Page 1

vloot van

aemstel Een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden van een drijvende naschoolse opvang voor kinderen uit de stad

STICHTING WATERWERK


vloot van

aemstel


voorw Spelende kinderen, het lijkt zo vanzelfsprekend. Na schooltijd lekker spelen in het zand, rennen en voetballen op een pannaveldje. Of naar binnen om muziek te maken, samen te gamen of gewoonweg te chillen. Kinderen willen plezier hebben en leren, en dat het liefst tegelijkertijd. Onder schooltijd, maar ook daarna. Spannende dingen doen, durven en de kans krijgen om uit te blinken. Samen met kunstenaars of musici mooie dingen maken. Lekker sporten en ravotten. Al deze zaken zijn noodzakelijk in de ontwikkeling van kinderen. Als ze de ruimte ĂŠn de ondersteuning krijgen om te ervaren waar ze goed in zijn, krijgen ze de mogelijkheid om op te groeien tot flexibele en creatieve mensen. In grote steden is per kind vier vierkante meter beschikbaar om buiten te spelen. Ter vergelijking: een geparkeerde auto neemt ongeveer tien vierkante meter in beslag. Niks na schooltijd buiten spelen, rennen en chillen en al helemaal niet lekker even je eigen gang gaan. Tegenwoordig gaan veel kinderen na schooltijd naar de naschoolse opvang. Op zichzelf prima en helemaal van deze tijd. Wij, de ouders, kunnen aan het werk en de kinderen zijn onderdak, maar onder wat voor een dak? De economische belangen van kinderen zijn nog steeds zwak, ondanks de wijkarrangementen, dagarrange-

menten en kwaliteitsimpulsen van het college van B&W van Amsterdam. Kinderen worden maar al te vaak verbannen naar restruimtes: een BSO-box of een gedeelte van de school waar ze de hele dag al op hebben gezeten. Ze mogen na schooltijd niet meer buiten op het schoolplein spelen, want daar maken ze lawaai en daar heeft de buurt last van. Maar is ruimte voor kinderen dan echt niet te combineren met een dichtbebouwde omgeving? Biedt een stad niet juist fantastische mogelijkheden voor kinderen om te spelen, om te leren, om te ervaren? Bekijk speelruimte als een uitdaging, niet als een probleem. Natuurlijk zijn sommige zaken ingewikkeld, zoals ruimtegebrek in bestaande gebouwen, maar daar moet iets op te vinden zijn. Om hier vorm aan te geven zijn wij een zoektocht begonnen naar mensen die deze overtuiging deelden. Dat bleek verbazingwekkend gemakkelijk te gaan. Binnen korte tijd werden we overvoerd met suggesties voor de meest fantastische binnen- en buitenspeelplekken. Architecten, vormgevers, schoolbesturen, kinderopvang, gemeentelijke diensten en natuurlijk kinderen – iedereen kwam met ideeÍn. Over bijzondere plekken waar kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen, waar zij kinderen uit de buurt kunnen ontmoeten, waar ze


woord lekker vies mogen worden, fijn kunnen sporten en waar gemotiveerde mensen graag willen werken om de kinderen daarin te stimuleren en behulpzaam te zijn. En passant bleek het ook mogelijk om aan de levendigheid van een buurt bij te dragen en banen en stageplekken te creëren. Uiteindelijk kwamen we uit bij een mobiele, hybride plek die meer dan één doelgroep iets te bieden heeft en op meer dan één manier is te gebrui-

ken. Overal inzetbaar. Passend in de wijk. Levendig, creatief, speels, veilig en de sociale interactie bevorderend. Kinderen maken de stad van morgen tot een talentvolle en innovatieve stad. De Vloot van Aemstel maakt deze ambitie waar. Haalbaar? Kijkt u zelf maar. Amsterdam, juli 2010 Stichting Waterwerk Monique McKenzie en Ernst Abbing


vloot van aemstel

1 2 3 4 5

nut en noodzaak

PAG 6

oorspronkelijke ideeen PAG 14 draagvlak

PAG 24

uitgangspunten PAG 34

programma van eisen PAG 42


INHOUDSOPGAVE

6 7 8 9 10

locatie en logistiek PAG 52 inhoudelijke componenten

PAG 62

samenwerkingsverbanden PAG 72 investering en exploitatie PAG 78 samenvatting en conclusie PAG 86


6

vloot van aemstel

1


HOOFDSTUK 1 - NUT EN NOODZAAK

nut en noodzaak Waarom zou je in een stad als Amsterdam een plek voor kinderen willen creÍren, waar ze op een spannende, veilige en leerzame manier na schooltijd kunnen spelen? Is daar dan behoefte aan? Zijn er dan zoveel kinderen die in de stad wonen? Is zo’n plek er dan nog niet? En moet die plek dan uitsluitend en alleen voor kinderen bedoeld zijn? Allemaal vragen die we eerst aan onszelf hebben gesteld, voordat we aan dit onderzoek begonnen. De antwoorden kwamen gaandeweg het onderzoek en ons vermoeden werd al snel bevestigd: de noodzaak is er en de doelgroep is jong en oud.

7


8

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 1 - NUT EN NOODZAAK

9


10

vloot van aemstel

'Leslokalen zijn te klein, omdat spelen meer ruimte vraagt dan leren' De meeste basisscholen in Amsterdam hebben onvoldoende capaciteit voor naschoolse opvang.

Leefomgeving De kwaliteit van de leefomgeving heeft invloed op hoe jongeren de maatschappij zien en of zij zich hiermee verbonden voelen. Uit: de Staat van de Jeugd. Dienst O&S 2009. Pag.11: Het Amsterdam Jong Persbureau heeft kinderen gevraagd naar hun mening over speelplekken in de stad.

LICHT, LUCHT EN RUIMTE Sinds 1 augustus 2008 zijn alle basisscholen in Nederland wettelijk verplicht om naschoolse opvang aan te bieden aan hun leerlingen. De scholen hoeven dit niet zelf te regelen, maar ze moeten (de ouders van) hun leerlingen wel kunnen verwijzen naar een plek of organisatie waar deze opvang mogelijk is. En hier knelt de schoen. Althans voor Amsterdam en wellicht ook voor veel andere grote steden in Nederland. Er is onvoldoende fysieke ruimte in de stad om aan de enorme vraag aan opvang te kunnen voldoen. En als er al ruimte is – bijvoorbeeld leegstaande kantoorpanden – dan zijn de kosten per vierkante meter dusdanig hoog, dat van een gezonde exploitatie geen sprake kan zijn. De exploitatie wordt ook bemoeilijkt doordat een ruimte voor naschoolse opvang een groot deel van de tijd niet gebruikt wordt:

tot drie uur ’s middags, ’s avonds en in het weekend staat die leeg. Is een schoolgebouw dan niet geschikt voor naschoolse opvang? In veruit de meeste gevallen is hierop het antwoord: nee. De twee voornaamste redenen hiervoor zijn dat leslokalen te klein zijn voor naschoolse opvang, omdat spelen meer ruimte vraagt dan leren, en dat het voor de ontwikkeling niet gunstig is om gedurende een hele dag ‘opgesloten’ te zijn in een en hetzelfde gebouw; kinderen hebben licht, lucht en ruimte nodig en verandering van omgeving.

VOLOP WATER Kortom, er zijn twee problemen op te lossen. Er moet een geschikte en betaalbare locatie gevonden worden en deze locatie moet liefst 7 x 24 uur gebruikt kunnen worden. Kijken we naar de kaart van Amsterdam, dan valt een ding meteen op: er


HOOFDSTUK 1 - NUT EN NOODZAAK

11


12

Het aantal gezinnen met kinderen in de stad groeit gestaag. In Nederland woont nu meer dan 50% van de bevolking in steden. Stedenbouwkundigen kunnen er niet meer omheen dat zij nu ook in hun plannen rekening moeten houden met kinderen en ruimte voor hen om te spelen.

vloot van aemstel

is ontzettend veel water. Niet alleen de Amstel en de grachten, maar vooral het IJ en de (voormalige) havengebieden zijn prominent aanwezig.

MEER DOELGROEPEN Volop ruimte dus. Ruimte die ook betaalbaar is aangezien de precario (liggeld) aanzienlijk lager is dan de huidige grondprijs of erfpacht in de

stad. Hier moet dus een oplossing gevonden kunnen worden voor het eerste probleem. Voor het tweede probleem – optimaal gebruik van de locatie gedurende de hele dag – kan een oplossing gevonden worden door te kijken of de locatie multifunctioneel ingericht kan worden. Met andere woorden: kunnen meer doelgroepen gebruikmaken van dezelfde


HOOFDSTUK 1 - NUT EN NOODZAAK

ruimte? Natuurlijk staan de kinderen uit het basisonderwijs voorop, om hen is het ons immers te doen. Als we een geschikte locatie vinden voor naschoolse opvang, op een plek die goed bereikbaar is, die veilig genoeg is voor kinderen en waar diverse ruimtes geschikt zijn gemaakt voor creatieve activiteiten, dan is de stap naar een of meer andere doelgroepen

13

snel gezet. Een buurthuisfunctie, ateliers en oefenruimtes voor kunstenaars en musici, volwassenenonderwijs. Mogelijkheden genoeg. Met deze twee oplossingen in de hand – drijvend en voor meer doelgroepen inzetbaar – zijn we onze zoektocht gestart naar de mogelijkheden en onmogelijkheden om de Vloot van Aemstel gerealiseerd te krijgen.


14

vloot van aemstel

2


HOOFDSTUK 2 - OORSPRONKELIJKE IDEEËN

15

oorspronkelijke ideeen De meeste basisscholen in Amsterdam hebben onvoldoende capaciteit voor naschoolse opvang. Fysieke ruimte in de stad is schaars en een plek om lekker buiten te spelen is al helemaal lastig te vinden. Maar water is er volop in het ‘Venetië van het Noorden’. Met die ingrediënten in het achterhoofd heeft de stichting Waterwerk aan de architecten Jord den Hollander en Marlies Rohmer gevraagd een vorm te vinden voor een betaalbaar (drijvend) bouwwerk dat volop gedurende de dag gebruikt kan worden. Op basis van brainstormsessies met diverse betrokkenen hebben zij een praktisch en uitvoerbaar plan ontwikkeld.


16

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 2 - OORSPRONKELIJKE IDEEテ起

17


18

Waterbussysteem. Eind 19e eeuw had Amsterdam zijn eigen waterbus systeem, vergelijkbaar met de Vaporetto’s uit Venetië.

Duurzaam Voor het koelen en verwarmen van een drijvend gebouw hoef je geen fossiele brandstoffen te stoken, want een warmtepomp kan dit veel efficiënter doen door het water waarop je drijft een klein beetje af te koelen of op te warmen.

vloot van aemstel

'Bouwen op het water levert een prachtig extra voordeel op: mobiliteit'

WATER ALS TRANSPORTSYSTEEM Bouwen op het water levert een prachtig extra voordeel op: mobiliteit. Met water als transportsysteem kun je letterlijk alle kanten op. Steeds meer voorbeelden van drijvende publieke voorzieningen worden zichtbaar, zoals bioscopen, parkeerplaatsen en buurthuizen, die hun faciliteiten aanbieden op iedere gewenste plek. Ze hoeven niet te worden afgeschreven of kostbaar te worden verbouwd als de bevolkingssamenstelling van een bepaalde wijk verandert en er geen behoefte meer is aan hun functies.

BUITEN SPELEN IN DE BINNENSTAD Door het inzetten van koppelbare drijvende units met zowel binnen- als buitenruimte, kan op eenvoudige wijze en op wisselende locaties een speel-doe-ontdekeiland samengesteld worden dat meegroeit met de behoefte van het moment. De buitenruimte kan een strand, openluchttheater, sportveld, zwembad of timmerdorp zijn. De binnenruimtes kunnen – al of niet in combinatie – ingericht worden als theater, bioscoop, atelier, danszaal, relaxruimte, sporthal, ontdekruimte en kookcafé. Alle

faciliteiten kunnen tijdens schooltijd ook beschikbaar worden gesteld aan andere gebruikers en doelgroepen.

EEN BREDE BASIS Tijdens brainstormsessies, waarin schooldirecties, ondernemers, architecten, kunst- en cultuurcoördinatoren en ouders vrijelijk hun ideeën ventileerden, kwamen praktische, gedurfde en creatieve inzichten naar voren, die de basis hebben gevormd voor het uiteindelijke plan. Een greep uit de resultaten van de sessies: > Aanlegplaats moet in of rond het IJ liggen i.v.m. gewenst formaat van het schip/platform. > Vervoer van school naar opvang en vice versa via bestaand netwerk van rondvaardboten (feeders). > Multifunctionele inrichting/flexibel à la mobiele culturele instelling. Delen van (tijdelijke) exposities uit bestaande musea opnemen. Vergelijk dependance Rijksmuseum op Schiphol. > Een keuken/kookinrichting om


HOOFDSTUK 2 - OORSPRONKELIJKE IDEEテ起

Er is reeds een scala aan voorbeelden van drijvende publieke voorzieningen, zoals parken, theaters, bibliotheken, zwembaden en kerken.

19


20

Zodra het over water gaat, worden traditionele (bouw-)vormen overboord gegooid en krijgt de creativiteit alle ruimte.

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 2 - OORSPRONKELIJKE IDEEËN

21

Het is wetenschappelijk aangetoond dat veel daglicht en bewegingsruimte gunstig is voor de ontwikkeling van het kind.

ook warme maaltijden te kunnen serveren. > Floating Facilities: aan het ‘Moederschip’ met alle basisfaciliteiten kunnen diverse themapontons worden gekoppeld. Deze pontons (sport-, strand-, zwem-, timmer-, perform-, tribunepontons) kunnen bij gelegenheid ook elders in de stad worden ingezet. > Variatie in aanlegplaatsen, zodat op thema een programma aangeboden kan worden (muziek = Muziekgebouw aan 't IJ; techniek = Nemo Science Centre; geschiedenis = Scheepvaartmuseum/NDSM; cultuur = Filmmuseum/Muziekgebouw aan 't IJ/ NDSM). > Mix van Les & Leisure (in de toekomst wellicht een bredere spreiding van lesuren over de gehele dag): nadruk op vrije ruimte, natuur, kunst en cultuur.

> Een buitenschoolse locatie, zodat kinderen niet het idee hebben dat ze de hele dag op school zitten. > Kinderen meer vrije ruimte geven om buiten te spelen en te experimenteren, te ontdekken (talentontwikkeling). > Personeel: geen beheerder maar een inspirator. > Faciliteiten tijdens schooltijd beschikbaar stellen/verhuren aan bijvoorbeeld café, kunstuitleen, kunstenaars, bijlesleraren, dansers, kleine ondernemers/zzp’ers of als buurtontmoetingsplek. > Partners die kunnen voorzien in kennis en middelen: woningcorporaties, aanbieders van opvang, Amsterdams Fonds voor de Kunst, Stimuleringsfonds Architectuur, Joop van den Ende Foundation, et cetera.

Duurzaam Het zijn niet alleen de nieuwbouwgebieden die aantrekkelijk blijken voor gezinnen (...) ook in de 19e-eeuwse grachtengordel is er een toename van autochtone gezinnen met jonge kinderen. Uit: de Staat van de Jeugd. Dienst O&S 2009.


22

Een moederschip met alle basisfaciliteiten wordt omringd door diverse kleinere themapontons.

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 2 - OORSPRONKELIJKE IDEEËN

23

De thema-pontons kunnen ook bij evenementen en festivals elders in de stad worden ingezet.

DE VOLGENDE STAP Niet gehinderd door allerlei regels, voorschriften en andere mogelijke beren op de weg, hebben deelnemers aan de brainstorm en andere betrokkenen veel ideeën op tafel gelegd. Nog los van de inhoud en de kwaliteit van de ideeën was één ding duidelijk: de animo en het enthousiasme voor deze nieuwe vorm van drijvende

naschoolse opvang was groot. Toen de volgende stap: antwoord krijgen op de vraag of het idee voldoende draagvlak heeft en in hoeverre het plan echt uitvoerbaar is. Om dat vast te kunnen stellen werd besloten om een brede werkconferentie te houden, waarbij de plannen werden ontvouwd en iedereen werd uitgenodigd om kritisch hierop te reageren.


24

vloot van aemstel

3


HOOFDSTUK 3 - DRAAKGVLAK

draagvlak Om te toetsen of het idee van de Vloot van Aemstel voldoende draagvlak heeft en in hoeverre het plan echt uitvoerbaar is, is op 23 juni 2008 een werkconferentie georganiseerd in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Een locatie omringd door water, zodat de deelnemers meteen in de juiste sfeer kwamen.

25


26

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 3 - DRAAKGVLAK

27


28

Binnen- en buitenruimte gecombineerd op een ponton. Een timmervlot dat volledig is 'ontworpen' door kinderen.

vloot van aemstel

'Een plan dat past bij de stad'

Watertafel

CONFERENTIE

Naar aanleiding van het artikel 'Het blauwe goud van Amsterdam' in Het Parool heeft de stichting Waterwerk het plan voor de Vloot van Aemstel gepresenteerd tjdens de 'Watertafel' op 25 juni 2009 in het Stadhuis. De 'Watertafel' is georgansieerd door de PvdA-raadsleden Hetti Willemse en Sabina Gazic.

Tijdens de werkconferentie op 23 juni 2008 hebben vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de gemeente en het basisonderwijs hun openhartige mening gegeven over het plan voor een drijvende buitenschoolse opvang in Amsterdam: de Vloot van Aemstel. De werkconferentie werd georganiseerd door stichting Waterwerk in samenwerking met stadsdeel Amsterdam Centrum en stichting Openbaar Onderwijs a/d Amstel. Deelnemers aan de conferentie werd gevraagd naar de sterke en zwakke punten in het plan. Daarna werd dieper ingegaan op het versterken, respectievelijk wegnemen van deze punten, het oplossen van mogelijke bedreigingen en het benutten van voorziene kansen. De eerste reactie op het plan werd gekenmerkt door de volgende uitspraken: 'uitwerken!'; 'uitdagend in alle opzichten'; 'past bij de stad'; 'inspirerend'; 'doen en nu doorpakken'; 'spannend, eindelijk niet tuttig' en 'slim'.


HOOFDSTUK 3 - DRAAKGVLAK

29

Nieuwe dynamiek Jord den Hollander Architect

Het denken over de mogelijkheden van de ‘drijvende stad’ heeft zich tot nu toe te veel beperkt tot wonen op het water. Meer kans van slagen lijken de publieke voorzieningen die drijvend en mobiel op bepaalde plekken een bepaalde vraag (tijdelijk) kunnen opvangen. De belangrijkste troefkaart is ‘mobiliteit’. Juist in de mobiliteit die het water biedt, liggen ongekende mogelijkheden voor een nieuwe stedenbouw. De mensen trekken niet meer massaal naar verafgelegen voorzieningen, maar de voorzieningen komen naar hen toe. Jaren geleden ontwierp architect Aldo Rossi al een drijvend theater voor de stad Venetië. Voor de Openbare Bibliotheek in Zaanstad heb ik een drijvende vestiging ontwikkeld die eenvoudig van de ene naar de andere wijk verplaatst kan worden. Andere voorbeelden zijn de drijvende gevangenis in Rotterdam, de fietsflat bij het CS in Amsterdam en de vele pontons die ’s zomers als extra terrasruimte overal in de stad opduiken. Ook Waternet heeft die andere dimensie van water omarmd en is nu bezig met de bouw van een drijvend zwembad. De juiste voorzieningen op de juiste tijd, op de juiste plek. Minder investerings- en exploitatiekosten en minder belasting voor het milieu. Het

vereist een manier van denken die haaks staat op de traditie van stedenbouw, waar de publieke functies de ankerpunten vormen in het stedelijk weefsel. Mobiele publieke functies kunnen als een soort satellieten op iedere gewenste plek en op elk moment aan een wijk gekoppeld worden. Een steeds van gezicht veranderende stad. Precies het beeld dat iedere havenstad in zijn glorieperiode gekend heeft; een steeds wisselend beeld van arriverende en vertrekkende vrachten passagiersschepen. Een stad met (een nieuwe) dynamiek.


30

vloot van aemstel

Een goed voorbeeld van kinderopvang in de stad is Iduna in de Pijp. Een medewerker van de GGD vatte de sfeer bij Iduna krachtig samen als "het Jottumgevoel".

Voorzieningen De diverse delen van Amsterdam verschillen van elkaar in buurtwaardering (…) vooral kinderen in Zuidoost, Osdorp, Zeeburg en Centrum hebben vaak te maken met onvoldoende speelvoorzieningen of voorzieningen van slechte kwaliteit. Uit: Staat van de Jeugd. Dienst O&S. 2009 Resultaten Een volledig verslag van de werkconferentie is als pdf-document te downloaden. Kijk op stichtingwaterwerk.org.

De voornaamste risico’s/problemen die zijn geïnventariseerd (in volgorde van belangrijkheid): > Regelgeving en procedures > Exploitatiekosten > Faciliteiten > Management en bemensing > Logistiek > Veiligheid De voornaamste kansen/pluspunten die zijn genoemd (in willekeurige volgorde): > Verplaatsbaarheid, mobiliteit > Beter gebruik van de (bestaande) ruimte > Samenwerkingsmogelijkheden > Multifunctionaliteit/ multiinzetbaarheid > Talentontwikkeling > Kwaliteitsverbetering > Inspirerend, prikkelend, vernieuwend Voor de drie belangrijkste risico’s/ problemen zijn praktische adviezen en oplossingen aangedragen.

Ten slotte hebben diverse partijen en personen expliciet aangegeven op welk vlak zij een bijdrage kunnen en willen leveren om de haalbaarheid van de Vloot van Aemstel te vergroten. De complete resultaten van de werkconferentie zijn als bijlage achter in deze publicatie opgenomen. Direct na de werkconferentie is een stuurgroep samengesteld die zich als taak heeft gesteld het plan verder uit te werken en de haalbaarheid diepgaander te toetsen. De leden van de stuurgroep zijn: > Antoinette Kat, projectleider OSA uitvoeringsorganisatie > Lisette van Velzen, directeur GO! Marketing > Maarten Teunissen, beleidsmedewerker stichting Openbaar Onderwijs a/d Amstel > Rob Redmeijer, directeur Kolibri Leisure Management > Wies Daamen, clustermanager Jeugd & Onderwijs, stadsdeel Centrum


HOOFDSTUK 3 - DRAAKGVLAK

Geef ruimte aan spel Maarten Teunissen Stichting Openbaar Onderwijs a/d AmstelÂ

Spel en kinderen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gewoon lekker ontspannen plezier hebben en heerlijk met leeftijdgenoten omgaan! Spel is van groot belang voor vele aspecten van de ontwikkeling van kinderen. Het biedt aan kinderen de mogelijkheich te vormen. Dit alles vindt tijdens het spel op een ongedwongen en vrijwel onbewuste manier plaats. Hoewel kinderen eigenlijk allemaal wel uit zichzelf willen spelen, is het ook belangrijk als ze tot spel, en daarmee tot ontplooiing, worden uitgedaagd. Een inspirerende omgeving, een omgeving die kansen geeft om samen met andere kinderen te spelen, die kinderen aanzet en ruimte biedt verschillende activiteiten te doen, speelt een bepalende rol. Op de Vloot van Aemstel vinden ze de uitdaging en vooral ook de ruimte om volop van hun spel te genieten en kennis te maken met allerlei activiteiten. Juist in een deel van de stad waar die ruimte niet of nauwelijks aanwezig is, is dat een absolute must!

31


32

'TALENTONTWIKKELING BUITEN SCHOOLTIJD VOOR IEDEREEN' Visie van Combiwel op kinderopvang Hans Zuiver Directeur/bestuurder Combiwel

Combiwel heeft haar enthousiasme uitgesproken over de mogelijkheden die zij ziet voor het bieden van innovatieve kinderopvang in de Vloot van Aemstel. De Vloot is vernieuwend van karakter, vanwege het type accommodatie en vanwege het inhoudelijke aanbod. Het exploiteren van zo’n innovatieve kinderopvanglocatie past bij het maatschappelijk ondernemerschap dat wij voorstaan. Het biedt uitstekende kansen voor het realiseren van een vorm van kinderopvang die past bij onze visie: de opvang an sich moet niet de primaire doelstelling zijn. Het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen en de preventie van problemen is ons hoofddoel. Wij zijn ervan overtuigd dat onze aanpak in de kinderopvang bijdraagt aan het realiseren van onze missie: het ontwikkelen, realiseren en onderhouden van een veilige lokale sociale infrastructuur, waarbinnen mensen beter in staat worden gesteld hun eigen leven richting te geven en deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Om het voor kinderen mogelijk te maken richting te geven aan hun eigen leven is het nodig dat zij al op jonge leeftijd hun talenten kunnen ontwikkelen. Combiwel vindt het daarom tot

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 3 - DRAAKGVLAK

33

haar taak behoren de sociale, lichamelijke en creatieve vaardigheden van jeugdigen te stimuleren. De aanpak in onze kinderopvang is daar dan ook op gericht. Dit komt tot uiting in ons aanbod van gevarieerde activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld kunst, cultuur, techniek en sport, maar ook in de openstelling van het aanbod van deze activiteiten aan kinderen die wel in de buurt wonen, maar niet ingeschreven staan voor de kinderopvang. De ambitie van Combiwel is om in de Vloot van Aemstel aansluiting op zowel het onderwijs als de vrijetijdsbesteding van kinderen te bieden in de vorm van een doorgaande pedagogische leerlijn. Sommige kinderen gaan in hun vrije tijd naar paardrijden, krijgen pianoles op de muziekschool of zijn lid van een zwemvereniging. Andere kinderen gaan naar de activiteiten in het buurthuis of de speeltuin en de meeste kinderen spelen dagelijks op straat of thuis en kijken televisie. Uiteraard is de inrichting van hun vrije tijd een zaak van de kinderen en ouders zelf, maar in de huidige situatie zijn de mogelijkheden voor talentontwikkeling buiten schooltijd ongelijk verdeeld. Combiwel ziet het als haar opdracht om de talenten van alle Amsterdamse kinderen te helpen ontwikkelen en daarin aan te sluiten bij hun eigen capaciteiten. De Vloot van Aemstel zou met onze aanpak dus niet zomaar een locatie voor naschoolse opvang op het water worden, maar ook een buurtcentrum, talentencentrum en kunst- en cultuurcentrum op het water. De methodiek voor talentontwikkeling op basis van Community art, die we in het Fijnhout Theater toepassen, kan heel goed gecombineerd worden met kinderopvang. Ook onze jarenlange ervaringen met opvoedingsondersteuning, samenlevingsopbouw en jeugdwerk vormen een waardevolle aanvulling op onze ervaring met het bieden van kinderopvang.


34

vloot van aemstel

4


HOOFDSTUK 4 - UITGANGSPUNTEN

uitgangs punten

De Vloot van Aemstel is meer dan een centrum voor naschoolse opvang of een buurthuis zoals we die al kennen. In de meeste gevallen is er eerst een locatie, een gebouw, en dan wordt bekeken hoe dit gebouw geschikt gemaakt kan worden voor opvang of buurthuis. Wij draaien het om: wat zou de ideale huisvesting zijn en hoe kan deze vormgegeven worden? De adviezen, tips en opmerkingen die op de werkconferentie zijn verzameld, hebben ons geholpen om de uitgangspunten voor een optimale huisvesting te formuleren.

35


36

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 4 - UITGANGSPUNTEN

37


38

vloot van aemstel

Voor de gewenste groene uitstraling van de Vloot van Aemstel zijn er talloze praktijkvoorbeelden van groene gevels en daken.

Groendaken Meer groen in de stad zorgt voor een beter leefmilieu. Groendaken nemen een deel van het regenwater op, wat mee kan werken om overbelasting en overstort van het riool te voorkomen. Bovendien zijn daken met begroening in de zomer koeler en in de winter warmer.

BASIS De basis voor de Vloot van Aemstel rust op zes conceptuele pijlers. Te weten: flexibel, duurzaam en innovatief, veilig, mobiel, multifunctioneel en spannend. Deze pijlers zijn een resultante van de werkconferentie en nadere gesprekken met deskundigen op het gebied van kinderopvang, inrichting van binnen- en buitenruimtes voor kinderen, duurzaam bouwen en veiligheid. De zes pijlers – de uitgangspunten – worden hieronder toegelicht.

FLEXIBEL De Vloot kan groeien en krimpen, afhankelijk van de behoefte. Als de vraag naar kinderopvang tijdelijk toeneemt, kan de Vloot eenvoudig uitgebreid worden door extra pontons met binnen- of buitenruimte aan te haken.

Is er sprake van een structurelere toename, dan kan het hoofdgebouw (de ‘vaarmoeder’) vergroot worden door een tweede unit te laten bouwen en die te verankeren aan de eerste. Bij een afnemende vraag kunnen pontons elders ingezet worden of kan de extra unit verkocht en verplaatst worden. Ook de seizoenen kunnen vragen om flexibiliteit. In de winter zal vooral vraag zijn naar binnenactiviteiten. Hieraan kan worden voldaan door pontons aan te koppelen die voorzien zijn van een binnenruimte, al of niet met een winters thema. 's Zomers is buitenspelen van veel groter belang. Een strandvlot, speeltuinvlot of drijvend zwembad biedt dan uitkomst. Ten slotte zijn ook de ruimtes zelf flexibel in te richten door slim


HOOFDSTUK 4 - UITGANGSPUNTEN

39

De activiteiten op de Vloot van Aemstel zouden aansluiting kunnen vinden bij onderwerpen die op school worden behandeld.

gebruik te maken van verschuifbare of verrijdbare panelen.

DUURZAAM EN INNOVATIEF Omdat de Vloot van Aemstel primair gebouwd en ingericht zal worden voor kinderen uit het basisonderwijs, is dit de plek bij uitstek om op een aantrekkelijke, inzichtelijke manier uitleg te geven over duurzaamheid. Wat is er leuker dan te zien hoe afvalwater door waterplanten (helofytenfilter) wordt gezuiverd en weer drinkbaar is? Of dat je ziet hoeveel lampen je kunt laten branden met een dak vol zonnepanelen? Of hoe je een gebouw kunt verwarmen met grachtenwater? Over de materialen die zijn gebruikt in het gebouw is ook veel interessante en leerzame informatie te geven. Het hout is op een verantwoorde manier verbouwd en gekapt, de buitenmeubels zijn gemaakt van oude plastic tasjes, oude materialen die eigenlijk weggegooid zouden worden, zijn opnieuw gebruikt.

VEILIG Uiteraard geldt dat een faciliteit waar kinderen komen veilig moet zijn, of dit nu op het land is of op het water. Hoewel veel mensen water associĂŤren met onveiligheid, kunnen eenvoudige ingrepen de veiligheid voldoende waarborgen. Op dat vlak is reeds ervaring opgedaan in Amsterdam met de speelpontons in het Westerdok. Bij het inrichten van de binnenruimtes is veiligheid ook aan de orde: minimaal gebruik van scherpe materialen en scherpe hoeken, goede zichtlijnen die het toezicht vereenvoudigen, kindveilige wandcontactdozen op een veilige hoogte. De meeste veiligheidsaspecten zijn vastgelegd in wet- en regelgeving, zoals het Bouwbesluit. Uiteraard zal de inrichting van de Vloot van Aemstel hieraan voldoen.


40

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 4 - UITGANGSPUNTEN

MOBIEL Mobiliteit is net als flexibiliteit een belangrijk en onderscheidend aspect van de Vloot van Aemstel. Omdat niet op het vaste land wordt gebouwd, kan de Vloot naar behoefte verplaatst worden naar een andere plek. Bijvoorbeeld als de bevolkingssamenstelling zodanig verandert dat de concentratie kinderen op een bepaalde plek fors toeneemt en er behoefte is aan opvangfaciliteiten. (IJburg is hiervan een goed voorbeeld.) Zo hoeft er niets afgebroken en herbouwd te worden. Mobiliteit geldt ook voor de pontons. Deze kunnen eenvoudig – en ook voor een korte periode – elders in de stad worden ingezet. Zo kan het ‘tribunevlot’ en het ‘performancevlot’ uitstekend ingezet worden bij evenementen als de Uitmarkt, Sail en het Grachtenfestival. Ook hier geldt dat er niet onnodig pontons hoeven te worden opgebouwd en afgebroken. De stad beschikt bovendien over kant-en-klaar ‘drijvend stadsmeubilair’.

MULTIFUNCTIONEEL De Vloot van Aemstel is een puur multifunctioneel gebouw. Het is in de eerste plaats een ruimte voor naschoolse opvang. Tegelijkertijd biedt het ruimte voor buurt- en sportverenigingen en voor avonden weekendcursussen, kunnen er evenementen en congressen georganiseerd worden en kunnen

41

zzp’ers, kunstenaars en studenten er een studio of atelier huren. De Vloot van Aemstel zal hiermee vooral een nieuwe Amsterdamse ontmoetings- en verblijfsruimte worden, die meegroeit met de behoefte van de stad.

SPANNEND De Vloot van Aemstel onderscheidt zich ook door zijn karakter en uitstraling: het wordt vooral spannend. De Vloot is een plek waar je kunt ontdekken: niet alleen wereldse zaken als techniek, kunst, cultuur, sport en spel, maar ook je eigen voorkeuren en talenten. En waar je die ook kunt ontwikkelen. De Vloot zelf biedt bovendien een ontdekkingsreis door de verschillende ruimtes – binnen en buiten – en via steeds wisselende activiteiten. Het ziet er vandaag anders uit dan gisteren en morgen zijn er weer nieuwe thema’s en activiteiten. De Vloot van Aemstel is een plek waar je iets kunt beleven en waar je nooit op uitgekeken raakt.


42

vloot van aemstel

5


HOOFDSTUK 5 - PROGRAMMA VAN EISEN

43

programma van eisen Met de zes uitgangspunten in gedachte is het nu tijd om te bepalen welke eisen we willen stellen aan zowel vorm als inhoud van de Vloot van Aemstel. Uiteraard is er een aantal wettelijke eisen waaraan minimaal voldaan moet worden. Maar om onze ambitie helder te beschrijven en te borgen, hebben we daar een aantal extra eisen aan toegevoegd. Zoveel mogelijk aspecten komen aan bod, zoals bemanning, exploitatie, onderhoud, exterieur, interieur en installaties. Maar we beginnen bij de koers die ons voor ogen staat.


44

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 5 - PROGRAMMA VAN EISEN

45


46

vloot van aemstel

'De Vloot kan groeien en krimpen, afhankelijk van de behoefte' Onbekend maakt onbemind De ontmoetingskansen tussen autochtone en allochtone kinderen zijn kleiner geworden (...), de woonsegregatie en de segregatie op scholen leidt er toe dat kinderen van verschillende achtergronden minder makkelijk met elkaar in contact komen (...), onbekendheid met elkaar kan leiden tot discriminatie. Uit: de Staat van de jeugd. Dienst O&S 2009.

DE KOERS VAN DE VLOOT VAN AEMSTEL De Vloot van Aemstel is een multifunctionele culturele drijvende instelling, in de eerste plaats bedacht en ontworpen voor naschoolse opvang – bij voorkeur in combinatie met naschoolse activiteiten – van kinderen uit het basisonderwijs. Tegelijkertijd is het een ontmoetingsplek voor de buurt: tijdens schooluren, ’s avonds en in het weekend worden de verschillende ruimtes gebruikt voor allerhande (buurt)­ activiteiten, zoals computercursussen, lezingen, avond- en weekendonderwijs, bijeenkomsten van verenigingen en als atelier en oefenruimte. Noem het een multifunctionele ‘huiskamer’, waar iedereen welkom is en een grote mate van vrijheid geniet in het gebruik van de verschillende ruimtes. Kortom, de Vloot biedt een veelheid aan mogelijkheden en faciliteiten waarvan jong en oud, schoolgaand en niet-schoolgaand, plezier kunnen hebben.

FLEXIBEL KINDERPARADIJS De Vloot wil een nieuwe uitdagende plek zijn waar kinderen tijdens, en vooral na schooltijd, programma’s krijgen aangeboden die de (talent)

ontwikkeling prikkelen. Dit ook in het kader van de Dagarrangementen, waarbij schoolbesturen de verantwoordelijkheid hebben om ruimte te creëren voor voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang en activiteiten. Stadsdelen ondersteunen deze initiatieven vanuit hun regierol en de welzijns- en opvanginstellingen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke uitvoering, in samenwerking met sportverenigingen en culturele organisaties. Ook wordt er op deze manier inhoud gegeven aan het stedelijke programma Jong Amsterdam, waarvoor talentontwikkeling voor alle kinderen leidraad is. Bij de vormgeving, de indeling, het materiaalgebruik en de locatie van de Vloot van Aemstel en bij de activiteiten die er plaatsvinden, zal uitgegaan worden van het kind. Niettemin zal de Vloot ook voor de volwassenen die er gebruik van maken een hoogwaardige gebruiksruimte zijn. De Vloot van Aemstel zelf moet kunnen meegroeien en inkrimpen met de bevolkingssamenstelling, de locatie en de seizoenen. Deze flexibiliteit wordt bereikt door de bijzondere


HOOFDSTUK 5 - PROGRAMMA VAN EISEN

formatie van de Vloot: één moederschip (de ‘vaarmoeder’) en diverse satellietplatforms daaromheen. Voorts zal (een deel van) de Vloot een tijdelijk karakter krijgen door niet op een vaste locatie de ankers uit te gooien, maar wanneer nuttig en nodig van plek te wisselen. Ook zal de mogelijkheid bestaan om onderdelen (drijvende platforms) in te zetten bij evenementen in de stad of regio.

47

van Aemstel te zijn. De bemanning zal zich beschermd weten door de Arbowet. Deze wet geeft de rechten en plichten aan van zowel werkgever als werknemer op het gebied van arbeidsomstandigheden. De Arbowet geldt overal waar arbeid wordt verricht, dus ook op de Vloot van Aemstel.

BEMANNING De bemanning van de Vloot (gedurende de naschoolse opvang en naschoolse activiteiten) zal aan een duidelijk profiel moeten voldoen: enthousiast, stimulerend, inspirerend, geduldig, betrouwbaar en in staat mee te voelen en mee te denken met het kind. Het moet voor kinderen – en daarmee ook voor volwassenen – een genot zijn om op de Vloot

EXPLOITATIE EN ONDERHOUD Voor de exploitatie en het onderhoud van de Vloot gaat de voorkeur uit naar het beheermodel, waarbij één partij (als rechtspersoon) eigenaar is van het complex en delen van de ruimte verhuurt aan gebruikers/huurders


48

vloot van aemstel

Kinderen die zijn geinterviewd door het Amsterdam Jong Persbureau zien een spannende speellocatie op het water wel zitten. Veel kinderen hebben niet echt een vaste speelplek buiten of vinden de speelplaats in de buurt saai of te klein.

(zie ook hoofdstuk 8: Samenwerkingsverbanden en hoofdstuk 9: Investering en exploitatie). De verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud ligt primair bij de beheerder en de kosten hiervoor worden omgeslagen over de gebruikers naar rato van verblijfsduur en gebruiksoppervlak.

> > > > > >

Samenwerkingsmogelijkheden: kunstuitleen Oost, musea, kinderkunsthal Noord, Huis van Aristoteles, conservatorium, muziekschool, (jeugd)theaters, sportvereniging, zwembadexploitant, Technika10, Nemo, OBA, Klokhuis, Tunfun, volwasseneneducatie, ROC’s (voor stageplaatsen).

WETTELIJKE EISEN EN VOORSCHRIFTEN

Mogelijke medegebruikers: > Kunstenaars > Muzikanten conservatorium/ Muziekschool dependance > Kindercircus Elleboog > Bijlesleraren > Theatermakers

Kunstuitleen/galerie Openbare Bibliotheek Café Zzp’ers Sport-/fitnessvereniging Zwembadexploitant

Zie ook hoofdstuk 8: Samenwerkingsverbanden.

Leidend hierin zijn de eisen die worden gesteld uit het oogpunt van brandveiligheid (zie Bouwbesluit) en de voorschriften die samenhangen met kinderopvang. Voorts zal ook het Bouwbesluit bindend zijn voor de fysieke aspecten van de te bouwen objecten. Ingevolge artikel 2 van de Woningwet bevat het Bouwbesluit voor nieuw te bouwen bouwwerken de minimum bouwtechnische voorschriften omtrent veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Omdat het om een drijvende inrichting gaat, zal ook de Dienst Binnenwaterbeheer en/of de Havendienst een toetsende rol vervullen.


HOOFDSTUK 5 - PROGRAMMA VAN EISEN

49

HET HOOFDGEBOUW

INTERIEUR

Buiten de drijvende platforms, die als satellieten aan de vaarmoeder vastgekoppeld kunnen worden, is hieronder een opsomming gegeven van de eisen en wensen met betrekking tot de vaarmoeder: het hoofdgebouw waarin alle basisfaciliteiten zijn opgenomen, zoals toiletten, keuken, klimaatinstallatie en elektra. Deze eisen en wensen zijn opgesteld na uitvoerig onderzoek en op basis van gesprekken met architecten, welzijnsinstellingen, GGD Amsterdam en uiteraard de kinderen zelf.

Vormgeving Uit de vormgeving moet blijken dat het een bootgebouw is waar kinderen en volwassenen op een bijzondere manier hun tijd kunnen doorbrengen. Het moet een eigentijds gebouw zijn, waarvan de multifunctionaliteit voorop staat. Eigentijds in de zin dat gebruik wordt gemaakt van nieuwe ontwikkelingen op ontwerpgebied. Denk bijvoorbeeld aan een samenwerkingsverband met de Design Academy Eindhoven en/of ontwerpers als Richard Hutton en De Makers Van. Multifunctioneel in de zin dat de ruimtes zo zijn ingericht dat zowel kinderen als volwassenen deze op verschillende tijden en voor diverse doeleinden kunnen gebruiken.

Het is onze ambitie is om het gebouw op een duurzame wijze te bouwen en dit ook inzichtelijk te maken voor de (jonge) bezoekers. Wij denken dan aan het inzetten van innovatieve technologie, zoals warmte- en koudeopslag, PV-cellen voor de opwekking van elektriciteit, helofytenfilters voor het zuiveren van afvalwater, warmtepompen die gebruikmaken van de temperatuur van het grachtenwater, natuurlijke ventilatie en dergelijke. Voor de constructie zal vooral gewerkt worden met milieuvriendelijke materialen (beton, FSC-hout) en zullen materialen zoveel mogelijk hergebruikt worden (oude zee足containers).

Indeling De onderlinge relaties en de posities van de ruimtes volgen als vanzelf uit de logistiek van de bezoekers/ gebruikers. De entree is groot en


50

licht, omdat hier de grootste concentratie bezoekers verwacht kan worden: op piekmomenten (bij binnenkomst kinderen) moeten in deze ruimte tweehonderd kinderen opvangen kunnen worden. Direct in de nabijheid van de entree komen de toiletgroepen, die ook eenvoudig te bereiken zijn vanuit de andere gebruiksruimten. De plaats van de keuken wordt vooral bepaald door de logistiek: aanvoer van levensmiddelen en de uitgifte van drank en maaltijden. De keuken zal daarom dicht bij een (leveranciers)ingang en een groepsruimte geplaatst worden. De positionering van de andere ruimtes zal dusdanig zijn dat de exploitatiemogelijkheden van het gebouw optimaal zijn. Concreet betekent dit dat ruimtes eenvoudig gesplitst en samengevoegd kunnen worden en dat ruimtes afzonderlijk afgesloten kunnen worden. De voorzieningen per ruimte zullen worden bepaald in nauw overleg met de (toekomstige) gebruikers.

EXTERIEUR De buitenkant van de vaarmoeder moet opvallend, open en vriendelijk zijn. Opvallend in materiaalgebruik, open in zichtlijnen en vriendelijk zoals kinderen vriendelijk ervaren: kleurrijk, licht en ruimtelijk. Het gebouw moet een baken zijn en al op grote afstand prikkelen en uitnodigen: spannend, bijzonder, elegant, stoer. Beeldentuin Een buitenruimte is aanwezig voor het tentoonstellen van wisselende weersbestendige kunstwerken van kunstenaars en kinderen. Deze kunstwerken zijn ook al zichtbaar vanaf de ‘straat’.

vloot van aemstel

Een ‘groen’ gebouw Het gebruik van duurzame materialen en technologie is ook aan de buitenkant goed zichtbaar en voelbaar voor kinderen en volwassenen. Zo wordt er een tuin met waterplanten (helofytenfilter) aangelegd, een dak van sedumbedekking en/of kruiden­ plantjes en een installatie van zonnepanelen/ PV-cellen. Duurzaamheid komt ook tot uitdrukking in constructie en afwerking, die is ‘Bokito-proof’: voorzieningen moeten niet binnen de kortste keren armoedig en afgetrapt zijn. Licht, lucht en ruimte Er zijn goede zichtverbindingen tussen buiten en binnen. Niet alleen om het toezicht eenvoudiger te maken, maar vooral ook omdat licht, lucht en ruimte belangrijk zijn voor het opgroeiende kind. Buiten Er is een buitenruimte voor spelen, ravotten en hutten bouwen. Er is een buitenruimte voor sport met de mogelijkheid tot dubbel gebruik door buitentheater en filmvoorstellingen en voor sportverenigingen. Er is een groene buitenruimte met de mogelijkheid van dubbel gebruik door café en terras. En er is een blauwe buitenruimte voor strand/watersport met de mogelijkheid van dubbel gebruik door een sportvereniging.

MOGELIJKHEDEN DIVERSE RUIMTES Over activiteiten die op de Vloot georganiseerd kunnen worden, hebben kinderen zelf ongetwijfeld ook ideeën. Onderstaande ideeën zijn bedacht door volwassenen en vervolgens door journalisten van het AJP (Amsterdams Jong Persbureau) getoetst bij kinderen uit de doelgroep. In het hoofdstuk 'Inhoudelijke componenten' worden de ruimtes in de ‘vaarmoeder’ en de omliggende pontons nader toegelicht. Ruimtes vaarmoeder: > MultimediaLab: een muziek- en filmstudio met podium en opname-apparatuur. > FittLab: een binnen- en buitenruimte waar actieve speelvormen mogelijk zijn.


HOOFDSTUK 5 - PROGRAMMA VAN EISEN

> > > >

CreaLab: een of meer atelierruimtes voor kunstenaars annex atelierruimte voor kinderen. KookLab: een open keuken annex café, ingericht op kinderen en waar kinderen lekker bezig kunnen zijn met voedsel. Chill-out: een ruimte om even lekker niks te doen, om bij te komen van de schooldag. BrainLab: een multifunctionele, flexibele ruimte die gebruit wordt voor ‘hersengymnastiek’. > WelcomeZone: een plek voor kinderen om uit te waaieren naar de diverse zones en een ontmoetingsplek voor kinderen en volwassenen met eenvoudige horeca. Maar een vloot is pas een vloot als er sprake is van meer dan één drijvend object. En dan het liefst objecten waar de buitenruimte een hoofdrol speelt. De vaarmoeder kan vergezeld worden van: > Zwembadboot > Huttenbouw- en Timmerdorpponton > Strandponton > Moestuinponton > Tribune/Performance-ponton > Speeltuinponton

51

INSTALLATIETECHNISCHE EISEN Gebouwvoedingen, werktuigbouwkundige installaties, elektrotechnische installaties, communicatie-installaties, beveiligingsinstallaties moeten in overleg met deskundigen gespecificeerd worden. Ook hier moet gelet worden op duurzaamheid, innovatie en educatie.

SPONSORING EN SUBSIDIES Sponsors kunnen zich aangesproken voelen door het innovatieve karakter van de Vloot van Aemstel en door het maatschappelijke karakter. In toenemende mate is te zien dat bedrijven buiten ‘winst maken’ ook aandacht hebben voor de wijze waarop zij iets aan de maatschappij en het milieu kunnen teruggeven. (Start)subsidie kan aangevraagd worden bij diverse fondsen en instellingen, zoals: Prins Bernhard Cultuurfonds, VSB Fonds, Fonds BKVB, ministerie van OC&W, gemeente Amsterdam.


52

vloot van aemstel

6


HOOFDSTUK 6 - LOCATIE EN LOGISTIEK

locatie en logistiek Nut en noodzaak van de Vloot is aangetoond. Er bestaat een breed draagvlak voor het idee bij de gemeente, het onderwijs en welzijnsinstellingen. De contouren voor het idee zijn vastgelegd, evenals de eisen en wensen waaraan de Vloot zou moeten voldoen. Maar er is nog niets gezegd over de plek waar de Vloot zou kunnen afmeren. Water genoeg, dus plek zat als je de kaart van Amsterdam bekijkt. Veel water is echter al bestemd of om andere redenen niet beschikbaar. En gelet op de omvang van de Vloot is afmeren in een van de vele grachten geen optie: die zijn vaak te smal en de vaste bruggen zijn te laag. We zullen het moeten zoeken in het ‘open’ water, nabij de Amstel en ’t IJ.

53


54

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 6 - LOCATIE EN LOGISTIEK

55


56

Alle dertien basisscholen in de Amsterdamse binnenstad liggen op loopafstand van water..

vloot van aemstel

'We richten ons op kinderen van acht tot twaalf jaar'

CAPACITEIT De capaciteit van de Vloot van Aemstel is in dit plan berekend op maximaal tweehonderd kinderen. We richten ons daarbij op kinderen van acht tot twaalf jaar (groepen 4-8). Gemiddeld maken kinderen twee tot drie dagen per week gebruik van naschoolse opvang. Idealiter zouden dan vierhonderd verschillende kinderen gebruik kunnen maken van de opvang op de Vloot van Aemstel.

Stoom In de 19e eeuw was vervoer per stoomboot algemeen. Populair was ook de stoomboot van de Amsterdamse Havenstoomdienst, die vanaf 1884 plezierreisjes organiseerde naar Marken, Monnickendam en Broek in Waterland.

Nu maakt ongeveer twintig procent van de kinderen gebruik van naschoolse opvang. Omgerekend is dat ongeveer veertig kinderen uit de groepen 4 t/m 8 per basisschool. De Vloot van Aemstel zou dus tien basisscholen in de stad kunnen bedienen. Bij het bepalen van een geschikte locatie spelen twee factoren een doorslaggevende rol: > Centrale ligging t.o.v. tien basisscholen > Voldoende water waar de Vloot (vaarmoeder + pontons) kan liggen

Tijdens het onderzoek zijn onder andere de volgende locaties aangemerkt als mogelijke ligplaats voor de Vloot van Aemstel: > Dijksgracht ter hoogte van het voormalige Stork-terrein > De oude en nieuwe Houthaven in stadsdeel Westerpark > Johan van Hasseltkanaal in Amsterdam-Noord > Steigereiland IJburg > Veemkade in de IJhaven, nabij de verbindingsdam. Voor het vervoer van de kinderen van school naar de Vloot van Aemstel en weer terug zijn er verschillende mogelijkheden: > Lopend > Fiets > Touringcar > Tram > Boot Lopend Hier kan een actieradius gehanteerd worden van ĂŠĂŠn kilometer. Dit komt overeen met een looptijd van tien minuten tot een kwartier. Ter illustratie: als de Vloot van Aemstel afgemeerd wordt op locatie Dijksgracht, dan kunnen kinderen van basisschool


HOOFDSTUK 6 - LOCATIE EN LOGISTIEK

57


58

Oostelijke Eilanden er lopend naartoe. Fiets Kinderen uit de groepen 4-8 op de fiets van school naar een andere locatie te laten fietsen, is uit veiligheidsoverwegingen niet raadzaam. De fiets is daarom geen reële optie. Touringcar Een touringcar wordt al door basisscholen ingezet om schoolkinderen - ook binnen de stad - te vervoeren. Nadeel van deze wijze van vervoer is de filevorming in de stad, waardoor geen betrouwbaar tijdschema gehanteerd kan worden, en de schaarste

vloot van aemstel

aan geschikte parkeerplaatsen. Maar bovenal is het weren van bussen en vrachtwagens uit de stad een zegen voor de leefbaarheid. Tram De tram is een beproefde en geschikte optie. Mits de school en de Vloot op loopafstand (maximaal één kilometer) van een tramhalte liggen. Boot Vervoer over water is in een stad als Amsterdam een voor de hand liggende optie. De meeste basisscholen zijn vanaf het water te bereiken als we uitgaan van de maximale loopafstand van één kilometer. De Vloot zelf ligt al in het water, dus afmeren aldaar is geen probleem. Vervoer over water is relatief schoon, veilig en betrouwbaar. En nog afgezien van de rationele afwegingen:


HOOFDSTUK 6 - LOCATIE EN LOGISTIEK

59

Fietsend door de stad kom je al veel locaties tegen die geschikt zouden zijn voor de Vloot van Aemstel.

wat is er leuker dan met een boot opgehaald te worden om naar de naschoolse opvang te gaan? In deze studie is daarom vooral onderzocht welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn als kinderen met de boot worden gehaald en gebracht van en naar de Vloot van Aemstel. Deze variant is tevens doorgerekend in de exploitatiebegroting.

MET DE RONDVAARTBOOT NAAR DE VLOOT VAN AEMSTEL Hoe gaat dat in z’n werk? Hoe krijg je ruim honderd kinderen van verschillende scholen met de boot naar één plek? En weer terug? Om hier antwoord op te krijgen is advies gezocht bij twee rondvaartrederijen in Amsterdam. Uiteindelijk is de oplossing eenvoudig. In de stad zijn voldoende opstapplaatsen nabij basisscholen: steiger bij theater Carré (Amstel), steiger bij het stadhuis/muziektheater

(Amstel), steiger bij de Herenmarkt (Brouwersgracht), steiger bij Artis (Entrepotdok), steiger bij het Rijksmuseum (Singelgracht), steiger bij Nemo (open havenfront). De kinderen kunnen vanaf hun school een van deze steigers (opstapplaatsen) lopend – onder begeleiding – bereiken. Volgens een vast vaarschema zullen twee speciale rondvaartboten, met elk een afzonderlijke route, de opstapplaatsen aandoen en vervolgens naar de Vloot van Aemstel varen en vice versa. Zodra de kinderen aan boord van de rondvaartboot komen, begint de naschoolse opvang: op de boot is ruimte voor diverse activiteiten. De heen- en terugvaart zullen


60

vloot van aemstel

De amfibiebus van Splashtours uit Rotterdam is ook een mogelijkheid om de kinderen van school naar de Vloot te brengen. Een rondvaartboot ligt in Amsterdam meer voor de hand.

elk tussen de twintig en veertig minuten duren, afhankelijk van de opstapplaats.

EEN SPECIALE RONDVAARTBOOT Er is eerst gekeken of een reguliere rondvaartboot uit de bestaande vloot van de rederijen geschikt is voor het vervoer van kinderen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: > Het totale aantal kinderen dat gebruik zal maken van de boot als vervoer naar en van de Vloot van Aemstel is geschat op honderd per dag; gaan we uit van twee boten, dan moet elke boot vijftig kinderen kunnen vervoeren. > De boot moet wel zitplaatsen bieden, maar er mag geen vaste opstelling zijn van bankjes en tafels, zodat de boot flexibel ingericht kan worden.

> De inrichting moet redelijk ‘Bokito-proef’ zijn, dat wil zeggen dat kinderen geen of nauwelijks schade kunnen aanrichten (dus geen klassieke schemerlampjes of gecapitonneerde meubeltjes) en dat kinderen zich niet of nauwelijks kunnen bezeren (minimaal gebruik van scherpe en harde materialen). > De boot moet duurzaam voortgedreven worden (bijvoorbeeld elektrisch of op aardgas). > De boot mag niet voorzien zijn van een achterbalkon, want dat is uit het oogpunt van veiligheid en toezicht niet praktisch. > De boot moet voorzien zijn van een toilet. Een boot die aan deze eisen en wensen voldoet, is niet aanwezig in de bestaande vloot van de rederijen die we geconsulteerd hebben. Wel is het mogelijk om met geringe aanpassingen een bestaande boot geschikt te maken. Hier kleeft een belangrijk nadeel aan: de boot moet t.b.v. de exploitatie ook elders ingezet kunnen worden en dus telkens weer ‘terugverbouwd’ worden.


HOOFDSTUK 6 - LOCATIE EN LOGISTIEK

Twee alternatieven zijn mogelijk: > Een van de rederijen ziet mogelijkheden om een speciale boot in te zetten die dienst kan doen als vervoer voor de Vloot van Aemstel en tevens als speciale attractie voor een andere doelgroep in de weekenden. > Een eigen boot van de Vloot van Aemstel, die niet alleen voor vervoer gebruikt wordt, maar ook als onderdeel van de Vloot blijft aangemeerd en zodanig als ruimte kan dienen voor activiteiten. De laatste optie heeft als nadeel dat er apart een vergunning verleend moet worden voor het vervoer van personen, dat een schipper met groot vaarbewijs aangesteld moet worden en dat aanschaf en onderhoud van een dergelijke boot op de investerings- en exploitatierekening drukt. In hoeverre de kosten van een eigen boot afwijken van de huur van een boot, is niet nader onderzocht. De voordelen van een eigen boot zijn evident: extra ruimte voor opvang, vrijheid in het op maat inrichten van de boot, de boot kan een eigen identiteit krijgen door belettering/beschildering van de buitenzijde,

61

de boot kan gebruikt worden voor uitstapjes tijdens de opvang. Denk aan de openbare bibliotheek, Nemo, Artis, het Scheepvaartmuseum en het toekomstige Filmmuseum.


62

7

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 7 - INHOUDELIJKE COMPONENTEN

63

inhoudelijke componenten We hebben nu de uitgangspunten voor de Vloot van Aemstel bepaald, de eisen en wensen in kaart gebracht en ten slotte hebben we gekeken hoe de kinderen het beste naar de Vloot kunnen worden vervoerd en weer terug. Nu is het tijd om dieper in te gaan op de inhoud van de Vloot. Met andere woorden: wat valt er te beleven? Tal van brainstormsessies hebben tot leuke, frisse en oorspronkelijke ideeĂŤn geleid. IdeeĂŤn die vervolgens getoetst zijn door het Amsterdam Jong Persbureau (AJP) bij de uiteindelijke doelgroep: de kinderen.


64

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 7 - INHOUDELIJKE COMPONENTEN

65


66

vloot van aemstel

De meeste basisscholen in Amsterdam hebben onvoldoende. De meeste basisscholen in Amsterdam hebben onvoldoende

BrainLab, FittLab en MultimediaLab..

Talent De gemeente wil alle Amsterdamse kinderen in staat stellen hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dat is niet alleen belangrijk voor de kinderen, het is ook belangrijk voor de stad. De Amsterdamse kinderen zijn immers de toekomst van Amsterdam. Als hun talent niet goed wordt gebruikt, zorgt Amsterdam niet goed voor zijn toekomst. Dan doet de stad zichzelf én zijn kinderen tekort. (uit: Wordt vervolgd, OSA 2009).

De Vloot van Aemstel beschikt over een groot aantal ruimtes die stuk voor stuk verschillende thema’s en activiteiten herbergen. De diverse ruimtes zijn zoveel mogelijk flexibel ingericht. Door inventieve schuifpanelen, verplaatsbaar meubilair en soort­gelijke oplossingen toe te passen is het merendeel van de ruimtes voor meer doeleinden te gebruiken. Hieronder is een groot aantal mogelijkheden beschreven hoe aan de verschillende ruimtes – binnen en buiten – inhoud gegeven kan worden. Vervolgens is, waar mogelijk, aangegeven hoe de ruimtes ingezet kunnen worden voor andere doelgroepen (alternatief gebruik).

> > >

Podium om voor optredens en concerten Bioscoop met de mogelijkheid om zelf films te maken Studio waar je kunt leren je eigen videofilmpjes te regisseren en te produceren

Alternatief gebruik: verhuur aan de Muziekschool, conservatoriumstudenten, het Muziekpakhuis en freelance muzikanten als repetitieruimte en studio. Verhuur aan theatermakers en dansers.

BINNEN

Met mogelijkheid tot opstap naar Performance-ponton voor: > Buitenconcerten > Musicaluitvoeringen > Diverse voorstellingen

MultimediaLab 100 m2, 50 kinderen Een muziek- en filmstudio met podium en opnameapparatuur. > Eigen muziek maken en kunnen opnemen > Kennismaken met instrumenten

FittLab 200 m2, 30 kinderen Een binnen- en buitenruimte waar actieve speelvormen mogelijk zijn: > Wii > Jimny trappen


HOOFDSTUK 7 - INHOUDELIJKE COMPONENTEN

67


68

> > > > > > > > >

vloot van aemstel

Loopmolen Fitnessapparatuur Kennismaken met diverse sporten Circus Tafeltennis Buiten Voetbalkooi ('panna') Tai chi Apekooien

Met mogelijkheid tot opstap naar FittLab-ponton voor: > Surfen > Kanoën > Zeilen > Bootje bouwen Met mogelijkheid tot opstap naar de Zwembadboot. Alternatief gebruik: verhuur aan zwem-, zeil- en kanoverenigingen; verhuur aan scholen t.b.v. buiten­ gymlessen en zwem-lessen.

CreaLab 150 m2, 25 kinderen Een of meer atelierruimtes voor kunstenaars annex atelierruimte voor kinderen met daarin: > Kinderkunstuitleen > Kunstwerkplaats > Werken met hout > Metaal en elektrotechniek Met de mogelijkheid tot opstap naar Crea-ponton: > Installaties bouwen > Buitenkunstwerken tentoonstellen Alternatief gebruik: galerie en atelier kunstenaars B.I.K., ruimte voor de buurt, projectmatig i.s.m. bijvoorbeeld Rietveld Academie, B.I.K., CBK Oost, Technika 10. KookLab 100 m2, 20 kinderen Een open keuken annex café, ingericht op kinderen en waar zij kunnen leren over en bezig zijn met eten en koken.


HOOFDSTUK 7 - INHOUDELIJKE COMPONENTEN

Ze leren daar meer over: > Verse ingrediënten > Eenvoudige en gezonde maaltijden > Koken voor jezelf en anderen > Tuinieren Gekoppeld aan volwassenencafé in de WelkomZone. Met de mogelijkheid om een biologische groentetuin buiten op het dak of op een ponton aan te leggen. Chill-out 150 m2, 30 kinderen Een ruimte om even lekker niks te doen, bij te komen van de schooldag. Luieren, fatboys, hangmatten, plofbanken en even alleen: > iPod-aansluitingen met koptelefoon > Dvd-spelers > WiFi BrainLab 100 m2, 20 kinderen Ingericht als een multifunctionele, flexibele ruimte die kinderen gebruiken voor: > Bijles

69

> > > > > > >

Studeren Internetten Computeren Lezen (bibliotheek) Debatteren Wereldoriëntatie Politiek café

Alternatief gebruik: verhuur ruimte en apparatuur aan zzp’ers, buurthuis, weekendschool, computerlessen ouderen. WelkomZone 300 m2, 80 kinderen/volwassenen Een plek voor kinderen om uit te waaieren naar de diverse zones. Een ruimte als podium om elkaar te laten zien wat je allemaal kunt. En ook een plek om elkaar te ontmoeten en even bij te praten, voor een kopje koffie en een hapje eten: > Centrale entree > Receptie


70

vloot van aemstel

Performance- en tribuneponton kunnen ook elders in de stad worden ingezet. Rechts: een scène uit Sjakoo, de musical in het Oosterdok.

'Eigen muziek kunnen maken en opnemen'

> > > > > > >

CafĂŠ Wachtruimte Monitors Toiletten EHBO Kleedkamers Personeelskamer

Alternatief gebruik: kenniskring, buurtgesprekken, scholenoverleg, bijscholing leerkrachten

BUITEN De diverse boten en pontons die hieronder zijn beschreven kunnen ook elders in de stad worden ingezet. Bijvoorbeeld tijdens grote evenementen als Sail, het Grachtenfestival en de Uitmarkt, maar ook bij kleinere activiteiten en festiviteiten in de stad. De maatvoering van de pontons is afgestemd op de doorvaarthoogte en -breedte van de meeste vaste bruggen in de stad.

Zwembadboot Een drijvend zwembad van vijftien tot twintig meter lang. Vanuit de WelkomZone stap je zo de Zwembadboot in. Hier wordt zwemles gegeven, maar vooral lekker gespeeld. Op het zonnedek kan beachsoccer gespeeld worden. In de zomer is er een ijscobar en een terras. Alternatief gebruik: verhuur aan sport- en zwemverenigingen met de mogelijkheid voor zwem-lessen. Huttenbouw- en Timmerdorpponton Met allerlei oude materialen buiten hutten bouwen, timmeren en zagen. Dit vlot kan ook worden ingezet tijdens Amsterdamse evenementen. Strandponton Een zandschip met een grote mooie zandvlakte, om in de zomer beachvolleybal en strandvoetbal te spelen en zandkastelen te bouwen. Dit vlot kan ook worden ingezet tijdens Amsterdamse evenementen. Moestuinponton Een biologische groentetuin om zelf groente te kweken. Die mogen mee naar huis, maar kunnen


HOOFDSTUK 7 - INHOUDELIJKE COMPONENTEN

71

Publieke voorzieningen op het water. Een ontwerp van een zwembadboot voor Waternet door I.O.U. architecten. Het Badeschiff in Berlijn. Artist impression van een drijvende concertzaal.

ook worden klaargemaakt en geserveerd in het kindercafĂŠ in de WelkomZone. Tribune/Performance-ponton Een vlot waarop kinderen en volwassenen voorstellingen kunnen geven. Ook kan het ponton gebruikt worden om films te vertonen. Dit vlot kan ook worden ingezet tijdens Amsterdamse evenementen.

Speeltuinponton Een speelponton waarop een prachtige speeltuin is gebouwd. En ook dit vlot kan worden ingezet bij Amsterdamse evenementen.


72

8 vloot van aemstel


HOOFDSTUK 8 - SAMENWERKINGSVERBANDEN

73

samenwerkingsverbanden Stel dat er een geschikte plek is gevonden voor de Vloot van Aemstel en dat de Vloot er ook daadwerkelijk ligt met al haar binnen- en buitenruimtes, zoals we ons dat hebben voor-gesteld. Dat een uitgekiend ‘spoorboekje’ ervoor zorgt dat alle kinderen vlot en veilig naar de Vloot worden gebracht. Dan gaat het erom dat een enthousiast team van medewerkers klaar staat om het de (jonge) bezoekers naar de zin te maken. Dat er een professionele en geoliede organisatie staat, die ervoor zorgt dat de Vloot een gezond en plezierig bedrijf wordt en blijft. Daarvoor zijn we op zoek gegaan naar personen en partijen die al de nodige ervaring hebben op dit vlak en enthousiast zijn over het idee.


74

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 8 - SAMENWERKINGSVERBANDEN

75


76

vloot van aemstel

TunFun in Amsterdam heeft een oude verkeerstunnel getransformeerd tot een enorm populaire overdekte speelplaats.

Talenten De stad ontwikkelt een stedelijke visie op jeugd-,sport-, kunst- en cultuurbeleid. De stad financiert initiatieven, zoals multifunctionele jongerencentra, cultuuraccommodaties, de Muziekschool, NEMO en de Openbare Bibliotheek. Hiermee legt de stad een belangrijke verbinding tussen talent­ontwikkeling aan de basis en die aan de top. Het hoge niveau van het aanbod aan de top en de talenten zelf spreken tot de verbeelding en inspireren iedereen. (Jong Amsterdam, Brede talentontwikkeling 2008)

De Vloot van Aemstel kan optimaal ingezet en bemand worden door cultureel-maatschappelijke samenwerking te zoeken met bestaande partijen; hun kennis en ervaring is onontbeerlijk om een vliegende start mogelijk te maken. Daartoe zijn gesprekken gevoerd met diverse organisaties en instanties die de intentie hebben uitgesproken om aan boord te komen van de Vloot, zodra deze letterlijk en figuurlijk te water is gelaten. Welzijnsorganisatie Combiwel heeft met ons meegedacht en heeft aangegeven te willen participeren als organiserende en/of exploiterende partij. Woningbouwcorporaties hebben te kennen gegeven dat zij geïnteresseerd zijn in de maatschappelijke component om de samenhang in de buurt te versterken. Schooldirecties zien mogelijkheden om met de Vloot

de zogeheten ‘doorlopende leerlijn’ gestalte te geven. De Muziekschool Amsterdam zou een dependance willen openen op de Vloot van Aemstel. Ook hebben zij voorgesteld om conservatoriumstudenten een stageplek aan te bieden op de Vloot. Verschillende theatermakers en beeldend kunstenaars hebben aangegeven ruimte te willen huren en daarbij na schooltijd met kinderen te willen werken. Het Centrum Beeldende Kunst Oost heeft aangeboden om tentoonstellingen te organiseren. En ook de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam ziet de Vloot als een prima locatie om stageplekken of leerwerkplekken voor diverse beroepsopleidingen te creueren. Andere partijen die enthousiast gereageerd hebben en in een of andere vorm willen samenwerken, zijn de Weekendschool,


HOOFDSTUK 8 - SAMENWERKINGSVERBANDEN

huiswerkbegeleiders en sport- en fitnesscentra. Uiteraard zijn tijdens het onderzoek nog geen ‘harde’ overeenkomsten gesloten. Daar was het eenvoudigweg nog te vroeg voor. Zodra de haalbaarheid is aangetoond, zullen we op zoek gaan naar partijen die in het plan willen investeren. Daarna kunnen de plannen geconcretiseerd worden met schetsen en tekeningen. Dat is tevens het moment waarop de eerste afspraken kunnen worden gemaakt met participanten en huurders. Samenwerkingsmogelijkheden en/of mogelijke medegebruikers zijn: > Bijlesleraren > Conservatorium/Muziekschool

77

> > > > > > > > > > > > > > > > > > >

De Weekendschool Horeca Huis van Aristoteles Junior Campus Kindercircus Elleboog Kinderkunsthal Noord Kunstenaars Kunstuitleen/galerie Musea Nemo Science Centre Openbare Bibliotheek ROC’s (voor stageplaatsen) Sport-/fitnessverenigingen Technika10 Theatermakers Tunfun Volwassenen educatie Zwembadexploitant Zzp’ers


78

9 vloot van aemstel


HOOFDSTUK 9 - INVESTERING EN EXPLOITATIE

79

investering en exploitatie De levensvatbaarheid van een plan als de Vloot van Aemstel wordt voor een belangrijk deel bepaald door de financiële haalbaarheid. Kunnen er voldoende middelen gegenereerd worden om uit de kosten te komen? En als er geld is gevonden voor de investering, is er dan een sluitende exploitatiebegroting? De laatste vraag die we in dit haalbaarheidsonderzoek stellen is: wie gaat straks de kar trekken? Wie zorgt ervoor dat de Vloot er komt en dat de Vloot een succes wordt? En met ‘wie’ bedoelen we vooral wat voor soort organisatie. Zoals er vele wegen naar Rome leiden, zijn er ook diverse organisatievormen denkbaar om de Vloot van Aemstel te realiseren en te exploiteren. In dit hoofdstuk beschrijven we een aantal scenario’s met hun specifieke voor- en nadelen.


80

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 9 - INVESTERING EN EXPLOITATIE

81


82

Kinderstad van het VU Medisch Centrum is niet alleen ontworpen voor kinderen; de stad wordt ook door hen 'beheerd' door elke week een kind aan te stellen als burgemeester.

Eén kapitein Voor welke beheervorm ook wordt gekozen, het is essentieel dat er volstrekte duidelijkheid bestaat over de vraag bij wie de regie op het beheer ligt. Eén partij moet verantwoordelijk worden gemaakt. Die ziet erop toe dat alle gemaakte afspraken ook daadwerkelijk worden nagekomen, dat er bij knelpunten of onduidelijkheden knopen worden doorgehakt, et cetera. (Uit: Handreiking Beheer en exploitatie Amsterdamse brede scholen in MFA )

vloot van aemstel

'De Vloot moet zelfstandig kunnen opereren, zonder structurele subsidies.'

In het kader van dit haalbaarheidsonderzoek is aan Kolibri Leisure Management gevraagd om met commerciële ogen te kijken naar dit concept en het te toetsten op financiële haalbaarheid. Kolibri Leisure Management exploi­ teert en beheert diverse leisure bedrijven, zoals zwembaden, sporthallen en wellness-centra. Het heeft grote affiniteit met vrijetijdsbesteding van jonge kinderen én heeft veel ervaring met het beheren van bedrijven en gebouwen. Kolibri is van mening dat dit project zonder verliezen geëxploiteerd kan worden, uitgaande van de op dit moment bekende gegevens. Het inhoudelijke plan is bewust nog niet helemaal vast omlijnd. Een groot aantal variaties is nog mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de bezoekersaantallen, het aanbod van faciliteiten en de wensen van investeerders. Ongeacht de aanpassingen die nog

gedaan kunnen worden, het uitgangspunt zal altijd zijn dat de Vloot van Aemstel volledig zelfstandig moet kunnen opereren, zonder structurele subsidies.

OMZETPROGNOSE VLOOT VAN AEMSTEL PER JAAR In onderstaand overzicht zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: > Aantal weken per jaar open: 52 > Openingsuren naschoolse opvang: 16,25 uur/week > Aantal betalende bezoekers per week: 100 > Verhouding vaste bezoeker versus vrije inloop = 9:1


HOOFDSTUK 9 - INVESTERING EN EXPLOITATIE

83

TABEL OMZETPROGNOSE VLOOT VAN AEMSTEL PER JAAR RUIMTE KookLab MultimediaLab CreaLab Fittlab BrainLab Chillzone Buiten ponton 1 (FittLab) Losse inloop

KINDEREN 10 p/uur 10 p/uur  20 p/uur 10 p/uur  10 p/uur  20 p/uur 10 p/uur 10 p/uur

WAARDE

OPMERKING LASTEN

VERHUUR ZALEN Verhuur ruimtes

15 p/week

excl. apparatuur

€ 52.650

50 p/dag

€ 2 p/p

€ 26.000

25 p/dag

30% € 6 p/p 50%

€ 7.800 € 39.000 € 19.500

1.513,57 uur 8.450 uur 227,04 uur 1.513,57 uur 3%

1 p/openingsuur Combi met Frontdesk 1 p/p 10 kinderen 15% van de openingsuren 1 p/openingsuur

11% 10%

HORECA Verkoop non-alcohol beverage Inkooppercentage non-alcohol beverage Verkoop food Inkooppercentage food BRUTO LONEN Frontdesk Horeca Leiders Schoonmaak Management + directie Percentage trainingsuren Percentage uitvaluren + verlof Overige personeelskosten

OVERIGE LASTEN Energie en water Onderhoud casco, Installaties en inrichting Kantoorkosten Promotiekosten Inkoop Vervoerskosten Overige exploitatiekosten

BATEN € 67.600 € 67.600 € 135.200 € 67.600 € 67.600 € 135.200 € 67.600 € 76.050

€ 21.190 €0 € 126.750 € 2.724 € 34.812 € 5.564 € 20.402 € 18.548

€ 12.741

Eigen bijdrage: € 2

€ 27.248 € 3.400 € 7.500 € 62.000 € 286.000 € 21.000

Totaal € 686.521 Winst * * Dit betreft de winst vóór belasting en afschrijving. Genoemde bedragen zijn inclusief btw.

€ 35.100

€ 837.200 € 150.679


84

vloot van aemstel

VU Kinderstad.

SCENARIOS Voor de realisatie en exploitatie van de Vloot van Aemstel zijn diverse scenario’s denkbaar. Al naar gelang de financieringsmogelijkheden, de inbreng van andere partijen, zoals welzijnsorganisaties, de gemeente Amsterdam, woningbouwcorporaties en/of commerciële partijen, kan een keuze gemaakt worden uit verschillende varianten. We hebben hierbij vier variabelen onderkend, te weten: > Met of zonder (start)subsidie, > Gerund door een commerciële organisatie (privaat) of in samenwerking met de gemeente (publiek). > De totale vloot in één keer realiseren of beginnen met een basisvloot en vervolgens uitbreiden (groeimodel). > De verantwoordelijkheid neerleggen bij één partij of de verantwoordelijkheid verdelen over een aantal partijen in de vorm van een alliantie. Hiernaast zijn twaalf scenario’s schematisch weergegeven. De waardering per scenario is bepaald door de mate van continuïteit, slagvaardigheid, kwaliteit en efficiëntie. De zes scenario’s met de hoogste waardering zijn nader uitgewerkt met de voor- en nadelen.

SCENARIO'S

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

MET SUBSIDIE

PRIVAAT/ PUBLIEK

WEL/GEEN GROEIMODEL

1 PARTIJ/ ALLIANTIE

Nee Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Privaat Privaat Privaat Privaat Privaat Privaat Privaat Publiek Privaat Publiek Publiek Publiek

Basisvloot Basisvloot Complete Vloot Basisvloot Complete Vloot Basisvloot Complete Vloot Basisvloot Complete Vloot Basisvloot Complete Vloot Complete Vloot

1 partij Alliantie 1 partij 1 partij Alliantie Alliantie 1 partij 1 partij Alliantie Alliantie 1 partij Alliantie

WAARDERING 1-10

9 8 7 6 6 6 5 4 4 4 3 3


HOOFDSTUK 9 - INVESTERING EN EXPLOITATIE

85

SCENARIO 1

SCENARIO 4

Groeimodel met één private beheerder, zonder subsidie Voordelen: > niet afhankelijk van subsidie > duidelijke verantwoordelijkheid > weinig overhead > eenduidige identiteit > commercieel > ruimte voor voortschrijdend inzicht door te starten met een basisvloot (groei) Nadeel: > kwetsbaar omdat één partij de kar moet trekken

Groeimodel met één private beheerder, met subsidie Voordelen: > duidelijke verantwoordelijkheid > weinig overhead > commercieel > ruimte voor voortschrijdend inzicht door te starten met een basisvloot (groei) Nadelen: > afhankelijk van subsidie > kwetsbaar omdat één partij de kar moet trekken

SCENARIO 2 Groeimodel met private alliantie als beheerder, zonder subsidie Voordelen: > niet afhankelijk van subsidie > minder kwetsbaar door alliantie > commercieel > ruimte voor voortschrijdend inzicht door te starten met een basisvloot (groei) Nadelen: > gedeelde verantwoordelijkheid, dus kans op afschuiven > meer overhead

SCENARIO 3 Totaalmodel met één private beheerder, zonder subsidie Voordelen: > niet afhankelijk van subsidie > duidelijke verantwoordelijkheid > weinig overhead > commercieel Nadelen: > relatief hoge initiële investering > kwetsbaar omdat één partij de kar moet trekken > geen of nauwelijks ruimte voor voortschrijdend inzicht

SCENARIO 5 Totaalmodel met private alliantie als beheerder, zonder subsidie Voordelen: > niet afhankelijk van subsidie > minder kwetsbaar door alliantie > commercieel Nadelen: > gedeelde verantwoordelijkheid, dus kans op afschuiven > geen of nauwelijks ruimte voor voortschrijdend inzicht > meer overhead

SCENARIO 6 Totaalmodel met private alliantie als beheerder, met subsidie Voordelen: > minder kwetsbaar door alliantie > commercieel Nadelen: > afhankelijk van subsidie > gedeelde verantwoordelijkheid, dus kans op afschuiven > geen of nauwelijks ruimte voor voortschrijdend inzicht > meer overhead


86

vloot van aemstel

10


HOOFDSTUK 10 - SAMENVATTING EN CONCLUSIE

87

samenvatting en conclusie


88

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 10 - SAMENVATTING EN CONCLUSIE

89


90

vloot van aemstel

Diverse vormen van drijvende faciliteiten: Informatiecentrum Overhoeks, Badeschiff Berlijn, Informatiecentrum IJburg en de Zwembadboot van Waternet (prototype).

'Mobiliteit, flexibiliteit en multifunctionaliteit zijn drie sterke troeven'

SAMENVATTING Tijdens het onderzoek naar de haalbaarheid van de Vloot van Aemstel – meer dan alleen een drijvende naschoolse opvang – zijn veel stappen gezet. Allereerst is gekeken of er voldoende noodzaak en draagvlak is voor het plan. Hiertoe zijn diverse partijen gevraagd hun ongezouten mening te geven en waar nodig kanttekeningen te plaatsen en/of suggesties aan te dragen voor verbetering. Tijdens een brede werkconferentie is veel bruikbare informatie verzameld en daarna hebben we een groot aantal gesprekken gevoerd en werkbezoeken afgelegd. Het plan is tussentijds bijgesteld, aangevuld en verdiept. Vervolgens is onderzocht welke hindernissen genomen moeten worden om het plan gerealiseerd te krijgen. Aspecten als wet- en regelgeving,

veiligheid, logistiek, locatie, organisatie, personeel en exploitatie zijn uitgebreid verkent. Daarna hebben we de focus verlegd naar vorm en inhoud. Welke sfeer moet de Vloot uitstralen? Welke materialen willen we gebruiken? Wat moet er zoal te doen zijn in en op de Vloot? Wie moeten er gebruik kunnen maken van de faciliteiten en op welk moment van de dag? Een zoektocht naar de juiste referentiebeelden en mogelijke thema’s, waarmee we duidelijk een beeld hebben gekregen van hoe de Vloot er uit zou kunnen zien en hoe de Vloot beleefd kan worden. Tot slot hebben we geïnventariseerd welke samenwerkingsverbanden mogelijk zijn. Vooral met bestaande bedrijven en organisaties, die zich reeds bewezen hebben en niet schuw


HOOFDSTUK 10 - SAMENVATTING EN CONCLUSIE

zijn voor nieuwe ideeën en initiatieven. Partijen die een duidelijke toegevoegde waarde hebben om de Vloot inhoudelijk, organisatorisch en maatschappelijk sterk te maken.

CONCLUSIE Kort samengevat luidt de conclusie van het haalbaarheidsonderzoek: de Vloot van Aemstel voorziet in een duidelijke behoefte en is alleszins haalbaar. Vooral mobiliteit (wisselende locaties), flexibiliteit (meegroeien en krimpen met de behoefte van het moment) en multifunctionaliteit (het bedienen van meer doelgroepen en daarmee het bereiken van een optimale bezettingsgraad) zijn drie sterke troeven gebleken bij de toetsing van het plan. Belangrijke voorwaarde voor het slagen van het project is een onvoorwaardelijk ‘ja’ van de Amsterdamse politiek. Dan gaat het eenvoudigweg om een ‘ja’ in de zin van: wij willen dit ook. Daarmee hopen we soepel en in open samenwerking de vereiste procedures te kunnen doorlopen voor het verkrijgen van de benodigde gemeentelijke vergunningen.

91

VERVOLGSTAPPEN Met de afsluiting van dit haalbaarheidsonderzoek is de basis gelegd voor de volgende fase: realisatie van de Vloot van Aemstel. Maar voordat de champagne feestelijk tegen de boeg kan worden geworpen, zal eerst een aantal stappen gezet moeten worden: > Opstellen van een businessplan > Vinden van een of meer financiers > Uitwerken van het plan tot VO (Voorlopig Ontwerp) > Maken van intentie-afspraken met participanten en huurders > Verkrijgen van vergunningen > Uitwerken van het plan tot DO (Definitief Ontwerp) > Realiseren van het plan


92

vloot van aemstel


HOOFDSTUK 10 - SAMENVATTING EN CONCLUSIE

93


94

vloot van aemstel

BRONVERMELDING BOEKEN EN ANDERE UITGAVEN Bulletin Cultuur en School diverse artikelen vanaf maart 2009 Cultuurnetwerk Nederland Cultuur + Educatie, diverse thema­ tische uitgaven. Diederik Schönau Leren van Kunst. Lectorale rede 2007 Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Beheer en exploitatie van Amsterdamse brede scholen in multifunctionele accommodaties. Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Hoofdlijnen Kunst en cultuur/Kunstenplan. Wordt vervolgd. Brede Talentontwikkeling voor alle jeugd in Amsterdam. Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek De Staat van de Jeugd, jeugdmonitor Amsterdam 2009. Jong Amsterdam/ Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Dagarrangementen en Combinatiefuncties Amsterdam. Maarten Kloos/ Yvonne de Korte Ligplaats Amsterdam, leven op het water Marlies Rohmer Bouwen voor de Next Generation Ministerie van OC&W Combinatiefuncties onderwijs, sport en cultuur. Ministerie van OC&W/Boekman­ studies Cultuur en media in 2015. Oberon/OOG Kwaliteitscriteria Brede School 2004. OOG / Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Van kindercaravan tot piepschuimlokaal.

PvdA Raadsnotitie Amsterdam Waterstad maart 2009. Stichting Amsterdam Waterexpo 2010 Een Staat van Water. Woningcorporatie Stadgenoten Jonge stadgenoten en hun favoriete plek. ARTIKELEN: NRC Handelsblad 24 mei 2008 – De discussies over gezinspolitiek, kinderopvang en de werkende vrouw vertoont veel raakvlakken. 27 mei 2009 – 'Kijk naar Zweden in de jaren tachtig. Zij hebben de crisis gebruikt om te stimuleren dat vrouwen meer gingen werken, in plaats van minder. Er kwam goede kinderopvang en goede scholing, waardoor de productiviteit, de groeicijfers en de participatiecijfers een stuk beter werden. In heel Europa willen vrouwen het liefst twee kinderen, maar in de praktijk krijgen ze die niet omdat het niet valt te combineren met werk. Dat is een sociaal probleem.' 19 december 2009 – Zorg, hoe modern welzijn zou moeten werken. Opzet van een buurthuis/leerwerkbedrijf in Eindhoven door Sara de Boer, afgestudeerd aan de Eindhovense Design Academy. Het Parool 28 maart 2009 – Het blauwe goud van Amsterdam. Amsterdam moet zich profileren als ‘waterstad’ en zijn voordeel doen met het ‘blauwe goud‘, stellen PvdA-raadsleden Sabrina Gazic en Hetti Willemse. ‘De charmes van het water kunnen veel beter worden benut.' 23 augustus 2009 – Wachtlijsten. In het kinderrijke Amsterdam regeren de wachtlijsten; zo’n tweeduizend kinderen wachten nog op naschoolse opvang. 23 augustus 2009 – Het gebrek aan geschikte huisvesting, de wettelijke eisen het het feit dat onderwijshuisvestiging altijd voorrang krijgt, leidt


BRONVERMELDING

95

er toe dat buitenschoolse activiteiten het kind van de rekening zijn. 1 mei 2010 – Middenklasse Mokum groeit als kool. Als door een geheimzinnige hand geleid, trekken steeds meer gezinnen naar de centrale wijken van Amsterdam.

BEELDMATERIAAL: 7 Days Amsterdam Jong Persbureau Architectenbureau Marlies Rohmer David Burnett Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Drost + Van Veen architecten Eigen Huis & Interieur Elger Blitz, Carve Ernst Abbing, stichting Waterwerk Het Parool Hilde Pander, stichting Varend Variété I.O.U. Architects Jord den Hollander Jorgen Koolwijk Jorn van Eck MTV Networks Pieter Oosterhuis Urban Space Management Ltd Stadsblad Amsterdam Van veruit het meeste beeldmateriaal dat gebruikt is in deze publicatie, is de bron hierboven vermeld. Van een aantal beelden hebben we de herkomst helaas niet kunnen achterhalen. ©2010 Stichting Waterwerk Op afbeeldingen en data in deze publicatie rusten intellectuele eigendomsrechten, waaruit beperkingen krachtens verdrag en wet voortvloeien. Inbreuk op deze rechten maakt de overtreder schadeplichtig

Deze publicatie is tot stand gekomen dankzij financiële steun van Fonds BKVB en Stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam.

THE NETHERLANDS FOUNDATION FOR VISUAL ARTS, DESIGN AND ARCHITECTURE


96

vloot van aemstel

STUURLUI AAN DE WAL

Iedereen die, gevraagd en ongevraagd, zijn kritische mening heeft gegeven, ons van professioneel advies heeft gediend, heeft meegedacht tijdens brainstormsessies en werkconferenties, ons heeft rondgeleid door inspirerende gebouwen en spannende ruimtes, met ons heeft meegedacht om praktische problemen op te lossen, al die mensen hebben we hiernaast vermeld. En we denken dat we niemand vergeten zijn...

Anke van Dam, Catalpa Annefloor Samsom, Spark & Co Antoinette Kat, Ondernemerskring Sociale sector Amsterdam (OSA) Arnoud van Thiel, Oudervereniging OBS De Burght Bas Pinkse, stichting Waterwerk Ben Hekkema, MOCCA Berit Mastenbroek, stichting Waterwerk Caroline Gehrels, wethouder Cultuur Amsterdam Caroline Spaander, Kansweb Catherine Steenbeek, CBK Oost Dorinne Diks, Combiwel Edward van der Marel, TunFun Elgar Blitz, Carve Elsje Leenhouts, GGD Amsterdam Erik Bout, GMR Basisscholen Centrum Felix Guttmann, Canal Company Francisca van der Hoeven, Technika 10 Fred van der Wal, GGD Amsterdam Hans Kreyt, Dienst Binnenwater-beheer Amsterdam Hans Zuiver, Combiwel Helma Keesom, Woonstichting De Key Henny Wilbrink, OBS De Burght Herbert de Bruijne, stichting Openbaar Onderwijs a/d Amstel Ineke Kerstens, OBS De Witte Olifant Ingrid van Leeningen, PMB Zuidelijke IJ-oevers Ivy Powel, Partou Kinderopvang Jaap Nap, Port of Amsterdam Jaqueline Komin, stichting Waterwerk Jord den Hollander, architect/filmmaker Joris Hofmans, Close&Counter | Special Agents

José Veltman, OBS Dr. E. Boekmanschool Jurjen Tuinman, De Nerée, Tuinman & Van Woensel advocaten Kees Viergever, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Kirsten Gabriëls, Marlies Rohmer Architecten Liesbeth Schuyt, Partou Kinderopvang Lisette van Velzen, directeur GO Marketing Loes Wormmeester, NPS/Klokhuis Maarten de Boer, Bureau Weesperzijde Maarten Teunissen, stichting Openbaar Onderwijs a/d Amstel Marc de Jong Luneau, Close&Counter | Special Agents Marlies Rohmer, Marlies Rohmer Architecten Martijn de Greve Micha de Haas, Abbink X De Haas Architectures Pauline Westendorp, New NRG Quinten Lovers, Rederij Lovers Quinten Niessen, stadsdeel Centrum Rob Redmeijer, Kolibri Leisure Management Roland Pouw, IOU Architecten Rudi Karemaker, stichting Openbaar Onderwijs a/d Amstel Siebe Hentzepeter, OBS De Burght Tineke Marijnissen, IJsterk Trinet Onvlee, Combiwel Vincent de Forceville, IJsterk Wendela Oosthoek, Amsterdam Jong Persbureau Wies Daamen, clustermanager Jeugd & Onderwijs, stadsdeel Centrum Wil Codrington, vm. wethouder Welzijn Stadsdeel Centrum


‘Bouwen op het water levert een prachtig extra voordeel op: mobiliteit’ Waarom zou je in een stad als bijvoorbeeld Amsterdam een plek voor kinderen willen creëren, waar ze op een spannende, veilige en leerzame manier na schooltijd kunnen spelen? Is daar dan behoefte aan? Zijn er dan zoveel kinderen die in de stad wonen? Is zo’n plek er dan nog niet? En moet die plek dan uitsluitend en alleen voor kinderen bedoeld zijn? Allemaal vragen die we eerst aan onszelf hebben gesteld, voordat we aan dit onderzoek zijn begonnen. De antwoorden kwamen gaandeweg het onderzoek en ons vermoeden werd al snel bevestigd: de noodzaak is er en de doelgroep is jong en oud.

Vloot van Aemstel  

Boekpresentatie van het haalbaarheidsonderzoek naar mogelijkheden van een drijvende naschoolse opvang voor kinderen uit de Amsterdamse binne...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you