Issuu on Google+

Jaarverslag 2006

Kale - Leie Archeologische Dienst


2

Colofon Š 2007 Š Kale - Leie Archeologische Dienst, individuele auteurs (Johan Hoorne = JH; David Vanhee = DV) Layout : Johan Hoorne, Kale - Leie Archeologische Dienst Druk & bindwerk : Acopy bvba, Kortrijk Verantwoordelijke uitgever : Kale - Leie Archeologische Dienst Kasteelstraat 26 9880 Aalter www.deklad.be

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

3

Inhoud 1. Inleiding

5

2. Algemeen overzicht van de werking in 2006 (DV)

7

2.1. Personeelszaken 2.1.1. Bestendiging van het contract van de tweede intergemeentelijke archeoloog 2.1.2. Tijdelijke projectmedewerkers

7 7 7

2.2. Uitbreiding 2.2.1. Vraagstelling naar andere gemeenten 2.2.2. Toetreding van de Provincie Oost-Vlaanderen

8 8 8

2.3. Samenstelling van de Raad van Bestuur

8

2.4. Bijeenkomsten van de Raad van Bestuur

9

2.5. Contactgegevens KLAD

9

3. Administratie (DV)

11

4. Inrichting en uitrusting (DV)

13

4.1. Inrichting van het gebouw

13

4.2. Kantoormateriaal

13

4.3. Archeologische uitrusting

13

4.4. Bestelwagen

14

5. FinanciĂŤn (DV)

15

5.1. Inleiding

15

5.2. Gemeentelijke bijdrage

15

5.3. Provinciale bijdrage

15

5.4. Subsidie van de Vlaamse Overheid 2006

16

5.5. Begroting en de balans

16

6. Algemene archeologische werking (JH & DV)

17

6.1. Contacten met het werkveld (DV) 6.1.1. Samenwerking gemeentelijke en intergemeentelijke diensten (VIA) 6.1.2. Vlaamse Overheid, VIOE 6.1.3. Vlaamse Overheid, Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed 6.1.4. Provincie Oost-Vlaanderen 6.1.5. Universiteit Gent 6.1.6. Regionale partners

17 17 17 17 17 18 18

6.2. Archeologische adviezen (DV)

19

6.3. Lokale Archeologische Advieskaarten (JH)

22


4

Jaarverslag 2006

6.4. Publiekswerking, educatief werk en pers (JH & DV) 6.4.1. Nacht van de Geschiedenis 6.4.2. Open Monumentendag 6.4.3. Heemkundig artikel 6.4.4. Website en nieuwsbrieven 6.4.5. Pers 6.4.6. Educatieve werking 6.4.7. Tentoonstellingsproject

23 23 23 23 24 25 25 25

6.5. Wetenschappelijke publicaties en voorstellingen (JH)

25

7. Archeologisch onderzoek (JH)

29

7.1. Opgravingen 7.1.1. Aalter – Kerkhof (JH) 7.1.2. Aalter – Loveldlaan (JH) 7.1.3. Deinze – Terwilgenstraat (JH) 7.1.4. Knesselare – Kouter (JH) 7.1.5. Evergem – Kluizendok (JH)

29 29 31 33 35 36

7.2. Werfcontroles 7.2.1. Astene – Aquafin (DV) 7.2.2. Knesselare – Aquafin. Fase 1B (JH) 7.2.3. Knesselare – Aquafin. Fase 2 (JH) 7.2.4. Lijst van de werfcontroles met geen of beperkte resultaten

38 38 39 41 44

7.3. Prospecties met ingreep in de bodem 7.3.1. Deinze – Witte Kaproenenstraat (JH) 7.3.2. Vosselare – Damstraat (JH) 7.3.3. Nevele – Cyriel Buyssestraat (JH) 7.3.4. Nevele – Oossekouter (JH) 7.3.5. Lovendegem – Bredestraat (JH)

45 45 46 47 47 48

7.4. Prospectie zonder ingreep in de bodem

49

8. Voorlopige planning 2007 (JH)

51

8.1. Algemene werking

51

8.2. Beheer en beleid

51

8.3. Veldwerk

51

8.4. Terugkoppeling naar het werkveld en het grote publiek

52

9. Bijlagen

53

9.1. Verslagen van de Raad van Bestuur

53

9.2. Begroting 2006

81

9.3. Financiële balans 2006

83

9.4. Resultatenrekening 2006

85

9.5. Grootboek 2006 9.6. Begroting 2007


Kale - Leie Archeologische Dienst

5

1. Inleiding De Kale-Leie Archeologische Dienst (KLAD) slaagde er ook tijdens het verkiezingsjaar 2006 in te evolueren. Zo trad de Provincie Oost-Vlaanderen definitief toe. Onder meer dankzij de provinciale bijdrage van €€10.000 beschikte de dienst over voldoende financiën om twee intergemeentelijke archeologen voltijds in te zetten. Daarnaast werd er ook vaker getracht te werken met tijdelijke medewerkers op projectmatige basis. Door de inzet van meer krachten kon meer verwezenlijkt worden. De lokale archeologische advieskaarten voor de 6 gemeenten werden opgemaakt en voorgesteld aan de gemeentelijke diensten Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening. Verschillende vooronderzoeken, werfcontroles en opgravingen werden tot een goed einde gebracht. Er werd werk gemaakt van verschillende initiatieven ter verruiming van het maatschappelijk draagvlak voor archeologie : de KLAD was vertegenwoordigd op de Nacht van de geschiedenis, Erfgoeddag en Openmonumentendag. De website werd verder uitgewerkt en nieuwsbrieven over de belangrijke vondsten gingen virtueel de wereld in. Een zeer belangrijke stap voor de ontsluiting van het regionaal archeologisch erfgoed was het ontwikkelen van een reizende tentoonstelling en educatieve koffer rond rurale archeologie. Dit was mogelijk door de samenwerking met de Erfgoedcel Meetjesland en een subsidie van de Dienst Land- en Tuinbouw van de provincie Oost-Vlaanderen. Op deze manier zullen 16 gemeenten de volgende jaren kennis kunnen maken met het eigen archeologisch patrimonium ontdekt door de KLAD of andere onderzoekers. Ondanks het feit dat het niet altijd even evident bleek de KLAD te besturen tijdens dit verkiezingsjaar – omdat verschillende leden van de raad van bestuur met een nog drukkere agenda dan voorheen af te rekenen hadden – kunnen het bestuur en de medewerkers van de KLAD toch terugblikken op een mooie lijst verwezenlijkingen. Dit jaarverslag biedt dan ook een volledig bestuurlijk en administratief overzicht en bevat anderzijds een samenvatting van alle archeologische werkzaamheden en van de publiekswerking.


6

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

7

2. Algemeen overzicht van de werking in 2006 (DV) 2.1. Personeelszaken 2.1.1. Bestendiging van het contract van de tweede intergemeentelijke archeoloog Reeds tijdens de vergadering van 14 april 2005 besliste het bestuur van de KLAD een tweede intergemeentelijk archeoloog aan te werven, om de grote hoeveelheid werk op te kunnen vangen. Na de examenprocedure stelde de RVB op 14 juli 2005 Johan Hoorne aan als intergemeentelijk archeoloog en dit op halftijdse basis vanaf 1 september 2005. Al op de RVB van 8 december 2005 was duidelijk dat er in 2006 voldoende middelen zouden voorhanden zijn om dit contract vanaf maart 2006 om te zetten naar een fulltime betrekking van onbepaalde duur. Hiervoor wordt de budgettering nauwlettend in de gaten gehouden zodat de uitbetaling van de lonen gewaarborgd blijft.

2.1.2. Tijdelijke projectmedewerkers Na het project Aquafin fase I te Knesselare – waar 2 extra projectarcheologen werden aangeworven door de KLAD en betaald door Aquafin werden – trachtte de KLAD vaker extra medewerkers via projecten aan te nemen. Zo werden Sigrid Klinkenborg en Adelheid De Logi ingezet op het onderzoek in de Terwilgenstraat te Deinze, onder leiding van de KLAD, maar aangeworven door bouwheer Durabrik. Toen de KLAD in samenwerking met de Erfgoedcel Meetjesland een subsidie verkreeg bij de Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Land- en Tuinbouw voor het project rond de geschiedenis van het platteland werd het mogelijk een projectmedewerker “publiekswerking” te aanvaarden voor een periode van 5 maanden (1 december 2006 tot 1 mei 2007). Voor deze job werd een functieomschrijving opgemaakt en verdeeld via verschillende kanalen zoals VDAB, Cultuurnet, Culturele Biografie en Archeonet. Tegen 6 november hadden 34 kandidaten gereageerd. Wegens de hoge tijdsdruk werd eerst een selectie gehouden op basis van de motivatiebrief en het CV. Daarbij werd gelet op verschillende criteria zoals de ervaring met het educatief aspect, ervaring met het projectmatig werken, ervaring met en kennis van archeologie (en meer specifiek rurale archeologie en landbouw), softwarekennis en het al dan niet houder zijn van een rijbewijs B. Op deze manier werd het aantal kandidaten voor de mondelinge selectie teruggedrongen tot acht. Uiteindelijk namen zeven kandidaten deel aan het mondeling gesprek op 15 november 2006. Daarbij testte de jury de kandidaten op hun persoonlijkheid, hun kennis over de KLAD en de regionale archeologie, inclusief het overbrengen van het onderwerp naar het publiek en naar hun inzicht over de projectmatige aanpak. Vier kandidaten leken geschikt om dit project in goede banen te leiden. De jury rangschikte de kandidaten als volgt : 1) L. De Clercq, 2) E. Martens, 3) L. Watteyn en 4) A. Meirhaeghe en stelde aan het Bestuur voor L. De Clercq aan te werven. Dit voorstel werd besproken op de Raad van Bestuur van 23 november 2006 en na een positief gesprek tussen de voorzitter J. Verstrynge en ondervoorzitter M. Pynaert met de kandidate op 27 november stemde de Raad van Bestuur hiermee in. L. De Clercq startte op 1 december 2006 als tijdelijke projectmedewerker publiekswerking bij de KLAD. Zij zal instaan voor de uitwerking van de reizende tentoonstelling rond de geschiedenis van het platteland aan de hand van archeologische vondsten en de educatieve koffer. Meer informatie over het project zelf is in het luik Publiekswerking van dit jaarverslag opgenomen.


8

Jaarverslag 2006

2.2. Uitbreiding 2.2.1. Vraagstelling naar andere gemeenten Eind 2005 werden nog drie gemeenten aangesproken om toe te treden tot de KLAD. De gemeenten Eeklo en Zomergem lieten toen al weten wegens budgettaire redenen niet toe te treden tot de KLAD. Maldegem reageerde niet. Gezien een besluitvorming rond de toetreding net voor de verkiezingen erg gevoelig zou liggen binnen de verschillende gemeentebesturen, ondernam de KLAD tijdens 2006 geen nieuwe pogingen om gemeenten te bewegen toe te treden.

2.2.2. Toetreding van de Provincie Oost-Vlaanderen Op 22 november 2005 stemde de Provincieraad in met de toetreding tot de KLAD. Nog datzelfde jaar stemde de RVB in met de voorlopige toetreding van de provincie Oost-Vlaanderen, waarna de procedure voor de definitieve toetreding op gang kwam. Tegen eind februari hadden de respectieve gemeenteraden van de deelnemende gemeenten de toetreding van de provincie goedgekeurd en op de RVB van 26 april 2006 stemde een meerderheid van de raadsleden in met de definitieve toetreding van de Provincie Oost-Vlaanderen vanaf 1 mei 2006. De bijdrage van de Provincie Oost-Vlaanderen betekent voor de KLAD een jaarlijkse financiële injectie van €€10.000.

2.3. Samenstelling van de Raad van Bestuur De provincie Oost-Vlaanderen wordt in het bestuur van de KLAD vertegenwoordigd door de heren H. Heyerick en J. Beke, die er als leden met effectieve stem zetelen. Verder werd de heer S. Smets aangeduid door de gemeente Aalter als lid met raadgevende stem. Na het doorvoeren van het Beter Bestuurlijk Beleid bij de Vlaamse Overheid nam N. Lemay de plaats in van S. Mortier als technisch adviseur voor het Agentschap Ruimtelijke Ordening & Onroerend Erfgoed. In 2006 zag de Raad van Bestuur van de KLAD er als volgt uit : Bestuursmandaten : voorzitter J. Verstrynge (Aalter), ondervoorzitters C. Genbrugge (Evergem) en M. Pynaert (Nevele), secretaris F. Van Steenkiste (Deinze) en penningmeester J. Roose (Knesselare). Effectieve leden : J. Beke (Oost-Vlaanderen), T. Deman (Nevele), P. De Waele (Evergem), C. De Wispelaere (Lovendegem), G. Ginneberge (Deinze), H. Heyerick (Oost-Vlaanderen), P. Hoste (Aalter), F. Tanghe (Knesselare) en E. Van Acker (Lovendegem). Raadgevende leden : J. Cornelis (Nevele), T. De Kimpe (Deinze), K. Pisman (Evergem), M. Schelstraete (Knesselare) en S. Smets (Aalter). Technisch adviseurs : F. Bastiaen (Aalter, Dienst Bevolking), L. Bauters (Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Monumentenzorg en Cultuurpatrimonium), W. De Clercq (Universiteit Gent, Vakgroep archeologie en oude geschiedenis van Europa), J. Hoorne (intergemeentelijk archeoloog KLAD), N. Lemay (Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed), D. Vanhee (intergemeentelijk archeoloog KLAD), G. Van Beversluys (Deinze, Dienst Cultuur) en R. Walgraeve (Nevele, Werkgroep Monumenten, Landschappen en Archeologie).


Kale - Leie Archeologische Dienst

9

2.4. Bijeenkomsten van de Raad van Bestuur Tijdens 2006 hield de Raad van Bestuur 9 bijeenkomsten. 9 februari 2006 Koetshuis Kasteel Poeke, Aalter 19 februari 2006 Vergaderzaal cafĂŠ De Kastelein Nevele 13 april 2006 Gemeentehuis Knesselare 26 april 2006 Langemunt 16 Vosselare Nevele 8 juni 2006 Stadhuis Deinze 6 juli 2006 Koetshuis Kasteel Poeke, Aalter 29 augustus 2006 Gemeentehuis Evergem 12 oktober 2006 Gemeentehuis Lovendegem 23 november 2006 Koetshuis Kasteel Poeke, Aalter

(herneming) (herneming) (herneming) (herneming)

De vergadering van donderdag 14 december 2006 is verdaagd naar 25 januari 2007. Op deze laatste vergadering van de huidige Raad van Bestuur zal de begroting 2007, de eindbalans en het jaarverslag van 2006 goedgekeurd worden. Daarna krijgen de leden van de Raad van Bestuur als bedanking een etentje in restaurant De Bestemming aangeboden. De verslagen van de bijeenkomsten van de Raad van Bestuur zijn bijgevoegd in bijlage.

2.5. Contactgegevens KLAD Adres : Telefoon en Fax : Website : Email :

Kale – Leie Archeologische Dienst Kasteelstraat 26 9880 Aalter 051/636136 www.deklad.be info@deklad.be

Contactpersoon : GSM : Email : Contactpersoon : GSM : Email :

Johan Hoorne (Intergemeentelijke Archeoloog) 0495/22.71.43 johan.hoorne@deklad.be David Vanhee (Intergemeentelijke Archeoloog) 0498/36. 26. 80 david.vanhee@deklad.be


10

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

11

3. Administratie (DV) Op administratief vlak zijn in 2006 geen grote aanpassingen doorgevoerd. Er werden wel enkele problemen opgemerkt inzake ďŹ nanciĂŤle transacties vanuit de 091-rekening en sommige procedures werden als zeer tijdrovend ervaren. Aanpassingen op dit vlak zullen echter volgend jaar aan het nieuwe bestuur voorgelegd worden.


12

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

13

4. Inrichting en uitrusting (DV) 4.1. Inrichting van het gebouw Daar steeds vaker met extra projectmedewerkers gewerkt wordt, is een betere indeling van het bureau en de werkruimte noodzakelijk. Ook in de loods diende dringend meer ruimte gecreëerd te worden om de vele stalen en vondsten te bergen. Omdat de firma Adirack reeds in 2005 al het materiaal voor rekken en de constructie van een tweede etage geleverd had, werd besloten eerst de loods verder in te richten. In oktober 2006 werd een constructie opgetrokken waardoor aan de linkerkant van de loods een zee aan extra ruimte ontstond. In 2007 zal er verder werk gemaakt worden van de invulling van de rekken en het beter benutten van deze nieuwe ruimte. Verder zal er meer verlichting geplaatst worden. In de rechterzijde zullen extra paletten en bakken geplaatst worden om grote vondsten zoals (hout van) waterputten en grotere hoeveelheden grondstalen te huisvesten. Ook de aankoop van een transpalet staat op het programma om de grote stukken makkelijker te kunnen verplaatsen. In de bureauruimte zijn een extra bureaumeubel en een bureaustoel geplaatst om de projectmedewerker “publiekswerking” een volwaardige werkplek te geven. De ruimte werd volledig herschikt om drie volwaardige bureauplaatsen te creëren. In 2007 zullen de werkruimte en de hal heringericht worden. In 2006 is er steeds vaker vastgesteld dat onbekenden zich toegang verschaften tot het bureau of de loods. Daarom besloot het bestuur een veiligheidslot te plaatsen op de entreedeur. Het aantal sleutels is beperkt : twee voor de archeologen en één voor het Natuur Educatief Centrum. Verder is er een spersleutel geplaatst in het slot van de loods, zodat de toegang bemoeilijkt wordt. De bestelbonnen en/of de facturen van deze aankopen zitten in bijlage.

4.2. Kantoormateriaal Naast wat kleiner kantoormateriaal werd verder nog een laptop aangekocht. Deze aankoop kadert – net zoals de aankoop van een nieuwe bureaustoel en bureau – in de investeringen voor het plattelandsproject en dienen om de projectmedewerker publiekswerking goed onder te brengen. De bestelbonnen en/of de facturen van deze aankopen zitten in bijlage.

4.3. Archeologische uitrusting In 2006 werd er een groepsaankoop tussen de intergemeentelijke archeologische diensten KLAD, Raakvlak, ADAK en ZOLAD georganiseerd om een betere prijs te krijgen bij de aankoop van waterbestendig mm-papier bij de firma ProSell (Leidschendam, Nl.). In totaal werden 500 vellen aangekocht, waarvan 200 voor de KLAD. De andere diensten kochten elk 100 vellen aan. De KLAD fungeerde daarbij als centraal aankooppunt en schreef onkostennota’s uit aan de participerende diensten. Verder werden nog kleinere zaken zoals meetmateriaal en graafmateriaal aangeschaft en werd geïnvesteerd in herstellingen en onderhoud van het materiaal. De bestelbonnen en/of de facturen van de aankopen zitten in bijlage.


14

Jaarverslag 2006

4.4. Bestelwagen De KLAD kocht in 2004 een tweedehandse Mercedes 310D bestelwagen aan. De ouderdom en de hoge kilometerstand begonnen zich echter te uiten in hogere onderhoudskosten. Daarom besloot het bestuur uit te kijken naar een alternatief. Bij garage Maeyens in Lovendegem werd een jonge tweedehandse VW Transporter 1.9 Tdi (bouwjaar 2002 en 76.000km) in zeer goede staat gevonden. Deze kost daarnaast een stuk minder aan taksen, verzekering en is zuiniger verbruik. Met de teruggave op de oude Mercedes zou deze bestelwagen €₏ 7.400 kosten. Wegens deze voordelen besloot het bestuur deze VW Transporter aan te kopen. De factuur van deze aankoop zit in bijlage.


Kale - Leie Archeologische Dienst

15

5. Financiën (DV) 5.1. Inleiding De KLAD ging het jaar 2006 in met nog €€ 50.472,94 op de rekening. Het bestuur besliste dan ook dat er in dit jaar meer plaats was voor investeringen zoals de inrichting van de loods en de aanschaf van een andere bestelwagen, en verder dat er meer budget kon voorzien worden voor publiekswerking in de vorm van een reizende tentoonstelling. De grootste investering was echter de bestendiging van het contract van een tweede intergemeentelijke archeoloog.

5.2. Gemeentelijke bijdrage De KLAD hanteert de volgende formule bij het berekenen van de gemeentelijke bijdrage : VB + (aantal ha x OB) + (aantal inwoners x IB). VB vast bedrag = €€ 2.790 OB oppervlaktebijdrage = €€ 0,315 per ha IB inwonersbijdrage = €€ 0,1125 per inwoner Daarbij wordt de inwonersbijdrage berekend op basis van de bevolkingsgegevens van het jaar onmiddellijk voorafgaand aan het werkingsjaar, zoals vastgelegd in artikel 20 van de Statuten van de projectvereniging KLAD. In 2006 kon de KLAD rekenen op de volledige bijdrages van de gemeentes Aalter (€€ 7.466,47), Deinze (€€ 8.327,75), Evergem (€€ 8.775,20), Knesselare (€€ 4.849,83), Lovendegem (€€ 4.451,56) en Nevele (€€ 5.664,29). In totaal kreeg de KLAD €€ 39.535,10 aan gemeentelijke bijdragen.

5.3. Provinciale bijdrage De provinciale bijdrage van Oost-Vlaanderen is vastgelegd op €€ 10.000. Deze werd op 30 augustus 2006 gestort.

5.4. Subsidie van de Vlaamse Overheid 2006 De Resultaatsverbintenis 2006 tussen de toenmalige Afdeling Monumenten en Landschappen (nu Agentschap R-O) en de KLAD werd pas na de laatste bijeenkomst van de Raad van Bestuur van 2005 ontvangen. Daarom werd deze pas besproken en goedgekeurd tijdens de eerstvolgende bestuursvergadering op 19 februari 2006. Hierdoor was de verbintenis niet tijdig terugbezorgd bij de administratie en belandde de KLAD niet op de officiële lijst van gesubsidieerde archeologische diensten. Dit werd rechtgezet door de bevoegde administratie, maar het zorgde wel voor een vertraagde uitbetaling van de eerste schijf (€€ 20.000) van de subsidie 2006 die pas tegen 2 juni 2006 werd uitbetaald. De tweede schijf werd wel direct na de aanvraag uitbetaald op 14 juli 2006. De Resultaatsverbintenis tussen de KLAD en de Afdeling Monumenten en Landschappen (nu Agentschap R-O) bevatte zoals elk jaar een afsprakennota en de modaliteiten van de toekenning. De afsprakennota legt het gebruik van de subsidie vast. Deze moet in de eerste plaats gebruikt worden om de loonkost van een archeoloog te betalen. Deze archeoloog – of eigenlijk de dienst – moet instaan voor de volgende taken:


16

Jaarverslag 2006

1. Beleidsvoorbereidende taken en –opvolgende taken - Opmaken van een overzicht van de archeologische erfgoedwaarden en het actualiseren van de inventaris ervan. - Opmaken van een lokale archeologische advieskaart per gemeente. - Integreren van het archeologisch beleid in de structuurplanning en de stedenbouw. - Adviseren van belangrijke stedenbouwkundige vergunningen. - Bijhouden van een register van alle uitgebrachte adviezen en alle verrichte terreinwerkzaamheden. - Opmaken van een beheersplan. 2. Veldwerk - Prospecteren met het oog op de detectie van nieuwe vindplaatsen, met bijzondere aandacht voor de risicogebieden. - Controleren van bouwwerven. - Uitvoeren of laten uitvoeren van noodonderzoek. - Opvolging van de vergunde opgravingen in de regio die uitgaan van andere archeologen of instanties. 3. Sensibiliserende en stimulerende taken - Aanmoedigen van archeologisch onderzoek in de regio. - Fungeren als aanspreekpunt voor de regio en zorgen voor afstemming tussen de verschillende partners. - Nemen van initiatieven ter verbreding van het maatschappelijk draagvlak. - Aandacht hebben voor de vrijwilligerswerking. - Om een regelmatige en efficiënte werking te garanderen wordt de subsidie in schijven uitbetaald. De eerste 40 % (€€ 20.000) van de subsidie wordt vereffend na ondertekening van het Ministeriële Besluit. De volgende 40 % (€€ 20.000) is vereffend op 1 september 2006 na het indienen van een register van de uitgebrachte adviezen. De laatste schijf van 20 % (€€ 10.000) na schriftelijke aanvraag en goedkeuring door het afdelingshoofd van de Afdeling Monumenten en Landschappen aan de hand van de nodige stavingstukken en het jaarverslag.

5.5. Begroting en de balans De begroting 2006 werd enerzijds opgesteld op basis van de gemeentelijke en provinciale bijdragen en de subsidie 2006 van de Vlaamse Gemeenschap en anderzijds op de vermoedelijke uitgaven en investeringen. Begin 2007 wordt de eindbalans 2006 opgemaakt door de accountant en gecontroleerd door de ontvangers van de gemeenten, waarna ze goedgekeurd wordt door de raad van bestuur. U vindt de gecontroleerde balans 2006 en een overzicht van de uitgaven in bijlage.


Kale - Leie Archeologische Dienst

17

6. Algemene archeologische werking (JH & DV) 6.1. Contacten met het werkveld (DV) 6.1.1. Samenwerking gemeentelijke en intergemeentelijke diensten (VIA) Vanaf hun oprichting in 2003 voerden de intergemeentelijke diensten ADAK en KLAD geregeld overleg. Langzaamaan groeide dit uit tot een groter overleg waarbij steeds meer (inter)gemeentelijke archeologische diensten werden betrokken. Op 16 december 2005 werd een belangrijke stap gezet tot een meer gestructureerd overleg. Op die datum zaten de gemeentelijke diensten van Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Mechelen, Tongeren, Maaseik (Museactron) en de intergemeentelijke diensten ADAK (Archeologische Dienst Antwerpse Kempen), ADW (Archeologische Dienst Waasland), ARCHEO7 (werkzaam in Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren, en Zonnebeke), KLAD, Portiva (werkzaam in Tienen, Glabbeek, Linter en Hoegaarden), Raakvlak (Brugge en Ommeland) en ZOLAD (Zuid-Oost – Limburgse Archeologische Dienst) samen aan tafel om een gezamenlijk standpunt in te nemen omtrent het Europees verdrag van La Valletta (Malta) en hoe deze wetgeving kan worden geïmplementeerd in de Vlaamse wetgeving. Daarnaast werden Bieke Hillewaert, Rudy Van Hove, Hubert Heymans en Marie-Christine Laleman aangeduid als respectieve vertegenwoordigers voor de intergemeentelijke en gemeentelijke diensten in de klankbordgroep over Malta. Tijdens de vergaderingen over Malta werd ook duidelijk dat er op veel meer gebieden kon samengewerkt worden en dit mondde op 23 november 2006 uit in de oprichting van het overlegorgaan VIA (Vereniging voor (Inter)gemeentelijke Archeologische diensten). De diensten hebben afgesproken op zijn minst tweemaal per jaar samen te komen waarbij verschillende onderwerpen aan bod zullen komen.

6.1.2. Vlaamse Overheid, VIOE De KLAD kon terug rekenen op de landmeter van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) om proefsleuven, opgravingvlakken en sporen in te meten.

6.1.3. Vlaamse Overheid, Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed In 2006 is geregeld overleg gevoerd tussen de administratie en de verschillende intergemeentelijke archeologische diensten waarbij specifieke zaken zoals de resultaatsverbintenis, het takenpakket van de intergemeentelijke diensten, de financiering en methodiek van projecten (vooronderzoek – onderzoek) aan bod kwamen. Daarnaast bleven de intergemeentelijke archeologen Johan Hoorne en David Vanhee en de erfgoedconsulenten Steven Mortier en Nancy Lemay in samenspraak de stedenbouwkundige aanvragen adviseren die onder artikel 127 van het Decreet Ruimtelijke Ordening vallen.

6.1.4. Provincie Oost-Vlaanderen De KLAD kan steeds een beroep doen op de vakkunde van provinciaal archeologen Luc Bauters en Bart Cherretté. Dit zowel bij beleidskwesties als bij archeologisch onderzoek zelf. Zo was de inbreng van provinciaal archeoloog Luc Bauters essentieel voor het opmaken van de lokale archeologische advieskaarten. Daarnaast resulteerde onder meer zijn inbreng bij het indienen van het landbouwproject, tot de goedkeuring van het project. Hierdoor kon de KLAD


18

Jaarverslag 2006

samen met de Erfgoedcel Meetjesland eind dit jaar starten met de uitbouw van een reizende tentoonstelling en een educatieve koffer over rurale archeologie.

6.1.5. Universiteit Gent Al sinds de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging in 2003 is er een hechte samenwerking met de Gentse Universiteit. Voor het uitwerken en coördineren van grote projecten zoals het vooronderzoek op de aanleg van het Kluizendok te Evergem kan de KLAD rekenen op Prof. Dr. J. Bourgeois en Prof. Dr. Ph. Crombé. Tijdens 2006 werd reeds een groot deel van het ca. 200ha grote terrein gesondeerd en werd een aantal sites opgegraven. Meer uitleg vindt u terug bij het onderdeel ‘Archeologisch onderzoek’. Verder kon de KLAD rekenen op de kennis van Wim De Clercq bij het determineren van het aardewerk en herkennen van gebouwplattegronden. Tijdens 2006 verzorgde hij ondermeer de studie van het aardewerk van de projecten Aalter – Loveldlaan, Aalter – Kerkhof (waarbij ook de deskundige mening van Prof. Dr. J. Bourgeois en Guy De Mulder werd ingewonnen), Knesselare – Kouter en Knesselare – Aquafin. Tekenaar J. Agenon zorgde er dan weer voor dat alle artefacten van de site Knesselare – Kouter werden getekend. De KLAD kan daarnaast ook rekenen op de hulp van verschillende studenten van de Gentse Universiteit.

6.1.6. Regionale partners Binnen het Meetjesland bestaat een hecht netwerk waarin alle regionale organisaties verzameld zijn met de bedoeling tot een gecoördineerde beleidsvoering te komen. Dit jaar werd de KLAD uitgenodigd door Streekplatform+ om er deel van uit te maken. Op deze manier komt de dienst alvast in het Meetjesland dichter bij de regionale sociale, toeristische en culturele partners te staan. Een goede samenwerking kan tot een kruisbestuiving leiden bij het uitwerken van verschillende projecten. Een concreet en erg verdienstelijk voorbeeld hiervan is de samenwerking met de Erfgoedcel Meetjesland. Samen met de KLAD wordt gewerkt aan een reizende tentoonstelling en een educatieve koffer rond landelijke archeologie, met de bedoeling een breder draagvlak voor dit rijk regionaal erfgoed te creëren. Door samen te werken zijn er enerzijds meer expertise en middelen voorhanden en kan een veel grotere regio bestreken worden. Door samen te werken slaagden beide diensten erin een project rond rurale archeologie succesvol in te dienen bij de Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Land- en Tuinbouw. Hierdoor is het project tot 50 % gesubsidieerd.


Kale - Leie Archeologische Dienst

19

6.2. Archeologische adviezen (DV) Zoals reeds vermeld werd, wordt er nauw samengewerkt met de erfgoedconsulenten Steven Mortier en Nancy Lemay bij het adviseren van stedenbouwkundige aanvragen die onder artikel 127 van het Decreet Ruimtelijke Ordening vallen. Register van de in 2006 uitgebrachte adviezen : Gemeente: Aalter, Poeke Adres: Poekedorpstraat Werf: dorpskernvernieuwing Advies: controle op de werken nabij het kerkplein Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Aalter Adres: Kerkhofweg Werf: uitbreiding kerkhof Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Deinze, Petegem-aan-de-Leie Adres: Stijn Streuvelsstraat Werf: 14 eengezinswoningen en 8 garages door de Volkshaard CV Gent Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Deinze, Grammene Adres: Grijsbulckstraat Werf: aanleg verkaveling van 74 woningen Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Stad Deinze Gemeente: Deinze, Petegem-aan-de-Leie Adres: Terwilgenstraat Werf: aanleg verkaveling 12 woningen Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Stad Deinze Gemeente: Deinze, Sint-Martens-Leerne Adres: Damstraat Werf: verkaveling van 2 woningen Morvan Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Stad Deinze Gemeente: Deinze, Bachte-Maria-Leerne Adres: Groenstraat Werf: aanleg loods met grootschalige reliĂŤfwijziging, Joliet Exhibitions & Events bvba Advies: afgraven van de teelaarde onder begeleiding van een archeoloog Aangevraagd door: Stad Deinze Gemeente: Evergem Adres: Ringvaart Noord Werf: aanleg kaaimuur Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Evergem, Wippelgem Adres: Droogte 208 Werf: uitbreiding gemeenteschool Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: AML Steven Mortier


20

Gemeente: Evergem Adres: Zwartestraat zn. Werf: appartementen en ondergrondse parkeergarage (Villabouw Bostoen) Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Gemeente Evergem Gemeente: Evergem Adres: St. Christoffelkerk Werf: Renovatie kerk Advies: werfbegeleiding Aangevraagd door: R-O Nancy Lemay Gemeente: Evergem, Sleidinge Adres: Cardijnstraat – Rerum novarumstraat Werf: bouw Ontmoetingscentrum Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: R-O Nancy Lemay Gemeente: Evergem Adres: Baljuwstraat / Forelstraat Werf: oprichten 12 KLE en 3 middelgrote woningen door Kleine Landeigendom Het Volk cvba Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: R-O Nancy Lemay Gemeente: Knesselare, Ursel Adres: Onderdaele Werf: BPA Onderdaele (school, uitbreiding rusthuis en verkaveling) Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Lovendegem Adres: Bredestraat Werf: verkaveling Huysman Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Lovendegem Adres: Grote Baan Werf: uitbreiding Suprabazar (planologisch attest) Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Gemeente Lovendegem Gemeente: Nevele Adres: C. Buyssestraat 15 Werf: Uitbreiding Gemeenteschool Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Nevele Adres: Oossekouter Werf: oprichting van een brandweerkazerne Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: AML Steven Mortier Gemeente: Nevele, Vosselare Adres: Damstraat Werf: aanleg van een verkaveling Huysman Advies: proefsleuvenonderzoek Aangevraagd door: Gemeente Nevele / verkavelaar Huysman

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

Register van de in 2006 uitgebrachte adviezen op verkoopaktes van notarissen : Gemeente: Nevele Adres: Melkerijstraat 13 Werf: verkoop van een woning Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris Gheeraert Gemeente: Nevele Adres: Renaat De Rudderstraat 40 Werf: verkoop van een woning Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris Gheeraert Gemeente: Nevele Adres: Stationstraat 30 Werf: verkoop van een woning Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris Vandercruyssen Gemeente: Nevele Adres: Vierboomstraat 2A Werf: verkoop van een villa met landbouwgronden Advies: geen bezwaar, tenzij de gronden een andere bestemming zouden krijgen Aangevraagd door: Notaris Vandemeulebroecke Gemeente: Nevele, Landegem Adres: Poeldendries Werf: verkoop van een hoeve Advies: geen bezwaar, maar verwijzing naar Bouwen door de Eeuwen heen Aangevraagd door: Notaris de Strycker en Verreth Gemeente: Nevele, Landegem Adres: Ter Varent 14 Werf: verkoop van een stuk bouwgrond Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris Gheeraert Gemeente: Nevele, Merendree Adres: Dobbelstatiestraat 10 Werf: verkoop van een hoeve met afhangen en 2 percelen landbouwgrond Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris De Groo Gemeente: Nevele, Merendree Adres: Merendreedorp 27-29 met gronden Werf: verkoop van een stuk bouwgrond Advies: geen bezwaar, tenzij er een bestemmingswijziging voor de gronden zou komen Aangevraagd door: Notaris Gheeraert Gemeente: Nevele, Vosselare Adres: Kouterstraat 10 Werf: verkoop van een hofstede Advies: geen bezwaar Aangevraagd door: Notaris Deurinck

21


22

Jaarverslag 2006

6.3. Lokale Archeologische Advieskaarten (JH) Reeds in 2004 werd tijdens een vergadering tussen de technische diensten van de gemeenten van de KLAD de opmaak van een Lokale Archeologische Advieskaart (LAA) in het vooruitzicht gesteld. In het voorjaar van 2006 werd een LAA voor elk van de gemeenten opgemaakt en op dinsdag 4 juli 2006 werd te Poeke een info-overleg tussen de diensten Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van de gemeenten en de KLAD georganiseerd. Het doel was tweeledig. Enerzijds was het de bedoeling om de reeds gemaakte afspraken te hernieuwen, anderzijds had dit overleg ook de intentie om de LAA’s voor te stellen en hun werking toe te lichten. Verschillende thema’s werden toegelicht. Zo sprak provinciaal archeoloog Luc Bauters over het huidig wettelijk kader, lichtte intergemeentelijk archeoloog David Vanhee het archeologisch werkveld binnen de KLAD-regio toe, en had intergemeentelijk archeoloog Johan Hoorne het over de adviezen bij stedenbouwkundige dossiers en praktische afspraken. Aan elk van de aanwezige vertegenwoordigers (gemeenten Aalter, Deinze, Nevele en Lovendegem) werd een digitale en analoge versie van de kaart bezorgd alsmede een informatiebundel.

Figuur 1 : Lokale Archeologische Advieskaarten van de zes KLAD-gemeenten


Kale - Leie Archeologische Dienst

23

Zonder diep op de details te willen ingaan, is een LAA een dynamisch beleidsinstrument bedoeld voor gemeentelijke, stedenbouwkundige, planologische en technische diensten die archeologische adviezen dienen in te winnen. Grosso modo dient het om dossiers vlot te doen doorstromen naar de archeologische adviesverlener. De LAA is gebaseerd op een inventaris van al wat archeologisch gekend is en wat logischerwijs vermoed kan worden. Het spreekt voor zich dat de LAA steeds aan verandering onderhevig is, omdat de archeologische kennis blijft evolueren. De kaart bestaat uit verschillende zones met elk een specifiek label. Deze labels zijn gekoppeld aan grootte-ordes waarbij het de bedoeling is dat een nieuw bouwdossier dat buiten andere regelingen van archeologisch adviesplicht valt, eraan getoetst wordt. Indien het perceel groter is dan de vooropgestelde grens dan zou de Technische Dienst dit dossier moeten doorsturen naar de KLAD waarop de intergemeentelijke archeologen een archeologisch advies formuleren dat in de stedenbouwkundige vergunning wordt opgenomen. Zo kunnen bijvoorbeeld de kleinere bouwdossiers op belangrijke gekende archeologische zones toch worden opgespoord, waar ze normaal tussen de mazen van het net glippen. Ook zou de LAA ervoor moeten zorgen dat er op een meer systematische manier archeologische adviezen aan stedenbouwkundige vergunningen worden gekoppeld.

6.4. Publiekswerking, educatief werk en pers (JH & DV) Ook voor publiekswerking in de ruime zin van het woord had de KLAD in 2006 oog. Naast medewerking aan projecten als ‘Open Monumentendag’ en ‘Nacht van de Geschiedenis’, was er ook heel wat digitale werking, een publicatie in een heemkundige tijdschrift en de start van de opbouw van een tentoonstelling die uiteindelijk in 2007 zal rondreizen in de gemeenten.

6.4.1. Nacht van de Geschiedenis Tijdens de ‘Nacht van de Geschiedenis’ op dinsdag 21 maart 2006 gingen beide intergemeentelijke archeologen dieper in op de archeologie van de gemeente Knesselare. In een goedgevulde ‘Roode Schuur’ luisterden een 40-tal belangstellenden naar ‘Knesselare uitgediept. Recent archeologisch onderzoek in de gemeente Knesselare door de Kale-Leie Archeologische Dienst’. Daarbij werd kort de KLAD zelf belicht, het onderzoek dat de dienst uitvoert en ook ouder onderzoek door andere instellingen.

6.4.2. Open Monumentendag Op zondag 10 september 2006 ging ‘Open Monumentendag’ door. Het centrale thema speelde zich af rond Import/Export. In Deinze presenteerde de KLAD een kleine opstelling rond de brandrestengraven gevonden op het Romeins grafveld te Sint-Martens-Leerne. In het licht van het thema stonden de prachtige importstukken die bij het onderzoek van de Universiteit Gent in 1984 ontdekt werden in de kijker. Ook hier kan van een succes gesproken worden.

6.4.3. Heemkundig artikel In het heemkundig tijdschrift ‘Contactblad van de Geschiedenis en Kunst van Deinze en Leiestreek’ werd bericht over de in 2005 aangetroffen bunker te Astene. Bibliografische referentie : David Vanhee, 2006. Een bunker in de werfkoffer van een Aquafintracé langs de Dorpstraat te Astene. Contactblad van de Geschiedenis en Kunst van Deinze en Leiestreek 26/4 : 3492 - 3495.


24

Jaarverslag 2006

6.4.4. Website en nieuwsbrieven De website – www.deklad.be – die reeds in 2005 is ontworpen, werd aangevuld met alle beschikbare informatie over recent onderzoek. Ook het archief werd systematisch bijgevuld. Een andere belangrijke bron van digitale ontsluiting naar het brede publiek vormen de nieuwsbrieven. Na een drukke winter werden in februari 3 nieuwsbrieven de wereld ingestuurd : één stukje over Aquafin, een bijdrage over het gebouw van Aalter – Kerkhof en een nieuwsbrief over het Kluizendokproject in Evergem, waar de KLAD de Universiteit Gent af en toe een helpende hand toesteekt. Tijdens de zomer verscheen er nog een nieuwsbrief over de Romeinse steenbouw te Aalter, en in het najaar handelde de laatste nieuwsbrief van 2006 over de vondsten op het Aquafintracé fase 2 te Knesselare. Lijst van de nieuwsbrieven : KLAD-Nieuwsbrief 4, 1/02/06 : Aquafin, de resultaten KLAD-Nieuwsbrief 5, 17/02/06 : Een prehistorisch gebouw te Aalter-Kerkhof KLAD-Nieuwsbrief 6, 22/02/06 : Kluizendok - Nieuwsbrief 1, Archeologisch proefsleuvenonderzoek 2005-2006 KLAD-Nieuwsbrief 7, 7/08/06 : Een Romeinse steenbouw te Aalter KLAD-Nieuwsbrief 8, 1/10/06 : Knesselare-Aquafin fase 2

Figuur 2 : Screenshot van het archiefonderdeel van de KLAD-website


Kale - Leie Archeologische Dienst

25

6.4.5. Pers De pers berichtte enkele malen over de KLAD. Vooral de steenbouwsite van Aalter-Loveldlaan werd in verschillende kranten en radio-uitzendingen opgenomen. Naar aanleiding van het project in Deinze verscheen eveneens een artikel.

6.4.6. Educatieve werking Op maandag 11 december gaf intergemeentelijk archeoloog David Vanhee een presentatie voor 3 klassen uit het 5de studiejaar van de Vrije Gemengde Basisschool van Bellem (Aalter). Omstreeks midden 2007 zal de educatieve koffer voorgesteld worden, waarmee de dienst hoopt om nog meer scholen warm te kunnen maken voor de regionale rurale archeologische rijkdom.

6.4.7. Tentoonstellingsproject Het idee van een reizende tentoonstelling over de werking en de vondsten van de KLAD op te bouwen ontstond reeds in 2004, maar werd door een gebrek aan tijd en middelen steeds vooruitgeschoven. De samenwerking met de Erfgoedcel Meetjesland en de subsidie van de Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Land- en Tuinbouw maakten het echter mogelijk eind 2006 een extra projectmedewerker aan te werven om de reizende tentoonstelling en de educatieve koffer rond het regionaal ruraal archeologisch erfgoed uit te werken. Op die manier willen deze organisaties een breed publiek kennis laten maken met de reële archeologische rijkdom van het platteland en willen ze aantonen hoe er geleefd, gewoond en gewerkt werd en dat in de 16 gemeenten van het Meetjesland en de Leiestreek. Naast de reizende tentoonstelling en de educatieve koffer wordt ook een publicatie – opgenomen in de reeks erfgoedgidsen over het Meetjesland – voorzien. Deze zal uitgegeven worden door de Erfgoedcel Meetjesland.

6.5. Wetenschappelijke publicaties en voorstellingen (JH) In de loop van 2006 is over verschillende werfcontroles en opgravingen bericht in gespecialiseerde vaktijdschriften of jaaroverzichten, daarnaast werden ook twee projecten met een lezing voorgesteld, alsook 3 rapporten geproduceerd. De KLAD-rapporten zijn een nieuw initiatief die tot doel hebben een administratieve en eerste wetenschappelijke weergave te bieden van de verschillende archeologische opgravingen, werfcontroles en prospecties. Het allereerste rapport handelde over fase 1A van het Aquafinproject in en rond Knesselare. Kort daarop volgde het rapport dat de uitzonderlijke vondst van een huisplattegrond uit de Vroege IJzertijd te Aalter – Kerkhof behandelde. In het najaar verzorgden projectarcheologen Sigrid Klinkenborgh en Adelheid De Logi een rapport over het Archeologisch onderzoek van Deinze – Terwilgenstraat. Het is de bedoeling dat deze traditie wordt voortgezet en dat ook oudere tot op heden ongepubliceerde onderzoeken zo hun weg naar het beschreven blad vinden. Beide lezingen hadden plaats op de jaarlijkse Romeinendag op 6 mei 2006 te Gent. Wim De Clercq stelde er het gezamenlijk project van de KLAD met de Universiteit Gent van KnesselareKouter voor in ‘Boeren en krijgers op het Menapische platteland. Een inheemse nederzetting en een versterking te Knesselare-Kouter’, terwijl Johan Hoorne met ‘Dwars door het Romeinse landschap. Resten van een nederzetting, akkersystemen en begravingen op het Aquafintracé AalterBrug – Knesselare’ de resultaten van de werfcontrole op de Aquafincollector fase 1A toelichtte.


26

Jaarverslag 2006

In het vaktijdschrift voor de Metaaltijden – Lunula. Archaeologia Protohistorica – stelden de intergemeentelijke archeologen het proefonderzoek van Aalter – Warande uit 2005 voor. In Archaeologia Mediaevalis – kroniek voor de Middeleeuwen – zijn twee oude onderzoeken toegelicht samen met één nieuwe werfcontrole te Lovendegem – Kerk. In de bundel van de jaarlijkse Romeiendag werden ook artikels met hetzelfde onderwerp als de lezingen opgenomen. In het Jaarboek van de provincie Oost-Vlaanderen verschenen verschillende artikels waarvan één handelde over de werking van de KLAD zelf en 6 over specifieke sites, waaronder ook wat ouder onderzoek. Er zijn ook een aantal artikels geproduceerd in 2006, maar deze wachten nog op publicatie in 2007. Lijst van rapporten : Johan Hoorne, David Vanhee, Nele Eggermont & Jan Decorte, 2006. Archeologische opvolging Aquafintracé Aalter Brug - Knesselare fase 1 A. 3 november - 2 december 2005. Kale-Leie Archeologische Dienst, Poeke, 35p. (= KLAD-rapport 1) Johan Hoorne & David Vanhee, 2006. Archeologisch onderzoek Aalter-Kerkhof. 7 tot 27 februari 2006. Kale-Leie Archeologische Dienst, Poeke, 21p. (= KLAD-rapport 2) Sigrid Klinkenborg, Adelheid De Logi & Johan Hoorne, 2006. Archeologisch onderzoek DeinzeTerwilgenstraat. 13 tot 29 september 2006. Kale-Leie Archeologische Dienst, Poeke, 20p. (= KLAD-rapport 3) Lijst van de publicaties : Bart Cherretté, David Vanhee & Steven Mortier, 2006. Evergem : Archeologisch onderzoek op de terreinen “De Nest”. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 164-165. Wim De Clercq, Johan Hoorne & David Vanhee, 2006a. Boeren en krijgers op het Menapische platteland. Een inheemse nederzetting en een versterking te Knesselare-Kouter. Romeinendag. Gent 06-05-2006 : 27-36. Wim De Clercq, Johan Hoorne & David Vanhee, 2006b. Knesselare : Gallo-Romeinse nederzetting en versterking te Knesselare-Kouter. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 170-174. Johan Hoorne, Nele Eggermont, Jan Decorte & David Vanhee 2006. Knesselare : Archeologische begeleiding van het Aquafintracé Knesselare – Aalter-Brug. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 166-169. Johan Hoorne, David Vanhee, Nele Eggermont & Jan Decorte, 2006. Dwars door het Romeinse landschap. Resten van een nederzetting, akkersystemen en begravingen op het Aquafintracé Aalter-Brug – Knesselare. Romeinendag. Gent 06-05-2006 : 41-48. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006a. Een ijzertijdkuil te Aalter - Warande (prov. Oost-Vlaanderen). Lunula. Archaeologia protohistorica XIV : 125-126. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006b. Middeleeuwse offsitestructuren in een hedendaags rioleringstracé Knesselare-Kluize (O.-Vl.). Archaeologia Mediaevalis. Kroniek 29 : 182-184


Kale - Leie Archeologische Dienst

27

David Vanhee & Johan Hoorne, 2006c. Een volmiddeleeuwse hoeve met explosieve verrassing Merendree-Molenkouterslag (Nevele) (O.-Vl.). Archaeologia Mediaevalis. Kroniek 29 : 184185. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006d. Vergeten (graf)relicten nabij de kerk van Lovendegem (O.-Vl.). Archaeologia Mediaevalis. Kroniek 29 : 186-188. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006e. Kale-Leie Archeologische Dienst (KLAD) : Een gemeenschappelijk archeologisch erfgoedbeleid voor zes Oost-Vlaamse gemeenten. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 73-74. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006f. Deinze-Astene : Militair erfgoed ter hoogte van de Dorpsstraat 123. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 161-162. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006g. Lovendegem : Vergeten (graf)relicten nabij de Sint-Martinuskerk. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 177-179. David Vanhee & Johan Hoorne, 2006h. Nevele-Merendree : Een volmiddeleeuwse hoeve met explosieve verrassing in de Molenkouterslag. Jaarverslag van de provincie Oost-Vlaanderen. Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2005 : 180-181.


28

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

29

7. Archeologisch onderzoek (JH) 7.1. Opgravingen Opgravingen zijn meestal een direct gevolg van een proefonderzoek of in uitzonderlijke gevallen van een verregaande kennis van bedreigd archeologisch erfgoed. In de meeste gevallen voerde de KLAD zelf het onderzoek uit binnen de regio, al dan niet in samenwerking met een partner of bouwheer die deels voor de financiering instond. Eén project – het Kluizendokproject te Evergem – wordt wegens de grootschaligheid uitgevoerd door de Universiteit Gent die daarvoor kan rekenen op de steun van verschillende partners, waaronder de KLAD. Bij dit onderdeel dient zeker opgemerkt te worden dat dergelijk onderzoek zonder de input van een schare trouwe vrijwilligers onmogelijk zou zijn, waarvoor een woord van dank op zijn plaats is.

7.1.1. Aalter – Kerkhof (JH) Tijdens de natte wintermaand februari vernamen de intergemeentelijke archeologen dat de uitbreiding van het kerkhof te Aalter spoedig van start zou gaan. Gezien het archeologisch potentieel van het terrein, gekend via oud en recent onderzoek (onder meer een werfcontrole op de aangrenzende parking door Wim De Clercq), diende er voor het begin van de werken een archeologisch noodonderzoek uitgevoerd te worden. In een eerste fase werd op 7 februari het 1600 m² groot perceel onderzocht door middel van drie lange parallelle proefsleuven. Toen bleek dat er verschillende sporen aanwezig waren die Figuur 3 : Grondplan van de site Aalter - Kerkhof


30

Jaarverslag 2006

duidelijk bewoning aantoonden, werd besloten dat ondanks het dikke af te graven pakket, er toch een volwaardige opgraving op een deel van het terrein wenselijk was. De graafwerken hadden plaats op 15 februari en waren op kosten van de gemeente Aalter, terwijl beide intergemeentelijke archeologen – geholpen door enkele vrijwilligers – gedurende de daaropvolgende dagen het terreinwerk uitvoerden in vrij ongunstige weersomstandigheden. Tegen 27 februari was het laatste terreinwerk achter de rug en tegen begin april kon Johan Hoorne de verwerking vervolmaken. Daarna werd ook nog gewerkt aan een aantal artikels die in de loop van 2007 zullen verschijnen. De resultaten van een dergelijk in tijd en ruimte beperkt onderzoek zijn toch verrassend te noemen. In het 25 bij 15 m groot werkvlak was in de paalsporen en wandgreppels een duidelijke gebouwconfiguratie zichtbaar. De structuur bestond uit acht dragende paalsporen, enkele bijkomende steunende paalsporen en wat greppels die de plaats van de wanden verraden. Ondanks enkele recentere verstoringen is het gebouw zéér duidelijk herkenbaar, wellicht dankzij het ontbreken van sporen (en bijgevolg oversnijdingen) uit andere periodes. Het gebouw is 12 m lang en 5 m breed, binnenin onderverdeeld in twee ruimtes waarvan de westelijke ruimte 4 m lang is en de oostelijke 8 m. De constructie is drieschepig, waarbij het dak gedragen wordt door twee in elkaars verlengde staande rechthoekige configuraties van telkens vier zware paalsporen. De paalsporen buiten de wandgreppel duiden erop dat de druk ook opgevangen werd door de wanden. Aangezien ook de korte zijden deze functie hadden, wordt ervan uitgegaan dat het om een schilddak gaat. Er zijn, behalve aan de zuidelijke lange zijde centraal in de wand van de oostelijke ruimte geen aanwijzingen van ingangen te bespeuren, maar dit kan te wijten zijn aan de ondiepe bewaring van de noordelijke wandgreppel en het mogelijke ontbreken ervan in de korte zijdes. Op basis van het weinige aardewerk aanwezig in de sporen werd een datering voor het gebouw in de (Late Bronstijd tot) Vroege IJzertijd vooropgesteld. Twee 14C-dateringen wezen uit dat dit een correcte veronderstelling was. Het houtskool uit de vulling van twee paalsporen valt met 95,4 % zekerheid tussen 790 tot 520 calBC te dateren. De constructiemethode vertoont overigens bijzonder veel overeenkomsten met de weinige reeds gekende gebouwplattegronden uit de Vroege IJzertijd. Daarbij gaat het vooral om de constructiemethode. Een belangrijk verschil is echter de duidelijke indeling in twee delen, voor deze periode is dit ongekend. Op het terrein waren ook nog andere nederzettingssporen aanwezig die geen direct verband hielden met het gebouw, maar wel binnen dezelfde periode te dateren vallen. Concreet gaat het om twee kuilen met vlakke bodem, een greppel en een aantal verspreide paalsporen. Wellicht behoren deze sporen tot het erf. Ook twee recentere parallelle grachten en een ploeglaag werden opgemerkt, deze zijn wellicht in de (post-) Middeleeuwen te plaatsen. Concluderend kan gesteld worden dat dit kleinschalig onderzoek in moeilijke omstandigheden een opmerkelijk resultaat heeft geboekt : een unieke gebouwplattegrond uit de Vroege IJzertijd. Figuur 4 : Mogelijke reconstructie van de gebouwplattegrond uit de Vroege IJzertijd


Kale - Leie Archeologische Dienst

31

7.1.2. Aalter – Loveldlaan (JH) Toevallig kwam intergemeentelijk archeoloog Johan Hoorne via Wim De Clercq (UGent) begin mei te weten dat er op de gekende Romeinse site van Loveld spoedig een individueel lot bebouwd zou worden. Gezien de visie van de dienst dat individuele bouwers niet belast kunnen worden met de kosten van een archeologisch onderzoek, diende de KLAD het onderzoek volledig zelf te financieren. Bovendien volgde er een relatief korte maar intense overlegronde met de eigenaars die hun toestemming dienden te verlenen. Uiteindelijk werd afgesproken dat de terreinen gedurende de maand juli vrij waren voor een vlakdekkende opgraving, op voorwaarde dat de KLAD de graafkosten betaalde en rekening hield met de stabiliteit van de grond. Intergemeentelijk archeoloog Johan Hoorne onderzocht samen met Wim De Clercq (UGent), melder Arne Verbrugghe en met de hulp van enorm veel vrijwilligers het terrein gedurende de extreem warme zomermaand. Ook hier gaat het om een bijzonder klein project – de sleuf was ongeveer 30 bij gemiddeld 20 m groot – met een opmerkelijk resultaat. Vooraleer dieper in te gaan op de resultaten van 2006, is het nuttig om de historiek van de site zeer summier te schetsen. Op het aangrenzende perceel werd begin jaren ‘90 door eigenaar Paul Maebe bij graafwerken een Romeinse stenen waterput ontdekt met daarin een aantal zeer goed bewaarde objecten. Bij het daaropvolgende onderzoek door het team van prof. dr. Hugo Thoen werd de waterput verder onderzocht en vond er ook nog een proefonderzoek plaats in de tuin. De stenen waterput valt te dateren in de 3de eeuw met wat opmerkelijke vondsten waaronder een volledige ongebruikte maalsteen, een houten stemschroef en een houten panFiguur 5 : Overzichtsopname van het terrein vanuit een hoogtewerker van de lokale brandweer


32

Jaarverslag 2006

fluit. Helaas zijn de gegevens van het proefonderzoek niet gepubliceerd noch is het rapport traceerbaar, daarover kunnen bijgevolg geen uitspraken gedaan worden. Tijdens prospectie-onderzoek uitgevoerd door Guy Van der Haeghen werden op het perceel zelf een groot aantal Romeinse scherven en zelfs een onderdeeltje van een harnas gevonden. In de Kestelstraat werd overigens een Romeinse gouden munt gevonden, en ook Wim De Clercq vond bij werfcontroles en prospecties telkens sporen van de Romeinse occupatie terug. Zonder problemen kan gesteld worden dat dit een unieke en vrij rijke site binnen de regio is. Het is dan ook door deze informatie dat Figuur 6 : Twee vrijwilligers tekenen nauwgezet de resten van de een archeologisch onderzoek noodzakelijk Romeinse muur op werd geacht. Op 3 juli gingen de graafwerken aldus van start, en gedurende de maand juli werd met man en macht gewerkt om het onderzoek binnen vooropgestelde grenzen van het mogelijke zo goed en volledig mogelijk uit te voeren. Het resultaat kan vrij spectaculair genoemd worden : in de zuidoostelijke hoek van het vlak bevonden zich de resten van een steenbouw uit de Romeinse periode. Vlak na het afgraven, werden twee uitbraaksleuven van muren die een hoek vormden opgemerkt. Bij het met de hand uitbreiden van het opgravingsvlak zijn vier verschillende muren die met elkaar in verband staan, opgetekend en gedocumenteerd. Het oostelijke muurtracé vormde samen met de daarop haaks staande noordelijke muur de buitenste hoek van een grotere structuur. Ongeveer 10 tot 11 m van de westelijke muur verwijderd bevond zich een parallelle binnenmuur die ten minste 18 m lang was. De noordelijke haakse muur zet zich duidelijk verder na de kruising met de binnenmuur tot buiten het opgraafvlak. Een hieraan parallel tracé start 4 m zuidelijker tegen de binnenmuur. Uiteindelijk werd een hoek van een groter complex in steenbouw onderzocht, de afmetingen bedragen Figuur 7 : Doorsnede van het best bewaarde deel van de muur minimaal 18 m lengte en 14 m breedte, met verschillende binnenruimtes. De buitenste muren zijn slechts als uitbraakspoor bewaard. Dit betekent dat de muren volledig werden uitgebroken, wellicht voor recuperatie, en dat de plaats van de voormalige muur enkel wordt aangegeven door de achtergebleven brokstukken. Een dwarsdoorsnede op de binnenmuur maakte duidelijk


Kale - Leie Archeologische Dienst

33

dat de fundering niet helemaal was uitgebroken, maar in situ aanwezig was. Het gaat om een funderingslaag met onderaan een dik pakket veldstenen en klei en daarboven de aanzet van een onderste laag met vlakke veldstenen. Het opgaand muurwerk is uiteraard niet bewaard door later afbraak- en ploegwerk, maar bestond wellicht uit veldstenen, Doornikse kalkstenen als facade, mogelijk gecombineerd met vakwerkbouw. Verder naar het noorden werd een vrij grote verkleuring met talrijke afbraakmaterialen opgemerkt, waaronder vrij veel fragFiguur 8 : Voorbeeld van een import met versiering menten van dakpannen, veldstenen en Doornikse kalksteen. De dump van minstens 12 m lang en 6 tot 8 m breed bevatte ook heel wat aardewerkfragmenten, maar kon niet verder onderzocht worden dan twee beperkte coupes, waardoor er geen uitspraken gedaan kunnen worden over diepte of oorspronkelijke functie. Wellicht diende de kuil als stockageplaats voor een groot deel van het bouwafval, wat eveneens het grote aantal ijzeren spijkers verklaart. De datering van de site is op basis van het aangetroffen aardewerk te plaatsen binnen de 3de eeuw. Dit komt overeen met de datering van de stenen waterput. Steenbouw is in deze regio vrij uitzonderlijk en duidt ongetwijfeld op een verregaande romanisatie. Hetzelfde geldt voor het aardewerk dat talrijke importwaren vertoont in tegenstelling tot landelijke nederzettingen. Bovendien is de landschappelijke ligging – op een top die uitkijkt over het achterland – vrij uitgesproken. Dit alles doet vermoeden dat het gaat om een officiële structuur, mogelijk een soort militaire baanpost of zelf (klein) kamp. Helaas is het onderzochte areaal te beperkt om verregaande interpretaties toe te laten.

7.1.3. Deinze – Terwilgenstraat (JH) Hoewel de KLAD in de stedenbouwkundige vergunning de nodige voorwaarden en voorzieningen had laten optekenen om archeologisch proefonderzoek tijdig in te plannen, werd de dienst toch pas een week voor de voorziene start van de werken voor de nieuwe verkaveling langs de Terwilgenstraat in Deinze verwittigd. Rijkelijk laat werd op 13 september overgegaan tot een proefsleuvenonderzoek. Toen deze geen duidelijk resultaat opleverde, werd besloten om – zeker gezien de symboolwaarde – aan te dringen op een verdere beperkte opgraving om een betere kijk op de archeologische sporen te krijgen. Na zware onderhandelingen tussen de bouwheer Durabrik nv en intergemeentelijk archeoloog Johan Hoorne besloot die eerste om gedurende 2 weken de gronden vrij te geven en gedurende deze periode 2 projectarcheologen en daarna gedurende 1 week 1 archeoloog voor rapportering aan te werven. Van 16 t.e.m. 29 september waren Sigrid Klinkenborg (die ook de rapportering voor zich nam) en Adelheid De Logi werkzaam op de drie aangelegde werkvlakken op het terrein van ongeveer 1ha groot. De resultaten beperken zich tot sporen uit de late Middeleeuwen en subrecente periodes. Het gaat voornamelijk om een concentratie van enkele ondiepe kuilen en een uitgebreid perceleringssysteem bestaande uit haakse patronen van verschillende grachten, met erg weinig archeologische vondsten. Op het terrein waren ook heel wat recente verstoringen op te merken. Meestal ging het om vergravingen, maar ook een enkele recente gracht werd opgemerkt.


34

Jaarverslag 2006

Figuur 9 : Overzichtsplan van Deinze - Terwilgenstraat

Figuur 10 : Opname van het centrale vlak


Kale - Leie Archeologische Dienst

35

7.1.4. Knesselare – Kouter (JH) Tijdens de succesvolle opgraving op de verkaveling aan de Kouter te Knesselare kon een klein deel van het terrein dat in privÊ-eigendom was nog niet onderzocht worden. Na overleg tussen de eigenares en archeologen Wim De Clercq en David Vanhee mocht gedurende een tweetal werkweken het terreinwerk plaatsvinden, uitgevoerd door beide intergemeentelijke archeologen en Wim De Clercq vanaf 28 augustus. Ook hier diende de KLAD met eigen middelen het onderzoek uit te voeren. De verwerking van het aardewerk werd uitgevoerd in het najaar door Wim De Clercq, met Joris Angenon die de tekeningen voor zijn rekening nam. De verwerking van de grondsporen loopt nog. De nog niet onderzochte percelen grensden aan zone II, waar een unieke versterking in houtbouw werd aangetroffen. De beperkte opgraving van een 15 m lange en 3 tot 4 m brede sleuf Figuur 11 : grondplan van de volledige versterking zoals aangetroffen tijdens de campagnes 2005 en 2006


36

Jaarverslag 2006

en een 35 m bij maximaal 15 m metend vlak kon een belangrijke aanvulling vormen op het onvolledige grondplan van de versterking. Langs de (veronderstelde) voorzijde van de versterking zijn verrassend genoeg in de sleuf een aantal zeer zware paalsporen aangetroffen, wellicht te interpreteren als onderdeel van een poortgebouw. Dit zou betekenen dat de voorzijde over twee poorten beschikte. Bovendien werd ook een aantal mooie vondsten gerecupereerd. Op basis van het aardewerk sluit dit perfect aan bij de datering van de structuur in de 3de eeuw n.C. De opgraving van het vlak bood de gelegenheid om de achterkant van de versterking van nader te bestuderen, in 2005 werd slechts 5 m van die zuidoostelijke wand opgegraven. Het systeem van de zijwand die een verandering in aanleg vertoont aan de hoek, zet zich niet door. De wand bestaat enkel nog uit een vrij diepe standgreppel tot er een onderbreking en verspringing in de wand plaatsvindt, ongeveer tegenover het midden tussen de twee poorten. Mogelijk valt dit te interpreteren als een ingang, die eveneens enige defensieve kwaliteiten bezFiguur 12 : Een in de grote paalsporen aangetroffen beker at. De talrijke paalsporen bevatten zowel zware staanders als lichtere varianten, waarbij opnieuw een bepaalde systematiek in aanleg opvalt. Of er configuraties uit af te leiden zijn, is niet direct duidelijk, maar verder onderzoek van het grondplan kan mogelijk een oplossing brengen. De beperkte opgravingscampagne van 2006 heeft het grondplan van de houten versterking met ongeveer een kwart uitgebreid. De sporen en vondsten bevestigen het beeld van een structuur met specifieke defensieve kenmerken die bovendien aangelegd was met een welbepaalde systematiek en die te dateren valt in de 3de eeuw. Verrassend was de vondst van een tweede poort aan de voorzijde, en een kleinere en minder uitgebouwde doorgang in de achterzijde. Ondertussen zijn nog geen parallelle vondsten in de literatuur ontdekt en blijft deze houten versterking uniek in haar soort.

7.1.5. Evergem – Kluizendok (JH) Het Kluizendokproject is een vrij groot archeologisch onderzoek dat kadert in de uitbreiding van de Gentse haven. Ongeveer 170 ha worden sinds 2005 onderzocht door de Universiteit Gent, die daarvoor kan rekenen op medewerking van verschillende partners. Het is niet de bedoeling om in dit onderdeel een exacte weergave te bieden van wat is teruggevonden, wel om te belichten wat de KLAD als ondersteuning heeft geboden. Het terreinwerk wordt uitgevoerd door Pieter Laloo en Yves Perdaen (UGent) die zowel proefonderzoek als opgravingen uitvoeren. Voorlopig zijn er 3 nederzettingskernen aangetroffen, die telkens bestaan uit enkele hoofdgebouwen, bijgebouwen, waterputten en een uitgebreid percel-


Kale - Leie Archeologische Dienst

37

eringssysteem. Twee van deze kernen situeren zich langs een Romeins wegtracĂŠ. Op basis van de vondsten vallen de meeste structuren te dateren in de 2de eeuw. Uniek aan dit onderzoek is de grootschaligheid van het project, voor de eerste maal in Vlaanderen kan een volledige historische landname worden bestudeerd. De inbreng van de KLAD betreft naast enkele werfbezoeken van beide intergemeentelijke archeologen ook hulp bij het veldwerk door Johan Hoorne gedurende in totaal een 10 tot 15 werkdagen. Vooral bij het opgraven van waterputten, maar ook bij het schaven en couperen werd er geassisteerd. Daarnaast ontwikkelde de intergemeentelijke archeoloog samen met het team ook een website : www.kluizendok.ugent.be, waarop nuttige informatie te vinden is en die gelanceerd werd eind oktober. Reeds In februari was er een eerste nieuwsbrief die binnen de KLAD-nieuwsbriefreeks is opgenomen.

Figuur 13 : Screenshot van de website over het Kluizendok


38

Jaarverslag 2006

7.2. Werfcontroles Tijdens werfcontroles worden aan de gang zijnde werken gecontroleerd op archeologische sporen. Het kan daarbij gaan over geplande werfcontroles, zoals bij tracé-opvolgingen – waarbij het werk soms de dimensies aanneemt van een opgraving; maar evenzeer over niet geplande vaststellingen, zoals bij onverwachte bouwputten. De meeste werfcontroles blijven zonder gevolg en slechts bij een klein percentage is er archeologisch onderzoek vereist.

7.2.1. Astene – Aquafin (DV) In Astene (gemeente Deinze) legt Aquafin een gescheiden netwerk voor regen- en rioleringswater door het dorp aan. Deze grootschalige werken gebeuren gefaseerd en ondertussen wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de dorpskern te vernieuwen. Verschillend met de werkzaamheden in Knesselare wordt het nieuwe net voor de waterhuishouding voor het overgrote deel onder de bestaande straten aangelegd. Dat een werfcontrole hierbij soms toch aan de orde is bewees de vondst van een bunker tijdens de eerste fase (2005) in de Dorpsstraat ter hoogte van huisnummer 123. Ook bij de tweede fase – die dit jaar van start ging – vond slechts een klein deel van de werken plaats door open veld. Hierbij zou men de nu ingebuisde Petegembeek vanaf het domein De Ceder terug verleggen in een meer natuurlijk loop. Hoewel het om een vrij nat gebied ging drong de KLAD toch aan op een werfcontrole, wegens de nabijheid van een kasteelsite. Om dit in goede banen te leiden zorgde aannemer Cnockaert dat het terrein werd afgegraven net voor het bouwverlof. Hierdoor zou de KLAD drie weken de tijd hebben om eventueel een opgraving uit te voeren.

Figuur 14 : Opname van de afgraving van de Aquafinwerf te Astene


Kale - Leie Archeologische Dienst

39

Bij het afgraven van de teelaarde op 18 juli viel direct op dat het pakket teelaarde varieerde van 30 cm tot meer dan 1 m. Daar de beek zelf maar maximum 80 cm diep zou zijn, werd beslist plaatselijk proefsleuven te trekken waar het pakket teelaarde te dik was. Hierbij werd een gracht van ca. 5 m breed met vrij recent materiaal vastgesteld. Aan de andere kant van de werkzone dagzoomde de moederbodem wel en startte duidelijk een kleine zandige opduiking. In de overgang ernaartoe werden vooral recente sporen aangetroffen. Enkele grote onregelmatige kuilen met een diameter tot 5 m zijn vermoedelijk vrij recente gedempte drenkplaatsen voor koeien. Op de kleine zandige opduiking zelf werden enkele paalsporen ontdekt. Ze lijken ouder dan de andere sporen, maar een echt verband tussen de sporen werd niet vastgesteld. Bij het couperen van deze sporen werd nog één wandscherf in reducerend of grijs gebakken aardewerk gevonden.

7.2.2. Knesselare – Aquafin. Fase 1B (JH) In januari werd in de nasleep van fase 1A van het Aquafintraject tussen Knesselare en Aalter-Brug nog een bijkomende fase gerealiseerd. Dit traject werd langs verschillende wegen (Aalterseweg, Hoekestraat en Kneukelstraat) doorgetrokken gedurende deze fase 1B, waarbij opnieuw behoorlijke oppervlakten werden opengelegd, maar over minder lange afstanden dan bij fase 1A. Door de zeer slechte weersomstandigheden, het feit dat de aannemer de start van de graafwerken niet meedeelde en de vrij drukke periode kon er slechts een beperkte werfcontrole worden uitgevoerd. Figuur 15 : Zicht op het afgegraven deel van het traject lans de Aalterseweg


40

Jaarverslag 2006

Figuur 16 : Mogelijk brandrestengraf te Knesselare - AquaďŹ n langs de Aalterseweg

In het meest noordelijk afgegraven stuk traject langs de Aalterseweg werden een tweetal parallelle grachten opgemerkt. Niet ver ervandaan werden in totaal 3 grondsporen ontdekt die een rechthoekige tot afgerond rechthoekige vorm vertoonden. Deze sporen zijn allen erg houtskoolrijk en kunnen mogelijk geĂŻnterpreteerd worden als brandrestengraven die meestal in de Romeinse periode geplaatst kunnen worden. Helaas ontbraken materiĂŤle vondsten en kan er noch over functie noch over datering een uitspraak worden gedaan. Langs het oostelijk deel van het traject dat zich afwisselend langs beide zijden van de Kneukelstraat situeert, werden twee zones opgespoord met archeologische resten. De meest oostelijke zone bestond uit een aantal grachten die aanvankelijk een rechthoek leken te vormen, maar waarvan bleek dat ze bestonden uit een aantal parallelle en haakse exemplaren die uit verschillende periodes leken te stammen. Meer naar het midden van de Kneukelstraat werd een zone met paalsporen aangetroffen. Deze zone kon niet in detail worden onderzocht, maar verschillende paalsporen lagen in een matige densiteit geconcentreerd bij elkaar. Mogelijk zijn dit resten van een nederzetting of een erf. Enkele oppervlaktevondsten doen vermoeden dat het opnieuw resten uit de Romeinse periode betreft. In tegenstelling tot fase 1A waarbij het traject ononderbroken dwars door het open landschap werd getrokken en grondig kon worden onderzocht, kon fase 1B slechts gecontroleerd worden op aanwezigheid van archeologische sporen, waarbij slechts 1 zone uitvoeriger gecontroleerd werd. Toch heeft ook dergelijk onderzoek zijn meerwaarde : de opgemerkte sites zijn gekend en kunnen zo in de inventaris worden opgenomen met oog op toekomstige bedreiging.


Kale - Leie Archeologische Dienst

41

7.2.3. Knesselare – Aquafin. Fase 2 (JH) De planning van de start van de graafwerken door open veld voor fase 2 van het al veelbesproken Aquafinproject viel nogal ongelukkig samen met de opgravingen te Aalter – Loveldlaan. Door interne perikelen werd ze echter verdaagd tot 7 augustus, een ‘vrije’ periode in de drukke opgraafzomer. Het traject door open landschap bestond uit twee kleinere stukken van 250 en 700 m die niet verbonden zijn. Het kortste stuk bevond zich tussen de Kerkstraat en de Kwadamstraat, het langere stuk loopt van de weg Oedelem – Knesselare tot en langs de Hellemeersen. Maar liefst 4 (tot 5) zones werden opgemerkt en onderzocht met behulp van een aantal trouwe vrijwilligers gedurende twee werkweken. Figuur 17 : Situering van de aangetroffen sites op de Aquafinwerf van fase 2 te Knes- Zone I bevond zich het selare dichtst tegen de Kerk-

straat en bestond uit een dichte concentratie aan grote kuilen en enkele grachten. Deze zone met grondsporen vloeit in westelijke richting over in een lange erg donkere zone. Mogelijk is dit een deel van een bewaarde podzolbodem, een bouwlaag of een vermenging van beide. In deze zone werden verschillende artefacten uit verschillende periodes aangetroffen. Naast vooral aardewerk uit de Romeinse periode en de volle Middeleeuwen, werden er ook een aantal scherven uit de metaaltijden en een vuurstenen pijlpunt uit het Laat-Neolithicum gerecupereerd. Centraal tussen de sporen die voornamelijk uit de Romeinse periode stammen, situeerde zich een grote afgerond rechthoekige verkleuring waarvan direct vermoed werd dat het wel eens om een waterput zou kunnen gaan. Bij het couperen ervan werd duidelijk dat er verschillende vergravingen hadden plaatsgegrepen. In een bovenste opvullingspakket bevonden


42

Jaarverslag 2006

Figuur 18 : De boomstronken in de vulling van de waterput op het AquaďŹ ntracĂŠ

zich twee 3 m lange boomstronken en ander recuperatiehout. Op basis van enkele mooie vondsten kan deze opvulling in de 2de tot misschien zelfs 3de eeuw geplaatst worden. Dieper in de put werd op de bodem nog de resten van een verdrukte houten beschoeiing opgemerkt. Enkele horizontale planken werden gesteund door verticale elementen die erachter geklemd zaten, op de bodem lagen als soort van fundering twee stammen met mooi afgewerkte inkepingen om de constructie steviger te maken. Op basis van dendrochronologisch onderzoek is dit te plaatsen in de 1ste eeuw, ook enkele scherven hebben deze datering. Dat deze waterput opnieuw midden in het tracĂŠ valt, is puur toeval, maar is opnieuw een erg mooie vondst. De vondsten duiden overigens ontegensprekelijk op de nabijheid van een Romeinse site. Iets verder westelijk bevindt zich in zone II een langgerekte gracht die over een afstand van ongeveer 100 m kon gevolgd worden. Deze 70 cm diepe gracht had in de vulling een redelijk aantal scherven die opnieuw een datering in de Romeinse periode mogelijk maken. Of deze gracht deel uitmaakt van een perceleringssysteem bij hogervermelde nederzetting is helaas niet meer te achterhalen. Figuren 19 en 20 : Een Romeinse dolium en een met boogschutter versierde scherf in Terra Sigillata


Kale - Leie Archeologische Dienst

43

Op het langere traject werden langs de Hellemeersen twee zones aangetroffen met archeologische sporen, op een andere zone werden enkele scherven opgeraapt. Zone III – de meest noordelijk gelegen zone – bestond uit een aantal antropogene sporen – zoals grachten en een beperkt aantal paalsporen – en een aantal natuurlijke sporen zoals windvallen die erg veel archeologisch materiaal bevatten. Deze grote hoeveelheid aardewerk is vrij homogeen en kan gedateerd worden in de Vroege La Tène-periode (ofwel de 5de eeuw v.C.). De grachten vormen mogelijk een hoek van een groter systeem. Iets meer naar het zuiden bevindt zich zone IV. Deze bevatte talrijke paalsporen waaruit maar liefst 7 (bij)gebouwen te distilleren zijn. Deze schuurtjes bestaan uit 4, 6 en zelfs 10 palen. Helaas konden geen hoofdgebouwen gereconstrueerd worden. Het aardewerk vertoont grote overeenkomsten met het materiaal uit de windvallen. Wellicht is er een nederzetting uit de Vroege La Tène dwars doorsneden. Dit is opnieuw een wetenschappelijk erg belangrijke vaststelling. Nog verder naar het zuidoosten werden een aantal scherven uit een windval gehaald. Ook hier gaat het om materiaal dat in de Late IJzertijd te plaatsen is. Wellicht vormen de drie zones samen onderdeel van een groter complex zoals een landelijke nederzetting met omliggende landen. De resultaten van fase 2 van het Aquafintraject spreken net zoals bij fase 1A voor zichzelf. Opnieuw wordt het nut van het opvolgen van dergelijke trajecten bewezen. Figuur 21 : Grondplan van de nederzetting uit de Late IJzertijd Figuur 22 : Selectie van fijnwandig aardewerk uit de windval


44

Jaarverslag 2006

7.2.4. Lijst van de werfcontroles met geen of beperkte resultaten Aalter – Sportlaan : bouw indoor tennishal, controle op de tennisterreinen en skatepark (reeds aangelegd) op 4 en 5 mei door DV & JH bezocht zonder vondsten. Deinze – Louis Dhontstraat : sanering parkeerplaats, controle op 14 februari door DV waarbij enkele recente opslagtanks en grote cisterne voor water werden aangetroffen. Gemeld door Stad Deinze. Deinze – Nachtegaalstraat : afgegraven wegkoffer rioleringswerken, controle op 21 april door DV zonder vondsten. Evergem – Hoogstraat : afgegraven tracé voor gasleiding, controle winter 2006 door JH zonder vondsten. Hansbeke – Nevelestraat (gemeente Nevele) : uitbreken fietspad, controle op 23 juni door JH zonder vondsten. Gemeld door Raf Walgraeve. Merendree – Hammeken (gemeente Nevele) : afbraak en bouw voor sociaal woonproject, controle op 29 september, 2 en 6 oktober door JH waarbij enkele recente muurresten, een waterput en een citerne werden opgemerkt en gefotografeerd. Nevele – IJsbeerlaan : bouw OCMW-gebouw, controle op 15 en 16 maart door JH waarbij enkele recente vergravingen werden opgemerkt, alsmede een obus. Opgenomen in de vergunning voor ‘de Volkshaard’ Gent. Sint-Martens-Leerne – Veerstraat (gemeente Deinze) : bouw appartementsgebouw, controle op 26 juli door DV & JH zonder vondsten. Vinkt – Heerdweg (gemeente Deinze) : bouw appartementsgebouw, controle op 23 en 25 september door DV zonder vondsten. Gemeld door Luc Bauters (Provincie Oost-Vlaanderen) Vinkt – Heerdweg (gemeente Deinze) : aanleg riolering. Op 10 oktober gecontroleerd door JH zonder vondsten. Gemeld door Stad Deinze.


Kale - Leie Archeologische Dienst

45

7.3. Prospecties met ingreep in de bodem Dit type archeologisch onderzoek volgt op adviezen afgeleverd bij stedenbouwkundige vergunningen. Het doel is het traceren van archeologische sites en deze te evalueren. In enkele gevallen volgen daarop opgravingen (voor 2006 waren dat de sites te Aalter – Kerkhof en Deinze – Terwilgenstraat). In andere gevallen zijn de vondsten beperkter in aantal of minder interessant om een vlakdekkende opgraving te kunnen verantwoorden. Standaard voorziet de KLAD de personeelskosten, terwijl de baathebber instaat voor de kraankosten, op voorwaarde dat het terrein de grens van 5 ha niet overschrijdt.

7.3.1. Deinze – Witte Kaproenenstraat (JH) Midden november vernam intergemeentelijk archeoloog Johan Hoorne via Luc Bauters en Bart Cherretté van de Provincie Oost-Vlaanderen dat vlak bij een gekende site in Deinze er een nieuwe verkaveling kwam waarop de provinciale dienst een uitnodiging had gekregen voor de coördinatievergadering. Na afspraken met aannemer, architect en bouwheer Bostoen kon worden overgegaan tot een korte proefsleuvencampagne op 12 en 13 oktober op het ongeveer 1 ha grote perceel. Het perceel ligt net op de rand van een drogere opduiking in een nat landschap. Iets naar het zuiden is op eenzelfde soort verhevenheid een Romeinse en Middeleeuwse site aangetroffen. Tijdens de campagne – waarbij de sleuven in functie van de wegenwerken en funderingen werden getrokken – werd duidelijk dat er geen dergelijke sporen aanwezig waren. Twee vrij recente perceelgrachten, enkele postmiddeleeuwse scherven en een héél recente kuil met bouwpuin gevuld konden wel worden gedocumenteerd. Verder onderzoek bleek niet noodzakelijk.

Figuur 23 : Sleuvenplan van de nieuwe verkaveling langs de Witte Kaproenenstraat te Deinze


46

Jaarverslag 2006

7.3.2. Vosselare – Damstraat (JH) Te Vosselare langs de Damstraat werd gepland een woonverkaveling aan te leggen op een terrein van ongeveer 4,5 ha. Voor de werken konden starten, voerde de KLAD een prospectie uit op de met sneeuw bedekte percelen op 1 en 2 maart. Het toegepaste systeem bestond uit doorlopende sleuven gemiddeld om de 13 m. De kraanuren werden geďŹ nancierd door ontwikkelaar Huysman. De vondsten beperken zich langs oostelijke kant tot resten van intensieve serrebouw. Kenmerkend zijn de kuilen met recent glas, waterleidingen, afvoerbuizen en bouwpuinputten. Er werd geen enkel mogelijk antropogeen spoor uit het verleden opgemerkt. Verder naar het westen bevonden zich minder recente verstoringen en werden er meer natuurlijke sporen opgemerkt, toch ontbraken nog steeds resten uit het verleden. Centraal werden enkele postmiddeleeuwse tot subrecente kuilen en grachten opgemerkt die mogelijk in verband te brengen zijn met (een voorloper van) de nabijgelegen hoeve. Er werd voor gekozen deze resten niet in extenso te onderzoeken wegens de beperkte densiteit. Figuur 24 : Proefsleuf in het sneeuwlandschap

Figuur 25 : Grondplan van het onderzoeksterrein met aanduiding van de sleuven


Kale - Leie Archeologische Dienst

47

7.3.3. Nevele – Cyriel Buyssestraat (JH) De gemeente Nevele plande in 2006 zowel de uitbreiding van de school in de Cyriel Buyssestraat als de ontwikkeling van een nieuwe brandweerkazerne langs de Oossekouter (zie infra). Uit praktische overwegingen werd besloten om beide projecten te onderwerpen aan proefonderzoek op dezelfde dag : 15 mei. De gemeente Nevele voorzag in de kosten van de kraan. De proefsleuven waren ononderbroken sleuven van één kraanbak breed waarbij rekening werd gehouden met de ligging van de toekomstige fundamenten van het schoolgebouw. In de sleuven werden enkele postmiddeleeuwse kuilen opgemerkt. Deze kuilen waren rond van vorm en maten in doorsnede tussen 2 en 3 m. Bovendien bleken ze voor te komen op zeer regelmatige afstanden van elkaar, in twee evenwijdige rijen. Het vermoeden bestaat dat dit overblijfselen zijn van de aanplant van een boomgaard. Aangezien geen andere sporen werden opgemerkt, diende er ook geen verder onderzoek te gebeuren. Figuur 26 : Het sleuvenplan

7.3.4. Nevele – Oossekouter (JH) De aanleg van een nieuwe brandweerkazerne op een betrekkelijk groot terrein op de oeverrug langs de oude Kale trok de aandacht van de dienst. Vooraf voerden Machteld Bats (Universiteit Gent) en intergemeentelijk archeoloog David Vanhee enkele boringen uit om zicht te krijgen op de diepere stratigrafie en of er aanwijzingen voor steentijden te vinden waren. Enkele veenlagen en afdekkende lagen werden er aangetroffen. Toen echter bleek dat de werken op dit deel van het terrein helemaal niet zo ingrijpend als oorspronkelijk gedacht zouden zijn, moest er ook geen specifieke aandacht aan dergelijk onderzoek besteed worden. Op 15 mei (zie supra) werd het ongeveer 0,5 ha groot terrein door beide intergemeentelijke archeologen onderzocht met lange parallelle zoeksleuven, waarbij rekening werd gehouden met ligging van de funderingen. Er werden geen bijzonder vondsten gedaan. Wel werden enkele laagjes, wellicht door erosie, op de helling waargenomen. Daarin kwam Figuur 27 : Kraanwerk op de Oossekouter


48

Jaarverslag 2006

wat kleine brokjes verspoeld materiaal voor, een speciďŹ eke datering is moeilijk : de scherfjes kunnen zowel uit de prehistorie, uit de Romeinse periode of uit de vroege Middeleeuwen stammen. Wegens deze beperkte resultaten werd er voor geopteerd om geen verder onderzoek te vragen.

Figuur 28 : Percelen voor de toekomstige brandweerkazerne te Nevele met situering van de sleuven

7.3.5. Lovendegem – Bredestraat (JH) Als gevolg van een advies bij een stedenbouwkundige vergunning werd voor de start van de werken een prospectie ondernomen op het ongeveer 0,5 ha groot terrein. Deze werd uitgevoerd op 15 maart. Het systeem bestond uit parallel aan elkaar gepositioneerde sleuven van een kraanbak breedte op een regelmatige afstand van 12 m.

Figuur 29 : Terreinopname van het kijkvlak met vrijwilligers die een meetlijn uitzetten


Kale - Leie Archeologische Dienst

49

Figuur 30 : De toekomstige verkaveling langs de Bredestraat in Lovendegem met aanduiding van de proefsleuven

Daar in twee sleuven een aantal sporen werden aangetroffen, besloten de archeologen om een kijkvenster aan te leggen, om zo de moeilijk interpreteerbare sporen te kunnen inschatten naar periode en belang. Dit leverde een aantal grachtcon� guraties en kuilen die op basis van het aardewerk te dateren waren in de 16de tot 17de eeuw. Verder onderzoek bleek echter niet noodzakelijk.

7.4. Prospectie zonder ingreep in de bodem Op 2 juni ondernam het KLAD-team bijgestaan door Wim De Clercq een terreinprospectie te Knesselare – Buntelare. Eric Blondia had tijdens een voorgaande veldkartering verschillende scherven gevonden en had daarvan melding gemaakt aan de dienst. Het onderzoek bestond uit het lopen en oprapen van aardewerk op parallelle lijnen door de akker. Zo werd een concentratie van 13de eeuws materiaal opgemerkt, waaronder ook wat misbaksels. Mogelijk gaat het om aardewerkproductie van lokaal ontgonnen klei. Deze zone werd opgenomen in de inventaris van gekende archeologisch zones.


50

Jaarverslag 2006


Kale - Leie Archeologische Dienst

51

8. Voorlopige planning 2007 (JH) 8.1. Algemene werking In tegenstelling tot 2006 worden er in 2007 geen grote nieuwe investeringen gepland, behalve de mogelijke afwerking van de loods. In de begroting (zie bijlage) wordt wel duidelijk dat er op langere termijn een probleem te verwachten is. De spaarpot die de KLAD gedurende de eerste werkingsjaren heeft opgebouwd is ondertussen terug afgebouwd. Er zijn minder inkomsten dan dat er minimale kosten zijn, wat betekent dat er vanaf eind 2007 zal moeten worden bespaard. De enige post waarop mogelijk kan geschrapt worden is de personeelskost, wat inhoudt dat er slechts met één intergemeentelijke archeoloog zal moeten gewerkt worden, tenzij er andere bronnen van inkomsten gevonden worden tijdens 2007. De werking van de KLAD voor 2007 met twee intergemeentelijke archeologen lijkt vooralsnog gewaarborgd.

8.2. Beheer en beleid Gezien de betrekkelijk grote omvang van het grondgebied dat de KLAD reeds bedient en de daaruitvolgende werklast lijkt het voorlopig niet opportuun om naar gebiedsuitbreiding te streven. In plaats van een beleid in de breedte lijkt het beter naar een beleid in de diepte te evolueren. Eén van de basispijlers van het beleid van de KLAD vormt de Lokale Archeologische Advieskaart, in 2006 opgemaakt voor elk van de gemeenten. Deze LAA dient om de relevante dossiers door de dienst te laten voorzien van een advies en opvolging. De kaart is gebaseerd op een archeologische inventaris, die opgebouwd is op basis van de CAI, veldprospecties, werfcontroles, gegevens uit opgravingen, literatuuronderzoek. Het spreekt voor zich dat ook in 2007 verder zal gewerkt worden aan het opsporen van nieuwe data. Zelf verworven kennis via alle soorten terreinwerk uit 2006 zullen worden doorgegeven aan de CAI. Daarnaast is het ook de bedoeling om de werking van de LAA en de LAA zelf aan een evaluatie te onderwerpen, en aan te passen waar nodig. In 2007 zal er ook nauwer worden toegezien op het opsporen van werven die niet op voorhand waren gekend, en te traceren waar in het proces er mogelijk gebreken zijn ontstaan om deze te kunnen verhelpen. De adviezen – een tweede belangrijke pijler – zullen ook in 2007 op de vertrouwde manier geleverd worden. Enerzijds zullen archeologische adviezen geleverd worden in samenspraak met de agentschap Ruimtelijke ordening – Onroerend erfgoed Vlaanderen bij stedenbouwkundige dossiers op basis van artikel 127. Anderzijds worden ook de dossiers die de gemeenten doorgeven voorzien van een advies. Vroeger geleverde adviezen zullen in 2007 in de mate van het mogelijke opgevolgd worden.

8.3. Veldwerk De intergemeentelijke archeologen zullen in 2007 actief op zoek gaan naar ongekende werven en zullen ook de werven die door derden worden gemeld bezoeken. Belangrijker voor het veldwerk is echter de opvolging van de verschillende adviezen die geleverd werden op stedenbouwkundige dossiers. Meestal gaat het om proefsleuvenonderzoek dat indien positief bevonden, kan worden doorgetrokken naar een opgraving – al dan niet met bijkomende projectarcheologen. Alle uitgevoerde archeologische veldwerkzaamheden zullen worden opgenomen in het jaarverslag 2007. Enkele voorbeelden van werven die gepland worden, zijn de proef-


52

Jaarverslag 2006

sleuvencampagnes te Deinze – Groenstraat, Evergem – Guldensporenlaan, Evergem – Brielken, Nevele – Biebuyckstraat, Ursel – Urselseweg, Ursel – Onderdaele (BPA) en de werfcontroles op Evergem – Aquafin en Hansbeke – Aquafin. Daarnaast zijn er staan er nog enkele grote projecten op stapel die in samenwerking met de Provincie Oost-Vlaanderen en de Universiteit Gent zullen aangepakt worden. In eerste plaats gaat het om Aalter – Woestijne en Evergem – De Nest, en het project van de Universiteit Gent dat nog steeds doorloopt aan het Kluizendok.

8.4. Terugkoppeling naar het werkveld en het grote publiek In 2006 werd voor het eerst op grote schaal gepubliceerd in vaktijdschriften en werden eveneens een aantal sites voorgesteld door middel van een lezing op de jaarlijkse grote congressen. Het is de bedoeling dit ook in 2007 voort te zetten. De sites Aalter – Kerkhof en Aalter – Loveldlaan zullen respectievelijk op Lunula en Romeinendag worden voorgesteld. Artikels over verschillende sites zullen verschijnen per archeologische periode in de corresponderende vaktijdschriften. Eveneens wordt gepland in het Jaarboek van de Provincie Oost-Vlaanderen de belangrijkste sites op te nemen. Daarnaast worden ook enkele sites in VOBOV-Info tentoongespreid. Voor het brede publiek wordt ook in 2007 de website verder geüpdatet, met inbegrip van een regelmatige digitale nieuwsbrief. Ook aan de Nacht van de Geschiedenis, Erfgoeddag en Open Monumentendag wordt wellicht meegewerkt. Van groter belang is de reizende tentoonstelling (zie supra) die gedurende 2007 een groot deel van de gemeenten van het Meetjesland en de Leiestreek zullen aandoen. Bij dit PDPO-project – een samenwerking tussen de KLAD, COMEET en de Provincie Oost-Vlaanderen – hoort ook een educatieve koffer, die door de scholen in de regio zal kunnen worden ontleend, al dan niet begeleid door een archeoloog.


Jaarverslag KLAD 2006