Page 1

Quick scan energievoorziening Waalsprong

Waalfront

DOZ energieregie Edelgasstraat 5 2718 SX ZOETERMEER www.doz-energieregie.nl

In opdracht van:

Grondexploitatie maatschappij Waalsprong Oranjesingel 72 Waalsprong 6511 NZ Nijmegen


OWS = Opwaardeerstation WOS = Warmteoverdrachtstation WKK = Warmtekrachtkoppeling ARN = Afvalverwerking Regio Nijmegen

Bestaand

Te realiseren projecten waalsprong

Te realiseren projecten waalfront

ARN

Waalkanaal Waalfront 2686 woningen

OWS

Waal Veur Lent 213 OWS

Hof van Holland 2500 woningen

Woenderskamp 850 woningen

Grote Boel 900 woningen

WOS

WKK

WOS

Hoge Bongerd 326 woningen

WKK

WOS

Broodkorf 425 woningen

WOS

Lentseveld 714 woningen

WOS

Lauwik 560 woningen

WOS

WOS

Zuiderveld 900 woningen

De Stelt 561 woningen

WKK

WKK

WOS

De Boomgaard + De Elten 1630 woningen

Nijland 200 woningen

Visveld 1070 woningen

WKO

Visveld 128

WOS

Pelseland ?? woningen

WOS

Vossepels ?? woningen

WOS NUON WKK

Nijland 100

WOS NUON

Bodem wisselaars


Quick scan energievoorziening Waalsprong

DOZ energieregie Edelgasstraat 5 2718 SX ZOETERMEER www.doz-energieregie.nl

In opdracht van:

Grondexploitatie maatschappij Waalsprong Oranjesingel 72 Waalsprong 6511 NZ Nijmegen

Waalfront Rapportage voor de duurzame warmte voorziening Waalsprong Waalfront. De Waalsprong Waalfront in de gemeente Nijmegen is een ambitieus uitbreidingsplan bestaande uit ca. 12.000 woningen.


Quick scan energievoorziening

Bewerkt door: Henk Sloots Frits van der Helm Edwin van Noort Jeroen Janssen Steffie Kreffer

DOZ energieregie DOZ energieregie DOZ energieregie DOZ energieregie DOZ energieregie

Met medewerking van: Martijn van Aarssen IF Technology Projectnummer:

0011-1003

DOZ energieregie te ZOETERMEER d.d. 12 mei 2011


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Samenvatting In de gemeente Nijmegen wordt sinds 1998 het woongebied Waalsprong - Waalfront ontwikkeld. In het programma van eisen van de gemeente is als klimaatdoelstelling aangegeven dat minimaal 50% CO2-reductie voor verwarming en warmtapwaterbereiding bereikt moet worden ten opzichte van de huidige Energie Prestatie Normering (EPN). Verder moet minimaal 20% van het totale energiegebruik van de woningen lokaal opgewekte duurzame energie zijn. Om deze duurzaamheidsambitie te behalen is een businessplan gemaakt om het woongebied te voorzien van een hybride laagtemperatuur-warmtenet in combinatie met een micro warmtepompboiler per woning. Daarnaast is aan de betrokken partijen een second opinion en een alternatief gerapporteerd. Vanwege de huidige situatie op de woningmarkt wordt de aanleg van een hybride laagtemperatuur-warmtenet niet gedragen door marktpartijen. DOZ energieregie heeft in maart 2011 opdracht gekregen om voor de nieuwbouwwijk Laauwik de mogelijkheden te onderzoeken voor een collectief middentemperatuur-warmtenet met meerdere energiebronnen. Laauwik De woonwijk Laauwik wordt momenteel voorzien van een 70/40째C-middentemperatuur-warmtenet met (al of niet tijdelijk) gasketels als energievoorziening. Om dit warmtenet en de uitrol van het warmtenet naar de toekomstige woonwijken te kunnen verduurzamen zijn diverse mogelijkheden beschikbaar die in fases gerealiseerd kunnen worden. De omschreven energievoorzieningen, zoals warmtekrachtkoppeling (WKK) in combinatie met geothermie, of het toepassen van afvalwarmte door aansluiting op de Afvalverwerking Regio Nijmegen (ARN), hebben alle de potentie om te voldoen aan de duurzaamheidsambities. Gefaseerd aansluiten De keuze voor het gefaseerd aansluiten op meerdere energiebronnen, alsmede de hierbij behorende verhoging van de duurzaamheid, wordt bepaald door het aantal aan te sluiten woningen en de benodigde tijd voor realisatie van het totale plan. Investeringen die gedaan moeten worden zijn economisch rendabel te maken bij voldoende aansluitingen.

Woning Naast de centrale energietechnieken kunnen door woning- en installatieontwerp extra stappen worden gemaakt richting de duurzaamheidsambities. Bij een flexibel ontwerp kan de bewoner zelf bepalen in welke energiebesparende en comfortverhogende maatregelen hij wil investeren.

Hoofdstuk:Samenvatting

Individuele energievoorziening Technieken met individuele warmtepompen die zijn aangesloten op warmte-/koudeopslag voldoen niet aan de duurzaamheidsambities, zodat er extra duurzaamheidsmaatregelen nodig zijn, zoals zonnecollectoren of PV-systemen. Compensatie door andere projecten met een hogere duurzaamheid behoort eveneens tot de mogelijkheden.

12 mei 2011

1


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Aansluitkosten De geprognosticeerde marktconforme aansluitkosten voor een woning bedragen circa € 4.200,-. Dit betreft de complete warmteleveringsaansluiting tot en met een warmteoverdrachtstation voorzien van een tijdelijke of permanente ketelinstallatie. De kosten voor verdere verduurzaming en de hiervoor benodigde infrastructuur en aansluiting op WKK, geothermie of ARN moeten nader worden bepaald. Exploitatie De gemeente Nijmegen en Grondexploitatie Maatschappij Waalsprong zijn van plan voor Laauwik een exploitant te selecteren. Een selectie op basis van kwaliteit, duurzaamheidsambitie en prijs kan op verschillende manieren tot stand komen Het is aan te bevelen een nieuwe marktconsultatie zonder gunning uit te voeren als het principe van het hybride net wordt losgelaten. Toetsen aan de Europese regelgeving bij concessiegunning, aanbesteding en/of overheidssteun is raadzaam. Subsidies Subsidies zijn in de berekeningen niet verwerkt.

Hoofdstuk:Samenvatting

Aanbevolen actiepunten  Bepaling van de investeringskosten en het tijdstip van realisatie voor verdere verduurzaming door middel van WKK, geothermie of restwarmte van ARN.  Onderzoek contractduur en leveringszekerheid ARN.  Nader onderzoek naar de aansluiting op de geothermische bron van Bergerden. Of beslissen een eigen onderzoek in gang te zetten.  Beoordelen of groen of biogas met mogelijke aansluiting Bergerden een optie is.  Onderzoek naar de toepassing van eigen energieopwekking op gebiedsniveau (PV cellen).  Concessiegunning, aanbesteding en/of overheidssteun toetsen aan de Europese regelgeving.

12 mei 2011

2


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................................... 1 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 5 1.1

Vraagstelling en opzet quickscan ............................................................................................ 5

1.2

Status duurzame energie in Laauwik....................................................................................... 5

1.3

Werkwijze ................................................................................................................................ 6

1.4

Doel ......................................................................................................................................... 6

1.5

Systeem/ randvoorwaarden .................................................................................................... 6

1.6

Technische beslissingscriteria hybride net .............................................................................. 6

2. Stand van zaken planontwikkeling mei 2011 ...................................................................................... 7 3. Alternatieve toepassingen................................................................................................................... 8 3.1

Collectieve warmtevoorziening in de woonwijk Laauwik ....................................................... 8

3.2

Groen gas................................................................................................................................. 8

3.3

Biogas ...................................................................................................................................... 9

3.4

20/80 principe ......................................................................................................................... 9

3.5

Warmtekrachtkoppeling (WKK) .............................................................................................. 9

3.6

Bodemwarmte ...................................................................................................................... 10

3.6.1

Beschikbaarheid van geothermie .................................................................................. 10

3.6.2

Verschillende varianten van geothermie ....................................................................... 10

3.7

Individuele systemen door middel van warmtepompen ..................................................... 11

3.7.1

WKO (warmte-/koudeopslag, open systeem)............................................................... 11

3.7.2

WKO (warmte-/koudeopslag, gesloten systeem) .......................................................... 11

4. Oplossing en fasering ........................................................................................................................ 13 4.1

Warmtekrachtkoppeling (WKK) ............................................................................................ 13

4.2

Een gekoppeld systeem ......................................................................................................... 15

4.3

Mogelijke energievoorziening Waalsprong - Waalfront in de toekomst .............................. 15

5. Toetsing aan duurzaamheidsdoelstellingen ..................................................................................... 17

7. Aansluitkosten ................................................................................................................................... 19

12 mei 2011

Hoofdstuk:Inhoudsopgave

6. Warmtekostprijzen ............................................................................................................................ 18

3


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

8. De woning .......................................................................................................................................... 20 8.1

Algemeen............................................................................................................................... 20

8.2

Aanpassingsmogelijkheid woning ......................................................................................... 20

8.3

Het inpassen van lage temperatuur voor de tapwaterbereiding .......................................... 21

8.4

De warmtewet ....................................................................................................................... 21

9. Exploitant........................................................................................................................................... 22 9.1

Consultatie zonder gunning .................................................................................................. 22

9.2

Competitie met aanbesteding ............................................................................................... 22

9.3

Keuze strategie marktbenadering ......................................................................................... 23

9.4

Inhoud marktverkenning ....................................................................................................... 23

9.5

Onderzoeksrichtingen ........................................................................................................... 24

9.6

Concessiegunning .................................................................................................................. 24

10. Subsidies .......................................................................................................................................... 25 11. Conclusies ........................................................................................................................................ 26

Hoofdstuk:

12. Verklarende afkortingenlijst ............................................................................................................ 27

12 mei 2011

4


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

1. Inleiding De gemeente Nijmegen heeft als duurzaamheidsambitie om minimaal 50% CO2-reductie voor verwarming en warmtapwaterbereiding te bereiken ten opzichte van de huidige Energie Prestatie Normering (EPN). Verder dient minimaal 20% van het totale energiegebruik van de woningen lokaal opgewekte duurzame energie te zijn. Om deze duurzaamheidsambitie te behalen is een businessplan vervaardigd om het woongebied te voorzien van een hybride laagtemperatuur-warmtenet in combinatie met individuele micro warmtepompboilers en aansluiting op de restwarmte van de Afvalverwerking Regio Nijmegen (ARN).

1.1

Vraagstelling en opzet quickscan

DOZ energieregie heeft in maart 2011 van de Grondexploitatie Maatschappij Waalsprong opdracht gekregen een quickscan uit te voeren om de mogelijkheden van duurzame energievoorzieningen in het ontwikkelingsgebied Waalsprong - Waalfront in kaart te brengen. De quickscan spitst zich toe op de vraag welke mogelijkheden er zijn om het collectieve warmtenet in de wijk Laauwik in fases naar de toekomst te verduurzamen door toepassing van alternatieve energievoorzieningen. De uitkomsten van de quickscan kunnen worden meegenomen in een nieuw te vervaardigen masterplan voor 12.000 warmte-aansluitingen in het grotere geheel van Waalsprong-Waalfront (zie ook par. 1.5). De volgende onderwerpen komen in de scan aan de orde:  De mogelijk toekomstige aansluiting op de restwarmte van de Afvalverwerking Regio Nijmegen;  koppeling van reeds gerealiseerde projecten die heden door de Nuon worden geëxploiteerd;  de mogelijkheid van warmtekrachtkoppelingtoepassingen (WKK);  de mogelijkheid van bodemwarmte (geothermie);  onderzoek naar individuele warmtepompen aangesloten op warmte- /koudeopslag;  de manieren waarop een marktpartij(en) kan worden geselecteerd voor eigendom en/of exploitatie.

Status duurzame energie in Laauwik

De nieuwbouwwijk Laauwik wordt momenteel voorzien van een 70/40°C middentemperatuurwarmtenet. De aanvoertemperatuur wordt circa 70°C. Hierdoor vervalt de noodzaak om te investeren in microwarmtepompboilers om warmtapwater te bereiden. Voor de te realiseren woningen in deze wijk betekent dit een afleverset per woning die zowel warmte als warm tapwater levert. Comfortkoeling is hierbij niet voorzien. De warmte wordt voorlopig geleverd door gasketels (al of niet tijdelijk) als energievoorziening in de nabijheid van de wijk Laauwik. De verduurzaming dient nader te worden geïmplementeerd.

12 mei 2011

Hoofdstuk:1. Inleiding

1.2

5


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

1.3

Werkwijze

De quickscan is gebaseerd op de volgende studies en rapportages:  resultaten en onderbouwing van de businesscase voor het hybride LT warmtenet Waalsprong Nijmegen;  second opinion warmtevoorziening stadsdeel Waalsprong in Nijmegen;  eindrapportage alternatieve duurzame energiesysteem Waalsprong Spoor2;  planning aantallen 2011;  openbare informatie.

1.4

Doel

Doel van de quickscan is om via fasering te komen tot een nieuw masterplan voor 12.000 warmteaansluitingen. Het uitgangspunt is een organische groei van het warmtenet met behoud van flexibiliteit en een CO2-reductie overeenkomstig de ambitie. Naast dit collectieve systeem wordt de mogelijkheid beoordeeld om individuele energievoorzieningen voor warmte/koude in te passen. 1. Inleiding

1.5

Systeem/ randvoorwaarden

Bij de uitwerking van de quickscan is rekening gehouden met de breed gedragen opvattingen over de opzet en uitwerking van een dergelijk masterplan. Kort samengevat zien die er als volgt uit.

Systeemvoorwaarden - Maak het flexibel

Randvoorwaarden - Businesscase die door marktpartijen wordt gedragen

- Toekomstgericht

- Mogelijke bijdrage of garanties van de overheid vooraf bepalen

- Uitbreidbaar - Koppelbaar

- Combinatie EPN/EPG met CO2-

- Voldoende back-up

Technische beslissingscriteria hybride net - Uitontwikkelen micro warmtepompboiler afwachten - Productie warm tapwater anders - Is 40⁰C robuust genoeg?

12 mei 2011

Hoofdstuk:1. Inleiding

1.6

reductie gedurende projectvordering

6


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

2. Stand van zaken planontwikkeling mei 2011 In oktober 2009 heeft de gemeenteraad van Nijmegen ingestemd met het uitvoeren en gedeeltelijk financieren van een proefproject voor een hybride warmtenet in de Waalsprong. Het plan ging uit van een aan te leggen distributienet in de nieuwbouwwijk Laauwik met de mogelijkheid in de toekomst gebruik te maken van op beschikbare restwarmte van de ARN. De planning was om voorjaar 2011 een definitief besluit te nemen over het hybride warmtenet, inclusief de aanschaf van 800 microwarmtepompboilers. Omdat er nog geen marktpartij was gevonden en de politiek pas na de vorming van de coalitie zich zou uitspreken was deze planning niet haalbaar. Januari 2011 is het besluit genomen de nieuwbouwwijk Laauwik niet aan te sluiten op het hybride warmtenet. Bij de huidige marktomstandigheden is dat te risicovol. Zeker gezien de hoge voorinvestering. De gemiddelde aansluitkosten van het hybride principe bedragen ca. â‚Ź 10.000 per woning.

In de verdere uitwerking van de oorspronkelijke businesscase is duidelijk geworden dat een bijdrage van overheden/bedrijfsleven cruciaal is voor de uitvoerbaarheid. De gemeente Nijmegen heeft daarop de intentie uitgesproken de exploitatie van het warmtenet in de Waalsprong te willen uitbesteden aan een commerciĂŤle marktpartij. Het onderbrengen van primaire voorzieningen in een entiteit waarin marktpartijen en overheid zijn vertegenwoordigd is een optie die het komend halfjaar wordt uitgewerkt. Als gevolg van de kredietcrises en de hypotheekdiscussie is een snelle bouw van 12.000 woningen niet te verwachten. De planning is inmiddels bijgesteld tot 2025.

12 mei 2011

Hoofdstuk:2. Stand van zaken planontwikkeling mei 2011

Er is nog geen partij geselecteerd voor de (tijdelijke en/of permanente) exploitatie van het warmtenet in Laauwik. Ook is nog geen definitieve keuze gemaakt voor het temperatuurregime voor de rest van de Waalsprong en het Waalfront. Op basis van de uitgangspunten voor het hybride warmtenet is geen van de geconsulteerde marktpartijen bereid integraal te participeren.

7


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

3. Alternatieve toepassingen Naast het ontwerp van het hybride laagtemperatuurnet zijn er met behoud van een collectieve voorziening voor de woonwijk Laauwik diverse alternatieven mogelijk. De samenhang tussen de diverse geschetste mogelijkheden wordt in hoofdstuk 4 uitgewerkt.

Bron: www.teusvaneck.nl

3.1

Collectieve warmtevoorziening in de woonwijk Laauwik

De te realiseren woningen hebben als basis een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van 0,8 voor bouwvergunningen uit 2010 en 0,6 voor projecten waarvan de bouwvergunning in 2011 wordt aangevraagd. Binnen de EPC-berekening is door de ontwikkelende partijen voorlopig uitgegaan van een HR-ketel als warmteopwekker om de genoemde EPC te behalen. Eventuele extra verlaging van de EPC dient nader overeen gekomen te worden.

3.2

Groen gas

Het aanleggen van gasleidingen voor biogas of groen gas is interessant. De kosten van leidingaanleg zijn een fractie van de aanleg van primair watervoerende warmteleidingen. Door VER-certificaten (VER: Verified Emission Reductions) kan groen gas worden gekocht, zodat CO2 neutraal warmte kan worden geleverd. Deze werkwijze wordt overigens niet door iedereen omarmd, omdat de brandstof 12 mei 2011

Hoofdstuk:3. Alternatieve toepassingen

Voor het plan Laauwik is de keuze gemaakt voor een collectieve warmtevoorziening met een zogenaamd 70/40°C-regime. Door middel van een afleverset wordt zowel warmte voor verwarming van de woning als het bereiden van warmtapwater verzorgd. De duurzaamheid van dit systeem wordt bepaald door de manier van warmteopwekking. Vooralsnog is de warmteopwekking voor Laauwik gebaseerd op gasgestookte ketels, qua vermogen afgestemd op het benodigde vermogen van de wijk. Aansluiting op niet-fossiele brandstoffen kan als optie worden uitgewerkt.

8


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

zelf niet duurzaam opgewekt is. Opgewaardeerd biogas naar groengas lijkt in die zin een betere optie.

3.3

Biogas

Aardgas kan worden vervangen door biogas. Dit gas wordt geproduceerd door biologisch afval te vergisten, zoals mest of land- en tuinbouw gerelateerde afvalproducten. In het glastuinbouwgebied Bergerden heeft Bio Energie Bergerden (BEB) vergevorderde plannen om een vergistingsinstallatie voor biomassa te plaatsen. De mogelijkheid om hier op aan te sluiten kan verder worden onderzocht. Ook biovergisting in de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Weurt kan mogelijk een bijdrage leveren voor een deel van de energievoorziening van de Waalsprong.

3.4

20/80 principe

De ketelvoorzieningen die in eerste instantie voor het totale vermogen zijn bepaald, doen bij verdere verduurzaming dienst als piekketel en back-upketel en krijgen daarmee een permanent karakter. De verhoudingen voor het bepalen van de duurzame vermogens moeten nader worden uitgewerkt.

3.5

Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Een WKK-installatie produceert elektriciteit en warmte via de verbranding van groen of fossiel gas. De huidige verhouding warmte/kracht bij WKK-installaties is ongeveer 50% voor warmte en 50% voor elektriciteit. Door de wijken Laauwik en Lentseveld te combineren met het Nuon-project Visveld ontstaat voldoende schaalgrootte om via WKK warmte te produceren. Er is in dat geval overeenstemming nodig met Nuon voor de verkoop van deze warmte. 12 mei 2011

Hoofdstuk:3. Alternatieve toepassingen

Het Pareto-principe dat met 20% van de inspanningen 80% van het resultaat wordt bereikt, gaat ook op voor het toepassen van duurzame energie. In de regel kan met 20% van het maximaal benodigde vermogen 80% van de jaarlijkse warmtevraag ingevuld worden. Er hoeft hierdoor Figuur1 minder te worden ge誰nvesteerd in een duurzame energieopwekking, terwijl een aanzienlijk gedeelte van de warmtevraag wordt gedekt. Dit kan binnen de duurzaamheidsambitie worden gerealiseerd en geeft een andere invulling aan het Hybride principe.

9


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Voor de uitbreidingen Grote Boel en Zuiderveld kan een zelfde werkwijze worden gehanteerd door te koppelen met het Nuon-project de Boomgaard/de Elten.

3.6

Bodemwarmte

De gegevens over bodemwarmte zijn gebaseerd op de rapportage van IF Technology te Arnhem.

3.6.1 Beschikbaarheid van geothermie Voordat een aardwarmtebron kan worden gerealiseerd moet een seismologisch onderzoek en een proefboring plaatsvinden. Hiermee kan bepaald worden of de ondergrond van Nijmegen geschikt is om geothermie toe te passen. De proefboring is een van de grote kostenposten bij onderzoek voor toepassen van geothermie. Voor het tuinbouwgebied Bergerden, tussen Nijmegen en Arnhem, worden plannen gemaakt om de toepassing van geothermie te onderzoeken. Door mee te liften kan de beschikbaarheid van geothermie voor de Waalsprong worden bepaald. Ook is het mogelijk interessant de capaciteit van de geothermische bron van Bergerden te vergroten en hier de Waalsprong op aan te sluiten. Het tuinbouwgebied de Bergerden ligt op circa 6 kilometer van de Waalsprong. Dit is vergelijkbaar met de afstand van de Waalsprong tot de Afvalverbranding Regio Nijmegen (ARN).

 Ondiepe geothermie Bij ondiepe geothermie wordt geboord tot een diepte van circa 800 meter. Hierdoor kunnen traditionele boortechnieken worden gebruikt. De boorkosten van deze boortechniek zijn aanzienlijk lager dan die van reguliere geothermie of diepe geothermie. De brontemperatuur bedraagt maximaal 25°C. Vanwege de extra kosten die nodig zijn voor opwaardering naar 40/55 of 70°C is deze optie niet verder uitgewerkt.  Reguliere geothermie De warmtebronnen bevinden zich op een diepte van circa 1400 meter. De temperatuur van de bron is naar verwachting ongeveer 55°C. De beschikbare gegevens voor deze diepte zijn echter beperkt; er is meer onderzoek nodig. Voor de bestaande woningen en aansluitingen hoeft slechts een geringe hoeveelheid energie te worden toegevoegd om de gewenste temperatuur van 70°C te behalen. Toekomstige woningen of aangepaste bestaande woningen kunnen direct worden aangesloten op een 55°C warmtenet.  Diepe geothermie Verwacht wordt dat vanaf een diepte van 3500 meter de brontemperatuur circa 120°C bedraagt. De onttrokken warmte kan worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De resterende energie is beschikbaar om de woningen van warmte te voorzien. Er hoeft geen opwaardering van de warmte plaats te vinden waardoor de productiekosten voor warmte onafhankelijk zijn van de energieprijzen. De boorkosten zijn echter aanzienlijk hoger dan bij ondiepe en reguliere geothermie.

12 mei 2011

Hoofdstuk:3. Alternatieve toepassingen

3.6.2 Verschillende varianten van geothermie

10


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

3.7

Individuele systemen door middel van warmtepompen

Deze systemen voldoen niet aan de duurzaamheidsambitie, maar zijn toepasbaar als dit door andere individuele concepten of projecten wordt gecompenseerd.

3.7.1

WKO (warmte-/koudeopslag, open systeem)

Bij warmte-/koudeopslag (WKO) worden de woningen voorzien van een individuele combiwarmtepomp die voor ruimteverwarming en warmtapwaterbereiding warmte via het bronnet uit het grondwater onttrekt. In de zomer wordt de warmte uit de woning via het bronnet terug de bodem ingevoerd. Bij de vergunning voor een dergelijk grondwatersysteem wordt de eis gesteld dat over meerdere jaren een vrijwel neutrale energiebalans wordt bereikt. Doordat woningen, ondanks de aangescherpte energieprestatie-eisen, een grotere warmtevraag dan koudevraag hebben moet een groot deel van de warmte via externe bronnen terug de bodem in worden gevoerd. Door deze eis komt het CO2 besparingspotentieel van 30% onder druk te staan. Verder komt het individuele elektriciteitsverbruik door de toepassing van warmtapwaterbereiding vaak hoger uit dan verwacht, waardoor de berekende exploitatievoordelen veelal niet worden behaald. Grootschalige toepassing van WKO bij omvangrijke woningbouwprojecten met voor het merendeel grondgebonden woningen zal op een totale investering van circa â‚Ź 12.000,- per woning uitkomen. Deze kosten lopen niet parallel met de projectrealisatie.

3.7.2 WKO (warmte-/koudeopslag, gesloten systeem) Een andere mogelijkheid is het bronsysteem te vervangen door een gesloten bodemlus. Hiervoor is nog geen neutrale energiebalans vereist, waardoor het besparingspotentieel van 30% CO2 eenvoudiger behaald kan worden. Op dit moment zijn er plannen om de regelgeving aan te passen, waarbij ook de gesloten systemen een vrijwel neutrale energiebalans moeten bereiken. Ook hier geldt dat de berekende exploitatie voordelen veelal tegenvallen. De investeringskosten bedragen circa â‚Ź 9.000, - per woning. Deze kosten lopen parallel aan de projectrealisatie. 12 mei 2011

Hoofdstuk:3. Alternatieve toepassingen

Figuur 2 Open WKO-systeem

11


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Het is te overwegen deze techniek toe te passen bij kleinschalige projecten. De verkoop van warmte uit een collectief systeem zal hiermee worden verminderd. Grootschalige toepassing in combinatie met een collectief warmtenet is niet aan te bevelen.

Hoofdstuk:3. Alternatieve toepassingen

Figuur 3 Gesloten WKO-systeem

12 mei 2011

12


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

4. Oplossing en fasering In hoofdstuk 3 is bij de diverse alternatieven de relevantie aangegeven voor de verdere uitrol van duurzame warmte in Laauwik en op termijn in het gehele ontwikkelingsgebied Waalsprong – Waalfront. In dit hoofdstuk worden de diverse mogelijkheden verder uitgewerkt in combinatie met een voorstel voor fasering:  start met collectieve warmtevoorziening via warmteoverdrachtstation (WOS);  uitbreiding met WKK (vanaf ca. 3.000 woningen), bij voorkeur gebruikmakend van groen gas;  uitbreiding naar geothermie en/of de aansluiting op de restwarmte van Afvalverbranding Regio Nijmegen (vanaf ca. 5.000 woningen). Een nadere businesscase moet uitwijzen of en/en met WKK voldoende rendabel is. De keuze voor een 70/40-regime is ingegeven door de mogelijkheid om legionella vrij warmwater te produceren. Tevens is er bij dit systeem geen strikte noodzaak om vloerverwarming toe te passen, waarmee het voordeel van mogelijke vloerkoeling weg is. De mogelijke keuze voor een toekomstig 55/25⁰C-regime komt voort uit de volgende overwegingen:  versneld aanwarmen van de woningen;  productie van legionella vrij warmwater, eenvoudiger te voldoen aan de regelgeving;  de secundaire leidingsystemen kunnen bij 70/40⁰C - en 55/25⁰C -regimes uitgevoerd worden met dezelfde diameters, waardoor flexibiliteit in temperatuurtrajecten ontstaat;  er kan ingespeeld worden op de reguliere geothermie.

4.1

Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Het vermogen wordt afgestemd op 20% tot 30% van het totaal benodigde vermogen voor het aantal aansluitingen. Het aantal WKK’s kan afhankelijk hiervan worden uitgebreid. Zo ontstaat ook de mogelijkheid duurzame warmte te leveren aan reeds bestaande projecten die door Nuon worden geëxploiteerd. In figuur 4 is de verduurzaming door middel van een WKK gefaseerd uitgezet.

12 mei 2011

Hoofdstuk:4. Oplossing en fasering

Er zijn mogelijkheden voor verduurzaming via WKK door de wijken Laauwik en Lentseveld te combineren met het Nuon-project Visveld. De uitbreidingen Grote Boel en Zuiderveld kunnen worden gekoppeld met het Nuon-project de Boomgaard/de Elten.

13


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

Figuur 4: Mogelijke combinatie met projecten die door de Nuon worden geëxploiteerd

Beslissing Nuon

warmteproductie via Optie

WKK, in eerste instantie separaat

Fase 2

warmteproductie via. WKK

Beslissing Nuon

Optie

Nuon-project 1600 woningen De Elten De Boomgaard

Warmteoverdracht stations

Optie A Mogelijk verdeelstation vermogen/ temperatuur/ volume

WOS 70/40 °C warm tapwater separaat

warmteproductie via WKK, in eerste

Projecten

Fase 1 WOS 70/40°C

500 tot 1000 woningen

Fase 1 WOS 70/40°C

500 tot 1000 woningen

WOS 70/40°C warm tapwater separaat

Nuon-project 1100 woningen Visveld

instantie separaat Fase 2 warmteproductie via WKK

Fase 2 Figuur 5: Mogelijke fasering van de verduurzaming van het warmtenet

12 mei 2011

Fase 2

Fase 1 WOS 55/25°C

500 tot 1000 woningen

Fase 1 WOS 55/25°C

500 tot 1000 woningen

Systeem nader bepalen

5000 tot 6000 woningen

Fase 1

Hoofdstuk:4. Oplossing en fasering

Optie lokaal op te wekken duurzame energie

14


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

4.2

Een gekoppeld systeem

Verduurzaming door middel van geothermie en/of de aansluiting op de ARN biedt perspectieven en kan - als fase 3 - verder worden uitgewerkt. Optie lokaal op te wekken In een schema samengevat ziet dat er als volgt uit: duurzame energie

Optie B

Optie C

toepassing niet verder uitgewerkt

Of/of En/en

restwarmte cq bodemwarmte decentraal opwaarderen wel of niet

of/of en/en

ondiepe geothermie 600 meter 22° C

Figuur 6: perspectieven fase 3

reguliere geothermie 1400 meter 55° C

Fase 3

diepe geothermie

3500 meter 120°C (mogelijkheid elektriciteitsproductie)

 Geothermie bronnen zijn naar verwachting na 30 tot 50 jaar uitgeput.  Een langdurige contractduur bij de ARN is noodzakelijk.

4.3

Mogelijke energievoorziening Waalsprong - Waalfront in de toekomst

De energievoorziening voor het ontwikkelingsplan Waalsprong - Waalfront kan er in de toekomst als volgt uitzien (figuur 7).

12 mei 2011

Hoofdstuk:4. Oplossing en fasering

ARN

restwarmte centraal opwaarderen wel of niet

15


Vermogen 20% tot 30% van het totaal benodigde vermogen. Combinatie 70/40⁰C - 55/25⁰C. Minimum aantal aansluitingen:  WKK 3.000 tot 4.000 aansluitingen  ARN restwarmte 4.000 tot 6.000 aansluitingen  Geothermie regulier 4.000 tot 6.000 aansluitingen  Geothermie diep 6.000 tot 9.000 aansluitingen

Optie

ARN

toepassing niet verder uitgewerkt

600 meter 22° C

Figuur 7: Mogelijke toekomstige energievoorziening Waalsprong/Waalfront

Optie of/of en/en

reguliere geothermie 1400 meter 55° C

diepe geothermie

3500 meter 120°C (mogelijkheid elektriciteitsproductie)

12 mei 2011

Fase 3

WOS 70/40°C warm tapwater separaat

Warmteoverdracht stations

Mogelijk verdeelstation vermogen/ temperatuur/ volume

of/of restwarmte cq bodemwarmte en/en decentraal opwaarderen wel of niet

ondiepe geothermie

Beslissing Nuon warmteproductie via WKK, in eerste instantie separaat

Optie A

Optie B

restwarmte centraal opwaarderen wel of niet

Optie lokaal op te wekken duurzame energie

Fase 2 warmteproductie via WKK

Beslissing Nuon warmteproductie via WKK, in eerste instantie separaat Fase 2 warmteproductie via WKK

Fase 2

Fase 2

Nuon-project 1600 woningen De Elten De Boomgaard

Projecten

Fase 1 WOS 70/40°C

500 tot 1000 woningen

Fase 1 WOS 70/40°C

500 tot 1000 woningen

WOS 70/40°C warm tapwater separaat

Nuon-project 1100 woningen Visveld

Fase 1 WOS 55/25°C

500 tot 1000 woningen

Fase 1 WOS 55/25°C

500 tot 1000 woningen

Systeem nader bepalen

5000 tot 6000 woningen

Fase 1

Hoofdstuk:4. Oplossing en fasering

Mogelijke toekomstige energievoorziening Waalsprong/Waalfront

Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

16


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

5. Toetsing aan duurzaamheidsdoelstellingen De duurzaamheidsambitie kan met het voorgestelde driefasenplan worden behaald. De mate van CO2-reductie zal nader moeten worden berekend als keuzes worden gemaakt over de combinaties van de toe te passen technieken en het vermogensaandeel van de opgewekte duurzame energie. Deze keuze kan naarmate de gebiedsontwikkeling vordert worden aangepast. De exploitatie van een warmtenet leidt tot een hogere energieprestatie op gebiedsniveau. Een dergelijke maatregel zal worden gewaardeerd in de Energieprestatienorm Maatregelen op Gebiedsniveau (EMG). Deze norm wordt naar verwachting eind 2012 van kracht. Uitgangspunt is dat een hoge energieprestatie niet uitsluitend op gebouwniveau kan worden bereikt. Soms zijn maatregelen op gebiedsniveau kosteneffectiever. Hierdoor kan een hoge EMG in de toekomst leiden tot een korting op de vereiste EPC. Onderzoek naar de toepassing van een PV-installatie op gebiedsniveau is ook voor de Waalsprong een goede aanvulling. De terugverdientijd voor PV-panelen bedroeg in 2009 nog 25 jaar. In 2011 is al een terugverdientijd bereikt van 15 jaar. De verwachting is dat binnen 5 jaar een terugverdientijd van 10 jaar mogelijk wordt. Een suggestie is de wijk een duurzame uitstraling te geven door in een waterpartij een met de zon meedraaiend vlot te projecteren en dit te voorzien van PV-panelen. Het mogelijk meeliften met de geothermie van Bergerden alsmede de koppeling met de biovergistingsinstallatie zijn kansen om de duurzaamheid van het gebied te vergroten.

Hoofdstuk:5. Toetsing aan duurzaamheidsdoelstellingen

Biogas productie/ gedeeltelijk gebruik van de rioolwaterzuivering in Weurt kan nader worden onderzocht.

12 mei 2011

17


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

6. Warmtekostprijzen De prijs van warmte is afhankelijk van: energiekosten, kapitaallasten, onderhoud/ beheer en het aantal aansluitingen (warmteafname). Het tijdstip van investering en de rentefactor met mogelijke overheidsgaranties hebben invloed op het rendement van de in figuur 8 aangegeven indicatieve prijzen. Figuur 8:

Deze indicatieve kostprijs wordt behaald bij aansluiting van 9.000 woningen.

Bij de huidige woningmarkt is de bouw van het aantal woningen onzeker. In figuur 9 is het effect van het aantal aangesloten woningen op de warmtekostprijs gegeven. Een energietechniek met hoge kapitaallasten en lage energiekosten heeft een hoog risico als er minder woningen worden gebouwd dan geprognosticeerd. Aanbevolen wordt om bij 5.000 aansluitingen een beslissing te nemen over aansluiting op de ARN. Voor geothermie geldt dit tussen de 5.000 en 9.000 aansluitingen.

Hoofdstuk:6. Warmtekostprijzen

Figuur 9:

12 mei 2011

18


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

7. Aansluitkosten Het huidige gekozen 70/40°C-regime voor plan Laauwik levert de onderstaande berekeningsprognose op voor de investeringskosten inclusief montage per woning. Alle bedragen zijn exclusief BTW. Afleverset inclusief warmtemeter

€ 1.200, -

Woningaansluiting

Secundair net

€ 2.000, -

Aandeel energievoorziening

€ Totaal

300, -

700, -

€ 4.200, -

De uitgangspunten bij de bovengenoemde opgave zijn:  de afleverset is warmtegedreven;  de aansluitleiding van de woning is een combinatie van kunststof en Steelflex;  de warmtemeting vindt digitaal buiten de woning plaats;  het secundair net is buiten de woning gerealiseerd, uitgevoerd in geïsoleerd staal en voorzien van een kunststof mantel;  de energievoorziening is gebaseerd op een semipermanente locatie ingepast in de woonomgeving en geschikt voor groen gas/biogas als dit in de nabije toekomst beschikbaar is. Mogelijke optimalisaties secundair net per woning:  de uitvoering van een secundair leidingsysteem in kunststof buiten de woning geeft een geprognosticeerde minderprijs van € 200,- per woning;  toepassing van dit kunststof leidingsysteem in de kruipruimte onder de woning geeft een extra geprognosticeerde minderprijs van € 100,- per woning.

De investeringskosten en het tijdstip van realisatie voor de verdere verduurzaming door middel van WKK, geothermie of restwarmte van ARN en de hiervoor benodigde infrastructuur moeten nader worden bepaald. Uitgangspunt van deze rapportage is dat met een temperatuurverschil tussen aanvoer en retour van 30⁰C is gerekend. De techniek voor de primaire netten en de daarbij behorende energiecentrales kunnen worden bepaald na selectie van een exploitant en duidelijkheid over de rol van de overheid.

12 mei 2011

Hoofdstuk:7. Aansluitkosten

Bovenstaande aansluitkosten zijn van toepassing op het secundaire systeem inclusief de warmtevoorziening. Deze kosten zijn marktconform voor het jaar 2011 en exclusief BTW.

19


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

8. De woning 8.1

Algemeen

Behalve de centrale energietechnieken kunnen door woning- en installatieontwerp extra stappen worden gemaakt richting de duurzaamheidsambities. Het bieden van flexibiliteit geeft de bewoner de keuzemogelijkheid om zelf te investeren in energiebesparende en comfortverhogende maatregelen.

8.2

Aanpassingsmogelijkheid woning

Uit de markt komt naar voren dat het mogelijk maken van wijzigingen in de woning en/of installatie de verkoopbaarheid van de woning verhoogt. De volgende aspecten kunnen als optie binnen een woninginstallatie worden opgenomen om comfort, flexibiliteit en mogelijkheden van energiebesparing te vergroten:  aanbieden van comfortkoeling;  plaatsing PV-panelen;  flexibiliteit van het afgiftesysteem;  een geschikte kWh-meter voor teruglevering van opgewekte elektriciteit;  de hart-op- hart afstand van de vloerverwarming dimensioneren op 100 mm in plaats van 150 mm, zodat inkoppeling van comfortkoeling effectief is;  een flexibele uitvoering en temperatuurregeling per ruimte van de vloerverwarming, zodat bewoners de keuze hebben om alleen vloerverwarming of vloerverwarming in combinatie met convectoren toe te passen;  alternatief warmwater voorziening met zonnecollector.

Hoofdstuk:8. De woning

Als bewoners ervoor kiezen PV-panelen toe te passen, leidt dit tot een bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de locatie. Dit kan worden gestimuleerd door een technische partner te benaderen die contractueel de teruglevering van elektriciteit tegen een vast tarief garandeert.

12 mei 2011

20


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

8.3

Het inpassen van lage temperatuur voor de tapwaterbereiding

Met het oog op verduurzaming en CO2-reductie is een lage aanvoertemperatuur wenselijk. De huidige wet - en regelgeving in het kader van legionellapreventie vereist echter een minimale tapwatertemperatuur van 55°C aan het tappunt ofwel een aanvoertemperatuur van het warmteafgiftesysteem varieert tussen de 60 en 70°C voor de afleverset. Bij toepassing van het hybride net wordt lokaal, binnen de woning, warm tapwater bereid met de zogenaamde microwarmtepompboiler. Op dit moment zijn een aantal marktpartijen de microwarmtepomp aan het ontwikkelen. De planning is dat dit apparaat eind 2012 op de markt komt. Toepassing van de microwarmtepomp zorgt ervoor dat een aanvoertemperatuur van 40°C tot 55°C mogelijk wordt. Hierdoor kunnen voor de warmtelevering duurzame bronnen worden toegepast. Nadeel is dat gedurende de zomer de aanvoertemperatuur niet omlaag kan worden gebracht door middel van een stooklijn. Er zijn echter ontwikkelingen die neigen naar het verlagen van de minimale warmtapwatertemperatuurnorm. Tegelijkertijd zijn er systemen in ontwikkeling die de veiligheid voor legionella kunnen ondersteunen. Onderstaande maatregelen zijn nodig om in een nieuwbouwwoning die is aangesloten op een warmtenet in de toekomst de systeemtemperatuur te kunnen verlagen naar 55°C respectievelijk 40 °C.  De afleverset moet voorzien zijn van een vergrote warmtewisselaar. Uitwisseling op termijn is ook mogelijk.  De warmwaterleiding naar bad en douche moet worden vergroot ten opzichte van de huidige normen.  In de directe omgeving van de afleverset moet het mogelijk zijn een klein buffervat van 5 tot 10 liter te plaatsen. Het effect van de aangepaste afleverset op de EPC is afhankelijk van de collectieve warmtebron.

8.4

De warmtewet

Bij de selectie van de exploitant kan worden bedongen dat een deel van het rendement aan de consument wordt overgedragen.

12 mei 2011

Hoofdstuk:8. De woning

De consument is bij een warmtenet beperkt in zijn keuzevrijheid, hierdoor is de Warmtewet door de overheid ontwikkeld. Hoofddoel van de wet is om de consument te beschermen. De wet schrijft voor dat een redelijke maximumprijs voor de geleverde warmte vergelijkbaar is met de maximumprijs voor het gebruik van aardgas. De prijs wordt berekend op basis van de kosten en het rendement van de exploitant.

21


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

9. Exploitant

Bron: www.teusvaneck.nl

9.1

Consultatie zonder gunning

Bij consultatie zonder gunning wordt bij private partijen eerst de haalbaarheid van het project getoetst (op scope, inhoud of proces). Ook worden interesse en mogelijkheden bij private partijen gepeild voor de verdere ontwikkeling en realisatie van oplossingsrichtingen inclusief de scope. Het consulteren gebeurt wederzijds vrijblijvend, met volledige openbaarheid en zonder verplichtingen.

9.2

Competitie met aanbesteding

Bij een aanbesteding is, anders dan bij een marktconsultatie, het in te zetten traject niet vrijblijvend maar leidt dit tot wederzijds commitment. Aan het eind van de aanbesteding wordt één partij geselecteerd, die aan de hand van een aantal selectie- en gunningscriteria het project uitvoert. Denkbare procedures: Klassiek (open inschrijving al dan niet met voorselectie op basis van vooraf vastgestelde functionele criteria) De klassieke manier van aanbesteden is dat een aannemer een ontwerp krijgt en een lijst met materialen die hij moet aanbrengen. De verantwoordelijkheid van het ontwerp ligt dus niet bij de uitvoerende partij. De deelnemers aan de aanbesteding hoeven dit ‘bestek’ alleen te prijzen en kunnen zich slechts onderscheiden in prijs. Het voordeel van een klassieke aanbesteding is daarom een mogelijk lage kostprijs. Een nadeel van klassiek aanbesteden is dat het ontwerp vanwege de nadruk op de prijs vrijwel nooit optimaal wordt, met als gevolg klachten en discussies over meerwerk. 12 mei 2011

Hoofdstuk:9. Exploitant

22


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

 Concurrentiegerichte dialoog De concurrentiegerichte dialoog (marktverkenning) kan worden toegepast voor de aanbesteding van bijzonder complexe projecten die in dialoog met marktpartijen moeten worden ontwikkeld. Het gaat om projecten waarvan objectief gezien de technische middelen niet kunnen worden bepaald. Het is evenmin mogelijk de juridische of financiële voorwaarden vooraf exact te specificeren. De aanbestedende partij is volgens het BAO (Besluit aanbestedingsregeling overheidsopdrachten) vrij om te bepalen hoe de procedure wordt ingevuld.  Prijsvraag Een prijsvraag biedt meer vrijheid dan een aanbesteding. Een jury beoordeelt en selecteert ingediende plannen of ontwerpen, al dan niet met toekenning van prijzen.

9.3

Keuze strategie marktbenadering

De keuze welke strategie voor de marktbenadering het best is, is afhankelijk van wat wordt beoogd:  toetsen financiële haalbaarheid / market appetite;  genereren goede ideeën;  ontwikkelen optimale PPS-vorm / optimaliseren meerwaarde;  selecteren partner voor planuitwerking;  selecteren aanbieder met beste kwaliteit/prijs-verhouding;  overtuigen bestuurders / draagvlak creëren. De laatste jaren wordt in toenemende mate gewerkt met vroegtijdige marktbetrokkenheid, waarbij de markt ook meedenkt over het concept en de scope. Gezien de onzekere marktomstandigheden op dit moment is ook voor de ontwikkeling van de Waalsprong een vroegtijdige inbreng van marktpartijen zinvol. Een marktverkenning leidt tot een verbeterd inzicht in de (on)haalbaarheid van duurzaamheidsambities en tot een aanbesteding die aansluit bij de wensen van de markt. Risico’s in de planontwikkeling kunnen zo tot een minimum worden beperkt.

Inhoud marktverkenning

Bij niet toepassing van het hybride net kan een nieuwe marktverkenning inzicht bieden in de volgende vragen  Wordt de omschreven techniek in deze quickscan wel gedragen door de markt?  Is het financieel haalbaar om de Waalsprong conform de duurzaamheidsambities te realiseren?  Hoe is de relatie tussen de financiële bijdrage van publieke partijen (betere businesscase) en de (substantiële) verbetering van het duurzaamheidsniveau?  Heeft de markt interesse in het aanbesteden van 800 woningen dan wel het gehele gebied?  Bij een aanbesteding van het gehele gebied: hoe wordt geborgd dat in de toekomst de te bouwen delen van de Waalsprong volgens de wensen van de marktverkenning worden gerealiseerd?  Welke maatregelen kan de gemeente nu al nemen om een duurzaamheidsniveau conform de duurzaamheidsambities in de toekomst te realiseren? 12 mei 2011

Hoofdstuk:9. Exploitant

9.4

23


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

9.5

Onderzoeksrichtingen

Denkbare onderzoeksrichtingen qua scope aanbesteding:  Project Laauwik, Lentseveld.  Project Laauwik, Lentseveld + optie gehele Waalsprong .  Gehele Waalsprong . Als de gehele Waalsprong wordt aanbesteed dienen de volgende punten opgenomen te worden:  in het betalingsmechanisme financiële prikkels opnemen die tot een duurzame Waalsprong leiden, conform de ambitie;  de mogelijkheid dat de gebruikers uit de rendementen hiervan worden gecompenseerd.

9.6

Concessiegunning

Hoofdstuk:9. Exploitant

Het verlenen van concessies voor exploitatie onderhands of één op één zijn veelal in conflict met de Europese regelgeving.

12 mei 2011

24


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

10. Subsidies De volgende landelijke regelingen zijn van toepassing:  EIA 2011  SDE+, definitieve regeling verwacht in augustus 2011 Onderstaande technieken zijn subsidiabel: − de groen gas, biogas en leidingsystemen voor deze gassoort; − WKK op groen en/of biogas; − geothermie; − warmtepompen; − afvalwarmte-uitkoppeling. In de quickscan is hier geen rekening mee gehouden.

Hoofdstuk:9. Exploitant

Overige subsidiemogelijkheden kunnen nader worden getoetst op haalbaarheid.

12 mei 2011

25


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

11. Conclusies

Aanbevolen acties  De investeringskosten en het tijdstip van realisatie voor verdere verduurzaming door middel van WKK, geothermie of restwarmte van ARN, moeten nader worden bepaald.  Onderzoek contractduur en leveringszekerheid ARN.  Nader onderzoek naar de aansluiting op de geothermische bron van Bergerden. Of beslissen een eigen onderzoek in gang te zetten.  Beoordelen of groen of biogas met mogelijke aansluiting Bergerden een optie is.  Onderzoek naar de toepassing van eigen energieopwekking op gebiedsniveau (PV cellen).  Concessiegunning, aanbesteding en/of overheidssteun toetsen aan de Europese regelgeving.

12 mei 2011

Hoofdstuk:11. Conclusies

 De technische uitwerking en verduurzaming is in de tijd goed mogelijk bij de aangegeven marsroute van fase 1, 2 en 3.  Door de fasering kunnen omvangrijke investeringen plaatsvinden op het tijdstip waarop voldoende woningen zijn aangesloten.  Er kunnen fasegewijs, gebaseerd op het aantal aansluitingen, beslissingen worden genomen over verdere verduurzaming.  Een ruimere keus van toe te passen technieken ten opzichte van alleen aansluiten op de ARN met een hybride net geeft betere flexibele mogelijkheden voor keuze en bijsturing.  Koppelbaarheid en/of levering van/aan duurzame warmte aan de Nuon-projecten kan eenvoudig vorm worden gegeven.  De selectie van een marktpartij kan op een verantwoorde wijze tot stand komen en is qua tijd inpasbaar bij het tijdelijk uitgeven van de exploitatie aan een marktpartij of combinatie met de overheid voor het plan Laauwik.  De huidige toegepaste marktscan voor het hybride net als eenduidige oplossing geeft een beperking naar volgende stappen en selectie van marktpartijen. Aanbevolen wordt een nieuwe marktscan uit te voeren met als uitgangspunt fasering en aanpassing in de techniek. Een aanbesteding gebaseerd op de concurrentiegerichte dialoog, in overeenstemming met de Europese regelgeving, is gewenst.  Een nieuw masterplan van 12.000 woningen kan worden uitgewerkt nadat de marktpartijen zijn geselecteerd en de rol van de overheid is bepaald.  Het organische groeiprincipe kan worden uitgevoerd bij voldoende aansluitingen, een oplevende economie en een verbetering van de woningmarkt.

26


Quickscan duurzame warmtevoorziening Waalsprong-Waalfront Versie definitief

12. Verklarende afkortingenlijst Afvalverbranding Regio Nijmegen Besluit Aanbestedingsregeling Overheidsopdrachten Bio Energie Bergerden Energieprestatienorm Maatregelen op Gebiedsniveau Energie Prestatie Coëfficiënt Energie Prestatie Norm Publiek Private Samenwerking Photo-Voltaïsche- systemen Warmte Kracht Koppeling Warmte Overdracht Station

Hoofdstuk:12. Verklarende afkortingenlijst

ARN BAO BEB EMG EPC EPN PPS PV-systemen WKK WOS

12 mei 2011

27

Waalsprong Waalfront  

Quickscan energievoorziening

Waalsprong Waalfront  

Quickscan energievoorziening

Advertisement