Bergsportfederatie (KBF) Vlaanderen. “Wij merken dit vooral aan de toegenomen scholing op het gebied van klettersteigen.” Desondanks telt België in heel het land maar drie officiële klettersteigroutes; de particuliere routes van buitensportcentra niet meegerekend. De drie klettersteigen zijn te vinden bij Pontà-Lesse, Les Grands Malades en Marche-Les-Dames. Eerstgenoemde kent weinig moeilijkheden, de andere twee bevatten uitdagende elementen als bruggen, een rappel en een death-ride. Leuk weetje: de klettersteig in Marche-Les-Dames is in gebruik voor de training van de Belgische paracommando’s.
Alleen voor Belgen
Hoe leuk en spannend de ‘ijzeren wegen’ van België ook klinken, onze zuiderburen houden ze liever voor zichzelf. Koen Hauchecorne: “Voor Belgen die zijn aangesloten bij een bergsportfederatie zijn de drie routes vrij toegankelijk. Dit geldt echter alleen wanneer ze op individuele basis komen. Groepen vanaf tien personen moeten bij de beheerder een aparte aanvraag doen.” Voor buitenlanders, waar wij Nederlanders dus ook onder vallen, zijn de regels strenger. Wij zijn alleen vrij welkom in het door de KBF beheerde Pont-à-Lesse. Volgens Hauchecorne geldt deze klettersteig namelijk als een gewone klimroute. Dat betekent dat je in het bezit moet zijn van een NKBV-lidmaatschaps- en een klimjaarkaart. Bovendien moet je je melden bij de receptie van hotel Mercure. Je krijgt hier een dagklimkaart, mits het maximaal aantal klimmers van die dag nog niet is bereikt. Dat de regels in België voor buitenlandse klimmers strenger zijn dan voor autochtonen, waren we al gewend. Maar waarom zijn wij niet zonder meer welkom op de klettersteigroutes op Les Grands Malades en bij Marche-Les-Dames? “Marche-Les-Dames is onderdeel van het trainingscentrum van de paracommando’s,” legt Hauchecorne uit. “De route ligt dus op militair terrein dat eigendom is van het Ministerie van Landsverdediging. Dit gebied is eenvoudigweg niet toegankelijk voor buitenlanders.”
Geld
Joe Dewez is directeur van de afdeling Rotsen bij Club Alpin Belge (CAB) die Les Grands Malades beheert. “Deze route is alleen op aanvraag open. Een ijzeren deur verspert de ingang.” Leden van de Belgische Klimfederatie betalen voor de klettersteig vijf euro
28 |
hoogtelijn 4 -2011
per persoon. “Niet-leden betalen bovendien een bijdrage voor de toegang tot de rotsen en voor de verzekering.” Maar hiermee ben je er nog niet als niet-Belg. Dewez: “Je moet daarnaast door een erkende kliminstructeur vergezeld worden, die de veiligheidsmaatregelen en de technieken beheerst.” Dat de Club Alpin Belge er zulke strenge regels op nahoudt, heeft alles te maken met geld. “Wij hebben speciale overeenkomsten met de privé- of publieke eigenaren moeten sluiten over de toegang tot deze rotsen. Meestal geldt voor deze toegang een betaling van een huurprijs,” verklaart Joe Dewez. “De Belgische wet schrijft voor dat, om een klimroute te mogen uitrusten, je over speciale vergunningen moet beschikken. Dit kost ook geld. De CAB neemt al deze onkosten op zich. Het is dus normaal dat je lid moet zijn van de CAB, of van een andere federatie die een overeenkomst met ons heeft afgesloten, om gebruik te maken van deze routes.” En de NKBV, zo vult Koen Hauchecorne aan, heeft zo’n overeenkomst niet. Toch is geld niet het enige criterium voor de beperkte toegang tot Les Grands Malades. Dewez: “Je moet ook weten dat de eigenaren van de rotsen bij ongevallen verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Zij weigeren deze verantwoordelijkheid op zich te nemen en hebben daarom overeenkomsten gesloten met de CAB. Dat de Club Alpin Belge bij ongevallen nu de verantwoordelijkheid op zich moet nemen, is voor ons een reden om de toegang te beperken tot onze leden of genodigden.”
Rotsklimmen
Roland Mulder en Co Verwijs van de regio Amsterdam hopen dat België in de toekomst haar beperkte klettersteig-visie bijstelt. Beide mannen zijn voor de regio betrokken bij het Alpien weekend in België. Tijdens dit weekend leren cursisten verschillende looptechnieken en wordt er geoefend met klettersteigen. Maar een geschikte locatie vinden is niet zo eenvoudig, weten Mulder en Verwijs. “We lopen er telkens tegenaan dat het overgrote deel in handen is van outdoorcentra.” En inderdaad, het deel dat niet toebehoort aan de outdoorcentra, is niet toegankelijk voor buitenlanders. Als het aan Mulder en Verwijs ligt, gaat België daarom investeren in meer routes. “En wij hopen daarnaast dat de Belgische klimverenigingen de bestaande klettersteiggebieden gaan vrijgeven voor NKBV-leden.”
Workshop klettersteigen in Amsterdam.