Issuu on Google+

 

     

    FAALANGSTREDUCTIE TRAINING    "WIE IS ER BANG VOOR ROOD, GEEL EN BLAUW?" 

     

Altijd zeggen zij, wat griezelig, wat griezelig Ik vind het helemaal niet griezelig: Dat zal wel weer zo’n kunst zijn waarvan ik ook niets begrijp (Uit: het sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen, Grimm)

  FAALANGST  

Door angstgevoelens leren wij onze krachten maar ook onze grenzen kennen. Ook het vormen van een oordeel en verantwoording nemen voor onze eigen daden zijn onlosmakelijk verbonden met angstgevoelens. Zonder angstgevoelens kunnen wij mensen ons niet ontwikkelen. Vandaar dat de hoofdpersoon uit het hierboven aangehaalde sprookje erop uitrekt om te leren griezelen. In negatieve zin kan angst verlammend werken en in ernstige mate ons leven gaan overheersen en ons doen en laten ongewild bepalen. Angst werkt dan als een ontwikkelingsremmer in plaats van een ontwikkelingskans. Wij leven in een snelle, individualistisch competitieve maatschappij. Al vanaf zeer jonge leeftijd wordt veelal eenzijdig de nadruk gelegd op intellectuele ontwikkeling en prestaties, waarbij de sociale en kunstzinnige ontwikkeling steeds minder aandacht krijgt. Het is niet onlogisch te denken dat dit maatschappelijke klimaat vooral op kinderen benauwend, verlammend of verkrampend inwerkt en bijdraagt aan de toename van (faal)angst en angststoornissen. In het basisonderwijs heeft één op de tien kinderen last van een "ongezonde faalangst". Deze vorm van angst uit zich alleen als er iets van het kind wordt verwacht, een bepaalde taak waar een beoordeling op volgt. Bijvoorbeeld een dictee of toets op school, spreekbeurt, huiswerk, sportprestatie, etc. Door de angst presteert het kind vaak beneden zijn of haar niveau. Kinderen kunnen zoveel last hebben van hun faalangst dat zij daardoor bedreigd worden in hun cognitieve, emotionele en/of sociale ontwikkeling. Daarbij kunnen zij allerlei psychosomatische klachten ontwikkelen. Faalangst is een op de toekomst gericht gevoel. Je bent bang voor iets wat zou kunnen gaan gebeuren. Binnen deze angstvorm zien wij twee typen: 1. Actieve faalangst: het kind is bang te falen en handelt te perfectionistisch. Deze kinderen blijven bijvoorbeeld eindeloos en zonder positieve bevrediging doorwerken aan (huiswerk) opdrachten of trainingsoefeningen. 2. Passieve faalangst: dit leidt tot te weinig en passief handelen. Deze kinderen komen vaak niet eens tot handelen of presteren onder hun niveau, omdat de angst om te falen een verlammende uitwerking op hen heeft. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld vermijdingsgedrag, slordige ongeïnteresseerde werkhouding of zogenaamde "black outs" tijdens het moment van moeten presteren.     1   


WAAROM EEN KUNSTZINNIGE TRAINING? 

Het beeldend werken met kunstzinnige materialen is voor de meeste kinderen een vanzelfsprekende en ontspannende bezigheid, waardoor zij zich vaak onbewust laten uitdagen en inspireren door de verleidelijkheid van deze materialen. De stap om van daaruit te durven spelen en te experimenteren is vaak snel gemaakt, waardoor in het enthousiasme en met de juiste begeleiding grenzen spelenderwijs verlegd en angsten overwonnen kunnen worden. Doch, een training mag geen training heten als er niet iets te oefenen en te leren valt. Binnen de specifiek kunstzinnige aanpak van Kunz.t atelier zullen kinderen met faalangst hun angsten en frustraties relatief snel tegenkomen. Dat kan al gebeuren in het moeten trekken van rechte lijnen zonder de hulp van een liniaal. De eerste knalrode doelgerichte verfstreek op een spierwit schilderdoek. Of het regelmatig wisselen van stoel tijdens de oefening, waarbij het eigen werk wordt losgelaten en er doorgewerkt moet worden in andermans kunstwerk. Samen aan een opdracht werken is ook geen eenvoudige zaak, als je allebei denkt het grondig te verpesten. En je eigen werk presenteren aan de groep en later zelfs aan familie en genodigden… daarvan breekt bij iemand zonder last van faalangst toch al het klamme zweet uit?   VISIE   Binnen de visie van Kunz.t atelier is elk kind een kunstenaar. Daarmee bedoelen wij dat elk kind uniek is in zijn of haar scheppende kwaliteiten en talenten. Wij leren de kinderen om met de bril van een kunstenaar naar zowel zichzelf als naar hun leefwereld te kijken: vanuit het hart, voorbij goed of fout, voorbij mooi of lelijk, etc. De aandacht ligt daarbij niet op hun beperkingen ('wat kan ik allemaal niet?'), maar op de mogelijkheden ('wat kan ik allemaal wel!'). Ons motto: 'Je kan de windrichting niet veranderen, maar wel de stand van de zeilen'.   WERKWIJZE   De training wordt laagdrempelig en groepsgericht ingezet. Tijdens de beginfase wordt duidelijk waar de individuele verschillen en accenten qua hulpvraag liggen, zodat in de daar op volgende fase individueel specifieke bijsturing kan plaatsvinden. Op deze wijze werkt elke deelnemer binnen de groep aan zijn of haar persoonlijke doelen. De vervolgfase steunt op drie peilers: 1. Werken aan je eigen faalangst vraagt veel moed van de kinderen, omdat zij binnen iedere nieuwe opdracht in meer of mindere mate de strijd moeten aangaan met de eigen angsten en gevoelens van tekortschieten en falen. De opdrachten worden simpel en stap-voor-stap opgebouwd en zijn afgestemd op de belastbaarheid en mogelijkheden van het kind op dát moment. Onderliggend doel hierbij is om de kinderen de ervaring te laten beleven van een geslaagde handeling. De op deze wijze behaalde succeservaringen bevatten belangrijke bouwstenen voor het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen. De nadruk in de begeleiding van de kinderen ligt voortdurend op bemoediging en positieve stimulering, zodat het vertrouwen in het eigen kunnen kan toenemen. 2. Gaandeweg het traject zullen de doelgerichte oefeningen de kinderen steeds meer confronteren met hun denk- en handelswijzen en de daaruit voortvloeiende angstgevoelens. Deze worden zichtbaar in het kunstzinnige werk: gevoelens en handelingen van onzekerheid of angst krijgen een gezicht, kleur en vorm. Samen met de begeleider kunnen de kinderen daar letterlijk vanaf een afstand naar kijken en omheen lopen. De vraag 'Wat voor hulp heeft jouw kunstwerk nodig?' in plaats van 'Wat voor hulp heb jij nodig?' is een voor het kind niet bedreigende ingang om zijn durf- en moedkracht aan te kunnen spreken. Door deze projectieve benadering richt het kind (onbewust) zijn aandacht en energie op creatieve wijze naar buiten. In plaats van hulpbehoevend te zijn geeft het zelf hulp! De aandacht en hulp die het kind geeft aan het werk, geeft het kind indirect aan zichzelf. Oftewel, de veranderingen die worden aangebracht in het werk zijn metaforisch voor de veranderingen in het kind zelf.

2   


Voorbeeld 1: Marc is een kind wat in het dagelijks leven moeite heeft met zichzelf neer te zetten en daarbij sociale ruimte in te nemen. Hij is een expert in het zichzelf onzichtbaar maken voor anderen. Hij schildert of tekent kleine, vage vormen zonder deze duidelijk te begrenzen; ze lossen als het ware op in de omgeving. Marc krijgt van de begeleider specifieke aanwijzingen om de scheiding tussen vorm en omgeving duidelijker en daardoor zichtbaarder te maken. Voorbeeld 2: Silvie is een kind wat in het dagelijks leven alles krampachtig onder controle probeert te houden. Zij raakt in paniek als zij zich overvallen voelt door onverwachte gebeurtenissen. Zij schildert en tekent binnen bekende en zorgvuldig neergezette kaders, zonder dat de afzonderlijke kleuren in elkaar overlopen. Haar oefening ligt in het durven loslaten van de voorbedachte kaders en vormen en te spelen met de(onverwachte) menging van kleuren waardoor op dynamische wijze verrassende voorstellingen kunnen ontstaan. Door de kinderen consequent op deze wijze te benaderen en uitgaande van hun werk en werkhouding specifieke aanwijzingen en begeleiding te geven, krijgen zij de handvatten om zélf een veranderingsproces op gang te brengen. Daardoor zullen zij steeds meer bereid zijn spontaan het heft in eigen hand te nemen en negatieve gedachten te transformeren om zo hun angsten op eigen kracht te overwinnen. 3. De kinderen werken binnen een vaste homogene groep, onder leiding van een Kunstzinnig Therapeut. De groepsdynamiek is een belangrijk en waardevol instrument binnen de training. De kinderen vinden (h)erkenning, troost en steun bij elkaar. Doordat de kinderen hun eigen problematiek in meer of mindere mate gespiegeld zien bij hun groepsgenoten, komen zij in beweging en uit hun isolement. De onderlinge loyaliteit, steun en positieve coaching is groot. Aan het einde van het traject hebben zij met elkaar vaak diepe zeeën bevaren en hoge bergen bedwongen. Maar vooral hebben zij ook: veel gelachen en plezier aan en met elkaar beleefd.   WAT LEREN DE DEELNEMERS ? 

• Bewustwording van belemmerende (angst)gedachten en de gevoelens die daardoor worden opgeroepen(actie versus reactie) • Via het gestructureerd oefenen met kunstzinnig materiaal leren om te durven loslaten, grenzen verkennen en indien nodig deze verleggen. Zichzelf uiten en durven neer te zetten • Vanuit creativiteit probleemoplossend denken • Doorzettingsvermogen, maar ook het leren accepteren van reële beperkingen • Moedskrachten ontdekken en ontwikkelen en van daaruit eigenwaarde opbouwen • Op een realistische, niet veroordelende manier leren kijken naar zichzelf, de eigen uniciteit en eigen kwaliteiten, maar ook naar de uniciteit van de anderen

  MOGELIJKHEID TOT GEVEN VAN TRAINING  BINNEN SCHOOL OF MAATSCHAPPELIJKE INSTELLING  

• • • • •

Gehele klas of samengestelde groepen Leeftijd 7 t/m 18 jaar Afhankelijk van leeftijd één tot twee uur per week, gedurende 12 weken De groepsleerkracht/mentor is bij alle lessen aanwezig Het programma wordt in overleg met (zorg)team en directie op maat aangeboden   ALGEMENE GEGEVENS   • Locatie Kunz.t atelier: Middeliestraat 10, Amsterdam Noord/Nieuwendam • Groepen worden samengesteld naar leeftijd en ernst problematiek • Twaalf bijeenkomsten (afhankelijk van leeftijd) 1 á 2 uur & eindpresentatie/afsluiting • Intake-, tussenevaluatie- en eindevaluatiegesprek met ouder(s) en kind • Aanmelding via email: info@kunztatelier.nl of telefonisch 020 4181413 / 06 29577621 • Kosten incl. materiaal € 465,- per deelnemer (voor instellingen gelden andere tarieven) * De kosten worden, bij aanvullend pakket, door de meeste verzekeraars geheel of gedeeltelijk vergoed. Indien relevant bestaat tevens de mogelijkheid het Persoonsgebonden Budget(PGB)te gebruiken. 3   


FAALANGSTREDUCTIE TRAINING: Wie is er bang voor rood, geel en blauw?