De weg naar de aarde -Jesse Ahlers-

Page 1

Dit essay is geschreven naar aanleiding van de verdiepende sessie op 2 september 2021 in het kunstwerk The way of Soil, onderdeel van de IJsselbiënnale.

De weg naar de aarde

- Jesse Ahlers -

De bodem in Nederland is verschraald, verzuurd, platgewalst en uitgeput. Alle groene bedoelingen in Europees verband ten spijt, de biodiversiteit is minimaal en het blijft achteruit hollen. Het gaat niet goed met de bodem waarop en waarvan we leven, zoveel is duidelijk. Om nog maar te zwijgen van de klimatologische onweerswolken die zich samenpakken boven de horizon en de rijzende golven die dreigend tegen de dijken rammen. De grote veranderingen die ons de komende decennia te wachten staan, zullen zich onmiskenbaar aftekenen in het landschap. Hoe kunnen we ons daar als mens toe verhouden? Het wordt steeds duidelijker dat de zekerheden die we kennen geen ankers bieden voor een bestendige toekomst. Alles ligt open terwijl wij verkeren in een staat van ongerichtheid waar we niet bekend mee zijn en die een collectief ontwrichtende uitwerking lijkt te hebben, soms onderdrukt en sluimerend, soms onverholen. Alle reden tot paniek, maar tegelijkertijd ligt juist hier een kans, om niet te zeggen opdracht, om ons als mens opnieuw te positioneren in dat landschap en om onze verhouding tot het land te verdiepen.

Wij lijden aan bodemblindheid. Je ziet het niet, de bodem, je loopt eroverheen. [...] De relatie met de bodem is natuurlijk iets heel raars. We leven niet ín de zee, we leven niet ín de bodem, we leven óp de bodem. En daar zit het probleem, dat lijkt een grens, die er natuurlijk niet is. - Michiel Korthals -

2

Bouwstenen

Op de akker van de familie Klunder, vlak aan de IJssel bij Deventer, is in het maisveld een pad uitgespaard. Als je goed kijkt zie je vanaf de dijk een met gras begroeide heuvel net boven de mais uitsteken. Het is het kunstwerk The way of Soil dat Elmo Vermijs maakte voor de IJsselbiënnale. Kom je van de dijk af over een grindweggetje naar beneden, dan kijk je aan tegen het grote veld dat omzoomd is met bloemen en kruiden. Loop je daar omheen, en sla je aan het einde van het grindweggetje het pad in, het veld in, dan ben je plotseling volledig omgeven door kleuren, geuren, geruis en gezoem. Hier bij de ingang van het pad hebben we afgesproken: op uitnodiging van de kunstenaar komt vandaag, in het werk, een gezelschap bijeen om de staat en betekenis van de bodem in Nederland en onze noodzakelijkerwijs veranderende relatie ermee te onderzoeken. In de hoop samen een aantal bouwstenen ‘in het leven te denken’ waarmee een nieuw narratief, een nieuw verhaal kan worden gemaakt. Over de bodem, voor de

bodem, namens de bodem? Al zou je het hier, op deze nazomerse dag in september, makkelijk even kunnen vergeten, de bodem onder onze voeten lijdt pijn. Meerstemmig beamen we de verschraling, van de grond en van onze relatie met het grotere geheel. We hebben te veel tussenstappen tussen mens en natuur geplaatst. Zoveel gedachtes, cognitie, machines, kunstmest, handelsketens, monetaire stelsels, dat we vergeten dat we de natuur zíjn. - Imke Ruigrok -

Het lijkt erop dat we ons steeds meer hebben afgescheiden van de bodem, dat we niet meer weten en voelen wat deze relatie is en hoe wederzijds afhankelijk we zijn. Maar ook dat we niet meer snappen, rationeel noch emotioneel, wat dat eigenlijk betekent. Alsof we een soort formele relatie hebben met de bodem, dat we geen contact en geen verbinding meer heb ben, dat we afgesloten ervan zijn, alsof de bodem alleen maar dienstbaar is aan onze behoefte. - Elmo Vermijs -

4

in hun werk op de een of andere manier bezig met de bodem. Stan Heerkens maakt foto’s en ik, ik teken op. Pad, plag en plek Elmo en Evanne nemen kort het woord om ons welkom te heten. Dan neemt Haruka het over. Zij neemt ons mee het werk in, voor een theeceremonie waarin ze ons met onze volledige aandacht zal laten proeven van de bodem waarop we staan. Ze gaat ons voor op het bloemenpad. “Dit is de hemel...”, hoor ik iemand verzuchten. Er gaat al meteen een grote kalmte van Haruka uit, een soort ontvankelijkheid, die aanstekelijk is. Als ze hier en daar bukt om een bloem te plukken is het alsof ze een buiging maakt, voor het land, voor de bodem. Ik zie zonnebloemen, meisjesogen, cosmea, kamille, zinnia, kaasjeskruid, akkervlam, nachtschade. En van alles dat ik niet herken. We horen meer insecten dan we de hele zomer in onze eigen tuinen of op onze eigen balkons hebben gehoord.

Het gezelschap dat Elmo bijeen heeft gebracht om onder leiding van Evanne Novak met elkaar in gesprek te gaan is divers en de meesten van ons kennen elkaar niet of nauwelijks. Het bestaat uit: Haruka Matsuo, kunstenaar en Japanse theemeester; Arnold Klunder, de boer van het land waarop we staan, dat in de afgelopen jaren overging van vader op zonen en van reguliere naar biologische landbouw; Damaris Matthijsen, oprichter van Economy Transformers en aanjager van de Community Land Trust-beweging in Nederland; Michiel Korthals, filosoof en voedselexpert, als hoogleraar verbonden geweest aan de Wageningen Universiteit en tegenwoordig aan de University of Gastronomic Sciences in Pollenzo, Italië; Hicham Khalidi, directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht; Tanja Dekker, als bodemdeskundige verbonden aan Soil Food Web; Imke Ruigrok, curator; Wim van Vilsteren van het Waterschap Vallei en Veluwe en Guido de Vries, projectleider van de IJsselbiënnale. Allemaal houden ze zich 6

Het pad komt uit op een open plek in het maisveld. We lopen aan tegen een manshoog bouwwerk van een paar duizend met de hand opeengestapelde grasplaggen, dat als we eromheen lopen doet denken aan een zacht, borstelig klassiek theater. Op de plaats van het toneel stond kortgeleden nog een rond veld boekweit te bloeien. De boekweit is nu geoogst, de aarde in die cirkel, weer/nog onbegroeid, mag even ademhalen. Hooibalen staan klaar, in een halve kring eromheen. We nemen plaats en vallen samen met het werk - alsof we op het moment dat we de beweging afmaken door haar in de armen worden gesloten.

De bodem heeft geen stem, waardoor ze in onze hectische maatschappij niet gehoord wordt. De bodem is echter geduldig en ze zal een luisterend oor vinden. - Wim van Vilsteren8

te zijn. We dénken dat het niet zo is. Als je stopt met dat denken, dan ben je er eigenlijk. - Tanja Dekker -

Maar of we het nou weten of niet, we zijn compleet continu verbonden, er is geen mogelijkheid om níet verbonden

In de luwte van het groenbruine bouwwerk en het wuivende gewas heeft Haruka haar theetafel opgesteld. Alle benodigdheden liggen zorgvuldig en volgens vaste voorschriften uitgestald, zoals het theekistje, het theeschepje, het theeborsteltje, het servet, een aardewerken vuurpot en natuurlijk de thee zelf. Ze maakt een buiging, voor ons dit keer, gaat zitten en begint de bereidingen. Haar handelingen en gebaren zijn precies en door eeuwenoude traditie gevormd. Het is een strakke choreografie, dat weet ik, maar het voelt vloeiend en open. Hoewel ik denk te merken dat de meesten van ons zich een tikkeltje ongemakkelijk voelen bij een gebrek aan kennis van wat de etiquette van ons vraagt, geven we ons vrij gemakkelijk over aan het ritueel. Elke beweging wordt met de grootst mogelijke aandacht uitgevoerd, en

aanschouwd, waardoor er een vreemd soort vertraging over ons komt. We krijgen een koekje van boekweit die hier is geoogst, we drinken thee die is getrokken van een mengsel van Japanse matcha en boekweit, bloemen en kruiden die hier hebben gegroeid, geserveerd op servies dat Haruka gemaakt heeft van IJsselklei die ze hier zelf op aanwijzing van Arnold heeft opgegraven. De bloemen en kruiden zijn in het vroege voorjaar gezaaid waar de grasplaggen werden uitgestoken (met een machine die de boer en zijn zonen speciaal hebben gebouwd). Sommige zaden heeft Haruka later met kinderen van een basisschool uit de buurt opgekweekt en volgens Japanse leer in kleibolletjes uitgeplant.

je beter weet ga je beter doen. Dat is het beste wat je kunt doen, we geven het beste wat we te geven hebben. Hebben we het verkeerd, en we hébben het vaak verkeerd, dan moeten we het anders doen. Laten wij ons dan aanpassen. - Tanja Dekker -

Opbrengst

Met de lichtbittere smaak van de thee en het contrasterende zoet van het koekje in mijn mond, word ik me bewust van de tijd en energie die in het kopje in mijn handen besloten liggen. De planten, die zijn ontkiemd en bestoven, gegroeid, geoogst en verwerkt. De klei, die zich laag op laag langs de rivier heeft afgezet, vol mineralen uit de bergen duizenden kilometers stroomopwaarts, door boeren en dieren bewerkt, door een kunstenaar opgegraven, gevormd, gebakken, daarna afgekoeld. De traditie, die mij hier en nu verbindt met tijden en mensen van eeuwen geleden. Alles wat we tot ons nemen komt van deze grond en tegelijk van elders. Het dringt

Het is niet om aan te zien hoe erg wij de aarde al hebben verwoest. Wij mensen in ons bewustzijn, we zijn zover als we zijn, we kunnen niet verder zijn dan we zijn. Schuld - schuldgevoel en schuldverhandelinghoudt ons enorm tegen. Dus leg dat meteen af. We weten nu beter en als 10

plots tot me door: dat kan alleen als die grond gezond is. En niet alleen die onder mijn eigen voeten.

Het is zo direct indirect, we hebben nooit direct contact met de bodem, het is altijd met wat erop groeit, waarbij dan opnieuw weer zo’n rare blindheid ontstaat als men denkt dat de bodem af te meten is aan de opbrengst, aan het volume. “Hoeveel hectare, hoeveel kilo’s komen er van de bodem?” Dus we moeten ook af van dat idee dat de materiële opbrengst de kern is. Want er zit natuurlijk een veel breder idee van opbrengst in de bodem: vogels, ecologie, beesten, wijzelf, volgende generaties. Allemaal dat soort zaken . - Michiel Korthals -

En deze grond, waar de afgelopen jaren zo hard aan bodemverbetering is gewerkt, is in het geheel beschouwd maar een postzegeltje. Maar zo’n 3,4% van de boeren in Nederland werkt biologisch en het schiet niet op. Per jaar komen daar zo’n vijftig boeren bij. De sector lijkt klem te zitten in

de op maximale opbrengst gerichte machinerie van onze voedselproductie. Nog steeds wordt schaalvergroting gestimuleerd, vertelt Arnold. Ook hij en zijn zonen stonden in 2015 op het punt om uit te breiden en te intensiveren. Maar tegelijk zagen zij steeds duidelijker de schade die dat beleid aanrichtte in het land om hen heen. Uiteindelijk konden ze kiezen voor een toekomst als biologisch bedrijf, met hulp van de stichting IJssellandschap die de overgang financieel ondersteunt met een pachtkorting voor de grond. “Dus hebben we onszelf verrijkt,” zegt de boer. Terug naar de thee. We drinken gezamenlijk, we drinken hetzelfde. Er gaat een nederigheid uit van het ritueel, al is die nog wat afwachtend. Ieder kwam aan in zijn eigen tempo en het is alsof die verschillende frequenties nu op de een of andere manier zijn gesynchroniseerd. De ceremonie geeft ons tijd om op adem te komen, te aarden, af te stemmen.

12

De grond is koopbaar, we kunnen ermee speculeren, ons vermogen laten groeien en zorgen voor onze eigen schijnveiligheid. Geldmotieven corrumperen een zuivere verhouding ertoe, en scheiden ons af van elkaar en van de bodem. - Damaris Matthijsen -

begrijpbaar en benaderbaar te maken. Het is geen discussie, het gaat niet over het ene perspectief dat meer waard is dan het andere, maar het moet een palet van ervaringen bieden dat ons helpt om dichter bij het onderwerp en mogelijk tot elkaar te komen. “Het is best wel simpel.”

Stil zijn Na een korte pauze neemt Evanne weer het woord. Zij zal ons door het gesprek heen leiden. Het is niet zomaar een gesprek, meer een gespreksvorm, de contemplatieve dialoog. Het is oorspronkelijk een Jezuïtische gebedsvorm, en Evanne legt het uit als een manier om met elkaar te spreken over grote zaken (zoals God, of in ons geval ‘de bodem’) die twistpunten kunnen zijn, die abstract zijn, maar die eigenlijk ook uitermate persoonlijk en intiem zijn. Behalve spreken is het ook een manier om samen te luisteren. Naar elkaar, naar onszelf, en alles daar tussenin. In drie rondes proberen we daarmee dat grote onderwerp

In de eerste ronde vraagt Evanne ons om een landschap te beschrijven dat ons dierbaar is. Hoe ziet dat eruit, waarom ligt het je na aan het hart? Om beurten, zonder af te spreken wie er mag, lezen we voor wat we geschreven hebben. Om vervolgens stil te blijven. Achtereenvolgend komen voorbij: de IJsselvallei, een landschap gevormd door het water dat één weg volgt, de weg van de minste weerstand. Een landschap ook waar je al wonend, werkend, recreërend, kunt zien dat het leven op de bodem afneemt. Stilte. Een smalle, bloeiende achtertuin in Kanne, verscholen tussen twee mergelgrotten, tussen het Albertkanaal en de Maas, deze zomer overstroomd, tussen

14

verschillende taalgebieden. Stilte. De bomen, het gras, de heide, akkers met tarwe en boekweit, hier en daar een koe, die kalm leven naast hier en daar mensen, die bezig zijn met iets, in hun straatjes met allemaal verschillende huizen, in het Gooi. Een lindeboom groeit stevig, kruidenbakjes op een vensterbank. Stilte. De liefde voor het jonge landschap dat schrijnend blootgesteld wordt aan corrumperende geldmotieven, de klei, de polder, de berken, berenklauw, wilgen, populieren, abelen, en heel veel brandnetels en heel veel windmolens, die steeds dichterbij komen, langs de platte paden in Almere Oosterwold. Stilte. Het ruwe zand aan de ene kant en de zachte, plakkerige klei aan de andere kant van de duinen, de ene kant van de toeristen, de andere van de boeren, maar allebei van het spelende kind en onder dezelfde zilte lucht van Walcheren. Stilte. De namen van alle schelpen die er te vinden waren in Katwijk, waar het altijd nat of koud, maar niettemin rustgevend was. Stilte.

Verwaarloosd maar vol leven, de tuin achter het voormalige woonboerderijtje aan de rand van Zwolle, waar nadat de huisbaas de hele boel heeft laten afgraven, de nieuwe bewoners en het onkruid volhardend de zwakke plekken in de steriele grasmat blijven vinden. Stilte. De weidsheid van de Strabrechtse heide en de Grote Peel, tussen de ruilverkavelde strakke lijnen van wegen en maisvelden in Brabant. Langsrijdende vrachtwagens met huilende varkens. Stilte. Het boerenland rondom het familiebedrijf op de mars bij Deventer, waar de weidevogels worden opgegeten omdat ze geen ruimte meer hebben, nergens heen kunnen. Waar de natuur met de jaren steeds verder teruggedrongen werd. Waar de gewassen de bodem niet meer voedden en de bodem van de honger omviel, met pilletjes werd bijgevoed bij gebrek aan bodemleven, maar waar de omschakeling naar biologisch de grond weer ruimte, tijd en voer wil geven. Stilte.

16

Er is zoveel liefde te zien in de natuur. Samenwerking, bereidheid om in welke omstandigheden je ook zit je functie uit te voeren. Dan ben je ‘gevend aanwezig’, dan gaat het vanzelf. Wij mensen zijn zo overtuigd dat we apart zijn van de natuur, dat we geen dier zijn. We hebben angst en dan onthouden wij ons van ons geven. Ons grote werk is eigenlijk die kluwe van gedachten die we hebben te ontdoen. - Tanja Dekker -

verbinding. We voelen ons onmachtig. Maar uit die gevoelens en verlangens spreekt ook enorm veel liefde en plezier. En het is goed om juist daar een pas op de plaatst te maken, om het nietweten en de ontreddering over ons heen te laten wassen en te merken dat de vreugde daarmee niet wordt weggespoeld.

Oermateriaal

In de tweede ronde noemen we allemaal twee dingen die ons hebben geraakt in wat we net hebben gehoord, en waarom. Dat lezen we weer aan elkaar voor, om daarna telkens weer een stilte te laten vallen. Uit ieders woorden spreekt een groot gevoel van onbehagen, zoveel is duidelijk. En we lijken ons alleen te voelen. We zijn geraakt door de persoonlijke ervaringen van de anderen, het kleine zoeken in de grote veranderingen. We vinden elkaar, zoals een van ons het verwoordt, in de onthechting en het verlangen naar

Het is een nazomerdag om te koesteren. De zon schijnt uitbundig en ik stel me voor dat ik smelt. Ik zou als een plas in de bodem opgaan. Worden opgenomen. Ik zou door de verschillende bodemlagen heen sijpelen. Langs steeds fijner en dichter spul, tot aan het oermateriaal zou ik komen, langs de wormen, de pissebedden, de aaltjes, de schimmels. Tot bij de microben en hun kleurrijke huisjes, ik zou de kunstwerken die ze van hun bouwsels hebben gemaakt kunnen bewonderen, van heel dichtbij, misschien wel aanraken of, beter nog, bewonen. Tegelijkertijd zou ik via de wortels van plantjes omhoog getrokken worden, in hun blaadjes en vruchtvlees

18

terechtkomen, of vervliegen als zuurstof. Als ik dood ben gebeurt dat ook. Maar ik leef en ik zit hier. In deze oksel van de aarde. En om mij heen zitten anderen.

Zoeken, kijken, begrijpen, maar ook vooral verwonderen, en het níet willen begrijpen. Het verwonderen over alles wat er tegelijkertijd onder onze voeten gebeurt, zodat we voorbij het willen begrijpen, het afkaderen, komen. Dat we welkom zijn en dat we (weer) worden omarmd. - Elmo Vermijs -

Richting binnen de ongerichtheid

In de derde ronde vraagt Evanne wat we hieruit mee kunnen nemen, of we bouwstenen hebben gevonden in wat we hebben gehoord. Weer schrijven

Het persoonlijke is al verbonden met het collectieve, of: dat wat dit alles samenbrengt. Volgens mij moeten we juist dit meer oefenen: onze subjectieve ervaring met het landschap, bodem, voedsel, wereld. Weg van machinaties, efficiëntie, accumulatie en versnelling. - Hicham Khalidi20

we, lezen we voor en zijn we stil. Wat we horen: verbinding, verbeelding, vertraging. Persoonlijke ervaringen delen. Met de voeten in de modder om in het lijf en uit het hoofd te komen. De grond loskoppelen van speculatie. Het durven voelen, rouwen, in de ogen kijken van de omvang van de schade die we aanrichten. Helen, herstellen, opnieuw opbouwen vanuit verwondering, aandacht, gezamenlijkheid, verantwoordelijkheid in plaats van eigenaarschap. En oefening: dit alles kunnen we, moeten we oefenen.

Het lijkt erop dat ieder van ons op zoek is naar een manier om los te komen van een soort moderne, ingebeelde scheiding tussen mens en milieu, om dat afgescheiden-zijn te ontbinden. Niet de grond waarop, waarvan, maar de grond waarmee we leven, daar willen we naartoe. Dat lijkt simpel, maar het

Ik denk ja, daar begint het mee: de weg naar de aarde. - Arnold Klunder -

arbeid beteugeld. We heien een paal in de grond en zeggen: nu is het van ons. Het idee dat landgebruik eigenaarschap wordt door middel van arbeid is eeuwen ver (en tot vele excessen) terug te voeren en het is nog altijd bepalend voor hoe wij met het landschap omgaan. We leveren de grond uit aan financiële speculatie en kortetermijnbelangen. We eigenen haar toe, ja, maar hoe kunnen we spreken van eigenaarschap? Voor een duurzaam ecologisch, sociaal en economisch samenleven moet zij immers vrij zijn. Bovendien, zonder de arbeid van al die beestjes in en op en over de grond zijn wij helemaal nergens. Dus van wie is de grond dan? Het is de verantwoordelijkheid als gebruiker die wij ons toe moeten eigenen. Zijn wij in staat die verantwoordelijkheid te bevatten? Het gaat in die zin niet zo zeer om de vraag hoe we ons verhouden tot de bodem, maar om het opnieuw vóelen dat wij de bodem zijn. Zonder eerst te moeten sterven.

is een opdracht aan onszelf die veel op losse schroeven zet. Omdat het ons dwingt de onbestendigheid van onze huidige ecologische, sociale en economische stelsels te erkennen en we dus een nieuw sociaal weefsel moeten ontwikkelen om samen een vangnet te maken, dat in niets lijkt op de (schijn) veiligheid zoals we die kennen, waarin we zijn grootgebracht. Alles ligt open. Geen lichtzinnige opdracht, een opdracht van levensbelang zelfs, maar wel een die ons richting kan geven binnen de ongerichtheid en ja, die best een beetje lichtvoetig tegemoet getreden kan worden. In de urgentie die we voelen om in actie te komen, beslissingen te nemen en ingrepen te doen, schieten we al gauw in de kramp van de ratio. Zo zouden we bijna vergeten dat het leven dat we proberen te redden in de eerste plaats fysiek, lijfelijk is – het vege lijf! Wij hebben dit land van de zee gewonnen, wij hebben het met noeste 22

De bodem staat centraal, maar we hebben het voornamelijk over onze eigen herinneringen, onze eigen persoonlijke ervaringen, en op de een of andere manier zijn die twee verbonden met elkaar. We denken vaak in oplossingen, van hoe moeten we die wereld dan verbeteren, en dan maak je aannames. Maar volgens mij is het heel simpel: het gaat over dat verbinden, en om te verbinden wil je met elkaar praten. En oefenen stil te zijn, oefenen te luisteren, elkaar te horen. Herinneringen zijn immers ook ruimtes die je kunt betreden.

- Hicham Khalidi -

Ruimte

Kunst is het terrein waar alles onbestemd en onbevattelijk mag zijn, waar we kunnen vertragen en waar beslissingen en oordelen kunnen worden uitgesteld. Daar weten betekenissen uiteen te vallen om later eventueel op een nieuwe manier weer te formeren. Eerder getrokken verbanden mogen hun vanzelfsprekendheid

verliezen en onverwachte elementen kunnen zich een weg banen het discours in. Daar is bewegingsruimte. Daar is zeggenschap en verbeeldingskracht. Daar kunnen we spelen, als kinderen in een maisveld. Vanuit zo’n plek, die chaotisch en belangeloos is, kunnen we dingen formuleren waarvoor we nog geen taal beschikbaar hebben. Daar kunnen we heroriënteren. Bouwstenen dus. Bouwstenen als grasplaggen, zwaar en bestendig, waarmee we een ruimte kunnen optrekken. Een oefenruimte, een tussenruimte, een plek om samen te komen, voor mensen en niet-mensen die willen horen en gehoord willen worden. Waar alles onbestemd kan zijn. Omdat we ten diepste bezorgd zijn, maar ook vanuit liefde en het plezier dat we kunnen vinden in onszelf. Bouwstenen, dus, voor een

Een vraag die opkwam: hoe diep gaat ‘de bodem’ eigenlijk? - Guido de Vries -

24

zware, stevige, maar levende en poreuze, lichte, sociale ruimte, van waaruit we verbinding kunnen maken, allianties kunnen vormen, moed kunnen vatten. Om ons tevoorschijn te lokken uit de betonnen bouwsels op de hardhouten fundamenten van het vooruitgangsdenken waar we ons zo lang veilig hebben gewaand.

Beginnen

hangen. In de buitenlucht, middenin het kunstwerk van aarde en gras, ontspon zich een gesprek met veel ruimte voor stilte. Die stilte vulde zich - met het zoemen van bijen en met gevoelens van onmacht, bezwaar, heimwee, hoop, verdriet. We zijn iets aan het verliezen. De houvast wellicht van een natuur die buiten ons staat, die groter is dan wij, blijvend ondanks al ons menselijk falen. We voelen ons wankel. En het is waar, dáár, tussen de vastgenagelde massieve planken van ons rationalisme, beweegt het. Zelfs de hardsthouten vloer werkt en kiert op den duur. En misschien was het precies daar, in die kieren van stilte, dat de bodem zich kon melden vandaag en ons aan kon raken. We lieten ons raken. Deze plek vraagt van ons om ten eerste te zijn. En dat is de enige mogelijkheid om iets te beginnen.

De dialoog wordt afgesloten met een vrije ronde waarin we kunnen reflecteren op wat er zojuist is gebeurd. Ondanks de gedeelde ernst, lijkt iedereen zich lichter te voelen, blij en verrast door wat deze vorm op deze plek aan lagen heeft aangeboord. Het fysieke, zintuigelijke bewustzijn dat in ons werd aangesproken, door het proeven, door het buiten zijn en door de vertraging in het theeritueel en de dialoog, zorgde ervoor dat we in één sprong voorbij de gedachtenkronkels kwamen waarin we zo vaak blijven 26

Deelnemers

Arnold Klunder

Boer, Melkveehouderij Johannahoeve

Damaris Mathijssen

Transitietrainer, Economy Transformers

Michiel Korthals

Filosoof en voedselexpert, University of Gastronomic Sciences, IT

Hicham Khalidi Directeur, Jan van Eyckacademie, Maastricht

Tanja Dekker Bodemdeskundige, Soil Food Web, VS

Imke Ruigrok

Curator

Wim van Vilsteren Senior adviseur, Waterschap Vallei en Veluwe

Guido de Vries Projectleider IJsselbiënnale

Elmo Vermijs Kunstenaar

Essay Jesse Ahlers

Fotograaf Stan Heerkens Moderator Evanne Nowak Theeceremonie Haruka Matsuo Met dank aan IJsselbiënnale Kunstenlab Proeftuin KNST&LNDSCHP

Vriendenloterij Fonds Drukkerij Raddraaiers

Elmo Vermijs eerste druk 2022