Skip to main content

Folia34_64

Page 23

‘ Ik heb een verschrikkelijke behoefte aan de waarheid’ Na een lange UvA-loopbaan gaat Solange Leibovici met pensioen. ‘Ik had graag hoofddocent willen worden. Dat ik mijn mond opendeed, heeft grote gevolgen gehad voor mijn carrière.’ Dirk Wolthekker / foto Fred van Diem

‘H

eerlijk,’ antwoordt Solange Leibovici op de vraag hoe het voelt om met pensioen te gaan en de UvA dus te verlaten. ‘Dat gedoe hier, de onverschilligheid, de bureaucratie, de oneerlijkheid vaak, de zelfvoldaanheid, de chaos. Eindelijk kan ik eraan ontsnappen. Hoe het op andere faculteiten gaat kan ik niet beoordelen, maar bij geesteswetenschappen signaleer ik een volstrekt gebrek aan verantwoordelijkheid en visie op elk niveau. De inschrijving van studenten komt er weer aan. Waarom gaat dat elk semester opnieuw mis? Waarom moeten studenten steeds opnieuw op de grond zitten in te kleine lokalen? Wie plant zoiets in? En waarom moet ik me bij een voordracht maar zien te redden met een grote onhandige Hollywood-microfoon uit het jaar nul terwijl ik een opspeldmicrofoontje heb gevraagd? De ramen? Die gaan niet open, dus is het hier bedompt. De vitrages? Ze zijn vies en stinken, bah! Moet ik ze soms zelf wassen? En dan lees ik dat het College van Bestuur vergadert in een luxe hotel in Parijs of dat Kareltje [CvB-voorzitter Karel van der Toorn, red.] naar Israël gaat om de kwaliteit van de universiteiten daar te bekijken. Dat kan ik hem zo wel zeggen: die is beter dan hier. Ik vergelijk de UvA wel eens met het Boekarest van vlak na dictator Ceauşescu: kaalslag.’ Het interview is nog niet begonnen of Solange Leibovici doet haar reputatie van universitaire criticaster – boze tongen beweren zelfs dat ze een beroepsquerulant is – eer aan. Dertig jaar gold ze als de luis in de pels van de UvA, maar vooral van de Faculteit der Letteren, later Geesteswetenschappen, waar ze al die jaren werkte en waar ze lief en veel leed deelde met studenten en collega’s. Lief vooral met studenten, leed vooral met collega’s en bestuurders. Ze promoveerde, maar een hoogleraarschap zat er niet in, een hoofddocentschap evenmin. Geschreven heeft ze wel. Veel zelfs. Vaak scherpe, trefzekere opinies in publiekstijdschriften als De Groene Amsterdammer, in wetenschappelijke tijdschriften als Tijdschrift voor Psychoanalyse en The Journal of Aging, Humanities and the Arts en in universiteitsblad Folia. ‘Mijn kritische opiniebij-

dragen in Folia hebben niet bijgedragen aan mijn populariteit bij het UvA-bestuur.’ Leibovici schreef de afgelopen dertig jaar geregeld in Folia over in haar ogen universitaire misstanden, bestuurders die er met de pet naar zouden gooien en kwistig met geld strooien en onderzoekers die op onderzoekgebied ‘meelopen met de heersende mode’. Leibovici: ‘Dat ik mijn mond opendeed heeft grote gevolgen gehad voor mijn carrière. Ik begon als universitair docent en eindig als universitair docent. Nou ja, een kleine promotie heb ik toch wel gemaakt, want eigenlijk begon ik bij Frans als toegevoegd assistent-docent.’ U studeerde en promoveerde in de Franse taal en literatuur, maar switchte naar literatuurwetenschap. Waarom? ‘Het aantal studenten Frans liep in de jaren negentig snel terug omdat bovenbouwstudies als Europese studies een volwaardige studie werden met een eigen propedeuse. Aanvankelijk moest je daarvoor een eerste jaar in bijvoorbeeld een taal halen, waardoor de collegebanken vol

‘Ik vergelijk de UvA wel eens met het Boekarest van vlak na dictator Ceauşescu: kaalslag’ zaten. Toen dat niet meer het geval was, werd ik gevraagd naar literatuurwetenschap over te stappen. Ik zag daar carrièrekansen. Alleen Frans was ook maar alleen Frans. Bij literatuurwetenschap kon ik over de Franse literatuur heen kijken.’ Het bleek niet het begin van een glanzende carrière. ‘Nee. Vooral hoofddocent had ik graag willen worden. Dan had ik een eigen onderzoekslijn kunnen uitzetten en opbouwen, ik had promovendi kunnen begeleiden. Allemaal dingen die je als gewoon docent niet kunt. Ik ben dol op mijn vak en op mijn studenten, maar verder dan lesgeven en scripties en werkstukken begeleiden ben ik, naast mijn eigen onderzoek, niet gekomen. Er werd afgesproken dat ik bij literatuurwetenschap hoofddocent zou worden, maar toenmalig decaan Karel van der Toorn stak daar een stokje voor door zonder sollicitatieprocedure

iemand van buiten aan te nemen. Die was overigens al snel weer weg.’ U doceert vooral over de geschiedenis van de psychoanalyse en psychoanalytische theorieën over cultuur en literatuur. Wat spreekt u zo aan in de psychoanalyse? ‘De psychoanalyse is een therapie die uitgaat van het contact tussen twee mensen en van de helende werking die zo’n contact kan hebben. Daarnaast is het een methode om culturele producten zoals literatuur, film en kunst te analyseren en interpreteren. De psychoanalyse verscherpt je denken, je leert erdoor verbanden te leggen en op details te letten. Ook als je lesgeeft heb je veel aan de psychoanalyse: je leert er een band mee opbouwen met je studenten, waardoor je hen niet alleen leert kennen, maar ook leert snappen wat zij niet snappen.’ Kunt u uw vertrek aan de UvA eens psychoanalytisch duiden? ‘Het is toch een beetje als doodgaan, afgedankt worden, oud zijn. En dat terwijl ik juist nu op mijn hoogtepunt ben qua kennis en inzichten. De psychoanalyse gaat ervan uit dat je door je levenservaring op den duur ook meer kennis van zaken hebt en dus ook beter bent op je vakgebied.’ U was coördinator van de onderzoeksgroep ‘Psychische stoornissen en creativiteit’. Dan zat u zeker wel goed aan de UvA? ‘Er lopen hier inderdaad aardig wat gestoorden rond, maar creatief? Ik meende altijd dat je aan een universiteit leerde om kritisch en creatief te denken, maar dat is niet altijd het geval. Op de geesteswetenschappen is de laatste dertig jaar stelselmatig bezuinigd. Ik begrijp dat ook wel: wij ontdekken niet een medicijn tegen aids, maar door al die bezuinigingen is er voor creatieve onderzoeks­ ideeën weinig ruimte meer. Je zit voornamelijk vast aan bestaande stokpaardjes van professoren. Mijn onderzoek, dat binnen de literatuurwetenschap niet erg populair is, hebben ze, ondanks mijn kritische houding, altijd met rust gelaten, vooral omdat ik veel publiceer.’ Ze steekt een Camel-filtersigaret op: ‘Dat mag hier niet, maar daar trek ik mij nu niets meer van aan – of heb je er last van?’ In 2009 kwam uw boek Het vergeten gezicht uit, een zoektocht naar het leven van

uw Frans-joodse vader en uw Nederlandse moeder, die NSB’er was. Hebben hun levens uw loopbaan beïnvloed? ‘Het leven van mijn vader niet erg. Hij was in de oorlog soldaat en gevangengezet in het Duitse kamp Sandbostel. Na de bevrijding ging hij terug naar Frankrijk waar hij mijn moeder in Parijs ontmoette. Zij was uit Nederland gevlucht, begreep ik later. Tien jaar na het huwelijk overleed hij en mijn moeder ging met ons terug naar Nederland.’ En het leven van uw moeder? ‘Dat is allesbepalend geweest voor hoe ik in het leven sta. In haar eerste huwelijk was mijn moeder getrouwd met een NSB’er. Ik heb altijd willen weten of zij zelf ook NSB’er was. Ik vroeg ernaar. Zij zweeg. En zweeg. Toch voelde ik altijd dat er achter haar verhaal nog een verhaal verscholen zat. Pas na haar dood in 2006 heb ik haar dossier bij het Nationaal Archief mogen inzien. Zij was NSB’er. Ze verkocht krantjes en zamelde geld in. Er werd na de oorlog een arrestatiebevel tegen haar uitgevaardigd waardoor zij vluchtte. Mijn vader heeft nooit geweten dat hij met een NSB’er was getrouwd. Het zwijgen van mijn moeder heeft ertoe geleid dat ik juist een verschrikkelijke behoefte heb aan de waarheid, de dingen zeggen zoals ze zijn. Ik verdraag geen onechtheid, geen leugens en geen schijnheiligheid. Juist die dingen heb ik aan de UvA veel meegemaakt.’ Na afloop van het gesprek vraagt Leibovici of ze de concepttekst van het interview nog even mag lezen. ‘Prima, geeft u uw visitekaartje met uw contactgegevens maar,’ zegt de interviewer. ‘Ik zal u mijn privévisitekaartje geven, daar staan ook mijn UvA-gegevens op.’ Ze overhandigt een even klassiek als chique visitekaartje op geschept papier. ‘Toen ik eind jaren negentig op de faculteit visitekaartjes wilde bestellen kreeg ik ze niet. “U gaat toch weg,” kreeg ik te horen. Toen heb ik maar mijn eigen visitekaartjes laten drukken. En weggaan, dat doe ik nu pas. Heerlijk.’ yyy

CV Solange Leibovici

Solange Leibovici (Parijs, 1946) werd opgeleid aan de Rietveldacademie, maar verdiepte zich nadien in de romanistiek, vertaalwetenschap, filmwetenschap, psychoanalyse en cultuurfilosofie. Ze studeerde Franse taal en letterkunde (MO-A en MO-B, daarna haar doctoraal). Ze promoveerde en werd universitair docent Franse literatuur en later literatuurwetenschap.

Folia 15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Folia34_64 by Folia - Issuu