passie Ving Tsun AlexAnDer ScHInKel (22, student wijsbegeerte, UvA) gaat een echt gevecht niet uit de weg. ‘Ving Tsun Kung Fu is geen wedstrijdsport. Het is een vechtsysteem bedoeld om te overleven. Het gaat niet om kracht, maar om snelheid en behendigheid. Het is geen mooie sport, het lijkt nog het meest op boksen. Een training bestaat uit drie verschillende delen. Eerst trainen we techniek voor de spiegel. Daarna oefen je bewegingen op elkaar en daarna sparren we. Je probeert elkaar niet vol te raken, want dan is de training zo voorbij. Ook vlindermessen en stokken worden gebruikt bij het vechten. Soms dragen we een helm, handschoenen en een bitje zodat we harder kunnen slaan, maar meestal trainen we zonder. Op straat heb je ook geen bescherming. Veel meer dan een blauw oog heb ik er niet aan overgehouden. Ik train al elf jaar. Nu vier keer in de week in Amsterdam, Zoetermeer, Hilversum en soms in Duitsland. Het reizen heb ik ervoor over. Ik ben altijd op zoek naar mensen die me meer kunnen leren. Philipp Bayer is op het moment de beste beoefenaar en docent die er is. Het is een kleine man van in de vijftig die bij een ongeluk zijn linkerhand verloor. Toch kan hij met gemak een sterke kerel van twee meter aan door met techniek en snelheid te vechten. Een grote inspiratiebron. Ving Tsun Kung Fu is niet religieus of filosofisch. Met chi win je geen gevecht. De theorie achter Ving Tsun Kung Fu is gebaseerd op efficiëntie, dynamiek, samenhang en snelheid. Geen hoekstoot, maar recht vooruit slaan. Dat kost minder tijd en moeite. Als ik nooit meer zou kunnen trainen zou het echt een ramp zijn. Ving Tsun is een uitlaatklep, maar je leert er ook kritisch door denken. Daar heb je overal iets aan.’ yyy tekst Vera Lentjes / foto Fred van Diem
FoliaMagazine
11