__MAIN_TEXT__

Page 1

‘Gewoon instappen en naar Spanje’ Pagina 11

De voortdurende vernieuwing van ons voedselparadijs

De vergeten bezetting: hoe studenten 30 jaar geleden de dies verstoorden

Pagina 6 en 7

Pagina 8

Voormalig ombudsman en decaan bespreekt boek van Carel Stolker

Pagina 9

Alles is een hoax Waarom complottheorieën zo verleidelijk zijn Wat alle media verzwegen: Tarik Z. is een instrument van minister Opstelten om aan meer geld te komen. En: de CIA pleegde de aanslag op Charlie Hebdo. Wat is de aantrekkingskracht van deze complottheorieën? DOOR PET PETRA P ETRA RA MEIJER ‘Een hetze vanuit de Mainstream Media opgezet tegen alles en iedereen die afwijkend durft te denken. Dat toont des te meer aan dat heel deze Tarik Z. soap bij de NOS een vooropgezette hoax is. Het slechte acteerwerk wekte al het vermoeden, maar toen duidelijk werd dat Tarik een complotdenker was, werd glashelder dat dat de opzet was: “Durf jij een afwijkende mening te hebben? Dan ben je een potentiële Tarik Z.”’ Aldus hardcore complotdenker Martin Vrijland op zijn website, kort nadat de 19-jarige Delfts-Leidse student met een nepwapen de NOS-studio was binnengedrongen om zendtijd te eisen. Terwijl hij een portier gijzelde, zei hij te zijn ingehuurd door inlichtingendiensten. ‘Daar hebben wij zaken vernomen die de huidige samenleving in twijfel trekken en die gaan we nu naar buiten brengen.’ Ook dit artikel is onderdeel van een complot. Een complot tegen complotdenkers. Waarom zijn hun theorieën zo verleidelijk? ‘Als er iets groots gebeurt, dan zijn binnen een paar seconden de eerste complotten al op Twitter te vinden’, zegt Peter Burger, docent en onderzoeker bij de studie Journalistiek en Nieuwe Media. Hij verdiept zich vooral in de sociologische en narratieve kant van complottheorieën. ‘Dat alle mainstream eam media deel uit zouden maken van een complot, dat lij lijkt ijkt een recente ontwikkeling’, zegt hij. ‘Tarik Z. zou voor meer fondsen voor minister Opstelten moeten zorgen. En na de aanslag in Parijs bleek een grote groep moslims ervan overtuigd dat het om een false flag-operatie operatie ging: een aanslag op eigen burgers om iemand anders schuld in de schoenen te schuiven. Op de Facebookgroep van de NOS stond bijvooreld: “Het waren zogenaamde moslims beeld:

die met opgestoken linkervinger ‘Allahu akbar’ riepen. Iedere moslim weet dat dit met de rechtervinger moet!” Het is toch onthutsend zo’n grote groep moslims de media dermate wantrouwt en denkt dat de aanslag door de Mossad of de CIA is geregisseerd?’ Dat brede draagvlak is volgens hem onderbelicht gebleven. ‘Grote complotten hoeven niet per definitie aandacht te krijgen, maar media moeten ook niet constant voor de makkelijke weg kiezen door alleen naar officiële woordvoerders of mediagenieke personen te luisteren.’ ‘Complotdenkers weten niet precies hoe het zit’, zegt sociaal psycholoog Jan-Willem van Prooijen, docent en onderzoeker aan de VU die uitgebreid onderzoek deed naar complottheorieën. ‘Maar ze weten in elk geval zeker dat de officiële lezing van gebeurtenissen gelogen is. Vooral bij indrukwekkende en bedreigende gebeurtenissen is het aantrekkelijk om ervan uit te gaan dat die wel een grote oorzaak moeten hebben. Vandaar ook dat geheime organisaties er zo vaak bij betrokken zouden zijn.’ Van Prooijen vertelt over een experiment waarin proefpersonen een verhaal te lezen kregen over een moordaanslag op een president. In de eerste versie stierf die president, in de tweede werd er misgeschoten en bleef hij leven. Vraag aan de deelnemers: handelde de dader alleen, of was hij lid was van een groep? En jawel: proefpersonen geloofden vaker dat de geslaagde aanslag het werk was van een groep. ‘Complottheorieën zijn een reactie op een gevoel van dreiging. Mensen hebben de behoefte om een verklaring te vinden.’ Of een theorie het goed doet, hangt onder andere af van va hoe bizar hij is. ‘Er bestaan heel vreemde theorieën, bijvoorbeeld dat de wereld door als mensen vermomde buitenaardse hagedissen wordt geregeerd.’ Maar tegelijkertijd gelooft maar liefst 56 procent van de Amerikanen in een complot rondom de moord op president John F. Kennedy. En na 11 september was bijna de helf helft van de New Yorkers er van overtuigd dat de Amerikaanse overheid iets met de aanslag te maken had. Ook in de Arabische wereld was dat idee populair:

de Amerikaanse overheid zou op die manier een oorlog legitimeren. Maar ook in Nederland sloeg de theorie aan: ook Tarik Z. schreef als scholier in een werkstuk dat 9/11 een ‘inside job’ was. Hoe valt dat succes te verklaren? Uit het onderzoek dat Van Prooijen samen met een Leidse collega deed,, bleek dit geloof samen te hangen met inlevingsvermogen. ‘In Nederland identificeerden we ons met de Amerikaanse slachtoffers. Complotten spelen ook vaak op als er een algehele somberheid heerst over de maatschappij. Door geweld, maar bijvoorbeeld ook door een economische crisis. De aanhangers lijken veel kennis te hebben, maar vallen constant terug op dezelfde bronnen: andere complotdenkers. Na 11 september was een veelgehoord argument dat staal bij zulke temperaturen niet zou smelten. Experts hebben echter gezegd dat staal door die temperaturen weliswaar niet smelt, maar er wel aanzienlijk door verzwakt wordt. Daar missen complotdenkers de nuances.’ Ook opvallend: ‘De grootste voorspeller voor het geloof in een complottheorie, is het geloof in een andere complottheorie. Men gelooft zelfs relatief vaak in tegenstrijdige complotten. Wie gelooft dat de dood van prinses Diana in scène gezet is, is sneller geneigd te geloven dat inlichtingendiensten haar hebben vermoord. En wie het aannemelijk vindt dat Bin Laden al jaren voor de inval in Abbottabad stierf, vindt het ook waarschijnlijker dat hij vandaag nog in leven is.’ Vatbaarheid hangt ook af van omgevings- en persoonlijkheidsfactoren. Zo

ontdekte Van Prooijen dat mensen met et een extreme politieke ideologie samenzwe(zowel links als rechts) vaker v ringen vermoeden. ‘Ook weten we uit onderzoek dat complotdenkers gemiddeld lager opgeleid zijn en lager scoren op analytisch denken. Ze voelen zich ook relatief machteloos.’ Hij benadrukt echter dat at complotdenken meestal niet pathologisch is. ‘In 2009 geloofde slechts twee wee procent van de Nederlanders dat Beatles-zanger Paul Pa l McCartney al sinds nds 1969 dood was en vervangen door een dubbelganger. ‘Maar complotten complot over grote, vermeende immorele bedrijven zijn wijdverbreid. Err zijn grote groepen mensen die geloven dat de farmaceutischee industrie ons opzettelijk ziek maakt, en ook de olie-industrie, overheid en media worden gewantrouwd. Veel Nederlanders geloven bovendien dat er een overheidsorganisatie is die al het internet- en telefoonverkeer in de gaten houdt. ‘Watt je denkt, beïnvloedt je acties. Als jij gelooft dat er met vaccinaties geknoeid Op eenis, laat je je kind niet vaccineren. v zelfde manier hebben sommige complotdenkerss het gevoel dat ze de maatschappij de ogen moeten openen.’

Eredoctoraat voor Amnesty-voorzitter

Raad: ‘Schrap de herkansingen niet’

Overschrijding ictbudget onbekend

‘Studenten hebben weinig motivatie’

Maandag krijgt Gonçalves-Ho Kang You op de diesviering een eredoctoraat, vanwege haar inzet voor de mensenrechten.

Als het college van bestuur vasthoudt aan het schrappen van het recht op herkansing, zal de universiteitsraad een negatief advies uitbrengen.

Het college van bestuur bevestigt dat de nieuwe universitaire website duurder wordt dan gepland. Maar wat nu de precieze kosten zijn, werd niet duidelijk.

Dat zei minister van Onderwijs Jet Bussemaker maandag toen ze de Leidse universiteit bezocht. ‘We weten ze blijkbaar niet voldoende te raken.’

Pagina 3

Pagina 4

Pagina 5

Pagina 5

Bandirah Pagina 12


2  Mare · 5 februari 2015 Geen commentaar

Je suis Tarik

Colofon

Redactie-adres Pieterskerkhof 6 2311 SR Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl

Door Frank Provoost Mijn eerste uzi kocht ik toen ik tien was. Ik was niet de enige. De hele klas had ontdekt dat de plaatselijke speelgoedwinkel de perfecte replica verkocht. Als plastic waterpistool weliswaar, en uitsluitend in de kleurencombinatie roze met geel. Maar dat gaf allemaal niets. Want iedereen kocht er ook meteen een zwarte, watervaste viltstift bij. Na een middagje kalken, leken ze sprekend. Net als in The A-team. Pas toen de buurt rond de school ging klagen over tijgerende tieners met levensechte wapens mochten we ze niet meer meenemen. Tarik was te jong voor The A-team, maar te oud om met een speelgoedgeweer op pad te gaan. Hij koos voor een neppistool met een geluidsdemper, geheel in de stijl van Inception, net als zijn stylish outfit. Op zijn Facebookprofiel had hij ook al een gladde IceBucketChallenge aan zijn geliefde droom-in-een-droomin-een-droom-film gewijd. U heeft het ongetwijfeld allemaal gezien. Zijn pagina is de afgelopen week vakkundig geplunderd door iedereen die op zoek was naar de ware aard van de dader. Media gingen voorop in de strijd. Tegels lichten! De onderste steen boven! Nou, en toen kwamen de feiten: Zijn beide ouders waren dood. (O nee, toch niet. Ze waren alleen gescheiden.) Hij kwam uit Tunesië. (Of nou ja, zijn vader was Egyptenaar.) Hij hoorde bij Anonymous. (Oh wacht, dat YouTube-filmpje was al jaren geleden gemaakt. Door iemand anders.) Hij was een doodnormale jongen, waarvan je zo’n daad nooit zou verwachten. (Welnee, hij was juist altijd al een fullblown, complotdenkende freak geweest. Classic aluhoedje.) Voor wie nu begon te twijfelen, was er De Telegraaf. Ook handig voor alle letterdoven onder ons: De ‘GEESTESZIEKE’ Tarik was niet alleen ‘GEK’, hij studeerde ook nog Molecular Science & Technology in Delft en Leiden. (Ehm, dus…?)

Nou, hou je vast. Of beter: zoek dekking! Want die studie had ‘raakvlakken met de opleiding Radiation Science & Technology, de ENIGE OPLEIDING IN NEDERLAND MET EEN EIGEN KERNREACTOR.’ (Aha, dus hij studeerde bommenkunde!) Dat maakte de situatie natuurlijk ‘EXTRA ZORGWEKKEND!’ (Maar stel je eens voor dat hij geneeskundestudent was geweest, dan had hij zomaar toegang gehad tot LEVENSGEVAARLIJKE STOFFEN, KANKERVERWEKKENDE RÖNTGENSTRALINGAPPARATEN en ALLERLEI SCHERPE VOORWERPEN!!! En trouwens, staan die universiteitsbibliotheken ook niet vol met BLOEDLINKE, OPHITSENDE, GEZAG-ONDERMIJNENDE PROPAGANDA?!) In Hilversum was inmiddels de vaste horde hijgerige psychiaters uit naam der ijdelheid (herstel: wetenschap) aanschoven. Geheel volgens de traditionele tv-wetten lapten ze alle beroepseer aan hun laars en om lekker publiekelijk in de hersens te wroeten van de patiënt die ze nooit zagen. Oké, ze waren uitgenodigd. Maar ze hadden ook nee kunnen zeggen. U voelt ‘m al aankomen: Mare doet even niet mee. Wij zullen niet Tariks schedel lichten. Wij houden het erop dat hij danig in de war was, maar dat hij duidelijk niet de enige was. We doen hooguit een poging een tipje van de sluier op te lichten over de ‘Grote Wereldzaken’ die hij aan de orde had willen stellen (z.o.z.). Alleen al bij onze redactievergadering bleek iedereen wel iemand te kennen die geloofde in 9/11-was-an-inside-job-complottheorieën, geheim opgelegde suikerverslavingen, vaccinatiecomplotten, chemtrails, etc. Zijn we toch nog allemaal een beetje Tarik.

E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl

Column

Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Veerle van der Gracht (stagiaire) vgrachtmare@gmail.com Medewerkers

Talitha Dehaene • Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving M-space Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers• dr. S.J. van der Linde • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op bankrekening 1032.57.950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200900100) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

In memoriam: de joggingbroek Ik denk met weemoed terug aan toen brak zijn nog betekende dat je de kater met trots droeg. In mijn eerste jaren als studentje was de joggingbroek mijn grootste vrind en alom vertegenwoordigd in de collegezalen. Met pijn en moeite had ik mezelf uit bed gesleept voor dat ene verplichte vak en dat mocht gezien worden. De joggingbroek was het universele teken van brakheid. Het bewijs dat je de avond ervoor compleet tot het gaatje was gegaan. Als meisje zat je mascara van gister nog tot op je wangen en je haar, stinkend naar bier, in een warrige knot. De heren trokken voor de gelegenheid een te grote hoodie uit de kast en deden vooral geen moeite om hun driedaagse stoppelbaard af te scheren. Ook in de bibliotheek was de joggingbroek een graag geziene gast. In de UB kwam je om te studeren, niet om te flaneren en zodoende had je ook een gezonde portie schijt aan je uiterlijke vertoning. Dat was het leven. De joggingbroek is sinds enkele jaren een zeldzaamheid in het wild. Een enkele dappere dodo waagt zich nog aan dit kostuum, maar deze student zal hetzelfde lot beschoren zijn als de niet-vliegende vogel. Ongetwijfeld bezit iedere student er een, het liefst met cordiaal-, club- of dispuutsnaam er op, maar dit ondergewaardeerde kledingstuk ziet vrijwel alleen nog maar de fusie. En misschien de supermarkt, maar dan heeft ‘ie echt geluk. Uiteraard dienen de leiders van morgen zich enigszins representatief te presenteren, maar overdrijven is ook een kunst. En dat is precies wat er gebeurd is. We zullen het maar de Leidsche sprezzatura noemen. Gianni Agnelli, de godfather van sprezzatura, zou er nog wat van kunnen

leren. De oud Fiattopman stond erom bekend dat hij een enorme hoeveelheid aandacht schonk aan het er zo nonchalant mogelijk uitzien. Het scheve strikje en het horloge over de manchet leek een ongelukje, maar alles was weloverwogen. Zo ook de huidige student. De warrige knot is nog steeds bewaard gebleven, maar elk plukje is met zorg opgestoken om zodoende een zekere nonchalante air te creëren. De comfortabele grote sweater is vervangen door kekke jasjes en in plaats van het schoffelen op fijne vertrouwde sneakers, pijnigen de dames zichzelf met het dragen van centimeters hoge hakken. Die verlepte mascara is allang vervangen door een verse laag plamuur, want anders had je net zo goed naakt de deur uit kunnen gaan. Maar ja, de UB is dan ook om te flaneren en misschien een beetje om te studeren. Je dient je conform de norm te kleden voordat je mag aanschuiven in de kudde. Niet dat ik mij hier nooit schuldig aan maak; het is immers zien en gezien worden. En zien, dat doe ik graag. Zeker in de gangen van het anarchistenbolwerk genaamd Lipsius, waar de alto’s de gangen sieren, is nog steeds een baken van licht te vinden dat zich kranig weert tegen de generieke kledingeisen van hun medestudenten. Toch zullen ook zij zich nooit wagen aan het comfort van sweatstof. De joggingbroek zal slechts voor scooterpaupers en old school gabbers een volwaardige broek blijven, maar nimmer meer voor de student. Esha Metiary

is masterstudent geschiedenis


5 februari 2015 · Mare 3 Mensen

071 -527 …

‘Ik wilde me niet laten wegjagen’

Toerekeningsvatbaar

Eredoctoraat voor oud-Amnesty-voorzitter Gonçalves-Ho Kang You Gonçalves-Ho Kang You (1946) is oud-voorzitter van Amnesty International en lid van de Raad van State. Maandag krijgt ze op de diesviering een eredoctoraat, vanwege haar inzet voor de mensenrechten. ‘Het was verschrikkelijk. Niemand had mij voorbereid op wat mij daar te wachten stond. Ik ging naar de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden om kennis te maken. Je moest precies weten hoe al die snauwende meisjes heetten. Maar ze waren allemaal blond en ik kon ze niet van elkaar onderscheiden. Waar was ik terechtgekomen? Het was een regelrechte ramp. Ik stond te huilen op de gang. Pas toen mij uitgelegd werd dat het allemaal niet zo serieus was, kon ik er de grap van in zien. ‘Uiteindelijk vond ik Leiden geweldig. Ik woonde op het Gerecht, nummer 8, precies tegenover het Gravensteen. Dat was een jongenshuis. Er woonde één vrouw beneden, zij was arts en had bedongen dat er één meisje in huis kwam. De jongens wisten niet hoe ze mij moesten feuten, maar ik dacht: “Jullie kunnen zeggen wat jullie willen. Ik wil deze kamer.” Ik werd het, en heb nog steeds contact met mijn huisgenoten.’ ‘Natuurlijk was bij de studie rechten niet altijd alles even spannend. Want het recht in het leven is nu eenmaal interessanter dan het recht in boeken. Ik ging terug naar Suriname om het land te helpen opbouwen. Mijn echtgenoot Kenneth en ik begonnen een prachtige adDoor Vincent Bongers

‘Suriname is nu eigenlijk een quasi-dictatuur.’  vocatenpraktijk. Het was een grote procespraktijk, maar we hielden ons ook bezig met ontwikkelingsprojecten. Ik verlang er nog naar terug.’ ‘Na de coup van Desi Bouterse in 1980 werd duidelijk dat de mili-

Foto VPRO/Merlijn Doomernik

tairen het niet nauw namen met de mensenrechten. Ze traden steeds gewelddadiger op. Een groep in de samenleving, waaronder vooral advocaten, nam het tegen de militairen op. De advocaten, waaronder mijn man, schreven brieven naar

Bouterse waarin zij kritiek leverden op zijn bewind. En dat liep catastrofaal af: in december 1982 werd hij met veertien anderen gevangen genomen, gemarteld en vermoord door de militairen. ‘Ik wilde me niet laten wegjagen uit mijn land, maar Kenneth was er niet meer. En Eddy Hoost, die net naast ons een advocatenkantoor was begonnen, was ook vermoord. Er was een sfeer van intimidatie die zeer zeker ook mijn kant op ging. Ik was alleen met mijn dochtertje en het werd me al snel duidelijk dat het niet verstandig was om in Suriname te blijven. We vertrokken in 1983 naar Nederland. ‘Ik ging elk jaar naar Suriname. Maar sinds de Amnestiewet werd aangenomen (die een eind maakte aan het in 2007 begonnen Decembermoordenproces, red.) ben ik er niet meer geweest. Ik ben het nog aan het verwerken. Ik was totaal geshockeerd toen Bouterse in 2010 president werd. Een coup overkomt je, daar heeft de bevolking niets mee van doen. Maar dat hij gekozen is, is heel pijnlijk. Formeel is Suriname een democratie, maar door verkiezingen is er geen eind gekomen aan wat eigenlijk een quasi-dictatuur is. ´Ik kan Suriname niet helpen, maar ik denk wel mee over hoe mensen in het land zelf kunnen komen tot herstel. Bij het afscheid van het eerste advocatenkantoor waar ik in Nederland werkte, kreeg ik een mooi cadeau: de oprichting van de Stichting Juridische Samenwerking Suriname Nederland. We leiden Surinaamse advocaten op. Die wilden we echt een hart onder de riem steken. Je kunt wel het systeem wegvagen, maar we blijven ons beroep uitoefenen.’

Frutti di Mare

Een kindertelefoon voor volwassenen DOOR VEERLE VAN DER GRACHT Tringgg! Telefoon! Yeshe Teunissen (22) neemt op. ‘Ja, hallo mevrouw’, klinkt het aan de andere kant van de lijn. ‘Ik heb even een praatje nodig.’ Met de telefoon tegen haar oor geklemd, schrijft Teunissen snel de eerste zin van de beller op. ‘En wat gaat u dan koken?’ vraagt ze. De studente psychologie is vrijwilliger bij de anonieme hulplijn Sensoor. ‘Het is een soort kindertelefoon, maar dan voor volwassenen. Eenzaamheid, psychosociale problemen en vragen over leven en dood zijn de meest voorkomende onderwerpen.’ In 2013 belden er ruim 250.000 mensen, meestal tussen de dertig en zestig jaar, naar de landelijke hulplijn. In Leiden waren dat er tienduizend. De organisatie wordt gefinancierd vanuit de gemeente, en heeft zo’n vijftig vrijwilligers, onder wie twee studenten. Van Teunissen mogen dat er best meer worden. ‘Jongeren hebben nog een frisse blik op de wereld. Ze hebben een soort roze bril op. Ik ben in mijn tweede jaar al bij Sensoor gaan werken’, zegt ze, ‘want ik wilde niet vijf jaar wachten met mensen helpen. Zo krijg je een veel beter beeld van wat je in de boeken leest. Je hebt altijd een ander gesprek. De ene keer gaat het over koetjes en kalfjes. Sommigen bellen om te zeggen dat ze verliefd zijn, anderen zijn in tranen. De kunst is jezelf aanpassen aan de ander en waar mogelijk een positieve draai aan een gesprek geven.’ Wat opvalt tijdens het telefoneren: ze

zegt heel weinig, en bijna uitsluitend ‘ja’ en ‘áh’. ‘Ik laat voornamelijk stiltes vallen’, legt ze uit. ‘De persoon moet zelf met het probleem en oplossingen komen.’ ‘Sommige bellers hebben psychische klachten en hebben het contact met de realiteit verloren.’ Zo sprak Teunissen een keer iemand die negatieve stemmen hoorde. Net toen de man zich realiseerde dat het allemaal in zijn hoofd zat, hing hij per ongeluk op. ‘Je staat dan machteloos, want je kan niet zelf terugbellen. Het initiatief tot contact ligt bij de beller.’ Maar meestal vergeet ze haar gesprekken. ‘Zodra ik wegfiets, laat ik het los.’ Het gesprek aan de telefoon gaat inmiddels over politiek. ‘Goh, waar stemt u op?’ In principe blijft Teunissen zelf anoniem, zegt ze later. ‘Sommige mensen herkennen me aan de lijn, want zoveel jonge werknemers zijn hier niet.’ Maar ze vermeldt nooit haar naam of leeftijd. Degenen die het – vanwege het lokale tarief - aanlokkelijk vinden om Sensoor te bellen in plaats van een sekslijn worden meteen afgekapt. ‘Als ik merk dat de vragen meer persoonlijk worden, als ze bijvoorbeeld naar de kleur van mijn ogen vragen, vertel ik dat dat niet de bedoeling is en dat ze beter een ander nummer kunnen bellen.’

‘Zodra ik wegfiets, laat ik het weer los.’

Foto Taco van der Eb

Ook vrijwilliger worden? Ga naar de informatieavond, 18 feb, diaconaal centrum De Bakkerij, Oude Rijn 44b/c, 20:00u, zie www.sensoor.nl

Koos Westendorp is psychiater en directeur van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Op 11 februari geeft hij een lezing over ontoerekeningsvatbaarheid. Wanneer is iemand ontoerekeningsvatbaar? ‘Als iemand een psychische of psychiatrische stoornis heeft die samenhangt met het plegen van een delict, kan hij of zij ontoerekeningsvatbaar of verminderd ontoerekeningsvatbaar verklaard worden. Het gaat vaak om psychotische stoornissen, die tot verwarring en verstoorde denkbeelden leiden, of om persoonlijkheidsstoornissen zoals borderline.’ Is er met iemand die een zwaar misdrijf pleegt, niet per definitie iets mis? ‘Daar zou je over kunnen discussiëren, maar dat is vooral een politieke vraag. Wij proberen stoornissen vast te stellen op basis van het diagnosehandboek DSM. Als iemand door een stoornis geen keuzevrijheid had ten tijde van het misdrijf, dan kan iemand ontoerekeningsvatbaar worden verklaard. Als de stoornis een rol speelt, maar de dader nog wel keuzevrijheid had, dan geldt hij als verminderd toerekeningsvatbaar. In plaats van een straf volgt dan verplichte behandeling. Dat voelt misschien ook als een straf, maar het is eigenlijk een maatregel: om de samenleving te beschermen en de benodigde zorg te geven.’ Wanneer komt er zo’n onderzoek? ‘Wij worden al vrij vroeg ingeschakeld, na de aanhouding. We maken een eerste inschatting en adviseren of er een rapportage nodig is. Het gaat dan om zwaardere misdrijven die door meerdere rechters worden beoordeeld, natuurlijk niet om een parkeerbon of een winkeldiefstal. Het is niet allemaal moord en doodslag, maar het zijn wel zwaardere misdrijven, zoals bedreiging, gewapende overvallen en brandstichting: bijvoorbeeld iemand die zijn eigen flat heeft laten ontploffen.’ Hoe komt die rapportage tot stand? ‘We doen psychiatrisch, psychologisch en dubbelonderzoek, waarbij zowel psychiaters als psychologen betrokken zijn. In gesprekken probeer je zo dicht mogelijk tegen het delict aan te kruipen om te bepalen welke rol een stoornis heeft gespeeld. “Wat dacht je op dat moment? Wat voelde je?”’ Is het mogelijk om ontoerekeningsvatbaarheid te faken? ‘Voor sommige verdachten is het voordelig om dat te proberen. Maar we beoordelen de situatie met experts. Soms adviseren we om iemand zeven weken op te laten nemen in het Pieter Baan Centrum. Als iemand helemaal niet mee wil werken en zijn mond houdt, dan wordt het natuurlijk wel lastig. ‘Aan het begin van mijn carrière moest ik een jongeman beoordelen die een ouder echtpaar op gruwelijke wijze had vermoord. We vermoedden dat er meer aan de hand was, maar hij liet niets zien. Hij werd toerekeningsvatbaar verklaard en kreeg een lange gevangenisstraf. De derde taak van het NIFP is het leveren van psychiatrische zorg in gevangenissen. Daar kom je zo iemand wel weer tegen, maar als dokter zie je natuurlijk liever dat iemand meteen op de juiste plek terecht komt.’ Lezing Koos Westendorp Prometheus, Woe 11 feb 20:30 u, bovenzaal van Café de Keyzer


4  Mare · 5 februari 2015 Nieuws

Tegemoetkoming huurders Tot en met april 2015 kunnen kamerhuurders via www.leiden.nl/student een tegemoetkoming aanvragen voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Sinds 2012 komen deze gemeentelijke belastingen voor rekening van de verhuurder, die ze verwerkt in de huurprijs. Onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld bij een onzelfstandige woning en een laag inkomen, hebben huurders recht op een tegemoetkoming.

Topinkomens onderwijs Minister Jet Bussemaker kan niet afdwingen dat de personeels-cao ook voor onderwijsbestuurders geldt. D66, SP en Bussemakers eigen partij, de PvdA hadden daartoe een motie ingediend. Met de strekking van de motie is de minister het wel eens, schrijft ze: ‘Bestuurdersbeloningen moeten zich verhouden tot de arbeidsvoorwaarden voor het eigen personeel.’ Ze noemt daarvoor wel een ander ‘adequaat instrument’, namelijk de wet normering topinkomens. Dat is het formele resultaat van de zogenaamde Balkenendenorm, die op 1 januari 2015 is ingegaan. Overheidsfunctionarissen mogen daardoor niet meer verdienen dan een ministerssalaris. Dat is momen­teel 178.000 euro. De wet geldt in principe ook voor onderwijsbestuurders, maar wordt nog niet direct op alle fronten gehandhaafd.

Hiep Hortus Hoera! De Leidse hortus botanicus, de oudste van Nederland, viert op 9 februari haar 425e verjaardag. De hortuswandeling die elke tweede zondag van de maand wordt georganiseerd, staat daarom op 8 februari in het teken van de geschiedenis van de Hortus. Bezoekers ontvangen vanaf 10 februari een jubileumwandelboekje. Vijftien jaar na de oprichting kreeg de Universiteit Leiden in 1590 grond toegewezen om een tuin te bouwen voor geneeskundeonderwijs. Een reconstructie van die oorspronkelijke tuin is sinds 2009 naast de ingang van de huidige hortus te zien.

Raad tegen schrappen herkansingen Negatief advies - tenzij college regeling aanpast De universiteitsraad geeft een negatief advies over onderwijs en examenregelingen (OERen) voor het volgende collegejaar als het college van bestuur vasthoudt aan het schrappen van het recht op herkansing. Door Vincent Bongers Het college wil dat faculteiten de mogelijkheid krijgen om studenten te verplichten gebruik te maken van de eerste tentamenmogelijkheid. De raad vindt echter dat studenten recht hebben op het maken van een herkansing. De raad stelt nu een advies op dat negatief is, tenzij de herkansing alsnog gegarandeerd wordt. De raad heeft geen instemmingsrecht op de OERen maar een negatief advies van de raad weegt zwaar. Het is nog onduidelijk of het college de regeling onder druk van de raad aanpast. ‘Het is de raad nog steeds niet duidelijk waarom het college de fa-

culteiten de mogelijkheid wil geven om herkansingen te schrappen’, zei Mark Bakker van studentenpartij BeP maandag. Bakker is ook voorzitter van de raadscommissie onderwijs en onderzoek. Vicerector Simone Buitendijk lichtte het standpunt van het college toe: ‘Het is vrij simpel. Uit de onderwijskundige literatuur blijkt dat het missen van de eerste kans, de kans van slagen flink verlaagt. Dat willen we niet. We willen dat studenten de eerste kans pakken. De faculteiten moeten de mogelijkheid hebben om deze regeling toe te passen en de eerste kans verplicht te stellen.’ ‘Ik geloof best dat het bewezen is dat een student die het eerste tentamen mist, minder kans van slagen heeft’, antwoordde Bakker. ‘Maar of het verplichten van de eerste kans dat verbetert, betwijfel ik. Er zijn al meerdere maatregelen doorgevoerd om het rendement te verhogen. Bijvoorbeeld het bsa in het tweede jaar. Wij vinden dat

deze extra strenge regel daar weer bovenop komt. En dat is teveel.’ Buitendijk: ‘We hebben uitgebreid overlegd met de faculteitsbesturen; zij vinden dat deze regeling echt iets toevoegt. En daar zijn wij het mee eens. De decanen zijn voor deze maatregel.’ Uit die opmerking van de vicerector blijkt dat de faculteiten graag gebruik willen maken van het schrappen van de herkansingen. Iets wat de raad al vreesde. De raad stelt dat tentamens in een steeds kortere periode worden gepropt. ‘Het bsa in het tweede jaar zorgt ervoor dat herkansingen nu in de tentamenperiode vallen,’ aldus Joost Augusteijn van personeelspartij AbvaKabo. ‘Tentamens komen dichter op elkaar te liggen en zijn daardoor lastiger voor te bereiden. In deze context is het soms juist goed als een student een tentamen kan overslaan. U maakt het voor een student moeilijker om goed te studeren. Daar ligt voor ons het probleem.’ Volgens Buitendijk erkennen ‘de

faculteiten dit probleem en doen zij er alles aan om de tentamens te spreiden.’ De raad vindt overigens ook nog steeds dat de faculteit rechten geen gebruik meer moet maken van de vierjaarstermijn. Deze termijn houdt in dat de cijfers vervallen van studenten die langer dan vier jaar doen over hun bachelor. Het gevolg hiervan is dat deze studenten de vakken uit het tweede en derde jaar opnieuw moeten behalen. Dat betekent dat zij niet verder kunnen met hun studie. Rechten stopt met de termijn omdat het bsa in het tweede jaar is ingevoerd. Maar de bachelors die in 2012 begonnen, vallen nog niet onder die nieuwe regeling. De raad was en is tegen de regeling, maar maakt er geen halszaak meer van aangezien rechten de regeling gaat schrappen. Wel wil de universiteitsraad dat de geldigheid van het tentamen minimaal vier jaar is, en dat daar verder geen uitzonderingen meer op volgen.

Loopbaanbeleid op de schop

Vrije Competitie Subsidieverstrekker NWO heeft drie Vrije Competitie Subsidies uitgekeerd aan onderzoekers van de geestes­ wetenschappenfaculteit. Historici Judith Pollman en Henk te Velde kunnen met het geld het project ‘The persistence of civic identities in the Netherlands, 1747-1848’ financieren. Paul Smith, hoogleraar bij de opleiding Franse Taal en Cultuur, kreeg de subsidie voor zijn interdisciplinaire onderzoek naar de rol van ichthyologie (de studie van vissen) in de wetenschap en cultuur van Europa van circa 1550 tot 1880. Ook Lisa Cheng en Anikó Lipták ontvingen de NWO-subsidie. Zij doen onderzoek naar weglating van een of meerdere woorden in de taalkunde: de zoge­ heten ellips.

QBus Mogelijk kunnen de concertzaal en de oefenruimtes van QBus en het Muziekhuis langer blijven. Op 1 mei zou het doek vallen, wegens een huurschuld van 90.000 euro. De stichting Muziekhuis heeft cultuurwethouder Robert Strijk echter een nieuw plan aange­boden. Daarin staat onder meer een voorstel voor een regeling om de schuld in drie jaar af te lossen. Ook zal coördinator Hans van Polanen zijn ­taken voortaan als vrijwilliger uitvoeren. Verder wordt er een nieuw bestuur aangesteld. ‘Ik kan het me veroorloven en ik zou het te gek vinden om dit te mogen blijven doen’, laat Van Polanen weten. Voor het nieuwe plan is geen extra geld van de gemeente nodig, en dat was waar eerdere voorstellen op vastliepen. ‘Het is een reëel plan en ik hoop van ganser harte dat de gemeente er iets in ziet.’

De universiteit is nieuw carrièrebeleid aan het ontwikkelen voor wetenschappelijk personeel. Docenten en universitair docenten moeten meer zicht krijgen op promotie. Maandag sprak de universiteitsraad met het college van bestuur over het rapport van de stuurgroep ‘Loopbaanbeleid wetenschappelijk personeel’. Hierin staan voorstellen om het carrièreperspectief van wetenschappers te verbeteren. Dat is best nodig. Uit de personeelsmonitors 2010 en 2012 blijkt dat docenten en universitair docenten (UD’s) hun loopbaanperspectief als matig kwalificeren. De stuurgroep adviseert dat het grote aantal tijdelijke docenten flink gereduceerd wordt en dat zij bij goed functioneren en het hebben van de

juiste kwalificaties eerder zicht krijgen op een vast contract. In 2013 was 22 procent van het wetenschappelijk personeel docent. Promovendi en postdocs niet meegerekend. In 2009 was dat slechts 14 procent. ‘Het aantal eerstejaars studenten is in zeer korte tijd snel toegenomen. We hebben halsoverkop heel veel docenten moeten aantrekken,’ gaf rector magnificus prof. Carel Stolker als verklaring voor het grote aantal docenten in tijdelijke dienst. Zij geven vooral onderwijs. De stuurgroep stelt voor dat de verhouding onderwijs en onderzoek weer meer in verhouding komt. Universitair docenten moeten meer zicht krijgen op een positie als universitair hoofddocent (UHD). UD’s die uitblinken in het geven van uitstekend onderwijs en ook goed onderzoek doen, moeten va-

ker in aanmerking komen voor een promotie tot UHD’er. Tot nu toe ligt de nadruk bij bevordering op excellent onderzoek, en minder op goed onderwijs. Het is volgens de stuurgroep nu de ‘dominante praktijk’ dat UD’s die stap omhoog pas kunnen doen als zij een onderzoekssubsidie binnenhalen. Universitair docenten die daar niet in slagen maar toch erg goed zijn, verdienen een grotere kans op een stap hoger op de carrièreladder. Nog een voorstel: faculteiten en instituten moeten jaarlijks een personeelsschouw houden. Tijdens deze ‘vlootschouw’ wordt gekeken naar de carrièremogelijkheden van het gehele wetenschappelijke personeel. De universiteitsraad is blij met het rapport en de plannen van het colle-

ge. Wel plaatst zij de nodige kanttekeningen. Zo kost de grotere nadruk op onderzoek meer geld, omdat er dan minder tijd is voor onderwijs. Om dat op te vangen moet er extra wetenschappelijk personeel worden aangenomen. Volgens het college neemt de groei van eerstejaars de komende jaren echter af. Door de stabilisatie van de instroom, wordt de druk op het onderwijs minder groot, en komt er meer ruimte voor onderzoek. De raad vindt het verder een gemis dat de grote werkdruk die medewerkers ervaren niet aan de orde komt in het rapport van de stuurgroep. Ook is er geen aandacht voor promovendi en postdocs in het stuk. De raad wil ook graag weten van het college hoe de door de stuurgroep voorgestelde ‘vlootschouw’ er precies uit gaat zien. VB


5 februari 2015 · Mare 5 Nieuws

Wat gaat die nieuwe site kosten? College erkent overschrijden budget Het college van bestuur bevestigde maandag tijdens de overlegvergadering met de universiteitsraad dat de nieuwe universitaire website duurder wordt dan gepland. Maar wat nu de precieze kosten zijn, werd niet duidelijk. Door Vincent Bongers Tijdens de raadsvergadering vorige week meldde Sander van Diepen van studentenpartij BeP en voorzitter van de raads-

commissie financiën en huisvesting dat een ambtenaar had gezegd dat de site 2,1 miljoen euro ging kosten en niet 6,5 ton zoals begroot. ‘Het is ons opgevallen dat de universitaire ICT-projecten heel erg de landelijke trend volgen’, zei Van Diepen maandag. ‘De planning is veel te optimistisch en de kosten worden veel te laag geraamd. Deze problemen zie je ook in het rapport van de Tweede Kamercommissie Elias die onderzoek deed naar ICT-projecten van overheidsinstellingen. Het lijkt

ons een goed idee dat het college een blik werpt op de adviezen van deze commissie.’ ‘Dat is een goede suggestie die we ook gaan opvolgen’, zei vicecollegevoorzitter Willem te Beest. ‘We hebben inderdaad een aantal projecten die langer duren dan gepland en het budget overschrijden.’ Hij ging echter niet in op het bedrag dat de ambtenaar had genoemd. Hij ontkende dus ook niet dat de site 2,1 miljoen euro gaat kosten. Later bleek dat het college ten tijde van de

vergadering nog niet wist wat de kosten van de nieuwe site precies bedragen. Hierover heeft het college deze week nog een overleg. Te Beest bestreed het idee dat alles op ICT-gebied fout gaat bij de universiteit. ‘Er zijn ook voorbeelden van de projecten die uitstekend zijn verlopen. Het beeld dat de mensen die hiermee bezig zijn er niets van bakken, komt niet overeen met de werkelijkheid. We gaan bij grotere projecten wel vaker kijken of ze op schema blijven. Er komt meer regie

van het college en onafhankelijk toezicht op grote projecten.’ Van Diepen wilde ook weten of ‘medewerkers bewust de planning en kosten van een project veel te optimistisch inschatten om ze er zo doorheen te duwen’. Te Beest was duidelijk niet gecharmeerd van die suggestie. ‘Ik heb me daar wel over opgewonden. Ik verzet me tegen deze gedachte. Ik geloof daar helemaal niets van. Het getuigt ook van groot wantrouwen jegens medewerkers. Sommige zaken, zoals de nieuwe website, zijn gewoon complexer dan ingeschat.’

Geneeskundestudenten ‘Studenten zijn niet gemotiveerd’ wellicht vertraagd Vanwege nieuw curriculum De curriculumverandering bij geneeskunde in 2012 kan voor sommige studenten vertraging opleveren. In 2012 gooide de opleiding geneeskunde het studieprogramma om, mede om te voldoen aan de wettelijke verplichting van een ‘harde knip’ tussen bachelor en master. Resultaat daarvan was dat de bachelor wat drukker werd, en de studenten eerder klaar waren voor de praktijk. De praktijk heet bij geneeskunde co-schappen, waar studenten onder begeleiding van een arts diagnoses stellen en behandelingsplannen opstellen voor patiënten. Maar als de studenten van 2012 eerder klaar zijn voor hun co-schappen dan die van 2011, zijn hun stageplekken dan niet nog bezet door de studenten van 2011? Studentenpartij BeP maakt zich daar zorgen over. ‘De universiteit heeft laten weten dat die lichting nu – buiten hun schuld om – moet rekenen op een jaar wachttijd, waarbij ze wel collegegeld moeten betalen’, stelde BeP tijdens de rondvraag van de universiteitsraad. ‘Is het mogelijk dat deze studenten een uitzonderingspositie of alternatief geboden krijgen?’ Geneeskundedecaan Pancras Hogendoorn legt uit dat het genuanceerder ligt. Er zit inderdaad een overlap tussen de oude en nieuwe lichting, en daar heeft zijn opleiding op gerekend. Er zijn meer startmomenten gekomen voor co-

schappen, de opleiding heeft meer co-schap-plekken gecreëerd bij ziekenhuizen in de regio, en er is een groep mensen in het Leids Universitair Medisch Centrum die druk is met het zo strak mogelijk plannen van de co-schappen. Hogendoorn: ‘Dat plannen doen we op basis van de studieresultaten tot nu toe. Soms gaat iemand echter ineens sneller of langzamer studeren. Een ander probleem is dat studenten nog wel eens gaan reizen, of een interessante minor willen volgen. Nu, met het leenstelsel in aantocht, zijn ze zich massaal weer aan het inschrijven.’ Wie keurig nominaal studeert, hoeft zich nergens zorgen over te maken, benadrukt Hogendoorn. Bij de rest is het wat meer passen en meten. ‘Dan moeten wij meebewegen, maar dat kan maar tot bepaalde hoogte. Een aantal maanden wachttijd, soms bijvoorbeeld tijdens de vakantieperiodes, heb je vanwege dat startslot. Je mag niet beginnen voor je de bachelor hebt afgerond. In uitzonderlijke gevallen, als alles tegen zit, kan dat oplopen tot circa vijf maanden, schat ik nu.’ Vijf maanden is best veel, toch? ‘We gaan ervanuit dat het aantal nominaalstudeerders met wachttijd laag is. Het zijn soms mensen die weggingen en vergaten de Nederlandse krant te lezen, en ons nu vragen een list te verzinnen. Dit dossier heeft al ontzettend veel maatwerk in zich; als er echt een onredelijkheid is, proberen we die weg te halen of op te lossen.’ BB

Sportcentrum gaat vingers scannen De sportkaart maakt vanaf 9 februari plaats voor een vingerafdrukscanner. Het Universitair Sport Centrum stapt over op het nieuwe systeem, omdat het bedrijf dat de sportkaarten maakte, daarmee is gestopt. ‘Heel opvallend, maar een vingerscan bleek goedkoper te zijn dan sporten via je LU-card’, laat universiteitswoordvoerder Caroline van Overbeeke weten. ‘Ook speelt met de vingerscan niet meer het probleem dat sporters hun pasje verge-

ten. Bij de UB hoor ik daar nooit iets over, maar bij het sportcentrum is dat nu echt een punt.’ Maar komt een onhandige student die zich in zijn vinger heeft gesneden nog wel binnen? ‘Beide wijsvingers worden gescand, links en rechts. Het moet wel gek lopen als je je in beide vingers gesneden hebt. Maar ook dan is er wel een oplossing, bijvoorbeeld het tonen van je legitimatiebewijs.’ Universitaire sportcentra in Amsterdam en Delft maken al gebruik van een vingerafdruksysteem. MVW

‘We weten jonge mensen blijkbaar niet voldoende te raken’, aldus minister Bussemaker. ‘Ik snap dat studenten het niet leuk vinden dat de basisbeurs verdwijnt’, zei minister van onderwijs Jet Bussemaker maandag in het KOG. ‘Het maakt het des te belangrijker dat we ze iets teruggeven. Namelijk beter onderwijs.’ Bussemaker reist al een tijdje door het land om met docenten, bestuurders en studenten te praten over de zo gewenste kwaliteitsinjectie in het hoger onderwijs. Ze wil onder andere weten waar het geld dat zij hoopt te verdienen met het schrappen van de basisbeurs naar toe moet. Maandag streek haar tour in Leiden neer. Het thema van de bijeenkomst was kwaliteitscultuur. Volgens vicerector Simone Buitendijk moet het hoger onderwijs

op zoek naar methoden om meer uit studenten te halen. ‘We willen een cultuur creëren waarin onze studenten net zo hard werken als onze docenten. Nederlandse onderzoekers scoren hoog internationaal, terwijl onze studenten onderaan bungelen. We verliezen heel veel energie omdat we studenten nog niet voldoende weten te betrekken bij al het moois dat we hier doen.’ Bussemaker was het daarmee eens. ‘Onze studenten hebben maar weinig motivatie. We weten jonge mensen blijkbaar niet voldoende te raken. Dus we willen ook weten van studenten hoe zij willen leren.’ Volgens Tamer Dilaver, masterstudent econometrie en filosofie aan de VU, die in discussie ging met de minister, willen studenten

Foto Taco van der Eb

graag kleinschalig onderwijs. ‘Uit de psychologie kennen we het omstandereffect. Een groep mensen ziet iemand in nood. Iedereen kijkt elkaar aan en verwacht actie van de ander. Met als gevolg dat niemand wat doet. In grote colleges heb je dat effect ook. Iedereen kijkt naar elkaar om iets te zeggen en dan gebeurt er uiteindelijk niets. De diepgang ontbreekt. Onderwijs in kleine groepen is veel effectiever want daar durven studenten wel hun input te geven.’ Fabio Kromosemito, student bouwkunde aan de Haagse Hogeschool, wees erop dat er te optimistisch gedacht wordt over de kwaliteit van docenten. ‘Van sommige docenten verbaast het me dat ze nog steeds les mogen geven. Daar moet ook nog veel aan gebeuren.’ VB

Minister: ‘Geld mag niet opgaan aan fraaie bestuurskamers’ Minister Bussemaker neemt maatregelen om studenten en docenten meer invloed te geven op waar de universiteit haar geld aan besteedt. ‘De medezeggenschap krijgt instemmingsrecht over de hoofdlijnen van de begroting’, vertelt ze aan Mare. ‘Studenten en docenten moeten echt iets hebben aan het geld. Zij kunnen nu zelf voorkomen dat het besteed wordt aan gebouwen waar studenten geen gebruik van maken. Of dat het geïnvesteerd wordt in fraaie werkkamers van bestuurders.’

Bussemaker hecht ook veel belang aan de opleidingscommissies. ‘Die moeten goed functioneren en hun invloed meer laten gelden. Er zitten studenten en docenten in en die weten het beste wat er eventueel beter kan bij een opleiding. Zij weten ook welke wensen studenten hebben. En dat verschilt per studie: klassieke talen is iets heel anders dan natuurkunde. De commissies zijn het beste in staat om de kwaliteit van de studie te verbeteren. Dus neem de kwaliteitszorg van de opleiding serieus en maak gebruik van de opleidingscommissie. Het bestaan van de commissies

is nog bij een te grote groep studenten onbekend. En het is soms best lastig om studenten te vinden om zitting te nemen in de commissie. Dat is iets waar de faculteiten en opleidingen verandering in moeten brengen.’ Moet de opleidingscommissie dan ook meer macht krijgen? ‘De juridische kant is niet het belangrijkste. Het lijkt zo eenvoudig: maak een wet en het komt goed. Maar dat is niet zo. Alleen de instellingen zelf kunnen de commissies echt goed vorm geven. Het gaat mij er om dat studenten, docenten en bestuurders nauwer samenwerken.’


6

Mare · 5 februari 2015

Wetenschap

Eeuwig Luilekkerland De eeuwige innovatie van ons voedselparadijs: van bergen rijstebrij tot kweekburgers

Het Luilekkerland (1567). Schilderij Pieter Bruegel de Oude

Twee van de drie uit runderstamcellen gekweekte hamburgers zijn voor het oog van de wereld verorberd. De derde ligt in Museum Boerhaave, dat samen met Studium Generale een expositie en lezingenreeks aan voedselvernieuwingen wijdt. ‘Wie nostalgisch is over vroeger, vergeet de nadelen.’ DOOR BART BRAUN Het is eenvoudig: als we niet eten, gaan we dood. Er komen steeds meer mensen op de aarde, en die hebben allemaal voedsel nodig. Maar de hoeveelheid die je van een stukje aarde kan halen is eindig, en de aarde is niet oneindig groot. De Verenigde Naties verwachten dat er in 2050 9,6 miljard mensen zullen zijn. Daarna neemt de onzekerheid van hun berekeningen overigens sterk toe; in het jaar 2100 wonen er ergens tussen de 9 miljard en 13,2 miljard aardbewoners. Voorlopig staat de mensheid in elk geval nog groei te wachten, zoals altijd. Het voeden van die mensen wordt een uitdaging, zoals altijd. Door de eeuwen heen zijn er talloze vernieuwingen gezocht en gedaan om de mensheid van eten te voorzien. Vrijdag opent in het Leidse wetenschapsmuseum Boerhaave de expositie Foodtopia, over zulke voedingsinnovatie. Nederland is ondanks het kleine oppervlak een grote speler op de voedselmarkt, en dus verantwoordelijk voor veel vernieuwingen. ‘We wilden ons focussen op het voedsel van de toekomst’, legt conservator Mieneke te Hennepe uit, ‘maar wel vanuit historisch perspectief.’ Vroeger was er ook een eten van de toekomt, zeg maar.

Het klassieke voorbeeld is margarine. De Franse keizer Karel Lodewijk Napoleon zocht een goedkoop en houdbaar alternatief voor boter om zijn troepen te voeden. De chemicus Hippolyte Mège-Mouriés ontwikkelde daarom een mengsel van rundervet, reuzel, karnemelk, schapenmaagsap en fijngesnipperde koeienuiers dat in het begin duurder was om te maken dan gewone boter. Hij verkocht zijn patent aan een Nederlands bedrijfje dat uiteindelijk aan de basis zou staan van het machtige Unilever. Margarine was, in de woorden van de Amerikaanse eetschrijver Michael Pollan ‘het eerste belangrijke synthetische voedsel. Elke keer als er een gebrek werd vastgesteld, kon het ontbrekende stofje gewoon toegevoegd worden. Vitamine D? Zit er bij. Vitamine A? Geen probleem.’ Een Limburgse apotheker vond een kleurstof uit waardoor margarine de gelige kleur van boter kreeg. Onderzoekers van Unilever vogelden in de jaren vijftig uit welke stofjes in boter voor de botersmaak zorgden – de zogeheten delta-lactonen – en voegden dat toe. Het dierlijke vet was tegen die tijd al vervangen door goedkopere plantaardige oliën, die kunstmatig waren gehard. Het waren ook Nederlanders, onder leiding van Martijn Katan, die ontdekten dat de transvetten die bij het harden ontstonden, stukken ongezonder waren dan het verzadigde vet uit roomboter. Toch een beetje een domper, zou je verwachten. Het heeft de margarinefabrikanten nauwelijks in de weg gezeten. Het product werd gewoon wéér opnieuw uitgevonden, nu zonder transvetten. Het succes is dusdanig dat de meeste Nederlanders zonder enige kwade opzet ‘boter’ zeggen als ze margarine bedoelen. In de eerste zaal van Foodtopia hangen

posters aan de muren over de huidige voedselproductie, en mogen mensen stemmen over de vraag of het gaat lukken: eten voor 9,6 miljard mensen in 2050. Ietsje verderop een andere vraag: moeten we terug naar hoe het vroeger was? Te Hennepe: ‘We proberen vooral nuance te brengen, en een ander perspectief te laten zien. Mensen die nostalgisch zijn over vroeger, vergeten vaak de nadelen. Dat er discussie is over hoe we onze voedselsituatie moeten aanpakken, is ook een teken dat we de luxe hebben om dat te doen.’ Ze wijst op een antieke poster van een stroopfabrikant, waarop Luilekkerland is afgebeeld. Luilekkerland bestond toen vooral uit een enorme berg rijstebrij, en een varken dat langs komt lopen waar je de ham zo af kon snijden. Anno 2015 kan iedereen een behoorlijke rijstebrijberg kopen, maar er is niemand die het doet. Te Hennepe: ‘De huidige overvloed was er nog niet.’ Een nummer van de Vegetarische Bode uit 1936 herinnert de bezoeker aan de problemen die de consumptie van vlees met zich meebrengt voor mens, dier en milieu – thematiek die terugkeert in de lezingenreeks die Studium Generale organiseert rondom de tentoonstelling Foodtopia. Topstuk van de expositie is een recentere Nederlandse voedselvernieuwing: de kweekburger. In 2013 at de Maastrichtse hoogleraar Mark Post voor het oog van de wereld een hamburger die was opgekweekt uit runderstamcellen. Net als de eerste namaakboter

was ook de eerste namaakkoe duurder dan het origineel: Post schatte in dat zijn burger 250.000 euro had gekost. Woensdag zal hij de eerste van de openbare Foodtopia-lezingen geven. Te Hennepe: ‘Er waren eerst drie burgers: eentje hebben Post en zijn labgenoten alleen gebakken, om te kijken of dat lukte. Een ander hebben ze zelf opgegeten, zodat ze wisten welke smaak ze te wachten stond, en nummer drie is toen op die Londense persconferentie geserveerd. Wij hebben die eerste, hij is met behulp van plastic houdbaar gemaakt, net als de lichamen in Bodyworlds. Het is echt een heel iconisch ding. Dat Museum Boerhaave die burger kreeg, was de aanleiding om de expositie te beginnen.’ De achterste zaal van de expositie is ingericht door gastconservator Louise Fresco, oud-bazin van het VN-voedselprogramma FAO, huidige universiteitsbazin van Wageningen, schrijfster, presentatrice en allround intellectueel. Op een lopende band komen bordjes met onderwerpen langs, als in een sushi-restaurant. Wie een bordje pakt, kan op een klein schermpje een filmpje kijken waarin Fresco vertelt over het onderwerp op het bordje – een robot, of een aardappel, bijvoorbeeld. Volgens haar moet het mogelijk zijn om die miljarden mensen te voeden. Als we maar niet te bang zijn voor vernieuwing.


5 februari 2015 · Mare

7

Maretjes

‘Friet houdt België bij elkaar’ Historicus Peter Scholliers van de Vrije Universiteit Brussel komt spreken over ‘De uitvinding van de Belgische keuken rond 1900.’

Zeeland. Toch is het een Belgisch nationaal gerecht, dankzij het discours dat erover gehouden wordt.’

Rond 1900? Maar België is al sinds 1830 onafhankelijk. ‘“De Belgische keuken” is wat anders dan “De Keuken in België”. Ik heb onderzoek gedaan naar oude reisverslagen, kookboeken, menukaarten enzovoort, met de vraag wanneer er voor het eerst sprake is van een Belgische keuken. Vandaag bestaat die wel: als u nu naar Brussel gaat, of Antwerpen of Luik, de nationale eetcultuur is aanwezig. In de negentiende eeuw is dat nog niet het geval. Tot 1890 is er nog geen spoor van Belgitude. Als er al gekookt wordt, is dat volgens de internationale gastronomie: Frans.’

Voedselfilosoof Julian Baggini schrijft in Deugden van de tafel over Italiaanse dorpen die een bepaald gerecht met of zonder salie maken, en dat dan gebruiken om zich af te zetten tegen dat andere dorp. Bepaalt het eten dan de identiteit, of andersom? ‘Dat is de kern van de zaak. Ter vergelijking: met welk bier bereidt een Vlaming zijn vlees? Welk merk? Hoeveel alcohol moet erin zitten? Wrijf je het vlees in met Gentse mosterd, of met de scherpe mosterd uit Dijon? Dat zijn allemaal discussies waar dorpen of zelfs familieleden over kunnen twisten. ‘Je identiteit is niet gegeven; je neemt het mee van je ouders, en later je omgeving. Voedsel speelt daarin een cruciale rol. De beschaving die we aanleren, gaat via eten: niet met je mond vol, wel met mes en vork. Het woord opvoeden bevat niet voor niets ‘voeden’: het is een civilisatieproces. Voeding is een taal en een communicatieproces; het kan heel snel een band scheppen, zowel binnen families als in enorme landen als China en de VS.’

Wat gebeurde er dan na 1890? ‘De regionale keuken kreeg een veel belangrijkere rol in de gastronomie, onder invloed van de topkok Auguste Escoffier. Hij had een grote belangstelling voor regionale keukens. Die van Zuid-Frankrijk, waar hij zelf vandaan kwam, die van Noord-Italië, Noord-Spanje en België. De naam van de Nederlandse keuken valt overigens niet.’ Maar voor die tijd waren er toch ook al gerechten als waterzooi en paling in ‘t groen? ‘Uiteraard, en die waren ook verbonden aan regionale keukens. Maar ze werden niet als zodanig benoemd. Men hechtte daar geen bijzonder belang aan; het werd niet geconstrueerd als “iets van ons.” Mosselen met frites, bijvoorbeeld, beschouwen we hier als nationaal gerecht. Het merendeel van die mosselen komt helemaal niet uit België, maar uit

Van buitenaf lijkt België vooral te bestaan uit ruziënde Vlamingen en Walen. Leidt dat tot het sterker benadrukken van de louter Vlaamse en Waalse keukens? ‘Nou moet u het niet meteen boven uw stukje zetten, want ik overdrijf een beetje. Maar als er iets is dat dit land nog bij elkaar houdt, dan is dat het zakje frites. De franc bestaat niet meer en het koningshuis bindt niet meer. Die belangstelling voor eten, dat Bourgondische, dat is typisch voor Vlamingen, Brusselaars en Walen.’

Verdwaald in al die overvloed Voedingswetenschapper Jaap Seidell ziet overgewicht als ‘de cholera van deze tijd.’ Als je de expositieruimte van Foodtopia binnenloopt, staan daar bordjes op stokjes, als in een Chinese jongleeract. Op het allereerste bordje staat dat ons eten nu veiliger is dan ooit. Die wijsheid komt uit de Bosatlas van het voedsel, die vorig jaar verscheen. Besmettingen via ons eten komen minder voor dan ooit. Uitbraken van ziektes of paardenvleesschandalen zijn juist groot nieuws omdat ze zo zeldzaam zijn. Ons eten is ook goedkoper dan ooit – ten opzichte van ons inkomen, dan – en er valt meer te kiezen dan ooit. We leven in Luilekkerland, betoogt de Amsterdamse hoogleraar Jaap Seidell regelmatig. Het voedselparadijs valt echter vies tegen, in het echt. Want hoe moet een normaal mens kiezen uit al die overvloed? De jengelende reclames, het betuttelende Voedingscentrum en een eindeloze hoeveelheid (des)informatie op internet zorgen voor enorme verwarring. Was brood nou ineens slecht? Moet melk? En al die puisterige scholieren die aan energiedrankjes lurken, kan dat geen kwaad? In Het Voedsellabyrint, dat Seidell samen met collega Jutka Halberstadt schreef, geeft de hoogleraar in eenvoudige taal antwoord op dat soort vragen. Voor de drie hierboven zijn dat overigens ‘Nee’, ‘Nee’ en ‘Ja’; Waarom zouden we in Nederland geen leeftijdsgrens voor deze dranken instellen? Seidell en Halberstadt zijn sowieso vrij gecharmeerd van overheidsingrijpen: scholen en buurten moeten anders ingericht, en accijnzen en subsidies moeten herverdeeld om gezondere keuzes te bevorderen. Dat kun je gemakszucht noemen, maar dan ga je voorbij aan het feit dat de overheid nu ook al op allerlei manieren ingrijpt op ons gedrag en de

De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciële doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan. Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. LeidenNoord, 31 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 8 met vergoeding van €5-7,- per les. Voortgezet onderwijs, 15 leerlingen Nederlands, economie, Engels, wiskunde, natuurkunde, waarvan 2 met vergoeding van €5,- per les. Marokkaans meisje, Engelstalige grammatica, tweedejaars mbo-4-opleiding. Ook hulp gezocht bij: *Engels, Nederlands, brugklas vmbo, €5,- per les. *Twee jongens, Nederlands, burgklas. *Biologie, geschiedenis, 2mavo. *Wiskunde brugklas, vmbo. *Economie, 4vm-

bo. *Natuurkunde, scheikunde, 2vmbo. *Wiskunde A, 4vwo. *Engels, Nederlands, 4havo. Engels, biologie, 4vmbo-t. *Engels, 5vwo. *Wiskunde, rekenen, brugklas vmbo. *NASK, geschiedenis, Engels, 2havo. *Engels, 3vmbo-TL, tot €10,- per les. Leiden-Zuid, 10 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs, wiskunde, 2vmbo. Economie, 5vwo. Vrijwilliger uit Stevenshof gezocht voor basisschoolleerlinge, huiswerkbegeleiding, basisonderwijs middenbouw. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel: 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwwleiden.nl. Ben jij de enthousiaste vrijwilliger die wij zoeken? Stichting “Wij Helpen Daar” organiseert iedere zomer diverse vrijwilligersprojecten voor studenten in Servië, Bosnië en Kroatië (kosten €190,- voor 2 weken). Dit is jouw kans op een onvergetelijke vakantie in combinatie met vrijwilligerswerk. Zo richt project Stamnica zich op een tehuis voor gehandicapten en bij project Veliko bezorg je kinderen uit een Roma-gemeenschap een fantas-

tische tijd! Kom naar één van onze voorlichtingsavonden op 10, 12 of 18 februari in Ekklesia (Rapenburg 100). Zie voor meer informatie onze website: www. wijhelpendaar.org of onze facebook. Voor Toneel, Zang, Dans, Schilderen, Fotografie en Schrijven moet je bij het LAK! zijn. Bekijk het cursusaanbod op www.lakcursussen.nl. Korting voor HSL- en UL-studenten! Ben jij het nieuwe gezicht van dit platform voor jonge denkers? Solliciteer voor 25 februari: defusie.net/vacature-hoofdredacteur Maretjes-extra zijn bedoeld voor semicommerciële instanties. De prijs voor een Maretje-extra is €23,– incl. BTW voor elke vijfendertig woorden. U kunt deze advertenties uiterlijk op de vrijdag vóór het verschijnen van Mare opgeven bij Bureau van Vliet B.V., postbus 20, 2040 AA Zandvoort, telefoon 023-571 47 45. E-mail: Zandvoort@bureauvanvliet.com

Academische Agenda Mw. M.A.A. Caljouw hoopt op dinsdag 10 februari om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Prevention of clinical urinary tract infections in vulnerable very old persons’. Promotoren zijn Prof.dr. J. Gussekloo en Prof.dr. H.J.M. Cools. Mw. F.S. Kleijwegt hoopt op dinsdag 10 februari om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Immune regulation in type 1 diabetes’. Promotor is Prof. dr. B.O. Roep. Mw. T. Mangena hoopt op woensdag 11 februari om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Counterdiscourse in Zimbabwean Literature’.

Promotor is Prof.dr. E.J van Alphen. Mw. E.P.M. van der Vlugt hoopt op donderdag 12 februari om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Regulatory B cells in allergic asthma and schistosomiasis: controlling inflammation’. Promotor is Prof.dr. M. Yazdanbakhsh. Mw. S. Adak Turan hoopt op donderdag 12 februari om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Kemalism in the Periphery: Anti-Veiling Campaigns and State-Society Relations in 1930s Turkey’. Promotoren zijn Prof.dr. E.J. Zürcher en Prof.dr. T. Atabaki. Dhr. X. Li hoopt op donderdag 12 februari om 13.45 uur te promoveren tot

doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Molecules during stellar formation and death’. Promotor is Prof.dr. E. F. van Dishoeck. Mw. W.F.H. Peter hoopt op donderdag 12 februari om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Physical therapy in hip and knee osteoarthritis: evidence and daily practice’. Promotor is Prof.dr. T.P.M. Vliet Vlieland. Prof.dr. J.J.M. Uijlenbroek zal op vrijdag 13 februari een oratie houden bij de bevoegd verklaring van de Albeda Leerstoel/CAOP tot vestiging bij de faculteit Rechtsgeleerdheid met als leeropdracht Arbeidsverhoudingen bij de publieke sector.

Delft

prijzen van het eten in de supermarkt. En het resultaat van dat ingrijpen is maar al te vaak dat we dikker worden. ‘Obesitas is de cholera van onze tijd’, schrijft Seidell dan ook. Daarmee bedoelt hij dat het een grotendeels door de omgeving bepaalde aandoening is, die vooral sociaal-economisch zwakkeren treft. Cholera hebben we uitgebannen door niet alleen patiënten te genezen, maar ook door te zorgen dat de armen in de steden schoon drinkwater, deugdelijk eten en fatsoenlijke wc’s kregen. Niet alleen de dikzakken zelf, maar ook de samenleving die hen dik maakt, zouden op de schop moeten, stelt Seidell. Museum Boerhaave: Foodtopia 6 februari t/m 1 november Toegang € 9,50 (studenten gratis) Workshop: Anders eten Foodtopia gaat over eten, maar Boerhaave blijft een museum. In de museumzalen valt dan ook niets te proeven. Er komen wel twee speciale workshops van Chloé Rutzerveld, een ‘Food & Concept designer’. Zij houdt een praatje over futuristisch eten, voert een scheikundige proef uit, en laat bezoekers experimentele hapjes proeven. Donderdag 4 juni. 13:00 – 17:00 € 30 Donderdag 18 juni 13:00 – 17:00 € 30 Lezingenreeks Studium Generale: Voedselvernieuwingen toen, nu en morgen 11 februari: Mark Post – Een alternatieve manier om vlees te maken 18 februari: Jaap Seidell – Het Voedsellabyrint 25 februari: Cor van der Weele – Onze haatliefdeverhouding met vlees 4 maart: Lucas Reijnders – Duurzame voeding 11 maart: Peter Scholliers – Eetcultuur en identiteitsconstructie 18 maart: Remko Boom – Technologie tegen voedselschaarste

00 uur 27 February 2015 | 14.00 tot 22. TU Delft Aula Congress Centre

Koop nu je ticket op tedxdelft.nl Regular 49 euro | Studenten 24 euro (inclusief diner)


8  Mare · 5 februari 2015 Achtergrond

Foto Fred Rohde

Corpsballen demonstreren niet De vergeten bezetting van het Academiegebouw Dertig jaar geleden bestormde een actiegroep op de dies natalis van de unversiteit het Academiegebouw om te protesteren tegen de invoering van de basisbeurs. De bezetting duurde een paar dagen. ‘Sommigen hadden tentamen, anderen moesten boodschappen doen.’ ‘Ik heb met een betonschaar het toegangshek losgeknipt’, zegt Robbert Baruch(48). ‘Maar ik heb de schaar daarna wel meteen teruggebracht naar de Landelijke Studenten Vakbond, omdat ik bang was om opgepakt te worden.’ Andre van Peppen (57): ‘Ik week af van de andere actievoerders. Ik was de enige uit linkse kring die jasje-dasje droeg. Ik leek op een corpsbal en die demonstreren niet.’ Hij maakte het losgeknipte toegangshek vast met een fietsslot zodat deze niet meer dicht kon. Zo’n honderd studenten bestormden vervolgens het Academiegebouw van de Leidse universiteit. Het is donderdag 7 februari 1985. Ter gelegenheid van de viering van de 410e dies natalis van de Universiteit Leiden komt minister Deetman van Onderwijs een rede houden over de vernieuwingen aan de universiteit en de toekomst van de wetenschap. DOOR VEERLE VAN DER GRACHT

Maar rond half twee bezetten ruim veertig studenten van de actiegroep ‘Een Nieuwe Lente’ het Academiegebouw. De groep is een paar maanden eerder opgericht door studenten van de Leidse Studentenbond en een aantal psychologiestudenten. Met de bestorming was een protest tegen de studiefinancieringsplannen van Deetman. De minister wilde namelijk een basisbeurs invoeren en studietermijn verkorten tot zes jaar. Dit betekende dat minder rijke studenten zouden moeten lenen bovenop hun basisbeurs. Daarnaast was lang studeren niet meer mogelijk. Baruch en Van Peppen waren beide lid van de actiegroep Een Nieuwe Lente. Baruch, voormalig wethouder voor de PvdA in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord, zat nog op school tijdens de protesten. ‘Ik maakte me zorgen over of iedereen nog kon gaan studeren. Ik wilde het zelf heel graag, maar omdat er na de scheiding van mijn ouders weinig geld was, wist ik niet of ik dat kon betalen.’ Van Peppen studeerde geneeskunde en gaf in 1985 bij de opening van het academisch jaar een toespraak over de studentenacties tegen de bezuinigingspolitiek. ‘Ik was bang dat de kwaliteit van het onderwijs achteruitging doordat de universiteit zich niet kon aanpassen aan het versnelde studeertempo.’

Fotograaf Fred Rohde (66) woonde destijds op de hoek van de Kaiserstraat en volgde de studenten op de voet. Overdag fotografeerde hij, ‘s nacht sliep hij thuis. De foto’s die hij toen maakte, hangen tot 30 april op een expositie in Erfgoed Leiden en Omstreken. Rohde: ‘Het was het begin van alle studentenacties. Het waren intelligente jongeren die bereid waren zich in te zetten als ze het ergens niet mee eens waren.’ De bestorming verloopt zonder problemen en al snel hebben de studenten het gebouw onder controle. Posters met ‘bezet’ worden overal in het Academiegebouw opgehangen. Van Peppen: ‘Toen we eenmaal binnen waren dachten we: “Goh, wat gaan we nu doen? ‘Niemand nam de leiding. Er werd heel veel door elkaar gedaan en geroepen. Het was een ongestructureerde actie.’ Op alle mogelijke manieren probeerden de studenten de rede van minister Deetman te verstoren, vertelt Rhode. ‘Ze lieten zelfs het brandalarm afgaan door er brandende lucifers bij te houden.’ De minister en zijn toehoorders wijken daarom uit naar een afgekeurde collegezaal van het Zoölogisch Instituut aan de Kaiserstraat. Maar ook hier zijn ze niet veilig. De politie moet de binnenstormende studenten proberen tegen te houden. Rhode: ‘Een van hen lukte

het nog om snel tijdens het betoog van oud-minister van Onderwijs Van Kemenade “Studeren alleen voor de rijken?” op het collegebord te kalken.’ Andere actievoerders zijn inmiddels het Zweetkamertje binnengetreden, waar net een man op het punt staat zijn promotie de verdedigen. ‘Zijn familie was aanwezig en de bloemen stonden al klaar’, vertelt Van Peppen. ‘Het is wel zielig, maar die vent heeft wel wat memorabels meegemaakt.’ Baruch was een van de studenten die ook sliepen in het Zweetkamertje. ‘Een van de bezetters wilde ook een handtekening op de muur achterlaten met de tekst: “De bezetter”. Ik was daar op tegen, en de meesten anderen ook.’ Van Peppen: ‘Het werd ons door onze advocaat die we destijds raadpleegden op ons hart gedrukt het zo keurig mogelijk achter te laten. We mochten geen papieren uit de kasten halen, geen ruiten ingooien of jolig met de brandslang gaan spuiten. Ze konden je uiteindelijk toch traceren, en we wilden niet dat onze studie in de problemen kwam. ‘Tegelijkertijd zat het college van bestuur met de handen in het haar. Er was geen draaiboek voor deze situatie. De politie zei alleen maar: “Zet maar eerst de verwarming uit, die zitten er nog wel even.”’ Maar de autoriteiten zijn niet de enigen die

zich geen raad weten. Meer en meer studenten vertrekken. Baruch: ‘Het was op een gegeven moment niet meer duidelijk wat het doel van de bezetting was. Dag en nacht werd daarover vergaderd. Maar mensen hadden ook andere dingen te doen. Sommigen hadden volgende week tentamen. Anderen moesten boodschappen doen.’ Op zondag 10 februari geven de studenten zich over. Ze stelden zich tevreden met de positieve berichtgeving in de pers en de toezegging dat ze hun eisen voor een rechtvaardig studiefinancieringsstelsel bespreekbaar mogen maken in de vergadering van de universiteitsraad. Het is dertig jaar later. Maandag viert de universiteit haar 440e dies natalis. En ook nu zijn er grote veranderingen in de studiefinanciering. Moeten de studenten dan weer tot actie overgaan? Rohde: ‘Iedereen is nu veel individualistischer. Dan wordt het lastiger om een samen een protest te organiseren.’ Van Peppen: ‘Ik vind het leenstelsel erg armetierig. Je moet als samenleving investeren in een nieuwe generatie die kennisintensief bezig moet zijn.’ Baruch: ‘Studenten, maar zij niet alleen, moeten meer vorm geven aan de maatschappij.’ Van Peppen: ‘Studenten moeten niet de straat op, maar moeten meer in de politiek lobbyen. Een Academiegebouw bezetten is leuk, maar het haalt weinig uit.’


5 februari 2015 · Mare 9 Achtergrond

Wij houden niet van verandering Gastrecensent Alex Brenninkmeijer bespreekt boek van Carel Stolker Rechtenfaculteiten veranderen zichzelf onvoldoende, en laten zich vooral beïnvloeden door externe factoren als rankings en visitaties, schrijft rector en oud-decaan Carel Stolker in zijn boek Rethinking the Law School. Mare vroeg ouddecaan en de voormalige Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer om een recensie. Met zijn recent bij Cambridge University Press verschenen boek Rethinking the Law School introduceert Carel Stolker het vakgebied van professioneel bestuur van juridische faculteiten. Hij plaats vier thema’s centraal: Education, Research, Outreach and Governance. Zijn studie is Engelstalig en daarmee gericht tot het brede forum van bestuurders van law schools over de hele wereld. Rethinking the Law School moet geplaatst worden in een bredere ontwikkeling waarbij organisaties van professionals zoals faculteiten en universiteiten, rechterlijke colleges, advocatenkantoren, accountantskantoren en ziekenhuizen niet meer bestuurd worden door een primus inter pares die tijdelijk ‘de maatschap’ aanvoert. De afgelopen decennia hebben laten zien dat hogere eisen worden gesteld aan organisaties van professionals en dat daarvoor ook een professionalisering van het bestuur noodzakelijk is. Eind jaren negentig werd die ontwikkeling voor universiteiten in Nederland in werking gezet. Als eerste Leidse rechtendecaan onder de Wet Modernisering universitaire bestuursorganisatie, de MUB uit 1997, heb ik ervaren hoe lastig het was om niet meer de traditionele eerste onder gelijke collegahoogleraren te zijn, en mede inhoud te moeten geven aan facultaire professionalisering en verantwoording richting college van bestuur. In die tijd heb ik intensief – en plezierig samengewerkt met Carel Stolker die destijds als directeur van het E.M. Meijers Instituut reeds zijn bezieling voor de organisatie van academisch onderzoek toonde en gedreven bijdroeg aan internationale samenwerking. Mijn bias met zowel de schrijver als het onderwerp heb ik hiermee geëxpliciteerd. Na mijn wat onfortuinlijke vertrek als decaan en een periode van ‘tussenbestuur’ door enkele externe professionele bestuurders zoals oudSER-voorzitter Theo Quené, heeft Carel Stolker de Rechtenfaculteit als decaan van 2005 tot 2011 in rustiger vaarwater gebracht. Inmiddels is hij na het schrijven van deze studie gedurende een sabbatical in 2013 aangetreden als rector en voorzitter van het college van bestuur. Daarmee heeft hij bewezen de ‘professionele’ universitair bestuurder te zijn van de nieuwe soort, die van zeer nabij dat universitaire professionaliseringsproces heeft meegemaakt. Maar getuige zijn Rethinking Lawschool is hij tegelijk onderzoeker gebleven, een enthousiaste onderzoeker die instemmend de woorden van schrijver George Steiner aanhaalt: ‘Universitas: what a proud word!’ Carel Stolker is trots en zijn boek heeft als ondertoon: ‘Kijk eens hoe mooi en interessant!’ De toegevoegde waarde van zijn studie is niet alleen dat hij (aankomend) universitaire bestuurders een kader biedt voor reflectie op universitair bestuur, maar ook dat hij een basis legt voor de verdere ontwikkeling van het ‘vak’ bestuur van een

Illustratie Michiel Walrave

rechtenfaculteit en in een internationale context van de ‘law school’. Met zijn boek plaatst hij zich te midden van collega’s in binnen- en buitenland die recent hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van dit vakgebied. Enerzijds is zijn studie beschrijvend als hij de grote verscheidenheid laat zien van het fenomeen law school over de gehele wereld. Anderzijds is Stolker analytisch wanneer het om ‘recht’ als vakgebied gaat en om de provocerende vraag of het vak ‘recht’ wel thuis hoort op een universiteit. De analyse keert terug bij zijn inventarisatie van de uitdagingen waarvoor law schools staan: de financiering, ‘widening participation: massification, diversification, privatisation and marketisation’, ‘diversification in research’, ‘institutional autonomy and state regulation’, en het onderwerp professioneel bestuur: ‘academics versus managers’, ‘globalisation and internationalisation’, ‘collaboration in higher education’ en ‘scientific integrity and the league tables’. Deze onderwerpen vinden uitwerking en reflectie in het vervolg van zijn studie. Maar ook een aardig onderwerp als creating creativity in the law school krijgt bijzondere aandacht. Voor juristen is creativiteit haast per definitie een lastig onderwerp: recht is conserverend en rechtsweten-

schap tendeert naar descriptie van het positieve recht. Zelf heb ik dit bij voorbeeld ervaren toen ik rond 2000 het onderwerp ‘mediation’ en procedurele rechtvaardigheid gebaseerd op sociaal wetenschappelijk onderzoek in de rechtenfaculteit in Leiden probeerde te introduceren. Voor een dergelijke vernieuwing was toen weinig ruimte. Inmiddels ligt er EU regelgeving en een initiatief wetsontwerp over mediation en dat vormt kennelijk nu voldoende reden om het vak op te pakken. Eigenlijk te laat. Terecht besteedt Stolker daarom aandacht aan de noodzaak van multidiciplinair onderzoek. Vernieuwing vindt plaats op het snijvlak van disciplines. Voor een rechtenfaculteit is dat een uitdaging, omdat het vakgebied op zich al is versplinterd over vele wat ik noem ‘hyper-disciplines’. Aan het slot van zijn studie klinkt Stolkers pessimisme door. ‘Left to their own devices, law schools do appear to change, but slowly. Unfortunately, it appears that real change in our education and research requires external drivers, such as rankings, outside examinations and accreditations.’ En: ‘Perhaps we are part of the problem ourselves to some extent, being lawyers. We do not much like change.’ Ik deel dit pessimisme van Stolker. Maar zelf verbonden te zijn geweest

aan de rechtenfaculteiten van Groningen, Nijmegen, Tilburg, Amsterdam (UvA), Leiden en sinds kort Utrecht durf ik te stellen dat Leiden sterk is in historie en traditie, maar zwakker als het om vernieuwing gaat. Het boek van Stolker biedt ‘food for thought’ om hier verandering in te brengen. Maar ja, dat is tegelijk het probleem… Het slot van zijn studie levert een fraaie reflectie op als het om de waardeoriëntatie van law schools gaat. Met verwijzing naar het internationale netwerk ‘Scholars at

Risk’ memoreert Stolker het grote belang van internationale samenwerking voor de versterking van de positie van juristen in landen waar het gebrek aan rechtsstatelijkheid een voortdurende bedreiging vormt voor academische vrijheid en mensenrechten voor wetenschappers. Hier klinkt Stolkers nimmer tanend commitment aan recht en rechtvaardigheid door. Carel Stolker, Rethinking the Law School. Education, Research, Outreach and Governance, Cambridge University Press, 480 pgs.

Het Fordje en de trekker Alex Brenninkmeijer was tussen 1995 en 2005 Leids hoogleraar staats- en bestuursrecht. In 1998 werd hij decaan van de Rechtenfaculteit, die toen in financieel zwaar weer verkeerde. ‘Het is moeilijk gebleken veranderingen aan te brengen in een starre organisatie’, zei Brenninkmeijer na verloop van tijd in Mare. Hij vergeleek de faculteit met een oud Fordje: ‘Het puft maar voort.’ Nadat in oktober 2000 een negatief rapport over de bestuurlijke en financiële problemen verscheen, vertrok hij, samen met de rest van het faculteitsbestuur. ‘We hebben geprobeerd met onze schouders het Fordje op gang te duwen’, vertelde hij Mare. ‘Dat leidde tot onvoldoende vaart. Nu komt er een trekker.’ Tussen 2005 en 2014 was Brenninkmeijer de Nationale Ombudsman, die klachten van burgers over de overheid behandelt. Tegenwoordig is hij lid van de Europese Rekenkamer en faculteitshoogleraar institutionele aspecten van de rechtsstaat aan de Universiteit Utrecht.


10

Mare · 5 februari 2015

English page

Teach the world Why is the university investing 1.4 million in moocs? Last year, people all over the world could, if they wanted, attend five series of free digital lectures from Leiden University. Over the next two years, the university will invest nearly one and a half million Euros in these “moocs”. Are they a good idea or merely an expensive calling card? BY PETRA MEIJER “I was the university guinea pig eighteen months ago”, says Stefaan van den Bogaert, Professor of European Law. He was the first Leiden lecturer to prepare a “mooc”, a massive online open course. “It was an awful lot of work, all of it was new, but when I saw that people in Australia were on the forum discussing European Law with people in India and Cameroon, I realised that I was onto something special.” “We suddenly had three times more enrolments than the entire university”, says Edwin Bakker, Professor of (Counter) Terrorism, who has also given a mooc. “You can’t make a single mistake, because you’ll be inundated with emails.” Van den Bogaert adds: “It really forces you to examine your teaching methods – there’s no room for error. It’s got to be right first time.” “Moocs are essential for developing online learning”, says Vice-Rec-

tor Simone Buitendijk. “It raises our public profile and gives us an opportunity to demonstrate the things we’re exceptionally good at while teaching the whole world. However, designing online courses is also important for our own students because they have the chance to work with students all over the world in “spocs” (small private online courses). In addition, much of the material is used for regular lectures. Students can watch the films whenever it suits them and can discuss the content more exhaustively in tutorials.” Professor of Islam in the Western World, Maurits Berger, held a Master’s level spoc. “I prefer chalk and blackboards, I’m not really into all that modern stuff, but it does have its advantages. I don’t want any more work and an online course should make my life easier. I can use the material I’m preparing now again next year, which will save me time in the future.” Lecturers should ask themselves what the advantages of an online course could be, he continues. “Papyrologists with only three students can recruit students abroad. Or if you have a large group of staid Dutch students, it might be good for them to exchange ideas with Iranian or Chinese students. My aim was to persuade external students to do research for me. I didn’t get any

subsidy but instead of having three PhD students, I now have twenty Master’s students doing research for me abroad. I train them first and then send them out do to fieldwork.” He turned his second spoc into a really large experiment when he told his students to make a documentary instead of writing a paper. “A Brazilian student is making a documentary about the Islamic Council in Brazil. A student from Russia filmed a local Muslim community in Russia – they’re my eyes and ears abroad.” Bakker adds: “We can ask students things like whether they are worried about terrorism. All that data is producing an enormous database.” Marco de Ruiter, Professor of Clinical and Experimental Anatomy, works with 3D images to teach students about the stomach and pelvis. He has assigned lots of work to the “masses”. “We ask the students to label ‘slices’ of the body in special drawing programs which we will use to build 3D reconstructions in the future. Moreover, we hope that this mooc will teach us more about how students work: what works and when do they start to drop out?” According to online-education expert Marja Verstelle from the Centre for Innovation, that is exactly the point of the moocs: “They are the drivers of teaching innovation and give lecturers new ideas.” “Lectures are actually quite in-

adequate”, claims Professor of Linguistics, Marc van Oostendorp. “If you can’t approach a large group of students individually, you stand in a large hall and just talk at them. Moocs are intended for large numbers too but we can improve interactivity. I recorded my footage with two students but speakers of six different languages also worked on it.” Verstelle adds: “Online courses will never replace regular education but we have formulated a strategy per faculty following our experiences with online learning.” The five Leiden moocs have already been attended by 200,000 students in 186 different countries. Over eight thousand certificates have been awarded in total. A certificate costs the students around fifty dollars each. The university will invest 1.4 million Euros over the next two years and seven new courses are already being prepared. Buitendijk can’t predict whether that will lead to more enrolments. “We have some anecdotal evidence though: there’s an American student who decided to take a Master’s in Leiden after following our mooc on European Law.” But as long as it isn’t clear whether the online courses generate more enrolments or not, they remain a very expensive calling card. Preparing a mooc costs around sixty thousand Euros – roughly the equivalent of a new

lecturer’s annual salary. Verstelle is not ruling out paid versions. “We’re looking into charging for courses. Imagine developing more exclusive courses that require a small contribution from a large group of people.” Bakker is not adverse to the idea either. “I would consider online Master’s programmes with one or two weeks of summer or winter school. It might sound a bit American and faraway but I think we can meet the demand of an enormous market: think of Africa or India!” “Well, count me out if they start charging for them”, says Marc van Oostendorp. “We’re a knowledge institute and traditionally we give away lots of knowledge.” Berger doesn’t think he’s being realistic: “That’s the education communists talking: free education for everyone. I’m more in favour of an exchange – more work perhaps, but it produces more too. You can’t mark twenty essays just for the fun of it.” Nonetheless, he believes his spoc could have been cheaper and has decided to produce a low budget version. “It doesn’t have to cost loads of money. We installed some lamps in my office and I recorded it on my laptop.” He admits that there were some technical problems. “Google Hangout was a particular disaster, but that was my own stupid fault, I wanted to do everything.”

Edward M. Roche (62) Valeria H. Reyes

Roy Namgera (38) Andris Krastiņš (30) Iva Vukusic (33)

From: New York Job: Internet Governance Forum, United Nations Followed: Introduction into European Law

From: Mbezi, Dar es Salaam, Tanzania Job: Fellowship at UNESCO in Poland, geologist with Bharat Gold Mines Limited and working on a project at Uranium One in Tanzania Followed: Wheels of Metals: Urban Mining for a Circular Economy

“I want to save on expensive text books. I can’t imagine why we have to pay so much for really old books in fields like maths. That knowledge should be accessible to everyone. Introduction into European Law was essential to my work at the United Nations as I had to research Internet regulation. I’ve been following online courses for ten years but found the Leiden mooc tougher. It was more challenging. As there were between 15,000 and 20,000 people following the same course, it produced some new, refreshing angles. You communicate with the other students like you do on social media and you can get notes from fellow-students on the other side of the globe. However, a large number of students drop out. Even so, if one per cent pass, that’s still more people than an average lecture hall holds.”

From: Tampico, Mexico Job: Environmental technician Followed: Introduction into European Law, Terrorism & Counterterrorism: Theory and Practice, The Changing Global Order “I dropped out of previous moocs halfway. The Leiden mooc Introduction into European Law was the first I managed to pass. During the course, I set up a study group with a Whatsapp group and a Facebook group with people from places like Greece, Mexico, South Africa and the United States. Because I was more active on the forum than anyone else, they asked me to be a community teaching assistant, so I help maintain the forum and answer questions about the course. Now I’m doing the same for the mooc The Changing Global Order. It’s quite challenging, partly because in the town where I live, hardly a day goes by without a drugs-related shooting. Thanks to the moocs, I can now see mistakes the Mexican government in the fight against the drugs cartels that I didn’t see before.”

“I was looking for information on the Internet that related to my work and by chance I found on the mooc Wheels of Metals. So that was the first one I did. I was fascinated by the lectures, which mainly discussed the recycling of metals. They gave me lots of new ideas about recycling that will help me do my job better. Perhaps the subject matter could have been discussed in more depth – I missed the depth. I want to follow another Leiden mooc before I go back to Tanzania, preferably another one related to my field.”

From: Latvia Job: Latvian Ministry of Foreign Affairs, department of International Law Followed: The Changing Global Order (finished), Introduction into European Law (unfinished), Terrorism & Counterterrorism: Theory and Practice (unfinished) “I didn’t finish my first Leiden mooc, Introduction into European Law, due to lack of time. After that, I started on The Changing Global Order. I’m going to apply for a certificate too so I can put it on my CV. It’s easier for me to understand the policy officers, so in the end, the mooc was more useful to me than I initially thought. But it’s not just a professional interest: I take them to learn more about other subjects too, like biology. Everything is very professional in Leiden compared to other universities, where moocs tend to consist of all sorts of information thrown together. And the forum was great too: discussing stuff with other students and getting feedback from the professor. You can study whatever, whenever and wherever you want.”

From: Zagreb Job: Researcher at Sense News Agency, specialising in human rights and war crimes. Followed: Introduction into European Law, The Changing Global Order, Terrorism & Counterterrorism: Comparing Theory and Practice “A colleague recommended this to me in the spring of 2013. The weather was bad, so it was a good reason to try it straight away. I started with International Law and a few months later I followed the first Leiden course: Introduction into European Law. Now I’m already on my thirteenth, one on political philosophy. The courses all relate to my work, human rights. I’m following them mostly to acquire more general knowledge and to refresh my memory. Most moocs at other universities are first-year level; the Leiden moocs have a higher standard. A problem I’ve noticed with all moocs is the large number of students. Together, they generate huge amounts of content and comments that are not always any good. But I can’t think of any other way of coming into contact with so many people who are interested in the same subject. Talk about democratization of knowledge!” BY GABE KRAMER


5 februari 2015 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Om de beurt sturen, tot in Spanje

FILM

DeWolff wil Europa veroveren Kleine wolfjes worden groot. Vrijdag speelt DeWolff in Gebr. De Nobel, later deze maand scheuren ze naar Spanje. ‘Soms maakte ik me zorgen: zijn we als twintigers nog interessant?’

MUZIEK

Hoe staat het met het veroveren van de rest van de wereld? Organist Robin Piso: ‘Vooral in Duitsland heb je meer rockliefhebbers. Niet dat wij rock met een hoofdletter R maken, maar daar trekken we een ouder bluesrockpubliek. In Nederland en Spanje juist wat jonger. In Italië, Oostenrijk en Australië hebben we ook al gespeeld. Ik denk dat we wel een band met een internationaal kaliber zijn. Althans, als ik heel soms naar de radio luister, hoor ik dat hier toch andere muziek hip is.’ Hoe komen jullie aan die buitenlandse optredens? ‘In januari stonden we op Eurosonic. Onze nieuwe manager sloeg als een motherfucker aan het rennen en lobbyen. Ik heb al gehoord over optredens in Zwitserland. En groter worden in Frankrijk is ook de bedoeling. Voor sommige bands is het buitenland een enorme investering. Wij stappen gewoon met z’n drieën, plus de geluidsman, in een busje. Om de beurt sturen, tot we in Spanje zijn. Travel light.’

‘Het hielp wel: drie piepjonge gastjes, met muziek die heel oud klonk.’ 

Afgezien van je loeizware Hammondorgel dan… ‘Ik heb er al een aantal versleten. Krukjes houden het al helemaal niet lang vol. De echt oude Hammondorgels worden uiteindelijk vals. Dat komt door de stroom, die op festivals via een aggregaat komt. Daar zijn ze gevoelig voor, heel kut. ‘Tijdens een show in Tilburg ontplofte er een onderdeel, waardoor er rook uit mijn orgel kwam. Ik zette

Jullie begonnen piepjong, nu zijn jullie twintigers. Is dat anders? ‘Het hielp eerlijk gezegd wel: drie van die piepjonge gastjes in De Wereld Draait Door, met muziek die heel oud klonk. Soms maakte ik me zorgen: zijn we als twintigers nog interessant? Na een optreden, als we merchandise verkopen en signeren, komen mensen nog wel eens vragen: “Jullie zijn toch superjong?” Euh, ja, 24… Ze reageerden toch anders

hem nog uit en aan, maar toen viel de stroom in de hele zaal uit. Inmiddels weet ik dat die uit de jaren zeventig beter houdbaar zijn. Alleen heb ik er daar ook al drie van versleten.’

toen we 18, 17 en 15 waren. ‘Maar het was niet alleen een gimmick. We hebben al heel veel kunnen spelen, leren en groeien. Muzikanten die later beginnen, hebben er vaak een baantje naast. Wij woonden nog bij onze ouders, zonder geldzorgen dus, waardoor we ons volledig op de band konden storten. En nu kunnen we ervan leven.’ Gezien jullie tempo, zit een zesde studio-album al in de planning? ‘We zijn druk aan het schrijven. Voor de vorige plaat (Grand Southern Electric, 2014) gingen we naar Amerika, naar producer Mark Neill, die ook met The Black Keys werkt.

Foto Melanie Marsman

Te gek, maar nu gaan we het zelf doen. We hebben een studio in een werfkelder in Utrecht. Ik woon er haast en Pablo (van de Poel, gitarist en zanger) heeft er met verschillende bandjes z’n opnameskills geoefend. ‘We kunnen er doen wat we willen. Een hele sound bouwen met microfoons rond een drumstel, en dan later toch denken: mwah, dat kan ook anders. Door trial and error komen we tot iets heel vets.’ Door Marleen van Wesel

DeWolff & The Legs Gebr. De Nobel Vrij6 feb, 20:00, € 17,50

Even uitbrakken in de rustmaten NSO combineert studentenleven met klassieke muziek Volgende week speelt het Nederlands Studenten Orkest in Leiden, een thuiswedstrijd voor altvioliste Simone van Dijk en cellist Tom Bollemeijer. ‘Het is net een kampsfeer.’ ‘De helft loopt hier in een roze onesie rond’, zegt Simone van Dijk (19). Van Dijk studeert cultureel antropologische

DOOR VEERLE VAN DER GRACHT

TRIANON The Theory Of Everything do. vrij. za. zo. ma. di. 21.30 KIJKHUIS Inherent Vice dagelijks 15.45 + 21.00 Birdman dagelijks 18.45 + 21.30 LIDO Michiel de Ruyter dagelijks 21.30

sociale ontwikkeling in Leiden en is altviolist van Het Nederlands Studenten Orkest (NSO). ‘We hebben ook joggingbroeken en truien, maar de NSO-onesie is het vetst.’ ‘Ik heb er geen hoor,’ lacht Tom Bollemeijer (22). Tussen de drukke repetities door hebben twee Leidse studenten tijd om een Skype-gesprek te houden. Zij repeteren momenteel in Someren in Noord-Brabant. Bollemeijer: ‘We repeteren hele dagen

Wie bij het NSO wil, moet elk jaar opnieuw auditie doen. Foto Eduardus Lee

met af en toe een pauze tussendoor om te voetballen of in bed te liggen.’ Het NSO is hard aan het oefenen voor hun concert Verlichting. Ruim 85 studenten spelen stukken van David Dramm, George Gershwin en Sergei Rachmaninov. Voor zowel Van Dijk als Bollemeijer is het hun eerste keer in het NSO. ‘Elk jaar moeten studenten opnieuw auditeren. Voor sommigen is dit al het tweede of derde jaar’, vertelt Van Dijk. De selectie is zwaar: ‘Van de aanmeldingen komt maar een derde door de audities. Vooral de blazers hebben grote concurrentie, omdat daar maar een paar van nodig zijn. De vraag naar violisten is daarentegen groot.’ ‘In mijn familie koos iedereen een instrument’, zegt Van Dijk. ‘Vanaf mijn zevende speel ik viool. Ik ben later overgestapt altviool, omdat die fijnere en diepere klanken produceert.’ Bollemeijer: ‘Mijn vader speelde cello. Dat vond ik altijd zo mooi, dat ik het vanaf mijn negende ook ben gaan doen.’ Hoe combineren ze het spelen met hun studie? ‘Eigenlijk komt het nooit echt uit’, geeft Bollemeijer toe. Van Dijk: ‘Je moet je studie van tevoren plannen, compensatie hebben en ik moet één tentamen sowieso al herkansen, omdat ik dan optreed.’

‘Tot nu toe is het heel vet’, zegt Bollemeijer. ‘Muzikaal gezien leer je heel veel. En het is net een kampsfeer.’ Het NSO gaat vanaf zondag elf dagen op tournee en speelt daarna een week in Dublin. Van Dijk: ‘Elke dag slapen we in een andere stad bij een gastgezin. Je overnacht samen met de commissie waarbij je ingedeeld bent in één van de huizen. Zo hebben we een groepje voor het in- en uitladen van instrumenten en voor het wisselen van het wc-papier.’ ‘Elke avond is er wel een themafeest zoals ‘Boer zoekt vrouw’ en ‘Dierigent’. Bij Dierigent gingen we verkleed als muzikaal dier’, zegt Van Dijk. ‘Zelfs onze Britse dirigent Quentin Clare pakt af en toe een feestje mee. We hebben daarbij een gossip-commissie, die iedereen aanspoort bier te drinken.’ Bollemeijer: ‘Soms maakt de brakheid de repetities zwaar.’ Van Dijk: ‘In veel muziekstukken komen er rustmaten voor, waarin je niet hoeft te spelen. Dan kan je tussendoor tenminste nog even ademhalen en bijkomen.’ Nederlands Studenten Orkest (NSO) Verlicht Leidse Schouwburg 12 feb, 20.15 u, studententarief €10

LEIDSE SCHOUWBURG The Kik: De Veelste Grote Nederbiet Sjoo do. 5 februari 20.15 vanaf €14.50 DE TWEE SPIEGHELS Kruidkoek vrij. 6 februari 21.00 gratis Bernard Berkhout And Friends za. 7 februari 21.00 gratis QBUS Matt Darriau’s Paradox Trio: ‘Klezmer, Jazz, Balkan’ za. 7 februari 21.00 €12.50 Sons of Bill: Neil Young & R.E.M. in de mix! woe. 11 februari 21.00 €12.50 GEBR. DE NOBEL Tsepo, Bjonson & Klap, Patron: Unfold za. 7 februari 23.00 €10 Avontuurlijke rockers: Monomyth + Candybar Planet do. 12 februari 20.00 €10 STADSGEHOORZAAL Nederlands Studenten Orkest 2015 do. 12 februari 20.15 studententarief €10

THEATER

THEATER INS BLAU Orkater/ De Nieuwkomers: Schotland woe. 11 februari 20.30 vanaf €14,50 LEIDSE SCHOUWBURG 37e VARA Leids Cabaret Festival ma. 9 en di. 10 februari 20.15 voorrondes vanaf €10 do. 12 februari 20.15 halve finale: vanaf €10 do. 12 februari 20.15 finale vanaf €10

DIVERSEN

VOLKENKUNDE Tentoonstelling: Geisha 10 oktober 2014 t/m 6 april 2015 MUSEUM DE LAKENHAL Tentoonstelling: Een Deftige Parade. De Selectie van Rudi Fuchs 11 oktober 2014 t/m 31 mei 2015 RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN Tentoonstelling: Carthago 27 november 2014 t/m 10 mei 2015 SIEBOLDHUIS Tentoonstelling: Kwahara Keiga. Fotograaf zonder camera 28 november 2014 t/m 22 februari 2015 MUSEUM BOERHAAVE Tentoonstelling: Foodtopia 6 februari 2015 t/m 1 november 2015 ERFGOED LEIDEN EN OMSTREKEN Expositie ‘Bezetting Academiegebouw Leidse Universiteit’ 1 januari 2015 t/m 30 april 2015 DE KUNSTGANG Tentoonstelling: A New Earth 11 januari 2015 t/m 21 februari 2015 UNIVERSITEITS BIBLIOTHEEK Tentoonstelling: Humbert de Superville: tekenaar, geleerde, visionair 29 januari 2015 t/m 2 juni 2015 LOKHORSTKERK Concert Practicum Musicae do. 29 januari 2015, 17.00-18.00 gratis ARSENAAL Nieuwjaarsborrel Faculteit der Geesteswetenschappen, inzamelingsactie Mappa Mondo do. 5 februari 2015, 17.30-20.30 VRIJ GROEN Introductiebijeenkomst voor nieuwe tuiniers za. 7 februari 2015 14.00 PIETERSKERK LEIDEN 440 Dies Natalis ma. 9 februari 2015 14.30 CONSERVATORIUM DEN HAAG Imagination, Music & the Brain de beleving van een musicus do. 12 februari 2015 studententarief €7.50


12  Mare · 5 februari 2015 Het clubje

Inburgeren

Deze keer wel

Foto Marc de Haan

‘Je leert elkaars gezicht lezen’ Het weerwolvengenootschap van SiB Bart Fase (22, geschiedenis): ‘Het is nacht in het dorpje Wakkerdam. Alle bewoners slapen. Dan ontwaakt Cupido. Onze dikke baby in poepluier wijst twee bewoners aan, die samen de hooiberg in duiken…’ Linda Meester (17, Nederlands): ‘Ik ben er vandaag voor het eerst. Eigenlijk kende ik Weerwolven van Wakkerdam helemaal niet, maar ik houd wel van gezelschapsspelletjes, vandaar.’ Fase: ‘SiB, de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen, is van de inhoud én de gezelligheid. We duiken niet alleen de kroeg in, maar we houden ook weer niet alleen maar serieuze lezingen. Wel op woensdag, de verenigingsavond. De rest van de week zijn er verschillende gezelschappen actief.’ Charlotte van Tiggelen (22, psychologie): ‘Bijvoorbeeld ook een Bourgondisch Genootschap dat zich bezighoudt met pannenkoeken eten, carnaval vieren

en een boerderijdag.’ Fase: ‘Het Weerwolvengenootschap is een paar jaar geleden opgericht na een introweekend. Weerwolven is zo’n spel dat altijd wel op kamp meegaat. Het programma viel nogal in het water. Letterlijk. We hielden dus veel tijd over om te weerwolven.’ Marlissa Rudolphy (20, rechten): ‘Aan het begin worden de kaartjes met de rollen verdeeld. Uiteindelijk moeten de bewoners van Wakkerdam de weerwolven verslaan, of andersom. De ziener vind ik de leukste. Die weet een hoop en ziet hoe deelnemers elkaar om de tuin leiden. En de wolf uiteraard. Alleen de rol van burger is saai.’ Jeanette van der Lee (21, psychologie): ‘Ik vind de heks juist het leukst. In die rol kun je iets goeds doen: een dorpsgenoot die is aangevallen door de wolven tot leven wekken. Als weerwolf krijg ik altijd last van schuldgevoelens.’

Van Tiggelen: ‘Je leert elkaars gezichten goed lezen. Niemand weet namelijk écht wat de rol van een ander is.’ Meester: ‘Ik dacht dat het heel ingewikkeld zou zijn, maar doordat er een verteller is, is het eigenlijk heel duidelijk.’ Fase: ‘We spreken beslist niet elke week af voor een potje weerwolven. Het hangt af van de beschikbaarheid van de voorzitter. En dat ben ik. Aangezien ik momenteel een SiB-bestuursjaar doe, is dit pas de eerste bijeenkomst dit collegejaar.’ Rudolphy: ‘Ik zit ook bij een dispuut dat wel maandelijks samenkomt, om Diplomacy te spelen. Dat is een behoorlijk SiB-spel: je speelt de Tweede Wereldoorlog na. Veel overleggen, elkaar intussen keihard naaien en steeds groter, groter en groter worden. Tot alles kapot gaat. Het is Risk voor gevorderden.’ Fase: ‘Ik heb ook wel eens geweerwolfd bij Duivelsei. Zij speelden met twee dorpen tegelijkertijd, en een hele

constructie waarbij je kon verhuizen. Wij hebben er niet echt rollen of onderdelen bij verzonnen. Soms spelen we met de rol van de slet, maar die zit ook in een officiële uitbreidingsversie. De slet slaapt elke nacht bij een andere dorpsbewoner. Als de weerwolven het op haar voorzien hebben, ontkomt ze, omdat ze nooit thuis is. Maar als ze haar bedgenoot aanvallen, gaat zij ook dood.’ Van Tiggelen: ‘We weerwolven niet alleen bij iemand thuis. Ook eens op een dakterras in Thailand, of bij de Chinees in Tanzania. Daar werden we echt weggekeken.’ Rudolphy: ‘Vooral toen de nacht viel, en we allemaal moesten doen alsof we sliepen.’ Van Tiggelen: ‘In de trein gaat ook prima. In het vliegtuig was het niet zo’n succes.’ Door Marleen van Wesel

Aaahh, het begin van een nieuw semester! De tentamens en herkansingen zijn achter de rug en de collegezalen ruiken weer enigszins fris bij het betreden nu er een paar weken lang geen hoop zweterige, uitkaterende studentenlijven op elkaar gepakt hebben gezeten. We gaan allemaal weer aan de slag, met een berg goede moed. Want dit semester gaan we toch écht wel, heel zeker, ik meen het serieus, cross my heart and hope to die, geen excuses meer, wél elke week alles netjes bijhouden. En alle artikelen en literatuur lezen, zelfs als ze niet per se verplicht zijn. En steeds op tijd aan opdrachten beginnen. En altijd de deadlines respecteren. En zo. Toch? Vergeet 1 januari: 1 februari is de hoogdag der goede voornemens voor studenten. Elk jaar weer besluiten we halverwege het academiejaar dat het toch echt beter moet. En dat begint vaak met het inslaan van nieuwe spullen: niks zo motiverend om alles op een ordelijke manier bij te houden als splinternieuwe pennen of zo’n prachtig helderwit schrift. Misschien zelfs een nieuwe tas. En een jas. En schoenen. Dit is toch zo ongeveer de periode van de final rounds van de uitverkoop? Dat betekent superveel korting! Even op de webshop kijken… En BAM, voorbij zijn die drie uur waarin je eigenlijk de voorgeschreven hoofdstukken had moesten lezen. Waarom is het toch zo moeilijk om ons aan die goede maar helaas elk jaar weer vreselijk in herhaling vallende voornemens te houden? Natuurlijk is er het wilde studentenleven vol feestjes en borrels, maar als we eerlijk zijn spenderen we daarnaast nog voldoende vrije tijd aan bankhangen, in bed liggen en aan gewoon helemaal niks uitvreten in het algemeen. We zijn helemaal niet altijd zo druk of buitenshuis. We zitten juist heel vaak in een straal van minder dan 50 centimeter verwijderd van onze boeken. We zijn perfect in staat om dan al aan de slag te gaan. En toch. Zelfs wanneer we besluiten iets te doen is het nooit dat. Want er zijn altijd Facebookstatussen om te schrijven, tweets om ons aan te ergeren, realitytv om comateus bij onderuitgezakt te zitten en videokanalen om van het ene naar het andere filmpje van katten in kartonnen dozen te klikken. Ieder zijn prioriteiten. Ik probeer me er niet al te depressief bij te voelen. Ik doe mijn best, maar leg me erbij neer dat het nooit een volledig semester lang goed gaat. De perfecte student word ik nooit. Natuurlijk, ik zou er vast wel hogere cijfers door kunnen halen en het zou me een hoop stress besparen. Maar uiteindelijk doen de Echte Volwassenen met Echte Banen het ook precies zo. Dat weet ik wel zeker, want niemand kan kattenvideo’s weerstaan. Talitha Dehaene

Bandirah

Profile for Mare Online

Mare 18 (38)  

Leids universitair weekblad Mare

Mare 18 (38)  

Leids universitair weekblad Mare

Advertisement