Issuu on Google+

Ik zoek een

WOORD3

Marja Borgers Illustraties: Nienke Koorn 1


Inhoudsopgave

• • • • • • • • • • • • •

Brief aan ouder(s), verzorger(s) Meer dan één taal De brandweer Tim is ziek Sporten is gezond De verhuizing Met water spelen Buiten barbecuen Op zoek in de natuur Spelletjes doen Op de camping Beleefd en brutaal Nieuwsgierig aagje

Colofon September 2012 Dit boekje is ontwikkeld door: Marja Borgers Illustraties: Nienke Koorn Vormgeving: Merel Roelofs Redactie: Gon Docter (Almeerse Scholen Groep) Arnica Derkink (Gemeente Almere, DMO) Marga Tieken (Gemeente Almere, DMO) Margret Jonkers (Stichting Katholiek Onderwijs Flevoland Veluwe) Advies: Folkert Kuiken (Universiteit van Amsterdam) ISBN/EAN: 978-90-73734-15-9

1

2

4 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27


Geachte ouder(s), verzorger(s), Dit boekje is het derde boekje in de reeks van de

gekozen woord in een andere taal, bijvoorbeeld uw

serie Ik zoek een woord. U heeft dit boekje te leen

moedertaal, te vertalen. De verhalen in dit boekje zijn

gekregen van de basisschool van uw kind en u mag dit

soms best moeilijk. Dit komt omdat de woorden uit

boekje enige tijd gebruiken. Het is bedoeld om u te de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters die voor inspireren om samen met uw kind te lezen, te praten

de samenstelling van deze boekjes is gebruikt, ook

en te spelen. Het boekje is een spel- en

moeilijke woorden bevat.

voorleesboek, dat bedoeld is en gebruikt kan worden om de woordenschat van uw kind uit te breiden en

In het boekje worden verschillende icoontjes gebruikt.

de taalontwikkeling te stimuleren. U, als ouder of

Hieronder vindt u de betekenis van de icoontjes.

verzorger, bent namelijk bepalend voor de taalontwikkeling van uw kind.

verhaaltje

De schoolprestaties van uw kind hangen voor een

gedichtje

groot deel af van een goede Nederlandse taalvaardigheid. Taal is de basis van het leren en taal

spelletje

bestaat uit woorden. Wanneer kinderen te weinig woorden kennen, is het moeilijker om nieuwe dingen

U mag dit boekje een half jaar van de school lenen.

te leren en te begrijpen. Woorden zijn overal om ons

Het is de bedoeling dat u dit boekje na ongeveer 5

heen en kunnen op veel plaatsen aangeleerd worden. maanden, in januari, weer inlevert op school. Uw kind leert spelenderwijs de wereld om zich heen U ontvangt dan het 5e deel van de serie. kennen en begrijpen en de taal helpt uw kind om dit te kunnen doen. Kinderen brengen vanaf hun vierde

Naast dit boekje worden er in Almere verschillende

jaar een deel van de dag op school door en leren hier

activiteiten door de gemeente georganiseerd om het

natuurlijk veel. Het merendeel van hun tijd brengen

onderwijs en de ontwikkeling van de Almeerse

de kinderen thuis door in het gezin, waar ze ook veel

kinderen te versterken. In samenwerking met de ge-

leren en u dit boekje kunt gebruiken.

meente en de bibliotheek van Almere is de Almeerse voorleessite ontwikkeld.

Het derde boekje heeft als overkoepeld thema meertaligheid. In veel gezinnen in Nederland worden

Op de site http://www.almereleestvoor.nl kunt u met

meerdere talen gesproken, misschien ook in uw gezin. uw kind luisteren en kijken naar het voorlezen van Het goed spreken van meerdere talen biedt kinderen boekjes en verhaaltjes. veel kansen en met dit boekje willen wij

Verder organiseert de bibliotheek maandelijks di-

meertaligheid stimuleren. In dit boekje vindt u

verse interessante activiteiten voor kinderen. Het

daarom bij ieder thema een schoolbordje waarop voorleesuurtje is hier een voorbeeld van.

3

een woord staat in het Nederlands en in een andere

Wij hopen dat u en uw kind veel plezier zullen

aal. U wordt ook uitgenodigd om met uw kind het

beleven aan dit derde boekje. 4


Meer dan een taal Twee talen spreken

Woorden vertalen

Al die woorden ken ik niet

Ahmet staat met zijn ouders te wachten op Schiphol. Zijn nichtje Filiz komt bij hem logeren. Ahmet en zijn

Ik zit in de klas en de juf praat maar door.

ouders komen haar ophalen van het vliegveld. Filiz woont in Turkije. Het vliegtuig waar Filiz in zit, is al geland.

Maar al die woorden ken ik niet hoor!

Ineens komt ze de aanlopen en Ahmet herkent haar direct. Ze heeft haar koffer meegebracht. Haar

Nederlands -

fototoestel

Ik wil weten waar de les over gaat.

Engels

camera

fototoestel heeft ze in de hand. Ahmet vindt het vreemd om haar te zien. Ze ziet er ineens buitenlands uit.

En ook meedoen met de kinderen op straat.

andere taal -

Ahmet heeft haar alleen in Turkije ontmoet. Ahmet en zijn ouders begroeten Filiz. En ja, daar had Ahmet niet

Juf vertelt weer een verhaal.

aan gedacht; ze spreekt alleen Turks. En zijn Turks is niet zo goed, vooral omdat hij een poosje niet in Turkije

Maar hoe begrijp ik deze taal?

is geweest. Ze lopen naar de auto en laden de koffer in. De ouders van Ahmet zitten op de voorbank. Ahmet

Ik voel me een domoor in de klas.

gaat met Filiz op de achterbank zitten. Ze zijn al snel onderweg en rijden op de autoweg. Ahmet weet niet

En doe maar net alsof ik ergens anders was.

goed wat hij moet zeggen tegen Filiz. Hij grijnst maar een beetje. Filiz is ook stil en staart uit het raampje.

Stap voor stap ben ik aan het proberen,

Dan bereiken ze de stad en zijn ze snel thuis. De moeder van Ahmet kwebbelt honderduit. Ze is blij dat ze

de taal die ik om mij heen hoor te leren.

Turks kan praten met Filiz. Ahmet moet zijn achterstand in het Turks inhalen. Hij stelt een vraag en Filiz geeft

Zo langzamerhand begin ik de taal te snappen.

een antwoord. Oh, dat gaat gemakkelijker dan hij had gedacht. Ahmet neemt zich voor om het Turks goed te

Woorden, zinnen en zelfs grappen.

oefenen zolang zijn nichtje hier is. Als na twee weken Filiz weer vertrekt en afscheid neemt van Ahmet,

Nieuwe woorden leren is nu mijn doel.

spreekt Ahmet weer Turks zonder moeite.

Ik begrijp dan tenminste wat juf bedoelt.

-

...brengen

de achterbank mee...

...geven ...komen

staren

..rijden De geheime gast U introduceert bij uw kind(eren) vier personages, bijvoorbeeld de piloot, de prinses, de toerist of de heks. U praat met uw kind(eren) over wat de personages doen, hoe ze eruit zien, waar ze wonen, wat ze eten, enz. Daarna bespreekt u welke vragen er gesteld kunnen worden aan die personages. Per vraag maakt u met uw kind een kaartje waarop een afbeelding staat die overeenkomt met de vraag, bijv. een afbeelding van een huis bij de vraag: ‘Waar woon je?’ Om de beurt spelen u en uw kind een personage en de vragensteller. De vragensteller moet raden welke personage de ander speelt aan de hand van de antwoorden. 5

6


De brandweer

Ik zie ik zie wat jij niet ziet U zit met uw kind in de kamer. Richt uw aandacht op een voorwerp, bijvoorbeeld de blauwe vaas. Zeg tegen uw kind: ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet en de

Vuur maken is gevaarlijk

kleur is blauw’. Uw kind moet raden wat u in

Nienke en Niels hebben een hut gebouwd in het

gedachten heeft. Daarna worden de rollen Woorden vertalen

omgedraaid en stelt uw kind de vraag. In plaats van de kleur kunt u ook de vorm van het voorwerp

Nederlands -

lucifer

zie wat jij niet ziet en het rijmt op kaas.’ Het

Turks

kibrit

antwoord is natuurlijk vaas.

andere taal -

noemen of de beginletter of een rijmwoord. ‘Ik zie ik

-

bosje achter het huis van Niels. De hut is gemaakt van dode takken. Elke middag na schooltijd gaan Nienke en Niels spelen in de hut. Dan nemen ze allemaal spullen mee van huis. Nienke heeft vandaag kaarsjes

waarin?

daarin!

waarop?

daarop!

waaraan?

daaraan!

en lucifers meegenomen. Ze steekt een kaarsje aan. Maar oh, ze laat de lucifer op de grond vallen. Direct beginnen de takjes op de grond te branden. Nienke en Niels rennen naar huis en roepen de vader van Niels. Die belt direct de brandweer op. Niels pakt zijn waterpistool, maar de brand is al veel te groot. Al snel komt er een brandweerauto aan met zwaailicht en loeiende sirene. Dat is maar goed

de nachtmerrie

ook, want het vuur wordt steeds groter. Het lijkt wel een nachtmerrie. De hele hut staat in brand! De brandweermannen pakken een spuit en blussen

in brand staan

het vuur heel snel. Het vuur gaat uit maar de hele hut

de brandweerman

stort in. Gelukkig is iedereen gered. Een van de mannen spreekt Niels en Nienke nog wel streng toe.

De brandweerman Met mijn rode brandweerwagen

Ze moeten beloven nooit meer met vuur spelen.

blus ik brandjes alle dagen.

de ladder

de spuit

Ik ben een echte brandweerman

de sirene

van Amsterdam tot Pakistan. Tatoe, tatoe, joehoe! Ik moet er snel naar toe.

blussen

Iedereen moet aan de kant. Waar is de brand, waar is de brand? Blijven jullie daar niet staan.

het waterpistool

Tatoe, tatoe, daar kom ik aan. De dappere brandweerman van Amsterdam tot Pakistan.

de brandweerauto 7

©Anne de Vries-Neuteboom

8


Tim is ziek De griep

De mazelen Het is maandag en papa en mama zijn al vroeg op. Ze moeten allebei naar hun werk. Kim en Tim staan ook al

Ik lig te zweten op de bank.

naast hun bed.‘We hebben haast. Opschieten met aankleden,’ zegt papa.‘We stappen zo in de auto en brengen

Naast mij een fles hoestdrank.

jullie alvast naar school.’ Tim staat bibberend naast zijn bed. Hij ziet erg bleek en heeft zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd. Kim roept papa. ‘Volgens mij is Tim ziek,’ zegt ze. ‘Hij rilt en ziet zo bleek.’ ‘Oh nee,’ zegt mama. ‘Je wordt toch niet ziek, hè Tim. Dat kan vandaag echt niet. Papa en ik hebben allebei een belangrijke dag.’ Maar Tim is wel ziek. Mama meet zijn temperatuur op met de thermometer. Tim heeft koorts en kan vandaag echt

eraf

eraf halen

erbij

erbij doen

Ik drink de hele dag vruchtensap. Maar door mijn keel krijg ik geen hap. Ik voel me zielig en beroerd. En ik ben totaal gevloerd.

niet naar school. Wie moet Tim nu verzorgen? ‘Bel oma,’ zegt papa. ‘Ik wacht wel tot ze hier is. Dan ga ik wel

Bij elke beweging ga ik meer zweten.

wat later naar mijn werk.’ ’s Avonds is iedereen weer thuis. Tim ligt te rusten in bed. Oma heeft Tim verzorgd

Ik slaak zo af en toe wat zielige kreten. Ik vraag me af hoe lang dit nog duurt.

en ook de dokter laten komen. Tim kreeg allemaal rode vlekjes. Hij heeft de mazelen. Kim hoopt stilletjes dat zij ook de mazelen krijgt. Dan mag ze ook lekker thuisblijven met oma.

Want dit gaat me snel vervelen. Maar ik ben te ziek om te spelen.

thuis blijven

de mazelen bleek zien

kerk

rat

+

=

Woordsommen maken

Woorden vertalen

Bedenk met uw kind allerlei korte woorden, zoals bed, tafel of poot, kerk, deur. Schrijf al die

Nederlands -

thermometer

woorden apart op kaartjes. Probeer nu samen

Spaans

termométro

met uw kind twee woorden aan elkaar te

-

andere taal -

plakken, bijvoorbeeld tafelpoot of kerkdeur. Hoe meer woordkaartjes u heeft, hoe gemakkelijker het gaat. 9

kerkrat

10


Sporten is gezond Het vliegende tapijt Leg een kleed op de grond en zet een stoel op het kleed. De stoel is een vraagstoel. Ga met uw kind(eren) op het

De kunst van winnen en verliezen Merel zit op atletiek. Twee keer per week gaat zij samen met haar

kleed zitten. U zit op de vraagstoel.Vertel uw kind(eren) dat u

vriendje Joris naar de atletiekbaan. Ze vindt het leuk, maar ze is niet

erachter bent gekomen dat ze een magisch toverkleed

goed in sport. Vooral hardlopen kan ze niet goed. Haar vriendje Joris

bezitten dat kan vliegen. Dan gaat u om de beurt op de

kan wel heel hard lopen. Hij is de beste van allemaal, de kampioen. Bij

vraagstoel zitten. Degene die op

een hardloopwedstrijd is hij steeds de winnaar. Dan krijgt hij applaus

de vraagstoel zit stelt vragen.

van het publiek. Hij oefent wel heel vaak. Hun trainer is een aardige

De anderen beantwoorden de vragen.

man. Bij een wedstrijd geeft hij Merel alvast een voorsprong.

Noteer de vragen en antwoorden.

Dat vindt Merel wel fijn, maar toch ziet iedereen het dat

Voorbeelden van vragen die gesteld kunnen

zij een voorsprong krijgt. Ze praat er met haar moeder

worden zijn: Waar heb je het kleed gevonden?

over: ‘Weet je mam, ik kom altijd als laatste over de

Hoeveel mensen passen erop? Is het wel veilig?

finish.’ ‘Wat geeft dat nou,‘ roept mama uit.

Hoe weet je dat het een magisch kleedje is? Zijn er regels

‘Winnen of verliezen van

over wie erop kan reizen? Hoe kom je weer naar beneden?

de medaille

anderen is niet zo

Wat doe je als je luchtziek wordt? Wat gebeurt er als je in zee

belangrijk. Wat

landt? Wat nou als je op de top van een berg landt? Hoe kom

belangrijk is, is winnen

je weer terug naar huis?

van jezelf. En dat doe jij door elke keer mee te doen en te oefenen

Woorden vertalen

om beter te worden.

Nederlands -

medaille

je’ Ja, daar is Merel het

Frans

médaille

eigenlijk wel mee eens.

andere taal -

Dat is heel flink van

-

de winnaar De danseres Ik wil danseres worden, dat wordt mijn baan. Ik neem wat lessen en zal ervoor gaan.

winnen verliezen

Ik begin in Almere en daarna naar Hollywood.

beter

best 11

goed

Want wat niemand nog weet, ik ben steengoed. 12


De verhuizing

Verhuizen Ga met uw kind naar de keuken. Zet een grote verhuisdoos op tafel. Pak om de beurt een voorwerp

de piraat

uit de servieskast en leg het in de verhuisdoos.Wie een voorwerp pakt, moet het ook benoemen. Pak allerlei verschillende voorwerpen, zoals kaasrasp, soeplepel,

Het oude huis

deegroller. Om alle spullen weer op te ruimen, kunt

Dag lief, oud huis.

u spelen dat u verhuisd bent en de spullen weer in de

Je hield ons warm als het koud was.

vriendinnen en ook een vriend. Hij heet Jan en woont bij

Je hield ons koel als het warm was.

Ria in de buurt. Als ze buitenkomt, hoeft Ria alleen door de

kasten ruimt.

Dag stevig, mooi huis. Je hield ons droog tegen regen en wind. In jou voelden we ons veilig als kind.

De verhuizing Ria woont in een grote stad. Ze heeft daar een aantal

tunnel te lopen en het steegje over te steken om bij zijn huis te komen. Jan zit op een andere school, maar na schooltijd spelen ze weleens met elkaar. Ze spelen dan op het veld

Dag knus, warm huis,

achter zijn huis. Ria houdt van jongensspelletjes. Ze

waar we hebben gelachen en gefeest.

spelen zeerover, piraat of matroos. Ria heeft het erg

Het is in jou zo fijn geweest.

naar haar zin in de stad.

Maar nu gaan we verhuizen.

Gisteravond vertelde haar vader dat zijn werk naar een andere

We gaan morgen vertrekken.

plaats verhuist. ‘En wij verhuizen mee!’ zei hij zomaar. Hij had al een huis gevonden in een

En anderen zullen deze kamers betrekken.

dorp in de buurt. ‘Het is een leuke plaats,’ vertelt hij, ‘met een plein en een kerk en ook een restaurant.’ Ria wil helemaal niet verhuizen, maar er is niets meer aan te doen. Al gauw worden alle spullen ingepakt in dozen. De dozen worden gestapeld en daarna opgehaald met

de verhuiswagen

een verhuiswagen. Sterke mannen pakken alle dozen op. Ze worden ingeladen in de verhuiswagen. Dan is het ineens tijd om afscheid te nemen van haar vriendinnen en van Jan, haar speelkameraadje. Ria is bedroefd. Ze probeert dapper te zijn en niet te huilen. Dan is het afscheid voorbij en rijden ze naar hun nieuwe adres. ‘Het komt best goed Ria,’ zegt haar vader. ‘Je maakt zo weer nieuwe vriendinnen.’ Ria zwijgt. Ze hoopt dat haar vader

de matroos

gelijk heeft.

inladen ...halen op...

Woorden vertalen

...pakken ...stapelen

de dozen 13

Nederlands -

kerk

Italiaans

chiesa

-

andere taal -

..zoeken 14


De was aan de lijn

Met water spelen

meer

minder

Het is vakantie en het weer is slecht. Het regent al de hele dag en Minke en Eelco vervelen zich. ‘Mam, weet jij Woorden vertalen

wat we kunnen gaan doen?’ Mama is in de bijkeuken en doet de was. ‘Dat vragen jullie de hele dag al. Als jullie je vervelen, kunnen jullie me ook komen helpen met de was.’ Oh, dat is misschien wel leuk! ‘Wat

Meer of minder

Nederlands

- wasknijper

mogen jullie de was aan de waslijn hangen met wasknijpers. Kijk uit, want er ligt een plas water op de grond en

Deens

- wäscheklammer

het is glibberig.’ ‘Goed zo,’ zegt mama. ‘Nu mogen jullie de bijkeuken gaan dweilen. De waterleiding heeft gelekt

andere taal

moeten we doen?’ ‘Nou,’ zegt mama, ‘doe nu eerst de schone was die in de wasmachine zit in de wasmand. Dan

Zet een grote en een kleinere lege frisdrankfles op tafel. Vraag uw kind(eren) in welke fles meer water gaat. Laat uw kind(eren) uitproberen hoeveel

-

bekertjes water er in de twee flessen passen en schrijf

en daardoor stinkt het hier een beetje. Minke en Eelco spatten en spoelen dat het een lieve lust is. Ze maken

het aantal bekertjes op. U kunt ook het verschil

de wc nog schoon en hangen een nieuwe wc-rol op. Het is eigenlijk wel leuk, dat schoonmaken.

tussen het aantal bekertjes noemen. U kunt dit spelletje uitbreiden door meer verschillende

dweilen

flessen, pannen of bakken te gebruiken. Noem steeds de woorden meer en minder en het aantal bekertjes

de wasknijper

water dat er nodig is.

de waslijn

spatten

spoelen

lekken Minke gaat lekker douchen na de schoonmaak

Perfecte huisman Ik ben geen poetser moet je weten. Dat zit mij niet in het bloed. Een beetje afwas en wat dweilen. Dan vind ik het alweer goed. Soms veeg ik met een doekje wat, over kastjes en langs muren. Voor het oog van het volk doe ik dat. Voor familie, vrienden en buren. Ik denk wel eens; het is mistig buiten. Maar dan ontdek ik vaak ook wel: Het is geen mist het zijn de ruiten. En die lap ik dan ook snel. Mijn eigen bril die poets ik niet.

de wasmachine

Wie weet wat ik dan allemaal wel zie. Waar ik wel dagelijks op let.

de wasmand

de was 15

Is dat ik de wc-bril goed ontsmet. 16


Buiten barbecuën Manke Nelis Het is donker. Alle kinderen op de camping zitten ‘s

Hij gebruikte zijn bestek en serviesgoed helemaal

avonds rond de barbecue in kleermakerszit. Ze

niet, maar schrokte zijn eten met zijn handen gulzig

hebben allemaal een zak marshmallows bij zich om te naar binnen. Op een dag hadden de broers en roosteren boven de barbecue. Iedereen wil zo dicht

zussen van Manke Nelis zo genoeg van zijn gedrag,

mogelijk bij het vuur zitten om de marshmallows te dat ze hem wegstuurden. Manke Nelis pakte zijn

schrokken

aflikken

smullen

smakken

kunnen roosteren. De groepsleider zegt: ‘Ik ga

rugzak en is nooit meer teruggekomen. Jarenlang

jullie het spannende verhaal vertellen van Manke

vroeg de familie zich af waar Manke Nelis toch kon

Nelis. Manke Nelis was altijd haantje de voorste. Hij

zijn. Zijn rugzak hebben ze wel teruggevonden.

was stoer en brutaal. Hij was altijd hongerig en at Misschien sluipt hij nog wel door dit bos. Dat krijg je het liefst alles op. Hij zorgde er bij de maaltijd altijd

De barbecue De zomer voor mij is, moet je weten,

ervan als je te gulzig bent.’

voor dat hij vooraan zat, of het nu het ontbijt was, het

heerlijk ‘s avonds buiten eten.

middageten of het avondeten. Hij zorgde ervoor dat Wat een griezelig verhaal, zeg! De kinderen zijn stil

Galgje

Lekker de barbecue aan.

U neemt een woord in gedachten en zet een

En dan bij dat vuurtje gaan staan.

rijtje met evenveel stippen op papier als er

Een hamburger of een kippenbout.

hij het magerste stukje varkensvlees of kippenvlees

en kruipen dichter bij elkaar. Ze smullen van de

kreeg en het grootste stuk appeltaart.

marshmallows.Verrukkelijk zijn die.

letters in het woord zijn, bijvoorbeeld

En een drankje erbij, het liefst ijskoud.

tafelpoot. Uw kind noemt een klank. Als de

Gezellig eten en lekker kletsen.

letter in het woord voorkomt, zet u op alle

En mager vlees, zodat we ons niet vetmesten.

smullen

groot kampvuur

stippen waar de letter voorkomt in het woord

Veel salades en vooral veel fruit.

de geraden letter. Komt de genoemde

Zo houden we het in de zomer wel uit.

letter echter niet voor in het woord, dan tekent u een onderdeel van de galg op het papier. Dit wordt herhaald tot het woord geraden is door uw kind die het spel wint.

Woorden vertalen Nederlands

-

rugzak

Pools

-

plecak

andere taal

-

Als er teveel foute letters zijn genoemd en het galgje is af dan ‘hangt’ de

kleermakerszit

woordenrader en verliest.

het galgje 17

18


Op avontuur in de natuur de oceaan

de rivier de beek de greppel Het groene leven

de zee het meer

Op een ochtend in de lente gingen Nadia en Rashid een boswandeling maken. Al vroeg gingen ze op pad. Ze liepen de stad uit langs de oever van de rivier. Aan de andere kant van het pad begonnen de velden. Ze zagen weiden met koeien en schapen. Ze wandelden door en zo langzamerhand kwamen ze in het bos. Ze liepen

het water

Ik houd van het groene leven.

De boswandeling

een heuvel op en kwamen bij een hoge rots. Ze klauterden op de rots en keken om zich heen. Aan de

Jas open en slippers aan.

linkerkant liep de rots nog door, maar aan de rechterkant zagen ze een diep ravijn. Oef, dat was even

Klaar om naar buiten te gaan.

schrikken. De kinderen gingen snel weer naar beneden. Toen ze beneden kwamen, konden ze het pad niet

Buitenspelen tot kwart voor zeven.

meer vinden. Oh nee, ze waren verdwaald! Ze liepen en zochten de weg terug naar huis. Ze kwamen bij een meer. Daar was het erg modderig en ze

Wij houden van het groene leven. Buiten valt zoveel te beleven.

Woorden vertalen

Rennen met je blote voeten door het gras. Ik wist niet dat dit zo heerlijk was. Jullie houden van het groene leven. Het mooie weer duurt maar even.

moesten uitkijken om niet uit te glijden. Maar Nadia zakte met haar voet weg in de modder en gleed toch uit. Haar kleding zat onder de modder. Snel liepen ze weer door. ‘Kijk Nadia,’ riep Rashid, ‘zie je in de verte niet

Nederlands

-

rots

onze buurt?’ Oh, gelukkig. Ze hadden gewoon in een rondje gewandeld. Snel liepen ze naar huis en

Papiaments

-

baranka

slopen naar boven. Nadia deed haar vieze kleding uit. Ze ademden diep in van opluchting. Verdwalen is best

andere taal

-

wel griezelig, maar alles was toch goed gekomen.

de wandeling

De zomer is weer zo voorbij. Kom daarom naar buiten en voel je vrij.

uitglijden

de kleding de modder

Een seizoentafel maken Ga met uw kind wandelen in het bos en verzamel allerlei voorwerpen, zoals takjes en blaadjes en paddenstoelen. Benoem alle voorwerpen steeds weer. Maak thuis met uw kind een seizoentafel. Dit doet u door een kleed op een tafeltje te leggen en de verzamelde voorwerpen hierop te schikken. U kunt ook de namen van de voorwerpen op de kaartjes schrijven en die bij de voorwerpen leggen. 19

20


Spelletjes doen Doodverveeld Ik mag niet buitenspelen,

Woorden vertalen

veel te koud, veel te warm,

Nederlands

veel te droog of veel te nat,

-

Zuid Afrikaans -

mijn moeder die weet altijd wat.

andere taal

Maar het kan me niet schelen.

negentien

winnaar wenner

twintig

zeventien

Alle kinderen zijn nog buiten, niemand hoeft zo vroeg naar bed. Pappa zei al, dat het goed was, we hebben nu zo’n reuze pret.

zestien vijftien

Want ik ga me lekker doodvervelen.

Mamma, mag ik nog even spelen, iedereen is nog op straat. Mamma toe nou, nog maar even, heus, het is nog niet zo laat.

achttien

-

Buiten spelen

Lieverd kom, je moet naar bed toe, kijk, de lichten zijn al aan. Alle kinderen gaan naar binnen, ik hoor de klok al negen slaan. Wil je nog een beetje limo, voordat je naar boven gaat?

Liggen op de grond met open mond.

veertien

Mijn ogen staren naar het plafond. Armen, benen wijd gespreid.

Woorden met dezelfde letter

Niet giechelen als ze binnenkomt.

U legt voorwerpen op tafel waarvan de naam

Het is een serieuze zaak.

begint met dezelfde letter, bijvoorbeeld: bord,

Misschien dat ik nog eventjes een zwak geluidje maak.

brood, boek, beker, bal en een voorwerp waarvan

En dan...... doodverveeld.

de naam niet met dezelfde letter begint,

Net goed! Net goed!

bijvoorbeeld vork. Uw kind moet aangeven welk

‘O’, zegt ze, ‘wat ben je nu zoet.’

voorwerp niet in het rijtje past.

Siem van Bregt

Maar daarna direct gaan slapen, geen gepraat.

dertien twaalf elf

Papa, ik ben moe, wil je me dragen helemaal tot bovenaan. Mijn voetjes zijn al haast gaan slapen, ik kan bijna niet meer staan. Tanden poetsen, haren kammen dan nog snel even naar de w.c. Nog twintig kussen, dan het licht uit, ik ga slapen, heel gedwee.

Verstoppertje spelen Lotte, Lieneke en Tom komen uit school. Mama vraag hoe het op school was. ‘Leuk mam!’ zegt Tom kalm en hij maakt een koprol van plezier. ‘Laten we een spel gaan doen,’ zegt Tom. ‘Wat denken jullie van memory. Ik win met gemak van jullie.’ ‘En dan verlies ik weer.’ roept Lieneke. ’Nee, laten we

...elf, twaalf, dertien, veertien...

tikkertje of verstoppertje gaan spelen!’. Ze kiezen voor verstoppertje ‘Ik ben hem wel en tel tot twintig. Dat hebben we net geleerd op school.’ Lieneke telt. ‘Een, twee, drie.’ Lotte en Tom lopen weg en zoeken alvast een verstopplekje op. Lotte verstopt zich achter de bank. Tom volgt haar en verstopt zich ergens anders. ‘Elf, twaalf, dertien,’ hoort Lotte Lieneke tellen. ‘Veertien, vijftien, zestien, zeventien.’ Ze is al bijna bij de twintig. ‘Achttien, negentien, twintig! Wie niet weg is, is gezien, ik kom!’ Lieneke kijkt om zich heen. Ze ziet niemand. Of toch wel? Daar kijken twee blauwe ogen haar aan. Lieneke en Lotte rennen allebei naar de buut. Lieneke wint van Lotte. ‘Nu moet je Tom nog vinden,’ zegt Lotte. Lieneke zoekt in de woonkamer en in de keuken, maar ze kan Tom niet vinden. Dan zoeken ze twee aan twee heel precies alles na. ‘Ik geef het op hoor’ zegt Lieneke tenslotte. ‘Wacht eens even,’ roept Lotte opeens. ‘Misschien is hij in onze slaapkamer.’ Lieneke loopt naar de slaapkamer en hoort daar een vreemd gebrom. ‘Durf jij de deur open te doen?’ vraagt Lieneke. Lotte is angstig en heeft kippenvel. Dan haalt ze diep adem en doet de deur open. Tom ligt op het bed van Lotte. Hij slaapt! Van hun gelach wordt hij wakker. Tom mompelt suf: ‘Het duurde ook zo lang!’ 21

22


Op de camping Jouw taal, mijn taal Gisteren zijn we aangekomen op de camping in Frankrijk. Mijn vader had de auto al ingeladen. We reden heel

Op vakantie

vroeg weg naar het zuiden. Het was nog donker. Ik had mijn zonnebril en fototoestel meegenomen. De

In de klas zit ik te dromen,

afstand op de landkaart leek kort maar was heel lang en we reden de hele dag op de autoweg. Pas in de avond

over de vakantie die gaat komen.

kwamen we aan. Mijn vader en moeder moesten onze tent nog opzetten. Toen kon ik

Wat ga ik in de vakantie doen?

eindelijk slapen.Vanochtend vroeg heb ik mijn zwembroek aangedaan en ben direct naar het zwembad gegaan.

Voetballen met Jeroen.

Dat is wel fijn, dat je zo het water in kunt springen. Er was nog bijna niemand bij het zwembad. Alleen een klein meisje. Ze begon tegen me te praten, maar ik begreep niet wat ze bedoelde. Ik ben weer naar onze tent

Bij mooi weer speel ik buiten.

gegaan en heb mijn moeder gevraagd wat ik moest doen. Ze zei, dat het geen probleem was en ik gewoon

Of ik ga zwemmen met mijn kornuiten.

moest proberen te praten in mijn eigen taal met gebaren. ‘Je wijst op jezelf en je noemt je naam,’ zei mijn

Bij slecht weer stamp ik door de plassen.

moeder. ‘Dan doet zij dat ook wel.’ Dat heb ik toen geprobeerd. En het lukte! Dat meisje heet Juliette en ze

En moet ik goed op mijn kleding passen.

woont in Frankrijk. Ik kan nu dus al een beetje Frans praten. dan zegt ineens juf Van Oomen: ‘Kees, je bent weer aan ’t dromen.’ ‘Dat kan toch niet in de klas.’ ‘Sorry juf, ik dacht dat het al vakantie was!’

de camping wanneer?

telkens

tijdens

Probeer met uw kind woorden te bedenken waarvan

Nederlands

-

zonnebril

u beiden ook het woord in een andere taal kent.

Portugees

-

óculos de sol

Benoem ze een paar keer in de twee verschillende

andere taal

talen, zoals schoen – shoe. Gebruik daarbij ook de

-

lijstjes die in dit boekje staan.

uitrusten 23

tenslotte

Woorden in twee talen

Woorden vertalen

tent opzetten

tenslotte

24


Beleefd en brutaal Woorden vertalen

Nederlands - spagetti Tsjechisch -

Špagety

andere taal-

Woorden bedenken.

Spook Spaghetti In het grote griezelbos woont het witte spook Spaghetti.

Zet boven de ene kolom het woord beleefd

Kijk, haar haren hangen los.

en boven de andere kolom het woord

En ze is op zoek naar Bettie. Spook Spaghetti, spook Spaghetti!

brutaal. Bedenk met elkaar welke woorden

Zeg eens, waarom zoek je Bettie?

horen bij beleefd zijn en welke woorden horen bij brutaal zijn. Schrijf deze woorden

Oh, ik wil het bange grietje,

op in de juiste kolom.

laten beven als een rietje.

Twee verschillende broertjes Er waren eens twee broertjes. Ze heetten Ken en gehoorzamen. Ze waren geduldig. Maar Koen trok Koen. Ken was altijd heel beleefd. Hij gedroeg zich

zich er niets van aan. Op een dag liepen Ken en Koen

altijd keurig, bedankte als hij iets lekkers kreeg en

naar school. Ze kwamen een oud vrouwtje tegen.

luisterde goed naar zijn vader en moeder. Als hij

Koen liep expres tegen haar aan. Ze viel op de grond.

iemand kon helpen, deed hij dat onmiddellijk. Zijn

Ken zei direct: ‘Sorry mevrouw, mijn broer deed het

broertje Koen gedroeg zich heel anders. Hij luisterde

niet expres. Hij heeft er spijt van. Maar de mevrouw

nooit naar zijn ouders. Hij was juist brutaal en tegen

gaf geen antwoord. Ze keek naar Koen en zei toen:

Ken soms gemeen. Ook kon hij goed liegen. Dan zei ‘Welnee, hij heeft helemaal geen spijt.’ Maar de hij dat hij naar school ging, maar dan hing hij een

mevrouw had zoveel pijn, dat ze niet meer op kon

beetje rond op straat. De ouders van Ken en Koen

staan. Ze moest naar het ziekenhuis worden gebracht.

begrepen er niets van dat hun kinderen zo

Daar was Koen wel erg van geschrokken. Hij

verschillend waren. Ze probeerden Koen te laten

beloofde dat hij zich voortaan beter zou gaan gedragen.

Lekker eng doen, vreselijk streng doen. Ik zal haar eens laten schrikken. Stiekem in haar benen prikken. En dan lachend weer verdwijnen. Zomaar achter de gordijnen. Dag mijn kleine, bange Bettie, Ja, ik ben het spook Spaghetti. Bettie stond van angst te trillen. Heb je haar niet horen gillen? Maar toen dacht ze:Wacht eens even. Ik zal dat spook eens laten beven. En het spook zat even later, in een pan met kokend water.

beleefd

brutaal

‘Dag, mijn bange spook Spaghetti. Eigen schuld hoor,’ lachte Bettie. In het grote griezelbos, ligt het spook Spaghetti zielig op het zachte mos. Heel goed gaargekookt door Bettie. ‘Spook Spaghetti, spook Spaghetti, ik eet je lekker op,’ zegt Bettie.

25

Maak op een kaart twee kolommen.

26


Nieuwsgierig aagje de kok

Het verhaal gaat verder U begint een verhaal te vertellen, bijvoorbeeld:

de meid

‘Er was eens een heel stout jongetje’. Vraag uw kind de volgende zin toe te voegen, bijvoorbeeld: ‘Op een dag liep hij weg.’ Dan voegt u weer een

De villa Marieke liep zoals elke dag langs het grote, geheimzinnige huis. Iedereen zei dat er in dat huis wel een miljonair moest wonen. Ze was nieuwsgierig naar hoe het huis en de tuin eruit zouden zien. Vandaag keek over de schutting. Ze zag een grote, mooie tuin. Het huis kon ze bijna niet zien. Nu werd ze nog

zin toe zodat er een gezamenlijk verhaal ontstaat.

Woorden vertalen

U kunt het verhaal tekenen of

Nederlands - sleutelgat

opnemen, waardoor het verhaal bewaard blijft

Zweeds

het verhaal aanpassen, uitbreiden of mooier

en u er daarna nog over kunt praten. Of u kunt

- nyckelhål

maken.

andere taal-

nieuwsgieriger. Ze klom over de schutting en sloop naar het huis. Het ene deel van het huis had een puntdak en het andere deel een plat dak. Ze

nu?

liep naar de voordeur en probeerde door het sleutelgat te turen. Maar ze zag niets. Alles was doodstil. Tenslotte liep ze de voordeur

onmiddellijk

voorbij naar de achterdeur en zag de regenpijp.

ondertussen

ooit

Voorzichtig klom ze langs de regenpijp naar boven. Nu kon ze op de vensterbank blijven staan en door het raam kijken. En ja, ze keek recht in de keuken. Ze zag de kok een maaltijd klaarmaken en ze zag de knecht in de weer met een vuilniszak. Ze keek door het raam ernaast en zag de meid het tapijt stofzuigen. Ondertussen ging ineens de achterdeur open. Een dame en een heer kwamen het huis uit. Marieke schrok zo erg, dat ze naar beneden viel. De dame en de heer schrokken net zo erg. Marieke had zich gelukkig niet bezeerd. Ze namen Marieke

Een vergiet

mee naar binnen en ze kreeg een kopje thee voor de schrik.

Ik ben een nieuwsgierig aagje.

‘Je had gewoon kunnen aanbellen hoor, Marieke,’ zei de dame.

Alles wil ik weten.

‘Dan had je het huis vanaf de grond kunnen bekijken.’

Maar mijn hoofd is net een vergiet. Het meeste ben ik zo weer vergeten.

de deftige heer 27

de deftige dame 28


29


Ik zoek een woord 3