SP 1978 7(1)

Page 19

~

hein cannegieter

In gesprek met jac jansen,

nederlands vierde

winnaar van de tom verschoor-bokaal Praten met Jac Jansen is een vrij eenzijdige gebeurtenis. Eenmaal in een hoekje van het restaurant op Maubeuge, een kwartiertje na de prijsuitreiking van de NKP'78, neemt hij onmiddellijk het heft in handen en begint zonder enige vraag zijn levensverhaal als springer af te ratelen. "Met springen begon ik in februari 1976, twee en een half jaar geleden dus. Nu heb ik 342 sprongen, waarvan 180 sinds januari van dit jaar. Ik ben nu 22 jaar. Voor ik op de KMA kwam, had ik nooit iets met springen te maken gehad of er over nagedacht. Wel herinner ik me dat ik als kind - ik was toen zeven jaar een demo heb gezien. Als je op de KMA (Koninklijke Militaire Academie in Breda) komt, dan krijg je lijst met allemaal sporten die je kunt gaan doen. Springen staat daar ook op. Ik heb het meteen aangekruisd. Ed Habets, die toen vierde jaars was, gaf een voorlichtingsavond. Later praatte ik veel met hem. Door hem kwam ik in de eerste grondopleiding van dat jaar. Het eerste jaar ging heel langzaam. Ik vond er de ballen aan. Wel wilde ik de eerste van ons jaar zijn die de wing haalde (actie sprongen). Dus beet ikme er door heen. Daarna was het Ed die me overhaalde de vrije val eens te proberen. En zo had ik in maart allO sprongen, wat me prompt een bestuursplaats in de springclub van de KMA opleverde, want bijna niemand maakt meer dan acht sprongen. Ik had er tien, dus ik ging door, vond men, dus moest ik.in het bestuur. " Na de vakantie '76 reed Jac veel met Eric Boogaars naar Seppe: "Eric had een auto en dat maakte de zaak iets makkelijker. Maar de echte zin in springen kreeg ik pas in januari 1977. Toen kwamen mijn maten van nu Jon Abma en Rob van der Linden naar voren. En zoals in het begin Ed Habets mij stimuleerde om door te gaan, sportparachutist

zo doe ik dat nu met nieuwe jongens die op de KMA komen. De rollen zijn nu omgedraaid. Vorig jaar werd ik bij de nationals 55ste. Ik had 5 sprongen, zeven stratostarsprongen en net met m'n C-Brevet. Nu, een jaar Iate r heb ik dus 342 sprongen en ben zesde geworden vooral een gevol g van twee missprongen, 1,39 en 1,06 m. De andere sprongen waren drie nullen, 4 en 1 centimeter. Charles Pellens Dat ik in één jaar tijd zo ontzettend vooruit ben gegaan, heb ik vooral aan Charles Pellens te danken, die ons echt traint. Voor de nationals vorig jaar zei Charles - ik had dus nog maar zeven sprongen met een square - dat hij me acht keer een circuit wilde zien vliegen met eventueel acht baklandingen. Niets meer. In september gingen we voor verdere wedstrij de rva ring naar een grote internationale wedstrijd in Bad Tölz. Charles zei: je gaat eerst stijl trainen. Kun je dat goed, dan mag je kiezen, stijl of relatief. Charles pakt iedereen goed aan. Hij lult je gewoon naar die nul toe. Elke sprong op Seppe, op de bak, of het na relatief of stijl of wat dan ook is, moet een PAsprong zijn, hoog inkomen, diep in de remmen, recht op de nul af. Charles eist van elke jonge opkomende springer een enorme zelfdicipline. Er moet consencieus en systematisch gewerkt worden aan onderdelen precisie, relatief en stijl. De sprongen moeten kritisch genoteerd worden in het logboek. Als je bij een precisiesprong bijv. 10 cm trapt ook tien centimeter noteren, geen 9, liever nog 20 cm. en vooral waarom (!): te hoog, te ver, kortvaller, overshoot, naast. Naar aanleiding hiervan kun je uit een aantal sprongen een analyse maken over je resultaten en dit soort analyses zijn erg waardevol om vooruit te komen. Met jezelf voor de gek te houden bereik je niets! Later dit seizoen kwam Bram Lasschuijt op de KMA. Van hem heb ik met name veel geleerd wat het allerlaatste eindje van de final approach betreft. 19


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.
SP 1978 7(1) by Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) - Issuu