Page 1

OSTRAVA


Colofon Ostrava | 2013 Hogeschool Sint-Lucas, LUCA School of Arts. 2 de master Stedenbouw en Ruimtelijke Planning.

Deze reisbundel is opgesteld en uitgegeven naar aanleiding van de jaarlijkse buitenlandse studiereis van de studenten stedenbouw en ruimtelijke planning. Dit jaar is er gekozen voor Ostrava, TsjechiĂŤ. In een aantal colleges werkten de studenten onder leiding van Marc Pinte aan deze uitgave. We danken allen voor hun bijdrage. Marc Pinte, docent De studenten

2013 | Een uitgave van 2 de master Stedenbouw en Ruimtelijke Planning | 2012-2013 | LUCA School of Arts, Gent Alle rechten voorbehouden. Niets in deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevenbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieĂŤn, opnamen of op enige andere maniet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


inleiding

01


Ostrava is de derde stad van Czech Republic. Het is verre van de klassieke toeristische stad. Na een korte voorbereiding, werd het duidelijk dat Ostrava zich ideaal leent voor een ervaringsgerichte stedenbouwkundige stedenreis. Ieder van jullie heeft zijn eigen beeld van de industriestad Ostrava gevormd. “The steel heart of the republic”, “The black hole” , “The secret of the steel city” zijn maar enkele labellen die op de stad worden gekleefd. Door zijn ontstaansgeschiedenis heeft Ostrava een ruwe industriële identiteit ontwikkeld doordrenkt met een eigen architectuur en culturele identiteit van de bewoners. De belangrijke monumenten, mijnen,… zullen we dan ook meteen de eerste dag bezoeken. Naast de kleine plekjes zullen we ook de grote industriële landschappen bezoeken zodat we de smaak van Ostrava als provinciestad kunnen proeven. Daartegenover staat dat we de volgende dagen ook het Ostrava van alledag zullen opzoeken. De monotone communistisch woonblokken die het gevolg zijn van de gedwongen loop van de geschiedenis. Wie het programma doorneemt zal dan ook de diversiteit van onderwerpen opmerken, immers er dient rekening gehouden met diverse basisopleidingen en met het

multifacetaire van het beroep van de stedenbouwkundige en ruimtelijke planner. De stad heeft niet zo veel “bezienswaardigheden”. Naast de toeristische “must do” gaan we ook de vervallen industriële sites, braakland, rivieroevers, woonwijken, oude mijn terrils, … bekijken. De betrachting is om jullie een zo veelzijdig mogelijk stedenbouwkundig beeld van Ostrava aan te bieden zonder daarom de intentie te hebben om volledig te zijn. Ik hoop dan ook dat deze reis jullie inspiratie en referentiemateriaal zal bezorgen waar jullie in de verdere loop van je stedenbouwkundige loopbaan nog veel naar kan refereren. En als laatste misschien nog het meest essentiële dat jullie via deze reis de zin en de goesting krijgen om nadien zelf op stedenbouwkundige ontdekkingstocht te gaan naar streken die het bezoek verdienen van planners. Reizen is in ons vak essentieel. De praktijk van een stedenbouwkundig ontwerp of beleid kan men slechts ervaren door op het terrein te zijn, te kijken en te luisteren. Teksten, statistieken, foto’s, internet, .. geven veel nuttige informatie, maar kunnen nooit zo volledig zijn als een bezoek ter plaatse. Goede reis! Marc Pinte, Reiscoördinator.

introductie

INLEIDING

7


praktische informatie

02


PRAKTISCHE INFORMATIE PRAKTISCHE ZAKEN ° Reiscoördinatie: Marc Pinte 0475/47.10.30 ° Gegevens Hotel : www.hotelvsb.cz hotel Garni Ostrava

PRAKTISCHE INFORMATIE VOOR HET VERTREK ° Vertrek met het eigen vervoer naar Ostrava ° Check-in hotel Garni Ostrava voor 5 over nachtingen.

praktische informatie 10

° De overnachtingen zijn op basis van kamer met ontbijt, in 2-persoonskamers Alle overige maaltijden en dranken zijn voor eigen rekening ° Terugkeer naar België met eigen vervoer

PRAKTISCHE INFORMATIE TER PLAATSE ° Gebruik de reisbundel en de wandelkaarten en de reader om meer inzicht te verwerven in de stad. De reisbundel dien je ook bij te hebben

voor de noodzakelijke noodnummers. ° Het opgegeven tijdsschema bij het programma dien je goed in de gaten te houden. Wie op een afspraakpunt te laat komt neemt het openbaar vervoer of de taxi naar een volgend programmapunt of desgevallend naar het hotel (best bellen naar de reiscoördinator). ° Sluit steeds goed aan en sta rond de persoon die uitleg verschaft. ° Neem geen onnodige waardevolle bezittingen mee. Laat deze ook niet achter in je hotelkamer. ° Problemen, zieke, ongeval, contact met de politie, … dienen zo snel als mogelijk aan de reiscoördina tor gemeld te worden. Ook in geval je twijfelt of je het wel zou melden, doe je het beter wel. Er wordt dan gezamenlijk naar een oplossing gezocht. ° Universal European emergency call number 112 (ambulance, brandweer, politie), municipal police 156, Police of the Czech Republic 158, Rescue service 155, Fire 150 ° Wie medicatie nodig heeft, heeft het nodige bij. Bijzondere situaties worden best aan de reiscoör dinator meegedeeld (eventueel in gesloten enve loppe die niet zal geopend worden tenzij noodza


kelijk). Indien noodzakelijk contactpersoon van thuis opgeven.

° Zorg zeker voor je identiteitskaart. Ook je SISkaart en EuroCross card, bankkaart of visakaart en je studentenkaart neem je best mee.

° De school heeft een schoolverzekering voor de deelnemers. In geval van problemen contact opne men met het noodnummer van ASSISTANCE CENTER (reisbijstand) is 0032 2 739 99 92 en is 24u op 24 bereikbaar. ° Wanneer U het ASSISTANCE CENTER contacteert, gelieve de volgende gegevens te vermelden ten einde de assistentie vlot te laten verlopen: 1. Uw naam 2. De plaats waar U zich bevindt 3. Uw vraag, symptomen of toestand 4. Een telefoonnummer waarop men U kan bereiken 5. Het polisnummer: 9.600.638

NIET VERGETEN MEE TE NEMEN ° Uw fototoestel ° Goede wandelschoenen en warme kledij (hou re kening met lange wandelingen en koud weer). ° Eventueel wat basismedicatie: aspirine, pleisters, Arnica zalf, … ° Zorg voor voldoende euro’s om ter plaatse te rui len tegen de Czech Crown CKZ.

praktische informatie

> > > > >

11


REISPLANNING Dag 1 (Zaterdag 2 maart 2013)

Aankomst in Ostrava. Transfer naar het hotel www.hotelvsb.cz hotel Garni Ostrava, Studentska 1770 Poruba, afspraak tussen 17h00 en 18h00.

Dag 2 (Zondag 3 maart 2013)

Ontbijt tot 8h30 09:30 Hotel Garni (gebouw A) Vertrek naar het centrum van de stad, wandeling in het centrum, historische stad, onder begeleiding van Ir.arch.Martin Nedvěd

praktische informatie 12

12:00 Bezoek aan het mijnmuseum Landek Bezoek aan Moravská Ostrava, Slezská Ostrava (terril EMA), eventueel Poruba bezocht worden, eveneens onder de begeleiding van Ir.arch.Martin Nedvěd. Dag 3 (Maandag 4 maart 2013)

Ontbijt tot 8h30 09:00 Start van de workshop, Fast LPA602 14:00 Nieuw stadhuis van de stad Ostrava Ontmoeting met de burgemeester van Ostrava, dhr. Ir. Petr Kajnar. Consultatie met het afdelingshoofd voor de economische stadsontwikkeling,


REISPLANNING dhr. Ir. Václav Palička. Consultatie met het afdelingshoofd voor ruimte lijke ordening van de hoofdarchitect van de stad Ostrava, dhr. Ir.arch. Petr Vencelides. 17:00 Terugkeer naar de school en werk aan het project Ontbijt tot 8h30 08:30 Vrij bezoek van de masterproefsite Vitkovice (tram 3 halte Mirové Nam eventueel overstappen op tram 2 richting Vitkovice) 11:00 Workshop, Fast LPA602 15:00 Svatopluk Čech-plein in Ostrava - Přívoz Voordracht van PhDr Martin Jemelka, PhD, over het werk van Camillo Sitte in Ostrava 18:00 Fast LPH 108 VoordrachtMythus SIAL door dhr. Prof. Ir.arch.Jiří Suchomel

praktische informatie

Dag 4 (Dinsdag 5 maart 2013)

13


REISPLANNING Dag 5 (Woensdag 6 maart 2013)

Ontbijt tot 8h30 09:00 Fast LPI602 Voordracht over de Architectuur en Stedenbouw van Ostrava, door MgA. Vendula Šafářová. 11:00 Bezoek van het plein van Camillo Sitte of een bezoek aan de wijk Hrabuvka

14:15 Dolní Vítkovice, Galerie Gong Gecommentarieerd bezoek aan de tentoonstelling van arcjitect Josef Pleskot genaamd Op de weg

praktische informatie 14

18:00 Workshop, Fast LPA602 – afsluiting, afscheid Dag 6 (Donderdag 7 maart 2013)

Vertrek naar België


praktische informatie

KAART SITUERING HOTEL

groen vlagje: VĹ B- TUO, Faculteit Architectuur 15 (LPH108, LPA602) rood vlagje: hoofdingang (budova A) - hotel Garni


praktische informatie

16


naam

voornaam

gsm

e-mail

De Backer

Freja

0477/585021

freja.debacker@hotmail.com

Debrabander

Lander

0473/576236

lander_debrabander@hotmail.com

De Keyser

Toon

0485/741672

toondekeyser@gmail.com

De Neef

Stefanie

0474/594121

steftjedeneef@hotmail.com

De Wispelaere

Ward

0474/466068

warddewispelaere@msn.com

Eelbode

Ruben

0474/927283

rubeneelbode@hotmail.com

Everaerd

Niels

0474/231278

everaerdniels@hotmail.com

Himpe

Pieter

0498/654181

pieterhimpe@msn.com

Myny

Renaat

0476/291985

renaatmyny@hotmail.com

Rommelaere

Ann-Sofie

0499/184239

annsofie.rommelaere@gmail.com

Tuypens

Daan

0474/072553

daan_tuypens@hotmail.com

Vinken

Lieselotte

0494/905039

lieselotte_vinken@hotmail.com

Klokocka

Jiri

0486/936484

jiri.klokocka@gmail.com

+420 773/020180 Pinte

Marc

0475/471030

marc.pinte@gent.be

praktische informatie

CONTACTGEGEVENS

17


historische kaarten

03


historische kaarten

20

Ostrava 1750


21

Ostrava 1862

historische kaarten


historische kaarten

22

Ostrava 1890


23

Ostrava 1910

historische kaarten


historische kaarten

24

Ostrava 1920


25

Ostrava 1941

historische kaarten


26


wandelroutes

04 27


28 Situering De wandeling 





















!

wandelroutes 









































01. HRABÛVKA


BESCHRIJVING VAN DE WANDELING: Hrabûvka bevind zich ten zuiden van het historisch centrum van Ostrava. Deze wijk werd gebouwd tussen 1950 en 1980, zijn architectuur weerspiegelt zeer sterk deze tijdsperiode. De prefab architectuur of panélak ontstonden omwillen van twee redenen. Ten eerste was dit type van woningen zeer goedkoop, anderzijds waren ze een afspiegeling van de communistische ideologie waar gelijkheid centraal stond.

De twee volgende lussen liggende langsheen de tramlijn en geven een idee van de verschillende configuraties die mogelijk zijn doormiddel van dezelfde types. Hierbij is de inrichting van de binnenruimtes een essentieel onderdeel van de woning. Dit omwille van de beperkte individuele binnenruimte en waarde toegekend aan het collectieve.

wandelroutes

We starten onze wandeling aan de ‘kern’ van het gebied, als we de school en de kerk (1) als dusdanig kunnen omschrijven. We vervolgen onze weg langs de hoofdweg waarbij we voor het eerst kennismaken met de prefabarchitectuur, in dit geval plattenbau (2).

29


wandelroutes 30

1 St. Mary, queen of Rosary

2 monofunctionele woonblokken


wandelroutes 3 U-vormige configuratie

4 contrast met de omliggende villa wijken

31


wandelroutes 32

5 niet gedefinieerde binnenruimte

6 overgedimensioneerde buitenruimte


wandelroutes 7 woontorens

8 interne kleinschallige functies

33


02. RESTAURANTS MORAVSKA OSTRAVA

5

9 3 4 1 2 6

wandelroutes

7

8

34 Aanduiding restaurants


1. Café au pere tranquille (French café) Musorgského 8 2. Cocktail Restaurant Dlouhá 100ry Nádražní 18 3. Espaňa (Spanish and European cuisine) Tyršova 31 4. Moravská chalupa (regional specialities) Musorgského 9 5. Stella Marina (Italian restaurant) Sokolská 966/22 6. Restaurace Ruby Blue Stodolní 11

8. Restaurace a pivnice U Kocoura (specialities that go down well with wine and beer) Jurečkova 10 9. Koras (culinary specialities, International cuisine) Soukenická 9

wandelroutes

7. Restaurace Na Kafkové (czech cuisine) Kafkova 15

35


02. RESTAURANTS PORUBA

RESTAURANTS PORUBA

2

1

7 6

wandelroutes

3 4

5

36 Aanduiding restaurants


1. Restaurace Centrum Alšovo náměstí 691/4 2. Restaurace Panorama Havlíčkovo náměstí 6170/12 3. Rusty Bell Hlavní třída 867/28 4. Cafe Restaurant Boombay Hlavní třída 896/2 5. Restaurace Sparta Resslova 1083/9A 6. Pizza Poruba Matěje Kopeckého 675/21

wandelroutes

7. Restaurant Poseidon Listopadu 639/24

37


03. CENTRUM ROUTE MORAVSKA

Totale wandelafstand: 3,5 km 1. Katedrála Božského Spasitele Ook genaamd “ The Cathedral of the Divine Saviour”. Dit is de 2de grootste Rooms katholieke kerk in Morvia. de kerk werd in 1889 voltooid met 2 torens van 67m hoog. Het ontwerp is afkomstig van Gustav Meretta, maar de officiele architect is de Aartsbischop van Olomouc. 2. Stodolni straat Een legendarische straat die vooral gekend is om zijn cafés. Er zijn dan ook ongeveer 60 bars en clubs terug te vinden . De straat heeft de zeer toepasselijk naam “straat die nooit slaapt” gekregen.

wandelroutes

3. Ostrava Art Gallery Deze gallerij huisvest samen met een nieuwe hal in Poruba verschillende collecties van lokale artiesten, alsook een aantal reizende tentoonstellingen. Het gebouw wordt beschouwt als een parel van de stad.

38 Wandelroute


5. Black Meadow - Maxwan Deze site werd binnen het project culturele hoofdstad 2015 gekozen voor de bouw van een nieuw cultureel centrum voor de stad. Het project vormt een nieuw landschapspark waarbij de straten doorvloeien in het park. De open ruimte word als een uitbreiding van de rivier gezien. 6. Ostrava City Museum Dit 16de eeuws gebouw was tot 1930 het stadhuis van Ostrava. Het museum huisvest verschillende tijdelijke en vaste tentoonstellingen over de geschiedenis van de stad.

7. Masaryk plein Dit plein markeert het historische centrum van de stad en heeft rondom nog verscheidene gebouwen van 1900 in de typische kleurrijke stijl. 8. Husův park Dit park heeft de naam “Little Park” gekregen van zijn omwonenden. Dit omwille van de vele zit, relax en speelruimten in het park. 9. Nieuw stadhuis Het stadhuis heeft de hoogste toren, dan eender welk stadhuis in het Tsjechische republiek en is gelegen aan het Prokeš plein. De toren heeft een observatiedeck dat zich op 73m hoogte bevind. 10. Bezručův park Deze oude mijnsite is getransformeerd tot stadspark waarbij de mijnschacht toren mee opgenomen werd.

wandelroutes

4. Antonín Dvořák theater Het Neo- Barokke gebouw is een ontwerp van architect Alexander Graf en werd in 1904 gerealiseerd. Uniek aan het gebouw is het gebruik van stalen balken en lateien. Het theater gebouw wordt als één van de mooiste in het republiek beschouwd.

39


04. HEAP EMA ROUTE SLEZSKA OSTRAVA De Heap Ema route is bijna 4 km lang door Slezska Ostrava een district van de stad. Silesian Ostrava was een aparte stad tot 1941, wiens centrum Zamosti werd genoemd en die zich uitstrekt langs de rechteroever van de rivier ‘Ostravice’. De huizen hier vormen een denkbeeldige spiegel van het Moravian Ostrava op de linkeroever. De lokale wegen leiden van de rivier tot Hladnov, kronkelend langs de beroemde villa’s, historische huizen, bossen en terrils.

wandelroutes 40

1. Silesian Ostrava Castle Het kasteel werd gebouwd in de tweede helft van de 13e eeuw, in de buurt van de samenvloeiing van de Lučina en Ostravice rivieren, waar ooit een versterkte Slavische nederzetting heeft gestaan. Oorspronkelijk was deze gebouwd voor militaire doeleinden, wat bevestigd werd door de 4m hoge en 2,5m brede wand. In 1534 werd het gotische kasteel verbouwd tot een renaissancistisch kasteel, hiervan zijn er nog steeds sporen te zien in delen van de ruïne en in het ontwerp van het interieur. In 1872 brandde het kasteel af, maar deze werd later herbouwd. Door de mijn-

schachten onder de grond verzakte het kasteel 16m onder het oorspronkelijke niveau. Men gebruikte het kasteel tot 1961, pas in de 21ste eeuw startte men met de renovatie van het monument. Het gerenoveerde kasteeldomein herbergt een kapel en een groot amfitheater. Daarnaast is er ook een groot terras die uitzicht biedt op het centrum van Ostrava en de site van Vitkovice Iron Works. Tegenwoordig wordt de site gebruikt voor grote culturele evenementen, zoals het muziek festival ‘Colours of Ostrava’. 2. Church of St. joseph Deze kerk werd gerealiseerd tussen 1780-1783en werd beïnvloed door het classicisme. De nieuwe kerk is gebouwd in plaats van de oorspronkelijke houten St. George kerk. Door de mijnbouw is de kerk 8m gezonken ten opzichte van zijn originele positie. Als gevolg werd de kerk versterkt door een gewapende betonnen ring, touwen, een ijzeren structuur en een nieuwe toren van ijzer afgewerkt met holle bakstenen. Door de technologie die toegepast werd voor de versterking , zorgt ervoor dat deze technisch uniek is. 3. Jewisch Ceremony hall Is de grootste joodse ceremoniële hal in Ostrava. Door het verwijderen van de oude Joodse begraafplaats in het centrum van de stad in 1980 dwong de Joodse gemeenschap om een nieuwe plaats te zoeken voor de zeldzame grafstenen en monumenten.


wandelroutes

Wandelroute

41


05. NIEUW OSTRAVA PORUBA GESCHIEDENIS Wanneer de communisten aan de macht kwamen, beslisten ze dat het ‘oude’ Ostrava vervangen zou worden door een nieuw Ostrava. De weilanden rond de dorpen Poruba, Pustkovec en Trebovice begonnen ontwikkeld te worden aan een razend tempo. In 1950 werd het project aangevat. Tegen het jaar 1956 was Poruba een stad met 60 000 inwoners. Een jaar later werd het bij Ostrava toegevoegd.

(

*

(

$

)

'

$

%

&

"

A: HOTEL GARNI OSTRAVA In dit hotel zullen we tijdens onze reis logeren. De dichtste bushalte in de buurt is . Van hier kan je buslijn 37 nemen naar het station Svinov. #

wandelroutes 42

Het stadsdeel wordt gekenmerkt door zijn orthogonale opbbouw. De architectuur van de gebouwen en de brede lanen weerspiegelen de socialistische gedachtegang van de jaren ‘50. Op de gebouwen is er af en toe decoratie voorzien. In plaats van engelen zijn er op de huizen kinderen en arbeiders aangebracht.

1. OSTRAVA VRIJE TECHNISCHE UNIVERSITEIT De Universiteitscampus is de grootste van Ostrava. Op deze campus zullen we deelnemen aan workshops en verschillende lezingen bijwonen. 2. STANDBEELD SMELTER Een Standbeeld naar de hand van Antonin Ivansky. 3. POKLAD HUIS VAN CULTUUR Gelegen aan het Alsovo Namesti plein ligt het museum van cultuur. Hier worden dikwijls theatervoorstellingen, optredens en seminaries gegeven. 4. SCHOOLGEBOUW Vlak naast het schoolgebouw kan men via een boogconstructie doorheen een flatgebouw wandelen. Boven de ingang aan de andere zijde staan 4 standbeelden van kinderen met speelgoed. De kinderen tonen geen interesse voor wat ze in hun handen hebben. Het zou een afkeer voorstellen van de beeldhouwer tegen het toenmalige regime. 5. SINT-NICOLAS KERK De kerk is het oudste bewaard gebleven monument in Poruba. Ze dateert uit de 15de eeuw. 6. OBLOUK Dit poortgebouw in de vorm van een boog symboliseert het vertrekken naar en het terugkomen van het werk. 7. DE TORENS Op de as vanuit het poortgebouw staan ‘de torens’ ingeplant. Ze behoren tot de meest gedecoreerde gebouwen in Poruba.


+ -

,

1

3 2

6 4 5

wandelroutes

7

3

6 43

7 Tramhalte

Route 3km

0m

500m


06. VITKOVICE

wandelroutes 44 bron: google earth

250m


250m

wandelroutes

Vitkovice is een stadsdeel van Ostrava, centraal gesitueerd langs de linkeroever van de Ostravice- rivier. Het gebied is 6.48km² groot en telt 8057 inwoners. Het stadsdeel, agrarisch van oorsprong, vindt zijn ontstaan in de 14e eeuw. Sinds 1828 wordt het gebied gekenmerkt door een sterke industrialisatie dat heden te dage zijn stempel drukt op Vitkovice. Sinds 1924 behoort het stadsdeel tot Ostrava. Het gebied wordt getypeerd door grote industriÍle sites, al dan niet actief (staalindustrie, assemblage machines), leegstaand of in volle herontwikkeling (cultureel postindustrieel proces, vb. Dolni oblast Vitkovice, foto 1). Door het rijkelijk, industrieel verleden wordt het centrum getypeerd door enerzijds de typische arbeidersnederzettingen (Stitova Kolonie, foto 2), anderzijds door rijkelijke neo- gotische, empire architectuur. (vb.Rothschild palace, 1846, foto 3). bron: panoramio

45 bron: en.wikipedia.org/vitkovice


07. MOBILITEIT

wandelroutes 46


47


08. OSTRAVA

wandelroutes 48

De wandelroute omvat de verschillende deelzones die een differentiatie vertonen van de mophogenetische structuren. Op zich maakt deze wandeling niet uit hoe welke gebouwen of welke bezienswaardigen op lokaal niveau worden getoond. Het doel van deze wandeling is enkel en alleen het inzicht brengen van de verschillende zones waar in ontwikkeld werd. Men kan zo de verspreide binnenstad, de stedelijke kern, prefab huisvesting in transitie en de compacte binnenstad gaan onderscheiden van elkaar. Ook zou in deze route de lagere socio-economische met een hogere status van elkaar moeten worden onderscheiden.


49

wandelroutes


.

/

2

0

<

;

9

8

2

4

3

2

6

5

4

3

5

4

0

:

:

/

7

/

/

/

2

1

0

.

09. PRIVOZ 1. Marienberg, MarianskĂŠ Hory, Ostrava, 1904 Hiervan zijn slechts enkele wegen en bouwblokken van verwezenlijkt.

3.

2. Privoz, Oderfurt, Ostrava, 1893-1899 3. Marienberg, MarianskĂŠ Hory, Ostrava, 1904 2.

Kantekening:

wandelroutes 50

In de literatuur zijn Sitte zijn ingrepen steeds gepresenteerd geweest als geisoleerde projecten. In plaats daarvan, moeten ze echter gelezen worden als onderdelen van een consistent geheel, gericht om structuur en order te brengen in een stedelijke en architecturale ontwikkeling van een gebied dat dringend grondig gereorganiseerd moest worden.

1.


R

Q

P

O

L

E

?

>

N

>

F

?

K E

J

F

B

?

>

>

D E

?

A

B

M

H

I

G

@

=

C

@

=

?

>

A

Sitte’s meesterwerk was zijn plan voor de wijk Mariánske Hory. Hij ontwierp hier een buitenwijk gebaseerd op de tuinwijk gedachte en combineert esthetische en functionele overwegingen. Het centrale punt van de wijk is gelegen in een driehoekige ruimte tussen twee wegen. Aan het noord-oostelijke uiteinde is er een ruim park met inbegrip van tuin architectuur en diverse waterpartijen. Naast het park plande Sitte lanen, tuinen en andere groene ruimten. In het westerse deel van de voorstad plande hij straten die omringd werden door indrukwekkende villa’s.

wandelroutes

Sitte’s Mariánske Hory is een uniek en geconcentreerde stilistische ensemble binnen de ruimere Ostrava agglomeratie. De stad is vastbesloten dit unieke karakter met een grote gevoeligheid en zorg te behouden.

51


d

d

c

b

e

d

c

b

Z

Y

Y

Y

f

a

a

V

T

`

_

]

T

^

T

\

X

W

_

[

U

Z

S T

V

Ondanks het feit dat het gebied gelegen is aan de rand van het gemeentelijk grondgebied van Ostrava, ligt dit gebied vrij strategisch. Dit door zijn positie t.o.v. de belangrijkste communicatieas, tussen het nieuwe treinstation en het politieke en administratieve centrum van Mahrisch Ostrava. Sitte werd aangeschreven door de burgemeester van Privoz die een consultatie aanvroeg over de planning van bouwkavels op een uitgestrekt gebied. Als antwoord gaf Sitte drie alternatieve projecten Het plan dat uiteindelijk werd uitgevoerd ziet u hier.

Hier zal ook de wandeling van Camillo Sitte plaatsvinden.

wandelroutes 52


53


thematische papers

05


01. SITUERING

gebied en Italië verbond, kon Ostrava deel uitmaken van een belangrijke handelsweg (de Amber route).

Ann-Sofie Rommelaere

thematische papers 56

Ostrava ligt volledig in het oosten van Tsjechie, dicht bij de grens met Polen. Na Praag en Brno is dit de Tsjechische stad met het meest aantal inwoners, zo’n 320 000. Ostrava kende zijn omvangrijke ontwikkeling vanaf 1945. Dit kwam door de samenvoeging van de vroegere regio’s (kraj) Moravská Ostrava en het kleinere Slezská Ostrava, waar Ostrava op de grens tussen beide lag. Het resultaat was één enkele regio (Moravië-Silezië) en Ostrava werd hiervan de hoofdstad. Het heersende klimaat is continentaal gematigd, wat betekent dat hete, vochtige zomers worden afgewisseld met milde, droge winters. ONTSTAAN De geschiedenis van Ostrava zou teruggaan naar de 13e eeuw. Toen twee nederzettingen ontstonden aan beide zijden van de rivier Ostravice: Slezská Ostrava (Silezische Ostrava) in 1229 en Moravská Ostrava (Moravische Ostrava) in 1267. Maar echt belangrijk werd de stad vanaf 1763. In dat jaar ontdekte men er de steenkool. Door zijn ligging in de Moravische Poort, een doorgang die de Oostzee met het Donau

Ostrava 1827


De metaalindustrie kende er dus ook zijn hoogste peilen. Dit alles zorgde ervoor dat Ostrava een enorm mijnbouwcentrum werd. Vooral in de 20e eeuw ging de verdere industriële expansie van de stad gepaard met een toename van de bevolking en de kwaliteit van diensten van algemeen nut en cultuur. Maar sinds de Fluwelen revolutie en de sluiting van de laatste mijn in 1994 is dit grotendeels verdwenen. Daardoor is de werkloosheid in Ostrava ook hoger dan in de rest van het land. De grootste industriële bedrijven die toen in Ostrava gevestigd waren zijn vandaag omgevormd tot musea. Zo heb je bijvoorbeeld Michal Mine. Deze waardevolle, authentieke site specialiseert zich op het gebied van bouw-en technische uitrusting. Het geeft o.a. een beeld van de werkplaats boven de grond en hoe een mijnwerker tot bij zijn dienst kon geraken. Daarnaast heb je ook de Vitkovice staalfabrieken die zich concentreert op de metallurgie en machinebouw. Dit complex is gewijzigd in een concertzaal voor 1500 bezoekers, een galerie, cafe, enz., . Dit naar de hand van het ontwerp van de vooraanstaande Tsjechische architect Josef Pleskot.

thematische papers

gebied en Italië verbond, kon Ostrava deel uitmaken van een belangrijke handelsweg (de Amber route).

57 Amber route


POPULATIE In termen van bevolking is Ostrave de derde grootste stad van de Tsjechische Republiek, terwijl de stad qua oppervlakte de tweede grootste stad is. De bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 1450 inwoners per km². De stad telt drie universiteiten en heeft in totaal meer dan 29.000 studenten. LANDSCHAP Het grondgebied van Ostrava behoort tot het stroomgebied van de rivier ‘Odra’. Vanuit de richtlijnen voor de bescherming van het milieu, werden er drie regio’s opgenomen als beschermd landschappelijk gebied. Die gebieden zijn Poodří (opgenomen in 1991), het natuurgebied Beskydy (1973). En als laastste het natuurgebied van Jeseniky die opgenomen is in 1969.

thematische papers 58

Sinds 1989 is het uiterlijk van de stad radicaal veranderd. Sinds dan is de stad uitgegroeid tot een belangrijk cultureel, handel- en sportcentrum. Dit is te danken aan de steeds grotere belangstelling uit de toeristische sector, vooral door de nabijheid van de Poolse en Slowaakse grens.

Zicht op het natuurgebied Beskydy.


59


02. MIJNSTREEK UPPER SILESIAN COAL BASIN Niels Everaerd Ostrava is grotendeels gevormd door zijn steenkoolontginning. De ondergrond was bepalend voor een simultane stadsontwikkeling in het hele ‘upper silesian coal basin’. Gelijkaardige regio’s op Europese schaal zijn het Ruhrgebied en Wallonië. De hele streek vormt vandaag het ‘Upper Silesian metropolitan area’ met 5,3 miljoen inwoners. Historisch gezien werd dit gebied vooral gekarakteriseerd door de zware industrie met als hoofdtak steenkoolontginning.

Industry areas within Upper Silesian Coal Basin: Upper Silesian Industrial Region Rybnik Coal Area(Poland) Ostrava-Karviná Coal Area (Czech Republic) The Upper Silesian Coal Basin lies in the provinces of Upper Silesia and Zagłębie Dąbrowskie in southern Poland, in a highland located between the upper Vistula and the upper Oder rivers, as well as extending into the Moravian-Silesian Region in the Czech Republic. Upper Silesian Coal Basin including the Silesian metropolitan area, has a population of 5,294,000 (with 4,311,000 in Poland and 983,000 in the Czech Republic).[2] Area: 5,400 km² (in Poland - 4,500 km², in Czech Republic - 900 km²).

thematische papers

UPPER SILESIAN COAL BASIN Upper Silesian Coal Basin is a coal basin in Silesia in Poland and Czech Republic. It also contains a number of other minable resources (methane, cadmium, lead, silver and zinc). 65 underground mines were active in the last decades of the 20th century. Resources of coal to a depth to 1000 meters - about 70 billion tons, the conditions for the extraction - good.

60 Europese steenkoolvoorraden


thematische papers 61 Upper Silesian Coal Basin / http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0166516208001341


UPPER SILESIAN METROPOLITAN AREA The Upper Silesian metropolitan area is a metropolitan area in southern Poland and northeast Czech Republic, centered on the cities of Katowice and Ostrava in Silesia. Located in the three administrative units (NUTS-2 class): mainly Silesian Voivodeship, small western part of Lesser Poland Voivodeship and small east part of Moravian-Silesian Region. The area lies within the Upper Silesian Coal Basin.

thematische papers 62

Statistics Upper Silesian metropolitan area has a population of 5,294,000, with 4,311,000 (81.43%) in Poland (the Upper Silesian polycentric metropolitan area) and 983,000 (18.57%) in the Czech Republic (Ostrava Functional Urban Area).[1] According to Polish Scientific Publishers (PWN) area is 5,400 km², with 4,500 km² (83.33%) in Poland and 900 km² (16.67%) in the Czech Republic.[6] The area consists of several Functional Urban Areas (FUA), each of which is defined as a core Morphological Urban Area (MUA) based on population density plus the surrounding labour pool, i.e. a metropolitan area. This area contains the following FUAs:[1] Katowice FUA: 3,029,000 (see also Katowice urban area); within Upper Silesian Industrial Region Bielsko-Biała FUA and Cieszyn FUA: 647,000 (584,000

+ 63,000); within north of Cieszyn Silesia and Bielsko Industrial Region Rybnik FUA and Racibórz FUA: 634,000 (526,000 + 109,000); within Rybnik Coal Area Ostrava FUA: 983,000; within Ostrava-Karviná Coal Area Data may vary depending on the source, example for same the Katowice city exist sources for 3.5 million people;[7][8] for the Rybnik - 507,000,[3] while for the Ostrava - 1,153,876.[2] Economy Historically, most of the area was for the most characterized by heavy industry since the age of industrialisation in the late 19th and early 20th century.

http://en.wikipedia.org/wiki/Silesian_metropolitan_area


thematische papers 63 Map of Upper Silesian metropolitan area


KATOWICE AND THE SILESIAN METROPOLIS The Silesian Metropolis (Polish: Metropolia Silesia),formerly Metropolitan Association of Upper Silesia (Polish: Górnośląski Związek Metropolitalny) is a territorial entity operating on the principle of metropolitan municipality composed of 14 adjacent cities in the Polish province of Silesia. The seat of the city council is Katowice, the largest district of the Silesian Metropolis. The Silesian Metropolis as a Katowice area lies within one of the largest urban areas in European Union. Its population is 2,039,454 (2008), within an urban zone, with a population of 2,746,460 according to the Eurostat[4] and also part of the wider Silesian metropolitan area, with a population of 5,294,000 according to the European Spatial Planning Observation Network.

thematische papers 64

Agglomeration: MAUS is the centre of the largest urban area in Poland and one of largest in the European Union; the Katowice urban area has a population of 2.7 million. The area flourished in the 19th and early 20th centuries, thanks to industry and natural resources. The conurbation consists of about 40 neighbouring cities, and the Silesian metropolitan area includes over 50 cities with a total population of 5 million. Katowice is also in the middle of a 7-million-popula-

tion megalopolis,stretching from the Kraków region through Katowice to the Ostrava region. Economy: MAUS is an area of heavy concentration of industry, including coal, steel, energy, automotive, machinery and chemical. Over the last two decades, the service industry has become increasingly important. MAUS is still a prominent center of Poland’s coal and metal industries, and home to about a dozen coal mines operated by Katowice Coal Holding ((Polish) Katowicki Holding Węglowy) and Coal Company ((Polish) Kompania Węglowa); several steel processing plants (Huta Baildon, Huta Ferum, Huta Batory, Huta Pokój, Huta Florian, Huta Jedność, Huta Zabrze and Huta Zgoda); a foundry of nonferrous metals (Huta Metali Nieżelaznych Szopienice); about a dozen power and generating plants (Chorzów, Halemba, Jaworzno, Łagisza, Będzin, Chorzów, EC Nowa, Katowice, Miechowice, Szombierki, Szopienice, Tychy and Zabrze); two automotive plants (FSM and General Motors Manufacturing Poland); two plants producing military vehicles (Wojskowe Zakłady Mechaniczne SA maker of the KTO Rosomak, and Zakłady Mechaniczne “Bumar-Łabędy” SA, maker of the PT-91 main battle tank), several chemical companies (including fertilizers and paints) and other industrial establishments. http://www.okd.cz/en/coal-mining/ostrava-karvina-coal-basin


OSTRAVA-KARVINA COAL BASIN The Ostrava-Karviná coal basin is a part of the UpperSilesian basin. It is the territory surrounding Ostrava, Karviná, Český Těšín, Frenštát pod Radhoštěm and other towns, where coal-bearing layers of Carboniferous age are found.The Ostrava-Karviná coal basin is further divided into: the Ostrava-Karviná region - where mining has been carried out over the long term and has influenced the landscape as well as having social effects and the Low Beskydy region - where mining has not been carried out yet. The southern border of the Czech part of the basin has not been verified with certainty; most authors believe that coal-bearing carboniferous strata continue to great depths and large distances.

various angles: geological, geographical, historical and sociological. The Ostrava-Karviná district (OKR) represents the main area of hard coal mining in the Czech Republic: The high-quality coking coal from OKR played an important role already in the economy of Austria-Hungary; this role became even more important after the independent Czechoslovakian state was formed. At that time, all the metallurgical industry as well as a substantial part of the power industry was fully dependent on coal from this region. The post-war republic attached exceptional importance to local coal and the shape of the region was completely changed in the course of extensive industrialization.

Different authors present different delimitations and divisions of the Ostrava-Karviná district depending on their viewpoints. The district is considered from

thematische papers

In the Ostrava-Karviná region the Ostrava and Karviná strata series are distinct. The Ostrava strata series was formed in a coastal environment and under the influence of volcanic activity and is characterized by high-quality coal in seams of smaller thickness. On the other hand, the younger Karviná strata series was formed after the ultimate recession of the sea.

65 View from he Ema slag heap, 315 m (Ostrava)


03. LANDSCHAP Freja De Backer BLAUW - GROENE STRUCTUREN

thematische papers 66

Doorheen Ostrava lopen er 3 grote rivieren. In het oosten de Lucina, iets ten westen daarvan de Ostravice en van zuid naar noord midden in de stad de Odra. De ontwikkeling en groei van de stad beperkte zich tot de valleien van deze rivieren. Het historische centrum wordt “beperkt” door de Ostravice en de Odra, en ook het nieuwe centrum Poruba ligt langsheen een afsplitsing van de Odra.

(Wegen en Rivieren) Groen-blauwstructuren

Reliëf


Een veel besproken probleem op vlak van ruimtelijke planning is de herbestemming van Brownfields, dit gaande van de vervuiling tot het hergebruiken. Brownfields ontstaan door het vertrek van de industriele of economische activiteiten op de site waardoor een groot aantal gebouwen, magazijn en fabrieken leeg achter blijven.

(Ostrava Brownfield)

Met de privatisering van de econmische herstructuring in TsjechiĂŤ zijn brownfields een vaker voorkomend fenomeen geworden. Meer specifiek in Ostrava en de noord Bohemen waar het verval van de metaalverwerkings - en chemische industirie in snel tempo is gegaan. (Noord- oostelijke regio van TsjechiĂŤ)

thematische papers

THE EFFECT OF BROWNFIELDS ON THE URBAN STRUCTURE OF CITIES

67


Een eerste groot probleem met dergerlijke sites is vaak dat de eigenaars van de bedrijven economisch niet sterk genoeg zijn voor een herbestemming van de gebouwen of de site. Ook zijn de sites vaak licht tot zwaar vervuild door de jarenlanga industriele activiteiten, wat hoge saneringskosten met zich meebrengt.

thematische papers 68

Studies voor de reintegratie van Brownfields hebben aangetoond dat er veel actoren meespelen voor het succes van het project. zo is een zeer sterke markteconomie alleen niet voldoende, maar is de invloed van de publieke sector van even groot belang. Daarnaast moet bij het opmaken van een strategisch plan rekening gehouden worden met de reeds bestaande systemen van de site en zijn omgeving. Hiervoor is een geleidelijke opbouw van de site een eerste stap. De problematieken beperken zich immers niet tot ruimtelijke planning, maar gaan ook over milieu en politiek. Dit omdat naast alle negatieve punten deze sites ook zeer waardevol zijn binnen de stad voor ruimtelijke planning. De sites zijn meestal gelegen op zeer goede locaties binnen de stad en hebben een optimale verbinding met de aanwezige infrastructuren door het vroegere transport.

Verlaten gebieden.

De verlaten sites hebben een eerder negatieve invloed op hun omgeving. Ze ogen niet aantrekkelijk voor het stadsbeeld en worden door de inwoners vaak als mislukking gezien.


In ostrava zijn rond het historische centrum van de stad zeer veel Brownfields terug te vinden. De herbestemming en transformatie hiervan zit in zijn eerste fase. Enkele hiervan zijn reeds herbestemd of dit is in proces. Reeds enkele worden dan ook niet meer als Brownfield beschouwt door de goede reintegratie in het stedelijk weefsel.

Deze eerste fase van transformatie heeft al verschillende vertragingen gekend, deze door de hoge kosten voor de afbraak van gebouwen, door problemen met eigendomsrechten en een tekort aan economische draagkracht.

thematische papers

De algemene strategische aanpak voor de Brownfields word beschreven in de strategie voor de regionale ontwikkeling van het Tsjechische Republiek. Hierin worden Brownfields beschreven als lege sites beinvloed door de ontginning van steenkool of andere langdurige industriele activiteiten.

69 Brownfields in Ostrava.


Voor het herbestemmen van de sites wordt er onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor de site. Dit gaat over de aanwezigheid van vervuiling, de eigendomsstructuur, de aanwezigheid van infrastructuur en de economische problemen van het gebied. De nieuwe bestemmingen van deze sites kunnen zeer uiteenlopend zijn. Naast de traditionele vormen van bedrijvigheid zoals fabrieken, kantoren en grootwarenhuizen moet er ook naar meer innoverende functies gekeken worden. Deze kunnen van een meer technologische aard zijn.

Daarnaast zijn er ook sites die van kleinere aard zijn en niet in aanmerking komen voor bedrijvigheid. Deze worden onder andere omgevormd tot stadspark. Hiervan zijn er in het historisch centrum voorbeelden van terug te vinden.Hierbij wordt het erfgoed van de industriele activiteit in het park opgenomen. Deze sites vormen een groene long voor de stad. Andere worden getransformeerd tot culturele centra van bedrijvigheid zoals de site Vitkovice.

thematische papers 70

BezruÄ?ĹŻv park

Jindrich colliery


Deze site is een nationaal monument en Europees erfgoed. het transformatieproces is momenteel volop in gang. Naast een multifuncitoneel auditorium reeds gebouwd komen er ook nog een indusrieel museum en een educatieve tentoonstelling â&#x20AC;&#x2DC;World of Technology. Het laatste belangrijke punt bij de herbestemming van Brownfields is dat de grenzen voor potentiele ontwikkelingen duidelijk afgebakend moeten worden. Deze vormen de beperkingen en voorwaarden die aan de stedenbouwkundigen voorgelegd zullen worden bij de opmaak van een strategisch plan.

thematische papers

Vitkovice.

71

Herbestemmingsplan


04. ARCHITECTUUR VAN DE 20 STE EEUW Lieselotte Vinken 19DE EEUW In de eerste helft 19e eeuw werd de architectuur in Ostrava vooral gekenmerkt door houten huizen en lage gebouwen met maximum 2 verdiepen. Er was geen echte architecturale kwaliteit merkbaar zoals de romaanse stijl, de gotiek, renaissance, barok of classicistische stijl. Vele van deze gebouwen werden ook vernietigd.

thematische papers 72

In de tweede helft van de 19e eeuw kende de stad verschillende demografische veranderingen veroorzaakt door de kool- en staalontginning. Dit resulteerde in enorme fabrieken die het landschap domineerden. Rond 1894 leidden de vernieuwingen tot de metropolis-in-wording. Er was een grote vraag naar kerken, scholen, stations, culturele gebouwen. Deze werden gekenmerkt door 3 stijlen die afkomstig waren van de 3 aanwezige nationaliteiten: Tsjechisch, Pools en Duits.

Dit pluralisme karakteriseerde ook de architectuur van de 20e eeuw. Ondanks alle revoluties, dictatorschappen en beperkingen is dit nog overeind gebleven en blijft de architectuur ook vandaag nog typeren. In 1876 werd het nieuwe Vitkovice project gelanceerd. P. Kupelweiser moest de ideale omgeving voor de werknemers en het management van de fabrieken ontwerpen. Er kwamen kerken, hotels, marktplaatsen, huisvesting, … Het beeld van de stad werd onlosmakelijk verbonden met de industriële gebouwen, vaak met aanzienlijke architectonische waarde. De wijk Privoz werd gekenmerkt door de architectuur van Camillo Sitte. De kerk in gotische vormen met barokke invloed en het stadhuis in een late barok stijl zijn van zijn hand. 20STE EEUW Toen WO I aanbrak, kwam er een einde aan de wil van Ostrava om een onafhankelijk politiek centrum te creëren. Dit uitte zich ook in de stedenbouw en architectuur. De wijken Privoz, Vitkovice, Pools Ostrava en Marianske Hory lobbyden om hun positie tov andere steden te vergroten (ipv de status onderling te vergroten) en burgerlijke fierheid te brengen bij de burgers. Deze ambities werden doorgetrokken op vlak van architectuur en vele New Towns werden gepland. Camillo Sitte tekende nieuwe plannen voor Marianske Hory. Andere projecten hielden nieuwe kerken, huisvesting voor werknemers en exclusievere huisvesting .


In 1918 werd Tsjechoslowakije onafhankelijk. De stad groeide en door nieuwe burgers kwamen er ook nieuwe ideeën in de stad. Dit vertaalde zich in de architectuur. De beste voorbeelden van deze tijd zijn de kunstgalerij van 1920, verschillende winkels gebouwd tussen 1920 en 1930 en grote villa’s gebouwd in 1930. Zo werd de stad een mengvorm van verschillende stijlen zoals het expressionisme, kubisme, purisme, functionalisme en nieuwe objectiviteit. De meest noemenswaardige architectuur van deze tijd waren huizen en villa’s, maar dit was maar een kleine groep.

thematische papers

Veel architecten werden getroffen door de tweede wereldoorlog en ook de stad leed onder de bombardementen. Sinds 1948 was de enige toegelaten architectuur die van de Sovjet – Unie. Deze communistische architectuur vertaalde zich in nieuwe residentiele wijken en satellietwijken, die ver weg van de fabrieken werden gebouwd. In 1950 werd de wijk Poruba aangelegd. Het doel was om het bestaande stadscentrum te vervangen. De wijk was gemaakt voor 200 000 bewoners. De ideologie van de SovjetUnie was zichtbaar in de hoofdstraat van Poruba die diende voor massabijeenkomsten om het regime te steunen. Dit grote aantal inwoners was al vlug onrealistisch en Poruba werd een satelliet van het nieuwe centrum.

73 Winkelcomplex in Moravian Ostrava, door Erich Mendelsohn, 1932-1933


Vanaf 1960 werd een dens netwerk van autosnelwegen aangelegd, soms ten koste van de fabrieken. Een noemenswaardig gebouw van deze tijd is het treinstation in Vitkovice, door de Praagse architect Josef Danda. Ook residentiele gebouwen in hoge kwaliteit, zwembaden en kantoorgebouwen typeerden Poruba. Het was vooral een moderne stijl die de architecturale ontwerpen typeerden. In 1970 en 1980 gebeurde er een normalisatie van de architectuur. Er ging minder aandacht naar de architectuur en de stad werd enkel gezien als iets gebruiksvriendelijk en functioneel dat de economie,

transport en politiek moest dienen. Vele gebouwen werden afgebroken. Er was geen plaats voor geschiedenis. De focus lag op vandaag en de toekomst. De communistische partijen zagen Ostrava enkel als een industriĂŤle stad. Door de Velvet Revolutie en de sluiting van de steenkoolmijnen in 1989 werden toch enkele gebouwen beschermd. Men moest op zoek naar een nieuwe identiteit voor Ostrava. Architecten konden terug in onafhankelijke bureaus ontwerpen. Ervoor werden ontwerpen altijd opgelegd door het communistische

thematische papers 74 Villa voor Eduard Liska in Silesian Ostrava, 1935-1936.

Woonblokken in een woonwijk in Belsky les, 1947-1950.


regime. Door de enorme groei in de stad werden ook enkele wijken zoals Poruba en Privoz beschermd. In deze postrevolutionaire periode zocht de stad terug naar een nieuwe identiteit.

B. Firla, Vitkovice straat, 1960-1970.

thematische papers

In 1990 leunde de nieuwe architectuur vooral aan bij de West-Europese architectuur. De nieuwe vrijheid ging gepaard met vele reizen en een betere kennis van het vakgebied. De schrik van het onbekende verdween en men keerde terug naar de modernistische tradities. Men legde nadruk op ruimtelijke kwaliteiten, nieuwe materialen en men experimenteerde met vormen. De esthetische mogelijkheden werden volledig uitgebuit. Ostrava kende terug een architecturale cultuur, maar deze was nog onevenwichtig in stijl en kwaliteit. Een huidig voorbeeld is de herbestemming van de gasometers naar een congrescentrum.

â&#x20AC;&#x2DC;Nieuw Ostravaâ&#x20AC;&#x2122; - de hoofdstraat, 1951.

J. Pleskot, Model van de herbestemming van een gasometer naar een congresscentrum, 2009

75


05. PREFAB ARCHITECTUUR IN TSJECHIË Lander Debrabander

Ostrava draagt, zoals alle Tsjechische steden, zijn communistische verleden met zich mee. Dit vertaalt zich ruimtelijke in Poruba, de nieuwe stad, en in de aanwezigheid van panelák of panel structured buildings deze laatste werden voornamelijk ontwikkeld tussen 1960 en 1980 . Hierbij focussen we op deze laatste omdat deze door hun groot aantal een belangrijk onderdeel zijn van de Tsjechische identiteit.

thematische papers 76

In Tsjechië neemt deze soort architectuur een prominente plaats in omdat deze vroeger werd ontwikkelt dan elders in de Sovjet Unie. Dit kon door de aanwezigheid van volgende elementen: ten eerste de kracht van de Bata shoe fabriek, deze fabriek had toegang tot deze nieuwe productietechnieken door zijn connecties met de verenigde staten en was kapitaal krachtig genoeg om experimenten mogelijk te maken. Anderzijds was de nationalisatie van de architectuur belangrijk om grote bouwprojecten mogelijk te maken.

Panelák of plattenbau zijn geprefabriceerde gebouwen waarbij alle wanden een structurele functie hebben. De stapeling van deze gestandaardiseerde elementen zorgt ervoor dat er goedkoop en efficiënt veel woningen kunnen worden gebouwd. De indeling van deze gebouwen werd nationaal geregeld door vastgelegde types dit om de ideologische nagestreefde gelijkheid te kunnen verwezenlijken. Deze types werden afgeleid van de Stroikom studie gevoerd in de Sovjet Unie in 1928. Het bekendste voorbeeld van een gebouw ontwikkeld aan de hand van deze types is het Narkomfin gebouw van Ginsburg en Milinis uit 1928. Door de prefabricatie van deze gebouwen zijn deze echter van slechte kwaliteit. Na de val van het communisme was echter niet mogelijk om deze te restaureren door geld gebrek. Het werd echter wel mogelijk om als particulier deze appartementen te verwerven. De overheid hoopte hiermee de renovatie aan de eigenaar over te laten. Toch gebeurde dit niet, dit als gevolg van de uitblijvende economische heropleving. Eens Tsjechië toetrad tot de Europese Unie zien we een opleving van de economie waardoor de overheid de mogelijkheid heeft om deze gebouwen te restaureren hierbij worden twee werkzaamheden uitgevoerd namelijk het vervangen van de ramen en anderzijds het isoleren, bezetten en schilderen van de gevel.


Fig. 1. View across Olomouc, Czech Republic in May 2008. Referentie: ZARECOR, K.E. â&#x20AC;&#x2DC;The Rainbow Edges: The Legacy of Communist Mass Housing and the Colorful Future of Czech Citiesâ&#x20AC;&#x2122;, http://scholarworks.umass.edu/cgi/viewcontent. cgi?article=1032&context=wood (2013/02/17)

thematische papers

The Rainbow Edges: The Legacy of Communist Mass Housing and the Colorful Future of Czech Cities Kimberly Elman Zarecor Iowa State University

77


INTRODUCTION Almost twenty years after the end of Communism in Czechoslovakia, more than 30% of the inhabitants of the Czech Republic still live in structural panel buildings—the anonymous concrete apartment blocks that occupy the edges of the country’s towns and cities. In these fully prefabricated buildings, constructed by the thousands from the mid- 1950s until the end of the 1980s, every wall, floor, and ceiling panel is structural. Massive stair towers provide additional stability in the absence of structural skeletons. The first postcommunist president, Václav Havel, famously referred to them as “rabbit warrens” since the interiors are a series of boxy rooms, always the same size, and packed full of people.

thematische papers 78

With the economic boom that followed the country’s entry into the European Union in 2004, large state-funded renovation projects began to make these buildings more livable, and importantly, more pleasant to look at. The most popular transformation has been installing new vinyl windows and wrapping the buildings in sheets of rigid polystyrene foam insulation. A layer of stucco is then applied and the buildings are painted in bright colors, often with multiple hues and patterns on a single facade. This process improves the thermal qualities of the buildings, which are notorious for being drafty, hard to

heat and cool, and loud. At the same time, this is an opportunity to literally paint rainbows across a previously gray skyline. (Fig. 1) These changes are merely inches deep, however, as state funds are only available for window replacement and façade work and rarely do the owners have money to update the buildings’ systems or fixtures. Is this the colorful future of communist-era housing stock in the Czech Republic or just a temporary attempt to cover the physical remnants of communism? Using material collected in the Czech Republic over the past six years, this paper will explore the changing landscapes of communist-era housing developments and the implications of these changes for the long-term viability of the neighborhoods. The paper developed out of a dissertation project on prefabricated housing in early communist Czechoslovakia.1 As research for that project progressed, many of the buildings in the study underwent this type of renovation, leaving them altered and in some cases, almost unrecognizable. This paper is a first attempt to understand the mechanisms and meanings of these changes.


THE CZECHOSLOVAK CASE Architectural historians and the general public have long assumed that the Soviets forced concrete panel technology on helpless architects in the Eastern Bloc. Many find it difficult to accept that a region with such a vibrant architectural tradition and beautiful cities could so quickly accept a gray, monotonous landscape without pressure, in this case from the Czechoslovak Communist Party taking orders from Moscow. My research has shown that the situation was much more complex and fluid, especially in Czechoslovakia, where a longstanding interest in prefabrication and mass production resulted in the independent development of a local technology.2 There is also an emerging argument among cultural historians of state socialism that everyday life was much more varied, comfortable, and pleasant than many in the West acknowledged during the Cold War and after.3 I argue in my work that not only is the assumption that Czech and Slovak architects lost their independence during these years incorrect, but the perception of the socialist built environment as only oppressive and ugly also deserves some reinterpretation.

thematische papers

Starting with a discussion of the history of hese buildings in the 1950s and the design methodologies that led to their construction, the paper will propose that as time goes on, the architectural style of the prefabricated apartment blocks in the Czech Republic may prove less important than the social and spatial ideas that were infused in the original designs. If new windows and colorful façades alone can make the buildings seem more friendly and livable, then maybe it is finally time to arrive at some different conclusions about the overall success of the communist governmentâ&#x20AC;&#x2122;s massive housing programs and the architectsâ&#x20AC;&#x2122; initial intentions, including the creation of functional neighborhoods with green spaces, schools, services, and public transportation.

79


As the images of the riots in the Paris suburbs a few years ago reminded us, large scale prefabricated housing blocks were built in many European countries after World War II. They often became slums for the urban poor and immigrants in western capitalist countries. In eastern Europe, these neighborhoods were more commonly home to middle-class residents, especially young families and professionals. This is now changing and â&#x20AC;&#x153;slumsâ&#x20AC;? are beginning to appear in areas where building maintenance and stable employment have been long-term problems, but many postwar neighborhoods remain popular middle-class options, especially in larger and more expensive cities like Prague, Brno, Ostrava, and ZlĂ­n.

thematische papers 80

Prefabricated housing had already been a popular topic among avant-garde architects in Europe and the United States in the 1930s. Projects by wellknown modernists such as Ernst May, Walter Gropius and Marcel Lods had proven that despite individual successes, large scale production was going to be much more difficult than anticipated.4 Soviet architects working in state-run research institutes had also been trying to construct fully prefabricated multi-story apartments buildings since the 1930s. Unlike many modernists who saw prefabrication as a method to bring quality design to more people, the Soviets approached the technology pragmatically as a solution to the growing housing shortages that

were hindering the economy and creating discontent among the population. Although some progress had been made by the late 1940s, they still had not found a viable technical solution to replace typical masonry construction on a nationwide scale, even a decade after World War II. In fact, by the end of the 1950s, the Soviet government was forced to buy structural panel technology from a French company to achieve the massive production of basic housing units that they sought.5 Czechoslovakia, by comparison, was far ahead of the Soviet Union and the rest of the Eastern Bloc in technology and implementation. The first Czechoslovak structural panel building was designed in 1950 and constructed in 1954. By 1960, 17% of all new apartment units were constructed using this method and another 53% were built with prefabricated skeletons and clad with prefabricated panels.6 By the 1960s, structural panel buildings were the norm. Although two French companies, Camus and Coignet, were designing similar buildings as early as 1948, their output was limited in France.7 Camus was the company that would eventually sell its technology to the Soviet Union and build thousands of units, but they never succeeded in reaching the mass market in western Europe.


THE BATA LEGACY Although it may seem unusual to credit a single corporation with such a significant role, the Bata Shoe Company was not a typical enterprise. Founded by the family of a small-town cobbler from Zlín, it grew from a single storefront to become one of the largest producers of footwear in the world. The company’s founding visionary, Tomas Bata, had spent time as a manual laborer in the United States in 19041905 to learn modern manufacturing techniques and returned to Habsburg Austria to build a new factory in his hometown. Fifteen years later, flush with money earned from military contracts for boots in World War I and optimistic about the future of

the new country of Czechoslovakia (established in 1918), Bata ventured back to the United States in 1919. He toured Ford’s River Rouge Plant, then under construction, and the shoe towns of Endicott and Johnson City in upstate New York.8 This trip resulted in his next big building campaign in Zlín which included company-owned housing for his workers and amenities such as a shopping center and the largest movie theater in Czechoslovakia. He also built more factory buildings and earned the nickname the “Czech Ford” for his adoption of Fordist principles. He himself pioneered many business practices which survive to this day as the “Bata system of management.”9 By the time he died in a plane crash in 1932 (he was piloting his own private Bata-made airplane at the time), he had built a manufacturing empire as well as a prosperous modern city with brick factories, brick houses, abundant green space, and a civic complex that included a hotel, department store, community center, museum and movie studio.

thematische papers

Besides Czechoslovakia, there was no other country in the world where structural panel technology became so dominant so quickly. My research ties this accelerated development to two particular circumstances in Czechoslovakia: first, the influence of the Bata Shoe Company, headquartered in the southeast Moravian town of Zlín; second, the nationalization and centralization of architectural practice after the war. In both cases, these factors were shaped by local concerns and managed by local actors adding strength to the argument that the Soviet Union did not forcefully control architecture in the Eastern Bloc.

81


After his death, the company’s interest in architectural innovation continued under the leadership of Jan Bata, Tomas’s half-brother. The most famous project is the company’s highrise headquarters, a 1937 sixteen-story building that was one of the first skyscrapers in Europe. Designed by Vladimír Karfík, a Czech architect who had worked with Wright at Taliesin and in the offices of Holabird and Root in Chicago, the building is best known for its “elevator office.”10 As the name suggests, this was an office located in a luxurious elevator car so that Jan Bata could move between floors and work near different employees each day or week.

thematische papers 82

During this time, the company also began to pursue aggressive research into prefabrication technologies. As Bata expanded into western Europe, Canada, the United States, Africa and Asia, the company built a new factory town at each site, always based on the Zlín model and made of Bata’s typical brick, concrete and glass standardized construction.11 As architect Eric Jenkins has shown, the company developed a kit that would be shipped to a new site to aid in construction of the factory buildings and the adjacent town. This included a machine for prefabricating building panels on site.12 During World War II, the research in Zlín was directed towards fully prefabricated houses that would be quicker and cheaper to construct than the traditional brick models,

although other aspects including size, layout, and orientation remained the same. One of the details that I uncovered in my research is that these experimental single-family houses and a few small apartment buildings were designed at Bata’s in-house architecture offices by the same two architects who would pioneer structural panel technology only a few years later. This creates the remarkable situation that the immediate precursors to the concrete panel buildings that became synonymous with the failures of the communist era were designed for an aggressively capitalist company which modeled itself on American examples and remains one of the most famous economic success stories of interwar Czechoslovakia.


Bata architects developed the technology to produce structural panel buildings, however the profession in Czechoslovakia also needed to transform in order for this method of building to become the standard. In this way, the nationalization of architectural practice After the war was the second factor that contributed to this accelerated development. As early as July 1945, just weeks after the liberation of Prague from German occupation, the professional organizations representing Czech architects began calling for the end of private practice. There were many factors that led to this declaration such as the country’s general move to the political left as a response to fascism, the desire for publicly funded building and reconstruction projects, and a progressive social agenda that carried over from the Great Depression and the war. The allure of steady state-funded employment after the lean years of the war should not be underestimated either. 13 Nationalization was achieved sooner than expected when in September 1948, only seven months after the Communist takeover, a centralized state-run system of architecture and engineering offices was established by the new government. Called Stavoprojekt, this organization replaced all private firms

by 1950. Its leaders were chosen from an interwar generation of architects who had championed Czech critic Karel Teige’s concept of “scientific functionalism” in the 1930s. This point of view was itself was a further development of Russian and western European avantgarde ideas about architecture as a scientific and quantifiable endeavor. 14 In the postwar context, these priorities fit well with the requirements of the planned economy. From the start, Stavoprojekt was portrayed by its proponents as the fulfillment of the interwar desire for efficient, functional, and modern architecture. Its leaders encouraged the standardization of working methods and construction documentation, the centralization of resources and information, and the creation a strong institutional hierarchy. In his inaugural speech, the deputy director described the philosophy this way, “in order to transition the building industry from handicraft to production, we must transform our building sites into factories.” 15 Architecture ateliers, engineering offices, and research centers were established in major regional centers with the Prague offices acting as the organization’s headquarters. Attention was directed im

thematische papers

ARCHITECTURAL PRACTICE UNDER STATE SOCIALISM

83


mediately to the standardization and typification of building types, especially for housing. The goal was to create a limited number of building options, classified by programmatic type and space needs, which could be repeatedly built across the country on any given site. This level of standardization was possible in part because of the relatively small size of the country, especially when compared to the Soviet Union. The legacy of the interwar years also cannot be underestimated, since the Czechoslovak building industry had been one of the most technologically advanced in Europe before World War II.

thematische papers 84

The adoption of the Stavoprojekt system signaled a change from a studio-based architectural culture to one focused on production. This strategy was implemented most clearly in the Typification and Standardization Institute in Prague whose mission was to bring together design and industrial production. One of the most important research centers in the Stavoprojekt system, its departments included special sections such as industry, agriculture, education, recreation, transportation and housing. In 1951, the Institute published its first series of Typification Guides, which were distributed to the regional offices of Stavoprojekt for use on local projects.16 These guides were divided by sector and included the specifications for a

limited number of buildings to fulfill all programs related to that sector. Although the organizational structure was constantly in flux and there were many leadership changes over the years, Stavoprojektâ&#x20AC;&#x2122;s mission as conceived in 1948 and its role in establishing standardized building types remained largely the Same for more than forty years until it was dissolved in 1990.


While the typification guides were distributed to the regional Stavoprojekt offices for immediate use, research into better options for the standardized designs continued. One of the most important research centers was the Institute for Prefabricated Buildings in Gottwaldov, which was the new name for the former Bata office where the prefabricated houses had been designed during the war. In 1949, Zlín itself had been renamed in honor of Communist Party leader Klement Gottwald. The institute, led by the same architects who had worked there as Bata employees, was charged with developing viable prefabrication methods For apartment buildings as soon as possible. Architects at branch offices in Prague, Brmo, and Gottwaldov tested several alternative methods including skeleton construction and large block construction, but by 1954, it was determined that the best long-term option was the structural panel building. The term structural panel building or panelák in Czech refers to a building that has no structural skeleton. Each wall panel, floor/ceiling panel, and roof panel is structural, with the prefabricated stair towers providing additional support. Earlier designs had proposed a similar solution, but the most important innovation in the 1950 design by Kula and

Adamec was their ingenious solution to stabilize the joints. The reinforced concrete panels were cast with two upside-down V-shaped hangars embedded in them, not at the corners where the joints would be weak, but within the interior of the panels with the joint of the “V” hitting the top edge of the panel. It was designed to be cut away at that point to reveal a small hook at the base of the “V.” These were then fastened with metal staples to the two panels intersecting the joint perpendicularly from above. Mortar was poured into the space of the joint and then it was sealed with a PVC gasket. Since the joints occurred away from the corners, the weight of the panels rested fully on the panel below and the hook and staples added lateral stability. All of the corner joints were also sealed with mortar and gaskets, giving the facades of panel buildings their distinctive grid pattern. The first structural panel buildings were fivestories high with two stair towers. (Fig. 3) They were often grouped in small ensembles and located among similarly scaled buildings within the existing fabric of cities. By the 1960s, the technology had improved and the buildings expanded vertically to eight stories and more. This was also a time when neighborhood units grew in size from a few residential buildings to

thematische papers

STRUCTURAL PANEL BUILDINGS

85


large developments constructed with amenities including shopping centers, schools, and recreational facilities; most often on open land at the edge of existing cities and towns. By the 1970s, it was becoming the norm to see a single development with thousands of apartments in dozens of panel building high rises. The difference between the early and late examples is not only the height of the buildings, but also the urban planning strategies. The pedestrian scale of the early projects was left behind in favor of the massive scale of urban transportation infrastructure and vast green spaces. One of the largest and most indicative examples of this trend is the Petrzalka development in Bratislava which was built in the 1970s and 1980s.17

thematische papers 86

All of the buildings in the neighborhood are structural panel buildings. (Fig. 4) The results make clear the difficulty of creating good architecture and usable urban spaces with the repetition of single building type or at least a building technology that shows its basic structural unit on the facade. Chronic maintenance problems also contributed to the overall sense of degradation in many of these neighborhoods. Fig. 3. Early Structural Panel Buildings in ZlĂ­n by BohumĂ­r Kula and Hynek Adamec, 1954. Example before renovation (top) and example after renovation (bottom).


When I first began traveling regularly to the Czech Republic in 2002, many of the postwar neighborhoods were falling apart. Foreign investors had poured money into renovating tourist areas in city centers and the newly rich were buying modernist villas from the 1920s and 1930s or building custom homes, but there was little other money. Unlike in the former East Germany where the wealth of the former West Germans was available for improvement projects, Czechoslovakia did not have a lot of resources to draw from, especially given that one in three people live in a structural panel building.

For the first decade after the end of communism, the government tried to protect the status quo. They kept rents at 1989 rates For existing tenants and forbid foreigners from buying property to avoid a run-up in the property market. At the same time, they allowed landlords and municipalities to stop making repairs since so little income was coming to them from tenants. This meant that people were still in the same apartments and paying affordable rents, but the buildings were often crumbling. For example, I had Czech friends with no heat or hot water in their apartments for long stretches or with rooms that could not be used in the winter because of broken windows or faulty heating units, but they were paying only $30 a month for rent and did not want to leave. Slowly the situation has started to stabilize as the Czech and Slovak economies strengthen; the countries are benefitting from their EU membership, and many residents purchased their apartments at low prices directly from the government or property managers. The new resident-owners form cooperatives and manage the buildings themselves, including collecting funds for renovations.

Fig. 4. Structural Panel Buildings in Petrzalka neighborhood of Bratislava, Slovakia in 2003. Renovations were done on the building in front.

thematische papers

THE COLORFUL FUTURE

87


thematische papers 88

Fig. 5. Building in Brno undergoing façade renovation in 2006.

With the country’s entry into the EU in 2004, new funds became available to assist apartment owners with exterior renovations. Only buildings owned by private citizens and run by cooperatives are eligible and, according to Martin Strakos of the Institute for the Care of Monuments, most have taken advantage of the offer. As described at the start of this paper, new vinyl windows and rigid polystyrene foam insulation have been the most popular fixes. This can be done to masonry buildings and structural panel buildings. The process involves hanging thick sheets of foam directly on the existing façade. (Fig. 5) A layer of stucco is then applied and the buildings are painted in bright colors, often with multiple hues and patternson a single façade (Fig. 1, 3-4). This process improves the thermal qualities of the buildings and at the same time, provides a chance to brighten up the façades with colorful paint choices. The difference can be surprising. In Fig. 3, some of the first panel buildings from Zlín are shown. When I first visited in 2003, only a few of the buildings had been renovated. Each year when I return there are more and in May 2008, there was not a single unrenovated example left from 1954 in this particular neighborhood. Fig. 4 shows a renovated building in front of an unrenovated building.


There are reasons to be optimistic about the possibilities for these housing developments to become something more than only the sad reminders of the communist era. As Czech cities continue to

grow, the edges are becoming more dense and less monotonous. Newer and more expensive apartment buildings are appearing near the postwar neighborhoods. This is due in part to the amenities that were built into their designs and which current real estate developers will not build such as schools, parks, grocery stores, and transportation hubs. In Prague specifically, the metro system has expanded in the past five years and many of the new stations connect far-flung housing developments with the city center in minutes. This brings me to my final point. Although it is clear that these apartment buildings were not designed to meet high aesthetic standards, they may have achieved a range of other goals set by the architects working at Stavoprojekt from 1948-1990. To assume that architects in postwar Czechoslovakia would have preferred to operate with aesthetics as their most important criterion is to lose sight of the modern project as it was conceived by many socialist architects after World War II. These buildings provided millions of people with new apartments and within them they have formed communities that outlasted the communist regime.

thematische papers

Once the tell-tale grid lines have been covered and the colors have been applied, it is difficult to know what is under the smooth finish, but perhaps this is only a concern for architects. From my perspective, one of the problems with the process is that buildings lose any sense of architectural proportion or detailing; instead they appear to be cartoon likenesses of a shape an apartment building might take. Residents, however, seem to genuinely appreciate the new look of their buildings. The colors provide a long-desired means for expressing individuality. If anything, the rainbow colors advertise that someone cares about the property, in itself a contrast with still state-owned buildings that are always in the worst condition. There is also a renewal occurring within the neighborhood units. In some cases, entrepreneurs are renting the commercial spaces and offering services to local residents. In other cases, the stores have gone out of business due to competition from big box retailers and new programs must be found to utilize the spaces, but this will happen in time.

89


The current wave of exterior renovationsmay improve thermal and noise conditions inside the buildings and take away the outward signs of how the buildings were constructed, yet the most honest reflection of the success of structural panel buildings may be that these neighborhood units, the green spaces, and the community infrastructure seem to be bolstered rather than weakened by these changes. Notes 1 Kimberly Elman Zarecor, “Manufacturing a Socialist Modernity: The Architecture of Industrialized Housing in Czechoslovakia, 1945-56,” Ph.D. Dissertation, Department of Architecture, Columbia University, 2008.

thematische papers

2 See Marie-Jeanne Dumont and Francoise Fromonot, “Le Logement (Housing),” Architecture d’aujourd’hui 67 (Feb. 1996): p. 86. 3 Authors to read include Brad Abrams, Paulina Bren, Malgorzata Fidelis, Irina Gigova, Sandor Horvath, Laurie Koloski, Katherine Lebow, Mary Neuburger, Basia Nowak, Patrick Patterson and Mark Pittaway.

4 See Gilbert Herbert, The Dream of the Factory- Made House: Walter Gropius and Konrad Wachsmann (Cambridge, Mass.: MIT 90 Press, 1984); Robert Weddle, “Housing and Technological Reform in Interwar France: The Case of the Cité de la Muette,” Journal of

Architectural Education 54, no. 3 (2001): pp. 167-75. 5 Dumont and Fromonot, “Le Logement (Housing),” p. 86. 6 Out of 42,301 apartments scheduled to be built in 1960, 7,061 were designated to be structural panel buildings and 22,547 were built with a prefabricated skeleton clad with panels; the remaining units were made with more typical construction methods. Statistics on construction for 1960 can be found in carton 412 of the Ministry of Technology files at the National Archive in Prague, Czech Republic. 7 M. Raymond Camus, “Fabrication industrielle de huit logements par jour dans la région Parisienne (Industrial Fabrication of Eight Dwelling Units Per Day in the Paris Region),” Annals de l’Institut Technique du Batiment et des Travaux Publics 101 (May 1956): 428-53. Another company building structural panel buildings was Coignet, see “Procédé Coignet: Béton Préfabrique en Usine (The Coignet Process: Concrete Prefabricated in a Factory),” Techniques & Architecture, no. 5 (June-July 1962): pp. 152-53. 8 See Kimberly Elman [Zarecor], “Garden Cities and Company Towns: Tomás Bata and the Formation of lín, Czechoslovakia,” The Harriman Review 12, no. 4 (2000): pp. 25-35. 9 Tomás Bata, Knowledge in Action: The Bata System of Management, trans. Otilia M. Kabesova (Amsterdam; Washington: IOS Press, 1992). 10 Eric J. Jenkins, “The Bata Shoe Company’s Elevator- Office in Zlin,” Centropa 7, no. 3 (2007). 11 Jean-Louis Cohen, “Zlín: An Industrial Republic,” Rassegna 19,


no. 70 (1997): pp. 42-45; Jane Pavitt, “The Bata Project: A Social and Industrial Experiment,” Twentieth-Century Architecture, no. 1, Special Issue (Summer 1994): pp. 31-44. 12 Eric J. Jenkins, “Utopia, Inc.: Czech Culture and Bata Shoe Company Architecture and Garden Cities,” Thresholds 18 (1999): pp. 60-66. 13 For a history of the 1945-1948 period, see Bradley F. Abrams, The Struggle For the Soul of the Nation: Czech Culture and the Rise of Communism (Lanham, Md.: Rowman & Littlefield, 2004). 14 For the best discussion of Czech scientific functionalism,see Rostislav svácha, Sona Ryndová and Pavla Pokorná, eds., Forma sleduje vedu/ Form Follows Science (Prague: Jaroslav Fragner Gallery, 2000).

16 Only a few such guides survive and can be found at the National Library in Prague under the title, Typisacní sborník. They were updated and republished each year, but fell out of use in this form by the 1960s. 17 Peter Lizon, “East Central Europe: The Unhappy Heritage of Communist Mass Housing,” Journal of Architectural Education 50, no. 2 (1996).

thematische papers

15 “Zápis I.celostátní porady vedoucích vsech oddelení Stavoprojektu (Minutes of the First Nationwide Conference of the Heads of All Stavoprojekt Departments),” p.25. Files of the Ministry of Technology, carton 431, National Archive, Prague, Czech Republic.

91


06. CULTUUR HOOFDSTAD 2015 NOVA KAROLINA Stefanie De Neef Nova Karolina is een ambitieus project op de site van de voormalige Karolina cokesfabriek, de grootste brownfield site in de regio. Enkele van de vroegere loodsen van de cokesfabriek worden behouden en omgevormd tot onder ander expositieruimte. De overige opervlakte van de site worden volledig heraangelegd.

thematische papers 92

Het winkelcentrum is het eerste onderdeel van een van de grootste stedelijke ontwikkeling en revitalisering projecten in de Tsjechische Republiek. Binnen de totale 32 ha grote terrein, ontwikkelde het bedrijf Multi Development in 4 diverse fasen een volledige uitbreiding van de binnenstad. Fase 1 bestaat uit het winkelcentrum, reeds voor het publiek geopend op 22 maart 2012, vervolgens de fase van een kantoorgebouw van 23.000m ² en in de laatste twee fases wordt een appartementengebouw van 220 appartementen voorzien. Multi Development startte het project in 2006 na het winnen van de aanbesteding door de stad in 2005.

Nova Karolina ligt in het hart van Ostrava, met een verzorgingsgebied van ruim 1 miljoen inwoners. Het unieke winkelcentrum is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer, het is gelegen op 300m van het centrale station van Ostrava en het Centraal Coach Station, vlakbij stopt er de tram en trolleybus. En met de auto is de site uitstekend bereikbaar en hiervoor werd een ondergrondse parking aangelegd met beschikbaar plaatsen voor 15000 autoâ&#x20AC;&#x2122;s. Naast de goede bestaande infrastructuur worden een brug verbinding voorzien naar Vitkovice. Het ontwerp voor Forum Nova Karolina is gebaseerd op een concept van OMA. (Office of Metropolitan Architecture - Rem Koolhaas) Het ontwerp werd verder ontwikkeld door Floris Alkemade (FAA) en Heinreich Bohl.

Cokesfabriek Karolina


Het ontwerp bestaat uit een centrale promenade waaraan de verschillende programmaâ&#x20AC;&#x2122;s worden gekoppeld. De buitenruimtes worden verrassende en adembenemende ruimtes met zichten naar andere open ruimtes. Dit wordt gecombineerd met comfortabele en gezellige hoekjes, pleinen, bruggen over ravijnen en externe terrassen met prachtig uitzicht op de oude Vitkovice industrieel erfgoed gebied. Binnen het woonproject worden straten aangelegd, maar volledig gescheiden van de infrastructuur van het winkelcentrum en tevens ook de trage verbinding op de promenade. Sfeerbeelden Nova Karolina Spoorverbinding

IndustriĂŤle erfgoed van de cokesfabriek

Station Central Coach Ostrava Kantoren en administratief centrum Brug naar Vitkovice

Centrale plein

Forum Nova Karolina

Woonfase 1 Woonfase 2

Promenade Nova Karolina kantoorpark

thematische papers

Trage verbinding

93 Programma Nova Karolina


Het Nederlandse architectenbureau Maxwan architects + urbanists wint de eerste prijs in de competitie voor een nieuw cultureel centrum en park in de stad van Ostrava. Ostrava is kandidaat om de Culturele Hoofdstad van Europa te worden in 2015. Elk jaar wordt de Culturele Hoofdstad van Europa aangewezen om op te treden als katalysator voor de culturele ontwikkeling en de transformatie van de gekozen stad. De focus in Ostrava ligt niet alleen op de gebouwen, maar het gaat om het creĂŤren van een identiteit voor het gebied als geheel. Hierbij wordt gestreefd naar een koppeling van het stadscentrum naar de rivier. Het voorstel bevatte ontwerpen voor een concert hall, kunsthal, Centrum voor moderne muziek, school (voorschoolse, primair en secundair), Creatieve incubator in combinatie met een school van kunst management, en residentiĂŤle gebouwen.

thematische papers 94

Sfeerbeelden Black Meadow Cluster

Het masterplan in opgebouwd door de bestaande stedelijke structuur van het historische centrum en deze van Nova Karolina door te trekken naar de site. In plaats van deze grid structuur op de volledige site toe te passen, word er in het midden terug gekeken naar het verleden van de site. Het centrum van deze brownfield wordt een park aangelegd waarbij de heuvels doen denken aan het vroegere industriĂŤle landschap dat aanwezig was op de site. Connectie met bestaande weefsel


Door de rand te bebouwen volgens de bestaande stedelijke structuur sluit het project aan bij de bebouwde omgeving. Het binnengebied van de site richt zich naar het water, met bijhorende activiteiten. Doordat het binnen gebied een park is wordt er getracht om beide de groenstructuur aan de overzijde van het water te laten doorlopen tot diep in de site van Black Meadow Cluster. Juryvoorzitter Josef Pleskot zegt dat het winnende ontwerp opmerkelijk is voor haar architecturale en stedenbouwkundige behandeling van de ruimte en benadrukken niet de individuele gebouwen maar de totale ruimte. Dit ontwerp in geslaagd om zijn vinger

te leggen op de essentie van deze vergeten ruimte die ligt tussen de stad en de natuur. Het in geslaagd om de natuur naar de stad, en de stad te verbinden met de natuur â&#x20AC;&#x153;.

thematische papers

Zeehaven in Saturtzi

95


07. WHAT CAN CULTURAL AND CREATIVE INDUSTRIES DO FOR URBAN DEVELOPMENT? Pieter Himpe De tekst handelt over de rol van cultuur en creatieve industrie in stedelijke regeneratieprocessen. Als onderzoek worden drie projecten in de stad Ostrava vergeleken. Er wordt gekeken wie de actoren zijn, wat het programma is en wat het effect van het transformatieproces is.

thematische papers 96

Het eerste project dat besproken wordt is de Stodolni straat. Deze straat was vooral gekend voor zijn sociale problematieken. Door de weinige investeringen in dit stadsdeel en de slechte reputatie van de buurt kwamen grote panden op de markt aan een zeer lage huurprijs. Hierdoor kwamen verschillende kunstenaars zich er vestigen. Doorheen de tijd transformeerde de straat zich, met behulp van privé investeerders, tot een populaire uitgaansbuurt. Het tweede project is Black Meadow. Op deze voormalige industriële site werd door de stad een cluster van culturele gebouwen ontworpen. Dit stadsdeel is vandaag aan vernieuwing toe.Naar aanleiding van de compititie om culturele hoofdstad van Europa te

worden in 2015 werd hiervoor een nieuw ontwerp opgemaakt. Als laatste project wordt Vitkovice besproken. Op deze site staat er industrieel erfgoed met een grote waarde. Hier wordt er getracht om door middel van evenemten zoals het festival Colors of Ostrava en het incubatiecentrum voor kunstenaars FACTORY dit stadsdeel nieuw leven in te blazen.

WHAT CAN CULTURAL AND CREATIVE INDUSTRIES DO FOR URBAN DEVELOPMENT? THREE STORIES FROM THE POST-SOCIALIST INDUSTRIAL CITY OF OSTRAVA Auteurs: Slach O., Boruta T., 2012. CHARACTERISTICS OF OSTRAVA With its population of 306,006 (2011), the city of Ostrava is the core of the Ostrava-Karviná agglomeration (700,000 inhabitants), the largest old industrial region in the Czech Republic. Ostrava ranks among so-called deindustrialised cities, with its large industrial basis and a complicated transition to postindustrial society (cf. Lash & Urry 1994), multiplied by a ‘shock’ transformation to a free-market economy after the fall of communism in 1989. Like a number of industrial cities (e.g. in the Ruhr Area), the city emerged in the first half of the 19th century. Dyna-


2010), and accord¬ing to Turok & Mykhnenko (2007), Ostrava belongs among the so-called medium-term decline cities. The restructuring process accompanied by deindustrialisation has resulted in the emergence of many brownfields (Vojvodíková 2005), and in an increase in unemployment, which after a stage of dynamic growth (2004–2008) has again become a significant problem in the current period of world economic recession. In this article we focus primarily on the highly problematic inner city, which however currently shows also the highest concentration of creative industries, not only in Ostrava, but in the whole of the Moravian-Silesian Region (Rumpel et al. 2010a). This has also influenced the post–1989 regeneration process itself. CASE STUDY NO. 1: STODOLNÍ STREET The architectural and urban structure of the Stodolní Street area in Ostrava formed in the course of spontaneous urbanisation typical of almost the whole inner city during the 19th century. The close diffusion and overlapping of functions (industry, housing, services) as well as its social and ethnic structure (German, Jewish, Czech, Polish) gave the street a “bizarre look” (Juřica 2003). Hand in hand with the process of populating the given area, there appeared inns, fashionable hotels and bars in Stodolní Street. The area became notorious for its concentration of prostitution in the city, but on the other hand it also offered culture and entertainment – the Brioni Hotel had

thematische papers

mic industrialisation, supporting the development of the traditional sectors connected by the coal-steelchemistry-mechanical-engineering production chain and accompanied by spontaneous urbanisation, significantly influenced the city’s character. As a result of those processes, in many parts of Ostrava there appeared spatial overlaps of in-dustrial areas, slag heaps, residential houses, and social infrastructure (Havrlant 1980). The majority of functions concentrated in a spiral around individual collieries or factories, which gave rise to a polycentric residential structure, further reinforced by the construction of new residential quarters in the southern and western parts of the city in the era of communism. Because of investment preferences for new areas (located outside industrial works), the city centre and the inner city underwent a strong depopulation process and a decline of functional and physical structures. The decline shows in the shrinking of the population and overall importance of the inner city. In the 1930s, about 47% of the total population (or 103,000 inhabitants) lived in the inner city, where significant administrative and commercial functions were concentrated. By 1991, however, the figure had gone down to a mere 68,213, i.e. only 20.8% of the total Ostrava population, and the depopulation process continues even today (Krejčí et al. 2011). However, due to restructuring, the depopulation struck the whole city, which has lost about 7% of its population in the recent years (Rumpel et al.

97


its own cabaret since 1913, and miners’ bands and amateur theatre companies often performed in the local pubs (Čejka 1999). The original buildings still preserved include in particular the cattle market, but together with the whole slaughterhouse area (ca. 1.5 ha) it is now in such a tragic state of repair that some of its parts hadto be pulled down. The decline of Stodolní Street started after the Second World War. The area was settled by a poor population and to a large extent it turned into a ghetto. In the mid–1960s a decision was taken to demolish the whole area with a future prospect of new buildings according to the socialist doctrine. However, the plan was not implemen-

thematische papers 98 Stodolni street by night

ted before the end of the 1980s due to lack of funding, although some buildings in the adjacent streets were pulled down. At the beginning of the 1990s, the locality was aptly named “Ostrava’s Bronx” (Kubíček 2000). The development of Stodolní Street after 1989 can be divided into three stages. The first was characterised by the foundation of the Černý Pavouk (Black Spider) club in 1994, and a gradual revival of the street owing to alternative culture (‘the age of pioneers’) accompanied by the establishment of other clubs. A fundamental role in the development of these businesses was played by culture, which attracted the attention of in¬tellectuals and secured a stable income to bars. Art theoreticians spoke about Ostrava’s cultural scene as the Black Spider generation (Hrdina 2009), which organised in the 1990s a festival of action art Malamut, one of the first action art festivals in the Czech Republic. An important event was also the founding of the Boomerang Club, which filled the gap on the city’s music scene in the form of a large club oriented towards rock music and live concerts, not only of local bands. The club was incorporated into the municipal cultural organisation and supported by financial grants from the city’s budget. In drama terms, the Boomerang Club was connected with the organisers of the Dolnolhotský Buben suburban festival, from which the world music festival, Colours


Map Ostrava with locations

of Ostrava, developed later. 2002 was its first year in Stodolní Street and its close surroundings – a move from the city’s hinterland (the Dolní Lhota municipality is located in the city’s suburban zone) into its centre, and the new music concept, oriented rather towards the mainstream audience, reflected the trend in the development of the whole street at the turn of

The second stage (2000–2004) was characterised by an expansion of bars and the creation of the so-called Clubland in the area of Stodolní Street. The locality became attractive to services of the progressive tertiary sector or creative industries (advertising, design), and rents quickly approached the average rates in the core area. A symbol of this stage, leading towards a certain unification of the offer, was the termination of the Černý Pavouk club activity, in the place of which an Irish bar – Bernie´s Pub – was established. The area was already considered by local citizens an integral part of the city centre, and its grow¬ing importance for tourism in the city further boosted its commercialisation. During this stage the number of bars, pubs, clubs, and restaurants increased to 60 (as against 9 businesses in 1999). There are often

thematische papers

the millennium.This experiment, to a large extent unique not only in the Czech Republic, greatly helped to popularise the very phenomenon of Stodolní Street, as well as the Colours festival. At the end of the first stage, real estate in the area of Stodolní was already in private ownership (the privatisation of residential houses formerly owned by the city was particularly intensive between 1991 and 1995), extensive renovation of dilapidated buildings was in progress, and offers of non-residential space for lower prices started to be competitive against the already established ‘good addresses’ in the city centre.

99


several bars located in a single house, making use particularly of the basement, ground floor, or courtyard. Three out of five ‘urban pioneers’ from the first stage did not survive this process. Raised rents and efforts to exploit premises at all costs led to forcing out the original functions.

thematische papers 100

The last stage so far, which could be seen as one of gradual demand stabilisation with regard to certain typical phenomena and processes, has lasted since 2005. The process of regeneration was finished, from the perspective of local administration, by an extensive reconstruction of physical infrastructure (e.g. a new sewerage system, road surface, street furniture) in 2006 at a cost of approximately €0.8 million. The emphasis on hard projects (infrastructure) is in a sharp contrast with the hands-off approach towards the support of cultural production diversity on the part of the municipality – the last music club with live performances stopped its activity in 2011 under similar circumstances in which the ‘urban pioneers’ ended in the first stage. Raising the rent by the proprietor for the Templ club (formerly Boomerang, see above) is however the more paradoxical because the proprietor was the municipality itself. It was also the unclear grant policy of the municipality that so disgusted the club owner that the club’s operation was finished.

As part of the development of the whole area, there have also gradually appeared other services (hotels, office space, restaurants), which has strengthened the function of the locality during the daytime. Currently we can also talk about a ‘successful’ completion of the functional unification of the area and its transformation into a purely consumer, or tourist, area. In terms of image, the street has changed during the last 15 years from “Ostrava’s Bronx” to the “trendiest place in the Czech Republic” (according to a survey of tourist actions in the years 1993–2010, CzechTourism 2011), and represents one of the most visited localities in the city. However, the area’s stagnation is already perceived also by the local businessmen. CASE STUDY NO. 2: THE BLACK MEADOW If Stodolní Street represented a ‘social brown¬field’ in the past, the area of Černá louka (Black Meadow) is an industrial brownfield, formed by large slag heaps typical of an industrial city. In the period of the city’s economic and cultural boom in the 1920s and 1930s, an entertainment park Tivoli was established on the heaps, called at that time “Ostrava’s Prater”. However, after its closing down, this site became the first brownfield on the city’s map (Kuta et al. 2005) with an area of circa 27 hectares. A favourable position by the river and close to the pedestrian zone in the heart of the city, and the city’s demand for exhi-


Project Black Meadow

In 2006 the European Commission decided that in 2015 one of the cities in the Czech Republic would host cultural events as a European Capital of Culture (ECoC). With a slight delay (in 2008), Ostrava started to prepare its candidacy for this prestigious event. The principal motivation of the city had two aspects. The aim was to improve the negative external image of an industrial city through this event, to enhance the quality of life in the form of completing the historically missing cultural infrastructure, and thus to induce the development of cultural and creative industries. In connection with the starting ecoÂŹnomic crisis, the candidacy was also interpreted as one of possible elements in the transition of the city from a low-road to a high-road strategy. Selected as the main flagship of the project was a grand project of the construction of a cultural cluster on the Black Meadow site, which was to embody in a concentrated form the above-mentioned motives. The idea of a cultural cluster was, particularly initially, inspired by similar projects in Bilbao, Essen (it was a visit of city representatives there that played an important role in the decision to apply for the candidacy), Manchester, and other industrial cities, but also at the same time it reflected, at least to a minor extent, the real needs of the citizens and the art scene itself. With the arrival of communist rule, the already intensive industrial orientation was even deepened, resulting in further â&#x20AC;&#x2DC;proletarianisationâ&#x20AC;&#x2122; of the city, or the whole region. It

thematische papers

bition space, led in the communist period to the reclamation of the site in order to build a fairground for the needs of the whole agglomeration. However, the relatively large area was built-up only partially and there are still extensive spaces of reclaimed lawn and planting. After 1989 basic reconstruction works were carried out on several buildings, but it was only after the turn of the millennium that there appeared important impulses in the form of a reconstruction of the Silesian Ostrava Castle (funded by the city) in the eastern part of the site, the construction of the Puppet Theatre, and the relocation of the above-mentioned Colours of Ostrava festival. After years of economic stagnation, in 2004 there came dynamic economic growth that boosted the demand on the real-estate market, and the city started to consider selling the land on the site, which was almost completely in its ownership.

101


is therefore no surprise that in this period there did not emerge any corresponding cultural infrastructure as in developed economies in the 1970s and 1980s. Planned as part of the cultural cluster was a new building for a symphonic orchestra, a city gallery, a cultural management college including an incubator for creative industries, a kindergarten, a primary and a secondary school with art orientation, and a supplementary building for the existing Puppet Theatre. Besides these ‘anchoring’ buildings, the plans also included the cultivation of public green areas, regeneration of riverbanks, and the development of other functions. At once, the idea of the cluster seemed complementary in terms of function to other nearby areas: the city core, the city park, the Lower Vítkovice Area and Karolina, and also Stodolní Street.

thematische papers 102

Ostrava qualified for the final round of the ECoC competition together with Pilsen, and the idea of the cluster became its central strategy – in 2010 the city announced an international urban-design competition for a future design of the Black Meadow cultural cluster. Selected as the winning project was a design from the Dutch ar-chitects’ studio Maxwan containing, unlike the original plans, also a hotel building. The planned budget of the project was estimated at approximately 3.3 billion Czech crowns. For the purposes of candidacy, the city council approved the amount of 2 billion Czech crowns, a significant part of which was

to go to the con-struction of the cultural cluster. The principal investor was to be the city, and other funds were planned to come from external sources, mainly structural funds, or from the JESSICA financial tool. In September 2010, the selection committee declared the winner to be the competing city of Pilsen, which had a decisive impact on the future of the cultural cluster project. The failure of Ostravas candidacy pushed the project into the category of ‘desired’ but not real, and even though the city declared that in spite of the failure it would strive to accomplish the cluster project, currently only the construction of the building for the symphonic orchestra is being considered. Completed, or in the course of implementation, are projects whose funding was secured from structural funds already before the candidacy. There are even speculations about dividing the land into plots for selling to private developers. The Black Meadow cultural cluster was sup¬posed to represent a typical ‘flagship project’ with its orientation, character, and scope. The combination of the candidacy’s failure and resignation from integrated development of the inner city (despite the still existing possibility of external financing) led to the situation in which the area started to lose its position in favour of another site – the Lower Vítkovice Area, proof of which is also the relocation of the Colours of Ostrava festival into it in 2012.


The site of interest extends over 253 hectares in a relative proximity of the city centre and features a varied mixture of industrial buildings, large brownfields, and functioning businesses. The planned utilisation of the site includes exploitation of the industrial heritage (a museum), sports and leisure-time in-frastructure (culture, entertainment), residential buildings, an industrial zone, and a research and development centre, or possibly even a university campus. Estimated investment costs are circa €2–2.5 billion, supposing that two-thirds of this amount is covered from private resources and one-third from public ones. The Lower Vítkovice Area represents the largest contemporary project of urban regeneration in the Czech Republic. The planned regeneration of the whole Lower Vítkovice Area has some features identical with the thematic priorities of the IBA Emscher Park (e.g. Kilper 1999, Shaw 2002), naturally in a much smaller dimension. This inspiration is the most noticeable in the regeneration of the Cultural Heritage Object in the northern part of the area, which in essence copies one of the IBA principal projects – regeneration of the 200-hectare site of Zeche Zollverein in Essen (e.g. Landry 2000). The northern part (henceforth, Lower Vítkovice, 47 hectares) – the focus of this text – is currently in the most advanced stage of indus-

trial brownfield fundamental functional regeneration. The history of the industrial use of the northern part of Lower Vítkovice dates back to 1828, and production was terminated here in 1998. During more than 150 years of continuous functioning of blast furnaces, a technologically unique, enclosed coal-and-iron cluster was created, integrating in one complex a production chain from coal mining, production of coke and electricity, up to iron production. At the same time, this complex became a significant vertical morphological element of the city skyline, which was also confirmed by a survey among the Ostrava residents in which 91% of the respondents considered it a distinct component of the city’s overall image (Matějů & Czumalo 2001). The relatively quick closing down of the production had a consequence: there were no projects of an alternative use for this attractive – from the perspective of the city’s spatial structure – locality. The complex, although it was registered as a Cultural Heritage Object (CHO) in 2002, afterwards succumbed to rapid deterioration until 2004 when the owner – the Vítkovice Company – established a working group whose objective was to conceptualise a use for the blastfurnace area and carry out negotiations with the Czech Ministry of Culture and the National Heritage Institute in Ostrava concerning future conservation and protection of the site (the ideas of the owner and

thematische papers

CASE STUDY NO. 3: THE LOWER VÍTKOVICE AREA (LVA)

103


the preservationists were very different, mainly on the question of the scope of preservation). At the same time, the site was partially opened up for the public.

thematische papers

Today heritage protection embraces an area of 15 hectares, while 5 hectares of the former coal mine Hlubina are in the ownership of the state or regional institutions (first a state-owned company dealing with rehabilitation, then the Moravian-Silesian Region). Nevertheless, the Region currently rents the entire site for an indefinite period to the Lower VĂ­tkovice Area (LVA) association, which is in essence an institution managed by the principal private owner of the land. Recently a process has even started of preparing a gratuitous transfer of the land to the LVA as-sociation. An exclusive and cardinal role in the regeneration of the site is thus played by the private owner, which through its connections with municipal, regional and state institutions successfully applies for financial resources from the EU structural funds for site conversion (in particular through the so-called Integrated Operational Programme) according to its plans and in consultation with, e.g., the National Heritage Institute.

104 Vitkovice: Colors of Ostrava

Objects located in the former coal mine area are currently in an unsatisfactory condition and in most cases are not used any more. In the case of a positive decision concerning the application for funds from


the LVA asso-ciation will take care of facility management, and will require operational economic self-sufficiency from the tenant, or tenants. CONCLUSION While in developed economies culture is represented by an established part of a city development agenda, in post-socialist cities this approach is only at its beginning. This situation is on the one hand a result of the communist heritage, and on the other, of a different orientation of urban policies. In this paper we attempted to outline the basic aspects of the role of culture in the regeneration process on the example of three areas in the inner city of industrial Ostrava. The first example, of the evolution of Stodolní Street, reveals several paradoxes. The creation of the site was in a way a result of the combination of a ‘wild postrevolution transformation’ when territorial or functional regulations of the area practically did not exist (e.g. the land-use plan was adopted only in 1994), while the principle dominating in the public sector was that of lais¬sez-faire with maximum confidence in the market. The principal vehicle of regeneration of the Stodolní Street area and its surroundings were artists, or main representatives of Ostrava’s un-derground scene. To a certain extent they made use of one of the ‘ploaps’ (= places left over after planning, Mommaas 2004: 508) in the city centre, which at this

thematische papers

the Ministry of Culture, the first stage of reconstruction of the 5-hectare site should be finished by 2014. This stage will include four objects intended for artistic and social activities (old bathrooms, a materials warehouse, a compressor room, and future new bathrooms). The declared objective of the owner is to introduce into this part of the site a living, nonconform-ist culture and provide young alternative artists with a base for their production – the so-called FACTORY. For this purpose, based on strong informal relations between the owner of the private company and the main representative of the civic association “I profess the Factory!”, a partnership agreement was signed between the artists’ movement and the site manager (the LVA association) concerning the future programme and use of in¬dividual spaces, while the old bathrooms building will have the function of an artistic hot-spot of the entire Lower Vítkovice Area (information service, a shop, a café, a bar, a gallery, a music club, studios, and offices). Although the private owner made a public call for partnership in the future use of this part of the Cultural Heritage Object, other artistic or civic initiatives did not react, deterred either by the vagueness of the call, or by the requirement for the operation to be self-funding. Even though the system of management and maintenance of the possibly upgraded (if the application for funding is successful) infrastructure of the FACTORY has not been clearly defined yet, it can be expected that

105


stage offered not only decaying, but ar chitecturally interesting buildings with low rents, but also a space without any formal or informal control or the presence of other ac-tivities to generate conflicts.The further development of the street is practically a model of the process outlined in theory (Cameron & Coaffee 2005), i.e. artists-led regeneration, followed by property-led regeneration, up to consumption-led regeneration.

thematische papers 106

The Black Meadow cultural cluster was to represent a typical cultural ‘flagship project’ with its orientation, character, and scope, or an example of culture-led regeneration of the inner city (Evans 2005). Naturally, it cannot be explicitly assessed if the project would have been successful or not. Experience from other cities indicates that impacts of such projects are minimally arguable. Moreover, if we take into account also the characteristic features of cities undergoing a post-socialist transformation – like the low quality of informal institutions in relation to political or economic activity, or rigidity of formal institutions (Rumpel 2002), the doubts become more intensive, which is by the way documented by the ECoC projects implemented in post-communist countries (Palmer 2004). The combination of the unsuccessful candidacy and resignation from integrated development of the inner city led to a situation when this site started to lose its position in favour of another one – the Lower Vítko-

vice Area, proof of which is the movement of the Colours of Ostrava festival there, and also the absence of any mention of the project in the new strategy of city’s competitiveness. The project of a regeneration of some buildings of the former coal mine Hlubina is only one of a number of functional uses of a large area, while the dominant use is and will be much more for the industrial heritage than for living culture. From the perspective of the planned functional use, the FACTORY project can be considered a certain form of a creative incubator, or an arts centre (Markusen 2006). The city currently practically lacks a hub of the local arts scene enabling acceleration of the communication feedback process in the framework of which local artists could form and establish their entrepreneurial and social position, and where they could si-multaneously gain social and communicational resources necessary to enter or function on the market (Banks et al. 2000, Hesse & Lange 2007). With slight optimism, this is a potential win-win situation in the form of connecting the intermedi¬ary artistic FACTORY initiative (cf. Andres 2011) with the needs of the bearer of the site’s regeneration. The arts scene will obtain an attractive space for various activities which will revive the ton & Hollands 2003). Also similar is the emancipation of culture as part of a wider strategic framework of industrial city regeneration, shown by the example of


The last point moves us to differences between Ostrava and western cities – it is the question con¬cerning the role of actors, or a wider question of governance of culture-led regeneration, or gener¬ally urban governance (DiGaetano & Strom 2003). Public-sector intervention in the field of cultural regeneration represents without doubt one of the major challenges of urban governance connected with a good many paradoxes. On the one hand, often emphasised is the significance of support for creating a space strengthening the process of self-organisation of cultural activities (Mommaas 2004) and that too intensive intervention into cultural activities can be highly counterproductive (McCarthy 2005). On the other hand, a total absence of any policies can lead to similar or even much worse results than too intensive intervention (like e.g. a transformation into an exclusively consumerist space) (Gospodini 2006). It was the absolute absence of policies in Os¬trava, or the generally falling-behind level of the control of

market processes in post-socialist countries in contrast to public intervention in western-European cities, which caused a total transformation of Stodolní Street into a purely consumerist space. Likewise, as demonstrated by developments after the unsuccessful candidacy, the initiation of creating a cultural cluster was more a question of a purely utilitarian, so-called opportunity-led planning context (TaşanKok 2006), than an element of a long-term and intentional cultural strategy of the city, which is by the way also documented by the passivity of the public sector in the case of the FACTORY project. With reference to the paper’s title, we can state in sum that cultural and creative industries have contributed in a significant way to the regeneration of the city of Ostrava. Nevertheless, a key to its future development will be finding an authentic role of the public sector in managing the further process of culture-led regeneration.

Slach O., Boruta T., 2012. What can cultural and creative industries do for urban development? Three stories from the post-socialist industrial city of Ostrava. Quaestiones Geographicae 31(4), Bogucki Wydawnictwo Naukowe, Poznań, pp. 99–112. 1 table, 2 figs. DOI 10.2478/v10117-0120039-z, ISSN 0137-477X.

thematische papers

the Black Meadow cultural cluster – a typical strategy of many cities struck by the deindustrialisation process. In Ostrava, the support of culture and creative industries was also primarily a pragmatic pro-growth effort motivated by external factors (ECoC) rather than by an idealistic endeavour to support culture as such.

107


08. MOBILITEIT

als derde belangrijkste transit-rail van Tsjechië doorkruist Ostrava. Van Noord naar Zuid: Vienna – Ostrava – Katowice – Warsaw , en van Oost naar West: Prague – Kolín – Pardubice – Česká Třebová – Olomouc – Ostrava – Žilina – Košice via de SuperCity Pendolino.

Daan Tuypens INLEIDING

Ostrava is een belangrijk mobiliteitsknooppunt voor de regio Moravië-Silezië en daarbuiten. In de stad komen verschillende verkeersmodi (weg, spoor en lucht) samen. Op regionale schaal is Ostrava een onderdeel van een unieke conurbatie met Karviná, Katowice en Krakau.

thematische papers 108

De luchthaven (Ostrava Leoš Janáček International Airport ) stelt het gebied in verbinding met andere Europese steden zoals Praag,Parijs, Londen en Wenen. Het grootste aanbod van de luchthaven zijn echter Mediterrane vakantiebestemmingen naar o.a. Egypte, Griekenland en Spanje. De laatste jaren gebeurden er verschillende investeringen om de luchthaven ook een economische rol te geven. In de toekomst worden diverse industrie- en kantoorzones gepland rond de luchthaven. De luchthaven is goed verbonden met de stad en zijn omgeving door het spoor- en wegennetwerk. Beide transportmogelijkheden zorgen voor een goede verbinding met omliggende steden. Zowel de tweede

Het openbaar vervoer in de stad zelf is met treinen, trams, bussen en trolleybussen zeer uitgebreid te noemen. Het hoofdstation (Ostrava-hlavní nádraží) bevindt zich in het Noorden van de stad. Het centraal station (Ostrava-střed) en de stopplaats (Ostrava-Stodolní) voorzien het centrum van Ostrava. Vanaf deze locaties kan er makkelijk overgeschakeld worden naar tram, bus en trollybus.

Leoš Janáček International Airport


109

thematische papers


In 2011 ondertekende de stad Ostrava een charter waardoor ze zich engageerden het fietspadennetwerk te verbeteren. In totaal 5 belangrijke fietscorridors werden aangeduid en werden er verschillende projecten gepland. In eerste instantie lag de nadruk op de groen blauwe structuur, met fietspaden langs de Odra en Ostravice. Op andere plaatsen in de stad gebeurden er kleinere ingrepen, waaronder fietsbruggen, die de doorstroming voor fietsers optimaliseren.

Ostrava-stĹ&#x2122;ed (central station)

thematische papers 110 Ostravice with bikes.

Verkeer op het water blijft in Ostrava beperkt tot recreatief gebruik. De grillige loop en de ondiepe zones van de Odra en de Ostravice, maken het onmogelijk. Dit komt deels door de industriĂŤle activiteiten die zorgden voor een opstapeling van verontreigd sediment. Verscheidene projecten trachtten nu de water en bodemkwaliteit in en rond de waterlopen te herstellen en recreatief aantrekkelijk te maken.


Bron: Fact sheets Ostrava 2012 Ostrava is a major road and railway hub of the Moravian-Silesian Region, and the Ostrava Leoš Janáček International Airport is only 25 kilometres from the city centre. Ostrava also has the potential to become an important centre for river transport. The city is situated on route VI of the TEN European Multimodal Corridor leading north-south across the Czech Republic from Poland through Moravia to the Austrian border. These routes in Central and Eastern Europe required major investment over the next ten to fifteen years Air transport Ostrava Leoš Janáček International Airport is only 25 kilometres from the city centre. It is the largest regional airport in the Czech Republic, with a capacity of over 1 million passengers per year and a runway measuring 3 500 m x 63 m. It caters for domestic (operating a regular service to Prague) and international flights, both scheduled and chartered services. As from this summer, SmartWings, the only Czech low-cost airline operated under Travel Service, opened 13 new regular routes from Ostrava to Paris and 12 favourite holiday resorts in the Mediterranean. The route from Ostrava to Tel Aviv, operated by HOLIDAYS Czech Airlines, has become available again as of April.

The airport is also fully equipped to handle air freight, including warehousing facilities. The passenger terminal includes a new high-capacity departure hall opened in 2006. Adjacent to the airport is an enterprise and commercial zone, a duty free zone, and the Ostrava-Mošnov Strategic Industrial Zone. A rail link will soon be completed connecting the airport and the neighbouring industrial zone to railway corridor II (at Studénka), providing a rapid rail connection with Ostrava.

thematische papers

TRANSPORT

Leoš Janáček International Airport

111


City public transport For over 10 years, public transport in Ostrava and the surrounding area has been provided via the Integrated Transport System (ODIS) of the Moravian-Silesian Region. This system is based on: - unified fares - unified conditions of carriage - unified and coordinated scheduling of services - coordination of services provided by various operators covering the entire Moravian-Silesian Region

thematische papers 112

The ODIS Integrated Transport System incorporates 11 operators and serves most of the districts of Ostrava, Opava, Bruntál and Krnov, including 239 cities, towns and municipalities in these areas. The system consists of 429 routes (17 tram routes, 20 trolleybus routes, 369 bus routes and 23 rail routes). The total length of all routes in the system is 8 565 km.

The Corporation operates 144 ticket machines and 11 ticket sales points (with tickets also available at a further 500 shops, kiosks etc. throughout the city). Source: ODIS – data as of 31 December 2011 Rail transport Ostrava is a major railway hub with a dense network of long-distance and local lines, both for passenger transport and rail freight. In the case of suburban public transport, a number of regular connections are available for passengers in Ostrava. The city has five railway stations: Ostrava-hlavní nádraží (Main Station), Ostrava-Svinov, Ostrava-Vítkovice, Ostravastřed (Central Station), and Ostrava-Kunčice. There are also five smaller railway stops without full station facilities. In 2007 a new stop (Ostrava-Stodolní) was opened on line no. 323, serving the city centre.

The Ostrava Public Transport Corporation (Dopravní podnik Ostrava, a.s.) runs a network of routes with a total length of 454.2 km (1 067.5 km if counting the total length of all services where more than one service may use the same route). Within the city of Ostrava, 85 services are run as part of the ODIS Integrated Transport System. Out of a total 647 vehicles, 264 are low-floor models. Ostrava-hlavní nádraží (Main station)


ČD 270 Prague – Česká Třebová – Olomouc (Přerov) – Bohumín (line no. 270 is part of Route II of the transit corridor Austria – Břeclav – Přerov – Ostrava – Bohumín – Poland, with max. speed 160 km/h, later to be raised to 180 km/h; the core part of the line was completed in 2005) ČD 323 Ostrava – Frýdek-Místek – Kojetín (the section Ostrava-hlavní nádraží – OstravaKunčice was fully electrified in 2007) ČD 321 Opava Havířov - Český Těšín

východ

-

Ostrava-Svinov

In 2005 the SuperCity Pendolino rail link from Ostrava to Prague was launched, with up to 10 services each way per day offering high standards of comfort and excellent journey times. Ostrava – Prague currently takes 3 hours and 5 minutes; this will be further reduced in the future due to technical and operational improvements. The Pendolino trains are fully coordinated with services provided by Czech Airlines. In addition to Czech Railways, RegioJet, a private competitor operates train connections on the main route between

Prague and Ostrava (terminating in Žilina). Yet another private competitor, Leo Express, will start its operations on this route by late 2012. Road transport Ostrava is part of a dense, high-quality network of major roads linking the city with other parts of the conurbation and neighbouring regions. Many of these roads are motorways or dual carriageways. The road network within the city itself has a total length of over 1 000 kilometres. MOTORWAYS The D47/D1 motorway (Via Moravica), completed in 2009, running from Brno through Ostrava has since 2012 been linked via the Veřňovice – Gorzyczki border crossing with the Polish A1 motorway leading from Gliwice to Gdańsk (and ultimately to Helsinki). The D1 motorway brings a range of benefits on several levels: - it contributes to better transport links between northern and southern Europe - it helps integrate Ostrava and the surrounding area with other regions of the Czech Republic - it improves transport infrastructure within the region itself

thematische papers

RAILWAY ROUTES PASSING THROUGH OSTRAVA

113


thematische papers 114

TRAIN

TRAM

TROLLEY BUS

BUS


I/11 I/11 I/56 I/56 I/58 I/59

Ostrava Ostrava Ostrava Ostrava Ostrava Ostrava

– – – – – –

Havířov - Český Těšín (Žilina) Hrabyně – Opava – Hradec Králové Hlučín – Opava Frýdek-Místek – Beskydy Mošnov – Příbor – Frenštát – Rožnov Orlová – Karviná

DISTANCES BY ROAD FROM OSTRAVA TO MAJOR CZECH AND EUROPEAN CITIES

Cycling In 2011 it was decided that the City of Ostrava will join the “Uherskohradišťská charta” (The Charter of Uherské Hradiště), which aims to improve conditions for cyclists in cities. In accordance with the principles of the Charter, a city cycling coordinator was appointed. At the same time, and in line with the concept of cycling development adopted in 2010, the city began

to prepare investment plans and project documents for the draft of the first phase of construction, i.e. 5 major urban cycle corridors. In the same year, a building permit for one of these corridors was submitted – a bike trail along the Oder. Simultaneously, building permits were issued and tenders prepared for another major trail along the Ostravice. In 2011, only 2 major bike trails were completed – trail M via Poruba - Třebovice - Svinov and a section of the bike trail C in Hrabová. Both received subsidies from the regional council. Regarding smaller-scale construction, a section of Polská street in Poruba was marked as a cycle lane, an overpass connected to a

thematische papers

MAJOR ROADS CONNECTING OSTRAVA WITH NEIGH BOURING TOWNS, CITIES AND REGIONS

115


bike trail was added to Polanecká street in Svinov, and the trail along Výstavní street was connected to route F in Mariánské Hory. 2011 saw the provision of three major light controlled intersections with stop-lines made for cyclists and two previously uncontrolled intersections sprayed with pictogram corridors allowing cyclists to go right directly from the turning lane. Proposals were prepared for establishing bike lanes on existing roads within the city. Garáže Ostrava, a.s. set up bike racks for free bike parking at 4 locations in the city centre.

MILESTONES IN THE HISTORY OF PUBLIC TRANSPORTATION SYSTEM 1894 - Public Transportation introduced in Ostrava 1901 - Onset of electrification of tram lines 1930 - Onset of regular bus transport 1949 - Merger of transporters, Ostrava Municipal Transportation Company established 1952 - Trolleybus transport introduced 1996 - Public Transportation System taken over by the Ostrava Transportation Company, a joint-stock company

CYCLE INFRASTRUCTURE IN OSTRAVA AS OF 31 DECEMBER 2011

thematische papers 116

Ostrava is crossed by the Radegast Silesia Cycle Route (running along the ‘Amber Route’ – routes D, Q and M). The city is also the starting point for the Radhošť Route (along routes A and B). Routes from Bohumín and Rychvald also run through outlying parts of the city. Amber Route


thematische papers

TRANSPORT INFRASTRUCTURE OSTRAVA

117


thematische papers 118

Railway transit corridors in the Czech Republic Trolley lines in Ostrava


thematische papers 119 Tram corridors in Ostrava


VOORGAAND ONDERZOEK

09. TRANSFORMATIEPROCESSEN IN OSTRAVA - VAN QUEESTE NAAR EEN NIEUWE IDENTITEIT Renaat Myny INTRODUCTIE

thematische papers 120

Deze tekst verhandelt de omschakeling van traditionele industriële processen naar een postindustriële informatieeconomie. In dit proces geldt de Oost- Europese situatie als voorbeeld van dergelijke transformatie met Ostrava als typevoorbeeld. De omschakeling is vandaag de dag in Centraal Oost- Europa volop aan de gang en brengt een intensieve, duale verandering met zich mee. Enerzijds is er de transitie van een totalitair, politiek systeem naar een moderne, hedendaagse democratie, anderzijds ondergaat de regio een sterke omschakeling van een centraal geplande en gecontroleerde economie naar een globale, marktgerichte economie. In Ostrava, gekenmerkt door een traditioneel industrieel karakter, wordt een gelijkaardige transitie waargenomen die nu volop begint te ontluiken. Door het communistisch verleden verloopt zulkdanig proces eerder traag en worden cognitieve en methodologische tekortkomingen ervaren.

Steden kunnen omschreven worden als knooppunten die de sociale, economische en culturele uitdrukking vormen van een veel grotere regio. Een situatie dat sinds de industrialisatie complex en fragiel geworden is en tevens kenmerkend is voor Ostrava. De dominantie en abondante aanwezigheid van een grootschalige, monostructurele industrie heeft in Ostrava voor een cultuur van afhankelijkheid gezorgd die overige ondernemingsschappen en economische sectoren supprimeerde. Sinds 1995 wordt in Ostrava een sterke terugval waargenomen van traditionele (assemblage-) industrieën en dient de stad volop in te spelen op de transformatie van traditionele, industriële processen. Dergelijke transitie kan enkel maar bereikt worden door op lange termijn te investeren in economische, sociale, institutionele en ecologische alternatieven. Een ingrijpende herstructurering dient zich aan, gebaseerd op drie basisvarianten (Szczepanski en Cybulla, 1998): - Een definitieve of geplande herstructurering van traditionele industrieën en de omschakeling naar een servicegerichte dienstenmaatschappij. - Herstructureren door een grondige modernisatie van traditionele industrieën en een adaptatie aan globale marktcondities doorvoeren. - Herstructureren door een gedeeltelijke liquidatie van traditionele industrieën, aangevuld met modernisatie van de industrie en investeringen in innovatieve sectoren.


diensteneconomie en vrij verkeer van handel, diensten en goederen. Dergelijk model is gebaseerd op de ontwikkeling in Westerse landen maar toont ons een duidelijk voorbeeld voor Centraal Oost- Europese landen op vlak van postindustriële tendentie. In Ostrava zien we een postindustriële transitie bemoeilijkt door een communistisch- socialistische erfenis en de afhankelijkheid van grootschalige industrieën (mijnbouw, staal- en zware industrieën). De monopoliepositie en dominantie van laatstgenoemde zorgde voor een tekort aan kleine ondernemingen, voor een technische en organisatorische kloof en voor ontoereikende service- en dienstensectoren. In postcommunistische landen werd (wordt) het transformatieproces daarom gekenmerkt door een complex (politiek, economisch) raamwerk over een kortere tijdspanne (Ostrava, beginpunt rond 1995). HYPOTHESES In het onderzoek naar het transformatieproces binnen Ostrava, worden twee hypotheses onderzocht en toegelicht: H1: De ontvolking van de stad tijdens de transformatieperiode, tussen 1995 en 2010. H2: De de-industrialisatie van de economie in Ostrava tussen 1995 en 2010.

thematische papers

Dusdanige veranderingen worden in de basistekst ook gesitueerd binnen de ‘long wave theory’ van Kondratieff (1935, zie figuur 1). De theorie omschrijft een successieve reeks van verscheidene industrialisatiegolven, beginnend rond 1800 met de uitvinding van de stoommachine tot op heden, met het technologisch informatietijdperk. Kondratieff onderstreept de belangrijkheid van basisinnovaties (bvb. staalindustrie, 1850), die verandering en kwaliteit teweegbrengen en resulteren in een sterke secundaire industrie (bvb. spoorwegen, 1850). Bovenvermelde basisinnovaties vormen de aanleiding tot een positieve, technisch- economische cyclus die 30 tot 60 jaar duurt. Na elke innovatie en positieve cyclus volgt een terugval, een periode waarin nieuwe noden ontstaan waarbij voorgaande processen en industriële tradities dienen gemoderniseerd en aangepast te worden. Deze vaststelling, gecombineerd met de hedendaagse postindustriële context, brengt ons bij de ‘three sector theory’ van Berry (1974, zie figuur 2). De theorie toont de evolutie van activiteiten in de primaire, secundaire en tertiaire sector. De verticale stramienlijn in het assenstelsel toont een procentuele verhouding van de drie sectoren ten opzichte van elkaar. Een duidelijke tendens, voornamelijk van de primair naar tertiair, tekent zich af op de horizontale stramienlijn dat de industriële cyclus voorstelt. De horizontale lijn evolueert van pre-, naar vroeg-, vervolgens laat- en uiteindelijk postindustrieel. Deze laatste cyclus wordt gekenmerkt door een sterke aanwezigheid van de tertiaire sector, de servicegerichte

121


EMPIRISCHE RESULTATEN

thematische papers 122

4.1. De transformatieontwikkeling in Ostrava Ostrava, met de vroegere bijnaam ‘Steel Heart of Czechoslovakia’, kan gezien worden als een typisch voorbeeld van de communistische, industriële megalomanie. Door de ongebreidelde industrialisatie is een negatief stadsbeeld ontstaan, geprofileerd als een onaangename, op sociaal en ecologisch vlak, plaats om te wonen. In 1989 voorzag Ostrava in 86% van de Tsjechoslovaakse steenkooloutput, 82% van de totale cokesproductie en 70 % van de totale staalproductie. 52% van het totale inwonersaantal werd tewerkgesteld in de secundaire sector, 7% in de primaire sector en 41% in de tertiaire sector. Dergelijke productiecijfers en verhoudingen werden na de Fluwelen Revolutie, najaar ‘89, tenietgedaan. In 1990 werden de subsidies voor de koolmijnen en staalindustrie sterk teruggeschroefd waardoor de zware industrie zwaar werd getroffen. Door een daaropvolgende algemene recessie daalde de vraag naar grondstoffen en werd de sector nog zwaarder getroffen. De regio Moravisch- Selizië werd in deze periode tevens gekenmerkt door een afwezigheid van een institutioneel, regionaal beheer waardoor de industriële regio qua beleid en beslissingsvorming sterk achteruit ging. Verder werden communicatieve problemen waargenomen, ondanks het feit dat Ostrava gekenmerkt werd door een uitgebreide transportinfrastructuur. Recente veranderingen zorgen voor een zekere kanteling qua bereikbaarheid.

Spoorverbindingen naar Warschau en Wenen werden gerestaureerd en de aanleg van autosnelwegen, na lang uitstellen, werden volbracht . Doch worden bepaalde capaciteiten nog steeds onderbenut, zo zijn er weinig vluchten naar Ostrava en is de Oder- rivier nog steeds onbevaarbaar, ondanks de enorme potentie tot het uitbouw van een Donau-Oder- Elbe kanaal. 4.2. Indicatoren van transformatieprocessen in Ostrava. De kenmerkende indicatoren zijn het algemene bevolkingscijfer en de werkloosheidsgraad van Ostrava. Dergelijke socio- economische indicatoren zijn onlosmakelijk verbonden met de huidige economische transitie van de stad (zie tabel 1). Tussen 1995 en 2010 is de bevolking van Ostrava continu gedaald van 325508 naar 306006 inwoners, terwijl we in Tsjechië nog altijd een algemene bevolkingstoename waarnemen. De daling is niet ingrijpend toch typerend voor de huidige situatie. Jonge, geleerde mensen verlaten de stad en vestigen zich in buitengebied, buiten de administratieve grens van de stad. De stadsvlucht wordt in de hand gewerkt door het ontbreken van een diverse werkgelegenheid, met name voor de hoger opgeleiden, en door een sociale en ecologische instabiele situatie. Ook de werkloosheidsgraad, van 4,8% in 1995 naar 12% in 2010, kent een negatief verloop, enerzijds door de afhankelijkheid van een dalende, traditionele industrie, anderzijds door de bovenvermelde braindrain (tabel 2). Het ontbreken van kwalitatief ondernemerschap in de stad en de ongunstige nationale, economische situatie versterken tevens de werkloosheidsgraad.


Basistekst

De laatste twee decennia ervaart Ostrava een transformatieproces die de positie en het imago van de stad, door het communistisch verleden gekenmerkt door sociale, economische en ecologische problemen, dient te herstellen. Door een inadequaat institutioneel raamwerk (ontbrak op regionaal niveau) en nog altijd in te spelen op kwantiteit (zware industrie) i.p.v. kwaliteit (innovatief ondernemerschap) op vlak van werkvoorziening verloopt de transitie eerder traag. Toch nemen we een algemene postindustriële tendens waar in de stad (tabel 3). In de economische structuur van de stad tussen 1995 en 2010 zien we een verdere daling van de primaire en secundaire sector (bvb. industrie van 40,3% in 1995 naar 36,9% in 2010) en wordt de tertiaire sector een belangrijkere bron van inkomsten en werkgelegenheid. Zo nemen we een groei waar van o.a. publieke administratie, sociale sector, educatie, gezondheidssector, transport en communicatie. Allen sectoren die kenmerkend zijn voor een postindustriële economie. De transformatie in Ostrava verloopt traag doch bevat de stad heel wat potenties om naar een evenwichtig, integraal, economisch systeem te evolueren conform de eisen en normen van een 21e eeuwse welvaartstaat. Ostrava wordt dan ook in de tekst omschreven ‘a hidden potential’.

Transformation Processes in Ostrava: Hectic Quest for a New Identity 1. Introduction For a long time traditional industrial urban territories enjoyed economic growth. However, 1960-ies and 1970-ies proved to be turning-points in their history. Technological advances and the subsequent process of globalisation revealed the vulnerability of their economies. Sharpened competition in the world markets connected with the move from a fordist ‘industrial economy’ towards a post-fordist ‘information economy’ forced the transformation in these towns and cities. The societies of Central East Europe are still undergoing a dual transformation. The specific processes of transformation from totalitarian to democratic political system and from centrally-planned to market economies were the first. These intended, government-directed transformations created the conditions for the more general processes of transition from fordist societal structures to post-fordist ones, just like the internal transitions in the organisation of developed countries before them. There is little doubt that the decline of old industrial towns and cities in the post-communist countries differs substantially from that of their western counterparts in terms of both the origin and the nature of their troubles.

thematische papers

CONCLUSIE

123


thematische papers 124

The specific legacy of socialism, which can be expressed as complex and interconnected social, economic and environmental deformations, is hampering the transformation of these urban areas seriously (Sucháček, 2006). Ostrava, which is the object of this article, is an intricately structured urban entity with complex and inconsistent development. Moreover, Ostrava‘s peculiarity is further intensified by the city‘s traditional industrial character as well as its location. The main objective of this paper consists in analysis and interpretation of selected aspects of transformation in Ostrava. While in advanced countries the transformation processes in old industrial areas already attracted an adequate attention, transition and post-transition economies still face profound cognitive and methodological shortcomings. Moravian-Silesian region, which is located in the Czech Republic shares the border with Poland and Slovakia; not surprisingly, Ostrava, the metropolis of Moravian-Silesian region provides us with intriguing research material. 2. Previous Research Urban entities are rather peculiar spaces. Compared with other territorial structures and settlement systems in general, the city represents one of the highest ranks of developmental structures (see also Sucháček, 2012). At the same time, the area occupied by a typical city is not usually very large.

We are entitled to consider cities as ‘created environments’. Succinctly, cities and towns form nodes that express the social, economic, cultural and historical characteristics of wider areas in a relatively compact form. The situation becomes complicated even more if we refer to old industrial towns and cities. Old industrial towns and cities are territories that ex perienced their essential growth in the era of industrialisation. Hence these territories came to be known as centres of heavy industry, i.e. metallurgy or mining. In some cases, their industrial mono-structure was based on the textile industry. Chaotic and spontaneous settlement and population growth formed DNA of these areas. From the geographical point of view, these spatial entities typically form agglomerations or conurbations. The boom of traditional industries acted as the fuel for the growth of these urban areas. However, it finally became the bane of their development, since it skewed the orientation of their economies. Old industrial towns and cities are also rather specific from the institutional perspective. Their informal institutional characteristics differentiate them substantially from other types of territories. The dominance of large enterprises creates a culture of dependency and weakens entrepreneurial activity. This is connected with the lack of an innovative milieu and certain inertia of deeply embedded habits, particularly among industrial workers. On the other hand, notable features include a higher level of solidarity, responsibility, and technical and organisational discipline derived from hard work (Sucháček, 2006).


- Restructuring through modernisation of certain traditional industries and their adaptation to world market conditions. - Restructuring through partial liquidation of traditional industries, partial modernisation, and the development of alternative and promising sectors of the economy, especially the service sector and innovative industries.

We are entitled to consider cities as ‘created environments’. Succinctly, cities and towns form nodes that express the social, economic, cultural and historical characteristics of wider areas in a relatively compact form. The situation becomes complicated even more if we refer to old industrial towns and cities. Old industrial towns and cities are territories that ex perienced their essential growth in the era of industrialisation. Hence these territories came to be known as centres of heavy industry, i.e. metallurgy or mining. In some cases, their industrial mono-structure was based on the textile industry. Chaotic and spontaneous settlement and population growth formed DNA of these areas. From the geographical point of view, these spatial entities typically form agglomerations or conurbations. The boom of traditional industries acted as the fuel for the growth of these urban areas. However, it finally became the bane of their development, since it skewed the orientation of their economies. Old industrial towns and cities are also rather specific from the institutional perspective. Their informal institutional characteristics differentiate them substantially from other types of territories. The dominance of large enterprises creates a culture of dependency and weakens entrepreneurial activity. This is connected with the lack of an innovative milieu and certain inertia of deeply embedded habits, particularly among industrial workers. On the other hand, notable features include a higher level of solidarity, responsibility, and technical and organisational discipline derived from hard work (Sucháček, 2006).

thematische papers

Transformation of old industrial areas should be generally perceived as a long-term process of the alteration of economic, social, institutional and environmental settings of the territory in question, which aims at reaching the goals, such as regional economic development, augmentation of its competitiveness, improvement of its environmental and socio-cultural qualities, cultivation of life-style and many others. These aims are usually further specified by concrete developmental strategies. Restructuring – or economic dimension of territorial transformation – plays an important role in the framework of the overall transformation, as it determines possibilities and limitations for other levels of transformation. According to Szczepanski and Cybula (1998), in successful examples of restructuring in Europe and all over the world, three basic variants (ideal versions) of the process can be identified: - Restructuring through definitive and planned liquidation of certain traditional industries (e.g. mining, metallurgy) and development of alternative, promising industries, particularly in the service sector.

125


Problems of old industrial territories in developed countries were accounted for by several conceptions. Massey (1984) focuses on so-called new spatial divisions of labour. She shows that management and research and development functions tend to concentrate mostly into metropolitan territories while other – mainly old industrial or underdeveloped regions – are ‘sentenced’ to manufacturing functions. It is claimed that spatial distribution of new investments is rather a selective one. Theories of flexible specialisation and flexible accumulation (Piore and Sabel, 1984), Californian school (Storper and Walker, 1989) or conception of learning regions (Lundwall, 1992), prove that new, innovative types of production are located out of traditional industrial areas. Territories of various kinds and ranks are thus compelled to continuous transformation in order to survive in contemporary merciless spatial competition (Malinovský and Sucháček, 2006).

thematische papers 126

Figure 1: Succession of Kondratieff’s technical-economic cycles in the history of industrial production.

Source: author Kondratieff’s long-wave theory (Kondratieff, 1935) shows that territories that acted as propulsive units of one wave of economic development can lose their positions in the course of the next wave of economic development. Kondratieff’s approach belongs among traditional theories. He underlines the importance of basic innovations that bring entirely new qualities and are followed by the chain of secondary innovations. The relevance of the basic innovations consists in the introduction of the long technical-economic cycle, which lasts between 30-60 years.


Figure 2: Chronological development of economic sectors.

Source: Berry et al (1974) All cycles followed essentially the same pattern: after the appearance of basic innovation and its development via secondary innovations, the growth of large-scale capacities and the concentration of the production followed (Sucháček and Seďa, 2011a). On the contrary, contemporary cycle that was induced by the advent of informational technologies as a new basic innovation, overcomes the traditional dilemma between the mass production and standard consumer on the one hand and specific, ‘tailored’ production and individual consumer on the other hand.

The next traditional conception that attempts to uncover the causes of transformation in the areas of traditional industry is Berry’s three-sector theory (Berry et al, 1974). The theory concentrates on decreasing employment in primary economic sector (i.e. in agriculture, forestry and fishery) and secondary economic sector (i.e. in industry). However, in tertiary economic sector or services, an employment has a growing tendency. The distinctness of these tendencies finally led to the division of the societal history into pre-industrial, early-industrial, late-industrial and post-industrial (see also Figure 2). As it can be seen, there are numerous conceptions striving for the clarification of decay and transformation of old industrial areas in advanced countries; on the contrary, processes of decline and transformation in their Central East European counterparts were not adequately captured yet. As already indicated, societal transformation in post-communist countries in 1990-ies consisted in the transition from totalitarian to democratic political regime and from centrally planned to the market economy. Moreover, these transformations were accompanied by general modernization trends (Sucháček, 2011). From wider societal perspective, we are entitled to speak about return to the modern developmental track. Not surprisingly, old industrial areas in advanced and transition countries are two different stories.

thematische papers

The beginning of the cycle launches an economic boom and initiates widely perceived societal changes. Kondratieff divided the evolution of industrial production into several cycles (see also Figure 1).

127


thematische papers 128

Domanski (2002) or Hudec and Šebová (2012) underline the specific legacy of socialist mining and manufacturing that brakes the transformation of these regions. It includes dependence on resourcebased industries, steel and heavy engineering, considerable monopolisation in many sectors, dominance of huge plants and lack of small enterprises, technological and organisational gap, inadequate or non-existent financial and producer services as well as environmental crisis. In spite of initial gloomy forecasts about inevitability of the decay of old industrial areas, surprising and rather different developments took place in many cases (Domanski, 2002). Relatively large scale of responses to the global and transition stimuli was determined not only by the character of system changes at the national level, but by locally and regionally specific processes and conditions and spatially rather differentiated institutional environment (Sucháček and Seďa, 2011b). It is worth noticing that the course of transformation of traditional industrial regions in transition countries turns out so peculiar and bears so extraordinary features that it is only hardly interpretable and explainable by traditional approaches towards the transformation of old industrial regions in advanced countries. One may notice a distinct gap in the interpretation and explanation of the processes that occurred in the areas of traditional industry in postcommunistic countries. In contrast to their western predecessors, their transformation took place in more complex framework and their time for transformation was much shorter and somehow compressed.

3. Hypotheses To express the attributes of transformation processes in Ostrava, Czech Republic, we test the following hypotheses: H1: There appeared depopulation tendencies in Ostrava during its transformation between 1995 and 2010. H2: Ostrava’s economy underwent the process of deindustrialization between 1995 and 2010. 4. Empirical Results 4.1. Course of Transformation in Ostrava Contemporary Ostrava is a natural metropolis of MoravianSilesian region, which is situated in northeast part of the Czech Republic. The region borders with Poland and Slovakia and covers an area of 5427 sq. km. With the population of approximately 1.2 million it is one of the most intensely populated regions in the Czech Republic. The overall economic character of the territory is determined by the gravity into Ostrava, which is the economic as well as social and administrative heart of the whole region. The complementary character of Moravian-Silesian Region (industrial areas versus recreational or rural agricultural spots) ensures an intense integration of the relations in the framework of the whole territory. Ostrava, formerly called the ‘Steel Heart of Czechoslovakia’, can be perceived as a typical victim of communistic industrial megalomania. Wild industrial growth resulted in the inferior image of the city, which gained a reputation as an environmentally and socially unpleasant place to live, inhabited by rude people.


Moreover, central government did not pay sufficient attention to the gradually accumulating regional problems and did not initiate any relevant regional policy. The long-term absence of self-government at the regional level hit the whole region hardly and substantially influenced the unsatisfactory course of its transformation. Central institutions proved to be too isolated from real life in Ostrava and its surrounding area. More importantly, they kept the competences that should normally belong to self-governing regions and municipalities. Even since the establishment of self-governing regions in 2001, the situation has not improved, since regions very often face operational and technical problems (Sucháček, 2006). Aside from the political-administrative context, the importance of communications is also undeniable. Both material and intangible communications play an important role in the development of any entity. The transportation infrastructure of the Ostrava agglomeration itself is of a relatively high standard, but its connections with neighbouring territories are much poorer, although the restoration of the railway corridor speeded up the connection with Vienna and Warsaw. The construction of a highway has been postponed many times, which has had a strongly retarding effect on the development of the whole region. Recently, the highway has been completed. The Oder River is not navigable, although there is enormous potential for the construction of a Danube – Oder – Elbe canal.

thematische papers

From the spatial standpoint, the strictly guarded borders and subsequent lack of both material and intangible communication caused the general retardation of practically all its life. Ostrava, as a frontier city, was hit rather severely by socialist semi-autarky, as the former Czechoslovakia was one of the most diligent pupils of the Soviet system. In 1989, the Ostrava agglomeration generated some 86% of Czechoslovak coal mining output, 82% of coke production, and 70% of steel production. Approximately 52% of the city‘s inhabitants worked in the secondary economic sector, 7% in the primary sector and merely 41% in the tertiary sector. At the beginning of 1990-ies, the Czech Republic underwent the shock therapy of the system changes. In 1990, the new post-communist government sharply reduced subsidies for coal mines and steelworks and announced that the new enterprise executives were responsible for the further development of their companies. All large enterprises in the Ostrava region were badly hit by a dramatic reduction of demand in their traditional markets. The same applied to domestic demand, which shrank as a consequence of economic recession. Rate of unemployment remained at a negligible level mainly for the sake of rapid small privatisation deals and the restitution of previously nationalised smaller production and service units. Immediately in 1990, the higher territorial administrative structures that corresponded to NUTS 2 level were abolished. Self-government existed only at the municipal level and was embraced by excessive state administrative power.

129


In spite of the good technical parameters of the airport in Ostrava-Mošnov, there is a minimum of regular flight connections so far. The intangible dimension of communication reflects the position of the area on mental maps. In spite of the gradual transformation of all its principal regional socioeconomic structures and rising quality of life, Ostrava and its surroundings are still perceived as a heavy industry region plagued with socio-pathological and other problems. This negative image is very often played up by the national media.

thematische papers 130

4.2. Selected Indicators of Transformation in Ostrava Apart from afore mentioned course of transformation we should concentrate also on selected indicators of this enormously complex process. These indicators embody the results of intended regional policy and other policies and macrostructural mechanisms on the one hand and spontaneous work of market forces on the other hand. Naturally, list of these indicators is far from complete because they were selected to characterize Ostrava’s transformation in a relatively synthetic form and one has to take into consideration also limitations of Czech territorial statistics. It is not necessary to underline that human beings create inner basis of all relevant happenings. From this perspective, society, economy, culture and other spheres of life should be perceived as certain outer manifestations and structures of inner characteristics of human beings. Activities of the population can be comprehended also as one of major embodiments of spatial development and differentiation.

That is why the population tendencies in Ostrava are of great relevance in this part of paper. As to economic attributes of the transformation, unemployment can be perceived as relatively synthetic indicator of these complex territorial changes. And last but not least, branch structure of the economy provides us with relevant information about economy’s condition and its developmental potential. The number of inhabitants in Ostrava was declining continuously in fact during the whole period of transformation. This decline was not so strong nevertheless it was palpable. The emigration took the form of brain drain of young and well-educated people on the one hand and the suburbanization just beyond the Ostrava’s administrative borders on the other. The process can be attributed to the relative lack of quality working opportunities as well as social and environmental situation in the city, which is far from optimal. Similar tendencies could be observed also in MoravianSilesian region but they do not apply to the Czech Republic as a whole.


Source: Czech Statistical Office. Table 2: Unemployment rate in Ostrava, Moravian-Silesian region and the Czech Republic between 1995 and 2010.

Source: Czech Statistical Office.

Since the abolishment of regional government at the end of 1990, there have been several attempts to co-ordinate some activities at the regional level of which the most important have been the establishment of regional development agencies. These agencies essentially replaced the nonexisting regions as non-adequate division of competences principally braked the activities of local and regional actors. In 1993, Regional Development Agency, which was funded mainly by PHARE programme, was established in Ostrava. There were also several other activities, such as Economic and Social Council of Ostrava-Karvinรก Agglomeration (later transformed into the Union for the Development of Northern Moravia and Silesia) that strived mainly for socioeconomic vivification of Ostrava and its surroundings. However, these activities usually suffered from poor co-ordination.

thematische papers

Table 1: Population in Ostrava, Moravian-Silesian region and the Czech Republic between 1995 and 2010.

131


Table 3: Branch structure of the economy in Ostrava, Moravian-Silesian region and the Czech Republic in 1995 and 2010.

thematische papers 132

Source: Czech Statistical Office and Labour Office. The spontaneous and chaotic restructuring of large enterprises in combination with already limited absorbing capacity of the tertiary sector and national economic problems manifested themselves in a surge in unemployment in the second half of 1990-ies. Rising unemployment can be attributed also to rather quantitative than qualitative development of the entrepreneurship in Ostrava as well as the whole Moravian-Silesian region. More importantly, in the whole analyzed period an unemployment rate in Ostrava and surrounding Moravian-Silesian region was higher than the average unemployment rate in the Czech Republic.

Unfavourable developments in the second half of 1990-ies led to the establishment of Department for Economic Development in the framework of Ostrava city hall whose primary endeavour was to attract more investors into the city. The inflow of new foreign direct investments (such as Hyundai motor company etc.) was supported also by the Ministry of Industry and Trade that provided massive investment incentives to foreign investors. As a consequence, employment in Ostrava started to grow again. Unfortunately, these investments were very often of low-road character and led to the re-industrialization of the whole agglomeration with a distinct orientation to the export. One cannot omit also some research and development investments which were located primarily in Ostrava itself and include for instance Science and Technology Park. As to the changes in the branch structure of employment in Ostrava, we can contemplate a certain (albeit not intense) deindustrialization. It is also striking that progressive branches of the economy are still rather undernourished both in Ostrava and MoravianSilesian region. There seems to be the only exception – information technologies that are developing promisingly in Ostrava. On the contrary, there is a growing pressure on social work activities in Ostrava and region, which is salient compared to the country’s average. The global economic crisis in 2008, which influences the socioeconomic developments in fact until now disclosed that resilience of Ostrava’s economy is not so good. Not surprisingly, Ostrava is rather an inconspicuous place as regards socioeconomics and can be called ‘a hidden potential’.


thematische papers

5. Conclusion Last two decades witnessed an intense transformation processes in Ostrava. City’s position was considerably worsened by social, economic and environmental deformations inherited from socialist past. That is why the applicability of transformation experience of its western predecessors turned out to be severely constrained. For the whole period of transformation, the city suffered from inadequate institutional framework, that had a great impact also on its economy. Ostrava’s transformation was to a large extent spontaneous process that relied on ex-post, market creation of new jobs. For city’s transformation a lot of less co-ordinated activities was symptomatic. Moreover, city’s transformation trajectory proved to be strongly path-dependent. After the sharp growth of unemployment in the second half of 1990-ies, there appeared some new activities partly supported by instruments from the state level that helped to attract more investors into the city and its agglomeration. Unfortunately, this meant only a little move towards high-road investments and more diversified economy. In spite of this, both hypotheses formulated at the beginning of the article were confirmed and Ostrava indeed underwent depopulation and deindustrialization processes between 1995 and 2010. It has to be stressed that both processes were inno manner dramatic. At the same time, Ostrava’s transformation undoubtedly represents not yet finished process.

133


10. MASTERPROEFSITE OSTRAVA

Afba Af bake keni ke ning ng m maste terp te rpro rp roef efsi site te Wate Wa terw te rweg rw egen eg en

Ruben Eelbode

thematische papers 134

INLEIDING Ostrava blijft zich focussen op nieuwe strategische kansen. De visie beoogt Ostrava als de tweede grootste ontwikkelingspool in de Tsjechische Republiek. De belangrijkste doelstellingen zijn het voorbereiden en behouden van vooraanstaande deskundigen, samen met het vergemakkelijken van onderwijs, innovatie en in het algemeen het humaniseren van het leven in de stad. Het is de opvatting dat de toekomst van Ostrava en de regio afhankelijk is van de ontwikkeling van vitale economische sectoren en geavanceerde technologieĂŤn. Dat is de reden waarom de stad, in samenwerking met haar partners uit het bedrijfsleven en academische wereld, hen voorziet van royale steun. Ook concetreerd het beleid van Ostrava zich op de ondersteuning van het toerisme. Op basis van het Strategic Plan of Development, een studie die bekend staat als The Framework of Competitiveness voor de periode van 2012 - 2020 is uitgevoerd om aan te tonen welke richting de stad zal bewandelen. De masterproefsite is een verzameling van voormalige industriecomplexen, brownfields

Bebouwd (kleur) en niet bebouwde ruimtes (grijs)


Felix Neumann (1860-1942)

thematische papers

Ostrava ligt in de Moravische Poort aan een zeer oude handelsroute, de Barnsteenroute. De eerste vermeldingen van de stad dateren uit 1229 (Silezisch Ostrava) resp. 1267 (Moravisch Ostrava), maar Ostrava kwam pas vanaf 1763 tot ontwikkeling. In dat jaar werd de steenkool ontdekt die van Ostrava een belangrijk mijnbouwcentrum maakte. De laatste mijn is inmiddels gesloten (1994). Ook een groot deel van de metaalindustrie is sinds de Fluwelen Revolutie verdwenen.

135


thematische papers 136 Masterplan Ostrava


thematische papers

Afbakening masterproefsite Waterwegen Spoorwegen Treinstation

Morfologie met aanduiding van de waterwegen en treininfrastructuur

137


Afbakening masterproefsite Waterwegen Autosnelwegen Spoorwegen (trein) Trolleybus Tramnetwerk

thematische papers 138 Mobiliteit


Herwonnen gebied Sociale brownfield In het proces van regeneratie Industrieel brownfield Waterplas Gebied dat wordt aangegeven op de kaart als brownfield in 2000, maar in 2010 niet meer voldoet aan de definitie van brownfields Grenzen kadastrale oppervlakte Aantal brownfieldgebieden volgens de databank 2000

thematische papers

Afbakening masterproefsite Waterwegen

Brownfields

139


Rivier Zijrivier Autosnelweg

MUGLINOV

Belangrijke autowegen Spoorwegen Site masterproef

Forum New Karolina (Gedeeltelijk uitgevoerd) SLEZSKA OSTRAVA

MORAVSKA OSTRAVA (historisch centrum)

HULVAKY VITKOVICE

thematische papers 140

Black Meadow (Ostrava 2015; niet uitgevoerd)

Arcelor Mittal

HRABUVKA

Vitkovice Blast Furnace (Ostrava 2015; in uitvoering)

1000 m

Strategische projecten Fenix Park Hrabova (Planningsfase)


Ostrava – Magnet region

thematische papers

“Ostrava – The Magnet of the Region”, aims at developing the area with the emphasis on its great potential for growth. To be more specific, the IDPC focuses on the heart of the city, which should serve as the attractive centre of the third largest city of the Czech Republic and a venue for supraregional events on completion of the IDPC. The most significant projects aim, first and foremost, to revitalise the Ostravice River. After dozens of years, it is envisaged that it will be an integral part of the city centre again, suitable for recreation and leisure activities of local people and tourists alike. This quiet urban zone has grown significantly more attractive, offering a new opportunity for active relaxation, since several projects were carried out on the river (six water sport stops, two weirs, and a water sport harbour). The construction was completed at a cost of CZK 36 million, with 92.5 % being co-financed from the EU funds. Also, the revitalization of the 30-hectare Komenský Park is another project raising the quality of leisure time activities.

141


11. HUISVESTING IN OSTRAVA Ward De Wispelaere Bij een eerste aanzet tot het bekijken van de huisvesting in Ostrava werd gezocht naar geschikte bronnen die het thema huisvesting in kaart brachten. Twee documenten kwamen in het voorlicht. Het eerste document was een research report over een Urban shrinkage in Ostrava. Het werk bespreekt negatieve vormen van degradatie in de stad zowel in het verleden als in het heden.

thematische papers 142

Vervolgens las ik een tweede document die in contrast staat met het shrinkage report. Een pro stedelijke document dat pleit voor de ontwikkeling van de stad Ostrava van 2009 naar 2015. Dit werk komt van uit overheidsinstantie op niveau van de stad Ostrava. "Ostrava the second fastest developing region of the Czech republic" is de slogan van dit document.

Conclusies uit Ostrava's Shrinkage report: De belangrijkste redenen voor dit proces van "lichte krimp" zijn de volgende: • lagere geboortecijfers en sociaal-demografische veranderingen in de context van de tweede demografische transitie. • Job verwante emigratie van jonge goede opgeleide mensen, voornamelijk naar Praag, maar naar WestEuropa of de VS • suburbanisatie en uitstroom van inwoners naar de perifere delen van de stad van Ostrava (Krásné Pole) en naar het achterland van Ostrava (bijvoorbeeld VřesinaČeladná, Ostravice, Malenovice, enz.) • Overspoelingen in 1997 als milieuramp vooral noordelijke deel van Hrušov in Slezská Ostrava • politieke beslissingen, met name in de 2de helft van de jaren veertig en jaren vijftig die oude gebouwen hebben getroffen! Moravská Ostrava een Přívoz Mariánské Hory een Hulváky Slezská Ostrava

Het kiezen van deze documenten biedt de interessante mogelijkheid om met een kritische houding naar de toekomst van Ostrava te kijken. Zal de overheid erin slagen om daadwerkelijk meer welvaart, meer mensen, meer ontwikkeling te realiseren of zullen zij slecht een schakel vormen in een recessie ondergaand degraderend Europa. Foto Google Earth: Nieuwe sub-urbanisatie in Krasné pole


• Desinvestering in centrale delen van de stad in het verleden, dat wil zeggen het besluit van de communistische partij niet te investeren in centrale "historisch" delen van de binnenstad in het einde van de jaren 1940-1960 (vanwege mineable kolenlagen onder het centrum van de stad) en het besluit om te investeren in een "Nieuw Ostrava", naar het westen van de stad op de velden en weiden in het dorp van Poruba en de bouw van nieuwe enorme woonwijken in het zuidelijke gebied van Ostrava (Ostrava-Zuid: Zábřeh, Hrabůvka, Výškovice). • Deïndustrialisatie en economisch verval in oude industrieën: het verlies van aantrekkelijker te maken voor in-migrants toe te schrijven aan de daling van de regionale economische basis na 1989 en verlies van relatief goed betaalde banen in zware industrie • Flood 1997 als een belangrijke natuurramp • Luchtverontreiniging door industrie en motorvoertuigen • Minder (of helemaal geen) aantrekkelijke geprefabriceerde woonwijken • Aanzienlijke sociale problemen zoals sociaal uitgesloten gebieden • Het bestaan van brownfields (LagunasKarolina, lagere Vitkovice Hrušov) • Slecht imago van een vervuilde industriële stad

DE HUISVESTING Onderzoeksvraag: is er nood aan meer of minder woningen? IN HET VERLEDEN In de gehele Tsjechische Republiek was er een tekort aan woningen in de periode 1945-1989 De bouw van nieuwe woningen in Ostrava in combinatie met de beschikbaarheid van betaalde banen in de zware industrie trok vele mensen naar Ostrava. Er waren sterke immigratie golven in de jaren '50-'80, die na de lancering van een transformatieproces 1990 vanwege gebrek aan banen gestopt was. Zelfs in de periode van de transformatie in de jaren negentig-2000s was de vraag naar woningen hoger dan w at er geleverd kon worden. Bovendien waren er niet veel leegstaande woningen beschikbaar. Er zijn nogal tekorten aan kwaliteits woningen terwijl er een overaanbod is aan sociale huisvesting. Dit feit heeft de mobiliteit van personen en arbeidskrachten na 1989 samen met de geringe mobiliteit neiging (hellingsgradiënt) van de Tsjechische bevolking als gevolg van hun waardesysteem en de voorkeur van sterke lokale sociale banden verzwakt. Het aantal en de grootte van woningen groeide vanaf 1947 permanent, zelfs na 1992 toen het lichte krimp proces begon. We onderscheiden verschil

thematische papers

De stuurprogramma's van krimp zijn als volgt geweest:

143


lende stadia tijdens de periode van de communistische verstedelijking en de bouw van woonwijken. In de jaren 1950 werden vrij klein woningen gebouwd (2 kamers en keuken) in woonwijken met bakstenen. Huizen met een dubbel verhaal en een goede levensstandaard. Milieu en sociale infrastructuur werden in aanmerking genomen.

thematische papers 144

In de jaren zeventig kwamen er woningen met 2 tot 3 kamers en keuken in meestal geprefabriceerde woonwijken. Met een hoge stijging (15 huizen waren niet uitzonderlijk) werden geprefabriceerde huizen gebouwd. De kwaliteit van het milieu was lager dan in de jaren 1950 (niet veel groene en publieke ruimte), maar de sociale infrastructuur zoals gezondheidscentra, crèches, kleuterscholen en scholen kwamen beschikbaar. In de jaren tachtig, als gevolg van economische zwakte van het communistische regime, was de bouw van woonwijken van laagste kwaliteit. Hoewel 4 kamer woningen werden gebouwd op dat moment stond het borg voor een buitengewone dichtheid van bevolking, met verwaarloosde gebouwde standaard, geen voorzieningen zoals groene en publieke ruimte, en niet genoeg ontwikkelde sociale infrastructuur. Een dergelijk voorbeeld is Doebina woonwijk in Ostrava-Zuid. In 1989 was de staat van de bouw van materieel en huizen in de Tsjechische Republiek en met name in Ostrava in een zeer slechte conditie te wijten aan de desinvestering. De gevels van huizen waren

de standaard, geen voorzieningen zoals groene en publieke ruimte, en niet genoeg ontwikkelde sociale infrastructuur. Een dergelijk voorbeeld is Doebina woonwijk in Ostrava-Zuid. In 1989 was de staat van de bouw van materieel en huizen in de Tsjechische Republiek en met name in Ostrava in een zeer slechte conditie te wijten aan de desinvestering. De gevels van huizen waren grijs en vervallen en de woningen moesten worden gerenoveerd en gemoderniseerd.

De lichte daling van de bevolking heeft woning vacatures niet beĂŻnvloed, in tegendeel het veroorzaakte de verbetering van de levensomstandigheden door de groei van de woning in ruimte per persoon. an het aantal woning is vastgesteld met de eis van bewoners/huishoudens voor het alleen-leven in een woning en het hebben van meer ruimte per persoon.


We kunnen beweren dat als gevolg van de groei van het aantal studenten die verdrievoudigd in de afgelopen 20 jaar van ongeveer 10.000 in 1990 tot 30.000 studenten in 2009, de leegstand niet aanzienlijk is

verhoogt. Sommige woningen zijn bezet door juridische (of zelfs illegale) werknemers en in enkele woningen, met name in sociaal uitgesloten buurten, veel meer inwoners dan officieel geregistreerd verblijft. De Roma-bevolking en haar sociale positie in Ostrava en in andere Tsjechische gemeenten zijn zeer specifiek in het kader van stedelijke ontwikkeling in Europa. In de loop van economische transformatie in de jaren negentig-2000s, in verband met de druk op de productiviteit en efficiĂŤntie in lokale bedrijven, is de Roma-bevolking zeer intensief geraakt.

thematische papers

woning en het hebben van meer ruimte per persoon. Volgens de volkstelling gegevens in 1970: in Ostrava waren er 106,412 woningen met 10,6 m2 woning ruimte per persoon en een gemiddeld aantal personen in een permanent bewoonde woning van 2,83. In 1991, werden er in Ostrava 132,806 woningen gebouwd met 15.3 m2 woning ruimte per persoon en een gemiddelde van 2,58 personen in een permanent bewoonde woning. In 2001 waren er 135,912 woningen met een woning ruimte van 17,0 m2 per persoon en een gemiddeld 2.43 personen in een permanent bewoonde woning.

145


HET HUIDIGE BELEID

thematische papers

In 1990 werd de stad Ostrava de eigenaar van 45,476 woningen. Vervolgens, in de jaren negentig-2000s waar de privatisering van huizen en woningen plaatsvond en waar nieuwe eigenschap relaties werden gevestigd. De hogere ratio van woningen of huizen die eigendom waren van de stad draagt bij tot een hogere stabiliteit van bewoners en betere identificatie. We zien het als een opmerkelijke stimulans voor reconstructie van huizen en woningen en een belangrijke factor voor de verbetering van de bouw van voorraad in de stad. Sinds 2004, over de economische opleving periode 2004-2008, heeft begon de Golf van de bouw van nieuwe woningen in Ostrava door ontwikkelaars (huizen "Podkova", "Ameba" en "Městská brána" in het centrum van de stad, "Atrium Slezska" in Slezská Ostrava, "Nová Poruba" in Poruba. Sinds de jaren negentig in de perifere landelijke districten van Ostrava is booming de bouw van familie huizen bijvoorbeeld in Krasné Pole (73 nieuwe huizen in de periode 1991-2001 die is 15,4% groei van de woningvoorraad), Lhotka, Nová Bělá, Proskovice, Pustkovec.

NAAR DE TOEKOMST TOE VOLGENS THE STRATEGIC PLAN FOR THE DEVELOPMENT OF THE CIT Y... Een stijgende levensstandaard, samen met veranderende levensstijl en werk gewoontes, hebben toenemende vraag naar betere huisvesting gegenereerd. In de afgelopen jaren hebben huizenkopers zich gericht op kwaliteit, het groeiende economische potentieel van de regio om Ostrava zelf te onthullen. De lokale overheid is zich gaan concentreren op de wederopbouw en de renovatie van de oudere woningvoorraad Het bouwen van nieuwe verpleeghuizen, en het herstel van publieke ruimten op high-rise woonwijken zijn aan de orde.

146 Havířská / Hornická, Ostrava, Moravskoslezský kraj,

Foto Google Earth: Prefab appartementsblokken in het zuiden van Ostrava


De bevolking van Ostrava vergrijst â&#x20AC;&#x201C; zoals ook het geval elders in West-Europa â&#x20AC;&#x201C; en een toenemend aantal burgers zijn geregistreerde mensen met een handicap. Ondanks deze trend heeft de stad sterk economisch potentieel, waardoor het zorgt voor een goede kwaliteit van faciliteiten en diensten voor al haar burgers. Hoewel Ostrava meer dan 100 speciaal aangepaste appartementen heeft voor mensen met een handicap, is de stad nog niet volledig voorbereid voor de voorspelde stijging van het aantal gehandicapte burgers en zijn er niet genoeg appartementen om aan toekomstige behoeften te voldoen. Net als andere Europese steden, wordt Ostrava geconfronteerd met het mogelijke ontstaan van probleemgebieden die lijden aan een hoge concentratie van sociale problemen en criminaliteit. Een van de

Google Earth: Gebouw in Stodolni straat voor een reconstructie

belangrijkste taken voor de toekomst zullen de preventie van deze problemen en de vermindering van de risicofactoren zijn. Gezondheidszorg en sociale diensten biedt Ostrava goede toegang tot ambulante en stationaire gezondheidszorg voor haar eigen burgers en mensen uit de bredere regio. In veel gevallen staat gezondheidszorg bekend om hun kwaliteit. Ostrava blijft echter geconfronteerd met een lange termijn probleem: het tekort aan gekwalificeerde gezondheidswerkers, vooral artsen gespecialiseerd in levensstijl ziekten en andere Gezondheidstrends gerelateerde aan de vergrijzing van de bevolking (specialisten in geriatrische geneeskunde, psychiaters, enz.). Andere gemeenschappelijke gezondheids-

thematische papers

Google Earth: Gerenoveerde gebouwen in Masna straat

147


problemen hebben betrekking op de lange termijn verslechtering van de kwaliteit van het milieu.

thematische papers 148

De belangrijkste sociale problemen van de stad worden aangepakt via het systeem van communautaire programmering. De stad van Ostrava Gemeenschap Plan beginselen van brede partnerschap implementeert en richt zich op geselecteerde doelgroepen of probleemtypen. Het communautair actieplan heeft geleid tot de oprichting van verschillende soorten reliĂŤf services, een crisiscentrum, persoonlijke bijstand, het centrum van bemiddeling, dakloosheid hulp programma's en anderen. Echter, sommige van deze diensten niet worden geleverd tot een volledige voldoende omvang, of hun huidige capaciteit niet volstaat om te voldoen aan de verwachte toekomstige vraag (bijvoorbeeld verschillende soorten reliĂŤf services of dienstverlening bij klanten huizen, voorzieningen voor senioren en burgers met geringe mobiliteit, sociale rehabilitatiecentra, eerste-lijnsgezondheidscentra, therapeutische gemeenschappen, halfway huizen, sociale therapeutische workshops en nacht Jeugdherbergen, beschut huisvestingen week zorg centra). Net als andere Tsjechische steden, moet Ostrava bereid zijn om de toekomstige behoeften van de vergrijzing van de bevolking. Overwegende dat in 2005 er 60 600 burgers ouder dan 60 waren, tegen 2010 dit aantal zal stijgen tot 68 500 en in 2015 het 78 700

het 78 700 zal bereiken. De specifieke behoeften van deze groep moeten worden weerspiegeld in de gezondheidszorg, sociale zorg en huisvestingsbeleid van de stad. Recreatieve activiteiten voor Ostrava, de ontwikkeling van culturele en sportieve activiteiten vormt een essentieel onderdeel van de identiteit van de stad. Ostrava ondersteunt en bevordert allerlei culturele en sportieve evenementen â&#x20AC;&#x201C; biedt haar burgers een breed scala aan recreatieactiviteiten en helpen bij het aantrekken van nieuwe bezoekers en het stimuleren van de stad. Ostrava heeft een sterke traditie van theatrale, en regelmatige gastheren met prestigieuze muziekfestivals. In 1990 begon de stad te bouwen aan een netwerk van fietsroutes. Eind 2007 waren er 189 km van routes in de stad. Echter, dit netwerk voldoet niet volledig aan de kwaliteitsnormen van moderne fietsroutes. De stad heeft gebouwd aan moderne woningbouw projecten gericht op specifieke bevolkingsgroepen en gebaseerd op actuele levende concepten. In de belangrijkste woonwijken, zijn openbare ruimtes gerenoveerd met behulp van de mogelijk maximumgehalten van subsidie financiering, herstel van de openbare ruimtes en een nieuwe reeks van recreatie voor kinderen en jongeren in te brengen.


Volgens de overheid benodigde functies uit ... Wederopbouw van publieke ruimtes in high-rise woonwijken voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: - bouw en wederopbouw van gebieden voor kinderen - ontspanning zones in woonwijken high-rise - aanpassingen aan lokale wegen / paden - gemeenschap en sociale centra - nieuwe maatschappelijke voorzieningen in woonwijken - ondersteuning voor bouwprojecten op ongebruikte stad centrum land maatregel Technische renovatie van appartement blokken voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: - reparaties van hoogbouw - regeneratie van woonwijken Planning en tenuitvoerlegging van stedelijke huisvestingsstrategie voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: -definitie van de eisen van afzonderlijke bevolkings-

groepen -Identificatie van locaties of appartementen voor achterstandsgroepen en ring-fencing van deze appartementen als onderdeel van de stad special-purpose woningvoorraad -steun voor de bouw of de wederopbouw van obstakelvrije appartementen maatregel Uitvoering van nieuwe projecten ter ondersteuning van de preventie van sociale problemen in de huisvesting van voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: -Halfway huizen -senioren huizen -Nursing homes -Appartementen met assistent sociale diensten -Starter appartementen -oprichting van een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de stad en de RPG (een grote echte Estate management company die in Ostrava) Het bespreken en implementeren van projecten waaronder koppelingen naar onderwijs, opleiding, werkgelegenhzeid en vrije tijd activiteiten tot doel heeft. De ontwikkeling van onderwijsinfrastructuur voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: - nieuwe faculteit Electrical Engineering and Computer Science

thematische papers

De kwaliteit van de huisvesting verbeteren en het maken van geschikte huisvestingsomstandigheden voor verschillende bevolkingsgroepen.

149


ter Science - gebruik van de voormalige Zábřeh ziekenhuis ruimten voor nieuwe faculteiten Maatregel verbetering van de kwaliteit van openbare ruimtes zijn voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten: - aanpassing, modernisering en toegang tot school velden spelen - Open ruimtes-interconnectie van het systeem van open ruimtes, parken en groen - omzetting van waterlopen in de stedelijke organisme - Landscaping van parken en groenzones maatregel Bouw en verbetering van sport, ontspanning en entertainment faciliteiten voorbeelden van belangrijke activiteiten en projecten:

thematische papers 150

- Modernisering van atletiek stadion - nieuwe voetbalstadion - reconstructie van de Moravische Ostrava - Ostrava Jih water park - Koblov meren - nieuwe projecten en gebouwen in de zoo Ostrava - interactieve museum – wetenschap en amusement park - wederopbouw van braakliggende ruimten voor vrijetijdsbesteding - nieuwe bezoeker centra op historische industriële gebouwen in de stad - centrum

SOCIALE DIFFERENTIATIE VS MORPHOGENETISCH... Na het opsommen van tal van functies die door overheidsinstantie als potentiële benodigdheden worden aanstippelt kunnen we gaan nadenken over een kaart die verschillende sociale groeperingen naar voren brengt. De morphogenetische structuur in combinatie met de sociale structuur geeft ons reeds voor ons bezoek een overzicht hoe de stad gegroeid is tot vandaag in de zin van de huisvesting. We kunnen gaan bepalen welke functies er al dan niet relevant is of welke structuren er een aanpassingen dienen te ondergaan. Het al dan niet streven naar een sociale gelijkheid of een voortzetting van de gang van zaken is een individuele bepaling per student. CONCLUSIE ONDERZOEKSVRAAG: IS ER NOOD AAN MEER OF MINDER WONINGEN? Bij het bekijken van de twee bronnen kunnen we besluiten dat hoewel er een algemene degradatie van de stad is er een constante en lichte stijging is van het aantal huishoudens terwijl ze telkens kleiner worden. Het voorzien van de nodige woonvestigingen zal naarmate de tijd vordert ook moeten worden aangevuld. Het is de wens van de stedelijke overheid om aan dit tekort te voldoen. De mate waarin verschilt van sociale groeperingen en verschillende morphogenetische structuren.


151

thematische papers


12. DE GESCHIEDENIS VAN OSTRAVA Toon De Keyser Ostrava heeft zijn naam te danken aan de Ostravice rivier die de stad opdeelt in Moravian en Selisian Ostrava. De basis van het woord Ostrava is terug te vinden in â&#x20AC;&#x153;ostryâ&#x20AC;? en betekend, scherp en snelstromende rivier.

thematische papers 152

Het eerste bewijs van menselijke nederzettingen in deze regio gaat terug tot in het stenen tijdperk. Ongeveer een 25,000 jaar geleden bevond er zich een kamp van mammoet jagers zich op de top van de Landek Hill. Dit wordt gestaafd door uitgebreide archeologische opgravingen die tevens duiden op het eerste gebruik van steenkool in de geschiedenis. Rond 800 werd er op, zoals vele heuveltoppen in de omgeving, een fort gebouwd op de legendarische Landek hill door de Slavisiche Holasic stam. Later in het midden van de 13de eeuw werd hier het stenen kasteel van de Tsjechische koning Premysl Otakar II gebouwd.


x

m

r

h

t

g

h

p

g

h

l

q

h

q

h

j

i

x

r

p

g

r

h

l

j

y

s

h

w

p

q

o

l

p

h

h

p

i

k

l s

k

k

Ostrava’s oudste vermelding gaat over Polische, nu Silesian Ostrava, en werd terug gevonden in een document van de Paus Gregory XI dat dateert uit 1229. Hierin wordt de constructie van het kasteel van Silesian Ostrava beschreven die Poolse grens t.o.v. de Hoheemse staten moest verdedigen. Vandaag Moravian Ostrava, werd in 1267 voor het eerst vermeld in de wil van de Olomouc bisschop, Bruno van Schauenberg. Moravian Ostrava kreeg in 1279 de status van een stad. Het stadscentrum bestond, en bestaat nog steeds uit een vierkantig plein, het Masaryk plein. In 1362 kreeg de stad van koning en keizer Charles IV het recht om een 16 daagse, jaarlijkse markt te houden waardoor Ostrava op de kaart werd gezet voor de 14de eeuwse markkraamhouders.

De status van Ostrava werd versterkt in de eerste helft van de 16e eeuw dankzij de ontwikkeling van de professionele industrie. Deze bestond vooral uit wollen doek productie en weven op maat. Ook de winstgevende visteelt werd een belangrijk onderdeel van de lokale economie.

Afgezien van militaire campagnes werd het leven in Ostrava geteisterd door natuurrampen zoals overstromingen, branden en ziektes. De grootste brand, in 1556, verwoeste vrijwel alle huizen op het plein. In 1625 stierf de helft van de bevolking ten gevolgen aan de pest. Achter de dertigjarige oorlog was Moravisch Ostrava één de zwaarst getroffen gebieden uit Tsjechië. Ostrava werd bezet door de Denen en in 1642 werd de Silezische kant bezet door de Zweden.

thematische papers

w

l

k

v

g

u

h

h

t

h

g

s

r

g

q

h

h

p

n

p

o

m

h

l

k

k

h

j

h

i

g

In 1553 kocht de stad het dorp Certova Lhota, het huidige Marianske Hory en in 1555 Privoz.

153


{

‡

€

…

†

{

}

{

}



|

ˆ

„

}

‚

ƒ



€

}





~

{

z

}

{

|

z

In 1763 werd er steenkool ontdekt in de Burna vallei in Polish Ostrava. Dit reanimeerde het economische leven van de Ostrava regio en zorgde voor een snelle agglomeratiegroei. In 1828 werd een ijzerfabriek opgericht in het dorp Vitkovice en in 1847 werd de connectie met de noordelijke spoorweg verwezenlijkt.

thematische papers 154

In de tweede helft van de 19de eeuw werd Ostrava één van de belangrijkste industriële steden van de Oostenrijkse, Hongaarse monarchie. De bloeiende industrie zorgde voor een enorme toestroom van mensen. In 1830 had Moravisch Ostrava slechts 2000 inwoners, 50 jaar later, 13000. Een groot deel van deze immigranten waren van Duitse en Poolse afkomst en vestigden zich voornamelijk in de kolonies van het Poolse Ostrava, Vitkovice en andere gemeenschappen. Het sociale en culturele leven op het einde van de 19de eeuw was gecentraliseerd in: het nationale Tsjechische huis, het Duitse huis, het Poolse huis en de stadschouwburg. Na de geboorte van de Tsjechoslowaakse Republiek, in 1918, behield Ostrava haar belangrijke positie dankzij de ijzerfabrieken en de mijnen. De stad transformeerde langzaam naar een meer administratief, sociaal en cultureel centrum.


‰

Ž

”

–

•

Š

‹

Ž

Ž





’

“

‹

Š

›

š

™

Het culturele en het sociale leven werd in deze tijd ondersteund door twee vaste theaters die vooral geliefd waren bij de jonge theaterbezoekers. In 1954 begon men optredens te geven met het orkest dat we vandaag het Janacek philharmonic orchestra noemen.

•

˜

Š

”

‹

Š

‰





Ž

’

‹



—

Š



’

“

 •

’

Š

—

Een volgende ingrijpende gebeurtenis was de naziebezetting op 15 maart 1939. De grootste industriële ondernemingen, zoals de mijnbouw en ijzerproductie in Vitkovice, werden ingezet voor oorlog productie. Aan het einde van de oorlog in 1944 werd de stad zwaar beschadigd door bombardementen.

In 1945 huisvestigde de Mining university en een tak van de educatieve facutleit van Brno Masaryk zich in Ostrava. Deze laatste werd onafhankelijk in 1959 en werd een deel van de nieuw opgerichte universiteit van Ostrava.

Na 1945 en in jaren 1950 concentreerde Ostrava zich op de ontwikkeling van zware industrie zoals de mijnbouw, de ijzer- en staalindustrie en andere. Ostrava werd in deze periode het stalen hart van de republiek genoemd. In 1949 start men met de bouw van het grote industriële complex, Nove Hut, in Ostrava-Kuncice. Dit zorgde wederom voor een nieuwe instroom van werknemers zorgden voor het ontstaan van nieuwe perifere wijken zoals: Poruba

thematische papers

‹

Œ

’

Š

‹

Œ

‘

Š

Š



Ž





Œ



‹

Œ

Š

‰

‰

Op 1 januari 1924 werd het zogenaamde “groter Ostrava” gevormd. Zeven Moravische dorpen werden samengevoegd tot één groter geheel: Moravisch Ostrava, Privoz, Marianske Hory, Vitkovince, Hrabuvka, Nova Ves en zhbrah nad Odrou. Dit beïnvloede in belangrijke mate de structurele ontwikkeling van de stad. De wereldwijde crisis van 1929-1934 liet ook hier zijn sporen achter.

Zahreh, Hrabuvka en later Vyskovice en Dubina.

155


¥

«

Ÿ

¢

¬

£

ª

Ÿ

œ

©

¨

Ÿ

¡

¥

Ÿ

¨

¥

¦

§

¤

£

£

¢

¢

¡

Ÿ



ž

œ

In 1989 komen er aanzienlijke politieke en economische veranderingen. Ostrava werd een wettelijke stad onder leiding van een burgemeester en een gemeenteraad die door vrije democratisch verkiezingen verkozen worden. Na twee eeuwen actief steenkool te ontginnen werden, na een industriële herstructurering, de mijnbouwactiviteiten in 1994 stil gelegd. De Vitkovice hoogovens, die vandaag de dag een opvallend landmark zijn, werden in 1998 uitgeschakeld. Vandaag concentreert men zich met het bouwen van machines en bevindt het centrum van de staalindustrie zich nu in Nova Hut.

thematische papers 156

De overstroming van Juli 1997 staat bekend als de duizend jarige overstroming en had dramatische gevolgen op de stad en haar inwoners. In 2000 werd Ostrava het administratieve centrum van het nieuw opgerichte Gewest Ostrava, het huidige Moravië-Silezië.


157


vergelijkend onderzoek

06


01. C-MINE GENK Lieselotte Vinken GESCHIEDENIS In augustus 1901 vindt André Dumont steenkool in de Kempen. Het Limburgse steenkoolbekken was ontdekt. Met de exploitatie van de zeven mijnsites, kon de kolonisatie van de onherbergzame Kempen beginnen. De ontwikkeling van de steenkoolmijnen betekende een keerpunt voor de Limburgse industriële ontwikkeling. Het slecht ontsloten gebied werd bereikbaar gemaakt door de aanleg van autowegen, spoorwegen en het Albertkanaal.

vergelijkend onderzoek 160

600, 660, 735 en 850 m. In 1960 fuseerde Winterslag met het Waalse staalbedrijf Esperance Londoz. Een nieuwe fusie erna gebeurde met de Kempische Steenkoolmijnen. Maar ook dit kon de sluiting erna niet voorkomen. De oliecrisis van de jaren ‘70 zorgde uiteindelijk voor een sluiting van de mijn in 1988. De site van Winterslag ligt op de rand van het Kempisch Plateau en is omgeven door steile hellingen. De beboste hellingen zorgen voor een natuurlijke barrière tussen de hoger gelegen mijnsite en de omgeving. Winterslag is een groene vlek in het verstedelijkte landschap. Naast die natuurlijke elementen wordt het plateau doorsneden door infrastructuur. Die in-

SITUERING De mijnsites werden ingeplant op de plaats van de meest succesvolle proefboring. In Winterslag werd de eerste steenkool bovengehaald in 1914. De prille ontginning werd al snel stopgezet door de ontketening van de eerste wereldoorlog. Vanaf 1919 kon de exploitatie terug van start gaan. De productie nam geleidelijk af na de tweede wereldoorlog. De mijn haalde in 1967 nog een jaarproductie van 1.635.514 ton. De totale mijnproductie bedroeg 66.593.000 ton. In 1953 was de tewerkstelling maximaal met 6250 mijnwerkers. De ondergrondse verdiepingen lagen op

Werknemers voor de mijn in Winterslag.


Situering van de 3 mijnen in Genk.

µ

²

°

°

¯

³

±

´

®

°

zijn de terril en de schachtbokken die van ver zichtbaar zijn. Ze hebben een sterke visuele impact op de omgeving. De mijngebouwen werden opgetrokken rond de schachtbokken tussen 1910 en 1925. Dit moest snel gebeuren zodat men zo snel mogelijk met het productieproces kon starten. Het optrekken van de eerste mijngebouwen ging gepaard met het graven van de schachten en het ontwerp van de plannen voor de eerste woonwijk. Organisatorisch werden de mijngebouwen onderling verdeeld in drie trajecten : het energietraject, het arbeiderstraject en het kolentraject. Elk traject staat in verbinding met de schachten. Het energietraject bestaat uit grote fabrieksgebouwen met installaties en turbines. Het zijn de gebouwen die verbonden zijn met de schachtbokken. Het arbeiderstraject draait vooral rond het hoofdgebouw, met de burelen en de badruimtes. Er was veel aandacht voor hygiëne en veiligheid. De neobarokke architectuur van deze gebouwen is veel rijker dan de strakke vormgeving van de fabrieksgebouwen van het energietraject. Een laatste traject is het kolentraject. De kolenwasserij, de schachtbokken en de loopbruggen zijn technische constructies. De architectuur was berekend op snelheid, efficiëntie, rendabiliteit en aanpasbaarheid. Ze stond met andere woorden volledig in het teken van het ontginningsproces.

vergelijkend onderzoek

·

²

°

±

®

¸

µ

¯

­

­

º

±

¸

¹

¯

±

®

­

frastructurele insnijdingen vormen de klaverbladvormige structuur van de site. De vier lobben worden verdeeld door de spoorlijn op de noordzuidas en de Noorderlaan op de oostwestas. De vier hoofdassen zijn onderverdeeld in een strikte zonering: een zone voor wonen, voor werken, voor ontspanning en voor handel. De mijngebouwen zijn zo ingeplant dat ze de omgeving niet domineren. Een uitzondering hierop

161


De vele nieuwe arbeiders moesten natuurlijk ergens wonen, en liefst dicht bij de mijnzetel. Omdat het werk op zich al niet aantrekkelijk was, wilden de mijnbazen en de overheid liever niet dat de arbeiders zouden huizen in grauwe, aaneengesloten woonkazernes zoals die hadden bestaan in de negentiendeeeuwse industriesteden. Daarom lieten ze zich inspireren door de aanpak van de groene tuinwijken in Groot-Brittannië. Een Limburgse mijntuinwijk, in de volksmond ‘cité’, bestond uit kleine woonblokken, brede straten en veel groen. Naast woningen boden de cités hun inwoners ook scholen, kerken, ziekenhuizen, winkels en ontspanningsmogelijkheden aan.

vergelijkend onderzoek 162

Het te saneren gebouwencomplex is het geheel van de gebouwen die samen het ‘energietraject’ vormen. Het zijn de oudste gebouwen van de industriële site. Ze staan rechtreeks in verbinding met de twee schachtbokken en maakten de kern uit van het ontginningsproces. Dit maakt van het gebouw één van de belangrijkste industriële complexen van ons industrieel erfgoed. Het symboliseert de industriële ontwikkeling in Limburg aan het begin van de 20ste eeuw. De gebouwen werden in verschillende fasen opgetrokken. De belangrijkste realisaties dateren van 1910, evenals de eerste graafwerken voor de schachtbokken. De hoofdgebouwen waren voltooid omstreeks 1925. Hierna werd er nog veel bijgebouwd maar ook afgebroken. Hieronder volgt een kort chronologisch

Een beeld van de mijn van Winterslag in 1905.

Een beeld van de mijn van Winterslag in 2007.


overzicht van het bouwverloop: 1910 1912 1912 1914

Zicht op de mijn van Winterslag.

vergelijkend onderzoek

start graafwerken schachtbokken voltooiing eerste schachtbok - 1913 elektriciteitscentrale ophaalgebouwen schachtbok I (west) ophaalgebouwen schachtbok II (oost) gebouw voor compressoren en ventilatoren ketelhuis verbindingsgebouw met elektriciteits centrale 1947 uitbreiding compressorengebouw 1949 noordelijke uitbreiding ophaalgebouw schachtbok II 1952 noordelijke uitbreiding ophaalgebouw schachtbok I 1954 transformator bij elektriciteitscentrale (zuidgevel) Het geheel bestaat uit drie eenheden : de ophaalgebouwen, het compressorengebouw en de elektriciteitscentrale.

Sinds de mijnsluiting van 1988 zoekt men naar een geschikte herbestemming voor de gebouwen van het rijke Limburgse mijnpatrimonium. Dit industriĂŤle erfgoed is enorm belangrijk zodat er van afbraak geen sprake kan zijn. Daarom werd er geopteerd voor een sanering van het gebouw.

163 Compressorengebouw.


DE HERBESTEMMING

Zicht op de mijn van Winterslag.

In 1993 werden de industriĂŤle gebouwen beschermd. In 2001 is men begonnen aan de eerste fase van de restauratie van de mijngebouwen. Het wedstrijdontwerp werd gewonnen door 51N4E. In 2005 betrok er de eerste functie, euroscoop genk. C-mine, gehuisvest op de fundamenten van de mijn van Winterslag, is een site die de ambitie heeft creativiteit te stimuleren. C-mine wil een ontmoetingsplek vormen voor mensen die in hun professioneel leven of in hun vrije tijd geprikkeld willen worden door diverse vormen van creativiteit en creatieve innovatie. C-mine brengt vitaliteit en biedt nieuwe belevingskansen, stimuleert curiositeit en daagt uit tot nieuwe ontdekkingen.

vergelijkend onderzoek

C-mine gebruikt creativiteit (C staat voor Creativiteit) en innovatie als hefboom voor de ontplooiing van mensen en voor nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Hiertoe ontwikkelt C-mine activiteiten binnen vier domeinen: educatie, artistieke creatie en presentatie, creatieve economie en creatieve recreatie.

164 Mijngeng.

De site van C-mine is een unieke, authentieke en wonderbaarlijke plek, met een levend verleden en een interessant en creatief aanbod. C-mine is een plek waar mensen, ideeĂŤn, disciplines met een grote diversiteit elkaar ontmoeten en er hun creativiteit delen.


STUDEREN OP DE C-MINE De MAD-faculty van de KHLIM/PHL verzorgt op hogeschoolniveau afstudeerrichtingen in de opleidingen Productdesign, Audiovisuele Kunsten (Televisie-Film, Communicatie- & multimediadesign, Animatiefilm) en Beeldende Kunsten (Grafisch Ontwerp en Fotografie). Sinds het academiejaar 2010-2011 werkt dit departement van de KHLim samen met de PHL die de opleidingen Beeldende Kunsten en Juweelontwerp/Edelsmeedkunst aan het lijstje toevoegen. Deze laatste opleidingen worden gegeven in Hasselt op campus Elfde Linie. De MAD-faculty wil in het kader van haar academiseringsopdracht de expertise waarover de school beschikt valoriseren ten behoeve van het bedrijfsleven, artistiek-creatieve en maatschappelijke organisaties. Door de inbedding in het projectencluster op C-mine krijgt de MAD-faculty nieuwe impulsen, kan er ten aanzien van de studenten een interessante experimenteeromgeving aangeboden worden en ontstaan er interessante dwarsverbanden met zowel het economische als het artistiek-recreatieve milieu. De MAD-faculty is gehuisvest in een blikvangende nieuwbouw die is ingericht om een nieuw multidisciplinair opleidingsconcept mogelijk te maken.

vergelijkend onderzoek

C-mine is een inspirerende plek die voor iedereen wat te bieden heeft. Creativiteit is de drijfveer van de ontwikkelingen op vlak van cultuur, educatie, recreatie en creatieve economie. C-mine biedt niet alleen tal van individuele belevenissen. C-mine als plek is ook een belevenis.

165


CREATIEVE ECONOMIE C-mine wil een inspirerende plek zijn voor creatief ondernemerschap, een site waar ondernemers nieuwe inzichten ontdekken en waar jonge startende creatieve ondernemers een broedplaats vinden voor hun ondernemers-ambities. C-mine ontwikkelt initiatieven die tot doel hebben creatief ondernemerschap te stimuleren, deze initiatieven richten zich zowel op bestaande bedrijven en organisaties die gebruik willen maken van creatieve innovatie om hun bedrijfsresultaten te versterken, als om ondersteuning van jonge startende ondernemingen.

vergelijkend onderzoek 166

De C-mine creatieve economie-projecten zijn op verschillende locaties op de site terug te vinden. Het C-mine designcentrum bevindt zich in de rechtervleugel van de energiegebouwen. Het Centrum voor Creatieve Bedrijfsinnovatie en Ondernemerschap wordt gehuisvest in de voormalige Kantoorgebouwen van waaruit ook het Design Lab en Creative Drive zullen werken. De creatieve aterliers vestigen zich in het Magazijngebouw, de Paardenstallen, de Lampisterie & Badzalen,.. C-mine crib staat voor creatieve innovatieve business. C-mine crib is een dienstencentrum dat

startende en jonge creatieve bedrijven ondersteunt bij hun opstart en doorgroei en dit door het aanbieden van gespecialiseerde begeleiding en coaching en door het aanbieden van huisvestingsmogelijkheden in diverse formules. Het centrum huisvest ook onderzoeksgroepen en organisaties die creatief ondernemerschap ondersteunen. De C-mine Crib opent in mei 2013. HORECA OP C-MINE Wat vroeger de energiegebouwen van de mijn van Winterslag waren, is sinds enige tijd omgetoverd tot een trendy brasserie. Brasserie Basic ligt links van de ingang van C-Mine. Ruw afgewerkte zoldering, oneffen bakstenen muren, gecombineerd met hedendaags designmeubilair en een paar opvallende details in rood. Er bevindt zich ook een italiaans restaurant en een aziatisch restarant, wokplaza. WokPlaza is een Aziatisch restaurant gelegen aan de voorzijde van C-Mine. Hier kan je met verse ingrediĂŤnten je eigen gerecht laten klaarmaken. Ideaal voor mensen die van variatie houden. Door de mijnbouw kwamen mensen uit verschillende windstreken naar Genk om er te werken. Deze mensen brachten hun cultuur en gewoontes mee, wat er-


voor gezorgd heeft dat Genk vandaag een multiculturele stad is. In de onmiddellijke omgeving vind je dan ook een grote diversiteit aan authentieke restaurants en eethuisjes. CONGRES- EN SEMINARIERUIMTES C-mine is een authentieke en inspirerende plek en daardoor bijzonder geschikt voor de organisatie van congressen, seminaries, beurzen en andere activiteiten. De site beschikt over: Podiumzaal.

vergelijkend onderzoek

De prachtige barenzaal met een unieke inrichting Een grote en origineel vormgegeven podiumzaal met 500 zitplaatsen en bijzondere podiumfaciliteiten Een vlakke zaal met mogelijkheid tot podiumopstelling ( 200-tal zitplaatsen en 800-tal staanplaatsen) Polyvalente ruimtes en beschikbaarheid van ruimtes in de ophaalgebouwen, de compressorenhal,â&#x20AC;Ś Vergaderzalen Foyer 10 filmzalen met foyer die gehuurd kunnen worden voor congressen, seminaries,â&#x20AC;Ś Het karaktervolle C-mine Plein Voldoende parking; zowel boven- als ondergronds Catering

167 Compressorzaal.


Euroscoop Genk.

vergelijkend onderzoek

BELEEF C-MINE Euroscoop bouwde de vroegere badzalen om tot 10 filmzalen in een unieke setting, met een uitgebreid aanbod film voor iedere bioscoopganger, aangevuld met speciale acties, maandelijkse Ladies Nights, kinderfeestjes en evenementen op maat!

168 Tentoonstellingsruimte

Ook op C-mine kan u sporten. Boven Euroscoop vindt u Q-sports. Q-sports is een healthclub met een waaier aan in- en ontspanningsmogelijkheden.. Het is meer dan alleen een fitnesscentrum: je kan er terecht voor aerobics, yoga, sauna, massages en relaxatie.


Er zijn interessante tours in en rond de C-mine, om de streek te verkennen. Zo zijn er fiets en wandelpaden, mountainbike parcours op de terril, een culinaire mijnstreektour, een cultuurwandeling, een verkenningstocht, een mijnspel voor de kleintjes enz.

dragen er bovendien zorg voor dat de woningen en appartementen een eigen identiteit uitstralen. Een divers aanbod van stadswoningen, patiowoningne, studentenwoningen, eengezinswoningen enz. wordt gepland op de site.

Het Energiegebouw laat je de verschillende bovengrondse aspecten beleven en C-mine expeditie zuigt je mee in de ondergrondse luchtschachten voor een moderne beleving van het mijnverleden; dit alles toegelicht door een ervaren gids. Deze expeditie is een ontwerp van Nu-architecten. WONEN OP C-MINE

In een aantal panden is er extra ruimte voor bewoners die thuis een beroepsactiviteit willen uitoefenen. Site21 heeft resoluut gekozen voor de hoogste kwaliteit, zowel voor ruwbouw als afwerking. Iedere koper kan trouwens bij de inrichting van zijn pand zelf mee de afwerking sturen en bepalen. De architecten

vergelijkend onderzoek

Site21 heet het nieuwe woonproject op C-Mine, de voormalige mijnsite van Winterslag. Daar woon je rustig tussen het groen in een bruisende, hippe omgeving waar cultuur en ontspanning een beduidende meerwaarde bieden. Er worden in totaal 256 kwaliteitswoningen gebouwd.

169 Beeld van de expeditietour. (NU-architecten)


Expeditietour.

vergelijkend onderzoek 170 Site 21

Expeditietour.


STEENKOOLONTGINNING WINTERSLAG

STEENKOOLONTGINNING OSTRAVA

1919 1962 1960

1782 1842

eerste ontginning verhoging van de schacht fusie met Waalse staalbedrijf Esperanza - Longdoz, erna fusie met Kempische Steen koolmijnen. record ontginning: 1 635 514 ton steenkool oliecrisis sluiting steenkoolmijn Winterslag

1967 1970 1988

1852 1872 1930 1935 1943 1977 1994

eerste ontginning record 60 000 ton door nieuwe spoorlijn in het noorden. record 610 000 ton steenkool door aanleg hoofdas spoorlijn. record 1 200 000 ton steenkool record 10 milj ton steenkool crisis ‘30: daling van ontginning tot 8 miljoen ton record 20 milj ton door WO II record 24,6 milj ton sluiting steenkoolmijn Ostrava

Å

Å

Å

Å

Å

Å

Å

vergelijkend onderzoek

Å

Å Å

Å Å

Å Å Å

Å

Å Å Å Å

Å

Å

Å

Æ

È

Å Å

Å

Å

È

Å Æ

Ç

Å Å

Å Å

Å Å

Å

Å

Ç

Å

hoeveelheid steenkool

Å

Æ

jaren

jaren

Å

Æ

Å

È

Å

Å

Å

È

Å

Æ

Ì

Ç

Å

Å

Ì

Ç

Å

Æ

Ë

Ç

Å

Å

Ë

Ç

Å

Æ

Ê

»

»

»

¼

»

Á

Á

À

»

¿

Á

À

»

Ä

Á

À

»

¾

Á

À

»

Ã

Á

À

»

½

Á

À

»

Â

Á

À

»

¼

Á

À

»

À

Á

À

Ç

»

Å

»

Å

»

»

»

»

¿

» » » » » » » »

»

»

»

¾

À

» »

»

»

½

À

» »

»

»

¼

À

» »

»

»

»

À

» »

»

»

»

¿ ¾

» » »

» » »

» » »

hoeveelheid steenkool

» » »

½ ¼

À

É

HUBBERT-CURVE

171


02. MAGNITOGORSK - RUSLAND Lander Debrabander SITUERING Magnitogorsk of magneet is een stad in centraal Rusland, in het oeral gebergte, zo’n 1500km ten oosten van Moskou. De stad telt 409.000 inwoners (2012).

vergelijkend onderzoek 172

Magnitogorsk betekent magnetische berg, dit omdat de stad gelegen is aan de berg de Magnitnaja die veel ertsen bevatte. Zijn ligging aan de rivier de oeral zorgt voor belangrijke landschappelijke kenmerken die de industriële ontwikkeling mogelijk maken. De bevolking is samengesteld uit 81.5% russen, 6.4% Tataren, 4.3% Oekraïners, 2.8% Basjkieren en 1% wit russen. De stad werd in de loop van zijn geschiedenis twee maal onderscheiden. Eenmaal met de arbeidersvlag in 1971 en in 1979 met de Leninorde. Situering Magnitogorsk.


GESCHIEDENIS De stad werd in 1743 gesticht als een landbouw en verdedigings stad in de Orenburg front linie. Pas in 1928 wordt ze gesticht als industriĂŤle nederzetting waarbij de US Steel mill in Gary Indiana diende als voorbeeld om de stad te ontwikkelen. De stad kent een versnelde ontwikkeling bij het ingaan van het eerste 5-jaren plan van Stalin in 1930. De stad dient zich, door de aanwezigheid van steenkool en ijzererts, te ontwikkelen als een belangrijke producent van ijzer en staal.

vergelijkend onderzoek

Door deze sterke expansie van de stad is het noodzakelijk dat de stad sterk wordt uitgebreid. Hiervoor wordt een E. May, een Duitse architect, aangesteld.

173


ERNST MAY In 1928 ontwerpt Ernst May een plan voor Magnitogorsk met een grootschallig lineair karakter met eentonige rijen van superblocks, deze waren evenwijdig aan de fabriek, gescheiden door een groenstrook. Zodat beide functies zo dicht mogelijk bij elkaar lagen.

LEONIDOV

vergelijkend onderzoek 174

Dit plan voor magnitogorsk werd ontwikkelt in 1930 en heeft een sterk formalistische inslag. Waarschijnlijk was het een commentaar op het plan van E. May. Het plan bestaat uit een rechthoekige strook van 25 km met een breedte van 300m. Met een autoweg erlangs. Deze strook werd onderverdeeld in vierkanten van 100mx100m. Deze werd ingevuld met zowel woongebieden en buurtfuncties. De onderlinge afstand tussen deze functies is afhankelijk van de schaal van de functies, dit werd vastgelegd in een synopsische grafiek.

Ontwerp van Ernst May voor Magnitogorsk.

Ontwerp van Leonidov voor Magnitogorsk.


BESTAANDE STAD Na de perestroika werden de grenzen van de stad opnieuw geopend waardoor er opnieuw vreemdelingen de stad konden bezoeken. Verder transformeerde de industrie van een ijzer en staal industrie naar een fabricatie industrie van verbindingsstukken. Deze fabriek, de Magnitogorsk Iron and Steel works of MMK hielp met de reconstructie van de spoorwegen en het aanleggen van een nieuwe luchthaven.

vergelijkend onderzoek

De mijn raakte in 1970 uitgeput waardoor ruwe materialen momenteel worden ingevoerd uit Kazachstan. Dit kon rendabel blijven omdat het door de overheid werd gestuurt. Na de val van het communisme kwam de industrie en dus de stad zeer sterk in verval. Verder geeft de hockey ploeg van Magnitogorsk identiteit aan de stad.

175 Huidige beelden van de stad.


490

3 0 0 Magnitogorsk is vooral gericht De staalproductie van op de binnenlandse markt met een aandeel van 67%. 200 Dit aandeel steeg licht in de periode 2007-2011. Dit 72 68 heeft voornamelijk 1te 0 0 maken met de eerder slechte economische ligging van Magnitogorsk. 2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

0

In grafiek twee zien we een lichte toename van de verkoop terwijl het percentage van de netto winst sterk afneemt. Dit wijst erop dat de fabriek in Magnitogorsk absoluut niet kan concurerren met de wereldmarkt.

Ù

á

Û Õ

Ô

ß

Ù

Õ

×

á

Û Ô

Ü

Û

Ö

Ö

à

Þ

Ú Üà

Ó

Ð

ß

Ó

Ñ

Ý

Û

Ú

241

250

222

190

80%

150

154

70%

150 100

69%

66% 60%

67%

60% 50%

56%

40%

50 0

100% 90%

200

30% 2007

2008

2009

Share of domestic sales, %

vergelijkend onderzoek

Door de dalende productie zien we de laatste jaren een afname van de bevolking dit van zo’n 431 000 in 2006 naar 409 000 in 2012 1 . Verder heeft Magnitogorsk een van de hoogste zelfmoordcijfers van Rusland en is 17% van de bevolking uiterst arm. 2 De stad heeft dus een zeer negatieve connotatie.

1 RUSSIA IN GLOBAL AFFAIRS ‘A Development Strategy For Russia’s Largest Cities’ http://eng.globalaffairs.ru/ number/n_7984 (geconsulteerd op 19/02/2013) 2 KLEIN, L.R. ‘The New Russia’ http://books.google.be/ books?hl=nl&lr=&id=hKC9zUq-tuYC&oi=fnd&pg=PA251&dq=mag 176 nitogorsk+social+conditions&ots=_WB4y3xzWa&sig=SZcW0Mrm Csr4FLjBGP5j2XmZmv8#v=onepage&q&f=false (geconsulteerd op 18/02/2013)

Ð

Õ

Ó

Ð

Õ

Ü

×

Ø

Ö

Ù

Ö

Ñ

Ï

Ò

Õ

Ô

Ó

Í

Í

400

Ð

STAALPRODUCTIE

Î

500

Staalproductie in Magnitogrosk.

2010

2011

Domestic price premium, USD/t

20%


vergelijkend onderzoek

De ruimtelijke organisatie van de fabriek is zo opgebouwd dat deze ingeschoven zit tussen de ertsen ( Magnetic Mountair Ore ) en de rivier. Centraal in het vormt de spoorweg de ruggengraat van de fabriek. Bovenaan vinden we de oude stad, voor 1930. Hier woonden de arbeiders die de fabriek en de nieuwe stad bouwden, aan de overzijde van de rivier vinden we de nieuwe stad ontworpen door E. May.

177 Ruimtelijke organisatie van een fabriek.


vergelijkend onderzoek 178

Grootschallige industrie dicht bij de stadskern.


VERVUILING Zoals af te lezen is op de grafieken hiernaast is de luchtkwaliteit en de netheid van de omgeving problematisch. Deze zware staal en ijzer industrie hebben dan ook hun stempel gedrukt op de stad. US news omschrijft de toestand als volgt: “ Breathing Sulfur and Eating Lead - Magnitogorsk’s children need oxygen cocktails”.

Luchtkwaliteit.

vergelijkend onderzoek

Dit wijst er toch op dat de milieuproblematiek een belangrijk thema wordt wil de stad terug aantrekkelijk worden in de toekomst. Nu rest ons nog steeds de vraag wat er dient te gebeuren om deze stad er terug bovenop te helpen.

179


TOEKOMST De staal en ijzerindustrie is niet meer rendabel, de grondstoffen zijn verdwenen en deze industrie heeft een zware milieu erfenis nagelaten. Ook de stad is vervallen. De jaren ‘30 architectuur is versleten en dient op zijn minst ge restaureert te worden. Om zijn stad terug te doen opleven wil magnitogorsk inzetten op volgende elementen: het aantrekken van klein schallige bedrijven, aantrekken van de bouwnijverheid, vergroten van de mobiliteit 1 . Binnen het concept van mobiliteit wordt verder ingezet op de strategische locatie van Magnitogorsk tussen Moskou en Azië dit door de aanleg van een nieuwe spoorweg en een nieuwe luchthaven. 2

vergelijkend onderzoek

Al deze elementen komen samen in het masterplan.

1 CIT Y OF MAGNITOGORSK, ‘development strategy’ www.magnitog.

ru (geconsulteerd op 18/02/2013) 180 2 RUSSIA IN GLOBAL AFFAIRS ‘A Development Strategy For Russia’s Largest Cities’ http://eng.globalaffairs.ru/number/n_7984 (geconsulteerd op 19/02/2013)

CITY OF MAGNITOGORSK, ‘development strategy’ www.magnitog.ru (geconsulteerd op 18/02/2013)


REFERENTIES

• •

CIT Y OF MAGNITOGORSK, ‘development strategy’ www.magnitog.ru (geconsulteerd op 18/02/2013) KLEIN, L.R. ‘The New Russia’ http://books. google.be/books?hl=nl&lr=&id=hKC9zUq-tuYC &oi=fnd&pg=PA251&dq=magnitogorsk+social+ conditions&ots=_WB4y3xzWa&sig=SZcW0Mrm Csr4FLjBGP5j2XmZmv8#v=onepage&q&f=false (geconsulteerd op 18/02/2013) MMK, ‘Magnitogorsk Iron & Steel Works ’http:// eng.mmk.ru/ (geconsulteerd op 18/02/2013) NUMBEO, ‘Pollution in Magnitogorsk, Russia’ http://www.numbeo.com/pollution/city_result.js p?country=Russia&city=Magnitogorsk (geconsulteerd op 19/02/2013) PREUSS, S. ‘Magnitogorsk: Once Stalin’s Model Town, Now a Polluted Hell-Hole’ http://www. environmentalgraffiti.com/featured/magnitogorsk-once-stalin-model-town-polluted/16708 (geconsulteerd op 19/02/2013)RUSSIA IN GLOBAL AFFAIRS ‘A Development Strategy For Russia’s Largest Cities’ http://eng.globalaffairs. ru/number/n_7984 (geconsulteerd op 19/02/2013)

THE MOSCOW TIMES ‘Magnitogorsk: Steel and Hockey Drive a Once-Closed City’ http://www. themoscowtimes.com/beyond_moscow/magnitogorsk.html (geconsulteerd op 19/02/2013) USNEWS, ‘Breathing Sulfur and Eating Lead’ http://www.usnews.com/usnews/news/articles/920413/archive_017543.htm (geconsulteerd op 19/02/2013) WIKIPEDIA, ‘Magnitogorsk’ http://en.wikipedia. org/wiki/Magnitogorsk (geconsulteerd op 19/02/2013)

vergelijkend onderzoek

181


03. BILBAO Stefanie De Neef SITUERING Bilbao is de grootste stad van de Spaanse autonome regio Baskenland, en de hoofdstad van de provincie Biskaje. Bilbao is gelegen in het noorden van Spanje, aan de rivier Nervión en is sinds 1997 één van de vijf steden op de wereld met haar eigen Guggenheimmuseum, het Museo Guggenheim de Bilbao. De stad is nu een metropool, maar was vroeger het economische en industriële centrum van Baskenland.

vergelijkend onderzoek 182

De historische haven was gelegen in wat vandaag de dag het gebied Arenal word genoemd. In 1902 werd een buiten haven gebouwd aan de monding van het estuarium, in de kustgemeente van Santurtzi. Verdere uitbreidingen leidde in 1970 tot een zeehaven, dat de dokken in Bilbao verving. Sinds 2010 is de haven van Bilbao is een eersteklas commerciële haven en behoort ze tot de top vijf van Spanje. Meer dan 200 reguliere maritieme diensten verbinden Bilbao met 500 havens wereldwijd.

MARITIEME STAD Bilbao werd opgericht in het jaar 1300 als een middeleeuwse stad. In 1511, toen het handel en scheepvaart kantoor is opgericht. Bilbao was steeds het economische centrum van het Baskenland, vooral als gevolg van de handel in het Castiliaanse producten via de haven van de stad, maar pas in de 19e eeuw kwam de grote ontwikkeling van de stad, gebaseerd op de exploitatie van de ijzermijnen en staalindustrie. Dit zorgde voor de groei van het maritiem het verkeer, de havenactiviteit en de bouw van schepen. Zeehaven in Saturtzi


INDUSTRIELE STAD IJzer is de belangrijkste en meest voorkomende grondstof gevonden in Biskaje, en de extractie is wettelijk beschermd sinds 1526. Mijnbouw was de belangrijkste primaire activiteit in Bilbao en de mineralen werd geĂŤxporteerd naar alle uithoeken van Europa.

De reden van deze verandering is de economische achteruitgang die in 1980, de periode van de staalcrisis, zich voordeed. Dit werd veroorzaakt omdat Bilbao een specifieke en dus beperkte economie bezit, namelijk mijnbouw, scheepsbouw en de traditionele ijzer- en staalindustrie. Nauw verbonden met deze sectoren is de diensten sector, die ook enorm lijd onder de staalcrisis.

vergelijkend onderzoek

Het is pas in de tweede helft van de 19de eeuw, toen ijzerindustrie werd ontwikkeld, dat de stad profiteerde van de middelen en de goede verbindingen. In de 20e eeuw, importeerde zowel Spaanse als Europese hoofdsteden ongeveer 90% van de Biskaje ijzer. Hoewel de Eerste Wereldoorlog van Bilbao een van de

belangrijkste ijzerwaren producenten maakte, zorgde de industriĂŤle crisis ook in Bilbao voor een daling van de activiteit.

183 Brug aan de monding van de Ria, anno 2010.

Dokken in Andoibarra.


In die zelfde periode maakte ook Banco de Bilbao (Bank van Bilbao) haar verschijning, opgericht in 1857 en Banco de Vizcaya (Bank van Biskaje), die is opgericht in 1901. Beide entiteiten werden in 1988 samengevoegd tot BBV (Banco Bilbao Vizcaya) en onderging later fusies met andere spaarbanken. Hierdoor wordt Bilbao ook als financiテォle pool herkend binnen het Europese bankwezen. Her wordt dan ook gezien als een tweede markt, naast de staal- en ijzerindustrie.

digheden van de bevolking te verbeteren, mede door nieuwe werkgelegenheden te creテォren. En door dit te doen gaat het inkomen van de bevolking verbeteren, wat dan weer een nood aan een betere leefomgeving met zich meebrengt dat zich reflecteert door cultuur, milieu, vrije tijdsvoorzieningen,窶ヲ in de stad.

INDUSTRIテ記E CRISIS

vergelijkend onderzoek 184

In 1980 doet de staalcrisis zich voor en heeft dit een enorme impact op de stad. Dit werd veroorzaakt omdat Bilbao een specifieke en dus beperkte economie bezit, namelijk mijnbouw, scheepsbouw en de traditionele ijzer- en staalindustrie, allen aan elkaar verbonden. Maar ook hiermee verbonden is de sectoren van de diensten, die ook enorm lijd onder de staalcrisis. Deze situatie had een aanzienlijke impact op de samenleving en de stad zelf. De effecten waren het verval van een industrieel systeem, hoge werkloosheid, (tussen 30% en 35%), achteruitgang van het milieu en stad, emigratie en stagnatie van de bevolking, en problemen van sociale uitsluiting. Deze situatie verplicht Bilbao om in te grijpen en de levensomstan-

Vervuilde rivier RIa met verlaten industrie.








Ăż

á

Ăź

Ăź

Ăľ

á ø

á

Ăź

ø

Daarom start Bilbao ook met de transformatie van een industriĂŤle stad naar een postindustriĂŤle stad. Dit doen ze op het niveau van:

























1) Mobiliteit: goede bereikbaarheid van buitenaf en verbetering van de interne mobiliteit van de stad 2) Milieu en stadsvernieuwing 3) Investeren op sociaal en economisch niveau 4) Culturele centraliteit 

#

#



$



"



Ăł

ĂŤ

ĂŽ

ò

Ă°

ĂŽ

ĂŁ

ĂŚ

ĂŻ

ĂŁ

ĂŁ

ĂŚ

ĂŹ ĂĽ

ĂĽ ĂŁ

Ă­

ĂŤ

Ăą

Ă°

Vergelijking bevolkingsevolutie.

è

ĂŻ

ĂŁ

Ă­

ĂŽ

ĂŤ ĂŹ

ĂŁ

è

ĂŞ

ĂŁ

è

ç

ĂŚ

ĂĽ

ä

ĂŁ

Ă­

ĂŠ

â

Aandeel staal en ijzer indsutrie in Bilbao.

Wanneer we de mobiliteit gaan bekijken, merken we op dat het transport netwerk een volledige vernieuwing heeft ondergaan van de uitbreiding van de havenfaciliteiten, een nieuwe luchthaven tot uitbreiding van metro, tram en spoorwegennet. En dit is met een architecturale toets ontworpen. De reden om deze infrastructuur volledig te vernieuwen en ook aantrekkelijk te maken is omdat Bilbao de kwaliteit van de stad wil verbeteren. Dit is niet enkel het verbeteren van de stad om een betere leefomgeving voor haar bewoners aan te bieden maar ook om nieuwe economische activiteiten en investeringen aan te trekken om de stad nieuw leven in te blazen. Wanneer men de juiste mensen vindt om te investeren in de toekomst van de stad moet Bilbao er voor zorgen dat alles (mobiliteit, wonen, cultuur en economie ) als een geheel gaat functioneren zodat de stad wordt opgewaardeerd.

vergelijkend onderzoek





 

!



!





 















Ăš

Ăş





Ă˝

Ăť





Ăż

á













Ăž



Ăś

ø

Ăż



Ăş

á





á Ý

ø

Ăś

Ăż

ø

á



Ăź Ă˝

Ăť

á

Ăš Ăş

Ăž

Ăľ

ø

Ă´

Ăś

POSTINDUSTRIĂ&#x2039;LE STAD

185


Daarom kiest Bilbao er voor om zichzelf een bepaald imago te geven en dit doen ze via een cultureel beleid in combinatie met vorig vernoemde strategieĂŤn uit te voeren voor de vernieuwing van de stad. De reden waarom culturele activiteiten, kunst, sport en ontspanning zo belangrijk zijn in de samenleving is omdat ze een collectieve identiteit vormen binnen de stad. Ze bepalen niet enkel de aantrekkelijkheid van de stad voor haar bewoners en omliggende bevolking, maar het heeft ook een invloed op het imago van een stad naar het buitenland toe. Binnen de stad Bilbao is het project Bilbao Ria 2000 voor het grootste deel verantwoordelijk voor de veranderingen en vernieuwingen binnen de stad.

vergelijkend onderzoek 186

Het bedrijf BILBAO Ria 2000 werd opgericht op 19 november 1992 met de bedoeling, het herstellen van voormalige industriĂŤle ruimte in en rond de stad. Het is een non-profit organisatie, een samenwerking van de gezamenlijke overheden in de stad met een gemeenschappelijke taak om het grootstedelijk gebied van Bilbao te transformeren.

Spoorinfrastructuur: voor en na


10% 25%

Bilbao Port Authority

Public Land Management Company

10% Renfe

5% FEVE

5% Barakaldo Town Hall

15% Basque Government

15% Bilbao Town Hall

15% Provincial Council of Bizkaia

Stadsuitbreidingsgebieden

Belanghebbende binnen Bilbao Ria 2000

Het doel van Bilbao Ria 2000 is de toenmalige industriële ruimte of gedegradeerde gronden van de stad te herstellen door projecten uit te voeren die gericht zijn op cultuur, wonen, nieuwe industrie en dienstverlening. Bilbao Ria 2000 voert projecten uit die betrekking hebben tot ruimtelijke ordening, vervoer en milieu en dit alles in combinatie met kwalitatieve architectuur zodat er zich een stedelijke samenhang voordoet binnen de verbetering en ontwikkeling van de stad.

De invloed van Bilbao Ria 2000 zit in een verscheidenheid aan projecten, van grootschalige sites zoals in Barakaldo tot kleinschalige projecten van muurschilderingen en restauraties van delen van residentiele gebouwen. Maar één van de bekendste en belangrijkste ingrepen in Bilbao is natuurlijk het gebied van Abandoibarra, bekend van het Guggenheim. Natuurlijk is er niet enkel de stedenbouwkundige en economische visie die er telt, want dit is waar het om gaat bij Bilbao Ria 2000, maar zijn er ook de bewoners van de stad die met een project als de site van Abandoibarra moeten kunnen omgaan en erin leven.

vergelijkend onderzoek

BILBAO RIA 2000

187


ABANDOIBARRA

vergelijkend onderzoek 188

Abandoibarra was het eerste project dat vanuit Bilbao Ria 2000 werd uitgevoerd en betekende later het keerpunt voor de stadvernieuwing van Bilbao en laat zo de verwoestende periode rond 1980 van de industriële crisis achterwegen. De locatie van Abandoibarra is erg belangrijk, het is gelegen in het hart van de stad, langs het water van de Nervion. Dit gebied werd al jaren niet meer gebruikt voor de bewoners van de stad omdat het bezet werd door de haven, trein en industriële faciliteiten die de stad vroeger te bieden had. Abandoibarra voorzag de locatie van het Guggenheim museum en het Euskalduna muziek en conferentie center. Hierdoor is Abandoibarra het nieuwe symbool geworden en zodus ook het imago van Bilbao. Dit komt doordat er een samenhang is tussen economische en culturele activiteiten binnen de stedelijke context en dit alles in verbinding met het oude stadscentrum van Bilbao. In het masterplan van Abandoibarra is ruimte voorzien voor kantoren, nieuwe wooneenheden, een hotel, een winkel- en vrijetijdscentrum en tevens twee universiteitsgebouwen. Deze gebouwen zijn ingeplant binnen een open en groene ruimte, waar tussen de Riberra promenade zit, die gelegen is tussen het Guggenheim museum en het Euskalduna muziek en conferentie center.

Deze openbare ruimte bevat twee derde van de oppervlakte van de hele site en om deze plek in contact te stellen met de stad Bilbao is er een tramlijn voorzien door Bilbao Ria 2000. Omdat deze plek vroeger een industriële site was is er een zogenaamde “memory lane” gemaakt langs de promenade met kunstwerken die doen herinneren aan het industriële karakter van de stad.

Memory lane


In eerste instantie waren de inwoners van Bilbao niet zo te vinden voor het eerst project van Bilbao Ria 2000. Ze begrepen niet waarom tijdens een economische crisis geld werd vrijgemaakt voor de bouw van een museum, in plaats van aandacht te besteden om de werkloosheid te verminderen. Nochtans werd dit vanuit de overheid niet gezien als een ludieke investering, maar cultuur werd als een economische investering gezien. En ondanks de negatieve commentaar van de inwoners van de stad is het Guggenheim museum een succes geworden, niet enkel op vlak van cultuur op wereldschaal, maar ook voor de economische activiteiten die ze met zich mee heeft gebracht. Het Guggenheim lokte dubbel zoveel bezoek per jaar dan de overheid had verwacht. Dit had dan weer een positieve invloed op de economische activiteiten en leidde tot een stijging van de werkgelegenheid. Dit zal enkel verbeteren naarmate de gebieden in de stad Bilbao verder worden verfraaid.

X

^

_

f

e

b

g

d

^

_

]

^

`

b c

a

]

^

Y

Y

`

a

]

m

a

l

b

g

k

_

]

]

^

j

f

‚

b

g

a

^



e

b

s

d

u

_

_



e

f

g

r

^

_ €

_

q ^

f

b

…

_

j g

]

^

]

[

b

g

_

^

_

d

_

e

b ^

_

g

_

^

‰ ‚

‚

u

a

_

a

e

‚

k

k

_

p

[ Š

‹

a

Y = )

< -

*

I

@

(*

(

B

/

*

d ]

^

q

e ‚

ˆ

_

_

a

f

q

s

j

j

^

^

a _

†

‡

u

a

Y

3 4

( )

T

)

A

-

-

3

3 (

-

(

P

@

1

-

.

(

/

-

3

[

_

b

[

„

ƒ

p

Y

@

+

L

+

)

(

(

5

2

-

+

5 (

5

2 )

*

-

/

-

3

@ 4

(

-

?

x

b u

]

a

_

e

v ^

j

e

b r

_

e

b

e

g

u

_

t

w u

^ r

d ]

} j

|

u

f

{

s

s

j

_

e

s

e

g

j

u

_

^ r

t

x

s j

^

e

e

b g

m

j

_



l

~

a

Y ( )

-

6

5

3

L N

Q

6

/

;

&

O

; -

P

&

R

; (

6

S & U

H -

P

&

Programma Abandoibarra.

^

e

e

b

j

r

_

t

w

b

u

g

_

^ r

v

e

e

b u

]

a

_

^

j

b

b

e

g

u

r

_

_

t

s

^ r

_

^

j

e

q

b

p

r

_

_

s j

r

_

^

Y

f

y

z

j

q u

j

^

_

o

+ (

+

( )

L

@

5

K

A

-

4

-

(

5 )

= -

-

/

3

[

a

=

<

)

-

5

I

+

)

)

A

-

6

@

5

3

3

*

(

-

H

-

3

G -

(

/

.

-

5

3

5

B

/

5

+

E

2

)

0 (

K

M

= *

-

6

'

&

(

J

&

(

F

[

]

Y

e

f

l

o

n

@

@

+

D

3 )

(

(

-

C

*

/

(

B

/

3 )

(

4

@

5

A

-

/

6

9

@ *

(

? (

+

[

]

Y

h

i

=

<

)

)

-

-

2 (

5

;

3 .

(

/

-

* (

,

3

-

(

:

[

6 (

/

1

(.

3 .

(

/

-

* (

,

3

-

(

7

[

]

^

Y

Z

\

1

(

6

/

( .

5

3

2

)

)

4

-

-

+

2

/

0

1

-

(

/

.

-

+

%

,

(*

-

)

* ( (

>

)

(

-

-

9

3

&

9

(

8

&

9

(

8

&

(

(

'

V

W

V

Abandoibarra 1970 - 2011.

Uit cijfers van het adviesbureau KPMG blijkt dat het Guggenheim museum in staat voor hetzelfde aantal banen als in de periode van de jaren ’50 en ’60, wanneer de topperiode van de scheepswerven zich voordoen. Het Guggenheim Museum ervoor gezorgd hebben dat er binnen Bilbao terug een geloof is in de toekomst, een culturele toekomst.

vergelijkend onderzoek

IMPACT OP STAD/BEWONERS/WERKGELGENHEID

189


BILBAO-EFFECT

vergelijkend onderzoek 190

Deze positieve uitstraling van de stad naar de wereld toe heeft er natuurlijk voor gezorgd dat er meer interesse in om te investeren in de vernieuwing van de stad via private initiatiefnemers. Nochtans is Bilbao Ria 2000 een non-profit organisatie, maar heeft het wel een invloed op de vernieuwing van bepaalde delen en gebouwen in de stad zonder tussenkomst. Want de ligging in een stad met een bepaalt imago is voor bedrijven een positief impuls aan hun imago. Het beleid van Bilbao Ria 2000 heeft naast een invloed op buitenstaanders, natuurlijk de grootste invloed op haar bevolking. En dit is dan weer een punt waar niet voldoende aandacht is aan besteed binnen het ontwerpen van de plannen van de stad. Nochtans werden er woningen bijgebouwd of gerenoveerd wat positief is, maar bij deze werken werden de prijzen duurder zodat het enkel de meer gegoede burgers waren die zich in de stad vestigden en zo werd de armere bevolking naar de rand van stad verdreven. Dit is natuurlijk het voorbeeld van gentrificatie en wordt ook wel het Bilbao-effect genoemd. Dit is te merken aan het feit dat aan de ene zijde van de rivier de Nervion het nieuwe centrum ligt van Bilbao met de rijkere bevolking, het Guggenheim Museum en verscheidende publieke gebouwen en bedrijven. En aan de andere zijde van de Nervion de vroegere arbeiderswijken zijn behouden. De rivier is als het ware de grens tussen beide delen van de stad.

Luxe woningen in Ametzola


AWARD De regenaratie van het industriële waterfront in Bilbao kreeg verschillende prijzen waaronder een award op de 9de editie van de architectuur biënnale in Venetië, met als thema “Metamorphosis of Cities on Water”,. De jury gaf de prijs om volgende redenen: “the projectthe Company has been carrying out in recent years, realisedthrough the wise articulation of progress and reevaluation ofthe riverbanks cutting across the urban territory”.

Restaurantie oude kraan in Barakaldo

vergelijkend onderzoek

Naast deze award wond de stad er nog verscheidene andere.

191 Staal als ode aan het verleden

Restaurantie oude kraan in Barakaldo


SITUERING

04. GUNKAJIMA Freja De Backer.

Het Hashima eiland, ook gekend als Gunkajima (Batleship Eiland) is ĂŠĂŠn van ongeveer 500 onbewoonde eilanden van de Nagaski prefectuur en ligt op ongeveer 15 km van de hoofdstad Nagaski. GESCHIEDENIS In 1810 werd er steenkool op het eiland ontdekt en in 1870 werd er voor het eerst steenkool ontgonnen en het eiland werd in 1882 door de Mitshubishi group gekocht.

vergelijkend onderzoek

In 1887 werd de eerste schacht geopend om dieper naar steenkool te kunnen graven. Tussen 1890 en 1897 werd er een school gebouwd op het eiland en was er met een distillerij de mogleijkheid om zout water om te zetten naar zoet water. In 1897 word de eerste uitbreiding van het eiland gedaan, later volgen er vijf andere in 1899, 1900, 1901, 1907 en 1931. Dit gebeurt doormiddel van zandophoping aan de randen van het eiland. Het eiland is vandaag dan ook 3 maal zo groot als in 1897.

192 Situering.


Rondom het eiland werden hoge stenen muren opgetrokken om de structuren te beschermen tegen de wind en golven.

vergelijkend onderzoek

Groei van het eiland.

193 Het eiland in 1905.

De eilandmuur.


Na WOI, tussen 1914 en 1930 werden er woningen voor de werknemers gebouwd. Dit waren hoofdzakelijk flatgebouwen tot 9 verdiepingen hoog. Deze waren de eerste gebouwen in Japan die opgetrokken werden met gewapend beton. Daarnaast werd er ook een cinema en een aanlegsteiger met kranen gebouwd.

In 1921 kwam de naam “Batleship eiland” voor het eerst naar voor, dit verwees naar de vorm van het eiland die veel gelijkenissen had met het oorlogsschip ‘Tisa’

In 1939 emigreerden tal van Koreaanse arbeiders naar het eiland om aan de slag te gaan als mijnwerkers om de productie van steenkool te verhogen. Tijdens WOII werd er in 1941 het hoogste productiecijfer aan steenkool genoteerd, dit zijnde 411,100 ton per jaar. In 1948 telde het eiland ongeveer 40 woonblokken en had reeds 4.526 inwoners. In 1955 werd het eiland opgenomen onder de stad Takashima. Tot de jaren 60 werden nog verscheidene nieuwe pieren aangelegd die ook onderzeeërs en grotere schepen toegang tot het eiland gaven.

vergelijkend onderzoek 194 Appartementsgebouw.

Het eiland in 1930.


In 1964 werd de mijn voor een jaar gesloten nadat er een gas explosie was geweest in de onderste delen van de mijn. Deze liepen onder met water en werden niet verder ontgonnen. Hierdoor vertrokken vele gezinnen van het eiland en daald het aantal inwoners tot 3.391. in de jaren â&#x20AC;&#x2DC;60 werd pertrolium steeds meer gebruikt in plaats van steenkool, zeer veel steenkoolmijnen sloten en deze op het eiland was hiervoor geen uitzondering. op 15 januari 1974 kondigde de Mitshubishi group de sluiting van de mijn officeel aan en tegen 20 april verlieten de laatste bewoners het eiland.7

De bewoners namen niet de moeite om veel van hun persoonlijke spullen mee te nemen, want enkele van de eerste vertrekkers kregen nog een job in ĂŠĂŠn van de andere mijnen van Mitsubishi.

vergelijkend onderzoek

In 1958 kwamen er na de bouw van de verschillende pieren voor het eerts kookvuren, televisie en koelkasten naar het eiland. In 1959 bereikte de bevolking zijn maximum, dit zijnde 5.259 inwoners. In 1963 werd er een campagne op het eiland gestart voor de aanplant van bomen, met de verschillende uitbreidingen en de bouw van 60 woonblokken/appartementsgebouwen gedurende de jaren was er zo goed als geen groen op het eiland terug te vinden.

195 Het eiland in 1930.


Op zijn hoogte punt was het eiland volledig uitgerust met gezinswoningen voor al zijn arberiders, scholen, wassalons, ziekenhuizen, winkels, cinema enz... In 1959 had het eiland een dichtheid van 835 inwoners per ha, wat swerelds hoogste woondensiteit ooit gemeten is.

Verlaten kapsalon.

vergelijkend onderzoek 196 Verlaten ziekenhuis.

Het eiland vandaag.


Sinds 22 april 2009 is het eiland terug open voor het publiek. Er is ĂŠĂŠn transportbedrijf dat de toestemming heeft gekregen om met boten aan de nieuw aangelegde kade aan te meren. Vanop deze kade kan je als toerist de zuidelijke zijde van het eiland deels verkennen. De overige delen van het eiland zijn niet toegankelijk voor toeristen. Door de blootstelling aan wind en water is de stabiliteit van de gebouwen niet meer veilig. Vanop 3 uitkijkplatforms heb je een mooi overzicht over het gehele eiland en zijn omgeving.

vergelijkend onderzoek

De afgelopen 39 jaar is er zo goed als niets veranderd op het eiland. Het is compleet blootgesteld aan alle factoren van de natuur en brokkelt langzaam maar zeker af. Zeer weinig mensen hebben sinds de sluiting nog voet op het eiland gezet, zeer veel mensen weten dan ook niet van het bestaan van het eiland af. Dit omdat net zoals vele andere misgelopen projecten in de japanse geschiedenis het wordt verborgen voor de maatschappij.

197 Plan van de mijn.

Zicht vanop het uitkijkplatvorm.


STEENKOOL ONTGINNING De steenkoolmijn bestond uit 10 tunnels die tot op een diepte van 1km onder het grondniveau gingen. Deze tunnels waren berijkbaar met 2 liftschachten van op het eiland. Sinds de opening van de mijn en de start van de steenkoolontginging is er een duidelijke stijging in de productie op te merken. Dit loopt van 1891 tot 1941, het jaar waarop de mijn zijn hoogste productie cijfer neerzette van 411,100 ton per jaar. Aanlegsteiger.

vergelijkend onderzoek 198 Zicht vanop uitkijkplatvorm.

Doorsnede van de mijn.


Door de opkomst van petrolium gebruik werd de vraag naar steenkool steeds minder en besloot men om de mijn te sluiten. Dit zorgde voor een leegstroom van het eiland op zeer korte termijn , namelijk 4 maanden. Op deze termmijn ging het van een bloeiend eiland naar een verlaten spookstad. Ontginningscurve van de mijn.

Hierna kende de mijn enkele tegenslagen zoals een gas explosie, een brand en een typhoon, deze zijn zeer duidelijk af te lezen op de ontginningscurve. De groei van de bevolking op het eiland loopt tot en met 1941 gestaag mee met de productie. Na de gasexplosie en het sluiten van enkele mijnschachten daalt het bevolkingsaantal enorm.

Deze langzame groei van de steenkoolproductie en het plotse verval worden gestaafd door de seneca curve. Deze curve toont aan dat de groei steeds meer tijd in beslag zal nemen dan het verval. Ook is het verval of de daling van de productie na het â&#x20AC;&#x2DC;peak oilâ&#x20AC;&#x2122; moment ook onvermijdelijk en onomkeerbaar. Het vaststellen van lichte stijgingen is nog mogelijk, maar een daling komt er sowiezo.

vergelijkend onderzoek

Na 1941 valt duidelijk op te merken dat de Mitsubischi group op korte tijd terug heel veel arbeiders en hun gezin naar het eiland haald om de productie van steenkool terug te verhogen. Dit heeft zeer weinig effect gehad op de stijging van de productie. Er is gedurende de laatste 30 jaar van de mijn nog een lichte stijging in de productie geweest, maar de hoge steenkoolproductie van 1941 haalde men niet meer.

199 De Seneca-curve.


TOEKOMST PLANNEN Deze langzame groei van de steenkoolproductie en het plotse verval worden gestaafd door de seneca curve. Deze curve toont aan dat de groei steeds meer tijd in beslag zal nemen dan het verval. Ook is het verval of de daling van de productie na het ‘peak oil’ moment ook onvermijdelijk en onomkeerbaar. Het vaststellen van lichte stijgingen is nog mogelijk, maar een daling komt er sowiezo.

vergelijkend onderzoek 200

Momenteel is het eiland verlaten en wordt het af en toe bezocht door toeristen. De stad Nagasaki is er momenteel de eigenaar van. Er is een stijging van de internationale aandacht rond het eiland, enerzijds voor her moderne erfgoed, maar anderzijds ook voor de onaangeroerde wooncomplexen van de Taishō en Shōwa periode. Het eiland is een mooi toeristische trekpleister, maar ook hier wordt niet volledig op ingespeeld. Slechts één transportbedrijf heeft een vergunning om op regelmatige tijdstippen toeristen naar het eiland te brengen. Op illegale boottochten staat een hoge boete.

Achtergebleven persoonlijke voorwerpen.

Het eiland is al bijna 40 jaar onaangeroerd en persoonlijke voorwerpen zijn nog steeds onverplaatst. Sinds het verlaten van het eiland zijn ook al enkele gebouwen ingestort door gebrek aan onderhoud en de natuurelementen. Met het sluiten van de mijn kwamen bijna alle gezinnen op straat terecht zonder alternatieve woonsituatie en dat 3/4 van de mijnwerkers geen nieuwe job kon krijgen in een ander mijn van de Mitsubischi group. Hierdoor is men beschaamd over het verleden van het eiland en wil men dit niet echt in de publicitiet laten komen. Ook het hoge kostenplaatje speelt hierin een rol. Door de verwaarloosde toestand van alle gebouwen zou het enorm veel kosten om deze nog te restaureren.


201


05. BELVAL Ann-Sofie Rommelaere GESCHIEDENIS

vergelijkend onderzoek

Het gebied van het nieuwe Belval was in 1850 een lokaal recreatiegebied tussen de twee woonwijken van Belvaux en Esch. Het was niet alleen populair bij de inwoners, maar was ook zeer mysterieus. Er werden sprookjes verteld over het bos dat ‘Escher Bësch heette. In 1868 ontdekt de advocaat Joseph Steichen een minerale bron van uitzonderlijke kwaliteit. Het water wordt beroemd omwille van zijn helende eigenschappen en komt in 1893 commercieel op de markt. In het eerste jaar werd er een recordomzet gerealiseerd van 30.000 flessen.

1909 is voor Belval het jaar waar het Escher Bësch wordt omgekapt om plaats te maken voor een van de modernste staalfabrieken in die tijd. Op de Belval site wordt door middel van hoogovens, staalfabrieken en walserijen wordt het erts aangevoerd en omgevormd tot het afgewerkte eindproduct. In 1913 telde de industriële site van Belval meer dan 3000 arbeiders. Deze stonden in voor het produceren van 400.000 ton gietijzer, 360.000 ton staal en 297.000 gewalste producten.

Historisch site van Belval met de eerste hoogovens.

In 1965 start men met een volledige renovatie van de staalfabriek. Deze werd voltooid in 1979, waarbij zes oude hoogovens werden gesloopt en vervangen door drie nieuwe met een nog hogere productiecapaciteit.

202 Escher Bësh


De staat Luxemburg en de ARBED staalgroep, nu Arecelor Mittal, richtten in 2000 de Agora ontwikkeling op. Men plant een moderne, levendige stadswijk op de ontmantelde industriële site van Belval. Er wordt in 2001 een wedstrijd uitgeschreven voor het masterplan voor de site, die wordt gewonnen door Jo Coenen en Co uit Maastricht en het landschapsbureau Lubber.

vergelijkend onderzoek

In 1993 worden de drie hoogovens geleidelijk stilgelegd en vervangen door een elektrische oven. Deze wordt aangedreven met schroot in plaats van ijzererts. Een van die laatste hoogovens wordt verkocht aan de Chinese staalgroep Kisco. 240 Chinese arbeiders ontmantelden de hoogoven gedurende vijf maanden. Twintig maanden na de deconstructie stond deze op de nieuwe site in Kunming in de provincie Yunnan. Slechts 3 jaar na de ingebruikname door een elektrische oven beslist men om de ijzerproductie in Belval-Ouest stop te zetten. En de discussies starten omtrent wat er moet gebeuren met de voormalige industriële site.

203 De Esch- Belval site in 1991.

De industriële site na de ontmanteling.


DE ONTWIKKELING VAN HOOGOVENTERREIN TOT STAD

Masterplan voor de herontwikkelingdoor Jo Coenen en Co

vergelijkend onderzoek 204

Waar in het verleden het beeld werd getypeerd door een hoogoventerrein, verrijst een nieuw hoogstedelijk woon- en werkmilieu. Bijzonder aan het plan is de manier waarop wordt omgegaan met het industrieel erfgoed. Naast de verschillende industriële gebouwen, relicten en materialen wordt ook de spontaan ontstane vegetatiestructuur opgenomen in het ontwerp. Het te ontwikkelen gebied is 120ha groot en wordt getransformeerd in een nieuw hoogstedelijk centrum. Naast woningen zal hier ook een universiteit, rockhal, sportfaciliteiten en andere voorzieningen worden gevestigd. Er wordt gericht op een stad met 20.000 werkplaatsen en woonruimte voor 7000 mensen.

LANDSCHAPPELIJKE BASIS Naast de aanwezigheid van het industrieel complex vertoonde de site vooral een grote leegte van afvalbergingen, hoogovenslakken, weides doorsneden door goederenspoorlijnen met lege wagons. Na de sluiting kreeg de natuur de bovenhand in het gebied. Deze situatie zorgde er dan ook voor dat de uitgangspunten van het masterplan zowel voor cultuur als natuur belangrijk waren. Het doel was om een site te creëren met een stedelijk programma en een hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De aanwezige landschapsstructuur heeft dan ook een grote invloed gehad op het grid en de typologie van de architectuur. Daarnaast zorgde het landschap er ook voor dat de site kon worden opgedeeld in vijf publieke zones. Het hoogoventerras wordt omgevormd van een industriële samenleving naar een kennissamenleving.

Zone 1: het hoogoventerras.


De tweede zone omvat de wijk Square Mile waar dienstverlening en detailhandel centraal staan. De opbouw van de bouwblokkenstructuur is hierbij geinspireerd op de nog aanwezige elementen uit de geschiedenis.

Belval-S端d is aangelegd door middel van een trappenlandschap. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het aanwezige hoogteverschil van 35m om de verschillende gebouwen een weids uitzicht te geven. Dit gebied is dan ook de plaats voor gezinnen, er is een ruime mix van eengezinswoningen, particuliere en huurwoningen.

Zone 2: Square Miles, kantoorcentrum. Zone 4: Belval-S端d: woongebied

De laatste zone is Belval-Nord waarbij het karakter van een weidelandschap wordt behouden. Hierbij worden er U-vormige gebouwen ingeplant met zichtassen tot het groene hart. De binnenplaatsen kunnen worden benut voor sport, spel en ontmoeting.

vergelijkend onderzoek

In het derde gebied omvat het groene hart dat wordt gevormd door het Park Belval dat in verschillende snelheden wordt ontwikkeld.

205 Zone 3: Park Belval, het groene hart van de site

Zone 5: Belval-Nord: woongebied


MASTERPLAN Het masterplan wordt gekenmerkt door een zorgvuldige menging van woonfuncties, commerciĂŤle functies, gemeenschappelijke faciliteiten en open ruimtes. Dit moet zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving met korte doorsteken naar de omliggende functies. De uitvoering van het project is gepland in verschillende fases. Hierbij wordt er eerst geĂŻnvesteerd in de buitenruimte en de infrastructuur zoals parkeervoorzieningen. Waarbij men uitgaat van ofwel een laag investeringsniveau, zodat het landschap op een spontane manier ontwikkelt. Of een hoog investeringsniveau waarbij er minder tijd is om het landschap zichzelf te laten ontwikkelen.

vergelijkend onderzoek 206 Masterplan Belval

Afbeeldingen van het ontwikkelde Belval Ouest.


CREATIEF GEBRUIK VAN HET INDUSTRIEEL VERLEDEN

Ook het materiaalgebruik wordt afgestemd op de plek, zo maakt men gebruik van staal, hout en beton en kleuren die geïnspireerd zijn op deze van slak en roest. Op deze manier wordt de nieuwe stad onlosmakelijk verbonden met zijn historisch verleden. Zicht op het nieuw ontwikkelde kenniscentrum.

vergelijkend onderzoek

Bijzonder aan het project van Belval is de manier waarop gebruik wordt gemaakt van het industrieel verleden. De verschillende industriële gebouwen, relicten en materialen worden niet op een moderne manier aangehaald, maar maken deel uit van het ontwerp. Deze zijn een vertrekpunt voor de synthese tussen oud en nieuw. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het aanwezige materiaal en vegetatie die reeds aanwezig was, wat opnieuw wordt geïntegreerd in het masterplan.

207 Het groene hart, Park Belval.


06. GARY, INDIANA Niels Everaerd SITUERING Gary is a city in Lake County, Indiana, United States, located in the southeastern portion of the Chicago metropolitan area. Gary is located approximately 25 miles from downtown Chicago, Illinois.

vergelijkend onderzoek 208 Location, googlemaps


209

vergelijkend onderzoek


BEVOLKINGSKRIMP The population of Gary proper was 80,294 at the time of the 2010 census, making it the seventh-largest city in the state of Indiana. Garyâ&#x20AC;&#x2122;s population has fallen by over 50 percent since the 1950s, when Garyâ&#x20AC;&#x2122;s population was almost 200,000.

vergelijkend onderzoek 210 googlemaps


211

vergelijkend onderzoek


TELOORGANG VAN DE STAALINDUSTRIE Gary, Indiana was founded in 1906 by the United States Steel Corporation as the home for its new plant, Gary Works. The city was named after lawyer Elbert Henry Gary, who was the founding chairman of the United States Steel Corporation.

vergelijkend onderzoek 212

In the 1960s, like many other American urban centers reliant on one particular industry, Gary entered a spiral of decline. Garyâ&#x20AC;&#x2122;s decline was brought on by the growing overseas competitiveness in the steel industry, which had caused U.S. Steel to lay off many workers from the Gary area. As the city declined, crime increased. U.S. Steel continues to be a major steel producer, but with only a fraction of its former level of employment. While Gary has failed to reestablish a manufacturing base since its population peak, two casinos opened along the Gary lakeshore in the 1990s although this has been aggravated by the state closing of Cline Avenue, an important access to the area. Today, Gary faces the difficulties of a rust belt city, including unemployment, decaying infrastructure, low literacy and educational attainment levels.

5th Ave and Broadway in 1909

Garyâ&#x20AC;&#x2122;s fortunes have risen and fallen with those of the steel industry. The growth of the steel industry brought prosperity to the community. Broadway Avenue was known as a commercial center for the region. Department stores and architecturally significant movie houses were built in the downtown area and the Glen Park neighborhood.

Gary-indiana-lakefront-aerial


vergelijkend onderzoek 213 http://gdynets.webng.com/gary.htm


vergelijkend onderzoek 214 Abandoned Gary, Indiana station built in 1910


vergelijkend onderzoek 215 City Methodist Church, Gary Indiana 1925-1975


07. VÖLKLINGEN IRONWORKS (D) Daan Tuypens GESCHIEDENIS

vergelijkend onderzoek 216

De stad Völklingen is op vlak van economie altijd belangrijk geweest voor Duitsland. De grote omslag kwam er voor de stad op het einde van de 19e en 20e eeuw. Metaal- en staal industrie geïntroduceerd door de broers Röchling zou de toekomst van de stad Völklingen gaan bepalen. De technische vernieuwingen en vernieuwingen aan de infrastructuur maken al snel van de ‘ Röchling Brothers Völklinger Ironworks’ de grootste van het Duitse rijk. Dit succesverhaal zorgt voor de aanvoer van arbeiders en bedienden vanuit heel Europa, waardoor een multiculturele samenleving ontstond. Het begin van de 19e eeuw zoeken de broers Röchling naar nieuwe energiebronnen. De familie heeft reeds ervaring met steenkool, dit in combinatie met het gebruik van hoogovengas verzekerde de toekomst van de onderneming. Door de nieuwe energiebronnen konden er nieuwe materialen geproduceerd worden. Dit ging gepaard met heel wat technologische innovaties en uitvindingen die de bouw van dit industrieel imperium kracht bijzetten.

Völklinger Bahnhofs (1909).

Op het hoogtepunt van de werkten er in de fabriek zo een 17.000 arbeiders. In totaal waren 30.000 mensen afhankelijk van de onderneming toen de staalcrisis in de jaren ‘70 het verval inluidde. Uiteindelijk sluit de fabriek in 1986 door de aanhoudende crisis en Völklingen Ironworks werd ontmanteld. INITIATIEF VÖLKLINGEN Een handvol toegewijde mensen engageerden zich een jaar na de sluiting om de fabriek te behouden. Ze probeerden de sloop en nieuwe projecten tegen te houden en een bescherming van de industriële site te bekomen. Na een kwart eeuw slaagden ze in hun op-


zet toen de site bestempeld werd als World Heritage voor industriële geschiedenis in de UNESCO-lijst. De non profit - organisatie bestaat vandaag nog steeds en bestaat uitsluitend uit vrijwilligers. Zij proberen door middel van evenementen en infoboekjes geïnteresseerden meer uitleg te geven over de Völklinger Hutte en het dagelijks leven van de arbeiders in de stad. Een vergelijkbaar initiatief van de werkgroep, dat ook in Ostrava reeds voorkomt, is de tentoonstelling van oude treinen. In de Duitse industriestad worden ze gebruikt als stilstaand objact in de industriële omgeving. In Ostrava worden ze eveneens gebruikt als toersictische attractie, maar dan in de vorm van rondritten.

Door de bescherming van dit industrieel erfgoed is er vandaag een unieke locatie overgebleven. De mysterieuze structuren vormen dan ook voor veel kunstenaars een ideale omgeving voor exposities of andere kunstvormen. Zo worden er ook toneelvoorstellingen, opera’s, muziekoptredens en films gespeeld. In 2000 bereikten ze dan ook voor de eerste keer een aantal van meer dan 200.000 bezoekers. Ook vormt het een inspiratiebron voor game-ontwikkelaars. De site is al verscheidene malen het decor geweest van een shooter-game.

vergelijkend onderzoek

WELTKULTURERBES VÖLKLINGER HÜTTE

217 Lokomotive 46 in Völklingen


Naast dit cultureel aanbod is er ook gedacht aan de educatieve factor. Door de vroeger bestemming als hoog-technologisch en innovatieve locatie tracht men hier die kennis door te geven. De geschiedenis van het staal maar ook enkele basistechnieken van de verwerking ervan zijn te bezichtigen. Door middel van begeleide wandelingen en andere activiteiten krijgen bezoekers dan een kijk op het verleden van de industriële activiteiten.

vergelijkend onderzoek 218

THE PARADISE Deze ingreep wordt omschreven als de unieke dialoog tussen de industriële cultuur en natuur. Planten en dieren komen tot leven en veroveren de gesloten industriële site. deze dialoog is waar te nemen in 12 scènes / tuinen die verbonden worden door een georganiseerde wandeling. in samenwerking met een landschapsarchitect werden er ook nieuwe wandelpaden voorzien. Hiermee verhoogt de toeistische waarde van de site. Deze verwilderde tuinen bieden een verscheidenheid aan ervaringen en unieke zichten op het industriële erfgoed.


VÖLKLINGEN BY NIGHT

vergelijkend onderzoek

Door de inspanningen van enkele behoudsgezinde individuën is de industriële site in Völklingen de enige volledig intacte staalfabriek overgebleven in Europa. Om deze identiteistvormende locatie voor de stad te benadrukken werd een lichtspektakel geïnstalleerd wat voor een sfeervolle touch zorgt in de nacht. Tevens wordt de site ook een stuk veiliger door de toegevoegde verlichting en toenemende avondactiviteiten.

219 Völklingen by night


FESTIVAL “ELECTRO-MAGNETIC” Dit festival dat plaatsvindt op de “World Cultural Heritage Site” in Völklingen is één van de culturele activiteiten. Afgelopen jaar lokte het evenement 8000 feestvierders naar de stad. Later op het jaar werd het verkozen tot één van de tien beste festivals in 2012. Ook hier is het industriële decor een uitstekende locatie en is het unieke toevoeging aan het evenement.

vergelijkend onderzoek 220 Electro magnetic 2012


THE EUROPEAN CELTIC ROUTE

TRANSPORT De uitstekende mobiliteietsaansluitingen die er ooit waren voor de industriële activiteiten worden nu gebruikt voor recreatieve doelen. Doorheen de site is een nieuwe wegenstructuur aangelegd zodat alle functies bereikbaar zijn. De grote centrale structuur fungeert hier als orïenterend element op de site 1. Sintering Plant 2. Ore Shed 3. Burden Shed 4. Top Platform 5. Coking Plant 6. Blast Furnaces 7. Blower Hall

Celtic sites

vergelijkend onderzoek

2500 jaar geleden was Saarland samen met Luxemburg, Lotharingen, Rijnland-Palts en Wallonië een belangrijk Europees centrum. De Kelten heersten in deze periode over het gebied. Ook in Völklingen zijn in verband met dit verhaal historische vondsten gedaan. Omtrent dit thema vinden er dan ook tentoonstellingen e.d. plaats op de site. Ook Ostrava is gelegen langsheen een historisch belangrijke route. De Amber route zou voor Ostrava een gelijkaardig effect kunnen hebben. Evenementen / toerischte attracties omtrent dit thema kunnen bezoekers lokken en het imago van de stad verbeteren.

221


vergelijkend onderzoek

222


223


08. GLASGOW Renaat Myny

vergelijkend onderzoek 224

Economische relatie Clyde river - Glasgow “Glasgow made the Clyde, and the Clyde made Glasgow”


SHIPBUILDING ON THE CLYDE The River Clyde has been a centre for shipbuilding for hundreds of years, with boats being built in the area possibly as early as the 15th century.

The advent of the The steam engine marked massive opportunities for Glasgow to expand its heavy industry.

However, it was during the 19th century, in places such as Bowling Harbour, Dennyâ&#x20AC;&#x2122;s Shipyard in Dumbarton, John Brownâ&#x20AC;&#x2122;s Shipyard at Clydebank and Govan Graving Docks, that shipbuilding became a real source of commerce for Glasgow.

These shipyards grew towards the end of the nineteenth century to become the some of the leading suppliers of the Royal Navy.

vergelijkend onderzoek

bron: http://www.clydewaterfrontheritage.com/abouttheriverclyde.aspx

225 Govan Graving Docks, 1950, bron: news.bbc.co.uk


vergelijkend onderzoek 226 Glasgow, 1897

bron: http://www.theglasgowstory.com/imageview.php.?inum=TGSA00B


vergelijkend onderzoek 227 Glasgow,1931, depressie vanaf jaren 30 tot na WO II

bron: http://www.theglasgowstory.com/imageview.


vergelijkend onderzoek 228

Google Earth, Glasgow vandaag.

After World War Two the shipping industry went into decline and by the 1960â&#x20AC;&#x2122;s, Fairfield had collapsed. Recently, however, regeneration of the Clyde Waterfront has begun, attracting new industry to the area, including financial services, digital media and tourism. However, the long tradition of shipbuilding

in the area continues with the Shipbuilding industry continuing to provide important employment opportunities in the area.

bron: http://www.clydewaterfrontheritage.com/abouttheriverclyde.aspx


vergelijkend onderzoek

Regeneration of the Clyde Waterfront - City- marketing: 1990: Culturele hoofdstad van Europa 1999: Britse hoofdstad van Architectuur en design. - Industrieel erfgoed (operationeel) - stedelijke vernieuwing.

229 Bron: http://www.open.edu/openlearn/files/ole/crane.jpg


vergelijkend onderzoek 230

- Operatieve scheepswerven, musea, cultuur, science centre, auditoria. - postindustriĂŤle kenmerken en vernieuwing Bron: http://www.glasgow.gov.uk/media/image/s/i/res43220B202A2A48F09BB121FD4AD7FE70.jpg


vergelijkend onderzoek Urban Regeneration Bron: http://www.clydewaterfront.com/media/11101/Activity_MP13437_IG_copyright_McAteerPhotograph_ClydeWaterfront.jpg

231


vergelijkend onderzoek 232

Clyde river: geen nieuwe economische drager, maar drager van nieuwe economieĂŤn. Bron: http://www.google.be/search


233


09. DETROIT Toon De Keyser SITUERING

vergelijkend onderzoek 234


GESCHIEDENIS Ontstaan Een eerste keer dat er van Detroit werd gesproken was in 1670, wanneer een Franse missionaris een stenen afgod, vereerd door de Indianen, vond en vernietigde met een bijl. De stadsnaam is genoemd naar de Detroit rivier. 18de eeuw

vergelijkend onderzoek

In 1701 werd dit gebied een schuilplaats voor ontheemde Indiaanse bondgenoten waar ter bescherming een fort werd gebouwd. Het fort werd veroverd door de Britten en later aangevallen door verschillende Indiaanse stammen. Door de subsidies van ‘vrij’ land werden vele families aangetrokken naar Detroit. Dit zorgde voor een bevolkinspopulatie van 800 mensen in 1765. De belangrijkste bedrijvigheid was het verhandelen van bont met de Indianen.

235 Augustus Woodward’s plan for the city following 1805 fire


19de eeuw Na een verwoestende brand in 1805 stelt Augustus B. Woodward een plattegrond op die vergelijkbaar is met het ontwerp voor Washington van Pierre Charles Lâ&#x20AC;&#x2122;Enfantâ&#x20AC;&#x2122;s. Ondanks de Amerikaanse revolutie en een burgeroorlog, groeide Detroit uit tot een mondiaal transportcentrum waar handel en industrie openbloeide. De stad verspreide zich verder langsheen Jefferson Avenue, waar bedrijven gebruik maakten van zowel de parallelle spoorlijn als van de rivier. Detroit werd in toen bestempeld als het Parijs van het westen, dit omwille van zijn architectuur en de Washington Boulevard.

Woodward Avenue shopping district, 1865.

vergelijkend onderzoek

Detroit is al lang een stad van immigranten geweest. In het begin van de 18de eeuw waren dit de Franse en Engelse kolonisten. In de 19de eeuw kwam een grote groep Ierse immigranten zich in Detroit vestigen, omwille van de gunstige condities voor de Ierse katholieken. Tot slot kwamen ook Duitsers, die de grootste groep vormden, en Polen zich hier vestigen.

236 Detroit in 1880


20ste eeuw

In een decenia heeft Detroit zich in ontwikkelde tot de hoofdstad van de auto-industrie en kunnen we stellen dat Detroit de bakermat is van de moderne massa productie die we tot op de dag van vandaag kennen.

Highland Park Ford Plant 1922

vergelijkend onderzoek

Een mijlpunt in de ontwikkeling van Detroit was ongetwijfeld de ontwikkeling en de perfectionering van de eerste grootschalige assemblagelijn door Herny Ford. Dit productieproces werd al gauw overgenomen door rivaliserende autofabrikanten, waarvan de meesten zich hadden gevestigd in Detroit. De ontwikkeling van de auto-industrie heeft geleid tot stijgende vraag naar arbeid, die werd ingevuld door grote aantallen nieuwkomers immigranten vanuit Europa. Detroit was de snelstgroeiende stad van de wereld en tussen 1900 en 1930, steeg de bevolking van de stad van 265.000 naar meer dan 1,5 miljoen inwoners. Deze bevolkingsboom leidde ervoor dat Detroit uit zijn voegen barste en de stadsgrenzen steeds verder van het centrum kwamen te liggen. Deze afstand was echter geen probleem net omwille van de autoproductie. Dit leidde tot wat tot op vandaag zo kenmerkend is aan Amerikaanse steden, de suburbs.

237


Ford challanges the world, 1908

Model-T

Cadillac Motor Car Co. main plant on Cass Avenue, c. 1910

vergelijkend onderzoek

Highland Park Ford Plant 1922

238


Voor de eerste keer in de geschiedenis was welvaart binnen het bereik van de mensenmassa. Monumentale skyscapers en fancy buurten hebben de stad verder op de wereldkaart gezet. Detroit werd het baken waar de American Dream realiteit werd.

vergelijkend onderzoek

Campus Martius, 1907

239 Campus Martius, 1914

Hudson department store in 1951, geopend in 1911


PROBLEEMSTELLING Van de snelstgroeiende stad naar de snel krimpende stad. Detroit werd verraden door een gebrek aan politieke visie, verscheurd door raciale conflicten, en verwoest door de deĂŻndustrialisatie. De crisis bereikte zijn hoogtepunt in de late jaren 1960 en de jaren 1970 een hoogtepunt. Sindsdien heeft de stad moeite om te herstellen en een nieuwe economie en nieuwe staatsbestel op te bouwen. Hierdoor verloor Detroit in 50 jaar meer dan de helft van zijn populatie.

vergelijkend onderzoek 240

Detroit, de industriĂŤle hoofdstad van de 20ste eeuw, speelde een fundamentele rol in het vormgeven van de moderne wereld. Paradoxaal is dat de logica die de stad gemaakt heeft, de stad ook weer vernietigd.


241

vergelijkend onderzoek


vergelijkend onderzoek

242


243

vergelijkend onderzoek


PROJECTEN “The big challenge is, What do you do with a population of 700,000 in a geography that can accommodate three times that much?” “ After studying the city’s options at the request of civic leaders, the American Institute of Architects came to this conclusion in a recent report: “Detroit is particularly well suited to become a pioneer in urban agriculture at a commercial scale.”

vergelijkend onderzoek 244

Verlaten land en gevaarlijke structuren. Projectgebied John Hantz

360° foto’s

Interessante links: - http://www.guardian.co.uk/world/video/2010/ jul/11/detroit-community-gardens - http://www.hantzfarmsdetroit.com/introduction. html - http://www.growingcitiesmovie.com/


245

vergelijkend onderzoek


10. UCKANGE U4 LOTHARINGEN Ruben Eelbode GESCHIEDENIS

vergelijkend onderzoek 246

Uckange is een kleine stad in Lotharingen aan de Moezel. De gemeente beschikte sinds 1890 over hoogovens. Tijdens de hoogtijdagen waren er tot 6 hoogovens in werking, nadien is de productie gecentraliseerd naar 4 meer performante hoogovens. Vanaf de jaren ‘60 wisselde het aantal actieve ovens naargelang de vraag. De site werd volledig stilgelegd in 1991: toen was de HF1 de enige hoogoven nog in werking. Zoals bij Clabecq ging de sluiting gepaard met manifestaties. België kende zijn slogan: “On marche parce que rien ne marche!”, in Uckange was dat “L’emploi au cœur”.

veel ijzer bevatten. Het rendement van de hoogoven is dus nooit optimaal omdat er meer cokes nodig is per ton geproduceerd gietijzer. Toen de fabriek overschakelde op buitenlands ijzererts verloor de site de voordelen van zijn goede ligging nabij de mijnen. Uckange is een bijzondere fabriek omdat het enkel gietijzer produceert. Gietijzer wordt afgeleverd in blokken. Er is geen staalfabriek om het gietijzer verder te behandelen. De fabriek is relatief klein, maar dit heeft het voordeel dat men snel kan inspelen op de vraag van de klant en aangepaste soorten gietijzer produceren. Bij het overschakelen van lokaal ijzererts op geïmporteerd ijzererts kon men verder spelen met de uiteindelijke samenstelling van het gietijzer. Het is mogelijk gietijzer te maken die

SITUERING Twee eeuwen geleden beschikte Lotharingen over alle troeven om een staalnijverheid op te starten: steenkool, ijzererts en waterwegen (de Moezel). Gelegen op de grens tussen Frankrijk en Duitsland werd de fabriek afwisselend Duits en Frans. De lokale ijzererts (minette lorraine) is redelijk arm aan ijzer (30%), terwijl geïmporteerde ertsen dubbel zo-

De hoogovens van Uckange in hun gloriejaren


INDUSTRIEEL TOERISME De hoogoven U4 is de enige overgebleven nietactieve hoogoven in Frankrijk en is geklasseerd als historisch monument. Er werd een hele informatieplaats gebouwd rond de hoogoven (wat er nog van de fabriek overblijft, want er werd heel veel afgebroken vooraleer de restauratie begon). Op de site kan je, zoals in Duisburg, een rondleiding met gids bekomen (hier spreken de gidsen Frans).

De gerestaureerde hoogoven U4 met sfeerverlichting

Een voormalig ingenieur vertelde mij verschillende details over de fabriek. Slechts een zeer klein deel van de site kan bezocht worden. De elektriciteitscabine, de compressoren zijn onbereikbaar en andere delen zijn afgebroken. Men kan niet op de hoogoven zelf: giethal, ringleiding kunnen enkel vanop een redelijke afstand bekeken worden. In Uckange zoals bij andere sites heeft men gewerkt met fuel-inspuiting, later is dat steenkoolpoeder geworden. Men heeft ook geëxperimenteerd met plasma-toortsen om de ingespoten lucht verder te verwarmen. Ondanks zijn succes bij de gewone bezoeker is er toch ook kritiek op de aanpak. Zo is er desondanks de restauratie veel aan waarde verloren gegaan zoals de zuurstoffabriek, opslagplaatsen, labo’s, enz. Eenmaal afgebroken is het voorgoed verloren! De uitgestippelde weg met zijn omheining doet sommigen denken aan de rondgang van gevangenen. Met wat overblijft, is de hoogoven een kleine installatie waar niet veel te beleven valt en slecht een schim van wat ooit was. Het park ‘Jardin des Traces’ maakt gelukkig veel goed. In het park zijn de vier basiselementen verwerkt die nodig zijn bij het vervaardigen van gietijzer; water, vuur, land en lucht. U4 ligt op 10 minuten lopen van het station van Uckange. Het station is bereikbaar met de trein vanuit Metz (20min), Thionville (5min) en Luxemburg (30min). De treinen naar Uckange zijn toegankelijk voor fietsen.

vergelijkend onderzoek

zal gebruikt worden om vormen te gieten maar ook gietijzer dat verder verwerkt zal worden in een staalfabriek. In dat opzicht had Uckange een specifieke nichemarkt gevonden.

247


GESCHIEDENIS industrieel erfgoed, geschiedenis en kunst door het jaarlijks creëren van een cultureel en artistiek thema met als decor het park. Zo worden kunstenaars en ontwerpers uitgenodigd om hun werk in te zenden of om unieke werken op het terrein zelf te creëren.

Jardin des Traces

vergelijkend onderzoek 248

JARDIN DES TRACES Het creëren van een tuin op een brownfield is geen gemakkelijke klus. Het park is opgebouwd uit volumes en creëert verschillende sferen. Het park wordt doorsneden door een futuristisch themapad die opgedragen is aan de voormalige werkzaamheden. Gesitueerd aan de voet van de hoogoven U4, is het park verspreid over 4ha brownfield. Het is opgedeeld in drie zones: de alchemytuin, de tuin van de staalproducent en de tuin van de energie. Lokale organisaties werken aan de band tussen

Verschillende kunstsculpturen in staal


vergelijkend onderzoek

Het minder subtiele hekwerk die de bezoeker langs het monument leidt.

249 De hoogoven


EDUCATIE De organisatie wil ook in de toekomst een educatieve dienst uitbouwen in het complex. Nu zijn er reeds lezingen, poĂŤziedagen en festivals die door gaan in het complex en een mijnmuseum. Begeleide rondleidingen zijn gratis voor schoolgroepen. Het cultureel programma heeft als doel de geschiedenis van de plek in leven te houden, het publiek in contact te brengen met nieuwe kunstvormen, het aanmoedigen van artistiek werk en wetenschappelijk onderzoek, en om de plek op te nemen in het dagelijks leven. Underclouds (54) - Funambus; koortlopen voor het festival: Nacht van Aeolus Cirkâ&#x20AC;&#x2122;Eole Montigny

vergelijkend onderzoek 250 Een kunstopstelling voor een desbetreffend thema in 2009

Ook een circus krijgt een plaats op de cultuurplek


vergelijkend onderzoek

Beeld vanop de snelweg

251 Grondplan U4 Uckange


UCKANGE VS VITKOVICE (OSTRAVA) Afstand tot centrum: • Uckange: 500m • Vitkovice: 2km Afstand tot dichtsbijzijnde treinstation: • Uckange: 250m • Vitkovice: 1 km Programma: • Uckange: cultuur, toerisme, sport en spel • Vitkovice: cultuur Beschermd erfgoed: • Uckange: ja • Vitkovice: ja

vergelijkend onderzoek 252

Zichtbaarheid: • Uckange: Zichtbaar vanop autosnelweg (skyline) • Vitkovice: Duidelijk zichtbaar vanop autosnelweg Betrokkenheid lokale bewoners: • Uckange: diverse activiteiten voor verschillende doelgroepen. Organisators willen dat dit gebied opgenomen wordt in het dagelijkse leven van de bewoners. • Vitkovice: Minimaal, nog in opbouw Een greep uit het programma aangeboden door Uckange U4


vergelijkend onderzoek 253 Een greep uit het programma aangeboden door Uckange U4

Een greep uit het programma aangeboden door Uckange U4


van het land.

11. MANCHESTER Ward De Wispelaere TIJDSLIJN MANCHESTER Manchester begon toen een houten fort werd gebouwd door het Romeinse leger op een plateau ongeveer 1 mijl ten zuiden van de huidige kathedraal ongeveer in het jaar 80. Macunium, oostelijke oever van de Irwell rivier. Het fort werd herbouwd in steen ongeveer 200 na Christus. Snel groeide een civiele nederzetting rond het fort.

vergelijkend onderzoek 254

Dit fort werd verschillende keren afgebroken en herbouwd en de laatste overblijfselen zijn vandaag nog te zien in het district Castlefield. Later hebben de Saxen er lange tijd vertoefd en in de Middeleeuwen was het gebied een hele tijd onbewoond. Pas toen de stad in 1301 zijn Charter ontving, werd Manchester een handelsplaats. In de daaropvolgende eeuwen ontwikkelde de textielindustrie zich. Aanvankelijk werd vooral met wol gewerkt, maar toen ook katoen geïntroduceerd werd, kwam de stad in een industriële snelstroom terecht en werd Manchester al gauw een van de leidende industriesteden van het

Vanaf de 18de eeuw groeide de internationale handel en ook de technologische ontwikkeling bleef niet achterwege. Tijdens de Industriële Revolutie zagen de eerste met stoom aangedreven weefgetouwen het licht, wat het productieproces sterk verbeterde. Heel wat arbeiders kwamen van overal toegestroomd om werk te zoeken, waardoor de stad de bevolkingstoename amper nog de baas kon. Hoge densiteit en slechte levensstandaard. Snelle expansie 17501850 De 19de eeuw betekende groei en culturele ontwikkeling voor Manchester. Manchesterkanaal werd als handels- en vervoersroute in gebruik genomen. De kiemen van heel wat fundamentele verbeteringen op sociaal vlak lagen in Manchester. Grote publieke gebouwen, waaronder het Stadhuis, werden opgetrokken. Hoewel de textielindustrie in de 20ste eeuw een recessie meemaakte, kon de stad bouwen op een rijk erfgoed waardoor Manchester tot op vandaag een even levendige metropool is gebleven. Het stadsbeeld is er ingrijpend door veranderd en


Tot de late 18e eeuw, Moravská Ostrava was een kleine provinciale stad met een bevolking rond de duizend inwoners die zich bezighouden met handwerk.

TIJDSLIJN OSTRAVA

In 1763, werden grote deposito’s van zwarte steenkool ontdekt, wat leidt tot een industriële boom en een stortvloed van nieuwe immigranten in de volgende eeuwen. In de

Ostrava was een belangrijk kruispunt van prehistorische handelsroutes de Amber weg. Archeologische vondsten hebben bewezen dat het gebied rondom Ostrava is permanent bewoond was voor 25.000 jaar. Circa 23.000 v.Chr.

19e eeuw, verschillende mijn torens zijn gerezen in en rond de stad en de eerste staalfabriek werden opgericht op Vítkovice, overgenomen door Salomon Mayer von Rothschild in 1843.

In de 13e eeuw, de Ostravice-rivier de grens tussen het hertogdom Silezië van Opole en de maart Moravië onder Boheemse suzereiniteit gemarkeerd.

Industriële groei werd mogelijk gemaakt door de voltooiing van de Kaiser-Ferdinands-Nordbahn uit Wenen in 1847.

Twee nederzettingen ontstonden op beide zijden van de rivier: Slezská Ostrava (Silezië Ostrava) werd eerst vermeld in 1229, Moravská Ostrava (Moravische Ostrava) in 1267, kreeg het stadsrechten in 1279.

De 20e eeuw zag verdere industriële expansie van de stad gepaard met een stijging van de bevolking en de kwaliteit van maatschappelijke diensten en cultuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed Ostrava-als een belangrijke bron van staal voor de defensie-industrie echter verschillende massale bombardementen campagnes die grote schade aan de stad veroorzaakten. Sinds de fluwelen revolutie in 1989 heeft de stad grote veranderingen ondergaan. Een grondige herstructurering van de industrie in de mijnbouw vindt plaats. 1998 stopt de smederij in Vitkovice, Arcelor

De Piast hertogen van Opole in 1297 bouwde een vesting aan hun kant van de rivier. Beide delen werden grotendeels geregeld door de Duitsers in de loop van de Oostkolonisatie. Tot de late 18e eeuw, Moravská Ostrava was een klei-

vergelijkend onderzoek

dankzij internationale hulp werd de stad heropgebouwd tot het nieuwe en moderne centrum van vandaag.

255


Situering

vergelijkend onderzoek

256


VRAAGSTELLING MANCHESTER. Ook Manchester heeft gelijkaardige sites waar oude textielbedrijven waren gesitueerd. Een geschikte onderzoeksvraag voor dit stuk zou zijn: Hoe heeft Manchester omgesprongen met deze Brownfields? Wat hebben ze ondernomen om deze functie opnieuw te herwaarderen? Hoe hebben ze hun stedelijke reconversie gestart?

vergelijkend onderzoek

Hoe gaan ze om met een recessie?

257


BESCHOUWING VAN EERSTE INDUSTRIËLE STAD Snelle expansie tijdens 1750 – 1850 Regionale expansie In de negentiende eeuw Manchester werd het mondiale centrum van de enorme katoenhandel en kreeg de bijnaam 'Cottonopolis‘

vergelijkend onderzoek 258

1930 Dramatische daling = eerste recessie Nadruk op productie, kennis en diensten gebaseerde industrie Heden: Manchester zelf is gelegen in een van de UK's grootste stedelijke gebieden Jare, ‘70 tweede recessie op lange termijn Verlies banen, daling werkgelegenheid met 26% Industrie zwaar getroffen Toch bleef Manchester regio als motor van economische groei De metropolitan county, het grotere Manchester(GM)

The Manchester City regio is nu de belangrijkste motor van de Northwest economie en de thuisbasis van een bevolking van meer dan 3 miljoen inwoners (47% van de bevolking in het NW). Bijna 90 procent van de nettotoename van het noordwesten bevolking, en bijna de helft (48%) de netto toename van de werkgelegenheid van het noordwesten, hadden betrekking op MCR van groei in het laatste decennium. De stadsregio genereert 50 procent van de totale economische productie het noordwesten en blijft


CONCLUSIE: TWEEZIJDIG VERHAAL

HUIDIGE SITUATIE

Grote delen van Manchester lijden onder slechte stedelijke kwaliteit, milieu en infrastructuur ondanks succesvolle regeneratie projecten (NWRDA, 2009)

Dalend vertrouwen in handel

Het belang van Manchester ligt in haar relatie met de bredere regio in het noordwesten van Engeland en is haar bijdrage aan de groei van de MCR (Manchester ondernemingen, 2006). De vereniging RES (Regionale Economische Strategy) concentreert zich op op het creĂŤren van een duurzame groei.

Stijgende invoer kosten, die wordt weerspiegeld door een daling van de investeringen bedoelingen. Het falen in de verkoop en bestellingen. Depressief/uitgeput land en onroerend goed markten. Gross value added

vergelijkend onderzoek

De stad kon bouwen op een rijk erfgoed waardoor Manchester tot op vandaag een even levendige metropool is gebleven. Dit ook dankzij internationale hulp.

259


REGENERATIEBELEID IN MANCHESTER Vervoersinfrastructuur ontwikkelen Het zorgen voor een geschikt landgebruik brownfield land, nieuwe werkgelegenheid Ontwikkeling van het woonaanbod om groei op te vangen Zorgen voor planning ondersteunt duurzame groei

ExponentiĂŤle groei

Ontwikkeling in gebruik van energie en de levering ervan. Openbare en particuliere investeringen worden aangemoedigd HiĂŤrarchische regeling

vergelijkend onderzoek 260

Regionale/ subnationale en interregionaal Regio stadsniveau Stadsniv eau Districtsniveau

Tegenstrijdigheid? En wat met de stedenbouw?


261

vergelijkend onderzoek


vergelijkend onderzoek

262


STADSVERNIEUWING BELEID LANDSCHAP IN MANCHESTER

New Islington, een Millennium Community in Mills. Andere recente sessiesleutels gebieden in Manchester (Lambert Smith Hampton, 2005) omvatten:

Een algemene aanpak vanuit een economische en fysieke ontwikkeling

Een centrum van de stad met nieuwe investeringen in het Millennium kwartaal, Market Street, Spinningfields en de zuidelijke toegangspoort.

De centrale Manchester Development Corporation

Sportcity, de grootste cluster van internationale sportfaciliteiten in het land, waarvan een deel de

North Manchester partnership, dat is gericht op een gebied dat zich uitstrekt van het centrum van de stad tot de noordelijke grens van de stad naar de stad grens met Salford in het westen en Oldham weg naar het Oosten. Dit omvat Collyhurst en delen van Miles Platting en Newton Heath en Ancoats naar het Oosten.

vergelijkend onderzoek

Binnen NEM en Eastside Manchester belangrijke projecten die zijn alle gebaseerd op lange termijn vervallen brownfield sites bevatten:

263


CASE STUDIE NEW ISLINGTON

vergelijkend onderzoek 264

In 2002 werd het Ancoats gebied van Oost-Manchester (deze omvat Mills Urban dorp, nieuwe Islington en de Ashton Canal Corridor) aangeduid als de site voor het derde Millennium Gemeenschap. De ÂŁ250mn nieuwe Islington Millennium gemeenschap ontwikkeling omvat een 12,5 ha site in Oost-Manchester, met inbegrip van de oude Cardroom woonwijk, die werd gekenmerkt door een hoge criminaliteit en sociale ellende. Gelegen tussen de Rochdale en Ashton kanalen, ondergaat de site een grote transformatie die zal meer dan 1.700 nieuwe woningen, detailhandel en vrijetijds ruimte, een nieuwe basisschool en gezondheidscentrum naast een eco park. De ontwikkeling is verschuldigd voor de voltooiing in 2012. Werk begon in de zomer van 2003 en het ontwikkelingswerk op de nieuwe kanalen om aan het kanaal Ashton te koppelen en het Rochdale Canal zijn nu volledig samen met een nieuwe waterpark, 'Cotton Fields', die is ontworpen om een gevarieerde fauna, met inbegrip van een, en een aantal vakken voor het aantrekken van een grote verscheidenheid van vogels nestelen. Oude molen werking en verontreiniging bleek te zijn uitdagende site omstandigheden die nu al met succes opgelost (Bron: Dixon, 2011(forthcoming)). Dit project kan men vergelijken met de site van Vitkovice in Ostrava.

Reisbundel Ostrava  

Reisbundel over de Stad Ostrava

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you