Page 1

8 mei 2014 37ste Jaargang • nr. 28

“Het corso uitstellen léék een goed idee” Pagina 15

ICT, kantines en ‘het wervingscircus’: de universiteit stemt.

De muziekpiemels, de doolhof-vagina en andere curieuze genitaliën

‘Over water lopen is heel clean,’ aldus illusionist Victor Mids

Pagina 6-7

Pagina 8-9

Pagina 11

Effe lekker rellen Studentenuitje: een middagje matten tegen de ME Foto´s Taco van der Eb

Vrijwillig vechten tegen ME’ers in opleiding is een populair uitstapje onder studenten. Mare ging mee met de studentensurfvereniging Plankenkoorts. ‘Verdomme jongens, niet wegrennen! We zijn toch geen mietjes?’ DOOR PETRA MEIJER Thijs (26, luchtvaarttechnologie) wrijft een paar keer over zijn neus. ‘Ik denk nog steeds dat hij vorig jaar gebroken is’, vertelt hij de andere leden van surfvereniging Plankenkoorts. De jongens zitten in de trein naar de poli-

tieacademie in Ossendrecht, om een potje te rellen tegen de ME. ‘Heerlijk toch, om eens per jaar al je agressie en frustratie kwijt te kunnen. Maar de echt lompe gasten stappen in bij Schiedam.’ Even later betreden architecten Leander Rispens (29) en Anton Mamedov (26) de trein. ‘Ahh, daar hebben we de andere relbazen’, zegt Rispens, terwijl hij zijn maten de hand schudt. Omdat Rispens al vier keer eerder tegen de ME geknokt heeft, neemt hij dankbaar de taak op zich om sterke verhalen te vertellen. ‘Je bent daar voor vijftig procent in gevecht met jezelf, en voor vijftig

procent in gevecht met die gasten. Als de ME’ers uitvallen, wil je blijven staan, maar je voeten beginnen vanzelf met rennen.’ Terwijl Cas Esbach en Yannick Macken alvast een blikje bier opentrekken worden de strategieën doorgenomen. Rispens: ‘Laten we eerlijk zijn. We zijn geen F-Side. We hebben geen cocaïne, en geen messen, dus we moeten het tactisch aanpakken. Ik stel voor dat we de houten blokjes eerst op de helmen gooien. Als iemand het codewoord Harry Potter roept, mikken we in één keer op hun enkels. Of we gaan met zijn allen op de kleinste. Had-

den we maar wat meisjes. Dan konden ze flashen.’ Het is ook leuk om ze aan het lachen te maken. We kunnen belachelijke scheldwoorden gebruiken: “Jij belhamel, schavuit!” Of complimenten schreeuwen in plaats van beledigingen. “Jouw moeder is echt een hele mooie vrouw. Wat een geweldig beroep heb jij. Later wil ik ook zo worden.”’ Op station Bergen op Zoom worden de studenten opgehaald door een speciale bus, die ze naar de academie brengt. Even wordt: ‘Hey buschauffeur, we gaan je busje slopen’ ingezet, maar dat blijkt al snel te flauw.

Aangekomen bij de politieacademie krijgen de jongens een lunchpakket, een helm en een korte briefing. ‘Een gedoseerde tik is eigenlijk een harde slag, dus reageer ook zo. Ga weg en ga een andere ME’er klieren. Ga je niet weg, dan schat ik zo in dat na twee zachte tikken de derde tik een andere intensiteit zal hebben’, zegt instructeur Peter. ‘Gedraag je verder zoals je je thuis gedraagt. Niet schelden, niet wildplassen, geen racistische opmerkingen. De eerste twee zaken doe je alleen als wij het je vragen.’ > Lees verder op pagina 13

Advertentie

Het zweetkamertje Geschiedenis valt uit elkaar gaat op de schop Inzamelingsactie om de hand-tekeningenmuur te restaureren. ‘Hans Worst moet geretoucheerd.’

A LA CARTE DAGELIJKS VANAF 17.00 UUR Lunch woens/zond vanaf 12.30 uur, menu’s vanaf € 19,50 Diner dagelijks vanaf 17.00 uur, menu’s vanaf € 27,50 ***

AFSTUDEER ARRANGEMENT

Studenten krijgen straks minder keuzeruimte. ‘Dat is niet dramatisch, wel jammer’

Bubbel en amuse, menu en wijn, all-in € 39,50 p.p. ***

IENS RESTAURANTWEEK

Pagina 5

Pagina 4

Bandirah Pagina 16

Bij mooi weer op ons parkterras t/m 18 mei a.s. op reservering! 3-gangen surprisemenu € 27,50 p.p.

mare-prentenkabinet 140502.indd 1

Kloksteeg 25, LEIDEN (t.o Pieterskerk) 071-5126666 of www.prentenkabinet.nl

02-05-14 12:28


2  Mare · 8 mei 2014 Geen commentaar

Stop het uitwringen! Het hek van het Academiegebouw glimt in de zon. De muren van het bolwerk van de vrijheid lijken sterker dan ooit, een fort dat al eeuwen een vrijplaats is voor denkers van over de hele wereld. Een plek waar het vergaren van kennis belangrijker is dan rendementscijfers. Maar wie door de glimmende façade van de universitaire gebouwen heen prikt en achter de schermen durft te kijken, ziet een sinister schouwspel. Door de gangen sloffen studenten. Ze zijn op weg naar hun zoveelste verplichte college waar de docent stone cabagge Engels uitbraakt. Want vanwege de internationalisering is dat de enige taal die nog gesproken mag worden. Op de bul is het Latijn inmiddels verdwenen. De studenten worden 24 uur per dag in de gaten gehouden. Studieadviseurs staren naar de monitors en noteren alles. De kleinste afwijking van wenselijk gedrag wordt genoteerd. Heel af en toe spreken studenten met gedempte toon en met veel eerbied over gezelligheidsverenigingen van vroeger. Die bestaan inmiddels niet meer want er is geen tijd voor extra-curriculaire activiteiten. In het universitair sportcentrum worden alleen nog maar tentamens afgenomen. De cijfers van die tentamens vervallen overigens al razendsnel. Studenten die een beetje achterblijven, wordt de deur gewezen. Terwijl toeristen op de terrassen rosé wegslobberen, buigt een docent zich over een grote stapel papieren. Elk jaar zijn er weer meer BSA-dossiers om te beoordelen en worden de eisen aan studenten strenger. Ergens in de hoek staat een doos. Het met een marker aangebrachte woord ‘onderzoek’ is nog net leesbaar onder de dikke laag stof. Dit lijkt een gitzwarte toekomstvisie, maar deze fantasie had zonder de medezeggenschap al realiteit kunnen zijn. Tegenover de door de Haagse politiek ingegeven drang van het college van bestuur om rendementen te verhogen, moeten medewerkers en studenten staan die afremmen en bijsturen. Om zo te zorgen dat de academie niet tot de laatste druppel wordt uitgewrongen. De universiteitsraad slaagde er de afgelopen jaren in om de BSA-eisen die het college voor ogen had, wat af te zwakken. Het Latijn op de bul werd behouden. Verder lijkt het nu eindelijk te gaan lukken om het matige Engels van docenten aan te pakken. Ook zorgde de raad ervoor dat tentamencijfers minimaal vier jaar geldig blijven en wordt de agenda van medewerkers in augustus niet helemaal dichtgetimmerd waardoor zij nog enig zicht op vakantie en tijd voor onderzoek behouden. Ook op facultair niveau speelt de medezeggenschap een grote rol. Bij Geesteswetenschappen wist de faculteitsraad bijvoorbeeld Frans, Italiaans en Duits als aparte studies te behouden. Bij Rechten gaf de raad mede vorm aan het nieuwe bachelorprogramma. Studenten en medewerkers kunnen de kracht van de medezeggenschap versterken door tijdens de universitaire verkiezingen massaal te gaan stemmen. Vorig jaar was het opkomstpercentage bij de studenten 23 procent. De medewerkers, die om de twee jaar stemmen, deden het met 30 procent in 2012 niet veel beter. Het college zal niet onder de indruk zijn van deze getallen en dat verzwakt de raad. Dus ga volgende week stemmen, en zorg ervoor dat er achter de fraaie façade van de academie iets moois blijft bestaan. Door Vincent Bongers

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden

De universitaire verkiezingen zijn van maandag 12 tot vrijdag 16 mei.

Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer.7@umail.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Masha Rademakers (stagiaire) rademakersmasha@gmail.com Medewerkers

Emma Anbeek van der Meijden • Talitha Dehaene • Tim Meijer • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • R. Donkersloot • G. Drijer • K. Innemee • D. Jacobs • mr. F.E. Jensma • S.K. Kerkhof • C. van Leeuwen • dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Zweetparels De nek van de Amerikaan is zo dik dat zijn sleutelkoord een halsband is geworden. Zilte zweettranen kronkelen langs zijn opgezwollen aderen. ‘So, in conclusion, I guess we can state that the appeal to humor is always a fallacy, which would mean the surplus of my talk has been a breach of a fundamental rule of critical discussions – I hope you enjoyed it nonetheless.’ Iedereen lacht en stroomt de zaal uit. Mijn benen maken een zuigend geluid als ik opsta, alsof ze de bezwete stoel onder mij gedag zoenen. Mijn zoute rug prikt onder de enige nette zomerkleren die ik heb: zwart, van knie tot schouder. Eindelijk zie ik daar mijn docenten. Ik loop met bonzend hart en aan elkaar plakkende benen naar ze toe. Ze schuiven een stoel voor me aan. We praten nonchalant over lezingen die mijn geest ver te boven gaan. Als de ene docent even later met een Canadese geleerde praat, richt ik me tot de andere docent. “Zeg, jij hebt toch elk jaar een andere student-assistent? Ik wil dat wel graag zijn, komend academisch jaar.” Ik ben op de heetste dag van de hittegolf in 2010 naar een internationaal argumentatiecongres gegaan, omdat ik de assistent wil worden van mijn favoriete docenten. Een student-assistent wordt uitgekozen op basis van uitstekende cijfers en onbesproken gedrag. Ik wist zeker dat mijn naam niet vanzelf naar boven zou borrelen bij het bespreken van een nieuwe assistent. Dus ben ik hier, in plaats van met koude ijsthee en mijn tenen in het zand, om te laten merken hoe ambitieus en hardwerkend ik wel niet ben. Mijn docent moet lachen: “Oh ja, dat is wel een goed idee. Nou, stuur maar je cv, dan laat ik het je weten.” En ik kreeg de baan. Het eerste halfjaar dacht ik dat het

een vergissing was, dat ik elk moment door de mand kon vallen. Toch was ik zo trots dat ik een naambordje voor mezelf naast de deur maakte op een post-it, waar men een beetje om moest lachen. Na een paar maanden riep één van de docenten nonchalant vanaf haar kantoor naar het mijne: “Oh ja trouwens, je contract is verlengd.” Toen ik nog klein en schattig was, en ‘schrijveres’ dan wel dichteres wilde worden, dacht ik altijd dat het succes zo zou beginnen: ik was een boek aan het schrijven, een uitgever liep langs mijn raam, wierp een blik naar binnen, sloeg met zijn vuist op mijn vensterbank en riep: “Geweldig! Dit gaan we onmiddellijk uitgeven!” Ik was goed met taal, las, schreef en tekende veel, maar was heel erg verlegen. Dat ik per ongeluk ontdekt zou worden, was dus vooral een praktische hoop. Toch stond ik een paar jaar later als vijftienjarige een winnend gedicht voor te dragen in een zaal met 800 luisteraars. Vanaf toen nam ik me voor: ik ga dus nooit meer spijt krijgen van dingen die ik niet heb gedaan. Ooit zei ik tegen een filmmaker die ik bewonderde: “Volgens mij heb je het heel druk. Je hebt een assistent nodig: mij.” Een halfjaar heb ik voor hem geschreven en onderzoek gedaan, en dat was nooit gebeurd als ik niet zo’n boud voorstel had gedaa. Ik spreek teveel mensen die zeggen dat ze dit en dat wel zouden willen doen, maar dat anderen beter zijn. Zonde. Trots op jezelf word je alleen als je hard werkt, enge grote stappen maakt, en in sommige gevallen, docenten hebt die je een kans geven. Emma Anbeek van der Meijden is masterstudent taalbeheersing


8 mei 2014 · Mare 3 Mensen

De verkrachting van heilige grond Leidse conferentie over de ingrijpende gevolgen van mijnbouw

Diamantmijnwerkers in Zuid-Afrika. Om te voorkomen dat mijnwerkers diamanten de mijn uit smokkelen, werden ze naakt gecontroleerd. Het was echter niet alleen de hel; er werd ook geld verdiend.

De zucht naar goud en diamanten zorgt voor conflicten met Indianen in Amerika en moderniseerde Afrikaanse dorpen. Door Vincent Bongers ‘Het gaat om het delven van gouddeeltjes die met het blote oog niet eens zijn te zien. Die extractie van die microstukjes gebeurt met allerlei gevaarlijke chemicaliën, zoals bijvoorbeeld cyanide. Sommige van de pits zijn kilometers breed en enorm diep. Dus je hebt niet echt veel voorstellingsvermogen nodig om te zien hoe groot de schade door open pit mining aan het land is’, zegt antropoloog Ryan

Morini die promoveert aan de University of Florida. Hij doet onderzoek naar de moeizame relatie tussen de Western Shoshone Indianen in de Amerikaanse staat Nevada en Barrick Gold, het grootste mijnbedrijf ter wereld. Morini is een van de sprekers op een conferentie over het dubieuze beleid van mijnbouwbedrijven, die op 8 en 9 mei in Leiden wordt gehouden. ‘De mijnbouwers pompen op grote schaal water weg om die gaten te graven. Dat heeft gevolgen voor de omgeving van de mijnen. Daarnaast is er schade aan wat voor de stam heilige grond is. Al deze zaken leiden tot protesten.’ De Western Shoshone claimen

een gedeelte van het grondgebied van de staten Nevada, Idaho, Utah en Californië. Het gaat om land dat hen in de negentiende eeuw is afgenomen. De Indianen zijn in een ingewikkelde juridische strijd verwikkeld met de federale overheid om het terug te krijgen. Inmiddels vindt in Nevada op grote schaal mijnbouw plaats maar de stam deelt niet mee in de opbrengsten. Wel houdt Barrick Gold sinds 2006 zogeheten dialogue sessions met de Western Shoshone. ‘Het bedrijf betaalt opleidingen voor studenten, investeert in infrastructuur en voorzieningen voor ouderen en kinderen. Het bedrijf probeert de stam zo gunstig te stemmen.’

De meningen over de dialogen lopen scherp uiteen onder de stamleden. ‘Veel Western Shoshone zijn echt tegen de mijnen. Maar ze zijn ook realistisch en zeggen: “De mijnbouw is tijdelijk. Als de grond uitgeput is, vertrekt Barrick Gold weer en hebben we niets. Dus we moeten nu profiteren.” Ik heb een vriend die Shoshone is. Hij vindt het graven van de pits verkrachting van heilige grond. Toch voert hij in opdracht van de leiders van zijn stam onderhandelingen met een mijnbouwbedrijf om geld van ze los te krijgen.’ Ook in Afrika heeft de mijnbouw ingrijpende gevolgen. Jan-Bart Gewald, hoogleraar Zuidelijk Afrikaanse geschiedenis in Leiden, doet onder andere onderzoek naar de migratiestromen die op gang zijn gekomen door grootschalige mijnbouw in Zuid-Afrika. ‘Er was begin twintigste eeuw een schreeuwend tekort aan mijnwerkers in Zuid-Afrika. De mijnbouwmaatschappijen besloten toen een recruteringsorganisatie op te richten: de Witwatersrand Native Labour Association. Deze organisatie had na de Tweede Wereldoorlog een eigen luchtvaartmaatschappij en er werden arbeiders van allerlei plekken in centraal Afrika naar Francistown in Botswana gevlogen. Daarvandaan gingen ze met de trein verder naar Johannesburg en kwamen ze bijvoorbeeld in de inmiddels gesloten diamantmijn in Kimberley werken Ze hebben op deze manier miljoenen mijnwerkers vervoerd.’ De arbeiders kwamen voordat ze in Zuid-Afrika gingen werken eerst terecht in Katima Mulilo, een stad in Namibië op de grens met Zambia. ‘Daar was vroeger een kamp

voor rekruten, daar waren er veel meer van. Op het moment dat ze daar aankwamen vielen ze volledig onder Zuid-Afrikaanse wetgeving. Ze kregen daar dekens, kleding en schoenen. Dat was zeker in de begintijd al redelijk bijzonder voor een groot deel van de mijnwerkers. Ze werden medisch gekeurd en verder vervoerd naar de mijnen. Ik heb ook mijnwerkers gesproken die om allerlei redenen in Katima Mulilo zijn blijven hangen. Ik wil graag meer onderzoek doen naar de kampen.’ Ook bij de mijnen zelf waren kampementen. ‘Dat waren gewoon gevangenissen. Rond het terrein stond een geëlektrificeerd hek en alleen met een speciale pas kon je het kamp uit. De omstandigheden waren heel zwaar. In bepaalde mijnen werd er twee kilometer onder de grond gewerkt, en dat in een temperatuur van 45 graden en met een luchtvochtigheid van 80 procent. Om diefstal te voorkomen in diamantmijnen werden de mijnwerkers scherp gecontroleerd. ‘Zij moesten zich naakt onderwerpen aan inspecties, zelfs de voetzolen werden bekeken want het kwam voor dat de arbeiders daar gaatjes in sneden om diamantjes in te stoppen. Maar het was niet alleen de hel. Er werd geld verdiend. Mensen die niet naar Zuid-Afrika vertrokken, bleven vrijwel in hun nakie leven en waren bewapend met stokken. De mannen die terugkeren als hun contract is afgelopen hebben geweren en dragen westerse kleding en hoeden. Het werd ook als een rite of passage gezien. Je ging er als jongen heen en kwam als geslaagde man terug in je geboortedorp.’

Frutti di Mare

Massaslachting in blauw en rood Door Petra Meijer ‘Mijn moeder is een knutselgeit. Zij heeft de kaartjes voor het Levend Stratego gemaakt. In plaats van de bom, de sergeant en de maarschalk, hebben wij de bulldozer, de neanderthaler, de Romein en de Azteek’, zegt Fenno Nooij (20) van studievereniging Terra van archeologie, terwijl hij een paar schattig getekende kaartjes laat zien. Twee weken lang heerst er hevige paranoia onder de archeologen. De Scharlaken rovers (team rood) nemen het op tegen ‘50 shades of blue thunder’ (team blauw). De Leidse binnenstad is het strijdtoneel, en alleen in winkels en universiteitsgebouwen zijn de studenten veilig. ‘Eigenlijk beheerst het ons hele leven. Elke toerist met een blauw shirt is ineens een tegenstander en elk Albert Heijn tasje lijkt een blauwe vlag. Ik reageer ook panisch op het geluid van rennende voetstappen. Als er een jogger op me afkomt, ga ik automatisch meerennen’, zegt Dinja Voeten (21, rood). ‘Vriendschappen worden ook elk jaar zwaar op de proef gesteld. We hebben de verdeling van vorig jaar als uitgangspunt genomen. Je kunt niet iemand die vorig jaar in rood zat, dit jaar zomaar in blauw zetten. Daar zijn nogal nationalistische gevoelens over’, aldus Nooij. Beide teams zitten in de kamer van hun studievereniging Terra. ‘Dit is Zwitserland, maar we blijven elkaar wel boos aankijken’, zegt Andy Warners (26, blauw). Samen met Kirsten Grothe

(22, blauw) en Tim Beerens (21, blauw) smeert hij blauwe schmink op de wangen. Daarna verlaat het drietal het Terrahok. Het doel van de kruistocht? Het vinden van de vlag, én een enigszins geregisseerde ontmoeting met de tegenstander bij de Pieterskerk. Daar blijkt het rode team nergens te bekennen. ‘Dit is nou typisch team rood. Wat een mietjes’, schampert Grothe. Als er vier rode teamleden verschijnen, zoekt blauw zijn toevlucht tot smalle steegjes. Ineens staan ze in een klein hofje. Een oude, halfblinde man zit er op een stoel in de zon en kijkt verbaasd om zich heen als de blauw geschminkte studenten voorbij stormen. Terug bij de kerk worden er wat uitdagende appjes gestuurd. Even later verschijnt er een flinke groep Scharlaken rovers. De teams staan even vertwijfeld tegenover elkaar. ‘Kom dan pussies!’, roept Grothe. Dan zet rood de aanval in. De groepen vallen uiteen en al snel is bijna iedereen dood. Verderop heeft Grothe haar toevlucht gezocht tot tweedehandskledingwinkel Appel en Ei. De winkels zijn veilig gebied, maar pal voor de deur wachten Diantha Boerboom (20, rood) en Jasper Boelsma (19, rood) haar op. Grothe maakt een lange neus en besluit maar even te winkelen. ‘Kijk, dit is echt een leuk rokje’, roept ze, terwijl ze het kledingstuk aan de rode tegenstanders laat zien. Al snel verschijnen haar – inmiddels dode – teammaatjes. Ze geven elkaar een seintje, en pakken dan in-

eens Boerboom en Boelsma vast, zodat Grothe kan ontsnappen. Al snel rukt Boelsma zichzelf echter los en zet hij de achtervolging in. Wanhopig belt Gro-

Foto Taco van der Eb

the aan bij de Hoppezak, maar de deur wordt niet meteen open gedaan en dan moet ook zij er aan geloven. Moe en bezweet komen de twee

teams terug bij het Terrahok. ‘Zijn jullie echt allemaal dood?’, vraagt Nooij, en hij deelt hoofdschuddend nieuwe kaartjes uit. ‘Wat een massaslachting.’


4  Mare · 8 mei 2014 Nieuws

Van Saarloos in raad van toezicht Directeur van de Stichting Voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) professor Wim van Saarloos is benoemd tot lid van de raad van toezicht van de Universiteit Leiden. De Raad houdt toezicht op het bestuur en het beheer van de universiteit en adviseert het college van bestuur. Saarloos zal professor Cees Schuyt opvolgen, die zijn taak vanaf 16 juli neerlegt. In 1991 werd Saarloos bij de Universiteit Leiden benoemd tot hoogleraar Theorie van de gecondenseerde materie. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting voor het Lorentz Center, dat workshops in de bètawetenschappen organiseert. Hij ontving diverse onderscheidingen.

Geld voor gedrags­ onderzoek Professor Judi Mesman van het Instituut voor Pedagogische Wetenschappen heeft een zogeheten Open Research Area-subsidie gekregen. Dat is een speciale pot geld voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek door samenwerkende wetenschappers uit verschillende landen. Mesman gaat samen met onderzoekers uit Cambridge en New York onderzoek doen naar zelfregulatie bij kinderen en de invloed van de omgeving daarop. De drie wetenschappers krijgen daar samen een miljoen euro voor.

Marie Curie-subsidie Antropologe Marianne Maeckelbergh krijgt een Marie Curie-subsidie voor haar onderzoek naar de relatie tussen burgerschap, democratie en digitale technologie. De Europese Commissie kent de beurzen toe om veelbelovende onderzoekers in staat te stellen om onderzoek te doen in het buitenland. Zo zal Maeckelbergh voor twee jaar naar de University of California in Berkeley vertrekken, waar ze met een nieuwe methodologie zal onderzoeken hoe mobiele technologie de invulling van het gedifferentieerde burgerschap bij projecten in de San Francisco Bay Area beïnvloedt.

Kooyker weer open Na het failliet van Polare gaat de boekhandel aan Breestraat 93 deze donderdag weer open, onder de oude naam Boekhandel Kooyker. Boekenketen Polare, gestart in juni 2012, ging in februari op de fles. De toekomst van de verschillende winkels was enige tijd onzeker. De vestigingen in Arnhem, Breda, Haarlem, Hilversum en Zwolle zijn uiteindelijk definitief gesloten. De andere zestien maken nu ieder voor zich een doorstart. Eind maart werd bekend dat ook de Leidse winkel verkocht was.

Blaudzun in Nobel Singer-songwriter Blaudzun treedt op 6 december op in Gebr. de Nobel, de vervanger van popcentrum LVC dat vorige zomer moest sluiten. Drie weken terug werd nog bekend gemaakt dat de bouw van het nieuwe podium niet zoals gepland in de zomer klaar zou zijn en zelfs niet in de herfst. In december moet het dus wél zo ver zijn, want de voorverkoop voor Blaudzun is deze week gestart. Eerder dit jaar lanceerde hij het album Promises Of No Man’s Land. Zijn vorige plaat, Heavy Flowers, werd in 2012 vol lof ontvangen.

Rectificaties In het artikel ‘Mentaal trainen met Mario’ (Mare 27, 17 april) staat dat het project Playing with Pigs uit een samenwerking met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en de Universiteit Nijmegen ontstond. Het ging echter om de Universiteit Wageningen. Ook staat in het artikel dat in het bedrijfsleven ongeveer 20 miljoen omgaat in gameontwikkeling. Dit klopt niet. Volgens de meest recente indicatie van accountantsbedrijf PricewaterhouseCoopers werd in 2013 73,5 miljard dollar aan omzet verwacht op dit gebied.

Geschiedenis op de schop Studenten krijgen minder keuzeruimte Het tweede studiejaar van de opleiding geschiedenis wordt flink aangepast. Volgens het rapport van de Taskforce Curriculum ligt daaraan niet de kwaliteit van de colleges en de inzet van de docenten ten grondslag. ‘Maar de NVAO heeft gesteld dat de keuzeruimte wel erg vrij was. Bezwaarlijk was dat er daardoor weinig controle is over wat studenten uiteindelijk kunnen’, verklaart Joost Augusteijn, universitair hoofddocent geschiedenis. De NVAO is de NederlandsVlaamse Accreditatieorganisatie, namens wie evaluatiebureau QANU vorig jaar visitaties bij geesteswetenschappenopleidingen aflegde. Toen lieten opleidingsvoorzitter Dennis Door Marleen van Wesel

Bos en Joost Augusteijn in Mare nog weten dat standaard 1, Beoogde eindkwalificaties (wat moeten studenten kunnen?), gehaald was. Over de andere twee beoordelingsstandaarden was nog onduidelijkheid. De beoogde eindkwalificaties waren inderdaad als voldoende beoordeeld, laat Augusteijn nu weten. ‘Maar naar aanleiding van het visitatierapport is de NVAO wel bij ons langsgekomen. De veranderingen komen ook voort uit de conversatie met de NVAO toen.’ Pas komende maand worden de rapporten van die visitaties openbaar. Over het oordeel over standaard 2 (onderwijs en leeromgeving) en 3 (toetsing en realisatie eindniveau) wil Augusteijn tot die tijd niet veel kwijt. ‘De veranderingen in het curriculum lopen daar wel vast op vooruit. Zulke aanpassingen kun je immers niet zomaar

in de zomer wegmoffelen.’ De keuzeruimte van twintig studiepunten die geschiedenisstudenten momenteel in hun tweede jaar hebben, nog naast de minor van dertig punten in het derde jaar, wordt afgeschaft. In plaats daarvan komen er twee zogenaamde kerncolleges voor alle studenten. Verder volgen ze twee hoorcolleges uit het aanbod van afstudeerrichtingen en kiezen ze twee werkcolleges uit een aanbod van minstens tien zogenaamde hulpvakken, die wel allemaal gericht zijn op het bestuderen van primaire bronnen. Vanaf collegejaar 20152016 vervalt ook de mogelijkheid om af te studeren in de specialisaties Amerikaanse geschiedenis en zeegeschiedenis. Binnen de zes bestaande afstudeerrichtingen zijn dan nog wel colleges op deze gebieden te volgen. ‘Het is een mooi plan’, reageerde

raadsvoorzitter Jan Sleutels tijdens de bespreking in de laatste faculteitsraadsvergadering. Hij stipte wel aan dat de veranderingen komend collegejaar al ingaan. ‘Aankomende tweedejaarsstudenten krijgen dus wat minder vrijheid dan hen is voorgespiegeld. Niet dramatisch, wel jammer. Ook van de NVAO had het een jaar later gemogen.’ De NVAO-commissie komt terug over anderhalf jaar, weet vice-decaan Heleen Murre-van den Berg. ‘Dus in die zin konden we niet langer wachten met een nieuw programma.’ ‘Studievereniging HSVL is wat laat bij de veranderingen betrokken’, zegt BeP-studentraadslid Bert van Laar. ‘Het is lastig wanneer dat moet gebeuren’, reageert assessor Gijs Dreijer. ‘De studievereniging zit namelijk niet in het formele proces.’

Leiden: Wij zijn de beste De Universiteit Leiden scoort hoog in de door haarzelf uitgegeven ranglijst van universiteiten. Ergens aan het begin van deze eeuw werd het ineens hip om ranglijstjes van universiteiten te gaan maken. Het probleem is dat niemand weet hoe je universiteiten met elkaar moet vergelijken, dus ontstonden al gauw meerdere lijsten met elk hun eigen aanpak. Reputatiescores in enquêtes, toppublicaties, honderd jaar oude Nobelprijzen en andere merkwaardigheden verdwijnen in een grote statistische kookpot en daar rolt dan een lijstje uit. Die zijn leuk om te lezen, en de universiteiten die hoog eindigen stellen ook echt wel wat voor, maar de lijstjes zijn niet echt bruikbaar om belangrijke beslissingen mee te maken. Het Leidse bibliometrie-instituut CWTS geeft daarom ook een ranglijst uit, de Leiden Ranking. Die kijkt uitsluitend naar publicaties in de wetenschappelijke vakpers in de voorgaande jaren. Vorige week kwam de ranglijst van 2014 uit. Net als bij de andere lijstjes wordt de top-100 gedomineerd door Angelsaksische universiteiten, maar de nummer één wijkt af. Dat is de Rockefeller University in New York. Die publiceert relatief weinig, maar het percentage veelgeciteerde artikelen is er zeer hoog. Hier spreekt dus ook weer het

effect van de methode op de ranglijst door: als je zou kijken naar de absolute in plaats van de relatieve citatiecijfers, stond Rockefeller ergens rond

de driehonderdste plek. Van alle Nederlandse universiteiten scoort Leiden het hoogste op haar eigen ranglijst: nummer 53.

Tilburg scoort het laagste, omdat het zonder bèta- of geneeskunde faculteit moeilijk is om veel internationale citaties binnen te harken. BB

Toch veel eerstejaars Universiteit start zes nieuwe masters Aankomend studenten hebben zich vlak voor de deadline van 1 mei nog massaal aangemeld voor een universitaire studie. Dat meldt de vereniging van universiteiten VSNU. Inmiddels hebben ruim 66 duizend studenten zich aangemeld.

Universiteiten hanteren dit jaar voor het eerst de wettelijke deadline van 1 mei, zodat zij voldoende tijd hebben om ‘matchingsactiviteiten’ te organiseren. Ze kijken of studenten met juiste verwachtingen aan hun studie beginnen, en proberen zo een verkeerde studiekeuze te voorkomen. Wie zich voor 1 mei aanmeldt bij de studie van zijn eerste keuze en meedoet aan de studiekeuzecheck, kan in principe niet geweigerd wor-

den, zelfs niet als ‘de match’ lijkt te ontbreken. Later aanmelden is mogelijk, maar dan kan de opleiding eventueel wel besluiten om de aspirant-student te weigeren. Even leek het aantal aanmeldingen fors achter te blijven. In de laatste week meldden zich echter nog bijna 9000 studenten aan, waardoor het uiteindelijke aantal aanmeldingen bijna 5 procent hoger uitkwam dan op de deadline van 1 september vorig jaar. De VSNU benadrukt dat de aanmeldcijfers geen definitieve inschrijfcijfers zijn. Er kunnen nog altijd aanmeldingen bijkomen of worden ingetrokken. De uiteindelijke inschrijfcijfers worden in het najaar bekend gemaakt. PM

De Universiteit Leiden gaat volgend jaar zes nieuwe masters aanbieden. Het gaat om twee Nederlandstalige en vier Engelstalige masters. De master forensische pedagogiek leert studenten meer over gezinsproblematiek en ontwikkelingsproblemen bij kinderen die opgroeien onder ongunstige omstandigheden, bijvoorbeeld omdat ze lijden onder een lopende vechtscheiding, mishandeling of opgroeien in een tehuis of jeugdinrichting. De vijf andere nieuwe masters worden aangeboden door de rechtenfaculteit. Zij richten

zich op het arbeidsrecht, het internationaal civiel en commercieel recht, het Europees en internationaal mensenrecht en de Europese belastingwet. Bij de master Advanced Studies in Law & Digital Technologies gaat men in op wet- en regelgeving in het digitale tijdperk. Cybercriminaliteit, privacy en het beschermen van data, copyright en digitale kinderrechten zijn onderwerpen die aan bod zullen komen. De inschrijvingen voor de masters zijn inmiddels geopend. Studenten die in september aan een master willen beginnen, kunnen zich na toelating tot 31 augustus via Studielink inschrijven. PM


8 mei 2014 · Mare  5 Nieuws

Stufifraude harder aangepakt Studenten in het buitenland worden vaker gecontroleerd Minister Bussemaker van onderwijs gaat fraude met studiefinanciering strenger aanpakken. Dat schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer. De maatregelen moeten naar schatting 8,6 miljoen euro opleveren in 2019. Volgens de minister zijn de risico’s met betrekking tot fraude beperkt, maar hangen ze vaak samen met migratie. Daarom moeten studenten beter worden voorgelicht en zal risicoprofilering Door Petra Meijer

worden ingezet. Zo blijkt het nog wel eens mis te gaan bij studenten die een opleiding in het buitenland volgen. Inschrijvingen worden gefingeerd of studenten ontvangen naast Nederlandse, ook nog eens buitenlandse studiefinanciering. De studenten worden daarop in de toekomst gericht gecontroleerd. Een ander probleem waar DUO tegenaan loopt, zijn voormalige studenten die naar het buitenland vertrekken. Als ze geen adreswijziging doorgeven zijn ze moeilijk te bereiken, en is het dus ook lastig om

de terug te betalen gelden te innen. Toch blijkt het winstgevend om deze studenten actief op te sporen en tot terugbetaling aan te zetten: de maatregel gaat 1,2 miljoen euro per jaar kosten, maar levert waarschijnlijk minstens 4 miljoen euro op. Daarnaast zijn er circa 5400 studenten die stufi ontvangen op basis van migrerend werknemerschap. Volgens de minister wordt de verificatie van overlegde bewijsstukken verder uitgebreid en zullen ook andere instanties (IND, UWV, Belastingdienst, werkgevers) vaker worden geraadpleegd.

De eenoudertoeslag (een toeslag op de studiefinanciering voor alleenstaande ouders die studeren en een kind jonger dan 18 jaar verzorgen) werd steekproefsgewijs gecontroleerd. Uit de controles bleek dat in ongeveer 10 procent van de gevallen was verzuimd om door te geven dat de studerende sinds de eerste toekenning weer een partner heeft. De minister merkt op dat er mogelijk onduidelijkheid bestaat over wanneer iemand als partner wordt aangemerkt. Dit moet helder gecommuniceerd worden, maar voortaan worden ook alle stude-

renden met een eenoudertoeslag gecontroleerd. De minister merkt verder op dat de Belastingdienst eerder en vaker geraadpleegd wordt, zodat onterechte toekenningen van aanvullende beurzen of een te lage vaststelling van terugbetalingsbedragen worden voorkomen. Een opvallend laatste punt in de brief wijst op jihadstrijders met studiefinanciering. De minister benadrukt dat de stufi van personen die zich aansluiten bij aan Al-Qa’ida gelieerde strijdgroepen, direct wordt stopgezet en teruggevorderd.

Bul nog steeds waardevol Een universitaire opleiding biedt nog steeds een waardevolle voorbereiding op de arbeidsmarkt. Het diploma geeft een goede baangarantie, concludeert Vereniging voor Universiteiten (VSNU) in de WO-monitor. De monitor is een tweejaarlijkse landelijke enquête, in 2013 afgenomen onder zesduizend afgestudeerde master- en doctoraalstudenten van de Nederlandse Universiteiten. Uit de antwoorden blijkt dat de meeste afgestudeerden na hun studie eerst even iets anders gaan doen, voordat zij een baan zoeken. Zij nemen bijvoorbeeld een lange periode vrij of gaan op vakantie. Als zij vervolgens actief op zoek gaan, hebben zij gemiddeld binnen drie maanden hun eerste baan gevonden. Na anderhalf jaar is nog tien procent van hen werkloos. Dit is echter een verslechtering ten op-

Gezelschap Laxens Näsa neemt het tijdens de jaarlijkse RapRace van Augustinus op tegen gezelschap Faust. De deelnemers moeten over een ingezeepte opblaasstormbaan, een stukje over de gracht rennen en ten slotte de gracht overzwemmen. Laxens Näsa vindt de snelheid echter niet zo belangrijk. De heren gooien met talkpoeder, gijzelen hun tegenstanders en kruipen uitgedost als baby’s over het Rapenburg. ‘Meedoen en opvallen is belangrijker dan winnen.’

Muren Zweetkamertje zijn er slecht aan toe Wie afstudeert in Leiden, mag een handtekening zetten op de kalkmuren van het Zweetkamertje in het academiegebouw. Die kalklaag is er echter slecht aan toe. Corrie van Maris van het Academisch Historisch Museum, wat is er aan de hand? ‘Het zweetkamertje heeft dringend restauratie nodig. Door het gebruik is er schade ontstaan: scheuren, butsen, krassen, dat soort dingen. Het wordt tijd om daar wat aan te doen.’ Hoe komt dat? Maken de krabbelaars het stuk? ‘Iedereen zet daar zijn handtekening, en neemt ook een gezelschap mee naar binnen. Ook factoren als licht, temperatuur en trillingen zorgen ervoor dat objecten aan slijtage onderhevig zijn, net als bij u thuis. Rondom het kraantje in de kamer

heeft een student ooit een gezicht getekend dat de bijnaam Hans Worst heeft gekregen. Uit oude foto’s blijkt dat die tekening de afgelopen vijftig jaar behoorlijk is vervaagd.‘ Maar dat vervagen hoort toch juist bij de aard van het Zweetkamertje? Al die handtekeningen gaan ook langzaam weg. ‘We gaan kritisch kijken welke elementen we willen behouden en welke niet, maar dit is wel iets dat geretoucheerd moet worden.’ Vervang dan meteen één van de kalkmuren door een reusachtig touchscreen, zodat voortaan handtekeningen behouden blijven. ‘Ik zou zeggen: goed idee, ga ermee naar de rector. Ik kan daar niet over beslissen; ik probeer alleen

restaurators in de arm te nemen. Persoonlijk ben ik niet tegen, maar het is ook leuk om de traditie in ere te houden, zeker nu alles al digitaal gaat.’ Er komt een crowdfundingactie voor de restauratie, begreep ik? ‘Inderdaad. Alumni worden opgeroepen om een bijdrage te leveren, bijvoorbeeld door een stukje muur te adopteren. Tegenover een grotere bijdrage zou een uitgebreide rondleiding door het academiegebouw kunnen staan, bijvoorbeeld. De muurschildering Gradus ad Parnassum wordt nu ook met behulp van alumni en hoogleraren hersteld. Het zou fijn zijn als zoiets met het zweetkamertje ook kan. Ik denk dat het iets is waar veel alumni zich in herkennen. Ze hebben hun naam erop gezet, dus het is ook een beetje van hen.’ BB

zichte van 2011, toen acht procent van de afgestudeerden nog werkloos was na anderhalf jaar. Ook is het niveau en salaris van de gevonden banen iets verlaagd. Tweeëntwintig procent van de afgestudeerden geeft namelijk aan werkzaam te zijn op hbo-niveau, meer dan in voorgaande jaren. Deze stijging is deels te wijten aan de economische crisis, volgens de VSNU. Afgestudeerden met een baan zijn over het algemeen positiever over hun volbrachte studie dan hun werkloze mede-alumni. Volgens driekwart van de afgestudeerden biedt de volbrachte opleiding een goede basis voor de toekomst. De WO-monitor zal ook verwerkt worden in de rapportage van het ROA (Research Centre for Education and Labour Market), die in juni uitkomt. Hierin wordt de relatie tussen arbeidsmarkt en onderwijs verder onderzocht. MR

“…”

U bent het vliegtuig ‘Aan deze kijker zie je heel goed hoe Huygens was: niet modderen, niet klooien, maar aanpakken. Hij dacht heel vrij. Dat is precies het knappe van de grote wetenschappers: niet te snel denken dat iets niet kan.’ In de Hortus is sinds afgelopen weekend een buisloze telescoop, ontworpen door Christiaan Huygens himself te zien. Sterrenkundige prof. Vincent Icke vindt het een grappig ding (Leidsch Dagblad, 2 mei). Let wel: ‘Willekeurig welke pot pindakaas die jij koopt, is gemaakt van beter glas dan de lenzen van Huygens.’

is ofwel een oplichter ofwel volkomen incompetent. Zijn reactie op de beschuldigingen laat zien dat hij helemaal niets van statistiek begrijpt, terwijl zijn hele carrière berust op het gebruik van statistische methoden.’ Geen onzekerheid bij Leids statisticus Richard Gill. (UT Nieuws, 2 mei)

‘Over vijftig procent van de menselijke genen die voor eiwitten coderen zijn nul tot vijftien wetenschappelijke artikelen geschreven. Tezamen is dat 8% van de publicaties in de NCBIdatabank. Aan de andere kant van het spectrum beslaan de acht procent meest bestudeerde genen 55% van alle publicaties. De onderzoeksgemeenschap legt dus sterk de nadruk op een relatief klein aantal bekende genen. Erkenning van dit fenomeen, en een dramatische verandering in het patroon van publiceren en onderzoekssubsidiëring is nodig om tot een beter begrip van de genetica van ziekten te komen. Stelling in het proefschrift van Indira Medina Rodriguez. (promotie 13 mei)

‘Hoewel het positieve verband tussen chocoladeconsumptie in een land en het aantal Nobelprijswinnaars daar waarschijnlijk berust op toeval, is ’t het proberen waard.’ Stelling in het proefschrift van Ingrid Verhaart. (promotie 20 mei)

‘Jens Förster (van wetenschapsfraude beschuldigde UvA-hoogleraar, red.)

’”Vrijhandel” zoals de VVD dat wil, is handel vrij van democratische controle en regelgeving.’ Rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema ageert tegen vrijhandelsverdrag TTIP. (De Volkskrant, 7 mei)

‘ULCN is Schiphol en u bent het vliegtuig.’ Uitleg ULCN op de website van de universiteit Leiden maakt veel los: ‘Kunnen jullie de IT-afdeling eens op een cursus ‘geestige metaforen’ sturen? Dit kan echt niet!’ Archeologiestudent Mark van Kesteren op de Facebookgroep Leiden University ‘USIS is de NS en u bent de klant die te laat komt voor z’n meeting om half 10 ’s ochtends.’ Vincent Tencate op de Facebookgroep Leiden University


6

Mare · 8 mei 2014

Achtergrond

Stemmen!

‘Het draait minder om de standpunten dan om de poppetjes’ Foto Marc de Haan

Studentlijsttrekkers Sander van Diepen (BeP), Janna Vermolen (SGL), Marjolein Bouterse (CSL), Mahamed Xasan (LVS)

Aanstaande maandag gaan de universiteitsraadsverkiezingen weer van start. Mare sprak alle lijsttrekkers en ging op zoek naar verschillen, die er niet altijd zijn. ‘Maar het partijenstelsel heeft wel nut’, betoogden ze terwijl ze de degens kruisten en de vuisten hieven. DOOR VINCENT

BONGERS EN MARLEEN VAN WESEL

‘Wij zijn niet de populaire jongens’ Sander van Diepen (25, derdejaars student geschiedenis) van Bewust en Progressief (BeP) Marjolein Bouterse (23, derdejaars student geschiedenis en vijfdejaars bestuurskunde) van Christelijke Studentenfractie Leiden (CSL) Wat zijn de verschillen tussen jullie partijen? SvD: ‘BeP-leden zijn wat actiever en wat aanweziger.’ MB: ‘Dat denk ik niet. Oké, jullie zitten met meer mensen in de universiteitsraad en in de faculteitsraden, maar CSL laat zich ook horen. Dat er bij rechten bijvoorbeeld aan het begin van het collegejaar niet voldoende werkgroepen voor alle studenten zijn, vinden we belachelijk. Dat willen we actief aan de kaak stellen. Maar we roepen niet om het roepen.’ SvD: ‘Onze speerpunten houden we op facultair niveau. Daar kijken we waar het verschil gemaakt kan worden. Bij geesteswetenschappen bijvoorbeeld door het behouden van kleine studies. Maar eigenlijk willen alle partijen hetzelfde. Het draait bij de universiteitsraadsverkiezingen dan ook minder om de standpunten dan om de poppetjes. Bij BeP zitten niet de populaire jongens, maar we zijn wel capabel.’ MB: ‘Ik studeer aan de faculteit geesteswetenschappen, maar ik volgde ook een minor bij rechten en afgelopen jaar zat ik voor een bestuursjaar op de campus Den Haag. Ik ben geen lijsttrekker omdat ik veel mensen ken, maar omdat ik de universiteit ken.’ Oké, maar waarom moeten we op jouw partij stemmen? MB: ‘Ik wil graag in de universiteitsraad, maar het is vooral belangrijk dát studenten stemmen. Het opkomstpercentage was de vorige keer 22 procent.’ SvD: ‘Vroeger wat het zo: christelijke studenten stemden CSL, studenten van verenigingen stemden SGL, wie op LVS stemde weet ik niet, en de rest stemde op BeP.’ MB: ‘Christelijke studenten houden dat mis-

schien iets langer vast, maar wij zijn er voor alle studenten. Het christelijke zit eerder in onze standpunten: wij willen de juiste maatregelen en ondersteuning voor studenten met een functiebeperking. Ik kreeg ook wel eens de vraag of we de UB op zondag dicht wilden. Daar zit ik op zondag ook gewoon te studeren als ik op maandag tentamen heb hoor.’ Het college van bestuur heeft de laatste jaren erg ingezet op studierendement. Wat als er nog meer maatregelen volgen? MB: ‘Studenten mogen best uitgedaagd en gestimuleerd worden, maar daarbij moeten we wel letten op studenten met een functiebeperking of studenten die actief zijn naast hun studie, bijvoorbeeld vóór de universiteit. Daar moet de universiteit dus niet te hard op gaan. SvD: ‘Ah, daar denken we weer hetzelfde over. Je moet in sneltreinvaart een papiertje halen, maar wat dan?’ MB: ‘Ik heb zóveel vrienden die thuis zitten. De universiteit is niet alleen een bedrijf.’ SvD: ‘Ze mag wel quitte draaien, maar niet winstgevend zijn.’ Als bijvoorbeeld om financiële redenen niet al jullie plannen gerealiseerd kunnen worden, wat zou er als eerste sneuvelen? MB: ‘De kwaliteit van het onderwijs is wel écht belangrijk.’ SvD: ‘BeP is ook voor onderwijskwaliteit. Wij staan voor de studenten. Misschien gaat er dan toch wat minder tijd naar het duurzamer maken van de universiteit. Laatst, in de faculteitsraad van geesteswetenschappen, bracht ik ter sprake dat de koffiebekertjes gescheiden worden ingezameld, maar vervolgens toch op een grote hoop belanden. Daar lever je dan op in.’ MB: ‘Ja, de randvoorwaarden, het uiterlijk van dingen. De UB ziet er tegenwoordig prachtig uit, maar dat is niet waar het geld als eerste heen moet. Dan duurt het maar wat langer en is de kantine maar wat minder mooi.’ SvD: ‘Die rode stoelen in de UB kostten vijfduizend euro per stuk. Je moet wel goede stoelen hebben, maar vijfduizend euro is…’ MB: ‘Te veel.’

‘Er moet geen hoogleraar verdwijnen om stomme redenen’ Mahamed Xasan (23, vierdejaars student bestuurskunde) van Lijst Vooruitstrevende Studenten (LVS) Janna Vermolen (23, vijfdejaarsstudent politicologie en rechten) van Studenten Groepering Leiden (SGL)

onderwijs, maar het partijenstelsel heeft wel nut. Daardoor voel je je onderdeel van een groep. SGL trekt SGL-mensen. LVS daarentegen is zó divers. Maar ze zijn wel professioneler geworden de afgelopen jaren.’ MX: ‘Ik ontken niet dat we jong zijn, en groeiend, en divers. Maar wij vinden dat iedereen recht heeft op aandacht.’

Wat zijn de verschillen tussen jullie partijen? MX: ‘We willen allemaal de beste universiteit en het beste onderwijs. De verschillen zitten eerder in de grondslag van onze partijen.’ JV: ‘En in de stemmers.’ MX: ‘LVS bestaat nog maar een jaar of zes. Het gerucht ging dat de oprichters niet op de lijst van BeP mochten. Zelfs bij wiskunde- en natuurwetenschappen gingen we vorig jaar van nul naar twee zetels. Dat was altijd een behoorlijke BeP-faculteit, omdat die partij zich meer op duurzaamheid richt. CSL heeft dan weer een christelijke grondslag. Wij zetten meer in op diversiteit: we hebben altijd een vrouw op twee en we vertegenwoordigen echt álle studenten, van Catenianen tot roeiers, van hockeyers tot voetballers. SGL is een traditionelere partij, die zich vooral richt op de grote verengingen en dan met name Minerva.’ JV: ‘Dat moet ik toch enigszins ontkrachten. SGL is weliswaar meer op verenigingen gericht, maar we vertegenwoordigen wel álle MASCQ-verenigingen, jongens en meisjes en alle studies door elkaar. Alleen Catena ontbreekt, want hun bestuur wil geen politieke kleur bekennen.’

Het college van bestuur heeft de laatste jaren erg ingezet op studierendement. Wat als er nog meer maatregelen volgen? JV: ‘De universiteit heeft nu een diversity officer en let erg op allerlei quota, maar onderwijskwaliteit staat echt op nummer een. Er moet geen hoogleraar verdwijnen om stomme redenen.’ MX: ‘Onderwijskwaliteit is een vrij breed en vaag begrip. LVS vindt vooral persoonlijke aandacht belangrijk. Universiteiten zijn veranderd in leerfabrieken. Opleidingen kampen met grote capaciteitsproblemen, maar stellen geen numerus fixus in. Rechtententamens hebben in het eerste jaar vooral multiplechoice-vragen, omdat ze anders niet na te kijken zijn. Leiden kijkt ook te veel om zich heen. De cum-laude-regeling werd gemotiveerd met: “Want Utrecht doet het ook.” Ik wil van het college van bestuur wel eens horen: “Dit is écht een Leidse maatregel. Hier lopen wij voorop.”’ JV: ‘De samenwerking tussen Leiden, Delft en Rotterdam is anders heel belangrijk. Zo kunnen we meedoen op het internationale toneel. Maar we moeten daarbij wel aantonen waarin wíj goed zijn.’

Oké, maar waarom moeten we op jouw partij stemmen? MX: ‘Wat LVS eindelijk op de agenda heeft gezet is het gebrekkige Engels van docenten. Dat is nu een stelling tijdens het Onderwijsdebat.’ JV: ‘Dat wordt breed gedragen. Omgekeerd verwachten ze intussen van ons papers in goed Engels.’ MX: ‘Maar het is ook niet altijd nodig. Ik zat eens in de collegezaal bij een docent die het heel moeilijk had met het overbrengen van zijn kennis in het Engels. Toen hij het in het Nederlands probeerde, bleek dat er helemaal geen niet-Nederlandse studenten in de zaal zaten. Hij ging verder in het Nederlands en iedereen snapte het.’ JV: ‘Uiteindelijk willen alle studenten goed

Als bijvoorbeeld om financiële redenen niet al jullie plannen gerealiseerd kunnen worden, wat zou er als eerste sneuvelen? MX: ‘De UFB-catering. Het is een achterhaald model. De universiteitsgebouwen zijn hele dagen open, de kantine slechts van twaalf tot twee. Hoewel er geen studentenprijzen worden gevraagd, wordt er toch verlies gedraaid en dat gaat af van onderwijs en onderzoek. Externe bedrijven zouden dat veel goedkoper kunnen.’ JV: ‘Het verbaast me hoeveel mensen hier soms één ding aan het regelen zijn, en langs hoeveel mensen ze daarvoor moeten. Het KOG is de enige mooie universiteitslocatie, verder zijn we niet echt verwend. Op gebouwen kan dus niet echt bezuinigd worden, maar wel op wat erachter zit.’


8 mei 2014 · Mare

7

‘De ICT ligt er te vaak uit’ Joost Augusteijn (53, universitair hoofddocent geschiedenis) van Abvakabo. Gwen Wolters (38, beleidsmedewerker marketing, communicatie en internationalisering bij FSW) van Universitair Belang. Gareth O’Neill (34, promovendus Leiden University Centre for Linguistics) van PhDoc. Wat zijn de verschillen tussen jullie partijen? GO: ‘Wij leggen de nadruk op de belangen van promovendi en jonge postdocs. Die zitten vaak niet in de medezeggenschap omdat ze vanwege hun tijdelijke aanstelling minder tijd hebben voor raadswerk. Maar zij moeten wel gehoord worden. Andere medewerkers en studenten zijn al goed vertegenwoordigd.’ GW: ‘We bestaan pas vier jaar. Er was behoefte aan een alternatief voor de Abvakabo, een partij die voortkomt uit de vakbond. PhDoc heeft ook een specifieke achterban. Wij zijn een universiteitsbrede partij die het totaalplaatje in de gaten houdt. Wij redeneren iets meer vanuit de organisatie als geheel. In de Abvakabo-fractie zit wetenschappelijk personeel. Bij ons is het een mengeling van wetenschappers en ondersteunend personeel.’ JA: ‘We vertegenwoordigen juist vanwege onze vakbondsachtergrond ook het ondersteunend personeel. Het is toeval dat in de huidige fractie alleen maar wetenschappers zitten. Dat betekent niet dat we geen voeling hebben met andere medewerkers.’ Oké, maar waarom moeten we op jouw partij stemmen? JA: ‘Wij zijn wat krachtiger en vasthoudender in kwesties tussen universiteitsraad en college van bestuur. We zetten wat harder in, voeren meer oppositie. Universitair Belang is

meer bereid mee te denken met het college.’ GW: ‘We zoeken naar de oplossing van een probleem. Terwijl Joost heel sterk is in het vaststellen wat nu precies het probleem is. We zijn complementair en dat maakt de personeelsgeleding krachtiger. We proberen gezamenlijk tot een standpunt te komen en het college bij te sturen.’ GO: ‘Zaken die van belang zijn voor promovendi en postdocs staan vaak niet op de agenda in raden. Ik zit bijvoorbeeld in de faculteitsraad van Geesteswetenschappen en het blijkt dat de reorganisatie van Godsdienswetenschappen flinke gevolgen heeft voor promovendi. Zij worden daar niet goed over geïnformeerd. Als PhDoc geen aandacht voor zulke zaken vraagt, dan komen deze niet aan bod.’ Wat hebben jullie de afgelopen termijn voor elkaar gekregen? GO: ‘Er is meer aandacht voor de problemen omtrent beurspromovendi. Dit hebben we samen met de andere twee partijen aangekaart . Verder zijn we een nationale petitie gestart tegen het bursaalsysteem. De communicatie van bestuur naar promovendi verloopt nog heel slecht. Vooral de buitenlandse promovendi lopen tegen heel veel problemen aan. Een universiteitsbrede aanpak is nodig maar dat gebeurt nog niet.’ GW: ‘Er wordt naar aanleiding van een lijst van vragen van PhDoc over het promovendibeleid wel een apart overleg met het college over dit onderwerp gevoerd. ‘We hebben het college er op gewezen dat de voorgestelde deadlines voor de masteraanmeldingen niet zo handig zijn en ondersteunen onze mening met cijfermateriaal. De inschrijfdata worden dan ook heroverwogen.’ JA: ‘We bereiken nooit iets in ons eentje maar Abvakabo is heel vasthoudend geweest in het

aanpakken van onderbesteding door faculteiten. De bètafaculteit moet meer geld uitgeven aan extra medewerkers, maar pot dat op voor de aanschaf van meubilair voor het nieuwe bètacomplex. Dat betekent dat het personeel nu harder moet werken om later een mooiere tafel te krijgen. Het college is op ons aandringen gaan praten met het faculteitsbestuur om daar iets aan te doen. ‘We hebben het samen met de andere partijen voor elkaar gekregen dat het loopbaanbeleid voor wetenschappelijk personeel van de universiteit is veranderd. Carrière maken draaide plat gezegd alleen maar om hoeveel geld je als onderzoeker binnen haalde. Goed onderwijs geven, speelde geen rol. Er is nu sprake van beleid voor een onderwijscarrière. Dat hebben we buiten de reguliere agenda om weten te bereiken.’ Waar ligt de komende termijn de nadruk op? GO: ‘We willen in ieder geval dat interne promovendi medewerkers blijven en niet de status van student krijgen. Verder moet het promovendibeleid niet zomaar van bovenaf opgelegd worden en niet al te vast komen te liggen. De meningen en behoeften van promovendi moeten wel meetellen. Er zijn universiteitsbreed veel verschillen, dus een model met flexibiliteit is nodig. Sommige promovendi willen graag veel onderwijs geven, anderen juist niet.’ GW: ‘De ICT moet beter. De computers liggen er echt veel te vaak uit. De basis is niet in orde.’ JA: ‘Het college voert steeds meer regelingen in die zorgen voor hogere werkdruk. Denk bijvoorbeeld in augustus aan de invoering van het BSA in het tweede jaar. Die stapeling van regelingen in een periode is onwenselijk. De “verbestuurlijking” van de universiteit neemt steeds verder toe. Faculteiten, opleidingen en

diensten verschillen echter van elkaar. Het alles willen vastleggen in regels botst soms met de praktijk.’ GO: ‘Het hebben van een model is goed maar afwijken moet wel mogelijk zijn als dat voor een specifiek onderdeel van de universiteit beter is.’ Als bijvoorbeeld om financiële redenen niet al jullie plannen gerealiseerd kunnen worden, wat zou er als eerste sneuvelen? GW: ‘Dan moeten we terug naar de essentie van de universiteit: Onderwijs en onderzoek. De kaasschaafmethode werkt dan niet meer. Je moet scherpe keuzes durven maken.’ JA: ‘Bezuinig op reclamecampagnes waarvan de effectiviteit toch maar twijfelachtig is. Spreek af met de andere universiteiten dat het circus rond de werving wel wat minder kan.’ GO: ‘Ik heb een hekel aan het woord “rendabel”. We moeten afstappen van de gedachte dat alles wat geen geld oplevert, weg moet. Dat is niet de essentie van een universiteit. Kijk universiteitsbreed hoe opleidingen elkaar zonodig kunnen steunen. Samen kom je wel tot een oplossing.’ Op dinsdag 13 mei staan de lijsttrekkers weer tegenover elkaar tijdens het Leids Onderwijsdebat. Dan discussiëren ze over vrouwen in topfuncties op de universiteit, het aantal opleidingsplaatsen in vergelijking met de arbeidsmarkt en Engels als voertaal voor alle bacheloropleidingen. Het debat begint om 17.00 uur in het Groot Auditorium in het Academiegebouw. Studenten en universiteitsmedewerkers kunnen tussen 12 mei (9.00 uur) en 16 mei (16.00 uur) hun stem uitbrengen via internet, met hun ULCN-account. Iedereen ontvangt hiervoor per e-mail een oproep. Op 27 mei wordt de uitslag bekend gemaakt.

Lijsttrekkers van de personeelspartijen, Gareth O’Neill (PhDoc), Gwen Wolters (Universitair Belang) en Joost Augusteijn (Abvakabo) Foto Taco van der Eb


8

Mare · 8 mei 2014

Wetenschap

Evolutie tussen De biologische top 10 van liefdespijlen, kurkentrekkers en torpedo’s In zijn nieuwste boek Nature’s Nether Regions behandelt hoogleraar Menno Schilthuizen de biologie van geslachtsorganen. ‘Genitaliën zijn verbijsterend complexe systemen, veel te ingewikkeld voor de simpele taak van het overgeven of ontvangen van een paar geslachtscellen.’ Samen met Mare stelde hij een top 10 samen. 10. De razendsnel evoluerende piemels van bonenkevers Bij de gevlekte bonenkever Callosobruchus maculatus ziet de penis eruit als een geavanceerd Dremel-bitje, met stekels die alle kanten op uitsteken aan de top. Dat is inderdaad geen pretje voor het vrouwtje. Om de schade binnen de perken te houden is bij deze soort de vaginawand verstevigd, en tijdens de seks probeert het vrouwtje het mannetje van zich af te schoppen. Zo’n letterlijke strijd tussen de seksen is overigens vrij normaal in de natuur: stekels, verwondingen, verkrachtingen en pogingen om de vagina na de seks dicht te kitten komen algemeen voor. Daar bestaan verschillende mogelijke verklaringen voor. Mannetjes met grotere stekels blijven langer vastzitten aan de vrouwtjes, en kunnen zo wellicht beter bevruchten. Misschien helpen ze ook om het sperma van voorgangers eruit te schrapen. En als een vrouwtje vervolgens genitaal gezien zo in puin ligt dat ze voorlopig niet met andere mannetjes kan paren, is dat ook mooi meegenomen, vanuit het oogpunt van de man. Australische biologen voerden een elegant experiment uit met de keversoort. Normaal gesproken houdt die er een polygame levensstijl op na, waarbij een mannetje meerdere vrouwtjes heeft. Als je echter twee maagdelijke kevers bij elkaar zet en apart houdt, moeten ze wel monogaam leven. Dat kan je met een hele populatie aan kevers doen, en dan weer met hun kinderen, en daar de kinderen van, enzovoort. Na zo’n achttien generaties (ongeveer een jaar, bij deze soort) hadden de mannetjes uit de monogame populatie kleinere piemels met kortere stekels erop. Zodra ze niet meer in competitie hoefden met andere mannetjes, waren de mannetjes met kleinere, minder schadelijke geslachtsdelen juist in het voordeel. Dat zet je aan het denken over… 9. De raadselachtige geslachtsdelen van mensen Zoals gezegd: stekels op piemels zijn vrij normaal in het die-

renrijk, en niet alleen bij insecten. Katten maken zoveel herrie ’s nachts omdat katers voorzien zijn van kleine weerhaakjes. Chimpansees en bonobo’s, onze naaste evolutionaire verwanten, hebben kleine hoorntjes aan de bovenkant. Waarom hebben mensen zulke stekeltjes maar zelden? Schilthuizen: ‘We weten welke stukjes DNA verantwoordelijk zijn voor penisstekels, en op welk punt in de evolutionaire geschiedenis die zijn veranderd. Maar waarom dat is gebeurd, en waarom juist bij mensen, is onduidelijk. De grote zwellingen bij ovulerende vrouwtjeschimpansees vergroten de diepte van de vagina, en helpen de vrouwtjes wellicht om – al dan niet bewust – te bepalen van welke man ze zwanger worden. Maar waarom gaat het bij hun zus, en bij ons zo?’ Ondanks de belangstelling die veel mensen hebben voor geslachtsverkeer, is er nog verrekte veel onbekend over het hoe en waarom van onze genitaliën. ‘Er zijn wel een paar onderzoekjes naar seks gedaan met radiosondes en MRI-scanners, maar dat zoiets niet in elk laboratorium ter wereld gebeurt, heeft vooral met culturele barrières te maken’, aldus de bioloog. 8. De diversiteit aan galago-geslachtsdelen Galago’s zijn Afrikaanse halfapen, en waar er op het blote oog maar een handjevol galagosoorten bestaat, blijken dat er heel wat meer te zijn als je let op de penissen. Onder botanici en insectenkenners is al sinds jaar en dag gebruikelijk om soorten te onderscheiden aan de hand van hun geslachtsdelen, maar de zoogdierkundigen hadden nog een inhaalslag te maken. Er zijn de afgelopen jaren dus een hoop soorten bijgekomen. Het feit dat bij opgezette museumexemplaren de penis vaak uitgedroogd en verschrompeld is, maakte het onderzoek er niet makkelijker op. De nagapies – zoals ze in het Afrikaans heten – hebben een rijke verzameling piemels in de familie, met knobbels op verschillende plekken, wel of geen stekels, wigvormige falussen. Zoals muziekliefhebbers kunnen genieten van variaties op een thema, zo beleven taxonomen plezier aan de diversiteit die verschillende dieren laten zien. Ook als die diversiteit alleen tussen hun achterpoten zit. 7. Tweeslachtige slakken en hun liefdespijlen ‘Als je twee geslachten tegelijk hebt, is de seks twee keer zo interessant’, haalt Schilthuizen een collega aan in zijn boek.

Waar bij de bonenkevers de strijd tussen de seksen zich afspeelt tussen individuen, gebeurt dat bij slakken binnen één en hetzelfde beest. Dat heeft een volkomen andere evolutie van de geslachtsorganen tot gevolg gehad. De zeenaaktslak Chromodoris reticulata heeft een afbreekbare penis die hij na de seks achterlaat, de landnaaktslak Limax heeft een penis van zes keer de lichaamslengte, waarmee het zowel sperma afgeeft als opneemt. ‘Het meest sprekende voorbeeld is wel de liefdespijl’, vertelt Schilthuizen. ‘Als je er oog voor hebt, kun je in deze tijd van het jaar witte kalknaaldjes van een paar millimeter lang vinden in de tuin, afkomstig van de gewone huisjesslakken.’ Verschillende soorten slakken gebruiken verschillende pijlen op verschillende manieren, maar in het algemeen komt het erop neer dat de pijlen hormoonachtige stoffen overbrengen naar het lichaam van de partner. Zo kan de schutter er bijvoorbeeld voor zorgen dat het orgaan van zijn partner dat sperma verteert minder goed werkt, zodat er meer sperma overblijft om de eitjes van de partner te bevruchten. ‘De volgende keer dat je escargots eet en je voelt iets knarsen tussen je tanden, weet je wat het is’, aldus Schilthuizen. 6. De kortschildkever heeft een piemeldoolhof Een bijzondere uitwerking van de strijd tussen de seksen is de doolhofvagina. Die stelt vrouwtjes in staat om met een mannetje te paren, maar toch een soort van controle te houden over de bevruchting. Vrouwtjeseenden bijvoorbeeld, hebben allerlei zijgangen en bochten van binnen, om de penis van verkrachtende woerden de verkeerde kant op te sturen. Een nog extremer voorbeeld is de kortschildkever Aleochara tristis. De mannetjes hebben een dunne zweep-piemel die bijna drie keer zo lang is als zijzelf. Normaal gesproken houden ze die opgerold, maar tijdens de seks moet hij een complexe route afleggen in het lichaam van het vrouwtje. Bij het eruit trekken moet hij heel voorzichtig zijn, om te voorkomen dat de penis in de knoop raakt. Bij het fruitvliegje Drosophila bifurca is een vergelijkbare situatie ontstaan, maar die leidde tot een andere oplossing. In plaats van de penis op te rollen, rollen de mannetjes hun spermacellen op. Na afwikkeling zijn de zaadcellen bijna zes centimeter lang; twintig keer zo groot als het vliegje zelf. Nog indrukwekkender dan dat is het feit dat het vrouwtje van binnen dus nog ietsje langer is dan dat.


8 mei 2014 · Mare

9

de benen asymmetrisch de vrouwtjes zijn. Mogelijk proberen de penissen de controlemechanismen van de vrouwtjes te omzeilen, en danken ze daaraan hun vorm.’ De vrouwelijke genitaliën zijn tot nu toe wat onderbelicht in het onderzoek naar geslachtsorganen. Dat valt nog wel te begrijpen als het gaat om kevertjes van anderhalve millimeter. ‘Maar het is raar dat zelfs bij dieren die zo dicht bij ons staan, er nooit iemand systematisch naar gekeken heeft.’ 3. Bij Braziliaanse grotluizen hebben de vrouwtjes een piemel Deze is relatief vers van de pers, en Schilthuizen vindt het jammer dat de Neotrogla pas in beeld kwam toen zijn boek al af was. ‘Het is een prachtig voorbeeld, omdat het zo duidelijk laat zien dat geslachtsrollen niet zozeer te maken hebben met X- of Y-chromosomen of met wie het sperma en wie de eicellen maakt. Bij veel dieren investeert één geslacht weinig, en de ander veel. Meestal is het vrouwtje degene die het meeste in het nageslacht steekt, en dat zorgt ervoor dat vrouwtjes de beperkende factor zijn, waar mannetjes om in competitie moeten. Het kan echter ook andersom.’ Bij Neotrogla verpakken de mannetjes hun zaad in zeer voedselrijke pakketjes. De vrouwtjes moeten het lichaam van het mannetje binnendringen met een ‘gynosoom’: een vrouwelijk orgaan dat aanzienlijk meer op een penis lijkt dan een hoop echte penissen in het dierenrijk. Vrouwtjes met pseudopenissen zijn niet uniek in het dierenrijk – de vrouwelijke gevlekte hyena heeft een grotere piemel dan de mens, bijvoorbeeld – maar Neotrogla is een van de weinige soorten waarbij het vrouwtje het mannetje echt binnendringt. De mannetjes van deze kever hebben een oprolbare penis. Na de seks slingeren ze hem over de schouder, om te voorkomen dat hij in de knoop raakt. Afbeelding Jaap Vermeulen; JK Art and Science

5. De walrus heeft een wapen ‘In de collectie van Naturalis bevinden zich een aantal penisbotten van walrussen, die als slagwapen zijn gebruikt door Inuit’, vertelt Schilthuizen. Een inmiddels uitgestorven walrussoort had penisbotten van bijna anderhalve meter lang, maar met zestig centimeter zijn de moderne walruspiemelbotten ook nog indrukwekkend. Een penisbot is eigenlijk volkomen normaal. Honden hebben ze, eekhoorns hebben per soort sterk verschillende botten, soms vol stekels die het vlezige gedeelte van de penis ondersteunen. Apen hebben ze – sommige soorten kunnen een erectie creëren door het botje even op de juiste plek te trekken. Ook mannelijke chimpansees en gorilla’s hebben een botje tussen de benen. Waarom mensen niet? Sommige biologen opperen dat het iets te maken heeft met de verborgen ovulatie van vrouwtjes. Bij chimps kun je zo zien of een vrouwtje vruchtbaar is, bij mensen is dat moeilijker, en dat komt de monogamie dan weer ten goede. Maar wát het er dan mee te maken heeft, en waarom juist bij mensen? ‘Juist bij soorten die we goed denken te kennen, valt nog een hoop te ontdekken’, aldus Schilthuizen.

Slappe en erecte penis van het varken. 4. Varkens en hun kurkentrekkertje ‘Asymmetrische penissen komen vrij veel voor’, aldus Schilthuizen. Varkens hebben ze, maar ook andere huisdieren als schapen en kamelen. Niemand weet waarom’. Misschien heeft het, net als bij de kortschildkevers en eenden, te maken met vrouwtjes die willen bepalen welk mannetje ze zwanger maakt. Wellicht dat seksuele selectie op bijzondere tactiele signalen een rol speelt: zoals vrouwtjespauwen het mannetje met de mooiste staart willen, zouden zeugen vallen op de piemel die het meest bijzonder aanvoelt. ‘Maar het kan ook dat er iets nog interessanters aan de hand is’, zegt de hoogleraar terwijl hij zijn schouders ophaalt. ‘Het is bij mijn weten nooit systematisch onderzocht hoe

Tijgerslakken zijn tweeslachtig, en hebben urenlange seks, waarbij de penissen zowel sperma afgeven als opnemen.

Die onderste is het mannetje, dat door het vrouwtje wordt gepenetreerd, zodat ze bij zijn sperma kan komen. Foto: Yoshizawa Kazunori

2. Inktvissen ejaculeren torpedo’s Neotrogla is niet het enige beest dat het sperma opleukt met wat extra’s. Bij allerlei soorten ejaculeren de mannetjes niet zozeer een kwakje, maar zogeheten ‘spermatoforen’. Letterlijk betekent dat ‘sperma-dragers’, en het kunnen behoorlijk complexe dingen zijn. Veel inktvissen produceren een soort zelfstandig zwemmende torpedo’s die de vrouwtjes binnendringen. Niet in de vagina, die hebben ze niet. Overal is raak, bij inktvissen. Eenmaal binnen, ejaculeert het ejaculaat nogmaals, en komen de echte spermacellen vrij. Vermoedelijk is het zelfredzame zaad een oplossing voor paringen in woest golvend water. 1. De langpootmug Bellardina heeft een muzikale vibrator De wapenwedlopen tussen de seksen ontstaan door een vrij simpele reden: het ene geslacht investeert veel meer in de kinderen dan de ander. Een mannetjesmens produceert elke maand grofweg een miljard spermacellen; een vrouwtje stelt daar één vruchtbare eicel tegenover. Als die bevrucht raakt, is ze vervolgens meer dan een jaar lang niet in staat om weer zwanger te worden. Zij heeft dus alle redenen om kieskeurig te zijn. Die kieskeurigheid zie je overal in het dierenrijk terug: mannetjeskikkers kwaken, mannetjespauwen wuiven met hun staarten en giraffes slaan met de nekken tegen elkaar, alles om maar indruk te maken op de meiden. Ook piemels zijn onderhevig aan zulke seksuele selectie. Er zijn aapjes met felrode of helblauwe piemels, en zoals we zagen onder nummer vier, hebben onze huisdieren wellicht hun schroefpiemels te danken aan hetzelfde fenomeen. De allervreemdste stimulatiepiemel vinden we echter bij de Bellardina sp. een langpootmug uit Midden-Amerika. De penis is een strak verpakt setje plaatjes en buisjes waar vrouwelijke uitstulpingen precies in moeten passen. Aan het einde zit een soort wasbordje met twee klauwachtige uitstulpingen,

die over dat wasbordje raspen. Dat produceert een hoorbare toon, en een trilling die het vrouwtje door haar geslachtsdeel moet voelen bewegen tijdens de seks. ‘Het is als het ware een baltszang die je voelt in plaats van hoort’, vat Schilthuizen het samen.

De penis van deze mannetjeslangpootmug, met geluid makend opzetstuk dat het vrouwtje doet trillen. Afbeelding Jaap Vermeulen; JK Art and Science

Menno Schilthuizen, Nature’s Nether Regions - What the Sex Lives of Bugs, Birds, and Beasts Tell Us About Evolution, Biodiversity, and Ourselves, Viking Books, 256 pagina’s, €25,99 (Nederlandse vertaling verschijnt later dit jaar bij Atlas/Contact als Darwins Peepshow)


10  Mare · 8 mei 2014 Achtergrond

James Bond tussen de koeien Spionnen in Nederland

Deze schoen met ingebouwd zendertje werd onder andere door KGB-spionnen en CIAagenten gebruikt.

Ook in de Hollanse polder werd de afgelopen eeuw volop gespioneerd, blijkt uit een historische reisgids vol hotspots. ‘Het niveau van spionage is nu hoger dan in de Koude Oorlog.’ Door Masha Rademakers Je kunt het een

goede timing noemen. In de nasleep van het befaamde NSA-debacle, waarmee de veiligheidsdienst flinke imagoschade opliep en de hele wereld zich opeens bespioneerd voelt, verschijnt Sporen van Spionage van oud-BVD’er Dick Engelen en historicus Constant Hijzen, die is verbonden aan de Campus Den Haag. Zij geven hiermee een kijkje in de spionagepraktijk van Nederland, net nu de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het centrum van de belangstelling staan. Om spionage heeft altijd een waas van romantiek gehangen. Maar dat de operationele werkelijkheid soms wat minder rooskleurig in elkaar zit dan het beeld van een mysterieuze, onoverwinnelijke James Bond inclusief smooth talk en zonnebril, weten Engelen en Hijzen pakkend te schetsen. Zo kreeg ene Josef Novak in 1938 een pakketje chocola aangereikt van een geheimzinnige man in het Rotterdamse Atlanta Hotel, wat resulteerde in een vernietigende explosie waarin behalve de geheim agent ook onschuldige Rotterdamse burgers werden gedood. De explosieve chocolaatjes bleken een presentje van Stalin, die wel vaker zulke cadeautjes uitdeelde om politieke tegenstanders te liquideren. Maar zijn er genoeg spannende dingen gebeurd om een heel boekje mee te vullen? ‘Jazeker’, zegt Hijzen. ‘Vooral in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam zijn buitenlandse diensten heel actief geweest. En nog. Er zijn hier in Nederland bijvoorbeeld veel Russische, Chinese en Iraanse diensten te vinden. Alain Winants, het hoofd van de Belgische Staatsveiligheidsdienst, beweert zelfs dat het niveau van spionage, met name door de Russen, tegenwoordig hoger ligt dan in de Koude Oorlog.’

Ondanks de grote vraag naar openheid van zaken na de huidige afluisterschandalen, hebben Hijzen en Engelen zich vooral gericht op de twintigste eeuw. ‘Noodgedwongen moesten wij verder terug naar het verleden. De operationele informatie van de laatste twintig jaar is simpelweg niet openbaar. Over de twintigste eeuw was aanzienlijk meer te vinden. Wij hadden het geluk dat Engelen als oud-medewerker van de BVD toegang had tot bepaalde archieven en als insider veel informatie kon oprakelen, alhoewel beperkt door de geheimhoudingsplicht. Ook de NISA (Netherlands Intelligence Studies Association), waar veel oud-medewerkers van de dienst aan verbonden zijn, heeft ons geholpen. Zolang we geen staatsgeheimen lekten, kregen we (beperkte) toegang tot de archieven van de AIVD en MIVD.’ En wat bleek? Nederland was jarenlang het speelveld van buitenlandse inlichtingendiensten. ‘In de Eerste Wereldoorlog bespioneerden Franse, Duitse en Engelse diensten elkaar al intensief in de havengebieden, azend op elkaars kolonieën. In de Tweede Wereldoorlog breidden de activiteiten van de diensten zich enorm uit, en vond er een intelligence revolution plaats. De geallieerde inlichtingendiensten moesten ondergronds aan de slag en opereerden met name vanuit Engeland, omdat Nederland in handen was van de Duitse diensten SS, Abwehr en Gestapo. De Tweede Wereldoorlog liep vervolgens vrijwel naadloos over

in de Koude Oorlog, die de activiteiten van de diensten naar een hoogtepunt bracht.’ In Sporen van Spionage reist de lezer langs op het eerste gezicht onschuldige gevels en landschappen die broeinesten van geheime diensten blijken te zijn geweest. Niet alleen in de grote steden, maar ook tussen de koeien. Zo staan al sinds jaren reusachtige schotelantennes van Defensie in het Friese gehucht Borum. De antennes zuigen als een soort stofzuiger de ether en satellietverbindingen af op zoek naar telefoon-, fax- en mailgegevens die van belang kunnen zijn voor de AIVD en MIVD. Signals intelligence of kortweg Sigint heten deze afluistermethoden, maar de plaatselijke bewoners spreken liever van ‘it grutte ear’. Het grootste deel van de twintigste eeuw moesten de diensten echter gebruik maken van minder geavanceerde methodes. Door middel van codering en radioberichten werden inlichtingen doorgegeven. Dit ging ook wel eens fout. In de Tweede Wereldoorlog werden vanuit Engeland Nederlandse agenten boven Nederland geparachuteerd. De Duitsers waren hierachter gekomen en zetten het zogeheten Nordpolspiel op om de Nederlandse soldaten te onderscheppen. Door hen valse radioberichten te laten sturen naar hun Engelse bevelhebbers, kon de Gestapo tientallen parachutisten in hun armen laten landen. Vierenvijftig van hen vonden hierdoor de dood. Dit opzettelijk misleiden van de vijand wordt ook wel psywar genoemd. De geallieerden konden er ook wat van. Ze bombardeerden opzettelijk de haven van Calais, alsof de invasie daar zou plaatsvinden, en gaven de Duitsers verkeerde radioinformatie. Ook was spioneren vroeger gecompliceerder. ‘Hoewel achtervolgingswerk tegenwoordig steeds meer met camera’s wordt gedaan, was de geheime dienst eerst afhankelijk van menselijk hand- en spanwerk’, aldus Hijzen. ‘Zo is er een grappige anekdote die rondging onder communisten over het falen van de Nederlandse veiligheidsdienst. Zij achtervolgden CPN-leider Paul de Groot tot aan het communistische partijgebouw aan de Keizers-

gracht in Amsterdam. Eenmaal daar wachtten ze tot hij weer naar buiten zou komen. De Groot had echter zijn jas en hoed aan een partijgenoot gegeven, die als hem naar buiten kwam en het volgteam achter zich aan kreeg. Na deze wisseltruc kon de echte De Groot zijn weg vervolgen. Later hadden geheim agenten met veel moeite een microfoon in zijn huis weten te plaatsen. Toen zij de opnames vol spanning beluisterden, hoorden zij echter elk kwartier een grote bim-bam-klok zijn liedjes afspelen.’ Werd Amsterdam vooral een plek waar communisten hun heil zochten, hofstad Den Haag was al jaren het centrum van militaire en vooral politieke spionage. De aanwezigheid van regeringsgebouwen en de aansluiting van Nederland bij de NAVO in 1949, had allerlei buitenlandse spionagediensten aangetrokken. Ook de Rusische KGB, waarvan Poetin ooit deel maakte, vond dat in Den Haag wat te halen viel en vestigde zich in de Russische ambassade. Alle Russische diplomaten waren dus ook geheim agenten. De geheime diensten vestigden zich in Den Haag meestal onder zogenaamde coverfirma’s, waarvan velen zich aan de Nieuwe Uitleg en de Lange Voorhout vestigden. Het Duitse Verkeersbureau, de Engelse Continental Trade Services en de Franse firma Pharmisan waren allen coverfirma’s voor geheime diensten en probeerden elkaar in de gaten te houden.

In de Eerste Wereldoorlog was de Nederlandse danseres Mata Hari (pseudoniem voor Margaretha Geertruida Zelle) ingezet door de Duitsers om het aan te leggen met hoge Franse officieren. Zij ging echter als dubbelspionne voor Frankrijk aan de slag. Toen de Fransen ontdekten dat zij informatie achterhield werd zij in 1917 koelbloedig door hen geëxecuteerd. Andere dubbelspionnen, zoals Wilfried ‘de patatbakker’ en Hercules ‘de rode dekhengst’, kwamen er beter vanaf. De Duitse Wilfried spioneerde in Nederland voor de DDR en begon een patatzaak vlakbij de subhoofdkwartieren van de NAVO. Hij kreeg 2,5 jaar gevangenisstraf. De BVD was ook Hercules, een roodharige playboy, op het spoor gekomen. Hij speelde geheime informatie door aan de DDR. Hercules werd echter vrijgesproken. Spionage is niet zonder risico. Dit is dan ook de reden dat de AIVD en de MIVD niet zo snel openheid van zaken geven. Hijzen: ‘Onafhankelijk onderzoek naar inlichtingen- en veiligheidsdiensten is echter steeds meer mogelijk. In de toekomst lijkt het mij interessant om de diensten van de verschillende landen te vergelijken. Ik heb namelijk nog genoeg stof liggen voor minstens tien andere boekjes.’ Dick Engelen en Constant Hijzen, Sporen van Spionage Karwansaray Publishers 116 pg, € 15

Amerika gebruikt Nederlandse apparatuur Het Burumse satellietstation kwam begin dit jaar in het nieuws omdat de Amerikaanse Defensie ook gebruik bleek te maken van het terrein. Het Amerikaanse leger betaalt huur om apparatuur te kunnen plaatsen en de satellietservice te ontvangen. Met behulp van de satelliet-informatie kunnen zij legereenheden in Irak, Afghanistan en andere verre oorden aansturen. In de Tweede Kamer werd minister Hennes-Plasschaard op het matje geroepen om deze samenwerking met Amerika nader uit te leggen. Zij verklaarde echter dat de Amerikaanse apparatuur niet op het terrein van de Nederlandse Defensie staat maar op het terrein van de commerciële onderneming Inmarsat en dat het niet aan Defensie is om vragen te beantwoorden over wat er gebeurt op bedrijventerreinen. Ook bevestigde de minister dat Nederland inderdaad samenwerkt met buitenlandse diensten, maar dat dat gebeurt binnen de kaders van de Wet op de Inlichtingenen veiligheidsdiensten. Amerika gebruikt het terrein in Burum als communicatiesysteem, en niet om inlichtingen te verwerven, aldus Hennes-Plasschaard. De Tweede Kamer is echter nog niet geheel overtuigd van dit antwoord. Uit de gelekte NSA informatie van Snowden blijkt namelijk dat er een vrij verregaande samenwerking is tussen Nederland en Amerika. SP Kamerlid Van Raak was één van de vele politici die vinden dat het tijd wordt voor een debat over in hoeverre wij ons met de militaire acties van Amerika willen inlaten.


8 mei 2014 · Mare 11 Achtergrond

Hij raadt je pincode Hypnose is een placebo-effect van woorden Victor Mids voltooide afgelopen jaar zijn studie geneeskunde. Nu is hij illusionist. ‘De wetenschap kan nog veel van goochelaars leren.’ ‘Denk nú aan een kleur en een gereedschap’, zegt Victor Mids (27, afgestudeerd bij geneeskunde). Oké, een rode tang. ‘De meeste mensen denken aan een rode hamer. Een kwestie van statistiek’, vertelt hij. Maar met alleen statistiek kun je dus niet élke goocheltruc laten slagen. Daarom heeft hij bij deze uitvoering niet alleen een plaatje van een rode hamer in zijn linkerbinnenzak, maar ook een van een rode tang in de rechter; en nog wat ander gekleurd gereedschap in verschillende broekzakken. Dat noemt hij outs. ‘Een goede illusionist beschikt bovendien over allerlei verbale en non-verbale subtiliteiten om de truc op te vangen. En om je te sturen. Dat zegt wat over je keuzevrijheid.’ Hij was vier toen hij van zijn oom een goocheldoos cadeau kreeg. ‘Het was meteen raak. Het mooie van goochelen is dat je direct beloond wordt wanneer de ander écht niet snapt wat je doet. Je hersenen kunnen je flink voor de gek houden.’ Een bekend voorbeeld is het basketbalfilmpje waarbij proefpersonen het aantal worpen moeten tellen, waardoor ze de gorilla die door het beeld loopt niet opmerken. ‘Uit onderzoek blijkt dat hij wel op je netvlies valt, maar dat je hem niet registreert. Zo werken illusies ook: als ik je goed afleid, kan ik van alles voor je neus laten gebeuren.’ Of zijn talent zich meteen manifesteerde, weet hij niet meer. ‘Maar ik was best een mannetje, dus ik kon het wel mooi presenteren.’ Een krantenwijk heeft hij nooit gehad, hij trad op bij kinderfeestjes. Later ging hij geneeskunde studeren. In 2009 richtte hij intussen zijn bedrijf Neuromagic op. ‘De gedachte dat ik een afgeronde studie als basis wilde, was redelijk steady. Het was hooguit balen dat ik er een van zes jaar had gekozen in plaats van vier.’ Arts is hij niet geworden. Neuromagic houdt hem fulltime bezig en hij werkt aan een televisieprogramma. ‘Het wordt een soort Brain Games meets Dynamo. Ik kan je illusies laten zien, zowel visueel als mentaal, ik kan je geheugen wissen, je toekomst voorspellen, je ring laten verdwijnen en je pincode raden.’ Daarvoor heeft hij met zijn crew alle seizoenen van Dynamo: Magician Impossible uitgeplozen. ‘We zijn achter een vorm gekomen die echt uniek is, waarmee we verregaande illusies kunnen uitvoeren.’ Fragmenten uit Dynamo’s trukendoos waren afgelopen weken regelmatig bij De Wereld Draait Door te zien. Tafelheren en gasten probeerden uit alle macht te ontrafelen hoe de illusionist het witte lijntje onder het horlogebandje van een zongebruind meisje naar haar bovenarm wist te verplaatsen en ook Hans Klok werd erbij gehaald. ‘Het was in ieder geval geen montagewerk. Die truc gebeurde daar echt’, zegt Mids overtuigd. ‘Maar de manier waarop is secundair. Ik betrek zelf nooit iemand in het complot, maar het draait uiteindelijk vooral om de verwondering, verbazing en verwarring van het publiek. Het reactieshot moet honderd procent echt zijn.’ Dat geldt voor zijn eigen programma, maar SBS prentte het hem ook in bij zijn deelname aan De Nieuwe Uri Geller in 2009. ‘We mochten zo ver gaan als we wilden, zolang we maar niet met de BN’er in kwestie afspraken

wat er zou gebeuren. Patty Brard kan namelijk nog zo hard “Ooooh!” roepen, wanneer het niet oprecht is, zie je dat direct.’ ‘Hans Klok en Hans Kazan zijn trouwens geweldig, maar zij hebben dat oude circussfeertje om zich heen. Het glittergordijntjesimago, met een hoge hoed vol konijnen. De opkomst van internet heeft echter een hoop jonge illusionisten met elkaar in contact gebracht die zoals Dynamo street magic uitvoeren. Dat is veel meer in your face: Dynamo raadt je gedachten, slaat een mobiele telefoon dwars door een bierflesje, loopt over water, heel clean allemaal.’ Zaterdag staat Mids zelf in het Leidse Plantsoentheater met een inmiddels uitverkochte Neuromagic-show. ‘Er breken spannende tijden aan voor Nederland. Ik ga je krachten laten ervaren waarvan je niet wist dat je ze had. Zonder dat er iets paranormaals aan te pas komt, ik toon het aan met experimenten.’ Niet dat hij alles verklapt, maar hij licht graag een tipje van de sluier op. ‘Rond hypnose hangt bijvoorbeeld een magisch sfeertje, maar in wezen is het een placebo-effect van woorden. Je neemt een pil, je vertelt jezelf dat het werkt, en het werkt. Zelfs als je weet dat het een placebo is, al is het effect dan minder sterk. Bij hypnose wek je die suggestie met woorden: je vertelt jezelf dat de hypnotiseur de waarheid spreekt. De wetenschap kan nog veel van goochelaars leren.’ Regelmatig organiseert hij dan ook workshops en lezingen. Die brachten hem al in contact met artsen die enthousiast zijn om onderzoeken met hem te starten. ‘Bijvoorbeeld naar de inzet van suggestief taalgebruik in de zorg. Niet dat je moet liegen, of dingen beloven die niet waar zijn. Maar niemand is in grotere staat van hypersuggestiviteit dan een patiënt, dus je zou een context kunnen creëren waarin de focus minder op pijn komt te liggen.’ Uiteindelijk moet er een keer een proefschrift van komen. ‘Bijvoorbeeld rond de Theory of mind. Concreet houdt die in dat we ons behoorlijk in elkaar kunnen verplaatsen. Het is nu mooi weer, we hebben dit gesprek, je bent zo oud; op basis daarvan kan ik je vertellen wat je denkt. Mijn hypothese is dat illusionisten een verhoogde Theory of mind hebben. Er is al interesse om illusionisten in een MRI-scanner van het LUMC te onderzoeken.’ Eerst komt er nog een populair wetenschappelijk boek. ‘Net als in het televisieprogramma kan ik daarin veel globalere dingen kwijt, aan een groot publiek, over wat we kunnen leren van de werking van illusies.’ Ter illustratie wil hij er wel een verklappen: ‘Stel, ik toon je een spel kaarten en spreid het voor je uit. Je mag een kaart zien, die verdwijnt terug in het spel, ik schud de kaarten en steek er een in een envelop. Je mag vertellen welke je zag, ruiten vrouw, en vervolgens open je de envelop: ruiten vrouw. Hoe zou ik dat gedaan hebben?’ Geen idee, vast niet met een spel met alleen ruiten vrouwen. ‘Wel dus. Als ik mijn stapel snel laat zien, heb je dat niet door, omdat in je hoofd een register van 52 kaarten zit. Hoe flauwer de truc, hoe minder snel je het raadt. En ik moet aan het begin natuurlijk niet benadrukken dat het een normáál kaartspel is. Don’t run when you’re not chased.’ www.neuromagic.nl Victor Mids geeft tijdens de Museumnacht twee optredens in Museum Boerhaave: zaterdag 17 mei, 21.30-22.00 en 23.30-0.00


12  Mare ¡ 8 mei 2014

De Belastingdienst speurt met de modernste middelen naar fraude. Dat kan niet zonder starters die barsten van de nieuwsgierigheid.

Het zijn meestal geen amateurs, de mensen of organisaties die frauderen. Ze gebruiken state of the art technologie. Daar zetten we bij de FIOD de modernste (digitale) recherchetechnieken tegenover. Dat vraagt om

www.werkenvoornederland.nl

medewerkers die vakmanschap koppelen aan gezonde nieuwsgierigheid. Als je dat in je hebt, is er mooi en belangrijk werk te doen bij de Belastingdienst. Meer weten? Kijk op werken.belastingdienst.nl.

Nederland kan niet zonder de Belastingdienst kan niet zonder jou.


8 mei 2014 · Mare 13 Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding. Basis-

schoolleerlingen uit verschillende groepen zoeken bijles in bijv. rekenen, Nederlands, spelling en begrijpend lezen. Voortgezet onderwijsleerlingen uit verschillende klassen en schoolniveaus zoeken bijles in o.a. Engels, wiskunde, Nederlands, begrijpend lezen, geschiedenis, etc. Soms wordt een vergoeding (tot 5 euro) betaald. Voor meer informatie over één uur per week vrijwillige bijles of huiswerkbegeleiding: Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en

do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl. Symposium: Hoe ons bewustzijn ons brein verandert. Zijn we een brein? Of hebben we een brein? Door Stichting I.S.I.S. Zaterdag 17 Zondag 18 mei. Den Haag. Zie http:// www.stichtingisis.org/symposium/ voor meer info. Is het mogelijk om een niet menselijk dier te vermoorden?  moordofgeenmoord.nl

ME vs Plankenkoorts: 2 - 1

Academische Agenda Mw. L. Heimans hoopt op dinsdag 13 mei om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Treatment of early rheumatoid and undifferentiated arthritis.’ Promotor is Prof. dr. T.W.J. Huizinga. Dhr. A.A.A. Mol hoopt op dinsdag 13 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Archeologie. De titel van het proefschrift is ‘Connecting the Caribbean. A socio-material network approach to patterns of homogeneity and diversity in the pre-colonial period.’ Promotor is Prof. dr. C.L. Hofman. Mw. I.A. Medina Rodriguez hoopt op dinsdag 13 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Modulation of Leukocyte Homeostasis in Atherosclerosis.’ Promotors zijn Prof. dr. E.A.L. Biessen en Prof. dr. T.J.C. van Berkel. Mw. A.A.M. Vaarhorst hoopt dinsdag 13 mei om 16.15 te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Genetic and metabolomic approaches for coronary heart disease risk prediction.’ Promotor is Prof. dr. P.E. Slagboom. Dhr. R.F.J. van der Burg hoopt op

woensdag 14 mei om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Distribution of Stellar Mass in Galaxy Clusters over Cosmic Time.’ Promotor is Prof. dr. K.H. Kuijken. Mw. A.F.H. Smelt hoopt op woensdag 14 mei om 11.15 te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Migraine treatment – From clinical trial to general practice.’ Promotors zijn Prof. dr. W.J.J. Assendelft en Prof. dr. M.D. Ferrari. Dhr. P. Van Thuy hoopt op woensdag 14 mei om 13.45 te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Beyond Political Skin: Convergent Paths to an Independent, National Economy in Indonesia and Vietnam. Promotor is Prof. dr. J.L. Blussé van Oud Alblas. Dhr. J.M. Müller hoopt op woensdag 14 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Exile memories and the Dutch Revolt. The narrated diaspora, 1550-1750.’ Promotor is Prof. dr. J.S. Pollmann. Dhr. F. Fakih hoopt op woensdag 14 mei om 16.15 uur te promoveren tot

doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The Rise of the Managerial State in Indonesia: Institutional Transition during the Early Independence period, 1950-1965.’ Promotor is Prof. dr. J.L. Blussé van Oud Alblas. Mw. M.A. Nematollahi Mahani hoopt op donderdag 15 mei om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Do Not Say They Are Dead’: The Political Use of Mystica land Religious Concepts in the Persian Poetry of the Iran-Iraq War (1980-88). Promotor is Prof. dr. P.M. Sijpesteijn. Dhr. C. Bogazzi hoopt op donderdag 15 mei om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Search for cosmic neutrinos with ANTARES.’ Promotor is Prof. dr. M. de Jong. Mw. Prof. mr. dr. G.P. van Duijvenvoorde zal op vrijdag 9 mei een oratie houden bij de benoeming tot hoogleraar aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid met als leeropdracht Telecommunicatierecht. Tevens is de Stichting Telecommunicatierecht bevoegd verklaard tot vestiging bij de faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Mr. K.J. Cath-prijs 2014 In 1988 is bij het afscheid van mr. K.J. Cath als voorzitter van het College van Bestuur de “Mr. K.J. Cath-prijs” ingesteld. De prijs, bestaande uit een oorkonde en een bedrag van € 2.500 wordt tweejaarlijks toegekend aan een mede­werker of student werkzaam of studerend aan de Universiteit Leiden, die in de voorafgaande periode de naam van de universiteit op positieve wijze naar buiten heeft gebracht door onderwijs- of onderzoekprestaties of de ondersteuning daarvan, een en ander in de ruimste zin van het woord. Het kan daarbij zowel één persoon als een groepering betreffen. De prijs wordt uitgereikt door de rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur tijdens de opening van het academisch jaar 20142015 op maandag 1 september 2014. De plechtigheid zal plaatsvinden in de Pieterskerk, aanvangstijd 15.00 uur. Ter voorbereiding van de werkzaamheden van de jury wordt de universitaire gemeenschap opge­roepen personen of groeperingen voor te dragen. U kunt vóór 2 juni 2014 schriftelijk een gemotiveerd voorstellen indienen in een envelop gemarkeerd “vertrouwelijk Cath-prijs” bij drs. P. van Slooten, Algemeen Directeur tevens Secretaris College van Bestuur, Postbus 2500, 2300 RA Leiden, of per e-mail aan r.h.m.van.der.poel@bb.leidenuniv.nl.

Foto´s Taco van der Eb

>Vervolg van de voorpagina Maar liefst 128 vrijwillige relschoppers zullen het opnemen tegen zes ME-ploegen, die zich in de laatste week van hun opleiding bevinden: over drie dagen doen ze examen. De deelnemers vertrekken naar buiten voor de eerste ronde. De relschoppers zijn in dit scenario boze bewoners die tegen de komst van een kolencentrale zijn. Ter plaatse staan twee autowrakken. Nog geen twee seconden later hebben de heren van Plankenkoorts een van de auto’s omver getrokken. Maar even later zetten ze hem desgevraagd ook weer vriendelijk terug. De deelnemers moeten lang wachten, maar dan komt de ME aan geschuifeld, met de schilden voor zich uit. De menigte wacht nerveus lachend af. Het is nog een beetje aftasten. ‘Boeeehhhh! Kutkoluh!’, scandeert iemand ineens luid. ‘Kutkolen! Kutkolen!’, valt de rest van de menigte bij. Van twee kanten komt nu ME, met gummiknuppels en schilden in de aanslag. Het blijft bij wat duwen en trekken, maar wie te dichtbij komt, krijgt een corrigerende tik. Even later staan relschoppers en ME in een patstelling tegenover elkaar. ‘Hij gaat lachen hoor. Wedden dattie gaat lachen? Haha, nummer 55 moet lachen.’ ME-agent nummer 55 kan zijn pokerface inderdaad niet meer in bedwang houden en zijn lippen krullen omhoog. Iedereen lacht mee. De sfeer verandert op slag als er een vijftal paarden aan komt draven. De beesten lopen zijwaarts op de menigte in en drijven iedereen zo bijeen. Als de groep te luidruchtig wordt, raakt een van de paarden een beetje in paniek en het trapt een paar keer vervaarlijk naar achter. ‘Kutbeesten, ik moet vaker paardenbiefstuk eten!’, roept een jongen van Plankenkoorts. De deelnemers staan in een cirkel en de vijf paarden lopen als hongerige wolven om ze heen. Ze kunnen geen kant op. Er komt een ME-busje aangereden. De menigte breekt los en er vallen wat rake klappen. Eén jongen weet door de linie heen te breken en staat even later op het dak van de bus. ‘Kutkolen!’ roept hij naar beneden, terwijl hij op het dak op een neer springt. Dit blijkt toch niet de bedoeling en de regels worden nog eens uitgelegd: geen spiegels van de busjes slopen, niet op de paarden gooien, niet op voertuigen klimmen, alleen met blokjes en niet met andere voorwerpen gooien. De tweede oefening vindt plaats in ‘de Vogelwijk’. De thrillseekers zijn nu voorzien van grote manden met houten blokjes, die ze op de ME mogen gooien. De jongens gaan er vol in. ‘Met zijn allen op nummer 15. We pakken nummer 15!’ Een regen van blokjes vliegt op de ME’er met schild nummer 15 af, maar hij blikt of bloost niet. Ineens vallen de ME’ers uit. Met zijn allen rennen ze tegelijkertijd naar voren, de wapenstokken boven het hoofd geheven. De jongens weten niet hoe snel ze zich uit de voeten moeten maken. Maar de ME staat alweer stil opgesteld in formatie. ‘Verdomme jongens, niet wegrennen! We zijn toch geen mietjes?’ Langzaam komt de menigte weer dichterbij en wederom daalt er een regen van blokjes op de ME’ers neer, tot hun commandant ‘charge’ roept en ze weer uitvallen. Ineens komt het vijftal paarden weer aan ga-

lopperen. In paniek vlucht iedereen de steegjes in. De straten worden langzaam schoongeveegd. Op een gegeven moment pakken de ME’ers echt door en slaan ze op iedereen die ze tegenkomen. De menigte begint te rennen, mensen vallen, verliezen hun schoen, duiken in blinde paniek naar de grond of vluchten naar de zijkant in het gras. ‘Op de weg blijven’, schreeuwen de docenten. Half strompelend en rennend maakt iedereen zich uit de voeten terwijl de briesende paarden alweer aan komen rennen. Het is heftig en de deelnemers zijn buiten adem. Tijdens de koffiepauze is er tijd voor een onderonsje met de ME. Een paar jongens gaan ‘op zoek naar de blonde ME-chick’, nummer 22. Anderen laten elkaar hun oorlogswonden zien. Een van de weinige aanwezige meisjes toont haar arm, waarop een grote paarse striem zichtbaar is. Tot zover ‘tegen schattige meisjes doen ze heus niets’. Het derde scenario vindt plaats op een pleintje, dus de ME belaagt de relschoppers van meerdere kanten. De Aanhoudingseenheid (AE) in burger was eerder door de studenten al geïdentificeerd, maar in het heetst van de strijd weten de vermomde agenten toch wat relschoppers bij de kraag te pakken en af te voeren. Het betreft opvallend vaak iemand van Plankenkoorts die in het busje gesmeten wordt. ‘Maar om de hoek word je weer vrijgelaten’, zegt Hielke Dijkstra (25). Toch maken de relschoppers het ze niet gemakkelijk. Zo weten vier jongens een ME’er te isoleren. Die mag van geluk spreken dat hij geen echte hooligans voor zich heeft. In een smal steegje ziet de ME zich genoodzaakt zich terug te trekken. Zodra een busje hen wil oppikken, pakt een van de studenten de deur vast en houdt deze open. De groep stormt naar voren en gooit het ene na het andere blokje naar binnen. De ME krijgt de deur niet dicht en kan niet wegkomen. De menigte wordt steeds feller. ‘Stop! Stoooop! Jongens, kappen nou!’, roepen de docenten. Langzaam laten de jongens hun armen zakken. ‘Dat ging niet helemaal goed’, zegt acteur Mikael, die wordt ingehuurd om de vrijwillige relschoppers aan te sturen en zo nodig op te stoken. ‘Een mooi leermoment’, noemt een andere docent de nederlaag. De oefening moet opnieuw. Niet veel later regent het vuurwerkstaven en is het plein in rook (zogenaamd traangas) gehuld. De menigte wordt naar breed terrein gedwongen, waar de ME hen gemakkelijk omsingelt. Na de drie scenario’s is iedereen moe. In de trein wrijven de jongens over hun pijnlijke ribben, dan storten ze zich op de kruiswoordpuzzels in de Spits. Van sterke verhalen is nog even geen sprake, maar volgend jaar gaan ze weer.

‘Wie lust er een hapje ME?’ Ook een keer met je dispuut of jaargenoten rellen tegen de ME? De politieacademie is altijd op zoek naar fanatieke, maar redelijke relschoppers om de ME’ers in opleiding zo goed mogelijk te kunnen trainen. Opgeven kan via tegenspel@politieacademie.nl


14

Mare · 8 mei 2014

English page

Violence was the only right path Peter Knoope, an expert on terrorism, talks about his time with the ANC “Actually, I never talk about it”, says Peter Knoope but the director of the International Centre for Counter-Terrorism once worked for the ANC, which is regarded as a terrorist organisation by various countries. “Once or twice, I considered carrying out an attack.” “My life is divided in two: life before and life after the camp. That’s where I came of age. I was 24 and had been travelling the world with a rucksack for three years. When I arrived in Mozambique, I saw the devastating effect Renamo, the resistance group supported by the apartheid regime, had. The population was working hard to rebuild the country but Renamo did everything they could to frustrate their efforts. They attacked schools and destroyed the infrastructure. That’s what when the seed of my anger was sown. This can’t be happening, I thought. I have to do something. “The African National Congress placed a job advertisement in de Volkskrant. At the time, the ANC was a political group that opposed Apartheid. Although three hundred people applied for the job, somehow I was convinced that they would choose me. It wasn’t a big deal that the organisation was not averse to violence. The anti-apartheid movement was considered a good cause: people were inclined to view me as a hero. “In hindsight, I’m amazed my parents let me go without a fight but of course I had already done lots of travelling and was quite headstrong. Maybe they just gave up. “I went to Tanzania in 1983 to learn Xhosa and get some political training. Tanzania needed highly qualified people to lead the country after the apartheid regime. I ended up in an academic camp, Mazimbu, where those people received education and where I taught biology.” “However, it was also a transition camp for people from Angola, etc. who needed to disappear for a while, and where they recruited people for armed combat. We were out in the bush, so there wasn’t much to do. In the evening, we all got together in the large hall where people read to us or where we played music or sang battle songs. That’s where we were given pep talks and persuaded that the path of violence was the right one. “Could I still remain sceptical of things I was told all day and every day? That’s a tough one. I was always swaying to one side or the other. A lot depended on my mood. “Besides, any opposing views would brand you as a spy. I was a stranger in an organisation at war; they didn’t trust me at all. The fearinduced system of control was defendable because there really were infiltrators in the organisation. Every trick in the book was used there by spies, such as male-female relationships: Miss X turns up out of nowhere, absolutely besotted with you. You don’t know who you can trust so you don’t trust anyone anymore. “When I was very lonely, I sometimes thought about carrying out an attack. ‘Let me die in South Africa, at least my life will have had a reason.’ I teetered in the edge, but if I had really decided to carry out an attack, I don’t really know whether I could have actually gone through with it. “Everyone was always on edge.

BY PETRA MEIJER

Peter Knoope in a training camp of the African National Congress

Until 1990, South Africa had a system called Apartheid (“separateness”) that kept races segregated. One of the parties fighting Apartheid was the ANC. The ANC was removed from the US terrorism watchlist in 2008. No questions were asked. We lived in units of eight and suddenly two of them would disappear. They would have been sent on a mission to South Africa and we didn’t know whether they would ever return. I used to feel incredibly lonely ...” (After a short break, clearly emotional) “Excuse me, I actually never talk about it, in the same way our parents never mention the war, I suppose. “The mistrust that permeated everything and the lack of reflection were not the organisation’s only weaknesses. The aspect of violence attracted certain people. They didn’t care about the cause; they just wanted a fight – even in the highest echelon of the organisation. “It was extremely dangerous, but in the Netherlands, the anti-apartheid movement just did not want to hear it. The bad parts were glossed over and excused: ‘They are suffering because of Apartheid’. “I finally reached the limits of what I personally could stand. I was worn out. Solidarity had been my reason to help but I was confronted by the limitations and weaknesses of the organisation. I needed to take stock. Was I still helping? I thought I had become too sceptical and too troublesome to make a worthwhile contribution. Was I disillusioned? No, but I had learned a lot. “Terrorist organisations often use ploys that are constructed on similar lines: violence is the only way. Nobody listens to us. We make fair and justifiable demands but our children are killed on protest marches. They made us suffer, why shouldn’t we do the same? Violence is the only language they understand. You can only fight these narratives once you understand their appeal and how they are used. “Because I spent time at the camp, it’s easier for me to comprehend how these groups operate. It is important to listen to their grievances because then you can take the sting out of them. Be prepared to see what’s

wrong. And then it’s important to realise how difficult it is to leave: I felt bereaved. I experienced a sort of institutionalisation. The camp offered me structure and when I left suddenly, I felt detached. I went through six months of hell after leaving the camp and moving to Cameroon. “Between 2001 and 2007, it was taboo to try and attempt to under-

stand terrorists. The events of 9/11 had left too great an impression. I remember Wim Kok saying: ‘I hope that the United States will respond with dignity to the harm they have suffered’ – a sensible reaction, but it merely provoked anger. “It was in exact opposition to Bush’s tough stance: ‘We will hunt them down, we will smoke them out,

you’re either with us or against us.’ “People only started to consider the dangers of radicalization when they realised that this stance was not working, following our experiences in Afghanistan and so on. From the very first, I’ve always said: if you’re not prepared to understand why people do these things, you’ll never find the answer. “As far as that goes, the Netherlands has had a leading role, partly because our previous dealings with counterterrorism have been successful. Take the Hofstad group, for instance: there’s almost nothing left of it. A few former members are now helping out with de-radicalization programmes. “Until 1994, my name was included on the list of people who were not allowed to enter South Africa but later on, it was all right. However, the thought has always made me a bit nervous. When I was at the camp, South Africa was the enemy, but now I’m moving there for four years because my wife has been appointed as the Dutch ambassador. In a special way, the circle is complete.”

Advertisement

K.J. Cath Prize 2014 The K.J. Cath Prize was instigated in 1988, on the occasion of K.J. Cath’s retirement as President of the Executive Board. The award comprises a commendation and a sum of € 2,500. It is awarded every two years to a member of staff or student at Leiden University whose teaching or research – broadly interpreted - over the preceding period has made a positive contribution to promoting the reputation of the university. The prize may be awarded to a single individual or to a group of people. The award will be presented by the Rector Magnificus and President of the Executive Board at the opening of the 2014-2015 academic year on 1 September 2014. The ceremony will take place in the Pieterskerk, commencing at 15.00 hrs. The nominations for the prize will be assessed by a jury to be appointed by the Executive Board. Members of the university community are invited to nominate individuals or groups of people as candidates for the award. You can submit your nomination, in writing and clearly stating your motivation, before 2 June 2014, in an envelope marked : ‘Confidential – Cath Prize’, to Mr P. van Slooten, General Manager and Secretary t o the Executive Board, P.O. Box 2500, 2300 RA Leiden, or by e-mail to r.h.m.van.der.poel@bb.leidenuniv.nl.


8 mei 2014 · Mare 15 Cultuur

Agenda

Een penisplant van tulpen De Leidse Hortus reed mee met het Bloemencorso van de Bollenstreek

‘Het corso was sit jaar later. Dat léék een goed idee’

‘Het hele bollencircus begon ooit in de Leidse Hortus, toen Clusius tulpen uit verre oorden meenam’, vertelt oud-hortulanus Art Vogel. Door Marleen van Wesel Behalve gemeentes, vaste corsogroepen en Omroep Max, reed tijdens het Bloemencorso van de Bollenstreek dit jaar ook de vriendenvereniging van de Hortus Botanicus mee. ‘Die bestaat 35 jaar en de hortus zelf volgend jaar 425, dus we wilden graag iets geks doen’, zegt Vogel. ‘Iets waardoor de vrienden nog meer vrienden krijgen. Even dachten we aan bakfietsen vol bloemen. Maar

waarom geen praalwagen?’ Dat was halverwege 2013, maar pas enkele dagen voor de optocht krijgen de corsowagens vorm. De frames staan dan opgesteld in De Klinkenberghallen in Sassenheim, waar een indringende bloemenlucht hangt. ‘De hyacinten’, verklaart Vogel tijdens het insteken. ‘Vanwege Pasen en Koningsdag was het Bloemencorso uitgesteld. Dat léék een goed idee. Vorig jaar moesten de hyacinten op het laatste moment uit Frankrijk geïmporteerd worden vanwege de kou. Nu was het voorjaar juist extreem warm en vroeg.’ De verantwoordelijken voor de bloemen scheurden daarom afgelopen week alle bloemenvelden van

Foto Taco van der Eb

Noord-Holland af. ‘Na flink wat slapeloze nachten vonden ze in Den Helder nog één hyacintenkweker die wat later geplant had.’ Om hem heen ontstaan bij de concurrentie joekels van stekkers, vlinders en ook een paars-witte koe op een motor. ‘Op onze wagen komt uiteraard de Victoria amazonica: de reusachtige waterlelie uit de Hortus. Die bloeit slechts twee nachten: de eerste in het wit en de tweede nacht in het roze. En we hebben natuurlijk ook de Amorphophallus titanum, de penisplant, waarvan de bloei nog zeldzamer is.’ Nagemaakt van tulpen dan, gedoneerd door kwekers die vaker met de hortus samenwerken. ‘In de hortus zelf mocht de laurierkers-

haag, die eigenlijk gesnoeid moest worden, wat langer blijven staan. Deze week hebben we nog fanatiek blaadjes geplukt, om de leliebladeren te bekleden’, vertelt Kees Langeveld, voorzitter van de vriendenvereniging. Hij coördineert het insteken. ‘Desnoods wordt het vannacht vier uur.’ ‘We liggen helemaal op schema’, relativeert Vogel. ‘Hoewel, de tulpen moeten wel blijven zitten. Als de kwaliteit dubieus is, dan… nou ja, je ziet het gebeuren’, zegt hij, terwijl de bloemen van een andere wagen op de grond dwarrelen. Op de hortuswagen zullen figuranten met gieters en plantenspuiten voor kasmedewerker spelen. ‘En achterop staat Theo Teske, onze Zingende Bloemist. Dat is de échte Hortus-tuinman, die toevallig heel mooi kan zingen. Bij de opening van de tropische kassen deed hij iets klassieks voor de koningin. Nu gaat hij voor een meedeiner’, vertelt Carlijn Keulen, student Nederlands en hortusstagiaire. Als hij tenminste niet overstemd wordt door de andere wagens. Dat versterkt geluid mogelijk is, hebben ze ook pas zojuist gehoord. Twee dagen later, langs het parcours, nadert de muziek van de harmonie. Reclameauto’s met uit de kluiten gewassen bloemstukken rijden langzaam vooruit. Langs de kant discussieert het publiek in allerijl of ze wel de beste plek gevonden hebben, of toch zullen oversteken. ‘Straks kan het écht niet meer.’ Dan trekt de kleurrijke stoet voorbij. De eerste prijs is al door de motorkoe in de wacht gesleept, maar Theo Teske is luid en duidelijk te horen: ‘Oh wat is het toch fijn, om gelukkig te zijn. Doe niet zo ernstig maar lach, pluk de dag, pluk de dag!’ Enkele dagen later wordt de bloemenpracht alweer vernietigd. De basis van de wagen wordt mogelijk wél hergebruikt. Vogel: ‘De 3 October Vereeniging heeft al interesse getoond.’

Een 17e-eeuwse fabel met schwung Over geldlust en gierigheid Studenten van toneelvereniging LEF herschreven een toneelstuk van de Engelse schrijver Ben Jonson. ‘Dit keer geen zwaar op de maag liggende Shakespeare, maar een luchtiger stuk. Het moet wel binnen komen bij het publiek’. De titel ‘The Fox and the Fly’ suggereert een toneelstuk over een vos en een vlieg, maar acteurs in dierenpakken zijn nergens te bekennen. Lotte Lemstra (student Engels) en Anne Fleur den Haan (Engels, net afgestudeerd), de twee regisseurs van het toneelstuk, leggen uit: ‘Het originele toneelstuk is geschreven als een fabeltje, maar wij hebben het een modern jasje gegeven. De karakters vertonen wel allemaal dierlijke trekjes. Zo is de hoofdpersoon zo sluw als een vos, en zijn bediende lijkt op een stiekeme plakvlieg.’ Het moderne jasje geeft het stuk net wat meer schwung. ‘Het is dit keer geen zwaar op de maag liggende Shakespeare, maar een grappige modernisering van een fabel,’ vertelt Lotte, die het stuk uit het zeventiendeeeuwse Engels vertaalde. ‘Voor ons gaat het erom dat het publiek het naar zijn zin heeft. En dan moet je geen intellectuele grapjes gaan ma-

ken in oud-Engels, maar hen emoties tonen die in het hart raken.’ De Leiden English Freshers, zoals de toneelgroep voluit heet, heeft al twintig jaar ervaring in het opvoeren van oude Engelse stukken. ‘We hebben heel vaak Shakespeare gespeeld, maar wat we nu doen is toch wat luchtiger voor het publiek. Oude toneelstukken zijn leuk om te spelen met een grote groep, omdat er vaak veel verschillende personages zijn. In moderne stukken spelen soms maar vijf mensen, dan zou driekwart van onze leden aan de kant zitten. En het gaat er nou net om dat iedereen lekker mee kan doen.’ Het originele stuk Volpone werd geschreven door Ben Jonson, een tijdgenoot van William Shakespeare. Jonson wist niet wereldwijd door te breken, maar was in Engeland wel erg bekend. Ook in de theater- en literatuurwereld is Jonson geen onbekende. Volpone gaat over de hebzucht en machtswellustigheid van de mens. Het vertelt hoe een gierige, bejaarde edelman zijn buren afperst, die een plekje op zijn testament proberen te bemachtigen. Jonson wilde op grappige wijze laten zien dat de mensheid wordt gedreven door macht en geld. ‘Wij willen de mensen ook laten lachen, en dus hebben we de grapjes iets tijdlozer gemaakt. Er zit voor ie-

dereen wat bij, net als in een Disneyfilm’, verzekert den Haan. Zelfs voor de doorgewinterde literatuurfan zullen er nog grapjes in zitten. ‘Ook al zijn sommige mensen er heel erg op tegen dat de originele Engelse tekst wordt veranderd, wij vonden dat die progressie wel een keertje mocht.’ Officieel werd LEF opgericht om eerstejaarsstudenten Engels enthousiast te maken voor de taal en het theater. Maar ook internationale studenten en mensen die iets met theater hebben mogen lid worden.

Iedereen krijgt zo de mogelijkheid om zich te ontplooien, van kleding ontwerpen tot regisseren. ‘De organisatie van een toneelstuk geeft een hoop stress, maar de magie van toneel is dat de voorstelling toch altijd weer op zijn pootjes terecht komt. Wij gaan in ieder geval ons best doen om er een leuke show van te maken,’ aldus Lemstra. ‘The Fox and the Fly’ is 8,9 en 10 mei te zien in Theater Het Leidse Volkshuis, vanaf €8,50

Normaal doet LEF Shakespeare, nu iets luchtigers

Foto Taco van der Eb

FILM

TRIANON The Other Woman Dagelijks 18.45 + 21.30 A Weekend in Paris Dagelijks 19.00 uur Za. zo. Wo. 14.30 The Quiet Ones Dagelijks 21.30 De 100-jarige man die uit het raam klom Dagelijks 18.45 Zo. Ma. Di. Wo. 21.30 12 Years a Slave Do. vr. za. 21.30 KIJKHUIS The Railway Man Dagelijks 18.30 The Grand Budapest Hotel Dagelijks 21.00 Zo. 14.00 Anni Felici Dagelijks 19.00 Zo. 14.30 Tracks Dagelijks 21.30 LIDO Bad Neighbours dagelijks 18.45 + 21.30 za. zo. 15.30 The Other Woman Za. zo. 16.30 Divergent Dagelijks 18.15 The Amazing Spider-Man 2 3D Dagelijks 21.30 Reasonable Doubt zo. ma. di. wo. 21.30 Lucia de B. za. zo. 15.30 Pompeii 3D zo. ma. di. wo. 21.30 The Face of Love Dagelijks 18.45 Brick Mansions Dagelijks 21.30

MUZIEK

QBUS Voorronde Leiden Jazz Award 13 en 14 mei, 20.30-21.00 DE TWEE SPIEGHELS Electric Love 9 mei vanaf 21.00 DJ Phil Ross – Jazzy Grooves 10 mei vanaf 21.00 Stadsgehoorzaal De Troubadours en het Symfonie­ orkest van Colla Voce, met drie solisten – opera Giovanna d’Arco (Jeanne d’Arc), Giuseppe Verdi 16 mei, 20.15, 22,50 euro

THEATER

LEIDSE SCHOUWBURG De Vaginamonologen 9 mei van 20.15-21.35, vanaf 10 euro Thomas Verbogt en Youp van ’t Hek 11 mei, 20.15, vanaf 9 euro. De Prooi 14 mei, 20.15, vanaf 10 euro. IMPERIUM THEATER Zinsbegoocheling 9,10,16,17,22,23,24 mei, 20.15 18 mei, 14.30, 12 euro THEATER INS BLAU Beppe Costa – Vroeger was ik kosmonaut 9 mei, 16 euro Blue Monday: Off Projects (dans) 12 mei, 12,50

DIVERSEN

Rijksmuseum van Oudheden Tentoonstelling ‘Gouden Middel­ eeuwen. Nederland in de Mero­ vingische wereld. (400-700 na. Chr.) 25 april – 26 oktober 2014. Lipsius Lezing: ‘Hollandse helden in historische jeugdboeken.’ Door Prof. Helma van Lierop. 15 mei, 20.00 uur, Lipsius 019, vanaf 5 euro. Hooglandse Kerk Toegewijde Kunst – Moderne Altaarstukken Van 17 mei t/m 6 juli. Naturalis After Dark Late Night Show, Lekker Ruig 14 mei, 20.00-22.30, 7,50 euro. Hortus Botanicus (Sterrenwacht) Lezing ‘Waar zijn de broertjes en zusjes van de zon?’ door Prof. Simon Portegies Zwart. 10 mei, 14.00.


16

Mare · 8 mei 2014

Het clubje

Inburgeren

Spuitband

Taco van der Eb

‘Lang blijven, veel zuipen, weinig zeiken’ AHC Noot Max Elzinga (22, chemie): ‘Wij zijn AHC Noot. Vorig jaar zijn we binnen Augustinus verkozen tot het leukste cordial. En dat zeggen we echt niet om op te scheppen.’ Koen Linders (20, psychologie): ‘We zijn leuk omdat we onszelf zijn. Veel cordials hebben praatjes. Wij hebben maar een beetje praatjes.’ Joost van Lankveld (23, informatica): ‘Noot kraakt alles. Noot breekt wet. En elke maandag zijn we borrelNootjes.’ Jelle van der Meer (22, criminologie): ‘We hebben elkaar leren kennen tijdens de werkweek. We verbleven op een boerderij. De boer en boerin heetten Henk en Ingrid. Geen grap.’ Joop Groenen (21, geneeskunde): ‘We moesten een hut bouwen voor kleine kinderen.’ Van der Meer: ‘En geiten neu… ik bedoel melken.’ Linders: ‘Dat konden we goed, er

kwam melk uit.’ Van der Meer: ‘Zo ontstond een vast groepje. Alleen Luuk hebben we geadopteerd.’ Luuk Houdijk (21, commerciële economie): ‘Ik ben een soort huisdier. Ik kom soms aanwaaien, soms niet.’ Danny van Velzen (21, natuurkunde): ‘We staan bekend als een actief cordial. We organiseren nooit iets, maar we doen aan alles mee. We hebben de Raprace gewonnen, en de 24-uursborrel. Hoe je die wint? Lang aanwezig zijn, veel zuipen, weinig zeiken.’ Van der Meer: ‘We kunnen ook heel goed djensen. Dat is een soort dansen, maar dan goed hard gaan. Half mens, half robot. Spastisch maar elastisch.’ Linders: ‘Ons favoriete meidencordial is Mooizat, omdat ze wel lekker zijn. Op twee na hebben we ze allemaal geregeld.’ Groenen: ‘We drinken altijd Holger-bier.

Het is veel te goedkoop, en veel te vies. De volgende ochtend heb je gegarandeerd een kater.’ Van Lankveld: ‘Eigenlijk krijg je al koppijn tijdens het drinken.’ Van Velzen: ‘En we zaten ook een keer opgesloten in een lift. Er mochten maximaal zeven mensen in, maar wij gingen met zijn tienen, met vier kratten bier, en een Duitser. Halverwege bleven we hangen.’ Jort van der Horst (20, international studies): ‘Die Duitser hebben we ons cordiallied geleerd. Toen de mannetjes ons kwamen bevrijden kon hij het al redelijk zingen.’ Houdijk: ‘Noud regelt alleen maar draken. Noud, wil je ook nog wat zeggen?’ Noud Belser (21, geschiedenis): ‘In 1584 werd Willem van Oranje vermoord.’ Van Velzen: ‘Ja, we willen ijsberen zien.’ Bastian Bijlsma (rechten): ‘We hebben wel één keer een serieus gesprek

gehad, over martelen en planeten. En over geesten, maar daar wilde Tom niet over praten, want hij is er bang voor.’ Tom de Kroon (rechten): ‘Ik ben niet bang, maar vind het ongemakkelijk om er over te praten. Geesten, daar krijg je gewoon geen vat op.’ Bijlsma: ‘Hij is ook bang voor honden. Daar krijg je ook geen vat op.’ Van der Meer: ‘Steven roept altijd heel hard “KIETEL!” als er een mooi meisje langsloopt.’ Steven Gijselman: ‘Waarom is dat raar? Hoe versier jij een meisje?’ Houdijk: ‘Je ziet het, we praten alleen maar poep. Dat is de essentie van ons cordial.’ Allen, zingend: ‘Noot is niet te kraken... Je zusje heb ik vast wel eens gehad… Zestien mooie lullen!’ DOOR PETRA MEIJER

Vorige week ben ik naar het Spinozahuis in Rijnsburg geweest. Tijdens een college over Spinoza vertelde Herbert de Vriese, de dienstdoende docent, dat het Spinozahuis slechts twintig minuten fietsen was vanaf de faculteit. Toen een bijdehante student opmerkte dat er ook een bus voor de deur stopte, keek de Vriese hem even streng aan en zei: ‘Naar Spinoza, ga je op de fiets.’ Dus vorige week stapte ik op mijn fiets. Nu was dat in het geheel nog niet zo eenvoudig. Ik woon namelijk in Amsterdam en heb geen fiets in Leiden, en het leek me niet zo netjes om helemaal bezweet aan te komen. Gelukkig was mijn vriend Joris bereid om met me mee te fietsen. We hadden op Koningsdag in een dronken bui besloten dat we volgend jaar de marathon van Rotterdam wilden gaan lopen en dit zou onze eerste training worden. Omdat Joris even geen huis heeft, pikte ik hem op bij zijn ouders in Overveen. Vanaf daar konden we door de duinen naar Noordwijk rijden en eenmaal in Noordwijk waren we al bijna in Rijnsburg en dus bijna bij Spinoza. Voor diegenen onder u die nog nooit op een racefiets heeft gezeten; tot 35 kilometer per uur gaat het best maar daarboven is het aardig aanpoten. Voor diegenen onder u die heel vaak op een racefiets zitten; boven de vijfendertig gaat het u waarschijnlijk ook nog gemakkelijk af, maar ik moet daar dus flink voor doortrappen. Het eerste stuk reden Joris en ik om beurten voorop, waarbij de voorste zo lang mogelijk de veertig vast probeerde te houden totdat hij inzakte, zodat de ander kon inhalen en de veertig weer aangetikt werd. Bij een snackbar tussen Zandvoort en Noordwijk hielden we pauze. Buiten adem en druipend van het zweet stelde ik voor om het iets rustiger aan te doen. Joris zag er niet veel beter uit dan ik en stemde in. Dus even later reden we weer om beurten met veertig kilometer per uur op kop. Even na Noordwijk merkte ik dat Joris niet meer achter me reed. Ik keek om en zag hem langs de kant van de weg staan naast zijn fiets. Even twijfelde ik, als ik nu doorreed was ik eerder bij het Spinozahuis en stond het 1-0 in onze wedstrijd, waarvan we allebei ontkenden dat we eraan meededen. Maar we moesten nog veel vaker samen trainen om ooit die marathon te kunnen lopen, dus ik keerde om. ‘Spuitband.’, zei Joris, toen ik aan kwam fietsen. Nu heb ik geen idee wat een spuitband is, maar veel lucht zat er zo te zien niet meer in. Gelukkig heb ik altijd een extra binnenband bij me en nadat we de band verwisseld hadden konden we verder. Een half uur later waren we bij het Spinozahuis. Met rood aangelopen hoofden, zwarte handen en stinkend naar zweet klopten we op de deur. De man die de bovenste helft open deed leek even niet te weten wat hij met ons aan moest, maar deed toen toch ook de onderste helft van de deur open en liet ons binnen. Afgeleid door mijn eigen geur, de zwarte vlekken voor mijn ogen en de constante neiging om over te geven heb ik weinig meegekregen van zijn uitgebreide rondleiding. Maar zoals gezegd, er stopt ook een bus voor de deur. TIM MEIJER

Bandirah

Mare 28 (37)  
Mare 28 (37)  

Leids universitair weekblad Mare

Advertisement