Issuu on Google+

Energy

Exchange

Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland


Energy Exchange Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland

Onder redactie van: Niek Stukje Gertjan de Werk


“KISSZ is een uitstekend netwerk dat door haar unieke samenstelling in staat is de urgente problemen van de provincie in kaart te brengen en gemeenschappelijk effectief aan te pakken. Zo is zij in staat om het voortouw te nemen op de weg naar een duurzame samenleving.”

Jacob Fokkema

Rector Magnificus, TU Delft

“we moeten in staat zijn om deze unieke samenwerking tussen vijf grote gemeenten, provincie en kennisinstellingen om te zetten in daadwerkelijke stappen voortwaarts voor duurzame energie in Zuid-Holland”.

Erik van Heijningen

Gedeputeerde, Provincie Zuid-Holland

4


Voorwoord

Naar een duurzame energievoorziening van Zuid-Holland Dit boekje is de basis voor de strategische energie agenda voor de provincie Zuid-Holland. In dit boekje zitten de bouwstenen voor een transitie naar een duurzame energievoorziening van de provincie in 2050. Het is opgesteld door het KISZZ-netwerk: een uniek samenwerkingsverband van kennisinstellingen, gemeenten en de provincie Zuid-Holland. KISSZ staat voor het verbinden van kennis en kunde voor een duurzaam Zuid-Holland met een drietal doelen: ontwikkelen van excellente kennis voor maatschappelijke vraagstukken; kennis koppelen aan praktijkprojecten en duurzaam hoger onderwijs.

gemaakt alvorens de resultaten aan de bestuurders van het KISSZ-netwerk voor te leggen. Hiermee is op 2 juni 2009 bij de TU Delft tijdens de Energy Exchange de basis gelegd voor een lange termijn strategisch energie agenda voor de provincie Zuid-Holland. In dit werkstukje vindt u de basis van de strategische agenda: meer informatie over het KISSZ-netwerk; de uitkomsten van de vier werkgroepen, de strategische kanspaden, doelen en ambities; veelbelovende projecten in de provincie; en natuurlijk de huidige energie situatie van de provincie en de (on)mogelijkheden voor verduurzaming van de energievoorziening.

De bestuurders die bij KISSZ betrokken zijn, hebben op 4 november 2008 energie tot het meest urgente onderwerp van verduurzaming van de provincie verkozen. In werkgroepen is een drietal gekozen centrale thema’s verder uitgewerkt: 1. Verdergaande benutting van (rest)warmte in ZuidHolland. 2. Transitie naar energieneutraal stedelijk gebied. 3. Verduurzaming van monumentale binnensteden - een uniek en bijzonder probleemgebied. Parallel hieraan is in een strategische werkgroep een overkoepelende probleemverkenning gedaan met als uitkomst een viertal strategische kanspaden voor de provincie. De thema’s van deze paden zijn verduurzaming van chemie, woningbouw, glastuinbouw en bedrijventerreinen. Tijdens de Energy Exchange zijn de resultaten van de werkgroepen gepresenteerd en is een laatste verbeterslag

Vooral het proces ter voorbereiding van de Energy Exchange is waardevol gebleken. In de maanden voorafgaand aan de bijeenkomst is meer focus aangebracht, zijn meer partijen betrokken en is de waarde van het netwerk bewezen. Juist de koppeling van kennis en praktijk en het concretiseren en aanpakken van de vraagstukken die voortkomen uit deze koppeling en confrontatie maakt dit netwerk uniek. Kennisinstellingen dragen zo bij aan het oplossen van praktijkproblemen, de praktijk wordt meer gestimuleerd om door te pakken, belangrijke partijen worden bij elkaar gebracht en de problemen worden omgevormd tot uitdagingen. Het KISSZ-netwerk blijkt een onmisbaar medium om dat wat er al is te inventariseren, partijen bij elkaar te brengen en samenwerking te faciliteren. Met de energy exchange is er een belangrijk begin gemaakt aan het transitieproces naar een duurzame energievoorziening van de provincie Zuid-Holland. Waarbij de provincie niet alleen laat zien dat het kan, maar ook hoe het moet.

5


6


Inhoudsopgave

1. Bestuurlijke bijeenkomst | Energy Exchange Verslag bestuurlijke bijeenkomst KISSZ 2. Strategische energieagenda | Een energieagenda voor de regio Zuid-Holland Leden koplopersgroep 3. Transitie paden | Toekomstbeeld voor Zuid-Holland Duurzame chemie Duurzame glastuinbouw Duurzame woningbouw Duurzame bedrijventerreinen

7

4. Focus KISSZ actieprogramma energie | Werkgroepen Energieneutraal wonen en leven in de wijk Duurzame monumenten Warmte in Zuid-Holland

33

5. Act now! | Koepelprogramma’s voor energie Koepelprogramma’s KISSZ

45

6. Energie situatie Zuid-Holland | Problematiek & uitdagingen Fossiele brandstoffen Duurzame energie Ruimtebeslag van de energieopwekking

53

8

17

25 27

28 29 30 31 34 37 40 46 49 54 56 57

7


Duurzame ambities politiek Agendering duurzame energie

ŠBeeldleveranciers.nl

8


1

Bestuurlijke bijeenkomst José Lemmen Provincie Zuid-Holland, KISSZ

“We hebben een energieagenda, KISSZ heeft toegevoegde waarde en we hebben ambitie“, dat is de conclusie van de bestuurlijke KISSZ bijeenkomst, Energy Exchange, op 2 juni 2009 aan de TU Delft.

Energy Exchange

©Beeldleveranciers.nl

9


Verslag bestuurlijke bijeenkomst KISSZ Energy Exchange 2 juni 2009

Gastheer Jacob Fokkema, Rector Magnificus van de TU Delft, ontving de bij KISSZ betrokken bestuurders aan het begin van de avond in de windtunnel van de TU Delft. In de windtunnel is het mogelijk een proefopstelling te maken om bijvoorbeeld grote windturbines te testen.

10


Fokkema benadrukte in zijn openingsspeech het belang van het netwerk KISSZ voor de TU Delft. Het helpt om de samenwerking tussen de TU Delft en de maatschappij te versterken. Het Delft Energy Initiative is daarvoor een van de grote motoren. “Energie is een heel belangrijk thema”, memoreerde zij enkele keren deze avond. Fokkema nodigde de aanwezige overheidsbestuurders uit om vooral hun energievragen richting de TU Delft kenbaar te maken. De samenwerking in KISSZ-verband start wat hem betreft bij “te weten bij wie je kunt aankloppen”. Fokkema deed de oproep om bij iedere organisatie twee contactpersonen aan te wijzen. Wat de ambitie voor de energieagenda betreft wil Jacob over de grenzen heen kijken en inzetten op een gezamenlijk KISSZproject in Europa. Erik van Heijningen, gedeputeerde van de Provincie Zuid-Holland en medeorganisator van de Energy-Exchange, sprak de inmiddels aangesloten groep van circa zestig KISSZ-vertegenwoordigers van de samenwerkende organisaties, leden van KISSZ-werkgroepen en overige genodigden toe. Deze groep had zich eerder de middag in workshops gebogen over de KISSZ-energieagenda. Van Heijningen riep op om de unieke samenwerking tussen vijf grote gemeenten, provincie en kennisinstellingen om te zetten in daadwerkelijke stappen voorwaarts voor duurzame energie in Zuid-Holland. Peter Smit, Wethouder gemeente Den Haag, maakte dankbaar gebruik van deze oproep om alvast een aftrap te doen voor het bestuurlijk gesprek. Hij riep de TU Delft op om de samenwerking met Den Haag aan te halen voor het beter benutten van (rest)warmte. Hij ziet grote kansen voor deze vorm van energie in Zuid-Holland. Ook voor het energieneutraal maken van de gebouwde omgeving ziet hij meerwaarde in de samenwerking in KISSZ-verband. Begin volgend jaar wil hij de KISSZ-partners graag ontvangen in Den Haag om weer een stap verder te zetten.

“Ik zie grote kansen voor warmte in de provincie Zuid-Holland en roep daarom de TU Delft op om de samenwerking met Den Haag te versterken.”

Peter Smit

Wethouder, Gemeente Den Haag

11


Delft Energy Initiative Na de opening van het bestuurlijk gesprek door Josee van Eijndhoven (kerngroeplid van KISSZ), presenteerde Tim van der Hagen, directeur van Delft Energy Initiative, de ambitie van de TU Delft. Een presentatie die resulteerde in de nodige energie en wakkerheid in de zaal. Van der Hagen benadrukte de noodzaak tot een transitie voor energie. Energie is een eerste levensbehoefte. Het garanderen van schone, betrouwbare en vooral ook betaalbare energie voor de wereldbevolking behoort tot de grootste uitdagingen van nu. Tegelijk biedt de overgang naar duurzame energietechnologie nieuwe economische kansen. De energierevolutie moet op alle niveaus tegelijk plaatsvinden; internationaal, nationaal, regionaal en lokaalmet een lange termijn visie waarin partners uit wetenschap, innovatie en beleid elkaar versterken. De kennispartners, de vijf grote gemeenten en de Provincie Zuid-Holland kunnen het verschil maken in Zuid-Holland, bijvoorbeeld op het gebied van warmtegebruik. Daarbij geldt steeds dat men voor echte innovatie risico moet durven nemen, via gedurfde projecten. De ruim zevenhonderd wetenschappers van de TU Delft die werken aan innovatieve energietechnologie, hebben daarin een rol. Delft Energy Initiative is een toegangspoort en partner voor bedrijven en overheden die deze kennis willen gebruiken. Het Delft Energy Initiative mobiliseert ook studenten in de Energy Club, richt de campus in als ‘levend energielab’ en ontwikkelt nieuwe wetenschappelijke lijnen.

Jacob Fokkema 12

Rector Magnificus, TU Delft


KISSZ-energieagenda Back to earth! Wat staat KISSZ de komende jaren te doen om stappen te zetten in deze richting. Van Eijndhoven memoreerde de conclusie van de eerste bestuurlijke KISSZ-bijeenkomst op 4 november 2008. Starten met een agenda voor energie, dit vormgeven langs drie ambities (excelleren in kennis, vormgeving in concrete projecten en duurzaam onderwijs) en werken vanuit een regionale overkoepelende strategische energieagenda. De boodschap was toen, pak de samenwerking in KISSZ-verband op vanuit vier urgente bestuurlijke thema’s: • • • •

Strategische energieagenda voor Zuid-Holland. Restwarmte en geothermie. Energieneutrale steden, wijken of gebieden. Energie in oude (monumentale) binnensteden.

In de eerste helft van 2009 hebben de kennisinstellingen en overheden gewerkt aan de concretisering van deze vier thema’s. Van Eijndhoven gaf aan dat tijdens het werk een flinke uitbreiding van het KISSZ-netwerk is ontstaan binnen de aangesloten organisaties. Dit sluit aan bij de wens die Jacob Fokkema eerder de middag uitte om de toegang tot elkaars organisaties te verbeteren. Concreet werken aan urgente bestuurlijke vragen blijkt daarvoor effectief. Erik van Heijningen benadrukte dat bestuurlijke focus noodzakelijk is om de samenwerking in KISSZ-verband effectief te maken en ervaart dat deze focus ook richting geeft voor zijn medewerkers en de betrokkenheid vergroot.

13


Strategische energieagenda Zuid-Holland Derk Loorbach van DRIFT, presenteerde een strategische energieagenda voor Zuid-Holand. Opgesteld door de koplopersgroep met deelnemers vanuit zeer verschillende sectoren en disciplines, allen verbonden met energievraagstukken. De uitdaging is volgens hen om in Zuid-Holland de meest goedkope en de meest duurzame energievoorziening te realiseren in de wereld. Er zijn in deze regio specifieke kanspaden, die daar aan bijdragen: duurzame chemie, duurzame glastuinbouw, warmte en energieneutraal wonen. Hij benadrukte dat innovatie niet gedijt bij risicomijdend gedrag, maar bij doen zonder bij voorbaat exact te weten waar dat toe leidt. Phlip Boswinkel, deelnemer van de koplopersgroep, vulde aan dat leiderschap nodig is en dat leidende personen ook mandaat moeten krijgen om vooruit te gaan. Er moet op verschillende schaalniveau’s naar ontwikkelingen worden gekeken. “Stel naast de dijkgraaf een energiegraaf in”, was zijn suggestie.

14

©Beeldleveranciers.nl

Warmte in Zuid-Holland

©Beeldleveranciers.nl Arend Bosma van de provincie Zuid-Holland en Karl-Heinz Wolf van de TU Delft presenteerde de agenda van de KISSZ-werkgroep “Warmte in Zuid-Holland”. Deze bestaat uit drie onderdelen: 1. Warmtevisie van de provincie. 2. Kennisagenda, met de essentiële elementen: smart grid warmte en ontwikkeling geothermie. 3. Publieke private samenwerking en nieuwe financieringsvormen. Het bedrijfsleven geeft aan dat er nu al kennisvragen zijn in lopende projecten en dat ondersteuning vanuit kennisinstellingen gewenst is. Er is voor zowel korte als middellange termijn concretisering en focus nodig. Er is behoefte aan een regionaal kennisconsortium om bestaande ervaring te delen en benutting van (rest)warmte te optimaliseren.


Energie in monumentale binnensteden Johan van Reenen, hoofd milieu van de gemeente Delft, had het woord namens de KISSZ-werkgroep “Energie in monumentale binnensteden”. Hij gaf aan dat het belangrijk is om bij dit onderwerp studentenhuisvesters en particuliere huiseigenaren te betrekken. Er moet een visie ontwikkeld worden op duurzame monumenten. Er is nog veel onbegrip tussen monumentenzorg en duurzaamheidsdenkers. In de regelgeving zitten belemmeringen voor innovaties. Anke van Hal van de TU Delft gaf aan dat het bij duurzame energie in monumentale binnensteden vooral een kwestie is van gebrek aan kennis bij betrokkenen. Daar kan het KISSZnetwerk een rol spelen.

©Beeldleveranciers.nl

Energieneutraal wonen en leven in de wijk

©Beeldleveranciers.nl Martin van Rossum van Hogeschool INHolland en voormalig trekker van de KISSZ-werkgroep “energieneutraal wonen en leven in de wijk”, gaf aan dat er in Zuid-Holland hele goede initiatieven lopen om woonwijken energiezuiniger te maken. Maar dat er echt verdergaande initiatieven nodig zijn om ook maar in de buurt van energieneutraal te komen. Het gaat dan om het realiseren van 60% energiebesparing en 40% duurzame energie. Hij riep de vijf grote gemeenten op om initiatieven aan te dragen voor energieneutrale wijken van een zekere omvang. Pas op een grotere schaal zijn vormen van duurzame energie rendabel te maken. En dan vooral de aandacht vestigen op de naoorlogse woningvoorraad, was de boodschap van Martin van Rossem, want daar is relatief makkelijk veel te winnen. Het plan is om kennisinstellingen, gemeenten, provincie en marktpartijen de initiatieven samen te laten uitwerken.

15


Bestuurljik gesprek over de KISSZ-energieagenda De bestuurders begroeten deze KISSZ-energieagenda met enthousiasme en zien graag een uitwerking tegemoet voor twee thema’s “Warmte in Zuid-Holland” en “Energieneutraal wonen en leven in de wijk”. Geert van Grootveld en Frans van Loo, van de Innovatieagenda EZ, spraken hun warme belangstelling uit voor deze twee initiatieven, die uitstekend aansluiten bij de Innovatieagenda. Datzelfde geldt wat hen betreft voor het thema duurzame chemie. Ze nodigden de KISSZ-bestuurders uit om de samenwerking met Economische Zaken verder aan te halen. Erik van Heijningen gaf aan zeker in te willen gaan op dit verzoek. Rietje van Dam, Universiteit Leiden, attendeerde de aanwezigen op het International Year of Chemistry in 2011. Lopende de discussie verlieten Lian Merkx, Peter Smit en John Steegh de bijeenkomst voor vergaderingen met hun raden. Maar niet nadat Merkx haar ondersteuning had uitgesproken voor de thema’s de energieneutrale stad, de monumentale binnenstad en warmte. Zij vertelde dat ze haar functie van wethouder combineert met die van bestuurlijk trekker van het warmteproject Haaglanden; daarnaast wil zij zich ook als bestuurlijk trekker inzetten voor de monumentale binnenstad. John Steegh sprak zijn sympathie uit voor het onderwerp duurzame energie in oude binnensteden. Hier zag hij een trekkersrol weggelegd voor Leiden.

16

Gerard van Drielen, lid CvB Hogeschool Rotterdam, onderschreef de focus op warmte en energieneutrale wijken maar vroeg zich hardop af of we daarmee de wereld kunnen redden. Dat zit ‘m volgens van Drielen toch meer in wat mensen willen en kunnen, te beginnen bij de jeugd. Hij riep op tot meer ambitie voor duurzaam onderwijs. Deze uitsprak was niet aan dovemansoren gericht. Rietje van Dam was blij dat van Drielen dit wederom inbracht. Tijdens de vorige bestuurlijke bijeenkomst had zij hiervoor een lans gebroken. Erik van Heijningen onderschreef de wens van van Drielen en gaf aan dat voor het primair onderwijs dit via de kennisinfrastructuur van NME-diensten kan lopen. Sigrid Bollwerk


van Hogeschool Rotterdam (Kenniskring Smart Energy) deed een oproep aan de overheden om de opleidingen vroegtijdig te benaderen, al in de fase van vraagstelling. Zodat de creativiteit van studenten optimaal ingezet kan worden. Ton van der Pijl voegde toe dat wellicht nieuwe ideeën en inzichten kunnen ontstaan door buitenlandse studenten te betrekken bij de vraagstukken. Els Verhoef, INHolland, gaf aan veel aan het KISSZ-netwerk te hebben en de komende tijd verder te willen investeren in de samenwerking o.a. via de nieuwe opleiding Climate & Environment. Joke Snippe van INHolland benadrukte de unieke kans tot samenwerking voor het duurzaam onderwijs. Een uitgesproken kans hierbij is et feit dat INHolland, Haagse Hogeschool en TU Delft vanaf volgend jaar alle drie op de campus in Delft zitten. Conclusie en vervolg Josee van Eijndhoven sloot de discussie af met de woorden dat KISSZ nadrukkelijk een brede energieagenda voor Zuid-Holland in beeld heeft met zes thema’s. Dat de ontwikkeling op al deze thema’s gevolgd zal worden en dat voor de komende tijd toegevoegde waarde van KISSZ gevonden is in de focus op twee thema’s: “Warmte in Zuid-Holland” en “Energieneutraal leven en wonen in de wijk”. Duurzame energie in monumentale binnensteden is daar een onderdeel van. Van Eijndhoven merkte nadrukkelijk op dat het bij deze energieagenda niet alleen gaat om techniek, maar ook om randvoorwaarden om deze energietransitie te realiseren. Daar moeten de sociale wetenschappen een rol spelen. Wat het onderwijs betreft gaat het om onderwijs van hoog tot laag. Met de uitnodiging van Peter Smit op zak voor een volgende bestuurlijke KISSZontmoeting begin 2010 en een forse uitdaging voor het komend half jaar, sloot gastheer Jacob Fokkema de bijeenkomst af met de uitreiking van een duurzaam energiecadeau aan de bestuurders die aanwezig waren op de Energy Exchange.

17


Duurzame Energievoorziening Provincie Zuid-Holland

18

ŠBeeldleveranciers.nl


2

Strategische energieagenda Josee van Eijndhoven Notitie koplopersgroep

Deze strategische agenda is tot stand gekomen middels interviews en drie bijeenkomsten met koplopers uit de regio en door een ondersteunende inventarisatie van de energiesituatie in de provincie Zuid-Holland door de TU Delft.

Een energieagenda voor de regio Zuid-Holland

ŠBeeldleveranciers.nl

19


Het huidige energiesysteem staat onder druk. En wel om een aantal redenen. Ten eerste raken de exploiteerbare voorraden fossiele brandstof, vooral olie en gas, in ijl tempo op. Hoewel de termijn waarop dit zal gebeuren onduidelijk is – de schattingen lopen van 30 tot 50 jaar – is het wel duidelijk dat we zullen moeten overschakelen naar andere energiebronnen. Ten tweede, de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen draagt bij aan de klimaatverandering. Ten derde zijn we voor het overgrote deel van onze energietoevoer afhankelijk van regimes die we toch niet altijd vertrouwen, zoals Iran, Rusland, Venezuela of Nigeria. Bovendien, bij de verbranding van fossiele brandstoffen wordt er fijn-stof in de atmosfeer uitgestoten waarvoor strikte Europese normen bestaan. Alles te samen maakt een energietransitie onvermijdelijk. De vraag is echter hoe deze vorm zal krijgen in de regio Zuid-Holland, en hoe er een versnelling te bereiken is.

20

©Beeldleveranciers.nl


De inzet op duurzaam energiegebruik in de regio kan een belangrijke bijdrage leveren aan innovativiteit en duurzaamheid zowel in technische, economische als in sociale zin, in hechte koppeling met de ruimtelijk/ecologische dimensie. Duurzame energie, in alle mogelijke verschijningsvormen, vormt hierin de bron van vernieuwing en economische ontwikkeling, maar evengoed een morele en sociale noodzaak. De verwachtte stijgingen in zowel het gebruik als de prijs van energie geven ook draagvlak om fundamenteel in te zetten op een brede maatschappelijke omslag. Richtinggevend principe zou hierin moeten zijn: “Zuid-Hollanders hebben in 2030 de meest betaalbare en duurzame energierekening van Europa.� In sociale, economische en ruimtelijk-ecologische zin kan dit een regio opleveren die valt aan te duiden als waardenvol: een regio waar je wilt en kunt leven, waar energie duurzaam en betaalbaar is, waar onderlinge solidariteit en gemeenschapszin bestaan, waar een balans is tussen mens en omgeving. Door lokaal energie te produceren en uit te wisselen; door structureel minder energie te gebruiken in industrie, huishouden en mobiliteit; door compacter te wonen en te werken; door schoner vervoer en transport; door materiaal- en grondstofstromen te sluiten; en door voorzieningen en energie te delen. Grofweg onderscheiden we twee typen dynamiek die ons leiden naar het energiesysteem van de toekomst en die we beiden moeten stimuleren: 1. Optimalisatie: energiebezuiniging, verhoging van efficiency in bestaande systemen. 2. Systeeminnovatie: nieuwe duurzame systemen rond nieuwe energiebronnen Door de mondiale schaal van de problematiek, de veelheid aan betrokken partijen binnen en buiten Nederland, de niet altijd even duidelijke regelgeving, de wirwar van subsidiemogelijkheden, en dergelijke, is het energiesysteem een complex gegeven en moeilijk in een gewenste richting te veranderen. Niet in

21


het minst omdat het voor veel mensen niet altijd duidelijk is hoe deze gewenste richting er uitziet. Wat betreft het eerste type dynamiek gaat het om het bewust, efficiënt en zuinig omgaan met energie, zowel aan de productie- als aan de consumptiekant. In de huidige praktijken, producten en processen kunnen nog grote energiebesparingen geboekt worden. Denk bijvoorbeeld aan passiefhuizen waarin conventionele verwarming niet meer nodig is, en de chemische procesindustrie waar naar verwachting op termijn een energiebesparing tot wel 70% bereikt kan worden. Complementair hieraan is het tweede type dynamiek: de ontwikkeling van systemen waarin alternatieve energiebronnen benut worden bijvoorbeeld door gebruik te maken van wind, water, zon, biomassa en geothermie. Beide paden zijn eigenlijk niet los van elkaar te zien en zullen elkaar in de toekomst hopelijk steeds meer gaan versterken. Een passiefhuis wordt dan een nul-energie- of een energiepluswoning, een woning die evenveel energie verbruikt als er geproduceerd wordt door duurzame energiebronnen zoals fotovoltaïsche cellen of zelfs minder.

22

Maar het gebruik van dergelijke energiebronnen stelt ons wel voor een aantal grote vraagstukken: • Hoe kunnen we te allen tijde garanderen dat de energieproductie voldoet aan de energievraag? • Zon, wind en soms ook water, zijn discontinue energiebronnen. Willen we voor onze energievoorziening niet afhankelijk zijn van het weer of het getij dan zal er moeten gezocht worden naar aanvullende bronnen. • Hoe zullen we in de toekomst energie opslaan? In aanvulling op discontinue energiebronnen is het noodzakelijk een efficiënt opslagsysteem te hebben om de energie op te slaan. In periodes dat het hard waait kan de overtollige energie worden opgeslagen voor gebruik later. • Hoe organiseren we de overgang van een centrale naar een decentrale energievoorziening?


Een nieuwe mix van energiebronnen is niet zonder meer te koppelen aan het huidige energiedistributie systeem. Decentrale opwekking, geografisch verspreid en technisch zeer uiteenlopend betekent dat we de komende jaren een nieuw energiedistributienet dat al deze elektriciteit op een slimme manier kan verwerken, inclusief de nodige software zullen moeten ontwikkelen: het smart grid. De energieproblematiek heeft een mondiale dimensie. De benodigde energietransitie heeft een internationaal speelveld, zowel op het gebied van de problemen als de oplossingen. Een deel van onze energie komt uit het buitenland en een deel van onze gasvoorraad verkopen we aan het buitenland. Een deel van de bevoegdheden en instrumenten om het energiebeleid vorm te geven ligt op het supranationale niveau, denk aan de Europese Unie of de WTO; maar ook aan de grote, internationaal opererende oliemaatschappijen. De nationale overheid maakt niet goed duidelijk hoe ze zich positioneert in dit mondiale veld. De overheid wacht af tot andere partijen gaan bewegen. Ook de industrie en de investeringswereld wachten af totdat de nationale overheid duidelijkheid geeft. Iedereen wacht. Tot de verbeelding spreken Denemarken dat na de oliecrisissen uit de jaren ’70 besloot om te streven naar energieonafhankelijkheid en waar de windenergie-industrie nu marktleider is. En Duitsland dat dankzij het feed-in tarief in 10 jaar tijd bijna 200.000 banen wist te creÍren en een zonne-energie industrie wist op te bouwen. De vraag is nu of we blijven wachten tot de Nederlandse overheid een duidelijke richting aangeeft of dat we aan de slag gaan en zelf richting aangeven. Steeds meer zien we dat gemeenten lokaal zelf initiatief nemen. Rotterdam bijvoorbeeld werkt haar eigen klimaatprogramma uit; Den Haag gaat duizenden woningen en bedrijven aansluiten op aardwarmte; woningcorporaties

23


experimenteren met vormen van hernieuwbare energie; en er wordt gezocht naar slimme verbindingen tussen de glastuinbouw en industrie. Wat kunnen we doen in provincie Zuid-Holand? Zuid-Holland is een belangrijke regio in Nederland wat betreft energieverbruik en de mogelijkheden en beperkingen van een transitie naar een duurzamer energiegebruik. Er wonen 3.5 miljoen inwoners, de Rijnmond is het grootste industriële complex van Nederland, met veel energie-intensieve bedrijven, maar ook veel energieleveranciers. Een groot deel van de Nederlandse, maar ook Europese grondstoffen voor energiegebruik wordt via Rotterdam ingevoerd en voor een belangrijk deel gebruiksklaar gemaakt (bijvoorbeeld in de olieraffinaderijen). Daarnaast is er een aantal fysieke uitdagingen zoals de ambitieuze energie doelstellingen van Rotterdam en het grote aantal oude binnensteden dat in Zuid-Holland te vinden is. Aangevuld met het grote aantal kennisinstellingen zoals de TU Delft, Universiteit Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en tal van hogescholen leidt dit tot unieke mogelijkheden. Door deze karakteristieken kunnen interessante combinaties gelegd worden, bijvoorbeeld tussen restwarmte van de chemie en de kassen en woningen. In herstructureringsgebieden kunnen tal van experimenteerzones worden gecreëerd alvorens deze op te schalen tot reguliere praktijk. Wanneer gaan we nu eindelijk eens wat doen?! De tijd van visievorming is nu wel voorbij. Er zijn tal van instanties die allemaal hun zegje hebben gedaan en hun visie op die nieuwe energietoekomst kenbaar hebben gemaakt. Er werden al verschillende programma’s en subsidieregelingen opgezet voor miljoenen euro’s. Het komt nu aan op durf en doorzetten.

24


Creëren van de juiste randvoorwaarden voor de versnelling Een versnelling van het verduurzamingsproces in de regio kan alleen plaats vinden als de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd. Verschillende partijen spelen hierin een rol: overheden, kennisinstellingen, bedrijven, burgers, enz. Vanuit de gedachte dat het maatschappelijke vernieuwingsproces de ruimte moet krijgen, kan Zuid-Holland onder de juiste voorwaarden gaan fungeren als experimenteerruimte en koploper: gefaciliteerd door de aanwezige overheden, kennisinstellingen en bedrijven komen innovaties hier versneld van de grond, worden opgeschaald en leiden stapsgewijs tot een bredere maatschappelijke omslag naar de gewenste duurzame energietoekomst. Hieronder staan de volgens ons belangrijkste randvoorwaarden genoemd, maar nog weinig uitgewerkt. De komende jaren zal een verdere discussie nodig zijn, in samenhang met het oppakken van een aantal experimenten, om de juiste randvoorwaarden te benoemen en te realiseren. • Kennis Nederland is goed in het ontwikkelen van nieuwe kennis, zowel op fundamenteel onderzoek als toegepast onderzoek. En met drie van de grootste universiteiten van het land, geldt dit zeker ook voor Zuid-Holland. • Duidelijkheid Een duidelijke, standvastige en richtinggevende visie over de kabinetten heen ontbreekt nog. Het beleid is fragmentarisch. Er moet worden ingezet op een beperkt aantal kansrijke paden die passen bij de regio. Zodat investeerders weten waar ze aan toe zijn. • Financiering Subsidies zijn niet genoeg. Het uitgebreide subsidiesysteem van de overheid zorgt ervoor dat tal van pilots kunnen worden uitgevoerd, maar de werkelijke moeilijkheden zijn in de fase daarna, van pilot naar maatschappij. Investeerders

25


lopen risico. Er is dus bewijs nodig voor de betrokken organisaties om aan te tonen dat het commercieel rendabel is. Belangrijke voorwaarden voor het welslagen van de opschaling zijn financiÍle constructies om het risico te spreiden. Richt bijvoorbeeld een fonds op waarin je met bestaande regelgeving gaat handelen. Bijvoorbeeld een fonds dat garandeert dat je partijen 25 euro per ton CO2 krijgt. Ze kunnen dan als ze meer krijgen op de markt, het ook op de markt gaan verkopen. Dit nivelleert de fluctuaties in de CO2-markt. De provincie is een flexibel orgaan. Wat zou de provincie kunnen doen? Samen met andere partijen (publieke en private) een alternatief business plan uitwerken. De provincie kan gezamenlijke ontdekkingstochten begeleiden. De subsidiestelsels of vormen van publiekprivate samenwerking moeten op rijksniveau georganiseerd worden, niet op provinciaal niveau. • Ruimte in regelgeving Beter gebruik van de mogelijkheden in de bestaande regelgeving en meer ruimte in de bestaande regelgeving. Voor veel ondernemers vormt de bestaande regelgeving een grote hindernis die ze op hun weg tegenkomen. Soms worden de regels niet flexibel genoeg geïnterpreteerd, soms is het gewenst om uitzonderingen te kunnen maken, zodat innovaties zich verder kunnen ontwikkelen, zodat op termijn een grotere winst te behalen valt. Dit zou kunnen door uitzonderingen op de wetgeving toe te kennen in zogenaamde experimenteerzones, die vastgelegd worden in de structuurvisies. Zo zou bijvoorbeeld een 10%-afwijking op de milieunormstelling of waterveiligheidsnorm tijdelijk kunnen worden toegestaan om de innovatie verder te ontwikkelen. Ook kan gedacht worden aan regelgeving die ruimte schept voor opkomende innovaties, denk bijvoorbeeld aan het Duitse feed-in tarief.

26


• Systematische planvorming en beleidsinnovatie Vooralsnog heeft elke overheidslaag haar eigen energieplan en duurzaamheidsstrategie. Deze plannen worden elk op een andere manier opgesteld: Ze maken gebruik van andere bronnen en concepten, hanteren eigen definities, nemen andere parameters mee in hun berekeningen, lopen over andere periodes. Het is daardoor lastig overzicht te houden en samenwerking te zoeken. Een belangrijke voorwaarde is dat eenzelfde systematiek gehanteerd wordt voor alle gemeenten, zodat zij dezelfde taal spreken. Zo zouden kennis en ervaring tussen gemeenten onderling beter uitgewisseld kunnen worden en communicatie over deze plannen met bijvoorbeeld marktpartijen wordt dan makkelijker. Gemeenten kunnen zo complementair aan elkaar gaan werken en initiatieven die op gemeentelijke schaal vrijwel geen effect hebben – en dus buiten de boot vallen – op intergemeentelijk niveau opzetten. De provinciale overheid kan in dit krachtenveld een belangrijke innovatieve rol spelen: juist door te faciliteren, te verbinden en te inspireren. Zo kan ze een verbinding leggen tussen lokale en nationale ontwikkelingen middels bijvoorbeeld convenanten of via koppeling aan provinciale of zelfs nationale (onderzoeks)programma’s. • Samenwerking en communicatiemedia Gemeenten weten niet altijd waar ze kennis kunnen halen, ondernemers weten niet welke interessante projecten gemeenten ontwikkelen, kennisinstellingen zoeken naar geschikte industriële partners, enz. Kortom, in de wirwar van organisaties in de regio is meer bewegwijzering nodig over wie wat doet of gaat doen en wie welke behoeftes heeft. Het gaat erom de verbindingen tussen de verschillende groepen te verbeteren. Deze vraag- en aanbodkant zouden elkaar moeten kunnen vinden in een soort portaal, zodat er coalities kunnen worden gevormd die volledig zijn en die gemeenschappelijk aan iets concreets kunnen werken.

Leden koplopersgroep G. Brouwer P. Aubert H. de Wit E. vd Meer R. Kooistra B. de Jonge J. Warners P. van Dommele A. van Hal J.P. vanSoest Ph. Boswinkel R. Sweers J.J. Feenstra I. Kluin A. Kemna J.W. Croon M. van Rossum

HR/RCI AER TU Delft Eneco Grontmij provincie Zuid-Holland Gouda Sublean TU Delft Ex CE Extravert Gemeente Dordrecht Haven R’dam Qurrent EUR Woonbron INHolland

27


Op weg naar duurzame energie Transitiepaden

28

ŠBeeldleveranciers.nl


3

Transitie paden Samen met de koplopersgroep zijn de voor Zuid-Holland strategisch relevante thema’s met betrekking tot energie bepaald: 1. Duurzame chemie 2. Duurzame glastuinbouw 3. Energieneutrale woningen 4. Energieneutrale bedrijventerreinen Deze thema’s hangen samen met de specifieke situatie van de provincie. Zoals ook in hoofdstuk 2 en 6 is beschreven gaat het hierbij om de opbouw en aard van de bedrijvigheid (chemie, glastuinbouw), de grote bevolkingsen bebouwingsdichtheid (woningen, bedrijventerreinen en mobiliteit) en de geografische situatie met betrekking tot de bodemgesteldheid en nabijheid van oppervlakte- en grondwater en het warmteoverschot van verschillende industrietakken (warmte).

Toekomstbeeld voor Zuid-Holland

ŠBeeldleveranciers.nl

29


Wat zijn belangrijke mijlpalen op dit pad tot 2030? Wat is er al in 2015? •

In 2030 is er door procesintensificatie meer dan 20% besparing in energiegebruik. In 2015 is er door procesintensificatie meer dan 5% besparing in energiegebruik. In 2015 is de kennisinfrastructuur up to date met een nieuw instituut voor duurzame procestechnologie (ISPT institute for sustainable proces technology).

Welke initatieven zouden kunnen fungeren als icoonproject? •

30

Technopark: Oude loods van Huntsman BV in de botlek met allerlei faciliteiten op grotere schaal waar processen uitgetest kunnen worden. Het technopark heeft een koepelvergunning. Kennisinstellingen, bedrijven, overheden particperen in dit park. ISPT: een virtueel instituut, met kennisinstellingen door heel Nederland. De hoofdzetel van het instituut zal in Delft komen.

1. Duurzame chemie Jaarlijks wordt er meer dan 100 miljoen ton ruwe olie naar de Rotterdamse haven aangevoerd. Ongeveer de helft daarvan wordt ook verwerkt door een van de raffinaderijen daar. Dit maakt de Rotterdamse regio tot een van de belangrijkste spelers in de bulkchemie wereldwijd. Maar de toekomst voor de Zuid-Hollandse (petro)chemie is zonder gewijzigd beleid minder rooskleurig. Naar verwachting zullen de olieprijzen bij een aantrekkende economie weer behoorlijk stijgen. Wat grote gevolgen heeft voor de chemisch procesindustrie omdat het zowel als grondstof als brandstof dient. En dus een extra concurrentienadeel oplevert omdat de olieproducerende landen geen last van transportkosten hebben. Het is daarom van groot belang dat de chemische procesindustrie in onze regio zeer energie-efficiënt produceert. Alleen bij een zeer efficiënte productie van hoogwaardige chemicaliën kan deze industrie op termijn concurrerend blijven. De regio Zuid-Holland zal dus op zoek moeten naar een manier om zijn positie als grote speler binnen de (petro)chemische sector veilig te stellen. Hieraan wordt voortdurend gewerkt, maar er is een echte doorbraak nodig op korte termijn om tot pakweg 50% vermindering van het energiegebruik te komen. Daarnaast zijn er doorbraken nodig om de processen effectiever te maken en producten met een hoge toegevoegde waarde te produceren. Ook groene grondstoffen zullen op de agenda komen. Onderdelen en bouwstenen We moeten naar rendabele en duurzame procesindustrie, met geheel andere, energiezuinigere chemische procestechnologie. De hoeveelheid verbruikte koolstof moet tenminste halveren. Essentiële onderdelen hierin zijn: • Duurzame chemie: wordt momenteel in het Platform Keten efficiency samen met VNCI en Regiegroep Chemie nader uitgewerkt. • Biomassa (zie platform Groene grondstoffen) • Kennisinfrastructuur en industriële infrastructuur up to date. • Top-investeringsklimaat voor wereldwijde investeerders.


2. Duurzame glastuinbouw Zuid-Holland heeft met het Westland en het Oostland (gemeenten Westland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Leidschendam-Voorburg, Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen-Moerkapelle en Waddinxveen) de meest geconcentreerde glastuinbouwgebieden van Nederland op zijn grondgebied. In deze kassen worden soms zeer temperatuurgevoelige gewassen gekweekt, waarvoor de kassen moeten worden verwarmd tot wel 60°C. De warmtevraag van 1 hectare kassen komt grofweg overeen met de warmtevraag van 1000 huishoudens. Momenteel wordt dit vooral gedaan met behulp van warmtekrachtkoppeling (WKK). Dergelijke installaties verbruiken gas en produceren, naast warmte ook elektriciteit dat verkocht kan worden aan het energienet. Doordat de verkoop van de elektriciteit zoveel oplevert, verbruiken de kassen momenteel zelfs meer aardgas dan noodzakelijk voor de kweek zelf waardoor er teveel warmte wordt geproduceerd. Om het energiegebruik van kassen te verduurzamen wordt er tegenwoordig volop geëxperimenteerd met alternatieve manieren om kassen te gaan verwarmen: via warmtekoude opslag, bio WKK-installaties, geothermie, restwarmte van de industrie, enz.

Wat zijn belangrijke mijlpalen op dit pad tot 2030? Wat is er al in 2015? •

Welke initatieven zouden kunnen fungeren als icoonproject? •

De opgave is om dit transitiepad voor Zuid-Holland verder uit werken en een actieprogramma op te stellen: Wat moet er gebeuren? Wie doet wat en wanneer? Belangrijke bouwstenen van dit actieprogramma kunnen zijn: Onderdelen en bouwstenen • In 2030 is er een sterke reductie van de afhankelijkheid fossiele brandstoffen. • In 2030 heeft de glastuinbouw slimme combinaties gemaakt met andere bedrijventerreinen, industrie en woningbouw om energie en warmte uit te wisselen. • In 2030 wordt seizoensbuffering toegepast, d.w.z. wamte-opslag in de zomer en gebruik van warmte in de winter. • In 2030 is de warmtetoevoer verlaagd door via (semi) gesloten kassen. De bouwstenen zijn: bio-WKK, rest-warmtenetten, geothermie, WK-opslag.

In 2015 ligt er een aantal kleinschalige energienetwerken, die vraag en aanbod van warmte en elektriciteit op elkaar afstemmen, bijvoorbeeld met behulp van restwarmte uit de Botlek. In 2030 wordt de huidige CO2pijp (OCAP) vanuit de botlek vergezeld door een warmtepijp.

• • • •

Energieweb Zuidplaspolder Noord (gemeente Waddinxveen): het ziet ernaar uit dat op 3 juni in aanwezigheid van minister Cramer dit project sterk in de belangstelling gaat komen. In dit project worden 120 ha kassen, 500 woningen en 40 ha bedrijfsterrein verbonden. Aardwarmteproject in Bleiswijk, Delft Aardwarmte Project Energieclusters zoals in Bergschenhoek. In het Westland zijn er plannen om warmte uit de tuinbouw te gebruiken in een zorginstelling.

31


Welke organisaties zijn actief bezig met dit pad, en op welke onderdelen? • Woningbouwcorporaties: Consulenten komen bij mensen aan huis en delen informatiefolders uit en draaien bijvoorbeeld spaarlampen in. • Gemeenten: hebben een SLOK-beleid en uitvoeringsprogramma’s. • Provincie: regionaal samenwerkingsverband t.b.v. UKR aanvraag voor innovatief project bij bestaande bouw. Welke initiatieven zouden kunnen fungeren als icoonproject? •

32

Bij woningcorporaties en gemeenten zijn al veel initiatieven zoals websites, individuele initiatieven, bewonersbezoeken, commerciële oplossingen Lopende en geplande projecten om het effect van de energie-adviezen en energie-boxen te illustreren en optimaliseren.

3. Duurzame woningbouw Een groot deel van de woningen in Zuid-Holland heeft een E, F of G energielabel. De bewoners van dergelijke woningen verbruiken dus substantieel meer fossiele energie om hun huis te verwarmen dan mensen in een woning met A-label. Gezien de verwachte stijging van de energieprijzen zal binnen tien jaar de energielast waarschijnlijk hoger zijn dan de woonlast (huurlast of afbetaling hypotheek). Het elektriciteitsgebruik kan in alle gevallen vrij gemakkelijk met een kwart gereduceerd worden, door bijvoorbeeld het licht uit te doen bij het verlaten van de kamer, sluipverbruik tot een minimum te beperken en energiezuinige huishoudelijke apparaten te kopen. Veel mensen zijn zich daar niet van bewust. Meer dan een kwart besparen op energieverbruik in huis wordt moeilijker en duurder. Dit vergt bouwtechnische ingrepen aan de woning, zoals isoleren van daken en muren of het plaatsen van zonnepanelen op het dak. Maar ook het simpelweg vervangen van gaskachels door CV of het vervangen van een oude boiler door een HR-ketel. Om de huishoudens in Zuid-Holland energie-efficiënter te maken, moet dus nagedacht worden over een tweestappenplan: op de korte termijn gaat het vooral om een effectieve gedragsverandering in het energieverbruik en het aanschaffen van zuinigere apparaten, waarbij dus niet alleen een rol is weggelegd voor de consument maar ook voor de producent en de overheid. Voor de langere termijn gaat het om het verbouwen van een groot deel van de woningen in Zuid-Holland. Hiermee zijn dus lange termijn investeringen gemoeid, maar ook bijvoorbeeld voorlichtingscampagnes, subsidies en opleiden van installateurs. Onderdelen en bouwstenen De gebouwde omgeving - zowel woningen als kantoren - is energieneutraal. • Eenvoudige gedragsveranderingen: licht uitdoen, de verwarming ’s avonds laag zetten, kopen van zuinige apparaten, HR-ketel, etc. tot ca. 25% besparing op energiegebruik. • Woningverbeteringen: isolatie, dubbelglas, zonnepanelen op woningen, etc. Dit zijn duurdere ingrepen in de woningen die een lange termijn visie vergen.


4. Duurzame bedrijventerreinen “Duurzame ontwikkeling” is door de stuurgroep Boegbeeld Duurzame Bedrijventerreinen van het Ministerie van Economische Zaken verwoord als: “samenwerking tussen bedrijven onderling en met overheden op bedrijventerreinen, gericht op het verbeteren van het (bedrijfs)economisch resultaat, de vermindering van de milieubelasting en een efficiënter ruimtegebruik”. Zuid-Holland heeft tal van grote en kleine bedrijventerreinen. Door een andere bedrijfsvoering kan zuiniger worden omgegaan met energie, maar vooral ook door slimme combinaties van bedrijven. Bedrijventerreinen kunnen zelfs energieleverend worden. De terreinen bevatten zeer veel gevels en daken die (bij nieuwbouw) optimaal georiënteerd kunnen worden om bijvoorbeeld met zonneenergie aan de slag te gaan. Zuid-Holland is de eerste provincie die doelstellingen heeft geformuleerd voor duurzame bedrijventerreinen. Er zijn drie bedrijventerreinen geselecteerd door de provincie waarmee men verder wil op het vlak van zonne-energie. Onderdelen en bouwstenen Bedrijventerreinen zijn energieproducerend. Belangrijke bouwstenen om dit te bereiken zijn: • Laag energiegebruik. • Decentrale opwekking en levering aan lokaal net. • Energienet tussen bedrijven. • Financieringsconstructies.

Wat zijn belangrijke mijlpalen op dit pad tot 2030? Wat is er al in 2015? • •

In 2030 zijn alle bedrijventerreinen duurzaam. In 2015 zijn de drie door de provincie geselecteerde bedrijventerreinen duurzaam.

Welke initatieven zouden kunnen fungeren als icoonproject? •

Het energieweb in de Zuidplaspolder.

Welke organisaties zijn actief bezig met dit pad, en op welke onderdelen? •

de provincie Zuid-Holland heeft doelstellingen voor duurzame bedrijventerreinen opgesteld.

33


Op weg naar duurzame energie Transitiepaden De bestuurders hebben drie urgente vraagstukken naar voren geschoven die in KISSZ-verband worden opgepakt: energieneutrale steden; een verdergaande benutting van warmte in ZuidHolland; en verduurzaming van de energievoorziening en gebruik in monumentale binnensteden.

34

ŠBeeldleveranciers.nl Drie werkgroepen zijn met deze vraagstukken aan de slag gegaan onder trekkerschap van een van de probleemeigenaren. De uitwerking zal primair aansluiten bij de vraag uit de praktijk. De drie doelen die KISSZ zich stelt:

1.

2.

3.

Excellente kennis inzetten voor duurzaamheidsvraagstukken in Zuid-Holland. Kennis schakelen in concrete projecten met uitvoerende partijen. Duurzaam Hoger Onderwijs.


4

Focus KISSZ actieprogramma energie Ter voorbereiding van de Energy Exchange zijn drie werkgroepen opgestart, gericht op drie aspecten van de energietransitie. De onderwerpen van deze projecten zijn: • Energieneutrale steden • Warmte in Zuid-Holland • Duurzame energie in oude monumentale binnensteden De ontwikkelingen in deze drie projecten zijn ingebracht in de strategische agenda.

Werkgroepen

©Beeldleveranciers.nl

35


Energieneutraal wonen en leven in de wijk Werkgroep 1

In de KISSZ-gemeenten en in de provincie zijn velen druk en enthousiast bezig om de eerste stappen te zetten op het gebied van energiebesparing en duurzame energie in de woonomgeving. Daarbij gebruik makend van de ondersteunende programma’s van Senter Novem (2008-2012). Tegelijkertijd is er het besef dat dit slechts eerste stappen zijn in de richting van een veel grotere slag die nodig is om de CO2-uitstoot een halt toe te roepen. Dan gaat het om een energiereductie van zo’n 60% t.o.v. situatie 2007 en een maximale inzet van duurzame energiebronnen (de resterende 40%). In de gebouwde omgeving wordt bijna een kwart van alle energie gebruikt. Voor de grote slag in de woningbouw is het nodig om, met name in de na-oorlogse wijken, doorbraak-experimenten en demonstratieprojecten op te zetten.

Contact Werkgroep Hendrik-Jan Bosch

Gemeente Rotterdam Trekker Sustainable City programmabureau klimaat h.bosch@bsd.rotterdam.nl 010-2672924

36

www.rotterdamclimateinitiative.nl


“Belangrijke dilemma’s voor dit vraagstuk zijn de ongeletterdheid op energiegebied van de gebruikers/bewoners in combinatie met een beperkt advies- en installatieaanbod. Daarnaast het ontbreken van effectieve incentives voor gedragsverandering en te weinig aandacht voor collectieve keuzen op het niveau van wijken, gebieden en ketens.” Er zijn hoopvolle ontwikkelingen in gang gezet met de programma’s Rotterdam Climate Initiative; SLOK/ Meer met minder; Pilot energiebesparende maatregelen bij woningverbetering particuliere woningen Wielwijk (Dordrecht); Leerwerkbedrijf Energie op Maat (Dordrecht); het proefproject Wonen ++ in de regio Haaglanden (Delft, Den Haag); Service punten Verwarmd Wonen & Verlicht Wonen (Leiden); het Kenniscentrum Smart Energy van de Hogeschool Rotterdam; de opleiding Climate en Environment van de Haagse Hogeschool; het expertisecentrum voor “Certified European Passive House Designer” van hogeschool INHolland, University Campus The Hague van de universiteit Leiden; Greening the Campus van Erasmusuniversiteit Rotterdam; de Innovatielaboratoria RDM-campus van hogeschool Rotterdam; en Energy on the Campus van TU Delft. De • • •

©Beeldleveranciers.nl

toegevoegde waarde van samenwerking in KISSZ-verband Kennis voor doorbraken kan gekoppeld worden aan concrete experimenten. Kennisuitwisseling tussen experimenten op het regionale niveau is mogelijk. Bundeling van doorzettingskracht en versterken van onderhandelingspositie naar marktpartijen door schaalvoordelen.

Ambitie Vanaf 2013 -na de SLOK-programma’s- op grote schaal een energieneutrale of wellicht energieleverende gebouwde omgeving realiseren, met een accent op de na-oorlogse woningvoorraad. De zes betrokken gemeenten brengen in beeld waar verdergaande stappen voor energiebesparing en duurzame energie

37


“Er is geen ontkomen meer aan, er is een nieuwe hype geboren. De klimaathype. Binnen een paar weken zijn we allemaal vertrouwd geraakt met klimaatneutraal en CO2-neutraal. Van een klimaatneutraal land hadden we nog nooit gehoord. Dat zouden we hebben opgevat als een land zonder weer, en er kan veel tegenwoordig, maar dat toch écht niet. Maar inmiddels wil Nederland een klimaatneutraal land worden, en doen Amsterdam en Rotterdam hun best om de eerste klimaatneutrale steden van de wereld te worden. Men zegt dit alsof klimaatneutraal al sinds jaar en dag tot onze woordenschat behoort, samen met CO2-neutraal en klimaatvriendelijk….”

Ewoud Sanders 38

in ‘woordhoek’, NRC Handelsblad 27 februari 2007

te realiseren zijn vanaf 2013 met het oog op de lange termijn ambitie van energieneutraal wonen in 2050. De gemeenten voeren de regie over pilots van voldoende schaal en verscheidenheid. Bewoners worden actief betrokken in deze pilots. De bij KISSZ betrokken kennisinstellingen bieden hun kennis en innovatielaboratoria aan om tot doorbraken te komen in deze pilots. Tevens zetten zij zich in voor procesbegeleiding, fondswerving en kennisuitwisseling op het regionale niveau. pilots korte termijn In de pilots gaat het om: • Ingrijpende energie-besparingsmaatregelen per woning, per complex en gebied. • Investering in duurzame opwekking van energie (zonneboilers, ZonPV, wind, warmte) en energie-arme alternatieven voor ruimteverwarming en -koeling, warm tapwater en elektriciteitsverbruik. Ook meer innovatieve oplossingen kunnen worden betrokken, zoals buffering van warmte en koude in Phase Change Materials en decentrale ventilatie met warmteterugwinning (zoals het ‘breathing window’). De te bereiken oplossing dient binnen de technische levensduur kosteneffectief te zijn en oplopende energierekeningen te voorkomen. Het experiment dient opschaalbaar te zijn naar met name de bestaande na-oorlogse woningvoorraad in de gemeenten en de provincie. Gemeenten maken de ambities concreet en benoemen voorwaarden en belemmeringen. Dan worden ook de kernvragen zichtbaar voor een verdergaande energiebesparing en verduurzaming van de energievoorziening. Er ontwikkelt zich in deze periode een leeromgeving voor het schakelen van kennis & kunde. De samenwerking tussen gemeenten en kennisinstellingen wordt steviger en fondsen voor de uitvoeringsfase van pilots zijn in beeld.


Duurzame monumenten Werkgroep 2

Energiezuinigheid in oude binnensteden blijft achter. Hier is een aantal oorzaken voor te noemen, zoals “onbekend maakt onbemind�, esthetische overwegingen, blokkerende regelgeving voor monumenten, vele unieke gebouwen en meestal geen uniforme -en dus dure- oplossingen. Aan de andere kant ligt er een grote uitdaging en biedt ook de functiewijziging van gebouwen in de oude binnenstad kansen. Is er een wil bij particulieren en andere belanghebbenden? en is er veel kennis aanwezig bij de gemeenten, corporaties en instellingen zoals de TU Delft en Hogeschool Rotterdam? De bij KISSZ betrokken gemeenten hebben concrete vraagstukken vanuit de praktijk. Bovendien is er interesse bij andere stakeholders, zoals het Erfgoedhuis, de Universiteit van Nyenrode en de Leidse woningcorporatie SLSWonen.

Contact Werkgroep Wim van Unen

Gemeente Delft Adviseur duurzaam bouwen wvunen@delft.nl 015 219 78 56 www.gemeentedelft.info

39


De inzet voor dit thema zal vooral gericht zijn op: bewustwording en voorlichting aan particulieren, maatregelen bij functiewijziging van bijv. studentenhuisvesting; en omgang met duurzame energie bij regelgeving voor monumenten.

ŠBeeldleveranciers.nl

“Energiebesparende maatregelen voor de gangbare bestaande voorraad zijn voor een groot deel niet toepasbaar op het monumentale bezit. Hierdoor ontstaan meerdere onderzoeksvragen, die nogal verschillend van aard kunnen zijn.� Vragen op het gebied van de technische (met name het ontsluiten van bestaande kennis) en esthetische aspecten. Zoals, welke fouten ontstaan in de uitvoeringsfase? Wat zijn de huidige energielabels en wat zijn de mogelijkheden voor de financiering? En daar komen nog specifieke vraagstukken bij met betrekking tot (wijziging van) gemeenschappelijk gebouwbezit en (vooral) effectieve communicatiemedia (het omzetten van kennis naar kwaliteit). Mogelijkheden voor het verhogen van de duurzaamheid en energiebesparing in dit specifieke veld moeten in kaart gebracht worden. Ontsluiting van kennis en het bijeenbrengen van betrokken partners maakt hiervan een belangrijk onderdeel uit. Hierin dient nadrukkelijk ook het behoud en bescherming van de karakteristieken van het monumentale bezit in ogenschouw te worden genomen, die door het streven naar energiebesparende maatregelen onder druk kan komen te staan. Tevens moeten er waar mogelijk ook parallellen getrokken worden met energiebesparing in de bestaande vooroorlogse voorraad, die (nog) niet als monument te boek staan.

40


Toegevoegde waarde samenwerking in KISSZ-verband Veel gemeenten en corporaties worstelen met het geschetste vraagstuk. Maar ook onderzoeks-/onderwijsinstellingen en andere participanten zijn bij het onderwerp betrokken. Binnen KISSZ-verband kunnen deze partijen bijeen gebracht worden. Er liggen niet alleen vragen, soms zijn er ook al oplossingsrichtingen ingezet. Zodoende hoeft niet altijd het wiel uitgevonden te worden, maar kan er juist een “vliegwiel� ontstaan. Ambitie lange termijn en pilots korte termijn Na het vaststellen van een heldere gemeenschappelijke vraagstelling zal een onderzoeksprogramma worden opgesteld om de specifieke kanten van het vraagstuk te kunnen tackelen. Vanuit de definitie van deze vraagstukken en na koppeling van de specifieke deelnemers zal gekeken worden waar pilots op gezet kunnen worden en natuurlijk reeds bestaande pilots/projecten in kaart worden gebracht.

41


Warmte in Zuid-Holland Werkgroep 3

In de periode van 2010 tot 2050 is warmte een belangrijke optie om daadwerkelijk CO2-emissiereductie te realiseren in Zuid-Holland. In de vorm van een transitie van aardgas naar warmte. Deze provincie leent zich hier bij uitstek voor, omdat er veel aanbod van warmte en veel vraag naar warmte is. Alhoewel warmtebenutting gezien kan worden als een ‘’omweg’’ naar een volledig energieneutraal Zuid-Holland, is het wel een optie die al in de periode 2010-2030 resultaat oplevert. Aan omwegen is tot 2030 niet te ontkomen. Sterker nog ze moeten voortvarend en optimaal benut worden. Verdere exploratie van kennis in praktijkexperimenten en vereniging van krachten is noodzakelijk.

Contact Werkgroep Arend Bosma

Provincie Zuid-Holland Senior beleidsmedewerker Energie a.bosma@pzh.nl 070-4416684

42

www.zuid-holland.nl


“Dilemma 2030-2050: de toekomstige ontwikkeling van de warmtevraag en -aanbod. Het aandeel van nieuw gebouwde woningen die steeds minder warmte vragen neemt toe. Industrie, energie- en afvalbedrijven worden efficiënter en houden minder restwarmte over.” Ontwikkelingen zijn in gang in onder meer de programma’s Rotterdam Climate Initiative, Warmte Haaglanden en Duurzame Greenports. Ze vragen om afstemming en verdere vergroening bijvoorbeeld door het opstellen van masterplannen op gebiedsniveau, het combineren van diverse vormen van warmte en het aanboren van aardwarmtebronnen. In het provinciale Stroomversnellersoverleg “Warmte” zijn principe-afspraken gemaakt voor publiek-private samenwerking. Deze kunnen verder worden uitgebouwd. De • • •

©Beeldleveranciers.nl

toegevoegde waarde van samenwerking in KISSZ-verband Vorming van een gedeelde warmtevisie Zuid-Holland. Realiseren van een kennisconsortium Warmte Zuid-Holland. Bevorderen van publiek-private samenwerkingsvormen en nieuwe financieringsmodellen.

Ambitie Ver gaande benutting van het warmteaanbod in Zuid-Holland waardoor een besparing van 1 miljard m3 aardgas per jaar in 2020 wordt gerealiseerd. Hiermee wordt een energiebesparing van circa 30 Peta Joule bereikt en een CO2 emissiebeperking van ongeveer 2 miljoen ton per jaar. Deze ambitie is naar verhouding ruim twee maal zo hoog als die van het rijk verwoord in ’Warmte op stoom’.

43


Korte termijn experimenten • Delft Aardwarmteproject, Zuidplaspolder en andere warmteprojecten. • Innovatieve toepassingen bij deze projecten: combineren meerdere warmteopties in ‘intelligente’ lokale warmtenetten, hoge temperatuur warmteopslag, koudelevering, enz. • Innovaties vanuit initiatief ‘Energy on the campus’ van TUD Warmtevisie 2020/2030. Aandachtspunten: • Het potentieel voor warmte (vraag en aanbod) in Zuid-Holland: onder meer verder onderzoek met betrekking tot benutting van geothermie, Warmteatlas Zuid-Holland als interactief document. • Optimalisatie van warmtebenutting via exergie analyse, cascadetoepassingen en door samenwerking en afstemming. • Ambitie na 2030: warmte als intermediaire optie? Hoe verhoudt warmte zich op langere termijn met de ontwikkelingen ‘’groen gas”, decentrale duurzame energieopwekking, energieneutrale gebouwen? Kennis & onderwijsagenda Instellen van een kennisconsortium waarin vraag- en aanbodzijde deelnemen en dat: • De warmtevisie 2020/2030 en de Warmteatlas beheert • Praktijkgericht onderzoek initieert en coördineert in experimenten en kennis toelevert aan uitvoeringspartners. • Innovatieve oplossingen zoekt voor de hoge aanvangsinvesteringen. • Publiek-private samenwerking en nieuwe financieringconstructies bevordert.

44


Pilotproject Tri-generatie

Heb je elektriciteit nodig dan bouw je een centrale waar kolen of gas in gaat en elektriciteit uitkomt. Heb je warmte nodig dan neem je een kachel en verbrandt kolen, hout of aardgas in een kolenkachel -of moderner- een cv ketel. Simpel toch? Maar waarom zou je afvalwarmte van de centrale wegspoelen met het koelwater en apart brandstof verbranden om warmte te

genereren? Dat kan beter door de afvalwarmte van de centrale te gebruiken voor de verwarming van huizen. Het energiesysteem levert dan twee nuttige producten. Er zijn echter ook nieuwe innovatieve energiesystemen bedacht die drie of meer nuttige producten leveren bijvoorbeeld naast elektriciteit en warmte ook koude voor airconditioning of waterstof voor toekomstige

elektrische brandstofcel auto’s. Deze systemen zijn dynamisch en flexibel en kunnen de productie van de producten afstemmen op de vraag en de prijzen op dat moment. Zoals het rendement van de centrale door gebruik van de (afval)warmte stijgt van 40 naar 80 % zo stijgt ook het rendement van de nieuwe innovatieve energiesystemen (met drie of meer producten). Deze nieuwe systemen gebruiken vaak ook meerdere energie input stromen (bijvoorbeeld door het bijmengen van de ene brandstof bij de andere, maar ook met volledig gescheiden stromen). Hierdoor kan men kosten besparen door meer van een (tijdelijk) goedkopere brandstof te verbruiken en minder van een duurdere. We praten hier over een hele klasse van systemen die in het Engels Multi Source Multi Product systemen worden genoemd.

45


Act now! Voorbeeldprojecten in de regio

46

ŠBeeldleveranciers.nl


5

Act now! In Zuid-Holland zijn veel waardevolle initiatieven te vinden die bij kunnen dragen aan een meer duurzame energievoorziening. Deze initiatieven leggen een stevige basis voor de doelstelling van KISSZ “het verbinden van kennis en kunde” .

Koepelprogramma’s voor energie

©Beeldleveranciers.nl

47


Koepelprogramma’s Een overzicht van verschillende initiatieven bij de KISSZ partners

Hogeschool Rotterdam Het lectoraat en de kenniskring Smart Energy en het innovatielaboratorium RDM Campus.

Universiteit Leiden University Campus The Haque. www.universiteitleiden.nl

www.hogeschool-rotterdam.nl www.rdmcampus.nl

Haagse Hogeschool Opleiding Climate and Environment en het projectenbureau Engineering@work www.hhs.nl

TUDelft Delft Energy Initiative en het Innovatielaboratorium Energy on the Campus i.s.m. INHolland en Haagse Hogeschool www.tudelft.nl

48

Hogeschool INHolland Cursus “Certified European Passive House Designer”. www.inholland.nl

Gemeente Rotterdam Rotterdam Climate Initiative met o.a. Rotterdam Climate Campus en programma Stadshavens. www.rotterdamclimateinitiative.nl

Erasmus universiteit Rotterdam DRIFT centrum voor transitiemanagement.

Gemeente Leiden Energie voor de toekomst met o.a. energieservicepunt voor particulieren en ondernemers

www.eur.nl

www.energievoordetoekomst.nl


Delft Energy Initiative Provincie Zuid-Holland. Actieprogramma Duurzame Innovatie, stroomversneller voor wind, warmte en groen gas, Programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling.

Gemeente Delft

www.zuid-holland.nl

www.delft.nl

Gemeente Den Haag “Den Haag CO2-neutraal in 2050” met o.a. aardwarmte programma Den Haag, warmteproject Haaglanden en Duindorp warmte uit zee.

Gemeente Zoetermeer Duurzaam Zoetermeer 2030, met onder andere regionaal warmtenet Haaglanden, gemeentelijk duurzaam energiebedrijf, energieprogramma Bouwen aan Zoetermeer

www.denhaag.nl Gemeente Dordrecht Energiebeleid Dordrecht 20092013 met o.a. leerwerkbedrijf Energie op Maat, Warmteproject en Energiepilot woningen Wielwijk www.dordrecht.nl

Klimaatplan Delft 2008-2012 met o.a. warmtebedrijf Eneco-Delft, pilot klimaatneutrale gebouwen en aardwarmteproject Delft

www.zoetermeer.nl

Zo’n 700 wetenschappers werken aan de TU Delft aan energietechnologie. Het Delft Energy Initiative is toegangspoort en (gespreks)partner voor overheden, bedrijven en andere maatschappelijke partijen die gebruik willen maken van de energietechnologie van de TU Delft. ‘Samenwerken aan de energie van de toekomst’ is de uitdaging voor Tim van der Hagen, directeur van het Delft Energy Initiative en hoogleraar reactorfysica aan de TU Delft. Hij onderzoekt inherent veilige en schone kernreactoren en materialen voor duurzame energie. Bovendien maakt hij zich sterk voor het samenbrengen van wetenschappers, politici, beleidsmakers en industrie om de –duurzame – energie voor de toekomst te realiseren.

49


“Kennis die we produceren, proberen we te verbinden met de grote vraagstukken in Zuid-Holland.� Met die woorden beschreef Jan Willem Oosterwijk, voorzitter van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit, de kerntaak van het KISSZ-netwerk. Dit gebeurde tijdens een kick off bijeenkomst in november 2008, in aanwezigheid van gedeputeerde Van Heijningen, wethouders van enkele grote steden en bestuurders van universiteiten en hogescholen in ZuidHolland.

50


KISSZ

Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland De urgentie van samenwerken Partners in KISSZ werken aan duurzame oplossingen voor drie vraagstukken: klimaat en ruimte; energie; grootstedelijke ontwikkeling. In Zuid-Holland voelen we, op grond van de ligging, de bevolkingsdichtheid en de economische activiteiten de urgentie van deze vraagstukken. En we ondernemen actie: gemeenten, maatschappelijke organisaties, universiteiten en hogescholen maken werk van duurzame ontwikkeling. Maar weten we voldoende van elkaars activiteiten? Bereikt de expertise van kennisinstellingen voldoende de uitvoeringsfase; sluiten beleids- en onderzoeksagenda’s aan en worden de juiste partijen betrokken? Dat kan beter. En dat moet ook beter: meer synergie versnelt en versterkt de weg naar een duurzaam Zuid-Holland! Het antwoord: KISSZ Daarom is er een nieuw regionaal initiatief op het gebied van duurzame ontwikkeling: ‘Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland, ofwel: KISSZ. KISSZ is een netwerk van kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties in Zuid-Holland. KISSZ richt zich primair op: • Agenderen van ontwikkelingen in de provincie. • Adresseren van agenda’s van de deelnemers. KISSZ brengt mensen met verschillende achtergronden, visies en mogelijkheden bij elkaar te brengen rond een gemeenschappelijk vraagstuk. Bestuurlijk probleemeigenaarschap is daarbij leidend. KISSZ staat voor verbinding. Verbinding tussen kennis en kunde van partijen, tussen weten en daadwerkelijk doen, tussen agenda’s van organisaties en tussen kwaliteiten van mensen.

51


Van VRAAGSTUK naar PERSPECTIEF De kerngroep van KISSZ, de bij KISSZ betrokken bestuurders en de KISSZaccounts spannen zich in voor een gezamenlijke agenda met perspectieven. De aangesloten partners en het bedrijfsleven zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van projecten en het vaststellen van nieuw beleid. Zij gaan daarvoor wisselende coalities met elkaar aan. De uitvoeringscoalities voorzien hun plannen van een financierings- en samenwerkingsmodel, waarin direct betrokkenen een gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering. De kerngroep KISSZ bevordert dat er plannen van aanpak en uitvoeringscoalities ontstaan die een toegevoegde waarde hebben op drie doelen: 1. Excellente kennis inzetten voor duurzaamheidsvraagstukken in Zuid-Holland. 2. Die kennis schakelen in concrete projecten in samenwerking met uitvoerende partijen. 3. Aandacht voor duurzaam onderwijs. Op alle niveau’s werken aan attitude en bekwaamheden voor duurzame ontwikkeling. De kerngroep KISSZ rekent op de inzet van individuele bestuurders, van de accounts van KISSZ en van het bedrijfsleven. De provincie Zuid-Holland faciliteert de kerngroep bij dit werk. Ambities en activiteiten 2008-2009 Vooraf gestelde doelen: 1. Er zijn tenminste twee thema’s geïdentificeerd die energie genereren voor samenwerking en die verder worden uitgewerkt. 2. Voor tenminste één thema is een coalitie gemaakt die kennis en kunde verbindt en een procesarchitectuur ontwikkelt die leidt naar concretisering. 3. Er is een ‘lerende omgeving’ voor dit thema vormgegeven. 4. Binnen het netwerk KISSZ zijn ervaringen en inzichten uitgewisseld.

52


De eerste agenda van KISSZ is gericht op het energievraagstuk. Op 2 juni 2009 vond de Energy Exchange plaats bij de TU Delft, daar is een strategische energieagenda gepresenteerd en zijn ervaringen en inzichten uitgewisseld. Er zijn twee thema’s bepaald voor verdere uitwerking: “Warmte in Zuid-Holland” en “Energieneutrale steden” (waaronder energie in monumentale binnensteden). Voor deze twee thema’s zijn werkgroepen ingesteld, kennisvragen geïdentificeerd en ‘lerende omgevingen’ ontwikkeld. ‘Leren’ is verbonden met concrete projecten. Ambities en activiteiten 2010 en daarna • Elk jaar worden tenminste twee thema’s geselecteerd die energie genereren voor samenwerking en worden twee pilots opgezet. • In 2011 is een hecht netwerk gevormd waarbinnen deelnemers actief onderling contact hebben met zichtbaar toegevoegde waarde. • In 2011 zijn de ervaringen en inzichten die voortvloeien uit de pilots, verankerd in kennisinstellingen en in bestuurlijke organisaties. KISSZ betekent meewerken aan een duurzaam Zuid-Holland! ‘Ja’ zeggen tegen KISSZ betekent meewerken aan een duurzaam ZuidHolland. Bestuurders van de belangrijke kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties zijn verbonden. Meedoen vraagt om een open houding en het vermogen om kennis en ervaring te delen. Meedoen betekent ook: ruimte creëren voor medewerkers om in nieuwe coalities daadwerkelijk aan de slag te gaan! Commitment aan het netwerk biedt overheden ondersteuning bij de duurzaamheidsuitdagingen; het hoger onderwijs meer aansluiting bij concrete maatschappelijke vraagstukken; en de wetenschap input voor onderzoeksagenda’s en kansen voor kwaliteitsverbetering van kennisontwikkeling en -overdracht.

53


Beschikbaarheid van Duurzame energiebronnen ŠBeeldleveranciers.nl

54

Een inventarisatie van de huidige energiesituatie van Zuid-Holland. In dit hoofdstuk worden de problemen en uitdagingen voor de provincie uiteengezet en verder toegelicht. De oplossingen kunnen alle kanten op. Kan deze regio draaien op duurzame energie? Kan de regio zelfvoorzienend zijn? Om een duurzaam Zuid-Holland

te bereiken zal er ingezet moeten worden op meerdere sporen. De kansen liggen bij de verschillende mogelijkheden voor energieproductie en bij het maken van de juiste combinaties om de energievoorziening voor ZuidHolland te verduurzamen. De gebruikte cijfers en aannames zijn afkomstig van het Centraal

Bureau van Statistiek, het milieu en natuurcompendium en planbureau voor de leefomgeving. De berekeningen gaan in op de huidige stand van zaken, natuurlijk zal er door innovatie en het benutten van de aanwezige potenties in de toekomst veel meer mogelijk zijn. Het is aan KISSZ om de juiste partijen hiervoor bijeen te brengen.


6

Energie situatie Zuid-Holland In Nederland wordt voornamelijk aardgas gewonnen voor de energieproductie. Dit wordt aan gevuld met kleinere hoeveelheden aardolie, elektriciteit en stoom uit kernenergie gewonnen. Voor steenkool en aardolie is Nederland aangewezen op de import uit het buitenland. Het binnenlands verbruik omvat slechts een derde deel van de totale aanvoer. De gewonnen en ingevoerde energiedragers worden niet geheel in Nederland verbruikt.

Problematiek & uitdagingen

55


Fossiele brandstoffen

De mondiale voorraden in de vorm van fossiele brandstoffen zijn, bij het verbruikstempo van 2004, gelijk aan nog eens 150 jaar olieverbruik, 360 jaar gasverbruik en 1320 jaar kolenverbruik (IEA, TNO, MNP, 2006). Om de voorraden fossiele energie op een inzichtelijke manier in de grafiek te presenteren zijn deze gerelateerd aan de energievraag van 2004, zie figuur ‘Mondiale voorraden’. Het mondiale energieverbruik groeit echter jaarlijks en zal naar verwachting ook in de komende decennia blijven groeien. Belangrijke aspecten van deze groei zijn bijvoorbeeld de groei van nieuwe economieën, zoals China en India. Naast de groei is ook een deel van de bestaande voorraad zeer moeilijk winbaar. Het gevolg kan zijn dat de voorraden fossiele brandstoffen in een veel kleiner aantal jaren dan aangegeven in de grafiek, verbruikt zullen worden. Steenkool & -producten De mondiale voorraad steenkool is, bij het verbruikstempo van 2004, gelijk aan nog eens 1320 jaar kolenverbruik. De steenkoolwinning in Nederland vindt voornamelijk plaats in Limburg. Nederland importeert daarnaast veel uit ZuidAfrika, Colombia en Indonesië. Nederland is tegenwoordig vooral doorvoer- en overslagland voor kolen, onze eigen elektriciteitsproductie is voor ca. 30% afhankelijk van kolen. De inzet van steenkool bij de productie van elektriciteit in elektriciteitscentrales is in 2007 met bijna 10 procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor.

56

Energiestromen Nederland Bron: CBS, 2007

Aardolie & -producten Bij het verbruikstempo van 2004, hebben we een aardolievoorraad op de wereld van 150 jaar. De oliewinning in Nederland vindt plaats in de Noordzee en in de olievelden op het land, voornamelijk in de regio Rotterdam en Drenthe. Het reële verbruik van aardolie en aardolieproducten is tussen 2006 en 2007 toegenomen met circa 3 procent, zo’n 37 petaJoule.


Aardgas De huidige conventionele voorraad en niet-conventionele reserves kunnen, met het verbruikstempo van 2004, nog 360 jaar voorzien in de energieproductie. De conventionele voorraden aardgas zijn voornamelijk te vinden in het Midden-Oosten en in de landen van de voormalige SovjetUnie. In Nederland vindt men aardgas voornamelijk rond de Noordzee in het noorden en de aardgasbel onder Slochteren, in Groningen.

Mondiale voorraden Bron: IEA, TNO, MNP (2006)

Kernenergie Nederland kent één kerncentrale, gelegen in Borssele. Daarnaast zijn er enkele kleine onderzoeksreactoren in Delft en Petten. ‘Brandstof’ voor deze kernreacties is uranium, dat onder andere in Australië en Canada wordt gewonnen. Afval In Nederland zijn 11 afvalverbrandingsinstallaties actief, die gezamenlijk ongeveer één derde van de in Nederland geproduceerde duurzame energie leveren. Daarnaast is de afvalverbranding goed voor ongeveer 10% van de elektriciteitsopwekking in Nederland. Elektriciteit In 2007 is er sprake van een ruime toename van de totale beschikbaarheid van elektriciteit. Zowel centraal door de elektriciteitscentrales, als decentraal is er in 2007 veel meer elektriciteit geproduceerd. Het invoersaldo is in 2007 met ongeveer 18 procent fors gedaald ten opzichte van het jaar ervoor door decentrale productie van elektriciteit.

57


Het kabinet wil van Nederland een van de schoonste en zuinigste energielanden in Europa maken. In het werkprogramma ‘Schoon en Zuinig: nieuwe energie voor het klimaat’ beschrijft het kabinet de ambities voor onder andere energiebesparing, duurzame energie en vermindering van de CO2 -uitstoot.

Schoon en Zuinig Nieuwe energie voor het klimaat

Duurzame energie

Onder duurzame energiebronnen worden hernieuwbare energiebronnen verstaan. Dit wil zeggen bruikbare energie voor warmte uit zonne-energie, warmte-opslag en biomassa, en voor elektriciteit uit waterkracht, windenergie, zonne-energie en biomassa. Duurzame energie speelt in Nederland nog een beperkte rol. In 2007 was 2,9 procent van het totale binnenlandse energieverbruik uit duurzame binnenlandse bronnen afkomstig. [Compendium voor de leefomgeving] De belangrijkste duurzame energiebron is in 2007 nog steeds biomassa, tevens de bron die het meest ter discussie staat. In Nederland draagt het gebruik van biomassa bij aan circa 2 % van de energievoorziening. Ongeveer 0,8 procent van de energievoorziening was in 2007 afkomstig van Nederlandse windmolens. Deze produceerden een kwart meer energie dan het jaar daarvoor. De toegenomen productie van elektriciteit uit windenergie is vooral te danken aan het plaatsen van veel nieuwe grote windmolens, onder andere in zee voor de kust bij Egmond. De bijdrage van zonne-energie aan de totale duurzame energie in Nederland is klein. Het gaat om ruim 1 procent. Voor zonne-energie is er een tweedeling gemaakt: enerzijds de omzetting van zonnestraling in elektriciteit (zonnestroom of fotovoltaïsche energie) en anderzijds de omzetting van zonnestraling in warmte (zonnewarmte of thermische zonne-energie). Wereldwijd gezien wordt één vijfde van de gebruikte elektriciteit opgewekt door middel van waterkracht. Het aandeel van waterkracht beslaat zo’n 5% van de totale consumptie van energie. Warmteopslag is energie die via een warmtepomp en/of seizoensopslag in de bodem gebruikt wordt om te verwarmen of koelen. De duurzame energie uit de omgevingswarmte en -koude groeit relatief hard in Nederland. Toch is de bijdrage aan de totale duurzame energie nog beperkt tot ruim 4 procent.

58


Ruimtebeslag van de energieopwekking

De voetafdruk van de huidige energievraagvan Zuid-Holland

Bedrijven Verkeerenvervoer Gebouwdeomgeving LandͲ&tuinbouw Totaal

Energieinhoud(PJ) 477 74 113 39 703

67,9% 10,5% 16,1% 5,5%

Warmte Vraag: 508 PJ warmte (omgerekend 141.1 Mld kWh) • Geothermie Aardwarmte ontstaat in de kern van de aarde door natuurlijk radioactief verval. Deze warmte kan gebruikt worden voor verwarming van woningen, utiliteitsgebouwen of kassen. Het warme water wordt gewonnen uit watervoerende lagen in de ondergrond. Per kilometer diepte stijgt de temperatuur met 30 °C. Voor het winnen van diepe aardwarmte is alleen pompenergie nodig om het water op te pompen; het afgekoelde water wordt teruggevoerd in de bodem. In Nederland is geothermie nog weinig toegepast. Sinds medio 2006 wordt actief gewerkt aan de realisatie en voorbereiding van een aantal geothermie projecten in Nederland.

De energievraag van Nederland is 703 PJ, hiervan is ongeveer 119 PJ elektriciteit (omgerekend 33,1 Mld kWh) en 508 PJ warmte (omgerekend 141.1 Mld kWh).

Het Tuinbouwbedrijf A + G van den Bosch uit Bleiswijk gaat met diepe geothermie een kassencomplex van 7.2 hectare voor de teelt van tomaten verwarmen. Dit levert een besparing op van 3 miljoen m3 aardgas op

59


jaarbasis. De capaciteit van de bron ligt op 6 MW, wat overeen komt met een jaarproductie van 52,6 * 106 kWh aan warmte. Als we heel Zuid-Holland met aardwarmte willen verwarmen zou dit kleinschalige project 2685 maal moeten worden herhaald. • Zonne-energie Een zonneboilersysteem verwarmt (tap)water met de warmte van de zon zodat hier minder gas voor nodig is. Er zijn systemen die tevens bijdragen aan de ruimteverwarming, bijvoorbeeld in combinatie met een lage-temperatuur afgifte systeem. Op het dak ligt een zonnecollector die het zonlicht opvangt. De vloeistof die door de collector stroomt, wordt door het zonlicht verwarmd. De collectorvloeistof verwarmt het leidingwater in een opslagvat op zolder. Het leidingwater uit het voorraadvat wordt op weg naar de kraan door een na-verwarmer (meestal een cv-ketel) op de juiste temperatuur gebracht.

Voetafdruk

Zonnecollectoren

Een zonnecollector van 1 vierkante meter levert in Nederland ca. 420 kWh energie per jaar. Met de huidige stand van de techniek is er ongeveer een collector oppervlakte nodig van 33595 ha om in de warmtebehoefte van heel Zuid-Holland te voorzien. Ter illustratie: het dichtstedelijke deel van Rotterdam heeft een dakoppervlak van 7 miljoen m2. Om de PV-cellen in Zuid-Holland te realiseren is 48 maal het dakoppervlak van dit deel van Rotterdam nodig. Dit is 11% van het oppervlak van Zuid-Holland. Elektriciteit Vraag: 119 PJ elektriciteit (omgerekend 33,1 Mld kWh)

60

• Zonne-energie Zoals al eerder genoemd is onze planeet rijkelijk van zonne-energie voorzien. De hoeveelheid zonne-energie die de aarde jaarlijks ontvangt is duizenden malen groter dan alle vormen energie bij elkaar.


De techniek om zonne-energie om te zetten in elektrische energie is echter relatief nieuw: fotovoltaïsche cellen of panelen; ook wel zonne-panelen of PV-cellen genoemd. De afkorting PV is afkomstig van het engelse Photo Voltaic. Een zonnepaneel van 1 vierkante meter levert in Nederland ca. 100-120 kWh -rekenend met 110 kWh- energie per jaar op. Met de huidige stand van de techniek is er ongeveer een PV oppervlakte nodig van 30090 ha om ZuidHolland geheel van duurzame zonne-energie te voorzien. Dit is gerekend vanuit decentrale opwekking met behulp van photovoltaische cellen op bijvoorbeeld de daken van huizen. Een oppervlak dat normaal gesproken enkel voor het afvoeren van regenwater gebruikt wordt. Ter illustratie: het dichtstedelijke deel van Rotterdam heeft een dakoppervlak van 7 miljoen m2. Om de PV-cellen in Zuid-Holland te realiseren is 43 maal het dakoppervlak van dit deel van Rotterdam nodig. Dit is 10% van het oppervlak van Zuid-Holland. • windenergie Een standaard windmolen met 2 of 3 bladen, met een rotordiameter van 60 meter en een masthoogte van 70 meter kan een vermogen hebben van 1 tot 1,5 megaWatt. In 2005 stonden in Zuid-Holland in totaal 123 turbines opgesteld met een totaal vermogen van 174 MW en een rotoroppervlak van 381.000m2. De totale jaarproductie van deze turbines was 341 GWh, dit betekent per turbine 2.77 GWh. Om Zuid-Holland volledig te voorzien van windenergie is 97.1 keer het huidig opgestelde vermogen (van 2005) van Zuid-Holland nodig. Dit zou neerkomen op het toevoegen van 11821 (gemiddelde) windturbines in ZuidHolland. Deze toegevoegde turbines zouden een voetafdruk van 680 km2 nodig hebben. Het plaatsen van deze turbines op land zou 20% van de oppervlakte van Zuid-Holland in beslag nemen. Het plaatsen van de turbines op zee is

Voetafdruk Zonne-panelen

61


ook een mogelijkheid. In de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ) is de bouw van windturbineparken toegestaan buiten de specifieke uitsluitingsgebieden. De totale Nederlandse EEZ is 57000 km2, hiervan is ongeveer 40% beschikbaar voor de aanleg van windturbineparken op zee. Om de turbines die nodig zijn in Zuid-Holland hierin te plaatsen is 3% van de beschikbare EEZ nodig. Een van de grootste windmolens ter wereld is van het bedrijf Enercon en heeft een rotorbladdiameter van 126 meter en een vermogen van 6MW. De jaaropbrengst van de windturbine is 18 * 106 kWh. Om de elektriciteitsvraag van Zuid-Holland met deze molen geheel te dekken dienen 1837 turbines ge誰nstalleerd te worden. Omdat de molens op een ideale afstand van elkaar moeten staan van ongeveer 4 tot 5 maal de rotorbladdiameter bestrijkt deze hoeveelheid turbines 459.15 km2.

Voetafdruk windturbine standaard

62

Het plaatsen van deze turbines op land zou 13% van de oppervlakte van Zuid-Holland in beslag nemen. Om de benodigde turbines in de beschikbare Nederlandse EEZ te plaatsen nodig is 2% van de oppervlakte van de EEZ nodig.


13% van provincie Zuid-Holland met ‘s werelds grootste windturbine om de gehele elektriciteitsvraag te dekken.

Voetafdruk windturbine ‘s werelds grootste

63


Colofon

Energy Exchange Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland Tekst Arend Bosma, Rutger van der Brugge, Josee van Eijndhoven, Nele d’Haese, Kas Hemmes, JosÊ Lemmen, Derk Loorbach, Martin van Rossum, Niek Stukje, Wim van Unen, Gertjan de Werk. Eindredactie Niek Stukje & Gertjan de Werk

Energy Exchange Kennis in Synergie voor een Sustainable Zuid-Holland

Fotografie Marleen Sleeuwits [p.4, p.10, p.12, p.13], Niek Stukje [p.36, p.39, p.42] Tekeningen Beeldleveranciers, Amsterdam Grafische vormgeving Niek Stukje, Heike Slingerland [voorkant] Drukwerk ISBN 978-90-5972-357-3 Eburon Academic Publishers, Delft

Januari 2009

9 789059 723573

www.zuid-holland.nl/kissz


Energy Exchange