Issuu on Google+

Programmabegroting 2013


Colofon Programmabegroting 2013 Uitgave Gemeente Utrecht Drukwerk RICOH NEDERLAND Fotografie Omslag: Jan Lankveld Overig: Deel 1:

Willem Mes

Deel 2:

Jan Lankveld

Hoofdstuk 1:

Willem Mes

Hoofdstuk 2:

Jan Lankveld

Deel 3:

Sietse Brouwer

Hoofdstuk 3:

Jan Lankveld

Hoofdstuk 4:

Bert Spiertz

Bijlagen:

Marnix Schmidt

Informatie Gemeente Utrecht Bestuurs- en Concerndienst Sector FinanciĂŤn en Personeel Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl/begroting finutrecht@utrecht.nl


Raadsvoorstel 2012, nummer 125 Utrecht, 5 september 2012

Ten Geleide In deze Programmabegroting 2013 staan voorstellen waarmee we verder uitvoering willen geven aan ons collegeprogramma 2010-2014 'Groen, Open en Sociaal'. Dit is de tweede begroting die we volgens de nieuwe indeling aan u presenteren. De Programmabegroting 2013 begint met het hoofdstuk context, waarin de beleidsinhoudelijke samenvatting en de maatschappelijke en financiële context, waarin we ingaan op ontwikkelingen vanuit de omgeving die van invloed kunnen zijn op het beleid, in elkaar verweven zijn. In hoofdstuk 1 van de Programmabegroting 2013 komen de verschillende beleidsprogramma's aan bod. Per beleidsprogramma worden de verschillende subdoelstellingen afzonderlijk toegelicht door aan te geven wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Elke subdoelstelling wordt afgesloten door een financiële toelichting. Hierbij worden verschillen groter dan 10% of 500.000 euro toegelicht. Ten opzichte van de Programmabegroting 2012 worden de kosten van interne dienstverlening door de dienst ondersteuning niet meer doorbelast aan de programma's maar maken nu onderdeel uit van het saldo op algemene ondersteuning. In hoofdstuk 2 hebben we de paragrafen opgenomen. Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede hoe de gemeente Utrecht er voorstaat op de betreffende onderwerpen. Hoofdstuk 3 en 4 vormen samen de financiële begroting. Hierin vindt u een totaaloverzicht van de baten en lasten per programma en het financieel beeld, waarbij wordt ingegaan op de financiën van de gemeente als geheel. Hierbij komt onder andere de uitkering uit het Gemeentefonds aan de orde. Wij hopen dat u aan de hand van de voorliggende stukken een goede beleidsafweging kunt maken. De secretaris,

De burgemeester,

Drs. M. Schurink

Mr. A. Wolfsen

3


Inhoudsopgave Deel 1 Context Samenvatting en context

7 11

Deel 2 Beleidsbegroting

17

Hoofdstuk 1 Programma's

20

1.1 Bewoners en Bestuur

21

1.2 Stedelijke Ontwikkeling

39

1.3 Duurzaamheid

75

1.4 Bereikbaarheid

87

1.5 Openbare Ruimte en Groen

97

1.6 Werk en Inkomen

115

1.7 Onderwijs

133

1.8 Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid

145

1.9 Veiligheid

173

1.10 Cultuur

189

1.11 Sport

199

1.12 Vastgoed

213

Algemeen

223

Algemene middelen en onvoorzien

223

Algemene ondersteuning

226

Hoofdstuk 2 Paragrafen

231

2.1 Weerstandsvermogen

231

2.2 Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen

241

2.3 Financiering

253

2.4 Bedrijfsvoering

257

2.5 Verbonden Partijen

263

2.6 Grondbeleid

271

2.7 Lokale heffingen

275

Deel 3 FinanciĂŤle begroting

287

Hoofdstuk 3 Overzicht baten en lasten

291

Hoofdstuk 4 Financieel beeld

299

Bijlagen

304

5


Deel 1 Context


OV en fiets als alternatief voor de groei van de automobiliteit.

Geen financiële belemmeringen voor deelname aan maatschappelijk leven.

Een moderne en toegankelijk overheid met betrokken bewoners.

€ 32.373

€ 107.728

€ 145.684 Bewoners werken/ participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam.

Bereikbaarheid

€ 107.728

€ 63.270

Werk & inkomen € 216.625

Een economisch vitale stad. € 7.735

Goede en gevarieerde onderwijshuisvesting € 44.267

Program begroting

Onderwijs € 98.180

Kwalitatief goed onderwijs

Totale ko €1.344. €1.314.7

€ 39.238 Vrije en laagdrempelige toegang tot bronnen van kennis en cultuur

€ 14.675

Jeugd groeit op tot gezonde, betrokken,actieve en zelfstandige burgers.

€ 17.846

Toelichting Totale kosten

Kosten per programma Kosten per doelstelling

Alle bedragen x 1000

(t.o.v begroting

€128.279

Inwoners zijn,blijven en voelen zich gezond

€ 35.889

+5.1%

Jeugd, welzijn en volksgezondheid

Openbare Ruimte en groen

Welzijn: alle (ook kwetsbare) bewoners doen mee aan de samenleving.

€ 142.572

€ 74.545

Sp €3 Voldoende, kwalitatief goede (basis)sport voorzieningen.

€30.752 Openbare ruimte is veilig, functioneel.

€ 65.839

Openbare ruimte is groen en schoon en nodigt uit tot ontmoeting.

€ 76.733

€ 2.047 Stimuleren sporten, bewegen en (sport) talentontwikkeling.


€ 2.991

Goede belangenbehartiging op regionaal, (inter)nationaal niveau

e ke t

€ 2.508 Een (inter)nationaal aantrekkelijke stad van kennis en cultuur.

€ 6.738

Energie besparing en duurzame energie opwekking Zorg voor gezonde,

€ 6.883 rustige en veilige leefomgeving.

Duurzaamheid

€ 65.333

€ 131.002

Bewoners en bestuur € 37.871

Ontwikkeling Stationsgebied tot nieuw centrumgebied

Ontwikkeling Leidsche Rijn tot nieuw stedelijk gebied

Versterken vitaliteit en leefbaarheid van de bestaande stad.

€ 50.427

Stedelijke ontwikkeling

€ 13.622

€ 18.673

€ 283.360 € 13.059

€ 47.896

mmag 2013

Cultuur

€ 47.896

osten .775 775

Duurzame verbetering van Kanaleneiland Overvecht, Ondiep, Zuilen-Oost en Hoograven.

€ 3.088 Zorg voor monumentale en cultuurhistorische waarden

€ 1.779 Een evenwichtig ruimtelijk programma voor de verschillende (onder)delen van de stad.

(Inter)nationale cultuurstad voor kunstenaars, bewoners, ondernemers en bezoekers.

Zorg voor veilige en leefbare bebouwde omgeving

Voorkomen en bestrijden incidenten en verstoringen van openbare orde.

€ 30.737 Veiligheid

%

Algemene middelen

g 2012)

€ 44.967

Afname criminaliteit en onveiligheids gevoelens.

€ 14.230

( bv. rentelasten)

€ 25.003

Algemene ondersteuning

port 4.346

(kosten overhead)

€ 112.927

Programmabegroting: Inkomsten 2013 (€1.254.166) Gemeentefonds ( €419.053) Specifieke uitkeringen ( €377.419) Belastingen, heffingen en rechten ( €199.999) Overige eigen middelen ( €55.254 ) Inkomsten grondexploitaties ( €202.441) ( Alle bedragen x 1000)

Vastgoed € 1.546 Een aantrekkelijke stad voor topsport(ers) en topsporttalenten.

4%

€ 21.399 16%

34%

€ 17.763 Voldoende functionele en optimaal gebruikte gemeentelijk gebouwen

€ 3.636 Kwalitatief goede multifunctionele accomodaties overeenkomstig wensen gebruikers.

16% 30%


Samenvatting en context Inleiding Utrecht is een sterke, jonge en groeiende stad, met veel mogelijkheden voor de toekomst. In de Voorjaarsnota 2012 hebben wij laten zien hoe de financiĂŤle crisis en de Rijksbezuinigingen doorwerkt op de gemeentelijke financiĂŤn en hoe wij daarmee om willen gaan: groen, open en sociaal. In dit hoofdstuk geven wij de gemaakte keuzes in de Programmabegroting 2013 op hoofdlijnen weer. Dat doen wij aan de hand van de hoofdstukken in het collegeprogramma, om de voor ons belangrijke verbindingen tussen beleidsonderdelen tot uitdrukking brengen. Lerende en open stad Utrecht is de stad van Kennis en Cultuur. Deze kennis, creativiteit en ondernemerschap komt tot uitdrukking in initiatieven van bewoners en organisaties met een positief effect op buurt, wijk en stad. Als gemeentebestuur willen wij deze kracht de ruimte geven. In deze programmabegroting is de vraag vanuit de wijken meer dan voorheen leidend. Het wijkgerichte werken is versterkt en de vastgestelde wijkambities zijn richtinggevend. Samen met de wijkraden en andere partners willen wij de wijkambities verdiepen en verder vooruitblikken naar wenselijke ontwikkeling op wijkniveau. We vernieuwen de gemeentelijke organisatie om deze slagvaardiger en kostenbewuster te maken. Vanaf 2013 reduceren we de overhead sterk en is er een nieuwe organisatiestructuur, waar uitvoeringsorganisaties zorgen voor een vergroting van de realisatiekracht en waar de ontwikkelorganisatie werkt aan meer samenhang en een betere aansluiting op de behoefte van en de mogelijkheden in de stad. Na de Stadsschouwburg verzelfstandigen we ook de Bibliotheek en het Centraal Museum. Deze organisaties komen zelfstandig beter tot hun recht. We investeren in de verbetering en verdere digitalisering van de dienstverlening. Inwoners en ondernemers kunnen vanaf 2013 via het digitale loket steeds meer vanuit huis regelen met de gemeente. We bouwen het nieuwe Stadskantoor waar alle dienstverlening vanaf najaar 2014 is ondergebracht. We willen als gemeente zo goed mogelijk inspelen op wat er leeft en speelt in de stad. Naast het wijkgericht werken vernieuwen we de participatie via het nieuwe Participatieportal op www.utrecht.nl. Als stad van Kennis en Cultuur vinden we het belangrijk dat we in het onderwijs leren en experimenteren. In 2013 krijgen steeds meer kinderen les in gerenoveerde of nieuwe scholen met een gezond binnenklimaat. Voor het Gerrit Rietveld College slaan we de eerste paal. Daarmee ronden we het huidige Masterplan Voortgezet Onderwijs af. In 2013 vordert ook de bouw van scholen voor het Primair Onderwijs en (Speciaal) Voorgezet Onderwijs. Zo realiseren we in Zuid-West een kindercluster aan de Duurstedelaan. Nieuwe schoolgebouwen zijn er ook voor onder andere de Anne Frankschool, de Joannes XXIII-school, Luc Stevens-school, Drie Koningen en Marcusschool. Voor het Voortgezet Speciaal Onderwijs bouwen we een nieuwe school aan de Europalaan. In Leidsche Rijn is nu tweederde van alle schoolgebouwen gerealiseerd. In Overvecht start in 2013 de bouw van het eerste van zes nieuwe Kinderclusters. We verwachten de grootschalige verbetering van het merendeel van alle Utrechtse schoolgebouwen in 2014 af te ronden. In de scholen wordt ook hard gewerkt aan het verbeteren van de taal- en rekenprestaties van kinderen. 26 scholen experimenteren met Verlengde Leertijd, waarbij leerlingen na schooltijd extra les krijgen in taal en rekenen. We verhogen de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie onder andere door de aanstelling van leidsters met een HBO-diploma en aanvullende taalscholingen voor huidige groepsleidsters. Samen met de regio zetten we in op het voorkomen van schooluitval en een betere aansluiting van VMBO naar MBO. Per school hebben we hier concrete afspraken over gemaakt. Actieve en gezonde stad Utrecht wil een stad zijn waar iedereen meedoet en waar mensen zelf sterker in het leven staan. Door te werken aan leefbare en levendige wijken en door mensen te ondersteunen die het zelf (even) niet redden. Met de verbinding van activiteiten uit verschillende beleidsdomeinen, zoals armoedebeleid, maatschappelijke opvang, activering en begeleiding integreren we -onder de noemer Meedoen naar Vermogen- de ondersteuning voor mensen die minder zelfredzaam zijn. De decentralisatie van de AWBZ-begeleiding, het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang 2e fase en eventueel in een later stadium de Wet Werken naar Vermogen vallen hieronder. Als proef zijn twee

11


buurtteams al aan de slag in Ondiep en Overvecht. Daarin werken verschillende Utrechtse organisaties samen aan nieuwe vormen van ondersteuning, dichtbij mensen. In 2013 kijken we of de proef is geslaagd. De buurthuizen krijgen in 2013 met bezuinigingen te maken. Voorop staat dat geld wordt bespaard op de gebouwen waardoor de welzijnsactiviteiten overeind blijven. In 2013 sluiten enkele gebouwen en wordt een deel van de activiteiten verplaatst naar andere locaties. Daarnaast nemen we in 2013 weer drempels weg. De website www.toegankelijkutrecht.nl is in 2013 beschikbaar voor mensen met een beperking. En het homoculturele evenement MidZomerGracht festival wordt in 2013 versterkt met de Roze Zaterdag. Utrecht wil een gezonde stad zijn. We zetten daarbij actief in op zelfstandigheid en meedoen en stimuleren inwoners om gezonder te leven en voldoende te bewegen. Bij besluiten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling wegen wij gezondheidsaspecten expliciet mee. De Utrechtse GG&GD wordt bij de start betrokken bij projecten in de stad, zodat zichtbaar wordt welke afwegingen in de besluitvorming worden gemaakt. De deskundigheid op dit vlak wordt verder uitgebouwd. Bijzondere aandacht geven wij aan plekken waar kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen verblijven. Wij willen voorkomen dat jongeren op jonge leeftijd starten met drinken want elk jaar later is aantoonbare gezondheidswinst. In Oost werken we met scholen, sportverenigingen, supermarkten en de politie samen om de beginleeftijd van alcohol drinken te verhogen en het alcoholgebruik onder jongeren te verminderen. Per 1 januari 2014 moeten we, conform de wet publieke gezondheid in alle gemeenten uit de veiligheidsregio Utrecht met één gezondheidsdienst werken, als voorbereiding hierop is een bestuurlijke overeenkomst gesloten. Tot uiterlijk 1 januari 2014 blijven wij grotendeels vanuit de staande organisaties werken. We bouwen in het Stationsgebied, samen met onze partners, verder aan de toekomst van de stad. 2013 is het jaar van de oplevering van het Muziekpaleis en de uitvoering van een aantal grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van nieuwe bruggen over de Catharijnesingel, de sloop vaneen gedeelte van Hoog Catharijne en de aanleg van tijdelijke bus- en tramstations. Ook zijn er veel kleinere werkzaamheden in uitvoering. De bouw van de OV-terminal Utrecht Centraal en het Stadskantoor vorderen goed. Al dit werk wordt uitgevoerd op basis van integrale planningen. Hierdoor kunnen we nog strakker sturen op bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie. Verder bereiden we maatregelen voor om de overlast voor bewoners te beperken of te verzachten met compensatie. Sociale stad In 2013 loopt naar verwachting de werkloosheid op en ziet de arbeidsmarkt er ongunstig uit. Via het Werkgelegenheidsoffensief geven we de arbeidsmarkt een extra impuls. Wij streven ernaar het aantal klanten met een Wwb- uitkering niet hoger te laten oplopen dan 8.250 eind 2013. Door veranderingen in ons re-integratiebeleid willen we klanten zo snel mogelijk laten uitstromen naar werk. Zij krijgen bij voorkeur binnen een werksetting de benodigde ondersteuning. Daarvoor ontwikkelen we instrumenten die het de werkgever makkelijker maken. Op diverse terreinen heeft het Rijk beleidswijzigingen doorgevoerd of aangekondigd. De voorgenomen Wet Werken naar Vermogen komt er (voorlopig) niet, maar de bijbehorende bezuinigingen op het Participatiebudget gaan door. Er is geen duidelijkheid over de taakstelling Wet Sociale Werkvoorziening (WSW). De gemeente heeft geen taak meer in het aanbieden van inburgeringcursussen. Regels ten aanzien van handhaving en sancties in de WWB worden strenger. Het meerjarenbeleidsplan "De basis op orde en meedoen" (februari 2012) dient als kader voor activiteiten om te voorkomen dat inwoners financieel belemmerd worden om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. De focus ligt bij kinderen: wij blijven het mogelijk maken dat kinderen die in armoede leven kunnen meedoen aan sport en cultuur. Bij schuldhulpverlening scherpen we de werkprocessen aan om de doorlooptijden te verkorten. Het werken met klantprofielen, groepsaanpak en vrijwilligers wordt verder uitgebouwd. 2013 is voor de Utrechtse sport een bijzonder jaar: van 14 – 19 juli vindt het European Youth Olympic Festival (EYOF) in Utrecht plaats, waarin 2500 jonge atleten uit heel Europa met elkaar strijden. Dit evenement past uitstekend in de ambities van de Sportnota 2011 – 2016 en van Utrecht als stad van kennis en cultuur. In de aanloop naar het evenement loopt in stad en regio een uitgebreid sportief, cultureel en educatief programma. Daarnaast blijven we investeren in de acquisitie van een start van de Tour de France in 2014, 2015 of 2016 en faciliteren we verschillende talentcentra als het Nationaal Hockey Centrum, NTC Waterpolo en Regionaal Talent Centrum Basketbal. In 2013 12


investeren we ook in de herontwikkeling van sportpark Fletiomare Oost in Leidsche Rijn, herbouw sportzaal De Marezaal in De Meern, op sportpark Aziëlaan in samenwerking met IKEA en de nieuwbouw van Zwembad Krommerijn. Sport en Bewegen in de buurt krijgt in 2013 een impuls met extra inzet van buurtsportcoaches en een optimale samenwerking tussen de verschillende sportprofessionals. De Harten voor Sport met laagdrempelig sport- en beweegaanbod staan daarbij centraal. Dit moet leiden tot een toename van het gebruik van de accommodaties. Thorbeckepark zal hiervoor als pilot dienen. Om Jeugdigen veilig te laten opgroeien tot gezonde, zelfstandige en betrokken inwoners, bieden we kansen en stellen we grenzen. Vanaf 2015 zal de Jeugdzorg onder regie van de gemeente vallen. In 2013 maakt Utrecht het "masterplan" voor deze grote decentralisatie, gaan we verder met de voorbereidingen voor de transitie en evalueren we of de werkwijze met buurtteams succesvol is. Voor de periode tussen de start van het Vernieuwend Welzijn en de daadwerkelijke transitie van de jeugdzorg organiseren we de stedelijke jeugdhulpverlening op een nieuwe wijze zodat we een kwalitatief goed aanbod behouden. De aanpak van de Jeugdgroepen is sterk verbeterd: belangrijke winst zit in de "kopstukkenbenadering". Leiders van een jeugdgroep worden apart aangepakt en er wordt zorg geboden aan andere groepsleden. Het jongerenwerk levert een belangrijke bijdrage aan de aanpak. Speelruimte in de stad is belangrijk. Het aantal speeltuinen en de uren dat zij open zijn, blijft met beheerafspraken met ouders en omwonenden ook in economisch moeilijke tijden op hetzelfde niveau. Duurzame stad Een groene, duurzame en economisch vitale stad, dat is waar wij aan werken. Een stad waar het aangenaam is om te wonen, te werken en te verblijven. De staat van de openbare ruimte is van groot belang voor het welbevinden van mensen en voor de economische vitaliteit. Dit vergt dat de openbare ruimte niet alleen schoon en veilig is, maar ook uitnodigt om te verpozen en te ontmoeten. In 2013 worden de eerste resultaten van het nieuwe openbare ruimteplan in de Binnenstad zichtbaar in de nieuwe inrichting van Domstraat en Jansstraat. Door overal in de stad inrichting, beheer en onderhoud beter op elkaar èn op de wensen van bewoners af te stemmen, zijn we kostenefficiënt, verminderen we overlast en wordt de openbare ruimte aantrekkelijker. De stad vergroent letterlijk, ondermeer met de wijkgroenplannen. In 2013 zijn de wijken West en Binnenstad aan de beurt. Ook de groene hoofdstructuur krijgt verder vorm: in 2013 wordt de groene (her)inrichting van de Voorveldsepolder, langs het Amsterdam-Rijnkanaal, bij Haarzuilens en IJsselbos aangepakt. En we moedigen bewoners en anderen aan om zelf groen aan te leggen en te beheren, bijvoorbeeld door boomspiegels te beplanten. Dit alles maakt de stad niet alleen aantrekkelijk om te wonen, maar ook om te werken en te ondernemen. Steeds meer bedrijven en organisaties concentreren hun activiteiten in Utrecht. De Utrechtse economische basis is sterk, maar vergt zeker in deze tijd van financiële crisis en snelle economische veranderingen, een voortdurende alertheid. En nauwe samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de overheid. We investeren in de bestaande kantorenlocaties en bedrijventerreinen, door meer menging van functies toe te staan, door de openbare ruimte te verbeteren, en door minder nieuwbouw te faciliteren. We maakten al afspraken met de buurgemeenten over de ontwikkeling van bedrijventerreinen, en gaan dit nu ook doen voor kantoren en winkelgebieden. In woonwijken gaan wij het werken-aanhuis en het ontstaan van bedrijvigheid meer faciliteren, vanzelfsprekend binnen de leefbaarheidsgrenzen. Het stimuleren van samenwerking tussen ondernemers onderling, en tussen ondernemers en bijvoorbeeld andere gebruikers van een gebied, is een belangrijke rol voor de gemeente. Dat doen wij met het Ondernemersfonds. En door, als het ergens niet loopt, contact tot stand te brengen. Met het werkgelegenheidsoffensief zorgen we dat het Utrechtse onderwijs en de arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten. We dagen werkgevers uit om mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt een kans te bieden. Utrecht zet hoog in op energie. We investeren in vier jaar 26 miljoen euro in de uitvoering van het programma Utrechtse Energie. Daarmee maken we op grote schaal woningisolatie, duurzame energie, en maatregelen bij bedrijven en in de eigen gemeentelijke organisatie mogelijk. Dit creëert werkgelegenheid, verlaagt woonlasten en maakt de Utrechtse economie toekomstbestendig. Aantrekkelijke en bereikbare stad Het aantrekkelijk houden van Utrecht gaat gepaard met grote en ambitieuze investeringsprogramma's. Zowel het programma Bereikbaarheid als het programma Stationsgebied hebben wij in de voorjaarsnota aangepast aan het 13


krappere financiële kader. De gemeentelijke cultuuruitgaven zijn ontzien, wat niet wegneemt dat het verminderen van rijks- en provinciale subsidies veel vraagt van de culturele sector. Binnen het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit streven wij naar een duurzaam mobiliteitssysteem voor een aantrekkelijke en bereikbare stad met een gezond leefklimaat. In dit systeem is de fiets het primaire vervoermiddel in de stad. We werken in 2013 dan ook gestaag verder aan de uitvoering van deTop 5 fietsroutes en goede fietsparkeervoorzieningen. We openen in 2013 bijvoorbeeld de fietsenstalling op het Stationsplein West. Daarmee start de pilot OVT fietsparkeren die als doel heeft te komen tot een optimale balans tussen de bezettingsgraad van de stallingen, de gebruikerskwaliteit en de dekkingsgraad van de kosten. Goed openbaar vervoer maakt onlosmakelijk deel uit van een duurzaam mobiliteitssysteem. In 2013 werken wij verder aan het netwerk van vrije busbanen en aan De Uithoflijn. We treffen maatregelen op de OV as Utrecht CS – Overvecht voor een betere doorstroming van de bussen. Voor de HOV Zuidradiaal leveren wij een ontwerp waarbij de busbaan aan de Parkhavenzijde ligt en zoveel als mogelijk opschuift richting Jaarbeurs én waarbij wordt uitgegaan van een weg met 2x1 autorijstroken. In 2013 zijn de eerste nieuwe sporen van het project spooruitbreiding tracé Utrecht CS – Lunetten in gebruik en zijn de werkzaamheden aan de stations Lunetten en Vaartste Rijn in volle gang. Aan de westkant van de stad opent in 2013 station Leidsche Rijn Centrum, waar tweemaal per uur een sprinter zal stoppen. De frequentie op de station Vleuten en Terwijde wordt verhoogd naar viermaal per uur. Voor de auto streven wij naar schoon en stil vervoer. In 2013 start de uitvoering van aanvullende luchtkwaliteitsmaatregelen die uiterlijk in 2015 geëffectueerd moeten zijn. We stimuleren het gebruik van elektrische voertuigen met verdere uitvoering van het Actieplan Schoon Vervoer. In 2013 openen P+R De Uithof en een tijdelijke P+R voorziening in Leidsche Rijn Centrum. Ook starten we na vaststelling door de gemeenteraad met de uitvoering van het bijgestelde parkeerbeleid voor fietsen en auto's. In 2013 pakken we een aantal verkeersonveilige situaties aan, waarvoor via de Voorjaarsnota 2012 extra middelen zijn vrijgemaakt. 2013 is een bijzonder jaar voor de cultuursector: we vieren 300 jaar Vrede van Utrecht met het internationale cultuurevenement 'The art of making peace'. Dit feest van stad en provincie is een eerste mijlpaal in een gezamenlijk traject van investeringen in culturele voorzieningen, lokale netwerken, participatie, cultuureducatie en internationalisering. De volgende mijlpaal is onze nominatie voor Culturele Hoofdstad van Europa 2018. Welke stad deze titel mag dragen is eind 2013 bekend. Daarnaast start de nieuwe cultuurnotaperiode 2013-2016. Ondanks bezuinigingen bij Rijk, provincie en landelijke fondsen hebben wij er vertrouwen in dat wij onze culturele infrastructuur op een kwalitatief hoog peil kunnen houden. Naast subsidie voor individuele instellingen zetten we bijvoorbeeld in op verhoging van de subsidie van festivals ten opzichte van het niveau van 2012 Woonstad Ook in de huidige economische omstandigheden wordt er nog gebouwd in de stad. Hoewel de afzet van woningen en kantoren achterblijft zijn er het afgelopen jaar 2035 woningen opgeleverd (meer dan geraamd) en worden er in 2013 naar verwachting 1.700 opgeleverd. Wij hebben focus aangebracht in de Utrechtse ruimtelijke agenda. De Nieuwe Ruimtelijke Strategie geeft prioriteit aan de ontwikkeling van het Stationsgebied waarvoor de marktbelangstelling onverminderd hoog blijft. We blijven bouwen in Leidsche Rijn maar houden rekening met een lager afzetprogramma van woningen en kantoren. De keuze voor te ontwikkelen binnenstedelijke locaties is aangescherpt en de nadruk ligt op de herstructurering van enkele naoorlogse wijken. Hiervan zijn al mooie voorbeelden te zien in Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, Ondiep en Hoograven. Kortom: minder hoge aantallen nieuwbouw, meer nadruk op renovatie, nieuwe of tijdelijke bestemmingen van leegstaand vastgoed, meer nadruk op particulier opdrachtgeverschap. Er blijven dus nog volop bouwkranen zichtbaar in de stad! Ook blijven we ons inzetten voor het bouwen van woningen ten behoeve van de regionale woningmarkt. Wij doen dit (in BRU-verband) samen met onze buurgemeenten. Ondanks de crisis blijft de vraag naar woonruimte in Utrecht toenemen. Vooral voor studenten, starters en ouderen. Een oplossing ligt in oude, leegstaande kantoren, die een nieuwe bestemming krijgen door bijvoorbeeld meer woonruimte voor studenten te creëren. Utrecht is met zo'n omgebouwd kantoor aan de Archimedeslaan inmiddels een toonaangevend voorbeeld geworden dat navolging vindt in andere studentensteden. Komend jaar zal ook in het voormalig provinciehuis en in het oude belastingkantoor een zelfde concept ontwikkeld worden. Alleen al deze drie projecten leveren ruim 1.200 nieuwe studentenwoningen op. Daarmee lopen we het tekort aan studentenkamers in. De nieuwe duurzame wijk op het Veemarktterrein wordt nu ontwikkeld. Op de plaats van de Veemarkthallen komen zo'n 550 woningen waarbij zelfbouw centraal staat. De voorbereidingen voor Leidsche Rijn Centrum, waar een

14


aantrekkelijke mix van wonen en winkelen komt, zijn in volle gang en voor winkelcentrum Terwijde is deze zomer de eerste paal de grond in gegaan. De positieve ontwikkelingen in de vier Utrechtse krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen-Oost zetten wij voort. In de wijkactieprogramma's 2012-2013 zijn de speerpunten aangescherpt en ligt de focus op het activeren en ondersteunen van bewoners op het gebied van onderwijs en opvoeding, werkgelegenheid en wijkeconomie. Met de corporaties zijn afspraken gemaakt in 'Bouwen aan de stad' voor de komende jaren om te blijven investeren in de naoorlogse woningvoorraad. Veilige stad In 2011 is de totale criminaliteit afgenomen met 2% ten opzichte van 2010; ten opzichte van het peiljaar 2006 is een afname van 21% gerealiseerd en ten opzichte van 2002 een afname van 45,4%. Het aantal geweldsdelicten is in 2011 licht gestegen ten opzichte van 2010. In 2011 is het aantal autokraken gedaald met 16%. Het aantal woninginbraken in 2011 is licht gedaald, waarmee we de negatieve trend van de afgelopen jaren hebben doorbroken. Ook de veiligheidsbeleving en de ervaren jongerenoverlast is het afgelopen jaar licht verbeterd. De afgelopen jaren werd het veiligheidsbeleid van de gemeente voor een deel bekostigd uit geoormerkte Rijksgelden. Na een afbouw van deze budgetten in de afgelopen jaren zullen op 1 januari 2013 de bijdragen uit deze budgetten geheel worden beëindigd. Dat betekent dat 1,7 miljoen euro voor de Marokkaans Nederlandse risicojongeren wegvalt. Deze bezuiniging betreft de individuele trajecten op het terrein van Jeugd en veiligheid: door efficiency en verhogen van effectiviteit kan het wegvallen van dit Rijksbudget gedeeltelijk worden gecompenseerd. Een besparing wordt gerealiseerd bij nazorg aan ex-delinquenten. Deze inwoners van Utrecht ontvangen (na)zorg binnen de reguliere processen van W&I, Jeugd en volksgezondheid. Voor complexe situaties is er zo nodig een beperkt budget beschikbaar. Ook realiseren wij in 2013 een besparing van 10% op het cameratoezicht in het publieke domein. Voor 2013 zetten we in op het consolideren van de bereikte resultaten en waar mogelijk het verder terugdringen van de criminaliteit en overlast. Prioriteit blijft daarbij het terugdringen van jeugdoverlast en -criminaliteit, woninginbraak, autokraak, geweld en georganiseerde criminaliteit. Veel inspanning gaat naar de aanpak jeugdgroepen, die in 2012 is vernieuwd en in 2013 verder zal worden ontwikkeld. De prioriteiten sluiten in grote lijnen aan bij de wijkambities voor veiligheid die samen met bewoners en ondernemers tot stand zijn gekomen. Net als eerdere jaren vormen hiermee de wensen van de inwoners van de stad een belangrijke basis van ons veiligheidsprogramma. Wij blijven burgers en ondernemers actief betrekken bij de veiligheidsaanpak, bijvoorbeeld met behulp van burgernet, buurtbemiddeling, de uitbreiding van Waaks! naar meerdere wijken en de veilig stAPPen app voor de horecabeveiligers. Daarnaast continueren wij de werkwijze bewonersparticipatie buurtveiligheid. Gemeentelijk Toezicht en Handhaving speelt een steeds grotere rol in de handhaving in onze stad. Zij hebben de afgelopen jaren een professionaliseringsslag gemaakt en zijn een onmisbaar onderdeel van de veiligheidsaanpak. Zo zijn zij nauw betrokken bij de aanpakken voor jeugdgroepen en woninginbraak. De registratie van prostituees in de Utrechtse raamprostitutie is ingevoerd als één van de barrières die de aanpak van mensenhandel een nieuwe impuls geeft. De registratiegesprekken en de controles op registraties door Toezicht en Handhaving leveren signalen mensenhandel op. Dankzij bundeling van deze signalen met politiegegevens komt informatie vrij op grond waarvan extra controles en bestuurlijke maatregelen eventueel mogelijk zijn. Financieel gezonde stad Het financiële beeld wijkt nauwelijks af ten opzichte van de voorjaarsnota. Destijds hebben wij een goede inschatting gemaakt van met name de te verwachten rijksbezuinigingen en op basis daarvan heldere keuzes gemaakt in ons financiële beleid. Dit zorgt ervoor dat we ook in 2013 een financieel solide begroting kunnen presenteren. De verkiezingsprogramma's wijzen erop dat we in de toekomst opnieuw rijksbezuinigingen kunnen verwachten in combinatie met meer gemeentelijke taken (decentralisatie). Daarop bereiden wij ons voor, onder andere door middel van innovaties waarbij wij een beroep willen doen op de denk- en ervaringskracht in de stad. Om de begroting inzichtelijker te maken voor bewoners en andere partners presenteren wij de begroting op een andere manier, met het bollenschema dat in dit hoofdstuk is opgenomen. Dit schema is ook via internet toegankelijk, waarbij per programma en doelstelling kan worden doorgeklikt naar meer informatie.

15


Deel 2 Beleidsbegroting


Hoofdstuk 1 Programma's


Hoofdstuk 1 Programma's Programmastructuur Bewoners en Bestuur Utrecht is een aantrekkelijke stad voor bewoners en bezoekers met een moderne overheid die de belangen van haar bewoners goed behartigt.

Doelstelling

Subdoelstelling

1 Utrecht wordt nationaal en

1.1 Utrecht is zichtbaar als aantrekkelijke

internationaal gezien als een

stad om te wonen, te bezoeken en in te

aantrekkelijke stad van kennis en

investeren.

Kosten 1.498

cultuur. 1.2 Utrecht is een stad van kennis en

276

cultuur. 1.3 Utrecht is een aantrekkelijke stad voor

733

evenementen. 2 Het Utrechtse belang wordt goed

2.1 Utrecht is een invloedrijke partner,

behartigd op regionaal, nationaal en

lokaal, landelijk en internationaal.

2.991

internationaal niveau. 3 Utrecht heeft een moderne en

3.1 Bewoners zijn vroegtijdig en op maat

toegankelijke overheid met betrokken

betrokken.

17.456

bewoners. 3.2 De kwaliteit van de dienstverlening aan bewoners is adequaat. Bedragen zijn in duizenden euro's.

20

15.046


1.1 Bewoners en Bestuur Algemene programmadoelstelling Utrecht is een aantrekkelijke stad voor bewoners en bezoekers met een moderne overheid die de belangen van haar bewoners goed behartigt. Wij willen een open en transparant bestuur zijn dat volop samenwerkt met inwoners, ondernemers en organisaties. Het besturen van de stad is in handen van de gemeenteraad, het college van B en W en de burgemeester. De gemeenteraad wordt direct gekozen door de burgers en treedt op namens de bevolking. De gemeenteraad stelt de grote lijnen van het beleid vast. Vervolgens voert het college van B en W van burgemeester en wethouders dit uit en de gemeenteraad controleert of en hoe de gemaakte afspraken zijn nagekomen. De gemeenteraad wordt ondersteund door de griffie. De Rekenkamer Utrecht doet onderzoek naar het gevoerde bestuur en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente. Het gemeentebestuur in zijn geheel staat nadrukkelijk open voor initiatieven van bewoners en ondernemers van de stad. Dit is de eerste programmabegroting, waarbij de vraag vanuit de wijken meer dan voorheen leidend is voor de uitvoeringsprogramma's. Hiermee starten we een traject om invulling te geven aan onze wens om het wijkgerichte werken te versterken. Wijkgericht werken, participatie- en initiatievenbeleid passen we gemeentebreed toe. Zij hebben een relatie met de meeste programma's in de begroting. In 2011 besloten we dat betrokkenen elke collegeperiode in dialoog met de gemeente bepalen wat in hoofdlijnen nodig is in de wijken en wat de belangrijkste ambities zijn. De wijkregisseurs voeren de regie over dit proces. De wijkambities 2012-2014 zijn het resultaat van de 'wijkdialogen' in 2011. De wijkambities spelen een belangrijke rol in deze programmabegroting. Per begrotingsjaar vertalen we de wijkambities naar de uitvoeringsprogramma's van de gemeente. Hierdoor zien we waar we in de wijken en buurten aan werken en kunnen we beoordelen of we werken aan de belangrijkste vraagstukken. De inzet in de wijken wordt onderdeel van de politieke afweging en stuurbaar, zoals wij en de gemeenteraad graag willen. De vertaalslag van wijkambities naar de uitvoeringsprogramma's betekent een omslag in de werkwijze van de gemeente. Dit is de eerste stap. We zien het als een leertraject dat tijd kost om tot een wijkgerichte en meer vraaggerichte begroting te komen. Utrecht is stad van kennis en cultuur en we dragen dit gemeentebreed uit aan de stad en de wereld daar buiten. Er is daarom met veel programma's uit de begroting een relatie. We versterken het profiel van Utrecht als stad van kennis en cultuur, het (inter)nationale toeristische imago van de stad en de festivals en evenementen in Utrecht op weg naar de viering van de Vrede van Utrecht in 2013. Ook internationaal werken we verder aan onze ambitie om in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa te worden. Als wettelijke taak leveren we een betrouwbaar, actueel en juist bestand van persoonsgegevens (Gemeentelijke Basis Administratie, GBA, personen). De huidige GBA wordt omgevormd in een basisregistratie voor persoonsgegevens waarin ook registratie van niet-ingezetenen plaatsvindt. Het elektronische loket wordt verder uitgebreid. Meer producten en diensten bieden we aan via dit kanaal en informatie wordt beter ontsloten. Betrokkenheid van bewoners past in de doelstelling 'lerende en open stad' van het collegeprogramma en draagt bij aan: 'Een collegiaal en transparant bestuur, een overheid met en door de samenleving en een uitstekende wijkgerichte dienstverlening'. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Utrechtse participatiestandaard Uitgangspunten wijkgericht werken De wijkambities 2012-2014 voor de tien wijken 0-meting wijkgericht werken Utrecht Experience. Toerisme over grenzen: strategische Visie Toerisme Toeristische informatie promotie en marketing voor de stad Utrecht …'t Bruis an alle kant…: Nota evenementen en festivals in Utrecht 2009 – 2014 Jaarplan Rekenkamer Utrecht HUA jaarplan 2013 21


Subdoelstelling 1.1: Utrecht is zichtbaar als aantrekkelijke stad om te wonen, te bezoeken en in te investeren

Subdoelstelling 1.1 Utrecht is zichtbaar als aantrekkelijke stad om te wonen, te bezoeken en in te investeren.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Meer bezoekers zien/kennen Utrecht

P1.1.1 Bevorderen van de marketing van

als een aantrekkelijke toeristische bestemming.

Utrecht als aantrekkelijke toeristische bestemming.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Meer bezoekers zien/kennen Utrecht als aantrekkelijke toeristische bestemming. Het (inter)nationaal toeristisch imago en toeristisch profiel is structureel versterkt als stad van Kennis en Cultuur. Utrecht wordt ervaren als een aantrekkelijke stad en gastvrije stad met veel goede voorzieningen voor bezoekers maar zeker ook voor bewoners, op weg naar de viering van Utrecht als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Het toerisme draagt bij aan de levendigheid en leefbaarheid in de stad maar ook aan een renderende vrijetijdseconomie. Het genereert circa ĂŠĂŠn miljard aan bestedingen en ruim 10.000 voltijd banen. (Bron: Monitor Toerisme en Recreatie Utrecht 2010 gemaakt door Ecorys in opdracht van provincie Utrecht).

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Bevorderen van de marketing van Utrecht als aantrekkelijke toeristische bestemming. De drie belangrijke componenten bij de toeristische marketing en promotie van Utrecht zijn: goed gastheerschap, goede toeristische marketing en promotie en een goede toeristische infrastructuur. We voeren het opdrachtgeverschap voor Toerisme Utrecht. Zij verzorgen het toeristische gastheerschap door middel van de exploitatie VVV en RonDom en daarnaast de (inter)nationale toeristische promotie. Gezien de keuze voor 'Utrecht als stad van kennis en cultuur', is ook de focus van de toeristische promotie gericht op deze twee aspecten. Aspect Kennis: We sturen het Utrecht Convention Bureau aan (onderdeel van Toerisme Utrecht). Het Convention bureau zet zich in om meer internationale wetenschappelijke conferenties in Utrecht te laten plaatsvinden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum en de andere kennisinstellingen. Aspect Cultuur: We promoten het totale toeristische product. De focus ligt daarbij op het grote en veelzijdige cultuuraanbod van de stad. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de partners Stichting Cultuurpromotie Utrecht, Stichting Museumkwartier en Stichting Vrede van Utrecht. Doel is de potentie die Utrecht heeft als cultuurstad ook waar te maken in 2013 want dan herdenken en vieren we de Vrede van Utrecht maar ook op de langer termijn richting 2018. 22


Daarnaast werken we aan het versterken van de internationale toeristische bekendheid van de stad door deelname aan internationale thema- en evenementenjaren en samenwerking met onder andere de G4 steden en het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen. De toeristische infrastructuur versterken we door samen met onder andere het toeristische bedrijfsleven te werken aan voldoende overnachtingsplekken en goede voorziening voor de (verblijfs)toerist. Zoals het actief stimuleren van kleinschalige hotels, Bed & Breakfasts en het watertoerisme. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

4

3

2013

2016

Effectindicatoren: Positie op de ranglijst NBTC/NIPO, E1.1.1

toeristische

rapportage Toeristisch

bezoeken aan steden

Bezoek aan Steden

4 (2009)

NBTC/NIPO E1.1.2

Aantal dagbezoeken

rapportage Toeristisch

6.166.000

Bezoek aan Steden

(2009)

Aantal E1.1.3

overnachtingen

393.200 (2009)

St. Toerisme Utrecht

50 (2009)

3 7.400.000

(+5% ten

(+8% ten

opzichte van opzichte van 6.040.000 6.895.000

CBS Statline

3 7.250.000

2011)

2011)

465.000

475.000

(+3% ten

(+6% ten

opzichte van opzichte van 407.700

450.600

2011)

2011)

115

167

200

225

Prestatie-indicatoren: Aantal publicaties in P1.1.1

buitenlandse bladen

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.1.1 Bevordering Toerisme

1.586

1.498

1.500

1.500

1.500

Totaal lasten

1.586

1.498

1.500

1.500

1.500

0

0

0

0

0

Totaal baten

1.586

1.498

1.500

1.500

1.500

Saldo lasten en baten

1.586

1.498

1.500

1.500

1.500

Lasten

Baten P1.1.1 Bevordering Toerisme

Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

1.586

1.498

1.500

1.500

1.500

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s.

23


Subdoelstelling 1.2: Utrecht is een stad van kennis en cultuur Subdoelstelling 1.2 Utrecht is een stad van kennis en cultuur.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2.1. Meer mensen en bedrijven zien

P1.2.1 Bevorderen van de marketing,

Utrecht als aantrekkelijke stad van kennis en cultuur.

promotie en profilering van Utrecht als aantrekkelijke stad van kennis en cultuur.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.2.1 Meer mensen en bedrijven zien Utrecht als aantrekkelijke stad van kennis en cultuur. Het imago en profiel van Utrecht als stad van kennis en cultuur is duurzaam versterkt. Het profiel van Utrecht is een economisch sterke en aantrekkelijke stad met internationale ambities richting 2013 en 2018. Het beeld van de stad is eenduidig en de trots op de stad is vergroot door de samenwerking met stakeholders, zoals de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke en culturele instellingen met betrekking tot de promotie van Utrecht.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Bevorderen van de marketing, promotie en profilering van Utrecht als aantrekkelijke stad van kennis en cultuur. We zetten in op het uitdragen en versterken van de uitstraling van Utrecht. We maken door co-branding en -promotie de resultaten van projecten en evenementen beter zichtbaar om zo Utrecht beter te profileren als internationale stad van kennis en cultuur. De herkenbaarheid van Utrecht wordt bij diverse projecten en evenementen zichtbaar. We zetten de zogenaamde Brandportal online en onderhouden hem. Met de Brandportal bieden we in- en externe partijen op internet een toelichting op en handleiding voor het gebruik van huisstijl en Utrecht-logo. We organiseren de samenwerking in de stad op het gebied van marketing en promotie. In 2013 ligt de focus enerzijds op de samenwerking met Musea Utrecht, Toerisme Utrecht, evenementen en festivals, Utrecht Convention Bureau (stimulering van zakelijke congressen) en de activiteiten in de aanloop naar Vrede van Utrecht in 2013 en Europese Culturele Hoofdstad in 2018. Anderzijds intensiveren we de samenwerking met de kennisinstellingen op het gebied van gezamenlijke profilering en promotie. Daarbij zetten we in op het verder ontwikkelen van verbindingen tussen kennis en cultuur (zoals het Utrecht Convention Bureau). Het interne netwerk voor Kennis en Cultuur is opgezet. De relevante gemeentelijke afdelingen zijn vanaf nu betrokken bij zowel de productontwikkeling als de marketing van 'Kennis en Cultuur'.

24


Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

Effectindicatoren: Bekendheid van Utrecht als stad van kennis en cultuur is onder

+10% ten

bewoners in de stad E1.2.1

toegenomen.

Nulmeting BIS/Citymarketing

in 2012

BIS/Citymarketing

BIS/Citymarketing

opzichte van +5%

2013

7 (2012)

11

15

3 (2012)

5

7

Aantal stakeholders binnen kennis en cultuur netwerk dat direct betrokken is bij E1.2.2

citymarketing

Prestatie-indicatoren: Aantal belangrijke stakeholders binnen kennis en cultuur netwerk dat Utrecht logo P1.2.1

gebruikt

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.2.1 Stad van kennis en cultuur

358

276

282

282

282

Totaal lasten

358

276

282

282

282

P1.2.1 Stad van kennis en cultuur

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

358

276

282

282

282

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

358

276

282

282

282

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Stad van Kennis en cultuur De begroting bestaat uit de toegerekende salariskosten. In verband met de heroriëntatie Stadspromotie en de daarbij behorende nieuwe taakverdeling, worden met ingang van 2013 minder salariskosten aan deze doelstelling toegerekend. Hierdoor dalen de lasten met 0,082 miljoen euro. 25


Subdoelstelling 1.3: Utrecht is een aantrekkelijke stad voor evenementen Subdoelstelling 1.3 Utrecht is een aantrekkelijke stad voor evenementen.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.3.1 Festivals en evenementen in Utrecht

P1.3.1 Faciliteren van de verbinding,

dragen bij aan de profilering en

samenhang en kwaliteit van evenementen

aantrekkelijkheid van Utrecht als stad van kennis en cultuur.

en festivals in Utrecht. P1.3.2 Stimuleren van de cultuurmarketing en –promotie van Utrecht.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.3.1 Festivals en evenementen in Utrecht dragen bij aan de profilering en aantrekkelijkheid van Utrecht als stad van kennis en cultuur. Op weg naar Utrecht als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 zijn de festivals en evenementen in Utrecht versterkt. Ze dragen bij aan een sterke vrijetijdseconomie en de profilering en aantrekkelijkheid van Utrecht als stad van kennis en cultuur. Utrecht behoudt haar positie in de top drie van evenementensteden van het jaar.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.3.1 Faciliteren van de verbinding, samenhang en kwaliteit van evenementen en festivals in Utrecht. Samen met de partijen die deelnemen aan het Platform Evenementen Utrecht en de samenwerkende culturele festivals gaan we Utrecht als evenementenstad verder versterken. Ook zoeken we uitgaande van het Platform Evenementen samenwerking met overige stakeholders: Toerisme Utrecht, Stichting Cultuurpromotie, kennisinstellingen, maatschappelijke en culturele instellingen, winkeliers en horeca om door bundeling van krachten bij te dragen aan de versterking van de profilering van Utrecht en de vrijetijdseconomie. We stimuleren en faciliteren deze samenwerking en zoeken naar manieren om elkaar te versterken. Ook stimuleren en faciliteren we dat partijen in hun communicatie en presentatie (meer) verbinding met de stad Utrecht leggen en zo actief bijdragen aan de promotie van Utrecht. Prestatiedoelstelling 1.3.2 Stimuleren van de cultuurmarketing en – promotie van Utrecht. Het opdrachtgeverschap voor de Stichting Cultuur Promotie Utrecht, inclusief het Uitburo wordt per maart 2012 uitgevoerd vanuit het programma Cultuur. In samenspraak met Cultuur bewaken we het promotionele aspect van cultuurmarketing voor Utrecht als stad van kennis en cultuur.

26


Indicatoren subdoelstelling 1.3 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstellin

Doelstellin

2010

2011

g 2013

g 2016

6 (2009)

6

2

2

2

4 (2009)

2

1

top 3

top 3

30%

45%

3

4

Nulmeting

Effectindicatoren: Stichting NatioE1.3.1 E1.3.2

Positie evenementen-

nale Evenementen

stad van het jaar

Prijzen

Positie op de ranglijst

Evenementen-

evenementen G50

monitor G50

Prestatie-indicatoren: Percentage festivals en evenementen dat P1.3.1

P1.3.2

gebruik maakt van het

Jaarverslag

Utrecht- logo

Stadspromotie

Aantal Utrechtse

Stichting

evenementen dat

Nationale

gehonoreerd wordt met

Evenementen

een prijs

Prijzen

20% (2012)

2 (2009)

3

3

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.3.1 Festivals en evenementen

358

276

282

282

282

P1.3.2 Cultuurmarketing en -promotie

226

457

457

457

457

Totaal lasten

584

733

739

739

739

P1.3.1 Festivals en evenementen

0

0

0

0

0

P1.3.2 Cultuurmarketing en -promotie

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

584

733

739

739

739

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

584

733

739

739

739

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning.

1

Monitor komt pas in najaar 2012 uit. 27


Prestatiedoelstelling 1.3.1: Festivals en evenementen De begroting bestaat uit de toegerekende salariskosten. In verband met de heroriĂŤntatie Stadspromotie en de daarbij behorende nieuwe taakverdeling, rekenen we met ingang van 2013 minder salariskosten aan deze doelstelling toe. Hierdoor dalen de lasten met 0,082 miljoen euro. Prestatiedoelstelling 1.3.2: Cultuurmarketing en -promotie Om aan de subsidie voor de Stichting Cultuur Promotie Utrecht, onderdeel Uitburo te kunnen voldoen is conform aankondiging in de Programmabegroting 2012 een gedeelte van het budget van het programmabureau overgeheveld. Hierdoor stijgen de lasten met 0,231 miljoen euro.

Subdoelstelling 2.1: Utrecht is een invloedrijke partner, lokaal, landelijk en internationaal Subdoelstelling 2.1 Utrecht is een invloedrijke partner, lokaal, landelijk en internationaal.

Wat willen we bereiken? E2.1.1 In externe wet- en regelgeving wordt rekening gehouden met Utrechtse belangen.

Wat gaan we daarvoor doen? P1.1.1 Samenwerken met partners en invloed uitoefenen op verschillende niveaus.

E2.1.2 Utrecht ontvangt subsidies. E2.1.3 Kennis en internationale oriĂŤntatie van de gemeentelijke organisatie, partners en bewoners is vergoot.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 In externe wet- en regelgeving wordt rekening gehouden met Utrechtse belangen. Onze partners steunen de prioritaire dossiers in wisselende allianties. Al naar gelang de belangen parallel lopen, worden we gesteund door de G4, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), provincie, buurgemeenten, Bestuur Regio Utrecht (BRU), andere gemeenten in Europa en andere stedelijke partners. EuroparlementariĂŤrs, Eerste en Tweede Kamerleden en leden van Provinciale Staten weten wat Utrecht doet en wil door onder andere een gestructureerde informatiestroom en de organisatie van werkbezoeken. Effectdoelstelling 2.1.2 Utrecht ontvangt subsidies. Er is geld beschikbaar voor Utrechtse projecten doordat we subsidiemogelijkheden op provinciaal, nationaal en Europees niveau benutten. We hebben allianties met samenwerkingspartners in de stad en in Europa die de subsidiemogelijkheden vergroten.

28


Effectdoelstelling 2.1.3 Kennis en internationale oriëntatie van de gemeentelijke organisatie, partners en bewoners is vergroot. De organisatie is op de hoogte van trends en ontwikkelingen, haalt kennis naar Utrecht en is actief in Europese netwerken. Medewerkers ontwikkelen kennis en vaardigheden over Europa en passen deze toe in de organisatie. De gemeente deelt kennis over internationale trends en ontwikkelingen binnen en buiten Europa met partners in de stad en onderhoudt een netwerk 'Utrecht internationaal'. Utrecht wordt geselecteerd als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Bewoners zijn geïnformeerd over mondiale ontwikkelingen en dragen bij aan de internationale oriëntatie van Utrecht door organisatie van activiteiten.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Samenwerken met partners en invloed uitoefenen op verschillende niveaus.

• Op basis van prioritaire dossiers werken wij aan effectieve regionale provinciale, nationale en internationale coalities die de Utrechtse belangen optimaal ondersteunen. • We volgen ontwikkelingen in Den Haag, waarbij de nadruk ligt op activiteiten van de Tweede en Eerste Kamer, en onderhouden er contacten met relevante partners. Dit alles met het doel de ambities van Utrecht onder de aandacht te brengen en acties op te zetten die deze ambities ondersteunen. Het kan hierbij gaan om werkbezoeken, deelname aan gesprekken in het parlement of het schriftelijk onder de aandacht brengen van de Utrechtse visie.

• Naast het uitvoeren van het programma Kansen voor West om het voor Utrecht toegekende bedrag uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) optimaal te benutten, willen wij gemiddeld jaarlijks een bedrag van

2,5 miljoen euro aan Europese subsidies verwerven. Kansen voor West loopt tot en met 2013. Wij werken met de partners in landsdeel West (G4 en P4) aan Kansen voor West II, het EFRO-programma 2014-2020 voor cofinanciering van structuurversterkende projecten.

• We onderhouden Europese netwerken en contacten in Brussel. We volgen internationale economische culturele innovatieve trends en delen deze met partners in de stad door de stakeholders in het netwerk Utrecht

internationaal te faciliteren en werkbezoeken te organiseren. Mondiale ontwikkelingen volgen we en stimuleren we in de stad door het programma Millenniumgemeente en door uitwisselingen met landen van herkomst te faciliteren. We ontwikkelen dit programma naar een breder Utrecht Connected programma dat bijdraagt aan het realiseren van de internationale ambities van Utrecht: Culturele Hoofdstad in 2018, Utrecht internationaal op de kaart als duurzame stad waar het goed is om te investeren, te werken, te leren en te wonen. We onderzoeken kansen in samenwerking met initiatieven met China, India, VS of Rusland die stakeholders in Utrecht initiëren en beoordelen deze op de bijdrage die deze kunnen leveren aan onze ambities. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Afdeling BIS

20

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

20

20

25

25

Effectindicatoren: Aantal dossiers waarin de inzet van Utrecht aantoonbaar is aan te E2.1.1

wijzen Toegekende subsidie voor Europese projecten (€) (exclusief EFRO,

E2.1.2

inclusief ESF)

3,61 miljoen Afdeling BIS

euro (2009)

3,61

2,4

miljoen

miljoen

2,5 miljoen

2,5 miljoen

euro

euro

euro

euro

150

150

150

Aantal ambtenaren dat deelneemt aan een vorm E2.1.3

van een EU-cursus, -

Jaarverslag

uitwisseling, of -stage

internationaal

150 (2010)

29


Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

100

100

100

27%

35%

10

13

Effectindicatoren: Aantal partners in de E2.1.4

stad betrokken bij

Jaarverslag

internationale projecten

internationaal

100 (2010)

Percentage Utrechters dat voor studie of werk in Utrecht gebruikmaakt E2.1.5

van internationale

Inwoners-

contacten

enquête

25% (2011)

Prestatie-indicatoren: Aantal prioritaire dossiers waarop actief de Utrechtse belangen

P2.1.1

worden behartigd op

Collegebesluit

lokaal, landelijk en

prioritaire

internationaal niveau

dossiers

5 (2009)

5

5

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.1.1 Samenwerken en beïnvloeden

2.977

2.991

3.152

3.152

3.152

Totaal lasten

2.977

2.991

3.152

3.152

3.152

P2.1.1 Samenwerken en beïnvloeden

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

2.977

2.991

3.152

3.152

3.152

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

2.977

2.991

3.152

3.152

3.152

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s.

30


Subdoelstelling 3.1: Bewoners zijn vroegtijdig en op maat betrokken Subdoelstelling 3.1 Bewoners zijn vroegtijdig en op maat betrokken.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.1.1 Utrechts beleid sluit beter aan bij de

P3.1.1 Betrekken van bewoners bij vraagstukken, die voor hen belangrijk zijn.

wensen van de bewoners door samenwerking met en initiatieven van bewoners.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.1.1 Utrechts beleid sluit beter aan bij de wensen van de bewoners door samenwerking met en initiatieven van bewoners. Wij willen een open en transparant bestuur zijn. We zoeken samen met bewoners, ondernemers en organisaties naar realiseerbare oplossingen die gebaseerd zijn op de inbreng van alle partijen. De plannen sluiten hierdoor beter aan bij de behoeften in de samenleving en winnen aan kwaliteit. Landelijke en gemeentelijke cijfers tonen aan dat de betrokkenheid van bewoners bij het gemeentelijke beleid afneemt. Tegelijk zien we dat mensen zelf steeds meer het initiatief nemen om buurtproblemen en maatschappelijke vraagstukken op te lossen, buiten de formele instanties om. Om hierbij te kunnen aansluiten zijn nieuwe afspraken met bewoners en andere partijen over nieuwe rollen en nieuwe vormen van beheer en bestuur noodzakelijk. Afhankelijk van de situatie stellen we ons op als een goede samenwerkingspartner, leveren we ondersteuning waar nodig is of treden we volledig terug. Bewoners en organisaties in de stad blijven actief betrokken bij de besluitvorming van de gemeenteraad. Door mee te praten over de gemeentelijke plannen voor de stad, is de gemeenteraad beter in staat om alle belangen te wegen. Wij streven naar een heldere weergave van het gesprek met de stad, zodat de gemeenteraad transparante keuzes kan maken.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.1.1: Betrekken van bewoners bij vraagstukken, die voor hen belangrijk zijn. De gemeenteraad organiseert in 2013 om de week een raadsinformatieavond waar bewoners en vertegenwoordigers van instellingen kunnen meepraten over de onderwerpen op het programma. Zo kunnen Utrechters bijvoorbeeld reageren op de collegevoorstellen voor de programmabegroting of op bouwplannen in hun buurt. In 2013 organiseert de gemeenteraad ook zestien bezoeken aan de Utrechtse wijken. In deze directe ontmoetingen tussen wijkbewoners en raadsleden kunnen bewoners aangeven wat er in hun wijk speelt. Een wijkbezoek heeft meestal een thema dat in overleg met de wijkbewoners wordt bepaald. De wijkbijeenkomsten leveren zo een aantal onderwerpen op die belangrijk zijn voor de wijk en waarmee de gemeenteraad aan de slag kan. De Utrechtse Participatiestandaard is goed in de organisatie ingevoerd, vooral in het fysieke domein. We bevorderen het gebruik in andere domeinen. We nemen deel aan de Benchmark Burgerparticipatie om de voortgang van de aanpak en de tevredenheid van participanten te monitoren. Begin 2013 leggen wij na een dialoog met de stad over de (on)mogelijkheden van cocreatie en zelfsturing de Visie en het Programma 2012- 2015 'Participatie, co-creatie en zelfsturing in Utrecht' ter besluitvorming aan u voor. Dit stelt ons in staat om te sturen op samenhang en resultaat van de Utrechtse participatie- en cocreatie-aanpak. Wij vervolgen de aanpak van digitale participatie via vijf sporen die we 31


in 2012 zijn gestart: het basispakket e-participatie, social media, de 'participatieportal' op utrecht.nl, serious gaming en Open Data. Initiatieven van inwoners blijven we onder andere stimuleren door het vasthouden van het hoge niveau van bekendheid met het leefbaarheidsbudget. Met dit wijkbudget ondersteunen we initiatieven van bewoners en ondernemers om de straat, buurt of wijk leefbaarder te maken. In de Voorjaarsnota 2012 besloot u om dit budget vanaf 2013 met 2 miljoen euro te verminderen. De verdeling over de wijken blijft gelijk. Dit betekent dat vanaf 2013 per wijk een budget van 0,5 miljoen euro beschikbaar is. Indicatoren subdoelstelling 3.1 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

13% (2008)

20%

16%

22%

25%

46%

43%

48%

50%

19

25

18

20

n.v.t.

61%.

65%

65%

Effectindicatoren: Percentage inwoners dat vindt voldoende invloed E3.1.1

uit te kunnen uitoefenen

Inwoners-

op gemeentelijk beleid

enquête

Percentage inwoners dat E3.1.2

bekend is met het

Inwoners-

Leefbaarheidsbudget

enquête

37% (2008)

avonden

Griffie

23 (2009)

Percentage projecten waar

Benchmark

de participatiestandaard is

Burger-

toegepast

participatie

Prestatie-indicatoren: Aantal raadsinformatieP3.1.1

P3.1.2

2011

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P3.1.1 Bewoners betrekken

23.064

17.456

17.256

17.256

17.256

Totaal lasten

23.064

17.456

17.256

17.256

17.256

P3.1.1 Bewoners betrekken

120

0

0

0

0

Totaal baten

120

0

0

0

0

22.944

17.456

17.256

17.256

17.256

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

22.944

17.456

17.256

17.256

17.256

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. 32


Prestatiedoelstelling 3.1.1: Bewoners betrekken De begrote lasten nemen in 2013 met 5,608 miljoen euro af ten opzichte van de begroting 2012. Deze daling is toe te schrijven aan: Administratieve verplaatsing van het budget van de gebiedsmanagers en medewerkers veiligheid van Dienst Wijken

naar de Bestuurs- en Concern Staf (programma Veiligheid). Hierdoor wordt 2,5 miljoen euro niet meer doorbelast aan het onderdeel Wijkbureaus.

• De besluitvorming Voorjaarsnota 2012 met betrekking tot het onderdeel Leefbaarheidsbudget. Vanaf 2013 is hiervoor 2 miljoen euro minder beschikbaar. • De besluitvorming Voorjaarsnota 2012 met betrekking tot het onderdeel wijkbureaus: 0,7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de oplossing van het structurele tekort van de Dienst Wijken en 0,5 miljoen euro beschikbaar gesteld

om te blijven werken met 9 wijkregisseurs.

• Diverse bezuinigingsmaatregelen waardoor 0,6 miljoen euro minder beschikbaar is op het onderdeel wijkbureaus. • De opheffing van het Bureau Gemeentelijke Ombudsman. Een budget van 0,13 miljoen euro is overgeheveld naar

Juridische zaken (programma Algemene Ondersteuning) voor de kosten die samenhangen met het abonnement op de Nationale Ombudsman. Verder zijn de lasten verlaagd met 0,12 miljoen euro omdat de baten die de Ombudsman voorheen realiseerde nu wegvallen.

• 0,037 miljoen euro wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld.

De begrote lasten nemen in 2014 met 0,2 miljoen euro af ten opzichte van de begroting 2013. Deze daling is nagenoeg geheel toe te schrijven aan de uitvoering van amendement 2011/75 waarin is besloten dat de gemeenteraad en de griffie minimaal 5% gaan bezuinigen. Door de opheffing van het Bureau Gemeentelijke Ombudsman worden de begrote baten van 0,12 miljoen euro niet meer gerealiseerd. Hierdoor nemen de begrote baten met ingang van 2013 af met dit bedrag.

33


Subdoelstelling 3.2: De kwaliteit van de dienstverlening aan bewoners is adequaat Subdoelstelling 3.2 De kwaliteit van de dienstverlening aan bewoners is adequaat.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.2.1 Burgerzaken producten worden

P3.2.1 Leveren van een betrouwbaar,

adequaat en volgens wettelijke vereisten

actueel en juist bestand van

geleverd.

persoonsgegevens.

E3.2.2 Bewoners zijn tevreden over het

P3.2.2 Geven van duidelijke en eenduidige

contact met de gemeente.

informatie aan bewoners.

E3.2.3 Utrecht levert betere

P3.2.3 Met kanaalsturing zorgen voor

publieksdienstverlening tegen lagere kosten.

zoveel mogelijk diensten via het digitale loket.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.2.1 Burgerzaken producten worden adequaat en volgens wettelijke vereisten geleverd. Bij het uitvoeren van overheidstaken is het beschikbaar hebben van een betrouwbare persoonsadministratie van groot belang. Bewoners zijn verplicht producten als paspoorten en rijbewijzen bij ons af te nemen. Het is van belang dat deze producten voldoen aan de wettelijke vereisten. Effectdoelstelling 3.2.2 Bewoners zijn tevreden over het contact met de gemeente. Het klantcontactcentrum is de eerste telefonische ingang voor bewoners, bedrijven en instellingen. De waardering van een telefonisch contact wordt bepaald door: het gemak waarmee de juiste persoon of afdeling te vinden is, de duidelijkheid en juistheid van verkregen informatie, de wachttijd, het inlevingsvermogen en de deskundigheid van de medewerkers. Het Utrechts Archief (HUA) beheert de grootste publiek toegankelijke collectie archieven, gedrukte werken en (bewegend) beeldmateriaal over Utrecht, waaronder de archieven van de gemeente Utrecht. In 2013 zet HUA in op een nog sterker digitaal profiel dan voorheen. Veelgevraagde bronnen over de Utrechtse geschiedenis worden geleidelijk gedigitaliseerd en daarmee 24/7 via internet beschikbaar. Het publiek wordt in toenemende mate gestimuleerd gebruik te maken van een te ontwikkelen digitale studiezaal op www.hetutrechtsarchief.nl. Het aantal gebruikers daarvan zal tot boven de 3 miljoen euro groeien. Vanwege de verhuizing van de gemeente naar het Stadskantoor wordt een omvangrijke overdracht van enkele kilometers papieren archief dat na selectie in aanmerking komt voor duurzaam beheer voorbereid. Daarnaast wordt in nauwe samenwerking met de gemeente Utrecht gewerkt aan aansluiting op het landelijke E-depot waardoor ook digitale informatie (digital born) duurzaam beheerd kan gaan worden. De toezichtrelatie op de gemeentelijke informatiehuishouding wordt op moderne leest geschoeid.

34


Ten aanzien van publieksbereik wordt gestreefd naar opnieuw een toename van 15% bezoekers aan het publiekscentrum Hamburgerstraat/voormalige Rechtbank. In 2013 worden hier in het kader van de Vrede van Utrecht twee laagdrempelige exposities op basis van de eigen collectie georganiseerd. In het kader van evenementen wordt breed samengewerkt, onder andere met festivals. De samenwerking met Musea Utrecht op het gebied van marketing en educatie wordt verder uitgebouwd. Ook de verjaardag van de stad ‘de Stadsdag Utrecht’ op 2 juni krijgt opnieuw vorm. Effectdoelstelling 3.2.3 Utrecht levert betere publieksdienstverlening tegen lagere kosten. Met Organisatiestrategie ViaB is besloten tegen lagere kosten een betere dienstverlening te realiseren door de dienstverleningsprocessen te stroomlijnen en te standaardiseren en tegelijkertijd zoveel mogelijk in te zetten op een gedigitaliseerde dienstverlening. In de huidige situatie zijn de dienstverleningsprocessen en klantcontacten per product en dienst georganiseerd. Veel klantcontacten vinden plaats via bezoek aan de balie en telefoon tijdens openingstijden en is het achterliggende proces veelal met papieren dossiers. We gaan daarom één gezamenlijke frontoffice voor de gemeente Utrecht organiseren en verplaatsen zoveel mogelijk klantvragen van de backoffice naar de frontoffice. Alle gemeentelijke dienstverleningsprocessen zullen worden herontworpen. Dit betreft het standaardiseren, digitaliseren en stroomlijnen van producten en diensten aan burgers en ondernemers zoals: Publieke producten (onder andere ID), Aangiften (burgerlijke stand), Subsidies, Werk en inkomen, Vergunningen, Huur accommodaties, Meldingen, klachten, beroep en bezwaar.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.2.1 Leveren van een betrouwbaar, actueel en juist bestand van persoonsgegevens. De basis voor producten en diensten vormt de administratie van persoonsgegevens. Een goede basis zorgt voor het voortbrengen van kwalitatief en wettelijk verantwoorde producten. We handhaven en borgen de kwaliteit van de gemeentelijke basisadministratie. Daarnaast faciliteert Burgerzaken landelijke afnemers en binnengemeentelijke diensten door persoonsgegevens beschikbaar te stellen voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken. Prestatiedoelstelling 3.2.2 Geven van duidelijke en eenduidige informatie aan bewoners. De gemeente gaat in 2013 investeren in de verdere verbetering van het digitale loket en het digitale kanaal onder andere door ontwikkeling van het informatiedeel van informatie, transactie- en statusinformatiedeel. Het informatiedeel is in 2012 geïmplementeerd en zal in 2013 verder verbeterd worden. Het transactiedeel waardoor burgers online bestellingen kunnen plaatsen, en statusinformatiedeel waardoor burgers via mijnloket de voortgang kunnen monitoren, worden vernieuwd. Prestatiedoelstelling 3.2.3 Met kanaalsturing zorgen voor zoveel mogelijk dienstverlening via het digitale loket. Kanaalsturing wordt in vier stappen gerealiseerd. Alle kanalen (digitaal, telefonie, balie en post) worden verder op orde gebracht. De dienstverleningsprocessen worden herontworpen. Het gebruik van het digitale kanaal wordt gestimuleerd door het onder de aandacht te brengen. Daarna kan actief gestuurd gaan worden zodat zoveel mogelijk dienstverleningstransacties via het digitale loket gaan, in plaats van via telefoon, post of baliebezoek.

35


Indicatoren subdoelstelling 3.2 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

0,02%

0,03

0,02%

0,02%

6,9 (2009)

7,5

7,7

7,5

7,5

7,3 (2009)

7,1

7,3

7,5

7,5

90% (2009)

100%

100%

100%

100%

60% (2010)

60%

60%

100%

100%

93% (2010)

93%

96%

95%

95%

58% (2009)

61%

64%

65%

70%

40.000

100.000

150.000

25%

Nulmeting

Effectindicatoren: Klachtenmonitor

E3.2.1

E3.2.2

E3.2.3

Percentage klachten

Dienst Burgerzaken

over geleverde

en gemeente-

0,02%

Burgerzaken producten

belastingen

(2010)

Klanttevredenheid

Benchmark

klantcontactcentrum

Publiekszaken

(schaal 1-10)

TSN NIPO

Digitale

Benchmark

klanttevredenheid

Publiekszaken

(schaal 1-10)

TNS NIPO

Prestatie-indicatoren: Het door Burgerzaken voldoen aan de kwaliteitseisen op het terrein van beheren van gegevens, proces en privacy-aspecten

P3.2.1

(auditnorm BZK

Gemeentelijke

(Binnenlandse Zaken en

Basisadministratie

Koninkrijksrelaties)

Audit Convenant

P3.2.2

Het aandeel van alle

aangesloten

gemeentelijke diensten

diensten Dienst

dat aangesloten is op de

Burgerzaken en

Gemeentelijke Basis

gemeente-

Administratie

belastingen

Percentage telefonische contactpogingen dat P3.2.3

leidt tot een contact

Klantcontact-

(bereikbaarheidsnorm)

centrum

Percentage vragen dat tijdens het eerste contact wordt beantwoord (Telefonisch Benchmark P3.2.4

via KCC (Klant Contact

Publiekszaken

Centrum))

TNS NIPO

Digitaal ontvangen P3.2.5

36

dienstverlenings-

Dienst

transacties

Ondersteuning


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

13.079

8.858

6.574

6.592

6.592

5.019

5.173

5.174

5.074

5.074

718

886

636

636

636

18.816

14.917

12.384

12.302

12.302

7.021

6.494

6.494

6.494

6.494

66

66

66

66

66

0

0

0

0

0

7.088

6.561

6.561

6.561

6.561

11.728

8.356

5.824

5.741

5.741

Lasten P3.2.1 Juist bestand persoonsgegevens P3.2.2 Informatie aan bewoners P3.2.3 Publieksdienstverlening Totaal lasten Baten P3.2.1 Juist bestand persoonsgegevens P3.2.2 Informatie aan bewoners P3.2.3 Publieksdienstverlening Totaal baten Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

11.728

8.356

5.824

5.741

5.741

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.2.1: Juist bestand persoonsgegevens De daling van de lasten van 0,15 miljoen euro wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. De lagere opbrengsten vanaf 2013 zijn het gevolg van een toenemend aantal maximeringen (door het Rijk) van tarieven van legesproducten van Burgerzaken. Prestatiedoelstelling 3.2.3: Publieksdienstverlening De hogere lasten 2013 ten opzichte van 2012 zijn het gevolg van het feit dat het bedrag van 2012 de nominale begroting betreft. De actuele begroting 2012 is inmiddels hoger, de hogere lasten 2011-2013 zijn het gevolg van een driejarige uitbreiding van het budget van de Programmaorganisatie Publieksdienstverlening ten behoeve van de innovatie van het programma PDV.

37


Programmastructuur Stedelijke Ontwikkeling Utrecht is een vitale en leefbare stad waar mensen met plezier kunnen wonen en werken.

Doelstelling

Subdoelstelling

1 Een optimale verdeling van het

1.1 Evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling

ruimtelijk programma en daaraan

van de stad met daaraan gekoppelde

gekoppelde middelen over de

middelen.

Kosten -12.323

verschillende onderdelen van de stad. 1.2 Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk

14.102

maken met behoud van de lange termijn zeggenschap van de grond. 2 Stedelijke Ontwikkeling en Utrecht

2.1 Ruimtelijke kwaliteit van de stad

Vernieuwt: Versterken van de vitaliteit

versterken.

49.647

en leefbaarheid van de stad. 2.2 Verbeteren van huisvesting bijzondere

779

doelgroepen en vergroten kansen op de woningmarkt voor woningzoekenden. 3 Krachtwijken: Duurzame verbetering

3.1 Verbetering van de situatie van en het

van de woon- en leefsituatie in de

perspectief voor bewoners op het gebied

Krachtwijken Kanaleneiland,

van wonen, werken, leren, integreren,

Overvecht, Ondiep en Zuilen-Oost.

veiligheid en gezondheid in de

13.059

Krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen-Oost. 4 Borgen van de monumentale en

4.1 Zorgdragen voor de instandhouding

cultuurhistorische waarden.

van monumentale en cultuurhistorische

3.088

waarden als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad. 5 De bebouwde omgeving is veilig,

5.1 Veiligheid, leefbaarheid, milieu en

leefbaar en tast de gezondheid niet

gebruik van de bebouwde omgeving

aan.

voldoen aan wet- en regelgeving.

6 Leidsche Rijn: De stad Utrecht

6.1 Leidsche Rijn is een stedelijk gebied

uitgebreid met een stedelijk gebied

waar de huidige en komende generaties

waar de huidige en komende

met plezier kunnen wonen, werken en

generaties met plezier kunnen wonen,

recreĂŤren.

18.672

131.002

werken en recreĂŤren. 7 Een economisch optimaal benut en aantrekkelijk Stationsgebied. Bedragen zijn in duizenden euro's.

38

7.1 Uitvoeren Masterplan.

65.333


1.2 Stedelijke Ontwikkeling Algemene Programmadoelstelling Een vitale en leefbare stad waar mensen met plezier kunnen wonen en werken. We willen zorgen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus en een uitnodigende openbare ruimte. Het programma Stedelijke Ontwikkeling omvat alle ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en de openbare ruimte in de stad. De ruimtelijke ontwikkelingen zijn van groot belang om te voorzien in de woningbehoefte en om de vitaliteit van de stad te verbeteren. De Utrechtse ruimtelijke agenda wordt de komende decennia bepaald door twee grote opgaven. Namelijk het faciliteren van de groei van de stad naar een omvang van 400.000 inwoners en het tegelijkertijd op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving. De groei naar 400.000 inwoners verloopt door veranderingen in de samenleving naar verwachting in een langzamer tempo dan tot voor kort werd aangenomen. Het collegeprogramma 'Groen, open en sociaal' gaat nog uit van een onverkorte inzet op de verruiming van het aanbod van nieuwe woningen en voorzieningen. De afzetverwachting van woningbouw en ook van kantoren, bedrijven en detailhandel is echter ingrijpend veranderd de afgelopen jaren. De huidige economische recessie en mogelijke structurele verschuivingen in de manier waarop mensen wonen, werken, recreëren en winkelen zorgen voor een andere vraag naar het gebruik van de ruimte in de stad. De doelstellingen uit dit programma zullen deels ook op een andere manier behaald moeten worden. Utrecht moet focus aanbrengen in de ruimtelijke ontwikkelingen en koers wijzigen. In de Nieuwe Ruimtelijke Strategie is vastgelegd op wat voor manier dat gebeurt. Utrecht heeft gekozen om prioriteit te geven aan het Stationsgebied en Leidsche Rijn. Daarnaast wordt een beperkt aantal binnenstedelijke locaties ontwikkeld en worden vooral enkele naoorlogse wijken geherstructureerd. De koerswijziging houdt in dat de komende jaren minder in het teken zal staan van het realiseren van hoge aantallen nieuwbouw, maar dat renovatie, nieuwe bestemmingen voor leegstaand vastgoed, tijdelijke invullingen en (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO) meer nadruk krijgen. Dit programma Stedelijke Ontwikkeling omvat alle ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken in de stad: in het Stationsgebied, in Leidsche Rijn, op binnenstedelijke locaties en specifiek in de Krachtwijken. De ruimtelijke opgave is integraal: naast de aanpak van woningen of voorzieningen gaat het ook om veranderingen van de openbare ruimte, groen en bereikbaarheid. Het programma Stedelijke Ontwikkeling heeft daardoor sterke relaties met de programma's Bereikbaarheid, Openbare Ruimte en Groen en Vastgoed zoals deze elders in de programmabegroting zijn opgenomen. De opgave voor het Stationsgebied is om samen met partners het plangebied te ontwikkelen tot een vernieuwd centrumgebied met kantoren, woningen, detailhandel, leisurefuncties, hoogwaardige openbare ruimte en hoogwaardig openbaar vervoer. De eerste fase van de herontwikkeling van het Stationsgebied is nu in uitvoering. Ontwikkelaars en beleggers blijven - ondanks de vastgoedcrisis - onverminderd belangstelling houden voor het Stationsgebied en er is volop beweging. De marginale leegstand in het Stationsgebied (minder dan 1%) is een belangrijke graadmeter voor deze belangstelling. Wel moet de gemeente – veel meer dan voorheen – partijen verleiden, flexibel zijn en maatwerk leveren. Met de bouw van Leidsche Rijn beoogt de gemeente om het woningaanbod uit te breiden met een grote verscheidenheid aan woningen, met inbegrip van infrastructuur, openbare ruimte en voorzieningen. De gemeente beoogt hiermee een betere doorstroming te realiseren van woningzoekenden. Daarnaast is met de bouw van Leidsche Rijn het aanbod van kantoor- en bedrijfsruimten uitgebreid. Vanwege de economische omstandigheden wordt er in de Nieuwe Ruimtelijke Strategie ook voor Leidsche Rijn rekening gehouden met een lager afzettempo van vastgoed. Bezien wordt in hoeverre programma's kunnen worden aangepast om ze beter te laten aansluiten op de marktvraag. Bij de ontwikkeling van nieuwe kantoren wordt prioriteit gegeven aan De Taats-Noord en aan delen van Leidsche Rijn. Bij de ontwikkeling van bedrijventerrein Strijkviertel wordt pas op de plaats gemaakt.

39


De ruimtelijke ontwikkelingen in de overige delen van de stad zijn erop gericht om het aanbod en/of de kwaliteit van de woningen te vergroten en passende bedrijvigheid en voorzieningen toe te voegen. Het gaat hierbij om gemeentelijke grondexploitaties, maar ook om projecten van particuliere investeerders. Het Dynamisch Stedelijk Masterplan en de herstructureringsopgave met de woningcorporaties, vastgelegd in Bouwen aan de Stad, maken hier onderdeel van uit. De gemeente stelt zich ten doel om het ruimtelijk programma optimaal en volgens de gekozen focus te verdelen over de genoemde verschillende delen van de stad. Voor de hele stad geldt dat wij oog houden voor cultuurhistorische waarden en ervoor zorgdragen dat de bebouwde omgeving veilig en leefbaar is en de gezondheid niet aantast. Daarnaast willen wij de situatie en het perspectief voor bewoners in de Krachtwijken verbeteren. Relevante omgevingsfactoren De realisatie van doelstellingen uit het programma Stedelijke Ontwikkeling is sterk afhankelijk van de investeringsbereidheid van externe partijen, zoals ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en beleggers. Deze investeringsbereidheid staat sterk onder druk vanwege de verslechterde afzetmogelijkheden en de financieringsmogelijkheden van betrokken investeerders. Niet alleen nieuwe ontwikkelingen komen moeizamer en in een lager tempo dan verwacht tot stand, ook lopende projecten en programma's ondervinden de gevolgen van de afgenomen mogelijkheden om vastgoed te financieren. In 2012 zijn de investeringsmogelijkheden van woningcorporaties verslechterd. Er is een tweetal heffingen aangekondigd die een beroep doen op het vermogen van de corporaties. Door de verslechterde marktsituatie voor verkoop van woningen en het uitblijven van extra mogelijkheden om huren te verhogen, lopen de inkomsten terug. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de mogelijkheden voor financiering van corporaties beperkt door strengere eisen te hanteren. Dit heeft gevolgen voor de investeringen van corporaties die plaatsvinden in het kader van Bouwen aan de Stad dat onderdeel uitmaakt van dit programma Stedelijke Ontwikkeling. De gemeenteraad zal separaat geïnformeerd worden over de concrete gevolgen. In 2013 zullen ook de effecten van de bezuinigingen op de gemeentelijke middelen en de ambtelijke organisatie duidelijk worden. Om een slankere overheid te kunnen zijn, wordt er met minder mensen en minder middelen gewerkt aan het programma Stedelijke Ontwikkeling. In het kader van de Nieuwe Ruimtelijke Strategie Utrecht zijn daarom keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld. Het aantal projecten waar aan gewerkt wordt, loopt daarom terug en ook de manier waarop we als gemeente betrokken zijn, wijzigt. Er zal steeds vaker gekozen worden voor een rol van faciliterende overheid, ook conform het programma Rol op Maat waarmee het initiatief bij andere partijen komt of blijft liggen. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Position Paper 'Bestemming Utrecht, Stad van Kennis en Cultuur' Convenant met kennisinstellingen en provincie Utrecht: Utrecht knooppunt van Kennis en Cultuur Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) Dynamisch Stedelijk Masterplan Stadsontwikkeling in Utrecht 2012-2015 Woonvisie 2009-2019 Wijkactieprogramma's Krachtwijken 2012-2013: Kanaleneiland, Overvecht, Ondiep, Zuilen-Oost en Hoograven Zesde Voortgangsrapportage Krachtwijken 4-meting Monitor Krachtwijken Bouwen aan de Stad Bestuursrapportage Leidsche Rijn 2012 Bestuursrapportage Stationsgebied 2012 Nieuwe Ruimtelijke Strategie Utrecht Structuurvisie Stationsgebied Openbare Ruimteplan Binnenstad

40


Subdoelstelling 1.1: Aangepaste evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling van de stad met daaraan gekoppelde middelen Subdoelstelling 1.1 Aangepaste evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling van de stad met daaraan gekoppelde middelen.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Meer samenwerken met andere

P1.1.1 Verkennen en organiseren van het

overheden en marktpartijen aan de

ruimtelijk programma (strategische

realisatie van de Utrechtse ruimtelijke

agenda, structuurvisies en lobby).

doelstellingen. P1.1.2 Up-to-date houden en E1.1.2 Evenwichtige ruimtelijke

implementeren van stedelijke kaders op

ontwikkeling van de stad met alle onderdelen in samenhang.

hoofdlijnen. P1.1.3 Opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen ten behoeve van inpassing van ruimtelijke plannen en projecten.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Meer samenwerken met andere overheden en marktpartijen aan de realisatie van de utrechtse ruimtelijke doelstellingen. De stad Utrecht positioneert zich nadrukkelijk als 'Stad van kennis en cultuur'. Deze oriĂŤntatie zet zich in 2013 voort. Meer dan voorheen vragen de huidige economische omstandigheden ten aanzien van de verstedelijkingsopgave om sterkere focus, een nog grotere mate van doelgerichtheid en extra inspanning van en samenwerking met partners van de stad. Samen met de hogere overheden en investerende partijen willen wij de potenties van de stad Utrecht zo goed mogelijk benutten. Met de Nieuwe Ruimtelijke Strategie voor Utrecht geven wij antwoord op de veranderende marktomstandigheden en geven wij inzicht in de wijze waarop de gemeente met de problematiek om wil gaan. Wij bieden ruimte aan de markt om te acteren daar waar afzetmogelijkheden worden gezien en kansen zich voordoen. De faciliterende houding van het bestuur zal zich hier direct manifesteren. Effectdoelstelling 1.1.2 Evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling van de stad met alle onderdelen in samenhang. Op 1 juli 2013 zijn alle bestemmingsplannen of beheersverordeningen jonger dan tien jaar. Daarmee is voor de hele stad een ruimtelijk kader vastgelegd en voldoet Utrecht aan de in de Wet ruimtelijke ordening geformuleerde wettelijke plicht. Na 1 juli 2013 zullen bestemmingsplannen en beheersverordeningen overeenkomstig de wet actueel gehouden worden. Bouwinitiatieven die passen binnen het ruimtelijke kader dat in de bestemmingsplannen en beheersverordening is vastgelegd, kunnen daardoor met een reguliere procedure vergund worden.

41


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Verkennen en organiseren van het ruimtelijk programma (strategische agenda, structuurvisies en lobby). Het organiseren van het ruimtelijk programma betreft een continu werkproces waarin we inspelen op kansen die zich voordoen, bedreigingen pareren en op zoek zijn naar bondgenoten voor de Utrechtse opgave. De mate waarin we hierin slagen kan worden geduid met de relatieve positie van Utrecht als aantrekkelijke stad in Nederland. In 2013 richten we ons op het versterken van de regionale samenwerking (BRU, U10) waarbij we zoveel mogelijk elkaars kracht, kennis en kunde benutten. Daarnaast werken we aan de samenwerkingsagenda met Amsterdam en de Noordvleugel van de Randstad. We komen met een Strategische agenda voor de ruimtelijke ontwikkeling en organiseren een gerichte Utrechtse lobby in Den Haag en Europa. We zorgen voor een verdieping van het profiel voor de stad op lange termijn; daartoe stellen we een visie Utrecht 2033 op. We borgen de Utrechtse ruimtelijke opgave door middel van de Nieuwe Ruimtelijke Strategie voor Utrecht en zoeken zoveel mogelijk de samenwerking met de partners van de stad. Hierbij geven we prioriteit aan ontwikkelingen op de as Uithof-Binnenstad/StationsgebiedLeidsche Rijn. Prestatiedoelstelling 1.1.2 Up-to-date houden en implementeren van stedelijke kaders op hoofdlijnen om van beleidsgericht naar gebiedsgericht te komen. Per wijk is er een vaste stedenbouwkundige werkzaam die zowel kennis heeft van het stedelijk beleid als van de wijk. Deze stedenbouwkundige zorgt voor samenhang en continu誰teit in de advisering in het gebiedsteam (het multidisciplinaire team onder leiding van een vaste gebiedsmanager, dat zich bezig houdt met alle stedelijke ontwikkelingen in de betreffende wijk). Specifieke aandacht in 2013 krijgt het beleid e n de uitvoering van de openbare ruimte. Er wordt een actualisatie van het Openbare Ruimte plan Binnenstad (2002) ter vaststelling aangeboden. Hierbij wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte, vooral de routes voor voetgangers en fietsers. Op deze manier wordt bijgedragen aan de wijkambitie van een open en gastvrije Binnenstad. Tevens wordt onderzocht of en op welke beleidsaspecten het huidige Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) moet worden aangevuld. Prestatiedoelstelling 1.1.3 Opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen ten behoeve van inpassing van ruimtelijke plannen en projecten. Actualisering Op 1 juli 2013 moet het gehele grondgebied van Utrecht voorzien zijn van actuele bestemmingsplannen en beheersverordeningen. De sanctie voor het niet tijdig herzien is dat er geen leges geheven mogen worden in gebieden waar oudere plannen gelden. Om dit doel te bereiken moeten voor de volgende plangebieden nog bestemmingsplannen of beheersverordeningen worden vastgesteld: Lage Weide, Cartesiusweg en omgeving, Rijnsweerd-Maarschalkerweerd-Mereveld, Haarzuilens, Staatsliedenbuurt-Griftpark- Pijlsweerd-Lauwerecht-Gruttersdijk, Dichterswijk-Kanaleneiland-Transwijk, Zuilen, Wilhelminapark-Buiten Wittevrouwen, Vleuterweide, De Wetering, De Woerd en Rijnenburg. Waar mogelijk worden beheersverordeningen vastgesteld. De proceduretijd van de beheersverordening is korter en het opstellen van de beheersverordening is eenvoudiger, dus goedkoper, dan het opstellen van een bestemmingsplan. Ontwikkelingen kunnen niet worden meegenomen in beheersverordeningen. Bestemmingsplannen die ten behoeve van de actualisering worden opgesteld bevatten in principe alleen ontwikkelingen die al volledig uitgekristalliseerd zijn. Waar mogelijk zullen deze bestemmingsplannen, bijvoorbeeld door een creatieve toepassing van flexibiliteitsbepalingen, ruimte bieden aan ontwikkelingen die qua uitstraling bij de bestaande functies of bebouwing aansluiten. Zonder onvoorziene vertragingen is de planning krap maar haalbaar. Mocht zich toch vertraging voordoen, dan zal prioriteit gegeven worden aan de plannen met het hoogste risico op derving van leges. Bestemmingsplannen ten behoeve van inpassing van ruimtelijke plannen en projecten De stad is voortdurend in ontwikkeling. Deze ontwikkelingen worden ge誰nitieerd door de gemeente zelf, maar ook door ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en particulieren. Als ontwikkelingen niet in eerder vastgestelde planologische kaders passen, kunnen de ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden via een aanpassing van het bestemmingsplan. De kosten voor de bestemmingsplannen worden betaald door de initiatiefnemers. Gezocht wordt 42


naar meer creativiteit en flexibiliteit in de bestemmingsplannen. De laatste jaren werden per jaar circa 50 op ontwikkeling gerichte bestemmingsplannen opgesteld. Hoewel in 2012 het aantal vrijwel op peil blijft, zal dat aantal naar verwachting in 2013 teruglopen. Op initiatief van de gemeente worden plannen voor Leidsche Rijn (woningbouw Haarrijn, Haarzicht, Leidsche Rijn Centrum Kern en Zuid en Stadsstrand Oog in Al) en voor Stationsgebied het gemaakt. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

2

2

2

2

-

75%-

100%

100%

Effectindicatoren:

E1.1.1

Positie op de

Atlas Neder-

woonaantrekkelijkheidsinde

landse

x

gemeenten

2 (2008)

Prestatie-indicatoren: P1.1.3

Aandeel bestemmings-

gemeente

plannen jonger dan tien jaar

Utrecht

-

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

1.728

-14.629

-15.238

-15.238

-15.238

515

241

241

2.441

2.441

P1.1.3 Bestemmingsplannen

1.542

2.064

2.064

2.064

2.064

Totaal lasten

3.785

-12.323

-12.932

-10.732

-10.732

Lasten P1.1.1 Verkennen en organiseren van het ruimtelijk programma P1.1.2 Stedelijke kaders

Baten P1.1.1. Verkennen en organiseren van 407

0

0

0

0

0

0

0

0

0

P1.1.3 Bestemmingsplannen

250

981

981

981

981

Totaal baten

657

981

981

981

981

3.128

-13.305

-13.914

-11.714

-11.714

het ruimtelijk programma P1.1.2 Stedelijke kaders

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

3.128

-13.305

-13.914

-11.714

-11.714

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. Prestatiedoelstelling 1.1.1 Ruimtelijk programma De lasten dalen in 2013 met 16,357 miljoen euro: De lasten dalen met 15,094 miljoen euro als gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst

• Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. • Door marktomstandigheden (teruglopende omzet en andere verdeling van taken) is er een reductie op de formatie doorgevoerd. Hierdoor dalen de lasten structureel met 0,090 miljoen euro.

43


• Door overheveling van het budget voor Vastgoedinformatie naar Dienst Ondersteuning dalen de lasten structureel met 0,783 miljoen euro en dalen de baten structureel met 0,407 miljoen euro. • Binnen het ruimtelijk programma dalen de lasten enerzijds met 0,036 miljoen euro als gevolg van efficiencymaatregelen en anderzijds door reductie met 0,087 miljoen euro van het budget voor het opstellen van

integrale beleidsprogramma's doordat er door de marktomstandigheden minder plannen zullen worden gemaakt en er minder onderzoek nodig is.

• Tenslotte dalen de lasten met 0,267 miljoen euro door overige budget uitnamen, welke bij de eerstvolgende technische wijziging naar de relevante programma's zullen worden overgeheveld.

Vanaf 2014 dalen de lasten structureel verder met 0,752 miljoen euro door een verdere toename van de efficiëncyvoordelen in de ruimtelijke keten en stijgen de lasten structureel vanaf 2014 met 0,143 miljoen euro door een bijdrage aan de algemene dienst ten behoeve van software licenties. Prestatiedoelstelling 1.1.2: Stedelijk kader De lasten dalen in 2013 structureel met 0,274 miljoen euro door de budgettaire verschuiving van planologie naar stedenbouw in subdoelstelling 2.1 (0,173 miljoen euro) en de realisatie van de efficiencymaatregelen (0,101 miljoen euro). In 2012 is het budget van 2,200 miljoen euro voor intensivering groen (lasten) tot en met 2014 overgeheveld van het programma Stedelijke Ontwikkeling (prestatie 1.1.2) naar het programma Openbare Ruimte en Groen (wijkgroenplan en groenstructuurplan). De overheveling vanaf 2015 moet nog plaatsvinden. Bij de eerstvolgende technische wijziging zal dit worden aangepast. Prestatiedoelstelling 1.1.3: Bestemmingsplannen De lasten stijgen in 2013 structureel met 0,731 miljoen euro omdat wij het ontwikkeling van bestemmingsplannen waar legesinkomsten tegenover staan voortaan bruto verantwoorden op deze prestatie. Derhalve stijgen de baten in 2013 eveneens structureel met 0,731 miljoen euro. De lasten dalen structureel met 0,209 miljoen euro als gevolg van de realisatie van de efficiencymaatregelen en het besparen van formatie als gevolg van marktomstandigheden en de bezuinigingsopgave. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Is niet van toepassing.

44


Subdoelstelling 1.2: Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken met behoud van de lange termijn zeggenschap over de grond Subdoelstelling 1.2. Ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken met behoud van de lange termijn zeggenschap van de grond.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2.1 Economische meerwaarde die ontstaat

P1.2.1 Op verzoek en indien passend in

door bestemmingswijziging of verruiming inzetten voor gemeentelijke investeringen.

ruimtelijke doelstellingen toepassen van conversies en bestemmingswijzigingen. P1.2.2 Uitgeven van gemeentelijk bezit. P1.2.3 Ontvangen van de erfpachtscanons, administratieve behandelingen en handhaven van bepalingen van de erfpachtscontracten.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.2.1 Economische meerwaarde die ontstaat door bestemmingswijziging of verruiming inzetten voor gemeentelijke investeringen. De gemeente geeft in principe haar gronden uit in erfpacht, dat wil zeggen dat het volledig gebruik van het onroerend goed, tegen een vergoeding, aan de erfpachter ten goede komt. Door een wijziging van het gebruik of de bestemming van de grond (bijvoorbeeld door sloop, uitbreiding of nieuwbouw), kan een waardestijging van de grond ontstaan. Deze zogenaamde meerwaarde dient op basis van de erfpachtovereenkomst aan de erfverpachter (= gemeente) afgedragen te worden. Door deze benadering is het erfpacht (het in rekening brengen van meerwaarde) onderdeel van het gemeentelijke grondbeleid.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Op verzoek en indien passend in ruimtelijke doelstellingen toepassen van conversies en bestemmingswijzigingen. Steeds meer jaarlijks te betalen vergoedingen (canon) zijn al omgezet in eeuwigdurende afkoop, waardoor de conversie-opbrengsten zich in de toekomst zullen beperken tot de afdracht van de waardestijging bij bestemmingswijziging of herontwikkeling van de grond. Afgelopen jaren zijn door corporaties (Mitros in 2011 en Portaal in 2012) woningen geconverteerd (eeuwig durend afgekocht) waardoor de geraamde opbrengst uit erfpachtconversies met 1 miljoen euro vermindert. Prestatiedoelstelling 1.2.2 Uitgeven van gemeentelijk bezit. Wij hebben als doelstelling om in de jaren 2011 tot en met 2015 vastgoed te verkopen met een netto resultaat van totaal 20 miljoen euro. Dit betekent voor 2013 een resultaat van minimaal 4 miljoen euro. Het gaat hierbij vooral om de verkoop van panden. Strategisch vastgoed wordt pas na scherpe afweging verkocht. Dit past binnen het beleid van een slankere en meer faciliterende overheid. Dit onderdeel wordt verder uitgewerkt in het hoofdstuk Vastgoed. 45


Prestatiedoelstelling 1.2.3 Ontvangen van de erfpachtcanons, administratieve behandelingen en handhaven van bepalingen van de erfpachtcontracten. Percelen worden in Utrecht in erfpacht, met een erfpachtcontract, uitgegeven. Het beheer en uitvoeren van deze contracten is onderdeel van deze prestatiedoelstelling. Het uitvoeren wil zeggen het administratief verwerken van de erfpachtvoorwaarden, het innen van de erfpachtcanons en het handhaven van de erfpachtvoorwaarden. De erfpachtcontracten worden in SAP Real Estate vastgelegd en van daaruit wordt ook gefactureerd. Het handhaven is noodzakelijk om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Een voorbeeld hiervan is het verwijderen van hagen of parkeerplaatsen op eigen terrein waar voor een deel van de bewoners in Leidsche Rijn een handhavingsplicht is vastgelegd in de erfpachtsvoorwaarden. Indicatoren subdoelstelling 1.2 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

n.v.t.

-

-

n.v.t.

-

-

Nulmeting

Effectindicatoren: Ontvangen meerwaardeafdracht (uit E1.2.1

erfpachtconversie en

gemeente

bestemmingswijziging)

Utrecht

1,4 miljoen euro

n.t.b.

Prestatie-indicatoren: Netto jaarlijkse opbrengst uitgifte P1.2.2

gemeentelijk bezit (in

gemeente

periode 2011-2015)

Utrecht

4 miljoen euro

n.v.t.

Bedragen zijn in duizenden euro's.

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

6.906

6.896

6.896

6.896

6.896

620

620

620

620

620

6.239

6.586

6.586

6.586

6.586

13.765

14.102

14.102

14.102

14.102

9.376

8.376

8.376

8.376

8.376

620

620

620

620

620

P1.2.3 Erfpachtcontracten en -beheer

10.525

10.891

10.891

10.891

10.891

Totaal baten

20.521

19.887

19.887

19.887

19.887

-6.756

-5.785

-5.785

-5.785

-5.785

Lasten P1.2.1 Conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht P1.2.2 Uitgeven van gem. bezit P1.2.3 Erfpachtcontracten en -beheer Totaal lasten Baten P1.2.1 Conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht P1.2.2 Uitgeven van gem. bezit

Saldo lasten en baten

46


Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

-6.756

-5.785

-5.785

-5.785

-5.785

Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Conversies en erfpacht Bij de Voorjaarsnota 2012 hebben we besloten om de begrote opbrengst op erfpachtconversies structureel te verlagen met 1 miljoen euro, als gevolg van de verwachte terugloop van het aantal omzettingen in eeuwigdurende afkoop van erfpachtcontracten. Prestatiedoelstelling 1.2.2: Uitgeven gemeentelijk bezit Is niet van toepassing. Prestatiedoelstelling 1.2.3: Erfpachtcontracten en -beheer De lasten stijgen in 2013 structureel met 0,371 miljoen euro vanwege de toenemende kosten van nieuwe erfpachtcontracten. De lasten dalen in 2013 structureel met 0,024 miljoen euro als gevolg van de overheveling van het ICT-budget Real Estate naar de Dienst Ondersteuning en mutatie van materiële kosten en door de technische verwerking van de taakstelling inkoop (0,064 miljoen euro) op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. De baten stijgen in 2013 structureel met 0,366 miljoen euro, voornamelijk als gevolg van de opbrengsten van nieuwe erfpachtcontracten. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Is niet van toepassing.

47


Subdoelstelling 2.1: Ruimtelijke kwaliteit van de stad behouden en waar mogelijk versterken Subdoelstelling 2.1 Ruimtelijke kwaliteit van de stad behouden en waar mogelijk versterken.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.1.1. Vergroten van het aanbod en

P2.1.1 Begeleiden, initiëren en stimuleren van de

kwaliteit van woningen en het toevoegen

uitvoering van ruimtelijke plannen met

van passende bedrijvigheid en

betrekking tot wonen, werken en stedelijke

voorzieningen.

functies.

E2.1.2 Kwalitatief goede openbare ruimte (vooral bij herontwikkelingslocaties).

P2.1.2 Opstellen en uitvoeren van visies en formuleren van gemeentelijke randvoorwaarden voor bouwplannen en inrichting openbare ruimte in het verlengde van de wens van de eindgebruiker. P2.1.3 Verkopen of in erfpacht uitgeven van (bouwrijpe) gronden ten behoeve van wonen en werken in de bestaande stad. P2.1.4 Herinrichting openbare ruimte en aanleg van hoofdinfrastructuur bij herstructureringslocaties.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 Vergroten van het aanbod en kwaliteit van woningen en het toevoegen van passende bedrijvigheid en voorzieningen. De stad Utrecht is voortdurend in ontwikkeling. De opgave in de stad is complex. Gebouwen en gebieden verouderen. Wensen ten aanzien van de gebouwde omgeving veranderen. Diverse partijen investeren in de stad. Zo worden bijvoorbeeld door een particuliere eigenaar plannen gemaakt om het leegstaande kantoorpand van de provincie in Rijnsweerd te transformeren naar studentenhuisvesting en hotel en is woningbouwcorporatie Mitros aan het bouwen in de Spoorzone Overvecht (Maria van Hongarijedreef en Bruisdreef). Waar mogelijk zullen experimenten meer worden gefaciliteerd. Door intensief in en om de stad te bouwen: wordt in de ruimtebehoefte voorzien van woningzoekenden, instellingen en bedrijven;

• • blijft de stad vitaal, gedifferentieerd en bij de tijd (verpaupering voorkomen); • wordt het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer vergroot; • wordt het landschap ontzien.

In het collegeprogramma is als doelstelling opgenomen dat er 11.000 woningen gebouwd worden in de periode 2010 – 2014. De invloed van de crisis doet zich voor wat betreft de cijfers zeker gelden. Van het totale aantal nieuwbouwwoningen staan 4.400 woningen binnenstedelijk gepland in het Programma Stedelijke Ontwikkeling en Bouwen aan de Stad (voorheen Utrecht Vernieuwt). Om dit aantal te halen dienen alle zeilen worden bijgezet. 48


Effectdoelstelling 2.1.2 Kwalitatief goede openbare ruimte (vooral bij herontwikkelingslocaties). In 'Bouwen aan de Stad' (Utrechtse Samenwerkingsafspraken met woningcorporaties, 2011-2015) zijn afspraken gemaakt over verantwoordelijkheid van de gemeente bij de aanleg van de hoofdinfrastructuur bij integrale herontwikkelingslocaties (sloop-nieuwbouw). Met de afspraken uit Bouwen aan de Stad is Utrecht Vernieuwt komen te vervallen. Afgesproken is dat de gemeente voorzieningen aanlegt die qua belang de woonstraat ver te boven gaan en die in combinatie met sloop en nieuwbouw van woningen worden aangelegd. Het kan hier gaan om ondergrondse infrastructuur in de vorm van kabels en leidingen, maar het gaat zeker ook om aanleg van groen, water en wegen. Daarnaast investeren we in een deel van de locaties die deel uit maken van het Dynamische Stedelijk Masterplan. Hierbij worden scherpe keuzes gemaakt. In eerste instantie wordt gedacht aan de Merwedekanaalzone en worden initiatieven ondersteund voor de ontwikkeling van tijdelijke functies in de Cartesiusdriehoek en op bedrijventerrein Tweede Daalsedijk.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Begeleiden, initiëren en stimuleren van de uitvoering van ruimtelijke plannen met betrekking tot wonen, werken en stedelijke functies. Bij het realiseren van complexe bouwplannen en gebiedsontwikkelingen is de gemeente (meestal) niet zelf de investeerder. Wij geven richting aan particuliere investeringen met ons ruimtelijk beleid en de bijbehorende wettelijke instrumenten (zoals het bestemmingsplan). Binnenstedelijk ontwikkelen is inhoudelijk complex. Milieurandvoorwaarden (lucht, geluid en bodem), de noodzaak tot extra investeren in kwaliteit (zoals in openbare ruimte, groen, duurzaamheid en gebouwd parkeren) en het belang van een intensief participatietraject zijn bepalende variabelen voor de haalbaarheid en de voortgang van de projecten. De laatste jaren is vanwege de veranderde economische omstandigheden de financiële haalbaarheid een steeds grotere rol gaan spelen in de projecten. Dit betekent een intensivering van het werk aan de afzonderlijke projecten voor zowel de initiatiefnemer als de gemeente. De gemeente is zelf initiatiefnemer bij de gemeentelijke grondexploitaties en begeleidt en stimuleert de plannen van woningcorporaties en particuliere grondeigenaren. Uitvoeringsprogramma Stedelijke Ontwikkeling en Bouwen aan de Stad (BAS) In het uitvoeringsprogramma StadsOntwikkeling zijn in 2012 circa 100 complexe bouwprojecten en gebiedsontwikkelingen opgenomen die onderdeel uitmaken van de programma's Stedelijke Ontwikkeling en Bouwen aan de Stad. Dit betreft de particuliere bouwinitiatieven, de binnenstedelijke grondexploitaties en de projecten van de corporaties uit het programma Bouwen aan de Stad. In elke wijk is een gebiedsmanager actief. Zij begeleiden de initiatiefnemers naar uitvoering. Met gebiedsmanagement organiseren wij korte communicatielijnen tussen de initiatiefnemers, de bewoners en belanghebbenden en het gemeentelijk bestuur. Voorbeelden van particuliere projecten, die in 2013 gebouwd of opgeleverd gaan worden zijn het Prozee-terrein (Neerlandia) in Hoograven, de bouw van starterswoningen op locatie De Boo in Rotsoord, de bouw van de appartementen aan de Oudenoord 275 (Noorderlicht) in Pijlsweerd, de uitbreiding van De Bijenkorf in Binnenstad en de ontwikkeling van het Groeneweg terrein Midden in Lombok. Met de bouw van Oudenoord 275 wordt de diversiteit van de woonmilieus in Noordwest uitgebouwd conform de wijkambitie van deze wijk. Met de realisatie op het Prozee terrein wordt onder meer aangesloten bij de wens uit Oud Hoograven om meer dwarsverbindingen en verblijfsgebieden te creëren langs de Vaartsche Rijn. Grondexploitaties zijn bijvoorbeeld de verdere herontwikkeling van het Veemarktterrein in Voordorp, de afronding van Dichterswijk-West en de bouw van Springerpark in Zuilen. Voorbeelden van projecten uit het Programma Bouwen aan de Stad, waaraan in 2013 wordt gewerkt zijn de herstructurering van Ondiep, de gebiedsplannen Spoorzone Overvecht en De Gagel Overvecht, Kanaleneiland Centrum en Kanaleneiland-Noord en Zuid. Met de uitvoering van de gebiedsplannen wordt een bijdrage geleverd aan de wijkambitie van Overvecht voor meer woningdifferentiatie in de wijk. De investeringen van de corporaties zoals 49


vastgelegd in de gebiedsplannen staan onder druk zoals beschreven is onder de kop 'relevante omgevingsfactoren' aan het begin van dit programma. In 2013 zal duidelijk worden in welke mate de corporaties kunnen blijven investeren in de herstructurering. Monitoren, bijstellen en het aanbrengen van focus zal het devies zijn voor 2013. Het grootste deel van de projecten die gepland waren voor oplevering of start bouw in 2013 zullen doorgang vinden. Ook de transformatieprojecten uit het Dynamisch Stedelijk Masterplan (DSM) maken deel uit van het uitvoeringsprogramma. Op basis van de Nieuwe Ruimtelijke Strategie Utrecht wordt het DSM aangescherpt. Met de aanscherping van het DSM wordt een ontwikkelingsstrategie vormgegeven voor de ontwikkeling van een beperkt aantal binnenstedelijke locaties. Thema's daarbij zijn onder andere studentenhuisvesting, hergebruik van panden, tijdelijke invullingen van locaties en (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO). De centrale vraag is: hoe krijgen we de gebieden in ontwikkeling op een kwalitatief goede wijze en wat is onze rol daarbij. Een nadere programmering van de DSM-middelen wordt voorjaar 2013 aangeboden aan de gemeenteraad. Naast de realisatie van woningbouw wordt gewerkt aan de bouw van maatschappelijke voorzieningen (zoals het Rietveldcollege, Moskee Kop van Lombok en de scholen aan het Marco Poloplantsoen), het ontwikkelen van commerciële voorzieningen (IKEA, Winkelcentrum De Gaard, hotelontwikkeling Ubica Panden) en zal er ook binnen dit programma worden gewerkt aan de openbare ruimte (zoals het aanleggen van steigers aan de Oosterkade en dergelijke). In 2013 zal het programma worden geactualiseerd en – zo nodig – zal er verder geprioriteerd gaan worden aan de hand van de Nieuwe Ruimtelijke Strategie Utrecht. Het Programma Stedelijke Ontwikkeling en Bouwen aan de Stad 2012 – 2016 met een volledig overzicht van projecten en initiatieven zal in het najaar separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden. Prestatiedoelstelling 2.1.2 Opstellen van visies en gemeentelijke randvoorwaarden voor bouwplannen en inrichting openbare ruimte op basis van een voor de locatie passende ambitie en in het verlengde van de wens van de eindgebruiker. Voor iedere bouwplanontwikkeling die niet past in het bestemmingsplan, stelt de gemeente volgens het Utrechts Plan Proces (UPP) integrale randvoorwaarden op die toegespitst zijn op de specifieke locatie en de doelgroep. Deze randvoorwaarden worden bij uitgebreide projecten opgenomen in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Bij kleinere ontwikkelingen van particuliere initiatiefnemers wordt doorgaans een Bouwenveloppe opgesteld. Het gaat dan meestal om één complex dat (her)ontwikkeld wordt, waarbij de belangrijkste randvoorwaarden aan de initiatiefnemer worden meegegeven. Een SPvE wordt vastgesteld door de gemeenteraad, een bouwenveloppe wordt vastgesteld door het college van B en W. Om de toenemende kosten (inhoudelijke complexiteit neemt toe, participatie neemt toe) en bezuinigingen op te vangen, maken wij sinds 2012 gebruik van de mogelijkheid uit de Wet Ruimtelijke Ordening om de plankosten bij de particuliere investeerders te verhalen. Hierdoor kan het niveau van onze dienstverlening op peil blijven, de investeringsbereidheid kan (bij kleinere initiatiefnemers) afnemen. Prestatiedoelstelling 2.1.3 Verkopen of in erfpacht uitgeven van (bouwrijpe) gronden ten behoeve van wonen en werken in de bestaande stad. Om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in gang te zetten verwerven we terreinen, plaatsen we bedrijven uit, wordt voor vrijkomende gemeentelijke panden een andere bestemming gezocht en geven we opdracht tot het bouwrijp maken van grond. Ook in 2013 wordt bouwrijpe grond voor woningen opgeleverd ten behoeve van de projecten die onderdeel vormen van het programma Stedelijke Ontwikkeling. Door het economisch tij is sprake van een vermindering van het aantal projecten ten opzichte van voorgaande jaren. Over het financiële verloop van de grondexploitaties wordt de gemeenteraad geïnformeerd in het jaarlijks Meerjarenperspectief Grondexploitaties. In 2013 zal worden bezien hoe verder invulling wordt gegeven aan de meer regisserende en faciliterende rol zoals in de nota Grondbeleid verwoord en wat dat betekent voor deze prestatiedoelstelling. Prestatiedoelstelling 2.1.4 Herinrichting openbare ruimte en aanleg van hoofdinfrastructuur bij herstructureringslocaties. In 2013 zal onder andere in de omgeving van de Maria van Hongarijedreef en Kanaleneiland Centrum hoofdinfrastructuur (openbare ruimte) worden gerealiseerd in het kader van de afspraken met de woningcorporaties. Dit wordt vooral gefinancierd uit ISV-middelen. 50


Op basis van de actuele ontwikkelingen bij woningcorporaties en de bezuinigingen zoals vastgesteld in de voorjaarsnota, wordt een nadere programmering van de ISV 3- middelen opgesteld. Deze zal in het najaar van 2012 separaat aangeboden worden aan de gemeenteraad. Hierbij zal een directe koppeling worden gezocht met initiatieven van particulieren en woningbouwcorporaties. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

700

n.v.t.

Effectindicatoren: Bruto toegevoegde woningen E2.1.1

(excl. Leidsche Rijn)

CBS

n.v.t.

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

4.067

3.786

3.786

3.786

3.786

Lasten P2.1.1 Gebiedsmanagement P2.1.2 Visies en randvoorwaarden ruimtelijke bouwplannen

3.812

3.601

3.391

3.391

3.391

P2.1.3 Grondexploitaties

45.056

27.460

19.167

18.993

6.907

infrastructuur

18.060

14.801

14.801

12.801

12.801

Totaal lasten

70.995

49.647

41.144

38.971

26.885

95

95

95

95

95

P2.1.4 Herinrichting ruimte;

Baten P2.1.1 Gebiedsmanagement P2.1.2 Visies en randvoorwaarden ruimtelijke bouwplannen

20

1

1

1

1

P2.1.3 Grondexploitaties

45.976

28.380

20.087

19.913

6.827

infrastructuur

6.484

6.243

6.869

13.043

13.043

Totaal baten

52.575

34.718

27.051

33.052

19.966

Saldo lasten en baten

18.420

14.929

14.093

5.919

6.919

P2.1.4 Herinrichting ruimte;

Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

4.066

4.318

4.318

4.318

4.318

14.354

10.611

9.775

1.601

2.601

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.1.1: Gebiedsmanagement De lasten dalen in 2013 structureel met 0,281 miljoen euro als gevolg van de realisatie van de efficiencymaatregelen. 51


Prestatiedoelstelling 2.1.2: Visies en randvoorwaarden ruimtelijke bouwplannen De lasten dalen in 2013 structureel met 0,671 miljoen euro als gevolg van het realiseren van de efficiencymaatregelen (0,356 miljoen euro), 0,058 miljoen euro hiervan betreft de technische verwerking van de taakstelling inkoop. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Verder dalen de lasten door de overheveling van het budget leegstand Vastgoed naar het programma Werk en Inkomen (0,100 miljoen euro), de herverdeling van de regierol Wonen en Monumenten, incidenteel 0,210 miljoen euro in 2013 en structureel 0,420 miljoen euro vanaf 2014 zoals wij bij de Programmabegroting 2012 hebben aangekondigd, en enkele kleinere mutaties. De lasten stijgen in 2013 structureel met 0,460 miljoen euro als gevolg van de budgettaire verschuiving van planologie naar stedenbouw uit subdoelstelling 1.1 (0,173 miljoen euro), een verschuiving van activiteiten uit subdoelstelling 2.2 (0,252 miljoen euro) en de uitbreiding Leidsche Rijn (0,035 miljoen euro). De lasten en baten dalen in 2013 structureel met 0,019 miljoen euro vanwege een technische correctie in de registratie van kosten en opbrengsten. Prestatiedoelstelling 2.1.3: Grondexploitaties De lasten en baten dalen in 2013 met 17,596 miljoen euro omdat wij het kasritme van de kosten en opbrengsten hebben aangepast aan het Meerjarenperspectief grondexploitaties. De mutatie van lasten en baten vanaf 2014 vindt zijn grondslag in dezelfde aanpassing. In de grondexploitatie Voordorp-Zuid is in de periode 2012 tot en met 2015 een jaarlijkse bijdrage van 1 miljoen euro aan de algemene middelen opgenomen ter compensatie van de vervallen structurele opbrengsten uit de exploitatie van de Veemarkt. Op aanwijzing van de accountant (accountantsrapport bij de Verantwoording 2011) zullen wij dit bij derde technische wijziging 2012 en de eerste technische wijziging 2013 veranderen in een eenmalige bijdrage van 4 miljoen euro in 2019. Het faseringsverschil wat hierdoor in de meerjarenraming ontstaat wordt verrekend met de algemene dekkingsreserve. Prestatiedoelstelling 2.1.4: Herinrichting openbare ruimte De lasten dalen in 2013 structureel met 0,259 miljoen euro als gevolg van het realiseren van de efficiencymaatregelen, 0,18 miljoen euro hiervan betreft de technische verwerking van de taakstelling inkoop. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Daarnaast dalen de laten met 3 miljoen euro omdat het budget van het Dynamisch Stedelijk Masterplan (DSM) daalt van 5 miljoen naar 2 miljoen euro. Vanaf 2015 vervalt het budget voor het DSM volledig, waardoor de lasten verder dalen met 2 miljoen euro. De baten dalen in 2013 structureel met 0,241 miljoen euro als gevolg van daling van de ISV bijdrage.

In 2015 loopt de ISV bijdrage af. Dit is nog niet verwerkt in de begroting. Bij de eerstvolgende technische begrotingswijziging zullen wij de lasten en de baten met 13,043 miljoen euro verlagen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Wij stellen voor om conform het meerjarenperspectief grondexploitaties (MPG) 4,318 miljoen euro te onttrekken aan de programmareserve van Stedelijke ontwikkeling, onderdeel reserve grondexploitaties. Dit bedrag wordt ingezet voor bestemmingsplannen (0,295 miljoen euro), gebiedsmanagement en plankosten (0,457 miljoen euro), investeringen in mobiliteit (1,361 miljoen euro), promotie en acquisitie (0,080 miljoen euro) en als bijdrage in de algemene middelen (1,873 miljoen euro). Daarnaast ontrekken wij vanaf 2013 structureel 0, 252 miljoen euro meer uit de programmareserve als compensatie van de doorgevoerde taakstelling in de grondexploitatie.

52


Subdoelstelling 2.2: Verbeteren van huisvesting bijzondere doelgroepen en vergroten kansen op de woningmarkt voor woningzoekenden Subdoelstelling 2.2 Verbeteren van huisvesting bijzondere doelgroepen en vergroten kansen op de woningmarkt voor woningzoekenden.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.2.1. Verbeteren van huisvesting

P2.2.1 Stimuleren van huisvesting voor

bijzondere doelgroepen en vergroten

bijzondere doelgroepen en uitvoering van

kansen op de woningmarkt voor woningzoekenden.

regionale en lokale afspraken voor onder andere woonruimteverdeling.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.2.1 Verbeteren van huisvesting bijzondere doelgroepen en vergroten kansen op de woningmarkt voor woningzoekenden. Aan de hand van de Woonvisie 2009-2019 zetten wij ons in voor een voldoende productie en voor een betere verdeling van de vrijkomende woningen over de verschillende doelgroepen. Waarbij ook belangrijke aandacht uitgaat naar de groep middeninkomens die dor recente regelgeving hun woningmarktpositie heeft zien verslechteren. Met doorstroming zorgen wij voor verbeterde toegankelijkheid van vooral de sociale huurwoningmarkt. Het uitvoeringsprogramma van de Woonvisie geeft ons instrumenten om de ontwikkeling van de huur- en koopwoningmarkt te stimuleren. De onderstaande werkvelden worden daarbij prioriteit gegeven: De woningmarkt.

• • De kwaliteit van het wonen. • De prijs van het wonen. • De woonruimteverdeling. • De huisvesting van niet-zelfredzame groepen. • Netwerken en samenwerking.

Volume en tempo van de woningproductie blijven van groot belang, terwijl als gevolg van de kredietcrisis in 2013 waarschijnlijk maximaal 1.500 woningen kunnen worden opgeleverd (Leidsche Rijn 800 en binnenstedelijk gebied 700). Om ondanks de afnemende investeringen in woningbouw toch een zo groot mogelijk woningaanbod te creëren wordt ingezet op: Het realiseren van meer kleinere eenheden voor studenten en starters, zowel tijdelijk als permanent.

• • Coalitievorming met meerdere partners (naast corporaties) op de woningmarkt, vooral met beleggers. • Meer ruimte voor particulier initiatief op de woningmarkt door het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap • Aanpassen van de woonruimteverdelingsregels en het huurbeleid (inkomensafhankelijke huren)

53


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.2.1 Stimuleren van huisvesting voor bijzondere doelgroepen en uitvoering van regionale en lokale afspraken voor onder andere woonruimteverdeling.

• Bijzondere doelgroepen zijn ouderen, gehandicapten, starters, studenten en mensen in maatschappelijke opvang, vaak in combinatie met zorg en welzijn. • Groter aanbod van woningen voor studenten en starters. • Vergroten van het woningaanbod voor middeninkomens. • Betere doorstroming van ouderen en afgestudeerden. • Het voortzetten van de gemeentelijke starterslening. • Zorg dragen voor huisvesting van de statushouders. • Zorg dragen voor de afspraken rond woonruimteverdeling en voor de contracten rond woningtoewijzing. • In regionaal verband toezien op de afspraken rond de sociale woningbouw en doelgroepen. • Het maken van afspraken over de (nieuw)bouwopgave levensloopbestendige- en rolstoelwoningen. • Het begeleiden van het Huurteam Utrecht en het jaarlijks presenteren van de resultaten. Indicatoren subdoelstelling 2.2 Realisatie Realisatie Doelstelling Doelstelling Indicator

Bron

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

1.600

700

1.250

1.600

800

1.250

3,7

5,0

4,0

270

1250

1750

165

250

n.v.t.

Effectindicatoren: Nieuwbouwwoningen E2.2.1

binnenstedelijk

Afdeling Wonen, gemeente Utrecht

Nieuwbouwwoningen Afdeling Wonen, E2.2.1

Leidsche Rijn

gemeente Utrecht

Zoektijd huurwoning aanbodsysteem (in E2.2.2

jaren)

Woningnet

Prestatie-indicatoren: Aantal certificaten P2.2.1.1

Politie Keurmerk

Afdeling Wonen

Veilig Wonen

gemeente Utrecht

Aantal verstrekte

Afdeling Wonen

starterleningen

gemeente Utrecht

Aantal woningen

P2.2.1.2

gerealiseerd in

Afdeling Wonen

particulier

gemeente Utrecht

opdrachtgeverschap

en VWS

61

16

20

100

0

0

100

onbekend

Aantal verstrekte P2.2.1.3

duurzaamheids-

Afdeling Wonen

leningen

gemeente Utrecht

Toelichting Effectdoelstelling 2.2.1 1.a/b De indicator voor gerealiseerde nieuwbouwwoningen is dit jaar met het oog op leesbaarheid gesplitst in de twee indicatoren: binnenstedelijk en Leidsche Rijn. Toelichting Prestatiedoelstelling 2.2.1.1 1.1.b Met het huidig beschikbare budget kunnen in 2013 maximaal 1.250 certificaten worden gerealiseerd. Er zullen aanvullende voorstellen worden gedaan om ervoor te zorgen dat het project niet stilvalt. De ambitie daarbij is om het jaarlijks aantal certificaten op het huidige niveau te houden (1.000 - 2.000 per jaar).

54


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

doelgroepen

807

779

779

779

779

Totaal lasten

807

779

779

779

779

doelgroepen

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

807

779

779

779

779

Lasten P2.2.1 Huisvesting bijzondere

Baten P2.2.1 Huisvesting bijzondere

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

807

779

779

779

779

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.2.1: Huisvesting bijzondere doelgroepen De lasten dalen in 2013 structureel met 0,278 miljoen euro als gevolg van een verschuiving van activiteiten naar subdoelstelling 2.1 (0,252 miljoen euro), de realisatie van de efficiencymaatregelen (0,030 miljoen euro) en de uitbreiding Leidsche Rijn. De lasten stijgen in 2013 structureel met 0,250 miljoen euro als gevolg van de uitvoering van amendement 2011/A32 (Huisjesmelkers blijven aanpakken).

55


Subdoelstelling 3.1: Wijkaanpak: verbetering van de situatie van en het perspectief voor bewoners op het gebied van wonen, werken (wijkeconomie), leren, integreren, veiligheid en gezondheid in de Krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen-Oost. Subdoelstelling 3.1 Wijkaanpak: verbetering van de situatie van en het perspectief voor bewoners op het gebied van wonen, werken (wijkeconomie), leren, integreren, veiligheid en gezondheid in de Krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en ZuilenOost.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.1.1 Wijkaanpak: verbetering van de situatie

P3.1.1 Uitvoeren van de wijkactieprogramma’s

van en het perspectief voor bewoners op het gebied van wonen, werken (wijkeconomie), leren, integreren, veiligheid en gezondheid in

in de vier Krachtwijken en borgen van de aanpak in regulier beleid en reguliere financiering.

de Krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen-Oost.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.1.1 Wijkaanpak: verbetering van de situatie van en het perspectief voor bewoners op het gebied van wonen, werken (wijkeconomie), leren, integreren, veiligheid en gezondheid in de Krachtwijken Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep en Zuilen-Oost. Met het programma Krachtwijken (2008-2017) willen we duurzame verbeteringen in de wijken en meer mogelijkheden voor mensen om hun situatie te verbeteren realiseren. Het programma richt zich op de wijken en buurten met relatief veel kwetsbare bewoners, Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen-Oost en Hoograven. De problemen in deze wijken zijn vaak complex. Afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de integrale aanpak, met een combinatie van sociale, fysieke en economische maatregelen, met inzet op korte en lange termijn effecten, zijn vruchten begint af te werpen. In alle wijken zijn er zichtbare verbeteringen in de woonomgeving en ook op sociaal terrein en op het terrein van werk en wijkeconomie is er vooruitgang en zijn er succesvolle voorbeelden. Ondanks de positieve ontwikkelingen van afgelopen jaren moet er ook komende jaren nog veel gebeuren in de Krachtwijken: de verschillen met andere delen van de stad zijn nog steeds groot, de problematiek is complex en ook het vasthouden van de bereikte resultaten vraagt om extra aandacht. Bij het opstellen van de wijkactieprogramma's 2012-2013 zijn de speerpunten aangescherpt en is meer focus aangebracht. De wijkactieprogramma’s 2012-2013 bevatten maatregelen om bewoners te activeren en te ondersteunen op het gebied van onderwijs en opvoeding, werkgelegenheid en wijkeconomie. Met het accent op de thema's wijkeconomie en werken kan een bijdrage worden geleverd aan het realiseren van de wijkambitie van Overvecht 'Meer kleinschalige kantoor- en werkruimten voor ondernemers. Stimuleren van de zakelijke markt. Daar waar mogelijk de vestigingsmogelijkheden verruimen in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen.' Dit sluit ook aan bij prestatiedoelstelling 1.1.1 uit het programma Werk en Inkomen: bevorderen van een gezonde economische ontwikkeling in de (woon)wijken. Speerpunten uit het wijkactieprogramma van Overvecht zijn het vergroten van kansen voor kinderen tot 12 jaar en hun ouders, verbeteren van leefbaarheid en veiligheid en activering naar participatie, werk en gezondheidsbevordering. Kanaleneiland focust op jeugd in kansarme gezinnen en sociale samenhang en op integrale gebiedsontwikkeling. Zuilen-Oost en Ondiep richten zich vooral op de kracht van de burger, op het toe leiden naar werk en participatie, het voorkomen en terugdringen van overlast en criminaliteit en het versterken van de leefbaarheid. De aanpak sluit aan bij

56


de wijkambitie van Noordwest 'De wijk wil meer sociale samenhang, onder meer door te sturen op de relatie tussen 'oude' en 'nieuwe' bewoners'. Hoograven heeft niet meer het predicaat 'krachtwijk', maar zet – met minder extra geld - de aanpak voort. Kernpunten zijn het versterken van de sociaaleconomische positie van bewoners, participatie, wonen en het opwaarderen van de openbare ruimte. Prestatiedoelstelling 3.1.1 Uitvoeren van de wijkactieprogramma’s in de vier Krachtwijken en borgen van de aanpak in regulier beleid en reguliere financiering. In april 2012 werden de wijkactieprogramma‘s 2012-2013 voor Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen-Oost en Hoograven vastgesteld door de gemeenteraad. De wijkactieprogramma's bevatten weer voor twee jaar de concrete invulling per wijk van het programma Krachtwijken. Prestaties die we in 2013 willen realiseren zijn: uitvoeren van de projecten en realiseren van de doelstellingen, zoals opgenomen in de wijkactieprogramma’s

• 2012-2013; b • orgen van succesvolle projecten uit de wijkactieprogramma's in regulier beleid en in reguliere financiering; • verder verbeteren en versterken van de samenhang met de reguliere activiteiten van gemeente, corporaties en andere partijen in de wijken en daarmee aansluiten bij het versterken van het wijkgericht werken minder projecten); • daarmee bijdragen aan het realiseren van hierboven genoemde wijkambities; • samen met bewoners en andere betrokkenen uit de wijken voorbereiden en vormgeven van de aanpak 2014-2015; • verder versterken van de betrokkenheid van bewoners bij de aanpak in de wijken; • voeren van stedelijke regie en voortgangsbewaking op de wijkactieprogramma’s per wijk; • voortzetten en verder verbeteren van monitoring van het programma Krachtwijken; • afspraken maken met stedelijke en landelijke instellingen over hun inzet in de Krachtwijken. Voor een overzicht van alle projecten in Overvecht, Kanaleneiland, Ondiep, Zuilen-Oost en Hoograven verwijzen we naar de wijkactieprogramma’s 2012-2013. De voortgang van het programma en de bereikte resultaten zijn beschreven in de zesde voortgangsrapportage Krachtwijken (juni 2012). De ontwikkelingen van de doelstellingen uit de wijkactieprogramma’s vindt u in de 4-meting van de Monitor Krachtwijken (juni 2012). Het programma Krachtwijken wordt behalve door de gemeente, ook gefinancierd door de corporaties Mitros, Portaal en Bo-Ex: 15 miljoen euro in 2013. Van dat bedrag wordt 6 miljoen euro besteed aan sociale maatregelen, 9 miljoen euro is bestemd voor extra fysieke investeringen in de Krachtwijken. De afspraken tussen gemeente en corporaties over de gezamenlijke aanpak in de Krachtwijken en de financiering daarvan, zijn vastgelegd in Bouwen aan de Stad (november 2011). De fysieke investeringen van de corporaties staan onder druk. Naar verwachting zal de afspraak om 9 miljoen euro per jaar te investeren in extra fysieke maatregelen in de Krachtwijken wel gehaald worden. Indicatoren subdoelstelling 3.1 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

6,1

6,0

6,1

6,2

Effectindicatoren: Het buurtoordeel Krachtwijken benadert E3.1.1

het gemiddelde

Inwoners-

buurtoordeelcijfer

enquête BI

2007

57


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P3.1.1 Krachtwijken

4.069

13.059

6.731

4.282

963

Totaal lasten

4.069

13.059

6.731

4.282

963

P3.1.1 Krachtwijken

0

4.126

542

52

188

Totaal baten

0

4.126

542

52

188

4.069

8.933

6.189

4.230

775

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

4.910

2.166

207

752

4.069

4.023

4.023

4.023

23

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.1.1: Krachtwijken De lasten stijgen in 2013 met 9,036 miljoen euro en de baten stijgen in 2013 met 4,126 miljoen euro omdat wij deze hebben afgestemd op de programmering van de projecten. Dit verklaart tevens de mutaties van lasten en baten vanaf 2014. De baten in 2013 omvatten onder andere provinciale subsidie van 1,018 miljoen euro. Daarnaast ontvangen wij bijdragen van woningcorporaties. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Omdat wij de begroting van lasten en baten hebben aangepast aan de programmering onttrekken wij in 2013 voor 4,910 miljoen euro meer uit de programmareserve.

58


Subdoelstelling 4.1: Zorgdragen voor de instandhouding van monumentale en cultuurhistorische waarden als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad Subdoelstelling 4.1 Zorgdragen voor de instandhouding van monumentale en cultuurhistorische waarden als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E4.1.1 Monumenten en cultuurhistorische

P4.1.1 Begeleiden, toetsen, subsidiëren, en

waarden zijn geborgd als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad.

financieren van monumenten-renovaties en – onderhoud en het borgen van cultuurhistorische waarden in de stad.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 4.1.1 Monumenten en cultuurhistorische waarden zijn geborgd als integraal onderdeel van de aantrekkelijke stad. Behoud van gebouwd en archeologisch erfgoed is een belangrijke factor voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de stad. Wij ondersteunen behoud gericht op duurzaam gebruik van cultuurhistorisch waardevolle objecten, waaronder 3.000 beschermde monumenten en stedenbouwkundig-historische structuren bij stadsontwikkeling. Met behoud van monumentale objecten bij stadsvernieuwing en gebiedsontwikkeling willen wij de identiteit van wijken en buurten versterken dan wel behouden, zowel in Leidsche Rijn als de oudere stadswijken. Wij zetten daarbij erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen in als bijdrage aan een kwalitatief hoogwaardige omgeving en openbare ruimte. In het kader van beleving van ons - archeologisch - erfgoed zetten wij de ontwikkeling van De Hoge Woerd in Leidsche Rijn door. Daarnaast blijven wij behoud van Romeinse- en overige archeologische waarden in andere wijken ondersteunen. Met actief publieksbereik over resultaten van onderzoeken en verspreiding van kennis werken wij, waar mogelijk in samenwerking met maatschappelijke partners, aan draagvlak voor behoud en gebruik van erfgoed. Cultuurhistorische waarden willen wij daarbij ook inzetten voor stadspromotie. Wij houden met deze doelstellingen een hoge ambitie bij ons erfgoedbeleid, mede vanwege het belang van cultureel erfgoed als economische factor. De beperkte middelen voor behoud en herstel van cultureel erfgoed dwingen ons echter wel steeds meer tot het maken van keuzes.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 4.1.1 Begeleiden, toetsen, subsidiëren, en financieren van monumenten, -renovaties en –onderhoud en het borgen van cultuurhistorische waarden in de stad. De Utrechtse Erfgoedagenda bevat voor het jaar 2013 diverse agendapunten, waarbij wij waarmogelijk aansluiten bij de wijkambities. Wij adviseren eigenaren over instandhouding van (beschermde) monumenten en ondersteunen dan wel adviseren deze bij de financiering. Het Utrechts Restauratiefonds zetten wij daar bij ook in voor ondersteuning van een duurzame aanpak van gemeentelijke monumenten. Behoud door ontwikkeling geven wij vorm door naast bescherming actief te streven naar passend hergebruik van vrijkomend monumentaal vastgoed. Daarbij blijven wij ook de herontwikkeling van woningen boven winkels in het (kern)winkelgebied in de historische binnenstad stimuleren. Dit sluit aan bij de wijkambitie van Binnenstad.

59


De Wijk-Oost heeft als wijkambitie geformuleerd dat ze onderzoek naar beschermde status van het Minstroomgebied belangrijk vindt. In 2013 zullen wij de mogelijkheden van - planologische - bescherming van Minstroomgebied en waar mogelijk ook andere waardevolle structuren onderzoeken. Binnen de kaders van de archeologiewetgeving, geven wij met ons gemeentelijk archeologiebeleid sturing aan archeologisch onderzoek. Wij werken mee aan (inter)nationale projecten als de Nieuwe Hollandse waterlinie (Kraag van Utrecht), en Portico (behoud Romeins erfgoed) en volgen intensief plaatselijke initiatieven als Domplein 2013. Daarbij maken wij zorgvuldig onderscheid tussen bijdragen aan ontwikkeling en onze publiekrechtelijke rol.

• Wij verstrekken financieringen voor een duurzame aanpak bij behoud van monumentale objecten en cultuurhistorische waarden. • De instandhouding van 26 kerkgebouwen op de gemeentelijke monumentenlijst ondersteunen wij met onderhoudssubsidies. • Wij ondersteunen het streven van de NV Wonen boven winkels Utrecht door middel van revitalisering van verdiepingen van winkelpanden 15 woningen te realiseren in het (kern)winkelgebied. • De kwaliteit en wijze van uitvoering, bij monumenten van groot belang, bewaken wij door toetsing van aanvragen omgevingsvergunning. Restauratietechnisch en bouwhistorisch, met meeweging van duurzaamheidsaspecten. • De cultuurhistorische waarden in de binnenstad willen wij mede inzetten voor verbetering van de omgevingskwaliteit. Onder andere voor de opwaardering van verbindingsroutes tussen binnenstad en stationsgebied. • Waar mogelijk zullen wij bestaande monumentale objecten en structuren integreren in stedelijke herontwikkelingsen of uitbreidingsopgaven. • Wij toetsen en begeleiden archeologische onderzoeken van derden en voeren waar nodig eigen onderzoek uit. • Wij borgen de resultaten van archeologisch- en bouwhistorisch onderzoek in (basis)rapportages en het beheer van vondsten in het (archeologisch) depot. • Wij ondersteunen particuliere initiatieven en activiteiten, waaronder Kerken Kijken en de Open Monumentendag (totaal 60.000 bezoekers per jaar).

Indicatoren subdoelstelling 4.1 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

Nulmeting

Effectindicatoren: Alle ROAandeel ruimtelijke

E4.1.1

Alle RO-

Alle RO-

Alle RO-

projecten,

projecten

projecten en

bestemmings-

ordeningsprojecten en

Afdeling

projecten

bestemmingsplannen

Erfgoed,

en bestem- en bestem- bestem-

plannen of

waarin cultuurhistorie is

gemeente

mingsplan- mingsplan- mingsplan-

Omgevings-

geïntegreerd

Utrecht

nen

nen

verordeningen

Vanaf

Vanaf

2004 126

2004 137

n.v.t.

nen

Prestatie-indicatoren: Verbeteren van 200 in

P4.1.1

60

matige / slechte staat

Regi-

Vanaf 2004

Vanaf 2004

verkerende monumenten

stratie

Beleidsplan

van 200

van 200

146 van 200

166van 200

(meerjarenaanpak).

projecten

2004

panden

panden

panden

panden


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

cultuurhistorische waarden

4.327

3.088

2.948

2.948

2.948

Totaal lasten

4.327

3.088

2.948

2.948

2.948

cultuurhistorische waarden

595

545

545

545

545

Totaal baten

595

545

545

545

545

3.732

2.543

2.403

2.403

2.403

Lasten P4.1.1 Monumenten en

Baten P4.1.1 Monumenten en

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

174

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

3.906

2.543

2.403

2.403

2.403

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. FinanciÍle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 4.1.1: Monumentale en cultuurhistorische waarden De lasten dalen in 2013 structureel met 1,239 miljoen euro. Dit is het gevolg van het realiseren van de efficiencymaatregelen (0,146 miljoen euro), 0,059 miljoen euro hiervan betreft de technische verwerking van de taakstelling inkoop. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. Verder dalen de lasten door verlaging van doorbelaste huurkosten Zwaansteeg (0,047 miljoen euro), minder subsidieaanvragen en externe opdrachten (0,050 miljoen euro), het vervallen van de incidentele budgetten voor onderzoek Leidsche Rijn, Portico en karakteristiek erfgoed (1,130 miljoen euro) en de bijdrage in de herverdeling van de regierol Wonen en Monumenten (0,250 miljoen euro). De lasten stijgen structureel met 0,174 miljoen euro vanwege de aangepaste reservering voor het archeologisch centrum Hoge Woerd. Door de herverdeling van de regierol Wonen en Monumenten zijn de lasten in 2013 incidenteel met 0,210 miljoen euro verhoogd en vanaf 2014 structureel met 0,420 miljoen euro zoals wij bij de Programmabegroting 2012 hebben aangekondigd. De baten dalen in 2013 structureel met 0,050 miljoen euro als gevolg van een afname van subsidieaanvragen en externe opdrachten. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves In 2013 vervalt de storting in de programmareserve van 0,174 miljoen euro omdat wij de reservering voor het archeologisch centrum Hoge Woerd onder de lasten hebben opgenomen en niet meer op begrotingsbasis als een rechtstreekse storting in de programmareserve.

61


Subdoelstelling 5.1: Veiligheid, leefbaarheid, milieu en gebruik van de bebouwde leefomgeving voldoet aan wet en regelgeving Subdoelstelling 5.1 Veiligheid, leefbaarheid, milieu en gebruik van de bebouwde leefomgeving voldoet aan wet en regelgeving.

Wat willen we bereiken? E5.1.1. De bebouwde leefomgeving en ruimtelijke ordening is leefbaar, veilig en tast de gezondheid niet aan.

Wat gaan we daarvoor doen? P5.1.1 We toetsen en verlenen de vergunningaanvragen met betrekking tot de bebouwde leefomgeving integraal en adequaat volgens vastgestelde protocollen. P5.1.2 We houden toezicht op de naleving van de milieuregels, de kwaliteit en het gebruik van de bestaande gebouwen en terreinen, en treden op tegen woonfraude en het illegaal onttrekken van zelfstandige woonruimte.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 5.1.1 De bebouwde leefomgeving en ruimtelijke ordening is leefbaar, veilig en tast de gezondheid niet aan. Wij zorgen ervoor dat het oprichten, slopen of wijzigen van gebouwen voldoet aan de wettelijke en lokale regelgeving en dat de uitvoering van (nieuwe) wet- en regelgeving betrouwbaar, professioneel en klantgericht is. Het leefmilieu beschermen wij tegen aantasting door bedrijfsmatige activiteiten en bodemverontreiniging. Daarnaast willen wij dat de bestaande bebouwde leefomgeving blijft voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en dat de woningen uit de kernvoorraad legaal verhuurd en bewoond worden.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 5.1.1 We toetsen en verlenen de vergunningaanvragen met betrekking tot de bebouwde leefomgeving integraal en adequaat volgens vastgestelde protocollen.

• Wij toetsen de vergunningaanvragen integraal en adequaat aan wet- en regelgeving met behulp van protocollen. • Wij monitoren ontwikkelingen in de bebouwde leefomgeving en implementeren nieuwe wet- en regelgeving. • Het aanvragen van vergunningen maken we makkelijker door onder andere meer online mogelijk te maken, minder regels en vereenvoudiging van processen. In dat kader doen we ook mee aan landelijke proefprojecten.

62


Prestatiedoelstelling 5.1.2 We houden toezicht op de naleving van de vergunningverlening en de wet- en regelgeving en behandelen meldingen en klachten met betrekking tot bebouwde leefomgeving.

• Wij houden programmatisch toezicht op de naleving van vergunningen bij de oprichting, sloop of wijziging van

gebouwen en op de (Milieu) wet- en regelgeving bij bedrijven met voornamelijk industriële activiteiten. We doen dit waar mogelijk integraal met andere specialisten zoals de brandweer. Ook houden wij toezicht op naleving van de wet en regelgeving bij (il-)legale bodemsaneringen en sporen wij illegale verspreiding van verontreinigde grond op.

• en terreinen en treden op tegen woonfraude en het illegaal onttrekken van zelfstandige woonruimte. • Wij stellen actuele handhavingstrategieën op per domein, maken een integraal handhavingsprogramma 2014 en een evaluatie over 2012. • Bij het samenstellen van het handhavingsprogramma 2013 nemen wij de wijkambities 2012-2014 in de

Wij houden conform het handhavingsprogramma toezicht op de kwaliteit en het gebruik van bestaande gebouwen

risicoanalyses en prioritering mee. Daarbij besteden wij naast bovengenoemde domeinen ook aandacht aan de

handhaving op illegale woningomzettingen, splitsingen en illegale bouw in de Binnenstad, Oost, Overvecht en West waar deze vraag in de wijkambities wordt gesteld.

• De meldingen en klachten met betrekking tot de bebouwde leefomgeving behandelen wij binnen de Utrechtse servicenormen.

Indicatoren subdoelstelling 5.1 Indicator

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

(2011)

99,04%

99,5%

99,5%

SO-PD-FOV

(2011)

0,79%

<1%

<1%

SO-PD

(2009)

7,5

7,5

7,5

Bron

Nulmeting

SO-PD-FOV

Effectindicatoren: Aanvragen verleend binnen wettelijke E5.1.1

termijn Gegronde bezwaren op afgegeven Wabo

E5.1.1

beschikkingen Rapportcijfer klanttevredenheid in Benchmarking Publiekszaken van Balie Bouwen, Wonen en

E5.1.1

Ondernemen

7,7

Klanttevredenheidsonde rzoek voor Toezicht en E5.1.1

Handhaving

Nieuw SO-PD-TH

(2013)

SO-PD-JZB

0,5% (2005)

nulmeting

Aantal slechte panden volgens kwaliteitsmonitor als percentage E5.1.1

van de totale voorraad

0,22%

0,13%

<0,13%

<0,10%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Prestatie-indicatoren: Toetsen bouwaanvragen conform niveau 4 van het Utrechts protocol P5.1.1

SUPER van 2009

<100% SO-PD-FOV

(2007)

Uitvoeren bouwtoezicht conform protocol gebaseerd op het landelijk P5.1.1

toezichtprotocol

100% SO-PD-TH

(2007)

63


Indicatoren subdoelstelling 5.1 Indicator

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

(2012)

100%

100%

SO-PD-JZB

(2012)

100%

100%

SO-PD-FOV

(2012)

100%

100%

60%

60%

60%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Bron

Nulmeting

SO-PD-TH

Toezicht en handhaving milieu bedrijven conform E5.1.1

handhavingstrategie Wetswijzigingen zijn

P5.1.1

tijdig geĂŻmplementeerd Digitaliseren van werkprocessen en informatie websites zijn

P5.1.1

actueel en compact Percentage meldingen over onrechtmatige bewoning waarbij een overtreding wordt

P5.1.2

geconstateerd

SO-PD-TH

Handhavingsprogramma P5.1.2

realiseren 2013

(2011) 100%

SO-PD-TH

(2007)

Handhavingsprogramma 2012 evalueren en programma 2014 P5.1.2

opstellen

100% SO-PD-TH

(2007)

SO-PD-TH

(2011)

100%

100%

100%

SO-PD-TH

(2011)

100%

100%

100%

Actuele handhavingstrategie P5.1.2

voor ieder domein Aantal meldingen en klachten afgehandeld

P5.1.2

binnen de servicenorm

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

14.975

14.420

14.420

14.420

14.420

4.292

4.252

4.252

4.252

4.252

19.267

18.672

18.672

18.672

18.672

16.596

16.596

16.596

16.596

16.596

31

111

111

111

111

16.627

16.707

16.707

16.707

16.707

2.640

1.965

1.965

1.965

1.965

Lasten P5.1.1 Toetsen vergunningaanvragen P5.1.2 Toezicht op de naleving Totaal lasten Baten P5.1.1 Toetsen vergunningaanvragen P5.1.2 Toezicht op de naleving Totaal baten Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

2.640

1.965

1.965

1.965

1.965

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. 64


Financiële toelichting Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 5.1.1 Vergunningsaanvragen De lasten dalen in 2013 structureel met 0,555 miljoen euro vanwege het vervallen van het budget ruimtelijke informatie (0,147 miljoen euro) en de verlaging van het budget voor archivering (0,408 miljoen euro). De vorming van de Regionale UitvoeringsDienst (RUD) zal nog leiden tot een wijziging van de begroting vanwege de overheveling van personele capaciteit. Wij zullen hierover rapporteren bij een technische wijziging van de begroting 2013. Prestatiedoelstelling 5.1.2 Toezicht op de naleving De lasten dalen in 2013 structureel met 0,133 miljoen euro door het realiseren van de efficiencymaatregelen, 0,068 miljoen euro hiervan betreft de technische verwerking van de taakstelling inkoop. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. De lasten stijgen met 0,016 miljoen euro als gevolg van de uitbreiding Leidsche Rijn en met 0,080 miljoen euro vanwege een correctie op de structurele doorwerking van het budget Woonfraude. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Is niet van toepassing.

Subdoelstelling 6.1 Leidsche Rijn Leidsche Rijn: De stad Utrecht uitgebreid met een stedelijk gebied waar de huidige en komende generaties met plezier kunnen wonen, werken en recreëren.

Algemene Programmadoelstelling Met de bouw van Leidsche Rijn beoogt de gemeente: Uitbreiding van het woningaanbod in de Utrechtse regio voor de huidige en toekomstige bewoners en gebruikers

• met een grote verscheidenheid aan woningen, met inbegrip van infrastructuur, openbare ruimte en voorzieningen. • Een betere doorstroming van woningzoekenden in de regio. • Een gedifferentieerd samengestelde bevolking in het nieuwe stadsdeel. • Een uitbreiding van het aanbod van kantoor- en bedrijfsruimten. • Betere voorwaarden voor de economische ontwikkeling van de regio. De gemeente Utrecht heeft de missie en het beleid voor Leidsche Rijn vastgelegd in een Masterplan en een Ontwikkelingsvisie. Jaarlijks wordt de grondexploitatie Leidsche Rijn geactualiseerd en de effecten hiervan zijn opgenomen in de Bestuursrapportage Leidsche Rijn. De huidige economische omstandigheden hebben vergaande consequenties voor het realiseringstempo van woningen, kantoren- en bedrijvenlocaties en voorzieningen. Dit legt een enorme druk op de grondexploitatie Leidsche Rijn. Optimalisatietaakstelling Wij denken een deel van de totale optimalisatietaakstelling in te vullen door het laten vrijvallen van de marktprijscorrectie en slimmer te programmeren, de verkoop van het Informatiecentrum en een uitkering van de GEM Vleuterweide. Oplossen tekort grondexploitatie Het dan overblijvende tekort in de Grondexploitatie Leidsche Rijn denken wij tot het niveau van het weerstandsvermogen in te lossen door de verlaging van de rekenrente van 5% naar 4%, door het risico van vertraging van Leidsche Rijn Centrum af te dekken door investeringsmiddelen die in dat geval vrijvallen door gelijktijdige vertraging van het Cultuurforum, de inzet van een deel van de vrij besteedbare BLS-subsidie en de oorspronkelijk gereserveerde middelen om de begraafplaats aan de Hamlaan te realiseren. 65


Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders:

• Bestuursrapportage Leidsche Rijn 2012

Subdoelstelling 6.1: Leidsche Rijn is een stedelijk gebied waar de huidige en komende generaties met plezier kunnen wonen, werken en recreëren Subdoelstelling 6.1 Leidsche Rijn: De stad Utrecht uitgebreid met een stedelijk gebied waar de huidige en komende generaties met plezier kunnen wonen, werken en recreëren.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E6.1.1. Leidsche Rijn is een goed

P6.1.1Realiseren van bouwrijpe grond voor

functionerend stadsdeel.

woningbouw, kantoren, bedrijventerreinen en de aanleg en inrichting van

E6.1.2 Het voorzieningenniveau in Leidsche Rijn sluit aan bij de vraag (kwantitatief en kwalitatief) van bewoners.

bijbehorende openbare ruimte. P6.1.2 Voorbereiden van de plannen en oplevering van voorzieningen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Leidsche Rijn is een goed functionerend stadsdeel De gemeente maakt grond bouw- en woonrijp voor in totaal ruim 30 duizend woningen, 720 duizend vierkante meter kantoren, 270 hectare bedrijventerrein en een 300 hectare groot Máximapark. Daarbij zorgt de gemeente voor het tot stand komen van een adequate infrastructuur, een aantrekkelijk openbaar gebied en goede voorzieningen Effectdoelstelling 1.1.2 Het voorzieningenniveau in Leidsche Rijn sluit tenminste aan bij de vraag (kwantitatief en kwalitatief) van bewoners. Waar mogelijk wordt creatief ingespeeld op de behoefte aan voorzieningen: als het moet in de tijdelijke sfeer. Meer flexibiliteit in bestemmingsplannen kan daarbij helpen.

66


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 6.1.1 Realiseren van bouwrijpe grond voor woningbouw, kantoren, bedrijventerreinen, voorzieningen en aanleg en inrichting van bijbehorende openbare ruimte Indicatoren subdoelstelling 1 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

6,6

n.n.b.

7,0

7,2

6,9

n.n.b.

7,0

7,2

Effectindicatoren: Tevredenheid

Wijkwijzer 2011

bewoners openbare E1.1.1.

ruimte en verkeer Tevredenheid

Wijkwijzer

bewoners sociale infrastructuur en participatie Prestatie-indicatoren: P1.1.1.1

Woningen

Planning Triode

56,51%

60,27%

65,49%

74,70%

P1.1.1.2

Kantoren

Planning Triode

32,55%

33,59%

37,55%

42,78%

P1.1.1.3

Bedrijven

Planning Triode

48,45%

49,02%

51,97%

53,63%

Bron: Planning op hoofdlijnen mei 2012.

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P6.1.1 Realisatie van bouwrijpe grond

111.158

131.002

169.817

99.910

116.964

Totaal lasten

111.158

131.002

169.817

99.910

116.964

P6.1.1 Realisatie van bouwrijpe grond

113.638

139.525

178.053

104.647

121.700

Totaal baten

113.638

139.525

178.053

104.647

121.700

-2.480

-8.533

-8.236

-4.736

-4.736

Toevoeging reserves

4.324

4.000

3.500

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

1.844

-4.522

-4.736

-4.736

-4.736

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning.

67


Prestatiedoelstelling 6.1.1: Realiseren van bouwrijpe grond Ook in 2013 zullen nog veel projecten in Leidsche Rijn moeizaam verlopen. Door de huidige omstandigheden kunnen we de voortgang van de projecten moeilijk voorspellen en daardoor is de woningbouwproductie en de afzet van commercieel vastgoed onzeker. Waar mogelijk passen wij het uitgavenniveau hieraan aan. Voor 2013 ramen wij 8,4 miljoen euro voor plankosten, 10,1 miljoen euro voor verwerving, 79,9 miljoen euro voor bouw- en woonrijpmaken en 3,9 miljoen euro overige uitgaven, voor bijdragen aan derden ramen we 3,9 miljoen euro en voor VATkosten ramen we 7,1 miljoen euro en rente 10 miljoen euro en 6,8 miljoen euro toevoeging onderhanden werk (omdat we meer opbrengsten voorzien dan uitgaven). In de lasten is de taakstelling inkoop van 1,939 miljoen euro technisch verwerkt. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. De uitgifte van woningen volgens de oorspronkelijke planning op hoofdlijnen ramen we op 65,3 miljoen euro en voor niet woningbouw 52,5 miljoen euro. Recentelijk hebben wij besloten om de effecten van een lagere woningproductie zichtbaar te maken in de overall grondexploitatie. De uitkomst hiervan is niet in bovenstaande raming opgenomen en wordt bij technische wijziging ter begroting gebracht. Voor 2012 en verder worden de ramingen wegens uitgifte van grond verlaagd met respectievelijk 26,22 miljoen euro, 49,54 miljoen euro, 60,16 miljoen euro, 38,59 miljoen euro en 38,53 miljoen euro. Voor bijdragen van derden ramen we 17,6 miljoen euro. We verwachten 4 miljoen euro van de opgelegde taakstelling grondexploitatie te realiseren. Daarnaast is op deze prestatiedoelstelling de taakstelling inkoop technisch verwerkt voor een bedrag van 1,94 miljoen euro. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Betreft de toevoeging van het positieve resultaat van de taakstelling aan de dienstbedrijfsreserve.

Subdoelstelling 7.1 Projectorganisatie Stationsgebied Algemene programmadoelstelling Samen met de partners het plangebied ontwikkelen tot een vernieuwd centrumgebied met intensief ruimtegebruik, hoogwaardige openbare ruimte, kantoren, woningen, detailhandel en leisurefuncties, evenals een hoogwaardige ovterminal door uitbreiding en opwaardering van de transfercapaciteit en de daar aanwezige infrastructuur voor trein, tram en hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). Deze algemene doelstelling is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst met het Rijk van 2 juli 2004. Daaraan is sinds 2009 het principe van duurzaamheid toegevoegd. Evenals in de vorige periode het geval was, wordt ook in het collegeprogramma 2010-2014 voortgebouwd op de door de bevolking gekozen visie over de ontwikkeling van het Stationsgebied. De stedenbouwkundige principes van het (geactualiseerd) masterplan zijn: herstellen, verbinden en betekenis geven. De herontwikkeling van het Stationsgebied is en blijft een dynamisch proces, waarbij maatschappelijke ontwikkelingen (van luchtkwaliteit tot economische crisis), planvoorbereiding en - uitvoering elkaar beïnvloeden. Samenwerking met de eigenaren in het gebied (de private partnes), de gebruikers (reizigers, bezoekers, werknemers) en de verschillende belangengroeperingen (van Fietsersbond tot SOLGU), staat de komende periode hoog in het vaandel. De eerste fase is nu in uitvoering. De haalbaarheid van fase 2 is thans in onderzoek. Relevante omgevingsfactoren Er is een aantal belangrijke omgevingsfactoren: de ambities en randvoorwaarden van het Rijk (het ministerie van Infra en Milieu);

• • de belangen van private partners, waaronder Corio, Jaarbeurs, NS en ProRail; • de massale vervoersstromen in het gebied waaronder fietsen; • de veelheid van partijen die zich in dit gebied manifesteren; 68


• de ingewikkelde eigendomsrelaties; • de invloed van publiekrechtelijke voorschriften en procedures op de voortgang en de kosten; • de economische crisis; • complexiteit van de ondergrondse infrastructuur.

Deze omgevingsfactoren bepalen in belangrijke mate de (financiële) haalbaarheid en het tempo van de geplande ontwikkelingen. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Masterplan 2003/ geactualiseerd Masterplan 2004 Structuurplan Stationsgebied 2006 Bestuursrapportage Stationsgebied 2012

Subdoelstelling 7.1: Een economisch optimaal benut en aantrekkelijk Stationsgebied

Subdoelstelling 7.1 Een economisch optimaal benut en aantrekkelijk Stationsgebied.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E7.1.1. Een economisch optimaal benut en aantrekkelijk Stationsgebied.

P7.1.1Uitvoeren masterplan (inclusief jaarlijkse raadsbesluiten)

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 7.1 Een economisch en optimaal benut en aantrekkelijk Stationsgebied. Door de uitbreiding van vierkante meters winkels, voorzieningen en kantoren wordt werkgelegenheid toegevoegd. Daarnaast neemt door de uitbreiding van het vastgoed en de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte, de waarde van het vastgoed toe. De afzetmogelijkheden voor de marktpartijen zijn door de combinatie van bovenstaande factoren gunstig. Als gevolg hiervan nemen de jaarlijkse inkomsten voor de gemeente toe door een stijging van de ozb-opbrengsten. In de eindsituatie is de aantrekkelijkheid sterk verbeterd door sociaal veilige routes voor langzaam en snelverkeer (stadscorridor, de interwijk-verbinding, RABO brug en HOV banen), een kwalitatief hoogwaardig ingericht openbaar gebied met aantrekkelijke pleinen (Jaarbeursplein, Stationspleinen, Vredenburgplein en Smakkelaarsveld), gebouwde stallingsvoorzieningen voor 33.000 fietsen, vermindering van autoasfalt ten gunste van groen en water (herstel Catharijnesingel en Leidsche Rijn), nieuwe woningen in het gebied en dekkende afspraken over gezamenlijk beheer.

69


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 7.1.1: Uitvoeren masterplan (inclusief jaarlijkse raadsbesluiten). De prestaties bestaan uit vastgoedprojecten van private partijen en gemeente en infraprojecten. De programmatabel is te zien als een prestatie-indicator voor het vastgoedvolume. In uitvoering in 2013 Infrastructurele werken: Tijdelijke eindhalte tram

• • HOV Westzijde Stationsgebied • Herinrichting Vredenburg-Noord • Vredenburgknoop inclusief tijdelijke maatregelen • Sloop parkeergarage Vredenburg (Corio) • Diepriool Catharijnesingel en Croeselaan • Catharijnesingel midden (onder andere openbare ruimte Muziekpaleis, bergbezinkbassin en riolering) • Rabobrug, aanlanding oost- en westzijde • Conditionering Stationsplein-Oost • Herinrichting Mineurslaan voor expeditie Stadskantoor. Gebouwen Muziekpaleis (gemeente)

• • Overbouwing Stationsstraat (Corio) • Ov-terminal (ProRail) • Stadskantoor (NS Poort) • Stationsplein-West inclusief fietsenstalling (gemeente) • Bouw nieuwe parkeergarage Vredenburg (Corio).

Overige projecten Tijdelijke gratis fietsenstalling Westplein

• • Toegankelijkheidsmaatregelen • Tijdelijk busstation West • Conditionering Paardenveld/Weerdsingel in verband met knip Paardenveld (ALU).

Opleveringen in 2013 Stationsplein-West

• • Muziekpaleis • Tijdelijke eindhalte tram (westzijde).

Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Realisatie Doelstelling Doelstelling Indicator

Bron

Nulmeting

Ecorys/BI Ecorys/BI

2010

2011

2013

2016

n.v.t.

n.v.t.

2.280-2.510

n.v.t.

n.v.t.

Effectindicatoren: E7.1.1

Toename banen Toename netto constante

E7.1.1

waarde

290 miljoen

Toename ozb opbrengst per E7.1.1

70

jaar

euro 4,8 miljoen

BI

n.v.t.

n.v.t.

euro


Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Realisatie Doelstelling Doelstelling Indicator

Bron

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

Prestatie-indicatoren: P7.1.1

Toename aantal woningen

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

2.229

P7.1.1

Toename m2 kantoren (bvo))

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

251.714

P7.1.1

Toename m2 winkels (vvo)

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

46.000

P7.1.1

Toename m2 leisure (vvo)

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

70.000

P7.1.1

Toename m2 cultuur (bvo)

Berap/MP

n.v.t.

14.500

37.500

P7.1.1

Toename m2 hotel (bvo)

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

21.627

P7.1.1

Toename m2 horeca (bvo)

Berap/MP

n.v.t.

n.v.t.

11.515

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P7.1.1 Uitvoeren Masterplan

50.484

65.333

70.826

76.946

56.824

Totaal lasten

50.484

65.333

70.826

76.946

56.824

P7.1.1 Uitvoeren Masterplan

49.525

67.793

73.402

79.522

59.400

Totaal baten

49.525

67.793

73.402

79.522

59.400

959

-2.460

-2.576

-2.576

-2.576

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

959

-2.460

-2.576

-2.576

-2.576

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 7.1.1: Uitvoeren Masterplan De cijfers in de financiële tabel zijn gebaseerd op de grondexploitatie die onderdeel uitmaakt van de vastgestelde Voorjaarsnota 2012 inclusief Bestuursrapportage Stationsgebied 2012. De inschattingen in de bestuursrapportage zijn gebaseerd op planningsinzichten van begin 2012. De ervaring leert dat er forse verschuivingen in zowel de baten als lasten kunnen optreden gedurende het jaar. Het totaal aan verwachte kosten van 65,333 miljoen euro in 2013 heeft voor een groot deel betrekking op de in uitvoering genomen infrastructurele projecten: Kosten bouw- en woonrijpmaken (44,464 miljoen euro) voor de Vredenburgknoop, sloop parkeergarage

Jaarbeursplein, herinrichting Vredenburg-Noord, conditionerende werkzaamheden Stationsplein-Oost, aanleg 2e Asselijnstraat, realisatie RABObrug, aanleg HOV verlengde Graadt van Roggenweg /tijdelijke eindhalte tram en aanleg HOV Verlengde van Zijstweg (inclusief deel Mineurslaan).

71


• Hiermee samenhangende plan- en VAT kosten (12,147 miljoen euro) en kosten tijdelijke maatregelen

(2,058 miljoen euro), Milieu (2,863 miljoen euro), kabels en leidingen (3,5 miljoen euro) en overige kosten (0,3 miljoen euro).

De in 2013 totaal verwachte baten van 67,793 miljoen euro omvat de volgende bijdragen: ProRail (9,009 miljoen euro) voor de fietsenstallingen op het Stationsplein-Oost.

• • Corio (2,217 miljoen euro) voor de inrit parkeergarage onder de Vredenburgknoop. • BRU, ProRail (6,8 miljoen euro) voor de realisatie van de tijdelijke eindhalte. • Rabobank (5,980 miljoen euro) voor de ontwikkeling van de fietsbrug. • NS, Rabobank, ProRail en StadsOntwikkeling (1,757 miljoen euro) voor de aanleg van de 2e Asselijnstraat. • ProRail, gemeente ( 0,293 miljoen euro) voor onderzoek naar niet gesprongen explosieven. • StadsOntwikkeling en Muziekpaleis (5,2 miljoen euro) voor het project fietsparkeren en technische installaties. • Rentebaten van 3 miljoen euro. • Het restant van 33,537 miljoen euro betreft de saldomutatie van onderhanden werken, dat wordt gebruikt voor het activeren van het saldo van de jaarlijkse baten en lasten naar de balansrekeningen onderhanden werk. Doordat er meer uitgaven dan inkomsten zijn geraamd zal er een onttrekking plaatsvinden. Bij de afsluiting van de grondexploitatie in 2018 wordt het saldo als resultaat verantwoord.

Daarnaast is op deze prestatiedoelstelling de taakstelling inkoop technisch verwerkt voor een bedrag van 1,05 miljoen euro. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld.

72


Programmastructuur Duurzaamheid Utrecht is een duurzame en gezonde stad

Doelstelling

Subdoelstelling

1 In Utrecht besparen we energie en

1.1 In Utrecht besparen we energie en

wekken we energie duurzaam op.

wekken we energie duurzaam op.

2 Utrecht is een stad met een

2.1 Utrecht is een stad met zo min

gezonde, stille en veilige

mogelijk geluidsoverlast en een veilige

leefomgeving.

leefomgeving.

Kosten

5.993

2.3 Utrecht heeft een gezonde lucht.

02

Wij ramen de lasten en baten op prestatiedoelstelling 2.3 in het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit.

74

890

2.2 Utrecht heeft een schone bodem.

Bedragen zijn in duizenden euro's.

2

6.738


1.3 Duurzaamheid Algemene Programmadoelstelling Utrecht is een duurzame en gezonde stad. Alle inwoners van Utrecht moeten gezond kunnen leven. We streven daarom naar gezonde lucht, zo min mogelijk geluidoverlast, een schone bodem en een veilige leefomgeving. Wij doen een forse investering in het programma Utrechtse Energie om Utrecht in 2030 klimaatneutraal te maken. Het programma Duurzaamheid heeft een nauwe samenhang met het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit op het onderdeel luchtkwaliteit. Het streven naar een goede luchtkwaliteit draagt bij aan de doelstelling 'gezonde stad'. De doelstellingen van het programma Duurzaamheid worden voor een deel gerealiseerd door activiteiten voor andere programma's zoals Stedelijke Ontwikkeling. In ruimtelijke ordeningsprojecten en in bijvoorbeeld de toetsteams wordt door meerdere disciplines geparticipeerd om onder andere de doelen van geluid, lucht, energiebesparing en externe veiligheid te realiseren. De Wet bodembescherming zal in 2012 worden aangepast. Daarmee wordt het makkelijker dan nu het geval is om ook buiten het gebied van de biowasmachine verontreinigd grondwater gebiedsgericht te beheren. Dit wordt in de komende jaren voor Utrecht een speerpunt van het bodembeleid. De landelijke trend in het bodembeleid is om minder te saneren, en meer te beheren Dit is ook zichtbaar in het dalend aantal gerealiseerde Bodem prestatie-eenheden (BPE). Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of â&#x20AC;&#x201C;kaders: Programma Utrechtse Energie 2011-2014 en uitvoeringsprogramma (vastgesteld 26 mei 2011) Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht 2009 (vastgesteld op 3 december 2009, Herprogrammering maatregelen Lucht Utrecht wordt vastgesteld in 2013) Nota Bodembeheer 2012-2022, 'Grondig werken 3' (vastgesteld op 20 maart 2012) Gebiedsgericht Grondwaterbeleid (vastgesteld op 12 mei 2009) Geluidnota (vastgesteld op 23 januari 2007, herziening vindt plaats in 2012/2013) Actieplan Geluid (vastgesteld op 15 december 2009, herziening in 2013) Nota Externe veiligheid (vastgesteld op 13 maart 2007)

Subdoelstelling 1.1: In Utrecht besparen we energie en wekken we energie duurzaam op Subdoelstelling 1.1 In Utrecht besparen we energie en wekken we energie duurzaam op.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 30% minder CO2 en 20%

P1.1.1 Uitwerken van de ambities in

opwekking duurzame energie in 2020.

een concreet uitvoeringsprogramma 2013-2014.

75


Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 30% minder CO2 uitstoot en 20% opwekking van duurzame energie in 2020. We streven naar 30% minder CO2 uitstoot en 20% opwekking van duurzame energie in 2020. Het beoogde maatschappelijk effect is een klimaatvriendelijke manier van wonen, bedrijvigheid en mobiliteit. We dragen bij aan het voorkomen van klimaatverandering en beperken we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas. Uiteindelijk willen we in 2030 een klimaatneutrale stad zijn.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Uitwerken van de ambities in een concreet uitvoeringsprogramma 2011-2012. Utrecht zet hoog in op energie en klimaat en investeert vier jaar lang 6,5 miljoen euro per jaar in de uitvoering van het programma Utrechtse Energie. We voeren maatregelen uit op het gebied van Wonen, Bedrijvigheid, Mobiliteit, Duurzame opwekking en de Eigen Organisatie. We werken daarbij nauw samen met de Utrechtse inwoners, de bedrijven en maatschappelijke organisaties. We monitoren de effecten van het programma en besteden veel aandacht aan communicatie en draagvlak in de samenleving. De ambities zijn uitgewerkt in een concreet Uitvoeringsprogramma dat voor 2013 en 2014 zal worden geactualiseerd. Dit programma kent vijf deelprogramma's, een initiatievenfonds, een communicatieaanpak en een monitor. Een deel van het beschikbare budget zal revolverend worden ingezet. In juni 2012 hebben we de 'Green Deal Utrechtse Energie!' met het Rijk afgesloten, voor het stimuleren van duurzame energie bij bedrijven in 2013 en 2014. Het Rijk draagt 0,7 miljoen euro bij. Deze bijdrage is financieel nog niet verwerkt in deze begroting. Dat gebeurt zodra het Rijk het budget formeel toekent. We starten met een project voor het stimuleren we warmte-koude opslag in de binnenstad. Hierbij faciliteren we ondernemers bij het vergunningproces. We gaan door met de aanpak op verschillende bedrijventerreinen zoals Lage Weide, Rijnsweerd en de Uithof. We ondersteunen de ondernemers bij het onderzoek en de opzet van een duurzaam bedrijventerrein door bijvoorbeeld kennisoverdracht en bijeenkomsten en gezamenlijke onderzoeken mogelijk te maken. In 2013 maken we net als in 2012 een voortgangsrapportage. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

2010

2011

Doelstelling Doelstelling 2013

2015

Effectindicatoren: Monitoringgegevens beschikbaar in het derde

3% jaarlijks

30% minder CO2

kwartaal van

3% CO2

CO2

uitstoot in 2020

2012

reductie

reductie 2% jaarlijks

E1.1.1

76

20% opwekking van

Programma

Uitvoering

duurzame energie in

Utrechtse Energie

nulmeting

2020

2011-2014

in 2012

2% groei

groei

(nulmeting

duurzame

duurzame

2012)

energie

energie


Indicatoren subdoelstelling 1.1 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

2010

2011

Doelstelling Doelstelling 2013

2015

Prestatie-indicatoren: aantal particuliere

Uitvoerings-

(n.v.t.

woningen die

programma

programma

energiezuiniger

Utrechtse

gemaakt zijn

Energie 3

loopt tot geen

n.v.t.

n.v.t.

500 2014)

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.1.1 Uitvoeringsprogramma

7.105

6.738

346

346

346

Totaal lasten

7.105

6.738

346

346

346

P1.1.1 Uitvoeringsprogramma

100

100

100

100

100

Totaal baten

100

100

100

100

100

7.005

6.638

246

246

246

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

7.005

6.638

246

246

246

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Uitvoeringsprogramma Vanaf 2014 dalen de lasten met 6,424 miljoen euro voornamelijk omdat het incidentele jaarlijkse budget van 6,500 miljoen euro voor het programma Utrechtse Energie dan niet meer begroot is. Daarnaast dalen de lasten vanaf 2013 met 0,248 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld.

3

Alle projecten van het uitvoeringsprogramma Utrechtse Energie krijgen een indicator. 77


Subdoelstelling 2.1: Utrecht is een stad met zo min mogelijk geluidsoverlast en een veilige leefomgeving Subdoelstelling 2.1 Utrecht is een stad met zo min mogelijk geluidsoverlast en een veilige leefomgeving.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.1.1 We willen voldoen aan de

P2.1.1 Preventieve maatregelen nemen bij

wettelijke normen voor externe veiligheid en geluid.

woningen tegen geluid. Beheren

ruimtelijke ontwikkelingen. Isoleren geluidszones van industrieterreinen en reguleren transport gevaarlijke stoffen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 We willen voldoen aan de wettelijke normen voor externe veiligheid en geluid. Te hoge geluidbelasting in de woon- en werkomgeving kan tot gezondheidsproblemen leiden. We willen bij alle ruimtelijke ontwikkelingen voldoen aan de wettelijke normen voor geluid. In de Geluidnota en het Actieplan Geluid is het Utrechtse geluidbeleid vastgelegd. Bij gebruik en opslag binnen inrichtingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen ontstaan risico’s voor de omgeving. We willen voldoen aan alle wettelijke normen voor externe veiligheid zodat de leefomgeving veilig is.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Preventieve maatregelen nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Isoleren woningen tegen geluid. Beheren geluidszones van industrieterreinen en reguleren transport gevaarlijke stoffen. Bij een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. Want in de fase waarin we plannen ontwikkelen kunnen we door een scheiding van geluidbronnen en geluidsgevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld een school of een woning) hinder voorkomen. Bij ruimtelijke plannen onderzoeken we welke maatregelen we kunnen nemen om het geluidsniveau te beperken (zoals stedenbouwkundige opzet, stil wegdek, geluidsafscherming). Het lukt in een hoogstedelijk gebied zoals Utrecht desondanks niet altijd om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Dan moet de afweging gemaakt worden of we het plan niet door laten gaan of wel, maar met een hogere geluidbelasting. Als er geen maatregelen redelijk mogelijk zijn, kunnen we als gemeente ontheffing verlenen tot de in de Wet geluidhinder aangegeven maximale waarde. Dit doen we echter alleen onder compenserende voorwaarden, bijvoorbeeld dat een woning minimaal één gevel heeft met een lager geluidsniveau, een luwe gevel. In de Geluidnota Utrecht staan voorwaarden en spelregels voor een dergelijke ontheffing. Voor de bescherming tegen geluidsoverlast van omwonenden van een industrieterrein en om rechtszekerheid voor bedrijven te bieden, doen we aan ‘zonebeheer’. Zonebeheer wordt ingezet bij de grotere industrieterreinen, waaronder 78


Lage Weide, Oudenrijn, Hooggelegen en twee rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). We beoordelen de geluidsgevolgen van een ontwikkeling in samenhang binnen de zone zodat de omwonenden worden beschermd tegen geluidoverlast en de beschikbare geluidruimte goed over de bedrijven wordt verdeeld. Concreet speelt zonebeheer een rol bij besluiten over gronduitgifte, bouw- en sloopvergunningen, milieuvergunningen, vestiging en uitbreiding van inrichtingen. Ook de haalbaarheid van nieuwe woningen rondom grote industrieterreinen wordt met het instrument van zonebeheer getoetst. Naast de preventieve maatregelen lossen we bestaande knelpunten op. In 2013 saneren we 89 woningen van de A-lijst (wegverkeer). Hiermee verminderen we door het aanbrengen van extra geluidsisolatie de geluidsbelastingen in de woningen. Het aantal woningen is lager dan in voorgaande jaren. Dit komt onder andere doordat circa 60% van de resterende woningen op de A-lijst een monument is. Dat maakt de uitvoering van isolatiemaatregelen ingewikkelder. De geluidwetgeving is sterk in ontwikkeling. Door participatie in werkgroepen en lobbywerk streven wij naar een milieuhygiënisch kwalitatief goede wetgeving die randvoorwaarden geeft voor ruimtelijke ontwikkelingen van een leefbare stad. In 2013 stellen we aan de hand van de in 2012 uitgevoerde geluidkartering een Actieplan Geluid op. Dit doen we elke vijf jaar. Verder zal de Geluidnota van 23 januari 2007 worden geëvalueerd en herzien. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen binnen de gemeente moet de vervoerder een ontheffing aanvragen. Wij toetsen de aanvraag voor ontheffingen in overleg met de politie en de brandweer. Wij bepalen, behalve voor de snelwegen, welke routes het transport mag volgen. We leveren gegevens over externe veiligheid aan het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS). De gegevens uit dit register worden voor een belangrijk deel via de provinciale risicokaarten openbaar gemaakt. We adviseren bij de procedure voor een tracébesluit dat het Rijk neemt in verband met de ontwikkeling van het Doorstroomstation Utrecht (DSSU) binnen het Stationsgebied. We adviseren bij de revisie van omgevingsvergunningen (milieudeel) van alle LPG-tankstations in Utrecht. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2015

Effectindicatoren: 21% van de inwoners

E1.1.1

E1.1.2

ervaart

≤21% van de

≤21% van de

Het percentage

vaak

inwoners

inwoners

inwoners dat vaak

overlast

ervaart vaak

ervaart vaak

overlast van

van

overlast van

overlast van

verkeerslawaai ervaart,

verkeers-

verkeers-

verkeers-

lawaai

lawaai

lawaai

stijgt niet.

Utrecht monitor

2010

Gegevens

Gegevens

Gegevens

Gegevens

De risico's en locaties

gepubli-

gepubli-

gepubli-

gepubli-

van transport en

ceerd op

ceerd op

ceerd op

ceerd op

gebruik gevaarlijke

Provinciale

www.risico www.risico www.risico-

www.risico-

stoffen zijn bekend.

risicokaart

kaart.nl

kaart.nl

kaart.nl

kaart.nl

33%

19%

12%

gereed

Prestatie-indicatoren: Sanering van 532 P1.1.1

woningen op de A-lijst

Eigen

in 2013 voltooid

monitoring

2009

vijf jaarlijkse Volgende Actualiseren EUP1.1.2

geluidskaart

monitor+ n.v.t.

n.v.t.

actualisatie

kaart gereed 2018

79


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.1.1 Preventieve maatregelen

924

886

886

886

886

Totaal lasten

924

886

886

886

886

P2.1.1 Preventieve maatregelen

108

108

108

108

108

Totaal baten

108

108

108

108

108

Saldo lasten en baten

816

778

778

778

778

Lasten

Baten

Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

816

778

778

778

778

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Prestatiedoelstelling 2.1.1: Preventieve maatregelen Vanaf 2013 dalen de lasten met 0,018 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel Beeld.

80


Subdoelstelling 2.2 Utrecht heeft een schone bodem

Subdoelstelling 2.2 Utrecht heeft een schone bodem.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.2.1 De bodem is geschikt voor

P2.2.1 Voortzetten lopende

het gewenste gebruik, zonder

saneringen en nazorgprojecten. Opstarten nieuwe

gevaar voor de gezondheid en wat schoon is, moet schoon blijven.

milieuhygiënische spoedeisende saneringen.

• Bodemonderzoek op verdachte

locaties waar mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

• Invulling gebiedsgericht grondwaterbeleid.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.2.1 De bodem is geschikt voor het gewenste gebruik, zonder gevaar voor de gezondheid en wat schoon is, moet schoon blijven. We willen nieuwe verontreiniging van de bodem voorkomen. En waar de bodem verontreinigd is en risico's voor de gezondheid bestaan, zorgen we dat de bodem weer geschikt gemaakt wordt voor het gewenste gebruik.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.2.1 Voortzetten lopende saneringen en nazorgprojecten. Opstarten nieuwe milieuhygiënische spoedeisende saneringen. Bodemonderzoek op verdachte locaties waar mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Invulling gebiedsgericht grondwaterbeleid Bodemsaneringen worden uitgevoerd door de gemeente, door een bedrijf of door een particulier. Alle saneringen toetsen we volgens de wettelijke procedure. Voor een bodemsanering kan starten, is goedkeuring van de gemeente nodig. Na de uitvoering van de sanering toetsen we de evaluatie van de bodemsanering en de plannen voor de nazorg bij een restverontreiniging. De Utrechtse 'biowasmachine' maakt de gebiedsgerichte aanpak van vervuild grondwater in het stationsgebied mogelijk. Het grondwater in het Stationsgebied is door de maatregelen die we nu nemen over ongeveer 30 jaar verbeterd ten opzichte van 2010 en veel schoner. De gemeente kan met de 'biowasmachine' de ondergrond beter controleren, verontreinigingen beheersen en de afbraak versnellen. Hierdoor blijft schoon grondwater buiten het gebied van de verontreinigingen en is beter beschermd. Voor de partners in het stationsgebied betekent dit dat zij verder kunnen met de ontwikkelingen. We nemen deel aan een Europees project voor kennisuitwisseling over grondwaterbeheer 'Citychlor'. Hiervoor ontvangen we subsidie.

81


We geven in 2013 minder opdrachten voor saneringen dan de voorgaande jaren. Dit is het gevolg van de wetswijzigingen en landelijke beleidswijzigingen naar een meer beheersgerichte aanpak van verontreinigingen. Ook nemen de rijksbijdragen over enkele jaren af, zodat we nu moeten beginnen met het afbouwen van meerjarig projecten. Voor circa vijftien locaties zal de gemeente nazorgplannen voor restverontreinigingen uitvoeren. Gegevens voor burgers en bedrijven over de kwaliteit van de bodem stellen we via Internet beschikbaar. We verwerken ongeveer 9.000 gegevensaanvragen per jaar, waarvan het grootste deel geautomatiseerd via internet wordt afgehandeld. Er is sinds 2010 een daling in het aantal gegevensaanvragen die te maken heeft met de verminderde activiteit op de woningmarkt. We stellen aan het begin van het jaar een bodemprogramma op. Hierin staan de saneringen en onderzoeken die voor 2013 gepland zijn. In 2013 geven we prioriteit aan de volgende activiteiten: Afronding van lopende saneringen en voortzetting van nazorgprojecten. Voorbeelden van belangrijke projecten zijn

• de Nedereindse Plas en de nazorg in het Griftpark. • Opstarten nieuwe saneringen alleen bij milieuhygiënische spoedeisende gevallen. • Bodemonderzoek op verdachte locaties waar mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • Invulling van gebiedsgericht grondwaterbeleid (vooral monitoring). Indicatoren subdoelstelling 2.2 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2015

20%-

20%

20%

20% (gereed)

313.732

209.116

175.000

150.000

10.135

9.212

9.000

10.000

Effectindicatoren: in 2015 zijn bij alle spoedlocaties de risico's weggenomen en alle overige locaties met verontreinigde grond zijn in kaart gebracht en er is zonodig een aanpak opgesteld voor E1.1.1

het saneren van deze

Bodemsanerin

locaties

gs-programma

2011

Prestatie-indicatoren: Beschikte saneringsP1.1.1

Aantal BPE

4

rapporten

Aantal maal P1.1.2

gegevensverstrekking

Eigen

over bodemkwaliteit

monitoring

2010

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.2.1 Schone bodem

5.640

5.993

5.947

5.554

5.554

Totaal lasten

5.640

5.993

5.947

5.554

5.554

Lasten

4

Bodem Prestatie Eenheden. BPE = gesaneerd oppervlak in m2 + 3x gesaneerd volume in m3 + 0,4x gesaneerd volume

grondwater in m3. 82


Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.2.1 Schone bodem

4.873

4.923

4.923

4.923

4.923

Totaal baten

4.873

4.923

4.923

4.923

4.923

767

1.070

1.024

631

631

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

767

1.070

1.024

631

631

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.2.1: Schone bodem Bij de tweede technische wijziging in 2012 zijn de structurele lasten van 0,300 miljoen euro voor de biowasmachine in het Stationsgebied overgeheveld van het programma Stedelijke Ontwikkeling naar het programma Duurzaamheid. Hierdoor stijgen de lasten in dit programma en dalen de lasten bij het programma Stedelijke Ontwikkeling met 0,3 miljoen euro. Daarnaast stijgen de lasten door de uitbreiding van Leidsche Rijn met 0,025 miljoen euro structureel en 0,022 miljoen euro incidenteel. Door het heffen van leges voor de verstrekking van bodeminformatie stijgen de baten met 0,05 miljoen euro. Daarnaast dalen de lasten met 0,030 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. Het saldo stijgt door alle ontwikkelingen met 0,3 miljoen euro. De lasten dalen in 2015 structureel met 0,393 miljoen euro vanwege het vervallen van het incidentele budget corresponderende posten bodemsanering.

83


Subdoelstelling 2.3 Utrecht heeft een gezonde Lucht Subdoelstelling 2.3 Utrecht heeft een gezonde lucht.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.3.1 Minimaal voldoen aan de

P1.1 Uitvoeren maatregelen Nationaal

wettelijke EU-normen voor fijn stof en stikstofdioxide.

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), inclusief jaarlijkse monitor en bijsturing.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.3.1 Minimaal voldoen aan de wettelijke EU-normen voor fijn stof en stikstofdioxide. Utrecht maakt deel uit van het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en hiermee heeft zij zich verplicht om voor 2015 een maatregelenpakket uit te voeren dat moet bijdragen aan het verschonen van de lucht opdat in 2011 aan de grenswaarden voor fijnstof (pm10) en in 2015 aan de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) wordt voldaan.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.3.1 Uitvoeren maatregelen Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), inclusief jaarlijkse monitor en bijsturing De uitvoering van de maatregelen in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit wordt voor een belangrijk deel gedaan binnen het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit. In dat hoofdstuk kunt u de stand van zaken ervan lezen. Elk jaar vindt hiervan ook een monitor plaats. Naast de jaarlijkse landelijke monitor maken we jaarlijks een gemeentelijke monitoringsrapportage waarin we ingaan op het effect van de NSL maatregelen. Indien nodig leggen we aanvullende maatregelen voor om te kunnen voldoen aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De resultaten van het meetnet nemen we mee in de gemeentelijke rapportage. Indicatoren subdoelstelling 2.3 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2012

2015

Effectindicatoren: Geen Norm fijnstof (pm 10)

normover

jaargemiddelde E3.1.1

E3.1.2

84

concentratie

Omschrijving bron

2011

31,0

schrijding

(norm)

μg/m³.

fijnstof

40μg/m3

40μg/m3

Norm fijnstof (pm 10)

34 dagen

aantal dagen

overschrij

Geen

(norm)

overschrijding 24-

ding van

normover

Maximaal 35 Maximaal 35

uursgemiddelde

Monitorings-

50

schrijding

dagen van

dagen van

grenswaarde

rapportage 2011

μg/m³

fijnstof

50μg/m3

40μg/m3


Indicatoren subdoelstelling 2.3 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2012

2015

Prestatie-indicatoren: Zie programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit voor P1.1.1

NSL-maatregelen

Wat mag dat kosten? Wij ramen de lasten en baten van prestatiedoelstelling 2.3.1 in het programma Bereikbaarheid onder subdoelstelling '2.1: Beperking van de groei van het autoverkeer en meer stil en schoon vervoer'.

85


Programmastructuur Bereikbaarheid Utrecht is een aantrekkelijke en bereikbare stad die duurzaam, leefbaar en gezond is.

Doelstelling

Subdoelstelling

1. Utrecht is een stad van OV en fiets

1.1 Meer en aantrekkelijker gebruik van

als alternatief voor de groei van de

OV en fiets door bewoners, bedrijven en

automobiliteit.

bezoekers. 1.2 Slimmere en efficiĂŤntere benutting van het stedelijk wegennet door autoverkeer en meer stil en schoon vervoer.

Bedragen zijn in duizenden euro's.

86

Kosten 36.113

71.615


1.4 Bereikbaarheid Algemene programmadoelstelling Utrecht is een aantrekkelijke en bereikbare stad die duurzaam, leefbaar en gezond is. Voor een aantrekkelijk, leefbaar, gezond en bereikbaar Utrecht zijn alternatieven nodig voor de automobiliteit van, naar en binnen de stad. Een schaalsprong in openbaar vervoer en de fietsinfrastructuur is nodig om de verwachte groei van het autoverkeer te halveren in 2030. Om dit te bereiken werken we samen met de inwoners en het bedrijfsleven in de stad en met andere overheden. De komende jaren zetten wij onder de noemer 'Utrecht Aantrekkelijk en Bereikbaar' een omslag in naar een aantrekkelijk en duurzaam mobiliteitssysteem. Samenhang met andere programma's Het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit heeft een nauwe samenhang met het programma Duurzaamheid op het onderdeel luchtkwaliteit, immers beperking van de groei van automobiliteit komt ten goede aan de bereikbaarheid én de luchtkwaliteit. De doelstellingen voor de luchtkwaliteit staan in het hoofdstuk van het programma Duurzaamheid. De maatregelen uit het programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit die bijdragen aan de luchtkwaliteit staan in dit hoofdstuk beschreven. Bereikbaarheid heeft daarnaast een relatie met de programma's Economie en Stedelijke Ontwikkeling. Relevante omgevingsfactoren Voor de uitvoering van de maatregelen die bijdragen aan de halvering van de groei van de automobiliteit zijn we ook afhankelijk van de andere gemeenten, BRU, provincie en Rijk. De wijken hebben diverse ambities geformuleerd op het gebied van bereikbaarheid. Terugdringen van overlast van verkeer (lucht en geluid) als ook een betere bereikbaarheid en voorzieningen voor de fiets zijn ook belangrijke onderwerpen in wijken. Aan de andere kant kunnen maatregelen aan de infrastructuur ingrijpend zijn voor de directe omgeving waardoor sprake kan zijn van spanningen tussen de belangen op stedelijk niveau en op niveau van staat en/of buurt. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Meerjaren Perspectief Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit 2012 Ambitiedocument Utrecht Aantrekkelijk en Bereikbaar 2012 Studie Benuttingsvariant Utrecht-West 2012 Regionale ov-visie BRU 2011) Actieplan Goederenvervoer 2011 Actieplan Schoon vervoer 2011 Op naar Utrecht Fietsstad 2010 Wijkambities 2012 – 2014

87


Subdoelstelling 1.1: Meer en aantrekkelijker gebruik van openbaar vervoer en fiets door bewoners bedrijven en bezoekers Subdoelstelling 1.1 Meer en aantrekkelijker gebruik van OV en fiets door bewoners, bedrijven en bezoekers.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Meer gebruik fiets.

P1.1.1 Uitvoeren projecten en maatregelen fiets die het gebruik

E1.1.2 Betere doorstroming OV.

van de fiets aantrekkelijker maken. P1.1.2 Uitvoeren projecten en maatregelen op het gebied van ovinfra.

Wat willen we bereiken? Om Utrecht bereikbaar en aantrekkelijk, leefbaar, gezond en duurzaam te houden voor inwoners, bezoekers en bedrijven zijn alternatieven nodig voor de automobiliteit van, naar en binnen Utrecht en binnen en tussen de verschillende wijken. Dat betekent dat mensen andere vervoerwijzen kunnen en willen kiezen. Effectdoelstelling 1.1.1 Meer gebruik van de fiets. Wij zetten in op de fiets als primair vervoermiddel in de stad door snelle, veilige en comfortabele fietsverbindingen en voldoende ruimte om de fietsen vooral in de binnenstad goed te kunnen parkeren in veilige stallingen. Daarbij hoort ook dat de fiets aantrekkelijk is als voor- en natransport vanaf stations, P+R's, bedrijventerreinen en ov-locaties. Effectdoelstelling 1.1.2 Betere doorstroming OV. We kiezen voor de HOV (tram) als basis van het openbaar vervoersysteem, waarbij een goede doorstroming van OV vanzelfsprekend is wat het openbaar vervoer aantrekkelijk maakt.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Uitvoeren projecten en maatregelen fiets die het gebruik van de fiets aantrekkelijker maken. De volgende maatregelen en projecten dragen bij aan ons streven en aan ambities van de wijken, om van de fiets in de stad het primaire vervoermiddel te maken. De realisatie van de top fietsroutes bestaat uit verschillende soorten maatregelen, variërend van een ingrijpende herprofilering van de weg tot kleinere projecten. In 2013 zijn de volgende fietsprojecten gereed: Rio Brancodreef tot Voorstraat, Harmelerwaard/Zandweg, fietsoversteek Herculeslaan – Weg tot de Wetenschap, Einsteindreef / Karl Marxdreef – Goyplein, Helfrichlaan – Leidseweg, Nieuwe Houtenseweg en een deel van de hoofdfietsroute van de Brennerbaan tot en met het stationsplein Station Lunetten. Ook pakken we verschillende knelpunten aan op de fietsroute Binnenstad – De Uithof, ambitie van wijk-Oost en onderdeel van de pilot openbare ruimte binnenstad. In 2013 werken we voor de fietsbrug Amsterdam-Rijnkanaal het Integraal Programma van Eisen uit in een ontwerp en stellen we het bestemmingsplan voor deze brug vast. We starten met de aanleg van de fietstunnel

88


Spinozabrug. Een aantal verkeerslichten zullen we uitbreiden met wachttijdvoorspellers voor fietsers en ook pakken een betere afstelling van VRI's voor fietsen versneld op. De nota Stallen en Parkeren bevat voorstellen voor uitvoering in 2013 van onder andere de invoering van fietsparkeernormen, uitbreiding van de focus voor de realisatie van fietsenstallingen naar OV-knooppunten en voorzieningen en verbetering van de handhaving. Dit is een vraag uit meerdere wijken. We werken onverminderd aan een oplossing voor het fietsparkeren in de binnenstad. We starten, wanneer de haalbaarheidsstudies een positief resultaat opleveren, met de voorbereidingen voor ondergrondse fietsenstallingen op de Neude en het Lucasbolwerk.In het najaar 2013 openen we de fietsenstalling op het Stationsplein-West. Daarmee start de pilot OVT fietsparkeren die als doel heeft te komen tot een optimale balans tussen de bezettingsgraad van de stallingen, de gebruikerskwaliteit en de dekkingsgraad van de kosten. In 2013 voeren we drie weesfietsenacties uit en richten wij een aantal locaties in voor het nieuwe leenfietsenverhuursysteem. Verder openen wij In 2013 twee buurtfietsstallingen en plaatsen fietsklemmen bij op basis van initiatieven uit de wijken. Prestatiedoelstelling 1.1.2 Uitvoeren projecten en maatregelen op het gebied van ov-infra. In 2013 werken wij gestaag verder aan het netwerk van vrije busbanen en aan de Uithoflijn. De realisatie van de onderbouw van de Uithoflijn is in volle gang. In 2013 start de aannemer van ProRail met de werkzaamheden aan de oostelijke sporen, dan worden ook van deeltracé Koningsweg - De Uithof de eerste delen van de onderbouw van de tram opgeleverd. Aan het begin van 2013 besluit BRU over het Definitief Ontwerp voor De Uithoflijn. Voor de bovenbouw start de aanbestedingsprocedure en voor de tracédelen De Uithof en het Stationsgebied en de busbaan Kruisvaart wordt in 2013 het bestemmingsplan vastgesteld. Voor de HOV Zuidradiaal leveren wij, naast bestemmingsplannen, een ontwerp waarbij de busbaan aan de Parkhavenzijde ligt en zoveel als mogelijk opschuift richting Jaarbeurs én waarbij wordt uitgegaan van een weg met 2x1 autorijstroken. Dit ontwerp bevat een fietstunnel voor de hoofdfietsroute die parallel aan het Merwerdekanaal loopt. Wij treffen op de OV-as Utrecht CS – Overvecht een aantal maatregelen voor een betere doorstroming van de bussen, één van de ambities van wijk Overvecht en onderdeel van de pilot openbare ruimte binnenstad. Wij leveren de HOV baan op tussen Papendorp en Nieuwegein, treffen doorstromingsmaatregelen door de Wetering-Zuid en Lage Weide naar station Maarssen, zorgen voor een aansluiting van de buslijnen over de A2 (vanuit de richting IJsselstein/Vianen naar Utrecht CS via de HOV Zuidradiaal) en starten met de aanleg van de busbaan van Strijkviertel tot de stadweg door Rijnvliet. Wij adviseren BRU over het streefbeeld serielijnen in de tramstudie 'de snelle tram' en de dienstregeling 2014. Hierbij houden we rekening met de ambitie uit de wijken om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken door de frequentie, prijs en kwaliteit ervan goed te regelen. De werkzaamheden aan. de spooruitbreiding van het tracé Utrecht CS – Lunetten zijn in 2011 van start gegaan en lopen door tot 2015. Eind 2012 worden de eerste nieuwe sporen in gebruik genomen, waarna de bestaande sporen worden afgebroken. Daarna starten in de loop van 2013 de werkzaamheden aan de oostzijde van het spoor. Zowel de werkzaamheden aan station Utrecht Lunetten als station Utrecht Vaartsche Rijn zijn in volle gang. We starten met de aanleg van het voorplein van station Vaartsche Rijn en stellen voor het voorplein van het nieuwe station Utrecht Lunetten in 2013 een ontwerp vastgesteld en zullen met ProRail afspraken worden gemaakt over de realisatie. n 2013 zullen voor diverse groenstroken langs het spoor de ontwerpen worden opgeleverd. In juni 2013 opent station Leidsche Rijn Centrum, waar tweemaal per uur een sprinter zal stoppen. De frequentie op de station Vleuten en Terwijde wordt verhoogd naar viermaal per uur. De gemeente werkt aan tracébesluit spoorverdubbeling UtrechtLeidsche Rijn

89


Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Realisatie Indicator Effectindicatoren

Bron

Nulmeting

Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

Utrecht Monitor

%

56%

56%

57%

Utrecht Monitor

23%

24%

24%

25%

5

% inwoners die met de fiets naar de E1.1.2

binnenstad gaan % inwoners die met het OV naar de binnenstad

E2.1.1

reizen

Prestatie-indicatoren Fietsbrug Amsterdam P1.1.1

Rijnkanaal

MPB

Ontwerp

Gereed

P1.1.1

Top 5 fietsroutes

MPB

In uitvoering

Gereed

MPB

In uitvoering

Gereed

Fietstunnel P1.1.1

Spinozabrug Nieuw

Implemen-

P1.1.1

leenfietsensysteem

Parkeren

P1.1.1

buurtfietsenstallingen

MPB

P1.1.2

De Uithoflijn

MPB

tatie 2

2

Zuidradiaal bestaande P1.1.2

stad

Gereed

2 Voorlopig

MPB

ontwerp

ov-doorstromings-

Gereed

Korte-termijn

maatregelen CS â&#x20AC;&#x201C;

maatregelen

P1.1.2

Overvecht

MPB

gereed

P1.1.2

HOV Rijnvliet

MPB

In uitvoering

Gereed

In voorP21.2

Voorplein RSSLunetten

MPB

bereiding

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

30.096

9.565

12.199

11.199

5.199

maatregelen openbaar vervoer

20.729

26.548

100.798

128.798

134.298

Totaal lasten

50.825

36.113

112.997

139.997

139.497

0

3.000

3.000

3.000

0

maatregelen openbaar vervoer

0

14.000

81.500

126.500

135.500

Totaal baten

0

17.000

84.500

129.500

135.500

50.825

19.113

28.497

10.497

3.997

Lasten P1.1.1 Uitvoeren projecten en maatregelen fiets P1.1.2 Uitvoeren projecten en

Baten P1.1.1 Uitvoeren projecten en maatregelen fiets P1.1.2 Uitvoeren projecten en

Saldo lasten en baten

5

Voor ontwikkelingen in mobiliteit verwijzen wij ook naar de beleidsmonitor Verkeer.

90


Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Mutatie reserves Reserves toevoeging

928

824

0

0

0

Reserves onttrekking

57.470

17.924

26.484

8.484

1.984

-5.717

2.012

2.012

2.012

2.012

Saldo na mutaties reserve Bedragen zijn in duizenden euro's FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Uitvoeren projecten en maatregelen fiets die het gebruik van de fiets aantrekkelijker maken Wij ramen op deze prestatiedoelstelling de cashflow van de lasten en baten van de lopende meerjarige investeringen fiets. In 2013 verwachten wij voor de uitvoering van de Top 5 fietsroutes, de fietsroute Tussen de rails en de Herenroute 7,690 miljoen euro uit te geven, voor de Fietsbrug Oog in Al 1,0 miljoen euro en voor de Fietstunnel Spinozabrug 1,5 miljoen euro. Daarnaast heeft u met de Voorjaarsnota 2012 besloten 17,0 miljoen euro in te zetten voor fietsparkeren OVT en 5,0 miljoen euro voor verkeersveiligheidprojecten. Prestatiedoelstelling 1.1.2: Uitvoeren projecten en maatregelen op het gebied van ov-infra Wij ramen op deze prestatiedoelstelling de cashflow van de lasten en baten van de lopende meerjarige investeringen openbaar vervoer en de organisatiekosten programma Bereikbaarheid en Luchtkwaliteit. In 2013 verwachten wij voor de uitvoering van de aanleg onderbouw tram CS â&#x20AC;&#x201C; De Uithof 10,0 miljoen euro en de HOV busbaan Leidsche Rijn 5,5 miljoen euro uit te geven, voor de Westtangent en Tangentlijn 10 8,5 miljoen euro, voor HOV Overvecht 1,5 miljoen euro, voor Randstadspoor 0,150 miljoen euro en voor organisatiekosten 1,164 miljoen euro. Daarnaast heeft u met de Voorjaarsnota 2012 besloten efficiencymaatregelen door te voeren op tijdelijke bereikbaarheid en het budget hiervoor met ingang van 2015 structureel te verlagen met 0,1 miljoen euro.

Subdoelstelling 1.2. Beperking van de groei van het autoverkeer en meer stil en schoon vervoer

Subdoelstelling 1.2 Beperking van de groei van het autoverkeer en meer stil en schoon vervoer.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2.1 Betere benutting van de

P1.2.1. Uitvoeren projecten en

bestaande auto-infrastructuur.

maatregelen autogebruik.

E1.2.2 meer stil en schoon vervoer.

P1.2.2 Uitvoeren projecten en maatregelen luchtkwaliteit / goederenvervoer. P1.2.3 Reguleren en exploiteren parkeervoorzieningen.

91


Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.2.1 en 1.2.2 Betere benutting van de bestaande auto-infrastructuur / meer stil en schoon vervoer. We willen de groei van het autogebruik halveren en tegelijkertijd willen we dat de stad bereikbaar is door het efficiënt gebruik van het bestaande wegennet en een evenwichtige verdeling van de beschikbare parkeercapaciteit naar doelgroep, plaats en tijd. Wij streven ook naar meer schoner en stiller vervoer. De wens om maatregelen te nemen tegen de overlast van de verkeersdrukte voor het milieu en voor meer schoon vervoer komt terug in de ambities van alle wijken.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Uitvoeren projecten en maatregelen autogebruik. In 2013 werken we de voorkeursvariant uit voor een opgewaardeerde NRU met als uitgangspunt 80 km per uur. Het project Overste den Oudenlaan-Noord, waarbij een linksaffer wordt gemaakt richting het 24 Oktoberplein, is volgend jaar gereed. De projecten uit het autoprogramma die een relatie hebben met het principe van de stadsboulevard: Linksafverbod ML Kinglaan, Groene Golf Verdeelring, 't Goylaan en Korte termijn maatregelen doorstroming starten in 2013, waarbij naast het principe van een stadsboulevard rekening wordt gehouden met de normen voor de leefbaarheid en luchtkwaliteit. De knip Paardenveld wordt voorbereid. Dit geldt ook voor het linksafverbod Moldaudreef / Zambesidreef waarbij we aandacht besteden aan aanvullende maatregelen voor de verkeerscirculatie in Overvecht in overleg met bewoners. Op Papendorp komt er een directe autoverbinding van de Orteliuslaan, via het Taatseplein naar de Prins Clausbrug. In 2013 openen we P+R De Uithof en een tijdelijke P+R voorziening in Leidsche Rijn Centrum Bij deze laatste P+R voorziening komt ook de halteplaats voor touringcars. In regionaal verband werken wij aan dynamisch verkeersmanagement. We breiden het monitoringsnetwerk (camera's) uit en implementeren maatregelen op straat (DRIP's). Prestatiedoelstelling 1.2.2 Uitvoeren projecten en maatregelen luchtkwaliteit / goederenvervoer. In 2013 starten we, na besluitvorming door de gemeenteraad, met de uitvoering van aanvullende luchtkwaliteitsmaatregelen die uiterlijk in 2015 geëffectueerd moeten worden. Dit pakket bevat hoofdzakelijk bronmaatregelen gericht op personenvervoer, bestelvervoer, taxi’s, goederenvervoer en mobiliteitsmanagement. Naast stimuleringsregelingen ter bevordering van schoon vervoer hanteren we milieuzones voor (indien mogelijk) bestel- en personenvervoer. Om het gebruik van elektrische voertuigen te stimuleren, streven wij naar een logisch netwerk van oplaadpunten in de stad ( thuis, bij bedrijven en in de (semi-)openbare ruimte), ondersteunen wij privé en zakelijke initiatieven van bedrijven en verschonen wij ons eigen wagenpark. In 2013 zullen naar verwachting 150 oplaadpalen (300 oplaadpunten) in de openbare ruimte staan. Om bedrijven te stimuleren in duurzame mobiliteit te investeren, worden ze in 2013 actief benaderd per branche/gebied. In ons eigen wagenpark worden 20 elektrische voertuigen toegevoegd. Het actieprogramma Goederenvervoer richt zich in 2013 op de bevoorrading van winkels en horeca in de(binnen)stad, waarbij de bevoorrading met schonere en zuinige voertuigen en bundeling van bevoorrading centraal staan. Met de aanpak van de bouwlogistiek rond het stationsgebied verwachten wij de kwaliteit van de leefomgeving rondom de toeleidende routes en de bouwplaats te verbeteren. In Lage Weide starten we projecten om de multimodaliteit te bevorderen en ook een meer duurzame logistiek te bereiken. In 2013 starten we ook met de uitvoering van het actieplan De Gebruiker Centraal. De pilot openbare ruimte Binnenstad start, waarvan de fietsroute centrum – De Uithof, fietsparkeren binnenstad, aanpak omgeving station Vaartsche Rijn en verbetering van het OV centrum – Overvecht deel uitmaken.

92


Prestatiedoelstelling 1.2.3 Reguleren en exploiteren parkeervoorzieningen. In 2013 nemen wij na vaststelling door uw gemeenteraad van de strategienota Parkeren en Stallen de uitvoering concreet ter hand door bijstelling van de parkeernormen, de methodiek voor de invoering van betaald parkeren houden we tegen het licht en parkeerverordeningen en het uitgiftebeleid worden op de benodigde onderdelen aangepast. Daarnaast wordt het parkeerverwijssysteem verbeterd en werken we verder aan een verbetering van de dienstverlening waarbij we gebruik maken van de mogelijkheden die digitalisering biedt. De gecombineerde uitvoering van de verschillende handhavingstaken krijgt vorm in de nieuwe VTH organisatie waarin de Vergunnings-, Toezicht- en Handhavingstaken gebundeld worden. Prestatiedoelstelling 1.2.4 Bevorderen Verkeersveiligheid. In 2013 gaan we verder met de aanpak van de grootste verkeersveiligheidsknelpunten. De aanpak van de Cartesiusweg ter hoogte van de Schepenbuurt, ĂŠĂŠn van de ambities van Wijk-West, ronden we in dit kader af. In het kader van het project As van Berlage heffen we de busbanen op de Van Hoornekade en de Egmondkade op en maken we de fietsroutes veiliger. In lijn met de wens die leeft in wijk Noordoost treffen we, indien het onderzoek aangeeft dat dit mogelijk is, maatregelen om de toegestane snelheid op de kardinaal De Jongweg terug te brengen naar 50 kilometer/uur, indien het onderzoek aangeeft dat dit mogelijk is. Het Utrechtse Verkeersveiligheidslabel richt zich in 2013 niet alleen op uitbreiding met nieuwe scholen maar ook op het onderhouden van het veiligheidslabel. Hiervoor vindt eenmaal in de twee jaar een herijking plaats van scholen met zo'n label. Indicatoren subdoelstelling 1.2 Indicator Effectindicatoren:

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

9%

8%

8%

7%

6

% inwoners dat met de E1.2.

auto naar de binnenstad

Utrecht

reist

Monitor

Prestatie-indicatoren: Reconstructie overste den P1.2.1

Oudenlaan

MPB

P1.2.1

Aantal combikaarten

Parkeren

125.000

147.000

123.000

Gereed

+848

+499

+1.000

+2.500

80%

80%

Aantal gefiscaliseerde P1.2.1

parkeerplaatsen

Parkeren

P1.2.1

Betalingsbereidheid

Parkeren

P1.2.1

P+R De Uithof Leidsche

.

RijnC 7

MPB

gereed

P1.2.2

Aantal oplaadpunten

MPB

200

MPB

gereed

Gereed

Aanpak verkeersonveilige P1.2.4

situatie Cartesiusweg

6

Voor ontwikkelingen in mobiliteit verwijzen wij ook naar de beleidsmonitor Verkeer.

7

Met de installatie van de nieuwe parkeerautomaten op P+R Westraven hebben we geconstateerd dat de verhouding

tussen de afzet van de combikaart en de kortparkeerkaart verschoven is, waardoor we nu een meer reĂŤle inschatting kunnen maken van het aantal af te zetten combikaarten. 93


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

12.818

31.198

6.907

2.682

2.682

0

18.705

13.635

750

750

parkeervoorzieningen

20.413

21.712

22.063

22.771

23.672

Totaal lasten

33.231

71.615

42.605

26.204

27.104

2.180

18.105

3.875

0

0

0

8.235

4.185

0

0

parkeervoorzieningen

24.255

26.395

26.928

27.786

28.687

Totaal baten

26.435

52.735

34.988

27.786

28.687

6.796

18.880

7.618

-1.582

-1.582

Lasten P1.2.1 Uitvoeren projecten en maatregelen autogebruik P1.2. 2 Uitvoeren projecten en maatregelen Lucht P1.2.3 Reguleren en exploiteren

Baten P1.2.1 Uitvoeren projecten en maatregelen autogebruik P1.2.2 Uitvoeren projecten en maatregelen Lucht P1.2.3 Reguleren en exploiteren

Saldo lasten en baten Mutatie reserves Reserves toevoeging

8.806

8.874

14.460

16.567

16.648

Reserves onttrekking

15.256

50.815

23.917

2.995

1.767

346

-23.062

-1.839

11.990

13.299

Saldo na mutaties reserve Bedragen zijn in duizenden euro's. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Uitvoeren projecten en maatregelen autogebruik Op deze doelstelling ramen wij de cashflow van de lasten en baten op de meerjarige investeringen auto en P+R en de organisatiekosten voor verkeer-, vervoer- en parkeerbeleid. In 2013 verwachten wij voor de P+R De Uithof 15,0 miljoen euro uit te geven, voor P+R Leidsche Rijn Centrum 5,5 miljoen euro, voor Bereikbaarheid stationsgebied 5,0 miljoen euro, voor knips 2,5 miljoen euro, voor het wegnummer- en informatiesysteem 0,75 miljoen euro, voor korte termijn maatregelen doorstroming 0,255 miljoen euro, voor plankosten maatregelen Utrecht-West 0,250 miljoen euro en voor de organisatiekosten 2.457 miljoen euro. Daarnaast heeft u met de Voorjaarsnota 2012 besloten het budget voor de P+R's-West en Noordoost met 56,6 miljoen euro, voor Maatregelen Utrecht-West met 10,0 miljoen euro en voor het parkeer reizigersinformatiesysteem met 1,0 miljoen euro te verlagen en 1,2 miljoen euro te bestemmen voor nadeelcompensatie AC restaurant. Daarnaast dalen de lasten met 0,70 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Prestatiedoelstelling 1.2.2: Uitvoeren projecten en maatregelen luchtkwaliteit / goederenvervoer Op deze doelstelling ramen wij de cashflow van de lasten en baten op de meerjarige investeringen voor de aanpak knelpunten Luchtkwaliteit en goederenvervoer. In 2013 verwachten wij voor luchtbehandeling Stadsbaan Leidsche Rijn Centrum 10,0 miljoen euro uit te geven voor de actieplannen Schoonvervoer en goederenvervoer 6,040 miljoen euro, 94


voor de kwaliteit openbare ruimte binnenstad 2,7 miljoen euro, voor het Actieplan De Gebruiker Centraal 2,0 miljoen euro en voor autodelen, monitoren en onderzoek en het meetnet luchtkwaliteit 0,37 miljoen euro. Daarnaast heeft u met de Voorjaarsnota 2012 besloten het budget voor het Actieplan De Gebruiker centraal te verlagen met 0,750 miljoen euro. Daarnaast houden wij in het project Maatregelen Utrecht-West rekening met uw Amendement Betere verbinding door Papendorp 0,5 miljoen euro. Prestatiedoelstelling 1.2.3: Reguleren en exploiteren parkeervoorzieningen De lasten stijgen met 1,299 miljoen euro en de baten stijgen met 2,140 miljoen euro. Dit wordt vooral veroorzaakt door de opening van de parkeergarages Lombok, Maliebaan, P+R De Uithof en de uitbreiding van fiscaal gebied. Daarnaast ramen wij hogere baten straatparkeeropbrengsten door een betere betalingsbereidheid. Daarnaast heeft u met de Voorjaarsnota 2012 besloten in verband met het financieel beeld van de gemeente 1,0 miljoen euro te onttrekken aan de parkeerreserve en efficiencymaatregelen door te voeren op parkeerhandhaving en het budget hiervoor met ingang van 2015 structureel te verlagen met 0,15 miljoen euro. Daarnaast dalen de lasten met 0,34 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De toevoeging aan de programmareserve van 9,698 miljoen euro bestaat uit: Een storting tot 2020 van het jaarlijks budget voor het Actieplan Fiets 0,824 miljoen euro.

• • Een storting van 8,874 miljoen euro voor de aanpak van knelpunten autoverkeer.

De onttrekking aan de programmareserve van 56,770 miljoen euro bestaat uit: Een onttrekking van 33,994 miljoen euro in verband met het financieel beeld van de gemeente (Voorjaarsnota 2011

• 14,618 miljoen euro en Voorjaarsnota 2012 19,376 miljoen euro). Een • onttrekking van 21,924 miljoen euro voor de meerjarige investeringen openbaar vervoer (10,150 miljoen euro), fiets (5,402 miljoen euro), P+R Leidsche Rijn Centrum (5,5 miljoen euro) en organisatiekosten (0,872 miljoen euro). • Een onttrekking van 0,347 miljoen euro voor de kapitaallasten transferium Westraven. • Een onttrekking van 0,505 miljoen euro voor beheer en onderhoud van stallingsvoorzieningen.

95


Programmastructuur Openbare Ruimte en Groen De betrokkenheid van bewoners voor de prachtige groene stad Utrecht motiveert ons om de gezamenlijke buitenruimte goed te onderhouden. Daarmee maken we voor de bewoners een veilige en aantrekkelijke leefomgeving, die uitnodigt tot sociaal gedrag en ontmoeting.

Doelstelling

Subdoelstelling

1 Openbare ruimte is veilig en

1.1 De openbare ruimte is heel, veilig en

functioneel.

functioneel. 1.2 Het afval- en hemelwater wordt veilig

Kosten 37.946

27.892

en milieuvriendelijk afgevoerd en de waterkwaliteit is goed. 2 Openbare ruimte is groen en schoon

2.1 De buitenruimte is schoon en het

en nodigt uit tot ontmoeting.

groen is onderhouden 2.2 We richten het groen zo in dat

37.314

5.060

aantrekkelijk en bereikbaar wordt. 2.3 Afval wordt op efficiĂŤnte wijze gescheiden ingezameld om de klant van dienst te zijn. Bedragen zijn in duizenden euro's.

96

34.359


1.5 Openbare Ruimte en Groen Algemene programmadoelstelling De betrokkenheid van bewoners voor de prachtige groene stad Utrecht motiveert ons om de gezamenlijke buitenruimte goed te onderhouden. Daarmee maken we voor de bewoners een veilige en aantrekkelijke leefomgeving, die uitnodigt tot sociaal gedrag en ontmoeting. Dit programma omvat het beheer en onderhoud van de openbare ruimte evenals de ontwikkeling van het groen in en om de stad en de inzameling van het huishoudelijk afval. De leidende thema's voor dit programma zijn ‘schoon, heel en veilig’ en 'duurzaam aantrekkelijk'. We werken hieraan op een zo duurzaam mogelijke wijze. Sociale veiligheid nemen we mee bij herinrichtingen van plekken, bij de totstandkoming van wijkgroenplannen en het uitvoeren van bewonersmeldingen zoals snoeien van overhangend groen. Een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke leefomgeving, waar burgers zich thuis voelen, is speerpunt van ons beleid. We houden vast aan onze ambitie voor een schoon, heel en veilig Utrecht. De ruimtelijke ontwikkeling van onze stad vergroot de opgave die Utrecht heeft bij het beheer van de openbare ruimte. Ook neemt het gebruik van de openbare ruimte sterk toe en stellen mensen hogere verblijfs- en belevingseisen aan de openbare ruimte. De openbare ruimte is ontmoetingsplek bij uitstek. Mensen willen steeds meer betrokken worden bij planvorming, gebruik en beheer. Om aan deze eisen te kunnen voldoen is het noodzakelijk dat van plan tot realisatie tot beheer de optimale keuzes gemaakt worden en dus afstemming plaatsvindt. Een verkeerde investering bij de inrichting van de openbare ruimte kan leiden tot hogere beheerkosten, als alleen een lage beheersinspanning mogelijk is, kan een omvangrijke investering teniet worden gedaan. De total cost of ownership bepaalt of een ruimtelijke ontwikkeling voor een gemeente als totaal kostenefficiënt is. We werken daarom meer dan voorheen samen met de inrichters van de openbare ruimte. In de openbare ruimte verschuift de betrokkenheid van bewoners en gebruikers van inspraak naar participatie: meedenken aan de voorkant. Gebruik en beleving krijgen daardoor een grotere plaats in de besluitvorming. Bewoners kijken niet primair naar aspecten als rafeling en randschade, maar ook naar sociale veiligheid, kwaliteit van kinderspeelplaatsen, zwerfvuil. Gebruik en misbruik van de openbare ruimte spelen in hun beleving een veel belangrijker rol. Bij het bepalen van prioriteiten gaan steeds meer andere maatschappelijke problemen een rol spelen. Werk aan de openbare ruimte kan niet meer uitsluitend gebaseerd zijn op civieltechnische schadebeelden (problemen, knelpunten) maar ook op kansen, op positieve ontwikkelingen. Wij zoeken naar win-win-situaties, waarbij maatregelen gunstig zijn voor meerdere doelen en het hoogste maatschappelijke 'rendement' opleveren voor de leefbaarheid in de buurt of straat Een meer integrale benadering van het ontwerpen, inrichten, en beheren van de openbare ruimte is het antwoord om een meer leefbare leefomgeving te krijgen voor bewoners en gebruikers. Bewoners en gebruikers zien het geheel en geven op grond daarvan een oordeel. Daar waar bij vegen, onkruidbestrijding en groenonderhoud al soepel ingespeeld wordt op wensen vanuit de wijk, is dit bij het technisch onderhoud minder eenvoudig. Toch wordt ook hier vooraf rekening gehouden met de wijkambities bij het opstellen van de planningen voor groot onderhoud, vanzelfsprekend daar waar de veiligheid niet in het geding is. Daarbij speelt naast interne afstemming gericht op ontwikkel- en beheerorganisatie, ook de verbreding naar andere beheerders een rol. Hiervoor willen we als kaderstellend het Handboek inrichting Openbare Ruimte vernieuwen en blijven gebruiken. Voor bewoners blijft daarnaast van belang dat werkzaamheden goed op elkaar worden afgestemd zodat de gebruikers zo min mogelijk overlast ervaren. Een goede communicatie vooraf is hierbij essentieel. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Nota Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte 2012-2015 Verbreed rioleringsplan 2011-2014 Groenstructuurplan Meerjarenplanning Groen2013-2016 (Nog niet beschikbaar, volgt later) Nota afvalbeleid gemeente Utrecht 2011-2014

97


Subdoelstelling 1.1: Openbare ruimte is heel, veilig en functioneel Subdoelstelling 1.1 De openbare ruimte is heel, veilig en functioneel.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 In de openbare ruimte kan iedereen zich veilig verplaatsen en verblijven.

P1.1.1 We werken achterstallig onderhoud weg aan de kapitaalgoederen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 In de openbare ruimte kan iedereen zich veilig verplaatsen en verblijven. Door de kapitaalgoederen in de openbare ruimte te onderhouden blijven deze heel, veilig en functioneel en kunnen de gebruikers zich veilig verplaatsen en verblijven. Met het onderhoud beogen we tevens de bereikbaarheid van de stad te ondersteunen, waarbij de fiets hoge prioriteit krijgt. Het groot onderhoud voeren we projectmatig uit en wordt afgestemd met andere programma's om synergie te bereiken (Nota Kapitaalgoederen (NKG)). Met het grootschalig onderhoud aan de historierijke werven en werfmuren van de Oude- en de Nieuwegracht houden we het verleden levend en dragen we bij aan een aangenaam en interessant verblijf in de stad voor nu en de toekomst

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 We werken achterstallig onderhoud weg aan de kapitaalgoederen. We pakken als eerste het achterstallig onderhoud aan op plaatsen waar de veiligheid en de functionaliteit in het geding zijn. Als uiterste maatregel stellen wij een kapitaalgoed tijdelijk buiten gebruik. Hierdoor kan de veiligheid te allen tijde gegarandeerd worden. Alle projecten die noodzakelijk zijn om de kapitaalgoederen functioneel en veilig te houden worden bezien op kansen voor samenwerking met andere gewenste ontwikkelingen in de stad, zoals bereikbaarheid, gebiedsontwikkeling en de wijkambities. Volgens de nota kapitaalgoederen Openbare Ruimte blijft het achterstallig onderhoud gelijk bij groot onderhoud ter hoogte van 21 miljoen euro. Komende jaren hebben we hiervoor 14,9 miljoen euro per jaar beschikbaar. Dit is lager dan voorgaande jaren onder meer door het teruglopen van subsidies en door de aflossing van de investeringsimpuls in het kader van de crisis. Naar aanleiding van het Rekenkamerrapport wordt najaar 2011 een analyse uitgevoerd naar de aard van dit achterstallig onderhoud, de relevantie van het hanteren van de CROW â&#x20AC;&#x201C; normen en de hantering van het begrip economisch rationeel beheer. In de eerste helft van 2013 trekken we hier nadere conclusies uit. Binnen deze doelstelling voeren we onderhoud bij kapitaalgoederen uit. Dit bestaat uit het repareren en opknappen (bijvoorbeeld schilderen) van voorzieningen en het geheel of gedeeltelijk vervangen, het groot onderhoud. Het regulier beheer en vervangingsinvesteringen kent een geleidelijke overgang. De omvang, en de daarmee samenhangende kosten, maken dat we het groot onderhoud noemen ten laste van het budget voor vervangingsinvesteringen. Na afloop van de werkzaamheden staat er nagenoeg hetzelfde object als daarvoor, met dezelfde functie en hetzelfde of verbeterd aanzien. 98


Concreet pakken we de volgende werkzaamheden aan: Tien hoofdwegen krijgen groot onderhoud.

• • Van zeven fietspaden in hoofdfietsroutes wordt het comfort verbeterd. • In meer dan 60 straten in woongebieden worden slechte bestrating van trottoirs, rijbanen en parkeerplaatsen aangepakt, waaronder in de binnenstad (de Domstraat en de Korte Jansstraat in de pilot Openbare Ruimte Binnenstad) en in diverse samenwerkingprojecten in de Krachtwijken.

• 3,9 hectare aan heestervakken en grasvelden wordt vernieuwd. • In meer dan 60 straten vervangen we dode bomen door nieuwe aanplant en voeren we levensduurverlengende maatregelen uit door kroonreductie en standplaatsverbetering. A • cht projecten op het gebied van civiele constructies (bruggen, beschoeiing, kademuren, et cetera. • We gaan door met het grootschalig renoveren van de Wal- en kluismuren van de Oude- en Nieuwegracht. • Vijf verkeersregelinstallaties worden vervangen. • Op het gebied van openbare verlichting we vervangen 700 armaturen(lamphouders), 1.000 lichtmasten, vijftien kilometer kabel en 30 voedingskasten en brengen we LEDverlichting aan. Op • de begraafplaatsen voeren we groot onderhoud uit aan groen, bomen en paden en op het Landgoed Amelisweerd doen we dat uiteraard in lijn met de visie Amelisweerd.

Voor een overzichtskaart met alle projecten verwijzen we u naar www.utrecht.nl/utrechtwerktaanutrecht. Aansluiting groot onderhoud kapitaalgoederen op de wijkambities De meeste wijkambities voor de openbare ruimte betreffen het vergroenen van de openbare ruimte en het goed onderhouden van het bestaande groen. We dragen via het onderhoud bij aan het vergroenen van de stad door waar het wenselijk is door verharding om te zetten in groen. Dit doen we vooral in de aanpak van boomwortelopdruk in woonbuurten en door bij wegenprojecten 'niet gebruikte' verharding (bermen tussen wegen) om te zetten in groen, waar het kan. We leveren op deze wijze een bescheiden bijdrage aan een groenere stad door in 2013 circa 3.000 m2 te vergroenen. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Indicator

Bron

Nulmeting

SW

40 (2008)

SW

0 (2007)

SW

0% (2009)

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

19

N.n.b.

22

24

33%

42%

57%

74%

12,5%

25%

25%

100%

Effectindicatoren: Aantal functiebeperkende E1.1.1

maatregelen

Prestatie-indicatoren: Energiebesparing met 12.000 nieuwe P1.1.1

armaturen In 2015 aangelegd vier kilometer

P1.1.1

natuurvriendelijke oever

99


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

wegwerken

46.807

37.946

36.369

36.369

27.901

Totaal lasten

46.807

36.946

36.369

36.369

27.901

wegwerken

3.883

3.883

3.883

3.883

3.883

Totaal baten

3.883

3.883

3.883

3.883

3.883

42.924

34.063

32.486

32.486

24.018

Toevoeging reserves

5.000

4.000

4.000

4.000

5.000

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

47.924

38.063

36.486

36.486

29.018

Lasten P1.1.1 Achterstallig onderhoud

Baten P 1.1.1 Achterstallig onderhoud

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Achterstallig onderhoud wegwerken: De daling van de lasten in 2013 van 2,28 miljoen euro wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. In 2014 dalen de lasten vanwege de intern verzelfstandig van Stadswerken. In de referentie business case interne verzelfstandiging is aangegeven dat 0,7 miljoen euro bespaard kan worden. De daling van de lasten in 2016 ten opzichte van 2015 wordt veroorzaakt door de geprognosticeerde financiële afronding van het project wal- en kluismuren in 2015. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De toevoeging van 4 miljoen euro betreft een storting in de algemene dekkingsreserve voor de aflossing van de investeringsimpuls van in totaal 28 miljoen euro voor de openbare ruimte. In de jaren 2011 tot en met 2016 betalen we 4 miljoen euro per jaar terug.

100


Subdoelstelling 1.2: Openbare ruimte is heel, veilig en functioneel Subdoelstelling 1.2 Het afval- en hemelwater wordt veilig en milieuvriendelijk afgevoerd en de waterkwaliteit is goed.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1 Een goed functionerend rioolstelsel.

P1.1 Vervangen en re-linen van vijf kilometer riolering per jaar, het realiseren

E1.2 Ecologisch gezond en aantrekkelijk water.

van 2 bergbezinkbassins per jaar en afkoppelen van 8 hectare verhard oppervlak. P1.2 Het op diepte houden en verbeteren van doorstroming en inrichting van

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.2.1 Een goed functionerend rioolstelsel. Door het rioolstelsel in de openbare ruimte goed te beheren en te onderhouden zorgen we ervoor dat het afvalwater veilig wordt ingezameld, zonder risico’s voor de volksgezondheid en het milieu. Het hemelwater zamelen we in en verwerken we op een dusdanige manier dat er geen wateroverlast op straat optreedt. Het streven is om zoveel mogelijk hemelwater via de bodem of via waterwegen af te laten vloeien. Hierdoor ontstaat meer bergingscapaciteit in het rioolstelsel en wordt voorkomen dat relatief schoon water naar de zuivering gaat. Dit heeft tevens een groot effect op de doelstelling 'ecologisch gezond en aantrekkelijk water'. Effectdoelstelling 1.2.2 Ecologisch gezond en aantrekkelijk water.

• We streven, in nauwe samenwerking met het waterschap, naar een goede waterkwaliteit, zowel chemisch, ecologisch als in de beleving. • We willen een goede doorstroming in watergangen bereiken en deze op diepte houden. • We beogen een betere inrichting in en langs de watergangen. • Tevens geven we invulling aan de gemeentelijke zorgplicht om structurele grondwateroverlast, veroorzaakt door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte, te voorkomen.

101


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Vervangen en re-linen van vijf kilometer riolering per jaar, het realiseren van twee bergbezinkbassins per jaar en afkoppelen van acht hectare verhard oppervlak. We inspecteren de riolering en nemen maatregelen om de kans op instorting van de riolering te voorkomen. Hiervoor is een vervangingsplan opgesteld en vervangen en re-linen we dit jaar vijf kilometer riool. Concreet vindt dit plaats in de Drieharingenstraat (Bi), Bakerlaan, Kamenierslaan, Ganzenhoedsterlaan, Zonnedauw, Sleutelbloem, Zevenblad, Ouderijnsingel, Kalverstraat, Boelenslaan (VDM), Korte Vosstraat, Engelen van Pijlsweerdstraat, Schouwweteringstraat, Noordse Parklaan/Enthofstraat (NW), Bergbezinkriool Franciscusdreef (Ov), Albatrosstraat, Van Esveldstraat, Burg. Reigerstraat (O) en aan De Helling (Z). Ook treffen we maatregelen om wateroverlast te voorkomen. Hiervoor wordt de bergingscapaciteit van het rioolstelsel vergroot. We breiden het aantal bergbezinkbassins om rioolwater op te vangen verder uit met 2 stuks aan de Catharijnesingel (Bi) en in het Springerpark (NW). Tevens koppelen we 8 ha verhard oppervlak af door waterpasserende verharding en goten aan te leggen, voornamelijk in samenwerking met diverse herontwikkelingsprojecten in de (kracht)wijken. Prestatiedoelstelling 1.2.2 Het op diepte houden en verbeteren van doorstroming en inrichting van watergangen. Dit jaar voeren we de volgende maatregelen uit om de waterkwaliteit te verbeteren: Het verwijderen van circa 40.000 tot 50.000 m3 bagger uit de tertiaire watergangen en vervangen van niet goed

functionerende duikers. In 2013 wordt onder andere gebaggerd in Overvecht-Noord, Vechtzoom (Ov), Zuilen-Noord (NW), Tuindorp-Noord (NO) en Parkwijk (Leidsche Rijn).

• • Het opstellen en uitvoeren samen met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden van wijkwaterplannen, waarin Het verbeteren van de doorstroming in het Wilhelmina-(O) en het Julianapark (NW).

per wijk maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit worden vastgelegd. In 2013 worden de

wijkwaterplannen Binnenstad en West afgerond en wordt gestart met de wijkwaterplannen van Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn. De wijkwaterplannen van de overige zes wijken zijn in uitvoering. In het oog springende maatregelen zijn de herinrichting van de oevers in het Spoorzoompark (Ov) en Hoograven (Z), de aanleg van een nieuwe watergang in Tuindorp-Noord (NO) en het opknappen van de zwemplas in de Voorveldsepolder (NO).

• betrokkenen in de wijk over welke projecten wanneer worden uitgevoerd. • Voor het verminderen van de grondwateroverlast wordt dit jaar in de wijk Hoograven en de woonkern De Meern Bij de wijkwaterplannen die we in iedere wijk samen met het waterschap opstellen, maken we afspraken met

gelijktijdig met vervanging van de riolering ongeveer twee kilometer nieuwe drainage aangelegd.

Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

SW

50 (2009)

HDSR

10% (2006)

SW

100% ((2009)

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

50

50

50

50

10%

10%

20%

30%

100%

100%

100%

100%

Effectindicatoren: Aantal toegekende schadeclaims in verband met niet E1.2.1

functioneren riolering Percentage wateren met

E1.2.2

score goed

Prestatie-indicatoren: Aantal claims t.g.v. niet P1.2.1

functionerende riolering Jaarlijks vijf kilometer re-

P1.2.1

linen/vervangen

SW

100% (2009)

P1.2.2

Kubieke meters gebaggerd

SW

29.000 (2009)

SW

0 (2010)

100%

130%

100%

100%

30.000

80.000

50.000

50.000

0%

0%

25%

75%

Maatregelen uit wijkwaterplannen met prio P1.2.2

102

hoog uitgevoerd


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

26.065

26.806

25.477

25.454

26.348

3.950

1.087

1.087

1.087

1.087

30.015

27.892

26.564

26.541

27.435

35.054

35.287

35.287

35.287

35.287

0

0

0

0

0

35.054

35.287

35.287

35.287

35.287

-5.039

-7.395

-8.724

-8.747

-7.853

Lasten P1.2.1 Vervangen en re-linen van vijf kilometer riolering P1.2.2 Het op diepte houden en verbeteren van doorstroming en inrichting van watergangen Totaal lasten Baten P1.2.1 Vervangen en re-linen van vijf kilometer riolering P1.2.2 Het op diepte houden en verbeteren van doorstroming en inrichting van watergangen Totaal baten Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

1.000

1.000

1.000

0

Onttrekking reserves

0

1.300

0

0

0

-5.039

-7.695

-7.724

-7.747

-7.853

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Vervangen en re-linen van vijf kilometer riolering: De lasten zijn conform het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Utrecht 2011-2014. De uitgaven voor de riolering kennen een piek in de periode 2010-2013 door het realiseren van het centrale besturingssysteem op de rioolgemalen. Omdat daarna ook de uitgaven voor milieumaatregelen minder worden, dalen vanaf 2014 de totale uitgaven. Om een al te hoge tariefstijging van de rioolheffing in de jaren 2010-2013 tegen te gaan, zijn een deel van de vervangingsinvesteringen gekapitaliseerd. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves In 2009 en 2010 is uit de algemene dekkingsreserve in totaal 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de crisisimpuls rioleringen. In de jaren 2011 tot en met 2015 betalen we deze terug door 1 miljoen euro per jaar over te hevelen van de vaste activareserve rioleringen naar de algemene dekkingsreserve. De onttrekking aan het egalisatiefonds rioleringen in 2013 betreft de inzet van het gerealiseerde efficiency voordeel 2011 van 1,3 miljoen euro ter demping van de tariefstijging rioolheffing in 2013.

103


Subdoelstelling 2.1: De buitenruimte is schoon en het groen is onderhouden Subdoelstelling 2.1 De buitenruimte is schoon en het groen is onderhouden.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.11 De buitenruimte is schoon en het groen is netjes onderhouden.

P2.1.1 Schoonhouden van de openbare ruimte. P2.1.2 Onderhouden van het groen. P.2.1.3 Handhaving van de algemene regelgeving, voorschriften en vergunningen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 De buitenruimte is schoon en het groen is netjes onderhouden. De gebruiksdruk op de openbare ruimte blijft toenemen. Oorzaken hiervan zijn een aanhoudende groei van het inwonertal van Utrecht en economische en sociale ontwikkelingen. Om het met de gemeenteraad afgesproken niveau voor groen en schoon stadsbreed te kunnen handhaven, moeten we steeds grotere inspanningen leveren. Naast deze toename van de gebruiksdruk, is er ook sprake van een groeiende behoefte van gebruikers van de openbare ruimte om invloed uit te oefenen op de inrichting, het beheer en onderhoud en het gebruik van de openbare ruimte. Dit komt duidelijk naar voren in de wijkambities: meer participatie, meer afstemming met bewoners en zelfbeheerders en het stimuleren van zelfbeheer worden in meerdere wijken als ambitie genoemd. Daarnaast komen vergroening/uitbreiding van groen, meer aandacht voor schoon en het verbeteren van het beheer van groen als wensen van bewoners naar voren. Geveltuintjes, beplante boomspiegels en plantenbakken kunnen bijdragen aan het vergroenen van de stad: deze geven een straat direct een groenere, aantrekkelijkere uitstraling. Deze vorm van vergroening kan uitstekend, zonder toestemming van de gemeente, in zelfbeheer plaatsvinden. Deze vormen van zelfbeheer blijven we daarom onder de aandacht van de bewoners brengen. Echter, zelfbeheer is en blijft een initiatief van bewoners.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Schoonhouden openbare ruimte. De kwaliteit op het gebied van schoon voldoet de laatste jaren ruimschoots aan de afgesproken norm (maximaal 10% van de gemeten punten scoort lager dan voldoende). Dit willen we vasthouden in 2013, maar het biedt tegelijkertijd mogelijkheden om invulling te geven aan bewonerswensen. We gaan door met het beeldgestuurd werken, periodiek schouwen en waar nodig de werkzaamheden bijsturen. In een pilot(buurt) willen we de bewoners vragen hoe en in welke mate zij betrokken willen worden op het gebied van schoon Daarbij laten we hen tevens aangeven voor welke locaties zij het belangrijk vinden dat het schoon is, en waar het een tandje minder kan. Dit gaan we doen in Wittevrouwen. In de Binnenstad staat de beeldkwaliteit, juist op het gebied van schoon, erg onder druk: op dit moment scoren we een ruime zes, terwijl dit een zeven zou moeten zijn. Een belangrijke wijkambitie van de binnenstad is een schone openbare ruimte. We onderzoeken of en hoe dit binnen het Programma is op te lossen door extra inzet en een 104


andere inzet van de medewerkers en het materieel. Bewoners van de binnenstad willen tevens dat horecaondernemers medeverantwoordelijkheid nemen voor het schoonhouden van de openbare ruimte tijdens evenementen. Dit aspect wordt besproken in de reguliere overleggen waarbij de ondernemers vertegenwoordigd zijn. Prestatiedoelstelling 2.1.2 Onderhouden van het groen. Ook bij het onderhoud van groen zien we dat we de norm ruim behalen door beeldgestuurd te werken. Bewoners die het initiatief hebben genomen een stukje openbare ruimte in beheer te nemen, blijven we beperkt ondersteunen. Nieuwe zelfbeheerinitiatieven ondersteunen we zoveel mogelijk. Grotere betrokkenheid en zeggenschap van de mensen voor wie we het doen, daar waar het opportuun is, is wat wij graag willen bereiken. Dit kan zo ver gaan dat buurten zelf bepalen welk groenonderhoud belangrijk is, en welk niet. Deze benadering willen we integreren in de pilot in Wittevrouwen als hierboven genoemd met schoon. In Oost en Noordoost hebben bewoners de ambitie uitgesproken het onderhoudsniveau van respectievelijk het Wilhelminapark, Park Bloeyendael, de Tivolituin en het Griftpark op het huidige niveau te handhaven en, waar mogelijk, te verbeteren. Het handhaven van het huidige onderhoudsniveau is binnen de begroting in te passen. Verhogen van het niveau is grotendeels te bereiken door het dagelijks onderhoud van de gemeente goed af te stemmen op de plannen en werkzaamheden van de beheergroepen. Prestatiedoelstelling 2.1.3 Handhaven de algemene regelgeving en voorschriften van vergunningen. Correct gebruik van de openbare ruimte draagt bij aan een openbare ruimte die er schoon en netjes onderhouden uitziet. De grote verscheidenheid aan functies van de openbare ruimte vraagt om verschillende instrumenten en activiteiten om dat gebruik correct te laten verlopen. Daarom verlenen wij vergunningen en zetten de toezichthouders en boa's in voor toezicht en handhaving. Toezichthouders en boa's moeten zoveel mogelijk buiten aanwezig zijn. Administratieve afhandeling van overtredingen en functieverplichte opleidingen blijven echter onvermijdelijk tijd vragen. Wij verlenen vergunningen voor onder andere het kappen van bomen, evenementen, standplaatsen, reclame, inritten en ondergrondse infrastructuur. In het kader van de dienstverlening heeft het digitaal aanvragen van vergunningen en betalen van leges voor ons prioriteit. Daarnaast gaan we stapsgewijs volledige kostendekkendheid van leges invoeren. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

106%

110%

2013

2016

Effectindicatoren: Waardering bewoners schone openbare E2.1.1 E2.2.1

100%

ruimte minimaal zes

BewonersenquĂŞte

Groen is beter

Monitoring Groen

bereikbaar

programma

(1996)

100%

100%

Zie MGP

Zie MGP

pm

pm

2013

2015

10

10

10

10

Prestatie-indicatoren: % scores schoon P2.1.1

onder zes

Technische schouw

5 (2008)

10

3

zes

Technische schouw

10 (2008)

10

4

twee

Meerjaren

wijkgroenplannen

Groenprogramma

zijn uitgevoerd

jaarsnede 2013

% scores groen onder P2.1.2

P2.2.1

2 parken pm

pm

Zie MGP

Zie MGP

2013

2015

105


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

ruimte

16.631

15.677

15.587

15.587

15.587

P2.1.2 Onderhouden van het groen

19.246

18.100

18.195

18.174

18.488

vergunningen

4.927

3.537

3.537

3.537

3.537

Totaal lasten

40.804

37.314

37.319

37.298

37.612

634

89

89

89

89

67

68

68

68

68

vergunningen

3.989

4.122

4.720

4.811

4.811

Totaal baten

4.690

4.279

4.877

4.968

4.968

36.113

33.035

32.442

32.330

32.644

32.442

32.330

32.644

Lasten P2.1.1 Schoonhouden van de openbare

P2.1.3 Handhaven van de algemene regelgeving en voorschriften van

Baten P2.1.1 Schoonhouden van de openbare ruimte P2.1.2 Onderhouden van het groen P2.1.3 Handhaven van de algemene regelgeving en voorschriften van

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

83

Onttrekking reserves Saldo na mutaties reserves

36.113

33.118

Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s FinanciĂŤle toelichting Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.1.3: Handhaven van de algemene regelgeving en voorschriften van vergunningen: De toename in de baten in 2014 betreft de bij de Voorjaarsnota 2012 begrote opbrengsten van 0,5 miljoen euro als gevolg van de plaatsing van extra reclametorens. De komende jaren zal moeten blijken of, als gevolg van de economische crisis, de opbrengsten realiseerbaar zijn. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De toevoeging aan de reserve betreft de storting in de reserve onderhoud gebouwen NMC, conform het meerjarenonderhoudsplan.

106


Subdoelstelling 2.2: Het groen in de openbare ruimte is aantrekkelijk en bereikbaar Subdoelstelling 2.2 We richten het groen zo in dat aantrekkelijk en bereikbaar wordt.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.2.1 Een aantrekkelijke en voor iedereen

P2.2.1 Ontwikkelen van een aantrekkelijke

bereikbare groene leefomgeving in en om Utrecht.

groene leefomgeving dicht bij huis. P2.2.2 Ontwikkelen van een aantrekkelijke groene hoofdstructuur. P2.2.3 Ontwikkelen van het groen en recreatiemogelijkheden om de stad. P 2.2.4 Vergroten van de kansen voor stadsnatuur.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.2.1 Een aantrekkelijke en voor iedereen bereikbare groene leefomgeving in en om Utrecht. Het beoogde maatschappelijke effect is een aantrekkelijke woon- en werkomgeving met een gezonde, groene openbare ruimte in en om de stad, zodat Utrecht aantrekkelijk is en blijft om te wonen, te werken en te recreĂŤren. De kwaliteit van het Utrechtse vestigingsklimaat wordt mede bepaald door de kwaliteit en bereikbaarheid van het groen in en om de stad. Uit zowel de onlangs gepubliceerde wijkambities als het Utrechtse recreatieonderzoek (2011) blijkt het belang dat bewoners hechten aan een groene woonomgeving. In alle wijken worden groene ambities genoemd en in 3 van de 10 behoren die zelfs tot de hoogste prioriteit (Het Bewonerspanel over wijkambities, BI maart 2012). Hoewel bewoners vooral gebruik maken van het groen in de buurt of wijk, recreĂŤert iedere Utrechter wel eens in het groen rondom de stad (Utrechters er op uit!, 21 januari 2011). Daarom is het belangrijk om in een groeiende stad als Utrecht te investeren in een groene leefomgeving. Groen heeft een positieve invloed op de sociale cohesie en gezondheid. Meer groen in de stad draagt bij aan de doelstellingen van andere programma's, aan de biodiversiteit, groen vangt fijn stof op, zorgt voor schaduw en verkoeling in de zomer en opvang van water bij hevige regenval.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.2.1 We ontwikkelen aantrekkelijk groen in de directe leefomgeving dicht bij huis. Met meer en beter groen zorgen we dat iedere Utrechter dichtbij woon- en werkplek kan genieten van een park of plantsoen. Met de uitvoering van wijkgroenplannen sluiten we aan op de wens van bewoners voor meer en functioneler groen in de woonomgeving. In het kader van de wijkgroenplannen West en Binnenstad kunnen bewoners in 2013 107


ideeën aandragen voor het vergroenen van hun wijk. Het wijkgroenplan Overvecht wordt afgerond. We stimuleren meer dak- en gevelgroen in de stad en ondersteunen bewonersinitiatieven voor de ontwikkeling van stadslandbouw. De genoemde plannen zijn uitgewerkt in het Meerjaren Groenprogramma jaarsnede 2013 (= nog niet beschikbaar). Jaarlijks stellen we een voortgangsrapportage en een jaarsnede vast van dit programma. Prestatiedoelstelling 2.2.2 We ontwikkelen een aantrekkelijke groene hoofdstructuur. Dit betreft groene parken en routes die het groen in en om de stad verbinden. Dit doel ligt vast in het Groenstructuurplan Utrecht (2007). We voeren projecten uit die stad en land verbinden. De projecten zijn gericht op het aanleggen en verbeteren van parken en een groen routenetwerk naar de groengebieden in en om de stad. Bij het uitwerken van het routenetwerk wordt rekening gehouden met recreatieve, cultuurhistorische en ecologische waarden. Deze plannen zijn uitgewerkt in het Meerjaren Groenprogramma jaarsnede 2013. Jaarlijks stellen we een voortgangsrapportage en een jaarsnede vast van dit programma. Voorbeelden van projecten in 2013 zijn verbeteringen in Park de Voorveldse Polder, aanleg van groen en routes in het recreatiegebied Haarzuilens en het inrichten van groene plekken langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Prestatiedoelstelling 2.2.3 We ontwikkelen meer groen en recreatie om de stad. We dragen bij in gemeenschappelijke regelingen van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht. Zij verzorgen het beheer en onderhoud van de recreatiegebieden om de stad, waar veel inwoners van Utrecht gebruik van maken. Budget voor Plassenschap Loosdrecht en Recreatieschap Stichtse Groenlanden voor 2013 bedraagt 1.193.770 euro. Samen met andere overheden en regionale partners ontwikkelen en stimuleren we nieuwe recreatiegebieden om de stad, zoals Haarzuilens en het Hollandse IJsselbos. Prestatiedoelstelling 2.2.4 We vergroten de kansen voor stadsnatuur. We vergroten de kansen voor stadsnatuur door het uitvoeren van het deelprogramma Groene Web. De projecten zijn gericht op het in stand houden en verbeteren van de biodiversiteit. Het zijn kleinschalige projecten die de ecologische groenstructuur verbeteren, vaak in samenspraak met bewoners. Daarnaast beschermen en stimuleren we (beschermde) flora en fauna van de stad. Zie Meerjaren Groenprogramma, jaarsnede 2013. Indicatoren subdoelstelling 2.2 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2015

Tevredenheid

Tevredenheid

buurtgroen

buurtgroen

Tevredenheid

Tevredenheid

66%

66%

buurtgroen 67%

groen 70%

Tevredenheid

Tevredenheid

Tevredenheid

Tevredenheid

Nulmeting

Effectindicatoren: Groen directe E2.2.2 E2.2.2

leefomgeving is

Inwoners-

aantrekkelijker

enquête Utrecht

Parken zijn

Inwoners-

aantrekkelijker

enquête Utrecht

2010 2010

park 72%

Meerjaren E2.2.2

8

Groen is beter

Groenprogramma

bereikbaar

jaarsnede 2013

-

-

Groene recreatiegebieden om de stad:betreft:

Rods-gebieden

Overige Groengebieden

1. Haarzuilens

9. De Vecht en Oud Zuilen

2. Gagelbos

10. Maarsseveense Plassen

3. Ruigenhoek

11. De Leyen/Beukenburg

4. Nieuw Wulven

12. Beerschoten

108

park 74%

park 75

park 77%

één groen

twee 9 groen

vier 10 groen

recreatie-

recreatie-

recreatie-

gebied om de

gebieden om de

gebieden om de

stad 8 is beter

stad zijn beter

stad zijn beter

bereikbaar

bereikbaar

bereikbaar


Indicatoren subdoelstelling 2.2 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2015

-

20%

70%

100%

90% groene

100% groene

Nulmeting

Prestatie-indicatoren: Tien wijkgroen-

P2.2.1

plannen zijn

Meerjaren

door B en W

Groenprogramma

vastgesteld

jaarsnede 2013

2010

Hoofdroutes 11 naar groene

P2.2.2

recreatie-

Meerjaren

gebieden zijn

Groenprogramma

bewegwijzerd

jaarsnede 2013

-

0%

0%

hoofdroutes

hoofdroutes

beweg-wijzerd

beweg-wijzerd

twee parken: ,

P2.2.2

Meerjaren

verbindingen 13

Groenprogramma

zijn verbeterd

jaarsnede 2013

twee parken:

Buitenhof,

Liesbosch-park

Klopvaart-

en Park

plantsoen en

Voorveldse

twee parken:

één

polder) en één

Zocher-

verbinding:

verbinding:

Totaal tien

plantsoen,

Ruigenhoek

Gagelbos via

parken en vier

Plas Lage

via Einthoven-

Fietsbrug De

verbin-dingen

Weide

dreef

Gagel

zijn verbeterd

uitvoeren

100%

100% uitvoeren

100% uitvoeren

gemeen-

uitvoeren

gemeen-

gemeen-

schappelijke gemeenschapp

schappelijke

schappelijke

regeling

regeling

Parken 12 en groene

Maximapark-

-

100%

P2.2.3

Aantrekkelijk

Gemeenschap-

recreatief groen

pelijke regeling

2010

regeling

elijke regeling

Totaal Projecten P2.2.4

20 Groene

groene web

Programma Groene

uitgevoerd.

Web 2013

twee projecten

vier projecten

vijf projecten

Webprojecten

afgerond

afgerond

afgerond

zijn uitgevoerd

2010

5. Laagraven

13. Hoogenkampse Plas/VoorveldsePolder

6. Hollandse IJssel

14. Oostbroek

7. Lange Vliet

15. Amelisweerd/Rhijnauwen

8. IJsselwetering

16. Fort Vechten/Fectio 17. Nedereindse Plas 18. Plas Strijkviertel 19. Haarrijnse Plas 20. Westelijke veenweiden (Oortjespad)

Zie voetnoot 8. 10 Zie voetnoot 8. 9

11

Groene hoofdroute= route voor wandelen en fietsen van stedelijk groen naar groen recreatiegebied om de stad. In

totaal zijn elf groene hoofdroutes beschreven (zie hiervoor meerjaren groenprogramma, jaarsnede 2013). 12

13

Park uit groenstructuurplan Utrecht 2007 met minimale oppervlakte van minimaal twee hectare Verbinding uit groenstructuurplan Utrecht 2007= groenzone die twee groengebieden met elkaar verbindt. 109


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.2.1 Groen in directe leefomgeving

1.200

1.138

1.127

-573

-573

P2.2.2 Groene hoofdstructuur

2.533

2.375

2.353

753

753

P2.2.3 Groen en recreatie om de stad

1.234

1.236

1.236

1.236

1.236

357

310

310

310

310

5.324

5.060

5.026

1.726

1.726

Lasten

P2.2.4 Kansen voor stadsnatuur Totaal lasten Baten P2.2.1 Groen in directe leefomgeving

0

0

0

0

0

P2.2.2 Groene hoofdstructuur

0

0

0

0

0

P2.2.3 Groen en recreatie om de stad

0

0

0

0

0

P2.2.4 Kansen voor stadsnatuur

35

0

0

0

0

Totaal baten

35

0

0

0

0

5.289

5.060

5.026

1.726

1.726

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

5.289

5.060

5.026

1.726

1.726

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.2.1: Groen in directe leefomgeving De lasten dalen in 2013 structureel met 0,062 miljoen euro vanwege de realisatie van de efficiencymaatregelen en de technische invulling van de taakstelling Inkoop voor een bedrag van 0,041 miljoen euro. Voor meer informatie zie het hoofdstuk Financieel Beeld. Daarnaast dalen de lasten structureel vanaf 2015, conform het besluit bij de Voorjaarsnota 2012 om alle structurele bedragen uit het collegeprogramma met 50% terug te brengen. Prestatiedoelstelling 2.2.2: Groene hoofdstructuur De lasten dalen in 2013 structureel met 0,158 miljoen euro vanwege de realisatie van de efficiencymaatregelen en de technische invulling van de taakstelling Inkoop voor een bedrag van 0,078 miljoen euro. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. In 2012 is het budget van 2,200 miljoen euro voor intensivering groen (lasten) tot en met 2014 overgeheveld van het programma Stedelijke Ontwikkeling (prestatie 1.1.2) naar het programma Openbare Ruimte en Groen (wijkgroenplan en groenstructuurplan). De overheveling vanaf 2015 moet nog plaatsvinden. Bij de eerstvolgende technische wijziging zal dit worden aangepast. Daarnaast dalen de lasten structureel vanaf 2015, conform het besluit bij de Voorjaarsnota 2012 om alle structurele bedragen uit het collegeprogramma met 50% terug te brengen.

110


Prestatiedoelstelling 2.2.4: Kansen voor stadsnatuur De lasten dalen in 2013 structureel met 0,047 miljoen euro vanwege het vervallen van de provinciale bijdrage stadsnatuur (0,035 miljoen euro). Hierdoor dalen de baten met hetzelfde bedrag.

Subdoelstelling 2.3: Het aangeboden afval wordt gescheiden ingezameld Subdoelstelling 2.3 Afval wordt op efficiënte wijze gescheiden ingezameld om de klant van dienst te zijn.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.3 Het afval wordt in toenemende mate gescheiden ingezameld.

P2.3.1 Het afval ophalen en de infrastructuur daarvoor versterken.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.3.1 Het afval wordt in toenemende mate gescheiden ingezameld. De komende jaren willen we meer afval laten hergebruiken of recyclen. Hiertoe creëren we meer mogelijkheden voor de burger om zijn afval gescheiden aan te bieden. Als we dat klantvriendelijk doen door voldoende mogelijkheden te bieden voor gescheiden aanlevering, dan stimuleert dat de bewustwording en het scheidingsgedrag van bewoners en zal het percentage aan de bron gescheiden afval toenemen tot 44% in 2015.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.3.1 Het afval ophalen en de infrastructuur daarvoor versterken. We nemen een aantal maatregelen om afvalscheiding te stimuleren: om het (juiste) gebruik van de ondergrondse containers voor herbruikbaar afval te promoten en om het gebruik van de afvalscheidingstations te bevorderen. Deze maatregelen zijn: De inzameling van plastic verpakkingsafval zal worden geïntensiveerd door meer brenglocaties en waar mogelijk

• huis-aan-huis te gaan inzamelen. • In de wijk Lunetten is een pilot met Het Nieuwe Inzamelen gestart. Vanuit deze methodiek hebben bewoners een minicontainer voor plastic, papier en GFT. Het restafval wordt ingezameld door middel van ondergrondse containers. Daarnaast is er de mogelijkheid voor bewoners van hoogbouw om in meerdere ondergrondse containers hun gescheiden afval in te leveren.

• Een campagne voor het gebruik van de afvalscheidingsstations. • Daarnaast wordt het serviceniveau van de ondergrondse containers voor de inzameling van monostromen als glas, papier en textiel hoog gehouden om zo bewoners gemotiveerd te houden om gebruik te maken van deze

brengmogelijkheden. Dit wordt bewerkstelligd door het aantal inzamelpunten hoog te houden en waar nodig aan te vullen. Vervuiling van de inzamelpunten wordt zoveel mogelijk tegengegaan door meer informatie ter plaatse over de consequenties van verkeerd aanbiedgedrag. Daarnaast wordt de inzamelfrequentie afgestemd op het afvalaanbod. 111


Indicatoren subdoelstelling 2.3 Realisatie Indicator

Realisatie Doelstelling Doelstelling

Bron

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

Agentschap NL

35% (2007)

36%

37%

40%

44%

SW

0 (2009)

0

0

80

60

Effectindicatoren: Percentage gescheiden E2.3.1

aangeboden afval

Prestatie-indicatoren: Aantal geplaatste extra P2.3.1

containers

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

infrastructuur daarvoor versterken

37.219

34.359

34.355

34.337

34.254

Totaal lasten

37.219

34.359

34.355

34.337

34.254

infrastructuur daarvoor versterken

42.069

42.746

42.797

42.797

42.797

Totaal baten

42.069

42.746

42.797

42.797

42.797

-4.850

-8.386

-8.442

-8.460

-8.542

Toevoeging reserves

408

408

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

-4.442

-7.978

-8.442

-8.459

-8.542

Lasten P2.3.1 Het afval ophalen en de

Baten P2.3.1 Het afval ophalen en de

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.3.1: Het afval ophalen en de infrastructuur daarvoor versterken Vanaf 2012 dalen de lasten en baten dalen met 1,35 miljoen euro als gevolg van de doorwerking in de tarieven voor bedrijfsafval van de gedaalde afvalverwerkingkosten. De baten van de afvalstoffenheffing stijgen in 2013 ten opzichte van 2012 vooral door de volumeontwikkeling en indexering. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De verhoging van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in 2012 heeft geleid tot een lagere onbenutte belastingcapaciteit. Om dit nadelig effect op het weerstandsvermogen te compenseren, wordt in 2012 en 2013 een bedrag van 0,408 miljoen euro gestort in de algemene reserve.

112


Programmastructuur Werk en Inkomen Utrecht is een economisch vitale stad waarin alle Utrechters werken of participeren naar vermogen en voldoende middelen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.

Doelstelling

Subdoelstelling

1 Utrecht is een economisch vitale

1.1 Utrecht heeft een goede fysieke

stad.

economische structuur. 1.2 Utrecht heeft voldoende

Kosten 6.659

1.076

werkgelegenheid. 2 Utrechters werken of participeren

2.1 Utrechters werken of participeren naar

naar vermogen en zijn zelfredzaam

vermogen en zijn zelfredzaam

3 Utrechters worden niet financieel

3.1 Elke Utrechter die daar recht op heeft

belemmerd om deel te nemen aan het

ontvangt een bijstandsuitkering

63.207

130.847

maatschappelijk leven. 3.2 Utrechters die financieel niet in staat zijn om te participeren worden ondersteund. Bedragen zijn in duizenden euro's.

114

14.837


1.6 Werk en Inkomen Algemene programmadoelstelling Utrecht is een economisch vitale stad waarin alle Utrechters werken of participeren naar vermogen en voldoende middelen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Het economisch beleid is gericht op het verwezenlijken en behouden van Utrecht als attractieve stad voor inwoners, bedrijven, organisaties en (zelfstandig) ondernemers. Voor iedereen die kan werken moet dat perspectief aanwezig zijn. Daarbij draagt bedrijvigheid ook bij aan het voorzieningenniveau van de stad, zoals winkels, vrijetijdsvoorzieningen en maatschappelijke instellingen. Vanuit de nieuwe Economische Agenda Utrecht 2012 – 2018 werken we aan een vitale en duurzaam economische stad. Hierbij richten we ons specifiek op de speerpunten: 1. Toekomstgerichte Werklocaties; 2. Werken in de wijk; 3. Investeren in centrum Utrecht; 4. Verduurzaming van de Utrechtse Economie; 5. Bijdrage aan het Werkgelegenheidsoffensief; 6. Kenniseconomie en kennisvalorisatie; 7. Goede dienstverlening aan ondernemers en 8. Bereikbaarheid. In het werken aan deze speerpunten staat de samenwerking met betrokkenen centraal. Bijvoorbeeld bij het revitaliseren van bedrijventerreinen, bij het verfraaien van de binnenstad en het zorgen voor een goede infrastructuur voor zzp-ers. We kijken scherp naar de rol die de gemeenten heeft bij het stimuleren van ontwikkelingen. Hoewel Utrecht het in de economische crisis nog relatief goed doet, neemt ook in Utrecht het aantal werklozen toe. Met het WGO 2012 – 2014 zetten we in op verbetering van de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. We investeren in het realiseren van nieuwe werkgelegenheid, in de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en in projecten die kansen bieden voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een brede aanpak is nodig wil Utrecht ook in de toekomst een krachtige en ondernemende stad blijven. Werkgevers spelen hierin een belangrijke rol. We werken samen met werkgevers aan het oppakken van vestigingsvraagstukken (nieuwe werkgevers), arbeidsmarktvraagstukken en stimuleren ondernemersschap. Meer samenwerking tussen werkgevers en opleidingsinstellingen is nodig om hun vraag naar arbeid op lange termijn goed te kunnen invullen. De bestandsontwikkeling Wwb is onzeker en mede afhankelijk van het beleid van een nieuw kabinet en de economische ontwikkeling. Zowel bedrijven als consumenten blijven voorzichtig met investeringen respectievelijk bestedingen. In het stedelijk gebied Utrecht is het aantal faillissementen in de eerste helft van 2012 met 40% toegenomen, mede doordat bedrijven die de recessie van 2009 net overleefden een tweede economisch dip niet overleven. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) verwacht (mei 2012) dat de werkgelegenheid landelijk tot en met 2013 met 44.000 banen daalt. Daar staat tegenover dat de beroepsbevolking tot en met 2013 stijgt met 74.000 mensen door een toename in de arbeidsparticipatie van jongeren, vrouwen en ouderen. De afname van de vraag en toename van het aanbod leidt tot een flinke stijging van het aantal werkzoekenden tot naar verwachting 7,1% van de beroepsbevolking. De Wet Werken naar Vermogen komt er (voorlopig) niet, maar de bijbehorende bezuinigingen op het Participatiebudget gaan wel door. Meer dan ooit hebben we werkgevers nodig om onze klanten aan het werk te krijgen. Er is een omslag nodig naar meer vraaggericht werken. De omslag in denken over de domeinen ‘Werken naar Vermogen’ en ‘Meedoen naar Vermogen’ brengt met zich mee dat we op een andere manier kijken naar onze dienstverlening. We noemen dat een paradigmashift. Er zijn vier belangrijke paradigmashifts:

• Werkgeversbenadering: De vraag van de werkgever is de basis. • Dienstverlening aan klanten: Re-integratie is gekoppeld aan een concreet perspectief op een baan. • Herijking van middelen: De inzet van de middelen is gericht op het realiseren van arrangementen met werkgevers. 115


• Samenwerking met partners: Partners, publiek en privaat, werken samen aan het invullen van mogelijkheden op de arbeidsmarkt voor werkzoekenden.

Op diverse terreinen heeft het Rijk beleidswijzigingen doorgevoerd of aangekondigd. Zo is de huishoudtoets ingevoerd en met terugwerkende kracht vervallen, is er geen duidelijkheid over de taakstelling Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) na 2013, heeft de gemeente geen taak meer in het aanbieden van inburgeringcursussen, wijzigt het Rijk het educatiebeleid en worden de regels ten aanzien van handhaving en sancties strenger. Op termijn verwachten we ook een nieuwe wet als opvolger van de Wet werk en bijstand (Wwb). In 2012 is een herijking van het organisatie- en formatieplan doorgevoerd. In 2013 krijgt het transitietraject verder zijn beslag, waarbij we de werkprocessen verder aanpassen aan de vernieuwde werkwijze. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of –kaders: Economische Agenda Utrecht 2012 – 2018 Ontwikkelingskader Horeca 2012 Room with a view, hotelnota 2010 - 2020 Kantorenstrategie Stad Utrecht 2011 Bedrijventerreinenstrategie Utrecht 2012 – 2020 Ontwikkelingskader detailhandel Werken in de wijk 2012 – 2014 (Raadsvoorstel) De werkgever Centraal: werkgelegenheidsoffensief 2012 – 2014 (Ontwerp raadsvoorstel) Meerjarenbeleidplan Armoede en Schuldhulpverlening 2012/27 Werken aan de toekomst 2011/37

Subdoelstelling 1.1: Utrecht heeft een goede (fysieke) economische structuur Subdoelstelling 1.1 Utrecht heeft een goede (fysieke) economische structuur.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Utrecht heeft een goede (fysieke) economische structuur.

P1.1.1 Bevorderen van de fysieke economische structuur door: Revitaliseren van bedrijven- en

• kantoorterreinen. • Bevorderen gezonde economische ontwikkeling in (woon)wijken. • Versterken en geografische vergroting economische potentie binnenstad.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Utrecht heeft een goede (fysieke) economische structuur. Goede economische structuur begint met een goede basis aan werkplekken en voorzieningen die van belang zijn voor een goed woon- en werkklimaat. 116


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Bevorderen van de (fysieke) economische structuur. Voor toekomstgerichte werklocaties werken we aan een optimale mix tussen klein- en grootschaligheid werklocaties, levendige functiemenging waar mogelijk en functiescheiding waar nodig, ruimte aan flexibiliteit en nieuwe werkvormen en een goede bereikbaarheid en veiligheid. We werken mee aan de herstructurering en revitalisering van de bedrijventerreinen Nieuw Overvecht en Lage Weide. We faciliteren en stimuleren concrete transformatieopgaven van leegstaande kantoor- en bedrijfspanden. Dit door middel van het scheppen van duidelijkheid over benodigde procedures voor herbestemming, het inzetten van de cofinanciering voor haalbaarheidstudies, het samenbrengen van vraag en aanbod, het inzichtelijk maken van de transformatieopgave door het uitgeven van de vastgoedmonitor en het opstellen van een (digitale) kaart waarop de objecten zijn aangegeven die kansrijk zijn voor transformatie. Via het meerjarig project Werken in de wijk stimuleren we de wijkeconomie. Dit doen we bijvoorbeeld door het bevorderen van het mengen van wonen en werken, het mogelijk maken van werken aan huis en kleinschalige horecalocaties, faciliteren bij het verkrijgen en behouden van het keurmerk Veilig Ondernemen, matchen van vraag en aanbod van (flexibele) werkruimten en het ondersteunen van zzp-ers en kleine ondernemers. Zelfstandige professionals en kleinschalige ondernemers spelen hierbij een grote rol. De Utrechtse binnenstad is met 20% van de Utrechtse werkgelegenheid belangrijk voor de Utrechtse economie. Via accountmanagement versterken we met onze partners de economische kracht van de binnenstad, onder andere door het bevorderen van diversificatie en het uitvoeren van het openbaar ruimteplan binnenstad. Daarnaast werken we onder andere door ondersteuning bij de ontwikkeling van broedplaatsen aan de randen van het centrum (bijvoorbeeld Rotsoord en Cartersiusgebied) aan de geografische vergroting van (de activiteiten van) de binnenstad. Dit versterkt ook het programma Cultuur (en vice versa). Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

4,1%

3%

2%

1

1

1

Effectindicatoren: % m2 incourant aanbod ten opzichte van totale voorraad E1.1.1

bedrijfsruimte

Vastgoedmonitor

Beste G4 stad met betrekking tot E1.1.1

vestigingsplaats voor

Elsevier/ Bureau

bedrijven

Louter

1 (2009)

1

Leegstand % E.1.1.1 kantoorruimte

Vastgoedmonitor

E.1.1.1 Aantal Starters

PAR

6,9% (2009)

8,5%

8,3%

< 10%

< 7%

2.928

1.284

6.177

5.000

5.000

8.000

n.n.b.

Prestatie-indicatoren:

P1.1.1

Aantal m2

Programma

getransformeerd

Transformatie

kantoren

Vastgoed

Aantal hectare geherstructureerde / gerevitaliseerd P1.1.1

bedrijventerreinen

14,3 EZ

(2009)

6,4

6

20

n.n.b.

50

51

23

n.n.b.

Aantal georganiseerde P1.1.1

netwerkbijeenkomsten

EZ

117


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.1.1 Economische structuur

1.079

6.659

6.659

1.559

1.559

Totaal lasten

1.079

6.659

6.659

1.559

1.559

P1.1.1 Economische structuur

0

665

665

665

665

Totaal baten

0

665

665

665

665

1.079

5.993

5.993

893

893

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

1.079

5.993

5.993

893

893

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Economische structuur De lasten nemen in 2013 toe met 5,580 miljoen euro als gevolg van de incidentele bijdrage (tot 2014) van 5,100 miljoen euro voor het Ondernemersfonds, de overheveling van het budget Dienstencentrum Beveiliging (0,665 miljoen euro structureel) uit subdoelstelling 1.2 en de budgetoverheveling met betrekking leegstand vastgoed (0,100 miljoen euro structureel). De lasten dalen in 2013 structureel met 0,285 miljoen euro door een verschuiving van programma onderdelen naar doelstelling 1.2 Utrecht heeft voldoende werkgelegenheid. De baten stijgen in 2013 structureel met 0,665 miljoen euro vanwege de overheveling van het Dienstencentrum Beveiliging uit subdoelstelling 1.2.

118


Subdoelstelling 1.2 Utrecht heeft voldoende werkgelegenheid Subdoelstelling 1.2 Utrecht heeft voldoende werkgelegenheid.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2. 1 Voldoende werkgelegenheid in Utrecht.

P1.2.1 Bevorderen van werkgelegenheid: Voor wie dat nu nog niet heeft, ook

voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

• Door bevorderen van de kenniseconomie • Door goede dienstverlening aan

ondernemers en ondernemingen.

P1.2.2 Inzet werkgelegenheidsoffensief.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.2.1 Er is voldoende werkgelegenheid voor wie wil en/of kan werken. Werkgelegenheid is belangrijk voor de stad en haar inwoners. Inwoners werken om plezierig te kunnen leven. Niet minder belangrijk: werk biedt bewoners de mogelijkheid om zich te ontwikkelen, te emanciperen en deel te nemen aan de samenleving. Daarnaast biedt het jongeren de ruimte zich te ontwikkelen en talenten te benutten. Voor iedereen die kan werken moet dat perspectief aanwezig zijn.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Bevorderen van werkgelegenheid. We stimuleren nieuwe werkgelegenheid door bedrijvigheid en werkgelegenheid aan te trekken die passen bij de sterkten van Utrecht, zoals de kennisintentensieve economische structuur, het goede woon- en werkklimaat, de centrale ligging en de scholings- en kennisinstituten. Dit levert niet alleen werkgelegenheid op bij de nieuw aangetrokken bedrijven, maar ook indirect via aanleverende bedrijven zoals schoonmaak- en beveiligingsbedrijven. We doen dit door bedrijven- en organisaties te wijzen op de mogelijkheden die Utrecht specifiek biedt als vestigingsplaats en informatie hierover te ontsluiten. We sporen vestigingskandidaten op voor bestaande kantoren, bedrijventerreinen en bedrijfsverzamelgebouwen en ondersteunen ze bij hun komst naar de stad. Daarbovenop werkt het Utrecht Investment Agency (UIA) aan acquisitie van bedrijven samen met onze partners. We zetten daarbij in op het aantrekken van bedrijven en organisaties van buiten de regio Utrecht. Via de Taskforce Innovatie Regio Utrecht (TFI) en incubators als de Dutch Game Garden en het Utrecht Valorisation Centrum stimuleren we innovatief ondernemerschap, met speciale aandacht voor creatieve industrie, ICT (Informatie Communicatie Technologie), life sciences / medisch cluster en zakelijke dienstverlening. Dit doen we samen met onze partners in de regio Utrecht en de Noordvleugel van de Randstad. 119


Vanuit een nieuw op te zetten Convenant Smarter Cities werken we aan het terugdringen van overbodige regeldruk en verbetering van dienstverlening aan bedrijven. Ook bekijken we in G4-verband de mogelijkheden om regelvrije zones in te richten. Tenslotte wordt de monitoring verscherpt, zodat de mate van verbetering van de dienstverlening beter inzichtelijk wordt. Prestatiedoelstelling 1.2.2 Inzet werkgelegenheidsoffensief. We benutten onze contacten met bedrijven voor het aan het werk helpen van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (werkgeversdienstverlening). We werken samen met het programma onderwijs aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Indicatoren subdoelstelling 1.2 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

2010

2011

Doelstelling Doelstelling 2013

2016

224.734

228.359

230.000

235.000

n.v.t.

Nr. 1

Nr. 1

Nr. 1

251

330

500

600

volgt

volgt

Effectindicatoren: Aantal banen (in E1.2.1

personen)

224.579 PAR

(2009)

Monitor tevredenheid

E.12.1

Beste dienstverlening

vestigings-

aan ondernemers van

klimaat 2012

de G4

(Deloitte)

n.v.t.

Prestatie-indicatoren: EZ, voortgangs-

P1.2.1

Aantal banen

rapportages

gecreĂŤerd via

incubatie-

240

incubatorprogramma's

programma's

(2009)

Aantal bedrijven dat gebruik maakt van de dienstverlening van de P.1.2.2 gemeente

EZ/W&I Voortgangs-

Bewijs van goede P1.2.2. dienstverlening

volgt Voldoen aan

rapportage Smarter Cities

Opstellen

toetsings-

toetsingskader

kader

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Lasten P1.2.1 Voldoende werkgelegenheid P1.2.2. Werkgelegenheidsoffensief Totaal lasten

1.681

482

403

603

603

621

594

594

594

594

2.302

1.076

997

1.197

1.197

987

57

57

257

257

0

0

0

0

0

987

57

57

257

257

1.315

1.019

940

940

940

Baten P1.2.1 Voldoende werkgelegenheid P1.2.2. Werkgelegenheidsoffensief Totaal baten Saldo lasten en baten

120


Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

1.315

1.019

940

940

940

Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Voldoende werkgelegenheid De lasten dalen in 2013 structureel met 1,199 miljoen euro. Dit is het gevolg van de overheveling van het budget Dienstencentrum Beveiliging (0,665 miljoen euro structureel) naar subdoelstelling 1.1, en correctie van 0,200 miljoen euro op de bijdrage aan het Utrecht Investment Agency (UIA) en de realisatie van efficiencymaatregelen (0,141 miljoen euro). Daarnaast dalen de lasten met 0,427 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. De lasten stijgen in 2013 structureel met 0,234 miljoen euro door een verschuiving van programma onderdelen van doelstelling 1.1 economische structuur (0,221 miljoen euro) en enkele kleinere aanpassingen. De baten dalen in 2013 structureel met 0,930 miljoen euro door de budgetoverheveling van 0,665 miljoen euro naar subdoelstelling 1.1 voor het Dienstcentrum Beveiliging, de correctie van 0,200 miljoen euro op de bijdrage UIA en met 0,064 miljoen euro door een verschuiving van programma onderdelen van doelstelling 1.1 economische structuur. Met ingang van 2015 stijgen de lasten en baten met 0,200 miljoen euro vanwege het vervallen van de correctie op de bijdrage aan het UIA. Prestatiedoelstelling 1.2.2: Werkgelegenheidsoffensief Geen toelichting

121


Subdoelstelling 2.1: Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam Subdoelstelling 2.1 Utrechters werken of participeren naar vermogen en zijn zelfredzaam

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.1.1 Utrechtse bijstandsgerechtigden

P2.1.1 Begeleiden en faciliteren werkloos

werken of participeren naar vermogen in

werkzoekenden, waarbij we streven naar

samenwerking met het bedrijfsleven.

regulier, betaald werk, werken met tijdelijke subsidie of werken met behoud

E2.1.2 Samen met het bedrijfsleven zorgen

van uitkering.

wij ervoor dat Utrechters met een arbeidshandicap werken of participeren

P2.1.2 Organiseren van betaald werk voor

naar vermogen.

personen die behoren tot de doelgroep van de Wsw (begeleid werken of wsw-

E2.1.3 Utrechters beheersen de

dienstbetrekking).

Nederlandse taal, behalen hun inburgeringexamen, hebben een startkwalificatie en zijn goed opgeleid.

P2.1.3 Aanbieden kwalitatief goede inburgeringprogramma's aan inburgeraars. P2.1.4 Bevorderen van het halen van een startkwalificatie, versterken taal, breed ontwikkelingsaanbod en burgerschap.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 Utrechtse bijstandsgerechtigden werken of participeren naar vermogen in samenwerking met het bedrijfsleven. Effectdoelstelling 2.1.2 Samen met het bedrijfsleven zorgen wij ervoor dat Utrechters met een arbeidshandicap werken of participeren naar vermogen. Effectdoelstelling 2.1.3 Utrechters beheersen de Nederlandse taal, behalen hun inburgeringexamen, hebben een startkwalificatie en zijn goed opgeleid.

122


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Begeleiden en faciliteren van werkloos werkzoekenden, waarbij we streven naar regulier betaald werk, werken met tijdelijke subsidie of werken met behoud van uitkering. In 2013 willen we veranderingen doorvoeren in ons re-integratiebeleid. Klanten moeten zo snel mogelijk uitstromen naar werk en krijgen bij voorkeur binnen de werksetting de benodigde ondersteuning aangeboden. De mate van ondersteuning verschilt per klant. Ons re-integratie instrumentarium is in 2013 opgebouwd uit instrumenten die flexibel inzetbaar zijn en modulair zijn opgebouwd. Om ervoor te zorgen dat we voldoende werk binnen krijgen, ontwikkelen we instrumenten gericht op het ontzorgen van de werkgever. Werkgevers kunnen terecht bij het werkgeversservicepunt, een samenwerkingsverband van UW, UWV en de gemeente. In 2013 kunnen jongeren ook gebruik maken van de verbeterde werkgeversbenadering en de op te zetten arrangementen met werkgevers. Daarnaast blijft voor jongeren zonder startkwalificatie de route terug naar school nadrukkelijk aanwezig. Dit komt de kansen voor de jongere ten goede en voorkomt onnodige bijstandsuitgaven. Prestatiedoelstelling 2.1.2 Organiseren van betaald werk voor personen die behoren tot de doelgroep van de Wsw (begeleid werken of Wswdienstbetrekking). Ondanks het controversieel verklaren van de Wet Werken naar Vermogen werken we in 2013 verder aan de herstructurering van de Wsw zoals deels is uitgewerkt in de verkenningen UW. Wat het niet doorgaan van de wet per 1 januari 2013 betekent voor de taakstelling Wsw met ingang van 2014 is op dit moment niet duidelijk. Prestatiedoelstelling 2.1.3 Aanbieden kwalitatief goede inburgeringprogramma's aan inburgeraars. Door de voorgenomen wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013 zijn inburgeraars vanaf 2013 zelf verantwoordelijk voor het regelen en bekostigen van hun inburgering. Het beschikbare rijksbudget voor inburgering wordt in 2013 besteed aan het afronden van cursussen die in 2012 gestart zijn. In de tabel met effectindicatoren is hiervoor opgenomen dat we streven naar een slagingspercentage van 60% op deze trajecten. In verband met het wegvallen van de rijksmiddelen wordt de uitvoeringsorganisatie voor inburgering (conform het organisatieplan W&I) volledig afgebouwd. Prestatiedoelstelling 2.1.4 We bevorderen het halen van een startkwalificatie, versterken taal, breed ontwikkelingsaanbod en burgerschap. Het Rijk is voornemens per 2013 de wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) grondig te wijzigen. Het VAVO (voortgezet algemeen onderwijs voor volwassenen) komt onder rechtstreekse aansturing van het Rijk. Het rijksbudget voor volwasseneneducatie wordt geoormerkt voor twee doelen, namelijk taal en rekenen en Nederlands als tweede taal (NT2). Hierdoor wordt het gemeentelijk beleid volwasseneneducatie vernieuwd.

123


Indicatoren subdoelstelling 2.1

14

Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

Effectindicatoren: Wijziging Wwb klantenbestand (tot 65 jaar) ten opzichte van opzichte van afgelopen jaar 15 landelijk E2.1.1

• • Utrecht

CBS

+9,7%

+3,9%

+5,5%

n.v.t.

W&I

+6,2%

+7,9%

+4,5%

n.v.t.

is

W&I

32%

33%

60% 16

70%

ISI

49%

71%

60%

n.v.t.

79%

79%

n.v.t. 17

n.v.t.

% Wsw-ers dat gedetacheerd E2.1.2

Slagingspercentage E2.1.3.1

inburgeringexamen

Slagingspercentage trajecten ROC E2.1.3.2

vavo

MN

Prestatie-indicatoren: Instroom volwassenen in P2.1.1.1

traject

W&I

257

346

330

330

P2.1.1.2

Instroom jongeren in traject

W&I

399

333

290

290

W&I

568

680

750

750

W&I

103

148

100

0

W&I

602

516

400

400

W&I

736

774

774

774

ISI

2.225

1.474

0

0

ISI

78%

71%

n.v.t.

n.v.t.

1.912

1.740

1.300

1.300

Aantal plaatsingen op reguliere banen (inclusief opstapbanen en P2.1.1.3

praktijkbanen) Aantal plaatsingen op gecreëerde banen

P2.1.1.4

(participatieplaatsen) Aantal plaatsingen op Werk

P2.1.1.5

Loont Realisatie taakstelling Wswdienstbetrekkingen en

P2.1.2

begeleid werken Aantal gestarte

P2.1.3a.1

inburgeringtrajecten Percentage duale

P2.1.3a.2

inburgeringtrajecten Aantal ingekochte trajecten

P2.1.3b.1

14

volwasseneneducatie

W&I

De indicatoren op het gebied van re-integratie zijn gelijk gehouden aan de (bijgestelde) doelstellingen voor 2012. Bij

het voorstel over de inzet van het Participatiebudget in 2013 (tweede helft 2012) worden ook nieuwe indicatoren aan u voorgelegd. Gemeten van oktober t-1 tot oktober t.

15 16

Door diverse wijzigingen (waaronder de sluiting van de kwekerij) is het percentage gedetacheerde Wsw-ers in 2012

gestegen. We verwachten in 2013 het niveau van 2012 te handhaven. 17 Deze indicator is niet meer relevant, de budgetten voor VAVO-trajecten worden bij gemeenten weggehaald. Bij de Voorjaarsnota 2013 zal een nieuwe indicator benoemd worden. 124


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Lasten P2.1.1 Re-integratie

31.526

25.850

25.583

23.808

23.808

P2.1.2 Sociale werkvoorziening

25.587

27.769

28.059

28.244

28.244

P2.1.3 Inburgering

9.389

6.103

5.983

5.798

5.798

P2.1.4 Volwasseneneducatie

3.859

3.484

3.481

3.477

3.477

70.360

63.207

63.106

61.328

61.328

Totaal lasten Baten P2.1.1 Re-integratie

21.307

18.053

18.053

18.053

18.053

P2.1.2 Sociale werkvoorziening

25.254

25.429

25.429

25.429

25.429

P2.1.3 Inburgering

8.034

4.953

4.953

4.953

4.953

P2.1.4 Volwasseneneducatie

2.215

2.215

2.215

2.215

2.215

Totaal baten

56.810

50.650

50.650

50.650

50.650

Saldo lasten en baten

13.551

12.557

12.456

10.678

10.678

Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

13.551

12.557

12.456

10.678

10.678

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.1.1: Re-integratie Voor re-integratie in 2013 zijn de lasten 5,676 miljoen euro lager dan in 2012. Bij het opstellen van de begroting 2012 was het bestedingsplan nog niet vastgesteld, de verwerking hiervan in de begroting heeft een lastendaling van 3,2 miljoen euro tot gevolg. Na besluitvorming zal het bestedingplan 2013 verwerkt worden bij de Voorjaarsnota 2013. De doorbelaste overhead- en apparaatskosten zijn 1,7 miljoen euro lager. Daarnaast dalen de lasten met 0,776 miljoen euro door technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4 Financieel beeld. Door de verwerking van het bestedingsplan 2012 zijn in 2013 de baten 3,3 miljoen euro lager. Prestatiedoelstelling 2.1.2: Sociale Werkvoorziening De lasten stijgen met 2,1 miljoen euro omdat in de Voorjaarsnota 2012 meerjarig een aanvullende subsidie ten behoeve van de Wsw beschikbaar is gesteld. Daarnaast is de verwachting dat zowel de lasten als de baten met 0,176 miljoen euro stijgen. Dit betreft een stijging in het aantal te realiseren arbeidsplaatsen op basis van door het Rijk afgegeven beschikking. Prestatiedoelstelling 2.1.3: Inburgering In 2013 zijn de lasten 3,3 miljoen euro lager dan in 2012. In de Begroting 2012 was de geleidelijke afbouw van het budget voor inburgering voor het jaar 2012 nog niet verwerkt. De verwerking daarvan veroorzaakt een daling van de lasten van 2,2 miljoen euro. De doorbelaste overheadkosten zijn afgenomen met 1,1 miljoen euro. De afbouw van het budget voor 2013 en verdere jaren (vanaf 2014 is er geen budget voor inburgering meer) zal op basis van de 125


beschikking 2013 verwerkt worden bij de Voorjaarsnota 2013. Als gevolg van de verwerking van de afbouw in 2012 zijn in 2013 de baten 3,1 miljoen euro lager. Prestatiedoelstelling 2.1.4: Volwasseneneducatie In 2013 zijn de lasten zijn in 0,4 miljoen euro lager dan in 2012. Bij de Voorjaarsnota 2012 hebben we 0,35 miljoen euro bezuinigd op het gemeentelijke budget voor volwasseneneducatie.

Subdoelstelling 3.1 Elke Utrechter die daar recht op heeft ontvangt een bijstandsuitkering Subdoelstelling 3.1 Elke Utrechter die daar recht op heeft ontvangt een bijstandsuitkering.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.1. 1 Elke Utrechter die daar recht op heeft ontvangt een bijstandsuitkering.

P3.1.1 Rechtmatig en doelmatig verstrekken van bijstandsuitkeringen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.1.1 Elke Utrechter die daar recht op heeft ontvangt een bijstandsuitkering.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.1.1 Rechtmatig en doelmatig verstrekken van bijstandsuitkeringen. Door het rechtmatig verstrekken van een bijstandsuitkering bieden we mensen (tijdelijk) een vangnet in de vorm van een financieel minimum voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. De huishoudtoets is met het lenteakkoord komen te vervallen. Dit be誰nvloedt de bestandsontwikkeling in ongunstige zin. Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft in maart 2012 een prognose opgenomen voor de ontwikkeling van het landelijk Wwb bestand. Op basis hiervan heeft Bestuursinformatie een vertaling voor Utrecht gemaakt waaruit blijkt dat het bestand in 2013 stijgt naar 8.350. Door onder andere het nieuwe Werkgelegenheidsoffensief, ons handhavingsbeleid, de vier-weken zoektermijn en het gebruik van het klantprofiel streven wij naar 8.250 klanten eind 2013. De wet Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW gaat per 1-1-2013 in en draagt, in combinatie met een mix van maatregelen, bij aan het strenger bestraffen van fraude. Fraude mag niet lonen en ondermijnt de solidariteit.

126


Indicatoren subdoelstelling 3.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

7.100

7.541

8.250

8.250

Effectindicatoren: Aantal huishoudens met Wwb-uitkering: volwassenen (27-65) E3.1.1.1

• • jongeren (tot 27 jaar)

6.400

6.781

7.385

7.385

W&I

700

760

865

865

W&I

229

227

275

275

Prestatie-indicatoren: Aantal beëindigde en niet toegekende uitkeringen Wwb en WIJ als gevolg P.3.1.1.1 van handhaving

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P3.1.1 Verstrekken bijstand

132.428

130.847

130.216

129.252

129.252

Totaal lasten

132.428

130.847

130.216

129.252

129.252

P3.1.1 Verstrekken bijstand

111.441

115.740

115.740

115.740

115.740

Totaal baten

111.441

115.740

115.740

115.740

115.740

20.987

15.107

14.476

13.512

13.512

20.987

15.107

14.476

13.512

13.512

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.1: Verstrekken bijstand De lasten op bijstandverstrekkingen zijn hoger, doordat de begroting (structureel) aangepast is aan de doelstelling van 7.500 per 31 december 2012. De stijging van de kosten is vooral het gevolg van een hogere gemiddelde prijs van de uitkeringen (2,4 miljoen euro) en van een toename van de kosten van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (1,6 miljoen euro). De overige verschillen bedragen 0,3 miljoen euro. Er is in de begroting nog geen rekening gehouden met het vervallen van de kosten van de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK). De doorbelaste apparaatskosten zijn 5,8 miljoen euro lager. Conform de afspraken uit het masterplan worden de lasten en baten voor bijstandsuitkeringen (exclusief doorberekende apparaatskosten) neutraal begroot, daarom zijn de baten ook 4,3 miljoen euro hoger. De verwachte bestandsontwikkeling 2013 kan volgens de geldende begrotingsregels nog niet financieel verwerkt worden. Dit gebeurt bij de Voorjaarsnota 2013. 127


Subdoelstelling 3.2 Utrechters die financieel niet in staat zijn om te participeren worden ondersteund Subdoelstelling 3.2 Utrechters die financieel niet in staat zijn om te participeren worden ondersteund.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.2. 1 Geen Utrechter wordt vanwege

P3.2.1 Bestrijden van armoede door

financiële belemmeringen in zijn/haar participatie belemmerd.

financiële ondersteuning van huishoudens met een vastgesteld maximum inkomen. Het gaat om ondersteuning voor betaling van de vaste lasten, participatie, maatwerk in de vorm van schuldhulpverlening en bijzondere bijstand.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.2.1 Geen Utrechter wordt vanwege financiële belemmeringen in zijn/haar participatie belemmerd.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.2.1 Bestrijden van armoede door financiële ondersteuning van huishoudens met een vastgesteld maximum inkomen. Het gaat om ondersteuning voor de betaling van de vaste lasten, participatie, maatwerk in de vorm van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening. Door de financiële ondersteuning voor bijzondere kosten en maatschappelijke participatie verhogen we enerzijds de koopkracht en bevorderen we anderzijds de deelname aan maatschappelijke activiteiten zoals sport en cultuur. De Meerjarennota armoede en schuldhulpverlening 2012-2015 is het kader. Om in aanmerking te komen voor de gemeentelijke premiebijdrage voor de collectieve ziektekostenverzekering geldt vanaf 2013 een inkomensgrens van 110% van het sociaal minimum. De eigen bijdrage Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt meeverzekerd in de collectieve ziektekostenverzekering. De regelingen woonlastenfonds en woonkostentoeslag worden vereenvoudigd. Aan de langdurigheidtoeslag wordt vanaf 1 januari een extra norm toegevoegd voor gezinnen met oudere kinderen. De gevolgen van de stapeling van inkomenseffecten door rijksmaatregelen volgen we door het aantal aanvragen bijzondere bijstand nauwkeurig bij te houden. We handelen deze aanvragen sneller af. De focus binnen ons beleid ligt bij kinderen. In 2013 hanteren we voor kindregelingen in individuele gevallen een inkomensgrens boven 110% van het sociaal minimum. Voor de U-pas deelnemers wordt er met ingang van 1 juli een gemaximeerd budget ingevoerd voor sport- en cultuurdeelname. De aanpassingen zijn conform de armoedenota. De werkprocessen bij schuldhulpverlening worden verder aangescherpt om de doorlooptijden te verkorten. Het werken met klantprofielen, groepsaanpak en vrijwilligers worden verder uitgebouwd zodat vraag en aanbod beter op elkaar zijn afgestemd. De ketenpartners spelen hierbij een belangrijke rol. We zetten in op het verminderen van de 128


wachttijden voor schuldhulpverlening voor de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) doelgroep bij Stadsgeldbeheer. Indicatoren subdoelstelling 3.2 Realisatie Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

2011

Doelstelling

Doelstelling

2013

2016

Effectindicatoren: Bereik armoederegelingen:

E3.2.1.

- U-pas

Armoed

≥90%

≥90%

- langdurigheidtoeslag

e-

≥90%

≥90%

- ziektekostenverzekering

monitor

67%

67%

2.160

2.160

Prestatie-indicatoren: Aantal toegekende aanvragen P3.2.1.1

bijzondere bijstand

W&I

2.481

2.127

Aantal trajecten schuldhulpverlening (minnelijk P3.2.2.2

en wettelijk)

W&I

1.452

1.738

1.356

1.356

P3.2.2.3

Aantal U-pashouders

W&I

40.092

37.604

24.000

24.000

W&I

5.787

6.657

6.430

6.430

Aantal toekenningen langdurigheidtoeslag en P3.2.2.4

reserveringstoeslag

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P3.2.1 Armoedebestrijding

18.552

14.837

14.631

14.315

14.315

Totaal lasten

18.552

14.837

14.631

14.315

14.315

P3.2.1 Armoedebestrijding

881

494

494

494

494

Totaal baten

881

494

494

494

494

17.671

14.343

14.137

13.821

13.821

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

127

0

0

0

0

17.544

14.343

14.137

13.821

13.821

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning.

129


Prestatiedoelstelling 3.2: Armoedebestrijding De lasten zijn 0,84 miljoen euro lager in verband met de maximering van de inkomensgrens van het gemeentelijk armoedebeleid op 110% van het wettelijk minimumloon, zowel voor de regio als voor de gemeente Utrecht en 0,419 miljoen euro lager in verband met een meer selectieve en gerichte toepassing van schuldhulpverlening en nazorg (conform de meicirculaire 2011). Omdat deze posten nog niet in de nominale begroting 2012 verwerkt waren, leiden ze in 2013 tot een daling van het budget. De verwerking van het meerjarenbeleidsplan armoede en schuldhulpverlening 2012-2015 leidt tot 0,3 miljoen euro lagere lasten en 0,4 miljoen euro lagere baten, onder andere doordat de bijdragen vanuit de regiogemeenten voor U-pas lager worden door de normering op 110% van het wettelijk minimumloon. Overige wijzigingen leiden tot een daling van 0,2 miljoen euro. De doorbelaste overhead en apparaatskosten zijn 1,9 miljoen euro lager.

130


Programmastructuur Onderwijs Iedere Utrechtse leerling heeft optimale kansen om zijn talenten te ontwikkelen. Iedere inwoner heeft vrije en laagdrempelige toegang tot media als bronnen van kennis en cultuur.

Doelstelling

Subdoelstelling

1. kwalitatief goed en gevarieerd

1.1 Adequate onderwijshuisvesting.

Kosten 40.835

onderwijshuisvestingsaanbod. 1.2 Adequaat leerlingenvervoer. 2. kwalitatief goed onderwijs.

2.1 Alle Utrechtse leerlingen hebben een

3.432 39.238

startkwalificatie (naar vermogen) en ontwikkelen hun talenten. 3 Iedere Utrechter heeft vrije en

3.1 Zoveel mogelijk Utrechters gebruiken

laagdrempelige toegang tot media als

de bibliotheek.

bronnen van kennis en cultuur. Bedragen zijn in duizenden euro's.

132

14.675


1.7 Onderwijs Algemene programmadoelstelling We vinden het belangrijk dat iedere Utrechtse leerling in en rondom het onderwijs optimale kansen heeft om zijn talenten te ontwikkelen. Daarnaast willen we dat iedere bewoner vrije en laagdrempelige toegang heeft tot media als bronnen van kennis en cultuur. Visie en beleid op het gebied van onderwijs zijn vastgelegd in het collegeprogramma en in de Utrechtse Onderwijs Agenda 2010-2014 en Masterplannen primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO) en Leidsche Rijn. Hoofddoelstellingen van de Utrechtse Onderwijs Agenda zijn: optimale kansen voor elke leerling en zoveel mogelijk jongeren behalen een startkwalificatie. Partijen willen dit realiseren door samen te werken aan een hoge Utrechtse taalstandaard, hogere doorstroming naar en betere aansluiting op vervolgonderwijs, meer gemengde scholen met kansarme-kansrijke kinderen en verhoging van professionaliteit van leraren. Randvoorwaarde hiervoor is het verzorgen van een optimale huisvesting en een gevarieerd onderwijsaanbod. Visie en plannen hiervoor staan beschreven in het Huisvestingsprogramma en Masterplannen. Ook handhaving en uitvoering van de Leerplichtwet en het regelen van leerlingenvervoer is voorwaardenscheppend. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of â&#x20AC;&#x201C;kaders: Visie Utrechtse Onderwijs Agenda 2010-2014 ' Meer kansen voor Utrechts talent' Voortgangsrapportages Masterplannen Onderwijs Modernisering Bibliotheek Utrecht 'Op weg naar een toekomstbestendige bibliotheek', mei 2011

Subdoelstelling 1.1: Adequate onderwijshuisvesting Subdoelstelling 1.1 Adequate onderwijshuisvesting.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Er is keuzevrijheid voor ouders uit

P1.1.1 Versterken van de educatieve

diverse denominaties en onderwijsconcepten;

infrastructuur.

daarnaast is er een passend aanbod voor iedere leerling.

Wat willen we bereiken? Door het bieden van kwalitatief goede onderwijshuisvesting en een gevarieerd onderwijsaanbod kunnen ouders in Utrecht kiezen voor onderwijs vanuit diverse denominaties en vanuit verschillende onderwijsconcepten (zoals Jenaplan, Montessori). Ook hebben we een breed onderwijsaanbod van regulier tot en met speciaal onderwijs zodat leerlingen zoveel mogelijk in Utrecht naar school kunnen. 133


Effectdoelstelling 1.1.1 Er is keuzevrijheid voor ouders uit diverse denominaties en onderwijsconcepten; daarnaast is er een passend aanbod voor iedere leerling. Voor onderwijshuisvesting hebben we een wettelijke taak. Daarbinnen hebben we een beperkte invloed op de vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijke subdoelstelling om keuzevrijheid na te streven voor ouders. Hierin zijn de schoolbesturen vrij in handelen, hebben de regie en het initiatief. Wij bewaken en signaleren. Voor het basisonderwijs vinden we het belangrijk dat er in ieder geval keuze is op wijkniveau. Voor het voortgezet onderwijs kijken we naar variatie en breedte van het aanbod op stedelijk niveau. Utrecht vervult voor het speciaal onderwijs ook een regionale functie.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Versterken van de educatieve infrastructuur. De Masterplannen Onderwijshuisvesting zijn vol in uitvoering. Daarmee wordt in de bestaande stad achterstanden in onderhoud en functionaliteit in de schoolgebouwen weggewerkt door verbouw, renovatie, uitbreiding en nieuwbouw. Het Masterplan Voortgezet Onderwijs is op twee projecten na, gereed. Ook 2013 is nog een jaar van topproductie in de uitvoering van het Masterplan primair onderwijs en (speciaal) voorgezet onderwijs. De werkwijze uit de Versnellingsaanpak wordt wegens succes blijvend toegepast. In Leidsche Rijn voeren we de geplande onderwijsprojecten uit. In de nieuw te ontwikkelen buurten zien we temporisering van de woningbouw waardoor ook onderwijsprojecten verschuiven. Voor een gedetailleerdere planning en projectbeschrijvingen van de Masterplannen verwijzen we naar de voortgangsrapportages. Hierin nemen we ook de voortgang over de aanpak van het binnenmilieu mee. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Realisatie Indicator

Bron

Doelstelling

Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Effectindicatoren: LeerlingE1.1.1 E1.1.1

3 denominaties per wijk

administratie

2 onderwijsconcepten

Leerling-

op stedelijk niveau

administratie

2 scholen speciaal E1.1.1

onderwijs op stedelijk

Leerling-

niveau

administratie

Prestatie-indicatoren: Masterplan is afgerond; Aantal gerealiseerde

regulier

projecten masterplan PO VoortgangsP1.1.1

en (V)SO

rapportage MP

huisvestings17

25

79

programma Masterplan is afgerond;

Aantal gerealiseerde P1.1.1 P1.1.1

134

regulier

projecten in Masterplan

Voortgangs-

voortgezet onderwijs

rapportage MP

Gerealiseerde projecten

Voortgangs-

Leidsche Rijn

rapportage MP

huisvestings15

15

17

programma

22

24

26

33


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.1.1 Educatieve infrastructuur

38.169

40.835

42.797

38.276

38.276

Totaal lasten

38.169

40.835

42.797

38.276

38.276

P1.1.1 Educatieve infrastructuur

1.130

1.732

1.732

1.732

1.732

Totaal baten

1.130

1.732

1.732

1.732

1.732

37.039

39.103

41.065

36.544

36.544

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

1.455

915

915

915

915

Onttrekking reserves

718

1.210

1.210

1.210

1.210

37.777

38.808

40.770

36.249

36.249

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Educatieve infrastructuur De lasten stijgen per saldo met 2,666 miljoen euro. Bij de Voorjaarsnota 2012 is een bedrag van 1,263 miljoen euro beschikbaar gesteld voor realisatie van nieuwbouw Internationale Schakel Klassen. We verhogen de lasten met 1,180 miljoen euro voor de aanpak van diverse knelpunten Leidsche Rijn (huur piekopvang Leidsche Rijn, extra leslokalen De Ridderhof, langere tijdelijke huisvesting De Groen Alm, extra maatregelen Het Balkon, tijdelijke huisvesting piekopvang Het Zand en eerste inrichting schoolwoningen Leidsche Rijn). Door het opleveren en activeren van investeringsprojecten vanuit de jaren 2010 en 2011 nemen de kapitaallasten toe met 4,75 miljoen euro. De lasten van belastingen en heffingen stijgen met 0,245 miljoen euro. In 2012 was er incidenteel budget van 2 miljoen euro beschikbaar voor intensivering kinderclusters Overvecht. Vanuit de doorlichting investeringscomplex (Programmabegroting 2012) daalt het budget incidenteel in 2013 met 1 miljoen euro. Daarnaast dalen de lasten met 0,94 miljoen euro door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. De baten stijgen met een bedrag van 0,602 miljoen euro door hogere huuropbrengsten BSO (buitenschoolse opvang) en kinderdagverblijven (0,357 miljoen euro ) door 0,245 miljoen euro meer overige inkomsten van schoolbesturen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves We storten 0,915 miljoen euro in de programmareserve Onderwijs voor de uitvoering van het Masterplan Voortgezet Onderwijs. We onttrekken 1,21 miljoen euro uit de vaste activa reserve ter dekking van de kapitaallasten van de opgeleverde en geactiveerde projecten.

135


Subdoelstelling 1.2: Adequaat leerlingenvervoer. Subdoelstelling 1.2 Adequaat leerlingenvervoer.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2.1 Leerlingen die dit nodig hebben

P1.2.1 Verzorgen van leerlingenvervoer naar scholen.

kunnen met behulp van leerlingenvervoer onderwijs volgen.

Wat willen we bereiken? De regeling Leerlingenvervoer is een vergoeding van de vervoerskosten voor een leerling. Dit is voor leerlingen die niet zelf van en naar school kunnen komen; bijvoorbeeld voor leerlingen in het speciaal onderwijs die hiervoor moeten reizen. Effectdoelstelling 1.2.1 Het recht op leerlingenvervoer is in de wet vastgelegd. Door de inzet van leerlingenvervoer zijn kinderen in staat het onderwijs van hun keuze en/of met het juiste niveau te volgen wanneer dat niet in de buurt aanwezig is.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Verzorgen van leerlingenvervoer naar scholen. De kwaliteit van leerlingenvervoer wordt gewaardeerd met een cijfer zeven. Dit bereiken we door: Met de nieuwe vervoersmaatschappijen te blijven kijken naar veiligheid en goede uitvoering van het

leerlingenvervoer. De waardering van de nieuwe vervoerders die in 2012 zijn gecontracteerd, vindt eind 2012 plaats.

• Met behulp van onafhankelijk onderzoek – steekproeven - toe te zien op de dagelijkse uitvoering van het

leerlingenvervoer. Dit bedrijf controleert de kwaliteit van de dienstverlening, veiligheid van voertuigen en effectiviteit: controle van rijtijden, efficiency van routes en tijdig ophalen en thuisbrengen.

• Ervaringen uit 2012 laten zien dat de verordening niet helemaal aansluit op het huidige beleid. • We passen dit in 2013 aan.

Aan de hand van de monitor uit 2012 bezien we of verbeteringen nodig zijn. In het kader van efficiency en klantvriendelijkheid wordt vanaf 2013 gewerkt met open beschikkingen. Dat houdt in dat ouders een beschikking ontvangen voor onbepaalde tijd. De beschikking wordt aangepast bij wijzigingen in de schoolcarrière van een leerling, verhuizing of bijvoorbeeld verandering van gezinssamenstelling. Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

<5

<5

Effectindicatoren: Aantal thuiszittende

E1.2.1 136

kinderen als gevolg van

Administratie

ontbrekend

Leerlingzaken/

Schooljaar

leerlingenvervoer

thuiszitters

2010-2011


Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

2010

Realisatie Doelstelling Doelstelling 2011

2013

2016

7

7.5

Prestatie-indicatoren: KlanttevredenP1.2.1

klanttevredenheid

heidsonderzoek

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.2.1 Leerlingenvervoer

3.494

3.432

3.426

3.421

3.421

Totaal lasten

3.494

3.432

3.426

3.421

3.421

P1.2.1 Leerlingenvervoer

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

3.494

3.432

3.426

3.421

3.421

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

3.494

3.432

3.426

3.421

3.421

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting Is niet van toepassing.

137


Subdoelstelling 2.1: Alle Utrechtse leerlingen hebben een startkwalificatie (naar vermogen) en ontwikkelen hun talenten. Subdoelstelling 2.1 Alle Utrechtse leerlingen hebben een startkwalificatie (naar vermogen) en ontwikkelen hun talenten.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.1.1 Alle leerlingen beschikken over een

P2.1.1

startkwalificatie (naar vermogen) zodat ze

schoolloopbaan en ontwikkeling van hun talenten in en om de school.

zijn toegerust voor vervolgonderwijs en/of

Toerusten van leerlingen in hun

arbeidsmarkt.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 Alle leerlingen beschikken over een startkwalificatie (naar vermogen) zodat ze zijn toegerust voor vervolgonderwijs en/of arbeidsmarkt. Onderwijs en werk vormen de basis voor alle bewoners van de stad om zich te ontwikkelen en naar vermogen deel te nemen aan de samenleving. Dit begint thuis en op school. De school speelt een belangrijke rol in verbetering van kansen voor iedereen om talenten te ontwikkelen.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 Toerusten van leerlingen in hun schoolloopbaan en ontwikkeling van hun talenten in en om de school. Bij Voortijdig Schoolverlaten werken we in 2013 vanuit het nieuwe convenant 2012-2015 dat we met de regionale partners en het Rijk in 2012 hebben afgesloten. In dit convenant is per schoolsoort (vmbo, havo, vwo, mbo) een normpercentage vastgelegd dat behaald moet worden. Dit is de regionale vertaling van het landelijke streefcijfer van OCW ( maximaal 25.000 nieuwe voortijdig schoolverlaters). Uit onze regionale plananalyse komen een aantal maatregelen naar voren die we voor Utrecht (samen met de regio) inzetten: onder andere begeleiding op maat voor overbelaste jongeren, begeleiding van de overstap van voortgezet onderwijs naar MBO, scherper toezicht op verzuim van de groep 18+, gemeenschappelijke loopbaanoriĂŤntatie voor voortgezet onderwijs en MBO, betere begeleiding in de beroepsbegeleidende leerweg in het MBO. In 2012 zijn bestuursafspraken met het Rijk gemaakt om de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie te verbeteren en het aantal voorschoolgroepen uit te breiden. We blijven streven naar 95% doelgroeppeuters in 2015 en breiden daartoe de voorschoolgroepen uit. Daarnaast starten we scholingstrajecten om het taalniveau van voorschoolpersoneel te verhogen. Samen met opleidingsinstituten werken we aan verhoging van het aantal HBO-ers op voorschoolgroepen. Tot 2015 kunnen 35 van de huidige medewerkers een scholingstraject HBO volgen. Aan kwaliteitsverbetering werken we volgens het Utrechts Kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Voor ouderbetrokkenheid ontwikkelen we een kwaliteitskader en maken afspraken met de nieuwe aanbieder(s) VVE/peuterspeelzalen over aanbod voor ouders, om thuis (taal)activiteiten uit te voeren. Eind 2012 is bekend welke aanbieders zijn gekozen op basis van de subsidie-uitvraag. Zij starten hun werkzaamheden na de zomer van 2013. In 2013 start de implementatie van het Taalcurriculum 2-8 jarigen en wordt het Taalcurriculum 8-14 jarigen vastgesteld. Ander onderdeel van de bestuursafspraken is extra inzet op verbeteren van taal- en/of rekenprestaties. 138


Begin 2013 hebben de meeste van de 26 scholen hun programma voor 4 uur leertijduitbreiding geïmplementeerd. Ook de Brede School Academies starten begin 2013; deze worden op wijkniveau georganiseerd. Zomer 2013 vinden de eerste zomerscholen plaats. Enkele Brede Scholen implementeren de uitbreiding in hun dagarrangementen; hierbij bieden ze onderwijs, sport, cultuur en/of kinderopvang geïntegreerd aan. In het eerste jaar bereiken we circa 2.500 leerlingen met een taalachterstand. Met de schoolbesturen maken we afspraken over het monitoren van resultaten. We kijken niet alleen naar de resultaten van de leerlingen, maar ook naar de vormgeving van ouderbetrokkenheid. Leertijduitbreiding vindt juist plaats in onder andere: Overvecht, Zuidwest, Noordwest, Zuid en West. Wijkprioriteiten Het onderwijs zal zich in de burgerschapsprogramma's meer concentreren op het programma De Vreedzame School. De verzoeken uit de wijken Noordwest, Zuidwest en Zuid om te investeren in een vreedzame wijk sluiten hier goed bij aan. Deze verzoeken worden meegenomen in het reguliere beleid. Uitvoering hiervan vindt al plaats vanuit het programma Jeugd. Overvecht en Zuidwest vragen aandacht voor jeugdwerkloosheid, stages en leerwerkplekken voor jongeren om schooluitval te voorkomen en kansen te creëren. Vanuit programma's Onderwijs en Jeugd ondernemen we verschillende acties ten aanzien van jeugdwerkloosheid en leerwerkplekken, maar die zijn niet specifiek op één wijk gericht. Bij de werkloketten zijn onder andere consulenten werkzaam gespecialiseerd in jongeren en jobhunters. Daarnaast is bij een re-integratiebedrijf een aantal re-integratietrajecten ingekocht om jongeren te begeleiden naar een leerwerkplek. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

78%

79,1%

91,4%

93%

94%

Nulmeting

Effectindicatoren: E2.1.1

% 22 jarigen met

Leerling-

startkwalificatie

administratie

Prestatie-indicatoren: DUO (De P2.1.1

Absoluut aantal nieuwe

Utrechtse

voortijdige schoolverlaters

Opgave)

906

796

735

18

19

DUO

5,9%

5,1%

5,0%

20

21

Relatieve aantal nieuwe P2.1.1

voortijdige schoolverlaters

P2.1.1

% bereik doelgroeppeuters

Leerling-

P2.1.1

18

administratie

Aantal Brede Scholen

54,5%

78%

820%

95%

PO 11

PO 11

PO 13

PO 14

VO 9

VO 9

VO 10

VO 12

in het nieuwe convenant 2012-2015 worden de volgende percentages per schoolsoort opgenomen. Deze geven

scherper inzicht in de resultaten in het voortgezet en beroepsonderwijs. Het absolute aantal nieuwe vsv-ers wordt niet meer gemonitord. Nieuwe cijfers worden:

• • VMBO-bovenbouw • HAVO/VWO bovenbouw • MBO 1 • MBO 2 • MBO 3/4 VO-onderbouw

19

Zie voetnoot 18.

20

Zie voetnoot 18.

21

Zie voetnoot 18.

2013

2015

1%

0,2%

4%

1,5%

0,5%

0,1%

32,5%

22,5%

13,5%

10%

4,25%

2,75%

139


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.1.1 Ontwikkeling van talenten

35.852

39.238

38.667

38.263

33.096

Totaal lasten

35.852

39.238

38.667

38.263

33.096

P2.1.1 Ontwikkeling van talenten

14.466

20.693

20.693

20.693

14.526

Totaal baten

14.466

20.693

20.693

20.693

14.526

Saldo lasten en baten

21.386

18.544

17.974

17.569

18.569

Lasten

Baten

Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

21.386

18.544

17.974

17.569

18.569

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.1.1: Ontwikkeling van talenten De stijging van de baten en lasten in de jaren 2013, 2014 en 2015 en de daling in 2016 is het gevolg van de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor uitvoering van de afspraken uit het bestuursakkoord VVE / Verlengde Leertijd gedurende de jaren 2012 tot 2016.

140


Subdoelstelling 3.1: Zoveel mogelijk Utrechters gebruiken de bibliotheek Subdoelstelling 3.1 Zoveel mogelijk Utrechters gebruiken de bibliotheek.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.1.1 Meer mensen gebruiken de bibliotheek.

P3.1.1 Innoveren klantgerichte dienstverlening en activiteiten gericht op individuen en met scholen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.1.1 Meer mensen gebruiken de bibliotheek. We willen dat het aantal leners als percentage van de bevolking tenminste meestijgt met de bevolkingstoename. Ook willen we een echte stijging van het percentage leden op de bevolking. Ook het aantal bezoekers aan vestigingen en website willen we laten stijgen. Vrije en laagdrempelige toegang tot bronnen van kennis en cultuur helpt burgers zich bewust, kritisch en actief te kunnen bewegen in de maatschappij. Daarom willen we Bibliotheek Utrecht laagdrempelig bereikbaar, toegankelijk en aantrekkelijk houden.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.1.1 Innoveren klantgerichte dienstverlening en activiteiten gericht op individuen en met scholen. We innoveren de bibliotheek door: met ICT de dienstverlening gemakkelijker en aantrekkelijker te maken;

• • het digitale aanbod uit te breiden met wisselcollecties DVD’s, luisterboeken en e-books; • versterking van de educatieve functie met meer dienstverlening aan het voortgezet onderwijs; het aantal groepsbezoeken houden we op 1.200; m • et BoekStarthoeken voor baby’s en Skoolzones met huiswerkbegeleiding in wijkvestigingen; • openstelling van de centrale bibliotheek op zondagmiddag met lezingen, culturele activiteiten en evenementen in de centrale, de Cultuurcampus en andere grotere wijkbibliotheken. Hierdoor stijgt het aantal ‘dagdelen’ aan

activiteiten geleidelijk aan;

• deze activiteiten te omringen met marketingacties gericht op behoud en werving van leden; • culturele en sociale functies van de bibliotheek in samenwerking met (keten)partners te verbeteren; • huisvesting daarop in te richten met een nieuwe bruisende centrale bibliotheek voor de hele stad en een dekkend netwerk aan wijkvestigingen; • de verblijfsfunctie in wijkvestigingen te verbeteren met een aantrekkelijke inrichting en presentatie van de collecties.

141


Om slagvaardig de innovaties vorm te kunnen geven verzelfstandigt de Bibliotheek per 1 januari 2013. Hiertoe wordt aan de gemeenteraad het Bedrijfsplan Verzelfstandiging in een apart besluit voorgelegd. Indicatoren subdoelstelling 3.1 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

2010

62.248

65.177

64.000

65.000

2010

1.275.907

1.318.200

1.437.000

1.450.000

2010

652.902

750.000

780.000

850.000

2010

1.211

790

1.200

1.200

2010

182

116

150

300

Nulmeting

Effectindicatoren: Jaarverslag E3.1.1

Aantal leners

Bibliotheek Jaarverslag

E3.1.1

Aantal bezoekers

Bibliotheek Jaarverslag

E3.1.1

Bezoekers website

Bibliotheek

Prestatie-indicatoren: Groepsbezoeken leesbevordering en P3.1.1

media-educatie met

Jaarverslag

scholen

Bibliotheek

Culturele, informatieve en P3.1.1

Jaarverslag

educatieve ‘dagdelen’ Bibliotheek

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P3.1.1 Bibliotheek Utrecht

13.559

14.675

14.655

14.605

14.605

Totaal lasten

13.559

14.675

14.655

14.605

14.605

P3.1.1 Bibliotheek Utrecht

3.386

3.190

3.190

3.190

3.190

Totaal baten

3.386

3.190

3.190

3.190

3.190

10.173

11.485

11.465

11.415

11.415

Toevoeging reserves

1.785

1.785

1.785

1.785

1.785

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

11.958

13.270

13.250

13.200

13.200

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning.

142


Prestatiedoelstelling 3.1.1: Bibliotheek Utrecht De lasten in 2013 stijgen per saldo met 1,164 miljoen euro, dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de afroming van de reserve nieuwbouw Centrale Bibliotheek in 2012 is verwerkt als een lastenverlaging, een verlaging van het media budget en bezuinigingen Kunstuitleen. De lasten dalen met 0,048 miljoen euro, dit wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. De baten dalen door lagere bijdrage voor de kunstuitleen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Jaarlijks storten we een bedrag van 1,785 miljoen euro in de programmareserve Onderwijs voor de voorbereiding- en inrichtingskosten van de Centrale Bibliotheek.

143


Programmastructuur Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid Utrechters zijn gezond, betrokken, zelfredzaam en doen actief mee in de samenleving.

Doelstelling

Subdoelstelling

Kosten

1 Alle Utrechters doen mee aan de

1.1 In Utrecht is een sterke civil society.

13.469

1.2 In Utrecht zijn de inwoners

59.360

samenleving, ook de kwetsbare.

zelfredzaam. 1.3 In Utrecht kan iedereen meedoen

983

omdat er geen maatschappelijke drempels zijn. 2 De Utrechtse jeugd groeit op tot

2.1 Jeugdigen kunnen veilig buiten spelen

gezonde, betrokken, actieve en

en ontwikkelen ook na schooltijd hun

zelfstandige burgers.

talenten. 2.2 Jeugdigen groeien zonder problemen

10.259

7.766

op en ouders voelen zich voldoende toegerust voor de opvoeding. 2.3 Afname jongerenoverlast en

452

jeugdcriminaliteit. 3 Een gezonde stad waar inwoners

3.1 Alle Utrechters weten hun gezondheid

zich gezond voelen, gezond zijn en

bewaakt en beschermd.

16.844

gezond blijven. 3.2 De gezondheidsachterstanden

3.170

verkleinen door de gezondheid van kwetsbare Utrechters te bevorderen. 3.3 Zeer kwetsbare Utrechters vinden de weg terug naar zelfstandigheid en meedoen. Bedragen zijn in duizenden euro's.

144

15.875


1.8 Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid Algemene programmadoelstelling Utrechters zijn gezond, betrokken, zelfredzaam en doen actief mee in de samenleving. Wij willen dat inwoners van Utrecht van alle leeftijden, gezond, betrokken en zelfredzaam zijn en actief mee doen in de samenleving. Jeugdigen moeten veilig kunnen opgroeien tot gezonde, zelfstandige en betrokken inwoners. Daarvoor bieden we kansen en stellen we grenzen. In 2013 vertaalt de eerder vastgestelde visie op Vernieuwend Welzijn zich in een andere organisatie van een groot deel van het welzijnswerk. Onze inzet van de functie van sociaal makelaar varieert per wijk en buurt, afhankelijk van de prioriteit: van 'vinger aan de pols houden' tot actieve inzet. Voor Informatie en Cliëntondersteuning komt er één stedelijke organisatie, die zorgt voor laagdrempelige dienstverlening in wijken en buurten. Vanuit onze visie 'Meedoen naar vermogen' verbinden we verschillende beleidsdomeinen en activiteiten met elkaar: Vernieuwend welzijn (inclusief mantelzorg), het armoedebeleid, activering en begeleiding, maatschappelijke opvang, de individuele verstrekkingen et cetera. Samen met maatschappelijke partners integreren we de aanpak van de ondersteuning van mensen die minder zelfredzaam zijn. De decentralisatie van de AWBZ-begeleiding, het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang 2e fase en de Wet Werken naar Vermogen vallen onder dit dossier. Met onze buurtteams 'Meedoen naar Vermogen' zijn we inmiddels pilotgewijs gestart in een nieuw model van samenwerking. De decentralisatie begeleiding wordt niet ingevoerd per januari 2013. Hierover is landelijk overeenstemming bereikt in het Lenteakkoord. Naar verwachting wordt het wetgevingsproces na de totstandkoming van het nieuwe Regeerakkoord voortgezet. Daarin worden omvang, tempo en budget geregeld. We gaan daarom door met de verkenning voor inhoudelijke vernieuwingen. Een andere maatregel uit het Lenteakkoord, die per 2013 ingaat, is het extramuraliseren van het Zorgzwaartepakket (ZZP) 22 1 tot en met 3. Dit houdt in dat de lichte intramurale zorg voor nieuwe cliënten niet meer geboden wordt vanuit de AWBZ. Hiermee worden wonen en zorg gescheiden. Zorg wordt zoveel mogelijk in de eigen omgeving van de inwoner wordt geboden. Wij onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de inwoners, aanbieders en onszelf. Afhankelijk van de uitkomsten ondernemen we actie. Eerste indruk is dat vooral de snelle invoering en de extramuralisering van Zorgzwaartepakket 3 leidt tot ongewenste financiële en maatschappelijk effecten in de stad. Als voorbereiding op de decentralisatie van de jeugdzorg werken we met twee buurtteams. In deze buurtteams werken professionals van verschillende organisaties (lokale welzijnsorganisaties, regionale jeugdzorgaanbieders en Bureau Jeugdzorg) in één team waardoor de barrière tussen lokaal en geïndiceerd aanbod wordt opgeheven. Als in 2013 deze werkwijze is geëvalueerd, kijken we of deze werkwijze verder uitgebreid wordt. Tussen de ingangsdatum van het vernieuwend Welzijn en de decentralisatie van de jeugdzorg zit een periode van anderhalf jaar. Ook in deze periode zorgen we voor een kwalitatief goed en snel toegankelijk aanbod van opvoedondersteuning en preventieve hulpverlening dat flexibel meebeweegt op de ervaringen van de buurtteams Tegelijkertijd blijven we onder andere met de Vreedzame Wijk investeren in ‘het gewoon opvoeden'. De Jeugdgezondheidszorg blijft een belangrijke basisvoorziening gericht op gezondheid en zorg voor 0 tot 19 jarigen. De combinatie van sociaal en medische zorg is uniek. We zorgen voor goede verbindingen tussen de jeugdhulpverlening en de Jeugdgezondheidszorg. Per 1 januari 2014 moeten we, conform de Wet publieke gezondheid (Wpg), in de gemeenten uit de veiligheidsregio Utrecht met één gezondheidsdienst werken. Als voorbereiding hierop is een bestuurlijke overeenkomst gesloten die onder andere de benoeming van een directeur publieke gezondheid regelt. Tot uiterlijk 1 januari 2014 blijven wij

22

Een zorgzwaartepakket (ZZP) beschrijft welke ondersteuning of zorg iemand nodig heeft die niet zelfstandig kan

wonen. De zorgzwaartepakketten zijn verdeeld over de sectoren verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. In bijlage 2 van de regeling zorgaanspraken AWBZ staan de verschillende zorgzwaartepakketten beschreven. 145


grotendeels vanuit de staande organisaties werken. Voor de bestuurlijke aansturing van dit proces is er de Gemeenschappelijke Regeling Implementatie Wpg. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of â&#x20AC;&#x201C;kaders: Routekaart naar Vernieuwend Welzijn Doorlopend Divers (Speerpuntennotitie Diversiteitsbeleid 2011-2014) Agenda 22, Plan 2012-2018 Op eigen kracht en meedoen naar vermogen Beleidsvisie prestatieveld 6 Wmo 2011/60 Talent ontwikkelen en kansen pakken. Nota Jeugdbeleid 2011-2014 Contourennota Transitie Jeugdzorg Projectplan Tussenfase jeugd en veiligheid Duurzaam Gezond! Fit en weerbaar de toekomst in (Nota Volksgezondheid 2011-2014) Utrecht Gezond! Actieplan fase 2 2011-2013 De Verbinding, afspraken G4-Rijk Plan van aanpak dak- en thuislozen Maatschappelijke Opvang, 2e fase Rijk-G4 Stedelijk Kompas 2011-2014, Utrecht 100% thuis BinnenPlaats 2, actieplan wonen en woonvoorzieningen OGGz 2010-2014 Wijkambities 2012-2104

Subdoelstelling 1.1: civil society subdoelstelling 1.1 In Utrecht is een sterke civil society.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1. Inwoners voelen zich meer

P1.1.1 Ondersteunen van de civil society

betrokken en verantwoordelijk. E1.1.3 Inwoners zijn actief als vrijwilliger.

in wijken en buurten. P1.1.2 Faciliteren van accommodaties voor maatschappelijke activiteiten. P1.1.3 Stimuleren en faciliteren van stedelijk vrijwilligerswerk.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Inwoners voelen zich meer betrokken en verantwoordelijk. Utrechters voelen zich betrokken bij elkaar en bij hun buurt en dragen daar actief verantwoordelijkheid voor. Zij nemen initiatieven om de buurt leefbaar en levendig te maken en om â&#x20AC;&#x201C;waar nodig- problemen te helpen oplossen.

146


Effectdoelstelling 1.1.3 Inwoners zijn actief als vrijwilliger. Een zo groot mogelijk deel van de Utrechters is vrijwilliger. De kwaliteit van hun werk en hun deskundigheid zijn versterkt. Meer jongeren en Utrechters van allochtone afkomst doen vrijwilligerswerk.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Ondersteunen van de civil society in wijken en buurten. De inzet van het sociaal makelaarschap varieert per wijk en buurt, afhankelijk van de prioriteit. De inzet richt zich op het zichtbaar maken en waar nodig kwalitatief en kwantitatief versterken van netwerken van bewoners. Inzet vindt plaats op drie niveaus: op afroep in buurten met een hoog potentieel van zelforganisatie; incidentele inzet in buurten waar een vinger aan de pols volstaat; structurele, pro-actieve ondersteuning van bewonersinitiatieven in prioriteitsbuurten. Voor de uitvoering zijn zes verzorgingsgebieden in Utrecht aangewezen: Zuid en Oost, Zuidwest en Binnenstad, Noordoost en Overvecht, Noordwest en West, Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Wij vragen de organisaties die het Vernieuwend Welzijn gaan uitvoeren vanaf medio 2013 om aan te sluiten bij de aandachtspunten per wijk zoals voortgekomen uit de wijkdialogen. Prestatiedoelstelling 1.1.2 Faciliteren van accommodatie voor maatschappelijke activiteiten. Wij faciliteren initiatieven die bijdragen aan een leefbare en levendige buurt. Wij verwachten met minder vierkante meters toe te kunnen door activiteiten te verplaatsen naar accommodaties die dan een hogere bezetting krijgen en de vrijgekomen meters structureel anders aan te wenden. Met als doel goed gebruikte accommodaties waar bewoners zich welkom voelen en hun initiatieven voor een levendige en leefbare buurt kunnen ontplooien. In 2013 wordt het technisch beheer van de buurthuizen die in beheer zijn van de Wijkwelzijnsorganisaties (WWO's) overgedragen aan de nieuwe gemeentelijke Vastgoedorganisatie, het sociaal beheer wordt zoveel mogelijk in handen gelegd van bewoners, daarbij ondersteund vanuit het sociaal makelaarschap. Prestatiedoelstelling 1.1.3 Stimuleren en faciliteren van stedelijk vrijwilligerswerk. We bieden ondersteuning op maat bij de werving en bemiddeling van vrijwilligers en we willen dat vrijwilligersinitiatieven en –organisaties adequaat ondersteund worden. Wij willen de inbreng van de stad beter benutten en meer gebruik maken van de kracht, de kennis en de creativiteit van de inwoners en vrijwilligersorganisaties waarmee zij hun verantwoordelijkheid tonen. Het flexibel budget is een middel om sneller en flexibel in te spelen op initiatieven vanuit de civil society die participatie van alle Utrechters aan de samenleving beogen. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

87%

86%

88%

90%

30%)

33%

37%

38%

36%

41%

37%

38%

31%

30%

32%

33%

Effectindicatoren: % bewoners dat zich E1.1.1

verantwoordelijk voelt

Inwonersenquête

voor de buurt

(BI)

% bewoners dat actief

Inwonersenquête

is in de buurt

(BI)

% jongeren dat

Inwonersenquête

vrijwilligerswerk doet

(BI)

% allochtonen dat

Inwonersenquête

vrijwilligerswerk doet

(BI)

36% E1.1.2 E1.1.3 E1.1.3

(2009:

147


Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

80%

79%

82%

85%

DMO (afd.ontw.)

1.352 uur

1.870 uur

1.650 uur

1.870 uur

DMO (afd.ontw.)

n.v.t.

n.n.b. 23

640

770

DMO (afd.ontw.)

150

97

n.n.b. 25

26

Effectindicatoren: % bewoners tevreden over beschikbaarheid ruimte voor bewoners E1.1.3

InwonersenquĂŞte

initiatieven in de buurt (BI)

Prestatie-indicatoren: Bezettingsgraad welzijnsaccommodaties ten behoeve van bewoners P1.1.1

initiatieven Aantal ondersteunde

P1.1.2

bewonersinitiatieven Aantal ondersteunde

P1.1.3

vrijwilligersinitiatieven

24

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P1.1.1 Accommodaties

8.638

7.868

7.241

7.223

7.223

P1.1.2 Bewonersinitiatieven

4.379

4.002

1.477

977

977

P1.1.3 Vrijwilligerswerk

1.093

1.599

1.599

1.599

1.599

14.109

13.469

10.317

9.799

9.799

P1.1.1 Accommodaties

0

0

0

0

0

P1.1.2 Bewonersinitiatieven

0

0

0

0

0

P1.1.3 Vrijwilligerswerk

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

14.109

13.469

10.317

9.799

9.799

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

14.109

13.469

10.317

9.799

9.799

Lasten

Totaal lasten Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s.

23

de beschikbare registratiegegevens leveren geen totaalplaatje op. Hierover zullen scherpere afspraken worden

gemaakt. 24 facilitering d.m.v. subsidies. 25

in 2013 komen wij met een nieuw beleidskader vrijwilligerswerk, waarin wij een nieuwe wijze van meten van de

ondersteuning zullen opnemen. 26 Zie voetnoot 26. 148


FinanciĂŤle toelichting Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Accommodaties De lasten dalen 0,5 miljoen euro door een verschuiving naar Vrijwilligerswerk en 0,3 miljoen euro door de verschuiving van doorbelaste apparaatskosten naar het programma Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.2: Bewonersinitiatieven De lasten dalen 0,4 miljoen euro door het wegvallen van incidentele middelen. De daling van de lasten in 2014 betreft de ombuiging van 2,5 miljoen euro op de gemeentelijke subsidies, welke als stelpost onder deze doelstelling is geboekt. Prestatiedoelstelling 1.1.3: Vrijwilligerswerk De lasten stijgen 0,5 miljoen euro door een verschuiving vanuit Accommodaties voor de voormalige BOEG-panden.

Subdoelstelling 1.2 zelfredzaamheid

subdoelstelling 1.2 Utrechters zijn meer zelfredzaam en kunnen zelfstandig deelnemen aan de samenleving.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.2.1. Utrechters zijn zelfredzaam. Zij

P1.2.1 Mantelzorgers worden

voelen zich voldoende toegerust om

ondersteund.

zelfstandig of met behulp van hun netwerk deel te nemen aan de samenleving.

P1.2.2 CliĂŤnten, vluchtelingen en asielzoekers krijgen gepaste ondersteuning, gericht op zelfredzaamheid. P1.2.3 Inwoners die dat nodig hebben ontvangen individuele verstrekkingen.

Effectdoelstelling 1.2.1 Utrechters zijn zelfredzaam. Zij voelen zich voldoende toegerust om zelfstandig of met behulp van hun netwerk deel te nemen aan de samenleving. Een deel van de Utrechters ondervindt belemmeringen in het dagelijkse leven, die ze ondanks aandacht voor gezond leven en maximale inschakeling van de eigen omgeving niet zonder hulp kunnen ondervangen. Wij willen deze bewoners zodanig laten ondersteunen dat zij in staat zijn hun problemen aan te pakken met als resultaat een grotere maatschappelijke participatie en het voorkomen van verder afglijden.

149


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.2.1 Mantelzorgers worden ondersteund. We ondersteunen mantelzorg met specifieke aandacht voor allochtone en jonge mantelzorgers. Overbelasting van mantelzorgers trachten we te voorkomen met inzet van vrijwilligers als preventieve ondersteuning. Het lokaal kenniscentrum werkt aan de verspreiding van kennis en kunde over mantelzorgondersteuning naar andere professionals. Mantelzorg is onderdeel van de samenwerking met Achmea (Agis) in het kader van het convenant Utrecht Gezond! Prestatiedoelstelling 1.2.2 Geïntegreerde aanpak voor mensen die minder zelfredzaam zijn: Meedoen naar Vermogen. In 2012 zijn wij twee pilots gestart met buurtteams (Ondiep en Overvecht-Zuid) in het kader van Meedoen naar vermogen. Deze aanpak zorgt voor een meer in samenhang georganiseerde ondersteuning voor mensen die het (vaak tijdelijk)) niet zelf redden. De gebiedsteams bestaan uit een aantal professionals die vanuit een generalistische insteek werken. Ze hebben de regie over het aanbod in buurten waar de kwetsbaarheid groot is. Begin 2013 nemen wij een besluit over het vervolg. Naast de continuering van het tijdelijk huisverbod, blijven we investeren in de ondersteuning van gezinnen die met huiselijk geweld te maken hebben. Sinds juni 2012 werken wij met een digitale sociale kaart seksueel geweld. In 2012 zijn we ook gestart met expliciete aandacht voor huiselijk geweld in Marokkaanse kring. In 2013 continueren en evalueren we de pilot voor 'buitenlandse' daklozen. De Poolse organisatie Barka wordt voor de groep dakloze Oost Europeanen ingezet. Daarnaast bieden wij kwetsbare ongedocumenteerden met medische en psychische problematiek dan wel gezinnen met kinderen tijdelijke opvang en noodzakelijke begeleiding. Prestatiedoelstelling 1.2.3 Inwoners die dat nodig hebben ontvangen individuele verstrekkingen. In 2013 consolideren wij het beleid dat op 1 juni 2011 is ingevoerd. Tegelijkertijd zorgen wij voor de aansluiting en aanpassingen op de beleidskeuzes die voortkomen uit de mogelijke decentralisatie van de AWBZ. In dit jaar voeren wij twee grote aanbestedingen uit, voor de regiotaxi en de hulp bij het huishouden. Daarbij zal aangesloten worden bij de beleidskeuzes die gemaakt zijn in het dossier Mee doen naar vermogen. De samenwerking in de Wmo loketten in de wijken wordt voortgezet met de nieuwe aanbieders van Informatie en Cliëntondersteuning en de gebiedsteams. Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Realisatie Doelstelling Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

18% (2010)

18%

20%

18%

17%

Inwonersenquête (BI)

92%

92%

92%

95%

Inwonersenquête (BI)

8%

8%

7%

6%

7,1

7,2.

7,2

7,4

Effectindicatoren: % mantelzorgers E1.2.1

dat de zorg als te

Gezondheidspeiling

zwaar ervaart

(GG%GD)

% inwoners dat zichzelf kan redden E1.2.2

(rapportcijfer) % bewoners dat zich sociaal

E1.2.2

geïsoleerd voelt Klanttevredenheid Wmo (aantal

E1.2.3

150

aspecten)

Jaarlijks KTO (BI)

7,1 (2010)


Indicatoren subdoelstelling 1.2 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Stade

375

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

375

459

450

450

106

106

15.256

16.000

16.000

Effectindicatoren: Prestatie-indicatoren: Aantal mantelzorgers in bestand Steunpunt P1.2.1

Mantelzorg Aantal cliënten

Index:

individuele P1.2.2

ondersteuning

2010=100 Socrates

100

15.092

15.092

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Lasten P1.2.1 Mantelzorgers

1.527

936

930

927

927

P1.2.2 Zelfredzaamheid

21.650

22.387

21.839

21.792

21.792

P1.2.3 Individuele verstrekkingen

37.241

36.137

34.469

34.211

34.211

Totaal lasten

60.418

59.460

57.238

56.930

56.930

Baten P1.2.1 Mantelzorgers

0

0

0

0

0

P1.2.2 Zelfredzaamheid

0

0

0

0

0

P1.2.3 Individuele verstrekkingen

2.385

2.995

2.995

2.995

2.995

Totaal baten

2.385

2.995

2.995

2.995

2.995

58.033

56.465

54.243

53.935

53.935

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

58.033

56.465

54.243

53.935

53.935

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.2.1: Mantelzorgers De lasten dalen door verschuiving van de AWBZ middelen naar zelfredzaamheid (0,5 miljoen euro). Prestatiedoelstelling 1.2.2: Zelfredzaamheid De lasten stijgen door verschuiving vanuit toegankelijkheid (0,4 miljoen euro, subdoelstelling 1.3 ) en mantelzorg (0,5 miljoen euro) en door extra middelen voor de AWBZ (0,7 miljoen euro). De lasten dalen door overboeking van 0,1 miljoen euro naar het programma Veiligheid voor Burgernet en 0,054 miljoen euro wordt veroorzaakt door de 151


technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Prestatiedoelstelling 1.2.3: Individuele verstrekkingen De lasten en de baten stijgen beide met 0,2 miljoen euro vanwege een (technische) wijziging in de uitvoeringskosten van het CAK (innen eigen bijdragen) en met 0,4 miljoen euro door de beleidsvisie Prestatieveld 6. De lasten dalen door een lagere rijksbijdrage (0,1 miljoen euro) en door lagere doorbelaste apparaatskosten met 1,6 miljoen euro. Door de invulling van de doorlichtingtaakstelling dalen de lasten vanaf 2014 met 1,5 miljoen euro.

Subdoelstelling 1.3: Geen drempels subdoelstelling 1.3 In Utrecht kan iedereen meedoen omdat er geen algemene en maatschappelijke drempels zijn.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.3.1. Het vertrouwen dat discriminatie

P1.3.1 Meldingen van stigmatisering en

wordt tegengegaan is toegenomen.

discriminatie worden adequaat opgevolgd.

E1.3.2. Voorzieningen, openbare ruimte, informatie en dienstverlening zijn toegankelijk voor inwoners van Utrecht.

P1.3.2 Voorlichting geven over en zichtbaar maken van diversiteit. P1.3.3 Gemeentelijke informatie, voorzieningen en openbare ruimte worden begrijpelijker respectievelijk toegankelijker.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.3.1 Het vertrouwen dat discriminatie wordt tegengegaan is toegenomen. Wij blijven inzetten op het voorkomen van uitsluiting en discriminatie op basis van leeftijd, achtergrond, seksuele voorkeur en fysieke of geestelijke gesteldheid. Acceptatie van homoseksualiteit (LHBT-beleid) krijgt extra aandacht. Doel is de sociale acceptatie van LHBT-ers te laten toenemen, de tolerantie en het gevoel van veiligheid te vergroten en discriminatie van deze groep te verminderen. Effectdoelstelling 1.3.2 Voorzieningen, openbare ruimte, informatie en dienstverlening zijn toegankelijk voor inwoners van Utrecht. Onze ambitie is dat in meer Utrechtse wijken en buurten mensen ongeacht hun leeftijd in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Dit willen wij realiseren door samen met corporaties en zorg- en welzijnsaanbieders nieuwe kansrijke projecten op te zetten. Daarnaast stimuleren we een betere afstemming van het aanbod op de behoeften van het groeiende aantal allochtone ouderen (cultuursensitieve zorg). Tegelijk zetten wij in op krachtige uitvoering van agenda 22. Dit betekent dat gemeentelijke accommodaties toegankelijk moeten zijn voor mensen die slecht ter been

152


zijn. Ook moet de stad toegankelijk zijn voor mensen met een verstandelijke beperking of een langdurige psychische beperking.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.3.1 Meldingen van stigmatisering en discriminatie worden adequaat opgevolgd. Antidiscriminatie is een speerpunt in het gemeentelijk Diversiteitsbeleid. We zetten onze ondersteuning van het antidiscriminatiebureau Artikel 1 voort. Naast het basispakket klachtenbehandeling en registratie investeren we in preventie en voorlichting. Prestatiedoelstelling 1.3.2 Voorlichting geven over en zichtbaar maken van diversiteit. We bestrijden discriminatie, intimidatie en geweld tegen LHBT-ers, bevorderen dat LHBT-ers zich veilig weten, weerbaar zijn en zich welbevinden en durven uitkomen voor hun seksuele voorkeur. Dat doen we door continuering van 'Gayalert', uitbreiding van voorlichting op scholen, training en scholing van jongerenwerkers, continuering MidZomerGrachtfestival, organiseren Roze Zaterdag 2013, campagne Roze Sport Utrecht en door het aantal verpleegen verzorgingstehuizen dat de kwalificatie 'Roze Loper', een keurmerk voor LHBT-vriendelijk beleid mag dragen, uit te breiden. Prestatiedoelstelling 1.3.3 Gemeentelijke informatie, voorzieningen en openbare ruimte worden begrijpelijker respectievelijk toegankelijker. Met het plan voor de tweede fase van Agenda 22 geven wij een impuls om gebruik te kunnen maken van algemene voorzieningen door mensen met een fysieke, verstandelijke of psychiatrische beperking Met het plan Agenda 22 20122018 - met zo'n 100 acties – werken wij aan een Utrecht dat in 2018 goed toegankelijk is. We bouwen verder aan toegankelijke voorzieningen zoals het Muziekpaleis en de openbare ruimte bij grote projecten zoals Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar en Centrum Plan Leidsche Rijn. In de afspraken die wij maken met het algemene welzijnswerk in de wijken willen wij voor meer aanbod zorgen dat ook passend is voor mensen met een verstandelijke of langdurig psychische beperking. Indicatoren subdoelstelling 1.3 Indicator

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

12%

11%

10%

8%

n.v.t.

n.v.t.

n.n.b.

n.n.b.

61%)

63%

70%

75%

BHV

30

25

25

25

COC/GGD

40

42

73

86

Bron

Nulmeting

Effectindicatoren: % Utrechters dat zich E1.3.1

gediscrimineerd heeft

Inwoners-

gevoeld

enquête (BI)

% Utrechters dat de

E1.3.2

gemeentelijke

Benchmark

voorzieningen als fysiek

publieks-

toegankelijk ervaart

zaken (BI)

(2013)

% Utrechters dat (gemeentelijke) E1.3.3

67%

informatie toegankelijk

Inwoners-

en begrijpelijk vindt

enquête (BI)

(2009:

Prestatie-indicatoren: Aantal meldingen van homogerelateerde P1.3.1

incidenten bij de politie Aantal scholen dat voorlichtingsprogramma'

P1.3.2

s aanbiedt

153


Indicatoren subdoelstelling 1.3 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

5 per jaar

3 per jaar

5 per jaar

5 per jaar

Nulmeting

Aantal door de gemeente P1.3.3

toegankelijk gemaakte

DMO

voorzieningen

(afd.ontw.)

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Lasten P1.3.1 Melding discriminatie

514

129

124

121

121

P1.3.2 Voorlichting discriminatie

364

738

736

735

735

P1.3.3 Toegankelijkheid

518

116

116

116

116

1.396

983

976

972

972

P1.3.1 Melding discriminatie

0

0

0

0

0

P1.3.2 Voorlichting discriminatie

0

0

0

0

0

P1.3.3 Toegankelijkheid

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

1.396

983

976

972

972

Totaal lasten Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

1.396

983

976

972

972

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.3.1: Melding discriminatie De lasten dalen met 0,4 miljoen euro door een verschuiving naar voorlichting discriminatie. Prestatiedoelstelling 1.3.2 Voorlichting discriminatie De lasten stijgen met 0,4 miljoen euro door een verschuiving vanuit melding discriminatie Prestatiedoelstelling 1.3.3: Toegankelijkheid De lasten dalen met 0,4 miljoen euro door een verschuiving naar zelfredzaamheid (subdoelstelling 1.2).

154


Subdoelstelling 2.1: Vrije Tijd en Speelruimte Subdoelstelling 2.1 Jeugdigen kunnen veilig buiten spelen en ontwikkelen ook na schooltijd hun talenten.

Wat willen we bereiken? E2.1.1 Voldoende oppervlakte voor, en goede kwaliteit van formele en informele speelruimte. E2.1.2 Het percentage jeugdigen dat deelneemt aan gestructureerde vrijetijdsbesteding stijgt.

Wat gaan we daarvoor doen? P2.1.1 Voor iedere wijk is een speelruimteplan opgesteld. P2.1.2 Kinder- en jongerenwerk leidt actief toe naar regulier vrijetijdsaanbod zoals sport- en andere verenigingen en culturele instellingen.

E2.1.3 Ouders,opvoeders buurtgenoten en kinderen voelen zich meer betrokken en verantwoordelijk voor de leefomgeving van het kind.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.1.1 Voldoende goede speelruimte. Kinderen ĂŠn jongeren krijgen de ruimte om op een aantrekkelijke en veilige manier buiten te spelen en te verblijven. Voor kinderen is er, conform de nota speelruimte, voldoende formele en informele speelruimte dichtbij huis. Ook voor jongeren zijn er plaatsen waar zij elkaar in de buitenruimte kunnen ontmoeten zonder dat dit leidt tot onacceptabele overlast voor omwonenden. Effectdoelstelling 2.1.2 Deelname aan gestructureerde vrijetijdsbesteding. Een aantrekkelijk, gevarieerd en op de behoefte van kinderen en jongeren afgestemd vrijetijdsaanbod, biedt jeugdigen de kans om ook buiten schooltijd hun talenten te ontwikkelen. Kinder- en jongerenwerk is er in toenemende mate op gericht dat jeugdigen doorstromen naar regulier aanbod van sport- en andere verenigingen. Jeugdigen participeren actief bij beleid en projecten die hen aangaan. Effectdoelstelling 2.1.3 Ouders, opvoeders, buurtgenoten en kinderen voelen zich meer betrokken en verantwoordelijk voor de leefomgeving van het kind. Hiervoor is een sterke pedagogische civil society nodig, die 'gedragen' wordt door activiteiten van inwoners. Dit wordt bereikt door ondersteuning van kinderen en ouders/opvoeders op school/onder schooltijd, in de speeltuin, op straat en in buurthuizen.

155


Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.1.1 In 2013 wordt de eerste helft van de efficiency bezuiniging op de speeltuinen (Voorjaarsnota 2011) geëffectueerd. We maken afspraken met de Wijkwelzijnsorganisaties over ander beheer van de speeltuinen. Daar waar mogelijk worden buurtbewoners betrokken bij het beheer van de speeltuin en in een enkel geval kunnen de hekken zelfs geheel van om de speeltuin verwijderd worden. In 2014 volgt de tweede helft van de bezuiniging. Uitgangspunt nu en in de toekomst is dat de norm van 30.000 uur openstelling speeltuinen gehandhaafd blijft en dat er geen speeltuinen worden gesloten. We blijven de uitvoering van de wijkspeelruimteplannen monitoren. Speciaal punt van aandacht daarbij is toepassing van de Jantje Betonnorm bij herstructurering in de stad. Prestatiedoelstelling 2.1.2 In het kinderwerk maken we afspraken over meer eigen inzet door en verantwoordelijkheid voor ouders. Daarnaast bekijken we hoe we het kinderwerk en de Brede School nog verder aan elkaar kunnen verbinden. Ook tussen het jongerenwerk en het onderwijs leggen we meer verbinding, we bekijken bovendien hoe we het meidenwerk kunnen intensiveren. Het jongerenwerk, uitgevoerd door JoU, wordt ook in 2013 in alle wijken ingezet. De inzet wordt bepaald op basis van wijkgebonden indicatoren zoals aantal jongeren en de ervaren overlast. Ons beleid aangaande jeugdparticipatie zetten we voort. De jongerendenktank U-shake zal de gemeente ook in 2013 gevraagd en ongevraagd adviseren. U-shake wordt doorontwikkeld van verticale- naar meer horizontale participatie. De formule voor de Kinderraadsvergadering is aangepast. De focus wordt verschoven naar meer maatschappelijke thema's en wat kinderen zélf kunnen bijdragen. Indicatoren subdoelstelling 2.1 Realisatie Indicator

Bron

Realisatie Doelstelling Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

Effectindicatoren: % ouders (zeer) tevreden E2.1.1

over speelplekken voor

Inwoners-

kinderen in hun buurt

enquête

63% (2009)

58%

63%

63%

65%

Jeugdmonitor

92% (2010)

92%

92%

95%

95%

2

2

6

10

29.400

30.000

30.000

30.000

22

26,2

40

50,4

% jeugdigen (PO) dat deelneemt aan georganiseerde E2.1.2

vrijetijdsbesteding

Prestatie-indicatoren: P2.1.1.1 P2.1.1.2

Aantal gerealiseerde

DMO-

speelruimteplannen

Samenleving

0 (2009)

Aantal uren openstelling DMO-

30.000

speeltuinen

(2008)

Samenleving

Aantal FTE (fulltime P2.1.2.1

156

equivalent) aangestelde

DMO-

combinatiefuncties

Onderwijs

0(2008)


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

Lasten P2.1.1 Speelruimte

4.619

632

617

607

607

P2.1.2 Vrijetijdsbesteding

5.885

9.627

9.528

9.184

9.264

10.504

10.259

10.145

9.791

9.871

Totaal lasten Baten P2.1.1 Speelruimte

0

0

0

0

0

P2.1.2 Vrijetijdsbesteding

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

10.504

10.259

10.145

9.791

9.871

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

10.504

10.259

10.145

9.791

9.871

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.1.1: Speelruimte Het budget voor speeltuinen was in 2012 nog verdeeld over de prestatiedoelstellingen Speelruimte en Vrijetijdsbesteding. Dit is nu volledig ondergebracht bij Vrijetijdsbesteding. Prestatiedoelstelling 2.1.2: Vrijetijdsbesteding De daling van de lasten van 0,039 miljoen euro wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. Ook wordt in 2013 de eerste helft van de bezuiniging op speeltuinen ingevuld (0,28 miljoen euro).

157


Subdoelstelling 2.2: Opvoeden en Opgroeien Subdoelstelling 2.2 Jeugdigen groeien zonder problemen op en ouders voelen zich toegerust voor de opvoeding.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.2.1 Minder ouders met ernstige

P2.2.1 Twee proeftuinen waarin

opvoedproblemen en minder kinderen met ernstige opgroeiproblemen.

laagdrempelige (groepsgerichte) opvoedingsondersteuning en een generalistisch hulpaanbod zonder financiële schotten gerealiseerd zijn.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.2.1 Minder ouders met ernstige opvoedproblemen en minder kinderen met ernstige opgroeiproblemen. We stimuleren een opvoedklimaat waarin het voor jeugdigen en ouders normaal is om opvoedvragen te benoemen. Tegelijkertijd motiveren we hen om zelf (en samen met hun sociale netwerk) opvoedvragen of lichte opvoedproblemen aan te pakken. De Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's) hebben hierin een centrale rol. We zorgen er voor dat iedereen die dit nodig heeft, snel en gemakkelijk bij de juiste professionele hulp terecht komt.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 2.2.1 Ouders krijgen de hulp die ze nodig hebben integraal en dichtbij huis waarbij in 2 wijken ook de geïndiceerde jeugdzorg zonder organisatorische en financiële schotten integraal wordt ingezet. In 2013 zullen we de lokaal preventieve jeugdhulpverlening anders organiseren. Wij kiezen voor een organisatievorm van tijdelijke aard. Hiermee overbruggen we de periode tussen de start van het vernieuwend Welzijn en de decentralisatie van de jeugdzorg (gepland 1 januari 2015). We gebruiken deze periode om flexibel voor te bereiden op de decentralisatie. We gebruiken daarbij onder andere de uitkomsten van de evaluatie van de in 2012 gestarte proeftuinen met buurtteams. Deze evaluatie komt voorjaar 2013 beschikbaar. We sturen ook op meer aandacht voor de inzet van eigen kracht en sociaal netwerk. Om bij de gewenste flexibiliteit goed te kunnen sturen, gaan we de gewenste effecten beter benoemen en de resultaten anders meten. We onderhouden intensiever met de uitvoerder en maken daarnaast ook gebruik van horizontale verantwoording. Ook op andere wijzen blijven we ons volop voorbereiden op de aankomende decentralisatie. We gaan door met onze proeftuinen en afhankelijk van de evaluatie bekijken we of we deze verder kunnen uitbreiden. Ook met Wrap Around Care blijven we investeren in het bieden van gecombineerde lokale en geïndiceerde zorg. We komen in 2013, als onderdeel van het masterplan voor de decentralisatie jeugdzorg, met een verdere uitwerking van de rol van. CJG’s. Ze krijgen wettelijk een taak als frontoffice voor de jeugdzorg, we geven ze eveneens een rol bij het versterken van de pedagogische civil society. Ook met voortzetting van de Vreedzame Wijk, in diverse wijken benoemd tot wijkprioriteit, blijven we investeren in de pedagogische civil society.

158


Indicatoren subdoelstelling 2.2 Indicator

Bron

Nulmeting

Inwonersenquête

pm 27

DMO-Jeugd

0 (2011)

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

pm

pm

pm

pm

0

0

3

n.v.t.

Effectindicatoren: % ouders dat gebruik maakt van intensieve E2.2.1

jeugdzorg

Prestatie-indicatoren: Aantal proeftuinen met generalistisch P2.2.1 hulpaanbod

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.2.1 Opvoeden en opgroeien

3.451

7.766

6.637

6.634

6.634

Totaal lasten

3.451

7.766

6.637

6.634

6.634

P2.2.1 Opvoeden en opgroeien

132

132

132

132

132

Totaal baten

132

132

132

132

132

3.319

7.634

6.505

6.502

6.502

Lasten

Baten

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

3.319

7.634

6.505

6.502

6.502

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 2.2.1: Opvoeden en opgroeien De lasten stijgen als gevolg van de verwerking van de decentralisatie uitkering voor de Centra Jeugd en Gezin (CJG), deze was nog niet opgenomen in de nominale begroting 2012.

27

Deze indicator is geïnspireerd op de decentralisatie jeugdzorg. In Utrecht wordt de preventieve hulp verbeterd

waardoor vraag naar intensieve jeugdzorg afneemt. Met de inwonersenquête wordt dit jaar voor het eerst naar gebruik van opvoedhulp/jeugdzorg gevraagd. Nulmeting naar verwachting binnenkort beschikbaar. 159


Subdoelstelling 2.3: Jongerenoverlast en –criminaliteit nemen af Subdoelstelling 2.3 Jongerenoverlast en –criminaliteit nemen af.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E2.3.1 Afname van jongerenoverlast.

P2.3.1 Uitvoeren van de aanpak jeugd en veiligheid.

E2.3.2 Afname van jeugdcriminaliteit.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 2.3.1 Afname van jongerenoverlast. Wij willen de door inwoners ervaren jongerenoverlast (% vaak) verminderen van 22% in 2006 naar 14% in 2013. Effectdoelstelling 2.3.2 Afname van jeugdcriminaliteit. We willen het huidige aandeel jeugdige verdachten ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in Utrecht (2,9% in 2011) handhaven of verder laten dalen. Het betreft unieke jeugdige verdachten van 12 tot en met 24 jaar, woonachtig in Utrecht en aangehouden in de regio Utrecht, ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in diezelfde leeftijdcategorie woonachtig in Utrecht.

Wat gaan we daarvoor doen? We voeren de aanpak jeugd en veiligheid dit jaar anders uit dan voorgaande jaren. Dit als gevolg van de rijksbezuinigingen van 1,7 miljoen euro op Onze Toekomst (aanpak van Nederlands Marokkaanse risicojongeren), de voorgenomen verbeteringen in effectiviteit en efficiëntie van onze aanpak, en de ontwikkelingen in het kader van het Vernieuwend Welzijn 28 De belangrijkste veranderingen zijn dat we stoppen met het uitvoeren van maatregelen die specifiek zijn gericht op Nederlands Marokkaanse risicojongeren, we het aantal aanbieders van jeugd en veiligheid interventies verminderen, en een aantal maatregelen die eerder onderdeel waren van het programma jeugd en veiligheid dit jaar anders financieren. In de aanpak jeugd en veiligheid blijft het bieden van kansen, en waar nodig repressief optreden, centraal staan. We richten ons op jongeren die deel uitmaken van problematische jeugdgroepen en/of terugkeren uit detentie. Daarnaast richten we ons op jongeren die groot risico lopen de stap te zetten naar het deelnemen aan een problematische jeugdgroep of naar criminaliteit. Tot slot richten we ons actief op de ouders van de hierboven genoemde jongeren. Met het wegvallen van de rijksmiddelen voor Onze Toekomst, richten we ons niet langer met aparte trajecten op Nederlands Marokkaanse risicojongeren. Met onze maatschappelijke partners werken we wel aan een betere toegankelijkheid van generiek aanbod voor deze doelgroep. We zetten in 2013 vooral in op de aanpak jeugdgroepen, en het bieden van maatregelen gericht op dagbesteding en pedagogische begeleiding.

28

Zie commissiebrief ‘projectplan tussenfase jeugd en veiligheid’ van 6 juli 2012.

160


Prestatiedoelstelling 2.3.1 In 2013 zetten we de vernieuwde aanpak Jeugdgroepen voort 29 Dit houdt in dat we samen met onze ketenpartners (OM, politie en JoU) voor álle geshortliste jeugdgroepen een aanpak 'op maat' inzetten, waarvan de intensiteit afhankelijk is van de problemen die een groep veroorzaakt. De regie op deze aanpak ligt bij de gemeente. Het betreft een stedelijke aanpak, met een wijkgerichte regievoering. Ouders en buurtbewoners worden gestructureerd bij de aanpak betrokken. Het jongerenwerk levert, vooral ook binnen de aanpak jeugdgroepen, een bijdrage aan het terugdringen van jongerenoverlast en jeugdcriminaliteit. Aan jongeren uit de aanpak jeugdgroepen en de overige jeugd en veiligheid (jev)-doelgroep, bieden we interventies gericht op dagbesteding en pedagogische begeleiding aan. We werken intensief samen met Werk en Inkomen voor de inkoop van trajecten gericht op dagbesteding. We bieden onze doelgroep maatwerktrajecten aan, zowel individueel gericht als in groepsverband. Door hierin met W&I samen te werken, verwachten we door efficiencyvoordelen in staat meer jongeren te begeleiden met het beschikbare budget. Daarnaast bieden we pedagogische begeleiding aan met als doel belemmeringen bij jongeren weg te nemen die een goede (school)loopbaan of dagbesteding in de weg staan. Het gaat onder andere om het verbeteren van sociale vaardigheden, het wegwerken van schulden, (herstellen van) sociaal netwerk en toeleiden naar werk en/of vrije tijdsbesteding. Indicatoren subdoelstelling 2.3 Realisatie Indicator

Realisatie Doelstelling Doelstelling

Bron

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

Inwonersenquête

22% (2006)

19%

19%

14%

14%

BVH

2,9% (2010)

n.v.t.

2,9%

2,9%

2,9%

51% (2010)

51%

47%

100%

100%

Effectindicatoren: Ervaren jongerenoverlast (% E2.3.1

vaak) Aandeel jeugdige verdachten van het totaal aantal

E2.3.2

jeugdigen

Prestatie-indicatoren: % groepsgerichte plannen van aanpak P2.3.1

ten opzichte van

Aanpak

aantal groepen

Jeugdgroepen

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

P2.3.1 Jeugd en veiligheid

450

452

452

452

452

Totaal lasten

450

452

452

452

452

P2.3.1 Jeugd en veiligheid

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

Lasten

Baten

29

Zie commissiebrief ‘ Aanpak Jeugdgroepen’ van 24 januari 2012. 161


Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

450

452

452

452

452

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

450

452

452

452

452

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting Is niet van toepassing.

Subdoelstelling 3.1: Alle Utrechters weten hun gezondheid bewaakt en beschermd Subdoelstelling 3.1 Alle Utrechters weten hun gezondheid bewaakt en beschermd.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.1.1. Utrecht is een gezonde, sociale en

P3.1.1 Bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van alle Utrechters.

actieve stad waar de gezondheid van alle Utrechters is bewaakt en beschermd.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.1.1 Utrecht is een gezonde, sociale en actieve stad waar de gezondheid van alle Utrechters is bewaakt en beschermd. Wij willen dat alle Utrechters gelijke kansen hebben op het zich gezond voelen, zijn en blijven en dat kinderen en jongeren in goede gezondheid kunnen opgroeien en ontwikkelen.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.1.1 Bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van alle Utrechters.

• Wij bewaken en beschermen de gezondheid door infectieziekten (waaronder zoönosen

30

, en tuberculose) te

bestrijden en waar mogelijk te voorkomen. Voor zoönosen verstevigen wij de contacten met het veterinaire netwerk. Verstevigen van het netwerk van de unit tuberculose zal leiden tot een vorm van samenwerking met ziekenhuizen en/of GGD Amsterdam. Eind 2013 voldoen wij aan de eisen gesteld aan de vergunning tuberculosescreening in kader van de Wet bevolkingsonderzoek. We investeren in de voorbereiding op uitbraken van infectieziekten.

30

Ziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn.

162


• Wij bewaken en beschermen de gezondheid ook door gezondheidsrisico's, als gevolg van onder andere

luchtverontreiniging, geluidshinder en onveilige situaties, zoveel mogelijk te beperken. In de wijkambities van verschillende wijken is aandacht gevraagd voor de luchtkwaliteit. Bij besluiten in het kader van stadsontwikkeling wegen wij gezondheidsaspecten expliciet mee. We stimuleren lokale initiatieven voor een gezonde leefomgeving en

gezond voedsel zoals moestuinen, de beweegtuin in Noordwest en de generatietuin in Overvecht.

• Wij bevorderen een goede seksuele gezondheid. Door preventieactiviteiten in de Week van de Lentekriebels,

weerbaarheidstrainingen en Lang leve de Liefde leggen wij de basis voor een gezonde relationele en seksuele ontwikkeling bij kinderen en jongeren. MBO leerlingen geven we voorlichting over seksuele gezondheid en het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) en verwijzen we waar nodig naar Sense-spreekuren of de soa-poli. Daarnaast voeren wij soa preventie activiteiten uit voor hoogrisicogroepen onder andere via internet (chat), en het aanbieden van hepatitis B vaccinaties.

• Wij bevorderen naleven van regels in kinderopvang, houden toezicht hierop en handhaven waar nodig, conform het vastgestelde Handhavingsprogramma Inspectie Kinderopvang. • Door het verzorgen van het Rijksvaccinatieprogramma en het tijdig signaleren van problemen of afwijkingen bevorderen wij gezond opvoeden en opgroeien en leveren wij een bijdrage aan het voorkomen van

welvaartsziekten. De Jeugdgezondheidszorg is klantgericht en werkt vanuit de wijken samen met (voor)scholen en andere professionele partners. Wij brengen de stijging van het aantal kinderen in de gemeente Utrecht in beeld en vangen de consequenties daarvan binnen het budgettaire kader op. In afstemming met de Inspectie voor de Gezondheidszorg ontwikkelen wij daarvoor onder andere een meer risicogerichte werkwijze.

• We willen bij jeugd en jongeren het eerste gebruik van alcohol en drugs uitstellen en risicovol gebruik voorkomen. Door samenhangende activiteiten op verschillende gebieden willen we een doorbraak realiseren. Dat doen we aan de hand van vier pijlers: 1. Voorlichting en educatie (informatie, voorlichting, campagnes), 2. Inrichting van de omgeving (fysieke en sociale omgeving), 3. vroegsignalering, advies en ondersteuning, 4. Regelgeving en handhaving (regels, wetten, handhaving). Een voorbeeld van zo'n samenhangende aanpak is de wijkaanpak 'Jongeren en alcohol in Oost'. Het alcoholgebruik door jongeren en volwassen in Oost behoort tot de hoogste van de stad en er is maatschappelijk draagvlak om daar verandering in te brengen. In de wijkaanpak werken we met partners als scholen, sportverenigingen, supermarkten en de politie samen om de beginleeftijd van alcohol drinken te verhogen en het alcoholgebruik onder jongeren te verminderen. Problematische gebruikers willen we zo vroeg mogelijk signaleren en toeleiden naar het juiste aanbod.

• Wij monitoren de gezondheidstoestand van de Utrechters en bereiden de Volksgezondheidsmonitor Utrecht (VMU) 2014 voor . Daarnaast voeren wij actiebegeleidend en evaluatief onderzoek bij projecten. Wij • participeren actief in de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen (GHOR), georganiseerd vanuit 31

Veiligheidsregio Utrecht.

Indicatoren subdoelstelling 3.1 Indicator

Bron

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

87% (2010)

87%

87%

87%

87%

89%

89%

Effectindicatoren: Percentage inwoners ≥ 19 met een uitstekend E3.1.1

tot (zeer) goed ervaren

Gezondheids

gezondheid.

-peiling 32

Percentage kinderen in groep 7 en 8 (PO) met (heel)goed ervaren E3.1.1

31

gezondheid.

88% (2009Jeugdonitor 33

2010)

88%

89%

34

De Volksgezondheidsmonitor Utrecht wordt één keer in de vier jaar uitgebracht. De monitor en de nota

Volksgezondheid zijn de pijlers van de lokale preventiecyclus volksgezondheid. 32 Gezondheidspeiling wordt eens in de twee jaar uitgevoerd. De meest recente is van 2010. In het najaar van 2012 wordt een nieuwe uitgevoerd. De Jeugdmonitor wordt eens in de twee jaar uitgevoerd in het primair onderwijs.

33 34

Jeugdmonitor schooljaar 2011-2012. 163


Indicatoren subdoelstelling 3.1 Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie

Realisatie

Doelstelling

Doelstelling

2010

2011

2013

2016

Percentage kinderen in E3.1.1 35 groep 7 en 8 (PO) dat ooit gedronken heeft.

31% (2009Jeugdonitor

2010) 36

31%

27% 37

26%

24% 38

GG&GD/GBS

77 (2010)

77 39

154 40

100

50

GG&GD/GBS

464 (2010)

464

437

700 41

te stellen

GG&GD/JGZ

2 (2010)

2

2

3 42

10

RIVM

95% (2010)

95%

95%

95%

95%

Prestatie-indicatoren: Aantal voorlichtingsbijeenkoms ten seksuele gezondheid aan 1E-/2e jaarsstudenten op MBO P3.1.1

scholen. Aantal inspecties van kinderopvangvoorzienin gen uitgevoerd conform jaarlijks

P3.1.1

handhavingsplan.

Jaarlijks vast

Aantal wijken waarin JGZ intensief samenwerkt P3.1.1

met (voor)scholen. Percentage op aangeboren afwijkingen gecontroleerde

P3.1.1

pasgeboren kinderen. Percentage met voorlichting en preventieactiviteiten

PO: 61%

over alcohol- en P3.1.1 43 middelengebruik

P3.1.1

GG&GD/

bereikte scholen 44

MGZ

Aantal weerbaarheids-

GG&GD/

trainingen per jaar (PO) 47 G&E

VO: 24%

PO: 61%

PO: 63%

PO: 70%

PO: 79%

(2010)

VO: 24%

VO: 29% 46

VO: 27%

VO: 31%

46

50

65

70 48

45

46 (2010)

35

Gekozen is voor minder effectindicatoren voor alcohol omdat die meer zeggen over de inzet van het programma.

36

Gekozen is voor minder effectindicatoren voor alcohol omdat die meer zeggen over de inzet van het programma.

37

Jeugdmonitor schooljaar 2011-2012.

38

Het programma loopt tot 2014. Mogelijk herijking beleid en indicatoren.

39

In 2010 hoger door externe financiering.

40

Door extra subsidie van het RIVM voor verbetering seksuele gezondheid allochtonen hebben we een aantal extra

voorlichtingen kunnen geven. 41 Door gewijzigde wetgeving zijn er meer inspecties gepland. 42

Overvecht, Kanaleneiland en Ondiep.

43

Gekozen is voor minder effectindicatoren voor alcohol omdat die meer zeggen over de inzet van het programma.

44

De percentages verschillen van de percentages uit de Programmabegroting 2012. In de begroting van 2012 werd er

nog van uitgegaan dat alleen het primair en voortgezet onderwijs werd bezocht, inmiddels is dat uitgebreid met het speciaal primair onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs. Er wordt verantwoord op het aantal scholen en niet op het aantal leerlingen. Schooljaar 2010-2011.

45 46

Schooljaar 2011-2012.

47

De weerbaarheidstrainingen worden ieder jaar aan alle scholen (PO) aangeboden. Onderwerpen zijn onder andere

pesten, alcohol, (homo)seksualiteit, kindermishandeling. Aantal is inclusief trainingen doorbraakdossier alcohol jeugd. 164


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

gezondheid Utrechters.

19.971

16.844

16.905

16.904

16.904

Totaal lasten

19.971

16.844

16.905

16.904

16.904

gezondheid Utrechters.

8.567

4.667

4.667

4.667

4.667

Totaal baten

8.567

4.667

4.667

4.667

4.667

11.404

12.178

12.238

12.237

12.237

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

11.404

12.178

12.238

12.237

12.237

Lasten P3.1.1 Bewaken en beschermen

Baten P3.1.1 Bewaken en beschermen

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.1.1: Bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van alle Utrechters De daling van de lasten van 0,43 miljoen euro wordt veroorzaakt door de technische verwerking van de taakstelling inkoop op deze prestatiedoelstelling. Voor meer informatie zie het hoofdstuk 4 Financieel beeld. De baten dalen met circa 3,9 miljoen euro doordat de brede doeluitkering voor de centra voor jeugd en gezin (BDU CJG) wordt overgeheveld naar de algemene middelen. De uitkering wordt vanaf 2013 structureel toegevoegd aan het Gemeentefonds. De inkomsten op dit programma nemen daardoor af en de algemene middelen nemen met eenzelfde bedrag toe. Per saldo verloopt dit budgettair neutraal.

48

Doelstelling 2016 gaat uit van continuering van aanvullende bijdragen uit het programma alcohol en drugs. 165


Subdoelstelling 3.2: De gezondheidsachterstanden verkleinen door de gezondheid van kwetsbare Utrechters te bevorderen. Subdoelstelling 3.2 De gezondheidsachterstanden verkleinen door de gezondheid van kwetsbare utrechters te bevorderen.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.2.1. Utrecht is een gezonde, sociale en

P3.2.1 Een samenhangende aanpak in

actieve stad waar de

gebieden met de grootste

gezondheidsachterstanden van kwetsbare

gezondheidsachterstanden langs vier

Utrechters zijn verminderd waarmee hun

sporen: Meedoen

zelfredzaamheid en mogelijkheden van participatie zijn vergroot.

• • Leefstijl • Gezonde fysieke en sociale leefomgeving • Toegankelijke zorg en ondersteuning.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.2.1 Utrecht is een gezonde, sociale en actieve stad waar de gezondheidsachterstanden van kwetsbare Utrechters zijn verminderd waarmee hun zelfredzaamheid en mogelijkheden van participatie zijn vergroot. Utrechters met een laag inkomen en opleiding, vaak wonend in de Utrechtse Krachtwijken, hebben te maken met problemen op meerdere leefgebieden. Wij vinden het onacceptabel dat in sommige wijken mensen twaalf jaar eerder gezondheidsproblemen krijgen en mede daardoor belemmeringen ervaren om (maatschappelijk) actief te zijn. Het terugdringen van deze gezondheidsachterstanden is daarom een van onze speerpunten.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.2.1 Een samenhangende aanpak in gebieden met de grootste gezondheidsachterstanden langs de vier sporen: Meedoen, Leefstijl, Gezonde fysieke en sociale leefomgeving en Toegankelijke zorg en ondersteuning.

• Wij continueren de Gezonde Wijk aanpak in Overvecht en sluiten daarmee aan bij de wijkambities. Ook in

Zuidwest 49 en Noordwest 50 gaan wij door met deze integrale aanpak op gebiedsniveau. Naast een regierol zetten we hiervoor op specifieke terreinen (voorlichting, wijk gezondheidswerk) ook uitvoerende taken in. In de overige wijken van Utrecht is zo’n integrale aanpak niet aan de orde. In de wijken Zuid en Leidsche Rijn wordt projectmatig gewerkt aan vermindering van gezondheidsachterstanden.

49

Kanaleneiland en Transwijk.

50

Zuilen en Ondiep.

166


• Om overgewicht bij kinderen terug te dringen in de wijken Zuid

51

, Zuidwest 52 , Noordwest 53 en Overvecht waar de

problematiek onder de jeugd het grootst is, continueren wij met publieke en private partijen de community aanpak Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG).

• Wij stimuleren de psychische gezondheid en de mentale fitheid als de rode draad in ons volksgezondheidsbeleid.

Het is de basis om mee te kunnen doen in de samenleving. Een activiteit in 2013 is de stadsestafette ('Ontspannen in…) die in 2012 in Overvecht gestart is en ook in andere wijken uitgevoerd wordt.

• Succesvolle activiteiten willen we zoveel mogelijk borgen in regulier (GG&GD) aanbod en we zoeken naar de

verbinding met andere beleidssectoren vanuit nieuwe focus op wonen, werken en leren. Ook het sportbeleid biedt hiervoor goede aanknopingspunten. Realisatie Indicator

Bron

Realisatie Doelstelling Doelstelling

Nulmeting

2010

2011

2013

2016

16% (2010)

16%

16%

15%

14%

Effectindicatoren: Percentage inwoners ≥ 19 dat onvoldoende regie op eigen leven E3.2.1

ervaart in buurten met

Gezondheids

integrale gebiedsaanpak

-peiling

Percentage inwoners ≥ 19 met matig of slecht ervaren gezondheid in E3.2.1

buurten met integrale

Gezondheids

gebiedsaanpak

-peiling

24% (2010)

24%

24%

23%

22,5%

GG&GD/JGZ

25% (2010)

25%

25%

23%

20%

62%

62%

63%

65%

1

3

3

3

500

500

500

500

1

1 57

4 58

4

Percentage kinderen met overgewicht 54 in groep 2 en 7 (PO) in buurten met E3.2.1

JOGG-inzet Percentage inwoners ≥ 19 dat voldoende

E3.2.1

beweegt in wijken met

Gezondheids

integrale gebiedsaanpak

-peiling

62% (2010)

GG&GD/G&E

1 (2010)

GG&GD/G&E

500 (2010) 56

GG&GD/G&E

1 (2010)

Prestatie-indicatoren: Aantal wijken/buurten met aanpak Gezonde P3.2.1

Wijk Aantal bereikte inwoners per wijk door

P3.2.1

wijkgezondheidswerk 55 Aantal wijken/buurten

P3.2.1

met JOGG-inzet

51

Hoograven.

52

Kanaleneiland en Transwijk.

53

Zuilen, Pijlsweerd en Ondiep.

54

Percentage is inclusief obesitas.

55

Wijkgezondheidswerk in vijf wijken actief: Overvecht, Noordwest, Hoograven, Kanaleneiland en Leidsche Rijn.

56

Waarde 2010 exclusief extra bereik door WAP-middelen.

57

Noordwest (Ondiep, Zuilen en Pijlsweerd).

58

Noordwest (Ondiep, Zuilen en Pijlsweerd), Overvecht, Zuid (Hoograven, Tolsteeg en Bokkenbuurt), Zuidwest

(Kanaleneiland en Transwijk). 167


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

gezondheidsachterstanden

4.257

3.170

3.092

2.814

2.814

Totaal lasten

4.257

3.170

3.092

2.814

2.814

0

33

33

33

33

57

33

33

33

33

4.200

3.137

3.059

2.781

2.781

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

4.200

3.137

3.059

2.781

2.781

Lasten P3.2.1 Een samenhangende aanpak in gebieden met de grootste

Baten P3.2.1 Een samenhangende aanpak in gebieden met de grootste gezondheidsachterstanden Totaal baten Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.2.1: Een samenhangende aanpak in gebieden met de grootste gezondheidsachterstanden Een samenhangende aanpak in gebieden met de grootste gezondheidsachterstanden langs de vier sporen: Meedoen, Leefstijl, Gezonde fysieke en sociale leefomgeving en Toegankelijke zorg en ondersteuning. Als gevolg van uitwerking van de doorlichtingrapporten over doelmatigheid en doeltreffendheid dalen de lasten op het onderdeel gezondheidsbevordering tot en met 2015.

168


Subdoelstelling 3.3: Zeer kwetsbare Utrechters vinden de weg terug naar zelfstandigheid en meedoen. Subdoelstelling 3.3 Zeer kwetsbare Utrechters vinden de weg terug naar zelfstandigheid en meedoen.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E3.3.1 Verminderen van het aantal zeer

P3.3.1 Voortzetten van en voortbouwen op

kwetsbare Utrechters en voorkomen dat

bestaand beleid gericht op preventie en

kwetsbare Utrechters zeer kwetsbaar worden.

duurzaam herstel, uitgaande van participatie en eigen kracht van mensen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 3.3.1 Verminderen van het aantal zeer kwetsbare Utrechters en voorkomen dat kwetsbare Utrechters zeer kwetsbaar worden. Voor Utrechters die op alle leefgebieden problemen hebben en geen uitweg meer kunnen vinden, voeren wij de wettelijke vangnettaken uit en leiden mensen naar zorg. Daarnaast zetten wij in op blijvend herstel en een vorm van participatie. Deze activiteiten vinden plaats als onderdeel van het programma Meedoen naar Vermogen.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 3.3.1 Voortzetten van en voortbouwen op bestaand beleid gericht op preventie en duurzaam herstel, uitgaande van participatie en eigen kracht van mensen.

• We willen voorkomen dat mensen dakloos raken. Huisuitzetting door huurschuld is een belangrijke aanleiding voor dakloosheid. Beperken van het aantal huisuitzettingen draagt bij aan een lagere instroom in de opvang. De aanpak

‘Voorkom Huisuitzetting!’ heeft als doel deze huisuitzettingen te voorkomen. Deze aanpak is vanaf november 2008 in de hele stad ingevoerd. Het succes van de aanpak komt doordat wij en diverse organisaties 59 intensief en aanvullend op elkaar samenwerken. Het geheel is geborgd in een convenant.

• Wij verlenen sociaal-medische zorg aan mensen met problemen op meerdere levensgebieden. Wij zoeken actief naar deze mensen en leiden ze naar zorg. • We voeren veldregie op individuele casuïstiek gerelateerd aan Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. We

monitoren het aantal buitenslapers, de instroom in de Maatschappelijke Opvang en de voortgang van individuele trajecten.

• Wij continueren het uitstapbeleid door het uitstapprogramma te subsidiëren. Vijftig vrouwen per jaar kunnen een uitstaptraject volgen. We streven ernaar dat minimaal twaalf vrouwen de prostitutie verlaten. • Wij geven maximaal 150 vergunningen om te werken op de tippelzone. Hierdoor houden we de omvang beheersbaar wat bijdraagt aan de veiligheid en de openbare orde.

59

GG&GD, Werk en Inkomen, woningcorporaties, Centrum Vaartserijn en wijkwelzijnsorganisaties Portes, Doenja en

Cumulus. 169


• We registreren alle vrouwen die willen werken in de raamprostitutie als één van de maatregelen in het tegengaan van mensenhandel. • De Voorzorgtrajecten voor (aanstaande) moeders tot 25 jaar die in 2012 zijn ingestroomd blijven tot een maximaal duur van 2,5 jaar zorg ontvangen. Wij zijn onder meer met de provincie Utrecht in gesprek voor middelen om Voorzorg te continueren. Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

corporatiewoningen

Bestuurlijke

0,15%

centrumgemeente.

monitor PvA MO

(2009)

GG&GD/MGZ

50 (2009)

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

0,11%

0,14%

0,15% 60

0,15%

74

95 61

50

50

< 23 jr.

22 <23 jr. 32 < 23 jr.

Effectindicatoren: Aantal huisuitzettingen bij woningcorporaties per E.3.3.1

Prestatie-indicatoren: Aantal uitstaptrajecten P3.3.1

(prostitutie). Aantal dakloze zwerfjongeren < 23 jaar en volwassenen

P.3.3.1

≥ 23 jaar die voor drie

22 < 23 jr.

maanden een stabiele

en

mix hebben op vier

Bestuurlijke

leefgebieden 62

monitor PvA MO

176 ≥ 23 jr.(2011)

en

en

32< 23 jr.

≥ 23 jr.

176 ≥ 23

en

en

n.v.t. 63

jr.

175 ≥ 23 jr.

175 ≥ 23 jr.

Aantal 64 cliënten < 23 jaar en ≥ 23 jaar

P.3.3.1

en met trajectplan dat

55< 23 jaar

uitstroomt naar

en

vormen van (begeleid)

Bestuurlijke

128 ≥ 23 jr.

zelfstandige wonen.

monitor PvA MO

(2011)

GG&GD/JGZ

13 (2010)

55 < 23

55 < 23 jr.

< 23 jr. en

jr. en

55 < 23 jr.

en

≥ 23 jr.

128 ≥ 23

en

128 ≥ 23

n.v.t. 65

jr.

128 ≥ 23 jr.

jr. 66

13

17

13 67

13 68

Aantal vrouwen dat P3.3.1

60

traject VoorZorg start.

Om schommelingen in de woningvoorraad te kunnen ondervangen is gekozen voor een percentage. In absolute

aantallen gaat het in 2009 om 67 huisuitzettingen uit sociale huurwoningen vanwege huurschuld op 44.183 woningen, in 2010 ging het om 49 uitzettingen op 46.001 woningen, in 2011 om 63 uitzettingen op 46.309. 49 vrouwen waren in 201O met het traject gestart, 46 vrouwen zijn in 2011 gestart. Twaalf vrouwen zijn in 2011 uit

61

de prostitutie gestapt. De vier leefgebieden zijn: inkomen, huisvesting, contact met hulpverlening en activering / dagbesteding.

62 63

Eerste peiljaar is 2011, de indicator 2006-2010 ging uit van een stabiele mix op drie leefgebieden.

64

In definitieve versie Bestuurlijke Monitor PvA MO van de G4 is gekozen voor monitoren in aantallen en niet in

percentage of landelijk overeengekomen streefcijfers. 65 Eerste peiljaar is 2011. 66

Er is met het Rijk geen streefcijfer afgesproken, het wenselijke en reëel haalbare aantal is afhankelijk van lokale

keuzes en omstandigheden. De streefwaarden zijn gelijkgesteld aan de realisatie van 2011. Realisatie 2011 is een voorzichtige schatting. De indicator wordt gemeten vanaf april 2011. Het cliëntvolgsysteem is in opbouw en informatie op dit punt is nu niet volledig. Afhankelijk van de financiële mogelijkheden.

67 68

Afhankelijk van de financiële mogelijkheden.

170


Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

participatie en eigen kracht van mensen.

20.688

15.875

15.878

15.878

15.878

Totaal lasten

20.688

15.875

15.878

15.878

15.878

participatie en eigen kracht van mensen.

1.322

1.756

1.756

1.756

1.756

Totaal baten

1.322

1.756

1.756

1.756

1.756

19.366

14.119

14.122

14.122

14.122

Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

3.000

0

0

0

0

16.366

14.119

14.122

14.122

14.122

Lasten P3.3.1 Voortzetten van en voortbouwen op bestaand beleid gericht op preventie en duurzaam herstel uitgaande van

Baten P3.3.1 Voortzetten van en voortbouwen op bestaand beleid gericht op preventie en duurzaam herstel uitgaande van

Saldo lasten en baten Mutaties reserves

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euroâ&#x20AC;&#x2122;s. FinanciĂŤle toelichting

Hieronder lichten wij de financiĂŤle ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 3.3.1: Voortzetten van en voortbouwen op bestaand beleid De huurbaten en huurlasten van de beheerde gebouwen worden voortaan bruto verantwoord, voorheen werd dit bedrag gesaldeerd. Hierdoor nemen zowel de baten als de lasten toe met 0,2 miljoen euro. Bij 'voorkom huisuitzetting' nemen de lasten toe met 0,2 miljoen euro, daartegenover staan inkomsten van de woningcorporaties voor 'voorkom huisuitzetting' van 0,2 miljoen euro. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves De onttrekking aan de reserve van 3,0 miljoen euro is conform de planning van het plan van aanpak Maatschappelijke Opvang tot en met 2012 begroot. en verlaagt de lasten. Vanaf 2013 is er ook 1,9 miljoen euro gekort op de Brede Doeluitkering Maatschappelijk Opvang een uitwerking van de taakstelling scherper begroten uit 2010.

171


Programmastructuur Veiligheid Utrecht is een veilige stad.

Doelstelling

Subdoelstelling

Kosten

1 Geregistreerde criminaliteit en

1.1 Geregistreerde criminaliteit neemt af.

3.130

1.2 Wijkveiligheids- en veiligheidgevoelens

4.141

onveiligheidsgevoelens nemen af.

nemen toe. 1.3 Jongerenoverlast en 窶田riminaliteit

6.082

nemen af. 1.4 In Utrecht is georganiseerde

877

criminaliteit afgenomen. 2 In Utrecht zijn incidenten en

2.1 In Utrecht zijn incidenten en verstoring

verstoring van de openbare orde

van de openbare orde voorkomen en

voorkomen en bestreden.

bestreden.

Bedragen zijn in duizenden euro's.

172

30.737


1.9 Veiligheid Algemene programmadoelstelling Utrecht is een veilige stad. Het terugdringen van criminaliteit en het bevorderen van het gevoel van veiligheid zijn ook in 2013 de hoofddoelstellingen van het veiligheidsbeleid. In 2011 is de totale criminaliteit afgenomen met 2% ten opzichte van 2010; ten opzichte van het peiljaar 2006 is een afname van 21% gerealiseerd en ten opzichte van 2002 een afname van 45,4%. In deze cijfers is de stijging van het inwoneraantal met 19,5% niet meegenomen. Het aantal geweldsdelicten is in 2011 licht gestegen ten opzichte van 2010, al zijn deze cijfers relatief goed in vergelijking met andere grote steden. In 2011 is het aantal autokraken opvallend gedaald met 16%. Het aantal woninginbraken in 2011 is licht gedaald, waarmee we de negatieve trend van de afgelopen jaren hebben doorbroken. Ook de veiligheidsbeleving en de ervaren jongerenoverlast is het afgelopen jaar licht verbeterd. Sinds 2006 is de criminaliteit aanzienlijk afgenomen, al zien we de laatste jaren een afvlakkende trend. Voor 2013 zetten we in op het consolideren van de bereikte resultaten en waar mogelijk het verder terugdringen van de criminaliteit en overlast. Gezien de bezuinigingen die politie, Openbaar Ministerie en gemeente treffen, kunnen we hier alleen met de juiste focus en efficiency in slagen 69 . Prioriteit blijft het terugdringen van jeugdoverlast en -criminaliteit, woninginbraak, autokraak, geweld en georganiseerde criminaliteit. Veel inspanning gaat naar de aanpak jeugdgroepen, die in 2012 is vernieuwd en in 2013 verder zal worden ontwikkeld. Deze prioriteiten sluiten in grote lijnen aan bij de wijkambities voor veiligheid die samen met bewoners en ondernemers tot stand zijn gekomen. Net als eerdere jaren vormen hiermee de wensen van de inwoners van de stad een belangrijke basis van ons veiligheidsprogramma. Wij hebben de criminaliteit de afgelopen jaren gemonitord op basis van aangiftecijfers. Per 1 januari 2012 wordt door de politie niet langer het aantal aangiften maar het aantal misdrijven gebruikt om de ontwikkeling van de criminaliteit te meten 70 . Om deze reden worden de effectindicatoren over criminaliteitsontwikkelingen in deze begroting in misdrijven uitgedrukt. Omdat de periode 2006-2011 een redelijke constante factor en een vergelijkbare ontwikkeling laat zien tussen aangiften en misdrijven voor de diverse thema's, heeft deze verandering geen invloed op het in percentages uitgedrukte ambitieniveau. De afgelopen jaren werd het veiligheidsbeleid van de gemeente voor een deel gefinancierd uit geoormerkte Rijksgelden. Na een afbouw van deze budgetten in de afgelopen jaren worden op 1 januari 2013 de bijdragen uit deze budgetten geheel beĂŤindigd. Dat betekent dat 1,7 miljoen euro voor de Marokkaans Nederlandse risicojongeren wegvalt. Deze bezuiniging betreft de individuele trajecten op het terrein van jeugd en veiligheid: door efficiency en verhogen van effectiviteit kan het wegvallen van dit Rijksbudget gedeeltelijk worden gecompenseerd. Een besparing wordt gerealiseerd bij nazorg aan ex-delinquenten. Deze inwoners van Utrecht ontvangen (na)zorg binnen de reguliere processen van W&I, Jeugd en volksgezondheid. Voor complexe situaties is er zo nodig een beperkt budget beschikbaar. Ook realiseren wij in 2013 een besparing van 10% op het cameratoezicht in het publieke domein. Meerjarige beleidsvoornemens die zijn opgenomen in beleidsnota's, -visies of â&#x20AC;&#x201C;kaders: Resultaten 2011 en Ambities Veiligheid in Utrecht in 2012

â&#x20AC;˘ 69

De definitieve streefwaarden voor 2013 worden in januari 2013 opgenomen in de (jaarlijkse) notitie 'Resultaten 2012

en Ambities Veiligheid in Utrecht 2013'. In het najaar van 2012 betrekken wij u bij het opstellen van die ambities 2013. 70

Zie commissiebrief 'Uitkomsten AD Misdaadmeter, ontwikkelingcriminaliteitscijfers 1e trimester 2012, en

verandering monitoring criminaliteit' van 26 mei 2012. 173


Subdoelstelling 1.1: Geregistreerde criminaliteit neemt af Subdoelstelling 1.1 Geregistreerde criminaliteit neemt af.

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen?

E1.1.1 Afname van geregistreerde

P1.1.1 Leveren van nazorg aan volwassen ex-

criminaliteit.

gedetineerden en uitvoering geven aan de aanpakken van veel voorkomende criminaliteit, geweld en veilig ondernemen.

Wat willen we bereiken? Effectdoelstelling 1.1.1 Afname van geregistreerde criminaliteit. Wij willen in 2013 een daling realiseren van de totale geregistreerde criminaliteit van 23% ten opzichte van 2006. Ten opzichte van 2011 betekent dit een daling van 2,3%. We willen het aantal woninginbraken in Utrecht in 2013 terugbrengen op het niveau van 2006, dit betekent een afname van 3,2% ten opzichte van 2011. We willen een daling van 6% van het aantal auto-inbraken in 2013 ten opzichte van 2011. Dit betekent een daling van 53% ten opzichte van 2006. In 2013 willen we een afname van het aantal geweldsdelicten (exclusief huiselijk geweld) realiseren van 21% ten opzichte van 2006. Dit houdt een afname in van 8,7% ten opzichte van 2011. Met 35 gecertificeerde projecten Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) in winkelgebieden en op bedrijventerreinen kunnen wij deze economische gebieden veilig houden. Met onze aanpak willen wij de veiligheid daar minimaal consolideren. In 2012 starten wij een nieuw KVO-project op in Vleuten Centrum.

Wat gaan we daarvoor doen? Prestatiedoelstelling 1.1.1 Leveren van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden en uitvoering geven aan de aanpakken van veel voorkomende criminaliteit, geweld en veilig ondernemen. In tegenstelling tot de Programmabegroting 2012, zijn de prestatiedoelstellingen behorend bij de subdoelstelling 'Geregistreerde criminaliteit neemt af' samengevoegd, omdat de grenzen tussen de verschillende aanpakken niet vaststaan en de bedragen van de separate doelstellingen relatief klein zijn. We merken dat de werkwijze rond nazorg in een meer volwassen fase komt, waarmee de coรถrdinatieactiviteiten vanuit het programma Veiligheid verminderen. Daarbij is meer focus aangebracht in het werk van het coรถrdinatiepunt. In 2013 richt het coรถrdinatiepunt zich in toenemende mate op doorgeleiding naar de partners die uitkering, werk, schuldhulpverlening en dergelijke realiseren. De afname van coรถrdinatieactiviteiten en het aanbrengen van focus leiden tot een besparing van 0,150 miljoen euro. Daarnaast blijven er middelen om voor speciale gevallen trajecten op maat in te zetten voor de ex gedetineerden. Met ingang van 1 januari 2013 gaat de bijdrage van 0,546 miljoen euro van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor het Veiligheidshuis naar de gemeente Utrecht als zetelgemeente van de veiligheidsregio (voorheen ging die bijdrage naar het Openbaar Ministerie). Dit betekent dat wij verantwoordelijk worden voor het Veiligheidshuis dat werkt voor het gebied van de veiligheidsregio Utrecht. 174


Onze aanpak van woninginbraak richt zich op daders, (potentiële) slachtoffers en het domein. Met de driehoekspartners werken wij aan het effectiever opsporen en aanpakken van inbrekers, waarbij we aansluiten bij de aanpak voor jeugdgroepen en veelplegers. Toezichthouders bezoeken alle slachtoffers van inbraak om te waarschuwen voor herhaling en preventieadviezen te geven. Ook waarschuwen we buren en direct omwonenden voor het 'besmettingsrisico'. Met diverse partners waaronder de woningcorporaties voeren we een hotspotaanpak uit gericht op het treffen van inbraakwerende maatregelen. Corporaties zorgen voor certificering met het Politiekeurmerk Veilig Wonen op alle nieuwbouwwoningen die zij opleveren en bij grondige renovatieprojecten. Binnen de aanpak gaat extra aandacht uit naar kwetsbare doelgroepen zoals studenten en senioren. Bij de bestrijding van auto-inbraak richten wij ons vooral op het verminderen van auto's met buit, door middel van gerichte voorlichting door onze toezichthouders op hotspots. Hierbij houden we rekening met nieuwe vormen van autokraak, zoals diefstal van inbouwapparatuur. Naast voorlichting organiseren we surveillance-acties en treffen we fysieke maatregelen op hotspots om het voor autokrakers zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Gezien de impact van geweldsdelicten op de veiligheidsbeleving blijven wij gerichte aandacht aan het verminderen van geweld geven. Binnen dit thema richten wij ons op huiselijk geweld, uitgaansgeweld, agressie tegen medewerkers in de publieke sector en problematisch alcohol- en drugsgebruik. In 2012 is het veilig stappenplan ontwikkeld voor horecaondernemers en de 'veilig stAPPen' app voor de horecabeveiligers. Deze producten zijn bedoeld ter ondersteuning van hun werkzaamheden binnen veilig uitgaan. Als de testfase van de app succesvol is wordt deze app verder uitgerold over de horeca in de binnenstad. Met behulp van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) bevorderen wij de veiligheid in winkelgebieden en op bedrijventerreinen voor ondernemers en publiek. Agressie, geweld en het thema overval krijgen specifieke aandacht. Wij zorgen voor een intensieve aanpak van ernstig overlastgevende en criminele gezinnen. De aanpak omvat inzet van drang en dwang, waarbij alle betrokken partijen vanuit zorg en strafrecht één gezamenlijk plan van aanpak maken. In 2013 realiseren wij minimaal tien trajecten. In 2013 wordt de inzet van toezicht en handhaving ingezet conform de prioriteiten van het veiligheidsprogramma (jongerenoverlast, autokraak en woninginbraak). De inzet en prioritering zijn opgenomen in het handhavingsprogramma. Vanaf 1 maart 2012 verzorgt toezicht en handhaving de aansturing van 20 straatcoaches. Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

Effectindicatoren E1.1.1

Totaal aantal misdrijven

Politie, BVH

40.810 (2006)

33.582

32.155

31.424

29.791

E1.1.2

Aantal woninginbraken

Politie, BVH

2.613 (2006)

2.794

2.700

2.613

2.613

E1.1.2

Aantal auto inbraken

Politie, BVH

12.243 (2006)

7.177

6.041

5.754

5.754

Politie, BVH

2.976 (2006)

2.566

2.574

2.351

2.351

Politie, BVH

379 (2010)

379

n.n.b.

379

379

COEN

51% (2008)

100%

100%

100%

100%

Aantal geweldsdelicten (exclusief huiselijk E1.1.3

geweld) Aantal misdrijven met betrekking tot bedrijfsinbraken in

E1.1.4

33 KVO gebieden

Prestatie-indicatoren % afgehandelde meldingen vanuit het P1.1.1

gevangeniswezen Aandeel capaciteit Toezicht en Handhaving op woning- en auto-

gemeente,

P1.1.2

inbraak

T&H

15% (2009)

20%

15%

20%

20%

P1.1.3

% huisverboden, waarbij

gemeente

90% (2010)

90%

100%

100%

100% 175


Indicatoren subdoelstelling 1.1 Realisatie Indicator

Bron

Nulmeting

gemeente gemeente

Realisatie Doelstelling Doelstelling

2010

2011

2013

2016

33 (2009)

33

33

35

35

10 (2010)

10

10

10

10

binnen tien dagen na opleggen hulpverleningplan gereed is en contact met betrokkenen door hulpverlening is gelegd P1.1.4

Aantal KVO gebieden Aantal gezinnen in

P1.1.5

aanpak

Wat mag dat kosten? Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2012

2013

2014

2015

2016

ondernemen

3.479

3.130

3.130

3.130

3.130

Totaal lasten

3.479

3.130

3.130

3.130

3.130

ondernemen

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

3.479

3.130

3.130

3.130

3.130

Lasten P1.1.1 Leveren van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden en uitvoering geven aan de aanpakken van veel voorkomende criminaliteit, geweld en veilig

Baten P1.1.1 Leveren van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden en uitvoering geven aan de aanpakken van veel voorkomende criminaliteit, geweld en veilig

Saldo lasten en baten Mutaties reserves Toevoeging reserves

0

0

0

0

0

Onttrekking reserves

0

0

0

0

0

3.479

3.130

3.130

3.130

3.130

Saldo na mutaties reserves Bedragen zijn in duizenden euro’s. Financiële toelichting

Hieronder lichten wij de financiële ontwikkelingen per doelstelling toe. De overige ontwikkelingen zijn vooral het gevolg van het niet meer doorbelasten van de kosten van de Dienst Ondersteuning. Het budget is nu in het geheel zichtbaar bij het onderdeel Algemene Ondersteuning. Ook zijn overheadbudgetten overgegaan van de beleidsprogramma's naar het onderdeel Algemene Ondersteuning. Prestatiedoelstelling 1.1.1: Leveren van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden en uitvoering geven aan de aanpakken van veel voorkomende criminaliteit, geweld en veilig ondernemen De begrote lasten nemen ten opzichte van 2012 af met 0,349 miljoen euro. Het verschil ontstaat door de volgende mutaties: een afname van 0,016 miljoen euro door een bezuiniging op communicatie Auto- en woninginbraak;

• • een afname van 0,040 miljoen euro door een bezuiniging op de aanpak geweld; 176


• een afname van 0,384 miljoen euro door een bezuiniging op de subsidie GAVO; • een afname door een besparing van 0,150 miljoen euro op de aanpak nazorg ex-gedetineerden; • een toename van per saldo 0,241 miljoen euro vanwege de reorganisatie van de afdeling openbare orde en