Page 1

5 september 2013 37ste Jaargang • nr. 1

‘Ik heb kansen gemist’ Pagina 3

Veldwerk in Normandië ‘Sommigen wisten niet wat D-Day was’

Hoe je niet moet versieren. Een handleiding door Thomas Blondeau

Van zittenblijver tot rector magnificus. Het grote Carel Stolker-interview

Pagina 7

Pagina 8 en 9

Pagina 10 en 11

Overspoeld met eerstejaars Leiden in top 3 van grootste groeiers Nu het sociaal leenstelsel is uitgesteld storten scholieren zich massaal op de studie. Leiden groeit hard, met dank aan Den Haag. Door Vincent Bongers Plannen voor een jaar spiritueel verdiepen in India of schapenscheren in NieuwZeeland verdwenen in de prullenbak. Studentensteden worden dit jaar overspoeld met eerstejaars. Het spookbeeld van het sociale leenstelsel heeft voor een piek in de aanmeldingen gezorgd: bijna vierduizend scholieren meer dan vorig jaar begonnen een universitaire studie. De Leidse universiteit haalde er daar rond de achthonderd van binnen en vergrootte haar marktaandeel flink. Uit de aanmeldingsmonitor van Studielink, peildatum 2 september, blijkt dat het aantal Leidse eerstejaars in 2013 met 16 procent is gegroeid vergeleken met vorig jaar. Alleen het Erasmus en Wageningen groeiden harder. Het Leidse marktaandeel steeg van 7,5 procent in 2009 tot 9,6. De teller staat voorlopig op 5656 eerstejaars. Nieuwe studies zijn de grote motoren van de groei. De Engelstalige bachelor International Studies in Den Haag ging vorig jaar van start en maakte in een klap de faculteit Geesteswetenschappen kerngezond. Het idee werd aanvankelijk met de nodig scepsis benaderd. Vooral in de universiteitsraad was er kritiek: de opleiding kon wel eens teveel gaan concurreren met het eveneens Haagse university college. Het bleek niet het geval. Al meteen in het eerste jaar meldden 377 studenten zich aan. Een getal waar de meest optimistische bestuurder geen rekening mee had gehouden. Dit jaar verwacht de opleiding rond de vijfhonderd studenten. Ook het university college trok meer eerstejaars. ‘We zagen deze groei al vroeg aankomen’, zegt Johannes Magliano-Tromp, programmacoördinator bij International Studies. ‘In het voorjaar bleek dat we een “veilige”

planning moesten maken voor 550 eerstejaars.’ Hij verwacht geen problemen door de drukte. ‘Het is een vol rooster maar het wordt niet dringen.’ Wel is er buiten de gebouwen van de Haagse Campus naar ruimte gezocht om de eerstejaars op te vangen. ‘Voor de grote hoorcolleges huren we theater Diligentia of de Kloosterkerk af.’ Volgens Magliano-Tromp zijn er nog geen grenzen aan de groei. ‘We overwegen geen fixus.’ Den Haag lijkt ook als een magneet op studenten bestuurskunde te werken. De opleiding vertrok onlangs uit Leiden. ‘We verwachten dat iets meer dan 300 studenten, zegt opleidingsdirecteur Jaap van Donselaar. ‘Vorig jaar waren dat er 190. Die enorme groei is best heftig om op te vangen. Ook omdat onze tweedejaars bachelorstudenten nog in Leiden zitten.’ De opleiding neemt in het najaar een besluit over een fixus. ‘Het is iets wat je in gedachten moet houden.’ Van Donselaar vermoedt dat het vertrek uit Leiden de studie aantrekkelijker heeft gemaakt. ‘De stad heeft toch een streepje voor. Studenten zitten dichtbij de bestuurlijke en gerechtelijke instanties zitten. Dat is niet alleen prettig tijdens de studie. Ik denk ook dat studenten verwachten dat ze nu meer zicht hebben op een stage of baan.’ Ook in Leiden zorgt een nieuwe opleiding voor groei. De honderd plaatsen van de nieuwe Engelstalige bachelor psychologie stroomden eenvoudig vol. Er waren meer dan 300 aanmeldingen. Verder trekt de rechtenfaculteit veel studenten en troeft het wat marktaandeel betreft al haar zusterfaculteiten af. Het Kamerlingh Onnes-gebouw is tot de nok toe gevuld. En daar ligt het probleem: er zijn meer docenten nodig. ‘We halen veel studenten binnen en leveren steeds meer diploma’s af ’, zei hoogleraar straf- en strafprocesrecht Jan Crijns onlangs in de faculteitraadsvergadering. ‘En dat krijgen we niet

allemaal vergoed omdat de universiteit dat geld niet heeft. Werken we niet te hard voor wat de faculteit betaald krijgt?’ Het bestuur krijgt niet voor de volle honderd maar 97 procent van de facultaire uitgaven

vergoed. De zogeheten budgetfactor geldt overigens ook voor de andere faculteiten. Daarnaast wordt er al jaren bezuinigd op de universitaire bijdragen. In 2016 loopt de korting op tot 5 procent.

Mare zoekt een stagiair(e)

Zware blowers zijn trager door THC

SSR zit vol, Minerva Uniek? Of niet? trekt meeste leden Kamervragen bsa

Interesse in journalistiek? Bij Mare is plaats voor een stagiair(e). Mail je sollicitatie, cv en geschreven artikelen naar frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

Zware blowers worden sterker afgeleid door woorden die met cannabis te maken hebben. Dat inzicht kan helpen bij het behandelen van verslaving.

De Leidse studentenverenigingen profiteren van het grote aantal eerstejaars. SSR voerde een reservelijst in. Minerva haalde de meeste leden binnen: 392

Het Leidse experiment met een tweejarig bsa mag niet worden uitgevoerd bij ‘unieke’ studies. De PvdA stelde Kamervragen over wat uniek is, en wat niet.

Pagina 3

Pagina 4

Pagina 5

‘Kunnen we dat wel volhouden?’ vroeg universitair docent René Orij zich tijdens de vergadering van Rechten af. ‘Tot nu toe hebben we het kunnen rooien. Maar we lijken toch de melkkoe van de universiteit.’

Leiden vanuit een minihelikopter Voor zijn ‘Ode aan Leiden’ liet kunstenaar Casper Faassen een kleine helikopter met een camera boven de stad vliegen. De op glas afgedrukte foto bewerkte hij met bladmetaal, acryl en zuren. Zijn variatie op Leidse schilders als Jan van Goyen en Jan Lievens is eind september tijdens de Kunstroute te zien in Haagweg 4.

Bandirah Pagina 16


2  Mare · 5 september 2013 Geen commentaar

Jaartje nog-even-niet

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000

Door Thomas Blondeau Tjemig, wat zijn jullie met veel. Jullie, ja, eerstejaars. Welkom in Leiden. Alle 5656. Door jullie komst mag deze universiteit zich verheugen op de titel ‘grootste groeier in vergelijking met andere universiteiten’ – bekt niet zo lekker, maar het is wel fijn voor de boekhouding. Jullie komst zorgt voor meer geld uit Den Haag. En daar spuugt niemand op. Zeker niet in deze tijd. Natuurlijk was een aangename universiteitsbegroting voor jullie geen overweging om naar Leiden af te zakken of op te klimmen. Dat betekent dat de Universiteit Leiden een goede naam heeft. En die naam is ook nog ergens gebaseerd, wees gerust, ranglijsten en gidsen bevestigen dat het onderzoek en onderwijs hier hoog en op internationale schaal wordt gewaardeerd. De toevloed van eerstejaars heeft niet alleen met de uitstraling van deze instelling te maken. Ook achttienjarigen (of in ieder geval jullie ouders) denken aan de portemonnee. Volgend jaar wordt immers het sociaal leenstelsel ingevoerd. Dus heel wat mensen gaan nu niet een jaartje in Oceanië rondcrossen of liefdadigheidswerk in Afrika verrichten, maar schuiven in de collegebanken. Een volwassen besluit, maar het doet tegelijk de wenkbrauwen fronsen. Want voor aardig wat mensen was dat gap year niet alleen een kwestie van het grotemensenleven nog wat uitstellen. Genoeg onder jullie gaan nu naar de universiteit niet omdat je dat verstandig acht, maar omdat het zo hoort. En dat terwijl universiteiten in sommige gevallen een jaartje nogeven-niet net aanprijzen. Zoals de universiteit van Groningen. Op hun site sommen ze de voordelen op van universiteitsuitstel ten faveure van reizen of werken: nieuwe vaardigheden, meer zelfdiscipline en doorzettingsvermogen. ‘Studenten die een jaar werkervaring hebben blijken in de praktijk vaak gemotiveerder dan studenten zonder deze ervaring. Zij weten immers goed hoe het is om ongeschoold werk te verrichten.’ Als het over backpackers gaat, worden ze zelfs lyrisch: ‘Je moet een zekere mate van moed hebben en het avontuur aan willen gaan. Reizen betekent ook verantwoordelijkheid nemen. Na een jaar reizen gaat het kiezen van een studie meestal eenvoudiger.’ Mag jullie nieuwe universiteitskrant (hoi!) voor één keer een streep advies geven? Wat je ook gaat doen, zorg ervoor dat het intens wordt. Laat je niet vangen in besluiteloosheid of eindeloos uitstel wanneer het tegen blijkt te vallen. Bega niet de fout om in de wachtkamer van andermans verwachtingen te gaan zitten als je studie tegenvalt. Laat je ook niet vangen in de angst dat het te moeilijk voor je is. Dat weet je pas als je hard gewerkt hebt en je je cijfers krijgt. Mocht het dan nog tegenvallen, dan is spijt niet aan de orde. Zo en nu tapen we ome Mare zijn mond dicht. Voor de rest van het academiejaar willen we jullie verhalen brengen uit de fusie, soos, collegezaal en laboratorium. Weet ons te vinden als het goed of goed fout gaat met je studie. We berichten er met graagte over. Goede reis gewenst!

Column

Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Thomas Blondeau redactieleiden@gmail.com Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl

Medewerkers

Robbert van der Linde • Petra Meijer • Benjamin Sprecher • Marit de Vos • Geerten Waling • Anne van de Wijdeven Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marijke Hoogendoorn, richgirldesign.com • Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • prof. dr. A.J.W. van der Does • drs. B. Funnekotter • dr. H. Heestermans • L. ten Hove • D. Jacobs • prof. dr. J.J.M. van Holsteyn • Prof. dr. F. Israel • mr. F.E. Jensma • E. Kastelein • S. Kerkhof • E. Merkx • C. Regoor • prof. dr. N.J. Schrijver • R. van Wijk • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Leer Emma kennen en ontdek hoe je taalfouten vermeid De afgelopen twee jaar ben ik ver verwijderd geweest van deze universiteit. Geen universiteitsbibliotheek waar middelbare scholieren rond juni hun examenbundels binnen smokkelen. Geen hortus die bij het eerste straaltje zon bezaaid is met studenten, opgerolde broekspijpen en studieboek op het hoofd. Geen literair (want: gedicht van J.C. Bloem op de muur) café met de beste croissantjes van de stad, geen beeldschone corpsmeisjes met “BOEF” geborduurd op hun bomberjacks, geen romantische wandeling in de besneeuwde Burcht. Geen voedzame maaltijd (vegetarische schnitzel – schep maïs – keiharde krieltjes) in het Lipsius. Twee jaar lang heb ik heel andere dingen gedaan in Amsterdam. Maar Leiden wist vaak genoeg mijn aandacht te trekken, en wel op twee momenten. Allereerst toen onze eigen Beatrice de Graaf tijdens Zomergasten de presentator in de rol van verbaasde student dwong. Een omgevallen universiteitsbibliotheek op roze pumps tegenover een kerel wiens vocabulaire vooral leek te bestaan uit “ow”, “owkeej” en “heej, maar jij bent dus zeg maar gelovig?” Als ik ergens vertrouwen in heb, dan is het wel Beatrice de Graaf. Haar enorme kennis, rotsvaste “r” en truttige kapsel maken dat ik het liefst morgen haar buurvrouw zou willen zijn. Om de dag aankloppen voor een kopje suiker en een blik op mijn scriptie, en mijn leven. Ten tweede door de campagne van onze universiteit op de voorpagina van mijn ochtendkrant. Het stemt mij altijd treurig wanneer ik Beatrice de Graafs trefzekere konterfeitsel zie in de advertentie die de Universiteit Leiden aan zichzelf gewijd heeft. Linksboven logo, rechtsonder ernstig gezicht, donkerblauw, wit en turkoois. De air van een opsporingsbericht. Maar er staat: “Leer Beatrice de Graaf kennen en ontdek wat terroristen beweegt.” Toch elke keer vermoeden dat Beatrice de Graaf 1. inspirator is van terroristen 2. presentatrice is van “Terroristisch Nederland beweegt!” Het klopt

niet, en het is vernederend. Een bloemlezing: “Leer Matthias Haentjens kennen en ontdek hoe een bank failliet gaat”; Matthias kijkt er verbaasd bij, alsof de fotograaf zei: verstop die gouden handdruk van ABN AMRO even achter je rug. En: “Leer Maarten Jansen kennen en ontdek waarom de wereld niet is vergaan” – Maarten, bescheiden grijs besnord, onze eigen Tom Cruise. En als ik deze lees moet ik altijd een beetje huilen, van verdriet of vrolijkheid weet ik nooit zeker. We zien een wat geschrokken vrouwtje met de stempel: “Leer Ewine van Dishoeck kennen en ontdek onze oorsprong in de ruimte.” Niemand die bij het brainstormen voor deze campagne zei: “eh, jongens...”? Was er dan geen goede neerlandicus in het team (altijd wijs er zo iemand er bij te hebben)? Die ze er op kon wijzen dat zo’n formulering rijp is voor de achterpagina van tijdschrift OnzeTaal, waar men ruimte maakt voor per abuis lachwekkende zinsneden (“tramconducteur moet kruis verbergen” e.d.)? Ik wil niet zeggen dat ik mijzelf bij deze(n? Nee!) aanprijs als multi-inzetbare neerlandicus, maar dit is toch het moment dat je een taalgevoelig iemand inzet. Of heb ik geen oog voor de genialiteit van deze tochniet-fout, die daarmee de aandacht moet trekken van de kritische bijna-student? Ik weet het niet, maar iets zegt me dat Beatrice de Graaf ook hierop een antwoord heeft. Beatrice de Graaf, die wel iets beters verdient dan een misleidende campagne waarvan zij covergirl is, en gemiep op Twitter over haar diepgaande liefde voor alles wat Putten is. Voor de laatste keer: Beatrice de Graaf is niet een terrorist, is niet streng gelovig, draagt heus ook rokken boven de knie, probeert geen Puttens kalifaat van Nederland te maken, en heeft mij niet betaald om hier meer dan vijf keer haar naam te noemen. Emma Anbeek van der Meijden is masterstudent taalbeheersing


5 september 2013 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

Risicoloze risico’s nemen

Traag door thc

Prins Constantijn opent academisch jaar

Psychologe Janna Cousijn, u publiceerde met uw collega’s hierover in het vakblad Addictive Behaviors. Wat hebben jullie precies gedaan? ‘We hebben onderzocht of mensen die bijna elke dag blowen een zogeheten aandachtsbias hebben voor cannabiswoorden, en of dat samenhangt met de mate van gebruik of de gebruikersproblemen die ze hebben.’

Prins roept eerstejaars op lef te tonen en het maximale uit Leiden en studie te halen. ‘Ik heb kansen gemist’ Door Vincent Bongers ‘Ik wilde me eigenlijk vooral richten op de eerstejaars’, zei Prins Constantijn van Oranje (1969) maandag bij de opening van het academische jaar in de Pieterskerk. ‘Waar zijn ze? Het is hier helemaal vol maar ik zie er geen. Ah, daar zijn ze, een beetje verscholen in de zijbeuken.’ Rector magnificus Carel Stolker was blij dat de spreker ‘in deze minder goede tijden’ toch bereid was een toespraak te houden. ‘Ik heb hem nog als student op de rechtenfaculteit meegemaakt en ben benieuwd wat er van hem is geworden.’ Constantijn studeerde er van 1988 tot 1995. ‘Wat een plek is dit! Willem van Oranje, Huygens, Kamerlingh Onnes, Boerhaave, Mark Rutte, Armin van Buuren…..’ De prins dacht echter nauwelijks aan de geschiedenis van de universiteit en de reputatie van haar grootste geesten toen hij in Leiden arriveerde. ‘De stad heeft een goede reputatie voor rechten, het is niet te ver van Den Haag en Amsterdam. Handig voor het stappen. Best gezellig eigenlijk en met een mooi studentenleven. Veel verder ging het niet. Pas gaandeweg ben ik me gaan realiseren wat Leiden voor me betekent, welke kansen ik er heb gehad en welke ik heb gemist.’ Hij vond de eerstejaars ‘geluksmaar ook pechvogels. Jullie gaan nu een paar jaar tegemoet waarin naar hartenlust geëxperimenteerd kan worden: Nieuwe kennis vergaren, veel mensen leren kennen, levenservaring opdoen, en ongetwijfeld daarbij de nodige hersencellen

Een aandachtsbias? ‘Dat is een automatische, onbewuste oriëntatie van de aandacht.’ Zoals een lingerieposter je afleidt bij het autorijden? ‘Bij sommige mannen wel, ja. Je hebt allerlei soorten bias: als je honger hebt, krijg je meer aandacht voor eten, bijvoorbeeld. Bij zware blowers verwacht je dat de aandacht zich richt op dingen die met cannabis te maken hebben.’ Hoe meet je dat? ‘We namen een vel papier met cannabiswoorden, zoals “Joint” of “Draaien”, in verschillende kleuren. Ze moeten dan niet voorlezen, maar de kleuren benoemen, en wij nemen de tijd op. Ter vergelijking hadden we ook een lijst met woorden voor kantoorartikelen.’

‘Jullie zijn geluks- maar ook pechvogels.’ Foto Marc de Haan vernietigen met andere belangrijke levensexperimenten.’ Maar de nieuwe studenten hebben ook pech: alleen een Leidse bul is niet meer genoeg. ‘Je hebt nog geen Stanford- of Harvard-etiket op je cv geplakt. Je grootste concurrenten in de wereldwijde banenmarkt hebben dat wel.’ Constantijn adviseerde dan ook met klem: ‘Haal het meeste uit je tijd in Leiden. Gebruik de overgebleven hersencellen effectief. Je krijgt nu de kans om risicoloze risico’s te nemen. Die krijg je nooit meer. Geloof me.’ Leiden is volgens de prins een

comfortabele woonkamer waaruit je jezelf en de wereld kunt ontdekken. ‘Als je maar niet te lang zappend op de bank blijft hangen. Dat overkomt jongens overigens vaker dan meisjes.’ Hij gaf toe niet het maximale uit zijn studie te hebben gehaald en daar spijt van te hebben. ‘Mijn studie is me pas tegen het einde echt gaan boeien. Een docente strafrecht vroeg me een wetenschappelijk artikel te schrijven. Dat opende mijn ogen, maar ik had er helaas geen tijd meer voor, terwijl een publicatie me waarschijnlijk meer zou hebben ge-

bracht dan mijn bul.’ Constantijn moedigde verder aan: ‘Kijk over de schutting van je discipline, leef je uit in je theaterdispuut of roeivereniging. Ga elders in Europa vakken volgen, of benut de tijd om een bedrijf te starten. Al word je later, zoals ik, een risicomijdende ambtenaar van de Europese Commissie. Daar gaat het niet om. Waar het wel om gaat is dat, wat je ook doet, je onafhankelijk bent en vrij in je keuzes. Dat krijg je alleen als je steeds je grenzen verlegd. Of je nu ambtenaar, ondernemer, wetenschapper of student bent.’

Frutti di Mare

En bam! Net zoals Bob Door Marleen van Wesel ‘Bam! Een landschap. Zo doet Bob Ross dat’, vertelt Janne van Zanen (22, student Engels). ‘Je moet vooral niet te lang aan een schilderij blijven zitten.’ Op Catena staan ongeveer twintig deelnemers met schilderskwasten in de aanslag achter tafels waarop behangrollen zijn uitgerold met de witte achterkant naar boven. Anderen liggen languit op de grond, tussen stukken papier, glazen bier, kwasten en frietbakjes met verf. Op een groot scherm worden afleveringen van The Joy Of Painting uit de jaren tachtig vertoond. Een filmpje waarin Bob Ross voor een zwart schildersdoek zat, wordt snel afgezet. Een paar enthousiastelingen hebben echter al bakjes zwarte verf over het witte behangpapier gegoten. ‘Vorig jaar hebben we dit ook al eens gedaan’, vertelt Dominique Chrétien (21, Japanstudies) en komend collegejaar voorzitter van Catena). ‘De mooiste kunstwerken hangen we boven, in onze galerij.’ Ze volgt het filmpje vanaf de bar met een stel ouderejaars. Zonder kwasten, met een biertje. Ook ter ontspanning is The Joy Of Painting immers zeer geschikt. ‘Als kind zat ik nogal vaak ziek thuis en dan keek ik naar Bob Ross’, vertelt Van Zanen. ‘Het was dat,

Zware blowers worden sterker afgeleid door woorden die met cannabis te maken hebben. Dat inzicht kan helpen bij het behandelen van verslaving.

Foto Taco van der Eb

of The Box.’ Gisteren heeft ze de grote toegangsdeuren van Catena beschilderd. ‘Verder photoshop ik vooral. Analoog photoshoppen komt er niet zo vaak van.’ In enkele bewegingen schildert Ross met een flinke kwast een lichtroze lucht boven een lichtblauw meer. Op Catena heeft een enkeling ook zo’n kwast bemachtigd, de rest probeert met smalle penselen de grootmeester bij te houden. Die begint intussen aan

‘a few little clouds’, ‘some little bushes’ en andere ‘little fantastic details’. De kenmerkende happy little trees laat hij vandaag achterwege. ‘This old tree is tired’, merkt hij meelevend op terwijl hij met een paar penseelstreken de takken laat hangen. De deelnemers schilderen ijverig mee aan twintig steeds meer verschillende landschappen. Plotseling heeft Ross het gehad met de pasteltinten. ‘So let’s do this’, zegt hij vastberaden, terwijl hij een aantal

lichtroze wolkjes laat verdwijnen achter dikke klodders zwarte verf. Penselen blijven even in de lucht steken en alle kunstenaars kijken een moment verbaasd naar het scherm. ‘Blijven schilderen!’ buldert een van de toeschouwers vanaf een barkruk. ‘Let’s be brave. There we go’, moedigt ook Ross aan. Dankzij ‘some nice little highlights’ ontstaat er uiteindelijk ‘a fantastic almighty tree’. Op het grote scherm althans. ‘Vorig jaar hadden mijn huisgenoten en ik thuis een wall of fame gemaakt van onze creaties’, vertelt Rik Bussink (20, student geschiedenis en Catena’s penningmeester sociëteit). Vanavond heeft hij echter bardienst. ‘Ik was al ingeroosterd, maar ik heb toch een beetje mee proberen te doen.’ Op het schoolbord achter de bar is tussen de bierprijzen inderdaad een happy little berglandschap ontstaan. Van Zanen, die al die tijd op de grond heeft liggen werken, staat maar eens op. ‘Van veraf ziet het er beter uit’, constateert ze. Haar buurvrouw, Nadine van Zon (24), heeft haar landschap versierd met verfspetters. Ze studeert kunstzinnige therapie. ‘Dus nu moet ik vast iets slims over mijn schilderij zeggen. Nou ja, ik was al klaar, dus ik dacht: flats, flats. Ik verpollock de boel.’

En? ‘Dan zie je dat de blowers een stuk langzamer scoren op de cannabiskaart dan niet-gebruikers, terwijl dat verschil op de kantoorkaart minder groot is. Bij de gebruikers die de meeste problemen hebben, zie je het grootste verschil.’ Maar lang niet bij iedereen, zien we in het artikel. ‘Er bestaat een soort tweedeling in het debat over cannabis. Mensen denken dat het of heel slecht is, of volmaakt onschuldig. De waarheid ligt er ergens tussenin. Je kan het dagelijks gebruiken zonder verslaafd te raken. Ongeveer de helft van de zware gebruikers komt in de problemen. Dat is natuurlijk geen vrijbrief om maar te gaan blowen, want je weet niet van tevoren of jij nu juist vatbaar bent voor verslaving of niet.’ Kan zo’n aandachtsvertekening dan een alarmteken zijn? Als je er X seconden te lang over doet, ben je een skunkjunk? ‘Nee. Het is niet zo dat als jij zo’n bias hebt, je dan per definitie meer problemen hebt; dit is echt een verschil op groepsniveau. Ik draai het liever om: als je overdreven veel aandacht hebt voor cannabiswoorden, en je kan dat wegtrainen, dan maak je mensen misschien weerbaarder.’ Wegtrainen? Maar die afleiding is toch onbewust? ‘Dat het automatisch gaat, wil niet zeggen dat je het niet kan afleren. Onze collega’s in Amsterdam onderzoeken of dat kan door mensen bewust hun aandacht te laten weghalen van drugsplaatjes. Dat zou er uiteindelijk voor moeten zorgen dat je aandacht minder getrokken wordt door zulke afbeeldingen. In het lab en bij mensen die begeleid afkicken werkt dat. De volgende vraag is of het ook werkt als we die oefeningen online zetten.’ BB


4  Mare · 5 september 2013 Nieuws

Slagboom gestolen Een twintigjarige Rotterdammer is dinsdagnacht aangehouden voor het vernielen van de slagboom bij het LUMC. Het zou gaan om een student, die een poging had gedaan het ding te stelen. Politieagenten reden iets na tweeën langs het plein voor het ziekenhuis, en zagen daar iemand staan met een slagboom in zijn handen. Een 22-jarige medeverdachte zat toen al in de trein naar huis; de politie zal haar later apart verhoren.

Njord-roeister wereldkampioen Njord-roeister Marie-Anne Frenken is vorige week eerste geworden op het WK Roeien in Chungju (Zuid-Korea). Zij won met haar team op de zogeheten lichte dubbel vier, wat niet betekent dat er acht roeiers in de boot zitten, maar vier roeiers met elk twee riemen. Haar ploeggenoten zijn Rianne Sigmond en Maaike Head, die roeien bij het Rotterdamse Skadi, en de Delftse Mirte Kraaijkamp. Er is ook een gewone dubbel vier, zonder gewichtsbeperking, en daarin roeide Njordster Nicole Beukers mee. Haar team behaalde een vierde plaats. Bij de Holland Acht roeide Asoposlid Boudewijn Röell mee; zij werden vijfde.

Shanghai Index Er bestaan talloze ranglijstjes voor universiteiten, en op elk daarvan valt wel wat af te doen. De algemene consensus in universiteitsland is echter dat er twee ranglijsten zijn die belangrijk zijn: de Times Higher Education-lijst, en de Shanghai Ranking van de Jiao Tong universiteit in China. Die laatste kwam eind augustus uit, en Leiden staat, zoals vrijwel altijd met dit soort ranglijstjes, ergens rond het midden van de top-200. Dit keer op nummer 74, verleden jaar was dat 73. Beste Nederlandse universiteit is die van Utrecht, op 52, maar nog steeds ver onder de door Angelsaksen gedomineerde top. Harvard is volgens de Chinezen de beste universiteit ter wereld. In het deelgebied ‘Geneeskunde en farmacie’ is Leiden wel de beste van Nederland, en 35ste ter wereld.

Defensie zoekt studenten Het ministerie van Defensie wil meer reservisten en hoopt die te vinden door samen te werken met de universiteiten van Groningen en Leiden. Dit najaar start een proef waarbij kandidaten worden uitgenodigd voor een opleiding tot reserveofficier, nadat ze het vak Vrede en Veiligheid aan een van die universiteiten hebben gevolgd. ‘Deelnemers aan dit keuzevak blijken geïnteresseerd te zijn in een militaire carrière, zowel in beroepsdienst als in de rol van reservist’, schrijft minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie in een brief aan de Tweede Kamer. De aspirant-reserveofficieren kunnen stage lopen bij operationele eenheden. Het plan is onderdeel van de oprichting van het projectbureau Reservisten.

Nieuwe decaan archeologie Hoogleraar Caribische archeologie Corinne Hofman is per 1 september benoemd tot decaan van de faculteit archeologie. Ze volgt daarmee Willem Willems op. Sinds 2007 was ze al vice-decaan en portefeuillehouder onderwijs voor de faculteit archeologie. Ook in 2007 werd ze aangesteld als hoogleraar. In 2012 startte ze het project NEXUS 1492, over de gevolgen van de kolonisatie van het Caribisch gebied. Ze leidt tevens de Caribbean Research Group van de Universiteit Leiden.

Onzekere positie promotiestudent Universiteitsraad maakt zich zorgen Het college van bestuur wil vijftig promotiestudenten een plek geven aan de universiteit. De universiteitsraad blijft kritisch over het plan en maakt zich zorgen over de rechtspositie van de nieuwe promovendi. In 2014 wil het college al de eerste promovendus nieuwe stijl binnenhalen. De raad wijst er ook nadrukkelijk op dat de promotiestudent niet de aio mag vervangen en vindt dat er nog erg veel onduidelijk is over een plan dat al zo snel ingevoerd wordt.

Door Vincent Bongers

Een promotiestudent is niet in dienst van de universiteit en ontvangt dus geen loon. Binnen de huidig wetgeving is deze regeling niet mogelijk. Maar minister van Onderwijs, Jet Bussemaker, wil experimenteren met de zogeheten promotiestudent. En Leiden doet mee. De minister moet de wettelijke kaders van het experiment nog wel vaststellen. Het is dus nog niet duidelijk hoeveel ruimte de universiteit krijgt. Voorlopig gaat het college uit van haar eigen plan. Promotiestudenten moeten in de praktijk niets merken van hun andere status. ‘Het enige verschil is dat zij geen

werknemer zijn maar student’, zei vicerector magnificus Simone Buitendijk vorige week tijdens de universiteitsraad. Het college schrijft aan de raad dat de vijftig promotiestudenten een normale werkplek krijgen en dus geen flexplek. ‘Als dit niet te realiseren is, dan is de consequentie dat er minder worden aangenomen.’ Er ligt geen financieel motief aan het experiment ten grondslag. Ook benadrukt het college dat de studentpromovendus niet de aio vervangt. Het college wil talentvolle studenten die nu niet de kans krijgen om te promoveren een plek geven. Ook richt de universiteit zich op

promovendi uit het buitenland. ‘Die verwachten geen werknemerstatus omdat dat in hun land van herkomst niet gebruikelijk is.’ De raad wil echter graag weten wat nu de criteria zijn om te kiezen voor een aio- of studenttraject. Verder vindt de raad dat gelijkheid op de werkvloer moeilijk te bereiken is. Vanwege de studentstatus bouwt de nieuwe promovendus geen pensioen op en is deze op andere wijze verzekerd. Daarnaast mag een student eigenlijk niet doceren. Het is twijfelachtig of promotiestudent dat wel mag. Ook is het onduidelijk of zij een basiskwalificatie onderwijs moeten halen.

Strijd tegen werkloosheid Meeste leden voor Minerva Met twee projecten van het Regionaal Actieplan Jeugdwerkloosheid hoopt de Gemeente Leiden afgestudeerde jongeren te helpen met hun kansen op de arbeidsmarkt. Volgens wethouder Jan-Jaap de Haan was de jeugdwerkloosheid in de omgeving Leiden aanvankelijk laag, maar neemt nu toch toe. Het Actieplan biedt al langer hulp aan zogenoemde kwetsbare jongeren, die bijvoorbeeld geen opleiding voltooid hebben. Voor hoger opgeleide jongeren is begin dit jaar het project Stage Nieuwe Stijl opgezet. Daarbij kunnen pas afgestudeerden voor maximaal zes maanden bij werkgevers in de regio aan de slag als trainee, tegen een stagevergoeding. In februari startte een eerste groep van 48 jongeren. 22 van hen

hadden op 1 juli een baan gevonden, het merendeel van de rest was toen nog aan de slag op een stageplaats. ‘Voor de tweede lichting hebben we nog ongeveer vijftien plaatsen’, vertelt projectmedewerker Anne van der Meij. ‘We kunnen geen stageplaats garanderen, maar voor wie niet direct aan de slag kan, bieden we coaching bij het solliciteren.’ Een ander initiatief is StartupPush, dat jongeren met een goed idee ondersteunt en begeleidt richting het ondernemerschap. ‘Via dat project is al een webshop met exotische wijnen opgestart en een soort digitale agenda die toegespitst is op mantelzorgers.’ Afgestudeerden die moeite hebben met het vinden van een baan kunnen meer informatie vinden op www.jongerenopdearbeidsmarkt.nl. MvW

Ook de verenigingen profiteerden mee van de groei van de universiteit. SSR voerde zelfs een ledenstop in. ‘Op de donderdag van de El Cid zagen we de bui al hangen’, zegt preses Carlo Konings. ‘Elke dag hadden we 50 procent meer inschrijvers dan vorig jaar. Vorig jaar hadden we 175 nieuwe leden. Nu leek dat uit te komen op iets van 270. En dat is echt teveel. Als alle eerstejaars komen, is er geen ruimte meer voor de ouderejaars. We willen ook dat de nieuwe lichting op een prettige manier zijn weg vindt op de vereniging. We hebben gekozen voor een maximum van 230 nieuwe leden. De rest komt op een reservelijst.’ Minerva haalde de meeste nieuwe leden binnen: 392. Vorig jaar waren

dat er 344. ‘Geen probleem’, reageert preses Pepijn van Ham. ‘Dat kunnen we best opvangen. Voorlopig hebben we ruimte genoeg. Alleen de huisvesting is wat lastiger. Onze commissie is er heel druk mee bezig. Binnen een paar maanden vindt iedereen wel een plekje. Studenten worden ook steeds creatiever in het vinden van een woning.’ Dat de andere verenigingen afgetroefd zijn, is een aardige bijkomstigheid. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat we dat niet leuk vinden.’ Augustinus won de laatste jaren de strijd om de meeste sjaarzen maar blijft nu met 387 inschrijvingen iets achter op Minerva. Quintus verwelkomt 260 nieuwe leden. Vorig jaar waren dat er 244. Catena is de verliezer van de grote vijf met 102 inschrijvers. Dat waren er in 2012 nog 136. VB

Reumatologe sloop ’s nachts lab in Het LUMC heeft afgelopen zomer een medewerkster ontslagen die onderzoeksgegevens vervalst bleek te hebben. Ook aan de Universiteit Antwerpen, waar ze gastprofessor was, is ze niet meer welkom. Twee artikelen van haar hand zijn inmiddels ingetrokken, haar andere werk ligt nu onder de loep van een commissie die onderzoekt of dat werk wel deugt. Ze zegt alleen te hebben gehandeld. Het betreft een medewerkster van de afdeling reumatologie. Zij publiceerde in 2010 een artikel dat stelde dat bepaalde antilichaampjes die de patiënt zelf aanmaakt, een belangrijke rol spelen bij reuma. Die had ze aangetoond met een test, die ze zelf had ontwikkeld. In het begin lukte dat aantonen prima, zo staat in het LUMC-rapport over de kwestie. Toen het bij volgende patiënten veel minder goed lukte, loste ze dat op door ’s nachts het lab in te sluipen, en positieve monsters of muizenantistoffen in de buisjes te stoppen. ‘Aanvankelijk ging beklaagde systematisch te werk’, aldus het rapport. Maar de resultaten waren zo veelbelovend dat er een groot onderzoek kwam: als je die antilichaampjes uitschakelt, worden patiënten dan beter? De fraude was niet meer vol te houden: ‘Zenuwachtig en onder grote druk probeerde ze door blinde vermenging positieve uitslagen te verkrijgen.’ De zenuwen waren terecht, want zonder het te weten werd ze gefilmd

door een verborgen camera in het lab. Dat vervolgonderzoek is inmiddels stopgezet, aangezien het erop lijkt dat de wetenschappelijke basis ervoor ontbreekt. De deelnemende patiënten hebben daarover bericht gekregen.

In een persbericht stelt LUMCbestuurslid Pancras Hogendoorn de situatie te betreuren. Hij benadrukt dat er geen gevaar voor patiënten is geweest, en prijst de oplettende collega die de fraude aan het licht bracht – onder meer door muizen-

stoffen aan te tonen in de monsters. ‘Wetenschappelijke integriteit is een absolute noodzaak om het vertrouwen van patiënten, onderzoekers en de maatschappij te verkrijgen en te behouden’, aldus Hogendoorn. BB


5 september 2013 · Mare 5 Nieuws

Kamervragen over Leids experiment Niet alle unieke studies uitgesloten van tweejarig bsa De Universiteit Leiden experimenteert met een tweejarig bindend studieadvies. Dat mag van de overheid, behalve voor studies die je nergens anders kunt volgen. Studies die Leiden zelf aanprijst als ‘uniek’ doen echter toch mee. ‘De Leidse opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen is uniek in Nederland. Geen enkele andere opleiding richt zich op het hele spectrum van geneesmiddelenonderzoek.’ Aldus de Leidse universiteitswebsite. En ook: ‘Leiden is de enige universiteit in Nederland waar je Vergelijkende Indo-Europese Taal-

Door Marleen van Wesel

wetenschap kunt studeren.’ Toch vallen deze opleidingen niet onder de uitzonderingen op het bsa-experiment in het tweede studiejaar, net als overigens Russisch en filmen literatuurwetenschap (‘alleen in Leiden’) en islamstudies (‘uniek in Nederland en West-Europa’). PvdA’er Mo Mohandis heeft inmiddels Kamervragen gesteld. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker schreef immers vorige week nog aan de Kamer dat ‘nooit alle studenten die een soortgelijke opleiding volgen allemaal onder de werking van het experiment mogen vallen’. Hoe zit dat? ‘Er zijn opleidingen met unieke CROHO-nummers, die écht nergens anders te volgen zijn’, zegt woordvoerder Caroline Over-

beeke van de Universiteit Leiden. ‘En er zijn opleidingen die op zich wel unieke CROHO-nummers hebben, maar die elders op een vergelijkbare manier worden aangeboden. Dat laatste geldt voor deze studies. De Universiteit van Amsterdam heeft bijvoorbeeld Slavische Talen en Culturen, in plaats van Russische studies. En wereldgodsdiensten wordt in Groningen, Amsterdam, Utrecht én Tilburg onder een net iets andere noemer gedoceerd.’ De unieke opleidingen die volgens de universiteitswebsite alleen in Leiden, als enige universiteit in West-Europa, worden aangeboden, zijn dus eigenlijk niet zo heel uniek. ‘Naar die teksten moeten we nog maar eens goed kijken’, geeft Van

Overbeeke toe. ‘Die zijn op een ander moment en met een ander doel geschreven.’ Voor de zomer kreeg Leiden toestemming om bij bijna alle opleidingen ook in het tweede jaar een bsa in te voeren. Oftewel: een bindend studieadvies, wat betekent dat studenten een minimum aantal studiepunten moeten halen om hun opleiding te mogen vervolgen. Voor het eerste jaar bestond zo’n minimum al in Leiden. Het bsa in het tweede jaar betreft een experiment waaraan ook twee andere Nederlandse onderwijsinstellingen deelnemen. Studenten die in september 2013 aan hun eerste jaar beginnen, zullen de eersten zijn die er in hun tweede

jaar mee te maken krijgen. Alleen voor de zogeheten unica kreeg Leiden geen toestemming. Dat zijn opleidingen die je nergens anders in Nederland kunt volgen. De unica waarvoor het bsa in het tweede jaar in elk geval niet geldt zijn Afrikaanse talen en culturen, Japans, Koreaans, Chinees en South and Southeast Asian Studies. ‘Dat zijn onze echte harde unica’, aldus Overbeeke. Ook wiskunde, life science & technology en molecular science & technology doen niet mee. Voor deze studies, die Leiden samen met de TU Delft aanbiedt, had de minister wel toestemming gegeven. Na intensief overleg met de studentenraad van de TU Delft is er echter voor gekozen om van het experiment af te zien.

Cijferverlies voor trage student Dertig rechtenstudenten die vier jaar geleden aan hun bachelor begonnen en nog niet zijn afgestudeerd, verliezen hun punten uit het tweede en derde jaar. Die vakken mogen na die vier jaar ook niet meer gevolgd worden. Dat heeft als gevolg dat er een einde komt aan hun rechtenstudie. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het rechtenbestuur die onlangs in de faculteitsraadsvergadering werden besproken. Half september zijn de definitieve cijfers bekend. Het rechten voerde de regeling in om studenten sneller te laten studeren. Het bestuur is tevreden met dit resultaat. ‘De groep die afvalt, is redelijk klein’, zei Pauline Schuyt, portefeuillehouder onderwijs. Er werd rekening gehouden met een hoger aantal uitvallers. Studenten werkten plots veel harder en hebben toch nog hun tentamens gehaald. ‘Het is gelukt om mensen aan het werk te houden. Er was een fors aantal studenten die onder de termijn valt. Maar voor een grote groep is de geldigheid van de cijfers verlengd door de examencommissie. Soms voor een half jaar en bepaalde gevallen met een jaar. Maar desondanks zijn er studenten waar we afscheid van moeten nemen.’

Twee studenten die geen verlenging kregen van de examencommissie zijn naar het college van beroep voor de examens van de universiteit gestapt om dit besluit aan te vechten. ‘Dat wordt nog even spannend’, aldus Schuyt. ‘Dan krijgen we meer inzicht in de juridische houdbaarheid van de regeling.’ Opvallend is dat er 76 studenten zijn, die de faculteit niet goed in kaart heeft. Zij hebben niets van zich laten horen na mails en brieven. ‘We schatten in dat een deel van hen is gestopt met studeren en een ander deel denkt nog te gaan afstuderen voor eind augustus.’ Of dat laatste ook het geval is, is nog onduidelijk. Faculteitsraadslid en hoogleraar strafrecht Jan Crijns wilde weten of de examencommissie de studenten niet teveel tegemoet komt: ‘De examencommissie verleent in een groot deel van de gevallen verlenging. Ondergraaft dat niet de regeling? Gaat de gedachte dan niet leven van “de commissie helpt ons toch wel?”’ Volgens Schuyt is dat niet zo: ‘De leden hebben met het hand op het hart gezegd dat alle studenten die verlenging hebben gekregen, goede redenen hadden voor hun studieachterstand. Het is zeker niet zo dat je sowieso wordt verlengd. Er is geen sprake van slappe knieën.’ VB

Megamagneet voor ingewikkeld eiwit Woensdag opent Leiden haar nieuwe NMR-faciliteit, die onderzoekers moet helpen om beter zicht te krijgen op eiwitten. Volgende week opent Leiden de nieuwe NMR-faciliteit. Nuclear Magnetic Resonance is een techniek om aan moleculen te meten, en Leidse chemici zijn goed in een bepaalde variant daarvan, de zogeheten paramagnetische NMR. In de nieuwe faciliteit staan acht apparaten, met als hoofdrolspeler nieuw instrument met een supersterke magneet erin. De zogeheten Bruker Ascend 850 Megahertz spectrometer kostte drie miljoen, waarvan 2,16 miljoen afkomstig uit een speciaal potje van subsidieverstrekker NWO. De rest van het geld komt van de Universiteit Leiden. ‘Hoe sterker de magneet, hoe hoger de resolutie, hoe beter de spec-

tra van de stoffen die je onderzoekt’, legt chemicus prof. Marcellus Ubbink uit. ‘Dat is van belang, zeker bij heel ingewikkelde eiwitten.’ De eigenschappen van de machines maken het ook mogelijk om ze als klok te gebruiken, zodat duidelijker wordt wat er precies gebeurt bij eiwitten die bewegen of van vorm veranderen. Zijn eigen onderzoeksobject, het eiwit cytochroom P450, is een van de eerste stoffen die straks de nieuwe machine in gaat. ‘Vroeger moest ik daarvoor naar Duitsland of naar Utrecht. Daar kon ik wel voor korte perioden gebruik maken van de voorzieningen daar, maar voor je dagelijks onderzoek is dat toch wel erg lastig.’ Omgekeerd zijn onderzoekers van andere universiteiten en biobedrijfjes uit de regio vanaf komende woensdag ook welkom om de Leidse NMR-faciliteit te gebruiken.BB

Koningin opent kas Kaschef Rogier van Vugt van de Hortus Botanicus vertelt koningin Máxima over de teakboom in de gerenoveerde tropische kassen. Woensdag werden die officieel geopend. De monumentale kassen van de botanische tuin stammen uit 1938, en er viel een hoop te verbeteren aan de isolatie. Ook is de hoge kas voorzien van een loopbrug, zodat bezoekers ook van boven naar de planten kunnen kijken. Foto Petra Sonius

Geen jacht op illegale tostibakkers Een docent mag geen koffiezetapparaat op zijn kamer hebben. Toch zijn ze overal te vinden op de universiteit. Ook waterkokers, tosti-ijzers en rijstkokers zijn over de hele universiteit op kamers van studieverenigingen, promovendi en docenten te vinden. Deze ‘losse elektrische privéapparaten’, zoals ze zijn omschreven in het jaarrapport van de universitaire dienst veiligheid, gezondheid en milieu (VGM), zijn echter verboden, tenzij het betreffende apparaat jaarlijks gekeurd wordt. Maar van handhaving van het verbod is nauwelijks sprake en dat gaat ook niet veranderen. ‘Het is niet toegestaan’, zei rector magnificus Carel Stolker tijdens de universiteitsraadsvergadering vorige week waar de VGM rapportage

werd besproken. ‘Om allerlei redenen is het gevaarlijk.’ Hij refereerde aan de brand die in 2008 de faculteit Bouwkunde van de TU Delft verwoestte. ‘Die ontstond door een defect koffiezetapparaat.’ ‘Het college kan het wel verbieden maar het blijft natuurlijk gewoon gebeuren’, zei Marc Newsome van studentenpartij BeP. ‘Als er controle is, dan verdwijnt het koffiezetapparaat achter een paar boeken. Is het dan niet handiger om verbieden los te laten en gevaarlijke situaties in kaart te brengen?’ Dat ziet het college anders. Controles uitvoeren; dat is een enorme operatie. Stolker waarschuwde illegale koffiezetters en tostibakkers alvast. ‘Als het mis gaat en het is te herleiden naar een verboden apparaat van een personeelslid, kan de me-

dewerker persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.’ De raad legde zich daar nog niet bij neer. ‘De thee uit de legale automaten is niet te drinken’, aldus historicus Joost Augusteijn van de abvakabo/FNV. ‘Ik heb dus ook een waterkoker, die ik verstop als er een controle is. En ik ben niet de enige. Het is beter om gebruik toe te staan en dan pas met controles gevaarlijke situaties voorkomen. Ik ben het er mee eens dat met kroonsteentjes aan elkaar gevlochten gestapelde apparaten verboden zijn. Maar het zou toch mogelijk moeten zijn om goedgekeurde waterkokers en koffiezetapparaten zonder verlengsnoeren te gebruiken.’ Stolker: ‘We gaan naar aanleiding van deze discussie geen grote zoektocht, te beginnen bij Geesteswetenschappen, op touw zetten.’ VB


6

Mare · 5 september 2013

D N U O R A G N I BACKPACK

D L R O TCHAHNGEED MWY LIFE – CARLIJN

S T E K C I T D L E R E W N E T N E D U VOOR ST F A N A V L A , 5 9 3 . €1


5 september 2013 · Mare

7

Wetenschap

Stenen slaan, en soms een oester Mee op veldwerk aan de Franse kust Student toont zijn vangst

Belangstellende bachelorstudenten kunnen ’s zomers mee op een cursus geologie en mariene biologie in Normandië. Mare trok een paar dagen met ze op. DOOR BART BRAUN Als wetenschappers

dingen doen die van zichzelf best leuk zijn, gaan ze vanuit een soort schuldgevoel compenseren. Dikke lagen statistiek, onnavolgbare theorievorming, eindeloze herhaling; het mag niet alleen maar lol zijn. Bij de vakgebieden die aan veldwerk doen, zorgt men er angstvallig voor dat er ook echt gewérkt wordt in dat veld. Wie veldwerkers een ‘fijne vakantie’ wenst, krijgt in de regel een boze blik terug. De organisatie van de zomercursus Crises in Biology in Normandië rijdt dan ook zorgvuldig om alle toeristische attracties van de streek heen. Alleen helemaal aan het begin van hun excursie bezoeken ze de bioscoop van Arromanches, waar

Ammoniet

een film van een kwartier ze eraan herinnert dat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog hard gevochten is. ‘We hebben wel eens studenten mee gehad die nog nooit van D-Day gehoord hadden’, vertelt biologe Rinny Kooi, haast verontschuldigend. De Leidse biologen gaan al sinds mensenheugenis naar Normandië, maar hun jaarlijkse veldwerk werd omgevormd tot honours course, zodat ook andere studies welkom zijn. Wijbrans heeft drie geologen in spe meegenomen van zijn thuisbasis aan de VU, er zijn wat archeologiestudenten mee, twee chemici en één dapper meisje van het Pre-University College, dat volgend jaar eindexamen gaat doen. Het complexe en brede vakgebied van de geologie wordt aan de Universiteit Leiden vertegenwoordigd door één man: prof.dr. Jan Wijbrans. Hij is aangesteld voor een dag in de week. De ereklas is daardoor een van de weinige mogelijkheden die Leidse studenten hebben om wat aardwetenschappen op te nemen, en in Normandië staan ze er letterlijk bovenop. Het gebied staat erom bekend dat er allerlei verschillende soorten gesteenten relatief dicht bij elkaar zijn te vinden. De oudsten zijn twee miljard jaar geleden gevormd,

er bevinden zich fossielen uit allerlei perioden van de geologische geschiedenis, en er zijn de zwartgrijze rotsen bij Granville waar Wijbrans een kort openluchtcollege geeft. Fossielen zitten er niet in; vrijwel al het leven dat een beetje wil fossiliseren dook 500 miljoen jaar geleden op, in het zogeheten Cambrium, en dit gesteente is ouder. Er zitten wel steentjes in, en wie goed naar die steentjes kijkt, ziet iets opvallends: de grote en kleine steentjes zitten door elkaar. Als ze waren afgezet in water, zou je verwachten dat de grote steentjes onderop zitten, omdat een kiezelsteentje eerder zinkt in bewegend water dan een zandkorrel. Hier is iets anders gebeurd. De geologen van de jaren ‘50 en ‘60 kenden zulke gesteenten wel, die waren ontstaan tijdens ijstijden, afgezet door smeltende gletsjers. Die gesteentes waren echter veel jonger

dan de stenen. De laatste eindigde zo’n twaalfduizend jaar geleden: voor geologen een oogwenk. Wijbrans: ‘Geologen in de jaren zestig hadden een beeld van een aarde die heet was toen hij werd gevormd, en steeds verder afkoelde. Maar hier lag er bewijs voor een grote ijstijd van zeshonderd miljoen jaar oud. De grap is dat geologen inmiddels denken dat er met deze stenen eigenlijk niet door gletsjers zijn afgezet, maar het idee dat er ook in de vroege geschiedenis van de aarde ijstijden waren, is hier ontstaan.’ Op het strand iets verderop komt de andere tak van de cursus aan bod: de studenten moeten niet alleen de geologie, maar ook de mariene biologie van Normandië leren kennen. Gewapend met troffels, netten en emmertjes struinen ze de getijdenpoeltjes en de zee af. Studenten proberen hun versgevangen baby-inktvissen te vertroetelen, er is zonnebrand, er zijn bikini’s en een enkele smulpaap gebruikt de geologenhamers om verse oesters van de rotsen te halen en ter plekke op te slurpen. Klinkt dat niet toch een beetje als vakantie? Jazeker. Maar na het avondeten duiken de studenten de labzaal in. Tot half twaalf ’s nachts, net als de dagen ervoor. De universiteit van Caën stelt twee weken lang het onderzoekscentrum ter beschikking, maar voor de zekerheid heeft de organisatie nog wat extra aquariumspullen meegenomen. Het lab bevat tientallen grote en kleine aquaria waarin alle verzamelde slakjes, krabbetjes, wurmpjes en plukken zeewier in leven worden gehouden. Aan het eind van de week moeten de studenten een experimentje met hun vangsten hebben uitgevoerd. Maar eerst is het zaak om te bepalen wat ze nou eigenlijk gevonden hebben. Veel soorten zeewier zijn bijvoorbeeld alleen uit elkaar te houden onder de microscoop. Wormen moet je op de juiste manier doodmaken, anders verkrampen ze en dan zijn de organen nog moeilijker uit elkaar te houden. Biologiestudente Anna Schwarz zit zuchtend achter een binoculair. In haar boek staan twee soorten keverslakken: de één heeft acht rugplaten waar achttien pluimpjes omheen staan, de ander heeft negen paar pluimpjes om de acht rugplaten staan. De een kan twee keer zo groot worden als de ander – iets wat de tekenaar verduistert door het kleine exemplaar juist twee keer zo groot af te beelden als de grote. Maar is dit nou een grote kleine of een kleine grote? Een student-assistent vindt in een ander boek dat de grote alleen op wrakhout leeft, dus dat zal hem wel niet zijn. Als ’s nachts de begeleiding de laatste die hards het lab uitbezemt, zitten er nog wel een paar studenten in de kantine om zich te vermaken met de plaatselijke wijn en cider. Maar niet te lang, want de volgende dag gaat de wekker weer om kwart over zeven. Het is geen vakantie, per slot van rekening. Studenten in de labzaal

Foto’s Bart Braun

Krokodillenteen In de evolutie moet je roeien met de riemen die je hebt. Op het eerste gezicht schiet de biodiversiteit alle kanten op, maar wie beter kijkt ziet er dat vooral heel veel variaties op een thema worden gemaakt. Ontdaan van vlees en vel lijken walvissenflippers en vleermuisvleugels op een vervormde mensenarm, en dat komt omdat alle drie de dieren een gemeenschappelijke evolutionaire geschiedenis hebben. In Nature van vorige week beschrijft de Leidse bioloog Merijn de Bakker samen met een internationaal team van collega’s de verschillen tussen de ‘vingers’ van krokodillen en vijf soorten vogels. De oervorm had ooit vijf vingers, en de nijlkrokodil heeft er nog steeds vijf aan zijn voorpoot. Bij vogels is de voorpoot een vleugel. Daar blijft er soms zelfs één vinger over – ontwikkelingsbiologisch gezien de middelvinger. Opmerkelijk genoeg staan in het ei dan nog wel de genen aan voor vier van de vijf vingers, alleen komt daar geen echte vinger meer uit voort.

Worstproef Confrontaties over wat goed en kwaad is zijn nooit leuk. Utrechtse en Leidse psychologen hebben een proef die dat mooi laat zien: je moet een plakje komkommer en een plakje worst proeven, en wat vragen beantwoorden over de smaak. Vervolgens moet je de antwoorden van een andere proefpersoon lezen. Die andere proefpersoon is nep: in feite willen de psychologen die de proef doen, weten hoe jij op hem reageert. Hij hoefde de worst niet: soms omdat worst vies is, en soms omdat hij vindt dat je geen dode dieren op moet eten. Dat maakt uit, laten Leidse de onderzoekers zien in het Journal of Experimental Social Psychology. De vegetariër riep een heftiger lichamelijke reactie op, onder meer te meten aan een hogere hartslag. Ook vonden de deelnemers die de vega-antwoorden te lezen kregen, zowel zichzelf als hun fictieve mede-proefpersoon gemiddeld minder aardig. Dat effect was overigens kleiner als de proefpersonen hun handen hadden gewassen voordat ze de antwoorden konden lezen; blijkbaar kun je letterlijk je handen wassen in onschuld.

Borstkankerverhalen Borstkanker is lichamelijk, psychologisch en sociaal ingrijpend. Sommige patiënten hebben er daarom behoefte aan om de ervaringen van lotgenoten te lezen, bijvoorbeeld als verhaal op internet. Gezondheidswetenschapper Regina Overberg deed voor haar promotie onderzoek naar zulke verhalen en de bijbehorende websites, en dan met name naar de zoekfunctie. Veel patiënten zijn specifiek op zoek naar verhalen die lijken op hun eigen situatie: bijvoorbeeld van mensen met hetzelfde ziektebeeld, dezelfde behandeling of leeftijd. Als zo’n verhaal vervolgens niet bij de lezers terecht komt omdat de zoekfunctie niet werkt, is dat zonde. Op dat punt valt er nog een hoop te verbeteren, concludeert ze. ‘Het is een gemiste kans dat op geen van de websites met borstkankerverhalen een zoekmogelijkheid naar onderwerpen geboden wordt.’ Zij pleit onder meer voor keurmerken op websites. Op 10 september hoopt Overberg te promoveren op haar bevindingen.


8  Mare · 5 september 2013 Voorpublicatie

Hoe het niet moet Voorpublicatie uit de nieuwe roman Het West-Vlaams versierhandboek Het is afzien in de liefde, zeker als je ook nog eens gaat studeren. Vandaag verschijnt Het WestVlaams versierhandboek van Mare-redacteur Thomas Blondeau. Hoe je het als puber, student en volwassene in ieder geval niet moet aanpakken. Het West-Vlaams versierhandboek Door Raf Fauchery (ja, toch maar onder eigen naam) Hfdst. 6 Soms zegt ze ‘nee’, maar bedoelt ze ‘ja, ja, jaaaah’ Nadat ik eindelijk mijn maagdelijkheid verloren had aan een zachtaardig maar saai gothic-meisje, besloot ik volwassen te worden. Op mijn laatste zomervakantie voor de unief had ik een flinke waslijst aan activiteiten kunnen afwerken met een Australische backpackster die in Madrid bezig was haar lot uit te stellen. Ze was daar zogezegd om haar roots bloot te leggen, al deden haar blauwe ogen en bleke huid weinig Spaans bloed vermoeden. Dat gaf ze na de eerste nacht ook ruiterlijk toe. Er was een opa geweest met een vleugje Extremadura in zijn zwarte haar maar voor de rest bestond haar hele familie uit afgedreven Iers tuig. Ze was naar Spanje getrokken omdat het in County Cork vooral had geregend. Beschermd door het waanbeeld dat deze zomer misschien wel de laatste zorgeloze van ons leven was, negeerden de backpackster en ik de buitenwereld. De stad bezochten we nauwelijks, de vrienden die doorreisden naar Barcelona vergat ik uit te zwaaien, aan de nachtrust van de andere gasten in de b&b dachten we niet, de spierpijn in onze buikspieren en liezen verdrongen we. In een zeldzame bui van helderheid, paradoxaal genoeg mogelijk gemaakt door de droomachtige isolatie van de afgelopen weken, namen we afscheid zonder ook maar adressen uit te wisselen.

lijke manier, fragiel van gemoed maar niet in zorgbarende mate – had al een tijdje een oogje op me, wist ik via een gemeenschappelijke vriendin. Ik had haar eerder niet al te veel aandacht geschonken omdat ze maar stil afstak naast haar meer nonchalante vriendinnen. Tijdens het enige popfestival dat onze stad kende, manoeuvreerde ik me naast haar. We moesten lachen om elkaars onzin, zij zei dat ze snel dronken werd. Na afloop van het optreden en wat aandringen en doorzetten van mijn kant, zoenden we. De ondergaande zon deed zijn werk en ik was ervan overtuigd dat we dit later zouden vertellen aan onze kinderen – eerst een jongen, dan een meisje. Over een paar weken zou ze in een andere stad dan de mijne gaan studeren. Dat beperkte haar affectieve beschikbaarheid maar zorgde er tevens voor dat ik genoeg tijd over zou hebben om te blokken. We belden om de dag. Dat was, gezien de toestand van de gemiddelde Leuvense telefooncel, een oefening in zowel gelatenheid als zelfbescherming. Om het functionele primaat van de hoorn te doorbreken, waren verschillende gebruikers op het idee gekomen om het mondstuk bij tijd en wijle te laten rusten in een restje mayonaise dat ze uit hun mond hadden gespaard. Een enkele keer zat het oorstuk onder het bloed. Maar ik verdroeg het. Ik had een lief. We zagen elkaar weinig, maar ik had een lief. Ik hoefde niet op de versiertoer, ik moest me niet uitputten in joligheden, en als ik zin had om aardig te zijn, kocht ik voor haar een prul. Ze hadden het niet breed bij haar thuis, waardoor mijn tweedehands cd’s, buitenlandse sigaretten en zakjes artisanaal snoep me meer liefdeskrediet kochten dan je zou verwachten op basis van het financieel gespendeerde. Vooral neusjes, donkerpaarse suikerkegels gevuld met dikke gelei, vielen in de smaak. Ik bracht ze mee als ik haar op zaterdagmiddag ging bezoeken in de videotheek waar ze wat bijverdiende. De uitleenzaak was blijven hangen in de ongelukkige jaren tachtig.

‘Omdat ik de afwezigheid van een lief een te groot risico achtte voor het welslagen van mijn studies, besloot ik zo snel mogelijk een vaste relatie te regelen.’ Maar zoals na iedere reis die zijn belofte van aangename vervreemding heeft vervuld, wachtte thuis de ontgoocheling. De ontgoocheling dat je niet veranderd was. Niet alleen was alles precies zoals je het achterliet, je omgeving had helemaal niet door dat je een andere versie van jezelf naar boven had getrokken uit het moeras van mogelijkheden. Iedereen behandelde je precies hetzelfde. Dus deed je op den duur maar weer precies hetzelfde. En zo verdreef de grijsheid niet alleen het bruinsel uit mijn huid maar ook het zelfvertrouwen dat een paar warme weken lang onuitputtelijk had geleken. Omdat ik de afwezigheid van een lief een te groot risico achtte voor het welslagen van mijn studies, besloot ik zo snel mogelijk een vaste relatie te regelen. De nachten met de Australische hadden me geleerd hoe weldadig rustig de dagen konden zijn die daarop volgden. Imke – mooi op een ongevaar-

Getuige daarvan waren de grijze en fluogele interieurtinten en het vasttapijt met ooit olijke maar nu afgetrapte cartoonogen als motief. Wanneer een klant binnenkwam, weerklonken de eerste maten van de Imperial March uit Star Wars. Omdat Imke meestal vroeg in de middag werkte zodat ze op tijd zou zijn voor haar volleybaltraining, hoorden we het wijsje maar zelden. De vroege klanten waren overwegend mannen die snel een pornoo tje kwamen halen. Vrouwlief was boodschappen doen, de kinderen druk met sukkeltjes pesten op de jeugdbeweging en de pater familias kon even de broek openzetten om zich over te geven aan het betere fluitenwerk. Imke had me geleerd dat er twee typen pornohuurders waren: de knaagdieren en de herkauwers. De eerste groep schoot meteen van de ingang naar de pornohoek. Daar, zonder ook maar op te kijken, snaaiden ze een schreeuwerig roze

hoes van de plank, om bij de kassa te verstenen van schrik terwijl Imke de bijbehorende cassette zocht. Eens die in een anonieme, kogelvrije, allesverontschuldigende zwarte hoes was gestopt, flitsten ze de zaak uit. Hun banden piepten nog voor het Star Wars-wijsje ten einde was. Meestal stonden ze na een uur weer in de winkel om de cassette in de dropbox te deponeren, hun kraaloogjes dichtknijpend tegen het licht. Kon ik nog grinniken om de knaagdieren, de herkauwers werkten op mijn zenuwen. Die kwamen rustig binnengekuierd, trokken mompelend en neuriënd langs alle kasten om uitgebreid te blijven plakken bij het verzameld werk van Debby, Kelly, Chesty, Lexxxy, Rodney of Deenie. Daar aangekomen, plukten ze een hoes van de plank, drukten zo nodig hun bril wat hoger op hun vochtige neus, lazen uitgebreid de begeleidende tekst, wogen de omhulsels in hun hand om ze vervolgens op de verkeerde plek terug te zetten. Dit proces herhaalde zich

een aantal malen en iedere routine ging gepaard met het uitstoten van zuchten en steunen die hun verwondering of afkeuring moesten weergeven. Soms gleed er een woord over hun meebewegende lippen en dan hoorden Imke en ik een dramatische of narratieve aanwijzing langskomen, gepunctueerd door grommen of zachte boeren. ‘Eenzame tweeling gevlucht uit…’ pffff ‘…onbevredigbaar…’ fwoat ‘…kostschool…’ hmmm ‘wrede rovershoofdman’, ‘doktersliefde’, ‘niet-alledaagse gevangenisstraf ’. In de tijd dat je een volledige copulatie inclusief oraal voorspel kon uitvoeren, hadden ze een viertal titels uit het zelden aangevulde assortiment weten te plukken. Zoals wel vaker bij mensen die het niet breed hadden thuis, waren de ouders van Imke nogal preuts van aard. Bij elkaar logeren in het weekend was voor hen niet eens bespreekbaar. Af en toe zagen we elkaar door de week, maar omdat we

studieus waren aangelegd, kwam dat maar weinig voor. Imke was bovendien de eerste van haar gezin die ging studeren. Met die familiale en maatschappelijke verantwoordelijkheid ging ze consciëntieus om. Vergeleken met mijn Australische was Imke eerder terughoudend te noemen. Het initiatief lag altijd bij mij, orale seks liet ze slechts mondjesmaat* toe en veel vieze praat kwam er ook niet aan te pas. Maar naarmate de maanden verstreken, evolueerde ze van ingetogen naar schalks. Dat beloofde toenemende activiteit op lange termijn. Eveneens hoopgevend was dat ze, soms na wat volharden van mijn kant, altijd toegaf. Bij mijn bezoeken aan de videotheek beperkten we ons tot wat zedig gesuikerde zoenen uitwisselen. Nu stond Venus echter in het goede kwadrant van de agenda, want door een afgelaste volleybalwedstrijd en de ziekte van een collega, draaide Imke de avonddienst. Tijdens de fietstocht van de videotheek naar


5 september 2013 · Mare 9

gen vullen toen ik me over de la boog. Mompelde dat ik me wilde verdiepen in het oeuvre van Paul Verhoeven. Imke hielp me zoeken en stapelde Turks fruit, Robocop en Showgirls op mijn onderarm. In een Humo-interview had Verhoeven zijn tekenleraar aangehaald, die beweerde dat niets ter wereld mooier was dan een vrouwenborst. Zijn films werden in datzelfde blad altijd met een fotootje aangekondigd in de tv-pagina’s. Een knipsel ter grootte van een postzegel had ik met een punaise op mijn boekenrek geprikt. Daarop was te zien hoe Rutger Hauer champagne goot op de tepel van Monique van de Ven. Vooral haar gretige lach, de glinstering van haar tanden en de guitige bolling van haar onderkin suggereerden zoveel genotzuchtig plezier dat deze papieren netsuke ieder blootblad het onderspit deed delven. ‘En doe ook maar Body of Evidence.’ ‘Die is niet van Verhoeven.’ ‘Doe toch maar, het schijnt dat Madonna echt totaal niet kan acteren. Kan een mens nog eens lachen.’ Voor het verdere verloop van de avond was het wenselijk dat Imke het keukentje zou binnenkomen tijdens een erotische passage. Eens ze de winkel had afgesloten, zou wat prikkelends haar misschien op een bepaald spoor zetten. Met vrouwen moet dat allemaal subtiel in gang gezet worden. De dialogen in Turks fruit waren abominabel. Hauer en Van de Ven

acteerden alsof ze schoolkinderen waren die net waren wakker geworden met secundaire geslachtskenmerken. Werkelijk al wat melancholisch en vertederend was aan Wolkers’ boek werd in de film vervangen door gegil en boertigheid. Maar de olierijke gulzigheid waarmee de seksscènes waren vervaardigd, verleende het werk eeuwigheidsglans. Zodra iemand haar kleren uittrok, was de regisseur trouw gebleven aan de intensiteit van het origineel. Ik hoopte vurig dat ik nooit Monique van de Ven tegen het lijf zou lopen. Want als ze niet jong, kirrig of hysterisch bleek te zijn, zou de ontmoeting me alleen maar verdriet brengen.** Toots Thielemans riedelde de film af; nog een halfuur voor Imke de zaak afsluiten kon. Body of Evidence werd het. Ik spoelde de gesprekken door en keek hoe Madonna mannen bereed maar hun het orgasme weigerde, hoe ze gebeft werd en daarna haar minnaars rug in de glasscherven duwde, hoe ze vastgeketend aan een stoel begon te masturberen, hoe ze, kortom, van alles deed om haar carrière naar een volgend plan te tillen. ‘Jongen toch, het is hier warm. Krijg je daar geen koppijn van?’ Hoewel Imke op een normaal volume had gesproken, kletterden de woorden mijn hoofd binnen. Madonna was net om het leven gekomen op een manier die haar borsten het meest gunstig deed uitkomen. ‘Ola, het zijn propere dingen die

Foto Hollandse Hoogte

het landweggetje waar haar ouders woonden, moest er toch wel wat interactie te regelen zijn. Desnoods maar wat handwerk, die uiterst efficiënte vorm van bevrediging waar de mannelijke anatomie bij uitstek geschikt voor is. Imke op haar beurt zag op tegen een avond vol Star Wars-gedreun en dralende singles en was dus des te verheugder door mijn aankondiging dat ik haar gezelschap zou komen houden. Rekening houdend met mijn aversie tegen sommige klanten, verzekerde de lieve schat me dat ik gerust af en toe van haar zijde mocht wijken. Achterin de winkel was een keukentje waar ik wat zou kunnen studeren, of me te goed doen aan oplossoep en alle video’s die ik me maar kon begere. Gewapend met een syllabus alibiverschaffing en een zakje neusjes – in een feestelijk rode variant voor de gelegenheid – belandde ik met een sprongetje op het Argostapijt en in die verwachtingsvolle uren voor de ontlading. Imke gaf me een nonchalante klapzoen die me vanwege de vlotheid ervan hoopvol stemde. De onverwachte zoelte van de avond maakte ons wat landerig en hield de klanten weg. Imke, de lieverd, bemerkte mijn verveling en stond erop dat ik een gulle greep nam uit de lijkkistla waar de banden in bewaard werden. Zijzelf moest in de buurt van de kassa blijven maar ze zei dat ik ‘mijn gang’ maar moest gaan in het keukentje. Ik voelde het bloed mijn wan-

je aan het bekijken bent, meneer de Verhoeven-specialist.’ ‘Het is niet makkelijk, hoor, hier mijn tijd uitzitten terwijl jij daar met je tietjes en kont staat te zwaaien voor iedere geilaard die op zaterdag te bescheten is om een vrouw te versieren.’ ‘Mens, mijn oren. Wat een taalgebruik. Is het van die Nederlander dat je dat allemaal geleerd hebt?’ ‘Mens, mijn oren? Mens, mijn kloten, zul je bedoelen.’ Ik nam haar bij haar pols en trok haar naar me toe. Duwde, dwong haar op mijn schoot. Haar glimlach verrimpelde toen ik haar hand op mijn kruis legde. Ze wreef even over mijn gulp, gaf er een klopje op, zei: ‘Ik moet de kassa opmaken. Als je wilt, kunnen we nog

door een ander wordt bewerkstelligd, kent dit aardse genoegen nauwelijks een overvloediger vorm van bestaanserkenning. Imke glijdt van mijn schoot af en gaat tussen mijn benen staan. Ze gaat steeds sneller te werk. ‘Kijk me eens aan,’ zeg ik. Ze reageert niet. Terwijl ze kijkt naar haar pompende hand, valt haar haar over haar ogen. Ik leg mijn handen op haar schouders, duw haar wat naar beneden. Waarom tevreden zijn met het aardse, als je voor het goddelijke kan gaan? Ze geeft niet mee. Ik duw nog eens, waarop ze mijn naam herhaalt. Maar het klinkt zachter, met meer vertwijfeling. Ik hoor haar ademhalen om wat te zeggen. Haast bui-

‘Ik opende mijn gulp. De snelheid waarmee het naar buiten wipte, deed aan de ongevaarlijke obsceniteit van een fopartikel denken. Gelukkig lachte ze niet.’ iets gaan drinken daarna. Maar ik ga het niet te laat maken.’ ‘We hoeven toch niet naar buiten? We hebben hier alles wat we nodig hebben, oplossoep en al. Kom, geef me eens een kus. Nog één.’ ‘Zo. Laat me nu los. Ik moet het licht uitdoen in de winkel, anders staan er nog van die geilaards – zoals jij ze zo poëtisch noemt – aan de deur te morrelen. Kom, laat los.’ Ik liet niet los. Even keek ze me aan en zoals verwacht zoende ze me. ‘Allez, Raf, laat me nu eens los, dat we hier weg kunnen…’ Weer zoende ze me. Mijn vrije hand gleed over haar truitje naar haar borst. ‘Mooi truitje. Van wie heb je dat gekregen?’ ‘Van jou…’ Ik was een middag met haar uit winkelen geweest en had alles betaald. Zij zag er een stuk koketter uit en tegelijk had ik geïnvesteerd in een goede dosis emotionele afhankelijkheid van haar kant. ‘Dit heeft nog nooit iemand voor mij gedaan,’ zei ze toen we aan het einde van de dag op het perron stonden, omsingeld door rechthoekige, glanzende winkeltassen. Kwamen die schadevergoedingen van mijn vader voor het onuitwisbare leed van de scheiding toch van pas. En welk een karmische rechtvaardigheid dat zijn gebroken relatie de mijne net consolideerde. ‘Van mij inderdaad.’ Mijn hand schoof onder de zachte, pluizige stof – kasjmier, geloof ik. Haar tepel was hard, geen slecht teken, zie je wel. ‘Ik vind het niet verantwoord van je.’ ‘Wat?’ ‘Mij hier zo achter te laten.’ ‘Maar…’ ‘Hier met die vieze, vieze films van jou…’ ‘Zeg eens... Kom, laat me los. Laten we wat gaan drinken.’ ‘Kijk nu wat je me aandoet met al dat gedraai en gefriemel.’ Met één hand opende ik mijn gulp. De snelheid waarmee het naar buiten wipte, deed aan de ongevaarlijke obsceniteit van fopartikelen denken. Gelukkig lachte ze niet. Ze zei mijn naam, keek me strak aan. Vrouwen gaan spaarzaam om met het gebruiken van een voornaam. De zeldzaamheid betekende dat ze twijfelde tussen een vlucht- of vechtreactie. Het was nu kwestie die energie naar mijn voordeel te modelleren. Ik zoende haar weer. De kus beantwoordde ze maar zwakjes, waarop ik haar hand naar het bewijs van mijn affectie voor haar bracht. Haar vingers voelden koud op de bundeling van aders, zwellichamen en oprecht begeren. Ze begon haar hand op en neer te bewegen; een simpele handeling die altijd zulke intense verlichting met zich meebrengt. Eigenhandig uitgevoerd voelt het hoogstens als een korte troost voor iets waarvan je niet wist dat je je er verdrietig over voelde. Wanneer het echter

ten mijn wil om, duw ik weer. Haar lippen glijden om mijn eikel. Haar mond beweegt verder niet. Als ik het schokken van mijn heupen niet meer kan tegenhouden, haalt ze – alas – haar mond weg, waardoor mijn hemd (Ralph Lauren) en broek (Trussardi Jeans) onder komen te zitten. Het is nog flink wat ook, aangezien het al zat op te bouwen sinds Van de Ven haar pa’s Rover parkeerde om zich door de net ontmoete Hauer te laten naaien. ‘Imke, je bent een schat, je weet niet…’ Haar hand blijft op en neer pompen. ‘Imke, dank je, het is goed zo, ik…’ Mijn al wegebbende verlangen begint te gloeien. Ze wrijft de laatste resten glorie weg. Ik lig achterover op de keukentafel en probeer overeind te komen om haar hand weg te halen. Haar nagels boren zich in de slappe huid, drukken de aders terug in het vlees. Voor ik roepen kan, stopt ze. Ze zegt dat ze de lichten gaat doven. Thomas Blondeau, Het West-Vlaams versierhandboek, De Bezige Bij, 256 pgs. € 18,50

Noten * Nee, die gaat te ver. Aan de andere kant, als je kijkt welke boeken er goed verkopen, die zijn toch allemaal van dit niveau? ** Dat gebeurde een paar jaar geleden toch. Door niet opgehaalde parterrekaartjes kwam ik naast haar te zitten tijdens een voorstelling waarin haar man speelde. Vanzelfsprekend was ze een vriendelijk ogende vrouw van in de vijftig. Ze glimlachte ongedwongen toen ik nog een keer haar kant op keek om me van haar identiteit te verzekeren. Pas dagen na de voorstelling realiseerde ik me dat ik nauwelijks onder de indruk was geweest van haar aanwezigheid. Althans, niet in verhouding tot de hoop die ik had uitgesproken die avond dat ik Imke op haar knieën dwong.


10

Mare · 5 september 2013 Interview

‘Ik wil dat motto ‘Er zijn bijna zesduizend eerstejaars binnen komen denderen’, zegt rector magnificus Carel Stolker. ‘Nu moeten we zorgen dat al die studenten goed terechtkomen.’ DOOR THOMAS BLONDEAU EN VINCENT BONGERS Aan de muren van één van de mooiste werkkamers van Leiden hangen geen felle Cobra-schilderijen meer. Na zes jaar Paul van der Heijdens voorkeur te hebben weggedragen, zijn ze nu vervangen door staatsieportretten van hoogleraren. Oftewel ‘mijn ouwe dooie mannen’ zoals Carel Stolker (1954), rector magnificus ze gekscherend noemt. Extra uitgelicht is het portret van Rudolph Cleveringa, de hoogleraar die zich aan het begin van de Tweede Wereldoorlog uitsprak tegen het ontslag van joodse universiteitsmedewerkers. Achter het bureau van de rector hangt een portret van Willem van Oranje, vader des vaderlands natuurlijk, maar hier toch vooral stichter van de universiteit. ‘Gewoon een plaatje hoor. Is van mijn vader geweest’, verduidelijkt de rector waarbij de R van ‘vader’ zijn geboren Leidenaarschap verraadt. ‘Hij studeerde hier psychologie, was de eerste psycholoog in Leiden. Hij had dit portret op zijn studentenkamer hangen.’

U studeerde ook in Leiden. Wat voor student was u? Was u in een honours college terechtgekomen? ‘Nee, uitgesloten. Dat geeft meteen ook mijn dubbele verhouding met selectie aan de poort aan. Op school ben ik blijven zitten. Om die reden moest ik de militaire dienst in. Mijn eerste jaar rechten haalde ik moeiteloos. Maar daarna ben ik anderhalf jaar vrachtwagenchauffeur geweest op de Veluwe en de Noord-Duitse Laagvlakte; rondgereden met manschappen achterin. Ik heb vijf jaar over mijn studie gedaan inclusief mijn diensttijd en een jaar student-assistentschap. Een keurige looptijd dus.’

Voor een onderzoek naar de effecten van een nieuw middel op slaap en geheugen zoeken wij:

Gezonde Vrijwilligers • • • • • • •

(M/V)

leeftijd 18-50 jaar, gezond, niet roken, geen medicatiegebruik, medische keuring (1 uur) slaap- en geheugentraining (2 uur), 4 studieperioden van 2 nachten en 1 dag, vergoeding: € 1.247.,00

Geïnteresseerd? Kijk voor meer informatie en/of aanmelden op:

U kunt ook mailen naar recruit@chdr.nl of bellen met 071-5246464.

Een zittenblijver die het tot rector schopt. Wat zegt dat over selectie? ‘Dat je moet opletten voor “snijverlies”. Natuurlijk, als je alleen maar mensen met acht of hoger toelaat, is de kans op uitval kleiner. Maar tegelijk verlies je mensen zoals ik. Met bepaalde vakken had ik het op school moeilijk, maar in rechten was ik dan weer bijzonder goed.’ Maar hoe verhoudt deze nuance zich met de steeds scherpere toelatingseisen? Leiden is de enige brede universiteit in Nederland die met de tweejarige bsa aan de slag gaat. ‘Je kunt twee dingen doen. Selectie aan de poort zoals bij een university college en dan komt alles wel goed. Of je zegt dat iedereen hier welkom is maar je schudt na het eerste jaar wel even goed aan de boom om te kijken wie er geschikt is en wie niet. Kijk, wat Harvard doet, is makkelijk. Je selecteert alleen mensen met de beste cijfers die ook nog eens een motivatietest moeten afleggen. Maar daar hebben we in Nederland vooralsnog niet voor gekozen. Die keuze betekent niet dat je studenten geen structuur moet geven of dat je de uitval niet moet beperken. Die was in mijn oude faculteit bijvoorbeeld enorm. ‘Het tweejarig bsa is een experiment maar sluit aan bij mijn ervaring als rechtendecaan. Na het studieadvies te hebben gehaald in het eerste jaar, was de vrijheid voor tweedejaars zo groot dat ze alsnog kopje onder gingen in een poel van vrijblijvendheid. Haalden ze opeens maar 10 punten in een jaar.’ Is er in dat nieuwe studiemodel nog plaats voor de traditionele studentenvereniging? Moeten die niet mee-evolueren? ‘Dat doen ze al. We voeren al lang gesprekken over studiesucces met studenten zelf. Toen we in de rechtenfaculteit de vierjaartermijn invoerden (waarbij studiepunten vier studiejaren geldig zijn, red.) waren er geen tegenstemmen. Studentenpartijen – en verenigingen hebben we altijd meegenomen in deze discussie. Vorige week stond ik weer op een tafel bij Quintus voor 150 eerstejaars, midden in hun kennismakingstijd. Allemaal aan het hoesten en proesten, het klonk bij sommigen alsof ze

de vliegende tering hadden. Maar goed, dat hoort er allemaal bij. ‘Ik heb ze dit verhaal dus uitgelegd. Want vaak gaat het al mis in deze periode, in de samenloop van kennismakingstijd en de eerste vakken. Dan is er al snel een tentamen en dan halen ze dat niet. De preses stond op en zei dat hij mijn verhaal deelde. “Juist daarom nodigen we u uit”, zei hij. De verenigingen gaan dus ook zelf hiermee aan de slag. Met repetitorcursussen, geen bestuursbaantjes in het eerste jaar, controle binnenshuis of studenten ook daadwerkelijk uit hun bed komen… Nee, dit strengere model wordt niet meer gek gevonden in Leiden.’ ‘Fijn, weer een Leidenaar’ was de teneur bij uw benoeming. Hoe duidt u die chauvinistische reflex? ‘Ja, viel me ook op. Fijn dat het een wetenschapper is en een Leidenaar. Soms denk ik dat het te maken heeft met toenemende internationalisering en digitalisering en de daaraan verbonden vluchtigheid. Leiden is in Europa een van de meest internationale instellingen. Onze docenten en studenten vliegen overal heen. Het is psychologie van de koude grond misschien, maar ik vermoed dat mensen het daardoor fijn vinden om geworteld te zijn in traditie en in een fysieke plaats. Vergelijk het met Europa: internationale samenwerking overal en tegelijk komen de regio’s erg op. ‘En Leiden heeft natuurlijk een bijzonder erfgoed. Misschien geef je zo’n nalatenschap liever aan iemand van hier – ik weet het niet.’ Wat voor plannen heeft u met deze universiteit? Of gaat u gewoon op de winkel passen? ‘Goed op de winkel passen, daar begint het als bestuurder wel mee. Klinkt misschien saai, maar bestuurlijke en financiële voorspelbaarheid is voor een academicus heel belangrijk. Je benoemt een hoogleraar voor tien, vijftien jaar, een promovendus voor vier jaar. ‘In Leiden willen we dat beslissingen zo veel mogelijk op de werkvloer worden genomen. Dat gaat overigens in tegen de tendens van accreditatie-organisaties die met het college van bestuur willen bespreken waarom die ene scriptie een zes heeft gekregen terwijl het eigenlijk een vijf is. Tja, hoe kan ik dat weten? Je moet docenten en hoogleraren vertrouwen en vrijheid geven. Dat is het Leidse model en dat werkt volgens mij het beste. ‘Daarnaast zijn de prestatieafspraken die de universiteiten met het ministerie van belang. We hebben nu bijna zesduizend eerstejaars die hier binnen zijn komen denderen. We zijn de procentueel een van de grootste groeiers. We moeten ook groeien, anders kunnen we niet meer doen wat we nu allemaal doen. Nu moeten we zorgen dat al die studenten goed terechtkomen. Dat moeten we vooral doen door kleinschalig onderwijs mogelijk te maken.’ En op de lange termijn? ‘Tijdens mijn sabbatical heb ik mij verdiept in de internationale literatuur over het hoger onderwijs voor mijn aankomende boek, een mix van persoonlijke opvattingen en wetenschappelijk onderzoek. Wat blijkt? Over tien jaar zullen er wereldwijd zo’n honderd topuniversiteiten zijn, die wat betreft onderzoek en studentenwerving wereldwijd zullen opereren. Wij zouden nu niet bij die top honderd gaan horen. De vraag die wij moeten stellen is: waar willen we straks staan? Wat voor universiteit willen we zijn? Daar gaan we een jaar over nadenken en een nieuw strategisch plan voor opstellen.’ De studentenaantallen stijgen maar de financiering blijft in verhouding achter. Kan de universiteit nog wel groeien? ‘Daar komen dus die internationale studenten bij kijken. En in vergelijking met het bedrijfsleven, doet de universiteit het super in deze tijden. De bedrijven hebben er maar al te vaak een puinhoop van gemaakt. De universiteiten zijn juist ontzettend zuinig geweest. En als een opleiding 100 studenten meer krijgt, past die zich zonder al te veel morren aan. De veerkracht is enorm en indrukwekkend. Al denk ik dat de huidige aantallen het wel zo een beetje zijn.’


5 september 2013 · Mare 11

van ons op ieders hoofd printen’ Carel Stolker, de rector magnificus over toekomst, vrijheid en de Leidse identiteit

Het prestatiestreven kent ook een keerzijde. Afgelopen juni werd een reumatologe van het LUMC ontslagen omdat ze met bloedmonsters had gesjoemeld. Hoe wil u wetenschapsfraude tegen gaan? ‘Dat is de pest in je organisatie. Het is zó schadelijk voor de wetenschap. Sommige onderzoeken denken zelfs dat tweederde van de teruggetrokken publicaties frauduleus is. Deze zaak in het LUMC is net zoals bij Stapel aan het licht gekomen door een oplettende omgeving. Dat is waar de universiteit op drijft, peer review. ‘Als bestuurder moet je vooral een veilige sfeer creëren waarin mogelijke schendingen van integriteit besproken kunnen worden. Het is een voortdurend onderwerp van gesprek met decanen en hoogleraren. Nieuwe medewerkers moeten bovendien een verklaring tekenen dat ze zich aan de regels zullen houden. We benadrukken het verder bij promoties en bij de verwelkoming van nieuwe hoogleraren. En fraudeurs worden ook strafrechtelijk vervolgd. Het LUMC heeft aangifte gedaan. Maar de wetenschappelijke integriteit is niet alleen een kwestie voor universiteiten. Als scholieren werkstukken samen googlen, en vervolgens op de universiteit terechtkomen, dan hebben ook wij een probleem. Dan mogen wij dat

Foto Marc de Haan

gedrag eruit gaan slaan, terwijl de school dat had moeten doen.’ De universiteit lijkt steeds meer taken van de middelbare school op zich te nemen. Zo moeten er ook spellingscursussen georganiseerd. Daalt het niveau van de eerstejaars? ‘Ik heb geen weet van een onderzoek daarnaar. Maar ik vermoed dat de afstand tussen goed presterende scholieren en de rest wel groter wordt’ Hebt u een goede verstandhouding met de minister van Onderwijs zodat u dit soort zaken kan aankaarten? ‘Zeker, aan minister Bussemaker hebben we een hele goede voor het hoger onderwijs. Ze wil docenten en onderzoekers maximale ruimte geven, merken we als college van bestuur uit de gesprekken met haar.’ Dus u vreest de derde dinsdag van september niet? ‘Iedereen houdt de adem in als het om geld gaat. Maar we hebben natuurlijk duidelijke afspraken gemaakt over de prestaties die wij moeten leveren. De minister heeft gezegd dat de eerste geldstroom (het geld dat van Den Haag naar de universiteiten gaat, red.) heilig is. De kern van het onderwijs en on-

derzoek blijft intact. Natuurlijk, met de inflatie en zo krijgen we minder middelen. Maar dat geldt voor heel Nederland. De verwachting is dat het voor het hoger onderwijs hierbij blijft.’ En kan Leiden nog snijden? ‘Als je bijvoorbeeld kijkt naar het onderzoek, doet Nederland het bijzonder goed. Al onze universiteiten staan in de top 200 van de universiteiten wereldwijd. Met onze impactscores staan we in de top 5. We behoren als land tot de meest innovatieve landen. Als er moet worden bezuinigd, dan zou er geld uit het onderzoek gehaald moeten worden om de prestatie-indicatoren in het onderwijs te kunnen halen. Dat zou echt zo onverstandig zijn.’ Uw boek verschijnt volgende jaar. Wat bleek verder nog uit uw vergelijking van internationale universiteiten? ‘Van een veertigtal universiteiten waarmee Leiden samenwerkt, heb ik de mission statements bekeken. Waarom zijn ze op aarde? Dan is het van: cutting edge research, superb education, top rankings overal… nu ja, braak, braak, braak, ik werd soms niet goed van… Als je dan dieper kijkt naar zaken als maatschappelijke verantwoordelijkheid of verantwoordelijkheid jegens studenten,

hun ouders, de stad, dan vond ik daar verrassend weinig over.’ Wat kenmerkt dan de Leidse universitaire gemeenschap? ‘Wij hebben in Leiden de academische vrijheid hoog in het vaandel staan, ik hecht zeer aan die waarde. Een keer in de drie weken ga ik lunchen met tien hoogleraren. Dan ben ik vooral geïnteresseerd in mensen die van andere universiteiten komen. En die bevestigen steeds weer

dat beeld van Leiden als een universiteit waarin je zoveel mogelijk vrij gelaten wordt in je onderzoek en onderwijs. ‘Natuurlijk moet je meedraaien in het onderzoeksprogramma’s, natuurlijk moet je doelmatigheideisen stellen, maar binnen die grenzen moeten we het motto van onze universiteit (‘Bolwerk der vrijheid’, red.) koesteren. Ik zou het op ieders voorhoofd hier willen printen. Dat is wat ons hier verbindt.’

Curriculum Vitae Carel Stolker 1954 Geboren in Leiden 1988 promoveert op medische aansprakelijkheid 1989 publiceert het boek Van arts naar advocaat, over de Amerikaanse claimcultuur 1991 doceert een half jaar aansprakelijkheidsrecht aan de Universiteit van Californië 1997 houdt zijn oratie 2005-2011 Decaan van de rechtenfaculteit. Onder zijn leiding komt er een nieuw gebouw, een fikse reductie van uitval, stijgende studentenaantallen. De juridische faculteit ondergaat een drastische imagowisseling van vergaarbaak voor lanterfantende studenten tot gestroomlijnde organisatie 2013 Volgt in februari Paul van der Heijden op als rector magnificus Tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem en raadsheerplaatsvervanger in het Hof ‘s-Hertogenbosch.


12  Mare · 5 september 2013 Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €8,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan.

Weekendbijbaan: verzorgende-begeleidster gezocht voor onze dochter in Lisse. Het aanbieden van praktische vaardigheden en verzorging. Ontwikkelingsniveau 7 jaar. Ben je zelfstandig, communicatief, initiatiefrijk, neem dan contact op. 0252-416856 frvaneeden@ gmail.com

We a looking for a native British speaker for ca 2 hours a week to read and speak in English with our two 9-year old children. Children’s books and games in English will be provided. Contact Ann: a.versleijen@gmail.com Zet je in voor het Rode Kruis tijdens je studententijd! Heb jij interesse in vrijwilligers- en com-

Academische Agenda Dhr.prof.dr. S.T. Nieuwenhuis zal op vrijdag 6 september een oratie houden bij de benoeming tot hoogleraar aan de faculteit der Sociale Wetenschappen met als leeropdracht Psychology, in Particular Cognitive Neuroscience of Decision Making. Mw. W.Y. Kwok hoopt op dinsdag 10 september 2013 om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Clinical aspects of hand osteoarthritis: are erosions of importance?’. Promotoren zijn prof.dr. G. Kloppenburg en prof.dr. F.R. Rosendaal. Mw. R.I. Overberg hoopt op dinsdag 10 september 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Breast cancer stories on the Internet’. Promotor is prof.dr. J.H.M. Schonk. Mw. J.C. Wesseling hoopt op dinsdag 10 september 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doc-

tor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘De volmaakte beschouwer’. Promotoren zijn prof.dr. R. Zwijnenberg en prof.dr. C.J.M. Zijlmans. Dhr. Z. Zhou hoopt op woensdag 11 september 2013 om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Technology Entrepreneurship - A process framework’. Promotor is prof.dr. B.R. Katzy. Dhr. V. Gupta hoopt op woensdag 11 september 2013 om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Multimodality cardiac image analysis for the assessment of coronary artery disease’. Promotoren zijn prof. dr.ir. B.P.F. Lelieveldt en prof.dr.ir. J.H.C. Reiber. Mw. H.M. Huistra hoopt op woensdag 11 september 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswe-

tenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Preparations on the Move’. Promotor is prof.dr. R. Zwijnenberg. Mw. A.A.J. Buurma hoopt op woensdag 11 september 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘On the pathology of preeclampsia’. Promotor is prof.dr. J.A. Bruijn. Dhr. A.O.N. Siemens hoopt op donderdag 12 september 2013 om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Elasticity and Plasticity: Foams near Jamming’. Promotor is prof.dr. M.L. van Hecke. Dhr. C.N. de Voogd hoopt op donderdag 12 september 2013 om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘“Le miroir de la France”: Johan Huizinga et les historiens français’. Promotor is prof.dr. W. Otterspeer.

missiewerk of zelfs een bestuursjaar waarbij jij het verschil maakt? Mail dan naar bestuur@studentendeskleiden.nl Gediplomeerd docent met veel podiumervaring geeft dwarsfluitles of saxofoonles. Tevens improvisatie en/of muziektheorieles. Meer info : Pieter de Mast. 0715128229 of 0644154802 / pdemast@hetnet.nl / www.windstreken.com Nieuwe begeleiders gezocht voor huiswerkklas op woensdagmiddag in Buurthuis Vogelvlucht, Boshuizerlaan 5, in LeidenZuid-West. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do, 1517u. Tel: 071-5214526. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl.

Maretje extra Maretjes-extra zijn bedoeld voor semi-commerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com Gevraagd: Huishoudelijke hulp voor 1,5 uur per week in LeidenCentrum. t. 5122339 e. rap89@ xs4all.nl

advertentie

In de wetenschap dat het kan... Jazeker… Het kan. Een traineeship aan de Universiteit Leiden, Technische Universiteit Delft, en Erasmus Universiteit Rotterdam. Gezamenlijk hebben deze universiteiten een 2-jarig traineeprogramma opgesteld voor young professionals met een academische opleiding. De Universiteit Leiden, Technische Universiteit Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam (LDE) zijn op een aantal vlakken een samenwerkingsverband aangegaan, waaruit dit unieke traineeship is voortgekomen. Er is plaats voor maximaal 12 trainees. Je krijgt twee jaar lang een kijk in de bedrijfsvoering van verschillende universiteiten én de kans jezelf zowel professioneel als persoonlijk te ontwikkelen. Wil je meer informatie kijk dan op www.traineeshipLDE.nl en solliciteer.

advertenties


5 september 2013 · Mare 13 Advertenties

CURSUSSEN

VOLG EEN VAN DE 50 CREATIEVE CURSUSSEN VAN HET LAK! DANS (Modern/HipHop/Bollywood/Buikdansen/Ballet/Capoeira etc) ZANG (Musicalzang/Soul&R’n’B/Zangtechnieken/Jazz etc) TONEEL (Toneelspelen/Theatersport/Kleinkunst/Mime etc) BEELDENDE KUNST (Modeltekenen/Schilderen/Druktechnieken etc) LITERATUUR (Verhaalontwerp/Journalistiek/Taalcoaching etc) FOTOGRAFIE (Digitale Fotografie/Fotobewerking etc) UL-STUDENTEN KRIJGEN KORTING! - Alle cursussen vinden plaats in het Lipsiusgebouw

www.lakcursussen.nl PROGRAMMA Studium Generale sept./okt. 2013 www.studiumgenerale.leidenuniv.nl

Studium Generale organiseert brede activiteiten voor studenten, medewerkers, alumni en andere geïnteresseerden die graag over de grenzen van hun vakgebied heen kijken. Indien niet anders vermeld geldt:TOEGANG IS GRATIS! GEEN AANMELDING NODIG. IEDEREEN IS WELKOM! (Kom wel op tijd, want vol = vol!) Voor een uitgebreid programma zie: www.studiumgenerale.leidenuniv.nl

Polen: Naar aanleiding van 25 jaar stedenband Leiden- Toruń

Thursday, 12th of September 2013 How noble are savages? Diderot, Rousseau, the origins of civilization, and the idea of natural morality Dr Philipp Blom (DPhil, Oxford), writer, journalist, lecturer and broadcaster, author of A Wicked Company. The Forgotten Radicalism of the European Enlightenment (2010)

Dinsdag 10 september 2013 Politiek in Polen van de negentiende eeuw tot nu Prof.dr. André Gerrits, Hoogleraar Russische Geschiedenis en Politiek, Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden Dinsdag 17 september 2013 Lezing 1 De betekenis van Polen voor de Bevrijding van Nederland Prof.dr. Ben Schoenmaker, wetenschappelijk medewerker, Nederlands Instituut voor Militaire Historie, tevens Bijzonder Hoogleraar Militaire Geschiedenis, Universiteit Leiden Lezing 2 Poolse bevrijders in Nederland: omarmd en vergeten? Dr. Iwona Guść, postdoc NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies Dinsdag 24 september 2013 Copernicus en copernicanisme in Nederland en in Polen Dr. Djoeke van Netten, Universitair Docent Nieuwe Geschiedenis, Universiteit van Amsterdam Dinsdag 1 oktober 2013 Informatie over de lezing volgt op onze website en via facebook en twitter. Dinsdag 8 oktober 2013 ‘Wat mij betreft hadden ze die Muur mogen laten staan.’ Polen in de Nederlandse pers sinds de jaren 80 Dr. Iwona Mączka, zelfstandig onderzoeker Dinsdag 15 oktober 2013 Toruń en werelderfgoed in Polen Ir. Edwin Orsel, werkgroeplid van de Stichting Stedenband Leiden-Toruń en bouwhistoricus bij Erfgoed Leiden en Omstreken Tijd & locatie 19.30 uur – 21.00 uur (17 september tot 22.00 uur) zaal 011, Lipsiusgebouw (1175), Cleveringaplaats 1, Leiden

OorsprongsObsessie: 18de-eeuwse opvattingen over het begin van taal, kunst, cultuur en moraal

Donderdag 26 september 2013 Van wolfskind tot Sanskriet: taaloorsprongsvragen in de 18de eeuw Prof.dr. Marijke van der Wal, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden, leider van het onderzoeksprogramma Brieven als Buit Thursday, 10th of October 2013 The “Expressive Image”: Human Origins and the Historiography of Art, from the 18th century to now Dr Assimina Kaniari (DPhil, Oxford), lecturer, Department of Art Theory and History, Athens School of Fine Arts Donderdag 17 oktober 2013 Paradoxen van de oorspronkelijkheid: Rousseau tussen Charles Perrault en Jeff Koons Prof.dr. Maarten Doorman, schrijver en filosoof, bijzonder hoogleraar kunstkritiek aan de Universiteit van Amsterdam en docent cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht, auteur van o.a. Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticiteit (2012) Donderdag 24 oktober 2013 De blauwdruk en de stamboom: kunst(geschiedenis) als inspiratiebron voor natuurhistorici op zoek naar de beginselen van de natuur Prof.dr. Paul van den Akker, hoogleraar Kunstgeschiedenis Open Universiteit, docent Kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit, Amsterdam Donderdag 31 oktober 2013 “De trouwste dienares van de religie”: 18de-eeuwse debatten over de oorsprong van kunst, religie en samenleving Prof.dr. Caroline van Eck, hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Bouwkunst, Universiteit Leiden Tijd & locatie 19.30 uur – 21.00 uur Openingsavond op 12 september: Klein Auditorium, Academiegebouw, Rapenburg 67-73, Leiden Overige avonden: zaal 011, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, Leiden

ORGANISATIE & INFORMATIE Studium Generale Universiteit Leiden • Postbus 9500, 2300 RA Leiden 071 527 7283/7295/7296 studiumgenerale@sea.leidenuniv.nl • www.studiumgenerale.leidenuniv.nl


14  Mare · 5 september 2013 English page

From Repeater to Rector Carel Stolker on the future, freedom and Leiden’s identity

Rector Magnificus Carel Stolker and Secretary General of the United Nations, Ban Ki-moon, after his Freedom Lecture in the Pieterskerk last week. Foto Marc de Haan

“Six thousand first-years just came storming in”, says Carel Stolker, the Rector Magnificus. “We have to make sure that all those students land on their feet.” The bright colours of COBRA paintings no longer adorn the walls of one of the most charming offices in Leiden; after six years of being Paul van der Heijden’s preference, they have now been replaced by formal portraits of professors – or “my old dead men” as Carel Stolker (1954), the Rector Magnificus, jokingly calls them. The portrait of Rudolph Cleveringa, the professor who spoke out against the dismissal of Jewish university staff at the beginning of the Second World War, has pride of place while behind the desk there is a portrait of William of Orange, the pater patriae, of course, but more relevant here as the founder of the university. “It’s just a picture that belonged to my father”, the Rector explains, and the “r” in “father” betrays his Leiden background [the Leiden accent is known particularly for its nonrolling “r”, tr.]. “He read Psychology here and was the first psychologist in Leiden. This portrait hung in his student digs.” You went to Leiden too. What kind of a student were you? Would you have been accepted into an honours college? “No, no chance, which immediately reveals my mixed feelings about preentry selection. I had to repeat a year at school and so I was called up for military service. I passed my first year of Law effortlessly and then after that I was a lorry driver for eighteen months – just driving around with troops in the back. It took me five

years to complete my course, including my time in military service and six months as a student-assistant so I didn’t do badly really.” A repeater who makes it to Rector. What does that say about selection? “That you should be wary of trimming off too much. Of course, if you only accept people with a score of eight [out of ten] or higher, the chances of dropouts are smaller. But then you lose people like me.” But how does this nuance you are giving to the issue relate to the increasingly stringent entrance requirements? Leiden is the only broad-based university in the Netherlands to introduce the two-year binding study advice (BSA). “You have two options: you can introduce a pre-entry selection like university colleges do and you won’t have any trouble, or you can welcome everyone but give the tree a good shake in the first year to see who is suitable and who isn’t. Look, Harvard has a simple procedure: you select only the people with the highest marks and you test their motivation. But we chose not to do that in the Netherlands. However, that doesn’t mean that you shouldn’t provide any structure for students or that you shouldn’t try to reduce the dropout rate. “The two-year BSA is an experiment that corresponds with my experiences as a dean at the Law Faculty. Once they had their binding study advice after their first year, the second-years’ sense of freedom was too much. Suddenly they would only manage to get ten credits a year.” Is there any room for the traditional student fraternities in this

new study model? Will they have to evolve with the new model? “They are evolving already. We’ve been discussing study performance with students for ages and when we introduced the four-year term at the Law Faculty (in which credits are valid for four years, ed.), no one voted against it. We have always invited student parties and fraternities to join in this discussion. I was asked to speak at Quintus for the ragging of 150 freshers – some coughing and sneezing as if they had TB, but I suppose that’s part of the deal. “I explained the issue carefully, because they often start out on the wrong foot in this period - the introduction period and their first lectures. Exams follow swiftly and then they fail them. The preses [chairman] stood up and said he agreed with me. “That’s why we invited you”, he explained. The fraternities are working on this issue too: coaching sessions, keeping an eye on students in fraternity houses to make sure they actually get out of bed … No, nobody thinks this model is odd in Leiden anymore.” “Oh good, someone from Leiden again” was what most people seem to feel about your appointment. How do you interpret this chauvinist response? “Yes, I noticed that too: ‘Glad they’ve chosen an academic and someone from Leiden’. I think it’s a reaction against growing globalisation and the transience that goes with it. Leiden is one of the most international institutes in Europe: our lecturers and students travel all over the world. Stop me if I’m spouting homespun psychology, but I suspect that people like to have roots in tradition and place. Compare it to Eu-

rope: international partnerships are the trend and yet individual regions are on the rise. “And of course, Leiden’s heritage is special and perhaps people feel better with it in the hands of one of their own rather than an outsider.” What are your plans for this university? Or are you just going to keep shop? “Keeping shop, that’s the first task of a governor. It may sound boring, but predictability is very important for academics. You appoint a professor for ten, fifteen years, a PhD student for four years. “I want decisions to be made on the work floor as far as possible, although it goes against the tendency of accreditation organisations who like to discuss why one dissertation is marked with a six when it should really get a five with the Executive Board. Well, search me. You have to trust the lecturers and professors and allow them the liberty to decide. That how it works in Leiden, and I think it’s the best way.” “In addition, the performance agreements with the Ministry are important. At the moment we have almost six thousand first-years who just came storming in. Now we have to make sure that all those students land on their feet and we should do that primarily by making small-scale education possible.” And in the long term? “During my sabbatical, I made a particular study of the literature on higher education while working on my new book: a mixture of personal opinions and scientific research. And what do you know? In ten years time, there will be about a hundred first-rate universities operating globally in research and

student recruitment. At present, we wouldn’t be ranking among those top hundred. The question we need to ask is: what is our position in future rankings? What kind of university do we want to be? We are going think about it for a year and formulate a policy on that.” Your book will be out next year. What else did you notice when you compared international universities? “I examined the mission statements of forty of the universities partnered with Leiden. Why do they exist? Well it’s all ‘cutting-edge research, superb education, top rankings’ from beginning to end… come one, don’t make me sick… But when I dug deeper, I discovered surprisingly little about things like their attitude towards society or their responsibilities towards students, parents, the town.” In that respect, what makes Leiden different? “In Leiden, we feel strongly about academic freedom and I value that dearly. Once every three weeks, I have lunch with ten professors and I’m always interested to hear from people from out of town. They all confirm the image of Leiden as an academic town where you are allowed the greatest possible freedom in your research and education. “Obviously, we must take part in top research and obviously, we must set standards for efficiency, but within those limits, we should cherish the motto of our university (‘A stronghold of freedom’, Ed.). I would like to print it on everyone’s forehead. That’s what unites us.” By Thomas Blondeau and Vincent Bongers


5 september 2013 · Mare Cultuur

Agenda

Toneelgroep Al Dente met links Liesbeth van den Berg. Foto Richtje Nijhof

Dit was toen grappig Al Dente speelt Tsjechov zoals het hoort De Leidse toneelgroep Al Dente speelt De Kersentuin. Als blijspel, zoals Tsjechov het bedoeld had. ‘Maar zo leuk is het eigenlijk niet.’ De Kersentuin ging in 1904 in première, op e de 44 verjaardag van auteur Anton Tsjechov. Tot zijn ongenoegen had regisseur Konstantin Stanislavski er een tragedie van gemaakt, terwijl hij het zelf als blijspel bedoeld had. Het was het laatste toneelstuk van

door marleen Van Wesel

zijn hand. Later dat jaar kwam hij te overlijden aan tuberculose. Na talloze vertoningen wereldwijd voert de Leidse toneelgroep Al Dente het stuk nu op in het Weeshuis, waar tot 1961 bijna vierhonderd jaar lang de Leidse weeskinderen werden opgevangen. ‘Het is een locatievoorstelling geworden. Het publiek en het podium bevinden zich binnen, maar je ziet ook dingen buiten in de tuin gebeuren’, vertelt actrice Liesbeth van den Berg (22, studente theaterwetenschap in Amsterdam).

Waarom Tsjechov? ‘Regisseur Jos Nijhof pakt graag klassiekers aan om ze toegankelijk en beetgaar, al dente, te maken. Er is niet echt een aanleiding voor Tsjechov en we hebben het ook niet geforceerd proberen te verbinden aan het kappen van de regenwouden of zoiets actueels. De tekst is wel enigszins bewerkt richting het hier en nu. Niet dat we met een Leids accent spreken, we vertellen nog steeds het originele verhaal over een Russische familie van ruim honderd jaar geleden. Maar dan zodat het te volgen is.’

Waar gaat het over? ‘Het gaat over twee werelden: de oude aristocraten tegenover de nieuwe revolutionairen, oftewel de adel tegenover de steeds rijker wordende boeren. Ljoebov Ranjevskaja komt uit een adellijke familie die failliet is, maar ze smijt met geld. Niet eens uit hebberigheid, ze is eerder vrijgevig en naïef. Daardoor moet ze haar huis, met een mooie kersentuin, verkopen. Een rijke boer wil de familie te hulp schieten, maar daar wil de adel niks van horen. ‘Ik speel Varja, Ljoebovs pleegdochter, die verliefd is op de boer. Ze hangt een beetje tussen de twee werelden in. Ze grijpt alles aan om geluk te vinden. Ze zou onafhankelijk willen zijn en alleen grote reizen willen maken, maar tegelijkertijd zou ze ja zeggen tegen een huwelijk. Uiteindelijk komt ze alleen teleurstelling tegen. Intussen lijkt ze de enige te zijn die doorheeft hoe alles zit, maar niemand luistert.’ Klinkt toch wel treurig… ‘Tsjechov noemde het een blijspel, maar het is best een tragisch verhaal. Als ik de tekst lees, denk ik: misschien was dit toen grappig, maar zo leuk is het eigenlijk niet. We hebben heel hard ons best gedaan om het niet te tragisch te maken. Door wat absurditeit heeft het uiteindelijk toch iets komisch. Daarvoor moesten we wat afstand nemen van onze rollen. Dat is een beetje tegenstrijdig, want Stanislavski was juist heel erg van de method acting. Bij ons wordt écht geacteerd. Van mensen die het al gezien hebben, hoorde ik dat ze het heel grappig vonden, al snapten ze helemaal niet waarom.’ al dente, de Kersentuin Het Weeshuis (Hooglandse Kerkgracht 17) 5-7, 12-14, 17-21 september 20.30 u, € 12

muZieK QBus Plus instruments & spoelstra s Vr 6 september 20.30 €10 hollis Brown (usa) Do 12 september 20.30 €10 suB071 copenhaarlem Di 10 september 21.00 lahar & The shining Wo 11 september 21.00 de TWee sPieghels Ben Webster Tribute Vr 6 september 21.00 roberto haliffi Burton greene Za 7 september

T h e aT e r heT Weeshuis al dente – de kersentuin 5, 6, 7, 12, 13, 14, 17, 18, 19, 20, 21 september 20.30 €12

diVersen BoeKhandel Polare officiële opening Vr 6 september 17.00 Taxatie van oude boeken Za 7 september 14.00 leidse Boekenclub: eline Vere Wo 11 september 19.15 €5 lezing ad Verbrugge: staat van verwarring Do 12 september 20.00 VriJ groen – ecoTuin aan de riJn Picknick met kampvuur Za 7 september 18.00

ADVERTENTIE

Academisch Talencentrum – Academic Language Centre Taalcursussen/Language courses

Eager to improve your language proficiency? The Academic Language Centre offers a wide range of practical language courses. Unsure about your starting level? Apply for a free placement test via our website or via our office (Lipsius/1.25). Please note: the dates and times may be subject to change. Check our website for up to date information! Courses starting in week 38 English English 2: Wed 13.15-15 English 3: Fri 12.15-14 English 4: Tues 18.15-20 English 4: Thurs 13.15-15 English 4: Fri 14.15-16 English 5: Tues 17.15-19 English 5: Tues 20.15-22 English 5: Wed 18.15-20 English 5: Thurs 16.15-18 English 6: Wed 16.15-18 English 6: Thu 18:15-20 English for students EAP General: Mon 16.15-18 EAP Writing: Tues 15.15-17 Business English Upper-intermediate: Thurs 15.15-17 Advanced: Fri 10.15-12

English for university staff Presentations in English: Fri 13.15-16 Writing Acad. English: Tues 14.15-17 (starting in week 38 and 45) French French 1: Tues 18.15-20 French 2: Tues 20.15-22 French 3: Wed 18.15-20 French 4: Wed 20.15-20 French 5: Thurs 18.15-20 French 6: Mon 18.15-20 DELF: Mon 20.15-22 Italian Italian 1: Mon 18.15-20 Italian 2: Mon 20.15-22 Italian 3: Tues 18.15-20 Italian 4: Thurs 20.15-22 Conversation: Tues 20.15-22 Spanish Spanish 1: Tues 16.15-18 Spanish 1: Wed 18.15-20 Spanish 1: Thu 20.15-22 Spanish 2: Mon 18.15-20 Spanish 2: Tues 18.15-20 Spanish 3: Thurs 18.15-20 Spanish 4: Wed 20.15-22 Spanish 5: Wed 20.15-22 Spanish 6: Mon 20.15-22 Conversation: Wed 20.30-22 Turkish Turkish 1: Mon 20.15-22

September - December 2013

German German 1: Thurs 18.15-20 German 2: Thurs 20.15-22 Arabic Arabic 1: Mon. 18.15-20 Arabic 1: Tues 18.15-20 Arabic 2: Mon 20.15-22 Arabic 3: Tues 20.15-22 Chinese Chinese 1: Wed 18.15-20 Chinese 1: Thurs 18.15-20 Chinese 2: Wed 20.15-22 Chinese 3: Thurs 20.15-22 Chinese 4: Tues 20.15-22 Chinese for alumni 1, 2: Thurs 18.15-20 Japanese Japanese 1: Mon 20.15-22 Japanese 2: Tues 20.15-22 Japanese 3: Thurs 20.15-22 Russian Russian 1:Thurs 18.15-20 Russian 2: Mon 18.15-20 Russian 3: Mon 20.15-22 Russian 4: Thurs 20.15-22 Swedish Swedish 1: Wed 18.15-20 Swedish 2: Wed 20.15-22 Swedish 3: Tues 18.15-20

Dutch for Foreigners Dutch 1: Wed 17.15-21 Dutch 1: Mon/Wed 19.15-22 Dutch 1: Tue/Thurs 19.15-22 Dutch 1: Mon/Fr 15.15-18 Dutch 2: Mon/Wed 19.15-22 Dutch 2: Tues/Thurs 19.15-22 Dutch 3: Mon/Wed 19.15-22 Dutch 3: Tues/Thurs 19.15-22 Dutch 3: Tues/Fr 15.15-18 Dutch 4: Mon/Wed 19.15-22 Dutch 4: Tues/Thurs 19.15-22 Dutch 4: Tues/Fri 15.15-17 Dutch 4: Thursday 19.15-22 Dutch 5: Mon/Wed 19.15-22 Dutch 1+2: Mon-Thurs 9.15-12 Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fri 9.15-12 Dutch 1+2: Mon/Tue/Thurs/Fri 15.15-18 Dutch 3+4, Mon-Thurs 9.15-12 Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fri 9.15-12 Dutch 3+4, Mon/Tue/Thurs/Fri 15.15-18 Dutch 5+6 Mon-Thurs 9.15-12 Dutch Plus (advanced courses) - Writing: Thurs 20.15-22 - Business Dutch: Mon 20.15-22 Basic Dutch for international students Dutch 1A: Wed 15.15 - 17.00 or 17.15-19 Preparatory Course State Exam NT2: Wed 15.15-18

Information on course schedules, prices, course content and availability: www.languagecentre.leidenuniv.nl or 071-5272332

Visit our OPEN HOUSE on Thursday 5 September •

15

Follow the ATC on Twitter and Facebook


16  Mare · 5 september 2013 Kamervragen

Bolwerkers

Nieuwe/oude vrienden

Foto Taco van der Eb

‘Twee keer de Haagse skyline’ Jens Emmers (18), Leiden University College, Liberal Arts & Sciences Huis: Annie, Anna van Buerenplein, Den Haag Kamer: 27,5 m2 Betaalt: 350 euro incl. (na aftrek van 150 euro huursubsidie) Bewoners: 1 Flinke kamer, mooi uitzicht, vlak naast Den Haag CS. Was het lastig om iets te vinden? ‘Integendeel. Alle eerstejaars van het Leiden University College moeten hier sinds deze zomer verplicht twee jaar komen wonen. Ook mensen die uit Den Haag zelf komen, vanwege het residential college-idee. Na die twee jaar moet je zelf iets zoeken.’ Hoe is het om hier te wonen? ‘Het is deze zomer pas opgeleverd, dus alles is supernieuw. De colleges van het LUC worden op de eerste vier verdiepingen gegeven. Daarboven, tot op de eenentwintigste verdieping, heeft

iedereen een kamer van minstens 27m2 met eigen voorzieningen. Op elke verdieping is een common room. Soms eten we er samen. Iedereen kookt dan eerst iets in z’n eigen kamer. Het is er nog een beetje kaal. We gaan er in elk geval een diepvries neerzetten en misschien een beamer.’ Klinkt goed. ‘Ja, maar is geen trap in dit gebouw. Alleen een noodtrap, die je niet mag gebruiken. We wonen hier nu met tweehonderd eerstejaars LUC-studenten, die allemaal gebruik moeten maken van drie liften. Als ik college heb, moet ik een kwartier van te voren vertrekken om op tijd te komen, terwijl dat in hetzelfde gebouw is. En uiteindelijk zouden hier vierhonderd mensen in moeten passen…’ Waar komen je meubels vandaan? ‘De zwarte stoelen stonden bij mijn va-

der op de zaak. De oranje stoelen, de kledingkast, het bureau en de koelkast stonden hier al. Ook hebben alle kamers standaard een eenpersoonsbed, met daarachter een twee meter lange afbeelding van een skyline. Anderen hebben New York of Barcelona, ik heb Den Haag. Sommige mensen wilden die plaat van de muur schroeven, maar dat mocht niet van DUWO. Ik vind hem eigenlijk wel leuk. Zo weet ik meteen waar ik ben als ik wakker word.’ Is er dan wel iets écht kenmerkend voor jouw kamer? ‘Ik woon er pas drie weken, maar ik heb in elk geval een foto van de Arc de Triomphe opgehangen. Frans was mijn beste vak op school, maar ik ben eigenlijk nog nooit in Parijs geweest. Ik had er ook iets anders kunnen hangen, maar niet de Eiffeltoren, want ik wilde iets met een politieke lading. Bij de Arc de Triomphe hoort het mooie verhaal

van de soldaat zonder naam, die eronder begraven ligt. Sterven voor je vaderland, dat vind ik een mooi idee. ‘Niet dat ik meteen het leger in wil. Ik wil diplomaat worden. Ik vind dat veel diplomaten en wereldleiders te veel vanuit hun eigen referentiekader redeneren. Bij het college leren we vanuit verschillende invalshoeken te kijken. Daarmee kunnen we een mooie bijdrage leveren. ‘Op mijn bureau staat een rotskristallamp. Die heb ik van mijn vader gekregen. Hij zou alle negatieve energie weg moeten halen. Ik weet niet of dat werkt hoor, maar ik zet hem voor de zekerheid aan bij stress. De eerste weken van mijn studie zijn behoorlijk aanpoten, dus ik wíl heel graag dat hij werkt.’ Door Marleen van Wesel

Het is natuurlijk wel zo netjes als ik mezelf even voorstel, nu ik tweewekelijks met mijn hoofd en woorden in je universiteitsblad zal prijken. Ik ben Talitha, bijna 22 en Vlaams. Maar niet heel erg. Ik moet je teleurstellen: het accent is al lang weggewerkt onder een laag neppe harde g’s en alle o zo schattige Vlaamsche woordjes waar ik de voorbije jaren onder goedkeurend gekir op ben gewezen zijn in de vuilnisbak van mijn vocabulaire verdwenen. Ik heb net zelfs alle ‘u’s verwijderd en besloten je te tutoyeren. Very Dutch. Extra inburgeringspunten voor mij! Vier jaar geleden verliet ik mijn Belgenlandje om in Amsterdam te studeren, en sinds kort woon ik in Leiden. Dit jaar ben ik masterstudent, maar daarnaast ga ik ook enkele eerste- en tweedejaarsvakken volgen. Dat betekent dat ik als 22-jarige dus ineens weer tussen een hoop kersvers afgestudeerde 18-jarigen zal belanden. Niet dat iemand het verschil zou merken – ik heb twee universiteitsdiploma’s, maar de gezegende combinatie van babyface en kaboutergestalte zorgt er nog altijd voor dat ik bij een fles wijn in de Appie ook steevast mijn ID moet presenteren. Alles is relatief. Meewarig hoofdschuddend moet ik denken aan alle naïeve overtuigingen waarmee deze eerstejaars de universiteit zullen binnenstappen. Zoals het idee dat die hele fantastische examenklas nog contact met elkaar zal blijven houden wanneer de eerste klamme handjes in college al vergeten zijn en iedereen aan zijn nieuwe leven gewend is geraakt. De harde waarheid is dat het merendeel van alle middelbare schoolvrienden zal vervagen tot een occasioneel voorbijkomende profielfoto op Facebook, waarmee de awkward gesprekjes in de supermarkt zich met steeds meer moeite voorbij de ‘oh-hoi-hoe-gààààthet-nog-met-je?!’-fase slepen. En dat is oké. Want je groeit op. Je maakt ook nieuwe vrienden. En niet alle oude zullen verdwijnen. Ik hou nog steeds contact met mijn vroegere vriendengroepje. Dat kost moeite, want je nieuwe leven lijkt vaak interessanter en bovendien woont niet iedereen meer in dezelfde stad. De oorspronkelijke zeven zijn er wegens geen zin in moeite nu dan ook nog slechts vijf, maar voor hen heb ik het urenlange treinreizen richting Vlaanderen graag over. Highschool friends zijn dan ook niet te vergelijken met universiteitsvrienden. Zo’n collectief gedeeld geheugen van elkanders beschamende puberoutfits en bijhorende kapsels schept nou eenmaal een band. We praten niet meer dagelijks, zelfs niet eens wekelijks. Maar zo’n avondje samen is telkens wel weer fijn, en nooit awkward. Dus, lieve eerstejaars, you probably won’t stay in touch. Maar het loont wel om er je best voor te doen. Al is het maar omdat een regelmatige herinnering aan de tijd waarin je beugels met Buffalo’s combineerde een pijnlijke doch ontzettend doeltreffende manier blijkt om met beide benen op de grond te blijven. Talitha Dehaene

is student literatuurwetenschap

Bandirah

Profile for Mare Online

Mare 1 (37)  

Leids Universitair Weekblad Mare

Mare 1 (37)  

Leids Universitair Weekblad Mare

Advertisement