Page 1

Computerprogramma Een computerprogramma is een opeenvolging van instructies met als doel om een bepaalde taak met een computer uit te voeren. Een programma kent een uitvoerbare vorm, die de computer onmiddellijk kan gebruiken om de programma-instructies in een centrale verwerkingseenheid uit te voeren. Broncode wordt in het algemeen geschreven door programmeurs. Broncode wordt geschreven in een programmeertaal. Broncode kan worden gecompileerd in een executabel bestand en later worden uitgevoerd door een centrale verwerkingseenheid. Een verzameling van computerprogramma's en bijbehorende data wordt software genoemd. Als een computerprogramma wordt uitgevoerd, leest de computer de instructies uit het programma en de bijbehorende dataset, zoals deze zijn opgeslagen op een gegevensdrager (bijvoorbeeld bestanden op een harde schijf) en voert de programmacode in de aangeven volgorde uit. Hetzelfde computerprogramma stelt een programmeur in staat een computerprogramma te bestuderen en zo nodig verder te ontwikkelen. Programma's worden in verschillende programmeertalen geschreven (geprogrammeerd). Vaak worden deze programma's door een compiler vertaald naar machinetaal. De Engelse wiskundige Alan Turing beschreef een theoretische machine, de Turingmachine, die een model van het rekenen vormt zoals de computer dat doet. De machine kan worden geconfigureerd met een eindige verzameling mogelijke toestandsovergangen: zo'n configuratie kan worden gezien als het model van een programma. Computerprogramma's komen in allerlei soorten en maten voor: 

Het besturingssysteem

Stuurprogramma's

Kantoorsoftwarepakketten: 

Tekstverwerker

Rekenblad

Database

Projectplanning

Presentatiesoftware

Bedrijfssoftware

Spellen

Firmware


1) Geef 3 programma’s die je bijna dagelijks gebruikt op je computer. 

.....................................................................................................

.....................................................................................................

.....................................................................................................

2) Leg volgende woorden uit a.d.h.v. de tekst. 

Computerprogramma: ..................................................................................................... ..................................................................................................... .....................................................................................................

Programmeur: ..................................................................................................... ..................................................................................................... .....................................................................................................

Software: ..................................................................................................... ..................................................................................................... .....................................................................................................

3) Verbind de woorden met de juiste betekenis. 1) Instructies

a) Taal waarin programma’s geschreven worden.

2) Centrale verwerkingseenheid

b) De leesbare tekst die door de programmeur in een programmeertaal geschreven is.

3) Broncode

c) Het omzetten van broncode naar een uitvoerbaar bestand.

4) Programmeertaal

d) Verzameling van gegevens

5) Compileren

e) Uitvoerbaar

6) Executabel

f) Programma ingebouwd in de hardware

7) Firmware

g) Wijzigen van instellingen; afstellen

8) Dataset

h) Hardware die gegevens opslaat, zoals een harde schijf.

9) Gegevensdrager

i) Processor

10) Configureren

j) Houdt een computer draaiende en biedt de computergebruiker de mogelijkheid biedt om andere programma's te starten, gegevens te bewaren, en naar randapparatuur te sturen.


11) Besturingssysteem

k) Programma dat specifieke hardware gebruiksklaar maakt. Moet ge誰nstalleerd zijn voordat de hardware gebruikt kan worden.

12) Stuurprogramma

l) Verzameling van alle mogelijke machinecodes die een processor kan verwerken; worden als binaire codes in het geheugen gezet.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

4) Wat voor programma is dit? a. Microsoft Excel 2010 ..................................................................................................... b. Microsoft PowerPoint 2010 ..................................................................................................... c. FIFA14 ..................................................................................................... d. Microsoft Word 2010 ..................................................................................................... e. Microsoft Windows 8 .....................................................................................................

10

11

12

Vakdidactiek - Opdracht 8 - H7  
Advertisement