__MAIN_TEXT__

Page 1

SV-action 2013


Inhoud van de opgave In de jaren 1977 tot ongeveer 1982 heb ik voor het Tropen Museum in Amsterdam Audio/visuele apparatuur mogen bouwen, die in verschillende tentoonstellingen een plek kregen. Bladzij

Apparaat

Omschrijving

aard

werktijd

12 t/m 20

4x Medische koffers

Op vragen over tropische ziektes krijg je antwoord in oplichtende tableaus/dia’s

visueel

4 maanden

20 t/m 24

Jukebox

Jukebox met muziekjes van authentieke muziekinstrumenten

126 kanalen audio en plaatjes

12 maanden

20 t/m 24

Radio

Jukebox met radioafstemknop

81 kanalen audio

4 maanden

25 t/m 30

Dinton

Besturingsunit voor Dinton 8-trackrecorders

31 t/m 40

Stellingen Machine

kennismachine over de handel met 3e wereldlanden

kosten

2 maanden visueel

18 maanden

Werken in de torenkamer

Werken in de muziekstudio’s in het Tropen Museum

Over het Tropen Museum jan. 2007 - Wie ruim 25 jaar geleden het Tropenmuseum in Amsterdam bezocht, maakte kennis met het leven van de gewone man. Bezoekers zagen een gedeeltelijk nagebouwd Nigeriaans huis, waanden zich op een West-Afrikaanse markt en slenterden langs een eetkarretje van een Indonesische straatverkoper. Plastic huisraad, kleding en andere dagelijkse gebruiksvoorwerpen riepen een authentieke sfeer op. Zo zag het er in de Tropen uit; zo klonk en rook het soms ook. Deze ode aan de gewone man was destijds een revolutionair concept, waaraan een lange voorbereidingstijd vooraf ging. Maar liefst tweeënhalf jaar was het kunstmuseum gesloten om na de heropening in 1979 verder te gaan als centrum voor ontwikkeling van de Derde Wereld. Niet langer stonden de kunstschatten centraal, maar actuele kwesties als armoedebestrijding, de positie van de vrouw en de watervoorziening. Die aanpak was destijds zo vernieuwend en richtinggevend dat bezoekers vanuit de hele wereld kwamen kijken. Maar voor liefhebbers van de collectie was het even slikken. Vele duizenden schitterende voorwerpen bleven grotendeels verborgen in de depots. 1


ZAKELIJK - Wanneer, wie, wat, waar en waarom afron- bijding lage

van

tot

kontrakt

betreft

aard

kontaktpersoon

aug 77 1 mrt 78 1 mrt 78 1 mrt 78

juli 78 1 jul 78 1 jul 78 1 jul 78

RVD freelance freelance freelance

4 x Medische Koffers Dinton Jukebox Radio

alles opbouw installeren installeren

ja

1 aug 78

31 dec 78

freelance

Jukebox

opbouw

1 aug 78

31 dec 78

freelance

Radio

opbouw

1 aug 78

31 dec 78

freelance

Dinton

opbouw

15 jan 79

15 jul 79

freelance

opbouw

ja

03

15 jan 79

15 jul 79

freelance

opbouw

P.G. Van der Kleut

ja

03

3 sep 79

1 mrt 80

afbouw

ir. H.G. Van der Flier

ja

27 mrt 80

1 juli 80

freelance SVelectronics SVelectronics

Stellingenmachine Personen signalerings-systeem Stellingenmachine

Eilbracht, Volmer (KIT) van Lamsweerde van Lamsweerde van Lamsweerde P.G. Van der Kleut en van Lamsweerde P.G. Van der Kleut en van Lamsweerde P.G. Van der Kleut en van Lamsweerde P.G. Van der Kleut

Stellingenmachine

afbouw

Stellingenmachine

reparatie/ modificatie

04 05 06 07 08

5 mrt 81

ja

01 01 01

ja

02

ja

02 02

Enkele verhalen Dat ik voor het Tropen Museum in Amsterdam mocht werken en dan nog wel aan sjieke apparaten die daar tentoon gesteld werden was bijzonder. Dat ik daarbij dan ook nog eens vrij was om te komen en te gaan en met hoffelijkheid bejegend werd was aangenaam.

Ik zie me nog voor de eerste keer voor het gebouw staan en er omheen lopen, en dat ik koffie dronk met al die conservators in het filmtheater-cafee; en de prachtige werkkamer van de afdeling musicologie waarin ik de eerste weken werkte. Enkele anekdotes: Ik werkte pas een week op de afdeling bij Felix en ik werkte na 6 uur nog wat door. Iedereen was al weg. De ramen van de werkkamers keek uit op het secretariaat van de directeur van het museum. Ik zie daar een man aandachtig naar me kijken. Wat verstoord kijk ik hem aan met een blik van “Wat moet je?”. De man geeft geen sjoege en wat lacherig trek ik een paar rare gezichten naar hem. De man zie ik bozig kijken en hij verdwijnt om even later bij me op de afdeling binnen te komen. “Wie ik dan wel was”, vroeg de directeur hr. v/d Boogaard me wat bozig. Zoals reeds gezegd zo om een uurtje of tien begonnen de conservatoren en andere bobo’s eerst een half uurtje aan de koffie met een broodje in het theater kaffee alvorens aan de slag te gaan. Dit kaffee werd gerund door een bullebak van een man, die er ongegeneerd plezier in had om de meest verschrikkelijke racistische grappen te vertellen. Een situatie die volstrekt indruiste tegen de hele emancipatoire instelling die het museum en al al haar medewerkers t.o.v. de andere volkeren koesterden. Ik snapte er niets van dat dit getolereerd werd. De hele situatie werd nog raarder toen bleek dat deze man eigenlijk de enige was die de allochtone suppoosten en schoonmakers aansprak. Weliswaar bespotte de man hen, maar hij werd met vrolijkheid door hen geapprecieerd - waarschijnlijk omdat ze hem niet goed verstonden en zijn grappen niet goed begrepen. 2


Jukebox

Dat ik die apparaten kon bouwen kwam doordat het Museum verbouwd en heringericht werd. De kosten hiervoor kwamen uit de pot voor de ontwikkelingsgelden. Hetgeen ook weer zo’n voorbeeld is van immoreel oneigelijk gebruik van gelden. Het museum bevindt zich in een prachtige grote hal (de Lichthal) met glazen boogdak, met een geweldige trappen galerij en een oorspronkelijk marmeren en granieten vloer. De herinrichtings-arcitekten bedachten een portaalkraan onder dit fantastisch prachtige plafond en onbewerkte ruw houten vloerdelen die als podia - met de portaalkraan hoger en lager op poten gesteld konden worden. Onbegrijpelijk onpraktisch en foeilelijk.

Stellingen Machine

Nieuwsgierig als ik ben probeerde ik overal een kijkje te nemen. Jawel ik heb over die portaalkraan gelopen en ik ben in de opslagkelders geweest alsook in het puntje van één van de torens waar zich een straalzender bevond. Bijzonder waren ook de geheime doorgangen met smalle gietijzeren spiraal trappen die de etages met elkaar verbonden. Bijzonder was ook dat er een donkere ruimte was waar zich duizenden stalen van houtsoorten bevonden. Het rook daar heel bijzonder. Ik heb in het KIT op 3 plaatsen mijn werkplaats gehad. Eerst op de Musicologie-afdeling. Daarna een jaar in de muziekstudio’s in het museum zelf en tot slot in een zijkamer van één van de torens aan de voorzijde. Het werken in de muziekstudio was bijzonder omdat het er door de speciale geluidsisolatie doodstil was. Slechts een klein transistorradio’tje verbond me met de buitenwereld.

Over printontwerp- en fabrikage-technieken

printmateriaal en etsmiddel

Ontwerp Jukebox - print 1A

3


Ontwerp Jukebox - print 3A

Om van de bedachte electronische schakeling een werkend model te maken dienen de discrete componenten op een printplaat d.m.v. koperbaantjes galvanisch met elkaar verbonden te worden. Het uitvogelen van een zo efficient mogelijke sporenplan is een kunst op zich. Immers de sporen moeten altijd van elkaar gescheiden blijven en ze mogen elkaar dus niet kruisen. Nu hebben we daar computers en prachtvolle software voor om je daarbij te helpen. Ik deed dat op aan elkaar geplakte velletjes A4 ruitjespapier en losse papiertjes van de componenten die ik daarbij op het ruitjes papier rangschikte net zolang tot ik een goed sporenplan had. Daarna nam ik een vel folie en met speciale wrijfsymbooltjes en tape maakte ik dan het eigenlijke sporenplan op ware grootte. Dmv fotoontwikkel-technieken werd dit overgebracht op de printplaat waarbij op de koperlaag een lichtgevoelige afdeklaag was aangebracht. Na belichting en wegspoelen van de belichte laag en daarbij het vrij komen van de koperlaag kon dit koper dan weggeetst worden. Dan werden de gaatjes geboord, de componenten geplaatst en op de koperspoortjes worden gesoldeerd.

Omdat dit allemaal behoorlijk omslachtig en tijdrovend is bedacht ik snellere methodes om tot enkelstuks produktie te komen.Door op gaatjes board met eilandjes de eilandjes met soldeer te verbinden kon ik ook printplaatjes maken. Dit was snel, eenvoudig en makkelijk aanpasbaar. Vele tientallen testschake-lingetjes en prototypes heb ik zo gerealiseerd. 4


Een weer andere techniek die ik toepaste was die met de draadjestrekpen, met plastic geleidertjes en voedingsstrippen die aan de componentzijde geplaatst werden. Je wikkelde het dunne draadje met een lakisolatie om het pinnetje van het component en door de hitte van de soldeerbout smolt de isolatie weg zodat er gesoldeerd kon worden. Je had er wel een wat hetere bout voor nodig. Deze techniek combineerde ik vaak met de soldeerbaantjes truc (zie hiernaast)

Deze techniek was toch ook behoorlijk moeizaam en had als groot nadeel dat door het rare - vaak over fikse lengte parallel lopende - trace’s er overspraak was en instralingsgevoeligheid. Als je meerdere dezelfde printplaatjes wilde maken, dan loonde het snel de moeite om d.m.v. enkele doorzichtige folies in een aantal stadia de te leggen trajekten - in verschillende kleuren - aan te geven. In het foto’tje hierboven (de ontvangers van de Stellingen Machine; waarvoor er 8 nodig waren) zijn het 5 op elkaar gelegde folies 5


Uit Jaarverslag Tropen Museum 1983

Op internet anno juni 2013 op YOUTUBE naar wat filmpjes over het Tropen Museum gezocht en terecht gekomen bij een filmpje over de huidige multimedia-presentaties in het museum (zie http://www. youtube.com/watch?v=7FWEwlCBr30 ) . Jezus ... dat is schrikken. Wat een achterlijk nietszeggende opleukerigheid. Het heeft niets meer te maken met ontwikkelingslanden en gedoe in de Tropen. Ook is zeer recent het idee geopperd om in het kader van de bezuinigingen dit museum maar te sluiten. En inderdaad - sluiten die dure achterlijkheid. Vraag is welke bestemming we dan aan dit prachtige gebouw zullen geven?

6


De 4 Medische koffers

Tijd

:

aug. 1977 tot juli 1978

Opdrachtgever

:

Tropen Museum KIT Afrika Afdeling, Unit Gezondheid hr. Eilbracht,, Volmer, Leiten

Uitbesteed aan

:

Rijks Voorlichtings Dienst Steven Verhoef

De “Medicijnkoffer” zal bestaan uit een op een dokterstas (of koffer) lijkend apparaat, waarin al onze wetenschap zit m.b.t. concrete tropische ziektes. De bezoeker kan putten uit deze wetenschap om zichzelf op de hoogte te stellen van de ziekte en alles wat daarmee te maken heeft. De koffer staat open. Op het liggende deel treft de bezoeker een aantal vragen waarbij een knop is gemonteerd. Het antwoord op de vraag leest hij dan af in de voor hem openstaande deksel van de koffer in de vorm van oplichtende dia’s met beeld en tekst. 13


De voorgeschiedenis Voor mijn vervangende dienstplicht als dienstweigeraar werkte ik in die tijd op de afdeling Produktie Tentoonstellingen van de Rijks Voorlichtings Dienst, die gevestigd was in het voormalige groente- en fruitveilinggebouw aan de Dorpskade te Wateringen

Onder leiding van hr. Lughtenburg maakten we daar alles wat betrekking had met elektriciteit. Zo heb ik bijv. gewerkt aan de Waterkaart van Nederland t.b.v. de expositie over de Delta Werken in Stellendam. Door gelukkig toeval kregen we het verzoek om deze koffers voor het Tropen Museum in Amsterdam te gaan maken. Omdat hr. Lughtenburg geen kennis had van de toen nog moderne technieken in de ICtechnologie van de Transistor-transistorlogica: (TTL) kon ik me profileren als de goede man hiervoor. Ik vond het een geweldig uitdaging om met deze - ook voor mij - nieuwe techniek oplossingen te vinden. Ik werd bij de direkteur, de heer Terstroet geroepen, die me het plan van het Amsterdamse Tropen Museum overhandigde (zie bijlage 1) met het verzoek of ik niet iets kon bedenken. Enkele dagen later diende ik mijn offerte in (zie bijlage 2). Toen me de opdracht gegund werd kwam de fase van het bedenken hoe ik dat allemaal electronisch zou moeten realiseren. Ik had van PROM’s gehoord en ik wist hoe printkaarten te etsen, ook thyristors hadden voor mij geen geheimen. Het kostte me weinig moeite om tot een electronisch schema te komen. Slechts het vinden van de juiste componenten was de klus.

Omschrijving van de electronische funkties Funktie

naam

aantal

Input

Vraag drukknoppen

8 x 3 = 25 + reset-drukknop

Output

Antwoord dia’s

8 x 5 = 40

Output

Bevestiging Vraag door lampjes in drukknop

8 x 3 = 24

14


15

PROM - 6341 SN74293

SN74175

SN7474

SN74153

SN74150

SN74150 SN7473

SN74293 SN7400 SN7400

Omdat er per volgorde stap maar slechts één lamp aangestuurd kan worden maak ik gebruik van de truc dat een thyristor éénmaal getriggerd, IN blijft staan zolang er voldoende stroom blijft lopen. Daarvoor krijgen de 220 V lampen voeding uit een dubbelzijdig gelijkgerichte netspanning; met een kleine elco die ervoor zorgt dat de stroom niet o kan worden. Na afloop van een antwoord-cyclus wordt deze netspanning wel 0 Volt gemaakt - een in serie geschakelde extra thyristor voor alle lampen wordt gesperd - zodat alle eens getriggerde thyristors afvallen. Slimme truc die ik nog nooit ergens ben tegen gekomen.

SN74293

De essentie van de schakeling is dat iedere drukknop een eigen adrescode krijgt. In een latch wordt deze code (die dus overeenkomt met de gestelde vraag) bewaard. Ter bevestiging gaat er een lampje in de drukknop branden. Dit drukknop-vraag-adres (5 bit) wordt nu samen met een gestartte antwoord-volgorde teller (4 bit) aangeboden aan een 512 x 8 PROM (Programmable Read Only Memory). De output (8 bit) van de PROM stuurt nu de thyristors aan, die de lampen achter de dia’s doet oplichten.


Sporenplan printplaat aansturing drukknoplampjes als ook voor de thyristors. De besturing heeft dan ook 3 van deze printplaten.

De samenbouw in een Europrintkaarten frame met de toen gangbare connectors en een backframe voor de interne bedrading. aan de front alle in en uitgaande verbindingen met flatcable. Deze samenbouw methode was toen HOT. Zo doe je dat !

16


Het programmeren van de PROM Zo kreeg ik de antwoorden aangeleverd

En zo vertaalde ik dat naar de PROM proammering.

De Programcards 17


Perikelen rond de voeding en de thyristorsturing

de orginele voeding Naar aanleiding van storingen heb ik moeten konstateren dat de gebruikte thyristors slecht zijn. D.w.z. dat zij niet volgens de specifikaties werkten. Eén van de klachten was dat ze spontaan ontstoken. (zie bijlage 3)

Nieuw ontwerp - Let op de truc met de diodes, waardoor onafhankelijke “dal”-vulling

Het vernieuwe ontwerp dmv een extra printplaat alleen voor de thyristor voeding (nov. 1979) 18


De bouw, het testen en reparatie.

1980 Op mijn werkplek in het TM Dit zijn enkele nieuwe dialampen voedingsprinten. De lampen zijn de balast weerstanden

19


Moeders met hr. Volmer tijdens de opening van het vernieuwde Tropen Museum door Koningin Juliana en Prins Bernard op 13-06-1979.

De verdere geschiedenis v/d koffers Afgezien van de perikelen rond de slechte thyristors hebben deze koffers als apparaat redelijk goed gedurende zo’n 7 jaar gefunktioneerd. Dat ze afgedankt werden was hoofdzakelijk te wijten aan de verschijningsvorm Enige tijd nadat de koffers opgesteld waren, vond men het nodig om voor de dia’s een kleurfilter aan te brengen. Deze filter was afschuwelijk slecht aangebracht en zat vol kreukels. Het zag er daardoor niet meer uit.

20


Bijlage 01 - 01

21


Bijlage 01 - 02

Vragen in Koffer 2 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24.

Wat is het verband tussen bevolkingsgroei en gezondheid in Afrika? Wat is het verband tussen armoede en ziekte in Afrika? Wat is het verband tussen gezondheid en water in Afrika? Hoe komt men aan drinkwater in Afrika? Wat is het waterverbruik in Afrika, vergeleken met Nederland? Wat is het hygienisch belang van water? Wat is de invloed van het klimaat op gezondheid? Wat is de invloed van verstedelijking op gezondheid? Wat is de invloed van behuizing op gezondheid? Is er voldoende schoon water in Afrika? Wat kan men doen aan de verbetering van het drinkwater? Spelen bedrijfsongevallen een rol in Afrika? Welke eetgewoonten zijn gevaarlijk? Wat zijn de gevolgen van foute eetgewoonten? Eten Afrikanen gezonder dan Europeanen? Is er verandering in de eetgewoonten aan te brengen? Hoe? Is er voldoende voedsel in Afrika? Weten de mensen in Afrika welk voedsel ze nodig hebben? Welke soorten voedingstekorten zijn er? Komen hart- en vaatziekten ook in Afrika voor? Wat is marasmus? Wat is kwashorkor? Is marasmus of kwashorkor te voorkomen of te genezen? Zijn er behalve ondervoeding nog andere ziekten die met voeding te maken hebben? 22

uiteindelijke vragenlijstje


Bijlage 02 - 01

23


Bijlage 02 - 02

24


Enkele storingrapporten

25


De Jukebox en de Radio

Periode Opdrachtgever

: :

Werkrelatie

:

maart 1978 - januari 1979 Tropen Museum - Amsterdam Felix van Lamsweerde Freelance

Jukebox - Ontwerpen en uitvoeren van een selectie- en indicatiesysteem voor een 126 sporen bandrecorder. Het systeem zal omvatten een paneel met 126 verlichte drukknoppen en verlichte dia’s en een teruggekoppeld servosysteem voor de spoorkeuze. Radio - Ontwerpen en uitvoeren van een selectie- en indicatiesysteem voor een 81 sporen Music Centre als bij 1. Het indicatiesysteem wordt als stationsschaal als bij een radio uitgevoerd.

SV - mei 2013


Voorgeschiedenis Het was nog tijdens mijn werkzaamheden voor de Rijks Voorlichtings Dienst afdeling Produktie Tentoonstellingen in Wateringen dat ik gevraagd werd door het Tropen Museum in Amsterdam om ook apparatuur te gaan ontwikkelen en bouwen voor hun afdeling musicologie onder leiding van de conservator Felix van Lamsweerde. Mij werd gevraagd om een keertje langs te komen voor een oriĂŤnterend gesprek. Daar werden me de plannen verteld en kon ik een blik werpen op de speciale bandrecorders die Felix daarvoor op het oog had. Deze Shaub Lorenz recorders kende ik al reeds want ik had ze menigmaal bewonderd bij Radio Twente die hem als enige in Nederland als bouwpakket aanboden. Ook wist ik van het artikel dat hierover in Elektuur had gestaan; dat was dus allemaal een enorme prĂŠ voor mij. Mij werd gevraagd hoe ik aan zijn plannen voor een jukebox en een radio vorm zou kunnen geven. Ik overlegde hem daarop dit voorstel in een blokschema. Daarbij voegde ik nog een onkostenrekening voor materiaalkosten van fl. 2600,- en een werktijdrekening voor 13 weken van fl. 16.000,Voor deze aanbieding is niet gekozen maar ik kreeg een soort freelance dienstverband aangeboden (zie bijlage 01) met daarbij extra opdrachten. Die extra opdrachten erbij was eigenlijk dom; want leidde erg af van de taak. Er waren 2 verlengingen nodig om deze klussen te klaren.

Ontwikkeling en Ontwerp Zoals reeds gezegd ik moest dus allerlei grappen gaan uithalen met wel heel bijzondere bandrekorders van Schaub Lorenz (kijk voor meer informatie hierover op: http://www.iloveschaub-lorenz-music-centers.com . Het is met onze huidige technologie met digitale opslag (zoals in MP3-spelers) gemeengoed om het eenvoudig mogelijk te maken om random muziekjes te laten horen. Het is nu bijna niet voor te stellen welke omslachtige methodes er toen aangewend moesten worden om dit mogelijk te maken. Immers de muziekjes betroffen unieke opnames die slechts op band (magnetisch) te bewaren waren. De keus om van die speciale bandrecorder van Schaub Lorenz gebruik te maken was toendertijd dan ook de enige mogelijkheid om zoiets te realiseren. Gezien de bijna identieke opbouw van de Jukebox en de radio, wilde ik 2 bestuurunits bouwen (Unit A en Unit B). Ook weer, net als in de medische koffers in een eurorack - echter nu in half formaat.


SN 74293

SN 74154

Hoe ik drukknoppen kon detecteren had ik reeds gerealiseerd in de medische koffers, maar omdat het voor de jukebox om maar liefst 126 drukknoppen ging moest ik toch een andere truc bedenken. En dus nu de enige goede mogelijk gekozen namelijk in een matrixvorm. Een prachtige oplossing waar ik best wel trots op kan zijn.

SN

SN 74293

SN 74151

SN

2k 100 u 470 SN 7400

SN 7400

SN 74175

SN 74175

print 1A Omdat het van belang is om de keuze tijdens het afspelen van het muziekje ook aan te geven moet een lampje in de ingedrukte druktoets gaan knipperen. En natuurlijk deed ik dit ook weer in een matrix.

4 x SN 7407

print 2A

SN7485

SN74121

SN74185

SN74193

SN74193

SN74122

Als digitaal elektronicus liet ik de servo-motorsturing vallen en bedacht een positioneringsysteem met een optisch uit te lezen kamwiel waarop 126 flanken te detecteren zijn. Met de figuurzaag netjes uit een stuk plexiglas gezaagd en zwart geverfd.

NE555

Met een opto-interrupter dacht ik de flanken te kunnen detekteren en met een Up/Down-counters kan ik de stand van de sporenkiezer dan altijd weten/ bijhouden. Het verschil tussen de gewenste positie en de werkelijke positie bepaald het stuursignaal naar de positie motor. Verder gebruikte ik nog 3 andere signalen om tot een absulute positiebepaling te komen. Te weten 2 eindsignalen d.m.v. swiches voor de begin en eind/positie en een middenpositie ook weer met een opto/ interrupter. En om deze posities te kenmerken gebruikte ik ook weer een matrix, maar nu met DIPSwitches Verder nog wat extra gedoe voor een arreteer/relais en een start weergave relais. Al met al is deze complete schakeling behoorlijk doorwrocht en mag van een professioneel positioneringssysteem genoemd worden.

print 3A


print 1A

Dit leek in theorie een prima plan en vol enthousiasme dan ook aan het printen bouwen geslagen. Nu zo’n 35 jaar later snap ik niet waarom ik voor de positiedetektie voor die kamvorm gekozen heb ipv het boren van 126 kleine gaatjes? Ook de detectie van de flanken van die kammetjes zoals vorm gegeven in mijn ontwerp kan niet werken. En het heeft dan ook nooit goed gewerkt. print 2A

Sporenplan Drukknop detectie

Aansturing drukknoplampjes

Ontwerpschetsen aansturing Schaub Lorenz bandrecorder


Ontwerp Motorsturing Enkele gegevens: Beide recorders maken van de 0-positie tot de laatste positie 11 omwentelingen. hetgeen neerkomt op een max. opzoektijd van zeg 2 sec. Voor het motortje geldt dan: => 7 omw/sec => 300 omw/min. Printlay-out Voeding en Motorsturing 01 Print 5A

Omdat dit niet zo jofel werkte. O.a. werd het motortje nogal heet en ook was het aanloop koppel wat slap. Een ander ontwerp getest.

Printlay-out Voeding en Motorsturing 02 Print 5A

Door de aanpak met een stappenmotortje heb ik deze opties laten vallen (= geen verdere aandacht meer aan besteed).


De aanpak met een PET-computertje Zoals reeds gezegd heeft mijn digitale posititioneringssysteem nooit goed gewerkt. Als reden voor dit slechte resultaat geldt dat ik slecht aan meerdere projekten tegelijk kan werken. Juist ook omdat een zekere Pete van der Kleut bij het Tropen Museum een ambitieus plan had lopen voor de Stellingen Machine. In mij vond hij de persoon om dit plan uit te kunnen voeren. Van deze Pete kreeg ik een PET-computertje om daarmee de Stellingen Machine te gaan maken maken.

Volkomen idolaat daarmee aan de gang gegaan om de mogelijkheden van dit wonderapparaat te ontdekken. En al snel daarmee een stappenmotortje aan de praat gekregen. Plots leek het eenvoudig om het zo gewenste positionerings-systeem voor de Jukebox en de radio daarmee te realiseren. Vandaar dat ik gestopt ben met mijn niet goed funktionerende digitale discrete systeem.

Nieuwe schema’s werden ontwikkeld en uitgetest, en computerprogramma’s geschreven.

Dit computerprogramma’tje werd geschreven in BASIC en de I/O-poort werd met PEEK en POKE-opdrachten bestuurd. Eind augustus 1980 werd de jukebox daarmee operationeel gemaakt. Maar goed werken deed het ‘t nog steeds niet. Hij bleef veel te vaak verkeerde muziekjes ten gehore brengen.


Bedrading drukknoppen en drukknoplampjes met een keurige draadboom - zoals het hoort. Zelfs extra reserve draden had ik in de boom meegenomen.

Storingen en problemen Na 8 maanden in bedrijf te zijn geweest , en nogal wat klachten over spullen die kapot gingen. O.a. in de voeding en de aansturing van het positioneringrelais (een arrĂŞtteer-solenoĂŻde, die de spoorpositie vergrendelde bij weergave). Maar vooral het veel te veel verkeerd weergeven van de muziekjes. Eind Maart 1981 ben ik gestart met een onderzoek om tot beter resultaat te komen. Een nieuw besturingsprogramma voor de stappenmotor was het resultaat en een verdere konklusie was dat een aanmerkelijke fout ontstond door speling in de oorspronkelijke tandwieloverbrenging van de bandrecorder. Daarmee dus ook de belangrijkste bron voor het disfunktioneren van mijn oorspronkelijke dedicated positioneringssysteem aantonend. De overstap naar die software sturing was dus niet nodig geweest. Dat ik pas zo laat tot deze konklusie gekomen ben heeft waarschijnlijk te maken met dat ik geen beschikking had over een scoop als meetinstrument. Ik kon slechts gissen naar de signaalvormen. En dat is toch erg jammer; want mijn eerste ontwerp is prachtig.

Wat de radio betreft. Er werd geen beroep meer op me gedaan om dit apparaat verder te ontwikkelen. Mogelijk had Felix er geen geloof meer in. Mede omdat de presentatie (hoe dit aan het publiek showen) moeilijk was. Hoe het gekozen radiostation uit te beelden? Ik heb geen verdere plannen - wat betreft behuizing e.d. - hiervoor gezien. Het projekt is in de la gestopt.


De stelingen Machine - die pas later het Wereld Handelsspel ging heten - is een leermachine volgens de geprogrammeerde instruct instructie. ie. In een serie van vragen waarop antwoord dient te worden gegeven wordt kennis aangeboden. De vragen en antwoorden worden toe toegelicht gelicht met foto’s.


Voorgeschiedenis Het was een grote wens van het Tropen Museum om een nieuw geluid te laten horen over de rol van Nederland in het verre buitenland. Juist vanuit een fikse subsidie uit de pot voor ontwikkelingsgelden, wilde zij ook een kritische kijk geven op de vaak benarde handelspositie van veel landen. De stellingenmachine met zijn geprogrammeerde instruktie (zie bijlage 2) - zou op ultra moderne wijze hieraan gestalte moeten geven. Hoe precies wist men bij het Tropen Museum nog niet, maar dat daarvoor Random-Acces Projektoren gebruikt moesten worden en een computer was wel duidelijk. Ook moesten er natuurlijk onderwerpen bedacht worden. Maar alvorens daartoe mensen aan het werk gezet konden worden moest er eerst uitsluitsel komen hoe de technische realisering zou moeten geschieden. Nou wilde het gelukkige toeval dat er een jonge veel belovende knaap rondliep die behoorlijk knap apparaten wist te bouwen met de nieuwste technologieën. Zo werd ik dus gepolst door Pete van der Kleut die Hoofd audio visuele zaken van het Museum was. Maanden voordat ik de werkelijke opdracht voor dit apparaat kreeg gaf Pete me plots een PET-computertje mee. “Of ik niet eens kon kijken of het wat was?”. Dat ik met het apparaat de Jukebox aan de praat kreeg gaf hem de doorslag. Uiteindelijk leidde dit tot een 5 tal werkopdrachten van januari 1979 tot maart 1981.

Aan de slag Laat duidelijk zijn dat ik bij aanvang geen kennis had van de I/O-mogelijkheden van computers. Van poorten en hoe die te besturen had ik nog geen weet. Bedenk daarbij ook dat de amateur-markt voor computers nog niet bestond; er waren geen boeken of artikelen in tijdschriften. Natuurlijk was er al wel de professionele markt, maar die was voor mij als eenling onbereikbaar - al was het maar om financiële redenen. Zo wist ik dat er op de PET-computer een IEEE-488 (8 bit parallelle I/O-poort) was maar voor zover ik wist waren er geen printers of andere randapparatuur voor. Vandaar ook dat al mijn programma’s gewoon met de hand uitgeschreven moesten worden. Ik moest het doen met de 3 boekjes die bij de computer hoorde. Dat ik deze opdracht om deze projektoren aan te sturen met dit “PET 2001” computertje aannam durfde ik omdat ik in mijn achterhoofd de minimale optie had dat ik desnoods die aansturing via het beeldscherm zou kunnen doen. Dit door met lichtgevoelig elementen pixels uit te lezen. Door deze oplossingsmethode was ik al helemaal gefocust op een soort seriële dataoverdracht. Juist ook omdat ik al zoiets had gedaan voor de Jukebox w.b. de positiebepaling. Een verdere extra reden was dat ik uitgebreid geëxperimenteerd had met een module met decade-counters (de SN74143) en een LED-cijferdisplay van de winkel “Electronica 2000” in Amsterdam Noord (bijlage 05). Het was duidelijk dat deze klus flink wat taken zou bevatten. Als eerste moest ik er achter komen hoe die projektoren aangestuurd konden worden; want zelfs die informatie was niet beschikbaar. Naast die elektronica moest er dan een datatransmissieprotocol bedacht worden om daarmee 8 van die projectoren aan te sturen. En verder hoe nou toch die stellingen op die schermen te presenteren? En hoe die presentatie dan als data in de computer op te nemen en hoe al die dia’s te rangschikken? Ook het bedieningspaneeltje met 19 drukknoppen, het overzichtspaneel en een personen-aanwezigheidsindicator moesten aangestuurd worden. Ga er maar aanstaan ....... Ik had het er te druk mee om al de tekeningen in het net te kunnen maken.


Het transmissieprotocol voor de aansturing van de projektors Bedenk hierbij dat RS232 en UARTS voor mij nog onbekend waren. En ook het OSI-model stamt pas uit april 1997. Ook van de handshakings-trucen in de IEEE-bus wist ik niets. Ik vind het daarom een knappe prestatie dat ik over 3 lijntjes een transmissie-protocol heb weten te realiseren voor de aansturing van de projektoren via de IEEE-bus met: 1) de DATA-lijn. 2) de LOAD-lijn 3) de ENABLE-lijn De logica in een ontvanger kan gesplitst worden in 3 onderdelen: 1) de adres-herkenner, 2) de dianummer-teller en 3) de lampstatus flip-flop voor de dissolve.

De aansturing gaat als volgt: 1) Een LOAD wordt gegeven => aktie: alle ontvangsttellers worden geload met hun eigen adreswaarde, die in te stellen is met de duimwielschakelaar (in complementaire BCDcode). 2) Via de DATA-lijn worden dan het aantal pulsen gegeven behorende bij een bepaalde aan te sturen projektor. Deze pulsen worden door aslle ontvangers geteld. 3) Dan wordt er een ENABLE gegeven; deze ENABLE zal nu alleen die ontvanger triggeren die ingesteld is op het aantal ontvangen pulsen van (2). 4) Via de DATA-lijn worden dan zoveel pulsen gegeven die overeenkom met het gewenste dianummer. 5) Wordt dan weer een LOAD gegeven, dan zal deze waarde (het aantal pulsen van (4) doorgegeven worden naar de projektor. 6) Volgt direkt op de LOAD van (5) een DATA puls, dan zal de lamp van de projektor aan gaan. Is er geen puls dan wordt de lamp uitgeschakeld.

Wijs geworden door allerlei storingsperikelen in voorgaande projekten. Besloot ik tot laag-ohmige en dubbel galvanisch (zowel van de bron en als van de ontvanger) gescheiden lijnsignalen over +12 Volt.


Uitlezing drukknoppen in bedieningsconsole via de USER-poort

De keuzedrukknoppen worden gedetecteerd zoals in de Medische koffers, echter met wat nieuwigheden. De optocouplers gebruik ik om stoorsignalen (spikes) tegen te houden. Die diode heeft de funktie van een ANDgate. De MMV heeft als funktie om het het stellingadres slechts gedurende enige tijd “IN� te laten zijn, dit om tot een vergemakkelijking te komen in het stuurprogramma (ingewikkelde truc). De BCD-code voor de drukkoppen wordt parallel doorgeven naar de USER-poort. Eerst met reedrelais later vervangen door optocouplers.

Aansturing lampjes in het overzichtspaneel en het bedieningsconsole Omdat de funktie van de lampjes in de selectiedrukknoppen als ook op het overzichtspaneel hetzelfde is - nl. het aangeven welke stelling gespeeld wordt en een loopeffect dat aangeeft dat er gekozen kan worden - worden zij parallel in het matrix aangestuurd. De 2 decades BCDcode komen van een extra ontvanger (slimme truc). De 2 lampjes in de antwoorddrukknoppen in het bedieningsconsole worden direkt met Reedrelais aangestuurd vanuit de IEEEpoort.


Verbinding met de PET-computer (de Zender)

De ontvangers waarvan ik er 10 gemaakt heb (8 voor de projectoren, 1 voor de selectielampjes en 1 reserve); 3 ontvangers zijn uitgerust met een 2 decade cijfer display voor het dia nummer. De lijnsignalen komen binnen via een doorgekoppelde chassisplug en met prima stekkers. Ook te zien de adres-duimwielschakelaar. Verder een lampje dat aangaf of er spanning (+ 5 Volt) door de projektor aan de ontvanger geleverd werd, alsook een schakelaartje waarmee de disolve voor de projektorlamp aan of uit geschakeld kon worden.


Het spelen van een stelling en het computerprogramma Een stelling wordt gespeeld dan wel doorlopen aan de hand van een reeks tekstdia’s met o.a. vragen waarom telkens slechts 2 antwoordmogelijkheden zijn. Afhankelijk van de antwoordkeuze wordt dit beoordeeld in één dia en met een volgende dia wordt de nieuwe vraag gesteld. Hierdoor krijg je een soort van dialoog. Dit verhaal dient voordurend visueel te blijven, al was het maar omdat er vaak meerdere personen getuige zijn van deze dialoog. Ik koos er aanvankelijk voor om voor een soort lichtkrant te kiezen; waarbij de tekstdia’s van rechts naar links over de schermen lopen. Omdat ik 6 tekstschermen tot mijn beschikking had zou ik daarmee dus 3 fases van antwoorden met bij behorende nieuwe vragen kunnen laten zien. Omdat iedere projektor maar 80 dia’s kan bevatten en er zoveel mogelijk stellingen gespeeld moeten worden, zijn er trucen en beperkingen nodig. Zo werd het aantal Volgens u is cassave Hoe kan dat? fases beperkt tot 2 en een knolgewas. verder begonnen 1 Cassave wordt hier geïmporteerd uit sommige stellingen niet Gemalen cassave ziet eruit als meel. ontwikkelingslanden. op het meest rechtse Cassave is niet alleen voedsel voor de 2 In Europa wordt cassave verbouwd. scherm en ook de links armste mensen in in veel ontwikkelingsontwikkelingsnaar rechts optie werd landen, maar wordt in Nederland ook als soms losgelaten. Dit gaf veevoer gebruikt. uiteindelijk ruimte voor 16 stellingen. Het was een waanzinnig lastige klus om dit voor elkaar te krijgen. Juist omdat er een vaste formule moet zijn waarmee de computer in één-en-dezelfde routine uit de voeten kan. In een 5 dimensionaal matrix-cijferarray lukte het me uiteindelijk om in codes al de spelmomenten en hun spelvervolg (al de noodzakelijke stuurcodes) vast te leggen. Zoals in het naast gelegen spelverloop van stelling 4 te zien is, zijn er situaties mogelijk waarin tekstdia’s afhankelijk van de spelfase op 2 verschillende schermen mogelijk moet plaatsvinden. Dit omdat er teruggesprongen wordt in het spel. Mijn manier om dit soort problemen op te lossen is het te benoemen door het gewoon heel precies op te schrijven alsook om de bedachte oplossing ook weer te beschrijven. Dit leverde uiteindelijk - na enkele weken werk en 200 beschreven bladzijden een goed werkend programma op.

Maar alvorens ik tot zo’n speloverzicht kon komen moest de stelling eerst pasklaar gemaakt worden. D.w.z. ik overlegde eens in de week met de makers van de stellingen (Pitou van Dijk en Harm Verbruggen - beide economen) over de door hun aangeleverde stellingen w.b. de lay-out en de speelbaarheid. Om hen een indruk hiervan te geven had ik zelfs een apart computerprogramma’tje geschreven die de opeenvolgende teksten(dia’s) liet zien. Dit was tevens een opmaat voor het uiteindelijke stuurprogramma.


Bepaling matrixcijferarray

De Opening op 13 november 1980 Aan Van Datum Betreft

: alle belangstellende : Steven Verhoef : 31 oktober 1980 : Stellingenmachine

Hoera! eindelijk dan - na 3 jaar arbeid - is íe er dan toch gekomen: DE STELLINGENMACHINE. het paradepaardje onder de visuele middelen waarover het Tropen Museum nu kan beschikken. Voordat het echter zover was moesten heel wat breinbrekende problemen doorworsteld worden. Problemen op velerlei gebieden, zoals:

de stellingen zelf, gebaseerd op de geprogrammeerde instruktie en de vertaling hiervan naar het technisch mogelijke

• •

de geavanceerde apparatuur die dit aan de bezoeker en geïnteresseerde overdraagt en de visualisering van het tekst- en beeldmateriaal

Bij de totstandkoming kunnen op de desbetreffende gebieden de volgende personen aangewezen worden: Peter van der Kleut - Producer Pitou van Dijk - Stellingen-schrijver Harm Verbruggen - Stellingen-schrijver Carel van Leeuwen - conservator Steven Verhoef - Electronicus / Programmeur Frank van Praag - Coördinator Tjaard Jager - Ontwerper behuizing Tam Tadema - Ontwerper behuizing Micha de Vries - fabrikage dia’s Jaap de Jonge - Beeldmateriaal / Foto’s Nu het apparaat er dan helemaal staat kunnen we trots U hiervan kennis laten nemen tijdens - en natuurlijk ook na - de inbedrijfstelling op 13 november 1980. Tot slot nog enkele staaltjes van wat het apparaat allemaal in zich heeft:

De 14 onderwerpen waarover uitgebreide informatie gegeven wordt betreft economische- en structurele vraagstukken in ontwikkelingslanden.

• • •

De hiervoor gebruikte hoeveelheid tekst bestaat uit 480 dia’s.

• •

De data bestaat uit 2.000 gecomprimeerde getallen.

Tevens worden er nog eens 160 plaatjes en grafieken toegepast. Het computerprogramma kent 480 opdrachtregels in de BASIC-programmeertaal. Hiervoor zijn 20.000 byte aan geheugen nodig. Naast de computer bestaan de elektronische schakelingen uit 22 printkaarten met daarop 274 IC’s, 116 transistoren en verder zijn er nog een paar handenvol andere elektronische componenten in verwerkt. Wanneer je alle informatie uit het apparaat wil halen die erin zit, dan moet je er wel 10 uur voor uit trekken. Tot slot nog deze wens van de elektronicus: LANG ZAL ‘IE LEVEN !

Met de hoogste pief van het KIT

Uiteindelijke vulling diamagazijns


Met v.l.n.r.: Jeroen (broer van Brigitte), Wim den Hartog (haar Vader) onbekend onbekend Pitou van Dijk zijn vriendin Ik Carel van Leeuwen Verder waren aanwezig het bestuur van het Tropen Museum en het Instituut, Moeders en andere conservatoren.

13 november 1980 was de grote dag dat de Stellingen Machine officieel geopend werd

Met Pete van der Kleut

In maart 1981 werd er uitgebreid aandacht besteed in een TV-programma van de IKON over het vernieuwde Tropen Museum aan de Stellingen Machine.


In bedrijf Gesteld mag worden dat het apparaat redelijk funktioneerde. Maar gezien zijn complexheid - alleen al die 8 speciale projectoren en de gekoelde behuizing - waren er nog wel eens klachten: lampen brandden door, carrousels en dia’s bleven hangen, maar ook crashe’de het computerprogramma of de ontvangers wel eens waardoor het apparaat stil gezet werd, en stil bleef staan tot het gerepareerd werd. Juist omdat na de oplevering mijn werken voor en in het museum afgelopen was, lieten deze reparaties vaak storend lang op zich wachten. En natuurlijk kende het apparaat kinderziektes. De Disolve funktie werkte niet jofel en die draadjes trekpen techniek was samen met de TTL-logica niet betrouwbaar. Bedenk echter dat CMOS toen pas net in opkomst was. Jammer dat ik niet de mogelijkheid kreeg om deze kinderziektes eruit te halen. Teun de Jager, de technische man voor het onderhoud van de audio-visuele apparatuur in het museum, speelde een bedenkelijke rol door zich heel negatief uit te laten over de kwaliteit van mijn werk - broddelwerk noemde hij het. De man kon het blijkbaar moeilijk verkroppen dat ik al die apparatuur mocht ontwerpen waarna hij de minder dankbare taak had de boel lopende te houden. Mede door zijn toedoen werd een jaar later besloten om de ontvangers te verbeteren en ze opnieuw te maken op normaal dubbelzijdig printplaat. Deze vervanging werd gedaan door Wijnand de Groot (afgestudeerd natuurkundige) en Jaap Veerman. Zij vervingen de wat storingsgevoelige TTL-circuits door CMOS en voegden een extra flipflop toe om tot een zekerdere adresselectie te komen. Teun de Jager was toen al vertrokken bij het Tropen Museum. Ook het Pet-computertje werd vervangen door een Commodore64 die gewoon met de bestaande programmatuur - de cassette-bandjes voor het programma en de Data - overweg kon. Deze vervanging zorgde ervoor dat het apparaat bijna een jaar lang stil gestaan heeft. Dit alles kwam ik aan de weet toen ik 10 jaar na dato op 30 maart 1990 - nadat ik die week het museum bezocht had en tot mijn grote vreugde zag dat de Stellingen Machine nog in volle glorie funktioneren - belde met Jaap Veerman om hem te feliciteren met dit resultaat.


Bijlage 01 - Overzicht van de Stellingen

0

Uitleg en spelregels

Introverhaal

1

Loonverschillen in de wereld Arm en rijk

Wereld inkomsten verdeling

2

Nederlandse handel met ontwikkelingslanden

3

Welke producten exporteren de ontwikkelingslanden

4

Landbouwprodukten uit ontwikkelingslanden

5

De Oliecrisis 1

6

De Oliecrisis 2 - Wie betalen de rekening?

7

Landbouwprodukten uit Ontwikkelingslanden

8

Grondstofprijzen en export-opbrengsten - Een wankel evenwicht

9

Gemeenschappelijk Grondstoffenfonds - Dumpen of buffervoorraden?

10

Prijzen van landbouwprodukten en wat de boeren eraan verdienen

11

Casave bijvoorbeeld

12

Industrieprodukten uit Ontwikkelingslanden

13

Waar komt dat overhemd vandaan?

14

Alles over multinationale Ondernemingen

15

Buitenlandse werknemers. Waar vandaan en waarom hier?

16

Buitenlandse werknemers. De schuld van onze werkeloosheid?

Landbouw : Prijzen & inkomens Samenstelling exportpakket 3de wereld

Gesteld mag worden dat de Stellingen Machine een heuse leermachine is, die zeker gezien het feit dat er ook fotomateriaal bij gebruikt wordt toendertijd behoorlijk nieuw was. Nu computers ook uitstekend met afbeeldingen kunnen werken zijn dergelijke leermachines (educatieve programma´s) in iedere school en thuis te vinden. de term “Geprogrammeerde Instruktie” is als pedagogische truc zo algemeen dat het hele begrip amper gebruikt wordt. Natuurlijk heb ik me afgevraagd wat nou toch de zin van deze Stellingen Machine is. Waarom zou je menselijke bezigheden door machines laten doen wanneer deze bezigheden als plezierig en zinvol door mensen bevonden worden? De Stellingen Machine heeft zeg 100.000 gulden gekost; voor dit bedrag wil er vast wel iemand naast de funktie van suppoost deze lessen geven. En meer fundamenteel vind ik het sociaal gezien raar dat mensen zich in hun motief en zingeving laten leiden door een machine. Dat je je gaat uitsloven om van een machine te horen dat je het goed gedaan hebt.


Bijlage 02 Geprogrammeerde instructie door: Michel van Gessel Geprogrammeerde instructie is één van de manieren waarop materiaal voor zelfinstructie kan worden aangeboden. Warries en Pieters (1990) noemen daarnaast instructiemateriaal dat is uitgewerkt volgens het model van Mastery learning, de Component Display Theory, de Elaboratietheorie, Instructional Events en het ARCS model. Deze vormen komen in dit artikel verder niet aan de orde. De bedenker van Geprogrameerde Instructie (GI) als ontwerptheorie is Burrhus Skinner. Deze Harvard professor publiceerde in 1954 een artikel, getiteld "The science of learning and the art of teaching". Dit artikel wordt door velen gezien als het beginpunt van de ontwikkeling van Geprogrammeerde Instructie. In het artikel beschrijft Skinner de manier waarop menselijke leerprocessen in een schoolsetting geautomatiseerd kunnen worden. Hij bedacht allerlei leermachines en materialen op papier om GI te demonstreren. Die leermachines waren grote logge apparaten, met handels en knoppen. De ontwikkeling van de computer, die nu niet meer weg denken is uit het dagelijks leven, stond toen nog in de kinderschoenen. Geprogrammeerde Instructie is een instructietheorie op microniveau. Dat wil zeggen dat het betrekking heeft op de instructie van kleine bestanddelen die binnen één les aan de orde komen. Zo'n bestanddeel kan bijvoorbeeld een nieuw begrip zijn, of de aanbieding van een volgorde waarin een proces moet worden uitgevoerd. Instructietheorieën kunnen zich ook op een ander niveau van toepassing bevinden, zoals op cursusniveau. Mastery Learning (dat hierboven even kort genoemd werd) is hiervan een voorbeeld. De psychologische traditie waarvan GI onderdeel uit maakt is het behaviorisme. Dit is een van de eerste stromingen in de psychologie die het leren van mensen onderzocht. "Het kind komt ter wereld als een onbeschreven blad", zei Watson, de grondlegger van het behaviorisme. Tegenwoordig wordt dat met een korreltje zout genomen. Dat je kinderen heel veel kunt leren wordt niet betwist, maar sommige dingen krijg je nu eenmaal van nature mee. Naast het "tabula rasa" idee (Latijn voor onbeschreven blad) heeft GI uit het behaviorisme drie andere aspecten overgenomen, namelijk: reinforcement cues participation Deze drie nieuwe termen worden hieronder kort uitgelegd. Reinforcement betekent letterlijk versterking. In de context van leren gaat het om het versterken van gewenst gedrag. Dit gebeurt door middel van beloning. Elke keer als het gewenste gedrag wordt vertoond door de cursist, krijgt deze een beloning: een goedkeurend knikje van de docent, een compliment of een tekst op het computerscherm "Dit is het goede antwoord. Prima!". Een cue is een aanwijzing in de tekst die toeleidt naar de vraag die aan over de tekst wordt gesteld. Dit is een manier om de lerende te sturen naar het gewenste gedrag. Je kunt hierbij denken aan een woord dat onderstreept of vetgedrukt is. In dit tekstblok zie je dat drie woorden een afwijkende kleur hebben en schuingedrukt staan. Tussen alle andere tekst vallen ze daardoor direct op, en dat is precies de bedoeling. Geprogrammeerde instructie is een vorm van zelfinstructie, waaraan geen docent te pas komt. Het is dus zeer belangrijk dat het materiaal voldoende uitdaging biedt om te cursist te blijven motiveren. Daarover gaat het derde begrip: participation. Dit kan het beste vertaald worden met actieve deelname. Eén van de manieren om actieve deelname te bevorderen is door de aangeboden eenheden niet al te groot te maken. Als het antwoord op een vraag dichtbij die vraag te vinden is, spoort dit de cursist meer aan tot actieve deelname. Tegelijkertijd ontdekte Skinner, dat cursisten snel leren om over informatie heen te lezen die niet versterkt (reinforced) wordt. Een leerprogramma dat is opgebouwd volgens GI bestaat uit een lange keten van frames. Elk frame biedt een klein brokje van de totale leerstof aan. Deze kleine brokjes zijn ontstaan door inhoudsanalyse van de leerstof. Een heel programma kan enkele tientallen frames bevatten, zoals het voorbeeld op www.centerforpi.com (zie hieronder bij bronnen), tot wel meer dan 500 frames. frames afbeelding 1: een keten van frames. Een frame is de kleinste leerstofeenheid binnen GI. Het heeft een gestandaardiseerde opbouw, waarin de volgende vier elementen voorkomen: informatie (tekst van maximaal 30 woorden); vraag; goed antwoord; verwijzing.


Hieronder staat een voorbeeld van enkele frames uit een leerprogramma over muzieknotatie. Frame 1 Muzieknotatie. Westerse muziek wordt genoteerd op een notenbalk. Een notenbalk bestaat uit vijf evenwijdige horizontale lijnen. vraag: Hoeveel lijnen heeft een notenbalk? goede antwoord: 5 verwijzing: Frame 2 Frame 2 Muzieknotatie. Op een notenbalk kunnen op twee manieren noten worden geplaatst: tussen twee lijnen van de notenbalk in of door een van de lijnen van de notenbalk. vraag: Een noot staat door een lijn heen of t____ twee lijnen in. goede antwoord: Tussen verwijzing: Frame 3 Frame 3 Muzieknotatie. Een noot die door een lijn van de notenbalk heen wordt geschreven, mag de lijn erboven of eronder niet raken. vraag: een noot die door de lijn heen staat mag de lijn eronder ______ raken. goede antwoord: niet verwijzing: Frame 4 GI werd aanvankelijk aangeboden als een lineair proces. Elke cursist begint bij het eerste frame en moet de vraag die daarin gesteld wordt goed beantwoorden om naar het volgende frame te gaan. Dat is niet in alle gevallen ideaal. De psycholoog Dijkstra onderzocht lineaire GI in 1978 en constateerde dat "...GI op deze manier bruikbaar is gebleken bij de instructie van technische termen en bij die van duidelijk omschreven vaardigheden..." (Warries en Pieters,1990). Nadeel van linearie GI is dat alle cursisten hetzelfde traject doorlopen. Een sprong vooruit of achteruit is onmogelijk. Daardoor wordt deze manier van aanbieden al snel als eentonig ervaren en kan het tot onnodig tijdverlies leiden. Om tegemoet te komen aan deze beperking werd het principe van "branching" (vertakking) geïntroduceerd. Op basis van het antwoord van de cursist (goed of fout) op een gesloten vraag wordt deze doorverwezen. Bij een goed antwoord naar het volgende frame (reinforcement), bij een fout antwoord naar een frame dat aanvullende of herhaalde informatie geeft. Hieronder zie je dat grafisch weergegeven (afbeelding 2). frames2 afbeelding 2: GI met vertakkingen ("branching"). Kritiek op GI: Vanuit verschillende kanten is kritiek gekomen op geprogrammeerde instructie. Deze kritiek richtte zich voornamelijk op twee zaken. In de eerste plaats kan GI niet voor elke leerstof worden ingezet. Voor bepaalde leertaken, met name het leren van begrippen en wetten (principles), zijn S-R (Stimulusrespons)ketens minder geschikt. In de tweede plaats kwam er vooral kritiek op het karakter van GI. Shaping als instructieprincipe werd in strijd geacht met de mondigheid van cursisten ("dressuur past bij dieren, niet bij mensen"). Met de introductie van "branching-techniek" in GI, die hierboven is beschreven, is dit punt van kritiek enigszins ondervangen: de cursist heeft meer controle en krijgt meer informatie over het doel van de instructie. Maar dit heeft niet kunnen voorkomen dat het denken over leren zich aan het einde van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld in een andere richting, onder invloed van de zogenaamde cognitieve leertheorieën en het constructivisme. Bronnen: Warries, E./Pieters, J.M.: Inleiding instructietheorie, 1990 www.duq.edu/~tomei/ed711psy/b_pgmin.htm www.centerforpi.com

© (2004) M.F.C. van Gessel.


Bijlage 03 - folder RA projector (MRA 2000 van Micronic)


Bijlage 05

Profile for Ik Steven Verhoef

Werken voor en in het tropen museum  

Van 1979 to 1981 werkte ik als freelancer voor het Tropen Museum in Amsterdam. Ik bouwde daar toen Audiovisuele presentatie apparatuur voor...

Werken voor en in het tropen museum  

Van 1979 to 1981 werkte ik als freelancer voor het Tropen Museum in Amsterdam. Ik bouwde daar toen Audiovisuele presentatie apparatuur voor...

Advertisement