Issuu on Google+

FEBEM focus BEDRIJVIG IN MILIEUZORG

Nr. 16 - December 2009

Milieubedrijven staan voor grote uitdagingen

• De gewestelijke milieuministers • Afvalsector in nieuw tijdperk • Bouw- en sloopafval en geïntegreerd kwaliteitssysteem • Samenwerking publiek - privé


ExESS Software staat voor efficiënt en eenvoudig inventariseren rapporteren beheren en beslissen van al uw milieu-, gezondheids- en veiligheidsnoden (EH&S).

INVENTARISATIE VAN ARBEIDSMIDDELEN EN PROCESSEN FACILITY MANAGEMENT GEVAARLIJKE (AFVAL)STOFFEN: REACH EN GHS WERKPOST- EN RISICOANALYSE - ZORGSYSTEMEN HEMMIS NV - Koning Leopold III-laan 2 - B-8500 Kortrijk - Tel +32 56 372637 - Fax +32 56 372324 - info@hemmis.be - www.hemmis.be


FEBEM focus BEDRIJVIG IN MILIEUZORG

december 2009

inhoud • Afvalbeleid treedt nieuw tijdperk in

2

• De drie gewestelijke leefmilieuministers

4

• Nieuw bloed in FEBEM - bestuur

7

• Algemene Vergadering FEBEM

9

• Lid in de kijker: 4Energy Invest zet in op duurzame energie

12

• Partner in de kijker: RENTEC Recycling Technology

14

• Sociaal: FEBEM als werkgeversfederatie

16

• OVAM stelt nieuw strategisch plan 20102015 voor

18

• UVELIA Luik

20

• Limburg toont de weg

22

• FEAD memorandum voor het nieuwe Europese Parlement en de Commissie

24

• FEAD-voorzitter wil meer vrije markt in de Europese afvalsector

25

• Europese Commissie stelt haar langetermijnvisie inzake afval voor

27

• België nog altijd in Europees koppeleton voor huishoudelijk afvalbeheer

28

• Kwaliteit in de keten van inerte afvalstoffen

30

• Leidraad beschikbaar voor discussies bij export van tweedehandstoestellen of afval

34

• Plaatsen van bijkomende vergistingsstap opportuun bij composteringsinstallaties

36

• Ophaling en verwerking huishoudelijk afval Vlaanderen

40

• Recyclage frituurvet en -olie

44

• PV CYCLE heeft een heldere ambitie

46

• Arrest van het Europees Hof van Justitie in Zaak C-254/08

49

• Selectief ingezameld

50

• Ledenlijst

52

Edition française sur demande. Deze FEBEM Focus wordt gedrukt op 100 % gerecycleerd en chloorvrij papier.

Nu de bladeren zijn gevallen, de dagen kort zijn en de lange zomer al ver weg lijkt, is het terug “business as usual”, of toch niet? De federatie heeft de nodige contacten gelegd met de nieuwe politieke verantwoordelijken, onze standpunten hebben we geactualiseerd en gecommuniceerd en de eerste dossiers hebben een beslissing nodig. En zo zijn er wel wat, misschien wel wat te veel en te belangrijk om over “business as usual” te spreken. Het is uitkijken naar de nieuwe afvalheffingen (vooral de berekening van de heffing op co-verbranden houdt ons in de ban), de nieuwe afwijkingen op de stortverboden, de nieuwe MBO inzake banden, de afstemming tussen VLAREA en VLAREBO, een oplossing voor de onduidelijkheid bij de asbestcontroles, enz… Het verder vrij maken van de Europese markt van bedrijfsafval komt ook op ons af en maakt nogal wat mensen zenuwachtig. In die mate zelfs dat er vanuit de koepel van Vlaamse afvalintercommunales wild om zich heen wordt geschopt en men er blijkbaar geen probleem mee heeft in de kranten de volledige Vlaamse afvalverbrandingssector te “verbranden”. FEBEM laat het voorlopig niet aan haar hart komen, houdt het hoofd koel en gaat verder met haar initiatieven. Dit najaar zette de federatie in op een infoavond over de omzetting van de Europese kaderrichtlijn Afvalstoffen (met begrippen zoals End of Waste en bijproducten), organiseerden we samen met enkele andere federaties ons tweede Vlaamse bodemcongres en staken we samen met de collega’s van de intercommunales een infoavond in elkaar inzake de bedrijfsbranden in onze sector. De frequentie van het aantal branden lijkt immers te stijgen of wordt er gewoon meer over gesproken in de pers? In deze FEBEM-FOCUS alvast veel aandacht voor enkele actuele thema’s zoals onze Europese federatie en haar eisen, de nieuwe gewestministers, het opzet van een integraal kwaliteitssysteem voor bouw- en sloopafval, de evolutie in de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, het vraagstuk over tweedehandsgoederen en afval, de toekomst van de composteringsinstallaties en ook nog enkele Europese cijfers inzake afvalstatistiek. Ondertussen wensen we u een prettig eind van het jaar en veel succes in 2010. Wat dit jaar zal brengen trachten we trouwens in een artikel naar voren te brengen. Hierbij alvast een warme oproep om ook de komende jaren te blijven investeren in nieuwe verwerkingsinstallaties. Laat ons voor eens en altijd de Vlaamse kerktorenmentaliteit afwerpen en internationaal durven kijken en onze bedrijven en installaties de nodige instrumenten geven om de internationale concurrentie aan te gaan. Investeren in nieuwe en bijkomende afvalverbrandingsinstallaties met hoog rendement is dan wel een eerste voorwaarde. Dit vergt visie op lange termijn, politieke moed en een geïntegreerde afvalbeheerspolitiek. Vlaanderen heeft best wel genoeg beleidsinstrumenten om de recyclage van afvalstoffen te blijven ontwikkelen en tegelijkertijd toch een optimaal verwerkingspark voor brandbare afvalstoffen te ontwikkelen. Trouwens ook voor de Vlaamse stortplaatsen is er nog een belangrijke toekomst weggelegd voor de opslag van afvalstoffen waarvoor nu nog geen optimale verwerkingsmethodes beschikbaar zijn. Werner Annaert Algemeen Directeur FEBEM

FEBEM focus - december 2009

FEBEM Focus is het periodieke ledenblad van de Federatie van Bedrijven voor Milieubeheer. Adres: FEBEM - Federatie van Bedrijven voor Milieubeheer Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel Tel. 02 757 91 70 - Fax 02 757 91 12 E-mail info@febem-fege.be Website www.febem-fege.be Redactie: Werner Annaert, Anita Cosaert, Cédric Slegers, Baudouin Ska en Mireille Verboven. Realisatie: 2Mpact (www.2mpact.be) V.U. Werner Annaert U kan u op de Focus abonneren via onze website www.febem-fege.be.

Vlaamse kerktorenmentaliteit

1


Afvalbeleid treedt nieuw tijdperk in Werner Annaert, Algemeen Directeur FEBEM

Over “end of waste”, het openen van de grenzen en de noodzaak aan nieuwe verwerkingscapaciteit

“ De selectieve inzameling bij KMO’s kan beter, maar zolang deze in sommige gemeenten hun afval met de

FEBEM focus - december 2009

gewone gemeentelijke afvalophaling

2

Europa gaf ons vorig jaar een nieuwe Kaderrichtlijn Afval. Deze Afvalbijbel lijkt wel een Nieuw Testament want brengt enkele fundamentele veranderingen mee. Vlaanderen zal het geweten hebben want OVAM roept alle hens aan dek om het beleid af te stemmen op de nieuwe Europese regels. Een van de essentiële vragen is of het beleid nog “Vlaams” zal zijn of eindelijk echt een Europese dimensie krijgt. De laatste 20 jaar kreeg het huishoudelijk afval alle aandacht terwijl voor bedrijfsafval er nu nog altijd zelfs geen betrouwbare cijfers bestaan. Verder hield het beleid niet zo veel rekening met wat er over de gewestgrenzen heen gebeurde. Afval nuttig toepassen buiten Vlaanderen was wel mogelijk maar onder strikte voorwaarden. Een andere zekerheid was dat afval altijd afval bleef, op de procedure van de secundaire grondstoffen na. De Europese Commissie schudt de komende jaren deze aspecten grondig door elkaar.

zeer goedkoop blijven meegeven, is er slechts een beperkte stimulans tot het doorgedreven uitsorteren van hun bedrijfsafval. ” Europa wil meer aandacht besteden aan bedrijfsafvalstoffen. Niet evident als men geen goed beeld heeft op de hoeveelheden. Dit laatste is niet te begrijpen gezien elk jaar vele bedrijven hun afvalgegevens bezorgen aan de overheid via het Integraal MilieuJaarVerslag. Stellen dat er te weinig of te veel initiatieven zijn inzake bedrijfsafval is dan ook praat voor de vaak want waar baseert men zich op? Private afvalbedrijven zien de laatste jaren een mentaliteitswijziging bij hun klanten, met meer selectieve inzameling als gevolg. Maar bijvoorbeeld de selectieve inzameling van PMD-afval is voor bedrijven nog


altijd een meerkost. De selectieve inzameling bij KMO’s kan beter, maar zolang deze in sommige gemeenten hun afval met de gewone gemeentelijke afvalophaling zeer goedkoop blijven meegeven, is er slechts een beperkte stimulans tot het doorgedreven uitsorteren van hun bedrijfsafval. De afvalbedrijven waarschuwen ook voor de opstart van nieuwe selectieve inzamelingen zonder dat dit gepaard gaat met initiatieven voor de ontwikkeling van een afzetmarkt voor de uiteindelijk gerecupereerde fracties. Het nieuwe Vlaamse regeerakkoord spreekt gelukkig expliciet over dit laatste. Enkel op die manier kan Vlaanderen de kringloop sluiten en het tijdperk binnen treden van een duurzaam materiaalbeheer. De afvalsector reageert positief op het begrip End of Waste omdat deze sector steeds meer redeneert als grondstoffensector. End of Waste moet er voor zorgen dat afvalstromen het afvalstatuut kunnen verliezen. Uiteraard pas als ze dermate gereinigd en gecontroleerd zijn dat bedrijven ze kunnen inzetten in een productieproces ter vervanging van primaire grondstoffen. Gereinigde glasscherven dienen dus hun afvalstatuut te verliezen van zodra ze het recuperatiebedrijf verlaten en richting glasfabriek gaan. Op die manier is er meer administratieve gelijkheid tussen primaire en gerecupereerde grondstoffen. Het is de bedoeling dat dit beperkt blijft tot afvalstromen die in recyclagebedrijven terug in materialen worden verwerken. Afvalstromen die daarentegen

“ Afvalstromen die daarentegen gebruikt worden voor de opwekking van energie verliezen hun afvalstatuut niet. ”

Net als in andere sectoren, vervagen stilaan de landsgrenzen in het afvalbeheer. Dit is ook logisch want bedrijven zoeken naar optimalisaties en landsgrenzen passen meestal niet in die logica. Europa gaat ook duidelijk de weg op van het nog meer open stellen van de grenzen voor het nuttig toepassen van bedrijfsafval, zowel voor materiaalrecyclage als voor energie-opwekking. Voor huishoudelijk afval blijven de grenzen (voorlopig) eerder gesloten voor energieopwekking, niet voor materiaalrecyclage. De verwachting is dat vanaf 2011 bedrijven minder rekening zullen moeten houden met de

“ Net als in andere sectoren, vervagen stilaan de landsgrenzen in het afvalbeheer. ” Met het meer open stellen van de grenzen en het uitbouwen van de WTE-centrales komen de bestaande afvalverbrandingsinstallaties in een ander tijdperk terecht. Gemeenten die eigen verbrandingscapaciteit bezitten zijn ongerust. Deze ongerustheid is te begrijpen als we bijvoorbeeld naar Duitsland kijken waar er nu al een grotere concurrentie is tussen de WTE-centrales onderling. Daar moeten de gemeenten met eigen verbrandingsinstallaties hun prijzen laten zakken voor het aantrekken van extern bedrijfsafval. Deze gemeenten hebben dan minder inkomsten en moeten in het slechtste geval mee opdraaien voor de verliezen. Gemeenten die hun installaties niet volledig zelf kunnen vullen met het eigen afval, bezinnen zich dus best. Bij heel wat private afvalbedrijven liggen plannen op tafel voor de bouw

“ Met het meer openstellen van de grenzen en het uitbouwen van de WTE-centrales komen de bestaande afvalverbrandingsinstallaties in een ander tijdperk terecht. ” van nieuwe WTE-centrales. Voor hen zijn de eraan verbonden risico’s aanvaardbaar. Ook in andere afvaldomeinen zoals de ophaling en recuperatie is de concurrentie immers al bikkelhard. Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van MilieuDirect, uitgegeven door KLUWER

FEBEM focus - december 2009

gebruikt worden voor de opwekking van energie verliezen hun afvalstatuut niet. Dit verhindert immers dat ze een verwerking krijgen in installaties die minder strenge emissieeisen hebben dan de waste-to-energy- (WTE)-installaties. Er moeten echter ook voldoende WTE-installaties in Vlaanderen zijn. Dit betekent dat we moeten blijven investeren in nieuwe verbrandingscapaciteit ter vervanging van oudere installaties. Zo blijven we een voortrekker in Europa én proberen we de doelstellingen inzake Groene Energie te halen. De nieuwe installaties moeten immers op een nog efficiëntere manier energie produceren uit de hernieuwbare afvalstoffen (biomassa). Tenslotte is het ook nog van belang te melden dat in het debat tussen materiaalrecyclage en energieopwekking (wat heeft nu de voorkeur?) specifiek voor de hernieuwbare afvalstromen de energie- én de materiaaloplossing even veel kansen moeten krijgen.

grenzen om oplossingen te vinden voor het nuttig toepassen van het afval. Moet de overheid hierbij vrezen voor ecodumping? Niet als deze overheid samen met de afvalsector verder werkt aan het verbeteren van de traceerbaarheid van afvalstromen. De afvalbedrijven zijn alvast zelf vragende partij dat inspectiediensten meer gericht controleren op illegale exporten maar daarvoor is een optimalere samenwerking nodig tussen de verschillende diensten. Voor de Milieu-Inspectie is daar een belangrijke taak weggelegd maar voorlopig geven zij de prioriteit aan de controle van vergunningen en komt het opsporen van illegale activiteiten slechts beperkt aan bod. De tijd dringt echter.

3


Wij stellen u voor: De drie gewestelijke leefmilieuministers Politieke carrière: • 1994 Jongste gemeenteraadslid toenmalige CVP

in

Evergem

voor

• 1998 Medewerker kabinet minister van justitie Tony Van Parys • 1999 Verkozen tot parlementslid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers •

2004 Oost-Vlaamse verkiezingen

lijsttrekker

voor

de

Vlaamse

2007 Na gemeenteraadsverkiezingen schepen in Evergem

2008 Aangesteld tot nationaal ondervoorzitter van CD&V

2009 Vlaamse verkiezingen 51.810 voorkeurstemmen (hoogste score van Oost-Vlaanderen)

Diploma’s: • 1993 : Licentiaat rechten (onderscheiding) optie administratief en publiekrecht Rijksuniversiteit Gent • 1995 : Getuigschrift postuniversitaire cyclus milieurecht en milieusaneringsrecht Rijksuniversiteit Gent

VLAANDEREN:

FEBEM focus - december 2009

JOKE SCHAUVLIEGE, CD&V

4

Samenstelling van het kabinet: Kabinetschef is Sam De Smedt. Patrick Verstuyft is woordvoerder van minister Schauvliege. Hij wordt bijgestaan door Brigitte Borgmans en Anton Maertens. Evelien Ghysels tot slot waakt over het privésecretariaat van de minister en Geert De Roover over de budgetten. De Leefmilieu- en Natuurcel wordt geleid door adjunct-kabinetschef Jan Winters. Hij krijgt de steun van Michiel Boodts (vergunningen en handhaving), Hugo Geerts (afval, bodem en delfstoffen), Iris Lauwaert (natuur), Lieven Top (klimaat en lucht), Peter Van Bossuyt (land, grond en mest), Phaedra Van Keymolen (leefmilieu) en Michiel Van Peteghem (water, Europees beleid).

Professionele loopbaan: •

advocaat balie Gent (1993-2004)

adjunct-juridisch adviseur ministerie van justitie (19951996)

medewerker kabinet minister van justitie Tony Van Parys (1998-1999)

lid van de kamer van volksvertegenwoordigers (19992003)

Vlaams parlementslid (2004-2009) en schepen te Evergem (2007-2009)

Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur (13 juli 2009 - ... )


BRUSSEL:

EVELYNE HUYTEBROECK, ECOLO Studies: •

Licentiate journalistiek aan de ULB

Professionele loopbaan:

Evelyne Huytebroeck was al minister voor het Brussels hoofdstedelijk gewest van hetzelfde departement in de vorige legislatuur: Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing en Bijstand aan personen. Geboren in 1958, moeder van drie tieners, journaliste tot 1989, oprichtster van een plaatselijke radio en actief in de sociale stadsproblematiek. Zij is ook lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF), belast met het Beleid inzake Bijstand aan Personen met een Handicap

Freelancejournaliste voor tal van tijdschriften (1981 – 1989)

Brussels Kamerlid, fractieleider Ecolo (1989 – 2002)

Medevoorzitster Ecolo (2002 – 2004)

Minister van het Brussels Gewest voor Leefmilieu, Energie, Toerisme,

Sociale zaken (2004 – 2009)

Minister van het Brussels Gewest voor Leefmilieu, Energie, Stadsvernieuwing en Bijstand aan personen –

Minister van de Franse Gemeenschap voor Jeugd en Jeugdbijstand (2009 – )

WALLONIË:

PHILIPPE HENRY, ECOLO Hij is Waals Minister van Milieu, ruimtelijke ordening, mobiliteit, transport en verontreinigde sites. Philippe Henry werd geboren in Charleroi op 23 april 1971. Al tijdens zijn studies aan de universiteit van Luik was hij voorzitter van de studentenraad van de ULG, daarna van de federatie van de Franstalige studenten in 1994-1995.

In 1997 sluit hij aan bij Ecolo, waar hij verkozen werd tot regionaal kamerlid in 1999, wat hij bleef tot 2004. Hij werd in 2007 verkozen als federaal volksvertegenwoordiger, wat hij combineert met Gemeenteraadslid van Sprimont (Luik) en beleidsdirecteur van Ecolo.

Kabinetschef is Dominique Perrin voor milieuzaken, bijgestaan door drie adjunct-kabinetschefs: • • •

Milieu : Hubert Bedoret Ruimtelijke ordening : Coralie Vial Mobiliteit : Dominique Junne

Laurence Lambert en Eric Van Poelvoorde (halftime schepen van Gembloux) zijn verantwoordelijk voor de dossiers betreffende preventie en communicatie over afval. Voor de bodemdossiers is Benoit Laurent de verantwoordelijke.

FEBEM focus - december 2009

Hij behaalde het diploma van burgerlijk ingenieur in 1995, alsook een Master in management in 1997. Ondertussen was hij ook onderzoeker.

5


Met senTRAL hebt u alle info meteen bij de hand ! www.senTRAL.be: dé website voor veiligheid, milieu en arbeidsgeneeskunde Gemaakt in samenspraak met preventieadviseurs, milieucoördinatoren en arbeidsgeneesheren uit de praktijk. senTRAL is de enige website in België met:

• • • • • • •

wetgeving commentaar op de wetgeving commentaar op rechtspraak de praktische uitvoering van de wetgeving praktische en invulbare werkdocumenten in Word en Excel formaat de volledige NBN basisnormen nieuws

voor de drie domeinen.

Kluwer • Ragheno Business Park • Motstraat 30 • 2800 Mechelen

Interesse? Een demo op maat? Bel ons op 0800 30 144


Nieuw bloed bij FEBEM FEBEM-Raad van Bestuur telt enkele opvallende nieuwkomers Werner Annaert - FEBEM

Om de 2 jaar krijgen de FEBEM-leden de mogelijkheid om aanpassingen aan te brengen in de Raad van Bestuur. Op de Algemene Vergadering 2009 was dit terug aan de orde en het resultaat leverde een afgeslankte en sterk verjongde Raad van Bestuur op. Het aantal van 15 bestuurders viel terug op 13, maar belangrijker was dat de Raad afscheid nam van enkele sterkhouders. Zo trokken Kamiel Janssens (Leysen) en Marc Devogele (SITA) zich terug. Marc Devogele was maar liefst 18 jaar bestuurder van de federatie (en haar voorganger). Beide kregen ze dan ook terecht een welgemeend afscheidswoord van FEBEM-voorzitter David Vanheede. Ellen Joncheere , CEO SITA België zal Marc vervangen. Hiermee zijn er ook twee vrouwen in de FEBEM-Raad van Bestuur (Héliane De VlieghereHaus werd als bestuurder herkozen), wat een verdubbeling betekent! Ook Marc De Baets (Van Gansewinkel) en Philippe Decaluwé (Van Gansewinkel) traden terug. Zij werden vervangen door Yves Luca, CEO van Van Gansewinkel België. Yves komt na enkele jaren afwezigheid terug in de Raad van Bestuur van FEBEM en onderstreept hiermee het belang dat Van Gansewinkel aan de federatie hecht. De Algemene Vergadering gaf voor de volgende twee jaar haar vertrouwen aan voorzitter David Vanheede (Vanheede Groep) en ondervoorzitter Mathieu Berthoud (Sita). Bestuurder Olivier Barbery (GEOCYCLE) nam het penningmeesterschap op zich. We peilden bij Ellen Joncheere (CEO Sita) en Yves Luca (CEO Van Gansewinkel) naar hun verwachtingen.

1. YVES LUCA

Het klinkt raar uit de mond van een bestuurder van een afvaldienstverlener, maar volgens Luca bestaat afval niet. “Wij zien afval als waardevolle grondstoffen en groene energie. De Van Gansewinkel Groep krijgt jaarlijks zo’n 11 miljoen ton afval

In verschillende Europese landen wordt afval nog veelvuldig gestort. Luca: “Wij zouden dit afval kunnen omzetten in grondstoffen en energie, maar dat wordt ons onmogelijk gemaakt. Er ontbreekt een Europees level playing field. Afval uit Nederland mag wel in Duitsland of België verwerkt worden, maar wij mogen geen afval uit België exporteren.

“ Zorg voor een Europees level playing field. “ Yves Luca

Dat is oneerlijke concurrentie. We hebben de kwestie dan ook aangekaart bij de Europese Commissie.” De bestuurder is van mening dat de mogelijkheden in Europa om minder afval te storten onvoldoende worden benut. “Een groot deel van het afval dat nu nog elders in Europa wordt gestort, kan heel goed worden verwerkt in een bestaande afvalverbrandingsinstallatie. De verwerkingsinfrastructuur die in de afgelopen 40 jaar is opgebouwd in de meer vooruitstrevende landen en in sommige delen van Europa nog niet bestaat, kan daarmee bijdragen aan de Europese ambities op het gebied van groene energie.” Luca ziet hierin een rol weggelegd voor FEBEM. “Onze federatie kan helpen regelingen te vinden op Europees niveau, over de individuele landsgrenzen heen. Afval reikt nu eenmaal niet enkel tot aan de grens van een land. Het lijkt me goed als FEBEM een bedrijfsfederatie wordt waarin private én publieke bedrijven vertegenwoordigd zijn. Een nationale organisatie met een internationale bril op.” Overigens wil de Van Gansewinkel Groep ook in België de hele afvalketen beheersen. “We hebben hier een belangrijke positie in inzameling en recycling, maar nog onvoldoende eigen verbrandingscapaciteit. We participeren voor 15% in de bouw van een nieuwe verbrandingsoven in Luik, maar zien daarnaast interessante mogelijkheden rond de haven van Antwerpen.” Het concern heeft het Havenbedrijf Antwerpen dan ook een voorstel gedaan voor de realisatie van een Waste to Energy

FEBEM focus - november 2009

Yves Luca zetelt in de raad van bestuur van de Van Gansewinkel Groep. Hij is verantwoordelijk voor de internationale en dus ook Belgische activiteiten van het Nederlandse afval- en milieuconcern. Luca is gelouterd, heeft de evoluties in de afvalsector van dichtbij meegemaakt. Nu doet hij een oproep naar de beleidsbepalers in Brussel: “Zorg voor een Europees level playing field.”

te verwerken. Ruim driekwart hiervan weten we te recyclen en zo om te zetten in grondstoffen. De rest wordt verbrand en daarmee omgezet in energie. We zoeken altijd naar de meest duurzame oplossing in onze afvalstromen. Waarom afval storten als het ook door verbranding kan worden omgezet in energie? En waarom verbranden als er ook nieuwe grondstoffen van kunnen worden gemaakt?”

7


installatie (WTE) in de ontwikkelingszone van Saeftinghe, zo laat Luca weten. “Daarmee zouden we het volledige havengebied van alle soorten energie kunnen voorzien. En we vermijden de uitstoot van ongeveer 30.000 ton CO2, omdat fossiele brandstoffen niet meer nodig zijn. Als we er samen met de gebiedbeheerders in slagen hernieuwbare energie in de vorm

“ Het lijkt me goed als FEBEM een bedrijfsfederatie wordt waarin private én publieke bedrijven vertegenwoordigd zijn. “ Yves Luca

thermische en elektrische energie te leveren, zou dat geweldig zijn voor de uitstraling van het havengebied en in het bijzonder de Ontwikkelingszone Saeftinghe.” Ondertussen heeft ook de afvalsector in de huidige economische crisis te maken met moeilijke marktomstandigheden: enorme prijsdruk als gevolg van de overcapaciteit op de verwerkingsmarkt in Nederland en Duitsland, dalende grondstofprijzen, minder afval. Toch ziet Luca de toekomst met veel vertrouwen tegemoet. “Natuurlijk hebben ook wij ingrijpende maatregelen moeten nemen, maar uiteindelijk zal de Van Gansewinkel Groep sterk uit deze crisis komen. We hebben adequaat ingespeeld op de veranderende marktomstandigheden en conformeren ons relatief gemakkelijk aan de nieuwe situatie. Het tekort aan natuurlijke grondstoffen biedt ons als afvaldienstverlener en grondstoffenleverancier enorme kansen.” Yves Luca (1965) studeerde toegepaste economische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Gent. In 1995 trad hij als logistiek manager in dienst bij Van Gansewinkel België. In de daaropvolgende jaren vervulde hij diverse regionale en nationale directiefuncties. Sinds de zomer van 2005 zit Luca in de raad van bestuur van de Van Gansewinkel Groep. Hij is verantwoordelijk voor de (separate) recyclingbedrijven, alle inzamelactiviteiten buiten Nederland en corporate inkoop en vastgoed.

FEBEM focus - december 2009

2. ELLEN JONCHEERE

8

Ellen Joncheere is de nieuwe Algemeen directeur van Sita Recycling Services België. We peilden ook naar haar verwachtingen als nieuwe bestuurder in de Raad van Bestuur van FEBEM. FEBEM: Wat is uw achtergrond, bedrijfservaring en wat sprak er je aan in milieusector en SITA? Ellen Joncheere: Na mijn opleiding aan de VUB te Brussel, volgde ik Advanced Management aan de Vlerick Management School en behaalde een Master in Economy & Marketing aan de Vlekho. Na een aantal jaren actief te zijn geweest in consultancy vervoegde ik SPE (energieproducent & -leverancier), als

Managing Director voor City Power en nam ik later de positie van Marketing & Sales Director op voor de groep. Vervolgens zette ik mijn carrière verder bij Essent als COO. Sinds 1 april ben ik Algemeen Directeur België en Bestuurder bij SITA Recycling Services. FEBEM: Wat zijn de eerste ervaringen en inschattingen van de sector? Ellen Joncheere: SITA is een bedrijf van mensen voor mensen met ruim 2500 medewerkers in België. SITA heeft 45 vestigingen verspreid over België & Luxemburg. In 2008 heeft de groep Suez Environment, waar SITA deel van uitmaakt, 62,6 miljoen ton afval behandeld, waarvan 23 miljoen ton inzameling en 39,6 miljoen ton verwerking. SITA is dan ook de absolute marktleider in de afvalsector. We hebben deze positie te danken aan een steeds duurzamere afvalverwerking. Ook een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering heeft ons zo ver gebracht. We leveren voortdurend inspanningen

“ Ik voorzie dat het afvallandschap in de komende jaren een grondige wijziging zal ondergaan. “ Ellen Joncheere

om het afvalmanagement van onze klanten, de verwerking en recycling van afzonderlijke afvalstromen te verbeteren. En op beleidsniveau dragen we, met onze knowhow als specialist in alle gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstromen, actief bij tot duurzaamheid en innovatie. Bij SITA staat duurzaamheid voor focus op preventie,verantwoord hergebruik, zorgvuldige (eind) verwerking en respect en integriteit voor mens en milieu. FEBEM: Waaraan moet nog gewerkt worden en hoe zie je de rol van FEBEM als bedrijfsfederatie daarin ? Ellen Joncheere: Uiteraard is er nog veel werk aan de winkel. Ik voorzie dat het afvallandschap in de komende jaren een grondige wijziging zal ondergaan. De economische crisis ,

“ Het is overduidelijk dat de afvalbedrijven sterk gedupeerd worden door de crisis en we moeten er ons van bewust zijn dat het einde nog niet in zicht is.“ Ellen Joncheere

de Europese Kaderrichtlijn en het steeds schaarser worden van onze primaire grondstoffen liggen hier aan de basis en zullen ons dwingen om creatiever en innovatiever te worden in onze marktbenadering en beleidsvoering. FEBEM zal naar de buitenwereld een nog krachtigere communicatie moeten voeren. Het is overduidelijk dat de afvalbedrijven sterk gedupeerd worden door de crisis en we moeten er ons van bewust zijn dat het einde nog niet in zicht is. Innovatie en duurzaamheid moeten daarom de grote thema’s binnen en buiten FEBEM zijn.


Algemene Vergadering FEBEM 120 aanwezigen nemen in Huis van de Toekomst afscheid van Marc Devogele als FEBEM-bestuurder Zo’n 120 aanwezigen op de Algemene Vergadering van FEBEM in het mooie kader van “Living Tomorrow” in Vilvoorde, midden 2009. Na het formele gedeelte, volgde een presentatie door Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van Essenscia over de groene chemie en de linken tussen FEBEM en Essenscia. Het programma werd afgesloten met een debat tussen enkele FEBEM-leden over de toekomst van de sector en de rol die de federatie daar in kan en moet spelen. Na een geleid bezoek aan het Huis sloten we af met een zonnige barbecue en receptie.

9


Tijdens het formeel deel werden de rekeningen 2008 en de lidgelden voor 2010 goedgekeurd, en alle kandidaat-leden werden aanvaard. Het FEBEM-jaarverslag werd voorgesteld, net als de prioriteiten van de federatie en de toekomstige evenementen. Ook de wijziging van de samenstelling van de Raad van Bestuur werd goedgekeurd. De Raad slankte af van 15 naar 13 bestuurders. Alle bestuurders bleven, behalve Philippe DecaluwĂŠ, Marc De Baets, Kamiel Janssens en Marc Devogele. Deze laatste stopte na 19 jaar bestuurder te zijn

Yves Verschueren Essenscia

Marc Devogele Sita

geweest en kreeg op de Algemene Vergadering een gepast afscheid. Nieuwkomers in de Raad van Bestuur zijn Yves Luca (Van Gansewinkel) en Ellen Joncheere (Sita). David Vanheede (Vanheede) en Mathieu Berthoud (Sita) werden herverkozen als voorzitter en ondervoorzitter en Olivier Barbery (Geocycle) werd de nieuwe penningmeester. De vergadering keurde ook nog een wijziging in het huishoudelijk reglement goed waarbij wordt gesteld dat de functie van voorzitter, ondervoorzitter en penningmeester slechts 2 maal kan verlengd worden.

David Vanheede Febem voorzitter


In België wordt 93% van de huis houdelijke verpakkingen gerecycleerd. Bedankt voor dat stukje heldere hemel.

Samen > Goed sorteren > Beter recycleren

FEBEM focus - december 2009

België is wereldkampioen op het vlak van recyclage. In 2008 werd 678.896 ton huishoudelijke verpakkingen gerecycleerd. Zo wordt 850.000 ton CO2-uitstoot vermeden. Dankzij wie ? Dankzij de duizenden bedrijven die een financiële bijdrage leveren aan Fost Plus en dankzij alle organisaties en burgers die betrokken zijn bij het sorteren en recycleren. Dank voor uw bijdrage aan een beter leefmilieu. Meer info: www.fostplus.be.

11


LID IN DE KIJKER

4Energy Invest zet in op duurzame energie Dochter 4BIOFUELS lid van FEBEM

FEBEM focus - december 2009

Werner Annaert en C茅dric Slegers, FEBEM

12

Onze federatie wordt meer en meer een producent van nieuwe grond- en brandstoffen. Onze leden bouwen hun activiteiten steeds meer uit in functie van het scheppen van de net vermelde bronnen en sluiten hiermee verder de kringloop. Echter, ook nieuwe spelers komen op de markt en vervoegen onze rangen. Zo ook 4Biofuels dat tot de groep 4Energy Invest behoort. Deze laatste werd opgericht in 2005 met als doel een portefeuille te beheren van kleine tot middelgrote projecten, gericht op de terugwinning van energie uit niet-vervuilde houtachtige biomassa (op het einde van haar levenscyclus), hetzij rechtstreeks dankzij het cogeneratieproces, hetzij onrechtstreeks dankzij het roostproces.

In haar exploitatiezetel in Amel (provincie Luik) produceert 4Energy Invest hernieuwbare warmte en elektriciteit op basis van biomassa. Bovendien is 4Energy Invest momenteel bezig met het ontwikkelen van cogeneratieprojecten in Ham (Limburg) en in Pontrilas (Engeland). Deze projecten bevinden zich al in een vergevorderd ontwikkelingsstadium. De ontwikkeling en de exploitatie van de eerste cogeneratiesite in Amel, geeft 4Energy Invest al de nodige erkenning

vanwege de hernieuwbare energiesector en de commerci毛le partners. De vennootschap is ondertussen ook bekroond met o.a. de Gemeenschapsprijs voor Innovatie en Duurzame Ontwikkeling 2007 en de Business Energy Award in het kader van de Belgische Energie- en Milieuprijs 2007. 4Energy Invest is sinds juni 2008 beursgenoteerd en wil haar activiteiten uitbreiden. Nog v贸贸r het einde van 2009 zal er een grote eenheid voor de productie van geroosterde


“ 4Energy Invest richt zich voornamelijk op de kleine en middelgrote gedecentraliseerde eenheden, die gebruik maken van de lokale biomassavoorraden om zo de kosten en de impact van het transport op het milieu te beperken ”

houtpellets, BioCoal , operationeel zijn en ongeveer 40.000 ton pellets per jaar produceren. Deze grote installatie bevindt zich op de site van Amel. Dit project zal een wereldprimeur vormen omwille van de productiecapaciteit. Het product BioCoal zal eveneens uniek zijn op de markt van vaste hernieuwbare brandstof, wat nieuwe markten zal creëren voor 4Energy Invest. Tegelijkertijd heeft 4Energy Invest eveneens veel aandacht voor de mogelijkheden die zich zouden kunnen aandienen op de internationale, Europese en nationale markten van hernieuwbare energie. Via haar filialen groepeert de expertise van de Groep 4Energy Invest de belangrijkste methoden voor het terugwinnen van energie uit biomassa : • Renogen, eigenaar van de installaties voor cogeneratie die zich bevinden in de exploitatiezetel in Amel, is bezig met de bouw van het BioCoal-project en werkt momenteel aan de uitwerking van het cogeneratieproject in Ham, dat zich in een ver gevorderde ontwikkelingsfase bevindt ; • 4BioFuels is een vennootschap die gespecialiseerd is in de aankoop en commercialisering van biomassa en in de commercialisering van « 4BioCoal » ; • Amel Bio is een vennootschap die gespecialiseerd is in het aankopen en prepareren van biomassa die bestemd is voor de installaties van Amel ;

4Energy Invest richt zich voornamelijk op de kleine en middelgrote gedecentraliseerde eenheden, die gebruik maken van de lokale biomassavoorraden om zo de kosten en de impact van het transport op het milieu te beperken. Overigens zorgen de plaatselijke biomassa-installaties voor een aanzienlijke vermindering van de energie-, transport- en verwijderingskosten van de industriële klanten.

“ 4Energy Invest is sinds juni 2008 beursgenoteerd en wil haar activiteiten uitbreiden ” Naast de financiële crisis, zullen de huidige lage elektriciteitsprijzen en de moeilijkere beschikbaarheid van niet-vervuilde biomassa de volgende uitdagingen zijn waaraan de vennootschap het hoofd zal moeten bieden om rendabele biomassainstallaties te ontwikkelen. 4Energy Invest NV Paepsem Business Park Boulevard Paepsemlaan 20 B-1070 BRUSSELS

• Pontrilas Renewable Energy Limited is een projectmaatschappij aan wie de nodige vergunningen zijn toegekend voor het bouwen en exploiteren van het cogeneratieproject van Pontrilas, in het Verenigd Koninkrijk.

FEBEM focus - december 2009 13


PARTNER IN DE KIJKER

RENTEC Recycling Technology Mireille Verboven - Adviseur FEBEM

FEBEM focus - december 2009

Machineconstructeur RENTEC uit Pittem, West-Vlaanderen behoort tot één van de enige konstrukteurs van afvalverkleiners in de Benelux. Haar machines worden dagelijks ingezet bij de meest vooraanstaande recycling bedrijven in België en Nederland. Reden genoeg om eens een kijkje te nemen ter plaatse.

GESCHIEDENIS

ENGINEERED FOR PROFIS ONLY

In 1985 werd de n.v. RENTEC opgericht. Voorzien van eigen werkplaatsen en interne engineeringsafdeling, ontwikkelde het bedrijf zich in het ontwerp en de bouw van machines en installaties voor twee nichemarkten : • de verwerking en valorisatie van dierlijk afval

De RECYCLING divisie groeide uit tot RENTEC’s hoofdactiviteit. De RENTEC DINOSAURUS, de dubbel rotor afvalshredder, is inmiddels een begrip in de recyclingwereld en mag met meer dan 50 referenties in Europa tot de top van de verkleiners gerekend worden. Deze machines vinden hun toepassing in o.a. industrieel afval, bouw & sloop afval, huisvuil, grof vuil, hout, gft, groen,… Hun uiterst robuuste en betrouwbare bouwwijze en hun ongeeven aarde aanpasbaarheid vormen

• de extractie van palmolie 14

autoclaven, waarin de meeste diverse produkten, ook afval, onder druk kunnen gevulcaniseerd of gesteriliseerd worden. Vanaf 1993 ontplooide RENTEC haar vierde peiler : RENTEC Recycling Machinery. Eerst als importeur van recycling machines, en vanaf 1998 als constructeur-fabricant van verkleiningsmachines voor vaste afvalproducten. Eind 2007 gaf de directie de fakkel door aan de volgende generatie. Na een MBO met Tom Verschuere als bedrijfsleider, omringd door enthousiaste en ervaren medewerkers, kiest RENTEC voor onafhankelijkheid en continuïteit. Innovatieve en continu geoptimaliseerde producten, ondersteund door efficiënte en competente service, direct vanuit RENTEC, garanderen een gezonde groei van de activiteiten.

Later differentieerde RENTEC zich verder als constructeur van


hun belangrijkste handelskenmerken. Machines met meer dan 20.000 bedrijfsuren vormen geen uitzondering.

SIZE TO OPTIMISE Door de aanpasbaarheid van de modulaire DINOSAURUS verkleiningstafel, spreekt men bij RENTEC eerder over het conditioneren (stukgrootte) van afval voor de navolgende proceslijn (manuele sortering, verbranding, automatische scheiding, compostering, hygiënisering, sterilisatie of vergisting,…..). Belangrijk is ook het doserend vermogen van de nieuwe DINOSAURUS shredders. De beschikbaarheid en het rendement van een proceslijn wordt hierdoor in belangrijke mate beïnvloed. Problemen achteraan de lijn moeten vaak vooraan aangepakt worden.

DIRECT SALES – DIRECT SERVICE RENTEC houdt ook vast aan haar strategie : “direct sales – direct service”. Wij streven niet na een grote verkleinerbouwer te zijn. Wij willen wel de beste keuze zijn in uw regio. Onze klanten hebben een directe relatie met RENTEC als constructeur, wij willen hun wensen duidelijk begrijpen, hun klachten uit eerste hand horen. Onze klanten waarderen onze betrouwbare praktijkervaring, onze scherpe verkoopprijzen, onze efficiënte service en de ondersteuning door onze ontwerpers, ook jaren na levering.

TOEKOMST Na de overname hebben we veel tijd en energie besteed aan het uitbouwen van onze interne organisatie die onze toekomstplannen in de praktijk zal brengen. Daarnaast wordt de DINOSAURUS produktfamilie uitgebreid met twee nieuwe uitvoeringsvarianten : de stationaire DINOSAURUS 1800 S met 1.800 mm rotorlengte wordt de kleinere broer van de bekende DINOSAURUS 2600 S. De robuuste modulaire bouwwijze en het bekende multi-functionaliteit blijven behouden. Voorts zal RENTEC de DINOSAURUS 2600T introduceren. Deze machine is gebouwd op een 3-assige oplegger en zal betere mogelijkheden bieden in het segment van de mobiele verkleiningsmachines. Voor grote verwerkingscapaciteiten wordt binnenkort een energiezuinig en slijtage-arm verkleiningssysteem op de markt gebracht. Tot slot introduceert RENTEC de revolutionaire hexagonaal schijvenzeef van ECOSTAR, bijzonder geschikt voor het zeven van verkleind bedrijfsafval, grof vuil, huisvuil, GFT en bouw- en sloopafval. Dankzij een gepatenteerd systeem combineert deze zeef alle voordelen van een sterrenzeef (hoge capaciteit, compact design) zonder de bekende nadelen van wikkeling en materiaalafzetting. Voor info : www.rentec.be - Tel +32 51 46 75 51


WERKGROEP IN DE KIJKER

Sociaal FEBEM als werkgeversfederatie

FEBEM focus - december 2009

Cédric Slegers, adjunct-directeur FEBEM

16

Sinds de oprichting van FEBEM in 1991 was er sprake van het aspecten binnen de FEBEM-leden, informatie uit te wisselen omvormen van de federatie tot een echte werkgeversfederatie. en vooral ook om de intrede in het PC 142 verder voor te De sociale dossiers kwamen echter slechts sporadisch aan bod bereiden. FEBEM sloot met COBEREC het akkoord over een en het duurde tot 2004 eer FEBEM zich echt kandidaat stelde zetelverdeling binnen het PC 142 en de vier subcomités (01 om in paritaire comités als werkgeversvertegenwoordiger te metalen, 02 textiel, 03 papier en 04 diverse). Meer bepaald zetelen. De prioriteit van FEBEM lag dus al die jaren duidelijk het subcomité 142.04 zal voor FEBEM belangrijk worden. Niet op de inhoudelijke afval- en milieudossiers. Dit zorgde ervoor alleen zullen we daar 5 van de 6 werkgeverszetels bekleden, dat FEBEM ter zake heel wat knowhow opbouwde, maar de we nemen er ook het sociaal fonds van over. Het is hiervoor sociale dossiers bleven toch een leemte. In 2004 bleek dat de nu enkel nog wachten op de administratieve molen om dit samenstelling van het paritair comité (PC) van de recuperatie formeel goed te keuren, voorzien eind 2009. (142), waarvoor FEBEM het meest in aanmerking kwam net voor 5 jaar was samengesteld. Gezien COBEREC, die als De FEBEM-werkgroep zal zich echter niet alleen bezighouden werkgeversfederatie alleen in dit met het PC 142. De FEBEMPC zat niet van plan was om een leden zitten voor hun arbeiders van de zetels aan FEBEM te geven, immers nogal verspreid over Duidelijk werd alvast dat ook moest de federatie tot 2009 verschillende PC’s, met naast Frans Kafka inspiratie kon halen uit wachten…. Duidelijk werd alvast het PC 142 ook de schoonmaak dat ook uit het Sociale overleg (121), de logistiek (140) en de het sociale overleg. Frans Kafka inspiratie kon halen. chemie (116). Sommigen zitten In 2009 kon men er echter niet zelfs in de bouw (124), al is dit meer omheen dat vele bedrijven die met hun arbeiders in het beperkt. Dit heeft te maken met het feit dat er binnen de PC 142 zaten enkel en alleen bij FEBEM waren aan gesloten. milieubedrijven een diversiteit aan activiteiten voorkomt die Ondertussen richtte FEBEM op 10 april 2009 haar werkgroep allen een andere ontstaansgeschiedenis kennen. Sommige Sociaal op. De FEBEM-Raad van Bestuur wou hiermee aan komen uit transportbedrijven, anderen uit schoonmaakfirma’s alle leden een forum geven om te overleggen over de sociale of uit bedrijven actief in de chemiesector. Het is dan ook


de taak van FEBEM om hierin eenheid te scheppen zodat er geen concurrentievervalsing kan zijn. Een belangrijke stap hiervoor werd gezet in 2007 toen er een duidelijke verdeling kwam tussen de PC’s 121 en 140. Voor de arbeiders lijkt er momenteel dan ook een vrij grote uniformiteit. Voor de bedienden loopt die discussie nog (waarbij het vooral gaat over het PC 218, waar o.a. de schoonmaak- en recuperatiesector in zit en het PC 226 wat voor de logistiek is opgericht). Een belangrijk moment voor FEBEM was haar aansluiting in 2008 bij het VBO, het Verbond van Belgische Ondernemingen. Op die manier is de federatie immers direct erkend als werkgeversfederatie en kan het in PC’s aanwezig zijn. We hoeven dan ook niet meer de procedure te doorlopen voor

De werkgroep Sociaal ziet zich alvast geplaatst voor een vette kluif: de discussie over in welk PC de bedienden uit de afvalbedrijven moeten zitten. Dit is momenteel heel verschillend binnen de FEBEM-leden en wijzigingen ter zake zijn uiteraard nooit evident om intern een bedrijf te realiseren (in welke richting ook). De werkgroep zet alle voor- en tegenargumenten op een rijtje, kijkt naar recente adviezen van de overheid, edg… en zoekt op die manier naar de meest logische oplossing, zonder corporatisme, laat staan opportunisme. Een ander dossier betreft de sociale

Sinds 2008 is FEBEM officieel een werkgeversfederatie. tewerkstelling waar we vaststellen dat ook in onze sector reguliere arbeid wordt verdrongen door gesubsidieerde zonder dat er arbeidsplaatsen bijkomen. Dit is te gek voor woorden en FEBEM verzet zich daar dan ook tegen. Maar blijkbaar is er wel sprake van enig opportunisme bij diegenen die de sociale arbeid inschakelen om zo hun kosten zo laag mogelijk

Frank Vorsselmans

een erkenning door de Nationale ArbeidsRaad (NAR) wat bv. wel nog het geval is voor de collega’s van COBEREC, die geen lid van het VBO zijn. Opmerkelijk was echter dat het lidmaatschap bij het VBO, hoewel ook sterk gevraagd door het VBO zelf, niet van een leien dakje liep door bezwaren vanuit de Confederatie Bouw. Hun vraag dat FEBEM zich zou onthouden van activiteiten inzake bodemsanering en bouw- en sloopafval - uiteraard onaanvaardbaar voor ons - werd in der minne geregeld door een akkoord waarbij beiden zich engageerden ter zake zoveel mogelijk samen te werken. Iets wat in de praktijk soms wel eens wordt vergeten door onze ‘grotere broer’ van de Confederatie. Maar sinds 2008 is FEBEM dus officieel een werkgeversfederatie. Dankzij de medewerking die we nu van COBEREC krijgen, zal

De FEBEM-leden zitten voor hun arbeiders nogal verspreid over verschillende PC’s

te houden. FEBEM is binnen het VBO een van de voortrekkers in dit dossier. FEBEM verdedigt de sociale economie maar dit mag niet ten koste gaan van reguliere tewerkstelling van laaggeschoolden. Verder boog de werkgroep zich al over thema’s zoals de problematiek van alcoholisme op het werk, de sectoriële hospitalisatieverzekeringen etc… De FEBEM-werkgroep is op korte termijn al zeer actief geworden. Het is een bij uitstek technische werkgroep die de komende jaren zeker een van de FEBEM-motoren zal zijn. FEBEM focus - december 2009

de overgang in het PC 142 vlot kunnen verlopen. We hebben trouwens dit jaar al samen de besprekingen kunnen volgen en sturen voor de nieuwe CAO’s. Onze werkgroep heeft daarin al haar nut bewezen en steeds goede adviezen geformuleerd naar de onderhandelaars toe langs werkgeverskant. De voorzitter van de werkgroep is Frank Vorsselmans (Sita Recycling Services) en de ondervoorzitter is Goedroen Osaer (Veolia ES). Onze vertegenwoordigers in het PC 142 zullen personen zijn uit firma’s zoals Van Gansewinkel, Vanheede, Indaver, GRL, SITA… We proberen het werk op die manier zo goed mogelijk te verdelen. Alle beslissingen worden collegiaal genomen.

Goedroen Osaer

17


OVAM stelt nieuw strategisch plan 2010-2015 voor Jan Verheyen, woordvoerder OVAM

Om duurzaam te kunnen produceren, consumeren en leven, moeten we verder durven gaan dan de loutere continuering van het afval- en bodemsaneringsbeleid van de laatste 20 jaar. Die basisgedachte vormt de krachtlijn voor het nieuwe strate-

FEBEM focus - december 2009

gisch plan 2010-2015 van de OVAM.

18

Afvalstoffen zijn grondstoffen Vlaanderen moet de grondstoffen die ze aanwendt, zo efficiënt mogelijk benutten. Als regio die vrijwel volledig afhankelijk is van buitenlandse grondstoffen, moet ons beleid erop gericht zijn eigen materialen maximaal in te zetten ter vervanging van deze grondstoffen en zo efficiënt mogelijk te produceren en consumeren. Het ultieme doel is het sluiten en hertekenen van materiaalkringlopen om van Vlaanderen een efficiënt draaiende kringloopeconomie te maken met een zo laag mogelijk grondstof-, energie- en materiaalgebruik.

Om dit te realiseren maakt de OVAM werk van een efficiënt afvalstoffenbeleid en de verruiming naar een duurzaam materialenbeleid. Het efficiënt sluiten en innovatief hertekenen van materiaalkringlopen vormen de speerpunten van dit materialenbeleid. Een innovatief en stimulerend kader wordt aangeboden voor voorlopers. Via verregaande cradle-to-cradle experimenten en ketenbeheer kiezen zij samen met de overheid voor een ambitieuze toekomstontwikkeling. We hebben een sterke afvalsector en een aantal bedrijven die binnen belangrijke industriële sectoren tot de wereldtop behoren. Die krachten en kennis van zaken willen we bundelen in ketenprojecten, waardoor mooie kansen ontstaan voor innovatieve bedrijven uit de diverse sectoren. Een tweede spoor mikt op een stapsgewijze optimalisatie van de andere bedrijven. Eco-efficiënt produceren en beter gebruik maken van secundaire grondstoffen moeten de norm worden. De sleutel hiervoor ligt bij een goed ontwerp en bij een efficiënte productie. De OVAM wil er onder meer via haar ecodesignwerking en via eco-efficiëntie¬programma’s voor zorgen dat de Vlaamse economie meer milieuverantwoord en economisch voordelig produceert. Om onze behoefte naar grondstoffen zo veel mogelijk in te vullen met secundaire grondstoffen, is het belangrijk dat we


De OVAM zal nog meer aandacht besteden aan een efficiënte en klantgerichte behandeling van overdrachtsdossiers. Deze aanpak zorgt ervoor dat vervuilde gronden na onderzoek en eventuele sanering toch te verkopen zijn, waardoor ze niet verloren zijn voor de markt. De OVAM biedt een actieve ondersteuning van bouwprojecten op verontreinigde gronden en wil via een actieve sanering bij zeer ernstig verontreinigde industriële sites mogelijkheden bieden om open ruimte te

Door de verruiming van haar afvalstoffenbeleid naar een duurzaam materialenbeleid en via haar vernieuwd bodembeleid wil de OVAM actief meewerken aan een duurzame samenleving waarin zo weinig mogelijk grondstoffen en open ruimte worden gebruikt én waarin kansen worden gecreëerd voor onze bedrijven. Zo belasten we het milieu zo min mogelijk en helpen we onze economie. En maken we samen morgen mooier.

FEBEM focus - december 2009

onze afvalstoffen zo goed mogelijk ophalen en recycleren, vrijwaren. Verder zorgen we er voor dat nieuwe verontreiniging zodat de kwaliteit van de secundaire grondstoffen die zo snel mogelijk wordt aangepakt, vooraleer de schade én van primaire grondstoffen kan saneringskosten toenemen. evenaren. De focus van ons Om vrijwillige bodemsanering afvalbeleid zal hierbij vooral liggen te stimuleren, onderzoekt Het ultieme doel is het sluiten en op bedrijfsafval terwijl het beleid de OVAM verschillende hertekenen van materiaalkringlopen rond huishoudelijk afval wordt systemen die de saneringskost bestendigd. draagbaarder kunnen maken om van Vlaanderen een efficiënt voor de saneringsplichtige: Daarnaast wil de OVAM draagkrachtregeling die maximaal draaiende kringloopeconomie consumenten stimuleren zo aansluit bij bestaande regelingen, te maken met een zo laag veel mogelijk milieuverantwoord een stookolietankfonds en andere aan te kopen. Consumenten bijkomende sectorfondsen in mogelijk grondstof-, energie- en zullen hiervoor meer en functie van de behoefte van makkelijker toegang krijgen tot specifieke sectoren en een materiaalgebruik. milieuverantwoorde producten cofinancieringssysteem om via onder meer een intensieve onbillijkheden weg te werken. samenwerking met de distributiesector. Herontwikkeling van brownfields kan een belangrijke Een efficiënter materiaalgebruik helpt bedrijven ook om hun economische stimulans betekenen voor de omgeving. Ter kosten te verlagen, wat hun concurrentie¬positie versterkt. uitvoering van de brownfieldconvenanten, zal de OVAM samen Een efficiënt materiaalgebruik reduceert de totale hoeveelheid met de ontwikkelaars oplossingen op maat uitwerken voor te verwerken en transporteren materialen, waardoor ook de het verontreinigingsprobleem. Een aantal brownfields zijn energiebehoefte vermindert. Bovendien heeft internationaal zo zwaar verontreinigd, dat de mogelijke saneringskost een onderzoek uitgewezen dat recyclage vrijwel steeds veel minder ontwikkeling blokkeert. Binnen de budgettaire mogelijkheden energie vergt dan de combinatie van productie uit grondstoffen zal de OVAM dergelijke terreinen aankopen, saneren in functie en energieherwinning uit afvalverbranding. Zo helpt een van herontwikkeling en op de markt brengen. groene kringloopeconomie ook onze klimaatdoelstellingen te realiseren. Voor de sanering van historisch verontreinigde gronden zal de OVAM prioriteit geven aan kwetsbare gebieden, gronden met hoge risico’s en aan maatschappelijk prioritaire sectoren. Zo Van bodem naar open ruimte zal ze onderzoeks- en saneringsprogramma’s uitbouwen voor verontreinigingen in scholen, ziekenhuizen en rusthuizen en in Net zoals materialen schaarse en kostbare grondstoffen zijn de buurt van drinkwatergebieden.. voor Vlaanderen, zijn ook open ruimte en grondwater een kostbaar gegeven. De druk op open ruimte neemt immers nog Gelet op de grote nood aan het bestrijden van de economische steeds toe en grondwater moet in belangrijke mate in onze crisis, zullen bovendien waterbehoefte voorzien. stimulansen uitgewerkt Daarom wil de OVAM Voor de sanering van historisch worden vanuit het via haar bodembeleid, verontreinigde gronden zal de OVAM bodembeleid. Zo zal een dat in 2008 werd prioriteit geven aan kwetsbare tijdelijke, substantiële vernieuwd, nog betere verlaging doorgevoerd gebieden, gronden met hoge risico’s oplossingen aanbieden worden van financiële en aan maatschappelijk prioritaire om al ingenomen ruimte zekerheden indien de sectoren. maximaal te blijven bodemsaneringen snel Jan Verheyen, woordvoerder OVAM gebruiken. Gelet op de opgestart worden, moeilijke economische waardoor bedrijven meer kredietruimte krijgen. Bovendien realiteit, betekent dit dat binnen het huidig beleid nog bieden we een geïntegreerde aanpak aan voor verontreinigde meer nadruk wordt gelegd op het optimaal faciliteren van gronden met een belangrijk economisch ontwikkelpotentieel, overdrachten van verontreinigde gronden en de realisatie van waarbij oplossingen op maat worden uitgewerkt in bouwprojecten erop. Daarnaast werkt ze een programma uit samenwerking met alle betrokken actoren. ter bescherming van waterwinningen tegen verontreinigingen.

19


UVELIA Luik

partnership tussen de openbare en de privésector

FEBEM focus - december 2009

Cédric Slegers, adjunct - directeur FEBEM

20

Op 16 oktober 2009 jongstleden vond de inhuldiging plaats van de nieuwe afvalverwerkingsfabriek van de intercommunale Intradel (Luik). Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om een nieuw partnership in de verf te zetten, aangezien de eenheid voor de terugwinning van energie in Herstal- en de stortplaats in Hallembaye voortaan beheerd zullen worden door een naamloze vennootschap, Uvélia, waarin ook de privésector (SITA en VAN GANSEWINKEL) aanwezig is.

De oude fabriek, waarvan de vergunning verviel op 21 december 2009, verwerkte niet alle binnenkomende afval. Het fijne gedeelte dat bekomen werd na het verbrijzelen en het mechanisch sorteren van de afvalstoffen, werd immers overgebracht naar de stortplaats in Hallembaye. Enkel de fractie met een hoge verbrandingswaarde werd gebruikt voor de terugwinning van energie. In 2008 had de oude fabriek in Herstal slechts 65.000 MWh op het net gezet, hetzij het verbruik van 19.000 huishoudens. Vanaf 1999 is Intradel in samenwerking met de Universiteit van Luik studies begonnen met een onderzoek naar de verschillende mogelijke scenario’s voor duurzaam afvalbeheer: • Verbranding van de organische materie na composteren en drogen in de tunnels, • Verbranding na thermisch drogen, • Verbranding in een wervelbedoven, • Thermolyse, • Biomethanisering van het ‘sorteerresidu’. De vergelijkende studies hebben geleid tot de conclusie dat de terugwinning van energie uit huishoudelijk restafval, gekoppeld aan een selectieve huis-aan-huis ophaling van organisch afval, de beste ecobalans liet noteren.


Debat ter gelegenheid van de inhuldiging, met de aanwezigheid van (van links naar rechts): • Philippe LEROY, Directeur-generaal van Inova France • Ruud SONDAG, Bestuursvoorzitter - Directeur-generaal van de Van Gansewinkel Groep • Christophe CROS, Bestuursvoorzitter - Directeur-generaal van Sita UVELIA is opgericht en is een volwaardige naamloze vennootschap waarin Intradel 70% van de aandelen bezit. De rest van de aandelen is in het bezit van SITA en VAN GANSEWINKEL, elk à rato van 15%. De taak van de vennootschap ligt in het exploiteren van de eenheid voor terugwinning van energie in Herstal en van de stortplaats in Hallembaye. Uvélia zal zich eveneens bezighouden met de reconstructie van de oude fabriek in Herstal en de ontwikkeling van warmtekrachtkoppeling.

De installatie zal worden ingevuld met: • 170.000 ton van Intradel • 70.000 ton BEP (partnership openbare sector – openbare sector), de Naamse intercommunale • 80.000 ton industrieel afval (partnership openbare sector - privésector)

• Roger CROUGHS, Directeur-generaal van Intradel • Frédéric DAERDEN, Europees Afgevaardigde – Burgemeester van de Stad Herstal • Philippe HENRY, Minister van de Waalse Regering bevoegd voor Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit

FEBEM focus - december 2009

Intradel heeft 195 miljoen euro geïnvesteerd in de nieuwe installatie (voor 30% gesubsidieerd door het Waalse Gewest – in feite 45% van het deel van de investering dat gebruikt wordt voor huishoudelijk afval) voor de terugwinning van energie uit 320.000 ton afval per jaar, waarvan de verbranding 240 miljoen kWh elektriciteit/jaar zal opleveren (hetzij het equivalent van het elektriciteitsverbruik van 54.000 huishoudens).

• Renaud DEGUELDRE, Directeur-generaal van het BEP

21


Limburg toont de weg Limburgse gemeenten bouwen met privaatrechtelijk BIONERGA aan de toekomst

FEBEM focus - december 2009

Werner Annaert, Algemeen Directeur FEBEM

22

Het was even opkijken toen enkele jaren terug de Limburgse Deze initiatieven zijn toe te juichen en mogen zelfs visionair afvalintercommunales duchtig werden hervormd. De drie worden genoemd. Er is immers duidelijk het besef aanwezig intercommunales REGIONALE MILIEUZORG, IVVVA en INTERdat de afvalverwerking op de drempel staat van een nieuw COMPOST werden samengebracht. Enerzijds ontstond de tijdperk. Daar waar de laatste decennia de afvalverbranding nieuwe intercommunale LIMBURG.NET die als opdracht meevooral een zaak was van afvalintercommunales die het eigen kreeg de communicatie rond het afvalbeheer en de inzamehuishoudelijk afval verbrandden (het bedrijfsafval werd vooral ling van afval in goede banen te leiden in de Limburgse gegestort), merken we nu dat de verbrandingscapaciteit zowel meenten. Anderzijds bracht men alle verwerkingsactiviteiten met huishoudelijk als bedrijfsafval wordt opgevuld en er ook (composteringinstallaties, wasteenkele belangrijke privaatrechteto-energy-installatie) samen in ĂŠĂŠn lijke groepen capaciteiten ontwiknieuwe vennootschap, BIONERGA. keld hebben (bv. INDAVER, SITA, De missie van Bionerga is er voor BIONERGA is geen intercommuVEOLIA). Ook vanuit de energiete zorgen dat de Limburgers niet nale maar een privaatrechtelijke sector (bv. ELECTRAWINDS) en vennootschap die aan dezelfde eizelfs vanuit producerende bedrijmeer voor hun afvalverwerking sen is onderworpen als private afven die zelf hun energie willen valbedrijven. De aandeelhouders opwekken (bv. het papierbedrijf hoeven te betalen dan pakweg een bleven wel overheid, nl. de afvalinSTORA ENSO in Gent) zijn initiaAntwerpenaar tercommunale LIMBURG.NET voor tieven ontstaan om uit afvalstof10% en Nuhma, de holding van de fen energie op te wekken die dan Limburgse gemeenten, voor 90%. nuttig wordt toegepast en op die BIONERGA trad als privaatrechtelijk afvalbedrijf toe tot FEBEM. manier een uitsparing van fossiele brandstoffen betekenen. BIONERGA heeft de ambitie om voor de hele provincie Limburg Kortom de gemeenten en hun afvalintercommunales hebben de referentie te zijn als het gaat over de link tussen afval en op vrij korte termijn het gezelschap gekregen van heel wat energie. Met de recente overname van het biomassa bedrijf andere afvalverwerkers. RENOVIUS toont het aan dat deze ambitie geen loze woorden blijven. Ook de grenzen binnen Europa worden steeds vager. Vanaf 2011 is het zelfs te verwachten dat de grenzen volledig


deze veranderde wereld. De vroeger terechte visie van zelfvoorziening en een te krappe capaciteitsplanning is in de toekomst niet meer houdbaar want zou wellicht betekenen dat we in een sneltreinvaart het bedrijfsafval uit ons land zullen zien vertrekken naar Nederland en Duitsland, waar de overheid aan de bedrijven juist wel de mogelijkheden geeft om te investeren en nieuwe capaciteit te ontwikkelen. Stellen dat er nu al genoeg capaciteit is en er geen nieuwe installaties meer moeten komen, is dan ook een struisvogelpolitiek die het Vlaamse afvalbeleid zal bombarderen naar de laagste regionen, zo ergens waar onze nationale voetbalploeg zich nu bevindt…

Stellen dat er nu al genoeg capaciteit is en er geen nieuwe installaties meer moeten komen, is dan ook een struisvogelpolitiek die het Vlaamse afvalbeleid zal bombarderen naar de laagste regionen, zo ergens waar onze nationale voetbalploeg zich nu bevindt…

Ook de gewestelijke overheid zal zich moeten aanpassen aan

FEBEM focus - december 2009

zullen verdwijnen voor bedrijfsafvalstoffen die worden verwerkt in verwerkingsinstallaties met hoog rendement (opwekking van energie). Dit betekent dat er een grotere concurrentie zal komen in de verwerking van afvalstoffen wat uiteraard de nodige risico’s zal inhouden voor intercommunales die eigen verwerkingscapaciteiten hebben (zal het bedrijfsafval dat daar nu toe komt, daar nog blijven toekomen?). Gemeenten staan dus voor een belangrijke keuze: ofwel blijven ze actief in de verwerking en gaan ze de concurrentie aan, eventueel in partnership met andere (privaatrechtelijke) bedrijven, ofwel treden ze uit de verwerking en gaan met hun eigen afval zelf “shoppen” en zoeken daarbij de voor hen financieel interessantste . In het geval ze kiezen voor de eerste piste en actief willen blijven in de verwerking van afvalstoffen, is het duidelijk dat ze ook nood hebben aan een structuur waarmee ze de concurrentie kunnen aangaan. De privaatrechtelijke vennootschapsstructuur is hiervoor een vorm die aangepast is aan de noden binnen een concurrentiële omgeving. BTW op investeringen kan dan worden teruggevorderd, fusies met en overnames van andere bedrijven is mogelijk, enz… Dit heeft men enkele jaren geleden in Limburg al ingezien. Net zoals de vaststelling dat we in Vlaanderen moeten blijven investeren in nieuwe verwerkingsinstallaties, met een nog betere kostenstructuur en verbeterde energie-efficiëntie zodat we wel degelijk de concurrentie met buitenlandse installaties zullen aankunnen.

Philip Peeters, Algemeen Directeur van BIONERGA verwoordt het als volgt: ” De missie van Bionerga is om ervoor te zorgen dat de Limburgers niet meer voor hun afvalverwerking hoeven te betalen dan pakweg een Antwerpenaar. Historisch gezien is de afvalverbranding in Vlaanderen vooral in het Westen van het Philip Peeters land ingepland. Limburg wil echter ook zijn verantwoordelijkheden opnemen en hoewel Duitsland, Nederland en de Luikse regio niet ver zijn, wil Bionerga zorg dragen voor de verwerking van het Limburgs huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval. Met onze structuur staan we klaar om vanuit een bedrijfsvisie optimaal te werken voor onze gemeenten. Verder geloof ik sterk in het verhaal van biomassa-afval en daar zal BIONERGA de komende jaren ook verder op inzetten. Ter zake zullen wij marktgedreven werken en die energiebronnen produceren die de markt vraagt.”

23


FEAD memorandum voor het nieuwe Europese Parlement en de Commissie Baudouin Ska, adjunct-directeur FEBEM Onze Europese federatie heeft op 6 oktober 2009 haar memorandum aan de Europese parlementsleden en Europese Commissie voorgesteld. Ze schuift hierbij duidelijk een aantal hoofdthema’s naar voor.

Recente wetteksten: • FEAD wenst een verhoogde controle van het internationaal afvalverkeer en ondersteunt alle initiatieven voor de oprichting van een Europees Controle Agentschap. • FEAD pleit voor duidelijke procedures voor de recyclagebedrijven, in toepassing van de Verordening REACH.

Omzetting Wetteksten : kaderrichtlijn afval

FEBEM focus - december 2009

• FEAD dringt aan op een snelle definitie van Europese endof-waste criteria

24

• FEAD vraagt Europees toezicht om nationaal misbruik van het statuut van bijproduct te vermijden. • De Federatie is voorstaander van een minimale herziening van de afvalstoffenlijst.

Wetteksten in ontwikkeling • FEAD ondersteunt het ontwerp van een specifieke richtlijn over Bioafval. • Voor de nieuwe IPPC (IED)richtlijn, (1) vraagt de federatie de volledige integratie van de Richtlijn afvalverbranding, (2) geeft ze de voorkeur aan een statuut van referentiewaarde,

eerder dan één van normen voor de BBT’s, en dringt aan op overleg met de betrokken sectoren bij de opstelling/ herziening. • Fead is van oordeel dat er geen nood is aan een specifieke richtlijn over de Concessies.

Algemene thema’s FEAD herhaalt haar grote bezorgdheid om een open markt te ontwikkelen, met een correcte competitiviteit tussen de private en publieke sectoren, met een doorzichtige toekenning van de opdrachten en met gelijke heffingen. Ook de veiligheid van het personeel actief in afvalbeheer is één van de grootste prioriteiten van FEAD. Ze vraagt aan haar leden om een harmonieuze sociale omgeving te ontwikkelen, alsook programma’s in te voeren voor de reductie van arbeidsongevallen, met Europese opvolging. De volledige tekst kan u vinden op www.fead.be


FEAD-voorzitter wil meer vrije markt in de Europese afvalsector Noto La Diega zet in op recyclage Voor FEBEM heeft de werking van onze Europese Federatie FEAD een steeds groter belang. Voor iedereen is het immers duidelijk dat heel wat van onze regelgeving uiteindelijk al op het niveau van de EU vorm krijgt. De laatste jaren heeft FEBEM haar positie binnen FEAD dan ook merkelijk verstevigd, met een vertegenwoordiger in alle werkgroepen, in het management comité, het voorzitterschap van Commission 3 en 7, SUB-Com Reach en SUB-Com Climate Change en een actieve werking inzake End of Waste. We haalden dan ook ons beste Italiaans boven en gingen op de koffie (espresso) bij de nieuwe Italiaanse FEAD-voorzitter Noto La Diega. Ciao !

NLD : Het moet duidelijk zijn dat de huidige industriële crisis globaal is en zeker niet alleen onze sector treft. Meer zelfs, het is omdat bepaalde industriële sectoren zwaar in de problemen zitten dat er minder wordt geproduceerd en er minder afval is waardoor verschillende afvalbedrijven met overcapaciteit kampen. Dit oplossen is dus niet evident en we kunnen enkel de globale steun vanuit verschillende overheden voor de globale economie ondersteunen. FEAD wordt door de Europese Commissie wel aanzien als de gesprekspartner voor onze industrie en we hebben met de Commissie de laatste maanden ook al enkele gesprekken gehad om een reeks maatregelen te overlopen. De strategische nota van de Commissie rond de ondersteuning van de Europese recyclegasector is daar een resultaat van. u

FEBEM : U volgt de Fransman Pierre Rellet op. Hij werkt voor VEOLIA, de nummer één van wereld inzake afvalbeheer. Een voordeel of een handicap voor u ?

FEBEM : Die Europese afvalsector heeft echter, net als vele andere industriële sectoren, last van een serieuze recessie. Hoe kan FEAD haar leden en de bedrijven ondersteunen tijdens deze moeilijke periode ?

Wij denken daarbij dat de regels dezelfde moeten zijn voor publieke en privaatrechtelijke afvalbedrijven

FEBEM focus - december 2009

NLD : Het is zeker een voordeel om verder te kunnen werken aan wat Pierre heeft opgestart. Hij heeft zeker voor meer professionalisme gezorgd bij FEAD. Het is mijn bedoeling om zijn beleid verder te zetten. Ik wil daarbij het FEAD-secretariaat verder versterken want zij zorgen voor een optimale informering van de leden en een goede verdediging van de belangen. Als Europese afvalindustrie moeten we daarbij de bescherming van de volksgezondheid en van het leefmilieu centraal plaatsen, met aandacht voor de economische en sociale aspecten in onze sector.

25


FEBEM : Denkt u dat de huidige crisis remmend zal werken voor het huidig proces van het verbeteren van de Europese milieuwetgeving ? NLD : Neen, integendeel. Het is juist de moment om wat diepgaander te kijken en te zorgen voor bv. een gezonde marktwerking in het afvalbeheer. Wij denken daarbij dat de regels dezelfde moeten zijn voor publieke en privaatrechtelijke afvalbedrijven. Dit thema wordt bovendien ook steeds intenser besproken binnen FEAD en wij ondersteunen ook de organisatie E3PO (European Public Private Partnership Organisation) die streeft naar betere samenwerkingsvormen tussen publiek en privé. FEBEM : U bent niet alleen een afvalexpert maar ook voorzitter van de Italiaanse federatie FISE. In België hebben we ook allen kennis genomen van de vreselijke afvalsituatie in Napels. Hoe is dat mogelijk geweest en hoe zijn de zaken daar nu ? Staar u alstublieft niet blind op de situatie in Napels. Gelukkig beschikt Italië wel degelijk over een moderne afvalindustrie met verschillende recuperatiebedrijven, composterings- en vergistingsinrichtingen, overslagbedrijven etc… Italië wil op

Oprichter WATCO, Yves Debruyne, overleden Midden november overleed Yves Debruyne na een slepende ziekte. Hij was de oprichter van WATCO in België. Hij werd 66. Hij volgde de studies van burgerlijk ingenieur aan de KULeuven. Zijn carrière bouwde hij voornamelijk uit in het studiebureau van Tractebel,waar hij verantwoordelijk was voor de nucleaire divisie. Zo werkte hij mee aan de uitbouw van de kerncentrales in Doel. In 1989 heeft hij het milieubedrijf Watco opgericht. Watco was indertijd een dochter van Fabricom,waar hij bestuurder van was. Al vrij snel groeide Watco uit tot een groot bedrijf. Als “captain of Industry” heeft hij meegewerkt aan de oprichting van ondermeer FEBEM,IVAGO en tal van andere bedrijven. Toen SUEZ aandeelhouder werd van Watco, veranderde de naam in SITA en heeft hij de laatste jaren van zijn loopbaan SITA gestuurd vanuit Parijs. In 2003 is hij met pensioen gegaan. Met hem verdwijnt een van de grondleggers van de hedendaagse Belgische afvalsector. We wensen zijn familie veel sterkte.

dat vlak zelf een voorbeeld zijn voor de andere landen rond de Middellandse Zee. Italiaanse technologie wordt trouwens ook veelvuldig toegepast in andere landen, ook in België. Napels is dan ook een schandvlek voor Italiër en louter te wijten aan een kortzichtig lokaal beleid. De pers is ook nogal hevig tekeer gegaan, de situatie was zeker niet zo dramatisch als voorgesteld. Maar toch, dit mag niet meer gebeuren. Momenteel zijn structurele oplossingen gevonden zodat tegen eind dit jaar de situatie genormaliseerd zal zijn. Dan rest er nog het herstel van het imago van een van de mooiste streken van Italië! FEBEM : Welke prioriteit legt u tijdens uw komende FEAD-voorzitterschap ? Voor mij ligt de absolute prioriteit bij de verdere ontwikkeling van een recyclagemarkt in Europa. FEAD wil een vooraanstaande rol spelen bij de creatie van een recyclagemaatschappij in de EU. Daarvoor moet de recyclagemarkt verder ondersteund worden en moet er ook een eerlijke concurrentie zijn. De afvalsector levert diensten van algemeen economisch belang en dus moet de markt vrij zijn. Dat is een essentiële voorwaarde voor de creatie van onze droom.


Europese Commissie stelt haar langetermijnvisie inzake afval voor Baudouin Ska, adjunct-directeur FEBEM

Elke lidstaat is op zichzelf bezig met de omzetting van de Richtlijn. Zo ijvert Duitsland om de artikels over het statuut van bijproducten en end of waste asap te vertalen in nationaal recht. Frankrijk pakt het rustiger aan en combineert deze omzetting met aanpassingen die nodig zijn voor het nieuwe Franse afvalbeleid. Tsjechië heeft zich gebaseerd op haar wetgeving van 2001 en haar afvalplan voor 2003 – 2013 en heeft al in maart 2009 een eerste tekst uitgewerkt! De Tsjechen verwachten dat tegen het voorjaar van 2010 er een

nieuw wetgeving is afgestemd op de Afvalkaderrichtlijn. De Commissie daarentegen wil vooral veel aandacht besteden aan de correcte omzetting van de regels. Vavandaag de dag stelt de Commissie nog teveel inbreuken vast bij de lidstaten die de Europese regels omzetten.

Het zou te gek zijn mocht in Vlaanderen een andere invulling worden gegeven aan het begrip End of Waste dan in Wallonië en dus een stroom in het ene gewest afval zijn en in het andere niet. In elk geval is het duidelijk dat ook nu weer er weinig coördinatie is op Europees niveau. Tijdens de FEBEM-infoavond leek hier ook het schoentje te knellen binnen België. Daar waar Vlaanderen al vrij ver gevorderd is met de omzetting van de kaderrichtlijn, is er in Brussel al wel een eerste denkoefening achter de rug maar staat men in Wallonië nog nergens. FEBEM pleit er alvast voor om tot een optimale afstemming te komen tussen de gewesten. Het zou te gek zijn mocht bv. een andere invulling worden gegeven aan het begrip End of Waste dan in Wallonië en een stroom in het ene gewest afval zijn en in het andere niet.

FEBEM focus - december 2009

Een colloquium georganiseerd door de Europese Academie voor Recht (ERA) samen met de Europese Commissie gaf recent meer zicht op de reële veranderingen die ons te wachten staan met de nieuwe Afvalkaderrichtlijn. Deze richtlijn zal in december 2010 een realiteit moeten zijn in de lidstaten van de EU. Eind oktober organiseerde FEBEM zelf een info-moment over End of Waste en de bijproducten. Meer dan 100 aanwezigen bogen zich over de mogelijke wijzigingen die de afvalsector serieus door elkaar kunnen schudden.

27


België nog altijd in Europees koppeleton voor huishoudelijk afvalbeheer

28

Eurostat presenteert elk jaar een reeks interessante cijfers over het afvalbeheer in de verschillende Europese landen. De cijfers zijn volgens FEBEM en ACR+ (de federatie van steden en regio’s inzake afvalbeheer) wel met een tikkeltje zout te nemen want we weten dat het vergelijken van dergelijke nationale cijfers geen sinecure is (dekken alle termen dezelfde lading ?) maar wie betere cijfers heeft, mag zich altijd melden. Europa moet wel dringend meer werk maken van een betere standaardisering van begrippen en statistieken. In termen van de productie van huishoudelijk afval bevinden de drie regio’s zich in de middengroep.

Grafiek 2: Verwerkingsmethode 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Europese Unie (27 landen) Europese Unie (15 landen) Duitsland Nederland Zweden Denemarken België Oostenrijk Luxemburg (Groothertogdom)

FEBEM focus - december 2009

Cédric Slegers, adjunct-directeur FEBEM


900 800 700 600 500 400 300 200 100

Europese Unie (27 landen) Europese Unie (15 landen) Tsjechische Republiek Slovakije Polen Letland Roemenië Litouwen Turkije Slovenië Griekenland Hongarije Bulgarije Portugal Brussel-Hoofdstad Finland Zweden Estland Frankrijk Wallonië Vlaanderen Italië Duitsland (incl. de voormalige DDR vanaf 1991) Ijsland Verenigd Koninkrijk Spanje Oostenrijk Nederland Malta Luxemburg (Groothertogdom) Zwitserland Cyprus Ierland Denemarken Noorwegen

0

Grafiek 1: Productie van huishoudelijk afval (eurostat 2007)

Uit de figuur (boven) blijkt alvast dat de totale productie van huishoudelijk afval in Vlaanderen iets groter is dan in Wallonië maar niet substantieel. Wel is er een opmerkelijk verschil met Brussel waar de totale productie een pak lager ligt. Uiteraard gaat het hier enkel over afval van de burgers en is het KMO- en bedrijfsafval niet meegenomen.

Wat de verwerking van dezelfde afvalstoffen betreft, valt volgende figuur (links) op.

Frankrijk Noorwegen Portugal Italië Finland Spanje Verenigd Koninkrijk Tsjechische Republiek Slovakije Ijsland Hongarije Letland Polen Estland Bulgarije Ierland Griekenland Cyprus Litouwen Malta Roemenië Slovenië Turkije stortplaats verbranding

FEBEM focus - december 2009

België bevindt zich duidelijk in het koppeleton. Bovendien is er vanaf 2008 geen enkele ton huishoudelijk afval nog op een stortplaats beland (behalve enkele beperkte stromen grofvuil in Wallonië). Het blijkt nogmaals dat er binnen Europa grote verschillen zijn als het gaat over de uitdagingen voor de verschillende lidstaten.

29


Kwaliteit in de keten van inerte afvalstoffen: op naar een integrale aanpak in Vlaanderen Luc Verhelst, SGS en Werner Annaert, FEBEM

FEBEM focus - december 2009

Actueel

30

nen of uit een mengsel van deze afvalstoffen. Ook niet vervuild glasafval is een inerte afvalstof.

Bouwen, renoveren en slopen zorgt jaarlijks voor ongeveer acht miljoen ton afval. Meer en meer van dit afval wordt geInert puin moet bij voorkeur hergebruikt worden. Hiervoor recupereerd en gebruikt als secundaire grondstof. In 1995 moet het puin eerst gebroken worden in een puinbreekinstalwas dit slechts zo voor 40% van de stroom, nu is dit cijfer latie. Inert puin van afbraakwerken moet worden verwerkt in al geklommen tot boven de 90%. Milieuverantwoord materieen puinbreker met COPRO - of gelijkwaardige keuring. De uitaalgebruik eist een grondige kennis van de samenstelling van bating van de puinbreker moet tevens voldoen aan het milieuaangeboden en te verwerken mavergunningsdecreet. Indien inert terialen. Een ketenbeheersysteem afval niet kan worden hergebruikt, Een risico-evaluatie is is de aangewezen methode om mag het gestort worden op een hierbij een gegarandeerde kwavergunde stortplaats. Merk wel op noodzakelijk om te bepalen welke liteit te realiseren. Hét moment dat het storten van afval slechts waarop de productkwaliteit kan een laatste oplossing is indien verontreinigingen waar vrij komen gemeten worden, is net voor de geen hergebruik mogelijk blijkt en in de keten belanden. afnemer zijn partij komt halen. (geen economische afvoer) of niet De gebroken / afgezeefde partoegelaten is (vervuild puin). Indien tijen worden afzonderlijk bewaard het puin vervuild is, moet het bij en bemonsterd om een kwaliteitslabel af te leveren. Ondervoorkeur gereinigd worden in een vergunde grondreinigingsstaande tekst is een denkoefening die aanzet kan zijn tot het installatie zodat hergebruik toch mogelijk wordt. Indien dit niet vastleggen van regels die leiden tot een certificering van het kan mag het puin eventueel gestort worden op een categorie I afgeleverde product. stortplaats voor (gevaarlijk) bedrijfsafval.

Stroomschema Inerte afvalstoffen zijn afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan. In praktijk omvat inert afval niet - verontreinigd (al dan niet gewapend) betonpuin, steenpuin, keramiek, resten van natuurste-

Inert puin kan onder voorwaarden als bouwstof hergebruikt worden in wegen- en andere werken. De term “gebruik als bouwstof” is echter wel een nauwkeurig omschreven juridisch begrip. Er is enkel sprake van het gebruik van puin als of in bouwstof als aan volgende voorwaarden is voldaan: (1) het gaat over inert puin dat niet vervuild is , (2) het puin is gebro-


ken in een vergunde inrichting, (3) het puin is COPRO - of gelijkwaardig gekeurd of het betreft niet-verontreinigd puin verkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren in toepassingen van minder dan 100 ton; (4) het puin wordt in een bouwkundig werk of grondwerk gebruikt, het vervult dus een bouwkundige functie vb. bij de aanleg van een waterweg, een dijklichaam of een wegenwerk. Dit betekent ook dat de laagdikte in verhouding staat tot het gebruik. Een normale fundering voor een weg is bijvoorbeeld niet veel dikker dan 0,25 m. Het staat vast dat de puingranulaten daadwerkelijk en binnen een redelijke termijn worden gebruikt. Alle inerte granulaten en asfaltgranulaten die men wenst te laten hergebruiken moeten overeenkomstig het Vlarea gekeurd worden door de vzw COPRO of moeten een gelijkwaardige keuring hebben ondergaan. Copro-gekeurde granulaten voldoen aan de voorwaarden uit het standaardbestek 250 (SB 250, zie hieronder) en dienen dan ook onder meer een specifieke korrelverdeling te hebben. Voor privé werken geeft de vzw COPRO ook een keuring van granulaten waarvan de samenstelling niet is beschreven in het SB 250. Deze granulaten noemt men de “niet-genormaliseerde” producten of ook wel “huismengsels “. De Coprokeuring werd door de overheid verplicht gesteld om de kwaliteit van puingranulaten te garanderen. Zo hoopt men, in overeenstemming met het afvalstoffenbeleid, het vertrouwen in en dus de afzet van gerecycleerde puingranulaten te stimuleren. In 2005 waren er 120 Copro-gekeurde installaties op een vaste locatie (69 in 2003) en 22 mobiele gekeurde

Bouw- en sloopafval

Selectieve sloop/ scheiding aan de bron

Ja

Label

Nee

Ja

Sloopexpert

Ja

Nee

Geen acceptatie

Storten

FEBEM focus - december 2009

Nee

Zuiver puin

Ja

Containers kleine verbouwingen

Containerpark

Grote werven

Sorteercentrum

Nee

Breker al dan niet verbonden aan sorteercentrum

Mobiele breker op de werf

31 Afnemer

u


installaties (1 in 2003). Tevens hadden 25 installaties op een vaste locatie en 13 mobiele installaties de intentie een Coprokeuring te bekomen (formele aanvraag ingediend of toelatingsperiode aangevat). Gemiddeld produceert een Copro-gekeurde inrichting 51 000 ton/jaar. 18 % produceert meer dan 100 000 ton granulaten per jaar. 36 % produceert echter minder dan 20 000 ton/jaar. Ook eerder kleinschalige inrichtingen kunnen dus een Copro-keuring bekomen.

Volgende elementen moeten in overweging genomen worden bij de opzet van een integraal kwaliteitssysteem.

Sinds kort is ook het gelijkwaardig systeem van QUAREA werkzaam.

Kritische punten zijn de containerparken en de containers die worden gebruikt bij kleinschalige renovaties, verbouwingen en afbraken. Voor deze twee “toegangen” kunnen verschillende initiatieven worden overwogen.

1

2

De toekomst: kwaliteitssysteem of hoe een integrale benadering aan te pakken Bovenstaande paragrafen tonen aan dat het huidige systeem een pijnlijke lacune vertoont namelijk het ontbreken van een kwaliteitssysteem dat zorgt voor een traceerbaarheid gedurende de volledige cyclus. De keten op zich is vrij eenvoudig: (1) Oorsprong (inert materiaal wordt aangeleverd door slopers zowel professionelen als particulieren en door ontgravers zowel professionelen als particulieren), (2) Verwerkers (inert materiaal wordt verwerkt door sorteercentra, brekers, centra voor grondreiniging) en (3) Bestemming (afnemers zijn overheden, betoncentrales, particulieren, werven) Verwerking van het inerte materiaal zorgt voor secundaire grondstoffen namelijk granulaten (beton, baksteen, gemengd, breekzeefzand, sorteerzeefzand, gezeefde grond). Mogelijke contaminanten tijdens dit proces zijn asbest, niet inert materiaal, uitgegraven bodem.

3

4

FEBEM focus - december 2009

Volgende elementen moeten in overweging genomen worden bij de opzet van een integraal kwaliteitssysteem.

32

Tijdens het slopen kan een (nog betere) scheiding, eventueel onder toezicht van een “sloopexpert” (cfr bodemsaneringsdeskundige bij gronden) de verzekering bieden nodig voor de verdere levensloop van het inert materiaal. De expert zou, naast zijn controletaak, een attest kunnen afleveren (cfr. codes uitgegraven bodem). Bij de verwerkers is er nood aan acceptatiecriteria. Bovenvermeld attest kan zekerheid bieden voor de verwerker die op basis hiervan een correcte opvolging kan garanderen binnen zijn organisatie. Op zijn beurt kan hij een attest krijgen na controle op zijn eindproduct. Met een dergelijk systeem zijn de afnemers verzekerd van een kwalitatief product met de nodige garanties. Ook hij krijgt een attest (cfr bodembeheerrapport). Een centrale rol is dus weggelegd voor een zogenaamde Puinbank. Dit is een VZW die de centrale sturing vervult in het kwaliteitssysteem en de nodige controles doet. Handhaving staat centraal. Los van het in te voeren kwaliteitssysteem bestaat de noodzaak dat de milieu-inspectie de komende jaren in het Milieu-InspectiePlan als prioriteit meeneemt het opsporen van die activiteiten in de keten van het bouw- en sloopafval die nergens worden gemeld of geregistreerd. De komende maanden zal in Vlaanderen verder worden gewerkt aan de creatie van een integraal kwaliteitssysteem, onder auspiciën van OVAM en met medewerking van VCB, FEBEM, QUAREA en COPRO.

5 6

Een risico-evaluatie is noodzakelijk om te bepalen welke verontreinigingen waar vrij komen en in de keten belanden. Bijzondere aandacht verdient de asbestproblematiek.

Wat de containerparken betreft is een betere opvolging van (een eventueel uitgebreide) code van goede praktijk (asbest) noodzakelijk. Containerparken dienen een kwaliteitslabel te krijgen zoniet mogen zij geen bouw- en sloopafval meer ontvangen. Dit label houdt in dat er een effectief toezicht is op wat er in de container bouw- en sloopafval komt en de controle erop wordt uitgevoerd door een centraal in de keten te scheppen Puinbank. Wat de afzetcontainers betreft merken we dat in Vlaanderen heel wat bedrijven actief zijn in het ophalen van de containers bouw- en sloopafval. Hier zou kunnen gewerkt worden met de erkenning als overbrenger of registratie als vervoerder. De voorwaarde om dit te verkrijgen en behouden kan zijn dat het betrokken bedrijf ook een kwaliteitslabel verkrijgt. Het verkrijgen van dit label wordt dan gekoppeld aan interne kwaliteitscontroles en steekproefcontroles door de al vermelde Puinbank. Sorteerders en brekers mogen enkel nog materiaal aanvaarden van door het kwaliteitssysteem erkende containerparken of containerbedrijven. Aan de oorsprong is er nood aan een inventarisering van de fysische en/of chemische vervuilingsbronnen. Een risicoanalyse uit te voeren voor de selectieve sloop kan dit opvangen.


TRUCKS Belgium Veelzijdig in service en inzetbaarheid Polyvalent en service et utilisation Verhuur, in- en verkoop van:

Location, achat et vente de:

• kraakperswagens voorzien van

• bennes à ordures, tous les types de

alle typen beladingen • alle typen containerwagens

(portaal/haak/ketting/kabel)

chargement • camions porte conteneurs avec crochet • aspirateur de puits

• kolkenzuigers

• balayeuses

• veegmachines

• camions avec grue, camions avec

• kraankippers en open/gesloten

bakwagens met laadkraan c.q. laadlift Met ruim 450 reinigingsvoertuigen zijn wij de grootste van Europa! Kijk voor onze actuele handelsvoorraad op: www.cleanmat.eu.

hayon Avec plus de 450 véhicules de nettoyage nous sommes le plus grand en Europe! Pour notre stock actuel veuillez controller notre page internet: www.cleanmat.eu.

Clean Mat Trucks Belgium NV Postbus 170 6660 AD Elst Wageningsestraat 17 NL-6673 DB Andelst T +31 (0)488 712 600 F +31 (0)488 712 601 E info@cleanmat.eu I www.cleanmat.eu

W W W. C L E A N M AT. E U

+31 (0)488 712 600

• LABORATORIA • LUCHTMETINGEN • REACH & SDS • MILIEU-ADVIES • VEILIGHEIDSSTUDIES

SGS IS THE WORLD’S LEADING INSPECTION, VERIFICATION, TESTING AND CERTIFICATION COMPANY

• GELUID & TRILLINGEN

be.environment@sgs.com www.sgs.com

WHEN YOU NEED TO BE SURE

FEBEM focus - december 2009

• GEOTECHNIEK

33 adv SGS-febem_3.indd 2

30/04/09 12:24


Leidraad beschikbaar voor discussies bij export van tweedehandstoestellen of afval

FEBEM focus - december 2009

Bart Palmans, LNE – Milieu-inspectie - Hoofdbestuur

34

In februari 2009 toonde de VRT verschillende reportages te actualiseren. Dit akkoord beoogt een betere coördinatie over de export van afgedankte elektrische en elektronische van de handhaving, van inspectie tot vervolging. De vier apparatuur (AEEA) naar Ghana. Het gaat dan over de uitvoer Belgische milieuadministraties, politie, douane, justitie en het van een stroom oude TV’s, monitoren, computers, hifi, openbaar ministerie, hebben hun onderhandelingen hierover koeltoestellen etc. via zeecontainers, oude busjes en/of ondertussen afgerond. vrachtwagens. Deze toestellen worden onder de vlag van tweedehands verscheept, en in verschillende West-Afrikaanse De media-aandacht heeft ondertussen op het terrein gezorgd landen soms opnieuw gebruikt voor hun oorspronkelijk doel, voor meer inspecties op de AEEA-trafiek naar Afrika, door de maar dikwijls ook gedumpt, Vlaamse en federale Leefmilieuverbrand, gekannibaliseerd (de inspectie en douane. De vraag onderdelen worden herbruikt) die zich natuurlijk altijd opnieuw De media-aandacht heeft of deels gerecycleerd. De aandient bij deze controles is of de reportages lieten uitschijnen dat verscheepte toestellen werkelijk ondertussen op het terrein gezorgd de controles door de Belgische tweedehands zijn of dat het gaat voor meer inspecties op de AEEAautoriteiten ontoereikend zouden over afval (AEEA)? In het laatste zijn. geval zijn ze onderworpen aan de trafiek naar Afrika, door de federale verplichtingen en exportverboden Naar aanleiding van deze van de EVOA. De vergadering en Vlaamse Leefmilieu-inspectie en berichten organiseerde de van nationale correspondenten, de douane Commissie Leefmilieu van een orgaan dat de Europese het Vlaamse Parlement een Commissie heeft geïnstalleerd om hoorzitting, en dienden enkele praktische vraagstukken m.b.t. de parlementairen een ontwerpresolutie in. Tegelijkertijd nam EVOA te bespreken tussen de lidstaten, presenteerde daarom toenmalig Milieuminister Hilde Crevits het initiatief om het in 2007 een eerste “correspondents’ guideline on shipments oude samenwerkingsakkoord dat de coördinatie regelt van of waste electrical and electronic equipment”. Dit document het beleid rond de Europese Verordening van 1994 inzake de geeft ons een aantal criteria om de toestellen als “afval” te grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen (EVOA) beschouwen. Indien een partij toestellen een aantal van de


Reactie FEBEM Tijdens een workshop georganiseerd door de Antwerpse haven bleek dat deze verveeld zit met de zaak en zeker geen reputatie wil krijgen als doorvoerhaven van afvalstoffen. Veel aandacht ging ook naar de discussie of het afval dat werd geëxporteerd, vanuit Vlaanderen kwam of eerst in het gewest was ingevoerd. FEBEM heeft erop gewezen dat deze discussie niet echt relevant is. Veel belangrijker is dat alle partijen samenwerken om te vermijden dat afvalstoffen worden geëxporteerd en vervolgens ergens worden gedumpt of onverantwoord verwerkt. FEBEM is ook van mening dat nu te veel de verantwoordelijkheid alleen bij de overheid wordt gelegd. Alle betrokkenen, binnen en buiten de haven moeten hun verantwoordelijkheid opnemen (de aanleverende bedrijven, stouwers, expediteurs, agenturen, de haven zelf en de verschillende overheidsdiensten). FEBEM hoopt dat een gezamenlijke werkgroep ter zake verdere stappen in de goede richting kan zetten.

beschreven kenmerken vertoont, dan wijst dit erop dat de exporteur ze behandelt als afval, eerder dan tweedehands producten. De vermelde “ correspondents’ guideline”, of leidraad moet gezien worden als een hulpmiddel voor zowel inspecteurs, als voor iedereen die in deze trafiek betrokken is. De criteria in de leidraad zijn geen wettelijk “normen”, hoewel ze ondertussen

Containers of voertuigen kunnen dus (op kosten van het gecontroleerde bemonsterd, uitgeladen of naar een andere locatie overgebracht. wel als bijlage zijn opgenomen in de huidige versie van de herziene AEEA-richtlijn. De leidraad is terug te vinden op http://ec.europa.eu/ environment/waste/shipments/guidance.htm . Kort samengevat beschouwt het document toestellen als afval indien ze niet volledig en/of fysiek beschadigd zijn,

Tijdens havencontroles gebruikt de Milieu-inspectie haar bevoegdheden uit het Handhavingsdecreet. Containers of voertuigen kunnen dus (op kosten van het gecontroleerde bedrijf) worden opgehouden, vrijgezet, bemonsterd, uitgeladen of naar een andere locatie overgebracht. Alle betrokkenen kunnen gevraagd worden om informatie m.b.t. een partij te verschaffen. Havencontroles op de uitvoer van AEEA duren in de praktijk veel langer dan de controle op andere courante stromen zoals recycleerbare materialen (kunststof, metalen, …) afkomstig van Vlaamse afvalverwerkers. Dit precies omdat de communicatie rond laadlijsten, testresultaten etc. veel moeizamer verloopt.

FEBEM focus - december 2009

bedrijf) worden opgehouden, vrijgezet,

waardoor werking en veiligheid in gedrang komen, versleten, beschadigd of verouderd zijn waardoor de verkoopbaarheid vermindert, bestemd zijn voor verwijdering of kannibalisatie, … Bijzondere aandacht gaat naar de verpakking, die voldoende bescherming moet bieden tegen schade tijdens transport, het laden en het uitladen. Exporteurs die te goeder trouw werken en wel degelijk tweedehandstoestellen wensen te verschepen, doen er goed aan om een volledige laadlijst te voorzien, met testresultaten voor alle toestellen in de partij.

35


Plaatsen van bijkomende vergistingsstap opportuun bij composteringsinstallaties

Ann Braekevelt, OVAM

FEBEM focus - december 2009

Resultaten bekend OVAM-studie “Economische marktanalyse van een duurzame verwerking van gft- en groenafval”

36

composteringsbedrijven.

I. Huidige situatie Momenteel wordt in Vlaanderen ongeveer 332.000 ton gft-afval hoofdzakelijk in aerobe composteringsinstallaties verwerkt tot Vlaco-compost. Vergisting van gft-afval met nacompostering, waar zowel compost als energie wordt geproduceerd, is beperkt tot 2 installaties. Compostering van 500.000 ton groenafval, zijnde gras, bladeren,.. met structuurmateriaal, tot Vlaco-compost is in Vlaanderen sterk uitgebouwd.

Gezien biomassa, waaronder gft- en groenafval, een belangrijke en schaarse grondstof is voor de invulling van onze energie- én materiaalbehoeften wenste OVAM na te gaan hoe uit deze afvalstroom nog meer kan worden gehaald. Via een studie wou OVAM een economische marktanalyse uitvoeren die de huidige gftNederland en Duitsland voeren al II. Toekomstscenario’s en groenafvalverwerking in een gedifferentieerd beleid naar Vlaanderen in kaart bracht. Belangrijk daarbij was om het type van verwerking van biomassa Om een beeld te krijgen van de bijkomend potentieel vast te technische mogelijkheden en stellen voor een verhoogde tot hernieuwbare energie. hun economische haalbaarheid, combinatie van materiaalrecyclage werden zes mogelijke en energetische valorisatie toekomstscenario’s opgesteld, (vergisting/verbranding). De OVAM-studie werd uitgevoerd resp. 3 voor de groencomposteersector, en 3 voor de gftdoor MIPLAN – KPMG en intensief begeleid door een taskforce composteersector. met een vertegenwoordiger van VVSG-Interafval, FEBEM, VLACO, OVAM en een aantal Vlaamse publieke en private


De gft-vergistingsscenario’s Voor de integratie van een vergistinginstallatie in een aeroob composteringsproces, blijkt geen enkele van de voorgestelde scenario’s, op basis van de gehanteerde aannames, een bedrijfseconomisch verantwoorde investeringsbeslissing. Bijkomende steunmaatregelen zijn nodig ten opzichte van de huidige om de overstap naar vergisting te realiseren. De scenario’s voor optimalisaties bij groencomposteringen Uit de scenario-analyse blijkt dat vanaf dat ca. 15 % van het structuurmateriaal/opgeschoonde zeefoverloop naar energetische valorisatie kan gaan ieder doorgerekend groenafvalverwerkingsscenario een zo goed als bedrijfseconomisch verantwoorde investeringsbeslissing. Het materiaal is immers biomassa voor hernieuwbare energie, en er wordt gerekend met een gelijkblijvende gate fee en opbrengst voor biomassa (11 EUR/ton snoeihoutchips, 6.5 EUR/ton zeefoverloop) -.

III. Even over de grens kijken Nederland en Duitsland voeren al een gedifferentieerd beleid naar type van verwerking van biomassa tot hernieuwbare energie. Voor verbranding van biomassa ligt de exploitatievergoeding lager dan voor de vergisting van biomassa. In Duitsland is dit 2,5 à 6 eurocent/kWh voor verbranding ten opzichte van ca. 9,18 eurocent/kWh voor vergisting, in het Verenigd Koninkrijk is dit 3 eurocent/kWh ten opzichte van 12 eurocent/kWh voor vergisting. De interactie en synergie tussen het grondstoffen- en het energiebeleid vertaalt zich bijvoorbeeld ook in de criteria die

afvalhout

(Biomassa)energiecentrale met rookgasreiniging

energie

groenafval

fijne fractie (gras, loof)

maaisel

oba

Vergistingsinstallatie

Composteringsinstallatie

biogas

compost

zeefoverloop

FEBEM focus - december 2009

gft

Structuurmateriaal (hout)

WKK

37

energie

Figuur i1 . Blokschema geïntegreerd concept

u


vooropgesteld worden bij een openbare aanbesteding met betrekking tot de verwerking van afval. In Nederland wordt steeds vaker naast prijs ook duurzaamheid (tot 50%) als evaluatiecriterium gebruikt. Voorbeelden van gebruikte duurzaamheidscriteria zijn: • hernieuwbare energie: waaronder vergisting ook al wordt maar een deel vergist en wordt de rest (gft, groenafval) gecomposteerd; • CO2-emissie: er kan worden berekend wat de CO2-reductie is van een verwerkingstechniek en wat de CO2-effecten zijn van transportwijzen, transportafstanden (lokale aanvoer) en van de verwerking van de residuen. Hierbij is kwalitatieve compostproductie (door nacompostering) bij vergisting belangrijk in het kader van de CO2-reductie.

richting bodemstructuur en erosiebestrijding. Bovendien zijn er belangrijke aanwijzingen dat grote hoeveelheden koolstof opgeslagen kunnen worden in de ondiepe bodem door het gehalte aan organisch materiaal in de bodem van intensief bewerkte landbouwgronden te herstellen. Deze koolstofopslag kan een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van

“ Energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt best zo goed mogelijk gevaloriseerd, bij voorkeur via geïntegreerde projecten, via opwekking (vergisting/verbranding) en benutting van groene stroom en groene warmte. “

IV. Materiaalrecyclage versus energierecuperatie Het beheer van biomassa(afval)stromen wordt vanuit zowel het energie- als materiaaloogpunt. een belangrijke grondstof is voor groene energie. levert biomassa(-afval) eveneens belangrijke

benaderd Biomassa Anderzijds bijdragen

klimaatdoelstellingen . Verder biedt materiaalrecyclage (vergisting en compostering) een oplossing voor een aantal stromen die niet energie-efficiënt verbrand kunnen worden zoals bermmaaisel. Hierbij is het belangrijk dat voldoende structuurmateriaal (houtige biomassafractie) beschikbaar is voor de nacompostering.

FEBEM focus - december 2009

V. Conclusie

38

Energie uit hernieuwbare energiebronnen wordt best zo goed mogelijk gevaloriseerd, bij voorkeur via geïntegreerde projecten, via opwekking (vergisting/verbranding) en benutting van groene stroom en groene warmte. Het is namelijk van belang dat de verwerking van natte biologische afvalstromen (gras,..) niet technisch en economisch in het gedrang komt door de verbranding van hoger calorische stromen. Vanuit deze optiek is het opportuun dat Vlaanderen investeert in het plaatsen van een vergistingsstap bij bestaande composteringsinstallaties om zo bij te dragen tot de energiedoelstellingen. Een combinatie van vergisting en compostering (zie figuur 1) heeft immers het voordeel dat zowel de energiedoelstellingen worden gediend en tegelijkertijd een oplossing geboden kan worden (via de nacompostering) voor de verwerking van de natte fracties en de digestaten, om er zo een kwaliteitsvol product van te maken. Hiervoor zijn wel extra steunmaatregelen nodig. Op basis van de studie zijn een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd om het bovengenoemde mogelijk te maken. Meer info hierover is terug te vinden in de studie op www.ovam.be

Ann Braekevelt Projectleider OVAM


Op wie rekent u voor een proper milieu?

Afval ruimt zichzelf niet op. Een vervuilde bodem wordt niet vanzelf proper. Daarom spant de OVAM zich al jaren in voor een efficiĂŤnt afval- en bodembeleid in Vlaanderen. Maar om aan de Europese top te blijven, moeten we verder durven gaan. Daarom moedigt de OVAM zowel bedrijven als consumenten aan om duurzaam te produceren en te consumeren. Zo belasten we het milieu zo min mogelijk. En maken we samen morgen mooier. Voor meer informatie kunt u surfen naar www.ovam.be.

FEBEM focus - december 2009 39


Ophaling en verwerking huishoudelijk afval Vlaanderen (2000-2007) Wim Van Breuseghem, EMS consulting en Werner Annaert, FEBEM-FEGE

1. Ophaling: marktaandeel van de privé versus de publieke sector Zoals blijkt uit tabel 1b is het marktaandeel van de privésector tussen 2000-2006 met 4 procentpunten toegenomen, wat een cumulatieve groei van 9,5 % betekent. In de periode 20062007 is het marktaandeel echter teruggevallen, waardoor de cumulatieve groei over de periode 2000-2007 nog slechts

4,7% bedraagt. Hoewel het marktaandeel van de privé sector in de periode 2000-2007 slechts met 4,7 % is gestegen, is de hoeveelheid afval die de privé sector heeft opgehaald, toch gestegen met 9,7%, omwille van de stijging van de totale hoeveelheid opgehaald afval door beide sectoren samen.

Tabel 1 a Hoeveelheid opgehaald afval per sector (ton)

FEBEM focus - december 2009

Cumulatieve groei

40

sector

2000

2005

2006

2007

2000-2005

2000-2006

2000-2007

Privé

1.307.762

1.388.309

1.438.613

1.434.224

6,2%

10,0%

9,7%

Publiek

1.755.010

1.593.972

1.638.842

1.773.319

-9,2%

-6,6%

1,0%

Totaal

3.062.772

2.982.281

3.077.456

3.207.543

Tabel 1 b Marktaandeel van de afvalophaling per sector Cumulatieve groei sector

2000

2005

2006

2007

2000-2005

2000-2006

2000-2007

Privé

42,70%

46,55%

46,75%

44,71%

9,0%

9,5%

4,7%

Publiek

57,30%

53,45%

53,25%

55,29%

-6,7%

-7,1%

-3,5%

Totaal

3.062.772

2.982.281

3.077.456

3.207.543


• I n een aantal gevallen is dan weer een absoluut verlies merkbaar van de privé sector tegenover de publieke sector. Zo verliest binnen het intercommunale gebied IMOG de privé sector 70% van de massastroom, die de publieke sector nagenoeg volledig recupereert.

Tabel 2: Procentuele groei massastroom per afvalklasse tussen 2007 en 2006 Sector Afvalstroom (2007)

Privé

Publiek

Totale groei

Bouw- en sloopafval

2,09%

19,47%

11,59%

Huisvuil

-1,12%

2,15%

0,83%

GFT

6,17%

6,75%

6,50%

Glas

-4,42%

10,13%

0,49%

Grofvuil

1,43%

0,85%

1,09%

KGA

8,63%

-0,21%

7,54%

Kunststoffen

-5,96%

38,32%

12,33%

Papier en karton

-6,87%

12,51%

2,02%

Sorteerresidus

4,14%

21,44%

10,45%

-14,03%

23,59%

-0,69%

Verpakkingen

De publieke sector wint terrein tussen 2000 en 2007 voor de klassen bouwen sloopafval, huisvuil, glas en kunststoffen. De privé sector wint dan weer terrein voor de klassen sorteerresidus, papier & karton, KGA, grof huisvuil en GFT. Belangrijk is verder dat de publieke sector haar positie inzake ophaling van huisvuil consolideert en zelfs licht versterkt van 58.6% tot 60.5% over de periode 2000-2007. De belangrijkste verschuivingen in 2007 ten opzichte van 2006 zijn :

• Voor drie van de vijf klassen waarvoor de privé sector een absolute stijging van de massastroom kent (groen gemerkt) is er toch een relatieve achteruitgang ten opzichte van de publieke sector. Slechts voor 2 klassen is de groei van de privésector hoger dan die van de publieke sector ,namelijk grofvuil en KGA. • O pvallend is dat een reeks intercommunales een erg relevante stijging van de hoeveelheid bouw- en sloopafval kennen, met als uitschieter IOK met een stijging van 15 kton of 50%. Het zijn vooral deze stijgingen die leiden tot de relatieve achteruitgang van de privé sector.

De Top 5 van bedrijven die in 2000 en 2005 de grootste hoeveelheden afval hebben opgehaald, vertegenwoordigt circa 60% van de totale hoeveelheid afval die de privé sector ophaalt. Het aandeel van de Top 5 is echter licht gedaald in 2006, en is verder gedaald tot 58% in 2007. Er lijkt zich dus minder marktconcentratie voor te doen. De Top 5 in dalende rangorde is in de periode 2000-2007 weinig gewijzigd. Er heeft zich slecht één verschuiving voorgedaan: Dekeyser was in 2005 de vijfde i.p.v. de derde. In volgende tabel wordt het % marktaandeel van de totale massastroom per bedrijf weergegeven:

FEBEM focus - december 2009

• De tabel 2 toont dat voor 5 afvalklassen (rood gemerkt) er een absolute daling is van de opgehaalde hoeveelheid opgehaald afval door de privé sector, terwijl voor 4 van die 5 klassen de publieke sector meer afval ophaalt in 2007 dan in 2006.

2. Ophaling: marktaandeel verschillende privé bedrijven

Tabel 3: top 5 ophaling Afvalbedrijf 2000

2005

2006

2007

SITA

28,65%

24,21%

23,79%

24,66%

VAN GANSEWINKEL

14,47%

16,48%

17,46%

17,27%

DEKEYSER

7,75%

5,95%

6,64%

6,80%

VEOLIA

5,92%

6,89%

5,37%

5,18%

SHANKS

5,49%

6,30%

4,00%

3,97%

41 u


Tabel 4: marktaandeel verwerking Tabel 4: marktaandeel verwerking % marktaandeel in de verwerking per sector

Groei 2006-2007

sector

2000

2005

2006

2007

Absoluut (ton)

Relatief (% marktaandeel)

Absoluut (ton)

Relatief (% martkaandeel)

onbekend

3,4%

0,3%

0,6%

0,0%

-95.872

-95,3%

-103.301

-99,2%

privé

54,3%

58,7%

55,6%

58,4%

84.989

0,8%

209.634

7,5%

publiek

42,3%

41,1%

43,5%

40,9%

-69.608

-0,5%

18.752

-3,1%

Totaal

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

SITA en Van Gansewinkel blijven onveranderlijk nummer 1 en 2 en zijn samen goed voor 42 % van de markt. De detailanalyse per afvalsoort toont onder meer aan dat voor de grotere afvalstromen zoals huisvuil en gemengd papier de Top 5 veelal ingenomen wordt door dezelfde bedrijven die de globale Top 5 uitmaken.

3. Verwerking: aandeel privé versus publieke sector Zoals blijkt uit onderstaande tabel 4 is het marktaandeel van de privé sector gestegen met 7,5% in 2007 tegenover 2000. Sinds 2005 is het marktaandeel echter ongeveer stabiel gebleven. Inzake de verwerking groeit de privé sector in 2007 in massastroom voor elke afvalklasse, behalve glas. Voor de klassen bouw- en sloopafval, grofvuil, kunststoffen, verpakkingen en papier & karton is deze groei duidelijk ten koste van de publieke sector.

FEBEM focus - december 2009

De belangrijkste vaststellingen bij de analyse per afvalstroom is dat het aandeel van de privé sector in de verwerking van zowel grof- als huisvuil sterk is toegenomen tussen 20002005 en dit ten nadele van de publieke sector, maar dat deze stijgende trend is gestopt sinds 2006 voor huisvuil, terwijl de trend stijgend is gebleven voor grofvuil. Verder is ook het sterk stijgende marktaandeel van de privé sector inzake

42

Groei 2000-2007

Tabel 6 – Verwerkt door de Top 5 bedrijven (ton)

sorteerresidu’s duidelijk. Voor de volgende afvalstromen is het aandeel van de publieke sector bijna te verwaarlozen: Bouwen sloopafval, Glas, KGA, Kunststoffen, Papier en karton, Verpakkingen. Enkel voor grofvuil hebben beide sectoren een gelijkwaardig aandeel.

4. Marktaandeel van de privé bedrijven De tabel hierna geeft het Top 5 marktaandeel weer voor elk rapportagejaar, voor de verwerking binnen de privé sector per bedrijf. Deze Top 5 voor 2006 en 2007 is trouwens dezelfde behoudens Eurocompost dat van plaats vijf naar plaats vier gestegen is in 2007. In 2000 bedraagt het aandeel van de Top 5, 30 %. In 2005 is dat aandeel geklommen tot circa 42% en sindsdien rond die waarde gestabiliseerd. In tegenstelling tot de ophaling lijkt de verwerking dus wel meer onderhevig aan schaalvergroting, althans in de periode 2000-2005 . Alle Top 5 spelers groeien trouwens sterk jaar na jaar behalve in 2007 SITA en Van Gansewinkel.

Contact: EMS consulting, Emile Van Ermengemlaan 127, 1090 Brussel, Tel. +32 (0) 473 36 10 46, e-mail: info@emsconsulting.be

Marktaandeel Top 5 bedrijven verwerking

2000

2005

2006

2007

2000

2005

2006

2007

INDAVER

110.341

220.332

247.666

260.894

INDAVER

6,63%

12,59%

13,88%

13,92%

SITA

136.158

215.200

216.420

211.889

SITA

8,18%

12,30%

12,13%

11,31%

VLAR

157.431

164.875

147.367

162.542

VLAR

9,46%

9,42%

8,26%

8,67%

EUROCOMPOST GROENRECYCLING

11.878

71.978

67.865

82.385

EUROCOMPOST GROENRECYCLING

0,71%

4,11%

3,80%

4,40%

VAN GANSEWINKEL

60.065

74.035

77.082

66.241

VAN GANSEWINKEL

3,61%

4,23%

4,32%

3,53%


Tabel 5 – Marktaandeel voor de verwerking per sector Sector Afvalstroom

Privé

Publiek

2000

87,85%

12,15%

2005

97,09%

2,91%

2006

92,63%

7,37%

2007

93,67%

6,33%

100,00%

0,00%

2000

14,05%

85,95%

2005

21,04%

78,96%

2006

22,65%

77,35%

2007

22,88%

77,12%

2000

55,37%

44,63%

2005

41,98%

58,02%

2006

42,42%

57,58%

2007

41,67%

58,33%

2000

99,77%

0,23%

2005

99,96%

0,04%

2006

99,72%

0,28%

2007

98,46%

1,54%

2000

33,77%

66,23%

2005

29,79%

70,21%

2006

33,36%

66,64%

2007

46,08%

53,92%

2000

94,94%

5,06%

2005

98,08%

1,92%

2006

97,48%

2,52%

2007

97,42%

2,58%

Bouw- en sloopafval

Elektrisch en elektronisch afval 2007 Huisvuil

GFT

Glas

Grofvuil

KGA

Kunststoffen 2005

90,82%

9,18%

2006

88,72%

11,28%

2007

93,53%

6,47%

100,00%

0,00%

2000

95,35%

4,65%

2005

93,86%

6,14%

2006

85,56%

14,44%

2007

93,86%

6,14%

2000

53,54%

46,46%

2005

91,73%

8,27%

2006

89,83%

10,17%

2007

88,73%

11,27%

2000

99,71%

0,29%

2005

91,50%

8,50%

2006

89,70%

10,30%

2007

93,55%

6,45%

Overige 2007 Papier en karton

Verpakkingen

FEBEM focus - december 2009

Sorteerresidus

43


Recyclage frituurvet en -olie Valorfrit verbetert administratie van ophaling met Microsoft Dynamics NAV

FEBEM focus - december 2009

Tom Smidts, Valorfrit

44

Valorfrit volgt voor de producenten van frituurvet en -olie op waar hun producten na gebruik heen gaan. Het gekende oliespook wordt sinds kort in het oog gehouden met behulp van Microsoft Dynamics NAV en Enwis. De ophalers werden uitgerust met een pda, die geïntegreerd is met Microsoft Dynamics NAV. Daardoor verlopen de administratie en de rapportering duidelijker en makkelijker dan voorheen.

“De aanvaardingsplicht is ontstaan na de dioxinecrisis van 1999”, vertelt Tom Smidts, manager van Valorfrit. “Sindsdien mag gebruikt frituurvet niet meer worden verwerkt in dierenvoeding. De nieuwe realiteit is echter een positief verhaal, dat past in het streven naar een groene economie. De gebruikte vetten zijn zelfs zeer gegeerd op de recyclagemarkt

“ Het is onze opdracht om er voor te zorgen dat onze leden beantwoorden aan de regelgeving van de overheid over afvalverwerking. Daarom gingen we op zoek naar software die de opvolging van de afhaling zou

Producenten, invoerders en verdelers van dierlijke en plantaardige oliën en vetten zijn door de aanvaardingsplicht verantwoordelijk voor de volledige levensloop van hun producten, van verkoop tot recyclage. Een aantal van hen heeft daarom in 2005 Valorfrit opgericht. De vzw streeft ernaar om alle stromen van gebruikte frituurvetten en -oliën in kaart te brengen en de correcte inzameling en verwerking ervan te stimuleren.

verbeteren. ” Tom Smidts, manager Valorfrit omdat het afvalproduct hergebruikt kan worden.” Het merendeel van het ingezamelde frituurvet wordt verwerkt tot de milieuvriendelijke brandstof biodiesel. Daarnaast gaat zeven procent naar verwerking in producten als pershout,


plastiek, industriële zepen en smeermiddelen. Negentien procent wordt verbrand voor het opwekken van groene stroom.

Recyclagestroom in kaart brengen De gebruikte vetten van professionele gebruikers uit de horecasector worden dus door een aantal gespecialiseerde bedrijven afgehaald en vervoerd naar de plaats waar ze gerecycleerd worden. “Toen we van start gingen met die hele recyclagestroom in kaart te brengen, bleek dat allesbehalve eenvoudig”, zegt Tom Smidts. “De sector werkt namelijk niet bepaald gestructureerd. Bij de ophaling werden veel documenten onvolledig en met de hand ingevuld, zodat de informatie achteraf moeilijk te verwerken was. Het is onze opdracht om ervoor te zorgen dat onze leden beantwoorden aan de regelgeving van de overheid over afvalverwerking. Daarom gingen we op zoek naar software die de opvolging van de afhaling zou verbeteren.”

de behoeften van alle gebruikers. Qurius paste Microsoft Dynamics NAV aan waar nodig en rustte de pda’s uit met hun mobiele software Q-toGO.” Intussen is de oplossing in gebruik bij negen bedrijven met in totaal 25 vrachtwagens. Dat aantal bedrijven moet tegen eind december stijgen tot een vijftiental. De doelstelling is om het systeem uiteindelijk te implementeren bij alle ondernemingen die hoofdzakelijk actief zijn in de ophaling van gebruikte oliën en vetten bij de professionelen. “Uiteraard worden ze daarbij door Valorfrit intensief begeleid om de overschakeling zo vlot mogelijk te laten verlopen”, aldus Julien de Tiège, projectmedewerker van Valorfrit.

Voordelen voor iedereen

Valorfrit is alvast tevreden. “De nieuwe manier van werken biedt voordelen voor alle betrokken partijen”, zegt Tom Smidts. “De “ De nieuwe manier van werken Valorfrit bekeek verschillende horecazaken waar de ophalers potentiële partners voor het komen, kunnen nu gemakkelijk een heeft de administratie en de softwareproject. De keuze viel rapport krijgen met bijvoorbeeld op Qurius, een leverancier van ITeen overzicht van alle ophalingen rapportering voor zowel Valorfrit oplossingen die al samenwerkte van het voorbije jaar. Valorfrit als voor de ophalers en hun klanten met FEBEM. “Hun concept sprak gebruikt zelf de informatie over ons het meest aan”, zegt Tom de afvalstromen om correct te sterk verbeterd. “ Smidts. “Ze bouwen op Microsoft rapporteren aan de overheid. We Dynamics NAV – een bestaande beschikken nu over veel meer en David Lagae, projectverantwoordelijke Valorfrit softwaretoepassing, wat ons correcte gegevens – een mooi garanties geeft op een goede visitekaartje om bij de overheid ondersteuning in de toekomst. Bovendien kon Qurius het aan te tonen welke inspanningen we leveren. De ophalers systeem zowel ontwikkelen als hosten. Als kleine organisatie van hun kant, moeten de gegevens slechts één keer ingeven met slechts drie fulltime medewerkers was het voor ons en kunnen zelf allerlei rapporten uit het systeem halen. Die belangrijk dat we een goede, efficiënte ondersteuning krijgen rapporten kunnen ze bijvoorbeeld gebruiken om hun werkwijze met één aanspreekpunt voor de complete oplossing. De te evalueren, of om naar de overheid en naar hun klanten te technologie draait niet bij ons, zodat we ons zelf geen zorgen sturen. Ze zijn nu perfect in orde met hun administratie en hoeven te maken over het onderhoud en de beschikbaarheid.” ze werken veel sneller en efficiënter omdat de ingevoerde informatie ook meteen naar het boekhoudsysteem kan gaan. Zo genieten zij mee van de investering in softwareontwikkeling Chauffeurs werken met handcomputers die door Valorfrit werd gefinancierd.”

en mobiele printers

“Samen met de consultants van Qurius hebben we de nieuwe oplossing eerst uitgetest bij een groot bedrijf dat frituurvetten ophaalt”, vertelt projectverantwoordelijke David Lagae van Valorfrit. “We werkten het systeem uit zodanig dat het ook zou werken voor een kleine, zelfstandige ophaler. Daarbij moesten we het volledige proces van de ophaling en de taken in de backoffice in kaart brengen. Er kwam heel wat maatwerk bij kijken, zodat de software perfect zou beantwoorden aan

Het softwareproject van Valorfrit kreeg bovendien al erkenning uit de horecasector. “We zijn op Horeca Expo Gent – de grootste horecabeurs in Vlaanderen - genomineerd als ‘Baanbreker’ van 2009. Over de toekenning van die nominaties wordt beslist door mensen uit de horecasector zelf. Het is dan ook een erkenning waar we heel blij mee zijn”, besluit Tom Smidts. FEBEM focus - december 2009

De oplossing van Qurius omvat twee luiken: enerzijds pda’s (handcomputertjes) waarmee de chauffeurs afhaalbonnen kunnen maken, digitaal laten ondertekenen en meteen afdrukken met een draagbaar printertje, en anderzijds planningsoftware voor de mensen op kantoor. De chauffeurs kunnen hun afhaalpunten op hun pda bekijken en wanneer de bon ondertekend is, zit de informatie over de afgehaalde hoeveelheid samen met de handtekening meteen ook in de backoffice bij de administratieve medewerkers.

45


PV CYCLE heeft een heldere ambitie Making the photovoltaic industry DoubleGreen !

FEBEM focus - december 2009

Jan Clyncke - directeur PV CYCLE

46

PV CYCLE i-vzw is in juli 2007 opgericht voor en door de Samenwerken is sleutel tot succes photovoltaïsche industrie. Momenteel vertegenwoordigt de organisatie 85% van de producenten die zonnepanelen op Door de vroegtijdige lancering van dit project van de Europese markt plaatsen. Haar missie is om alle end-ofproducentenverantwoordelijkheid in Europa verwacht PV life zonnepanelen in kaart te brengen en hun inzameling en CYCLE één geharmoniseerd recyclage te stimuleren. programma te realiseren. Dat De verantwoordelijkheid is meer efficiënt dan dat er De verantwoordelijkheid opnemen voor opnemen voor de vrijwillige op termijn 31 verschillende terugname en recyclage van de vrijwillige terugname en recyclage uitgewerkte oplossingen de afvalzonnepanelen in alle voorhanden zijn. 27 EU- landen en Zwitserland, van de afvalzonnepanelen in alle 27 Noorwegen, IJsland en EU- landen en Zwitserland, Noorwegen, Liechtenstein gebaseerd Toepassingsgebied op een milieuovereenkomst IJsland en Liechtenstein gebaseerd op een met de Europese Unie Zonnepanelen zijn ontworpen is de doelstelling van de milieuovereenkomst met de Europese Unie om duurzame energie vanuit Brussel opererende te genereren gedurende is de doelstelling van de vanuit Brussel organisatie. vijfentwintig jaar. De eerste opererende organisatie. wat grotere installaties Voor het uitvoeren van deze zijn geplaatst begin doelstelling zal PV CYCLE 1990. Dit impliceert dat in naam van en voor haar recyclingactiviteiten op grote schaal pas binnen 10 jaar aan de leden de inzameling en de recyclage organiseren. Daarnaast orde zullen zijn. Door nu al te investeren in recyclingbehoeften zal de uitwisseling van de gegevens van producenten en van de toekomst, biedt de nog jonge industrietak een ernstige service providers verlopen via een onafhankelijke black box en duurzame oplossing aan voor haar producten. Daarom die eveneens de audits op de uitgewisselde cijfers voor haar staat PV CYCLE een beleid voor van cradle-to-cradle door het rekening neemt.


het Frans voorzitterschap met de Europese Unie en met de steun van de Europese Commissie een Verklaring ondertekend waarin PV CYCLE en haar leden zich engageren om de volgende benchmarks te gebruiken bij het bepalen van hun targets: 65 % inzameling en 85% recycling. Daarnaast heeft de industrie zich verbonden tot een terugname zonder kosten voor de eindgberuiker. De verwachting is dat de tonnages afval van zonnepanelen in de toekomst flink zal oplopen. In 2007 ging het nog om ongeveer 2.000 ton terwijl in 2030 zo’n 130.000 ton wordt voorzien. Deze stijgende lijn zet zich gestaag op basis van de schattingen van zowel EPIA als Greenpeace dat het percentage van energieverbruik met zonnepanelen als bron, zal stijgen van 0.05% in 2007 tot 10% in 2030.

Planning & voortgang Momenteel sluit PV CYCLE fase één (de voorbereiding) af. De oplevering is een werkbaar businessmodel waarbij specifieke inzameling- en recyclingdoelstellingen zijn gedefinieerd. Dat is tevens het startpunt voor fase twee (implementatie en controle) met o.a. de opstart in Duitsland einde 2009. Daarna wordt het systeem uitgerold in 31 Europese landen . Tevens zal er een jaarlijkse audit uitgevoerd worden die zich zal toeleggen op naleving en voortgang van het PV CYCLE programma. Een Monitoring Committee met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het Parlement, milieu- en consumentenbelangenorganisaties zullen de resultaten jaarlijks opvolgen. Bezoek www.pvcycle.org voor meer informatie.

inrichten van een economisch haalbare en milieutechnisch verantwoorde manier van inzameling en recyclage van zonnepanelen. Hierbij staat PV CYCLE open voor elke technologie (silicium, thin film, concentrator tot organische cellen). Tot nader order valt thermische zonne-energie buiten bereik.

Jan Clyncke Directeur PV CLYCLE

Deelnemers & groei

Ontwikkeling streefcijfers

markt

&

In december 2008 heeft PV CYCLE onder

FEBEM focus - december 2009

Gestart met 19 producenten in oktober 2007 is het aantal Full members verdubbeld tot momenteel 41. Het meest opvallende is dat de huidige deelnemers alle continenten vertegenwoordigen actief op de Europese markt met producenten uit China, Taiwan, Japan, USA en alle belangrijke spelers uit Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië en Noorwegen. Daarnaast zijn er 8 geassocieerde leden zoals onderzoekscentra en federaties.

47


FEBEM focus - december 2009 48

GZ-Zone 8, Oosterring 23, B-3600 Genk Telefoon 089 - 623830 / Fax089 - 623829 E-mail: info@terbergmatec.be www.terbergmachines.nl


Arrest van het Europees Hof van Justitie in Zaak C-254/08 Tom Malfait, Advocaat LDR

Afvalstoffenheffing op basis van ramingen is niet per definitie in strijd met het principe ‘de vervuiler betaalt’.

op basis van de daadwerkelijk door hen geproduceerde en afgegeven hoeveelheid afval). Het is volgens het Hof wel aan de nationale rechter om aan de hand van de hem verstrekte feitelijke en juridische gegevens na te gaan, of de heffing voor de verwijdering van vast stedelijk afval niet tot gevolg heeft dat bepaalde ‘houders’ van afvalstoffen (in dit geval hotels), kosten dienen te dragen die kennelijk onevenredig zijn aan de hoeveelheid en de aard van de afvalstoffen die zij kunnen produceren. Een afvalstoffenheffing kan met andere woorden wel op basis van ramingen worden berekend, maar de nationale rechter moet erover waken dat deze heffing niet onevenredig is. Tom Malfait Advocaat bij LDR ( www.ldr.be – tom.malfait@ldr.be )

Aanleiding van deze zaak was een prejudiciële vraag van een Italiaanse rechtbank (het Tribunale amministrativo regionale della Campania) aan het Hof in het kader van een geschil tussen een aantal hotels en de gemeente Casoria.

Praktijkassistent Vakgroep Publiek Recht KU Leuven Afdeling Kortrijk

Het Hof oordeelt in deze zaak dat artikel 15 sub a van Richtlijn 2006/12 (de voormalige Kaderrichtlijn Afvalstoffen) zo moet worden uitgelegd dat deze bepaling – in de huidige stand van het gemeenschapsrecht – niet in de weg staat van een nationale regeling die ter financiering van het beheer en de verwijdering van stedelijk afval voorziet in een heffing die wordt berekend op basis van een raming van de door de gebruikers van die dienst geproduceerde hoeveelheid afval (en dus niet

Wetenschappelijk medewerker Centrum voor Milieurecht U. Gent

FEBEM focus - december 2009

In het Europees Publicatieblad van 12 september 2009 werd een uittreksel gepubliceerd van het arrest van het Hof van Justitie van 16 juli 2009 in de Zaak C-254/08.

49


SELECTIEF INGEZAMELD

Nieuw rapport over het beheer van industrieel afval in Wallonië

NIEUW HANDHAVINGSDECREET IN VLAANDEREN: EEN INBREUK IS GEEN MISDRIJF

Het instituut voor advies en studie inzake Duurzame Ontwikkeling – het ICEDD - heeft in opdracht van de Waalse administratie het luik « afvalstoffen » onderzocht van de vragenlijst betreffende de milieugegevens waarop 281 Waalse exploitatiezetels hebben geantwoord. Via een extrapolatie hebben ze getracht een goed beeld te schetsen van het beheer van de industriële afvalstoffen in het Zuidelijk landsgedeelte.

Het nieuwe handhavingsdecreet: wordt het ook weer wennen aan enkele nieuwe begrippen en regels? Zo spreekt het decreet over misdrijven en inbreuken. Alle overtredingen van de milieuwetgeving zijn in principe milieumisdrijven. Dat betekent dat het parket de keuze heeft om het dossier zelf te behandelen (bv. minnelijke schikking voorstellen of naar strafrechter brengen) dan wel om het dossier door te geven aan de Vlaamse administratie zodat deze een Vlaamse administratieve geldboete kan opleggen.

Dit rapport van 156 pagina’s bevat de analyse van alle resultaten van elke verwerkingssite, zijnde verwijdering (met in begrip van verbranding), valorisatie (van materiaal of energie) of fysico-chemische verwerking. Het beschrijft de voornaamste bestemmingen in geval van export van de afvalstoffen. Men kan er een veelheid van gegevens terugvinden. Zo zou de hoeveelheid industriële afvalstoffen in Wallonië oplopen tot 6,4 miljoen ton, waar men de hoeveelheid afkomstig van de KMO (weinig gekend - vermoedelijk 2,3 miljoen ton), van huishoudelijke oorsprong (1,8 miljoen ton), van aanvulgronden (6 miljoen ton) en van de bouwsector (2,6 miljoen ton). Een groot deel (44%) van de hoeveelheid industrieel afval is afkomstig van de metallurgie, gevolgd door de voedingsnijverheid (22%) en de chemische sector (17%). Meer dan 90% van de afvalstroom wordt bij de bedrijven zelf gevaloriseerd, meestal onder het mom van bijproduct, wat nochtans niet officieel erkend is. Een groot gedeelte wordt dus binnen Wallonië beheerd, maar 10% wordt uitgevoerd, waarvan meer dan 4% naar Vlaanderen of ongeveer 250.000 ton. Wallonië beschikt over een verwerkingscapaciteit van 2,9 miljoen ton, maar hiervan wordt slechts 65% ingevuld door Waalse afvalstoffen. Het saldo wordt dus geïmporteerd. Strikt beschouwd is Wallonië een afvalimporteur (export van ongeveer 650.000 ton en import van ongeveer 1 miljoen ton), maar een uitvoerder van afval ten opzichte van Vlaanderen omdat het Zuidelijk landsgedeelte niet beschikt over een stortplaats of verbrandingsoven voor gevaarlijke afvalstoffen (behalve voor ziekenhuisafval) en evenmin over een verwerkingscentrum voor dierlijke restmaterialen en kadavers.

FEBEM focus - december 2009

Dit rapport is beschikbaar op www.environnement.wallonie.be

50

Sommige overtredingen worden specifiek vermeld om ze zwaarder te kunnen straffen; andere worden vermeld om ze lichter te straffen. Op die strafbaarheid als algemene regel zijn drie uitzonderingen: 1) Sommige overtredingen zijn uitdrukkelijk niet strafbaar. Zo zijn overtredingen van de regels over de milieuheffingen en van de vergunningsprocedure uitgezonderd, omdat daar al voldoende specifieke sancties voorhanden zijn, bv. een hogere heffing of het afwijzen van de vergunningsaanvraag. 2) “Kleine vormen van openbare overlast” kan een gemeente aanpakken met gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en zijn alleen strafbaar in de gemeenten die hierop geen GAS hebben ingesteld. 3) Sommige overtredingen van louter administratieve verplichtingen worden milieu-inbreuk genoemd. Ze zijn niet strafbaar en kunnen alleen via een Vlaamse administratieve boete worden gestraft. Alle milieu-inbreuken worden opgesomd in de bijlagen bij het Milieuhandhavingsbesluit. Zo vind je in bijlagen 7 en 8 bij het Milieuhandhavingsbesluit de lijst met artikels uit Vlarem II en Vlarea waarvan de overtreding een milieu-inbreuk is. Voor sommige overtredingen hoef je die lijsten echter niet na te kijken. Het decreet somt enkele zaken op die een misdrijf moeten blijven: bv. wanneer de vergunnings- of meldingsplicht niet werd nageleefd of wanneer er in strijd met de regels een handeling met afval of een verontreiniging (“emissie”) is geweest. Zowel voor milieumisdrijven die het parket niet wenst te behandelen als voor milieu-inbreuken, worden de Vlaamse administratieve boetes opgelegd door de (nieuwe) afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (AMMC), met beroepsmogelijkheid bij het Milieuhandhavingscollege. (bron: vvsg-mail)


Nieuwe Recyclagegids Kunststoffen uitgebracht Kunststofproducenten, Kunststofverwerkers, recyclagebedrijven en erkende organismen voor de inzameling van huishoudelijk en industrieel afval hebben een permanent overlegplatform voor de mechanische recyclage van kunststofafval in België opgericht, onder de naam van PLAREMEC. Ook FEBEM maakt deel uit van dit overleg. PLAREMEC is het overlegplatform zowel tussen de private actoren als tussen de privé en de overheid. Er wordt gestreefd naar een permanente nauwe samenwerking met de federale en gewestelijke overheden, alsmede met milieu-, consumenten– en industriële organisaties. Mechanische recyclage is een beproefde technologie die het mogelijk maakt afval van kunststoffen zoals PVC, PET, polyethyleen en andere, tot kwaliteitsvol recylclaat te verwerken. Dit recyclaat kan onder de vorm van maalgoed, poeder of granulaat aangewend worden als secundaire grondstof voor nieuwe producten die anders met primaire grondstof vervaardigd worden. De belangrijkste toepassingen zijn buizen, bouwprofielen, vloeren, huisvuilzakken, pellets en geluidswanden. Naar schatting wordt 30 % van ons plastic afval gerecycleerd, waarvan slechts één derde in eigen land. Het grootste deel

wordt gestort of verbrand, wat geen duurzame oplossing biedt. De nood aan gemeenschappelijke acties, over de particuliere belangen heen, werd erkend door de organisaties van de belangrijkste sectoren – producenten en verwerkers, recyclagebedrijven en inzamelaars – die de assen vormen van de nieuwe overlegstructuur. Op initiatief van PLAREMEC komt er nu al enkele jaren een recyclagegids op de markt voor de kunststofsector. Deze gids geeft een overzicht van alle bedrijven die actief zijn in de recyclage van kunststoffen en geeft per bedrijf aan welke soorten kunststof men behandelt en welke recyclaten men kan leveren. Op initiatief van FEBEM kreeg de gids een nieuwe look. De gids is op te vragen bij FEBEM of op onze website www.febem-fege. be/kenniscentrum/relevantedocumenten (federaal).

FEBEM focus - december 2009 51


LEDENLIJST AFVALBEHEER Meer info op onze website! 4Biofuels (1070 Brussel, www.4energyinvest.com) A.B.R. (1850 Grimbergen, www.demeuter.be) Accurec (3980 Tessenderlo) Adams Massenhoven (2240 Massenhoven, www.adamsmassenhoven.be) Aerts Jan Containerdienst (2160 Wommelgem, www.aertscontainers.be) Alfamet (9200 Dendermonde, www.alfamet.be) Amacro (1654 Huizingen, www.amacro.be) André Celis Containers & Recyclage (3210 Lubbeek, www.celis. be) Antwerp Tank Cleaning ATC (2030 Antwerpen, www.vanloon.be) Anvas (8200 Brugge, www.allvet.be) Apparec (2830 Tisselt-Willebroek, www.apparec.be) Atravet (9200 Dendermonde) AVR België (2400 Mol, www.avr-belgie.be) Belgras (2235 Hulshout, www.belgras.be) Bionerga (3740 Bilzen / 3630 Maasmechelen, www.bionerga.be) BLC-group (9600 Ronse, www.containerdienst-bert.be) BOS (2030 Antwerpen) Broeckx Plastic Recycling (NL-5085 ET Esbeek, www.broekcx.nl) Bruco Containers (2030 Antwerpen, www.bruco.containers.com) BST (2830 Willebroek, www.belgianscrap.com) Buchen Industrial Services (7170 Manage, www.buchen.net) Campine Recycling (2340 Beerse, www.campine.be) CETB (7141 Carnières, www.sita.be) Cimenteries CBR (1170 Brussel, www.cbr.be) Cintras (2300 Turnhout, www.leysen.org) CNA Containers (9300 Aalst, www.leysen.org) Cogal (9100 St.-Niklaas, www.cogal.be of www.dehon.com) Cogetrina (7522 Marquain, www.dufour.be) Comet Tyre Recycling (6200 Chatelet, www.cometsambre.be) Conelso (2840 Reet, www.fransdevocht.be) Corvers (3583 Beringen, www.sita.be) Despriet Gebroeders (8530 Harelbeke, www.desprietgebroeders. be) De Bree Solutions (9990 Maldegem, www.debree.be) De Coninck (3020 Veltem, www.de-coninck.be) De Coster Dominique (3530 Houthalen-Helchteren, www. decosternv.be)

FEBEM focus - december 2009

De Dijcker Recycling (2860 Puurs, www.ddrecycling.be) De Kock E. (3090 Overijse, www.dekock.info) Demets Containers (1120 Brussel, www.sita.be) De Meuter Containers (1000 Brussel, www.sita.be) De Neef Chemical Processing (2220 Heist-op-den-Berg, www. deneef.net) Depovan (8800 Roeselare, www.vanheede.com) De Sutter (9900 Eeklo, www.afvalbeheer-desutter.be) Dilissen Transport (3900 Overpelt, www.dilissen-transport.com) Doopa (8800 Roeselare, www.doopa.be) Duferco Diversification (7100 La Louvière, www.duferco.be) Ecomac (3990 Linde-Peer, www.groupmachiels.com)

52

Ecosmart (2870 Puurs, www.vangansewinkel.com)

Ekol (3530 Houthalen-Helchteren, www.ekol.be) Electrawinds (8400 Oostende, www.electrawinds.be) Essent Milieu (2800 Mechelen) Eurocompost (3530 Houthalen, www.eurocompost.be) Eurofat (8552 Zwevegem-Moen) Eurowaste (2000 Antwerpen, www.eurowaste.be) Fim P&R (2260 Westerlo, www.fim.be) Foronex (8710 Wielsbeke, www.foronex.com) Frimpex (3370 Boutersem) Garwig (8650 Houthulst, www.garwig.be) Geldof (8560 Wevelgem, www.geldof-recycling.be) Gemini Corporation (2050 Antwerpen, www.geminicorp.be) General Plastics International (D-24558 Henstedt-Ulzburg, gpigmbh.blogspot.com) Geocycle (7181 Seneffe, www.geocycle.be) Geo-Milieu (2480 Dessel, www.geo-groep.com) Gielen Container Service (3600 Genk, www.gielen-recyclage.be) Govaerts Recycling (3570 Alken, www.govaplast.com) GRL (3560 Lummen, www.grl.be) GRV (8800 Roeselare, www.vanheede.com) HCI (2950 Kapellen, www.hci.be) Henri Containerdienst (3300 Tienen, www.henricontainerdienst.be) Holcim Belgique (7034 Obourg, www.holcim.be) Hoslet (1325 Chaumont-Gistoux, www.sita.be) IEH Recycling (2310 Rijkevorsel, www.iehrecyclingbelgium.com) Inafzo (8980 Zonnebeke) Indaver (2800 Mechelen, www.indaver.be) Ivo Van den Bosch Containerdienst (2520 Ranst, www. ivovandenbosch.be) Kargro Group (2920 Kalmthout, www.tyreplan.be) Kayak Maritime Services (2000 Antwerpen) Kempisch Recyclage Bedrijf (2340 Beerse, www.krbglasscollecting.be) Klerk’s Plastic Recycling (KPR) (2320 Hoogstraten, www.hyplast. be) Lammertyn.net (9070 Destelbergen, www.lammertyn.net) Lavatra (8930 Lauwe) Leysen (2300 Turnhout, www.leysen.org) Liekens (2030 Antwerpen, www.liekens.be) MAC (2030 Antwerpen) Machiels (3500 Hasselt, www.groupmachiels.com) Maltha (3920 Lommel, www.maltha.nl) Marpobel (2030 Antwerpen) Marpos (8380 Dudzele) Matco (8790 Waregem, www.matco.be) Matco Glas (8710 Wielsbeke) M.C.A. Recycling (1190 Vorst, www.mca-recycling.com) MCR (2627 Schelle) Milieu en Leven (2250 Olen, www.milieuenleven.be) Minérale (6042 Lodelinsart) Molok (3530 Houthalen, www.molok.-benlux.com) MTD Milieutechnieken (2270 Herenthout, www.mtd-etec.com) New Summit (3980 Tessenderlo, www.new-summit.be) New West Gypsum Recycling (9130 Kallo, www.nwgypsum.com) Norland (5300 Andenne, www.sita.be) OCS - ATM (2170 Antwerpen, www.atmmoerdijk.nl)


Oostvlaams Milieubeheer OVMB (9042 Gent , www.ovmb.be)

Stok&Co (3530 Houthalen-Helchteren, www.leysen.org)

Orinso (2800 Mechelen, www.indaver.be)

Stora Enso Langerbrugge (9000 Gent, www.storaenso.com)

Oriental Recycling (2230 Oevel, www.orientalrecycling.com)

Stuer Containerdienst (9150 Kruibeke, www.stuercontainers.be)

Out of Use (2840 Putte, www.outofuse.com)

SVK (9100 Sint-Niklaas, www.svk.be)

Pack2pack (8800 Rumbeke, www.pack2pack.com)

Thenergo (2018 Antwerpen, www.thenergo.be)

Papnam (5060 Auvelais) Pieck Containers (3290 Tessenderlo,

Track International (8790 Waregem, www.track-international.com)

www.sita.be)

Transcoma (3600 Genk, www.transcoma.be)

Pirobouw (2900 Schoten, www.pirobouw.com)

TWZ (9940 Evergem, www.twz.be)

Plasticollect (F-59250 Halluin, www.plasticollect.com)

Umicore Recycling Solutions (2250 Olen, www.umicore.com)

Plastics Latinne-Neyens (3583 Paal, www.pln-latinne.com)

Umac Midwest (2660 Hoboken, www.umac-midwest.com)

Plastirec (2330 Merksplas, www.plastirec.be)

Vabarecyclage (9000 Gent)

Protelux (6880 Bertrix)

Vaco Containerdienst (2950 Kapellen, www.leysen.org)

Put Boudewijn & zoon (3582 Beringen, www.putboudewijn.be)

Valomac (1850 Grimbergen, www.sita.be)

Ravago Production (2370 Arendonk , www.ravago.be)

Vandewiele Recycling (8470 Gistel, www.houtmolen.be)

RCMD (9870 Zulte, www.rcmd.be)

Van Gansewinkel (2870 Puurs, www.vangansewinkel.com)

R.D. Recycling (3530 Houthalen, www.rdrecycling.be)

Vanheede Environment Group (8940 Wervik, www.vanheede.com)

Recoval Belgium (6182 Souvret, www.trcnv.be)

Van Moer H & Zn (9120 Melsele, www.vanmoerh.be)

Recup-Oil (8770 Ingelmunster)

Van Puijfelik (NL 4815 CD Breda, www.vanpuijfelik.nl)

Recyc-Oil (8710 Wielsbeke, www.recyc-oil.be)

Van Roy (9470 Denderleeuw, www.van-roy.be)

Recydel (4020 Wandre, www.vangansewinkel.com)

Veolia ES (1800 Vilvoorde, www.veolia-es.be)

Recyfin International (2980 Halle-Zoersel)

Verpola (8000 Brugge, www.verpola.be)

Recyfood (3560 Lummen, www.recyfood.be)

Vetboerke (8750 Wingene)

Recyfuel (4480 Engis, www.recyfuel.be)

Vosselaarse Oud Papier Centrale (2330 Merksplas, www.vopc.

Recygom (4821 Andrimont, www.sita.be)

be)

Recyper (9100 Sint-Niklaas, www.sita.be)

Vulsteke & Verbeke (8970 Poperinge, www.vulsteke-verbeke.be)

Remo Milieubeheer (3530 Houthalen, www.groupmachiels.com)

West Waste Treatment (8600 Diksmuide, www.wwt.be)

REMONDIS (3210 Lubbeek, www.remondis.be)

WOS (3600 Genk, www.wos-genk.be)

Rendac (9470 Denderleeuw, www.rendac.com)

Wubben Aflaatolie (2910 Essen)

Re-Tyre (3920 Lommel) Revatech (4480 Engis, www.revatech.be) Rik’s Plastics (3600 Genk, www.riksplastics.com) Romarco (9240 Zele, www.romarco.be)

CENTRA VOOR GRONDREINIGING Meer info op onze website! Aclagro (9032 Wondelgem, www.aclagro.be)

Rymoplast (3920 Lommel, www.morssinkhofplastics.nl)

AWS (2860 Sint-Katelijne-Waver, www.aws.eu)

SAF Recyclage (9990 Maldegem)

Bioterra (3660 Opglabbeek, www.bioterra.be)

SGS Ewacs (9120 Beveren-Melsele, www.be.sgs.com)

Bosatec (3600 Genk, www.groupmachiels.com)

SHANKS sa (1435 Mont-St-Guibert, www.shanks.be)

Bremcon (2070 Zwijndrecht, www.bremcon.be)

SHANKS Vlaanderen (8800 Roeselare, www.shanks.be)

BSV (8530 Harelbeke, www.bsv-nv.be)

Silvamo (8800 Roeselare)

De Bree Solutions (9990 Maldegem, www.debree.be)

SIMS Recycling Solutions (9100 Sint-Niklaas, www.sims-group.

Envisan (9308 Hofstade-Aalst, www.envisan.com)

com)

GRC-Kallo (9130 Kallo, www.decnv.com)

SITA Recycling Services (2340 Beerse, www.sita.be)

Grondrecyclage De Kempen (2280 Grobbendonk, www.grdekem-

SITA Treatment (1180 Brussel, www.sita.be)

pen.be)

SITA Wallonie (4460 Grâce-Hollogne, www.sita.be)

Grondreinigingscentrum Limburg (3560 Lummen, www.carmans.

Smet Jet (8400 Oostende, www.edelweissnv.be)

be)

Smurfit Kappa (2170 Merksem, www.smurfitkappa.com)

GV & T Kruishoutem (9770 Kruishoutem, www.gvtkruishoutem.be)

Soborel (3550 Heusden-Zolder, www.vangansewinkel.com)

OCS - ATM (2170 Antwerpen, www.atmmoerdijk.nl)

Socaplast (1840 Londerzeel, www.socaplast.be)

SHANKS Vlaanderen (9042 Gent, www.shanks.be)

Sodecom (7040 Quévy, www.vanheede.com)

SITA Remediation (1850 Grimbergen, www.sitaremediation.be)

Sodever (1420 Braine l’Alleud)

Stadsbader-Flamand (8530 Harelbeke, www.stadsbader.com)

Soraf (2840 Rumst, www.ljanssens.be) Soret (1560 Hoeilaart) SO.TRA.EX (4700 Eupen, www.sotraex.com) Spanin (8780 Oostrozebeke, www.indaver.be) Stallaert Recycling (1800 Vilvoorde, www.stallaert.be) Stevan (8860 Lendelede, www.stevan.be)

FEBEM focus - december 2009

Rulo (7742 Hérinnes-lez-Pecq, www.rulo.be)

53


Plastic Omnium wint nieuwe servicecontracten Doetinchem kiest voor Ecosourcing Adaptis

Uithoorn kiest voor Ecosourcing Equalis

Mol (B) start pilot met service premier

Afgelopen zomer heeft de gemeente Doetinchem besloten containermanagement met adresstickers in te voeren. Plastic Omnium bleek de meest complete en voordelige inschrijving te hebben gedaan. In september/oktober werd het systeem ingevoerd. Plastic Omnium heeft een nazorgcontract gekregen voor de gratis informatietelefoon, het bijbehorende datamanagement en het opmaken van rapportages over de voortgang. De gemeente Doetinchem blijft zelf het veldwerk uitvoeren. Op deze wijze zijn de continuïteit en de betrouwbaarheid van de data gewaarborgd, zonder dat investeringen in een softwarepakket nodig zijn.

De gemeente Uithoorn heeft besloten de duobak te vervangen door een nieuwe container voor restafval, groente en fruit en een nieuwe container voor papier. Deze beide containers worden voorzien van een chip. Plastic Omnium kwam met de beste aanbieding en kan daardoor de relatie met de gemeente Uithoorn voortzetten. In januari zal de implementatie plaatsvinden, waarna Plastic Omnium voor minimaal vijf jaar de volledige service rond de containers zal verzorgen. Tot deze service behoren ook de gratis informatielijn, het datamanagement inclusief het beheren van alle lediginggegevens en de servicewerkzaamheden aan de containers op straat.

De gemeente Mol en Plastic Omnium zijn samen een pilot gestart met Service Premier. Plastic Omnium heeft hiervoor alle afvalbakken in kaart gebracht en de gegevens daarvan digitaal opgeslagen. Tevens zijn de afvalbakken voorzien van een chip, waarmee de ledigingsfrequentie en het volume van het afval kunnen worden geregistreerd. Via de chip kunnen we bovendien de service-interventies automatiseren. De dienstverlening Service Premier is inclusief een gratis 0800-nummer voor het melden van onregelmatigheden én het repareren en wassen van alle afvalbakken.

Epe kiest eveneens voor Ecosourcing Adaptis

FEBEM focus - december 2009

Na overleg met en voorlichting van Plastic Omnium heeft de gemeente Epe eveneens voor containermanagement met adresstickers gekozen. De implementatie in Epe ging voorspoedig; maar liefst 1000 containers werden ingenomen. Tevens werden ruim 200 adressen gevonden, die nog geen reinigingsrecht betaalden. Plastic Omnium blijft na de implementatie de nazorg doen, inclusief alle werkzaamheden aan de containers in de gemeente zelf.

54

Adaptis dé oplossing voor containermanagement

Equalis dé oplossing voor afvalmanagent

Service Premier dé oplossing voor zwerfafval

Ecosourcing: sterke uitbreiding In 2007 hebben we onze serviceactiviteiten in Nederland en België sterk kunnen uitbreiden. In Nederland zijn servicecontracten afgesloten met de gemeenten Doetinchem, Epe en Uithoorn en is de service met 43.000 aansluitpunten uitgebreid. In België hebben er uitbreidingen plaatsgevonden bij ILVA, IOK en IVLA, die in totaal 55.000 extra aansluitpunten opleverden. Tot slot enkele kerncijfers over Ecosourcing per eind 2007: Aantal gemeenten waar Plastic Omnium met de dienstverlening actief is: 47 Aantal huishoudens die dit betreft: 403.250 Aantal containers onder contract: 596.000

Plastic Omnium N.V., Ring Oost 14, B-9400 Ninove, tel: +32 (0)54 31 31 31, fax: +32 (0)54 31 31 30 Plastic Omnium B.V., Postbus 3988, 4800 DZ Breda, tel: (0800) 542 50 55, fax: (0800) 542 50 33

E-mail: poinfo@po-b-nl.com Internet: www.plasticomnium.nl www.plasticomnium.be


DEONTOLOGISCHE CODE Indien een bedrijf volwaardig lid wenst te worden van FEBEM, moet het zich verbinden de deontologische code van de Federatie te respecteren. Deze code bevat enkele duidelijke engagementen naar het respecteren van wetgeving toe en schrijft ook een bepaalde collegialiteit voor. Voor FEBEM zijn dit basisverklaringen, waar elk regulier bedrijf zich moet aan houden. Er is dan ook een duidelijke procedure voorzien indien zou worden gesignaleerd dat een van onze leden deze deontologie niet zou respecteren. Deze procedure is al enkele malen in werking gezet met telkens een uitklaring van enkele onduidelijkheden als gevolg. De code zorgt dus ook voor een betere sfeer tussen de bedrijven en is ook een kapstok voor verdere uitwerkingen binnen enkele sectoren. Zo is in het kader van deze code door de Federatie een “code van goede praktijk” uitgewerkt voor de behandeling van asbestafval én een code voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen. Een

code voor de problematiek van het mengen van afvalstoffen is in ontwerpfase, net als enkele richtlijnen voor de recuperatie van papier en karton. Het is de bedoeling deze codes te laten omzetten in regelgeving maar in tussentijd moeten onze leden deze codes wel te respecteren. De leden-grondreinigers van FEBEM engageren zich ook om de milieubeleidsovereenkomst voor bodemsaneringsoperaties te respecteren. FEBEM meent dat op deze manier de Federatie effectief werk maakt van de verdere professionalisering van de sector en zonder “windowdressing” ten velde zaken helpt verbeteren. Het FEBEM-lidmaatschap is dus ook duidelijk een kwaliteitslabel, wat uitwendig gemaakt wordt door een ingekaderde verklaring die de volwaardige leden ontvangen.

er

he ube

e rati

e Fed

van

dr Be

ilie M r oo rg” nv uzo

ijve

v

drij

be M,

ilie

nm ig i

BE

“FE

FEBEM focus - december 2009

RIJ D BE R E N D UBED A R V ILIE E TV T M NS R E I E IG D HA N D TE ERTU C C E KA OV A H RR V C CO ZIJN MEN E S N TI E E EDEN DAT GI A LL O L EN O R L E SV AAR OUW T O I D TR E ITE NH NT F AL M E VER O W E E T K ri E B E D D EN T. FE ET H sge t , E a M OR ulta OM EN EM VO DE K EN IS res B t H T e N rd D h E C FE wo RA en S GO RBIN t I t A i h N E e G E H E alit eric AN PIJ T TE V ATI kw ET TA gsg r N P n S o R i E o uit M ss D E HA rb ht v BE TSC R LE plo a D c o a E a P n N F MAA HAA RO FE and f en ep n en h VA OO et a N N gro ctie e

E E . m ru nt EN ne NV en nst ED ILIEU ATIE EDEN AA rking s e de kla ge ge o l L T c a R S e DE S, M EDE DE L sti en ies ië, EN ew N uss kom n Belg oekom ED ionel c L s ME DE F IE EN n i e s t e i d R N and bij 55 AA profes am ector or de r , e VA ERAT H a e t i a at en D e s eu vo EN en gw ocr FE n e oor d ili EM me: e m e kin r e B m m v e f d w FE nalis ; vor lee de de g en waar n het pen ing; OR io an ten. d v e l no VO fess enin r n e a c


Dossiers 1

Memoranda voor de nieuwe gewestregeringen

Mei 2004

2

De impact van het nieuwe VLAREA op de milieusector en de Vlaamse ondernemingen

November 2004

3

FEBEM Jaarbericht 2004 - 2005

Mei 2005

4

Analyse van de nieuwe acceptatiecriteria op Vlaamse stortplaatsen

Juni 2006

5

FEBEM Jaarbericht 2005 - 2006

Juni 2006

6

Memorandum aan de nieuwe gemeentebesturen

Januarie 2007

7

FEBEM Jaarbericht 2006 - 2007

Juni 2007

8

Memorandum voor de Federale Regering

September 2007

9

FEBEM Jaarbericht 2007 - 2008

Juni 2008

10 Memorandum voor de gewestregeringen 2009-2014 (afval)

Maart 2009

11 Memorandum voor de Vlaamse regering 2009-2014 (bodem, in samenwerking met OVB)

Maart 2009

12 FEBEM Jaarbericht 2009 - 2010

Juni 2009

Bezoek onze website

FEBEM focus - december 2009

www.febem-fege.be

56

Federatie van Bedrijven voor Milieubeheer vzw Paviljoenstraat 9 - 1030 Brussel Tel. 02 757 91 70 - Fax 02 757 91 12 info@febem-fege.be - www.febem-fege.be


DAVID’S NIEUWE

VOLVO FE David werkt voor het behoud van onze wereld én voor zijn eigen leefomgeving, door het afval van zijn gemeente in te zamelen en te recyclen. Daarvoor heeft hij een voertuig nodig dat gemaakt is voor de stop-en-start-toepassingen van zijn dagelijkse ronde, en voor het rijden door de drukke stad. Dus David’s beste vriend is z’n nieuwe 26 ton, 280 pk Volvo FE, met zijn uitstekende manoeuvreerbaarheid, subliem zicht, laag brandstofverbruik en vermaarde betrouwbaarheid. Zijn op één na beste vriend is zijn lokale Volvo concessiehouder, die er altijd is om David’s truck te onderhouden. Want alleen Volvo weet hoe dat moet en staat gerant voor de Total Performance van de truck, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Als u meer wilt weten over de nieuwe Volvo FE, praat dan vandaag nog met uw Volvo concessiehouder.

VOLVO TRUCKS. DRIVING PROGRESS TRUCKS

AFTERSALES

FINANCE

TRANSPORT MANAGEMENT

11746-06/06

www.volvotrucks.be


58

FEBEM focus - december 2009


200912_focus_nl