Page 1

Nummer 6, jaargang 102, februari 2018

w ww.jsw -o n lin e .n l Jeugd in School en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

In rekengesprek mĂŠt de leerling Werken aan seksuele ontwikkeling Eigenaarschap en leren lezen Begeleiden van leerprocessen


Rekenen-Wiskunde

Rekengesprekken voeren

In rekengesprek mét de leerling In het onderwijs wordt veel gesproken over leerlingen en te weinig mét leerlingen. Een rekengesprek, met een actieve rol van de leerling, kan een effectief middel zijn om de onderwijsbehoeften van leerlingen op rekengebied te achterhalen. Het levert bovendien direct handvatten op voor het dagelijks afstemmen van het leerkrachthandelen op wat leerlingen nodig hebben om verder te komen in hun rekenontwikkeling. Maar hoe geef je in de praktijk vorm en inhoud aan een rekengesprek? Jarise Kaskens (jmm.kaskens@windesheim.nl) is als hogeschoolhoofddocent en onderzoeker verbonden aan Hogeschool Windesheim in Zwolle

Eerst en vooral geldt dat de kracht van een rekengesprek wordt bepaald door contact

6

JSW 6 februari 2018

E

en derde deel van de leerkrachten vindt het lastig om instructie en verwerking af te stemmen op de onderwijsbehoeften van leerlingen (Inspectie van het Onderwijs, 2010). De eerste stap naar afstemming kan het benutten van beschikbare gegevens zijn, zoals analyseren van toetsgegevens, data van digitale programma’s en dagelijks rekenwerk. In de praktijk worden deze gegevens nog onderbenut en de leerling zelf wordt bij dit proces niet betrokken. Het voeren van een rekengesprek heeft als doel om in dialoog met de leerling zicht te krijgen op het leerproces en het leerpotentieel en de onderwijsbehoeften bij rekenen te achterhalen. In een rekengesprek dat het karakter heeft van een mathematics dynamic assessment (Allsopp et al., 2008) krijgt de leerkracht informatie over zowel rekenbeleving als rekenniveau en inzicht in de redeneer- en oplossingsprocessen van de leerling. Inmiddels zijn al veel positieve ervaringen opgedaan met rekengesprekken met een handelings- en oplossingsgericht karakter (Kienhuis, Roerdink, & Goei, 2013; Kaskens, 2016). Leerkrachten geven aan de gesprekken waardevol en effectief te vinden en leerlingen ervaren het als prettig. De leerkracht krijgt de onderwijsbehoeften van de leerling scherp in beeld en input voor afstemming van het dagelijks handelen bij rekenen gericht op gestelde onderwijsdoelen. Enkele ervaringen van leerkrachten die rekengesprekken voerden: • ‘Ik heb nieuwe inzichten gekregen over het rekenen van een leerling. Ik ben er onder andere achter gekomen dat hij moeite heeft met het toepassen van de rijgstrategie.’ • ‘De rekensterke leerlingen gaven aan behoefte te hebben aan meer uitdagende opdrachten en

ook opdrachten waarbij ze meer eigen inbreng hadden, bijvoorbeeld iets onderzoeken.’ • ‘De leerling vertelde waarom zijn opa hem zo goed kon helpen bij rekenen: opa legde duidelijk uit, tekende erbij en liet hem rustig nadenken.’ Belangrijke elementen Hieronder worden enkele elementen toegelicht die van invloed zijn op de kracht van het rekengesprek: ‘vragen, doorvragen, luisteren en observeren’, ‘handelingsgericht en procesgericht karakter’, ‘aandacht voor rekenbeleving’, ‘oplossingsgericht karakter met actieve rol van de leerling’ en ‘domeinspecifieke vakkennis doet ertoe’. 1. V  ragen, doorvragen, luisteren en observeren Eerst en vooral geldt dat de kracht van een rekengesprek wordt bepaald door contact. Bij een goed rekengesprek is sprake van respect, belangstelling, acceptatie, aanmoedigend luisteren, een niet-oordelende houding en het op zoek gaan naar betrokkenheid in een open, veilige sfeer (Delfos, 2000). De kwaliteit van een rekengesprek wordt verhoogd als de leerkracht open vragen stelt, luistert, passend doorvraagt, responsief is en af en toe samenvat. Tevens is het van belang om open en ‘verborgen’ handelingen te observeren (zoals het stiekem tellen door te kijken naar plafondtegels of innerlijke handelingen), aanpak, uitvoering en controle van de rekenopgaven en de non-verbale uitingen van emoties door de leerling. 2. H  andelingsgericht en procesgericht karakter Tijdens het rekengesprek volgt de leerkracht de leerling in het redeneer- en oplossingsproces en


Sociaal-emotionele ontwikkeling

Positie als leerkracht

Werken aan seksuele ontwikkeling Het is een warme oktoberdag wanneer je met je klas op het schoolplein staat. Een jongen uit jouw klas komt enthousiast aangerend en slaat met zijn vlakke hand tegen je borst en zegt: ‘Lekkere memmen, juffie.’ Dit soort en vergelijkbare situaties komen gedurende het jaar vaker voor, je wordt als leerkracht met je neus op de feiten gedrukt: seksualiteit speelt ook een rol in de klas. En het is nog lang geen Week van de Lentekriebels. Hoe ga je om met seksualiteit? Belle Barbé (belle@sexandfuneducation.nl) studeerde opvoedingsondersteuning aan de Universiteit van Amsterdam en sexuality studies in San Francisco. Met haar bedrijf Sex And Fun Education (SAFE) geeft zij seksuele voorlichting op scholen, organiseert zij ouderavonden en traint zij leerkachten op het gebied van seksualiteit

Seksualiteit is opgenomen in de kerndoelen van het onderwijs, maar scholen zijn vrij om daar hun eigen invulling aan te geven 12

JSW 6 februari 2018

D

at leerlingen nieuwsgierig zijn naar seksualiteit en er vragen over stellen, is de meeste leerkrachten bekend. Daarnaast zoeken leerlingen grenzen op, zo ook de seksuele. Dit betekent dat er in de klas een situatie kan ontstaan waarbij je als leerkracht begeleiding moet geven. In dit artikel bespreek ik de seksuele ontwikkeling tijdens de basisschoolleeftijd (4 tot 13 jaar) en geef ik handvatten om je eigen positie als leerkracht ten aanzien van seksualiteit te bepalen en zo om te kunnen gaan met lastige situaties. Seksuele vorming Seksualiteit en seksueel gedrag horen bij het leven van een kind. Dat het belangrijk is om ook binnen het onderwijs aandacht voor seksualiteit te hebben, werd mede onderstreept door het opnemen van seksualiteit in de kerndoelen van het basisonderwijs (zie het kader ‘Kerndoel 38’ hieronder). Vaak genoeg wordt er thuis niet over seksualiteit gepraat, omdat ouders bijvoorbeeld het idee hebben dat hun kinderen er nog niet aan toe zijn (De Graaf, 2013). Voor scholen ligt hier een belangrijke taak om de ouders aan te vullen in hun seksuele opvoeding en leerlingen op een open manier van de juiste informatie te voorzien. Hoewel seksualiteit is opgenomen in de Kerndoel 38 Kerndoel 38: de leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.

kerndoelen van het onderwijs, zijn de scholen vrij om daar hun eigen invulling aan te geven. Het kan dus zo zijn dat een basisschool alleen een paar biologische feiten over voortplanting geeft of alleen aan de zogenoemde rampenbestrijding doet waarbij er louter wordt besproken wat er mis kan gaan met seksualiteit. Gelukkig zijn er ook genoeg basisscholen die wel het belang zien van seksuele voorlichting die meer omvat dan alleen de risico’s. Zo zijn er veel scholen die zich jaarlijks aansluiten bij de Week van de Lentekriebels om hun leerlingen iets bij te brengen over seksualiteit op een bij de leeftijd passende manier (zie het kader ‘Week van de Lentekriebels’ op de volgende pagina voor meer informatie hierover). Natuurlijk is zo’n week een mooi aanknopingspunt om het onderwerp in de klas te behandelen, maar seksualiteit speelt niet alleen in de lente, dus zul je er zelf als leerkracht het hele jaar mee te maken krijgen. De term ‘seksuele voorlichting’ doet lijken alsof het maar om één moment gaat waarop de informatie gegeven moet worden (‘HET gesprek’, zoals ouders het weleens noemen). Wanneer we echter spreken van ‘seksuele vorming’, kun je dit zien als een doorlopend proces waarbij je de leerlingen begeleidt in situaties waarin seksualiteit een rol speelt. Zo is een ongepaste opmerking van een leerling een mooi aanknopingspunt om bijvoorbeeld in te gaan op het aangeven van grenzen. Door seksualiteit bespreekbaar te maken in de klas en in het leven van een kind zorg je er onder andere voor dat kinderen weerbaar worden, hun eigen grenzen leren kennen en die van een ander leren respecteren. Je zorgt dat ze informatie hebben over veilige seks en dat ze gezonde relaties aan kunnen gaan.


Taal

Keuzemogelijkheden voor leerlingen

Eigenaarschap en leren lezen Het allernieuwste PIRLS-rapport (IEA, 2017) vertelt dat hoewel we in Nederland veel onderwijstijd besteden aan lezen, onze leerlingen niet het best presteren op leesgebied. PIRLS meet de leesvaardigheid van leerlingen in groep 6 in vijftig landen. De toets meet leesvaardigheid en leesmotivatie. Nederland scoort al jaren stabiel als het gaat om leesvaardigheid, maar andere landen halen ons in. Wat betreft leesmotivatie staan we in de achterhoede. Zou het vergroten van eigenaarschap van leerlingen kunnen bijdragen aan het verbeteren van hun leesniveau en -motivatie? Ferdau Terpstra is onderwijsadviseur taal, lezen en meertaligheid bij Cedin en werkt als zelfstandige voor opdrachtgevers binnen en buiten het onderwijs

Meer eigenaarschap aanbrengen, zou kunnen beginnen door kinderen zelf hun teksten te laten kiezen

18

JSW 6 februari 2018

W

e hebben in Nederland prachtige methoden voor technisch lezen. Die stuk voor stuk ingericht en opgebouwd zijn volgens evidence based-theorieën en daardoor dus effectief bijdragen aan de leesontwikkeling van de leerlingen. De praktijk blijkt soms weerbarstiger. En ondanks de pogingen van leerkrachten om leerlingen te stimuleren meer en beter te gaan lezen, is ook de leesmotivatie onder de Nederlandse leerlingen dus nog steeds niet hoog. Ruimte geven aan eigenaarschap en het stimuleren van zelfverantwoordelijkheid worden steeds vaker genoemd als voorwaarden voor het activeren en motiveren van leerlingen. Zou het vergroten van eigenaarschap in het proces van leren lezen mogelijk zijn? En zou dat tevens een positief effect kunnen hebben op de leesmotivatie? In dit artikel verken ik als onderwijsadviseur de mogelijkheden om leerlingen meer keuzevrijheid te geven in het kiezen van eigen leesdoelen en teksten zónder dat de leerkracht het zicht en zijn invloed op het leesproces hoeft te verliezen. Het is immers niet de bedoeling om terug te gaan naar de tijd van (te laat) remediëren en (te veel) leesachterstanden. Technisch lezen en leesmotivatie Lezen is een culturele vaardigheid die kinderen aangeleerd moet worden. De meeste leerlingen hebben expliciete instructie nodig om de elementaire leeshandeling te leren: het ‘hakken en plakken’. Technisch lezen is een decodeervaardigheid. Uit onderzoek blijkt dat het belangrijk is dat dit decodeerproces vlot, foutloos en vooral geautomatiseerd verloopt, zodat er voldoende mentale ruimte overblijft om de aandacht te

richten op het beleven en begrijpen van een tekst. Geautomatiseerd kunnen decoderen is een kwestie van oefenen. Volgens Vernooy (2005) kunnen alle leerlingen dit bereiken. Wel moet de één meer oefenen dan een ander en ook zijn er verschillen in de behoefte aan instructie en de hoeveelheid begeleiding. Wanneer leerlingen AVI-E3 beheersen, is de fase van het aanvankelijk lezen afgerond. De volgende fase is het voortgezet technisch lezen: AVI-M4 tot en met AVI-Plus. Het voortgezet technisch lezen bestaat uit het uitbreiden van de leesvaardigheid: langere woorden, langere zinnen, langere teksten én het lezen op toon. Ook komen kinderen in deze AVI-niveaus lastigere woorden tegen. Bijvoorbeeld de Franse en Engelse leenwoorden of woorden met een ‘c’ die soms als een ‘s’ klinkt en soms als een ‘k’. Voor goede leesresultaten wordt, op basis van onderzoeksresultaten, het volgende geadviseerd (Vernooy, 2005): • Plan per week voldoende leestijd in; • Plan voor zwakke lezers extra leestijd in; • Geef gedifferentieerde instructies en oefen onder begeleiding (voor-koor-door); • Signaleer leesachterstanden op tijd door vaker (dan twee keer) per jaar te toetsen; • Start onmiddellijk met remediëren bij achterstanden of leesproblemen. In methoden is het lesdoel in de leesles in de meeste gevallen voor alle leerlingen gelijk. In de essentie zijn leerlingen zoveel mogelijk met hetzelfde bezig vanuit de visie van convergente differentiatie. De kinderen lezen en oefenen de meeste tijd voorgeschreven teksten. De hoeveelheid instructie, begeleiding en het verrijkende aanbod


Oriëntatie op mens en wereld

Metacognitie, vragen stellen en scaffolding

Begeleiden van leerprocessen Onderzoekend en ontwerpend leren wordt steeds vaker toegepast in het basisonderwijs. Wat is de rol van de leerkracht als begeleider van onderzoekend en ontwerpend leren in de klas? Welke leerkrachtvaardigheden komen daarbij kijken? Welke rol spelen zelfsturing, motivatie en mindset van leerlingen? En hoe kun je de verwondering en nieuwsgierigheid van je leerlingen stimuleren? Ellen Rohaan is docent en onderzoeker bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Zij houdt zich onder meer bezig met het implementeren van onderzoekend en ontwerpend leren in het pabocurriculum Sonja Biesmans is docent Wetenschap & Technologie bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie. Zij heeft in het kader van haar masteropleiding onderzoek gedaan naar het begeleiden van onderzoekend en ontwerpend leren

O

nderzoekend en ontwerpend leren is een vorm van actief leren waarbij een stappenplan, een onderzoeks- of ontwerpcyclus, wordt gevolgd (zie figuur 1 hieronder voor een schematische weergave). Bij actief leren spelen zelfsturing, motivatie en mindset van de leerling een belangrijke rol. Zelfgestuurd leren is leren waarbij leerlingen zelf hun leerprocessen aansturen. Door als leerkracht de verantwoordelijkheid voor het leerproces te delen, bevorder je de zelfsturing van leerlingen. Het bewuster kunnen sturen en regelen van het eigen leren maakt de transfer van de opgedane kennis gemakkelijker. Om zelfgestuurd te kunnen leren, hebben leerlingen metacognitieve leerstrategieën nodig. Leerlingen moeten daarvoor in staat zijn om hun leerprocessen te kunnen plannen en controleren.

Figuur 1 – Voorbeeld van een onderzoeks- en ontwerpcyclus (bron: SLO)

32

JSW 6 februari 2018

Zelfsturing Zelfsturing wordt beïnvloed door motivatie. Hoe gemotiveerder een leerling is, hoe beter hij in staat zal zijn om zijn leerproces zelf aan te sturen. In de ‘zelfdeterminatietheorie’ van Ryan en Deci wordt onderscheid gemaakt tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie (Van den Bergh & Ros, 2015; Dochy, Berghmans, Koenen, & Segers, 2015). Wanneer een leerling extrinsiek gemotiveerd is, betekent dit dat hij iets doet omdat een ander dat van hem verlangt. Bij intrinsieke motivatie doet een leerling iets omdat hij dit zelf graag wil. Intrinsiek gemotiveerde leerlingen blijken de leerstof beter te onthouden en meer te verdiepen. Actief leren stimuleert de intrinsieke motivatie, omdat leerlingen zelf actief aan de slag kunnen gaan met dingen die aansluiten bij hun eigen interesses. Intrinsieke motivatie wordt ook beïnvloed door de mindset van de leerling. De ‘mindsettheorie’ van Dweck (2015). Zij zegt dat er twee type ‘mindsets’ bestaan: de statische (fixed) en op groei gerichte (growth) mindset. Leerlingen met een op groei gerichte mindset geloven dat intelligentie ontwikkelbaar is en presteren beter dan leerlingen met een statische mindset. Leerlingen met een op groei gerichte mindset zijn meer intrinsiek gemotiveerd om te leren. Ook de mindset van de leerkracht heeft grote invloed op de leerprestatie. Als een leerkracht ervan overtuigd is dat zijn leerlingen alles kunnen leren als ze er maar moeite voor willen doen, ontwikkelen de leerlingen zich ook beter. Verwondering en nieuwsgierigheid Onderzoekend en ontwerpend leren stimuleert leerlingen vanuit verwondering en nieuwsgierigheid de wereld te onderzoeken en problemen


Wil jij op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in het basisonderwijs? Neem nu een abonnement op JSW

Wil je niets missen, neem dan een abonnement op HJK én JSW en betaal slechts €119,50 per jaar

Ontvang 10 x JSW

JSW lezen op tablet en pc via Schooltas

Krijg toegang tot het digitaal archief

Studenten ontvangen

40% korting

Samen voor €79,- per jaar Meer weten? Ga naar www.jsw-online.nl of bel 088-2266692


Verwacht in JSW Special

(Online) imago

Special: (Online) imago Iedere school heeft een eigen identiteit en imago. Wat wil je als school uitstralen? Hoe ga je om met het online imago van de leerling: wat zet je wel online en wat niet? Wat wil je als leerkracht uitstralen en hoe ervaren ouders dit? Wat zet je als leerkracht op social media en wat niet? JSW bespreekt meerdere invalshoeken over het (online) imago van het onderwijs.

JSW informeert je over de laatste ontwik­kelingen in het basisonderwijs met een focus op de midden- en bovenbouw, en vertaalt deze naar de praktijk. Met iedere maand interessante vakinformatie, praktische tips, prikkelende columns, recensies en kant-en-klare lessen.

Tool 'OnderWijs met Kennis' In de rubriek Gereedschap wordt de webtool ‘OnderWijs met Kennis’ besproken. Aan de hand van deze tool leer je hoe je als leerkracht samen met je collega’s bestaande onderzoekskennis (beter) kunt benutten voor het verbeteren van je onderwijs of de ontwikkeling van jullie school.

Niets missen?

Praktijk: mobiele broeikas

Deborah Breen

Neem dan nu een combi-abonnement op JSW én HJK (het vakblad voor de onderbouw) en betaal slechts € 119,50 per jaar! Meer informatie: www.jsw-online.nl/abonneren.

Iedereen kent de moestuintjesacties van supermarkten: gratis moestuinpotjes om groenten en fruit te kweken bij boodschappen. Leuk en leerzaam, maar de kas moet wel op de juiste plek staan. In Praktijk volgt een lessuggestie om een mobiele broeikas te ontwerpen voor plantjes.

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Nummer Nummer

1, jaargan

10, jaa

rgang 101

, juni 201

g 102, sept

7

ember 201

7

Nummer 2, jaargan

g 102, oktober 2017

• Ontbreekt er een nummer van JSW in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

Bestel een los nummer voor € 10,-

www .j sw -o n li n e Jeu .n l Schoo w w w.jVakblagdd in Werel sw voo het basl en d speciaal -or nl isonder onderw in e. nl wijs, Jeugd in ijs en opl Sch eid

Vakblad

ool en We reld

voor het basisond ww w.j swspeciaal erwijs, onderwine onl ijs en ople .nl iding

ing

Jeugd in Schoo l en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

n

Startg espre Bete vor eorn ed enrawijds: kken n Aan ma e zome leare kn Effectie het ver schil! r rekenv f begri rd jp ig he Pleaa e id n d leeso zier in Kind

erboeken leren nderw P ssen week: gri aanwa ijs D kria e p rs ezelenkkiserg eno tischedle Piek een ond ectieve ed erwijsere krapch Po n sit t ie re ve ke De thuistaalkiin nen jk de op klas combin atieklass Verbeteren van en uit verbinding

Ga naar www.jsw-online.nl/abonneren of bel 088-2266692 46

JSW 6 februari 2018

Specia l

O barr p de icad e


de vlag mag uit! Effectief én gemotiveerd verder leren lezen. Dat is

Hoge opbrengsten

Station Zuid, de nieuwste methode voor voortgezet

De leesresultaten van scholen die met Station Zuid

technisch lezen voor groep 4 t/m 8.

werken, liggen ruim boven het landelijk gemiddelde. Onderzoek onder gebruikers wijst uit dat de groep

Dit is Station Zuid:

sterke lezers spectaculair groeit en het aantal

• Effectief onderwijs met hoge leerresultaten;

zwakke lezers significant daalt. Vanwege de hoge

• Makkelijk te organiseren;

leeropbrengsten en het prettige gebruiksgemak wordt

• Uitdagend voor alle lezers;

Station Zuid door leerkrachten erg gewaardeerd.

• Aparte leerlijn leesbevordering; • Met spannende luisterverhalen van de Brandweerclub.

Meer weten of gratis uitproberen? Ga naar www.stationzuid-malmberg.nl

JSW februari 2018  
JSW februari 2018  
Advertisement