Page 1

0


Kindsoldaten Voorlichtingspakket over kinderen en oorlog Inhoud: Dit rapport werd samengesteld door Stichting Mind to Change in samenwerking met de Kindsoldaten Coalitie Sierra Leone, en opgesteld door antropologe Ginny Mooy. Beeldmateriaal: Kunstwerken & tekeningen: Arts Cave Sierra Leone (Amadu Tarawallie & Shakalearn Mansaray) Fotoâ€&#x;s: Stichting Mind to Change, Ginny Mooy, Lansana Juana

Š 2010. Dit voorlichtingspakket over kindsoldaten is een uitgave van Stichting Mind to Change en kwam tot stand met ondersteuning van het NCDO. De informatie in deze brochure mag vrijelijk gebruik worden voor educatieve doeleinden. Het beeldmateriaal mag niet gepubliceerd (noch in druk, noch digitaal) worden zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. 1


Een woord vooraf‌ Waarschuwing Misschien heb je al eerder over kindsoldaten gelezen. Misschien heb je er films over gezien, of een documentaire. En waarschijnlijk vind je het nog steeds moeilijk om het goed te begrijpen. Dat kinderen meevechten in oorlogen en hoe ze daar mee omgaan, is voor velen van ons ontzettend moeilijk te vatten. We bedenken ons dat kindsoldaten altijd bang zijn. Dat ze constant bedreigd worden door hun leiders. Dat ze hun jeugd en hun onschuld verloren zijn en dat ze nooit meer normaal zullen worden. Ze hebben zoveel bizarre dingen gezien en meegemaakt. Ze hebben zoveel kwaad aangericht. Is het mogelijk dat je die dingen ooit zult vergeten? In dit boek krijg je antwoord op deze vragen. Maar een waarschuwend woord vooraf is op zijn plaats. Dit voorlichtingsboek bevat schokkende verhalen. Veel kindsoldaten hebben de verhalen die je in dit boek zult lezen echt meegemaakt. En velen van hen waren jonger dan jij nu bent. Dat was hun realiteit. Als je kindsoldaten ècht wil leren begrijpen en je in hen leren verplaatsen, dan zul je door de schokkende verhalen heen moeten. Kan je echt niet zo goed tegen schokkende verhalen? Sla dan de stukken die tussen *twee sterretjes* staan over.

2


Ben jij een moordenaar? In de schoenen van een kindsoldaat Denk er eens serieus over na: zou jij iemand kunnen vermoorden? En wat toen je een jaar of zes à zeven oud was? Zou je het toen hebben gekund? Je hield misschien wel van oorlogje spelen, maar daadwerkelijk iemand vermoorden? Dat is te bizar voor woorden. Toch? De meesten van ons kunnen zich het niet voorstellen. Dat we iemand zouden kunnen vermoorden. Daarom vinden we het ook zo moeilijk om ons in kindsoldaten te verplaatsen. Hoewel het onmogelijk lijkt, is dat toch wat we je willen laten ervaren. Hoe het is om kindsoldaat te zijn. Want ook al lijkt hun leven mijlenver van je af te staan, toch zijn er veel overeenkomsten met jouw eigen leven. En misschien, heel misschien zul je op de laatste bladzijde van dit boek meer begrijpen van kindsoldaten. Over hoe ze er toe komen om zulke vreselijke misdaden te plegen. En hoe ze daarna, als de oorlog afgelopen is, hun levens weer oppakken.

* Stel je voor… * Stel je voor dat je kindsoldaat wordt. Ga er even rustig voor zitten, sluit je af, en doe je ogen tussen de zinnen door zoveel mogelijk dicht. Stel jezelf voor in een stoffig landschap, met vervallen, kapot geschoten hutten aan de ene kant, en een prachtig groene bush aan de andere kant. Je bent een jaar of 8. Om je heen woedt een wrede oorlog. Achter één van de hutten komt een horde uitzinnige rebellen tevoorschijn. Ze hebben grote kapmessen en geweren. De grootste rebel is de leider. Hij heeft een zwarte bandana over zijn rechteroog. Over zijn andere wang loopt een dik en gevaarlijk uitziend litteken. Je opa en oma worden te pakken genomen en vermoord. Voor je ogen. Het geschreeuw en gegil is ijzingwekkend. Het lijkt wel alsof dat het ene geluid is wat nog in je oren kan suizen. Iedereen stuift een andere kant op. De rebellen schieten in het wilde weg. Je vader pakt je op en rent samen met jou en je moeder het dorp uit, richting de bush. De gevaren van de bush zijn al genoeg om je vreselijk veel angst aan te jagen. Hoe vaak hebben ze je niet verteld dat je nóóit de bush in mag? Het zit er vol met gevaarlijke beesten. Je bent bang, maar daar is geen tijd voor. Je vader zet je neer tussen de gewassen. Je moet lopen, en blijven lopen, uren achtereen. Dagen achtereen. Je voeten branden en je maag doet zeer van de honger. Dan loop je met je ouders in een hinderlaag. Angstaanjagende rebellen nemen je vader te grazen. Ze hangen een autoband om zijn nek en steken het in brand. Je vader vergaat van de pijn. Je moet meer dan een uur naar zijn doodsstrijd kijken, terwijl de rebellen daar het grootste plezier om hebben. Dan pakken ze je moeder en verkrachten haar voor je ogen. Ze slaan en schoppen haar op haar hoofd, in haar buik en in haar rug. Daarna krijgt ze er met een riem van langs. Het enige wat jij kan denken is: ze gaan me pijn doen. Je zou willen vluchten, maar je bent bang dat ze je dan dood zullen schieten. Dat heb je in je dorp zien gebeuren. En je weet dat dat ongelofelijk veel pijn zal doen. Als de rebellen je een mes in je handen drukken om je moeder daar mee te vermoorden,

3


begin je te huilen. Je eigen moeder! Dat kan je echt niet. Eén van de rebellen begint je te slaan en te schoppen. Zo ongelofelijk veel pijn heb je nog nooit van je leven gevoeld. Je wil maar één ding: dat de pijn stopt, en dat je het overleeft.

Doodsbang ga je je moeder te lijf. Je weet echt niet wat je moet doen. Alles gaat ineens als in een waas. Je hebt er alles voor over nu gewoon veilig te zijn. Trillend op je benen word je meegenomen naar een trainingskamp. Je krijgt te eten, eindelijk, na dagen met een lege maag door de bush te hebben rondgelopen. Je krijgt drugs, waardoor je hoofd gaat tollen en je eindelijk de herinnering aan de dood van je ouders voor even kunt vergeten. Het had je bijna halfgek gemaakt. Je krijgt alcohol, waardoor je je een beetje vrolijk gaat voelen. En belangrijker: er zijn heel veel grote soldaten die je veilig houden. Je hoeft niet meer op de vlucht, en je hoeft niet meer bang te zijn voor pijn. Je mist je vader en je moeder vreselijk, maar de soldaten houden je zo druk bezig, dat je nauwelijks tijd hebt om daarover na te denken. Je leert allerlei nieuwe dingen. Als je niet goed je best doet op de taken die de soldaten je geven, riskeer je een flinke afranseling. En dat ene vriendje die je in het kamp hebt weten te maken, hebben ze al doodgeschoten omdat hij ongehoorzaam was.

De rebellensoldaten leren je dat moorden goed is. Iedereen hitst je op om het te doen. Net zoals je niet wist of het wel of niet mocht een konijn in het bos pijn te doen, weet je ook niet of het wel of niet goed is om mensen te vermoorden. Maar de volwassenen zeggen dat het goed is. En je hebt geleerd dat volwassenen altijd gelijk hebben. Hoe meer mensen je vermoordt, hoe beter de soldaten je behandelen. Iedereen is trots op je. En iedereen heeft respect voor je. Maar dan komt er een tijd waarin je je niet zo lekker voelt. Je moet toch mee gaan vechten, maar je bent niet scherp. Er is één laf jongetje, die al heel lang een hekel aan je heeft. Hij is jaloers, want hij durft zelf niet te moorden, en daarom krijgt hij vaak slaag, en krijgt hij heel weinig te eten. Als je op de vijand afrent, schiet het jongetje je in je rug. Gelukkig, het is een schampschot, maar het scheelde niet veel. Als je niet snel ingrijpt, schiet het jongetje je de volgende keer misschien wel dood. Daarom moet je hem laten zien dat jij dapper bent, en veel sterker dan hij.

4


In de schoenen van een kindsoldaat - vervolg Je eigen moeder vermoorden. Zou jij het kunnen? Hoe kan je je zoiets voorstellen? Als je niet in een oorlogssituatie leeft, is het moeilijk je voor te stellen hoe belangrijk overleven kan worden. Tijdens oorlogen kiest bijna iedereen voor zijn eigen leven. Zelfs kinderen. Of eigenlijk: juíst kinderen. Wereldwijd zijn er duizenden kinderen die hun ouders onder dwang vermoorden om hun eigen levens te redden. Soms zijn ze zelfs pas 6 jaar oud. Voordat ze zich in die situatie bevonden, konden ook zij zich niets voorstellen bij moord. Maar angst doet rare dingen met je. En angst voor de dood is de meest ultieme angst die er bestaat. Oorlog breekt wetten. Je moet je eigen grenzen over. En die beslissing neem je in een fractie van een seconde. Een beslissing waar je de rest van je leven mee geconfronteerd zult worden. Maar ook een beslissing die je leven redt. Maar na die ene moord ben je er nog niet. Een tweede moord volgt. Gevechten. Meer moorden. En de meeste kindsoldaten wennen er na verloop van tijd aan.

Misschien kan je het je moeilijk voorstellen, maar er zijn veel kindsoldaten die moorden zelfs leuk gaan vinden. Hoe komt dat? Is het pure wreedheid? Hersenspoeling? Drugs? Ja en nee. Natuurlijk veranderen je denkbeelden als je langer bij een gewapende groepering zit. Vechten wordt je leven. Oorlog wordt je leven. Hoe jonger je bent als de oorlog uitbreekt en hoe langer de oorlog voortduurt, des te normaler ga je het vinden. Je weet immers niet beter. Vredestijd ken je niet. Je wereld bestaat uit geweld, moord en doodslag. Er zijn maar weinig kindsoldaten die zich nog kunnen voorstellen dat dat ooit op zal houden. En kindsoldaten staan meestal stijf van de drugs. Maar er spelen nog een hele hoop andere dingen mee. Dingen waar jij als Nederlandse jongere ook mee geconfronteerd wordt. Populair willen zijn. Groepsdruk. Pesterijen. Stoer doen. Erbij willen horen. Bewonderd willen worden. Maar vooral: overleven. Want hoe wreder je bent, hoe meer respect je krijgt van je collega‟s. Hoe meer respect, hoe groter je kansen zijn de oorlog te overleven. Als je geen vrees kent, ben je goed in vechten. En ben je goed in vechten, dan ben je waardevol voor je collega‟s. Zij zullen er alles aan doen om te zorgen dat jij bij de gevechten aanwezig bent, zodat ze zich achter je kunnen verschuilen. Heb je veel vijanden in je eigen leger, dan ben je je leven niet zeker. In rebellenlegers worden veel kindsoldaten vermoord door hun jonge collega‟s bij onderlinge ruzies. Of ze worden buitenbeentjes. En ook dat is een reden om populair te willen zijn.

5


Hoe word je kindsoldaat? * ‘Moordjongen’ Idrissa * Idrissa woonde met zijn ouders broers en zus in Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Er was oorlog en hoewel het leven zwaar was, was de oorlog ook ver weg. Hij had nog nooit gevechten gezien. Pas toen zijn vader door rebellen werd vermoord, werd Idrissa geconfronteerd met de banaliteit en de wreedheid van oorlog. Het hele gezin stond op zijn kop en Idrissa vond dat zijn moeder hem ontzettend slecht behandelde. Maar ook de oorlog en de gevechten kwamen steeds dichterbij. Hij vluchtte met zijn moeder, broers en zus weg uit Monrovia, naar buurland Sierra Leone. Hun vlucht was lang, moeizaam en schokkend. Als achtjarige jongen was hij er getuige van hoe zijn moeder en zus werden verkracht door een groepje soldaten. Dat maakte een onuitwisbare indruk op hem. Na een korte tijd in een vluchtelingenkamp in Sierra Leone, keerde het gezin weer terug naar Liberia. Idrissa moest hard meewerken in het eethuisje van zijn moeder. Naar school kon hij niet meer. De wijk werd al snel overspoeld door rebellen. Eén van de commandanten bleek zijn oom te zijn: een grote, imposante man, met brede schouders en een kaalgeschoren hoofd. Alle andere soldaten hadden een heilig ontzag voor de man. Als hij wilde gaan zitten, maakten zijn mannen het houten bankje snel voor hem schoon. Zijn enorme legerkisten werden iedere dag voor hem gepoetst. Wat de man ook maar wilde, hij kon het in een oogwenk krijgen. Idrissa was van de man onder de indruk en deed dan ook extra hard zijn best om het de man naar de zin te maken. Het werkte. Het duurde niet lang of de man begon Idrissa “zoon” te noemen. Op een dag, toen de man een paar dagen naar een rebellenkamp buiten de stad was geweest, had hij een klappertjespistool voor Idrissa meegenomen. Het was zijn allereerste speelgoed ooit, hij was er zo blij mee dat hij zelfs vergat te werken. De soldaten leerden hem schietbewegingen maken, kogels ontwijken, gevechtsmanoeuvres en andere technieken. Het was een leuk spelletje geweest. Zijn oom zorgde ervoor dat Idrissa genoeg te eten kreeg, en dat hij niet meer zo hard hoefde te werken. Als de man in de stad op patrouille ging, mocht Idrissa met

6


hem mee. Het was een hele ervaring. De andere soldaten salueerden hem als hij met zijn oom was, wat hem een enorme kick gaf. Hij probeerde zich net zo te gedragen als de soldaten. Het typische macholoopje, het spugen op de grond, tandenstoker in zijn mondhoek, een sigaret tussen zijn lippen. Het klappertjespistool bond hij met een elastiek aan een broeklus. Ondanks de oorlog, had hij een geweldige tijd. Maar de dag kwam dat zijn oom buiten Monrovia gestationeerd zou worden. Een grote Toyota pick-up kwam de man ophalen bij eethuisje van Idrissa‟s moeder. Toen zijn oom hem vroeg met hem mee te gaan naar de basis, hoefde hij er dan ook geen seconde over na te denken. Zonder zijn moeder gedag te zeggen, was hij naar de pick-up gerend en had zich achterin proberen te proppen. Hij wilde maar wat graag mee, weg bij zijn moeder, het avontuur tegemoet. De eerste gevechten Intussen was Idrissa negen. Als negenjarige was hij de jongste soldaat in zijn eenheid. Hij werd ingedeeld bij de jongens van 14 en ouder. Idrissa leerde zich op te drukken, hoe hij moest marcheren, hij leerde te gehoorzamen aan commando‟s, en aan het einde van de week mocht hij zijn eerste pistool vasthouden. Het was een grote eer. Het was nog machtiger geweest dan het klappertjespistool wat zijn oom hem in Monrovia had gegeven. Het gevoel van een echt pistool in zijn hand was Zo‟n kick voor hem geweest, dat hij nauwelijks kon wachten totdat hij er eindelijk mee mocht schieten. Hij was nog nooit zo gelukkig geweest als toen hij daadwerkelijk mocht schieten, voor de allereerste keer. Het voelde nog beter dan hij zich had voorgesteld. En nu hij eenmaal wist hoe hij moest schieten, voelde hij zich oppermachtig. Niemand kon hem meer iets maken. Op een veldje op de trainingsbasis werd hem geleerd hoe hij mensen moest vermoorden, zowel met een geweer als met de bajonet aan de achterkant van de AK-47. Idrissa leerde hoe hij een wapen moest ontmantelen, schoonmaken en repareren. Hij raakte volledig in de ban van het rebellenleventje. In het begin, toen hij net soldaat was, moest hij voornamelijk de rotklussen doen. Soms hield hij „s nachts de wacht. Hij rookte constant marihuana, en hij leerde in die tijd ook zwaardere drugs te gebruiken. Cocaïne, crack, speed, en een mix van cocaïne en kogelkruit, een mengsel dat ze brawn-brawn noemden. Van de oudere soldaten kreeg hij vaak sterke drank. Vooral gin vond hij lekker, zijn hoofd ging er van “stuiteren”. In combinatie met marihuana maakte de gin hem gek, en wilde hij niets liever dan meedoen met de gevechten. Idrissa hoefde er niet lang op te wachten. Een paar weken nadat hij was ingelijfd bij de rebellen, verscheen er een soldaat van de vijand op een van de heuvels die het kamp omsloten. De soldaat zwaaide de witte vlag. Vanachter de heuvels klonken seinschoten, een salvo dat klonk als “boys, girls, come to school”. Pam, pam. Pam pam pam. Het was het teken dat ze hadden afgesproken als “sein 7


veilig”, het teken dat alles in orde was. Het was een valstrik. De vijand was achter de geheime code gekomen en gebruikte die om de rebellenbasis te omsingelen. Er volgde een afschuwelijk gevecht. Idrissa werd met een wapen de bush in gestuurd om de confrontatie aan te gaan. Toen ze recht tegenover de vijand kwamen te staan, werd er tegen Idrissa geroepen dat hij moest schieten. Hij zette het geweer tegen zijn schouder en richtte. “Schiet, schiet!” klonk het achter hem. Met heftig trillende vingers probeerde hij de trekker over te halen. Beng! In het donker zag hij de kogel door de lucht vliegen. Of hij iemand had geraakt wist hij niet. Hij haalde de trekker nog een keer over, en nog een keer, en nog een keer. Hij bleef schieten totdat de vijand overmeesterd was. Doordat hij stoned en dronken was, drong het niet zo goed tot hem door wat er gebeurd was. Hij lachte en joelde mee met de andere mannen. Toen ze uit de bush terugkeerden, dwong Idrissa‟s oom hem om het hoofd van een van de gevangengenomen rebellen af te hakken. Idrissa ging achter de man staan en probeerde hem te onthoofden, maar dat ging ongelofelijk moeilijk. Een van de andere soldaten zette een fles gin aan zijn lippen. De drank zou hem meer kracht moeten geven. Alle andere soldaten moedigden hem aan. Hij moest harder zijn best doen, werd er geroepen. “Het is een rebel, niet je moeder,” had iemand geroepen. Maar een hoofd afsnijden is wel iets anders dan een kogel afvuren op een slagveld, en Idrissa had er dan ook moeite mee. Het feit dat het zo‟n zware klus was, en ontzettend lang duurde, maakte het nog veel moeilijker. De doodsstrijd van zijn slachtoffer vervulde hem met angst. Het leek een eeuwigheid te duren, maar uiteindelijk lukte het hem de rebel te onthoofden. Even had hij afschuw gevoeld, maar dat gevoel maakte snel plaats voor trots toen zijn oom hem een ferme handdruk gaf en hem promoveerde tot man. Idrissa was trots en gelukkig. Commando had hem erkend. Hij werd gerespecteerd door een groot krijger, dat was alles wat hij nodig had. In het begin, de eerste paar maanden, was hij vaak bang geweest. Bang dat een kogel hem zou raken, want vaak zat hij tussen twee vuren in. Dat van de vijand, en dat van zijn eigen leger. Toen hij nog niet zo aan de drugs gewend was, ging zijn hoofd er vaak van tollen. Dan zag hij wazig, en dan leek het net alsof alles in de verte gebeurde, in slow motion. Vooral de marihuana, die zelfs door zijn eten en zijn thee werd gedaan, maakte hem traag en slaperig. Maar na een tijdje hielp de marihuana hem juist om zich beter te kunnen concentreren op het vechten. Na een paar maanden bij de rebellen, waren het vechten en het doden normaal voor hem geworden. Het was niet moeilijk meer om te doen. Behalve als de vijand hem in zijn ogen bleef kijken, dan droomde hij er later van. Maar meestal, als hij genoeg drugs genomen had, zag het andere leger eruit als een bende krioelende mieren. Of ratten, of ander ongedierte. Hoe vaker hij vocht, hoe beter hij werd. Iedereen die met een wapen op hem af durfde te komen, maakte hij morsdood. Hij had een bloedhekel aan de vijand, en hij wilde dan ook altijd graag mee naar de frontlinie. 8


* ‘Moordjongen’ Jim * Jim is zes en woont in een dorp in Sierra Leone. Hij was bezig hout te sprokkelen, toen de rebellen het dorp binnenvielen. Hij was toen zes, en hij had geen idee wat een rebel was. Hij had de volwassenen over rebellen over horen praten. Ze beweerden dat de rebellen een soort monsters waren, met staarten en hoorntjes op hun hoofd. Toen de mensen riepen dat de rebellen in aantocht waren, was hij dan ook ontzettend nieuwsgierig naar die monsters. Zijn moeder wilde dat hij zich in de bush zou verstoppen, maar hij had zich los geworsteld uit .zijn vaders greep en was naar het centrale plein gerend, waar de rebellen alle dorpelingen bij elkaar lieten komen. Het was een grote teleurstelling geweest om te zien dat de rebellen gewone mannen waren, al zagen ze er wel vreemd uit. Ze hadden ijzeren dingen in hun handen, waar ze de dorpelingen mee bedreigden. Ze droegen rare kleren, met veel gaten en scheuren, zonnebrillen en petjes. Sommigen hadden een groene doek rond hun hoofd geknoopt, en er waren wat jongens bij die alleen maar een groot kapmes bij zich droegen. De mannen schreeuwden en scholden, wat Jim als kleine jongen bewonderde, maar hem ook bang maakte. Zijn vader en moeder waren hem achterna gerend naar het plein. Ze werden allebei gevangen genomen door de rebellen. Eén van de rebellen zei tegen zijn vader dat hij zich moest aansluiten bij de RUF. Zijn vader was toen net midden twintig, even oud als de meeste rebellen, en hij had een sterk lichaam door zijn werk op het land. Maar Jims vader weigerde. Hij zei dat hij boer was, en niet geïnteresseerd was in oorlog. Commander Joe sneed daarop een vinger af bij Jims vader. Maar hoewel zijn vader het uitschreeuwde van de pijn, toch bleef hij weigeren zich bij de rebellen aan te sluiten. Na een lange marteling waarbij ze zijn vader bleven slaan met stokken en suikerriet, hingen ze uiteindelijk een autoband om zijn nek en staken die in brand. Zijn vader danste en sprong om de autoband op te wippen, maar omdat zijn handen op zijn rug vastgebonden waren, kon hij zichzelf niet bevrijden. Jims vader verbrandde levend. Hij was er naar blijven kijken, totdat de rebellen zijn moeder en hem meesleepten naar de bush. Hij werd direct gescheiden van zijn moeder en meegenomen naar een trainingskamp, terwijl zijn moeder in het hoofdkamp bleef. Veel tijd om over dingen na te denken kreeg hij niet. Hij werd direct aan het werk gezet: hout sprokkelen, water zoeken, en zware dingen sjouwen. De volgende ochtend werd hij vroeg gewekt en moest hij samen met de andere kinderen rondjes rennen. Na een heleboel rondjes, kregen ze te eten, en mochten ze even 9


met elkaar spelen. Ze deden een spelletje met stokken en steentjes, omdat ze geen balletjes hadden, zoals in het dorp. Jim won, samen met een meisje, Ysata. Toen het spelletje afgelopen was, moesten ze weer terug naar het trainingsveld komen om allerlei oefeningen te doen. Vooral het opdrukken was zwaar, maar omdat ze er een wedstrijd van maakten, hield hij het vol. Hij wilde hoe dan ook van Ysata winnen. Maar ze hielden het allebei precies even lang vol. Iedere dag deden ze hetzelfde: rondjes rennen, spelen, opdrukken, kikkersprongen maken, over de grond schuiven op je ellebogen en leren sluipen. Soms won Ysata, soms won hij. Op een dag kregen ze zo‟n ijzeren stok en moesten ze daar allerlei oefeningen mee doen. Marcheren, geweer in de aanslag houden, richten, spannen en in rust houden. Jim vond het ontzettend leuk, en hij was er goed in, beter dan Ysata. Ze leerden ook hoe ze het geweer moesten laden, schoonmaken en demonteren. De schietlessen waren het aller-leukst. Alle kleine kinderen donderden om van de kracht van het geweer, ook Jim, maar het was hilarisch geweest. Hoe meer hij oefende, hoe beter hij werd. Op een dag werd hij bij Commander Joe, de leider, geroepen. Commander Joe nam hem mee naar het hoofdkamp, waar zijn moeder in het midden van een kring mensen op haar knieën op de grond zat. Toen ze Jim zag, begon ze hysterisch te huilen. Een soldaat ging achter haar staan en trok haar hard aan haar haren. Ze schreeuwde het uit. Haar hele lichaam zat onder de bloederige striemen en moddervegen. Haar borsten hingen bloot en in haar omslagdoek zaten grote scheuren. Jim keek geschrokken naar zijn moeder. Haar gezicht was betraand en haar neus hing vol met snot. “Niet mijn zoon,” snikte ze overspannen. “Laat mijn zoon met rust!” “Jim,” zei Commander Joe kalm. “Je moeder is erg ongehoorzaam geweest, daarom straffen we haar.” Jim luisterde, terwijl hij geconcentreerd naar zijn moeder bleef kijken. “Jij bent onze beste rekruut, Jim,” ging Commander Joe verder. “En onze beste schutter, niet te vergeten.” Jim glunderde van trots. Hij had hard gewerkt, en hij was blij dat dat de grote baas opgevallen was. „Dank u, meneer,‟ antwoordde hij. “Ik doe mijn uiterste best.” “Dat weet ik, jongen,” zei Commander Joe. “Vandaag is je soldateneindexamen. Als je deze test goed aflegt, maak ik je in een keer sergeant!” “Ik zal u niet teleurstellen,” zei Jim. “Mooi, goed om te horen. Nou…,” zei de commandant en overhandigde Jim zijn geweer. “Ik wil dat je op je moeder schiet,” zei hij. Zijn stem klonk nog steeds kalm, maar zijn ogen schoten vuur. Jims moeder begon te schreeuwen. “Nee, Jim!” riep ze. “Als je op me schiet, ga ik dood. Net als poes, en papa. Dan kom ik nooit meer terug. Dan kan ik nooit meer voor je zorgen! Hoor je me, Jim?” De menigte begon te mompelen. Sommige vrouwen hadden geschrokken hun hand voor hun mond 10


geslagen. De commandant probeerde het geweer in Jims handen te duwen. “Nee, ik…,” protesteerde hij zwakjes. Maar de commandant wilde geen nee horen. “Als jij het niet doet, doe ik het zelf,” zei hij dreigend. Jim bleef weigeren. Hij probeerde de commandant ervan te overtuigen zijn moeder te vergeven. Hij smeekte, ging aan de voeten van de man liggen, en beloofde dat hij er voortaan voor zou zorgen dat zijn moeder niet meer ongehoorzaam zou zijn. Maar de commandant richtte, en schoot. De kogel boorde zich in haar zij. Ze viel direct achterover. Jim rende op zijn moeder af en knielde bij haar neer. Hij probeerde haar overeind te trekken, maar ze was te zwaar. “Stop! Stop!” schreeuwde hij tegen de commandant. “Je hebt haar geraakt. Ze bloedt, alsjeblieft, stop!” Hij ging half op zijn moeder liggen om haar lichaam te beschermen. “Jim, ik ga dood,” fluisterde ze tegen hem. “Ik zal altijd van je houden, Jim. Ook al ben ik er niet meer, ik zal altijd bij je zijn. Ik zal over je waken. Wees een goeie jongen. Geloof in God. Wees een goeie jongen. Geloof in God. Wees een goeie jongen!” Ze slaakte een diepe zucht. Jim raakte in paniek. “Alstublieft! Help mijn moeder, ze gaat dood!” schreeuwde hij tegen de commandant. Maar de man laadde het geweer opnieuw door en richtte op Jims moeder. “Je moeder is ongehoorzaam geweest, Jim,” riep hij. “Ze heeft geprobeerd te ontsnappen. Dit is haar straf. Ik hoop dat je het goed in je geheugen prent. Dit is wat er met je gebeurt als je probeert te ontsnappen.” Commander Joe haalde de trekker nog een keer over, en nog een keer. Hij raakte haar weer in haar zij. Zijn moeder gorgelde, spuwde wat bloed op, en toen werd haar lichaam slap. “Ze is dood,” riep iemand uit de menigte. Jim kreeg een zwarte waas voor zijn ogen. Huilend rende hij op de commandant af en probeerde hem te schoppen. Hij trok aan het geweer, om het af te pakken en de man neer te schieten. Het mislukte. Commander Joe trapte hem met één haal onderuit, en zette zijn zware legerkist op zijn borstkas. “Kalmeer, jochie!” zei hij bars. “Anders schiet ik jou ook dood.” “Schiet me maar dood!” gilde Jim. “Schiet dan! Schiet dan!” Commander Joe begon te lachen. “Nog niet,” zei hij. “We kunnen je veel te goed gebruiken.” Hij wenkte één van zijn soldaten en liet Jim naar de strafkamer brengen. Jim werd gemarteld totdat hij het bewustzijn verloor. Hij werd wakker in de ziekenboeg.

11


(Tip voor presentatie of spreekbeurt)

Lagerhuis debat Deel de groep op in twee gelijke groepen en leg hen de volgende stellingen voor: 1.

Kindsoldaten zijn slachtoffers, ze moeten geholpen worden.

2.

Kindsoldaten zijn daders, ze moeten gestraft worden. De leerlingen die stelling 2 moeten verdedigen, zullen daar waarschijnlijk veel moeite mee hebben. Maar het is goed om te weten dat 65% van alle kindsoldaten zich vrijwillig aanmeldt bij een gewapende groepering, en dat 70% van hen ouder is dan 15 jaar. Dit is informatie die groep 1 nog niet hoeft te weten, maar groep 2 toegefluisterd mag worden om het debat interessant te maken. De discussie zal dan met name gaan over het principe van vrijwilligheid. Wat begrijp je eigenlijk als je 15 jaar bent? En dat is een belangrijk moment in de discussie. De leerlingen denken nu na over wat zij aankunnen op hun leeftijd, en welke verantwoordelijkheden zij denken te kunnen dragen. Argumenten voor groep 2 zijn verder: op slecht gedrag moeten consequenties volgen. Ook als je op jonge leeftijd gedwongen bent om te vechten. Je hebt dan immers geleerd dat moorden goed is, en je zult moeten leren dat moorden alleen bij oorlog hoort. Daarnaast geeft het voor de gemeenschap waarin zij terug moeten keren vaak een gevoel van genoegdoening. Er is erkenning voor hun lijden en het feit dat het kindsoldaat verkeerde dingen heeft gedaan. Ze kunnen op die manier met een schone lei beginnen. Argumenten voor groep 1 op deze argumentatie is: consequenties op verkeerd gedrag laten zien en wenselijk gedrag eigen maken kan ook op andere manieren bereikt worden dan met straf. Zij gaan dan nadenken over wat we in de hulpverlening „restorationâ€&#x; noemen. Ze denken over zaken na, die in de hulpverlening aan kindsoldaten daadwerkelijk een grote rol spelen.

12


Hoe word je kindsoldaat – Feiten en cijfers

Hoe word je eigenlijk kindsoldaat? Uit de media ken je

Cijfers:

misschien wel de verhalen van ontvoerde kinderen

Er zijn ieder jaar 250.000 kindsoldaten

die door wrede rebellengroeperingen gedwongen

65% van alle kindsoldaten meldt zich vrijwillig aan

worden om te vechten. Zoals Jim, die ontvoerd werd

70% van alle kindsoldaten is ouder dan 15 jaar

toen hij zes was en toe moest kijken hoe zijn moeder vermoord werd. Hun verhalen zijn vreselijk.

Vaak worden ze volgestopt met drugs en worden ze met veel te weinig training het slagveld op gestuurd. Ze begrijpen niets van oorlog maar toch moeten ze meevechten. Sommige kinderen worden zelfs gedwongen hun ouders of andere familieleden te vermoorden, of hun eigen dorpen aan te vallen zodat ze niet durven te vluchten. Want wie durft er nou terug naar huis te gaan, als iedereen weet wat je hebt gedaan? De jongste kindsoldaten worden vaak door middel van ontvoering en dwang bij legers ingelijfd. Bij aanvallen op dorpen bijvoorbeeld. Maar er zijn ook andere verhalen. Er zijn namelijk ook veel kinderen die door hun ouders of andere familieleden Zoals dat van Idrissa, die vrijwillig met zijn oom mee ging om te vechten en niet kon wachten totdat hij eindelijk een geweer vast mocht houden. Maar je zou kunnen zeggen dat Idrissa niet goed begreep waar hij aan begon. Wat weet een jongen van 9 eigenlijk van oorlog? Het zal je misschien verbazen, maar de meeste kindsoldaten melden zich vrijwillig aan bij een leger. Maar vaak zijn ze dan wel een stuk ouder dan Idrissa was. De meesten van hen zijn ouder dan 15 jaar en weten heel goed waarom ze gaan vechten. Vaak leven ze al jaren in hele slechte omstandigheden, en is meevechten in een oorlog hun manier om zichzelf te bevrijden van onderdrukkende jukken. Sommige jongeren gaan vechten omdat ze wraak willen nemen omdat één of beide ouders zijn vermoord. Maar vaak ook, gaan jongeren meevechten omdat oorlog iets oplevert. Eten. En geld. De beloning die jongeren verwachten te krijgen tijdens plundertochten, maakt voor hen alle risico‟s van meevechten minder belangrijk. Dat is moeilijk te begrijpen, zo vanuit jouw eigen situatie. Maar stel je eens voor dat je helemaal niets hebt. En dat je sowieso niet weet hoe en óf je morgen wel zult overleven. Dan staan de zaken er ineens heel anders voor.

13


(Nadenkertje)

Waarom zou je kindsoldaat worden? Bekijk de videoclip Time to Change op www.ontwapen.nl eens. Wat valt je op? In de video zie je naast beelden van de oorlog met name beelden van het leven in Sierra Leone zoals dat er nu uitziet. Je ziet kinderen die met grote trays op hun hoofd met hun koopwaren leuren. Je ziet kinderne die op vuilnisbelten leven en compleet verwaarloosd zijn. Je ziet volwassen mannen die een vechtpartij aangaan met invalide bedelaars. En je ziet een meisje van anderhalf jaar die door haar moeder wordt afgeranseld met een stuk suikerriet. Stel je voor, je bent zo opgegroeid en dan komt er oorlog, wat het leven nog veel zwaarder maakt. Je hebt niemand op wie je kunt bouwen en vertrouwen. En stel dat er dan een rebellenleider langskomt die je gouden bergen belooft. En niet alleen belooft, hij geeft je al eten, respect en wat geld. Wat zou jij doen? Zou je bij je tante blijven die je afranselt, die je hard aan het werk zet en je heel vaak niets te eten geeft, terwijl je er zelf hard voor werkt? In een huis waar iedereen je treitert, waar je geen eigen bed hebt, en je altijd in smerige lompen moet rondlopen? *Let op! De film bevat wel schokkende beelden*

Je hebt je nu een goed idee gevormd over hoe kinderen en jongeren ingelijfd worden in gewapende groeperingen. Tijd om je daar ook een beeld bij te vormen. Bekijk Episode 1 – Wat is een kindsoldaat op www.ontwapen.nl. *Let op! De film bevat wel schokkende beelden.*

(Video)

Episode 1 – Wat is een kindsoldaat? De film „Wat is een kindsoldaat‟ duurt 17 minuten en kan via internet bekeken worden via www.ontwapen.nl of via www.mindtochange.nl via deze link: http://mindtochange.nl/186/voorlichtingsfilm-wat-zijn-kindsoldaten/

14


15


Ingelijfd - Hoe ver ga je? Hoe kindsoldaten zich ontwikkelen tot „soldaat‟, is afhankelijk van de gewapende groepering waarin zij terecht komen. In The Lord‟s Resistance Army in Oeganda bijvoorbeeld, mogen kinderen niet eens met elkaar praten en worden zij steeds met geweld gedwongen om te gehoorzamen aan hun leiders. Kinderen die uit deze groepering zijn gehaald, verklaren dat zij zelfs bang waren voor hun gedachten. En zo zijn er ook in andere groeperingen en in andere landen kindsoldaten die altijd bang blijven voor hun leiders, het vechten en zelfs voor de andere soldaten en kindsoldaten. Maar de meesten van hen vinden manieren om zich aan te passen. Sommigen doen er alles aan om niet mee te hoeven vechten. Zij doen zware klussen voor hun leidinggevenden en proberen zichzelf onmisbaar te maken in het kamp, waardoor zij vaak niet meehoeven naar de frontlinies. Sommigen bieden zich aan als „seksslaaf‟. Er zijn ook kindsoldaten die gedwongen worden iemand te vermoorden als ze ontvoerd en ingelijfd worden. Soms zelfs hun eigen vader of moeder. Kan je je voorstellen dat je ooit iemand zou kunnen vermoorden? Je eigen moeder? Of vader? Of zou je weigeren? In de werkelijkheid blijkt dat bijna geen enkel mens op zo‟n moment weigert. Er staat een geweer op je hoofd en op dat moment wordt je overlevingsinstinct zo sterk, dat je het doet. En als je in eerste instantie weigert, dan vermoorden jouw leiders eerst iemand anders, zodat je weet dat het hen menens is. Er zijn ook kinderen en jongeren die uit zichzelf kiezen om te gaan vechten en eraan gewend raken en het uiteindelijk zelfs leuk gaan vinden. Ook voor gedwongen kindsoldaten gaat dat op. Want in de meeste legers, worden kindsoldaten niet constant met geweld gedwongen. Ze krijgen zelfs grote verantwoordelijkheid en vrijheden en vaak krijgen ze leidinggevende functies, zodat zij nog harder zullen strijden. En dat blijkt beter te werken dan dwang. Het is voor een legerleiding namelijk ontzettend moeilijk om grote troepen gewapende kindsoldaten in bedwang en in het gelid te houden. Wat houdt ze tegen om op hun leiders te schieten of weg te lopen? Sommige kindsoldaten doen wat nodig is om zichzelf in veiligheid te houden. Maar promoties betekenen meer vrijheid, en gek genoeg meer veiligheid. Hoe hoger je rang, hoe minder je zelf hoeft te doen. Jij deelt de lakens uit, dus kan je anderen naar voren schuiven op het slagveld. En daarnaast zijn kindsoldaten ook gewoon mensen, die ambities hebben, in een goed blaadje willen staan bij hun leiders in indruk willen maken op hun leeftijdsgenoten. En zij gaan vaak heel ver in hun geweldpleging.

16


* Stel je voor… * Idrissa is inmiddels vijftien. Omdat hij in de eenheid van zijn oom geen promotie meer kan maken, besluit hij zich aan te sluiten bij een andere factie binnen hetzelfde leger. De Small Boys Unit waar Snake hem naartoe bracht, was een grote eenheid vol met jongens van zijn eigen leeftijd. Eerst leek hem dat fantastisch, maar al na een paar uur had Idrissa er spijt van dat hij met Snake was meegegaan. In de eenheid van Commando was er orde geweest, de Small Boys Unit was één grote chaos, en de jongens waren volkomen geflipt. Toen hij per ongeluk op de tenen van een achtjarige jongen ging staan, had hij al bijna een kogel te pakken. Hij wilde Snake vragen hem terug te brengen naar zijn oom, maar hij slikte zijn woorden in bij de herinnering aan de woorden van zijn oom, dat hij niet met hangende pootjes terug hoefde te komen. Hij sprak met zichzelf af dat hij zich hoe dan ook niet zou laten kennen. Hij zou zichzelf zo snel mogelijk bewijzen tegenover de andere jongens, zodat ze zouden weten dat er met hem niet te spotten viel. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De Small Boys Unit zat vol met wilde jongens, waar hij gewoon niet tegenop kon. Er werden jongens doodgestoken als ze probeerden voor te dringen bij het eten. Iedereen ging constant met elkaar op de vuist, het leek wel alsof niemand elkaar mocht in de Small Boys Unit. Hoe hard hij ook probeerde bondgenootschappen te sluiten, of vriendschappen, het lukte hem niet. Toen hij voor de eerste keer mee moest om te gaan vechten, was hij doodsbang. Om het van de vijand te kunnen winnen, moest je goed samen kunnen werken. Elkaar dekking geven bijvoorbeeld, maar dat gebeurde nauwelijks. Idrissa was tijdens de gevechten niet alleen bang voor de vijand, maar ook voor zijn eigen collega‟s. In Commando‟s eenheid had hij al heel lang geleden geleerd hoe gevaarlijk het was als je eigen collega‟s een hekel aan je hadden. En waar hij voor gevreesd had, gebeurde ook. Hij zag hoe de jongens van zijn eigen eenheid hun geweren op elkaar richtten en op elkaar begonnen te schieten. Met een flinke nederlaag moesten ze het uiteindelijk opgeven. Idrissa wist dat alleen geluk hem in leven had gehouden die dag. ‟s Avonds, terwijl de andere jongens bij het kampvuur hingen, trok hij zich terug op de slaapplaats. Hij moest vechten om zijn tranen te bedwingen. Hij had de verkeerde beslissing genomen, en er was geen weg meer terug. De brandende tranen achter zijn oogleden probeerde hij snel weg te drukken door met zijn vingers hard over zijn ogen te wrijven, toen hij naderende voetstappen hoorde. Snake kwam naast hem zitten. „Hé, wat is dat?‟ riep de man kwaad, toen hij Idrissa‟s gezicht zag. „Zit mijn dapperste commandant hier nou gewoon een potje te janken?‟ “Nee, meneer,‟ probeerde hij zo stoer mogelijk te zeggen, maar zijn ingehouden tranen klonken door in zijn stem. „Als je niet snel ophoudt met janken, zal ik je iets om te janken geven,‟ dreigde Snake. Hij balde zijn vuist om te laten zien dat het hem menens was. „Ja, meneer,‟ antwoordde Idrissa. Zijn stem klonk nog steeds trillerig. „Nou vooruit, vertel op, wat is nou eigenlijk het probleem?‟ vroeg Snake. Hij had eigenlijk niet willen klagen, maar Snake verwachtte duidelijk een antwoord. Idrissa besloot gewoon eerlijk te zijn. „Meneer, ik wil niet, ik bedoel…het is…niet om u te bekritiseren ofzo, maar...,‟ hij kwam niet uit zijn woorden. „Je maakt me kwaad, jochie,‟ zei Snake ongeduldig. „Sorry, meneer,‟ verontschuldigde Idrissa zich. „Het was gewoon de nederlaag van vandaag. Ik was bang op het slagveld. Dat is me nog nooit gebeurd, echt, ik zweer het… Maar deze jongens…‟ „Ik weet het,‟ onderbrak Snake hem. „Het is een zooitje ongeregeld, maar dat komt gewoon omdat we er heel veel nieuwe soldaten bij hebben gekregen. De jongens hebben een goede leider nodig. Daarom heb ik jou gevraagd bij ons te komen vechten. Jij kan toch wel een echt leger van die etters maken?‟ „Ik?‟ vroeg Idrissa ongelovig. Wilde Snake hem nu de leider over al deze jongens maken? Ze waren zeker met een stuk of veertig, dat zou hem nooit lukken. „Als je nou eens begint er vijftien onder je hoede te nemen en ze goed te trainen. Als dat je goed lukt, geef ik je meer soldaten.‟ Idrissa vergat op slag zijn angst en hoorde zichzelf aan Snake beloven dat hij zijn jongens binnen een maand omgetraind zou hebben tot èchte soldaten. De volgende ochtend nam Snake hem mee naar zijn nieuwe manschappen. Snake pikte vijftien jongens uit voor Idrissa, die vanaf dat moment onder zijn gezag zouden vallen. Idrissa gloeide van trots. Hij had een

17


grote promotie gemaakt. Drie van zijn „mannen‟ waren zelfs ouder dan hij. Snake moest wel ontzettend veel vertrouwen in hem hebben. Hij zou de man niet teleurstellen. Hij wist al precies hoe hij het zou aanpakken. Hij moest zo snel mogelijk vrienden zien te worden met de meeste bijdehante van hun allemaal. Dat was Baby Killer, zonder twijfel. Een jongen met een verwilderd gezicht, wijde neusgaten en ongelofelijk dikke lippen. Idrissa mocht hem op het eerste gezicht niet. De jongen had een gevaarlijke reputatie. Hij had gehoord dat ze hem Baby Killer noemden omdat hij ervan genoot om baby‟tjes te vermoorden bij aanvallen op dorpen. Vijftien schatte Idrissa hem. Of misschien ietsjes jonger, maar in ieder geval een stuk ouder dan hijzelf. Misschien was het alleen maar omdat Baby Killer zo‟n rotkop had, en omdat hij zo‟n afschrikwekkende uitdrukking op zijn gezicht had, waardoor Idrissa bang voor hem was. Hij slikte zijn angst weg en stapte op Baby Killer af. „Baby Killer,‟ zei het met onvaste stem, terwijl hij toch zijn best deed om zo volwassen mogelijk te klinken. „Baby Killer,‟ zei hij nog een keer. „Jij wordt mijn rechterhand, mijn ogen en mijn oren. Waar ik ga, ga jij. Als ik er niet ben, heb jij de leiding over mijn mannen. Begrepen?‟ Hij keek Baby Killer indringend aan. Baby Killer hoorde nu „ja, meneer‟ te zeggen en hem te salueren, maar de jongen bleef onbeweeglijk staan. Uitdagend stak hij zijn kin vooruit. „Begrepen, vroeg ik,‟ herhaalde Idrissa geïrriteerd. Er kwam weer geen antwoord. Snake, die er bij was blijven staan, schudde afkeurend zijn hoofd. Idrissa wist dat hij nu moest ingrijpen, maar hij wist niet hoe. Baby Killer was ouder dan hij, en eigenlijk zou de jongen dan ook de leiding over hem moeten hebben. Hij keek Baby Killer smekend aan, in de hoop dat de jongen daardoor mee zou gaan werken. Maar het werkte averechts. De jongen keek hem spottend aan, en maakte toen met zijn vinger een snij gebaar over zijn keel. Alle andere jongens begonnen te lachen. Idrissa kon nog niet eens een greintje respect van ze krijgen. Hij begon te koken van woede. Als hij zijn eenheid nu niet onder zijn gezag kreeg, staken ze hem vanavond nog dood, dat wist hij maar al te goed.

(Presentatietip)

Discussie Vraag de leerlingen wat zij in deze situatie zouden doen. De ervaring leert dat jongeren altijd antwoorden dat ze Baby Killer wel een lesje zouden leren, hem zullen martelen, of hem wel zullen vermoorden. Ze moeten immers een voorbeeld stellen. Het is nu Idrissa of Baby Killer, en veel leerlingen komen met de meest gruwelijke maatregelen om af te rekenen met Baby Killer. ze begrijpen nu beter wat Idrissa drijft, en waarom kindsoldaten uiteindelijk heel ver gaan. Lees na deze discussie de afloop van het verhaal. Je kan dit stuk ook als rollenspel door de leerlingen laten uitspelen, ze leren zo beter hoe makkelijk het is om over de schreef te gaan.

* Stel je voor… (vervolg)* Met een vastberaden beweging pakte hij zijn geweer van de grond, en richtte de loop langzaam op Baby Killer. „Okay,‟ zei hij. Zijn stem klonk kil, maar ook kalm. „Je laatste kans, Baby Killer,‟ hij sprak de naam met minachting uit. „Ik vergeef het je. Je kent me nog niet, dus ik vergeef het je. Maar vergis je niet in me, ook al ben ik een kleine jongen, met mij valt niet te spotten.‟ Hij had verwacht dat Baby Killer wel een toontje lager zou zingen met de loop van een geweer op zich gericht, maar de jongen bleef maar grijnzen. „Goed, voor de laatste keer,‟ zei Idrissa bars. „Begrepen, Baby Killer?‟ De jongen begon te lachen. „Je maakt echt geen indruk, lulletje,‟ zei hij. Idrissa‟s vinger trilde aan de trekker. Snake gaf hem een goedkeurend knikje. Het woord „lulletje‟ echode na in zijn hoofd, toen hij de trekker overhaalde. Hij raakte Baby Killer middenin zijn gezicht. Baby Killer wankelde even, en zakte toen langzaam door zijn knieën.

18


„Nog iemand anders die me graag “lulletje” wil noemen?‟ vroeg hij dreigend, terwijl hij de loop van zijn geweer langzaam langs de groep liet gaan. Iedereen zweeg, en keek geschrokken naar de grond. „Jij!‟ zei hij tegen de kleinste. „Snij hem open.‟ Met zijn vinger wees hij op het lichaam van Baby Killer. De jongen schudde geschrokken zijn hoofd. „Snij hem open, zei ik!‟ herhaalde Idrissa. De jongen bleef stokstijf staan. Idrissa haalde de trekker over. De jongen viel naast Baby Killer op de grond neer. „Geef me het hart van Baby Killer!‟ schreeuwde Idrissa nu tegen de groep. Een jongen met een rode hoofdband knielde naast het dode lichaam van Baby Killer neer. Met zijn ogen dicht, sneed hij het lichaam open en overhandigde Idrissa het hart. Om de jongens nog meer schrik aan te jagen, zette hij zijn tanden erin, en scheurde er een groot stuk af. Het was walgelijk. Het hart smaakte smerig, en was ontzettend taai. Hij wilde niets liever dan het weer uitspugen, maar dan zouden ze hem een lafaard vinden, dus kauwde hij stug door. Vanaf die dag durfde niemand meer bijdehand tegen hem te zijn. Het verhaal dat hij meedogenloos was, en dat hij zo wreed was dat hij zelfs een mensenhart had gegeten, was als een lopend vuurtje door het kamp gegaan. Niemand durfde hem daarom meer uit te dagen. Net zoals Commando‟s mannen uit respect altijd alles voor de man deden, deden ze dat in de Small Boys Unit nu voor Idrissa. Iedereen noemde hem nu generaal, zelfs de oudere jongens, want hij was de wreedste soldaat in zijn eenheid. Iedereen beschouwde hem als de leider.

(Nadenkertje)

Insteek Met welke gevoelens en emoties krijg Idrissa eigenlijk te maken? Hij is ambitieus, maar ook onzeker. Hij weet niet goed hoe hij de dingen aan moet pakken en heeft daarom weinig controle over de situatie. Hij blijft niet kalm, waardoor hij ook de grenzen uit het oog verliest. Hij wil daarnaast niet onderdoen voor zijn collega kindsoldaten. Uit de eerdere stukken over Idrissa weet je al, dat hij graag macho is. In dit stuk speelt dat zeker ook een grote rol. Hij had het bij het doodschieten van Baby Killer kunnen laten, of hem zelfs minder aan te doen dan de dood, maar hij besloot veel verder te gaan. Waarom ging Idrissa zijn eigen grenzen over? Waardoor wordt hij opgehitst? Met name faalangst en de wens door iedereen bewonderd en geaccepteerd te worden spelen hier een bepalende rol.

Idrissa krijg in dit stuk te maken met dingen, waar ook Nederlandse jongeren in hun leefwereld mee te maken krijgen. Groepsdruk, ambitie, het willen behagen, grenzen opzoeken, machogedrag, maar vooral faalangst en pesterijen.

Je kunt je nu waarschijnlijk een goede voorstelling maken van het leven van een kindsoldaat. Maar er zijn meerdere verhalen. En het verhaal van Idrissa is eigenlijk ook eerder uitzondering dan regel. Wist je dat maar 1/3 van alle kindsoldaten vecht? De rest doet ondersteunende klussen, zoals spioneren, water en spullen dragen, bewaking, koken, hout sprokkelen, wasssen en ander huishoudelijke taken. Meisjes fungeren ook vaak als „seksslavin‟, als ze ertoe gedwongen worden, of als „pleziermeisje‟ als ze het vrijwillig doen. Op www.ontwapen.nl kan je in Episode 2 – Het leven van een kindsoldaat van ex-kindsoldaten horen hoe het was om kindsoldaat te zijn en mee te vechten in een oorlog. (video)

Episode 2 – Het leven van een kindsoldaat De film „het leven van een kindsoldaat ‟ duurt 27 minuten en kan online bekeken worden via www.ontwapen.nl of op www.mindtochange.nl

via

deze

link:

http://mindtochange.nl/203/voorlichtingsfilm-het-leven-van-een-

kindsoldaat/

19


20


Na de oorlog – Hoe moet het nu? Hoewel je misschien zou verwachten dat bijna iedere kindsoldaat zal proberen te vluchten, is het tegenovergestelde waar. Soms stellen de legerleiders een voorbeeld door kindsoldaten die een poging tot vluchten te ondernemen voor de ogen van de rest zwaar te martelen en de doden, zodat andere kindsoldaten bang worden om het zelf te proberen. Bij de allerjongste kindsoldaten komt het ook vaak gewoon niet in hun hoofd op. Zij denken dat ze het gezag van hun legerleiders moeten accepteren en bedenken zich daarom niet dat ze zouden kunnen vluchten. En als ze zouden vluchten, waar zouden ze dan naartoe moeten? Wat oudere kindsoldaten die gedwongen zijn om te vechten en in het zicht van hun dorpsgenoten, bijvoorbeeld, iemand hebben moeten vermoorden, zullen niet terug durven gaan. Vrijwillige kindsoldaten zitten niet gevangen en kunnen in principe dus ieder moment vertrekken. Maar velen van hen hebben uit wraak op mensen die hen jarenlang onderdrukt hebben, zware misdrijven begaan in hun eigen gemeenschap. Zelfs als zij de oorlog moe zijn, dan weten ze vaak niet waar ze naartoe moeten. Daarom blijven veel kindsoldaten bij hun gewapende groepering totdat de oorlog afgelopen is. Ze moeten zich dan meestal aanmelden voor een demobilisatie en re-integratie programma. Ze leveren hun wapens in aan een instantie en krijgen in ruil daarvoor een overlevingspakketje met wat zeep en andere dingen die ze direct nodig zouden hebben en soms ook wat geld. Meestal worden dit soort pakketjes direct ingepikt door hun vroegere leidinggevenden of familieleden, en als ze de pakketjes wel zelf mogen houden, zijn ze vaak snel op. Ook wordt hen soms geld geboden in ruil voor hun wapens. Met dat geld zouden ze terug naar huis kunnen gaan, of proberen ergens anders een onderkomen te vinden. Maar met (gemiddeld) 100 euro kom je helaas niet ver. De laatste jaren bieden instanties steeds vaker scholing aan. Kindsoldaten mogen in ruil voor hun wapens twee of drie jaar naar school of een praktische opleiding volgen. (Nadenkertje en presentatietip)

Discussie Wat vind jij een goede oplossing voor de re-integratie van kindsoldaten? Denk je dat ze zo vlak na afloop van de oorlog al in staat zijn beslissingen te nemen over hun toekomst? Of denk je dat ze eerst tijd nodig hebben om te begrijpen wat het leven in een vreedzame samenleving inhoudt en zich aan te passen aan een burgerbestaan? Weet jij nu al wat je later wil worden? Hoe beslis je dat? Denk je dat je daarvoor rust nodig hebt, zodat je goede afwegingen kunt maken over dingen die je hele leven zullen bepalen? Want in een arm land is het nagenoeg onmogelijk om op latere leeftijd nog om te scholen. Wat je nu kiest, zul je je hele leven moeten blijven doen.

21


22


In zeldzame gevallen komen kindsoldaten in opvanghuizen terecht, waar ze leren hoe ze zich in de naoorlogse samenleving moeten gedragen. Zij worden begeleid door hulpverleners. Ze moeten afkicken van de drugs en alcohol en andere manieren vinden dan agressie om hun problemen op te lossen. Daarna moeten ook zij op eigen kracht hun weg in het leven zien te vinden. Heel veel kindsoldaten echter, zijn bang voor represailles of straf, en zij besluiten stilletjes verder te trekken zonder zich aan te melden bij een re-integratieprogramma. Met name meisjes zijn bang voor stigmatisering, omdat zij vaak jarenlang seksueel misbruikt zijn. Pas jaren later als blijkt dat zij hun levens niet op poten kunnen krijgen, gaan ze op zoek naar hulp. Maar dan is het al te laat. Hulpverleningsprogramma‟s worden twee tot drie jaar na afloop van oorlogen afgesloten. En de samenlevingen waarin kindsoldaten voorkomen, hebben geen sociale instellingen zoals wij die in Nederland kennen. Geen psychologen, geen arbeidsbemiddeling, geen studiefinanciering, geen uitkeringen, niets. Ze staan er alleen voor. En ze zijn intussen ook volwassen. We vinden dat ze oud genoeg zijn om hun leven zelf invulling te geven. Op www.ontwapen.nl kan je de film Episode 3 – Kindsoldaten na de oorlog bekijken. Voormalig kindsoldaten vertellen je over het leven net na de oorlog en met welke problemen zij, bijna tien jaar na hun demobilisatie, te maken krijgen. Vind jij dat ze nog hulp zouden moeten krijgen? Het is belangrijk om te weten dat de samenlevingen waarin kindsoldaten voorkomen, geen sociale instellingen hebben zoals wij die in Nederland kennen. Geen psychologen, geen arbeidsbemiddeling, geen studiefinanciering, geen uitkeringen, niets. Ze staan er alleen voor. En ze zijn intussen ook volwassen. Kunnen ze zichzelf wel redden of niet? En als we ze zouden willen helpen, wat zou dan de beste methode zijn? (video)

Episode 3 – Kindsoldaten na de oorlog Episode 3 – Kindsoldaten na de oorlog duurt 35 minuten en kan via internet bekeken worden op www.ontwapen.nl of op www.mindtochange.nl via deze link: http://mindtochange.nl/219/kindsoldaten-na-de-oorlog/

23


Deze poster werd gemaakt door Brechje Schulte voor onze expressieve Ontwapen Campagne.

24


Kindsoldaten in kaart - Afrika Wereldwijd nemen 250.000 kinderen actief deel aan oorlogen. De lijst van landen waar kindsoldaten ingezet worden, verandert natuurlijk ieder jaar. Deze kaart van Afrika laat je zien waar in de afgelopen tien jaar kindsoldaten zijn ingezet. Op de website www.childsoldiersglobalreport.org kan je opzoeken waar op dit moment kindsoldaten worden ingezet en in welke landen ze deel uitmaken van de nationale legers. Als je onder Nederland kijkt, zal je zien dat ook bij ons kindsoldaten deel uitmaken van het leger.

(Nadenkertje)

Discussie: Wat vind je ervan dat jongeren tussen de 15 en 18 jaar ingelijfd worden bij nationale legers voor training? Neem daarbij in overweging dat ze niet ingezet zullen worden voor gewapende strijd en het in sommige landen ook een van de weinige mogelijkheden kan zijn om aan een baan te komen die meestal ook opleidingsmogelijkheden biedt.

25


Ontwapen! Campagne tegen kindsoldaten Sluit je aan bij de estafette tegen het gebruik van kindsoldaten. Bedenk een originele manier om de wereld duidelijk te maken dat oorlog en kinderen niet bij elkaar passen. Schrijf, teken, schilder, boetseer, maak een video, of muziek. Bedenk jij de meest pakkende Ontwapen boodschap? Dan mag jij bij ons exposeren en komt jouw kunstwerk in het Ontwapen boek. Stuur je inzending naar ontwapen@mindtochange.nl. Heb je een eigen website, een weblog, een Hyves-pagina, of een My Space? Plaats je inzending dan ook daar, en gebruik bovenstaande banner om het estafette stokje door te geven. Bekijk alle inzendingen op www.ontwapen.nl!

26


27


Deel II Een meer theoretische kijk op kindsoldaten (HAVO / VWO en Gymnasium) (werkstuk en spreekbeurt materiaal)

28


Kindsoldaten Wereldwijd zijn er tussen de 250.000 en 300.000 kindsoldaten. Althans, dat stelt de VN. Dit aantal is in de afgelopen tien jaar vrijwel stabiel gebleven, ondanks alle inspanningen van internationale instituties, de introductie van informele internationale wetgeving, en het eindigen van verschillende Afrikaanse oorlogen, waaraan tienduizenden kindsoldaten deelnamen. Het aantal kindsoldaten dat wereldwijd mee zou vechten in oorlogen, of anderszins actief zou deelnemen aan gewapende strijd, berust op een zeer ruwe schatting, die betwistbaar is. In Sierra Leone bijvoorbeeld, ondergingen in totaal 6.845 kindsoldaten een demobilisatie en rehabilitatieproces, waarvan een deel van hen nooit had gevochten of bij de gewapende groeperingen aangesloten was geweest. Zij hadden op andere manieren aan een wapen weten te komen, waarmee zij zichzelf bij de autoriteiten presenteerden om te profiteren van de reïntegratieprogramma‟s. Daarnaast zijn vele vrijwillige ex-kindsoldaten in Sierra Leone nooit „officieel‟ demobiliseerd, en hun „koppen‟ zijn dan ook nooit geteld. Maar ook gedwongen kindsoldaten in Sierra Leone besloten in vele gevallen geruisloos terug naar huis te keren, uit angst dat deelname aan reïntegratieprogramma‟s een stigmatiserend effect op hen zou hebben. Deze kindsoldaten zijn nooit opgenomen in de tellingen, terwijl kinderen en jongeren die niet hebben gevochten ten onrechte wel werden meegeteld. Het werkelijke aantal kindsoldaten kan daarom zowel meer als minder dan 300.000 bedragen.

DEFINITIE KINDSOLDAAT Elk persoon, jonger dan 18, die deel uitmaakt van een reguliere of irreguliere gewapende macht of groepering, eender in welke hoedanigheid. Onder de term kindsoldaten vallen daarom ook koks, spionnen, boodschappers, portiers, en ieder ander die zich aan de zijde van gewapende groeperingen bevindt, anders dan familieleden. De definitie sluit ook meisjes in die voor seksuele doeleinden worden gerekruteerd, of tot huwelijken worden gedwongen. Een kindsoldaat is derhalve niet enkel een kind dat wapens draagt, of heeft gedragen. (Cape Town Principles, opgesteld door de VN in 1997) 29


30


Een nieuw fenomeen? De afgelopen tien jaar is er in de media veel aandacht voor kindsoldaten. De actieve deelname van kinderen aan oorlogen wordt veelal als een nieuw verschijnsel beschouwd, wat voort zou komen uit een veranderde manier van oorlogsvoering in „minder ontwikkelde landen‟ en de toename van de verspreiding van lichte wapens, die makkelijk bediend zouden kunnen worden door kinderen. De grote aandacht voor dit fenomeen kwam naar aanleiding van een rapport dat in 1996 werd opgesteld Graça Machel in opdracht van de kinderrechten organisatie van de VN, UNICEF.

Historie Deelname van kinderen aan gewapende strijd

In het 19e eeuwse Cheyenne was het de

is echter geenszins een nieuw verschijnsel.

gewoonte dat jongens op 14 of 15-jarige leeftijd

Het vroegste bewijs van betrokkenheid van

hun eerste oorlogservaringen opdeden. Tot voor

kinderen bij gewapend conflict, dateert uit

kort werden ook in West-Europese en de

het Spartaanse tijdperk waar jongens vanaf 7-

Amerikaanse legers minderjarigen ingezet in de

jarige leeftijd militaire training kregen. In de

gewapende strijd. In Groot-Brittannië is men pas

Middeleeuwen werden de schandknapen van

zeer recent gestopt met de inzet van 17-jarigen in

ridders als jonge tieners geïnitieerd in hun

gewapende strijd, en in Nederland maken 17-

beroep, toen Napoleon luitenant werd was hij

jarigen nog altijd deel uit van het nationale leger.

minderjarig, en ook in de Amerikaanse Burgeroorlog waren er kindsoldaten onder de gelederen.

31


32


Proliferatie van lichte wapens Vaak wordt de oorzaak van het voorkomen van kindsoldaten gelegd bij „het feit‟ dat in deze moderne tijd ultralichte wapens geproduceerd worden, die makkelijk door kinderen bediend kunnen worden. Jonge mensen zouden nu makkelijker kunnen deelnemen aan gewapend conflict, waar vroegere wapens, vanwege hun complexiteit in bediening en gewicht, alleen gehanteerd zouden konden worden door volwassenen. Er bestaat echter geen enkel bewijs dat de makkelijke verkrijgbaarheid van lichte wapens verband houdt met de inzet van kindsoldaten: lichte wapens worden reeds sinds 1861 geproduceerd. Bovendien worden in vele oorlogen andere wapens dan vuurwapens gebruikt. De oorlogen in Rwanda, Sierra Leone en Liberia, waar veel kindsoldaten meevochten, werden bijvoorbeeld grotendeels met machetes (kapmessen) en cutlasses (messen voor landbouw) uitgevochten.

Veranderde manier van oorlogsvoering Door veranderde manieren van oorlogsvoering zouden kinderen nu een voornaam doelwit van gewelddadigheden en rekrutering vormen, waar daar in vroeger tijden een taboe op gerust zou hebben. Hedendaagse conflicten in „minder ontwikkelde landen‟ zouden gewelddadiger zijn en er zouden meer wreedheden worden begaan. Traditionele oorlogen zouden duidelijke politieke doeleinden hebben gekend en uitgevochten zijn naar algemene wetten van oorlogsvoering, waar nieuwe oorlogen worden beschouwd als doelloos, hyperpolitiek, een manier van leven, of gedreven door economische hebzucht. Politieke doeleinden zouden plaats gemaakt hebben voor meer lokale en onmiddellijke doeleinden, en het ontstaan van oorlogseconomieën. Geweldpleging zou vaak geen ander doel hebben dan de instandhouding van conflict ten behoeve van materieel gewin. Maar hoe oorlogen ook worden gevoerd, en om welke redenen oorlogen ook worden gevoerd, een typisch kenmerk van oorlogen is de bloederigheid ervan, en in iedere oorlog vallen burgerslachtoffers. Oorlog is strategie, sterker zijn dan de vijand, maar bovenal slimmer zijn dan de vijand. In oorlogen, waar ook ter wereld, bepalen de gewapende groeperingen meestal zelf de regels, en werden oorlogen in de geschiedenis ook niet netjes volgens „de regels‟ uitgevochten. Moraliteit en oorlog gaan nu eenmaal slecht samen. Oorlog is oorlog. De oorzaak van het vaker voorkomen van kindsoldaten in hedendaagse oorlogen moet dus ergens anders gezocht worden.

33


Kindertijd De deelname van kinderen aan oorlogen is dus niet nieuw. Wat wel nieuw is, is de veroordeling ervan (op het ethische, culturele en sociale vlak). Deze veroordeling hangt samen met veranderende ideeĂŤn over de kindertijd als aparte levensfase. In een groot aantal landen ter wereld worden kinderen vrijgesteld van arbeid en het dragen van verantwoordelijkheden, en bestaat er een ideaalbeeld dat kinderen een „zorgeloze kindertijdâ€&#x; zouden moeten genieten. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid. In vele landen werken kinderen mee om hun families te onderhouden, en is het onmogelijk hen weg te houden van ellende en verantwoordelijkheden. Niet meewerken betekent in veel gevallen dat kinderen geen eten kunnen krijgen; hun ouders kunnen zonder de inzet van hun kinderen simpelweg niet genoeg geld verdienen om het hele gezin te onderhouden. Het idee van een aparte kindertijd als zorgeloze levensfase past alleen bij welvaartsstaten, waar gezinnen zich het kunnen veroorloven hun kinderen vrij te stellen van arbeid. In verschillende samenlevingen worden kinderen verantwoordelijkheden toegewezen en bestaat er geen duidelijk onderscheid tussen werk en spel. Competentie wordt vaak bepaald aan de hand van het vermogen bepaalde taken uit te voeren en het vermogen bepaalde verantwoordelijkheden te dragen. In sommige samenlevingen worden personen op 14-jarige leeftijd als volwassene gezien, terwijl in andere samenlevingen volwassenheid pas wordt bereikt op 35-jarige leeftijd. Verschillen in omgevingsvoorwaarden spelen een belangrijke rol in de mogelijkheden en uitdagingen waar mensen zich voor gesteld zien en daarmee op de taken en verantwoordelijkheden die de leden van samenlevingen toebedeeld krijgen. De situatie bepaalt welke bijdrage kinderen aan de samenleving moeten leveren en hoe hun rol daarin gewaardeerd wordt. Kindertijd, jeugd en adolescentie moeten daarom beschouwd worden als sociale en culturele constructies, die direct samenhangen met socioeconomische, politieke en omgevingsfactoren. De kindertijd is dus een constructie die samengaat met levensomstandigheden. Het is variabel, en contextspecifiek.

Universele kinderrechten De definitie van kindsoldaten werd opgesteld in het kader van de universele mensenrechten, die ieder mens verondersteld wordt te hebben, in gelijke mate. Met het vastleggen van de universele mensenrechten en bijbehorende kinderrechten, probeerde de VN een informele internationale wetgeving op te stellen, die fenomenen als actieve deelname aan gewapende strijd door kinderen, in de toekomst te voorkomen en bestrijden.

34


Deze poster werd gemaakt door Brechje Schulte voor onze expressieve Ontwapen Campagne.

35


Omdat kinderen vanwege hun afhankelijkheid verondersteld worden niet voor hun eigen rechten op te kunnen komen, wordt hen door de VN speciale bescherming verleend door middel van de Conventie inzake de Rechten van het Kind (CRC). In deze conventie worden personen die jonger zijn dan 18 jaar verondersteld mentaal onontwikkeld te zijn en niet in staat weloverwogen beslissingen te nemen over hun eigen leven en toekomst, vanwege hun zogenoemde psychologische onvermogen alle mogelijke consequenties van hun handelen tegen elkaar af te wegen. Ieder kind zou het recht hebben om in een staat van vrede en veiligheid, door middel van adequate gezondheidszorg, toegang tot onderwijs en de beschikking over vrije tijd, tot volledige ontwikkeling te komen. De familie wordt daarbij aangemerkt als de fundamentele groep in de samenleving, die in de zorg en het welzijn van het kind kan voorzien. Ieder kind zou daarom op moeten groeien in familiekring, in een atmosfeer van geluk, liefde en begrip.

Hoe universeel is universeel? Hoewel de universele kinderrechten misschien nastrevenswaardige idealen zijn, zijn het ook idealen die echter zelfs in vredestijd in vele verschillende samenlevingen niet haalbaar blijken. In verschillende gemeenschappen is het bijvoorbeeld normaal dat kinderen bij vreemden opgroeien, omdat dit voor hen de enige manier is om te kunnen overleven. In gebieden waar grote armoede heerst, moet men vaak roeien met de riemen die men heeft, en is het vaak juist in het belang van het kind, als men naar andersoortige manieren van opvoeden zoekt. In oorlogssituaties raken vele kinderen één of beide ouders kwijt, en soms zelfs hun volledige familie. Daarnaast vallen voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs vaak voor langere tijd weg. Het is daarom voor de hand liggend dat gemeenschappen andere oplossingen moeten zien te vinden om de jongsten onder hen te verzorgen, en is men niet altijd in staat kinderen volledige bescherming te bieden. „Begrip‟ over eigen handelen verschilt van mens tot mens, en dus ook van kindsoldaat tot kindsoldaat. De achttienjarige leeftijd is geen magische grens, waarop „begrip‟ ineens neerdaalt uit het onzichtbare. Begrip groeit met de jaren, en met de omstandigheden. Een twaalfjarige die al jarenlang in een oorlogssituatie leeft, en van zijn omgeving leert dat moorden, doden, martelen en verkrachten „slecht‟ is, heeft een heel ander begrip dan een twaalfjarige die nooit direct met gevechtshandelingen te maken heeft gehad, en ook nooit iets heeft geleerd over geweldpleging in oorlogen. Welk begrip kindsoldaten over hun eigen handelen hebben, hangt dus af van hun „socialisatie‟ en hun levensomstandigheden.

36


Wie zijn kindsoldaten? Hoewel we het steeds over „kindsoldaten‟ of „de kindsoldaat‟ hebben, zijn er onder hen meer verschillen dan overeenkomsten aan te wijzen. Redenen voor deelname aan gewapende strijd door kinderen en jongeren zijn zeer uiteenlopend. Er zijn gevallen bekend van vierjarige kinderen die ontvoerd werden door gewapende groeperingen en ingezet werden als levend „kanonnenvoer‟. Er zijn gevallen bekend van kinderen die geboren worden binnen gewapende groeperingen en van baby af aan worden opgevoed tot strijder. Het merendeel van alle kindsoldaten echter, ongeveer 70%, is ouder dan twaalf jaar. En niet alle kindsoldaten worden door middel van dwang of ontvoering gerekruteerd. In tegendeel. De overgrote meerderheid meldt zich vrijwillig aan. Omdat geen kwantitatief onderzoek wordt verricht naar de manieren van rekrutering, bestaat er geen sluitende informatie over de precieze aantallen. Volgens de laatste schattingen neemt ongeveer 70% van de kindsoldaten zelf het initiatief tot deelname. Samengevat bestaan er dus verschillende soorten kindsoldaten: -

Jonge kinderen (0-12)

(naar schatting 30%)

-

Jongeren (12-18)

(naar schatting 70%)

-

Vrijwillige kindsoldaten

(naar schatting 65%)

-

Gedwongen kindsoldaten

(naar schatting 35%)

Wat zijn de verschillen? Kindsoldaten verschillen niet alleen in leeftijd en de manier waarop ze gerekruteerd worden van elkaar; ook hun ervaringen zijn zeer uiteenlopend. Sommige kindsoldaten leven bij hun gewapende groeperingen in voortdurende angst, sommigen van hen ontpoppen zich tot leiders en krijgen op een bepaalde manier plezier in het vechten, en weer anderen nemen niet graag deel aan gevechten, maar verblijven wel liever bij de gewapende groeperingen omdat ze zich dan meer beschermd voelen, dan als burger. Ook na hun deelname zijn er veel verschillen aan te wijzen tussen ex-kindsoldaten. Een aantal van hen houden zware psychologische trauma‟s over aan hun deelname, een aantal van hen ondervind psychologische problemen maar kunnen desondanks goed functioneren, een aantal van hen kan geen afscheid nemen van het vechten en gaat op zoek naar andere oorlogen, anderen ondervinden helemaal geen problemen bij hun reïntegratie en bouwen zelfstandig succesvol een nieuwe toekomst op. Veruit de meeste ex-kindsoldaten ondervinden nauwelijks tot geen psychologische problemen, maar kunnen vaak op sociaal gebied moeilijk in de naoorlogse samenleving integreren.

37


Hoe kindsoldaten hun tijd bij een gewapende groepering beleven, verschilt van persoon tot persoon. Net als het rehabilitatieproces. Toch zijn er een aantal factoren aan te wijzen die een grote rol spelen: 1.

Hun rol of functie binnen de gewapende groepering

Er zijn grote verschillen aan te wijzen tussen degenen die vochten, en degenen die indirect deelnamen aan de gewapende strijd. Daarnaast heeft hun functie of rol invloed op hun ervaringen. Als de functie bijvoorbeeld niet bij de capaciteiten of talenten van de persoon past, of juist heel goed past, dan zullen de ervaringen uiteenlopen. 2.

Of ze wel of niet invloed kunnen/konden uitoefenen op hun situatie

Ook al worden kinderen gedwongen tot deelname, wil dat nog niet zeggen dat zij geen enkele invloed kunnen uitoefenen op hun situatie. Vele kindsoldaten ontwikkelen strategieën waardoor zij bijvoorbeeld niet of minder vaak hoeven mee te vechten. 3.

Hoe ze zich hun rol of functie eigen maken of zelfs vormgeven

Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt kindsoldaten van minuut tot minuut verteld wat ze wel en niet mogen en moeten. Van het LRA in Oeganda is bijvoorbeeld bekend geworden dat kindsoldaten zelfs niet onderling mogen spreken, of plezier maken. In de meeste gevallen echter, krijgen kindsoldaten verantwoordelijkheden en functies toegewezen, waarin zij een grote mate van vrijheid krijgen. 4.

Het karakter van de gewapende groepering

Sommige gewapende groeperingen voeren een terreurbewind over hun kindsoldaten, andere gewapende groeperingen echter, beschouwen de jongsten onder hun gelederen juist als heel waardevol. De behandeling die de verschillende gewapende groeperingen hanteren voor hun kindsoldaten, is van grote invloed op hun ervaringen. Daarnaast spelen de tactieken en strategieën die de gewapende groepering hanteren een grote rol: de RUF in Sierra Leone bijvoorbeeld gebruikte terreur als belangrijkste wapen. Kindsoldaten werden gedwongen burgers te verminken, en te vernederen. De Kamajors, een andere gewapende groepering in Sierra Leone, probeerde de burgers juist te beschermen tegen de rebellen, en werd er door vele ex-kindsoldaten slechts gedood in gevechtssituaties. 5.

Het doel van de gewapende groepering

Er bestaan grote verschillen tussen vechten voor „the good guys‟ en vechten voor „the bad guys‟. Wie voor de „good guys‟ vecht, brengt een offer, maar wel een offer waar vele ex-kindsoldaten uiteindelijk trots op zijn. De jongste rekruten begrijpen vaak niet wat de inzet van hun gewapende groepering is, en geloven in de doctrines die hen worden bijgebracht. Jongeren begrijpen echter vaak juist heel goed waar de gewapende strijd om gaat, en waar hun groepering voor vecht. Als jongeren ontvoerd worden door een rebellengroepering, die zij zelf als de vijand beschouwen, ervaren zij hun tijd als kindsoldaat heel anders dan wanneer ze gerekruteerd zouden zijn geweest door een groepering achter wiens ideologie zij zich hadden kunnen scharen.

38


39


6. De mening van „burgers‟ en buitenstaanders over hun participatie en de gewapende groepering waarbij zij vechten/vochten. Kindsoldaten die niet begrepen waarom ze vochten, hebben er vaak moeite mee hun eigen deelname in perspectief te plaatsen. Sommigen dachten jarenlang dat ze voor „de goede zaak‟ vochten en werd hen pas na de oorlog duidelijk hoe destructief hun gewapende groepering geweest is. Hoe kindsoldaten hun deelname ervaren is niet statisch en verandert door de jaren heen, zelfs na hun rehabilitatie. De manier waarop anderen tegen hun deelname aankijken, is daarbij van doorslaggevend belang.

Waarom vechten kinderen mee? GEDWONGEN KINDSOLDATEN Vele commandanten en officieren hebben verklaard kindsoldaten te gebruiken omdat zij gehoorzamer zijn dan volwassen, minder vrees kennen, en makkelijk te beïnvloeden zijn. Daarnaast heeft de inzet van kinderen een belangrijk strategisch voordeel: veel legers kennen een verbod op geweld tegen kinderen, en zij mogen dan ook het vuur niet openen op minderjarigen. Gewapende groeperingen die weinig steun krijgen van de bevolking, en toch de strijd willen voortzetten, kunnen vaak niet genoeg vrijwillige rekruten aantrekken. Zij gaan over tot ontvoeringen om mensen te dwingen zich bij hen aan te sluiten. Een kind is makkelijker te ontvoeren en te dwingen dan een volwassene.

VRIJWILLIGE KINDSOLDATEN De belangrijkste redenen voor participatie zijn armoede, wraak, economische of educatieve mogelijkheden, bescherming en de aanwezigheid van gewelddadig conflict. In gebieden die getroffen worden door oorlogen zijn vaak weinig voorzieningen aanwezig. Deelname aan gewapende groeperingen kan de enige kans op onderwijs, voedsel of onderdak betekenen en daarom een aantrekkelijk alternatief bieden.

Het principe van vrijwilligheid „Hoe vrijwillig is vrijwillig?‟ is een vraag die onherroepelijk verbonden is met het fenomeen kindsoldaten. Begrijpen „kinderen‟ wel genoeg van oorlog om een weloverwogen keuze te maken? Begrijpen ze wel goed genoeg wat „de dood‟ inhoudt? En kunnen ze de impact van hun daden wel overzien? Op deze vragen is geen eensluidend antwoord te geven. Sommige kindsoldaten hebben inderdaad een zeer beperkt begripsvermogen, maar andere kindsoldaten weten juist heel goed waar de strijd om gaat, wat „de dood‟ is omdat ze daar bijvoorbeeld van hun eigen naasten getuige van zijn geweest, en velen van hen weten ook exact wat de directe impact van hun daden is.

40


41


Vele kindsoldaten zijn belangrijke voorvechters van hun idealen. Soms worden ze bijvoorbeeld al langere tijd onderdrukt door de oudere generaties van hun bevolking, en is gewapende strijd voor hen de enige uitweg om zich „vrij te vechten‟. Uit andere redenen voor participatie - namelijk de aanwezigheid van conflict, armoede, wraakneming en economische of educatieve redenen - lijkt in eerste instantie een meer dwingende werking uit te gaan. Toch neemt het grootste gedeelte van de jonge mensen die zich in conflictsituaties bevinden geen deel aan de gewapende strijd en dit vormt een belangrijke aanwijzing voor het principe van vrijwilligheid. Waarom kiest het ene kind er wel voor om deel te nemen aan de gewapende strijd, en het andere niet? Dezelfde vraag geldt overigens voor volwassenen, die veelal om precies dezelfde redenen bij gewapende groeperingen betrokken raken als vrijwillige kindsoldaten. De voornaamste reden waarom jonge mensen zich in de genoemde situaties aansluiten bij gewapende groeperingen is ten behoeve van hun eigen overleving. In oorlogssituaties kunnen kinderen en jonge mensen niet altijd rekenen op de steun van volwassenen. Het zoeken naar andere manieren van overleven, door zich in de zorg van een gewapende groepering te stellen, kan in plaats van als kwetsbaarheid ook als veerkrachtig gezien worden. De stelling dat kindsoldaten niet in staat zouden zijn onderscheid te maken tussen verschillende gezichtspunten en belangen, en bovendien de gevolgen van hun geweldpleging niet zouden kunnen overzien, geldt alleen voor de jongste rekruten. Er zijn maar weinig jonge mensen die op zoek gaan naar oorlog, veelal bevinden zij zich al in een oorlogssituatie waar zij geconfronteerd worden met vernielingen van huizen en goederen, extreme gewelddadigheden, brute moorden, en verkrachtingen, vaak zelfs van hun buren of familieleden. Vanwege hun ervaringen zijn zij daarom juist heel goed op de hoogte van de consequenties van extreme geweldpleging en de permanentie van de dood. Ook al zijn ze zelf geconfronteerd met het verdriet dat daaruit voortkomt, toch weerhoudt dat hen er niet van om te gaan vechten. Wraakgevoelens vormen voor velen van hen zelfs een belangrijke reden om de wapens op te nemen.

Trauma Een aantal kindsoldaten raakt zwaar psychologisch getraumatiseerd door hun deelname aan de gewapende strijd. Het overgrote merendeel echter, houdt geen significante psychologische trauma‟s over aan hun deelname. De uitspraak dat kindsoldaten „wandelende tijdbommen‟ worden, die ieder moment kunnen „afgaan‟ en afschuwelijk gewelddadig zouden kunnen worden, is niet gebaseerd op de werkelijkheid. Wereldwijd zouden er 300.000 kindsoldaten meevechten. Jaarlijks. Op het grote geheel gezien, wordt slechts een handjevol van hen in psychologisch opzicht geholpen, en toch doen er zich nauwelijks gewelddadige incidenten rond ex-kindsoldaten voor. De praktijk in Sierra Leone 42


43


bewijst zelfs dat ex-kindsoldaten banger zijn voor geweld dan hun leeftijdsgenoten die niet hebben gevochten. Net als ideeën over hoe de kindertijd er ideaalgesproken uit zou moeten zien, berust het idee dat vroege emotionele ervaringen de volwassen persoonlijkheid vormgeven op een westers concept, dat voortkomt uit westerse idealen over een zorgeloze kindertijd en westerse denkbeelden over de vermogens en capaciteiten van kinderen. De notie dat kindsoldaten voor het leven verpest zouden zijn, in een cyclus van geweldpleging terecht zouden komen, en „wel zwaar psychologisch getraumatiseerd moeten zijn‟, is dus helemaal niet zo vanzelfsprekend. Dit heeft deels te maken met verschillen in culturele en sociale opvattingen: Doordat verschillende volkeren en culturen verschillende concepties over de kindertijd hanteren verloopt de ontwikkeling van kinderen overal volgens een ander patroon en kan niet zomaar gesteld worden dat kinderen bepaalde zaken hebben „overgeslagen‟, dat hun ontwikkeling heeft stilgestaan en dat zij bepaalde fasen van de ontwikkeling zouden moeten inhalen, als gevolg van hun deelname aan de oorlog. In tijden van oorlog of ontberingen is er vaak zelfs sprake van een verhoogde ontwikkeling, waarin kinderen zich in een rap tempo vaardigheden moeten eigen maken voor hun overleven en verantwoordelijkheid voor zichzelf en anderen leren dragen. Belangrijker echter, is het feit dat gedrag en handelen in de context van oorlog geplaatst moet worden. De meeste ex-kindsoldaten zijn goed in staat om oorlogstijd en vredestijd van elkaar te scheiden. Wat in oorlogstijd noodzakelijk is, wordt in vredestijd niet geaccepteerd. Geen enkel mens wordt geboren met de notie dat moorden niet mag, dit zijn ideeën die ons in opvoeding worden aangeleerd. In oorlog staat de wereld op zijn kop: wat normaal gesproken niet mag, moet nu ineens. Kindsoldaten worden aangemoedigd wreedheden te begaan en worden er om geprezen of zelfs gepromoveerd naar een hogere functie. De jongste kindsoldaten die voor en tijdens hun deelname niet begrepen dat moord, marteling, verkrachting en andere vormen van onderdrukking niet getolereerd gedrag is in een vredige samenleving, leren tijdens hun reïntegratie in het sociale leven (met name de eigen familie, leeftijdsgenoten en school) wat nu wel en niet toelaatbaar gedrag is. Met vallen en opstaan. Kindsoldaten die dat voordien wel begrepen, zullen gewelddadig gedrag (zodra het niet meer functioneel is) uit zichzelf achter zich laten.

Kindsoldaten helpen Hoe moeten kindsoldaten nu eigenlijk geholpen worden? Een benadering die uitgaat van de passiviteit

van

het

kind,

houdt

geen

rekening

met

de

veerkracht

en

het

actieve

probleemoplossingvermogen die deze kinderen hebben, wat hun copingstrategieën (hoe problemen het hoofd worden geboden) kan ondermijnen. Wanneer wordt uitgegaan van emotionele en psychologische zwakten, slachtofferschap en achterstanden in de ontwikkeling, wordt voorbijgegaan aan de kracht die kindsoldaten hebben getoond in extreme omstandigheden, de ontwikkeling die zij 44


45


hebben doorgemaakt tijdens hun participatie in gewapend conflict en wordt hun status als overlevende genegeerd. Want ondanks hun ontberingen slagen ook zeer veel kinderen erin creatieve oplossingen voor moeilijke omstandigheden te vinden. Kindsoldaten komen veelal voor in de armste samenlevingen ter wereld. Enerzijds is het moeilijk om kindsoldaten aparte hulpverlening te bieden, omdat dit in veel gevallen een stigmatiserende uitwerking op hen heeft. Overwogen moet dus worden of hulpverlening hen goed of slecht doet, waarbij als voornaamste doel moet gelden dat zij gerespecteerde leden van hun samenleving moeten worden. Leden die bijdragen aan de wederopbouw van hun samenleving, en stabiele vrede nastreven. Vele burgers zijn angstig voor kindsoldaten, en hebben er daarom moeite mee hen in hun midden te op te nemen en weer te vertrouwen. Ook aan hún zorgen mag niet voorbij worden gelopen. Psychologische hulpverlening is in veel gevallen (in beginsel) niet nodig. In de eerste plaats omdat psychologisch trauma een niet veel voorkomend verschijnsel is onder kindsoldaten. Veel samenlevingen hebben hun eigen manieren om kindsoldaten weer in hun midden op te nemen, welke benut dienen te worden. Trauma‟s kunnen worden aangepraat, en psychologische hulpverlening bieden kan daarnaast een stigmatiserend effect hebben op kindsoldaten, of hen zelfs in een neerwaartse spiraal drukken. Hulpverlening met inachtneming van bestaande sociale en culturele constructies mag ideaal lijken, echter, in veel oorlogen zijn het juist de bestaande constructies die onderdrukkend werken op jongere generaties, en voor vele kindsoldaten de reden voor hun deelname aan gewapend conflict. Wanneer hulpverlening geen rekening houdt met onderdrukkende factoren in de samenleving, kan hulpverlening juist averechts werken, de reden voor conflict in stand houden, of zelfs nieuw conflict aanwakkeren. In religieuze samenlevingen, vormt religie een belangrijke tool bij de reïntegratie van kindsoldaten, waaraan in huidige hulpverleningsmodellen voorbij wordt gelopen. Acceptatie door de gelovige gemeenschap, en vergiffenis van God, fungeren als een belangrijk vangnet en een belangrijke leidraad voor wat „goed‟ en „kwaad‟ is. Omdat vele kindsoldaten leugens wordt en werd verteld, en zij daar in veel gevallen pas na hun deelname achterkomen, leren zij hun omgeving te wantrouwen. Gelovige kindsoldaten vinden hun waarheid in de religie, waarbij zij niet meer afhankelijk hoeven te zijn van de grilligheid en dubbelzinnige motieven van hun omgeving. Bij het bieden van hulpverlening moet gekeken worden naar de lange termijn. Korte programma‟s die zich concentreren op de ergste nood, werken vaak slechts als een doekje tegen het bloeden en kunnen valse hoop wekken, wat uiteindelijk een desastreuze uitwerking kan hebben op kindsoldaten. 46


Sociaal trauma De meeste kindsoldaten kunnen vaak op eigen kracht redelijk integreren in de samenleving. Hoewel vaak beweerd wordt dat zij verstrikt raken in een cyclus van geweldpleging, spreekt de realiteit van de dagelijkse praktijk dat tegen. Voor velen van hen geldt echter dat zij een sociaal trauma oplopen door hun deelname: vaak heeft hun professionele ontwikkeling (educatie) lange tijd stil gestaan of is zelfs helemaal niet ontwikkeld. Kindsoldaten hebben daarom na hun deelname vaak moeite een zelfstandig bestaan op te bouwen. Velen van hen zijn een of beide ouders verloren, of kunnen niet meer terecht bij hun families, waardoor zij er alleen voor staan. In arme samenlevingen, waar geen algemene sociale voorzieningen worden getroffen door overheden, en waar de familie de ruggengraat voor sociale zekerheid vormt, leiden kindsoldaten dan ook een heel onzeker bestaan. Velen van hen belanden aan de rand van de samenleving, waar de criminaliteit op de loer ligt. In landen waar weinig voorzieningen zijn, en er geen goed functionerend sociaal vangnet bestaat, zijn kindsoldaten een speelbal van de samenleving. Om hun situatie minder kwetsbaar te maken, zijn zij het beste geholpen bij praktische hulpverlening, die gericht is op het ontwikkelen van zelfstandigheid, en die bijdraagt aan hun reïntegratie op sociaal niveau. Het allerbelangrijkst voor hun reïntegratie in de samenleving is, dat kindsoldaten geaccepteerd en vergeven worden door hun omgeving. Als de samenleving er niet voor openstaat kindsoldaten weer op te nemen in hun midden, kan men het beste eerst proberen uit te vinden wat daar de reden voor is. In Mozambique bijvoorbeeld, geloofden sommige gemeenschappen dat kindsoldaten bezeten waren, en moesten er eerst „reinigingsrituelen‟ uitgevoerd voordat de kindsoldaten weer opgenomen konden worden. In Sierra Leone werden er door de overheid en de VN campagnes gevoerd, die er bij de bevolking voor pleitte kindsoldaten weer in hun midden op te nemen. Dit werkte goed, mede omdat „vergiffenis‟ een belangrijke culturele waarde is in Sierra Leone. Nu 8 jaar na hun reïntegratie blijkt echter dat „burgers‟ nog steeds zeer negatieve ideeën hebben over ex-kindsoldaten. Omdat men denkt dat kindsoldaten niet kunnen veranderen, blijven burgers angst houden voor exkindsoldaten. Hierdoor voelen ex-kindsoldaten zich buitengesloten en is het voor hen moeilijk sociale relaties aan te gaan. Mensen proberen te leren dat kindsoldaten wel degelijk kunnen veranderen is één mogelijk, maar zien is geloven, en daarom zouden kindsoldaten de kans moeten krijgen zich te bewijzen. Wie kan laten zien dat hij veranderd is, bijvoorbeeld omdat er geen verschillen meer bestaan tussen hen en hun leeftijdsgenoten, wekt meer vertrouwen bij „burgers‟. Meedoen is een belangrijke voorwaarde voor reïntegratie. En meedoen betekent dat kindsoldaten met beide benen stevig in de maatschappij geplant moeten worden. Door hen naar school te laten gaan bijvoorbeeld, of hen een beroep te leren, waardoor ze een baan kunnen vinden, en een „normaal‟ leven kunnen leiden. 47


48


Ingrijpen – Ja of nee? Als kindsoldaten op eigen kracht redelijk kunnen reïntegreren, pyschologisch trauma niet zo vaak voorkomt en bovendien hulpverlening stigmatiserend kan werken, moet je kindsoldaten dan eigenlijk wel helpen? Het antwoord is ja. Een sociaal trauma mag niet onderschat worden: wie niet meekomt in de samenleving, leeft zijn leven in eenzaamheid en wie niet op eigen benen kan staan, is in een arme samenleving zelfs onzeker over zijn eigen overleven. Integreren bestaat op verschillende niveaus. Leren wat de normen en waarden van de naoorlogse samenleving zijn, en gewelddadig gedrag „afleren‟ is maar een klein onderdeel van het integratieproces. Kindsoldaten leren uiteindelijk door sociale omgang en interactie met anderen het beste wat de normen en waarden van de samenleving zijn, en doordat jonge mensen nu eenmaal graag „ergens bij willen horen‟ zit daar een belangrijke sleutel voor hun reïntegratieproces. Op school bijvoorbeeld, kunnen ze onder hun leeftijdsgenoten leren wat wel en niet geaccepteerd gedrag is onder hun eigen leeftijdsgroep. In de eigen familie, of omgeving leren kindsoldaten over de samenlevingsnormen en waarden en de cultuur. Kindsoldaten die geen ouders meer hebben, of niet meer bij hun familie terecht kunnen, zijn het beste af in een familiesetting, waar zij ondersteuning van kunnen krijgen en de nodige ondersteuning om zich aan een leven als burger aan te kunnen passen. Een tehuis is slechts voor een korte tijd een goede oplossing, en dient niet voor meer te dienen dan als transitie fase, omdat het leven in tehuizen typisch anders is dan een leven in de samenleving en kindsoldaten juist moeten leren hoe het „gewone leven‟ in elkaar zit. Kindsoldaten die als jongere, of jongvolwassene uit de strijd komen, kunnen zich daarentegen soms slecht aanpassen aan het familie- of gezinsleven, omdat zij tijdens hun periode bij de gewapende groeperingen een grote mate van vrijheid gekend hebben. Sommigen van hen hebben wat stimulans nodig om zich aan te passen, terwijl anderen er meer bij gebaat zijn een zelfstandig bestaan op te bouwen. Kindsoldaten die bij de gewapende groepering een partner en kinderen hebben gekregen, moeten na afloop van de oorlog vaak gedwongen scheiden van hun gezin. Soms door inmenging van anderen, maar meestal doordat zij hun gezinnen niet kunnen onderhouden en jongens daarom liever hun eigen weg gaan. Veel meisjessoldaten blijven daardoor met de zorg voor hun kinderen achter, een situatie die even onhoudbaar als stigmatiserend werkt. Slechts een handjevol van deze meisjes kan uiteindelijk weer bij de eigen families terecht. In sommige samenlevingen worden meisjessoldaten met kinderen juist uitgestoten, omdat men gelooft dat ze promiscue zijn, of hun kind iets duivels moet hebben. 49


50


Vooral zowel de jongens- als de meisjessoldaten en hun kinderen geldt dat ze vaak een hele slechte positie hebben in de samenleving. Ze hebben nooit een vak geleerd, ze kunnen vaak niet lezen en schrijven en ze hebben niemand die hen ondersteunt. Veel jongens komen daardoor in de criminaliteit terecht, veel meisjes worden prostituee om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Sommige meisjes zijn langdurig seksueel misbruikt en hebben daar soms levenslang lichamelijke problemen van. Lichamelijke problemen die soms eenvoudig op te lossen zijn.

Pijlers voor hulpverlening Nietsdoen voor kindsoldaten omdat het stigmatiserend zou werken, is geen verstandige zet. De ervaring leert dat wanneer de bevolking uitgelegd wordt waarom hulpverlening voor exkindsoldaten noodzakelijk is, dat ook geaccepteerd wordt. Zolang men niet het idee heeft dat kindsoldaten beloond worden voor slechte daden, staan „burgers‟ vaak positief tegenover hulpverlening aan kindsoldaten. Met name als een oorlog al een tijdje geleden afgelopen is, en onder de bevolking nog steeds angst heerst voor ex-kindsoldaten, bestaat er onder de bevolking zelfs behoefte en vraag naar hulpverlening aan ex-kindsoldaten. In Sierra Leone, waar de meeste ex-kindsoldaten in 1999-2000 werden gedemobiliseerd, is deze behoefte duidelijk aanwezig. Nietsdoen betekent in het geval van Sierra Leone bijvoorbeeld dat vertrouwensrelaties maar moeizaam opgebouwd worden, en dat dat stabiele vredesopbouw in de weg staat. Angst voor een herhaling van het verleden weerhoudt mensen ervan in zichzelf of in hun toekomst te investeren. Terwijl die investering juist hoognodig is om het land in economisch en sociaal opzicht opnieuw op te bouwen. Zolang er onder de bevolking angst heerst dat exkindsoldaten niet veranderd zijn, omdat ze bijvoorbeeld alleen maar rondhangen en niets te doen hebben, of zelfs in de criminaliteit belanden, En daarnaast is hulpverlening in veel gevallen noodzakelijk omdat kindsoldaten weliswaar gewelddadig gedrag uit zichzelf weten af te zweren, de kwaliteit van hun levens is vaak echter zeer slecht. Omdat hen te vaak valse beloften zijn gedaan (bijvoorbeeld bij hun gewapende groepering, maar ook tijdens het reïntegratieproces door instituties of organisaties), durven ze niemand in vertrouwen te nemen. Kindsoldaten moeten zelf manieren ontwikkelen om aansluiting te zoeken bij de gemeenschap, en dat kunnen ze alleen als ze zeker zijn van hun eigen positie. Weten waarom ze gevochten hebben, bijvoorbeeld, kan een groot verschil maken. Op school, in lessen over oorlogsgeschiedenis, kunnen kindsoldaten leren hoe de oorlog nou echt in elkaar stak, en leren ze te reflecteren op hun eigen rol in de oorlog. Programma‟s zouden scholen kunnen helpen een lespakket op te stellen, waarin kindsoldaten en hun leeftijdsgenoten leren over de oorlog, en de rol van kindsoldaten. In hulpverlening zou meer aandacht besteed moeten worden aan reeds volwassen exkindsoldaten die geen of niet afdoende hulp hebben gekregen bij hun integratieproces. 51


Projecten voor kindsoldaten zouden eerst en vooral om lange termijn re誰ntegratie moeten gaan, want stabiliteit en zekerheid is voor ex-kindsoldaten het allerbelangrijkst om hun leven weer op te kunnen bouwen. Door middel van scholing, vaardigheidstrainingen, het helpen opstarten van kleine ondernemingen, het helpen zoeken naar een baan, bijvoorbeeld, krijgen (ex) kindsoldaten de tools in handen weer grip op hun leven te krijgen, zodat ze zelf een nieuwe toekomst op kunnen bouwen. Hoognodig, want na de oorlog belanden veel (ex) kindsoldaten in uitzichtloze situaties, waarin de stap naar de criminaliteit klein is. Voormalig kindsoldaten moeten weer meedoen aan het leven, en dat lukt ze alleen als ze volledig geaccepteerd worden door de samenleving. Door ze meer kennis te geven, en hun levensinstelling te veranderen, kunnen (ex) kindsoldaten net als ieder ander een mooie toekomst voor de boeg hebben!

52

Voorlichtingsmap kindsoldaten  

Voorlichting over kindsoldaten voor studenten. Wat is een kindsoldaat, wie wordt kindsoldaat, hoe ziet hun leven eruit als kindsoldaat, en v...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you