermogen. Voor wind blijven deze beide posten echter nog steeds enkele malen kleiner dan de kosten van verliezen van 10% die bij wind zijn aangenomen. Voor zonne-energie zegt ECN dat in 2020 er netto baten van netintegratie zijn door de reductie van netverliezen. Indien we echter kijken naar 2030-scenarios, dan is het totaal anders. Bij hoge zon-PV scenario’s in 2030 zijn extra maatregelen nodig voor de distributienetten. ECN stelt hier voor om naar Duits voorbeeld om netproblemen te vermijden door het tijdelijk verlagen van de invoeding. Deze maatregel is echter economisch gezien kostbaar.

Ambities haalbaar? De commerciële haalbaarheid van de ambities uit het energieakkoord wordt door het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) betwijfeld. Vooral de windprojecten in Nederland worden door de experts de grond in geboord. Het Parlementair onderzoek 'Kosten en baten energie- en klimaatbeleid' van de Tweede Kamer laat zich bovendien kritisch uit over de

kosten, de controle erop en het effect op CO2-terugdringing. Het Parlementair onderzoek heeft al aangegeven dat overheden miljarden investeren zonder inzicht op de bestedingen. De economische baten lijken vooralsnog verwaarloosbaar. De kosten van bekabeling, netaanpassing en hoogspanningsleidingen zijn voor rekening van de netbeheerder die ook deze kosten aan de afnemer doorberekent.

Netbeheerder rekent kosten voor verzwaring net door aan consument Kies economisch Ook heeft de invoering van wind- en zonne-energie heeft desastreuze effecten op de rentabiliteit van de bestaande conventionele kolen- en gascentrales. Deze zijn nodig om fluctuaties in alternatieve energieaanvoer op te vangen. Tevens zal het aandeel van de alternatieve bronnen in bijna alle scenario’s nog steeds ver beneden de verwachte 20% gaan liggen. Substantiële investeringen zijn noodzakelijk bij de vergroening van de economie, maar positieve effecten zijn op dit moment niet merkbaar. De consument gaat de rekening betalen voor een nog steeds discutabele energietransitie in een tijd van economische crisis. Keuzes moeten worden gemaakt, maar dan wel graag op economische gronden, niet op principiële windmolendromen.

www.ensoc.nl

19


techcomlight wint innovatieprijs op vakbeurs energie 2013

Ledlamp licht bij als daglicht dooft

Mark Veldjesgraaf van Techcomlight: ‘De vraag naar duurzame verlichting neemt enorm toe.’

Tekst: Norbert Cuiper

Een lichtkoepel van Solatube bij een groendak in Dongen (foto Techcomlight) 20

ensoc magazine winter 2013

Overdag maakt het gebouw gebruik van daglicht, maar als dat wegvalt schakelen ingebouwde led-lampen aan. Dat is het idee achter SmartLED, een vinding van Techcomlight BV. De importeur van het buizensysteem voor daglicht Solatube® ontwikkelde dit jaar samen met Osram en Dorlight BV één van de meest efficiënte verlichting door ledlampen aan te brengen in de buizen die overdag daglicht doorlaten. ‘Als er een tekort aan daglicht ontstaat licht de led-lamp bij,’ zegt hoofd commercie Mark Veldjesgraaf. Hij ontving op de vakbeurs Energie 2013 voor de vinding de Spirit of Innovation Award.

De beste manier om energie te besparen is om energie niet te gebruiken. En anders moet de energie zo efficiënt mogelijk worden benut. Deze principes worden toegepast in de SmartLED, een led-lamp die aanschakelt als er onvoldoende daglicht beschikbaar is. De led-lamp kan dankzij een armatuur worden aangebracht in de Solatube® die overdag daglicht doorlaten. ‘Daardoor ontstaat een combinatie van daglicht en led-verlichting,’ zegt Mark Veldjesgraaf, hoofd commercie bij Techcomlight BV. Het bedrijf distribueert al sinds 1996 binnen de Benelux een buizensysteem voor daglicht onder de naam Solatube. ‘Ledlampen zijn een technologie van deze tijd. In combinatie met ons daglichtsysteem levert dit enorme besparingen op,’

Sensoren Veldjesgraaf vertelt enthousiast over de vindingrijke combinatie die hij met collega’s voor het eerst heeft gepresenteerd op de vakbeurs Energie. Hij werkt sinds twee jaar bij Techcomlight en is vanaf het begin betrokken geweest bij de ontwikkeling van SmartLED. In het magazijn en de kantoren worden Solatubes al toegepast. ‘Daardoor is de verlichting voor de helft van het jaar uitgeschakeld,’ zegt Veldjesgraaf. De ruimtes zijn voorzien van sensoren, waardoor de lampen uitgaan als er niemand aanwezig is. Binnenkort zullen led-lampen worden aangebracht in de buizen van Solatube®. De lichtsterkte van de led-lampen kan worden geregeld, via een lichtsensor in de ruimte. ‘Hierdoor betalen we nooit teveel voor verlichting,’

Solar Het idee van de SmartLED lijkt simpel, maar de ontwikkeling had nog wel voeten in de aarde, zo geeft Veldjesgraaf toe. ‘De ontwikkeling verliep niet zonder problemen. Door de compacte armatuur werd de lucht in de Solatube te warm. Daardoor moesten we een heatsink aanbrengen die de warme lucht kan afvoeren. Ook moesten we de lichtopbrengst waarborgen. Dat hebben we gedaan door de leds iets meer licht te laten produceren dan de opbrengst uit daglicht.’ Naast de SmartLED zit er nog meer in het vat. Techcomlight is ook bezig met een toepassing van Solatube met leds op zonne-energie, maar deze solar-variant heeft meer tijd nodig voordat het op de markt kan komen.

Pilot projecten De eerste proefprojecten zijn goed verlopen. ‘We hebben zes Solatubes met SmartLEDs geplaatst in winkelcentrum Sterrenburg in Dordrecht. Resultaat was een energie­besparing van 96 procent ten opzichte van de oude verlichting bij hetzelfde lichtniveau. Dat is een enorme besparing,’ zegt Veldjesgraaf. Ook bij vakantieverblijf Dopersduin in Schoorl is de SmartLED getest in toiletruimtes, maar hiervan zijn nog geen metingen beschikbaar. Wel zegt Veldjesgraaf iets over de beleving van led-verlichting. ‘De bedrijfsleider was gehecht aan de pure beleving van het daglicht. Hij zag geen kwaliteitsverlies in verlichting door de leds.’

Interesse De belangstelling voor SmartLED is groot, zegt Veldjesgraaf.

‘We hebben nog geen reclame gemaakt, maar toch worden we dagelijks gebeld.’ De toekenning van de innovatieprijs op de vakbeurs Energie helpt om de vinding meer voor het voetlicht te halen. Veldjesgraaf is ook blij dat de SmartLED is ontwikkeld met Osram, fabrikant van luxe led-lampen. ‘Osram is geen led-cowboy. Klanten hebben daardoor meer vertrouwen in de led-toepassing die we hebben bedacht.’ Ook klanten die de Solatubes al eerder hebben aangebracht kunnen nu SmartLEDs kopen om hun stroomverbruik voor verlichting verder te verlagen. Dat betekent een verdergaande optie van energiebesparing. SmartLED past helemaal in deze trend.

Voordelig De vraag naar energiezuinige en duurzame verlichting neemt enorm toe, zegt Veldjesgraaf. De wet milieubeheer verplicht bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen. Aan de andere kant kan een bedrijf ook subsidie krijgen om te investeren in energiebesparing. Veldjesgraaf:‘Ik zie dat de combinatie van daglicht en leds financieel voordelig uitvalt. De Solatube® en SmartLED brengen dus ook verlichting in het exploitatiebudget gedurende de volledige levensduur van het gebouw. De daglichtprofes­ sionals van Techcomlight kunnen per locatie advies uitbrengen, een lichtplan maken en zelfs een heldere provit on investment berekenen. Zeker in ruimtes zoals openbare hallen en winkels zijn de investeringen het geld waard.’ www.ensoc.nl

21


m a r k i e z a at c o l l e g e b e s pa a r t 4 0 % o p v e r l i c h t i n g m e t d a g l i c h t k l e u r

De zon schijnt altijd op school

Kunstlicht zoals van TL-buizen en led-lampen kan de kleur hebben van daglicht. Ruimtes krijgen daardoor de helderde, frisse uitstraling van een zonnige dag. Het Markiezaat College in Bergen op Zoom heeft voor deze oplossing gekozen en bespaart hiermee 40 procent energie op verlichting. Ensoc Magazine bezocht de school en sprak met twee experts over de energiezuinige verlichting. Tekst: Norbert Cuiper

22

ensoc magazine winter 2013

Het is zonnig, warm najaarsweer in Bergen op Zoom. Ik parkeer mijn auto achter het Markiezaat College, een mbo-school die technische opleidingen verzorgt. Leerlingen staan buiten voor de ingang van de school. Enkele minuten later lopen ze naar binnen. In de hal is het een komen en gaan van leerlingen, docenten en andere medewerkers. Onder hen bevindt zich facilitair manager Peter Verhaegh. Hij werkt vanaf 2002 bij het Markiezaat College, waar hij leiding geeft aan de facilitaire dienst van de school en zorgt voor het beheer van het gebouw. Ik heb met hem afgesproken via verlichtingsadviseur Joost Rienks, die op verzoek van de afdeling gebouwbeheer advies geeft over de verlichting in de school. Met z’n drieën zitten we in de personeelskantine, die al is voorzien van de nieuwe TL-verlichting, net als een helft van het schoolgebouw.

Renovatie Het Markiezaat College is onderdeel van ROC West-Brabant, die de gebouwen wil verduurzamen, vertelt Rienks. ‘Door de economische recessie heeft het ROC niet gekozen voor nieuwbouw, maar heeft ze besloten om het bestaande gebouwen op duurzame wijze te renoveren. Duurzaam is in dit geval energiezuinig, met een lange levensduur en prettig voor de gebruikers,’ zegt Rienks. Tijdens een renovatie van het Markiezaat College in de zomer zijn de verlichtingsarmaturen en de plafonds vervangen. ‘Dat gebeurt ook bij andere scholen in de regio,’ zegt Rienks. Naast het duurzamer maken van de gebouwen is de investering bedoeld om kosten te besparen. De initiële kosten liggen hoger, maar de meerprijs van de verlichting is in

een jaar terug te verdienen via de besparing op energiekosten. Dat maakt de investering economisch zeer aantrekkelijk.

De korte terugverdientijd maakt de investering economisch zeer aantrekkelijk Test Verlichtingsadviseur Rienks voerde eerst een kleinschalige test uit om de effecten van de nieuwe verlichting te onderzoeken. ‘De afdeling motorvoertuigentechniek renoveerde in de zomer van 2012 haar werkplaats. Hierbij zijn de oude TL-armaturen vervangen door energiezuinige T5-exemplaren. Dat bleek een succes, waardoor afgelopen zomer de ene helft van de school werd voorzien van T5. Bedoeling is dat de andere helft in de zomer van 2014 overgaat op de energiezuinige verlichting.’ Naast T5 gaat het volgens Rienks om spaarlampen in spotjes en dimbare led-lampen. Een verdere kostenbesparing is afkomstig van aanwezigheidsdetectie, in de vorm van sensoren in klaslokalen, toiletten en wandelgangen. Daarnaast zijn in de TL-armaturen bij de ramen daglichtsensoren aangebracht, waardoor de lampen automatisch worden gedimd als het buiten zonnig is.

Daglichtkleur Bijzonder aan de nieuwe TL-armaturen is dat ze licht produceren met daglichtkleur. Dat betekent dat het kunstmatige licht dezelfde kleur heeft als zonlicht dat midden op de dag zou schijnen. ‘Hierdoor komt het licht in de lokalen natuurlijk over. Dit geeft een prettig effect, www.ensoc.nl

23


m a r k i e z a at c o l l e g e b e s pa a r t 4 0 % o p v e r l i c h t i n g m e t d a g l i c h t k l e u r zo blijkt uit onze ervaringen,’ zegt Rienks. Onderzoek toonde aan dat verlichting de alertheid van kantoorpersoneel sterk beïnvloedt. Volgens Rienks heeft dit te maken met het effect van licht op het menselijk lichaam. ‘Het licht zorgt voor een bepaald niveau melatonine en cortisol. Deze twee hormonen zorgen ervoor dat we slaperig respectievelijk waakzaam worden.’ Maar praktijkervaringen op basis van kunstlicht met daglichtkleur zijn niet zo dik gezaaid, zegt Rienks. ‘Het licht is blauwer en kan daardoor als ongezellig ervaren worden. Daarom hebben we dat eerst uitgetest voordat we het op school gingen toepassen.’

Het kunstmatige licht heeft dezelfde kleur als zonlicht midden op de dag Overgang De overgang naar de nieuwe verlichting bleek een verbetering. ‘Sommige docenten ervaarden de oude TL-verlichting als onrustig en storend,’ zegt Verhaegh. ‘Dat kwam omdat de TL-buizen aan de zijkant zichtbaar waren. Dit probleem hebben we opgelost door de TLarmaturen in de plafonds weg te werken.’ In de proef werden drie lokalen voorzien van verschillende verlichting. Het eerste lokaal behield de oude TL-verlichting. Het tweede lokaal beschikte over T5-verlichting met een romige tint, het derde had T5 met helder licht, beiden in daglichtkleur. Docenten merkten niet het verschil op. Rienks: ‘Kunstlicht met daglichtkleur valt niet op. Dat 24

ensoc magazine winter 2013

bleek ook uit onze proeven.’ Verhaegh: ‘We hebben de nieuwe verlichting meegedeeld. Daarop kwam geen feedback. Daaruit concludeerden we: geen nieuws is goed nieuws. Op basis hiervan hebben we gekozen voor T5 met daglichtkleur.’

Gewenning Gewenning speelde ook een rol. ‘Docenten moesten aan de nieuwe verlichting wennen ,’ zegt Verhaegh. Hij geeft als voorbeeld de aanwezigheidssensoren. ‘Bij 80 procent van de sensoren gaat het licht na vijf minuten uit als er zich geen mensen meer in de ruimtes bevinden. Sommige docenten vonden dit vervelend. Ze waren gewend om de lichten zelf uit te doen door op een knop te drukken. Daarom is besloten om de knoppen naast de sensoren te handhaven.’ Positieve reacties kwamen vanuit de avondschool. ‘Cursisten merken ’s avonds het verschil. Niet alle lichten blijven aan. Sommige gangen vallen uit, alleen de linkerzijde van de school blijft verlicht om een gevoel van veiligheid te creeëren.’ De besparing zal te merken zijn omdat het energiegebruik afneemt, zegt Verhaegh toe. ‘Er branden nu minder lichten. Dat verschil zullen we terugzien in de cijfers.’

Weerkaatsing Verhaegh noemt een tweede voordeel van sensoren: gebruiksgemak. ‘De conciërges vinden het fijn. Voorheen moesten ze alle lichten handmatig uitdoen, nu gebeurt dat automatisch.’ Verhaegh noemt enkele punten waar rekening mee moest worden gehouden

bij het plaatsen van de nieuwe verlichting. ‘Drie jaar geleden verving de school de krijtborden door digitale exemplaren. Digitale borden kunnen echter door weerkaatsing van het licht minder goed zichtbaar zijn. Dat is ondervangen door de TL-armaturen meer richting de zijkant van het lokaal te plaatsen.’ Een ander punt betreft het dimmen van de T5-lampen. ‘Na het plaatsen van de armaturen moeten T5-lampen eerst honderd uur op maximale sterkte branden, voordat ze mogen worden gedimd. Dat betekent dat de daglichtsensoren de eerste maand zo moeten worden ingesteld dat dimmen niet kan. Daarna kan het besparen beginnen.’

Er branden nu minder lichten. Dat verschil zullen we terugzien in de cijfers’ Vergelijken De ene helft van de school is afgelopen zomer voorzien van de nieuwe verlichting, de andere helft volgt in de zomer van volgend jaar. De gehele school voorzien van de nieuwe verlichting was logistiek niet haalbaar. Daardoor is het echter in de tussentijd mogelijk om de oude en nieuwe verlichting te vergelijken. Rienks: ‘De lokalen met de T5-lampen ogen visueel meer comfortabel. Er is minder schittering en reflectie, ook bij het digitale bord. Dat komt doordat de T5-armaturen beschikken over dwarslamellen met spiegelglas, waardoor ze het licht naar beneden richten www.ensoc.nl

25


m a r k i e z a at c o l l e g e b e s pa a r t 4 0 % o p v e r l i c h t i n g m e t d a g l i c h t k l e u r en niet naar de zijkant van het lokaal. Daardoor ogen de lampen nooit fel, terwijl ze wel genoeg licht geven om comfortabel te kunnen werken.’ Verhaegh: ‘De oude TL-bakken ogen veel onrustiger. Het doel is echter om een ruimte te creëren met zo min mogelijk prikkels. Dat is nu gelukt.’

Multifunctioneel We nemen de proef op de som. Met z’n drieën lopen we vanuit de personeelskamer door de hal naar het Auditorium. Daar hangen grote sfeerlampen, terwijl in het plafond zowel led-lampen als TL-buizen zitten weggewerkt. Rienks: ‘Deze ruimte is multifunctioneel. Doordeweeks wordt het gebruikt als aula, maar in het weekend vinden hier kerkdiensten plaats. Om daarvoor de geschikte sfeer te creëren hangen hier verschillende lampen.’ Rienks wijst ook op de verlichting in de keuken, die helder oogt dankzij led-spotjes. ‘Dat moet ook, want het personeel moet een goed zicht hebben om het eten klaar te maken.’ We lopen verder, door de gang die gebruik maakt van daglicht door vensters in het dak. Rienks: ‘Dat is niet iets van de laatste tijd, maar is al tijdens de bouw van de school aangebracht. Dit komt echter goed uit, want hierdoor gebruikt de gang minder kunstlicht.’

Werkplaats Verhaegh opent een deur naar een werkplaats, waar leerlingen staan te sleutelen aan een auto. Het stinkt een beetje naar benzine. ‘Dit is de afdeling motorvoertuigentechniek,’ 26

ensoc magazine winter 2013

zegt Verhaegh. Hij wijst naar de TL-balken aan het plafond. ‘Die moeten we nog vervangen. Deze ruimte komt volgend jaar aan de beurt.’ Dan lopen we terug de gang op, naar de volgende werkplaats. Deze ziet er heel anders uit dan de vorige. Het lijkt meer op een autoshowroom dan een garage. De wanden zijn lichter van kleur, bijna wit. ‘Daardoor is ook minder licht nodig. Hierdoor kan de ruimte toe met een kwart minder TL-buizen,’ zegt Rienks. Groot verschil met de vorige werkplaats: deze ruimte ruikt niet. ‘Dat komt door de betere afzuiging,’ zegt Verhaegh. Hij wijst naar een installatie boven in de hoek. Drie warmteterugwinunits verwarmen opgezogen buitenlucht voor met de warmte van de binnenlucht die naar buiten gaat. ‘Dat werkt ook energiebesparend,’ aldus Verhaegh.

In combinatie met aanwezigheidsdetectie loopt de besparing op tot 50 procent Rekensom Rienks rekent grofweg voor hoeveel energie de school bespaart op verlichting. ‘Voorheen zaten er in een groter klaslokaal 25 TL-armaturen van 70 Watt. Dat is 1750 Watt per lokaal. Nu zitten er in een lokaal 17 armaturen van 63 Watt. Dat is 1071 Watt per lokaal. Dat komt neer op 39 procent energiebesparing. In combinatie met aanwezigheidsdetectie loopt de besparing op tot 50 procent.’ Volgens Rienks is dit

nog een indicatief getal dat nog moet worden gestaafd. Maar de besparing gaat verder dan energie. ‘Omdat we hebben gekozen voor TL-verlichting in daglichtkleur is de kwaliteit van het licht verbeterd. Dat betekent dat we minder armaturen nodig hebben per klaslokaal. We hebben dus eigenlijk meer licht voor minder geld.’ Ook met ledverlichting bespaart de school, maar ligt de investering hoger dan bij TL-verlichting.

Zonlicht We lopen via de trap naar de tweede verdieping om enkele klaslokalen te bekijken met de nieuwe verlichting. Daar zit een groepje leerlingen dat onverstoorbaar verder werkt. Wat opvalt is dat de gordijnen niet donker zijn, maar deels het zonlicht doorlaat. ‘Hierdoor is minder kunstlicht nodig,’ zegt Rienks. Hij wijst op de TLverlichting bij het raam, naar een knopje halverwege het armatuur. ‘Dat is een daglichtsensor. Die meet hoeveel licht er in het lokaal valt. Als het buiten zonnig weer is hoeft het kunstlicht minder hard te branden. Dan zorgt de sensor ervoor dat de lamp automatisch wordt gedimd. Maar als het buiten donker is zorgt de sensor ervoor dat de lamp bijlicht. Ook dit gebeurt met daglichtkleur.’ Met andere woorden: de zon schijnt altijd op school. Ook als het buiten donker is. Verbluft over dit vernuft verlaat ik het schoolgebouw. Buiten zitten leerlingen in de zon. Onwetend van de innovatie onder het dak van hun school waar ze komende winter van zullen profiteren. www.ensoc.nl

27


juridische en beleidsmatige afwegingen achter openbare verlichting

Openbare verlichting onder de loep Achter de ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid van openbare verlichting gaat een wereld van juridische en beleidsmatige afwegingen schuil. Belangrijk, want een goede verdeling van plichten en verantwoordelijkheden is noodzakelijk voor betrouwbare en duurzame openbare verlichting.

Tekst: Robin Aerts en Lisette Baljon, advocaten bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. 28

ensoc magazine winter 2013

Openbare verlichting is een vanzelfsprekendheid voor burgers in Nederland. De overheid heeft de taak die te verzorgen. Die taak heeft zeker ook juridische facetten. Zo is relevant wie op welke wijze straatlantaarns mag plaatsen en hoe die aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnet. Natuurlijk is ook van belang op wie de plicht rust straatlantaarns te onderhouden. Daarnaast heeft het duurzaamheidsbeleid van de overheid ook gevolgen voor openbare verlichting. In deze bijdrage staan enkele van deze juridische en beleidsmatige aspecten van verlichting centraal.

Plaatsing Een straatlantaarn valt ingevolge vaste jurisprudentie aan te merken als een bouwwerk. Een straatlantaarn vormt immers een “constructie van enige omvang van metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming direct met de grond verbonden is en bedoeld is om ter plaatse te functioneren”. Nu het plaatsen van een straatlantaarn aangemerkt kan worden als “bouwen”, is hiervoor strikt genomen een omgevingsvergunning activiteit bouwen vereist. In de praktijk zou de vergunningplicht kunnen leiden tot nodeloze administratieve rompslomp. Daarom is in artikel 2 e.v. van het Besluit omgevingsrecht bepaald dat voor het plaatsen van verlichting ten behoeve van infrastructurele voorzieningen – mits voldaan aan de genoemde voorwaarden – is uitgezonderd van de vergunningplicht.

Aansluiting De aansluiting van straatverlichting op het elektriciteitsnet is verankerd in de Elektriciteitswet 1998. De wet regelt de verhouding tussen de beheerder van de openbare verlichting, de netbeheerder van het elektriciteitsnet en de leverancier van de elektriciteit. Voor beheerders van de openbare verlichting is een uitzondering gemaakt op de algemene regel dat een afnemer een ieder is die beschikt over een aansluiting op een net, omdat de beheerder voor vele aansluitingen nodig heeft om de alle lantaarns van elektriciteit te voorzien. De beheerder moet aan een drietal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de uitzondering: (i) vanwege de technische aard van de bedrijfsvoering moet hij beschikken

over meerdere aansluitingen, (ii) het totale beschikbaar gestelde vermogen moet meer dan 2 MVA bedragen, en (iii) de bedrijfsvoering moet op fysiek geïntegreerde basis geschieden. Indien voldaan is aan deze voorwaarden kwalificeert degene die de openbare verlichting beheert als één afnemer, met als gevolg dat de aansluitingen voor de lichtmasten in één transporttariefcategorie vallen.

Aanbesteding Daarnaast kan de beheerder van de openbare verlichting voor de aansluitwerkzaamheden, wanneer deze een aansluitwaarde van meer dan 10 MVA omvat, een openbare aanbesteding uitschrijven. Omdat er sprake is van een grote aansluitwaarde kunnen er efficiëntievoordelen ontstaan ten opzichte van de aansluiting van bijvoorbeeld woningen. Deze bepaling heeft dan ook ten doel tot een marktconforme prijs te komen. Dit heeft voor de gemeente die de openbare verlichting laat aanleggen als voordeel dat zij niet gebonden is aan de aansluitwerkzaamheden verricht door de netbeheerder. De netbeheerder stelt de kosten op voorhand vast, welke waarschijnlijk hoger uitvallen de kosten na een aanbestedingsprocedure.

Onderhoud De meest recente uitspraak omtrent openbare verlichting is afkomstig van de voorzieningenrechter in Groningen. De belangrijkste vraag was wie het eigendom over de lantaarns heeft: de gemeentes of de netbeheerder. Die vraag was relevant omdat diegene verplicht is de lantaarns te onderhouden. Deze rechter zag zich onder andere voor de vraag gesteld of lantaarns onderdeel worden van het ondergrondse laagspanningsnet, of zelfstandige instal-

laties zijn en die daarvan geen deel uitmaken. De rechter beantwoordde de vraag in lijn met het laatste standpunt. De reden hiervoor is dat straatlantaarns kunnen worden losgekoppeld van het net zonder dat beschadiging aan de lantaarns of het net zal worden toegebracht. Ook volgens de verkeersopvattingen maken straatlantaarns geen deel uit van het net. Daarom eindigt het elektriciteitsnet daar waar een installatie op het net is aangesloten. De straatlantaarns zijn vanaf het schakelbord aan te merken als één installatie, en dus eindigt het net bij het schakelbord. Als gevolg van deze uitspraak zijn de gemeentes eigenaar van de lantaarns en zijn zij daarom verplicht het onderhoud hierop uit te voeren.

Verduurzaming Openbare verlichting neemt 1,5% in van de totale elektriciteitsproductie in Nederland. Omdat openbare verlichting een overheidstaak is, vindt de overheid dat zij het goede voorbeeld moet geven door bewust met verlichting om te gaan. Zo voert Rijkswaterstaat sinds deze zomer het beleid de verlichting van snelwegen ’s-nachts te beperken. Op provinciaal niveau is zogeheten ‘donkertebeleid’ opgesteld. Dit houdt in dat op diverse beleidsterreinen zoveel mogelijk donkere plekken in stand worden gelaten wanneer dit geoorloofd is, om daarmee natuur en milieu te beschermen en energie te besparen. Ook gemeentes verduurzamen de openbare verlichting. Zo is op gemeentelijk niveau nieuw beleid opgesteld, de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL-2011), waarin het uitgangspunt is: ‘donker tenzij’ en ‘duurzaam moet’. Al met al werken zowel Rijkswaterstaat, de provincies en gemeenten aan het duurzamer omgaan met verlichting.

LED-hanglampen Coolsingel, Rotterdam Bron: Philips

www.ensoc.nl

29


ceo luminaid wil markt voor straat verlichting openbreken Chris Boomaars

‘nog veel te besparen met leds’ Openbare verlichting is een lastige markt in Europa, zeker voor nieuwkomers. Dat meldt directeur Chris Boomaars van lichtleverancier Luminaid BV uit Roosendaal in gesprek met Ensoc Magazine. ‘We kunnen nog veel energie besparen door de verlichting bij snelwegen te vervangen door ledlampen.’

Tekst: Norbert Cuiper 30

ensoc magazine winter 2013

N

ieuwkomer Luminaid bestaat pas één jaar, maar het beschikt al wel over een pand met een grote ontvangsthal. Dat blijkt wanneer directeur Chris Boomaars me verwelkomt in het pand op een industrieterrein in Roosendaal. De hal biedt ruimte om lampen te demonstreren voor straat, industrie en kantoor. In de ruimte staan onder andere lantaarnpalen, TL-buizen en ledlampen. ‘Dit noemen we onze Light Experience Center,’ zegt Boomaars trots. Verderop staan een gele robot, een ‘photogoniometer die afstralingsprofielen meet van armaturen’ en een futuristische bol die volgens Boomaars ‘de lichtbron nauwkeurig kan meten op zowel optische als elektrische parameters’. De ruimte is een soort laboratorium voor verlichting, zoals grote firma’s en onderzoeksinstituten ook hebben. Maar dan iets kleiner. De lichtleverancier werkt samen met China, vertelt Boomaars. ‘We zijn vorig jaar een samenwerkingsverband aangegaan met de Chinese producent Gyled. Doelen zijn om de Europese markt te openen en om met Gyled lichtoplossingen te ontwikkelen die voldoen aan de Europese maatstaven.

is chief executive officer (ceo) van Luminaid BV uit Roosendaal. Hij studeerde techniek aan de Hogeschool West-Brabant in Breda en werkte onder meer als directeur marketing & sales bij machinebouwer OTB Solar.

Een bolvormige testinstallatie meet de lichtbron nauwkeurig op

De Chinezen beschouwen ons daarvoor als een betrouwbare partner in Europa,’ zegt Boomaars. Veel producenten van verlichting in Azië hebben nog weinig ervaring met de export naar Europa. Dat is een bijkomende reden voor Gyled om te kiezen voor een partij als Luminaid, vertelt Boomaars. ‘Wij zijn de Nederlandse partij die de markt voor Gyled moet openbreken,’ aldus Boomaars.

Handelshuis Luminaid en Gyled tekenden de overeenkomst voor samenwerking in augustus 2012. In dezelfde maand is ook Luminaid opgericht, vertelt Boomaars. ‘We vormen voor Gyled de de toegang tot de Europese markt. Tevens hebben we een eigen R&D-afdeling waar lampen en armaturen worden ontwikkeld voor de Europese markt, volgens Europese normen en maatstaven. Daarnaast wil Gyled haar fabrieken volledig benutten. Dat gebeurt door een deel van hun producten te exporteren naar Europa.’ Luminaid vormt het verlengstuk van de producent, omdat het alleen producten van Gyled verkoopt. ‘We vertegenwoordigen de Chinese fabrikant, maar we ontwikkelen ook onze eigen producten die in China worden geprodu-

ceerd.’ Gyled beschikt over drie R&D-centers in China, zoals in Ningbo en Shanghai. In de Chinese stad Linfen staat een R&D-center, dat tevens is ingericht voor productie.

Vakbeurs Luminaid toonde op de vakbeurs Energie 2013 in Den Bosch vooral industriële verlichting, maar is ook actief op andere gebieden. ‘We richten ons op straatverlichting, industriële verlichting en kantoorverlichting,’ zegt Boomaars. Straatverlichting noemt hij een lastige markt in Europa. ‘In China staat Gyled bovenaan met straatverlichting, maar in Europa niet. Dat komt door de wijze van aanbesteding. Europese aanbestedingen vragen vaak om informatie waardoor ze het zeer moeilijk maken om nieuwkomers een kans te geven.’ Ook hekelt Boomaars de normen voor straatverlichting, die uit de jaren vijftig stammen. Deze oude normen houden een grootschalige introductie van led-lampen tegen. Hierdoor is het voor Luminaid bijna onmogelijk om ertussen te komen op de markt voor straatverlichting. Boomaars: ‘Raar, want we hebben degelijk iets te bieden, qua prijs/ kwaliteit-verhouding.’ www.ensoc.nl

31


ceo luminaid wil markt voor straat verlichting openbreken

1

Een photogoniometer meet afstralingsprofielen van armaturen

Straatverlichting Volgens Boomaars geven gemeenten bij straatverlichting grote, gevestigde fabrikanten voorrang. ‘De normen zijn toegeschreven naar hun producten. Dat is een groot verschil met industriële verlichting. Bedrijven zijn meer kostenbewust bezig en kijken anders naar de verhouding tussen prijs en kwaliteit dan overheden. Maar gemeenten verschuilen zich bij de keuze van de fabrikant achter het protocol. Daardoor krijgen andere leveranciers geen kans.’ Boomaars wijst naar een natriumlamp, die sinds de jaren vijftig is geplaatst langs snelwegen in Nederland. ‘De natriumlamp was voor die tijd heel efficiënt. Het geeft veel licht van één bepaalde golflengte, waardoor het een rode kleur afgeeft. Maar daardoor zien mensen bijna geen contrast. Met leds kunnen we nu wit licht genereren met veel meer contrast.’

Snelwegen Nederland kan nog veel energie besparen door de snelwegen te voorzien van leds, zegt Boomaars. ‘De natriumlamp verbruikt 120 Watt, maar dat verschuift naar 130 Watt als de lamp langer in gebruik is. Led-lampen verbruiken slechts 49 Watt, 32

ensoc magazine winter 2013

2

terwijl de lichtsterkte even groot is. Dat betekent een enorme besparing bij vervanging.’ Volgens Boomaars moeten de normen voor straatverlichting worden aangepast. ‘De normen zijn nu nog gebaseerd op de ouderwetse natriumlamp. Dat moet anders.’ En dat kan ook. Boomaars verwijst naar lokale overheden die ledlampen aanbrengen op secundaire wegen en fiets- en voetgangerspaden. ‘We kunnen veel energie besparen als we natriumlampen vervangen door leds. Die bieden net zoveel zicht, terwijl we een derde kunnen besparen. Die besparing is gigantisch.’

Primeur Nederland kan ook nog veel leren van wat er in Azië gebeurt, zegt Boomaars. ‘In Nederland spreken we al snel over een primeur indien er op een klein stukje snelweg een test gedaan wordt met led-verlichting. Maar in Azië worden nieuwe snelwegen en hele steden standaard uitgerust met leds. Dat is al twee tot drie jaar het geval. Helaas ligt in Nederland niet de focus op leds als straatverlichting. Of dat straks anders wordt? Ik hoop van wel.’ Het industrieterrein in Roosendaal, dat wordt geëxploiteerd door de gemeente, is nog ouderwets voorzien van natriumlampen, vertelt Boomaars. Het is slechts één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat gemeenten bij straatverlichting een weinig vooruitstrevende houding aan de dag leggen. ‘We hebben een onafhankelijk instituut nodig om de normen aan te passen,’ zegt Boomaars.

Industrie De markt voor industriële verlichting is een stuk toegankelijker, zegt Boomaars. Dat komt ook doordat magazijnen in het verleden veel werden

uitgerust met kwikdamplampen, die nu moeten worden vervangen vanwege de milieuvoorschriften. Kwikdamplampen branden 24 uur per dag. Hoewel de lampen zelf maar 400 Watt verbruiken, is er ook nog een voorschakelapparaat nodig waardoor een kwikdamplamp meer dan 530 Watt aan energie opneemt. Dit is een stuk meer dan een led-lamp die op volle sterkte 220 Watt verbruikt, maar voor een vergelijkbaar lichtniveau zorgt. Bij de fabriek van gevelbouwer Trespa in Weert zijn de kwikdamplampen onlangs vervangen door ledverlichting, vertelt Boomaars. In combinatie met bewegingssensoren heeft Trespa in een hal een energiebesparing van 95% gehaald. Zonder sensoren zou de besparing zijn uitgekomen op zo’n 60 procent.’

Brandbaar Er bestaat nog een andere reden om kwikdamplampen snel te vervangen door leds, vertelt Boomaars. ‘De meeste industriële branden worden veroorzaakt door kapotte verlichting, vooral kwikdamplampen. Op volle sterkte zijn kwikdamp lampen ongeveer 1500 oC. Als er een lamp breekt of knapt komen gloeidraden van deze temperatuur op materialen terecht die snel ontvlambaar zijn. Buiten het feit dat er kwik vrijkomt, is het brandgevaar dus erg groot. Daardoor is het veiliger om de kwikdamplampen te vervangen.’

Kantoor TL-verlichting lijkt voor kantoor een logische oplossing, maar conventionele TL-buizen moeten de eerste honderd uur continu branden waarna ze over de gehele levensduur 30 procent aan lichtsterkte verliezen. Dat nadeel kennen ledlampen niet,’ aldus Boomaars. TL-buizen zijn niet zo efficiënt als velen denken, zegt Boomaars. ‘De voorschakelapparatuur met een VSA-ballast is voor 14 procent verantwoordelijk voor het totaal opgenomen vermogen. Een TL-buis van 58 Watt neemt in werkelijkheid 72 Watt op aan elektrisch vermogen,’ zegt Boomaars. Als TL-buizen worden vervangen door ledlampen kan dat volgens Boomaars een besparing opleveren van wel 50 procent.

Optiek Aan de andere kant geven TL-buizen wel meer licht dan ledtube’s. Boomaars: ‘TL-buizen zijn ronde

stralers, terwijl de meeste led-tube’s gericht licht geven. Doordat TL-buizen gemonteerd worden in armaturen, moet het armatuur voorzien zijn van goede optiek om al het licht dat naar boven straalt naar beneden te richten. We zien dat de meeste armaturen een efficiency hebben van iets meer dan 60%. Hierdoor moet je niet een TL-buis met een ledbuis op lichtsterkte vergelijken, maar beide lampen installeren in het armatuur, en dan kijken hoeveel licht er uit het armatuur overblijft.’

Schilderij Volgens Boomaars gaat het bij verlichting om de effectieve lichtsterkte op de grond of het vlak dat verlicht moet worden. Dat werkt bij TL-verlichting anders dan bij led.’ Boomaars staat op van zijn stoel en loopt door de hal naar achteren. Hij laat een vergaderzaal zien met een lichtpendule boven de vergadertafel, terwijl hij op de lichtschakelaar drukt. Eerst gaat de TL-verlichting aan, waardoor een schilderij aan de muur wordt beschenen. Het schilderij ziet er wat flets uit en vertoont aan de randen schaduw [1]. Dit verandert echter zodra de TL-verlichting uitgaat en de led-lampen aangaan [2]. Op het schilderij zijn de kleuren plots aanmerkelijk feller en is de schaduw verdwenen. ‘Je ziet duidelijk verschil, toch?’ Als leek op gebied van verlichting kan ik dat alleen maar beamen.

Toegankelijker Boomaars raadt aan om bij led-verlichting ook het armatuur te vervangen. ‘Momenteel is de markt erop gericht om led-lampen aan te bieden als retrofit, waardoor ze de oude lampen met dezelfde fitting vervangen. Dit betekent dat oude lichtbronnen, zoals gloeilampen en TL-buizen, in deze vorm factor nagemaakt worden, maar dan met led als lichtbron. Veel ombouwacties om TLbuizen te vervangen door een led-buis hebben als nadeel dat oude armaturen hergebruikt worden. Er is hier een klein prijsvoordeel, maar veel beter zou zijn om hiervoor meteen een specifiek ontwikkeld armatuur te nemen waarin de leds zijn geïntegreerd. Verdere ontwikkeling zorgt ervoor dat led-lampen volledig geïntegreerd gaan worden in armaturen. Hierdoor nemen zowel kwaliteit als betrouwbaarheid toe.’ www.ensoc.nl

33


E n e r g i e b e s pa r i n g

Energie besparen? Verhoog de prijs ‘met energiebesparing is veel te winnen’ ‘Europa moet nadrukkelijk kijken naar energiebesparing’, zegt Maria van der Hoeven, directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Ze is ervan overtuigd dat Europa met energiebesparing ‘een belangrijke stap kan zetten in het verbeteren van onze concurrentiepositie’. In de World Energy Outlook waarschuwt het IEA dat Europa internationaal terrein dreigt te verliezen. Door de hoge energieprijzen verslechtert de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie, met name de chemie. Van der Hoeven noemt efficiënter energieverbruik als een van de belangrijkste oplossingen. “Energiebesparing is niet de enige oplossing, maar wel een belangrijke. Nog steeds wordt wereldwijd een groot deel van de mogelijkheden om energie te besparen niet benut. In de petrochemische industrie maken de energiekosten 70% uit van de totale kosten. Er is dus veel te winnen.’

industrie kan besparen door isolatie Betere isolatie kan de Europese industrie jaarlijks 3,5 mrd euro aan energiekosten besparen. Het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot kan met 4 procent verminderd worden. Dit blijkt uit een rapport van Ecofys. Het besparingspotentieel dat kosteneffectief gerealiseerd kan worden komt uit op 620 petajoule (PJ). Dat is 36 miljoen ton CO2uitstoot. Andreas Gurtler, directeur van de Europese Stichting van Industrieel Isolatie die het onderzoek leidt, zegt: ‘Men is zich niet bewust van het energiebesparingspotentieel van industriële isolatie en dat verbaasde 34

ensoc magazine winter 2013

ons.’ Hij voegt toe: ‘Om van dit economisch potentieel te kunnen profiteren, gecombineerd met de energie- en CO2-besparing, is er een enorme toewijding nodig om artikel 8 van het Energy Efficiency Directive te implementeren.’

amsterdam zet datacentra aan De gemeente Amsterdam heeft de datacentra in de stad aangezet tot een elektriciteitsbesparing van 68 miljoen kilowattuur. De besparing is vrijwillig, maar Amsterdam hield dwang via de wet milieubeheer wel nadrukkelijk achter de hand. De ruim veertig databedrijven in Amsterdam zijn met 460 kWh per jaar goed voor 11 procent van het stroomverbruik van alle 22.000 Amsterdamse bedrijven. Reden voor Amsterdam om in het kader van haar klimaatdoelstellingen de sector aan te sporen tot fikse bezuinigingen. De bedrijven investeren ruim 16 miljoen euro in besparende maatregelen als efficiëntere koelinstallaties. Deze investering verdient zichzelf binnen 5 jaar terug door de lagere energierekening.

kunsthal bespaart met esco In februari 2014 gaat de Kunsthal Rotterdam weer open, maar nu als energiezuinig gebouw. Een Energy Service Company (ESCo) geleid door Eneco en ook bouwbedrijf Dura Vermeer hielp het museum kosteloos te verduurzamen. Voor Emily Ansenk, directeur van de Kunsthal, kwam de ommekeer in 2009 bij het zien van

de energierekening. In 2005 bedroeg de energierekening nog € 100.000. Vier jaar later was ruim anderhalf keer zo hoog. De subsidie groeide echter niet mee. Daarop kwam het idee van verduurzaming. Bij inspectie bleek het gebouw een G-label te hebben qua energieverbruik – het allerlaagste niveau. Ansenk: ‘Het doel is nu om A+ te behalen.’ Uit een visiedocument bleek dat medeinvesteerders nodig zouden zijn. Financiering is vaak een probleem bij duurzame maatregelen, zoals energiebesparing. Het nieuwe concept van een ESCo lost dat op.

elke woning krijgt label Vanaf 2015 krijgen alle woningen zonder energielabel een indicatief label. Maar een sanctie blijft noodzakelijk als het label bij verkoop ontbreekt. Dat schrijft minister Blok van Wonen in een brief aan de Tweede Kamer. Na een gesprek met de eurocommissaris in februari 2014 zal Blok het definitieve ontwerp van het systeem voor het energielabel voorleggen aan de Tweede Kamer. Dat wil hij in maart 2014 doen. Het is nog niet geheel duidelijk hoe het indicatieve energielabel eruit gaat zien. Blok: ‘Het indicatieve energielabel wordt op meer dan alleen het bouwjaar gebaseerd. Er wordt nog onderzocht hoeveel van de straks door de woningeigenaren in te vullen woningkenmerken kunnen worden gehaald uit centraal beschikbare gegevens. Ik denk daarbij in ieder geval aan woningtype en oppervlakte.’ Blok verwacht dat de woningeigenaar de volgende energetische kenmerken moet invullen: isolatie van de vloer, dak en muren, type ramen en verwarmingsinstallaties.

Energiebesparing en ‘energie-armoede’ (wanneer een huishouden meer dan 10% van het huishoudbudget aan energie spendeert) zijn hot topics. Met ‘slimmer afrekenen’ kan de overheid consumenten motiveren om energiebesparende maatregelen te treffen en tegelijkertijd bijdragen aan vermindering van energiearmoede. Tekst: Addo de Visser

E

nergiebesparing kan worden bereikt door consumenten bewuster te maken van hun verbruik via het prijsmechanisme: door de variabele kosten – en daarmee de mate waarin consumenten beïnvloed kunnen worden - te verhogen ten opzichte van de vaste kosten. De consument meer ‘zelf aan het stuur laten’ bij het verlagen van de energierekening, is een goede stimulans om minder energie te gebruiken. Deze ‘zelfsturing’ kan worden bereikt door in de toekomst op dusdanig andere wijze af te rekenen, dat het ‘de vervuiler betaalt’-principe beter wordt ingevoerd. De liberalisering van de markt heeft er voor gezorgd dat (sommige) huishoudens switchen van energieleverancier en daarmee besparen op de energiekosten. Switchen leidt echter niet tot minder verbruik. Om energiebesparing te bereiken is dus een ander mechanisme nodig.

Terugverdientijd Berekening leert dat wanneer een gemiddeld huishouden het stroom- en gasverbruik met 10% vermindert, de besparing jaarlijks minder dan 200 euro bedraagt. Door de samenstelling van de jaarlijkse energierekening – met een geringe invloed van de verbruikskosten per m3 gas en per kWh stroom – wordt het effect van een investering in energiebesparing in verbruik op

de Vi ss er te ur : Ad do Ov er de au er gy en er an ag is pr oj ec tm em in i. pg Ca j bi s & ut ili tie di t ar tik el op Hi j sc hr ijf t e tit el . ijk pe rs oo nl

de jaarfactuur aanzienlijk beperkt. Investeringen in energiebesparing hebben daarmee een lange terugverdientijd.

Energiebelasting Het huidige mechanisme van de Energiebelasting bestaat uit een variabel tarief en een vast bedrag dat wordt teruggegeven, de heffingskorting, welke alleen bij stroom wordt toegepast. Door het variabele tarief en de heffingskorting beiden te verhogen en de heffingskorting ook toe te passen bij gas, zal de motivatie om te investeren in energiebesparing worden versterkt. Deze maatregel zou bijna budgetneutraal voor de overheid kunnen worden ingevoerd. De extra overheidsuitgaven door de verhoogde heffingskorting worden gecompenseerd door verhoogde inkomsten door hogere Energiebelasting. Het is met hogere tarieven voor Energiebelasting en hogere heffingskortingen tevens mogelijk een groter verschil aan te brengen tussen de factuur van een huishouden met laag verbruik en een met hoog verbruik. Uitgangspunt is dat mensen met lagere inkomens doorgaans een lager energieverbruik hebben en daarmee een lagere energierekening zullen krijgen.

Energieprijs De maatregel kan alleen effect hebben als de gebruiker voldoende mogelijkheden heeft om te besparen. Het gaat om investeringenbeslissingen (spaarlampen, zonnepanelen, zonneboilers, isolatie, slimme thermostaat), waarvan de uitkomst in belangrijke wordt bepaald door de terugverdientijd. Die terugverdientijd kan aanmerkelijk worden gereduceerd door het invoeren van een hogere variabele component in de energieprijs. En daarmee zal de consument sneller willen investeren in energiebesparing. Conclusie: de voorgestelde maatregel kan een aanzienlijke energiebesparing en vermindering van energie-armoede tot gevolg hebben. www.ensoc.nl

35


r e c e n s i e d o c u m e n t a i r e pa n d o r a’ s p r o m i s e v a n r o b e r t s t o n e

Milieuactivisten zien voordelen in van nucleaire technologie

‘Kernenergie kan klimaat redden’ Tekst: Norbert Cuiper

Kernenergie is zo slecht nog niet. Het uitbreiden van het nucleaire vermogen kan één van de oplossingen zijn om de wereldwijde CO2-uitstoot te verminderen teneinde de klimaatverandering tegen te gaan. Dat betogen milieuactivisten die eerst tegen kernenergie waren, maar nu pro-nucleair zijn, in de documentaire Pandora’s Promise. Regisseur Robert Stone was heel zijn leven tegen kernenergie, totdat hij startte met het maken van zijn documentaire. Dat vertelt hij in bioscoop Tuschinski in Amsterdam, voordat de film wordt vertoond. Ik ben via de Vereniging van Wetenschapsjournalisten uitgenodigd door Nucleair Nederland om de documentaire te bekijken. Daarna zal de regisseur vragen beantwoorden van wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout van de Volkskrant 36

ensoc magazine winter 2013

en het publiek. Ook Utrechts hoogleraar Wim Turkenburg, die kritisch staat tegenover kernenergie, is aanwezig om na afloop van de vertoning vragen te beantwoorden. Milieuactivisten in de film waren voorheen tegen kernenergie, maar hebben hun standpunt gewijzigd. Waarom? Fukushima Milieuactivist Mark Lynas wordt gefilmd als hij in Japan in een auto zit op weg naar Fukushima. Daar explodeerde in maart 2011 een kerncentrale als gevolg van de tsunami. Lynas meet de radioactiviteit op diverse plekken. De meter laat eerst lage waarden zien, maar die worden hoger naarmate de auto de plek des onheils nadert. Lynas trekt een overall aan die hem moet beschermen tegen de straling. Hij vindt het een beetje eng, zegt hij. Op één plek meet hij een hoge dosis radioactiviteit. Die dosis ligt iets hoger dan de natuurlijke straling die hij eerder heeft gemeten op een strand in Brazilië. Dat radioac-

China gaat door met de bouw

Regisseur Robert Stone ziet

van kerncentrales (foto

kernenergie als oplossing

Breakthrough Institute)

(foto Yahoo News)

tieve straling ook in hoge doses voorkomt in de natuur lijkt het gevaar minder ernstig te maken. Een ontregelende gedachte. Klimaat De scène met Lynas maakt indruk op mij. Is kernenergie wel zo gevaarlijk? Of moeten we de nucleaire technologie omarmen? Dat laatste lijkt zinvol, omdat kernenergie ons kan helpen bij de aanpak van een urgent probleem: de klimaatverandering, een gevolg van een toename in het gehalte aan CO2 in de atmosfeer. Die toename wordt voornamelijk veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen. Vooral kolen zijn de boosdoener, meldt Steward Brand, stichter en publicist van de Whole Earth Catalog, in de film. Deze Amerikaanse milieuactivist was eerst ook faliekant tegen kernenergie, maar ziet nu ook de voordelen van de nucleaire technologie. Kernenergie kan kolen vervangen en daarmee de CO2-uitstoot fors verlagen.

‘Oh, shit’ De gedachte dat kernenergie ons kan helpen met het klimaatprobleem is niet nieuw. Maar het idee om kernenergie daadwerkelijk als verlosser te zien is de afgelopen jaren naar de achtergrond verdrongen. Dit kwam mede door negatieve reacties na de kernramp in Japan. De ramp trad op terwijl Stone werkte aan zijn documentaire, vertelt hij. ‘Eerst dacht ik ‘Oh, shit’: alle aandacht ging uit naar kernenergie. Stone realiseerde zich echter ook dat hij bezig was met een uniek project: geen andere documentairemaker was bezig met dit onderwerp. Ondanks de ramp is Stone inmiddels ‘bekeerd’. ‘Kernenergie is een veilige technologie die goedkoper en beter is dan de bestaande fossiele bronnen. Ik zie het als een oplossing.’ Duitsland Stone spreekt over Duitsland, dat voor vele landen een voorbeeld is bij de omschakeling naar een duurzame

energievoorziening. Na de ramp met de kerncentrale in Fukushima besloot Duitsland om kernenergie uit te faseren en zich te richten op duurzame energie. Uiterlijk in 2023 moeten de laatste kerncentrales worden gesloten. ‘Duitsland trekt weg van kernenergie, maar dit lijkt me geen verstandige strategie,’ zegt Stone. ‘De wereldwijde groei van duurzame energie gaat nog te langzaam om het klimaatprobleem op te lossen. Daarbij laten zonne- en windenergie het soms afweten, waardoor we toch weer kolen of aardgas nodig hebben als backup. Duurzame energie is nog geen volwaardig alternatief.’ Tegenstanders Utrechts hoogleraar Wim Turkenburg, expert op gebied van kernenergie, heeft de documentaire ook gezien en vindt de film goed gemaakt. ‘De documentaire toont de verschillende standpunten, maar is toch vooral gericht op de voorstanders. Zo komen nauwelijks tegenstanders aan het woord.’ De enige tegenstander in de film is de Australische schrijfster Helen Caldicott, die op een manifestatie zeer negatief spreekt over kernenergie. In een toespraak meldt ze dat ‘miljoenen mensen’ slachtoffer zijn geworden van de kernramp in Chernobyl. Als Stone haar confronteert met een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie dat melding maakt van slechts vijftig doden, zegt ze dat verschil niet te kunnen verklaren. Karikatuur Volgens Turkenburg heeft Stone een karikatuur gemaakt van Caldicott in zijn

film. Stone: ‘Dat is niet mijn bedoeling geweest. Ik wil met mijn film vooral het debat over kernenergie nieuw leven in blazen.’ Turkenburg geeft toe dat dit goed is gelukt. Maar hij is het niet eens met de conclusie dat kernenergie per sé nodig is om het klimaatprobleem op te lossen. Hij werkte mee aan de Global Energy Assessment, een wereldwijde studie naar de benodigde energieopties voor 2050. Uit deze studie blijkt dat kernenergie een oplossing kan zijn, maar noodzakelijk is het niet. ‘Met meer energiebesparing en duurzame energie, en minder kolen en CO2-opslag hebben we kernenergie niet nodig om het klimaatprobleem op te lossen. Ik dacht ook eerst dat kernenergie nodig was, maar na de studie niet meer,’ zegt Turkenburg. Alle opties nodig Volgens Stone kunnen we ons niet de luxe veroorloven om voor bepaalde energieopties te kiezen. ‘We hebben alle opties nodig om het klimaatprobleem op te lossen.’ Hij raadt iedereen aan om de middelen niet te verwarren met de doelen. Stone verwijst naar Michael Shellenberger, president en mede-oprichter van The Breakthrough Institute, die in de film waarschuwt voor ‘energy tribalism’, zoals de uitspraak dat fossiele energie ‘slecht’ zou zijn. ‘Dit soort uitspraken moeten we niet doen, want daarmee wordt de discussie emotioneel,’ zegt Stone. Hij pleit voor een rationeel debat over kernenergie. ‘Weinig milieuactivisten zijn daartoe in staat. Degenen die dat wel kunnen laat ik graag aan www.ensoc.nl

37


Promise toont de voordelen van kernenergie

het woord,’ aldus Stone. Veilig Is kernenergie al veilig genoeg? Kerncentrales zijn de afgelopen decennia steeds veiliger geworden, zo laat Stone met zijn film duidelijk zien. Hij zoomt vooral in op de zogeheten IFR-reactor, die zichzelf uitschakelt als er iets misgaat in de kerncentrale. Turkenburg is het eens met de constatering van Stone dat kernenergie steeds veiliger wordt, maar zegt dat het minstens dertig jaar duurt voordat de IFR-reactor zal worden toegepast. Dat is te laat om het klimaatprobleem op te lossen, want daarvoor hebben we slechts vanaf nu twintig jaar de tijd, zegt Turkenburg. Als tweede bezwaar noemt hij de zogeheten proliferatie: de verspreiding van kennis om kernwapens te maken. ‘Dat vormt nog steeds een serieus risico.’ Opslag De opslag van kernafval zie ik zelf als een belangrijk bezwaar tegen kernenergie. Radioactief afval dat duizenden jaren moet worden opgeslagen zal toekomstige generaties belasten. Dat komt ook tot uiting 38

ensoc magazine winter 2013

in de documentaire Into Eternity die ik enkele jaren geleden zag. Stone gaat hierop in zijn film niet uitgebreid in, maar laat wel zien dat de opslag weinig ruimte kost ten opzichte van fossiele energiebronnen. De technologische ontwikkeling van reactoren die kernafval opnieuw kunnen gebruiken stemmen echter hoopvol. Ik hoop dat dit soort innovaties door blijven gaan om het probleem van het kernafval op te lossen. Want alleen dan zal kernenergie duurzaam kunnen zijn, en daarmee een echte oplossing voor de toekomst. Niks nieuws Na afloop van de discussie spreek ik kort met Wim Turkenburg. Is zijn standpunt over kernenergie gewijzigd na het zien van de film? ‘Nee, ik heb niks nieuws gehoord. Ook vertelt de film niet het hele verhaal en zitten er veel onjuistheden in. Mijn mening over kernenergie blijft onveranderd. De technologie moet nog verder worden ontwikkeld voordat het kan voldoen aan de criteria voor duurzaamheid. Dat betekent dat het veilig moet zijn, dat het kernafval sneller wordt afgebroken of

dat het wordt hergebruikt, en dat we proliferatie voorkomen,’ zegt Turkenburg. Stone sprak tijdens het debat over een plan van Bill Gates om een kernreactor te bouwen, maar dat is al achterhaald, zegt Turkenburg. ‘Dat plan is geannuleerd, omdat het technisch niet werkt.’ Financiers Is de documentaire Pandora’s Promise gefinancierd door de nucleaire sector? Stone ontkent dat, zo meldt hij in antwoord op een vraag van Ensoc Magazine. Het is de eerste keer dat hij deze vraag krijgt gesteld, zegt hij. Toch geeft hij uitgebreid antwoord. ‘Het fonds voor de film kwam tot stand dankzij Impact Partners, een investeerder die ook de documentaire The Cove over een Japanse dolfijnenslachterij mogelijk maakte. Daarnaast doneerden ook particulieren afkomstig van Silicon Valley geld om de documentaire mogelijk te maken.’ Volgens Stone moesten alle sponsors een formulier moest ondertekenen waarin ze kenbaar maakten dat ze geen banden hadden met de nucleaire sector. Waarvan akte.

Ongeveer 150 huizenbezitters in Noord-Goningen gaan naar de rechter in verband met de aardbevingen in deze provincie. Zij willen de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) en de Staat aansprakelijk stellen voor schade aan hun woningen door de aardbevingen. Dat meldt RTV Noord. Afgelopen zomer startte de Stichting Waardedaling door Aardbevingen Groningen (WAG) een eigen onderzoek naar waardedaling van huizen in het aardbevingsgebied. Hoewel het onderzoek nog niet af is, zijn de voorlopige resultaten weinig rooskleurig. De stichting stelt dat de opbrengst per vierkante meter in Loppersum gemiddeld met 26% is gedaald. In Garrelsweer bedroeg de daling 29% en in Usquert 22%. De Groningse Commissaris van de Koning Max van den Berg denkt dat het weinig zin heeft dat bewoners bij de rechter een schadevergoeding eisen.

bp boort meer dan ooit in golf van mexico Drie jaar na de ramp met de Deepwater Horizon is BP helemaal terug in de Golf van Mexico. Nu er twee extra boorplatformen zijn bijgekomen, heeft BP er meer platformen dan ooit tevoren. Drie jaar geleden vernielde een ontploffing het boorplatform Deepwater Horizon. Bij de ramp kwamen miljoenen vaten olie in de golf terecht. Maar drie jaar na de ramp is de oliemaatschappij helemaal terug in de Golf, met meer platformen dan ooit tevoren. Einde vorig jaar werden al twee nieuw platformen naar de Golf gesleept, en de voorbije weken volgden er nog eens twee. Een van de installaties, de West Auriga, is

gespecialiseerd in werk op bijzonder grote diepte. Het andere platform, Mad Dog, raakte beschadigd bij Orkaan Ike in 2008 en is inmiddels gerepareerd. BP ziet de toekomst in de Golf groots. Het bedrijf wil het komende decennium jaarlijks minstens 4 miljard dollar investeren in de diepzee in de Golf, waar het vier grote olievelden exploiteert.

concept schaliegasrapport geheim Minister Henk Kamp van Economische Zaken houdt het veelbesproken concept van het onderzoek naar de risico's van schaliegas geheim. Ook correspondentie tussen het ministerie en de onderzoekers blijft geheim. Kamp heeft dat laten weten aan Milieudefensie dat een Wob-verzoek (Wet openbaarheid bestuur) bij hem had ingediend. Milieudefensie kondigde beroep aan tegen het besluit. 'Wij nemen het hoog op', reageerde campagneleider Geert Ritsema. Milieudefensie vermoedt dat het ministerie ingenieursbureau Witteveen + Bos onder druk heeft gezet om de conclusies in het eindrapport aan te passen. 'Het besluit om conceptversies onder de pet te houden maakt ons extra nieuwsgierig. We gaan door tot het gaatje', zei Ritsema. Kamp zei na afloop van de ministerraad dat de concepten bedoeld zijn geweest voor intern beraad op het ministerie.

'raffinaderijen europa met sluiting bedreigd' Een groeiend aantal olieraffinaderijen in Europa wordt met sluiting bedreigd, doordat opkomende economieën meer eigen raffinagecapaciteit opbouwen. Dat zegt hoofdeconoom

Fatih Birol van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Veel Europese raffinaderijen liggen al stil of draaien onder hun capaciteit, zei Birol. Dat komt onder meer doordat raffinage steeds vaker gebeurt in de regio waar de olie wordt opgepompt, met name het Midden-Oosten, of op de plaats van bestemming, vooral China en India. Daarnaast winnen volgens de IEA-econoom vloeibare bijproducten van de aardgasproductie, waar geen raffinaderij aan te pas komt, marktaandeel als brandstoffen. Gezien de overcapaciteit die al bestaat, voorziet het IEA dat de komende 20 jaar een flink aantal raffinaderijen in Europa zal komen te verdwijnen.

Olie & Gas

bewoners naar rechter om bevingen

De film Pandora’s

record in gasproductie uit groningen De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) stevent af op de grootste gasproductie uit het Groningen-veld sinds de jaren zeventig. Over de eerste negen maanden van dit jaar won het concern bijna 39 miljard kubieke meter aardgas uit het veld tegen 33,5 miljard euro in dezelfde periode vorig jaar, toen de jaarproductie op 48 miljard 'kuub' uitkwam. De productie over heel 2013 komt onvermijdelijk ruim boven de 50 miljard kubieke meter uit. De toename van de productie is volgens woordvoerder Chiel Seinen van de NAM te verklaren door de grote vraag naar gas die het gevolg was van de lange winter. De aanhoudend lagere temperaturen hadden ook in de zomer een grotere productie tot gevolg. Tijdens de lange winter zijn namelijk ook de voorraden gasopslagen rijkelijk aangesproken. Die reserves moesten daarop weer op peil worden gebracht. Daardoor was er in de periode maart tot en met juni veel meer gas nodig dan gebruikelijk in die periode. www.ensoc.nl

39


denktank va a saett publiceert best pr actices van slimme netten

Een smart grid kan

transmissie en

Zijn visie wordt ook bevestigd door Philip Lewis, ceo en oprichter van denktank VaasaETT. ‘We kunnen ook zonder slimme meters. Vervangen van oude meters hoeft niet altijd. Het kan ook zonder.’

distributie bij

Uitrol

Monitoring

Johan van Streun, vice president business solutions bij Ventyx, bevestigt de visie van zijn collega. ‘Voor toepassing van smart grids zijn slimme meters niet per sé nodig. Ook met analoge meters in combinatie met slimme technologieën op het gebied van Home Energy Management is het mogelijk gedetailleerd energiegebruik bij te houden.’ In Nederland staat de grootschalige uitrol van de slimme meter voor de deur, maar het is niet verplicht. Consumenten kunnen de slimme meter ook weigeren.’ Volgens Van Streun gaat het ook om de vraag wie er betaalt voor de slimme meter. ‘Dat verschilt per land.’ Voor Nederland beslist minister Kamp eind dit jaar over de grootschalige uitrol. Als de kosten hoger uitvallen dan de opbrengsten hoeft de uitrol van de EU niet door te gaan.

Nicholson verwijst voor een tweede voorbeeld naar het Amerikaanse OG+E, dat de bouw van een gasgestookte centrale van 80 MW wilde vermijden. Het energieconcern deed dit door een smart grid te ontwikkelen, waardoor de efficiëntie van het net toenam.

Seminar

Vattenfall

Diverse experts spraken in de RAI tijdens de European Utility Week op een seminar van ABB-dochter Ventyx, een bedrijf dat oplossingen bedenkt voor onder andere netbeheerders. Het seminar ‘Beyond Smart: Reinventing Energy in an Empowered World’ ging over hoe smart grids succesvol kunnen worden toegepast. Volgens Nicholson gaat het bij een smart grid niet alleen om de techniek, maar ook en vooral om communicatie met de gebruikers. ‘Velen denken dat een dom elektriciteitsnet slim wordt als je hieraan ICT toevoegt, maar dat is niet het geval. Het is veel meer een geleidelijk proces, waarbij de gebruikers steeds meer worden betrokken bij de realisatie van een smart grid.’

Ook smart grids dragen bij aan een duurzame energievoorziening, zegt Nicholson. ‘Het netbeheer moet inspelen op duurzame energiebronnen zoals wind en zon maar ook op elektrische auto’s. De bijdrage van duurzame energie op de energievoorziening zal toenemen, om te voldoen aan doelstellingen die beleidsmakers hebben gesteld.’ Grote energiebedrijven zoals Vattenfall proberen hierop te anticiperen, zegt Nicholson. ‘Door de groei in duurzame energie moet Vattenfall beter inspelen op de vraag naar elektriciteit.’ Dit gebeurt in proeven, zoals op het Deense eiland Gotland. Smart grids worden eerst op kleine schaal getest om ze vervolgens groter uit te rollen.

worden toegepast zonder slimme meters. Dat meldt Rick Nicholson, vice president

Ventyx. Tekst: Norbert Cuiper

Rick Nicholson (Ventyx): ‘Slimme meters zijn niet altijd nodig bij smart grids’

‘Smart grid kan zonder slimme meter’ ensoc magazine winter 2013

Voordelen Voordelen van een slim net zijn volgens Nicholson een hogere productiviteit en een actievere participatie van klanten. ‘Doel is om het net efficiënter te maken. Energiebesparing staat niet voorop.’ Hij verwijst naar een rapport van Eurelectric, waaruit blijkt dat meer huishoudens beschikken over zonnepanelen en dat steeds meer windparken worden bijgebouwd. Dat zorgt voor een onbalans in het net, maar betekent volgens Nicholson niet automatisch dat het netbeheer complexer wordt. ‘Het hangt af van de oplossing om stress bij het netbeheer te verminderen.’ Als voorbeeld noemt hij E.On, dat dankzij een systeem van ABB en Ventyx proactief kan optreden.

ook met succes

40

S

limme meters zijn niet altijd nodig voor een smart grid, zegt Nicholson na afloop van een lezing in de RAI te Amsterdam. Duitsland heeft ervoor gekozen om de grootschalige uitrol van de slimme meter uit te stellen. Maar dat hoeft de ontwikkeling van smart grids niet in de weg te staan, zo meldt de Amerikaan. ‘Ook zonder slimme meter kan de business case van een smart grid positief uitvallen.’ Nicholson verwijst hiervoor naar een proef in Nederland.

Ook monitoring oftewel bijhouden, niet alleen van het energiegebruik maar van alle beschikbare informatie, is volgens Nicholson belangrijk om in te spelen op de vraag van klanten naar elektriciteit. Bij de ontwikkeling van smart grids werkt Ventyx samen met American Electric Power en andere partijen wereldwijd. Nicholson toont de logo’s van bedrijven met wie Ventyx samenwerkt. Dat zijn er nogal wat, zo leert een vluchtige blik.

www.ensoc.nl

41


denktank va a saett publiceert best pr actices van slimme netten

Smart grid kan geld besparen

Slimme elektriciteitsnetten kunnen klanten financieel voordeel opleveren. Dat meldt denktank VaasaETT in een studie die smart grid projecten voor het eerst wereldwijd analyseert.

A

uteur van de studie Philip Lewis, directeur van denktank VaasaETT, presenteerde op het seminar van Ventyx het Smart Grid 2013 Global Impact Report. De studie analyseert 200 smart grid projecten, waarvan 30 projecten worden aangemerkt als ‘best practices’ om deze vervolgens diepgaand te onderzoeken. Het rapport vormt het eerste wereldwijde overzicht van smart grids, zegt Lewis. Bij sommige projecten is Ventyx betrokken, maar bij de meeste projecten niet. Focus van het rapport ligt op de 30 best practices, waarvoor in totaal 9,5 miljard dollar is geïnvesteerd. De projecten variëren in klantenaantal van minder van duizend tot meer dan 1 miljoen.

Succesfactoren

Solar City verlaagt piekvraag

Toch hangt het sterk van de uitvoering af of een smart grid uiteindelijk slaagt. Lewis benadrukt dat de studie niet alleen proefprojecten (pilots) bevat. ‘De meeste projecten zijn rendabel, sommigen zijn dat niet. Wij hebben vijf succesfactoren in kaart gebracht die nodig zijn om een smart grid project te laten slagen.’ Economische rentabiliteit is één van de vijf pijlers. Voor vele projecten is dit niet de belangrijkste prioriteit, als het gaat om een haalbaarheidsstudie of een proeffase tijdens de uitrol van een slim net. Maar vele energiebedrijven realiseren of schatten significante opbrengsten van smart grids. Deze trend zet zich door en zal naar verwachting hogere opbrengsten opleveren, schrijft Lewis.

Op de tweede plaats eindigt het Townsville Queensland Solar City project in Australië. Initiatiefnemer is energiebedrijf Ergon Energy, dat erin slaagt om de piekvraag met 27% te verlagen. Op de derde plaats staat ook een Australisch project: Smart Grid, Smart City. Leading utility in de VS, Yokohama Smart City Project in Japan en Búzios Smart City Project in Brazilië completeren de top 6. ‘Elk land verschilt in de uitvoering van smart grid projecten, maar de verschillen in de projecten zijn kleiner dan we dachten,’ zegt auteur Philips Lewis, ceo van denktank VaasaETT.

Beste smart grid in Oklahoma Het Amerikaanse energiebedrijf Oklahoma Gas & Electric (OG&E) staat dit jaar met haar Positive Energy Smart Grid Project op nummer 1 in een top 6 van de beste smart grid projecten. Dat meldt het Smart Grid 2013 Global Impact Report op basis van een vergelijking van de 30 best practices. OG&E slaagt erin de vraag naar energie actief te verlagen met onder meer dynamische tarieven, de systeemverliezen te beperken en de leveringszekerheid te vergroten, terwijl ze de kosten verlaagt.

EU-projecten buiten top 6 Opmerkelijk is dat Europese smart grid projecten buiten de top 6 vallen. ‘De Europese projecten zijn niet zo succesvol omdat hun financiële impact beperkt blijft. Dit komt onder meer doordat klanten niet verplicht zijn om mee te werken en doordat projecten vooral zijn gericht op de technische haalbaarheid,’ zegt Philip Lewis. Toch zijn de Europese projecten relatief kosteneffectief, schrijft Lewis. Hij adviseert om energiebedrijven voor Europese smart grid projecten een financiële roadmap op te stellen, met een visie en plannen voor over 5, 10 en 20 jaar.

Voordeel

Nederlandse projecten

Een smart grid kan klanten financieel voordeel opleveren. Dat blijkt uit een economische analyse van de 30 best practices. Bij deze projecten besparen klanten tussen 306 en 504 dollar in een jaar. De kosten variëren van 88 tot 433 dollar per klant en bedragen gemiddeld 390 dollar per klant; minder dan 200 dollar per klant zonder slimme meters, ongeveer 400 dollar per klant met slimme meters. ‘Slimme meters leveren wel financiële voordelen op, maar dit is tot nu toe nog marginaal,’ zegt Lewis. Hij had een groter financieel voordeel van slimme meters verwacht. Toch wil dit niet zeggen dat smart grid projecten net zo goed zonder slimme meters kunnen worden uitgevoerd. ‘De echte voordelen komen later,’ zegt Lewis.

De website www.smartgridimpact.com houdt alle smart grid projecten online bij voor het Smart Grid Global Impact Report, waarvan de volgende editie in 2014 moet verschijnen. Nederland staat met vier projecten op de digitale kaart: Power Matching City in Hoogkerk, CRISP bij ECN in Petten, GROW-DERS in Zutphen en Open Meter bij de Molen van Singraven. Lewis nodigt energiebedrijven en netbeheerders uit om projecten toe te voegen aan de website. Hierdoor is het mogelijk om eigen projecten te vergelijken voor een zogeheten benchmark analyse.

www.smartgridimpact.com Philip Lewis is directeur van denktank VaasaETT 42

ensoc magazine winter 2013

www.ensoc.nl

43


Duurzame energie

di re ct eu r Go of er s is te ur : M ic hi el ! BV, le ve Zo ij W Ov er de au en Be sp ar en Do e gi er rl ic ht in g. En ve e n va eb es pa re nd gi er en n t op va ra nc ie r t be dr ijf st aa at ie ov er he rm fo in nl r o. ee M do en w ijz ie be sp ar en w w w.e ne rg

energieakkoord hindert zonnepark De bouw van het grootste zonnepark van Nederland in Gennep gaat niet door. Het energiepark van 19 megawatt met 75.000 zonnepanelen op een terrein van 28 hectare is gesneuveld door beslissingen in Den Haag, laten de initiatiefnemers weten. In het energieakkoord is besloten dat alleen omwonenden van belastingvoordelen gebruik kunnen maken. De beperkingen zijn dusdanig dat het plan niet haalbaar is. Door het energieakkoord mogen belastingvoordelen alleen gelden voor de direct omwonenden van het energiepark (postcoderoos). Als gevolg hiervan is het park niet meer rendabel. Investeerders blijven weg omdat belastingmaatregelen om het jaar teruggedraaid kunnen worden. Met zo weinig zekerheid gaan banken niet investeren, aldus de stichting die in opdracht van de gemeenteraad een haalbaarheidsonderzoek liet doen.

‘windenergie goedkoper zonder subsidie’ Windenergie op land is goedkoper dan grijze stroom als fossiele bronnen geen subsidie meer krijgen. Dat meldt manager Arthur Vermeulen van Raedthuys Windenergie. ‘Windenergie is niet duurder dan fossiele stroom. Windenergie wordt via de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) aan de opwekkingskant ondersteund. De exploitant van een windmolen ontvangt per opgewekte kilowattuur een subsidie van het Rijk. Dat is nodig om op de markt te kunnen concurreren tegen conventioneel opgewekte stroom. Als conventionele energie geen subsidie meer zou krijgen, en als de vervuilingskosten zouden worden doorberekend in 44

ensoc magazine winter 2013

de energieprijzen, zou windenergie op land nu al goedkoper zijn dan veel conventionele bronnen en geen subsidie nodig hebben.’

bedrijven hekelen energiebeleid Duitse economen en het bedrijfsleven roepen de regering op het subsidiesysteem voor groene stroom radicaal te hervormen. De plannen van de nieuwe coalitiepartners SPD, CDU en CSU vinden zij onvoldoende. De bedrijfstak die in Duitsland waarschijnlijk het meest te lijden heeft onder de groene subsidies is die van de traditionele energieleveranciers zoals EOn, RWE, Vattenfall en EnBW. EOn-bestuurslid Leonhard Birnbaum zegt zich grote zorgen te maken over de stabiliteit van het stroomnet. Birnbaum: ‘Het is duidelijk dat, als de regering niet harder ingrijpt, wij kolencentrales moeten sluiten, en dat betekent nog meer tekorten op tijdstippen dat groene stroom minder voorhanden is.’ Het is een angst die de toezichthouder op het stroomnet ook al een paar keer heeft uitgesproken. Volgens deze Bundesnetzagentur moet er vooral veel meer worden geïnvesteerd in uitbreiding van het hoogspanningsnet.

rwe trekt zich terug uit windpark Het Duitse energiebedrijf RWE trekt zich terug uit het Britse Atlantisch Array windmolenproject in het Kanaal van Bristol. Het bedrijf had 4,7 miljard euro in het project gestoken, maar door de sterk gestegen kosten zou het project niet meer winstgevend zijn. Het bedrijf geeft als verklaring dat de kosten

van het project door ‘technische problemen’ zijn gestegen en dat de overheidssubsidies onvoldoende zijn om deze onvoorziene kosten te dekken. Het Verenigd Koninkrijk moet een oplossing vinden voor de energiecrisis in het land, door onder meer de opgelopen gasprijzen. Het land heeft nu zijn zinnen gezet op hernieuwbare energie en wil dat die tegen 2020 15 procent van de energieproductie in het land omvat. De energiesector maakt zich echter zorgen om de plannen van oppositieleider Ed Miliband (Labour) die de stijging van de energieprijzen aan banden wil leggen.

consumenten duurder uit met energie Europese consumenten waren in 2012 miljarden euro's duurder uit bij het afnemen van energie dan was voorzien. Dat komt door vertragingen bij de oprichting van een uniforme energiemarkt die eind 2014 het licht moet zien. Dat maakt de Europese toezichthouder Agency for the Cooperation of Energy Regulators (ACER) bekend. Volgens ACER stegen de prijzen voor elektriciteit per huishouden in 2012 gemiddeld met 4,6 procent. De prijzen van gas stegen zelfs met 10 procent, ondanks prijsregulering door Brussel. Overstappen naar een andere leverancier kan consumenten een betere prijs opleveren, maar ACER erkent dat dat niet altijd even makkelijk is omdat er te weinig marktwerking is sommige landen. In sommige landen is onvoldoende marktwerking. Bovendien blijft er door belastingen en andere kosten bij leveranciers maar een kleine marge over om op prijs te concurreren.’ Ook de besluiteloosheid van de consument zorgt voor hogere kosten aldus ACER.

LED-buizen:

nu nog

even niet Bedrijven moeten niet alleen ambitieuze doelen stellen voor energiebesparing, maar vooral ook hun energieverbruik bijhouden om te kijken of ze die doelen kunnen halen. Tekst: Michiel Goofers

E

en nieuwe 58 Watt T8 buis levert ca. 5000 Lumen. Weliswaar wordt deze lichtstroom rondom afgegeven, en kun je je dus afvragen hoeveel er uiteindelijk op de grond komt, maar desondanks is de lichtopbrengst indrukwekkend. LED-aanbieders claimen voor de LED-buis een Lumen/Watt verhouding van tussen de 80 en 100 Lm/W. De meeste LED-buizen zijn maximaal 25 Watt en leveren dus – in het gunstigste geval – maximaal 2500 Lumen. Indien voorzien van een Opaal mantelbuis wordt de lichthoeveelheid nog eens met 10-15% verminderd.

de) te verlichten en je komt tot de conclusie dat de LED-buis (nog) niet een volwaardig vervanger is van de T8 (of de T5).

Philips Daarbij komt dat Philips onlangs claimde een LEDlamp te ontwikkelen met een Lumen/Watt verhouding van 200. Maar…. deze zal niet vóór 2015 op de markt komen, aldus Philips. Een opmerkelijke publicatie. Enerzijds zegt Philips indirect ‘koop nu geen LED (-buis) want binnenkort komen er betere’ en anderzijds zegt Philips impliciet ‘de huidige LED (-buizen) zijn niet goed genoeg’. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig...

Beste optie Op dit moment is naar mijn mening de T5 TL-buis nog altijd het beste alternatief om te bezuinigen op verlichtingskosten. Een 35W T5 is 43% goedkoper in het gebruik dan een conventionele 58W T8 (gebruikt incl. VSA wel 70W) en gaat bovendien bijna drie keer langer mee. Doordat de T8 buis over zijn levensduur terugloopt naar 70% en de T5 niet verder dan 90% (trouwens, LED-buizen lopen overigens ook – soms fors - terug) komen de LUX-waarden op de grond bij een vergelijking over het algemeen gelijk uit, zeker als gebruik wordt gemaakt van een reflector achter de T5 buis.

Prijs

Samengevat: LED buizen zijn veelbelovend, maar nu nog even niet. Geef mij maar T5!

De prijs is eveneens een belemmering. Weliswaar worden LED-buizen allengs goedkoper (of wordt de ‘oude’ voorraad gedumpt?), maar de prijs is altijd nog een veelvoud van de prijs voor een T8 buis. Tel daar bij op dat over het algemeen gesteld wordt dat – vanwege de rechte lichtkolom van LED – er anderhalf maal méér (LED-) lichtbronnen nodig zijn om dezelfde oppervlakte (met dezelfde LUX-waar-

Bij gebruik van hoogwaardig reflectiemateriaal zoals Miro-4 is het zelfs mogelijk om een 4x18W T8 armatuur te vervangen door een 3x14W T5, mét behoud van de LUX-waarde op de grond (of het bureau). Het resultaat is alsdan een besparing die in sommige gevallen oploopt tot wel 50%. Tel uit uw winst. www.ensoc.nl

45


E le k t r i c i te i t

variabele tarieven onvermijdelijk Consumenten en kleine bedrijven krijgen te maken met schommelingen in de prijs van elektriciteit door de dag heen, zoals nu al het geval is bij grootverbruikers. Dat is onvermijdelijk, aldus diverse experts. Alleen op die manier kan de verwachte sterke groei van groene energie in goede banen worden geleid. Gebeurt dat niet, en blijven de prijzen constant, dan raken de netten op termijn tijdens de pieken overspoeld met groene stroom, voorspellen de netbeheerders. Dat leidt tot hogere kosten omdat er dan dikkere kabels nodig zijn. Ruim 300 miljoen euro op jaarbasis, zegt ceo Peter Molengraaf van netwerkbedrijf Alliander. Op dit moment dragen de jaarlijkse kosten voor de distributienetten ruim 3 miljard euro. Volgens Molengraaf is er haast geboden, ook al doen de geschetste problemen zich op z’n vroegst pas over tien jaar voor, aangezien de netten in veertig jaar worden vervangen en over tien jaar is pas een kwart van de huidige kabels vervangen.

netbedrijven stappen naar rechter Regionale netbeheerders die gas en stroom transporteren stappen naar de rechter om een geplande tariefsverlaging ongedaan te laten maken. Dat zegt Martijn Boelhouwer van Netbeheer Nederland, de lobbyclub van Nederlandse netbedrijven. Steen des aanstoots is een tariefsbesluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De toezichthouder besloot begin vorige 46

ensoc magazine winter 2013

maand dat de netbedrijven de komende drie jaar twee miljard euro minder in rekening mogen brengen bij hun klanten. Belangrijkste argument: door de fors lagere rente kunnen de bedrijven veel goedkoper lenen en zijn ze dus goedkoper uit. Netbeheer Nederland tekent beroep aan namens de regionale netbedrijven. Tennet zei eerder al waarschijnlijk op eigen houtje beroep aan te zullen tekenen. ‘Wij willen naar een stabieler tariefverloop,’ zegt Boelhouwer. ‘Laat aan dit zigzagbeleid een einde komen.’

‘opslag goedkoper dan kabels’ Waarom miljarden euro’s uitgeven aan de uitbreiding van het huidige stroomnetwerk als het veel goedkoper kan? Die vraag stelt Stefan Nykamp in zijn proefschrift waarop hij onlangs promoveerde aan de Universiteit Twente. Investeren in lokale batterijopslag scheelt niet alleen heel veel geld, het is ook een veel flexibeler systeem, zegt hij. “Het voorkomt risicovolle en kostbare instabiliteit op het net en stelt ons bovendien in staat om oude, vervuilende kolencentrales te sluiten.” Volgens Nykamp, werkzaam bij de grootste Duitse netbeheerder Westnetz, kan Nederland veel leren van de oosterburen. Zijn casestudies

in Duitsland tonen aan dat lokale opslag in batterijen voor grootschalige duurzame energie de juiste oplossing is. Nykamp pleit in zijn proefschrift voor de aanleg van extra opslag van stroom in batterijen in smart grids.

elia vreest sluiting gascentrales De aangekondigde sluiting van een groot aantal gascentrales brengt de komende jaren de energiebevoorrading in België in gevaar. Dat zegt Jacques Vandermeiren, chief executive van de Belgische netbeheerder Elia. De gascentrales zijn nodig om de grote vraag naar elektriciteit tijdens koude winterperiodes op te vangen, maar de vorige winter bleek dat de reservemarges bijzonder klein zijn. Omdat de productie van de kerncentrales in Doel en Tihange opnieuw is verhoogd, worden voor deze winter geen problemen verwacht, maar wel kunnen volgens Vandermeiren het jaar daarop tekorten niet worden uitgesloten. Verscheidene producenten hebben de sluiting van verlieslatende gascentrales aangekondigd. Vandermeiren zegt echter dat duidelijkheid moet worden gecreëerd of de betrokken centrales op kritieke ogenblikken weer zouden kunnen worden opgestart. Een definitieve sluiting zou België volgens hem met een tekort confronteren.

ensoc magazine wenst u duurzame feestdagen

www.ensoc.nl

47


phoe organiseert opleiding inkoop van energie

informatie: PHOE telefoon (035) 683 88 33 info@phoe.nl www.phoe.nl

29 - 30 januari / 5 - 6 februari energie prestatie advies utiliteit, opleiding f&b training center, hilversum

februari

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

Informatie: Groningen Centre of Energy Law telefoon (050) 363 29 85 t.n.spijk-belanova@rug.nl www.rug.nl/

30 januari voorlichtingsbijeenkomst phoe-opleidingen f&b training center, hilversum

13 maart – 24 april duurzame energie post hbo-opleiding f&b training center, hilversum

informatie: PHOE telefoon (035) 683 88 33 info@phoe.nl www.phoe.nl

informatie: PHOE telefoon (035) 683 88 33 info@phoe.nl www.phoe.nl

19 - 20 - 26 - 27 mei energie prestatie advies woningen, opleiding f&b training center, hilversum

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl 3 - 4 - 10 - 11 juni energie prestatie advies utiliteit, opleiding f&b training center, hilversum

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

11 - 14 februari e-world energy & water Essen, Duitsland

24 - 25 maart gas transport & storage 2014 berlijn, duitsland

26 juni energie voor niet technici opleiding f&b training center, hilversum

Informatie: Con Energy telefoon +49 201 102 24 16 www.e-world-essen.com/aktuelles

Informatie: GTS Events +44 207 202 76 90 enquire@wtgevents.com www.gtsevent.com

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

1 - 2 - 8 - 9 april energie prestatie advies utiliteit, opleiding f&b training center, hilversum

26 juni dutch energy day amsterdam

ensoc magazine winter 2013

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

De colleges over import en export van gas en stroom en interconnectoren zorgen voor meer inzicht in de markt. Duidelijk wordt hoe de handel plaatsvindt, hoe prijzen ontstaan en welke eisen aan

contracten kunnen worden gesteld. Er is ook aandacht voor specifieke onderwerpen als het markttoezicht, duurzame energie, risicomanagement en inkoopcombinaties. Verder bevat de opleiding een solide behandeling van de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving. Na het behalen van een voldoende voor uw examen ontvangt u het Post-HBO-diploma Inkoop van Energie, gewaarborgd door de PHOE, een samen-

18 - 19 juni warmtedistributie opleiding f&b training center, hilversum

14 maart energie voor niet technici opleiding f&b training center, hilversum

Informatie: Active Communications International telefoon: + 48 616 467 022 rbaryah@acieu.net www.wplgroup.com/aci/ conferences/eu-etp1.asp

De Post HBO-opleiding Inkoop van Energie is gericht op het inkopen van gas en elektriciteit voor bedrijven en overheden. Op 18 februari 2014 start de opleiding weer.

stelling van diverse Hogescholen en Universiteiten. Meer informatie vindt u op www.phoe.nl. Als u voor 31 december inschrijft ontvangt u maar liefst tweehonderd euro vroegboekkorting, dus wees er snel bij! Om u een indruk te geven van de hoge kwaliteit van het docententeam stellen wij u onderstaand aan een kleine selectie docenten voor.

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

3 - 4 februari warmtedistributie opleiding f&b training center, hilversum

12 - 13 februari power transmission tech 2014 amsterdam

48

6 - 7 maart energierecht op locatie arnhem

Informatie: F&B telefoon (035) 683 88 33 info@fbbv.nl www.fbbv.nl

mei

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

28 april - 12 mei social media, opleiding f&b training center, hilversum

juni

18 februari - 6 mei inkoop van energie post hbo-opleiding f&b training center, hilversum

maart

14 januari energie voor niet technici opleiding f&b training center, hilversum

april

januari

Wilt u inzicht in energiemarkt?

informatie: FedEC telefoon (035) 683 88 33 info@fedec.nl www.fedec.nl

Informatie: Energeia telefoon (020) 344 51 51 d.waters@energeia.nl www.energeia.nl/events

erwin huigen is mede-eigenaar en adviseur bij energie-adviesbureau Enervedo. Vanuit zijn achtergrond (TU Delft, werktuigbouwkunde) houdt hij zich bezig met het oplossen van technische energievraagstukken voor zakelijke klanten. Hiernaast levert Enervedo financieel advies gericht op het optimaliseren van energiekosten. Enkele diensten zijn contractanalyses, factuurcontrole en het verzorgen van energiebelasting teruggave.

dieter jong is afgestudeerd in 2006 aan de Katholieke Universiteit Leuven, als Burgerlijk Werktuigkundig-Elektrotechnisch ingenieur, gespecialiseerd in elektrische energie. Hij ging aan de slag bij Belpex als commercieel-operationeel verantwoordelijke. Belpex is de korte termijnmarkt voor elektriciteit in Belgie. Zijn takenpakket bestond uit het opzetten en onderhouden van de commerciĂŤle relaties alsook de operationele diensten van Belpex.

theo maessen rea studeerde o.a. scheepswerktuigkunde en algemeen operationele technologie en is register energieconsulent (rea). Na enige jaren in de maritieme wereld werkzaam te zijn geweest volgde de stap naar de energiesector. In de huidige energiemarkt worden bedrijven steeds meer geconfronteerd met verplichtingen vanuit wetgeving of de druk om bedrijfsprocessen te optimaliseren of te verduurzamen. Proces-, Asset- en energiemanagement kunnen de sleutel zijn tot de oplossing van deze vraagstukken. www.ensoc.nl

49


*

ensoc magazine is een uitgave van f&b specialisten in energie en milieu. het vakblad publiceert nieuws en kennis voor bedrijven om hun energiekosten te verlagen via besparing en slimme inkoop van energie. het maakt onderdeel uit van het multimediale platform www.ensoc.nl, platform voor betaalbare energie. ensoc magazine verschijnt vier keer per jaar en wordt verspreid op basis van abonnementen. uitgever: c.h. (karin) de ferrante, f&b specialisten in energie en milieu postbus 77, 1200 ab hilversum, tel: 035 - 683 88 33, fax: 035 - 683 36 88 hoofdredactie: n. (norbert) cuiper, f&b specialisten in energie en milieu medewerkers: robin aerts, lisette baljon, michiel goofers, hamilcar knops, addo de visser, cyril

het thema van het komende ensoc magazine is

Slimme meter Is de slimme meter rendabel? Slimme meters moeten energiebesparing in voldoende mate stimuleren. Hoe groot moet het besparende effect zijn om de slimme meter rendabel te maken? Tools voor de slimme meter De slimme meter alleen is niet voldoende voor energiebesparing. Nodig zijn toepassingen waarmee consumenten hun energieverbruik kunnen volgen. Welke tools zijn er al op de markt? Tijd voor een smart grid? Een groeiend aandeel duurzame energie maakt een slim elektriciteitsnet steeds interessanter. Wanneer moeten we overgaan op toepassing van smart grids?

widdershoven.

haal energie uit onze opleidingen

advertenties: f&b, elmer van krimpen, tel: 035 - 683 88 33 mobiel: 06 - 28 64 96 98 e-mail: evankrimpen@fbbv.nl druk: drukkerij badoux, houten, www.gewoonbadoux.nl foto's 10 + 47: arjanneke van den berg ontwerp en lay-out: paulien hassink,

En verder: Kleine windturbines Grote windturbines dragen flink bij om de doelstelling van 14 procent duurzame energie in Nederland te bereiken. Dat geldt helaas niet voor kleine windturbines.

Postbus 77 1200 AB Hilversum (035) 683 88 33

www.fedec.nl

www.phontwerp.nl abonnementen: 137,- per jaar (excl. btw), abonnementen worden per 1 januari automatisch verlengd, tenzij uiterlijk 4 weken vooraf schriftelijk bericht van opzegging is ontvangen

opleidingen en examens

www.ensoc.nl

in-company opleidingen

issn: 2212-795x

kwaliteitsborging en certificering

Het volgende nummer verschijnt medio maart 2014 50

ensoc magazine winter 2013

workshops, symposia en excursies interactieve website jaarlijkse gids van energieadviseurs


Als toonaangevende groothandel levert Energiebau al 30 jaar zonnepanelen, omvormers, LORENZ速 montagesystemen en ac-

www.energiebau.nl

cessoires voor elk photovolta誰sch systeem. Wij bieden uitsluitend producten van fabrikanten met de hoogste kwaliteitsnormen. Onze producten ondergaan diverse kwaliteitscontroles volgens ISO 859, waardoor wij u een betrouwbaar systeem aanbieden.

52

Zonnepanelen kan iedereen leveren, Energiebau levert kwaliteit.

Energiebau Solar Power Benelux bv CA Maastricht | Tel. +31(0) 43 329 20 50

111-9 e n s o c Florijnruwe magazine w i n t e r |2 6218 013

Lees hier meer over de kwaliteitscontrole van Energiebau:


Ensoc magazine winter 2013  

Het decembernummer van Ensoc Magazine, vakblad over energiebesparing, heeft als thema verlichting. Het bevat onder meer een interview met Ph...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you