Page 1

Schoolgids 2010- 2011


DE SCHOOLGIDS VOOR WIE

D

e Schoolgids is bestemd voor ouders die ervoor hebben gekozen hun kind op ODS De Starter te plaatsen en voor alle ouders die overwegen hun kind in de toekomst op deze school te plaatsen.

WAT De Schoolgids geeft algemene informatie over de schoolorganisatie en het onderwijs dat op de school wordt gegeven. Tevens bevat de gids informatie die de Gemeente van belang acht voor ouders, zoals de klachtenregeling. Adressen van bij de school betrokken instanties en de diverse Vensterschoolpartners vindt u in de schoolgids terug. Aanvullingen op of wijzigingen van de schoolgids worden vermeld in het Startsein, het tweewekelijkse digitale mededelingenblad van de school. U kunt het Startsein ook in papieren versie ontvangen; u moet dit bij de directie aanvragen.

ACTUEEL Belangrijke data, vakantiedagen, namen van het personeel en namen en adressen van leerlingen vindt U in een losse bijlage bij deze gids. In de loop van het schooljaar ontvangen de ouders van kleuters bijgewerkte adreslijsten van de kleutergroepen. Die kunt u, na verwijdering van de oude paginaâ€&#x;s, aan de bijlage toevoegen. Actuele mededelingen kunt U vinden onder actueel op www.destarter.nl

VAN WIE De Schoolgids is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de schooldirectie en is vastgesteld door de medezeggenschapsraad van de school.

SCHOOL- EN ZORGPLAN De informatie in deze gids vindt u in uitgebreidere vorm terug in het Schoolplan en het Zorgplan van De Starter. Deze plannen liggen ter inzage bij Gerry van Ewijk, de directeur van Openbare Daltonbasisschool De Starter.

Gerry van Ewijk, directeur Sigrid Japenga, voorzitter Medezeggenschapsraad

2


Inhoud van de schoolgids Voorwoord en inhoud

- 2

1. Sterke punten van de Starter

- 4

2. ODS de Starter

- 5

3. Vensterschool Stadspark

- 8

4. De doelstellingen van het onderwijs

- 11

5. De organisatie van het onderwijs

- 14

6. Het onderwijs in de groepen

- 20

7. De leerlingenzorg

- 25

8. De schoolregels

- 31

9. De ouders

- 37

10. Namen - en adressenoverzicht MR, Ouderraad, Vensterschool en overige instanties

- 41

11. Vakanties en vrije dagen

-43

3


1. STERKE PUNTEN VAN DE STARTER Als sterke punten van O.D.S. De Starter zien wij: 

dat wij als gecertificeerde Daltonschool efficiënt onderwijs bieden en tegelijkertijd het kind de mogelijkheid geven zich verder te ontwikkelen op de gebieden van zelfstandigheid, samenwerken en vrijheid. Dit alles samen vormt een prima voorbereiding voor het voortgezet onderwijs ;

dat wij op grond van onze prestaties door de onderwijsinspectie uitgeroepen zijn tot excellente school;

dat wij voor iedere leerling zorgen voor onderwijs op maat;

dat mede door inzet van de De Vreedzame School een goed pedagogisch klimaat aanwezig is;

dat wij over een enthousiast hard werkend team kunnen beschikken;

dat er op allerlei gebieden ( leren, opvoeding, maar ook met buitenschoolse opvang en het voorgezet onderwijs) sprake is van duidelijke doorgaande lijnen;

dat gebruik wordt gemaakt van diverse ICT toepassingen (digitale schoolborden, laptops) en er sprake is van een doorgaande ICT leerlijn.

dat wij in een doorgaande lijn geïntegreerd onderwijs aanbieden door middel van storyline approach en ontwikkelingsgericht werken en er mede hierdoor meer ruimte komt voor leren door doen

dat er regelmatig binnen- en buitenschoolse activiteiten plaatsvinden op cultureel gebied;

het bestaan van een uitgebreid netwerk met partners binnen de vensterschool, het voortgezet onderwijs, Dalton en op cultureel gebied ;

de diverse vernieuwingsactiviteiten die de school ontwikkelt, thans op het gebied van science, hoogbegaafdheid, leren ondernemen en rekenen;.

dat de school zowel aan de "onderkant" nauw samenwerkt met de peuterspeelzaal "Tante Toosje" en het kinderdagverblijf de “Poolster” en ook aan de "bovenkant" aandacht is voor een zogenaamde warme overdracht naar het voortgezet onderwijs;

dat de Starter een academische school is, hetgeen resulteert in onderzoek- en innovatiepraktijken voor studenten en leerkrachten. (i.s.m. de PA en RUG)

dat binnen het kader van de Vensterschool nauw wordt samengewerkt met het buurthuis en de buitenschoolse opvang.

4


2. DE STARTER

D

e Starter is een openbare basisschool die deel uitmaakt van Vensterschool Stadspark en die onderwijs geeft volgens de Daltonprincipes.

Basisschool Een basisschool geeft acht jaar basisonderwijs aan kinderen vanaf vier jaar om hen voor te bereiden op het voortgezet onderwijs en op de samenleving.

Openbare school Een openbare school wordt bestuurd door de gemeente. Openbare basisschool De Starter valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Groningen. De Starter staat als openbare school open voor kinderen uit alle culturen en gezindten.

Vensterschool De Starter is onderdeel van een Vensterschool. Dit betekent samenwerking met ouders en met andere instanties die bij de opvoeding en het welzijn van kinderen zijn betrokken. De bedoeling van een Vensterschool is een geheel van voorzieningen te bieden voor kinderen van nul tot vijftien jaar op werkdagen tussen zeven uur â€&#x;s ochtends en zeven uur â€&#x;s avonds. Van de Vensterschool Stadspark maken verder deel uit: de peuterspeelzaal Tante Toosje, de buitenschoolse opvang De Poolster, een groep van de Van Lieflandschool en het Buurtcentrum Stadspark. Andere samenwerkingspartners zijn onder meer de Stichting COP, SKSG, de GGD, de Openbare Bibliotheek Zuid, de Stichting Thuis zorg, en het Zernike College.

Daltonschool De Starter is een erkende Daltonschool. De uitgangspunten van Daltononderwijs zijn vrijheid, zelfstandigheid en samenwerking van leerlingen. Deze principes zijn in het hele onderwijs van de school terug te vinden. Op grond van de Daltonprincipes werken leerlingen taakgericht, zowel individueel, in groepjes, als klassikaal.

Geschiedenis van de school De Starter is als basisschool ontstaan in 1985 uit een fusie van twee lagere scholen, de Jan Evert Scholtenschool en de Mulock Houwerschool en de daarbij behorende kleuterscholen. De Starter is gehuisvest in een pand uit 1926/27 van de stadstekenaar S.J. Bouma. Het pand, de oorspronkelijke Leonard Springerschool en Mulock Houwerschool, is een rijksmonument. De Starter is een school met (1 oktober 2010) 437 leerlingen. De Starter probeert de voordelen van een grote school, een breed onderwijsaanbod en een duidelijke en gestructureerde schoolorganisatie, te combineren met de individuele aandacht voor het kind. De Starter is in alle opzichten een gemengde school. De leerlingen van de school zijn afkomstig uit alle lagen van de Groningse bevolking. De Starter gaat uit van de culturele en levensbeschouwelijke veelzijdigheid van de samenleving. Het gemengde karakter van de school vormt een goede voorbereiding op het functioneren in de toekomstige pluriforme samenleving.

5


Onderwijsvernieuwing

De Starter is zeer bewust bezig met de vormgeving van het onderwijs en de aandacht voor de leerling. De school hecht veel waarde aan het bewaken van de Daltonprincipes en de doorgaande lijnen op diverse gebieden binnen de school. Daarnaast probeert De Starter voortdurend haar onderwijs te verbeteren. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de volgende vernieuwingsprojecten:  De verdere uitbouw van het Daltononderwijs en het afstemmen van leertaken op de individuele mogelijkheden en behoeften van kinderen;  Er is een leerlijn ontwikkeld voor begaafde kinderen. Deze zullen we verder implementeren. Daarnaast nemen we deel aan een driejarig project rondom hoogbegaafdheid en excellentie.  Deelname aan het onderwijsprogramma De Vreedzame School, een programma dat er naar streeft om een school een gemeenschap te laten zijn waarin iedereen zich betrokken en verantwoordelijk voelt voor het geheel en waarin iedereen op een prettige manier met elkaar omgaat . In de bovenbouw wordt dit programma aangevuld met een mediatietraining en het aanbieden van een weerbaarheidsprogramma.  De school heeft een doorgaande lijn met betrekking tot science onderwijs (biologie, natuurkunde, scheikunde, verzorging en techniek) ontwikkeld. Het uitgangspunt hierbij is leren door doen. Dit zal de komende tijd worden geïmplementeerd in de groepen.  In de onderbouw wordt ontwikkelingsgericht gewerkt.  Ontwikkeling en implementatie van “levend rekenen”, te beginnen in de groepen 3.  Deelname een de Academische School in samenwerking met de PA en RuG. Leerkrachten en stagiaires worden hierbij op een academische manier geschoold in onderzoek doen.

Schoolkeuze Ouders kiezen De Starter voor hun kind zowel om reden van nabijheid als om het speciale karakter van de school. Voor veel ouders is De Starter de meest dichtbij zijnde of gemakkelijkst te bereiken school op weg van huis naar werk. Veel kinderen zijn afkomstig uit omliggende wijken zoals de Grunobuurt, de Rivierenbuurt, Laanhuizen, de Zeeheldenbuurt, Picardhof, Hoornse Meer, Hoornse Park en Corpus den Hoorn Noord of uit de nieuwe wijken Buitenhof, Heerenhof, Peizerhove en Ter Borgh. De Starter heeft ook een buurtoverstijgende betekenis vanwege het werken met Daltononderwijs, de vernieuwingsonderwerpen, of de nabijheid van buitenschoolse opvang. De Starter is de enige openbare school in het zuiden van de gemeente Groningen die werkt volgens de Daltonprincipes. In het zuiden van de stad wordt op enkele locaties nbuitenchoolse opvang verzorgd, waarvan één zich nabij De Starter bevindt.

6


Kwaliteitsbeoordeling De Onderwijsinspectie en ons bestuur, O2G2, beoordelen De Starter jaarlijks. Een maatstaf voor vergelijking vormen de jaarlijkse CITO-scores van groep 8. De gemiddelde CITO-score van groep 8 was de laatste jaren gelijk aan of hoger dan wat van een school met deze samenstelling van leerlingpopulatie kan worden verwacht. Het Integraal Schooltoezicht en het Regulier Schooltoezicht van de Inspectie voor het onderwijs bieden een tweede maatstaf voor vergelijking. De Onderwijsinspectie heeft in april 2006 het Periodiek Kwaliteitsonderzoek uitgevoerd op De Starter. In 2010 is De Starter op grond van jarenlange goede prestaties op CITO-toetsen en inspectiebezoeken door de Onderwijsinspectie betiteld tot een excellente school. Wij zijn als school zeer tevreden over de uitkomsten in het rapport van de Inspectie. Het volledige rapport van de Onderwijsinspectie met betrekking tot dit Periodiek Kwaliteitsonderzoek 2006 en 2010 kunt u lezen op de site van de onderwijsinspectie, www.onderwijsinspectie.nl. vervolgens kunt u bij het invulschema zoeken onder o.d.s.De Starter.

7


3. VENSTERSCHOOL STADSPARK Gronings Vensterschoolproject

D

e gemeente Groningen is in 1995 gestart met het Vensterschoolproject. Tot een vensterschool behoren: een basisschool en eventueel het deel basisvorming van een school voor voortgezet onderwijs, instellingen die zich bezighouden met de opvang, gezondheid, opvoedingsondersteuning en hulpverlening van kinderen van nul tot veertien jaar en instellingen en voorzieningen ter ondersteuning van de opvoedingstaak van ouders en de band tussen ouders en school en tussen ouders en kinderen. Kenmerken van een Vensterschool zijn:  een integrale aanpak van opvoedingsproblemen en onderwijsachterstand  de verlengde schooldag door de combinatie van onderwijs en buitenschoolse activiteiten en  een grote mate van ouderparticipatie. In 1997 zijn in vier wijken in de stad Groningen Vensterscholen gestart. Inmiddels zijn er Vensterscholen of initiatieven daarvoor in veel meer wijken. Landelijk heeft het project ook veel aandacht getrokken en navolging gekregen.

Activiteiten van Vensterschool Stadspark Vensterschool Stadspark is officieel gestart in september 1999. Het was op dat moment de vijfde Vensterschool in de gemeente Groningen. De belangrijkste deelnemende partners van Vensterschool Stadspark waren al in elkaars nabijheid gehuisvest; zo kon men direct vanaf het begin de activiteiten goed op elkaar afstemmen en kon de school zich meten met de al langer bestaande Vensterscholen. Vanaf het begin van Vensterschool Stadspark zijn activiteiten ontwikkeld, die uitgingen van één of meer van de volgende criteria:     

betrekking hebben op onderwijs en opvoeding, aansluiten bij reeds bestaande samenwerkingsverbanden, een relatie hebben met ouders, betrekking hebben op de verlengde schooldag, betrekking hebben op specifieke doelgroepen zoals allochtonen, kinderen van werkende ouders en kinderen die in een sociaal isolement verkeren.

Voor - en buitenschoolse opvang Met ingang van 1 januari 2007 zijn alle basisscholen verplicht om voor- en naschoolse opvang te bieden tussen 7.30 uur en 18.30 uur. Scholen hoeven dit niet zelf te doen, zij kunnen faciliteiten aanbieden waarbinnen andere partijen deze opvang aanbieden. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het regelen van de aansluiting tussen onderwijs en kinderopvang waarbij de kwaliteit van de opvang voorop staat. Het bestuur van de openbare scholen in Groningen heeft een overeenkomst gesloten met de SKSG, waarbij garantie wordt gegeven dat indien gewenst, uw kind geplaatst wordt voor buitenschoolse opvang in een locatie van de SKSG in de nabijheid van onze school. Nadere informatie over deze overeenkomst en de praktische uitwerking kunt u verkrijgen via de directie van de school.

8


De Vensterschoolpartners van De Starter Peuterspeelzaal Tante Toosje Deze is sinds voorjaar 1999 gehuisvest in een lokaal aan de Parkweg. De peuterspeelzaal verzorgt op maandag tot en met donderdag tussen 8.30 en 12.00 uur speelgelegenheid voor kinderen van twee tot vier jaar. Op vrijdag is er een open speel-mee-ochtend voor peuters. Er vindt afstemming plaats tussen de leiding van de peuterspeelzaal en de leerkrachten van de groepen 1-2 van De Starter. Zo wordt een overdrachtformulier gebruikt voor kinderen die van de peuterspeelzaal naar De Starter gaan. De peuterspeelzaal is aangesloten bij het Centraal Orgaan Peuterspeelzalen (COP).

Van Lieflandschool Deze school voor speciaal onderwijs werkt samen met verschillende basisscholen, waaronder De Starter, in het kader van het project Weer samen naar school. EĂŠn groep van de Van Lieflandschool, een groep voor zeer moeilijk lerende kinderen, is gehuisvest in het pand aan de Parkweg. De Van Lieflandschool heeft in haar team verschillende deskundigen voor specifieke leermoeilijkheden of ontwikkelingsstoornissen..

Kindercentrum De Poolster, onderdeel van de Stichting Kinderopvang Stad Groningen (SKSG), verzorgt buitenschoolse opvang voor kinderen uit het basisonderwijs, ook op margedagen en tijdens vakanties. De kosten voor deze opvang worden berekend aan de hand van het inkomen van de ouders en het aantal dagdelen dat het kind de naschoolse opvang bezoekt. Kindercentrum De Poolster is ondergebracht in het pand aan de Huygensstraat 2. Kindercentrum De Poolster werkt mee aan naschoolse activiteiten die aansluiten bij de activiteiten onder schooltijd. Het pand huisvest naast vier groepen naschoolse opvang, waar onder de Van Lieflandgroep, ook enkele groepen kinderopvang voor 0-4-jarigen.

Buurtcentrum Stadspark, voorheen het buurthuis Parkzucht, is gehuisvest aan de Lorentzstraat. Regelmatig werken de school en het buurtcentrum samen. In het buurtcentrum worden tal van activiteiten georganiseerd, zowel voor ouderen als voor kinderen en tieners. Sommige activiteiten worden aangeboden in samenwerking met andere Vensterschoolpartners.

Overige deelnemende instanties Verder participeren in de Vensterschool Stadspark diverse andere instanties, die niet zijn gehuisvest op een van de locaties van deze vensterschool.

GGD De GGD is een provinciale gezondheidsdienst. De GGD biedt aan scholen een onderzoek naar gezicht, gehoor en gebit in de groepen 2 en 7 en doet onderzoek naar gezondheidsbepalende factoren bij ouders (groep 2 en 7). Op grond van de uitkomsten van dit onderzoek wordt het gezondheidsbeleid van de school vorm gegeven. De GGD werkt mee aan het opzetten van het zorgcentrum en aan andere vormen van opvoedingsondersteuning.

Stichting Thuiszorg / Ouder- en Kindzorg levert een bijdrage aan activiteiten voor opvoedingsondersteuning.

9


Zernike College Het Zernike College is een school voor voortgezet onderwijs. Er wordt met name samengewerkt met De Starter bij de doorstroom van anderstalige leerlingen en bij de ontwikkeling van Informatieen computertechnologieonderwijs (ICT) en het bieden van een soepele overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs.

Openbare Bibliotheek Groningen Het filiaal zuid van de Openbare Bibliotheek Groningen neemt deel aan activiteiten van de Vensterschool die betrekking hebben op allerlei vormen van lezen en omgaan met literatuur. Deze activiteiten vinden zowel plaats op de school als in de bibliotheek. De Stedelijke Muziekschool, het Groninger Museum, het Grafisch Museum en het Kunstencentrum behoren tot de instanties waarmee de Vensterschool op projectbasis regelmatig samenwerkt.

De Organisatie De organisatie van Vensterschool Stadspark is als volgt. Afstemming vindt plaats in de plangroep, waarin alle deelnemende instellingen zijn vertegenwoordigd. De dagelijkse coรถrdinatie van de Vensterschool berust bij de locatiemanager. Deze is tevens de contactpersoon met de gemeentelijke regiegroep van het Groninger Vensterschoolproject.

10


4. DE DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERWIJS De Starter heeft de eigen visie op het basisonderwijs beschreven in het schoolplan. De doelstellingen van het onderwijs zijn als volgt: 

     

Alle leden van de schoolgemeenschap, leerlingen en leerkrachten, de nodige ruimte geven voor een eigen ontwikkeling; de school is een open huis waar ieder zich in warmte, saamhorigheid en met wederzijds respect thuis kan voelen; wij verwachten dat deze uitgangspunten gedragen worden door ouders. Bij jonge kinderen steeds uitgaan van de eigen beleving en ervaring; bij oudere kinderen wordt naast het vormingsaspect het kennisaspect steeds belangrijker; De principes van Daltononderwijs, zelfstandigheid, vrijheid en samenwerking, in de dagelijkse praktijk vormgeven; De kinderen in contact brengen met verschillende culturen en levensbeschouwingen; De kinderen een tolerante houding ten opzichte van andere culturen, anders denkenden en mensen met een beperking aanleren. De kinderen kritisch leren omgaan met hun omgeving, zoals in woordgebruik, het tonen van respect, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid, en de zorg voor het milieu. De Starter bereidt kinderen voor op een multiculturele samenleving. Op onze school wordt geprobeerd om een sfeer te scheppen waarin ieder kind zich geaccepteerd voelt met zijn/haar uiterlijk, taal en culturele achtergrond. Uitgangspunt hierbij is de Vreedzame School, een methode voor sociaal emotionele ontwikkeling die bij ons wordt gebruikt van groep 1 t/m 8. De Vreedzame School gaat uit van respect voor een ander, ook al verschilt die ander van jezelf in bijvoorbeeld gedrag of uiterlijk. Meningsverschillen en ruzies worden bespreekbaar gemaakt. Het is belangrijk om anderen af en toe een 'opsteker' te geven en om 'afbrekers' te vermijden. Met hulp van anderen kan naar een oplossing worden gezocht. De Vreedzame school leert kinderen respectvol met elkaar om te gaan en gezamenlijk een veilig schoolklimaat te creëren. De leerkrachten vinden het hun taak om, in een zorgvuldig opgebouwde sfeer van vertrouwen, de ervaringen en de kennis van kinderen te gebruiken om van elkaar te leren. Leerkrachten hebben hierbij een voorbeeldfunctie in gedrag naar een ieder. In elke groep wordt aandacht besteed aan verschillende godsdiensten en levensovertuigingen en daarbij behorende vieringen

De ontwikkeling van het kind De Starter probeert een onderwijsleersituatie te scheppen, die het mogelijk maakt een continu proces te bewerkstelligen op alle aspecten van de kinderlijke ontwikkeling. Deze aspecten betreffen de verstandelijke, sociale, emotionele, motorische en creatieve ontwikkeling. Het onderwijs richt zich zowel op leerinhouden, zoals de beheersing van elementaire vaardigheden als lezen, taalgebruik en rekenen, als op de sociaal-emotionele vorming. Hiervoor vormt de Vreedzame School de basis. De Starter probeert samen met de ouders een bijdrage te leveren aan het kunnen functioneren van elk kind op zijn/haar niveau. Daarbij wordt rekening gehouden met de eigen identiteit van de kinderen en met hun verschillen in ontwikkeling, begaafdheid, belangstelling en motivatie. Uitgangspunt daarbij is het Daltononderwijs. De leermiddelen en de opzet van de organisatie zijn zodanig gekozen, dat deze continue ontwikkeling van ieder kind wordt 11


gewaarborgd. Wanneer zich stagnatie voordoet in de ontwikkeling is het mogelijk dat er extra hulp in of buiten de klas wordt gegeven of dat een deel van de leerstof wordt herhaald. Als een kind extra uitdaging nodig heeft is het mogelijk dat hij/zij een aangepast programma op school aangeboden krijgt. De school heeft hiervoor speciale leerlijnen waarbij het principe gehanteerd wordt dat we het kind niet willen lastig vallen met hetgeen het reeds beheerst. Dit alles vindt plaats in overleg met de ouders/verzorgers van het kind en het kind zelf.

Daltononderwijs De Starter geeft als gecertificeerde Daltonschool onderwijs vanuit een opvoedkundig idee: Dalton. Dalton biedt het kind de mogelijkheid zich verder te ontwikkelen op de gebieden van zelfstandigheid, samenwerken en vrijheid. Daarnaast vinden wij het een efficiĂŤnte manier van lesgeven. De uitgangspunten van het onderwijs zijn ontwikkeld door de pedagoge Helen Parkhurst. De kenmerken van Daltononderwijs zijn: 1. het leren hanteren van vrijheid (beroep doen op eigen verantwoordelijkheid); 2. het leren zelfstandig te werken; 3. het leren samenwerken.

Het doel van Daltononderwijs is het kind vormen tot een waardevolle burger, volgens het westers democratisch model. Leerlingen dienen opgeleid te worden tot volwassenen die een grote mate van verantwoordelijkheid voelen voor een democratische maatschappij. Bij het leren hanteren van vrijheid ligt het accent vooral op de sociale aspecten van die vrijheid. De kinderen krijgen de vrijheid om hun persoonlijkheid te ontplooien. In hun vrijheid ontdekken zij normen en waarden, regels en grenzen. Zij leren die vrijheid te delen met anderen en er samen gebruik van te maken. Het kind is verantwoordelijk voor hetgeen het met zijn/haar vrijheid doet. De leerkracht heeft hierbij een begeleidende, kaderstellende rol. De koppeling van het leren zelfstandig te werken aan het vrijheidsprincipe houdt zelfwerkzaamheid in. Dit bevordert het leren en het denken. De kinderen zoeken oplossingen voor de gestelde problemen en ontwikkelen eigen denkgewoonten bij zowel de weergave als de toepassing van het geleerde. Het beginsel van de zelfwerkzaamheid sluit aan bij het feit, dat kinderen van nature actief en zelfontdekkend bezig willen zijn. Het samenwerkend leren heeft een vaste plaats binnen de school. Het leren samenwerken met anderen is zowel op school als in het latere dagelijkse leven voortdurend nodig. Het samenwerkend leren is een didactische manier van werken, waarbij een heldere en duidelijke structuur zichtbaar is van bijvoorbeeld wie met wie, wanneer, waar, welke regels er zijn en hoe het is georganiseerd. De school heeft een doorgaande opbouwende lijn in de diverse aanbiedingsvormen van het samenwerkend leren en voor de vaardigheden die nodig zijn voor kinderen om hier mee om te kunnen gaan .

12


Bovengenoemde kenmerken moeten een waarborg zijn voor de sociale opvoeding van kinderen en een hiermee samenhangende, sterk op de persoon gerichte aanpak van het onderwijs Het werken met taken De Daltongedachte staat centraal in de dagelijkse werkwijze op De Starter. De drie uitgangspunten worden verwezenlijkt in het takensysteem. Kinderen krijgen leer- en doetaken, die binnen een bepaalde tijd, een dag tot een week, worden afgerond. Het kind kan aan de taak zien wat, wanneer en op welke wijze moet worden uitgevoerd. De omvang van de taak is afhankelijk van de leeftijd en de hoeveelheid stof die een kind kan overzien. De taak is voor ieder kind op maat. De kinderen hebben de vrijheid om zelf de volgorde te kiezen waarin zij aan de verschillende taakonderdelen werken. Ook bepalen zij hoeveel tijd aan een vak of vakonderdeel wordt besteed en welke hulpmiddelen daarbij worden gebruikt. Het takensysteem bevordert zelfwerkzaamheid. De kinderen werken aan taken die uitdagen tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid. Ook samenwerking komt bij de taken aan de orde. Er is sprake van zogenaamde stilte – (zelfstandig werken) en overlegmomenten(samenwerken). Onderlinge hulp of elkaar overhoren is mogelijk bij het gezamenlijk uitvoeren van opdrachten. Op De Starter werken kinderen van jongs af aan met taken. Via middelen als takenbord en weektaakformulier leren kinderen plannen en reflecteren. Er is een doorgaande lijn en opbouw in de manier waarop met de weektaakformulieren gewerkt wordt en hoe ze er uit zien. Als de kinderen een bepaald onderdeel af hebben, tekenen zij dat af op hun weektaakformulier. Zo is in één oogopslag te zien welke onderdelen al zijn gemaakt en wat er nog moet worden gedaan. Van leerlingen wordt ook gevraagd te reflecteren op hun taak. De leerkracht heeft hierbij een stimulerende en begeleidende rol. Het takenpakket wordt zo samengesteld, dat het elk kind een uitdaging biedt op zijn/haar niveau van ontwikkeling. Naast de reguliere taak die passend is voor elke leerling biedt De Starter in alle groepen voor ieder kind keuzewerk aan. Keuzewerk sluit aan bij de belangstelling en het niveau van het kind.

De aansluiting met het voortgezet onderwijs Het onderwijs wordt zo ingericht, dat het mede de grondslag legt voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs. Om een goede aansluiting te realiseren, heeft De Starter contact met scholen voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast wordt in groep 8 ieder jaar een speciaal V.O.-project georganiseerd. De Starter streeft ernaar dat de kinderen, wanneer zij na acht jaar basisonderwijs de school verlaten, het volgende hebben bereikt overeenkomstig hun ontwikkelingsniveau:     

elk kind kan zich zowel mondeling als schriftelijk uitdrukken, lezen, en omgaan met hoeveelheden en getallen; elk kind heeft zich de noodzakelijke kennis van de diverse vakgebieden eigen gemaakt; elk kind kan zich op een creatieve manier uitdrukken en omgaan met creatieve uitingen van anderen; elk kind heeft zich als sociaal wezen ontwikkeld, zodat het optimaal kan deelnemen aan het menselijk verkeer; elk kind kan omgaan met de eigen emoties en met die van anderen.

Van kinderen die deze leerdoelen beheersen, mag worden verwacht dat zij zich staande kunnen houden in een voortdurend veranderende maatschappij.

13


5. DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS De indeling in groepen

H

et onderwijs van De Starter is georganiseerd in groepen naar leeftijd. Er zijn zes kleutergroepen van kinderen in de leeftijd van vier tot en met zes jaar, twee groepen 3, twee groepen 4, twee groepen 5, twee groepen 6 , twee groepen 7 en twee groepen 8. Elke groep heeft één of twee vaste leerkrachten .Daarnaast zijn er twee vakleerkrachten voor gymnastiek.

De locatie De Starter is gevestigd, voor de groepen 3 t/m 8, op de locatie Parkweg 128. Het gebouw is voor voetgangers bereikbaar vanaf zowel de Parkweg als de Lorentzstraat. Fietsers en automobilisten dienen de ingang aan de Lorentzstraat te gebruiken. Voor automobilisten geldt dat overdag na 9 uur alleen geparkeerd kan worden met een parkeervergunning of tegen betaling. Aan de Parkweg is een bushalte voor het openbaar vervoer. De groepen 1 en 2 zijn tijdelijk gehuisvest in een noodlocatie aan de Concourslaan. Dit gebouw is voor voetgangers en fietsers bereikbaar vanaf zowel de ingang aan de Concourslaan als de Verzetsstrijderslaan. Automobilisten kunnen alleen gebruik maken van de ingang aan de Verzetsstrijderslaan, waar zich de Kiss and Ride strook bevindt.

Bij afwezigheid van de directeur: Bij afwezigheid van de directeur zal Karin Dokter (adjunct – directeur) de directietaken waarnemen. Vervanging van een leerkracht: Als een van de leerkrachten wegens ziekte of andere omstandigheden niet aanwezig kan zijn voor zijn of haar taak aan de Starter zorgt de directie ervoor dat er een invaller(ster) de taken waarneemt. Binnen O2G2 (Openbaar Onderwijs Groep Groningen) hanteren de directies een lijst van invallers. In deze tijd van schaarste op de arbeidsmarkt, kan het voorkomen, dat we geen invalkracht kunnen 14


vinden. Is dit het geval dan probeert de school de vervangingen te laten plaatsvinden door parttimers, Lio – stagieres of onderwijs-assistenten (onder verantwoordelijkheid van een leerkracht). Wanneer dit ook niet lukt dan zal de desbetreffende groep verdeeld worden, voor ten hoogste 2 dagen, over andere groepen binnen de school. Als er geen invaller beschikbaar is en als de desbetreffende groep al twee dagen verdeeld is over andere groepen binnen de school dan volgt het volgende noodscenario: De spelregels hierbij zijn:    

ouders worden minimaal 1 dag van tevoren schriftelijk gevraagd hun kind thuis te houden; voor kinderen die niet thuis opgevangen kunnen worden, wordt opvang op school georganiseerd binnen een van de andere groepen; als deze stap wordt toegepast, wordt het bestuur geïnformeerd (contactpersoon van de school) als deze maatregel langer dan twee dagen duurt (bij dezelfde groep) gaat school er toe over deze stap bij toerbeurt toe te passen. Dit houdt in dat deze stap op andere groepen wordt toegepast. Waarbij de betreffende groepsleerkracht de taken van de afwezige collega voor een periode van maximaal 2 dagen overneemt; uiteraard blijft de school intussen verder zoeken naar een vervanger. Om te voorkomen dat zorgtaken stagneren en de organisatie van het onderwijs in gevaar komt hanteren we de stelregel dat de directie en de intern begeleider zo min mogelijk als invalleerkracht ingezet worden.

Hierbij dient gemeld te worden dat tot op heden nog nimmer van dit noodscenario gebruik is gemaakt.

Wie lopen er nog meer rond op school. De conciërge: Als u de school binnenwandelt zult U in veel gevallen onze conciërges Nico Leuwol (Parkweg), Nouradinne Koubaa (Concourslaan) en Diena Bouland (Parkweg) tegen komen. Zij ondersteunen het team met hun werk. Bij hen moet U ook zijn als het gaat om b.v. gevonden voorwerpen. Administratieve zaken: Jenny Tjaberings helpt ons bij allerlei zaken op het gebied van de administratie.

De stagiaires van onze school komen van de volgende opleidingen: 1. Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) 2. PA (Hanze hogeschool Groningen). Leraar in opleiding (LIO en Academische School). Deze vierde-jaars stagiaire komt 4 dagen per week en zal in het kader van het afstudeerproject een langere periode zelfstandig een groep begeleiden. Er kunnen ook studenten van andere leerjaren worden geplaatst. Vragen staat vrij We hopen, dat U bij vragen en opmerkingen direct bij ons komt, bij de leerkracht of de directie. Bel even voor een afspraak of loop zo even binnen. Na schooltijd kan de leerkracht tijd vrij maken om met een ouder over het kind te praten. Het is aan te bevelen om van te voren even een afspraak te maken. De leerkracht hoeft dan niet het nakijken van schriften, het voorbereiden van de nieuwe schooldag te onderbreken, maar kan dan deze tijd geven aan het gesprek. Voor schooltijd is er doorgaans geen gelegenheid voor oudergesprekken.

15


Inrichting van de school De klaslokalen van De Starter zijn ingerichtevolgens bepaalde schoolafspraken, waardoor ze geschikt zijn voor zowel klassikale activiteiten als groepswerkzaamheden en individueel werk. In zowel de onderbouw als de bovenbouw worden ook de gangen gebruikt voor spelen en werken. De lokalen zijn tevens in gebruik als overblijflokalen. In het Buurtcentrum is een speellokaal voor bewegingsonderwijs aan de kleuters. De Starter heeft een eigen schoolplein aan de achterzijde van het gebouw. Er is een verbinding tussen de school en het buurthuis. Hierdoor ontstaan er afzonderlijke schoolpleinen voor de onderbouw en de bovenbouw. De inrichting van deze pleinen is afgestemd zijn op de verschillende leeftijdsgroepen. Zo is er nu een elementenplein voor de kinderen van Tante Toosje en de jongste kinderen van de school.. De pauzes zijn zo ingedeeld dat er niet teveel kinderen tegelijk op het plein aanwezig zijn. Het gymnastiekonderwijs wordt vanaf groep drie gegeven in de gymzaal van de Vrije School aan de Merwedestraat (alleen maandagmiddag) en in de gymzaal van het Noorderpoortcollege aan de Muntinghlaan, beide op loopafstand van de school. Het zwemonderwijs voor groepen 4 en 5 wordt gegeven in het Helperzwembad, Moddermanlaan 40. Het vervoer naar en van het zwembad gaat per bus.

Calamiteiten Voor de school is een calamiteitenplan opgesteld waarin procedures en vluchtroutes met betrekking tot mogelijke calamiteiten zijn opgenomen. Regelmatig vinden er oefeningen op dit gebied plaats. De school is in het bezit van enkele bedrijfshulpverleners die bijstand kunnen leveren bij ongevallen.

Het Schoolteam De leerkrachten van de school vormen samen het schoolteam. Het team wordt aangevoerd door een directeur. De directeur heeft ook administratieve taken en een extra inhoudelijke verantwoordelijkheid en draagt zorg voor de contacten met ouders, de gemeente en andere instanties. De directeur wordt bijgestaan, door de adjunct-directeur. Twee leerkrachten zijn tevens coördinator zorgbreedte, dat wil zeggen dat hij/zij het overleg coördineert over leerlingen die extra aandacht behoeven. De coördinator onderwijsvernieuwing, de directeur, adjunct directeur, een coördinator zorgbreedte en de bouwcoördinatoren vormen samen het managementteam dat de organisatorische zaken op school regelt. Maandelijks is er overleg tussen de coördinatoren zorgbreedte en de directie. Het schoolteam komt wekelijks in verschillende samenstellingen bijeen. Er wordt dan onder meer gesproken over organisatorische en huishoudelijke zaken, zorgbreedte, onderwijsinhoud en de aanpak van specifieke leer- en gedragsmoeilijkheden bij leerlingen. Daarnaast zijn er af en toe aparte teamvergaderingen over één bepaald onderwerp of is er teamoverleg per bouw. Ouders die iets hebben te melden of vragen hebben, kunnen voor of na schooltijd met de leerkracht(-en) altijd een afspraak maken om hierover van gedachten te wisselen. Tijdens de lessen zijn leerkrachten in principe niet te bereiken. Wilt u met de directie spreken, dan is een afspraak onder schooltijd wel mogelijk.

16


De rol van de leerkracht De leerkrachten vervullen in de groep een belangrijke rol in het realiseren van de drie Daltonprincipes. Het schoolplan bevat de volgende verwachtingen van de groepsleerkrachten.  De leerkracht dient de leerlingen regelmatig de vrijheid te geven om alleen of samen aan de oplossing van een probleem te werken. De leerkracht dient zich steeds af te vragen of regels, die in de groep en/of de school gelden, de vrijheid van de leerlingen beperken. Het ontbreken van regels kan kinderen eveneens hinderen in hun ontplooiing.  De leerkracht moet voorwaarden scheppen om kinderen zelfstandig te laten zijn, rekening houdend met de leermogelijkheden en de verschillende niveaus van de leerlingen. De leerkracht stimuleert en ondersteunt initiatieven van leerlingen.  De leerkracht schept voorwaarden voor de samenwerking tussen kinderen en helpt meningsverschillen en conflicten door leerlingen zelf op te lossen. De leerkracht maakt duidelijk, wat samenwerken inhoudt en zorgt ervoor, dat niet steeds dezelfde kinderen met elkaar samenwerken. Uitleg over een goede samenwerking en een goede taakverdeling leidt meestal tot een efficiënter gebruik van de beschikbare tijd. De leerkrachten maken gebruik van een gevarieerd aanbod aan hulpmiddelen. Zij behandelen elk vakgebied volgens een bepaalde methode. Bij deze methoden behoren instructie- en oefenboeken en andere ontwikkelingsmaterialen. Daarnaast maken zij gebruik van hulpmiddelen zoals smartboarden, schooltelevisie,computers, laptops en een documentatieruimte met een uitgebreide collectie aan informatieve en leesboeken. De leerkrachten hanteren het handboek “Werken op de Starter” waarin de afspraken met betrekking tot schoolregels, aanpak lessen e.d. zijn opgenomen.

Huiswerk Soms moeten kinderen thuis iets voorbereiden voor school. Tafels, plaatsnamen en woordenlijstjes leren, werkstukken schrijven zijn enkele voorbeelden. Voor de ouders biedt dit de mogelijkheid wat meer te zien van datgene waar de kinderen op school mee bezig zijn. Ook bij projecten en spreekbeurten kunnen de kinderen wel eens thuis komen met de vraag om foto‟s, plaatjes of andere informatie. Voor de leerlingen in groep 8 komt het huiswerk regelmatiger voor als voorbereiding op het voortgezet onderwijs.

De dag- en weekindeling Een schooldag is als volgt ingedeeld: Soms is er vrije inloop en gaan de kinderen zelfstandig aan het werk bij binnenkomst, enkele dagen per week wordt begonnen met een kringgesprek. Na de kringactiviteit worden de schooluren verdeeld in instructie- en taakuren. Nadat de leerkracht instructie heeft gegeven, gaan de leerlingen werken aan hun taak. De klasse- of groepsinstructies leiden vanuit een probleemstelling de nieuwe leerstof in: de richting van een mogelijke oplossing wordt aangegeven. Er wordt gebruik gemaakt van een getrapte instructie. Kinderen die de instructie niet nodig hebben, hoeven die niet te volgen. Tijdens de taakuren gaan de kinderen zelf aan de slag. Op een ochtend kunnen er meerdere instructiemomenten zijn. Aan de instructietafel geeft de leerkracht uitleg aan leerlingen die extra instructie nodig hebben.

17


Bijzondere activiteiten Gedurende het jaar zijn er de volgende bijzondere activiteiten. 

De groepsvoorstelling: Regelmatig verzorgt een bepaalde groep een voorstelling voor de andere groepen uit de bouw. De groepsvoorstelling vindt vrijdags plaats. Ouders van kinderen van de uitvoerende groep zijn welkom. Op de website kunt u het schema van deze voorstellingen vinden  Sint Maarten. De kinderen maken op school een lampion. Op 11 november wordt Sint Maarten gezamenlijk gevierd met het zingen van een aantal liedjes. Daarna krijgen de kinderen een traktatie aangeboden door de ouderraad.  Sinterklaasviering. Op 5 december arriveert Sinterklaas met zijn Pieten om ± 8.30 uur op school en worden onthaald op het plein van de school waar alle kinderen aanwezig zijn. Om ± 9.15 uur wordt het feest voortgezet in de klassen. Dit schooljaar zal Sinterklaas ons bezoeken op 3 december.  Kerstmarkt. In de laatste week voor kerstvakantie worden er op school allerlei creativiteitsactiviteiten gehouden rond het thema Kerst.  Kerstmaaltijd. Op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie vindt een kerstmaaltijd plaats op school. De maaltijd begint rond 17.00 uur en eindigt rond 18.30 uur.  Voorjaarsfeest. In maart is het voorjaarsfeest. De kinderen gaan dan bijvoorbeeld een speurtocht houden in het Stadspark of hebben een creatieve morgen met als thema Pasen of voorjaar.  Schoolreisjes. Ieder jaar gaan alle groepen op schoolreisje. Voor de groepen 1 - 2 wordt een bestemming in of rondom de stad Groningen gezocht. De groepen 3 tot en met 6 maken een ééndaagse schoolreis met de bus naar een bestemming in de omgeving van Groningen. Groep 7 heeft een meerdaags sciencekamp. Groep 8 gaat op een meerdaagse schoolreis met overnachting in een kampeerboerderij.  Jaarafsluitfeest. Ieder jaar wordt afgesloten met een groot buurtfeest op school, meestal in de voorlaatste week voor de grote vakantie op de vrijdagmiddag vanaf 16.00 uur. Er zijn spelletjes voor jong en oud en hapjes en drankjes. Ook de ouders zijn op dit jaarafsluitfeest van harte welkom.  Musical. Na acht jaar verlaten de kinderen van de groepen 8 de school. Zij vieren dit meestal met een musical, die wordt opgevoerd in de laatste week voor de grote vakantie. Overdag voeren de groepen 8 de musical op voor de kinderen van de school en „s avonds voor hun ouders, familieleden en kennissen.

Activiteiten buiten school 

Bibliotheekbezoek. De Openbare Bibliotheek nodigt de kinderen van de groepen 1 - 2 jaarlijks en de kinderen van de groepen 5 en 6 tweejaarlijks uit voor een bezoek aan de bibliotheek. De kinderen worden er op een speelse manier wegwijs gemaakt. Tijdens de Kinderboekenweek wordt op school aandacht besteed aan nieuw verschenen boeken en aan het thema van de Kinderboekenweek.

18


  

Verkeersproef. De leerlingen van de groepen 7 en 8 leggen elk jaar een verkeersproef af. In groep 7 krijgen de kinderen het theoretische gedeelte en in groep 8 het praktische deel. Zwemmen. De leerlingen van de groepen 4 en 5 krijgen eenmaal per week zwemonderwijs. Hierbij hebben zij de gelegenheid zwemdiploma‟s te halen. Schooltuintjes. De kinderen van groep 6 zullen in het schooljaar 2010-2011 van april tot eind juli 2011 eenmaal per week hun schooltuintjes verzorgen in de Kinderwerktuin Helpman aan de Helperzoom. De kinderen van groep 7 doen hetzelfde in de periode augustus tot eind oktober 2010. Naast genoemde activiteiten wordt in het kader van de Vensterschool Stadspark het contact met de Bibliotheek uitgebreid tot samenwerking bij thema‟s en projecten. Ieder jaar is er in elke groep een thema of project.

De Starter geeft de leerlingen elk jaar gelegenheid aan een aantal sporten mee te doen. Hieronder vallen in ieder geval de volgende sporten.  

 

Voetbal. De school doet mee aan het Paasvoetbaltoernooi om het Kampioenschap voor basisscholen van de gemeente Groningen. Kinderen van de groepen 6 tot en met 8 kunnen aan beide toernooien deelnemen. Avondvierdaagse. In juni neemt de school deel aan de avondwandelvierdaagse in Hoogkerk. Kinderen van groep 1 tot en met 4 kunnen zich opgeven voor de 5kilometerwandeling, kinderen van de groepen 5 tot en met 8 voor de 10kilometertocht. Dit wordt georganiseerd door de ouderraad Denksport. Bij voldoende belangstelling wordt deelgenomen aan de Groningse schaakkampioenschappen.. Sport en spel. Wekelijks is er de mogelijkheid voor jongere en oudere kinderen om mee te doen aan een sportinstuif.

19


6.HET ONDERWIJS IN DE GROEPEN De kleuterperiode – groepen 1 - 2 Elk kind dat vier jaar wordt, mag naar de basisschool. Om de overgang te versoepelen mag de bijna vierjarige in overleg met de leerkrachten al een aantal dagdelen op bezoek komen. De nieuwe leerling mag drie weken voor zijn verjaardag, zes keer een dagdeel komen wennen.Ouders krijgen hiervoor een uitnodiging. Vierjarige kinderen komen de basisschool binnen met verschillende ervaringen. Het ene kind is naar de peuterspeelzaal geweest, een ander heeft op een dagverblijf gezeten, weer anderen hebben nog niet zoveel ervaringen opgedaan met leeftijdsgenootjes. Ook hebben kinderen elk hun eigen ontwikkeling doorgemaakt. Het ene kind is toe aan een nieuwe uitdaging, voor een ander kind komt de basisschool nog wat vroeg. In overleg met de leerkrachten is daarom gedurende een bepaalde tijd een aangepaste schooltijd mogelijk. In het begin van groep 1 krijgt een kind alle gelegenheid om te wennen. Vanuit een gevoel van veiligheid komt een kind tot spelen. Dit spelen leidt tot brede leerervaringen. Het onderwijs in de kleutergroep sluit aan bij het individuele ontwikkelingsniveau van leerlingen en is gericht op hun verdere ontwikkeling.

Kring „s Morgens wordt er begonnen in de kring of er is een inloop. In de onderbouw zijn er verschillende activiteiten die zich afspelen in de kring, zoals:  Dagen van de week, dagritme en verjaardagen  Vertelkring  Verbredingsactiviteiten in de hoeken, zoals het voorspelen van rollenspellen.  Reken- en taalspelletjes  Muziek  Vreedzame School  Samenwerkend leren activiteiten  Kind van de week  Weektaak instructie Werkuur Na de kring of de inloop, gaan de kinderen aan het werk. Het lokaal is ingericht in hoeken, zoals huishoek (waarin rollenspel vanuit het aangeboden thema plaats kan vinden), bouwhoek, kleur en vorm, tekenen en knutselen, voorbereidend lezen en rekenen, leeshoek, puzzelen en water- en zandtafel. In elke hoek liggen materialen van verschillende moeilijkheidsgraad, zodat alle kinderen daaruit een keuze kunnen maken. Ieder kind kiest een activiteit uit één van de hoeken of gaat aan de gang met één van de weektaken. Door de weektaken komen alle leerlingen in aanraking met materialen, vaardigheden en activiteiten die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. In de onderbouw wordt zoveel mogelijk gewerkt vanuit Ontwikkelings Gericht Onderwijs. De hoofdkenmerken zijn: uitgaan van een brede ontwikkeling, de leerkracht als begeleider in het werken aan de kernactiviteiten en thematisch werken. Door aan te sluiten bij de belevingswereld en daardoor de betrokkenheid zo groot mogelijk te maken, zal een kind zich optimaal kunnen ontwikkelen.

20


Thema Thematisch opgebouwd onderwijs maakt het mogelijk om samenhangende en zinvolle kernactiviteiten te creëren. Dit houdt in dat zoveel mogelijk activiteiten in een periode binnen hetzelfde thema passen. Beweging ‟s Ochtends en ‟s middags spelen de leerlingen buiten. Bij zeer slecht weer is er de mogelijkheid tot spelen in het speellokaal. Daarnaast biedt de leerkracht twee keer in de week een les bewegingsonderwijs aan. Hierbij ligt de nadruk op de grove motorische ontwikkeling van het kind.

Weetjes voor de groepen 1 en 2 Schooltijden - maandag, dinsdag, donderdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 15.00 uur - woensdag en vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur. Te laat Wanneer de groep al begonnen is, stoor dan zo weinig mogelijk. Neem zachtjes afscheid. Telefoonnummers Wij willen graag weten wie we kunnen bellen wanneer er zich iets voordoet. Zorg dat de leerkracht op de hoogte is van het nummer voor noodgevallen. Overdracht Het is heel fijn wanneer er geen onzekerheid bestaat of een kind wel of niet overblijft of naar de BSO gaat. Geef veranderingen aan ons door. Ook wanneer uw kind na schooltijd door iemand anders wordt gehaald, meldt dit dan bij de leerkracht van uw kind. Fruitpauze Drinken en fruit is voldoende. Liever geen zoete koeken en zoete dranken meegeven: snoep is helemaal niet toegestaan.

21


Overblijf Op de school is gelegenheid om over te blijven. De kinderen moeten zelf eten en drinken meenemen. U kunt uw kind aanmelden via de site, onderdeel TMO. Gymnastiek Gymkleding is niet nodig maar mag wel. Gymschoenen, met de naam van uw kind erop, zijn wel nodig in verband met voetwratten. Houdt bij de aanschaf van gymschoenen rekening met het feit dat de kinderen zich zelf uit- en aankleden ( klittenbandsluiting of elastieken bandjes). Een gymtas is handig. Controleer regelmatig of de gymschoenen nog passen. Speelgoeddag Iedere vrijdag mogen de kinderen speelgoed mee van huis nemen. Steppen en skeelers staan wij niet toe op het schoolplein. Wij zijn gek op leuke gezelschapsspelen. Schiettuig, pistolen, zwaarden en dergelijke mogen niet mee naar school.

Communicatie Mocht er iets niet duidelijk zijn, kom dan gerust naar ons toe.

Groep 3 Om de overgang van groep (1-) 2 naar groep 3 zo soepel mogelijk te laten verlopen, zijn wij bezig om de lijn van ontwikkelingsgericht werken door te trekken naar groep 3.Ook gaan kinderen gedurende het eerste deel van het schooljaar nog regelmatig een bezoek brengen aan groep (1)2. In groep 3 krijgen alle leerlingen een pen van school. In de daarop volgende groep kan deze 1 keer door de school worden vervangen. Heeft uw kind daarna geen pen meer, is het de bedoeling dat u deze i.v.m. de kosten en het dragen van eigen verantwoordelijkheid, zelf verstrekt.

Vakken Naast deze vorm van werken komen de leerlingen in groep 3 in aanraking met vakken als taal, lezen, rekenen, schrijven, wereldoriĂŤntatie . Vooral in het begin van groep 3 wordt veel tijd besteed aan het leren lezen met de methode Veilig leren lezen en aan het leren schrijven. Tijdens deze activiteiten worden de vorderingen van de leerlingen nauwlettend in de gaten gehouden. Als de kinderen eenvoudige teksten kunnen lezen, wordt begonnen met een dagtaak. Hierop staat vermeld wat de leerlingen die dag aan elk vak moeten doen (bijvoorbeeld les 4 van taal). Na de instructie kunnen de leerlingen zelf de volgorde van het werk bepalen. Daarnaast is er elke week keuzewerk voor alle kinderen en hebben de kinderen voor een deel hun eigen werk. Dat is passend voor elke leerling op zijn eigen niveau. Er is een doorgaande lijn van groep 1 t/m 8 voor de creatieve vakken. Het bewegingsonderwijs bestaat in groep 3 uit tweemaal gymnastiek per week, door de vakleerkracht gegeven.

22


Groep 4 In groep 4 wordt de kennismaking met taal, lezen, schrijven, rekenen en wereldoriëntatie voortgezet. In groep 4 werken de leerlingen met een dagtaak, bestaande uit vaste taken, eigen werk en keuzewerk. In de loop van groep 4 wordt overgestapt naar een meerdaagse taak. Behalve aan planning van de taak wordt er in alle groepen veel waarde gehecht aan de werkhouding en de verzorging van het werk. Naast de genoemde vakken krijgt groep 4 bewegingsonderwijs in de vorm van eenmaal gymnastiek en eenmaal zwemmen per week.

Groep 5 In groep 5 wordt zo snel mogelijk begonnen met een hele weektaak. Kinderen, die het nog moeilijk vinden om een hele weektaak te overzien, maken samen met de leerkracht een dagplanning. In groep 5 krijgen de leerlingen dezelfde vakken als in groep 4 Naast de methodegebonden toetsen worden in januari en juni ook methode -onafhankelijke toetsen afgenomen. Ook in groep 5 is er keuzewerk en eigen werk.. Het bewegingsonderwijs in de vorm van gymnastiek vindt in groep 5 tweemaal per week plaats; eenmaal in de vorm van gymnastiek en eenmaal in de vorm van zwemonderwijs. Voor de groepen 1 tot en met 8 is een doorgaande lijn ontwikkeld voor de creatieve vakken. In de loop van het jaar worden in groep 5 de laptops geïntroduceerd.

Groep 6 In groep 6 wordt gewerkt met hele weektaken. Ook hier geldt dat kinderen die het nog moeilijk vinden om een hele weektaak te overzien, samen met de leerkracht een dagplanning maken. Op de weektaken is ruimte voor zelfreflectie door de leerlingen. De taken zijn zodanig samengesteld dat ze voor iedere leerling passend worden gemaakt door het eigen werk en keuzewerk. Dit kan zowel betekenen dat leerlingen extra hulp krijgen als dat ze extra uitdagende opdrachten krijgen.. In beide gevallen kan dat leiden tot verkorting van de reguliere lesstof. In groep 6 krijgen de leerlingen dezelfde vakken als in groep 5. Alleen bij het vak wereldoriëntatie wordt het onderdeel topografie ingevoerd. In groep 6 moeten alle leerlingen een spreekbeurt houden en een werkstuk maken. Bij een spreekbeurt mogen alleen de kernwoorden op papier staan. Tevens stelt de spreker vragen op, die hij/zij aan de rest van de groep stelt na afloop van de spreekbeurt. De leerlingen kunnen hulp krijgen bij de voorbereiding De prestatie wordt door de leerkracht en de leerlingen beoordeeld volgen een vaste procedure. Het keuzewerk, eigen werk, het bewegingsonderwijs en de creatieve vorming zijn in groep 6 op dezelfde wijze geregeld als in groep 5. De leerlingen kunnen in de taakuren over een laptop beschikken. Op de Starter wordt gewerkt aan een doorgaande lijn in ICT-vaardigheden (groep 1 t/m 8) waarbij ICT geheel geïntegreerd is in het onderwijs.

23


Groep 7 Ook in groep 7 wordt gewerkt met hele weektaken. Naast de vaste taken per vakgebied maken ook in deze groep het keuze- en eigen-werk deel uit van de weektaak. In groep 7 maken de leerlingen kennis met het vak Engels. Tevens is er veel aandacht voor interculturele aspecten van onze samenleving. Alle kinderen krijgen verkeersonderwijs ten behoeve als voorbereiding op het schriftelijk verkeersdiploma.. In groep 7 krijgen de kinderen laptoponderwijs in het kader van het ICT-plan van De Starter. Evenals in groep 6 wordt per week twee lessen bewegingsonderwijs in de vorm van gymnastiek verzorgd door de vakleerkracht. Voor de groepen 1 tot en met 8 bestaat een doorgaande lijn voor de creatieve vakken. Tevens wordt er in alle groepen aandacht gegeven aan vieringen van verschillende geloofsovertuigingen.

Groep 8 Ook in groep 8 wordt gewerkt met een weektaak. Naast de vaste taken per vakgebied maakt ook in deze groep het eigen werk deel uit van de weektaak. Het keuzewerk, ook onderdeel van de weektaak, wordt één keer in de week aan alle leerlingen aangeboden. Door de hele schoolperiode is een doorgaande lijn te vinden van taken, keuzewerk, hoekenwerk, taakborden en computergebruik. De spreekbeurten, presentaties en boekbesprekingen vormen een belangrijk onderdeel van taal. In groep 8 besteedt de groepsleerkracht veel aandacht aan de overgang naar het voortgezet onderwijs. Met het zelf maken van werkstukken en huiswerk kunnen de leerlingen zich gaandeweg voorbereiden op de middelbare school. De resultaten van het leerlingvolgsysteem, afgesloten met de landelijke Cito-eindtoets helpen bij de plaatsing van de leerlingen op de voor hen juiste school. Evenals in groep 7 krijgen de leerlingen per week twee lessen bewegingsonderwijs in de vorm van gymnastiek van de vakleerkracht. Met een meerdaagse schoolreis en musical „vieren‟ de kinderen het afscheid van de basisschool.

Internetgebruik ODS De Starter is sinds 2002 een voorloper op het gebied van ICT-gebruik. Op dit moment is de school een Kennisnet-voorbeeldschool op het gebied van breedband-internet-gebruik. Voor het internetgebruik sluiten de leerlingen in groep 5 met de school een contract af. Er worden afspraken gemaakt over met name ongewenste internetsites en emailgebruik. De school gebruikt geen firewalls om ongewenste sites buiten de schoolmuren te houden. Omdat internetgebruik door kinderen niet stopt wanneer de school uit is, willen we dat onze leerlingen weten wat ze moeten doen als ze op een ongewenste site komen. We willen dat met de kinderen kunnen bespreken, vandaar onze keuze firewalls te weren. Dit past in ons pedagogisch klimaat en onze daltonaanpak: zaken bespreekbaar maken. Overigens is met firewalls nooit het internet dicht te timmeren wat betreft ongewenste sites. 24


7. LEERLINGENZORG De toetsing

R

egelmatig worden de kinderen getoetst op hun voortgang. De Starter gebruikt twee soorten toetsen. Dit zijn ten eerste methodegebonden toetsen, dat wil zeggen toetsen die behoren bij de door de school gebruikte methoden voor begrijpend lezen, rekenen, spellen enz. Hiermee kan worden bekeken hoe een kind of een groep zich ontwikkelt. Daarnaast worden tweemaal per jaar, in januari en mei/juni, nietmethodegebonden toetsen afgenomen voor rekenen, spelling en begrijpend lezen.. Deze toetsen zijn bedoeld om te kijken welke problemen/moeilijkheden een leerling (of groep) nog heeft, zodat de leerkracht er zonodig individueel of per groep aandacht aan kan besteden. De ouders ontvangen regelmatig een rapport over de vorderingen van hun kinderen. In de groepen 1 - 2 komt het rapport in juni. Vanaf groep 3 verschijnen de rapporten tweemaal per jaar: in februari en juni. Daarnaast worden de ouders driemaal per jaar in de gelegenheid gesteld om op een contactavond te overleggen over hun kind. In de rapporten wordt voor alle kinderen aangegeven, wat de algemene indruk is van hun functioneren in de groep in relatie tot de drie Daltonprincipes. Verder staat in het rapport aangegeven hoever het kind is met bepaalde onderdelen van de leerstof (de vakken), hoe er is gewerkt en hoe de resultaten zijn. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar toetsresultaten, maar ook naar belangstelling en vaardigheden. Er worden geen cijfers gegeven, maar beoordelingen op een 5-puntsschaal die loopt van + tot -. In de hoogste groepen kan het aantal onderdelen, waarop leerlingen worden beoordeeld, oplopen tot meer dan 50.

Leerlingenbespreking Vier keer per jaar vindt er een bespreking van leerlingen plaats met de intern begeleider. Deze leerlingenbespreking betreft de leerlingen die, op welk gebied dan, ook zorg nodig hebben. Dit kan zijn gedrag- en/of leerproblemen, zorg rondom de thuissituatie of leerlingen die behoefte hebben aan extra uitdaging. Wanneer uit de leerlingenbespreking blijkt dat nader onderzoek didactisch/psychologisch/medisch/logopedisch) nodig is, dan volgt hierover altijd eerst overleg met de ouders van de betreffende leerling. Dit overleg wordt gevoerd door de groepsleerkracht en/of de intern begeleider. Het resultaat van het interne overleg en eventueel het externe onderzoek kan het opstellen van een handelingsplan zijn. Of verwijzing naar externe hulp. Het handelingsplan wordt opgesteld door de groepsleerkracht en/of in overleg met de intern begeleider. Een handelingsplan wordt in een volgende leerlingenbespreking geĂŤvalueerd en eventueel daarna bijgesteld. Van alle leerlingen wordt een dossier bijgehouden in een afsluitbare dossierkast. Verslagen van de bespreking van zorgleerlingen, onderzoeken en handelingsplannen worden in het leerlingendossier opgenomen. Dit dossier kunnen ouders op verzoek inzien.

25


Driehoeksoverleg. Zes keer per jaar vindt er een driehoeksoverleg plaats. In dit team zitten de intern begeleiders, een schoolpsycholoog van de schoolbegeleidingsdienst en een ambulant begeleider vanuit het speciaal basisonderwijs. In dit overleg kan worden besloten tot het afnemen van een observatie of een psychologisch en/of didactisch onderzoek.

Klein zorgteam. Zes keer per jaar vindt er een klein zorgteam plaats. In het team hebben de intern begeleiders en de sociaal verpleegkundige van de GGD zitting. Binnen dit overleg worden leerlingen met sociaal emotionele problemen besproken.

GGD. Ouders kunnen zelf (opvoeding) vragen stellen aan de sociaal verpleegkundige. Contact kan gelegd worden via de intern begeleiders, leerkracht of door de ouders zelf. Op school liggen folders over allerlei opvoedkundige vragen. Er hangen posters waarin de sociaal verpleegkundige zichzelf introduceert en in het Startsein staat indien nodig relevante informatie vanuit de GGD. Tevens is de sociaal verpleegkundige aanwezig bij de koffieochtenden voor de ouders van de kleutergroepen.

De schoolresultaten De leerlingen van De Starter hebben in voorgaande schooljaren op de landelijke CITO-toetsen een resultaat geboekt dat gemiddeld of hoger is in vergelijking met andere scholen in Nederland. Tegelijkertijd is er een grote spreiding in individuele prestaties. Dit komt overeen met de doelstelling van De Starter om leerlingen op alle niveaus stof aan te bieden. Indien de schoolresultaten worden vergeleken met andere scholen met ongeveer dezelfde leerlingkenmerken, dan heeft De Starter in voorgaande jaren een gemiddeld tot hoog resultaat geboekt.Op grond daarvan zijn wij als excellente school gekenmerkd door de onderwijsinspectie. Naast de toetsresultaten geven ook de schooladviezen voor het voortgezet onderwijs een indruk van het resultaat van het onderwijs aan De Starter. Van de vertrekkende groep 8 was afgelopen jaren de verdeling over de verschillende schooltypes ongeveer als volgt: 25% gymnasium, ; 50% HAVO/VWO; 25% VMBO .

Aannamebeleid leerlingen met een handicap De bevordering van de emancipatie en integratie van mensen met een handicap vormt een belangrijke doelstelling in het beleid van de rijksoverheid. Ook in het onderwijs is er behoefte aan emancipatie en integratie van gehandicapte kinderen. Van oudsher is het onderwijs aan gehandicapte kinderen georganiseerd in speciale scholen. Steeds meer ouders willen graag dat hun kind zoveel mogelijk kan opgroeien in de thuisomgeving. Zij zien hun kind dan het liefst geplaatst op een school in de buurt. Om dit mogelijk te maken heeft de overheid een speciale regeling ontworpen, de leerlinggebonden financiering (de rugzak). Hierin zitten middelen waardoor het mogelijk wordt leerlingen met een 26


handicap op te vangen binnen het „gewone‟ basisonderwijs. Binnen onze school proberen wij rekening te houden met de individuele verschillen tussen leerlingen. Dit houdt in dat wij in principe bereid zijn kinderen met een handicap op te nemen en aan hen onderwijs op maat te bieden. Om in aanmerking te komen voor een „rugzakje‟ moeten ouders zelf een aanvraag indienen bij de commissie van indicatiestelling.

Wat kunnen we? We proberen zoveel mogelijk zorg op maat te bieden. Dat betekent tijdige signalering van problemen door de leerkracht, gevolgd door extra zorg, zowel in de klas als daarbuiten. Voor een kind met een handicap willen we een onderwijsaanbod bieden dat aansluit op de mogelijkheden van deze leerlingen. Dit onderwijsaanbod kan gestalte krijgen in de groep, maar ook daarbuiten, in de vorm van remedial teaching of ambulante begeleiding vanuit het Regionale Expertisecentrum (REC). Algemene uitgangspunten  Er zal met betrekking tot een toekomstige leerling met een handicap goede informatie voorhanden moeten zijn van de ouders en aanvullende gegevens van andere deskundigen.  Het beeld van het betreffende kind dient, zowel op lichamelijk als geestelijk gebied, vooral waar het de sociaal-emotionele ontwikkeling betreft, zo volledig mogelijk te zijn. Volgens de nieuwe wetgeving zijn de ouders verantwoordelijk voor de aanlevering van het dossier. De taak van het Regionaal Expertisecentrum is om hen hierbij te ondersteunen.  Een reëel beeld van het verwachtingspatroon met betrekking tot de verdere schoolloopbaan en de ontwikkelingen van het kind, gebaseerd op een zo breed mogelijke informatie, eventueel aangevuld met eigen observatiegegevens, is een essentieel onderdeel van het besluitvormingsproces wat betreft mogelijke aanname.  Het is belangrijk op voorhand duidelijkheid te verkrijgen op welke mate van betrokkenheid en/of vormen van ondersteuning, met name vanuit het speciaal onderwijs maar ook vanuit andere deskundigheden, de school kan rekenen.  De inzet van extra middelen wordt in overleg geregeld; in dat overleg participeren de ouders, de school en eventueel begeleidende instanties. Dat overleg leidt tot een handelingsplan.

Waaraan moeten nieuwe leerlingen met een ‘rugzakje’ voldoen?    

De leerling moet in principe in het „voedingsgebied‟ van de scholen van „bevoegde gezag‟ wonen. De leerling mag geen gevaar vormen voor zichzelf en/of zijn omgeving. De leerling mag geen belemmering vormen voor het onderwijsleerproces van de rest van de groep Indien noodzakelijk moet er, in samenwerking met de ouders, een zindelijkheidstraining kunnen worden opgezet. In de tussentijd wordt in goed overleg afgesproken wie het kind wanneer verschoont. De ouders zijn verantwoordelijk voor de zindelijkheidstraining, er mag van de leerkracht(en) niet verwacht worden dat zij daar actief aan deelnemen. Er moet een redelijke verwachting zijn dat de leerling zowel op onderwijsinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied kan voldoen aan minimale doestellingen.

Waar liggen onze grenzen? 1. Verstoring van rust en veiligheid. Indien een leerling een handicap heeft die ernstige gedragsproblemen met zich meebrengt, leidend tot een ernstige verstoring van de rust en de veiligheid in de groep, is voor ons de grens bereikt. In een dergelijk geval is het niet meer mogelijk om kwalitatief goed onderwijs aan de gehele groep en aan het betreffende kind met een handicap te bieden. 27


2. Wisselwerking tussen verzorging/behandeling en het onderwijs. Indien een leerling een handicap heeft die een zodanige verzorging/behandeling vraagt dat daardoor het onderwijs aan de betreffende leerling onvoldoende tot zijn recht kan komen, is voor ons de grens bereikt. Ook in dit geval is het niet meer mogelijk om kwalitatief goed onderwijs aan het betreffende kind te bieden. 3. Verstoring van het leerproces voor de ander kinderen. Indien het onderwijs aan de leerling met een handicap een zodanig beslag legt op de tijd en de aandacht van de leerkracht, dat daardoor de tijd en aandacht voor de overige leerlingen in de groep onvoldoende of niet kan worden geboden, is voor ons de grens bereikt. Het is dan niet meer mogelijk om kwalitatief goed onderwijs te bieden aan de leerlingen in de groep. 4. Gebrek aan opnamecapaciteit. Het kan zijn dat een groep zo vol is dat het plaatsen van nog een leerling in die groep extra problemen met zich meebrengt. Dit is zeker het geval bij plaatsing van een gehandicapte leerling die zich voort moet bewegen met behulp van een rolstoel. Ook dan kan er kwalitatief geen goed onderwijs geboden worden.

De extra begeleiding In geval van een handelingsplan krijgt een leerling extra begeleiding indien daartoe aanleiding is. Deze begeleiding omvat bijvoorbeeld extra oefeningen en extra hulpmiddelen. Er kan ook sprake zijn van een aangepast en verzwaard programma voor die leerlingen die juist meer uitdaging nodig blijken te hebben. Deze verbreding vindt plaats op het niveau van de groep waarin de leerling zit. In principe vindt de extra begeleiding binnen de klassensituatie plaats. Door de Daltonwerkwijze kan in de klas tijd vrij worden gemaakt voor de kinderen, die extra aandacht nodig hebben. Wanneer er in de groep gelegenheid is tot zelfstandig werken, kan de leerkracht de zorgleerlingen aan de instructietafel begeleiden. Is er meer hulp nodig, dan wordt gekeken welke tijd de interne schoolbegeleider en andere leerkrachten beschikbaar hebben. Wanneer collegaâ€&#x;s of de leerkracht zorgbreedte worden ingeschakeld, streeft men naar zoveel mogelijk regelmaat en vaste afspraken. In bijzondere gevallen kan de school een beroep doen op de ouders om het kind ook buiten schooltijd te begeleiden. Eventueel kunnen de afspraken tussen school en ouders in een soort overeenkomst worden vastgelegd.

Nieuwe leerlingen Wanneer een leerling nieuw op De Starter is, probeert de school met behulp van de nodige informatie vooraf (ouders/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf) en observatie een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de betreffende leerling. Mocht een leerling in een hogere klas binnenkomen, dan vraagt de school elders (basisschool/speciaal onderwijs) informatie op. Ontbreken er relevante gegevens, dan krijgt de leerling toetsen die recentelijk door klasgenoten zijn gemaakt. Eventueel krijgt hij/zij extra ondersteuning bij bepaalde vakgebieden.

De overgang van groep naar groep Tijdens de eerste leerlingenbespreking in het nieuwe kalenderjaar wordt al gekeken welke leerlingen mogelijk nog niet toe zijn aan de overgang naar een volgende groep. Er volgt een periode van verhoogde aandacht, waarin zonodig extra besprekingen en onderzoeken plaats vinden. In april/mei valt na overleg met de betrokken ouders een beslissing over de te nemen stappen. Van dit alles komt weer een verslag in het leerlingendossier. Aan het eind van het schooljaar vindt tussen de groepsleerkrachten een uitwisseling plaats van relevante gegevens over alle leerlingen, die het volgende schooljaar bij een collega komen.

28


De tussentijdse overgang naar een andere school In geval van de overgang van een leerling naar een andere school streeft De Starter er altijd naar om schriftelijk contact te leggen met de nieuwe school. Hierdoor verloopt de overgang zo soepel mogelijk. Hiervoor wordt het onderwijskundige rapport gebruikt, dit is een samenvatting van de belangrijkste gegevens uit het leerlingendossier en de indrukken van de groepsleerkrachten. Verder geeft de school kopieën van onderzoeksresultaten mee.

De overgang naar het speciaal onderwijs De aanmeldingsprocedure voor een school voor speciaal onderwijs is beschreven in een brochure die verkrijgbaar is bij De Starter of bij de Gemeente. De Starter maakt deel uit van een samenwerkingsverband van 24 basisscholen en 1 speciale school voor basisonderwijs. Dit samenwerkingsverband stelt elk jaar een zorgplan op met het beleid om de zorg voor de leerlingen te verbeteren. Plaatsing op een school voor speciaal onderwijs gebeurt door een zogenaamde permanente commissie leerlingenzorg. Een jong kind gaat bij voorkeur eerst naar een basisschool. Ouders/verzorgers kunnen, bij voorkeur in overleg met de school, hun kind aanmelden bij de plaatsingscommissie. De basisschool schrijft een onderwijskundig rapport, op grond waarvan de commissie een beslissing kan nemen. De basisscholen in het samenwerkingsverband hanteren allemaal hetzelfde model onderwijskundig rapport. In dit rapport wordt onder meer vermeld wat de problematiek is, de mogelijke oorzaken en de pedagogische en didactische behoeften van het kind. Ook de ouders/verzorgers geven in het rapport hun visie op de problematiek van het kind.

De overgang naar het voortgezet onderwijs Na acht jaar basisschool volgt de stap naar het voortgezet onderwijs. In november wordt in groep 8 een project Voortgezet Onderwijs gehouden waarbij de kinderen een antwoorden krijgen op vragen die over het VO bij hen leven. In juni krijgen de leerlingen van groep 7 de CITOentreetoets. Deze toets is niet bedoeld als hulp bij de schoolkeuze, maar om te zien welke problemen/moeilijkheden een leerling (of groep) eventueel nog heeft, zodat de leerkracht aan deze problemen/moeilijkheden het daarop volgende schooljaar gericht iets kan doen. Voor de ouders van leerlingen in groep 8 organiseert de school in oktober een ouderavond waarop zij worden geïnformeerd over de mogelijkheden voor de toekomstige schoolkeuze van hun kind. In de maand januari vinden de zogenaamde open dagen voor de scholen van het voortgezet onderwijs plaats. In februari volgt de CITO-eindtoets voor groep 8. Rond deze tijd vindt er overleg tussen de leerkracht, de leerling en de ouders plaats om te komen tot een definitieve schoolkeus. De Starter overlegt in het kader van het Vensterschoolproject met het Zernikecollege om de doorstroom van anderstalige leerlingen te versoepelen.

Verwijdering van leerlingen In het kader van ons daltononderwijs en de vreedzame school straffen wij in principe niet. Wij doen (met succes) een beroep op de verantwoordelijkheid van het kind. Echter…..het kan voorkomen dat er toch gekozen wordt voor straf. Soms zijn er echter situaties waarbij de school niet meer in staat is om het gedrag van de leerling te corrigeren. Deze situaties ontstaan vaak als de veiligheid van andere leerlingen of een leerkracht in het geding is. Daarom kan bij ernstig wangedrag dan wel bij 29


herhaaldelijk overtreden van de voorschriften een leerling definitief van school worden verwijderd. Gelukkig komen dergelijke situaties zelden voor. Om te voorkomen dat een leerling echt verwijderd wordt, zal bij de situaties zoals boven beschreven worden gezocht naar een andere school die bereid is de leerling toe te laten. Pas als dat niet lukt, zal de leerling verwijderd worden. Dit alles is beschreven in het protocol “time-out & verwijdering in PO�. Dit protocol ligt ter inzage bij de directie.

De zorg voor de fysieke groei Na aanmelding van uw kind kunt u het boekje Gezonde Basis van de GGD krijgen. In dit boekje vindt u informatie over onderwerpen, waar u als ouder/opvoeder mee te maken krijgt. Ook voor allerlei vragen over geneeskundige hulp zijn gegevens in het boekje opgenomen. De GGD doet gedurende de basisschooltijd enkele keren onderzoek naar de fysieke toestand van de kinderen. Kinderen van groep 2 en 7 krijgen in de loop van het jaar een brief mee van de

GGD. De ouders kunnen hiermee toestemming geven, om hun kind door de GGD te laten onderzoeken. Het gaat om een fysiek onderzoek (meten, wegen, ogen en oren testen). Daarna vindt er een gesprek met de ouders en de verpleegkundige plaats. Er is een schoolverpleegkundige aan de school gekoppeld. Dit is Paula Mantink. U kunt met haar een afspraak maken.. Met vragen kunt u altijd terecht bij de contactpersoon van de GGD,

30


8. DE SCHOOLREGELS De Vreedzame School

K

inderen moeten zich op school veilig en op hun gemak kunnen voelen. Daartoe dienen kinderen zich te houden aan duidelijke afspraken en regels. Deze afspraken over de sfeer op school en de omgangsregels staan vermeld in het schoolplan van De Starter. De schoolregels van De Starter zijn gebaseerd op het idee van de Vreedzame School. Dit idee is ontwikkeld in de Verenigde Staten van Amerika. De Starter past het idee van de Vreedzame School in alle groepen toe. De Vreedzame School gaat uit van respect voor een ander, ook al verschilt die ander van jezelf in gedrag, uiterlijk enz.. Meningsverschillen en ruzies worden bespreekbaar gemaakt. Het is belangrijk om andere kinderen af en toe een opsteker (compliment aan een medeleerling) te geven en om afbrekers (negatieve opmerking over een medeleerling) te vermijden. Met hulp van anderen kan naar een oplossing bij conflicten worden gezocht. De school heeft zelf een weerbaarheidsproject gemaakt voor groep 7 en/of 8 op het gebied van seksuele intimidatie, drank – en drugsgebruik, media en pestgedrag. Door de hele school wordt het positief waarderen van de medeleerling in de vorm van “het kind van de week” aangeboden.

Bemiddeling Alle leerlingen uit groep 8 krijgen een training aangeboden om als mediator, bemiddelaar, op te kunnen treden voor hun schoolgenoten. Bij ruzies op het schoolplein kunnen deze bemiddelaars door de kinderen te hulp worden geroepen. In alle groepen besteden de groepsleerkrachten eenmaal per week aandacht aan situaties die met de ideeën van de Vreedzame School kunnen worden aangepakt. De leerkrachten vervullen een belangrijke rol bij het bevorderen van een goede sfeer. De leerkracht staat open voor de kinderen, is respectvol, geeft duidelijkheid over afspraken en regels en bevordert de vriendelijke omgang van kinderen met elkaar. De houding van de leerkracht naar ouders dient ook open en met begrip te zijn. Ouders zijn bij problemen, onduidelijkheid en boosheid welkom om erover te praten. Van leerkrachten onderling verwacht de school ook openheid. Kritiek op elkaar moet kunnen, maar er dient ook tijd te zijn voor gezelligheid en bereidheid om goed naar elkaar te luisteren.

De omgang met leerlingen Een groot probleem van het opvoeden in deze tijd is het overdragen van waarden en normen. Kinderen krijgen veel informatie over zich heen en zij doen op jonge leeftijd meer indrukken op (bijvoorbeeld via de televisie) dan ooit eerder in de geschiedenis. Ook krijgen kinderen steeds jonger met steeds meer andere mensen te maken. De Starter probeert recht te doen aan kinderen. Dit betekent dat kinderen rust, veiligheid en structuur wordt geboden. Kinderen worden gerespecteerd, maar van hen wordt ook respect gevraagd. Een persoonlijke benadering is hierbij van het grootste belang. Recht doen aan kinderen betekent bijvoorbeeld, dat een gepest kind in bescherming wordt genomen. De leerkracht kan invloed uitoefenen bij het voorkomen en tegengaan van pestgedrag. Daarbij kunnen acties worden ondernomen zoals het gepeste kind serieus nemen, het bespreken van de groeps- en schoolregels, het toezicht op het schoolplein verscherpen, het aanspreken van kinderen op hun eigen verantwoordelijkheid en onderwerpen in de kring aan de orde stellen over de 31


omgang met elkaar. Pesters worden op hun gedrag aangesproken en duidelijk gemaakt dat pestgedrag op school niet wordt getolereerd. Eventueel worden de ouders van de pesters ingeschakeld. Bij het tegengaan van pestgedrag is een goede communicatie tussen ouder en leerkracht van het grootste belang.

Omgangsregels in de groep De omgangsregels in de groep zijn gebaseerd op de algemeen geldende omgangsregels. Voor een goed verloop van de organisatie van het onderwijs komen daar nog een paar regels bij. Als een leerkracht met een andere groep leerlingen bezig is, mag hij/zij niet worden gestoord. De leerling is dan aangewezen op medeleerlingen. Zij mogen rustig overleggen. Ook tijdens momenten dat de leerkracht individuele hulp geeft of werkt aan de instructietafel, mag hij/zij niet worden gestoord. Deze momenten maakt de groepsleerkracht door een afgesproken teken (verkeerslicht) aan de leerlingen duidelijk. Het spreekt voor zich, dat de leerkracht verreweg het grootste deel van de dag beschikbaar is voor alle leerlingen. Over andere klassenregels, zoals weekdienst, tutorschap en wc-gebruik, worden aan het begin van het schooljaar afspraken gemaakt.

Aanmelding en proefbezoek Een ouder is verplicht om zijn/haar kind aan te melden bij een basisschool van eigen keuze wanneer het kind de leeftijd van vijf jaar bereikt. Ieder kind, dat vier jaar wordt, mag echter al naar de basisschool. Om u, voordat u een keuze gaat maken, een idee te geven hoe De Starter er uitziet en wat er wordt gedaan, kunt u een afspraak maken voor een vrijblijvend gesprek met de directeur of adjunct directeur. Tijdens dit onderhoud krijgt u de nodige informatie en kunt u allerlei vragen stellen. Door het lezen van deze schoolgids kunt u thuis alles nog eens rustig overwegen. Indien u besluit uw kind op De Starter te doen, dan kunt u dit kenbaar maken bij de directie en uw kind aanmelden als leerling. Nadat u een beslissing heeft genomen, kan uw kind voordat het 4 jaar wordt in overleg met de leerkracht van groep 1 een aantal dagdelen op bezoek komen en eerste indrukken opdoen. Hierover ontvangt u 3 weken voordat uw kind 4 wordt een uitnodiging. Voor nieuwe leerlingen in de hogere leerjaren geldt ook, dat zij eerst eens mogen komen kijken om sfeer te proeven. In de bovenbouw wordt vaak een klasgenoot als begeleider aan de nieuwkomer gekoppeld om de kennismaking zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Leerplicht en schoolverzuim Ieder kind vanaf 5 jaar moet een wettelijk bepaald aantal dagen per jaar naar school. Toch kunnen zich situaties voordoen, waardoor hij/zij niet naar school kan. Heeft u het idee, dat er een goede reden is om vrij te vragen voor uw kind, neem dan tijdig contact op met school. Indien uw kind ziek is, dan wordt van u verwacht, dat u dit zo mogelijk voor aanvang van de schooltijd doorgeeft. Wanneer er een andere reden is, waardoor het kind niet op school kan komen, dan moet u daarvoor contact opnemen met de groepsleerkracht of de schoolleiding. Er kan volgens de Leerplichtwet geen verlof worden gegeven voor bijvoorbeeld een verlenging van vakanties of zomaar vrije dagen. Verzuim is wel geoorloofd, wanneer daarvoor gewichtige omstandigheden zijn, zoals een sterfgeval in de naaste familie, zware ziekte van een ouder of trouwdagen of jubilea 32


van naaste familieleden. Elke morgen en middag inventariseert de groepsleerkracht welke leerlingen onafgemeld afwezig zijn. Indien noodzakelijk doet de conciërge van de school navraag bij de ouders. De leerkracht houdt de absentieadministratie bij. De school meldt afwezigheid van leerlingen bij de leerplichtambtenaar, wanneer de ongeoorloofde absentie de drie dagen te boven gaat.

De tussen-de-middag-opvang Voor de leerlingen bestaat de mogelijkheid tot overblijven op school tussen de ochtend en de middag. De tussen-de-middag-opvang wordt georganiseerd door de school zelf. De kinderen nemen zelf hun brood en drinken mee. U kunt uw kind aanmelden voor het overblijven via de website van de school. De kosten voor het overblijven bedragen € 1,50 per keer.. Het geld wordt via automatische incasso van uw banken/of girorekening afgeschreven. Het overblijven wordt door een aantal vaste overblijfkrachten verzorgd.

Media (foto’s en website) Bij diverse activiteiten in en om de school worden foto‟s gemaakt die gebruikt kunnen worden voor in de klas, maar ook voor de klassenkrant op onze website e.d. Mocht U bezwaar hebben tegen gebruik van foto‟s waarop Uw kind valt te bewonderen, dan dient U dit aan het begin van het schooljaar bekend te maken bij de directie. Dit kan tot oktober. Wij wijzen U erop dat in het geval de pers foto‟s of films maakt van een activiteit dit onder de persvrijheid valt. Wel zullen we in een dergelijk geval de betreffende personen wijzen op de bezwaren, zodat er kan worden geprobeerd daar rekening mee te houden.

Groepssamenstelling M.b.t. de groepssamenstellingen van de groepen 1/2 en 3 is een protocol samengesteld waarin de regels zijn opgenomen die uitgangspunt zijn voor het samenstellen van een groep leerlingen. U kunt het protocol opvragen bij de directie.

Pleintoezicht Voor aanvang van de schooltijd, zowel „s ochtends als „s middags, en in de ochtendpauze kunnen kinderen vanaf groep 3 spelen op het schoolplein. Daarbij treden steeds twee leerkrachten op als pleinwacht. Het is, zowel voor de leerlingen als de ouders, verboden om op het schoolplein en in de gangen naast het buurtcentrum te fietsen.

Schooltijden Alle groepen hebben dagelijks les van 08.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 15.00 uur. De groepen 5 t/m 8 gaan woensdags van 08.30 tot 12.30 naar school. De groepen 1 t/m 4 gaan woensdags van 08.30 tot 12.00 uur naar school en hebben op de vrijdagmiddagen vrij.

33


Verjaardagen Trakteren is natuurlijk leuk maar maak het niet te gek. Wij houden van een gezond hapje. Kinderen die vier worden, vieren over het algemeen hun verjaardag op de peuterspeelzaal of crèche. Het is prettiger voor uw kind om de verjaardag met bekenden te vieren. De school staat voor een goed en veilig sociaal klimaat. Dat betekent dat bij gezellige en feestelijke activiteiten altijd alle kinderen mee mogen doen. Daarom aan leerlingen en ouders/het verzoek om uitnodigingen voor besloten feestjes en dergelijke, niet op school of op het plein uit te delen.

Ziekte/ afwezigheid Is uw kind ‟s ochtends niet in staat om naar school te gaan, dan kunt u voor 9.00 uur bellen met de conciërge (Nico) van de school voor de groepen 3 t/m 8. Het telefoonnummer is 5290267. Voor de groepen 1 en 2 kunt u bellen met de conciërge (Nourradine) van de Concourslaan. Het telefoonnummer van deze locatie is : 050-5252045. Ook kunt U uw kind afmelden via onze website www.destarter.nl, onder de kop contact en vervolgens ziekmelding.

Eten en drinken De kinderen in de onderbouw krijgen halverwege de ochtend de gelegenheid om iets te eten (brood of fruit) en te drinken (liever geen koolzuurhoudende dranken). Ouders dienen de kinderen zelf iets te eten en/of drinken mee te geven (liever geen zoetigheid). Op lunchtrommels en drinkbekers dient de naam van het kind te staan.

De kleding voor het bewegingsonderwijs 

In de groepen 1 - 2 krijgen de kinderen in het speellokaal van de school bewegingsonderwijs in de vorm van spel en kleutergymlessen. Ouders dienen te zorgen voor passend schoeisel. Goed zittende schoenen met elastiek over de wreef en stroeve zool zijn zeer geschikt. De schoenen, die kinderen zelf moeten kunnen aantrekken,voorzien van naam, kunnen op school blijven. In de groepen 3 tot en met 8 krijgen de kinderen les in een aparte gymzaal van een vakleerkracht. Geschikte kleding, dus niet te ruim zittende sportkleding, en stroeve sportschoenen (niet met zwarte zool: dit geeft strepen op de vloer) zijn noodzakelijk. Mocht u het als ouder nodig vinden om incidenteel van deze regel af te wijken, dan dient de leerkracht daarvan vooraf telefonisch of schriftelijk in kennis te worden gesteld. Het schoolzwemmen van groep 4 en 5 vindt plaats in het Helperzwembad. Zwemkleding en handdoek zijn noodzakelijk.

34


Informatie naar ouders Onze school neemt een neutrale positie in ten aanzien van persoonlijke conflicten en duurzame verwijdering tussen ouders. Het belang van een rustige omgeving voor het kind staat bij ons voorop. Dat betekent dat wij te maken hebben met belangen van beide ex-partners. Primair geven wij informatie en doen wij zaken met de eerst verzorgende ouder, maar ook de andere partij heeft belangstelling voor zijn/haar kinderen en recht op informatie (tenzij de rechter dat heeft verboden). Daarnaast kan er sprake zijn van co-ouderschap waarbij beide partijen en verantwoordelijkheden delen. Wat betreft de informatievoorziening denken wij aan de volgende zaken: a) De nieuwsbrieven b) De ouderavonden/10-minutenavonden. c) De rapporten. Omdat beide ouders recht op informatie hebben, maar de school anderzijds ook niet dubbel belast hoeft te worden, stellen wij het volgende voor: Bij een grote groep gescheiden ouders is er voldoende onderlinge communicatie en hoeft de school nauwelijks actie te ondernemen. Rapporten en nieuwsbrieven worden onderling doorgespeeld en bezoeken van contactavonden worden samen gedaan of onderling kortgesloten. Soms verzoekt een ouder om dubbele nieuwsbrieven mee te geven waarbij ze zelf zorgen voor het doorgeven van de info. Aan dat verzoek kan worden voldaan. Daar waar de onderlinge communicatie is verstoord kan voor de volgende oplossing worden gekozen. 1. Indien rapporten niet worden doorgegeven kan een afspraak met de school worden gemaakt om een kopie van de rapporten op te sturen. 2. De nieuwsbrieven kunnen via e-mail naar de ouders op afstand worden gestuurd of gedownload worden van onze site www.destarter.nl. Dat kan ook met de schoolgids en andere relevante schoolinformatie gebeuren. 3. Tien-minutenavonden/contactavonden. Afgesproken kan worden dat bij voorkeur de ouders om beurten de avonden bezoeken. Bij het eerste rapport de eerstverzorgende, bij het tweede rapport de andere ouder. Als toch beide ouders contact rond alle rapporten wensen, kan gekozen worden voor een telefonisch contact met een van de ouders. 4. Bij overige zaken die hierboven niet vermeld staan treden wij graag met u in overleg.

Klachtenregeling openbaar onderwijs gemeente Groningen Ouders/verzorgers of personeelsleden van de school kunnen een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het schoolbestuur (O2G2), personeel van de school of de permanente commissie leerlingenzorg. De mogelijkheid om een klacht in te dienen is gebaseerd op de klachtenregeling Openbaar Onderwijs Groep Groningen. De klachtenregeling maakt een onderscheid in algemene klachten en klachten over seksuele intimidatie. Een algemene klacht over de school, een personeelslid van de school of de permanente commissie leerlingenzorg kan het best eerst besproken worden met de schoolleiding of de contactpersoon voor de vertrouwenspersoon van de stichting O2G2. Ook kunt u het college van bestuur van O2G2 benaderen als u een algemene klacht heeft (tel.3688800). Voor klachten over seksuele intimidatie kunt u het best ĂŠĂŠn van de vertrouwensartsen van de GGD benaderen (tel.3674000) of de contactpersoon van de school. Contactpersoon van de school is Karin Douma. (zie ook de site van de school, onderdeel contact). 35


Als het niet mogelijk is samen met de school,het college van bestuur of de vertrouwensarts een oplossing te vinden, kan formeel een klacht ingediend worden op grond van de klachtenregeling openbaar onderwijs groep Groningen bij de klachtencommissie van de stichting openbaar onderwijsgroep Groningen, p/a Postbus 744, 9700 AS Groningen. De klachtencommissie van de st. openbaar onderwijsgroep Groningen is aangesloten bij de landelijke stichting Onderwijsgeschillen, postbus 85191, 3508 AD te utrecht. De klacht zal worden behandeld door de klachtencommissie openbaar onderwijs groep Groningen of de klachtencommissie seksuele intimidatie. Deze commissies brengen advies uit aan het college van bestuur, waarna deze een beslissing neemt over de klacht..

36


9. DE OUDERS De betrokkenheid van ouders

O

uders vervullen een belangrijke rol bij het onderwijs aan hun kinderen. Een kind brengt ongeveer 25 uur per week door op school gedurende zo‟n 40 weken per jaar, acht jaar lang. Het doet kennis, vaardigheden en contacten op, die zijn of haar verdere leven mee helpen vormen. Elke ouder stelt daarom belang in de school van het eigen kind en het onderwijs dat hij/zij krijgt. Belangstelling van de ouder voor de school stimuleert het kind. Kinderen nemen regelmatig schriften, tekeningen of andere voorwerpen, die zij hebben gemaakt, mee van school om aan hun ouders te laten zien. Het meeleven met en begeleiden van het kind door ouders moedigt aan om van de schooltijd een plezierige leerperiode te maken. Om de ouders bij de school te betrekken, ontvangen zij gedurende het jaar op verschillende manieren informatie, zoals in de jaarlijkse schoolgids en het tweewekelijkse Startsein. Het is ook voor de school belangrijk dat de ouder betrokkenheid toont. In het beleid van de Vensterscholen is ouderparticipatie een belangrijk begrip. Een goed contact tussen de ouder en de leerkracht kan helpen om de specifieke ontwikkeling van een kind beter te begrijpen. Ook helpt overleg met ouders om het onderwijs in het algemeen af te stemmen op de kinderen. Als klassenouder kunnen ouders direct deelnemen aan het schoolleven. Ze hebben een soort “brugfunctie” tussen de ouders van de klas en de leerkracht. Als lid van de Ouderraad kunnen ouders helpen bij het organiseren van bepaalde activiteiten of vieringen. Als lid van de Medezeggenschapsraad zijn ouders betrokken bij het onderwijsbeleid van de school.

De Schoolgids , het Startsein en de website De algemene informatie over De Starter vindt u in de schoolgids. Deze gids wordt elk jaar aan het begin van het schooljaar uitgebracht. Elke veertien dagen verschijnt het digitale Startsein . Deze wordt naar alle ouders gemaild en staat tevens op de site. Het Startsein is een schoolkrant in het klein. In het Startsein worden mededelingen gedaan, die voor de ouders en de kinderen van belang zijn, zoals bijzondere gebeurtenissen, margedagen, voorstellingen. Op de website van de school (www.destarter.nl) treft u algemene en actuele informatie m.b.t. de school aan.

Informatie- en contactavonden Enkele weken na het begin van het schooljaar zijn er voor de groepen 3 en 8 informatieavonden voor de ouders van de kinderen uit deze groep. De leerkrachten geven dan uitleg over het onderwijs dat de kinderen het komende schooljaar zullen volgen. Ook kunt u zelf zien welke schoolboeken en andere hulpmiddelen daarbij worden gebruikt. De informatieavond is niet bedoeld om over individuele kinderen te praten. Verder is er een ouder-kind avond gepland op dinsdag 8 maart 2011. Driemaal per jaar is er een contactavond, waar een ouder gelegenheid heeft om met de leerkracht te spreken over het eigen kind. In een gesprek van zo‟n tien minuten vertelt de leerkracht hoe uw kind presteert, wat zijn of haar sterke en zwakke punten zijn en kunt u met de leerkracht hierover van gedachten wisselen. De eerste contactavond is in september en is meer bedoeld als een kenningsmakingsgesprek, de tweede in januari/februari en de laatste in mei of juni. Het kind krijgt een brief mee van school, waarin de ouder wordt uitgenodigd. Op een antwoordstrookje kan worden aangegeven wanneer u kunt. Dit strookje kan uw kind inleveren op school, waarna het later het precieze tijdstip meekrijgt, waarop de leerkracht u kan ontvangen. Mocht u behoefte hebben aan een langer gesprek of vaker per jaar met de leerkracht willen praten, dan kunt u een afspraak maken. 37


De klassenouders Een school functioneert niet alleen door de inzet van leerkrachten. Medewerking van ouders is onmisbaar. Ouders kunnen op verschillende manieren meehelpen. Sinds 2008 heeft de Starter klassenouders. Zij vormen een soort van brug tussen de leerkracht en de rest van de ouders van een klas op organisatorisch gebied. Aan het begin van het nieuwe schooljaar wordt een oproep gedaan aan alle ouders van een klas wie zich hiervoor beschikbaar stelt. Daarnaast wordt alle ouders gevraagd aan te geven of en met welke activiteiten die de klas betreffen zij mee zouden willen helpen.. Zulke activiteiten zijn bijvoorbeeld de leerkracht helpen in de klas of hulp bieden bij creatieve activiteiten in school.. Ook kunnen ouders af en toe behulpzaam zijn, bijvoorbeeld door mee te gaan op bezoeken aan de bibliotheek, de zwemlessen, assisteren bij het schoolreisje of de kerstmaaltijd van alle groepen, controleren op luizen, mee te helpen bij sportdagen of andere festiviteiten, maar ook onderhoud of de schoonmaak van het speelgoed aan het einde van het schooljaar. De rol van de klassenouders hierbij is dat zij, met de leerkracht, al deze hulp coördineren. Dat De Starter een Vensterschool is, houdt in dat een groter beroep wordt gedaan op medewerking van de ouders. Ouderparticipatie is voor de gemeente Groningen een van de doelstellingen van een Vensterschool. Op dinsdag worden in het Buurtcentrum zogenaamde koffieochtenden gehouden, waar ouders met elkaar en met medewerkers van het Buurtcentrum kunnen praten. Daarnaast zijn er vensterschoolacitiviteiten voor ouders, zoals het Vensterschoolkoor.

De Ouderraad Naast klassenouders heeft De Starter ook een Ouderraad. De Ouderraad is een initiatief van de ouders zelf. De ouderraad heeft als doel te bevorderen dat ouders zich voor de school interesseren, mee te helpen met ondersteunende werkzaamheden en de belangen van de ouders te behartigen. De ouderraad ondersteunt extra activiteiten, zoals de Sinterklaasviering, de kerstmaaltijd, deelname aan de avondvierdaagse en het schoolfeest aan het eind van het jaar. Ook bespreekt de ouderraad algemene schoolzaken en geeft zonodig haar mening daarover aan de medezeggenschapsraad. De activiteiten van de ouderraad worden bekostigd uit de vrijwillige ouderbijdrage. De ouderraad komt ongeveer eens in de zes weken bijeen. Als u zelf in de ouderraad plaats wilt nemen, kunt u contact opnemen via de website.

De ouderbijdragen De Ouderraad van De Starter beheert een schoolfonds. Dit fonds wordt gevormd uit vrijwillige bijdragen van de ouders voor de school. Enkele festiviteiten die de school geheel of gedeeltelijk uit dit bekostigt, zijn: St. Maarten, Sinterklaas, sportevenementen, culturele activiteiten, projecten, schoolverzekering. De thans zittende Ouderraad stelt voor om de ouderbijdrage voor het schooljaar 2009-2010 vast te stellen op € 25 per kind per schooljaar. Op de algemene ouderavond wordt verantwoording van de inkomsten en uitgaven afgelegd. Tijdens het schooljaar vraagt de Ouderraad de ouders enkele keren een bijdrage voor een bepaalde activiteit, zoals de kerstmaaltijd, het schoolreisje en de avondvierdaagse. De kosten van het schoolreisje kunnen in één keer worden voldaan of in termijnen. Mocht U niet in staat zijn om dit bedrag te voldoen, dan kunt U een aanvraag indienen bij de Sociale Dienst. Nadere informatie hieromtrent volgt in het Startsein. U kunt ook gireren op gironummer 3295734 t.n.v. de dir. O.D.S. De Starter onder vermelding van de naam van het kind of de kinderen.

38


Ongevallenverzekering De Ouderraad sluit elk jaar voor alle leerlingen en voor binnen de school werkzame ouders, die een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. De kosten worden betaald uit het schoolfonds. De verzekering is van kracht gedurende de schooltijden alsmede één uur voor en één uur na schooltijd.

De Medezeggenschapsraad Waarom is er een MR? In de loop der jaren is de wens gegroeid om de positie van ouders in het onderwijs meer te versterken. Om dat te bereiken is in 1992 de Wet Medezeggenschap Onderwijs ingevoerd. Hierdoor hebben ouders invloed op onder meer de vormgeving van het opvoedkundige karakter van de school, op het opstellen van het schoolplan en op allerlei zaken die te maken hebben met de organisatie van de school. In de MR zijn de ouders en het personeel gesprekspartners van het bevoegde gezag. Elk van deze twee geledingen heeft in die gesprekken een eigen inbreng, die voortkomt uit de eigen verantwoordelijkheid. Met wie heeft de MR te maken? In de eerste plaats met het bevoegde gezag. Formeel gezien is dit het College van burgemeester en wethouders, het gemeentebestuur. Daarbinnen is de wethouder als portefeuillehouder het eerste aanspreekpunt voor het onderwijsbeleid. Overigens heeft in de gemeente Groningen de onderwijswethouder voor de uitvoering van het onderwijsbeleid een werkmaatschappij opgericht; de wethouder blijft eindverantwoordelijk. In verband met de praktische uitvoerbaarheid heeft het bevoegde gezag de schoolleiding de bevoegdheid gemandateerd, d.w.z. er is een volmacht gegeven, om met de MR besprekingen te voeren over een bepaald aantal onderwerpen. Onder schoolleiding wordt verstaan de directeur of de adjunctdirecteur. Dus waar in het vervolg het bevoegde gezag wordt genoemd wordt ook de directeur bedoeld. In de derde plaats heeft de MR ook een relatie met de Ouderraad. De Ouderraad kan advies uitbrengen aan de MR, gevraagd of ongevraagd. Het gaat dan vooral over zaken die de ouders aangaan. De MR mag een dergelijk advies niet zomaar naast zich neerleggen. Op verzoek van de Ouderraad moet de MR een advies van die raad ter kennis brengen van het bevoegde gezag. De Ouderraad moet zijn begroting ter goedkeuring voorleggen aan de MR. Tot slot is er de Landelijke Geschillencommissie voor het openbaar onderwijs, bij wie de MR of het bevoegde gezag terecht kan indien er een verschil van mening is ontstaan over de besluitvorming over een bepaalde aangelegenheid. Wat doet de MR? Kort gezegd behartigt de MR de belangen van ouders, en daarmee van leerlingen, en personeel en weegt die belangen af om tot een evenwichtig oordeel te komen. De gezamenlijke inbreng van ouders en personeel bepaalt mede de inhoud en de organisatie van het onderwijs op de school. Om deze taak goed te kunnen vervullen is aan de MR een aantal rechten gegeven. Als zwaarste recht geldt het instemmingsrecht: zonder instemming mag het bevoegde gezag bepaalde besluiten niet uitvoeren. Wil het bevoegde gezag het besluit toch doorzetten, dan moet het de stap naar de geschillencommissie maken. In een bepaald aantal gevallen heeft de MR als geheel instemmingsrecht. In andere gevallen heeft alleen de oudergeleding instemmingsrecht, terwijl de personeelsgeleding in die gevallen adviesrecht heeft. Ook het omgekeerde komt voor. Het tweede belangrijke recht wat de MR heeft is het adviesrecht. In de wet en het daarop gebaseerde medezeggenschapsreglement is vastgelegd dat het bevoegde gezag bij een aantal onderwerpen het advies van de MR moet inwinnen. Legt het bevoegde gezag dit advies naast zich neer, dan kan de MR hiertegen een geschil aanhangig maken bij de geschillencommissie. 39


Naast deze twee belangrijke rechten heeft de MR nog drie rechten: - het informatierecht: zonder informatie kan de MR zijn taken niet naar behoren vervullen en als volwaardig gesprekspartner van het bevoegde gezag functioneren; - het recht op overleg; - het initiatiefrecht: de MR heeft het recht om over alle aangelegenheden die de school betreffen voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Hoe doet de MR zijn werk? De MR vergadert ongeveer zeven keer per schooljaar. Bij die vergaderingen is de directeur aanwezig. Twee weken voor de vergadering vindt er een vooroverleg plaats tussen de directeur en de voorzitter en/of de secretaris van de MR. Hierbij wordt besproken welke onderwerpen op de agenda komen. Van de vergaderingen worden verslagen gemaakt, die voor iedereen ter inzage hangen in de tussenhal en ook te vinden zijn op de website van de school. Als het nodig is kan de MR een deskundige uitnodigen. Binnen de MR worden in voorkomend geval de te ondernemen acties verdeeld. Contact met de MR De vergaderingen van de MR zijn openbaar. U kunt dus (een deel van) die vergaderingen bijwonen. Verder kunt u met vragen en/of opmerkingen terecht op het emailadres vzmr@destarter.nl of schriftelijk via het postvakje in de conciĂŤrgeruimte in de hal aan de Parkweg zijde. Ook kunt u persoonlijk of telefonisch contact opnemen met ĂŠĂŠn van de MR-leden, van wie de gegevens achterin deze gids en op de MR-pagina van de website van de school vermeld zijn.

40


10 Namen en adressen Medezeggenschapsraad      

Contactpersoon oudergeleding: Sigrid Japenga voorzitter, tel.: 050-3137644 Alice Steenkamp Renske Brinksma Tineke Boon Hanneke Neuteboom Personeelsgeleding: Petra de Jong, Harm Jan Hoogeberg, Francisca Slagman,Edwin Haverkamp en Loes van Echtelt.

Ouderraad Contactpersoon: Ineke van den Akker, voorzitter, tel.: 050-5266393  Diana van Dingen  Carla Kelly  Caroline Bouman  Dick Specht  Hennie Klasens Vanuit De Starter: Elske Wiersma en Clemmy Saro

Vensterschool(partners) Locatiemanager Vensterschool Stadspark, vacature Lorentzstraat 11 9727 HW Groningen. Van Lieflandschool, Jan Jansema – directeur Paterswoldseweg 131 Paterswoldseweg 131 Dependance Parkweg 128, Parkweg 128 9727 HD Groningen

06-53937394

050 5201160 050 5290267

SKSG, Stichting Kinderopvang Stad Groningen Heresingel 10 9711 ES Groningen

050 3137727

Kindercentrum de Poolster, Catharina Veentjer Huygensstraat 2 9727 JD Groningen

050 5278485

COP, Centraal Orgaan Peuterspeelzalen Postbus 41166 9701 CD Groningen

050 3124325

Peuterspeelzaal Tante Toosje, Parkweg 128

9727 HD Groningen

050 5290267

Buurtcentrum Stadspark, Lorentzstraat 11

9727 HW Groningen

050 5257134

Openbare Bibliotheek Zuid, Thea Ploeger Van Iddekingeweg 183 9721 CG Groningen

050 5255055

41


GGD, Paula Mentink p/a HVD, Hanzeplein 120 9713 GW Groningen Stichting Thuiszorg van Ouder- en Kindzorg, Anja Freije H. Colleniusstraat 20 9718 KT Groningen Zernikecollege, Jaap Bakkelo Helperbrink 30 Westerse Drift 98

9722 EP Groningen 9752 LK Haren

050 3674000 050 5241444

050 5252553 050 5344000

Overige instanties en personen Inspectie van het onderwijs, info@owinsp.nl www.onderwijsinspectie.nl Vragen over onderwijs: 0800 – 8051 (gratis) Klachtenmeldingen over seksuele intimidatie , seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 – 111 3 111 (lokaal tarief) Onderwijswinkel Nieuwe Sint Jansstraat 38

9711 VK Groningen

050 3124856

Daltonvereniging / Stichting Dalton Nederland Bezuidenhoutseweg 251-253 2594 AN Den Haag

070 3315281

Spel- en Opvoedingondersteuning (ma t/m vr 9-13 u. + wo 14-16½ u.) Vismarkt 34a 9711 KT Groningen

050 3120360

Kindertelefoon (tussen 2 en 8 uur, gratis) 06-0432 Opvoedtelefoon (44 ct. p. min.) 06-8212205

Internetadressen www.destarter.nl www.onderwijs.groningen.nl (o.a. alle basisscholen en scholen voor VO in de stad) www.minocw.nl (Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen) www.kennisnet.nl (het Kennisnet) www.dalton.nl (Daltonvereniging) www.owinsp.nl (Onderwijsinspectie) www.cbs.nl (Centraal Bureau voor de Statistiek) www.50tien.nl (adres waar ouders informatie en advies kunnen inwinnen over onderwijs) www.voo.nl (vereniging voor openbaar onderwijs) www.deltaopschool.nl

42


Schoolvakanties Het schooljaar ‟10-„11 begint op 23 augustus 2010 en loopt door t/m 22 juli 2010. Het schooljaar wordt onderbroken door enkele vakanties en vrije dagen. De vakantie regeling ‟10-„11 is als volgt: Herfstvakantie 25-10-10 t/m 29-10-10 Kerstvakantie 20-12-10 t/m 31-12-10 Voorjaarsvakantie 21-02-11 t/m 25-02-11 Paasvakantie 22-04-11 t/m 25-04-11 Meivakantie 02-05-11 t/m 06-05-11 Hemelvaartvakantie 02-06-11 t/m 03-06-11 Pinkstervakantie 13-06-11 t/m 17-06-11 Zomervakantie 25-07-11 t/m 02-09-11 Margedagen Tijdens het schooljaar kan het team gebruik maken van dagdelen voor andere vergaderingen dan na schooltijd. Dit zijn de zogenaamde margedagen of middagen. Deze dagdelen worden o.a. gebruikt voor het voorbereiden en opzetten van projecten en de voorbereiding van onderwijsvernieuwingen. De kinderen zijn op de volgende marge (mid-)dagen vrij. 14-09-10 Groepen 1 t/m 4 21-09-10 Groepen 1 t/m 4 14-10-10 Margedag hele school 05-11-10 Groepen 1 t/m 4 17-12-10 Groepen 5 t/m 8 (alleen ‟s middags) 09-02-11 Groepen 1 en 2 14-03-11 Margedag hele school 19-04-11 Groepen 1 t/m 4 01-06-11 Margedag hele school 22-07-11 Groepen 5 t/m 8 (alleen ‟s middags)

Schooltijden groepen 1 t/m 4 Maandag: Dinsdag Woensdag: Donderdag: Vrijdag:

8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.00 uur, 8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.00 uur.

groepen 5 t/m 8 Maandag: Dinsdag: Woensdag: Donderdag: Vrijdag:

8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.30 uur, 8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur, 8.30 - 12.00 en 13.00 - 15.00 uur.

Rond 10.30 uur heeft elke groep een kwartier pauze. Op woensdag en vrijdag verschillen de eindtijden voor de kinderen uit de onderbouw en de bovenbouw.

43


44


Schoolgids 2010-2011  

Schoolgids ODS de Starter

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you