Issuu on Google+

21 juni 2012 35ste Jaargang • nr. 32

‘Wetenschappers moeten ballen tonen’ Pagina 14

Tips voor op kantoor: veel fouten maken en moeders aannemen

Chopsticks en microfoons: Mare ging uit eten bij de Noord-Koreaan

Een jaar uit het leven van drie eerstejaars Hoe verging het ze?

Pagina 7

Pagina 9

Pagina 13

Download je diploma hier Online studeren raakt in zwang Er staan duizenden colleges online, en een robot kijkt je tentamen na. Steeds meer (top)universiteiten bieden gratis online onderwijs aan. Door Bart Braun De universiteit van Stanford trok dit jaar zo’n 160.000 inschrijvingen voor het vak Introduction in Artificial Intelligence. Iets meer dan tweehonderd van hen zaten daadwerkelijk in de collegezaal. De rest volgde de colleges online; het huiswerk werd heel toepasselijk door een robot nagekeken. Een zevende van de deelnemers slaagde, en kreeg een certificaat. Gratis. Naast Stanford wierpen ook andere topuniversiteiten zich op de zogeheten Massively open online courses, kortweg moocs. Een cursus printplaat-elektronica van het Massachussetts Institute of Technology trok 120.000 studenten. Het MIT kondigde dit voorjaar aan om samen met Harvard nog veel meer van zulke cursussen te gaan geven. Stanford slaat de handen ineen met onder meer Princeton, om meer online onderwijs te bieden. ‘Het MIT is al een jaar of tien geleden begonnen met materiaal online zetten’, vertelt Marja Verstelle, programmamanager ICT & Onderwijs bij Academische Zaken. ‘Hun insteek was toen: we kijken wat er gebeurt. Al experimenterend ontstaan de toepassingen. Wat de impact wordt, is nog steeds onduidelijk, maar die moocs geven wel het idee dat het in een stroomversnelling begint te raken.’ ‘Als ik een bestuurder was aan een universiteit uit de middenmoot, zou ik heel nerveus om me heen gaan kijken, nu’, verkondigde een moocpionier in de New York Times. ‘Als een toonaangevende universiteit een gratis elektronicacursus aanbiedt, is het nog maar de vraag of andere uni-

versiteiten er ook nog eentje moeten ontwikkelen.’ De moocs, met hun huiswerk, online overleg tussen de studenten en certificaten, zijn relatief nieuw, maar er staat ontzettend veel lesmateriaal gratis online. De grootste en bekendste site is Khanadademy.com. Ooit begonnen als een oom die wiskundebijlesfilmpjes maakte voor zijn nichtje telt de site nu duizenden lessen, die meer dan zeshonderd miljoen keer werden gekeken. Microsoft betitelde open source software als Explorer-concurent Mozilla ooit als een ‘kankergezwel’, maar oprichter Bill Gates blijkt wel gecharmeerd van open course. Hij investeerde miljoenen in het project, zodat er nu ook Khan-academies in andere talen kunnen komen. Waarom plaatsen universiteiten als Oxford, Berkely, MIT en de TUDelft hun cursussen online? Om verschillende redenen: als visitekaartje van de universiteit, bijvoorbeeld. Maar het gaat verder: Stanford kan uit de duizenden deelnemers de allerknapste koppen selecteren, en die – al dan niet met een beurs – binnenhalen. MIT en Harvard benadrukken dat ze online onderwijsmethoden en –technologieën willen bestuderen met behulp van hun internetcolleges. Salman Khan van Khanacademy overweegt zijn opgedane kennis over onderwijs toe te gaan passen in een dure privéschool. En er zijn nobele motieven. Zo hebben 280 internationale instanties, waaronder veel topuniversiteiten, zich verenigd in het Open Course Ware consortium, dat syllabi, colleges en oefenstof gratis online wil plaatsen. Dat komt mede door de bevolkingsopbouw van de wereld. In het vergrijsde Nederland vergeet je het makkelijk, maar meer dan een derde van de wereldbevolking is jonger dan achttien jaar. Als die kin-

Laatste Mare van dit academiejaar Dit is de laatste Mare van dit collegejaar. Het eerste nummer van jaargang 36 verschijnt op 6 september. De redactie wenst iedereen ‘n fijne zomervakantie.

Paardenliefde ‘Hij schrikt bijna nergens meer van’, zegt studente literatuurwetenschappen Marinka Alsemgeest (23) over haar Fries Floris (3). Ze is niet de enige student met een fanatieke paardenliefde. Deze zomer zal rechtenstudente Elaine Pen (22) met Vira (10) meedoen aan de Olympische Spelen. Bij het onderdeel eventing – ‘een combinatie van dressuur, springen en cross country’ – hoopt ze een medaille te halen. Zie pagina 10 en 11. Foto Taco van der Eb

deren groot zijn, zou in elk geval een gedeelte van hen naar de universiteit moeten. In 2025 zijn er wereldwijd tachtig miljoen extra studenten, als je de grafiekjes doortrekt. Daar zijn domweg geen universiteiten voor. ‘Wij stellen ons een wereld voor waarin de wens om te leren volledig klikt met de mogelijkheid om te leren, overal ter wereld. Waar iedereen, overal betaalbare en leerzame kansen krijgt om de kennis en training die ze wensen te vergaren’, stelt het consortium op haar website. Ook de Universiteit Leiden experimenteert met Open Courseware,

vertelt Verstelle. Wat er nu op ocw. leidenuniv.nl te zien is, is volgens haar het resultaat halverwege het project. ‘We zijn begonnen met een aantal losse vakken; nu doen vier masteropleidingen mee. We moeten nog een aantal slagen maken, ook met de vormgeving.’ Wat wil Leiden met open courseware? ‘Het is allemaal nog heel erg in ontwikkeling’, vervolgt Verstelle. ‘We hebben vanaf het begin gezegd: we gaan niet top-down één doelstelling formuleren. Het gaat om iets geheel nieuws, we willen juist verschillende ideeën faciliteren en uit-

Mare zoekt een stagiair(e)

Strijd tegen valse voorlichting

Ziekteverzuim werknemers stijgt

Interesse in journalistiek? Bij Mare is vanaf september plaats voor een stagiair(e). Stuur brief, cv en artikel naar frank.provoost@mare.leidenuniv.nl.

Als het aan staatssecretaris Zijlstra ligt, moeten alle studies in 2014 een bijsluiter hebben die informatie verstrekt over kansen op de arbeidsmarkt.

Het ziekteverzuim bij de universiteit is in 2011 flink gestegen in vergelijking met voorgaande jaren. Dat kost meer dan 6 miljoen euro. Projecten zijn opgestart.

Pagina 4

Pagina 5

vinden wat de potentie ervan is voor Leidse opleidingen. Uiteindelijk moet daar een gemeenschappelijke Foto Taco van der Eb koers uit voortkomen, maar zover is het nog niet. Juist die diversiteit is kenmerkend voor open courseware. De een doet het om de transparantie, zodat potentiële studenten kunnen zien hoe de opleiding écht is. De ander wil betere aansluiting van buitenlandse studenten stimuleren doordat ze vooruit kunnen werken. Zo onderzoeken de opleidingen verschillende toepassingen. > Verder lezen op pagina 6

Bandirah Pagina 20


2  Mare · 21 juni 2012 Geen commentaar

Voor alle gevallenen Door frank Provoost (….Waar

staat de poort die ons binnen laat. En die ons ook beschermt…) Welkom bij deze plechtigheid. Kijk ons hier staan, turend in de zwarte klei. Bij zo’n samenzijn voel je dat er meer moet zijn tussen hemel en aarde. Maar het is niet alleen tijd voor bezinning. We moeten ook door. (…Hoeveel offers werden er gebracht. Toch nog blijft het nacht…) U ziet het. Het gat is groot, er gingen er heel wat dit jaar. Dus daar gaan we dan. (…Waar dan is het licht op ons duistere pad. De hand die ons geleidt. En hoe lang, ja hoe lang nog duurt de tijd. Dat wij zijn bevrijd…) U kunt hem vanaf hier niet zien, maar helemaal onderop ligt een student die alle tijd had om zichzelf te ontplooien. Hij liep talloze colleges en stages, stelde onderweg intelligente vragen, bestierde daarnaast verenigingen, en las nog wel eens een krant. Aan zijn conditie heeft het niet gelegen, hij was namelijk ook fervent sporter. Maar fit of niet, tegen het door sluwe geesten bedachte doodsvonnis ‘langstudeerder’ was hij niet bestand. (…Waar is de geest die met ons leeft. Die ons de vrede geeft...) En hij is niet alleen. Hoewel nog onzeker is of de toorn die langstudeerboete heet op ons zal nederdalen - daarover doet een Aardse Rechter op 25 juli uitspraak – het is wél zo goed als zeker dat de basisbeurs na de eerstvolgende verkiezingen ten dode is opgeschreven. Zonder op de feiten vooruit te willen lopen, voorspel ik u: dan blijven we hier graven. (…Waar ligt het land waar we mogen zijn. En wat is de taak die ons wacht…) Als u goed kijkt ziet u daar, links naast die medisch farmacologen, nog net een groot deel van de Leidse culturele leven liggen. Na slopend ziekbed hebben we afscheid moeten nemen van het LAK-theater, in 1946 opgericht door Piet ‘zoon van de grote’ Cleveringa. Waarschijnlijk is dit niet de juiste plek om lang te blijven stilstaan bij hoe hypocriet een universiteit schijnonderhandelingen kan blijven voeren, in valse hoop handelt om uiteindelijk genadeloos te trakteren op nekschotten met roestige kogels. Laat ik volstaan met te zeggen dat niemand zo’n jojo-diagnose (wegbezuinigd, gered, toch weer wegbezuinigd, gered maar nu champagne bij de wethouder, toch genadeklap met lulsmoes) kan overleven. (…Waarheen leidt de weg die we moeten gaan. Waarvoor zijn wij op aard. Wie weet wat er is achter ster en maan. Hoe lang duurt nog de nacht…) Bovendien: de volgenden wachten. Mieke is uitgezongen. Koffie en cake wachten. Laten we naar binnen gaan.

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Fax 071–527 7288 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Judith Laanen redactie@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Medewerkers

Rivke Jaffe • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Anne van de Wijdeven Secretariaat Judith Laanen Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn • richgirl-design.com Drukwerk Dijkman Offset Amsterdam Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Fax 023 - 571 76 80 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • I. Bronstring • A. Brouwer • prof. dr. A.J.W. van der Does • B. van der Donk • J. Egberts • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • D. van der Klugt • A. Liemburg • R. Nieuwenkamp • mw C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare. leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Hackademics Normaal ben ik niet zo toekomstgericht bezig, maar door mijn collega-antropoloog Dorien Zandbergen ben ik wat meer futurologisch gaan denken. Zij doet momenteel een post-doc binnen het NWO-project The Future Is Elsewhere, en kijkt daarbij naar de ‘technologische toekomst’.

Hoe wordt over de toekomst nagedacht in een informatiesamenleving als de onze, en welke politieke filosofieën komen daarbij aan de orde? Welke rol zien wij digitalisering en technologische verandering in de toekomst spelen, en hoe beïnvloeden die processen ons toekomstbeeld? Zandbergen doet eigenlijk ook aan historische futurologie, want ze trekt verbanden tussen ons huidige toekomstdenken en de utopische visies van de hippies en andere counterculture bewegingen uit de jaren zestig van de vorige eeuw. In het kader van dit onderzoek bestudeert ze niet alleen hoe verschillende groepen binnen onze digitale samenleving nadenken over welke toekomst wenselijk is, maar ook de praktische stappen die ze nemen om die toekomst werkelijkheid te maken. In een aantal meetings liet ze vormgevers, theatermakers, ondernemers, onderwijsspecialisten, IT-specialisten, activisten, ngo-werkers en sociaal-wetenschappers vertellen hoe zij onze huidige samenleving interpreteren. (Zelf mocht ik ook meedoen in de rol van wetenschapper – leuk om zo zelf ook eens onderzocht te worden.) Een dominante veronderstelling onder de deelnemers was dat we in een periode van transitie zitten en dat de status quo op veel vlakken niet houdbaar is. Ze willen een actieve rol spelen in deze processen van verandering, en meedoen aan system change in de breedste zin. Zo kwamen bijvoorbeeld de verschillende Occupy-bewegingen ter sprake, maar ook de Arabische Lente – medewerkers van it-bedrijven en ngo’s vertelden hoe zij probeerden Egyptenaren te ondersteunen door technologische of activistische tools te bieden. Er kwam ook een aantal hackers aan het woord. Hoewel veel mensen ze kennen van meer spectaculaire computeracties belichamen hackers vooral het idee dat

technologie niet een abstract kracht is die zomaar uit de lucht komt vallen. Ze vinden dat we moeten nadenken over de politiek en de economie van technologische infrastructuren zoals het internet. Belangrijker nog is dat we inzien hoe we daar zelf, als individuen en in collectief verband, invloed op kunnen uitoefenen. Samen met Zandbergen sprak ik tijdens de laatste bijeenkomst ook over de mogelijkheden van system change binnen de universiteit. In alle hectiek van onderwijs, publicatiedruk, bestuurstaken enzovoorts krijgen we ook steeds meer inzicht in de politieke en economische structuren die de wetenschap inkaderen. Hoe kunnen we de kloof dichten tussen het prachtige ideaal van de universiteit als community of scholars, en de werkelijkheid van de ratrace waarbij status, machtsstrijd en vriendjespolitiek vaak de toon zetten? Hoe kunnen wij de toenemende vermarkting van de universiteit niet alleen begrijpen maar ook veranderen? Kunnen we een alternatieve werkwijze belichamen, waarin niet individuele prestatiedrang de overhand heeft, maar onderlinge samenwerking en gemeenschappelijke intellectuele ontwikkeling? Waarin vrije kennisuitwisseling en -vermeerdering belangrijker zijn dan concurrentie en hiërarchische lijstjes? “Ik weet het”, riep één van de hackers, ‘jullie zijn gewoon hackacademics!” En zo hielp deze vrouw mij te verwoorden hoe voor mij de universiteit van de toekomst er uit zou moeten zien. Mijn utopische universiteit is een plek waar mensen actief bewust zijn van de politiek-economische structuren die hun intellectuele omgeving vormen. Het is een plek waar mensen dat bewustzijn gebruiken om die structuren en die omgeving socialer, eerlijker en relevanter te maken. Kortom: een plek voor en door hackademics. Rivke Jaffe Universitair docent culturele antropologie


21 juni 2012 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

Over elkaar buitelende letters Typografe belandt in top 100 Letterontwerpster Nadine Chahine werd uitgeroepen tot één van de honderd meest creatieve mensen van 2012. ‘Typografie geneest geen kanker, maar het verrijkt wel de wereld.’

‘Als kind was ik gefascineerd door de architectentekeningen van mijn vader. Ik kon

Door Judith Laanen

urenlang naar hem kijken als hij tekende. Door hem heb ik geleerd dat er zoveel meer zit achter een simpele zwarte pennenstreek.’ Nadine Chahine ontwerpt Arabische lettertypes. Het blad Fast Company zette haar op plaats 69 van de top 100 mensen die hun creativiteit gebruiken om de wereld te innoveren. Typografie is ‘de stem van de visuele cultuur’, zegt ze. ‘Kranten-

Nadine Chahine ontwerpt ‘de stem van de visuele cultuur’

koppen geven niet alleen informatie, het zijn ook de visuele weergaves van de wereld.’ Ze werkte onder meer samen met Adrian Frutiger, de typograaf van het gelijknamige lettertype, voor haar Frutiger Arabic. Ze groeide op in Beirut, ten tijde van de burgeroorlog die van 1975 tot 1990 het land teisterde. ‘Het Arabisch kenmerkt zich door verschil. In Libanon spreken we niet allemaal dezelfde taal, maar de geschreven taal is hetzelfde.’ Daarom is het belangrijk een kwalitatief hoogstaand lettertype voor het Arabische schrift te ontwikkelen. ‘Een lettertype moet goed ontworpen en getekend zijn, maar het moet ook technisch werken. Kijk naar een krant, een boek of een bruiloftsuitnodiging. Die hebben allemaal bepaalde conventies, en die spelen door in het ontwerp van het lettertype. Een metalband kiest als logo niet zo snel voor een lettertype dat op een handschrift lijkt, omdat daar een andere energie in zit. Zie het zo: als je naar een vergadering gaat doe je ook geen bikini aan.’ Bij het ontwerpen van lettertypes zijn deze conventies meer verborgen.

‘Maar omdat de gemiddelde lezer ze toch onbewust oppikt, moet je daar als typograaf goed rekening mee houden.’ Voor haar PhD-onderzoek aan de Universiteit Leiden, dat ze bij beroemde typograaf Gerard Unger doet, onderzocht Nadine het effect van letterontwerp op lezen. ‘Daarvoor heb ik de met een speciale camera oogbewegingen gemeten tijdens het leesproces. Verder heb ik een aantal Arabische lettertypes met toenemende complexiteit ontwikkeld (zie illustratie) en die aan studenten in Beirut laten lezen. De complexiteit zit ‘m in hoe de letters aan elkaar vast zitten. Soms lijkt het alsof ze over elkaar heen buitelen, in plaats van naast elkaar zitten. Wat gebeurt er tijdens het leesproces: hoe lazen ze, hoe lang bleven ze op één woord hangen, hoe vaak herlazen ze woorden? Hoe kan letterontwerp lezen beïnvloeden? Voor Latijnse lettertypes is al wel veel onderzoek gedaan, maar voor Arabische lettertypes nog niet. Dit opent wellicht deuren naar verder onderzoek. Typografie geneest dan geen kanker, maar het verrijkt wel de wereld.’

Vliegende Hollander Sam Frank (21), eerstejaars rechtenstudent, werd in zijn zeilklassement wereldkampioen bij een race op Texel, en derde bij de grootste catamaranrace ter wereld, de Ronde om Texel. Daarnaast studeert hij rechten en gaat hij na de zomer in Hongkong werken als piloot. Wanneer begon je met zeilen? ‘Toen ik zes was. Mijn ouders hebben een klein jachtje en we gingen altijd op zeilvakantie. Ze wilden graag dat ik mee kon komen op de boot. Dat is dus volledig uit de hand gelopen. Rond mijn achtste ben ik mijn eerste wedstrijden gaan zeilen, toen ik veertien was deed ik mee aan mijn eerste EK. Zeilen heeft altijd op nummer één gestaan. Ik zeil op semi-professioneel niveau, maar verdien er niet mijn geld mee.’ Nu ben je wereldkampioen. ‘Vorig jaar ben ik met mijn Team Boskalis Nederlands kampioen geworden voor mijn type boot, de Nacra 20. In datzelfde jaar zijn we ook Argentijns kampioen en Engels kampioen geworden. De wereldtitel voor mijn boot, de Nacra Infusion, was toevallig vlak voor de Ronde om Texel, in de Zwitserleven Zeilweek 2012. Daar werd ik met mijn teamgenoot eerste.’ En die Ronde om Texel? ‘Het is de grootste catamaranrace ter wereld. Je start met ongeveer 400 boten en je vaart dan een rondje om het eiland. We hadden niet zo’n hele goede start dit jaar dus in de algemene race zijn we derde geworden.’

Een door Chahine ontworpen letter

Ondertussen ben je ook piloot? ‘Ik ben in 2008 begonnen met de KLM Flight Academy, en heb die in 2010 afgerond. Omdat de economie nu niet heel goed is en er weinig banen zijn ben ik op een wachtlijst geplaatst. Nu wacht ik tot ik kan beginnen bij KLM.’

Frutti di Mare

De taart komt van Allah Zo’n vijfentwintig leden van SSR-dispuut M.O.C.C.A. zitten opeengepakt in een woonkamer, klaar voor hun vergadering. M.O.C.C.A. bestaat honderd jaar en is daarmee het oudste dispuut van Leiden. Freek van der Meij: ‘Alle vooroorlogse disputen van SSR kozen een andere geloofsrichting als thema. Eerste preses van SSR en M.O.C.C.A.-oprichter Johannes Itjeshorst koos in 1912 voor een Arabisch tintje.’ Daarom heet de preses bij dit dispuut ook wel ‘Imam’, noemen ze de abactis de ‘Muadd’hin’ en heet de assessor de ‘Sahib an-Nabi’. Als dispuutsdier hebben ze een kameel. Er is ook nog een Haremoverste en een Oppertaartsnijder. Ralf de Jong, de huidige Imam, legt uit: ‘Die functie hoort bij één van onze vele tradities, zoals dat we elke pauze in de vergadering taart eten. De taak van de Oppertaartsnijder is om de taart mee te nemen. Het idee is dat de taart van Allah komt, maar deze keer komt-ie van de Hema. Het is een eerstejaarsklus om de taart te halen en te snijden, maar wel de meest eervolle.’ Wat is het raarste dat ze ooit hebben meegemaakt? Een lid roept: ‘Er was toch

ooit iemand in een put gevallen?’ Gelach alom. Dirk van Rijn: ‘Toen we vorig jaar op weekend waren viel de pijp van een oudere M.O.C.C.A.an in een ondergrondse vuilniscontainer. Die pijp zat trouwens al in een vuilniszak met zaagsel, die door iemand in een container is gegooid onder het mom ‘dit kan wel weg’. Toen iemand zei ‘waar is de pijp van Munsterman?’ brak er paniek uit.’ Toenmalige imam Inez Specker daalde met ladder af in de container: ‘Ik wist trouwens pas dat die pijp ook ín die zak zat toen ik al vuistdiep tussen het afval stond. Maar we hebben ‘m gevonden en hij was nog heel!’ M.O.C.C.A., waarvan de afkorting trouwens supergeheim is, voert al jaren strijd met het SSR-dispuut T.A.E.N.I.A. om wie nu echt het oudst is. Omdat de kronieken van de oprichtingstijd niet meer bestaan, blijft dat onduidelijk en dus blijft de rivaliteit tussen de twee disputen bestaan. Freek: ‘Dat komt overigens meer van hun kant dan van ons, hoor. Zij vinden dat ze ouder zijn.’ Hoe uit zich dat? ‘Als de dispuutsliederen gezongen worden beginnen zij soms expres eerder. Of ze duwen

ons van het podium af.’ Ralf: ‘Maar dat komt ook alleen maar omdat zij hele grote sterke mannen hebben en wij, nou ja, wij niet.’ M.O.C.C.A. heeft twee dubbelleden, die ook bij T.A.E.N.I.A. lid zijn. Hoewel dat handig lijkt, doen ze er niet zoveel mee.

Pieter is één van die dubbelleden. Ralf: ‘Oh, ik weet een mooie quote voor Pieter: ‘Mijn loyaliteit ligt bij M.O.C.C.A.’’ Waarop Pieter antwoordt: ‘Hee, dat heb ik nooit gezegd!’ en dan geheimzinnig vervolgt: ‘Mijn loyaliteit ligt bij het oudste dispuut van Leiden.’ JL Is M.O.C.C.A. nu de oudste of niet? Foto Taco van der Eb

Ook studeer je rechten in Leiden. ‘Ik wilde altijd al gaan studeren maar het kwam er nooit van. En ik ben het gaan doen om niet stil te zitten, want het kan zomaar nog twee jaar duren voordat ik bij KLM een baan kan krijgen. Ik heb mijn propedeuse bijna afgerond, nog één tentamen en dan ga ik eind juli naar Hongkong. Ik heb namelijk een baan aangeboden gekregen bij Cathay Pacific, een grote Aziatische luchtvaartmaatschappij. Dat is zo’n grote kans, die sla je niet af.’ En je zeilteam en je studie dan? ‘Mijn studie zet ik een jaar stop. Ik richt me het komende jaar eerst volledig op vliegen. Daarna ga ik mijn rechtenstudie in deeltijd volgen. Mijn tentamens kom ik in Nederland maken, de rest doe ik daar. Mijn zeilteam zal een ander maatje moeten vinden.’ Kun je in Hongkong niet zeilen? ‘Ja, daar hebben ze ook wel een grote zeilwereld. Ik heb trouwens al aanbiedingen gehad om daar in een team te komen zeilen. Dat zou wel gaaf zijn als ik voor China of Hongkong uit kan komen.’

JL


4  Mare · 21 juni 2012 Nieuws

Pollpooler Politieke peilingen zijn nieuws: journalisten schrijven graag over virtuele zetelwinst. Maurice de Hond, Synovate en TNS-NIPO leveren de cijfertjes met graagte aan. Hun meetmethodes zijn echter niet altijd even transparant of goed, en dat zorgt ervoor dat er behoorlijke verschillen kunnen zitten tussen hun uitslagen onderling en tussen hun uitslagen en de die van de verkiezingen. De NOS probeert dat sinds vorige week te ondervangen door de polls te bundelen en met behulp van statistiek aan elkaar te knopen. Ook staan er nu onzekerheidsmarges in de grafiekjes. De poll-pool is ontworpen door de Leidse politicoloog Tom Louwerse. Op zijn eigen website geeft hij grif toe dat als de ondervragingmethode van de pollers niet klopt, zijn Peilingwijzer ook geen goede weergave kan zijn van wat de kiezer wil. In elk geval vlakt de aanpak rare uitschieters af. In de Peilingwijzer van afgelopen woensdag komen VVD en SP ongeveer even hoog uit, en daalt het percentage CDA-stemmers licht ten opzichte van vorige week.

Wormen Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum en het St RadboudUMC te Nijmegen hebben van de Koninklijke Akademie der Wetenschappen een beurs van 600.000 euro gekregen voor onderzoek naar parasitaire wormen en suikerziekte. Immunologen vermoeden al tijden dat infecties met wormen de kans verkleinen op autoimmuunziektes en allergieën – en dat het steeds zeldzamer worden van die parasieten in het Westen een rol speelt in de toename van zulke ziektes hier. Op een of andere manier sturen wormen het menselijk immuunsysteem aan, lijkt het. Er is ook een verband tussen diabetes type 2 en het immuunsysteem: bij veel patiënten scheidt het vetweefsel ontstekingsstoffen af die de ziekte erger maken. De Leidenaars willen op het Indonesische eiland Flores uit gaan zoeken of wormeninfecties mogelijk helpen om suikerziekte te voorkomen. Ze gaan grote groepen mensen behandelen tegen wormen, en vervolgens kijken of dat hun insulineweerstand – een soort pre-diabetes- beïnvloedt.

Academische Jaarprijs Het Leidse project iSPEX is genomineerd voor de Academische Jaarprijs 2012. De Academie Jaarprijs wordt dan voor de zevende keer uitgereikt aan het team dat wetenschappelijk onderzoek het beste overbrengt aan een breed publiek. De iSPEX (Spectropolarimeter for Planetary EXploration) is een apparaatje waarmee je via je mobiele telefoon fijnstof in de atmosfeer kunt meten. Gebruikers steken hun smartphone, met het apparaatje erop, buiten in de lucht en allerlei functies op je telefoon, zoals de camera en de GPS-verbinding, doen de rest. Een prototype is al ontwikkeld. Met het prijzengeld van 100.000 euro zou het onderzoeksteam 10.000 iSPEX’ willen produceren. Het apparaatje is nuttig voor astmapatiënten, maar er komt ook een lespakket met spectrografische proefjes en alle metingen worden bovendien opgenomen in een database, waardoor de verdeling van fijnstof over het hele land in kaart gebracht kan worden. De twee andere genomineerden komen allebei van de Rijksuniversiteit Groningen. De winnaar wordt op 24 oktober bekend gemaakt

Kerkmuziek Ton Koopman, professor musicologie aan de Universiteit Leiden, is onderscheiden met de Buxtehudeprijs. Deze prijs wordt sinds 1951 uitgereikt door de Hanzestad Lübeck voor bijzondere verrichtingen op het gebied van kerkmuziek. Koopman, een belangrijke barokspecialist, werkt sinds 2005 aan opnames van het volledige oeuvre van Dieterich Buxtehude. Koopmandoceert in Leiden het vak Capita Selecta Oude Muziek. Hij mag de prijs van 10.000 euro in september 2012 in ontvangst nemen.

Studeren met een bijsluiter ‘Scholieren worden nu vals voorgelicht’ Als het aan demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra ligt, moeten alle studies in 2014 een bijsluiter hebben. Afgelopen zaterdag presenteerden de hogescholen Windesheim, HAN, Hanze Hogeschool Groningen, en Saxion hun studiebijsluiters. Daarin kunnen aankomende studenten lezen wat ze kunnen verwachten van hun opleidingen daar. De bijsluiters moeten ze helpen om een objectief en duidelijk beeld

Door Bart Braun

van hun opleiding te krijgen. VVD-kamerlid Anne-Wil Lucas juichte de invoering toe, al zou ze nog grondiger en vooral nog meer bijsluiters willen zien. Die moeten in haar ogen aangeven hoe tevreden studenten zijn over hun opleiding, hoeveel lesuren de opleiding geeft, en hoe makkelijk afgestudeerden werk vinden. ‘Scholieren worden nu vals voorgelicht met glimmende folders waar alleen maar leuke dingen in staan’, stelde Lucas in de Telegraaf. ‘Ik ben blij dat deze hbo’s al zijn begonnen met de bijsluiter, maar de lat moet

Gedragscode nu met preventiebeleid De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten heeft haar beleid voor de bescherming van de wetenschappelijke integriteit aangepast. Haar Gedragscode Wetenschapsbeoefening is aangescherpt, en aangevuld met een preventiebeleid. Die Gedragscode is een verzameling regels over zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De grootste verandering is dat er nu ook in staat dat wetenschapsbeoefenaren de navolging van de Gedragscode moeten bevorderen. Ook is het vermelden van nevenfuncties volgens de nieuwe versie verplicht. Het preventiebeleid is meerledig. Studenten krijgen al in de bachelorfase les over ‘wetenschappelijke integriteit in het algemeen en van respect voor het intellectuele eigendom van anderen en de on-

toelaatbaarheid van plagiaat in het bijzonder’. In de masteropleiding en het promotietraject moet dat nogmaals benadrukt worden, en na de daadwerkelijke promotie moeten rectores magnifici de kersverse promovendus andermaal wijzen op hun verantwoordelijkheden. Bij instellingsaccreditaties wordt het beleid om schendingen van de integriteit tegen te gaan onderdeel van het evaluatieproces. De VSNU zal voortaan overtredingen en integriteitssschendingen geanonimiseerd publiceren op haar website. Daarnaast bestaat er al sinds 2005 een Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Wie zich ten onrechte beschuldigd voelt van wetenschapsfraude, of wie het idee heeft dat klachten over een niet-integere collega met de mantel der liefde bedekt worden, kan zich daar melden. BB

hoger. Ook voor de staatssecretaris, want hij moet de universiteiten tot actie manen.’ Dat heeft de staatssecretaris gedaan: dinsdag verklaarde Halbe Zijlstra in de Tweede Kamer dat alle studies in 2014 vergelijkbaar voorlichtingsmateriaal moeten hebben, en dat hij ze anders zal dwingen. ‘In 2014 moet de voorlichting beter zijn’, legt Zijlstra’s woordvoerder Job Slok uit. ‘Studenten moeten vooral vergelijkbaar voorlichtingsmateriaal hebben, zodat ze studies beter naast elkaar kunnen leggen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van

een bijsluiter, maar het moet in elk geval gebeuren.’ Wat er precies in die voorlichting moet staan is onduidelijk. Studententevredenheid? En wie gaat die meten, en hoe? Binnen veel studies verschilt de baankans dramatisch per afstudeerrichting; hoe geef je dat weer? Tellen gezamenlijke Skype-sessies als contactuur? Slok: ‘Het initiatief ligt nu vooral bij de instellingen; zij zijn nu aan zet. De informatie moet natuurlijk wel een goed beeld geven van wat er te verwachten valt. Als dat niet gebeurt, wordt het opgelegd.’

Bijstelling univer- DUO kan flexibel sitaire begroting betalen niet aan Uit de financiële reportage over het eerste kwartaal blijkt dat de universiteit op en positief resultaat van 16,7 miljoen uit gaat komen over 2012. Dat is een afname van 1,1 miljoen ten opzichte van de begroting die is opgesteld voor dit jaar. Over 2011 kwam de universiteit op meer dan 20 miljoen in de plus uit. De totale baten dalen flink in vergelijking met de begroting. Er komt bijna acht miljoen minder binnen. Daar staat tegenover dat de lasten ook dalen met 7, 3 miljoen. De universiteit krijgt 1,4 miljoen minder van het Rijk dan verwacht. Ook is de verkoop van grond uitgesteld, waardoor deze baten doorschuiven naar 2013. De personeelslasten worden 3 miljoen lager geraamd dan eerder begroot. Ook de huisvestinglasten vallen minder hoog uit dan eerder ingeschat. Er zijn ook nog een flink aantal moeilijk in te schatten ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de universitaire financiën. Zo is het van belang of de langstudeerboete doorgaat of niet. De rechter doet daar uiterlijk 25 juli uitspraak over.VB

Staatssecretaris voor het Hoger Onderwijs, Halbe Zijlstra, wil graag dat afgestudeerden maandelijks een hoger bedrag dan verplicht van hun studieschuld kunnen aflossen. Maar de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van zijn ministerie kan dat voorlopig nog niet faciliteren. Dat blijkt uit antwoorden van Zijlstra op Kamervragen van de PvdA. Kamerlid Tanja Jadnanansing vroeg de staatssecretaris hoe het met de aflossingsplannen van het ministerie stond. Niet zo best, blijkt uit de schriftelijke antwoorden. Zijlstra wil dat in de toekomst de oud-student ‘van achter zijn computer het terugbetaalbedrag kan aanpassen aan persoonlijke omstandigheden.’ DUO kan de verhoging van het wettelijk terug te betalen maandbedrag echter niet op korte termijn realiseren. ’ Het flexibele betalen kan waarschijnlijk pas in 2015 ingevoerd worden. Extra betalen is nu al wel mogelijk, meldt Zijlstra. ‘Oud-studenten kunnen op eenvoudige wijze meer aflossen dan de verplichte betaling door op eigen initiatief extra middelen over te maken naar DUO. VB


21 juni 2012 · Mare 5 Nieuws

NS bewaart gegevens van studenten te lang De NS moet een dwangsom van 125.000 euro aan het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) betalen voor het te lang bewaren van reisgegevens van studenten met een ov-chipkaart. Saillant detail was dat de boete in de publiciteit kwam door een luidruchtig telefoongesprek dat de baas van de privacywaakhond, Jacob Kohnstamm, hield in de trein. Kohnstamm hing in een eersteklas-coupé aan de lijn met een medewerker van de NS. De twee waren aan het overleggen wat er precies naar buiten gebracht zou worden over de boete. Het gesprek werd opgepikt en gepubliceerd. Het CBP is al sinds 2010 bezig met een onderzoek naar de vervoersbedrijven die reisgegevens bewaren. Deze gegevens worden vaak te lang bewaard en er is geen sprake van verantwoord beleid voor bewaartermijnen. Er moeten voorzieningen worden getroffen om onnodige gegevensverwerkingen en misbruik te voorkomen, onder meer door gegevens te verwijderen zodra zij niet meer nodig zijn voor het gestelde doel, vindt het college Het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB, het Rotterdamse vervoerbedrijf

RET, de NS en kaartuitgever Trans Link Systems zegden na rapportage van het CBP toe nieuwe bewaartermijnen te gaan hanteren. Het college spoorde de bedrijven nog een beetje aan door dwangsommen op te leggen als de nieuwe regelingen niet op tijd werden ingevoerd. Het college concludeerde in mei van dit jaar dat NS de gegevens niet heeft vernietigd. De vervoerder verklaarde de reisgegevens te anonimiseren. ‘Maar het bleek dat reizigers desalniettemin (in)direct konden worden geïdentificeerd. Hierdoor is het mogelijk reisgedrag voor langere tijd te volgen’, schrijft het college. Het CPB besloot dan ook de dwangsom te innen. De NS heeft het CBP inmiddels laten weten dat het bedrijf alsnog de uiterste bewaartermijn heeft ingevoerd en alle reisgegevens ouder dan 24 maanden heeft vernietigd. Ook is de dwangsom betaald. De NS werd ook achter de vodden gezeten door het college over de gebrekkige informatie aan studenten over het in- en uitchecken met de chipkaart. Ook daar hing een dwangsom aan vast. Het CBP concludeert echter dat ‘de NS de studenten binnen de gestelde termijn alsnog goed heeft geïnformeerd.’VB

Ziekteverzuim universiteit stijgt Kosten: 6,1 miljoen Het ziekteverzuim bij de universiteit is in 2011 flink gestegen. Dat blijkt uit de jaarrapportage van de afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM). Vorig jaar lag het verzuim op 3,13 procent. In 2010 en de twee jaar daarvoor schommelde dat getal rond de 2,65. Het gaat dus om een toename van bijna een half procent. Het verzuim kost de universiteit 6,1 miljoen. Volgens de dienst zijn er proefprojecten opgestart bij het bestuursbureau en de faculteit sociale wetenschappen om het verzuim effectiever terug te dringen. Opvallend is dat het aantal langdurig zieken weer stijgt na een peri-

Door Vincent Bongers

ode van daling. In 2011 waren er per 1000 medewerkers zes langer dan een jaar ziek. Van 2008-2010 waren dat er vier per duizend. VGM schrijft dat veel bedrijven en instellingen, waaronder universiteiten, actief gezondheidsvoorlichting aanbieden die is gericht op is op ziektepreventie. Daarbij horen onder meer ‘leefstijlinterventies’ gericht op meer bewegen, stoppen met roken, minder alcohol en gezonde voeding. ‘De Universiteit Leiden is terughoudend met dergelijke interventies, omdat die zich uitstrekken voorbij de grens van het privédomein.’ De dienst brengt ook de veiligheidsituatie in kaart. Het aantal meldingen van incidenten en ongevallen steeg licht. Maar dat betekent niet dat de universiteit steeds onveiliger wordt. De stijging is vooral het ge-

volg een verbeterd meldingssysteem. Dat is een stuk laagdrempeliger, aldus de dienst. Waardoor bijvoorbeeld ook de blauwe plek opgelopen op het universitaire sportveld wordt gemeld. Als de reële meldingen van incidenten en ongevallen op een rijtje worden gezet, blijkt dat er sprake is van een daling. Bij de faculteit W&N gaat er het vaakst iets mis. Daar waren in 2011 14 meldingen, twee minder dan het jaar ervoor. Universiteitsbreed daalde het aantal meldingen van 28 in 2010 naar 12 in 2011. De dienst haalt cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek aan. Die becijferen dat elk jaar ongeveer 2 procent van de werknemers in Nederland een ongeval meemaakt. Bij de universiteit is dat gemiddeld 0,9.

Mogelijk boete vanwege stufi-regeling

Leidse studenten tevreden

Het Hof van Justitie van de EU in Luxemburg heeft Nederland op de vingers getikt. De regels voor meeneembare studiefinanciering die in 2007 zijn ingevoerd, zijn volgens de Europese rechtbank ‘discriminerend.’ Mogelijk volgt een boete als Nederland de regeling niet aanpakt.

Universitaire studenten zijn erg te spreken over hun opleiding. Uit de resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE) blijkt dat 67 procent van hen tevreden is over de inhoud, tegenover 52 procent van de hbo-studenten.

Om in het buitenland te studeren, moet een student recht op studiefinanciering voor hoger onderwijs in Nederland hebben. Verder moet hij gedurende ten minste drie jaren van de zes jaren voorafgaand aan zijn inschrijving aan een buitenlandse instelling ook in Nederland verblijven. Deze zogeheten 3-uit-6-eis is ongeacht de nationaliteit van de student

van toepassing. De regeling werd door voormalig minister van onderwijs, Ronald Plasterk, bedacht om te verhinderen dat studenten uit andere EU-landen met Nederlandse stufi in eigen land gingen studeren. De Europese commissie heeft kritiek op de regeling en vroeg het Hof zich over de kwestie te buigen. Nu ligt er een oordeel: Het Hof stelt dat de 3-uit-6-eis ‘verkapte discriminatie van migrerende werknemers en hun gezinsleden oplevert.’ Het Hof merkt op dat in bepaalde gevallen er wel wetgeving mag bestaan die voor ongelijkheid voor EU inwoners zorgt. Maar een fundamentele vrijheid zoals het vrij

verkeer van werknemers beperken mag alleen om legitiem nagestreefde doel te verwezenlijken en niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het bereiken daarvan. Het Hof vindt dus dat Nederland te ver gaat. Verder hebben de ambtenaren van Plasterk niet afdoende uitleg gegeven waarom er juist voor de betreffende regeling is gekozen. Nederland kan een dwangsom opgelegd krijgen, als de regeling niet wordt aangepast. Dat is nu aan de Europese commissie. Staatssecretaris voor het hoger onderwijs, Halbe Zijlstra, is de uitspraak van het Hof aan het bestuderen. VB

‘Dat verschil wordt in de resultaten niet verklaard’, vertelt Daphne Selhorst van Studiekeuze 123, waar de NSE onderdeel van uitmaakt. ‘De enquête is een indicator. Het is aan de instellingen zelf om met de uitkomsten aan de slag te gaan.’ Als algemeen oordeel krijgen onderwijsinstellingen gemiddeld een 3,8 op een schaal van 1 tot 5. Selhorst: ‘In 2011 was het gemiddelde ook een 3,8. We hebben bewust niet voor rapportcijfers gekozen, omdat die een minder objectief beeld geven. Studenten blijven dan vaak tus-

sen vijven en zessen hangen.’ Kleine stijgingen hier en daar komen door verbeteringen in de communicatie, zoals heldere collegeroosters en informatievoorziening. Onderwijsinstellingen kunnen bovendien meer punten scoren door efficiënter gebruik te maken van de resultaten van onderwijsevaluaties. Leidse studenten beoordelen hun universiteit , evenals in 2010 en 2011, met een 4,0. Ze zijn vooral tevreden met de studieomgeving (4,0) en het minst met de huisvesting (2,9). Over dat laatste zijn studenten in andere studentensteden vaak ook ontevreden. Stichting Studiekeuze123, is een initiatief van het hoger onderwijs en de studentenorganisaties ISO en LSVb. De enquête werd onder ruim 200.000 studenten van 69 onderwijsinstellingen gehouden. MVW

Kamerprijs stijgt, of toch niet? Volgens verhuurbemiddelaar Kamernet.nl steeg de gemiddelde prijs van een particuliere studentenwoning afgelopen jaar met 12,5 procent. Volgens het kabinet zijn de cijfers van de website echter niet representatief.

Vogelbekdier ontleed

Preparateur Duncan Reeder zette zaterdag in Museum Naturalis voor het eerst zijn mes in een vogelbekdier. Het eierleggende zoogdier werd daar ontleed voor het publiek. Vogelbekdieren komen van nature voor in het oosten van Australië en in Tasmanië. De komende dagen kun je nog de preparatie van onder andere een eend, een ransuil, een gevlekte koeskoes en een ringmus bijwonen. Foto Naturalis

Studenten betaalden volgens de site begin 2011 nog gemiddeld 358 euro per maand voor een kamer. Dit jaar was dat gemiddeld 403 euro. Omgerekend naar prijs per vierkante meter daalde de prijs wel licht. De gemiddelde afmetingen stegen met ruim achttien procent naar 21,58 vierkante meter. Zo bekeken daalde de prijs per vierkante meter met vijf procent naar 18,86 euro. De GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer is geschrokken van de Kamernet cijfers en wilde tijdens het vragenuurtje weten hoe het kabinet er voor gaat zorgen dat kamers betaalbaar blijven. ‘Op kamers gaan is alleen nog weggelegd voor studen-

ten met rijke ouders’, stelde GroenLinks Kamerlid Linda Voortman. Zij vroeg ook of deze stijging wel legaal was. Volgens minister Gerd Leers van Integratie, die namens de minister van Binnenlandse Zaken in ging op de cijfers van Kamernet, valt het allemaal wel mee met de stijging. Het gaat volgens de minister niet om een ‘landelijke beeld’. En de stijging betreft alleen woningen die aangeboden worden op de website. Ook is de prijsstijging legaal, vindt Leers. ‘De gemiddelde oppervlakte per studentenkamer is toegenomen en bovendien mag bij een nieuwe huurder de huurprijs omhoog. Vorig jaar mocht de huurprijs met 1,3 procent stijgen. Als de kamer van huurder wisselt, geldt dat percentage niet. Studenten die vinden dat ze te veel betalen, moeten maar naar de huurcommmissie stappen, vindt het kabinet.VB


6  Mare · 21 juni 2012 Onderwijs

Zoals de Encyclopedia Britannica zich moest heruitvinden na de komst van Wikipedia, zo moet ook de universiteit haar positie bepalen in de digitale wereld.

Tip: dat vak op het web is interessanter > Vervolg van de voorpagina De masteropleiding Statistical Science is een van de opleidingen die meewerkte aan de Leidse Open Course-pilot. De master is een samenwerkingsverband tussen Leidse instituten, het VUMC en de universiteit van Wageningen, dus ook voor docenten is er een motivatie om veel

online te zetten. Er staan colleges op het web zodat studenten ze nog eens kunnen bekijken, documentatie en extra uitleg, deels ook weer in de vorm van filmpjes. Speciaal zijn de afleveringen van de cursus Mathematics for Statisticians die de studenten geacht worden thuis te bekijken voordat ze naar het responsiecollege komen. Als een statisticus uit het

Gratis studieboeken? Studieboeken zijn groot en zwaar. Ze kosten een godsvermogen en de uitgevers gooien er in een razend tempo nieuwe edities uit, om te voorkomen dat studenten een tweedehandsje op de kop kunnen tikken. Nu bestaat er een enorme stapel dingen die normaal gesproken geld kosten, maar waar ook gratis online versies van bestaan. Bladenmakers kunnen putten uit databanken vol rechtenvrije afbeeldingen. Er bestaat rechtenvrije muziek die je onder je vakantiefilmpje kan plakken zonder dat het van YouTube wordt geschopt. Wie geen zin heeft om Microsoft te betalen voor Word en Powerpoint, kan het gratis pakket OpenOffice downloaden. Universiteitsmedewerkers worden grotendeels uit publieke middelen betaald. Zou het dan niet mooi zijn als de studieboeken die ze schrijven ook publiekelijk beschikbaar waren? Online boeken met alles erin, gratis te downloaden naar je tablet of – voor wie graag papier wil – af te drukken bij de plaatselijke printing on demand-boer? Dat zou inderdaad geweldig zijn, maar voor Leidse studenten is het helaas nog lang niet zover. Amerikaanse rechtenfaculteiten zijn al wel begonnen met gratis bundels, maar het rechtssysteem is daar zo anders dat je met dat werk je Nederlandse vakken niet kunt halen. Voor andere vakken is er domweg nog niet zoveel beschikbaar. Flatworldknowledge. com is een site die gratis studieboeken verspreidt, vooral in de economie en de bedrijfswetenschappen. Op andere vlakken is het aanbod mager. De natuurwetenschappen zijn vertegenwoordigd met vier boeken, en het introductieboek scheikunde ziet er weliswaar prima uit, maar gaat niet dieper dan de scheikunde op het vwo. Het biologietekstboek van concurrent Boundless Learning kan wel de competitie aan met het boek van de traditionele uitgevers. Pearson, de uitgever van Neil Campbell’s Biology, het introductieboek dat ook Leidse biologiestudenten gebruiken, vindt dat het Boundless-boek sterk lijkt op dat van hun. Sterker nog: ze stapten naar de rechter omdat het wel verrekte veel lijkt op dat van hen. ‘Dit is geen nieuw businessmodel; ze maakten ongeauthoriseerde schaduwversies van onze boeken’ verklaarden drie uitgevers die met Boundless in de clinch liggen. ‘Daarmee bedrijven ze alleen het eeuwenoude businessmodel dat diefstal heet.’ Zelfs als het ooit nog goed komt met open en gratis studieboeken, valt er nog een horde te nemen. Want dan moeten docenten er nog van overtuigd worden om over te stappen op nieuw lesmateriaal.

buitenland een seminar geeft in Leiden, wordt gevraagd of hij of zij een gastvideo wil achterlaten. ‘We proberen zoveel mogelijk verschillende media te gebruiken’, vertelt prof. Jacqueline Meulman, wetenschappelijk coördinator van de opleiding. Meulman is erg enthousiast over de pilot met Open Courseware: ‘Het zou jammer zijn als het bij een pilot bleef.’ Ze ziet de onderwijswebsite als visitekaartje van de opleiding, en als ondersteuning van de studenten. Dat laatste wel als aanvulling op het onderwijs, en niet als vervanging ervan: ‘Het zou mooi zijn als mensen colleges kunnen volgen op afstand, maar zover is het nog lang niet. Sowieso: wij geven onderwijs op een hoog niveau; ik denk niet dat er miljoenen mensen online bij ons zullen komen om statistiek te leren. ‘Stanford geeft wel een paar vakken als Open Courseware, maar het merendeel van hun online onderwijs is alleen bedoeld voor de betalende studenten. Ik geloof ook echt in contacturen, en de mogelijkheid om persoonlijk een vraag aan de docent te kunnen stellen.’ Wat betekent de opkomst van open online cursussen voor studenten? En voor universiteiten? ‘Niemand kan dat nu voorspellen’, aldus Verstelle: ‘ik vind het in elk geval ontzettend spannend.’ Zo zou je je goed kunnen voorstellen dat een docent die een nieuw vak op moet zetten, eerst eens kijkt wat er al online te vinden is. Bijvoorbeeld door eerst drie internetcolleges van een grote Ivy League-universiteit te laten volgen, en die dan in de collegezaal na te bespreken. Verstelle: ‘Ik bespeur bij veel docenten het idee dat het gebruiken van andermans materiaal niet hoort. Maar je gebruikt ook andermans boeken en artikelen, dus dat zal wel gaan veranderen. Ik hoor van studenten in Delft wel dat ze elkaar tippen: “Dat vak is

interessanter om via weblectures van het MIT te volgen.” De bèta’s lopen vaak wat voor in zulke zaken.’ ‘Er lopen nu veel discussies over open online onderwijs. Die moocs dwingen je wel om goed na te denken over hoe je je positioneert als opleiding. Maar toch: een inspirerende docent blijft cruciaal, en samen met je medestudenten leren ook.’ De impact zal ook per vakgebied verschillen. Geschiedenis en programmeertalen laten zich prima online bestuderen, maar iemand die honderden uren heeft geleerd over organische scheikunde zal nog geen stageplek, laat staan een baan, krijgen als hij of zij nooit een reageerbuis heeft aangeraakt. Wie geneeskunde wil leren, zal toch toegang moeten hebben tot kadavers en patiënten. Verstelle: ‘Ik denk dat het online onderwijs erbij komt. De auto maakte de trein niet overbodig, en ons media-aanbod bestaat uit radio, televisie èn internet. Het is wel belangrijk om goed te volgen wat er gaande is, en te kijken welke kansen het biedt, als docent, als opleiding en als instelling. En het is belangrijk nu zelf ervaring op te doen. Waar loop je tegenaan als je colleges open online gaat zetten?’ ‘Vergelijk het met de Encyclopedia Britannica. Dat was ooit echt een instituut, maar het moest zichzelf opnieuw uitvinden na de introductie van Wikipedia. De universiteit zal wel blijven bestaan, maar ze zal zich deels opnieuw moeten positioneren. Die massive online open courses bestaan pas sinds november. Het zijn nu vooral inleidende colleges, maar MIT zegt wel toe te willen naar steeds meer cursussen met certificering , al dan niet met vergoeding. Als je ziet wat er in een half jaar allemaal open online is gekomen, is het heel erg snel gegaan.’ Door Bart Braun

Waar valt er iets te leren? Er staat veel, heel veel gratis of spotgoedkoop universitair onderwijs online, van proeflessen tot complete cursussen inclusief huiswerk en diploma. Of studenten dat diploma ook in kunnen ruilen voor studiepunten zal afhangen van het vak, hun studie en de inschikkelijkheid van hun opleidingscommissie, maar extra kennis – of hulp bij moeilijke materie – is nooit weg. ocw.leidenuniv.nl/ Het Open Courseware-portal van de Universiteit Leiden. Verkeert nog in de experimentele fase. Khanacademy.org Meer dan 3200 lessen waarin de stof wordt uitgeschreven, van klokkijken en algebra tot statistiek, kunstgeschiedenis en sterrenkunde. Vooral stof op middelbare school-niveau, maar soms ook eerstejaarsmateriaal. Met bijna 161 miljoen bekeken lessen de best bekeken onderwijssite ter wereld. openculture.com/freeonlinecourses 500 gratis colleges van topuniversiteiten als Oxford en Berkeley. In audio, of als Youtube-filmpjes. Apple.com/education/itunes-u Hier zijn colleges van zo’n achthonderd universiteiten te downloaden. 350.000 bestanden in totaal, dus je kunt nog even vooruit. Moet je wel iTunes voor hebben. Code.google.com/edu Google heeft een aantal van de beste programmeurs ter wereld in dienst, en kan altijd nog meer topprogrammeurs gebruiken. Veel van het lesmateriaal hier is door Google-medewerkers ontwikkeld. Openuniversiteit.nl/web/studie-kiezen/gratis-cursussen Gratis korte cursussen in het Nederlands van de Open Universiteit.


21 juni 2012 · Mare 7 Achtergrond

College voor collega’s Psychologen geven tips voor vlotter werkvloerverkeer Of je nu een zomerbaantje neemt of binnenkort de arbeidsmarkt opgaat, je krijgt met collega’s te maken. Twee sociale wetenschappers verdiepten zich in deze mensensoort en schreven er een boek over. ‘Je moet honderd procent achter iemand staan om hem in de rug te kunnen steken. Of: ‘Leer ermee leven dat je op sommige dagen het standbeeld bent, en op andere dagen de duif.’ Aan het woord is David Brent, manager van een papierbedrijf dat de spil vormt van de sitcom The Office. Scenarist en hoofdrolspeler Ricky Gervais brak ermee door en maakte op tragikomische wijze duidelijk dat een groot deel van ons leven bepaald wordt door onze interactie met collega’s. Op tv leverde dat heerlijk hilarische taferelen op. Maar wie wil het grootste deel van zijn volwassen leven overgeleverd zijn aan de grillen van je baas en medewerkers? Om over je eigen tekortkomingen nog maar te zwijgen. Moet we gewoon accepteren dat we soms duif, soms standbeeld zijn?

Door Thomas Blondeau

De cast van de Amerikaanse serie The Office, een sitcom over de plaats waar we misschien wel het grootste deel van ons wakende leven doorbrengen:

Nee, zeggen de auteurs van Je werkt anders dan je denkt. We hoeven geen genoegen te nemen met de status quo, we kunnen wel degelijk beter leren samenwerken, aldus Naomi Ellemers, Spinozapremie-winnaar en hoogleraar sociale psychologie in Leiden. Samen met coauteur Dick de Gilder, hoofddocent organisatiewetenschappen aan de VU, geeft ze workshops en adviseert ze organisaties. Geschraagd door wetenschappelijk onderzoek geven ze in het boek verschillende tips om het aangenaam en productief te houden op de werkvloer. Mare presenteert u een bloemlezing uit het boek zodat u inspiratie op kan doen tijdens de vakantie. Pas op met bonussen Een goede werknemer doet zijn best binnen een bedrijf . Maar dat kan hij doen om carrière te maken of omdat hij fijn wil samenwerken met collega’s. Veel bedrijven stimuleren werknemers om uit te blinken. Dan kun je ‘werknemer van de maand’ worden of een mooie bonus ontvangen. Maar uit onderzoek van Ellemers en De Gilder bleek dat mensen

die hun best deden om hogerop te komen, vooral met zichzelf bezig waren. Dat klinkt logisch maar dat betekent ook dat ze actief op zoek waren naar een baan in een ander bedrijf of dat ze cursussen deden op kosten van de zaak om elders een betere betrekking te krijgen. Teamspelers waren daarentegen bereid om extra werk te verrichten en hun vrije tijd op te offeren voor de zaak. Sterker nog, de leidinggevenden waren het meest gecharmeerd van hun bijdrage. Het vreemde is dat beloningen geen rol spelen daar waar het gaat om het versterken van het gevoel van verbondenheid. Leerkrachten bijvoorbeeld hebben liever kleinere klassen en een lagere werkdruk dan een loonsverhoging. Een leidinggevende kan daarom maar beter zijn werknemers als een team aansturen. Dan moet hij het maar voor lief nemen dat collega’s elkaar gaan indekken als er iets fout gaat (zie punt vier). Neem een moeder aan Van de wet mag het niet, onderscheid maken op basis van geslacht. Dus tijdens een sollicitatiegesprek informeren naar de kinderwens is

meer dan not done. Die bepaling is er gekomen omdat bedrijven vrezen dat een jonge moeder minder tijd en energie over heeft voor haar baan. Maar is die vrees terecht? De auteurs vroegen het aan werkende ouders en stootten op een verrassend verhaal. De combinatie van werk en gezin was inderdaad niet altijd even makkelijk, volgens de ondervraagden. Maar toch ervoeren de ouders vooral voordelen. En dan met name de vrouwen. Ze vonden zichzelf beter geworden in onderhandelen en timemanagement. Ook piekerden ze minder over werk als ze thuis waren zodat ze beter konden opladen voor de volgende werkdag. Daarbij was vooral van belang of de ouders en hun collega’s de situatie als een verrijking zagen. Keken ze positief tegen hun leven als werkende ouder aan, dan bleken ze beter te werken, minder overgewicht en meer uithoudingsvermogen te hebben. Hun ziekteverzuim was ook lager dan dat van andere medewerkers. Hoewel die effecten vooral bij werkende moeders te merken zijn, bleek dat iedereen beter af is als

bedrijf en (kinderloos) thuis goed gecombineerd konden worden. En dan gaat het er vooral om dat alle belanghebben dat ook als een goede zaak beschouwen. Denk niet dat discriminatie verdwenen is Wie Mohammed de deur wijst, omdat hij Mohammed heet, kan zich gaan verantwoorden bij de rechtbank of de Commissie Gelijke Behandeling. Het expliciete verbod op discriminatie kan het beeld doen ontstaan dat het een onderwerp uit het verleden is. Sterker nog, er zijn nu toch stimulerende maatregelen voor allerlei minderheden? Tegelijk laten statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal Cultureel Planbureau zien dat vrouwen en migranten het minder goed doen op de arbeidsmarkt dan blanke mannen. Dan moet het wel aan hen liggen, denken sommigen. ‘Ontkenning van discriminatie’ noemen de auteurs dit. De schuld van de slechtere arbeidsmarkt wordt nu bij de discriminerende groepen zelf gelegd. En dat terwijl onderzoekers als Ellemers in het verleden al vaak genoeg aangetoond hebben dat veel mensen onbewust meer negatieve associaties hebben bij exotische namen. Of moeite hebben om vrouwen te associëren met leidinggevende functies of technische beroepen. Vrouwen in topposities daarentegen zeggen vaak dat ze geen last hebben gehad van achterstelling. Dit komt mede voort uit de wens te denken dat we in een rechtvaardige wereld leven. Dat verhindert om de subtielere vormen van discriminatie te onderkennen en aan te pakken. Eerlijkheid over dat onderwerp, geschraagd door cijfermateriaal en een bemoedigend beleid bieden dan kansen op verbetering. Maak gerust een foutje Bouwbedrijven verliezen twintig procent van hun omzet aan fouten, aldus een rapport uit 2005. Vergissen is menselijk, maar geen werknemer die de mist in wil gaan. De auteurs pleiten er echter voor fouten niet langer te zien als ongelukjes die vroeg of laat buiten onze wil om gebeuren. Of erger nog, als een falen dat te allen prijze voorkomen moet worden. Die angstvalligheid zorgt er namelijk voor dat mensen hun vergissingen gaan verbergen. Leren van je fouten achten de onderzoekers verstandiger. Maar dan moet daar wel de ruimte voor gegeven worden. In een experiment moesten twee groepen aan de slag met nieuwe software. Er werd verwacht dat er in het begin veel fouten gemaakt zouden worden. De ene groep kreeg te horen dat ze dat zo min mogelijk mochten doen. Ze kregen er een gedetailleerd handboek bij om hen te helpen. Bij de andere groep werd benadrukt dat het maken van fouten en het leren ervan een goede zaak was. Daarna kregen ze een nieuwe opdracht en een week later werd dit nog eens herhaald. Wat bleek? Wie fouten mocht maken, presteerde beter. Naomi Ellemers en Dick de Gilder, Je werkt anders dan je denkt, Business Contact, pgs. 205, € 19,95


8

Mare · 21 juni 2012

Onderwijs

Leven in een

luchtbel Het university college begint aan het derde jaar

Na Utrecht, Maastricht en Middelburg wilde ook Leiden een university college. Twee jaar na oprichting zijn zowel docenten als studenten overwerkt, maar tevreden. ‘Alleen onze hoge verwachtingen zijn elitair.’ Dinsdagochtend, kwart over elf. Ruim vijftien studenten volgen de werkgroep Academic English, een eerstejaarsvak aan het Leiden University College The Hague (LUC) waarin ze schrijfvaardigheden leren. Docente Corina Stan bespreekt de eerste versies van hun essays. ‘Wat hebben jullie nu geleerd?’ Studente Anna: ‘Dat je moet beginnen met schrijven zonder dat je weet wat je precies wil zeggen.’ ‘Precies’, zegt Stan, ‘want schrijven is nadenken.’ Een andere studente zegt stralend haar liefde voor schrijven te hebben terugge-

DOOR JUDITH LAANEN

vonden. Stan: ‘Schrijven moet je meenemen naar een plek waarvan je niet wist dat je erheen kon. Dat is opwindend.’ Tijdens het college valt op hoe mondig de eerstejaars zijn. Ze zijn niet bang felle kritiek te geven op elkaars werk. Doordat veel studenten uit het buitenland komen of op een internationale school hebben gezeten, is hun Engels uitstekend. De studenten van LUC, dat aan het Lange Voorhout in Den Haag zit, zijn gemotiveerd en gedreven. De sfeer tussen docenten en studenten is gemoedelijk, het onderwijs kleinschalig. Een college bestaat uit niet meer dan twintig studenten. Decaan Christopher Goto-Jones noemt de band met de studenten ‘opmerkelijk sterk, omdat iedereen dezelfde missie heeft: nauwe samenwerking en het verkleinen van de traditionele kloof tussen student en docent.’ Een ander onderdeel van die missie is volgens Goto-Jones de ambitie van LUC om een van de beste bacheloropleiding van Europa te worden. Jules van der Sneppen (19) is voorzitter van studievereniging Fortuna. ‘We zijn een hechte groep. Het is totaal anders dan studeren in een stad. Als je elkaar elke dag ziet werkt dat door. Het nadeel is dat je soms wel in een luchtbel leeft.’ Volgens hem is het programma zwaarder dan op een universiteit. Niet alleen is er een selectieprocedure, maar zijn er ook meer contacturen en wordt een actieve deelname

in colleges verwacht. ‘Het werktempo ligt hoog.’ Hij heeft tijd om Fortuna voor te zitten, zegt hij. ‘Maar je levert veel van je tijd in als je ook nog redelijk academisch wil presteren. Mijn sociale leven is nu wel weg.’ Derdejaars Sofia Lotto Persio kwam op haar zeventiende vanuit het Italiaanse Turijn naar Amsterdam en ging twee jaar naar de Amsterdam International Community School. ‘Het mooie aan LUC is de diversiteit. Iedereen heeft een andere achtergrond. Geen verhaal is hetzelfde. Je leert daardoor zoveel van elkaar.’ Ze vindt het wel jammer dat er weinig overlap is met het college en de Universiteit Leiden. ‘Dat is ook het idee, dat we een status aparte hebben.’ Volgens haar profileert Leiden zich als een universiteit die internationale studenten wil trekken, maar is het aanbod te schraal voor hen. ‘Dan vraag ik me af waarom ze zoveel geld hebben gestoken in LUC, terwijl ze ook makkelijk wat cursussen hadden kunnen vertalen.’ Twee jaar na oprichting zijn kinderziektes nog onvermijdelijk. Persio: ‘Soms denk je dat je het moeilijker hebt omdat je tot de eerste lichting behoort. Ik voel me soms net een iPod, en dan vooral eentje van de oudere generatie.’ Zo zijn er volgens haar niet genoeg docenten, en verschillen de lesmethoden tussen de LUC-docenten en de Leidse gastdocenten nogal. ‘De docenten die we hebben zijn uitstekend, maar de Leidse docenten schijnen het soms niet te snappen. Sommigen kennen niet eens onze namen, dat vind ik voor onze

doelstelling – kleinschalig onderwijs – wel shockerend. Ook zijn de Leidse docenten veel strenger. Hier kun je zonder al teveel moeite een 8,5 gemiddeld staan. In Leiden schijnt dat een hoog cijfer te zijn.’ Decaan Goto-Jones: ‘Het is zeker het geval dat we allemaal overwerkt zijn, al komt dat ook deels door ons enthousiasme. Ik weet dat sommige studenten bezorgd zijn over de hoeveelheid werk van sommige docenten, maar dat bevestigt juist hoe zorgzaam onze gemeenschap is. We zijn bezig met workshops en een handboek voor nieuwe docenten om dit in goede banen te leiden.’ En dan is er nog dat etiket: elitair. Bijna iedereen bij LUC valt erover. Persio herkent zich totaal niet in de clichébeelden van ‘die eliteclub in Den Haag’ en vindt het ‘beledigend’. ‘Sommige van ons hebben veel op moeten offeren om hier te kunnen studeren. Het enige waarin we misschien wel elitair zijn is dat we hogere verwachtingen hebben van de kwaliteit van ons onderwijs.’ Goto-Jones: ‘Het lijkt in Nederland alsof het herkennen en cultiveren van talent iets is waarvoor een speciale uitleg moet worden gegeven. Het gaat om vrijheid en zelfontplooiing, niet om mensen op maat te maken voor Goldman Sachs. Het is zeker niet het geval dat we alleen excellentie op het voetbalveld moeten loven.’ Gastdocent Ward Berenschot lijkt dat te beamen. ‘Kon

ik dit onderwijs altijd maar geven’, verzucht de onderzoeker bij het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. ‘De studenten brengen gewicht mee. Als ik zeg: “Ik heb dit en dit in India gezien”, dan zijn sommigen daar al eens geweest en bieden ze een ander perspectief. Ze zijn gedrevener dan normale studenten. Dat komt natuurlijk ook door het selectieproces dat voorafgaan aan de toelating.’ Eerstejaars Sam Klopper: ‘Eerst heb je een papieren selectie: je moet een motivatiebrief, een essay over een opgelegd onderwerp en je CV sturen. In de tweede ronde heb je een interview met docenten waarin ze vragen naar je motivatie en je verwachtingen. Je moet goed bij jezelf nagaan waarom het past programma bij je past. Daar moet je tijd in investeren. Maar daarom weten alle deelnemers ook goed wat ze willen.’

Leiden University College The Hague De eerste lichting studenten van Leiden University College The Hague, 110 in totaal, startte in 2010. Vorig collegejaar startten er 99 studenten, en voor aankomend collegejaar ligt de verwachting op 120 eerstejaars. Vanaf 2013 verhuist LUC naar een nieuwe locatie bij station Den Haag CS, het Anna van Buerenplein. Dat wordt een gebouw waarin zowel collegezalen als huisvesting zit, met plek voor 200 nieuwe studenten per jaar. Het totale aantal studenten wil LUC houden op 600. De achterliggende gedachte van alle university colleges is een brede bacheloropleiding. Het hoofdthema is ‘Global Challenges’, met daarin vijf majors waar je als student uit kunt kiezen: Global Justice, Human Interaction, International Development, Sustainability en World Politics. Niet toevallig sluiten die gebieden aan bij de ambitie die Den Haag heeft om politieke en justitiële hoofdstad van de wereld te worden. LUC The Hague kost meer dan een gemiddelde bacheloropleiding aan een Nederlandse universiteit. Zo komt er voor Nederlandse en Europese studenten 1925 euro per jaar bovenop het bestaande collegegeld van 1771 euro. De totale kosten inclusief huisvesting, verzekeringen en levensonderhoud voor het aankomende collegejaar bedragen 13.436 euro per jaar. Voor studenten van buiten Europa is dat aanzienlijk meer: het totaal komt door het hogere collegegeld van 10.500 euro per jaar uit op 22.765 euro per jaar. Leidse studenten die hun propedeuse hebben gehaald kunnen een overstap-aanvraag indienen.


21 juni 2012 · Mare 9 Achtergrond

Foto HH

Koreanen worden hier wild van Uit eten met experts: vijf gangen inclusief Boer Zoekt Vrouw-karaoke In Amsterdam Osdorp bevindt zich het enige Noord-Koreaanse restaurant van Europa. Mare ging tafelen met twee Leidse specialisten. ‘Als je dit lekker vindt, begin je je al aardig thuis te voelen.’ Het pand doet nog het meest denken aan een buurtcentrum waar normaal gesproken op het scherp van de snede wordt geklaverjast, en is gelegen midden tussen de flats en de doorzonwoningen in de Amsterdamse wijk Osdorp, een locatie die niet echt bekendstaat als gastronomische hotspot. Maar dan verschijnen er twee elegante dames in kleurige jurken bij de deuropening. Ze maken een lichte buiging. Welkom in Pyongyang, het eerste Noord-Koreaanse restaurant van Europa, dat sinds januari. Bij de ingang hangt een schilderij met noeste bouwvakkers die gewapend met pneumatische hamers en een frisse blik, de strijd met de rotsen aan gaan. Naast hen wapperen rode vlaggen. De boodschap: het is mooi om arbeider te zijn. In de eetzaal hangen veel romantische landschapjes. Opvallend genoeg ontbreken de portretten van ‘de Geweldige Leider’ Kim Jong-un en zijn vader Kim Jong-il, ofwel ‘hij die verscheen uit het licht van zon en maan.’ ‘Ze weten heel goed dat dat reacties uitlokt’, zegt de Belg Koen De Ceuster, universitair docent moderne Koreaanse cultuur. ‘Als je in hotelkamers komt waar buitenlanders verblijven, hangen ze er ook niet.’ Hij ging al eens eten in het restaurant. Ook bezocht hij drie keer Noord-Korea, het land dat door het Westen toch vooral wordt geassocieerd met een totalitaire staat, hongersnoden en werkkampen. Maar op een grote televisie zijn heel andere beelden te zien: fraaie

Door Vincent Bongers

natuur, lachende kinderen, mijnwerkers, zware industrie, een stuwdam in aanbouw. Links van het scherm hangt een Noord-Koreaanse vlag, rechts de Nederlandse, en erboven een schilderij van tulpen. ’Heel aandoenlijk’, zegt Boudewijn Walraven, hoogleraar Koreaanse Taal en Cultuur. Hij is nooit in Noord-Korea geweest en komt voor het eerst in het restaurant. Tijd om te bestellen. Gang één: paddenstoelen. Als de eetstokjes ter hand worden genomen, grijpen drie gastvrouwen microfoons en muziek knalt het zaaltje in. Ohohohoho…klinkt het met hoge uithalen. De zangeressen zwaaien er theatraal bij. ‘Het is een lied over hereniging met het Zuiden’, zegt Walraven. ‘Het heet: “Blij om je te zien.”’ Wie het Koreaans beheerst, kan inhaken. Op de televisie loopt de tekst mee. De dames hebben een opleiding gevolgd van twee en een half jaar in een Noord-Koreaans restaurant in Peking. Begin dit jaar stond het negenkoppige personeel met 52 kisten (de schilderijen komen uit NoordKorea) op Schiphol. Ze wonen in het hotel naast het restaurant. Beide horecagelegenheden zijn in bezit van twee Nederlandse ondernemers. De Ceuster heeft er zo zijn vraagtekens bij. ‘Ze zeggen iets voor het Noord-Koreaanse volk te willen doen, dat is op zich lovenswaardig. Ik maak een scherp onderscheid tussen de regering en het volk. Je hebt een akkoord met de overheid nodig om iets van de grond te krijgen. Maar om voor de 100 procent met hen samen te werken, zoals de eigenaars doen... Dan haal je je de verdenking op de hals iemand te zijn die meeloopt met het regime.’ Terug naar het eten. ‘Dit is nog geen fine dining’, oordeelt De Ceuster. Walraven: ‘Niet vreselijk span-

nend allemaal. In Korea krijg je overigens alle gerechten in een keer. En vooral ook heel veel.’ De Ceuster: Als de kwantiteit niet hoog is, dan verwacht ik wel bij elk hap een smaakexplosie.’ Gang twee: pannenkoekjes en gebakken baars. ‘De pannenkoekjes van mungboon zijn erg lekker’, vindt De Ceuster. Ook de nationale drank staat op tafel: Soju. Het wordt in een klein goudkleurige kommetjes geserveerd en smaakt als een waterig en zoetig broertje van wodka. Het is licht, slechts 20 procent alcohol, al worden er in de Korea’s sterkere varianten geschonken. Walraven: ‘Ik vind deze wel heel erg zacht.’ De Ceuster: ‘Het heeft niet die bekende wrange nasmaak.’ ‘Mijn afscheidscollege ging over alcohol’, zegt Walraven, die per 1 september met emeritaat gaat. ‘In het Korea van voor 1900 had je in dorpen voorgeschreven drinkrituelen om de maatschappelijke orde te bevestigen. Jongeren die ouderen drank aan bieden en zo hun respect tonen. Het was best ingewikkeld, er bestond een handleiding van 23 pagina’s voor. Stomdronken worden met elkaar is vrij gewoon. Dan krijg je een groot glas bier en daar gooien ze een glas whisky in. Dan werk je dat in een keer naar binnen. En dat herhaal je telkens. Dat loopt uit de hand.’ De Ceuster: ‘Het heeft ook zijn functie. Een werknemer moet eerst dronken worden met zijn baas voordat hij frustraties over werk kan uiten.’ Walraven: ‘Je kunt er mee sociale barrières mee slechten en ze benadrukken.’ De Ceuster: ‘Wat je in dronkenschap zegt, wordt je niet kwalijk genomen.’ Gang drie: rundvlees en kip. De stokjes mogen worden neergelegd. Het is tijd om met de handen

te eten. Pak een stukje sla, stapel daar saus, knoflook en het vlees op. Vouw het dubbel en het pakketje is klaar. Ook de legendarische kimchi, het gerecht van de Koreanen, arriveert. Dit is gefermenteerde groente, meestal Chinese kool, die wordt ingelegd met reepjes ui, gember, radijs, rode peper, etc. Walraven: ‘Er is zelfs een kimchi-museum in Zuid-Korea. Daar hebben ze iets van driehonderd soorten. Toen in 2003 in China de ziekte SARS uitbrak, maar Korea oversloeg, kwam dat door de kimchi, aldus de Koreanen.’ Ondertussen wordt er een nieuw nummer ingezet. ‘Een Boer zoekt Vrouw-liedje’, zegt Walraven. ‘De tekst gaat over een stadsmeisje die het met een boer aanlegt.’ De Ceuster: ‘Het maakt deel uit van campagnes die gevoerd worden om boeren aan de vrouw te krijgen. Mannen zijn zwaar in de meerderheid op het platteland.’

Walraven: ‘Het Noorden maakt het buitenlanders moeilijk om nieuws te vergaren. Dat help natuurlijk ook niet. Dat werkt in de hand dat media voortdurend de bekende clichés herhalen.’ De Ceuster: ‘Zij slagen er niet in onder de propagandamachine kijken. Het verhaal er achter wordt niet verteld. Sinds 2008 heeft Zuid-Korea een regering die zelf de spanning opvoert. De westerse media vertellen ons dat het Noorden voor problemen zorgt. Terwijl het Zuiden zich ook agressief opstelt. Bijvoorbeeld door vlak onder de Noord-Koreaanse kust, militaire oefeningen op zee te houden.’ Dan komt dé Noord-Koreaanse specialiteit op tafel: Naengmyeon, oftewel koude noedels. De kluwen lange deegdraden geven zich niet makkelijk gewonnen. Walraven: ‘Eigenlijk moet je ze opslurpen. Maar ik heb daar nog een soort ingebakken culturele weerstand tegen.’

Gang vier: bibimbap. Het gerecht van rijst met allerlei groente wordt geserveerd met bouillon. ‘Best lekker’, aldus Walraven. ‘Maar dit is toch vooral een Zuid-Koreaans specialiteit.’ De Ceuster: ‘Het restaurant is in de markt gezet als authentiek Noord-Korea. Maar dat is zwaar overdreven.’ Walraven: ‘Toen ik in Zuid-Korea woonde, zat ik in huis met Koreanen uit het Noorden die gevlucht waren voor de communisten, (nog voor de stichting van de staat Noord-Korea, red.). Die aten dingen, die ik daarna nooit meer heb gezien.’ ‘Ik ga hier zeker het regime niet goed praten’, zegt De Ceuster. ‘Maar er zit een samenleving onder het systeem. Je hoort voortdurend dat het land niet kan veranderen. Maar heeft het de kans gehad om veranderingen op gang te brengen waarbij zij niet tegelijkertijd het regime in gevaar brengt?’

Gang vijf: tteok. Het dessert bestaat uit een koekje van gestoomde en daarna geplette rijst. Het is plakkerig en het heeft amper smaak. ‘Textuur is heel belangrijk en de smaak leer je op den duur wel appreciëren’, zegt De Ceuster. ‘Koreanen kunnen hier wild van worden. Als je dit lekker vindt, begin je je al aardig thuis te voelen in het land.’ De dames trekken nu al zingend met een glas wijn langs de tafels om met de gasten te ‘toosten op overwinningen van het grote volk.’ Het is het laatste lied van de dag. Op de weg naar buiten leggen ze desgevraagd uit Nederland ‘schoon en mooi’ vinden. Ze zijn ‘vereerd’ om hier te mogen werken en zo de vriendschapsband tussen de twee landen helpen te versterken. Hoe ze hun vrije tijd doorbrengen in Osdorp, willen ze niet zeggen. ‘Dat is privé’, giechelen ze.


10

Mare · 21 juni 2012

De jonge vreetzak

Marinka Alsemgeest (23), vijfdejaars masterstuden te literatuurwetenschappen met haar Fries Floris (3). ‘Ik rijd al zeventien jaar paard. Dit is mijn eerste eigen paard, Floris. Het is een Fries, en een jong paard, hij is pas drie. Vanaf een jaar of vier kun je met een paard aan wedstrijden meedoen, dan zijn ze namelijk volgroeid. Floris weegt nu al 583 kilo. ‘Je moet eigenlijk een Friese naam kiezen maar dat vind ik niet zulke mooie namen, dus werd het een Nederlandse. ‘Ik heb ‘m zelf gefokt. Eerst reed ik namelijk op het moederpaard, maar ik wilde een paard met wat meer pit. Die vond ik in een dekhengst. En toen was Floris er. Ik heb ‘m eerst lekker laten opgroeien. Hij heeft drie jaar fijn buiten in de wei gestaan, en nu train ik ‘m. Voor een jong paard kan Floris al heel veel, maar je mag ‘m niet overwerken. ‘Hij is bijzon der. Friezen laten zich niet zo afleiden, en Floris al helemaal niet. Ik rij pas drie maanden op hem, en laatst waren we voor het eerst buiten. Hij schrik t bijna nergens van. ‘Friezen zijn best lomp. Ik wilde er nooit een, totdat ik bij de oom van een vriend ging rijden. Toen ben ik ze steeds meer gaan waarderen. Deze paarde n hebben een koelbloedig karakter. Ze zijn goudee rlijk en werken hard. Maar dat is soms niet goed genoeg voor de sport. Ik wil met Floris dressuur gaan rijden. ‘Ik ben elke dag bij hem, gemiddeld zo’n drie uur. Hoe ik dat doe met mijn studie? Goed plannen! Onlangs moest ik onverwacht met ‘m naar een klinie k in Utrecht, dan moet je wel ineens al je planne n omgooien. ‘Wat-ie het lekkerst vindt? Het is echt een vreetz ak, hij eet alles, maar peentjes zijn z’n favoriet. Aan het eind van een dag hard werken krijgt hij altijd een zakje winterwortels.’ JL

De frisse moeder

Niels Lelieveld (20, tweedejaars informatica), met de Fries Vroucke (6). ‘Paardrijden is voor mij een goede manier om te s ontspannen na een drukke dag. Er is niets leuker een dan de natuur in met een paard en bijvoorbeeld rondje Vlietlanden te rijden, of de duinen in te het gaan. Even weg van alle drukte en vol gas over eens maar r Probee ing. uitdag een strand. Het is ook een onrustig paard te temmen zonder eraf te vallen en je nek te breken. ‘Paardrijden zit in de familie. Mijn moeder en of zusje reden al paard. Zelf rijd ik al een jaar acht, tot vorig jaar oktober. Toen ging mijn verzorgpaard Iris naar de slacht. Op Dierendag zelfs, dat was helemaal lullig. Ze werd in één week zo ziek dat het niet meer ging. ‘Na Iris ben ik op zoek gegaan naar een nieuw paard, en ik leek er ook een te hebben gevonden. Maar mijn moeder was me voor, met Vroucke. Binnen vijf dagen stond er dus ineens een Fries. Het is een lekker fris paard! ‘Door mijn studie en werk heb ik geen tijd om elke dag naar Vroucke toe te gaan. Dat hoeft ook niet, ze krijgt genoeg aandacht van mijn moeder en zusje. . Ik ga naar haar toe op de dagen dat ze niet kunnen waaren, gekreg veulen een s ‘Vroucke heeft onlang door ze nu eerst moet aansterken en op niveau moet nog komen. Dat kost tijd en veel geduld, dat ik nu niet heb. Maar het begint wel weer te kriebelen. daar Door het bijvoeren kreeg ze veel energie, maar kon ze vanwege gebrek aan spieren nog niets mee doen. Als ze fit is,zou ik wel vaker met haar willen rijden, en misschien ook wedstrijden mee doen. We zijn goed op weg.’ JL


Het vuilnisbakkenpaard

Elviera de Ligt (21, eerstejaars Nederlands) met haar verzorgpony Oscar (30). ‘Vroeger zat hier, in Schiedam, een paardenverhu urbedrijf. Toen ik een jaar of acht was werd de boel platgegooid en werden de paarden verkocht. Ook mijn witte lievelingspaard Woody. Na een tijdje stond er weer een witte pony in de wei. Even dacht ik dat het Woody was. Toen dat niet zo bleek te zijn, had ik meteen een hekel aan hem. ‘Dat was dus Oscar, een kruising tussen een Arabie r en een Connemara. Een soort vuilnisbakkenpaard dus. Uiteindelijk is hij mijn verzorgpaard geworden. Ik ben hier minstens een dag per week. Als ik afgest udeerd ben, wil ik een eigen paard. ‘Bij het maken van deze foto was Oscar nogal in een nukkige bui. Hij probeerde mij telkens omver te duwen en wilde eigenlijk alleen maar eten. Vandaa r die groene smoel. Zo doet hij wel vaker. Hij is nogal eigenzinnig. Vroeger was hij een echte racepony. Met mijn broertje achterop maakten we mooie ritten, of we gingen samen zwemmen. Ook toen was hij met zijn zestien jaar al op leeftijd. ‘Het was de bedoeling dat hij in deze wei de laatst e jaren van zijn leven zou slijten. Dat was behoor lijk verkeerd ingeschat, want inmiddels is hij dertig. Sinds een jaar kan ik niet meer op hem rijden . Os zou door zijn hoeven zakken. Letterlijk, want doordat hij aan het syndroom van Cushing lijdt, een gezwel in zijn hersens, raakt hij nogal snel hoefbe vangen. Dan verzakt zijn hoefbeen. Hij is er al twee keer bijna aan doodgegaan. ‘Als hij zou overlijden, krijg ik een kleine zenuwinzinking krijg. Maar hij heeft wel een mooi leven gehad. Oscar is nauwelijks meer een paard voor me. Hij is gewoon Oscar.’ MvW

We zijn elke dag samen pony De liefde voor paard en

Foto’s Taco van der Eb

ioen-in-wording ch De Olympisch kamprs rechten) met haar Dut Elaine Pen (22, vierdejaa Warmblood Vira (10).

mijn ik als één van de drie van ‘Ik heb net gehoord dat den Lon in len Spe e sch mpi de Oly team geplaatst ben voor het eerst in r voo is Het ! aaf erg sup deze zomer! Echt team een Nederlands eventing twintig jaar dat er weer naar de Spelen gaat. e van dressuur, springpar ‘Eventing is een combinati lijke hindernisuur nat r ove dus , y ntr cours en cross cou en springen. sen als water en boomstamm klein ben. De eerste wed l hee ik ‘Ik rijd al sinds een op jk nli soe fat tje bee een strijd rijd je pas als je a Vir . nde tie n was dat op mij paard kunt zitten, bij mij rd. paa n mij is is al sinds ze een veulen en i op hoog niveau gereden ‘Mijn ouders hebben allebe na bij ook n zij Ze s. WK’ s en prijzen gewonnen bij EK’ in n moeder zou naar Seoel naar de Spelen gegaan; mij e erv res nd sto er vad n mij t, ’88 gaan, maar werd bedank e ili fam de ben de eerste van voor München in ’72. Ik t. gaa t die ech van Olympisch dressuurama‘Ik krijg onder andere les heel Ze is heel streng, maar zone Anky van Grunsven. waard eer gel ier van rijden goed. Ze heeft me een man er bet nog n nge eni oef en heb door ik een goeie basis t leren, kun je kun ts nie y Ank van je kan uitwerken. Als n met paardrijden. maar beter meteen stoppe ot n beest en dat je zo’n gro zo’ met t ‘Dat je samenwerk n, dat doe t moe t nie of wel ‘ie dier kunt vertellen wat l van wedstrijden vraag je vee is speciaal. Vooral bij voor al ema all dat ‘ie dat der het paard, dan is bijzon je wil doen. n, maar zover ben ik nog ‘Ik ben vierdejaars rechte van mijn tweede en derde ken vak wat niet. Ik heb nu 30 adviseur moet ik minstens jaar gedaan. Van de studie kse wee rde doo lukt. Op een punten per jaar halen, dat ochtends tot in de middag ’s uur t ach van ik ga dag ik en rdrijles. Daarna studeer naar Vira en geef ik paa soeen wel nog ook heb Ik es. ’s avonds volg ik colleg JL a.’ lid van Minerv ciaal leven hoor, ik ben


12  Mare · 21 juni 2012 Dubbelrecensie

Zo zwaar hebben we het niet Dochter en vader bespreken Het sociale brein van de puber Na de bestseller Het puberende brein (2008) licht hoogleraar ontwikkelingspsychologie Eveline Crone opnieuw de schedel van jongvolwassenen. Mare vroeg een puber en haar papa het boek te recenseren.

Het is altijd interessant als andere mensen je vertellen hoe jij je voelt en waarom je je zo gedraagt. Mijn oude oppas bijvoorbeeld was hier heel goed in: tot mijn grote ergernis (want ja, een beetje opstandig was ik wel) analyseerde ze constant

mijn gedrag en gaf hier enigszins zweverige verklaringen voor. Daarom begon ik vol enthousiasme aan Het sociale brein van de puber, dat een nette wetenschappelijk onderbouwde verklaring geeft voor allerlei puberaal gedrag. Heerlijk dat er uitgebreid, met verhelderende plaatjes, aandacht wordt gegeven aan specifieke hersengebieden en studies die de werking van deze gebieden hebben onderzocht. Op sommige bladzijden herken ik mezelf wel. Zo merkt Crone op dat het advies van ouders een heel andere rol krijgt: steeds meer keuzes worden met leeftijdsgenoten besproken, maar toch blijven ouders voor belangrijke beslissingen belangrijke steunpilaren. En dat pubers, ook al vragen ze niet direct om ouderlijk advies, de mening van hun ouders toch belangrijk vinden. Zelf durfde ik als ik geshopt had met vriendinnen nauwelijks mijn moeder onder ogen te komen (“hmm… Nou, ik zou het zelf niet gekozen hebben”) maar als ze over een kledingstuk te spreken was, was dat ook het eerste wat ik uit de kast trok bij belangrijke gelegenheden. Crone gebruikt ter illustratie veel voorbeelden van jongeren die zich in een bepaalde situatie bevinden. Enerzijds zorgt dit ervoor dat het boekje lekker leest; je hoeft je niet alleen maar door lappen informatie heen te werken. Anderzijds zijn de verhalen niet echt herkenbaar. Hoewel alle jongeren namen hebben gekregen, kan ik me niet voorstellen dat Crone ze in werkelijkheid heeft ontmoet. Zoals die arme David, die ‘zomaar’ een sigaretje krijgt aangeboden en hard wegloopt omdat hij niet weet hoe hij moet reageren.

Dat is weer zo’n typische volwassen voorstelling van de gevaarlijke puberwereld, alsof de sigaretten je ongewild om de oren vliegen. Wat mij vooral opviel, was dat de puberteit wordt beschreven als een veel heftigere tijd dan ik zelf heb ervaren. Het is blijkbaar een oh zo turbulente periode waarin het zelfbeeld en wereldbeeld van de pubers totaal op z’n kop staat waardoor zijzelf en hun omgeving nauwelijks weten wat ze er mee aan moeten. En dat terwijl die puberteit toch zo’n ontzettend belangrijke (wat zeg ik – de belangrijkste!) tijd in je leven is, waarin je zo veel nieuws ontdekt en je klaarstoomt voor de volwassenheid. Ergens is dat ook wel te verwachten van een ‘puberboek’, maar ik krijg toch het idee dat die belangrijke tijd langs me heen is gevlogen zonder dat ik het door had… Maartje Bakermans (17) is lid van PreUnion, de studentenvereniging van het pre-university college dat onderwijs verzorgt voor getalenteerde scholieren.

niet onderschat? Ik denk dat sociaal gedrag van pubers mede bepaald wordt door wat zij van hun ouders als voorbeeld zien. Kinderen van ouders die de avonden grotendeels achter de televisie doorbrengen, hebben meer kans om in hetzelfde patroon te vervallen. Ouders die niet moeilijk doen over alcoholgebruik van hun pubers hebben meer kans hen in coma aan te treffen dan ouders die een meer restrictief alcohol beleid voeren. Kinderen van ouders die vanaf de zijlijn van het sportveld aanmoedigen niet te zachtzinnig met de tegenstander om te gaan, zullen minder empathie voor hun leeftijdsgenoten kunnen opbrengen. Teamgenoten zijn belangrijke medespelers van mijn puber in de wedstrijd van de adolescentie, maar als ouder blijf ik langs de zijlijn aanwezig, als trainer en coach. Dat neemt niet weg dat met het lezen van het boek een wereld van wetenschappelijke ontwikkelingen rondom de hersenactiviteit van mijn pubers open gaat. J.W.A.Bakermans is de vader van Maartje.

Met Het sociale brein van de puber probeert Eveline Crone de sociale ontwikkeling van de (jong) adolescent inzichtelijk te maken. Het sociale leven van de puber lijkt zich in haar boek vooral af te spelen en in de wereld van de medepubers. Het sociale brein van de pubers ontwikkelt zich op basis van reacties van leeftijdgenoten. Ouders lijken daarbij slechts een marginale rol te vervullen. Wordt de mogelijke rol van ouders dan

Het kan ook anders

Eveline Crone, Het sociale brein van de puber. Bert Bakker, 192 pgs, €18,95

Opinie

Een wereld van verschil: studeren in Parijs Meer dan zestig uur per week werken, een verplicht jaar in het buitenland, sporten, het milieu verbeteren en in de vakantie repetitoren volgen of stage lopen. Als dat in Parijs kan, vraagt Thomas van Kuilenburg zich af, waarom dan niet hier? Het afgelopen collegejaar heb ik het voorrecht gehad om een semester in Parijs aan het prestigieuze SciencesPo internationale betrekkingen te studeren. Dankzij deze ervaring heb ik ondervonden dat onderwijs ook anders kan. Met het oog op het gevaar ‘appels met peren’ te vergelijken wil ik wijzen op het verschil tussen de universiteiten in Frankrijk. Er bestaan volledig door de overheid gefinancierde universiteiten en particulier gefinancierde Grandes écoles die voortgekomen zijn uit onvrede over de kwaliteit van de bestaande universiteiten. SciencesPo (L’Institut d’études politiques) is een zelfstandig instituut maar vertoont veel gelijkenissen met een Grande école en kent vergelijkbaar strenge toelatingseisen, slechts één op de vijf stu-

denten wordt toegelaten op basis van een examen en motivatie. Om de kans op toelating te vergroten volgen de meeste deelnemers een prépa van twee jaar dat opleidt tot het toelatingsexamen (concours). In die tijd wordt uitgebreid aandacht besteed aan basiskennis van geschiedenis, wiskunde en talen, en specifieke kennis ten behoeve van de beoogde vervolgopleiding. De keuze daarvoor wordt dus al op jonge leeftijd gemaakt en vraagt om een behoorlijke investering. Dat heeft belangrijke consequenties voor het onderwijs. Regelmatig wordt er stevige kritiek geuit op het onderwijssysteem omdat het te weinig kansen zou bieden voor minder welgestelden. Deze kritiek wordt serieus genomen en het is een grote verdienste van de recent overleden directeur van SciencesPo, Richard Descoings, dat er ook plaats is gemaakt voor ambitieuze jongeren uit de banlieues. De strenge toelating resulteert in wat voor mij de grootste eye opener was: de buitengewoon gemotiveerde studenten. Dat in combinatie met docenten die niet bang zijn om over de grenzen van hun eigen discipline heen te kijken maakt het onderwijs een uitdagend feest.

Het leven van een SciencePiste (zoals de studenten zichzelf noemen) is zwaar. Er wordt heel hard gewerkt, soms meer dan zestig (!) uur per week, een jaar doubleren is geen optie en een jaar studeren in het buitenland is verplicht. Daarnaast wordt van je verwacht dat je actief bent in sport en jezelf inzet voor een beter milieu. Een studentenvereniging kennen ze niet en vakanties worden gebruikt om repetitoren te volgen of stage te lopen. Het onderwijs bestaat uit hoorcolleges en kleine werkgroepen (hoogstens twintig studenten) waarin veel aandacht wordt besteed aan de actualiteit en aan generieke vaardigheden. Bij voorkeur wordt de dag begonnen met een revue de presse waarbij verwacht wordt dat de studenten verschillende dagbladen lezen, die overigens gratis verstrekt worden, en de gekozen invalshoeken met elkaar vergelijken. De nieuwsitems worden vervolgens in een actuele en historische context geplaatst waarbij er bijna altijd een koppeling wordt gemaakt aan een glorieus feit uit de Franse geschiedenis. De Fransen zijn goed op de hoogte van hun eigen geschiedenis en zijn daar trots op!

Een groot onderdeel van de werkgroepen bestaat uit het houden van exposés, spreekbeurten waarbij volgens een vast stramien een problematique aan de orde wordt gesteld door de argumenten voor en tegen de stelling te bespreken en af te sluiten met een conclusie die een aanzet vormt voor discussie. Omdat 20 procent van het eindcijfer wordt bepaald door de kwaliteit van participatie in de groep worden er veel vragen gesteld en leidt de competitieve sfeer ertoe dat men er niet wars van is de ander het gras voor de voeten weg te maaien en af en toe een plaagstootje uit te delen. Zo’n sfeer heb ik in Leiden zelden geproefd en wordt mede ingegeven doordat cijfers in relatie tot de groep gegeven worden en doordat iedereen droomt van toelating tot de École Nationale d’Administration (ENA) in Straatsburg, dé hofleverancier voor de politieke elite. Jaarlijks is er plaats voor slechts 100 studenten en de beste studenten van SciencesPo behoren daar steevast toe. Bijna alle oud-presidenten van Frankrijk hebben hun studie aan SciencesPo en later aan de ENA afgerond. Met uitzondering van Nicolas Sarkozy van wie wordt gezegd dat hij in 1981

niet bevorderd is vanwege onvoldoende kennis van de Engelse taal. Bij het horen van dat verhaal heb ik onmiddellijk vraagtekens geplaatst bij de aandacht die in Leiden besteed wordt aan Engels, een tweede of derde ‘vreemde taal’ en aan het buitenland in bredere zin. In de relatie met het buitenland wordt door SciencesPo veel geïnvesteerd. Daardoor is er altijd een groot aantal internationale studenten die graag meer over elkaars cultuur willen leren. Dat biedt de mogelijkheid om nationale en Europese kwesties in perspectief te plaatsen. In deze voor Europa onzekere tijden is het naar mijn mening van belang om te werken aan vaardigheden waarmee wij internationaal – dus ook buiten Europa - zaken kunnen doen. Een meer competitieve omgeving en uitdagender onderwijs dat beter aansluit op behoeftes van de markt horen daarbij. Als daar een concours voor nodig is, dan wordt dat hoog tijd. Een strenge selectie zal leiden tot een klimaat waarin studenten en docenten elkaar motiveren om het beste uit zichzelf te halen. Thomas van Kuilenburg is masterstudent ondernemingsrecht


21 juni 2012 · Mare 13 Mensen

Alles gehaald of afgehaakt

Alles gehaald of afgehaakt

Het eerste jaar van de rest van je leven Ruim vierduizend eerstejaarsstudenten begonnen in september 2011 aan een bachelorstudie in Leiden. Mare volgde drie van hen. Het slot van een drieluik. ‘Elke dag studeren? Heb ik dat echt gezegd?’ Door MARLEEN VAN WESEL

‘P is binnen, zonder her’ Enno van Werkum (19) Uit: Rozendaal, naast Arnhem Studie: Rechten Lid van: Minerva Huis: Hôpital Wallon

Foto Petra Meijer

‘Ik word nu hartchirurg’ Leonie Winkhardt (20) Uit: een klein dorpje bij Cuxhaven, Duitsland Studie: gestopt met pedagogiek, hoopt ingeloot te worden bij geneeskunde Lid van: Leidse Studenten Duikvereniging Huis: boven Spiekeria in de PieterskerkChoorsteeg De studie pedagogiek viel tegen. ‘Ik vind het leuker om iets met kinderen te dóén, dan om ze te observeren.’ Nu richt ze haar pijlen op geneeskunde, waarvoor ze eerst nog moet slagen voor een cursus natuurkunde, omdat ze dat vak op school niet heeft gehad. En ze moet de loting nog doorstaan. ‘De kans is geloof ik 48 procent. Dat is redelijk.’ Een carrière als kinderarts ziet ze eventueel wel zitten. ‘Al word ik het liefst hartchirurg.’ Andere studieplannen dan een half jaar geleden dus, maar nog altijd hetzelfde kamertje, alleen te bereiken met een levensgevaarlijk steil trapje. ‘Ik kijk nog wel uit naar iets anders, maar ik maak er pas werk van als ik zeker weet dat ik hier kan blijven. Ik loot namelijk ook mee voor geneeskundestudies in andere steden. Ik hoop heel erg op Leiden. Hier heb ik nu vrienden en oppaskindjes, waardoor ik zelfs een soort gezin in de buurt heb. In Utrecht heb ik niets, laat staan dat ik naar Maastricht moet. Dat is veel te dicht bij Duitsland. Het brood is er lekkerder, maar dat is toch nauwelijks Nederland meer?’ Kortom, Winkhardt is goed geïntegreerd. ‘Afgezien van dat brood dan. Ik bak wel eens Duitse broodjes voor mijn huisgenoten.’ Officieel is ze ook geen internationale student, dus naar ISN-activiteiten kan ze niet. ‘Sinds ik gestopt ben met mijn studie, speelt mijn sociale leven zich vooral af op de duikclub en thuis.’ Met haar clubgenoten keek ze ook de EK-wedstrijd Nederland-Duitsland. ‘Die overwinning vond ik wel leuk’, grinnikt ze.

Op haar bureau ligt een dik natuurkundeboek. ‘In het begin vond ik de Nederlandse studieboeken lastig en taai. Nu niet meer, behalve dit boek dan, maar dat ligt niet aan de teksten. Maar ja, andere zomerplannen dan leren en duimen voor de loting heb ik niet.’

‘Afgelopen jaar ging bijzonder lekker. Ik heb al mijn vakken zonder her gehaald. Het laatste tentamen, Burgerlijk Recht, moet ik deze week nog terugkrijgen. Dat was wel het moeilijkste vak, maar ik denk dat ik mijn P wel binnen heb.’ Eigenlijk heeft hij al twee weken zomervakantie. ‘Ik ben zelfs al naar Frankrijk geweest.’ Omdat er in Minervahuis het Wallon veel rechtenstudenten wonen, kwam hij bij het studeren niet voor verrassingen te staan. ‘Samenvattingen waren gemakkelijk geregeld. Bovendien studeren elf jongens uit mijn jaarclub Malafide ook rechten. Ook zij hebben allemaal hun bsa gehaald.’ Na de zomer gaat hij verder met fiscaal recht, net als twee huisgenoten. Elke dag studeren, zoals hij in het eerste interview in september aankondigde, is er niet van gekomen. ‘Heb ik dat trouwens écht gezegd? Er zijn genoeg andere leuke dingen te doen. Ik ben regelmatig te vinden op de squashbaan van de sociëteit en ik pak vaak wat Hifi-avondjes mee. En in ons huis is ook altijd wat te beleven. Sinds kort hebben we een zwembad op de binnenplaats.’ Begin dit jaar had hij nog geen kamer en bivakkeerde hij met een aantal andere eerstejaars op matras-

jes op de zolder van het Wallon. Via een zolderkamer is hij inmiddels terechtgekomen op een kamer van twintig vierkante meter op de eerste verdieping. ‘Die zolderkamer was ook al niet verkeerd, maar het scheelt wel traplopen.’ De bewoners zoeken alweer naar zes nieuwe jongens. ‘Dan zit het huis weer vol. Tijdens scholierenavonden met barbecues,

die we door het jaar heen organiseren, proberen we onze toekomstige huisgenoten al te vinden.’ Zijn ontgroening is achter de rug. ‘Laten we het erop houden dat het intensief was.’ Afgezien van een vakantie met zijn vrienden uit Arnhem heeft hij deze zomer nog niets gepland. ‘Ik heb veel vrije tijd, dus ik kan doen wat ik wil. Al weet ik nog niet wat.’

Foto Marc de Haan

‘Straks de draad weer oppakken’ Fennie Euwema (20) Uit: Zuidhorn (Groningen) Studeert: Russische studies Lid van: Catena Huis: studentenhuis in de Morsstraat

Foto Marc de Haan

‘Afgelopen semester ben ik een soort van gestopt met mijn studie. In het eerste semester haalde ik nog alle dertig studiepunten, al was het heel pittig en kon ik moeilijk met de stress omgaan. Daarna ben ik niet meer naar college geweest. Het is nogal een ingewikkeld en persoonlijk verhaal, maar dankzij mijn studiebegeleider kan ik in september de draad weer oppakken. Ik loop wel een half jaar vertraging op en de studietrip naar Sint-Petersburg gaat voor mij ook niet door.’ Eerst gaat ze nog op vakantie naar Barcelona, al zou haar Russisch inmiddels ook wel volstaan voor een vakantie. Vloeiend spreekt ze de taal in elk geval nog niet. De Russische grammatica bleek ingewikkelder dan ze vooraf dacht. ‘Die naamvallen! Bij elk woord moet je

bedenken wat ermee aan de hand is.’ Ondanks de tegenslagen heeft Euwema genoeg plannen voor de rest van haar studie. ‘Ik ga keuzevakken volgen rondom ontwikkelingsproblematiek in Rusland en uiteindelijk wil ik aan de master Journalistiek en Nieuwe Media beginnen.’ Voorlopig kampt ze door haar studiepauze even niet met ‘hoogoplopende stress’. ‘Maar ik houd mezelf wel bezig. Ik doe veel met mijn huisgenoten en ik heb net een konijn gekocht dat overal heen springt. En ik ben regelmatig op Catena te vinden, natuurlijk.’ Met yoga is ze gestopt. ‘Ik fitness nu. Na afloop heb je daarbij tenminste het idee dat je iets gedaan hebt. Ter ontspanning brei ik tegenwoordig.’ In december vertelde ze nog vol afgrijzen over de ontdekking van muizen in haar studentenhuis. ‘Inmiddels ben ik niet bang meer voor ze. Zij ook niet voor ons trouwens. Als we zitten te eten komen ze rustig om het hoekje kijken.’


14  Mare · 21 juni 2012 Opinie

Va-lo-ri-sa-tie derzoeksplaatsen gecreëerd rondom valorisatie. Er is een ‘Dag van de Valorisatie’. Zou er al een leerstoel zijn? Als alle facetten van valorisatie in kaart lijken te zijn gebracht, zijn er natuurlijk altijd nog de onontgonnen terreinen ‘valorisatie in transnationaal perspectief ’ of ‘valorisatie en gender’, ‘valorisatie en diversiteit’.

Kortom, slim als zij zijn, hebben de academische bestuurders ‘valorisatie’ voornamelijk uitgebuit als hip modewoord om smakken geld los te peuteren. Wat was bedoeld om de kloof tussen wetenschap en maatschappij te overbruggen, is verworden tot een op zichzelf staand en in zichzelf gekeerd, peperduur onderzoeksobject. Monty Python had niets geestigers kunnen bedenken. Hoe slapstick ook, hiermee schiet de wetenschap natuurlijk haar doel compleet voorbij. Het gevolg is namelijk dat het valorisatiedogma aan managers de macht geeft om te bepalen wat wel en niet maatschappelijk waardevol is. Wie betaalt bepaalt. Instituten als het NWO worden oppermachtig, evenals de geest van politieke correctheid die in die bestuurslagen heerst. De onderzoeker

die durft af te wijken kan makkelijk aan de kant worden gezet. Erger nog, politiek onwenselijke studies kunnen worden kaltgestellt onder het mom van ‘niet aansluitend bij de maatschappij’. Het wordt tijd dat wetenschappers eens wat meer ballen tonen. Maatschappelijke relevantie? Onderzoek ís niet altijd (of niet altijd direct) maatschappelijk te ‘verzilveren’. Bezuinigingen? Prima, er zijn nog wel een paar bestuurslagen weg te snijden. Zolang onze academische vrijheid maar behouden blijft.

draag je bij aan de ondergang van de academische wereld. Het is wel een toonaangevende reden waarom studenten lastig te mobiliseren zijn voor verzet. 2. Onwetendheid. We worden niet voldoende geïnformeerd of informeren onszelf niet voldoende. Nu kun je daar wel achteraf verontwaardigd over gaan doen: ‘ze’ (d.w.z. bestuurders, universiteitsbobo’s, the man) hebben toch de plicht om ons op de hoogte te houden? Ja, dat hebben ze, maar wie zegt dat ze zich eraan houden? Laten we vooral niet vergeten dat ze er baat bij hebben als de student onwetend en stil blijft. Het zal dus altijd het uitgangspunt van hun informatiebeleid zijn.

3. Naïviteit. Wat echt het meest storend is aan pogingen om het verzet op touw te zetten is dat je kompanen er vanuit gaan dat studenten als gelijkwaardige gespreks- dan wel onderhandelingspartner worden gezien. Reality check: natuurlijk worden we niet als volwaardig gesprekspartner gezien! We zijn een potentiële verzetshaard die zoveel mogelijk buiten de besluitvorming wordt gehouden. Participatie moet je afdwingen. Hoe dan? Doe het zoals bij Geesteswetenschappen. Zij overleggen achter gesloten deuren, doe hetzelfde. Stuur artikelen naar Mare. Organiseer een stormloop op de faculteitsraad. Breng zoveel moge-

lijk mensen op touw. olariseer! Als we als studenten dit spel volgens de regels spelen, hebben we bij voorbaat al verloren. Don’t get mad: get even. Organiseer een brede basis voor verzet onder de studenten bij zowel de studieverenigingen als de faculteitsraad en speel het spel vervolgens net zo smerig als de bestuurders. Nu is dit landelijk uiteraard een stuk lastiger te organiseren, doch, om maar even in fairtrade-retoriek te vervallen: think globally, act locally. Verzet begint op de eigen faculteit (sneeuwbal) en zal landelijk eindigen (lawine). Denk daar deze zomer maar eens over na.

Te veel wetenschappers staan met hun mond vol tanden Academische bestuurders buiten de term ‘valorisatie’ uit als hip modewoord om smakken geld los te peuteren en vervolgens te bepalen wat wel en niet maatschappelijk waardevol is. Het wordt tijd dat wetenschappers meer ballen tonen, vindt Geerten Waling. Ik wil met u een moeilijk woord bespreken, dat sinds enige tijd gonst in de gangen van onze universiteit. Het figureert in debatten en beleidsplannen, in vergaderingen en tweets. Het schijnt het machtige wapen te zijn van de wetenschap tegen de gevreesde bezuinigingen. ‘Valorisatie.’ Wat dat betekent? Welnu, over het algemeen wordt valorisatie opgevat als ‘het verzilveren van wetenschappelijke kennis ten bate van de maatschappij’. Een loffelijk streven, kortom. Niet dat wetenschappers van nature al wereldvreemde figuren zijn overigens. Waren de grote onderzoekers uit de geschiedenis niet al bezig met het dienen van de maatschappij? Dienden de Leidse helden Boerhaave en Huizinga, Hugo de Groot en Matthias de Vries, Scaliger en Cleveringa, met hun wetenschappelijke bijdragen niet een evident maatschappelijk belang? Deden deze boegbeelden van de fatsoenlijke wetenschap aan valorisatie? Ja. Althans: zij deden plichtsgetrouw hun werk. Net als alle wetenschappers die vandaag de dag plichtsgetrouw hun werk doen, en daarin geweldige resultaten boeken. Alleen hoe komt het dan toch dat

er zo stevig bezuinigd wordt op de wetenschap? De economische crisis is wellicht een aanleiding, maar niet de reden. Die ligt in het imago van de wetenschap. Bij bezuinigingsrondes is het voor mensen als Halbe Zijlstra uiterst bevredigend om eens lekker die botte bijl in die ivoren toren te zetten. En geef hem eens ongelijk, met al die duizenden wetenschappers met hun nicheonderzoek zonder enige aantoonbare maatschappelijke relevantie! Wetenschappelijk nut is snel aangetoond (‘dit wisten we nog niet, en nu wel!’), maar gevraagd naar hun bijdrage aan de maatschappij staan veel wetenschappers met hun mond vol tanden. Zo groeit langzaamaan het idee dat er – universiteitbreed, maar met name in de niet-exacte wetenschappen – maar wat aangeklooid wordt, dat de academie een baantjesmachine is die zichzelf draaiende houdt door allerlei theoretische constructies te problematiseren, maar zich daarmee eigenlijk volledig buiten de samenleving plaatst. Daarom hebben managers sinds enige jaren het begrip ‘valorisatie’ uitgevonden. Een heel moeilijk woord voor zo’n simpel principe. Toch is het een stopwoordje geworden van de universiteitsbestuurders en verschijnt er geen beleidsplan of rapport waarin het niet vermeld wordt. En natuurlijk is het in alle begrotingen een welkome kostenpost. Zo zijn er tientallen potjes en fondsen aangelegd, netwerkborrels en seminars georganiseerd en on-

Geerten Waling is promovendus bij Geschiedenis en bestuurslid van Platform HOOFT, dat streeft naar betere aansluiting van de Geesteswetenschappen bij de maatschappij.

De student laat met zich sollen Speel smerig als een bestuurder Studenten zijn onverschillig, onwetend en naïef, vindt Arnout le Clercq. Wat gaan we daaraan doen? Nederlanders hebben niet bepaald een rijke traditie van verzet tegen de overheid en waar de gemiddelde Nederlander nog wel de straat opgaat, blijft de Leidse student thuis. Toen in ’69 overal in Nederland universiteitsgebouwen werden bezet naar voorbeeld van het Maagdenhuis te Amsterdam, werden de enkele onverlaten die een dergelijke actie probeerde uit te halen op het Rapenburg snel de gracht in geveegd door het hockeyteam van het corps. Ik bedoel maar. Verzet tegen de bezuinigingen op en de afwaardering van de academische wereld lijkt dus bij voorbaat lastig te realiseren. Toch kan ik met enige gepaste trots verkondigen dat de Faculteit der Geesteswetenschappen zich de afgelopen maanden tot een pièce de resistance heeft weten te ontwikkelen. De nota studiesucces - een beleidsplan voor een zacht prijsje overgenomen uit Rotterdam - is op

vele punten aangepast, zo zijn bijvoorbeeld de vermaledijde compensatieregeling en het vervallen van herkansingen geschrapt. Hoe hebben we dit klaargespeeld? Demonstraties, protestinsignes, megafoons? Nee. Zoals de LSVb met onze opponenten beleefd aan tafel zitten om maar tot in den treuren onze onderhandelingspositie te behouden? Ook niet. De juiste weg ligt in het midden. Van protesten trekken bestuurders zich namelijk niets aan en aan de onderhandelingstafel worden we aan het lijntje gehouden. Verzet is een absolute noodzaak, maar wel via de juiste kanalen. Deze noodzaak tot verandering van tactiek vindt zijn oorsprong in de reden waarom de student überhaupt met zich laat sollen. Hierbij spelen drie factoren een rol. 1. Onverschilligheid. ‘Deze regeling is pas van kracht als ik mijn bachelor heb.’ Daar kunnen we kort over zijn. Het is asociaal richting toekomstige studenten. Met deze passiviteit, die tekenend is voor de Nederlander in tijden van rampspoed,

Arnout le Clercq studeert geschiedenis


21 juni 2012 · Mare

15

Achtergrond

Smoelenboeken met Parental Advisory Almanakwedstrijd 2012, het juryrapport Traditiegetrouw beloont Mare de beste verenigingsalmanak met een fust bier, en natuurlijk eeuwige roem. Over Word-Art, wansmaak, games en het eind der tijden. DOOR JUDITH LAANEN EN MARLEEN VAN WESEL Laten we maar meteen bij

de dikste beginnen: Beste Minervanen, toen ons gevraagd werd een kleine beoordeling te schrijven over uw almanak, werd ons expliciet de mogelijkheid geboden het woord te richten tot de leden van een dynamische almanakredactie. Waar andere almanakken zich laten kenmerken door veranderlijkheid, creativiteit en experimenten, houdt Minerva juist vast aan de waarden van weleer: degelijkheid gecombineerd met een platvloerse bende. Het zit namelijk zo: dat thema van Minerva, Almaniak, komt nergens in terug, en behalve de interviews met historicus Maarten van Rossem en schrijver Mark Schalekamp hangt jullie almanak van schunnigheid aan elkaar. Toegegeven, stiekem moesten we wel gniffelen om sneue sekszinnetjes en filosofische hoogstandjes zoals ‘Ik bef gewoon met dezelfde mond als waar ik mijn tosti’s mee eet…’ en ‘Gast, wtf, dit vergiet lekt!’ Ook de mysterieuze glimmende zwarte Parental Advisory-pagina’s in het midden hebben ons nog een tijdje van ons werk gehouden. (Nee echt, wat is daarvan de bedoeling? Eraan likken? In de fik steken? En wat verbergen de aan elkaar geplakte pagina’s 81 tot en met 89?) Jullie verdienen wel een dikke plus voor de consequente gastbijdrages (lees: copy paste van hetzelfde stuk) aan verschillende andere almanakken, die wij in de eerste regels van dit juryrapport met liefde schaamteloos hebben gepersifleerd. Tegen Quintus zeggen wij: heel jofel, die voelbare lettertjes, die glossy Instagramfoto’s en die onwijs met elkaar vloekende kleuren op elke volgende pagina. Wat een prachtige wansmaak! De wanorde aan stijlen deed ons nog het meest denken aan onze eerste basisschoolwerkstukken waarin we helemaal losgingen met Word-Art. Less is more, zouden we heel voorzichtig willen fluisteren. Echt leuk vonden we de paginanummering die, geheel in het thema Tijdbom, afloopt in minuten en seconden. Om te eindigen in een grote vúúrbal, jongûh, op de laatste pagina. Als jullie dan

toch álles uit de kast trekken willen we er de volgende keer graag een geluidseffect bij. Onder de onprettig langs onze vingers glibberende omslag van de Augustinus-almanak troffen we een mooi thema, Magisch, dat consequent in de sprankelende vormgeving werd doorgevoerd. Minpuntjes waren de baggerkwaliteit van de foto’s (we struikelden over de pixels) en de bizar kleine lettertjes in het smoelenboek (werden we kippig van). En waarom in hemelsnaam een telefoonlijst op volgorde van de cijfers uit het telefoonnummer? Dat een alfabetisch smoelenboek op voornaam handiger is, snappen we. Maar worden Augustijnen stiekem genummerd op de Club? Hetzelfde curieuze nummerfenomeen kwamen we tegen in de SSRalmanak. Daar vonden we ook, behalve een uitstekend leesbaar doch foeilelijk smoelenboek, een aantal alleraardigste infographics. Daaruit blijkt dat 69,1 procent van de SSRheren orgaandonor is en dat 19,7 procent van de vrouwen vegetarisch eet. De soberheid werd verder afgewisseld met quotes als ‘Niet alleen Baby Borns, maar ook gewone baby’s maken meer geluid als je er twee AAbatterijen in doet.’ We bladerden verder door de NSLalmanak, met de degelijke uitstraling van een parochieblaadje, maar tevens met bijzonder scherpe foto’s en infographics waaruit we leerden dat maar liefst 70 procent van de NSL-mannen single is. De almanak van M.O.C.C.A. had een fraaie art decokaft, waarachter de lange geschiedenis van het honderdjarige SSR-dispuut helemaal werd uitgelegd. We stelden verheugd vast dat De Blauwe Schuit een afbeelding van het Harry Potterpersonage Dobby geplaatst had bij fotoloze leden in het smoelenboek. En van het schuitkundig woordenboek staken we nog op wat ‘Hoog aan de wind’ betekent: ‘Resultaat van te strakke zeilbroek bij mannelijke zeilers’. En dan nu – tromgeroffel! – de eervolle vermeldingen. De eerste is voor Asopos de Vliet. Het thema Gezichtsboek is secuur uitgewerkt. De vormgeving klopt helemaal: van de roze Apple-achtige peer op de zilveren kaft tot de Facebookstijl van de groepspagina’s. Extra likes van ons voor de gigantische lettergrootte in het smoelenboek. Zelfs als je dronken je roeiboot uit komt rollen kun je iedereen nog even bellen. Ook een eervolle vermelding voor de almanak van de Juridische Faculteitsvereniging Grotius, met een stijlvolle en consequente vormgeving die ons terugvoert naar vervolgen tijden. Zelfs het smoelenboek bevat, heel jaren ’10 van de vorige eeuw, alleen postadressen en geen e-mailadressen en telefoonnummers. Net als het degelijke boekje een beetje saai en muf begint te worden, blijkt er een spectaculaire moord te zijn gepleegd, getuige de ‘bloedspetters’ op pagina 13. Minpunten, of nee, toch bonuspunten voor de weinig inspirerende zinnen die hoogleraar Henk Sneijders tot de studenten richt in zijn gastbijdrage: ‘Wie volgens het boekje handelt, gaat niet buiten zijn boekje. Over hem

hoeft dus geen boekje opengedaan te worden.’ We hoeven het thema in elk geval niet meer te verduidelijken. De pop-up achterin verdient ook bonuspunten, hoewel hij wel een beetje van het niveau Dribbel was. De volgende keer zien we graag een imposant 3-D-bouwwerk in het midden pop-uppen. Nog een eervolle vermelding voor de almanak van het NNP, de studievereniging van Nederlands. In de almanakken van Minerva en Quintus is duidelijk veel geld gestoken. In de almanak van het NNP juist veel liefde. We begonnen bijna vertederd te kirren bij de frisse lay-out en de schattige zelfgemaakte manga-tekening op de voorkant. In het rechtstreeks uit Microsoft Word gekopieerde smoelenboek stonden tot onze verwondering alleen de geboorteplaatsen van de leden vermeld. Maar bonuspunten voor de creativiteit en de afwezigheid van spelfouten. Een extreem eervolle vermelding voor de almanak die het fust bier nèt niet gewonnen heeft: Pixel Perfect van De Leidsche Flesch. De Leidse wiskundigen, informatici, natuurkundigen en sterrenkundigen kennen hun games. Van de geniale commissiefoto waarop iedereen als een personage uit Supermario Bros. verkleed is, tot de gamefähige opmaak: geweldig. Elk deel van de almanak heeft een ander thema. We tellen Donkey Kong, Pacman, Zelda en Kingdom Hearts. De spoedcursus ‘bèta-materie voor alfa’s’, geschreven door Leidse wiskundige Walter Kosters, leest als een trein. De problematiek van niet-deterministischpolynomialen uitleggen aan de hand van Tetris = sowieso winnen. En: we hebben ze geteld: geen enkele foto is pixelated. Waarvoor hulde. Al was het misschien in het kader van het thema ook wel weer extra lollig geweest. Als we twee fusten bier te vergeven hadden, zouden we het wel weten. Voor nu: bonuspunten. Véél bonuspunten.

En dan nu de winnaar… Er is maar één almanak waarin werkelijk alles goed gedaan is: de lustrumalmanak Apocalyps! van Catena. Van de Hasselhofproloog (met smaakvolle foto van een hamburgerverorberende almanakvoorzitter met ontbloot bovenlijf, op de grond) tot de uitleg over de Apocalyps in verschillende religies. Van het interview met de 78-jarige buurvrouw en oercateniaan Anneke tot de net iets aardigere gastbijdrage van Minerva dan in alle andere almanakken. Van foto’s met bikinidames langs de Leidse grachten tot de blote basten van vrolijke metalheads. Ook leuk, behalve álles, is het uitvouwbare bordspel. Het plezier spat van de pagina’s. Als je ervoor kunt zorgen dat je een almanak in één ruk uit wil lezen, vinden wij dat puik werk. DE TOP 5 1. Catena 2. De Leidsche Flesch 3. NNP 4. Grotius 5. Asopos de Vliet


16  Mare · 21 juni 2012 Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@ mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Het jaar 2050… 9 miljard mensen… Welvaart voor iedereen: Is dat mogelijk? Waar halen we de grondstoffen vandaan en hoe gaan we daarmee

om?  Onderzoek het tijdens de interdisciplinaire minor Duurzame Ontwikkeling. Start: 3 september 2012. Toegankelijk voor 3ejaars bachelor studenten van alle studierichtingen. Kijk voor meer informatie op www.cml.leiden.edu/education/minor De Onderwijswinkel zoekt met spoed invaller voor huiswerkbegeleiding op basisschool. Ook voor het volgend schooljaar zijn er weer veel nieuwe vrijwilligers nodig die bijles willen geven aan leerlin-

gen Basis-, Voortgezet en Speciaal Onderwijs, en soms ook leerlingen die andere opleidingen volgen. Keus genoeg! Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma-, woe en do. 15.17u. Tel: 5214256. Ons e-mailadres is hdekoomen@owwleiden.nl. Songwritingworkshop Niets te doen deze zomer? Schrijf je in voor de songwritingworkshop in Scheltema. Drie dagen liedjes schrijven en met een cd-opname naar huis! (12-14 juli) www.vivienneaerts. nl/workshops.htm

Maretjes extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet. com

VACATURES  Leiden (+ regio  en Bollenstreek) Thuiszorg, Hulp bij het huishouden.  Studenten (v/m) gezocht.  Ook vakantiewerk !  Jij bepaalt waar en wanneer  (6 – 24 uur p.w)  Solliciteren ? Brief met  CV www.thuiszorginholland.nl GEZOCHT:  Chambers Advocaten Familierecht en Scheidingsmediators in Den Haag zoekt  per direct een student(e) die van aanpak-

ken weet, zelfstandig werkt en een hoge typesnelheid heeft voor ondersteunende secretariële werkzaamheden zoals dictaten uitwerken, telefoon en kopiëren. Bij voorkeur een student(e) Rechten. Variabele (oproep)uren en werktijden, in overleg. Interesse? Stuur dan je motivatie met c.v. en pasfoto naar secretariaat@chambersadvocaten.nl

Advertenties

Collecteer ook in de derde week van september. Meld u aan op nierstichting.nl of bel 035 697 8050

90012009_Kattekop ad Mare outlines.indd 1

Academische Agenda Prof.dr. A.M. van Hemert zal op vrijdag 22 juni met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Geneeskunde om werkzaam te zijn op het gebied van de Psychiatrie. Prof.dr. L.J. van Herik zal op vrijdag 29 juni met het uitspreken van de oratie benoemd worden tot hoogleraar bij de faculteit Rechtsgeleerdheid om werkzaam te zijn op het gebied van Internationaal Publiekrecht. G.J.F. Hoohenkerk zal op donderdag 21 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Surgical correction of atrioventricular septal defect’. Promotor is Prof.dr. M.G. Hazekamp. K.M.S. Musallam zal op donderdag 21 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘β-Thalassemia Intermedia: Morbidity Uncovered’. Promotor is Prof.dr. F.R. Rosendaal. A. Taher zal op donderdag 21 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘‘β-Thalassemia Intermedia: Morbidity Uncovered’. Promotor is Prof.dr. F.R. Rosendaal. T.H.P. Baudet zal op donderdag 21 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘The Significance of Borders’. Promotoren zijn Prof.dr. P.B. Cliteur en Prof.dr. R. Scruton (Universiteit Oxford). M. Stoltenborgh zal op vrijdag 22 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘It should not hurt to be a child. Prevalence of child maltreatment across the globe’. Promotoren zijn Prof.dr. M.H. van IJzendoorn en Prof.dr. M.J. Bakermans-Kranenburg. A. Chatzopoulou Chatzi zal op dinsdag 26 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in

de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Unraveling the glucocorticoid receptor pathway in zebrafish’. Promotor is Prof.dr. H.P. Spaink. J.P.W. Maljaars zal op dinsdag 26 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Communication problems in children with autism and intellectual disability: Depicting the phenotype’. Promotoren zijn Prof.dr. I.A. van Berckelaer-Onnes en Prof.dr. E.M. Scholte. M.J. Müller zal op dinsdag 26 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Der Freitod, der Arzt und das Recht’. Promotoren zijn Prof. dr. A.C. Hendriks en Prof.dr. D.P. Engberts. L.J. Doorduin zal op dinsdag 26 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Rapid evolution or preadaptation in invasive Jacobaea vulgaris’. Promotor is Prof.dr. P.G.L. Klinkhamer. A. Nobel zal op dinsdag 26 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Besturen op het Hollandse platteland. Cromstrijen 1550-1780’. Promotor is Prof.dr. S. Groenveld. A.B. Mohseny zal op woensdag 27 juni om 10.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Osteosarcoma Models: Understanding Complex Disease’. Promotor is Prof.dr. P.C.W. Hogendoorn. R.W.M. Zoethout zal op woensdag 27 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Applications of alcohol clamping in early drug development’. Promotoren zijn Prof.dr. J.M.A. van Gerven en

Prof.dr. A.F. Cohen. S.E.F. Claessens zal op woensdag 27 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Programming the Brain: towards intervention strategies’. Promotor is Prof.dr. E.R. de Kloet. H. Happé zal op woensdag 27 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Cyst initiation, cyst expansion and progression in ADPKD’. Promotor is Prof.dr. M.H. Breuning. K. Oosterhuis zal op woensdag 27 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Preclinical development of DNA vaccine candidates for the treatment of HPV16 induced malignancies’. Promotor is Prof.dr. J.B.A.G. Haanen. T.M.H. Temmerman zal op donderdag 28 juni om 11.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Multidominance, ellipsis, and quantifier scope’. Promotoren is Prof.dr. J.E.C.V. Rooryck en Prof.dr. J. van Craenenbroeck (HogeschoolUniversiteit Brussel). A. Amir zal op donderdag 28 juni om 13.45 uur promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Biology and clinical relevance of Tcell allo-HLA reactivity’. Promotor is Prof.dr. J.H.F. Falkenburg. P. van Doeselaar zal op donderdag 28 juni om 15.00 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘La rosace sur fond blanc’. Promotor is Prof.dr. P. J. Smith. H. Spanninga zal op donderdag 28 juni om 16.15 uur promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Gulden Vrijheid? Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640’. Promotoren zijn Prof.dr. dr. S.Groenveld en Prof.dr. J.A.Mol.

5/21/12 3:31 PM

Bedrijfsleven en beroepsonderwijs vormen de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Samen werken ze aan thema’s

SBB zoekt voor de afdeling Toetsingskamer op korte termijn voor een periode van 6 maanden:

als kwalificatiestructuur, examens,

Enthousiaste toetsers m/v

beroepspraktijkvorming en opleidingsaanbod. Daarmee optimaliseert SBB de aansluiting van onderwijs op

(2-3 dagen per week, voor de periode augustus 2012 t/m januari 2013)

de arbeidsmarkt. Met als doel: voldoende en deskundige vakmensen.

die kwalificatiedossiers voor het middelbaar beroepsonderwijs gaan beoordelen.

SBB-bureau biedt een inspirerende

Jij • beschikt over hbo/wo werk- en denkniveau • bent een kritische student in de eindfase van je studie • hebt gevoel voor taal en aandacht voor details • bent analytisch en punctueel • gaat planmatig te werk en bent een teamplayer

werkomgeving met mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling. Werken bij SBB bureau betekent investeren in je toekomst. Analytische en verbindende vermogens zijn belangrijke competenties voor onze collegiale netwerkorganisatie. De Toetsingskamer maakt onderdeel uit van SBB, maar heeft voor wat betreft het toetsen een eigen, onafhankelijke taak. Onafhankelijke toetsing is noodzakelijk om de kwa-

Wij • werken intensief samen met de ontwikkelaars van de kenniscentra • bieden een informele werksfeer binnen een klein team • bieden een passende beloning

liteit van de kwalificatiestructuur te borgen en te garanderen dat deze voldoen aan de wettelijke kaders.

www.s–bb.nl

De baan Als toetser controleer je of de door de kenniscentra aangeleverde kwalificatiedossiers voldoen aan alle kwaliteitseisen. De resultaten leg je vast in een

beoordelingsformulier. Samen met je collega’s bespreek je de toetsresultaten.Het is een pre als je bekend bent met het middelbaar beroepsonderwijs. Informatie Heb je interesse in deze functie maar wil je eerst meer weten? Neem dan contact op met Francien Batenburg (toetser). Francien kun je bereiken via toetsingskamer@s-bb.nl of 079 329 40 41. Enthousiast? De Toetsingskamer werkt mee aan een transparante en hoogwaardige kwalificatiestructuur. Wil en kun jij daaraan bijdragen? Overtuig ons en mail voor 9 juli 2012 een goed onderbouwde motivatie voorzien van je CV naar vacatures@s-bb.nl o.v.v. sollicitatie toetsing. Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie stellen wij niet op prijs.

Wij verzorgen kleinschalige, aangepaste vakanties voor ouderen. Bel voor onze gratis vakantiebrochure: (0318) 48 51 83 Of kijk op onze site: www.allegoedsvakanties.nl


21 juni 2012 · Mare 17 Advertenties

GEEF YASMIN EEN ‘BLIND DATE’

academisch T A L E N CE N T R U M

Tijd voor taal in de zomer? Juli •

Engels

o 4 t/m 27 juli o woensdag/vrijdag 10.15-13.00 uur

Augustus • Chinees 1+2 • Engels 5 • Frans 3+4

• Frans 5 • Italiaans 1+2 • Spaans 1+2

o 6 t/m 24 augustus o elke dag 3 uur, ochtend of middag

Starting in July: • Pre-sessional IETLS Academic 1 and II

Yasmin (17) uit Nepal heeft staar en is bijna blind. Zij kan niet naar school en niet werken; zij is afhankelijk van haar familie. Een ‘Blind Date’ in de met Nederlandse donaties opgezette oogkliniek is het mooiste wat haar kan overkomen. Nederlandse oogartsen en andere vrijwilligers leiden lokaal personeel op en helpen, waar nodig, met opereren. Na haar staaroperatie heeft Yasmin weer een toekomst. Voor € 35,- geeft u al een staaroperatie. Voor € 10,een bril. Steun de actie van Eye Care Foundation in samenwerking met Nederlandse oogartsen.

Giro 5 25 25

Starting in June, July and August: • Intensive Dutch summer courses (levels 1-4) taalcoaching - maatwerk - vertalingen - acculturatie

Meer informatie op www.talencentrum.leidenuniv.nl of neem contact op met het ATC (tel. 071 527 2332).

www.geefeenlens.nl

geef een lens aan een medemens

Volg nu ook het ATC op Twitter en Facebook!

Academisch Talencentrum – Academic Language Centre Taalcursussen ▪ september 2012 – Language Courses ▪ September 2012 Wil je je talenkennis verbeteren of een nieuwe taal leren? Het Academisch Talencentrum biedt een groot aantal praktische taalcursussen. Als je niet zeker bent van je startniveau, kun je gratis een instaptoets maken via de website of bij het Academisch Talencentrum. De onderstaande tijden zijn onder voorbehoud. Check daarom de website of kom langs bij het Academisch Talencentrum (Lipsius/1.25).

Start vanaf september 2012: Engels Engels 2: woensdag 15.15-17 uur Engels 3: vrijdag 12.15-14 uur Engels 4: dinsdag 18.15-20 uur Engels 4: donderdag 13.15-15 uur Engels 4: vrijdag 14.15-16 uur Engels 4: zaterdag 10.15-12 uur Engels 5: dinsdag 17.15-19 uur Engels 5: dinsdag 20.15-22 uur Engels 5: woensdag 13.15-15 uur Engels 5: donderdag 16.15-18 uur Engels 6: woensdag 18.15-20 uur Engels 7: donderdag 18.15-20 uur Engels voor studenten English for Academic Purposes: maandag 16.15-18 uur EAP- Writing for Master’s students: dinsdag, 16.15-18 uur Zakelijk Engels Business English: vrijdag 10.15-12

Engels voor medewerkers Academisch Schrijven: dinsdag 14.15-17 uur Engels voor P&O medewerkers: woensdag 15.15-17 uur

Chinees Chinees 1: maandag 20.15-22 uur Chinees 1: dinsdag 18.15-20 uur Chinees 2: dinsdag 20.15-22 uur Chinees 3: maandag 18.15-20 uur

Frans Frans 0: woensdag 18.15-20 uur Frans 1: donderdag 18.15-20 uur Frans 2: woensdag 20.15-22 uur Frans 3: donderdag 20.15-22 uur Frans 4: maandag 18.15-20 uur Frans 5: dinsdag 20.15-22 uur DELF: dinsdag 18.15-20 uur

Duits Opfriscursus: maandag 20.15-22 uur Duits 3: maandag 20.15-22.00 uur

Italiaans Italiaans 1: dinsdag 18.15-20 uur Italiaans 2: maandag, 20.15-22 uur Italiaans 3: maandag 18.15-20 uur Italiaans 4: donderdag 18.15-20 uur Conversatie: dinsdag 20.15-22 uur Spaans Spaans 1: dinsdag 18.15-20 uur Spaans 1: woensdag 18.15-20 uur Spaans 1: donderdag 20.15-22 uur Spaans 2: dinsdag 18.15-20 uur Spaans 2: donderdag 16.15-18 uur Spaans 3: donderdag 18.15-20 uur Spaans 4: woensdag 18.15-20 uur Spaans 5: woensdag 20.15-22 uur Conversatie: maandag 18.30-20 uur Arabisch Arabisch 1: dinsdag 18.15-20 uur Arabisch 1: maandag 18.15-20 uur Arabisch 2: maandag 20.15-22 uur

www.talencentrum.leidenuniv.nl of 071-5272332

Japans Japans 1: donderdag 20.15-22 uur Japans 2: dinsdag 18.15-20 uur Japans 3: woensdag 20.15-20 uur Japans 5: dinsdag 20.15-22 uur Braziliaans-Portugees Braziliaans-Portugees 1: donderdag 20.15-22 uur Russisch Russisch 1: donderdag 1815-20 uur Russisch 2: dinsdag 20.15-22 uur Russisch 3: donderdag 20.15-22 uur Swahili Swahili 1: maandag 20.15-22 uur Turks Turks 1: dinsdag 20.15-22 uur Zweeds Zweeds 1: woensdag 18.15-20 uur Zweeds 2: woensdag 20.15-22 uur

Dutch for Foreigners

Dutch 1: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 1: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 1: Mon/Fr 15.15-18 hrs Dutch 1: Saturday 10.15-13 hrs Dutch 2: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 2: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 2: Tue/Fr 15.15-18 hrs Dutch 3: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 3: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 3: Tue/Fr 15.15-18 hrs Dutch 4: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 4: Tue/Thurs 19.15-22 hrs Dutch 4: Thursday 19.15-22 hrs Dutch 5: Mon/Wed 19.15-22 hrs Dutch 1+2: Mon-Thurs 9.15-12 hrs Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fr 9.15-12 Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fr 15.15-18 Dutch 3+4, Mon-Thurs 9.15-12 hrs Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fr 9.15-12 Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fr 15.15-18 Dutch 5+6 Mon-Thurs 9.15-12 Dutch Plus Advanced courses, aimed at improving one specific language skill. - Writing: Thursday 20.15-22 hrs - Speaking: Wednesday 20.15-22 hrs Basic Dutch for international students Dutch 1A: Wednesday 17.15-19 hrs Preparatory Course State Exam NT2: Monday, 19.15-22 hrs Wednesday, 15.15-18 hr

www.languagecentre.leidenuniv.nl or 071-5272332

Volg nu ook het ATC op Twitter en Facebook en kom naar de open dag op 4 september


18  Mare · 21 juni 2012 English page

Photo from The Matrix

Take the red pill Doctors and researchers rely too easily on placebos Placebos are probably the most frequently prescribed drugs in the history of medicine, which is understandable as they really do work. Even so, Leiden ethicists claim that it is not acceptable. “A GP who prescribes something he knows won’t work is actually committing fraud.” By Bart Braun September 1943: the allied troops had arrived in Southern Italy, a region they regard as “the soft underbelly of the Axis”. But they had underestimated the softness: bridges had been destroyed, and road blocks and land mines delayed the advancing troops for so long the Germans had time to bring in reinforcements. The invasion proved to be more difficult than anticipated and one of the people who ran into difficulties because of that was Lieutenant-Colonel Henry Knowles Beecher. Beecher was an anaesthetist in a military hospital full of wounded soldiers and he was running out of morphine. One of his nurses, in absolute desperation, gave the soldiers injections of lightly salted water, telling them it was morphine – and it helped. After the war, Beecher returned to Harvard University, but his experiences had left an impression and in 1955 he wrote a historic article about them: The Powerful Placebo. In the article, he explained that at least part of a drug’s effect relies on the suggestion that it will work. If you want to know whether a medicine really works, you have to compare it with a suggestive fake treatment: the group with the real treatment has to recover better than the group with the placebo. Beecher deserves much of the credit, but he did not discover the placebo effect; it is thought that the very first shaman-healer ever probably realised how much could be achieved with some rituals and a convincing explanation. For centuries, doctors have been handing out prescriptions for placebos, partly because they simply did not have anything else. And it

still happens: in February, German researchers published a paper in the medical journal Family Practice on a survey among Bavarian GPs. 88 per cent of the GPs had prescribed a placebo as recently as the previous year. The placebos were not necessarily milk-sugar pills: a doctor who prescribes antibiotics – effective against bacteria – for viral infections is using a kind of placebo, in the same way as a doctor who prescribes Prozac or Seroxat for mild depressions, as these drugs are only really effective against serious depressions. This kind of prescription behaviour is understandable, because the effect of a placebo is still better than no effect. The sugar pills and saltwater jabs are cheap, they have few side-effects and thanks to Beecher, there are thousands of studies proving their effect: a temporary and limited effect, but still, if you have nothing else, why shouldn’t you resort to placebos? “If a doctor suggests to the patient that he could take a placebo, that’s acceptable”, explains ethicist Dorothea Touwen. “But that doesn’t usually happen in those cases and the doctor just prescribes something that he knows won’t help. Actually, he is committing fraud, although the doctor-patient relationship should be based on trust; the patient ought to be told what is going on.” Touwen and her colleague Professor Dick Engberts have written an article on the ethics of using placebos in the medical journal European Journal of Neuropsychopharmacology. And it is not only doctors, the Leiden ethics experts claim that researchers also rely too easily on placebos. If a remedy has been found for a certain illness, it should be used for the control trial instead of the placebo because the people in the control group will receive a better treatment and the results will be more significant. The ethicist is fascinated by the placebo effect: “The pain-killing effect is very strong, but it doesn’t affect everyone equally. Red pills work best, but blue placebos are more calming. And even stranger, they seem to have a temporary effect on high

blood pressure. How people experience pain is subjective, but you would think that blood pressure is purely physiological. The relationship between body and mind is fascinating.” However, it must be said that a major retrospective on the placebo effect was published in 2010, comparing all the studies that used placebos but also studies that did not apply any treatment. The effect on high blood pressure is an exception: if you check measurable things, placebos do not do very much. The effect is particularly noticeable in disorders that patients have

to describe to the researcher: pain, itching, depression, exhaustion – exactly the things any GP – whether he’s in the Netherlands or in Bavaria – sees plenty of. In fact, patients often ask for placebos for these complaints, or at least for something of which the doctor knows that it won’t work any better than a placebo: flower therapy, homeopathic remedies, treatments with “healing crystals”, laying hands, etc. and the majority of these patients will swear that the treatments helped. Touwen adds: “GPs will say, ‘Well, of course, homeopathic doctors can

give them plenty of attention, we don’t have time for that.’ Alternative therapists lay bare your entire past and we could use much of that in regular care too. It sounds obvious, but it just doesn’t fit into the current system for funding healthcare. “Placebos put some strain on our honest intentions and certainly must not be used to get rid of a difficult patient. The patient is not like a customer at a kitchen appliance shop and the patient certainly cannot decide exactly what will be done. It is up to the doctors to assume professional responsibility, but placebos really are the other extreme.”

“I’m not an object, I’m a human being” Foreign grant researchers usually do not have any work space of their own and often feel neglected. “Our position is a grey area.” By Vincent Bongers For support, they are forced to depend on the charity of institutes and faculties; they cannot take anything for granted. A number of these grant students recently wrote a letter calling attention to their problems; they are fed up with the arbitrariness and the lack of facilities. The Executive Board was shocked to hear the complaints and has promised to look into the issues and come up with solutions. The PhD students have also been discussing their situation with the institutes’ management. But what exactly is wrong? Wen Pan and Xinrong Ma both came from China to get their doctorates in Political Science; their research is funded by universities in their home country. “One problem is that it is not clear who exactly is responsible for us: the faculty, the institute or the graduate school”, explains Xinrong Ma. “The situation is never the same in any two places.” Wen Pan adds: “Our position is a grey area.” Although the grant researchers

realise that their situation is not the same as that of research fellows, they would be grateful it they were to have similar facilities. “I’ve been here for three years”, says Wen Pan. “Before I arrived, I was told I would not have my own office, so that wasn’t a surprise. My supervisor tried to find somewhere for me to work, but nothing was available so now I do my work in the library.” This inequality between grant researchers and regular PhD students raises some awkward problems: “Research fellows have a copy card, but I don’t, and I have to pay for courses for things like presentation skills which regular research fellows get for free. The same applies to attending important congresses – they are often free for “regular” PhD students but entrance fees are difficult to arrange for us.” “Some of the external PhD students are in Leiden full time”, says Behrouz Karoubi, an Iranian who is doing linguistic research. “And in that case, there really should be basic facilities available, such as work space, free use of the copiers, etc. Otherwise it is very difficult to get any work done. Grant researchers do not get

assistance as a matter of course. I’m lucky enough to be able to use an office in the Huygens Building, but I have to share it with seven other people. However, the faculty did its best to get us that space, and we appreciate that. They’re not obliged to help us in any way. No one is responsible for us.” All this adds to the mental strain. “Some people are at risk of becoming alienated, it’s all very tiresome.” “I have an office, but not on the same floor as the Political Science faculty”, says Xinrong Ma, who has been here for nine months. “It isolates you from your colleagues.” Wen Pan continues: “The problem is that we do not really become involved in our colleagues’ work at the institute and there is a lack of communication. I miss that. We want to join the institute’s mailing list so that we can stay abreast of all the developments.” Wen Pan would like to be part of a team. “Emotional support is very important too. I’m not an object, I’m a human being. Many Chinese students have asked us whether it is a good idea to come to Leiden for their doctorate”, she says. “They have the impression that the institute is poor.”


21 juni 2012 · Mare 19 Cultuur

Agenda

FILM TRIANON Intouchables dagelijks 18.45 + 21.30 za. zo. + wo. 14.15 The Amazing Spider-Man wo. 14.00 + 18.30 + 21.30 Jackie dagelijks 18.45 za. zo. 14.15 The Dictator dagelijks 19.00 + 21.30 (niet op wo. !) Prometheus 3D dagelijks 21.30 KIJKHUIS Moonrise Kingdom dagelijks 18.45 On The Road dagelijks 21.00 De Rouille et d’os dagelijks 19.15 + 21.45 LIDO 21 Jump Street dagelijks 18.45 + 21.30 za. zo. + wo 14.15 Snow White and the Huntsman dagelijks 18.45 + 21.30 Men In Black III 3D dagelijks 18.45 za. zo. 14.15 Chernobyl Diaries dagelijks 21.30 Rock of Ages dagelijks 18.45 + 21.30 The Lucky One dagelijks 18.45 + 21.30

MUZIEK Het publiek tijdens een vorige editie van Werfpop Foto Taco van der Eb

Van Bollywood tot sumo

Een greep uit het culturele aanbod van deze zomer

Of je nu moet herren of de ELCID voorbereiden, de innerlijke mens heeft de komende maanden ook wat cultuur nodig. Musea en festivalweiden maken zich op voor de zomer. Museumnacht @ verschillende locaties In 2009 vond Quintusdispuut Aquavite dat het culturele leven in Leiden wel een flinke schop onder de kont kon gebruiken. Met groot succes organiseerden zij een museumnacht. Quintus besloot vervolgens de nacht te prolongeren. Voor de vierde editie op 30 juni kan de bezoeker de tentoonstellingen van bijna alle Leidse musea bezichtigen maar zich ook vergapen aan het lichaam van een bodybuilder en abseilen in de Pieterskerk. ‘Binnen kun je vanaf het dak helemaal naar beneden afdalen’, zegt organisatiecommissielid Thaïsa Wiebing, die bestuurskunde studeert. ‘Er komt een kungfu master naar Volkenkunde’, zegt collega en studente Engels, Sabine Geeraets. ‘Je kunt een workshop Bollywooddansen volgen. We hebben hele gave muziek van de Tiny Little Bigband, die jazzversies van allerlei pop- en rocknummers maken. In Boerhaave draait het om de cultus van het lichaam en geneeskunde. Wiebing: ‘Er komt een live tatoeëersessie. Ter plekke zal iemands rug getatoeëerd worden. Jerry Koolhoven, de beste bodybuilder van Nederland komt langs.’ Naturalis verwelkomt entertainment duizendpoot Chris Zegers. Hij zingt in de band The Hudson Five, die pittige covers van rockklassiekers spelen. Geeraets: ‘In de Hortus kun je tot rust komen met romantische muziek van het Oneiros Ensemble. Het Leids

Filmfestival vertoont films.’ De Sterrewacht organiseert rondleidingen in het net gerestaureerde pand en biedt ruimte aan een graffitiworkshop van Colour Castle. Wiebing: ‘In Oudheden komt AGaeke, een vj-team. Die knutselen allerlei dingen, dat nemen ze op en projecteren dat dan met een beamer op een scherm. Ze vermengen die bijvoorbeeld met opnamen van het publiek. Dat geeft een heel cool caleidoscopisch effect. Er is ook een mr. Museumnachtverkiezing, gepresenteerd door een travestiet die als Cleopatra is verkleed.’ In de Lakenhal kun je meezingen met werken uit de Leidse Koorboeken en wordt er een stuk van componist Anke Brouwers opgevoerd, dat is geschreven voor de tentoonstelling Toverlantaarns. Geeraets: ‘Op het Rapenburg voor het Sieboldhuis kun je sumoworstelen.’ Wiebing: ‘In van die fatsuits. Binnen is er kyogen, dat is Japans komisch theater.’ Geeraets: ‘En er is een origamiworkshop maar je kunt ook Mario Kart spelen.’ Wie na al deze cultuur nog wil dansen, kan naar de afterparty bij Quintus. Het duo Baskerville zorgt voor de beats. VB Zaterdag 30 juni, € 12,50,- voorverkoop € 15.00,- aan de deur Studentleden van het LUF krijgen € 5,- korting

Hifi Festival @ USC

Werfpop @ Leidse Hout

Nederland mag dan onlangs snoeihard van Duitsland verloren hebben, als het op draaitafels aankomt, kunnen we best samen spelen. Op het Hifi Festival, dat op het terrein van het Universitair Sport Centrum gehouden wordt, staan Duitse draaigoden Gabriel Ananda en Marc Tomboy naast Nederlands DJ-talent geprogrammeerd. Van lunch tot middernacht (12:00 – 00.00 uur) is het elektronische muziek wat de klok slaat. Natuurlijk mogen de Leidse draaitafelbekenden Koen Lebens, Tom Noah en Sander May niet ontbreken. Die laatste twee ken je misschien al van hun ‘KLIKK’-feestjes bij Annie’s en het LVC op Koninginnedag. En na middernacht zet het festijn zich middels een onvervalste afterparty voort in de Hifi zelf. Jl

Een jaarlijks terugkerend Leids fenomeen sinds 1982 is het gratis popfestival Werfpop. Deze editie komt Werfpop met snoeiharde bands: zo is de Amerikaanse punckrockband Pennywise headliner en komen naast de Nederlandse metalheads van Vanderbuyst ook de rockers van De Staat. Voor hiphop ga je naar Kraantje Pappie, voor soul, blues en funk ben je bij de Amerikaan Eli ‘Paperboy’ Reed aan het juiste adres. Nieuw dit jaar is dat er twee podia met acts zijn. Ook geeft The Rockschool, de grootste muziekschool in Leiden, acte de presence met o.a. gratis kennismakingslessen van allerlei muziekinstrumenten en gratis DJ-workshops. Ook Werfpop kan niet zonder afterparty, die is in het LVC.JL

Zaterdag 6 juli kaarten €17,50. Alléén in combinatie met studentenkaart. Kaarten afterparty €10,-

Zaterdag 8 juli 13.30-23u toegang gratis

Een dj tijdens Museumnacht Foto Taco van der Eb

LVC Rave van Fortuin Vrij 22 juni 23u €7,50 Closing Spring Za 23 juni 23u €8,STADSGEHOORZAAL RE:MIX, klassieke muziek Vrij 22 juni 20.15u €17,50 €12,50 Academiegebouw Casper de Jonge (orgel) Woe 27 juni 13u toegang gratis

T H E AT E R HET PLANTSOENTHEATER ‘Bender Haast Zich Suf’ en ‘Onsje’ Inloopvoorstellingen van 30 min. Za 23 juni 11-17u toegang gratis

DIVERSEN LEIDSE BINNENSTAD Leidse Waterdagen Za 23 + zo 24 juni 13-17u Meer info: leidsewaterdagen.nl BOEKHANDEL KOOYKER Lezing Monique Samuel Zo 24 juni 14u, toegang gratis RSVP: klantenservice.kooyker@selexyz.nl RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Nieuws uit het Midden-Oosten t/m 31 aug 2012 Eilanden van de Goden t/m 2 sept 2012 MUSEUM BOERHAAVE Lezing Denise de Ridder (Salon Boerhaave) Zo 24 juni 14u toegang museumentree Het Gewichtige Lichaam t/m 9 sept 2012 NATURALIS Lezing Botanicus Tinde van Andel Zo 24 juni 14-15u toegang museumentree Naturalia, van circusdier tot wetenschappelijk object t/m 19 aug 2012 SIEBOLDHUIS Van Haai tot Koi t/m 8 juli 2012 Japans Design 20 juli t/m 2 sept 2012 MUSEUM DE LAKENHAL Toverlantaarns De Leidse Koorboeken t/m 12 augustus 2012


20  Mare · 21 juni 2012 Het clubje

00 :32 PM

Banenleed

Foto Taco van der Eb

‘En nu niet op hetzelfde meisje vallen!’ Freek en Gijs van Vliet, met gelijke cijfers geslaagd voor het gymnasium Freek (18, links op de foto): ‘Eigenlijk hebben we niet eens precies dezelfde cijfers.’ Tweelingbroer Gijs: ‘Sowieso gaat het om afgeronde cijfers. Bovendien heb ik bijvoorbeeld voor aardrijkskunde een 9 en voor geschiedenis een 8.’ Freek: ‘Bij mij is dat andersom.’ Gijs: ‘Alle media-aandacht voor onze cijferlijsten is bizar.’ Freek: ‘De moeder van twee klasgenotes, toevallig ook een tweeling, schreef een stukje over onze examenresultaten voor de lokale omroep. TV West nam dat over en daarna volgde het ANP.’ Gijs: ‘Voor we het wisten stonden we op Nu.nl, in het AD, De Telegraaf, de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Giel Beelen belde ons live in zijn uitzending.’ Freek: ‘De reacties onder die nieuwsbe-

Bandirah

richten zijn soms vervelend.’ Gijs: ‘Zo van: waarom ga je met zulke hoge cijfers Nederlands studeren? Of: ze hebben vast gespiekt.’ Freek: ‘Ook journalisten schrijven soms rare dingen op.’ Gijs: ‘Dat ik gezegd heb dat onze hoge cijfers niet echt een prestatie zijn en dat ons profiel, Cultuur en Maatschappij, eigenlijk een pretpakket is.’ Freek: ‘Dat zou Gijs nooit zeggen. Voor die AD-journalist somden we een hoop verschillen op, onder andere dat we allebei een andere bril dragen…’ Gijs: ‘… schrijft hij uiteindelijk op dat ik dat als énige verschil heb genoemd.’ Freek: ‘Er zijn er wel meer hoor. Ik ben wat rustiger en Gijs is wat ongeremder.’ Gijs: ‘Freek is gestructureerder. Hij had allemaal planningen gemaakt voor het

leren van onze examens.’ Freek: ‘Daar kon jij dan ook mooi gebruik van maken.’ Gijs: ‘Haha! Nee hoor.’ Freek: ‘Echt wel.’ Gijs: ‘Ons profielwerkstuk hebben we ook samen gemaakt.’ Freek: ‘We vergeleken de fabels van Aesopus en Phaedrus met die van Jean de La Fontaine. En we hebben de Fabeltjeskrant er ook bij betrokken.’ Gijs: ‘La Fontaine verwerkte een politieke laag in zijn fabels. Dat zie je bij de Fabeltjeskrant ook.’ Freek: ‘Na de zomer gaan we Nederlands studeren in Leiden.’ Gijs: ‘Ik heb nog even geschiedenis overwogen, maar toen bedacht ik me dat ik dat alleen zou kiezen om niet hetzelfde te doen als Freek. Het eerste

jaar gaan we nog niet op kamers. Hier in Noordwijk is het wel fijn. En zelfs als het heel laat wordt in Leiden, zijn we zo thuis op de fiets.’ Freek: ‘We delen nu een slaapkamer.’ Gijs: ‘Maar dat zouden we in een studentenkamer niet doen hoor.’ Freek: ‘Het is vervelend dat je als tweeling soms wordt behandeld als één persoon. Als in onze vriendenkring om een mening wordt gevraagd gaat het vaak van: “Wat vind jij? En jij? En jullie?” Alsof we altijd het zelfde vinden…’ Gijs: ‘Vaak is dat ook wel zo.’ Freek: ‘Nu hebben we geen vriendin, maar het lijkt me wel balen als we hetzelfde meisje leuk zouden vinden.’ Door Marleen van Wesel

Ik ben boos op de kat in mijn kamer. De kat is niet van mij, het dekbed vol zwarte kattenharen wel. Ik ben boos op de lege koelkast. Ik ben weer vergeten om boter te kopen, en droge boterhammen zijn vies. Ik ben boos op die vriendin die nog steeds niet heeft teruggebeld. Boos op de zon, want ik zit binnen. Had het geregend, dan was ik boos op de Nederlandse prutzomer. Ik ben boos op de jongetjes die normaal altijd bij de ingang van de supermarkt staan te wachten op mijn voetbalplaatjes. Vandaag zijn ze opvallend afwezig. Wat moet ík met die dingen? Ben je nou fan of niet? Eigenlijk ben ik helemaal niet boos, maar ontzettend chagrijnig. Ik ben afgewezen. Drie sollicitatiebrieven heb ik tot nu toe verstuurd. Een lachertje in ‘ikzoek-een-baan-maar-heb-geen-ervaring-land’, zo hebben vrienden mij verzekerd. Wat had ik dan gedacht? Dat het meteen raak zou zijn? Bedeesd schud ik mijn hoofd. Nee, natuurlijk niet. Maar zoals ik ‘creatief varieer’ met mijn sollicitatiebrieven, lijken de recruiters ‘creatief te variëren’ met hun afwijzingen. Daar was ik niet op voorbereid. ‘U bent het niet geworden. Het moet een troostende gedachte voor u zijn dat er zoveel goede kandidaten waren dat we tien mensen aan hadden kunnen nemen.’ Ik lees de zin vierendertig keer. Nog steeds kan ik er niets troostends in ontdekken. ’s Avonds trek ik een blik goedkope soep open. Op mijn vijftiende had ik een bijbaantje in de thuiszorg. Ik viel in voor de vaste krachten, en maakte elke dag bij andere mensen schoon. Op de eerste dag kwam ik bij een oude weduwnaar die zelf nog geen ei kon bakken. Zijn vrouw had hem vijfenzestig jaar lang alle huishoudelijke taken uit handen genomen. Een man van vijfentachtig leer je schijnbaar niet meer strijken. Bij de tweede cliënt spoelde ik een pak zure melk door de gootsteen en kreeg te horen dat ik ‘de oorlog zeker niet had meegemaakt’. Eénmaal kwam ik bij een jonge vrouw. Gelegen op de bank werkte ze als een kameleon gedachteloos een zak chips naar binnen: met haar linkeroog op The Bold and the Beautiful, haar rechteroog hield mij nauwlettend in de gaten. Tussen de happen door wist ze nóg commentaar te geven. Het was een prestatie op zich. Een andere keer kwam ik in een huis waar alles zo blinkend schoon was, dat ik niet wist waar ik moest beginnen. De glimmende spiegel in de badkamer heb ik maar niet aangeraakt. Een schoonmaakbeurt had meer spetters en strepen opgeleverd. Voor de vorm haalde ik een doekje over de wastafel. Ik dronk duizenden kopjes koffie, hoorde over honderden kleinkinderen. In vier weken tijd maakte ik vijftig bedden op. De vacaturesites staan vol met banen in de thuiszorg. Ik knijp een oogje dicht en reageer op vier potentiële droombanen waar ik te weinig ervaring voor heb. Voor een bijbaan in de thuiszorg heb ik bovendien geen tijd. Aan solliciteren heb je een dagtaak. Petra Meijer


Mare, jaargang 35, nr. 32