• • In memoriam
tom verschoor Tom Verschoor is verongelukt. Deze onbegrijpelijke en verbijsterende mededeling vloog zondagmiddag 23 juni door springend Nederland. Onbegrip en ongeloof waren de eerste, logische reacties. Van wie je dat zou kunnen aannemen: niet van Tom Verschoor, Nederlands eerste instrukteu r , houder van ruim 1300 sprongen, deelnemer aan verschillende wereldkampioenschappen, nationaal en internationaal bekend als vrije val fotograaf en bovenal de natuurlijke leider van de gevorderde springers bij Icarus en ook andere clubs. De man met de ongelooflijke ervaring en kennis, verongelukt bij hetgeen hem het afgelopen jaar het meest heeft bezig gehouden: een training van" zijn" relatief team van Icarus. En waarom? Omdat er een crossconnector op zijn reserveparachute ontbrak. Als er een grootvader of grootmoeder, in vele gevallen zelfs als er een verre broer of zuster overlijdt, is dat een klap. Maar voor velen van ons die bijna wekelijks met Tom Verschoor omgingen, die zoveel met Tom in de lucht en op de grond hebben meegemaakt tot de fatale dag aan toe, is dit een klap, die zo diep schokt dat het tijden zal duren voor deze min of meer verwerkt is. Velen waren gewoon stuk, sliepen niet of nauwelijks, konden aan vrijwel niets anders denken. Een zo persoonlijke confrontatie met de dood schokt zeer diep. Hoezeer dit het geval was bleek wel op de begrafenis van Tom, donderdagmiddag 27 juni in Waalwijk. Er waren in de toch niet zo heel erg kleine kerk tientallen zitplaatsen te weinig voor de honderden mensen. De springers waren veruit in de meerderheid. Op weg naar de begraafplaats kwam het verkeer in Waalwijk volstrekt vast te zitten. Toen de eerste auto' s de begraafplaats al lang bereikt hadden, moesten tientallen auto' s bij de kerk nog vertrek4
ken. Het was een manifestatie vriendschap en betrokkenheid, voorkomt.
van grote solidariteit, zoals maar zeer zelden
Ergens bij Vancouver in Canada begon Tom Verschoor in 1958 met springen. Het was de tijd waarin de eerste, zeer kleine stapj es in de richting van het moderne sportspringen werden gezet. Vrije valhoudingen waren niet of nauwelijks bekend. PC' s moesten nog uitgevonden worden. In het boek "Parachutespringen. Handleiding voor een enkele reis aarde" vertelt hij over die tijd. Begin zestiger jaren kwam hij naar Nederland terug. Er was nagenoeg niets op springgebied in Nederland. Regelmatig was hij in Lil le te vinden. Pas in 1965 (nog maar negen jaar geleden!) zette Tom hier een punt achter. Hij startte de Seppe-Spring-School op Seppe en daarmee het sportspringen moderne tijd in Nederland. Via de "grootvadersclausule" werd hij Nederlands eerste instructeur. Die grootvadersclausule hield in dat de RLD iemand instructeur moest maken, hoewel er geen examen- • commissie was en geen andere bevoegde instrukteur om Tom te beoordelen. Vervolgens maakte Tom Charles Pellens en Henk Kok instructeur, evenals Bert Wijnands de springer van het eerste uur die tot zijn dood zijn beste vriend zou blijven, de man bij wie hij meestal eens per week een avond kwam praten. Wegens werkzaamheden aan het vliegveld moest de Seppe Springschool naar het vliegveld Hil versum verhuizen, waar de naam in 1968 in Paraclub Icarus werd omgedoopt door Tom Verschoor. Bert Wijnands ging met hem mee. Charles Pellens en Henk Kok gingen als ENPC naar Teuge. Nadat Seppe klaar was ging Charles terug en bleef Henk Kok op Teuge, waar hij later de VPCT oprichtte. Tot 1972 bleef Tom verschillende bestuursfuncties bij Icarus vervullen. Hij begon toen een eigen zaak die veel tijd vergde en legde zich vrijwel geheel toe op de vrije valfotografie. Belangrijkste feiten uit die periode in het springen van Tom waren ongetwijfeld zijn es serrtiël e bijdrage aan het boek :"ParachLltespringen. Handleiding voor een enkele reis aarde", waarvoor Hein Cannegieter de tekst schreef en Tom de ongeveer zestig foto' smaakte. Uit deze tijd stamt de nauwe samenwerking en de band die tussen hen tweeën bestond. Samen verzorgden zij vele publikaties. Ander hoogtepunt uit deze periode wasongetwijfeld dat één van Tom' s foto' s als paginagrote "leading foto" in het beroemde Amerikaanse blad "The Parachutist" verscheen. Het laatste jaar veranderde zijn belangstelling weer. Hij begon weer wedstrijden te springen en deed dat zo goed, dat hij weer deel ging uitmaken van het nationale team, waarin hij één van de beste springers bleek. De spanning die hem vroeger bij belangrijke wedstrijden nogal eens een missprong bezorgde, bleek nu sterk verminderd. Hoogtepunten waren de eerste plaats in Lebach 1973, de jaarlijks belangrijkste wedstrijd in Duitsland, en zijn PA gemiddelde over 10 sprongen van 0.22 m(!) in Graz datzelfde jaar. Nog meer van zijn enorme en bijna onbegrijpe-. lijke energie investeerde hij in het relatief springen, het springonderdeel dat zijn grootste liefde had. Sterren en andere formaties worden bij goed weer elk weekend op Hilversum aan de lopende band gemaakt. En dat is alleen en uitsluitend het werk van Tom, hierbij sterk ondersteund door Jaap Havekotte en Ben Woltering. Samen met Ben zorgde hij er ook voor dat Icarus een Pilatus Porter kreeg, die - hoewel met wisselend succes in bedrijf - het voor Nederlandse springers mogelijk maakte grote formaties te maken. De eerste echte wereldkampioenschappen relatiefspringen, die volgend jaar gehouden zullen worden, waren het voor Nederland zo belangwekkend doel dat hij zich gesteld had. Het zal zeer de vraag zijn of er iemand in Nederland is die met een even grote kennis en ervaring plus de benodigde enorme hoeveelheid energie en tijd plus het noodzakelijke natuurlijke overwicht zijn werk hiervoor kan overnemen. Wellicht is dit het enige punt waarop Tom zichzelf nog sportparachutist
ni d~ zi In hi ns hi v~
le hl
wl
te hl er Il1 w,
V,
o Ir 0'
S
Ir Ir
"j
~ dl
hl
g ti
E
dl
« hl
d
li'
kl
h
0'
'~
'; z
s.
s: