Issuu on Google+

Leidse

S T YL

’13 JAAR B EWAAR K RANT

CULTUUR WETENSCHAP KUNST ECONOMIE

KICKSTARTERS / AFRODISIACA / NETWERKNESTEN / SINGELPARK / AVANT-GARDE STAD / NIEUWE KLEURMAKERS / HIPPE STADSKAMERS


Door Han Ruijgrok / Marina van den Berg

Omdat taal meer is dan water

van boven gezien vier wijzers, buizenstelsel drekgeometrie

De senryu’s* reageren op een plek in de stad die met water te maken heeft. Weet u welke plaatsen dit zijn? Stuur uw oplossing – liefst met poëtische beschrijving – naar info@leidsestijl.nl. Of maak een impressie van deze plek, een foto of gedicht. Leidse Stijl beloont de mooiste inzending met een lunch voor twee personen in Nieuwe Energie.

Joke Schrijvers

de hoogste toren van Leiden braakt hete stroom diep weerspiegeld koud

*Senryu is een vorm van Japanse dichtkunst over de onvolkomenheid van de mensen. Geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen.

Paul Groenendaal

regen op de gracht               ooit las ik toch dat God de wateren scheidde Leo van Zanen  

met de geur van teer                                en de wind in de zeilen even zeeman zijn  Eline Levering

geen enkel muntje rust op de blauwe bodem het is echt crisis Joost van Gijzen

< denkend aan Holland wind draaiend in de doeken op gewonnen land   Jaap Montagne

kom je nog, riep ze maar met deze erectie kom ik er niet uit Gideon Roggeveen


LS/3

Leidse lente

Ook nu staat de samenleving onder druk. De economische ontwikkeling zit tegen. Leidse Stijl trekt de stad in en bericht over burgerinitiatieven en samenwerkingsverbanden die niet voor niets nu ontstaan. Bovenal willen we stimuleren dat professionals, werkend of werkloos, ondernemers, wetenschappers, creatievelingen, burgers, boeren en buitenlui elkaar vinden en vernieuwen. Zodat Leiden straks kan terugkijken op het begin van de Leidse Lente. Wij ondertekenen, in de stijl van onze voorganger, met: Redactie.

{

Ik weet alles al. Ik bén Leiden. Mij verras je echt niet meer.

Nee, mij verleid je echt niet. Ik kan mijn tijd wel beter besteden.

JA

Leidse Stijl is vernoemd naar maandblad De Stijl, in Leiden ontstaan op de rokende puinhopen van de Eerste Wereldoorlog. Het maandblad en de bijbehorende kunststroming, opgericht door Theo van Doesburg, wilde ‘een algemeene taal’ spreken. Er was een nieuwe verhouding tot de samenleving nodig, waarbij eerzuchtige individualiteit zich moest opofferen.

{ { { {

Oké dan. Try me out. Maar ik verwacht er niets van.

Hoewel… Misschien weet jij iets wat ik nog niet weet. Kom maar op!

WEET JIJ WAT ER IN LEIDEN TE KOOP IS?

Een groeiende groep Leidenaren wil grenzen verleggen met verrassende kunst, vernieuwende wetenschap en nieuwe markten voor ondernemers. Liever nog: een combinatie van dit alles. Met hen wil Leidse Stijl grensverleggend zijn. Zo’n vier jaar trok de redactie van Leidse Stijl als nomaden door de stad. We vergaderden in steenkoude galeries, broeierige vereningsgebouwtjes of soms op een terras. Maar nu hebben we een echte hoofdredactie en een stichting die de penningen beheert. Er is een ingewikkeld koffiezetapparaat, af en toe een borrel en een vergadertafel. Na drie nummers (inclusief een 0-nummer) is jaarkrant Leidse Stijl niet meer weg te denken uit deze stad. Voor u liggen 64 pagina’s vol uitdagingen. U wordt getrakteerd op een frisse Breestraat, schoon en met modern straatmeubilair. We zetten u aan het denken: het station Leiden moet ondergronds. We stimuleren het economische klimaat. Leidse ondernemers komen aan het woord in een rap. Het blad zelf is een laboratorium op zich. Studenten mogen hun eerste stage bij ons lopen, leren goed te luisteren en te kijken. Ervaren schrijvers verleggen hun grenzen, nieuwe krijgen een kans. Illustratoren, fotografen en vormgevers creëren een feest voor het oog.

{

NEE

Van buiten de singels weet ik bijna niets.

Iets over Bio Science Park? Gaap… Weet ik echt al alles van.

Een verhaal over startups? Kan interessant zijn.

Wat? Is er ook een Leiden buiten de singels? Verras me.

Ik blijf erbij: alleen binnen de singels bruist het. Vertel me wie de hoofdrolspelers van Leiden zijn.

Ik kom van buiten. Doe mij maar de highlights.

Ik wil weten waar inwoners van deze stad van dromen.

Leidse Stijl is mogelijk gemaakt door

Ik heb hier geen zin in. Laat mij gewoon lekker lezen!

{ {

      

Open je luiken. Er is meer dan je denkt. Hoogwaardig voedsel voor de geest op pagina 34.

LS 1

Op pagina 62 introduceren we spannende, verborgen werelden. Echt waar!

LS 2

Hier scheiden onze wegen. Dom. Je had nóg slimmer kunnen worden.

En pagina 8 dan? Daar wacht je een lonkend perspectief.

LS 3

Geef deze krant aan iemand die de inhoud wel waardeert. Dank!

Ga naar pagina 4.

LS 4

Op pagina 19 stoten we jouw beperkte beeld over Leiden van zijn sokkel.

LS 5

Typisch een gevalletje paarlen voor de zwijnen. Maak een ander blij met deze krant. Veel plezier met De Telegraaf en Spits. Ga naar onze Industry Guide op pagina 64.

LS 6

Begin op pagina 48. Het zal je verbazen hoe spannend Leidenaren dromen.

LS 7

Verstandige keuze. Veel leesplezier!

COLOFON Hoofdredactie Esther Barfoot, Eric Went Eindredactie Marina van den Berg, Friederike de Raat Vormgeving biskaje.nl John Stelck, Evelien Doornebal Bestuur Stichting Leidse Stijl Gijsbert van Es, Jaap de Jong, Franceline Pompe

Redactie Joyce Albers, Myra Albersen, Jelena Barisic, Avinash Bhikhie, Sander Beekman, Paul Bijkerk, Vicki Blasjaar, Marlies van Boekel, Eline Boshuizen, Lucia van den Brink, Wendy Dallinga, Annemiek Dilven, Jan Dobbe, Diana van den Driessche, Vincent Frequin, Willem de Gelder, Ismay Gossen, Anne Gotink,

Annette ter Haar, Fred Hermsen, Arno van ’t Hoog, Gerline van der Giessen, Kim-Lan Jong Baw, Marijn Klok, Cynthia Kroet, Laura Kroet, Pjotr van Lenteren, Rosa Marijnen, Susanne Moerkerk, Ellen Nieuwenhuijzen, Frank Nuijens, Emma O’Hare, Sharon van Oost, Robin Ouwerkerk, Cathelijn Paling, Joyce Plakké, Jasper Polane,

Franceline Pompe, Saskia Ridder, Han Ruigrok, Monique Smeets, Willemijn Sneep, Joachim Springer, Cathinca van Sprundel, Samantha Stroombergen, Afke van der Toolen, Hannah Vernooij, Yael Vinckx, Peter Visser, Ellemijn Willemse, Cigdem Yuksel, Joost van Zoest, Marieke van Zutphen

Fotografie en illustraties Loeke Braam, Renzo Candido, Luca Di Tommaso, Sanneke Fisser, Marc de Haan, Kim-lan Jong Baw, Peter Krouwel, Joshua Luijten, K©lets, Rob Overmeer, Josse Popma, Jan Scheerder, Pepijn Smit, Ella Snoep, Edwin Weers, Loek Weijts, Erik Wiersema


4/LS

Tekst Yael Vinckx / Hannah Vernooij Fotografie Octoplus

Kick starters

Start-ups zijn de gangmakers van de economie. Leiden als kraamkamer van (hoogtechnologische) bedrijven.


LS/5

‘Eerst het idee, dan de technologie’ 31 Victor Rijkaart , senior projectmanager innovatie van Dutch Space, het voormalige Fokker Space, heeft speciaal voor de gelegenheid zijn felgroene blouse aangetrokken. ‘We zijn tenslotte op het Bio Science Park’, grapt hij. Maar nu staat hij tot zijn eigen verrassing te midden van ruitjeshemden en zakenpakken. Groene blouse en donkerblauw pak – het vat in een paar woorden de bijeenkomst op het Bio Science Park samen. ‘Science meets Business’ heet deze maandelijkse netwerkborrel, door Christiaan van Gorkum opgezet, 25 jaar, voormalig student Life Science & Technology, keuzeprofiel Science Based Business. Want: ‘een verbeterde zonnecel moet niet binnen de muren van de universiteit blijven.’ En op deze donderdagavond komt een dertigtal mannen en vrouwen uit wetenschappelijke en zakelijke hoek samen. Het zijn ondernemers en onderzoekers, business developers, PHDstudenten, CEO’s en studenten Science Based Business. De een oriënteert zich op een toekomstige baan, de ander zoekt naar getalenteerd personeel. Sommigen beschikken over technologie, maar worstelen met de vraag hoe ze die kennis te gelde kunnen maken. Anderen hebben een goed idee en zoeken de juiste technologie om het idee uit te voeren. Als ze geluk hebben, komen idee en technologie op deze bijeenkomst samen.

Katalysator

Victor Rijkaart van Dutch Space is gekomen omdat dit bedrijf ‘zoekt naar jonge ondernemers die ruimtevaarttechnologie willen inzetten voor nieuwe toepassingen in het dagelijkse leven.’ Want: ‘Naar verwachting blijft de ruimtevaartmarkt de komende jaren redelijk constant, maar daarbuiten is veel potentie. Zo zijn er legio innovatieve toepassingen denkbaar met de bestaande, geavanceerde spacetechnologie.’ Hij is daarmee een interessante gesprekspartner voor Arjan Gittenberger die met zijn bedrijf GIMaRIS in het gebouw zit waar de bijeenkomst plaatsvindt. Marinebiologisch onderzoeksbureau GIMaRIS, dat zes jaar bestaat, doet onderzoek naar biodiversiteit in zeeën en oceanen. Gittenbergers opdrachtgevers zijn o.a. het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. ‘Omdat de Waddenzee behoort tot de Unesco Werelderfgoedlijst is het voor het ministerie belangrijk om te inventariseren wat de biodiversiteit van de Waddenzee is. Dat doe ik voor hen.’ Maar opdrachtgevers kunnen bijvoorbeeld ook oester- en mosselbedrijven zijn, die last hebben van uitheemse, invasieve soorten dieren en planten die tussen hun schelpdieren zitten. Tot nu toe gebruikt Gittenberger foto’s van Google Earth om een eerste verkenning te doen van een groot gebied. ‘Als ik op de foto zie dat 99 procent van het zeegebied glashelder is, dan weet ik dat ik ook naar die ene procent modderig gebied moet gaan, omdat zich daar weer hele andere soorten bevinden.’ Als Gittenberger sneller of zelfs real time toegang zou hebben tot satellietfoto’s, zou dat de kwaliteit van zijn investarisatie aanzienlijk vergroten, vertelt hij.

Haantjes

De jonge ondernemers Andrea Cervellin en Alberto Baggio , twee Italiaanse masterstudenten Informatica aan de Universiteit Leiden, zijn een beetje star struck na de kennismaking met Victor Rijkaart. Hun bedrijf Cappuccino@work heeft een informatieve app ontwikkeld voor de Leidse universiteitscampus in Den Haag. ‘Hij heeft toegang tot zulke serieuze technologie. Nu kunnen we daar nog niets mee, maar wie weet in de toekomst − voor onze apps. We hebben elkaar in ieder geval gelinkt.’

HIGHTECH STARTERS Een goede aanwas van starters is belangrijk voor een levendige economie. Niet zozeer doordat zij een directe bijdrage leveren aan de economie in de zin van werkgelegenheid (de meeste starters hebben weinig tot geen personeel in dienst), maar wel door hun belangrijke indirecte bijdrage. Bijvoorbeeld, doordat zij sneller en efficiënter produceren en bestaande bedrijven tot efficiency dwingen. Voor hightech starters geldt bovendien dat zij een positieve invloed hebben op de dynamiek en technologische ontwikkeling van sectoren. Doordat zij zich bezighouden met radicale innovaties initiëren hightech starters vaker nieuwe trends en ontwikkelingen. Zij creëren en ontwikkelen nieuwe, baanbrekende producten met een hoge toegevoegde waarde, zijn belangrijk voor de commercialisering van publieke kennis, spelen een rol in de verspreiding van nieuwe technologische kennis en zijn als kennisintensieve leveranciers ook belangrijk voor de concurrentiepositie van grotere, zittende marktpartijen. In Nederland startten in 2011 130.000 nieuwe ondernemingen. In Leiden waren dit er 1038. Een breed geaccepteerde schatting is dat 3 procent van de starters behoort tot de hightech starters. Dat zou betekenen dat in 2011 in Nederland 3900 hightech ondernemingen gestart zijn. En in Leiden: 31. Bronnen KvK Leiden, Panteia/EIM, nuzakelijk.nl

Het is de derde ‘Science meets Business’-bijeenkomst tot nu toe. Of ‘the perfect match’ tussen idee en technologie zich al op een van deze bijeenkomsten heeft voorgedaan, durft initiatiefnemer Van Gorkum niet te zeggen. Wel zijn er altijd lezingen van rolmodellen die het idee én de technologie al hebben gevonden. Ook al is dat nog maar kortgeleden. Zo bedachten Wouter Bruins (28) en Wil Stutterheim (30) van In Ovo twee jaar geleden dat het efficiënter was om al in het ei te zien of het om een haan of een hen gaat. Pluimveehouders zijn doorgaans alleen geïnteresseerd in hennen – die leggen immers eieren – en niet in hanen. De haantjes worden dan ook meestal afgevoerd en verstikt met CO2. Bruins en Stutterheim waren ervan overtuigd dat dit efficiënter en humaner kon. Ze zochten, én vonden, een techniek om in het ei te kijken. Onlangs hebben ze voor deze techniek patent aangevraagd. Nu al zijn ze genomineerd voor de Herman Wijffels innovatieprijs.

Durfinvesteerder

Met de bijeenkomst hoopt Van Gorkum ook de belangstelling te wekken van jonge ondernemers die zich in het Bio Science Park in Leiden willen vestigen. In de Incubator, een gebouw met witte ziekenhuisgangen en pastelkleurige deuren waarachter zich behalve kantoren ook laboratoria, klimaatkamers en droogruimten bevinden, zit een dertigtal ondernemingen. Zij brengen techniek, wetenschap en zakendoen bij elkaar. Zo haalt de ene ondernemer derivaten uit vitamines; ontwikkelt een ander een schone katalysator waardoor bleek overbodig wordt en maakt een derde een speciale lens om in het donker mee te fotograferen. André Kuipers nam de lens mee de ruimte in en maakte een foto van donker Nederland waarop de lichtvervuiling goed te zien was. Van Gorkum: ‘Het Westland sprong eruit.’ Maar er is te weinig aanwas ‘van onderen’ en daarvoor is het pre-incubator programma opgezet, dat in februari 2012 van start is gegaan. Heb je een goed idee, en wil je een bedrijf beginnen, dan kun je hier voor zo’n 125 euro per maand een kantoortje, laboratoriumruimte en expertise inhuren. Je zit dan, volgens Van Gorkum, in ‘een stimulerende omgeving’, met business advisors die je niet alleen over het opzetten van een bedrijf adviseren, maar je ook helpen zoeken naar investeerders. Want je kunt nog zo’n goed idee hebben – het ontwikkelen ervan kost geld. Dat geld kun je op een aantal manieren bij elkaar halen, weet Van Gorkum. Je doet met je business plan mee aan wedstrijden; je probeert geld te krijgen bij de semi-overheid; je zoekt een partner of je gaat in zee met een durfinvesteerder. Dinko Valerio van Aescap is er zo een. Hij begon ooit zelf op het Bio Science Park, met het bedrijfje Crucell dat vaccins tegen onder meer griep ontwikkelt. Inmiddels heeft hij Crucell verkocht aan het grote Amerikaanse farmaceutische bedrijf Johnson & Johnson en steekt hij het daarmee verdiende geld onder meer in nieuwe, kleine bioscience ondernemingen.

Robotwagentje

Zo’n wedstrijd werd gewonnen door Leidenaar Hans van ’t Woud . Hij houdt kantoor in het Space Business Incubation Centre Noordwijk (SBIC), nabij het terrein van ruimtevaartorganisatie ESA. Van ’t Woud ontwikkelde een computergame op basis van NASA-gegevens van de planeet Mars. De spelers zien diverse foto’s van Mars voor zich, en moeten aangeven wat ze denken te zien. Dat kunnen rivierbeddingen en duinen zijn, maar ook een verloren gegane ‘lander’ (robotwagentje). Op die manier brengen de spelers grote delen van Mars in kaart. Broodnodig, meent Van ’t Woud, ‘want satellieten sturen ladingen en ladingen beeldmateriaal naar de aarde maar er is slechts een handjevol wetenschappers die dat kan analyseren.’ Hulp is dus geboden. Voor de kaarten van Mars echter, had hij NASA-gegevens van de planeet nodig. En daar kwam de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in beeld.


6/LS Noordwijk kent een goed gevuld programma voor beginnende bedrijven die ruimtevaarttechnologie willen toepassen op ‘aardse  zaken’, zoals ze dat bij ESA noemen. Jaarlijks melden zich zo’n twintig geïnteresseerden aan voor dit programma, ESA-BIC. Tien worden er uitgekozen. Zij krijgen 50.000 euro incentive voor productontwikkeling en patenten, en er is een mogelijkheid om een lening van 50.000 euro af te sluiten bij Rabobank Bollenstreek. Maar de voordelen zijn niet alleen van financiële aard. Ook worden de ondernemers gedurende tachtig uur begeleid door onderzoekers en technici van ESA, kunnen ze gebruik maken van de laboratoria van de ruimtevaartorganisatie en krijgen ze hulp van accountants en steun bij het zoeken naar investeerders. Kosten voor de ondernemer: 310 euro per maand. Inmiddels telt ESA-BIC 19 startende ondernemingen. De een weet, met behulp van sensoren die in de ruimtevaart worden toegepast, Nederlandse dijken te monitoren; een ander heeft een manier gevonden om op een duurzame manier CO2 op te slaan; weer een ander houdt zich bezig met het transport van stamcellen. Een vierde zet een raketmotortje in om sneller

brand in servers te blussen. Zo gaat nagenoeg niets van de server verloren. Het Vodafone-debacle van eerder dit jaar, waarbij na een brand in een server duizenden mensen dagenlang niet konden bellen, kan daarmee tot de verleden tijd behoren.

Rampgebied

Hans van ’t Woud won onlangs voor 20.000 euro aan satellietgegevens in een Duitse competitie. Zelf had hij nog nooit van de wedstrijd gehoord, maar zijn begeleiders uit Noordwijk wezen hem op het bestaan ervan. Met het geld hoopt hij in de toekomst een nieuwe game op te zetten, over rampen. Spelers krijgen dan de satellietgegevens van een heus rampgebied voor zich, en moeten aangeven wat ze zien. Een ingestorte weg, een weggeslagen brug, geknakte elektriciteitsmasten. Op basis van die gegevens weten hulpverleners eerder waar ze moeten zijn en kunnen ze zich sneller naar de plek des onheils spoeden. Al worstelt hij nog met de vraag hoe dat moet als je ook doden in een rivier ziet drijven. ‘Er zal wel een 18+ rating op komen.’

Van onderzoeker naar ondernemer Van oudsher dromen Leidse studenten van een topfunctie in de Haagse diplomatie, een loopbaan als gelauwerd neurochirurg of als gevreesd advocaat. Maar in toenemende mate dromen ze ook van een toekomst als ondernemer. De universiteit helpt hen daarbij.

Het kantoor van hoogleraar Jan Adriaanse staat één keer in de week wagenwijd open. ‘Ook voor oud-studenten, die na een paar jaar besluiten een eigen onderneming te beginnen’, vertelt Adriaanse, die vier dagen in de week als ondernemer bedrijven adviseert en de vijfde dag studenten lesgeeft in turnaround management, het reorganiseren van een bedrijf. Ondernemende studenten die meer willen weten over het opzetten van een bedrijf kunnen vakken volgen bij Adriaanse op het gebied van financiering, marketing en strategie. Daarnaast kloppen ze bij de hoogleraar aan voor advies. ‘Ik neem met de student het ondernemingsplan door en kijk op welke punten meer focus kan worden aangebracht.’ De hoogleraar ziet aan de faculteit Rechten steeds meer handen de lucht ingaan wanneer hij studenten vraagt of ze een eigen bedrijf willen beginnen. ‘Van internetbedrijven tot ondernemingen in de communicatie, handel of juridische dienstverlening. Je merkt dat het voor jongeren eenvoudiger is geworden een eigen bedrijf op te zetten. Sommigen hebben al genoeg aan een bureau en laptop.’

Rankings

Volgens de directeur van het opleidingsprogramma van Science Based Business (SBB) Harmen Jousma ,valt het aantal ondernemende studenten aan de faculteit Natuurwetenschappen mee. Het opstarten van een bedrijf in de Life Sciences kost veel geld, benadrukt hij. ‘Wij richten ons daarom op de lange termijn. Door studenten kennis te laten maken met ondernemen, kunnen ze erachter komen of het ze ligt.’ De Universiteit Leiden biedt studenten via SBB vakken aan waarbij ze leren hoe zij wetenschappelijk onderzoek of een uitvinding op de markt kunnen brengen. Een ander initiatief is het Holland Program on Entrepreneurschip (HOPE), dat studenten uit Leiden, Delft en Rotterdam via activiteiten

bewust wil maken van ondernemerschap als carrièreoptie. ‘Ondanks dat er verschillende programma’s zijn, zie je helaas dat Leiden − maar dat geldt eigenlijk bijna voor alle universiteiten − zich niet volledig inzet op het gebied van lesgeven in ondernemerschap’, vindt Jousma. ‘Hoog in de internationale rankings komen, is nog altijd belangrijker. En in die lijstjes telt vooral onderzoek mee, niet het lesgeven in ondernemerschap.’ Toch is het belangrijk dat universiteiten ondernemende studenten stimuleren, aldus Jousma. ‘Niet alleen voor de personen zelf, maar ook voor de economie.’

Spin-off’s

Een andere manier om de vermarkting van wetenschappelijk onderzoek te stimuleren, is het aanbieden van een ‘makelaar’ tussen wetenschappers en bedrijven, NGO’s en overheden. Vanuit de Universiteit Leiden en het LUMC doet Leiden University Research and Innovation Services (LURIS) dat. Volgens vice-voorzitter Laura MacDonald is het niet vanzelfsprekend dat wetenschappers hun onderzoek op de markt brengen, maar zou dit wel zo moeten zijn. ‘Onderzoeksgeld is dikwijls afkomstig uit publieke gelden. Het is eeuwig zonde als kennis die mensen kan helpen, niet beschikbaar wordt gemaakt aan bedrijven die mogelijkheden zien.’ MacDonald benadrukt dat het vooral wetenschappelijke teams zijn, onder leiding van senioronderzoekers van de universiteit, waaruit succesvolle spin-off’s ontstaan. ‘Een enkele

keer is er een oud-student die een licentie van de universiteit krijgt en de uitvinding in samenwerking met een investeerder verder ontwikkelt. Daarvoor is veel uithoudingsvermogen nodig.’

Wereldwijd relevant

Hoogleraar Adriaanse ziet aan de faculteit Rechten graag een centrum voor ondernemerschap ontstaan. Een plek waar jonge, innovatieve bedrijven zich kunnen vestigen. ‘Om nieuwe businessmodellen te bedenken voor advocatenkantoren of om applicaties voor juridisch onderwijs via tablets te ontwikkelen.’ Juist ook in het belang van de faculteit. ‘Als onze faculteit over vijf of tien jaar nog steeds wereldwijd relevant wil zijn, moeten we voorop lopen op het gebied van onderwijs en nieuwe technologie. Dat betekent dat we meer moeten doen dan alleen vakken aanbieden en onderzoek doen.’ Ook Jousma ziet zo’n centrum wel zitten. Hij geeft als voorbeeld YES!Delft, een Inspiration Centre waar docenten en wetenschappers ondernemende studenten begeleiden. ‘Maar, een dergelijk centrum moet niet van de universiteit alleen zijn. Ook de stad, de provincie, bedrijven en banken moeten hierin investeren. Juist zij hebben baat bij de universiteit als aanjager van de economie.’


LS/7

Tekst Arno van ’t Hoog infographic Loek Weijts

Koudste plekje op aarde Kouder kan niet. Deze infographic van illustrator en infographic-

bedrijven in het Bio Science Park. De oprichter, hoogleraar

maker Loek Weijts toont een niet-alledaagse superkoelkast. Je

Georgio Frossati, zet met zijn onderneming een lange

kunt ermee temperaturen bereiken een fractie verwijderd van

wetenschapstraditie voort in het lagetemperatuuronderzoek.

het absolute nulpunt van minus 273 graden Celcius. ’s Werelds

Die traditie reikt terug tot 1908, toen Nobelprijswinnaar Heike

eerste superkoelkast werd in 1964 aan de Leidse universiteit

Kamerlingh Onnes een recordtemperatuur van 269 graden onder

gebouwd; Leiden Cryogenics levert tegenwoordig deze hightech

nul bereikte. Zijn lab aan het Steenschuur bleef geruime tijd het

apparatuur aan instituten en laboratoria over de hele wereld.

koudste plekje op aarde.

Die koelen daarmee de meetapparatuur benodigd voor het bestuderen van bijvoorbeeld supergeleiding. Leiden Cryogenics is een van de vele universitaire spin off 4

50 K

Een mengsel van helium-3 en helium-4 wordt vloeibaar gemaakt bij 3K. De tank wordt daarmee opgevuld.

5

Ondertussen staat dit apparaat aan, dat ervoor zorgt dat de fijne buisjes niet verstoppen.

Hoge druk

he

liu

m

3

3

Lage druk De compressor wordt aangezet en de tank wordt voorgekoeld naar 3K(-270º celcius).

De koelmachine wordt nu echt in werking gezet en bereikt een temperatuur van een honderste graad boven het absolute nulpunt.

3K

0.01 K

Sample zit hier

6

Bedieningspaneel

Voor veel wetenschappers zijn die extreem lage temperaturen nodig omdat thermische ruis hun meetresultaten verdoezelt.

TANK

helium 4

COMPRESSOR

Zo werkt de superkoelkast 1

De wetenschapper schroeft de sample (de meetapparatuur die gekoeld moet worden) op de onderste plaat van de tank.

2

De sample wordt ingepakt in meerdere, isolerende stralingsschermen en het geheel wordt vacuüm gepompt.

Helium zit in het frame van de bedieningsmachine. CONTROLE-UNIT

Zes stralingsschermen werken als thermoslagen

Leiden in kenniscommunicatie Een infographic is een voorbeeld van de interactie tussen wetenschap en communicatie: het maakt complexe inhoud op een aantrekkelijke manier inzichtelijk. Precies die interactie zal het nieuwe Leiden Center for Knowledge Communication stimuleren, zegt Peter Duijvestein, directeur van Leiden Communicatiestad. ‘Het centrum faciliteert en koppelt wetenschap en communicatie.’

Het Leiden Center for Knowledge Communication wil tot expertisecentrum uitgroeien dat visies, methoden en technieken ontwikkelt voor kennisintensieve communicatie op tal van vlakken: musea, congressen, tijdschriften, kranten, online en video. Die communicatie kan gericht zijn op de wetenschappelijke gemeenschap, investeerders, overheid, patiënten of een breed publiek. Het centrum levert een stimulans voor

verdere ontwikkeling van twee sterke Leidse sectoren, verwacht Duijvestein: ‘Kennis zonder communicatie is een doodlopende weg. Communicatie zonder kennis van communicatie erodeert, omdat communicatiemethoden en – technieken zeer snel ontwikkelen.’ Belangrijk doel is volgens Duijvestein het faciliteren van innovatie. ‘Kennis van communicatie stelt wetenschappers sneller en beter in staat om publiek en vakgenoten

te informeren over inhoud, toegevoegde waarde en nieuwe kansen. Zodat toekomstige ontwikkelingen net zoals superkoeling snel en vanzelfsprekend leiden tot nieuwe bedrijvigheid.’

LS 4 Zin in een update over theatermakers? Kijk op pagina 10 LS6


8/LS

Tekst Annette ter Haar Illustratie Joshua Luijten

Leiden Central Park

Een betoverend hightech Central Park: dat is nog eens een kans om Leiden als innovatieve stad op de kaart te zetten. Annette ter Haar verbindt oeroude landschappen met nieuwe vergezichten.

‘Stel je eens voor dat de treinen en het station ondergronds gaan’

L

eiden, een van de dichtstbevolkte steden van Nederland, wordt omgeven door een panorama van oud-Hollands landschap: zee, strand, duinen, oude strandwallen, geestgronden met bloembollen, oeverwallen, veen, weide en waterlopen, weteringen, plassen en meren.

Dit feit kan wel eens één van de meest bepalende succesfactoren van Leidens toekomstige ontwikkeling zijn. Het belang van het landschap wordt steeds meer erkend, o.a. door onderzoek naar de deltametropool (zie groene kader). Wat zijn succesvolle vestigingsplaatsfactoren? In de concurrentieslag van stedelijke regio’s in Europa spelen belastingklimaat, een gezonde rechtsstaat, een goed opgeleide beroepsbevolking en een optimale mobiliteit een grote rol. Maar de factor die steeds belangrijker wordt, is de kwaliteit van de binnenstad in combinatie met het omliggende landschap. Binnen de Randstad neemt Leiden daar een unieke positie in: op de fiets ben je vanaf het Leidse centrum binnen een kwartiertje in polder, bij plas of duin. Hoe mooi wil je het hebben?

Met de aanleg van woonwijken als Nieuw Leyden en Groenoord in het noorden van de stad en met Roomburg en het Mauritskwartier in het oosten, wordt deze kwaliteit verder versterkt. Alleen de (snel)wegen die in de jaren zestig rond het centrum zijn aangelegd, vormden nog een barrière tussen het centrum en de buitenwijken. Er waren wel fietspaden, maar die voerden langs enge tunneltjes of drukke kruispunten. De laatste jaren werden die grenzen steeds zachter. Grote bouwprojecten zorgden dat autoverkeer steeds vaker ondergronds ging. Fietsers en voetgangers krijgen ruim baan. Niet alleen de nieuwe wijken geven zo een kwaliteitsimpuls, ook de verbinding tussen centrum, buitenwijk en ommeland verbetert. Neem bijvoorbeeld de herinrichting van de Willem de Zwijgerlaan. Deze belangrijke verkeersader vormde jarenlang een obstakel tussen Leiden Noord en de binnenstad. In 2012 is de Willem de Zwijgerlaan op twee plekken ondergronds gegaan. Er komen zo nieuwe groene verbindingen voor fietsers en voetgangers. De eerste plek is ter hoogte van de moskee en het Stedelijk Gymnasium Socrates. Een prettige route langs het water – met aanlegsteigers voor boten! – voert langs Nieuw Leyden. Ook binnen de singels wordt dit traject doorgezet, o.a. via het heringerichte Huigpark. De tweede groene route bij de Kooilaan loopt door het stadspark Tuin van Noord en verbindt de Merenwijk met de binnenstad.


Annette ter Haar woont in Leiden en is coördinator Educatie bij het Nederlands Architectuur Instituut NAi. Ze was hoofd van het informatiecentrum van de Beneluxlijn, een project van de Rotterdamse metro. Als vrijwilliger is zij in Leiden o.a. actief als lid van de Programmaraad van het RAP (Rijnlands Architectuur Platform).

LS/9

Een leefbare stad Binnen de Randstadmetropool is Leiden een stad waar het goed wonen is. Stedenbouwkundige Rein Geurtsen pleit ervoor de bestaande kwaliteiten van Leiden verder uit te bouwen: staar je niet blind op het trekken van toeristen naar de binnenstad, maar stimuleer juist het levendige karakter van Leiden voor bewoners. In het bijzonder vraagt hij aandacht voor de studenten. Zijn advies is om deze groep serieuzer als kwaliteit van de stad te gaan zien. Focus je op het behoud

Ook aan de oostkant van Leiden worden grenzen geslecht. Het is werkelijk spectaculair om via de Lage Rijndijk naar Leiderdorp te fietsen en midden op de Hoofdstraat stil te staan en over de Rijn om je heen te kijken. Nu de A4 verdiept is, ligt het Leidse Roomburg niet langer geïsoleerd, maar ontstaat er via het Matilopark en recreatiegebied Munnikkenpolder een groene verbinding met Zoeterwoude en de nieuwbouwwijken in Leiderdorp. Wie wist dat de Does en het Groene Hart zo dichtbij lagen? Aan alle kanten wordt de stad dus opener. Alleen in het westen ligt een bijna onneembare grens: de spoorbaan die in 1842 is aangelegd. Maar wat als deze eeuwenoude barrière ook verdwijnt? Stel je eens voor dat ook de treinen en het station ondergronds gaan. Het Bio Science Park, LUMC en Naturalis liggen niet langer aan de andere kant van het spoor, maar vormen een wezenlijk onderdeel van de stad. Een beter visitekaartje voor Leiden als Stad van Ontdekkingen is nauwelijks denkbaar. Hier ligt een geweldige kans om het innovatieve karakter van Leiden gestalte te geven. Het stationsgebied is nu probleemgebied nummer 1 in Leiden. Maar het kan een betoverend hightech landschap worden: Leiden Central Park. Modern, groen, leefbaar en flexibel. Straks wonen en werken hier studenten, onderzoekers, ontwikkelaars en ondernemers van universiteit, LUMC, Bio Science Park en Naturalis. Hier staan gezondheid, biotechnologie en natuur centraal. Het is een gebied waar het accent ligt op leefbaarheid, dat economisch verantwoord is en waar kennisontwikkeling het sleutelwoord is.

van deze groep, zowel tijdens als na hun studie. Een reden temeer om Leiden opener en groener te maken is de hoge bevolkingsdichtheid. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de binnenstad een hoge mate van verstedelijking kent. Per vierkante kilometers zijn er 3.000 tot 5.000 adressen: Leiden is dichtbevolkt. Er is weinig ruimte om uit te breiden en ook de huizen die er staan zijn klein. Slechts 7 procent van de woningen is groter dan 100 vierkante kilometer.

Het ondergrondse station vormt een vanzelfsprekend en levendig onderdeel van Leiden Central Park. Sterker nog, we trekken het Park de stad in. Via een groene loper vinden bezoekers hun weg naar het nieuwe Singelpark en de culturele hotspots in het historische centrum. Omgekeerd gaan Leidse binnenstadbewoners in Central Park op zondagochtend hardlopen. Ook komt er een goede verbinding met het nieuwe Humanitiespark aan de Witte Singel, wellicht via een bootje of een pont. Zo wordt Leiden weer een geheel met zijn oeroude ommeland en tegelijk onderdeel van de bruisende, groene Randstadmetropool. Een stad die talloze nieuwe bezoekers trekt en waar je graag zou willen wonen.

Leiden als onderdeel van de Deltametropool In 1996 startten Rotterdam, Den Haag en Utrecht met de plannen om de Randstad te transformeren in een stedelijk complex van internationaal formaat: een Europese Deltametropool. Leiden maakt hier formeel nog geen deel van uit, maar valt wel onder het gebied van deze metropool. De Vereniging Deltametropool is pleitbezorger van de waarde en betekenis van het landschap in de metropool. Leven in de Deltametropool biedt volgens deze vereniging de grootste kwaliteit die een metropool zich in de 21e eeuw maar kan wensen. www.deltametropool.nl

LS 3 Zien waar kunst ontstaat? Blader naar pagina 46.


10/LS

Tekst Joyce Albers Fotografie Ziggy Schaap/Peter Schipper

TH EATE R NAAR D E B E U R SVLOE R

Scene uit Zieke liefde van theatergroep Har(d)t

Meer dan ooit staan Leidse theatermakers open voor verandering. ‘Misschien is er een momentum, juist in crisistijd.’

T

heater speelt zich allang niet meer alleen af in theaterzalen. De crisis daagt uit om verder buiten de gebaande paden te treden. Theatermakers Natasha Schulte, Katelijn Udo de Haes en Geert van der Velden staan voor alles open. Samen optreden in een bouwmarkt, kerk of winkelstraat? Wat hen betreft kan het allemaal. ‘Mensen die anders misschien niet met theater in aanraking komen, moeten weten wat er te koop is’, aldus Van der Velden. Ook zijn zij meer dan vroeger bereid tot onderlinge samenwerking. Geert van der Velden, al jaren actief met Fields of Wonder, merkt op: ‘Theatermakers komen van hun eilandjes af, schuwen samenwerkingsverbanden niet.’ Udo de Haes, regisseuse van Theatergroep Har(d)t beaamt dit. ‘Ik vind het belangrijk dat we elkaar opzoeken en elkaar niet langer als concurrenten beschouwen. Juist ook om geld bij elkaar te krijgen.’ Zo worden ze meer collega’s die samenwerken en elkaar aanvullen. En dat leidt ook tot grensverleggende activiteiten. Het theater in Leiden gaat nog meer dan voorheen de dialoog met de stad aan.

Grenzen verkennen Zo kan je van alles overkomen bij de wekelijkse boodschappen tijdens de Verrassende Winkelweekenden. Udo de Haes deed de Leidse Waag al schudden op zijn grondvesten toen zij het winkelpubliek trakteerde op een voorproefje van haar nieuwe voorstelling over liefde en vrouwenhandel. ‘Dat was een leuk experiment’, zegt zij. ‘Sommigen waren geshockeerd, anderen vonden het heel mooi.’ Want als ze de kans krijgt een nieuw publiek aan te boren, dan zal ze die pakken. ‘Van mij mag theater laagdrempelig en minder elitair.’ Voor pionier Geert van der Velden was de stad altijd al een medespeler. Maar nu gaat hij nog een stap verder: ‘Meer publiek trekken lukt niet alleen door zichtbaarder te worden, maar ook door onverwachte


Theatercafé: alles mag en kan! Leiden heeft een podium waar makers vrij kunnen experimenteren en nieuw publiek kunnen aanboren. In het Theatercafé in Scheltema treden iedere derde zondagmiddag van de maand podiumkunstenaars op uit alle mogelijke disciplines. Organisator Hans van der Maas merkt dat veel kunstenaars uit Leiden

en omstreken een podium zoeken en dus graag (belangeloos) komen spelen. ‘Zij doen zo ervaring op en kunnen iets nieuws uitproberen. Laagdrempeligheid is het sleutelwoord, zowel voor artiest als publiek: alles mag en kan, zolang het ongeveer twintig minuutjes duurt.’ Van der Maas overweegt het café in een grotere ruimte te laten plaatsvinden;

verbindingen te leggen.’ Hij denkt dan aan banden die makers aangaan met de wetenschap, het bedrijfsleven of met maatschappelijke organisaties. ‘Zo kun je elkaar versterken. Het mooie is dat we meer dan ooit, open staan voor deze verandering. Misschien is er nu een momentum, juist in crisistijd.’ En dat kan dan zomaar tot weinig voor de hand liggende verbindingen leiden. Zo wist Van der Velden tijdens de 3 Oktober Feesten een vergunning voor een cultureel evenement te bemachtigen. ‘Dat wij in die periode een aantal dagen op de Burcht konden spelen en genoemd werden in het programmaboekje was lang ondenkbaar,’ vertelt hij. ‘Ik zie dit echt als een cultuuromwenteling.’ En het bleek te werken, want het zat iedere avond bomvol. Ook de stad staat kennelijk open voor nieuwe verbindingen.

Gevaarlijk kantje Van der Velden kan nog wel meer voorbeelden noemen van onverwachte allianties die de laatste jaren zijn ontstaan. Zoals het jaarlijkse Openlucht Hotel, waar kunst en toerisme hand in hand gaan. Of een optreden in de Hooglandse kerk, waarbij een coalitie werd gesloten met maatschappelijke organisaties om de aandacht te vestigen op zure regen. ‘Ik zie om mij heen dat er veel kruisbestuiving plaatsvindt en dat zaken meer aan het licht komen, ook voor een groter publiek.’ De artistiek leider van Fields of Wonder is nu met de cultuurmakelaar in gesprek over een beursvloer, naar Delfts voorbeeld. Dat is een plek waar verschillende disciplines elkaar kunnen ontmoeten. Het is de bedoeling dat vraag en aanbod samenkomen en iedereen direct ruilafspraken maakt. ‘Neem die bouwmarkt die voor de opening graag een theatrale act wil. Als theatermaker kan je in ruil daarvoor handig aan decormateriaal komen.’ Ook Udo de Haes, die bewust geen subsidie wil, is op zoek naar andere geldstromen. Daarbij realiseert ze zich dat ze rekening moet houden met het publiek en de organisatie waar ze voor werkt, zoals bij Verrassend Winkelweekend of Schemerstad. ‘Daar ga ik naar het publiek toe in plaats van dat het publiek speciaal voor mijn groep komt.’ Ze zoekt wel naar nieuwe vormen die haar creatief inspireren. ‘Kunst moet samengaan met commercie, zonder inflatie van de inhoud!’ Hier ziet Van der Velden meteen ook een schaduwzijde van de crisis en de wil tot overleven: ‘Het heeft een gevaarlijk kantje als je als maker overal

Ook eens optreden tijdens het Theatercafé of per mail een uitnodiging krijgen? Stuur dan een mail naar theatercafeleiden@gmail.com.

even kort mag komen opdraven met een experimenteel kunstje.’ Theatermakers moeten volgens hem langere tijd kunnen werken aan een voorstelling. ‘Een nieuw vlakkevloertheater met studio’s, zoals Ins Blau biedt, is dan niet genoeg. Er moeten meer broedplaatsachtige plekken komen. Als die plekken ontbreken, heeft dat effect op de makers in de stad.’ Geert van der Velden zegt dat niet alleen tegen de beleidsbepalers. Als een cultuurbeleid van één kant komt, dan heeft het geen grond om te groeien, is zijn opvatting. ‘Dus ook theatermakers moeten hier voor open staan en de kansen grijpen.’ Udo de Haes ziet de toekomst positief in: ‘Er wordt echt gewerkt aan wat er miste: locaties om nieuwe voorstellingen te kunnen ontwikkelen en opvoeren. Omdat er niet meer gekraakt mag worden, zijn leegstaande panden niet snel meer beschikbaar. De cultuurmakelaar (zie kader) staat gelukkig open voor de verbinding tussen kunstenaars en de rest van de stad. Hij denkt mee over het vullen van leegstaande ruimtes en helpt mee met zoeken.’ We zullen nog veel gaan merken van deze vernieuwende theatermakers. Schulte lacht als zij zegt: ‘Mijn groep heet niets voor niets Nieuw Leiden. Die naam maakt een verandering zichtbaar. Leiden vernieuwt!’

Scene uit Open | Makers aan de markt

PERS VAN DRUKPERS NAAR CITRUSPERS PERS PERS

LS/11

‘In de toekomst wil ik het Theatercafé Leiden uitbouwen tot een fijne en belangrijke plek waar artiesten elkaar en het publiek ontmoeten.’

LEES MEER OP LEIDSESTIJL.NL

drie theatermakers 1 Natasha Schulte vestigde zich twee jaar geleden in de stad. Bij haar komst greep ze direct de kans om een maand lang plaats te nemen in een etalage aan de Aalmarkt. Hier maakte zij twintig minivoorstellingen voor voorbijgangers, in het kader van OPEN | Makers aan de Markt. Natasha werkte samen met andere makers en met iedereen die zich aangesproken voelde.

2

Geert van der Velden is sinds 2002 de artistiek leider van de Leidse theatergroep Fields of Wonder. Hij heeft, zoals hij dat zegt, de grond ontgonnen. ‘Toen wij startten, was het echt de tijd van “cultuurwoestijn Leiden”. De Veenfabriek, Scheltema, dat was er nog niet en dat is echt nog niet zo lang geleden.’

3

Katelijn Udo de Haes is zo’n vijftien jaar in Leiden actief en richtte zeven jaar geleden haar eigen theatergroep Har(d)t op. Zij regisseert en schrijft toneelstukken waarin jongeren de grenzen van toneelspel, emoties en rauwe onderwerpen aftasten. www.natashaschulte.nl www.fieldsofwonder.nl www.acteerwerkplaatshardt.nl

‘basisstructuur voor cultuur’ ‘Voor dynamiek in de culturele sector is samenwerking, maar ook concurrentie en diversiteit nodig.’ Dat stelt Michaël Roumen, de cultuurmakelaar van Cultuurfonds Leiden. ‘Dat maakt een stad en de cultuur spannend. Leiden is zich steeds meer bewust van het belang hiervan.’ Roumen heeft de opdracht een brug te slaan tussen de Leidse cultuursector en andere sectoren, zoals de wetenschap, het bedrijfsleven en ondernemers in de stad. Hij wil cultuur graag stadsbreed inzetten om zo te laten zien hoeveel creativiteit deze stad in huis heeft. ‘Zo geven we makers een podium en een nieuw publiek. Maar cultuur kan ook andere sectoren versterken. Denk aan een opening op het Bio Science Park door theatermakers of door winkelen te combineren met theater, film of Leidse koren. Zo voorkomen we dat mensen gaan shoppen in Alphen of Zoetermeer.’ Zijn visie is dat een stad door theatermakers tot leven komt. Naast instellingen als musea en theaters met hun eigen programmering moeten ook kunstenaars en theatermakers als verbinders aan het werk zijn. Als voorbeelden noemt hij de samenwerking tussen Scheltema en De Lakenhal rond Het laatste oordeel van Lucas van Leyden, maar ook PS|theater dat cultuur op de Leidse markt verkoopt. Voor de toekomst hoopt hij dat Leiden aan theatermakers het signaal afgeeft dat het klimaat hier goed is en makers op podia of evenementen hun product kwijt kunnen: ‘Ik zie het positief in: met de komst van het nieuwe vlakkevloertheater Ins Blau, het toekomstige muziekcentrum de Nobel, maar ook door het Theatercafé Leiden of een evenement als Schemerstad. Zo werken we aan een goede culturele basisstructuur.’

Een nieuw cultureel centrum en grand café in de voormalige drukkerij van Sijthoff aan de Doezastraat moet het middelpunt van de Pieterswijk worden. Stichting Cultureel Ontmoetingshuis Leiden (S.C.O.L.) is de initiatiefnemer van de verbouwing van het Sijthoff-gebouw. ‘We wilden iets opzetten wat niet afhankelijk is van subsidie’, vertelt Chantal Bosch, voorzitter van S.C.O.L. ‘Het café heeft baat bij de bezoekers die afkomen op de activiteiten en de activiteiten profiteren van de winst die het café maakt.’ Het eetcafé, waar alleen producten worden geserveerd die 100 procent ecologisch zijn, zal een groot deel

van de benedenverdieping beslaan. De culturele activiteiten komen in het achterliggende zaaltje. Bosch: ‘Daar kunnen zo’n zestig bezoekers zitten. Dat is perfect voor bijvoorbeeld kleinkunst en daar is behoefte aan in Leiden.’ Boven in het pand komen studentenkamers, waarmee S.C.O.L. de aankoop van het gebouw wil financieren. ‘In het najaar van 2013 houden we een openingsweek om onszelf aan Leiden en omgeving te presenteren. Dan gaan we officieel los. We nodigen iedereen uit om alvast ideeën aan te dragen voor activiteiten.’ Lees over de historie van Sijthoff op Leidsestijl.nl

LS 4 Kan cultuur ook SMART zijn? Lees het op pagina 38. LS6


12/LS

Tekst Esther Barfoot Artist impressions Peter Krouwel

Als ontwerper en leverancier van het straatmeubilair in het Olympisch park in Londen, profileert Streetlife zich misschien wel als een van de meest succesvolle Leidse bedrijven van dit moment. Leidse Stijl heeft ontwerper en eigenaar van Streetlife, Peter Krouwel, daarom gevraagd zijn visie te geven op de vraag hoe de Breestraat weer een straat van allure wordt. En om straatmeubilair te ontwerpen, speciaal voor deze straat.

AUTOLUW ‘Ik ben te veel realist om te geloven dat de Breestraat ooit auto- en fietsvrij zal worden. De historische stad heeft er simpelweg de infrastructuur niet voor om alle bussen langs een andere route door het centrum te leiden. Dat is gebleken uit de studies rond de RijnGouwelijn. En de vele fietsers laten zich ook niet dwingen. Als de Breestraat de kortste weg is, dan kiezen ze die kortste weg. Het is al een enorme vooruitgang als het busverkeer in de Breestraat halveert. Ik stel voor om te kijken of er eenrichtingsverkeer kan komen, waarbij de bussen hun snelheid aanpassen aan die van de fiets. Aan weerszijden kunnen de stoepen dan met 1,5 meter verbreed worden. Brede stoepen heb je nodig voor een aantrekkelijke winkelstraat.’

Hipp stadskam OPRUIMEN

WIFI-HOTSPOTS

‘Het zou al zoveel schelen als we de Breestraat eens goed zouden opruimen. Het is nu een rommelige, armetierige bende. Weg met die reclameborden! Weg met de abri’s! Weg met de betonbanken en de crisisgaasbakken met tuincentrum groen. Weg met al die paaltjes en borden. Creëer juist voor de mooie monumentale gevels een vrije plint, zonder obstakels die het zicht belemmeren. Onderzocht zou kunnen worden of er een inpandige wachtruimte voor de busreizigers gecreëerd kan worden in een van de leegstaande panden.’

‘Ik heb voor de Breestraat Wifi-Hotspots ontworpen. Een straatmeubel dat gericht is op jongeren, die willen zitten en chillen met hun laptop of smartphone bij de hand. Die zou je op verschillende plekken in de Breestraat kunnen neerzetten in de stadskamers, maar niet overal. Het is ook goed als er stadskamers komen met een hele andere sfeer. Liefst combineer je het welvende zitpodium met een boom voor wat beschutting. ’s Avonds lichten grondspots de boom mooi uit. Zo ontstaan er jonge, hippe stadkamers, waar mensen blijven hangen zowel overdag als in de avond.’

STADSKAMERS ‘De Breestraat varieert in breedte. Er zijn smallere en bredere stukken; met name in de kromming. Maar nu staan al het straatmeubilair en alle andere objecten lineair opgesteld. Terwijl je juist die breedte wilt benadrukken voor een prettig verblijfsgebied. Doorbreek die lineaire opstelling en creëer ‘stadskamers’, verblijfsplekken, daar waar de ruimte het toelaat. Aantrekkelijk ingericht met meubels en rond volwassen en sculpturale bomen.’


Het door Peter Krouwel opgerichte bedrijf Streetlife bestaat sinds 1997 en heeft vestigingen in Leiden en Malmö. Streetlife ontwerpt en levert straatmeubilair, boomproducten en architectonische bruggen voor de openbare ruimte. Streetlife heeft een in-house designteam, dat bijzondere ontwerpen levert voor landschappelijke en stedelijke inrichtingsplannen.

LS/13

Ongeveer de helft van de projecten wordt gerealiseerd buiten Nederland. Het bureau lanceert tweejaarlijks een nieuwe collectie. Tevens is in 2012 het design lab, Bee Public, voor jonge ontwerpers opgericht. De collectie vindt internationaal weerklank mede door de ontwerpuitgangspunten ‘sustainability’ en ‘longevity’. Voor meer informatie: streetlife.nl

Visie Breestraat 2022

GROEN

pe mers JONG ‘Het politiek establishment kiest dikwijls voor een historiserend karakter. Ze kiezen voor de traditie, terwijl Leiden juist een jonge stad is, die voor een groot deel uit scholieren en studenten bestaat. Maar ook het percentage creatieve professionals onder de bevolking is hoog. Kies dus voor onconventioneel, hip, jong en trendy als uitgangspunt. Maak Leiden werkelijk onderscheidend.’

‘Groen speelt een vitale rol in een sympathiek verblijfsklimaat. Bij groen is het aangenaam vertoeven. Er staan al enkele verloren bomen in de Breestraat. Voor De Slegte staan leibomen, naast het stadhuis een volle kastanje en zo ook bij de overgang naar de Korevaarstraat. Ik stel voor dat die worden gerevitaliseerd. En dat ze op een enkele ruime plek aangevuld worden met andere volwassen bomen. Accentueer deze bomen met grondspots.’

Authenticiteit, beleven, verblijven, verbinden ‘De Breestraat is in 2022 een verrassend en inspirerend voetgangersgebied, waar je kunt winkelen, eten en drinken, ontspannen en je vrienden ontmoeten. Je ontdekt er wat Leiden aan cultuur en musea te bieden heeft. Het stadhuis is als politiek hart prominent aanwezig en illustreert de rijke geschiedenis van de stad. In de monumentale panden en op de met klinkers geplaveide straat is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat van alles te beleven.’ Dat is de visie van de projectgroep Breestraat 2022, onderdeel van Stadslab, die zich al vanaf januari 2012 buigt over het toekomstbeeld van de Breestraat. ‘Het is wonderbaarlijk hoe liefdeloos de Breestraat er bij ligt en zich toch zo veerkrachtig toont’, stelt Ronald van der Steen, projectcoördinator Breestraat 2022. De visie is gebaseerd op vier kernwaarden: authenticiteit, beleven, verblijven en verbinden. Van der Steen: ‘Met authenticiteit bedoelen we: herstel de prachtige gevels in de Breestraat in de oorspronkelijke staat. Laat de bestrating, verlichting en signing aansluiten bij de stijl en klasse die de Breestraat bezit.’ Het wordt pas fijn om in de Breestraat te verblijven als de voetganger de hoofdrol krijgt, vindt de projectgroep. Van der Steen: ‘Vervang asfalt door klinkers, creeër mogelijkheden tot zitten, praten en spelen. Voeg bomen en ander groen toe voor natuurlijke rust en om ontmoetingspunten te accentueren.’ In de visie van de projectgroep vormt de Breestraat de verbinding tussen cultuur, politiek, winkelen, ondernemen, wonen en verblijven. ‘Waarom zou je niet je bioscoopkaartje kunnen kopen terwijl je op het terras een kop koffie drinkt?’ schildert Vincent Muller, architect en lid van de projectgroep. ‘Een kwart van de bezoekers komt naar Leiden voor de musea. Waarom geen nieuw museum voor moderne kunst in een monument aan de Breestraat?’ In 2013 organiseert de projectgroep Breestraat 2022 een ‘experimenteerzone Breestraat’. Op deze dag is de Breestraat bus- en autovrij en laten ondernemers, bewoners en culturele instellingen de schoonheid van de Breestraat zien. De Bree is dan weer van de Leidenaren! Volg de discussie op breestraat2022.nl of op twitter via @breestraat2022

LS 3 Ben jij een cijferfetisjist? Ga naar pagina 61. LS6


14/LS

LEES MEER OP LEIDSESTIJL.NL

Tekst Laura Kroet / Gerline van der Giessen Fotografie LUMC

wetenschap op sterk water ‘het kanten randje diende om het minder schokkend te maken’

Een armpje met een kanten randje of een ooglid aan een touwtje. De ‘aangeklede’ 18de-eeuwse preparaten in het Anatomisch Museum van het LUMC lijken op kleine kunstwerken. Maar zijn ze dat ook? Drie opvattingen over de grens tussen anatomie, ethiek en kunst.

1

De Leidse wetenschapshistorica Marieke Hendriksen schreef een proefschrift over 18de-eeuwse anatomische collecties en vindt dat je de preparaten niet kunt afdoen als kunst.

‘Wat ik zo interessant vind aan preparaten uit de 18de-eeuw is dat je er veel uit kunt opmaken over de wetenschap en cultuur van die tijd. Er was toen nog niet zoveel bekend over het menselijk lichaam. Ze wisten bijvoorbeeld dat lymfevaten een functie hadden, maar niet precies welke. Een preparaat werd dan geïnjecteerd met kwikzilver om alle vaten in kaart te brengen. Het lijkt nu een kunstwerkje, maar toen was het een serieus onderzoeksobject. En een manier om als anatoom te laten zien welke vaardigheden je in huis had. Dat geldt ook voor het armpje met een kanten randje. Het kant was niet zomaar een versiering, maar een manier om het geheel er levensecht uit te laten zien. En om het minder schokkend te maken. Deze preparaten kun je niet afdoen als kunst, dat is te kort door de bocht. Ze werden in die tijd niet als kunst beschouwd zoals wij kunst nu zien. Overal zit een verhaal achter. Stel de historische collectie daarom open voor publiek, het is zonde als die verhalen niet verteld worden. En alle preparaten zijn anoniem, dus niemand kan beledigd zijn omdat bijvoorbeeld een lichaamsdeel van zijn oma op sterk water ligt.’

‘het is een curiositeit en een verhaal over normen en waarden’

2

Ellen ter Gast is docent Bio-ethiek aan de Universiteit Leiden en vindt dat je de preparaten best mag beschouwen als kunst.

‘Het mooie aan zo’n oud preparaat is dat het heel veel dingen tegelijk is. Het is een curiositeit uit de 18de-eeuw. Maar ook een verhaal over de normen en waarden uit die tijd. We zouden het met de huidige ethische normen bijvoorbeeld nooit toestaan dat criminelen eindigen als preparaat, zoals vroeger gebeurde. De preparaten waren in vroeger eeuwen belangrijk voor scholing, maar dat is niet meer zo. Studenten leren nu veel meer over het menselijk lichaam door zelf te snijden. Ik snap wel dat je die preparaten laat zien, maar doe het dan om te tonen hoe mooi zoiets gemaakt is. Het is vakmanschap. Hoewel het begrip ‘kunst’ lastig te definiëren is, vind ik best dat je met de ogen van nu zo naar die preparaten mag kijken. Vroeger vonden mensen schilderijen ook geen kunst, maar nu zien we in hoe briljant Rembrandt was. En stel de collectie open voor iedereen, ook al hebben die mensen driehonderd jaar geleden geen toestemming gegeven om hun lichaam ter beschikking van de wetenschap te stellen. Ik denk juist dat het om die reden heel belangrijk is: ze vertellen een verhaal. Maar het blijft een lastig punt. Hoeveel rechten heb je over je eigen lichaam na de dood?’

3

‘kunstig is het wel’ Robert Zwijnenberg is hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden en vindt dat de preparaten nooit kunst zullen worden.

‘Een 18de eeuws preparaat is geen kunst en kan dat ook niet worden. Een preparaat was bedoeld als studieobject, maar is nu een museaal voorwerp geworden. Het behoort tot ons cultureel erfgoed en het dient een belang om het tentoon te stellen. Maar omdat je het nu tentoon kunt stellen, wil dat nog niet zeggen dat het een kunstwerk is. Kunstig is het wel – door de esthetische vormen en het vakmanschap, maar kunst? Nee. Het feit dat rijkere burgers in die tijd zo’n preparaat kochten en het op de kast hadden staan,

Een museum vol hoofden en rokerslongen Van achter het glas lijken sommigen je aan te kijken. Baby’s, menselijke hoofden en een enkel dier, allemaal op sterk water. Een deel van de collectie anatomische preparaten van het Anatomisch Museum van het LUMC is meer dan driehonderd jaar oud. Toch is er maar weinig wat deze objecten onderscheidt van recentere preparaten. Alleen de etiketjes – met sierlijk handschrift beschreven – en de koeiendarm, om de potten dicht te maken, verraden dat ze geprepareerd zijn door de Leidse wetenschapper Bernhard Siegfried Albinus (16971770) en zijn collega’s. ‘Hier staat slechts 5 procent van onze collectie’, legt coördinator Bas Wielaard uit als hij het licht aanknipt. Er staan vijf vitrines. Elk vertegenwoordigt een andere levensfase van de mens; van foetus tot hoogbejaard. Met de tijd veranderen ook de kwalen. Waar in de eerste fase preparaten met aangeboren afwijkingen en kinderziektes staan, staan in de laatste vitrine zwarte rokerslongen en versleten kaken. ‘Er komt al vijftig jaar geen preparaat meer bij. Alle denkbare

aandoeningen zijn vertegenwoordigd.’ In één van de vitrines staan twee ‘aangeklede’ preparaten, door anatoom Frederik Ruysch geprepareerd rond 1700. ‘Dergelijke preparaten, zoals dit kinderhoofd met kanten mutsje, werd door rijke mensen gekocht en als kunst op de kast gezet’, vertelt Wielaard. Ook tsaar Peter de Grote was onder de indruk: de rest van Ruysch’ collectie is in de Hermitage in St. Petersburg te zien.
 Deze preparaten dienen alleen als studieobject: voor het publiek blijven de deuren van het museum gesloten. Wielaard: ‘We hebben deze preparaten omdat er mensen zijn die hun lichaam na hun dood ter beschikking hebben gesteld van de wetenschap. Misschien zijn we daar wat terughoudend in, maar we vinden dat ze niet openbaar toegankelijk horen te zijn.’


Hoe kijkt Museum Boerhaave hier eigenlijk tegenaan? Je leest het op leidsestijl.nl


LS/15

Tekst Afke van der Toolen Fotografie Marc de Haan

Kunstziek Iedereen is hier met een ander doel dan ik. Het is te zien aan de gezichten, de manier van lopen. De houding waarmee op de wachtstoeltjes gezeten wordt. Verbeten geduld. Gekooide angst. Hier kom je om door witte jassen bekeken en beklopt te worden. Of opengesneden te worden door groene. Hier in het LUMC kom je niet voor je plezier. Ik weet er alles van. Dit is de plaats waar een dikke zwarte maagsonde verstikkend door mijn luchtpijp werd geduwd. Waar misselijkmakende contrastvloeistof mijn wervelkanaal instroomde. Waar röntgenfoto’s zijn gemaakt van mijn schedel en borstkas: een benig portret van mijn persoonlijke vergankelijkheid. Maar vandaag heb ik geen afspraakkaart bij me. Ik sta in de immense entreehal met een kleurige brochure die Kunstroute heet: deze keer ben ik hier om te kijken, niet om bekeken te worden. Het voorwoord in het gidsje weet hoe het zit. ‘Kunst doorbreekt de klinische sfeer’. Voorlopig is het eerder andersom. De omgeving drukt zwaar. Kan kunst hier wel gedijen? De rondgang begint bij de galerie; een paar los in de ruimte geplaatste wanden, weerloos tegen de omringende geluidsbrij van voetstappen, stemmen, liftdeuren en de karretjes van de ziekenhuislogistiek. Concentreren is moeilijk. Mijn blik verglijdt. Tot ik op iets onverbiddelijks stuit: een hoogtorende donkere vorm, een werk van Leidenaar Izaak Zwartjes. Een grofstoffelijke gigant, vreemd stil, in zichzelf gekeerd, en met een zware last op zijn schouders. Atlas die de aardbol torst, is mijn eerste gedachte, maar die maakt snel plaats voor een andere: het is een man die onder een ernstige ziekte gebukt gaat. Dat is de slagschaduw van de omgeving. Stond het beeld ergens anders, dan had ik die associatie niet. Is het een verrijking? Of wordt de kunst belast met een betekenis die bij de plek hoort, niet bij het ding? De plattegrond in het routeboekje helpt me op weg naar de vaste collectie. Nu gaat het echt het ziekenhuis in. Trap op, trap af, lange gang in, lange gang uit; deze route is niet voor kreupelen en zwakken. De kunstwerken trekken in vele vormen aan me voorbij; speelveldjes van schoonheid en verbeeldingskracht, kleine, dappere pogingen om een gat te slaan in de omliggende harde werkelijkheid. Herhaaldelijk moet ik opzij voor de core business van het gebouw: een brancard met een infuusstandaard als een vlaggenstok, de stiekeme zoem van een achteropkomende goederenkar, een paar haastige artsen waarvan de een tegen de ander zegt: ‘Ik heb vannacht niet geslapen...’ Bijna alle werken zijn figuratief, en niets is echt gevaarlijk. Collectioneur Sandrine van Noort zei in het Leidsch Dagblad: ‘Ik zal niet snel een schilderij

aanschaffen van een man die zich ophangt, want dan is alle hoop vervlogen’. Het naargeestige spook van de vergankelijkheid krijgt hier geen plaatsje aan de muur. Toch blijf ik het ontwaren. Iets zien wat er niet is kan een functie van kunst zijn, maar in dit geval is de oorzaak extern. Ik kijk naar een man in een bed dat middenin een landschap staat en pas gaandeweg besef ik dat niets in dit schilderij van Teun Hocks daadwerkelijk ‘ziekenhuis’ zegt. Een enkele keer ervaar ik de invloed als knipoog. Bijvoorbeeld als ik bij Gynaecologie Bloos zie hangen, een foto die Martine Stig maakte van een rood vrouwengezicht. Maar invloed blijft het.

Ik ben in een totaal-galerie waarin alles esthetiek is

Ik ben halverwege de route als er iets raars gebeurt. Misschien ligt het aan de langdurige inspanning. Niet alleen die van het kijken naar de kunstwerken zelf, maar ook van het speuren ernaar in een bouwwerk waar bordjes met KNO, Radiologie, Wachtruimte en Polikliniek vanzelfsprekender zijn dan houtskooltekeningen. Of is het een nawerking van dat ene schilderij van Helen Verhoeven? Een salonachtige kamer vol starre gezichtjes, met bovenin een witte vlek die volgens de titel een kroonluchter is, maar eerder aandoet als een kroonluchtervormige leegte. Even vergeet ik de omgeving. Even slaat het gat in dit schilderij een echt gat in de werkelijkheid die mij omringt. Ik kijk. Waardoor het ook komt, ineens is mijn blik esthetisch geïnfecteerd. Dat merk ik voor het eerst als ik een hoek omsla en een flits van een beeld zie, ijlwit en roerloos, dat bij nader inzien een dokter is die op zijn horloge kijkt. Iets verderop doet een rij rode lampjes in een liftdeur zich voor als een kleinschalige conceptuele manifestatie. En een ensemble van twee strak kijkende mensen op wachtstoeltjes kon bijna door Helen Verhoeven zijn geschilderd. Eindelijk ben ik waar ik wil zijn. Het ziekenhuis werpt geen slagschaduw meer over de kunst, maar de kunst doet iets speels met de manier waarop ik het ziekenhuis zie. Vergeten is het gebouw van maagsonde en skeletportret; ik ben in een totaal-galerie waarin alles esthetiek is. Er is maar één diagnose mogelijk. Ik ben ziek. Kunstziek.

LS 1 Binnenkort in Leiden: 4 topstukken. Zie pagina 23. LS6


16/LS

Tekst Peter Visser

netwerk nesten

Samenwerken in netwerken kent in Leiden veel varianten: de ene commercieel, de andere idealistisch, vele er tussenin. Niet alle initiatieven redden het, enkele zijn alweer verdwenen. Nieuwste telg: AREA071. Waarom slagen sommige in hun opzet en andere niet?

In een tijd dat Nederland 1,1 miljoen zelfstandigen telt, bloeit het samenwerken in netwerken. Lang niet altijd meer kiezen zelfstandigen voor werken achter de keukentafel of op zolder. Daar begint het meestal wel, maar al snel groeit bij deze lonesome cowboys de behoefte aan samenwerking, sparringpartners, innovatie, creativiteit en uitbreiding van de zakelijke contacten. In deze behoefte hopen ze te voorzien door zich aan te sluiten bij een netwerk. En dan niet zozeer de lokale ondernemersvereniging of een andere leuke praatclub, maar een fysieke locatie met gezamenlijke faciliteiten en een vorm van samenwerking, die kan variëren in intensiteit. Van vooral ‘voor jezelf’ werken en af en toe sparren met een ander tot samenwerken aan elkaars projecten tot structureel gezamenlijk opdrachten verwerven.

Eigen catering De nieuwste aanwinst op het gebied van netwerkwerken voor starters is AREA071. Geen hippe locatie in de binnenstad, maar op de tweede verdieping boven een meubelboulevard, de Baanderij in Leiderdorp. Geen trendy restaurants om de hoek, maar wel eigen catering. Geen OV-knooppunt, maar een stadsbus voor de deur. En heel veel gratis parkeerruimte.

De initiatiefnemers hebben goed om zich heen gekeken voordat ze begonnen en geïnventariseerd wat er goed gaat en niet goed gaat bij andere initiatieven in de stad. Die analyse leverde deze locatie op: ‘Niet duur en vlakbij het centrum’. En met veel extra’s. Zo staat er een aantal grote partners van AREA071 klaar die de starters met raad en daad terzijde staan, zoals Hogeschool Leiden, een advocaat, een notaris en een accountant. ‘En hoezo geen hippe locatie’, zegt initiatiefnemer Bart Hoenen als hij wijst op het fraaie uitzicht over De Zijl en de skyline van Leiden daarachter. Naast vaste werkplekken heeft AREA071 ook flexibele plekken voor twee of drie dagen per week en zelfs flexplekken die per uur te huur zijn. Want ook voor grotere ondernemingen geldt dat medewerkers steeds vaker flexibele werkplekken huren in een gedeelde ruimte – vaak slechts voor enkele uren. Omdat ze bijvoorbeeld onderweg zijn, nog wat werk moeten afmaken, maar het kantoor of thuis te ver is. Door faciliteiten als een receptie, vergaderzalen en spreekkamers die per dagdeel te huur zijn, kan de medewerker eventueel ook klanten ontvangen in een professionele omgeving. Bovendien wordt het contact met andere bedrijven en werknemers door het gebruik van de flexplekken natuurlijker; met een grotere kans op kruisbestuiving en innovatie. Omdat medewerkers minder uren in de bestaande kantoorpanden werken, kunnen de ondernemingen met minder vierkante meters af en drukt het de huisvestingskosten.


LS/17

eLAN

Unit-2

Samenwerkingsverband van tien jonge Leidse architecten die elk hun eigen (kleine) architectenbureau hebben en dat vanuit hun eigen kantoren verspreid over Leiden doen. Geen gemeenschappelijk gebouw, maar regelmatig overleg waarbij acties, zoals ‘103 interventies voor de stad’ worden bedacht en uitgewerkt. Het netwerk biedt de mogelijkheid om snel samenwerkingsverbanden aan te gaan en op die manier opdrachten binnen te halen die de individuele bureaus niet zouden kunnen krijgen. Idee is dat in de loop van de tijd bureaus op eigen kracht verder kunnen en dat het netwerk dan weer van onderaf wordt aangevuld met nieuwe jonge architecten. www.leidselan.nl

Twee open kantoorruimtes in Nieuwe Energie met 210 vierkante meter netto vloeroppervlak. Bevolkt door 31 ervaren creatieve communicatiegeesten. Bij Unit-2 kun je een werkplek huren voor vijf dagen in de week of minder. Deelnemers werken er aan hun eigen opdrachten, doen aan kennisdeling en gaan samenwerkingsverbanden aan voor een concrete productie of een brainstormsessie. Er is internet, er zijn printfaciliteiten en de huur is inclusief consumpties. Ook zijn er veel informele contacten mogelijk tijdens de koffie of lunch. Unit-2 maakt deel uit van het Huis van de Communicatie in Nieuwe Energie, dat in zijn totaliteit ook veel netwerkmogelijkheden biedt. www.unit-2.nl – www.nieuweenergieleiden.nl

SWO Stichting Werk en Onderneming (SWO) beheert vijf panden: Olga, Tieleman & Dros, Ir. Driessen, De Framboos en Haagweg 4. Afgezien van Haagweg 4 kunnen er in alle panden kantoor/werkplaats-units worden gehuurd en zijn er, afhankelijk van de locatie, extra faciliteiten zoals vergaderruimtes en een receptie. SWO richt zich vooral op startende ondernemers. De starter krijgt daarom het eerste jaar 50 procent korting op de huur, het tweede jaar 75 procent en betaalt daarna het volledige huurbedrag. Er is geen speciaal beleid om samenwerkingen te initiëren, maar dat gebeurt natuurlijk wel, vooral op de grotere locaties. Er zijn veel verschillende soorten bedrijven die na verloop van tijd intern verhuizen naar een grotere ruimte. Sinds september 2012 zijn er in De Framboos ook betaalbare flexplekken, vergaderruimten, spreekkamers en coach- en ontmoetingsruimten te huur. Deze ruimten of werkplekken zijn per dagdeel te huur. SWO is een gemeentelijk initiatief. www.werkenonderneming.nl

Samen optrekken

‘Alleen maar starters bij elkaar zetten wekt hoge verwachtingen, maar creëert nog geen werk’

De Stichting Werk en Onderneming (SWO) faciliteert al jaren in Leiden het werken in netwerken. De stichting voorziet in betaalbare werkunits voor startende bedrijven, zowel kantoorruimtes als werkplaatsen. Inmiddels zijn er vijf panden in hun beheer en in één daarvan, De Framboos, zijn sinds kort ook flexplekken gecreëerd. Ook in Nieuwe Energie zijn volop van deze flexplekken te vinden. Deze voormalige spinnerij van de textielfabriek Clos & Leembruggen aan de 3e Binnenvestgracht huisvest sinds mei 2008 allerlei bedrijven in de communicatiesector en een aantal netwerken. Daaronder Unit-2 dat twee ruimtes ter beschikking heeft met in totaal 14 werkplekken, een vergadertafel, een stilteruimte en een luxe koffiemachine. Meer dan bij De Framboos staat hier de interactie tussen de deelnemers voorop. Want wordt dat bij de eerste nog min of meer aan het toeval overgelaten, bij Unit-2 is dit een vast onderdeel van de huurovereenkomst. Brainstorms, kennisdelingssessies en ‘samen optrekken richting de klant’ is daar eerder regel dan uitzondering. Iedereen doet het met iedereen: de fotograaf met de vormgever, de journalist met de bladenmaker. Er zijn zelfs opdrachten waar vijftien zelfstandigen van Unit-2 tegelijk aan werken.

Area071 Nieuwste ontwikkeling net buiten Leiden op de Baanderij in Leiderdorp met veel gratis parkeerruimte en veel extra faciliteiten. Helemaal gericht op starters die zowel individueel als met elkaar aan de slag willen. Naast de werkplek kan iedereen gebruik maken van een uitgebreid aanbod aan extra’s. Er is een centrale receptie, supersnel glasvezelinternet en er zijn print- en kopieerfaciliteiten. Ook zijn er kantoorartikelen verkrijgbaar, leenauto’s beschikbaar en presentatiemiddelen op voorraad. Voor de consumpties wordt gezorgd. Allemaal standaard inbegrepen in het aanbod zonder extra kosten. Alle soorten bedrijven zijn hier welkom, en voor de begeleiding van deelnemers zijn een aantal grote partners aangetrokken die hen kunnen adviseren op allerlei gebieden. www.area071.nl

Verschil met De Framboos is ook dat in Unit2 vrijwel uitsluitend ervaren zelfstandigen werken met vaste opdrachtgevers en dus nauwelijks starters. Want dat heeft sommige andere netwerken in Leiden de das omgedaan: alleen maar starters bij elkaar zetten wekt hoge verwachtingen, maar creëert nog geen werk.

Grotere gedachte Neem de Cowork Company, dat een paar jaar lang aan de Stationsweg zat. Een mooi initiatief dat het uiteindelijk niet redde. Hier lag het mislukken vooral aan de dure locatie vlakbij het station en gebrek aan parkeermogelijkheden voor potentiële klanten. Bovendien waren de huurders alleen maar jonge, startende ondernemers zonder vaste opdrachtgevers of ervaring. In Nieuwe Energie zat sinds begin 2010 Turbine, geëxploiteerd door Portaal Leiden. Ook een initiatief dat het niet heeft gered. Wie dat wilde, kon er een werkplek huren. Ondanks het geweldige interieurontwerp van Studio ÜberDutch en Renée Schuffelers is daar nooit leven in gekomen. De oorzaak? ‘Er zat geen regie op samenwerking. Eigenaar Portaal zat te veel op afstand. Het bleef daardoor te vrijblijvend en niemand voelde zich verantwoordelijk. Er was ook geen grotere gedachte’, aldus ex-huurder Caspar Ongh. ‘Onderlinge

samenwerking is daardoor nooit van de grond gekomen.’ Tot slot kunnen juist ook incidentele samenwerkingsverbanden succesvol zijn, zoals dat van de jonge architecten van eLAN. Naast hun reguliere werk hebben zij een netwerk opgericht om voor opdrachtgevers collectief zichtbaarder te worden. Met hun opdrachtgeversprijsvraag en de tentoonstelling ‘103 interventies voor de stad’ in het RAP architectuurcentrum is hen dat aardig gelukt.

Levensvatbare netwerken Of de samenwerking langdurig is of een incidenteel karakter heeft, of het een commercieel initiatief is of in enigermate idealistisch: Overal in de stad bloeien netwerkverbanden op en verworden tot creatieve broeinesten voor inspiratie en maatschappelijke innovatie. Leiden is creatief; ook in het (uit)vinden en ontwikkelen van innovatieve werkvormen en bruisende, levensvatbare netwerken.

LS 5 Rep je rap naar de rap op pagina 22. LS6


18/LS

Tekst Pjotr van Lenteren

HERSEN ONDERZOEK NAAR DE WERELDTOP LEIDS

Intelligente innovatie door betere samenwerking; in het Bio Science Park werkt biochemicus REIN STRIJKER aan een Brain Center. Samen met de gemeente onderzoekt hij de mogelijkheden: ‘Alles is er al, we moeten alleen nog slimme verbindingen leggen.’ Waarom moeten we een Brain Center willen?

‘Omdat het kán. En omdat we voor enorme uitdagingen staan op dit terrein. We worden steeds ouder en dus zijn we ook steeds langer ziek. Het gaat steeds vaker om ziekten die gerelateerd zijn aan de hersenen. Parkinson, Alzheimer, ALS. We hebben daarnaast allerhande gedragsproblemen. Verslaving aan drugs en aan eten. Al die zaken kosten de samenleving als je conservatief rekent al 20 miljard per jaar, 4 miljard aan zenuwaandoeningen en 16 miljard aan psychische stoornissen. Dat stijgt ook nog eens met 10 procent per jaar.’

Wat is het?

‘Het Brain Center is een samenwerkingsverband tussen alle onderzoekers, ondernemers en zorgverleners die met hersenen te maken hebben. De organisatie hoeft maar uit een paar mensen te bestaan en kan bijvoorbeeld worden gevestigd in het Poortgebouw. Het Brain Center brengt in kaart wat er is, wat er komt en waar kansen liggen en is een vraagbaak voor onderzoekers, zorginstellingen en bedrijven. Ook gaan we op jacht naar onderzoeksgeld bij ministeries, Europese organisaties, verzekeraars en grote farmaceutische bedrijven. De samenwerking zal als een magneet gaan werken voor nieuw onderzoek. Als dat allemaal gaat lopen, kunnen we in een jaar of tien tot de Europese top behoren. Of de wereldtop. Waarom niet?’

Leerstoel Design, Culture and Society Ontwerpen voor de toekomst Door Frank Nuijens ‘VERANDER GEBRUIKER’? DIE KNOP HEBBEN ZE ALLEEN IN INDIA OP HUN MOBIELTJES. DE NIEUWE LEERSTOEL DESIGN, CULTURE AND SOCIETY BRENGT TECHNISCH ONTWERP EN CULTURELE PATRONEN BIJ ELKAAR. EEN WIN-WINSITUATIE VOOR TWEE UNIVERSITEITEN.

Ze waren allebei op zoek en kwamen elkaar toevallig tegen. Voor de leerstoel Ontwerpgeschiedenis zocht prof. Paul Hekkert van de TU Delft een nieuwe invulling. In Leiden zocht prof. Kitty Zijlmans naar een nieuwe hoogleraar Kunstnijverheid. Samen bedachten ze de nieuwe gezamenlijke leerstoel Design, Culture and Society. Hekkert licht toe: ‘In Leiden kijken ze meer naar de handwerkkant van ontwerpen, van aardewerk bijvoorbeeld. En in Delft kijken we meer naar de industriële kant. Die twee vakgebieden zitten tegen elkaar aan.’ De nieuwe hoogleraar hopen ze in 2013 aan te stellen.

Waarom gaat dit werken?

‘Omdat we de belangrijkste ingrediënten al hebben. Aan onze medische faculteit én die van Sociale Wetenschappen wordt vermaard en prijswinnend onderzoek gedaan. Verder hebben we allerhande innovatieve bedrijvigheid in Bio Science Park. En al een eeuw goede geestelijke gezondheidszorg op de plek waar vroeger het beroemde Endegeest zat. Alles op topniveau. Ons geheime wapen is burgemeester Lenferink en een aantal enthousiaste gemeenteambtenaren. Lenferink heeft iets met hersenonderzoek en de gemeente brengt al tijden onderzoekers en ondernemers bij elkaar. Het Bio Science Park ís al een succes. Dit is een volgende stap.’

Waarom geloof je in nog meer samenwerking?

‘Hersenonderzoek, het ontwikkelen van manieren om problemen vroeg op te sporen en te behandelen en ontwikkeling van medicijnen is specialistisch en duur werk. Alleen al het samen gebruiken van dure apparatuur als MRI-scanners levert enorm veel op. Het hoeft overigens niet altijd om geld te gaan: ik hoor de professoren die ik heb gesproken vooral ook zeggen: als ik eerder van dat onderzoek had geweten, had ik met één of twee extra vragen ook het mijne kunnen doen. Met nauwelijks extra kosten. Er zijn zo veel verschillende partijen en specialisaties. De GGD kan een interessant bevolkingsonderzoek doen, waar zowel een dokter als een psycholoog wat aan toe kan voegen. Zónde als dat allemaal blijft liggen.’

Maar als dit zo logisch is, dan kan iedereen dit toch doen?

‘Gek genoeg niet. Na een rondje langs alle Nederlandse universiteiten en de meest logische buitenlandse blijkt dat zoiets als een Brain Center nog nergens bestaat. Althans, niet zoals wij dat voor ogen hebben. Als er al iets is, is het een website waarachter iedereen nog gewoon ouderwets zijn eigen gang gaat. Het unieke van Leiden: die korte lijnen en dat we al zo gewend zijn om samen te werken. We zouden echt snel een voorsprong kunnen nemen.’

De impact van mobiele telefonie is een voorbeeld van het soort onderzoek voor de nieuwe leerstoel. Toen Nokia in India mobiele telefoons wilde introduceren, bleek het daar gebruikelijk om producten te delen, van camera’s tot televisies. Het bedrijf ontwierp daarom een mobieltje dat met één druk op de knop van gebruikersprofiel kan wisselen. Zo past hetzelfde toestel zich sneller aan meerdere gebruikers aan. Culturele patronen werden gebruikt als input voor het ontwerp van zo’n telefoon. Dat werkt ook andersom. Door de mobiele telefoon komen mensen veel makkelijker te laat, want je kunt makkelijk bellen dat je wat later bent. ’Een mobieltje is meer dan een onschuldig ding om mee te bellen’, zegt Hekkert. In zijn faculteit Industrieel Ontwerpen miste hij de aandacht voor deze historische, filosofische en ethische kant van het ontwerpen. Door deze leerstoel en de relatie met Leiden proberen ze dat geesteswetenschappelijke meer gezicht te geven in Delft. Tegelijkertijd wil Leiden meer aandacht voor de praktische kant van het industriële ontwerpen, het daadwerkelijke maken. Hekkert: ‘Zij zijn fundamenteler, wij meer toegepast.

Het is een win-winsituatie. Zo zien we het ook echt, we zijn er allebei enthousiast over.’ Een reflectieve blik op ontwerpen kan van onschatbare waarde zijn voor studenten van beide universiteiten. ‘De manier waarop we de wereld inrichten, heeft effect op de manier waarop we met elkaar omgaan,’ aldus Hekkert. Hij vindt het een goede zaak dat studenten zich daarvan bewust worden. Daarbij komt dat hoe we nu leven en met elkaar omgaan, gevolgen heeft voor de nieuwe technologie en producten van morgen. Hekkert: ‘Leren van het verleden en dat extrapoleren naar de toekomst, daar geloof ik wel in.’

‘Door de mobiele telefoon komen mensen veel makkelijker te laat’


LS/19

Tekst Emma Oâ&#x20AC;&#x2122;Hare / Jelena Barisic Fotografie Sanneke Fisser

Gierzwaluw en urban farming in Noord

Hoe een stadsdeel transformeert

Leiden Noord ondergaat een gedaanteverwisseling. Het stadslandschap, de economie en de cultuur van De Kooi, Groenoord en het Noorderkwartier veranderen met de dag. Getuigenissen van een stadsdeel in transitie.


20/LS

Nieuw Leyden

Moskee

Architectuur speelt een belangrijke rol bij het opknappen van de wijken in Noord. De westzijde van het Noorderkwartier is volledig op de schop gegaan voor het nieuwbouwproject Nieuw Leyden. Opvallend zijn de diversiteit aan bouwstijlen en het feit dat de bewoners hun (autovrije) straten zelf mochten inrichten.

Schuin tegenover de nieuwe wijk staat de moskee die in juni is geopend. Het moderne ontwerp springt in het oog. Er zijn gratis rondleidingen voor mensen die een kijkje willen nemen in dit opvallende bouwwerk.

‘Tegenover de ruime nieuwbouwwoningen van Nieuw Leyden vind je sobere flats uit de jaren zestig’

De Groengroep De Groengroep van Groenoord-Zuid, met daarin onder meer buurtwerkers en biologen, zet zich in voor een grotere biodiversiteit in de wijk. Daardoor is het aantal mussen in de wijk toegenomen, is de Robert Kochplaats herbeplant en heeft Vrije School Mareland (Maresingel 19) een groendak gekregen. Door voorlichtingsdagen en een nieuwsbrief met groene tips worden de buurtbewoners gestimuleerd om een handje te helpen. De Groengroep wil in de toekomst het broedterrein van de gierzwaluw uitbreiden en een urban farm aanleggen op het dak van het ‘Huis van Noord’ (Flemingstraat 101), een leegstaand pand aan de rand van het voormalige slachthuisterrein.

Meet & Greet Op Raamstraat 17, de hoek van de Hansenstraat en de Raamstraat in Groenoord zat vroeger de kruidenierszaak van Bram en Cora. Het was de ontmoetingsplek van de buurt. Toen de winkel dichtging, ontstond er een sociale leegte. Die heeft Greet Meesters opgevuld met Meet & Greet, dat nu twee jaar bestaat. Meet & Greet is meer dan een buurtcentrum. Er is ruimte voor kunst en cultuur en andere activiteiten: tangoles, fototentoonstellingen, huiskamerconcerten, Meet & Eatavonden, toneelvoorstellingen; niets is te gek. Greet wil nog veel meer realiseren in de wijk: ‘Er zijn genoeg mensen in de buurt die iets kunnen betekenen, die bronnen moet je aanboren en stimuleren.’


LS/21 Muziekcentrum Leiden-Noord Al meer dan vijftien jaar biedt het Muziekcentrum Leiden-Noord (Driftstraat 77) muziekles aan kinderen en volwassenen voor wie de financiële of culturele stap naar de traditionele muziekschool te groot is. De hoogte van het lesgeld wordt bepaald door het gezinsinkomen. Het muziekcentrum organiseert met regelmaat open podia in Noord en probeert iedereen enthousiast te maken voor muziek. Veel bandjes en muziekgroepen vinden hier hun oorsprong.

steeds meer één geheel

Huiskamerconcerten Het collectief Wot Nxt organiseert al jaren concerten van opkomende bands en singer-songwriters in huiskamers (Raamstraat, Hansenstraat en Pasteurstraat). De optredens beperken zich niet strikt tot Noord, al vinden deze muzikale avonden regelmatig plaats bij Meet & Greet in Groenoord-Zuid. Deze wijk was tevens de locatie van een heus Huis & Haard Festival, waarbij er op één middag meerdere huiskamers en tuinen gevuld werden met optredens van Long Conversation, Eklin en andere getalenteerde bands. 

De Tuin van Noord Nu is het Noorderpark nog een oase van rust, maar daar komt verandering in. Het park wordt omgetoverd tot De Tuin van Noord. Met steun van Fonds 1818, dat maatschappelijke initiatieven steunt, komen er een theehuis en een wijkmuseum. De skatebaan staat er al en de organisatie Wijken voor Kunst helpt mee om het park nieuw leven in te blazen met behulp van kunstenaars.

Socrates TAMTAM Festival Het in 2001 opgerichte TAMTAM Festival (rondom Bernhardkade) is een jaarlijks evenement dat aandacht schenkt aan verschillende culturele disciplines zoals theater, dans, muziek en beeldende kunst. Het doel is om de bewoners van Noord met elkaar in contact te brengen, onbekend talent een podium te bieden en de diversiteit van de buurt te vieren. Het festival wordt al jaren druk bezocht.

De tweede locatie van het Stedelijk Gymnasium, Socrates geheten (Nieuwe Marnixstraat), is klaar. Het gebouw is ontworpen door de bekende architect Herman Hertzberger en geïnspireerd op de indeling van het plein van een Italiaans bergdorpje: een centrale ruimte met fora eromheen.

Het Gebouw De bouw van een brede school, waar behalve onderwijs ook andere activiteiten plaatshebben, is in volle gang. Het Gebouw, ten zuiden van het Kooiplein, wordt begin 2013 geopend en zal onderdak bieden aan onder andere drie basisscholen, een wijkcentrum en appartementen.

Dat Leiden-Noord in het verleden nooit als een geheel gezien werd, is niet vreemd: de drie wijken die dit stadsdeel vormen, hebben altijd een eigen karakter gehad. De kleine wijk Groenoord bestond voornamelijk uit particuliere woningbouw, bewoond door de middenklasse. In De Kooi woonden hoger geschoolde arbeiders, terwijl het Noorderkwartier juist gekenmerkt werd door zowel particuliere als sociale huurwoningen waar vooral laagbetaalde arbeiders een onderkomen vonden. ‘De scheiding tussen de wijken werd niet alleen gevoeld, maar was ook geografisch te zien’, vertelt Cor Smit, Leids historicus en voormalig buurtwerker in het Noorderkwartier. ‘Tussen Groenoord en het Noorderkwartier stond vroeger het slachthuis, terwijl De Kooi en het Noorderkwartier tot de jaren zeventig gescheiden werden door een spoorlijn en een goederenstation.’ In de jaren zeventig verandert Noord in een achterstandsbuurt. Door het verdwijnen van de textiel- en conservenindustrie in de stad groeit de werkloosheid. Dankzij het achterstandsbeleid wordt er in de jaren tachtig echter weer geïnvesteerd in sociale voorzieningen als buurtcoaching en onderwijs, terwijl oude woningen worden gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw. ‘Het verdwijnen van de geografische grenzen en de stadsvernieuwing zorgden ervoor dat Groenoord, De Kooi en het Noorderkwartier naar elkaar toe groeiden. Het gezamenlijk opgestelde wijkontwikkelingsplan uit de jaren negentig toont aan dat Noord toen echt als een geheel werd beschouwd’, legt Smit uit. Hoewel er tegenwoordig mensen van verschillende leeftijden, achtergronden en afkomst in Noord wonen, is er volgens Smit nog altijd geen sprake van een vermenging van de bewoners. ‘Het contrast tussen verschillende straten is soms erg groot. Tegenover de ruime nieuwbouwwoningen van Nieuw Leyden vind je sobere flats uit de jaren zestig.’ De afgelopen jaren zijn echter opnieuw plannen gemaakt om van LeidenNoord een bruisend geheel te maken. Verschillende woningbouwverenigingen, instellingen en burgers zetten zich in om een mooie woonomgeving te creëren, nieuwe ondernemers naar de wijk te lokken en bewoners met elkaar in contact te brengen.

LS 5 Wat zijn netwerknesten? Zie pagina 16. LS6


22/LS

Ben Luykx, 31 jaar horeca-ondernemer / Johan Schoonderwoerd, 26 jaar drukkerij De Bink / Sander Pardon, 22 jaar ondernemer, 7 jaar uitgever LEVEN! / P.J. Bik, familiedrogisterij De Vijzel / Hadi Abdi, 12 jaar Lokaal Voorafentoe / Ruud Breedveld, oud-eigenaar smederijconstructiebedrijf. Lees op leidsestijl.nl wat zij zeggen over Leiden.

Voor deze rap heeft Leidse Stijl ook gesproken met: Marc de Groot, 15 jaar steenhouwer en restaurateur / Arjan Posthumus, 14 jaar tuinarchitect / Ron Schouten, 13 jaar Han Laroes Rijschool / Bas Regeer, 16 jaar Petit restaurant De Valk / Driss Haouli, 12 jaar modezaak Driss / Frank van Leeuwen, 6 jaar Prokwadraat / John Baartwijk, 11 jaar café Decima /

Tekst Vincent Frequin / Paul Bijkerk Fotografie Janetta Verheij

Ode aan Leıden LEIDEN NR 1

Op verzoek van Leidse Stijl brengen ondernemers een lofzang uit op de stad waar ze al jarenlang succesvol zaken doen. Winkeliers, mediamakers, horecaondernemers en ambachtslieden vertellen waarom ze zo van Leiden houden. Wat betekent de stad voor hen en vice versa? ‘Black Rockstar’ Rivelino Richters transformeert de woorden van deze Leidse ondernemers tot kunst: een ode aan Leiden in de vorm van een rap.

eau

aar

igen

Stad van de Stennis, Leiden nr 1, Handelend met Kennis, Onderneem met me mee

eB

iré Dés

s Kee

inte

rnem

nde

ar o

ja , 11

s

attje

ne er e

bur rnet

Welkom In Leiden, hier pak ik zo de fiets naar het werk Waar niet de schreeuwer maar het beste argument geldt als sterkst Deze stad heeft grote liefde voor de taal Waar grote schrijvers starten hun succesverhaal Een stad vol met van die prachtige gebouwen Jeroen Maters en Fred Hermsen, 20 jaar Maters & Hermsen Die worden nog mooier door de mensen binnenin Tis absoluut geen stoffige studentenstad Maar eerder nog een culturele, historische hoofdstad En ook al houden Leidenaren wat van mopperen Toch is de trots op eigen plek wat overheerst

Trudy K w

ik, 11 ja

ar even

emente

norgan

isatie K

WIK

OP HET RECHTE SPOOR

Leiden Culinair, Serious Request, Entertainment of het goede, Leiden rockt het als de best Iedereen is welkom, dat voel je meteen Ook de slager op de hoek met het Islamitisch vlees Alle culturen, geliefd bij iedereen Autochtoon of allochtoon, yo iedereen zingt mee

Driss Abdales, tweede generatie slagerij Mabroek

Refrein Tis de ontstaansplaats van Nederland De eerste universiteit en handel gingen samen hand in hand En zelfs al ben je heel de wereld rond geweest ‘Niets lijkt op Leiden’ is de welbekende kreet Geïnspireerd door de mooiste werkplekken Huist in Leidse ondernemers echt een creatieve geest In de Meelfabriek of het Dros Complex Het creatieve hart zit altijd op de juiste plek

Peter

re, al Labrujè

We voeren oorlog om elke stoeptegel Door schaarste en tekort aan een eigen parkeerplek Een nieuwe generatie die is hier nu aan zet Een nieuwe generatie heeft Leiden nu ontzet Check de rap op leidsestijl.nl

51 jaar

emer

ondern

Suzanne van Ginneken, 16 jaar speeltuinontwerper

tad F

leutels

Worden geprikkeld door kunst en historie De kunstzinnige rijkdom is geen oud vergane glorie En ook al duren soms de dingen iets te lang Net als bij de Aalmarkt komt er toch schot in elk plan

‘Black Rockstar’ Rivelino Rigters is gepokt en gemazeld door het leven. Als ervaringsdeskundige weet hij hoe het is aan de zelfkant van de samenleving. ‘In een turbulente periode van mijn leven ben ik regelmatig met politie en justitie in aanraking gekomen.’ Die ervaring gebruikt hij nu om jongeren met gedragsproblemen op het rechte spoor te houden. Op ROC Leiden heeft hij bijvoorbeeld samen met het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie het project ‘Roem en Poen’ gedraaid, gericht op het voorkomen van schooluitval. ‘Wat is mijn talent? Hoe kan ik mezelf redden? Als ik dat aan jongeren kan bijbrengen, dan zijn we een heel eind op de goede weg.’

Chris

a de W

lancke, 3

Chris Verp

n

mer e

derne

ar on

6 ja ard, 2

rnemer 6 jaar onde

hter S opric

r Business

en voorzitte

ON DE R N E M E N D LE I DE N BV Leiden heeft in samenwerking met 26 stadspartners het magazine Ondernemend Leiden uitgebracht. De publicatie geeft een overzicht van de economische staat van de

M

en

Club Leid

stad en van allerlei samenwerkingsvormen die belangrijk zijn voor de toekomst. In het blad interviews met eigenwijze ondernemers, columns, cijfers en feiten, informatieve overzichten en gegevens over

de stadspartners, zoals universiteit, gemeente en ondernemersorganisaties. Meer weten? Kijk op: bvleiden.nl


LS/23

Tekst Saskia Ridder Fotografie Naturalis

Behalve een leuk en leerzaam museum is

Naturalis Biodiversity Center

© Foto copyright Ella Snoep

ook een wetenschappelijk topinstituut waar honderden wetenschappers, gastonderzoekers en amateurwetenschappers dagelijks onderzoek verrichten. Sinds de samenvoeging met het Nationaal Herbarium Nederland en het Zoölogisch Museum Amsterdam kent de natuurhistorische collectie maar liefst 37 miljoen objecten en bezet het een plek in de mondiale top vijf van natuurhistorische instituten. Hierdoor heeft in Leiden een ware intocht plaatsgevonden van topstukken, juweeltjes en kennis. Leidse Stijl licht er vier pareltjes uit.

Topstukken

Sponzen van Max Weber De collectie sponzen uit de SIBOGA Expeditie van 1899-1900 is bijzonder omdat deze is verzameld door de toenmalige directeur van het Zoölogisch Museum, Max Weber, en zijn vrouw en botanist Anna van Bosse. Samen voeren ze op het schip de Siboga naar Oost-Indië.

Miljoen tropische vlinders Ook de vlindercollectie van de arts J.M.A. van Groenendael is sinds kort in Leiden te vinden. Deze collectie uit de periode 1930-1950 bevat naar schatting bijna een miljoen tropische vlinders, waarvan de helft is opgezet.

Hectordolfijn Er bestaat slechts één compleet skelet van de Hectordolfijn en die staat sinds kort in Leiden. Het skelet is afkomstig uit de collectie van het Zoölogisch Museum Amsterdam. De Hectordolfijn is de kleinste dolfijnensoort en komt alleen voor rondom het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.

Draagbaar herbarium Het bijzondere aan dit oudste Nederlandse herbarium uit ca. 1566 is dat het klein en eenvoudig is. Alle 16e eeuwse herbaria zijn namelijk dikke boeken met een mooi uitgevoerde band. Waarschijnlijk heeft een arts of apotheker het draagbare herbarium gebruikt als vergelijkingsmateriaal van kruiden.

LS 1 Ervaring tipt talent. Ga naar pagina 29. LS6


24/LS

Tekst Frank Nuijens Illustratie KŠlets

Tunnelvisie voorbij Opvoeding. Je kunt er als

geneeskundige, jurist, psycholoog of pedagoog onderzoek naar doen. In het Leiden Family Lab werken al deze disciplines in een team samen. Zo ontstaat nieuw wetenschappelijk inzicht ĂŠn een nieuwe generatie wetenschappers.


LS/25

Prof. dr. Bernet Elzinga is klinisch psycholoog en betrokken bij het Leiden Family Lab.

De

wetenschappers van Family Lab werken vanaf de allereerste onderzoeksopzet samen. Vroeger keek een psycholoog naar hersenscans, een pedagoog naar interacties tussen ouder en kind en gingen de onderzoekers van ouderengeneeskunde naar de thuissituatie kijken. Pas achteraf werden onderzoeksgegevens gecombineerd. Nu wordt dit allemaal vooraf opgezet in één grootschalig onderzoek. Door deze bijzondere samenwerking moeten de deelnemende onderzoekers over de grenzen van hun eigen vakgebied kijken. Zo ontstaat niet alleen nieuwe wetenschap, maar ook een ander soort wetenschapper. Het zijn de afdelingen Klinische Psychologie, Algemene en Gezinspedagogiek en Ouderengeneeskunde die gezamenlijk werken in een onderzoek naar opvoedingsstijlen. Het interdisciplinair team van wetenschappers onderzoekt drie generaties van dezelfde familie. Doel van het onderzoek is te achterhalen welke elementen van het opvoeden binnen een familie zijn aangeboren en welke aangeleerd. Het gaat hier om opvoedingstijlen, van beschermend tot hardvochtig, en de manier waarop binnen een gezin met stress en emoties wordt omgegaan. De oudste generatie van acht hoogleraren (zie: de professor) en universitair docenten uit verschillende disciplines heeft de samenwerking met elkaar gezocht. Samen begeleiden ze promovendi (zie: de promovendi) en vele masterstudenten. De jonge onderzoekers brengen de interdisciplinariteit in de praktijk in het Family Lab. Daarnaast wil het team ook nieuwe studenten al zo vroeg mogelijk een brede blik op de wetenschappelijke kennis meegeven. Daarom is samenwerking gezocht met de afdelingen Jeugdrecht en Kindergeneeskunde en is de specialisatie Kindermishandeling en Verwaarlozing ontwikkeld. Iedere student aan de universiteit kan dit vak volgen (zie: toekomstige wetenschappers).

Meedoen met dit onderzoek? Kijk dan voor meer informatie op www.leidenfamilylab.nl

GE

1e

NE

R AT

IE

de professor

Prof. dr. Bernet Elzinga is klinisch psycholoog en betrokken bij het Leiden Family Lab. Waarom heeft u gekozen voor een interdisciplinaire aanpak? ‘Veel vraagstukken zijn zo complex geworden dat je ze niet kunt oplossen met kennis uit één discipline. Bij dit onderzoek is het juist heel nuttig om interdisciplinair te werken omdat we drie generaties onderzoeken: grootouders, ouders en kinderen. Alle drie de vakgebieden - pedagogiek, psychologie en ouderengeneeskunde - denken vanuit hun eigen expertise na over hoe je de vraagstelling vanuit verschillende invalshoeken zou kunnen oplossen. Het werkt erg goed om met elkaar te brainstormen en naar elkaar te luisteren.’

Wat is de meerwaarde van deze aanpak? ‘De totaal andere manier van kijken, die is erg leerzaam. Zelf heb ik me door de samenwerking gerealiseerd hoezeer klinisch psychologen op het individu gericht zijn, terwijl er juist uit de sociale context van gedrag veel te leren valt. Het risico is wel dat het onderzoek steeds meer uitdijt. Iedereen heeft zijn eigen stokpaardjes en vraagstukken die ze beantwoord willen hebben. Ik wil graag de overeenkomsten en verschillen

in hersenactiviteit van die drie generaties onderzoeken. De pedagogen willen de interactie tussen ouder en kind analyseren. Geven ze elkaar steun als ze van mening verschillen of gedragen ze zich juist vijandig? En de ouderengeneeskundigen willen juist mensen in de thuissituatie interviewen.’

Wat wilt u met dit onderzoek bereiken? ‘We hebben eerder gevonden dat de impact van emotionele mishandeling en verwaarlozing van kinderen sterk onderschat wordt. Het is de sterkste voorspeller voor het ontwikkelen van depressie en angst. Het is mijn missie om daar aandacht voor te vragen bij artsen en hulpverleners. En om uiteindelijk ook ouders hierover voor te lichten en te ondersteunen, ook al weet ik nog niet precies hoe. Toch is duidelijk dat hier behoefte aan is. Ik krijg vaak e-mails van mensen die van zichzelf zeggen een geschiedenis van mishandeling te hebben. Die mensen hebben kinderen en willen advies.’

Hoe heeft deze samenwerking juist in Leiden kunnen ontstaan? ‘Er is binnen deze universiteit veel kennis over de gevolgen van stress in het algemeen en van mishandeling in het bijzonder. Daarnaast zoeken we

families in de omgeving van Leiden die willen deelnemen. Dat heeft een praktische reden. Mensen worden een hele dag in Leiden onderzocht.’

Ontstaat er dankzij deze samenwerking een nieuw soort wetenschapper? ‘Ik denk het wel. Afgestudeerden die beter beseffen dan reguliere studenten en promovendi wat ze wel en vooral niet weten. Beleidsmakers die weten welke disciplines ze moeten betrekken als ze beleid maken over het terugdringen van mishandeling. Ook als je aan de universiteit blijft werken als onderzoeker is het belangrijk om met mensen uit de praktijk te praten. Om gevoed te worden met welke vragen er op de werkvloer toe doen. Ik denk dat het bij veel maatschappelijke problemen belangrijk is om zulke multidisciplinaire mensen te hebben. Het verscherpt het kritisch vermogen, omdat niks meer vanzelfsprekend is. Er wordt je constant door collega’s uit andere vakgebieden gevraagd ‘waarom doe jij dat zo?’

GE

2e

NE

R AT

IE

de promovendi

Jonge onderzoekers werken vanuit hun eigen vakgebied samen als promovendi aan het Leiden Family Lab. Moeiteloos vullen ze elkaars gedachtenstroom aan, Laura Compier-de Block, MSc, Algemene en Gezinspedagogiek, en Lisa van den Berg, MSc, Klinische Psychologie. Ze zijn bezig met de onderzoeksopzet. Laura: Dit was mijn droom als psycholoog, dat interdisciplinaire werken. Het is zo verfrissend een andere kijk mee te krijgen. Vooral van ouderengeneeskunde. Lisa: Dat staat wat verder van ons af en dat is juist zo leerzaam. Laura: Maar het is niet dat we twee verschillende talen spreken. Lisa: Het zijn meer dialecten. Laura: We doen het onderzoek echt helemaal samen. Lisa: We zetten het op en we zijn verantwoordelijk voor het verloop van de onderzoeksdagen. Laura: Onze rol is om te zorgen dat het wetenschappelijke waarde heeft en dat het voor de deelnemende families niet te belastend is. Lisa: Voordat we met het onderzoek starten, bedenken we eerst hoe je al die data straks weer bij elkaar brengt.

GE

Laura: Daarom brainstormen we veel met het hele team. Brainstormen werkt heel goed, mits je het afbakent. Wat niet werkt, is op je eigen eilandje blijven zitten. Lisa: Nee, zeggen ‘zo wil ik het en niet anders’ en niet openstaan voor andere ideeën. Laura: We willen graag snel met het onderzoek starten, dat wil iedereen in het team. Lisa: We willen beginnen met zes gezinnen en dan bekijken of er dingen zijn die we beter kunnen doen. Uiteindelijk willen we in totaal veertig families gaan testen. Laura: Dit onderzoek is een uniek concept. Voor zover wij weten zijn er geen vergelijkbare studies met deze opzet. Lisa: Ja, uniek ook in de breedte waarin we het opzetten. We doen niet alleen maar hersenscans bij drie generaties of kijken alleen maar naar interactie tussen familieleden. We kijken van de biologische kant tot en met de interactie en vragenlijsten. Zo meten we hartslag en stresshormonen in het haar, maar we kijken ook naar de psychologische kant aan de hand van de interactie tussen familieleden. Laura: Maar eerst nog ons bloedprikdiploma halen, want we zijn geen artsen. Lisa: En ons scanbrevet om de MRI scanner te mogen bedienen.

3e

NE

R AT

IE

de toekomstige wetenschappers

Spin-off van Family Lab:

Rechten Juridische aspecten

de komende generatie studenten maakt bij deze minor over kindermishandeling kennis met de multidisciplinaire blik op wetenschap. Elk vakgebied heeft een eigen invalshoek.

van kindermishandeling

Geneeskunde Medische diagnostiek, preventie en behandeling van kindermishandeling Pedagogische Wetenschappen

Minor Kindermishandeling en verwaarlozing: een levensloopperspectief, 2012-2013

Psychologie Psychische en neurobiologische gevolgen van kindermishandeling

Kindermishandeling en verwaarlozing over de levensloop; een multidisciplinaire benadering

Pedagogische Wetenschappen Forensische pedagogiek en forensische psychologie van daders en getuigen

LS 2 Stille weldoener krijgt gezicht. Op pagina 50. LS6


26/LS

Tekst Cathelijn Paling / Sharon van Oost Fotografie Kim-Lan Jong Baw

Afrodisiaca: het woord alleen al roept een mysterieuze wereld op van gifmengsters en amoureuze ontmoetingen. Maar het is ook gewoon onderwerp van wetenschap. TINDE VAN ANDEL van Naturalis bestudeert lustopwekkende planten en voedingsmiddelen. Maar hebben afrodisiaca nou echt effect? Studenten Cathelijn Paling en Sharon van Oost vroegen het aan een voedingsdeskundige. En Mascha Smit van kookstudio Passion Food bereidde enkele lustopwekkende gerechten om hen te laten ervaren of afrodisiaca werken.

Afrodisiaca: ‘Het lichamelijke effect verschilt per plant’

‘Afrodisiaca zijn booming business’ In de prehistorie had de mens drie basisbehoeften: eten, jagen en voortplanten. Verzamelaars zochten naar eetbare planten, jagers gingen op zoek naar de giftige soorten om hun tegenstander mee te doden. Maar ook planten die de lust bevorderden, stonden hoog op het verlanglijstje. Lustopwekkende planten en voedingsmiddelen, ofwel afrodisiaca, zijn volgens Tinde van Andel, onderzoekster bij het Naturalis Biodiversity Center in Leiden, al zo oud als de mensheid. Van Andel verdiept zich in medicinale planten, die zij vindt op markten in Suriname en West-Afrika. ‘Samen met de lokale bevolking trek ik het bos in op zoek naar de oorsprong van die planten, om die te determineren en de geneeskrachtige werking ervan te onderzoeken.’

Van Andel op veldwerk in Kameroen. Foto: Christaan v/d Hoeven.

Verkoper van aphrodisiaca in Paramaribo. Foto: Christaan v/d Hoeven.

Bitter Tonics ‘aphrodisiaca’ te koop in Benin. Foto: J. Swier.

Op expeditie in Chana. Foto: Britt Myren.

Afrodisiaca zijn wereldwijd de meest populaire medicinale planten. Het is booming business omdat velen nieuwsgierig zijn naar de werking ervan op hun libido. Onlangs verscheen een artikel in het Journal of Ethnopharmacology waarin Van Andel en een internationaal team van onderzoekers 35 Afrikaanse en 117 Caribische afrodisiaca uit zestien landen analyseren om te bepalen welke planten (vaak stukjes hout of plantenwortel) erin zitten. En of er overeenkomsten zijn tussen de Afrikaanse en Caribische afrodisiaca, wat gezien de Afrikaanse afkomst van de Caribische bewoners te verwachten valt. Niet minder dan 324 verschillende planten bleken er in de mengsels te zitten. In sommige flesjes alleen al 27 verschillende. Waarbij er nauwelijks overeenkomsten zijn tussen de Afrikaanse en Caribische afrodisiaca. Ieder land, ja ieder brouwsel, blijkt zijn eigen recept te kennen. Het lichamelijke effect verschilt volgens Van Andel per plant. Zo is er een afrodisiacum dat een hormoonachtige stof bevat, die je hormoonspiegel flink omhoog doet schieten. Daarnaast zijn er planten met een hartslagverhogend effect. ‘Gezond is dat allerminst hoor’, zegt Van Andel, ‘maar mensen hebben veel over voor dat opwindende gevoel.’ Ook verwijding van de bloedvaten is een effect van bepaalde afrodisiaca. Vergelijkbaar met Viagra dus.


Ingrediënten Champagne 250 ml water 250 gr suiker ½ vanillepeul Stukje gember (2 cm) Handje verse munt

PASSION FOOD’S LOVE POTION Leidse Stijl vroeg Mascha Smit om een eigentijdse liefdesdrank te bedenken

Snij de vanillepeul in de lengte open en snij de gember in dunne plakjes. Zet het water op in een pannetje met de suiker en verwarm tot de suiker helemaal is opgelost. Voeg de vanillepeul en de gember toe en laat afkoelen. Als het suikerwater is afgekoeld voeg je de munt toe. Laat het in de koelkast een uurtje trekken, zodat de smaken van de

vanille, de gember en de munt in het suikerwater trekken. Zeef het vocht en doe een laagje in 2 champagneglazen. Schenk de champagne erbij en roer even door. Het overgebleven suikerwater kan je lang in de koelkast bewaren. Zo heb je het suikerwater altijd klaar staan voor een onverwacht romantisch moment.

LS/27

‘De vorm van het eten doet je vaak ergens aan denken’

FEIT OF FABEL? Nederlandse planten staan niet bekend om hun lustopwekkende bijwerkingen. Van Andel beaamt dat er weinig ‘spannends’ groeit op Hollandse bodem. Maar er zijn volgens haar genoeg voedingsgewassen die eenzelfde effect beloven. ‘In de Oudheid kwam men er al achter dat goed en gezond eten bevorderlijk is voor je seksleven. Daarom werden ook bijvoorbeeld oesters, ei en tomaat gezien als afrodisiaca.’ Of Van Andel gelooft in die werking? ‘Ik kan iemand die het onzin vindt geen ongelijk geven’, zegt de onderzoekster, ‘Maar dat het tussen je oren zit, hoeft niet te betekenen dat afrodisiaca geen lichamelijke gevolgen hebben. Er is niet voor niets zo’n grote markt voor dit spannende goedje.’ ‘

‘Je moet er gigantische hoeveelheden van eten’ Het woord afrodisiacum is afgeleid van Aphrodite, de Griekse godin van de vruchtbaarheid. Volgens de Griekse mythologie hebben bepaalde voedingsmiddelen een lustopwekkende werking. Volgens voedingsdeskundige Rolien Scheepbouwer kunnen afrodisiaca inderdaad effect hebben op het lichaam. Maar de werking hangt volgens haar ook samen met de vraag of je in afrodisiaca gelooft of niet. ‘Is chocolade een afrodisiacum? Veel mensen geloven van wel. En dat helpt.’ Zelf is ze vrij nuchter: ‘Noch voor stimulering van de geslachtsdrift noch voor andere vormen van lustopwekking is ooit bewijs gevonden.’ Het is wetenschappelijk aangetoond dat bepaalde stoffen een uitwerking kunnen hebben op hoe je je voelt, maar dan moet je er vaak gigantische hoeveelheden van eten. Scheepbouwer: ‘In chocolade zitten stoffen die ervoor zorgen dat je meer serotonine – een gelukshormoon – produceert, waardoor je je blij voelt. Maar je moet wel tien à twaalf kilo chocolade eten voordat je dat effect merkt.’ En dan gaat het niet om melkchocolade, maar om pure chocola met minimaal 80 procent cacao. Ook de erotische vorm van bepaalde voedingsmiddelen kan lustopwekkend zijn. ‘Je hebt producten die op geslachtsorganen lijken. Zoals bananen, venkel, avocado en oesters’, aldus Scheepbouwer. ‘Dat komt uit de Griekse mythologie. Goed, dat zijn verhalen van vóór Christus, maar die blijven natuurlijk wel rondzweven.’

Liefde, lust of gewoon lekker? In de Herenstraat in Leiden vind je Passion Food, de kookstudio van Mascha Smit, een voormalige geneeskundestudent die haar coschappen verruilde voor koken. Een juiste keuze, want twee jaar geleden veroverde zij de tweede plaats in het bekende tvkookprogramma Masterchef. Een goede locatie om de afrodisiaca aan den lijve te ondervinden. Bij binnenkomst staat de risotto al zachtjes in de kippenbouillon te pruttelen. ‘Risotto moet met liefde bereid worden. Je moet er bijna tegen praten’, zegt Smit terwijl ze voorzichtig een nieuwe soeplepel kippenbouillon bij de risotto giet. Op het aanrecht staan verscheidene afrodisiaca: lavendel, fenegriek, saffraan, laurier, kruidnagel, kaneel, munt, vanille en gember. Een combinatie van de laatste drie, samen met roséchampagne, vormt ons welkomsdrankje: een waar genot voor de smaakpapillen. De vanille zorgt voor een zoetige smaak, die onderdrukt wordt door een sprenkeltje munt en een bitterzoet vleugje gember. Verbazing en een eerste glimlach verschijnen op onze gezichten: het eerste geluksmomentje. We nemen plaats aan een mooi gedekte tafel, waar het eerste gerechtje voor onze neus verschijnt: saffraanrisotto met groene asperges en twee reuzengarnalen. ‘De vorm van het eten doet je vaak ergens aan denken’, zegt Smit met een lachje. Met een blik op de groene asperge met het afwijkende topje en de kronkelige garnalen snappen wij wat zij bedoelt.

Op naar het tweede gerecht: Indiaas gekruide biefstuk met zoetzuur van wortel, bleekselderij en venkel. ‘Garam masala’ heet het kruidengoedje waarin het malse stukje vlees is gemarineerd. Deze kruidenpasta bestaat onder andere uit kaneel, zwarte peper, chilipoeder en gember. Stuk voor stuk lustopwekkende ingrediënten, leren we van Smit: ‘Afrodisiaca zijn heel belangrijk in de Indiase keuken. In Azië zijn mensen daar veel meer mee bezig dan in het nuchtere Nederland.’ Of we er ‘zin’ van krijgen? Niet per se. Maar de bijzondere combinatie van zoet, zuur, pittig en fris is wel een streling voor de tong. We zijn nog maar net bekomen van het hoofdgerecht als Smit aan de slag gaat met het nagerecht. Bij het horen van het woord ‘chocola’ overspoelt ons een gelukzalig gevoel. Het is een chocoladecakeje met een hart van pure, vloeibare chocolade, met 80 procent cacao. Vergezeld van een curd van aardbeien. Als dat niet sensueel klinkt. Ons doel was om te ontdekken of afrodisiaca hun belofte waarmaken: een opgewonden gevoel. Zin in seks. De conclusie is een beetje anders. De stuk voor stuk bijzondere gerechten zorgen ervoor dat wij ons gelukkig voelen. Dat is wat de afrodisiaca met onze hersenen en ons lichaam doen. En dan zou het zomaar kunnen dat dit blije gevoel ertoe leidt dat je zin krijgt in een spannende avond met je vriend of vriendin…

LS 7 Vandaal wordt kunstenaar. Zie pagina 54. LS6


28/LS

Tekst Eline Boshuizen / Vicki Blansjaar Illustratie K©lets

HBO Forensisch ICT De studie Forensisch ICT (FICT) is sinds 2009 een specialisatie van de hboopleiding Informatica aan de Hoge School Leiden. De eerste vijftien studenten studeren dit jaar af. In totaal zijn er zeventig studenten. Competenties De studenten leren onderzoeken uit te voeren met behulp van forensische software. Ook het analyseren van

en adviseren over het gehele ICT-domein behoort tot hun vakgebied. Daarnaast leren de studenten software programmeren, zodat de FICT’ers ook ingezet kunnen worden als software-ontwerper. Toekomstmogelijkheden: Werken bij opsporingsdiensten als politie en KLPD, toezichthouders als NMa en AFM, particuliere recherchebureaus, accountantskantoren en banken.

Eline en Vicki laten hun online vingerafdrukken checken

IN

een flits een wachtwoord achterhalen en een computer kraken. Met één druk op de knop onherkenbare personen op wazige foto’s perfect zichtbaar maken. Dagelijkse kost in misdaadprogramma’s op televisie, maar niet voor de studenten Forensisch ICT. ‘Als je echt een goed online onderzoek wilt doen, ben je uren bezig. Dagen, maanden of jaren soms’, vertelt Soheil Eskandari (25). Soheil is vierdejaarsstudent Forensisch ICT. Zijn opleiding leert hem op internet te speuren naar verdachte praktijken voor bedrijfsleven, politie of justitie. Voor dit artikel vragen wij hem te onderzoeken hoe veilig of onveilig wij ons gedragen op internet. Wat kan hij allemaal over ons vinden? Hoe goed zijn onze computers eigenlijk beschermd? Dat is nog niet zo gemakkelijk te achterhalen, blijkt al snel. Het beeld dat wij hebben van online forensisch onderzoek – dat we kennen van de film The Girl with the Dragon Tattoo of de tv-serie NCIS – is tamelijk geromantiseerd, legt Soheil uit. ‘Binnen een handomdraai inbreken op een computer? Nee, zo’n onderzoek duurt echt dagen.’ Razendsnel klikt hij van het ene naar het andere softwareprogramma zodat het moeilijk te volgen is wat hij allemaal doet. ‘Jullie computers hacken, dát mag ik niet, omdat het strafbaar is. In dienstverband mag

ik dit ook niet zomaar. Alleen als de computer van een werknemer eigendom is van het bedrijf of iemand zelf toegang heeft gegeven tot zijn pc.’ Toch wil hij wel even proberen wat hij over ons te weten kan komen. Binnen een paar minuten heeft hij via Google met wat handige zoektrucs een overlijdensbericht van een familielid gevonden, een reeks artikelen van onze hand en wat oude, genante foto’s van toen wij veertien waren.

‘Wat heeft er ooit op dit stickje gestaan?’ Als we een oude usb-stick uit onze tas vissen, beginnen de ogen van Soheil te glimmen. Daar kan hij wel wat meer mee. ‘Er staat meestal allerlei informatie op die jullie denken eraf te hebben gegooid, maar die ik gewoon weer tevoorschijn kan toveren’, kondigt hij aan. We krijgen het benauwd. Wat heeft er ooit op dit stickje gestaan? Hij maakt een blauwdruk van het geheugen van de usb-stick. Het valt mee. Een paar skivakantiefoto’s verschijnen op het scherm. ‘Van het echte werk heb ik mogen proeven tijdens mijn stage bij

CS I

Is het de populariteit van misdaadprogramma’s op tv? Of de baangarantie? Zeker is dat de nieuwe studie Forensisch ICT aan de Hogeschool Leiden veel studenten trekt. Eline Boshuizen en Vicki Blansjaar van Leidse Stijl spraken met student Soheil Eskandari en vroegen hem te onderzoeken hoe veilig of onveilig zíj zich gedragen op internet.

C SI LEIDEN

DIGITECTIVES

Ernst & Young’, vertelt Soheil. Hij onderzocht daar onder andere de digitale activiteiten van van fraude verdachte werknemers, waarbij hij in beslag genomen computers en telefoons binnenstebuiten keerde. ‘In de meeste gevallen werd de harde schijf van de computer eruit gehaald en werd er een identieke forensische kopie van gemaakt. Alle onzichtbare bestanden werden zo zichtbaar’, vertelt hij. Daarna begon het analyseren van documenten, smsjes, foto’s en e-mails. Spannende ontdekkingen die hij tijdens zijn stage deed, mag hij ons niet vertellen. ‘Met het oog op rechtszaken en privacy van verdachten heb ik strikte geheimhoudingsplicht.’ De studenten leren de verzamelde informatie nauwkeurig te rapporteren. De zoektermen worden genoteerd en het virtuele bewijs veilig gesteld door het te kopiëren. Zo kan het als ondersteunend bewijs in rechtszaken worden gebruikt. Soheil is een van de eerste studenten die dit jaar afstuderen. Zijn toekomst ziet er rooskleurig uit. Bij bedrijven en de overheid is veel behoefte aan forensisch ICT’ers. Soheil concludeert dat wij best tevreden kunnen zijn over onze privacy. Een beetje jammer, maar we zijn ook opgelucht. Dan klapt hij zijn laptop dicht en grapt: ‘Wacht maar tot ik er écht goed voor ga zitten en jullie niet alles opschrijven wat ik doe.’

Politie Kennemerland zet studenten in De politie Kennemerland heeft tijdens een proef van een jaar studenten ingezet om te helpen zoeken naar illegale praktijken op internet. ‘Jonge mensen kennen de weg op internet en hebben veel kennis van sociale media’, legt projectleider cybercrime Titia van Kleffens uit. De hbo’ers en wo’ers met verschillende achtergronden hadden geen opleiding tot Forensisch ICT’er gevolgd. Inmiddels is de proef afgerond. Van Kleffens spreekt van een succes, maar kan geen voorbeelden noemen. ‘Dat is tactische opsporingsinformatie en die houden we geheim.’ Van Kleffens laat wel weten dat zij graag vaker met de studenten Forensisch ICT wil samenwerken om cybercrimelen een halt toe te roepen.

Cybercriminaliteit in Nederland Digitale criminaliteit vormt een steeds groter probleem voor bedrijven, overheden en ‘gewone’ internetgebruikers. Toch lukt het de politie niet om de cybercriminelen effectief op te sporen en te vervolgen. Dat blijkt uit een recente studie van het onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap, onderdeel van de Politieacademie. De meeste zaken worden niet opgepakt, omdat de gemiddelde agent onvoldoende digitale kennis heeft. Het ging dan ook herhaaldelijk op grote schaal mis. Drie recente zaken op een rij: Cyberaanvallen op politie en justitie In december 2010 legde de hackersgroep Anonymous websites van het Openbaar Ministerie en politie.nl plat. DigiNotar In september 2011 werd bekend dat DigiNotar, het bedrijf dat certificaten maakte om het internetverkeer van de overheid te beveiligen, was gehackt. Honderden Nederlandse overheidswebsites, waaronder DigiD, werden onbetrouwbaar. KPN gehackt Een 17-jarige jongen brak in januari 2012 in op de systemen van KPN. Het netwerk bleek slecht beveiligd en sterk verouderd. Hackers kregen zo toegang tot het internetverkeer van honderden servers van het telecombedrijf.


LS/29

Tekst Robin Ouwerkerk Fotografie Renzo Candido

Casper Faassen/kunstenaar

Een leven zonder kunst, cultuur en creativiteit is niet voor te stellen. Dat leven is grijs en kleurloos. Maar wie zorgen voor die kunst en creativiteit in Leiden? Fotograaf Renzo Candido portretteerde 52 Leidse Kleurmakers: ontwerpers, schrijvers, beeldend kunstenaars en meer. Wat startte als een online expositie op renzocandido.nl, krijgt een fysiek vervolg in Haagweg 4. Kleurmakers verschijnt bovendien als boek. In dit voorproefje zes hedendaagse Kleurmakers in beeld. Op verzoek van Leidse Stijl tippen zij hun kleurmaker van de toekomst.


30/LS

Jebroer/rapper

Onno Innemee/ cabaretier


LS/31

Barbara van Druten/ beeldend kunstenaar

Jan Jaap de Haan/ wethouder Cultuur, Werk en Inkomen


32/LS

Meta Knol/directeur museum De Lakenhal

Casper Faassen

Onno Innemee

Kunstenaar tipt Rik ten

Cabaretier tipt Mirte

Velden

‘Vreemd om een talent te mogen aanwijzen. Maar ik noem graag ontwerper Rik ten Velden. Hij heeft een prachtige stoel ontworpen: ‘knotted chair’. En misschien vind ik zijn lamp nog wel mooier. Daarnaast is hij medeorganisator van het maandelijkse Cabaret Voltaire in Petterson, waarbij muzikanten, dichters, dj’s en kunstenaars een spontane avond in elkaar draaien. Ik vind het altijd mooi als kunstenaars hun creativiteit breder tonen. Ook in het ondernemerschap.’

Meta Knol Directeur museum De Lakenhal tipt Het Blauwe Uur

‘Jurjen Alkema, Jos Agasi en Andrea Dröes vormen Het Blauwe Uur, een driemanscollectief dat werkt op bijzondere locaties. Ze gebruiken ruimtelijke objecten die ze met geluid, licht, video en interactie tot leven wekken. Zo wekten ze in de Nacht van Rembrandt een schilderij tot leven. Ze werken op het snijvlak van multimedia, beeldende kunst, performance én interactief. Interessante projecten die me nieuwsgierig maken.’

Jan Jaap de Haan Wethouder cultuur, werk en inkomen tipt Tijs Huys

‘Bij het afscheid van de voormalige cultuurmakelaar in Leiden zag ik Tijs – acteur bij PS Theater – Edward II spelen. Hij droeg in zijn eentje dit stuk met complexe tekst en complex karakter op een fysieke, indrukwekkende manier. Tijs is een Vlaming die in Leiden zijn plek heeft gevonden. Jong. Beloftevol. Vooral gericht op vlakkevloertheaters en bijzondere locaties. Je ziet meer jonge, beloftevolle theatermakers zich in Leiden vestigen. De concurrentie is hier iets minder groot dan in de grote steden, maar met de Veenfabriek en andere groepen is er toch een mooi cultuurklimaat.’

Plomp

‘Ze is muzikant, fotograaf, grafisch vormgever en een mooi mens. Met haar band won Mirte de lokale talentenjacht Hutspop. Bij het Glazen Huis op de Leidse Beestenmarkt viel ze op toen ze samen met Waylon het liedje Mercy van Duffy zong. Inmiddels werkt ze samen met een producer aan een album. Talentvol en gedreven. Waar haar toekomst ligt? Ik gok op haar muzikale kant.’

Jebroer Rapper tipt Daisy

Kimman

‘Met klei en gevonden stukken hout maakt Daisy kleine huizen en gebouwen. Ze laat zich inspireren door gebouwen over de hele wereld en het zonlicht dat er in de schemering op valt. Ik denk dat het heel snel hard zal gaan met haar werk. Ze wil graag. Stopt al haar tijd erin. Pakt het professioneel en gestructureerd aan. Want je kan wel een goede kunstenaar zijn, maar als je zaken niet goed geregeld zijn, gaat niemand je spullen kopen.’

Barbara van Druten Illustratief kunstenaar en vormgever tipt Marta Klement

‘Marta fotografeert, tekent en is grafisch vormgever. Sinds anderhalf jaar woont zij in Leiden. Ze is geboren in Tjechië. Daar studeerde ze, maakte ze van grafische vormgeving haar ambacht en behartigde de cultuuragenda van een politieke partij. Haar werk kenmerkt zich door een grote puurheid, die echt uit haarzelf komt. Daarnaast heeft ze veel motivatie om te bereiken wat ze wil. Die drie dingen samen – vakmanschap, puurheid en motivatie – maken dat zij mij doet denken aan een grote naam als Theo van Doesburg. Marta zou zomaar de grondlegger kunnen worden van een eigen stijl.’


LS/33

Tekst Marijn Klok

DE CHINEZEN KOMEN

Deze stad m oet de kra chten bunde len. Da n is er zo vee l meer bereik China en in . Daar is ond sinolo e r nemer og Arje en n Schu Zijn op De Chinese economie groeit al jaren t ten va lossing n overtu : de Go stuurg ig d. uden D ongekend hard. Dus daar moet je bij roep C riehoe hina v werkte k o , o e r e d n jarenla e stad soort zijn. Voor je het weet, mis je de boot en ng als Leiden van Bu advise . Schu itenlan u t ten r Chin dse Za geven de Chinezen hun geld ergens overhe a bij h ken. S den bij et min inds 2 is n ie t erie Weste 009 a uwe s anders uit. Volgens sinoloog Arjen n is he dvisee amenw rt hij b t crisis erking acht p e , sverba drijven maar d Schutten moet er een Leidse ‘Gouden rocent nden in en aar gr . Hier Een va oeit de China heeft n de b . ‘Hier men e econo Driehoek’ komen van kennisinstituten, eoogd mie no in het lk jaar op ste e pijle minde g iede eds m r s r r v te bes jaar m eer af an de ondernemers en overheden die zaken bijvoor deling teden, et zo’n Goude beeld en con daar ju n Drie o o t k h a is Institu oek is cten m bij gen t meer doen met China. ut en h de univ et Chin .’ ees- o oogler f natu ersiteit a onts aan de a u taan. N ar Chin . ‘Je zie rkunde grond iet alle t dat e ’, aldus ese Ta in Chin coördin r en bij alkund Rint S a. ‘Daa eert e sinolo e ybesm a r a o n n m gie, m d a kijkt w e h , Alleen e d U b ir nivers aar ben w ecteur aar nie is de u iteit Le e nu d van he uwe k nivers e Stuu iden. D contac t Conf a n it s e e it r e n groep ten in ucius niet ge univer liggen of ken China siteit h richt o .’ gemak nis ove die al p bedr eeft a kelijk d r l wat v e ij China vigheid ze con terech het im oet . ‘Zond tacten , aldus t moet mense e ’ in , S k vindt S ybesm unnen kaart b China natuur c . a h S rengt, . u , B c maar k tten. D hutten edrijve lijk me e univ : ‘Daar ijk sam n en in t een g En de e o r e s m s n tanties iteit he oede c is het naar C Goude eft zov worde oördin essen hinese n Drie kennis n niet atie.’ D tieel o eel ke trends hoek k geholp m gebied nnis in e g je w a e n a m a a ls stad nog st eente en aan . Het B r h o u p is zich al in d g e k t a e io r e a t k s n h v e peeld Scienc gezam erenig et bed r word hier ee k e Park e enlijk e r a ijfsleve n n n n . , Maar S b worde Leg nie want n elangr presen is hee n er n en g chutte aast d ijke ro t allem teert. H l intere e n e l b a in z u r a iet het als Le u n s l v ie ik s iv e a r a r p e e v n z a rsiteit lkaars ullen. ie je d t voor rt cont iden d nog gr heeft e Gou netwe Chine act me aar sn oter. W becon Leiden den D zen’, a rk. En el ove t a n currer t r ld dit alle n ie e r us Sch og een igenlijk het ho hoek a en.’ Hie s u o s l t m t f t r e t d a o e o e at of v ef in h r ligt e n. ‘En wordt et de R n beet alt het fijn anden en taa gezien je zijn andsta . ‘De s k voor e is da . Het is werk d d sam t a de gem t o d enwer dus sli d e it m n . ’ e o en clu et zich ken en eente m om ster va vooral en and aanslu liefst h n bedr profile iting te ere ov e e l ijven e N ren op erhede ederla zoeke n kenn nd. ‘Ch n bij a n. isinstit ndere ina is uten is zo ont steden zetten dat in de R d groo andsta t , d a d en s t een r amen elatief Kennis te wer kleine uitwiss ken in stad e le p heeft la n a o t v s er de Leiden van elk C h n aar te in ó ese cu g wat verspr te bied ltuur is eiden o e v n n o der de : het C lgens Sybes Schutt onfuciu Neder ma: ‘N landse en een ou, nie s Instit subtie bevolk t direc uut. D belang lere m it t in . rijke ta W in g . a s e bied Kunne nier. B tituut h of Chin ak van e n ij n eeft a v o o t a nderne orbeeld ese te de Go alcurs ls d u uden D ntoons o m s e in e s l overal r en aan de taa de vor s hier telling riehoe China m l a , en cult m l t v e a e a k. En d n a r n e r t in c e e d h g e uur va e L t voor n Chin Maar w enkom eidse c aar u lt u n Chin ur vers advies ees film Musea en, zod einig c a te ? Dire preide at ze o als Vo omme progra aantre c n t lk e rciële p een we op mma o ur enkun kken v ambitie onged een an p het L de. Ik an Ch Hier v wonge s dus. wil dat dere, eids F inese alt nog n ‘W ilm Fe mense invest manie ij onde winst stival eerder n in de r het la rsteun en dan te beh s.’ nd lere stad en ind vooral a le n, wan erdaad n kenn van et Schutt t verst en.’ niet bij en is o Dat bevestigt Shunli Huang, van Chinese afkomst en en: ‘De and va nontbe het nk nie n de C grond e r li t jk d eigenaar van een Aziatische restaurantketen. Huang begon hinese at je in moet s bij zak cultuu elijke Leiden tampe cultuu c r n o hier acht jaar geleden in Leiden samen met zijn broer. e , maar ntacte en Ch r en d n. verdie ina To oe kle Bied in p je in wn uit ine, ga Inmiddels zijn er vestigingen in de hele Randstad. ‘Als je zaken de Ch hotels de stvrije inese bijvoor invest ontbijt wilt doen met Chinezen dan is het opbouwen van vertrouwen eringe beeld aan. O n. een A f in be een A z ia tisch drijfsk belangrijk. Ze willen je eerst goed leren kennen voordat ze ziatisc antine he lun s eten is c h met je in zee gaan. Ze moeten je hun business gunnen.’ En . W ant heel b elangr voor C dat betekent vaak samen uit eten, want Chinezen bouwen ij k hineze n.’ het liefst een band op tijdens een goede – liefst Chinese – maaltijd. ‘In Nederland worden afspraken, ook privé, vaak voor of na het eten gepland. Maar Chinezen doen dit juist tijdens het eten. Eten is de belangrijkste sociale bezigheid.’

VEEL

UIT E TE N

Alles is eigenlijk aanwezig voor de Gouden Driehoek: kennis, ambitie en mensen. Leiden heeft wel degelijk potentie in China. Maar er is ook nog aardig wat werk aan de winkel. Bedrijven en kennisinstellingen zouden beter kunnen samenwerken en liefst ook nog aansluiting zoeken bij grote steden om ons heen. En komen de Chinezen dan uiteindelijk over de vloer, dan moeten we vooral vaak uit eten!

LS 1 Maatpak meets groene blouse. Op pagina 4. LS6


34/LS

Tekst Çig Çigdem ˇ dem Yüksel / Willem de Gelder / Samantha Stroombergen / Lucia van den Brink

Ze ploft neer in de banken. Oeps, het college is al begonnen. Vanuit Londen deze keer; te horen aan de mooie Britse uitspraak van de

Onder wijs revo lutie

docent. Qua verstaanbaarheid een verademing. Zeker na het eerste jaar, toen de colleges vooral vanuit India en China werden gegeven. Vandaag gaat het over de Franse Revolutie. Terwijl de Britse docent in geuren en kleuren vertelt over de bestorming van de Bastille, beleeft ze via haar e-bril de gebeurtenissen van zo’n 250 jaar geleden mee. Virtueel verscholen achter een muurtje in Parijs, denkt ze ineens aan de verhalen van haar ouders over hún studietijd, begin 21ste eeuw. Dat zij de geschiedenis moesten leren uit papieren boeken en colleges kregen van lijfelijk aanwezige docenten… Ongelofelijk, zó inefficiënt...


LS/35

Online colleges Massive Online Open Courses (MOOCs) worden ze genoemd: honderden online colleges, gratis aangeboden door topuniversiteiten. De website coursera.net, de grootste aanbieder, had na een paar maanden al meer dan een miljoen gebruikers, volgens de New York Times. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat ook Nederland in de ban raakt van deze nieuwe vorm van onderwijs.

E

en college vanaf de andere kant van de wereld, zo gek is dat niet. Marja Verstelle, ICT-adviseur van de Universiteit Leiden, vertelt over de universiteit van Stanford, Californië. Een docent besloot daar zijn colleges gratis online te zetten. ‘In de collegezaal bereikte hij een paar honderd man, maar online bleken er 160.000 mensen mee te studeren!’ Deze nieuwe manier van onderwijs bleek een revolutie. Waarom ook niet? Waarom colleges van Leidse hoogleraren niet afwisselen met af en toe een online college van een Harvard-docent? Nu al wordt bij de meeste hoger onderwijsinstellingen gebouwd aan een zogeheten ‘elektronische leeromgeving’ (ELO) waar studenten opgegeven huiswerk kunnen bekijken, opdrachten en toetsen kunnen maken en werkstukken en andere documenten met medestudenten en docenten kunnen delen. Een andere feature is dat docenten het werk van studenten op plagiaat kunnen controleren. Maar Hogeschool Leiden biedt PABO-studenten ook de mogelijkheid zichzelf via de iPad te filmen als ze voor de klas staan en via de webcam te overleggen met de docenten.

3D-animatie Onderwijs wordt steeds meer blended learning, de vermenging van klassieke offline en nieuwe digitale onderwijsvormen. En het gaat onze kijk op leren behoorlijk veranderen, voorspelt Leidse ICT-ondernemer Martijn Brouns. ‘Je kunt op verschillende manieren leren, soms door een spelletje, soms door een college.’ Hij voorspelt dat studenten in de toekomst zelf mogen bepalen in welke volgorde ze dingen leren. ‘Waarom zou je een verhaal chronologisch moeten horen als het voor jou veel zinniger is om eerst op iets in te zoomen?’ E-books zullen hierin een grote rol spelen. ‘Bijvoorbeeld doordat je ze verrijkt met 3D-animaties die de student kan manipuleren. Op die manier kan technische leerstof veel beter beklijven.’ Dit heeft ook gevolgen voor het academische klimaat. ‘Het onderwijs zal toegankelijker worden, waardoor niet alleen de slimmen en de rijken mee kunnen doen. Iedereen zal kunnen

HOE DIGITAAL ZIJN DE LEIDSE ONDERWIJS INSTELLINGEN?

Universiteit Leiden

Hogeschool Leiden

ROC Leiden

leren, waar en wanneer hij maar wil.’ Net als iedere ontwikkeling kent ook deze pioniers. Docent Psychologie, Pascal Haazebroek experimenteert al een tijdje met nieuwe media in het onderwijs. ‘Sociale media hebben veel impact op het dagelijks leven van jongeren. Via Facebook reageren studenten constant op elkaar. Waarom kan dat op de universiteit niet?’ Geïnspireerd door deze gedachte liet Haazebroek vorig jaar voor een vak over consumentengedrag elke student een filmpje opnemen waarin een product werd aangeprezen. De filmpjes werden online beoordeeld door medestudenten. ‘Ik heb iedereen 10 likes gegeven om uit te delen’, vertelt hij. ‘De studenten vonden het fantastisch.’

Vereenzamen Maar brengt digitalisering geen risico’s mee voor onderwijsstad Leiden? Zal deze niet leeglopen als iedereen thuis achter zijn scherm colleges kan volgen? Is er dan nog wel behoefte aan studentenverenigingen? Is de kamernood in één klap opgelost als iedereen op grote afstand van de universiteit kan studeren? Verstelle denkt van niet. ‘De behoefte om anderen te ontmoeten, zal er altijd zijn. De universiteit wordt juist een ontmoetingsplek.’ Volgens Verstelle zal het juist ook nieuwe mogelijkheden bieden voor de stad: ‘Onderwijs zal meer verweven worden met de wereld buiten de universiteit. Studenten, docenten, Leidenaren; iedereen kan van elkaar leren.’ Ook Brouns is van mening dat men elkaar wil blijven ontmoeten. ‘Dat iedereen achter zijn computer zit te vereenzamen, dat gaat niet gebeuren. Je kunt immers je computer overal mee naartoe nemen. Samen leren hoeft niet per se op de universiteit, het kan ook in een parkje.’ Digitalisering zorgt juist voor nieuwe kansen. Dat mensen dommer en oppervlakkiger worden door veelvuldig gebruik van digitale hulpmiddelen, veegt Brouns van tafel. World of Warcraft-spelers zijn heel gewild in het bedrijfsleven. Door het spel te spelen, hebben ze unieke management skills opgebouwd. Uiteindelijk gaat het erom dát je leert, niet hoe je leert.’

Ook het ROC Leiden, de Hogeschool Leiden en de Universiteit Leiden experimenteren met online onderwijsvormen. Hoever zijn ze hiermee? Studenten Samantha Stroombergen en Lucia van den Brink deden een vergelijkend warenonderzoek.

Online documenten

Colleges kijken op internet

Online toetsing

Controle op plagiaat

Online communiceren met docent

E-Learning Apps

Online bibliotheek

De electronische leeromgeving biedt de mogelijkheid om documenten te uploaden en te delen.

Alle faculteiten nemen collegereeksen op, maar dit geldt nog niet voor elk vak.

Bij enkele collegereeksen kunnen toetsen digitaal worden afgenomen. Dit kan in de thuissituatie en klassikaal.

De electronische leeromgeving biedt een functie om te checken op plagiaat.

Berichten kunnen via electronische leeromgeving of e-mail worden verstuurd.

De electronische leeromgeving is toegankelijk via een app voor Android, iPhone en Blackberry.

Studenten hebben toegang tot de digitale bibliotheek. Vanaf hier kunnen artikelen worden gedownload. Ook zijn er databases met bijvoorbeeld krantenartikelen toegankelijk.

De electronische leeromgeving biedt de mogelijkheid om documenten te uploaden en te delen.

In 2010 is het project ‘Video2learn’ van start gegaan. Dit project verkent de mogelijkheden, maar er staan nog geen colleges online.

Dit kan, maar gebeurt nog niet voor ‘meetellende’ toetsen.

De electronische leeromgeving biedt een functie om te checken op plagiaat.

Berichten kunnen via electronische leeromgeving of e-mail worden verstuurd.

PABO-studenten kunnen een traject volgen via de iPad, waarbij ze zichzelf bijvoorbeeld moeten filmen als ze voor de klas staan en via de webcam kunnen overleggen met docenten. Daarnaast heeft een student een app gemaakt waar studenten hun cijferlijst kunnen bekijken.

Er zijn databases voor wetenschappelijke artikelen beschikbaar.

De electronische leeromgeving biedt de mogelijkheid om documenten te uploaden en te delen.

Niet aanwezig.

Er wordt aan online toetsing gedaan. Na afloop geeft de computer feedback.

Niet aanwezig.

Per e-mail.

Niet aanwezig.

Niet aanwezig.

––– Aanwezig ––– Niet aanwezig ––– Twijfelachtig

LS 2 Het LUMC als totaalgalerie. Ga naar pagina 15. LS61


36/LS

Jasper Polane is animator en scriptschrijver. Zijn bedrijf Polanimation is vooral bekend van de kinderserie Dip & Dap, die wekelijks op Nederland 3 te zien is. Naast werk voor de televisie maakt Polanimation bedrijfs- en instructiefilms.

Onlangs heeft Polane zijn eerste fantasyroman afgerond. Veel van zijn inspiratie haalt hij uit Leidse creatieve broeinesten zoals de Boekenzolder en G.H.O.S.T. Writers. Leidse Stijl vroeg hem daarom een fictief verhaal met journalistieke elementen te schrijven over deze creatieve onmoetingsplekken.

Door Jasper Polane

De ideeën machine Dinsdagavond: Boekenzolder Leiden (boekenzolderleiden.nl) Fred Kaas beklom de krakende trap naar de Boekenzolder aan de Middelstegracht. Het was er koud, maar dat vergat hij zodra hij de enorme hoeveelheid boeken zag. Alle kasten tot de nok toe gevuld. Hij wandelde op zijn gemak over de zolder, alsof de boel van hem was. Dat zou binnenkort ook zo zijn. Tenminste, als deze plaats hem beviel. ‘De Boekenzolder verzamelt boeken die anders vernietigd worden’, vertelde Sjaak van Rijn, een van de initiatiefnemers. ‘Overschotten van uitgeverijen, afgeschreven bibliotheekboeken, maar ook oude boeken van particulieren. De Boekenzolder heeft meer dan 30.000 boeken, die mensen gratis kunnen meenemen.’ Zonde, vond Fred. Je kon die boeken voor zeker de helft van de marktwaarde wegzetten. ‘In de eerste plaats was de boekenzolder bedoeld voor mensen die minder gemakkelijk toegang hebben tot boeken’, ging Sjaak verder. ‘Asielzoekers, daklozen, mensen in Blijf-van-mijn-lijfhuizen. Nu kan iedereen hier terecht.’ In een leeshoek in het midden van de zolder dronken twee vrouwen koffie. Een van hen vertelde enthousiast over het boek dat ze in haar handen had. Fred kende het niet. Hij las eigenlijk alleen de NRC. ‘In de nabije toekomst willen we ook voordrachten en lezingen organiseren’, haalde Sjaak Fred uit zijn gedachten. ‘Onder andere met het Dichtersgilde. Nu de Boekenzolder steeds bekender wordt, ontstaan die mogelijkheden.’ Daar had Fred wel oren naar. Deze plek had mogelijkheden. ‘Ik wil de Boekenzolder van je kopen’, zei hij tegen Sjaak. ‘Kopen? Je kunt de Boekenzolder niet kopen’, stamelde Sjaak. ‘De ruimte hebben we te leen van de gemeente en de boeken krijgen we omdat we er geen geld voor vragen.’ Teleurgesteld ging Fred op huis aan. Op aandringen van Sjaak had hij een boek meegenomen: Dubbelspel, van Frank Martinus Arion. Volgens de achterflap ging het over dammen. Hij verwachtte niet dat hij het zou lezen. Vrijdagmiddag: Stichting Gangmakerij (gangmakerij.nl) Fred zag het probleem met die Boekenzolder: er werd geen winst gemaakt. Er kwamen misschien wel creatievellingen bijeen, maar het verkeerde soort creatieveling. Daar kon hij niet in investeren. Nee, wat hij nodig had was een creatieve broedplaats waar geld werd verdiend. Waar producten werden gemaakt. Zoiets als de Gangmakerij: een collectief van startende ondernemers die regelmatig activiteiten, workshops en bijeenkomsten organiseerden. De ruimte in bedrijfsgebouw de Framboos had een glazen wand, als een aquarium, waardoor Fred de ruimte vanaf de gang kon bekijken voordat hij naar binnen stapte. Een stuk of tien ‘gangmakers’ zwommen door de ruimte. Een vergadertafel stond vol servies, bestek en etenswaren; overblijfselen van de lunch. Chiara van de Berg, oprichter van de stichting, ontving Fred met een vriendelijke glimlach en schonk een kop koffie voor hem in. Senseo. Fred dronk het toch maar op. ‘Als je een koekje erbij wilt, die liggen bij Boeddha’, zei Chiara, wijzend op het beeld tegen de muur. ‘Maar terug moet je wel eerbiedig buigend achteruit lopen.’ Fred was onzeker of ze grapte. Na de koffie dwaalde Fred wat rond tussen de bureaus. Hij maakte een praatje of keek over de schouder mee van een werkende ‘gangmaker’. Soms gaf iemand ongevraagd zijn mening over het werk van

een ander. Als er een discussie ontstond, braken anderen gemakkelijk in op het gesprek. Mensen voelden zich hier duidelijk op hun gemak. Fred kreeg het warm. Deze creatieve omgeving was precies wat hij zocht. Aan Chiara vroeg hij: ‘Hoeveel wil je voor de stichting hebben?’ ‘De stichting is niet te koop’, antwoordde Chiara. ‘Doe niet zo stom’, zei Fred. ‘Je kunt er veel geld mee verdienen.’ ‘We doen het niet voor het geld. Vraag jij geld als jij een taart bakt voor je vrienden? Wie factureert als je uit eten gaat met je familie? Waarom zou je glas en papier wegbrengen? Dat levert jou toch niks op? Met andere woorden: we doen de hele dag dingen die ons niet direct wat opleveren, maar gewoon goed zijn om te doen en een fijn gevoel geven. Dat is de Gangmakerij: gewoon iets goeds doen voor elkaar zonder dat je er per se zelf beter van wordt.’ Toen hij sjagrijnig de ruimte verliet, merkte Fred de boekenkast op naast de deur. Daar zouden mooi boeken van de Boekenzolder in kunnen, dacht hij bij zichzelf. Hij schrok er zelf van. Had hij nu opeens een idee? Waar kwam dat vandaan? Woensdagavond: G.H.O.S.T.Writers (dutchghostwriters.wordpress.com) Het gezoem van laptops en getik van toetsenborden vulde de ruimte. Acht jonge schrijvers zaten druk te schrijven aan hun roman. Fred durfde hen bijna niet te storen, zo ijverig waren ze bezig. Na een kwartier klonk een wekkeralarm van een mobieltje, het signaal dat de schrijftijd voorbij was ze weer even mochten kletsen.

‘Hier kwamen misschien wel creatievelingen, maar het verkeerde soort creatievelingen’

‘De G.H.O.S.T.Writers is een jaar geleden ontstaan uit de schrijfwedstrijd NaNoWriMo,’ vertelde Simone van Tongeren, een van de vaste leden van de groep. ‘In een maand tijd – november – proberen de deelnemers een roman van 50.000 woorden te schrijven. Toen die maand was afgelopen, bleven we iedere woensdag samenkomen om te schrijven: eerst in de Marenpoort, later in Nieuwe Energie.’

Een goed idee, vond Fred, alleen begreep hij niet waarom deelname aan de groep gratis was. Ze konden toch op zijn minst lidmaatschapsgeld vragen. Misschien zou hij dat doen, wanneer hij de G.H.O.S.T.Writers kocht. Maar er bestond natuurlijk een andere, voor de hand liggende manier om geld te verdienen aan een schrijfgroep: boeken verkopen. ‘Door de verhalen van anderen krijg je zelf ook weer inspiratie’, vervolgde Simone. ‘De meesten in de groep schrijven sciencefiction. Ik schrijf chicklit, dus dat verschil is aardig groot. Maar het boek waar ik nu mee bezig ben, wordt toch spannender dan mijn vorige boeken. Op die manier beïnvloeden we elkaar.’ ‘Dit is precies waarnaar ik op zoek ben’, zei Fred. ‘Een creatieve broedplaats waar niet alleen ideeën worden gegenereerd, maar ook producten uit komen. Verkoop mij de G.H.O.S.T.Writers, dan zal ik jullie romans uitgeven. Ik zal jullie allemaal rijk en beroemd maken.’ Simone maakte snel een einde aan zijn droom. ‘De G.H.O.S.T.Writers zijn niet te koop’, zei ze. ‘We bepalen zelf wat er met onze boeken gebeurt. Iedereen is vrij in wat hij doet. Dat is een stuk productiever.’ Woensdagnacht Tijdens de rit naar huis, voelde Fred ineens weer een idee opborrelen. En daarna nog een… en nog een. Kunstexposities op de Boekenzolder. Voordrachten van de G.H.O.S.T.Writers in de Gangmakerij. Een roman over ruziënde schaakspelers (beter dan dammers). Een taart bakken en verkopen aan zijn familie. De ideeën bleven komen. Nog nooit van zijn leven had hij een idee gehad, maar nu hield het niet op. Het was niet langer nodig om een creatieve broedplaats te kopen. De creatieve energie had hem al besmet. Hij kon daar niet alleen geld mee verdienen, merkte hij. Het was leuk en het maakte hem ook geestelijk een rijker man. ‘En dat nog wel gratis’, bedacht hij verheugd.


LS/37

Studio Toktok is een creatief bureau voor kinder- en jongerencommunicatie. TokTok bedenkt, ontwikkelt, schrijft en ontwerpt tijdschriften, apps, websites, lesmateriaal en boeken.

Tekst Studio TokTok Illustraties Loeke Braam Fotografie Edwin Weers

Stadsdromen

Ofwel: Stadsvernieuwing door de ogen van kinderen Is Leiden aantrekkelijk voor iedereen? Studio TokTok ging met een paar jonge Leidse vernieuwers op pad met de vraag: is dit leuk? Antwoord: dat kan beter.

Achterzijde CS

De Burcht

Leuk of niet leuk? Saai en vervelend. En heel lelijk! Droom Meer bankjes en bomen op het plein. Terwijl je zit te wachten, kijk je naar muziekclips, YouTubefilmpjes of reclame. Je ziet ook sms-berichten van mensen die elkaar zoeken.

Leuk of niet leuk? Best mooi, maar na een paar keer heb je het wel gezien. Dan wordt het saai. In de winter kun je er wel gaaf sleeën. Droom In De Burcht een glijbanenpark. Vanaf de reling naar beneden. Helemaal rond. Liefst ook nog twee loopbruggen van de ene kant naar de andere, die elkaar kruisen.

De Beestenmarkt Leuk of niet leuk? Waterfonteintjes zijn leuk! Maar alleen in de zomer… Verder saai. Droom Groot klim- en klauterpiratenschip. Met klimtouwen en ladders. Ook leuk: buitenfitnessapparaten voor de ouders die zich gaan vervelen…

Met dank aan: Pleun, Jonas, Benthe, Lieve, Jonathan, Lot, Ilja, Thijs, Mees, Ebba, Lieuwe en Nicky.

Hooglandsekerkgracht

De Hartebrugkerk en Haarlemmerstraat Leuk of niet leuk? Kale kruising. Genoeg mensen, maar saai. Droom Walvisfontein met wensput.

Van het geld dat erin gegooid wordt kan de gemeente andere leuke ideeën betalen.

Leuk of niet leuk? Veel volwassenen vinden het hier prachtig, maar je kunt er alleen wandelen… Niet leuk dus. Droom Een klein, ondiep stroompje dat vanaf de kerk naar beneden stroomt. Je laat er bootjes of blaadjes in drijven. Ze gaan stroomafwaarts, van de kerk naar de gracht.


38/LS

* Uit Bezonken rood, Jeroen Brouwers

Tekst Diana van den Driessche Fotografie Pepijn Smit / Luca Di Tommaso

t a a t s e b s t t e i s e r i ‘N t n de a n d ts a kt’ a e i nra a a *

n eri jaren s. n r e gd ende ake a r a m aa sl kom ter w l i a a e ver n U de the t o ieuw e n h p a n zic oe n e af . W en r an Pe het en ities g v v n e n g al e en lt kke rte co ter este an e tre n ve en er eids r e a v e t w nh iele ale p e |th en n blik nie lege ew verh eer o S e n e d k i P g tw ze , ide a. n Le or de de n de elke Le taan len n het a w e m j n e s h u t r t e a g o o n e a gi eb a krij and La en, o ram las v rt d n v verin euw g a g o a i v m m d d t ro n. fle pni de ge em el o am vin Ra tui slota ad o enge taf rogr a elk iop De A eran e an ar te s t r t g v d n es b a v is iop arn tie ka ee kfie ld n r . Met tad en en el ba t rad s, da liek met ren d bee s e t b s e o u nt, s h in lijk r e n’ e e ens nt tp e ja ee en. In weke aa rake een He gtepu end nieuw is d en m t . r l e l m t . t e oo m op e e te o e ko ers eld d: m am we tak be n z an t n. Ho ek het h l de stad kt’, t het, bund e sta verz en, e p a a s d a l p n za de m d s te nra ge aa r to er tad ‘ porië aa t, gon tad lijk in alen geno atr stop eide eate e s e r s r h p L k h s m r e j e h t o i e e t t e n d r , | f s d le S an van rst in d t let m v liek ide tie wa n he f in ac je Le tlas aat P ets 1 nee iten n lig ad o t pub r i e t e A t g t t ie 01 alite eide e s me ee finiti en n in laa De tn ee dio lger rget da naf 2 n kw t je L oor d ordt e t t e o Ra vo a d a rde laa id ww tV it t . p sta a v

en

a L o

i d a

R

je t a

id e L

u k o he io m wo n U ho be ma uzie t de f en ts gram pen, Rad en e De s m e m i n ra ive a eloo ‘N pro hap van n Pe rm. l rog r, w . t he ndsc rong ter e le vo iten) diop el en doo het G p a t a a , p vrie oors |the eatr de fe het r oors loop oop h : S t t t H h e i P un D zie roe een ojec , de h 10 r e( 20 ens cati tijd g ges, et p rdriet g o h r l l a vo ere p de port aar et Ve d an e loo es, re uis. M als h i d In cuss achth ma’s l e s i d de S et th u O en. M rak

Aangeraakt Hoe beschrijf je het onzichtbare? Radio laat je Leiden heeft op talloze manieren een — vaak blijvend — effect op de stad. Wethouders, moeders, en studenten; niemand blijft onaangeraakt. Soms met verstrekkende gevolgen. Over nieuwe coalities en onvermoede carrièreswitches. Leidse Stijl maakt theater SMART.

De heer Meijvogel De heer Jan Meijvogel werd veertig jaar geleden beheerder van de Sterrewacht en woont nog steeds op het Sterrewachtterrein. Tijdens de verbouwing van de Sterrewacht is deze bron van kennis niet geconsulteerd. Door Radio Laat je Leiden kan hij toch zijn kennis en enthousiasme over de Sterrewacht delen.

Aangeraakt: de directeur Kris Schiermeier, directeur van het Sieboldhuis is bij de speciale Radio Laat je Leiden voor Cultuur071 in BplusC en raakt zo enthousiast dat ze lid wordt van de Raad van Toezicht van PS|theater. Ze werkt ook nog mee aan de aflevering in het SieboldHuis.


PEPIJN SMIT Regisseur PS|theater ‘Je bent erbij of niet’ ‘Theater is een heel vluchtig medium: je bent erbij en dan maak je het mee, of je bent er niet bij en dan maak je het niet mee. Dat is een groot voordeel, want zo maak je er op dat ene moment met de spelers en het publiek, iets heel bijzon-

ders van. Maar het is ook een nadeel, want er blijft zo weinig over. Met Radio Laat je Leiden werkte dat anders. We maakten het unieke ter plekke, en vervolgens ging het on air, om – bij wijze van spreken – de hele wereld te bereiken en voor altijd bewaard te blijven. Dit zorgde ervoor dat we anders met het materiaal omgingen. Radio Laat je Leiden heeft naar mijn

idee behoorlijk wat losgemaakt in de stad: er wordt nu nog over gesproken, vriendschappen zijn ontstaan, nieuwe onderwerpen staan op de agenda. Voor PS|theater is de verbondenheid met de stad nog veel groter geworden. We weten van steeds meer plekken waar we kunnen graven naar bijzondere verhalen. Uit deze verbondenheid zijn de plannen voor De Atlas van Leiden ontstaan.

Op je 64ste doorbreken

De Hoop van Leiden

Kunstenaar|moeder

De Leidse dichter Han Ruijgrok schrijft het feuilleton De 7 singels route dat uitgroeit tot een hoorspel. Uiteindelijk wordt De 7 singels route opgevoerd tijdens het Amsterdam Fringe Festival. In 2013 zal deze voorstelling gespeeld worden voor Leidse basisscholen. Han: ‘Dat ik met mijn 64 jaar mee mag doen met zulke jonge mensen! Alsof ik opnieuw begin.’

Studente kunstgeschiedenis Lauren van Halderen werkt mee aan twee afleveringen waarin ‘oude’ en ‘nieuwe’ Leidenaren elkaar ontmoeten. Ook Lauren blijft hangen. Ze staat symbool voor de toekomst van de stad en wordt daarom bij de Hoop betrokken in het kader van De Atlas van Leiden.

Kunstenaar Theolieke Smit-van Teylingen, de moeder van regisseur Pepijn, schetst alles wat voorbij komt tijdens de afleveringen. Theolieke: ‘Tijs vroeg of ik een beeldcolumn wilde maken. Door Radio laat je Leiden ontwikkelde ik een nieuwe kunstvorm. Ook andere instellingen vragen me nu om beeldcolumns te maken.’

Buiten de lijntjes

Huisfotograaf

Jongste interviewer

Fotograaf Luca Di Tommaso maakte vooral tijdens de eerste serie van Radio laat je Leiden veel foto’s. Hij doet een eigen fotoproject in het kader van het Verdriet van De Atlas van Leiden.

Diana van den Driessche schreef in het Leids Nieuwsblad een serie van elf artikelen over Radio laat je Leiden. Zoon Jeroen (12) werkte als interviewer bij de opnames in het Stadhuis. Ze gaat verder met een wetenschapsjournalistieke bijdrage aan het Verdriet van De Atlas van Leiden.

Anne Jonas, regisseur van het Leids/Haagse theatergezelschap NoBis en theatergroep TamTam uit Leiden Noord is verbaasd dat jonge mensen uit andere culturen zo geïnteresseerd zijn in haar emotionele verhaal. In de rubriek Blik op Leiden kan ze er zonder schroom over vertellen. ‘Door Radio Laat je Leiden leerde ik hoe weldadig het kan zijn om buiten de lijntjes van je vak te kleuren.’

Theo de With, journalist van het Leidsch Dagblad stelt PS|theater in een eerste kennismaking een confronterende vraag: ‘Stel dat er niemand aan je (bakfiets)tafel komt zitten?’ PS|theater realiseert zich: je moet met een goed eigen verhaal komen, voordat je een ander om een verhaal vraagt. Theo is de eerste tafelgast en wordt fan.

Oogsten Inspirator Jennefer Verbeek, sinds 2007 bij Peen en Ui: ‘Peen en Ui heeft in de afgelopen jaren door projecten als De Stadspicknick, OPEN/Makers aan de Markt en ‘t Was Goed een netwerk opgebouwd van makers, bewoners en buurt- en stadsprofessionals uit allerlei disciplines. Radio Laat je Leiden gaf ons de mogelijkheid om te oogsten.’

Spin-off: Nieuwe Theatergroep Regisseur Natasha Schulte doet een project bij OPEN/Makers aan de Markt en is Artist-inresidence bij Scheltema. Ze ziet de uitzending in het Warenhuis en kiest ervoor in Leiden een nieuwe theatergroep op te richten, aangestoken door het enthousiasme van de makers van Radio Laat je Leiden.

Aangeraakt: de wethouder Wethouder van Cultuur Jan-Jaap de Haan wordt door de makers van Radio Laat je Leiden gevraagd als tafelgast. Hij regelt rond de nieuwe Cultuurnota een speciale Cultuur071 Radio Laat je Leiden in BplusC. Daar brengen o.a. Koen Brakenhof, Natasha Schulte en Vivienne Aerts hun culturele dromen ten gehore. De Haan is ook te gast bij de Sterrewacht en vormt op meerdere manieren een brug tussen de afleveringen.

In opleiding bij Paul Koek

Mode Ontwerpster Monica Cannella woont een van de eerste voorstellingen bij en biedt vervolgens aan de kostuums te verzorgen. Daarna ontwerpt ze ook de kostuums voor het hoorspel De zeven singels route (zie Han Ruijgrok) voor het Amsterdam Fringe festival.

Een aantal theatermakers van Radio Laat je Leiden volgde de master Muziektheater van het Koninklijk Conservatorium Den Haag, onder leiding van o.a. Paul Koek. Het spel bij Radio Laat je Leiden veranderde onder invloed van de opleiding. Tijs Huys: ‘Er was een wisselwerking: het leidde ertoe dat de muziek niet langer illustratief was, maar een autonoom onderdeel werd van het hoorspel.’ Pauline ten Böhmer: ‘De uitdaging is niet stemmetjes doen, maar voor elk personage een karakteristieke stem te ontwikkelen waar muziek in zit.’

Stadhuisbrand

Omgebouwde keet

Pierre Hosman is in het Stadhuis aan tafel uitgenodigd om te vertellen over de stadhuisbrand van 1929 die hij als vierjarige meemaakte. De redactie komt hem op het spoor via het project Lichtjes Leids en hij zal in de toekomst betrokken worden bij De Atlas van Leiden.

Theatermaakster Rian Evers kondigde bij elke aflevering de gasten aan met zelfgeschreven liedjes. Nu wordt ze beheerder van de omgebouwde keet, het kleinste theater van Leiden waar De Atlas van Leiden mee begint.

Staat van de Stad

Theatermaker Gideon Roggeveen sloot in beide series elke show af met een column. Gideon: ‘Door Radio laat je Leiden ben ik veel zichtbaarder geworden.’

Mode van Leiden naar Amsterdam

Eerste tafelgast

LS/39

Veel mensen die wij ontmoeten, ontmoeten wij plots. En vaak is het zo dat wij linksom of rechtsom al snel overeenkomsten ontdekken en verbindingen zien. Voor je het weet, zit je dan met elkaar op de koffie en als je even niet oplet, speelt jouw verhaal een hoofdrol in een van onze projecten.’

Archeoloog Tom Hazenberg is de expert in de aflevering in buurthuis Matilo. Hij is betrokken bij de vondst van het bronzen masker, het Gordon masker. Hij spreekt bij de aftrap van De Atlas van Leiden zijn Staat van de Stad uit, een oproep om het verleden vooral niet te vergeten.

Zichtbaar

DE FEITEN Aantal afleveringen 10 Opnamelocaties BplusC / Kringloopbedrijf Het Warenhuis / Scheltema / Hortus / Sterrewacht / SieboldHuis / Aalmarkt: Open|Makers aan de Markt / Burgerzaken Stadhuis / Matilo / Oude Slachthuis Nieuw Leyden Radiofragmenten • I have a dream: Leidse makers vertellen over hun dromen. • Interview: met Wethouder Jan Jaap de Haan. • Leiden spreekt: Leiden spreekt over de kansen voor cultuur. • Column: Gideon Roggeveen sluit af met een column. radiolaatjeleiden.nl en pstheater.nl

Aanstekelijk Godert Volbeda Sr. vertelt een aanstekelijk verhaal en brengt mooi in kaart hoe het vroeger in het slachthuis toeging. PS|theater vraagt hem mee te werken aan het eerste thema dat zij gaan uitwerken voor De Atlas van Leiden: het Verdriet.

Studentendispuut Radio laat je Leiden dringt ook door tot de Leidse studentenwereld. MEAO-studente Toerisme en stadsgids van Leiden Caecil van Harteveld werkte mee aan een eerder project en zo ontstond het contact met Onna Malou, een studente in een meisjeshuis aan het Rapenburg. En daarmee kwam het dispuut Allure van Augustinus in beeld en Lauren van Halderen (zie: De hoop van Leiden). ARNO KON I NG / RU DO SLAPPENDEL / MICKEL DE NIJS / PIET PHILIPSE / ROGIER VAN VUCHT / S A S KI A J A C O B S / M A R I A P E TE R S / L I N D A C A P E L / RESI VAN DER PLOEG / ANNE FLE U R SCH E P / TIJS H UYS / G I D E O N R O G-G E V E E N / J E N N E - FER VERBEEK / PE PIJ N S M IT / E R I C A S M I T S / NIELS KUITERS / HEDWIG KOERS / E L S A M A Y AV E R I LL / HAN RUIJGROK / M I L E N A H A- VERKAMP / RIAN EVERS / PA U L I N E T E N BOHMER / J O S E PH I N E BODE / THEOLIEKE SMITVA N TEYLI N G E N / SANNE DRESME / TH E O D E W ITH / A R I E L A N ATI V / J O S V A N DER POEL / COR SMIT / JANWILLEM VAN DER S T R AT E N / R I C H A R D POST / PINK MELTZER / ANNE J O N A S / MARIJKE TE E U W / VA N E S SA KOPPER / SAR A M I RZA / G UANYU JIN / VIVIANE IRAKOZE / ASSIA OULMOUDEN / SALY AL-DELEMY / MANUEL LABRADOR / AS H R AM KO H LI / FR ITS VAN D E R SLUIS / DINY O U W E R KE R K / EMMY BIEGSTRATEN / BERT VERVE R / BART OUWERKERK /

E RI K OLIJ E RHOE K / JOKE GALJAARD / NEZHA MANDIL / JAN STROOMER / D I A N A V A N D E N DRIESS C H E / MARJAN VAN G E RWEN / ERICA HAFFMANS / J O SÉ VA N B E E K / R O B I N EDEL / ELINE LEVERING / S T E P H A N I E S O E M A N TA / I R E N E TI M M E R / LU C A D I TO M MAS O / J U LIA VAN ADRICHEM / E RI K A AIOKI / IVO BAKKE R- S C H U T / P A U L B O UTE R / F O N S D E L E M A R R E / GREET DOL / J E R O E N VERMEY / ALICIA FERNANDEZ SOLLA / LUDY FEYEN / MATTHI FORRER / ENES GUNES / JAN-JAAP DE HAAN / LAU RE N VAN HALDEREN / TOM HAZENBERG / D E H E E R PI E RRE HOSMAN / ARJAN VAN DER HULST / VINCENT ICKE / CAROLI E N KASPER / JOHAN DE KLUI- V E R E N H E T H E LE TE A M VAN D E G R O E NVOORZIENING VAN DE ZIJLBEDRIJVEN (DZB) / DIANA LEPELAAR / D E H E E R J A N M EI J V O G E L / N I KI N E M E ROVSKY / CISK A VAN OORT / MEVR. RIETHOVEN / HANNA ROGGEVEEN / KRIS SCH I E RMEIER / JOKE SCHONEVELD /

WIM SELLES / TOYOKO SHIMADA / IGNAS SNELLEN / TH E STR E A M / STU D E NTE N VA N H E T ‘R A B E L L E S K A S T E E L’ A A N HET RAPENBURG / STUDENTES VAN ‘ALLURE’ OP DE HOOIGRACHT / TESSA DE SWART / PETER VISSER / MARIAN D E VALK / G OD E RT V O LB E D A / WE RKG ROE P LE I DSE STE RR EWAC HT / G EMEENTE LEIDEN / WIJ KE N VO O R K U N S T / S L S W O N E N / W O Z FONDS / PRINS BERNHARDC U LTU U RFON DS ZU I D-HOLLAN D / LO S MAGAZI N E / KU N STF E STI VA L TI K VA N D E M O LE N / U N IT Y F M. Z IJ D E D E N M E E

LS 4 De magische cocktail die doorbraak heet. Proef ’m op pagina 44. LS6


40/LS

Door Esther Barfoot Fotografie Marc de Haan

Singelpark verbindt Het langste, mooiste en spannendste stadspark van Nederland. Dat moet Singelpark worden. Een park van 6,5 km lengte zonder start- en eindpunt en daarmee symbool voor oneindigheid en verbondenheid. Verbondenheid betekent ook: een actieve rol voor de Leidenaren in het park. Bij het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en de programmering. Deze grootscheepse participatie van Leidenaren krijgt nu al vorm.

‘Biodiversiteit moet een belangrijke plek krijgen in Singelpark’

‘Er zijn in Nederland weinig voorbeelden van zo’n omvangrijke participatie’ Conny Broeyer Bestuurslid Vrienden van het Singelpark ‘Ons doel is dat er in 2015 duizend Leidenaren actief betrokken zijn bij het Singelpark. Singelpark is een burgerinitiatief en tot nu toe hebben al vele Leidenaren op de een of andere manier hun stem laten horen. Meer dan 9.000 mensen hebben de tentoonstelling bezocht in de tuin van Museum Volkenkunde, waar de ideeën van de zes internationale bureaus voor landschapsarchitectuur te zien waren. Honderden mensen hebben hun reactie gegeven op de ideeën tijdens rondleidingen en feedbacksessies, via reactieformulieren en social media. Tientallen mensen hebben zich aangemeld als vrijwilliger. Om de deelname van de Leidenaren behapbaar te maken hebben de Vrienden van het Singelpark de Singel in zes taartpunten opgedeeld: Witte Singel, Morsen Rijnsburgersingel, Maresingel, Herensingel, Zijlsingel en Zoeterwoudsesingel. We vragen de bewoners uit iedere taartpunt mee te denken en te werken aan hun stuk Singelpark. Ook omdat we merken dat de meeste bewoners vooral geïnteresseerd zijn in hun directe omgeving. Op dit moment ben ik in gesprek met verschillende wijkverenigingen, bewoners en organisaties die rondlopen met ideeën voor het park. Ook ben ik aan het onderzoeken of we alvast een kwekerij kunnen opzetten waar we planten, struiken en bomen kweken voor het Singelpark. De aanleg van het Singelpark is straks goedkoper als we een deel van het groen al hebben. Daarnaast is het een goede manier om bevlogen mensen alvast aan ons te verbinden. Met de gemeente zijn we in gesprek om te onderzoeken wat onze rol en de rol van de gemeente kan zijn in het park. Wat kunnen wij behappen met vrijwilligers en waarvoor hebben we de gemeente echt nodig? Hoe kan de gemeente ons faciliteren? Stel, wij doen het beheer van een stuk van het park. Kan de gemeente dan zorgdragen voor de afvoer van het groenafval? Het is voor de gemeente en voor ons een spannend traject, want er zijn in Nederland weinig voorbeelden van zo’n grootschalige burgerparticipatie. Vooral uniek, omdat we de burger een grote rol willen geven in de totstandkoming van het park.’

Aline ter Harmsel Projectmanager Gemeente Leiden

‘Ik geloof in de kracht van de stad’

‘In de moderne samenleving hebben burgers zoveel kennis, vaardigheden en professionaliteit in huis. De gemeente heeft haar expertise, maar op veel vlakken lopen burgers stappen voor. Door samen te werken kun je gebruik maken van elkaars specialisme. Ik ben niet de enige voorstander van samenwerking. De gemeenteraad heeft een participatiedocument vastgesteld en juicht het toe dat we met de Leidse burgers gaan samenwerken aan het Singelpark. Ook het college van B & W en andere ambtenaren zijn hier enthousiast over. Maar het zal wel even wennen zijn. In de loop van 2013 gaan we ontdekken hoe die samenwerking er in het Singelpark precies uitziet. De Vrienden van het Singelpark moeten hun eigen rol definiëren en ontdekken hoe zij het enthousiasme van de burgers kunnen omzetten in een geoliede vrijwilligersorganisatie. En wij moeten leren minder sturend op te treden. Ik kan mij voorstellen dat er in de ontwerpfase een ontwerpteam wordt samengesteld uit gemeenteambtenaren en vrijwilligers van de Vrienden van het Singelpark. In het beheer zijn er misschien delen van het park die door de gemeente worden beheerd en andere die door de Vrienden worden beheerd. De programmering zie ik als een onderwerp waar de Vrienden bij uitstek hun dromen kunnen waarmaken. Zo moeten we dat per deelgebied gaan ontdekken. Het is leuk om dat met elkaar uit te zoeken. We zijn begonnen aan een interessante ontdekkingsreis.’


2012 Juni – Vakjury verkiest bureaus voor landschapsarchitectuur Studio Karst en Lola Landscape Architects tot winnaars van de ideeënwedstrijd. Juni-september – Singelpark Design Expo en feedbacksessies. Eind juli – Stichting Vrienden van het Singelpark wordt opgericht.

2013 Begin december – Openbaarmaking rapport Stadslab ter advies aan College van B & W. Stadslab ziet goede mogelijkheden voor samenwerking tussen Lola en Studio Karst. Eind december – College neemt Kaderbesluit Singelpark. Dit betekent dat het een officieel project is met een budget van 13 miljoen euro.

Januari – Start samenwerkingstraject en convenant tussen gemeente en Vrienden van het Singelpark. Maart – De winnende bureaus leveren een beeldkwaliteitsplan op dat bij het ontwerp van ieder deel van het Singelpark als leidraad dient.

En verder – Singelpark is een te omvangrijk project om in zijn geheel in een keer te worden uitgevoerd. Deelprojecten worden na het kaderbesluit verder uitgewerkt tot definitieve ontwerpen. Per deelproject neemt de gemeente straks een uitvoeringsbesluit.

LS/41

LEES MEER OP LEIDSESTIJL.NL

Leidenaren

Jessica Zwartjes Stadstuinder en werkzaam bij Foodwatch, onderzoekt haalbaarheid stadslandbouw in het Singelpark ‘Ik ben aan het onderzoeken of stadslandbouw mogelijk is in Leiden, omdat ik het belangrijk vind dat de herkomst van ons eten zichtbaarder wordt. De kwaliteit van supermarkteten raakt steeds verder uitgehold, het is “verrijkt” met stoffen die er niet in horen, je weet niet welke bestrijdingsmiddelen er zijn gebruikt en of het genetisch gemodificeerd is. Het lijkt alsof je veel keuze hebt, maar als je echt gezond wilt eten, is de keuze beperkt. Hoe fijn zou het zijn als je bij een boer of een kweker met een stuk land in de stad jouw groente en fruit zou kunnen halen en met eigen ogen kunt zien hoe het verbouwd wordt. Ik zie het Singelpark als een ketting waar het perceel voor stadslandbouw als een parel aan hangt. Er is een theehuisje, waar je thee uit eigen tuin kunt drinken. Op woensdagmiddag zijn er activiteiten voor kinderen. Bijvoorbeeld, beleg je boterham met groenten of kruiden uit de tuin. Er zijn workshops, maar ook kunnen Leidenaren er zelf evenementen organiseren zoals een barbeque of een kinderfeestje. De tuin is de hele dag toegankelijk; iedereen kan er sla of andere groente komen plukken. Maar bewoners kunnen zich ook opgeven om in de tuin te komen werken. Ik zou het zo willen regelen dat ik en een zakenpartner eindverantwoordelijk zijn. Wij runnen het als een onderneming. Ook zouden eventueel jongeren in een reintegratietraject mee kunnen werken in de tuin. Het is niet zo makkelijk om in Leiden een geschikt stuk land te vinden. Leiden is veel compacter dan bijvoorbeeld Haarlem of Den Haag. Maar ik vind het heel belangrijk dat Singelpark niet te strak en te architectonisch wordt, maar dat de natuurbeleving en biodiversiteit een belangrijke plek krijgt.’

‘Onze buurt zit in een nuchtere fase’

Herma Geboers Voorzitter wijkvereniging Noordvest-Molenbuurt en donateurswerver bij de stichting Vrienden van het Singelpark ‘Onze wijkvereniging houdt zich al geruime tijd bezig met het Singelpark. Vorig jaar bestonden onze wijk en de wijk De Put in de Oude Morsch 400 jaar. We hebben toen allerlei activiteiten ontplooid waarbij we terugblikten op onze geschiedenis, maar ook vooruit keken naar de toekomst van onze wijk. Daarbij zijn er lezingen en brainstorms geweest over het Singelpark. De mooiste ideeën vlogen over tafel. Bijvoorbeeld, het idee van de kinderen om de tuin van het Museum van Volkenkunde meer te betrekken bij het museum. Bijvoorbeeld, door de windrichtingen aan te geven met in het noorden de Eskimo’s en in het zuiden een mooi Afrikaans volk. Maar ook hun idee om op het Nuon-terrein een skatebaan en ander vermaak voor tieners aan te leggen, sprak mij erg aan. Maar inmiddels zijn we met onze buurt in een meer nuchtere fase aanbeland. De bouw van het Nobel-complex is begonnen, de sanering van het Nuon-terrein gaat beginnen en de herinrichting van de Lammermarkt staat voor de deur. Het gaat nu om de directe belangen van bewoners die behartigd moeten worden. Ze willen weten waar ze aan toe zijn, wat de status van de plannen is. Zo ontdekken we nu ook dat de sjablonen van verschillende groepen niet op elkaar passen. Bijvoorbeeld, de Lammermarkt is de eerste stap van het Singelpark en moet groener worden, met een parkeergarage eronder. Maar tegelijkertijd wil de gemeente meer bussen laten rijden over de Lammermarkt. Hoe kan dat nou? Ook vinden sommige mensen het jammer dat de binnentuinen aan de 3e Binnenvestgracht niet toegankelijk zijn voor publiek, maar het was juist vanwege de overlast dat deze tuinen werden afgesloten. Het gaat in deze fase ook over veiligheidsbeleving van bewoners en privacy. Singelpark is een prachtige droom van water en groen waar wij als buurt graag voor willen gaan, maar wij staan ook met onze voeten in de klei.’

Lees op leidsestijl.nl wat de plannen zijn van de GroenGroep voor de Maresingel.


42/LS Favoriete ideeën Deze vijf ideeën van de landschaps­ bureau’s zijn favoriet onder de Leidenaren:

1 De dam weg bij de E.ON-centrale zodat je straks het volledige rondje singel kunt varen en schaatsen.

2

De grootste duurzame bubbelbaden ter wereld naast de E.ON-centrale. Verwarmd met het warme koelwater dat nu op de Maresingel wordt geloosd.

3

Een rijke kosmopolitische beplanting, waarbij de Hortus Botanicus als de curator optreedt.

4 De Melkweg in de singelgracht: tienduizenden lichtjes in het water geven ’s avonds een feeërieke sfeer.

5

Een grote afwisseling in functies in het park: kunst, cultuur, sport, spel, natuur, pluktuin, historie, wetenschap.

Beelden: Lola Landscape Architects (Rotterdam), Gross.Max (Edinburgh)

3 burgerinitiatieven Leiden is een stad van burgerinitiatieven. Waar staan zij voor, wat hebben wij eraan en wat gaan wij er in 2013 (en daarna) van merken? Drie voorbeelden uitgelicht.

Stadslab

Haal Lokaal

Energiek Leiden

Motto ‘Je hoeft niemand toestemming te vragen om je eigen stad mooier, leuker, creatiever, slimmer of groener te maken.’

Motto ‘Leiden kan zich echt onderscheiden met lokale winkels.’

Motto ‘Samen kunnen we van Leiden en omgeving de duurzaamste regio van Nederland maken.’

Stadslab helpt ideeën verder. Hoe? Door mensen met een goed idee voor de stad te koppelen aan ‘loslopende Leidenaren’ met kennis, expertise, creativiteit, tijd en ambitie. Klopt iemand bij Stadslab aan, dan zoekt deze club daar onmiddellijk de contacten bij die een idee verder kunnen brengen. Zodra een project start, kan Stadslab bovendien ondersteuning bieden met financiële, communicatieve, bestuurlijke en creatieve kennis. Op die manier zijn in Leiden al zo’n 15 projecten opgestart en vaak ook al afgerond. Van een boek over de 60 pleinen van Leiden tot kunst in leegstaande etalages, van plannen voor de Breestraat in 2022 tot ideeën voor het Singelpark. Bestuurslid Marije van den Berg: ‘We zijn geen ideeënbus, maar verbinden ondernemende mensen die iets willen dóen om van Leiden de leukste stad van Nederland te maken.’

www.stadslableiden.nl

Haal Lokaal is een initiatief dat Leidenaar Maarten van Oosterom in het voorjaar van 2012 is begonnen. Doel is om door middel van een kortingspas mensen te stimuleren bij lokale winkeliers te kopen. Het idee heeft hij afgekeken in Austin, Texas, tijdens een stage. Daar is het principe Buy local enorm populair. En terecht, vindt Van Oosterom: ‘Lokale winkeliers geven een stad identiteit, en je wordt blij van de service die ze bieden.’ Door bovendien lokaal te ‘halen’ ontstaat er een markt voor nieuwe authentieke winkeliers, verwacht hij. ‘En het is een instrument om leegstand in winkelpanden te voorkomen.’ Samen met compagnon Jeroen Roosenboom is Maarten nu bezig zijn project handen en voeten te geven. Inmiddels hebben zo’n twintig winkeliers zich aangesloten bij Haal Lokaal. Bij hen kunnen consumenten straks met een zogenaamde Haal Lokaal-pas korting krijgen. Van Oosterom: ‘Het doel is de beweging op gang brengen, de pas is het middel.’

Energiek Leiden is een jong initiatief dat Leiden en de regio zo snel mogelijk energie-neutraal wil maken. Om dat doel te bereiken biedt Energiek Leiden bedrijven, gemeenten en individuele burgers alle hulp en informatie om energie te besparen of energie op te wekken. In de vorm van kennis, financiers, sponsors en ‘inspirerende begeleiding’. Inwoners van Leiden kunnen rekenen op een aantrekkelijk aanbod voor zonnepanelen of om te participeren in windenergie. Daarnaast start Energiek Leiden een twintigtal projecten met lokale partners om energiebesparing en duurzame energie te versnellen. Op scholen en in wijken, met corporaties en huurdersorganisaties, op collectief en op individueel niveau. Inmiddels heeft Energiek Leiden een directeur aangesteld in de persoon van Maya van der Steenhoven. Uitvalsbasis van Energiek Leiden wordt – heel toepasselijk – Nieuwe Energie.

www.haal-lokaal.nl

www.EnergiekLeiden.nl


LS/43

Meer weten over het onderzoek van Ewine van Dishoeck? *leeronskennen.leidenuniv.nl/ewine-van-dishoeck en astronomie.nl **strw.leidenuniv.nl/WISH/outreach.php ***almaobservatory.org/

Tekst en fotografie Fred Hermsen

Is de aarde de enige planeet waar leven is ontstaan of zouden er ook andere kunnen zijn? Hoe ontstaan sterren en planeten? Om die eeuwenoude vraagstukken te beantwoorden, doet de hoogleraar moleculaire astrofysica, Ewine van Dishoeck, onderzoek naar de moleculen die zich bevinden in de ijskoude, ijle gaswolken tussen de sterren.

‘Een gouden astronomische eeuw dient zich aan’ De geboren en getogen Leidse hoogleraar Van Dishoeck heeft nog net een gaatje in haar overvolle agenda kunnen vinden. Wie haar naam intikt op Google ziet dat de befaamde astronome het maar druk heeft met de promotie van de sterrenkunde. ‘Over een paar weken sta ik voor publiek in Tokyo. Ik ben zo’n kwart van m’n tijd onderweg. Over de hele wereld eigenlijk.’ Uit de stapels proefschriften in haar kantoor aan de Niels Bohrweg pikt Van Dishoeck twee exemplaren die haar extra lief zijn. ‘Dit is het onderzoek uit 2009 van de Zweedse Karin Öberg naar de vorming van complexe moleculen. En deze, van de Italiaan Sergio Ioppolo, laat zien hoe je water kunt maken in een lab.’ Zoals dat gaat bij onderzoek: promovendi van de professor dragen allemaal iets bij aan het grotere onderzoek. In dit geval naar molecuulvorming in de donkere wolken tussen de sterren. ‘Zeg maar: daar waar nieuwe planeten ontstaan.’ Van Dishoeck won er in 2002 de Spinozapremie mee. Collega Xander Tielens deed hetzelfde in 2012 met zijn onderzoek naar de rol van grote moleculen en interstellair stof in het universum.

Herschel-satelliet Beide promoties zijn ook exemplarisch voor de aanpak van Sterrenkunde en in het bijzonder de Astrochemie in Leiden. ‘Als enige van de vier instituten in Nederland combineert de Sterrewacht theorie, waarneming met behulp van telescopen en laboratoriumonderzoek. Juist dat laatste is bijzonder; wij hebben als enige instituut een eigen laboratorium, nu onder leiding van Harold Linnartz.’ Hierdoor kan het laboratorium direct aansluiten op de vragen uit de astronomie. ‘Een laboratorium dat bij een chemie- of natuurkunde-instituut is ondergebracht, krijgt te maken met andere wetenschappelijke prioriteiten; astronomisch relevant onderzoek wordt dan al snel als een klein extraatje terzijde geschoven. Bij ons is de onderzoekketen tussen vraag, experiment, resultaat en toepassing heel kort. Neem het onderzoek naar de vorming van water op de oppervlakken van stofdeeltjes bij ultralage temperaturen. Alhoewel de reacties al dertig jaar geleden werden verondersteld, waren ze nog nooit in een laboratorium onderzocht. Simpelweg omdat er vanuit de chemie of natuurkunde te weinig interesse voor bestond. De lancering van de Herschel-satelliet bracht ons ertoe om deze reacties in ons lab te simuleren. En nu blijken de resultaten van ons onderzoek van groot belang om de Herschel-waarnemingen van water te kunnen interpreteren.’

Met twintig onderzoekers in vaste dient is Sterrenkunde een betrekkelijk grote organisatie, bezig met een groeispurt. Met onderwijs aan ongeveer vijftig nieuwe studenten per jaar is het aantal studenten in tien jaar met 100 procent gestegen, mede door de sluiting van Sterrenkunde in Utrecht. De wetenschappers aan het instituut komen meestal niet uit Leiden: ‘Onze promovendi – op het moment ruim 40 – zijn ongeveer voor de helft Nederlands en als ze eenmaal gepromoveerd zijn, sturen we ze de wereld in voor hun post doc. Onze eigen post doc´s komen vrijwel allemaal uit het buitenland.´ Zelf ging Van Dishoeck na haar promotie in 1984 aan de slag aan Harvard en Princeton. ‘Astronomie is een even internationale als kleinschalige aangelegenheid waarin iedereen elkaar kent. Overal waar ik een vliegtuig uitstap, heb ik vrienden’, zegt de hoogleraar.

66 Telescopen In dat wereldje vervult het Leidse instituut een bijzondere rol. Van Dishoeck heeft wel een idee waar dat door komt: ‘In onze rijke traditie trekt talent nieuw talent aan. Denk maar aan internationaal befaamde voorgangers als De Sitter en Van de Hulst. En natuurlijk Jan Hendrik Oort, die zo’n vijftig jaar geleden de ESO oprichtte – de Europese Zuidelijke Sterrenwacht.’ Deze instelling met hoofdzetel in München, wordt geleid door Tim de Zeeuw, echtgenoot van Van Dishoeck. ESO bouwt en beheert sterrenwachten op het zuidelijk halfrond. Bijvoorbeeld, ALMA in Chili, 66 telescopen die op vijfduizend meter hoogte verrijzen. De Nederlandse instituten betalen grif mee aan de ontwikkeling van instrumenten op de ESO telescopen. ‘Wie meebetaalt, mag er met voorrang gebruik van maken. Zo kunnen we als eerste publiceren. En die voorsprong is weer goed voor het werven van nieuwe onderzoeksgelden.’ Als Van Dishoeck het heeft over ‘we’, bedoelt ze de met nadruk de verzamelde Nederlandse onderzoekers. ‘Ik denk niet zo in termen van Leiden, maar eerder in termen van Nederlands onderzoek.’ Als directeur van toponderzoeksschool Nova, een van de twee instellingen die dat predicaat in Nederland mag voeren, maakt ze zich dan ook hard voor intensieve samenwerking.

De ultieme vraag Ze ziet gouden tijden in het verschiet. Satelliettelescopen als de Herschel en de Hubble, en de eerder genoemde ALMAtelescopen zorgen ervoor dat wetenschappers steeds nauw-

keuriger en dieper in het heelal kunnen waarnemen. ‘Ik kan al onderzoek doen naar interstellaire wolken in veraf gelegen sterrenstelsels. Dat is een grote stap vooruit. Nieuwe telescopen nemen steeds weer andere golflengten waar.´ Gevraagd of ze verwacht ooit leven op andere planeten aan te treffen, lacht ze: ‘Aha, de ultieme vraag. We hebben al ontdekt dat de belangrijkste bouwsteen voor leven – water – een belangrijke rol speelt bij de geboorte van planeten. Ook onderzoeken we hoe water vervolgens op de planeten zelf terechtkomt. En zo zien we meer gewone en exotische moleculen die als bouwstenen voor leven kunnen dienen. Er is echter meer nodig om dat ook echt te laten ontstaan, zoals water in vloeibare vorm, wat vrij bijzonder is. Mijn collega’s zoeken naar zogeheten exo-planeten waar dat mogelijk is.’ Maar eerst stapt ze in de trein naar Eindhoven, voor een presentatie bij de opening van een nieuw chemisch lab. Ze verzucht nog even: ‘Gisteren was het even lekker rustig hier. Kon ik weer een dag volop onderzoek doen. Want daar draait het natuurlijk om, die nieuwsgierigheid.’

Moleculen in de ruimte De moleculen in de interstellaire wolken vormen het ruwe materiaal voor nieuwe sterren en planeten. Sommige zijn heel complex en voor ons exotisch, andere ook bij ons op aarde gangbaar. Momenteel richt het onderzoek van Van Dishoeck zich vooral op water en de waterkringloop in de ruimte. Dat onderzoek moet antwoord geven op vragen als: welke rol speelt water bij de vorming van planeten? Hoe ontstaat water en hoe komt water op een planeet terecht? Een fascinerende vraag, aangezien de aanwezigheid van water een vereiste is voor het ontstaan van leven. * Omdat ze haar onderzoek alleen kan doen met behulp van zeer krachtige telescopen stond en staat Ewine van Dishoeck aan de wieg van de meest krachtige telescopen ter wereld, zoals de Herschel-telescoop ** die in 2009 werd gelanceerd en ALMA, een verzameling van 66 telescopen op 5000 meter hoogte op het drielandenpunt tussen Chili, Argentinië en Bolivia ***. Van Dishoeck won vele prijzen en onderscheidingen en de Leidse Sterrewacht, haar werkterrein, is een van ’s werelds meest vermaarde sterrenkundige instituten.


44/LS

3-Tesla Deze MRI-scanner, die Ilya Veer gebruikt voor zijn hersenonderzoek, is een grote magneet. Hoe groter de magnetische veldsterkte van een MRI-scanner, hoe nauwkeuriger de beelden die met dit apparaat gemaakt kunnen worden. De sterkte wordt aangegeven in Tesla, genoemd naar de Servisch-Amerikaanse natuurkundige Nicola Tesla.

Tekst Wendy Dallinga / Cynthia Kroet / Avinash Bhikhie / Joost van Zoest Illustratie Joshua Luijten

‘Eurekamoment voelt als smoorverliefd worden’

Wat is er nodig voor een medische doorbraak? Speelt creativiteit een rol in wetenschap? Drie succesvolle wetenschappers van het LUMC, Bart Roep, Annette van der Helm en Ilya Veer vertellen over de magische cocktail die doorbraak heet.

‘Je moet stronteigenwijs zijn’ Bart Roep

‘Ik kan het niet alleen’ Annette v/d Helm

‘t was een toevallige ontdekking’ Ilya Veer

1. Wat hebben we aan uw onderzoek? ‘Alle mensen die meerdere keren per dag hun bloedsuiker prikken en die drie keer per dag insuline spuiten, hebben we een hart onder de riem gestoken. Diabetes type 1 werd voorheen gezien als ongeneeslijk, maar ik heb ontdekt dat dat niet zo hoeft te zijn. We weten nu dat de cellen die insuline aanmaken in het lichaam nog steeds aanwezig kunnen zijn en dat het dus zinvol is deze te beschermen. De kans dat we in de toekomst door therapie deze cellen weer kunnen stimuleren om insuline aan te maken, is groot.’

‘Ik onderzoek hoe het kan dat mensen met een gewrichtsontsteking reuma ontwikkelen. Daar weten we helaas nog steeds weinig van af. Het klinkt als een open deur, maar we weten pas sinds kort dat tijd heel belangrijk is. Patiënten die binnen twaalf weken na het ontstaan van de eerste klachten behandeld worden, hebben een grotere kans op genezing. Ik wil met mijn onderzoek bestuderen wat er in deze vroegste ziektefase gebeurt, om er uiteindelijk voor te zorgen dat reuma geen chronische ziekte meer is.’

‘Ik kijk hoe emotie onder stress wordt geïnterpreteerd en gereguleerd in de hersenen. Zo leren we stress- en emotiesystemen in de hersenen steeds beter kennen. Hopelijk leidt dit in de toekomst tot betere behandelingen en medicijnen voor de patiënt. Hoe de hersenen op stress reageren, kunnen we zien met 3-Tesla, een speciale MRI-scanner*. Hiermee zien we welk deel in de hersenen actief is wanneer we proefpersonen een taakje laten doen nadat ze zijn blootgesteld aan een stressvolle situatie.’

2. Hoe belangrijk is creativiteit in de wetenschap? ‘Creativiteit is heel belangrijk. Je moet out of the box durven denken. Daarvoor moet je stronteigenwijs zijn. Als ik alle adviezen van collega’s had opgevolgd, dan had ik nooit iets baanbrekends ontdekt. Met nieuwsgierig zijn maak je niet altijd vrienden. Je moet durven twijfelen aan het onderzoek van collega’s en daarmee maak je veel deskundigen boos.’

‘Dat je een probleem van verschillende kanten kunt benaderen, is belangrijk. Zo werk ik niet alleen in het lab, maar sta ik ook in de polikliniek waar ik veel contact heb met patiënten. Ook kijk ik buiten mijn eigen specialisatie. Voor mijn onderzoek werk ik veel samen met radiologen en mensen in het lab: ik kan het niet allemaal in mijn eentje. Dat is de sleutel tot succes. Ik kan nooit alleen de top bereiken.’

‘Bij cognitief hersenonderzoek spelen de experimenten waaraan zowel patiënten als gezonde mensen deelnemen een belangrijke rol. Bij de opzet van een experiment moet je creatief zijn. Hoe laat je proefpersonen iets doen of voelen wat jij wilt, zodat dit tijdelijk hun gedrag beïnvloedt? Oftewel: Hoe krijgen we mensen goed gestrest en met welke taken kunnen we de invloed van stress meten? Om als onderzoeker succesvol te zijn, moet je enigszins creatief zijn, maar ook kundig. Je moet namelijk ook goed zijn in de technische aspecten van je vakgebied.’

3. Wanneer wist u: ik heb een doorbraak? ‘Je moet heel veel geluk hebben, maar bij geluk zit ook een stukje gut feeling, instinct. Ik denk dat ik één talent heb en dat is dat ik mazzel heb. Dan maak je net een denkslag die niemand nog gemaakt heeft. Het eurekamoment voel je meteen. Dat is een adrenalinestoot die je direct krijgt bij het zien van de uitkomsten van een proef. Het is vergelijkbaar met verliefd worden. Je merkt het ook gelijk aan collega-wetenschappers in andere ziekenhuizen. Zij balen dat zij de oplossing niet gevonden hebben. Het is geen wedstrijd, maar het is wel mijn missie om diabetes te genezen.’

‘Die is er voor mijn gevoel nog steeds niet. Ik ben pas echt blij wanneer ik reuma kan voorkomen, maar daar ben ik waarschijnlijk nog mee bezig tot aan mijn pensioen. Er is wel veel vooruitgang. Met behulp van MRI-scans zien we bijvoorbeeld dat er al veel eerder gewrichtsontstekingen zijn dan aan de buitenkant te zien is. Toch zijn het nog allemaal stukjes van de puzzel: we kunnen ’m nog steeds niet helemaal leggen. Elk stukje is een doorbraakje op zich. We zijn aardig op weg, maar het is niet zo dat ik tevreden achterover kan leunen.’

‘In een van mijn experimenten moest ik een scan die connectiviteit tussen verschillende hersendelen laat zien helemaal naar het einde van het onderzoek verschuiven. Een uur nadat we mensen in een stressvolle situatie hadden geplaatst. Ik ging er niet vanuit dat er iets uit zou komen, omdat ik dacht dat de hartslag weer was gedaald en het stresshormoon was afgenomen. Maar toch bleek er in de hersenen een groot verschil te bestaan tussen de mensen die stress hadden gehad en de groep die dat niet had gehad. Dat was een kleine doorbraak, waarbij ik zag dat stress langer invloed had op hoe hersengebieden met elkaar communiceren dan tot nu toe bekend was. Het was een volkomen toevallige ontdekking, maar daarom des te leuker.’

DE 5 OPMERKELIJKSTE MEDISCHE DOORBRAKEN IN LEIDEN 1597 ANATOMISCH THEATER Het is misschien geen echte doorbraak, aangezien het in Italië reeds bestond. Maar dankzij het anatomisch theater heeft Leiden een grote bijdrage geleverd aan de anatomie en ontleedkunde. Professor ontleedkunde Pieter Pauw (15641617) opent het theater in 1597 aan het Rapenburg. Ongeveer twee keer per jaar wordt er een lijk ontleed onder toeziend

1667 oog van studenten en belangstellenden. Veelal zijn het geëxecuteerde criminelen die als onderzoeksobject dienen. Het Leids anatomisch theater heeft al snel een aanzuigende werking op internationale studenten. Museum Boerhaave heeft aan de hand van prenten en beschrijvingen het theater gereconstrueerd.

ONTDEKKING EIERSTOKKEN Hoe werkt de voortplanting? Is de vrouw niet meer dan een bloedstoof waar het zaad van de man uitgroeit tot een kind? Of is het juist de vrouw die het zaad slechts als een startschot voor de voortplanting ziet? Deze ogenschijnlijk absurde vragen bezorgen medici in de 16de eeuw slapeloze nachten. Totdat de Leidse geneeskundigen Jan Swammerdam en

1876 Reinier de Graaf door anatomisch onderzoek ontdekken dat de vrouw eierstokken heeft en dat er sprake is van een eisprong. Het leidt tot het inzicht dat de voortplanting een wisselwerking is waarbij het zaad van de man en de eicel van de vrouw even belangrijk zijn.

EERSTE HARTFILMPJE Het hartfilmpje, wie kent het niet: het apparaat dat met een dansend lijntje de hartslag van de patiënt registreert. Het hartfilmpje wordt ook wel het elektrocardiogram (ECG) genoemd. Grondlegger ervan is de Leidse fysioloog Willem Einthoven (1860-1927). Hoewel enkele andere fysiologen reeds hadden ontdekt dat de hartslag gepaard gaat met


Bart Roep Bart Roep (1963) is hoogleraar Diabetologie. In 2002 ontving hij de prestigieuze Minkowski Prijs van de Europese Associatie voor de Studie van Diabetes voor zijn ontdekkingen op het gebied van type 1 diabetes.

Annette van der Helm Annette van der Helm (1974) is internist en reumatoloog. In 2012 kreeg zij van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek de VIDI-subsidie voor haar onderzoek naar de vroegste fase van reuma.

Ilya Veer Ilya Veer (1981) doet als promovendus bij het Leiden Institute for Brain and Cognition (LIBC) onderzoek naar de rol van stress in emotie en in de ontwikkeling van psychiatrische ziekten, zoals depressies en posttraumatische stressstoornissen.

LS/45

LEES MEER OP LEIDSESTIJL.NL

1967 elektrische stromen, weet Einthoven met zijn apparaat deze elektrische stromen vast te leggen op fotopapier. Hij test zijn uitvinding op patiĂŤnten die in het academisch ziekenhuis liggen en krijgt de resultaten via het telefoonnet(!) binnen in zijn onderzoekslab in het Kamerlingh Onnes Gebouw. Einthoven ontvangt voor zijn uitvinding in 1924 de Nobelprijs voor Geneeskunde.

HLA-ANTIGENEN Als het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zijn lezers enkele jaren geleden vraagt wie de meest verdiende kandidaat is voor de Nobelprijs voor Geneeskunde, wordt de Leidse immunoloog Jon van Rood het meest genoemd. Hij is befaamd vanwege zijn ontdekking van HLA-antigenen, die een grote rol spelen bij afstotingsreacties na

2007 orgaantransplantaties. Omdat hij zijn patiĂŤnten niet wil belasten, laat Van Rood stukjes huid in zijn eigen onderarm transplanteren om te kijken welke afgestoten worden en welke niet. In 1967 richt Van Rood Eurotransplant op, een internationaal samenwerkingsverband voor orgaandonatie. Van Rood is als emeritus professor nog altijd verbonden aan het LUMC en bloedbank Sanquin.

REPARATIE GENETISCH DEFECT DUCHENNE In 2007 doet professor Gert-Jan van Ommen samen met collega-onderzoekers van het LUMC en het Leidse bedrijf Prosensa een belangrijke ontdekking in de strijd tegen de erfelijke spierziekte van Duchenne. De wetenschappers slagen erin een genetisch defect te repareren bij enkele kinderen met deze ziekte. Dit Leidse

succes legt de basis voor een geneesmiddel dat de aanmaak van het eiwit dystrofine herstelt. Mensen met Duchenne missen dit eiwit, dat de spieren samenhang en stevigheid geeft. Zie ook de interactieve tijdbalk met medische doorbraken op leidsestijl.nl

LS 4 Ontcijfer pagina 61. LS6


46/LS

Izaak Zwartjes (1974) is beeldend kunstenaar en heeft zijn atelier aan de Haagweg 4. Hij exposeerde o.a. in het Cobramuseum met zijn beelden en installaties. Het werk kenmerkt zich door het aardse materiaalgebruik, zoals

jute of sloophout, en het ontbreken van uitgesproken kleur. Het oogt soms macaber en chaotisch, maar voor Zwartjes volgt zijn werk uit de onbekommerde logica van het leven: organisch, bezield, sterfelijk.

Fotografie Rob Overmeer Tekst Marina van den Berg

‘Die kast had ik liever dicht gehad op de foto, het leidt zo af.’

‘Nee, dood?!, ik ben juist heel erg met het leven bezig!’

‘Ik wil materiaal waar het leven al doorheen is getrokken, ja inderdaad, dan ben ik dichter bij de levenscyclus, geboren worden, sterven.’

‘We aten thuis veel rollade, ja. Zo’n rolladeknoop is een makkelijke manier om een beeld vorm te geven. Lassen vertrouw ik niet zo.’ ‘Dat jute krijg ik gratis bij de aardappelboer. De schedels komen uit dierenwinkel Vlieland, voor in aquaria. Voor die varkenskoppen betaal ik 15 euro bij slagerij Van der Zon. Er zit nog veel vlees aan, kunnen ze voor hondenvoer gebruiken.De boekhouder wil overal bonnetjes van, misschien wel raar van zo’n dierenwinkel, maar ja, ik heb het toch echt voor mijn werk nodig.’

‘Ik amputeer vaak ledematen, als het niet bij een beeld past. Iets handen en voeten geven, dat is zo moeilijk.’


Zijn basis is stevig, al oogt hij zelf als een fragiele engel tussen de macabere donkere beelden. ‘Het is ook heel praktisch hoor, dat verzamelen van troep. Ik heb nauwelijks materiaalkosten.’ Hij denkt lang na voordat hij iets zegt. ‘Met die beelden heb ik het wel een beetje gehad. En het raakt te vol hier, ik moet me beperken.’ Het klinkt wat gekweld,

maar als je goed kijkt, is er overal orde. In de ene kast de inspiratiebronnen: de oranje speelgoed hulk. ‘Dat poppetje is vanwege de spierbundels.’ Hij neemt het in zijn handen en kijkt aandachtig. ‘En hij heeft een mooi bruut hoofd, een echte domme brutekracht.’ In de andere hoek bij het raam staan de ‘halffabricaten’. Zijn werk moet rijpen. Een bak met karton-

‘Die borstel? Ik moet hier ook de afwas doen, geen idee waarom ie daar hangt.’

LS/47

pulp. Weckpotten waar algen in groeien. ‘Die zijn stabiel nu, er is evenwicht.’ Hij kijkt er verwonderd bij, het is een wonder, wat er zo ontstaat, vanzelf bijna, onder zijn bezieling.

‘Als zo’n kop vers is, dan heeft ie nog teveel zijn eigen varkensziel. Ik blaas er nieuw leven in.’

‘Deze varkenskop is nu stabiel. Hij rot niet meer verder. Ik doe dat het liefst in de zomer, dan kunnen de ramen open.’

‘Ja, alles heb ik hier zelf gebouwd, heel strak geordend. Dat geeft rust.’

‘Bruin is een hele levende kleur, veel levendiger dan metalic geel of blauw, dat is pas doods.’

LS 3 Op naar de hippe stadskamers op pagina 12. LS6


48/LS

Tekst Ismay Gossen / Willemijn Sneep Illustratie links Joshua Luijten


LS/49

Josse Popma en Jan Willem ter Steege vormen samen het Leidse architectenbureau Popma & ter Steege. Het bureau maakt onderdeel uit van eLAN, een netwerk van tien jonge architectenbureaus. Popma & ter Steege richten zich voornamelijk op herontwikkeling. Van wijkvernieuwing tot verbouwing van een interieur.

Illustratie rechts Josse Popma

DREAM THEATER in monumentaal pand

‘PLANTENKRABBER’ voor stadslandbouw De Verenigde Naties schatten dat in 2050 bijna 80 procent van de wereldbevolking in steden woont. En hoe meer bewoners in de steden, hoe meer voedsel daar nodig is. Om transportkosten en vervuiling te beperken, zou dat voedsel dicht bij huis geproduceerd moeten worden, maar daarvoor is in de toekomstige supersteden geen ruimte. Het Zweedse bedrijf Plantagon bedacht een oplossing. Het ontwierp, samen met architectenbureau Sweco, een zeventien verdiepingen tellende kas om gewassen in te kweken. Deze ‘plantenkrabber’ moet eind 2013 in de Zweedse stad Linköping in gebruik worden genomen. Is zo’n futuristische kwekerij voor Leiden ook een uitkomst? Nu de Randstad een grootstedelijk gebied wordt, zeker wel. De bedenkers van de kas stellen dat het mogelijk is om industriële hoeveelheden voedsel te verbouwen met een minimaal verbruik van ruimte, water, energie of bemesting en een lage CO2-uitstoot. Dit laatste is onder andere mogelijk als de kas wordt verwarmd met restwarmte. In Leiden zou de restwarmte van de E.ON-elektriciteitscentrale op die manier een goede bestemming kunnen krijgen. Het plantenafval kan in de kas gecomposteerd en hergebruikt worden als mest voor nieuwe planten.

Wat mist Leiden nog? Welke innovatieve stadsontwikkeling uit het buitenland zou voorzien in een behoefte? Studenten Ismay Gossen en Willemijn Sneep kozen drie avantgardistische ideeën. Leidse Stijl vroeg architecten Popma & ter Steege een van de ideeën te vertalen naar de Leidse context. Slimmere Leidenaren door IDEEËNBIBLIOTHEEK Leidenaren zijn intelligent. En dat is niet alleen de mening van de Leidse bevolking zelf. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de Leidenaren op de derde plek eindigen in de top-50 van gemeenten met het grootste percentage hoogopgeleide inwoners. Tegelijkertijd staat Leiden op de vierde plaats van zo’n zelfde ranglijst, maar dan met het grootste percentage laagstopgeleiden. Kort gezegd: de Leidse bevolking bestaat uit extremen. De Londense wijk Tower Hamlet had hetzelfde probleem, toen in 2002 de Idea Stores daar openden. In het glazen gebouw van deze Idea Stores, een opleidingscentrum, bibliotheek en vergaderlocatie in een, kun je ook eten, koffie drinken, vrienden ontmoeten en cursussen doen. De bibliotheek bepaalt de collectie niet zelf vooraf, maar stelt deze samen aan de hand van de vragen die de bezoekers stellen. Zo komt ze tot informatie over bijvoorbeeld inburgeringscursussen, arbeidsbemiddeling en

belastingtips, maar ook over fitness, Thais koken, gitaarles en massagetechniek. Elke Idea Store heeft daardoor zijn eigen aanbod. Het personeel, ideeënpersoneel genoemd, luistert naar de vraag van de bezoeker, stelt vragen, stimuleert en motiveert de bezoeker om misschien ook iets verder te denken dan hij of zij zelf zou doen. Het personeel noemt dit begeleiden volgens de drie E’s: engage, enrich en empower. Het blijkt een mooi voorbeeld hoe laagopgeleiden door educatie erop vooruit kunnen gaan. De eerste Idea Stores in Tower Hamlet is een succes en trekt zo’n 700.000 bezoekers per jaar. Zou zo’n Bibliotheek Nieuwe Stijl de Leidenaar uit De Kooi kunnen samenbrengen met de UB-ganger?

In Leiden gaan al jaren stemmen op voor een grote, luxe bioscoop. In Madrid hadden stedenbouwkundigen dezelfde wens. De gemeente loste dit op door een voormalig slachthuis om te toveren tot een bijzonder bioscoopcomplex met een industriële, maar warme sfeer. Architect Josemaria de Churtichaga heeft die sfeer weten te creëren door donkere houten vloeren en futuristische verlichting aan te leggen die contrasteert met de oude bakstenen muren van het slachthuis. Het enorme complex huisvest een filmarchief, een film- en tv-studio, kantoren, twee bioscopen en een patio waar in de open lucht films worden vertoond. Zou Leiden een voorbeeld kunnen nemen aan Madrid? Jazeker. Architecten Popma & ter Steege maakten bovenstaande impressie van een nieuwe bioscoop in het Pesthuis. Josse Popma: ‘De huidige Leidse bioscopen voldoen niet aan mijn ideaalbeeld. In mijn dream theater breng ik de hele avond door en word ik direct bij binnenkomst door de sfeer gegrepen. Daarom hoeft een nieuwe bioscoop van mij niet zo’n megadoos te worden aan de rand van de stad. Hergebruik van een oud gebouw is een interessantere optie, omdat de monumentale sfeer de nieuwe bioscoop direct bijzonder maakt. Een bioscoop in de Lichtfabriek [de eerdergenoemde E.ON-centrale, red.] zou mooi zijn, maar wat ons betreft is het Pesthuis, het oude deel van Naturalis dat straks verlaten wordt, ook een goede optie. De binnenplaats, maar wellicht ook het gebouw zelf, zou goed gebruikt kunnen worden voor nieuwe zalen.’ Popma ziet nog een extra reden om voor Naturalis te kiezen: ‘Het stadsbestuur wil graag de stad verbinden met het Bio Science Park. De Pesthuis-bioscoop kan hieraan bijdragen: het brengt mensen samen. Dit deel van het Bio Science Park zou – in de geest van de Westergasfabriek − ook een uitgaansterrein kunnen zijn.’ Wat Popma & ter Steege daarbij vurig bepleiten, is dat investeringen in gebouwen krachtig bijdragen aan het leven in de stad. ‘Dat gebeurt in Leiden te weinig. Te veel moois ligt verscholen en straalt niet uit op de rest van de stad. Scheltema ligt weggestopt in een steeg, net als straks het nieuwe Nobel. Werken aan ‘avantgarde’ betekent ook ouderwets hard werken aan de samenhang van de stad.’

LS 7 Bitter Tonic voor zoete liefde. Op pagina 52. LS6


50/LS

Tekst Franceline Pompe Fotografie Jan Scheerder

‘Mijn bedrijf werd

Hij is naar eigen zeggen ‘per ongeluk rijk geworden’. Zijn kapitaal steekt hij in ideële stichtingen. Wat drijft Loek Dijkman? De missie van een hartstochtelijk ondernemer.

T

ijdens het interview vliegen woorden als ‘roeping’, ‘missie’ en ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ in veelvoud over tafel. Loek Dijkman is een imposante man, groot gebarend. Een man ook met een brede belangstelling: hij houdt van beeldende kunst, muziek, architectuur en ondernemerschap. Gedreven ventileert hij zijn opvattingen over kunst (‘onontbeerlijk’), over economie (‘we schieten tekort’) en boeken verzamelen (‘mijn werkelijk zijn, ik kan niet zonder’). Loek Dijkman (Velsen, 1942) is wars van publiciteit. Het tekent deze man, die vanuit Amsterdam steeds dichter richting Leiden kwam. Met eerst een tussenstop in Noordwijk en daarna in Warmond. Nu woont hij in een huis aan de Hooglandse Kerkgracht. Vanuit uitvalsbasis Leiden heeft hij al regelmatig grote sommen geld geschonken aan ideële stichtingen en initiatieven. Zo heeft hij 16 miljoen euro gestoken in de restauratie van het voormalige weeshuis aan de Hooglandse Kerkgracht. Op die plek zit nu het Kinderrechtenhuis, dat met projecten en workshops kinderen wil helpen om hun talenten te ontwikkelen.

‘Als gist in het brood’ ‘Kunst is onontbeerlijk, als gist in het brood. Daarom is het zo verschrikkelijk dat de broedplaatsen voor kunstenaars verdwijnen door de forse bezuinigingen. Geen enkele politieke partij heeft hierin zijn verantwoordelijkheid genomen. En dat tekort zal ook in het bedrijfsleven doorwerken. Het was dom van de politiek en spijtig voor het publiek. Het is trouwens opvallend dat er vanuit het publiek zo weinig protest tegen de maatregelen was. Ook de kunstenaars zelf hebben onvoldoende geprotesteerd. Het bedrag dat de bezuinigingen zouden opleveren is klein, omdat het aantal kunstenaars eigenlijk zo klein is. Er zijn minder kunstenaars dan kunstverzamelaars in Nederland en al helemaal veel minder dan autobezitters; daar valt veel meer geld te halen.’

Dijkman vertelt hoe hij opgroeide in een katholiek middenstandsgezin. Hard werken en geld verdienen. ‘Mijn vader had een winkel in verpakkingsmateriaal, touw en papier.’ Van zijn lagere schooltijd bracht hij enkele jaren door op een internaat, samen met zijn broertje. In deze besloten gemeenschap ontwikkelde hij naar eigen zeggen ‘een sterke sociale antenne’. Daarna volgde de middelbare school. Daar haalde Dijkman hoge cijfers, maar toch mocht hij ‘van thuis’ niet verder leren. Tot zijn spijt, want hij was bijzonder leergierig. Op 15-jarige leeftijd stuitte hij op een boek dat zijn verdere ontwikkeling zou beïnvloeden. ‘Ik las Ik zocht Gods afwezigheid, een boek waarin de priester-arbeider Irenaeus Rosier schrijft over zijn werk bij de mijnwerkers in Zuid-Europa. Het maakte een verpletterende indruk op me.’ Hier trof hij het sociale engagement dat hem zo bezielde. Het boek legde de basis voor een levenslange roeping: ‘Ik wilde ook priester-arbeider worden. Maar toen ik verliefd werd op de secretaresse van de rector wist ik dat het celibaat niets voor mij was.’ Na school had hij allerlei baantjes. In de avonduren bezocht hij de Sociale Avondacademie, waar hij vooral het vak economie volgde. Daar ontwikkelde hij een geheel eigen visie op de economie, die hij later verder zou uitbouwen. Een basis ook die bepalend zou blijken voor zijn latere keuzes. Toen hij 21 jaar was, kwam hij ook bij zijn vader in het bedrijf te werken. ‘Maar ik was liever kleine baas, dan grote knecht’. Al snel bleek dat hij heel handig was in zaken doen. En voordat hij het wist was hij zelf een ‘grote baas’. Hij startte een onderneming in verpakkingsmateriaal TOPA, en dat groeide al snel uit tot een miljoenenbedrijf. Hoe succesvol hij ook was op zakelijk gebied, zijn sociale engagement bleef. Ook in de barre jaren 80 waarin ‘het ultrakapitalisme diepe sporen door de samenleving trok’. Dijkman: ‘Ronald Reagan en Margaret Thatcher drukten een harde stempel op de economie, door massaontslagen en enorme werkloosheid.’ Het waren jaren waarin Dijkmans economische ideeën steeds actueler werden. Economische activiteit moest volgens hem altijd gekoppeld

zijn aan maatschappelijk engagement en bedrijven hadden een grote ethischmaatschappelijke verantwoordelijkheid: ‘Niet alleen voor de buitenwereld, maar ook tegenover hun eigen personeel en hoe ze met hun winst omgaan.’ Zelf gaf hij het goede voorbeeld. Priester zou hij weliswaar niet worden, wel besloot hij om de winst van zijn bedrijf in ideële stichtingen te stoppen (zie kader: Duizendpoot Dijkman). ‘Mijn bedrijf werd mijn parochie’, zegt hij. Ook nu vindt hij dat bedrijven niet los zouden moeten staan van de maatschappij. ‘Een goed geleid bedrijf is als een gezin, waarin over en weer een sterk gevoel van loyaliteit en verantwoordelijkheid heerst.’ Hij is er dan ook trots op dat zijn werknemers gemiddeld zestien jaar bij zijn bedrijf blijven werken. Er zijn er zelfs die dertig of veertig jaar blijven.

‘DE MENSELIJKE MAAT – NATUUR, CULTUUR – DÁÁR GAAT HET OM’ In de ogen van Dijkman is het dus niet meer dan logisch dat bedrijven hun winst investeren in ideële doelen. Zelf maakt hij daarin hele duidelijke keuzes. Zijn middelbare schooltijd bij de paters Augustijnen en zijn priesterroeping kleurden zijn opvattingen. Met zijn eerste stichting, ARTOPA, wilde hij stimuleren dat mensen hun vrije tijd niet alleen consumptief zouden doorbrengen. Dat deed hij door letterlijk een plek aan te bieden voor cursussen en lezingen. ‘Leisure, of die nou komt door werkloosheid of meer vrije tijd, kan een positief effect hebben’, zegt Dijkman. ‘Je kunt die tijd gebruiken om verder te leren, om kennis te vergaren.’ Talentontwikkeling is centraal blijven staan in al zijn activiteiten. ‘In onze westerse wereld ligt de nadruk enorm op economische waarden’, zegt Dijkman, ‘maar de menselijke maat – natuur, cultuur – dáár gaat het om.’ In 1988 richtte hij de stichting UTOPA op – een verwijzing naar Thomas Moore’s Utopia. ‘Talent, voor wat dan ook, moet worden gestimuleerd.’ In het voormalige Weeshuis aan de Hooglandse Kerkgracht heeft deze stichting nu onder andere het Kinderrechtenhuis gevestigd. Dijkman wil vooral ‘meer kansen bieden voor kinderen’. Het Kinderrechtenhuis biedt een waaier aan activiteiten voor hen (zie kader: Duizendpoot Dijkman). Zelf is hij een groot liefhebber van boeken en kunst. Hij verhuisde van Warmond naar Leiden, zegt hij, omdat z’n kinderen ‘de bibliotheek van Warmond uitgelezen hadden’. Hij verzamelt eerste drukken van het werk van de schrijvers Multatuli, Frederik van Eeden, Nescio en Willem Elsschot. Hij is vaste klant van antiquariaat Klikspaan. Wonen in Leiden was voor hem ooit een jongensdroom. Totdat hij met zijn klas in het Rijksmuseum van Oudheden kwam, waar hij ontdekte hoe groot de wereld was. Nu maakt hij dromen van anderen waar.


Duizendpoot Dijkman In 1981 richt Dijkman de stichting ARTOPA op, waarin alle overwinst van zijn bedrijf wordt gestort. Aanvankelijk faciliteert de stichting alleen initiatieven op een praktische manier. Er worden een paar zalen gebouwd voor vergaderingen, kleine congressen en cursussen, voornamelijk voor amateurs. De stichting

richt zich voornamelijk op liefhebbers; mensen die zich willen ontwikkelen buiten hun werktijd. In 1988 gaat TOPA over in de stichting UTOPA. Doel hiervan is het stimuleren van creatieve individuen, die door bepaalde omstandigheden een kans hebben gemist. Daarbij gaat de aandacht speciaal uit naar kinderen. De stichting huist in het voormalig Weeshuis aan de Hooglandse Kerkgracht. Hier is ook het

Kinderrechtenhuis gevestigd: een groep van non-gouvernementele organisaties. Het bevat een sociëteit voor gehandicapte kinderen en er zijn kookworkshops voor kinderen. Ook zijn er plannen voor een project over ‘kinderrechten in de loop der tijden’ voor basisscholieren. Voor hoogbegaafde middelbare scholieren zet UTOPA in 2010 een project op. Dijkman is ook voorzitter van Het Depot

in Wageningen, een tentoonstellingscentrum van bijna 10.000 vierkante meter voor één bijzonder beeldhouwgenre, namelijk sculpturen van mensen. De verschillende gebouwen zijn omgeven door een Arboretum. In Amsterdam is zijn Orgelstichting gevestigd, dat van het specifiek kerkelijke aspect van orgelmuziek af wil en dat genre veel wijder wil verspreiden en stimuleren.

LS/51

mijn parochie’ Blij met Leiden ‘Leiden is een stad zoals een stad hoort te zijn: rijk voorzien van cultuur, met sfeer en vooral niet al te groot. Amsterdam heeft gewoon te veel: op een dag zijn daar wel driehonderd voorstellingen, films of concerten. Daar verdrinkt de mens in het culturele aanbod. Soms is Leiden wel ‘teutig’, want de stad kan zoveel meer en er is zoveel dat bij de horens moet worden gevat. Inzetten op Leiden Museumstad of Stad van Ontdekkingen is gewoon te beperkt. Het water, de weilanden rondom de stad, het Weeshuis: daarmee kan de stad zijn voordeel doen. En Leiden moet zich al helemaal niet willen meten met grotere steden om ons heen, geen commercieel gedoe over winkelaanbod en parkeergelegenheid, maar tonen waar andere steden niet aan kunnen tippen: de geweldige collecties van de talloze musea en de universiteit, de grachten, de hofjes en monumenten. Met daarbij alle creatieve activiteiten en alle locaties op loopafstand van elkaar. Vroeger was Leiden al een grote, open stad en gastvrij, ook al was dat soms uit economisch gewin.’

LS 2 Kinderen als stadsvernieuwers. Zie pagina 35. LS6


52/LS

Tekst Peter Visser Illustratie K©lets

Hebbes: hier moet je zijn voor vinylplaten, alle elpees voor 2,50. Ongemerkt ontstaat er aan de Overrijn een muzikale hotspot. Ineens is de oude Lamanhal ook de uitvalsbasis van Moeflon Soundstudio.

De onbedoelde geboorte van Moeflon Sound

R

otterdam Zuid heeft de muziekwijk Veld van Klanken, in Amsterdam Noord is er een Muziekstraat. In Leiden zou aan de Overrijn een muzikale hotspot kunnen ontstaan. Haast is er niet, het mag rustig groeien. Het begon bij Pim van het duo Wipneus & Pim. Tijdens het touren kocht Pim (Mark Kneppers) overal oud en nieuw vinyl. Hij bracht het onder bij de vinylafdeling van platenzaak Velvet. Maar de hoeveelheid platen werd al snel veel groter dan hij daar kwijt kon. In de Lamanhal aan de Overrijn zat een aantal antiekhandelaren en het leek Mark een goed idee om ook zijn ‘antieke’ platen daar aan te bieden. De Velvet Vinyl Outlet hanteert een simpele formule met een eenheidsprijs voor alle elpees van €2,50 en iedere vrijdag- en zaterdagmiddag open. Drie jaar geleden was dat, en inmiddels zijn de antiekhandelaren verdwenen uit het pand. Het pand wordt opgevuld met muziek: het is nu de thuisbasis van de muziekproductenten van Kraak & Smaak, een bedrijf dat piano’s bouwt en er is een 33|45 vinyl records afdeling met collectors items. Muzikanten voelen zich thuis in zo’n omgeving. Dus maakte de Leidse band Glossy Jesus in de Lamanhal een eigen professionele oefenruimte/studio. Al snel bleek dat de band die ruimte niet fulltime nodig had. Inmiddels maken

er nog drie bands gebruik van en zo is onbedoeld Moeflon Sound – studio en oefenruimte – geboren. Glossy Jesus nam in het pand een videoclip op voor hun nieuwe single Cider for Breakfast. En zo is er ineens sprake van een muzikaal broeinest. ‘Bijna hadden we de Engelse experimentele multimedia groep Clock DVA/ TAGC hier binnengehaald, maar dat is uiteindelijk toch niet doorgegaan’, aldus Mark Kneppers. Het ligt in de bedoeling dat er meer studio’s in het pand gaan komen, maar een vastomlijnd plan is er eigenlijk niet, wel veel ideeën. Kleinschalige concerten misschien, een laboratorium voor experimenteel muziektheater zou ook kunnen, het moet allemaal rustig gaan groeien. Maar er gebeurt iets aan de Overrijn.

www.velvetvinyloutlet.nl www.3345vinylrecords.nl www.kraaksmaak.com www.moeflonsound.nl


Arabisch studeren? Arabisch is een moeilijke taal. Jaarlijks melden zich in Leiden zo’n zestig studenten aan, waarvan ongeveer de helft afvalt. Zo niet Inmaculada Macías Alonso (25) uit Spanje: ‘Ik studeer nu vijf jaar Arabisch. Een grote uitdaging: het is de officiële taal in 26 landen en wordt door meer dan 400 miljoen mensen gespro-

ken. Ik koos voor Leiden, niet alleen vanwege de lange Arabische traditie en de hoge kwaliteit van de leerstoel, maar ook vanwege het internationale karakter en de vele mogelijkheden om veldwerk te doen.’ Josien Boetje (24), student-assistent van Petra Sijpesteijn, is zesdejaars. Ze studeerde Arabisch in haar bachelor en doet nu de master Taal-

Wandelen door Arabisch Leiden

Na theologie, rechten en medicijnen is Arabisch de oudste leerstoel van de Universiteit Leiden. In 2013 bestaat hij 400 jaar. En dat zullen we merken, daar zorgen professor Arabisch Petra Sijpesteijn en haar team wel voor. Ze hebben een feestprogramma opgetuigd, waarmee de leerstoel een jaar lang in de schijnwerpers staat. Een stadswandeling is onderdeel van het programma.

‫ﻝ‬

e struikelt in Leiden bijna over het Arabisch. Als je het maar wilt zien. De wandeling die Petra Sijpesteijn en haar mensen hebben uitgezet en die kriskras door de stad voert, zit vol Arabische vondsten: de halve maantjes op de voorgevel van het Leidse stadhuis, de moskee in de Rembrandtstraat, de moskee in de Kooi, de vergulde Turk in de gevel van V&D, de Universiteitsbibliotheek met eeuwenoude handschriften in het Arabisch en nog veel meer. Professor Sijpesteijn: ‘De Arabische cultuur heeft door de eeuwen enorme invloed gehad. Wiskunde, algebra, sterrenkunde, medicijnen, filosofie – op al deze terreinen leverden de Arabieren belangrijke begrippen en ideeën die cruciaal zijn geweest voor de ontwikkeling van het Westen.’

Tekst / fotografie Jan Dobbe

reizen door het westers bewustzijn heeft verzameld, is ongewoon groot.’ Neem de Engelse kunstenaars Gilbert en George, die Arabisch schrift gebruiken in hun kunstwerken. Zij verlenen met hun kunst toegang tot deze uitzonderlijke voorraad associaties, stelt Sijpesteijn: ‘Niet de inhoud van de teksten is relevant, maar waarnaar ze verwijzen: de beelden en associaties die spontaan en willekeurig in de hoofden van de toeschouwers opkomen. Het is de tragedie van de huidige relatie van het Westen met het Arabisch dat deze complexe en ingewikkelde lading nu vóór alles gekarakteriseerd wordt door angst.’

Liever Turks dan Paaps Dan voert de wandeltocht door de Groenesteeg, waar Mabrouk, de eerste islamitische slagerij van Leiden, gevestigd was. Tijd voor de vraag waarom het Arabisch aan het begin van de 17e eeuw zo belangrijk was, dat er een leerstoel voor werd opgericht. Sijpesteijn: ‘Het belangrijkste motief was van religieuze aard. Men verwachtte via de studie van het Arabisch beter in staat te zijn het Oude Testament te doorvorsen. Maar natuurlijk speelden er ook economische motieven mee, denk aan de handel met het Midden-Oosten.’ Bekend is de leus ‘Liever Turks dan paaps’, in de Tachtigjarige Oorlog gebruikt door de geuzen. Hij prijkt op de zilveren geuzenpenningen in de vorm van een halve maan. ‘De geuzen waren zeer antikatholiek en verkozen de islamitische Turkse sultan boven de paus omdat hij godsdienstvrijheid toestond. De halve maantjes op de voorgevel van het Leidse stadhuis verwijzen ernaar.’

Tulp

In den Vergulden Turk

Stadhuis

Moskee Curaçaostraat.

Gedenksteen Scaliger.

Gevelgedicht door dichter Jabra.

Vader en zoon Abdales van Mabrouk.

Stadswandeling Is de Europese burger anno 2013 zich hiervan wel bewust? Sijpesteijn: ‘In het Westen worden Arabieren veelal direct met de islam geassocieerd en daardoor kijkt men door een bepaalde bril: Arabisch = moslims = terroristen. Deze misvatting beïnvloedt het waardeoordeel dat nu in het Westen geldt. De Arabische cultuur omvat niet alleen moslims, maar ook joden en christenen – en is dus veel meer dan alleen de islamitische religie en cultuur. De geschiedenis met de Arabische, Turkse en Perzische wereld is veel langer en veelzijdiger dan de meeste mensen nu menen en bevat natuurlijk veel meer dan gewelddadige interactie.’ Sijpesteijn ziet het als belangrijke taak het scheve beeld van de Arabische cultuur bij te stellen. Misschien dat een stadswandeling daarbij helpt. ‘Door de Leidenaar langs allerlei memorabilia te voeren, confronteer je hem met de lange geschiedenis van contacten tussen Leiden en de Arabische wereld in het Midden-Oosten.’ Het begin- en eindpunt van de wandeling is de Lakenhal aan de Oude Singel. Daar vind je onder meer historische voorwerpen die herinneren aan de fabricage van Turks laken. Verderop, aan de Oude Rijn, komen we langs de oudste uitgeverij van Nederland: Brill, opgericht in 1683. ‘De drukkerij van Brill kon als eerste in Nederland Arabisch drukken’, vertelt Sijpesteijn. ‘Een prestatie van formaat, want het Arabisch schrift is uitermate complex. Het wordt aan elkaar geschreven en de letters hebben maar liefst vier verschillende vormen, afhankelijk van hun positie in het woord.’

LS/53

kunde. ‘Arabisch is voor mij de sleutel om een andere kijk op de wereld te krijgen, onder andere doordat de taal meerdere betekenislagen heeft. In Leiden leer je Hoog-Arabisch, maar ook Egyptische, Marokkaanse en Levantijnse dialecten.’ Als enige in de Benelux combineert Leiden de Arabische, Perzische en Turkse taal en cultuur in één studie.

Schoonheid en Angst Sijpesteijn praat graag over de esthetiek van het Arabisch schrift. ‘De visuele schoonheid zit in de unieke combinatie van soepel kronkelende bewegingen en strenge zwart-witte soberheid. De kracht van het Arabisch reikt echter veel verder dan esthetiek alléén. In de loop van zo’n 1400 jaar ontstond een stimulerende, maar ook zeer geladen interactie met het Westen. Het Arabisch functioneerde als een kapstok voor een uitgebreid en steeds toenemend assortiment aan associaties, connotaties, vooroordelen en vraagstukken. De enorme hoeveelheid bagage die het Arabisch op zijn

De tocht voert verder langs de Pieterskerk naar het Rapenburg dat een rijke Arabische achtergrond heeft. Zo vinden we er het Rijksmuseum voor Oudheden met zijn vele Arabische schatten, het Snouck Hurgronjehuis waar begin 20e eeuw de gelijknamige hoogleraar Arabisch woonde, het Academiegebouw dat ooit oude en kostbare Arabische teksten herbergde en de Clusiustuin in de Hortus Botanicus: ‘In 1587 besloot de Universiteit Leiden een medicinale kruidentuin in te richten en onderwijs in de plantkunde te verzorgen. In 1593 werd Carolus Clusius aangesteld om deze tuin in te richten. Zo werden verschillende planten uit het Midden-Oosten geplant, waaronder de tulp.’ Tulpen komen dus uit Istanbul. Dan is de wandeling voltooid. Er ligt een belangrijke taak voor degenen die zich beroepsmatig met het Arabisch bezighouden, besluit Sijpesteijn de tour door Leiden. ‘Er wordt mij voortdurend gevraagd commentaar te leveren op de gebeurtenissen die de kranten beheersen, waarbij de rest – en dat is het grootste deel – van de Arabische cultuur geen rol speelt. Mijn verantwoordelijkheid is het om ook over alle andere facetten van de Arabische taal en cultuur te vertellen. En dat moet blijven gebeuren. Daarom is het zo belangrijk dat jonge mensen Arabisch gaan studeren.’

2013: feestjaar In 2013 bestaat de leerstoel Arabisch 400 jaar en dat wordt gevierd. Onder andere met activiteiten in de Hortus Botanicus en de Burcht, met diverse lezingen en workshops, en met een bijzondere stadswandeling. Kijk voor het definitieve programma op 400jaararabisch.leidenuniv.nl

LS 6 Fan van CSI? Ga naar pagina 28. LS6


54/LS

Tekst Myra Albersen / Marina van den Berg Fotografie Erik Wiersema

Ooit stonden ze in steegjes stiekem muren te bekladden. Nu zijn ze grote namen in de kunsten reclamewereld. Myra Albersen gaat op zoek naar haar oude maten van De Leidse School. Over illegale kunst als springplank voor fraaie carrières.

E D O ERIT P SE GRAA D I LE GGEN DZ N J RU ’ ZE I M ‘ DE LES IS N AL VA Blackbook van Myra Albersen met tags van de jongens uit 1987.


Uit de illegaliteit In Nederland was het Groninger Museum een van de eerste musea die Nederlandse graffitikunst omarmde en er het potentieel van inzag. Hoofd Educatie en graffitikenner Steven Kolsteren zegt over het werk van ZEDZ: ‘Bij ZEDZ zie je hoe interessant hij is doorontwikkeld. Ik vergelijk dat met

het werk van Frank Stella, die zich ontwikkelde van abstracte vormen naar driedimensionale sculpturen. Bij ZEDZ wordt graffiti weer architectuur en beleving van ruimtes.’ Volgens Kolsteren was vanaf het begin duidelijk dat de meest interessante vorm van graffiti niet de reclame-achtige variant zou worden,

maar de ontwikkeling naar een zelfstandige kunstvorm in allerlei media. 'The Godfather of Graffiti' Seen ging al snel tattoos op menselijke huid maken. Ook de jong overleden Rammellzee ontwikkelde sculpturen met hars en performances in bizarre outfits. Andere bekende namen als Futura 2000 en Quik ontwikkelden zich naar abstractie. Wat begon als

uitvergrote handtekeningen is zo verworden tot een multidimensionale kunstvorm.

LS/55

ZEDS

Erfgoed van De Leidse School: masterpiece in de Catharinastraat.

Ik ‘DE KRACHT VAN GRAFFITI IS ONMETELIJK’ DAYS

loop ik in de stad ZEDZ tegen het lijf. We besluiten wat te gaan eten. Hij blijkt allang niet meer in Leiden te wonen en zijn heil in het buitenland te hebben gezocht. ‘Ik kan er goed van leven’, zegt hij en vertelt me over zijn werk. Hij laat een foto zien van een pakje Drum shag, met een ZEDZ ontwerp erop. Gaaf, gaaf, gaaf, zucht ik. Hij geeft me het adres van zijn website. Die avond kruip ik achter de computer. Bij het openen van de site dreunt de hiphop door de kamer. De site zelf is een kunstobject: muziek, beelden, vormgeving, het is een unieke wereld die ZEDZ toont. En in alles wat hij doet, zie ik tóch zijn naam weer terugkomen. Hij ontwikkelde als kunstenaar een bijna wiskundige stijl, met strakke lijnen en driedimensionale vormen. Van de letters ZEDZ bouwt hij kasten, kunstobjecten, boxen en nog meer mooie dingen. Hij is letterlijk heer en meester over zijn eigen naam en doet precies wat hij zelf leuk vindt. Ik sta perplex. Is dit die gast met wie ik samen FC Knudde-stripjes tekende? Die samen met de jongens – tot ergernis van de autoriteiten – de stad opvrolijkte?

‘Het was één groot jongensavontuur’ het ook grote namen voortgebracht, zoals Keith Haring en de beroemde Banksy. En de sfeer was er hier in Leiden niet minder om. Zoals in het oude gildesysteem namen de gevorderde Kings de leerlingen – Toys – onder hun hoede om de stijl te vervolmaken. Ik heb ze uren zien schetsen, letters en poppetjes, eindeloos bezig. Blijkbaar heeft het mijn oude maatjes iets opgeleverd. Een tijd later

v/

Pieces van Days en Hater.

zak neer op de bank en zet de televisie aan. Op MTV zie ik de aankondiging van een programma en veer op. Ik herken hem meteen. ‘Dat is Ben!’ Het is onmiskenbaar zijn stijl; die pijlen, de wolkjes en zijn arcering. Meteen ben ik terug in de Hoge Mors, de Koraalstraat, waar hij met z’n maatjes tekenles kreeg van mijn moeder. Bennie, zoals ik hem liefkozend noemde, wat was ik dol op hem. Klas overgeslagen, altijd het kleinste mannetje en dan nu MTV, wat heeft hij het ver geschopt! Na schooltijd ging ik kijken als mijn vriendjes weer eens een piece op de muur stonden te spuiten of een houten bord van een bouwterrein onder handen namen. Het was een spannende tijd. Het samenzijn met een biertje en sigaretje, het uitwisselen van schetsen en de koude avondlucht; het was één groot jongensavontuur. Soms moesten we ervandoor om niet bij Bureau Halt te eindigen, maar dat was part of the job. Uiteindelijk ruilde ik mijn graffiticarrière in voor de hockeyclub. De meesten van hen hadden niet veel op met de Leidse studentencultuur en ik verloor ze langzaam uit het oog. ‘A beautiful crime’ heet graffiti in de graffitibijbel Spraycan Art. Het vandalistische karakter maakt het maatschappelijk gezien tot een moeilijke kunststroming. Toch heeft


56/LS Nu is er bijna niets meer van hun erfgoed te zien. De stad is ‘schoon’. Wel is er nog een masterpiece te vinden in een zijstraat van de Hoge Rijndijk. Het in zwart, wit en rood uitgevoerde werk lijkt wel een opdracht van de gemeente gemaakt. Maar het was de toenmalige eigenares van het pand die de opdracht gaf. ZEDZ kubistische uitwerking valt meteen op tussen de meer traditionele graffitihandtekeningen. En ik hoor dat de nieuwe eigenaar er weer een muurschildering wil laten maken door Hubert, een van mijn maatjes. Iets wat al jaren kriebelt, begint weer te kriebelen. ZEDZ is een van de jongens, maar er zijn er natuurlijk meer. Ik zou heel graag Ben weer willen zien. En Loek en Hubert en Marcel en Mike… Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Wat doen ze nu? Hoe hebben ze zich ontwikkeld en hoe heeft die Leidse periode hen beïnvloed? Ik besluit een zoektocht te starten. Maar zelfs voor mij blijkt het niet makkelijk in de hidden world van ex-graffitispuiters door te dringen. Ben wil wel praten, maar wil als succesvol ondernemer niet meer geassocieerd worden met zijn ‘duistere’ periode. ZEDZ zit in Milaan en ik krijg hem pas na talloze Facebookberichten via Skype te spreken. Days woont zelfs helemaal in Dubai en reageert maar niet. Sommigen willen wel praten, maar geen achternamen in Leidse Stijl. Of juist wel met hun naam, maar dan niet met hun tag, hun graffitinaam. Nog steeds merk ik hoe ze elkaar in bescherming nemen tegen de autoriteiten. Ze vrezen justitie omdat ze af en toe uit de band springen en ergens hun tag achterlaten. ‘Begrijp je Mier, ik word er echt een beetje para van’, zegt een van hen. Ik merk dat ze onderling over het artikel praten. Uiteindelijk werken ze allemaal mee, tot mijn opluchting. Ze verdienen een podium in het volle licht, want allemaal mogen ze gezien worden.

Ontwerp skatepool in Leiden door Colour Castle, Hubert Verhulst.

‘Al ik bez gli maar org het mlac een gaa voo h i Ver n’Hu rbijn hul ber st t

r z o o d d e z d k eer og’ a a r pir edr k i ‘ Ïns tsb ge zich ge

Muurschildering in Praag van ZEDZ.

ZEDZ Naam Anoniem Tag ZEDZ Opleiding Gerrit Rietveld Academie Amsterdam Resideert in Milaan Exposities in Praag, Manchester, Rome, Tunesie, Turku en Perugia. zedz.org

ZEDZ. Waar komt deze naam vandaan? ‘ZEDZ past bij mij. Vaak van naam veranderen schept onduidelijkheid. ZEDZ heeft horizontale en verticale vormen. Deze horizontale en verticale vormen kun je ook zien in later werk. Mijn naam leent zich er in ieder geval voor. Het ontwerpen van letters is een fascinatie die nooit meer is weggegaan. Ik abstraheer mijn naam en die abstractie van mijn naam wordt als het ware mijn handtekening.’

Aan je werk is te zien dat je van het platte vlak, de muur zeg maar, naar 3D bent gegaan. Dat zie je niet vaak in de graffiti. ‘Ik zie graffiti als iets wat in de realiteit bestaat. Mijn graffitiletters moeten ook een achterkant en inhoud hebben. Ik ben hierin geïnspireerd door onder andere de trompe l’oeil (gezichtsbedrog) uit het surrealisme. Door het schilderij als raam te gebruiken wek je een illusie op. Ik wilde mijn graffiti ook echt en tastbaar maken. Ik hou van de wisselwerking tussen 2D en 3D. ‘ Je hebt een hele strakke stijl van ontwerpen, bijna industrieel. Waar komt deze interesse vandaan? ‘Ik wilde me onderscheiden. Ik heb daar een vormtaal voor gevonden met mijn naam ZEDZ. Ik benader mijn werk analytisch, bijna wiskundig. Dat is een bewuste keuze.’ Het bedrijf Thalys liet jullie een treinstel bespuiten. Hoe kwam dat zo? ‘We kregen op Gare du Nord in Parijs drie uur de tijd om het treinstel onder te spuiten. Om aan te geven

hoe kort de reistijd eigenlijk is. Die trein heeft drie maanden op het traject gereden. Het bedrijf Thalys zocht vier kunstenaars. Een uit Keulen, een uit Brussel, een uit Parijs en een uit Amsterdam. Zodoende kwamen ze ook bij mij. Het was een ludieke opdracht om aan te geven dat de verbindingssnelheid tussen deze steden was geoptimaliseerd.’   Kun je iets vertellen over het Masterplan dat je met Delta en het architectenbureau Maurer hebt gedaan? ‘Met Maurer United Architects wilden we een cross-over maken tussen graffiti en architectuur. We hebben een aantal voorstellen gemaakt voor grote monumentale beelden. Helaas is het bij een voorstel gebleven en is er nooit echt gebouwd. We plaatsten de modellen in de stedelijke openbare ruimte om dat onderzoek te verdiepen.’ Waar exposeer jij het liefst? ‘Ik laat liever geen werk in exposities zien omdat de context van de stad vaak ontbreekt. Mijn motto is ‘keep it real’: ik werk het liefst in de open-

bare ruimte. Ik heb in diverse steden interventies gedaan met grote driedimensionale monumentale beelden. Op dit moment is  er werk van me te zien in Praag waar ik deelneem aan een grote streetart/graffiti expositie met veel internationaal vooraanstaande kunstenaars. In december staat een expo gepland in Weil am Rein (naast Basel) waar ik een groot 3D-werk exposeer in de Carhartt Gallery.’ Hoe kijk je terug op de Leidse periode? ‘Mijn Leidse periode is de ruggengraat, de basis van alles. In die periode leerde ik andere Leidse schrijvers kennen en maakte ik vrienden die van invloed zijn geweest op mijn verdere leven.’


LS/57

MAIC

DAYS

YALT

Naam Loek Geradts Tag MAIC Opleiding Gerrit Rietveld Academie Amsterdam Woonplaats Leiden loekgeradts.com

Naam Hubert Verhulst Tag anoniem Opleiding Willem de Kooning Kunst­academie Cum Laude Woonplaats Leiden Eigenaar Colour Castle Opdrachtgevers o.a. Coca Cola Curaçao colourcastle.nl

Naam Anoniem Tag DAYS Opleiding Grafische opleiding en multimedia cursussen Woonplaats Dubai

Naam Anoniem ‘Ben’ Tag YALT Opleiding Gerrit Rietveld Academie Amsterdam Woonplaats Amsterdam Eigenaar Ontwerpbureau Amsterdam Opdrachtgevers o.a. MTV, Diesel, Stedelijk Museum Amsterdam

Wat doe je op dit moment? ‘Ik fotografeer en maak fotoboeken. Daarnaast ben ik mede-eigenaar van het grafisch ontwerpbureau Layers Graphics.’ Wat ben je na je opleiding gaan doen? ‘Na mijn opleiding ben ik verdergegaan met het medium fotografische media. Ik maakte film- en video-installaties voor onder andere theaterproducties, waaronder het theaterstuk To the lighthouse van Virginia Woolf. Ook deed ik camerawerk voor filmproducties. Daarnaast heb ik veel gefotografeerd, iets wat ik nog steeds doe.’ Wie inspireren jou? ‘Een groot voorbeeld voor mij is David Byrne van Talking Heads. Ik vind kunst interessant wanneer het onderzoek doet naar een beleefbare werkelijkheid in relatie tot wie en waar we zijn. Hetzij in vorm of inhoud. Andere voorbeelden voor mij zijn Rob Wilson (regisseur) en Arno Nollen (fotograaf).’ Welke ontwikkeling heb jij doorgemaakt? ‘In mijn werk komt vaak het thema tijd, vergankelijkheid en identiteit terug. Daar heb ik iets mee. Ik spreek of ontwikkel net als iedere andere kunstenaar een esthetische taal, een idioom. Wat ik aan het doen ben, wordt als het ware steeds helderder.’ Ben je beïnvloed door je Leidse periode? ‘Het was een leuke en spannende tijd. Maar mijn graffitiperiode heeft me niet echt gevormd. Af en toe heb ik er in mijn grafisch werk profijt van. Maar het merendeel van wat ik doe heeft zich daarna ontwikkeld.’

Je maakte vroeger prachtige graffitikunst. Tegenwoordig maak je ook ‘gewone’ kunst. ‘Het is voor mij logisch dat ik buiten dit medium flirt. Maar de liefde voor graffiti, mijn eerste liefde, is hetzelfde gebleven. Kunst en graffiti zijn voor mij goed te mixen. De graffitiwereld heeft veel interessante paden die te combineren zijn met de kunstwereld.’ Hoe zou jij jouw stijl willen omschrijven? ‘Altijd in beweging: 4 the people, by the people’. Wie is voor jou een grote inspiratie in de kunstwereld? ‘BIG MIKE (partner in mijn bedrijf Colour Castle) en Citylife filled with adrenaline rushes. En ik vind Albrecht Durer ook cool.’ Wat wil je de kijker duidelijk maken met jouw kunst? ‘Ik wil de toeschouwers in mijn schilderingen meenemen. Al bezorg ik hen maar een glimlach in het voorbijgaan. Ik heb geen pretenties de wereld te kunnen verbeteren, maar ik wil onze leefomgeving wel vrolijker maken. Beton blijft beton, maar als Colour Castle langskomt gaat een muur leven.’ In hoeverre heeft je Leidse periode je beïnvloed? ‘Ik leef en werk gewoon door in Leiden, dus ik zit nog steeds in mijn Leidse periode. Tijd voor de Leidse School part 2!’

schet i f a r g n fij ‘in mihjeb ik proi’ MAIC werkde graffit van

Jij kon ontzettend goed tekenen, herinner ik me. Je spoot met een spuitbus je eigen gezicht op de muur, maar dan zonder lijnen. Ben jij een meester met de spuitbus? ‘De piece waar je naar verwijst stond aan de Langegracht en was een keerpunt in mijn schildertechniek en inzicht. Daarvoor waren pieces veelal tweedimensionaal. Ik wilde meer realistisch schilderen en een dimensie toevoegen.’ Wat doe je op dit moment? ‘Een paar jaar geleden ben ik van de Leidse Merenwijk naar Dubai verhuisd. Ik werk als Business/Creatief Manager bij een marketingbureau en doe projecten voor Mitsubishi, LG, Sony en Samsung. Voor projecten in het Midden Oosten en Afrika heb ik campagnes, grafische ontwerpen, websites, interieurs en exposities ontwikkeld.’ Wat zou voor jou met betrekking tot kunst ultimate zijn? ‘Het samenwerken in een multidisciplinair team van creatievelingen is voor mij de ultieme werkomgeving. De originele DSK crew (Dope Style Kings, de Leidse graffiticrew) is nog steeds zeer actief in diverse samenwerkingsverbanden. In de nabije toekomst bundelen we onze krachten in de lancering van ons eigen kledingmerk.’ In hoeverre heeft de Leidse periode jouw werk beïnvloed? ‘De kracht van graffiti is onmetelijk. Het heeft me het vertrouwen gegeven, dat je alles kunt bereiken als je er helemaal voor gaat. En ik voel me bevoorrecht. Ik maakte deel uit van de generatie die de Leidse en Nederlandse graffiti deed ontstaan. Het boek De Leidse School geeft deze unieke periode mooi in tekst en beeld weer.’

Hoe zou je jouw stijl willen omschrijven? ‘Ik ben erop tegen om stijlen te benoemen. Ieder project benader ik anders. Wat belangrijk is, is het vieren van beeld. Ik probeer wel iets te vinden wat er nog niet is. Mijn werk is een mix van toegepaste kunst en autonome kunst. Bij mij lopen beide vormen door elkaar heen. Wat ik maak kan je omschrijven als kleurrijk of expressief.’ Wie is voor jou een bron van inspiratie in de vormgevings-/ kunstwereld ? ‘De graffitikunstenaar SHOE. Hij heeft in mijn ogen een goede cross-over gemaakt tussen kunst of ontwerp van de straat en drukwerk.’ Wat ontwerp je het liefst en wat zou voor jou ultimate zijn? ‘Ik ontwerp het liefst voor de muziekindustrie en platenlabels. Ik zou graag het ontwerp van de nieuwe lp voor de Rolling Stones doen. ‘

De Leidse School Het boek De Leidse School beschrijft de Leidse graffiticultuur van de begin jaren 80 tot het jaar 2000, die in die jaren een grote reputatie genoot. Een groot aantal (internationaal) bekende graffitiartiesten zoals ZEDZ, MAIC, DAYS, RIPS, SORÉ, JESSE, HAT en YALT heeft zijn roots in Leiden. Inmiddels hebben de meesten de illegaliteit achter zich gelaten en zich ontwikkeld tot grote namen in de kunst- en reclamewereld. De Leidse School laat de wereld zien die schuilgaat achter de tags, pieces en stickers. De Leidse School Stadsuitgeverij Amsterdam Studio Booyabase 2008 ISBN 9789053661109

‘Ik in heb gel Leide je eerd n iet wel m dat moe s goe et ds kom st en’ yal t

In hoeverre is jouw Leidse periode bepalend geweest voor jouw stijl? ‘Mijn periode van de Leidse School was er een van kameraadschap, een beetje te vergelijken met het oude gildesysteem. Ik heb er geleerd dat je wel met iets goeds moest komen, het niveau van de graffitikunst in Leiden lag hoog. Dat heeft me een betere ontwerper gemaakt.’

Muurschildering op bedrijvencentrum De Framboos door Colour Castle.

LS 7 Zo kun je het water niet uit. Ga terug naar pagina 2. LS61


58/LS

Door Leiden Marketing / Cultuurfonds Leiden

Stad van kennis, cultuur, historie


3 van 300 Het GeNeCo, de beroepsvereniging voor componisten in Nederland, heeft 300 leden. Driekwart daarvan woont in Amsterdam. De rest, zo’n 75, componeert en musiceert in de rest van het land. Met drie professionele componisten is Leiden wat dat betreft dus rijk bedeeld.

LS/59

LUISTER OP LEIDSESTIJL.NL

Tekst Eric Went

c u S l f e d h o n n o ie T eS In stilte componeren ze werken die vaak voorbijgaan aan het grote publiek. Een bewuste muzikale keuze, want mainstream is er al genoeg, vinden deze drie Leidse componisten. Aan de andere kant: een beetje hulp van de grote Leidse podia zou geen kwaad kunnen: ‘Voor vernieuwende muziek is in deze stad wel degelijk een publiek.’

Huub de Vriend

Leonard Evers

Pieter de Mast

WAT VOOR ‘SOORT’ COM PON I ST B E N J IJ?

WAT VOOR ‘SOORT’ COM PON I ST B E N J IJ?

WAT VOOR ‘SOORT’ COM PON I ST B E N J IJ?

‘Ik ben zowel een componist van eigentijdse serieuze muziek als van liedjes in allerlei soorten en maten. Wat ik maak, is niet mainstream. Mijn composities zijn vaak een tikkeltje avantgardistisch. Ik wil wel iets anders dan werken die uit drie akkoorden bestaan. Elke avond aardappelen, vlees en jus gaat immers vervelen. Ik weet dat ik daarmee nooit een miljoenenpubliek zal trekken. Maar dat is dan maar zo.’

‘Mijn muziek beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en hedendaagse muziek. Vaak wordt mijn muziek als eclectisch omschreven, wat ik zelf absoluut niet als een negatieve typering beschouw. Mijn muziek is de uitkomst van veel luisteren en kijken naar mijn omgeving en wordt voornamelijk gemaakt in opdracht van ensembles, film- en theatermakers. De sociale kant van ‘toegepaste’ muziek spreekt mij erg aan. In dialoog met andere kunstenaars ontstaan altijd frisse ideeën.’

‘In de loop van de jaren heb ik een aantal stukken geschreven voor diverse kleine bezettingen waarin ik actief ben. Maar ik ben in de eerste plaats een uitvoerend musicus die basismateriaal aanlevert waar ensembleleden vervolgens hun improvisaties aan toevoegen. Ik zou mijn stukken willen omschrijven als jazzcomposities met invloeden uit klassieke muziek en wereldmuziek.’

WAT I S H ET WE R K WAAR J IJ H ET M E E ST TROTS OP B E NT?

‘Het meest trots ben ik op mijn Blues, een compositie voor piano, waarvan ook een versie bestaat voor 11 blazers met piano en contrabas.’ WE LK STU K ZOU J IJ ABSOLU UT NOG E E N S WI LLE N COM PON E R E N (ALS G E LD E N FACI LITE ITE N G E E N ROL S PE LE N)?

‘Mijn droom is ooit een muziekstuk te schrijven voor iedereen in Leiden die iets met muziek heeft. Deelnemers mogen dan ook nog meecomponeren. Zoiets heb ik al eens eerder gedaan, maar dan kleinschaliger. Twaalf muzikanten schreven elk een stukje aan een compositie over de Nachtwacht. Ik heb al die losse stukjes aan elkaar gecomponeerd. Een geweldig eindproduct en een heerlijke uitvoering.’ I S LE I DE N VOOR JOU E E N I N S PI RATI E B RON?

‘Leiden is een historievolle stad. Bovendien hebben we hier prachtige musea, geweldige orgels, kwalitatief hoogstaande muziekkorpsen en een van de beste muziekscholen van Nederland. Alle ingrediënten zijn in principe aanwezig.’ I S H ET KLI MAAT I N LE I DE N COM PON I STE N-VR I E N DE LIJ K?

‘Ja en nee. Ja, in de zin dat er altijd meer projecten in mijn hoofd rondcirkelen dan ik ooit zal kunnen realiseren. Nee, omdat in Leiden een professionele infrastructuur ontbreekt. Neem de jaarlijkse poëziemanifestatie: een pareltje voor de stad. Dat visitekaartje wordt niet uitgevent als onderdeel van een groter geheel. Activiteiten blijven paardenbloempjes waarvan het pluis na afloop verwaait in de wind. Er groeit geen hulst dat het hele jaar groen blijft. Hoe het wel moet? Een wekelijkse rubriek van de cultuurmakelaar in de krant, over projecten die hij tot stand brengt en met zijn persoonlijke uittips: dat zou een mooie start zijn.’

WAT I S H ET WE R K WAAR J IJ H ET M E E ST TROTS OP B E NT?

‘Dat is er niet. Er zijn werken waarvan ik vind dat een bepaald aspect goed uit de verf is gekomen. Graadmeter voor een goed werk is of ik het een aantal jaren later nog met plezier kan beluisteren. Trots ben ik voornamelijk op andere mensen, niet zozeer op mijzelf. Al kan ik wél heel erg genieten van een goede uitvoering van een stuk.’ WE LK STU K ZOU J IJ ABSOLU UT NOG E E N S WI LLE N COM PON E R E N (ALS G E LD E N FACI LITE ITE N G E E N ROL S PE LE N)?

‘Het lijkt mij te gek interessante gebouwen te koppelen aan een stuk, dat precies voor die specifieke ruimte is geschreven. Dit heb ik al een keer in het LUMC mogen doen, maar zou ik ook heel graag in andere gebouwen doen. Het publiek loopt door die gebouwen en daarmee door het stuk.’ I S LE I DE N VOOR JOU E E N I N S PI RATI E B RON?

‘Ik ben verliefd op Leiden. De binnenstad heeft iets ongelofelijk poëtisch. Ik ken geen mooiere plek dan de Hooglandsche Kerk in de herfst. Die ongekende luxe en stedenbouwkundige decadentie van een enorme ruimte gevuld met niets dan gouden licht: fantastisch.’ I S H ET KLI MAAT I N LE I DE N COM PON I STE N-VR I E N DE LIJ K?

‘Componisten moeten op een plek wonen die inspiratie geeft. In dat opzicht is Leiden zeker componisten-vriendelijk. Jammer is wel dat podia niet actief op zoek gaan naar hedendaagse muziek. De Stadsgehoorzaal heeft mij een ietwat té veilige programmering. Ik vind het een taak van podia mensen bekend te maken met nieuwe muziek. In Leiden is daar publiek voor. Veel meer nog dan Den Haag is Leiden een studentenstad, boordevol nieuwsgierig jong publiek dat open staat voor nieuwe dingen.’

WAT I S H ET WE R K WAAR J IJ H ET M E E ST TROTS OP B E NT?

‘Het blijft appels met peren vergelijken, maar ik ben enthousiast over Cabre perdu, een compositie die in 2013 zal verschijnen op de nieuwe cd van ensemble Windstreken. Ik ben erg blij met het arrangement dat Leonard Evers hiervoor heeft gemaakt.’ WE LK STU K ZOU J IJ ABSOLU UT NOG E E N S WI LLE N COM PON E R E N (ALS G E LD E N FACI LITE ITE N G E E N ROL S PE LE N)?

‘Ik ben vaak op zoek naar composities die aan de ene kant mensen als mijn moeder of de conciërge van school kunnen raken, en aan de andere kant ook uitdagend zijn voor de musici die het moeten spelen. Met andere woorden: ik zou graag eens een hitgevoelige en toch interessante compositie willen maken.’ I S LE I DE N VOOR JOU E E N I N S PI RATI E B RON?

‘Leiden heeft het ideale formaat, niet zo klein of benauwend als een dorp, maar toch overzichtelijk. Bovendien heeft de stad een rijke historie en veel mooie natuur in de buurt. Inspiratie moet je vooral uit jezelf halen, maar een prettige omgeving werkt uiteraard wel mee.’ I S H ET KLI MAAT I N LE I DE N COM PON I STE N-VR I E N DE LIJ K?

‘Ik denk dat Leiden veel compositietalent in huis heeft en dat er genoeg podia en festivals zijn in de stad. Soms lijkt het echter alsof de avontuurlijkere muziek zich beperkt tot de kleinere zalen en cafés. Ik mis een beetje de aandacht voor Leidse componisten en musici in de programmering van de grotere podia en festivals. Daar zouden ze wel wat meer aan mogen doen.’ WWW.PI ETE R DE MAST.N L

Ga naar leidsestijl.nl voor de muziek van deze componisten én het Dinosauruslied.

WWW.H U U B DEVR I E N D.COM

WWW.LEONAR DEVE RS.N L

Dinosauruslied op 1

Ik ben een dinosaurus en wandel door het bos normaal heb ik een bandje om, maar nu mag ik eens los. O yeah, o yeah, o yeah. En ik ben een giraffe, mijn haar zit door elkaar. Dat komt, ik ken geen kapper met een metershoge schaar. O yeah, o yeah, o yeah. Ik ben een pterodontl en ik leef al lang niet meer. Waarom, dat weet ik ook niet goed; men vraagt dat telkens weer. O yeah, o yeah, o yeah.

‘Het Dinosauruslied’ is volgens Buma/Stemra het meest nagezongen kinderlied van Nederland in 2012. De maker van dat lied is de Leidse componist Huub de Vriend. Hij is kinderliedjes gaan componeren in een tijd dat op ’s lands basisscholen muziekonderwijs werd wegbezuinigd. De Vriend: ‘Inmiddels heb ik er een stuk of twintig gemaakt, waarvan ‘Het Dinosauruslied’ de meest bekende is. Ik kijk nog wel eens op YouTube, en bijna altijd zijn er dan weer nieuwe filmpjes van mijn liedje verschenen.’


60/LS

Tekst Monique Smeets Fotografie Luca Di Tommaso

Particuliere initiatieven als motor Het culturele klimaat in Leiden wordt gedragen door particuliere initiatieven. Projecten als het Singelpark, de muurgedichten en het Cultuurkwartier zijn goede voorbeelden. ‘Het is fantastisch dat burgers van een stad hun krachten bundelen’, zegt Leids cultuurkenner Egon Snelders.

S

nelders is een culturele veelvraat, die zijn hart verpand heeft aan Leiden en zich al decennia bemoeit met cultuur in de stad. In het verleden bij De Burcht en als raadslid voor D66. Tegenwoordig vooral als voorzitter van poppodium LVC, voorzitter van de Raad van Toezicht van Ins Blau en voorzitter van tekengenootschap Ars Aemula Naturae. Als dichter is hij bovendien onlosmakelijk verbonden met het Leids Dichtersgilde. Hoe ervaart hij het culturele klimaat in Leiden? Op verzoek geeft Egon Snelders tijdens een wandeling door de stad zijn visie op in het oog springende ontwikkelingen. ‘De gemeente Leiden steekt best zijn nek uit voor cultuur’, zegt hij. ‘Wat ik jammer vind, is dat er nog te veel wordt geredeneerd vanuit ‘losse’ elementen. Jarenlang was er niet écht plaats voor kunst in de openbare ruimte. Als integraal onderdeel. Een beeld neerzetten is één, maar daarmee ben je er niet. Het beeld op de Rembrandtplaats is daar een voorbeeld van. Dat kunstwerk staat er, het is niet onaardig, maar wat ontbreekt, is de reuring om het aantrekkelijk te maken. Terwijl een locatie als de Zeevaartschool zich daar uitstekend voor leent. Dat is gelukkig langzaam aan het veranderen.

Cultuur als geheel Het versnipperde denken is volgens Snelders ook terug te zien in het subsidiebeleid. ‘Subsidie aan de Schouwburg, ondersteunen van amateurtoneel. Daar is op zich weinig mis mee. En er is een cultuurnota, maar in de praktijk ontbreekt nog de nodige samenhang. Ik denk dat er meer bereikt kan worden als je cultuur in Leiden als geheel benadert. Steeds vaker is cultuur een belangrijk aspect in het vestigingsbeleid van nieuwe bedrijven. “Wat biedt een stad mijn werknemers?”, vragen die zich af. Cultureel aanbod is dan een belangrijke factor met economische waarde. Dat besef is redelijk nieuw, maar niet onbelangrijk.’

Particulier initiatief Bij particuliere initiatieven in de stad ziet Snelders juist ‘opvallend vaak’ een integrale benadering. ‘Het Singelpark is een mooi voorbeeld van verbinding geïnitieerd vanuit het Stadslab. Opgezet en bedacht door particulieren die creatief en betrokken zijn. De gemeente doet wel mee, al heb ik de indruk dat ze hun rol te vrijblijvend invullen. Het is fantastisch dat burgers van een stad hun krachten bundelen, laten weten wat ze willen en wensen. Daar mag je je als stadsbestuur wel wat meer mee verbinden.’ Snelders wil graag het Cultuurkwartier laten zien. Ook weer een particulier initiatief vanuit het Stadslab. Als voorzitter van het LVC is hij nauw betrokken bij de plannen. Langs het beeldje van Kiek (‘Een particulier initiatief van de partij Leiden weer gezellig’), lopen we via de Langegracht naar wat de nieuwbouw van het LVC moet worden. In 2014 moet het af zijn. Door intensieve samenwerking willen onder andere Scheltema, de Lakenhal, de Schouwburg, museum Boerhaave en het LVC een levendig en bruisend cultureel uitgaanscentrum creëren. Naast de culturele instellingen doen ook wijkverenigingen mee aan het project. ‘Het Cultuurkwartier is ontstaan vanuit het idee dat er een logischere route van het station naar de binnenstad moest komen’, licht Snelders toe. In 2014 is het nieuwe Cultuurkwartier echt zichtbaar en tastbaar.’

Creatieve huisbaas Niet dat er in de tussentijd niets gebeurt. Er wordt driftig gebruik gemaakt van de ‘kwaliteit’ die het gebied op dit moment te bieden heeft. Snelders: ‘Dit stukje Leiden is lang verwaarloosd geweest. Dat is aan het veranderen, veel panden worden weer opgeknapt. Maar de restanten van verwaarlozing zijn er nog wel. Een gevolg is dat veel panden leegstaan. Wij willen mensen in de stad vast laten wennen aan de levendigheid die het Cultuurkwartier

‘Er kan meer bereikt worden als je cultuur in Leiden als geheel benadert’ straks geeft. Daarom vragen wij van het Cultuurkwartier kunstenaars of ze een aantal leegstaande panden willen betrekken. Tijdelijk en op voorwaarde dat ze ook een aantal activiteiten op straat organiseren. We zijn dus een soort creatieve huisbaas.’ Snelders wil nog een laatste particulier initiatief noemen:

de muurgedichten. Hij moet zich even oriënteren: waar hangt het dichtstbijzijnde gedicht? Door de regen lopen we over de Nieuwe Rijn. Op de hoek met de Hartesteeg hangt Danse Africaine van Langston Hughes. ‘Een van de 103 gedichten van het oorspronkelijke project van de bedenkers. Daarna zijn er door anderen nog tientallen bijgemaakt. Binnen en buiten het centrum, dat is het leuke.’

Te kleine rol Met haar rijke historie heeft Leiden een groot potentieel, vindt Snelders. ‘En het Rapenburg is de mooiste gracht van Nederland’, zegt hij, kijkend over het water. ‘De huizen zijn hier lager dan aan de Amsterdamse grachten. De Leidse burgerij was minder rijk, daarom zijn de grachtenpanden minder hoog. Juist die laagbouw zorgt voor een mooi strijklicht.’ Ook het Academiegebouw van de universiteit is aan deze gracht gevestigd. Een grote speler in het Leidse, die wat Snelders betreft nu een te kleine rol speelt. ‘De universiteit mag zich van mij wel meer met de stad verbinden’, besluit hij. ‘Zeker cultureel. Ze gaan nu erg hun eigen gang. Jammer, want ze zouden veel meer een beeldbepalende rol kunnen spelen’


LS/61

Tekst Eric Went

Cultuur in cijfers Jos van den Broek

LEIDSE MACHTEN VAN TIEN Van het allerkleinste tot het allergrootste, uitgewerkt in ‘machten van tien’: Leiden is – met tal van kennis- en cultuurinstellingen – de ideale stad om deze stappen zichtbaar te maken, vindt hoogleraar Jos van den Broek. ‘We bestuderen het in deze stad aan beide zijden van het spectrum. Van supersnaartjes tot de verste verten van het heelal: Leidse wetenschappers zijn vol overgave op zoek naar nieuwe inzichten over zowel het allerkleinste als het allergrootste. Dat zouden we in deze stad op de meest fantastische manieren zichtbaar kunnen maken. Door erover te publiceren, er voordrachten over te houden, er wandelingen omheen te organiseren. Kennis begint met kijken in context: er is altijd iets dat tien keer zo groot is of tien keer zo klein. Met De Leidse machten van tien kunnen we dat laten zien. Via atomen, moleculen, DNA, cellen en organismen zoomen we uiteindelijk uit naar het uiterste van het heelal. Al die stappen aantrekkelijk uitgewerkt zichtbaar maken, dat is de uitdaging. Het stijgt boven de natuurwetenschappen uit. Taalwetenschappen kunnen bijvoorbeeld uitzoomen van één lettergreep naar alles wat er ooit geschreven is. Hersenwetenschappen kunnen het over bits en bits en neuronen hebben, maar ook over alle kennis die er op aarde is. Eigenlijk kan elke kennisinstelling in Leiden daar wel iets mee. Ook Leidse culturele instellingen kunnen er hun tanden op stukbijten. Qua locatie zie ik al een Leidse machten van tien-wandeling voor me door een stadsparkachtig Leeuwenhoek, dat we dan koppelen aan het Singelpark. Zo maken we kenniscultuur. En zo laten we goed zien hoe onderscheidend Leiden is.’ Jos van den Broek is hoogleraar wetenschapscommunicatie bij de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Hij doceert ook aan het LUMC.

Leiden staat op de vierde plaats in de cultuurindex van de Atlas voor gemeenten. De index is een gewogen gemiddelde van 16 indicatoren die samen een maat zijn voor de omvang en diversiteit van het culurele aanbod in de stad. De Leidse cultuur in cijfers.

78%

van de Leidenaren bezoekt jaarlijks 1 of meer culturele voorstellingen.

Leidse musea

Leidse volwassenen gaan gemiddeld 3,6 x per jaar naar de bioscoop. Samen zorgen zij voor een recette van

2.696.000 euro.

zijn samen goed voor

Leidse poppodia trekken jaarlijks

200.000 bezoekers. Daarvan gaan er 75.202 naar de Leidse Schouwburg, 50.992 naar LVC en 29.520 naar de Stadsgehoorzaal en De Waag.

850.000

bezoekers. Naturalis is de grote publiekstrekker met ongeveer

280.000 bezoekers, gevolgd door het Rijksmuseum voor Volkenkunde met ruim 155.000 bezoekers De Leidse cultuursector

biedt werk aan 817 personen. Samen werken zij in 188 vestigingen, bedrijven en instellingen.

47% 1.000.000

van de dagbezoekers komt naar Leiden vanwege het culturele aanbod.

43%

van de

volwassen Leidenaars is zelf cultureel

actief.

Daarvan doet 16% aan

schilderen en tekenen

en bespeelt 14% een muziekinstrument. Van de Leidse cultuurbeoefenaars is 19% aangesloten bij een culturele instelling of vereniging.

Leiden in de Top 50 Welke positie neemt Leiden in als we dat vergelijken met andere grote steden? Van aantal museumbezoeken tot het aanbod van popconcerten Boekwinkels per inwoner 1e Museabezoeken per inwoner 2e Rijksmonumenten per inwoner 2e Bezoeken podiumkunsten per inwoner 3e Musea per inwoner 5e Klassieke concerten 11e Galleries per inwoner 12e Doeken in filmhuizen per inwoner 16e Theatervoorstellingen 18e Popconcerten 18e Kunstenaars als percentage van de beroepsbevolking 19e Aantal bioscoopbezoeken 19e Aanbod podiumkunsten totaal 20e Aantal evenementen per inwoner 20e LS 3 Aan de achterkant vind je jouw ingang. LS6


62/LS

Tekst Marlies van Boekel Illustratie k©lets

Bij tijdelijke huisvesting denken we meestal aan antikraakwachten. Maar ook kunstenaars vinden voor onbepaalde tijd werkruimte in leegstaande panden. Op sommigen drukt de continue dreiging van verhuizing, voor anderen is het een bron van inspiratie.

d j i t m o o r d e d n i k j

i l e d j i T

Een luchtbel boven de echte wereld Stad aan je voeten Niet snel zal beeldend kunstenaar Barthel Brussee weer een atelier krijgen waarin hij 20 meter achteruit kan lopen om zijn werk te bekijken. Hij moet wel uitkijken dat hij niet struikelt over de talloze stekkerdozen die nagelvast verspreid staan over de vloer. De sombere donkerbruine vloerbedekking uit de jaren 70, toen hier zeker vijftig tekentafels stonden vol ordners en paperassen en niemand zich nog druk maakte over meeroken, leidt hem niet af van zijn werk. Belangrijker zijn de grote ramen met het mooie licht. De hoogste etage van het lelijkste gebouw van Leiden, waar vroeger het Hoogheemraadschap van Rijnland zat, loopt van de Breestraat naar het noorderlicht van de Botermarkt. De stad ligt aan je voeten en eeuwen architectuur aan daken en gevels staan in een ongeordende kunsthistorische kaartenbak achter elkaar. Als door en door Leidse schilder voelt hij zich in zijn element in de binnenstad. Vaak beeldt hij af wat hij om zich heen ziet. Van bovenaf kijkt hij op het water van de Rijn en schildert Blote tieten in een narrenschip. Altijd komt een verhuizing ongelegen, breekt het zijn werkritme en is afscheid nemen zwaar, maar steeds lukt het weer om in een paar weken stevig sjouwen alle schilderijen, verftubes, kwasten, lege doeken, etspersen, ezels, tafels, tekeningen en loodzware beelden te verhuizen naar een nieuwe plek. Op het knopje van de lift zit een plakkertje: niet aankomen! Dus alles moet handmatig vele meters naar boven en beneden getakeld worden. Een gevaarlijk karwei, want bijna was hij eens geplet door een enorme paal van 400 kilo. Straks zal alles totaal anders zijn. Hij droomt van een atelier op de begane grond, maar heeft geleerd zich aan te passen, los te laten, uit te dijen of in te krimpen, te beginnen met schilderen als de dozen nog onuitgepakt om hem heen staan, en als het echt niet anders kan, mobiel te werken vanuit een fietstas.

Het saaie gebouw staat niet pal aan de Lammenschansweg. Het ligt wat naar achteren, verborgen achter hoge dichte heggen, waardoor het nauwelijks opvalt. Alleen door de leerlingen die ernaartoe liepen, wist je dat daar een school moest zijn. Nu gebruikt Marieke van der Meer een aantal lokalen als woonwerkruimte. Zodra je binnen bent, word je onverwacht omgeven door het weelderige groen van de binnentuin met een enorme variëteit aan bomen en planten. Het lijkt alsof je in een kas staat van de Hortus. Zelfs binnenin de U-vormige gang, die langs de klaslokalen loopt, groeien planten. In de sobere ruimte van haar atelier ontwerpt, schetst, tekent, bedenkt en droomt ze de sculpturen die ze straks zal maken van zand of ijs. Vergankelijker kan haast niet. Maar zo wil ze het ook: geen atelier vol concrete beelden in allerlei stadia, maar foto’s en filmopnames die onder één arm mee te nemen zijn op een laptop. Samen met andere ‘carvers’ – houtbewerkers – , voornamelijk mannen, wordt ze ingevlogen naar ijskoude plekken en zaagt metershoge fantasierijke beelden uit ijs met een kettingzaag. In Siberië werkte ze bij min 30 graden op vijf meter hoogte en droeg acht lagen kleding. Zelfs als ze dodelijk vermoeid is na uren ‘carven’ blijft ze intens geconcentreerd vanwege de grote risico’s. Ze gaat tot het uiterste, tilt ijsblokken van 50 kilo en werkt onder hoge tijdsdruk. Dan voelt het alsof ze in een andere wereld is. Een geregeld leven benauwt haar, maar toch is het heel plezierig te weten dat ze op deze plek wat langer kan blijven en vogeltjes kan voeren in de stille tuin.


LS/63

KIJK OOK OP LEIDSESTIJL.NL

Tekenen met wilgentakken Wie weet nog dat er ooit een Romeins castellum dicht bij de plek lag waar nu de Rivierenbuurt is. Je loopt er zo naar toe. Trieste 70er jaren flats in hardblauw kijken uit op de aarden wallen, die nu opnieuw deze vroegere legerplaats aangeven, naast pas aangelegde, nog drassige volkstuintjes. Daar ligt ook, omsloten door de halfronde vorm van een mini-arena, de ontmoetingsplek, een buitenkunstwerk, dat Ludy Feyen creëerde samen met bewoners en andere kunstenaars. Zorgvuldig is er nagedacht over de betekenis van de vorm, over materialen: lichtgetint stukwerk, de gespikkelde mozaïeksteentjes van een terrazzovloer, geglazuurde kleitegels waar je op kunt zitten en vloeiende vormen die de natuurlijke stroming van water accentueren. Een proces van jaren. De buitenlucht is haar atelier. In de natuur vindt ze alle elementen, die haar inspireren tot een kunstwerk: het zoemen van bijen, de fragiele grijskleurig verdroogde takjes van het slangenkruid, wilgentenen die zo soepel zijn dat ze ermee kan tekenen. Ze verwerkt de verhalen die voortleven op speciale plekken, tovert een boerenwagen om tot een rondreizende groentetuin en creëert groene bouwsels op saaie schoolpleinen en op de kale stenen van de stad. Ze bouwt en gaat weer verder. Straks kunnen buurtbewoners verhalen delen, omgeven door het ruisen van water dat verwijst naar een bron die er ooit was en naar soldaten die wensen in metalen plaatjes kerfden, vol verlangen naar het zonovergoten Italiaanse landschap. Vanaf het voorjaar zullen druivenranken rond de bogen groeien die het waterkunstwerk omzomen.

Het druppen van een kraan Als een nomade trekt Geert van der Velden door de stad met de theatergroep Fields of Wonder en landt in verlaten gebouwen. Altijd tijdelijk, met alleen de zekerheid dat het gebouw hoe dan ook een andere bestemming krijgt en dat zijn gezelschap straks twee weken heeft om te vertrekken. Onverbiddelijk. Zonder sporen achter te laten. Zo wordt het leven theater: afbreken en opnieuw beginnen. Ze bereiden hun voorstellingen voor in het vroegere Anatomisch Laboratorium. Een verscholen gebouw, waar je nooit kwam. Slechts één keer per jaar mocht je bekijken wat anders zorgvuldig werd afgeschermd: veel ledematen en organen op sterk water of doodgeboren baby’s met twee hoofden, zodat je kon zien dat de natuur soms behoefte had om af te wijken van het oorspronkelijke ontwerp. Ook nu kijk je achter de schermen naar het laboratorium waar alle ideeën ontstaan, een immense hal die ooit vol stond met snijtafels. Dikke metalen pijpen lopen langs het onafgewerkte plafond. Een druppende kraan boven een bad, waar eens levenloze lichamen in werden ondergedompeld, grote ruisende bomen achter hoge lichte ramen en het tikkende geluid van een specht voeren Geert naar Japan en zetten zijn fantasie in werking. Hij ziet hoe het publiek kijkt naar halfnaakte dansers die met uiterste precisie vertraagde bewegingen maken, gehuld in transparante doeken en, theatraal verlicht, zweven als vleermuizen in een ijskoude donkere fabriekshal. Onfeilbaar vindt hij zijn weg tussen attributen die ogenschijnlijk systeemloos staan opgeslagen. Omgeving en voorstelling vloeien samen.

Rafelranden Voor Koen Hauser geen clean designatelier met strak gestuukte wanden in een zielloos opgeknapt gebouw. Hij houdt van het onaffe, van rafelranden, die een tegenwicht bieden tegen onze overgeorganiseerde samenleving. Zijn huidige werkruimte is een prettige rustplek, waar hij zich vrij voelt, ver weg van de dwingende aanwezigheid van de realiteit. Zelf creëert hij een nieuwe ordening, herschept hij de wereld aan de hand van honderden op thema gearchiveerde afbeeldingen, geknipt uit boeken van jaren geleden, toen de druktechnieken nog niet zo geavanceerd waren. Zittend op de Heugaveldtegels in zachte groentinten bezaaid met plaatjes, maakt hij intuïtieve nieuwe beeldrijmcombinaties, als een dichter. Hij vertelt verhalen en laat een verontrustende wereld zien, de schoonheid van het imperfecte, die je je alleen nog vaag herinnert uit dromen of uit de magische wereld van je kindertijd. In één dag kan hij alles inpakken en vertrekken naar de volgende locatie. De gedachte snel weg te moeten, belemmert hem niet. Hij geniet van het moment, de kans om te wonen en te werken in een karakteristieke oude villa of zoals nu in een uitgeleefd kantoorgebouw. Als we weggaan, lopen we door grote lege ruimtes, een doolhof van gangen. Onze voetstappen klinken hol na op de stenen trap.

LS 2 Een nieuwe generatie wetenschappers op pagina 24. LS6


LEIDSE NETWERKEN Door Franceline Pompe en John Stelck

N EVE

E

ME

N NTE

Cum Laude Concerten @CumLaudeConcert

Rapenburgconcert Rapenburg

Folkfestival de Burcht

Scratch Muziekdagen Leiden @Scratchleiden

Gouden Pet @Goudenpet

AR

VARA Leids Cabaret Festival Ottho Heldringstraat 3 Amsterdam 020 4899 899 lcf@bunkertheaterzaken.nl

Leids Film Festival @LeidsFF Leidse Hout Festival vriendenvandeleidsehout.nl

Vrijheidslezingen (initiatief Universiteit Leiden, LUMC en gemeente Leiden)

Leidse Jazzweek www.jazzstadleiden.nl @jazzstadleiden

Museumnacht @MuseumnachtLDN

Wetenschapsdag jaarlijks in oktober

OPEN|Makers aan de Markt Aalmarkt @openmakers

White Crow Music Festival info@whitecrowmusicfestival.com @WCMFL

UNI

VE R

ST

Dichtersgilde Magdalena Moonsstraat 25 han.ruijgrok@planet.nl

SITA

IR

LDE (Leiden-Delft-Erasmus) www.over.leidenuniv.nl/ profiel/strategische-alliantie

LERU (League of European Research Universities) www.leru.org

ICLON (Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing) Wassenaarseweg 62a iclbalievo@iclon.leidenuniv.nl

LIBC (Leiden Institute for Brain and Cognition) 526 44 04 libc@lumc.nl LURIS (Leiden University Research & Innovation Services) 526 5560 luris@luris.leidenuniv.nl

Stichting Tegenbeeld 5130586 (Jacowies Surie) 5131389 (Ben Walenkamp) info@muurgedichten.nl

@museumnaturalis

@volkenkunde

@RM_Oudheden

@HortusLeiden

Cultuurfonds Leiden 06 42 13 62 12 michaelroumen@cultuurfondsleiden.nl

@DeLakenhal

Ins Blau Haagweg 6 0900 9001705 @TheaterInsBlau @stadspodia Scheltema Marktsteeg 1 5161887 @scheltemaleiden Imperium Oude Vest 33E 5141035 @imperiumtheater De Waag Aalmarkt 21 0900 9001705 @stadspodia

Plantsoentheater Plantsoen 45 06 48151584 @Plantsoentheatr

Fonds 1818 070 364 11 41 info@fonds1818.nl

De Burcht (Tuinzaal) Burgsteeg 14 514 2389

UR

Contactgroep Leidse Koren Boerhaavelaan 43 bestuur@leidsekoren.nl Stadspodia 5162431 sales@stadspodia.nl

LVC Breestraat 66 5146449 @LVCLeiden

P ODI U M

Muziekhuis Middelstegracht 123 5145755

KU N ST

Qbus Uiterstegracht 142 5145755 @QbusLeiden De Twee Spieghels Nieuwstraat 11 88 73 943 info@detweespieghels.nl @detweespieghels

ER IND

RB

LT U

Stadscafé Van der Werf Steenstraat 2 513 0335 info@stadscafevanderwerff.nl

Sijthoff (vanaf voorjaar 2013) Doezastraat 1B sijthoffleiden@gmail.com

ED

Studium Generale Rapenburg 73 527 7295 / 527 5239 / 527 7283 Science Café Leiden Marktsteeg 1 06 415 93 848

UC AT IE

F

HOVO (Hoger Onderwijs voor Ouderen) 527 72 99 hovo@sea.leidenuniv.nl BplusC info@BplusC.nl informatiecentrum@BplusC.nl @BplusC

Medical Delta (Universiteit Leiden, LUMC, BioSciencePark, TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC) 015 27 87993 r.kamerling@tudelft.nl Health Ties (Europese programma waaraan Medical Delta verbonden is) info@healthties.eu

Parelsnoer Initiatief (Samenwerking UMC’s) 020 566 82 60 info@parelsnoer.org Academische werkplaats Publieke Gezondheid Noordelijk Zuid-Holland (AWPG NZH) (netwerk van GGD’s, LUMC, TNO, Faculteit Sociale Wetenschappen) contact@awpgnzh.nl, 079 343 08 88

MED

ISCH

LS 6 Ga uit je plaat met vinyl op pagina 52. LS6

Erw cen in Roo Leid d t @E rumma hart Sta Sta en Ma Roo n d r t dha ager Ger slab L 516 ionswe keting rt e Mar info rit Dou iden info 09 90 g 41 t s @ @ dire ijn Bu @s stads traat 1 @O leide cteu lthui tad n ntd M slab lableid 0 s r ekL marke en.n @ arketin Leide ting eide n Pee l Mar g .nl Vrijpl n n a t i a j nBu Mid ts L Aal en U d lthu e m i Thij 566 elsteg iden is ww arkt 1 sH r w.p 5 5 a c e v 6 con oor ht 3 mm een @p 1 9 z tact es 6 een i enu t t H e v rS @ BK enu rijpl i.nl aats i @T en no tadsla De leid hijs b G en.n Hem g zove Leide Sci Fra angm l n e mes el m m Rei Bus nce m eer 06 bozen akerij n eets 2 voo ier As Bio iness info 6 71 weg 2 b r P 8 1 @ @R zitter B erg buil artner @G gang 5 72 eini d Acc m ang erH V Leid 06 ing e mak akerij. lera en SP 2 nl erij tor Arje J H 819 7 Oo Bee n Pels rtwe 665 R g2 @P lden in ijcken Sci 1 elsj e Leid e The nce C en afé ater Dia Mar café n k Haa a Lep 06- tsteeg Sche 415 ltem G gwe elaar g4 938 1 a aler 48 @D ie Dia en Leid i a e n aKu na Lep Par n Bio nst6 elaa k Lisa Rijn Found Scienc 9 r s SLS Johns 524 burge ation e o rwe n Wo 75 5 g1 16 ne 55 0 @s 17 24 n lsw one n Chr i opr stiaan ic v mee hter ‘S an Go 06 ts Bus cience rkum 281 in 9 7 ess’ 665

VE

Wijken voor Kunst Projectleider Marjan van Gerwen info@wijkenvoorkunstleiden.nl @WijkenvKunst071

@museumboerhaave

S

Leidse Amateur Fotografen Vereniging info@lafv.nl LVSL Leidse Video en Smalfilm Liga Boshuizerlaan 5 secretaris@lvsl.nl

(OV BSP) Ondernemersvereniging Bio Science Park 524 75 54 www.ov-bsp.nl

EA

Museumgroep Leiden 513 9186 leiden@museumgroep.nl

Stadsgehoorzaal Breestraat 60/ Aalmarkt 7 0900 9001705 @SGZLEIDEN @stadspodia

Propop @propopleiden

Boekenzolder Middelstegracht 38 06 53 84 80 05 J.M.vanRijn@xs4all.nl

BioPartner Center Leiden J.H. Oortweg 21 33 22 000 info@biopartnerleiden.nl

Leidse Schouwburg Oude Vest 43 0900 9001705 @LS1705 @stadspodia

Zomerjam jongeren hiphopfestival Huigpark @zomerjam

Pancrasconcert info@pancraswest.nl

Living Lab Leiden (Stichting Living Lab) 3e Binnenvestgracht 23c 7118305 jeannette@livinglab.nl (innovatiemakelaar Jeannette van Uffelen)

CU

Leidse Orgeldag Tollenaersingel 13

Kaasmarktschool Koppenhinksteeg 13

R

Leiden Bio Science Park Foundation Rijnsburgerweg 10 524 7555

@sieboldhuis

Werfpop Leidse Hout 14 juli 2013 @werfpop

Haagweg 4 513 82 67 info@werkenonderneming.nl

UU

M US

Tamtam Festival Leiden-Noord @TAMTAMfestival

Leiden Culinair Tijdens Leidse Lakenfeesten @leidenculinair

Beelden in Leiden 341 52 04 mail@beeldeninleiden.nl

CT

Summerjazz @SummerJazzNL

Kennisfestival Leiden

Ars Aemula Naturae 5140784 info@arsaemula.nl

ITE

RAP Rijnlands Architectuur Platform 5137525 info@rapsite.nl

Stukafest @Stukafestleiden

Het Pleinfestival Garenmarkt @PaulLouwers

KU N

CH

B I OI E N C E SC

Top Instituut Pharma 33 22 030 info@tipharma.com


Leidse Stijl 2013