Page 1

Speciale oorlogsuitgave van Mare, 30 april 2015


2

Mare · 30 april 2015 Achtergrond

Oorlogsnummer Bericht aan iedereen die geschrokken deze Mare heeft opengeslagen. Wees gerust. De. Oorlog. Is. Voorbij. STOP. Waarom dan toch een oorlogsnummer? Nou, over vijf dagen vieren we dat Nederland zeventig jaar geleden is bevrijd. En dat leek ons de ultieme gelegenheid om te gaan spitten in de Leidse oorlogsjaren. We zijn op zoek gegaan naar de laatste getuigen uit die tijd. Naar Willy Hijmans bijvoorbeeld, die meteen na de bevrijding zijn maten en de rector optrommelde bij het Academiegebouw. Omdat hij het wel tijd vond dat de universiteit weer open ging. Maar ook om te kijken welke Leidenaren er behalve de vermaarde Cleveringa - die we jaarlijks aan ons Bolwerk der Vrijheid herdenken - nog meer een heldenstatus verdienen - van zingende spionnen tot jenever stokende piloten. En wat te denken van de onafscheidelijke broers Jan en Huib Drion, die een doe-het-zelf-blaadje in elkaar klopten, De Geus onder studenten, dat uitgroeide tot spreekbuis van het academische verzet? Om hen te eren als Leidse hoeders van het vrije woord hebben we de hele krant - en dus ook de vormgeving - aan hen opgedragen. Andere vragen: wie waren er fout? Kun je archeologie bedrijven in concentratiekampen? Wat heeft coffeeshop ‘t Leidseplein met onderduikers te maken? Wat gebeurt er als je een week uitsluitend bloembollen eet? En: hoe is Het Wonder Van Valkenburg te verklaren? Want daar blijft de musicalcarroussel ‘Soldaat van Oranje’ namelijk oneindig rondjes draaien. Nog steeds zijn er bezoekers die tijdens de voorstelling weglopen, zegt een medewerkster, ‘omdat het te dichtbij komt’. Er is maar één conclusie mogelijk. De. Oorlog. Is. Springlevend. STOP. FRANK PROVOOST

Het woord als wapen Hoe een verzetskrantje van twee broers landelijk ging ‘Zij droegen permanent, verborgen onder een pleister op hun been, een cyaankalipil met zich mee’

Boven: de familie Drion, net na de Bevrijding, de tweede van links is Huib. Rechts: zijn vervalste persoonsbewijs.

Colofon

Postbus 9500, 2300 RA Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Veerle van der Gracht (stagiaire) vgrachtmare@gmail.com Medewerkers

Talitha Dehaene • Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers• dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

‘Dat is het gekke’, verzucht Huib Drion (1917-2004) in 1999 in een interview met Mare. ‘De oorlog, het was een treurige geschiedenis die je toch niet had willen missen.’ Wellicht doorbrak het zijn eenzame bestaan als spoorstudent, in een stad die tot zijn afschuw werd gedomineerd door het corps. Het was ‘misschien wel de moeilijkste periode uit mijn leven’, zegt hij in de Haagse Post. ‘Mijn studententijd bestond eruit dat ik als een schichtig muisje van het station naar de universiteit liep en na het college weer rechtstreeks terugliep naar het station.’ In Mare: ‘U moet weten dat er in die tijd geen obscuurdere student bestond dan ik. Ik had absoluut geen contact met de medestudenten.’ Dat zij ook nauwelijks politiek betrokken waren, blijkt als het Comité van Waakzaamheid, dat voorafgaand aan de oorlog waarschuwt tegen het nationaal-socialisme, studentenafdelingen wil oprichten en bestuurders zoekt. ‘Uit Amsterdam kwamen er honderden studenten op af’, zei Drion in Mare. ‘Uit Leiden kwamen er welgeteld drie. Twee juffrouwen en ikzelf. Ik was de enige man en zonder discussie werd besloten dat ik de Leidse voorzitter zou worden. Heel typisch voor die tijd.’ Pas aan het eind van zijn leven begint Drion over de oorlog te praten. Die zwijgzaamheid zit in de familie, schrijft Tom Drion in Van, over en met Huib Drion: alle broers hebben ‘een oesterachtige reputatie’. De broers blinken uit in bescheidenheid en geven elkaar de credits voor hun daden. Huib kijkt op tegen Jan (1915-1964) met wie hij ‘een twee-eenheid’ vormt. Jan was ‘veel intelligenter dan ik, ongelooflijk technisch en een knappe jongen om te zien’, zei hij in Trouw. Maar als Jan wordt gehoord door een parlementaire enquêtecommissie benadrukt hij dat Huib juist het initiatief nam om verzetskrant De Geus onder studenten op te richten. ‘Na de oorlog hebben de twee broers Drion voorgoed een streep gezet onder het illegale verleden en daarover in alle talen gezwegen’, schrijft de Leidse collega-jurist K. Wiersma in Verzamelde geschriften van J. Drion, een bundel die verscheen nadat Jan in 1964 plotseling aan een hartkwaal was overleden. ‘Het is tekenend voor hem, dat ik in al de 12 ½ jaren, waarin ik met hem in deze faculteit zitting had, Jan nimmer ook maar één woord over zijn oorlogsverrichtingen heb horen uiten’, zegt collega C.H.F. Polak tijdens de afscheidsdienst. Hij kan zich alleen Jans verklaringen voor de enquêtecommissie herinneren. En die zijn ‘een volmaakt voorbeeld van een understatement’. ‘Ik ben geen held’, zei Huib tegen Trouw, na een indrukwekkende carrière als hoogleraar, vice-voorzitter van de Hoge Raad en invloedrijk essayist (die met ‘de pil van Drion’ euthanasie onder ouderen bespreekbaar maakte). ‘En mijn angsten en onzekerheden in aanmerking genomen denk ik: “Je ben met betrekkelijk beperkte middelen toch nog redelijk terechtgekomen.”’

Met een onder de houten vloer verstopte typemachine maakten gebroeders Jan en Huib Drion een van de eerste verzetskranten. De Geus zou uitgroeien tot het officiële kanaal van het studentenverzet. ‘Stencilen, wat een pokkenwerk was dat!’ ‘Wij zijn nog altijd in oorlog!’ Met die vlammende aanklacht, voor de zekerheid ook nog onderstreept, begint op 4 oktober 1940 het eerste nummer van De Geus onder studenten. Vijf getypte velletjes zijn het, die zo propvol met tekst staan dat het lijkt alsof de letters elkaar van het papier willen duwen. ‘Wij zijn in oorlog en wij blijven het! Wij blijven in oorlog met Duitsland, totdat het verpletterd zal zijn. Tot dat ogenblik is iedere Duitser de vijand van ons volk, tot dat ogenblik is iedere vrijwillige medewerking, iedere hulp aan hem, verraad aan het Vaderland en zijn bondgenoten.’ Het is het werk van twee broers: Jan en Huib Drion. Ze schelen anderhalf jaar, maar iedereen beschouwt hen als tweeling – dat doen ze zelf eigenlijk ook. Eenmaal samen zijn ze voor buitenstaanders onverstaanbaar. Zelfs vader Drion

DOOR FRANK PROVOOST

klaagt dat zijn zonen in steno met elkaar spreken. Hun jongere broertje ziet ze zelfs als één persoon en noemt ze ook zo: ‘JanHuib’. Tot ver voorbij hun dertigste zullen ze in hun ouderlijk huis hetzelfde vertrek delen, dat ze liefkozend ‘de kinderkamer’ noemen. En uiteindelijk zullen ze allebei hoogleraar burgerlijk recht in Leiden worden. Het gezin Drion is warm, maar ook arm. ‘Ik weet nog dat we op een dag helemaal geen cent in huis hadden’, zegt Huib in 1984 tegen de Haagse Post. ‘Werkelijk niks.’ Daarom gaan de gebroeders die allebei rechten studeren in Leiden, ook niet op kamers, maar blijven ze thuis wonen, in de Haagse Emmastraat. Als de oorlog begint, heeft Jan net zijn doctoraalexamen afgerond en is hij begonnen aan een promotie. Huib heeft ook net weer zijn studie opgepakt. Want na zijn kandidaatsdiploma is hij noodgedwongen in een antiquariaat gaan werken, uit geldgebrek. Geen straf overigens, want literatuur is zijn grote liefde. In 1938 heeft hij in het literaire tijdschrift De Gids zijn eerste essay gepubliceerd, over lievelingsschrijver Balzac. Maar door de Duitsers moet de literatuur wijken: het woord wordt een wapen. ‘De Geus richt zich tot de studenten bij wie men toch in de eerste plaats geestelijk weerstandsvermogen en geloof in eigen idealen mag zoeken’, schrijven ze in hun eerste nummer, ‘en roept hen op het werk van hen die vielen voort te zetten door: de strijdlust levend te houden, te vechten tegen gevaarlijke vaagheden, tegen ongefundeerde of ontijdige critiek op eigen huishouding en tegen geimporteerde leuzen, en de moed te hebben ook geestelijk partij te kiezen in een oorlog, die meer is dan een strijd tussen Engeland en Duitsland!’ ‘We vonden dat een geweldig originele naam’, zou Huib later tegen Mare zeggen. ‘Maar toen er na de oorlog een bibliografie uitkwam van de illegale pers bleken er wel tien Geuzen geweest te zijn. Iedereen had dezelfde originele gedachte.’ Maar hun Geus was wel een van de eerste illegale kranten. Het eerste nummer verscheen nog voor de beroemde rede van de Leidse rechtendecaan Cleveringa (zie pagina 5), de daarop volgende studentenstaking en de sluiting van de universiteit. ‘Aan het begin van de bezetting heerste er al de opvatting dat de oorlog over was’, verklaarde Huib in Mare. ‘Dat was ook de reden dat mijn broer en ik tegen elkaar zeiden: “We moeten er iets aan doen!”’ Met een typemachine en een geleend stencilapparaat maken ze vijfhonderd nummers per editie. ‘Het schrijven was nog zo erg niet. Maar het stencilen! Wat een pokkenwerk was dat!’ En bovendien was het niet ongevaarlijk. ‘Iedere keer als er werd aangebeld, moes-


30 april 2015 · Mare

ten we zorgen dat we de type- en de stencilmachine onder de plankenvloer verstopten. Je kon nooit weten of het de moffen waren.’ Ondertussen gaan De Geuzen gewoon op de post richting Leiden, naar ‘mensen waarvan je hoopte dat ze goed waren’. ‘Ik heb in die tijd een enorm geografisch overzicht gekregen van de brievenbussen in Den Haag. Je kon er namelijk niet te veel tegelijk indoen. Een stuk of tien, en daarna altijd kijken of er niemand achter je aan fietste.’ Daar komt in 1942 een eind aan, als de Leidse student Han Gelder (zie pagina 7) het studentenverzet landelijk weet te organiseren in de Raad van Negen. De Geus groeit uit tot officiële spreekbuis. Niet alleen stijgt de oplage tot tweeduizend, het verzet regelt voortaan ook het illegaal drukken én de distributie. Behalve de ‘Zwarte lijst van professoren en studenten’ – ‘Prof.: F. Muller Jzn., J. J. Schrieke, J.de Vries. Stud.: Mej.Kooiker (jur.,V.V.S.L., zeer gevaarlijk)’ – bevat de krant uitgebreide analyses over hoe de universiteit na de bevrijding eruit moet zien (want dan ‘zal de vrede ons studenten althans op het gebied van de komende studentenmaatschappij niet geheel onvoorbereid overvallen’) en hoe ‘zuivering’ van foute personen zich moet voltrekken. Maar de Drions drukken ook net zo makkelijk een diepgravend essay over ‘De vormende jaren van Mussolini’ of ‘De techniek van de leugen’ af. Een van de belangrijkste prioriteiten: ervoor zorgen dat zo min mogelijk lezers de in 1943 opgestelde ‘loyaliteitsverklaring’ ondertekenen, waarin studenten moesten beloven zich te ‘onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling’. Ondanks gevreesde consequenties (Arbeitseinsatz, represailles voor familieleden) tekent slechts vijftien procent van de 14.600 studenten. Toch is De Geus allerminst tevreden. De reden: zo’n 3800 weigeraars hebben zich wél gemeld om in Duitsland te gaan werken, in plaats van onder te duiken. Ze ‘hebben, toen hun het mes op de keel werd gezet, niet de consequenties van hun weigering durven trekken en zijn geweken’. De strenge conclusie luidt: ‘Het was onze grootste nederlaag.’ Pas een jaar later wordt het aantal weigeraars wel uitgebreid op de voorpagina gevierd (zie de voorkant van deze krant): ‘De geheele studentenwereld is door dezen strijd wakker geschud en er zijn banden gelegd, die door geen tijdelijke scheiding verscheurd kunnen worden. (…) Dat een Nederlander, wanneer hij het woord studenten hoort, aan verzet denkt, het is een gevolg van het feit dat wij toen, in die spannende dagen, de goede keuze hebben gedaan.’ Maar met het succes, stijgt ook het gevaar. Want als de oplage in de laatste oorlogsjaren is gegroeid tot ruim vijfduizend, krijgen Jan

3

Een door de SS opgesteld diagram van de illegaliteit waarop de schuilnaam ‘De Jong’ drie keer is omcirkeld. ‘Het voordeel was dat het nooit precies duidelijk was of we met onze echte naam dan wel met onze schuilnaam werden aangesproken’, aldus Huib Drion.

en Huib een Duits document in handen waarop staat dat de gebroeders De Jong worden gezocht. ‘Dat was onze schuilnaam’, aldus Huib in Mare. ‘“De Jong” lijkt gesproken heel erg op “Drion”. Het voordeel daarvan was dat het nooit precies duidelijk was of we met onze echte naam dan wel met onze schuilnaam werden aangesproken.’ ‘Het is eigenlijk een wonder dat we nooit zijn opgepakt’, verzucht hij in Trouw. Die ene keer dat er twee Duitsers voor de deur staan, werkt het noodscenario. ‘Mijn va-

der, een indrukwekkende man met een grote baard, deed open en zei: “Kom binnen, maar doet u alstublieft een beetje zachtjes want mijn vrouw ligt boven met tyfus te bed.” Op dat moment kwam mijn zuster onze, met lysol besprenkelde gang in lopen. Zij droeg een wit schort en een kapje voor haar mond - nou, u begrijpt, die twee jongens wisten niet hoe snel ze het huis uit moesten vluchten. En wij konden weer uit onze schuilplaats tevoorschijn komen.’ Hoe serieus ze het gevaar namen, blijkt uit

de herdenkingsbundel Van, over en met Huib Drion. ‘Om te voorkomen dat ze een risico voor anderen zouden vormen indien zij de druk van de Duitse “verhoortechniek” niet zouden kunnen weerstaan’, onthulde hun jongere broer Tom, ‘droegen zij permanent, verborgen onder een pleister op hun been, een cyaankalipil met zich mee in de hoop die in geval van nood nog tijdig te kunnen slikken.’ Na de bevrijding zal De Geus nog één keer verschijnen, voornamelijk om de zuivering aan de universi-

teiten zo goed mogelijk gestalte te geven. Na al die anonieme pagina’s moet het een bekroning op hun werk zijn geweest. Want helemaal aan het eind, rechtsonder op de laatste pagina, staat het daar eindelijk zwart op wit: ‘Redactie van „de Geus”: „de gebroeders”: mr. J. en H. Drion, Emmastraat 34, Den Haag.’ Alle 36 afleveringen van De Geus onder studenten zijn terug te lezen op www.delpher.nl


4  Mare · 30 april 2015 Achtergrond

Een piloot op je De laatste getuigen over hun studententijd

Student Willy Hijmans (met hoofdverband) ging direct naar de universiteit om de proclamatie van de bevrijding op de deur van het Academiegebouw te plakken. Links van hem rector magnificus Willem van der Woude, rechts student Karel Schönfeld.

Het Leidse studentenleven werd in 1940 onderbroken, toen de Duitsers de universiteit sloten. Mare sprak vier studenten van toen. ‘Vanaf het dak zagen we al die parachutes.’

‘Ik lag te slapen, toen een van mijn huisgenoten om een uur of vijf, zes ’s ochtends mijn kamer binnen stormde: “Kom eruit! De Duitsers zijn het land binnengevallen!”’ vertelt Karel Schönfeld (1922). ‘In 1939 was ik aangekomen in Leiden.’ Jarendertig-studententaal voor: toen begon hij zijn studie Rechten. Dat collegejaar brak de Tweede Wereldoorlog uit. Op datzelfde moment stonden de zussen Suus Kortenhorst-Barge (1920) en Helène Nauta-Barge (1924), dochters van professor Ton Barge, op het dak van hun huis aan de Boerhaavelaan. ‘Daar keken we altijd naar het 3-Octobervuurwerk. Helène kroop dan zelfs in de dakgoot. Die ochtend, 10 mei 1940, keken we naar het eerste zonnegloren, toen we al die parachutes naar beneden zagen komen’, vertelt Kortenhorst in de woonkamer van hun ouderlijk huis, waar Nauta nog altijd woont. Kortenhorst studeerde vanaf 1938 Frans en woonde ‘thuis op kamers’. Ze was lid van de Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden, dat later met het Leids Studenten Corps werd samengevoegd tot Minerva. Ook roeide ze dagelijks bij De Vliet, later gefuseerd met Asopos. Ze koestert nog altijd haar doos met ‘blikjes’, de vele medailles die ze won. ‘In 1940 waren we

Door Marleen van Wesel

eindelijk landskampioen geworden.

In mei zouden we naar de Europese kampioenswedstrijden in Gent mogen. Het was natuurlijk een drama dat die niet doorgingen’, glimlacht ze. ‘De écht grote narigheid werd intussen hoe langer hoe erger.’ Zoals het ontslag van Joodse hoogleraren, waartegen professor Rudolph Cleveringa zijn bekende protestrede hield. Ook Ton Barge sprak die dag studenten toe (zie kader). ‘Op het Rapenburg kwam ik studenten tegen die onderweg waren naar de rede van Cleveringa. Ik was geen rechtenstudent, dus ik dacht: wat moet ík daar? Ik liep verder. Op het Kort Rapenburg trof ik medische studenten die vroegen of ik meeging naar mijn vaders laboratorium. Maar ik was ook geen medisch student, en bovendien een verlegen type, dus daar ben ik ook niet naartoe gegaan’, vertelt Kortenhorst. Ook Willy Hijmans (1921) zag vanuit zijn kamer aan het Rapenburg rechtenstudenten toestromen voor Cleveringa. Ook hij was geen rechtenstudent, maar wel eerstejaars medicijnen. ‘Ik heb met een studievriendje de fiets gepakt naar het college van Barge.’ Hoe Barge met zijn wetenschappelijke kennis de rassenleer onderuithaalde, maakte diepe indruk. Schönfeld woonde de rede van Cleveringa wél bij. Hij haalt een stapel papieren tevoorschijn: kopieën van de rede, in zijn eigen handschrift. ‘Na afloop wilde Cleveringa de rede in zijn zak steken, maar een andere professor vroeg of hij de papieren mocht meenemen, om ’s avonds nog eens door te lezen. Diezelfde nacht hebben we de tekst bij vrinden van mij en mijn broer, die medicijnen studeerde, heel vaak overgeschreven en verspreid door brievenbussen.’

De studenten gingen na de protestcolleges massaal in staking, waarop de Duitsers de universiteit sloten. ‘Mijn vader liet nog studenten hierheen komen’, vertelt Nauta. Ook haar zus legde het kandidaatsexamen Frans nog af bij een professor aan huis.

Jaarclubgenoten Schönfeld en Hijmans weken voor een aantal maanden uit naar de Universiteit van Amsterdam, net als veel andere studenten. Hijmans: ‘Toen in Amsterdam de chaos begon, vond ik onderdak in Brabant. Ik verkende er de grens. Mijn fiets gooide ik over het prikkeldraad. Uiteinde-

lijk kende ik de weg zo goed, dat ik vluchtelingen op de Dutch-Paris Line kon meenemen. Dat was een grote ontsnappingsroute naar het vrije buitenland. Ieder deed een klein deel: ik ging nooit verder dan Brussel. Op het laatste Nederlandse station stapten we dan uit. Om grenscontroles te ontwijken, liepen

Een donker Leids steegje, in zwartwit: een studente stort zich in de armen van een Engelse piloot. Het is een poging om passerende Duitse soldaten af te leiden, die anders zeker een Ausweis geëist hadden. ‘Ik zou je nou wel écht kunnen omhelzen!’ verzucht ze, wanneer de Duitsers grinnikend afdruipen. ‘Beg your pardon?’ vraagt de verdwaasde piloot. Paul Verhoevens Soldaat van Oranje, met Rutger Hauer, liet nog een jaar of dertig op zich wachten, toen er in 1946 al een film in de bioscopen te zien was over het studentenverzet. Zes jaren, speelt zich grotendeels af in Leiden. De meeste acteurs waren studenten, die min of meer hun eigen ervaringen naspeelden. Niet helemaal overigens: hoofdrolspeler Jan Glastra van Loon studeerde in werkelijkheid eerst in Groningen en pas vanaf 1946 in Leiden. Hij was lid van de Raad van Negen, de organisatie die het studentenverzet coördineerde, en redacteur voor verschillende verzetsbladen. Zijn toenmalige verloofde Els Boon speelde de studente met de piloot. Ook in het echt pakte ze verzetsklussen aan. Na verraad door een dubbelspion werd ze opgepakt. Diep in de nacht wist ze te ontsnappen via het wcraam van de trein die haar naar Vught moest brengen. De rest van de oorlog zat ze ondergedoken. De film toont ook originele beelden van het bombardement op Rotterdam én van het moment waarop Winston Churchill in 1946 een eredoctoraat ontving van professor Cleveringa. Professor Barge trad op als een docent die een krokodil op het schoolbord tekent. Hun dochters Dineke Cleveringa en Helène Barge spelen eveneens een kleine rol. In een hoekje van de woonkamer van die laatste staat nog altijd een aandenken, dat in de film in een flits te zien is: de stoel waarop Churchill zijn promotieceremonie bijwoonde. Het meubel van de familie Barge werd voor die gelegenheid naar de Pieterskerk gehaald. De universiteit had namelijk geen stoel die groot genoeg was voor de Britse staatsman.

Beelden uit de verzetsfilm ‘Zes jaren’. Helène Barge leunt op de radio.

Zes jaren is te zien via www.mareonline.nl


30 april 2015 · Mare  5

bagagedrager

we een uur naar België, waar we op het eerste station een treinkaartje naar Brussel kochten.’ In 1943 eisten de Duitsers van studenten dat ze een loyaliteitsverklaring tekenden. Schönfeld: ‘Daarmee moesten we beloven dat we niets tegen de bezetter zouden ondernemen. Als je het verdomde,

werd je naar Duitsland gestuurd. 85 Procent van de studenten heeft de verklaring niet getekend. Mijn vader, aangespoord door mijn moeder die nóg militanter was dan hij, kwam uit Den Haag naar Leiden om mij en mijn broer op het hart te drukken: níet tekenen. Met valse Ausweisen en onderduiken moest je

vervolgens de oorlog doorkomen.’ Niet alleen zijn ouders, ook de koningin speelde daarbij een rol. ‘De mensen zouden zoveel lef niet hebben gehad als koningin Wilhelmina niet in Engeland had gezeten’, denkt hij. ‘Daardoor wisten we dat de boel niet verloren was. Iedere Engelandvaarder werd door haar persoonlijk ontvangen, wist je dat?’ Hij somt vrienden op die de tocht waagden, rechtstreeks vanaf de Nederlandse kust, of via neutrale landen Spanje of Zweden, om zich bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten. Sommigen verdronken of werden vermoord. Een aantal verhalen hoorde hij pas na de oorlog. ‘Maar toen ik in 1942 een vriend thuis bezocht, en zag dat hij Spaanse les volgde, hoefde hij me niets meer uit te leggen.’ Zelf vond hij een baantje dat een Ausweis opleverde, een werkvergunning, waarmee je kon aantonen dat je vrijgesteld was van Arbeitseinsatz, gedwongen tewerkstelling in Duitsland, of dat je toestemming had om tijdens spertijd op straat te komen, omdat je nu eenmaal moest werken. ‘Bij een semi-rijksbureau, in hooi en stro. Vanaf 1944 golden die Ausweisen niet meer, dus moest je weer extra uitkijken.’ Dat gold ook voor Jim en Fred, de broers uit het gezin Barge. ‘Ze zijn allebei uit huis geplaatst, door onze moeder zelf’, vertelt Kortenhorst. ‘Jim was eigenlijk vrij van dienstplicht, vanwege een afwijking aan zijn middenrif. En Fred was nog geen achttien. Maar moeder vreesde dat de Duitsers daar geen boodschap aan hadden.’ Zelf trouwde ze in 1942 en ze verhuisde naar Den Haag. ‘Ik kwam nog geregeld naar Leiden, met de gele tram. Maar pas na de oorlog hoorde ik wat mijn broer en zus eigenlijk deden.’ ‘Krantjes rondbrengen en eten

regelen voor mensen die ondergedoken zaten’, verduidelijkt Nauta. Ze bezorgde verzetsblad De Kroniek, waarvoor broer Jim schreef. ‘Die stak je zo achter je kleren, en dan gooide je ‘m snel in de brievenbus’, demonstreert ze. Ze is wat vergeetachtig tegenwoordig, maar haar zus weet de verhalen die ze pas later hoorde nog precies. ‘Je hebt zelfs revolvers verplaatst met de tram. En een Engelse piloot gered. Die was met zijn parachute in een weiland terechtgekomen. Jij nam hem achterop je fiets, wat ik heel moedig vond. Onderweg naar zijn schuilplaats leidde je iedereen af, door te wijzen: “Kijk daar! Kijk daar!” Niemand keek nog naar de piloot die in z’n uniform op je bagagedrager zat.’ Sommige Leidse studenten, zoals haar latere echtgenoot Jan Nauta, werden bij hun verzetswerk verraden en opgepakt. Bij haar ging het nooit mis. Bij Hijmans ook niet, maar hij ontving in december 1943 wel een bericht van de Engelse inlichtingendiensten: ‘We moesten alle contacten verbreken.’ Hijmans vertrok naar zijn ouders, in Den Haag. Voor dezelfde verzetsgroep ondernam hij nog wel autoritten naar Oost-Nederland met een bevriende huisarts. ‘Onderweg werden we eens beschoten door een Brits vliegtuig. Wij doken op tijd in de greppel, maar het heeft ons wel de auto gekost. In Barneveld haalden we een nieuwe, om verder naar het oosten te gaan. We kwamen niet verder dan Deventer, omdat de brug over de IJssel niet meer was over te steken.’ Per trein keerde het tweetal terug. ‘Maar wat doe je, als je vanuit de trein nóg een vliegtuig ziet naderen? Terwijl we beschoten werden, was mijn kameraad kalm genoeg om te bedenken dat we er langs de ándere kant uit moesten.’ Een raketbom op zijn ouderlijk

huis begin 1945 was wél raak. ‘Moeder bleef ongedeerd, omdat ze net in de deurpost stond. Vader, mijn broer en ik raakten wel gewond. Na een zoektocht vond ze ons uiteindelijk terug in verschillende ziekenhuizen. Mijn zus zat intussen in Auschwitz, maar we zijn allemaal teruggekeerd.’ Hijmans was wel z’n oog kwijt. Direct na de bevrijding, met het verband nog om zijn hoofd, reed hij met diezelfde huisarts in de auto naar Leiden. ‘Met een groepje corpsleden gingen we naar het Academiegebouw. We hadden de rector magnificus ook gevraagd. Die was als waarnemend rector aangebleven. Dat was fijn: daardoor kon hij een paar woorden spreken toen de proclamatie van de bevrijding op de deur werd geplakt.’ Op straat kwam hij nog zijn oude vriend Huib Drion tegen. ‘Op zijn aanraden ben ik naar Engeland gegaan, waar de ziekenhuizen voorliepen, door de Eerste Wereldoorlog. Daar ben ik wat opgekalefaterd.’ Hij vervolgde zijn studie in Leiden, waar hij uiteindelijk hoogleraar immunologie zou worden. Schönfeld studeerde alsnog af in 1946. ‘Na mijn kandidaats had ik een tijd stilgestaan. Die rechtenbul kreeg ik min of meer cadeau.’ Vervolgens wachtte hem nóg een oorlog: de zogenaamde ‘politionele acties’ in Indonesië, dat zich in 1945 onafhankelijk had verklaard. ‘Net als veel jongens in die tijd, ging ik daarheen, met het onnozele idee dat we Indië gingen bevrijden. Een achterhaalde koloniale gedachte, realiseerden we ons gaandeweg.’ Voor Nauta begon na de oorlog haar studie kunstgeschiedenis eigenlijk pas echt. Kortenhorst pakte haar studie niet meer op. ‘Twee weken na de bevrijding werd mijn tweede kind geboren, bij de zaklantaarns van de Canadese troepen.’

ADVERTENTIE

26 November 1940. Het Academiegebouw stroomt leeg na professor Cleveringa’s protestrede. Ton Barge (1884-1952) was Eerste Kamerlid en hoogleraar Anatomie en Embryologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. In academisch jaar 1937-1938 was hij rector magnificus, toen nog een eenjarige functie. Met zijn vrouw en vier kinderen woonde hij aan de Boerhaavelaan. Een paar huizen verderop woonde hoogleraar Rechten Eduard Meijers. Toen die, net als alle Joodse collega’s, ontslagen werd, hield Rudolph Cleveringa, eveneens hoogleraar Rechten, op 26 november 1940 zijn bekende protestrede. Nog twee hoogleraren spraken die dag hun onvrede uit: theoloog Lambertus van Holk en Ton Barge. Van Holk sprak over het belang van de Joodse filosoof Spinoza. Barge haalde met een wetenschappelijke onderbouwing de rassenleer onder-

uit. Hun kritiek, vakkundig verwerkt in colleges over hun eigen vakgebied, riep aanvankelijk minder Duitse woede op dan die van Cleveringa, die al snel in de gevangenis belandde. Maar ook de studenten van Van Holk en Barge sloten zich aan bij de studentenstaking. In 1942 belandde Barge alsnog voor acht maanden als gijzelaar in interneringskamp Sint-Michielsgestel, ongeveer tegelijk met Van Holk. ‘We zijn er een paar keer naartoe geweest om hem te zien, op de fiets. Onze moeder maakte er een echt uitje van’, vertelt Barges dochter Suus Kortenhorst. Maar uiteraard was het een zware tijd. ‘Hij was een wetenschapper, met een eigen laboratorium. In Sint-Michielsgestel moest hij slapen en aankleden met z’n twintigen op een kamer. Hij hield er medische colleges, om iedereen een beetje bezig te houden. Soms kwamen de Duitsers ’s nachts de slaapzaal binnen, schenen met zaklampen in gezichten, en zeiden: “Die daar.” Of: “Die niet.” Degene die ze kozen, werd doodgeschoten. Dat mijn vader trauma’s heeft opgelopen lijkt me niet meer dan normaal.’ Kort na zijn vrijlating stonden er opnieuw Duitse politiemannen voor de deur in de Boerhaavelaan. ‘Vader was toevallig in Utrecht, waar hij met politici uit het hele land alvast besprak hoe wraaknemingen en afslachtingen na de oorlog voorkomen moesten worden. Toen de politie weg was, belde mijn moeder snel naar Utrecht, om te vertellen dat hij maar niet thuis moest komen.’ De rest van de oorlog zat Barge ondergedoken. Vooral Cleveringa’s naam klinkt nog altijd rond 26 november, bijvoorbeeld bij de Leidse Cleveringalezing en het Cleveringadebat. Afgelopen jaar werden op die dag bij de woonhuizen van alle drie de professoren gedenkstenen onthuld, en werd er een lezenaar voor het Academiegebouw geplaatst met daarop hun namen. Dat initiatief kwam van emeritus professor Willy Hijmans, en werd mogelijk gemaakt door het Leids Universiteits Fonds.

Cleveringaherdenking 4 mei Op 26 november is het 75 jaar geleden dat professor Rudolf Cleveringa, als decaan van de Rechtenfaculteit, in een beroemd openbaar college protest aantekende tegen het ontslag van Joodse collega’s, in het bijzonder van zijn leermeester, de wereldvermaarde civilist Meijers. De Leidse Universiteit eert hem voor dit moedige en belangrijke gebaar nog ieder jaar. Burgerij en universitaire gemeenschap herdenken dit jaar op 4 mei dit eerste protest tegen de Duitse bezettingsmaatregelen tijdens de jaarlijkse dodenherdenking. Dit zal plaatsvinden in de Pieterskerk, de plek waar Cleveringa in 1946 mocht optreden als erepromotor van Winston Churchill. Bij deze herdenking, die anders dan gebruikelijk aanvangt om 18.30 uur, zal de toespraak worden gehouden door de rector, prof. Carel Stolker, terwijl de praeses van de plaatselijke kamer van verenigingen zal stilstaan bij het toenmalig studentenverzet, dat mede leidde tot algehele sluiting van de universiteit. Leden van de families Meijers, Cleveringa en van de eveneens protesterende hoogleraren Van Holk en Barge zullen aanwezig zijn. Collegium Musicum zal delen uit het Requiem van Brahms ten gehore brengen. De Stichting Dodenherdenking Leiden nodigt de gehele universitaire gemeenschap, studenten, docenten en ander personeel, van harte uit om samen met de Leidse burgerij deze herdenking bij te wonen en aansluitend deel te nemen aan de Stille Tocht en de plechtigheid bij het tijdelijk op het Pieterskerkplein geplaatste vrijheidsmomument. A. Kohlbeck, voorzitter; R. Heruer, secretaris


6  Mare · 30 april 2015 Achtergrond

Vijf vergeten verzetshelden De Leidse studenten en docenten die in het verzet gaan, strijden met verschillende wapens. Letterenstudent Henriette Roosenburg leidt gecrashte geallieerde piloten naar het neutrale Zwitserland. Scheikundedocent Johan van Walsem start de verzetskrant Ik zal handhaven. Rechtenstudent Han Gelder weet het studentenverzet landelijk te bundelen in de Raad van Negen. Jurist Ben Telders is een drijvende kracht achter het hooglerarenprotest. Geneeskundestudent Bram van der Stok vliegt Spitfires, vervalst Ausweisen en stookt alchol in een wastobbe. De zingende spionne

‘Ik lig op mijn bed in de cel en kijk naar het kleine stukje lucht dat ik nog net kan zien. Ineens hoor ik een man zingen. Ik schrik ervan. Het is een diepe zware stem. Ik kan de tekst niet verstaan maar herken de melodie.’ Dat schrijft Henriette Roosenburg in En de muren vielen om (1957). Roosenburg, codenaam Zip, studeert letteren in Leiden als de oorlog uitbreekt. Al snel wordt ze koerier voor verzetskrant Het Parool en raakt betrokken bij Fiat Libertas, een verzetsorganisatie die is gespecialiseerd in het redden en het land uitsmokkelen van neergeschoten piloten, krijgsgevangenen, Engelandvaarders en andere illegalen. Ze levert een aantal piloten af in Zwitserland en brieft de bewegingen van vijandelijke troepen door naar Londen. In maart 1944 wordt ze in Brussel opgepakt door de Sicherheitspolizei en komt terecht in het grootseminarie in Haaren dat door de Gestapo als gevangenis wordt gebruikt. ‘Ik besluit ook te gaan zingen’, schrijft ze in haar autobiografie. ‘Ik kies voor wat bekende Nederlandse hymnes en liedjes. Niemand reageert. Dan zet ik een couplet in van een aan de Universiteit Leiden populair studentenlied. En dan ineens, als bij een wonder, hoor ik een vrouwenstem het refrein zingen. Ik wil reageren, maar ik heb een brok in mijn keel, er klinkt alleen wat gepiep. Even later vrouw zingt de vrouw het couplet. Ik verman me en zing mee. Dan horen we de emmers van schoonmakers Tom en Piet. Die staan onze kant, maar ze zijn vergezeld door een bewaker. Ons lied verstomt.’ De vrouw met wie ze de zangconversaties houdt, blijkt een Leids alumna te zijn, die Hettie heet. Door woorden en zinnen in het studentenlied aan te passen wisselen ze informatie uit. Een week voor haar arrestatie heeft Roosenburg geld, instructies en vervalste papieren achtergelaten voor de terugtocht naar Engeland van ene spion Harry. Als tijdens haar verhoor zijn naam valt, schrikt ze. ‘Ik moet de rest van de groep waarschuwen’, denkt ze. Na zingend overleg met Hettie besluit ze een briefje te schrijven. ‘In de kraag van mijn jas had ik vloeitjes en een stompje van een potlood verstopt. Ik plak twee vloeitjes aan elkaar. Het is verbazingwekkend hoeveel te tekst je daarop kwijt kan.’ Daarna plakt ze haar boodschap onder een emmer die de schoonmakers zullen ophalen. Roosenburg belandt met Hettie en verzetsstrijder Nel Lind op één cel. ‘Er zit een raam in deze kamer en ik kan andere cellen zien. Ik wil contact maken en fluit een populair Engels liedje, When the Lights Go On Again.’ Ze krijgt een reactie van een man. Na enige aarzeling wil hij zeggen wie hij is: ‘Ik ben Harry.’ De cellen blijven met elkaar communiceren tot Harry naar Utrecht wordt gestuurd en later op transport wordt gesteld naar een concentratiekamp. De vrouwen worden ter dood veroordeeld. Maar op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, zijn de Duitsers zo in paniek dat ze Haaren ontruimen. In de chaos raken de dossiers van de vrouwen kwijt. Lind en Roosenburg worden naar een gevangenis in Waldheim gestuurd. Maar omdat het onduidelijkheid is wie ze zijn, ontsnappen ze aan executie. Al snel volgt de bevrijding door de Russen. Hettie overleeft concentratiekamp Mauthausen, en er is meer goed nieuws. ‘Na twee weken, krijg ik post uit Londen. Ik maak het pakketje open. Er zit bladmuziek in. Het is When the Lights Go on Again.’ Harry leeft nog: hij is uit een trein richting het concentratiekamp gesprongen. Roosenburg verhuist naar Amerika en werkt onder andere als correspondent voor Time Inc. De Engelse vertaling van haar boek verschijnt in 1958. Ze overlijdt in 1972 op 56-jarige leeftijd. VB

De steeds fellere hoogleraar

Na de bezetting is het voor hoogleraar volkenrecht Ben Telders meteen duidelijk hoe om te gaan met de Duitse bezetter: men dient te gehoorzamen, zolang er geen internationale regels worden geschonden en er ruimte blijft voor de overtuigingen van het Nederlandse volk. Wanneer de Duitsers deze grenzen volgens Telders overschrijden, uit hij zijn kritiek in diverse artikelen. Telders ontwikkelt zich tot een feller tegenstander als Nederlandse ambtenaren in oktober 1942 gevraagd wordt om een zogeheten Ariërverklaring af te leggen. Wie dat niet doet, wordt als Jood aangemerkt. Telders roept anderen op om niet te tekenen. Het haalt echter weinig uit. Ook Telders zet uiteindelijk een handtekening, ware het met een bijgevoegde protestbrief. Als Joodse ambtenaren ontslagen worden, speelt Telders een grote rol bij het organiseren van een protest. Volgens Huib Drion, die tijdens de oorlog met zijn broer verzetskrant De Geus uitbracht, bood Telders zich als eerste als spreker aan, toen de leden van de juridische faculteit besloten dat solidariteit met Joodse collega’s in een protestrede moest worden uitgesproken. ‘Onontkoombaar rees de vraag wie namens de Faculteit het protest zou verwoorden’, schrijft hij in 26 November 1940 en de terugblik vijftig jaar later. ‘Na een ogenblik van stilte bood Telders zich als spreker aan: hij was niet getrouwd, zodat een maatregel van de bezetter alleen hemzelf en niet zijn familie zou treffen. Maar Cleveringa vond dat in een zo belangrijke zaak als deze de decaan namens de Faculteit behoorde te spreken.’ Op 18 december 1940 pakken de Duitsers Telders op, en belandt hij voor een half jaar in de gevangenis van Scheveningen. Later, in het concentratiekamp van Buchenwald, moet hij zware arbeid verrichten en lijdt hij erge honger. Groot moet de opluchting dan ook geweest zijn als hij in januari 1944 in kamp Vught terecht komt. Hij ontmoet er oude bekenden en krijgt zelfs een tijdelijke studieopdracht bij Philips. Een paar maanden later wordt hij naar Kamp Sachsenhausen getransporteerd. Daar krijgt hij werk bij de kampregistratie, waar hij – als laatste verzetsdaad – helpt om medegevangenen administratief ‘zoek’ te maken en zo een aantal executies kan voorkomen. In februari 1945 wordt hij nog een laatste keer overgeplaatst, ditmaal naar het kamp Bergen-Belsen. Het is er verschrikkelijk: het kamp is overvol, er zijn veel ziektes en heerst grote honger. Negen dagen voor de bevrijding van het kamp, sterft hij er aan vlektyphus. PM

De wieg van het studentenverzet

Samen met zijn zus Tilly komt Han Gelder halverwege de jaren ’30 vanuit Indië naar Nederland om te studeren. Na het gymnasium kiest hij voor de studie Indologie, zodat hij bestuursambtenaar in Nederlands-Indië kan worden. Als de Duitsers de Leidse universiteit sluiten, verhuist hij naar Utrecht om er Nederlands recht te studeren. Als negentienjarige staat hij aan de wieg van het studentenverzet. Samen met de Utrechtse student Wim Eggink zet hij een illegaal landelijk overlegorgaan van studenten op: de Raad van Negen, genoemd naar de negen plaatsen met een universiteit of hogeschool, die zijn vertegenwoordigd. Ook is hij een van de oprichters van het verboden blad Ons Volk, en helpt hij Joden aan valse papieren en bonnen. Als hij op 21 januari 1944 bij drukkerij Bevedeem in Den Haag op de bel drukt, doet een soldaat van de Sicherheitsdienst open. Zonder te twijfelen schiet Gelder de Duitser in zijn arm en zet vervolgens het pistool tegen zijn eigen hoofd. ‘Heel tragisch’, zei de bevriend verzetsstrijdster Els Arendsen de Wolff-Exalto twee jaar geleden in Mare. ‘Hij heeft zich door zijn kop geschoten. Hij had ooit tegen zijn verloofde gezegd: “Als ik gepakt word, sta ik niet voor mezelf in. Ik weet niet of ik het kan volhouden om geen namen te noemen.”’ Omdat Gelder zich heeft vermomd met een bril en zijn haar donkerblond heeft geverfd, levert zijn signalement weinig op. Ondertussen wordt zijn verloofde Onnie ongerust. Aangezien bekend is dat er een dode naar het mortuarium is gebracht, wordt er in het geheim een afspraak gemaakt. Els vergezelt haar. ‘Het was Han’, zei ze vorig jaar

Wie moest de protestrede houden? Professor Telders bood zich als eerste aan


30 april 2015 · Mare  7

In een afgeladen Breestraat vieren Leidenaren de Bevrijding.

‘Hij werd geraakt, wist te landen, klom uit zijn brandende kist en nam de tijd voor een foto’

tegen het Algemeen Dagblad. ‘Hij lag daar, een roodbruin gaatje in zijn linkerslaap. Onnie schoof de verlovingsring van zijn vinger. We zijn toen intens verdrietig vertrokken, maar blij dat we hem nog hebben gezien.’ Hans verloofde Onnie trouwt na de oorlog en vernoemt haar oudste zoon naar haar eerste liefde. PM

Roeien op de Nazi-Spelen

In 1936 wordt chemicus Johan Frans van Walsem in een Njord-boot alsnog Nederlands kampioen roeien op de twee-met-stuurman, als blijkt dat de aanvankelijke winnaars eigenlijk Duitsers zijn. Daarmee kwalificeert het drietal zich voor de Olympische Spelen in Berlijn. Van Walsem is stuurman, een van de roeiers is de latere Minerva-preses, verzetsheld en spion Ernst de Jonge. die model stond voor Guus LeJeune (snapt u ‘em?) in Soldaat van Oranje. De Nederlanders hebben hard getraind, maar hun oude boot verbleekt bij de modernere boten van de concurrentie. Ze halen de finale niet, maar blijven wel in Berlijn om te feesten. In 1939 wordt Van Walsem ook nog ‘academisch kampioen schermen’ van Nederland, als lid van de Leidse Studenten Schermvereniging. In de oorlog – als hij inmiddels chemiedocent aan de universiteit is – helpt hij bij de oprichting van de Leidse verzetskrant Ik zal handhaven. Het gestencilde blaadje verschijnt onregelmatig, in een oplage van maximaal vijfhonderd exemplaren. Het blad bevat praktische aanwijzingen voor het openlijk verzet, vooral voor personen die direct met de bezettingsautoriteiten te maken hadden, zoals ambtenaren. Opiniestukken, nieuws, binnenlandse berichten en humor zoals cartoons en puzzels moeten het blad wat luchtiger maken. In 1941 wordt hij om onduidelijke redenen gearresteerd, en naar een concentratiekamp gestuurd. Begin 1943 sterft hij in Neuengamme aan de gevolgen van tuberculose. Een Sachbearbeiter van de Duitse veiligheidspolitie schrijft dat Van Walsem ‘fanatisch demokratisch veranlagt’ was. Ook De Jonge zal het einde van de oorlog niet halen – de ‘Groep Kees’

waar hij bij hoort, wordt in 1942 verraden. De Duitsers sturen De Jonge naar een concentratiekamp in het Poolse Rawicz, waar hij in september 1944 overlijdt. BB

De alcohol stokende piloot

In 1934 begint Bram van der Stok zijn studie medicijnen in Leiden. Hij blijkt meer geïnteresseerd in roeien, ijshockey en vliegen, dus in 1936 verlaat hij de universiteit voor een pilotenopleiding. Aan het begin van de oorlog neemt hij het op tegen de Duitse gevechtsvliegtuigen. ‘Toen hij werd geraakt wist hij te landen, klom uit zijn brandende Fokker D-21 en nam de tijd voor een foto’, aldus NRC Handelsblad in 1993. Na de Nederlandse capitulatie worden de vliegers naar huis gestuurd. Verstopt in een kleine, smerige ruimte onder het ketelhuis van een vrachtschip, vlucht hij naar Engeland. Op zee wordt hij door Erik Hazelhoff Roelfzema (zie pagina 13), Peter Tazelaar en Toon Buijtendijk tevoorschijn gehaald. In Engeland mogen de heren op audiëntie bij koningin Wilhelmina. Van der Stok kan aan de slag als piloot bij de Engelse RAF. In 1942 wordt hij boven Frankrijk neergeschoten en naar het krijgsgevangenkamp Stalag Luft III gebracht. Daar ontpopt hij zich tot een gewiekst vervalser en omkoper. ‘Hij maakte zijn inkt voor valse paspoorten en Ausweisen van olie en roet. Op Koninginnedag stookte hij in een wastobbe op een vuur van briketten alcohol van de rozijnen uit de Rode Kruispakketten en hij voerde de kampbewoners tot de rand van alcoholvergiftiging met whisky uit stroop en Apricot Brandy van gedroogde abrikozen’, schrijft NRC. Samen met een kleine tachtig gevangenen weet Van der Stok te ontsnappen. Eenmaal terug in Engeland neemt hij weer plaats in het Spitfire-squadron. Na de oorlog blijken zijn twee broers die ook actief waren in het verzet in concentratiekampen te zijn gestorven. Zijn vader is zo vaak door de Gestapo gemarteld, dat hij blind en gebroken door het leven gaat. ‘Ze hebben hem gewoon vermoord, een schot in zijn hoofd was menselijker geweest’, zou de moeder van Bram volgens historicus Hans Molier gezegd hebben. Na de oorlog verkiest Van der Stok het afronden van zijn studie boven een carrière bij de luchtmacht. Hij verhuist naar Amerika en later – net als Hazelhoff Roelfzema – naar Hawaï. PM


8

Mare · 30 april 2015

Achtergrond

Maar de verraders kwamen in verschillende varianten

Kringkantoor van de NSB aan de Nieuwstraat in Leiden.

In de eerste twee oorlogsjaren groeit de NSB naar ruim 100.000 leden. In Leiden staan er in 1941 duizend leden ingeschreven. Militarist Meinoud Rost van Tonningen die rechten studeert, is zo fout als het maar zijn kan. Nazi-kopstuk Heinrich Himmler is zijn grootste held en hij wil niets liever dan toetreden tot de Waffen-SS. Zelfs NSB-leider Anton Mussert vindt dat Rost van Tonningen veel te ver gaat. De Leidse hoogleraar Rechten Jaap Schrieke heult de hele oorlog met de vijand. Maar hij is minder fel en geeft minder blijk van agressief antisemitisme dan zijn collega Robert van Genechten, die zelfs een antisemitische variant publiceert van de Middeleeuwse dierenvertelling Van den Vos Reynaerde. Maar ook hij is niet gitzwart. Regelmatig gaat Van Genechten de strijd aan met de Duitsers. De nazi’s zetten hem uiteindelijk op een zijspoor. Schrieke adviseert het Nationaal Socialistisch Studentenfront dat zijn hoofdkwartier in Leiden heeft. Het Front had overigens hooguit enkele honderden leden. Ook zij verschillen van elkaar. Een deel zwaait alleen maar met vlaggen, anderen gaan bij de SS en sterven op de toendra’s in Rusland.

Door Vincent Bongers

DE ANTISEMITISCHE VOS

Robert van Genechten wordt in 1895 geboren in Antwerpen en werkt in de Eerste Wereldoorlog samen met de Duitsers. Dat wordt hem zwaar aangerekend en om een gevangenisstraf te ontlopen vlucht hij naar Nederland. In 1930 laat hij zich tot Nederlander naturaliseren en in 1934 wordt hij lid van de NSB. Daar ‘rijst de ster van Van Genechten snel’, schrijft hoogleraar Nederlands Frits van Oostrom in 1984 in het tijdschrift Literatuur. ‘In 1938 benoemt Mussert hem tot

hoofd van de afdeling Vorming van de partij, en kort daarna tot leider van het zogenoemde Opvoedersgilde.’ Hij wordt na de bezetting ‘procureurgeneraal bij het “Vredesgerechtshof” in Den Haag, een rechtbank die tot taak heeft misdrijven op te sporen “welke de politieke vrede binnen de volksgemeenschap in gevaar brengen.” In feite stond hierbij voorop, acties te bestraffen van de ondergrondse tegen de NSB’ers en collaborateurs.’ Volgens historicus Loe de Jong bemoeit hij zich ook intensief met de verhoren van de Leidse rechtendecaan Cleveringa. Van Genechten mag dan hoogleraar zijn, die academische titel stelt eigenlijk niets voor. De Stichting tot de bevordering van de Studie van het Nationaal-Socialisme benoemt hem in 1941, dus na de sluiting van de universiteit, tot bijzonder hoogleraar economie. Hij geeft zijn afschuw voor Joden op een bijzondere manier vorm in een antisemitische bewerking van Van den Vos Reynaerde. In deze versie introduceert Van Genechten de neushoorn Jodocus. ‘Deze Jood-ocus, de neus-hoorn is de belichaming van de eeuwige jood’, schrijft Van Oostrom. Dat ‘bastaardras’ zal vanwege de ‘straathondenmoraal’ nooit in Europa wortelen, aldus Van Genechten in zijn brochure Het Jodenvraagstuk. De NSB laat zelfs een tekenfilm van de antisemitische Reinaert maken, die in april 1943 is vertoond in een Haagse bioscoop, maar nooit officieel wordt uitgebracht. Er zijn wel delen bewaard gebleven. Van Genechten noemt de universiteit met haar opstandige hoogleraren en studenten een ‘horzelnest dat moet worden uitgebrand’, een uitspraak die hij later tijdens zijn proces ontkent. Zijn pogingen om van Leiden een Duitse frontuniversiteit te maken, mislukken. Toch is hij geen blinde volger van de nazi’s. Hij verzet zich tegen het Duitse optreden tegen studenten en hij is het er niet mee eens dat de Waffen SS studenten werft. Ook wil hij niet dat er uit vergelding voor aanslagen op NSB’ers gijzelaars worden gedood. De Duitsers ontslaan hem in 1943 en hij krijgt een nepbaan als hoogleraar strafrecht. Van Genechten raakt in een depressie en probeert zelfmoord te plegen, wat mislukt. Op 13 december 1945 is hij wel succesvol. Hij is door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag ter dood veroordeeld. In een brief bekent hij ‘in de eenzaamheid der cel’ schuld. ‘Het is alsof ik uit een droom ontwaakt ben.’

Rost van Tonningen had een aantal ontmoetingen met zijn grote voorbeeld Heinrich Himmler


30 april 2015 · Mare

‘Het vuurpeloton waartoe hij was veroordeeld hoefde voor hem niet uit te rukken’, schrijft NSB-kenner en Leids alumnus Gerard Groeneveld in het tijdschrift DW B. Als een bewaker zijn cel bezoekt, ‘pakt de gevangene snel een koord, gemaakt van band dat hij uit een vuile onderbroek heeft losgescheurd. Die doet hij om zijn magere nek. Dan geeft hij zich over aan de zwaartekracht.’

DE HELD VAN DE ANDER ‘Wij kennen d’ oude wet Wij weten, dat het moet, Steeds wordt de vrijheid van een volk Gekocht door ’t beste bloed.’ Deze regels zijn geen eerbetoon aan een verzetsheld die is gefusilleerd door de Duitsers. Ze zijn geschreven in de editie van februari 1943 van Studentenfront, het blad van het Nationaal Socialistisch Studenten Front, door Obersturmführer A. Ferket ter nagedachtenis aan een kameraad die aan het oostfront is gestorven. ‘Weer is een leven onherroepelijk ten einde. Hij is de eerste van ons die viel.’ Hij die viel, was Koos Timmenga, op 16 april 1916 geboren in Leeuwarden. Zijn ouders staan in Friesland bekend als felle NSB’ers. Timmenga is ook een fanatiekeling. Hij is afdelingsleider van de Leidse tak van het Nationaal-Socialistisch Studenten Front. De geneeskundestudent heeft zich na ‘de sluiting van Leidsche Universiteit gemeld voor de Nederlandsche Ambulance’, aldus Ferket. ‘Als een der beste kameraden gaf hij hier zijn krachten aan de Beweging.’ Om de strijd aan te binden met het Bolsjewisme sluit hij zich aan bij de SS. Hij wordt op 28 november 1942 in de buurt van Selo Gora in Rusland ‘te midden van zijn werk getroffen door een granaat.’ Ferket citeert een brief van een arts die met Timmenga diende: ‘Wij werkten in de behandelingsruimte toen het bericht kwam dat kameraad Timmenga gevallen was. “Tim” – zoals hij zich het liefste liet noemen – was onvermoeibaar. Was altijd daar, waar het er hard aan toe ging. Toen wij ons Hauptverbandplatz opsloegen na een lange dag en een halve nacht zwoegen op de Russische “wegen” en wij daarop 22 uur aan een stuk opereerden, was hij diegene die nog “kon”.’ Opvallend is dat in de brief staat dat Timmenga ‘pijnlijk leed onder de wangedragingen van verschillende kameraden. Het heeft mij dan ook niet verwonderd, dat hij met vreugde voor enige tijd van onze afdeling vertrok om een Truppenarzt te vervangen.’ Twee dagen na de overplaatsing wordt Timmenga dodelijk getroffen.

HET ZEDELIJKE NATIONAALSOCIALISME

Leidse hoogleraar rechten Jaap Schrieke spreekt bij zijn oratie in 1935 al zijn waardering uit voor de Duitse economische ordening. Hij vindt het nationaal-socialisme ‘van hooger zedelijk gehalte dan de meedoogenlooze Amerikaansche big-business principes.’ Hij wil tijdens de oorlog dat er twee leerstoelen in Leiden komen voor de economie en filosofie van het nationaal-socialisme. Dat gebeurt echter niet. Hij is ook lid van het NSB-gilde Rechtsfront. Als secretaris-generaal van het ministerie van Justitie weigert hij de eed op Mussert af te leggen. Hij houdt de NSB zoveel mogelijk buiten de deur van zijn departement. Hij is Duitsgezind en op verschillende verzoeken om op te komen voor het lot van de Joden gaat hij niet in. Dat verergert hun situatie alleen maar, laat hij weten. Schrieke bemoeit zich voordat hij secretaris-generaal is intensief met het op 16 november 1940 in Den Haag opgerichte Nationaal Socialistisch Studentenfront (NSSF). Het bestuur van organisatie verhuist naar Leiden. Het hoofdkwartier wordt Rapenburg 26, Het Huis Maupertuus. Uit het NSSF-pamflet Wat wij willen blijkt dat de Leidse afdeling zich hard wil maken voor ‘een beter, want vollediger, studentenleven’ en zich afzet tegen de ‘slome levenshouding’ van de Leidse student. Studenten die zich aansloten bij het Front waren ‘veelal personen die een grote geldingsdrang hadden en zich niettemin in andere studentenorganisaties geen leidende positie konden verwerven of zich daarin zelfs niet of nauwelijks konden handhaven’, schrijft P.J. Idenburg, secretaris

Schrieke wordt na de oorlog ter dood veroordeeld, maar blijft gespaard. Na tien jaar komt hij vrij

9

van het college van curatoren van de universiteit in het boekje De Leidse universiteit tegen het nationaal socialisme en bezetting. Het Front had een voorganger: de in 1934 opgerichte Nederlandsche Nationaal-Socialistische Studentenfederatie (NNSS). De leden worden met de nek aangekeken door de Leidse studenten en medewerkers. De NSB’ers blinken vooral uit in vandalisme. ‘De leden lieten van aanvang af van zich spreken door wanordelijkheden in de stad.’ En door ‘vernielingen aan te richten aan openbare voorzieningen, en de ruiten van winkels van Joden en bekende anti-fascisten te vernielen. In cafés en restaurants lokten zij ongeregeldheden uit. Het tuchtrecht van de rector magnificus kon slechts worden wanneer de betrokkenen zich aan een misdrijf schuldig maakten.’ Ook op de universiteit zelf is de NNSS irritant aanwezig. ‘In de universiteitsgebouwen werd propagandamateriaal uitgedeeld en er werden hakenkruisen in de collegebanken aangebracht.’ Professor Schrieke wordt in de almanak van het NSSF uit 1942 nog bedankt ‘voor de raad en daad’ waarmee hij het Front ‘terzijde stond’. Uit de almanak blijkt ook hoe hevig het verzet was. ‘Het strijdelement vlamde nog even op, toen onze tegenstanders in het duister der nacht met een haast beangstigende heldhaftigheid brand stichtten in het op dat moment onbewoonde huis van den leider van het Studentenfront, Kameraad Houdijk.’ Als de universiteit sluit, wordt ook de Leidse afdeling ontbonden. ‘Mogelijkheden tot daadwerkelijke actie in onze eigen studentengemeenschap bleken niet aanwezig’ De studenten zoeken hun heil bij andere afdelingen of bij de SS of de Weerbaarheidsafdeling van de NSB. Na de oorlog acht het Bijzonder Gerechtshof bewezen dat Schrieke ‘opzettelijk hulp heeft verleend aan de vijand’. Hij wordt ter dood veroordeeld. In hoger beroep krijgt een lichtere straf van twintig jaar cel omdat hij als secretaris-generaal ‘naast het strafbare’ ook dingen deed in het ‘belang van het Nederlandse volk’. Schrieke zit de straf niet uit. Hij komt in 1955 vanwege medische redenen vrij. In 1976 overlijdt hij.

RADICALER DAN MUSSERT

Meinoud Rost van Tonningen werd op 19 februari 1894 geboren in Surabaya, Nederlands-Indië. In 1909 verhuisde hij naar Nederland. Als student roeide hij op hoog niveau. Hij was lid van Njord en president van de Delftsche Studenten Roeivereeniging Laga. ‘Maar een belangrijker wapenfeit was de overwinning van Laga bij de Varsity-roeiwedstrijden in 1914. Rost maakte deel uit van de “oude vier,” schrijft Rost van Tonningen-biograaf David Barnouw. In 1919 begon hij een studie rechten in Leiden. Na afronding van deze opleiding vertrok hij naar Oostenrijk om bij de Volkenbond te gaan werken. In Wenen werd zijn haat jegens de Joden en communisten heviger. In 1936 werd hij lid van de NSB. Leider Anton Mussert was in eerste instantie blij met Rost van Tonningen, maar ging hem al snel wantrouwen. Rost van Tonningen was te militaristisch en te radicaal. Hij geloofde heilig in de vorming van een Groot Germaans Rijk waar Nederland deel van ging uitmaken. Hij richtte zich tot ergernis van Mussert dan ook sterk op de nazi’s en had een aantal ontmoetingen met zijn grote voorbeeld Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Ook ging hij op bezoek bij Hitler. Op de site parlement.com wordt hij omschreven als een ‘twistzieke, wispelturige, ambitieuze en onverdraagzame man.’ In 1939 werd hij ‘als Tweede Kamerlid een dag geschorst na een handgemeen in de vergaderzaal.’ De enige knokpartij ooit in de Kamer. In datzelfde jaar richtte hij de Mussert-Garde op, een paramilitaire organisatie die de basis vormde voor de Nederlandse SS. Rost van Tonningen wilde toetreden tot de Waffen-SS maar dat lukte niet omdat er vermoed werd dat hij Indisch bloed in zich had. Hij slaagde er niet in om twijfels over zijn raszuiverheid weg te nemen. In 1944 landden de Geallieerden in Normandië. Onder druk van de vijand versoepelden de Waffen SS-eisen en Rost van Tonningen trad toe. In 1945 werd hij door de Canadezen opgepakt en belandde hij in Strafgevangenis Scheveningen. Daar ‘werden de gevangenen vaak ernstig mishandeld’, schrijft Barnouw. ‘Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten en de marechaussee voerden een waar schrikbewind. Op zondag werd de gevangenis opengesteld voor het publiek, dat ook aan de mishandelingen mee mocht doen.’ Op 5 juni sprong hij van de trap op de eerste verdieping van het complex. Hij overleefde de val niet. Volgens ‘Zwarte Weduwe’ Florrie Rost van Tonningen is haar echtgenoot van de balustrade gegooid. Ze hield zijn gedachtegoed in leven. In haar villa in het Gelderse Velp bleef zij tot vlak voor haar dood in 2007 rechts-extremisten ontvangen.


10 Mare · 30 april 2015 njagers en onderduikers Achtergrond

Doodgeschoten aan het

recteur van 5).’

de Groot en erken bij de Leidse sporen an de Leidse t het opspohet Duitse Geschiedkundige Alphons Sieodenjagers. belt organiseert Tweede 60 ondergeWereldoorlogwandelingen erd, waar zeLeiden. Mare liep met door n. Vooral De hem mee. nationaalsoDOOR is PETRA MEIJER Als geen ander , maar hij ziet historicus Alphons Siebelt de ur. stad door de ogen van Leidenaren in de resteren zeTweede Wereldoorlog. Deze week verschijnt zijn boek ‘Hij zit nderduikers. bij de onderduikersbond’. Met Hans Blom stelde hij daarnaast het fotoPhilipson, boek Leiden 40-45 samen. het Joodse In elke straat wijst hij in hoog tempo huizen aan, regelmatig gehoonouders. volgd door overlijdensdata. ‘Hier en ze inwoonde So- een Joodse familie met vijf kinderen. Slechts een van hen echercheurs heeft het overleefd. Daar woonde een Joods gezin, ze werden in ergens ook nog Auschwitz vergast.’ Mare ging met jf kinderen hem wandelen en tekende tien oorlogsverhalen op. en dochter ich – net als 1. ILLEGALE BRIEFOPENER ers – schuil‘Op Breestraat nummer 161, waar p 17 januari nu boekhandel De Kler gevestigd is, heeft Ernst Loeb een interieureisje oppakzaak. In 1942 neemt een Leidse et dat leden NSB’er namens de Duitse roofinstelling Omnia-TreuhandgesellP-Johannes schaft zijn winkel in.’ Zijn naam knokploeg) wil Siebelt niet noemen, omdat het een bekende Leidse naam betreft. ophouden. ‘Iedereen vindt het leuk om nazaat ut, schiet op van een held, niemand wil te zijn familie zijn van een NSB’er.’ Hoe kt De Groot, zo’n overname ging? ‘Duvel op, nu

ben ik de baas.’ Ernst Loeb wordt op een kwade represailles dag in 1942 gearresteerd voor ilers snellegaal ge-wapenbezit. ‘Het ging om een briefopener in de vorm van meester een van dolk. Hij wordt in Auschwitz vergast. hter dat de Zijn schoonmoeder overlijdt in Theresienstadt. Van de e figuren vijfuit kinderen hebben drie de oorlog overleefd.’ n, en dat de Op 8 april 2010 werden er vier Stolpersteine gelegd voor de moeten vier worfamilieleden die in de oorlog werden vermoord. ‘Stolpersteine mp te voorzijn bedacht door de Duitse kunDe kinderen stenaar Gunter Demnig. In Europa liggen meer dan 50.000 van dit aar verluidt soort messing steentjes, ter nageeegd, omdat dachtenis aan slachtoffers van het Demnig legt an metnationaalsocialisme. het ze op verzoek van nabestaanden. Het is de bedoeling dat je geest er r.’ even over struikelt, en dat je buigt voor het lot van deze mensen als je bukt om de tekst te lezen’, zegt Siebelt. Pas in 2016 zal Demnig Leiden weer bezoeken voor het bijomt opleggen de van stenen, tot die tijd zit hij volgeboekt.

van Jodenjagers en onderduikers directeur van het Arbeidsbureau (zie 5).’

3. JODENJAGERS

‘Rechercheurs Willem de Groot en Adrianus Biesheuvel werken bij de Documentatiedienst van de Leidse politie, die belast is met het opsporen van vijanden van het Duitse rijk. Het zijn echte Jodenjagers. Ze hebben maar liefst 160 ondergedoken Joden gearresteerd, waar ze kopgeld voor ontvingen. Vooral De Groot is een fanatieke nationaalsocialist. Biesheuvel niet, maar hij is nu eenmaal rechercheur. ‘Op Oude Rijn 48 arresteren ze in juni 1943 vier onderduikers. Onder hen zijn Jacob Philipson, administrateur van het Joodse weeshuis, en zijn schoonouders. Een maand later worden ze in Sobibór vermoord. De rechercheurs weten echter dat er ergens nog een echtgenote en vijf kinderen moeten zijn. Ze sporen dochter Sara Philipson op, die zich – net als veel andere onderduikers – schuilhoudt in Rijnsburg. Op 17 januari 1944 willen ze het meisje oppakken, maar ze weten niet dat leden van de verzetsgroep KP-Johannes Post (KP staat voor knokploeg) zich ook in Rijnsburg ophouden. Een hen, Jan Wildschut, schiet op de rechercheurs en raakt De Groot, die overlijdt. ‘Uit vrees voor represailles worden de onderduikers snel geevacueerd. De burgemeester van Rijnsburg verklaart echter dat de rechercheurs door vage figuren uit Leiden gevolgd werden, en dat de daders daar gezocht moeten worden. Zo weet hij een ramp te voorkomen. Sara ontsnapt. De kinderen van De Groot hebben naar verluidt beiden zelfmoord gepleegd, omdat ze niet om konden gaan met het verleden van hun vader.’

4. FIETSEN VERBODEN

‘Gustaaf Barnstijn komt op de fiets aangereden uit de Donkersteeg. Het is niet toegestaan om daar te fietsen. Een agent houdt hem staande, en ziet dan aan zijn papieren dat hij Joods is. Barnstijn is weliswaar gemengd gehuwd en daarom vrijgesteld van deportatie, maar dat geldt niet voor Joden die een overtreding begaan. De agent neemt Barnstijn mee naar het bureau en niet veel later wordt hij naar Auschwitz gebracht, waar hij wordt vermoord. We weten dat zijn vrouw toen in verwachting was. Zijn zoon wordt een paar maanden later geboren.’ Siebelt haalt even diep adem. ‘Ik stel me altijd voor hoe verheugd hij op zijn fiets zat. En hoe hij zo’n kleine overtreding met de dood moest bekopen. De betreffende agent heeft zich later nog moeten verantwoorden. Hij stelde dat er diverse omstanders aanwezig waren, die hem verplichtten om Barnstijn op te pakken.’

de DonkerTegenover het Kamerlingh Onnes Gebouw, aan de Langebrug, zit het Leidse distributiekantoor. ‘Als de oorlog uitbreekt kennen Leiden en omgeving een Joodse gemeenschap van ongeveer vijfgestaan2. om honderd mensen. Van hen wordt bijna de helft vermoord, de andere helft verlaat de stad of duikt IN DE FIK gent houdt onder’, vertelt Siebelt. ‘Maar het zijn niet alleen Joden die onderduiken. Een nog veel grotere groep ‘Op Nieuwstraat 12, schuin tegenbestaat uit mensen die zich proberen te onttrekken aan verplichte tewerkstelling in Duitsland – de de huidige stadsbibliotheek, an aanover zijn Arbeitseinsatz – en kon daarom geen bonnen afhalen. In Leiden ontstaat een uitgebreid netwerk is een lokaal van de NSB gevestigd. s. Barnstijn van inventieve ambtenaren die helpen om via een ingewikkeld spel bonnen vrij te maken voor Het pand waar de Wereldwinkel nu onderduikers.’ in zit, kan je huren. Daar heeft de gehuwd en In het boek ‘Hij zit bij de onderduikersbond’. Hulp aan Leidse onderduikers in de Tweede WereldoorNSB hun vaandels en trommels deportatie, log, dat deze week verschijnt, beschrijft Siebelt heel precies hoe de illegale steun in Leiden gerestaan. De NSB was een gehate geld was. ‘Het is misschien geen sexy onderwerp, als je het vergelijkt met knokploegen, overvallen maar na de capitulatie kunor Jodengroep, die en liquidaties, maar deze vorm van illegaliteit was wel veel belangrijker. Als je een overval pleegde nen ze weer de straat op. Ze parahad je misschien bonnen, maar deze waren vaak maar veertien dagen geldig. De illegaliteit zorgde deren door de stad, wat steevast 5. SILBERTANNEMOORD n. De agent er met bonnen voor dat onderduikers aan hun voedsel konden komen, wat vooral in de Hongerwin‘Het is 3 januari 1944. Vanaf het uitmondt in knokken en rellen. naar het‘Inbuter van levensbelang is geweest.’ mei 1942 wordt het lokaal in Academiegebouw komt een tweetal r wordtde brand hij gestoken. Er worden drie mannen aangelopen, waaronder de mannen opgepakt. Zij krijgen een directeur van het arbeidsbureau, ht, waar hij gevangenisstraf. Twee van hen Gerard Diederix. Het arbeidsbuspelen eten dat zijn later nog een belangrijke reau bevindt zich in de huidige rol bij de aanslag op Diederix, de nachtapotheek aan de Doezastraat, chting was. ar maanden Tegenover het Kamerlingh Onnes Gebouw, aan de Langebrug, zit het Leidse distributiekantoor. haalt even


30 april 2015 · Mare

t Rapenburg en roept jongemannen op voor gedwongen tewerkstelling in Duitsland, de zogeheten Arbeitseinsatz. ‘Twee van de verzetsstrijders die eerder het kringhuis van de NSB in brand hadden gestoken, willen de directeur van het arbeidsbureau vermoorden als hij op weg is naar het station. Normaal loopt Diederix via het Van der Werfpark, maar ditmaal komt hij via het Rapenburg. De verzetsstrijders moeten dus snel beslissen. Net voorbij Augustinus schieten ze hem neer. Diederix overleeft de aanslag, maar is zwaargewond. In reactie pakt de politie een kleine veertig prominente anti-Duitse Leidenaren op en brengt hen over naar het pand van de Feldgendarmerie aan de Boerhaavelaan. Ze besluiten drie van hen als vergeldingsactie, een zogeheten Silbertannemoord, te vermoorden. De eerste, huisarts Hans Flu, wordt bij de Kanaalweg neergeschoten. Schoolhoofd Harmen Douma wordt in Oegstgeest vermoord. De conrector van het Stedelijk Gymnasium, Chris de Jong, brengen ze naar het Rapenburg, waar ze hem executeren. Het is een duidelijk signaal: iedereen kan het horen en zien.’

6. GEWAAGDE REDE

‘Tijdens de bezetting mogen er geen feestelijkheden meer plaatsvinden rond 3 oktober. De herdenkingsdienst in de Pieterskerk gaat echter wel door. In 1941 geeft dominee Hendrik Cornelis Touw een rede waar iedereen met open mond naar luistert. Hij spreekt over het Leidens Ontzet in actuele termen, over het koningshuis en het belang van hun kostbare geschenk: een eigen universiteit, die dan reeds door de bezetter gesloten is. De rede wordt ook uitgetypt en in grote oplage verspreid. Extra pikant is de aanwezigheid van de NSB-burgemeester en andere aanhangers van de nieuwe orde. Toch heeft Touw er verder geen problemen mee gekregen, wat wel opmerkelijk is.’

7. KNOKPLOEG

‘Bij de Lombardpoort zijn de gemeentelijke kredietbank en een pandjeshuis gevestigd. Rond 1943 neemt de Landwacht, een paramilitaire organisatie onder het gezag van de SS, het pand in gebruik. De Landwacht kent een harde kern, die terreur uitoefent en bloed aan de handen heeft. De gewapende knokploeg (in uniform) controleert persoonsbewijzen op straat en verricht opsporingen. Omdat er regelmatig moordaanslagen werden gepleegd op NSB’ers, probeert de Landwacht hen te beschermen. Binnen de groep worden regelmatig mensen geronseld voor de SS.’

8. DE SCHOOL KAN DICHT

‘Vanaf 1941 is aan het Pieterskerkhof een Joodse school gevestigd, want de Joden mogen niet meer naar gewone Nederlandse scholen. Daarom vragen de Duitsers alle scholen om een lijst met namen van Joodse kinderen. De meeste scholen sturen braaf zo’n lijst op, alleen de gereformeerden geven er geen gehoor aan. Er worden twee lokaaltjes gehuurd om les in te

11

zastraat, en voor gedwon Duitsland, d einsatz. ‘Twee van d eerder het k in brand ha de directeur vermoorden het station. geven. Tussen juni 1942 en maart via he derix 1943 worden alle Joodse kinderen maar die niet ondergedoken zijn gede- ditmaa porteerd. Op 17 maart 1943, na de penburg. De ontruiming van het Joodse weeshuis, waar de politie bij assisteert, ten dus snel wordt de school gesloten: officieel Augustinus zijn er geen Joodse kinderen meer.’ Diederix ov 9. ILLEGALE GULDENS maar is zwa ‘Tijdens de oorlog heeft pakt Leiden de poli een NSB-burgemeester. Hij is goed prominente bekend met Anton Mussert, maar verder is hij niet erg Duitsgezind. ren op en bre In de winter van ’42-’43 vindt op pand het stadhuis een merkwaardige van de ontmoeting plaats. Eendegroep Boerhaa Leidenaren die financiële steun driedevan hen verleent aan gezinnen waarbij kostwinner in de problemen is geeen zogehet raakt en geldschieter Walraven van Hall van het Nationaalte Steunvermoord fonds (NSF) komen met elkaar in Hans Flu, w contact. Ze gaan een samenwerking aan, waardoor er eenneergeschot Leidse afdeling van het NSF ontstaat. Zo men Douma ontstaat er een illegale infrastructuur. In heel Nederland besteedt de vermoord. D NSF op die manier tijdens de oorG log 80 miljoen gulden aanStedelijk illegale activiteiten. De organisatie biedt Jong, brenge niet alleen financiële hulp, maar zorgt ook voor veel valseburg, papie- waar z ren, helpt bij de verspreiding van duide is een illegale bladen en het zoeken naar kan het hore geschikt werk voor onderduikers.’ 10. GROENTEWINKEL

6. GEWAAGD

‘De familie Kromhout heeft een groentewinkel op de hoek van de Diefsteeg, waar nu coffeeshop ’t ‘Tijdens de Leidseplein zit. Het is een zeer geen feestel gereformeerd gezin, met kinderen die reeds volwassen zijn.vinden Vanuit rond hun geloofsovertuiging biedt de kingsdienst familie hulp aan onderduikers. Moeder doet de administratie echter wel d rondom distributiebescheiden en minee zoon Cor wordt een plaatselijk lei- Hend der van de Landelijke Organisatie rede waar ied voor Hulp aan Onderduikers. Cor Kromhout en zijn vrouw naar Nel bie-luistert den ook onderdak aan eenLeidens achttal Ont onderduikers, in hun huis aan de overSi-het kon Jacob Catslaan. Als de Duitse cherheitspolizei in de groentewinkel van hun kost een Joods identiteitsbewijs vindt, universi pakken ze vader en zoongen Rienus op. Vader keert snel terug, de zoon de bezetter wordt tewerkgesteld.’

wordt ook ui Alphons Siebelt, ‘Hij zit bij lage de onder-verspre duikersbond’. Hulp aan Leidse aanwezighei onderduikers in de Tweede Wereldoorlog, Primameester en a vera Pers, 240 pgs. € 24,50 de nieuwe or Lezing historici Alphons Siebelt en verder geen Hans Blom 6 mei, 19.30 uur, Boekhandel Kooyker gen, wat wel Toegang € 5, gratis op vertoon van een studentenkaart. Wel even aanmelden via Kooyker.nl

7. KNOKPLOE

Stadswandelingen met Alphons Siebelt 3 mei en 10 mei, 10.30 uur, start Van der Werfpark. 14.00 uur ‘Verdwenen Joods leven’, startpunt Beestenmarkt € 9, aanmelden via contact@onderduikers.nl

‘Bij de Lom meentelijke pandjeshuis neemt de La Liever zelf op stap? litaire De app Achter de gevels vertelt het organ verhaal achter ruim veertig huivan de SS, h zen in de Leidse binnenstad. De Landwacht app is gratis te downloaden op http://bevrijdingleiden.nl die terreur u de handen knokploeg ( leert persoo


12

Mare · 30 april 2015

Achtergrond

Agenda VRIJDAG 1 MEI

KIJKHUIS, 15.00 Bevrijdingsfilm: Grave of the Fireflies (1988, Japan) HOOGLANDSE KERKGRACHT, 16.30 Opening buitenfoto-expositie Bevrijding (te zien t/m 8 mei)

INTERDISCIPLINARY MINOR

ZATERDAG 2 MEI

SUSTAINABLE DEVELOPMENT

KIJKHUIS, 15.00 Bevrijdingsfilm: The Thin Red Line (1998, VS)

ZONDAG 3 MEI

FOR 3RD YEAR BACHELOR STUDENTS FROM ALL DEGREE PROGRAMMES FIRST SEMESTER, 30 ECTS

VAN DER WERFPARK, 10.30 Start stadswandeling Leiden in de Tweede Wereldoorlog Aanmelden: contact@onderduikers.nl KIJKHUIS, 13.00 Bevrijdingsfilm: Unsere Mutter, Unsere Vater (2013, VS) BEESTENMARKT, 14.00 Stadswandeling Verdwenen Joods Leven Aanmelden: contact@onderduikers.nl DE BURCHT, 15.00 Frits Landesbergen Big Band Bevrijdingsoptreden

MAANDAG 4 MEI

PIETERSKERK, 18.30 Dodenherdenking Leiden Met herdenkingsrede van rector magnificus Carel Stolker LEIDSE SCHOUWBURG, 21.00 Theater Na de Dam: Als wij niets doen Door de cast van Soldaat van Oranje More information: cml.leiden.edu minor@cml.leidenuniv.nl facebook.com/minorduurzameontwikkeling

DINSDAG 5 MEI

ACADEMIEGEBOUW, 10.30 HSVL Symposium: 70 jaar Bevrijding Herinneringen en Werkelijkheid HET PLEIN VAN LEIDEN, 12.00 Bevrijdingsfestival Noorderliefde Met o.a. De Staat en Splendid KIJKHUIS, 15.00 Bevrijdingsfilm: Come and See (1985, Rusland)

WOENSDAG 6 MEI

BOEKHANDEL KOOYKER, 19.30 Lezing Alphons Siebelt: ‘Hij zit bij de onderduikersbond’ Lezing Hans Blom: Leiden 40-45

Discover the world at Leiden University.

ZONDAG 10 MEI

Leids Onderwijsdebat Academiegebouw, Rapenburg 73 (Groot Auditorium)

Steun Steun baanbrekend baanbrekend onderzoek onderzoek

Iedereen Iedereen Ga naar Ga www.parkinsonfonds.nl naar www.parkinsonfonds.nl kan kan Parkinson Parkinson De grootste van wetenschappelijk grootste financierfinancier van wetenschappelijk krijgen krijgen Deonderzoek onderzoek devan ziekte van Parkinson. naar denaar ziekte Parkinson.

VAN DER WERFPARK, 10.30 Start stadswandeling Leiden in de Tweede Wereldoorlog Aanmelden: contact@onderduikers.nl; €9,BEESTENMARKT, 14.00 Stadswandeling Verdwenen Joods Leven Aanmelden: contact@onderduikers.nl; €9,-

Vacature

Opening

prof. dr. Simone Buitendijk

Mini-lezing

prof. dr. Andreas Kinneging

In debat:

Kwaliteit medezeggenschap Honoursonderwijs Debat tussen fractievoorzitters Universiteitsraadverkiezingen

Na afloop

Gratis borrel @ Faculty Club

Dinsdag 19 mei • Inloop 17:15u • Aanvang 17:45u

Het faculteitsbestuur van de Faculteit der Sociale Wetenschappen vraagt studenten uit de FSW te solliciteren naar de functie van

student-lid van het faculteitsbestuur De functie gaat in per 1 september 2015 en geldt voor één jaar. Het student-lid van het faculteitsbestuur wordt benoemd door het College van Bestuur. Tot de taken van het student-lid in het faculteitsbestuur behoren: -het student-lid neemt, samen met medebestuursleden, deel aan de beraadslagingen en besluitvorming ten behoeve van het bestuur van de faculteit; -het student-lid is het bestuurslid dat zich vooral met studentenzaken bezig houdt; -het student-lid onderhoudt contacten met diverse groeperingen van studenten in de faculteit, zoals de student-leden in de faculteitsraad, en de student-leden van de opleidingsbesturen en van de opleidingscommissies; -het student-lid draagt bij aan voorlichtings- en introductieactiviteiten; -het student-lid is voorzitter van het VerO, het verenigingen overleg met de voorzitters van de studieverenigingen in de faculteit; -het student-lid organiseert een FSP (Facultair Studenten Platform) waarbij actieve studenten uit de faculteit zich uitspreken over actuele beleidskwesties; -het student-lid participeert in het universitaire assessorenoverleg (LAssO). Tot aanbeveling strekt het volgende profiel: -(gevorderd) student in één van de opleidingen van de FSW; -aantoonbare bestuurlijke ervaring, bij voorkeur binnen de faculteit; -goede communicatieve vaardigheden, enthousiasme, en grote interesse in onderwijs- en studentenzaken; -beschikkend over contacten met studentengroeperingen binnen en eventueel buiten de faculteit; -aantoonbare kennis van en visie op relevante universitaire ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling m.b.t. kwaliteitszorg onderwijs, internationalisering, enzovoorts. Schriftelijke sollicitaties, met een beknopt c.v., uiterlijk 18 mei 2015 in te dienen bij: De sollicitatiecommissie vacature student-lid faculteitsbestuur FSW, Stafbureau van de Faculteit Sociale Wetenschappen, ter attentie van Pieter Janse, Wassenaarseweg 52, kamer 3 A 48, Postbus 9555, 2300 RB Leiden. Voor meer informatie over de inhoud van de functie kunt u terecht bij het zittende student-lid, Josette Daemen, kamer 3 C 02, telefoon 5273835 of e-mail assessor@fsw.leidenuniv.NL Gedurende de periode van lidmaatschap ontvangt het student-lid van het faculteitsbestuur een geldelijke vergoeding. De gedachten gaan uit naar een taakomvang van ongeveer 24 uur per week.


30 april 2015 · Mare  13 Achtergrond

Steeds weer aan de dood ontsnapt Soldaat van Oranje: zijn leven, het huis en de musical in gelooft, moet je er voor vechten en nooit opgeven. Bij hem was dat behoorlijk letterlijk. Tot zeven keer toe ging hij met de Engelse marine zonder succes heen en weer naar de Nederlandse kust. Pas de achtste keer lukt het om iemand aan land te zetten.’ ‘Hoe vaak hij aan de dood is ontsnapt, is echt bizar’, zegt Erasmus. Voor de Britse Royal Air Force, maakte hij maar liefst 72 levensgevaarlijke vluchten boven Duitsland. ‘Hij vloog in een klein vliegtuigje vooruit om via lichtfakkels aan parachutes aan te geven waar er bommen moesten vallen. Achter hem vlogen dan zo’n zeventig bommenwerpers die afgingen op zijn lichtkokers.’ Eén derde van de vliegers kwam niet van zo’n vlucht terug.’ Soldaat van Oranje staat bekend als hét verzetsverhaal van Neder-

land, maar blijkt achteraf toch vooral een spannend jongensboek. Erasmus: ‘Wat hij schrijft is waar, maar ook geromantiseerd. Hij had veel geluk en geldt als de grootste oorlogsheld van Nederland. Maar hij is die hele oorlog doorgekomen terwijl hij geen schot heeft gelost en niet in een kamp terecht is gekomen.’ ‘Voor iedere vent die de Willemsorde krijgt, zijn er zeker tien die hem net zo goed verdienen’, zei Hazelhoff Roelfzema in Mare. ‘En honderd die hem verdiend zouden hebben. De enige reden waarom zij die onderscheiding niet hebben gekregen, is dat hun daden niet bekend zijn. Als je de gave hebt om over dingen te schrijven heb je een geweldige voorsprong. Ik ben de Soldaat van Oranje, niet omdat ik wat gedaan heb, maar om wat ik heb geschreven heb.’

Op vliegveld Valkenburg draait al ruim vierenhalf jaar de musical Soldaat van Oranje. Hij is al ruim 1500 keer gespeeld en wordt door het grote succes steeds verlengd. ‘Zolang de kaartjes blijven verkopen, blijven er nieuwe shows komen’, zegt studente Eline Buitelaar (22, Engels), die drieënhalf jaar bij de musical werkte. ‘Je blijft terugkomen: het is een uniek stuk, je ziet altijd nieuwe dingen en het is een herkenbaar verhaal over Nederland’, vertelt musicalliefhebber Danielle Poot (22, pedagogische wetenschappen). ‘Het meest bizarre is dat je echt meedraait met het verhaal doordat de zaal draait.’ Buitelaar: ‘Sommige mensen worden er misselijk van.’ ‘Alles is zo realistisch’, vertelt Poot. ‘Je hoort letterlijk de zee, voelt zowat de regen en hoort de motoren van verre aankomen. Door de doorsnede van het huis, kijk je zo mee in het

verhaal en door het tikken van de typmachine en de afgebeelde datum wordt erg benadrukt dat er een verhaal vanuit de geschiedenis wordt verteld.’ ‘Er komen regelmatig mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt’, vertelt Buitelaar. ‘Sommigen gaan na afloop weer voor het eerst over de oorlog praten. Anderen lopen weg, omdat het te dichtbij komt.’ Poot: ‘Er zijn steeds minder mensen die de oorlog kunnen navertellen. Door het stuk blijft het toch nog leven bij de jeugd.’ In de foyer is een tentoonstelling te zien. ‘Je kunt een quiz doen over welke keuzes jij zou maken tijdens de oorlog’, zegt Buitelaar: ‘Iedereen zegt wel: “Ik zou in het verzet gaan”, maar als het echt gebeurt, schijt je ook drie keer in je broek voordat je ook maar een beetje de Duitsers durft tegen te gaan.’

Hazelhoff Roelfzema (rechts) met Peter Tazelaar en Rie Stokvis tijdens het bezoek van koningin Wilhelmina en prinses Juliana aan Breda op 2 mei 1945.

Hij geldt voor sommigen als de grootste oorlogsheld, maar had vooral veel geluk. Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje, was de eerste om dat zelf toe geven. ‘Ik was niemand in Leiden.’

‘Ik ben geen grote Leidenaar. Nooit geweest ook. Ik heb geen grote job gehad bij mijn vereniging, het corps. Ik was niemand in Leiden. Tot de jaren zeventig, toen de film Soldaat van Oranje uitkwam. Toen is de mythe ontstaan.’ Dat zei Nederlands bekendste verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema in april 2002 tegen Mare, vijf jaar voordat hij overleed. Hij ontving de Willemsorde, Nederlands hoogste onderscheiding en werd adjudant van koningin Wilhelmina door zijn moedige daden. Geboren in Nederlands-Indië in 1917 als zoon van een rijke planter vertrekt hij naar Leiden om rechten te studeren. ‘Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak tijdens zijn studententijd, kon hij pas echt zien

wat zijn idealen waard waren’, zegt Soldaat-van-Oranje-deskundige en advocaat Carel Erasmus. ‘Ik ben gefascineerd geraakt door zijn boeken. Toen ik ze allemaal gelezen had was ik hooked’, vertelt Erasmus. Hij zocht Hazelhoff Roelfzema in 2005 op in zijn toenmalige huis in Hawaï. ‘Dan rijjd je daar en dan zit de Soldaat van Oranje gewoon naast je in de auto.’ Met Floris Meinardi maakte hij de documentaire Soldaat van Ambon (over zijn strijd voor zelfstandige Molukken) en schreef het boek De Soldaat van Oranje achterna. ‘Ik was zo verbaasd over wat hij allemaal had meegemaakt, hoe hij stond in het leven en wat hij eruit haalde.’ Daarna heeft Erasmus zijn kantoor naar de soldaat vernoemd: Advocaten van Oranje. ‘Hazelhoff Roelfzema was niet bang om risico’s te nemen en zijn stem te laten horen’, vertelt Erasmus. ‘Bijvoorbeeld bij het protest tegen de arrestatie van professor Cleveringa.’ Die betoogde in november 1940 tegen het uitsluiten van Joodse collega’s en studenten. Daarop sloten de Duitsers de universiteit. ‘Erik was daar zo verbolgen over, dat hij vervolgens een pamflet maakte, het Leids Ma-

nifest. Daarmee protesteerde hij namens de Leidse studenten tegen de sluiting. Dat hing hij `s nachts met zijn vrienden door de hele stad. De volgende dag waren de Duitsers zo woedend dat ze op jacht gingen naar Erik.’ Maar hij was intussen al toevallig gearresteerd. Hij zat bij een huis op de Morssingel, waar studenten een plan hadden gemaakt om de Joodse professor Meijers te bevrijden. Om vrij te komen schreef Hazelhoff een verzoek tot vrijlating op wcpapier. Dat gaf hij de bewaker die hij al een tijdje bewerkt had met zijn praatjes. De commandant was zo beledigd dat hij dreigde hem de volgende keer overhoop te schieten. Erasmus: ‘In de film schrijft hij zijn verzoek met poep, maar dit is nooit werkelijk gebeurd.’ Terwijl hij vast zat, waren de Duitsers in Leiden nog elke dag naar hem op zoek. ‘Erik was impulsief, volgde zijn gevoel en ondernam actie zodra hij kon’, vertelt Erasmus. Na zijn doctoraalexamen op 10 juni 1941 wilde hij zo snel mogelijk naar Engeland. Toen dat lukte, ondernam hij meerdere geheime overtochten naar de bezette kust om zendapparatuur te leveren en mensen op te halen. ‘Zijn levensmotto was: als je ergens

De rechtenstudent Erik Hazelhoff Roelfzema zat bij het corps en woonde in het huis Welgelegen, boven het tegenwoordige Barrera op het Rapenburg. Het is nu nog steeds een mannen-Minerva-huis. ‘Alles was zo dichtbij dat het welgelegen lag. Daar is de oude Universiteitsbibliotheek, en de rechtenfaculteit, toen in het Academiegebouw, lag hier recht tegenover’, zegt Axel Vos (20, rechten) die tegenwoordig in de befaamde kamer woont, die tevens dienst doet als fusie. ‘Het is een hele eer. Al word je wel het hele jaar geleefd. Dan komen mensen terug van het zuipen en willen ze nog een drankje met je drinken terwijl je al ligt te slapen. Ik ben ook wel eens wakker geworden met iemand naast me in bed die via het raam was binnengekomen, maar niet meer de kracht had om

vervolgens mijn bed uit te gaan.’ ‘Degene die hier het meest via het raam naar binnenkomt is de barman van Barrera’, legt huisgenoot Bart Brink (23, rechten) uit. ‘Dan is hij klaar met werken, staat de muziek te hard om de bel te horen en heeft hij nog zin in een drankje.’ ‘Als toeristen weer op het balkon willen staan om een foto te maken realiseer je je toch weer hoe bijzonder dit huis is’, zegt Brink. Vos: ‘Het originele Leids Manifest hangt hier nog aan de muur, en Erik is zelf ooit nog met Willem-Alexander langsgekomen vanwege een heruitgave van zijn boek. ‘Verder worden we vaak uitgenodigd voor dingen die met de Soldaat van Oranje te maken hebben’, vertelt Brink. ‘Op de première van de musical zijn wij als gastheren in een rokkostuum gehesen

en moesten we een beetje gezellig doen met Beatrix. Er zijn ook studentenverengingen door het hele land die voor hun ontgroening bij ons moeten langskomen.’ Ook de film Soldaat van Oranje (1977) is in het huis opgenomen, en de resten daarvan zijn nog te zien. ‘Er ontbreekt een stuk van de balk van het plafond, omdat daar de camera zat tijdens de opnames’, vertelt huisgenoot Jetse van Helden (20, rechten). ‘In de muur zitten nog steeds schuifdeuren, omdat de camera-crew vanuit de andere kamer zat te filmen.’ Vos: ‘We hoorden van andere huisgenoten dat de bewoners van deze kamers een maand lang bij anderen op hun kamers sliepen. Maar ze zullen wel een schappelijke vergoeding hebben gekregen.’

DOOR VEERLE VAN DER GRACHT


14  Mare · 30 april 2015 Achtergrond

Archeoloog van concentratiekampen: ‘Ik ken elke baksteen van de gaskamers uit mijn hoofd’

XXXX

Zo’n tweehonderdduizend mensen, voornamelijk Joden, gingen Sobibór binnen. Slechts vijftig van hen zouden het overleven.

De Leidse archeoloog Ivar Schute vond de funderingen van de gaskamers van Sobibór, het concentratiekamp waarvan de nazi’s alle sporen wilden uitwissen. ‘Het was een soort lopende band. Mensen werden naakt de Himmelfahrtstrasse ingejaagd.’ Door Vincent Bongers ‘Ik sprak Philip Bialowitz op de fundering van de gaskamers van Sobibór’, zegt Ivar Schute (48). ‘Bialowitz kwam als dertienjarige in het kamp terecht en heeft het als een van de weinigen overleefd. Als Joodse jongen woonde hij in het getto van het Poolse stadje Izbica. Zijn verhaal is ongelooflijk, hij heeft zeker twintig keer de dood in de ogen gekeken.’ Zo stond Bialowitz op de begraafplaats van Izbica voor een vuurpeloton. ‘Hij is toen ontsnapt aan zijn eigen executie, door zich op de grond te laten vallen terwijl hij niet geraakt was.’

Schute studeerde archeologie in Leiden en doet als enige Nederlander graafonderzoek in concentratie- en vernietigingskampen. Eind vorig jaar legde hij de fundering van de gaskamers van het vernietigingskamp bloot. De ontdekking was wereldnieuws. De Duitse televisiezender ARD arrangeerde een ontmoeting tussen de overlevende en de archeoloog. ‘Het was een bizarre bijeenkomst. Een deel van zijn familie was precies op de plek waar we stonden omgekomen. Bialowitz scheerde vrouwen kaal voordat ze de gaskamer in gingen. Maar zelf zag hij de moordplek nooit. Want dat gebouw zien, betekende de dood. Op zo’n moment kun je niet zoveel met woorden. Voor hem was het extreem emotioneel, maar tegelijkertijd was hij heel blij dat de gaskamers nu te zien zijn. Zo wordt het leed enigszins tastbaar voor een nieuwe generatie.’ Schute, die bij de Leidse vestiging van archeologieadviesbureau RAAP werkt, pakt de plattegrond van het kamp erbij. ‘Het was een soort lopende band.’ Hij wijst de

spoorbaan aan. ‘Daar kwamen de transporten binnen.’ Zijn pen schuift iets naar rechts. ‘Hier werden alle spullen ingenomen. Vervolgens werden de mensen naakt de Himmelfahrtstrasse ingejaagd. Dit zijn de gaskamers, daar werden ze vermoord. ‘Het Joodse Sondernkommando, dat waren dwangarbeiders, zorgde voor de verwerking van de lijken.’ De pen blijft rusten bij een terrein dat ongeveer zo groot is als een voetbalveld. ‘Daar werden de lichamen verbrand en in massagraven gedumpt.’ Hij toont ook een afbeelding van de fundamenten van de acht gaskamers. ‘Hierachter is nog een ruimte. Daar stonden de machines die voor de koolmonoxide zorgden.’ De slachtoffers werden gedood met de uitlaatgassen en niet met het gifgas Zyklon B. ‘De lichamen werden naar buiten gebracht, waar de gouden vullingen uit de monden werden gehaald. Volgens getuigen werden die in volle emmers door het kamp gedragen. We vinden ze nog - samen met gebroken tanden en kiezen,

‘Volgens getuigen werden uitgetrokken gouden tanden in emmers door het kamp gedragen. We vinden ze nog, samen met gebroken kiezen’

omdat het verwijderen snel en met het nodige geweld gepaard ging.’ Sobibór was net als Belzec en Treblinka een zogeheten Aktion Reinhard-kamp. ‘Ze verschillen van andere kampen omdat deze drie puur waren ingericht voor vernietiging. Je kwam hier alleen om vermoord te worden. In anderhalf jaar tijd werden in deze kampen 1,7 miljoen mensen gedood, voornamelijk Joden, meestal op de dag van aankomst. ‘De beelden die iedereen kent van concentratiekampen, zijn gemaakt in Auschwitz of BergenBelsen. Er viel niets te filmen in Sobibór. De nazi’s hebben gepoogd alle sporen uit te wissen.’ De archeologen hadden al een

vrij duidelijk idee waar de gaskamers lagen. ‘En we vonden inderdaad de fundering. Ik stond er bovenop toen de eerste resten werden ontdekt. Ik ken elke baksteen van deze gaskamers uit mijn hoofd.’ De oorlog heeft ook zijn familie getekend, zegt hij. ‘Mijn moeder is zwaar getraumatiseerd geraakt door het bombardement op Venlo.’ De Amerikanen bombardeerden in oktober 1944 de bruggen over de Maas, waarbij veel bommen in de stad landden. Er vielen minstens veertig doden. ‘Mijn opa zat in het verzet, is opgepakt en afgevoerd, maar wist ook weer te ontsnappen.’ Maar de echte reden waarom hij dit werk doet: ‘Als jongen vond ik de Ho-


30 april 2015 · Mare  15 Column

Hangertje met Davidsster, uit het kamp voor de Joodse dwangarbeiders.

Gouden vullingen en trouwringen, uit een waterput in Sobibór. De voorwerpen waren van Joodse dwangarbeiders, die ze waarschijnlijk weg gooiden om te voorkomen dat de Nazi’s ze zouden krijgen.

Brilletje, gevonden bij het perron waar de treinen met gevangenen aankwamen.

locaust het moeilijkste verhaal. Ik wilde weten wat er toen is gebeurd.’ Inmiddels staat hij bekend als de ‘Holocaustarcheoloog’. ‘Het bepaalt al jaren mijn leven. Iedereen vraagt er naar. Het is met mij verweven geraakt.’ Het was echter helemaal niet vanzelfsprekend. ‘Pas rond 2008 kwam het besef dat archeologen kunnen bijdragen aan het in kaart brengen van een al veel beschreven periode als de Tweede Wereldoorlog. In 2009 speelde de herinrichting van Kamp Westerbork. We zijn daar toen gaan graven op de vuilstort. In nog geen twaalf vierkante meter troffen we 20.000 voorwerpen aan: schoenen, kunstgebitten, bestek, speelgoed. Die voorwerpen hebben een waanzinnige zeggingskracht. Je komt juwelen tegen met monogrammen. Maar ook gewone dingen maken een enorme indruk. Emotioneel kun je de enorme hoeveelheid slachtoffers niet plaatsen. Deze voorwerpen vormen een intermediair tussen jou en iets wat eigenlijk onbegrijpelijk is.’ Veel materiaal dat in Sobibór is gevonden komt uit Nederland. ‘Westerbork was uiteraard een doorvoerkamp. Toch geeft het een heel vreemd gevoel dat er in Poolse kampen Nederlandse spullen uit de grond komen. Je hebt maar te verwerken wat je aantreft. Accepteer dat je dingen doet en ziet, die je nooit meer kwijt zult raken.’ En ook het feit dat er vier landen meewerken aan het project maakt het niet altijd makkelijk. ‘Nederland, Slowakije, Israël en Polen hebben elk hun eigen ideeën. Sommige dingen kunnen ook niet vanwege de Halacha. Dat zijn Joodse wetten die onder andere voorschrijven hoe je moet omgaan met massagraven. Die mogen op geen enkele manier verstoord worden. Maar Sobibór is een van de grootste massagraven ter wereld. Hoe moet je iets onderzoeken als je niet weet waar het is? De Halacha naast je neerleggen, betekent een bestuurlijke en politieke oorlog. We werken alleen met autorisatie van de Opperrabbijn van Polen. We bepalen aan de hand van geofysische metingen waar de graven zijn en werken daar dan omheen. Dat is niet eenvoudig. Heel het kamp is één groot knekelhuis.’ Op 14 oktober 1943 was er een opstand in het kamp waarbij driehonderd gevangenen, onder wie Bialowitz wisten te ontsnappen. ‘De nazi’s hebben het kamp toen laten afbreken door Joodse dwangarbeiders. Die zijn ook weer vermoord en op hun resten stuit je tijdens het werk. Voor die situatie is een protocol afgesproken met de Opperrabbijn.’ Je raakt op een bepaalde manier gewend aan het werk, aldus Schute. ‘Maar het is natuurlijk niet normaal. Ik was onlangs met een camerateam van het KROprogramma De Reünie in Sobibór. Dat zijn zeer geroutineerde tvmensen, maar die routine waren ze nu even kwijt. Op die momenten realiseer ik mij maar al te goed op welke plek ik ben.’ De aandacht voor oorlogsarcheologie groeit, stelt Schute. ‘Er komen Leidse studenten naar mij toe die er op willen afstuderen.’ In Nederland is er ook nog veel werk te doen. ‘Er liggen ongeveer veertig kampen waar Joden te werk waren gesteld. Werkkamp Diever in de buurt van Westerbork bijvoorbeeld. Of het Kamp De Beetse in het Groningse Westerwolde, waar nog een gebouw van overeind staat. Dat zijn vaak terreinen waar mensen niets van af weten. En die heel eenvoudig volledig kunnen verdwijnen. We moeten goed bekijken wat we met die terreinen willen doen. Het zijn belangrijke hoofdstukken in het verhaal van de Holocaust.’

Kampbewaker Vroeger, toen ik nog alle tijd van de wereld had, was ik compleet verslaafd aan simulatiespelletjes als Theme Hospital en Theme Park. In het pretpark kon je zelf instellen dat de patat extreem zout was, zodat mensen meer drankjes gingen kopen. En hoe heftiger de achtbanen, hoe meer bezoekers. Maar je moest ook schoonmakers inhuren om achter de kotsende kindjes op te ruimen. Allemaal afwegingen die het managen van een winstgevend pretpark of ziekenhuis een leuke uitdaging maakten. Onlangs liet ik me verleiden tot de aankoop van een moderne opvolger. ‘Herleef die glorietijden van vroeger! beloofden de makers. ‘Bouw je eigen gevangenis!’ En het was fantastisch. Binnen vijf minuten had ik een kleine bajes gebouwd, arriveerden er wat gevangenen en leek alles pais en vree. Maar toen moest er een keuken komen. En genoeg koks. En schoonmakers en een psycholoog en vooral heel veel bewakers met honden. Natuurlijk moet er in een beetje gevangenis ook verdiend worden. Voor elke gevangene krijg je geld. Dus: zo groot mogelijk opschalen is het devies. Maar uiteindelijk zit je met een enorme berg gevangenen die niets anders doen dan ruimte innemen. Gelukkig krijg je ook geld voor executies. Dubbel bonus dus, als je iedereen op death row zet. Tot diep in de nacht was ik bezig met het optimaliseren. Fantastisch. Al stel ik me voor dat mijn gevangenen daar anders over dachten. Onlangs, op de eerste echt zonnige dag van het jaar, was ik met mijn oma en een vriendin van haar aan het lunchen. De vriendin memoreerde over hoe ze aan het begin van de oorlog, als peuter nog, in Indonesië woonde. Toen dat werd ingenomen door de Japanners raakte ze gescheiden van haar ouders. Daarna was ze in haar eentje opgegroeid in een Japans concentratiekamp. Uiteindelijk werd ze wonder boven wonder weer herenigd met haar moeder. Maar omdat ze in het kamp alleen Nederlands had leren spreken en haar moeder Koreaans was, konden ze niet met elkaar communiceren. Als klein meisje barstte ze in huilen uit. Ze wilde terug naar het kamp. Een jaar later overleed de moeder aan leukemie. Van mijn eigen familie is het overgrote deel in Auschwitz geëindigd, dus van dit soort verhalen ken ik er genoeg. Onwillekeurig moest ik terugdenken aan mijn eigen gevangenis. Daar heb ik een educatiezaaltje gebouwd, zodat sommige gevangenen zich kunnen bijscholen. Die gaan dan beter opgeleid terug de maatschappij in. Maar de overgrote meerderheid van mijn gevangenen verlaat mijn institutie in een grafkist. Net als mijn familie toentertijd. Ik weet het: Benjamin die opeens de rol van kampbewaker aanneemt, dat is pijnlijk. Moet ik stoppen met spelen? Natuurlijk niet. Het blijft een intellectuele uitdaging. Volgens het spel hebben mijn gevangenen allemaal hun straf verdiend. Het zijn niet eens echte mensen. Ze lijken er wel op, maar als je er zo veel over de kling jaagt zie je uiteindelijk alleen maar getallen. Een beetje zoals met die bootvluchtelingen op de bodem van de Middellandse Zee. Benjamin Sprecher

is promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden


16  Mare · 30 april 2015 Advertentie

Academische Agenda Dhr. A. El Amraoui hoopt op woensdag 6 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘“Authentic Islam”: The Religious Profile of Taqî al-Dîn al-Hilâlî (1893-1987)’. Promotor is Prof.dr. P.S van Koningsveld. Dhr. B. van Heck hoopt op woensdag 6 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Quantum computation with Majorana zero modes in superconducting circuits’. Promotor is Prof.dr. C.W.J. Beenakker. Mw. M.J. Mourik hoopt op woensdag 6 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Imaging Von Willebrand Factor during storage and upon secretion’. Promotoren zijn Prof.dr.ir. A.J. Koster en Prof. dr. H.C.J. Eikenboom. Mw. H.M. Albers hoopt op donderdag 7 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Genetics in juvenile idiopathic arthritis’. Promotoren zijn Prof. dr. R.M. Egeler en Prof.dr. T.W.J. Huizinga. Dhr. R. Karim hoopt op donderdag 7 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Deregulation of innate and adaptive immune responses in human papillomavirus infection and cancer’. Promotoren zijn Prof. dr. S.H. van der Burg en Prof.dr. C.J.M. Melief. Prof.dr.ir. P.M. van Bodegom zal op vrijdag 8 mei een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen met als leeropdracht Environmental Biology. Dhr. M.J. Ruiz Muñoz hoopt op dinsdag 12 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Controlling thought and action: a perspective from khat users and cocaine users’. Promotor is Prof.dr. B. Hommel. Dhr. W.J. Veneman hoopt op dinsdag 12 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Developing systems for high-throughput screening of infectious diseases using zebrafish’. Promotor is Prof.dr. H.P. Spaink. Dhr. L.G. Alberts hoopt op dinsdag 12 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Brouwen aan de Eem’. Promotoren zijn Prof.dr. P.C.M. Hoppenbrouwers en Prof.dr. L. Noordegraaf (UvA). Dhr. E.L. Visser hoopt op dinsdag 12 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Neutrinos From the Milky Way’. Promotor is Prof.dr. M. de Jong. Dhr. J. Zhai hoopt op woensdag 13 mei om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Adaptive Streaming Applications: Analysis and Implementation Models’. Promotor is Prof. dr. E. Deprettere.

STEM! 18 – 22 mei Universiteitsraad Faculteitsraad Dienstraad Studentenraad LUMC

(Studenten) (Personeel en Studenten) (Personeel) (Studenten)

www.stemmen.leidenuniv.nl

Dhr. W. Koole hoopt op woensdag 13 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Microsatellite and G-quadruplex instability in worm, fish and man’. Promotor is Prof.dr. M. Tijsterman. Mw. S.H.P. Peeters hoopt op woensdag 13 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Teaching and quality control in fetoscopic surgery’. Promotor is Prof.dr. D. Oepkes. Dhr. O.D. Bondéelle hoopt op woensdag 13 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Polysémie et structuration du lexique : le cas du wolof’. Promotor is Prof.dr. M.P.G.M. Mous. Mw. M. van Hezewijk hoopt op woensdag 13 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Tailoring follow-up in early breast cancer’. Promotoren zijn Prof.dr. C.A.M. Marijnen en Prof.dr. C.J.H. van de Velde. Mw. H. van den Berg hoopt op dinsdag 19 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘About the importance of an early start with parent-child reading’. Promotoren zijn Prof.dr. A.G. Bus en Prof.dr. D.H. Schram. Mw. O. Ieromina hoopt op dinsdag 19 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Effects of pesticides on aquatic macrofauna in the field’. Promotoren zijn Prof.dr. W.J.G.M. Peijnenburg en Prof.dr. G.R. de Snoo. Dhr. C.P. Schrickx hoopt op dinsdag 19 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Bethlehem in de Bangert’. Promotor is Prof.dr. J.A. Mol. Mw. P.J. de Vos van Steenwijk hoopt op dinsdag 19 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Immunology and Immunotherapy of high grade cervical lesions and cancer’. Promotoren zijn Prof. dr. S.H. van der Burg Prof.dr. G.G. Kenter (CGOA Amsterdam). Mw. A.L.M. Lamberts hoopt op woensdag 20 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Unraveling the surface formation of regular and deuterated water in space’. Promotor is Prof.dr. H.V.J. Linnartz. Dhr. B. Patel hoopt op donderdag 21 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Rechtsgeleerdheid. De titel van het proefschrift is ‘State practice of india and the development of international law: selected areas’. Promotor is Prof.dr. N.J. Schrijver. Dhr. C.J. Stettina hoopt op donderdag 21 mei om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Governance of Innovation Project Management: Necessary and Neglected’. Promotoren zijn Prof.dr. B.R. Katzy en Prof.dr. J. de Vries.

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. LeidenNoord, 23 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 6 met vergoeding van €5 per les. Voortgezet onderwijs, 5 leerlingen Nederlands, economie, Engels, wiskunde, natuurkunde, waarvan 2 met vergoeding van €5 per les. Ook hulp gezocht bij: *Twee jongens, Nederlands, brugklas. *Natuurkunde, scheikunde, 2vmbo. *Engels, Nederlands, 4havo. *Engels, 5vwo. *Wiskunde, rekenen, brugklas vmbo. *NASK, geschiedenis, Engels, 2havo. * Natuur-, scheikunde, 4havo, €5,- per les. *Engels, Nederlands, brugklas atheneum, €5,- per les. * Wis-, natuurkunde, biologie, 4havo. *Geschiedenis, Nederlands, brugklas vmbo. Natuur-, scheikunde, 4vwo, €7 per les. Leiden-Zuid, 10 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs, wiskunde, 2vmbo. Economie, 5vwo. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail:

hdekoomen@owwwleiden.nl. Minder stress, meer plezier en energie in je leven? Yogacentrum De Lindewei biedt dagelijks yoga en meditatie, studentenkorting, English Yoga en antistressconsulten. Meteen instromen kan! Ma5PM, din6PM, woen9AM en 8PM www.studentenyogaleiden.nl/ whatsApp om je direct aan te melden 06 26 71 85 72  Vanaf half mei starten de korte presummer courses Dansen, Schilderen en Toneelspelen bij LAK Cursussen . Inschrijven via www.lakcursussen.nl. Korting voor HSL- en UL-studenten! Doe mee met een focusgroep! Heb jij het naar je zin bij de Universiteit Leiden? Voel je je thuis en word je voldoende gesteund in je studie? Maar zie je ook wat anders en beter kan? De universiteit wil voor alle studenten een prettig (studie)klimaat scheppen dat recht doet aan ieders behoefte. Meld je aan voor een Studentenfocusgroep en denk/praat mee! Iedereen is welkom, je hoeft niet per se tot een bepaalde groep te horen om je voor een focusgroep aan te kunnen melden. 6 mei:  vrouwelijke studenten in een opleiding met veel mannen én andersom 13 mei: studenten met een migrante-

nachtergrond 20 mei: seksuele diversiteit (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender) (English en Nederlands) 27 mei: studenten met een functiebeperking Waar en hoe laat? Studentencentrum Plexus, Kaiserstraat 25 Leiden van 16:00 - 18:00 op genoemde data. Je kunt je aanmelden door te mailen naar diversiteitleidenuniv@ gmail.com en zet daarin voor welke focusgroep je je aanmeldt. Mocht je mee willen doen maar kun je op de betreffende datum niet, mail dan alsnog zodat we je in de toekomst kunnen benaderen. Join a focus group! Do you feel you belong at Leiden University? Do you have enough challenges and support? Are there particular issues that occupy you and are there changes you would like to see? By sharing your opinion and experiences, you can help make your university amore open, inclusive and lively place to be. We, the staff of the Diversity Office, would like to exchange thoughts and ideas with you! Our aim is to have the best possible diversity and inclusivity policy. Anyone who wishes to share ideas is welcome. You don’t necessarily need to be a part of these groups in order to register for that particular group.

If you would like to participate, please register for the focus groups for - i nternational students on 29th May; or - sexual diversity (lesbians, gays, bisexuals and transgender) (English and Dutch)

Bandirah

The focus groups will be from 16:00 – 18:00 hours at Plexus, Kaiserstraat 25, Leiden. You can apply by emailing to diversiteitleidenuniv@gmail.com. Please indicate in the subject box which of the focus groups you would like to attend. If

you would like to participate but are not able to make it on this date, please email anyway! We will keep you updated on future focus groups.


30 april 2015 · Mare

17

Wetenschap

De blijvende sporen bij baby’s uit de Hongerwinter Wie is verwekt tijdens de Hongerwinter heeft vaker suikerziekte en schizofrenie. Tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder paste de afstelling van genen zich aan de honger aan. ‘Met hun DNA kijk je zo terug in de tijd.’ DOOR BART BRAUN Zondag 17 september 1944 zou het geallieerde leger de grote slag slaan. Grond- en luchttroepen rukten vanuit het al bevrijde zuiden van Nederland op. Als de belangrijke bruggen bij Arnhem en Nijmegen ingenomen waren, zaten de Duitsers in West-Nederland als ratten in de val, en lag een tocht naar Berlijn door het Ruhrgebied in het verschiet. De Britten, Amerikanen en Polen stonden klaar, en de Nederlandse regering-in-ballingschap droeg haar steentje bij. Via Radio Oranje had zij de Nederlanders die nog in het bezette gebied woonden opgeroepen tot een spoorwegstaking. Dat zou het moeilijker maken voor de Duitsers om op de geallieerde aanval te reageren. Arnhem bleek letterlijk een brug te ver, het Nederland boven de rivieren bleef bezet door de Duitsers. Wat hun betrof was het payback time voor die staking: alle voedseltransporten naar het westen werden geblokkeerd. De Hongerwinter was begonnen (zie ook pagina 18-19). Op 26 november leverde het officiële rantsoen – vooral brood en aardappelen – minder dan 1000 Kcal per dag op. Het zou nog erger worden: in april 1945 was het dagrantsoen voor een Amsterdammer twee aardappelen, twee sneetjes brood en een halve suikerbiet. Geschatte opbrengst: zo’n 500 Kcal. Ter vergelijking: een volwassen man die matig actief is in ruimtes die wél verwarmd zijn, heeft ongeveer het vijfvoudige nodig. Ongeveer twintigduizend mensen stierven van de honger. De problemen waren nog groter voor degenen die moesten eten voor twee. Zwangere vrouwen vielen af tijdens de zwangerschap, terwijl ze juist aan hoorden te komen. De baby’s die tijdens of vlak na de Hongerwinter geboren werden, hadden een flink lager geboortegewicht. Ook met de baby’s die tijdens de Hongerwinter waren verwekt was iets aan de hand – en wetenschappers zijn nog steeds aan het werk om te ontrafelen wat dat precies is. Veel van de baby’s van toen zijn opgegroeid tot gezonde, gelukkige volwassenen. Maar met de groep als geheel gaat het minder goed dan met hun leeftijdsgenoten van onder de rivieren. Tijdens de jaren zeventig waren al die voormalige baby’s achttien, en moesten de mannen zich melden voor de dienstplicht. Onderdeel daarvan is een medische keuring, waarvan alle gegevens door Defensie zijn bewaard. De late hongerwinterbaby’s waren twee keer zo vaak obees – toen nog een zeldzamer verschijnsel dan nu – als de lading rekruten ervoor of erna. Amerikaan Ezra Susser, de epidemioloog die dat ontdekte, kwam er ook achter dat de late hongerwinterbaby’s – bij wie de hongersnood dus vroeg in de zwangerschap

viel – vaker schizofreen waren. Met hun overgewicht hangt bovendien samen dat ze vaker suikerziekte en hart- en vaatziekten hebben. Die voedseltekorten tijdens de zwangerschap laten blijkbaar hun sporen na in de rest van het leven. ‘Als bioloog wil je dan weten: hoe kan dat?’ vertelt onderzoeker Bas Heijmans van het Leids Universitair Medisch Centrum. ‘Waar zit dat geheugen, welke vorm heeft het?’ Erfelijke eigenschappen liggen vast in de volgorde van het DNA, de manier waarop de nucleotidenbasen – in schooltaal: de A’tjes, T’tjes, C’tjes en G’tjes – precies achter elkaar staan. Een rij van die lettertjes die bij elkaar hoort heet een gen. DNA ligt bij gezonde mensen opgeslagen in 23 paar zogeheten chromosomen: lange opgerolde slierten DNA met allemaal eiwitten ertussen en eromheen.

Amsterdamse kinderen tijdens de Hongerwinter. Foto Emmy Andriesse

Als een moeder hongersnood krijgt terwijl ze zwanger is, verandert dat niets aan de DNA-volgorde van haar kind. Maar er verandert wel iets, dat is duidelijk. Het is een vakgebied dat ‘epigenetica’ heet: alles dat boven de genetica hangt. Waarom kun je eeneiige tweelingen uit elkaar houden, terwijl ze hetzelfde DNA hebben? Waarom zijn de cellen in je lichaam zo anders, terwijl ze genetisch identiek zijn? Wat is de invloed van zwangerschap op de ontwikkeling van het kind? Heijmans: ‘Je kunt het DNA zien als een woordenboek. Alles staat erin, maar het is geen verhaal; daarvoor heb je een auteur nodig. De epigenetica is het besturingssysteem voor het DNA, en bepaalt welk gen wanneer actief moet zijn. Het heeft invloed op die chromosoomeiwitten, en pakt zo stukjes DNA in, of plakt ze af.’ Ook het DNA zelf kan aangepast worden: aan de koppeltjes C en G kan een zogeheten methylgroep vast komen te zitten. Hoe dat dan precies gebeurt, is overigens nog niet duidelijk. Heijmans is gespecialiseerd in die laatste vorm van epigenetica. In 2008 ontdekten hij en zijn collega’s

dat het groeigen IGF2 bij de hongerwinterbaby’s minder methylgroepen had dan bij een controlegroep. Zestig jaar na de Hongerwinter, dus. ‘Het was de eerste keer dat je decennia na de blootstelling nog een afdruk op het DNA kon zien. Je kijkt zestig jaar terug in de tijd. Er zijn wel meer studies waarbij je alle mensen van een geboortejaar volgt, maar dat zijn dan meestal kinderen. Hier kan je zien wat de invloed van de zwangerschap is op ouderdomsziekten.’ Eind vorig jaar publiceerden Heijmans en co een vervolgstudie, waarbij ze niet naar één gen keken, maar naar 1,2 miljoen plekken op het totale DNA. Toen bleek dat er ook genen waren waar juist meer methylgroepen aanzaten. ‘Ik dacht eerst: honger is slecht, dus het leidt tot schade aan het epigenetisch systeem, en dus zit er minder methyl aan de genen. Dat lijkt toch niet zo te werken: je epigenetische informatie is geen slachtoffer van de voedingssituatie, maar past zich er vermoedelijk op aan.’ De aangepaste genen spelen een rol bij de groei van de foetus. ‘Het lijkt erop dat ze zijn aangepast om optimaal te groeien ondanks acute

stress.’ Er is wel gesuggereerd dat het lichaam zich zo programmeert op een toekomst met weinig eten – en dat dat zou verklaren waarom de hongerwinterkinderen later vaker dik werden. Heijmans is sceptisch over dat verhaal. ‘Ik denk dat het een aanpassing is aan de stress, niet aan de toekomst. De voedingssituatie tijdens de zwangerschap is geen goede voorspeller voor de voedingssituatie over twintig jaar.’ De epigeneticus benadrukt wel dat de zwangerschapstress niet

per se een blijvend litteken achterlaat. ‘De veranderingen in je DNA-methylering zijn in principe omkeerbaar, in tegenstelling tot de lettervolgorde van je erfelijk materiaal. We onderzoeken bijvoorbeeld of een gezondere leefstijl epigenetische veranderingen, ontstaan in de baarmoeder, kan herstellen. Je zou dan ook verwachten dat als je kon kijken hoe het DNA van de hongerwinterkinderen er vroeger, korter na de Hongerwinter uitzag, de verschillen nog groter zouden zijn.’

En de volgende generatie? Mogelijk gaan de gevolgen van de Hongerwinter zelfs nog verder: onderzoekers van het AMC ontdekten dat de volwassen kinderen van mannelijke hongerwinterbaby’s gemiddeld vijf kilo zwaarder zijn. De onderzoeksmethode – een schriftelijke enquête onder een paar honderd mensen - was echter verre van overtuigend. In 2014 liet een artikel in Science zien dat het bij muizen zeker is dat de honger een generatie later nog inwerkt als een verhoogd risico op suikerziekte. Maar hoe dat kan? Heijmans: ‘In die muizenstudie zie je dat honger bij de moeder leidt tot een veranderde methylatie bij de jongen. Als die groot worden, zie je die methylatie terug in hun spermacellen – maar niet in de kinderen die daaruit ontstaan. Dat is ook logisch, want als die cel samensmelt met een eicel, wordt alle epigenetische programmering gewist. Allerlei verschillende soorten cellen moeten zich immers uit die ene bevruchte cel kunnen ontwikkelen. ‘Er lijkt iets te gebeuren, maar hoe het werkt is een tweede. Het muizenonderzoek loopt hier voor op de studies bij mensen. In elk geval is er genoeg aanleiding om benieuwd te zijn naar de volgende generatie. Dat onderzoek gaan we ook doen, al acht ik de kans op een groot effect klein.’


18

Mare · 30 april 2015

Achtergrond

Het hongerwinterdieet: een week leven op bloembollen Hoe verliep de Leidse Hongerwinter? En hoe voelt het om zelf uitsluitend bloembollen te eten? Mare nam de proef op de som en ging een week op hongerwinterdieet. ‘Vliegtuigen die schieten, dat hield me bezig tijdens de oorlog’, vertelt gepensioneerd tekenleraar Ruud van der Loos (78). Terwijl zijn kleinkind op de grond met een houten treintje speelt, laat hij zijn tekeningen van toen zien: een beschieting op een trein. Van der Loos maakte de oorlog in Leiden mee als kind en tekende wat hij zag. Slechts flarden herinnert hij zich van zijn jeugd. Die schietende jachtvliegtuigen over de stad, de hulzen in de straat, het schuilen in de keuken, hoe zijn Joodse buurjongen ineens verdween, hoe zijn neef onderdook, de buren die fout waren en de waterige soep uit de gaarkeukens. Maar hij ziet zichzelf niet als slachtoffer, want

DOOR AUKE-FLORIAN HIEMSTRA

van de vreselijkste dingen werd hij door zijn ouders afgeschermd. Echt honger geleden heeft hij niet. ‘Mensen waren allemaal op zoek naar eten, maar mijn vader had connecties met boeren in Zoeterwoude. Daar haalde hij eten. Dat was niet iets dat je gewoon in je fietstas stopte. Hij verstopte het in zijn jas.’ Zijn vader maakte kaas, flessen melk en soms zelfs spek buit. ‘Maar aan het eind van de winter aten we wel bollen, en van de bieten maakten we stroop.’ ‘De verhalen kennen we allemaal’, zegt Leids historicus en voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Hans Blom. ‘Er was niet genoeg en wat er was, was smerige troep.’ Volgens zijn moeder behoorden suikerbiet en tulpenbol tot Bloms eerste woorden. ‘Mensen deden van alles om aan voedsel te komen. Ongetwijfeld aten ze katten en honden, en ratten. Schijnt heerlijk te zijn trouwens.’ Maar hoe groter de stad, hoe groter de problemen. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hadden

Een groep mannen trekt tijdens de Hongerwinter met een handkar over het platteland. ‘Iedereen was op zoek naar eten’, aldus Hans Blom. ‘Mijn vader had connecties met boeren in Zoeterwoude.’

het net een slag zwaarder dan Gouda, Delft, of Haarlem en Leiden, omdat deze steden meer contact hadden met het omliggende platteland. ‘Contacten konden het verschil maken’, stelt Blom, want eten kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Pas tegen het eind van de oorlog waren er droppings. Het Zweedse wittebrood kwam niet per vliegtuig. ‘Dat is een mythe’, aldus Blom. Toen de honger het grootst was, meerde er in Delfzijl een schip aan met Zweeds meel dat uiteindelijk ook Leiden bereikte. Bakkers maakten er brood van, dat met margarine gratis uitgedeeld werd: een icoon van de Hongerwinter. Dit moet een onvergetelijk moment geweest, zegt Blom. Het was de oppepper waardoor men het vol kon houden tot het eind van de oorlog, tot de ‘zomer vol feesten’. Na de bevrijding kwam de toestroom van voedsel pas heel geleidelijk weer op gang. De schaarste bleef nog een flinke tijd: pas in 1950 was alles van de bon. ‘De smaak van bloembollen blijft je bij’, zegt Van der Loos – en is net als de oorlog iets dat hij niet snel vergeet.

‘Aan het eind van de winter aten we bollen, en van bieten maakten we stroop’


30 april 2015 · Mare

Maandag Startgewicht: 94 kg

.

en neem meteen de bak bloembollen jn bed uit, graai in mi p sta len, maar al Ik val at. te ga e er me De wekk De eerste hap lijkt n. ete oon gew , ken ai en zurig. een hap. Niet naden r ik het doorslik. Ta k ik moet kauwen voo vaa hoe me ik eer snel realis e cruesli was Ik eet er twee. niet de gebruikelijk mijn maag dat het ook rkt ken. Voordat me g keu da de de Gedurende middag ben ik al in Aan het eind van de t bollen is. wa n ik ete t ok ko éch n en, gee en za’s in de oven schuiv piz e end erin? Ik ak zit sm t oer wa huisgenoten jal t op aardappel. Maar llen en bollenchips. Het lijk ebo rt oli , soo len een bol tot he ze ssc en bak ogle begint over Bo Go ar ma ’, bol pen tul google ‘calorieën likken. spieren af. zo meer. Snel wegk n breek ik juist mijn Als ik niet blijf traine hebben een We is. thu ik m ko Door naar de fitness. t n sporten. Uitgepu jve bli ik atisme et tom mo au n, t Ui ka Zolang ik ral zakken chips. ik me als we zijn, liggen ove enk l bed Gu . eds nd ste avo ar eer ma pit ps, hos richting een zak chi r kee r paa een nd gaat mijn ha g. maakt me chagrijni haverwege. De honger

Woensdag

n heb ik men friendzonen? Da isje mij even direct ko maag over de e leg een t me Kan dat éne leuke me ts fie . Ik men. t zou heel fijn zijn nu pand etensgeuren ko geen zin in eten. Da lekker! Alsof uit elk r hie het kt IK ! rui t AA wa wil, ‘JA Breestraat. Man, rme chocolademelk ; agt iemand of ik wa zoek. Ik drink water aan cht wa Op de universiteit vra ver g lan een bij als l nen vee bin ren e geu WIL!’ schreeuw ik van chocolade. Ik ruik all hij uitademt, ruik ik hij niet. Elke keer als eming is scherper. elijk af. Calorieën intenser. Mijn waarn sporten me niet makk het at ga n ete der Ik weeg zeker Na een dag zon logistieke problemen. rdt niks toegevoegd: wo er staan, ar en ma tijd en al ijn het verdw afwas. Ik had ‘s Avonds doe ik de jes cruesli. bak e leg l vee al drie kilo minder. Zo . e tijd lt als van een ander restanten van een hele stapel. Het voe die vergane glorie. De Al je. ord jtb tbi on . ten ege opg Borden vol pasta. Een otieloos geluksmomenten. Em ondergewaardeerde

Dinsdag

l n ze op een houtkache bollen. Vroeger werde em blo n ar tie ma ik ik, eet bu er slikk ntje in mijn Als een ware bolletjes rd ik niet van het tui de oven. Gelukkig wo Op Facebook scroll ik . zie n ete ral gelegd, ik bak ze in ove t me op dat ik ineens val t He . r de stad zie ik alle nen doo bin t nd je hebt wa kamer binnen. Fietse jn mi nd ete ijd al zoveel mt ko shalte. Waren er alt langs eten. Iemand tis’, schreeuwt elke bu gra za piz e eed ‘Tw . restaurantjes hoofd. imert in mijn achter tegen een huisgenoot eettentjes? Honger slu d etenstijd en klaag ron ht dic ie fus de van r s je écht honger hebt deu ‘al de Thuis gooi ik ger’ krijg ik terug, hon te éch n gee t zal me s du heb je eet ik verder niks. Da over de bollen. ‘Dan heeft gelijk. Die dag hij , in ik me beg ik , heb enk en bed – eet je alles.’ Shit ik binnenkort tentam nning, bezig blijven. Alsof spa e ik: k end den ijd , sn ing De . leid leren. Af k ik een detective men. Ondertussen kij l belangrijker: wat mijn kamer op te rui r doen me niks. Vee hoo ver e tig hef het en lijk slaat toe. Niemand het nd van de vondst e op tafel en niema cak lve ha een aar of het t zom Niemand proeft - als eten ze daar? Er lig zen. Niemand hapt. kie n Ik kwel zij e? ter cak ach van en t propt de plakk uden detectives nie heb zin in cake. Ho ens het Ik tijd is! ijd l alt iaa ik ter jt ma tbi tie on decora gesproken rnaal, maar normaal v-effect in actie. mezelf. Dan maar jou al kermen; het Pavlo ag ma jn mi t doe e un int beg de n lee Al nieuws.

Donderdag

ht in warm is, voel me lic kippenvel terwijl het heb is niet Ik er. Dit . kk rik wa sch ik Trillend word me vasthouden. Ik oomt . Als ik opsta moet ik str lig nd ize mo du jn en mi fd en hoo mijn stap binnen supermarkt. Ik zet een n wild in het goed. Ik ga naar de lekkere geuren worde De en. kk sli te p eno teg t grond, wil nie at de ar zow t na k val vol. Er odafdeling. Ik kij rf niet langs de bro rond gepompt. Ik du n. g het massa-eten niet alle schappen zie Dat was op donderda tje soep. Erwtensoep. bee in eën, maar bij lange kle ori cal een r pak paa Ik werd uitgedeeld. Een ter win ger hon g uit hun vetbol. dse da dat in de Lei raam eten de hele het r voo els vog ts De . heb ik afleiding maar plo na niet wat ik nodig studentenfeest zoek een Op d . an ren ite Iem r. irr te me ka Het begint me andere kant van de ik ruik de cake aan de geven. Onbewust tel rge doo eet iedereen chips. Ik n rde wo es otj lno rre Bo n. zij ies wn plak.’ zegt dat er ook bro joh - neem een vierde tegenover me eet. ‘Ja hoeveel cake de man

Vrijdag

ts door de snelling op mijn fie schiet ik in vijfde ver aal rm erhaupt de No üb p. ik t sla da me l Ik voe aar. Ik ben opgelucht zw zo net al e eed loop ik de tw at stad, nu voelt de den. Na één appara al moe na het omkle ben ar o kwijt en ma kil f al, vij ha er ol sportscho t meer: ik ben zek ken mijn lichaam nie zaal weer uit. Ik her jaardag. Op zoek heb geen kracht. Utrecht voor een ver zelf in de trein naar me ik s komt iemand hij g we nd ug avo ter Die de mensen. Op de ten vre et fri der st. Geniet die zon naar een coupé ter elkaar wegschran twee hamburgers ach die het fysiek vol ten zit om al me nta ver me tegeno Al een week vecht ik ? van t éch l we . ‘Honger? Hij er hamburgerman bebloede dode meeuw t me een foto van een app end vri Een . te houden edenkers. liet.’ Fijn, zulke me ligt naast de Hoogv

Zaterdag

siëren over n. Huisgenoten discus vijfde dag zonder ete jn eruit. Ik mi ts na nie er n, kk eri wa ts Ik word od niet zo hoog; nie no de is j mi rm zwaar Bij . eno alt de wie er wc-papier ha zins slingerend, in in te trappen. Enigs in. beg me en alt ts ha fie en jn ere mi kruip op een boerderij. Ied snelling rijd ik naar r later sta ik uu r paa Een . rtje aanvoelende eerste ver half uu Google Maps was een klein stukje kaas De tijdsindicatie van een paar eieren en een lk, me ik ar wa e oud rw ete ei. Plots is er Zo een in ik erf bak een is op nke happen en thu fli t wa ik m tot irritatie nee top as koop. Uit de ka fd die continu, non-s stem in je achterhoo de bank, Die op fd. oon hoo jn gew mi ik in zit rust delijk zijn bek. Uren ein dt hou t, uw ree toe om eten sch het voelt fijn.

Zondag

ags eet ik nog eens om. s’ Midd te slapen. Ik draai me ijk zal? Ik gel n mo ete g er lan we zo ik Ik probeer t is het eerste dat d snel zit ik vol. Wa maal wordt sen ste ras eer jn Ver mi ei. ar een Ma er we chocolade. cruesli, muffins en zijn gedaan, haal aardappeltoefjes, rm. De boodschappen eno is ger hon De e. rin rga ben oprecht ma Ik t me op? d we roo en witteb t honger: waar wacht heb je en ar da ut check ik tas nu ze zitten in die jarig ben. Om de mi tig. Alsof ik straks ach in de hand uw am zen erh en bot nen jn gespan zijn slopend. Met mi ten nu mi e tst met boter, laa hoe laat het is. De neem mijn hap. Brood klok verspringt, ik De is. het smaakt 0 en , 0:0 rijd het bev tot wacht ik rest smaakte. Ik ben de hoe an ga na je het is als taart. Kan goddelijk. Eindgewicht: 88 kil

o

f. dr. Hanno Pijl, en lichaam’, ver telt pro je r voo s es str t en ‘Honger betek Medisch Centrum. t Leids Universitair fs. Het klinkt docrinoloog van he voor je, gunstig zel t ch sle t nie is er ng ho dingen in je ek we nte ‘Maar een beuren interessa ntuïtief, maar er ge voor toxius od sm ing dig de misschien contra-i llen gaan in een ver ce honger De st. van va s je de rio als lichaam rhaaldelijk pe schadigingen. Bij he ten. iek atz va en nes, straling en be rtha en j op kanker, diabetes en daar zuren bij vri heb je minder kans je vet verbrandt, kom rs s ike du su en bb van he ats ‘Als je in pla satie. Hongerstakers en op je hongersen die een effect hebb er.’ n week vaslang niet alt ijd hong maar langer dan ee dagen zonder eten, duizenden erd nd ho en dd ha Een mens kan veertig In de Hongerwinter er. me t, vult Pijl d gs zon an ge , t kou nie ten is En dan nog stress, er. ng ho ng nla de mensen maan en l tussen zieke mens aan. erervaring zou je vee int erw ng ho e n.’ iem ‘Voor de ult ziekte op te vange en toe een infectie moeten lopen, om af

19


20

Mare 路 30 april 2015

Achtergrond

Mare 28 (38)  
Mare 28 (38)  

Leids universitair weekblad Mare (oorlogseditie)

Advertisement