SP 1982 10(7)

Page 14

o

.§ "Natuurlijk heb ik wel aan de Tom Verschoor-bokaal gedacht. Zeker toen ik m'n logboek moest inleveren. Maar er zijn zoveel meer springers onder de 25 jaar. Dat je echt tot de kanshebbers behoort, nee, dat weet je niet". Joop van Rijswijk, 21 jaar, 335 sprongen, zit direkt na de prijsuitreiking in de grote feestte nt van de NKP aan een van de tafels tegenover me. Naast hem, direkt onder handbereik, de fantastische Tom Verschoor-bokaal, de in brons gegoten vijfmansster op een marmeren sokkel. Samen met een geldbedrag van f 500,- is het de jaarlijkse aanmoedigingsprijs voor een jonge, veelbelovende springer. Het is een beetje een verlegen jongen, zei iemand me van te voren, Geen goede omschrijving, vond ik na het gesprek. Bescheiden is een beter woord. Hij dringt zich niet op de voorgrond, maar zegt - als hem daarom wordt gevraagd - heel precies wat hij ergens van vindt. Hij weet ook pr-ecies wat hij zelf wil. Op een positieve, enthousiaste manier. En intelligent is hij ook: hij kan zichzelf relativeren. Joop begon in 1976 met springen: "Ik had op de TV een filmpje over relatiefspringen gezien en later een demo bij de Houtrusthallen in Den Haag, waar ik woon. Ik vroeg aan een van de springers hoe oud je daarvoor moest zijn. Zestien, zei hij. Ik was net zestien. Kom maar eens langs, zei de springer. En dat deed ik, op Zestienhoven, bij de Flying Dutchmen, die de demo gesprongen had. Van m'n ouders kreeg ik het geld voor de opleiding. M'n moeder vond het maar eng; m'n vader, een reclame-adviseur, niet. Hij wist ongeveer hoe het springen in elkaar zat". Joop liep nogal hard van stapel. In één jaar had hij zijn springvergunning. In 1978/79 was het springen minder. Het eindexamen atheneum moest worden gehaald. En vakantiebaantjes leverden niet zoveel op. Daarna werd hij computerprogrammeur bij Ennia, maar nu, na twee jaar, weet hij dat hij daar de langste tijd van z'n leven heeft gezeten. De dinsdag na afloop van de NKP moest Joop in dienst: "Eerst vier maan-

den Amersfoort, dan 10 maanden Seedorf. Prima. Veel springen dus. Het komt goed uit dat ik dit jaar instrukteursexamen heb gedaan. En na de dienst ga ik geologie studeren, heb ik besloten. Ik heb nu twee jaar in een kamertje gezeten, maar daar kan ik niet tegen". In 1979 deed Joop voor het eerst mee aan de NKP; net als nu aan stijl, precisie èn relatief. "De resultaten waren toen niet indrukwekkend. Maar ik vond het hele gebeuren erg leuk. De sfeer, de vuren 's avonds met die Horsa's, die grote zweefvliegtuigen die ze voor de film "Een brug te ver" hadden gebruikt. Dit jaar was de sfeer weer prima". In 1980 en '81 deed Joop niet mee: "Studie en vakanties. Vorig jaar moest ik in die periode met vakantie. Ik had verkering en daar moet je ook rekening mee houden. Naar Griekenland zijn we geweest. Dit jaar mocht ik niet weg van m'n werk. Toch ben ik gegaan. Woest zijn ze, maar ik vond dit veel te belangrijk. Zowel m'n personeelschef als de directeur hebben me hier van de week opgebeld. Ik moet morgen op kantoor bij ze komen. Zien we wel wat er gebeurt. Misschien neem ik de Tom Verschoorbokaal wel mee. Misschien helpt het!" Het FD-team waarmee Joop deelnam aan de nationale categorie relatiefspringen en waarmee hij de zilveren medaille won, had nauwelijks met elkaar getraind. Tot vlak voor de NKP werden leden van het (jonqe) team vervangen. Ook Joop kwam er vrij laat bij. En toch 25 punten uit 8 ronden. Niet alleen relatief, ook al het andere vindt Joop prachtig. "Ik ben de laatste tijd vrij druk bezig met stijl. Ik denk dat ik een van de weinigen ben, maar ik vind het erg leuk. Het is zoiets als het Ieren beheersen van een explosie. Met ongeveer 10 sprongen had ik een fall away-(stijl-)houding onder de knie. Draaien en salto's uit die houding is erg moeilijk. M'n draaien zijn nog veel te langzaam en niet exact genoeg. Nu had ik vuil 10.17 seconden voor m'n series, maar 3,6 strafseconden erbij. Ik heb nu afgesproken dat ik naar Flevo, naar Jan de Bruyne en Michel Bizot ga. Precisie heb ik nooit serieus gedaan. Ik

zat wel altijd in de bak, maar ik kijk er nu I toch van op dat ik 14e (meen ik) geworden ben. M'n grootste uitschieter is 1.07 m. Verder heb ik een nul, 6, 7, twee keer vijftien, 32 en 45 cm. Helemaal niet zo gek dus. Zo is precisie erg leuk. Ga ik nu ook iets meer m'n best voor doen. Zou ik wel een Foil moeten hebben. Ik spring nu 'met een Pegasus. Relatief vind ik nog steeds het leukst, maar ik blijf stijl er in ieder geval bij doen." Joop wisselt niet alleen de springonderdelen naar hartelust, ook met sporten doet hij dat. Want niet alleen aan springen heeft hij zijn hart verpand, dat geldt evenzeer voor ijshockey, ook al geen alledaags gebeuren. Joop: "Toen ik nog maar net met m'n neus boven de balustrade van het ijshockeyveld in de Haagse Houtrusthallen kwam, wilde ik dat doen. Ik doe het nu al 7 jaar." Is dat niet gevaarlijk? Jaap: "Valt erg mee. Het kan inderdaad wel hard zijn. Maar je hebt een goede bescherming aan. Eén keer heb ik een forse blessure gehad: rugwervelletsel. Maar dat is helemaal geheeld. Met springen heb ik totnu toe niets gehad. Zelfs heb ik nog nooit onder m'n reserve gehangen." Thuis is Joop de jongste van drie broers. Zijn tweede broer heeft hij ook aan het springen gekregen. Die heeft net zijn D-brevet gehaald met 130 sprongen. "We krijgen m'n oudste broer ook nog wel de lucht in!" • Joop - was mij verteld - heeft nóg een voor een springer wonderlijke eigenschap (behalve dus dat hij aan een gevaarlijke sport als ijshockey doet), namelijk hij drinkt niet, althans geen alcohol. "Vind ik gewoon niet lekker. Niets principieels. Ik rook ook niet. Ook dat vind ik niet lekker." Wel heeft hij verkering. We moeten dus aannemen dat roken en drinken de enige zonden zijn die hij niet lekker vindt. Met de bokaal in z'n armen en de medaille om z'n nek gaan we naar buiten voor een foto. Of hij het een en ander van Tom Verschoor weet? Gekend heeft hij Tom natuurlijk niet: Deze verongelukte in 1974 na een relatiefsprong boven Maartensdijk (waar Icarus een bak had) door een hele reeks van op zich afzonderlijk al vrijwel onmogelijke voorvallen en omstandigheden. Joop van Rijswijk weet uit verhalen het een en ander van Tom, vooral omdat Karel Zee, ook iemand van de FD, de bokaal in 1979 won en de verhalen loskwamen over de oprichter van het springen in ons land, de eerste instrukteur en de man die voortdurend iedereen, met name jongeren, bleef stimuleren en enthousiasmeren. Joop: "Ik wist dus ongeveer wie Tom Verschoor is geweest en wat de bokaal inhield. Ik hoop dat ik de toekenning zal waarmaken!" Hein Cannegieter ,

SPORTPARACHUTIST 13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.