__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

24 oktober 2013 36ste Jaargang • nr. 6

‘Ik schaak soms 50 uur per week’ Pagina 12

Burgerrechtenactivist Robert Moses was niet bang voor rake klappen

Biologen tellen bomen en soorten in het Amazonewoud

Als kind maakte Joke van Leeuwen haar eigen huiskrant

Pagina 6

Pagina 7

Pagina 9

KITLV blijft toch in Leiden Maar wel sterk afgeslankt Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) blijft in Leiden, maar in sterk afgeslankte vorm. Waarschijnlijk gaat ruim de helft van de banen bij collectiebeheer en ondersteuning verloren. Door Vincent Bongers Het instituut, gespecialiseerd in Zuidoost-Azië en de Caraïben, is van de Koninklijke Nederlandse Akademie van de Wetenschappen (KNAW). De Akademie wilde het KITLV sterk inkrimpen en naar Amsterdam verhuizen om daar haar geesteswetenschappeninstituten te clusteren. In Leiden stak een storm van protest op. De decanen van Rechten, Sociale Wetenschappen, Geesteswetenschappen en Archeologie stuurden in november 2012 een brief naar het college van bestuur waarin ze de verhuizing ‘een dramatisch verlies’ voor de Leidse academische gemeenschap noemden. Het college deelde deze visie en begon onderhandelingen met de KNAW over behoud van het instituut. En met succes blijkt nu. De bibliotheek van het instituut wordt in beheer overgenomen door de UB, al moet daar nog wel een overeenkomst over worden gesloten met de Vereniging KITLV. Het onderzoeksinstituut blijft van de KNAW, maar wordt gekoppeld aan de faculteit Geesteswetenschappen. KITLV-directeur Gert Oostindie heeft gemengde gevoelens over het akkoord: ‘We blijven in Leiden, en dat is heel verstandig. Het instituut hoort vakmatig hier en nergens anders. We krijgen nu veel vragen uit het buitenland of onze collectie beschikbaar blijft en daar kan ik met vertrouwen op zeggen: “Ja.”’ Ook blijft de vestiging van het KITLV in Jakarta intact. ‘Dus de aanvoer van titels daar vandaan

blijft. Verder komt een deel van de bibliotheek van het in Amsterdam wegbezuinigde Koninklijk Instituut voor de Tropen ook naar de UB.’ Maar er is ook slecht nieuws. ‘Helaas krijgen we te maken met een groot aantal ontslagen. Het is vreselijk dat door bezuinigingen ruim de helft van het personeel bij collectiebeheer en ondersteuning zijn baan verliest. Dat is enorm zuur.’ Er zijn op dit moment ruim 20 voltijdbanen. ‘Ik ben blij dat de KNAW het onderzoeksinstituut KITLV gaat versterken, samen met de Universiteit Leiden. Maar ik blijf teleurgesteld in de KNAW. De Akademie trekt bijna een derde van de ooit door het ministerie geoormerkte subsidie terug. Wij zijn gedwongen dit verlies te nemen.’ Het KITLV verdiende beter, aldus Oostindie. ‘We zijn meermalen zeer goed beoordeeld en zijn financieel solide. We stonden er beter voor dan een aantal andere KNAW-instituten. Maar voor de KNAW ging het eigen grand scheme van een Amsterdams cluster voor alles.’ Het onderbrengen van het KITLV in de UB heeft de nodige voordelen. ‘De leeszaal wordt onderdeel van een groter geheel. Waarschijnlijk met langere openingstijden.’ Maar er zijn ook nadelen. ‘Er zijn minder specialisten die de collectie goed kennen. Ook zal de collectie minder verfijnd worden ontsloten. Maar ik heb er vertrouwen in dat het geen dode bibliotheek wordt en dat het onderzoekscentrum zich sterk zal ontwikkelen. Drie jaar geleden dreigde nog opheffing, en later zijn er ook nog nare scenario’s langs gekomen. Als je het in die context bekijkt, valt het nog een beetje mee. Zeker is dat het college van bestuur echt alles op alles gezet om de verhuizing te voorkomen en het instituut overeind te houden.’

Thomas Blondeau (1978-2013) Schrijver en Mare-redacteur Thomas Blondeau is zaterdagnacht op 35-jarige leeftijd overleden aan een hartslagaderbreuk. Blondeau werd geboren in Poperinge, België. Hij studeerde literatuurwetenschappen in Leiden, schreef drie romans en werkte bij Mare als eindredacteur. Zie pagina 2 en 3. Foto Michiel Hendryckx

‘Tentamen moet vier Student kwetsbaar jaar geldig blijven’ door kamernood

Nooit meer zoeken naar UB-computers

Leenstelsel staat op losse schroeven

De universiteitsraad heeft stevige kritiek op het wegsturen van rechtenstudenten die de vierjaarstermijn hadden overschreden.

Lang wachten tot er een computer vrijkomt in de Universiteitsbibliotheek is verleden tijd. Via de site kun je zien welke er beschikbaar zijn.

Het sociaal leenstelsel lijkt op de helling te staan. Zonder GroenLinks is een meerderheid voor het plan in de Eerste Kamer onwaarschijnlijk.

Pagina 5

Pagina 5

Pagina 4

Verhuurders maken misbruik van de kwetsbare positie van studenten, zegt de LSVb op basis van een enquête onder 700 studenten.

Pagina 4

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 24 oktober 2013

Het West-Vlaams Hoe wij de volkomen belachelijke dood van schrijver en Mare-redacteur Schrijver en Mare-redacteur Thomas Blondeau (35) stierf zaterdag aan een hartslagaderbreuk. Hoe een meesterlijk stylist te vroeg in de knop brak. En hoe wij daarom moeten wenen. Synopsis Een literaire hemelbestormer vindt bij een plaatselijke universiteitskrant een zooitje gelijkgestemden en gaat er zijn zware gemoed te lijf door zijn toetsenbord maniakaal te laten ratelen. Uitgerekend als het persoonlijk geluk hem toelacht en de welverdiende erkenning lonkt, sterft hij aan een door hemzelf beschreven kwaal*.

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Sybren Eppinga (stagiair) sybreneppinga@gmail.com Medewerkers

Emma Anbeek van der Meijden • Robbert van der Linde • Talitha Dehaene • Petra Meijer • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn, richgirl-design.com • Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • prof. dr. A.J.W. van der Does • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • L. ten Hove • D. Jacobs • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • E. Kastelein • S. Kerkhof • E. Merkx • C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver • R. van Wijk • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden.

Hoofdstuk 1. ‘t Es nie hummakkuluk eee Leiden, Gravensteen, cel 110. Diep verscholen in een middeleeuwse gevangenis zitten twee mannen tegenover elkaar aan grote bureaus. In dit gebouw aan de Pieterskerkhof werden de afgelopen eeuwen niet alleen misdadigers opgesloten, ze werden er ook voor de deur opgeknoopt. Eén keer gebeurde dat ook met een hond. ‘Aah, het ruikt weer naar de dood’, begroeten de twee elkaar iedere ochtend als ze het enige glas-in-loodraampje van hun cel openduwen. Zodra de computers snorren en de espresso’s walmen, slingert een van de twee de muziek aan. De dood is weer verdreven. Er kan een krant worden gemaakt. In ongeveer alles zijn de twee elkaars tegenpolen. Eindredacteur Thomas Blondeau (Poperinge, 1978) is een hypersensitieve romancier die vanwege die functie nog wel eens aan het leven lijdt. Dan laat hij zuchtend en steunend zijn vetste Vlaamse accent door de echoënde kamer galmen: ‘t Es nie hummakkuluk eee. Wat het leed op die momenten nog vergroot is het uitzicht. Aan de andere kant van de tafel zit zijn hoofdredacteur** zoals altijd weer de veel-te-nuchtere-Zeeuwmet-eeuwige-niks-aan-de-handhouding uit te hangen. Die heeft nog nooit een sonnet geschreven en beschouwt drummen in een hardrockband als de hoogst haalbare kunstvorm (al zou hij waarschijnlijk surfen ook nog tot “kunst” durven te rekenen in plaats van tot ordinaire sport). Maar hoezeer de twee ook verschillen, soms veranderen ze plotseling in een eeneiige tweeling. Dan beginnen ze onbewust hetzelfde Ramones-refrein (“pa-pa-papa, pa-papa-papa, I Wanna Be Sedated”) mee te zingen, fluiten opeens simultaan een gitaarsolo mee, of bestoken binnenstormende redacteuren, vormgevers en stagiair(e)s met dezelfde zwartgallige humor. ‘Nog even en dan maken we elkaars zinnen af ’, zegt de een. ‘En daarna hoeven we helemaal niks meer tegen elkaar te zeggen’, zegt de ander. Zo ging dat vele jaren, en vele Mares, buitengewoon goed.

ISSN 0166-3690

Hoofdstuk 2. Begin anders gewoon bij het begin De eerste keer dat ik*** Thomas zag, was op een feestje van die andere literair begaafde redacteur, Christiaan Weijts. Thomas was net begonnen als onze freelance student-correspondent en onderwierp me op Chris’ balkon meteen aan een kruisverhoor. De reden: in een recensie had ik een Captain Beefheart-referentie gebruikt. Dat was een absolute doodzonde, oordeelde Thomas, tenzij ik nu, subiet, alle titels uit het Beefheart-oeuvre achter elkaar kon opnoemen. En, oh ja, die studie Nederlands die ik net had afgerond, ‘stelde niets voor’. Daarom was hij zelf overgestapt naar literatuurwetenschap, dat had ‘veel meer diepgang’. Terwijl ik na zeven jaar in de Grote Stad eindelijk mijn Zeeuwse accent**** wist te verbergen, werd ik hier nota bene door een Belg afgeblaft in smetteloos ABN waar zelfs al enkele Leidse erws doorheen schemerden. Ondertussen legden zijn vingers vol blinkende ringen zijn haar in model. Altijd op je eerste indruk afgaan, dacht ik op weg naar een vers biertje. Wat een blaaskaak. De bravoure van Blondeau kende ik tot dan toe enkel nog maar van papier. Als nieuwbakken eindredacteur probeerde ik zijn wekelijkse bombardement aan krankzinnige metaforen en in roomboter gebakken beeldspraak uit de krant te houden. Zulke zwierigheid en mooischrijverij heurden niet in de kolommen, oordeelden de toenmalige hoofdredacteur en ik eensgezind. We noemden hem smalend ‘het dichtertje’. Maar al snel ontdekten we dat die bravoure schijn was. Toen er een plek op de redactie vrijkwam en hij - in het café - werd uitgenodigd om daar eens over te praten, legde hij bijna bibberend een kladblok op tafel. Zenuwachtig krabbelde hij daarin wat er allemaal van hem verwacht werd. Op zijn eerste officiële werkdag had hij een cadeautje mee voor de baas. Een fles champagne, dat dan weer wel. Hoofdstuk 3. Verklaar de oorlog Eenmaal op de redactieburelen bleek Thomas de Bluffer nauwelijks nog te bestaan. Hij was weliswaar een intellectueel zwaargewicht, heel ad rem en superbelezen, maar onder dat dikke kennispantser zat een zachtaardige, grappige en innemende***** emo verborgen. Natuurlijk, de quasi-hautaine wijsneus in hem, die de voet van zijn wijnglas tussen

*** Aah, toch maar weer ‘ik’. Lekker consequent, schrijvertje van likmevestje.

* En nu niet meteen gaan janken, oké? Je moet nog tweeduizend woorden.

**** Ja joh, begin anders nog even over rijke lokale tradities als het ganstrekken of katknuppelen. Werktitel, vrij naar BLØF: Een trekschuit met tegenwind. OVER WIE GAAAAT HET HIER NU EIGENLIJK???

** Toe maar, anders ga je het lekker over jezelf in de derde persoon hebben, jij durfal!

***** Zozo, de bijvoeglijk naamwoorden waren weer in de aanbieding vandaag?

Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn.

Tot afgelopen zaterdag, want toen ging er één van de twee dood. En toen werd alles opeens volkomen banaal.

duim en wijsvinger klemde of bier dronk met een fier omhoog gestoken pink, wilde best nog wel eens achteloos beweren dat de helft van alle proefschriften/hoogleraarbenoemingen/… (hier invullen) … nauwelijks iets voorstelde. Maar veel vaker zagen we de beroepspiekeraar, die na een telefonisch interview van twintig minuten teleurgesteld moest constateren dat zijn voorbereiding (alle boeken van de desbetreffende prof doorploeteren) toch weer iets te grondig was geweest. Dan maar even afreageren in de kroeg, waar tot ver in het voorjaar ‘de dagelijkse kerstborrel’ in ere werd gehouden. Mede daardoor groeiden de cafés Burgerzaken en De Burcht uit tot de broedplaats van de zelfbenoemde ‘Leidse cirkel’ – een groep van jonge literaire hemelbestormers die allemaal wel iets met Mare te maken hadden (gehad): Ilja Leonard Pfeijffer, Christiaan Weijts, Franca Treur, Gerardo Soto y Koelemeijer, Arjen van Veelen******. Met de nodige zelfspot verklaarden ze er collectief de oorlog aan de Amsterdamse grachtengordel. Vooral Christiaan en Thomas waren daarbij voortdurend verwikkeld in een al dan niet ironisch we-zijndan-wel-collega’s-maar-toch-ookconcurrenten-duel. Chris schreef totaalromans vol klassieke muziek, beeldende kunst, Venetië en was daardoor een ideale oogappel voor het doorgaans grijze recensentencorps dat hem als een cultureel correcte zielsverwant beschouwde. Dat hun schijnbare leeftijdsgenoot zich had vermomd als jongeling maakte het alleen maar spannender: hij liet zijn personages immers allerlei ‘moderne fratsen’ uithalen zoals sms’ en******* of zelfs chatten via msn! Chris brak met zijn debuut Art. 285b (2006) dan ook meteen keihard door. Op basis van verkoopaantallen en nominaties was het dus 1-0, al moest hij het in de derde helft dan weer afleggen omdat Thomas, eerlijk is eerlijk, veel beter tegen drank kon. Die had met gedichten als ‘Hoe ik mijn kloten op een ijsblok legde’ al verraden niet per se moeiteloos te willen instromen in het geëffende literaire landschap van zijn voorgangers. Zijn debuut eX (2006) is een tegendraads boek over een groep jongeren die het opneemt tegen de lelijkheid. De roman heeft met een eigen (vuilbekkende) smoel, duizelingwekkende perspectiefwisselingen en briljante stijl. De spectaculaire ontknoping wordt naverteld in een paginalang durende knipselmap van hilarische nieuwsberichten. Critici erkenden het talent maar klaagden, zoals ze vaker zouden doen, dat zijn personages ‘zo onsympathiek’ waren. Maar ho eens even: sinds wanneer was dat een criterium? Frits van Egters en Henri Osewoudt, waren dat dan zulke toffe jongens? Ik was meteen fan, maar vond******** de opvolger Donder-

****** En jij dan, literaire lakei? Jij mocht zeker alleen bier halen? ******* Recensent Max Pam omschreef sms’en als ‘iets wat ik jonge meisjes altijd zie doen.’ No shit. ******** Ikke ikke ikke... Who de fuck cares wat jij ervan vindt jonguh!

hart (2010) tegenvallen. Dit was opeens een ‘normale’ roman, over een journalist die de terroristische aanslagen in Londen op briljante wijze mis wist te lopen. Tuurlijk, het was razend knap geschreven en zat propvol met plot, cultuurbespiegelingen en menselijk tekort, maar toch… Het was zo gewoon, zo zoals het hoort. Gelukkig verscheen vorige maand Het West-Vlaams versierhandboek (2013) waarin Thomas weer zijn ouderwetse ik was. Om een mislukte liefde te verwerken keert hoofdpersoon Raf terug naar zijn geboorteshithole waar inmiddels een opstand gaande is: het dorp wil zich wil afscheiden van Vlaanderen. Het is een briljant verteld verhaal waarin dagboekfragmenten, het daadwerkelijke versierboek-in-wording en revolutionaire redevoeringen over elkaar heen buitelen en telkens weer worden onderbroken door cynische voetnoten********* waarin de auteur zichzelf met gitzwart commentaar te kakken zet. Hoofdstuk 4. Ga naar buiten Maar wat deed een Groot Schrijver na al die jaren eigenlijk nog steeds bij dat Leidse schoolkrantje? Dat moeten zijn literaire collega’s en stadsgenoten – want snakkend naar de scene was Thomas jaren geleden toch naar Amsterdam verhuisd – vaak hebben gevraagd. Het antwoord, zoals hij dat aan mij gaf, luidde: buiten blijven komen, met vreemdelingen praten, het onbekende opzoeken. Hij wilde niet de door Koot en Bie bespotte binnenvetter worden die een hele dag schaaft aan één zin, die talloze keren herschrijft op verschillende locaties, met verschillende soorten pennen en potloden, en daarbij ook per se een pond drop moet eten. Schrijvers die eeuwig rondjes om hun eigen navel draaiden, kende hij namelijk al genoeg*********. Hij wilde elke dag dingen doen waarvoor hij eigenlijk bang was, zei hij zaterdag nog in zijn laatste interview. En dankzij de journalistiek had hij toch maar mooi met zowel Nobelprijswinnaars als pornosterren gepraat. Naarmate zijn roem en het aantal columns (HP/De Tijd, De Standaard, De Morgen, Jobat, Psychologisch, Cobra.be, nrc.next) steeg, nam ook het aantal media-optredens toe. Daarbij was het vermakelijk om te zien hoe de andere kant van de journalistiek werkte. Want al was het bij Mare, met een steeds harder krimpende bezetting, soms kunst- en vliegwerk om de kranten te vullen, ook de grote jongens bleken soms maar wat aan te modderen. Waarom er ‘een sirene’ in zijn laatste boek zat (pardon?), of was het toch ‘een zeemeermin’ (ook niet)? Of het klopte dat hij homo was (nee), en waarom eigenlijk niet (ehm…tjsa)? Ook sterverslaggevers van de Volkskrant die voor publicatie inzage beloofden, bleken grote moeite te

********* Dus dat ben je hier de hele tijd aan het doen! Je zit ‘m gewoon keihard na te apen! Nepper! ********** Nieuwsgierig? Zoek even op Twitter wie zijn dood allemaal ‘verschrikkelijk’ vonden hoewel ze hem ‘eigenlijk helemaal niet kenden’. Die dus.


24 oktober 2013 · Mare 3

Rouwhandboek Thomas Blondeau (1978 - 2013) moeten verwerken hebben met de deadline**********, ook al bleven ze verzekeren het stuk ‘er echt zo aan kwam’. Een Vlaamse journalist met chronisch tijdgebrek durfde zelfs te vragen of hij alsjeblieft, voor die ene keer, zelf het interview met zichzelf wilden uittikken, en dan het liefst 1200 woorden. Soms deden die journalisten juist weer allemaal hetzelfde. Dan schreven ze voor de zoveelste keer Brusselmans’ roman Ex-schrijver aan hem toe, begonnen ze weer over zijn ‘helblauwe ogen’, of dat hij thuis koekjes serveerde. En dan die fotografen: of-ie even in zijn bed wilden liggen, met de dekens zover mogelijk over zich heen. Of zijn badjas wat verder open mocht. Vorige week nog, toen hij zich vanwege rugklachten nauwelijks kon bewegen en in België aan zijn bed was gekluisterd, vroegen ze of hij toch echt niet even naar Amsterdam kon komen. Dat hij helemaal naar de klote was, dat was juist goed voor de foto. Hoofdstuk 5. Verzin een happy end Dankzij Thomas ging ik elke dag fluitend naar mijn werk. Als we op maandagochtend weer vrijwillig onze dodencel betrokken en informeerden naar elkaars weekend bleek hij altijd gewoon te hebben doorgetikt. Hij werkte gruwelijk hard, elke dag van de week. In zijn vier dagen bij Mare sloeg hij regelmatig de lunch over. Dan moest weer een column/opiniestuk/hoofdstuk/ bloemlezing af. Waarom niet even ontspannen, vroeg ik me dan af, als eeuwig blije lulhannes. Hij deed het om niet te hoeven piekeren. Zijn ratelende toetsenbord moest de sombere gedachten overstemmen. Want: ‘t Es nie hummakkuluk eee. Tikken als troost, het werkte. En inderdaad, hoe druk hij het ook had, hij klaagde er hij nooit over. Altijd was alles op tijd af************, en er hoefde meestal geen letter aan te worden veranderd. Deze zomer ging hij voor het eerst in jaren op vakantie naar de zon, met zijn nieuwe lief. Na het nodige hartzeer (zie daarvoor Het West-Vlaams versierhandboek) was hij zowaar dolgelukkig. Hij straalde. En toen het boek verscheen, gloorde ook nog eens De Grote Doorbraak aan de horizon. Het kon opeens niet mooier. Tot hier het happy end. Zaterdag werkte hij bij zijn ouders in Poperinge aan een stuk over zanger Morrissey, die net een autobiografie uit had. ‘Heb je hem weer’, foeterde zijn eeneiige tweelingcollega altijd zodra het megalomane gehijg in hun kamer klonk. ‘De meest overschatte ijdeltuit ooit.’ ‘Jongen. Hij is geniaal.’ ‘Een onuitstaanbare aansteller is het. Weet je wat geniaal is? Slayer!’ Rond half elf uur ging Thomas in zijn ouderlijk huis naar boven om zijn recensie af te tikken. Die nacht scheurde er een slagader in dat godverdomde donderhart van hem. Zijn ouders vonden hem met zijn vingers op het toetsenbord. ‘Hij stierf zoals hij leefde’, sprak zijn moeder dapper. Sindsdien staat de wereld stil. Door Frank Provoost

*********** Nee, jij bent lekker op tijd... Leveren! Sneller! ************ Ja, hij wel hè? Schiet. Nou. Toch. Eens. Op. Man.


4  Mare · 24 oktober 2013 Nieuws

Engelstalige masters Studenten krijgen meer keuze om een Engelstalige masteropleiding in het buitenland te volgen. In Europa groeit dit aantal gestaag. Dat blijkt uit een inventarisatie van Institute of International Education. Met ruim negenhonderd Engelstalige masters is Nederland na Groot-Brittannië koploper. Het totaal aantal masters in Europa is sinds 2011 met 42 procent gestegen. In Nederland nam het aantal Engelstalige opleidingen toe met zestien procent ten opzichte van 2011 tot 946. De meeste keuze is er voor studenten bedrijfskunde en economie. Duitsland en Zweden doen het ook goed met meer dan 700 opleidingen. Denemarken was de grootste stijger in twee jaar. Het aantal masterprogramma’s liep met 74 procent op tot 327 opleidingen.

Geen schurft Onder Groningse studenten was twee weken geleden een uitbraak van schurft. De GGD kreeg zeven meldingen binnen. Navraag bij de GGD Hollands Midden leert dat er de afgelopen week geen meldingen binnen zijn gekomen over schurft onder Leidse studenten. In Groningen was geen sprake van een epidemie. De Groningse studentenverenigingen zijn door de GGD ingelicht over de uitbraak. Volgens woordvoerder Henny Vermaas van de GGD Hollands Midden zijn begin dit jaar elf meldingen binnengekomen ‘waaronder enkele studenten’. Een uitbraak onder studenten is geen onbekend fenomeen. Vorig jaar deed de GGD nog een oproep aan Leidse studenten om alert te zijn op schurft en de bof.

Vote Barry Badpak Met de werknaam ‘Partij van Tegenwoordig’ wil Wouter Vermeulen, de man achter Barry Badpak, volgend jaar meedoen met de Leidse gemeenteraadsverkiezingen. Het nieuws over de stadspartij in oprichting kwam naar buiten, omdat D66-raadslid Aad van der Luit op Sleutelstad FM meldde dat hij is gevraagd door Vermeulen. Door zijn eigen partij is Van der Luit op plek 9 gezet, terwijl hij minimaal op plek 5 had gerekend. Als hij na een interne stemming niet op een verkiesbare plaats komt, behoort aansluiting tot de nieuwe partij tot de mogelijkheden. Over de plannen van Vermeulen is nog niets bekend.

Geneeskundeprijs Tom Ottenhoff heeft vorige week woensdag de Eijkman Medaille in ontvangst genomen. Hij krijgt de prijs voor zijn onderzoek naar het ontrafelen van de immunologie van lepra en tuberculose. Volgens de organisatie heeft Ottenhoff met zijn werk een belangrijke bijdrage geleverd aan de kennis van de menselijke afweerreactie tegen die twee ziektes. Ottenhoff is sinds 2001 werkzaam bij het Leids Universitair Medisch Centrum als hoogleraar Infectieziekten. De Eijkman Medaille wordt onregelmatig uitgereikt aan Nederlanders die zich onderscheiden op het gebied van tropisch geneeskundig onderzoek en internationale gezondheidszorg.

Duurzaamheidstop 100 Bioloog Wouter Bruins en sterrenkundige Frans Snik van de Universiteit Leiden staan dit jaar in de Duurzaamheidstop 100 van Trouw. Op de lijst staan honderd Nederlanders die opvielen door hun bijdrage aan een duurzame aarde. De vijfde editie kent veertig nieuwe binnenkomers. Bruins is er een van. Zijn naam prijkt op plaats 16. De bioloog slaagde erin om het geslacht van een bevrucht ei in een eerder stadium vast te stellen. Dat voorkomt dat er jaarlijks 45 miljoen haantjes in Nederland worden gedood. Snik volgde op plaats 60. Hij kwam met het plan om fijnstof te meten met een iPhone. Vorig jaar sleepte hij met dit idee de Academische Jaarprijs binnen. Deze zomer vonden de eerste metingen plaats. Marjan Minnersma van actieorganisatie Urgenda stond voor het derde achtereenvolgende jaar bovenaan.

‘Tentamenuitslagen zeker vier jaar geldig’ Universiteitsraad kraakt ‘onwenselijke’ regeling bij Rechten De universiteitsraad heeft stevige kritiek op het wegsturen van rechtenstudenten die de vierjaarstermijn hadden overschreden. Het college moet er scherper op toezien dat de faculteiten niet teveel afwijken van het model onderwijs en examenregelingen (OERen) van de universiteit. De rechtenfaculteit had in haar regeling vastgesteld dat de cijfers van rechtenstudenten behaald in het tweede en derde jaar van de bachelor na vier jaar studie vervallen. Vakken die behaald waren en die zijn vervallen, vervallen direct opnieuw

Door Vincent Bongers

indien een student bij die opleiding het betreffende vak nogmaals met goed gevolg zou afleggen. Dus kunnen deze studenten hun studie niet vervolgen, tenzij de examencommissie de geldigheidsduur van hun tentamens verlengt. Uiteindelijk moesten 25 studenten eigenlijk de studie verlaten. Maar daar stak de landelijke politiek een stokje voor. Na Kamervragen besloot minister van Onderwijs Jet Bussemaker dat de trage rechtenstudenten een laatste kans moeten krijgen. Een deel van hen gaat in de herkansing. Hoe de rechtenfaculteit deze herkansing vorm gaat geven, is nog niet duidelijk. De universiteitsraad is niet blij

met de gang van zaken bij Rechten. In een advies schrijft de raad dat ‘het college nauw moet toe zien op de implementatie van facultaire OERen.’ Dit om te voorkomen dat faculteiten teveel hun eigen plan trekken. De regeling bij rechten is een stap te ver. ‘Deze is in strijd met het model-OER en kent nadelige ethische en praktische elementen.’ Het model geeft aan dat elk individueel tentamen een geldigheidsduur van tenminste vier jaar moet hebben. En dat geldt voor alle opleidingen, vindt de raad. Dus het vervallen van alle cijfers behalve die van de propedeuse na vier jaar bachelor, is gewoon niet toegestaan. En dat moet zo blijven, blijkt uit het advies.

De raad merkt ook nog op dat een ‘onwenselijke consequentie’ van de rechtenregeling is ‘dat studenten na vier jaar studeren met slechts een propedeusebul weggestuurd worden.’ Het college legt de OERen van opleidingen niet ter controle naast het model, bleek tijdens de raadsvergadering vorige week. De raad vindt dat wel nodig. Joost Augusteijn, fractievoorzitter van de personeelspartij Abvakabo/FNV na het overleg: ‘De raad heeft in 2012 stevig onderhandeld met het college over de invoering van een bsa in het tweede jaar. Dan kan het niet zo zijn dat faculteiten op eigen houtje dit soort maatregelen doorvoeren.’

Kamernood in kaart Particuliere kamerverhuurders maken misbruik van de kwetsbare positie van studenten, zegt de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) op basis van een enquête onder 700 hogeschool- en universiteitsstudenten. Zo moeten sommige uitwonende studenten het zonder huurcontract doen (6 procent) of inschrijving bij de gemeente (3 procent). In dat laatste geval maak je geen aanspraak op de basisbeurs. Twaalf procent heeft bovendien flinke bemiddelingskosten betaald aan een huurbaas of makelaar, wat meestal niet legaal is. Dergelijke praktijken komen het meest voor bij particuliere verhuur. Van de respondenten die nog bij hun ouders wonen heeft bijna de helft een reistijd naar de collegebanken van meer dan een uur. Maar liefst 55 procent van de thuiswonende studenten zou dan ook best een kamer willen, maar kan er geen vinden. De LSVb maakt zich daardoor extra zorgen over het effect van politieke plannen rond de studiefinanciering en de ov-studentenkaart. Het kamertekort in heel Nederland is volgens het rapport momenteel 30.000.

Van de uitwonenden heeft 65 procent de woonwensen moeten bijstellen. Zij kwamen bijvoorbeeld terecht in kamers die duurder, kleiner of slechter onderhouden waren dan aanvankelijk gewenst. Toch is uiteindelijk slechts tien procent echt

ontevreden met de woonsituatie. In het LSVb-rapport is verder te lezen dat de gemiddelde huurprijs voor een studentenwoning 372 euro is inclusief gas, water en licht. Opvallend is dat de woonlasten van studenten met een zelfstandige

woonruimte gemiddeld niet veel hoger zijn dan die van studenten op kamers, omdat juist die eerste groep vaak huurtoeslag ontvangt. Volgens de LSVb wordt met die regelgeving een verkeerde stimulans gegeven.

MvW

Discosoep met weggegooide groente ‘Het is lekkere tomatensoep. Er zit echt van alles in, maar zo ben ik net een vuilnisbak’, lacht Leidse rechtenstudent Faruk. Vorige week woensdag vroegen vijf Leidse studenten aandacht voor Wereldvoedseldag. Zo maakte het Youth Food Movement discosoep van bijna weggegooide tomaten, paprika’s, bloemkool en wortel. Op het Plein in Den Haag draaide een deejay zijn beats. Iedereen kon gratis een kop soep of een bakje bijna verspild fruit komen

eten, dat anders in de container was verdwenen. Om met de politiek in contact te komen heeft de Leidse rechtenstudent Kirty Matabadal (25) een grote kas op het Plein neergezet. Zij wilde iets doen met Wereldvoedseldag. ‘Via Facebook had ik een oproep geplaatst. Ik wilde echt iets ondernemen. Iets doen en niet te veel lulpraatjes’, zegt Kirty. Ze deed het samen met vijf andere studenten. Vier uit Leiden en een uit Amsterdam.

Het comité heeft verschillende culturele achtergronden, van Afghaans tot Zuid-Afrikaans. Commissielid en rechtenstudent Mmapule Mohajane (23) is een echte vleeseter, maar gooit niet zomaar eten weg. ‘Het is misschien ook een cultureel dingetje. Mijn roots liggen in Zuid-Afrika. Daar is eten echt een luxe. Je eet echt alles op. Dat hoort’. Na een flashmob van dansende scholieren en een optreden van Braziliaanse sambadanseressen is het tijd

voor serieuze zaken. Er is een debat georganiseerd waar bedrijven, jongeren en politici aanwezig zijn om te praten over voedselverspilling en duurzaam voedsel. Naast enkele Kamerleden was staatssecretaris Sharon Dijksma van de partij. Zij kreeg ‘gratis advies’ van de aanwezigen. Er was voor duizend man discosoep gemaakt. Maar door de kou zijn slechts 500 magen gevuld. ‘De resten gaan naar de dieren. Dan is de keten sluitend’, aldus uitdeelster Elke Mulder. SE


24 oktober 2013 · Mare

5

Nieuws

‘Het is hier echt geen Big Brother’

Leenstelsel op de helling

De universiteit is bezig met het opstellen van een regeling studeren in het buitenland. De universiteitsraad is kritisch over het voorstel.

Het sociaal leenstelsel staat behoorlijk op losse schroeven. Zonder GroenLinks is een meerderheid voor het plan in de Eerste Kamer onwaarschijnlijk.

Dat bleek tijdens een vergadering vorige week. Het college gaat een deel van de regeling opnieuw bekijken. Er worden een hoop gegevens gevraagd aan de studenten en het stuk is nogal dwingend geformuleerd, vinden sommige raadsleden. Zo wil de universiteit weten waar de student verblijft en moet er een contactpersoon in het buitenland en in Nederland worden opgegeven. Het wordt volgens de raad niet duidelijk gemaakt aan studenten waarom de universiteit deze informatie nodig heeft. ‘De universiteit heeft een algemene zorgplicht voor medewerkers en studenten’, zei rector magnificus Carel Stolker vorige week bij een overlegvergadering van de raad. ‘Het is niet helemaal duidelijk juridisch uitgekristalliseerd waar die plicht ophoudt. Het is in ieder geval zo dat we studenten die in het buitenland in de problemen komen te-

rughalen naar Nederland. Als ze dat willen tenminste. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de onlusten in Egypte in 2011. Maar daar hebben we de gegevens wel voor nodig.’ Daniel Mandel, hoofd juridische zaken van de universiteit, legde een week eerder al uit dat een regeling nodig is. ‘We wilden in 2011 studenten weghalen uit Cairo. Toen bleek dat we van veel studenten geen gegevens hadden.’ Volgens Mandel zijn de gegevens niet bedoeld om studenten ‘in de gaten te houden. Het is geen big brother-verhaal. Maar puur om te helpen in geval van nood. We willen daarom in het buitenland en ook in Nederland een aanspreekpunt hebben.’ Mara Lammerdin van studentenpartij BeP tegen het college: ‘Als je het stuk leest dan krijg je de indruk: “De student moet dit allemaal”. Er wordt alleen niet duidelijk uitgelegd waarom al die informatie nodig is.’ Stolker beloofde daarop te kijken of het doel van de regeling duidelijker kan worden omschreven. VB

Flinke obstakels door nieuwe gedoogpartners

DOOR MARLEEN VAN WESEL Ook de oppo-

sitiepartijen D66, ChristenUnie en SGP, die het nieuwe begrotingsakkoord van twee weken geleden wel steunen, hebben bezwaren tegen het plan. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker wilde het sociaal leenstelsel, waarbij de basisbeurs een lening wordt en de ov-studentenkaart verdwijnt, aanvankelijk volgend collegejaar al invoeren voor studenten die beginnen aan een bachelor óf master. Deze zomer drongen D66 en GroenLinks aan op uitstel naar 2015. Beide partijen waren op zich voor een leenstelsel, maar onder een aan-

tal voorwaarden. Zo vond GroenLinks dat er lager collegegeld, een hogere aanvullende beurs en investeringen in kwaliteit tegenover moesten staan. Ook wil GroenLinks de ov-studentenkaart niet kwijt, terwijl Bussemaker daar een alternatief voor wil. Of dat een trajectkaart wordt, een kaart voor buiten de spits of nog iets anders, is nog niet bekend. ‘Die eisen van ons staan nog steeds’, laat Diederik ten Cate van GroenLinks weten. Hij stelt dat in het nieuwe akkoord ‘deze maatregelen niet genomen zijn en steun van GroenLinks dus niet dichterbij is gekomen.’ Hij sluit niet uit dat GroenLinks alsnog akkoord gaat wanneer de eisen worden ingewilligd. In het begrotingsakkoord dat twee weken terug werd gepresenteerd door het kabinet en D66, ChristenUnie en SGP is wel te lezen dat er komend jaar en in 2015 650 miljoen euro extra naar onderwijskwaliteit

en innovatie gaat. In de jaren daarna wordt dat telkens 600 miljoen. Over het leenstelsel zijn daarbij geen afspraken gemaakt. ‘We durven nog niet te juichen’, reageert LSVb-voorzitter Jorien Janssen. ‘Bussemaker heeft haar plan immers nog niet ingetrokken. Maar alle verschillende voorwaardes en eisen van oppositiepartijen maken het haar wel erg lastig.’ Dat studenten nog altijd in onzekerheid zitten, vindt de studentenvakbond kwalijk. ‘Je wil plannen maken, maar dat gaat nu niet. Het is nog niet eens zeker of dat uitstel naar 2015 wel door zou gaan voor de masterfase.’ De geplande protestactie van 9 november tegen het afschaffen van de ov-studentenkaart gaat dan ook gewoon door. ‘We rijden met een trein waarin allerlei spoorcolleges worden gegeven door Nederland. Daarbij zullen we ook in Leiden stoppen.’ Foto Marc de Haan

Minder specialisten nodig Er moeten minder specialisten komen, en dus ook minder artsen, vindt het Capaciteitsorgaan. Voordat je medisch specialist bent, moet je je eerst jarenlang specialiseren. Als iemand vervolgens geen werk vindt, is dat zowel zuur voor die specialist als voor de samenleving die gemiddeld een miljoen in diens opleiding investeerde. Tegelijkertijd wil je ook niet dat er te weinig specialisten zijn. In Nederland bestaat er daarom een zogeheten Capaciteitsorgaan dat zo goed mogelijk probeert te adviseren over hoeveel opleidingsplekken er moeten zijn, met als doen om de balans tussen vraag en aanbod te vinden. Elke paar jaar komt het orgaan met een nieuw advies aan de minister van Volksgezondheid, en afgelopen maandag was er weer eentje. De vorige keer was de verwachting dat de instroom van buitenlandse spe-

cialisten zou dalen, maar dat is niet gebeurd. Daarnaast wil de minister graag dat meer specialistenwerk in de toekomst gedaan wordt door verpleegkundig specialisten en zogeheten physician assistants. Het aantal opleidingsplekken voor specialisten moet dus omlaag, adviseert het Capaciteitsorgaan. Voor de huisartsenij zijn vraag en aanbod wel redelijk op elkaar afgestemd. Het orgaan signaleert ook dat er nu al ongeveer twee keer zoveel artsen wachten op een plek opleidingsplek als er jaarlijks plekken zijn. Bijkomend advies is dus om de instroom voor de opleiding tot basisarts te beperken van 3050 naar 2700. Overigens signaleert het Capaciteitsorgaan ook een doorgaande feminisering: ‘bij de specialisten is nu 63% man en 37% vrouw, bij de mensen in opleiding is die verhouding omgekeerd.’ BB

Zicht op vrije UB-computers Lang wachten en hopen dat er eindelijk een computer vrijkomt in de Universiteitsbibliotheek is verleden tijd. Via http://bibliotheek.leidenuniv.nl/vrijecomputers kun je sinds enkele weken checken welke computers nog beschikbaar zijn. Vooralsnog staan op deze pagina alleen de grote computerzaal in de UB en de leeszaal van de East Asian Library. ‘Dat worden er meer’, verzekert Kurt de Belder, directeur Universitaire Bibliotheken Leiden. ‘De plattegronden voor de andere bibliotheken moeten alleen nog even uitgetekend worden.’ Hij verwacht dat de beschikbaarheid van alle NUWD-plekken op bibliotheeklocaties nog dit jaar in kaart gebracht kunnen worden. ‘Via Twitter hebben we al een behoorlijk aantal positieve reacties ontvangen. Je moet je wel realiseren dat de check elke minuut ververst wordt. Wanneer je thuis even kijkt,

kan de situatie veranderd zijn tegen de tijd dat je hier bent. Maar je kunt natuurlijk ook even de UB-app op je telefoon raadplegen als je er bijna bent.’ Op de pagina is niet te zien of studenten hun boeken als een strandlaken rond een computer draperen, om vervolgens langere tijd weg te blijven. ‘Uit een enquête van vorig jaar weten we wel dat studenten regelmatig computers aantreffen die op die manier gereserveerd zijn’, vertelt De Belder. Sindsdien is de periode dat computers gelockt zijn verkort naar twintig minuten. Dat zou een schappelijke tijd moeten zijn voor toiletbezoeken en koffiepauzes. De Belder: ‘We houden tegenwoordig ook regelmatig controlerondes. Boeken en andere spullen bij een onbezette computer stoppen we in een mandje. Die mogen mensen altijd ophalen, maar zo kunnen de computers tenminste ten volle benut worden door studenten.’ MVW

‘Ik doop u…’ ‘Je blijft je profileren’, zegt oudroeier Peter Rietman van de ploeg Varahaghatta (1997) van Asopos de Vliet. Het was maandagavond tijd voor een botendoop bij de Leidse studentenroeivereniging. De verenigingsvlag ligt over de naam gedrapeerd. De kelk met water staat klaar voor de doop. Een boot krijgt in ieder geval de naam Varahaghatta. De roeiers van de vermaarde lichte acht uit 1997- hebben nog steeds het clubrecord bij de lichte acht in - zijn verguld met hun bijdrage aan de club. ‘Ik ben diep geroerd. Maar dat is de ploegrekening ook’, lacht Rietman. De ploeg heeft een van de twee gedoopte exemplaren deels gesponsord. ‘Een skiff kost toch al gauw zo’n €6.500’, legt ploeggenoot

Remco Nabuurs uit. Frans van der Vliet is de naamgever van de andere skiff. Hij is een oud-roeier van de vereniging,. ‘Waarom ik een boot naar mij genoemd krijg, weet ik eigenlijk nog steeds niet. De resultaten in mijn tijd waren eigenlijk net niet. Maar ik sta gelukkig nog wel bij de hardroeiers’, zegt de 66-jarige schertsend. Buiten bij de loods vindt het officiële moment plaats. Na een opsomming van de in zijn ogen magere resultaten uit zijn roeiverleden giet Van der Vliet het water over de boot. ‘Ik doop u… Frans van der Vliet. Op een behouden vaart!’ Door de vlag van de boot te trekken onthult hij de naam van ‘zijn’ boot. Hetzelfde ritueel volgt als de roeiers van Varahaghatta ‘hun’ boot dopen.

Voorzitter Pieter Oudshoorn is verheugd dat de boten zijn gedoopt, maar vergeet iets essentieels. ‘Sorry sorry, we moeten het verenigingslied nog zingen’, roept hij op weg naar het clubhuis. Van der Vliet lacht in zijn vuistje. ‘Ik heb aan het lied geschreven, maar dat weet misschien niemand hier.’ Hij vertelt dat de melodie van een oud Russisch strijdlied is. ‘Ze schreeuwen het refrein nu. Het deugt niet meer’, treurt de jubilaris. De heren van Varahaghatta zien elkaar nog veel, maar roeien komt er niet zo veel meer van. Als scheidsrechter bij het roeien doet het Nabuurs goed dat hij ‘hun’ boot gaat zien tijdens de wedstrijden. Voor Rietman liggen de zaken anders. ‘Ik ben nu een burgerlul met twee kinderen’, bekent hij. SE

Ministerie vindt peer review belangrijk Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van Onderwijs zijn blij met de uitkomsten van twee rapporten over het vertrouwen in de Nederlandse wetenschap. Dat berichtten zij vorige week in een brief aan de Tweede Kamer. Het rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) betitelt

wetenschap als ‘sterk merk’. Het onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Rathenau Instituut bevestigt dat beeld Door discussies rond de klimaatverandering, inenting voor baarmoederhalskanker en de wetenschapsfraude leek het vertrouwen in de wetenschap geslonken. De KNAW doet een aantal aanbe-

velingen die de bewindslieden grotendeels onderschrijven. Zij stellen in de brief wel dat universiteiten zelf verantwoordelijk zijn voor de wetenschappelijke integriteit. In navolging van de KNAW vinden Bussemaker en Dekker dat er genoeg ruimte moet zijn voor de peer review. Door tijdsdruk mag het geen ‘onderschoven kindje’ worden.

SE


6  Mare · 24 oktober 2013 Achtergrond

Column

De eeuwige vraag

Robert Moses (midden) in het SNCC kantoor in Greenwood, Mississippi, in 1963. Foto Danny Lyon

Bloeden voor stemrecht

Geweldloos verzet was iets beschamends in het zuiden van de VS Voor de zwarte Amerikaanse burgerrechtenactivist Robert Moses waren geweldloosheid en onderwijs wapens tegen blank racisme. Beten van herdershonden en rake klappen brachten hem niet van zijn stuk. Door Vincent Bongers Het

is 29 augustus 1961 en in het diepe zuiden van de Verenigde Staten lopen de raciale spanningen op. Drie blanke mannen staan in het plaatsje McComb, Mississippi rond een jonge zwarte student die net uit New York is overgekomen. Zijn naam is Robert Parris Moses (1935) en hij is hier om te helpen zwarte inwoners te registreren zodat zij kunnen stemmen. Iets wat de blanke bevolking wil voorkomen, en geweld wordt daarbij niet geschuwd. De mannen vragen wat Moses aan het doen is. Hij reageert niet. Een klap met het heft van een mes raakt hem in zijn slaap. Er volgen meer klappen, de student slaat niet terug. Het bloed stroomt van zijn gezicht, maar Moses blijft stoïcijns doorlopen richting de plaatselijke rechtbank. De aanwezige ambtenaren werpen geschokte blikken op het geschonden hoofd van de projectleider Mississippi van de burgerrechtenbeweging Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC). Die dag lukt het niet om nieuwe kiezers te registreren maar onder vriend en vijand vestigt hij een enorme reputatie. ‘Het was niet de eerste keer dat een burgerrechtenactivist in elkaar werd geslagen’, zegt Laura Visser-Maessen (1982) die onlangs bij de opleiding geschiedenis in Leiden promoveerde op een studie naar het werk van Moses in het zuiden van de VS. ‘En het was ook zeker niet de laatste keer. Maar de manier waarop Moses reageerde was van belang. Hij liet zien dat de burgerrechtenbeweging zich niet liet afschrikken door geweld. Het was een beproefde methode om activisme met klappen de grond in te drukken. Je niet verzetten tegen geweld werd als beschamend gezien in het zuiden. Moses gaat met succes in tegen dat idee. Geweldloosheid is geen badge of shame maar een badge of honor.’ Ook later onderdrukt Moses zijn grootste angsten om kiezers te registreren. In 1963 in Greenwood, Mississippi wilden SNCC-

activisten een groep zwarte inwoners helpen registreren. Bij de ingang van het stadhuis werden zij opgewacht door agenten bewapend met knuppels, pistolen en een herdershond. Er werd gedreigd de hond op de menigte los te laten. Moses wandelde ondanks zijn fobie voor honden op het dier en de agenten af en vroeg of hij mocht spreken met de commissaris. Zijn schijnbare gebrek aan angst maakte indruk. Maar desondanks werd er op de menigte ingehakt. De herdershond beet een zwarte jongeman van twintig en nam een hap uit de broek van Moses. Zelfs de normaal zo rustige activist schreeuwde: “the dog is going to have to bite every Negro in Leflore County before we quit!” Naast het voldoen aan allerlei belastingtechnische en bestuurlijke voorwaarden, vereiste de wet dat iedereen die zich wilde registreren in Mississippi een staatsrechtelijke test moest doen. De wet en de toets werden alleen streng toegepast bij zwarten. Uiteraard was het voor hen noodzakelijk om lezen en schrijven te beheersen. Anders maakten ze geen enkele kans om te mogen stemmen. Zwarte geletterden werden meestal nog steeds geweigerd terwijl ongeletterde blanken wel mochten stemmen.’ Moses was de eerste SNCC-activist die in Mississippi probeerde meer zwarten zich te laten registreren. Hij betrachtte geduld in de begeleiding. ‘Moses paste een tactiek van slow organizing toe’, zegt Visser-Maessen. ‘De activisten gingen in McComb en Greenwood wonen. Zij waren maanden bezig om zich onder te dompelen in de lokale gemeenschap. Moses richtte zich nadrukkelijk niet alleen op de zwarte middenklasse maar vooral ook op jongeren en arme sharecroppers (pachtboeren), die vaak ongeschoold waren. Hij ging uit van het principe dat iedereen de potentie had om leider te worden. Hij wilde dan ook van zoveel mogelijk local people leiders maken. Moses zag zichzelf als organisator en facilitator. De SNCC was voor hem een petrischaal waar mensen van allerlei sociale milieus samen kwamen en van elkaar en de organisatie konden leren hoe ze hun eigen potentie konden vinden en benutten.’ De activisten starten citizenship schools. Naast leren lezen en schrijven werd daar het proces van registreren om te stemmen uitgebreid toegelicht.

Het onderwijs gaf steeds meer zwarten zelfvertrouwen. Zo leerde Moses bijvoorbeeld de 15-jarige prostituee Endesha Mae Holland uit Greenwood typen. Ze gaat onderdeel uitmaken van de burgerrechtenbeweging en schopt het uiteindelijk tot professor. Het vertrouwen in Moses is groot. Als op 21 juni 1964 drie activisten die een bomaanslag op een kerk onderzoeken worden vermoord, lukt het hem de rest van de vrijwilligers van de beweging te overtuigen in Mississippi te blijven. Pas als na veel geweld in 1965 de Voting Rights Act wordt aangenomen, verbetert de situatie voor zwarten enigszins. De federale overheid verbiedt dan discriminatie bij stemmen en maakt het onmogelijk voor de staten om op eigen houtje allerlei barrières op te werpen voor kiezers die zich willen registreren. Maar van gelijkheid in de praktijk is dan nog lang geen sprake. In diezelfde periode neemt Moses afscheid van de SNCC. ‘Hij kwam dan misschien wel over als iemand die onder druk koel bleef, maar hij was fysiek en mentaal helemaal kapot. Daarnaast radicaliseerde de SNCC. Zwarte nationalisten wilden direct actie, zij zagen weinig in de slow-organizing-methode van Moses. Ook schuwden de radicalere SNCC-leden geweld niet meer in het geval van zelfverdediging.’ Moses houdt er overigens nog steeds niet van om op een voetstuk geplaatst te worden. ‘Ik heb hem drie jaar lang regelmatig bestookt met interviewverzoeken voordat ik hem kon spreken. Ik stuurde hem brieven. Het bleek dat hij die wel had gezien. Maar hij reageerde niet. Dat was ook de test om te kijken of ik wel serieus en volhardend genoeg was.’ Uiteindelijk vond er in 2010 een interview plaats. ‘Hij was aanwezig op een meerdaags congres waar de oprichting van SNCC vijftig jaar eerder werd gevierd. De mensen daar aanbaden hem. En daar wordt hij nu juist knettergek van. Hij zou een toespraak houden en toen hij onder luid applaus op het podium stapte, werd hij zelfs boos over de aanhoudende ovatie: ‘Stop it, that’s enough now’, zei hij. Toen hield hij een praatje van drie minuten en verdeelde de zaal in groepjes om te brainstormen over onderwijswetgeving. Dat is typerend voor zijn manier van werken.’

De hoogleraar bladerde even door zijn aantekeningen, keek de aanwezigen indringend aan en verzuchte: ‘het blijft natuurlijk altijd de vraag: zijn studenten nou zo dom, of zijn wij nou zo slim?’ Toen ik deze mooie uitspraak kon optekenen ging het gesprek over afstudeerscripties, bij een vergadering van een landelijk overlegorgaan dat de kwaliteit van studies probeert te waarborgen. De hoogleraar bedoelde het overigens niet negatief, want de discussie ging verder vooral over hoe scripties worden beoordeeld. Maar het zette mij wel aan het denken. Ik heb nu een aantal masterscripties zelf begeleid en bij collega’s en vrienden meegemaakt hoe zij studenten begeleiden. En lieve studenten, jullie zijn misschien niet dom, maar wel bij vlagen ongelooflijk incompetent. Ik zal pogen uit te leggen wat ik vaak zie misgaan bij scripties, en vooral wat je zelf kunt doen om te voorkomen dat ook jij dag in dag uit futloos naar je laptop zit te staren en na een jaar met een genade-zesje naar huis wordt gestuurd. Om te beginnen, je begeleiders: ja, we reageren nooit op mails, lezen nooit jouw stukken en zijn vooral ook elke dag van de maand ongesteld, maar desalniettemin zou je ons moeten koesteren, knuffelen zelfs. Want elke minuut die we aan jouw scriptie besteden is er eentje waarin we onze wetenschappelijke carrière verder uit onze vingers zien glippen. Een vriendin van mij ging aan de slag als onderzoeksassistent. Ze moest gelijk in haar eerste week een aantal masterstudenten gaan begeleiden. Deze schreven hun scripties over onderwerpen waar mijn vriendin nauwelijks iets over wist. Voor elke student kreeg ze naast haar onderzoek één uur per week de tijd. Studenten boos, vriendin gestrest en uw columnist dolgelukkig natuurlijk, want weer een columnwaardige anekdote. Nu kun je natuurlijk concluderen dat het allemaal de schuld is van de universiteit. Maar dat is ten eerste te makkelijk, want er moet nu eenmaal links en rechts bezuinigd worden. En ten tweede nutteloos, want op dit soort zaken heb je toch geen invloed. Dus laten we het houden bij waar jij wel invloed op hebt: jezelf. Wat kun jij doen om zonder al te veel stress en vertraging een goed cijfer te halen? Allereerst: het doel van een masterscriptie is niet om onderzoek te doen, maar om te laten zien dat je weet hoe het ongeveer zou moeten. Als jij als student in een paar maanden tijd een serieuze bijdrage kan leveren aan het onderzoeksveld dan moet je onmiddellijk een andere studie kiezen. Aangezien jouw opleiding hier waarschijnlijk veel te weinig aandacht aan besteedt, is de vraag dan: hoe doe je gedegen onderzoek? Verreweg mijn meest favoriete manier om papers/ scripties te schrijven is volgens het CARS-model. Serieus, google het. Je leven wordt er makkelijk op. In het kort gaat dit als volgt: eerst beschrijf je het onderwerp. Vervolgens schrijf je op wat er zoal geschreven is door andere wetenschappers. Dan identificeer je een lacune in de literatuur. Iets waar anderen nog niet naar gekeken hebben, of in ieder geval niet goed genoeg. Daar rolt dan automatisch je onderzoeksvraag uit. Vervolgens – en dit is iets wat verbazingwekkend vaak fout gaat – kies je een onderzoeksmethode en theoretisch kader waarmee je jouw onderzoeksvraag gaat beantwoorden. En dan gebruik je ook echt die onderzoeksmethode om je onderzoek mee uit te voeren en interpreteer je jouw resultaten ook echt met behulp van dát theoretische kader. Jouw daadwerkelijke resultaten, uitgebreide voetnoten en enorme literatuurlijst kunnen mij als begeleider geen flikker schelen. Ik wil gewoon dat je laat zien dat de gekozen methode, resultaten (of gebrek daaraan) en theoretisch kader een mooi geheel vormen. Makkelijk toch? Benjamin Sprecher Promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen


24 oktober 2013 · Mare

7

Wetenschap

Microscopofoon

Overal bomen Biologen brengen bossen in het Amazonegebied in kaart Er staan zo’n 390 miljard bomen verdeeld over 16.000 soorten, schatten biologen in een grootschalig onderzoek naar het Amazonewoud. En er is sprake van ‘donkere biodiversiteit’: sommige soorten moeten er zijn, ook al weet men nog niet welke. Als je wat wilt weten over de bomen op de Hoge Veluwe, dan kun je in een paar dagen al heel ver komen. Je huurt een fiets, je stapt af en toe af om de bomen om je heen te tellen. Als je de afstapplekken met beleid kiest, krijg je een vrij goed beeld van hoeveel bomen het gebied telt, welke soorten er staan, en hoe die soorten verdeeld zijn: zoveel procent grove den, zoveel procent jeneverbes, enzovoort. Datzelfde kunstje wordt wat lastiger als je het wilt doen met het Amazonegebied. Om te beginnen is het ongeveer honderdduizend keer zo groot. Er zijn ook veel minder fietspaden en wegwijspaddenstoelen. Botanicus Hans ter Steege van Naturalis Biodiversity Center deed er jarenlang onderzoek, en gaat binnenkort weer terug. ‘Vliegen naar Guyana, twee dagen in een truck, zes dagen in een boot, en vervolgens zit je vast in het oerwoud. Met anaconda’s, kaaimannen en indianen met blaaspijltjes. Maar in het algemeen vallen de gevaren wel mee hoor.’ Een ander probleem is de enorme biodiversiteit. Nederland telt zo’n dertig inheemse boomsoorten. Daar komen nog enkele tientallen exoten als de Douglasspar en Japanse lariks bij. ‘Als je een stukje van één hectare afzet in Guyana, kom je aan honderdvijftig tot tweehonderd soorten. Dat kan oplopen tot driehonderd in het Westelijk Amazonegebied.’ Let wel: als je vervolgens een andere hectare afzet een stukje verderop, dan zitten door ook weer driehonderd

DOOR BART BRAUN

soorten in, maar niet precies dezelfde driehonderd soorten. Het vermogen om in één oogopslag een boomsoort te herkennen houdt ook bij de meest doorgewinterde biologen een keer op. Dat geldt al helemaal als het een soort betreft die nog nooit officieel is beschreven, wat vrij vaak voorkomt. Bij een expeditie worden vooral heel veel takken verzameld, en dan vogelen ze thuis, met bibliotheek, microscoop en DNA-analyse bij de hand, wel uit wat er precies stond. Als je nou een netwerk hebt van meer dan honderd wetenschappers verspreid over 88 instituten, die al jarenlang hectares afzetten en de bomen in kaart brengen in verschillende stukjes van het Amazonegebied, dan heb je op een gegeven moment meer dan een half miljoen meegesleepte takken, en meer dan duizend van die

vegetatie-opnames. Die kan je vervolgens allemaal bij elkaar gooien, en dan kun je met behulp van ingewikkelde statistiek een extrapolatie maken. Wat zeggen al die kleine stukjes over het gehele regenwoud? Dat hebben die wetenschappers dus ook gedaan. Het resultaat verscheen vorige week als artikel in Science, met Ter Steege als eerste auteur. Er moeten zo’n 390 miljard bomen staan, is de schatting. De meest voorkomende soort is de palm Euterpe precatoria; ongeveer één procent van alle bomen in het ZuidAmerikaanse regenwoud behoort tot deze soort. Verder valt op dat slechts een piepklein gedeelte – 227 soorten - van alle soorten de meerderheid van de bomen uitmaakt. Ter Steege: ‘Zo’n verdeling is op zich normaal: algemeen voorkomende soorten zijn zeldzaam, en

Schatkamer Het idee dat het Amazonewoud de ‘longen van de wereld’ vormt, is onjuist. Als je ergens een bos aanlegt, groeien er kilo’s hout die er eerst niet waren, en dat is deels koolstofdioxide die eerst in de lucht zat. Maar een bos dat er eenmaal staat, wordt niet eeuwig zwaarder en zwaarder; op een gegeven moment is het ‘af’ en slaat het netto geen CO2 meer op. Omgekeerd is het natuurlijk wel zo dat als die 390 miljard bomen in de fik zouden gaan, er een ongenadige hoeveelheid broeikasgas vrijkomt. Wat wel klopt, is het idee dat het Amazonewoud een ongekende schatkamer aan biodiversiteit biedt. Ter Steege en co keken alleen naar de bomen, maar ook aan andere planten en aan dieren is nog van alles te ontdekken. Het Wereld NatuurFonds maakte deze week bekend dat op door haar gesponsorde expedities de afgelopen jaren meer dan vierhonderd soorten ontdekt zijn – waarbij ze de insecten en andere ongewervelde dieren niet eens meetelden, omdat daar geen beginnen aan is. Onder de nieuwe vondsten zijn een aapje dat spint als het zich op zijn gemak voelt, een vegetarische piranha en Allobates amissibilis, een kikkertje ter grootte van een Foto Senckenberg Gesellschaft’ duimnagel.

zeldzame soorten zijn algemeen. Maar als je het me van tevoren had gevraagd, zou ik hebben gezegd dat je toch wel vijfhonderd tot duizend soorten nodig zou hebben om aan de helft van alle bomen te komen.’ ‘Een vooraanstaande collega mailde me dat hij zijn plots niet herkende in ons artikel’, vervolgt hij. ‘Dat kan ik me goed voorstellen, want elk stuk van het bos is weer anders. Een soort kan bijvoorbeeld in Suriname heel veel voorkomen, maar helemaal niet in Brazilië. Je vindt niet al die 227 hyperdominante soorten terug in je plots.’ Veel van de andere soorten zijn zeldzaam: van zo’n achthonderd soorten zit slechts één exemplaar in de grote databank. Dat suggereert dat er in de stukken oerwoud waar je niet keek, nog heel veel andere zeldzame soorten zouden moeten zitten. Volgens de extrapolatie zouden er zo’n 16.000 soorten moeten zijn, waarvan er 4962 daadwerkelijk zijn gevonden bij de opnames. En de rest? ‘We zijn nu in plantencollecties van heel veel Herbaria aan het kijken wat er nog meer al bekend is’, aldus Ter Steege. Verder weten we er weinig van: ‘Waar zitten ze? Hoe zeldzaam zijn ze? Staan ze op het punt om op natuurlijke wijze uit te sterven?’ Hij heeft het over ‘donkere biodiversiteit’, analoog aan de donkere materie waarvan sterrenkundigen weten dat het er moet zijn, ook al weten ze nog niet wat het is. ‘Een van de reviewers vond dat we ook iets in ons artikel moesten zetten over hoe weinig geld er is voor onderzoek daarnaar. We geven miljarden uit aan het in kaart brengen van Mars, aan het bestormen van de hemel. Terwijl we nog zo weinig van de aarde weten. Beschamend eigenlijk: stel je voor dat morgen buitenaardse wezens landen, en vragen hoeveel soorten organismen er op deze planeet zijn. En wij moeten dan toegeven dat we echt geen flauw idee hebben.’

Biologen, scheikundigen, nanotechnologen en alle wetenschappers die daar tussenin zitten, zijn dol op fluorescerende moleculen. Je knoopt ze ergens aan vast, je schijnt er licht op, en dan zie je ze hun eigen licht uitstralen onder de microscoop. Met fluorescente antilichaampjes kun je allerlei moleculen aantonen, door ziekmakers van een fluorescent onderdeeltje te voorzien kun je beter begrijpen hoe ze ziekmaken en zo zijn er nog veel meer biochemische kunstjes die je met een fluorescentiemicroscoop uit kunt halen. Probleem: zo’n microscoop kost duizenden euro’s. In het vakblad ACS Nano beschrijven Californische wetenschappers hoe ze een opzetstukje voor smartphones hebben gemaakt dat als quick and dirty fluo-microscoop werkt. Niet zo goed, maar wel goedkoop en draagbaar. In een commentaar verheugen de Leidse natuurkundigen Saumyakanti Khatua en Michel Orrit zich op de toepassingen. Je kan de smartphone-o-scopen gebruiken in afgelegen gebieden, je kan er grote groepen mensen tegelijk onderzoek mee laten doen, en als je het Californische ontwerp van wat kleine aanpassingen voorziet – de Leidenaars doen een lijst suggesties – kan er nog veel meer mee bestudeerd worden. ‘De toekomst van dit soort apparaten ziet er zeer zonnig uit’, concluderen ze.

Dikke buik De mensheid wordt steeds dikker, en dat is reden tot zorg. Ernstig overgewicht is namelijk een risico voor allerlei medische narigheid. Bij zwangere vrouwen komt daar ook nog eens risico voor de aanstaande baby bovenop. Een groep gynaecologen, met Leidenaar Tom Witteveen als eerste auteur, deed onderzoek naar Nederlandse bevallingen. Het artikel in PLOS One spreekt van Severe accute maternal morbidity; een verzamelnaam voor allerlei dingen die ernstig mis kunnen gaan tijdens een bevalling. Bij zo’n 7 op de 1000 bevallingen gaat het acuut en ernstig mis. Witteveen en co vonden dat er een relatie was tussen gewicht en de kans op problemen: hoe dikker, hoe groter het risico. Ondergewicht is echter gevaarlijker dan een paar pondjes teveel, blijkt ook, maar bij morbide obese vrouwen wordt de kans op ellende twee keer zo groot. Dat zijn vrouwen met een BMI van meer dan 35; iemand van 1m75 moet dan minstens 107 kilo wegen. De onderzoekers adviseren dan ook om zoveel overgewicht voortaan als officiële risicofactor te bestempelen.

Botsbollen Een nachtelijke blik omhoog suggereert dat de sterren stil hangen in de hemel, maar op haar eigen tijdschaal is het heelal een dynamische en dolle boel. Sterrenstelsels draaien, sterren en planeten vliegen in het rond en soms botsen ze zelfs op elkaar. Als je de dingen die je door telescopen ziet wilt begrijpen, moet je wat snappen van hoe zulke botsingen verlopen. In het Journal of Physics D beschrijft de Leidse sterrenkundige Sebastiaan Krijt samen met Duitse en Amsterdamse natuurkundigen een wiskundig model voor botsingen van bollen. Wanneer klitten ze aan elkaar, wanneer ketsen ze af als in een kosmisch biljart, en wanneer scheurt of barst er iets? Dat hangt natuurlijk af van de grootte en snelheid van zo’n bol, maar ook van het materiaal waarvan hij gemaakt is. Een tennisbal stuitert beter dan een sneeuwbal, een biljartbal vervormt minder dan een basketbal, enzovoort. Al dat soort eigenschappen moet je invoeren in het model, maar dan slaagt het er ook goed in om de resultaten van experimenten te verklaren, en werkt het voor ballen van allerlei grootte en samenstelling.


8  Mare · 24 oktober 2013 Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Nieuwe begeleiders gezocht voor bijles/huiswerkbegeleiding Buurthuis Vogelvlucht Leiden-Zuid. Acht leerlingen basisonderwijs groep 7 en drie leerlingen groep 4 en 5 helpen met begrijpend lezen, spelling en rekenen. Zes leerlingen uit

groep 6 hulp bij lezen, woordenschat en rekenen. Drie leerlingen met vergoeding van €5,per les. Eén leerling voortgezet onderwijs en één MBO, rekenen en Engels hebben ook hulp nodig. Leiden-Noord zoekt begeleiders voor twintig leerlingen basisonderwijs groep 5 t/m 7, waarvan vijf met vergoeding. Voortgezet onderwijs, hulp voor: Marokaans meisje, Engels, 3havo; Afghaanse jongen, Nederlands, Spaans, brugklas; Irakese jongen, Engels, 2vmbo; Turkse jongen, biologie, 4gym; Marokkaans meisje, Engels, brugklas. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do,

15-17u. Tel: 071-5214526. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl.

advertenties

SOL zoekt Reiscommissie! Wil jij met andere studenten een fantastische reis naar een ontwikkelingsland organiseren? Dan is de SOL Reiscommissie iets voor jou! Stuur je motivatiebrief met CV naar info@soleiden.nl

UVA MASTERWEEK

Vrijwilligerswerk in het buitenland? Wil je met straatkinderen werken in Azië, Afrika of ZuidAmerika? Kom naar ons informatieweekend van 22-24 november 2013. Voor informatie en aanmelding: www.samen.org

28 OKTOBER T/M 4 NOVEMBER Kies jouw master

MEL D J E W W W.U A A N O P M A S T E VA .N L / RW EEK

Prof.dr. J. Burggraaf zal op vrijdag 25 oktober om 16:00 uur een oratie houden bij de bevoegdverklaring van de stichting Centre for Human Drug Research tot vestiging aan de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen met als leeropdracht Translationeel Geneesmiddelenonderzoek. Dhr.C. Zhang hoopt op vrijdag 25 oktober om 13:45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen De titel van het proefschrift is ‘G-zips and Ekedahl-Oort strata for Hodge type Shimura varieties’. Promotoren zijn Prof. dr. S.J. Edixhoven prof.dr. F. Andreatta (Univ. Milaan). Dhr. S.Akerboom hoopt op dinsdag 29 oktober om 10:00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen . De titel van het proefschrift is ‘Ln(III) complexes as phosphors for LEDs’. Promotor is Prof.dr. E. Bouwman. Dhr. H. Yuan hoopt op dinsdag 29 oktober om 11:15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Single Molecules in Soft Matter: A Study of Biomolecular Conformation, Heterogeneity and Plasmon Enhanced Fluorescence’. Promotor is Prof.dr. M.A.G.J. Orrit.

Dhr. P. Koch hoopt op dinsdag 29 oktober om 13:45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Efficient Tuning in Supervised Machine Learning’. Promotoren zijn Prof.dr. T.H.W. Bäck en prof. dr. W. Konen (Cologne University of Applied Sciences). Dhr. P.Arginelli hoopt op dinsdag 29 oktober om 15:00 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘The interpretation of multilingual tax treaties’. Promotoren zijn Prof. dr. C. van Raad en prof.dr. F.A. Engelen. Dhr. E.W. Tobi hoopt op dinsdag 29 oktober 2013 om 16:15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Epigenetic differences after prenatal adversity: The Dutch Hunger Winter’. Promotor is Prof.dr. P.E. Slagboom. Mw. S.M.D. Schoorl hoopt op woensdag 30 oktober om 13:45 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Investigating new processfocused treatments for posttraumatic stress disorder: attentional bias modification and mindfulness-based cognitive therapy’. Promotor is Prof.dr.

A.J.W. van der Does. Dhr. S. Rieder hoopt op woensdag 30 oktober om 15:00 uur uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Clustered Universe’. Promotoren zijn Prof. dr. S.F. Portegies Zwart en prof. dr.ir. C.T.A.M. de Laat (UvA). Mw. C. Piana hoopt op donderdag 31 oktober om 13:45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Adherence to antiretroviral combination therapy in children’. Promotor is Prof.dr. M. Danhof. Dhr. J.J.W. Verschuren hoopt op donderdag 31 oktober om 15:00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Genetic and pharmacogenetic determinants of cardiovascular disease’. Promotor is Prof.dr. J.W. Jukema. Mw. N.A.N.M. van Os hoopt op donderdag 31 oktober om 16:15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Feminism, philanthropy and patriotism: female associational life in the Ottoman empire’. Promotoren zijn Prof.dr. E.J. Zürcher en prof.dr. W.H.M. Jansen (Radboud Universiteit).

@ Bibliotheek Bijzondere Collecties

Academische Agenda

‘Waarom waren zoveel vrouwen in de 19e eeuw vertaalster?’ Nina Kuin, alumna Cultuurgeschiedenis en Boekwetenschap & Handschriftenkunde

advertentie

NIOP Promotiebegeleiding.nl

Een concert van Charly Luske bij jou thuis? Jij kunt het winnen!

Deel ‘m op muziekherinnering.nl

Win een thuisconcert van Charly Luske!

Deel jouw meest onvergetelijke herinnering op muziekherinnering.nl. Doe het vandaag nog, en steun de strijd tegen alzheimer.

Hulp bij promotieonderzoek

Best child care

Ik sta op voor mijn vader Jean

centre Zuid-Holland*

Jean-Paul Schreurs (42), loopt de New York City Marathon

En wat doe jij? Kijk wat jij kunt doen op staoptegenkanker.nl/ inactie

90013037_Adv. Mare Eng.indd 1

15-10-13 17:17


24 oktober 2013 · Mare 9 Achtergrond

Alles loshalen en opnieuw bekijken Gastschrijver Joke van Leeuwen schrijft voor groot en klein Joke van Leeuwen (61) wil het vanzelfsprekende doorbreken. Volgende week geeft ze de Albert Verweylezing. ‘Mensen hebben rare ideeën over jeugdliteratuur, alsof het een onderdeurtje is.’ Als kind maakte ze maandelijks een huiskrant voor de familie, Het Leeuwebekje, en verzorgde onder meer de vreemde-versprekingenrubriek. (NRC Handelsblad, 25 september 2012) ‘Ik heb altijd veel geschreven en getekend. Ik was de vierde van zes. We hadden veel tijd, veel boeken en geen televisie. Zo ontstond een soort huiscultuur. Iedereen speelde een instrument en samen vormden we een orkestje waarvoor mijn oudste broer muziek schreef. Ik had dan weer een huiskrant, Het Leeuwebekje. Van een oude schoenendoos had ik een kopijbus gemaakt waarin vervolgverhalen en andere rubrieken terechtkwamen. ‘Onze grootmoeder, die bij ons woonde, had wel een televisie, waarop we elke woensdagmiddag een half uur kinderprogramma’s mochten kijken. Later, toen we naar Brussel verhuisden op mijn dertiende, hebben mijn ouders nog een tijdje een tv-toestel gehuurd. Ik herinner me dat ik op de hoogte was van bekende Vlaamse televisiemensen. Maar die huiscultuur was inmiddels al diep geworteld. Hoewel, tegen die tijd begonnen we ook te puberen.’ ‘Er bestaat nog iets authentieks tegenover een grotere vorm van gladheid en commercialiteit in Nederland. Ik heb de indruk dat er hier nu iets bloeit, terwijl het in Nederland slap is gaan hangen.’ (Van Leeuwen over jeugdliteratuur in Vlaanderen in Wat een mooite! Hoogtij in het kinderboek in acht portretten, Bregje Boonstra, 2009) ‘Terwijl de jeugdliteratuur in Nederland in de jaren tachtig opbloeide, gebeurde dat in Vlaanderen pas later, in de jaren negentig. Het hing nog te lang in katholieke sferen. Inmiddels staat het er anders voor: in veel Nederlandse kinderboeken worden dingen tegenwoordig eerder bevestigd dan dat je erdoor op een ander been gezet wordt. De Kinderjury kiest vaak voor hypeboeken, terwijl het juist in Vlaanderen allemaal wat gevarieerder en gedurfder is. ‘De Jeugdboekenweek wordt daar georganiseerd door de Stichting Lezen, de Kinderboekenweek hier door het CPNB, die de verkoop van boeken wil stimuleren. Dat is wel een verschil. Tijdens de laatste Kinderboekenweek zat ik in Apeldoorn te signeren aan een tafeltje naast iemand die verkleed was als Geronimo Stilton, een populaire boekenmuis. Ik zag kinderen op een man in een muizenpak afstormen voor nephandtekeningen en ik dacht: wat doe ik hier eigenlijk? ‘Ook het Kinderboekenbal heeft nog bar weinig met boeken te maken, het is vooral lawaaiig. Naar het Boekenbal voor volwassenen ben ik al helemaal lang niet meer geweest. Maar in de volwassenen-

literatuur gebeuren wél interessante dingen. Tegenover de Vijftig-tintenhype staan zowel in Vlaanderen als in Nederland interessante jonge schrijvers, zoals Dimitri Verhulst en Maartje Wortel.’ Joke van Leeuwen wordt met het genomineerde ’Alles nieuw’ uit een genre bevrijd dat haar roem onder volwassenen te lang in de weg heeft gestaan. (Trouw over de genomineerden van de AKO-literatuurprijs, 2009) ‘Mensen hebben nogal rare ideeën over jeugdliteratuur. Alsof het een onderdeurtje zou zijn. Het gaat niet

om het genre dat je bedrijft, maar om wat je ermee doet. Als je een kind kunt pakken met een boek, dan blijft hem dat bij. Jeugdliteratuur als minderwaardig beschouwen betekent het onderschatten van kinderen, terwijl die juist de bodem aan het leggen zijn voor de rest van hun leven. ‘Aan de andere kant: misschien helpt zo’n nominatie tegen deze vooroordelen, die toch wel voorkomen. En het kan bemoedigend zijn voor andere schrijvers. Maar ik schrijf voor zowel kinderen als volwassenen graag, dus zelf hoef ik nergens van bevrijd te worden.’

‘Ik kon niet meer springen op een gegeven moment. Ik dacht dat ik het vermogen om te ontregelen even kwijt was. De ontregeling van de ontregeling.’ (Uit het openbare kennismakingsinterview als gastschrijver, 17 september 2013) ‘Dit was niet zozeer de reden, maar wel het moment waarop ik begonnen ben met schrijven voor volwassenen. Ik had ook gewoon zin in een ander perspectief. Daar kwam in 1990 De tjilpmachine uit voort. Het was een vingeroefening, een voorgerechtje. Vrije Vormen, uit 2002 was pas echt het begin. Uiteindelijk bleek dat je dat springerige voor volwasse-

Joke van Leeuwen: ‘Ik zag kinderen op een man in een muizenpak afstormen en dacht: wat doe ik hier eigenlijk?’ Foto Mieke Meesen

nenliteratuur ook nodig hebt. Dat is immers het wezen van schrijven: dat je iets loshaalt en opnieuw bekijkt. Ik vind dat kinderlijke geen regressie, het voegt juist wat toe. Dat vertel ik ook in de Albert Verwey-lezing.’ De term Franse Revolutie valt niet, noch het woord Parijs, en toch is duidelijk dat de Bastille wordt bestormd waar haar personages bij staan. Precies daar, in die stad en in die woelige tijd. (Juryrapport AKO Literatuurprijs 2013 over Feest van het begin) ‘Het boek speelt zich af tijdens de Franse Revolutie, in een stad die je Parijs kúnt noemen. Het is geen historisch verslag, maar een roman. Ik vertel een verhaal, los van de historische kennis die de lezer op school heeft opgedaan. Maar juist daardoor weet je aan het einde meer dan de protagonisten. Zij hebben nog geen idee waar hun handelingen en uitvindingen toe zullen leiden. ‘Een andere reden om zo te schrijven is dat een situatie op meerdere manieren herkenbaar kan zijn. Mijn boek Toen mijn vader een struik werd gaat daardoor écht over moeten vluchten. Het is een vertelling die verder gaat dan specifieke plaatsen en tijden. Mijn familie heeft altijd te maken gehad met vluchtelingen: ikzelf met Bosniërs, mijn grootouders met Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en mijn ouders met mensen uit Afrika. Ik zie nog voor me hoe die mensen bij ons thuis Nederlands leerden. In het boek heb ik daarvoor een taal verzonnen die je net wel, net niet begrijpt. In de Duitse vertaling is dat heel goed gelukt, de Engelse vertaler had het wat minder goed begrepen. ‘Ik heb al een volgende roman in mijn hoofd en ook al drie bladzijden proefgeschreven. Het speelt zich weer af rondom een grote omwenteling. Maar de rust om eraan te beginnen ontbreekt nog even. Elke dag ben ik ergens anders: afgelopen week op de Frankfurter Buchmesse, in Brussel bij de lancering van een fonds tegen kinderarmoede en nu weer in Leiden. Er broedt in elk geval iets in mijn hoofd, als het lukt althans. Het is nog zo prematuur dat ik er liever niet te veel over praat.’ Voor en na de vanzelfsprekendheid (Titel van de Albert Verweylezing op 24 oktober) ‘Ik ga vertellen over dingen die mij nauw aan het hart liggen. Het doorbreken van het vanzelfsprekende. Ik ga het ook hebben over het soort jeugdliteratuur dat mij aanspreekt, waarin de hiërarchie op z’n kop wordt gezet. Maar ook over volwassenenliteratuur waarin gebroken wordt met het vanzelfsprekende, expres of door omstandigheden. Mijn visie dus, en mijn uitgangspunten tijdens het schrijven en tekenen. Wacht, misschien heb ik hiermee toch verteld wat nu het eigene is aan Joke van Leeuwen.’ Albert Verweylezing door Joke van Leeuwen Academiegebouw, Groot Auditorium donderdag 24 oktober, 20.00 u


10  Mare · 24 oktober 2013 English page

Funny faces and angular dancers Different views of Utopia at museum De Lakenhal At the beginning of the twentieth century, people felt a need to change everything about art: Expressionists dedicated themselves to following their natural impulses while Constructivists sought refuge in geometric shapes. By Sybren Eppinga Visitors to Leiden’s Lakenhal Museum are lured along a fluorescent carpet strip towards a woman. “Sitting Nude” by expressionist Jan Wiegers is the overture of the exhibition and leads to more nudity and a rich collection of very special works. The exhibition “Utopia 1900 -1940: Visions of a New World” includes paintings and sculptures, photographs, films and fashion that were intended to create the “New Human”. A few years ago, visitors flocked to the Lakenhal to see an exhibition on Theo van Doesburg and De Stijl, making it clear that for further studies into visionary artists of the twentieth century were required. The first decades of that century had been tough and artists found themselves yearning for a “new soci-

ety”. They changed tack, attempting to shape their Utopian ideals. This new course split into two directions: Expressionism and Constructivism. The Expressionists wanted to express feeling, individual freedom, movement, colour and nudity. They wanted to invoke “primitive” and “wild” feelings to allow their emotions to run free. As the German painter Emil Nolde once said: “The artist does not have to know very much. It is best to let him work instinctively.” Nolde’s painting “Tanzerin” is perhaps the most eloquent example of this movement, a topless dancer. Or three naked people running through the dunes. Who wouldn’t want to do that? Expressionism made it happen. In addition, artists used film and photography to allow everything go, as you can see in the photographs by Ernst Ludwig Kirchner, in which naked people walk about a room. A film fragment by Mary Wigman shows a woman pulling funny faces and making random movements. The exhibition also uniquely features dance costumes, almost a hundred years old, complete with frills, trinkets and wings, by Lavinia Schulz and Walter Holdt and

never previously displayed in the Netherlands. The Constructivists shifted from emotion to reason; individuality was swapped for uniformity and freedom was found in structure. Movement was mechanical to them, as Evert Rinsema said to Theo van Doesburg: “Humans are angular by nature.” The geometric forms in the painting “Two figures in a Landscape” by Kazimir Malevich are immediately noticeable. Vilmos Huszár portrays wooden and cubically formed musicians instead of a group of naturally moving violinists. And Alexander Rodchenko’s photograph of a girl doing rhythmic exercises makes her performance seem mechanical too. In architecture, Constructivists thought design should serve people, and where Expressionist Taut designed an impressively vibrant “Glashaus”, Johannes Brinkman created the Boevé residence as a kind of block of bricks. Designs consisting of straight lines were easily accessible. Now we call it design. Utopia 1900-1940: Visions of a New World Museum De Lakenhal Leiden Until 5 January 2014

Sandor Bortnyik. The New Adam (1924).

PROGRAMMA Studium Generale NOV./DEC. 2013 www.studiumgenerale.leidenuniv.nl

Studium Generale organiseert brede activiteiten voor studenten, medewerkers, alumni en andere geïnteresseerden die graag over de grenzen van hun vakgebied heen kijken. Indien niet anders vermeld geldt:TOEGANG IS GRATIS! GEEN AANMELDING NODIG. IEDEREEN IS WELKOM! (Kom wel op tijd, want vol = vol!) Voor een uitgebreid programma zie: www.studiumgenerale.leidenuniv.nl

Serie: Utopia – een zoektocht naar een betere mens en een betere wereld

Serie: 200 Jaar Koninkrijk der Nederlanden

Woensdag 30 oktober 2013 Van het laagland naar de Toverberg en verder Onno Schilstra

Dinsdag 5 november 2013 Een nieuwe staat; de eerste jaren van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden Prof.dr. Ido de Haan

Woensdag 6 november 2013 Expressionisme en de nieuwe mens Dr. Gregor Langeveld

Dinsdag 12 november 2013 De briljante Grondwet van 1814 Prof.dr. Wim Voermans

Woensdag 13 november 2013 Constructivisme en de betere wereld Wietse Coppes

Dinsdag 19 november 2013 200 jaar koninkrijk Margot van der Linden, M.A.

Woensdag 20 november 2013 Het schitterende plaveisel van de weg naar de hel Jacob Voorthuis

Dinsdag 26 november 2013 Leiden 1813-1815, een stad vol onzekerheden Prof.dr. Rudi van Maanen

Woensdag 27 november 2013 Utopische reflecties op het machinetijdperk in de film Lezing en filmvertoning Das Cabinet des Dr. Caligari Judit Bozsan

Donderdag 12 december 2013

Woensdag 4 december 2013 Hedendaags Utopia Jeroen Boomgaard

Lezing 1: Het koninkrijk en de koloniën prof.dr. Gert Oostindie Lezing 2: De monarchie en de oorlog Prof.dr. Jan Bank

Woensdag 11 december 2013 Utopia, de tentoonstelling Expositiebezoek en inleiding Doris Wintgens Hötte

Donderdag 19 december 2013 De geschiedenis van de Eerste en Tweede kamer Prof.dr. Carla van Baalen

Tijd & locatie 19.30 uur – 21.00 uur zaal 011, Lipsiusgebouw (1175), Cleveringaplaats 1, Leiden NB: Woensdag 27 november 20.00 – 22.15 uur, Kijkhuis, Vrouwenkerksteeg 10, Leiden. Toegang: €6,00 NB: Woensdag 11 december 19.00-21.00 uur, Museum De Lakenhal, Oude Singel 28-32, Leiden. Toegang: €12,50 (Museumjaarkaart €5,00) Kassa open vanaf 18.30 uur

Tijd & locatie 19.30 uur – 21.00 uur zaal 011, Lipsiusgebouw (1175), Cleveringaplaats 1, Leiden NB: donderdag 12 december tot 22 uur

Serie: Machiavelli; leven en werk Donderdag 7 november 2013 Machiavelli; Florence, Italië Dr. Paul van Heck Donderdag 14 november 2013 IL PRINCIPE Dr. Paul van Heck Donderdag 21 november 2013 DISCORSI Dr. Paul van Heck Donderdag 28 november 2013 De laatste jaren Dr. Paul van Heck Tijd & locatie 19.30 uur – 21.00 uur zaal 011, Lipsiusgebouw (1175), Cleveringaplaats 1, Leiden

Serie: Richard Wagner; leven en werk Dinsdag 3 december 2013 Wagners leven en denken Leo Samama Dinsdagavond 10 december 2013 Van woorden en noten naar poëzie en compositie Leo Samama Dinsdagavond 17 december 2013 Positie en wereldbeeld Leo Samama Tijd & locatie 19.30 uur – 22.30 uur zaal 011, Lipsiusgebouw (1175), Cleveringaplaats 1, Leiden NB: tijdens de colleges worden gehooropnames gemaakt door Home Academy Aanmelding via website

ORGANISATIE & INFORMATIE Studium Generale Universiteit Leiden • Postbus 9500, 2300 RA Leiden 071 527 7283/7295/7296 studiumgenerale@sea.leidenuniv.nl • www.studiumgenerale.leidenuniv.nl


24 oktober 2013 · Mare Cultuur

Amputatiemessen en tandartsinstrumenten Zombies, medische instrumenten en Graaf Tel uit Sesamstraat komen tijdens Halloween samen in Castle von Fensterstieg. ‘Gore is wel lachen: half ingeslagen hoofden, ledematen die afgerukt worden en rondspuitend bloed.’ DOOR MARLEEN VAN WESEL De meest smeuïge en gruwelijke onderwerpen komen op 31 oktober langs tijdens de Halloween Science Horror Late Night Show in Raamsteeg2, wat voor de gelegenheid is omgedoopt tot Castle von Fensterstieg. Zombie-

Agenda

Still uit The Human Centipede

Horror en de grens van het betamelijke liefhebber en wetenschapsjournalist Maarten Keulemans presenteert de avond, met onder meer flitscolleges over angst, bloed, vampiers, romantiek en onsterfelijkheid. Uit het archief van Beeld en Geluid worden fragmenten vertoond van experimenten op kinderen en dieren uit de periode 1900-1920. En Bart Grob, conservator van Museum Boerhaave, neemt recentere filmfragmenten mee, van medical horror, en de instrumenten uit de museumcollectie die daarin een rol spelen. ‘Een van de vele lijstjes die het internet rijk is bracht me daarop. Want uiteraard had iemand de tien

gruwelijkste medische horrorfilms al onder elkaar gezet’, verklaart hij. ‘Meestal werk je als conservator andersom: je neemt een apparaat of een instrument en vervolgens bedenk je hoe je dat onder de aandacht kunt brengen.’ Nu moest hij juist een aantal gruwelijke films bekijken, op zoek naar instrumenten en apparaten. Niet het aangenaamste klusje. Grob: ‘Een aantal titels kende ik wel, maar eigenlijk ben ik niet zo’n horrorfanaat. Vooral schrikeffecten zijn verschrikkelijk. Bij een zombiefilm schiet ik voortdurend tegen het plafond. Gore daarentegen vind ik wel lachen: half ingeslagen hoofden,

ledematen die afgerukt worden en rondspuitend bloed.’ Hij heeft al een aantal ideeën opgedaan. ‘Waar ik bijvoorbeeld aan zit te denken is een hechtpistool. In The Human Centipede probeert een chirurg daarmee een menselijke duizendpoot te maken, door mensen aan elkaar te naaien. Een ontzettend dom gegeven, het is dan ook een behoorlijke B-film. De trailer zit vol dichtgeniete wonden en monden. Maar zo’n hechtapparaat staat in onze vaste opstelling. Ik moet alleen nog even kijken of ik het wel mee kan nemen.’ ‘Misschien neem ik ook wel een amputatiemes mee of injectiespuiten, die zijn na een paar filmfragmentjes nog een stuk enger. Of tandartsinstrumenten. Na het zien van The Dentist ben je helemáál bang om in die stoel te gaan zitten.’ Het meest interessante aan medical horror vindt hij de herkomst van de angst. ‘Vaak is het gerelateerd aan een fobie of een taboe. Angst voor pijn of het onethische aspect aan klooien met menselijke lichamen, zoals in The Human Centipede. De opkomst van the mad scientist in films gedurende de twintigste eeuw loopt parallel aan echte ontwikkelingen. Dr. Strangelove (Stanley Kubrick, 1964) gaat bijvoorbeeld over een geobsedeerde atoomgeleerde. Tijdens de koude oorlog was de atoombom een reële angst.’ ‘Horror draait ook om de grens van wat je zelf betamelijk vindt en wat niet. Of tijdens deze avond: van wat het publiek nog nét aan kan. Hun grens zal wel wat verder liggen dan de mijne. Dat hechtapparaat neem ik dus maar gewoon mee.’

FILM

Halloween Science Horror Late Night Show – Raamsteeg2 Donderdag 31 oktober 20.00 €10,- (€2,50 korting voor wie verkleed is) Reserveren via raamsteeg2@gmail.com

QBUS Pure!Soul!Power! Vr 25 oktober 20.30 €10 New Country Rehab & Luke WinslowKing & Band Di 29 oktober 20.30 €10 SUB071 Nesseria & AttackRobotAttack & Break Character Vr 25 oktober Galvanano & Zatokrev Wo 30 oktober DE TWEE SPIEGHELS Ewald Ebings Jamcakes Vr 25 oktober vanaf 21:00 Mateusz Pulawski Quartet Za 26 oktober vanaf 16:00 Trio à Lunettes Zo 27 oktober vanaf 16:00 Jamsessie o.l.v. Martijn Groen Ma 28 oktober vanaf 21:00 STADSGEHOORZAAL Blindman Saxofoonkwartet Vr 25 oktober 20.15 vanaf €20 Propop 2013 (22e editie) Za 26 oktober 20.00 €17,50

Meevoeren op de grote gebeurtenis Jonge Philip Glass moest mensen van zich af duwen Experimenteel orkest Lunapark speelt zondag 27 oktober in de Leidse Schouwburg werk van de Amerikaanse componisten Philip Glass en Steve Reich. Deze grondleggers van minimal music schreven eind jaren 60 klassieke muziek die niet alleen radicaal brak met de heersende trends, maar ook aan de basis stond van techno en house. Componist Anthony Fiumara, samen met Arnold Marinissen artistiek leider van Lunapark, Wat zijn de wortels van minimal music? ‘In de jaren 60 was de klassieke muziek enorm academisch geworden. Componisten als Boulez en Stockhausen componeerden werk dat alleen een kleine groep intellectuelen waardeerde. ‘Glass en Reich verzetten zich daartegen en maakten muziek die toegankelijk werd voor een breed publiek. Zij componeerden stukken waarin de nadruk ligt op ritme en herhaling, met kleine veranderingen daarin verwerkt. Werk dat “simpel” is in vergelijking met de muziek van hun tijdgenoten. Het is voor iedereen te volgen. Het lijkt eigenlijk wel op popmuziek.’ Was het meteen een groot succes? ‘Juist niet. Er waren critici die dingen schreven als: Leuk hoor allemaal maar het is geen muziek meer. Dat is helemaal omgedraaid sindsdien.

Glass en Reich zijn gemeengoed geworden. ‘Maar het publiek wilde er in het begin ook niets van weten. In 1968 was Glass als assistent van beeldend kunstenaar Richard Serra meegekomen naar Amsterdam. Serra exposeerde in het Stedelijk Museum. Glass trad op in het museum en de bezoekers begonnen hem te plagen, gingen het podium op en probeerden op zijn keyboard te spelen. Hij moest echt mensen van zich afduwen.’ Wat speelt Lunapark in Leiden? ‘Werk van een jonge Glass, in de periode dat hij echt zijn eigen stijl aan het vinden is. Dus stukken uit eind jaren 60. Van Reich hebben we onder andere voor 2+5 uit 2008 gekozen. Dat is een compositie voor een rockbezetting. Je kunt dit stuk op twee manieren aanpakken. Twee rockbands bestaande uit vijf muzikanten met elkaar laten spelen. Of een groep van vijf die speelt met een opname die de band eerst van zichzelf heeft gemaakt. Dat laatste doen wij.’ Jullie hebben ook bewerkingen van technoen drum&basshelden Aphex Twin en Squa-

repusher op het repertoire staan. Heeft de minimal music een grote invloed op dance gehad? ‘Die invloed is zeer groot. Zonder minimal is er geen dance, durf ik zelfs wel te stellen. Trouwens, bij house en techno en alle verwante stromingen werd ook in het begin gezegd: “Dit is geen muziek.”’ Hoe maak je van een Aphex Twin nummer een klassiek stuk? ‘Gewoon de plaat opzetten en mee-

11

schrijven. Noten noteren. Niet alle dance laat zich straffeloos vertalen naar de musici van Lunapark natuurlijk. Wat uit een synthesizer of een computer rolt, is niet altijd interessant om te bewerken. ‘Maar Aphex Twin heeft bijvoorbeeld een uitstekend gevoel voor klankkleur. Hij is gewoon een goede componist. Het is best lastig om zijn nummers te bewerken voor akoestische instrumenten. Maar wat Squarepusher uit zijn drumcomputer haalt, slaat natuurlijk alles. Dat is moeilijk om te arrangeren maar voor de muzikanten enorm enerverend om te spelen.’ Ligt door het repeterende karakter van minimal de verveling niet op de loer? ‘De veranderingen in de muziek zijn subtiel, naar het is gelijk ook een grote gebeurtenis als er iets verandert. Het tilt de muzikant en de luisteraar op en voert hen mee. Maar om dit effect te krijgen moet er echt goed en strak gespeeld worden.’ Lunapark Glass en Reich Zondag 27 oktober Leidse Schouwburg € 20,00-25,00

Philip Glass

Op 24 november verschijnt de nieuwe cd van Lunapark: a beautiful bed to lie down in. DOOR VINCENT BONGERS

TRIANON De nieuwe wildernis Do t/m zo. 13.00 + 15.30 wo. 14.30 Dagelijks 19.00 Gravity 3D Dagelijks 21.30 Hoe duur was de suiker Do t/m zo 13.00 wo 14.00 Dagelijks 18.45 Blue Jasmine Dagelijks 18.45 Borgman Dagelijks 21.30 Machete Kills Dagelijks 21.30 KIJKHUIS Gloria Dagelijks 18.30 La vie d’Adèle Dagelijks 21.00 Camille Claudel Dagelijks 19.00 + 21.30 LIDO Planes 3D Do t/m zo 13.00 + 15.30 + wo. 14.30 Gravity 3D Dagelijks 19.00 Insidious: Chapter 2 Dagelijks 21.30 Turbo 3D Do t/m zo 13.00 + 15.30 + wo. 14.30 Jackass Presents: Bad Grandpa Dagelijks 19.00 + 21.30 Battle of the Year 3D Do t/m zo. 15.30 2 Guns Dagelijks 18.45 Escape Plan Dagelijks 21.30 Feuten: Het feestje Dagelijks 19.00 + 21.30

MUZIEK

T H E AT E R

IMPERIUM THEATER Is There Life On Mars? 24, 25 en 26 oktober 20.30; €12 THEATER INS BLAU Wittenbols & Ligthart: Vette Dinsdag Do 24 oktober 20.30, €18 Rene van ’t Hof en Marieke de Kleine: Met mijn vader in bed Vr 25 oktober 20.30 €16 Krisztina de Châtel: Krisztina’s Keuze Za 26 oktober 20.30 €18 Schwalbe speelt massa Ma 28 oktober 20.30 €12,50 Marjolein van Heemstra: Gary Davis De Droom van een Wereldburger Wo 30 oktober 20.30 €16 De donkere kamer van Damokles Zo 27 oktober 20.15, vanaf €10 Nationaal Toneel: Het stenen bruidsbed Di 29 oktober 20.15, vanaf €10

DIVERSEN

RAAMSTEEG2 Tentoonstelling DA4GA T/m 15 december op do 12.00-2100, vr t/m zo 12-17u €2,50 UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK Tentoonstelling: Eeuwig Recht. De discrete charme van oude rechtsboeken T/m 14 januari


12  Mare · 24 oktober 2013 Clubje

Bolwerkers

Kutfeuten

Foto Taco van der Eb

‘Soms wel vijftig uur in de week’ Het Leidsch Schaakgenootschap Raoul van Ketel (voorzitter, rechts op de foto): ‘Het Leidsch Schaakgenootschap (LSG) heeft ruim honderd leden. We hebben spelers van alle niveaus. Onze studentenheld Arthur Pijpers speelt bijvoorbeeld in de meesterklasse tussen de Grootmeesters, maar we bieden ook trainingen aan voor beginnende schakers.’ Bart van den Bosse (secretaris, links): ‘Op dinsdag spelen we een interne competitie. Dat betekent niet dat het alleen leuk is voor mensen die heel goed zijn. Als je tegen een goede tegenstander mag spelen kan dat een hele eer zijn. Voor een amateurclub is het toch ook leuk om te voetballen tegen Ajax. Je hebt altijd een kleine kans om voor een verrassing te zorgen. Dat gebeurt soms ook.’ Arthur Pijpers (19, student wiskunde,

midden): ‘Er zijn verschillende spelvarianten, maar meestal krijg je anderhalf uur per persoon op de klok. Na elke zet krijg je er tien seconden bij.’ Van Ketel: ‘De druk van de klok voel je natuurlijk wel. Je kunt niet te lang nadenken.’ Van den Bosse: ‘Er bestaan zelfs bullet-toernooitjes met lightning chess. Daarbij krijg je maar twee minuten per persoon. Toch komen ook die partijen bijna altijd tot een beslissing.’ Pijpers: ‘We hebben ook een externe competitie. Daarbij speel je in een team van acht of tien spelers tegen schakers van een andere club. Als de partij afgelopen is, ga je vaak nog even bij je teamgenoten kijken. Je bent ten slotte ook afhankelijk van hun prestaties. ‘ Van den Bosse: ‘Als je ziet dat ze op het punt staan om iets stoms te doen,

krijg je soms wel de neiging om zacht tegen de tafelpoot te schoppen of te kuchen. Maar dat mag natuurlijk niet.’ Van Ketel: ‘Tijdens het schaken is het stil, maar na afloop drinken we altijd een biertje. De sfeer is hier best studentikoos, omdat veel leden in Leiden gestudeerd hebben. Veel van hen zijn inmiddels afgestudeerd, dus we zouden graag meer studentleden willen.’ Van den Bosse: ‘Schaken heeft alles: spel, sport, kunst en wetenschap. Het is ontspannend maar ook competitief. Het kan esthetisch mooi zijn, maar komt soms ook gewoon neer op wetenschap.’ Pijpers: ‘Zo is er een online database waarin vijf miljoen gespeelde partijen opgeslagen zijn. Voor een belangrijke wedstrijd ga ik me altijd snel op de computer voorbereiden. Je kijkt dan

naar de algemene speelstijl van je tegenstander. Met welke speltechnieken heeft hij vorige keren gewonnen? En wat zijn zijn zwakke punten?’ Van Ketel: ‘Op dat niveau gaat schaken niet meer om losse zetten. Je leert om patronen te herkennen. De spelers weten na afloop ook nog precies welke zetten er gedaan zijn.’ Pijpers: ‘In normale weken schaak ik tussen de drie en vijf uur. Maar in aanloop van een belangrijk toernooi kan dat oplopen naar vijftig uur in een week. Buiten de wedstrijden om gaat bijna alles met de computer. Het is niet zo dat mijn kamer vol staat met schaakspellen. Ik heb thuis geloof ik maar één schaakbord en dat heb ik al zeker vijf jaar niet gebruikt.’ Door Petra Meijer

Omdat de televisieserie Feuten nog niet genoeg was uitgemolken na drie seizoenen, is afgelopen week een heuse film in première gegaan: Feuten het Feestje. Als lid van het corps hier in Leiden, verbaas ik me over hoe de makers van deze serie sommige details werkelijk spot-on hebben, terwijl ze tegelijkertijd de grote lijnen finaal missen. Het is vooral een aaneenschakeling van de stereotypes die het publiek wil zien, want met een realistisch beeld van de corpora en haar leden heeft het weinig te maken. De manier waarop de studentenwereld (meer specifiek: het corps) wordt neergezet, laat zich makkelijk raden. De vooroordelen die schaamteloos snel op het publiek worden afgevuurd, zijn voor vooral leuk voor buitenstaanders, knorren zo u wilt, omdat ze bevestigen wat iedereen al vermoedt: die corpsballen zuipen alleen maar en denken dat de hele wereld om hen draait. Het ironische is echter juist dat vooral de niet-leden geobsedeerd lijken door het corps en het steeds maar weer aandacht blijven geven. Dat de serie ondanks die vooroordelen ook onder corpsleden populair is, komt vooral omdat de hilariteit in de overdrijving ligt. Leden kunnen alles weglachen omdat ze weten dat het allemaal overtrokken is. Alle incidenten die helaas in de lange historie van de corpora zijn voorgevallen, worden in de serie en film in een tijdsperiode van een paar weken gepropt, zodat Feuten vol ‘drama’ en ‘conflict’ zit. Hadden de makers enig gevoel voor satire gehad, was het een briljante serie geweest. Het feit dat bijvoorbeeld het fictieve H.S.C. Mercurius inmiddels werkelijk als ‘vereniging’ is opgericht, duidt echter op het droeve, sneue tegendeel. Het succes van Feuten is daarmee gemakkelijk verklaard: het biedt een veronderstelde blik in het anders zo mysterieuze corpsleven, wat normaal voor buitenstaanders verborgen blijft. Wie nooit lid is geweest, spreekt vooral negatief over het corps, ingegeven door allerlei vooroordelen over de vereniging, haar leden, de ontgroening enzovoort. Niet-leden denken dat ze door commerciële, sensationele pulp als Feuten alsnog kunnen zien hoe het er aan toe gaat, zonder dat ze hun halsstarrige principe om vooral niet bij het corps (of vereniging in het algemeen) te gaan hoeven op te geven. De meest negatieve geluiden komen standaard van mensen die zelf nooit bij het corps hebben gezeten, ‘maar wel de verhalen hebben gehoord’. Toevalligerwijs is iedereen die wel lid is (geweest), en dus over het voordeel beschikt te weten waar hij/zij het over heeft, juist vol lof over de studententijd. Je studententijd is de voorbereiding op het echte leven, geen verlenging van je middelbare schooltijd. Het studentenleven draait om het ontdekken van grenzen en het ontplooien van karakter. Gelukkig bestaan er nog mensen die dat begrijpen, anders zou het leven vol zitten met brave, saaie mensen. Robbert van der Linde

Bandirah

Profile for Mare Online

Mare 6 (37)  

Leids Universitair Weekblad

Mare 6 (37)  

Leids Universitair Weekblad

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded