De Kamers van Warande

Page 1

De Kamers van Warande

Architectuur in dienst van dier en natuur


Colofon

Copyright © 2022

Ertuğ Çiftçi, Jeroen Piels

Auteurs:

Ertuğ Çiftçi, ertugciftci@live.nl

Jeroen Piels jeroenpiels@outlook.com

Vormgeving en layout:

Ertuğ Çiftçi, Jeroen Piels


De Kamers van Warande

Architectuur in dienst van dier en natuur



Voorwoord

In het kader van de heersende woningtekort en dalende biodiversiteit is er in de periode van januari 2022 tot juni 2022 gewerkt aan de scriptie “De Kamers van Warande”. Er is een project opgeleverd waarbij de architectuur in dienst staat van dier en natuur. Deze gedachte is door middel van de resultaten uit verricht onderzoek verwerkt tot een visueel landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch plan. Met het plan voor Warande hopen we te informeren en inspireren door middel van rationeel denken en de kracht van verbeelding en beleving. Onze dank gaat uit naar onze begeleiders en experts in het werkveld voor de hulp, het delen van informatie en het enthousiasme in het gesprek waarmee ieder zijn werkveld vertegenwoordigde. Allereerst willen wij onze bedrijfsbegeleider, Paul Kersten, bedanken voor de prettige begeleiding en het vertrouwen in ons. Door de samenwerking is het gelukt steeds weer een stapje verder te kunnen gaan in onze zoektocht naar het uiteindelijke resultaat. De scherpe opmerkingen, meedenkende werkwijze en bereidheid om te willen helpen zijn enorm waardevol geweest in het proces. Een volgend dankwoord gaat naar onze begeleiders vanuit Avans Hogeschool. Iwan, dank voor de leuke gesprekken en de vrijheid die we kregen om onze focus te kunnen leggen op het onderzoek, beleving van het ontwerp en de grafische verantwoording. Het gesprek waarin de essentie en beleving centraal stonden was van grote waarde binnen het project. Monique, de praktische denkwijze en bijbehorende vragen hebben geholpen om het realisme in het project te houden. Door de gesprekken is het wonen in ons plan een stuk prettiger geworden. Tot slot willen wij in het bijzonder Marco Roos bedanken voor het aanstekelijke enthousiasme rondom alles wat met natuur te maken heeft. Het eerste gesprek heeft de basis gelegd waar omheen het project zich verder heeft kunnen ontwikkelen “De bodem moet prioriteit krijgen, de planten!”. Wij wensen u veel leesplezier toe. Ertug Ciftci & Jeroen Piels Tilburg, 16 juni 2022



Inhoudsopgave

Samenvatting

8

Inleiding Inleiding Aanleiding & probleemstelling Onderzoeksopzet Inleiding Ecosystemen Analyse ecosystemen Conclusie

13 14 16 21 22 46 64

Locatie Inleiding Akkerbouwprovincie Flevoland Warande Natuur als uitgangspunt Het ecosysteem Warande Bos, akker, stad Akkerlandschap Gradiëntenlandschap Conclusie

69 70 72 74 76 78 80 82 84

Stad en Land Inleiding Warande, huidige situatie Dichtheid Projectlocatie Bestaande natuurnetwerken “Nieuw Hout” Kamers in verhouding Natuurinclusieve toren Masterplan Warande Beheer Conclusie

89 90 94 98 100 104 110 116 132 134 150

Architectuur Inleiding Concept Grid Appartement typologieën Invulling grid Terrassenzijde Natuurinclusieve zijde Appartementen Gevels en materialisatie Gevelfragmenten Doorsnede & constructie Conclusie

155 156 158 162 164 168 174 176 216 230 232 240

Slot Conclusie Nawoord Bibliografie

244 246 248


Samenvatting

Er heerst een woningtekort en dalende biodiversiteit in Nederland. Maatschappelijke problemen die op dit moment een probleem vormen en in de toekomst voor problemen kunnen zorgen. Met het getal van 1.000.000 extra woningen in 2030 is het nu de tijd om de problemen te koppelen, zodat ze uitkomst bieden voor het heden en de toekomst. Naast verdichten van bestaande steden en dorpen is het uitbreiden een tweede optie voor het behalen van het streefdoel van 1.000.000 woningen. Om niet dier en natuur de dupe te laten worden van de bouwdrang die de woningnood met zich meebrengt, is een alternatieve woonvorm waarbij dier, natuur en mens in symbiose staan een must. Vanwege de koppeling van het woningtekort en de dalende biodiversiteit is een onderzoek naar de ecosystemen in Nederland van belang om een beeld te scheppen wat de gesteldheid is van de gebieden in Nederland. Na de reductie van de 50 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Wageningen University & Research (WUR) opgestelde ecosystemen, zijn op basis van startvoorwaarden 12 ecosystemen over die van voldoende mate zijn om te vergelijken. Van de statistieken in cijfers die bij de overgebleven ecosystemen horen is een vergelijking gemaakt met de conclusie dat op het akkerbouwgebied de meeste winst valt te behalen. Flevoland is bij uitstek de akkerbouwprovincie van Nederland. Vanwege dit feit, en de korte geschiedenis van de provincie is er gekozen hier een projectlocatie te vinden. Tussen de Oostvaardersplassen en Lelystad ligt deze locatie, akkerbouwgebied Warande. Voor dit gebied liggen al uitbreidingsplannen van Lelystad. Als alternatieve invulling van Warande is een nieuw plan gemaakt. De huidige situatie is geanalyseerd en onderzocht volgens de lagenbenadering. Uit deze analyse werd duidelijk in welke mate de bestaande situatie kan en mag veranderen met het welzijn van dier en natuur als hoofdgedachte. Met de bottom-up methode werd duidelijk dat natuur de prioriteit krijgt kijkende naar de invulling van het gebied. Wanneer deze basis goed is zullen de dieren volgen. De factor ‘tijd’ zal Warande tot een rijk biotoop maken. Betreft het landschap blijven de Ondergrondlaag en Netwerklaag op de nieuwe ondergrondse wegen na intact. In de Occupatielaag verplaatsen de woonboulevard, PI en JJI naar een positie waar het beter past qua context en schaal. De akkers die blijven, maken een omslag van bodemuitputtende monocultuur naar een variërende strokenteelt. De akkerranden keren hierin terug als fijnmazig natuurnetwerk. Waar de akkers plaats maken voor ‘wilde’ natuur komt een gradiëntlandschap. Het gradiëntlandschap trekt zich los van het harde grid waar Flevoland bekend om staat. De aquarelachtige invulling bestaande uit overgangszones krijgt een vrije invulling. In het landschap wisselen de condities elkaar af. Het gradiënt verloopt van lage 8


naar hoge vegetatie en groenstructuren met een lage en hoge dichtheid. Op verscheide plaatsen maakt water zijn entree om een extra dimensie toe te voegen in het natuurgebied binnen Warande. Met deze invulling, gebaseerd op uit onderzoek gekomen resultaten, is natuurgebied “Nieuw Hout” een feit. Voor de bebouwing is gekozen om grondgebonden woningbouw van de baan te vegen en in te ruilen voor gestapelde woningbouw, zo kan er op een kleiner oppervlak een hoger aantal woningen komen; dit laat ruimte vrij voor natuur. De bebouwing vormt een compromis tussen de goede eigenschappen van de rijwoning zoals reuring en sociale interactie, en van de galerijflat de dichtheid en flexibiliteit. Deze vorm van bebouwing en bewoning laat bouwen op een hoge dichtheid toe. Het stedenbouwkundige plan, waarin de Flevolandse ontwerpprincipes terug zijn te vinden, is toekomstgericht. De overmaat in het plan maakt verdichting op eenvoudige wijze mogelijk en de gestapelde bouwwijze zorgt voor een hoge dichtheid en flexibiliteit. In het plan draait het om identiteit en beleving. De kamers en de invulling hiervan zijn van groot belang om waarde en herkenbaarheid aan het project te geven. De ‘sublieme ervaring’, de term zoals gebruikt in de tijd van de Romantiek, speelt een grote rol bij de invulling van de kamers. Omdat de lege ruimte is gereserveerd voor natuur moeten ze binnen dit thema passen. De volgende kamers komen voor in het plan: Urbaan, Water, Duin, Heide, Bos, Grasland en Akker. Alle gekozen thema’s komen voor in Flevoland. De kamerinvulling is in collectief gebruik en dient als gemeenschappelijke buitenruimte voor de bewoners/bezoekers. Het collectief gebruik stimuleert sociale interactie en houdt natuur natuurlijk omdat het niet mogelijk is de invulling als gebruiker aan te passen. Tenzij het in het kader van beheer een andere functie heeft zoals educatie of commerciële doeleinden. In de gebouwen leven gezinnen, starters, ouderen en studenten naast elkaar. Volgens ontwerpprincipes is een flexibele appartementindeling gemaakt met veel variatie. De bebouwingshoogte varieert van 7 bouwlagen aan de promenade tot 4 bouwlagen aan de aansluiting met Nieuw Hout. Door maximaal 7 bouwlagen toe te passen blijft het contact met het maaiveld bewaard. Op de terrassen die een groene verkeerszone vol reuring vormen, is plaats voor een semi-privé buitenruimte. Dit is slechts aan één zijde, de andere zijde is voor flora en fauna. Aan welke zijde de terrassen zich bevinden is afhankelijk van de kamer en op welke plaats deze staat in een terras-hiërarchische indeling.

9



Inleiding



Inleiding

De scriptie “De Kamers van Warande” staan in het teken van een vorm van architectuur in dienst van dier en natuur. Ter introductie is in dit hoofdstuk beschreven rondom welke maatschappelijke problemen het onderwerp van de scriptie tot stand is gekomen. De doelstelling, relevantie en afbakening vormen het vervolg op de aanleiding en probleemstelling. Hierin staat beschreven welk doel voor ogen is, de randvoorwaarde waaraan het uiteindelijke resultaat moet voldoen en waarom dit bijdraagt aan de maatschappelijke problemen. De afbakening beschrijft de beroepsproducten en op welk niveau ze worden opgeleverd. Tot slot de onderzoeksopzet. Deze begeleidende en informerende tekst geeft de hoofdvraag en deelvragen aan alsmede op welke manier de deelvragen onder handen worden genomen.

13


Aanleiding & probleemstelling

Er heerst een groot woningtekort in Nederland. Duizenden mensen zijn zoekende naar een geschikte woning in een markt waar het enkel nog voor de welgestelde een mogelijkheid lijkt te zijn. Het is geen discussie dat er meer woningen bij moeten komen om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. De doelstelling staat op 1 miljoen woningen in 10 jaar wat neerkomt op 100.000 woningen jaar 1. Dit getal en streven vertelt verschillende dingen.

1

NOS, z.d.

2

Rijksoverheid, 2013

Ten eerste, waar gaan deze woningen gebouwd worden? Er zal een compromis moeten komen tussen nieuwbouw op nieuwe plaatsen en verdichting in het bebouwde gebied. Ten tweede, hoe gaat het nieuwe wonen eruit zien? 1 miljoen woningen is een ambitieus getal. Waarom kan de regering, ontwikkelaar, architect en bouwer niet inspringen en meegaan met deze ambitie. Het is nu het moment om een nieuwe vorm van wonen te introduceren en een nieuwe standaard te zetten voor de generaties die gaan volgen in plaats van door te gaan in dezelfde koers. Tot slot het laatste en meest urgente punt: Ten koste van wie gaat deze ontwikkeling gebeuren? Het motto van een zeker kamerlid is “Bouwen, Bouwen, Bouwen” achter dit motto schuilt een valkuil van ondoordachtheid met de snelheid waarmee men wil bouwen en een kortzichtige blik betreft de positionering van nieuwe wijken. Een spel van grondpolitiek die staat op een op winst gebaseerde ontwikkelcultuur . Om terug te komen op het derde punt zijn het de dieren en natuur die het meeste onder de door het kabinet gestelde ambitie zal lijden. Wat al lang bekend is maar sinds korte tijd pas door lijkt te dringen is dat de biodiversiteit ontzettend hard keldert. In Nederland daalde de biodiversiteit van ruim 40% in 1900 tot ongeveer 15% in 2000 2. De biodiversiteit is hier uitgedrukt als MSA: Mean Species Abundance. Een MSA van 15% betekent dat de populaties van inheemse planten- en diersoorten gemiddeld een omvang hebben van 15% van de natuurlijke situatie. De MSA geeft dus weer hoeveel oorspronkelijke biodiversiteit nog over is. De belangrijkste oorzaken van achteruitgang zijn landgebruiksverandering, milieudruk en versnippering van ecosystemen. Wij als mens zijn hier verantwoordelijk voor en dienen dit dus ook terug te draaien. De woningcrisis is een gelegenheid om dit aan te pakken. Een van de punten waarop behoorlijke winst kan worden behaald is rond het begrip ‘duurzaam’. Het heeft een te kortzichtige blik gekregen die voornamelijk positieve standpunten heeft vanuit menselijk opzicht. Ja, een zonnepaneel is beter dan het gebruik van gas maar het heeft vooral financiële voordelen voor de eigenaar waarvoor de energierekening goedkoper wordt en de ontwikkelaar die de subsidie vangt. Kijkende naar Flora en Fauna schieten zij er niks mee op omdat het ‘duurzame’ zonnepaneel een dekmantel is om groen licht te krijgen voor een project.

14


Het streven is een nieuwe manier van architectuur te introduceren. Een waarbij dier, natuur en mens met elkaar in symbiose staan. De flora en fauna heeft geen stem, de mens is er verantwoordelijk voor hen een stem te geven, zeker als het gaat om de leefgebieden waar zij leven en wij willen gaan bouwen. Laat duurzaam breder zijn dan een door de mens gedragen begrip en het laten ontwikkelen naar een principe waarbij dier en natuur naast de mens staan om op deze manier nieuwe uitgangspunten te ontwikkelen die bijdrage aan de groei van de biodiversiteit en ecosystemen die ruim een eeuw geleden floreerden ten opzichte van nu.

15


Onderzoeksopzet

Een sterk onderzoek bestaat uit een goede hoofdvraag welke wordt ondersteund door even goede deelvragen. Hoofdvraag In de probleemdefinitie is gesteld dat de biodiversiteit in Nederland wordt bedreigd door de behoeftes en het gedrag van de mens. Door de rolverdeling te veranderen waarbij dier en natuur in symbiose met de mens komt te staan, is er gekeken naar een manier van wonen en architectuur waarbij de optimalisatie van de biodiversiteit primair is en de inpassing van de mens secundair. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een vorm van architectuur waarbij dier, natuur en de mens in verhouding staan. Met dit in gedachte geeft het project een visueel antwoord op de volgende hoofdvraag: ‘Hoe kan architectuur op wijk- en gebouw niveau de leefomstandigheden voor dier, natuur en mens optimaliseren?’ De hoofdvraag is opgedeeld in verschillende onderdelen: Ecologie, locatie, landschap & stedenbouw en architectuur. Het antwoord op de onderdelen vormen tezamen het antwoord op de hoofdvraag. De deelvragen voor ieder onderdeel zijn als volgt: Hoe staan veranderingen binnen de verschillende ecosystemen in relatie tot biodiversiteit? In Nederland zijn verschillende ecosystemen met elk hun eigen eigenschappen. Ze variëren van de stad tot de polder en ook daar zijn verschillende gradaties in. Door de verandering, zij het in bestaande context of nieuwe context, is er ook een verandering in de biodiversiteit. In sommige systemen heeft het tegen verwachting in een positieve of juist negatieve uitkomst. Onderzoeksmethode: Gesprekken met experts & literatuurstudie Hoe beïnvloeden organismen elkaar binnen het ecosysteem? Binnen elk ecosysteem is sprake van biogeografie. Dit staat in het verlengde van de voedselketen die van toepassing zijn in het desbetreffende gebied. Hoe de flora en fauna elkaar beïnvloed in deze systemen is van belang om te kunnen kijken hoe de soorten reageren bij verandering in de cyclus, bijvoorbeeld verandering is populatie of dier-, en natuursoorten. Onderzoeksmethode: Gesprekken met experts & literatuurstudie 16


Biodiversiteit als uitgangspunt voor architectuur Door de biodiversiteit prioriteit te geven en als uitgangspunt te gebruiken voor de architectuur kunnen er randvoorwaarden worden bedacht en gesteld. Het vormt de eerste fase richting een blik in de toekomst omdat het een bepalende factor is voor het tijdsbestek, de locatie, schaal en vorm van de verdichting. De biodiversiteit geeft de spelregels waarbinnen ontworpen kan worden om een product te geven waarin de verhouding tussen dier, natuur en mens klopt. Onderzoeksmethode: Ontwerpend onderzoeken & gesprekken met experts Hoe woont de mens binnen een vorm van architectuur die gebaseerd is op biodiversiteit? Een vorm van architectuur gebaseerd op biodiversiteit is een enorme omslag in hoe er nu ontworpen wordt. Hierom wordt er gekeken naar wat de positie van de mens is hierbinnen en hoe men woont. Onderzoeksmethode: Ontwerpend onderzoeken Hoe ziet architectuur en wonen met biodiversiteit als uitgangspunt eruit? De laatste stap in het proces is om een vertaalslag te maken van onderzoek naar ontwerp. De antwoorden van de voorgaande deelvragen vormen de randvoorwaarden waarbinnen wordt ontworpen. Het gaat hierbij om een vorm van architectuur die in dienst staat van de biodiversiteit. Onderzoeksmethode: Ontwerpen

17



Ecologie



Inleiding

In dit eerste onderdeel van de scriptie “De Kamers van Warande” staat onderzoek centraal. Om antwoord te geven op de hoofdvraag “Hoe kan architectuur op wijk- en gebouwniveau de leefomstandigheden voor dier, natuur en mens optimaliseren?” is het van belang om een nulmeting te doen. Het vergelijken van ecosystemen vormt hierin de basis. Uiteindelijk zal één van de onderzochte ecosystemen verder worden uitgewerkt met een plan waarin de leefomstandigheden voor dier, natuur en mens beter zijn geworden. In de basis worden de 50 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Wageningen University & Research (WUR) opgestelde ecosystemen door middel van standaardeisen gereduceerd tot een kleiner aantal. De systemen die voortkomen uit de reductie worden in kaart gebracht, vergeleken en geanalyseerd. De conclusie die hieruit volgt, vormt de basis voor het volgende onderdeel van de scriptie.

21


Ecosystemen

De 50 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Wageningen University & Research (WUR) opgestelde ecosystemen zijn hieronder weergegeven. Door de starteisen is te zien welke ecosystemen afvallen en doorgaan tot de uiteindelijke selectie. < 100 km2

tijdelijke ecosystemen Houtsingel

Ruigte

soort ecosystemen Productie- bos Overig bos

Stuifzand Natuurlijk akkerland Overig, anders

Strand

Waterloop Meer, plas

Brakwater

Intergetijden- g

Zandplaat

Estuarium Noordzee

Waddenzee

Meerjarig extensief

Meerjarig regulier

Grasland tijdelijk

Grasland extensief Pot- en container- teelt

Glas- tuinbouw

Braak- liggend Faunarand

Bedrijfs- terrein

Grond- gebonden Zee, overig (havens)

Landschaps- tuin

Infra- structuur Overig grasland Overig terrein

Park

Plantsoen Semi-openbaar groen Sportterrein

Verblijfs- recreatie

22

Groen- voorzie


selectie

(Half-) natuurlijk bos

Heide Half- natuurlijk gras

Moerasbos Hoogveen Laagveen

Kustduinen Kwelder

gebied

Akkerbouw

Grasland blijvend

w

n

Bebouwd urbaan Bebouwd ruraal

r

ening

23


(Half-) natuurlijk bos

(Half-) natuurlijk bos bestaat uit natuurlijk en antropogeen bos en is onder te verdelen in drie categorieën: loof-, naald- en gemengd bos. Kenmerkend bij dit ecosysteem is dat ‘natuur’ het hoofdbeheerdoel is bij de provinciale natuurbeheerplannen. 1 Oppervlakte: Locatie:

24

1462 km2 Voornamelijk midden-, oost- en zuid Nederland.

Figuur 1: (Half-) natuurlijk bos

1

Statistics Netherlands and WUR, 2021


(Half-) natuurlijk bos: Loofbos (Half-) natuurlijk bos: Naaldbos (Half-) natuurlijk bos: Gemengd bos Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 2: Gebieden (half-) natuurlijk bos

25


Heide

Heide bestaat voornamelijk uit struikgebieden welke zijn gedomineerd door de plantensoorten Calluna en Erica. Heidegebieden zijn uniek en komen maar in een beperkt aantal landen voor, de grootste gebieden zijn te vinden in Nederland en België, en aan de kuststrook van West-Europa, zoals in Groot-Brittannië en Ierland. 2 Oppervlakte: Locatie:

26

354 km2 Kustgebied, midden, oost en zuid Nederland

Figuur 3: Heide

2

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Heide Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

Figuur 4: Gebieden heide 25km

50km

100km

27


(Half-) natuurlijk gras

(Half-) natuurlijk gras bestaat uit natuurlijk en beheerd grasland met “natuur” als belangrijkste beleidsdoel.

Figuur 5: (Half-) natuurlijk gras

Deze gebieden komen vaak binnen of langs andere ecosystemen voor. 3

3

Oppervlakte: Locatie:

28

1388 km2 Door heel Nederland

Statistics Netherlands and WUR, 2021


(Half-) natuurlijk gras Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 6: Gebieden (half-) natuurlijk gras

29


Natte gebieden, Moerasbos

Het eerste onderdeel van het ecosysteem: natte gebieden. Moerasbos is een permanent nat sub-ecosysteem. Dit gebied is af en toe zelfs plaatselijk volledig overstroomd. Deze gebieden komen wereldwijd voor en zijn vaak naast laag- en hoogveen te vinden, samen vormen deze drie sub-ecosystemen het ecosysteem “natte gebieden”. 4 Oppervlakte: Locatie:

30

144 km2 Verspreid door Nederland en dicht bij water te vinden.

Figuur 7: Moerasbos

4

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Natte gebieden, Hoogveen

Het tweede onderdeel van het ecosysteem: natte gebieden. Hoogveen bestaat voornamelijk uit (overblijfselen van) ombrotrofe veenmoerassen. 5 Dit zijn moerassen waarin de vegetatie enkel gevoed wordt door neerslagwater. 6 Oppervlakte: Locatie:

Figuur 8: Hoogveen

5

Statistics Netherlands and WUR, 2021 6

Ecopedia, z.d.

207 km2 Verspreid door Nederland en dicht bij water te vinden.

31


Natte gebieden, Laagveen

Het derde onderdeel van het ecosysteem: natte gebieden. Laagveen is een sub-ecosysteem welke bestaat uit (overblijfselen van) ombrotrofe veenmoerassen. 7 Dit zijn moerassen bestaande uit stukken grond- of oppervlakte water met mineralen erin. 8 Oppervlakte: Locatie:

32

280 km2 Verspreid door Nederland en dicht bij water te vinden

Figuur 9: Laagveen 7

Statistics Netherlands and WUR, 2021 8

Ecopedia, z.d.


Natte gebieden: Moerasbos, Hoogveen, Laagveen Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 10: Gebieden natte gebieden

33


Kustduinen

Kustduinen zijn gebieden met eolische land vormen bestaande uit zanderige heuvels van mariene oorsprong. 9 Dit ecosysteem komt werelwijd voor en is in de kustgebieden te vinden. Oppervlakte: Locatie:

34

289 km2 Langs de kust van Nederland

Figuur 11: Kustduinen 9

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Kustduinen Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 12: Gebieden kustduinen

35


Kwelder

Kwelder is een permanent begroeide kustecosystemen die (in)frequent overstromen. 10 Kwelders zijn enkel te vinden op de grens van land en zee. Door de permanente begroeiing en het (in)frequent overstromen is het een gebied vol met vaak zeldzame flora en fauna. 11 Oppervlakte: Locatie:

36

137 km2 Verspreid over enkel over een aantal locaties in Nederland

Figuur 13: Kwelder 10

Statistics Netherlands and WUR, 2021

11

Rijkswaterstaat, z.d.


Kwelder Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

Figuur 14: Gebieden kwelder 25km

50km

100km

37


Akkerbouw regulier

Akkerbouw regulier bestaat uit landbouwpercelen, met diverse gewastypes geselecteerd volgens het landbouwpercelenregister. Kenmerkend hierbij is dat het niet als uitgebreid landbouw is geclassificeerd. 12 Oppervlakte: Locatie:

38

7920 km2 Door heel Nederland

Figuur 15: Akkerbouw regulier 12

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Akkerbouw regulier Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 16: Gebieden akkerbouw regulier

39


Grasland blijvend

Grasland blijvend is een gebied met wild, intensief en blijvend grasland, d.w.z. minimaal 5 achtereenvolgende jaren in gebruik. 13 Het verschil tussen ‘grasland blijvend’ en ‘(Half-) natuurlijk gras’ is dat dit ecosysteem niet op dezelfde trant onderhouden wordt, en dus ook ‘wilder’ is. Oppervlakte: Locatie:

40

7419 km2 Door heel Nederland

Figuur 17: Grasland blijvend 13

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Grasland blijvend Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 18: Gebieden grasland blijvend

41


Bebouwd urbaan

Bebouwd urbaan bestaat uit een door de mens gebouwde omgeving. Dit zijn gebieden binnen de bebouwde kom zoals een stad of dorp. 14 Oppervlakte: Locatie:

42

2894 km2 Door heel Nederland

Figuur 19: Bebouwd urbaan 14

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Bebouwd urbaan Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 20: Gebieden bebouwd urbaan

43


Bebouwd ruraal

Bebouwd ruraal bestaat uit een door de mens gebouwde omgeving, echter veel minder intensief en buiten de bebouwde kom. 15 Oppervlakte: Locatie:

44

1069 km2 Door heel Nederland

Figuur 19: Bebouwd ruraal 15

Statistics Netherlands and WUR, 2021


Bebouwd ruraal Zoute wateren Zoete wateren Overige ecosystemen

25km

50km

100km

Figuur 22: Gebieden bebouwd ruraal

45


Analyse ecosystemen

Gebiedsverandering in km2

Naastgelegen grafieken tonen de extentrekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van km2, gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met meetpunten in 2013, 2016 en 2018. De grafieken zijn eerst per ecosysteemtypen gevisualiseerd waarin de desbetreffende ecosystemen te vinden zijn. Hierin komt naar voren hoe de vergelijkbare ecosystemen ten opzichte van elkaar presteren. De laatste grafiek toont aan hoe alle ecosystemen ten opzichte van elkaar scoren. Door individueel en algeheel te vergelijken wordt zichtbaar hoe de ecosystemen door de tijd heen hebben geleden of zijn gegroeid. De visualisatie betreft de toename en afname van het ecosysteem in km2, tonen verschillende conclusies. (Half-) natuurlijk bos, moerasgebied, hoogveen, kwelder en bebouwd ruraal duiden een vrij stabiele lijn. De toename en afname van het systeem zijn gelijkwaardig aan elkaar en vertonen geen grote schommeling. De som van de groei en krimp staat dicht bij de waarde uit voorgaande meetpunten. (Half-) natuurlijk grasland, akkerbouw regulier en grasland blijvend hebben een stabiele som maar geen stabiele lijn in de toename en afname. De schommeling is groot wat invloed kan hebben op de biodiversiteit omdat een groot percentage van het ecosysteem verdwijnt en ontstaat waardoor het niet lang de tijd heeft om te ontwikkelen. Het ecosysteem kustduinen heeft in de periode 2013-2016 een forse daling ondergaan maar heeft in de periode 2016-2018 een sterke groei wat in het meetpunt van 2018 een toename van het ecosysteem laat zien. Heide, laagveen en bebouwd urbaan tonen een stabiele tot forse groei. Voor natuurlijke gebieden – heide en laagveen – kan dit een positief effect hebben omdat het natuurlijk gebied toeneemt. Bij bebouwd urbaan is deze groei nadelig voor de biodiversiteit omdat er een groei is van bebouwd gebied wat ten koste gaat van een ander (natuurlijk) ecosysteem. Concluderend, kijkende naar alle ecosystemen tezamen, toont het ecosysteem laagveen ruim de sterkste toename. (Half-) natuurlijk bos, heide, (half-) natuurlijk gras, moerasgebied, hoogveen, kustduinen, kwelder, grasland blijvend, bebouwd urbaan, en bebouwd ruraal hebben een vrij stabiele uitkomst betreft de som van de toename en afname in km2 . Akkerbouw regulier ondergaat de grootse daling betreft de grootte van het ecosysteem. 46

Figuur 23: Extentrekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van km2


Extentrekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen (km²), 2013-2018

toename / afname

Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toenam

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

-15%

-20%

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2016

2013

moerasgebied hoogveen laagveen

-20%

2016

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-20%

steemtypen (km²), 2013-2018

toename / afname

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toenam

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+20%

+20%

+15%

+15%

+10%

+10%

+5%

+5%

0%

0%

-5%

-5%

-10%

-10%

-15%

-20%

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2016

2013 toename / afname

-15% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

-20%

2016

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-20%

Totaal

-15% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

2018 Jaartal

2016

2018 Jaartal

-20%

2016

2013

-20%

2013

Jaartal

Jaartal

Natte gebieden Akkerbouw - grasland

47


Bomendekking

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de bomendekking gedurende de periode van 2013 tot en met 2016 met weegpunten in 2013 en 2016. De visualisatie betreft de procentuele toename en afname bomendekking binnen het ecosysteem tonen verschillende conclusies. Hoogveen, kwelder en akkerbouw regulier blijven qua percentage gelijk en tonen dus geen toename of afname. (Half-) natuurlijk bos, heide, (half-) natuurlijk gras, moerasgebied, laagveen, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal hebben een groei betreft het percentage bomendekking. Grasland blijvend en kustduinen zijn de ecosystemen waar de dekking van bomen het sterkst is gestegen. De conclusie betreft alle ecosystemen is als volgt: geen enkel van de onderzochte ecosystemen heeft een afname van het percentage bomendekking gehad. De ecosystemen die gelijk zijn gebleven zijn systemen waar bomen vrijwel niet voorkomen wat de uitkomst valide maakt. (Half-) natuurlijk bos, heide, (half-) natuurlijk gras, moerasgebied, laagveen, kustduinen, grasland blijvend, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal hebben een groei betreft het percentage bomendekking wat een positief effect heeft op de biodiversiteit.

Figuur 24: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de bomendekking

48


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 percentage stijging dekking bomen t.o.v. percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

-75% moerasgebied hoogveen laagveen

-100%

2013

2013

2016 Jaartal

-100%

2016 Jaartal

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-100%

systeemtypen,2013-2018 percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+100%

+100%

+75%

+75%

+50%

+50%

+25%

+25%

0%

0%

-25%

-25%

-50%

-50%

-75%

-100%

2013

2016 Jaartal

2013 toename / afname

-75% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

-100%

2016 Jaartal

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-100%

Totaal

-75% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2016 Jaartal

2013

-100%

2016 Jaartal

2013

-100%

49


Struikendekking

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de struikendekking gedurende de periode van 2013 tot en met 2016 met weegpunten in 2013 en 2016. Heide, (half-) natuurlijk gras, hoogveen, kwelder, akkerbouw regulier en grasland blijvend zijn de ecosystemen die geen toename of afname hebben betreft de struikendekking. De ecosystemen (half-) natuurlijk bos, moerasgebied, laagveen, kustduinen, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal hebben een afname van percentage struikendekking ten opzichte van het voorgaande meetpunt. Bij ecosysteem laagveen is de afname het grootst. De algemene conclusie betreft dit onderwerp is dat alle ecosystemen die onderzocht zijn niet goed scoren op dit onderdeel en er veel potentie is om het dekkingspercentage te stimuleren om zo tevens de biodiversiteit te stimuleren.

Figuur 25: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de struikendekking

50


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 percentage stijging dekking struiken t.o.v. percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

-75% moerasgebied hoogveen laagveen

-100%

2013

2013

2016 Jaartal

-100%

2016 Jaartal

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-100%

systeemtypen,2013-2018 percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+100%

+100%

+75%

+75%

+50%

+50%

+25%

+25%

0%

0%

-25%

-25%

-50%

-50%

-75%

-100%

2013

2016 Jaartal

2013 toename / afname

-75% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

-100%

2016 Jaartal

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-100%

Totaal

-75% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2016 Jaartal

2013

-100%

2016 Jaartal

2013

-100%

51


Dekking lage vegetatie

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de dekking lage vegetatie gedurende de periode van 2013 tot en met 2016 met weegpunten in 2013 en 2016. (Half-) natuurlijk gras en laagveen zijn de ecosystemen die geen toename of afname hebben betreft de lage vegetatie dekking. De ecosystemen, heide, moerasgebied, kustduinen en akkerbouw regulier, hebben een kleine afname van percentage lage vegetatie dekking ten opzichte van het voorgaande meetpunt. (Half-) natuurlijk bos, moerasgebied, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal hebben een sterke afname procentuele afname lage vegetatie dekking ten opzichte van het voorgaande meetpunt. Bij de ecosystemen hoogveen, kwelder en glasland blijvend is een lichte toename van de lage vegetatie te zien. Over het algemeen is bij de meeste ecosystemen een kleine toename en afname. (Half-) natuurlijk bos, moerasgebied, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal zijn hierop de uitzonderingen met bebouwd urbaan als ecosysteem met de grootste afname. Hoogveen heeft de grootste toename van de systemen. Gezien de meerderheid van de ecosystemen met een afname van lage vegetatie is het een onderdeel met veel potentie om winst te behalen.

Figuur 26: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de dekking lage vegetatie

52


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 percentage stijging dekking lage vegetatie t.o.v. percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

-75% moerasgebied hoogveen laagveen

-100%

2013

2013

2016 Jaartal

-100%

2016 Jaartal

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-100%

systeemtypen,2013-2018 t.o.v. percentage dekking voorgaande jaartal toename / afname

Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toenam

+100%

+100%

+100%

+75%

+75%

+75%

+50%

+50%

+50%

+25%

+25%

+25%

0%

0%

0%

-25%

-25%

-25%

-50%

-50%

-50%

-75%

-75%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+100%

+100%

+75%

+75%

+50%

+50%

+25%

+25%

0%

0%

-25%

-25%

-50%

-50%

-75%

-100%

2013

2016 Jaartal

2013 toename / afname

-75% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

-100%

2016 Jaartal

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-100%

Totaal

-75% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2016 Jaartal

2013

-100%

2016 Jaartal

2013

-100%

53


Hittegolfgetal

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van het hittegolfgetal gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met weegpunten in 2013, 2015 en 2018. Alle ecosystemen ondergaan een stijging betreft het hittegolfgetal. In de periode tussen meetpunten 2013 en 2015 is de toename gering. In de periode tussen 2015 en 2018 is de toename extreem. Deze verschijning vindt plaats bij alle ecosystemen omdat het een landelijk probleem is. Sommige gebieden zijn echter beter beschermd tegen de oplopende temperaturen dan andere. Bij kustduinen is het percentage het hoogst, dit ecosysteem is het slechtst beschermd tegen de oplopende temperaturen gedurende een hittegolf. Bebouwd urbaan heeft het laagste hittegolfgetal. De ecosystemen kwelder, akkerbouw regulier en grasland blijvend hebben geen beschikbare informatie die meer vertelt over de situatie. Aangezien het een onderwerp is dat op landelijk niveau van toepassing is, zal hier naar verwachting geen grote verandering zijn ten opzichte van de andere ecosystemen en zal er rekening worden gehouden met een stijging van het hittegolfgetal die vergelijkbaar is met de andere waardes.

Figuur 27: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van het hittegolfgetal

54


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 afname/toename hittegolfgetal t.o.v. hittegolfgetal voorgaande jaartallen Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toename / afname

toenam

+600%

+600%

+600%

+525%

+525%

+525%

+450%

+450%

+450%

+375%

+375%

+375%

+300%

+300%

+300%

+225%

+225%

+225%

+150%

+150%

+150%

+75%

2013

2018 Jaartal

2015

2013

+75% moerasgebied hoogveen laagveen

0%

0%

2018 Jaartal

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

0%

2015

+75%

ysteemtypen,2013-2018 olfgetal voorgaande jaartallen Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+600%

+600%

+600%

+525%

+525%

+525%

+450%

+450%

+450%

+375%

+375%

+375%

+300%

+300%

+300%

+225%

+225%

+225%

+150%

+150%

+150%

+75%

+75%

0%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

+75% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

0%

2015

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

0%

Totaal

+600%

+600%

+525%

+525%

+450%

+450%

+375%

+375%

+300%

+300%

+225%

+225%

+150%

+150%

+75%

+75% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2018 Jaartal

2015

2013

2018 Jaartal

0%

2015

2013

0%

55


Verstedelijking

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van het verstedelijking gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met weegpunten in 2013, 2015 en 2018. Akkerbouw regulier en bebouwd ruraal zijn ondanks de verstedelijking in de periode van 2013 tot 2015 en door een afname in de periode van 2015 tot 2018 terug op het punt van verstedelijking uit 2013. (Half-) natuurlijk gras, moerasgebied, hoogveen en bebouwd urbaan zijn ten opzichte van de meetpunten in 2013 en 2015 minder verstedelijkt, hier is een lichte afname te zien. (Half-) natuurlijk bos, kustduinen, kwelder en akkerbouw regulier tonen de sterkste afname ten opzichte van het meetpunt uit 2015. In de periode van 2013 tot 2015 hadden de ecosystemen kustduinen en kwelder nog de grootste procentuele toename qua verstedelijking. Ecosystemen heide en laagveen hebben ondanks de afname in de periode van 2015 tot 2018, over de periode van 2013 tot 2018 als enige een toename van de verstedelijking. Alle ecosystemen hebben in de periode van 2013 tot 2015 een toename ondergaan of zijn gelijk gebleven. In de periode van 2015 tot 2018 is bij alle ecosystemen een afname betreft verstedelijking. Verstedelijking is funest voor de biodiversiteit en natuur door de verharding van het grondvlak. Door deze verschijning is er minder plaats voor natuur om te groeien, dier om te leven en water om de grond in te trekken.

Figuur 28: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van het verstedelijking

56


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 percentage afname/toename verstedelijking t.o.v. percentage verstedelijking voorgaande jaartallen Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toename / afname

toenam

+10%

+10%

+10%

+8%

+8%

+8%

+4%

+4%

+4%

+2%

+2%

+2%

0%

0%

0%

-2%

-2%

-2%

-4%

-4%

-4%

-6%

-6%

-6%

-8%

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

moerasgebied hoogveen laagveen

-8%

2015

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-8%

systeemtypen,2013-2018 ng t.o.v. percentage verstedelijking voorgaande jaartallen Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+10%

+10%

+10%

+8%

+8%

+8%

+4%

+4%

+4%

+2%

+2%

+2%

0%

0%

0%

-2%

-2%

-2%

-4%

-4%

-4%

-6%

-6%

-8%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

-6% bebouwd urbaan kustduinen bebouwd ruraal kwelder

-8%

2015

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-8%

Totaal

+10%

+10%

+8%

+8%

+4%

+4%

+2%

+2%

0%

0%

-2%

-2%

-4%

-4%

-6%

-6% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2018 Jaartal

2015

2013

2018 Jaartal

-8%

2015

2013

-8%

57


Stikstofdioxide

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de luchtvervuiling NO2 ( Stikstofdioxide) gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met weegpunten in 2013, 2015 en 2018. (Half-) natuurlijk bos, heide, (half-) natuurlijk gras, moerasgebied, hoogveen, laagveen, akkerland regulier, grasland blijvend, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal hebben een gelijkwaardige afname betreft de luchtvervuiling NO2. Kustduinen ondergaat de minste afname en bij het ecosysteem kwelder is de grootste afname luchtvervuiling van stikstofdioxide te vinden. Stikstofdioxide is slecht voor de ecosystemen en een afname van de luchtvervuiling is goed. In de periode van 2013 tot 2015 is de afname forser dan in de periode van 2015 tot 2018. Gezien de eerdere daling heeft dit onderwerp de potentie om stappen te maken naar een grotere afname van de luchtvervuiler.

Figuur 29: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de luchtvervuiling NO2 (Stikstofdioxide)

58


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 afname/toename luchtvervuiling NO2 t.o.v. luchtvervuiling NO2 soortenvoorgaande jaartallen Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toename / afname

toenam

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

-20%

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

-15% moerasgebied hoogveen laagveen

-20%

2015

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-20%

ysteemtypen,2013-2018 . luchtvervuiling NO2 soortenvoorgaande jaartallen Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

-20%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

-15% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

-20%

2015

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-20%

Totaal

+20%

+20%

+15%

+15%

+10%

+10%

+5%

+5%

0%

0%

-5%

-5%

-10%

-10%

-15%

-15% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2018 Jaartal

2015

2013

2018 Jaartal

-20%

2015

2013

-20%

59


Zwaveldioxide

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de luchtvervuiling SO2 ( Zwaveldioxide) gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met weegpunten in 2013, 2015 en 2018. De ecosystemen (half-) natuurlijk gras, heide, moerasgebied en hoogveen hebben in de periode van 2013 tot 2015 geen toename of afname gehad betreft de luchtvervuiling SO2. In de periode van 2015 tot 2018 is er een daling geweest in de luchtvervuiling. (Half-) natuurlijk bos, laagveen, kustduinen, kwelder, akkerbouw regulier, grasland blijvend, bebouwd urbaan en bebouwd ruraal maakte in de periode van 2013 tot 2015 al een afname betreft de luchtvervuiling van zwaveldioxide. In het tijdsbestek van 2015 tot 2018 maakt het nogmaals een afname door wat het de grootste dalers betreft zwaveldioxide maakt. Het ecosysteem kustduinen had de grootste afname van zwaveldioxide over het gehele tijdsbestek, hoogveen had de minste afname van de luchtvervuiler. Door de grote algehele afname van de meeste ecosystemen heeft dit onderwerp minder potentie om grote stappen te behalen.

Figuur 30: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de luchtvervuiling SO2 (Zwaveldioxide)

60


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 afname/toename luchtvervuiling SO2 t.o.v. luchtvervuiling SO2 soortenvoorgaande jaartallen Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toename / afname

toenam

0%

0%

0%

-10%

-10%

-10%

-20%

-20%

-20%

-30%

-30%

-30%

-40%

-40%

-40%

-50%

-50%

-50%

-60%

-60%

-60%

-70%

-70%

-70%

-80%

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

moerasgebied hoogveen laagveen

-80%

2015

(half-) natuurlijk bos heide (half-) natuurlijk gras

-80%

ysteemtypen,2013-2018 luchtvervuiling SO2 soortenvoorgaande jaartallen Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

0%

0%

0%

-10%

-10%

-10%

-20%

-20%

-20%

-30%

-30%

-30%

-40%

-40%

-40%

-50%

-50%

-50%

-60%

-60%

-60%

-70%

-70%

-80%

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

2018 Jaartal

2013

2018 Jaartal

2015

2013

-70% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

-80%

2015

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-80%

Totaal

0%

0%

-10%

-10%

-20%

-20%

-30%

-30%

-40%

-40%

-50%

-50%

-60%

-60%

-70%

-70% kustduinen bebouwd urbaan kwelder bebouwd ruraal

2018 Jaartal

2015

2013

2018 Jaartal

-80%

2015

2013

-80%

61


Biodiversiteit

Naastgelegen grafieken tonen de conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de biodiversiteit gedurende de periode van 2013 tot en met 2018 met weegpunten in 2013, 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018. (Half-) natuurlijk bos is het enige ecosysteem wat een toename van de biodiversiteit heeft. De ecosystemen moerasgebied, hoogveen en laagveen tonen een lichte afname van de biodiversiteit. Heide, kustduinen, akkerbouw regulier, grasland blijvend, bebouwd urbaan en bebouw ruraal duiden een sterke daling ten opzichte van de andere ecosystemen. (Half-) natuurlijk bos toont de grootste toename en bebouwd urbaan en bebouwd ruraal de sterkste daling. De biodiversiteit is het hoofdonderwerp van het onderzoek, de weging van dit onderwerp is erg zwaar. Op veel ecosystemen is winst te behalen door de daling die door de jaren heen ontstaan is. Dit onderwerp biedt dus erg veel potentie voor groei.

Figuur 31: Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen betreft de toename en afname van de biodiversiteit

62


Conditierekening naar gedetailleerde ecosysteemtypen,2013-2018 afname/toename LPI index t.o.v. LPI index voorgaande jaartallen Bos - open natuur

toename / afname

Natte gebieden

toename / afname

toenam

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

-15%

2018 Jaartal

2017

2016

-20%

2015

2013

2018 Jaartal

2017

2016

2014

moerasgebied hoogveen laagveen

-20%

2015

2013

2014

(half-) natuurlijk bos heide

-20%

ysteemtypen,2013-2018 x voorgaande jaartallen Natte gebieden Akkerbouw - grasland

toename / afname

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

+20%

+20%

+20%

+15%

+15%

+15%

+10%

+10%

+10%

+5%

+5%

+5%

0%

0%

0%

-5%

-5%

-5%

-10%

-10%

-10%

-15%

-15%

-15%

2017

2018 Jaartal

2017

2018 Jaartal

Duin en strand Bebouwde omgeving

toename / afname

2016

-20%

2015

2013

2018 Jaartal

2017

2016

2014

kustduinen bebouwd urbaan bebouwd ruraal

-20%

2015

2013

2014

moerasgebied akkerbouw regulier hoogveen grasland blijvend laagveen

-20%

Totaal

+20%

+20%

+15%

+15%

+10%

+10%

+5%

+5%

0%

0%

-5%

-5%

-10%

-10%

-15%

-15%

2016

2015

2014

2013

2018 Jaartal

2017

2016

-20%

2015

2013

2014

kustduinen bebouwd urbaan bebouwd ruraal

-20%

63


Conclusie

Uit de vergelijking van de verschillende ecosystemen is gebleken dat het ecosysteem akkerbouw de meeste potentie heeft om te ontwikkelen naar een gebied met een betere biodiversiteit. Om ook op een rationele manier aan te tonen dat het ontwikkelen van dit ecosysteem een valide keuze is en binnen de opdracht valt zijn er een aantal punten die de meerwaarde aantonen van het werken aan akkerbouw. Dit onderzoek staat in het teken ven een vorm van architectuur die in dienst staat van dier en natuur. Vanwege de grootschaligheid van het woningvraagstuk is een ecosysteem van grootschalige omvang gewenst. Akkerbouw valt met een oppervlakte van 7283 km2 binnen deze categorie. Naast dit feit komt het systeem veelvuldig en verdeeld voor in Nederland, dus ook in de buurt van steden en dorpen waar de vraag naar woningen het grootst is. Op antropogeen gebied heeft het ecosysteem akkerbouw al aangetoond dat het beïnvloedbaar is door de mens. Waar het in het verleden een rijk leefgebied was voor dier en natuur, is het afgezwakt naar een gebied wat enkel de ruimte biedt voor de gecontroleerde groei van gewassen. De biodiversiteit is hierdoor sterk afgenomen. De terugkeer van de biodiversiteit kan worden teruggebracht in het ecosysteem. Dit zal ten koste gaan van een gedeelte van het gebied waarop wordt geteeld. Neveneffect is dat Nederland in eerste gedachte minder oogst zal opbrengen wat ten koste gaat van de economie. Een beter biodiversiteit op het akkerland heeft echter grote voordelen voor de gewassen en gezondheid van de mens. Er heerst een winst-economie in Nederland. Dit wil zeggen dat de prioriteit gaat naar grote opbrengsten die staan voor grote winst. Om steeds hogere pieken te halen vormen zich meer risico’s. Een voorbeeld van een risico is de ziektegevoeligheid door een monocultuur op het platteland. Monocultuur betekent dat op hetzelfde stuk grond altijd hetzelfde gewas verbouwd wordt. Er vindt geen vruchtwisseling plaats. Een nadeel van een monocultuur is het eenzijdig uitputten van de bodemvruchtbaarheid als er niet bemest wordt. Daarnaast kunnen plantenziekten zich makkelijker ontwikkelen in het gewas, waardoor meer gewasbeschermingsmiddelen moeten worden ingezet. De gewasbeschermingsmiddelen, zoals pesticide, beschermen gewassen tegen schadelijke organismen of bestrijden onkruid. Er is geen plaats meer voor de ‘wilde’ natuur door de toename in het gebruik van 64


beschermingsmiddelen die geen plaats bieden voor ongewenste flora en fauna. Gevolg hiervan: de grond raakt verzwakt omdat er geen natuurlijke vijanden meer zijn die op natuurlijke wijze plagen bestrijden. Dit vormt een visuele cirkel waarbij het gebruik van gewassenbestrijdingsmiddelen toeneemt en de biodiversiteit als resultaat afneemt. Deze cirkel moet omgedraaid worden. Met meer soorten in de landbouw en door de oorspronkelijke biotoop en habitat van de gewassen zoveel mogelijk te begrijpen en imiteren, zijn er minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig. De landbouw is mogelijk robuuster voor extremen zoals bijvoorbeeld droogte, zal het gewas minder ziektegevoelig worden door natuurlijke bestrijding. Het sterkere gewas zal mogelijk een hogere opbrengst leveren door de betere omstandigheden waarin het leeft. Dit maakt het mogelijk om huidige stukken akkerland op te offeren en te transformeren naar gebieden met een hyperbiodiversiteit die zijn werking zal hebben op de naastgelegen gebieden. De potentieel hogere opbrengst maakt deze opoffering mogelijk. Nederland kan hierdoor de sterke positie op de exportmarkt behouden maar met een duurzamer product wat een positieve bijdrage heeft op de gezondheid van dier, natuur en mens.

65



Locatie



Inleiding

In dit derde deel van “De Kamers van Warande” wordt de locatie voor het plan gespecificeerd en geeft het antwoord op de deelvraag “Hoe beïnvloeden organismen elkaar binnen het gekozen ecosysteem?”. Het antwoord op deze vraag vormen de eerste randvoorwaarden voor het landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp. De introductie van dit scriptiedeel begint op macroniveau bij de provincie Flevoland. Uit het eerdere vooronderzoek is gebleken dat er veel winst valt te behalen op het akkerbouwgebied. Flevoland is bij uitstek de grootste en meest intensieve landbouwprovincie van Nederland wat het een relevante startlocatie maakt om vanuit verder te werken. Op microniveau komt de specifiekere en definitieve locatie voor de uitwerking van een plan. Het tweede onderdeel gaat dieper in op de locatie en vormt de start van het antwoord op de gestelde deelvraag. “Natuur als uitganspunt” vergelijkt twee analysemethodes en stelt op basis van één van de twee methodes de basis die de eerste grondslag vormt voor de wijze welke rol dier en natuur krijgen binnen Warande. “Het ecosysteem Warande” specificeert de soorten en cyclus in het gebied. De verschillende schakels worden beschreven alsmede welke functie het heeft binnen het ecosysteem. “Bos, akker, stad” schetst de huidige situatie en verbinding van de Oostvaardersplassen/ Hollandse Hout, de akkers van Warande en Lelystad. “Akkerlandschap” en “Gradiëntlandschap” tonen een toekomstbeeld met een variant waarbij de functies blijven en veranderen ten goede van de biodiversiteit.

69


Akkerbouwprovincie Flevoland

De provincie Flevoland is jong en ambitieus. In 100 jaar heeft een gedeelte van de Zuiderzee plaats gemaakt voor het grootste inpolderingsproject ter wereld vanwaar het is uitgegroeid tot de drijvende kracht als het gaat om gewassenverbouwing in Nederland. De economische voordelen die Flevoland heeft gebracht is niet zonder keerzijde. De grote vraag naar voedsel en het willen behalen van betere oogsten laat weinig ruimte over voor flora en fauna, voornamelijk de insecten hebben het zwaar onder het beleid van de intensieve akkerbouw. Als het gaat om het ecosysteem akkerbouw springt Flevoland eruit. Vanwege de korte geschiedenis van de provincie voelt een aanpassing aan het akkerbouwlandschap in Flevoland toegankelijker dan bijvoorbeeld Zeeland. De akkers in Zeeland hebben een onderliggende natuurbasis waar het op terug kan vallen, bij Flevoland valt deze structuur weg omdat het voorheen zee was. Op basis van deze gegevens en argumenten wordt de projectlocatie gezocht binnen akkerbouwprovincie Flevoland In Flevoland wonen twee groepen mensen. Enerzijds zijn er de boeren. Deze groep leeft, bewerkt en werkt met trots op het Flevolandse landschap. De trots komt vanuit een kort verleden. Slecht 3 á 4 generaties terug zijn de pioniers vanuit heel Nederland naar de nieuwe provincie gekomen. Het is een heel tastbare en voornamelijk persoonlijke geschiedenis omdat de eerste generatie de grootouders zijn van de boeren van nu. Dankzij hen is het gelukt om Flevoland uit te laten groeien naar de drijvende motor in Nederland als het gaat om de akkerbouw. De provincie is voor een groot aandeel verantwoordelijk voor de positie die Nederland heeft in de mondiale exportmarkt. Het is iets om trots op te zijn. Anderzijds zijn er de bewoners van de steden in Flevoland zoals Almere en Lelystad. Voor hen ontbreekt in veel gevallen de trots voor de provincie zoals dat wel het geval is bij de boeren. Het is een probleem dat is ontstaan vanuit de korte geschiedenis en de huidige woningnood. De Flevolandse stedengeschiedenis is als het ware één groot experiment omdat de masterplannen op de tekentafel zijn ontstaan. Er is geen oude stadskern, de stadsidentiteit mist en er is met een hoge snelheid gebouwd waarbij de beloftes, voor voornamelijk Lelystad, het doel voorbij zijn geschoten met leegstand als resultaat. Het tweede punt waardoor de binding met de provincie voor de bewoners ontbreekt is het woondoel. Almere en Lelystad worden door veel inwoners bewoond met de reden dat het dichtbij Amsterdam is 1. Het maakt de steden forensensteden met het resultaat dat het overdag ‘slaapt’. De architectuur moet een positieve impuls brengen voor het imago van Flevoland. Door de uitgangspunten bij het ontwerp van Flevoland terug te brengen en verwerken sluit het aan op de provinciale visie en kan het trots bieden aan de bewoners. Elementen die de hoofdrol spelen zijn de efficiëntie, overmaat, het samenleven met dier en natuur en de ruimte voor het experiment. Het project mag pionieren in de Flevolandse architectuur. 70

1

NOS, 2013

Figuur 1: Luchtfoto Flevoland


71


Warande

Het plangebied waar een landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonische visie over wordt gegeven is Warande. Het is een gebied op de snede van Natura 2000 en stedelijke context. Ten zuidoosten van de wijk ligt de Oostvaardersplassen, Hollandse Hout en het Markermeer. In het noorden grenst het aan Lelystad. Het akkerbouwlandschap is een veelbesproken locatie vanwege zijn positionering in Flevoland en zijn positie ten opzichte van de eerder genoemde gebieden. De gemeente Lelystad wil in Warande een woningbouwlocatie ontwikkelen voor 8.320 woningen plus 10% vrijstelling 2.

2

Bijlage 14

Binnen het voorgestelde plan vormt natuur een dienst die is ondergeschikt aan het wonen. Het is onderdeel ván in plaats van een onderdeel dat vrij staat van de menselijke toevoeging. De woningen zijn verdeeld over heel Warande, dit brengt een lage woondichtheid met zich mee, wat resulteert in een plan met een grote voetafdruk vanwege het hoge aantal grondgebonde woningen en de hoeveelheid nieuwe infrastructuur die nodig is om alles bereikbaar te maken. Als alternatief voor dit plan zal er een variant worden gemaakt waarbij dier en natuur niet is ondergeschikt aan de mens maar in symbiose naast elkaar leeft. Dit vergt een nieuwe invulling van het gebied, waarbij gekeken wordt naar de huidige situatie om inzichtelijk te maken wat verantwoorde keuzes zijn en welke vorm van bebouwing het beste past bij een vorm van stedenbouw en architectuur die in dienst is van dier en natuur en inspeelt op de alsmaar groeiende vraag naar woningen.

Figuur 2: Luchtfoto Warande

72


73


Natuur als uitgangspunt

Bij het ontwerpen voor dier en natuur zijn er verschillende werkmethodes. De methodes die zijn bekeken, waarvan er één is gekozen, is het ontwerpen met fauna als basis en het ontwerpen met flora als basis. Bij het onderzoeken en ontwerpen met fauna als uitgangspunt vormen diersoorten (vaak bedreigde soorten) de basis. Voor hen worden de omstandigheden ontworpen zodat de soort in populatie kan groeien. Dit is goed voor dieren op de rode lijst maar kan leiden tot een gefixeerd natuurgebied omdat het vrij specifiek voor enkele soorten is vormgegeven. De ontwerpmethode is hierbij volgens het top-down principe. Ontwerp met natuur als basis benadert de situatie omgekeerd, het bottom-up model. Flora vormt in dit model de basis voor de verdere ontwikkelingen en werkt als katalysator. Van tevoren kan een indicatie worden gegeven van wat het eindresultaat is maar hierbinnen is ruimte voor afwijking. De bottom-up methode vormt de basis voor de natuurlijke en dierlijke ontwikkelingen binnen Warande. “De top van de voedselketen zegt niks, de bodem moet prioriteit krijgen, de planten! Het moet dus eigenlijk ontwerpen vóór natuur zijn, want natuur brengt dieren mee en geeft een rijkere biodiversiteit. Kijk bij het maken van een natuurgebied ook naar wat er van oorsprong groeit en laat natuur zoveel mogelijk haar gang gaan, het kunstmatig planten van bomen verstoord het ecosysteem namelijk.” 3 De organismen beïnvloeden elkaar via deze wijze op een natuurlijke manier waarbij de verschillende populaties niet door de mens op kunstmatige wijze in controle worden gehouden. Een bepaalde mate van beheer is echter altijd noodzakelijk wanneer het ecosysteem uit balans raakt. Is dit het geval, dan zal de mens in moeten grijpen.

3

Bijlage 2: Interview Marco Roos

74


Figuur 3: Principe natuur

75


Het ecosysteem Warande

zers Gra

-predetator Top en

Inse cte

s ter ne

Inse

n

Amf ibie ë

Oo stv a

Pla nt

rs ete en

d

Akke rla n

Plantenet ers

eptielen &r

assen rspl e d ar

De wijze waarop organismen elkaar beïnvloeden binnen een ecosysteem verschilt per plaats. Warande wordt getypeerd voor aan de ene zijde een uniek natuurgebied en aan de andere zijde Lelystad. Het natuurgebied en de stad alsmede de akkers van Warande vormen de basis van de voedselketen. Vanuit de bottom-up methode is dit de belangrijkste schakel in de keten. Wanneer deze in slechte staat is heeft het direct effect op de andere schakels en kan het zorgen voor grote problemen. De volgende stap en belangrijkste element binnen de dierenketen zijn de insecten. Zij zijn de forensen tussen het planten- en dierenrijk, bestuiven, voorkomen plagen op organische wijze en zorgen voor een vruchtbare grond. Onmisbaar in de cyclus. Na de insecten komen de kleine vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen. Ze leven van de insecten en het land. Deze groep is voornamelijk belangrijk 76


s ter ne

Afv al

rs ete

s

Bestu ive r

rs

Alles ete

obiodiversite agr it ele

Func tio n

Inse cte

ecten

-predetator Top en

d

Lely sta

in het in stand houden van de populatie van dieren en planten. De bijdrage die het heeft op de natuur is van mindere mate dan de voorgaande groepen. Bovenaan de voedselcyclus zijn de top-predatoren en grazers. De predatoren leven voornamelijk van de jacht. Zij leveren geen directe bijdrage aan de kwaliteit van het floralandschap maar wel aan het in balans houden van de dier en plant populatie. De grazers zijn herbivoren en baten bij een stabiel landschap. Het zijn landveranderaars door het onderhoud wat ze uitvoeren. Deze groep moet goed in balans worden gehouden. Wanneer zij de volledige vrijheid krijgt, gaat dit ten koste van onderliggende categorieën in de voedselketen.

Figuur 4: Cyclus organisme

De natuur en dieren hebben direct en indirect, van boven naar beneden en omgekeerd met elkaar te maken, ze beïnvloeden elkaar. Wanneer de een uit balans is heeft dit effect op de hele cyclus. 77


Bos, akker, stad

In de huidige situatie zijn er harde grenzen tussen de Oostvaardersplassen/ Hollandse Hout, akkerbouwgebied Warande en Lelystad. De akkers vormen de grootste grens voor dier en natuur om van biotoop te verplaatsen, de monocultuur laat dit niet toe. Wil de biodiversiteit op het akkerbouwgebied verbeteren, dan zal er een nieuwe inrichting moeten komen van het akkerbouwgebied die dier- en natuurvriendelijker is.

78


Figuur 5: Huidige staat natuur

79


Akkerlandschap

Zoals in deel 1 is besproken gaat het slecht met de biodiversiteit op het akkerland. De monocultuur is een van de grote redenen waarom dit is. Er is vrijwel geen plaats meer voor insecten vanwege de roep om grotere opbrengsten van het land, de gewassenbestrijdingsmiddelen zijn onmisbaar geworden. Een nieuwe vorm van het landgebruik en indeling is noodzakelijk om de biodiversiteit binnen dit ecosysteem te verhogen. Strokenteelt biedt deze ruimte 4. Door het verbouwen van gewassen in stroken is er een hogere variatie op het land. De monocultuur die heerst en zorgt voor uitputting van de grond, maakt plaats voor een teelt die om de aantal jaar verandert. De uitputting van de grond is hierdoor van mindere mate. Door als extra maatregel de akkerranden terug te brengen in het landschap ontstaat er een nieuw fijnmazig natuurnetwerk. Binnen deze groene aders door het akkerlandschap kan dier en natuur vrij bewegen door het land. Hier is plaats om te nestelen. De strokenteelt en akkerranden tonen een gradiënt in het landschap met veel verschillende condities. De diversiteit aan structuren en netwerken draagt bij aan het verhogen van de biodiversiteit op het akkergebied in Warande.

4

80

Apeldoorn, 2017


Figuur 6: Gradiënt akker

81


Gradiëntenlandschap

Op de plaatsen waar akkerbouw zal verdwijnen en natuur mogelijk is, maakt het plaats voor een gradiëntlandschap. Het gradiëntlandschap trekt zich los van het harde grid waar Flevoland om bekend staan. De aquarelachtige invulling bestaande uit overgangszones krijgt een vrije invulling. In het landschap wisselen de condities elkaar af. Het gradiënt verloopt van lage naar hoge vegetatie en groenstructuren met een lage en hoge dichtheid. Op verscheidene plaatsen maakt water zijn entree om een extra dimensie toe te voegen in het natuurgebied binnen Warande. De hoge mate van variatie faciliteert een leefomgeving waar veel verschillende dier- en plantsoorten haar intrek kunnen nemen. Wanneer het gebied volledig ontwikkeld is vormt het een bruisende streek die bol staat van verschillende flora en fauna. De beplanting die het verloop vormt bestaat uit soorten die van oorsprong in Warande en omstreken groeien.

82


Figuur 7: Gradiëntlandschap

83


Conclusie

Hoe organismen elkaar binnen een ecosysteem beïnvloeden is locatiespecifiek. In de basis leven organismen naast elkaar en vullen ze elkaar aan. De voedselketen en natuurcyclus is een complex stelsel van soorten die ieder een eigen bijdrage hebben op het ecosysteem. Direct en indirect zorgt het ervoor dat gebieden in balans blijven als het gaat om populatie en er ruimte is voor ontwikkeling. Het ecosysteem staat namelijk nooit stil. Valt er een schakel weg of explodeert de populatie van een bepaalde soort binnen het ecosysteem dan heeft dit gevolgen. De gevolgen die de veranderingen hebben verschillen. Valt een diersoort uit de topklasse van de voedselpiramide weg, dan heeft dit minder grote consequenties dan wanneer er schommelingen zijn in een lagere schakel in de voedselketen zoals natuur of insecten. Gaat hier iets goed mis, dan heeft dit verregaande gevolgen voor dier en mens. Vanwege dit feit krijgt de bottom-up methode, waarbij van beneden naar boven wordt ontworpen, de keuze boven de top-down methode. Om nogmaals te citeren: “De top van de voedselketen zegt niks, de bodem moet prioriteit krijgen, de planten! Het moet dus eigenlijk ontwerpen vóór natuur zijn, want natuur brengt dieren mee en geeft een rijkere biodiversiteit.” Natuur vormt in dit principe de basis voor de ontwikkelingen die gaan gebeuren in Warande. Hierbij maakt het niet uit of het om het landschappelijk, stedenbouwkundig of architectonisch ontwerp gaat. Dit basisprincipe zal veel vertellen over de uiteindelijke vorm van de invulling binnen Warande omdat indirect de dichtheid en prioriteiten hieraan gebonden zijn. In het akkerlandschap, waar de biodiversiteit laag is, maakt de monocultuur plaats voor strokenteelt en keren de akkerranden terug. De groene stroken vormen een fijnmazig netwerk waarbinnen flora en fauna kunnen nestelen. Op de plaatsen waar akkerbouw zal verdwijnen maakt het plaats voor een gradiëntlandschap. Het gradiënt brengt veel variatie in het landschap wat aantrekkelijk is voor veel verschillende soorten planten en dieren, wederom goed voor de biodiversiteit in Warande. Het grootste verschil met de bouwplannen die nu bij de gemeente Lelystad liggen is dat de mens niet langer de belangrijkste groep is. “De Kamers van Warande” staat voor symbiose tussen dier, natuur en mens, er is geen belangrijkste groep. De woondichtheid zal hoger liggen dan de huidige plannen waardoor er meer ruimte vrijkomt waar dier en natuur kunnen floreren.

84


85



Land en Stad



Inleiding

In dit deel van de scriptie “De Kamers van Warande” komt het landschapsontwerp en stedenbouwkundig plan aan bod. Rondom de kennis en randvoorwaarden die zijn gesteld in de voorgaande delen, vormt zich de ontwikkeling tot een definitief plan. Door middel van ontwerpend onderzoeken zullen de stappen richting het plan worden gemaakt. Als eerste onderdeel wordt er nogmaals naar Warande gekeken. De bevindingen uit de analyse vormen de grove lijnen waarbinnen aanpassingen kunnen worden gemaakt en elementen worden toegevoegd. Het begin vormt een specifiekere analyse van Warande die volgens de lagenbenadering wordt beschreven. De vergelijking met het huidige uitbreidingsplan van Warande alsmede de vorm van bebouwing en bijbehorende dichtheid is het volgende onderdeel. Het analyseren van de hoogtekaart van warande vormt slot van dit vooronderzoek. Het landschapsontwerp vormt het tweede onderdeel binnen dit hoofdstuk. De bevindingen uit het vooronderzoek worden geprojecteerd op de kaart van Warande waaruit de projectlocatie, verbinding met de bestaande structuren, veranderingen en het landschapsontwerp in de vorm van een nieuw natuurgebied stapsgewijs inzichtelijk worden gemaakt. De stedenbouwkundige basis vormt het slot van dit hoofdstuk. Wederom wordt hier met behulp van ontwerpend onderzoeken de opbouw naar het definitieve plan getoond. De dichtheid speelt hier een belangrijke rol en krijgt een vertaalslag naar een structuur die een weerspiegeling is van de bebouwing. De overige invulling van het plan alsmede het beheer hiervan geven een beeld van het gebruik en beleving van de nieuwe stad.

89


Warande, huidige situatie

Warande heeft in zijn huidige vorm een aantal opmerkelijke elementen waar een uitspraak over moet worden gedaan voordat er naar een nieuw plan gekeken kan worden. Warande zal volgens de lagenbenadering worden bekeken om inzichtelijk te maken wat er is, en wat er aangepast kan worden of juist moet worden behouden. Het behouden van natuur is hierbinnen een belangrijk aspect waarmee rekening zal worden gehouden. Beginnende bij de Ondergrondlaag, de oudste en meest kwetsbare laag, is Warande en Flevoland in het algemeen bijzonder vanwege het ontstaan van de provincie. De Ondergrondlaag die wordt bekeken is vanaf het aangelegde Oostelijk Flevoland in 1957. Binnen Oostelijk Flevoland valt Warande. In de inrichting die volgde voor Oostelijk Flevoland is de efficiëntie te zien waarmee Flevoland is ingevuld. Omdat de Ondergrondlaag waarnaar gekeken wordt nog vrij jong is, zijn aanpassingen hierin toegankelijker. Dit is echter nog steeds de meest kwetsbare laag en met het voornemen zoveel mogelijk rekening te houden met flora en fauna zullen aanpassingen hierin onder strenge verantwoording worden gemaakt. De tweede stap binnen de lagenbenadering is de Netwerklaag. Binnen deze laag valt de natuurlijke en menselijke infrastructuur op gebied van vervoer, doorstroming en voorzieningen. Een vrij permanente invulling is het treinspoor die door het gebied loopt. Het verleggen van het spoor heeft een enorme impact op de natuur vanwege de werkzaamheden die het met zich meebrengt. Naast dit negatieve feit heeft het treinspoor zoals het er nu ligt een positieve effect op flora en fauna. “De groenstrook naast het spoor vormt een natuurlijke ader waarbinnen dieren zich voortbewegen en planten en struiken de mogelijkheid krijgen om te groeien vanwege het laagdrempeligere onderhoudsbeleid. Ondanks dat het spoor vrij frequent gebruikt wordt door treinen (8x per uur) vormt dit geen belemmering voor dieren om over te steken. Het spoor vormt in zijn huidige hoedanigheid dus geen nadeel maar een voordeel voor dier en natuur, zeker als verbinding tussen Hollandse Hout en Lelystad.” 1 Het volgende element, aansluitend op het treinspoor, is station Lelystad Zuid. Dit station is tijdens de bouw van de Flevolijn in 1988 aangelegd maar nooit in gebruik genomen vanwege de minder sterke groei van Lelystad die het op papier had. Met het besluit het treinspoor te laten liggen zoals het nu ligt, kan station Lelystad Zuid ook weer in gebruik worden genomen. Het gebruiken van de bestaande structuur en positionering van dit station voorkomt extra werkzaamheden die een negatief effect op de omliggende omgeving kan hebben. De lage Dwarsvaart is een kanaal tussen de Lage Vaart en het Markermeer. Het kanaal wordt gebruikt voor de doorvaart en recreatie. Met een breedte van 50 meter vormt de waterweg een harde grens tussen Hollandse Hout 90

1

Bijlage 3: Interview Geert Timmermans


en Warande. “De grote oversteek vormt voor grote dieren zoals herten geen probleem, zij zwemmen met gemak naar de overkant. Voor andere, kleinere dieren, is dit een groter probleem. Een natuurvriendelijkere oversteek en oevers zou goed zijn voor de verbinding van de gebieden.” 2. “De Lage Dwarsvaart is een vaart die zo efficiënt mogelijk van punt A naar punt B gaat. Deze vorm is alleen geen must om te behouden. De Lage Dwarsvaart in een andere vorm is geen probleem. Zolang de doorstroom goed is en het verkeer zich goed door het water kan manoeuvreren kan de waterweg bijvoorbeeld ook Warande in worden getrokken.” 3 Warande is omsloten door infrastructuur. Ten westen ligt de A6. Aan de bovenzijde loopt de Larserdreef, dit is de scheidingsweg tussen Warande en Lelystad. Aansluitend aan de Larserdreef zijn de wegen die dieper Lelystad in gaan en vormen de verbindingswegen. Aan de oostzijde loopt de Buizerdweg die de verbinding vormt met de Knardijk. De Torenvalkweg is de enige weg die door Warande loopt. Het vormt een directe verbindingsweg tussen Lelystad en Hollandse Hout/de Oostvaardersplassen. Deze weg wordt gebruikt door bestemmingsverkeer wat het geen verkeersroute maakt in een hoge frequentieklasse. De Torenvalkweg zou in een later stadium terug kunnen komen in een andere hoedanigheid als er voor streekvervoer andere voorzieningen worden getroffen.

2

Bijlage 6: Interview Marco Roos

3

Bijlage 7: Gesprek Ritsaard Bakhuizen

De Occupatielaag vormt de laatste schakel in de lagenbenadering. Dit is de laag met een hoge verandersnelheid en voltrekt zich vaak binnen één generatie. Een aantal delen van Warande zijn al bebouwd. In het westen voltrekt zich een nieuwe woonwijk. In het oosten is een bestaand industriegebied en komt een nieuw industriegebied, Flevopoort I . In het noorden is een woonboulevard, de PI Lelystad (Penitentiaire Inrichting) en Pluryn JJI Lelystad ( justitiële jeugdinrichting).

91


Huidig situatie

Markermeer

Lelystad

Larserdreef PI

Woonwijk Woonboulevard & JJI Station Lelystad Zuid Buizerdweg

Industriegebied Flevolijn Flevopoort I Torenvalkweg Lage Dwarvaart Knardijk A6

Warande

Hollandse Hout Lage Vaart Figuur 1: Luchtfoto Warande

92


93


Dichtheid

1 Hectare 160 Bewoners

21% Bebouwd

1 Hectare 160 Bewoners

17% Bebouwd

De bebouwing en dichtheid zegt veel over de uiteindelijke vorm van het stedenbouwkundige plan. Vanwege dit feit is een uitspraak over de vorm van bebouwing in een vroeg stadium van belang. Om een keuze hiervoor te maken, worden de vier meest voorkomende soorten van bebouwing bekeken en vergeleken om conclusies te trekken voor wat terug komt in het plan voor Warande. De aspecten waarnaar gekeken wordt zijn dichtheid, vraag en toekomstgerichtheid. De soorten zijn in te delen in twee categorieën: grondgebonden en gestapelde woningbouw. De grondgebonden woningbouw komt het meest voor in Nederland. Vrijstaande-, twee/drie-kappers en rijtjeswoningen hebben ten opzichte van de gestapelde woningen een lage dichtheid door de grote voetafdruk die het nodig heeft om hetzelfde aantal bewoners te kunnen huisvesten. Het grote ‘voordeel’ van de grondgebonden woningen is de toegang tot een eigen buitenruimte, deze hebben bewoners van een gestapelde woning vaak niet. Kijkende naar het vraag-aspect zijn de woningen niet voor iedereen weggelegd. De vrijstaande- en rijwoning zijn veelal gezinswoningen en daardoor duur. Met een verschuiving in de gezinssamenstelling, waarbij het aandeel alleenstaanden groeit, is de behoefte aan gezinswoningen geslonken en behoefte aan flexibele woningen gegroeid 4. De toekomstgerichtheid van de grondgebonden woning is discutabel. Verdichten van wijken bestaande uit grondgebonden woningen is moeilijk door de relatief grote voetafdruk en het particuliere grondeigendom. De Vinex-wijk is hier een voorbeeld van, het is in deze wijken moeilijk veranderingen door te voeren omdat het vaak in particulier 94

4

Trouw, z.d.


1 Hectare 160 Bewoners

8% Bebouwd

1 Hectare 160 Bewoners

6% Bebouwd

bezit is en niet van een grotere, overkoepelende partij zoals de overheid. Het grote voordeel aan de gestapelde woningbouw is de hoge dichtheid die behaald kan worden. Door het stapelen met verdiepingen is de voetafdruk die de bebouwing heeft klein ten opzichte van grondgebonden woningbouw. De keerzijde van de medaille is het verlies van de verbinding met het maaiveld. De reuring op straatniveau is niet vergelijkbaar met die op een galerij bij de galerijflat, laat staan het trappenhuis in de woontoren. Kijkende naar het woningvraagstuk is de gestapelde variant een betere oplossing vanwege de flexibiliteit voor verschillende bewoners, met name de starters en ouderengroep. Voor gezinnen is het een minder goede optie. Ook steekt de hogere bebouwing boven de grondgebonden woning uit als het gaat om toekomstgerichtheid. Verdichten is eenvoudiger omdat er geen mate van privé grondeigendom is en optoppen een optie is. Concluderend hebben beide categorieën voor- en nadelen. Afwegend op dichtheid, vraag en toekomstgerichtheid voldoen de rijwoning en galerijflat het best binnen de stedenbouwkundige visie voor Warande. Een combinatie van beide met enerzijds de reuring en sociale interactie van de rijwoning en anderzijds de dichtheid en flexibiliteit van de galerijflat zal hierom de basis vormen voor de indeling van het gebied.

Figuur 2: Dichtheid vrijstaand woning Figuur 3: Dichtheid rijwoning Figuur 4: Dichtheid galerijflat Figuur 5: Dichtheid toren

95


|

Hoogtekaart

De hoogtekaart toont de hoogte in meters t.o.v. NAP. Heel Warande ligt onder NAP schommelend van ca. -3,8 meter tot ca. -4.8 meter. In de hoogtekaart is een duidelijk gebied aanwezig wat hoger ligt dan de rest van Warande. Met het vooruitzicht om een stedenbouwkundig plan neer te zetten met een hoge dichtheid kan de invulling op een kleiner gebied komen dan hoe het in de huidige plannen voor ogen is. Op basis van deze gegevens zal op de omlijnde plaats het plan gesitueerd worden. Deze locatie laat voldoende ruimte over voor flora en fauna om te ontwikkelen en aan te sluiten op de groene gordel rondom Lelystad. De Noordzijde sluit aan op Lelystad waardoor de ‘oude’ en nieuwe stad met elkaar in verbinding komen te staan.

Hoogteprofiel Hoogte in Meter

Hoogte in Meter

Hoogteprofiel

1 0 -1 -2 -3 -4 -5

Figuur 6: Hoogtekaart Figuur 7: Hoogtegrafiek 0

1.000

2.000

Afstand Afstand in Meter in Meter

Meter

96

3.000


97


Projectlocatie

Het bestuderen en onderzoeken van de huidige situatie, mogelijkheden en toekomstige situatie heeft centraal gestaan voor het aangeven van de projectlocatie en mogelijke wijzigingen. De Ondergrondlaag en Netwerklaag blijven vrijwel onaangetast. Aanpassingen in deze situatie hebben een impact op de flora en fauna die niet voor ogen is. De studie naar de dichtheid gaf aan dat bouwen op een kleiner plot een optie is. De reuring en buitenruimte van de rijwoning en de dichtheid en flexibiliteit van de galerijflat vormen de uitgangspunten voor de bebouwing in het door de hoogtekaart aangegeven gebied. De Occupatielaag verandert. De woonboulevard, PI Lelystad en Pluryn JJI Lelystad staan nu aan de noordzijde van het plangebied. Deze gebouwen en functies passen niet binnen de wijkgedachte. De woonboulevard is van een schaal die boven de rest van de stedenbouwkundige invulling uitsteekt en de PI en JJI hebben een functie die niet thuishoort in een (woon)wijk. Beide worden verplaatst in de richting van het bestaande industriegebied. Hier sluit het aan op de omliggende functies, schaal en bestaande infrastructuur.

Bebouwing Water Bos Grasland

98

Figuur 8: Projectlocatie


ec

oj

Pr

tie

ca

tlo

Nieuwe locatie bestaande functies

99


Bestaande natuurnetwerken

L

A

C

F

B

D G

E H

De bestaande natuurnetwerken vormen de basis voor het landschappelijk ontwerp. Door het bestaande groen en blauw te bestuderen en verbinden ontstaan er natuurlijke knooppunten. Rondom Warande liggen verschillende waterstructuren. Van groot naar klein zijn dat het Markermeer A, Oostvaardersplassen B, Het Bovenwater C, Lage Dwarsvaart D, Lage Vaart E, torenvalktocht F en aftakkingen van het water in Lelystad. De kanalen (Lage Dwarsvaart en Lage Vaart) hebben naast de functie als doorvaart ook de functie het waterpeil te reguleren, het is dus niet mogelijk alle structuren met elkaar te verbinden omdat dit het waterpeil uit balans zou kunnen brengen 5.

100

5

Zuiderzee land, 2019


L K

J

I

Warande grenst in het zuidoosten aan Hollandse Hout G wat op zijn beurt weer verbonden in met de Oostvaardersplassen H. Ten westen, en vanuit hier verder rondom Lelystad ligt een groene gordel van bossen (Natuurpark Lelystad I, Gelderse Hout J, Overijsselse Hout K, Zuigerplasbos L). In Warande is vrijwel alleen akkerbouw. Er zijn enkele stroken groen naast en als aftakking van het spoor alsmede in het zuiden van het gebied. In zijn geheel, kijkende naar de water-, en groenstructuur tezamen is Warande in sterke verbinding met Hollandse Hout. Binnen Lelystad zijn geen grote groenstructuren te vinden buiten de bossen aan de stadsgrenzen.

Figuur 9: Water Figuur 10: Natuur Figuur 11: Natuurnetwerken

101


Nieuwe natuurnetwerken

De nieuwe natuurnetwerken maken de groene gordel rondom Lelystad af, trekken water Warande in en verzacht de grens met Hollandse Hout. Eerder is aangegeven dat het verleggen van de Lage dwarsvaart een optie is. Het kanaal is in de nieuwe situatie Warande in getrokken waar het een natuurlijkere vorm aanneemt en meer bergingscapaciteit voor water krijgt A . Het andere waternetwerk is de verbinding van de Torenvalktocht met het water bij het industriegebied B. De waterstructuren worden niet met elkaar verbonden wegens het verschil in het waterpeil. Hollandse Hout en de groenstructuur in en rondom Lelystad worden met elkaar verbonden en maken hiermee de groene gordel af C. De harde grens van Hollandse Hout en Warande wordt verzacht door het introduceren van een gradiëntlandschap D. De akkerbouw blijft plaats houden in Warande. Aan de uiterste zijde blijft ruimte voor het verbouwen van gewassen E. De monocultuur maakt hier plaats voor strokenteelt. Tussen de stroken worden akkerranden geïntroduceerd die in verbinding staan met de naastgelegen natuur, dit is stimulerend voor de biodiversiteit. De akkers zijn zo binnen het plangebied gepositioneerd dat ze bereikbaar zijn via de bestaande infrastructuur. Tractoren en andere bewerkingsmachines hoeven op deze manier niet het natuurgebied te betreden voor de bewerking van de akkers.

ro St

t

el

te

n ke

E

r St

lt

ee

nt

e ok

Ka

De bestaande groene passage die aansluit op de Flevolijn wordt verbonden met een groenstructuur in Lelystad. Dit maakt de verbinding met de flora en fauna in de stad mogelijk F.

102

e

s nd

lla

Ho Figuur 12: Uitbreiding natuur

e

nt

ke

ro St

h


Ve r

bi

nd

F

en

ro St ee

nt

ke lt

ro St lt

ee

nt

ke lt

ee

nt

ke

ro St

ec

oj

Pr

tie

ca

tlo

ro St

lt

nt

ke

ee

lt

ee

W ater verbinde n

gebi ed

B

g leg er

en

D

rbind

v er ed br

en n atuu r

a ana l

it

ho

u ut

en

id

e br

ve

Verlengen e n

C

103


“Nieuw Hout”

Nieuw Hout is het nieuwe natuurpark van Warande. In dit gebied staat ruimte en ontwikkeling voor flora en fauna centraal. Door de verbinding van de bestaande structuren is het leefgebied voor de dieren vergroot. Centraal in Warande ligt een landschap waarin groen en blauw, lage en hoge vegetatie en dichtheid elkaar afwisselt. Door dit gradiënt ontstaan er een landschap vol variatie wat de biodiversiteit stimuleert. In het gradiëntlandschap is de mens vrij om te recreëren en de natuur te ervaren. De akkerranden tussen de akkers sluiten aan op het landschap wat Nieuw Hout en omliggende natuurgebieden tot een groot ecosysteem maakt waarin dier en natuur de baas zijn. Op de rand van het boslandschap en gradiëntlandschap is plaats voor het nieuwe gebouw voor nationaal park Nieuwland. Dit punt is goed bereikbaar vanaf bestaande infrastructuur en ligt nabij station Lelystad Zuid wat het een geschikte locatie maakt voor het gebouw.

Water Bos

ie

N

e

uw

pr

c

tlo

c

e oj

ie t a

Grasland Akker

Figuur 13: Nieuw Hout Figuur 14: Gebouw nationaal park Nieuwland

104


N

e

uw

ie

ec

oj

pr

tie

ca

tlo

105


Stedenbouwkundige basis

Bij het maken van de stedenbouwkundige basis is er gerefereerd aan de Flevolandse identiteit. De provincie is ingericht binnen een streng grid met efficiëntie als uitgangspunt. Een ander element wat typerend is voor de Flevolandse opzet is de overdimensionering in het landschap . Het grid voor de bebouwing in Warande bestaat uit een stramien van 80 x 80 meter, een verhoudingsgetal binnen de akkers van Warande. Het grid zoals geprojecteerd in de projectlocatie, maakt het maakt het mogelijk te ontwerpen met een hoge mate van efficiëntie en flexibiliteit vanwege de repeterende structuur.

Figuur 15: Grid

106


Invullin g projec tlocatie

ie

N

e

uw

j

o pr

lo

t ec

ie

t ca

107


Deelgebieden

De contouren van de bebouwing zijn ontworpen rondom de leegte. De zogenaamde kamers zijn plaatsen waar natuur de baas is. Het plan heeft een structuralistische opzet. Het strenge patroon brengt efficiëntie met zich mee die refereert naar de opzet van Flevoland. De kamers zorgen ook voor een gevoel van schaal, het totale plan kan voor de bewoner/bezoeker megalomaan aanvoelen. De omkadering helpt de ruimte behapbaar te maken en biedt de mogelijk om een eigen karakter te dragen binnen het grote geheel. Het stedenbouwkundige plan kan worden opgedeeld in 4 kwadranten. Ze worden gescheiden door de al bestaande structuren, de een is het treinspoor en de ander de groenstrook. De deelgebieden zoeken aansluiting op haar directe omgeving. Deelgebied 1 is het stedelijke deelgebied, dit is een verlengstuk van Lelystad. Binnen deelgebied 4 is natuur de overkoepelende factor vanwege de aansluiting op Nieuw Hout; flora en fauna heeft vrij spel tussen en in de halfronde kamers. Deelgebieden 2 en 3 vormen een tussenmaat. Het stedenbouwkunde grid uit deelgebied 1 is overgenomen maar de schaal is groter waardoor er meer ruimte in de kamers is voor dier en natuur zoals in deelgebied 4. Het patroon dat de structuur vormt bestaat uit 3 formaties. In Deelgebied 1 zijn dit kamers van 40 x 40 meter, 40 x 80 meter en 80 x 80 meter. Bij deelgebied 2 en 3 gaat het hierop door, de kamers zijn 80 x 80 meter, 80 x 160 meter en 160 x 160 meter.

Figuur 16: Deelgebieden

108


1

2

4

2

e

uw

3

ie N 3

4

j

o pr

lo

t ec

ie

t ca

1

109


Kamers in verhouding

station Tilburg centraal

Avans Hogeschool

Ter verbeelding en gevoel voor schaal zijn de kamers zoals ze voorkomen in het stedenbouwkundige plan geprojecteerd in bekende situaties in Tilburg. Binnen de grootste kamer (160 x 160 meter) past station Tilburg centraal inclusief een groot gedeelte van het stationsplein. In de kamers van 160 x 80 meter past Avans Hogeschool en het smalle gedeelte van de Piushaven. In de laatste kamer, die van 80 x 80 meter, past de rotonde met Het Draaiende Huis.

110


Piushaven

Het Draaiende Huis

Figuur 17: Kamer station Tilburg centraal Figuur 18: Kamer Avans Hogeschool Figuur 19: Kamer Piushaven Figuur 20: Kamer Het Draaiende Huis

111


Kamers in cluster

112


Figuur 21: Cluster van kamers

113


Poreuze schil

Om de grens tussen bebouwing en natuur te verzachten zijn de buitenste kamers omsloten met een poreuze schil. Deze schil vormt een occupatieplaats voor dier en natuur. Om het open karakter te behouden bestaat de schil uit een mix van bebouwing en begroeiing. Een rij bomen die in afstand variërend van elkaar vandaan staan definieert de rand van de kamer en vormt een gradiënt van stad naar land. De bebouwing is in de vorm van uitzichtpunten. De torens zijn van binnenuit te beklimmen om aan de top het landschap en de kamers te kunnen bewonderen. De gevels van de torens zijn voor dier en natuur. In deze schil gaat de poreusheid door in de vorm van opening. Grote perforaties vormen een standplaats voor flora en kleinere openingen inclusief inwendige nestkasten voor vogels en insecten. Met de nestkasten is rekening gehouden met de oriëntatie waarbij insecten en vogels huisvesten. De schil zorgt ervoor dat de bebouwing vanuit Nieuw Hout gezien deels wegvalt. Dit versterkt de groene omgeving. Vanuit de stad richting het natuurpark biedt het bescherming maar ook voldoende zicht en openheid naar natuur waardoor de connectie behouden blijft.

Water Bos Grasland Akker

114

Figuur 22: Poreuze schil


ie

N

e

uw

j

o pr

lo

t ec

ie

t ca

115


Natuurinclusieve toren

+15 m

+10 m

+5 m +3 m +1 m

116

oost


Figuur 23: Natuurinclusieve toren met indeling voor fauna

noord

zuid

west

117


118


Figuur 24: Visualisatie poreuze schil

119


Infrastructuur

Er zijn twee verkeersstromen in Warande. De eerste stroom beweegt zich voort onder de grond; dit is het snelle verkeer zoals de auto. Het volledig uitsluiten van dit vervoersmiddel is vanwege praktische redenen geen optie. Het alternatief is om de gemotoriseerde voertuigen niet op het maaiveld toe te laten. Voor deze optie is gekozen. Deze maatregel zorgt ervoor dat het maaiveld veiliger is en voor dier, natuur en mens blijft. Vanaf de Larserdreef ten noorden van het plangebied en het industriegebied kan men ondergronds Warande binnenrijden. De autoweg loopt onder de promenade (de groene strook die de de scheiding tussen deelgebieden 1-2 en 3-4 vormt) en heeft verschillende aftakkingen die naar ondergrondse parkeerplaatsen leiden. Vanaf deze parkeerplaatsen, welke altijd onder een stedelijke kamer liggen, is de afstand tot de woning gereduceerd tot een maximum van 300 meter. De tweede stroom beweegt zich boven het maaiveld, het trage verkeer zoals lopen en fietsen. Te voet of fiets zijn er verscheidene plaatsen om de stad in te treden. Dit moet zo toegankelijk mogelijk zijn voor het trage verkeer om deze manier van voortbewegen te stimuleren. Bovengrond vormt de promenade een stedelijke ader met station Lelystad Zuid als kern. Door gebruik te maken van de bestaande infrastructuur buiten Warande zijn veel extra ingrepen niet nodig. De Torenvalkweg wordt ingekort en is enkel te gebruiken door ongemotoriseerde recreatievoortbeweging. Door gemotoriseerd vervoer (buiten bestemmingsverkeer) niet toe te laten ondervindt flora en fauna minder last van de voertuigen. De verbinding die het in de huidige situatie heeft met de Larserdreef verdwijnt om de akkers in de kamers door te kunnen laten lopen.

Figuur 25: Infrastructuur Figuur 26: Station Lelystad Zuid

120


P

P

P

P

P

P

P P

P

P P P

P

ie

N

P

e

uw

j

o pr

lo

t ec

ie

t ca

P

121


Natuurnetwerk intern

Binnen de stad loopt een fijnmazig waternetwerk. Deze route verbindt kamers en vormt een recreatieroute door de kamers heen waardoor de stad vanuit een andere perspectief kan worden beleefd. De vorm van de structuur is door het karakter van de deelgebieden bepaald. In deelgebied 1, het stedelijke deelgebied, is de vorm rechter en refereert het aan de door de mens gemaakte waterwegen zoals grachten en kanalen. In de andere deelgebieden waar het karakter natuurlijker is wordt de vorm van het water dat ook. De vormgeving reageert meer als een rivier. De posities waar de waterwegen onder het spoor gaan is gebaseerd op al bestaande doorgangen. Door deze te gebruiken als waterdoorgang zijn extra ingrepen niet nodig en blijft de huidige situatie behouden.

Figuur 27: Inwendig natuurnetwerk

122


ie

N

e

uw

j

o pr

lo

t ec

ie

t ca

123


Doorgangen

Voor de doorstroom op het maaiveld zijn openingen in de bebouwing van belang. In het plan is een onderscheid gemaakt tussen de doorgangen voor dier en natuur en doorgangen voor de mens. Het meest herkenbare verschil is het ontwerp en de beweegrichting die het stimuleert. De opening voor dier en natuur (groen) loopt van noordwest richting zuidoost, van natuur naar natuur. De vormgeving van de doorgangen benadrukt de breedte en biedt meer ruimte om ongezien de route van kamer naar kamer te maken. De humane doorgang (roze) is gekenmerkt door een hoge smalle opening. De beweegrichting is bij deze doorgangen van het noordoosten richting het zuidwesten en vormen vanuit de promenade aftakkingen verder de stad in. De doorgangen bieden een doorkijk naar de omliggende kamers. Het maakt het mogelijk verschillende natuurgebieden en identiteiten in 1 oogopslag te zien. De hoogte van de passages is een minimum van twee verdiepingen om geen bedrukt gevoel te geven. Het heeft ook een praktische kant. Als uitzondering op de regel kunnen gemotoriseerde voertuigen gebruik maken van de doorgangen in geval van nood of voor bestemmingsverkeer.

Figuur 28: Doorgangen

124


125


Doorgangen natuur

126


Figuur 29: Doorgang natuur

127


Doorgangen mens

128


Figuur 30: Doorgang mens

129


Kamerinvulling

Binnen het stedenbouwkundig plan draait het om identiteit en beleving. De kamers en de invulling hiervan zijn van groot belang om waarde en herkenbaarheid aan het project te geven. De ‘sublieme ervaring’, de term zoals gebruikt in de tijd van de romantiek, speelt een grote rol bij de invulling van de kamers. Omdat de lege ruimte is gereserveerd voor natuur moeten ze binnen dit thema passen. De volgende kamers komen voor in het plan: Urbaan, Water, Duin, Heide, Bos, Grasland en Akker. Alle gekozen thema’s komen voor in Flevoland. “Een duinlandschap in Flevoland lijkt onwaarschijnlijk maar dat valt wel mee. Onder de grondlaag die is gemaakt bij het droogleggen van Flevoland bevindt zich een grote zandlaag. De duinwijk bij Almere is een goed voorbeeld van hoe het kan.” 6 De ervaring krijgt zijn opwekking door de overweldigende vorm van de natuur. Binnen 100 meter is een route mogelijk door verschillende kamers van een dicht bos naar een heidelandschap om te eindigen bij een uitgestrekt duinlandschap. In geen enkel geval kunnen dezelfde natuurkamers direct naast elkaar liggen. Het contrast is van grote waarde wanneer men zich door de stad voortbeweegt en de verschillende kamers ervaart. De invulling geeft identiteit aan de kamers, de architectuur sluit hierop aan wat het effect van verwondering versterkt. De bestaande groene ader die aansluit op station Lelystad Zuid, zoals deze ook in de huidige situatie te zien is blijft behouden en krijgt een dubbele functie als promenade. Wanneer men door deze stedelijke omgeving loopt is er zicht op de naastgelegen kamers en bijbehorende invulling. Dit geeft een beeld van de variatie in het gebied en hoe dicht de verschillende werelden bij elkaar liggen. De promenade heeft 3 aftakkingen, in deelgebied 1, 2 en 3. In de volledige menselijke ader is ruimte voor verschillende functies die aansluiten op de behoeft van de mens.

Urbaan

Bos

Water

Grasland

Duin

Akker

Heide

130

6

Bijlage 8: Gesprek Livina Tummers

Figuur 31: Kamerinvulling


131


Masterplan Warande

132


Figuur 32: Masterplan Warande

133


Beheer

Het beheer van de natuur in Warande is te verdelen in twee delen. Het eerste grootste deel waar beheer en onderhoud nodig is, is Nieuw Hout. “Er wordt vaak gedacht en gezegd dat natuur zijn eigen gang moet kunnen gaan zonder de invloed van de mens; in zekere zin is dit waar maar beheer is wel degelijk van grote waarde. Neem deze akkers als voorbeeld in Warande: als we zouden zeggen dat we hier niks aan zouden doen zou het binnen 20 jaar een bos zijn. met deze snelheid nemen snelgroeiende planten en bomen de grond over waardoor traag groeiende soorten geen kans krijgen te ontwikkelen. Dit is een van de voorbeelden waarom beheer nodig is.” 7 Hollandse hout valt onder het beheer van Staatbosbeheer wat grenst aan Nieuw Hout. “De kamers in het stedenbouwkundige plan zijn te klein voor Staatsbosbeheer om in beheer te nemen. Het nieuwe natuurgebied is echter van een afmeting waarbij dit interessant zou zijn, zeker door de aansluiting met Hollandse Hout. Stel dat dit natuurgebied er zou komen dan zou dit als een groot geheel door Staatsbosbeheer kunnen worden onderhouden.” 8 De natuurkamers in het stedenbouwkundig plan is het tweede deel. Gemeentes nemen steeds minder vaak grote groenstructuren in beheer vanwege de kosten; een andere vorm van beheer is dus gewenst. Er zijn verschillende voorbeelden waarop het onderhoud verhaald van worden. Een commercieel doeleinde is een voorbeeld. Door eisen te stellen aan het doeleind dat bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling snijdt het mes aan twee kanten. Een bosbouwkamer of stadstuin zou binnen de beheers- en duurzaamheidseisen kunnen vallen. Educatie is een tweede optie. Door men kennis te laten maken met de verschillende soorten natuur kunnen er koppelingen worden gemaakt waarbij groepen het beheer van een kamer in acht nemen om te leren over de biotoop. De derde is de themabeheerder. In ruil voor huisvesting beheert de themabeheerder de kamers met hetzelfde thema in een deelgebied of het hele plan. Als vierde en laatste optie is er het collectief beheer waarbij de bewoners aan de betreffende kamer het beheer op zich nemen. Vanwege het geringe formaat t.o.v. andere natuurgebieden is dit haalbaar. Bijkomend effect is dat het de onderlinge sociale connectie versterkt en er een vorm van eigenaarschap is.

7

Bijlage 6: Gesprek Marco Roos 8

Bijlage 8: Gesprek Livina Tummers

134

Figuur 33: Beheer


135


Fragment deelgebied

Bovenstaande afbeelding toont een verbeelding van de mogelijk invulling van de kamers. Er vormt een hoog contrast tussen de kamers die de beleving versterken wanneer men zich door de stedenbouwkundige structuur voortbeweegt. In bovenstaande doorsnede is te zien dat de hoogte van de bebouwing van de promenade richting Nieuw Hout afloopt.

136


Figuur 34: Fragment deelgebied 3

137


138


Figuur 35: Boskamer

139


140


Figuur 36: Graslandkamer

141


142


Figuur 37: Duinkamer

143


144


Figuur 38: Heidekamer

145


146


Figuur 39: Waterkamer

147


148


Figuur 40: Akkerkamer

149


Conclusie

Op basis van de resultaten uit het eerdere onderzoek en het analyseren van de huidige situatie zijn nieuwe randvoorwaarden en het nieuwe landschappelijke en stedenbouwkundige plan ontstaan. In deel 3 kwam naar voren dat de bottom-up benadering de basis vormt voor de ontwikkelingen met natuur als uitgangspunt. Het gradiënt in de akkers en het landschap vormt een belangrijk ingrediënt voor het stellen van deze basis. Dit hoofdstuk begon met het verzamelen van informatie over de huidige situatie van Warande. Eerder in de scriptie is al beschreven hoe Warande zich positioneert op een grotere schaal. In de start van dit deel werd er nogmaals ingezoomd om volgens de lagenbenadering naar de locatie te kijken. Natuur heeft baat bij het behouden van de originele structuur omdat het hier heeft kunnen ontwikkelen. De Ondergrondlaag en Netwerklaag blijven, buiten de posities waar de wegen onder de grond gaan, intact. Met het toevoegen van elementen in deze lagen is terughoudend te werk gegaan. In de Occupatielaag zullen enkele verschuivingen komen. De woonboulevard, PI en JJI vertrekken uit het plangebied richting het industriegebied waar het beter aansluit op de context en schaal. In het huidige plan voor de invulling van Warande valt op dat het complete gebied een functie krijgt met wonen en ondersteunend groen. Natuur heeft op papier geen vrijheid om te ontwikkelen zonder dat het in dienst staat van de mens of woningbouw. Dit heeft te maken met de lage dichtheid van het woningbouwprogramma. De voornamelijk grondgebonden woningen hebben een grote voetafdruk en om al deze woningen te kunnen bereiken is een groot aandeel van de bodembedekking infrastructuur. Als tegenhanger van dit plan biedt dit hoofdstuk een alternatief waarin dier, natuur en mens met elkaar in symbiose staan. Het heeft een hogere dichtheid qua wonen, significant meer ruimte voor vrije natuur en een vorm van wonen die aansluit op de Flevolandse identiteit en huidige, veranderende woningvraag. Door het idee van grondgebonden woningbouw van de baan te vegen en in te ruilen voor gestapelde woningbouw kan er op een kleiner oppervlak een groter aantal woningen komen, dit laat ruimte vrij voor natuur. De bebouwing vormt een compromis tussen de goede eigenschappen van de rijwoning zoals reuring en sociale interactie, en van de galerijflat de 150


dichtheid en flexibiliteit. Bij deze vorm van wonen valt een groot deel van de grondpolitiek weg. Het privébezit van grond, wat bij grondgebonden koopwoningen vrijwel altijd van toepassing is maakt verdichten haast onmogelijk. De privétuinen maken plaats voor natuurkamers. De kamerinvulling is in collectief gebruik en dient als gemeenschappelijke buitenruimte voor de bewoners/bezoekers. Het collectief gebruik stimuleert sociale interactie en houdt natuur natuurlijk omdat het niet mogelijk is de invulling als gebruiker aan te passen tenzij het in het kader van beheer een andere functie heeft. Rondom het projectgebied is ruimte voor de ontwikkeling van dier en natuur. Nieuw Hout is vormgegeven rondom de principes uit het eerder verrichte onderzoek. Het gradiëntlandschap komt hier terug tussen de akkers en als vrije natuur. De Mens kan hier recreëren. Het stedenbouwkundige plan, waarin de Flevolandse ontwerpprincipes terug zijn te vinden, is toekomstgericht. De overmaat in het plan maakt verdichting op eenvoudige wijze mogelijk en de gestapelde bouwwijze zorgt voor een hoge dichtheid en flexibiliteit.

151



Architectuur



Inleiding

In dit deel van “De Kamers van Warande” ligt de focus op architectuur, hier wordt dieper gekeken naar het ontwerp van de massa’s zelf. Het eerste onderdeel hierbij is wonen, waarbij antwoord wordt gegeven op de vraag: “Hoe woont de mens binnen een vorm van architectuur die gebaseerd is op biodiversiteit?”. Door antwoord te geven op deze vraag wordt duidelijk gemaakt hoe de mens binnen het gestelde stedenbouwkundige plan zal wonen en leven. Dit wordt in meerdere stappen duidelijk gemaakt, beginnend met hoe de bouwmassa is ontstaan en wat de indeling hierbinnen is. De volgende stap laat zien hoe de woningen binnen de gestelde bouwmassa zijn gesitueerd, voor welke doelgroepen ze zijn bedoeld, waarna het concept achter de gevels wordt uitgelegd, zowel de grote sociale terrassengevel, waarbinnen de reuring en buitenruimte van een rijwoning terugkomt, als de natuurinclusiegevel, welke bestemd is voor dier en natuur. Tot slot wordt ieder appartement typologie in verder detail behandeld met de indelingen hiervan weergegeven op plattegronden en ruimtelijkheid hiervan in 3D-visualisaties. Het tweede onderdeel binnen architectuur gaat dieper in op het onderdeel “Hoe ziet architectuur en wonen met flora en fauna als uitgangspunt eruit?” Hiermee wordt er een vertaalslag gemaakt van theorie naar beeld en ligt de focus voornamelijk op hoe het gebouw eruitziet en hoe dier en natuur zo veel mogelijk terugkomen binnen of op de gebouwen. Beginnend met wat voor gevelmaterialen er worden gebruikt en wat de beredenering hierachter is; hierbij zijn de twee kanten van het onderwerp, de terrassenzijde en de natuurinclusieve zijde, gevisualiseerd en vormgegeven. Hierbij zijn ook gevelfragmenten opgenomen welke de technische bevestiging van de diverse gevels laten zien. Het onderdeel wordt afgesloten met een doorsnede waarin alles van de voorgaande delen bij elkaar komt en de constructie duidelijk wordt gemaakt. Het onderdeel: “architectuur” wordt afgesloten met visualisaties, welke visueel antwoord geven op de vragen “Hoe woont de mens binnen een vorm van architectuur die gebaseerd is op biodiversiteit?” en “Hoe ziet architectuur en wonen met flora en fauna als uitgangspunt eruit?” 155


Concept

Het concept begint met een lege plot dat 12 meter diep is.

1. De lege plot wordt omhoog getrokken om zo een massa te creëren.

4. De terrassen lopen stapsgewijs 2 meter terug bij de eerste 4 bouwlagen; dit stopt vanaf de 5e bouwlaag.

5. Uitbreiden van de terrassen met een extra 2 meter ruimte aan groen.

De basis van het concept is voortgekomen uit het stedenbouwkundig plan en bestaat uit een massa vergelijkbaar aan een galerijflat. Een galerijflat heeft een mate van efficiënte, flexibiliteit en een hoge dichtheid qua woningen en bewoners. Een nadeel van zo’n galerijflat is dat het ontkoppeld is van het maaiveld, en dus ook ontkoppeld van de positieve effecten die een maaiveld met zich meebrengt. Dit zijn positieve effecten zoals sociaal contact, 156


2. De massa is 4 tot 7 bouwlagen hoog, hiermee wordt er een menselijke schaal behouden en vormen schaduwen in kamers geen problemen.

3. Creëren van terrassen voor buitenruimtes en verkeer.

6. Bouwlagen indelen met een grid systeem en het introduceren van stijgpunten met gelegenheden voor liften, trappen en gedeelde ruimtes.

7. Binnen de massa bevindt zich een grid van 5 meter breed waarop de appartementen gebaseerd zijn.

recreatie en een plek voor flora en fauna. Dit is binnen dit concept weten te re-introduceren door middel van grote terrassen van 4 meter op iedere bouwlaag. Deze terrassen zijn als het ware meerdere maaivelden in de lucht, waarmee ondanks het “galerijflat” concept iedereen nog steeds een plek heeft om te socialiseren, recreëren en dat terwijl flora en fauna hier bloeit.

Figuur 1: Ontwerp concept

157


Grid

Om de appartementenindeling binnen de massa op een efficiënte en flexibele manier in te vullen is er gebruik gemaakt van een gridsysteem. Dit gridsysteem is te zien in de figuren 2 & 3 voor de 80 meter lange gevels, en figuren 4 & 5 voor de 160 meter lange gevels. De afmetingen van het grid zijn bepaald aan de hand van de constructie. Zo is één blok binnen het grid vijf meter breed, dit is gekoppeld aan het hartop-hart afstand tussen de kolommen. De hoogte van een zelfde blok is 3 meter; dit is gekoppeld aan de verdiepingshoogte. De diepte van een enkel blokje binnen het grid hangt af van de positie. Zo is een blok op de begane grond 12 meter diep. Bij de eerste 3 verdiepingen loopt de gevel stapsgewijs met twee meter terug in de massa. Zo is de diepte op de 1e verdieping 10 meter, op de 2e verdieping 8 meter, op de 3e verdieping 6 meter en op de 4e verdieping 4 meter, vanaf hier stopt het stapsgewijze en gaat de massa recht omhoog. Door een maximale diepte te gebruiken van 12 meter zijn beide kamers waaraan de massa grenst te ervaren door iedere woning.

Figuur 2: Grid 80 meter humane gevel

Het plan is voor iedereen, zo kunnen de appartementen binnen het grid bestemd zijn voor vier doelgroepen namelijk: studenten, starters, gezinnen en 60+. Deze doelgroepen hebben ieder ook andere eisen en woonvoorkeuren. Hierdoor zijn er voor de indeling van het grid regels gesteld om aan deze woonvoorkeuren te voldoen. Studenten zullen altijd gegroepeerd worden vanwege de sociale interactie. Gezinnen zullen altijd grondgebonden zijn zodat het gezin direct toegang heeft tot het maaiveld. Ouderen hebben alleen gelijkvloerse woningen welke dicht bij de stijgpunten te vinden zijn. Tot slot worden de overige blokken binnen het grid opgevuld door de starterswoningen. In de figuren 2, 3, 4 en 5 is te zien dat er enkele blokken binnen het grid missen. Dit gebeurt enkel vanaf de 4e verdieping en heeft te maken met de kleinere terrassen vanaf de 4e verdieping. Hier zijn de terrassen namelijk niet meer 4 meter breed maar nog maar 2 meter. Hierdoor is er binnen de denkwijze van het project niet genoeg ruimte voor de sociale reuring welke te vinden is bij rijtjeswoningen. Deze lege plekken in de grid zijn perforaties binnen de massa waarbinnen de bewoners toch hun extra sociale ruimte kunnen krijgen. Hier kan men bij elkaar komen en recreëren. Figuur 3: Grid 80 meter natuur gevel

158


Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

HUMAAN

Starters

Starters

HUMAAN

Begane grond geschikt voor gezinnen

Begane grond geschikt voor gezinnen

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

NATUUR

Starters

Starters

NATUUR

Begane grond geschikt voor gezinnen

Begane grond geschikt voor gezinnen

159


Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+ Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Figuur 4: Grid 160 meter humane gevel

Starters Starters

HUMAAN HUMAAN Begane grond geschikt voor gezinnen Begane grond geschikt voor gezinnen

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+ Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

NATUUR NATUUR Figuur 5: Grid 160 meter natuur gevel

Begane grond geschikt voor gezinnen Begane grond geschikt voor gezinnen

160

Starters Starters


Studente n Studente n

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+ Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Studente n

Nabij stijgpunt & gelijkvloers geschikt voor 60+

Begane grond geschikt voor gezinnen Begane grond geschikt voor gezinnen

161


Appartement typologieën

Binnen het grid zijn er veel combinaties mogelijk, echter is niet iedere combinatie even efficiënt, fijn of aantrekkelijk voor de 4 doelgroepen. Zo kan op de begane grond de vloeroppervlakte snel te groot worden wegens de 12 meter diepte. Binnen het grid is er een selectie aan efficiënte, aantrekkelijke en doelgerichte combinaties gekozen die samen de typologie van appartementen vormen, deze zijn in figuur 6 te zien. Niet iedere woning is geschikt voor iedere doelgroep; dit is bepaald door vloeroppervlakte, verdiepingen en positionering. Deze appartement typologieën vormen de puzzelstukken waarmee het grid ingevuld kan worden, met de conditie dat het zo veel mogelijk aan de voorgaand opgestelde regels voldoet.

162


BG

2

1 A1

A

B

A2

50 m² Starters & 60+ BBG-1

3

4+ A3

40 m² Studenten

30 m² Studenten

BBG-2

110 m² Gezinnen CBG-1

CBG-2

C 150 m² Gezinnen DBG

D1

D2

D3

D4

D 120 m² Starters & gezinnen

100 m² Starters & 60+

80 m² Starters & 60+

60 m² Starters & 60+ E2

40 m² Studenten, starters & 60+ E3

E4

E 120 m² Starters & 60+

60 m² Starters & 60+

90 m² Starters & 60+ F3

F GBG

G

H

120 m² Starters & 60+

F4

80 m² Starters & 60+

160 m² Gezinnen

H4

80 m² Starters

Figuur 6: Appartement typologieën

163


Invulling grid

De regels en appartement typologieën vormen een basis waarmee het grid ingevuld kan worden. Dit laat echter nog een belangrijk aspect van de invulling open namelijk: de verhouding van blokken per doelgroep in het grid. Uit studies blijkt dat de vraag naar starterswoningen alsmaar groter wordt. Zo blijkt dat veel gezinswoningen steeds vaker worden bewoond door kleinere gezinnen in plaats van de grote gezinnen waar het eigenlijk voor bedoeld was. Daarnaast blijkt ook dat er steeds meer interesse is onder de 60+ om door te verhuizen van een grotere woning naar een kleiner gelijkvloers appartement. Gebaseerd op deze feiten tellen de starters en 60+ de grootste hoeveelheid aan blokken binnen het grid. In perspectief is de vraag naar gezinswoningen en studentenwoningen enigszins met elkaar te vergelijken. De doelgroep gezinnen is echter groter in populatie en heeft hierom na de groepen starters en 60+, de prioriteit gekregen boven de studenten 1. Hierdoor is er in het grid een 30-30-25-15 invulling aangehouden waarbij starters en ouderen 30% van de blokken hebben, gezinnen 25% van de blokken en studenten 15% van de hoeveelheid blokken. De indeling van het grid in de 4 gevels is in de figuren 6, 7, 8 en 9 te zien.

164

1

Stadszaken, 2019


Humaan: 80 meter, 7 lagen Groep Studenten Starters Gezinnen 60+ Groep Studenten Starters Gezinnen 60+

Aantal blokken 12 24 19 23 Aantal blokken 78 12 24 19 23 78

Aantal woningen 8 11 7 12 Aantal woningen 38 8 11 7 12 38

Humaan: 80 meter, 7 lagen E-4

D-4

D-4

E-4

D-4 D-3

D-4 D-3

D-3

E-4 D-2

D-4

E-4 A-1

D-1 D-BG

D-3

D-3

E-2

D-4

D-4

C-BG

D-BG

Groep Studenten Starters Gezinnen 60+ Groep Studenten Starters Gezinnen 60+

D-4 A-3

D-3

E-4 D-2

C-BG

E-4 G-BG

D-4

G-BG D-4

D-4

D-BG D-3 D-2

A-1

A-3

D-2

D-4

C-BG

A-3

A-3

C-BG

D-2

D-2

G-BG

G-BG

Natuur: 80 meter 7 lagen A-1

A-3

D-4 C-BG

D-4

D-BG

E-4

B-BG

D-4

E-4

D-4

A-3

D-4

E-2 A-1

D-4

D-1

B-BG

D-BG

Aantal blokken 10 21 16 22 Aantal blokken 69 10 21 16 22 69

A-3

A-3

D-3 C-BG

Figuur 7: Grid ingevuld 80 meter humane gevel

D-BG

Aantal woningen 5 8 6 10 Aantal woningen 29 5 8 6 10 29

Natuur: 80 meter 7 lagen D-4

D-4

E-4 E-4

D-4 D-3

D-4 E-3

D-4 D-2

C-BG

D-4 D-4

E-3

D-3 D-4

D-2

D-2

E-4

B-BG

D-4

D-4

D-3

E-3

D-2

C-BG

B-BG

D-4

D-4

E-4

D-4

B-BG

D-4

D-2

D-2

E-2

D-4 E-3 C-BG

D-4

D-4

D-4 D-3 E-2

E-4

E-4

D-4

E-3

E-4

C-BG

C-BG

E-4 D-4 E-3 C-BG

C-BG

C-BG

B-BG

Figuur 8: Grid ingevuld 80 meter natuur gevel

165


Humaan: 160 meter, 7 lagen Groep Studenten Starters Gezinnen 60+

Aantal blokken 27 53 45 53 178

D-4

Aantal woningen 19 22 19 25 85

D-4

D-4

E-4

D-4

E-4

E-4

D-4

D-4

D-4

D-4

E-4

E-3

D-3

E-3

D-3

D-2 A-1

D-2 D-1

D-BG

C-BG

C-BG

D-2

A-1

E D-3

D-2 B-BG

B-BG

D-BG

E-2 D-1

B

D-BG

Figuur 9: Grid ingevuld 160 meter humane gevel

Humaan: 160 meter, 7 lagen Groep Aantal blokken Aantal woningen Natuur: 16027 meter 7 lagen 19 Studenten Starters Groep Gezinnen Studenten 60+ Starters Gezinnen 60+

D-4

53 Aantal blokken 45 22 53 47 178 36 47 152

D-4

D-4

D-4

E-4 D-4 D-4

D-4 D-4

E-3 E-4

D-3 D-4

E-3

D-2 D-4

D-BG C-BG

D-2 D-1

C-BG

E-4

E-4

D-4 D-4

A-1 E-3

22 Aantal woningen 19 7 25 8 85 5 7 29

D-4

C-BG

A-1 D-3 D-BG D2

C-BG D-4

E-4 E-4 E-4

D-2 B-BG

E-3 C-BG

C-BG

D-4

C-BG

C-BG

D-3

D-3 E-4

D-2 D-4

E-2

B-BG D-3 D-2

Figuur 10: Grid ingevuld 160 meter natuur gevel

166

Natuur: 160 meter 7 lagen Groep

Aantal blokken

E

Aantal woningen

D-1 D-BG

E-3 D-2

D

B


H-4

D-4 D-4

E-4

B-BG

E-4

D-3

A-3 C-BG

B-BG

H-4

D-3

B-BG

D-2

D-4

A-3

A-3

A-2

A-2

A-2

B-BG

D-1 D-BG

D-BG

D-4

A-3

A-3

E-3

A-2

A-2

C-BG

D-2

A-1

A-1

C-BG

D-3

D-2 B-BG

C-BG

D-2 D-1

B-BG

F-4 D-4

D-4 D-4

D-4 E-4

A-3

A-3 D-4

A-3

A-3

E-3 F-4

C-BG

A-2

A-2 D-4

A-2

A-2

A-2 D-4

C-BG

D-2 D-4

D-1 A-3

A-3

A-1 A-3

A-1 A-3

A-3

B-BG E-3

A-2

D-BG A-2

A-2

A-2

C-BG

D-4

D-4 D-4

A-3

D-2

E-3

D-4 D-4

D-BG A-2

E-4

D-BG

A-3 D-4

B-BG

E-4 D-4

B-BG

H-4

E-3

D-4

D-4 D-4

A-3

D-4

D-4 D-4

D-4

D-4

D-4

D-4

F-4

D-4 D-4

D-4

D-4

B-BG

D-4

E-4 D-4 D-4

E-4 E-4

E-3 C-BG

D-2 E-4 B-BG D-3

C-BG

C-BG

E-4

C-BG

C-BG B-BG

D-2

E-3

D-3 D-2 D-4 D-1 D-BG C-BG

C-BG

167


Terrassenzijde

Het concept begint met een leeg terras van 4 meter breed, welke binnen het gebouwconcept al naar voren kwam.

1. Aan de kamerzijde van het terras wordt ruimte gereserveerd voor natuur welke ten alle tijden minimaal 500 millimeter breed moet zijn. Aan de gevelzijde worden er bij de voordeuren verkeersruimtes gereserveerd van 1500 millimeter lang en 900 millimeter breed, tussen de voordeuren en is er wederom ruimte voor natuur.

4. Het overgebleven stuk voor natuur aan de gevelzijde wordt met 450 millimeter omhooggetrokken, aan de kamerzijde wordt het met 300 millimeter omhooggetrokken. Dit resulteert in twee plantenbakken met voldoende substraat voor natuur om te bloeien. Deze plantenbakken worden gemaakt van prefab houten elementen.

5. In de trend van een dynamisch wandelpad, worden er extra trappen op willekeurige locaties geïntroduceerd om zo een aantrekkelijk driedimensionaal omgeving voor de mens te creëren.

Een van de meest kenmerkelijke onderdelen van dit project zijn de terrassen. Op deze terrassen is niet alleen plaats voor de mens, maar ook voor dier en voornamelijk natuur. Wegens de flexibele gridindeling binnen het gebouw is er aan deze terrassen een aantal ontwerpregels en voorwaarden gekoppeld, om zo te allen tijde de ruimte voor natuur, dier en mens te waarborgen. Het ontwerpproces van de terrassen aan de hand van deze regels en voorwaarden staan in figuur 11 stap voor stap uitgelegd. 168


2. De verkeersruimtes bij de voordeuren worden door middel van een pad verbonden. De overgebleven stukken zijn bestemd voor groen, conform de regels uit stap 1. Om een aantrekkelijke wandelroute te creëren wordt het pad op het middelpunt tussen twee voordeuren in, naar de kamerzijde toe geduwd, rekening houdend met het 500 millimeter aan natuur regel uit stap 1.

3. Het zigzaggend wandelpad zorgt voor een dynamisch wandelpad en verkeersruimte voor de bewoners, en behoudt een vorm van menselijk schaal. Ieder appartement zal een semi-privé voortuin hebben, deze zijn gesitueerd aan de gevelzijde en dienen altijd een ruimte van 800 millimeter met het pad te behouden. Hierdoor wordt de ruimte voor natuur alsnog gewaarborgd.

6. De stappen resulteren in een terras met twee hoge substraatbakken waarin natuur en dier kan gaan bloeien, gecombineerd met semi-privé tuinen en een aantrekkelijk en driedimensionaal wandelpad voor de mens.

Figuur 11: Ontwerp concept terras

169


Positionering terrassen

De terrassen zijn in basis de verkeersruimtes naar de woningen toe, echter heeft het binnen dit project een veel bredere functie gekregen. De terrassen zijn groter dan normaliter en gebruiken wandelpaden, trappen, sociale plekken en zitgelegenheden om zo dezelfde reuring en sociale interactie van een rijtjeswoning te creëren. Zoals nu wel duidelijk is, gaat het binnen dit project verder dan alleen een programma van eisen voor de mens. Zo is voornamelijk natuur ook een groot onderdeel van het terras, met twee grote plantenbakken met 300 en 450 millimeter aan substraat, geschikt voor genoeg flora. Vanwege de 12 meter diepte van het gebouw is het alleen mogelijk om de terrassen aan één zijde van het gebouw te hebben. Aan welke zijde deze terrassen komen hangt af van de kamers waar het gebouw aan grenst, hiervoor wordt er gebruik gemaakt van een prioriteitenlijst waarbij de lagere posities voorrang geven aan de hogere posities. De lijst is als volgt: Urbaan Water Duin Heide Bos Grasland Akker Als voorbeeld: Het gebouw grenst aan een waterkamer en een boskamer, dan zullen de terrassen zich aan de waterzijde bevinden vanwege de hogere positie van water in de lijst.

170


Figuur 12: Terrassen

171


Sociale plekken Omdat de gebouwmassa vanaf de 4e verdieping recht omhoogloopt zijn de terrassen hier niet 4 maar 2 meter breed geworden. Dit is zo gedaan om een overstek van 4 meter te voorkomen, wat problematisch zou zijn voor lichtinval. De 2 meter brede terrassen zijn te smal om zowel plantenbakken als privétuinen toe te passen, en door de projectgedachte is de prioriteit bij deze terrassen gegeven aan de plantenbakken. Om de verloren semi-privé voortuinen te compenseren zijn er perforaties binnen de gebouwmassa gemaakt, deze perforaties zijn flexibele inpandige buitenruimtes waar de gemeenschap bij elkaar kan komen, activiteiten kan plannen en kan socialiseren.

Figuur 13: Sociale plekken

Voortuinen

Woningen binnen het plan zijn allen voorzien van semi-privé voortuinen. Dit zijn voortuinen die door de grote plantenbakken worden gescheiden van de verkeersroutes. Binnen deze voortuinen is er plaats om te recreëren, met de kans de buren tegen te komen. Dit vergroot ook de kans van sociale interactie tussen de bewoners, waardoor er sneller een sociale cohesie tussen verschillende doelgroepen kan ontstaan. In zo’n situatie kunnen de verschillende doelgroepen goed mengen en een echte gemeenschap vormen. 172

Figuur 14: Voortuinen


Routes en zitplekken

Een rijtjeswoning is een van de uitganspunten van dit plan geweest. De reden hiervoor is omdat rijtjeswoningen direct verbonden zijn met het maaiveld en dus ook met de voortuinen en de socialere plekken zoals pleinen en hofjes. Binnen dit project is dat teruggebracht in de vorm van de semi-privé voortuinen en de publieke perforaties binnen de gebouwmassa. Dit in combinatie met de grote groene terrassen vormen de straten van de bewoners. Om deze straten nog aantrekkelijk, sociaal en verbonden te maken is er door middel van wandelpaden en trappen een netwerk gevormd waarmee de bewoners elkaar en de voorzieningen kunnen bereiken. Dit soort elementen maken de terrassen dynamischer en levendiger, waardoor er meer reuring te vinden is, een reuring vergelijkbaar met die bij rijtjeswoningen.

Figuur 15: Routes en zitplekken

Dit soort elementen dragen bij aan diverse sociale variabelen zoals sociale cohesie, interactie, sociale inclusie, gemeenschapsgevoel en buurtactiviteiten. 173


Natuurinclusieve zijde

+15 m

+10 m

+5 m +3 m +1 m

174

oost


Terrassen vormen de ene kant van het gebouw, maar aan de andere kant gebeurt iets wat in contrast staat van de terrassenzijde. Deze gevel wordt de natuurinclusieve zijde genoemd omdat hier de focus volledig op dier en natuur ligt. Zo zijn er diverse voorzieningen voor dier en natuur aan deze zijde toegepast, beginnend met de materialen. Aan deze zijde zijn de materialen grof en ruw, dit werkt beter voor dier en natuur omdat planten hier beter op kunnen groeien en dieren meer houvast hebben. Ten tweede zijn hier ook plantenbakken toegepast met een substraatlaag van 600 millimeter. Dit biedt genoeg ruimte voor grote planten om te groeien aan dus ook de ruwe gevel. Tot slot zijn er waar mogelijk grote en diepe nestkasten in de gevels verwerkt. Deze zitten tussen de gevelopeningen, met de eis dat er 800 millimeter aan ruimte tussen de gevelopening en nestkast zit.

Figuur 16: Natuurinclusieve zijde

noord

zuid

west

175


Appartementen

De selectie van gridcombinaties heeft geresulteerd in 19 types woningen. Deze woningen hebben verschillende gebruikers, wisselend van studenten, starters, gezinnen en 60+. Voor ieder van deze woningen zijn er plattegronden uitgewerkt, waarbij rekening is gehouden met vloeroppervlak en de doelgroepen. Binnen de woningen is er verder ingespeeld op de sublieme ervaring die ook in het stedenbouwkundige plan naar voren komt. Zo is er vaak een doorzonwoningprincipe toegepast zodat bewoners altijd uitzicht hebben op twee kamers waarbij de ecosystemen zomaar in contrast van elkaar kunnen staan. Ook is er bij het indelen van deze appartementen rekening gehouden met eventuele extra eisen van de deelgroepen. Deze eisen zijn als volgt: Studenten zullen altijd een studioindeling hebben, op uitzonderlijke gevallen zal een studentenwoning net iets groter zijn en een andere indeling hebben, welke alsnog niet te groot is. Starters zijn vaak voorzien van 1 à 2 kamers. Hierbij is een kamer vaak aangewezen als slaapkamer, met een tweede kamer beschikbaar voor eventueel een kinderkamer of werkruimte. Ook hierbij is er soms een uitzondering waarbij er een extra kamer is toegepast. De gezinswoningen zijn allemaal grondgebonden en zijn voorzien van 3 à 4 kamers. Bij deze gezinswoningen komt het vaker voor dat er meerdere opties zijn waarbij een kamer vervalt en ruimte maakt voor een tweede verblijfsruimte. De 60+ appartementen zijn te vergelijken met de starters appartementen. Met vaak een slaapkamer en een kamer voor vrije invulling. Ook hier komt het bij enkele opties voor dat er 3 kamers beschikbaar zijn.

176


A1

A2

BBG-1

BBG-2

CBG-1

CBG-2

A3

H4

GBG

F3

F4

DBG

D1

E2

E3

D2

D4

D3

E4

Figuur 17: Appartement typologieën

177


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A-1 Graspieper

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A1-Graspieper Afmeting Groep 178

5X10 m Starters & 60+

45,7 m2 1 Starters & 60+


179


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A-2 Grauwe gors

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A2-Grauwe Gors Afmeting 5X8 m Groep Studenten 180

35,5 m2 1 Studenten


181


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A-3 Grijze gors

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

A3-Grijze Gors Afmeting 5X6 m Groep Studenten 182

25,3 m2 1 Studenten


183


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

B-BG1 Wilde zwaan

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

BBG1-Wilde Zwaan Afmeting Groep 184

5X12 / 5X10 m Gezinnen

94,8 m2 3 Gezinnen


185


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

B-BG2 Kleine zwaan

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

BBG2-Kleine Zwaan Afmeting Groep 186

5X12 / 5X10 m Gezinnen

95 m2 3 Gezinnen


187


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

C-BG1 Grauwe kiekendief

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

C-BG1-Grauwe Kiekendief Afmeting Groep 188

5X12 / 5X10 / 5X6 m Gezinnen

127,7 m2 3 Gezinnen


189


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

C-BG2 Blauwe kiekendief

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

C-BG1-Blauwe Kiekendief Afmeting Groep 190

5X12 / 5X10 / 5X6 m Gezinnen

126,8 m2 4 Gezinnen


191


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D-BG Tapuit

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

DBG-Tapuit Afmeting Groep 192

10X12 m Starters & gezinnen

112,1 m2 3 Starters & gezinnen


193


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D-1 Kneu

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D1-Kneu Afmeting Groep 194

10X10 m Starters & 60+

95,8 m2 3 Starters & 60+


195


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D-2 Veldleeuwerik

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D2-Veldleeuwerik Afmeting Groep 196

10X8 m Starters & 60+

72,2 m2 2 Starters & 60+


197


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D-3 Gele kwikstaart

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D3-Gele Kwikstaart Afmeting Groep 198

10X6 m Starters & 60+

56,6 m2 1 Starters & 60+


199


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D-4 Zomertortel

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

D4-Zomertortel Afmeting Groep 200

10X4 m Studenten, starters & 60+

37 m2 1 Studenten, starters & 60+


201


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E-2 Fazant

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E2-Fazant Afmeting Groep 202

15X8 m Starters & 60+

112,9 m2 3 Starters & 60+


203


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E-3 Putter

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E3-Putter Afmeting Groep 204

15X6 m Starters & 60+

85 m2 2 Starters & 60+


205


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E-4 Vink

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

E4-Vink Afmeting Groep 206

15X4 m Starters & 60+

57,6 m2 1 Starters & 60+


207


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

F-3 Kieviet

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

F3-Kievit Afmeting Groep 208

20X6 m Starters & 60+

113,9 m2 3 Starters & 60+


209


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

F-4 Ruigpootbuizerd

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

F4-Ruigpootbuizerd Afmeting Groep 210

20X4 m Starters & 60+

76,8 m2 2 Starters & 60+


211


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

G-BG Patrijs

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

GBG-Patrijs Afmeting Groep 212

5X12 / 10X10 m Gezinnen

137,7 m2 4 Gezinnen


213


PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

H-4 Kwartel

Gebruiksoppervlak: Aantal kamers: Groep:

1:100

PRODUCED BY AN AUTODESK STUDENT VERSION

H4-Kwartel Afmeting 10X4 / 10X4 m Groep Starters 214

71,4 m2 2 Starters


215


Gevels en materialisatie

Binnen het stedenbouwkundige plan van “De kamers van warande” komen 7 ecosystemen voor. Deze ecosystemen zijn per kamer toegepast, waardoor iedere kamer een eigen identiteit, uitstraling en beleving heeft. Om hierop verder in te spelen met de architectuur, heeft ieder ecosysteem een eigen geveltype gekregen bestaande uit verschillende materialen. De focus bij de gevels ligt ook hier op de sublieme ervaring, zo heeft esthetiek dus ook ten alle tijden voorrang gekregen. De materialen die op de gevels zijn toegepast vloeien samen met een ecosysteem en versterken zo de ervaring van het gebouw. Voor ieder ecosysteem zijn er twee gevels met een materiaal ontworpen. De ene gevel is de terraszijde en de andere gevel is de natuurinclusieve zijde. De terraszijde is altijd meer voor de mens bedoeld en het materiaal is hierbij dus ook strakker afgewerkt. Dit is in contrast met de natuurinclusieve zijde waar het materiaal altijd grof en ruw zal zijn, dit is namelijk een van de voorzieningen binnen de natuurinclusieve gevel voor dier en natuur.

Urbaan

De urbane kamers zijn kamers die gericht zijn op de mens in de vorm van een plein of hofje. Het materiaal wat bij de urbane kamers is toegepast is een materiaal wat al duizenden jaren door de mens wordt gebruikt om structuren te bouwen namelijk: baksteen. De baksteen speelt in op het urbane gevoel en vormt een connectie tot het menselijke ingreep en de stedelijke context van deze kamers. De terrassengevels bestaan uit een primaire en een secundaire steen. De primaire steen is een lichtbruine waalformaat baksteen welke op een halfsteens verband, met een grijze voeg is gemetseld, dit vormt de basis van de gevel. De baksteen heeft een rustig kleurpallet en is gestructureerd gemetseld waardoor het een strakke en menselijke uitstraling heeft. De secundaire steen is een donkergroen geglazuurde waalformaat baksteen welke in tegelverband, met een grijze voeg is gemetseld. Deze secundaire steen wordt alleen rondom de wandopeningen toegepast. De combinatie van de lichtbruine baksteen en de donkergroene geglazuurde baksteen geeft een klassiek, elegant en menselijk uiterlijk. De natuurinclusieve gevel maakt ook gebruik van dezelfde primaire en secundaire stenen. Echter is het verschil bij de natuurinclusieve gevel dat de stenen door middel van een handvorm zijn gemaakt. De stenen zijn hierdoor dus grillig generfd en hebben een grof en ruw oppervlak waardoor het aan de natuurinclusieve regels voldoet.

216

Figuur 18: Gevels en materialen urbaan


217


Water

Water is iets wat uniek is in zijn eigen eigenschappen. Het heeft een uitstraling wat nergens anders mee te vergelijken is en vraagt hierom ook naar een unieke gevel. Naar een oceaan kijkende valt op dat er een gradiënt in water zit, hoe dieper hoe donkerder. Dezelfde gradiënt is op de gevel gereflecteerd, waarbij op de begane grond een donkere kleur is toegepast en op de 6e verdieping een lichtere. Terugkoppelend naar een oceaan, valt ook op dat tegenwoordig steeds meer en meer afvalplastic in de oceanen te vinden is. Hierom is er als statement een systeem genaamd pretty plastic 2 toegepast. Dit is een systeem wat bestaat uit tegels die zijn gemaakt van gerecyclede plastic materialen, die in verschillende kleuren toegepast kunnen worden. Dus in plaats van dat plastic als afval naar de mooie en unieke oceanen van aarde gaan, gaan ze hierbij gerecycled op de gevel.

2

pretty plastic, 2022

De pretty plastic tegels zullen aan de terrassenzijde een fijne afwerking hebben, en aan de natuurinclusieve zijde een ruwe afwerking hebben.

Figuur 19: Gevels en materialen water

218


219


Duin

Het duinlandschap is een dynamisch landschap wat altijd in beweging is. De losse zandkorrels vormen de duinen die door de wind op een horizontale vlak worden verplaatst, net zoals golven dat op zee doen. Deze unieke gebeurtenis wordt op een aantal manieren ook in de gevels verbeeld. De gevels in de duinkamer zijn gemaakt van horizontaal getrokken kalkstuc dat is voorzien van een kleurpigment waardoor het lijkt alsof het duinzand in de gevel wordt getrokken. Het natuurlijke materiaal vormt een derde dimensie in de kamer wat de identiteit versterkt. In de afwerking zit een reliëf in de vorm van horizontale belijning. Hier is bewust voor gekozen omdat verticale belijning tegendraads zou werken op het kenmerkelijke horizontaal getrokken landschap dat te vinden is in de duinen. Aan de terraszijde, die meer bedoeld is voor de mens, is de horizontale belijning strak afgewerkt om de menselijkheid te benadrukken. Aan de andere zijde, de natuurinclusieve gevel, komt hetzelfde lijnenspel en afwerking terug, echter is de horizontale belijning hier heel grof en ruw. Hierdoor zit er meer structuur in de gevel waardoor het wederom mogelijk is voor dier en natuur om hier op kleine schaal te occuperen.

Figuur 20: Gevels en materialen duin

220


221


Heide

Het heidelandschap bestaat uit struikgebieden welke zijn gedomineerd door de plantensoorten Calluna en Erica. Dit zijn planten met unieke roze of paarse kleuren en de gevel dient deze kleuren te complimenteren en accentueren. Om de unieke beplanting binnen een heidekamer te accentueren is er gebruikt gemaakt van een lichte en neutrale gevel. Deze gevel valt op de achtergrond weg en laat de bloemen en struiken goed naar voren komen met de kleurrijke natuurlijke invulling. Het materiaal wat hiervoor is gebruikt is hempcrete, wat een duurzamere variant van beton is. De in een mal gegoten hempcrete platen hebben de sfeer van een betonnen gevel maar heeft niet de slechte invloed op natuur bij het proces van tot stand komen wat bij beton wel het geval is. De verticale belijning in de gevel trekt de kamerinhoud en bebouwing los van elkaar wat het contrasterende effect vergroot. De terras- en natuurlijke zijde verschillen qua patroon en materiaal niet van elkaar. Wat de structuur betreft is de terraszijde gladder en de natuurzijde grover wat hechting voor dier en natuur biedt.

Figuur 21: Gevels en materialen heide

222


223


Bos

Het bosecosysteem is het grootste ecosysteem van aarde en is het symbool van moeder natuur. Bossen betekenen enorm veel voor natuur, dier en mens. Zo zorgt het voor weelderige plantengroei, een plek voor dier & mens en niet te vergeten, voorziet het de wereld van een grote proportie aan zuurstof. De levendigheid en weelderigheid dat in een bos voorkomt is ook op de gevel van een boskamer gereflecteerd. Om in de groene en duurzame trend te blijven bestaat de gevel uit een biocomposiet materiaal. Dit is een materiaal welke gemaakt is van bermgras, gerecycled toiletpapier en textiel. Daarnaast biedt het materiaal qua architectuur de elementen welke in een bos ook terugkomen, de groene kleur, het gewicht en de weelderigheid in het patroon. De kleur en glans in het materiaal vormen een derde dimensie in de boskamer 3. Door de variatie in kleuren en hoge mate van reflectie werkt het materiaal als spiegel die de kamer groter laat lijken en versterkt.

3

Redactie bouwwereld, 2018

Voor een spiegelend effect moet het materiaal vlak zijn. Omdat een gladde gevelafwerking minder gunstig is voor dier en natuur is deze afwerking enkel aan de terraszijde toegepast. Aan de natuurinclusieve zijde is het materiaal poreuzer en is er meer reliëf in te vinden, wat het doet aanzien als een rotsstructuur.

Figuur 22: Gevels en materialen bos

224


225


Grasland

Het graslandecosysteem is een gebied van vaak een grote omvang met een vegetatie die gedomineerd wordt door grassen. Echter komen er meer soorten vegetatie voor bij natuurlijk grasland in de vorm van bloemen en verspreide bomengroei. Het is een heel open, groen en natuurlijk ecosysteem, en dit is op de gevels teruggebracht door middel van hout. De gevels aan de graslandkamers zijn uitgevoerd in houten gevelbekleding. Hierbij is er gebruik gemaakt van tamme-kastanjehout. Tamme Kastanje is een van nature in Europa groeiende boomsoort, waardoor het dus dichter bij huis is en er een minder grote logistieke afdruk is. De houtsoort heeft een unieke kleur en structuur. Eén van de belangrijkste eigenschappen van de tamme kastanje is dat het onbehandeld buiten toegepast kan worden, onbehandeld zal het hout naarmate de tijd vergrijzen 4.

4

Bunnik hout, 2022

De elementen zijn verticaal gepositioneerd en bestaan uit twee formaten die elkaar om en om afwisselen. De gebruikte formaten in de gevel zijn 20x40 millimeter en 40x20 millimeter. De plantenbakken zijn enkel voorzien van de langere 20x40 millimeter platen. Aan de terraszijde is het hout heel fijn en strak afgewerkt, wat de menselijkheid en de identiteit van de humane terrassen benadrukt. Het hout aan de natuurinclusieve zijde is grof en ruw afgewerkt, waardoor het materiaal poreuzer wordt, wat het geschikter maakt voor dier en natuur.

Figuur 23: Gevels en materialen gras

226


227


Akker

De akkers zijn te vergelijken met de urbane kamers. Dit is niet zo zeer omdat ze op elkaar lijken, maar omdat ook hier een hoge mate van menselijke ingreep is. Dit is een ecosysteem wat niet door natuur zelf is gevormd, maar dat de mens heeft gecreëerd. Op de gevels is een licht contrast gezocht tussen de menselijke ingreep en natuur zelf. Aangezien de kamers zelf akkers zijn, dus menselijke ingreep representeren, zijn de gevels in vegetatie uitgevoerd, de natuur zelf dus. De akkerkamer staat onderaan de terrasprioriteitlijst en hierdoor is er dus ook enkel een natuurinclusieve zijde. De gevel is voorzien van een frame dat aansluit op de 600 millimeter hoge substraatbakken, waarop flora vrij haar gang kan gaan zonder een te hoge menselijke invloed op het proces. Vanuit de bakken kan de beplanting ontwikkelen en bloeien op de gevels, waardoor natuurlijk groen weer teruggebracht wordt in de menselijke akkers. Het natuurlijke groen brengt weer dieren en insecten met zich mee die weer een positief effect hebben op de akkerplanten.

Figuur 24: Gevels en materialen akker

228


229


Gevelfragmenten

1. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

230

2.

3.

Bakstenen gevel voor de constructieve laag gepositioneerd. Toepassing van geveldragers bij de plantenbakken. Pretty plastic tegels bevestigd op houten regels. Leemstuc aangebracht op gipsplaten d.m.v. een stucnet. Betontegels met reliëf bevestigd door middel van een verankeringssysteem. Natuurstenen tegels bevestigd door middel van een verankeringssysteem. Verticale houten elementen bevestigd op achterliggende houten regels. Groene gevelstructuur bevestigd op constructielaag.

4.


5.

6.

7.

Figuur 25: Gevelfragmenten

231


Doorsnede & constructie 20500+p

groen dak met 600 mm substraat

16500+p

privé buitenruimte

13200+p

nestkasten in prefab houten element

groenvoorziening op terras: voorziening aan gevelzijde met 450 mm substraat in prefab houten bak voorzienig kamerzijde met 300 mm substraat in prefab houten bak

9900+p

6600+p

groenvoorzienig gesloten gevel: prefab houten bak met 600 mm substraat

Figuur 26: Doorsnede & constructie

232

3300+p

peil


houten ligger 300 x 300 mm houten constructie kolommen en liggers

wandopbouw bi - bu: stucwerk 2x gkb 12.5 mm dampdichte folie houtskeletwand vlaplaat isolatie 190 mm 2x OSB 18 mm waterwerende dampopen folie houten regelwerk houten gevelafwerking

De constructie van het gebouw bestaat uit houten kolommen en liggers, aansluitend op de natuurinclusieve projectgedachte.

verdiepingsvloer: gkb 15 mm C60/27 plafondprofiel Finnjoist ligger 300 mm OSB 18 mm ondervloer 10 mm vloerafwerking 20 mm

Begane grond: bi - bu vloerafwerking 20 mm ondervloer 10 mm druklaag 50 mm geïsoleerde kanaalplaatvloer 400 mm balkfundering + funderingspalen

233


234


Figuur 27: Architectuur in dienst van de biodiversiteit Boskamer

235


236


Figuur 28: Architectuur in dienst van de biodiversiteit Terras

237


238


Figuur 29: Architectuur in dienst van de biodiversiteit Graslandkamer

239


Conclusie

De voorgaande delen binnen dit onderzoek hebben de eisen voor dier en natuur gevormd. Deze eisen voor dier en natuur zijn binnen het architectonisch concept als uitgangspunt gebruikt. Net zoals bij de Flevolandse landbouwcultuur is het gebouwconcept op een simpele, directe en rationele manier benaderd. Dit heeft geresulteerd tot een gestructureerd en efficiënt ontwerp, wat op een flexibele manier ingezet kan worden voor de mens en ruimte biedt voor dier en natuur. Het grid in het gebouw biedt de flexibiliteit en efficiënte wat nodig is t.b.v. de woningnood in Nederland. Door deze flexibiliteit en efficiëntie, gecombineerd met het ruime aanbod aan woningtypologieën voor diverse doelgroepen, kan het grid kan op verschillende manieren ingedeeld worden in afstemming op de vraag wat op dat moment nodig is. Het mengen van meerdere doelgroepen in een gebouw zorgt tegelijkertijd voor een sterkere sociale cohesie. Een cohesie die door andere elementen binnen het ontwerp zoals de terrassen en sociale plekken ook nog wordt versterkt. Binnen de architectuur heeft flora en fauna uiteraard ook de ruimte gekregen. Zo zijn er verschillende elementen binnen het ontwerp die de leefomstandigheden voor dier en natuur bevorderen. Aan de terrassenzijde is dit gedaan in de vorm van plantenbakken met een voldoende substraatlaag. Deze is voornamelijk gericht op natuur. Het spannende gebeurt echter aan de natuurinclusieve zijde van het gebouw. Door poreus materiaal toe te passen, grote plantenbakken te gebruiken en ruimte voor dieren te reserveren in de vorm van nestkasten, ontstaat er een ideale leefsituatie voor dier en natuur. Het gebouw creëert zo een vorm van architectuur waarin de mens woont maar welke in dienst staat van flora en fauna. De architectonische elementen komen bij elkaar in de constructieve opzet van het gebouw. Een vertaalslag naar realiteit en uitvoerbaarheid. Een voorbeeld van architectuur in dienst van de biodiversiteit.

240


241



Slot


Conclusie

‘Hoe kan architectuur op wijk- en gebouwniveau de leefomstandigheden voor dier, natuur en mens optimaliseren?’ Het enige wat rest is antwoord te geven op de hoofdvraag. Het onderzoek, de gesprekken en gemaakte keuzes hebben uiteindelijk geresulteerd in een nieuwe gebiedsontwikkeling voor Warande. Het is radicaal anders dan het uitbreidingsplan wat in opdracht van de gemeente Lelystad is gemaakt. De scriptie heeft laten zien hoe het landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch plan werkt op gebied van beleving, verbeelding en sociale stimulatie. Deze waarden zijn ontzettend belangrijk voor het plan en vormt de ziel. Dit zijn echter persoonlijke, welliswaar door onderzoek en gesprekken onderbouwde, opvattingen. Om de potentie van “De Kamers van Warande” buiten de objectieve elementen hard te maken, zal het met cijfers worden vergeleken met het uitbreidingsplan. Heel Warande is ±612 hectaren groot. Het uitbreidingsplan gaat over een plangebied van ±405 hectaren en behelst 8320 woningen, dit geeft een dichtheid van ±20.5 woningen hectare.

Figuur 1: Plan gemeente Gebied Woningen Dichtheid

244

±405 hectaren 8320 20.5 w/ha


De Kamers van Warande heeft inclusief de natuurkamers een plangebied van ±173 hectaren en behelst 9789 woningen, dit geeft een dichtheid van ±57 woningen per hectare. Met een woondichtheid van 57 woningen per hectare, passen 8320 woningen op 146 ha. 146 hectare is ±36% van de 405 hectare die worden ontwikkeld in het uitbreidingsplan van de stad Lelystad. Dit laat 64% van Warande over voor louter dier en natuur. Terugkomend op de vraag ‘Hoe kan architectuur op wijk- en gebouwniveau de leefomstandigheden voor dier, natuur en mens optimaliseren?’, is de conclusie als volgt. Het is niet ontkenbaar dat er goed naar de manier van bouwen en wonen moet worden gekeken. Meer fundamenteler is de vraag op welke manier de mens hierbinnen hiërarchisch past. Door de architectuur en stedenbouw niet als concurrenten maar als compagnons te zien en daar de ecologie en het landschap bij te betrekken komen er naast de mens andere partijen bij waarvoor een visie en ontwikkeling moet komen, denk aan flora en fauna in de breedste zin. Dit gegeven stelt de mens niet meer als middelpunt omdat het voor een groot gedeelte niet over hen gaat. Er ontstaat een horizontaal organigram waarbij flora, fauna en de mens in symbiose naast elkaar staan. Door op een grotere schaal te kijken (wijk zoals in de vraagstelling en gebied zoals in het project) komen de partijen makkelijker en dichter bij elkaar wat uiteindelijk resulteert in meer ruimte voor de ontwikkeling van dier & natuur. De ontwikkeling geeft de basis voor de architectuur en hoe de mens hierin leeft. De directe verbinding met natuur in de kamers en op de terrassen resulteert in een gezondere leefomgeving voor de mens, waarbij de terrassen bijdragen aan diverse sociale variabelen zoals sociale cohesie, interactie, sociale inclusie, gemeenschapsgevoel en buurtactiviteiten.

Figuur 2: Kamers van Warande Gebied Woningen Dichtheid

±173 hectaren 9789 57 w/ha

245


Nawoord

Na een intense afstudeerperiode is het plan voor een alternatieve inrichting voor Warande een feit. Een proces waarbij op grote schaal tot kleine details is gewerkt aan een plan wat staat voor beleving en verbeelding toont aan dat de woningbouw niet door hoeft te gaan op de manier zoals het nu gaat. Sterker nog, het toont dat er behoefte is aan een nieuwe vorm van bewonen, één in symbiose met dier en natuur in plaats van een in dienst staande functie van de mens. Het aanpakken van de ecologie, landschapsarchitectuur en stedenbouw buiten de architectuur was een forse opgave. De drie onderdelen zijn voor een groot deel onbekende factoren maar onmisbaar voor het maken van besluiten die uiteindelijk van onmisbare waarde zijn geweest op het totale masterplan voor Warande. Zonder het onderzoeken, analyseren en ontwerpen van de ecologie, landschappelijke mogelijkheden en stedenbouwkundige structuur, had het uitbreidingsplan van Lelystad een totaal andere vormgeving gehad. Het proces heeft laten inzien dat wij als mens baat hebben bij een gezonde dier- en natuurbasis. Niet alles hoeft een positie te krijgen waarbij economische doeleinden de hoofdgedachte is; de beleving en ervaring moet van grotere waarde zijn om dertien-in-een-dozijn-architectuur te voorkomen. Dit is vaak uitsluitend goed voor één enkele partij. Met ontwikkelleuzen zoals “met respect voor dier en natuur” en “wonen in veel groen” om vervolgens een enkele bomenlaan neer te zetten in een in een weiland geplaatste woonwijk bestaande uit grondgebonden gezinswoningen, is het geen wonder dat de biodiversiteit keldert en het woningtekort aanblijft. Dit project heeft in laten zien dat dier en natuur nog steeds de bijzaak vormt en dat het een slag radicaler mag. Ondanks dat het afstudeerproject en de omvang ervan tot aan de laatste dag een enorm intensieve periode was, mag het resultaat er zijn en wordt de scriptie “De Kamers van Warande” met trots gebracht.

246


247


Bibliografie

Apeldoorn, d. D. (2017, januari 1). Strokenteelt. Opgehaald van Wageningen University & Research: https://www.wur.nl/nl/project/Strokenteelt.htm Bloemink, S. (2021, maart 10). Kwelder. Opgeroepen op februari 21, 2022, van De Groene Amsterdammer: https://www.groene.nl/artikel/de-kracht-van-dekwelder Bunnik hout. (2022). Kastantje. Opgehaald van Bunnik hout: https:// bunnikhout.nl/houtsoorten/kastanje/ Duinen, G.-J. v. (2019, december 19). Hoogveen. Opgeroepen op februari 21, 2022, van Trouw: https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/het-hoogveenis-niet-dood-het-leeft-en-herstel-is-nodig~bd6f814f/ Ecopedia. (z.d.). Minerotroof. Opgehaald van Ecopedia: https://www. ecopedia.be/encyclopedie/minerotroof Ecopedia. (z.d.). Ombrotroof. Opgehaald van Ecopedia: https://www. ecopedia.be/encyclopedie/ombrotroof Grasland. (z.d.). Opgeroepen op februari 21, 2022, van Wikipedia: https:// upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/d/d0/Grasland_Op_Hees.jpg IVN. (2020, januari 24). Laagveen. Opgeroepen op februari 22, 2022, van Peel en Maas Venray: https://www.peelenmaasvenray.nl/nieuws/ algemeen/78042/excursie-ivn-naar-mariapeelNOS. (2013, januari 11). Polderselectie nog altijd trauma. Opgehaald van nos: https://nos.nl/artikel/460520-polderselectie-nog-altijd-trauma NOS. (z.d.). Grote bouwcoalitie presenteert actieplan voor 1 miljoen woningen in tien jaar. Opgehaald van nos: https://nos.nl/artikel/2369043grote-bouwcoalitie-presenteert-actieplan-voor-1-miljoen-woningen-in-tienjaar Pretty plastic. (2022). Opgehaald van Pretty plastic: https://www.prettyplastic. nl/

248


Redactie Bouwwereld. (2018, december 19). Biocomposiet maakt gebruik van gerecyclede grondstoffen. Opgehaald van Bouwwereld: https://www. bouwwereld.nl/producten/biocomposiet-maakt-gebruik-van-gerecycledegrondstoffen/ Rijksoverheid. (2013, september 27). Biodiversiteitsverlies in Nederland, Europa en de wereld, 1700-2010. Opgehaald van Compendium voor de Leefomgeving: https://www.clo.nl/indicatoren/nl144002-ontwikkelingbiodiversiteit-msa Rijkswaterstaat. (z.d.). Kwelders. Opgehaald van Rijkswaterstaat: https://www.rijkswaterstaat.nl/water/waterbeheer/natuur-en-milieu/ kwelders#:~:text=Kwelders%20zijn%20te%20vinden%20op,vaak%20 zeldzame%20flora%20en%20fauna. Staatsbosbeheer. (z.d.). Moerasbos. Opgeroepen op februari 21, 2022, van Staatsbosbeheer: https://www.staatsbosbeheer.nl/uit-in-de-natuur/ wandelroute-schuitwater-moerasbos Stadszaken. (2019, januari 9). Data-analyse wijst uit: nu al te veel eengezinswoningen. Opgehaald van Stadszaken: https://stadszaken.nl/ artikel/1974/nu-al-te-veel-eengezinswoningen Statistics Netherlands and WUR. (2021). Natural Capital Accounting in the Netherlands – Technical report. Statistics Netherlands (CBS) and Wageningen University and Research (WUR). Trouw. (z.d.). Bouwen en meer bouwen is het antwoord niet; elke woning moet raak zijn. Opgehaald van Trouw: https://www.trouw.nl/opinie/bouwenen-meer-bouwen-is-het-antwoord-niet-elke-woning-moet-raak-zijn~bedb65 fc/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F Zuiderzee land. (2019, december 4). zzl Peilgebieden. Opgehaald van Zuiderzee land: https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/datasets/zzlpeilgebieden/explore?location=52.546897%2C5.769789%2C10.52

249


Na een intense afstudeerperiode is het plan voor een alternatieve inrichting voor Warande een feit. Een proces waarbij op grote schaal tot kleine details is gewerkt aan een plan wat staat voor beleving en verbeelding, toont aan dat de woningbouw niet door hoeft te gaan op de manier zoals het nu gaat. Sterker nog, het toont dat er behoefte is aan een nieuwe vorm van bewonen, één in symbiose met dier en natuur in plaats van een in dienst staande functie van de mens.

Ertug Ciftci Jeroen Piels