Issuu on Google+


identity under construction n째2


KAREN WYCKMANS

6

COALFACE - identity under construction

MERYEM KANMAZ

10

PAUL BOUTSEN

14

FRANCIS GROFF

18

PATRICK VIAENE

22

Identiteit in tijden van globalisering / Identity in times of globalisation Identiteit en maatschappelijke transitie / Identity in social transition Wederkerige identiteit / Reciprocal identities Behouden als investering / Conserving heritage as investment

EXPO

26 28 38 52 62 72 82 92 102

LAB

112

NETWERK

124

TIJDSLIJN

128

BIO'S

132

COLOFON

134

Danny Veys – Mining in Paradise Gert Jochems – Dampremy Mijnbeeld Nele Bronckaers – WTS Vadim Samoluk – Coalaroïd Bert van den Bosch – Eckley Miners’ Village Frederic Vanwalleghem - Fantastic Europe Breekbaar verleden


COALFACE

IDENTITY UNDER CONSTRUCTION


COALFACE is een internationaal platform voor sociaaldocumentaire fotografie dat vanuit een lokale context bouwt aan de beeldvorming en de identiteit van (post)industriële gebieden. In de 19e en 20ste eeuw werd ‘energie’ cruciaal voor de Westerse maatschappij. Energie is de spil van de industriële revolutie en de draaischijf van een menselijk leven. Het brengt letterlijk hele gemeenschappen in beweging. De zoektocht naar en de ontginning van fossiele brandstoffen voedde de grote migratiegolven. Of de zoektocht naar en de productie van hernieuwbare energie eenzelfde impact op onze maatschappij zal hebben, is maar de vraag. COALFACE focust op ‘transit’-oorden waar omwentelingen – zoals de overgang naar een pluri-culturalistische en/of groene maatschappij – invloed op de identiteit heeft. Vanuit deze context werpt COALFACE een blik op de huidige samenleving, in Vlaanderen en in de wereld. Lokaal levert COALFACE een bijdrage aan het verkennen en profileren van de Limburgse Mijnstreek, waar mijnbouw de dunbevolkte Kempen heeft geïndustrialiseerd, waar migratiestromen de streek hebben gekleurd en waar steenkool een band heeft gesmeed tussen allochtoon en autochtoon. COALFACE is een ontmoetingsplaats waar ‘erfgoed’, ‘actualiteit’ en ‘diversiteit’ mekaar bestuiven via het medium fotografie. Fotografie wordt aangewend voor het bevorderen van de sociale cohesie.

Internationaal bouwt COALFACE aan een netwerk van mensen die wonen en werken in gebieden waar zware industrie een impact op de leefwereld heeft. De fotografische projecten die COALFACE in het buitenland opzet bieden de Limburgse Mijnstreek een ruimer referentiekader en creëren vruchtbare grond voor intermenselijke, culturele en economische samenwerking. Het lokale wordt geconfronteerd met het internationale, meer nog, ze versterken mekaar: de Oekraïense mijnwerker die dagelijks steenkool uit de grond haalt versus de Vlaamse erfgoedheld die trots het label ex-mijnwerker draagt; de allochtone Belg die opkomt voor haar multipele identiteit versus de autochtoon die de Belgische migratiegeschiedenis vergeten is; de wereldhonger naar olie en steenkool versus de koortsachtige zoektocht naar hernieuwbare energie. Daartoe wordt een mix van lokale en internationale tentoonstellingen opgezet en wordt een mix van bestaand fotografisch werk en eigen producties getoond. COALFACE is een initiatief van vzw het Vervolg, projectencentrum van de Mijnstreek. Deze publicatie brengt een beperkt overzicht van het werkjaar 2010. Voor een volledig overzicht verwijzen we naar www.coalface.be. Karen WYCKMANS Artistiek leider COALFACE

7


COALFACE is an international platform for socio-documentary photography. The platform is building the image and identity of industrial and post-industrial areas from a local context. 'Energy' became crucial to western society in the 19th and 20th centuries. It was the driver of the Industrial Revolution and pivotal to man’s everyday life. Energy production literally mobilises entire communities. The search for and mining of fossil fuels fed major waves of migration. It is open to question whether the search for and production of renewable energy will have the same impact on our society. COALFACE focuses on the transit places where revolutions – such as the transition to a multicultural and/or green society - exerts influence on identity. From this baseline, COALFACE examines today's society, in Flanders and in the world. Locally, COALFACE contributes to the exploratory surveying and profiling of the Limbourg Mining Area, where mining industrialised the thinly-populated Campine region, and where migratory streams coloured the region and were coal forged a link between indigenous and immigrant sections of the population. COALFACE is a meeting place where 'heritage', 'topicality' and 'diversity' cross-fertilise each other through the medium of photography. Photography is being used to promote social cohesion.

Internationally, COALFACE is building up a network of people who live and work in areas where heavy industry impacts or has impacted on the world in which we live. The photographic projects that COALFACE organises in other countries are opening up for the Limbourg Mining Area a wider reference framework and creating fertile ground for interpersonal, cultural and economic cooperation. The local is being confronted with the international, but more importantly the two reinforce each other: the Ukrainian miner who every day brings coal to the surface, as opposed to the Flemish heritage hero that proudly bears the label of ex-miner; the immigrant in Belgium who cherishes his multiple identity versus the Belgian who has forgotten the history of Belgian migrations; the world's appetite for oil and coal versus the feverish search for renewable energy. With this in mind, a mix of local and international exhibitions are being organised where a mix of existing photographic work and own new productions will be on show. COALFACE is an initiative of the non-profit organisation Het Vervolg. This document provides a concise overview of the 2010 working year. For a complete overview we refer to the website at www.coalface.be. Karen WYCKMANS Artistic Manager, COALFACE

9


IDENTITEIT IN TIJDEN VAN GLOBALISERING Meryem Kanmaz

Vandaag worden minderheden teveel gereduceerd tot slechts één aspect van hun identiteit: Moslim-zijn, Turk-zijn, migrant-zijn of recenter, allochtoon-zijn. Net daarom vind ik de baseline van COALFACE, ‘identity under construction’ absoluut toepasselijk. Identiteit is niet statisch, afgerond, voor eens en voor altijd. Integendeel het is dynamisch, in beweging. Het is een antwoord op de tijdsgeest en de context waarin we leven. Maar identiteit is niet iets dat slechts minderheden aanbelangt. Net nu de wereld een dorp is geworden, lijkt iedereen terug te plooien en op zoek te gaan naar vastomlijnde identiteiten, hetzij nationaal, regionaal of zelfs lokaal. De 21ste eeuwse globale wereld plaatst ons voor grote uitdagingen om hiermee om te gaan. Bestaat een nationale identiteit? Wat betekent het om Vlaming, Belg te zijn? Ik maak het onderscheid tussen identiteit als een nationaal project en identiteitspolitiek van minderheden. Het debat over de nationale identiteit duikt overal op, ook in Vlaanderen. Kijk maar naar het succes van rechtse partijen die een populistisch en anti-migrantenstandpunt naar voor brengen. Tegelijkertijd ontwikkelt zich ook een kritiek op al die nationale iden-


titeitsdebatten. In wetenschappelijke, linkse en progressieve kringen wordt identiteit als politiek concept overboord gegooid. Steeds meer stelt men dat huidige post-nationale identiteiten niet meer kunnen opgehangen worden aan één natie die overeenkomt met één volk. En dat enkel een open burgerschapsinvulling soelaas kan bieden. Maar, moeten we dan heel het denken over identiteit overboord gooien? Wat dan te doen met het identiteitsstreven van minderheidsgroepen? Die minderheden in naam van wie we toch met zijn allen ijveren voor een open Vlaanderen. Wat als zij met vlag en wimpel naar hun roots of identiteit verwijzen en er trots op zijn? Dan blijkt dat de afkeuring gelijk loopt, geen nationale identiteitspolitiek, en dus ook geen identiteitspolitiek voor minderheden. Identitaire mobilisatie van minderheden wordt gelijkgesteld met die van de meerderheid. En het wordt daardoor als een exclusieve mobilisatie van bepaalde groepen voor eigen specifieke rechten gezien (zowel door links als rechts). Volgens mij is die gelijkstelling problematisch. En in die zin mogen we het kind 'identiteit', niet met het badwater van het nationalisme over boord gooien. Integendeel, we moeten identiteit en identiteitspolitiek in termen van een minderheids-meerderheids-relatie bekijken. Terwijl het nationalisme verwijst naar een culturele en etnische invulling van geografische en politieke grenzen en het dominant burgerschap er vereenzelvigd wordt met een bepaalde culturele groep, een specifieke taal of bepaalde geschiedenis, moet identiteitspolitiek van minderheden gelezen worden als een fundamentele kritiek op de dominante nationale norm, als kritiek op het alledaags racisme. Het is geen ‘beweging voor de eigen groep’ maar kritiek op de impli-

ciete en expliciete etno-nationale norm die onze maatschappelijke structuren veronderstellen. Het is een uitnodiging tot een diversificatie van de nationale gemeenschap, met insluiting van haar minderheidsgroepen. Deze identitaire mobilisaties maken ‘witte’ privileges manifest en tonen aan hoe onze maatschappelijke structuren en publieke ruimte wel degelijk een bepaalde economische en culturele groep bevoordeelt en sociale achterstelling creëert. Zij claimen het verschil als noodzakelijke voorwaarde om tot meer gemeenschappelijkheid te komen. Net daarom moeten we principieel en fundamenteel vertrekken van multipele identiteiten, zowel voor de minderheden, als voor de meerderheidssamenleving. Teveel wordt er vandaag nog van uitgegaan dat het om één heldere identiteit gaat en al het andere een bewijs is een te weinig loyaliteit ten opzichte van het nationaal project. Net dat, het impliciet gelijkstellen van identiteitsdenken met een homogene en enkelvoudige identiteit, maakt dat we niet kunnen verder spreken en bij elke identificatie van minderheden met hun roots, godsdienst, taal of wat dan ook, dat zien als een gebrek aan loyaliteit. Het zullen de multipele identificaties en de meervoudige lidmaatschappen zijn die tot een gedeeld burgerschap zullen leiden. Én turk voelen, én in de voetbalploeg zitten, én werken bij Ford, én jong zijn, én man of vrouw zijn, ... . Meryem KANMAZ Doctor in de politieke wetenschappen / Verbonden aan MANA vzw, Expertisecentrum voor Islamitische Culturen in Vlaanderen

11


IDENTITY IN TIMES OF GLOBALISATION Meryem Kanmaz

Minorities are being reduced too much, to just one aspect of their identity: the fact that they are Muslim, Turk, migrant or, more recently, member of an ethnic minority. This is precisely why I think the baseline of COALFACE, namely 'Identity under construction', is entirely appropriate. Identity is not static, completed, once and for always. The opposite is true: it is dynamic, in motion. It is a response to the spirit of the times and the context in which we live. Identity is not something which concerns only minorities. Precisely now that the world has become a village, everybody appears to be retreating and searching for clear-cut identities, nationally, regionally or even locally. The global world of the 21st century confronts us with major challenges in dealing with this situation. Does a national identity still exist? What does it mean to be Flemish, Belgian? I make the distinction between identity as a national project, and the identity policy of minorities. The debate about the national identity rears its head everywhere, including Flanders. You simply need to look at the success of right-wing parties that voice populist and anti-migrant views. At the same time, there is growing criticism of all of these national identity debates. Academic, left-wing


and progressive circles are dumping identity as a political concept. There is an increasing assertion that present-day post-national identities can no longer be ascribed to a single nation that corresponds with a single people. It is argued that the only way forward is an open embodiment of citizenship. But does this mean that we should throw overboard all of this thinking about identity? What do you then do with the pursuit of identity by minority groupings? These are the same minorities in whose name we are all pressing for an open Flanders. What happens if they raise their flag or banner to draw attention to their roots or identity and are proud of it? It then transpires that the rejection runs in parallel, i.e. no national identity policy and by consequence no identity policy for minorities either. Identitydriven mobilisation of minorities is deemed equivalent to that of the majority. That is why it is then perceived (by left and right alike) as an exclusive mobilisation of certain groups for their own specific rights. This equivalence is problematical in my view. In that sense, we must not throw away the child (i.e. identity) with the bathwater (i.e. nationalism). On the contrary, we must view identity and identity policy in terms of a minority/majority relationship. Whereas nationalism refers to a cultural and ethnic embodiment of geographical and political borders and the dominant citizenship is identified with a certain cultural group, a certain language or a certain history, the identity policy of minorities has to be read as fundamental criticism of the dominant national norm, as criticism of everyday racism. It is not a 'step for our own group', but criticism of the implicit and explicit ethno-national norm that our social structures presuppose. It is an invitation to diversify the international community, inclu-

ding its minority groupings. These identity-driven mobilisations make 'white' privileges manifest and demonstrate how our social structures and public spaces certainly do favour a certain economic and cultural group and create social deprivation. They claim the difference as an essential condition for bringing about greater communality. That is precisely the reason why we should depart basically and fundamentally from multiple identities, both for the minorities and for the majority community. It is still too frequently assumed that there is one clear identity and that all the rest is proof of insufficient loyalty to the national project. It is exactly this, i.e. the implicit equivalence of thinking in terms of identity with a homogenous and single identity, that prevents us from taking the discussion any further and in every identification of minorities by their roots, religion, language or whatever, we see a lack of loyalty. It will be the multiple identifications and the multiple memberships that will lead to a divided citizenship. Feeling like a Turk, and also playing in the soccer team, working at Ford, and being young and a man or woman, ... . Meryem KANMAZ Doctor of political science / attached to MANA, a non-profit centre of expertise for Islamic cultures in Flanders.

13


IDENTITEIT EN MAATSCHAPPELIJKE TRANSITIE Paul Boutsen


‘Vergroening van de economie’, een antwoord bieden op de klimaatopwarming, eindelijk iets doen aan het leefmilieu ‘voor dat de wereld naar de haaien gaat’, het zijn uitdagingen die ons steeds nadrukkelijker worden voorgehouden. Tegelijk groeit het bewustzijn dat we heel erg inventief zullen moeten worden om deze uitdaging ook aan te kunnen. De overheden spreken over een noodzakelijke ‘transitie’ naar een nieuwe maatschappij, liefst CO2 neutraal en in elk geval met een andere manier om ons brood te verdienen. Tegelijk leeft de hedendaagse westerse kapitalistische wereld door deze ‘nieuwspraak’, die het ongetwijfeld ook gedeeltelijk is, in een hypocriete, quasi ‘eurocentristische mythe’. Want steenkool was nooit zo belangrijk als energiebron. Er wordt meer steenkool gedolven in deze wereld dan ooit voordien en het is niet alleen in China en India dat steenkool belangrijk blijft. Ook in Europa. Men zegt ons dat dat ‘verkeerd’ is, maar in feite … . In die context is het bijna spijtig te noemen dat de aandacht voor het mijnerfgoed geklasseerd wordt bij het ‘cultuurbeleid’, onderdeel erfgoed, subonderdeel immaterieel ofwel materieel, dan wel bouwkundig erfgoed. We zouden het beter zien als hedendaagse valoriseerbare parate kennis, waarop we een nieuwe lokale economie bouwen die haar plaats opeist in een globale wereldeconomie ‘in transitie’. Want Limburg, en bij uitbreiding de meeste Europese mijngebieden, hebben de transities meegemaakt: van ruraal dunbevolkt gebied naar een stedelijke industriële maatschappij, met positieve en negatieve ervaringen inzake ecologische en sociale effecten. Vervolgens de transitie naar een postindustriële maatschappij, waarin we zoeken naar een rol van betekenis in een economie gedreven door diensten en door kennis. In die zin is het spijtig dat Limburg zo weinig zorg heeft gedragen voor het technisch en wetenschappelijk erfgoed van de koolmijnen. Het vrijwilligerswerk en vervolgens de gemeentebesturen hebben gered wat er te redden viel: verhalen, wat collecties en een aantal gebouwen. Maar de kennis van mijnbouw en het vermogen om grote technische operaties en het organiseren van de maatschappij op te zetten, helaas… We zouden er goed aan doen dit alsnog te bestuderen. Mijnbouw, energie en grondstoffen, het doet nog steeds de wereld draaien. En de discussies die op ons af komen gaan over: ‘energie’, ‘hergebruik van materialen’, ‘betere industriële organisatie’ en 'Cleantech, transitie naar een groene economie',… In die zin is werken aan identiteit van mijnwerkers en mijngebieden zoals COALFACE doet, vooral relevant als het gericht is op de vooruitgang in deze maatschappij, op het zoeken naar oplossingen, op verandering of maatschappelijke transitie. Paul BOUTSEN Zakelijk leider COALFACE / Bestuurder het Vervolg vzw

15


IDENTITY IN SOCIAL TRANSITION Paul Boutsen


'Greening of the economy', getting an answer to global warming, finally doing something about the living environment 'before the world goes under' - these are challenges that are being held up in front of us with an increasing pitch. At the same time, there is growing awareness that we will need to become extremely inventive if we are to take on this challenge. Authorities talk of an essential 'transition' to a new society, preferably CO2-neutral, and in any event with a different way of earning a living. At the same time, the modern capitalistic world of the West is living because of this 'newspeak', which it undoubtedly is in part, in a hypocritical, quasi 'euro-centric myth', as coal has never been more important as a source of energy. More coal is being mined in the world than ever before and it is not only in China and India that coal continues to be important. It is also important in Europe. They tell us that this is 'wrong', but in point of fact... Viewed in that context you could almost call it lamentable that the attention given to our mining heritage has been placed under the heading of 'cultural policy', heritage section, immaterial or material subsection, or heritage buildings. It would be better for us to see it as contemporary, valorisable and instant knowledge that we can use to build a new local economy that commands its place in the global economy that is 'in transition'. Limburg and most other enlarged European mining areas have already experienced transitions: from thinly-populated rural area to urban industrialised society, with positive and negative experiences as regards the ecological and social effects. Then there was the transition to a post-industrial society, in which we looked for a significant role in an economy driven by services and by knowledge. This makes it regrettable that Limbourg took so little care of the engineering and scientific heritage of the coal mines. The voluntary work and subsequently municipal councils saved what was saveable: stories, some collections and a number of buildings. But unfortunately the same cannot be said of knowledge of mining and the ability to set up major engineering operations and organise the community. We would be well advised to take a closer look at this matter. Mining, energy and raw materials are still what make the world go round. And the discussions coming our way are about 'energy', 'reuse of materials', 'better industrial organisation' and clean technology, or 'a transition to a green economy'. From that point of view, working on the identity of miners and mining areas the way that COALFACE does is particularly relevant when focused on progress in our society, on the search for solutions, on change or social transition. Paul BOUTSEN Business Director of COALFACE / Director of Het Vervolg vzw

17


WEDERKERIGE IDENTITEIT Francis Groff

Wederkerige identiteit? Een beetje bizar misschien … Maar waarom zou er geen soort gemeenschappelijke identiteit bestaan tussen de Vlamingen en Walen die samen de koolmijnen hebben getrotseerd? Volgens Yves Quairiaux – die een essay heeft geschreven over de maatschappelijke en politieke analyse van "L'image du flamand en Wallonie" (Labor, 2006) – zijn de Vlaamse arbeiders vooral vanaf 1880 uit hun streek weggetrokken omdat er te weinig werk was in de landbouw.


In die tijd valt vooral de mijnbouw bij de meeste Vlaamse 'emigranten' in de smaak. Waalse mijnorganisaties zetten dan ook vlug rekruteringscampagnes in Vlaanderen op en laten ronselaars de plaatselijke dorpscafeetjes afschuimen. En dit systeem werpt blijkbaar zijn vruchten af, want tellingen tussen 1866 en 1910 tonen een stijgende toename van het aantal Vlamingen in de Waalse provincies aan. Enkele jaren vóór de Tweede Wereldoorlog maken de Vlamingen maar liefst 6 % uit van de totale bevolking in Henegouwen en Luik! In bepaalde streken zoals Gilly (Charleroi) of Tilleur (Luik) is dat zelfs 20 en … 32 %! Na de Eerste Wereldoorlog en na de opening van de mijnen in de Kempen zien we een omgekeerde tendens, want de Walen trekken nu op hun beurt naar Vlaanderen. Maar de omstandigheden zijn anders. Het is namelijk de Franstalige ingenieur André Dumont die de eerste steenkoollaag in de Kempen ontdekt en Waalse investeerders pompen geld in de exploitatie van deze terreinen. Bij de opstart van de ondergrondse exploitatie in Winterslag (1917), Beringen, Eisden, enz. in het begin van de jaren 1920, roept men de hulp in van de Walen die bekend staan om hun expertise in het bouwen van succesvolle steenkoolmijnen. De gevolgen van deze strategie zijn best merkwaardig. Denk maar aan directeurs, ingenieurs en omkaderende teams (ploegbazen, opzichters, etc.) die Frans spreken. In verschillende publicaties legt Bart Delbroek, historicus aan de VUB, uit hoe het gebrek aan ervaren mijnwerkers op de lokale ‘markt’ verklaart waarom het al Frans is dat de klok slaat in de administratie en het management van de steenkoolmijnen in de Kempen. Daarnaast heeft hij het nog over de strenge,

harde autoriteit die zich enkel maar bekommerde om winstmarges. 19

Pas jaren later zien we weer een evenwicht dankzij Vlaams omkaderend personeel mét ervaring. De historische waarheid vertelt ons dat de Walen het overwicht haalden in de mijnbouw en de Vlamingen dus eigenlijk steeds aan het kortste eind trokken. Sindsdien heeft de tijd alle ongelijkheden weggewerkt en een dikke laag stof over het verleden van de Vlaamse en Waalse kompels gelegd. Uit deze gemeenschappelijke ondergrond zijn er initiatieven ter nagedachtenis ontstaan, zoals Het Vervolg en COALFACE in Genk, terwijl culturele organisaties in het zuiden van het land op hun beurt de wereld van de mijnwerkers koste wat het kost in stand willen houden. Als fotografen, historici of kunstenaars uit de twee landshelften zich over gemeenschappelijke projecten buigen (zoals COALFACE, dat in 2010 tentoonstellingen en ontmoetingen organiseerde), dan mag u gerust van één pot nat spreken. Beide partijen hebben hun gemeenschappelijke identiteit ontdekt. Dat werd tijd … Francis GROFF Auteur, journalist, uitgever en documentarist / gespecialiseerd in Waalse mijnbouw, alternatieve energie en water


RECIPROCAL IDENTITIES Francis Groff

Reciprocal identities? The title will undoubtedly make you smile‌ Although, how could one not see a form of reciprocity between those Flemings and those Walloons that split up the work of the mine? According to Yves Quairiaux, who dedicated a social and political analysis paper on 'The image of the Fleming in Wallonia' (Labor, 2006), the exodus of the Flemish workers principally began in 1880, driven by the lack of jobs particularly in the agricultural sector.


At the time, it was especially the mining industry that welcomed the biggest number of Flemish 'emigrants'. The Walloon coal mine industry did not linger and organised real recruitment campaigns in Flanders, sending out recruiters to scour the towns’ pubs, and the system seemed to pay off since a census conducted between 1866 and 1910 revealed a growing increase of the Flemish population in the Walloon provinces. Several years before the Second World War, the Flemings numbered up to 6% of the total population of Hainaut and Liège! And in certain locations such as Gilly (Charleroi) or Tilleur (Liège), this proportion climbed respectively to 20 and … 32 %! After the First World War and the start-up of the Kempen coal mines, the opposite happened with the emigration of the Walloons towards Flanders, though the circumstances were different. It was the French-speaking engineer André Dumont that discovered the first Kempen coal deposit and it was again Walloon financiers that injected the capital needed to exploit the mining claims. Simultaneously, during the exploitation of the sub-terrain that started in Winterslag (in 1917), followed by Beringen, Eisden, etc. in the early 1920s, the Walloon know-how was called upon for creating and managing the coal mines. This strategy produced strange consequences, namely the usage of French among the directors, the engineers and the staff (foremen, inspectors, etc.). Bart Delbroek, historian at the VUB, explained in numerous publications, precisely how the absence of experienced miners on the local 'market' at the time led to the predominance of French in administration and management of the Kempen coal mines. If this was not enough, he depicted a severe, hard authority aimed at the sole purpose of making profit.

Many years were needed so that things balanced out with the arrival of an experienced Flemish staff. The historical truth would have it that, overall, reports showed that between Flemings and Walloons active in the mining industry, the former were often discriminated against. After that, time has eradicated the inequality, redeeming the history of the Flemish and Walloon 'black mouths' that had been covered with a thick layer of dust. This common ground produced memorable initiatives such as Het Vervolg and COALFACE in Genk whereas in the southern part of the country cultural institutes, they too, committed themselves to perpetuate the miners' universe. When photographers, historians or artists of the two regions work on common projects, as was the case in 2010 with exhibitions and meetings organised by COALFACE, it is not wrong to think that both of them have – finally – found reciprocal identities… Francis GROFF Author, journalist, publisher and documentary maker / specialised in coalmining in Wallonia, alternative energy and water

21


BEHOUDEN ALS INVESTERING Patrick Viaene De betrachtingen om oude gebouwen en hun inboedel te behouden en te restaureren ontstond in het tijdskader van de romantiek, zo’n twee eeuwen geleden. De specifieke aandacht voor industrieel erfgoed is echter veel jonger. Dat begon pas omstreeks 1970, eerst in Groot-Brittannië, een paar jaar later schoorvoetend in de meeste andere Europese landen (waaronder België), nog later in bijvoorbeeld Latijns-Amerika en het Aziatisch subcontinent. In de beginperiode van de industriële archeologie verschoof de aandacht geleidelijk van het ‘heroïsche verhaal van de industriële revolutie’ (met nadruk op klassieke bedrijfsgeschiedenis en op de prestigieuze technologie –met de stoommachine als klassiek ikoon-) naar een nieuwe benadering van het industrieel erfgoed waarin de gewone mens en het dagelijkse leven centraal staan. De arbeids- en levensomstandigheden van onze voorouders (een deel van het immaterieel erfgoed) worden de jongste decennia naar het publiek toe meer verklaard door publieke ontsluiting van erfgoedelementen dan door het lezen van lijvige historische studies. Dit geldt zeker ook


23

voor de Limburgse Mijnstreek, waar de neergang van de mijnbouw precies samenviel met een tijd waarin steeds meer mensen echt voeling begonnen te krijgen met industrieel erfgoed. Toen de koolmijn van Zwartberg, de eerste mijn van Kempisch bekken gesloten werd, en kort nadien compleet onder de slopershamer verdween, waren weinige proteststemmen te horen. Vandaag zou dat wel anders zijn. Vandaag wil de plaatselijke gemeenschap herinnerd worden aan de plek waar de mijn stond. Te laat: er blijft niets overeind. Het bescheiden ‘in memoriam’ monument over de slag om Zwartberg (op de plaats van een vroegere mijnschacht) is daarom des te ontroerender. Als men daar komt beseft men het ten volle: wat gesloopt werd komt nooit meer terug. Elke poging tot reconstructie loopt faliekant af. Want: “weg is weg”, zoals mijn Nederlandse erfgoedvrienden uit mijngemeenten als Heerlen en Geleen vaak herhalen telkens ik hen bezoek. In oude industriële regio’s, zeker in deze met één dominante bedrijfstak zoals de Limburgse Mijnstreek, geeft het indus-

trieel patrimonium een gezicht aan het landschap, een visitekaartje aan de regio. Het industrieel erfgoed ondersteunt er ontegensprekelijk de regionale identiteit. Het mijnerfgoed verdient er een blijvende aandacht en het is de plicht van de overheidsinstanties hiervoor middelen te blijven vrijmaken. Niet alleen voor de 'immateriële cultuur', waarrond de jongste jaren zoveel te doen is, maar ook voor het behoud van het materiële industrieel erfgoed, voor het inrichten van geschikte depots, voor het restaureren van objecten, voor het integreren van deze relicten in een zinvol kader. Dat er intussen een redelijk breed maatschappelijk draagvlak ontstaan is voor dit erfgoed is verheugend. Dit is vooral de verdienste van hard werkende plaatselijke erfgoedactoren, waarvan er veel in Vlaanderen, ook in de mijnstreek, het hoofd boven water houden mede door de grote inzet van heel wat vrijwilligers. In het 'Jaar van de vrijwilliger' mocht deze laatste opmerking niet ontbreken. Patrick VIAENE Voorzitter SIWE / Docent Industrieel erfgoed, Artesis-Hogeschool Antwerpen


CONSERVING HERITAGE AS INVESTMENT Patrick Viaene Efforts to retain and restore old buildings and their furnishings came about in the Romantic Era, roughly two centuries ago. Attention devoted specifically to industrial heritage is far more recent. It started around 1970, first in Great Britain, hesitantly a few years later in most other European countries (including Belgium) and later still in parts of the world like Latin America and the Asian subcontinent. In the initial period of industrial archaeology, the attention shifted gradually from the 'heroic story of the Industrial Revolution' (with an emphasis on classical company history and prestigious technology, with the steam engine as a classic icon) to a new approach to industrial heritage, one centred on the ordinary man and everyday life. The working and living conditions of our forefathers (part of our immaterial heritage) have been explained to the public in recent decades through public access to elements of the heritage rather than by the reading of bulky historical studies. This definitely applies to the Limbourg mining area, where the decline of mining occurred at exactly the time when more and more people began to become interested in industrial heritage.


25

When the Zwartberg coalmine (the first mine in the Campine basin) was closed and a short time later disappeared completely under the auctioneer's hammer, there were few voices of protest to be heard. Today it would probably be different. Now the local community wants to be reminded of the place where the mine stood. But it's too late: nothing remains. The modest 'in memoriam' monument to the battle for Zwartberg (at the location of the old mineshaft) is all the more moving for that reason. When you go there, you realise for ever that something that has been demolished will never come back. Every effort to embark on reconstruction is doomed to fail, because 'gone is gone', as my Dutch heritage friends from mining towns like Heerlen and Geleen often repeat when I visit them. In old industrial regions, particularly ones with one dominant industry like the Limbourg mining area, the industrial buildings give a face to the landscape, they are the region's calling card. The industrial heritage undeniably supports the regional identity. The mining heritage deserves permanent attention and it is the duty of government authorities to continue making funding available for this purpose. Not just for the 'immaterial culture'

that has provoked so much discussion in recent years, but also for preservation of the material industrial heritage, for the furnishing of suitable depots, for the restoration of structures, for the integration of these relics in a meaningful setting. It is encouraging that there is now fairly wide public support for this heritage. This is mainly thanks to hard-working local heritage players, including many in Flanders, also in the mining region, keeping their head above water thanks in part to the great dedication of an awful lot of volunteers. This is an observation that could not be omitted in the 'Year of the Volunteer'. Patrick VIAENE Chairman of SIWE / Lecturer in industrial heritage, Artesis University, Antwerp


EXPO'S


27

COALFACE ontwikkelt sinds 2008 een presentatiebeleid waarin COALFACE gallery centraal staat. In deze ruimte – gelegen tussen de historische ‘Vennestraat’, de volkse cité ‘Winterslag’ en de culturele hotspot ‘C-Mine’ – presenteren we sociaal-documentaire fotografie van Belgische en internationale artiesten. Sociaal-documentaire fotografie impliceert een groot sociaal engagement van de fotograaf. Maatschappelijke thema’s als migratie & diversiteit, industrie & reconversie, oude energie & hernieuwbare energie worden aangeboord. Naast bestaand werk presenteert COALFACE ook eigen oeuvre, steeds van hoge en unieke kwaliteit. COALFACE investeert in jonge fotografen. Elk jaar wordt via de wedstrijd ‘COALFACE student shot’ een nieuw talent geselecteerd om een expo te realiseren. Maar COALFACE tracht ook fotografische reeksen te programmeren van gerenommeerde fotografen die nooit eerder in ons land getoond werden.

Since 2008 COALFACE has been developing a presentational policy centred on the COALFACE gallery. On these premises - located between the historic 'Vennestraat', the popular 'Winterslag' quarter and the cultural hotspot 'C-Mine'- we exhibit socio-documentary photography of Belgian and international artists. Socio-documentary photography implies considerable social commitment on the part of the photographer. The photographs go to the heart of social issues like migration & diversity, industry & reconversion, old energy & renewable energy. Besides existing works COALFACE exhibits its own oeuvre, always of a high and unique quality. COALFACE invests in young photographers. Each year we organise a competition called 'COALFACE student shot' to select a new talent to stage an exhibition. But COALFACE is also endeavouring to include photographic series of leading photographers not previously exhibited in Belgium.


28

Voor het project ‘Mining in Paradise’ ging fotograaf Danny Veys naar Cerro de Pasco, een Peruviaans stadje op 4380 meter hoogte. Deze stad geldt als het centrum voor de mijnbouw van Centraal-Peru. Een tijd lang was Cerro de Pasco het grootste zilverwinningsgebied ter wereld. Vandaag wordt er hoofdzakelijk lood en zink gewonnen.

For his project called 'Mining in Paradise' photographer Danny Veys went to Cerro de Pasco, a town in Peru at an altitude of 4380 m. The town is known as the mining hub of Central Peru. For a long time Cerro de Pasco was the world’s largest silver mining area. Today, lead and zinc are the principal mining products.

De open pit ‘Raul Rojas' heeft een diepte van 400 meter, verdeeld in stroken van tien meter breed. Zware perforeermachines maken schachten van 10 meter diep met een diameter van 30 centimeter. In die schachten worden twee keer per dag hevige explosies uitgevoerd. Dit heeft een impact op de hele stad, want de trillingen hebben een grote reikwijdte. In het straatbeeld waarschuwen borden door het uur van de explosies aan te kondigen. Hoewel deze ontploffingen heel wat materiële schade aan de huizen veroorzaken, weigert het bedrijf pertinent om hiervoor verantwoordelijkheid op te nemen.

The 'Raul Rojas’ open pit has a depth of 400 m, divided into strips 10 m wide. Heavy perforating machines make shafts 10 m deep, with a diameter of 30 cm. Big explosions are carried out in the shafts twice a day. This impacts on the entire town, because the vibrations have a long reach. On the streets notices give warnings of the explosions by announcing their times. Although the explosions cause considerable material damage to houses, the company flatly refuses to accept any responsibility for the damage.

Cerro de Pasco (PER) - 2010

DANNY VEYS Mining in Paradise


Cerro de Pasco (PER) - 2010

30


Cerro de Pasco (PER) - 2010

31


Cerro de Pasco (PER) - 2010

Cerro de Pasco (PER) - 2010

33


Cerro de Pasco (PER) - 2010

34


Cerro de Pasco (PER) - 2010

35


Cerro de Pasco (PER) - 2010

Cerro de Pasco (PER) - 2010

36


38

GERT JOCHEMS Dampremy

Vijf terrils omarmen Dampremy en vormen zo de overgang met de rest van Charleroi. Het is een kleine randgemeente, niet veel groter dan vijf straten. Tussen de huizen ligt er braakliggende grond, verder niets. Armoede, werkloosheid, achterstelling en ongelijkheid zijn samengebald in een paar vierkante kilometer. Het is alsof er een steeds dreigend gevaar aanwezig is. Toch heerst er geen paniek, evenmin melancholie. Wankelmoedigheid is misschien wel het juiste woord.

Gert Jochems made an exceptional series in 2007 and 2008 about Dampremy, a suburb of the rundown city of Charleroi in French speaking part of Belgium. Everybody knows this 'smoking' city, where crime and unemployment go together. It was once an industrial giant (in the coal and steel era it ranked third in the global list of industrial powers), today it is a city where new opportunities are being created. Five slag heaps surround Dampremy and thus form the dividing line with the rest of Charleroi. It is a small suburb, not much bigger than five streets. Between the houses there are patches of empty land, nothing else. Poverty, unemployment, deprivation and inequality all come together in a few square kilometres. It is as if there is always an impending danger. Nevertheless, there is neither panic nor melancholy. Shaky is perhaps the right word to describe it. Dampremy (B)

Gert Jochems maakte in 2007 en 2008 een bijzondere reeks over Dampremy, een randgemeente van de in Vlaanderen verketterde Waalse stad Charleroi. Iedereen kent deze ‘rokende’ stad wel, waar criminaliteit en werkloosheid in één adem genoemd worden. Ooit was het een industriële reus (het steenkool- en staaltijdperk leverde haar een derde plaats op in de wereldranglijst der industriële grootmachten), nu is het een stad waar zich nieuwe mogelijkheden voordoen…


Dampremy (B)

40


Dampremy (B)

41


Dampremy (B)

42


Dampremy (B)

43


Dampremy (B)

44


Dampremy (B)

45


Dampremy (B)

Dampremy (B)

47


Dampremy (B)

Dampremy (B)

49


Dampremy (B)

Dampremy (B)

50


52

In de eerste decennia van de twintigste eeuw veranderde het natuurlandschap van Genk onherroepelijk onder invloed van de mijnen. De expo Mijnbeeld toont deze evolutie via glasnegatieven, originele en vintage prints. Het zijn documenterende foto's, maar ook esthetisch overtuigende beelden.

The natural landscape of Genk changed irreversibly in the first decades of the 20th century because of the mines. The exhibition traces this evolution by means of glass negatives, original prints and vintage prints. These are documentary photos, but also persuasive aesthetic images.

Het Genkse landschap werd door de steenkoolindustrie louter als grondstof beschouwd, en werd bijgevolg niet meer als landschap, maar als terrein gefotografeerd. De beelden van deze fotografen zijn producten, geen kunstwerken. De foto's tonen een tracĂŠ, geen pad: de omgeving is in handen van landmeters, de fotograaf volgt hen.

The Genk landscape was regarded by the coal industry simply as raw material, so it was not photographed as landscape but as a site. The images of these photographs are products, not works of art. The photos show a route, not a path; the surroundings are in the hands of surveyors, the photographers follow them.

(Een project van C-Mine Cultuurcentrum, Erfgoedcel MijnErfgoed, Provincie Limburg en COALFACE; curator: Dirk Lauwaert)

(A project of C-Mine Cultuurcentrum, Erfgoedcel Mijn-Erfgoed, Limburg Province and COALFACE; curator: Dirk Lauwaert)

Rijksarchief Hasselt - Eisden (B) – sd

ANONIEM Mijnbeeld


Rijksarchief Hasselt - Eisden (B) – sd

54


Rijksarchief Hasselt - Eisden (B) – sd

55


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - 1910

56


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - sd

57


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - 1917

58


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - 1916

59


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - sd

60


Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - 1913

Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - 1916

Rijksarchief Hasselt – Winterslag (B) - sd

61


NELE BRONCKAERS WTS Nele Bronckaers focust voor haar project ‘WTS’ op de identiteitsvorming van jongvolwassenen. Ze ging op zoek naar jongeren uit de kleurrijke wijk Winterslag in Genk. Een wijk gekenmerkt door de vroegere steenkoolindustrie en migratie. Een plaats waar een hoge populatie van allochtonen samenleeft.

Nele Bronckaers focused for her 'WTS' project on the forming of the identity of young adults. She went out in search of young people in the colourful Winterslag neighbourhood (Genk, B), which is characterised by the one-time coal industry and by migration. It is a place where a high population of members of ethnic minorities live together.

Allochtonen hebben vaak een meervoudige en complexe identiteit. De bouwstenen van deze identiteit zijn van culturele, sociale en/of religieuze aard. Een jongen van Marokkaanse origine kan zowel moslim zijn (refererend naar de religieuze gemeenschap), Berber (refererend naar de taal) of Arabier (refererend naar de politiek-, geschiedkundig- of geografisch bepaalde identiteit).

Members of ethnic minorities often have a multiple and complex identity. The building blocks of their identity are of a cultural, social and/or religious nature. A boy of Moroccan origin may be Muslim (as reference to the religious community), Berber (as reference to the language) or Arab (as reference to identity determined by politics, history or geography).

Hun woonplaats, Winterslag, is erg bepalend voor hun identiteit. Ze zijn er trots op. Winterslag wordt bezongen in hun rapsongs, Winterslag wordt in de arena gegooid om te concurreren met Waterschei, ‘WTS’ wordt overal getagged. De integere portretten tonen de complexiteit, de kneedbaarheid en de evolutie van hun identiteit. WTS werd gerealiseerd in het kader van de ‘COALFACE student shot’.

The place where they live, Winterslag, largely determines their identity. They are proud of it. Winterslag figures in all rap songs, Winterslag is thrown into the arena to compete against Waterschei, 'WTS' is tagged everywhere. These honest portraits show the complexity, pliability and evolution of their identity. WTS was carried out as part of the 'COALFACE student shot'.

Funda Demirtas, age 18 – 2010

62


Khalid Ait B., age 24 - 2010

64


Hafid Redouane, age 24 - 2010

65


Elif Demirtas, age 18 - 2010

66


Burcia Kurtay, age 17 – 2010

67


Samir Ahmidouche, age 21 - 2010

68


Janne Paulussen, age 18 - 2010

69


Nurselin Kizilaslan, age 17 - 2010

70


Mikail Emanet, age 19 - 2010

71


72

VADIM SAMOLUK Coalaroïd Vadim Samoluk, alias Poladroïd, fotografeert Charleroi na zonsondergang. Zijn kleurrijke Polaroids tonen terrils die UFO’s schijnen te verwelkomen, fabrieken die ’s nachts een tweede bestaansreden hebben, apocalyptische straatbeelden en veel meer. Zonder exotisch geflirt en zonder al te keurige composities ontwaren zijn foto’s een feeërieke realiteit. Dikwijls zacht en intiem, soms bevreemdend en verontrustend. Vadim Samoluk, alias Poladroid, photographed Charleroi after sunset. His colourful Polaroid pictures show slag heaps that appear to be welcoming UFOs, factories that appear to exist at night for a reason other than the original one, apocalyptic street scenes and much more. Without exotic flirting and without overly colourful compositions, his photographs reveal an eerie reality. It is sometimes soft and intimate, other times alienating and alarming.


Charleroi (B)


Charleroi (B)

74


Charleroi (B)

75


Charleroi (B)

76


Charleroi (B)

77


Charleroi (B)

78


Charleroi (B)

79


Charleroi (B)

80


Charleroi (B)

81


82

BERT VAN DEN BOSCH Eckley Miners’ Village

Net zoals de Limburgse cités vertonen de woningen een grote uniformiteit, hoewel ze verschillen in grootte en architectuur. Dit werd bepaald door de functie en het inkomen van de bewoners. Van oost naar west zien we kleine tweegezinswoningen voor ongeschoolde werkers, grotere woningen voor mijnwerkers, eengezinswoningen voor opzichters en luxe huizen voor de dorpsarts en mijndirecteurs. Tegenwoordig wonen er slechts zeventien mensen in Eckley, een groot contrast met de 1500 inwoners in 1870.

Eckley is a mining town in Pennsylvania in the United States. In the 19th century it was a prosperous centre of trade for the 'black diamond', i.e. anthracite. Van den Bosch photographed houses in Main Street, the town's central street. Like the Limbourg patch towns, the houses exhibit considerable uniformity, although they do differ in size and architecture. The difference was determined by the position and income of the occupants. From east to west we can see small two-person homes for unskilled workers, larger homes for miners, single family homes for supervisors and luxury houses for the town doctor and the mine directors. Today, only 17 people live in Eckley, a sharp contrast with the 1500 inhabitants in 1870.

Miners’ Double family dwelling (occupied) - c. 1875

Eckley is een mijnwerkerscité in Pennsylvania (VS). In de 19e eeuw was het een welvarend centrum voor de handel van ‘zwarte diamant’, nl. antraciet. Bert van den Bosch fotografeerde de woningen op ‘Main Street’, de centrale straat waaruit Eckley bestaat.


84

Miners’ double dwelling - c. 1854

Miners’ Double family dwelling - c. 1875

Miners’ Double family dwelling (themed to 1940s) - c. 1875


85

Miners’ Double family dwelling - c. 1875

Miners’ Double family dwelling - c. 1875

Miners’ Double family dwelling (occupied) - c. 1875


86

Miners’ double dwelling - c. 1854

Laborers’ double dwelling - c. 1854

Laborers’ double dwelling - c. 1854


87

Laborers’ double dwelling (occupied) - c. 1854

Laborers’ double dwelling (occupied) - c. 1854

Laborers’ double dwelling - c. 1854


88

Laborers’ double dwelling - c. 1854

Miners’ double dwelling (museum exhibit house themed to 1880 left and 1890 right) - c. 1854

Miners’ double dwelling - c. 1854


89

Miners’ Double family dwelling - c. 1875

Miners’ Double family dwelling - c. 1875

Miners’ Double family dwelling - c. 1875


90

Mine Boss Single family dwelling (occupied) - c. 1854

Mine boss Single family dwelling - c. 1854

Mine boss Single family dwelling - c. 1854


91

Mine foreman Single family dwelling - c. 1854

Doctors’ office - c. 1855

Mine Superintendent - c. 1860


92

FREDERIC VANWALLEGHEM Fantastic Europe Frederic Vanwalleghem maakt een portret van een gemeenschap Roma’s die in de buurt van het gigantische mijnbouwcomplex Trepca wonen (Kosovo).

Frederic Vanwalleghem shot a portrait of a community of Roma gypsies who live close to the enormous Trepca mining complex in Kosovo.

In maart 2009 - 10 jaar na de oorlog en de NAVO-interventie in Kosovo - leven er nog steeds 160 ontheemde Roma families op één van de meest giftige stortplaatsen van Europa. Gevangen tussen een kruisvuur van Servisch en Albanees extremisme in Noord-Mitrovica, vertelt dit kamp een verhaal van wanhoop.

In March 2009 - ten years after the war and NATO intervention in Kosovo - 160 displaced Roma families are still living on one of Europe's most toxic dumps. Captured between crossfire between Serbian and Albanian extremism in North Mitrovica, this camp tells a story of despair.

Het kamp bevindt zich dicht bij de Trepca loodmijn, die in 2000 gesloten werd op bevel van het VN-bestuur. De grond is zwaar vervuild. Bij kinderen werden hoge concentraties lood, arseen en cadmium geregistreerd. Ondanks de belofte dat deze huisvesting slechts tijdelijk zou zijn, ‘overleven’ ze er nu al meer dan 11 jaar.

The camp is located near the Trepca lead mine, which was closed in 2000 on the orders of the UN administration. The earth is heavily polluted. High concentrations of lead, arsenic and cadmium were recorded in children. The people have been 'surviving' here for more than 11 years now, despite a promise that this accommodation would be temporary only.


Mitrovica (KS) - 2009


Mitrovica (KS) - 2009

94


Mitrovica (KS) - 2009

95


Mitrovica (KS) - 2009

96


Mitrovica (KS) - 2009

97


Mitrovica (KS) - 2009

98


Mitrovica (KS) - 2009

99


Mitrovica (KS) - 2009

100


Mitrovica (KS) - 2009

101


102

Een unieke collectie glasplaten werd na decennialang geborgen te zijn opnieuw ontdekt en gedigitaliseerd. De 1750 glasplaten bevatten een schat aan informatie over het pionierswerk dat de verschillende mijnbedrijven verrichtten in Limburg tijdens de periode 1905-1950. Foto's van afdiepingstorens, immense mijngebouwen en machines, trotse mijnwerkers, het bruisende citĂŠleven ... bieden een prachtig overzicht van de grote kolenrush.

After being stored away for many decades a unique collection of glass plates was rediscovered and digitised. The 1750 glass plates contain a wealth of information about the pioneering work done by the various mining companies in Limbourg between 1905 and 1950. There are photos of pit towers, immense mine buildings and machines, proud miners, the bustling town life, all offering a wonderful overview of the big coal rush.

(Een project van LRM nv, Rijksarchief Hasselt, Erfgoedcel Mijn-Erfgoed, Provincie Limburg, Danny Veys en COALFACE)

(A project of LRM nv, Rijksarchief Hasselt, Erfgoedcel MijnErfgoed, Limburg Province, Danny Veys and COALFACE)

Eisden (B) – sd

ANONIEM Breekbaar Verleden


Genk (B) - 2009


Winterslag (B) –1915

104


Winterslag (B) –1916

105


Coalface - Winterslag (B) – 1916

Shaft deepening - 1913

106


Coal washery - Eisden (B) – sd

107


Winterslag (B) – 1913

108


Winterslag (B) – sd

109


Eisden (B) – sd

110


Winterslag (B) – 1931

Eisden (B) – sd

111


LAB


113

COALFACE lab is een laboratorium over identiteit en beeldvorming van de Limburgse Mijnstreek. Via fotografieprojecten en –workshops wil COALFACE lab het bewustzijn rond erfgoed en culturele diversiteit in de streek versterken. COALFACE lab begeleidt personen in het ontwikkelen van een visie over hun eigen verleden/afkomst. Het wil op een samenhangende en vooral op een toegankelijke en actieve wijze aantonen dat allochtonen en autochtonen in de Mijnstreek samen eigenaar zijn van hetzelfde erfgoed, namelijk de hedendaagse realiteit en de geschiedenis van de samenleving in de streek. COALFACE lab is a laboratory that specialises in building the identity and image of the Limbourg mining area. By means of photographic projects and workshops, COALFACE lab wants to increase awareness of the heritage and cultural diversity in the region. COALFACE lab assists people to develop a vision on their own past/origin. The lab wants to demonstrate in a cohesive and above all accessible and active way that members of ethnic minorities and the indigenous population in the mining area are the joint owners of the same heritage, namely the modern-day reality and the history of the community in the region.


Mijncité 5 studenten van het Lucernacollege Genk interpreteerden de expo ‘Eckley Miners’ Village’ van Bert van den Bosch. Van den Bosch fotografeerde mijnwerkerswoningen in de Verenigde Staten op een zeer consequente manier. In zijn fotografie is er bewust weinig te zien van de ruimtelijke context. De zwart-wit fotografie zorgt ervoor dat de aandacht vooral op de architectuur gevestigd wordt.

Mustafa, Reyyan, Rabia, Emel en Serra onderzochten hoe zij ‘hún’ mijnwerkerswoningen in beeld zouden brengen. Zij kozen er resoluut voor om

hun woonomgeving op een andere manier te benaderen. Zij kozen voor een ander soort fotografie. De 5 jongeren werkten voornamelijk in Genk, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen. Ze fotografeerden niet enkel de huizen die in de vorige eeuw gebouwd werden door het mijnbedrijf, maar ook recentere woningen waar voormalige mijnwerkers wonen. Deze ruime blik op de woonomgeving van ex-mijnwerkers werd prachtig in beeld gebracht. Een ‘ruime blik' valt trouwens letterlijk te nemen: de jongeren laten ook de context zien (het belang van het groen in de wijk - net zoals de oorspronkelijke architecten van de 'tuin'wijken dat geconcipieerd hebben - komt in de foto's goed tot uiting). De door hen gepercipieerde positieve sfeer hebben ze vertaald door het gebruik van kleur.

LOKAAL TALENT

Mustafa Aksoy, Reyyan Çöl, Rabia Kanlı, Emel Saglam, Serra Topaloglu


Five students of Genk’s Lucerna college interpreted the 'Eckley Miners' village' exhibition of Bert van den Bosch. He photographed miners’ homes in the United States in a highly consistent manner. His photographs purposely revealed little of the spatial context. The blackand-white photos keep attention focused mainly on the architecture.

Mustafa, Reyyan, Rabia, Emel and Serra examined how they could put 'their' miners’ homes in the frame. They opted resolutely to approach the residential environment differently. They chose a different type of photography. The 5 youngsters worked mainly in Genk, Houthalen-Helchteren and Maasmechelen. They photographed not only houses built in the previous century by the mining company, but also more recent homes where former miners now live to capture beautifully in a wide view the residential environment of ex-miners. A 'wide view' may be interpreted literally: the youngsters show the context (the importance of greenery in the neighbourhood is clearly discernible in the photos, just as the original architects of the garden suburbs had conceived it). They translated the positive atmosphere that they perceived by using colour.

LOCAL TALENT

Mustafa Aksoy, Reyyan Çöl, Rabia Kanlı, Emel Sağlam, Serra Topaloğlu.


Met onze groeten Twaalf leerlingen van het Lucernacollege Genk fotografeerden op diverse locaties in de Mijnstreek een betekenisvolle locatie of object. Elk vatten ze hún eigen Mijnstreek samen in één beeld en in één tekst. Dichter/schrijver Mustafa Kör kwam een aantal literaire workshops geven en daagde hen uit om de Mijnstreek te ‘herbeleven’. Deze workshop mondde uit in een aantal layouts voor postkaarten, in een aantal pakkende versregels en mooie quotes, maar vooral in vele boeiende gesprekken over identiteit en nieuwe maatschappij.

LOKAAL TALENT

Sultan Cengiz, Aysenur Cigci, Rabia Col, Sevgi Düsen, Merve Gül, Sura Karaaslan, Tugba Pamuk, Busra Saglam, Kebire Sengun, Elif Tekin, Musa Gundogde, Abdullah Yilmaz


Twelve Lucerna College pupils photographed at various places in the mining region a significant location or structure. Each captured ‘their’ mining area in a single picture and single text. Poet/writer Mustafa Kör came to give a number of literary workshops and challenged them to 'relive' the mining area. This workshop resulted in a number of layouts for postcards, some poignant lines for verses, several fine quotes and, above all, numerous engaging conversations about identity and the new society.

LOCAL TALENT

Sultan Cengiz, Aysenur Cigci, Rabia Col, Sevgi Düsen, Merve Gül, Sura Karaaslan, Tugba Pamuk, Busra Saglam, Kebire Sengun, Elif Tekin, Musa Gundogde, Abdullah Yilmaz


Winterslag Zes jongeren met verschillende roots onderzochten tijdens een workshop de betekenis van de Mijnstreek voor hun inwoners.

Ze confronteerden een reeks voorbijgangers met vragen en beeldmateriaal. Wordt de huidige spreektaal beĂŻnvloed door de vele migratiestromen? Hoe communiceren allochtone handelaars in het straatbeeld? Welke waarde heeft de mijnsite voor de jonge generatie? De deelnemers waren allen 20-ers afkomstig uit Beringen, Maasmechelen of Genk. Met enkele foto- en interviewopdrachten gingen ze op pad door CitĂŠ I van Winterslag, de Vennestraat en C-mine.

LOKAAL TALENT

Enver Agim, Sofie Bozzelli, Evelien Callens, Elvan Kalemkus, Tuur Nelissen, Willem Wyckmans


LOCAL TALENT

Enver Agim, Sofie Bozzelli, Evelien Callens, Elvan Kalemkus, Tuur Nelissen, Willem Wyckmans

Six young people with different roots examined during a workshop the significance of the mining area to its inhabitants. They confronted passers-by with questions and images. Is the vernacular being influenced by the many streams of migrants? How do foreign traders communicate in the streets? What value does the mining site have for the younger generation?

The participants were all in their 20s and came from Beringen, Maasmechelen or Genk. With a few photographing and interviewing tasks they set out through CitĂŠ I of Winterslag, Vennestraat and C-mine.


Manifest voor Winterslag CitĂŠ In het kader van het masterproject Grafisch Ontwerp (2010) heeft Niek Kosten

een onderzoek gedaan rond de identiteit van een plaats, gefocust op de voormalige mijncitĂŠ Winterslag in Genk. Identiteit is

binnen een multiculturele en relatief jonge gemeenschap als Winterslag geen voor de hand liggend gegeven, wat van deze wijk een zeer interessant onderzoeksonderwerp maakt. Het eindresultaat is een manifest, gepubliceerd door een fictieve burgerbeweging die het sterk samenhorigheidsgevoel in de mijncitĂŠ wil doen heropleven. Het bevat

de resultaten van het sociaal-artistiek onderzoek naar de identiteit van de gemeenschap waarin getracht wordt dit complex en abstract gegeven te visualiseren.


As part of the Graphic Design master’s project (2010), Niek Kosten conducted a study

into the identity of a place, focused on the former mining community of Winterslag in Genk. Identity within a mul-

ticultural and relatively young community like Winterslag is not an obvious subject for study, which is precisely what made this neighbourhood a highly interesting place for research. The end-result was a manifesto, published by a fictitious citizens’ movement that wants to revive the strong feeling of unity in the mining community. It contains the results of the socio-artistic study into the identity of the community, with an attempt to visualise this complex and abstract given.


Lands of immigrants and emigrants De Italiaanse vereniging Arteco organiseerde in samenwerking met COALFACE het internationaal project ‘Lands of immigrants and emigrants’ voor jonge fotografen en andere kunstenaars. De deel-

nemers creëerden tijdens projectweken in Turijn en Antwerpen (respectievelijk Eu-

ropese jongerenhoofdstad 2010 en 2011) een kunstwerk over

het thema ‘migratiegebieden’ en ‘de identiteit van migranten’. Specifieke aandacht ging naar de Limburgse Mijnstreek waar veel migratiegolven de streek hebben gekleurd. Derya Akgüre en Ludo Moris vertegenwoordigden COALFACE.


The Italian Arteco association organised in cooperation with COALFACE an international project called 'Lands of immigrants and emigrants' for young photographers and artists. During project weeks in Turin and Antwerp (which were Europe’s youth capitals of 2010 and 2011, respectively), the participants cre-

ated a piece of art on the theme of 'migration areas' and 'the identity of migrants'. Special attention was devoted to the Limbourg mining area where numerous waves of migrants have given the area its present-day look and feel. Derya Akgüre and Ludo Moris represented COALFACE.

Derya Akgüre bracht via een persoonlijke interpretatie van het verhaal 'Alice in Wonderland' de immi-

gratie van de Turken in België en de verwevenheid van de Turkse en Belgische cultuur in beeld. Dit doet ze middels foto's die zijn opgebouwd uit fotografische strookjes van enerzijds twee Turkse en Belgische vrouwen en anderzijds twee Turkse en Belgische mannen. Hierdoor ontstaat steeds een nieuwe persoon die letterlijk en figuurlijk verweven is. Derya Akgüre pictured the immigration of Turks in Belgium and the interweaving of Turkish and Belgian culture by means of her personal interpretation of the story of 'Alice in Wonderland'. She did this among other things by using photographed images made up of strips of two Turkish and Belgian women on the one hand, and two Turkish and Belgian men on the other. This repeatedly creates a new person who literally and figuratively is woven.

Ludo Moris toonde een serie beelden die de bevreemdende situatie waarin een migrant zich bevindt vertalen. Hij gebruikt zeedieren om een surrealistisch beeld op te bouwen. Door het samen brengen van verschillende elementen, die normaal niet in een dergelijke situatie samen zijn, maar ook door de onnatuurlijke belichting, de kadrering en de positionering, geeft hij de situatie een curieus, soms zelfs dwaas, karakter. Ludo Moris exhibited a series of images which translates the alienating situation in which a migrant finds himself. He used ma-

rine animals to compile a surrealistic picture. He gives the situation a curious, sometimes even crazy character by combining different elements that do not normally belong together in such a situation, but also by unnatural lighting, the bordering and the positioning.


NETWERK


125

PostindustriÍle gebieden staan voor diverse uitdagingen en kijken naar gelijkaardige opportuniteiten. De confrontatie aangaan met huidige mijnbouwgebieden actualiseert ons erfgoedverhaal. Contacten opbouwen met recente migratiegebieden zoals Turkije en Marokko brengt nieuw licht op thema’s als diversiteit en integratie. COALFACE exponeert deze lokale kwesties naar een ruimer referentiekader, met behulp van een steeds groeiend netwerk. Post-industrial areas face a variety of challenges and are looking for similar opportunities. By confronting with current mining areas this puts our heritage narrative into a present-day context. Building up contacts with recent migration areas like Turkey and Morocco sheds new light on themes like diversity and integration. COALFACE is placing these local questions in a wider reference framework by means of an ever-growing network.


126

COALFACE bouwt een netwerk op met actuele erfgoedactoren in West- en Oost-Europese mijnstreken. De spanningslijn tussen verleden-heden-toekomst wordt onderzocht en er wordt gedocumenteerd hoe er in een internationale context wordt omgegaan met beeld- en identiteitsvorming in deze regio’s. COALFACE is lid van het netwerk EURACOM, een netwerk van lokale overheden en hun vertegenwoordigers uit alle Europese mijnregio’s die projecten opzetten inzake het uitwisselen van kennis rond reconversie na mijnsluitingen. Via internationaal fotografisch onderzoek voegt COALFACE een creatief ‘netwerkend’ element toe: naast het bestuderen van bestaande fotografische reeksen wordt ook nieuw werk geproduceerd. Regio’s worden in kaart gebracht en beeldend werk wordt uitgewisseld.

COALFACE is building a network of active heritage actors in mining areas in western and eastern Europe. The tension between past-present-future is being examined, and the way the forming of an image and identity is being explored with in these areas in an international context is being documented. COALFACE is a member of EURCOM, a European network of local authorities and their representatives from all European mining regions, which are setting up projects for the exchange of knowledge of reconversion after mine closures. By means of international photographic research, COALFACE is adding a creative 'networking' dimension: besides studying existing photographic series, the organisation is also producing new work. Regions are being identified and images are being exchanged.

PARTNERS IN PROJECTEN Le Bois du Cazier – Marcinelle (B) / Le Vecteur - Charleroi (B) / Energeticon – Alsdorf (D) / Associazione Arteco – Turijn (I) / Pixelprojekt_Ruhrgebiet - Gelsenkirchen (D) / ReSOURCE - Zwickau (D) / Cubaenergia - Mario Arrastia - cineast Gustavo Pérez - (C) / Association of Donbass Mining Towns Donbass (UA) / Turkije / Marokko

FOTOGRAFISCHE REFLEXIE China (regio Datong) / Mongolië (Baganuur & Nalaigh) / Spanje (Rio Tinto, Huelva) / Peru (Cerro de Pasco) / Zweden (Kiruna) / Oekraïne (Donbass) / Wallonië (Charleroi) / Kosovo (Trepca) / Italië (Sicilië) / Frankrijk (Nord/Pas-deCalais) / Nederland (regio Heerlen) / VS (Pennsylvania) / Indonesië (Kalimentan) / Bolivië (Potosi) / Rusland / Polen / Japan

EURACOM ACOM BELGIUM - Gemeentebestuur Houthalen-Helchteren en Het Vervolg vzw - coördinator EURACOM voor Vlaanderen / ACOM BELGIUM - Gemeentebestuur Charleroi, coördinator EURACOM voor Wallonië / ACOM GERMANY – Hamm, lid van EURACOM / ACOM POLAND – Rybnik, lid van EURACOM / ACOM UK – Barnsley, lid van EURACOM / ACOM UKRAINE – Donetsk, lid van EURACOM / ACOM SPAIN – Oviedo, lid van EURACOM / ACOM FRANCE – Lievin, lid van EURACOM / ACOM RUSSIA – Moscow, lid van EURACOM / ACOM HUNGARY – Tatabanya, lid van EURACOM / ACOM CZECH REPUBLIC – Karvina–Frystat, lid van EURACOM / ACOM SLOVENIA – Zagorje, lid van EURACOM / EURACOM – Nord/Pas-de-Calais


TIJDSLIJN


12/09

01/10

02/10

03/10

04/10

05/10

06/10

07/10

11/12/09 w 13/02/10 expo Geertje De Waegeneer & Ludo Moris - De Vennestraat 27/02/10 w 25/04/10 expo Frederic Vanwalleghem - Fantastic Europe 06/03/10 w 06/05/10 workshop MijncitĂŠ 21/03/10 w 25/04/10 expo Breekbaar Verleden (Maasmechelen - B) 25/03/10 lezing Simon Ashworth & Hilde Degol - Woonwagenbewoners in Limburg 04 & 05/04/10 film Altiplano (Brosens & Woodworth) 08/04/10 lezing Daan Janssens (Catapa) - Mijnbouw, sociale en ecologische impact 29/04/10 w 12/06/10 expo Danny Veys - Coal is b(L)ack (Gelsenkirchen - D) 01/05/10 w 26/09/10 workshop Met onze groeten 06/05/10 w 27/06/10 expo Bert van den Bosch - Eckley Miners' Village 01/07/10 w 05/09/10 expo Danny Veys - Coal is b(L)ack (Charleroi - B) 03/07/10 w 29/08/10 expo Gert Jochems - Dampremy 03/07/10 w 29/08/10 expo Vadim Samoluk - CoalaroĂŻd

08/10


08/10

09/10

10/10

11/10

12/10

01/11

02/11

coming soon

05/08/10 film Ave Maria (Gustavo PerĂŠz) 11/09/10 w 12/09/10 expo Karim Abraheem - Cite de Beeringen 12/09/10 COALFACE utopia 17/09/10 workshop Winterslag 26/09/10 w 05/12/10 expo Mijnbeeld 07 & 08/10/10 Fotobeurs bild.sprachen 06/11/10 w 22/12/10 expo Turijn-Antwerpen; lands of immigrants and emigrants 23/11/10 w 15/01/11 expo Danny Veys - Mining in Paradise 17/12/10 w 13/02/11 expo Nele Bronckaerts - WTS 17/12/10 w 13/02/11 expo Niek Kosten - WTS 26/01/11 lezing Niek Kosten 26/01/11 lezing Meryem Kanmaz coming soon expo Jean-Pierre Pijls - Une Saison en Enfer coming soon expo Naoya Hatakeyama - Terrils coming soon expo David Cook - Overburden coming soon expo Bertrand Meunier - Erased


BIO'S

Bert van den Bosch > p. 82 Bert van den Bosch (°1974 - NL) studeerde aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht. Hij is gefascineerd door patronen. Zijn fotografische inventarisaties zijn het eindresultaat van zijn volstrekt persoonlijke afwegingen over wat wel en niet tot de verzameling behoort. De inhoud van zijn systematische verslagen heeft vaak betrekking op dat wat niet, of niet meer gekoesterd is. Zo plaatst Bert van den Bosch zich aan de zijlijn van het grote gebeuren. Zijn fotoreeksen zijn een uitnodiging om dat met hem mee te beleven. Ooit was het geliefd, van belang en waardevol. Nu: verlaten en ontluisterd. Juist in deze staat, aan de zijlijn van het grote gebeuren, raakt Van de Bosch erdoor getroffen. Zijn fotoreeksen zijn een uitnodiging om dat met hem mee te beleven. (Ron Leenders) E www.bertvandenbosch.nl

Nele Bronckaers > p. 62 Nele Bronckaers (°1986 - B) is gefascineerd door sociale en maatschappelijke tendensen. Het werken met jongeren geniet op dit moment veel aandacht in haar fotografie. ‘Identiteit’ is een belangrijk gegeven in haar fotografisch onderzoek. Nele Bronckaers werd in 2010 geselecteerd voor de ‘COALFACE Student Shot’. Dit resulteerde in de portrettenreeks ‘WTS’ over jongvolwassenen in Winterslag.


Gert Jochems > p. 38

Frederic Vanwalleghem > p. 92

Socioloog Gert Jochems (°1969 – B) studeerde fotografie aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent. Hij werkte als freelance fotograaf voor Het Volk en De Morgen. In 2003 begon hij zich meer toe te spitsen op lange termijn projecten. Een eerste project mondde uit in het boek ‘Rus’ (2005). In 2007-2008 werkte hij aan een nieuwe reeks over ‘Dampremy’, een randgemeente van de Waalse stad Charleroi. Sinds 2006 wordt hij vertegenwoordigd door het agentschap Agence-Vu in Parijs. E www.gertjochems.be

Frederic Vanwalleghem (°1978 – B) is lid van Photolimits, platform voor sociaal-documentaire fotografie. Zijn focus ligt op documentaire fotografie, portret- en bedrijfsfotografie. Esthetische perfectie, zijn liefde voor mensen en het vermogen om emotionele intensiteit te vangen, typeert zijn werk. Maar naast zuivere expressie, wil Vanwalleghem een bewustzijn losmaken over zijn thema’s. Het essay 'Portretten in uw kamer - Retratos en tu cuarto' werd geselecteerd voor het prestigieuze Sony World Photography Awards 2009. In 2010 werd hij genomineerd voor de Black & White Spider Awards en Dexia Art 2010. E www.fredericvanwalleghem.com

Vadim Samoluk > p. 72

Danny Veys > p. 28

Vadim Samoluk (°1974 - B) is sinds de late jaren tachtig actief in de muziekindustrie: noise, grind-core, death metal, elektronica. Hij is eigenaar van een eigen label, Roulette Rekordz en werkte mee aan het internationale label DJ Gigolo.

Danny Veys (°1970 – B) is mede oprichter van COALFACE en lid van Photolimits, een fotografenplatform gespecialiseerd in sociale documentaire fotografie. De focus ligt op sociale fenomenen zoals culturele, economische en sociale spanningen, ecologie, religie, … Hij is tevens docent fotografie aan de Hogeschool Sint Lukas Brussel. Veys werkt liefst aan lange termijn projecten. Zijn werkt werd gepubliceerd in Private Photoreview, Obscuur, Focus en andere gespecialiseerde tijdschriften. E www.photolimits.be

Sinds 2007 is Vadim Samoluk een verbeten fotograaf. Hij werkt voornamelijk met de aloude Polaroid. Hij werd genomineerd door Polanoid (www.polanoid.net), waarna hij deelnam aan de ‘1 Polaroid Instant Collective’. In november 2009 had hij zijn eerste solotentoonstelling in Le Vecteur (Charleroi).

133


COLOFON Redactie en inleiding Paul Boutsen, Karen Wyckmans Tekst Paul Boutsen, Francis Groff, Meryem Kanmaz, Patrick Viaene, Karen Wyckmans Design Lisamardi.be Druk 1e druk – oplage 800 ex. - gedrukt op Biotop (FSC & EU-flower certificaat) Met dank aan Fotografen: Karim Abraheem, Derya Akgüre, Bert van den Bosch, Nele Bronckaers, Gert Jochems, Niek Kosten, Ludo Moris, Vadim Samoluk, Frederic Vanwalleghem, Danny Veys Partners voor expo’s in 2010: Arteco (Torino – I), Bild.Sprachen (Gelsenkirchen – D), Le Bois du Cazier (Marcinelle), Catapa, C-Mine Cultuurcentrum Genk, Dienst Cultuur stad Genk, Erfgoedcel Mijnerfgoed, FotoMuseum Provincie Antwerpen, gemeentebesturen van As /Beringen / Heusden-Zolder / Genk / Houthalen-Helchteren Maasmechelen, Gigos Winterslag, Heemkring Heidebloemke Genk, Hogeschool Sint-Lukas Brussel, Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium Brussel, Mustafa Kör, Dirk Lauwaert, Lucernacollege Genk, MAD-faculty Genk, Mijndepot Genk, Pixelprojekt_Ruhrgebiet (Gelsenkirchen – D), Projector/stad Genk, Rijksarchief Hasselt, Rimo, Stadsarchief Tongeren, Stebo, Stedelijke academie voor Schone Kunsten van Hasselt, Stichting Erfgoed Eisden / Museum van de Mijnwerkerswoning, Carlo Valkenborgh, Wissenschaftspark (Gelsenkirchen – D), Leo van der Kleij, Vanerum, Le Vecteur (Charleroi), Vlaams Mijnmuseum, Vrienden van het Mijnstreekmuseum, Eddy Willems


135

Projectleiding Karen Wyckmans © 2011 vzw het Vervolg / COALFACE verantwoordelijke uitgever Paul Boutsen Vennestraat 127 / 2 3600 Genk – BE Tel + 32 89 86 58 86 info@hetvervolg.org www.coalface.be www.hetvervolg.org Het beeldvormend werk in de Mijnstreek wordt mogelijk gemaakt door een projectsubsidie onder ‘managers van diversiteit’ in het Vlaamse inburgeringsbeleid. Het beeldvormend werk in internationaal verband wordt mogelijk gemaakt door een projectsubsidie uit het Vlaamse erfgoedbeleid, internationale projecten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De copyrighthouder van de foto behoudt alle rechten van de gepubliceerde afbeelding.

COAL FACE

Hogeschool Sint-Lukas Brussel, i.h.k.v. het onderzoeksproject COALFACE


COAL FACE



Jaarboek COALFACE 2010 n°2