Issuu on Google+

Het GRATIS digitale magazine van de Astro Event Group vzw - Redactie@aegvzw.be - www.aegvzw.be - Jaargang 8 - Februari 2013


Editoriaal

Guidestar | 02-2013

Patrick Jaecques

Wat is algemene kennis ?

002

Info - Patrick Jaecques is, naast grafisch vormgever en hoofdredacteur van dit magazine, ook oprichter en voorzitter van de Astro Event Group vzw uit Oostende. Een door passie gedreven levensgenieter die al meer dan een kwart eeuw lang het brede publiek informeert over de diverse hemelse wonderen...

Voorpagina - Het Syncom-project was een Amerikaans ruimtevaartprogramma uit het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. De naam was een afkorting van synchronous communication satellite. Doel van het project was, om een kunstmaan in een geostationaire baan te brengen ten behoeve van experimentele telecommunicatieve doeleinden. Deze maand is het trouwens precies 50 jaar geleden (1963) dat deze satelliet, als eerste, in een geostationaire baan werd gebracht. Bron: Wikipedia.

Toen afgelopen maand bekend werd dat het bijzonder pover gesteld is met de algemene kennis van toekomstige leerkrachten bleek ik, in tegenstelling tot zowat iedereen om me heen, niet echt verbaasd. Integendeel, ik denk dit al jaren...

Als student verbaasde het me al dat zowel mijn studiegenoten als leerkrachten zo weinig afwisten van wat er zich hierboven allemaal afspeelt. Akkoord, niet iedereen is even sterk geboeid door sterrenkunde en ruimtevaart. Maar men zou, op zijn minst, toch moeten weten hoeveel planeten het zonnestelsel heeft. En welke plaats de Aarde, waarop wij leven, inneemt. Helaas, ook dat blijkt voor velen te moeilijk.

volgens mij het probleem. Want door tijdsgebrek leest men nu eenmaal minder boeken. De dalende boekenverkoop bevestigt dit. Een magazine dan maar ? Tja, zelfs hiervoor moet men al een inspanning leveren, zodat men dit ook al minder en minder doet. Volgens de uitgevers is dit toe te schrijven aan de digitale media. Wat onzin is, gezien ereaders en tablets net zo goed, of misschien zelfs beter, boeken en magazines weergeven.

Het probleem ligt eerder in het volume van het aanbod. Dagelijks worden we overspoeld door allerlei informatie, die niet allemaal zo relevant is. Zo vraag ik me geregeld af wie baat heeft te weten wie afgelopen weekend zijn auto rond een boom heeft geparkeerd, hoe de Kardashians ruiken of welke filmster deze week vreemd is gegaan. Allemaal Dat we, als burgers van dit land, niet eens de informatie. Echter, over enkele weken, provincies kunnen benoemen, weten wie de maanden of jaren weet niemand nog wie de Vlaamse minister-president is of de functie van Kardashians waren. De provineen vakbond kunnen omschrijcies, de vakbonden en zeker ven, versterkt alleen mijn de planeten blijven echter nog vermoeden dat de jongere wel wat langer meegaan. Dus generatie blijkbaar dommer “We are students of lijkt het me nuttig deze toch wordt. Of op zijn minst heel words: we are shut up ietwat beter te kennen... wat minder aandacht heeft in schools, and colleges, voor elementaire basiskennis. and recitation rooms, Feit is dat amateursterrenfor ten or fifteen years, kundigen met moeite nog Maar wat is basiskennis? Uit and come out at last kunnen volgen wat er alleen al een recente studie blijkt dat je with a bag of wind, a in hun vakgebied gebeurt. gemiddeld acht weken nodig memory of words, and Terwijl er tien jaar geleden elk hebt om de basis aan te leren do not know a thing." jaar wel een of andere doorvan gelijk welk onderwerp. Zo braak was op sterrenkundig of duren de fysieke opleiding Ralph W. Emerson ruimtevaartgebied, gebeurt dit voor de Amerikaanse elitenu bijna op wekelijkse basis. eenheid Navy Seals of het Bolsjoi ballet in Moskou en de Zo wordt algemene kennis een steeds grotere astronautentraining voor de Mercury precies verzameling weetjes. Dus is het vermoedelijk acht weken. Wat niet betekent dat je dan zal niet zo dat jongeren dommer worden. Maar uitblinken, maar dat je dan een goede basis door het grote aanbod aan gegevens maken hebt om op voort te bouwen. Het belangze minder onderscheid tussen belangrijke en rijkste aspect in zo'n training is dat men zijn onbelangrijke informatie. Vermoedelijk weten hersenen vertrouwd maakt met een strak ook hun leerkrachten minder goed wat echt werkschema. En intelligentie is hier minder belangrijk is. En gaat men er van uit dat alles belangrijk dan veerkracht en uithoudingstoch via Google te vinden is... Allemaal goed, vermogen. Kortom, je hebt tijd nodig om tot de elektriciteit uit valt. En dan ? vorderingen te maken. En net daarin ligt


Inhoudelijk 04 - Verband tussen (buiten)aards leven en platentektoniek. 07 - Space Night 2013. 09 - Kortnieuws - Sterrenkunde. 10 - Zonnevlekkengroep 1654 doorbreekt de stilte. 11 - Voorbij het absolute nulpunt. 12 - Rubriek - European Southern Observatory (ESO). 14 - Eindelijk wat laadpunten... 15 - Rubriek - Nieuw in de boekenkast - De deeltjesdierentuin. 16 - Rubriek - Astrofoto van de maand. 19 - Kortnieuws - Sterrenkunde. 20 - Rubriek - Lancering in de kijker - Eerste lancering van 2013. 22 - Kameleontische pulsar tart theorie. 24 - OTRAG: 's Werelds eerste commercieel lanceerbedrijf. 29 - Kortnieuws - Ruimtevaart. 30 - Rubriek - Gadget(s) v/d maand. 31 - Rubriek - Lanceeroverzicht van de maand. 32 - De 5 sterkste uitbarstingen van zonnecyclus 24. 34 - Rubriek - Woord van de maand - Georges Achille Van Biesbroeck. 39 - Kortnieuws - Klimatologie. 40 - Rubriek - Space History - Eerste radiopulsar. 42 - Zuid-Korea brengt satelliet in de ruimte. 43 - Proba V op de testbank. 44 - Rubriek - European Space Agency (ESA). 47 - Afwerking planetenpad. 49 - Kortnieuws - Sterrenkunde. 50 - Belg aan het hoofd van HI-SEAS Marssimulatie. 56 - Rubriek - Het AEG nieuws. 59 - Kortnieuws - Sterrenkunde. 60 - Rubriek - Hemelkalender. 65 - Iran stuurt aapje de ruimte in. 66 - Rubriek - APOD - Zonsopgang in de Tycho krater. 69 - Kortnieuws - Ruimtevaart. 70 - Rubriek - Sateria onder de sterren.

Erwin Louagie Kris Christiaens Div. / Redactioneel Joeri De Ro Redactioneel ESO / Rodrigo Alvarez Redactioneel Redactioneel Karel Teuwen Div. /Redactioneel Kris Christiaens ASTRON Kris Christiaens Div. /Redactioneel Patrick Jaecques Kris Christiaens Joeri De Ro Dirk Devlies Div. /Redactioneel Redactioneel Kris Christiaens ESA ESA Patrick Jaecques Div. /Redactioneel Nicky De Munster Redactioneel Marc van der Sluys Redactioneel Kris Christiaens Rolf Jansen Div. / Redactioneel Filip Feys

Informatief Dit digitale magazine, beschikbaar als PDF en Flash bestand, is een non-profit product van de Astro Event Group vzw uit Oostende en heeft tot doel sterrenkunde, klimatologie en ruimtevaart te promoten bij een zo breed mogelijk publiek.

De redactie bestaat uit: Patrick Jaecques (hoofdredacteur en grafisch vormgever), Hendrik De Rycke, Kris Christiaens, Sander Vancanneyt en Joeri De Ro. De vaste rubrieken worden onderhouden door Dirk Devlies, Kris Christiaens, Marc van der Sluys, Filip Feys en Rolf Jansen. Zin om ook een artikel te schrijven en / of rubriek te onderhouden. Contacteer ons dan via redactie@aegvzw.be.

Er is een samenwerkingsverband met diverse websites. Dankzij de steun van de diverse auteurs, de leden en natuurlijk de diverse sponsoren kunnen we deze digitale publicatie gratis verspreiden. Deze digitale publicatie is volledig ontworpen met gratis open-source en / of freeware software zijnde Scribus, Gimp, Foxit Reader, Ink-scape en Paint.net. De 'deadline' ligt steeds vast op de 25e van de maand !

De Astro Event Group vzw, kortweg AEG, is een non-profit sterrenkundige vereniging voor volwassenen uit Oostende die ge誰nteresseerd zijn in sterrenkunde, klimatologie en / of ruimtevaart. Iedereen met passie voor deze boeiende wetenschappelijke takken is er van harte welkom. Van absolute beginner tot ervaren amateursterrenkundige en dit voor een boeiende, leerrijke en vooral gezellige beleving van z'n hobby. Ook wie niet in de ruime omgeving van Oostende woont heeft baat om lid te worden. Want de vereniging staat ook in voor een resem andere realisaties. Van de diverse boeiende websites, tentoonstellingen, voordrachten, uitstappen, de jaarlijkse StarNights en Space Night evenementen tot dit uitvoerige magazine. Kortom, steun onze vereniging en stort vandaag nog 15,00 euro (of meer) op rekening nummer IBAN: BE84 9730 0675 3759 / BIC: ARSPBE22 met vermelding van "lidgeld" alsook uw naam, adres en e-mail. Wij danken u alvast voor uw steun !

Guidestar | 02-2013

De Astro Event Group vzw, noch enige andere persoon die in zijn naam optreedt, is verantwoordelijk voor het gebruik dat zou kunnen worden gemaakt van de informatie in deze digitale publicatie of voor eventuele fouten die er, ondanks de uiterste zorg bij de voorbereiding van de teksten, nog in zouden staan. Tevens heeft de redactie alle nodige moeite gedaan om te

voldoen aan de wettelijke voorschriften inzake auteursrechten en om contact op te nemen met de rechthebbenden. Elke persoon die benadeeld meent te zijn en zijn rechten wil laten gelden wordt verzocht zich bekend te maken. De redactie heeft het recht ingezonden artikels en / of rubrieken te weigeren die niet relevant en / of discriminerend zijn tegen een individu, groep of organisatie. Ook zaken die indruisen tegen de doelstellingen van de vereniging kunnen verwijderd worden. De redactie, onder leiding van de hoofdredacteur, heeft hierbij steeds het laatste woord !

Foto - Deze indringende opname toont een donkere wolk waarin nieuwe sterren ontstaan, met daarnaast een groepje heldere sterren die al uit hun stofrijke stellaire kraamkamer tevoorschijn zijn gekomen. De wolk, die Lupus 3 wordt genoemd, staat op een afstand van ongeveer 600 lichtjaar in het sterrenbeeld Schorpioen. Waarschijnlijk is onze zon meer dan vier miljard jaar geleden in een soortgelijk stervormingsgebied ontstaan. De foto is gemaakt met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla, in het noorden van Chili. Het is de beste opname in zichtbaar licht die ooit van dit vrij onbekende object is gemaakt. Bron: ESO.

003


Hoofdartikel

Erwin Louagie

Verband tussen (buiten)aards leven en platentektoniek Foto - Pangea is het supercontinent dat bestond tijdens het einde van het Perm en het Trias, 250 tot 210 miljoen jaar (Ma) geleden, waaruit alle huidige continenten ontstaan zijn. Pangea werd omgeven door één oceaan, Panthalassa. Pangea was één grote landmassa die op den duur door de platentektoniek opgebroken werd. Bron: Wikipedia.

Voor wie het nog niet wist : elk jaar drijven we 4 cm verder weg van het Amerikaanse vasteland, of beter gezegd de Euraziatische plaat verwijdert zich jaarlijks 4 cm verder van de Noordamerikaanse.

Alfred Wegener bracht in 1915 verschillende argumenten samen in een boek waarin hij aantoonde dat de continenten niet altijd op dezelfde plaats hadden gelegen. En één van de meest in het oog springende argumenten was de manier waarop de continenten in elkaar konden worden gepast. Het Afrikaanse continent schuift bijna naadloos in het Zuid-Amerikaanse. Ook gelijkaardige fossielen gevonden in beide werelddelen staafden zijn hypothese. En de aanwezigheid van buideldieren in Australië én Zuid-Amerika laat vermoeden dat beide continenten ooit aan elkaar vastzaten. De stelling van Alfred Wegener vorige eeuw platentectoniek aanvaard.

continentverschuivingen van leidde in de jaren 60 van de tot de theorie van de en werd pas dan algemeen

Ondertussen weten we dat, sinds het ontstaan van de Aarde, de continenten verschillende keren uit elkaar zijn gebroken en daarna terug een supercontinent hebben gevormd, met tussenposen van een slordige 400 miljoen jaar. Het laatste supercontinent kreeg de naam ‘pangea’.

Guidestar | 02-2013

Wat is de drijfkracht van deze supercontinentcyclus ?

004

Info - Platentektoniek is de wetenschappelijke theorie die zowel de geografische ligging van continenten, oceanen, gebergten en andere structuren in het aardoppervlak verklaart als de geologische structuren in de aardkorst en de plek waar aardbevingen en vulkanisme voorkomen. Volgens de theorie is de lithosfeer (de buitenste, gemiddeld ongeveer 100 km dikke laag in de Aarde) verdeeld in tektonische platen of "schollen", die onafhankelijk van elkaar over het aardoppervlak bewegen. De beweging wordt aangedreven door stromingen in de onderliggende asthenosfeer. Hoewel de asthenosfeer niet vloeibaar is, heeft ze een relatief lage schuifsterkte, waardoor ze op geologische tijdschaal als een vloeistof kan stromen. Bron: wikipedia.

Daar zit het ‘kokende’ hart van onze planeet voor iets tussen. De hitte binnenin de Aarde is de restwarmte van hetgeen vrijkwam bij de gigantische botsingen tussen planetesimalen 4,5 miljard jaar geleden die onze Aarde deden aangroeien tot de grootte die ze nu is. Voeg daarbij de warmte die vrijkomt tijdens het verval van de radio-actieve elementen in de kern en je krijgt een kolkend inferno waarop een gestold broos korstje ligt. In het binnenste ontstaan stromingen zoals in een pot kokend water, convectiecellen genaamd.

Waar de opwaartse krachten sterk genoeg zijn, ontstaan scheuren en borrelt het hete magma naar buiten. Dat gebeurt onder andere ter hoogte van de midatlantische rug tussen Europa en Amerika in de Atlantische oceaan. Daar wordt lava omhooggestuwd, en worden de twee platen uit elkaar geduwd. Nieuwe oceaanbodem wordt op die manier gevormd, zodat de Atlantische oceaan alsmaar groter wordt. Oceaanbodem is lichter dan continentale korst, waardoor aan de andere kant de oceaanbodem onder de continentale

korst duikt. Het materiaal dat, mede door de zwaartekracht, de diepte wordt ingesleurd, smelt en lichtere, silicaatrijke gesteenten gaan bovendrijven. Boven gekomen, stollen ze opnieuw, en door hun lager soortelijk gewicht, nemen ze op den duur niet meer deel aan het subductieproces. Nieuwe ‘lichte’ continentale korst wordt op die manier gevormd. Zo groeien de continenten aan…

Als we vanuit de ruimte onze Aarde 3,5 miljard jaar geleden zouden aanschouwd hebben, zou ze ons verrast hebben : de Aarde was een waterwereld, met een Maan die veel dichter stond en een jonge zon die, als een rode gloed aan de hemel, minder fel scheen…. Hoe en wanneer platentektoniek precies in gang werd getrokken is niet volledig gekend, maar het is een feit dat dit verschijnsel het aanzicht van de wereld heeft veranderd. Zonder platentectoniek zou onze Aarde een waterwereld zijn gebleven….. Maar er is meer dan dat… Het belang van platentektoniek op Aarde : Constante temperatuur

De Aardse temperatuur wordt door een reeks zelfreguleringsmechanismen binnen bepaalde grenzen gehouden, waardoor water op Aarde in vloeibare vorm voorkomt, één van de voorwaarden voor het ontstaan en behoud van leven. En één van die mechanismen is de silicaat-of Urey-cyclus, die het CO2, het voornaamste broeikasgas in onze atmosfeer, constant houdt. Hierbij wordt, door verwering van silicaatgesteenten, CO2 omgezet in carbonaten die dan door microscopische zeediertjes in hun skeletjes worden ingebouwd, onder de vorm van calciumcarbonaat. Bij het afsterven van die beestjes worden hele tapijten van kalkgesteenten afgezet. De rotskusten van Dover zijn daar een mooi voorbeeld van. CO2 opgeslagen in gesteenten (kalkgesteenten, steenkool en aardgas) vertegenwoordigen trouwens ettelijke malen meer CO2, dan het koolzuurgas opgeslagen in de biosfeer, hydrosfeer en atmosfeer samen. Als tijdens (alweer) platentectoniek een oceanische plaat onder een continentale duikt, ontstaat daar vulkanische activiteit waardoor het CO2 teruggegeven wordt aan de atmosfeer. Hoe warmer, hoe vlugger de silicaatcyclus verloopt, en hoe meer CO2 er uit de atmosfeer wordt gehaald.

Hier verder ingaan op al die andere zelfreguleringsmechanismen die de temparatuur op Aarde binnen bepaalde grenzen houdt, zou ons te ver leiden. Toch wil ik er hier nog enkele aanhalen, al was het maar om nogmaals aan te tonen hoe we onze moeder


Guidestar | 02-2013

005


Aarde als een beschouwen.

‘levende’

planeet

mogen

Denken we maar aan het samenspel van wolken en zonneschijn : hoe warmer het wordt, hoe hoger de verdamping en hoe meer wolken, waardoor de temperatuur terug daalt door het afschermen van de Zon. Of aan de fotosynthese door planten : hoe meer zonneschijn, hoe meer zuurstof door planten wordt gevormd, waardoor CO2 als broeikasgas daalt en dus ook de temperatuur. En de redenering kan telkens omgedraaid worden. Het leven zorgt dus zelf ten dele dat de omstandigheden voor haar zelfbehoud ideaal blijven.

leven trouwens tegen de ultraviolette straling die nog niet afgeblokt werd door een ozonlaag, dewelke pas later, ten gevolge zuurstofproductie door fotosynthese, werd gevormd.

Het continent zelf kan verder ingedeeld worden in een kustgebied en een continentaal plat. In de kustgebieden hebben eb en vloed vrij spel, wat een eigen biotoop en biodiversiteit ten goede komt. Dit kustgebied was ook wellicht nodig om de overgang van zee- naar landdieren mogelijk te maken via een amfibievorm. Platentektoniek boetseerde verder het landschap. Gebergten, omhooggeduwde continentdelen, gevormd door botsende platen, creëerden ook daar nieuwe biotopen en bijkomende biodiversiteit. Via ‘mantelpluimen’ of ‘hot spots’ vanuit de allerdiepste regionen van de mantel werden op zee geïsoleerde vulkanische eilanden gevormd (bvb hawai), waarop landdieren vanuit het continent, tenauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt, nu en dan terechtkwamen. Het is op die geïsoleerde eilanden dat die landdieren zich mettertijd verschillend gingen evolueren dan hun soortgenoten op het vasteland. Deze biodiversiteit is een van de reden waarom het complexe leven op Aarde de grote extinctiegolven heeft overleefd. Dankzij platentectoniek dus ! Buitenaards leven

Extreme zuurstof in de atmosfeer kan trouwens op zijn beurt weer aanleiding geven tot spontane bosbranden zoals we dat tijdens bepaalde periodes in de aardse geschiedenis hebben gekend. Hierdoor stijgt terug het CO2broeikasgas. Daardoor werd vermeden dat de Aarde in een diepvrieswereld veranderde. Voorbeelden van zelfregulering zijn legio op onze Aarde, maar laten we het bij platentectoniek houden… Biodiversiteit

Guidestar | 02-2013

Dankzij platentectoniek heeft onze Aarde dus continenten, wat ook betekent dat het nooit tot landdieren zou zijn gekomen indien dat niet het geval was. Bij catastrofale natuurrampen in het verleden, zijn er op die manier twee habitats geweest die mogelijks bescherming hebben geboden. En wellicht zal, afhankelijk van de oorzaak van de natuurramp, het ene milieu een groter voordeel zijn geweest,om te overleven, dan het andere. En hoe meer variëteit in de soorten, en hoe meer biotopen, hoe groter de kans dat het leven en meer bepaald het ‘complex’ leven behouden blijft bij dergelijke calamiteiten, zoals bijvoorbeeld het inslaan van een meteoriet met een diameter van pakweg 10 km. De zee beschermde het prille

006

Foto - Er zijn op Aarde ongeveer negen grote platen en een groot aantal kleinere. De platen bewegen relatief ten opzichte van elkaar (gemiddeld 0,5 tot 8,5 cm per jaar) bij de onderlinge plaatgrenzen. Er zijn drie typen grenzen: convergente (waar platen naar elkaar toe bewegen), divergente (waar platen van elkaar af bewegen) en transforme (waar platen langs elkaar bewegen). Bij een divergente plaatgrens wordt door stolling van magma nieuwe lithosfeer gevormd, dit proces wordt oceanische spreiding genoemd. Bij een convergente plaatgrens zal een van beide platen onder de andere schuiven (subductie). Vanwege de lage dichtheid zal continentale korst in de praktijk niet goed subduceren. Meestal bestaat de subducerende plaat daarom uit oceanische korst. Als twee continenten naar elkaar toe bewegen zal geen van beide platen subduceren, er zal dan een gebergte vormen. Omdat de beweging in de lithosfeer geconcentreerd is langs deze grenzen vinden hier aardbevingen, vulkanisme en de vorming van gebergten en oceanische troggen plaats. Bron: NASA.

Laten we een stapje verder kijken… Heeft buitenaards leven platentectoniek nodig ? Wie de redenering hier begrepen heeft, zal dit wellicht beamen…

Binnen ons zonnestelsel lijkt het duidelijk dat onze Maan en Mercurius te klein zijn, waardoor ze te vlug zijn afgekoeld na hun vorming, om platentectoniek mogelijk te maken. Venus heeft ongeveer dezelfde grootte als onze Aarde, maar vertoont geen sporen van bewegende continentale platen. Als reden wordt gesuggereerd dat aanwezigheid van water als ‘glijmiddel’ voor subductie een must is, en aangezien water niet aanwezig is op venus… Water is echter wel aanwezig op Mars, en er zijn inderdaad serieuze aanwijzingen dat Mars althans tijdelijk een fenomeen, gelijkaardig aan platentectoniek, heeft gekend.

Nogmaals blijkt dat fenomenen zoals platentektoniek wellicht niet louter ‘randverschijnselen’ zijn van een Aarde zoals we die kennen, maar wellicht ook noodzakelijk zijn geweest voor het ontstaan en het behoud van leven !


Artikel

S p a c e N ig h t 2 0 1 3 In tegenstelling tot de vorige editie, die helemaal in het teken stond van sterrenkunde, kiezen de organisatoren ditmaal voor België en ruimtevaart als centraal thema. Bedoeling is om met dit evenement ruimtevaart, aardobservatie en ruimte-onderzoek dichter bij het grote publiek te brengen aan de hand van enkele bijzondere gastsprekers. Tijdens het Space Night 2013 evenement zullen de bezoekers ook kennis kunnen maken met een maquette op ware grootte van de Proba-V aardobservatiesatelliet die in België gebouwd werd en in april moet gelanceerd worden. Gastspreker I: Ir. Jo Bermyn - Proba satellieten (QinetiQ Space)

Jo Bermyn is Marketing Directeur bij QinetiQ Space in Kruibeke. Na zijn ingenieursstudies aan de Hogeschool van Antwerpen startte hij zijn carrière in 1987 bij het toenmalige Verhaert Space. Daar was Jo Bermyn verantwoordelijk voor enkele projecten in verband met microzwaartekracht. Midden de jaren ’90 werd hij verantwoordelijke voor de Bussiness Unit kleine satellieten en werkte hij mee aan de succesvolle realisatie van de eerste ‘made in Belgium’ satellieten Proba 1 en Proba 2 alsook aan de meest krachtige computer voor ruimtevaart beschikbaar in Europa. Jo Bermyn zal op Space Night 2013 een lezing geven over de ‘made in Belgium’ Proba satellieten en over enkele micrograviteitsexperimenten.

Aardobservatie Processen (TAP). Tijdens Space Night 2013 zal Johan Stessens een lezing geven over de in België ontwikkelde toepassingen van aardobservatiesatellieten door satellieten. Gastspreker III: Ir. Kris Capelle - ATV (ESA)

Kris Capelle werkt al sinds 1998 bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Eerst was Kris Capelle werkzaam in het European Space Operations Centre (ESOC) in Darmstadt (D) waar hij Ground Segment Operations Manager was voor de kritische fase van twaalf lanceringen. Hierbij was hij verantwoordelijk voor de coördinatie tussen de grondstations verspreid over de hele wereld. Sinds 2007 werkt Kris Capelle in Toulouse (F) waar hij als Lead Mission Director een leidinggevende functie heeft over de Europese ATV-missies die het internationaal ruimtestation ISS bevoorraden. Voor Space Night 2013 zakt Kris Capelle special af naar Oostende waar hij een lezing zal geven over de Europese ATV-bevoorradingsmodules en de rol van België in dit project.

Foto - Het Automated Transfer Vehicle (ATV) is een robotisch ruimtevaartuig. Het is door de ESA ontworpen om het internationale ruimtestation (ISS) te bevoorraden. De huidige, eerste versie is niet bedoeld om passagiers te vervoeren. Het ATV is in essentie een grote raketmotor met een container er bovenop voor de vracht. Daarnaast bevat het voertuig systemen voor navigatie, communicatie en energievoorziening. Het is ontworpen met het oog op betrouwbaarheid en autonomiteit, niet op snelheid. De vlucht naar het ISS duurt ongeveer drie dagen.

Kris Christiaens

Na het succes van het eerste twee edities van het Space Night evenement organiseert de Astro Event Group vzw, in samenwerking met het Stad Oostende, op zaterdag 16 maart Space Night 2013.

Meer informatie : www.aegvzw.be

Programma Space Night 2013

18u00: Deuren open 18u25: Verwelkoming + informatie AEG 18u30: Gastspreker I: Jo Bermyn (QinetiQ Space) 19u30: Gastspreker II: Johan Stessens (VITO) 20u00: Pauze 20u30: Voorstelling digitaal boek ‘2012 Ruimtevaart Jaaroverzicht’ 20u40: Gastspreker III: Kris Capelle (ESA) 22u00: Slotwoord & drink

Gastspreker II: Dr. Johan Stessens - In België ontwikkelde toepassingen van aardobservatie door satellieten (VITO)

Kort nadat Johan Stessens het VITO vervoegde, werd hij benoemd als unit manager van de business unit Milieurisico en gezondheid. Na een succesvolle heroriëntatie van die business unit, vervoegde hij zich in april 2012 met de business unit Teledetectie en

Guidestar | 02-2013

Johan Stessens is doctor in de landbouweconomische wetenschappen en heeft dertien jaar onderzoekservaring aan de K.U.Leuven. Sinds 2002 werkte hij ook als projectleider ontwikkelingssamenwerking aan het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) waar hij mee evaluatief, beleidsvoorbereidend en beleidsondersteunend werk verrichtte voor de Vlaams en federale overheden, internationale instellingen (WFP, FAO, FIDA, ILO) en NGO’s. Locatie: Conferentiezaal van het stadhuis te Oostende. Vindictievelaan 1 te 8400 Oostende. Inkom onder het uurwerk! Datum & uur: zaterdag 16 maart 2013 – Van 18u00 tot 23u00 uur. Toegang: Gratis!

007


O PhrijvGen EvooLr 3E1 feTbrua!ri In sc


Kortnieuws Als we enkele toonaangevende wetenschappers mogen geloven, zullen astronomen volgend jaar de eerste 'Aarde' buiten ons eigen zonnestelsel ontdekken. Dat werd vandaag meegedeeld aan space.com. Het is van 1995 geleden dat wetenschappers de eerste planeet buiten ons zonnestelsel hebben ontdekt. Sindsdien zijn daar meer dan 800 bijgekomen. Een cataloog van de speciale Kepler-telescoop van de NASA heeft daarbovenop nog meer dan 2.300 potentiële kandidaten aangevlagd. Mikko Tuomi van de Universiteit van Hertfordshire schat 'voorzichtig' dat er in onze Melkweg alleen al 200 miljard sterren kunnen zijn met minstens 50 miljard planeten. Als 1 op 10.000 op onze Aarde gelijkt, komen we op 5.000.000 dergelijke exoplaneten. De eerste gevonden exoplaneten waren hete Jupiter-achtige mastodonten die dicht rondom hun ster draaien. Onbewoonbaar dus. Maar dankzij verbeterde apparatuur en technieken gaven zich ook andere werelden bloot, die ook meer op onze planeet begonnen te lijken. Geciteerd door space.com meent Abel Mendez van de Universiteit van Puerto Rico dat er momenteel negen potentieel levensvatbare planeten zijn, maar geen ervan is klein genoeg om een tweelingbroer van de Aarde te zijn. "Maar ik ben er zeer positief over dat de eerste tweelingbroer van de Aarde volgend jaar wordt ontdekt", beklemtoont de wetenschapper. Ook de vermaarde planetenjager Geoff Marcy van de Universiteit van California houdt zo'n ontdekking in 2013 voor "waarschijnlijk". Zowel Mendez als Marcy denken dat de Kepler van de NASA de vondst zal doen die een zware impact op onze mensheid zal hebben. Bron: AA / 01-01-2013. Een zwarte 'steen' die in 2011 in de Marokkaanse Sahara werd aangetroffen, lijkt een bijzonder stukje Marskorst te zijn. at concluderen Amerikaanse onderzoekers in de online uitgave van het blad Science. Ze hadden al eerder geconstateerd dat de meteoriet, met de naam Northwest Africa (NWA) 7034, veel lijkt op de 110 eerder gevonden meteorieten waarvan wordt gedacht dat ze van Mars komen. Die meteorieten worden ingedeeld in drie groepen: Shergottite, Nakhlite en Chassignite. NWA 7034, ook wel Black Beauty genoemd, is anders dan alle anderen. De eigenschappen van de eerder gevonden meteorieten komen niet overeen met waarnemingen tijdens Marsverkennningen, daarom wordt gedacht dat die uit diepere Marslagen komen. NWA 7034 daarentegen lijkt wel afkomstig van het Marsoppervlak. Met name het hoge watergehalte valt op. Dat zou erop duiden dat de steen in aanraking is geweest met oppervlaktewater. De steen is daarnaast van vulkanische oorsprong, dus mogelijk afkomstig uit een kratermeer. Bron: J. De Vrieze / 04-01-2013. De deeltjesversneller van het Europese onderzoekscentrum CERN in Genève begint in maart aan een twee jaar durende winterslaap. Technici maken de Large Hadron Collider (LHC) in die periode klaar voor een uiterste krachtsinspanning. Die moet leiden tot ontdekkingen waar die van het Higgs-deeltje, van afgelopen zomer, bij verbleekt. Ingenieurs leggen vanaf maart duizenden extra supergeleidende kabels zodat de LHC, nu al de grootste en krachtigste in zijn soort, 'op volle kracht' kan draaien, liet het CERN weten. De wetenschappers van het onderzoekslaboratorium zitten, zolang de deeltjesversneller stilligt, niet gedwongen stil. Er ligt nog een berg onderzoeksgegevens, verzameld na de ontdekking van het Higgs-

deeltje (alias het 'Goddeeltje'), te wachten op analyse. Het bewijs voor het bestaan van het Goddeeltje is het tot dusver grootste succes van de uiterst kostbare Large Hadron Collider. Die werd in 2008 in gebruik genomen om botsingen van protonen teweeg te brengen. Zo hoopt het CERN verschijnselen als donkere materie en antimaterie, en uiteindelijk het ontstaan van het heelal te kunnen verklaren. Bron: Novum / 04-012013.

Het wetenschappelijke kanaal Discovery Science verdwijnt plotseling uit het satellietaanbod van TV Vlaanderen en CanalDigitaal. Het was in de hogere pakketten te ontvangen. Ondanks dat eind vorig jaar Discovery Science nog bij TV Vlaanderen Digitaal in de schijnwerpers stond, is nu bekend geworden dat het kanaalslot wordt ingeruild voor uitzendingen van Animal Planet. Voor de abonnees bij CanalDigitaal en TV Vlaanderen komt de wijziging als een volslagen verrassing. M7 Group S.A. heeft met Discovery Networks Benelux afspraken gemaakt over het aantal kanaalslots dat op de satelliet beschikbaar is. Daarbij gaat het momenteel om een HD-kanaal (Discovery HD Showcase) en TLC (niet beschikbaar in België), Animal Planet (vervangt Discovery Science nu TLC vrijwel alle zendtijd van het oude Animal Planet heeft overgenomen), Discovery ID en Discovery Channel in SD. Discovery Science blijft wel te ontvangen via onder meer een groot aantal aanbieders van digitale televisie via de kabel en glasvezelnetten. 04-01-2013.

Op de koolwaterstofmeren van de grote Saturnusmaan Titan drijven mogelijk ijsschotsen. De meren op Titan, waar de temperatuur 180 graden onder nul bedraagt, bestaan uit vloeibaar methaan. Omdat bevroren methaan een hoger soortelijk gewicht heeft dan vloeibaar methaan, gingen planeetdeskundigen er tot nu toe vanuit dat er geen ijs op de meren zou kunnen drijven. Nader onderzoek wijst echter uit dat er toch ijsschotsen kunnen voorkomen wanneer de temperatuur net onder het vriespunt van methaan ligt, en wanneer er - net als in zeeijs op aarde - een paar procent lucht in het ijs is ingesloten.De dampkring van Titan bestaat voor het overgrote deel uit licht stikstofgas, zodat gasinsluitsels het soortelijk gewicht sterk kunnen reduceren. Of er daadwerkelijk ijs voorkomt op de Titanmeren zal in de toekomst mogelijk achterhaald kunnen worden door het radarinstrument van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini: de radarhelderheid van de meren zou dan in de loop van de Titanseizoenen moeten variëren. Bron: NU / 09-01-2013.

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

De verwoestende droogte en recordtemperaturen die de VS teisteren, doen steeds meer Amerikanen opwarmen voor het idee van klimaatverandering. Zelfs klimaatsceptici beginnen overstag te gaan." Dit excerpt uit De Tijd toont aan dat bepaalde weerfenomenen het publiek zeer vatbaar maken voor het klimaatdebat, zeker als die ook het dagelijks leven gaan beïnvloeden, zoals bijvoorbeeld de vele mislukte oogsten en dus toenemende voedselprijzen...

Datum - Vrijdag 01 februari 2013. 20.30 uur t/m 22.30 uur. Toegang: GRATIS. Locatie - Forum zaal in de Openbare Bibliotheek Kris Lambert. Wellingtonstraat 7 te 8400 Oostende.

Guidestar | 02-2013

Voordracht : Klimaatsverandering door Matthias Demuzere (KULeuven)

009


Artikel

Joeri De Ro

Zonnevlekkengroep 1654 d o o r b r e e k t d e st i l t e Foto - De zonnewind is een stroom van geladen deeltjes die ontsnappen van het oppervlak van de Zon. Door de grote hitte van een miljoen kelvin in de corona krijgen protonen en elektronen een gemiddelde snelheid van 145 km/s. Een aantal van die deeltjes heeft een snelheid hoog genoeg om de ontsnappingssnelheid van 618 km/s te overschrijden. De Zon verliest per jaar op deze manier zo'n 60 exagram (60 × 1015kg) aan materiaal, wat in de 4,6 miljard jaar van haar bestaan overeenkomt met ongeveer 0,01 procent van haar totale massa. De zonnewind bevat protonen, elektronen, alfadeeltjes en een kleine fractie hooggeladen ionen (C, N, O, Ne,..). Deze passeren de Aarde met een gemiddelde snelheid van zo'n 450 km/s.

Al een lange tijd vertoonde de Zon zeer weinig activiteit. Dat is echter vreemd aangezien we dit jaar het zonnevlekkenmaximum zouden moeten bereiken. Dit tekort aan zonneactiviteit werd echter in de tweede week van januari doorbroken door de komst van een uitgestrekte, actieve regio (AR1654 genummerd).

Meer informatie : www.poollicht.be

Guidestar | 02-2013

Deze regio produceert niet enkel M-klasse uitbarstingen, maar draait ook naar een positie waar de vlek uitbarstingen kan produceren waarbij CME's (Coronale Massa Uitstoot) richting de Aarde zouden kunnen worden afgevuurd. Deze actieve regio kan dan voor onze streken misschien wel zorgen voor het zeldzame poollicht.

010

Wetenschappers die de Zon in de gaten houden, werden eerst verrast door een Mklasse uitbarsting die niet afkomstig was van regio AR1654, maar van zonnevlekkengroep 1652. Terwijl men deze zonnevlekkengroep opvolgde, begon plots de röntgenflux van onze ster lichtjes te stijgen richting C-klasse. Zonnevlammen worden ingedeeld in vijf klassen (A, B, C, M en X) waarbij elke klasse tienmaal sterker is dan de vorige. Zo is bijvoorbeeld een M1-klasse uitbarsting precies tien maal sterker dan een C1-klasse uitbarsting. Vanaf klasse C spreekt men dan ook van matige zonneactiviteit. Wanneer klasse M of hoger (X) voorkomt, spreekt men uiteindelijk van hoge zonneactiviteit. Terwijl de röntgenflux steeg, kwam achter de oostelijke rand van de zonneschijf een zeer uitgestrekte zonnevlekkengroep voor waarvan, 1 à 2 dagen na zijn verschijning al een duidelijke, een complexe polariteitsmix kon worden waargenomen. In de meeste gevallen wijst dit op een regio waarbij de kans op M-klasse uitbarstingen groot is.

Op 11 januari 2013 werden door deze regio uiteindelijk twee M-klasse uitbarstingen waargenomen waarvan de eerste in de ochtend plaatsvond en de tweede in de namiddag. Ondertussen is de regio nog steeds aan het groeien en komt deze dichter bij het centrum van de kant van de Zon die wij kunnen zien. Dit houdt in dat wanneer de zonnevlekkengroep een sterke uitbarsting produceert, waarbij een grote CME vrijkomt, deze deels richting Aarde zal worden afgevuurd. Wanneer de condities van het IMF (interplanetair magnetisch veld van de Aarde) en het tijdstip van de aankomst van de CME gunstig zijn, zou dit voor onze streken poollicht kunnen opleveren. U kan de zonneactiviteit ook 'live' volgen op onze gespecialiseerde AEG poollicht website !


Artikel

Voorbij het absolute nulpunt Voor het eerst zijn natuurkundigen erin geslaagd gasatomen te koelen tot onder het absolute nulpunt. Daarmee hebben ze bewezen dat negatieve temperaturen in de praktijk mogelijk zijn.

Wij zijn bij onze gebruikelijke temperatuursschaal wel gewend aan negatieve getallen (bijvoorbeeld -3°C). Het alternatief, de kelvinschaal, is een ander geval. Deze begint bij de ‘absoluut’ laagste temperatuur, 0 kelvin (-273,15°C). Op het nulpunt staan alle deeltjes in een gas helemaal stil. Omdat de beweging van deeltjes gerelateerd is aan temperatuur, zou niets kouder kunnen zijn dan 0 kelvin. Die bewering houdt echter geen stand, omdat temperatuur ook afhankelijk is van de manier waarop de energie bij de deeltjes is verdeeld.

Deze theorie is al in 2005 opgesteld door de Nederlandse fysicus Allard Mosk, maar wetenschappers van de universiteit van München slaagden er nu in de negatieve temperatuur ook daadwerkelijk in het lab te maken. Ze plaatsen zo’n honderdduizend kaliumatomen, met een temperatuur net boven de 0 kelvin, in een vacuüm. Vervolgens gebruikten ze lasers om de deeltjes energie te geven. De atomen werden zo plots bovenop de helling gezet. Als een deeltje eenmaal bovenaan lag, kon hij niet meer naar beneden ‘rollen’. Daarvoor is namelijk bewegingsenergie nodig is, en omdat het systeem in een vacuüm zat, kon het deeltje deze energie nergens vandaan halen. Hij bleef dus op zijn plaats.

Redactioneel

Natuurkundigen zijn erin geslaagd atomen tot onder het absolute nulpunt te koelen. De prestatie werpt mogelijk een nieuw licht op de mysterieuze donkere materie in het heelal.

Foto - Om temperaturen aan te geven in een getal zijn een aantal verschillende temperatuurschalen in gebruik. In Europa wordt vooral de temperatuurschaal van Celsius gebruikt; in Engelstalige landen die van Fahrenheit; en in de wetenschap de absolute temperatuurschaal die naar Lord Kelvin is genoemd. De kelvin, afgekort als K (hoofdletter), is de voorgeschreven SI-basiseenheid en wordt ook wel absolute temperatuur genoemd. Daarnaast bestaan nog de Delisle, Newton, Rankine, Réaumur en de Rømer. Bron: Wikipedia.

Je kunt je zo’n energieverdeling voorstellen als een helling. Deeltjes met veel energie liggen hoog op de helling, terwijl laag-energetische deeltjes zich onderaan bevinden. Rond het absolute nulpunt hebben alle deeltjes een minimale energie. Ze liggen dan als groepje aan de voet van de helling. Als de temperatuur stijgt, neemt de energie toe. Niet elk deeltje heeft dan evenveel energie. Het resultaat: deeltjes liggen her en der op de helling, op verschillende hoogten. Het geheel ziet er dan meer chaotisch uit dan toen de deeltjes nog netjes bijeen lagen in het dal. Hoe meer energie je toevoegt, hoe meer de deeltjes zich verdelen op de helling. Bij de maximale mogelijke temperatuur liggen de deeltjes met een optimale spreiding op de helling. De dip onder de nul

Op het moment dat de maximumtemperatuur wordt gepasseerd, vertoont de natuurkunde vreemde sprongen. Eerst neemt bij toenemende energie de temperatuur toe, en daarmee de verdeeldheid van de deeltjes op de helling. Na de maximumtemperatuur vindt echter opeens een omslag plaats: meer energie betekent minder verdeeldheid. En dat is alleen mogelijk als er een negatieve temperatuur in het spel is. Alle deeltjes aan de top van de helling betekent dus een dip onder het nulpunt.

Door de hele groep deeltjes plotsklaps op de helling te tillen, waren negatieve temperaturen een feit. ‘We bereikte temperaturen tot min één nanokelvin’, verklaart medeonderzoeker Ulrich Schneider aan LiveScience. Een nanokelvin is een miljardste van een graad.

Omdat een negatieve temperatuur gepaard gaat met een negatieve druk, vermoedt het Duitse onderzoeksteam een verband tussen negatieve temperaturen en donkere energie. Deze energie is de nog onverklaarde motor die zorgt dat het heelal versneld uitdijt. Voor een versnelde groei is een negatieve druk essentieel. Schneider overlegt momenteel samen met kosmologen of er misschien een parallel bestaat tussen donkere energie en negatieve temperaturen.

Guidestar | 02-2013

Ook op dat moment kun je nog steeds energie in het systeem blijven pompen, maar de temperatuur kan niet meer stijgen. Wel dwing je de deeltjes weer in beweging. Omdat ze niet verder uiteen kunnen, moeten ze wel dichter bijeen kruipen. Uiteindelijk vormen ze ook nu één groep, maar juist aan de top van de helling, in plaats van in het dal.

011


Rubriek - European Southern Observatory

Rodrigo Alvarez

A L M A w a a r n e m in g e n v a n

Info - De Europese Zuidelijke Sterrenwacht is een Europese organisatie die zich bezighoudt met astronomisch onderzoek. Het hoofdkantoor is gevestigd in Garching, nabij München. De ESO beheert twee sterrenwachten in Chili, een op La Silla, ten oosten van La Serena, de ander op Paranal, ten zuiden van Antofagasta. Op Paranal bevindt zich de Very Large Telescope (VLT). Op dit moment wordt een derde faciliteit gebouwd op de hoogvlakte van Chajnantor, op 5000 m hoogte, in de buurt van San Pedro de Atacama, waar de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) zal verrijzen. Meer informatie :

Guidestar | 02-2013

eson-belgium@eso.org

012

Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) een cruciaal stadium in de geboorte van reuzenplaneten waargenomen: enorme gasstromen die een leemte in de materieschijf rond een jonge ster overbruggen. Vermoed wordt dat zulke stromen, die nog nooit eerder rechtstreeks zijn waargenomen, worden veroorzaakt door grote planeten die aangroeien door gas uit hun omgeving op te slokken. Dit resultaat wordt op 2 januari 2013 gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Het internationale team van astronomen onderzocht de jonge ster HD 142527, meer dan 450 lichtjaar van de aarde, die omringd is door een schijf van gas en kosmisch stof – het restant van de wolk waaruit de ster is ontstaan. De stofschijf is verdeeld in een binnen- en een buitendeel, die door een lege zone van elkaar gescheiden zijn. Vermoed wordt dat deze leemte is schoongeveegd door pas gevormde reuzenplaneten die om de ster cirkelen.

Het binnenste deel van de schijf heeft een omtrek die overeenkomt met de omloopbaan van Saturnus in ons eigen zonnestelsel. Het buitenste deel begint op een veertien keer zo grote afstand van de ster. Die ‘buitenschijf’ omringt de ster niet volledig: hij heeft de vorm van een hoefijzer, vermoedelijk door de zwaartekrachtsinvloed van de reuzenplaneten. Volgens de theorie danken reuzenplaneten hun groei aan het invangen van gas uit de buitenschijf. Dat gebeurt in stromen die de leemte in de schijf overbruggen. ‘Astronomen hebben voorspeld dat zulke stromen moeten bestaan, maar dit is voor het eerst dat we ze rechtstreeks hebben kunnen waarnemen,’ zegt Simon Casassus (Universidad de Chile, Chili), die het nieuwe onderzoek leidde. ‘Dankzij de nieuwe ALMAtelescoop hebben we directe waarnemingen kunnen doen die licht werpen op de huidige theorieën omtrent de vorming van planeten!’

Casassus en zijn team gebruikten ALMA om, gedetailleerder dan met eerdere telescopen van dit type mogelijk was, het gas en stof rond de ster te bekijken. ALMA, die straling van submillimeter-golflengten detecteert, is ongevoelig voor de gloed van de ster, waar zichtbaarlicht- en infraroodtelescopen hinder van ondervinden. Het bestaan van de leemte in de stofschijf was al bekend, maar nu hebben de astronomen ontdekt dat er in die lege zone ijl gas is achtergebleven en dat er op twee plaatsen dichter gas van de buitenschijf naar de binnenschijf stroomt. ‘We denken dat er in beide stromen een reuzenplaneet schuilgaat, die tevens de oorzaak van de gasstroom is. Deze planeten groeien door een deel van het gas van de buitenschijf te bemachtigen. Maar het zijn nogal slordige eters: een deel van het gas schiet zijn doel voorbij en komt in de binnenschijf terecht,’ zegt teamlid Sebastián Pérez (ook Universidad de Chile).

De waarnemingen beantwoorden ook een ander vraagstuk omtrent de schijf rond HD 142527. Omdat de centrale ster nog steeds aangroeit door materie uit de binnenschijf in te vangen, zou dit deel van de schijf allang verorberd zijn als het niet op de een of andere manier was aangevuld. Het team heeft ontdekt dat er precies voldoende restgas naar de binnenschijf stroomt om deze aan te vullen en de groeiende ster te voeden. Een andere primeur is de detectie van het ijle gas in het lege tussengebied. ‘Astronomen hebben lang naar dit gas gezocht, maar tot nu toe hadden we alleen indirect bewijs voor het bestaan ervan. Met ALMA hebben we dit gas nu rechtstreeks waargenomen,’ aldus de uitleg van Gerrit van der Plas, een ander teamlid van de Universidad de Chile. Ook dit overgebleven gas vormt een bewijs dat de gasstromen door reuzenplaneten worden veroorzaakt, en niet door nog grotere objecten, zoals een begeleidende ster. ‘Een


n de gasstromen rond HD tweede ster zou helemaal geen gas in de lege zone hebben achtergelaten. Door de hoeveelheid achtergebleven gas te onderzoeken, kunnen we wellicht de massa’s bepalen van de objecten die het gas hebben geruimd,’ vult Pérez aan.

En de planeten zelf? Casassus legt uit dat het feit dat zijn team deze niet rechtstreeks heeft kunnen detecteren, hem niet verrast. ‘We hebben met geavanceerde infraroodinstrumenten op andere telescopen naar de planeten gezocht. Maar we verwachten dat deze planeten-in-wording nog diep in de vrijwel ondoorzichtige gasstromen ingebed zijn. Daarom lijkt de kans klein dat zij rechtstreeks kunnen worden waargenomen.’

Het onderzoeksteam bestaat uit S. Casassus

De Atacama Large Millimeter / submillimeter Array (ALMA), een internationale astronomische faciliteit, is een samenwerkingsverband van Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië, met steun van de republiek Chili. ALMA wordt in Europa gefinancierd door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), in NoordAmerika door de National Science Foundation (NSF) van de VS in samenwerking met de National Research Council van Canada (NRC) en de National Science Council van Taiwan (NSC), en in Oost-Azië door de National Institutes of Natural Sciences (NINS) van Japan in samenwerking met de Academia Sinica (AS) in Taiwan. De bouw en het beheer van ALMA worden namens Europa geleid door ESO, namens Noord-Amerika door het National Radio Astronomy Observatory (NRAO), bestuurd door de Associated Universities, Inc. (AUI), en namens Oost-Azië door het National Astronomical Observatory of Japan (NAOJ). De overkoepelende leiding en het toezicht op bouw, ingebruikname en beheer van ALMA is in handen van het Joint ALMA Observatory (JAO).

Foto - Deze artist’s impression toont de schijf van gas en stof rond de jonge ster HD 142527. Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) enorme gasstromen waargenomen die de leemte in de schijf overbruggen. Vermoed wordt dat zulke stromen, die nog nooit eerder rechtstreeks zijn waargenomen, worden veroorzaakt door reuzenplaneten die aangroeien door gas uit hun omgeving op te slokken. Bron: ESO.

Foto - Bij waarnemingen met de Atacama Large Millimeter / submillimeter Array (ALMA) van de schijf van gas en stof rond de jonge ster HD 142527 zijn enorme gasstromen ontdekt die de leemte in de schijf overbruggen. Dit zijn de eerste rechtstreekse waarnemingen van deze stromen, die vermoedelijk worden veroorzaakt door reuzenplaneten die aangroeien door gas uit hun omgeving op te slokken Met kleuren zijn aangegeven: het stof in de buitenschijf (rood), het dichte gas van de gasstromen in de leemte van de schijf en van de buitenschijf (groen) en het diffuse gas in de centrale leemte (blauw). Van rechts en van linksboven stroomt gas vanuit de buitenschijf naar het heldere centrum. Het dichte gas dat is waargenomen is HCO+, het diffuse gas is CO. De buitenschijf heeft een middellijn van ongeveer twee lichtdagen. Als dit ons zonnestelsel was, zou de ruimtesonde Voyager 1 – het verst van de aarde verwijderde, door de mens gemaakte object – zich ongeveer aan de binnenste rand van de buitenschijf bevinden. Bron: ESO.

Guidestar | 02-2013

Toch willen de astronomen, middels verder onderzoek van de gasstromen en het ijle gas, proberen om meer te weten komen over de vermoedelijke planeten. De ALMA-telescoop is nog in aanbouw en nog niet op volle sterkte. Als hij klaar is, zullen zijn beelden nog scherper zijn, en zullen nieuwe waarnemingen van de gasstromen de astronomen wellicht in staat stellen om de eigenschappen van de planeten, met inbegrip van hun massa’s, te bepalen.

(Universidad de Chile, Chili; Millennium Nucleus for Protoplanetary Disks – Ministerie van Economische Zaken van Chili), G. van der Plas (Universidad de Chile), S. Pérez M. (Universidad de Chile), W.R.F. Dent (Joint ALMA Observatory, Chili; European Southern Observatory, Chili), E. Fomalont (NRAO, VS), J. Hagelberg (Observatoire de Genève, Zwitserland), A. Hales (Joint ALMA Observatory; NRAO), A. Jordán (Pontificia Universidad Católica de Chile, Chili), D. Mawet (European Southern Observatory), F. Ménard (CNRS/INSU, Frankrijk; Universidad de Chile; CNRS/UJF Grenoble, Frankrijk), A. Wootten (NRAO), D. Wilner (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, VS), A.M. Hughes (U. C. Berkeley, VS), M.R. Schreiber (Universidad Valparaiso, Chili), J.H. Girard (European Southern Observatory), B. Ercolano (Ludwig-MaximilliansUniversität, Duitsland), H. Canovas (Universidad Valparaiso), P.E. Román (Universidad de Chile), V. Salinas (Universidad de Chile).

013


Artikel

Redactioneel

Eindelijk wat laadpunten... De Europese Commissie wil dat BelgiĂŤ tegen eind 2020 over zo'n 21.000 laadpunten voor elektrische voertuigen beschikt. Dat blijkt uit een batterij maatregelen die de Europese Commissie heeft gepresenteerd om de ontwikkeling van schone brandstoffen te ondersteunen.

Brussel en de Vrije Universiteit Brussel, gesteund door het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) Vlaanderen. Kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter vormen volgens het onderzoeksproject een interessant alternatief voor zonnepanelen. Voor KMO's zou de terugverdientijd voor een kleine windturbine een tiental jaar zijn voor een locatie met goede windomstandigheden. Met steunmaatregelen zoals de ecologiepremie zijn kleine windturbines voor ondernemingen rendabel, tenminste als een geschikte turbine wordt gekozen en als ze geplaatst worden op een goede locatie. Computersimulaties van de windomstandigheden, eventueel aangevuld met windmetingen, geven een betrouwbaar beeld over een locatie.

BelgiĂŤ telde in 2011 niet meer dan 188 laadpunten voor elektrische voertuigen. Dat aantal moet volgens de Commissie binnen zeven jaar opgetrokken worden tot liefst 21.000, waarvan er minstens tien procent publiek toegankelijk moeten zijn. Ook de andere EU-lidstaten moeten aan de bak. De Commissie wil dat er de komende jaren honderdduizenden laadpunten bijkomen op Europees grondgebied.

Guidestar | 02-2013

Die moeten ook allemaal dezelfde type stekker hebben, het type 2. De toename van het aantal laadpunten moet bedrijven ertoe aanzetten om grotere aantallen elektrische auto's te produceren tegen lagere prijzen.

014

Voor het project werd een overzicht opgesteld van windturbines met een nominaal vermogen kleiner dan 100 kW. Voor meer dan 700 turbines werden basisgegevens zoals kostprijs en geschatte jaarlijkse productie verzameld.

"Er is een enorme spreiding in het rendement van kleine windturbines, wat typisch is voor een jonge markt die nog ver staat van maturiteit. De beste kleine windturbines werken prima, maar er is erg veel kaf tussen het koren", aldus de onderzoekers. De nood aan testvelden en een vorm van certificering voor kleine windturbines is dan ook een van de aanbevelingen van dit project.

De Commissie zet ook in op vloeibaar gas. De komende jaren moeten alle grotere havens uitgerust worden met vaste of mobiele tankstations voor vloeibaar aardgas. Op de grote Europese verkeersassen moeten vrachtwagens om de 400 kilometer vloeibaar gas kunnen tanken. Auto's moeten om de 150 kilometer bediend kunnen worden met gecomprimeerd aardgas.

De maatregelen moeten het Europese transport minder afhankelijk maken van olie. De ontwikkeling van alternatieven wordt vooralsnog afgeremd door een vicieuze cirkel. Er worden geen tankstations gebouwd omdat er niet genoeg voertuigen zijn. De voertuigen zijn dan weer te duur omdat er onvoldoende vraag is. Lagere prijzen en voldoende tankstations moeten de consument over de streep trekken.

Daarenboven is recent gebleken dat kleine windturbines, als de plaatsing zorgvuldig gebeurd, bijna even rendabel zijn als zonnepanelen. Dat is de conclusie van een recent onderzoeksproject aan de Erasmushogeschool

Vlaanderen heeft reeds een Windplan, maar dat geeft enkel windsnelheden weer op 75 m hoogte, waardoor de resultaten van dat Windplan niet rechtstreeks gebruikt kunnen worden voor kleine windturbines.

Dit betekent dat wie in de nabije toekomst een elektrisch voertuig aan koopt, deze wellicht zelf thuis kan voorzien van energie. Verkregen door de eigen zonnepanelen en / of windmolens. Daarenboven wordt de actieradius van elektrische steeds groter waardoor we minder afhankelijk worden van externe laadpunten.


Rubriek

Nieuw in de boekenkast... Elke maand stellen wij u een digitaal of traditioneel klassiek papieren boek voor dat beslist uw aandacht verdiend zoals... Door Jean-Paul Keulen

Wat Bas Haring voor de evolutietheorie heeft gedaan, doet Jean-Paul Keulen voor de deeltjesfysica. Kranten en nieuwswebsites plaatsen vaak berichten over de nieuwste bevindingen in de deeltjesfysica. Maar na het lezen van een dergelijk artikel zullen de meeste mensen nog steeds geen duidelijk beeld hebben van de inhoud. Ja, het nieuws is belangrijk genoeg voor de voorpagina, maar waarom is het nu precies zo belangrijk?

Jean-Paul Keulen heeft met De deeltjesdierentuin een praktische, heldere inleiding geschreven over de veelbesproken deeltjes. Als een gids neemt hij de lezer mee langs de vondsten van de wetenschappers. Eerst de basis: de atomen, moleculen, neutronen en dergelijke figuren. Als we daarmee vertrouwd zijn, gaan we naar de volgende diersoort. Aan de hand van de boeiende verhalen leidt Keulen de lezer zo langs de quarks, de leptonen, de antideeltjes, het Higgsdeeltje en de quasideeltjes. Het is net een echte dierentuin, waar bij de ene kooi meer is te zien dan bij de ander. Na de rondleiding heeft de lezer een goed beeld van alle diersoorten. Of beter gezegd: heeft de lezer een beeld van welke deeltjes de wetenschap nu op het spoor is. Want wellicht is er nog veel meer te ontdekken. 50 inzichten - Aarde

Alles wat zich op, boven en binnen de planeet aarde afspeelt. Dit nieuwste deel in de reeks '50 inzichten' geeft een uitstekend toegankelijk overzicht van de enige plaats in het heelal waarvan we zeker weten dat er leven voorkomt. De auteur, een ervaren wetenschapspopularisator voor radio en televisie, behandelt alle natuurlijke aspecten en processen van onze planeet: klimaat, oceanen, luchtstromingen, de elementen, platentektoniek, fossielen en evolutie, vulkanisme, de zeespiegelstijging en het uiteindelijke lot van de aarde in de verre toekomst. Een uitmuntende reeks, dat toch wel een aparte plaats inneemt in de persoonlijke

Eveneens recent uitgekomen : Stephen Hawking - Leven en werk door Kitty Ferguson, Aan de knoppen van het klimaat door Bert Amesz, Fermi door De Maria Michelangelo, Het zonnestelsel door Marcus Chown, Sterren & planeten door Erwin van Ballegoij, Sterrengids 2013 door De Koepel, Higgs door Luc Hendriks, Venus achterna door Wulf Andrea en Universum uit het niets door Kraus L.

Meer informatie : redactie@aegvzw.be

Guidestar | 02-2013

Door Martin Redfern

Info - Zin om een door ons aangeleverd sterrenkundig en / of ruimtevaartgericht boek te lezen en kort te bespreken ? Neem dan contact op met onze reactie...

Redactioneel

De deeltjesdierentuin

bibliotheek. Net als met de voorgaande nummers van deze reeks krijgen we een toegankelijke en heldere benadering van een domein dat niet steeds even evident is voor de doorsnee burger die niet steeds een zware academische vorming heeft. Zo kan je doorheen leesbare teksten een vijftigtal invalshoeken krijgen die je meer dan de essentie weet te brengen van bvb. de filosofie, de wiskunde, de natuurkunde... Deze keer : de aarde. En het is wel degelijk weer een toppertje want we ontdekken via verschillende invalshoeken diverse belangrijke gegevens, omstandigheden, fenomenen die te maken hebben met de natuur en de mens op deze aarde. Orkanen, stormen, ozonlagen, de toekomst van deze planeet, het ontstaan en de ontwikkeling... de meest diverse en interessante gegevens worden steeds op een bevattelijke, heldere en toegankelijke wijze beschreven op nauwelijks vier bladzijden. Het geeft een eerste ontmoeting en een uitnodiging tot verdieping van deze onderwerpen doorheen een leuke benadering van de basisgegevens die eigen zijn aan (natuur-)fenomenen die plaatsvonden en -vinden op onze planeet. Op een boeiende wijze wordt dit ingebouwd in toegankelijke teksten die door iedereen leesbaar en begrijpbaar zijn, en die wel degelijk een passionele kennismaking kan zijn met de aarde. Een meer rationele benadering doorheen de beschrijvingen van fysische wetten en –theorieën, die we vaak maar van ver kennen, en hier op een toegankelijke wijze worden beschreven door de auteur. Waar je niet spontaan zou aan beginnen, wordt hier een leuke lectuur die je op een heldere wijze duidelijk maken wat deze fysica kan vatten en beschrijven en welke technieken hierachter schuilen. Een toegang tot een wereld van specialisten voor dummies. Het is een absolute aanrader voor wie op een toegankelijke wijze wil kennis maken met deze wereld van moeilijk te vatten kennis… Staffe toebak om zo'n kennis te kunnen vertalen tot begrijpbare lectuur. Hoedje af, en we kunnen enkel maar hopen dat dit het begin is van een ruimere reeks…

015


Rubriek

Guidestar | 02-2013

Astrofoto van de maand

016

Info - Karel Teuwen is geboren in Antwerpen (1951) maar woont heden in Turnhout. Net zoals bij zo velen is hij in z'n jeugd bezeten geraakt door sterrenkunde. Op z'n 15e werkte hij als jobstudent om zo aan de benodigde centen te geraken voor de aankoop van een 76 mm refractor. Later werd er gespaard voor een C8 gevolgd door een C14. En daar bleef het niet bij... Meer informatie : www.karelteuwen.be

De indrukwekkende Vdb 141 (Ghost nebula) in Cepheus. Vastgelegd met een 40 cm f3.75 Newton telescoop en als detector een FLI ML16803 met CFW-5-7. Als filter gebruikte hij een Astrodon Gen2 Tru-Balance E-series LRGB. In totaal werd er 380 minuten belicht samen met R: 195 minuten, G: 190 minuten en B:190 minuten. En dat gedurende zes dagen van 11 t/m 17 augustus 2012 in de Verclause (Frankrijk). Voor z'n reizen naar Zuid-Frankrijk gebruikt hij overigens vaak een TMB152 op een 10 Micron GM2000QCI en SBIG STL1000 CCD camera. Enkele jaren geleden kwam Karel in contact met een Franse grootgrondbezitter die hem voorstelde om er een koepel op te plaatsen. Samen met collega Daniel Marquardt, een Duitse vriend, besloten ze hierop in te gaan en in de zomer van 2008 werd van hieruit de eerste opname gemaakt.


Wat is een reflectienevel ?

Een voorbeeld van een reflectienevel is te zien rond de sterren van het Zevengesternte, beter bekend als de Pleiaden (M45). De Pleiaden is een open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier (Taurus). De sterrenhoop bevindt zich op ongeveer 440 lichtjaren van de aarde. Met het blote oog ziet men in een stedelijke omgeving 5 of 6 sterren, maar in een volledig donkere omgeving zijn met scherpe ogen wel 9 of 10 sterren zichtbaar; door een verrekijker of telescoop - afhankelijk van de sterkte - zelfs

Guidestar | 02-2013

Een reflectienevel is een diffuse nevel die aan de hemel zichtbaar is doordat het aanwezige gas en stof in de nevel door sterren in de buurt wordt gereflecteerd. Deze verlichting kan gebeuren door jonge sterren die net uit het gas en stof van de nevel zijn ontstaan.

tientallen tot honderden. De afstand tot de Pleiaden werd door astronomen oorspronkelijk geschat op ongeveer 408 lichtjaar totdat de ruimtesonde Hipparcos de parallax van de sterren van de groep bepaalde en daarmee de afstand op 380 lichtjaar vaststelde. Deze waarde stemde echter niet overeen met de relatief zwakke helderheid van de sterren. Latere waarnemingen van onder andere de Hubble Space Telescope hebben dan ook aangetoond dat de waarde van Hipparcos systematisch fout was. De modernste parallaxmetingen geven een afstand van rond de 440 lichtjaar. De sterrenhoop heeft een afmeting van zo'n 12 lichtjaar en bevat minstens 500 sterren waarvan er enkele tientallen tot ĂŠĂŠn Ă  twee honderd met een amateurtelescoop te zien zijn. De helderste sterren zijn van type B. Wellicht een kwart van de sterren in de Pleiaden zijn echter bruine dwergen.

017


Kortnieuws Als de Melkweg dubbelsterren verstoort, slingeren sommige sterren hun bijhorende planeten onverbiddelijk de leegte van het heelal in. Planetenstelsels bij ver uiteen staande dubbelsterren raken vaak verstoord door veranderingen in de sterbanen. Deze ontdekking publiceerde een internationaal team van astronomen op 6 januari in Nature. De meeste sterren komen voor in tweetallen, die constant om elkaar heen draaien. Om beide sterren kunnen planeten voorkomen. Uit simulaties blijkt nu echter dat deze planeten soms ernstig verstoord raken door de buurster. ‘Een ster die op grote afstand van zijn metgezel draait, kan gemakkelijk verstoord raken door bijvoorbeeld de bewegingen in de Melkweg’, meldt onderzoeksleider Nathan Kaib in een persverklaring. Daardoor verandert de baan van de verstoorde ster geleidelijk van een keurige cirkelbaan tot een nauwe ellips. Wanneer dat het geval is, komt de ster per omloop één keer wel erg dicht bij zijn buurster. Planeten die om de genaderde ster draaien, krijgen op dat moment de plotse aantrekkingskracht van de passerende ster te verduren. De zwaartekracht trekt ze uit hun stabiele baan, waardoor de planeten verspreid kunnen raken of zelfs volledig uit hun baan vliegen. Volgens de onderzoekers komt dit regelmatig voor. ‘Als de dubbelster maar lang genoeg bestaat zal er vanzelf een nauwe ellipsbaan ontstaan’, aldus Kaib. In zijn simulaties voegde hij een denkbeeldige buurster toe aan de zon. Hij zag dat in de helft van de gevallen deze ster een van de vier grootste planeten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) in de leegte katapulteerde. Observaties van exoplaneten lijken de theorie te bevestigen. ‘We zien dat planeetbanen die voorkomen in een dubbelstersysteem minder cirkelvormig zijn dan die van planeten rondom alleenstaande sterren’, meldt de Canadese astronoom Martin Duncan. Mogelijk zijn deze verstoorde planeten de enige overlevenden nadat een passerende buurster andere planeten uit hun baan gooide. Bron: AA / 0701-2013. Nieuwe Hubble-waarnemingen van de ster Fomalhaut wijzen uit dat de planeet die bij deze ster is ontdekt afstevent op een ontmoeting met kleine komeetachtige objecten. Fomalhaut b werd in 2004 en 2006 voor het eerst waargenomen door Hubble als een zwak, bewegend lichtstipje binnen de ijs-, gruis- en stofschijf waardoor de ster op grote afstand wordt omgeven. Inmiddels zijn ook in 2010 en in 2012 metingen aan de planeet verricht, waardoor de baan nauwkeuriger kon worden bepaald. Het blijkt dat Fomalhaut b in een zeer excentrische omloopbaan beweegt met een omlooptijd van ongeveer 2000 jaar. De verwachting is dat de planeet over ongeveer twintig jaar de 'puinschijf' rond de ster begint binnen te dringen. Aangezien die schijf tal van komeetachtige objecten bevat, is het mogelijk dat er tegen die tijd botsingen met kometen gaan plaatsvinden, vergelijkbaar met de botsing van komeet Shoemaker-Levy 9 op de reuzenplaneet Jupiter in 1994. De baanhelling van de planeet is echter niet bekend; het zou ook kunnen dat hij boven of onder de komeetgordel beweegt. Hoe de planeet in zijn langgerekte baan terecht is gekomen, is niet bekend. Mogelijk komen er meer planeten ... Bron: NU / 09-012013. Sterrenkundigen van Case Western Reserve University hebben een proto-dwergsterrenstelsel ontdekt op 27 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer. Het gaat om een geïsoleerde gaswolk waarin nog geen

sterren zijn ontstaan. Daarnaast is een 'gewoon' dwergstelsel ontdekt, dat - naast een relatief grote hoeveelheid gas - al wél sterren bevat. De twee extreem zwakke stelsels hebben de bijnamen Gilligan en Skipper gekregen. Ze zijn op radiogolflengten in kaart gebracht met de Robert G. Byrd Green Bank Telescope in West-Virginia. Ze zijn mogelijk ontstaan als gevolg van zwaartekrachtsstoringen van het sterrenstelsel NGC 5474, dat ca. 250 miljoen jaar geleden vermoedelijk op vrij korte afstand langs het grotere stelsel M101 vloog. Door de getijdenkrachten van het passerende stelsel werden langgerekte slierten gas uit het spiraalstelsel getrokken. Ook die gasslierten zijn met de Green Bank Telescope gedetecteerd. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Bron: NU / 12-01-2013.

Een internationale groep wetenschappers heeft het grootste stelsel in het heelal ooit gevonden. Het gaat om een groep van objecten, die maar liefst 4 miljard lichtjaar in doorsnee is. Dat is 40.000 keer zo groot als onze Melkweg. De ontdekking is bekendgemaakt in het Britse wetenschapsblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De objecten zijn zogeheten quasars. Dat zijn mysterieuze hemellichamen in de kernen van melkwegstelsels uit de begintijd van het heelal. De afstand tot de aarde is gigantisch, maar quasars zijn zo helder dat astronomen ze desondanks kunnen zien. De ontdekte quasargroep tart wat wetenschappers voor mogelijk hielden. Sterrenkundigen dachten dat stelsels nooit zo groot zouden kunnen worden. De limiet zou een doorsnee van 1,2 miljard lichtjaar zijn, maar deze cluster blijkt dus ruim 3 keer zo groot. "Het is moeilijk om de omvang van deze groep te bevatten, maar we kunnen zeker zeggen dat dit de grootste structuur is die ooit in het heelal is gezien. Dit is opwindend, zeker omdat het ingaat tegen onze kennis van het universum", zegt de Britse hoogleraar Roger Clowes in een verklaring. Bron: AA / 09-01-2013. De asteroïde Apophis die gisteren langs de aarde is gescheerd, is groter dan gedacht, zo heeft het Europese Ruimtevaartbureau ESA meegedeeld. De ruimtetelescoop Herschel van ESA bestudeerde vorig weekeinde het hemellichaam gedurende twee uur toen het koers zette naar onze planeet. De diameter van planetoïde 99942 (vroeger 2004 MN4) blijkt 325 meter te zijn, 20 procent meer dan gedacht. De massa zou aldus ook 75 procent groter zijn dan voorheen aangenomen. Genoemd naar een Egyptische god, werd Apophis in 2004 ontdekt. Wetenschappers gingen er aanvankelijk van uit dat er 2,7 procent kans was op een catastrofale botsing met de aarde in 2029. Nieuwe berekeningen sloten vervolgens zo'n doemscenario uit. Na de passage streelt de asteroïde in 2036 opnieuw onze planeet. Maar de afstand is nu nog moeilijk te voorspellen gezien een nadering in 2029 de baan van het hemellichaam gevoelig zal ombuigen. Op 15 februari brengt asteroïde 2012 DA14 ons een bezoekje. Met een diameter van 57 meter komt het ding veel dichterbij, met name 34.500 km, wat binnen de baan van de geostationaire telecomsatellieten is. Bron: Belga / 10-01-2013.

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Met een spectaculaire multimediavoorstelling duiken we samen met Frank Deboosere de wondere wereld van de kometen binnen. Deze 'staartsterren' spreken al van oudsher tot de verbeelding van de mensheid, maar tegenwoordig gaan we die hemelverschijnselen gelukkig niet meer in verband brengen met naderend onheil.

Guidestar | 02-2013

Datum - Vrijdag 22 februari 2013. 19.30 uur t/m 22.30 uur. Toegang: 6 euro. Locatie - Abdijstraat 22 te 1850 Grimbergen (B). Tel. : 02/269.12.80. E-mail : info@mira.be.

019

Voordracht : Komeet in zicht door Frank Deboosere

De Europese satelliet Giotto passeerde in maart 1986 op slechts enkele honderden kilometer van de kern van de komeet van Halley en maakte indrukwekkende foto's. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft in 2014 nog grootser plannen: in dat jaar zal immers de satelliet Rosetta komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko bezoeken en grondig bestuderen, het is zelfs de bedoeling dat een klein landingstoestelletje op het oppervlak wordt neergezet.


Rubriek - Lancering in de kijker

Kris Christiaens

Eerste lancering van 2013 voor Rusland Info - Kris Christiaens is al sinds jeugdige leeftijd gepassioneerd door ruimtevaart. Door zijn gedrevenheid en kennis over ruimtevaart werd hij enkele jaren terug medebeheerder van de populaire websites Spacepage en Belgium In Space. Daarnaast schrijft Kris Christiaens ook artikelen voor het maandblad van de Vereniging Voor Sterrenkunde en werd hij in 2010 secretaris van de Astro Event Group vzw.

De eerste lancering van 2013 vond plaats vanuit het koude noorden van Rusland en werd uitgevoerd in opdracht van de Russische strijdkrachten. Op 15 januari 2013 werden vanop de Plesetsk lanceerbasis drie Russische militaire communicatiesatellieten in de ruimte gebracht door middel van een Rockot draagraket. De omgebouwde Russische langeafstandsraket bracht zijn raketmotoren om 17u25 Belgische tijd tot ontbranding en zette de drie kunstmanen iets minder dan twee uur later uit in een baan om de Aarde op een hoogte van 1 450 kilometer. De Plesetsk lanceerbasis bevindt zich ongeveer 800 kilometer ten noorden van Moskou nabij de stad Mirny. Deze heuvelachtige beboste omgeving die dienst doet als militaire basis is ongeveer 1 762 vierkante kilometer groot en werd in maart 1966 voor het eerst gebruikt voor het lanceren van satellieten. Ten tijde van de Koude Oorlog was dit door zijn ligging een zeer belangrijke strategische lanceerbasis maar na het verval van de Sovjet-Unie werden er steeds meer minder raketten gelanceerd. Deze lancering had normaal al in augustus 2012 moeten plaatsvinden maar werd enkele malen uitgesteld omwille van een probleem met de Briz-KM raketmotor. Ondanks het feit dat Rusland geen details vrijgaf over de nuttige lading aan boord van deze raket gaan waarnemers ervan uit dat er bij deze missie drie zogenaamde ‘Strela-3M’ satellieten werden gelanceerd. Deze 225 kilogram zware kunstmanen, die ook gekend zijn onder de

Foto - Zin om uw eigen papieren Rockot draagraket te bouwen ? Surf dan als de kliksem naar de onderstaande website ...

Guidestar | 02-2013

Meer informatie : www.cardmodels-r.narod.ru

020

naam ‘Rodnik-S’, zijn een verbeterde versie van de Strela-3 satellieten en worden door het Russische leger gebruikt voor communicatiedoeleinden. De satellieten kregen na de geslaagde lancering de officiële benaming Cosmos 2482, Cosmos 2483 en Cosmos 2484.

Dit was de 18de maal dat Rusland een Rockot raket lanceerde. De 29 meter lange Rockot is een omgebouwde UR-100N langeafstandsraket die op 26 december 1994 voor het eerst gebruikt werd voor het in de ruimte brengen van satellieten. Sindsdien wordt deze draagraket door het Frans-Russische lanceerbedrijf Eurockot Launch Services GmbH gebruikt voor het lanceren van verschillende soorten satellieten.

Het bedrijf kocht uiteindelijk 45 raketten van het Russische leger. Zo brachten Rockot raketten in het verleden al verschillende aardobservatie-satellieten in de ruimte voor Europa, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Daarnaast wordt dit lanceermiddel ook gebruikt door het Russische leger. Deze kleine draagraket bestaat uit drie trappen waarvan één Briz-KM die zijn raketmotor zesmaal opnieuw tot ontbranding kan brengen. Dankzij de Briz-KM trap beschikt de Rockot over een belangrijke troef aangezien de raket satellieten kan uitzetten in verschillende banen om de Aarde. De Rockot draagraket heeft bij het lanceren een gewicht van ongeveer 107 ton en kan vrachten tot 1 950 kilogram tot in een lage baan om de Aarde brengen.


Guidestar | 02-2013

021


Artikel

Guidestar | 02-2013

ASTRON

Kameleontische p

022

Een internationaal team onder leiding van Nederlandse sterrenkundigen (SRON, ASTRON, UvA) heeft een verrassende ontdekking gedaan over de manier waarop pulsars straling uitzenden. De uitstoot van radio- en röntgenstraling door deze pulserende neutronensterren blijkt binnen enkele seconden gelijktijdig te kunnen veranderen, op een manier die niet te verklaren is met de gangbare theorieën. Het duidt op een snelle verandering van de hele magnetosfeer. De waarnemingen zijn gedaan met onder andere de ruimtetelescoop XMM-Newton en de LOFAR-telescoop; de resultaten van het onderzoek verschijnen 25 januari in Science. Pulsars zijn neutronensterren met ongeveer de massa van de zon maar met een diameter van slechts circa 20 kilometer. Ze hebben een zeer sterk magneetveld, dat ongeveer een miljoen keer sterker is dan de sterkste velden die we in een laboratorium op aarde kunnen maken. Pulsars draaien snel om hun as, in milliseconden tot seconden, en zenden als vuurtorens bundels van straling de ruimte in. Als de aarde in de lijn van deze bundels ligt, is een regelmatig patroon van pulsen te zien. Vandaar de naam pulsars. Deze pulsars zijn in 1967 ontdekt aan de hand van hun radiostraling. Maar er is nog altijd geen overeenstemming over hoe precies die gepulste radiostraling wordt geproduceerd. We weten wel dat die ontstaat iets boven de magnetische polen, waar extreme omstandigheden heersen.

Bovendien is de puls niet altijd regelmatig. Eerdere waarnemingen van de radiostraling van pulsar PSR B0943+10 hebben bijvoorbeeld laten zien dat de bundel radiostraling van de pulsar om de paar uur in een paar seconden een factor twee helderder wordt of juist zwakker. Het is alsof de magnetosfeer van de pulsar in twee verschillende toestanden kan verkeren. Andere pulsars gaan zelfs plotseling helemaal uit en weer aan, of veranderen steeds op dezelfde manier de vorm van de radiopulsen.

Sterrenkundigen weten nog niet wat de oorzaak is van deze fenomenen, maar zoeken de verklaring nu in een abrupte en omkeerbare verandering van de hele magnetosfeer. Twee "radiotoestanden"

Het team van sterrenkundigen wist dat de mogelijkheid bestond dat röntgenstraling van deze pulsars gelijktijdig zou veranderen met de omschakeling in radiostraling. Waarneming van de röntgenstraling in de twee 'radiotoestanden' van bijvoorbeeld PSR B0943+10 zou eindelijk inzicht kunnen geven in hoe het pulsarmechanisme werkt. PSR B0943+10 is echter een zwakke röntgenbron. Daarom vroeg sterrenkundige Wim Hermsen (SRON / UvA) namens het team waarneemtijd aan op XMM-Newton (ESA), op dit moment de gevoeligste ruimtetelescoop voor röntgenstraling.

Vanaf de grond bepaalden Joeri van Leeuwen en Jason Hessels (ASTRON / UvA) met LOFAR continue in welke radiotoestand de pulsar zich bevond. De LOFAR-telescoop is ontworpen en gebouwd door ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie, en het onderzoek werd ondersteund door het internationale LOFAR-team. Van Leeuwen: "Zelfs in de testfase waarin we LOFAR gebruikten, was deze radiotelescoop al de gevoeligste ter wereld voor deze pulsars. Alleen daardoor konden we op de seconde nauwkeurig bepalen wanneer de pulsar van karakter veranderde". Omdat de sterrenkundigen tijdens de röntgenwaarnemingen geen enkele toestandsovergang in de radiostraling mochten missen, werd ook simultaan met de GMRT-telescoop in India waargenomen. Wim Hermsen: "Uit de waarnemingen bleek verrassend genoeg dat op het moment dat de radiostraling van de pulsar meer dan halveert, gelijktijdig twee maal zo veel röntgenstraling wordt uitgezonden, die ook nog alleen dan gepulst is. Lucien Kuiper (SRON) analyseerde


pulsar tart theorie de XMM-Newton-gegevens in detail. Hij toonde aan dat het lijkt alsof deze gepulste röntgenstraling van een hete plek op de magnetische pool komt, die verdwijnt zodra de radiostraling weer sterker wordt. Het opvallendste is dat deze gedaantewisseling binnen enkele seconden plaats vindt, waarna de pulsar in de nieuwe verschijning weer enkele uren een stabiele uitstoot van radio- en röntgenstraling vertoont. Dit gedrag kan niet worden verklaard met de bestaande theorieën over hoe straling in de magnetosfeer van pulsars wordt gevormd. Het is wel een sterke aanwijzing voor een snelle verandering van de hele magnetosfeer."

Pulsar Working Group en de Builders Group van de LOFAR-telescoop leverden ondersteuning voor de zeer gevoelige radiowaarnemingen. De onderzoeksresultaten verschijnen in het artikel "Synchronous X-ray and Radio Mode Switches: a Rapid Transformation of the Pulsar Magnetosphere", dat op 25 januari wordt gepubliceerd in Science. Foto - Deze illustratie toont de twee toestanden waartussen de pulsar PSR B0943+10 kan schakelen. De pulsar staat erom bekend dat hij in de uitstoot van radiostraling schakelt tussen een 'heldere' en een 'rustige' toestand. Gecombineerde waarnemingen met XXM-Newton en een aantal grondtelescopen (waaronder LOFAR) hebben nu aangetoond dat dat de pulsar ook gelijktijdig schakelt tussen twee versnellingen in de uitstoot van röntgenstraling, qua helderheid omgekeerd evenredig aan de uitstoot van radiostraling. De bestaande theorie kan dit niet verklaren; het duidt op een snelle verandering van de hele magnetosfeer. Bron: ESA / ATG medialab.

Kameleontisch gedrag

Meer informatie : www.astron.nl

Team

Het kernteam dat het onderzoek uitvoerde, bestaat uit Wim Hermsen (SRON Netherlands Institute for Space Research, Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek Universiteit van Amsterdam (UvA)), Lucien Kuiper en Jelle de Plaa (SRON), Jason Hessels en Joeri van Leeuwen (ASTRON en UvA), Dipanjan Mitra (NCFRA-TIFR, Pune, India), Joanna Rankin (University of Vermont, Burlington, VS), Ben Stappers (University of Manchester, UK), Goeffrey Wright (Unversity of Sussex, UK). De

ASTRON is het Nederlands instituut voor radioastronomie, een organisatie die zich bezighoudt met onderzoek en ontwikkeling op astronomisch gebied. Men houdt zich vooral bezig met de ontwikkeling van instrumentatie en faciliteiten voor de radioastronomie en het bouwen van de infrastructuur daarvoor.

Guidestar | 02-2013

Dit totaal onverwachte, kameleontische gedrag van radiopulsar PSR B0943+10 geeft 45 jaar na de ontdekking van het bestaan van neutronensterren een nieuwe impuls aan het theoretisch onderzoek aan de natuurkundige processen die zich voordoen onder de extreme condities die heersen in de magnetosfeer van pulsars. Wim Hermsen heeft met zijn collega's direct nieuwe waarneemtijd toegewezen gekregen op XMM-Newton. Gelijktijdig met een aantal radiotelescopen (de Westerbork-, GMRT- en Lovell-telescoop in Engeland) kunnen de sterrenkundigen nu ook de pulsar PSR B1822-09 observeren, die bij radiogolflengten vergelijkbare toestandsveranderingen vertoont als PSR B0943+10.

023


Artikel

Kris Christiaens

OTRAG: 's werelds eerste commercieel lanceerbedrijf Info - OTRAG werd in 1975 gesticht door Lutz Kayser. Zijn doel was het ontwikkelen en produceren van een andere en goedkopere manier om satellieten in een baan om de aarde te brengen. Een bekende medewerker was Kurt Debus. Deze man heeft meegewerkt aan het ontwikkelen van de V2. Hij was ook verantwoordelijk voor het Apollo programma.OTRAG kreeg steun van de Duitse overheid om een alternatief te bedenken voor de dure systemen van de NASA en de ESA. Er was een bijzondere band tussen het bedrijf en de toenmalige president van Zaïre, Mobutu Sese Seko. In 1977 kreeg OTRAG van Mobutu namelijk het recht om een gebied in Zaïre van wel honderdduizend vierkante kilometer groot te gebruiken als experimenteerruimte.

In de jaren ’70 werd door de Duitse ondernemer Lutz Kayser een ambitieuze poging ondernomen om een alternatief te ontwikkelen voor de dure Europese Ariane raketten of de Amerikaanse Space Shuttles. Het goedkoop alternatief mondde uit in ’s werelds eerste commerciële lanceerbedrijf dat de naam ‘Orbital Transport und Raketen AG’ (OTRAG) droeg. Door enorme politieke druk zou het ambitieuze project echter nooit volledig operationeel worden. Steun van Wernher von Braun en Kurt Debus

OTRAG werd in 1975 opgericht door de Duitse ruimtevaartingenieur Lutz Kayser en een consortium van 600 investeerders. Samen met Werner Will investeerde Kayser de helft van de 425 000 dollar die nodig was om het bedrijf te kunnen opstarten. Het doel van het in Stuttgart gevestigde bedrijf was om een goedkoop alternatief te zijn voor de Europese Ariane raketten of de Amerikaanse Space Shuttles die in de jaren ’70 en ’80 de meeste satellieten in de ruimte brachten. De plannen van het bedrijf klonken zo geloofwaardig, revolutionair en ambitieus dat Lutz Kayser kon rekenen op de steun van niemand minder dan Werner von Braun en Kurt Debus. Beiden heren zijn sleutelfiguren geweest in de ontwikkeling van Amerikaanse raketten en stonden tijdens de Tweede Wereldoorlog ook aan de wieg van de Duitse V2 raketten. Terwijl Kurt Debus, die tot 1974 werkte bij NASA als directeur van het Kennedy Space Center, bij OTRAG voorzitter van de raad van bestuur was, verleende Wernher von Braun aan OTRAG zijn diensten als wetenschappelijk adviseur.

dus verschillende cilinders (CRPU’s) naast elkaar kon bevestigen, kon men op deze manier voor elke soort vracht een specifieke raket assembleren. Om een vracht van maximaal 1000 kilogram in de ruimte te kunnen brengen, zou een raket worden samengesteld die in totaal bestond uit 64 CRPU’s en een gewicht bij het lanceren had van 100 ton. Vandaag de dag omschrijven velen het ontwerp van de CRPU-raket als revolutionair en baanbrekend doordat men voor het eerst afweek van het principe van het op elkaar stapelen van rakettrappen. Door gebruik te maken van een simpel modulair systeem en massaproductie van de onderdelen werd de kostprijs van een CRPU-raket geschat op ongeveer één tiende van dat van conventionele draagraketten. Op zoek naar een lanceerbasis

Het West-Duitse bedrijf OTRAG beschikte nu wel over de plannen en de juiste mensen maar moest ook op zoek naar een geschikte test- en lanceerbasis. Dit bleek echter niet eenvoudig te zijn aangezien een lanceerbasis op Duits grondgebied door enkele internationale verdragen niet mogelijk was. In het United Nations Space Treaty, dat in 1967 werd ondertekend door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie, staat te lezen dat elke raket, die gebruikt wordt voor ruimtevaarttoepassingen, moet beschikken over een zichtbaar symbool van een land van herkomst.

Guidestar | 02-2013

Common Rocket Propulsion Units

024

Om een goedkoop alternatief te kunnen aanbieden voor de krachtige Ariane raketten en Space Shuttles berustte het ontwerp van het lanceermiddel van OTRAG op een uiterst simpel modulair systeem dat bestond uit een cluster van zogenaamde ‘Common Rocket Propulsion Units’ (CRPU’s). Deze CRPU’s waren langwerpige metalen cilinders met een diameter van 27 centimeter en een lengte van minimum zes meter die bestonden uit drie segmenten: één voor de brandstof, één voor de oxidator en één voor de raketmotor. De cilinders werden voor twee derde gevuld met brandstof en oxidator en voor de rest met een drukgas waardoor men geen dure turbopompen nodig had om de brandstoffen naar de motor te leiden. Als brandstof werd beroep gedaan op kerosine en de oxidator was een mengeling van vloeibaar salpeterzuur en distikstoftetraoxide. De ontsteking werd veroorzaakt door een kleine hoeveelheid furfurylalcohol, dat na contact met het salpeterzuur, spontaan tot ontbranding kwam. Aangezien het systeem modulair was en men

In de praktijk wil dit dus zeggen dat een privépersoon of een privaat bedrijf altijd de


steun moet krijgen van een overheid om een raket te lanceren. Aangezien West-Duitsland liever niets met OTRAG wou te maken hebben, kon men de OTRAG-raketten dus niet voorzien van een West-Duitse vlag. Een ander verdrag, het Treaty of Brussels, dat na de Tweede Wereldoorlog werd ondertekend, zegt dan weer dat Duitsland geen lange afstands-raketten of andere raketten op Duits grondgebied mag ontwikkelen. Ondertussen had OTRAG al contracten ondertekend met enkele klanten voor het lanceren van communicatiesatellieten en toonden landen in Oost-Azië en Zuid-Amerika eveneens grote interesse in het bedrijf. OTRAG en Lutz Kayser gingen vervolgens onderhandelen met Indonesië, Brazilië en andere landen om een stuk grond te mogen gebruiken als lanceerbasis. Het 'Kennedy Space Center' van Afrika

Toen in november 1975 Lutz Kayser door de internationale investeerder Fred Weymar werd voorgesteld aan de toenmalige Congolese president Mobutu Sese Seko was de steenrijke Afrikaanse leider meteen gewonnen voor het OTRAG-project. Mobutu wou van de ‘Kapani Tonneo’ lanceerbasis een ruimtevaartcentrum als het Kennedy Space Center ontwikkelen in Afrika en zijn land zou voor elke commerciële lancering vanuit Zaïre 5% van de verkoopprijs krijgen. In maart 1976 ondertekende OTRAG vervolgens een overeenkomst met de toenmalige Congolese regering om een uitgestrekt gebied te gebruiken in de provincie Katanga (toen ‘Shaba’) als test- en lanceerbasis. In deze overeenkomst stond dat OTRAG het reusachtige gebied gedurende 25 jaar lang mocht gebruiken in absolute vrijheid en dat het West-Duitse bedrijf zoveel mogelijk Zaïrese inwoners in dienst moest nemen. Voor deze concessie zou OTRAG aan Congo jaarlijks 50 miljoen dollar betalen. Nadat op dit 100 000 vierkante kilometer grote terrein een lanceertoren en lanceerplatform werden gebouwd, begon OTRAG in 1977 uiteindelijk met de eerste testvluchten vanuit het toenmalige Zaïre. Het terrein bevond zich dicht bij de evenaar en was hierdoor uiterst geschikt om satellieten te lanceren. Tussen mei 1977 en juli 1978 werden twee OTRAG-raketten vanuit Zaïre gelanceerd waarvan één een maximale hoogte behaalde van dertig kilometer. Deze twee OTRAGraketten bestonden uit 4 CRPU’s die elk negen meter lang waren. Een derde lancering, die werd bijgewoond door de toenmalige president Mobutu Sese Seko, mislukte. De plannen en activiteiten van Lutz Kayser maakten grote naties als de Sovjet-Unie en Frankrijk ondertussen bijzonder achterdochtig en nerveus en steunden het West-Duitse project om een goedkope toegang tot de ruimte te ontwikkelen dan ook niet. Zo vreesden de Sovjet-Unie en Frankrijk dat de OTRAG-rakettechnologie wel eens zou kunnen gebruikt worden voor militaire doeleinden.

Uiteindelijk werd door de Sovjet-Unie een propaganda campagne opgezet waarin duidelijk werd gemaakt dat het Duitse OTRAGproject een dekmantel was voor de ontwikkeling van Duitse en Zuid-Afrikaanse raketten die zouden kunnen gebruikt worden voor militaire doeleinden. Deze verkeerde infomatie werd zeer geloofwaardig verkondigd in ondermeer Amerikaanse media met als gevolg dat de Congolese regering onder een enorme politieke druk kwam te staan. Uiteindelijk besliste de toenmalige Congolese regering, onder zeer grote druk van de Sovjet-Unie, dat het test- en lanceerterrein van OTRAG niet meer mocht worden gebruikt waarna het Duitse bedrijf in april 1979 Zaïre verliet.

Ondanks het feit dat OTRAG Zaïre had verlaten, bleven de Sovjet-Unie en Frankrijk onder leiding van Leonid Brezjnev en Giscard d'Estaing nog steeds druk uitoefenen op de toenmalige Duitse regering en eistte men het OTRAG-project stop te zetten. Dit leidde tot de stopzetting van de productie van cruciale onderdelen in Duitsland. OTRAG ging op zoek naar een nieuwe locatie voor het verderzetten van zijn testvluchten en kwam uit bij een verlaten gebied in de Libische Sahara woestijn 600 kilometer ten zuiden van Tripoli. Op dat moment regeerde Moammar al-Qadhafi al meer dan tien jaar over het Noord-Afrikaanse land en had de Libische leider al meermaals interesse getoond in lange afstandsraketten. In 1981 begon OTRAG uiteindelijk aan een nieuwe reeks testen vanuit Libië die zeer succesvol waren. Zo werden veertien succesvolle suborbitale vluchten uitgevoerd met raketten die bestonden uit één of vier CRPU’s. Tijdens één van deze testvluchten haalde een OTRAG-raket een maximale hoogte van 150 kilometer. Toen OTRAG in Libië uiteindelijk wou starten met het testen van de tweetraps en drietrapsraketten ondertekende Duitsland samen met zes andere landen het Missile Technology Control Regime. Dit is een verdrag dat lanceringen vanuit derde wereldlanden verbiedt. Lutz Kayser en OTRAG weken hierdoor met hun activiteiten uit naar Kiruna, Zweden, waar op 19 september 1983 de enige testvlucht plaatsvond. Omwille van een technisch probleem duurde deze testvlucht niet langer dan tien seconden waarna de raket uit elkaar spatte. Het Libische leger nam uiteindelijk alle onderdelen en infrastructuur van OTRAG op Libisch grondgebied in beslag en startte eigenhandig met de ontwikkeling van een eigen raket. Ondanks persoonlijke beloften van de Libische leider Moammar al-Qadhafi slaagde Kayser er niet in om het gestolen materiaal terug te krijgen. Zonder de know-how van Lutz Kayser raakte Libië echter niet veel verder dan enkele testvluchten. Tien jaar na het in beslagnemen van het OTRAG-materiaal zette Libië het programma stop.

200 miljoen dollar

Enkele jaren na de mislukte testvlucht vanuit Zweden gaf Lutz Kayser door alle politieke druk het uiteindelijk op om ’s werelds eerste commerciële lanceerbedrijf overeind te houden waardoor OTRAG in 1987 officieel werd stopgezet. Op het moment dat het project werd stopgezet was er al 200 miljoen dollar in OTRAG geïnvesteerd. Ondanks de geslaagde testvluchten waaruit bleek dat het ontwerp functioneerde, heeft Lutz Kayser met zijn bedrijf nooit één satelliet in de ruimte kunnen brengen. Toch hield dit de man er niet van tegen om te blijven dromen van een goedkope toegang tot de ruimte. Zo bracht Lutz Kayser in mei 2006 een bezoek aan het Amerikaanse bedrijf Armadillo Aerospace dat in 2000 opgericht werd door de Amerikaanse ontwikkelaar van videospellen John Carmack. Armadillo Aerospace, dat kleine raketten en commerciële ruimtetuigen ontwikkelt, toonde enorme interesse in het CRPU-ontwerp en mocht van Kayser enkele OTRAG-onderdelen gebruiken en testen.

Foto - Later voerde het bedrijf ook testen uit in Libië. Het verliet uiteindelijk Libië in 1987, omdat daar de kennis en de onderdelen ontbraken. Door politieke druk werd het project stopgezet in 1987. Het bedrijf zou vijf raketten hebben gelanceerd.

Guidestar | 02-2013

Anderen vermoedden dan weer dat het OTRAG-project een dekmantel was om aan zeer waardevolle Congolese grond te geraken. Frankrijk investeerde op dat moment ook enorm veel geld in de ontwikkeling van de Europese Ariane raket en had schrik dat het OTRAG-project een grote concurrent zou worden. Ook de Verenigde Staten toonden geen interesse in OTRAG.

Lanceren vanuit de Sahara

025


Kortnieuws Na een gesimuleerde reis naar Mars van 17 maanden is nu meer bekend over hoe astronauten zich zullen gedragen tijdens een trip naar de rode planeet. De resultaten van de 'reis' staan maandag in PNAS. Zes vrijwilligers uit diverse landen verbleven 520 dagen in een ruimteschipachtige omgeving, om te zien hoe zo’n crew zich zou gaan gedragen gedurende een lange tijd van afzondering. Op de zwaartekracht na was alles realistisch nagebootst. Het bleek dat de ‘astronauten’steeds minder actief werden gedurende de periode. Ze sliepen en rustten steeds langer, en bewogen minder. Ook nam hun gevoel van dag en nachtritme af; een belangrijk aspect van een echte reis zou dus het behouden van een 24 uur cyclus zijn. Ondanks de extra slaap werden de crewleden wel minder uitgerust; diverse slaapstoornissen plaagden hen en zorgden voor slechte concentratie. De observaties zijn erg nuttig voor het plannen van een echte missie naar Mars. De resultaten blijken overigens ook erg overeen te komen met wat er gebeurt als mensen lange tijd op expeditie op een van de polen zitten. Bron: NU / 07-01-2013. NASA's Marsvoertuig Curiosity heeft een klein stukje van Mars schoongeveegd. Daarbij is voor het eerst gebruik gemaakt van de gemotoriseerde borstel die, samen met vier andere instrumenten, aan het uiteinde van zijn robotarm zit. De schoonmaakactie was nodig om twee andere instrumenten, een spectrometer en een microscoop, de kans te geven het onderliggende gesteente te onderzoeken. Het alom aanwezige stof op Mars maakt dat normaal gesproken onmogelijk. Binnenkort zal ook het laatste stuk gereedschap van de robotarm, een boorhamer, voor het eerst worden ingezet. Bron: NU / 08-01-2013.

Na ruim veertig jaar wil Rusland opnieuw naar de maan. De Russische ruimtevaartorganisatie Roscosmos zet er in 2015 een onbemande maanverkenner aan het werk. De maanverkenner gaat op zoek naar water en neemt bodemmonsters, maakte Roscosmos-chef Vladimir Popovkin dinsdag bekend. Het vijfhonderd kilogram zware vehikel heeft 25 kilogram aan onderzoeksapparatuur aan boord. De raket die de verkenner naar de maan moet brengen vertrekt over twee jaar vanaf de nieuwe Vostochny-lanceerbasis. Die basis verrijst in de Amoerregio in het verre oosten van het land, niet ver van de grens met China. De Russische president Vladimir Poetin heeft aangekondigd omgerekend een kleine achthonderd miljoen euro voor het nieuwe lanceerstation vrij te maken. Rusland ondernam in 1973 voor het eerst - en tot dusver voor het laatst - een missie naar de maan. Bron: Novum / 15-01-2013.

aldus NASA. "Daardoor is het moeilijk voor wetenschappers om te voorspellen welke invloed die hebben op de klimaatverandering." Bron: AA / 09-012013.

Er woeden weer hevige bosbranden in Australië en dat is Down Under een jaarlijks terugkerend probleem. Maar ook elders in de wereld staan bossen haast ieder jaar in lichterlaaie. NASA bundelde informatie over bosbranden in de voorbije tien jaar en maakte er een spectaculaire video van. Bosbranden zijn doorgaans een natuurlijk fenomeen en sommige gebieden moeten nu eenmaal regelmatig vernield worden. Het is een manier waarop Moeder Aarde oude dingen wil vervangen door iets nieuws. Op de beelden zie je hoe de wereld de voorbije tien jaar gebrand heeft. Naast Australië lijken ook Afrika, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten jaarlijks in brand te staan. Ook in Azië en Rusland keren branden heel vaak terug. Europa kleurt veel minder vaak rood, maar wij beschikken hier dan ook niet over de gigantische bossen zoals bijvoorbeeld het Amazonewoud in Brazilië. Afrika lijkt zelfs voortdurend te branden. Enkel in het zuiden van Europa worden de omstandigheden wel eens extreem genoeg om zware branden te veroorzaken. Maar wie goed kijkt, zal ook in België af en toe een rood stipje zien. Bron: AA / 10-01-2013. Een wijziging in de Amerikaanse wetgeving inzake wapenhandel impliceert dat Washington satellieten niet langer als wapens beschouwt. Dat meldthet populair-wetenschappelijke magazine 'New Scientist' (NS). De maatregel is een opsteker voor commerciële ruimtevaartbedrijven die ook buiten de VS willen verkopen. Op 3 januari stond president Barack Obama een herziening van de wet inzake internationale wapenhandel toe. Die International Traffic in Arms Regulations beschouwde sinds 1999 satellieten en gerelateerde technologie als munitie, met strikte regels voor export naar het buitenland als gevolg. Dat was een doorn in het oog van Amerikaanse satellietbouwers. Hoewel satellieten die rondom de Aarde draaien en gerelateerde technologie nu niet meer op de zwarte lijst staan, behoudt de president een vetorecht. Sommige landen zijn nog steeds taboe, zoals China, Iran en Noord-Korea. Commerciële ruimtevaartbedrijven hopen op nog meer versoepeling, bijvoorbeeld in het segment van het ruimtetoerisme. Bron : AA / 11-01-2013.

NASA is vooral gekend om de Amerikaanse ruimteprogramma's. Ze hebben echter ook projecten binnen onze atmosfeer, zoals ATTREX. Zo gaan ze op een hoogte van 20 kilometer boven de Stille Oceaan onderzoek doen naar de klimaatsverandering. De regio op 20 kilometer hoogte boven de Stille Oceaan, de stratosfeer, is volgens NASA nog "onontgonnen terrein" in de studie naar klimaatverandering. De organisatie hoopt daar antwoorden te vinden op de vraag welke impact klimaatverandering op onze aarde heeft. "Concentraties waterdamp en ozon in de stratosfeer kunnen een grote impact hebben op het klimaat van onze aarde. De processen die voor de verhoging of verlaging van die concentraties zorgen, in het bijzonder van waterdamp, zijn nog niet uitvoerig onderzocht",

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Op 4 april 2012 kunnen alle kids deelnemen aan een leuk interactief atelier in ruimtethema. Om 14u begin je met het knutselen van je eigen waterraket. En daarna... lanceren natuurlijk! Tussendoor geniet je van een lekker hapje en drankje. Inschrijven is verplicht (via website) !

Guidestar | 02-2013

Datum - Woensdag 4 april 2013. Van 14.00 uur tot 16.00 uur. Toegang: 5,00 euro. Locatie - Cosmodrome, Planetariumweg 18-19 te 3600 Genk. www.cosmodrome.be. cosmodrome@genk.be.

029

Workshop : Ruimterakkers


Rubriek - Gadget v/d maand

Patrick Jaecques

Info - Het woord ‘gadget’ is terug te herleiden naar de 19e eeuw. Het woord wordt in dit geval gebruikt als een vervanging voor de naam van een apparaat die men niet meer heeft kunnen onthouden. In dit geval komt het woord ‘gadget’ terug in het door Robert Browns geschreven boek 'Spunyarn and Spindrift: A sailor boy’s log of a voyage out and home in a China tea-clipper'. Dit is de eerste keer dat het woord voorkomt op papier. Een ander verhaal is dat Gaget, Gauthier & Cie (het bedrijf achter de decoratietechniek in plaatmetaal voor het Vrijheidsbeeld in New York) een klein schaalmodel van het Vrijheidsbeeld uitbracht en het naar het bedrijf vernoemde (Gaget – gadget). Dit was in 1886. Dit zou echter het verhaal tegenspreken dat de term daarvoor al in de volksmond gebruikt werd. Feit is en blijft dat iedereen wel wild is van een leuk gadget, niet ?

Tegenwoordig heeft zowat elk sterrenkundig magazine een rubriek waarin men telescopen en accessoires bespreekt. Dus waarom zouden we hen na doen, zeker wanneer er daarnaast tal van boeiende en leuke sterrenkundige en ruimtevaartgerichte gadgets bestaan... De Space torch and projector

Wat ons betreft kan men niet jong genoeg beginnen met sterrenkunde en / of ruimtevaart. Elke stimulans is hierbij goed genoeg. En zeker wanneer het leuk en educatief blijkt ! Zo heeft het Britse Brainstorm recent de rechten verkregen om een hele resem educatieve Amerikaanse Uncle Milton producten te verdelen in Europa. Waaronder deze space torch and projector.

Guidestar | 02-2013

Meer informatie : www.eurekashop.be

030

voorgesteld aan pers en publiek. Met deze pen kan de men zowel onder alle extreme omstandigheden schrijven als een touchscreen of smartphone bedienen. Bovendien is deze bullet space pen met soft-touch stylus voorzien van een rubberen vingergreep voor nog meer schrijfcomfort.

In eerste instantie is de nieuwe bullet grip met stylus leverbaar in mat zwart. Later volgen een chroomkleurige versie en een blauwe uitvoering. Speciale uitvoeringen, bijvoorbeeld met een bedrijfslogo, worden in overleg geleverd. De bullet space pen is in België exclusief verkrijgbaar bij Eureka die het merk in dit gebied vertegenwoordigt.

Zoals de naam al doet vermoeden is dit een torch of zaklamp. Met zo'n tien centimeter lengte. Niets speciaals, ware het niet dat er bovenaan de lamp een vreemd uitziende gleuf voorzien is waarin men één van de drie bijgeleverde beeld-schijven in kan plaatsen. En doet terugdenken aan de vroeger zo populaire Viewmaster kijkdoos. Echter, in tegenstelling tot de kijkdoos, projecteert de lamp de beelden. Op muur of elk even oppervlak. En dat tot een diameter van één meter. Toch behoorlijk indrukwekkend. In totaal staan er op de drie beeld-schijven 24 sterrenkundige en ruimtevaartgerichte ESA / NASA beelden. Leuk om bij weg te dromen in bed ! Prijs: 8,50 euro / Eurekashop. De Fisher bullet grip space pen

Op de jaarlijkse Paperworld beurs in Frankfurt werd afgelopen week de Fisher bullet grip space pen met soft-sylus, in wereldpremiere,

"Deze bijzondere, unieke pen schrijft overal en altijd. Onder water, in extreme weersomstandigheden (van -30 tot 1000C), op gladde of vette ondergrond en zelfs in de ruimte. De Fisher Space Pen behoort sinds 1967 tot de standaarduitrusting van alle astronauten van zowel NASA als het Russische ruimteprogramma. Met de introductie van de bullet grip space pen met stylus vergroten de mogelijkheden tot schrijven zich nog verder" licht Jeroen van der Meer van Fisher het unieke van deze pen toe. Vanaf maart leverbaar ! Prijs: 32,50 euro / Eurekashop. De Polimaster wrist gamma indicator

Als sterrenkundige weet men welke kwalijke gevolgen een nabijgelegen gamma-flitser heeft op het leven van naburige planeten. Daarom komt de overbekende Swiss horlogemaker met de Polimaster Wrist Gamma Indicator op de propppen. Deze meet de aanwezige gamma-straling en waarschuwt u bij een te hoge blootstelling. Daarenboven is het horloge waterdicht tot 100 meter diepte en dankzij de backlight ook in het duister goed afleesbaar. Naast angstige amateursterrenkundigen is dit horloge vooral geschikt voor wie veel vlieguren maakt of in de buurt van een kerncentrale woont. De kostprijs ligt rond de 300 euro.


Rubriek - Lanceeroverzicht van de maand

J a n u a ri 2 0 1 3 Uur (GMT)

Raket

Lanceerbasis

Vracht

Gewicht

Land

Baan

Doel

15-01-2013

16.25 uur

Rockot-KM

Plesetsk

Strela-3M 4 (Cosmos 2482)

225 Kg

Rusland

1400 x 1400

Militaire communicatie

Strela-3M 6 (Cosmos 2484)

225 Kg

Rusland

1400 x 1400

Militaire communicatie

27-01-2013

04.40 uur

H-2A

Tanegashima

30-01-2013

07.00 uur

Naro-1

31-01-2013

01.48 uur

Atlas V (401)

Strela-3M 5 (Cosmos 2483)

225 Kg

Rusland

1400 x 1400

Militaire communicatie

IGS-Radar 4

? Kg

Japan

LEO

Spionage

Naro Space Center

STSAT 2C

90 Kg

Zuid Korea

300 x 1500

Technologie

Cape Canaveral

TDRS-K

3.454 Kg

USA

GEO

Communicatie

IGS-Optical 5V

? Kg

Japan

LEO

Kris Christiaens

Datum

Spionage

Guidestar | 02-2013

Ve rkl are n d e woord e n l i j s t

GEO LE O M i l . Com .

G e osta ti on a ry E a rth O rb i t Low E a rth O rb i t M i l i ta i re Com m u n i ca ti e sa te l l i e t

â–  M i sl u kte l a n ce ri n g

031


Artikel

De 5 sterkste uitbarstingen v a n z o n n e c y c lu s 2 4

Joeri De Ro

Tot nu toe werden in de huidige zonnecyclus, zonnecyclus 24, maar liefst 15 X klasse zonnevlammen geproduceerd. Zonnevlammen worden ingedeeld naarmate hun helderheid in het rรถntgengebied van de zon, en worden geclassificieerd in 5 klassen (A, B, C, M en X). Hierbij is elke klasse tienmaal sterker dan de voorgaande (bijv. M1 is 10 maal sterker dan C1) en is een X klasse uitbarsting de zwaarste. In dit artikel zullen we het chronologisch hebben over de 5 sterkste zonnevlammen van zonnecyclus 24.

Guidestar | 02-2013

Zonnevlekkengroep 1158 produceert X2,2 klasse uitbarsting (15 februari 2011)

032

Foto - Zonnevlekken zijn relatief donkere vlekken op het oppervlak van de Zon. Het oppervlak van de Zon vertoont geregeld donkere vlekken. De zonnevlekken hangen samen met koelere plekken op de Zon. Hun aantal is een maat voor de activiteit van de Zon: hoe meer er te zien zijn, hoe actiever de Zon. Een actieve Zon produceert korte explosies van energie waarbij geladen deeltjes vrijkomen. Als die deeltjes de aardse atmosfeer binnendringen kunnen ze poollicht veroorzaken. De kans op poollicht is het grootst in jaren met veel zonne-activiteit. Gemiddeld om de elf jaar verwisselt de Zon haar magnetische polen van plaats, de "actieve" periode. De laatste keer was in 2001 en de polen zullen zo blijven tot 2012, wanneer de polen opnieuw van plaats wisselen. Deze poolverschuiving gebeurt altijd op het hoogtepunt van de toename in het aantal zonnevlekken, elke 11 jaar. Meer informatie : www.poollicht.be

Op 11 februari 2011 verschenen plots op de zuidelijke kant van de zon een paar zonnevlekken. Al gauw werd duidelijk dat deze zonnevlekken onderhevig waren aan een snelle groei waarbij het magnetisch veld van de zonnevlekkengroep, AR1158 genummerd, steeds complexer werd. Dit resulteerde dan ook in een M6,6 klasse uitbarsting. Aangezien de zonnevlekkengroep zich zuidelijk centraal op de zonneschijf bevond, werd de geproduceerde CME (Coronale Massa Ejectie) richting aarde gekatapulteerd. Deze kwam aan op 15 februari 2011 en veroorzaakte op de hogere breedtegraden prachtig poollicht. Op dezelfde dag, 15 februari, werd door de

zonnevlekkengroep een X2,2 klasse uitbarsting geproduceerd. Deze zonnevlam was de eerste X klasse uitbarsting van zonnecyclus 24, en veroorzaakte een kleine geomagnetische storm in de ochtend van 18 februari. Na de X2 klasse uitbarsting van zonnevlekkengroep 1158 nam zonnevlekkengroep 1161 het touw in handen en produceerde een sterke M6,6 klasse zonnevlam. Zonnevlekkengroep 1263 produceert X6,9 klasse uitbarsting (9 augustus 2011)

Op 28 juli 2011 verscheen zonnevlekkengroep 1263. De volle aandacht kreeg deze zonnevlekkengroep niet, want er waren twee andere zonnevlekkengroepen, AR1260 en AR1261, die ongeveer even groot waren in omvang en bovendien had zonnevlekkengroep AR1260 een complex magnetisch veld. In de ochtend van 30 juli werd door zonnevlekkengroep 1621, die ongeveer even groot was als AR1263 en AR1260, bijna een X klasse zonnevlam (M9) geproduceerd. Deze sterke uitbarsting duurde echter te kort om een CME in de ruimte te zenden. Zonnevlekkengroep 1260 hield zich voor de rest erg stil en produceerde geen zonnevlam meer sterker dan de C klasse. Ondertussen vervolgde zonnevlekkengroep AR1261 met M klasse uitbarstingen te produceren, waaronder een


M6 klasse en een M9,3 klasse uitbarsting. Hoewel AR1263 al een complex magnetisch veld had dat toeliet X klasse uitbarstingen te produceren, bleef een sterke uitbarsting nog een tijdje uit. AR1263 bleef groeien maar begon ook de westelijke kant van de zon te naderen. Op 8 augustus 2011 werd door AR1263 een impulsieve M3 klasse uitbarsting geproduceerd, terwijl zonnevlekkengroep 1261 al verdwenen was achter de westelijke rand van de zon. Uiteindelijk werd op 9 augustus 2011 de sterkste uitbarsting van deze zonnecyclus tot nu toe geproduceerd, een X6,9 klasse uitbarsting. De aarde is niet veel beïnvloed door deze uitbarsting aangezien de zonnevlekkengroep op het punt stond te verdwijnen aan de westelijke kant van de zon.

zonnevlekkengroep, zonnevlekkengroep 1339. Al gauw werd duidelijk dat deze zonnevlekkengroep voor vuurwerk ging zorgen, en op 2 november 2011 laat op de avond werd dan ook de eerste M klasse uitbarsting (M4) geproduceerd. Eén dag later, op 3 november 2011, produceerde de zonnevlekkengroep een X1,9 klasse uitbarsting. Omdat de zonnevlekkengroep zich nog niet op een centrale positie op de zonneschijf bevond, was de CME die vrijkwam bij deze uitbarsting dan ook niet naar de aarde gericht. De dagen na de X klasse uitbarsting werden door de zonnevlekkengroep nog verscheidene M klasse uitbarstingen geproduceerd.

Zonnevlekkengroep 1283 produceert X2,1 klasse uitbarsting (6 september 2011)

Op 30 augustus 2011 verscheen aan de oostelijke kant van de zon een nieuwe zonnevlekkengroep, AR1283 genummerd. De zonnevlekkengroep was niet groter dan gemiddeld en bovendien bevond er zich een relatief groot fakkelveld rond de zonnevlekkengroep. Meestal wijst dit op een regio die in de nabije toekomst zal verdwijnen. Dit kan echter ook wijzen op een zonnevlekkengroep die aan het groeien is. Het fakkelveld verdween uiteindelijk en er waren nieuwe zonnevlekken gevormd. Ook magnetisch werd de zonnevlekkengroep complexer. Het was wachten geblazen totdat de eerste sterke uitbarsting werd geproduceerd. Ondertussen had zonnevlekkengroep AR1280, een zonnevlekkengroep die bijna ging verdwijnen aan de westelijke kant van de zon, een M3 klasse uitbarsting geproduceerd op 4 september 2011. Op 6 september kwam zonnevlekkengroep 1283 op een centrale positie op de zonneschijf te staan en produceerde een sterke M5,3 klasse zonnevlam. Slechts ongeveer 22 uren daarna werd de volgende zeer sterke uitbarsting geproduceerd, een X2,1 klasse uitbarsting. Ten gevolge van deze uitbarsting werd een CME de ruimte ingeslingerd. Ondertussen bleef de zonneactiviteit nog een tijdje hoog en werd nog een M6 klasse uitbarsting geproduceerd. De groep van CME's die door de vlekkengroep voordien de ruimte had ingeslingerd, heeft later op de hogere breedtegraden helder poollicht veroorzaakt.

Op 1 november 2011 verscheen aan de oostelijke kant van de zon een reusachtige

Op 2 maart 2012 produceerde een nieuwe zonnevlekkengroep, die nog maar gedeeltelijk zichtbaar was, een M3 klasse uitbarsting en beëindigde een lange, stille periode van lage zonneactiviteit. Twee dagen nadat de reusachtige zonnevlekkengroep het nummer AR1429 was toegekend, werd een M2 klasse uitbarsting geproduceerd. Magnetisch gezien was de zonnevlekkengroep zeer complex en instabiel, en er kon elk moment een zeer sterke flare worden geproduceerd. Dit was dan ook het geval op de ochtend van 5 maart 2012, wanneer de vlekkengroep een X1,1 klasse uitbarsting had geproduceerd. Op 7 maart 2012 werd vroeg in de ochtend een langdurige X5,4 klasse uitbarsting geproduceerd. Dit zou de op één na sterkste uitbarsting van deze zonnecyclus worden. Bij deze zeer sterke uitbarstinng was een enorme CME geassociëerd met daarbij een sterke protonenstorm (S3 klasse). De vlekkengroep bleef de dagen na de X klasse uitbarsting sterke M klasse uitbarstingen produceren waarvan er zeer veel naar de aarde waren gericht, waaronder een M6 en een M8 klasse uitbarsting. Verder produceerde de vlekkengroep nog een M7 klasse uitbarsting, maar ondertussen naderde de zonnevlekkengroep ook de westelijke kant van de zon en zou de vlekkengroep gaan verdwijnen. Dit was ongetwijfeld één van de actiefste zonnevlekkengroepen van zonnecyclus 24!

Foto - Zonder bescherming naar de Zon kijken met het blote oog of met een verrekijker of telescoop leidt tot blijvende beschadiging van het oog en zelfs tot blindheid, zoals Joseph Plateau proefondervindelijk vaststelde. Ook een zonnebril biedt nog veel te weinig bescherming. Hoe groter de vergroting waarmee men kijkt, hoe groter de kans op permanente beschadiging van de ogen of blindheid. Men kan een beeld van de Zon echter wel met een telescoop projecteren op een scherm of gebruik maken van een speciale halpha zonnetelescoop. Meer informatie : www.poollicht.be

Guidestar | 02-2013

Zonnevlekkengroep 1339 produceert X1,9 klasse uitbarsting (3 november 2011)

Zonnevlekkengroep 1429 produceert X5,4 klasse uitbarsting (7 maart 2012)

033


Rubriek - Woord van de maand

Dirk Devlies

Georges Achille Van Biesbroeck Een sterrenkundige van Belgische afkomst die nogal wat ontdekkingen deed in het zonnestelsel en daarbuiten en aan enkele objecten ook zijn naam gaf. Info - Dirk Devlies is, naast lid van de Astro Event Group vzw, ook actief in de Vereniging Voor Sterrenkunde waar hij zetelt in de raad van bestuur. Zowat elk vrij moment steekt hij in z'n zelfgemaakt sterrenkundig en ruimtevaartgericht woordenboek. Een buitengewoon omvangrijk werk dat al enkele duizenden pagina's telt.

Personalia

Hij is in Gent geboren op 21 januari 1880 (133 jaar geleden) en in Tucson, Arizona, gestorven op 23 februari 1974. Hij en zijn gezinsleden verwierven de Amerikaanse nationaliteit in 1922, hij liet zich van dan af George Van Biesbroeck noemen. Hij was getrouwd en liet drie kinderen na. Zijn ouders waren kunstenaars.

Het was een gastvrij gezin, dat meer dan eens instond voor onderdak voor studenten of collega’s. Familiair werden ze de ‘Van Bies’ genoemd. George had volgens collega’s en vrienden alle eigenschappen die men van iemand kon verlangen: hulpvaardig, gastvrij, onvermoeibaar, joviaal, gul, nauwkeurig, … Ook bij -30°C ging hij werken. Kort na hem overleed ook een ander wereldvermaarde sterrenkundige die dubbelsterren onderzocht: W. H. Van Den Bos (1896 – 1974). Opleiding

Guidestar | 02-2013

Foto - Georges "George" Achille Van Biesbroeck (Gent, 21 januari 1880 Tucson, 23 februari 1974)[1] was een Vlaams astronoom die het grootste gedeelte van zijn wetenschappelijke carrière in de Verenigde Staten uitbouwde.

034

Hij studeerde af als burgerlijk ingenieur aan de Rijksuniversiteit Gent in 1902. Hij was verbonden aan de astronomische observatoria in Ukkel, Heidelberg en Potsdam. In 1916 werd hem een positie aangeboden aan het Yerkes Observatory van de Universiteit van Chicago in de omgeving van Chicago waaraan hij tot na zijn pensioen in 1945 verbonden bleef. Hij zou Yerkes Observatory pas in 1963 verlaten, toen hij nog een nieuwe opdracht aanvaardde bij Gerard Kuiper aan het Lunar and Planetary Laboratory van de Universiteit van Arizona in Tucson, Arizona. Deze opdracht zou hij enkele maanden voor zijn overlijden in 1974 pas staken. Ook na zijn overlijden verschenen nog enkele jaren nieuwe papers ingediend bij wetenschappelijke tijdschriften. Bron: University of Chicago Photographic Archive, [apf600174], Special Collections Research Center, University of Chicago Library. Meer informatie : www.observatoire.be

Hij liep middelbare school in het Koninklijk Atheneum in Gent.

Op aandringen van zijn vader ging hij studeren en hij behaalde in 1902 zijn diploma burgerlijk bouwkundig ingenieur. Hij ging op 20 september van dat jaar aan het werk voor het Brussels departement van ‘Bruggen en Wegen’. Tijdens zijn vrije momenten was hij enkele maanden vrijwilliger aan de Koninklijke Sterrenwacht van België in Ukkel, dit al vanaf oktober 1902. Aan de Rijksuniversiteit Gent studeerde hij theoretische sterrenkunde die hij afrondde in 1903. In 1904 liet hij zijn carrière als burgerlijk ingenieur voor wat het was en vervoegde de staf van de sterrenwacht. In samenwerking met hem heeft ook de Belgische wiskundige en sterrenkundige Louis L. Casteels (1881 – 1965) een groot aantal veranderlijke sterren waargenomen en hun lichtkrommen bepaald. Hij kreeg een reisbeurs in 1905 en werkte daarop een maand in Greenwich en zeven maanden in Heidelberg. Een reis van acht maanden in 1906 en 1907 bracht hem in Potsdam. Hij pikte toen ook theoretische studies in Berlijn mee. In Heidelberg en Potsdam werkt hij onder leiding van onder andere Maximilian Wolf en Karl Schwarzschild. In Ukkel, Heidelberg en Potsdam deed hij vooral waarnemingen van variabele sterren, dubbelsterren en kometen. Hij publiceerde zijn bevindingen in de Astronomische Nachrichten.

Pas in 1908 diende hij zijn ontslag als ingenieur in. Werk en leven

Hij werd tot assistent-sterrenkundige aan de Koninklijke Sterrenwacht benoemd op 7 februari 1909. Hij kon er dubbelsterren en veranderlijke sterren observeren met een refractor van 38 cm, toen de grootste telescoop in België. Zijn waarnemingen ermee tussen 1902 en 1907 werden gepubliceerd in de annalen van de sterrenwacht.

In 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd hij uitgenodigd om te gaan werken aan de Yerkes Observatory van de Universiteit van Chicago. Hij had vernomen dat de sterrenwacht een opvolger zocht voor Sherburne W. Burnham (1938 - 1921) die in 1913 met pensioen ging. Burnham is vooral bekend van de New General catalogue of Double Stars within 121° of the North Pole uit 1906. Er even aan herinneren dat de Yerkes sterrenwacht toen al - en nog steeds - over de grootste refractor ter wereld beschikte: met een objectiefdiameter van 102 cm. Van Biesbroeck verbleef een jaar aan Yerkes en ging dan zijn vrouw en kinderen ophalen in Europa. Die moesten van de Duitse bezetter blijven, maar hij mocht vertrekken naar de VS door zijn goede contacten met Duitse sterrenkundigen, die af en toe op de sterrenwacht in Brussel passeerden terwijl hij er observeerde. Na een gevaarlijke reis door Europa kwam zijn familie in Amerika aan. Hij bouwde aan Yerkes een carrière uit als waarnemer van planeten en planetoïden. Hij gebruikte de telescoop, en ook een telescoop van 61 cm, onder andere om de 1.200 dubbelsterren van de Lick Observatory, opgetekend door William J. Hussey (1862 – 1926), te onderzoeken. Zijn voorkeur ging uit naar het verfijnen van de banen van bekende dubbelsterren en hij zocht niet systematisch naar nieuwe dubbelsterren. Hij heeft voor het bepalen van de banen in de loop van ongeveer zestig jaar zo’n veertigduizend waarnemingen verricht. Hij heeft aan Yerkes ook planetoïden, novae en kometen bestudeerd. Hij bepaalde de baan van Nereïde, een maan van Neptunus, en kon daaruit een nauwkeurige massa bepalen voor Neptunus. Naast anderen was hij voor België aanwezig op de stichtingsvergadering van de Internationale Astronomische Unie in 1919 in Brussel. Op 14 augustus 1920 kreeg hij op zijn vraag eervol - ontslag in Ukkel. Hij werd verplicht om op 1 juli 1945 met pensioen te gaan, maar dat betekende voor hem alleen nog meer waarnemen – bevrijd van alle administratieve taken. Naast Yerkes observeerde hij ook aan de McDonald


Guidestar | 02-2013

035


Observatory – hij bepaalde van laatstgenoemde nauwkeurig de ligging in 1933. Hij hielp ook instrumenten ontwikkelen voor de 208-cm telescoop. Hij reisde vaak met de wagen tussen de twee sterrenwachten: een afstand van maar liefst 2.800 km. Hij heeft ook de mogelijkheden benut om te observeren met de 213-cm telescoop van Kitt Peak National Observatory. Hij had immers aangetoond dat de slechte naam van reflectoren voor astrometrie onterecht was.

enkele jaren nieuwe werkstukken in wetenschappelijke tijdschriften. Zijn eigen observaties publiceerde hij onder meer in de Publications of the Yerkes Observatory. Hij ontdekte drie kometen: een periodieke en twee niet-periodieke. Tijdens een zoektocht naar de planetoïde 1953 GC, die hij overigens niet vond, ontdekte hij de komeet die naar hem 53P/Van Biesbroeck genoemd werd.

De komeet passeerde laatst door het perihelium op 9 oktober 2003 en heeft een omlooptijd van 12,5 jaar. Het volgende perihelium is dus in het voorjaar van 2016. Loop echter niet te snel naar buiten: de komeet heeft een periheliumafstand van iets meer dan 2,4 AE. Hij werd op Yerkes Observatory ontdekt op 1 september 1954 en was dan van magnitude 14,5 en wordt nooit veel helderder. Deze komeet en 42P/Neujmin zijn zeer waarschijnlijk fragmenten van een grotere komeet die zich splitste in maart 1845. De twee niet-periodieke kometen die hij ontdekte zijn 1925 W1 en 1936 I (1935 Q1). De komeet 37P/Forbes werd op 1 augustus 1929 ontdekt. Van Biesbroeck kon de komeet het laatst zien op 22 november 1929. In 1935 werd de komeet niet gezien en hij kon hem weer ontdekken bij de daaropvolgende verschijning, op 15 juni 1942. Hij voerde samen met Y. C. Chang in 1928 een uitgebreide analyse uit van de baan van de komeet 30P/Reinmuth 1, omdat vermoed werd dat het de komeet Taylor kon zijn die sinds 1915 vermist was. Taylor was in 1925 vlak langs Jupiter gepasseerd, maar hun onderzoek toonde aan dat Reinmuth een stabiele baan had. Hij vond de komeet 44P/Reinmuth 2 terug in 1954, op opnamen van 5 juli.

Guidestar | 02-2013

Foto - George A. Van Biesbroeck aan het werk in het Yerkes obervatorium waar hij, in 1926, Mars waar nam met de 40 inch refractor. De toen grootste in de wereld. Bron: Smithsonian Institution Archives.

036

Foto - De komeet 53/P van Biesbroeck vastgelegd door R. Ligustri in augustus 2003 met behulp van een SBIG ST9E CCD camera. Met een belichtingstijd van twee maal 120 seconden. Meer informatie : www.observatoire.be

Eind de jaren 1940 en in de jaren 1950 reisde hij de wereld rond voor zijn waarnemingen. In Brazilië op 20 mei 1947, in het zuiden van Korea op 9 mei 1948 en in 1952 (dan al 72 jaar) herhaalde hij het experiment waarmee Arthur S. Eddington in 1919 een belangrijke voorspelling van de relativiteitstheorie bevestigde. In Khartoem, Soedan, gebruikte hij op 25 februari 1952 een telescoop van 50 cm om de verplaatsing van sterren rond de totaal verduisterde Zon te observeren. Over zijn reis naar Soedan verscheen een artikel in Time Magazine in december 1952. In 1949 en 1950 ondernam hij, samen met P. Sanders, voor de Belgische regering een observatiereis van een half jaar door Congo om een goede plaats te vinden voor een sterrenwacht. Hij verliet de Yerkes Observatory pas in 1963, toen hij een nieuwe opdracht aanvaardde onder leiding van Gerard Kuiper aan het Lunar and Planetary Laboratory in Tucson. Hij gebruikte er zijn praktische vaardigheden als landmeter om een locatie te zoeken voor het Catalina Station in 1963. Hij bleef al die tijd ook waarnemen en artikels insturen voor publicatie. Slechts enkele maanden voor zijn overlijden staakte hij zijn werkzaamheden in Tucson. Na zijn overlijden verschenen nog

Van 31P/Schwassmann-Wachmann 2 berekende hij de baan in 1929 en hij kon hem ondanks de ongunstige omstandigheden in 1934 verschalken bij zijn terugkeer.

Bij onderzoek van de komeet Taylor merkte hij op 3 februari 1916 op dat de kern langwerpig was. De komeet bleek in stukken gebroken, zoals een week later bevestigd werd door E. E. Barnard (1857 – 1923). Na diens dood bewerkte en publiceerde van Biesbroeck heel wat van zijn waarnemingen. Van Biesbroeck ontdekte 16 planetoïden tussen 1922 en 1939, allemaal te Williams Bay in Wisconsin (waar de Yerkes Observatory is gelegen). Onder de bekendste zaken die door zijn ontdekkingen aan de hemel zijn vereeuwigd vinden we (990) Yerkes (de eerste planetoïde die hij ontdekte), (1024) Hale (naar George E. Hale) en (3641) Williams Bay. De overige zijn genoemd naar zijn kinderen, echtgenote, ouders en kleinkinderen. Uitgelicht: zijn ster.

Hij publiceerde in 1961 een kleine sterrencatalogus. Het bevat sterren met een lage lichtkracht en lage massa, die hij ontdekte met de 2,1-m Otto Struve reflector van de McDonald Observatory. Alle sterren komen


voor in de buurt van sterren met een hoge eigenbeweging. De sterren zijn niet alleen op zich belangrijk, maar ook door hun nabijheid. De originele lijst bevatte 12 sterren en 17 kandidaten. Sterren uit de catalogus worden aangeduid door hun VB-nummer, die hij toekende volgens hun ontdekking. Uit erkentelijkheid voor zijn werk hebben sterrenkundigen de meest nabije ster uit de catalogus naar hem de Ster van Van Biesbroeck genoemd. Hij is ontdekt in 1944. Het draagt in zijn catalogus het nummer VB 10. Afhankelijk van de catalogus waarin de ster is opgenomen, heeft die een andere aanduiding. Volgens SIMBAD heeft de ster minstens 24 aanduidingen en enkele courante aanduidingen zijn V1298 Aql (als variabele ster), Wolf 1055B, LDS 6334B, GJ 752B (Gliese 752B), Ross 652 B, LHS 474, BD+04°4048 B en CSV 102917. De Ster van Van Biesbroeck (of Van Biesbroucks Ster) is te vinden in het sterrenbeeld Adelaar. Het is een zeer kleine, zwakke rode dwerg. Zowel de hoofdster als de begeleider zijn vlamsterren.

verwezenlijkingen in de sterrenkunde. De American Astronomical Society nam de verantwoordelijkheid ervoor op in 1997, het werd daarvoor sinds 1979 uitgereikt door de Van Biesbroeck Award, Inc. Hij heeft zelf 27 jaar na zijn pensioen voortgewerkt. Bij de bekendste winnaars vinden we Dorrit E. Hoffleit (1988, van de Yale Bright Star Catalogue), Brian G. Marsden (1989, van het Central Bureau for Astronomical Telegrams en het Minor Planet Center), Janet A. Mattei (1993, AAVSO), Victor Blanco (2002, van de gelijknamige telescoop), George V. Coyne (2009, Amerikaans jezuïet en sterrenkundige) en Virginia Trimble (2010, structuur en evolutie van sterren en sterrenstelsels en de geschiedenis van de sterrenkunde). Ook een berg bij de McDonald Observatory in Fort Davis in de Amerikaanse staat Texas draagt zijn naam.

Op het moment van ontdekking was VB 10 de minst lichtkrachtige ster die bekend was en dat bleef jaren zo. De absolute helderheid bedraagt magnitude 18,9 en dat is dicht bij de schijnbare helderheid van magnitude 18,0 (magnitude, zie Guidestar februari 2010).

De lichtkracht is 0,00014 maal die van de Zon. Hij heeft een eigenbeweging van meer dan een boogseconde per jaar. De hoge eigenbeweging van de hoofdster is opgemerkt in 1919 door Max Wolf en werd later herontdekt door Frank E. Ross (1927). VB 10 is van spectraaltype M8.0Ve. Enkele bronnen spreken elkaar tegen, maar volgens de RECONS-lijst van meest nabije sterren is VB 10, op een afstand van 19,078 lichtjaar, de meest nabije ster uit zijn catalogus. De gevonden waarden voor de afstand liggen tussen 18,7 en 19,2 lichtjaar. De leeftijd van de ster is ongeveer een miljard jaar. Er werd eind mei 2009 door Steven Pravdo en Stuart Shaklan geclaimed dat rond de ster een extrasolaire planeet zou draaien, maar dat werd in 2010 door een team rond Jacob L. Bean definitief ontkracht. De sterren hebben samen een massa van 0,55 maal die van de Zon. De massa van VB 10 is ongeveer 7,79% van de zonsmassa en de diameter is ongeveer 10,2% van de zonsdiameter (dus ongeveer even groot als Jupiter). De twee sterren staan ongeveer 434 astronomische eenheden van elkaar. De ster is met zijn lage massa nauwelijks een ster en bijna een bruine dwerg. Het was bij de ontdekking de laagst bekende massa voor een ster.

Prijzen, eerbewijzen en naamdragers

De eerder genoemde Ster van Van Biesbroeck en de drie kometen.

Hij kreeg de planetoïde 1781 Van Biesbroeck naar hem genoemd in 1973, op vraag van de IAU. Een kleine krater op de rand van de maankrater Krieger draagt zijn naam, het ligt in Oceanus Procellarum. De krater met een diameter van 9,08 km was tot 1976 bekend als Krieger B. De George Van Biesbroeck Prize eert een individu voor jarenlange (onbaatzuchtige)

Foto - Sinds 1979 werd door zijn stichting een George Van Biesbroeck Prize uitgereikt aan wetenschappers met uitzonderlijke carrières in de astronomie. Sinds 1997 wordt de prijs uitgereikt door de American Astronomical Society. Bron: Helmut A. ABt - Kitt Peak National Observatory. Meer informatie : www.observatoire.be

Als blijk van waardering voor zijn werk hebben de deelnemers (een vijftigtal van twaalf landen) van het IAU-colloquium over de evolutie van dubbelsterren in 1966 in Ukkel de proceedings aan hem opgedragen. De bijeenkomst duurde vijf dagen en begon op 29 augustus. Ook het IAU-colloquium in Swarthmore in april 1972 heeft hij bijgewoond, toen was hij 92 jaar. Literatuur en bronnen

Sylvain Arend (Guidestar mei 2012) schreef over hem een biografie in Ciel et Terre in 1974. Hij herhaalde dit met J. Dommanget in het Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society. Door zijn uitgebreid onderzoek en het feit dat een ster, drie kometen en een maankrater zijn naam dragen, wordt hij in heel veel boeken over die onderwerpen vermeld.

Guidestar | 02-2013

De kerntemperatuur is ongeveer 2.700 K (de Zon is circa 15 miljoen K). Doordat het zo’n kleine ster is zijn de oppervlakte- en kerntemperatuur zowat gelijk. Convectie brengt materie direct naar de oppervlakte, wat bij sterren als de Zon niet gebeurt. Bij een uitbarsting van de vlamster kan de oppervlaktetemperatuur gedurende korte tijd oplopen tot 100.000 K. Het is een variabele ster van het type UV Ceti.

Hij kreeg vele eerbewijzen waaronder de gouden medaille van de Royal Danish Society of Sciences (1910), tweemaal de Donohoe Comet Medal van de Astronomical Society of the Pacific, de Franklin L. Burr Prize van de National Geographic Society (1952), de Price Valzer van de Académie des Sciences in Parijs, de James Craig Watson Medal (1957) en Doctor Honoris Causa van de Vrije Universiteit Brussel (1935). Hij was Fellow van de Royal Astronomical Society en erelid van de Royal Astronomical Society van Canada.

037


Kortnieuws 2012 was opnieuw één van de warmste jaren sinds het begin van de metingen. Met uitzondering van 1998 komt de hele top tien van warmste jaren nu al uit de 21ste eeuw. Dat 2012 warm was, is geen bewijs van de opwarming van de planeet. Dat het een trend verderzet en hele decennia steeds warmer blijken te worden, is zorgwekkender. De statistieken gaan terug tot 1880 en het is dan ook opvallend dat wij de tien warmste jaren allemaal recent hebben meegemaakt. Er is dus zeker sprake van een trend op lange termijn en dat is een ernstig bewijs van de opwarming van onze planeet. Het jaar 2012 is immers slechts een cijfer en dat mogen wetenschappers niet als bewijs zien, aangezien weerpatronen een grote invloed kunnen hebben. Maar al die warme jaren doen ook de gemiddelde temperaturen van hele decennia stijgen en dat is een signaal dat we wel ernstig moeten nemen. Zo was 2012 uiteindelijk 0,6 graden warmer dan het gemiddelde van de 20ste eeuw. Sinds 1880 is de temperatuur met ongeveer 1,4 graden gestegen. "Het wordt warmer omdat we steeds meer CO2 de atmosfeer in pompen", zegt GISS klimatoloog Gavin Schmidt. Terwijl de hele wereld een vrij warm jaar meemaakte, was 2012 voor de Verenigde Staten het warmste jaar ooit. Tijdens de zomer werden extreme temperaturen gemeten, die veel hoger liggen dan in de heetste jaren van de vorige eeuw. Bron: Terra Daily / 04-01-2013.

Nieuw Deens onderzoek heeft aangetoond dat het ijspak dat zich in Groenland bevindt stabieler is dan oorspronkelijk werd gedacht. Er werd aangetoond dat het ijspak niet volledig verdween tijdens een vorige, nog warmere, periode van 6.000 jaar. Het zeeniveau lag toen echter hoger, wat moet betekenen dat het ijspak van Antarctica aan de andere kant van de aardbol net onstabieler is dan gedacht. Het onderzoek focuste zich op het Eemiaan, een warme periode in het vroege pleistoceen, zo'n 130.000 jaar geleden. Tijdens die periode van klimaatsopwarming steeg de temperatuur nog tot acht graden boven het huidige niveau. Toch hield de ijslaag op Groenland al bij al goed stand. Het ijs smolt uiteraard, maar op 6.000 jaar tijd ging het om 'amper' 330 meter dikte. Voor de periode startte, was hij ijs er 200 meter dikker dan op dit moment, 6.000 jaar later was het ijs 130 meter dunner dan nu. Hoewel dat alles op het eerste zicht goed nieuws lijkt, is dat niet helemaal correct. De zeespiegel lag op het einde van die periode van 6.000 jaar namelijk 8 meter hoger dan nu het geval is. "Als het ijs op Groenland amper een kwart van die stijging op zich nam, dan wil dat zeggen dat Antarctica verantwoordelijk was voor de rest", aldus hoofdonderzoeker Dorthe Dahl-Jensen van de universiteit van Kopenhagen. "Het mag dan wel beter gesteld zijn met het ijs in Groenland, dat maakt helemaal niets uit als het ijs op Antarctica er nog veel slechter aan toe is." Bron: Nature / 25-01-2013. Door de klimaatverandering is de omvang van gletsjers in het Andesgebergte sinds de jaren zeventig met 30 tot 50 procent geslonken. Veel van de gletsjers zullen de komende jaren volledig wegsmelten, blijkt uit een studie die verscheen in het tijdschrift Cryosphere. Vooral de minder hoog gelegen gletsjers, die een essentiële rol spelen in de zoetwatervoorziening van tientallen miljoenen Zuid-Amerikanen, zullen in de nabije toekomst vrijwel zeker verdwijnen. De Franse onderzoeksleider Antoine Rabatel noemt het 'een ernstig probleem', omdat een groot deel van de

bevolking woonachtig is in droge gebieden ten westen van het Andesgebergte. Het tempo waarin de gletsjers smelten, is in de afgelopen 300 jaar ongeëvenaard, aldus de onderzoekers. Hun studie is de uitgebreidste die tot nu toe is verricht naar de toestand van het ijs in de Andes. Onder invloed van de klimaatverandering is de Chacaltaya-gletsjer in Bolivia, vroeger een skigebied, al geheel verdwenen, zeggen verschillende wetenschappers. Bron: AD / 23-01-2013. Veertien nieuwe projecten met fossiele brandstoffen zullen een wereldwijde uitstoot van CO2 met 20 procent verhogen, blijkt uit onderzoek in opdracht van Greenpeace. Australië en China voeren de lijst met "klimaattijdbommen" aan. In de studie 'The Point of No Return', uitgevoerd door concultancybedrijf Ecofys in opdracht van Greenpeace, worden veertien projecten opgesomd die samen jaarlijks 6,3 gigaton CO2 zullen uitstoten - evenveel als de uitstoot van de Verenigde Staten. De veertien "CO2-bommen" zijn op zich al goed voor een derde van het uitstootplafond dat gehaald moet worden om de klimaatverandering onder de 2 graden Celsius te houden. De grootste bijkomende uitstoot zal komen door de steenkoolproductie van China en Australië. In China willen de vijf noordwestelijke provincies samen hun steenkoolproductie met 620 miljoen ton opkrikken tegen 2015. Dat plan alleen al is goed voor een bijkomende jaarlijkse uitstoot van 1,4 miljard ton. Ook de Australische uitvoer van steenkool kan met 408 miljoen ton groeien tegen 2025, goed voor een bijkomende uitstoot van 760 miljoen ton CO2. De studie wijst daarnaast op de exploitatie van olie- en gasreserves in het poolgebied, die een bijkomende uitstoot van 520 miljoen ton zouden genereren, de teerzanden in Canada en de schaliegaswinning in de Verenigde Staten. Het rapport concludeert dat er een kans van 75 procent is om de klimaatverandering onder de 2 graden Celsius te houden als alle veertien projecten gestopt worden. "Deze nieuwe megaprojecten zijn het directe gevolg van de hypocrisie van een handvol regeringen", zegt Kumi Naidoo, directeur van Greenpeace International. "De regeringen beweren dat ze een catastrofale klimaatverandering willen afwenden, maar ze blijven schaamteloos projecten goedkeuren en promoten die leiden tot klimaatchaos en vernieling." "Gezien het menselijke lijden, de vernietiging en de economische problemen die de recente weersfenomenen met zich meegebracht hebben, is een wereld met een op hol geslagen klimaat een angstaanjagend vooruitzicht. We kunnen niet toestaan dat dat ons nalatenschap wordt", zegt hij. "De tijd raakt op. De bedrijven achter deze projecten en de regeringen die ze toestaan moeten de projecten vervangen door hernieuwbare energiebronnen en deel worden van de oplossing in plaats van het probleem." Bron: IPS / 15-01-2013.

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Op donderdag 14 februari start bij Sonnenborgh, museum & sterrenwacht de cursus ‘Inleiding in de sterrenkunde’. De cursus is voor iedereen bedoeld, die meer wil weten over de onmetelijke wereld die we het heelal noemen. Onderwerpen zoals sterrenstelsels, (reuzen)planeten en witte dwerg sterren worden op een boeiende manier besproken. Daarnaast speuren de cursisten ook zelf de hemel af met de telescopen van de sterrenwacht. De cursus ‘Inleiding in de sterrenkunde’ start op donderdag 14 februari en bestaat uit 10 lessen, die worden gehouden op elke donderdagavond van 19.30 - 21.30 uur. Met uitzondering van 21 februari i.v.m. de voorjaarsvakantie. Deze cursus is geschikt voor iedereen boven de 15 jaar. Kennis van wiskunde op middelbaar schoolniveau is voldoende voor het volgen van deze cursus. Het cursusgeld bedraagt € 130,- incl. cursusbrochure en sterrenschijf. Datum - Vanaf 14 februari 2013. 19.30 uur t/m 21.30 uur. Toegang: 130 euro. Locatie - Volkssterrenwacht Sonnenborgh. Zonnenburg 2 te 3512 Utrecht (NL). www.sonnenborgh.nl.

Guidestar | 02-2013

Cursus : Inleiding in de sterrenkunde

039


Rubriek

S p a c e h i st o r y / 2 4 - 0 2 - 1 9 6 8

Guidestar | 02-2013

Ontdekking van de eerste radiopulsar

040

Dame Susan Jocelyn Bell Burnell (Belfast, 15 juli 1943) is een Britse astrofysicus die als promovendus de eerste radiopulsars ontdekte samen met haar scriptiebegeleider Antony Hewish. Zij diende twee jaar als presidente van het Institute of Physics (IoP) te Londen, haar termijn eindigde in oktober 2010.

Jocelyn Bell werd geboren in de Noord-Ierse stad Belfast als dochter van Philip en Allison Bell. Haar vader was architect voor het nabij gelegen Armagh Planetarium. Als kind las ze veel boeken over de astronomie, waaronder de Frontiers of Astronomy van de Britse sterrenkundige Fred Hoyle. Ze was een van de eerste meisjes die toestemming kreeg om wetenschap te studeren aan een college. In 1965 behaalde ze haar bachelor (B.Sc.) aan de universiteit van Glasgow. Voor haar promotie ging ze naar de universiteit van Cambridge

waar hoogleraar astrofysica Hewish haar promotiebegeleider werd. Samen met andere studenten was ze betrokken bij de constructie van Hewish Interplanetary Scintillation Array, een radiotelescoop met de intentie onderzoek te doen naar quasars. In juli 1967 ontdekte Bell in de grafiek die uit de papierschrijver rolde iets raars. Opeengepakte piekjes die er niet in thuishoorden en die ze scruff (vuiligheid) noemde.[1] Met een snellere schrijver kon ze de tussentijd tussen de piekjes meten: 1,3 seconden. Na uitsluiting van een aardse oorsprong drong bij Hewish de mogelijkheid op van de Little Green Menhypothese – een buitenaards ras van 'Kleine Groene Mannetjes' die contact zoeken met de aarde.

Vlak voor haar kerstvakantie ontdekte ze bij een andere radiobron eveneens scruff, maar nu met een regelmaat van 1,25 seconden. Na de ontdekking van nog twee andere pulse-


Wat is (radio)pulsar ?

Een pulsar is het eindstadium van een ster met een massa van rond de 10 zonsmassa's. Het

ontstaan van een pulsar is het gevolg van een type II, type Ia of type Ib supernova. Wanneer de ster alle waterstof in zijn kern via een reeks andere elementen uiteindelijk tot ijzer heeft gefuseerd, kost het de ster energie om dit verder fuseren. Het hydrostatisch evenwicht van de ster raakt uit balans, en de sterkern implodeert onder zijn eigen zwaartekracht. Wanneer de ster tijdens zijn leven een klein impulsmoment had, wordt door het krimpen van de ster de draaisnelheid enorm verhoogd, vanwege het behoud van impuls-moment. Ook het magnetische veld van de ster blijft behouden, maar door het krimpen van de ster zeer versterkt. Onder invloed van dit draaiende magnetische veld wordt een elektrisch veld opgewekt, wat geladen deeltjes bij de magnetische polen versnelt. Dit heeft tot gevolg dat de ster bij de polen twee elektromagnetische straalstromen uitzendt.

Guidestar | 02-2013

rende bronnen uit de ruimte concludeerden Hewish en Bell – via een uitputtend proces van eliminatie – dat de signalen afkomstig moesten zijn van snel roterende neutronensterren. In 1969 voltooide Bell haar promotie op dit onderwerp. Na haar promotie werkte Bell Burnell bij de universiteit van Southampton (1968-1973), de University College London (1974-1982) en de Royal Observatory te Edinburgh (1982-1991). Na gewerkt te hebben als docente, consultante, examinator en lector werd ze in 1991 benoemd tot hoogleraar natuurkunde aan The Open University, een positie die ze tien jaar behield.

041


Artikel

Zuid-Korea brengt satelliet in de ruimte

Kris Christiaens

Zuid-Korea heeft op woensdag 30 januari 2013 succesvol een satelliet in de ruimte gebracht. Dit was de eerste keer dat ZuidKorea op eigen kracht een vracht in de ruimte bracht nadat het land in 2009 en 2010 al twee pogingen had ondernomen. Hierdoor wordt Zuid-Korea het elfde land ter wereld dat vrachten op eigen kracht in de ruimte kan brengen. De 32 meter lange Korea Satellite Launch Vehicle (KSLV) draagraket, ook gekend onder de naam 'Naro-1', vertrok om 08u00 Belgische tijd vanop het Naro Space Center dat zich ongeveer 480 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Seoul bevindt.

geluidsmuur waarna de, door Rusland gebouwde, onderste rakettrap enkele minuten probleemloos werd afgestoten. De door ZuidKorea ontwikkelde, en op vaste brandstof werkende, tweede rakettrap bracht de 90 kilogram zware STSAT 2C satelliet uiteindelijk tot in een lage elliptische baan om de Aarde. Toen negen minuten na de start van de lancering de satelliet succesvol werd uitgezet in de ruimte barste er op het Naro Space Center en in het vluchtleidingscentrum uiteindelijk een luid applaus los.

Na de lancering liet de Zuid-Koreaanse minister van wetenschap Lee Ju-Ho tijdens een persconferentie weten dat de lancering een succes was en dat de satelliet zich in de juiste baan om de Aarde bevindt. Ook de Russische fabrikant van de onderste rakettrap, Khrunichev, heeft al laten weten dat zijn rakettrap de Zuid-Koreaanse STSAT 2C satelliet met succes in de ruimte bracht. De STSAT 2C satelliet zal ondermeer gebruikt worden voor het uittesten van nieuwe technologieĂŤn. Voor Zuid-Korea is dit de eerste geslaagde lancering in de geschiedenis van haar ruimtevaartprogramma. In 2009 en 2010 ondernam het Aziatische land al eens twee lanceerpogingen met de KSLV raket maar deze mislukten allebei. Sinds 2002 zou Zuid-Korea al bijna 500 miljoen dollar geĂŻnvesteerd hebben in de ontwikkeling van haar eigen draagraket. In 2004 sloten Zuid-Korea en Rusland samen een overeenkomst voor de ontwikkeling van de KSLV draagraket.

Guidestar | 02-2013

Foto - De 32 meter lange Korea Satellite Launch Vehicle (KSLV) zorgt momenteel voor euforische situaties in het land. Bron: The telegraph.

042

Meer informatie : http://new.kari.re.kr/english/

Ongeveer 55 seconden na de start van de lancering doorbrak de KSLV-1 raket al de

De door Rusland ontwikkelde en gebouwde onderste rakettrap, die beschikt over een RD151 raketmotor, zal in de toekomst ook gebruikt worden bij de nieuwe Russische Angara raketten die op termijn de bestaande Proton raketten moeten vervangen.


Artikel

Proba V op de testbank

Bij de tests van de satelliet in de gespecialiseerde faciliteit van Intespace in Toulouse in Frankrijk worden onder meer de extreme omstandigheden van de lancering van Proba-V gesimuleerd, evenals het vacuüm en de harde omgeving van de ruimte. De assemblage van Proba-V gebeurde in ons land door hoofdaannemer QinetiQ Space in Kruibeke bij Antwerpen.

gebruikers gebruikt. De waarnemingsgegevens hebben een bijdrage geleverd in honderden wetenschappelijke studies.

De versie van het instrument aan boord van Proba-V is weliswaar veel kleiner dan het oorspronkelijke Vegetation-instrument, maar zal toch in compatibele spectrale banden waarnemen met een ruimtelijke resolutie die drie keer zo scherp is.

Nog een andere primeur is de radioversterker die gebaseerd is op galliumnitride en daardoor krachtiger is en beter bestand tegen straling. Galliumnitride wordt vaak beschreven als de meest veelbelovende halfgeleider sinds silicium.

Foto - In april 2008 kreeg België van het Europese ruimtevaartagentschap ESA groen licht voor de ontwikkeling van de Landobs kunstmaan die later werd omgedoopt tot 'Proba-V'. Net als andere Proba-kunstmanen werd Proba-V eveneens een microsatelliet die net als Proba-1 en Proba-2 gebouwd werd door het in België gevestigde ruimtevaartbedrijf QinetiQ Space (vroeger Verhaert Space) dat gevestigd is in Kruibeke. Bron: ESA / Qinetiq.

ESA

De ESA-microsatelliet Proba-V werd in België geassembleerd. Om de satelliet klaar te stomen voor zijn taken in de ruimte zijn uitvoerige tests noodzakelijk en die zijn nu halfweg. Proba-V moet na zijn lancering in april de aarde waarnemen en is in het bijzonder ontworpen om elke twee dagen de globale vegetatie op onze planeet in kaart te brengen.

De bouw van de satelliet was geen sinecure, ondanks het feit dat hij minder ruimte inneemt dan een kubieke meter. Maar Proba-V heeft gesofisticeerde apparatuur aan boord zoals een breedbeeldtelescoop voor de waarneming van de aarde, een paar stralingssensoren, een experiment met optische glasvezelverbindingen, een prototype van een radiozender gebaseerd op de halfgeleider galliumnitride en een testontvanger om vliegtuigen tijdens hun vlucht over heel de wereld te volgen. Een dergelijke reeks van instrumenten is standaard voor de Proba-reeks (Project for OnBoard Autonomy) van ESA-satellieten, die bedoeld zijn om veelbelovende nieuwe Europese technologie snel in de ruimte te testen. Dat is vooral interessant voor kleinere bedrijven die niet zo gemakkelijk toegang tot de ruimte hebben.

Guidestar | 02-2013

Maar Proba-V is in zeker opzicht ook anders dan de twee vorige Proba-satellieten Proba 1 en 2, die in 2001 en 2009 werden gelanceerd en die aanvankelijk nieuwe technologie in de ruimte demonstreerden. Hun instrumenten werkten zo goed dat ze later tot operationele projecten werden omgevormd.

Proba-V is daarentegen al onmiddellijk als een zo goed als operationeel project opgevat, bedoeld om ten dienste te staan van een hele gemeenschap van ongeduldige gebruikers.

De letter ‘V’ staat voor Vegetatie . De kleine satelliet heeft een miniatuurversie aan boord van de Vegetation-sensor aan boord van de grote Franse satelliet Spot 5 met als bedoeling de waarnemingen van het instrument, die al begonnen met de in 1998 gelanceerde Spot 4, na 15 jaar te kunnen verder zetten. De producten van Vegetation worden door meer dan 10.000 wereldwijd geregistreerde

ESA's Proba-V zal ook voor het eerst Automatic Dependent Surveillance Broadcast signalen ontvangen van vliegtuigen, waardoor een globaal overzicht van het luchtverkeer mogelijk is.

043


Rubriek - European Space Agency

ESA

Zero robotics - Scholieren best

Info - De Europese Ruimtevaartorganisatie (European Space Agency, ESA) houdt zich in Europees verband bezig met projecten op het gebied van ruimtevaart, onderzoek van de Aarde, ruimteonderzoek, ontwikkeling van op satellietsystemen gebaseerde technologieën en de bevordering van de Europese economie. De ESA is onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Arianeraketten waarmee kunstmanen in de ruimte worden gebracht.

Een constellatie van mini-satellieten in het internationale ruimtestation ISS kwam verleden maand even tot leven. De balvormige ‘spheres’ voerden commando’s uit van scholieren uit heel Europa in een spel genaamd RetroSpheres. De finale was live te bekijken via een videoverbinding met het ISS. ESA’s Zero Robotics competitie is een uniek experiment waarbij Europese scholieren op een spectaculaire manier in aanraking komen met robotica.

Guidestar | 02-2013

Game on

Echte ruimtevaartuitdagingen vormden geen enkel obstakel voor een Duits-Italiaans team in de finale van de Zero Robotics wedstrijd, afgelopen vrijdag bij ESTEC. Hun team, genaamd BEER (‘Brotherhood of Esteemed European Researchers'), pakte de titel na een spannende wedstrijd die live was te volgen op internet. De Europese winnaars gaven hun minisatellieten opdrachten om virtuele stofwolken te ontwijken en rendez-vous met andere satellieten te maken, allemaal binnen de gewichtloze omgeving van het International Space Station (ISS).

Meer informatie : www.esa.int

044

Meer dan 130 scholieren kwamen naar ESTEC, ESA's ruimteonderzoek- en technologie-centrum in Noordwijk. Waar, op vrijdag 11 januari, alles live te volgen was via een webstream.

Na verschillende simulatierondes op aarde namen zes winnende teams van middelbare scholieren het tegen elkaar op in de ruimte voor de Europese finale van de Zero Robotics wedstrijd. Finalisten uit Italië, Duitsland, Spanje en Portugal zagen hoe goed hun algoritmen de spheres aansturden. Sphere staat voor Synchronized, Position, Hold, Engage, Reorient, Experimental Satellites.

ESA-astronaut Andre Kuipers begeleidde vorig jaar de wedstrijd vanuit de ruimte. Dit jaar gaf hij het commentaar bij de finale. Er was een live verbinding met de huidige ISS-bemanningsleden Kevin Ford en Tom Marshburn van NASA, die de wedstrijd dit jaar vanuit de ruimte begeleiden.

Het draaide allemaal om het spel RetroSpheres. Hierbij moeten twee mini robots een aantal opdrachten uitvoeren. Degene die dat het snelste doet én daarbij het minste brandstof verbruikt, wint. Elke ronde duurt ongeveer drie minuten. De 'spheres' (Synchronized, Position, Hold, Engage, Reorient, Experimental Satellites) verplaatsen zich met behulp van samengeperst gas dat uit alle twaalf de zijden geperst kan worden. Dit jaar dongen meer dan 130 middelbare scholieren uit heel Europa mee om de felbegeerde titel. Zij kregen unieke kans om hun droids aan te sturen in de ruimte. Zes teams uit Italië, Duitsland, Spanje en Portugal waren afgelopen vrijdag aan de schermen gekluisterd, toen zij toekeken hoe hun spheres in het International Space Station reageerden op hun commando’s. "Het is heel bijzonder om te zien wat deze studenten hebben gemaakt en om hun algoritmen aan het werk te zien in de ruimte", aldus NASA-astronaut Kevin Ford, die samen met zijn collega Tom Marshburn in het ISS de


turen minisatellieten in het ISS individuele wedstrijden begeleidde in het Japanse Kibo laboratorium.

ESA-astronaut Andre Kuipers begeleidde de finale vorig jaar vanuit het ISS. Dit jaar was hij gastheer gastheer van het evenement bij ESTEC in Noordwijk. "Europa begint steeds meer gerobotiseerde ruimtemissies. Het belang van robots in de ruimte wordt steeds groter", aldus Kuipers.

internationale teams viel op. "Ik heb ze zien groeien in de wedstrijd. Als ik ze onderling hoorde praten over hun codes, over de ruimte en over het project, maakte me dat heel trots en blij", zegt Paola Bisegna uit ItaliĂŤ, wiens team op de tweede plaats eindigde.

Net als echte ruimtevaartuigen, moesten de spheres zo zuinig mogelijk vliegen. Dat was een behoorlijke opgave voor de programmering. "De meesten van ons wisten voor deze wedstrijd niets van informatica. Door goed samen te werken en strategisch na te denken lukte het ons toch om de missie uit te voeren", aldus Jaime, een van de Spaanse spelers. Ook de betrokken leraren waren erg enthousiast over het Zero Robotics project. Met name de goede communicatie binnen de

Guidestar | 02-2013

Foto - Zo'n 130 middelbare scholieren uit heel Europa waren op vrijdag 11 januari aanwezig voor de finale van Zero Robotics bij Estec in Noordwijk. De winnaars van het Duitse B.E.E.R. team waren duidelijk in hun nopjes. Bron: ESA.

045


Artikel

A f w e r k in g p la n e t e n p a d gehele klus geklaard op minder dan een uur. En is het planetenpad hiermee eindelijk afgewerkt. Het vijf kilometer lange planetenpad, in 2009 ontworpen door de Astro Event Group vzw uit Oostende, spiraliseert vanuit het Spiegelmeer doorheen het gehele park. Waarbij alle acht planeten, alsook de asteroïdengrodel en een komeet, terug te vinden zijn op knooppunten langsheen de vele paden. Met midden in het Spiegelmeer, waar de Zon zou moeten staan, deze monumentale sculptuur. Een werk dat verwijst naar zowel de hemellichamen alsook naar het archetypische. Genaamd Anima animus.

Johan Tahons sculpturen, in plaaster, keramiek of brons, dragen steeds een intermenselijke boodschap uit. In hun grootsheid, mysterie en emancholie raken, beroeren en ontroeren ze. Zijn beelden zijn tijdloos. Oneindig. Zo ook dit beeld dat tegelijk teder en krachtig lijkt. Een reus, gewrongen in het lichaam van een engel.

Het imposante beeld werd op maandag 14 januari, met behulp van een Westland MK-48 SAR Seaking helicopter van de luchtcomponent van het Belgische leger (basis Koksijde), met belangstelling van een honderdtal kijklustigen geplaatst. Middenin het Spiegelmeer.

Meer informatie : www.oostende.be

Anima animus. Kosmisch, menselijk en bovenmenselijk. Zijn hoofd rakend, reikend naar de sterren. Een menselijke gestalte met een glanzende kruin. Gekroond door gouden zonnestralen. Zoals Atlas, de mytische Griekse god met het hemelgewelf op zijn schouders. Langs het planetenpad. In het morgenlicht en de avondzon verlicht het beeld de hemel als een nieuwe ster in het park.

Nu het planetenpad volledig afgewerkt is zal er werk worden gemaakt van een handige educatieve brochure. Als leidraad voor bezoekers aan het pad. Een app (Android) lijkt ook een mogelijkheid. Ook tijdens het ' Dag van het park ' kan u met het pad kennis maken dankzij onze begeleide wandelingen. Zeker de moeite waard !

Guidestar | 02-2013

Een hoge stelling rond het onder water gelegen ankerpunt werd bemand door enkele paracommando's die de dagen daarvoor het gevaarlijke maneuver hadden ingestudeerd. Waarna de Seaking helicopter uiteindelijk het beeld, in verschillende onderdelen, liet op neerdalen. En deze aan elkaar konden worden vastgemaakt. Wat niet eenvoudig bleek door de lichte sneeuwval en harde winstoten. En, bij het plaatsen van het bovenste gedeelte van het kunstwerk, één van de paracommando's bijna ten val kwam. Uiteindelijk werd de

Foto - Momenteel gebruiken enkel de Britse RAF en de Belgische Luchtmacht de Sea King nog als reddingshelikopter (Search and Rescue - SAR). Maar de dagen van deze helikopter zijn bijna geteld, er komen nu steeds betere heli's, zoals de NH-90. De Belgische RS-01 (Rescue 01) vloog zijn laatste vlucht op 17 december 2008, in gezelschap van een andere Sea King en een Alouette III, tussen thuisbasis Koksijde en de esplanade van het Jubelpark in Brussel. Na 33 jaar dienst (in dienst genomen op 19 december 1975) rust hij uit als pronkstuk in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis nabij het Jubelpark. Foto's : Dominique Jauquet.

Patrick Jaecques

In 2005 kreeg het Maria Hendrikapark te Oostende een volledige herinrichting. Het park werd hierbij omgetoverd tot een moderne multifunctionele ruimte met integratie van diverse kunstzinnige elementen. Eén van de vele nieuwe aspecten was een verwijzing naar de kosmos in de vorm van een planetenpad dat heden, eindelijk, werd vervolledigd door de plaatsing van een monumentaal bronzen beeld. En dit naar een ontwerp van kunstenaar Johan Tahon.

047


Kortnieuws Tijdens het weekend van 12 en 13 januari 2013 kwamen de hevige brandhaarden, die de zuidoostelijke staat New South Wales in Australië al een tiental dagen teisterden, gevaarlijk dichtbij de grootste telescopen Down Under. Het Siding Spring observatorium (SSO), gelegen midden in het Warrumbungle Nationaal Park, werd bedreigd en op zondag 13 januari werden alle astronomen en technisch ondersteunend personeel veilig geëvacueerd naar Coonabarabran. De webcamera's nabij de Faulkes Telescope South toonden brandende vegetatie nabij het meteostation en de technische gebouwen. Gezien de branden de gehele nacht aanhielden, werd de elektronische apparatuur wellicht zwaar beschadigd. Vanuit Coonabarabran kregen de astronomen geen verbinding met de 2,3 m Skymapper telescoop, maar de webcamera's bleven operationeel. Na de eerste controles bleven de grote telescopen, waaronder de 3,9 m Anglo-Australian Telescope (AAT), gevrijwaard van zware schade. Deze grote koepels worden overdag gekoeld om snel te kunnen waarnemen zodra het donker wordt. Binnenin de koepels liep de temperatuur op tot 20° Celsius, maar buiten werden temperaturen tot 100° Celsius (212 F) gemeten! Twee dagen na de brand begon de rook op te klaren en vandaag wordt de schade opgemeten. Iedereen hoopt het beste... Deze week, vrijdag 18 januari, is het precies tien jaren geleden dat de Mount Stromlo sterrenwacht nabij de Australische hoofdstad Canberra, volledig werd verwoest door "bushfires". In de zomer van 2007 heropende het observatorium met één telescoop maar de volledige heropbouw van Mount Stromlo nam vijf jaren in beslag! Naar aanleiding van deze brand werden belangrijke voorzorgsmaatregelen genomen om brandschade te vermijden op alle observatoria in Australië (SSO, Stromlo, en de beroemde Parkes radio telescoop die de radio verbinding onderhield tijdens de eerste Maanlanding in juli 1969). In 2014 viert de 3,9 m AAT de veertigste verjaardag sinds het tekenen van de overeenkomst tussen Groot-Brittannië en Australië om de telescoop te bouwen. De reflector zag First Light in April 1974 en sinds 2010 wordt de AAT volledig gefinancierd door diverse Australische universiteiten. Bron: P. Corneille / 15-01-2013. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA nodigt wetenschappers uit om met onderzoeksideeën te komen die een ondersteuning vormen voor een toekomstige onbemande internationale ruimtevlucht naar een dubbelplanetoïde. Het gaat om het AIDA-project (Asteroid Impact and Deflection), waarbij twee kleine, eenvoudige ruimtesondes een kleine planetoïde van baan moeten laten veranderen. De Amerikaanse sonde DART (Double Asteroid Redirection Test) wordt in botsing gebracht met de kleinste van de twee rotsblokken in een dubbelplanetoïde; de Europese AIM (Asteroid Impact Monitor) onderzoekt van nabij wat de gevolgen van die inslag zijn op de baanbeweging van de twee kleine hemellichamen. Wetenschappers kunnen bij ESA voorstellen indienen voor onderzoeksprogramma's op aarde en in de ruimte die een dergelijke missie ondersteunen. Bron: GS / 15-01-2013. Sonnenborgh-museum & sterrenwacht heeft een goed bezoekers jaar achter de rug. Bijna 22.000 mensen bezochten in 2012 het museum en de sterrenwacht. Het museum dat zich voornamelijk richt op gezinnen met kinderen heeft in 2012 meer kinderen en hun ouders met wetenschap kennis laten maken. Vooral de speciale sterrenkijkavonden voor kids waren druk

bezocht. De sterrenkijkavonden vonden plaats tussen september en april. Ook was de Museumnacht wederom een groot succes. Tijdens de nacht stond alles in vuur en vlam. Vooral de vurige betogen over het einde der tijd van Maarten van Rossem en Diederik Jekel trokken veel publiek. Sonnenborgh kijkt met vertrouwen uit naar 2013; er staan weer een aantal mooie programma’s op stapel. Mede dankzij de steun van de Vrienden van Sonnenborgh, het KF Heinfonds en de Ridderschap Utrecht is er eind 2012 een mobiel planetarium aangeschaft. Dit is al met veel succes ingezet tijdens de kerstvakantie en zal in 2013 tijdens alle schoolvakanties en speciale gelegenheden worden opgeblazen. Vanaf nu kan er niet alleen ’s avonds, maar ook overdag tijdens de schoolvakanties gekeken worden naar de sterrenhemel. Bron: Sonnenborgh / 1601-2013. De energierijke galactische wind uit de kern van het actieve sterrenstelsel M82, op 12 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer, reikt tot 40.000 lichtjaar afstand van het stelsel. Dat blijkt uit waarnemingen die zijn verricht met de Japanse 8,3meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii. M82 is een zogeheten 'starburst'-stelsel: er komen enorme geboortegolven van nieuwe sterren voor in de kern. Dat betekent dat er ook veel supernova-explosies plaatsvinden, van zware sterren die maar een korte levensduur hebben. Als gevolg van die supernovaexplosies blazen starburst-stelsels krachtige galactische winden de ruimte in. Die zijn echter moeilijk waarneembaar, waardoor niet precies bekend is tot hoever ze reiken. Japanse astronomen hebben nu metingen verricht aan gaswolken op 40.000 lichtjaar afstand van het stelsel, die op de een of andere manier verhit en geïoniseerd zijn. Die ionisatie zou het gevolg kunnen zijn van de ultraviolette straling van zware reuzensterren in het stelsel, maar de waarnemingen (op de zogeheten H-alpha golflengte van geïoniseerd waterstof) zijn veel beter in overeenstemming met een andere verklaring: de wolken zijn geïoniseerd geraakt door schokgolven, veroorzaakt door de inwerking van de galactische wind van M82. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Bron: GS / 18-01-2013. Een supernovarest heeft een nieuwe naam gekregen, omdat de nevel erg lijkt op een zeekoe. Het observatorium Very Large Array in New Mexico maakte nieuwe foto's van de W50-nevel. De foto's tonen een grote gelijkenis met een zeekoe. Daarom besloot het Amerikaanse National Radio Astronomy Observatory de nevel voortaan de Manatee Nebula te noemen, oftewel de Zeekoe-nevel of Lamantijnnevel. De gaswolk bestaat uit de overblijfselen van een supernova die ongeveer 20.000 jaar geleden plaatsvond. Hij staat zo'n 18.000 lichtjaar van ons vandaan en heeft een lengte van bijna 700 lichtjaren. De W50-nevel werd gevormd toen een gigantische ster in het sterrenbeeld Arend explodeerde. De buitenste gassen werden hierbij afgestoten en vormden zo de nevel. In het midden is waarschijnlijk een zwart gat ontstaan. Bron: E. van der Wateren / 21-01-2013.

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek "Het geheim van de kosmologie ontrafeld" komt Gustaaf Cornelis op Volkssterrenwacht MIRA een lezing geven waarin een soort stand van zaken geschetst wordt over het kosmologisch onderzoek doorheen de geschiedenis. De spreker focust op enkele sleutelpassages van het kosmologische verhaal, waarin hij bepaalde populaire misvattingen rechtzet en de rol van de wiskunde aantoont in het modern wetenschappelijk denken. Gustaaf Cornelis is als hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en doceert er onder andere kosmologie en wetenschapsfilosofie. Hij doceert ook wetenschapsgeschiedenis aan de Artesis Hogeschool Antwerpen. Momenteel verricht hij onderzoek en publiceert hij omtrent de didactiek van de wetenschapsgeschiedenis. Datum - Zaterdag 02 februari 2013. 15.00 uur t/m 17.30 uur. Toegang: 3 euro. Locatie - Abdijstraat 22 te 1850 Grimbergen (B). Tel. : 02/269.12.80. E-mail : info@mira.be.

Guidestar | 02-2013

Voordracht : Kosmologie ontrafeld doorheen de tijd door Gustaaf Cornelis

049


Artikel

Nicky De Munster

B e lg a a n h e t h o o f d v a n Heel binnenkort gaat in Hawaii, op de flanken van de grootste vulkaan ter wereld de Mauna Loa, de vier maand durende HI-SEAS Marssimulatie van start.

Hi-SEAS staat voor Hawaii Space Exploration Analog and Simulation. Hoofddoel in dit analoge space project is het uittesten van een nieuwe voedselstudie waarbij de ‘ruimtevaarder’ meer vrijheid krijgt in het bereiden van het voedsel, of beter, het voedsel grotendeels zelf mag klaarmaken om de zogenaamde ‘menu fatigue’, die al te vaak bij ruimtevaarders optreedt, zoveel mogelijk te vermijden.

Guidestar | 02-2013

Het projectidee werd bedacht door wetenschappers van de Cornell Universiteit in New York en de Universiteit van Hawaii onder leiding van Jean Hunter, Associate Professor of Biological and Environmental engineering. Jean Hunter is al jaren betrokken bij gelijkaardige voedselstudies op het Mars Desert Research Station in Utah, waar reeds geruime tijd analoge Marssimulaties plaatsvinden.

050

HI-SEAS wordt gefinancierd door het NASA Human Research Program dewelke een onderdeel is van het NASA Human Exploration & Operations Directorate die haar onderzoek concentreert op een aantal risico’s die gepaard gaan met langdurige ruimtemissies. De meeste van deze risico’s kunnen op Aarde in een analoge omgeving onderzocht worden, zoals ook het voedselproject van HI-SEAS. Voor sommigen is dit misschien geen wereldnieuws, ware het niet dat de Belg Angelo Vermeulen (40), ruimtevaartonderzoeker, ecoloog en kunstenaar, niet alleen deel uitmaakt van de zeskoppige bemanning, maar tevens werd gevraagd de rol van commandant op zich te nemen. Het parcours die hij tot deze selectie bewandelde waarvan het laatste deel in een ware stroomversnelling verliep, mag je gerust indrukwekkend noemen. Hij ontving tal van prijzen voor zijn kunstprojecten, werd door

ESA gevraagd mee te denken over toekomstige life supportsystemen en werd onlangs verkozen tot TED Senior Fellow. TED is een non-profit organisatie gewijd aan het verspreiden van ideeën inzake Technology, Entertainment en Design en is gekend van de TED Talks. Dat hij op jonge leeftijd reeds geïnteresseerd was in biologie en ruimtevaart blijkt uit het feit dat hij als 12-jarige knaap zijn eerste wetenschappelijk tijdschrift publiceerde op zijn toenmalige school, het college te SintNiklaas. Het blad, dat hij verkocht aan zijn medeleerlingen, stond toen al vol met biologie- en ruimtevaartartikels. Zijn allereerste artikel ging over de ontwikkeling van ruimtepakken voor astronauten. Nochtans was het in eerste instantie nooit de bedoeling geweest om kunst te verenigen met wetenschap en ruimtevaart, maar eerder een gevolg van zijn interesses. Tussen de nog lopende kunstprojecten en HI-SEAS voorbereidingen door, vond Angelo Vermeulen nog even de tijd voor een gesprek in zijn thuisbasis te Sint-Niklaas. Angelo Vermeulen behaalde zijn doctoraat in de biologie en is gespecialiseerd in de thematiek van de milieuvervuiling. Tegelijkertijd studeerde hij ook nog fotografie aan de kunstacademie te Leuven en behaalde daarna een postgraduaat aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen.

Angelo: “Dit waren mijn oorspronkelijke achtergronden van waaruit ik uiteindelijk in de kunst ben gestapt. Het heeft dan een hele evolutie ondergaan waarbij ik van fotografie ben geëvolueerd naar video-installaties en van daaruit tot bij de installatiekunst ben beland. Dit proces is heel geleidelijk gebeurd want na mijn licentiaatsstudies stond ik voor een dilemma, mijn carrière verder uitbouwen als bioloog of de richting kiezen naar fotografie en film. Ik heb het uiteindelijk allebei gedaan”.

Aanvankelijk was hij enorm actief als fotograaf en is zelfs een tijdje in Londen gaan wonen waar hij samenwerkte met de bekende


n HI-SEAS Marssimulatie Biomodd - MELiSSA - ETTAS

documentair fotograaf Nick Waplington, die zijn eerste mentor is geweest. Daar kreeg hij dan de kunstmicrobe te pakken en kwam op het idee om beeldprojecties in kunst te verwerken. Met de beeldprojecties kwam dan de behoefte om fysieke, ruimtelijke kunst te beginnen bouwen en dit was voor hem dan het moment om naar de biologie terug te keren.

Vanuit het concept van het samenbrengen van ecosystemen en computernetwerken en die op een zinvolle manier te laten samenwerken, ontstond het Biomodd-project. Oorspronkelijk was het project gericht op het concept van thermodynamica, om restwarmte aan te wenden om planten te laten groeien.

Dit heeft uiteindelijk voor Angelo Vermeulen een hoge vlucht genomen en was een eerste stap om kunst heel dynamisch te maken. Hij zou in ons land uiteindelijk één van de eersten zijn die planten in kunst verwerkte. Zijn eerste biologische kunstproject kwam er in 2002, een abstract ‘schilderij’ met levende algen. De tweede stap kwam er al vrij snel ditmaal om niet alleen de focus te leggen op biologie maar ook op technologie.

Volgens Angelo Vermeulen zijn er een drietal redenen waarom het Biomodd-project relevant is voor ruimtevaart.

Angelo: “In het begin van mijn artistieke verkenningstocht wou ik niet expliciet iets doen met biologie en wetenschap. Ik wou een andere weg inslaan. Maar na verloop van een aantal jaren kwam opnieuw de behoefte om met biologie te werken en dan ben ik levende systemen gaan bouwen in de kunst”.

Angelo: “De eerste is de integratie van biologie en technologie in compacte geïntegreerde systemen, en dat is voor de toekomst van de ruimtevaart sowieso van belang. Zo trok Biomodd ook de belangstelling van het Europese ruimtevaartagentschap ESA, meer bepaald het MELiSSA-project (Micro-Ecological Life Support System Alternative). Ten tweede, resourcefulness of het optimaal gebruik maken van wat er beschikbaar is, waarvan Biomodd een goed voorbeeld van is. Want in dit project maken we zoveel mogelijk gebruik van e-waste. Dus ook heel belangrijk voor ruimtevaart en dus de astronaut. Er moet zoveel mogelijk kunnen hersteld of gebruikt worden tot de laatste component. En het derde aspect van Biomodd dat voor ruimtevaart relevant is, is de sociale dynamiek of dus het idee van co-creatie waar we met een team met verschillende

het Tharsis-gebied dat bezaaid is met enorme schildvulkanen. Voor zover bekend is de uitgedoofde vulkaan Olympus Mons de hoogste berg in ons zonnestelsel. Andere hoge vulkanen in de regio Tharsis zijn Ascraeus Mons, Pavonis Mons en Arsia Mons. In de flanken van Arsia Mons zijn aanwijzingen voor grotten gevonden. Meer naar het oosten ligt Valles Marineris, een 4000 km lange dubbele kloof met een breedte van maximaal 250 km en tot 7 km diep. Deze kloof loopt langs de evenaar door tot aan Noctis Labyrinthus (Latijn: Doolhof van de nacht). Dit is een gebied waarin allerlei diepe steilwandige valleien chaotisch door elkaar liggen. Valles Marineris beslaat ongeveer een vijfde van de omtrek van Mars. De Grand Canyon op Aarde is daarmee vergeleken veel kleiner: 450 km lang en 2 km diep.

Guidestar | 02-2013

Angelo: “Als je biologie in de kunst wil inbrengen moet je deze in leven houden en daar heb je technologie voor nodig. Een museum, galerij of tentoonstellingsruimte is een zeer artificiële context en ik begon de dialoog tussen de technologie en de biologie bijzonder interessant te vinden. Ik ben mij daar meer op gaan richten en ben zo beland bij computer-technologie. En de allerlaatste grote stap kwam er in 2007 met het cocreatieconcept. Hier ben ik met mensen van allerlei achter-grond gaan samenwerken om zo sociale dynamiek in mijn kunst in te bouwen. Dit zijn uiteindelijk de drie systemen waar ik nu mee werk: biologische, technologische en sociale systemen. Door die drie te integreren ben ik uiteindelijk met de ruimtevaart beginnen samenwerken, omdat dit voor ruimtevaart zeer belangrijk is”.

Angelo: “In New York werd een eerste prototype gebouwd waarbij een aantal roboticasystemen ook zorgen voor de planten. De computers zorgen zo niet alleen passief voor de planten door het afgeven van hitte, maar kunnen ook beslissingen maken en beginnen werken met die planten. Langs de andere kant heeft het ecosysteem ook zijn impact op de computer. Er zijn namelijk allerlei sensoren geplaatst in het ecosysteem en die data manipuleren op zich de computer. In dat opzicht zal het ecosysteem de virtuele wereld bijsturen en de virtuele wereld stuurt dan het ecosysteem bij”.

Foto - Rond de evenaar ligt

051


achtergronden een complex systeem opbouwen en draaiende houden”.

Angelo Vermeulen was er naar eigen zeggen van bij de start van het Biomodd-project nooit van bewust dat dit relevant zou zijn voor de ruimtevaart. Tot op het moment dat hij in 2008 in contact werd gebracht met professor Max Mergeay, de bezieler van het MELiSSAproject bij ESA. Hij werd uitgenodigd een lezing te geven voor zijn medewerkers en zo ging de bal aan het rollen. Hun vraag was of hij kon mee helpen nadenken over de volgende stap van het MELiSSA-project, namelijk het transformeren van een artificieel ecosysteem naar een echt volwaardig habitat.

resilient spacecraft kan bouwen, ruimtesystemen die aanpasbaar zijn en in wisselende omstandigheden kunnen overleven en de mens in leven kunnen houden. Biologie is daar een van de bruikbare middelen voor maar dit gaat uiteraard verder dan alleen maar biologie. En dit is uiteindelijk het punt waar ik nu mee bezig ben”. HI-SEAS de selecties

Begin vorig jaar lanceerde de Cornell University en Hawaii University via het internet dan een oproep naar kandidaten om deel te nemen aan een vier maand durende voedselstudie gefinancierd door NASA. De eerste selectie vond plaats op basis van achtergrond, motivatie en een eigen onderzoeksvoorstel. Bijna 700 kandidaten schreven zich in waar er maar zes plaatsen voor handen waren. Een eerste evaluatie bracht het aantal terug tot 150 kandidaten en een tweede naar een 35-tal. Waarna een grondig interview volgde via Skype dat werd opgenomen en achteraf geanalyseerd. Dit bracht het aantal terug naar negen kandidaten. Met deze negen werd een eerste teambuilding aangevat in en rond Cornell met als doel de groepsdynamiek uit te testen. Op basis hiervan zijn dan uiteindelijk zes prime en drie back-ups gekozen. Enkele weken later werd aan Angelo Vermeulen gevraagd of hij de positie van commander op zich wou nemen. Angelo: “Wat wel uniek is aan deze missie is dat er een grote vorm van autonomie is wat bijvoorbeeld betekent dat de rolverdeling volledig door onszelf moet bepaald worden. Hier wordt dus niet alles op voorhand beslist, ook de leefregels in de hab moeten we zelf bepalen. Enkel de functie van commander werd dus op voorhand vastgelegd”.

Angelo liet hierbij niets aan het toeval over en nam onmiddellijk uitgebreid contact op met elk bemanningslid, ook de back-ups, waarbij hij polste naar hun wensen. Hij bracht dit in kaart en stelde op basis hiervan een rolverdeling voor. Angelo: “Hierbij viel het op dat de missieorganisatoren een goede selectie hadden gemaakt waardoor alle posities reeds mooi waren ingenomen”. HI-SEAS het project

Info - Het gebruik van E-waste zal volgens Angelo noodzakelijk zijn in de toekomstige ruimtevaart. Bron: Angelo Vermeulen.

Guidestar | 02-2013

Meer informatie : www.biomodd.net

052

Info - In de Europese Columbus module in ESTEC te Noordwijk. Samen met ESA nadenken over de toekomst van Life Support in ruimtevaart. Bron: Angelo Vermeulen. Meer informatie : www.esa.int

Intussen is hij ook lid geworden van het ESA Topical Team Arts & Science (ETTAS). Topical teams zijn groepen externe experten die ESA tijdelijk samenbrengt om bepaalde vraagstukken op te lossen en een rapport te schrijven. Angelo: “In mijn team buigen wij ons over het vraagstuk: Hoe kan kunst bijdragen tot ruimtevaart? Wij kwamen hiervoor reeds tweemaal samen in ESTEC in Noordwijk en in het European Astronaut Center in Keulen. ETTAS zal ook een partner worden van HISEAS”.

Op dit ogenblik doet Angelo Vermeulen nog een doctoraatstudie aan de TU Delft over nieuwe concepten voor ruimteschepen. Naar aanleiding hiervan heeft hij samen met collega’s kunstenaars en ingenieurs al diverse kunstprojecten op touw gezet die onderdeel zal worden van zijn proefschrift. Angelo: “Oorspronkelijk was mijn interesse in ruimtevaart gericht naar het inbrengen van biologie als life support systeem in de ruimtevaart, wat op dit moment nog altijd niet gebeurt. Ondertussen is het vraagstuk van mijn proefstuk geëvolueerd naar een meer algemene beschouwing namelijk hoe je

Het project zou aanvankelijk in maart 2013 van start gaan maar is een maand verdaagd. De bouw van de habitat liep wat vertraging op. De precieze locatie van de habitat is tot nog toe geheim gehouden maar wat wel vaststaat is dat het op de flanken van de Mauna Loa zal zijn. In tegenstelling tot het Mars Desert Research Station in Utah wordt dit een mobiele hab, wat wil zeggen dat hij enkel tijdens het experiment daar mag geplaatst worden. Angelo: “Het wordt een Buckminster Fullerkoepel of een geodetische koepel met één verdieping met de slaapplaatsen. Het voordeel van dit soort koepels is dat je met een minimum aan materiaal een maximum aan ruimte kan benutten. Er zal een airlock voorzien worden en er zal gebruik gemaakt worden van geavanceerde hazmatsuits om naar buiten te stappen, als simulatie van ruimtepakken”. Het hoofddoel van het project is uiteraard de voedselstudie maar in tegenstelling tot het MDRS-project mogen hier geen groenten gekweekt worden voor consumptie.

Angelo: “De specifieke voedselstudie is gericht op ingrediënten en voeding die je ongekoeld heel lang kan bewaren. De crew krijgt wel de beschikking over een heel klein koelkastje voorzien om leftovers te bewaren maar niet om voorraden aan te leggen. De uitdaging is eigenlijk om gedurende vier maanden te overleven met dit zogenaamd shelfstable food. Je kan het niet vergelijken met astronautenvoeding omdat deze reeds op voorhand is klaargemaakt. In deze vernieuwende studie gaat men uit van het


Guidestar | 02-2013

053


idee om het voedsel zelf te koken en te bereiden en dit biedt op zich tal van voordelen. Hierbij probeert men o.a. het ‘menu fatigue’ effect te bestrijden. Gebleken is dat astronauten bij langdurige ruimtevluchten nogal vlug het klaargemaakt voedsel beu worden. Aan de andere kant biedt het koken ook sociaal psychologische voordelen omdat dit een gezonde groepsdynamiek creëert. Dit heeft men eigenlijk nog nooit uitgetest in ruimtevaart, wij zijn eigenlijk de eerste groep die dit op een ernstige wetenschappelijke manier zal doen. Het is uiteraard veel gemakkelijker om kant en klare maaltijden mee te sturen. De primaire focus zal dus liggen op het opmeten van tijd, energie en water die het koken vergt. Langs de andere kant is men ook heel erg geïnteresseerd in de evolutie van ons voedingspatroon gedurende de tijd dat het project duurt en wil men ook onderzoek doen naar reukvermogen en smaakzin. Maar de voedselstudie is eigenlijk maar één aspect van het onderzoek.

instellingen moeten doen. Hierbij heb ik overleg met ESA. Maar los van mijn wetenschappelijk onderzoek wil ik hier ook een artistieke neerslag uit distilleren door foto’s en video’s te maken om hiermee een documentaire samen te stellen”. Belang van outreach

De resultaten van het onderzoek zullen publiekelijk bekend gemaakt worden omdat de organisatoren de outreach als een zeer belangrijke component beschouwen. Op het moment van dit schrijven in december, het interview vond plaats in november, verblijft Angelo Vermeulen op eigen initiatief in Hawaii om contacten te leggen met de lokale bevolking en om het land te leren kennen. Angelo: “Ik vind het heel belangrijk dat als je vier maanden op een bepaalde plek verblijft, toch een voeling hebt met die plaats en langs de andere kant dat je project ook geconnecteerd is met de mensen ginder. En daar komt eigenlijk mijn ervaring van mijn sociale kunstprojecten in verschillende landen goed van pas. Ik deed er telkens actief aan community building door lokale mensen daarbij te betrekken en dat doe ik nu ook in Hawaii. Ik wil met de bevolking ook gaan praten over ruimtevaart. De HI-SEAS organisatoren vinden dit absoluut noodzakelijk en zijn daar heel tevreden over omdat zijzelf daar niet toe komen”. HI-SEAS en toekomst

Info - Angelo Vermeulen (midden). Bron: Marijn De Reuse. Meer informatie : www.biomodd.net

Guidestar | 02-2013

Info - Het HI SEAS team zijnde Dr. Yajaira Sierra-Sastre (Puerto Rico), Simon Engler (USA), Kate Greene (USA), Dr. Sian Proctor (USA), Dr. Oleg Abramov (RU) en Angelo Vermeulen (BE).

054

Meer informatie : http://hi-seas.org

Daarnaast is er ook het persoonlijk onderzoek, elk crewlid voert zijn eigen onderzoeksproject uit. Zo zal ik me samen met onze robotica engineer Simon Engler, bezighouden met het concept van remote space farming. Het wordt een eigen gesloten systeem dat zal bestaan uit een robot arm en een aquaponicssysteem. De crew zal de space farm vanop afstand onderhouden aan de hand van de robotarm en video camera’s. Het Biomodd-project in New York is zodoende eigenlijk een soort voorstudie geworden voor ons remote space farming-project op HI-SEAS omdat daar ook robotica wordt ingezet om planten te verzorgen. De space farm zal niet in de omgeving van de hab worden opgesteld, maar wellicht op een ander eiland worden geplaatst. Men wil hier onderzoek doen naar de haalbaarheid van tele-operated farming, wat vrij nieuw is. En tenslotte is er nog opportunistic research, dewelke onderzoek is die we voor andere agentschappen en

Van 12 tot 26 januari kreeg de crew nog een extra training in het Mars Desert Research Station in Utah. Of zoals Angelo het verwoordt “een simulatie van een simulatie”. Bedoeling was hier uiteraard om de voedselstudie uit te testen en een eerste dataverzameling te doen. Het station kreeg hiervoor een grondige opknapbeurt. Begin april wordt dan HI-SEAS opgestart. Of hij daarna nog zal deelnemen aan gelijkaardige simulaties weet hij eigenlijk nog niet maar één punt staat vast, samen met kunst zal hij zich blijven engageren voor ruimtevaart, want die passie is veel te groot. Angelo: “Ik werk met TU Delft aan mijn doctoraat, mijn kunstprojecten lopen verder en ik heb HI-SEAS, ik laat het ene het andere beïnvloeden. Ik ben ook nog deeltijds docent in Sint-Lucas in Gent en begeleidt er studenten bij hun artistiek onderzoek. Zo gaf ik onlangs een Spacelab-klas die eigenlijk een introductie is voor de studenten tot sciencefiction, ruimtevaart en astrobiologie. Ik probeer daar de culturele aspecten van in de kijker te plaatsten om de studenten te kunnen aangeven wat ze er in hun eigen praktijk mee kunnen doen. Het is dus eigenlijk een artscience combinatie. Verder zal ik eind dit jaar een residentie doen in het Beyond Center in de Arizona State University om daar verder te werken aan mijn ruimteschipconcepten. Dit zal ook het geval zijn in Ljubljana. In 2014 volgt nog een Biomodd-project in London en het jaar daarna in Brazilië. Mijn agenda zit dus goed vol”.


De toekomst van ruimtevaart

Tot slot vroeg ik hem hoe hij de toekomst ziet met ruimtevaart en dus ook Mars.

ontwerpen en bouwen? Kom het ontdekken in de nieuwe tentoonstelling van Z33 'Space Odyssey 2.0' vanaf 17 februari tot 19 mei 2013.

Ik denk ook dat mogelijk eerste outposts op de maan zullen gebouwd worden en in een volgende stap zie ik niet zozeer een bezoek aan Mars maar een deep space station op een Lagrangepunt. Waardoor men eigenlijk een astronaut kan testen op hoe het is om in deep space te leven i.p.v. in het ISS dat zich eigenlijk nog heel dicht bij de aarde bevindt. Het ISS heeft tal van voordelen en is absoluut een waardevol station, maar de volgende stap lijkt mij wel een deepspace station. De Amerikanen zijn ook enorm voorstander van een asteroïdemissie, maar daar zijn niet alle landen het ermee eens. Heel veel landen willen eigenlijk terug naar de maan. Deze discussie is nog steeds aan de gang. Maar als voorbereiding naar Mars zie ik dus deze drie soorten missies, de maan, een deepspace station en een asteroïde bezoeken. Het is volgens mij best mogelijk dat die drie dingen parallel zullen gebeuren door verschillende landen. Pas dan zal Mars mogelijk zijn”.

Met o.a. Brian McCutcheon, Agnes Meyer Brandis, Nelly Ben Hayoun, Vincent Fournier, Frederik De Wilde, Michael Burton, Andy Gracie, Semiconductor, Angelo Vermeulen,…

Angelo: “We moeten absoluut mensen sturen naar Mars, maar of wij daar aan terraforming moeten doen is een andere vraag. Het is een zeer intrigerend concept maar ik ben er eigenlijk geen voorstander van, het is te radicaal. Want waar haal je eigenlijk het recht vandaan om een plek zo radicaal te gaan veranderen. Voor mij is dit een brug te ver. Maar hoe dan ook als men er mensen naartoe zal sturen dan zal dit gepaard gaan met een vorm van kolonisatie. Maar om dan heel die planeet te gaan wijzigen, dat vind ik niet nodig. Ik zie wel een toekomst van outposts, maar die dan semi permanent kunnen bewoond worden. Dit zullen volgens mij de eerste stappen zijn. Om daar nu werkelijk een hele stad of samenleving te gaan opbouwen, dat zie ik op korte termijn niet gebeuren.

Space Odyssey 2.0

Vliegen maanganzen echt naar de maan? Sturen we binnenkort gemuteerde fruitvliegjes naar Titan? Kunnen we nieuw leven laten ontstaan door ons lichaamsafval de ruimte in te schieten? Wat als we zelf een ruimteschip

De ruimte is altijd al een eindeloze bron van fascinatie en inspiratie geweest voor kunstenaars. Dat de ruimtevaart een nieuwe vlucht heeft genomen en door de toenemende internationalisering en privatisering ook een nieuwe richting is ingeslagen, tonen we in nieuwe verhalen en creatieve praktijken waarin droom, wetenschap en fictie in elkaar vervloeien.

Met op zaterdag 16 februari de officiële opening. 19.30 uur - Speeches. 20.00 uur - Bezoek tentoonstellingen. 22.00 uur - Spacy dj-set met Frederik De Wilde. + Waarnemen ism Cosmodrome !

Info - Wie werk van Angelo Vermeulen wil aanschouwen kan vanaf 17 februari in het Huis voor actuele kunst Z33 terecht op de Zuivelmarkt te Hasselt. In het kader van de thematentoonstelling Space Odeyssey 2.0 zal hij daar samen met plaatselijke medewerkers het Seeker [HS2] project opbouwen, een conceptueel ruimteschip. Meer informatie : www.z33.be

Guidestar | 02-2013 053


Rubriek - Het AEG nieuws

Guidestar | 02-2013

Redactioneel

S p a c e N ig h t - R u im

056

Foto - De Nederlandse Hanny van Arkel was één van de twee gastsprekers op de vorige Space Night.

Aan de linkerzijde staan een paar van de 25-delige ESO tentoonstellingspanelen die men aan een zeer budgetvriendelijke prijs bij ons kan uitlenen. Meer informatie hierover in de volgende editie van de Guidestar. Meer informatie : www.aegvzw.be

Kortnieuws

Eind januari verloopt het lidmaatschap voor iedereen die verleden jaar lid was van onze vereniging maar nog geen lidgeld voor dit jaar heeft betaald. Gelieve hier aub rekening mee te houden !

Daar Space Night, vanaf dit jaar, niet langer in oktober maar in maart georganiseerd wordt waren de afgelopen twee maanden bijzonder druk voor het bestuur. Want het is niet evident om op zo'n korte tijd originele gastsprekers te vinden. Laat staan dat ze zich daarenboven ook nog vrij kunnen maken. Toch is het ons opnieuw gelukt. En hebben we zelfs de sprekerslijst met een derde persoon weten uit te breiden. Daarenboven, als kers op de taart, zal een Proba V schaalmodel, op ware grootte, ter plaatse te bezichtigen zijn. En dat allemaal één maand voor de lancering van deze Belgische satelliet. Kortom, een activiteit om zeker niet te missen... Afgelopen vrijdag zijn de officiële AEG patches uitgedeeld aan de aanwezige leden. En unaniem goed bevonden. Het doel van deze patch is om deze te kleven, of vast te naaien, aan de pul of jas die u het meest gebruikt tijdens het waarnemen. Zo vallen we, als AEG leden, beter op tijdens publieke activiteiten. Deze patches worden NIET opgestuurd maar wel uitgedeeld aan alle leden die in de loop van dit jaar aanwezig zijn op onze activiteiten. Deze patch, waarvan 50 stuks zijn gemaakt, is overigens een geschenk van onze Eureka hoofdsponsor ! Volgende maand wordt de Astropolis werkgroep in het leven geroepen. Deze heeft, zoals de naam al doet vermoeden, als taak alle nodige voorbereidingen te treffen voor de bouw van onze eigen sterrenwacht. De werkgroep zal dus allerhande technisch opzoekingswerk verrichten. De bouwplannen verfijnen en zoeken naar bijkomende subsidies. Een zeer zware taak. De bijeenkomsten zijn gepland op donderdag avonden. Steeds

van 19.00 tot 21.30 uur en dat in ons lokaal. Alle data's voor gans het jaar zijn reeds vastgelegd en aan de leden verstuurd. Zoals bij alle werkgroepen zijn alle leden er van harte welkom. We willen echter wel benadrukken dat deze vergaderingen niet dienen om een persoonlijke update te geven van de plannen. Daarvoor dient het forum en de bestuursvergaderingen. Kortom, wie deel neemt komt af om concreet mee te werken ! Er is nog één plaats vrij voor ons bezoek aan de KMI weertoren te Jabbeke (zie hiernaast). Wie interesse heeft laat dit spoedig weten ! We zijn op zoek naar iemand die zich op vrijdag 15 en / of op maandag 18 maart aanstaande vrij kan maken om mee te gaan om de Proba V satelliet in Antwerpen. Transport hebben we reeds geregeld. We komen alleen één man te kort...

Er zijn afgelopen maand opnieuw enkele foto's toegevoegd op onze Flickr pagina. Te bereiken via het fotoalbum vanaf onze www.aegvzw.be website. Wie eigen foto's heeft van AEG activiteiten, en deze nog niet zijn opgenomen, mag deze steeds doorsturen. Wij zorgen dan dat deze voor alle leden toegankelijk worden. Op zaterdag 23 maart aanstaande is er opnieuw een bestuursvergadering. En dat in het AEG lokaal van 14.00 tot 18.00 uur. Naar goede gewoonte zijn alle leden hierop steeds van harte welkom. Meer nog. Wie opmerkingen, ideeën of voorstellen heeft laat dit het best weten zodoende we deze kunnen opnemen in de agenda. Een verslag van deze bestuursvergadering wordt steeds opgezonden. Onze redactie, die in staat voor zowel het inhoudelijke van de Spacepage website en het Guidestar magazine, is steeds op zoek naar leden, of personen buiten de vereniging, die in de pen willen kruipen. Van het schrijven van kortnieuws, artikels tot het onderhouden van een eigen rubriek. Alles is mogelijk. Geïnteresseerd ? Laat het ons dan weten !


m t e v a a r t in B e lg ië Activiteitenkalender

VR 01-02 - Voordracht - " Klimaatsverandering en de effecten hiervan in de Benelux" door gastspreker Matthias Demuzere (KULeuven). Info: "De verwoestende droogte en recordtemperaturen die de VS teisteren, doen steeds meer Amerikanen opwarmen voor het idee van klimaatverandering. Zelfs klimaatsceptici beginnen overstag te gaan." Dit excerpt uit De Tijd toont aan dat bepaalde weerfenomenen het publiek zeer vatbaar maken voor het klimaatdebat, zeker als die ook het dagelijks leven gaan beïnvloeden, zoals bijvoorbeeld de vele mislukte oogsten en dus toenemende voedselprijzen.

VR 08-02 - Geen specifieke activiteit !

VR 15-02 - Op vrijdagavond 15 februari brengen we een exclusief groepsbezoek aan de gloednieuwe KMI weerradartoren te Jabbeke. We spreken ter plaatse af onder de toren om 19.45 uur. Je geraakt er door vanaf de

VR 22-02 - Cursus - Digitale astrofotografie planeetfotografie door Edwin Pottillius. Info: In deze cursus - voordracht gaan we de complete workflow zien van ruwe opname's tot afgewerkt RGB beeld van planeten. De meest populaire technieken zullen besproken worden die ook de meest ervaren planeet fotografen ter wereld gebruiken. Hoe deftige opname's bekomen? Hoe gaat stacking in z'n werk? Waarom derotatie via Winjupos? Post processing in Photoshop en Astraimage. Publicatie en online zetten van beeldmateriaal. Locatie: Astro Event Group vzw, Ooststraat 29 te 8400 Oostende (B). Van 20.30 uur tot 22.30 uur (of later). Gratis toegang ! VR 01-03 - Voordracht - " Oceanen, op Aarde en andere planeten " door Patrick Jaecques. Info : We weten dat het leven hier op Aarde ooit begon in de Oceanen. Van de eerste meercellige wezens, weekdieren tot uiterst complexe vissen in alle maten en kleuren. Tot het leven onlangs, historisch gezien, ook evolueerde op het land en uiteindelijk zelfs in de lucht. Met ons mensen als huidig evolutionair hoogtepunt. En we op het punt staan om op zoek te gaan naar andere oceanen, ver weg buiten de vertrouwde Aarde, op zoek naar andere mogelijke bronnen van leven. Locatie : Forum zaal in de Openbare bibliotheek Kris Lambert, Wellingtonstraat 7 te 8400 Oostende (B). Van 20.30 uur t/m 22.30 uur (of later). Gratis toegang !

Info - Wilt u meer te weten komen over onze boeiende vereniging ? Raadpleeg dan onze website waar u eveneens, in beknopte vorm, alle informatie kan terugvinden in onze downloadbare PDF kleurenfolder. Meer informatie : www.aegvzw.be

Guidestar | 02-2013

Klimaatsverandering is iets van alle tijden, dus het blijft interessant de huidige klimaat-trend vanuit historisch perspectief te bekijken. Maar hoe projecteren we onze verworven kennis naar de toekomst? Aan de hand van globale en regionale klimaatmodellen stellen we klimaatprojectes op, die worden gekenmerkt door grote onzekerheden. Klimaatveranderingen verschillen ook ruimtelijk: sommige gebieden zullen bijvoorbeeld natter worden, terwijl andere regio’s verdrogen. Inzicht in regionale klimaatverandering is belangrijk om de gevolgen in te schatten en - waar mogelijk - adequate adaptatiemaatregelen te kunnen uitwerken. En hoe zit dat bij ons? Kunnen wij iets doen? Om deze lezing af te sluiten ga ik nog even in op het klimaat in de stad, waar de meesten onder ons vertoeven, en hoe de stad en zijn burgers een rol spelen in het klimaatverhaal! Locatie : Forum zaal in de Openbare bibliotheek Kris Lambert, Wellingtonstraat 7 te 8400 Oostende (B). Van 20.30 uur t/m 22.30 uur (of later). Gratis toegang !

autostrade de dienstuitrit van de Federale Politie te nemen. Om 20.00 uur begint de rondleiding in de 45 meter hoge toren. We raden aan om mensen uit uw buurt mee te laten rijden. Dit spaart brandstof, het milieu en is ook veel leuker ! Opgelet ! Er is géén lift, wel 230 treden. Deze uitstap is dus niet geschikt voor wie slecht te been is ! Door de beperkte ruimte in de toren is het verplicht zich in te schrijven voor deze uitstap. Er kunnen maximaal 15 personen hieraan deelnemen. Heb je interesse ? Stuur dan een persoonlijk bericht naar de voorzitter. Snel inschrijven is dus de boodschap !

057


Kortnieuws Afgaande op het aantal inslagkraters, lijkt het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan heel jong. Maar schijn bedriegt: eenmaal gevormde kraters blijken snel te worden opgevuld. Dat blijkt uit onderzoek met de NASA-ruimtesonde Cassini.De meeste andere manen van Saturnus zijn bezaaid met vele duizenden kraters. Dat is een duidelijke aanwijzing dat hun oppervlakken al vele honderden miljoenen jaren nauwelijks veranderingen hebben ondergaan. Maar tot nu toe zijn op Titan niet meer dan zestig kraters aangetroffen, terwijl toch al de helft van zijn oppervlak nauwkeurig is bekeken.Uit onderzoek van de weinige kraters op Titan blijkt bovendien dat deze gemiddeld honderden meters minder diep zijn dan vergelijkbare kraters op de grote Jupitermaan Ganymedes. Er moet dus een proces zijn dat de kraters op de Saturnusmaan opvult.Er zijn twee kandidaten voor dat proces. De eerste is erosie door een stromende vloeistof – niet water, want daarvoor is het veel te koud op Titan, maar bijvoorbeeld methaan. Bij dat type verwering zou het opvulproces aanvankelijk heel snel verlopen om vervolgens, naarmate de kraterranden verder afslijten en minder steil worden, steeds verder te vertragen. In dat geval zouden er echter veel net-niet-volle kraters op Titan te vinden moeten zijn, maar die ontbreken. De Cassini-beelden tonen kraters die nog maar amper opgevuld zijn, half opgevulde kraters en kraters die bijna helemaal opgevuld zijn. En dat wijst erop dat het opvulproces juist heel gelijkmatig verloopt.Volgens de onderzoekers lijkt het er nog het meest op dat de kraters worden opgevuld door zand dat door de wind wordt meegevoerd. Op Titan bestaat dat 'zand' overigens niet uit verweerd gesteente, maar uit bevroren koolwaterstoffen. Bron: EE / 17-01-2013.

Een amper vijftien jaar oude scholier uit Straatsburg, Neil Ibata, heeft een studie over astrofysica mee ondertekend die deze week op de cover van het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature staat. "De hoofdondertekenaar van de publicatie, Rodrigo Ibata, had zijn zoon Neil meegenomen naar het Sterrenkundig Observatorium van Straatsburg, waar hij werkt, voor een stage over de programmeertaal Python, die gebruikt wordt voor de modelleringen in deze studie", zegt het Franse onderzoekscentrum CNRS (Centre national de la recherche scientifique) in een mededeling. De studie gaat over de evolutie van de sterrenstelsels rond Andromeda. Neil, die school loopt aan het Lycée international des Pontonniers in Straatsburg, begon dan te werken op het project van zijn vader. "Hij toonde in het kader van dit project als eerste de rotatie aan van een schijf van dwergsterrenstelsels rond het Andromedastelsel", benadrukt CNRS. Voor zijn deelname aan deze ontdekking zag Neil Ibata zijn naam vermeld naast die van zijn vader en een vijftiental astronomen en fysici uit verschillende Europese landen, Australië, Canada en de Verenigde Staten. De ontdekking opent nieuwe perspectieven voor astrofysici om een deel van hun theorieën over de vorming van sterrenstelsels te herdenken. Bron: belga / 18-01-2013.

asteroïden kan zorgen voor een uitbreiding van de ruimte-industrie", zegt David Gump. Hij stelt dat er ieder jaar meer dan 900 nieuwe asteroïden worden ontdekt vlakbij de aarde. Velen hiervan zouden stoffen bevatten, zoals methaan, dat gebruikt kan worden als brandstof, en metalen zoals nikkel. Het bedrijf wil in 2015 de eerste ruimteschepen op onderzoek uit sturen en verwacht in 2019 of 2020 stoffen te kunnen gaan verkopen. In 2012 kondigde een ander Amerikaans bedrijf, Planetary Resources, al aan asteroïden te willen ontginnen. Wetenschappers zijn sceptisch over de mogelijkheid om in afzienbare tijd op commerciële basis grondstoffen te delven in de ruimte. Larry Page en Sergey Brin, de oprichters van Google, hebben eveneens verklaard van plan te zijn om met een robotruimteschip op een asteroïde te landen. Bron: NU / 23-01-2013. Nieuwe opnamen van de grote ster Betelgeuze wijzen uit dat de ster over enkele duizenden jaren zal botsen met een enorme muur van stof. Wie op het noordelijk halfrond naar het sterrenbeeld Orion kijkt, ziet linksboven van de beroemde driesterrige gordel een oranjerode ster. Het is de rode superreus Betelgeuze. Geen andere rode superreus staat zo dicht bij ons zonnestelsel. De diameter van de ster is duizendmaal die van de zon en hij straalt honderdduizendmaal zoveel licht uit. Daarmee lijkt de ster al flink op weg naar een einde als supernova. Een aanzienlijk deel van zijn buitenste schil heeft hij al afgestoten. Een infraroodopname die ruimtevaartorganisatie ESA maakte met de ruimtetelescoop Herschel toont de door botsing van zonnewind met het interstellaire medium ontstane schokgolf in het traject van de ster, die met dertig kilometer per seconde door de ruimte beweegt. Dichter bij de ster bevinden zich asymmetrische stofopeenhopingen, mogelijk afkomstig uit de buitenste atmosfeer van de ster. Verder weg van de ster, links op de foto, bevindt zich nog een stofstructuur. Lange tijd dachten sterrenkundigen dat die in een ver verleden door Betelgeuze was gevormd. Nu lijkt het erop dat die muur van stof ofwel een draadvormige structuur is die ontstond door het magneetveld van het sterrenstelsel of de door de rode reus verlichte rand van een nabije interstellaire wolk. Volgens berekeningen, gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics, zullen over vijfduizend jaar de buitenste stofschillen van Betelgeuze botsen met deze muur van stof, 12.500 jaar later gevolgd door de ster zelf. Bron: AA / 24-01-2013.

Een nieuw Amerikaans bedrijf is van plan metalen en andere grondstoffen in asteroïden te delven. Deep Space Industries wil een vloot van ruimteschepen het heelal in sturen. Het bedrijf hoopt hiermee de financiering voor de ruimtevaart veilig te stellen, aldus de CEO van Deep Space Industries tegen persbureau AFP." De delving van metalen en brandstoffen van

Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Deze voorstelling neemt je mee op reis door ons zonnestelsel in 3 dimensies. Je waant je werkelijk in de ruimte als één van de manen van Mars je bijna letterlijk om de oren vliegt. Na het zien van deze voorstelling heeft het zonnestelsel geen geheimen meer voor jou.

Guidestar | 02-2013

Datum - Woensdag 13 februari 2013. 15.00 uur t/m 17.30 uur. Toegang: 4,00 euro. Locatie - Volkssterrenwacht Armand Pien. Rozier 44 te 9000 Gent. www.rug-a-pien.be - Info@armandpien.be.

059

Voordracht : Galilei's bril

Wie wil kan na de voorstelling nog even een bezoek brengen aan de sterrenwacht en bij helder weer naar de Zon kijken met onze speciaal daarvoor uitgeruste telescopen.


Rubriek -Hemelkalender

Marc van der Sluys

D e z e m a a n d t e z ie n . . .

Info - Marc van der Sluys is postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zijn werk richt zich op de evolutie van compacte dubbelsterren en het waarnemen van gravitatiegolven van witte dwergen, neutronensterren en zwarte gaten met LIGO / Virgo en LISA. Hij geeft regel-matig populaire lezingen en maakt daarnaast de populair wetenschappelijke website. Meer informatie : http://hemel.waarnemen.com

Za. 02 feb. (01.06 uur) - De Maan staat 56' ten zuidwesten van Spica, de helderste ster van het sterrenbeeld Maagd (+1,0m). De dichtste nadering gebeurt in onze streken op een hoogte van 7° boven de oostzuidoostelijke horizon. De Maan is voor 67% verlicht.

Za. 02 feb. (07.03 uur) - De Maan bedekt SAO 158021, een ster van magnitude +5,9 in het sterrenbeeld Maagd. Vanuit Utrecht is alleen het begin van de bedekking zichtbaar; de ster verdwijnt om 07:03 achter de verlichte maanrand, 21° boven de horizon. De Maan is voor 64% verlicht.

Za. 02 feb. (20.26 uur) - Vanavond zijn overgangen van Io en haar schaduw over de planeetschijf van Jupiter volledig te zien. De overgang begint om 20:26 uur, wanneer Io de schijf van Jupiter betreedt, en eindigt om 23:51 uur, wanneer Io's schaduw de Jupiterschijf weer achter zich laat. In de tussentijd is te zien hoe Io's schaduw de schijf van Jupiter betreedt (21:39 uur) en Io de Jupiterschijf weer achter zich laat (22:37 uur). Voor het bekijken van een overgang of een schaduwovergang is een redelijk grote telescoop nodig.

Guidestar | 02-2013

Za. 02 feb. (22.37 uur) - Tussen 22:37 en 3:33 uur (03/02) staan alle Galileïsche manen ten westen van Jupiter. In toenemende afstand van de planeet staan Io, Callisto, Europa en Ganymedes. Jupiter staat op een hoogte van 25° boven de westelijke horizon. De Zon staat 54° onder de horizon en het is goed donker. Voor het waarnemen van de manen van

060

Foto - De Galileïsche manen zijn de vier grootste manen van Jupiter. Ze zijn ontdekt door Galileo Galilei op 7 januari 1610. Deze manen zijn zichtbaar zonder een krachtige telescoop. Onder perfecte omstandigheden is het zelfs mogelijk om Callisto met het blote oog te zien.

Jupiter is een verrekijker op statief al genoeg.

Zo. 03 feb. (10.01 uur) - De Maan staat 4,3° ten zuiden van Saturnus (+0,7m). De dichtste nadering gebeurt bij ons op 8° hoogte, maar bij daglicht. De samenstand is te zien rond 7:45 uur. Het tweetal staat dan in het zuidzuidwesten, op een hoogte van ongeveer 21°, op een afstand van 4,4° van elkaar. De Zon staat slechts 5° onder de horizon. De Maan is voor 53% verlicht. Zo. 03 feb. (14.56 uur) - De Maan is in de fase van Laatste Kwartier. De linker helft van de Maan is nu verlicht en de Maan is met name 's ochtends vroeg zichtbaar. Rond, en vooral na Laatste Kwartier is een goed moment om het maanoppervlak waar te nemen; Op de grens tussen het verlichte en het donkere deel van de Maan gaat de Zon net onder. De bergen en kraterranden werpen hierdoor lange schaduwen, wat een extra diepte-effect veroorzaakt, en het oppervlak van de Maan krijgt daarmee een driedimensionaal karakter, gezien door een kijker. Ma. 04 feb. (20.36 uur) - In de nacht van 4 op 5 februari zijn een bedekking door de planeetschijf van Jupiter en verduistering van Ganymedes voor een groot deel waar te nemen. De bedekking begint om 20:36 uur, op het moment dat Ganymedes achter Jupiter verdwijnt, en duurt tot 1:36 uur, wanneer Ganymedes in de schaduw van Jupiter verdwijnt. In de tussentijd is te zien hoe Ganymedes van achter Jupiter verschijnt (om


22:49 uur). Voor het bekijken van een bedekking is een telescoop nodig, voor het volgen van een verduistering is een verrekijker op statief genoeg. Wo. 06 feb. (05.06 uur) - De Maan bedekt SAO 185367, een ster van magnitude +5,8 in het sterrenbeeld Slangendrager. Alleen het einde van de bedekking is zichtbaar vanuit Utrecht; om 05:06 komt de ster tevoorschijn van achter de onverlichte maanrand, op een hoogte van 1°. De Maan is voor 22% verlicht.

Do. 07 feb. (13.14 uur) - De Maan is in het punt van zijn baan dat het dichtst bij de Aarde ligt: het perigeum. De afstand tot de Maan bedraagt op dit moment 365318 km. Door de geringere afstand lijkt de Maan nu groter aan de hemel te staan dan gemiddeld: 32’42,6”. De Maan is op dit moment afnemend, voor 10% verlicht en is kort voor zonsopkomst, dus tegen het einde van de nacht, zichtbaar. Het kaartje toont de Maan om 07:33 uur in het sterrenbeeld Boogschutter, op 10° boven de horizon, in het zuidoosten. Al met een verrekijker op een statief zijn, vooral op de grens tussen licht en donker op de Maan, de maankraters goed te zien.

Vr. 08 feb. (17.33 uur) - Mercurius staat 15,4' ten noordwesten van Mars (+1,4m). De dichtste nadering vindt bij ons plaats op 12° hoogte, maar bij daglicht. De samenstand is alleen met veel moeite zichtbaar op 7 februari rond 18:30 uur, of op 8 februari rond 18 uur. De twee objecten staan in het eerste geval zo'n 4° boven de westzuidwestelijke horizon, 53' van elkaar verwijderd. In het tweede geval staan de twee hemellichamen in het westzuidwesten, op zo'n 8° boven de horizon, zo'n 15' van elkaar vandaan. De Zon staat slechts 4° onder de horizon. Mercurius heeft op dit moment een helderheid van -0,9m. Vr. 08 feb. (20.21 uur) - In de nacht van 8 op 9 februari is een overgang van de Jupitermaan Europa en van Europa's schaduw over de planeetschijf van Jupiter volledig waar te nemen. Om 20:21 uur zien we het begin van de overgang wanneer Europa de schijf van Jupiter betreedt, en eindigt om 1:17 uur, wanneer Europa's schaduw de Jupiterschijf weer achter zich laat. In de tussentijd is waar te nemen hoe Europa de Jupiterschijf verlaat (om 22:47 uur) en Europa's schaduw voor de schijf van Jupiter verschijnt (22:52 uur). Voor het bekijken van een overgang of een schaduwovergang is een telescoop met redelijk grote opening nodig. Vr. 08 feb. (22.47 uur) - Van 22:47 tot 1:09 uur (9 februari) nemen we alle grote Jupitermanen ten westen van de planeetschijf waar. Van binnen naar buiten: Europa, Io, Ganymedes en Callisto. Jupiter staat op een hoogte van 32° boven de westelijke horizon. De Zon staat 51° onder de horizon en het is goed donker.

Za. 09 feb. (10.37 uur) - De Maan staat 4.9° ten noorden van Venus (-3.4m). De dichtste nadering vindt in de Lage Landen plaats op een hoogte van 19°, maar bij daglicht. De samenstand is vanuit de Benelux niet of nauwelijks zichtbaar.

Zo. 10 feb. (00.30 uur) - Tussen 0:30 en 3:07 uur nemen we alle grote Jupitermanen ten westen van de planeetschijf waar. Van binnen naar buiten: Io, Callisto, Europa en Ganymedes. Jupiter staat in het westnoordwesten op een hoogte van 15° boven de horizon, dus kies een waarneemplaats met een vrije blik op de horizon. De Zon staat 51° onder de horizon en het is goed donker. Om

Zo. 10 feb. (08.20 uur) - Het is Nieuwe Maan. Vanaf de Aarde gezien staat de Maan in dezelfde richting als de Zon, zodat de verre kant van de Maan wordt verlicht en de donkere kant van de Maan naar de Aarde gekeerd is. Daarnaast staat de Nieuwe Maan alleen bij daglicht boven de horizon. De Maan is door deze combinatie van oorzaken op dit moment onzichtbaar. Doordat de Maan zowel minimaal verlicht is, als 's nachts onder de horizon staat, zijn de dagen rond Nieuwe Maan een goed moment voor het waarnemen van deepsky-objecten. De Maan beweegt 4,1° ten noorden langs de Zon, en er vindt bij ons geen eclips plaats. Zo. 10 feb. (19.37 uur) - Tot 19:42 zijn van de grote Jupitermanen alleen Ganymedes en Callisto zichtbaar.

Foto - Een occultatie of bedekking is een astronomische gebeurtenis die men kan waarnemen wanneer een niet-lichtend hemellichaam tussen de waarnemer en een verdergelegen lichaam – lichtend door ofwel straling ofwel weerkaatsing van licht – passeert. Als dit verdergelegen lichaam slechts gedeeltelijk of periodiek wordt verborgen, noemt men dit rakelingse of scherende occultatie (Engels: grazing occultation). Men spreekt van het verschijnsel (immersie) bij het verdwijnen van een ster bij bedekking door de maan, of van een satelliet bij bedekking door de planeet.

Ma. 11 feb. (10.26 uur) - De Maan staat 4,9° ten noordwesten van Mars (+1,4m). De dichtste nadering gebeurt bij ons op een hoogte van 17°, maar bij daglicht. De samenstand is alleen met veel moeite zichtbaar rond 18 uur. De twee objecten staan dan in het westzuidwesten, op een hoogte van ongeveer 11°, op een onderlinge afstand van 6,0°. De Zon staat slechts 3° onder de horizon. De Maan is voor 3% verlicht.

Ma. 11 feb. (15.13 uur) - De Maan staat 4,3° ten noorden van Mercurius (-0,7m). De dichtste nadering vindt in de Lage Landen plaats op een hoogte van 29°, maar bij daglicht. De samenstand is met veel moeite te zien rond 18 uur. Het tweetal staat dan in het westzuidwesten, circa 12° boven de horizon, op een onderlinge afstand van 4,4°. De Zon staat slechts 3° onder de horizon. De Maan is voor 3% verlicht. Wo. 13 feb. (20.31 uur) - De Galileïsche maan Io staat op 9,8” ten zuiden van Europa. Om de manen van Jupiter te bekijken is een verrekijker op statief al voldoende.

Do. 14 feb. (18.29 uur) - Van 18:29 tot 2:48 uur (15/02) staan alle Galileïsche manen ten oosten van Jupiter. In toenemende afstand van de planeet staan Io, Ganymedes, Europa en Callisto. Jupiter staat op een hoogte van 41° boven de westzuidwestelijke horizon en de planeet is gemakkelijk te vinden. De Zon staat 42° onder de horizon en het is goed donker.

Vr. 15 feb. (19.10 uur) - De ster SAO 92763, een ster met een helderheid van +6,0m in het sterrenbeeld Ram, wordt bedekt door de Maan. Vanuit Utrecht is alleen het einde van de bedekking zichtbaar; om 19:10 komt de ster van achter de verlichte maanrand tevoorschijn, 44° boven de horizon. De Maan is voor 30% verlicht. Deze tabel toont de details van de bedekking voor een aantal plaatsen in Nederland en België.

Za. 16 feb. - Deze tijd van het jaar is prima geschikt om het sterrenstelsel M81, bekend als Bode's nevel, te zien. Het sterrenstelsel staat in het sterrenbeeld Grote Beer, heeft een helderheid van 6,9m en zijn schijnbare afmeting bedraagt 25,7’. Het object is circumpolair en staat om 00:54 uur in het hoogste punt aan de hemel, op 73° boven de horizon. Zoek een donkere waarneemplaats en kijk rond Nieuwe Maan, bijvoorbeeld in de dagen rond 10 februari. Om een donker moment zonder Maan te vinden kunnen de

Guidestar | 02-2013

Za. 09 feb. (22.18 uur) - In de nacht van 9 op 10 februari zijn overgangen van Io en haar schaduw over de planeetschijf van Jupiter volledig waar te nemen. Om 22:18 uur zien we het begin van de overgang op het moment dat Io voor de Jupiterschijf verschijnt, en duurt tot 1:47 uur, wanneer Io's schaduw de Jupiterschijf weer achter zich laat. In de tussentijd is waar te nemen hoe Io's schaduw op het oppervlak van Jupiter verschijnt (23:35 uur) en Io de schijf van Jupiter weer verlaat (om 00:30 uur).

de Galileïsche manen van Jupiter te bekijken is een verrekijker op statief al genoeg.

061


schemerdiagrammen in het hoofdstuk De Zon van pas komen. Om een relatief helder, maar vaag hemellichaam als dit sterrenstelsel te kunnen zien is een verrekijker op statief weliswaar voldoende, maar een telescoop is nodig om details weer te geven. Zie de pagina M81 voor meer details. Za. 16 feb. (22.30 uur) - Mercurius is in grootste oostelijke elongatie en te vinden aan de avondhemel. Mercurius staat op een afstand van 18°08’ ten oosten van de Zon, beweegt achter de Zon aan en gaat 's avonds na de Zon onder. De planeet heeft nu magnitude -0,2, is voor 51% verlicht en heeft een schijnbare diameter van 7,1”. Aan het einde van de burgerlijke schemering, rond 18:30 uur, staat Mercurius nog 10° boven de horizon, in het westzuidwesten. Deze avondverschijning is dus gunstig (voor meer uitleg over de wisselende zichtbaarheid van Mercurius, zie Waardoor zijn Mercurius en Venus soms ver van de Zon slecht zichtbaar? in de veelgestelde vragen). De planeet gaat om 19:41 uur onder, 01:46 uur na de Zon. Zie ook de horizonkaart voor deze avondverschijning. De grootte van het stipje op de kaart is een maat voor de helderheid. Voor de grootste elongatie is Mercurius helderder dan erna. Bij het waarnemen van Mercurius kan een verrekijker van pas komen. Zo. 17 feb. (03.34 uur) - Mercurius staat in het perihelium. De afstand van de planeet tot de Zon is op dit moment kleiner dan gemiddeld: 0,307AE, of zo'n 46,000 miljoen km. Een waarnemer op Mercurius ziet de schijnbare diameter van de Zon ongeveer 3,2 maal zo groot als een waarnemer op Aarde, en de planeet ontvangt circa 10,3 maal meer licht en warmte van de Zon dan de Aarde.

Zo. 17 feb. (19.40 uur) - Vanavond is een verduistering in de schaduw van Jupiter en een bedekking van Europa bijna helemaal waar te nemen. De verschijnselen beginnen met het einde van de bedekking, om 19:40 uur op het moment dat Europa van achter Jupiter verschijnt, en duurt tot 22:21 uur, op het moment dat Europa weer uit Jupiter's schaduw verschijnt. Tussen beide gebeurtenissen in is te zien hoe Europa in de schaduw van Jupiter verdwijnt (19:53 uur). Voor het waarnemen van een bedekking is een telescoop nodig, voor het volgen van een verduistering is een stabiele verrekijker voldoende.

Guidestar | 02-2013

Zo. 17 feb. (21.31 uur) - De Maan is in de fase van Eerste Kwartier. De rechter helft van de Maan is nu verlicht en de Maan is met name 's avonds zichtbaar. Rond, en vooral voor Eerste Kwartier is een goed moment om het maanoppervlak waar te nemen; Op de grens tussen het verlichte en het donkere deel van de Maan komt de Zon net op. Hierdoor werpen bergen en kraterranden lange

062

schaduwen, wat een extra diepte-effect veroorzaakt, en de Maan is daarmee duidelijk meer dan een gladde schijf, gezien door een verrekijker of telescoop.

Ma. 18 feb. (12.03 uur) - De Maan staat 1,7° ten zuiden van Jupiter (-2,0m). De dichtste nadering vindt bij ons plaats op een hoogte van 7°, maar bij daglicht. De samenstand is te zien rond 18:30 uur. Het tweetal staat dan in het zuidzuidoosten, circa 57° boven de horizon, 3,2° van elkaar verwijderd. De Zon staat slechts 5° onder de horizon. De Maan is voor 58% verlicht. Ma. 18 feb. (18.03 uur) - Saturnus is stationair in ecliptische lengte. De planeet keert zijn bewegingsrichting ten opzichte van de sterren om en gaat tegen de gangbare richting in bewegen. Hiermee begint Saturnus' oppositielus en de planeet wordt steeds beter zichtbaar naarmate zijn oppositie nadert. Het hemellichaam is nu vooral in de late nacht en ochtend te zien en komt iedere dag een beetje vroeger op. Tijdens de oppositie zal Saturnus rond zonsondergang opkomen en rond zonsopkomst weer ondergaan, en daarmee vrijwel de gehele nacht zichtbaar zijn. Saturnus is met het blote oog als een heldere “ster” vrij gemakkelijk aan de hemel te vinden. Al met een verrekijker op een statief zijn de beroemde ringen van de reuzenplaneet te onderscheiden. Met een telescoop kunnen meer details, zoals de schaduw van de ring op de planeet en de scheidingen in de ringen worden waargenomen, evenals de grootste manen van Saturnus. Zie de maandelijkse slingerdiagrammen voor de manen van Saturnus. De helderheid van Saturnus bedraagt +0,7m, zijn schijnbare diameter is 17,6”. We vinden de planeet in het sterrenbeeld Weegschaal. Gebruik deze hemelkaart om de planeet te vinden.

Ma. 18 feb. (18.41 uur) - Vanavond zijn overgangen van Io en haar schaduw over de planeetschijf van Jupiter in zijn geheel te zien. De overgang begint om 18:41 uur, op het moment dat Io de schijf van Jupiter betreedt, en eindigt om 22:12 uur, wanneer Io's schaduw de Jupiterschijf weer achter zich laat. Tussen beide gebeurtenissen in is te zien hoe Io's schaduw de schijf van Jupiter betreedt (om 20:00 uur) en Io de schijf van Jupiter weer verlaat (om 20:52 uur).

Ma. 18 feb. (19.59 uur) - De Maan staat 3,3° ten noorden van Aldebaran, de helderste ster van het sterrenbeeld Stier (+0,9m). De dichtste nadering gebeurt bij ons op een hoogte van 55° boven de horizon, in het zuidzuidwesten en is dus goed te zien. De Maan is voor 59% verlicht. Di. 19 feb. (07.29 uur) - De Maan staat in het apogeum; het punt van zijn baan om de Aarde dat het verst van de Aarde ligt. De afstand tot


de Maan bedraagt op dit moment 404472 km. De schijnbare diameter van de Maan is kleiner dan gemiddeld (29’32,6”), door de grotere afstand. De Maan is op dit moment wassend, voor 62% verlicht en is met name 's avonds (in het zuiden) en in de vroege nacht (in het westen) goed te zien. Het kaartje toont de Maan om 20:07 uur in het sterrenbeeld Stier, op 58° boven de horizon, in het zuiden. Met een verrekijker op een statief zijn kraters te zien, met name op de grens tussen het verlichte en het donkere deel van de Maan.

uur zijn Europa en Ganymedes' schaduw gelijktijdig zichtbaar op Jupiter's schijf. Jupiter staat op een hoogte van 8° boven de westnoordwestelijke horizon, dus kies een waarneemplaats met een vrije blik op de horizon. De Zon staat 46° onder de horizon en het is goed donker. Voor het bekijken van een (schaduw)overgang is een redelijk grote telescoop nodig.

Vanaf Venus lijkt de Zon circa 1,4 maal zo groot als vanaf de Aarde. De planeet ontvangt door de geringere afstand tot de Zon ongeveer 1,8 maal meer licht en warmte dan de Aarde. Naar het begin van deze pagina

schemeren en om 07:38 uur komt de Zon op. De Maan is voor ongeveer 90% verlicht, maar gaat om 06:03 uur onder. De piek van deze zwerm is relatief laag, maar de duur van het maximum is met 35 dagen vrij lang, zodat in totaal toch nog een redelijk aantal meteoren te zien is.

Do. 21 feb. (08.16 uur) - Venus is in het aphelium. De afstand van de planeet tot de Zon is op dit moment groter dan gemiddeld: circa 0,728AE, of zo'n 108,943 miljoen km.

Za 23 feb. (01.26 uur) - Tussen 1:26 en 2:05

Za. 23 feb. (10.41 uur) - Mercurius is stationair in ecliptische lengte. De planeet keert zijn bewegingsrichting ten opzichte van de sterren om en gaat tegen de gangbare richting in bewegen. Dit verschijnsel vindt plaats tussen de grootste avondelongatie en de benedenconjunctie van een binnenplaneet.

Za. 23 feb. (19.35 uur) - De ster 50 Cancri, een ster van magnitude +5,9 in het sterrenbeeld Kreeft, wordt bedekt door de

Foto - De bovenstaande hemelkaart toont de sterrenhemel, met planeten, voor de huidige maand. Met dank aan Orion Optics voor het gebruik van deze kaart. Bron: Orion.

Guidestar | 02-2013

Do. 21 feb. (08.19 uur) - Neptunus is in conjunctie met de Zon en beweegt er vanaf de Aarde gezien achterlangs. De planeet is hierdoor op dit moment onzichtbaar. Neptunus, de Zon en de Aarde staan nu op één lijn. De planeet wordt niet bedekt door de zonneschijf, maar beweegt er vanaf de Aarde gezien langs, 0,6° ten zuiden ervan. Dit is een moment waarop een buitenplaneet ver (31,0 AE, ofwel 4634 miljoen km) van de Aarde staat en een kleine schijnbare diameter heeft (2,2”).

Za. 23 feb. (09.00 uur) - De meteorenzwerm δ-Leoniden bereikt zijn maximum. Rond 01:30 uur staat de radiant van de zwerm in het hoogste punt (op 55°) aan de hemel. Zelfs onder ideale omstandigheden is er van deze zwerm niet meer dan één meteoor per uur te verwachten. Rond 07:00 uur gaat het

063


Maan. Vanuit Utrecht is alleen het einde van de bedekking zichtbaar; om 19:35 komt de ster van achter de verlichte maanrand tevoorschijn, 31° boven de horizon. De Maan is voor 95% verlicht, wat het niet gemakkelijker maakt om de bedekking waar te nemen.

Zo. 24 feb. (00.09 uur) - De Maan bedekt 60 Cancri, een ster met een helderheid van +5,4m in het sterrenbeeld Kreeft. Om 00:09 uur verdwijnt de ster achter de zeer dunne onverlichte rand van de Maan en om 01:10 komt deze weer tevoorschijn, nu aan de verlichte maanrand. In Utrecht staat de Maan dan 48°, respectievelijk 44° boven de horizon. De Maan is voor 96% verlicht, wat het niet gemakkelijker maakt om de bedekking waar te nemen.

Zo. 24 feb. (18.47 uur) - Van 18:47 tot 19:49 uur staan alle Galileïsche manen ten westen van Jupiter. Vanaf Jupiter gezien zijn dat Europa, Io, Ganymedes en Callisto. Jupiter staat op een hoogte van 58° boven de zuidzuidwestelijke horizon en de planeet is gemakkelijk te vinden. De Zon staat 11° onder de horizon. Om de Galileïsche manen van Jupiter te bekijken is een verrekijker op statief al genoeg. Zo. 24 feb. (19.49 uur) - In de nacht van 24 op 25 februari zijn een bedekking door de planeetschijf van Jupiter en verduistering van Europa in zijn geheel waar te nemen. De bedekking begint om 19:49 uur, op het moment dat Europa achter de schijf van Jupiter verdwijnt, en eindigt om 1:00 uur, op het moment dat Europa weer tevoorschijn komt vanuit Jupiter's schaduw. In de tussentijd is te zien hoe Europa van achter de planeet tevoorschijn komt (om 22:17 uur) en Europa in Jupiter's schaduw verdwijnt (om 22:32 uur). Zo. 24 feb. (23.25 uur) - Tot 1:00 zijn van de grote Jupitermanen alleen Ganymedes en Callisto zichtbaar.

Ma. 25 feb. (20.36 uur) - In de nacht van 25 op 26 februari is een overgang van de Jupitermaan Io en van Io's schaduw over de planeetschijf van Jupiter in zijn geheel te zien. De overgang begint om 20:36 uur, wanneer Io voor de Jupiterschijf verschijnt, en eindigt om 0:08 uur, wanneer Io's schaduw de Jupiterschijf weer achter zich laat. In de tussentijd is te zien hoe Io's schaduw op het oppervlak van Jupiter verschijnt (21:56 uur) en Io de schijf van Jupiter weer verlaat (22:48 uur).

Guidestar | 02-2013

Ma. 25 feb. (21.26 uur) - Het is Volle Maan. De Maan staat vrijwel precies tegenover de Zon aan de hemel. We zien hierdoor de Maan vrijwel de hele nacht, en de verlichte kant van de Maan is naar de Aarde gekeerd. Hoewel de Maan als geheel op dit moment erg goed te

064

zien is, zijn er weinig details op de Maan zichtbaar. Voor een waarnemer in het midden van het deel van de Maan dat naar de Aarde toe gekeerd is staat de Zon in het zenit, en doordat het zonlicht vanuit de richting van de Aarde komt zien we vanaf de Aarde geen schaduwen, zodat er nauwelijks contrast is. Daar komt nog bij dat de Volle Maan andere, zwakkere hemelobjecten overstraalt, zodat deze niet of nauwelijks zichtbaar zijn.

Ma. 25 feb. (23.08 uur) - Mercurius staat 4,1° ten noorden van Mars (+1,4m). De dichtste nadering gebeurt voor een waarnemer in onze streken onder de horizon. De samenstand is met veel moeite te zien rond 19 uur, of op 26 februari rond 18:30 uur. De twee objecten staan in het eerste geval zo'n 3° boven de westelijke horizon, 4,1° van elkaar vandaan. In het andere geval is de samenstand te zien boven de westzuidwestelijke horizon, op een hoogte van circa 7°, 4,2° van elkaar verwijderd. Kies een waarneemplaats met vrije blik op de horizon. De Zon staat slechts 3° onder de horizon. Mercurius heeft op dit moment een helderheid van +1,4m. Do. 28 feb. (09.00 uur) - De meteorenzwerm Virginiden bereikt zijn maximum. Rond 01:00 uur staat de radiant van de zwerm in het hoogste punt (op 41°) aan de hemel. Zelfs onder ideale omstandigheden zijn er van deze zwerm slechts zo'n 2 meteoren per uur te verwachten. De meteoren zijn traag, met soms vuurbollen. Rond 07:00 uur gaat het schemeren en om 07:27 uur komt de Zon op. De Maan is voor ongeveer 95% verlicht en is een flinke stoorzender; alleen de helderste meteoren zijn hierdoor zichtbaar. Do. 28 feb. (01.19 uur) - De Galileïsche maan Io staat 8,3” ten zuiden van Europa. Om de manen van Jupiter te bekijken is een verrekijker op statief al voldoende.

Do. 28 feb. (18.54 uur) - Tussen 18:54 en 1:59 uur (1 maart) nemen we alle grote Jupitermanen ten oosten van de planeetschijf waar. In toenemende afstand van de planeet staan Io, Europa, Ganymedes en Callisto. Jupiter staat op een hoogte van 35° boven de westelijke horizon. De Zon staat 37° onder de horizon en het is goed donker. Do. 28 feb. (23.20 uur) - De Maan bedekt 49 Virginis, een ster van magnitude +5,2 in het sterrenbeeld Maagd. De ster verdwijnt om 23:20 achter de verlichte maanrand en komt om 00:13 uur weer tevoorschijn aan de dunne onverlichte kant van de Maan. In Utrecht staat de Maan dan 10°, respectievelijk 16° boven de horizon. De Maan is voor 89% verlicht.

Op zoek naar meer efemiriden, sterrenkaarten, baangegevens, deep-sky objecten, enz... Raadpleeg dan de uitgebreide Deep-sky interactief rubriek op de welbekende Spacepage website.


Artikel

Iran stuurt aapje de ruimte in Het land wil tegen 2020 een landgenoot in de ruimte brengen. In 2009 werd Iran het negende land ter wereld dat op eigen kracht een satelliet in de ruimte bracht. Sindsdien bracht het land nog twee andere satellieten en enkele kleine diertjes als een rat, een schildpad en wormen succesvol in de ruimte. Terwijl Iran de afgelopen jaren steeds meer successen behaald op vlak van ruimtevaart en ruimtetechnologie zijn er ook steeds meer Westerse landen die zich vragen stellen bij het Iraanse ruimteprogramma.

Dieren hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de evolutie van de bemande ruimtevaart. Zo werden zij in jaren '50 en '60 gebruikt voor het testen van ruimtecapsules. De Verenigde Staten waren het eerste land ter wereld die dieren in de ruimte brachten tijdens zogenaamde 'suborbitale' ruimtevluchten. Zo brachten zij op 20 februari 1947 enkele fruitvliegjes tot in de ruimte met behulp van een omgebouwde V-2 raket. Twee jaar later werd het Amerikaanse aapje Albert II 's werelds eerste aap dat aan boord van een raket een sprong tot in de ruimte maakte.

De Sovjet-Unie brachten in november 1957 uiteindelijk het wereldberoemde hondje Laika in de ruimte dat als eerste diertje in een vaste baan om de Aarde vloog. Helaas overleefde het hondje haar heroĂŻsche ruimtereis niet.

Guidestar | 02-2013

Het aapje dat volgens Iraanse media in de ruimte werd gebracht, maakte zijn korte ruimtereis aan boord van een Iraanse 'Pishtam' ruimtecapsule. Deze capsule werd met behulp van een Kavoshgar draagraket (ook gekend als Safir raket) tot op een hoogte gebracht van 120 kilometer waarna de capsule zou zijn teruggekeerd naar de Aarde. Wanneer het aapje exact in de ruimte werd gebracht, is echter niet bekend maar dit zou ergens vorige week hebben plaatsgevonden, gelijklopend met 'de dagen van' de geboorte van de profeet Mohamed. Ook werd deze missie nog niet bevestigd door Westerse bronnen. Volgens Iraanse media zou het aapje de ruimtevlucht hebben overleefd. Volgens Iran is deze geslaagde missie een eerste stap in het in de ruimte brengen van een IraniĂŤr.

Foto - De Iraanse ruimtevaartorganisatie is de organisatie van de Iraanse overheid op het terrein van de ruimtevaart. De organisatie is in 2004 opgericht. In 2005 werd de eerste Iraanse kunstmaan gelanceerd via een Russische raket. Deze satelliet werkte op batterijen en had daardoor een beperkte levensduur. Inmiddels is deze satelliet verbrand bij terugkeer in de dampkring. In februari 2007 lanceerde de Iraanse ruimtevaartorganisatie de eerste raket van Iraanse bodem. In augustus 2008 lanceerde het land zijn eerste ruimteraket die een kunstmaan kan dragen, de Safir. In februari 2009 berichtte de Iraanse staatstelevisie dat de eerste zelfgemaakte satelliet was gelanceerd. De satelliet, genaamd Omid, werd omschreven als een "data-processing" satelliet voor onderzoek en telecommunicatie. In februari 2010 lanceerde Iran een raket waarmee enkele dieren in de ruimte werden geschoten. De raket was van het type Kavoshgar 3. In 2012 maakte Iran bekend dat het een ruimtevaartcentrum heeft gebouwd. Bron: NBC News / PressTV.IR.

Kris Christiaens

Iran heeft op maandag 28 januari 2013 laten weten dat het land met succes een aapje in de ruimte heeft gebracht. Volgens het Iraanse nieuwsagentschap Fars bracht een Iraanse raket het aapje aan boord van een kleine capsule tot op een hoogte van 120 kilometer waarna het diertje veilig terugkeerde naar de Aarde. In 2011 liet Iran weten dat het land een aap in de ruimte zou brengen ter voorbereiding van een eigen bemand ruimteprogramma.

065


Rubriek

APOD - Zonsopgang in de Tycho Maankrater

Guidestar | 02-2013

APOD - Astronomy Picture Of the Day

066

Info - Rolf Jansen werkt aan de School of Earth and Space Exploration van de Arizona State University (College of Liberal Arts & Sciences) waar hij werkt aan hoge-resolutie Halpha en UV-R beeldmateriaal van nabijgelegen sterrenstelsels verkregen door GALEX, HST en Spitzer. Hij is tevens, sinds 2005, de vertaler van de Nederlandse APOD editie. Meer informatie : www.apod.nl

Het complex van centrale pieken in de Tycho inslagkrater werpt net na de lokale zonsopgang een lange, donkere schaduw over dit spectaculaire maanlandschap.

Het dramatische min of meer zijdelingse uitzicht werd op 10 juni 2011 vastgelegd door de Lunar Reconnaissance Orbiter. De met rotsblokken bezaaide hellingen en hoekige schaduwen zijn in verbazingwekkend detail zichtbaar in de versie met de hoogste resolutie, waarin elke pixel slechts 1,5 m meet. Het ruige complex is ongeveer 15 km wijd en werd 100 miljoen jaar geleden gevormd tijdens de terugslag van de enorme inslag die de bekende stralenkrater creĂŤerde. De top van de centrale piek reikt 2 km boven de kratervloer van Tycho. Bron: NASA / GSFC.


Wat is Tycho ?

Tycho Brahe, geboren als Tyge Ottesen Brahe (Skåne, 14 december 1546 – Praag, 24 oktober 1601) was een Deense astronoom. In 1572 ontdekte hij een nieuwe heldere ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. Hij beschreef deze vreemde gebeurtenis in zijn boek De Stella Nova. Tegenwoordig is bekend dat het om een

Guidestar | 02-2013

Tycho is één van de bekendste inslagkraters op de Maan genoemd naar de 16e-eeuwse Deense astronoom Tycho Brahe. De krater is gelegen op de coördinaten 43°Z, 11°W. Tycho heeft een diameter van 85 km en een diepte van 2850 meter. Tycho is een zeer jonge en heldere krater die goed opvalt bij volle maan. De krater heeft het grootste stralenstelsel van de Maan. Sommige stralen zijn langer dan 1000 km.

supernova, een sterexplosie, ging. Deze ontdekking maakte hem op slag beroemd in de rest van Europa. Het betekende verder dat de sfeer der sterren zoals die beschreven was door Aristoteles niet onveranderlijk was. Na zijn publicatie van De Stella Nova kreeg hij uit heel Europa aanbiedingen voor wetenschappelijke posten. Hij nam het aanbod van koning Frederik II aan om in Denemarken te blijven. Hij kreeg het eiland Hven in de Sont aangeboden om zijn observatoria Uraniborg en Stjerneborg te bouwen. In 1577 observeerde hij een komeet en door parallaxmetingen te doen, kwam hij erachter dat het verschijnsel verder weg was dan de maan. Dit was in tegenspraak met de heersende opvatting, ooit geformuleerd door Aristoteles, dat kometen atmosferische objecten waren. De komeet reisde dus door de anders zo onveranderlijke sferen.

067


Kortnieuws De Curiosity-rover op Mars is klaar om voor het eerst in de Marsbodem te boren. Op de plek waar de Curiosity bijna is aangekomen liggen diverse soorten steen waar de rover zijn boor in kan zetten. Dat heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA dinsdag gezegd. De komende dagen zal de Curiosity zich naar de juiste plek manoeuvreren, waar hij zich twee weken lang van zijn boortaken zal kwijten. De rover landde vijf maanden geleden op de Rode Planeet en onderzoekt of Mars ooit over de omstandigheden beschikte die leven mogelijk maken. Bron: Novum / 1601-2013.

In de D&A pop-up store aan de Oude Binnenweg in Rotterdam is donderdag een kinderboek over DNA gepresenteerd. Niemand minder dan astronaut André Kuipers was daarbij aanwezig. Kuipers streed voor de gelegenheid met Z@pp-presentatoren Jetske van den Elsen en Ewout Genemans om de titel Dee en Aa Expert. Een van de wedstrijdonderdelen was: hoe leg je uit wat DNA is aan kinderen van groep 3 en 4? Kuipers en zijn tegenstanders deden hun stinkende best, maar het viel nog niet mee. Toch vindt de astronaut het belangrijk dat kinderen kennismaken met de wetenschap. "Ikzelf ben geneeskunde gaan studeren door de lessen over DNA die mijn biologieleraar gaf", zegt hij. "Het is goed dat kinderen leren over hoe de wereld in elkaar steekt." De popupstore aan de Oude Binnenweg in Rotterdam is een initiatief van het NGI, een instituut voor DNAonderzoek. "DNA is overal", zegt Avi Tal van het NGI. "Onderzoek kan helpen om ziektes te genezen of voedsel te ontwikkelen dat ook mensen met bijvoorbeeld een glutenallergie kunnen eten. En natuurlijk kan DNA ons helpen om misdaden op te lossen. In de pop-up store willen we mensen meer vertellen over DNA. Je kunt er antwoord vinden op allerlei vragen." Bezoekers krijgen het boek "Robin en het geheim van de Dee en Aa" gratis mee. De store is nog tot en met 21 januari open. Bron: AA / 17-012013. Zouden ze bij NASA al eens over Toy Story gehoord hebben? De organisatie onthulde een protoype van een nieuw ruimtepak voor haar astronauten en de gelijkenis met Buzz Lightyear, een figuur uit de Pixarfilm, is toch wel treffend. Het pak zou veel lichter en flexibeler zijn dan wat de astronauten de voorbije jaren hebben gedragen. Mogelijk zal de mens in dit soort pakken terugkeren naar de maan of voor het eerst de voet op Mars zetten. De grootste vernieuwing is een gat in de achterkant van het pak, waardoor astronauten in één keer kunnen instappen. De pakken kunnen ook aan de buitenkant van ruimtetoestellen bevestigd worden, zodat astronauten zich in het pak enkel moeten loskoppelen. Het nieuwe pak zou volgens NASA ook minder gevaarlijk zijn voor blessures. De komende jaren gaat het onderzoek naar de pakken verder en tegen 2015 kunnen ze normaal in gebruik worden genomen. We zijn benieuwd of er nog veel zal veranderen aan de Buzz-outfit. Bron: AA / 1801-2013. Britse en Tsjechische wetenschappers zijn erin geslaagd een werkende tractorbeam, of trekstraal, te ontwikkelen. Op microscopisch niveau wisten ze objecten richting een lichtbron te laten bewegen. Onder andere in de medische sector is de vinding toepasbaar. Onderzoekers van de Britse University of St Andrews en het Tsjechische Institute of Scientific

Instruments zijn er in geslaagd een speciaal optisch veld te creëren dat de stralingsdruk van licht omkeert. Hierdoor is het voor het eerst gelukt objecten, zij het op microscopisch niveau, naar een lichtbron toe te trekken. De onderzoekscentra maken de vergelijking met tractorbeams, of trekstralen, die in science fictionverhalen of -films zoals Star Trek voorkomen. Normaal gesproken zorgt de stralingsdruk ervoor dat objecten in de stroom van fotonen van de lichtbron vandaan gestuwd worden. Deze impuls werd in 1619 al ontdekt door Johannes Kepler, die constateerde dat de staarten van kometen altijd van de zon vandaan aan het firmament stonden. Theorieën over het manipuleren van de beweging van objecten met licht zijn er al sinds de jaren zestig en eerder werden experimenten met een optische vortex gehouden om deeltjes voort te stuwen. De nieuwe vinding maakt het echter mogelijk objecten in vloeistoffen en een vacuüm aan te trekken. Ook varieert de negatieve druk naar gelang de eigenschappen van objecten, zoals grootte en samenstelling. Hierdoor is de techniek veelbelovend voor het sorteren van microscopische deeltjes of cellen, waar met name de medische wetenschap baat bij kan hebben. Tractorbeams op grote schaal hoeven we met deze techniek echter niet te verwachten, zegt een van de onderzoeksleiders tegen de BBC: "Helaas vindt er een overdracht van energie plaats. Op microscopisch niveau is dat geen probleem, maar op macroschaal zorgt dit voor gigantische problemen." Een groot object zou er namelijk enorm door verhit worden. Bron: O. Van Miltenburg / 26-01-2013. Iran heeft een aap aan boord van een capsule de ruimte ingeslingerd. Het dier is inmiddels al terug op aarde en stelt het wel. Dat heeft de Arabische zender al-Alam van de Iraanse televisie gemeld, onder aanhaling van het ministerie van Defensie. Volgens de zender heette de capsule pisgham (pionier) en bereikten capsule en aap een hoogte van 120 kilometer. Bron: IPS / 28-01-2013.

Zuid-Korea heeft voor eerst zelf een eigen satelliet met een eigen draagraket gelanceerd. Minister van Wetenschappen Lee Ju Ho gewaagde van een "succes voor het hele volk". De voorbije twee pogingen van het land mislukten. De lancering van de 140 ton wegende KSLV-I gebeurde om 16 uur lokale tijd, vanop de basis in Naro in het zuiden van het land. De lancering was rechtstreeks op televisie te volgen. Negen minuten na de start kwam de satelliet STSAT-2C in de vooropgestelde baan vrij. Het 100 kilo wegende kunstmaantje moet gegevens verzamelen over kosmische straling en zond ongeveer anderhalf uur na de lancering vanuit zijn lage baan een signaal uit. Zuid-Korea is zo de dertiende natie ter wereld die met een eigen draagraket een eigen kunstmaan kan lanceren. De tien andere satellieten die Seoul voordien operationeel in de ruimte had, zijn met buitenlandse raketten gelanceerd. In 2009 en 2010 probeerde het land al eens om met zijn KSLV-1 een satelliet in de ruimte te brengen, maar beide pogingen mislukten. Zuid-Korea kreeg voor de lancering de hulp van Rusland. Dat land leverde de eerste rakettrap en zorgde ook voor de grondinstallaties. Seoul hoopt tegen 2021 een volledig eigen drietrapsraket te ontwikkelen die 1,5 ton kan meenemen. Bron: S. Vossen / 30-01-2013. Meer up-to-date nieuws : www.spacepage.be

Op woensdag 13 februari 2013 kunnen alle kids deelnemen aan een leuk interactief atelier in ruimtethema. Om 14u begin je met het knutselen van je eigen waterraket. En daarna... lanceren natuurlijk! Tussendoor geniet je van een lekker hapje en drankje.

Guidestar | 02-2013

Datum - Woensdag 13 februari 2013. Vanaf 14.00 uur. Toegang: 5,00 euro. Locatie - Cosmodrome - Planetariumweg 18-19 te 3600 Genk. www.cosmodrome.be - cosmodrome@genk.be.

069

Kidsatelier : Cosmodrome


Rubriek -Sasteria onder de sterren

Filip Feys

Op jacht naar het zwakke "Mc Neil's" neveltje in Orion

Info - Geboren in het jaar 1961 te Tielt en opgegroeid in Meulebeke ben ik een West Vlamink in hart en ziel. Mijn schoolperiode heb ik dan ook doorgebracht in omstreken en later ook mijn beroep als hooggeschoold houtbewerker en later als leerkracht aan het VTI te Izegem. Ik ben getrouwd in 1981 met Chantal en samen hebben we een dochter. Sharon is afgestudeerd als Bachelor in Elektro-Mechanica en Chantal is professioneel kunstenares. Reeds meer dan 30 jaar is astronomie een ver doorgedreven hobby voor mij. Gestart met een 50 mm kijkertje en lid van de VVS en later van de werkgroep Deep-Sky en zonwaarneming is mijn hobby veranderd in dagelijkse bezigheid. Bepaalde dromen om iets op te starten en mensen een kans te geven om de sterrenhemel te bewonderen heb ik al tijd in mij gehad. Griekenland lag ons beiden nauw aan het hart en de keuze was vlug gemaakt voor een locatie waar sterren kijken vele nachten verzekerd was. Nu voel ik mij thuis hier op Kreta en ben ik één van de gelukkigen die van mijn hobby een beroep heb kunnen maken.

Guidestar | 02-2013

Meer informatie : www.sasteria.com

070

De winter sterrenbeelden zijn er terug, dit wil zeggen dat ook Orion hoog prijkt aan de hemel hier op Kreta. Meerdere malen heb ik dit sterrenbeeld doorklieft met een telescoop maar nog nooit de uitdaging aangegaan om “McNeil's nebula” te gaan opzoeken. Het kleine neveltje werd ontdekt in januari 2004 door Jay McNeil's. Wat hij toen niet wist dat hij een interessante ontdekking gemaakt had. Volgens de beschikbare literatuur zou dit nevelachtig gebiedje niks anders zijn dan een kraamkamer met een net ontbrande ster in. Dus een ster in de maak, fantastisch om dit op correcte moment te ontdekken en ons de mogelijkheid te bieden dit te bestuderen. Op oude foto’s bleek deze reeds te bestaan, maar was nog nooit opgemerkt. McNeil kon de nevel vinden, omdat een nieuwe ster in de nevel sinds november 2003 helder was gaan stralen en zo de nevel verlichtte. Astronomen hebben de pas ontdekte ster in het sterrenbeeld Orion onderzocht op röntgenstraling. V1647 Orionis is een extreem jonge ster, ongeveer even zwaar als onze zon en minder dan een miljoen jaar oud. Dit type ster, FU-Orionis genoemd, is erg zeldzaam; sterrenkundigen kennen er minder dan een dozijn.

valt en dat levert hitte-straling op, het geen als infraroodstraling kan worden gezien. Dat die röntgensatellieten V1647 Ori konden zien komt omdat er iets bijzonders heeft plaatsgevonden. Het blijkt dat zeer sterke magnetische velden in staat zijn grote hoeveelheden gas en stof uit de omringende accretieschijf (de broedplaats van nieuwe planeten) op het oppervlak van de protoster te dumpen en tot enorme temperaturen te verhitten, soms wel 50 miljoen Kelvin. De plekken waar dat gebeurt gaan röntgenstraling uitzenden en die straling is door het genoemde trio ontdekt. De protoster zou op zich nog miljoenen jaren kunnen bestaan, zich langzaam voorbereidend op de mooie dag dat de waterstof in de kern begint te fuseren en het leven als gewone ster begint, ware het niet dat de rotatieperiode van één dag wel erg kort is en het zomaar zou kunnen gebeuren dat de ster uiteen wordt gerafeld.

Bij zulke heftige processen komt vaak röntgenstraling vrij, dus een bepaald type telescoop werd ingeschakeld. Met de Chandra-telescoop toonden ze aan, dat de ster teveel röntgenstraling uitstraalt om met traditionele modellen te verklaren. Ze denken dat V1647 wordt gevoed door een protoplanetaire schijf, een schijf gas en stof waaruit later planeten kunnen ontstaan. Als een lawine van materiaal uit die protoplanetaire schijf op de ster valt, komen röntgenstraling en allerlei andere soorten straling, ook zichtbaar licht.

V1647 Orionis is van het type FU-Orionis. Dat zijn jonge sterren die in de loop der tijd sterk van helderheid wisselen. In de loop van een paar maanden worden ze tot 100.000 maal helderder, om dan in een paar jaar tijd weer af te zwakken. Archieven uit 1965 laten zien, dat V1647 Orionis toen ook al oplichtte. Sterrenkundigen hebben ook andere röntgensatellieten ingeschakeld, de Europese XMM-Newton en de Japanse Suzaku onderzochten de protoster V1647 Orionis. Daar kwam uit naar voren dat deze “ster in wording” een rotatieperiode van slechts één dag kent. De protoster ligt ingebed in de McNeil’s nevel, die zich weer vlakbij de bekende stervormingsnevel M78 bevindt, circa 1300 lichtjaar van de aarde. V1647 Ori is nog geen echte ster, maar een protoster, dat wil zeggen dat deze nog geen licht geeft zoals gewone sterren door fusie in z’n kern. Hij licht op doordat er materiaal op z’n oppervlakte

Wat kan men nu waarnemen van deze geboorte van een ster? De 20” Newton F/4.5 werd ingeschakeld en met een druk op de


knop naar het object gestuurd. Wel één ding is zeker, het gebied waar het neveltje zich bevindt heeft heel wat te bieden. Ik denk dat iedereen de M78 kent. Een tamelijk heldere nevel in het oostelijke deel van Orion. Een vormloos nevelvlekje in kleine kijkers met een zwakke verheldering naar het center. In grote kijkers veranderd dit vlug naar een uitgebreide nevel die ten NNW tamelijk scherp afgebakend is door een donkere stoflaan. De andere randen waaieren uit in de ruimte. Je zou het kunnen vergelijken met zonnestralen die tussen de wolkenvelden doorschijnen. De nevel verheldert heel duidelijk in het noordwestelijke deel van de nevel. Het contrast met de donkere stoflaan is dan ook het groots aan de westzijde van de nevel.

Een must bij het bepalen van de tijd stippen zijn de software programma's “Jup Sat Pro ”http://jupsatpro.nightskyobserver.com/) dit programma kan aangekocht worden voor een peulschil! 24,95 Dollar. The Planets (www.cpac.org.uk/solar.asp) en Jupiter version 2 (www.astrosurf.com/rondi/jupiter/index.htm) zijn free software programma’s, niet zo uitgebreid maar het bezorgd je wel de nodige informatie. Veel kijkplezier en trotseer voor een uurtje de koude en je zult beloont worden met een wereld in beweging. Voor de extreem koude dagen kan ik u vermelden dat Sasteria beschikt over een nieuwe website. De hoofdbestanddelen zijn nu van in het begin gescheiden zo dat doel gericht kan gesurft worden. Astronomie zal nog meer praktischer benaderd worden met onder andere foto's, video's en observatie data. Groeten Filip en Chantal. Groeten, en wie weet ontmoeten we elkaar hier op het mooie Kreta !

Guidestar | 02-2013

Iets verder westwaarts vinden we de NGC 2067. Een heel wat zwakkere nevelsliert die aanleunt tegen de donkere stoflaan. Aan deze zijde is het contrast het grootst en valt de nevel tamelijk goed op. De nevel is tamelijk scherp begrenst in het oosten en waaiert randloos uit in de ruimte ten westen. Zwakke verheldering in een sliert-vormige band dicht bij de stoflaan. De stoflaan kon ik verder volgen richting zuidwaarts tot aan een zwak vormloos vlekje. De NGC 2064 nog steeds goed haalbaar zonder perifeer kijken. Een heel zwakke kern verheldering was waarneembaar. Langs beide zijden bij perifeer waarnemen, zijn er donkere stofwolken waar te nemen die aansluiten tegen het neveltje. De stoflaan was nog heel zwak te volgen en stuurde mij perfect naar het zwakke sterren paar waar ten westen de “McNeil's nevel” zou moeten liggen. Met de kleinste verhouding van 64x met LPR filter, niks op te merken. Dus er zit niks anders op dan het grote geschut uit te halen en een vergroting van 113x toe te passen met de dezelfde filter en een beeldveld van 43'. Aha! Daar is het eerste bewijs van een extreem zwak vlekje op de correcte plaats volgens een foto opname. Perifeer waarnemen is geen overbodige luxe. Misschien een andere filter proberen. De UHC leverde het zelfde beeld op en de OIII en H-beta filter leverden niks op, zoals gedacht. Dus enige oplossing was, een versnelling hoger schakelen en 188x vergroten met een beeldveld van 22'. Opnieuw de LPR filter opgeschroefd en dit was duidelijk de beste verhouding om het heel zwakke neveltje waar te nemen. De vorm was nog steeds moeilijk te bepalen bij direct waarnemen. Bij perifeer kijken kon ik een langgerekte vorm waarnemen. Het was net een balk met onscherpe randen. Meer was er niet te bespeuren maar wel voldoende voor een geslaagde jacht. Deze waarneming kan ik vergelijken in moeilijkheidsgraad met het waarnemen van de SNR Cassiopeia A. Even de ogen laten rusten en naar het noordelijke deel afzakken boven de M78. Daar bevindt zich de NGC 2071, een nevel die de ster HD290861 omspant. Goed haalbare nevel met verheldering dicht bij de ster. De nevel waaiert uit ten oosten van de ster en verdwijnt langzaam in de ruimte. De vorm komt 3hoekig over en kleeft met de langste zijde tegen de ster aan. De M78 en de NGC 2071 zijn verbonden met heel zwakke achtergrond nevel die op verschillende plaatsen donkere gebieden vertoont. Het neveltje werd verschillende avonden opgezocht ter controle en is telkens terug gevonden op dezelfde locatie. Enkel met de C11 XLT was het neveltje niet met zekerheid geobserveerd. Alhoewel de twee dichtbijgelegen zwakke sterren mij begeleiden naar de plaats van de nevel. Kon ik dus niks met zekerheid waarnemen. De andere 4 nevelgebieden waren geen probleem. De donkere stoflaan was enkel zichtbaar tussen in de M78, NGC 2067en de nevel NGC 2064. De donkere stofwolken bij de NGC 2064 waren enkel perifeer waar te nemen. De zwakke nevel die de M78 met de NGC 2071 verbindt was niet haalbaar. Ja, voor Deep-Sky is spiegeloppervlak een belangrijke factor. Dit bewijst deze waarneming opnieuw. Dit gebied in totaal heeft iets voor elk type kijker om waar te nemen. Beginnend met de M78 en opgaande in moeilijkheidsgraad tot en met de McNeil's nevel. Dus aan u om deze uitdaging aan te gaan. Er valt heel wat te zien als je het gereflecteerde licht van het gebied rondom de M78 onder de loep neemt. Verdraagt tamelijk grote verhouding.

Nu Iets dichter bij huis en gemakkelijker om waar te nemen is de planeet “Jupiter” de reus uit ons zonnestelsel. Jupiter kan nu vroeg in de avond geobserveerd worden. Meestal observeer ik planeten met de C11, een fantastisch instrument op dit gebied, maar! Al naar gelang de weersomstandigheden tijdens de wintermaanden komt of wel de C11 XLT buiten of wel bij heel vochtig weer daar de spiegel veel dieper ligt, de 20” Newton. Daar de 20” duidelijk de meerdere is in scheidend vermogen ten op zichtte van de C11, bezit de C11 het gemak van al zittend waar te nemen wat het observeer comfort verhoogt. Dit wordt soms onderschat maar draagt veel bij in het waarnemen en eventueel schetsen van kleine details! De 20” werd gekozen voor deze avond van waarnemen, dus klimmen op de ladder is de boodschap. Momenteel op Kreta staat de planeet zo goed als in het zenit. Een mooi zicht met de dicht bijgelegen Hyades en de alfa ster Aldebaran. Nu en dan zijn er interessante samenstanden van de Jupiter maantjes te observeren. Zo was er op 03 januari twee schaduw overgangen en twee maan overgangen te observeren in een kort tijdsperiode. Ganymede nam de start rond 19h36LT en daarna volgde IO en later hun beide schaduwen. Zie grafische voorstelling van Jupiter. Voor het observeren van overgangen of in het algemeen de planeet gebruik ik doorgaans een gewone LPR filter op het oculair. Het contrast is heel goed, de details in de atmosfeer van Jupiter worden scherp afgebakend en de maantjes contrasteren heel goed.

071



Guidestar02-2013