Page 1

? nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

BESTAAN DE ZAPATISTEN NOG?

François Houtart

nummer 75 – april 2013

www.mo.be 1


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

MO*papers is een serie analyses die uitgegeven wordt door Wereldmediahuis vzw. Elke paper brengt fundamentele informatie over een tendens die de globaliserende wereld bepaalt. MO*papers worden toegankelijk en diepgaand uitgewerkt. MO*papers worden niet in gedrukte vorm verspreid. Ze zijn gratis downloadbaar op www.mo.be. Bij het verschijnen van een nieuwe paper wordt een korte aankondiging gestuurd naar iedereen die zijn of haar e-mailadres bezorgt aan mopaper@mo.be (onderwerp: alert) François Houtart is kannunik van het aartsbisdom Mechelen-Brussel, en werkt momenteel vanuit de Ecuadoraanse hoofdstad Quito. Hij raakte betrokken bij Latijns-Amerika in 1953, tijdens een internationaal congres van de KAJ in Havana. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie was hij vier lang raadgever van de LatijnsAmerikaanse bisschoppen. In 2000 stond hij mee aan de wieg van het Wereld Sociaal Forum. Houtart raakte ook nauw betrokken bij de linkse politieke tendens in Latijns-Amerika. De tekst werd vertaald door Trees Verleyen. Redactieraad MO*papers: Saartje Boutsen (Vredeseilanden), Ann Cassiman (Sociale en Culturele Antropologie KULeuven), Lieve De Meyer, Rudy De Meyer (11.11.11), Gie Goris (MO*), Brigitte Herremans (Broederlijk Delen), Huib Huyse (HIVA KULeuven), Nadia Molenaers (IOB Antwerpen), Liesbet Vangeel (fos), Ben Vanpeperstraete (Wereldsolidariteit), Emiel Vervliet (hoofdredacteur MO*-papers). Informatie: mopaper@mo.be of MO*paper, Vlasfabriekstraat 11, 1060 Brussel Suggesties: emiel.vervliet@mo.be Wereldmediahuis is ook uitgever van het maandblad MO* en van de mondiale nieuwssite www.MO.be (i.s.m. het nieuwsagentschap IPS-Vlaanderen). Overname van de teksten is toegestaan mits toestemming van auteur en uitgever.

2


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

[ inleiding ] De vraag die ik had meegekregen toen ik eind 2012 in Chiapas aankwam, was “de Zapatisten, bestaan die nog wel?” Zoveel geruchten deden zich over hen de ronde. Er werd nauwelijks nog over hen gesproken wat voor wie hen niet al te best kent, betekende dat ze zo goed als verdwenen waren. Inderdaad, subcomandante Marcos had de media ook gewend gemaakt aan een intense productie van teksten, verklaringen, verhalen, min of meer symbolische tractaten, zodat de stilte van die grote communicator niets anders kon betekenen dan een terugplooien op zichzelf of erger, de aftocht. Dat was zo tot 21 december 2012, de dag dat volgens de Maya kalender de wereld een nieuwtijdperk zou ingaan. (Die kalender voorspelde niet de volledige apocalyps zoals de wereldpers ons graag wilde laten geloven.) Precies op die dag verrasten 40.000 manifestanten, getooid met hun typische bivakmutsen, vriend en vijand met een stille optocht door de straten van vijf belangrijke steden. 20.000 van hen waren afgezakt naar de historische hoofdstad, San Cristobal de las Casas. Ze kwamen uit het centrum en het noorden van het land of uit het Lacandonawoud, ten oosten van San Cristobal, een regio die zo groot is als België. Stel je eens voor wat het betekent om een dergelijke operatie in alle stilte op poten te zetten: auto’s verzamelen, mensen mobiliseren, alle neuzen in een richting krijgen, en tientallen kilometers door een onveilige regio trekken en in volstrekte orde en vrede, en dan totaal onverwacht door vijf steden marcheren. Het meest indrukwekkende was zonder twijfel de manier waarop de manifestatie verliep, in alle stilte, zonder slogans, zonder slottoespraak. Alleen maar stappen. Het was een duidelijk antwoord op de vraag of de zapatisten nog bestonden. De boodschap was klaar en duidelijk: “U dacht dat we bijna van de kaart geveegd waren? Neen hoor. We bestaan nog en we zijn nog even sterk als 19 jaar geleden, toen we al die steden veroverden. Meer nog: we zijn nog sterker dan toen, want nu nemen we de stad in, zonder wapens. Ons zwijgen was veelzeggend, want zo konden we onopvallend onze lokale organisatie versterken en dank zij de vele

3


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

gemeenschappelijke ervaringen een sterk gemeenschapsgevoel ontwikkelen. En dat in tegenstelling tot het debacle in de gewone Mexicaanse maatschappij, die wegzinkt in haar strijd tegen drugs, in de meanders van de vuile politiek met haar systematische folterpraktijken en, in alweer een economische recessie. Wij willen niemand een lesje leren, maar in dit nieuwe Mayatijdperk willen we krachtig onderstrepen dat we nog bestaan en zelfs krachtiger dan ooit zijn, al is er al zo dikwijls voorspeld dat we aan het verdwijnen zijn. Wij leven in een gebied waar geen drugshandel is en het alcoholisme, dat vaak zo typisch is voor een gemarginaliseerde inheemse maatschappij, dat alcoholisme is bij het zapatistische volk bijna uitgebannen. We zijn er in 10 jaar tijd in geslaagd het aantal basisscholen te verveelvoudigen, we doen alles in collectief verband en verdedigen op die manier humane waarden als solidariteit, vriendschap en gedeelde verantwoordelijkheid. Het korte communiqué na de mars luidde: “U hebt het gehoord: het is het geluid van uw wereld die instort, en het geluid van de onze die geboren wordt.” De boodschap was krachtig en had een aanzienlijke impact op de Mexicaanse publieke opinie. Ze werd overigens opgepikt op het hele continent en zelfs tot buiten de grenzen van Latijns-Amerika. Hoe kon een inheems volk, arm en zonder enige officiële steun, zich zo manifesteren? Want inderdaad noch de gemeenschappen, noch de gemeenten, noch de vijf Caracoles waarin de regionale Colleges voor Goed Bestuur zetelen krijgen ook maar enige financiële steun van de staat, niet voor hun administratie, niet voor hun gezondheidszorg of onderwijs. Bovendien werden ze zwaar aangegepakt door paramilitaire groepen en de openbare ordediensten en uitgekamd door het regeringsleger. Hoe was het dus mogelijk dat ze zich de mond niet lieten snoeren? En er waren nog meer verrassingen op komst.

4


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Geen plaats voor een avant garde Vijf jaar ervoor had ik een aantal dagen doorgebracht aan de Universiteit van de Aarde, dat een belangrijk centrum geworden is voor de zapatisten om de jongeren van de gemeenschappen ondersteuning te bieden op allerlei gebieden als landbouw, lokale economie, coöperatieven, sociale en politieke analyse en de organisatie van internationale bijeenkomsten. Het centrum ligt in de buitenwijken van San Cristobal. Er was een colloquium georganiseerd als hommage aan André Aubry ( °1927-2007), een Franse priester-arbeider die was komen samenwerken met bisschop Samuel Ruiz, de bisschop van San Cristobal. Hij had ook rechtstreeks samengewerkt met de zapatistische beweging, en hij verleende ook al van bij de start in 1994 zijn medewerking aan Alternatives Sud, het tijdschrift van CETRI (1), dat wel vaker bijdragen publiceerde over de Zapatisten. Jammer genoeg kwam de man in 2007 om bij een auto-ongeval. Subcomandante Marcos nam ook deel aan dat seminarie. Er waren meer dan duizend deelnemers op afgekomen en een aantal belangrijke sprekers nam er het woord. Dat waren o.m. Pablo Gonzalez Casanova (1922), de vroegere rector van de gerenommeerde universiteit UNAM (Universidad Nacional Autónoma de México) , Naomi Klein, de bekende Canadese journaliste, Immanuel Wallerstein, de Noord-Amerikaanse socioloog. Ook ik was uitgenodigd als spreker. Marcos begon zijn hommage aan Aubry op zijn typische humoristische wijze, met een citaat uit zijn verhalen over Don Durito de la Lacandona, een woudkever die zich Don Quijote waant en Marcos zelf als schildknaap heeft. “Het probleem met de werkelijkheid is dat ze er in theorie niets van kent” (Jérome Baschet, 2009, 47). Dat is een eigenaardige opener, zeker als die komt uit de mond van een lid van een door Che Guevarra geïnspireerde guerrillabeweging die ontstond na de slachtpartij op honderden studenten op het Tlatelolco-plein in Mexico stad. De zapatistische guerrillero’s doken in het begin van de jaren ‘80 onder in het maquis van het Lacandonenwoud in Chiapas. Zijn uitspraak toonde op zijn minst aan dat het EZLN (Ejército Zapatista de Liberación Nacional of het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger) heel veel geleerd had van zijn jarenlange contacten met de inheemse gemeenschappen. Marcos, professor in de Communicatiewetenschappen aan de UNAM in Mexico stad, was zelf al snel afgestapt van de verheven gedachte dat een avantgarde de massa

5


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

de juiste weg naar de revolutie moet tonen. Hij besefte dat niemand de wijsheid in pacht heeft en dat de inheemse volkeren zelf over een diepzinnige, authentieke wijsheid beschikken, een wijsheid die gegroeid en aangescherpt was door meer dan 500 jaar opstand tegen onderdrukking, zonder hun identiteit te verliezen. Door te verwijzen naar Emiliano Zapata (1879-1919) toonden de Zapatisten aan dat ze niet meer in prekoloniale termen dachten. Zapata was in het begin van de 20ste eeuw de wegbereider geweest voor een landbouwhervorming die Mexico uit het feodale systeem moest loodsen dat het land van zijn kolonisatoren had geërfd. Het kwam er op aan naar de toekomst te kijken. Maar in plaats van “de waarheid” van buitenuit te gaan halen, begrepen de neo-zapatisten dat je die van binnenuit moet ontdekken. Dat was helemaal in de geest van de Belgische kardinaal Jozef Cardijn (1906 - 1967), stichter van de KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd of Kajotters). Onder de slogan “Zien, Oordelen en Handelen” spoorde hij de jonge arbeiders ertoe aan hun situatie te verbeteren door hun problemen in de wereld te zien, erover na te denken en er dan wat aan te doen. Ook de Braziliaanse pedagoog Paulo Freire (1921- 1997) toonde in zijn Pedagogie van de onderdrukten (1970) aan dat je bij de bevolking slechts resultaat boekt met onderwijs dat aansluit bij de kennis die de mensen al hebben en als je inspeelt op de nood die ze voelen om die kennis stelselmatig uit te breiden en uit te diepen. Marcos dompelde zich onder in de realiteit van de inheemsen en leefde met hen samen om te ervaren welke veranderingen noodzakelijk waren. Niet dat Marcos lak heeft aan theoretische kennis. Hij is een intellectueel en als lezer van de boeken van Rosa Luxemburg beseft hij dat er “geen revolutie mogelijk is zonder theorie”. Maar hij stelde het eeuwige ideologische discours sterk in vraag. Bij zijn toespraak toen verwees hij nog naar Hij voegde daar nog de verwijzing aan toe naar zijn interventies op het colloquium van 2007: “Ik denk dat ik me kan veroorloven te proberen de grondbeginselen van die theorie samen te vatten door te stellen dat ze zo anders is omdat ze praktisch gericht is ». (Jérôme Baschet, 2009, 47) De “sub”zoals ze hem noemen staat zeker kritisch tegenover de moderniteit maar hij trapt niet in de val van de excessen van heel wat postmodernen die alle systemen, structuren, theorieën, organisaties, zelfs de geschiedenis afwijzen en zo eigenlijk de betere ideologen van het neoliberalisme worden. Het neoliberalisme wil maar al te graag het systemische verband ontkennen dat er bestaat tussen de materiële basis van het kapitalisme en de machtsverhoudingen die daaruit voortvloeien.

6


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Geen toevallige samenloop van omstandigheden De opstand van de Mayavolkeren van Chiapas op 1 januari 1994, door het EZLN ondersteund, was allesbehalve het resultaat van een toevallige, spontane samenloop van omstandigheden. Het was het gevolg van een ongeziene samenwerking tussen een groep revolutionairen - die de marxistische analyse op een competente manier in de praktijk wisten om te zetten – en de autochtone gemeenschappen. Deze inheemse indianen wisten beter dan wie ook, vanuit hun lange geschiedenis van opgekropt verzet, dat je alleen met een actieve solidariteit een gemeenschappelijk doel kunt bereiken. Deze indianen, bedreigd in hun basale overlevingskansen, bereidden zich al langer voor op een opstand, van welke aard ook. (Yvon Le Bot, 1997) Door een jaar of tien met de inheemsen samen te leven, leerden de revolutionairen hun arrogantie af te leggen en beseften ze dat je alleen “door op weg te gaan, je pad vindt”. De inheemsen, op hun beurt, kwamen tot de ontdekking dat de strijd van hun voorouders nu moest ingepast worden in een moderne en wereldwijde oppositie tegen het moordende economisch systeem dat mensen van hun bezit berooft.

Een lange voorgeschiedenis De strijd van de Maya’s vandaag dateert niet van gisteren, die is ook niet in 1994 met de Zapatisten begonnen. In buurland Guatemala waren er al eerder vele en zeer bloedige opstanden onder de inheemse bevolking. Er vielen in dat land honderduizenden doden, afgeslacht in de strijd voor grond en autonomie tegen de door de VS ondersteunde politieke en militaire regimes. De VS zagen immers in die opstanden een voorbode van een algemene “sovjetisering” van Centraal-Amerika. De VS steunden de rebellen die in 1954 vanuit Honduras het land binnenvielen om het regime van president Arbentz (1913 – 1971) omver te werpen. Arbentz voerde een landhervorming en een sociaaldemocratisch beleid hoog in het vaandel. De leiders van de plaatselijke “kajottersbeweging” in de stad en op het platteland betaalden in de jaren zestig met hun leven de zware tol voor hun sociale strijd. Veel van die leiders heb ik zelf goed gekend. In 1981 kwam een aantal progressieve Latijns-Amerikaanse bisschoppen samen in Tehuantepec in Oaxaca, de deelstaat die grenst aan Chiapas, niet ver van de Guatemalteekse grens en van de Stille Oceaan. Waren aanwezig voor Mexico: don Samuel Ruiz, bisschop van San Cristobal en don Sergio Mendez Arceo, bisschop van Cuernavaca. Ook ik was uitgenodigd om een aantal socioreligieuze analyses voor te stellen. Op een middag drong een Guatemalteekse religieuze vergezeld van een jonge inheems meisje erop aan door de groep ontvangen te worden. Die vertelde ons in haar eigen taal over slachtpartijen die aan de gang waren onder de inheemse bevolking in Guatemala. Ze had net de grens overgestoken. De religieuze vertaalde de getuigenis van de jonge vrouw naar het Spaans, omdat het meisje amper Spaans sprak. Haar vader was onlangs vermoord in de Spaanse ambassade, toen een groep inheemsen die had bestormd om de aandacht van de internationale opinie te eisen voor de situatie van de autochtone bevolkingsgroepen. Haar gemeenschap was het slachtoffer van represailles geworden. Ze getuigde gedurend meer dan een half uur met de nauwelijkse hoorbare stem die zo typisch is voor inheemse vrouwen. Wij hoorden haar aan, zonder haar te onderbreken

7


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

en waren compleet overrompeld door haar verhaal. We wilden alles tot in detail weten om voldoende geïnformeerd te zijn voor we mensenrechtenorganisaties zouden alarmeren. De jonge vrouw heette Rigoberta Menchu. Ze zou enkele jaren later de Nobelprijs voor de Vrede (1992) in ontvangst nemen.

De betekenis van 1 januari 1994 Het was niet zomaar een lukraak gekozen dag voor de zapatistische revolutie die 1 januari 1994. Niet dat er een verband was met de Mayakalender, zoals nu bijna twintig jaar later in 2012. Er was een andere reden om de revolte los te laten barsten. Het was toen dat het Vrijhandelsakkoord NAFTA (North American Free Trade Agreement of Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst) met de VS en Canada in werking trad. Dat akkoord, dat een aantal elitaire sectoren en vooral de belangen van de agroindustrie en enkele andere grote industrieën in de VS bevoordeelde, zou rampzalig blijken voor de Mexicaanse landbouw. Het was zoiets al een verdrag tussen “haaien en sardines”, zoals wel vaker gebeurt in zulke gevallen. Enkele jaren later was Mexico, dat altijd exporteur was geweest van maïs, nu een van de grootste importeurs van NoordAmerikaanse maïs geworden. Met als gevolg dat 4 miljoen kleine boeren hun job verloren. Het zijn die werklozen die later zo veel migratiedruk zetten op de grens tussen Mexico en de VS, dat de Amerikaanse regering zich verplicht zag die “muur van de schande” te bouwen aan hun zuidgrens. Aan die versperring zouden trouwens elk jaar meer Mexicanen het leven laten dan ooit aan de Berlijnse Muur. Het NAFTA-akkoord was in 1992 al vooraf gegaan door de afschaffing van artikel 17//27// van de Grondwet, het artikel betreffende de landbouwhervorming, dat op die manier een nieuwe concentratie van landbouwgronden mogelijk maakte en zo de grote droom van Emilano Zapata aan diggelen sloeg. Het was niet echt de bedoeling van de Zapatisten om het Presidentieel Paleis Los Pinos in te nemen, toen ze de steden van Chiapas bezetten. Met hun inval met gedisciplineerde troepen en een goed uitgebouwde militaire strategie wilden ze wel een wake up call geven aan de sociale organisaties en aan de autochtone bevolking in het bijzonder. Het was immers de hoogste tijd om economische en sociale hervormingen in gang te zetten. In de nacht van 31 december op 1 jauari 1994 werd de Eerste Verklaring van de het

8


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Lacandonawoud bekendgemaakt, waarin hun eisen waren gepreciseerd: grond, huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, vrijheid, democratie, gerechtigheid, vrede en de afzetting van president Salinas de Gortari. Want inderdaad de regio Chiapas was een van de meest achtergestelde gebieden van het land en jammer genoeg is daar 20 jaar later amper iets aan veranderd. Volgens een atikel in de Mexicaanse krant La Jornada (04.01.13) leeft nog 2, 7 miljoen (of 40 %) van de 7 miljoen inwoners van Chiapas in extreme armoede. Het is overbodig te zeggen dat dat vooral om inheemse mensen gaat. Het analfabetisme bedraagt in Chiapas 25,4 % van de bevolking tegenover 10 % over het hele land en 32,2 % heeft er geen toegang tot gezondheidszorg. De reactie van de regering op de opstand van de Zapatisten was heel hard. Er werd gevochten en er vielen slachtoffers. Na twaalf dagen stelden de autoriteiten een staakthet-vuren voor en wilden ze onderhandelingen opstarten. De Zapatisten gingen akkoord, want hun doel was bereikt. Ze hadden de aandacht van hun land en van de wereld kunnen vestigen op een onhoudbare situatie en op de onevenwichtige krachtsverhouding die een andere oplossing onmogelijk maakte.

De bevrijdingstheologie en de reacties daarop De bisschop van San Cristobal de las Casas, monseigneur Samuel Ruiz, speelde een belangrijke rol bij het vredesproces. En dat lag in de lijn van de verwachting. Ruiz ondersteunde al lang de basisgemeenschappen binnen de Indiaanse volkeren. Hij was heel actief gedurende het Tweede Vaticaans Concilie (1962 – 1965) en behoorde tot de groep “de kerk van de armen”, die regelmatig samen kwam op het Belgisch College in Rome. Die groep wilde de principes van solidariteit met de onderdrukten in de wereld ingang doen vinden, principes die hij in zijn eigen diocees in Chiapas al in de praktijk had gebracht. Je kon hem een waardige opvolger noemen van de eerste bisschop van San Cristobal, de dominicaan Bartolomeus de Las Casas, die in de 16de eeuw de basisrechten van de Indianen tegenover de rijke Spaanse grootgrondbezitters had verdedigd. De Conferentie van Medellin bracht in 1968 de bischoppen van het LatijnsAmerikaanse continent bijeen voor de toepassing van het Concilie in Latijns-Amerika. Tijdens die conferentie was Ruiz een van de bisschoppen die de Bevrijdingstheologie steunde. De lokale gemeenschappen werden betrokken bij de catechese en hij riep een inheems diaconaat in het leven om de christelijke gemeenschappen te begeesteren. Kortom, er onstond een nieuwe kerk: geen verticale en autoritaire kerk maar een volkse en solidaire kerk. Zoals te verwachten werd Ruiz in de katholieke restauratiegolf die op gang kwam als reactie op de hervormingen van Vaticanum II de schietschijf van de Heilig Stoel. Rome stuurde een pauselijk gezant, duidde een hulpbisschop aan met opvolgingsrecht en eiste uiteindelijk het ontslag van Ruiz. Het telefoontje waarin hij zijn ontslag kreeg, kwam er tijdens een bijeenkomst van progressieve Latijns-Amerikaanse bisschoppen in de buurt van São Paulo, Brazilië, waarop ik ook een lezing gaf. Monseigneur Samuel Ruiz had een participative religieuze organisatie in gang gezet, waarbij lokale indiaanse gemeenschappen mee verantwoordelijk moesten worden bij de opbouw van een nieuwe samenleving, waarin de evangelische waarden meer en meer centraal staan.

9


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Naar de onderhandelingstafel We moeten niet alles op een hoop gooien, maar je kunt zonder twijfel zeggen dat er op het religieuze domein een nieuwe affiniteit was ontstaan tussen de nieuwe christelijke visie en de inheemse organisaties die uit de zapatistische opstand ontstonden. Na het einde van de strijd zouden daaruit echte zapatistische gemeenten voortkomen. De onderhandelingen met de regering startten vanaf februari 1994 in de kathedraal van San Cristobal. En toch lanceerde president Emilio Zedillo in 1995 een militair offensief om subcomandante Marcos gevangen te nemen, maar dat mislukte. De gesprekken duurden enkele maanden. Er namen nog twee historische fguren aan deel: Pablo Gonzalez Casanova, socioloog en oud-rector van de UNAM, en Miguel Álvarez, een katholiek die actief was binnen de volksbewegingen. Uit die gesprekken ontstonden de Akoorden van San Andrès - een stadje niet ver van San Cristobal - over de rechten van de inheemse bevolking. De akkoorden werden op 16 februari 1996 getekend tussen het EZNL (Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger) en de Regering, maar president Zedillo weigerde later de grondwerzetsherziening door het parlement te laten goedkeuren, waardoor die akoorden niet wettelijk bekrachtigd konden worden.

Het Nationaal Congres van Inheemse volkeren De activiteiten van de Zapatisten zetten zich door zowel nationaal als internationaal. In 1996 vond het eerste “intergalactisch congres tegen het neoliberalisme”, zoals Marcos dat noemde, plaats. Duizenden mensen namen er aan deel en het congres kan gezien worden al een een voorbode van het Wereld Sociaal Forum. In datzelfde jaar werd het Nationaal Inheems Congres opgericht met de bedoeling de inheemse krachten te bundelen in een gezamenlijke actie. In 1998 organiseerden de zapatisten over heel het land een nationale volksraadpleging over de toepassing van de akkoorden van San Andres, waarbij ze op de publieke plaatsen een massaal aantal handtekeningen verzamelden. Op datzelfde ogenblik kwam in de Mexicaanse hoofdstad een denkgroep samen, met o.m. de Egyptische econoom Samir Amin en Danièle Mitterand, weduwe van de in 1996 overleden president François Mitterand, om te reflecteren op de noodzakelijke sociale veranderingen. De deelnemers, onder wie ikzelf, werden uitgenodigd om een zapatistische delegatie te ontmoeten in de buitenwijken van Xochimilco, aan de voet van een kleine heilige berg, waarvan de rotsen nog sporen van een Azteken-kalender dragen en waar de zapatisten de lentezonnewende vieren. Ze kwamen de berg af, terwijl de leden van de vergadering de berg omhoog gingen. Hun woordvoerder richtte zich tot onze groep en ik werd aangeduid als vertaler. Hij zei blij te zijn met de aanwezigheid van “mevrouw Françoise Mitterand” . Ik wist niet wat ik hoorde, maar gelukkig had iedereen de vergissing wel door. Een tijdje later nodigden ze ons uit voor een boottochtje op een meer in een groot publiek park, dat herveroverd was en beheerd werd door de lokale inwoners. Tot onze grote verbazing kruisten we een andere boot, vol zapatisten, mét hun typische bivakmutsen. Alleen in Mexico kan een revolutionaire beweging zich zo een excentriek gedrag permitteren. En bovendien was dat logisch: er was op dat moment een staakt-het-vuren dat door beide partijen werd gerespecteerd. De zapatisten voerden voornamelijk een politieke actie.

10


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Mars van de kleur van de aarde In 2001 organiseerden ze de “Mars van de kleur van de aarde” om de inheemse rechten op te eisen. Dat bracht hen tot op het Zocalo, het centrale plein van Mexico Stad én zelfs tot in het Parlement. Het was niet Marcos maar een inheems commandant die zich tot de parlementsleden richtte. Maar in datzelfde jaar verwierpen ook de grote partijen in het Parlement unaniem de toepassing van de Akkoorden van San Andrés, zoals de president dat eerder al in 1995 had gedaan. Ik was op die dag in 2001 in Mexico voor een seminarie op de Universidad Nacional Autónoma México (UNAM) en daardoor kon ook ik deelnemen aan die protestmanifestatie recht tegenover het Parlement, samen met Pablo Gonzàlez Casanova en Miguel Álvarez, medewerker van bisschop Samuel Ruiz en coördinator van de steunbeweging aan de inheemse volkeren. De Zapatisten voelden zich verraden ook door de linkse PRD (Partido de la Revolución Democrática ), opgericht door Cuauhtémoc Cardenas, de zoon van de grote hervormingsgezinde president Lazaro Cardenas uit de vorige eeuw. De nieuwe PRD bleek uiteindelmijk meer een hergroepering van teleurgestelde PRI-leden (Partido Revolucionario Institucional ) dan een echte linkse partij. Maar de Zapatisten bouwden hun interne organisatie verder uit, ondanks de almaar gewelddadiger aanvallen en de inzet van paramilitaire groepen om de door de opstandelingen veroverde gebieden te heroveren. Bovendien was er een grote interne verdeeldheid binnen de inheemse gemeenschappen, die dan nog eens werd aangewakkerd door krachten van buitenuit en door demoraliserende acties van bepaalde religieuze pinkstergroeperingen. Veel van de Zapatisten kregen zware gevangenisstraffen, onder wie Alberto Patish Tán, lid van De Andere Campagne van 2006, en zijn companen die tot op vandaag gevangen zitten.

De raden van Goed Bestuur In 2003 installeerden de zapatisten hun Raden voor Goed Bestuur, waarvan de zetel in de caracoles gevestigd was. In hetzelfde jaar namen de zapatisten symbolisch bezit van San Cristobal, de historische hoofdstad van Chiapas. En in 2005 lanceerden ze de Zesde Verklaring van het Lacandonawoud, waarin ze teruggrepen naar hun belangrijkste strijdpunten, en in 2007 organiseerden ze een internationale vrouwenbijeenkomst voor een waardig leven en een andere ontwikkeling. De impact van het zapatisme op de Mexicaanse samenleving bleek reëel. De beweging genoot veel sympathie onder een aanzienlijk deel van de intelligentsia, ze creëerde een gunstig klimaat voor meer democratisering en zette een hergroepering van de inheemse Mexicaanse volkeren in gang. De grote vreedzame mars van 2001, georganiseerd door subcomandante Marcos, had hem en veel inheemse leiders tot in de hoofdstad en zelfs tot in het parlement gebracht. Ze hadden een volksraadpleging gehouden over de eis tot deelname aan de democratische besluitvorming.

11


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

De verkiezingen van 2006 Maar op politiek niveau bleef de situatie geblokkeerd. Hoewel de Zapatisten in het begin de PRD steunden, distantieerde de beweging zich van die partij. Met het oog op de verkiezingen van 2006, organiseerden ze tussen januari en juni “de Andere Campagne”. Bij die andere campagne over het hele land verkondigde de beweging dat sociale organisaties en tegen het systeem rebellerende groepen zich moesten verenigen in de marge van de verkiezingsstrijd, die in hun ogen geen aandacht had voor hun verzuchtingen. Er ontstonden nieuwe allianties, niet alleen tussen bewegingen van de verschillende inheemse volkeren, maar ook met andere belangrijke bewegingen van gemarginaliseerde of gediscrimineerde groepen. De traditionele linkse partijen die al hadden deelgenomen aan het beleid werden uitgesloten, net als de vakbonden. Sloten zich wel aan: ngo’s en kritische intellectuelen op alle niveaus, nationaal en lokaal. Het was de PAN (Partido Acción Nacional) die nipt de verkiezingen won met een rechtsconservatief politiek programma dat samenwerking met de VS promootte. In 2007, bij het colloquium ter ere van André Aubry, vroeg ik de subcomandante Marcos, bij het begin van mijn tussenkomst, waarom hij opriep niet te gaan stemmen bij de nationale verkiezingen en zo in de kaart van rechts speelde. Het was een delicate en wellicht naïeve vraag en mogelijk zelfs een misplaatste. Maar Marcos nam er geen aanstoot aan en antwoordde, eerst in het Frans, dan in het Spaans : “Waarom zou ik oproepen om voor onze beulen te stemmen?” En inderdaad, de gouverneur van Chiapas in die tijd, Juan Salinas Sabines, zoon van de andere gouverneur Jaime Salinas Sabines, lid van de PRD, was een van de meest barbaarse vervolgers van de Zapatisten geweest. Ook bij de aanslagen van Zinacantan, waren de Zapatisten slachtoffer geweest van de gemeentelijke gezagdragers van de PRD. Er hadden al slachtpartijen plaats gevonden onder de PRI: in 1997 waren in Acteal 45 Tzotzil-indianen, en dan vooral vrouwen en kinderen, in een kerk vermoord. Het waren paramilitairen die de vuile klus moesten klaren. De verdeeldheid onder de lokale bevolking werd aangestookt door de autoriteiten en de herovering van de landbouwgronden door de oude grootgrondbezitters werd door de ordetroepen gedoogd. Het gevolg was dat een deel de bevolking van hun grond werd verdreven, met vele slachtoffers als gevolg. Marcos had gelijk: de machthebbers die in Chiapas de dienst uitmaakten, hadden zich tegenover de inheemse beweging rampzalig gedragen. Nochtans stond de nieuwe PRD-voorzitter Andres Manuel Lopez Obrador (AMLO zoals men hem noemt) nationaal niet voor een reactionair programma. Nog voor de verkiezingscampagne, in 2005, had de regering hem zelfs verboden zich kandidaat te stellen voor het presidentschap. Dat had geleid tot de grootste manifestatie ooit in Mexico: meer dan een miljoen mensen eisten in de straten van de hoofdstad democratie. Omdat ik nog diezelfde dag uit Europa aangekomen was voor een seminarie aan de UNAM, had ik kunnen meestappen in die betoging en zo kreeg ik al een voorsmaak van de eisen die de Arabische wereld een aantal jaren later zou formuleren. Het was niet het politieke lot van één kandidaat die daar op het spel stond, maar een systeem dat de bevolking van haar rechten wilde beroven. Het was een kwestie van principes, van waardigheid. Als daar zo veel mensen rondliepen met een bord met de naam AMLO erop was dat de uitdrukking van het verlangen de democratie te respecteren, hoe pril en breekbaar die toen ook was. Andres Manuel Lopez Obrador verloor de verkiezingen van 2006. Hij verwierp terecht de uitslag, maar zonder succes. Vier jaar later, in 2010, voerde hij weer campagne in alle gemeenten van het land.

12


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Op het Wereld Sociaal Forum over Economie, in januari van dat jaar, zat ik in een panel met hem, in een tent op de Zocalo in Mexico Stad. Op datzelfde plein hield een groep vakbondsmensen uit de elektriciteitsector een hongerstaking tegen de privatisering van hun sector. Hoewel het gespreksthema die dag het economisch systeem was, schaatste AMLO spijtig genoeg – netjes langs die staking heen, maar beschreef hij wel hoe hij campagne gevoerd had en dorp in dorp uit contact had gezocht met het echte Mexico. Een mooie strategie, absoluut, maar met welk doel, welke inhoud? Daar had hij het amper over. In de loop van zijn campagne preciseerde hij dan weer wel zijn doelstellingen, maar die bleven ver onder de verwachtingen van zelfs de meest voorzichtig progressieve middens in de rest van LatijnsAmerika. Dit keer, bij de jongste verkiezingen van vorig jaar, hebben de Zapatisten zich niet uitgesproken. Dat werd gezien als een teken van zwakte. Het was waar dat Marcos met zijn oproep om niet te gaan stemmen bij de nationale verkiezingen 2006 een deel van Mexicaans links en vooral de intellectuelen erg ontmoedigd had. Ze namen daarom afstand van het zapatisme, omdat ze meenden dat je door niet te gaan stemmen, ook al was er alle reden om kritisch te zijn, je je buiten de politieke logica op nationaal vlak houdt, om zich terug te plooien op het kleine lokale niveau. Door in 2012 te zwijgen bevestigden de Zapatisten, zes jaar nadat ze hadden opgeroepen niet te gaan stemmen, hun afkeer voor de bestaande politieke praktijken. Ze verkozen te wachten en in stilte een nieuwe strategie voor te bereiden.

De zin van democratische participatie We hebben tot nu vooral aandacht besteed aan de algemene context waarin het zapatisme zich ontwikkelde, maar hoe zit het met de interne praxis? Om te beginnen moeten we ons goed realiseren dat Chiapas een van de armste regio’s in Mexico is, waar de arme inheemse bevolking door de de structuur van het grootgrondbezit de bevolking uitgesloten en gemarginaliseerd had en ze op die manier terugdrongen in de bergen en de jungle. De inheemse bevolking geniet ook niet van de opbrengsten van de petroleumvelden, noch van die van de grote plantages voor biobrandstof. De natuurlijke rijkdommen komen ten goede aan de rijke Mexicanen en buitenlanders. De toeristische economie beperkt zich tot bepaalde enclaves. Alle “ontwikkelingsprojecten” en grote infrastructuurwerken maken deel uit van een antiopstandelingenplan. Daarenboven is het kindersterftecijfer net als het analfabetisme zeer hoog en is er gebrek aan gezondheidszorg en onderwijs. Veel inheemse volkeren leven naast elkaar, maar ze vermengen niet. Hun talen worden geminacht, hun traditionele geloof wordt afgedaan als folklore. Ze mogen dan wel juridisch als “menselijke wezens” worden beschouwd, maar wat komt er in de realiteit van terecht?

13


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Een niet-kapitalistsche maatschappij uitbouwen Het is duidelijk dat voor de zapatisten de kapitalistische economie een pervers sociaal systeem is. Het ondermijnt de fundamenten van het gemeenschapsleven, het laat het privébezit voorgaan op collectieve voorzieningen en levert het land en zijn regio’s over aan het internationaal kapitaal. De Zapatisten beklemtonen de eeuwenoude geschiedenis van de inheemse bevolking. Ze houden de herinnering levend dat de slavenarbeid van de oorspronkelijke bewoners sinds het einde van 15de eeuw in de mijnen en op de plantages gezorgd heeft voor de accumulatie van het Europese kapitaal. Die dwangarbeid zorgde bijna voor de uitroeiing van de indianen. Ze werden van hun eigen gronden verdreven en de bossen en de bergen ingejaagd. In de onafhankelijkheidsstrijd in de 19de eeuw, die uitging van een Creoolse elite, werd de geschiedenis en de identiteit van de oorspronkelijke bewoners nooit naar waarde geschat en ook nu nog worden ze als goedkope arbeidskrachten ingezet voor het groeiende agrokapitalisme. Ondanks de hervormingsinspanningen in het begin van de 20ste eeuw waardoor de autochtone bevolking gemeenschappelijke gronden terugkreeg (de zgn ejidos) en haar traditionele sociale organisaties opnieuw erkend werden, toch kon ze wettelijk en politiek niet erg doorwegen op de Mexicaanse samenleving. Het is erg belangrijk om dat te beseffen, als je de de zapatistische revolutie wil begrijpen. Het alomtgenwoordige neoliberalisme van de jaren zeventig dreigde de verworvenheden van de hervormingen uit het verleden van de kaart te vegen. Beetje bij beetje accepteerde iedereen in alle geledingen van de maatschappij meer en meer de logica van de vrije en gedereguleerde markt: een groeiende buitenlandse schuld onder druk van zware interesten, petroleumwinsten die in handen van een minderheid terchtkwamen, scheefgetrokken relaties met de economieën van het Noorden en het uitwissen van de laatste sporen van de verworvenheden in de landbouwhervorming. De PRI, nochtans ontstaan uit de revolutie, stelde zich meer en meer ten dienste van het kapitalistische project en, door en door gecorrumpeerd, herschreef ze haar programma verkiezing na verkiezing. De viering naar aanleiding van de 500ste verjaardag van de “ontmoeting van culturen” (zo noemde Spaanse regering die) bij de herdenking van “de Verovering” (volgens de meeste Latijns-Amerikaanse volkeren) versnelde het zelfbewustzijn van de inheemsen over het hele continent. Het was voor hen dé gelegenheid om uit de clandestiniteit te treden, hun cultuur als waardevolle levensstijl te bevestigen, hun collectieve maatschappelijke structuur duidelijk te maken en hun traditionele leiders voor te stellen én de waarde van hun religie en wereldbeeld te onderstrepen. Stilaan ontwikkelden ze een eigen identiteit, een gevoel dat ondanks een zware onderdrukking nooit helemaal verdwenen was. Dat was zo in Ecuador, Bolivië, zelfs in Guatemala, een land dat zich vanaf de jaren 80 als een ware politiek macht ontwikkelt. In Mexico, zoals ook elders, leidde dat réveil van inheems nationalisme nochtans nooit to separatisme. In Chiapas beklemtoonden de Mayavolkeren dat ze Mexicanen waren, maar dat belette hen niet om een rechtmatige plaats in de samenleving op te eisen. In elke zapatistische gemeente en in hun “caracoles” wappert de Mexicaanse vlag bij elke officiële gelegendheid. Het was de Mexicaanse bourgeoisie die slogans schreeuwde tegen het zogeheten separatistische gevaar van de inheemse bewegingen, uit vrees haar hegemonie op het politieke systeem kwijt te spelen. Ze zag de beweging veel te veel als een sociaal en cultureel fenomeen en besefte niet dat het indigenisme van Chiapas meer en meer een socio-economische beweging werd die het politieke systeem bekritiseerde als institutionele garantie van de bestaande economische orde,

14


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

maar die haar nationale identiteit nooit verwierp. Dat er bij sommige inheemse volkeren een soort nostalgie naar het verleden leeft, is zeer waarschijnlijk maar het is wel het laatste dat de de Zapatisten kan verwijten. Zij zijn er net in geslaagd een sterke inheemse identiteit te koppelen aan een maatschappelijke kritiek op een kapitalistisch systeem dat heel wat mensen uitsluit uit de Mexicaanse samenleving. Het hele probleem bestond er voor de Zapatisten in hun principes in de praktijk om te zetten. Dat deden ze - conform hun basisinstelling - op een niveau waar ze vat op hadden: het lokale, hun territoria. Het was van bij het begin de bedoeling om de productiebasis van het materiële bestaan (de economie) te herorganiseren door niet langer een ongebreidelde accumulatielogica te volgen. Daarvoor moest het privaat grondbezit afgeschaft worden, als basis voor landbouwproductie. De Zapatisten heroverden de gemeenschappelijke gronden van de indiaanse gemeenschappen en organiseerden een democratisch beheer van die gronden. Ze zetten coöperatieven op voor de landbouwteelt en de commercialisering van de opbrengt en gebruikten de winst om de collectieve uitrusting te financieren. Er werden ook transportcoöperatieven uitgebouwd. Dank zij dit openbaar vervoer konden ze ook zoveel mensen mobiliseren voor de manifestatie van 21 december 2012. In het eerste van zijn drie communiquès van begin januari 2013, benadrukte de subcomandante Marcos, in naam van het CCRI (Comité Clandestino Revolucionario Indígena) en het EZLN (Ejercito Zapatista de Liberación Nacional) dat ze de laatste 19 jaar een positief antwoord hadden kunnen bieden aan de noden van de bevolking. De productiviteit van hun biologische landbouw (strikt organisch, zonder toevoeging van chemische producten en zonder genetisch gemanipuleerde gewassen) was in de zapatistische gemeenschappen hoger dan in andere gemeenschappen. Volgens lokale bronnen klopt dat verhaal alleszins voor de productie van koffie die bedoeld is voor de export. Met de opbrengst daarvan konden ze openbare dienstverlening financieren, ondanks het feit dat ze geen publieke subsidies kregen en ze herhaaldelijk gewelddadig aangevallen werden. Tussen 1996 en 1999 werd de lokale bevolking zwaar aangepakt en moesten velen gedwongen verhuizen. Nog in juni 2012 vielen er heel wat slachtoffers in de bergen van het centrum van het land. Volgens datzelfde communiqué van Marcos deden ook heel wat niet-zapatistische gebieden een beroep op de gezondheidszorg van de beweging, omdat die veel efficiënter was. We moeten natuurlijk ook erkennen dat de internationale solidariteit bij de financiering van een deel van die gezondheidszorg een niet onaanzienlijke rol heeft gespeeld. Maar door de crisis vandaag en het feit dat het zapatistische “experiment” nu al meer dan twee decennia loopt, neemt die hulp gaandeweg af. Dat impliceert dat er lokaal meer inspanning moet geleverd worden.

15


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Directe democratie en zelfbestuur Het was nodig zowel de productie-intitiatieven als de collectieve sociale en politieke organisatie adequaat af te stemmen op de basisfilosofie van de beweging, met name de deelname van iedereen aan de directe democratie of het zelfbestuur. Daarbij konden de traditionele gebruiken van de inheemse bevolking een inspiratiebron zijn. Maar uiteraard waren net die niet vrij van “caciquisme” (macht van de stamhoofden) en van “machisme”. Het was voor de beweging een fundamentele uitdaging de manier waarop macht wordt uitgeoefend opnieuw te definiëren. De teksten van de subcomandant getuigen daarvan in overvloed. Om te vermijden dat macht een doel op zich zou worden en niet langer een middel om je doelstellingen te verwezenlijken, was het nodig dat de gemeenschappen voortdurend bij beslisssingen geraadpleegd werden. De inwoners beslissen niet alleen mee bij de aanstelling van afgevaardigden op verschillende beleidsniveaus (de mandatarissen in de gemeenteraden, de leden van de Colleges voor Goed Bestuur) maar ook bij bepaalde belangrijke beslissingen wordt de mening van de basis verkregen. De manier waarop gezagsdragers verantwoording over beheersuitgaven op de verschillende beleidsniveaus afleggen, werd gesystematiseerd. Om te vermijden dat de macht geïnstitutionaliseerd zou raken, werd een rotatiesysteem ingevoerd. In de “caracoles” bijvoorbeeld gebeurt dat om de veertien dagen op vrijwillige basis, zonder vergoeding. De vertegenwoordigers in de gemeenten en de gemeenschappen worden in hun basisbehoeften (voeding, huisvesting) voorzien door de hele gemeenschap, op een sobere manier en niet als een privilege. Ook de gelijkheid man en vrouw wordt daarbij strikt gerespecteerd. Dit alles lijkt een beetje utopisch of zoals Bernard Duterme (directeur van het CETRI) het uitdrukt, geïnspireerd door een “libertaire smaak”. Dat klopt inderdaad, en toch duurt het experiment nu al bijna twintig jaar. Het gaat erom dat ze leren al doende of ‘leren al stappend’, zoals zij het uitdrukken. We moeten er ons wel voor hoeden een collectivistische samenleving af te schilderen als een paradijs op aarde, bevolkt met wezens die vrij van erfzonde zijn, zoals Franz Hinckelamert, de Duitse filosoof, het met veel sympathie over Nicaragua uitdrukte. Want voor de trouw aan een participatieve en directe democratie moet je op zijn minst één prijs betalen: de vooruitgang is traag. Er zit ook de diepgewortelde inheemse cyclische en niet-lineaire opvatting over tijd achter. De spiraal van de caracol (of slakkenhuis) is daarvoor een duidelijk symbool. Maar wat er gebouwd wordt, is stevig.

De positie van de vrouw De gelijkheid van man en vrouw bij de uitoefening van de collectieve taken, is ook een principe dat lijkt in te gaan tegen de efficiëntie. Vrouwen hebben immers na eeuwen van onderdrukking nog steeds de neiging zich ook onderdrukt te gedragen. Bij heel wat bijeenkomsten op het niveau van de gemeente of de caracoles heb ik dat kunnen vaststellen. Zelfs wanneer er even veel vrouwen als mannen aanwezig zijn, zijn het toch vaak de mannen die het woord nemen. Vrouwen lijken er vaak ook niet zo happig op om zich te profileren. Gewoontes en cultuur zijn sterker dan wetten en decreten. Nochtans beschrijft de POPOL VUH, het grote mythische verhaal van de Maya’s, de schepping als het resultaat van een dubbele godheid die man en vrouw is. Hun denkkader werkt meer met complementariteit, dan het Westerse dat gebaseerd is op tegengestelde categorieën. Maar in alle samenlevingen is staat de mythe dichter bij de theorie of de utopie dan bij de werkelijkheid.

16


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Een andere politiek en machtsuitoefening Heel wat mensen concluderen daaruit dat de Zapatisten lak hebben aan macht. Hun afwijzende houding tegenover de nationale politiek versterkt dat idee. Vandaar dat ze gezien worden als trouwe discipelen van de Britse socioloog John Holloway (1947), die in zijn boek Change The World Withouy Taking Power (2007) het idee verkondigde dat je de samenleving maar kunt veranderen zonder de macht te veroveren. Maar niks is verder van de zapastische waarheid dan deze indruk, zoal Carlos Antonio Aguirre Rojas (2010, 181-184) Jérôme Baschet (2009, 31) en Bernard Duterme (2009) duidelijk maken. De Zapatisten hebben alles behalve een broertje dood aan politiek als machtsintrument, ze streven gewoon een ander soort politiek na. Waartoe dient het om te regeren, als je de bevolking het recht om te handelen ontneemt en de macht concentreert in handen van belangengroepen die er niets mee te maken hebben? Het gaat er dus om de macht van onderuit opnieuw op te bouwen en daar de tijd voor te nemen. De Zesde Verklaring van het Lacandonawoud zegt het klaar en duidelijk: “Hebben wij ooit gezegd dat de politiek nergens toe dient? Neen, maar wat we wel zeggen is dat “deze” politiek nergens toe dient. Ze is overbodig, want ze houdt geen rekening met de gewone burgers, ze luistert niet naar ze, ze hecht er geen belang aan en ze spreekt die alleen aan als er verkiezingen zijn. ... (en daarom) gaan we proberen een nieuwe vorm van politiek uit te bouwen. (citaat van Carlos Antonio Aguirre Rojas, 2010, 177).

Macht op het bovenlokale niveau Macht uitoefenen betekent voor de zapatisten met andere woorden zelfbestuur organiseren: op het niveau van de gemeenschappen, de gemeenten en de Colleges voor Goed Bestuur in de schoot van de caracoles. Maar wat doe je met het bestuur op het niveau van de deelstaten en meer nog op dat van de federale staat? Maakt de geografische en demografische dimensie van het land een kwalitatief goed bestuur überhaupt niet onmogelijk? Dat hebben de zapatisten nog niet kunnen ervaren en hun pragmatische houding tegenover het probleem deed hen voorlopig de bestaande vormen verwerpen, waardoor ze ogenschijnlijk dichtbij de anarchisten aanleunen. De Zapatisten leggen wel een veel grotere dosis realisme aan de dag dan de – overigens ook wel sympathieke - anarchisten. Ze sluiten een politieke formatie op nationaal niveau niet uit, op voorwaarde dat die ten dienste het volk staat, efficiënt is en niet corrupt. Nochtans is het duidelijk dat in de huidige omstandigheden de beweging zich liever concentreert op het beleidsniveau waar het vandaag mogelijk is beleid te voeren en dat is het lokale niveau.

17


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Oud en nieuw samen Omdat de zapatistische dorpen net als de andere gewone dorpen almaar verder uitbreiden over de helft van het Chiapasgebied, groeit het probleem van de verhouding tussen al die verschillende entiteiten. Omdat die zapatistische dorpen autonoom worden bestuurd, zonder enige inbreng van de deelstaat of de federale staat, moeten ze ook een eigen fiscaliteit ontwikkelen. De andere dorpen krijgen bijdragen en subsidies van de overheid, door wie ze dan wel rechtstreeks gecontroleerd worden. Hun aanwezigheid in de staat is daarenboven van essentieel belang voor het politieke project van tegengewicht opbouwen tegen het zapatisme en de aantrekkingskracht die vaak uitgaat van de beweging omdat ze een betere dienstverlening bieden. De twee juridische systemen bestaan naast elkaar en in het stadje San Andrés gaat dat relatief goed. Er is een akkoord over de verdeling van een aantal bevoegdheden: de Zapatisten zijn verantwoordelijk voor de ophaling van het huisvuil en het onderhoud van de openbare ruimte. Maar er is geen sprake van een modus vivendi tussen de twee systemen inzake gezondheidszorg of onderwijs, hun basisfilosofie is daarvoor te verschillend. Voor de zapatisten is gezondheidspreventie essentieel en in het onderwijs is het programma, op alle niveaus, afgestemd op de basisbehoeften van de gemeenschappen en gaat de aandacht vooral naar de eigen geschiedenis, naar hun eigen maatschappelijke situatie in het land en in de wereld.En dat geldt zowel voor de basisscholen (waarvan het aantal de afgelopen jaren verveelvoudigd is) als voor het middelbaar onderwijs waar de leerlingen op kosten van de gemeenschap naartoe gestuurd worden. De Universiteit van de Aarde (het CIDECI – UNITIERRA (Centro Indigena de Capacitacion Integral) maakt daar geen uitzondering op, ondanks haar autonomie. Het centrum ligt in de Colonia Nueva Maravilla (wat een gelukkig toeval), een wijk aan de rand van de stad San Cristobal de las Casas. Het is helemaal gebouwd op basis van vrijwilligerswerk van de Zapatisten en de gebouwen strekken zich uit tegen de bergwand. Het hoofdauditorium kan meer dan 1000 mensen in alle soberheid herbergen en biedt opleidingen over diverse onderwerpen, technische zowel als humane. De directeur, dr Raymundo (afgestudeerd aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana in Rome waakt discreet maar met gezag over de instelling. Uit zijn bureau klinkt de hele dag door klassieke muziek, een goede bron van inspiratie bij zijn werk en zijn geestelijke activiteiten. Recht spreken behoort ook tot de bevoegdheden van de gemeenten en zeker tot die van de Colleges van Goed Bestuur, binnen de Caracoles. Recht spreken op lokaal niveau is een van de eisen van alle inheemse volkeren op het continent. Zij vinden, inderdaad, dat een aantal zaken het best verdedigd kunnen worden op het lokale niveau, omdat de moderne wetgeving niet altijd voorzien is op lokale situaties en dat geldt met name vooral als het gaat om grondbezit. Bovendien vinden de inheemsen dat herstelrecht, waarbij de dader werkt voor de familie of de gemeenschap die hij schade heeft toegebracht, veel effectiever is dan klassieke gevangenisstraffen of geldboetes.

18


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Marcos, leider en intellectueel We hebben al verwezen naar de weg die Marcos heeft afgelegd. De subcomandante is een man van groot intellectueel formaat die een hele waaier van kennis beheerst. Hij studeerde af als filosoof en doceerde communicatie, waardoor hij zonder twijfel een ongelooflijk communicatief talent ontwikkelde in zijn toespraken en in zijn geschriften. Zijn vorming in kritisch en revolutionair denken leverde hem een degelijke basis voor zijn socio-economische analyses. Door zijn gevoel voor public relations is hij in staat andere culturen heel snel te begrijpen en zich enorm goed in te leven in de denkwereld van de autochtone bevolkingsgroepen. Zijn realisme hield hem dan weer ver van dogmatismen en dwong hem machtswegen te vinden om de maatschappij tot in de diepte te hervormen. Vandaar zijn titel van subcomandant. Maar helemaal in de traditie van Latijns-Amerikaans leiderschap, is hij zo incontournable geworden dat hij de institutionalisering en de overlevingskansen van de beweging op lange termijn bemoeilijkt. Het is zonder twijfel een groot voordeel als je veel charisma hebt, maar het is niet voldoende. De “sup” heeft dat zelf heel goed door, maar heeft hij Elias Contreras ooit geraadpleegd over de “kleur” van de macht, wanneer de belangrijkste vertegenwoordiger van die macht, die tenslotte ook maar een mens is, een weg inslaat die hem onsterfelijk zal maken ? De humor waarvan Marcos keer op keer blijk geeft in zijn literaire werk, zijn communiqués, zijn instructies, heeft van hem een erg aantrekkelijk personage gemaakt, die soms zo drijft op de logica van zijn stijl dat hij er bijna de gevangene van wordt. Nochtans staat de pedagogische waarde van zijn geschriften buiten kijf. Behalve wanneer hij zich laat leiden door de demon van “communicatiewetenschappen”. Je moet soms goed op de hoogte zijn van de Griekse mythologie om de kronkels van zijn gedachtenstroom te kunnen volgen. Je moet de geheimen van de postmoderne filosofie kunnen ontcijferen, die alle dogma’s, systemen, structuren, theorieën, kortom “alle grote verhalen” verwerpt. Kortom, wanneer de vorm de boodschap wordt. Marcos kan, zonder enige twijfel, handig schipperen tussen al deze riffen, maar de gewone sterveling voelt zich daarbij soms wat verloren en als het over communicatie gaat, is het alsof je van een kever (Don Durito in dit geval) zou vragen dat hij zich een libel waant. Het is ook daarom dat de “sub” door altijd andere “bivakmutsen” te dragen maar wel steeds dezelfde pijp, van zichzelf telkens weer een ander personage weet te maken. Ook al is hij de gangmaker van een guerrillabeweging die de geschiedenis van de Mexicaanse natie heeft bepaald, ook al is hij de bezieler van een politiek model dat de invulling van de macht aan de basis fundamenteel anders definieert, ook al ondersteunt hij de revolte en de veranderingen in de maatschappelijke structuur van de Maya’s in Chiapas, hij is ook een schrijver. Op de dag dat ik in 2005 deel uitmaakte van een jury aan de universiteit van Guadalajara bij de verdediging van de thesis van een Cubaans sociologe over de sociologie van religies, stelde Marcos aan de letterenfaculteit zijn nieuwste roman voor. Sommigen vonden dat vreemd voor een revolutionair leider, anderen vonden dat je zo iemand toch niet kon verbieden ook schrijver te zijn. In februari 2013 ontmoette ik tijdens de opening van de Boekenbeurs van Havana een Cubaans historicus, die militair attaché geweest was in Mexico en die daarover een gespecialiseerd werk voorstelde. We hadden het over het zapatisme en de man vroeg mij of Marcos terug in Chiapas was. Ik antwoordde een beetje verbaasd dat ik vermoedde van wel, gezien hij zijn recente communiqués toch had gestuurd “van uit de bergen van ZuidwestMexico”. Volgens die Cubaanse militair, had hij lange tijd in de hoofdstad verbleven. Hij voegde er zelfs aan toe dat de president van de republiek Marcos een lelijke loer had gedraaid door hem de toestemming te geven een publieke meeting te houden op de dag dat er een groot concert georganiseerd was met twee van de beste muziekgroepen van het land. Hij vertelde ook nog dat

19


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Marcos van de Mexicaanse regering meerdere uitnodigingen had ontvangen om naar Chiapas terug te keren maar dat hij die had afgeslagen.

Marcos en Cuba Men heeft zich vaak afgevraagd wat de houding van Marcos was ten aanzien van Cuba. Zijn eigen revolutionaire beweging was van start gegaan 35 jaar na de Cubaanse revolutie, kort na de val van de Berlijnse Muur, op het moment dat echt socialistische regimes onder vuur lagen. Hij had nooit de bedoeling gehad op nationaal niveau de macht te grijpen en daarmee onderscheidde hij zich van de Cubaanse revolutionairen, zowel in doel als in methode. Een aantal intellectuelen en sociale organisaties uit verschillende partijen over de wereld hielden ervan deze verschillen te onderstrepen en vonden dat hij met zijn houding de critici van het Cubaanse regime steunde, die het eiland afdeden als een overblijfsel van een verleden dat op sterven na dood was. En toch, tijdens de stichtingsvergadering van de beweging voor de “Bescherming van de Mensheid” in Mexico stad in 2003, hoorde ik een boodschap van Marcos. Hij had een heel professioneel gemaakte video toegestuurd, als eerbetoon aan de beweging die door Pablo Gonzales Casanova, een van zijn vrienden, was uitgedokterd. Er waren meer dan 200 intellectuelen, kunstenaars, journalisten en maatschappelijk leiders aanwezig. Onder hen Evo Morales, op dat ogenblik de leider van de progressieve Boliviaanse cocalero-beweging, Abel Pietro, de Cubaanse minister van Cultuur, Carmen Bohorquez, de Venezolaanse historica die de uitvoerend secretaris zou worden van de beweging, met hoofdzetel in Caracas. In die video gaf Marcos een historisch overzicht van de Cubaanse revolutie. Hij bevestigde daarin dat zonder die revolutie de sociale en politieke bewegingen in Latijns-Amerika zich nooit hadden kunnen ontwikkelen en sprak een lofrede uit over Fidel Castro. Hij maakte daarmee zijn standpunt duidelijk en het publiek was erg onder de indruk. Marcos kon de geschiedenis interpreteren: Cuba mag dan wel geen paradijs zijn, maar het land was er toch maar in geslaagd de collectieve doelstellingen in de samenleving radicaal te veranderen en dat ondanks alle mogelijke boycots van de naburige Verenigde Staten.

“Als jouw revolutie niet kan dansen, hoef je me niet uit te nodigen” (Marcos) Op 31 december 2012 nodigde de caracol Oventic de deelnemers aan een internationaal seminarie van de Universiteit van de Aarde uit op een nieuwjaarviering. Het ging vooral om de sprekers op het Congres en enkele buitenlanders. Sedert 1995 noemden ze die plek Aguacalientes 2 (de eerste was op bevel van president Zedillo vernietigd). In 2003 was het een Caracol geworden. Deze invitatie betekende een première voor de caracol, want de Zapatisten wilden zeker geen toeristische attractie worden. Het seminarie stopte zijn activiteiten rond 21 uur. Terwijl we nog gauw een hapje aten, gingen we naar de auto’s en de minibusjes, maar van een van die auto’s bleek de benzinetank bijna leeg. Probeer maar om 10 uur op oudejaarsavond benzine te vinden. Iedereen maakte zich al op om te gaan feesten en hier en daar werd al vuurwerk afgeschoten. We verzamelden aan de rand van de stad, terwijl die ene auto een benzinepomp zocht. Het was alleszins veiliger om in karavaan te rijden. Na een uurtje konden we vertrekken en de weg ging langs zo een kronkelig pad dat ik er misselijk van werd.

20


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

We kwamen aan even voor middernacht. Honderden voertuigen van alle soorten stond geparkeerd langs de weg. De hekken van de caracol waren gesloten en werden bewaakt door Zapatisten met met capuchon. Honderden meters beneden ons hoorden we het lawaai van een grote menigte. Het was bitter koud. In het licht van de volle maan leek het landschap een impressionistisch schilderij. Duizenden sterren schitterden aan de hemel. De Zapatisten hadden ons duidelijk heel wat vroeger verwacht en de verantwoordelijken waren al naar de festiviteiten vertrokken, waarvan wij alleen de echo’s konden opvangen. Om middernacht hoorden we flarden van het Mexicaanse volkslied, de roep van de sjamanen, de toespraken van de chefs van de gemeenschap. Ondertussen was de discussie met de bewakers begonnen. Die hadden de toelating niet om de hekken te openen, ze moesten daarvoor de verantwoordelijken raadplegen. Gelukkig waren vier van hen zo vriendelijk het bergpad af te dalen, naar de speelplaats van de school waar de ceremonie plaats had. We ondervonden aan den lijve wat directe democratie en hun cyclisch gevoel voor tijd betekent. Na een tijd zagen we ze opdoemen op de weg, klimmen ging blijkbaar heel wat trager dan dalen. Voor we binnen mochten, moesten we een hoop paperassen invullen: naam, nationaliteit, geboortedatum, beroep en het nummer van ons paspoort. Dat duurde een dik kwartier en daar gingen ze weer, tegen hetzelfde tempo, om toestemming te vragen aan de verantwoordelijken. En eindelijk gingen de hekken open. Dit alles had een uur en een kwartier geduurd, we hadden staan wachten in de kou, we konden niet gaan zitten, maar het was een fascinerende ervaring. Niemand kloeg, integendeel. We daalden het pad af, blij met de goede afloop, en kruisten almaar meer groepen van mannen, vrouwen en kinderen, allemaal met bivakmuts op. De ceremonie was net afgelopen en het dansfeest kon beginnen. Twee muziekgroepen animeerden om beurten het feest. De ene speelde mariachimuziek, de andere volksliederen, alles onder een grote Mexicaanse vlag. Honderden Zapatisten gingen aan het dansen, zonder ophouden, van het ene been op het andere springend op ritme van de muziek. Mijn maag die al wat overhoop lag van de rit, maakte dat ik niet tot grootse prestaties in staat was, maar ik amuseerde me kostelijk. Al die indianen en boeren waren van alle hoeken van het caracol-gebied afgezakt om even aan de dagelijkse sleur te ontsnappen en samen de verjaardag van de opstand van 1994 en het begin van de zonnekalender te vieren. Die laatste behoort wel niet tot hun traditie, maar dateert van de tijd dat ze veroverd werden. Toch hebben ze die ook als de hunne aangenomen. Het feest was nog in volle gang, toen we beslisten naar San Cristobal te keren. Het was drie uur in de ochtend en de weg was nog lang, maar we moesten fit zijn voor het seminarie dat op 1 januari verder gezet werd.

De sociopolitieke organisatie De instellingen van de Zapatisten situeren zich op drie niveaus. Het eerste niveau is dat van de gemeenschappen, gebaseerd op de traditionele structuren en rollen, zowel bij het uitoefenen van de organisatorische taken als op het symbolische vlak. De twee basisprincipes daarbij zijn autonomie en directe democratie. Het tweede niveau, de Marez (Municipios Autónomos Revolucionarios zapatistas), wordt gevormd door de autonome gemeenten of dorpen, waarvan de afgevaardigden door de gemeenschappen verkozen worden. Die komen overeen met de administratieve eenheden, zoals die in de koloniale tijd gevormd werden en die na de onafhankelijkheid met de nodige hervormingen werden overgenomen. Die gemeenteraden

21


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

houden zich bezig met de klassieke taken op dat niveau en de zapatistische eenheden delen hun territorium met niet-zapatisten. De Colleges voor Goed Bestuur, georganiseerd in 2003 als caracoles, vormen een derde en hoger niveau. Ze coördineren de twee voorgaande en het is daar waar de gemeenschappelijke administratieve diensten geleverd worden inzake gezondheidszorg, onderwijs, rechtspraak, die het lokale niveau overstijgen. Alle beslissingen van de Colleges moeten wel goedgekeurd worden door de basis, de gemeenten, volgens het principe “besturen door te gehoorzamen”. Zo een collectief op drie niveaus helpt om een constante en wederzijdse informatiestroom op gang te trekken. Dat liet de Zapatisten toe om in een communiqué van 30 december 2012 (waar we later nog op terug zullen komen) te stellen: “Wij hebben nu al een andere manier van politiek bedrijven ontwikkeld, ook al maken we nog fouten en al zijn er heel wat problemen.” Het EZLN (Ejército Zapatista de Liberación Nacional) heeft een heel bijzondere structuur. Het Zapatistische bevrijdingsleger, in de jaren 80 opgericht in het Lacandonenwoud, wordt geleid door Marcos en is tot de hoogste graden samengesteld uit leden van diverse Mayanationaliteiten. Het was het EZLN dat in 1994 de opstand ontketende en de belangrijkste steden in Chiapas bezette. Sinds het staakt-het-vuren heeft het zich teruggetrokken in de jungle in het zuidwesten van het land en heeft het geen militaire acties meer gevoerd. Maar zolang de Akkoorden van San Andrés niet zijn uitgevoerd, wil het zich niet ontbinden. Om operationeel te kunnen blijven, stuurt elke gemeenschap jaarlijks een bepaald aantal jonge mannen en vrouwen om hun militaire dienstplicht te vervullen. Het leger bestaat vooral uit permanente ‘opstandelingen’ en reservisten die zich regelmatig komen bijscholen.

Einde 2012: nieuwe communiqués Op 30 december 2012 stuurde subcomandante Marcos – na een lange radiostilte - drie communiqués de wereld in, net op het ogenblik dat het Derde Internationaal Seminarie van Reflectie en Analyse plaats vond. We hebben ze gehoord. Het eerste was een gezamenlijk communiqué van het Comité Clandestino de Revolución Indigena (Clandestien Comité van de Inheemse / Indiaanse Revolutie) en van het opperbevel van het EZLN en de twee andere alleen van het EZLN. Dat eerste document was ook het meest relevante. Behalve het feit dat Marcos met zijn boodschap eraan wilde herinneren dat de Zapatisten nog bestonden en dat hun situatie er zelfs op verbeterd was, kwantitatief en kwalitatief, stelde hij ook dat de belangrijkste eis de toepassing was van de Akkoorden van San Andres. Die Akkoorden betekenden de erkenning van de rechten van de inheemse volkeren en ze waren destijds in 1996- vooraleer ze weer werden afgevoerd door de volgende regering- ondertekend door de Federale Regering van de PRI die ook vandaag opnieuw het bestuur van land in handen heeft. In hun typische stijl verklaarden ze meteen: « De politici hebben ons niet nodig om zich in de vernieling te rijden en wij hebben hen niet nodig om door te gaan. » En inderdaad de verkiezingen hadden de PRI (op twijfelachtige wijze) opnieuw aan de macht gebracht, na twee legislaturen van de rechtse PAN en na de oprichting van een nieuwe partij die « links » kan genoemd worden ten opzichte van de PAN, met name de PRD. Voor de zapatisten viel het nieuwe tijdperk van de Mayakalender dus samen de nieuwe politieke conjunctuur in het land. Het communiqué kondigde ook nieuwe initiatieven aan om het Nationaal Inheems Congres te versterken en de banden met de sociale bewegingen nationaal en internationaal opnieuw te

22


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

herstellen. Het herbevestigde nog eens de kritiek op de traditionele politiek van alle politieke partijen die tot dan aan de macht waren geweest. De andere twee communiqués waren specifieker. Een ervan droeg de titel: « Kennen wij u niet? » en het gaf een overzicht van alle namen van de nieuwe politiek verantwoordelijken. De Zapatisten vroeger er zich ook in af of ze die lijst niet op de verkeerde datum (24 december) hadden gepubliceerd. Zou 28 december (dag van de onnozele kinderen) niet beter zijn geweest? Ze gaven een overzicht van wat elk van hen er politiek van gebakken had, van de president over de gouverneurs en de ministers, inclusief de hele paternoster aan misdaden: bloedbaden, opsluiting, corruptie. Het derde communiqué was een open brief aan Luis Hector Alvarez Alvarez van de PAN over de nederlaag van zijn partij. Hij richtte daarin zijn pijlen vooral op de ex-president Felipe Calderón, onder wiens heerschappij Mexico de bloederigste periode uit haar geschiedenis had gekend. Alvarez had net een herdenkingsboek uit onder de titel Corazon indígena. Hij was lid geweest van de Parlementaire Commissie voor Eendracht en Pacificatie (COCOPA) en Marcos had zijn houding toen echt geapprecieerd. Later werd hij door president Fox (PAN) benoemd tot Commissaris voor Vrede in Chiapas en later tot hoofd van de Commissie voor de Ontwikkeling van de Inheemse Volkeren, een opdracht waarbij hij een heel negatieve rol heeft gespeeld. Marcos vroeg hem zijn partij PAN te verlaten en opnieuw zijn vroeger pad te bewandelen. Zoals altijd openden zijn communiqués met literaire citaten, vooral van de Uruguyaanse schrijver Mario Benedetti. Niet-ingewijden vinden die stijl misschien een beetje bizar of alleszins getuigen van beroepsmisvorming, maar het is nu eenmaal Marcos zijn stijl en die zal hij op zijn leeftijd niet meer veranderen. De eis van de Sup aan de regering om de Akkoorden van San Andres en de rechten van de inheemsen te erkennen viel in goede aarde bij een deel van de publieke opinie en zelfs in een aantal politieke middens. De nieuwe Gouverneur van Chiapas van de Partido Verde Ecologista de Mexico (PVEM - door Salinas Gortari opgericht) reageerde positief op het hervatten van de dialoog. Hij liet twee sympathisanten van de zapatistische beweging vrij, die al sinds juni 2012 vast zaten. In het parlement werd een gelijkaardig voorstel ingediend door de Permanente Commissie van de Raad van de Unie. Het voortstel kwam van Dolores Padima, van de PRD, met de steun van enkele parlementairen van de PRI en van de PVEM. Maar drie maanden na de inteventie van Marcos is er nog niets geconcretiseerd. Zelfs in de kringen van links Mexico waren ze wat terughoudend. Sommige konden de Andere Campagne niet vergeten, net zo min als het feit dat ze op één hoop geveegd waren met alle partijen. In Cuba vernam ik van de oud-president van de Mexicaanse senaat dat een aantal linkse politici vond dat Marcos, als hij wilde dat de Akkoorden erkend zouden worden, hij zelf ook eens over zijn houding mocht nadenken en ophouden de buitenlandse hulp voor de gemeenschappen te monopoliseren. Er werd nog maar eens een aantal beschuldigingen geuit aan het adres van de sup om zijn leiderschap te discrediteren, zonder evenwel bewijzen aan te reiken.

23


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Internationale dimensie Al van bij de start had de subcomandante de klemtoon gelegd op de internationale dimensie van de zapatistische actie. Het antisystemisch karakter van de beweging werd klaar en duidelijk onderstreept (het kapitalisme is niet alleen een lokaal verschijnsel). Het bestrijden van het neoliberalisme was de kerndoelstelling van hun verzet. Het groot aantal nationaliteiten bij de deelnemers aan de “intergalactische meeting” van 1996 was daar een zeer zichtbare uitdrukking van en de aanwezigheid van bekende personaliteiten (zoals de Franse socioloog Alain Touraine) onderstreepte bovendien het belang ervan. Het jaar 2007 was het jaar van de Internationale Vergadering voor het respect van de vrouw en in 2009, bij de 15de verjaardag van de opstand, vond het “Wereldfestival van de Waardige Woede” plaats. Alle initiatieven waren erop gericht aan te tonen dat alles in een ruim perspectief moest worden gezien en eraan te herinneren dat er veel werelden zijn in één wereld. Hetzelfde gold voor de internationale seminaries die tussen 2007 en 2012 werden georganiseerd. Bovendien betekende de internationale solidariteit een belangrijke steun voor de beweging. Duizenden mensen over de hele wereld en vooral jonge mensen waren gefascineerd door de doelstellingen en de methoden van de Zapatisten. Velen stonden klaar om de organisatie materieel te ondersteunen. De internationale boerenbeweging, La via Campesina, zocht toenadering tot de Zapatisten omwille van hun ruraal karakter en van hun biologische landbouwmethoden, en stuurde een permanente vertegenwoordiger naar de Zapatisten. De contacten met het Wereld Sociaal Forum, dat voor de eerste keer georganiseerd werd in Porto Allegre in Brazilië in 2001, leverden nauwelijks iets op. De Zapatisten van hun kant vreesden hun autonoom initiatief te verliezen wanneer ze zich engageerden in dergelijke vergaderingen en anderzijds sloot het charter van het Wereld Sociaal Forum in de schoot van hun organisatie principieel activiteiten uit van politieke partijen, maar ook van alle gewapende verzetsbewegingen. Welnu, de Zapatisten hadden in 1994 bij hun opstand wapens gebruikt en het Zapatistische Nationaal Bevrijdingsleger was tot dan toe niet ontbonden , ook al had het geen enkele operatie meer uitgevoerd sedert hun ontstaan. Natuurlijk, als er aan beide kanten goodwill was geweest, hadden ze hiervoor zeker een oplossing kunnen vinden, bij voorbeeld via een NGO, zoals verschillende politieke partijen deden. De aankondiging in het eerste communiqué eind 2012, dat ze nieuwe internationale initiatieven zullen gaan ontwikkelen, heeft natuurlijk interesse gewekt. De titel van het Derde Internationale Seminarie (30 – 31 december en 1 – 2 januari 2013) “Planeet Aarde en Antisystemische Bewegingen’ was veelbetekenend. Aan deze bijeenkomst namen verschillende inheemse bewegingen deel, van de Qoms van Argentinië tot aan de Mapuchi uit Chili, via de CONAIE (Confederacion de Nacionalidades indigenas del Ecuador) van Ecuador en natuurlijk de Zapatisten en verscheidene leden van het Nationale Inheemse Mexicaans Congres. Er was ook een oud-leider van de Amerikaanse Black Panthers, een vertegenwoordigster van de Beweging voor Rechtvaardigheid in de New-Yorkse Wijken, een belangrijke boerenbeweging uit Argentinië en Mexicaanse en Europese intellectuelen. De debatten gaven vast en zeker een duidelijk idee van de richting die de beweging wil inslaan, in haar anti-systemische traditie en in haar verdediging van moeder-aarde. Maar welke nieuw soort initiatieven er zouden komen, is vaag gebleven. Dat moest gaandeweg nog gepreciseerd worden in communiqués die zouden verstuurd worden, niet meer vanuit de bergen van zuidwest Mexico maar vanuit “eender welke uithoek van eender welke wereld”. De communiqués van de eerste maanden van 2013 legden duidelijk de nadruk op het unieke karakter van de nationale en internationale strijd. Met de Zesde Verklaring van het

24


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Lancandonenwoud omschreven ze de beweging als netwerk van verzetsstrijders tegen het kapitalisme. De doelstellingen werden duidelijker: niet langer alleen strijden tégen het kapitalisme, maar ook vóór een nieuwe wereld. Welke wereld? Met wie? Hoe? (Jérôme Baschet, 2013) Om de continuïteit van de beweging te verzekeren werd Moises als tweede sub-comandant aangeduid. Moises, een Tseltal-indiaan, tot dan de luitenant van Marcos, kreeg de opdracht nieuwe initiatieven te ontplooien.

Om te onthouden van de ervaring en de renaissance van het Zapatisme Om te beginnen blijkt het inheemse karakter essentieel voor het voortbestaan van de beweging. Uiteraard is het zapatisme niet uitsluitend inheems en niet alle Zapatisten zijn inheemsen, maar hun strijd om de waardigheid en de identiteit van de autochtone volkeren te herwinnen is wel een basiselement dat als referentiepunt kan gelden voor andere landen waar plurinationaliteit een belangrijk gegeven is. Een tweede opmerkelijk element is het antisystemische karakter van de beweging en het besef dat het noodzakelijk is een ander paradigma te formuleren voor het leven van de mens op aarde. Dat vraagt een globale visie en een allesomvattend besef over de verhouding met de natuur, de materiële onderbouw, de gemeenschappelijke organisatie en de cultuur als duiding van de werkelijkheid en tot slot een sociale ethiek. Of, om het anders uit te drukken, « het goede leven » of « het gemeenschappelijk goed van de Mensheid». Ten derde signaleren we de manier waarop macht wordt opgevat, trouw aan het principe van de basisdemocratie. Het gaat hier om een ander filosofie van dienst aan de gemeenschap die zich situeert op het lokale niveau en als voorbeeld kan dienen, hoe fragiel die ook is en hoe moeilijk te realiseren. Die visie kan zeker ook een inspiratiebron zijn voor het bestuur op het hogere regionale en nationale niveau. De uitdaging voor de toekomst blijft echter de toepassing van deze principes op dat niveau. Een vierde bedenking betreft de « dekolonisering van de geesten »: die zich o.m. vertaalt in de inhoud van het onderwijs, waarbij de kennis van het verleden gekoppeld wordt aan de opbouw van de toekomst. Veranderingen op het sociale en economische vlak kunnen niet zonder culturele wijzigingen. Tot slot: charismatisch leiderschap, dat meestal typisch is voor revolutionaire bewegingen maar ook voor opstanden van boeren en inheemse volkeren, is nuttig om een beweging op gang te brengen en uit te bouwen, maar kan een probleem vormen voor de continuïteit ervan. De zapatisten zijn zich daar overigens zeer van bewust. De zapatisten leverden en leveren een goed voorbeeld in een grondige hervorming voor en nieuw socialisme. Zij realiseren dat op hun niveau met hun ervaring, maar ze leveren ook een visie die hun eigen beperkte horizon overschrijdt. Nu zij zich andermaal afvragen hoe een post-kapitalistische wereld er zou kunnen uitzien, is het de hoogste tijd ook hen een plaats te geven in de andersglobalistenbeweging en de internationale socio-politieke constructie. Uiteraard op voorwaarde dat hun kalender en hun geografie (ofte hun filosofie en hun goodwill) het toelaat, zoals de woudkever Don Durito zou zeggen. Quito 1 maart 2013

25


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

[noten ] 1. De naam Caracoles, van de schelp die de inheemsen gebruiken als hoorn bij hun ceremonieën, staat bij de zapatisten symbool voor de cyclische, niet-lineaire tijdsverloop, voor de manier waarop ze hun samenleving organiseren en besturen. Het is ook de naam van de plaatsen waar de hogere administratieve bestuurseenheden (boven de gemeenten), de gezondheidscentra en middelbare scholen gevestigd zijn. 2. Het Centre Tricontinental werd in 1976 in Louvain-la-Neuve opgericht. 3. Het boek van Jérôme Beschet bundelt een aantal geschriften van de subcomandante Marcos en laat die voorafgaan van een samenvattende inleiding. Het geeft een volledig beeld van het belang van de zapatistische beweging in de Mexicaanse samenleving. Ik wil de auteur graag bedanken voor zijn vakkundige bijdrage aan deze tekst. 4. Over de term “westers “, die zijn Europese oorsprong verraadt, zegt Marcos dat wij een probleem hebben met geografie. 5. In 2001 verscheen van John Holloway ‘Verander de wereld zonder de macht te grijpen. De betekenis van revolutie vandaag.’ Het gedachtengoed van Holloway is vanzelfsprekend veel genuanceerder dan de titel van zijn boek laat vermoeden. In zijn denken maakt hij een onderscheid tussen “de macht over” en “de macht om” en beklemtoont op die manier het belang van sociale bewegingen bij maatschappelijke veranderingen. 6. Elias Contreras, de onderzoekscommisaris van het Zapastisch Bevrijdingsleger, is in de verhalen van Marcos de man die altijd bereid is moeilijke problemen op te lossen. 7. De Mexicaanse senatrice Yeidckol Polevnsky, onafhankelijke en auteur van een boek over José Marti en het evenwicht in de wereld , een boek dat in Cuba erg gewaardeerd is.(2010)

[geciteerde boeken ] AGUIRRE ROJAS Carlos Antonio, Chiapas, Planeta Tierra, Mexico, Ediciones Contrahistorias, 2010. BASCHET Jérôme, La rebellion zapatiste, Paris, Champ-Flammarion, 2004.

Revue du CQFD, mars 2013.

DUTERME Bernard, Indiens et Zapatistes, Bruxelles, Ed. Luc Pire, 1998.

Passés de Mode, les Zapatistes, Le Monde Diplomatique, octobre 2009.

LEBOT Yves, Subcomandante Marcos, El seño zapatista, Barcelone, Anagrama, 1997. MARCOS (sous-commandant), Saisons de la Digne Rage, présenté par Jérôme BASCHET, Paris , Climats (Flammarion), 2009.

26


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

Reeds verschenen MO*papers 2013 • feb 2013: Kan rijst West-Afrika voeden? (Saartje Boutsen en Jan Aertsen) • feb 2013: Hoe komt het dat Afrika de Millenniumdoelstellingen niet haalt? (Dimitri Van den Meerssche)

2012 • • • • • • • • •

okt 2012: Genetisch gewijzigd voedsel als oplossing voor het hongerprobleem? (Hielke Van Doorslaer) sep 2012: Kan zwart-Afrika voedselzekerheid bereiken? (UNDP) sep 2012: What is the Rise of South-South relations about ? (Sanoussi Bilal) apr 2012: Hoe inclusief is onze ontwikkelingssamenwerking? (PHOS) mar 2012: Brengen verkiezingen meer democratie in Congo? (Mieke Berghmans en Nadia Nsayi) mar 2012: Wat na Busan? (Bert Jacobs) mar 2012: Kan de politiek de ontwikkelingssamenwerking redden? (Alex Duncan en Gareth Williams) feb 2012: Wordt het precariaat een nieuwe sociale klasse? (Guy Standing) feb 2012: Waarheen met de revoluties in Egypte en Syrië? (Brigitte Herremans, Pieter Stockmans en Majd Khalifeh)

2011 • • • • • • • • • • •

nov 2011: Kan armoede overwonnen worden? (Abhijit Vinayak Banerjee en Esther Duflo) nov 2011: Is India goed bezig? (Jean Drèze en Amartya Sen) nov 2011: Een keerpunt voor sociale bescherming wereldwijd? (Gijs Justaert en Bart Verstraeten) okt 2011: Heeft ontwikkelingshulp zijn tijd gehad? (Marcus Leroy) okt 2011: 7 billion: development disaster or opportunity? (Hania Zlotnik and Fred Pearce) sep 2011: Erkenning van de Palestijnse staat: een game changer? (Brigitte Herremans) jun 2011: Een uitweg uit de nieuwe voedselcrisis? (Saartje Boutsen) mei 2011: Is het einde van de bevolkingsgroei werkelijk in zicht? (Ronald C. Schoenmaeckers) apr 2011: Waarom gelijkheid beter is voor iedereen (Richard Wilkinson en Kate Pickett) mar 2011: Welke toekomst voor de ontwikkelingssamenwerking? (Nemat Shafik) feb 2011: Realiteit of mythe? Minerale rijkdom als motor van het geweld in het oosten van Congo (Rachel Perks en Koen Vlassenroot)

2010 • dec 2010: Heeft Congo kans van slagen? (Tom De Herdt, Kristof Titeca en Inge Wagemakers) • nov 2010: Heeft de crisis het draagvlak van ontwikkelingssamenwerking ondermijnd? (Tom De Bruyn & Ignace Pollet) • nov 2010: De laatste energiecrisis? Betekent piekolie het einde van de homo Petroliensis? (Elias Verbanck) • sep 2010: Wat doet China in Afrika en Latijns-Amerika? (John Vandaele & Marc Vandepitte) • sep 2010: De millenniumdoelstellingen: wachten op de grote doorbraak? (Lonne Poissonnier & Rudy De Meyer) • jun 2010: Hoe goed zijn Brazilië, China en India in armoedebestrijding? (Emiel Vervliet) • mei 2010: Why is poverty a human right crisis? (Irene Khan and Steven Vanackere) • mei 2010: Wat is nu eigenlijk goed bestuur? (Emiel Vervliet) • apr 2010: Is er Apartheid in het Heilige land? (Korneel De Rynck) • mar 2010: Water zonder grenzen? Het regionaal belang van het Afghaanse water (Benjamin Sturtewagen) • feb 2010: Wat met de Cubaanse revolutie na Fidel Castro? (Marc Vandepitte)

27


nummer 75 – april 2013 – www.mo.be/papers [ Bestaan de Zapatisten nog? ]

• feb 2010: Leidt klimaatverandering tot oorlogen? (Harald Welzer en Jamie Shea) • jan 2010: Mogen we nog dieren eten in tijden van klimaat- en voedselcrisis? (Jonathan Safran Foer en Louise Fresco)

2009 • nov 2009: Spionage in het hart van Europa? (Kristof Clerix) • nov 2009: Hebben de ngo’s hun ziel verkocht aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking? (Jean Reynaert en Patrick Develtere) • okt 2009: Chaos in Afghanistan en Pakistan? (Ahmed Rashid en Jef Lambrecht) • sep 2009: De ‘Gele Reus’ in ademnood? (Samia Suys) • sep 2009: Is ontwikkelingshulp verantwoordelijk voor de armoede in Afrika? (Dambisa Moyo en Kumi Naidoo) • jul 2009: Is dit de nieuwe kolonisering? (International Food Policy Research Institute, The Economist, vertaling Emiel Vervliet) • jun 2009: Kan de G20 de wereld redden? (Emiel Vervliet) • apr 2009: Hoezo, vrije meningsuiting? (Ruddy Doom en Sofie Van Bauwel) • mar 2009: Hebben financiële speculanten 120 miljoen mensen honger laten lijden? (Peter Wahl, vertaling en samenvatting door Emiel Vervliet) • mar 2009: What is the status of human rights in Iran? (Shirin Ebadi) • feb 2009: Hoe zien wij Gaza? (Ruddy Doom en Simone Korkus)

2008 dec 2008: Wat is waardig werk? (Emiel Vervliet) nov 2008: Betalen de armen de prijs van een slecht beleid? (Saar Van Hauwermeiren) okt 2008: Hoeveel armen zijn er nu eigenlijk? (Emiel Vervliet) okt 2008: Blinkt alle goud? (Catapa) jul 2008: Door welke lens kijken wij naar China? (Kristof Decoster) jun 2008: Heeft Congo iets aan zijn mijnen? (Raf Custers) jun 2008: Wie zorgt er voor een échte groene revolutie? (Jan Aertsen en Dirk Barrez) mei 2008: Kan onverschilligheid dodelijk zijn? (Forum for African Investigative Reporters - Vertaling en samenvatting: Emiel Vervliet) • mar 2008: Levert de traditie de oplossing? (Bert Ingelaere) • feb 2008: Kunnen boeren de wereld redden? (Saartje Boutsen) • jan 2008: Neemt de inkomensongelijkheid in de wereld toe of af? (Emiel Vervliet) • • • • • • • •

2007 • dec 2007: Waar de kassa altijd rinkelt? (Internationaal Vakverbond, vertaling: Emiel Vervliet) • dec 2007: Is er leven na Kyoto? (Simon Calcoen, Peter Tom Jones, Edith Vanden Brande en Alma De Walsche) • okt 2007: Zijn de EPA’s levensgevaarlijk? (Marc Maes) • sep 2007: Ligt de Afrikaanse hemel in Barcelona? (Roos Willems, vertaling: Emiel Vervliet) • jun 2007: Hoe erg is het klimaat eraan toe? (IPCC, vertaling: Emiel Vervliet) • jun 2007: Redt de minister van Financiën het klimaat? (Aviel Verbruggen, vertaling: Emiel Vervliet) • jun 2007: Viva el populismo? (Emiel Vervliet en Alma De Walsche) • mar 2007: Veertig jaar bezetting - Hoe lang nog? (Ludo De Brabander & Brigitte Herremans)

2006 • • • •

dec 2006: Hoe geglobaliseerd is de islam? (Olivier Roy) dec 2006: Zit de Congolese toekomst in de grond? (Sara Frederix en John Vandaele) nov 2006: Helpt onze hulp tegen honger? (Saartje Boutsen en Jan Vannoppen) nov 2006: Wil China de wereld overheersen? (Jonathan Holslag)

Al deze MO*papers kunnen gratis gedownload worden op www.MO.be/papers 28

MO*paper #75: Bestaan de Zapatisten nog wel?  

In deze MO*paper buigt Latijns-Amerikakenner François Houtart zich over de vraag of de Zapatisten met hun charismatische leider subcommendan...

Advertisement