Luna 1 - Handleiding

Page 1

Inleiding

Welkom in de wereld van Luna!

Beste leerkracht, welkom in de wereld van Luna die we graag voorstellen. Luna is een koene ruimtevaarder die vlotjes tussen en rond sterren en planeten vliegt. Zo vormt ze een sierlijk spoor, net zoals we in Luna kinderen willen leren schrijven. Het gaat om ritme, souplesse en tempo

Net als Luna moeten kinderen die leren schrijven lekker in hun vel zitten, fit zijn en goed bewegen. Als die motorische basisconditie er niet is, heeft het immers geen zin om met leren schrijven te beginnen. Luna bouwt daarom verder op wat onze methode Krullenbol hen heeft bijgebracht in de kleuterklas.

De wereld van Luna heeft nog een tweede gelijkenis met leren schrijven. Luna vindt haar weg in het heelal omdat ze sterren en stippen in de ruimte gebruikt als oriëntatiepunten. Net op dezelfde manier leren we straks onze kinderen schrijven: elke nieuwe letter is een avontuurlijke ruimtereis langs oriëntatiepunten die ons de ‘weg’ van de letter tonen. In deze ‘steunpuntenmethode’ ontdekken en oefenen we samen waar de letter start, draait, stopt en weer vertrekt en echt eindigt.

Dit ‘modelschema’ zet de leerling aan tot schrijven. Als ze dit hebben opgenomen, wordt schrijven makkelijk: eenmaal begonnen met de beweging gaat die als vanzelf verder.

Wie voor het eerst werkt met Luna leest best eerst de theoretische onderbouw in vraag en antwoord onder deel 10

Wil je aan de slag, dan neem je best de andere nummers eerst door. Daarin lees je hoe je met Luna moet werken voor een optimaal resultaat.

Zo tellen we af, zoals het past bij echte ruimtevaarders. Kom, stap gerust in. 10, 9, 8, 7 …

1

Inleiding

10 De theoretische onderbouw van Luna in 25 vragen en antwoorden

10.1 Wat heeft handschrift te maken met persoon en cultuur?

Schrijven is een uitgestelde vorm van communiceren. Nog een stapje verder, en in een meer specifieke context, wordt je persoonlijk handschrift zelfs een creatief expressiemiddel. Je handschrift is jouw handschrift.

De vorm van het schrift is altijd al gebonden geweest aan afspraken binnen een bepaalde tijdsperiode en cultuur. Het (hand)schrift evolueerde daarom ook doorheen de tijd en is daarom tegelijk ook altijd een spiegel van de maatschappij waarin het werd gebruikt. Vroeger waren die afspraken, net als in veel andere domeinen, heel strak. Zo is de term ‘schoon’-schrift tot voor kort vrij letterlijk te nemen. Je handschrift diende te voldoen aan strakke, esthetische modelnormen.

Nu is de focus terecht verschoven. Het esthetische aspect van het handschrift is niet langer een doel op zich. Het ‘schone’ van het handschrift heeft plaatsgemaakt voor bruikbaarheid, tempo en leesbaarheid Het handschrift dient nu enkel nog voor een vlotte, schriftelijke communicatie.

10.2 Waarom nu eigenlijk nog leren schrijven?

Leren schrijven maakt sowieso deel uit van de eindtermen en van jullie leerplannen maar daarmee beantwoorden we deze vraag niet wezenlijk. De zin van schrijven zit natuurlijk dieper. Kunnen schrijven is en blijft nog altijd een handige tool binnen onderwijs en later, binnen je persoonlijk en professioneel leven. Iets op- of neerschrijven is een handige manier om dingen te ordenen en op te slaan. Dat blijft nog wel even zo. Vlot en leesbaar leren schrijven is daarom zeker en vast nog altijd maatschappelijk relevant

ONTHOU

10.3 Waarom zou je schrijven wat je kunt typen?

Typen is een beweging die je letterlijk vliegensvlug kunt uitvoeren. Wie geautomatiseerd typt, kan het tempo van een mondelinge boodschap volgen. Je kunt dan letterlijk typen wat je hoort. Met een handschrift lukt dat nooit. Je kunt nooit het spreektempo volgen.

Wie noteert, moet sowieso keuzes maken in wat hij opschrijft. Wie moet kiezen, moet daarom intenser luisteren naar de boodschap, de boodschap zo vlug mogelijk begrijpen om dan te beslissen wat hij al dan niet wil noteren. Op die manier zit er in schrijven altijd een moment van reflectie, ook als je gewoon opschrijft wat je denkt. We kunnen veel sneller denken dan we kunnen schrijven. Dat uitstel geeft een wezenlijk verschil met typen.

10.4 Welke plaats neemt LUNA in binnen het curriculum van de basisschool?

In bovenstaande visie is LUNA uitgewerkt: LUNA wil jonge kinderen op een doelgerichte manier zo vlug en zo efficiënt mogelijk een eigen handschrift aanleren. Vooraleer je dat eigen schrift voldoende beheerst en in veel verschillende contexten kunt gebruiken, doorloop je een lang en vrij complex leerproces.

Schrijven is bewegen en het is zelfs een vrij complexe, fijnmotorische beweging. Schrijven moet kunnen steunen op een algemene, motorische rijpheid die we vatten onder de noemer ‘schrijfvoorwaarden’ Daaraan wordt doelgericht gewerkt in de kleuterschool

2
IK ONTHOU FOCUS OP BRUIKBAARHEID, TEMPO EN LEESBAARHEID, NIET OP VORM EN NORMEN. IK VLOT EN LEESBAAR SCHRIJVEN IS NOG ALTIJD MAATSCHAPPELIJK RELEVANT. IK ONTHOU WIE (OP)SCHRIJFT, DENKT AL EEN EERSTE KEER NA.

Inleiding

Als die voorwaarden grotendeels zijn vervuld, duurt het dan nog even voor je de concrete uitvoering van je schrift hebt aangeleerd en geautomatiseerd. Deze fase situeren we in ons onderwijs in de onderbouw, in de eerste drie leerjaren van de lagere school. Daar primeert een correcte en vlotte uitvoering, en dus niet langer het ‘schone’ van het schrift. Dit proces moet je doelgericht een eigen plaats geven in je planning

In de bovenbouw van de lagere school is dit niet meer wenselijk. Dit kan eventueel nog in een vierde leerjaar voor sommige kinderen. Oudere kinderen leren dan hun eigen handschrift vlot aanpassen aan verschillende contexten en doelen. Denk aan het communicatieschema: voor wie schrijf ik? Wat schrijf ik? Welk effect wil ik? … De leerkracht blijft het handschrift van de kinderen de nodige aandacht geven maar dan niet meer in specifieke lessen schrift.

IK ONTHOU

LEREN SCHRIJVEN IS FIJNE MOTORIEK DIE WE AANLEREN EN INOEFENEN IN DE EERSTE LEERJAREN VAN DE LAGERE SCHOOL.

10.5 Wat is schrijven in enge zin?

Schrijven is in enge zin een technische vaardigheid, een doelgerichte beweging. Schrijven is een combinatie van opeenvolgende en simultane bewegingen, een combinatie van souplesse, ritme en dynamiek Die beweging voltrekt zich volgens een bepaalde handelingsstructuur en is daarom een ‘psycho-motorische’ activiteit. Onze hersenen sturen onze schrijfbewegingen in de schouder, de elleboog, de pols en de vingers. De beweging heeft twee hoofdrichtingen: verticaal op- en neergaand, horizontaal van links naar rechts.

10.6 Wat heeft schrijven te maken met emotie en cognitie?

Schrijven is echter ook emotie en cognitie. Je moet alleen maar een jong kind observeren dat leert schrijven en je ziet dat er ook veel gevoelens mee gemoeid zijn. Succes of frustratie, plezier of vrees, taakspanning en taakbereidheid… het zijn slechts enkele van de mogelijke emoties.

Qua cognitie zijn ruimtelijk begrip en inzicht belangrijk. De begrippen die we gebruiken in het leerproces (op en naar, links en rechts…) moet een leerling kennen, begrijpen en kunnen omzetten in een beweging.

10.7 Wat is schrijven zeker niet?

Schrijven wordt in de kleuterjaren soms verward met het ‘tekenen van druk- of leesletters’. Dit heeft weinig of niks te maken met schrijven, wel met tekenen. Schrijven gebeurt immers zo goed als mogelijk in een doorgaande beweging Pauzemomenten worden zoveel als mogelijk vermeden omdat op die manier het motorische patroon wordt doorbroken.

Het tekenen van drukletters krijgt in de kleuterklas dus best niet al te veel aandacht. Veel belangrijker is het systematisch oefenen van de juiste zithouding, de correcte pengreep en de schrijfpatronen.

3
IK ONTHOU SCHRIJVEN COMBINEERT SOUPLESSE, RITME EN DYNAMIEK IN OPEENVOLGENDE EN SIMULTANE BEWEGINGEN. IK ONTHOU WIE GOED IN ZIJN VEL ZIT EN RUIMTELIJKE BEGRIPPEN SNAPT, LEERT MAKKELIJKER SCHRIJVEN. IK ONTHOU HET TEKENEN VAN DRUK- OF LEESLETTERS IS TEKENEN, NIET SCHRIJVEN.

Inleiding

10.8 Wat betekent het om schrijven te zien als bewegingsonderwijs?

Schrijfonderwijs is bewegingsonderwijs. Schrijven moeten we doelgericht aanleren en trainen door vaak en consequent te oefenen. Schrijven moet juist aangeleerd worden maar bovenal is het oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Net daarom voorzien alle leerplannen in de klassen van de onderbouw enkele lestijden voor een specifieke leerlijn ‘schrift’ en ontwikkelen we daarvoor een methode zoals LUNA. LUNA is gebaseerd op een oefendidactiek. Na de instructie komt het er op aan vaak en gevarieerd te oefenen. Dat laatste doe je door de oefeningen te ‘verpakken’, vaak muzisch, maar vooral door te variëren. Soms zie je dan dat er in de schriftles meer tijd wordt besteed aan het muzische, ten nadele van de oefentijd voor het motorische luik. Dan kan niet de bedoeling zijn en zo is LUNA dus ook niet uitgewerkt. En zoals eerder al vermeld, je bouwt eigenlijk verder op een motorische leerlijn die al veel eerder is opgestart. In het kleuteronderwijs plannen we ook doelbewust activiteiten specifiek gericht op de fijnmotorische ontwikkeling en de schrijfvoorwaarden. Daarvoor is ons pakket Krullenbol uiterst geschikt.

10.9 Waarom bekijken we schrijven best als een ‘geheel’?

Bewegen heeft een ‘totaliteits’karakter. Bewegingen voer je best ononderbroken uit en daarom moet je ze ook bij voorkeur als één ‘geheel’ aanleren. Bij schrijven is dit niet anders. Daarom gebruiken we bij voorkeur lettervormen en een schrift die je zoveel als mogelijk in een vloeiende, ononderbroken beweging kunt maken. Pauzemomenten zijn onvermijdelijk en ook niet per definitie negatief. Ze kunnen fungeren als rustpunt, vooral wanneer het handschrift nog voldoende is geautomatiseerd of om te anticiperen op de verderzetting van de beweging. In de lettervormen en verbindingen mogen rustpunten evenwel niet overwegen.

10.10 Waarom krijgen we bij het schrijven een vorm van ‘heen en weer’ ?

Bij leren schrijven gaan bewegen en voelen zeer nauw samen: het is een senso-motorische vaardigheid die we moeten automatiseren. Door een schrijfbeweging uit te voeren krijgen we als schrijver via onze zintuigen terug feedback over de beweging zelf en kunnen we die opnieuw sturen. Het is op die manier een gesloten kring van ‘heen en weer’. Bewust en efficiënt omgaan met dat ‘heen en weer’ noemen we een fouten-analyserende en structurerende aanpak. Deze aanpak vormt uiteindelijk een schrijver die bewust omgaat met zijn handschrift en zo komt tot een leesbaar schrift, onder alle omstandigheden en in verschillende contexten.

10.11 Waarom primeert bij (leren) schrijven het proces boven het product?

Bij leren schrijven primeert het proces (de beweging zelf, de zithouding, de pengreep…) overduidelijk op het product (het eigen handschrift) zowel in het aanleren als in het uitvoeren. De manier waarop je het schrijven aanleert en oefent, is doorslaggevend voor de wijze waarop je er later mee omgaat. Een schrijver die het proces achter de schrijfbeweging snapt en dus bewust kan sturen, is ook in staat zijn handschrift aan te passen aan wisselende omstandigheden en contexten. Daarom moet ook je evaluatie in ruime mate vormend of ‘formatief’ zijn, dus vooral de beweging zelf beoordelen en de leerling door je feedback ondersteunen in zijn oefenproces.

IK ONTHOU

4
IK ONTHOU LEREN SCHRIJVEN IS OEFENEN, OEFENEN EN NOG EENS OEFENEN. IK IK ONTHOU SCHRIJVEN IS EEN HEEN EN WEER TUSSEN BEWEGEN EN VOELEN. ENKEL EEN GOED SCHRIJFPROCES GEEFT EEN GOED SCHRIJFRESULTAAT, DUS FOCUS OP HET PROCES!

Inleiding

10.12 Wat mag je wel en niet verwachten van het (schrijf)resultaat in LUNA?

De lat waarover elk kind wel moet, heeft enkel te maken met leesbaarheid, niet met een exacte kopie van een normschrift. We willen elk kind een persoonlijk, leesbaar handschrift aanleren. Je mag niet verwachten dat het resultaat voor alle kinderen gelijk zal zijn. Vandaar ook de zinloosheid om van ‘handschrift’ een vorm van ‘schoonschrift’ te willen maken. Dan stel je het product boven het proces. We werken vanuit een aan te leren normschrift, maar zullen niet bij elk kind dat normschrift als resultaat krijgen.

En nogmaals, je bouwt verder op eerdere resultaten of schrijfvoorwaarden die in meer of in mindere mate moeten zijn bereikt voor de start in het eerste leerjaar. Als dat ondermaats is, zal het met dat eigen handschrift nooit echt helemaal lukken. Het heeft weinig zin om in motoriek een nieuwe stap te willen zetten, als de basis ervoor ontbreekt. Da’s eigen aan een motorische leerlijn. Daarom mag je de schrijfmethode LUNA zien als een voortzetting zien van wat in Krullenbol is aangebracht en ingeoefend.

IK ONTHOU ALS RESULTAAT STREVEN WE NAAR EEN LEESBAAR HANDSCHRIFT,

EN DAT KAN PER KIND WAT VERSCHILLEN.

10.13 Hoe verhoudt leren schrijven zich tot aanvankelijk lezen?

Aanvankelijk lezen en leren schrijven verschillen functioneel van elkaar. Als de twee processen kort op elkaar kunnen aansluiten versterken ze elkaar onderling. In het eerste leerjaar kan het evenwel zijn dat een kind ‘rijp’ is om te leren lezen maar motorisch nog achterloopt.

In LUNA creëren we daarom in het eerste leerjaar twee trajecten. In het lees-en speltraject is de lettervolgorde in LUNA dezelfde als in mol en beer. In het schrijftraject wordt dit losgelaten. In dit traject blijven we eerst nog wat langer de schrijfpatronen oefenen om dan de letters aan te brengen in stijgende moeilijkheid van vorm. Dit laatste traject kan dus ook gebruikt worden naast andere leesmethodes.

IK ONTHOU

10.14 Schrijven, hoe werkt dat in onze hersenen?

Aangenomen wordt dat wat er in onze hersenen (psycho-) beschikbaar moet zijn om te kunnen schrijven (-motoriek), niet de optelsom is van de concrete spierinstructies waarmee we schrijven. Wat we opslaan, is eerder een abstracte ‘structuur’ waarin ‘punten’ aangeven waar je start, stopt of draait in je schrijfbeweging.

Denk aan een sterrenbeeld: je ziet de sterren als punten aan de hemel, je vormt het sterrenbeeld door die punten in één beweging met één lijn te verbinden en dan stelt het iets voor. Het geheel van de punten waar de beweging start, stopt, of keert bepaalt het uitzicht van de letter, het woord, je schrift. Breedte, lengte, grootte… mogen en kunnen variëren, de vorm ligt vast door die punten. Als er op de juiste punten wordt gestart, gekeerd en gestopt blijven we de letter herkennen. De punten zijn dan de ‘herkenningspunten’ waar de bewegingsrichting verandert. Daarom kun je twee handschriften die relatief sterk van vorm verschillen, soms toch even vlot lezen. Daarom kun je zelf ook, naargelang de context (denk aan je boodschappenlijstje versus een kerstkaart), je schrift aanpassen. We onthouden dus niet echt de concrete vorm zelf, we onthouden hoe die vorm wordt gemaakt, welke ‘weg’ wordt afgelegd en vooral waar die ‘weg’ van richting verandert

IK ONTHOU

WE ONTHOUDEN GEEN VORM VAN EEN LETTER, WEL DE WEG WAARLANGS WE DIE VORMEN EN DE PUNTEN WAAR DIE VORM VERANDERT.

5
TEGELIJKERTIJD LEREN LEZEN EN SCHRIJVEN WERKT VERSTERKEND, OP VOORWAARDE DAT HET KIND VOOR BEIDE SCHOOLRIJP IS. LUNA BIEDT DAAROM DE KEUZE UIT TWEE TRAJECTEN: EEN LEESEN SPELTRAJECT EN EEN SCHRIJFTRAJECT.

Inleiding

10.15 Als schrijven zo werkt, hoe kunnen we dan het leerproces best aanpakken?

Als schrijven zo werkt, dan werken we ons leerproces best uit op basis van drie stappen Het gaat in hoofdzaak om:

• het opslaan en inslijpen van de abstracte bewegingsinformatie (= modelschema van een letterteken) in het (motorisch) geheugen

• het ophalen van de bewegingsinformatie (= modelschema van een letterteken) uit het geheugen

• het vertalen van die informatie naar concrete spiercommando’s (= patroon – letter - lettercombinatie)

Traditioneel gaat er in nagenoeg alle schrijfmethodes bijna uitsluitend aandacht naar de derde stap.

In LUNA gaan we met elk van deze ‘deelvaardigheden’ doelgericht aan de slag. Het gaat onder meer over:

• de opslag van een modelschema oefenen door instructie met de juiste ruimtelijke begrippen in allerlei (schrijf)patronen

• de opslag van een modelschema oefenen door de kinderen bewust de start-, stop- en draaipunten in patronen en lettervormen te laten zoeken en aanduiden

• het ophalen van dat modelschema oefenen door vanuit de start-, stop- en draaipunten de schrijfbewegingen in gevarieerde formaten en in verschillende combinaties te laten uitvoeren

• het oefenen van de spiercommando’s door te variëren in schrijfgrootte en -snelheid

• het oefenen van de spiercommando’s door te trainen op ritme, souplesse en tempo

IK ONTHOU

10.16 Als schrijven zo werkt, hoe schrijven we dan het best?

Continuïteit in de beweging moet sowieso zoveel mogelijk gegarandeerd worden. Een verbonden schrift is daarom de enige optie. Daarin zijn de schuine, verticale bewegingen (de zogenaamde op- en neerhalen) belangrijker dan de horizontale (van links naar rechts en terug). Op- en neerhalen gedragen zich immers constanter, geven ritme en souplesse aan de schrijfhandeling, en zorgen voor herkenbaarheid. Denk aan de voorbereidende schrijfpatronen. Daarin oefen je ook het meest in het verticale vlak. Het hoogste tempo haal je door te schrijven vanuit een lichte buiging van een ontspannen pols en in mindere mate door voldoende flexibiliteit in de vingers. Dat geeft vanuit die beweging altijd een hellend, schuin schrift, ofwel naar rechts ofwel naar links. Dat zorgt ook voor het hoogste tempo en de meest natuurlijke houding

10.17 Hoe kunnen onderbrekingen in een schrift ook positief en verdedigbaar zijn?

Een handschrift dat tegemoet komt aan alle mogelijke voorwaarden tegelijk bestaat niet. Soms heb je een tegenstrijdigheid en moet je kiezen

Neem nu de sommige hoofdletters of kapitalen zoals de D, B of H. Als je die in één beweging wil laten schrijven en aansluiten op de volgende kleine letter krijg je soms ingewikkelde bewegingen die niet alleen complex zijn om aan te leren maar die ook ver afstaan van de vorm van de blok- of leesletter, en dus niet zo leesbaar zijn. Vaak zijn dat dan ook de eerste lettervormen die een schrijver zelf anders gaat schrijven.

6
EERST SAMEN HET LETTERSCHEMA SAMEN OPBOUWEN, EN HET DAARNA VEEL EN GEVARIEERD OEFENEN. IK ONTHOU EEN VERBONDEN, HELLEND SCHRIFT IS DE ENIGE OPTIE; DAARIN ZIJN DE OP- EN NEERHALEN HET BELANGRIJKST.

Inleiding

Hier ben je beter dat je een onderbreking ‘toestaat’. Hier kies je beter voor de leesbaarheid, en niet voor de continuïteit van de beweging en dat is te verdedigen. In langere woorden zijn rustpunten in de kleine letters sowieso evident. Dan kan de schrijver even ‘uitrusten’ en kan hij ook een momentje anticiperen op het vervolg van de beweging. Het spreekt voor zich dat rustpauzes vaker zullen voorkomen bij schrijvers die nog in de leer- en oefenfase zitten dan bij de geoefende, ervaren schrijvers.

10.18 In welke delen kun je de schrijfbeweging zelf uitsplitsen?

We denken hierbij aan de bewegingen van onderarm vanuit de elleboog, de draaibeweging van de pols en de buigingen van de vingers

• Het verplaatsen van de onderarm vanuit de elleboog (de ruitenwisserbeweging)

Bij een R schrijver van binnen naar buiten, vertrekkende bij lichaamsas weg van de lichaamsas

Bij een L schrijver van buiten naar binnen, vertrekkende weg van de lichaamsas naar de lichaamsas toe

• Het aan- en afvoeren vanuit de pols (de abductie en adductie)

Bij een R schrijver gaat dat van linksonder naar rechtsboven en terug

Bij een L schrijver gaat dat van rechtsonder naar linksboven en terug

• Het strekken en buigen van de vingers in de pengreep

Bij een R schrijver gaat dat van rechtsonder naar linksboven en terug

Bij een L schrijver gaat dat van linksonder naar rechtsboven en terug

Deze drie deelbewegingen kan een vlotte schrijver met zo min mogelijk inspanning zo soepel mogelijk combineren.

10.19 In welke drie grote fases leren we schrijven?

De activiteiten van de eerste fase verzamelen we onder de noemer ‘voorbereidend schrijven’ We plannen dit in het KO en in het eerste jaar LO. Jonge kinderen bieden we zoveel mogelijk kansen om zowel groot- als fijnmotorisch te oefenen. Verder in het proces oefenen we ook met ritmische schrijfbewegingspatronen. Dit allemaal in variërende grootte en vorm, met verschillende materialen, zowel in het verticale als in het horizontale vlak en vrij of met begrenzing. We leren ze zowel te ontspannen als druk te zetten en die te beheersen. Ze evolueren van onder meer de vuistgreep naar de juiste pengreep en van een vrije naar de vaste, schuine bladligging. In deze jaren voltrekt zich bij de meeste kinderen ook het proces van lateralisatie. Een hersenhelft wordt stilaan dominant wat ervoor zorgt dat er een voorkeurshand groeit. Tot dan oefenen we ook op beide handen en op de samenwerking ertussen.

De tweede fase is het ‘aanvankelijk of beginnend schrijven’. Dit situeren we vooral in de onderbouw van de lagere school. Kinderen leren de kleine letters, hoofdletters en tekens en oefenen de vele mogelijke verbindingen. Ze oefenen op de correcte vorm, op ritme, op tempo. Ze oefenen hun handschrift in variërende formaten, met en zonder begrenzing, in het verticale en horizontale vlak.

De derde fase noemen we het ‘voortgezet schrijven’. De basis is gelegd. Nu gaat het vooral om het aanhouden van een attitude. De schrijver ontwikkelt een ‘persoonlijk’ handschrift maar moet tegelijk de inspanning willen leveren om het leesbaar te houden, in alle omstandigheden en contexten.

7
IK IK ONTHOU EEN GOEDE SCHRIJVER BEHEERST IN VOLDOENDE MATE DRIE DEELBEWEGINGEN: VANUIT DE ELLEBOOG, OVER DE POLS NAAR DE VINGERS. IK ONTHOU LUNA COVERT DE TWEEDE FASE: HET AANVANKELIJK SCHRIJVEN.

Inleiding

10.20 Welke voorwaarden moeten in belangrijke mate zijn vervuld vooraleer een kind kan leren schrijven?

De motorische ontwikkeling moet in orde zijn. Het gaat hier om een samengaan van rijping, afhankelijk van leeftijd en groei, en oefening, dus doelgerichte activiteiten in het kleuteronderwijs. Daarnaast gaat het ook om samenspel tussen zintuigelijke waarneming en beweging. Je hebt je zintuigen nodig om bewegingen te leren, aan te voelen en te sturen.

De evolutie in motoriek bij het jonge kind loopt over een drietal lijnen Het gaat:

• van een zwakke remming en controle naar gecontroleerd en gestuurd starten en stoppen;

• van grote en centrale bewegingen naar meer verfijnde, distale bewegingen;

• en van romp, over schouders, naar elleboog, pols en vingers.

We onderscheiden eerst enkele algemene voorwaarden

• Het kind moet de ruimtelijke taalbegrippen die je gebruikt bij de instructie en inoefening voldoende beheersen. Denk hier aan: omhoog, omlaag, heen, weer, links, rechts, start, stop, schuin, dik, dun, los, aan elkaar…)

• Het kind moet feedback kunnen krijgen over zijn bewegingen via ontwikkelde en goed functionerende zintuigen: de oren bij de instructie, de ogen bij de ooghandcoördinatie, en het spiergevoel bij het aanvoelen wat je lichaam doet.

• Verder is ook, zoals bij alle leren, een emotionele balans belangrijk. Kinderen moet ook hier leerbereid zijn en hun inspanning een poos geconcentreerd kunnen aanhouden.

Daarnaast is er ook een lijst specifieke schrijfvoorwaarden

• De grove motoriek van het jonge kind moet voldoende ontwikkeld zijn. Het moet kunnen stil en rechtop zitten, in evenwicht en stabiel.

• Het samenspel tussen zintuigen, zenuwen en handspieren moet zorgen voor een voldoende fijne motoriek.

• Er moet ook voldoende lichaamsbesef en -kennis zijn. Bewegingen en houdingen moeten kunnen herkend, benoemd en nagedaan worden.

• Ook op cognitief vlak moet het kind zich vlot kunnen oriënteren en organiseren in de ruimte. Schrijven vergt is immers een constantie in richting, in plaats en in vorm

• Er zijn ook enkele ‘lees’-voorwaarden die parallel lopen met aanvankelijk schrijven. Het kind moet verschillen tussen vormen kunnen onderscheiden (discriminatie). Het kan die vormen ook analyseren in deeltjes en terug samenvoegen tot letters, woorden… en daarbij ook ordening in tijd en ruimte hanteren. Wat je eerst ziet, hoort, voelt… schrijf (of lees) je ook eerst.

• De oog-hand-coördinatie is ver genoeg gevorderd.

• De lateralisatie moet dat ook zijn. Het kind kent zijn voorkeurhand en leert enkel (!) met die hand schrijven. Hierbij maakt het niet uit of dat links of rechts is. In beide gevallen is een leesbaar handschrift een haalbaar doel maar de voorkeurhand moet vast staan

• Het kind heeft een bepaald gevoel voor een ritme. Een vlot, leesbaar handschrift is immers een ritmische beweging waarin je vlot kunt starten, versnellen, vertragen en stoppen.

IK ONTHOU

10.21 Hoe evalueren het leren schrijven het best?

Handschrift is een middel om te communiceren, geen leerdoel op zich. Je kunt je zeker de vraag stellen of het in dat opzicht wel zinvol is om schrift ‘summatief’ te evalueren. Dat zou betekenen dat je het handschrift van de kinderen afzet tegenover een norm(schrift) en op basis daarvan een waardering uitspreekt, bv. een score (punten) toekent. Mocht je dat toch willen doen, gebruik dan niet ‘schoonschrift’ als norm, wel andere criteria, zoals hieronder beschreven.

8
LEREN SCHRIJVEN KUN JE PAS AANVATTEN ALS EEN AANTAL VOORWAARDEN ZIJN VERVULD.

Inleiding

In LUNA zijn we van mening dat (bijna) alle evalueren in schrift best ‘formatief’ is. Dat betekent dat je het schrift (product) en het schrijven (proces) van de kinderen moet evalueren om het kind te helpen in zijn ‘leren schrijven’

Op welk criteria kunnen we dan wel evalueren:

• Is het resultaat goed leesbaar?

• Verloopt de schrijfbeweging vlot? Vergt ze weinig energie? Is die beweging langere tijd vol te houden?

• Zie je een goede ruimteverdeling tussen de letters, de woorden en de zinnen?

• Hoe lukt het met de bladspiegel? Zie je daarin voldoende consequentie en overzicht?

• Heeft het kind een goede houding en beweging tijdens schrijven?

• Hanteert het kind de correcte pengreep?

• Haalt het kind een behoorlijke snelheid?

Dit zijn de vragen die je als leerkracht in het hoofd hebt als je kinderen ziet schrijven en ziet oefenen.

10.22 Wat zijn de materiële voorwaarden om goed te leren schrijven?

Het schrijfgerief geeft bij voorkeur enige wrijving met het schrijfoppervlak. Daardoor geeft het schrijven ook een gevoel terug naar de vingers. We denken hier aan een vulpen maar nog beter aan een potlood, minder aan de balpen die door het kogeltje in de punt zeer vlot loopt. Een balpen laat je gebruiken wanneer het kind al wat verder zit in zijn leerproces.

Het schrijfpapier is bij voorkeur ongestreken met een wat ruwer oppervlak. Gestreken of gladde papiersoorten geven te weinig weerstand aan het schrijfgerei.

Hetzelfde principe geldt wanneer je niet oefent op papier. Kies het best voor combinaties die enige weerstand genereren en aldus bewegingsinfo terugsturen: bord en krijt, vinger en zand, vinger en tablet, vinger en schuurpapier… zijn beter dan vinger in de lucht.

De meubels moeten een passende schrijfhouding mogelijk maken. Dat betekent dat er in de klas meubels zijn die kunnen aangepast worden of verschillen in formaat.

Let ook op de positie in de klas Lichtinval komt best zijdelings binnen. Een linkshandige schrijver zit links als hij een schoolmeubel moet ‘delen’ met een ander kind.

IK ONTHOU

DIE WAT

9
IK ONTHOU BIJ SCHRIFT EVALUEER JE DE LEESBAARHEID VAN HET PRODUCT EN HET PROCES IN FUNCTIE VAN RITME, TEMPO EN SOUPLESSE. JE KIEST BEST VOOR EEN COMBINATIE WEERSTAND GEVEN, ZOALS ONGESTREKEN (RUW) PAPIER EN POTLOOD.

Inleiding

10.23 Wat is de juiste lichaamshouding?

De potloodgreep met soepel en vlot zijn en weinig inspanning vragen. Er slechts één correcte pengreep: de driepuntsgreep

1 De wijsvinger ligt lichtjes krom gebogen op het potlood.

2 Potlood steunt op het laatste kootje van de middelvinger. De zijkant van de duim ondersteunt het potlood.

3 Het potlood loopt door een ‘driehoekige’ opening. De drie andere vingers liggen ontspannen op elkaar en vormen de basis voor de bewegingen van de andere vingers.

De goede zithouding heeft volgende eigenschappen.

10

Inleiding

1 Tussen hoofd en schrijfblad zit ongeveer 30 cm, een ‘lat’ afstand dus.

Het hoofd is licht gebogen, de schouder- en nekspieren zijn ontspannen.

2 Het bovenlichaam is licht voorovergebogen naar de schrijftafel, de onderarmen rusten op het tafelblad.

De ellebogen hangen over de tafelrand, wat de ruitenwisserbeweging mogelijk maakt.

3 De onderrug raakt de leuning van de stoel. Tussen de romp en tafelrand is er een vuistdikte speling.

4 Op een juiste stoel rusten de billen op het zitvlak, de knieën zijn niet te hoog, de voeten raken de grond.

5 De voeten staan plat op de vloer naast elkaar.

De goede bladligging heeft volgende eigenschappen.

1 Bij linksschrijver is het blad of werkboek gekanteld naar rechts, bij een linksschrijver naar rechts. De niet-schrijvende hand ligt op linker- of rechterkant van het blad of boek. Die hand schuift het blad of boek naar boven. Zo vermijd je dat het fout gaat met de schrijfhouding. Elleboog en onderarm mogen niet te ver naar onder of achter zakken.

2 Het blad of werkboek ligt in een hoek van ongeveer 20 ° ten opzichte van de tafelrand.

Hierboven staat de ideale houding. Doorheen de leeftijd evolueert dit, net als de andere motorische componenten. Zie wat hierboven dus als een streefdoel. Vraag dus van ieder kind het meest mogelijke, niet het onmogelijke.

10.24 Links- of rechtshandig, waar komt het vandaan?

Linkshandigheid klonk lange tijd als een probleem maar dat is het niet. Integendeel, de lateraliteit is iets wat al op vroege leeftijd vastligt en is iets waar je als leerkracht gewoon passend moet mee omgaan. Zoals hierboven beschreven moet een linkshandige schrijver andere dingen doen dan een rechtshandige. Beschouw linkshandigheid dus niet, zoals vroeger, als iets dat moet worden afgeleerd. Beschouw het ook niet als iets waar je geen aandacht moet aan besteden. Beschouw het wel als iets waar je specifiek en doelgericht moet mee omgaan. Een linkshandige kan dus even vlot en leesbaar leren schrijven als een rechtshandige.

Links- of rechtshandigheid heeft dus alles te maken met lateraliteit: onze twee hersenhelften functioneren ongelijk waardoor ook onze twee tegenovergestelde lichaamshelften ongelijk reageren. Een voorkeurshand wordt gevormd door lateralisatie wat een dominantie van de ene of de andere helft oplevert. Dat gaat in beide richtingen: de voorkeurhand krijgt meer oefening en wordt daardoor ook alsmaar meer ‘voorkeurhand’.

11

Inleiding

Bij de meeste kinderen is dit al vrij vroeg duidelijk. Bij sommige kinderen is dit tot aan de lagere school minder stabiel. Bij twee groepen is dit zeker het geval: de ambidexters en de gemengd dominanten. Ambidexters zijn met beide handen even goed, gemengd dominanten zijn de ‘twijfelaars’. Hoe dan ook, eenmaal het aanvankelijk schrijfonderwijs aanvangt, moet de voorkeurhand vast staan en niet meer veranderen Schrijven doe je ofwel links ofwel rechts.

IK ONTHOU EEN LINKSHANDIGE KAN EVEN VLOT EN LEESBAAR SCHRIJVEN ALS EEN RECHTSHANDIGE.

10.25 Linkshandige schrijvers: wat te doen?

Wees eerst en vooral zeker van de linkshandigheid. Als je twijfelt, laat dat onderzoeken. Na die vaststelling moet je de linkerhand stimuleren

Dan pas je je schrijfonderwijs aan. Je gebruikt een andere bladligging, de kinderen zitten anders en ze schrijven lichthellend naar links. Ze houden potlood, balpen … ook iets hoger vast dan een rechtshandige.

De deelbewegingen worden anders aangeleerd en jij demonstreert of laat ze tonen ‘als linkshandige’ Linkshandigen moet je extra in de gaten houden in functie van het geven van druk. Ze zitten best links op gedeeld meubilair, en krijgen, indien mogelijk, best de lichtinval van links. En bovenal verdienen ze een extra portie steun en aanmoediging want onze culturele afspraak om van links naar rechts te schrijven is voor hen niet gunstig.

ONTHOU

12
IK LINKSHANDIGE SCHRIJVERS VRAGEN GEWOON EEN SCHRIJFAANPAK DIE DAAROP IS GERICHT.

Inleiding

9 Schrijven is bewegen, leren bewegen is oefenen

Leren schrijven associëren we vaak met taal, ook in onze leerplannen. Die link is natuurlijk terecht maar qua methodiek zit het toch veel meer bij Lichamelijke Opvoeding, als specifieke toepassing van fijne motoriek Vergelijk het leren dansen, piano spelen, voetballen, haken, autorijden …

Hou daar rekening mee in je schrijflessen.

• Gebruik je kostbare onderwijstijd om je kinderen zoveel mogelijk zelf te laten bewegen. Muzische elementen zoals versjes, liedjes, verhalen en tekeningen ondersteunen het proces maar overdrijf niet. In lichamelijke opvoeding ligt de focus op de beweging zelf!

• Bewegingen aanleren is bewegingen inoefenen. Dat is een behoorlijk routineuze klus. Dat betekent simpelweg telkens opnieuw herhalen, herhalen, herhalen … tot de beweging als ‘vanzelf’ komt. Dat merk je ook in de schrijfoefeningen van Luna. Die ogen routineus, duidelijk gericht op herhaling, met weinig afleiding en variatie. Wees dus niet ‘bang’ van herhaling, integendeel.

13
Hoeveel keer oefende Nadal zijn opslag al in zijn carrière? Telkens, iedere dag opnieuw.

Inleiding

8 Het lees- en speltraject en het schrijftraject in Luna 1

Kinderen starten samen op 1 september samen in de eerste klas. Dat betekent niet dat zij ook allemaal dezelfde beginsituatie hebben, en al zeker niet in motorische vaardigheid. Hierin moet je als leerkracht het kind volgen want motorische ontwikkeling laat zich niet ‘forceren’ en ontwikkelt stap voor stap.

Dat betekent dat je kinderen hebt die bij de start van het schooljaar motorisch klaar zijn om de fijnmotorische schrijfhandelingen aan te leren en anderen niet. Die laatsten geef je daarom beter wat meer ontwikkeltijd

Luna 1 houdt daar rekening mee en biedt daarom twee trajecten met aparte werkboeken aan:

• Het lees- en speltraject

Dit traject start kort op met enkele schrijfpatronen maar schakelt dan vrij vlug over naar de letters van onze leesmethode Mol en beer. Daarin volgen we de lettervolgorde van de leesmethode en komen motorisch moeilijker letters zoals de ‘m’ of ‘k’ vlug aan bod. De timing wordt hier dus aangegeven door het ‘lezen en spellen’.

• Het schrijftraject

In dit traject werken we nog een hele tijd lang op de schrijfpatronen. Wanneer we dan starten met de letters, bieden we die aan in stijgende, motorische moeilijkheid. We starten met de ‘rompletters’ zoals i, o, a … en daarna de letters met de halen en lussen. De timing wordt hier dus aangegeven door het ‘motorisch schrijven’.

In de praktijk ga je wellicht de twee trajecten combineren of misschien voor alle kinderen kiezen voor het schrijftraject.

Lees- en speltraject LUNA 1

Werkboek 1

P 1 – 16 schrijfpatronen P 17 – 48 i tot s, letter en verbindingen

Werkboek 2

P 1 – 36 u tot z, letter en verbindingen P 37 – 48 mk+k+mk

Werkboek 3

P 1 – 26 aai – cht, letters en verbindingen

P 27 – 48 mk+k+mk, cijfers, dubbele kop, dubbele staart

Schrijftraject LUNA 1

Werkboek 1

P 1 – 41 schrijfpatronen P 42 – 48 i tot uu, letter en verbindingen

Werkboek 2

P 1 – 48 o tot f, letter en verbindingen, cijfers

Werkboek 3

P 1 – 32 j tot oei, letter en verbindingen P 33 – 48 mk+k+mk, dubbele kop, dubbele staart

14

7 Eigenschappen van het Luna letterfont

Voor Luna hebben we in huis een eigen, nieuw font ontwikkeld: het Encourage Script Dat heeft deze eigenschappen: De kleine letters

• Het is een eenvoudig, hellend, verbonden schrift. Dit schrift is het meest aangewezen om gedurende langere tijd, vanuit een goede zithouding, vlot en leesbaar te kunnen schrijven.

• Er is vanzelfsprekend een links- en rechtshellende versie.

• In de vorming en verbinding van de kleine letters vermijden we zoveel mogelijk penopheffing

• Belangrijk: de lussen en halen van de ‘lange’ letters zoals k, l, h … zijn anderhalf keer zo lang als de rompletters zoals o, a, e … Lussen en halen zijn voor de leesbaarheid immers belangrijker dan rompletters. Ze vormen als het ware ‘vlaggetjes’ die onze lezende ogen vlugger opmerken dan de rompletters.

b f e h j g k l y s

de bakker heeft grote honger.

wij eten bessen in de les.

5 mm 7,5 mm 7,5 mm

5 mm 7,5 mm 7,5 mm

5 mm 7,5 mm 7,5 mm

15
Inleiding

Inleiding

De hoofdletters

• Bij de hoofdletters primeert de leesbaarheid en opteerden we voor een (dichte) gelijkenis met de drukletter. Hier staan we dus penopheffing toe, soms zelfs meerdere malen in dezelfde letter. Hoofdletters schrijven we immers veel minder dan kleine letters en veel schrijvers schakelen later in hun persoonlijk schrift bij de hoofdletters toch over op de drukletter.

• Bepaalde hoofdletters wijken toch af van de drukletter omdat die niet makkelijk te vormen of te verbinden zijn, zoals bv. bij de letter G.

Aa Bb Cc Dd Ee Ff Gg Hh Ii

Jj Kk Ll Mm nn Oo Pp qq Rr Ss Tt Uu Vv Ww Xx Yy Zz

5 mm 7,5 mm

7,5 mm 7,5 mm

7,5 mm 5 mm 7,5 mm 7,5 mm

5 mm

16

Inleiding

6 Eigenschappen van de vormgeving van het oefenmateriaal

6.1 Sporen volgen, geen stippellijn overtrekken!

Alle voorbeelden in de schrijfoefeningen van Luna zijn gevormd in ‘sporen’. De schrijvende leerling volgt dus een spoor. In Luna vind je geen letters in stippellijn die ze moeten overtrekken.

Dit is uitermate belangrijk. Dit betekent dat kinderen binnen de sporen wat ruimte hebben om hun fijnmotorische beweging uit te voeren.

Binnen een spoor kun je vlotter je beweging oefenen: je mag al eens wat korter keren of juist doorlopen. Zolang de vorm van de letter gerespecteerd blijft.

Als je een (stippel)lijn laat overtrekken hebben ze geen ruimte: op het lijntje is op het lijntje. Dit lijkt hetzelfde maar is het helemaal niet! Binnen onze sporen hebben kinderen wat marge, als ze overtrekken niet. Dat vertraagt en verkrampt de beweging en staat haaks op wat we willen bereiken: een soepele, ritmische beweging.

Als je overtrekt, ben je gefocust op het lijntje niet op de beweging. Als je overtrekt, ben je de beweging niet aan het oefenen maar wel de ooghandcoördinatie, en dat is geen ‘schrijven’.

6.2 Twee vormen van sporen

h h h h h h

De eerste oefenvorm is een wit spoor in een blauwe achtergrond. In deze oefeningen mogen kinderen zelfs meerdere malen in hetzelfde spoor de beweging uitvoeren met hun potlood of nog beter, met verschillende kleurpotloden. Nogmaals, we herhalen de beweging niet de vorm van de letter!

g g g g g g

Bij een grijs spoor geldt dezelfde grondregel als bij een wit spoor: binnen het spoor volgen ze hun eigen lijn volgen. Er even buitengaan is zelfs toegestaan! Belangrijk is dat de vorm van de letter gerespecteerd blijft.

Binnen eenzelfde, grijs spoor kun je nog meerdere malen oefenen maar het is niet aangewezen. Het grijze spoor is immers de overstap naar het zelf schrijven van de letter.

17

6.3 De stippen

Het gebruik van de stippen is een ander essentieel element in de ‘steunpuntenmethode’ van Luna. De stippen geven aan waar de vorm van de letter verandert. Dat is immers ook het punt waar de beweging verandert.

Het gaat om starten

brond draaien stoppen en terug vertrekken

definitief stoppen

Het aantal stippen is een keuze en niet zo belangrijk. Het start- en stoppunt liggen vanzelfsprekend vast. Bij complexere letters zou je eventueel blauwe of geeloranje stippen kunnen weglaten of toevoegen. De stippen zijn oriëntatiepunten die enkel bij het aanleren een functie hebben. Eenmaal de letters ingeoefend zijn, verdwijnen de stippen

De stippen laten kinderen nadenken over en oriënteren op de beweging zelf. De stippen tonen het ‘modelschema’ van de letter.

18 Inleiding

Inleiding

5 De materialen van Luna en hoe ze gebruiken

5.1 De werkboeken

De werkboeken bevatten het basisoefenmateriaal waarbij er in Luna 1 dus twee trajecten zijn. Je hebt werkboeken voor het lees- en speltraject en voor het schrijftraject, telkens in rechts- en linkshellende versie. De beide trajecten zijn opgedeeld in drie werkboeken

Zie ook punt 8 voor de indeling van de werkboeken van Luna 1.

De werkboekjes hebben een flap die kinderen bij het schrijven uitplooien. De flap toont hen waar ze hun steunhand moeten leggen. Vanzelfsprekend zit de flap voor rechtshandigen links, voor linkshandigen rechts Op de voorzijde van de flap herhalen we ook de tekeningen van de drie belangrijke houdingen: de zithouding, de bladligging en de pengreep.

flap rechtshandig

flap linkshandig

19

Inleiding

5.2 Scheurblok schrijfpatronen

In het eerste leerjaar is er ook een scheurblok met extra oefeningen op schrijfpatronen

Dat kan individueel worden ingezet, bv. in de spellinglessen van mol en beer bij kinderen die beter eerst nog extra oefenen op schrijven eerder dan op spellen.

Dit schrijfblok kun je ook inzetten los van mol en beer bij kinderen die een langere aanloop naar de letters nodig hebben of tussendoor nog wat inoefening op schrijfpatronen kunnen gebruiken. naam

20
9

Inleiding

5.3 De schrijfapp van LUNA

De schrijfapp van LUNA tovert het scherm van een tablet of een smartphone om in een digitale ‘schrijflei’

De kinderen krijgen demo’s van de vorming van de letters en oefenen zelf in sporen de letters en verbindingen.

Ze doen dat door met de wijsvinger het scherm aan te raken en de letter te vormen.

De Luna app kun je inzetten

• in de klas om individueel de lettervormen te laten inoefenen

• om thuis de oefentijd uit breiden

De Luna app is beschikbaar op

• Play Store van Google Android

• App Store van Apple

Een intuïtief scherm loodst je doorheen het keuzemenu.

Stap 1

Je bepaalt in welk traject je wil oefenen. Eenmaal de keuze gemaakt, wordt die automatisch gekozen tenzij je die opnieuw verandert.

21

Inleiding

Stap 2

In het hoofdmenu kies je tussen het oefenen van kleine letters of hoofdletters.

Stap 3

Je kiest de letter die je wil oefenen door horizontaal te scrollen in de cockpit van Luna.

22

Inleiding

Stap 4

Je kiest of je de letter enkel of in verbinding wil oefenen.

Stap 5

Demo van de letter

23

Inleiding

Stap 6

Uitvoeren met spoor

Stap 7

Uitvoeren met licht spoor

24

Inleiding

Stap 8

Afsluiten met animatie van de letter

5.4 Oefeningengenerator

LUNA heeft ook een oefeningengenerator. Op Kweetet kies je digitaal uit nog een ander, zeer ruim, aanvullend aanbod oefenblaadjes waarmee kinderen opnieuw schrijfpatronen, kleine letters, hoofdletters en hun verbindingen kunnen oefenen. Je kiest de gewenste oefenblaadjes en print die zelf uit

De blaadjes zijn opgemaakt in A5-formaat maar worden afgeprint per twee op een A4-formaat. Ze oefenen telkens één letter (één beweging) per blaadje. Dat maakt de opdracht zeer simpel. Veel uitleg hoef je er niet bij te geven.

Je kunt de blaadjes op twee manieren inzetten:

• gericht inzetten wanneer kinderen een bepaalde letter extra moeten inoefenen

• vrij aanbod: je zorgt ervoor dat er in de klas altijd een stapeltje oefenblaadjes klaar ligt; kinderen kunnen dan vrij kiezen bij momenten van tempodifferentiatie in je klas.

Op de leraarskamer vind je een lijst in detail van alle beschikbare oefenblaadjes.

De honderden blaadjes zijn samengesteld op basis van de volgende eigenschappen.

1 Wat kun je laten oefenen?

• alle schrijfpatronen afzonderlijk (1 per blaadje)

• alle kleine letters afzonderlijk (1 per blaadje)

• alle verbindingen met kleine letters (2 of 3 per blaadje)

• alle hoofdletters afzonderlijk (1 per blaadje)

• alle hoofdletters in namen ( 6 per blaadje)

25

Inleiding

2 In welke vormen kun je laten vormen?

• rechts- en linkshellend

• in een wit of grijs spoor

• in een spoor van 10, 7, 5 of 4 mm (hoogte van de romp van de letter)

• enkel met voorbeelden of met enkel één voorbeeld

3 Hoe lees je de code in de titel van ieder blaadje?

• Ws = Wit spoor in blauwe achtergrond Gs = Grijs spoor in witte achtergrond

• R = rechts L = links

• 10, 7, 5, 4 = mm breedte van het spoor van de kleine letters of delen van letters

• e = één voorbeeld in het spoor om te volgen (of twee bij linkshandigen) v = enkel maar voorbeelden in het spoor om te volgen

Voorbeeld: a Ws L 5 v lees je als ‘de kleine letter a, in een wit spoor, linkshellend, spoorbreedte is 5 mm en het spoor heeft enkel maar voorbeelden a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

itg

a a a a

a a a a

a Ws L 5 v a Gs R 7 e

26
naam datum
naam datum itg

Inleiding

5.5 Het Encourage Script van LUNA

Die Keure ontwikkelde zelf het font van de letters van het schrift van LUNA. Dit font stellen we ook ter beschikking aan de leerkrachten. Als je nog andere ideeën hebt om zelf oefenmateriaal aan te maken, kun je dit Encourage Script gratis downloaden op de leraarskamer. Je kunt ermee zelf oefenblaadjes tikken en samenstellen in het verbonden LUNA-schrift

Ook handig en leuk om allerlei woordkaarten te maken die je in je klas of aan je klaswand wil gebruiken.

Op de leraarskamer vind je de link naar het font en de handleiding die je op weg helpt om dit te installeren en te gebruiken op je eigen computer.

5.6 De posterset

In posterset van Luna 1 beschik je over twee posters op A1-formaat.

Poster 1 toont alle kleine letters, rechts- en linkshellend

Poster 2 toont de drie belangrijke houdingen: zithouding, bladligging, pengreep

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t v u x w z y a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t v u x w z y

27
L
a a a a a a a a a a a a al al al al al al la la la la la la ba ba ba ba ba ba ak ak ak ak ak ka ka ka ka ka ka
R

Inleiding

5.7 De boek-e van Luna

De boek-e van Luna toont de werkboeken van Luna 1. Daarop kun je de standaard bewerkingen toepassen:

• inzoomen

• variëren naar een 1-pagina-weergave

• schrijven

• het openen en/of afspelen van de bijlage

Daarnaast zijn er ook extra bestanden toegevoegd:

• Animatiefilmpjes van de bewegingsroutines

• Demofilmpjes die de vorming van de letter tonen

• De letterverhalen: droge beschrijving van de vorming van de letter

• De liedjes in de lessen waar ze zinvol zijn

• De letterversjes: beschrijving van de vorming van de letter in gedichtvorm

Voor de toepassing van die extra bestanden zie ook 3 Een vaste lesgang en 0 Lesfiches

28

Inleiding

4 De ergonomie van het schrijven

Een juiste ergonomie is erg belangrijk bij het schrijven. Het resulteert niet alleen in een leesbaar schrift maar zorgt er ook voor dat je dit enige tijd kunt volhouden

Dit is de ideale houding. Doorheen de leeftijd evolueert dit ten gunste, net als de andere motorische componenten. Zie dit dus als een streefdoel. Vraag hierin van ieder kind het meest mogelijke, niet het onmogelijke.

Je kunt het opsplitsen in drie basishoudingen

De goede zithouding heeft volgende eigenschappen.

1 Het hoofd is licht gebogen, de schouder- en nekspieren zijn ontspannen. Tussen hoofd en schrijfblad zit ongeveer 30 cm, een ‘meetlat’ afstand dus.

2 Het bovenlichaam is licht voorovergebogen naar de schrijftafel, de onderarmen rusten op het tafelblad. De ellebogen hangen over de tafelrand, wat de ruitenwisserbeweging mogelijk maakt.

3 De onderrug raakt de leuning van de stoel. Tussen de romp en tafelrand is er een vuistdikte speling.

4 Op een juiste stoel rusten de billen op het zitvlak, de knieën zijn niet te hoog, de voeten raken de grond.

5 De voeten staan plat op de vloer naast elkaar.

29

Inleiding

De potlood- of pengreep met soepel en vlot zijn en weinig inspanning vragen. Er is slechts één echt correcte pengreep: de driepuntsgreep.

1 De wijsvinger ligt lichtjes krom gebogen op het potlood.

2 Potlood steunt op het laatste kootje van de middelvinger. De zijkant van de duim ondersteunt het potlood.

3 Het potlood loopt door een ‘driehoekige’ opening. De drie andere vingers liggen ontspannen op elkaar en vormen de basis voor de bewegingen van de andere vingers.

De goede bladligging heeft volgende eigenschappen

1 De niet-schrijvende hand ligt op linker- of rechterflap van het boek. Die hand zet het werkboek vast en schuift het naar boven naarmate het werkblad verder wordt afgewerkt. Zo vermijd je dat het fout gaat met de schrijfhouding. Elleboog en onderarm mogen niet te ver naar onder of achter zakken.

2 Het werkboek ligt in een hoek van ongeveer 20 ° ten opzichte van de tafelrand. Bij linksschrijver is het blad of werkboek gekanteld naar rechts, bij een rechtsschrijver naar links.

30

Inleiding

3 Een voorbeeldlesgang

Inleiding

Luna heeft maar één doel en maar één aanpak: kinderen zo veel mogelijk fijnmotorisch laten oefenen in functie van het schrijven. Luna steunt immers op een oefendidactiek. De beschikbare onderwijstijd benutten we zo efficiënt mogelijk om kinderen aan het oefenen te zetten en te houden.

Daarvoor heb je als leerkracht in Luna heel wat ‘tools’ en dus ook heel wat opties. Gebruik die!

Basisoefenmateriaal zijn natuurlijk de werkboeken maar daarnaast kun je ‘schakelen’ met heel wat andere middelen: de app, de oefeningengenerator, het scheurblok met schrijfpatronen, de animaties en je eigen oefenblaadjes met het Encourage Script.

Die tools kun je naar eigen inzicht inzetten, voor je ganse groep, voor een beperkt groepje of individueel.

Dat kan in de klas maar ook thuis, om de oefentijd te verlengen.

Maak er dus zo veel en zo efficiënt mogelijk gebruik van! Daarvoor zijn ze gemaakt.

De lessen in Luna 1, en zeker die waarin je nieuwe letters aanleert, zijn opgebouwd in drie delen:

• de motorische instap

• de opbouw van het modelschema

• de individuele inoefening

We bespreken ze hieronder.

Deel 1 Motorische instap met de bewegingsroutines

Een schriftles volgt meestal op een meer ‘cognitieve’ les zoals rekenen of taal. Om de kinderen in de juiste focus te brengen voorzie je best altijd een ‘motorische instap of overgang’. Denk aan de les LO waar de leerkracht ook altijd start met een ‘opwarming’

Daarvoor dienen onze motorische bewegingsroutines. Die kun je tonen met de animatiefilmpjes op de boek-e of zelf voortonen. De routines kun je natuurlijk ook uitbreiden met eigen oefeningen. Wat je ook kiest, geef er altijd commentaar bij: zeg wat de kinderen moeten doen.

Er zijn een viertal soorten oefeningen:

• Bewegingen met lichaam rechtopstaand

• Bewegingen zittend op de stoel

• Bewegingen met de hand

• Bewegingen met potlood in de hand

Stop er dus gerust ook eigen oefeningen tussen. Je gaat best van de grote naar fijne bewegingen: lichaam > armen > pols > vingers.

Op het einde van dit motorisch moment zijn de kinderen klaar om soepel, ontspannen en gefocust te schrijven.

31

Inleiding

Deel 2 Verkenning en opbouw van het modelschema van de letter

Wanneer je een nieuw schrijfpatroon of letter gaat oefenen, bouw je eerst samen met de kinderen het modelschema op. Je doet dit in drie vaste stappen: demo, opbouw en oefenen.

• Stap 1 Demo: visueel en auditief

Je toont op de affiche aan de klaswand welke letter we aanleren.

Je draait je met je rug naar je klas en je schrijft de letter (of het schrijfpatroon) voor in de lucht en op je bord en… je geeft commentaar. Je benoemt je bewegingen.

Doe dit met rechterhand rechtshellend voor de rechtschrijvers. Doe dit met linkerhand linkshellend voor de linksschrijvers. Je geeft telkens de passende commentaar.

De kinderen kijken gefocust naar je beweging en mogen die al meevolgen met de vinger in de lucht of op de bank of gelijk welk andere oppervlakte…

Je laat het letterverhaal en het letterversje meerdere malen horen. De kinderen luisteren naar de beschrijvingen van de bewegingen en doen die na in de lucht, op de bank, op de grond, op elkaars rug, op de kast, op de muur…

Besteed zeker voldoende tijd aan deze eerste fase.

• Stap 2 Opbouw van het modelschema met de stippen

Nu bouw je samen met de kinderen het modelschema op. Dat betekent dat je samen bespreekt en becommentarieert waar je de verschillende stippen moet zetten.

In vraag en antwoord, samen met de kinderen, zet je de stippen op je bord

Waar starten we? Je plaatst de groene stip.

Waar stoppen en starten we opnieuw? Je plaatst de oranje stip(pen).

Waar moeten we draaien? Je plaatst de blauwe stippen.

Waar stoppen we? Je plaatst de rode stip.

Je plaatst enkel de stippen groot op je bord, je schrijft nog geen letter

Belangrijk: je mag gerust meer of minder stippen plaatsen dan de voorbeeldletters in Luna zelf. Als ze maar juist zijn. Je kinderen geven aan waar ze welke stip willen zetten.

Je toont het demofilmpje van de letter op de boek-e en je geeft commentaar Je vergelijkt met jullie eigen schema.

32

Inleiding

Deel 3 Het modelschema (de letter) inoefenen

Het modelschema staat op het bord

Je herhaal de beweging meerdere malen.

Je schrijft daarbij de letter. Je mag gerust meerdere malen over hetzelfde spoor dezelfde letter herhalen (eventueel met verschillende kleuren).

Je laat dan één voor één de stippen wegvegen

‘De stippen hebben we nu niet meer nodig. We weten hoe we moeten beweging om de letter te kunnen vormen.’

Deel 4 Oefenen

Nu zijn we klaar om te oefenen op papier in ons werkboek of … .

Vooraleer we dat doen tellen we nog één keer af om ons in de juiste houding te zetten en de juiste bladligging en pengreep aan te nemen.

Gebruik hiervoor het aftel-demofilmpje Zithouding en pengreep kun je ook eens tussendoor oefenen met de respectievelijke liedjes

33

Inleiding

2 Linkshandige schrijvers

Wanneer kinderen starten met leren schrijven begin eerste leerjaar moet vast staan met welke hand ze dit gaan doen. Hun voorkeurhand moet dus gekend zijn en mag in principe niet meer veranderen

In je klasgroep zitten sowieso minder linkshandige dan rechtshandige schrijvers. Toch moet je ook die kinderen hun passende aanpak geven. Linkshandigheid is een eigenschap, geen tekort.

In Luna betekent dit:

• naast een rechtshellend font ook een linkshellend font, zowel in de gedrukte oefeningen in papieren materialen als in de app;

• in de linkse schrijfoefeningen vaak een bijkomend voorbeeld op het einde van de regel;

• in de linkse oefeningen soms een andere ordening van de schrijfvoorbeelden waarbij een voorbeeldwoord wordt weggelaten om meer schrijfruimte te krijgen.

Voor de linkshandige leerling betekent dit:

• een andere zithouding en bladligging;

• een plaats in de klas die rekening houdt met deze andere schrijfpositie zodat links- en rechtshandigen elkaar niet hinderen.

Voor jou, de leerkracht, betekent dit:

• het passend oefenmateriaal voorzien voor linkshandige schrijvers;

• voor de linkshandige schrijvers zelf de eigen passende linkse voorbeelden tonen.

Bewaak strikt (!) de schrijfhouding van linkshandige schrijvers. Vermijd dat ze gaan schrijven met gebogen hand waarbij de pols boven het potlood uitkomt.

Ook linkshandige schrijvers moeten ‘duwen’ van onder naar boven, niet ‘trekken’ van boven naar onder, wanneer ze schrijven.

Bij de verkeerde positie (met de pols boven de schrijflijn) krommen ze hun hele lichaam waardoor ze een slechte, ergonomische positie aannemen en die niet kunnen volhouden

34

Inleiding

1 Evaluatie en zorg

1.1 Gericht evalueren in functie van een beter schrijfresultaat bij de kinderen

• Proces zeker boven product (resultaat)

Bij het leren schrijven moet je ZEKER meer aandacht schenken aan het proces dan aan het product (het resultaat). Het proces dat is een leerling die met de juiste focus de juiste fijnmotorische bewegingen kan uitvoeren en DAARDOOR leesbaar leert schrijven. Je krijgt enkel een goed schrijfresultaat met een juist proces, niet andersom!

Denk aan een (top)sporter: alle focus op de juiste training, de goeie resultaten in de wedstrijd volgen dan wel. Dit betekent dat je de energie die je stopt in evaluatie vooral moet toespitsen op het individuele schrijfproces van de leerling, en het liefst TIJDENS de schrijfles. Je hoeft daarom in de schrijfles niet te veel kostbare oefentijd opofferen aan een ‘schrijftoets’.

• Eerst focus op doorgaande beweging pas later op tempo

In het begin moet je bij je evaluatie niet teveel of te vlug focussen op het schrijftempo. Het is in het begin vooral belangrijk dat kinderen een doorgaande beweging uitvoeren. Hoe snel ze dit doen is daarbij van minder belang.

• Modelschrift tegenover leesbaar schrift Wanneer je dan toch het resultaat evalueert, doe dit dan niet om het tegenover het modelschrift te plaatsen. Het gaat leesbaarheid niet om gelijkvormigheid. Wat we willen bereiken is dat het schrift van de kinderen het normschrift benadert en DAARDOOR leesbaar is. Wat we niet nastreven is dat de kinderen een zuivere kopie produceren van ons Luna-modelschrift.

• Positief stimuleren in plaats van focussen op fouten Bij leren schrijven denken we onmiddellijk en terecht aan motorische ontwikkeling. Met onze steunpuntenmethode in Luna rekenen we ook op de cognitieve ontwikkeling van de kinderen. Zij moeten immers zelf met behulp van de kleurstippen het modelschema van de letterbeweging opslaan in hun motorisch geheugen en het ook terug kunnen oproepen bij de juiste prikkel.

Wat we zeker niet mogen vergeten, is dat leren schrijven ook een emotioneel verhaal is. Motivatie en focus op wat (al) goed loopt, maken een groot verschil op het schrijfresultaat. Dat is zo voor elk kind maar zeker zo voor de kinderen voor wie dit leerproces moeilijker verloopt. Beklemtoon daarom in je feedback naar de kinderen over hun schrijfresultaat zeker en vast ook eerst de goeie dingen

Welke tools voorziet Luna om te evalueren

Proces

Luna stelt voor om het schrijfproces tijdens de schrijfles intensief te volgen. Dit betekent dus dat we hier kiezen voor een formatieve evaluatie: we evalueren terwijl we oefenen en we evalueren omdat we tijdens dit oefenen willen bijsturen

Daarvoor beschik je over een kijkwijzer die je per leerling kunt bijhouden. Richt je aandacht daarbij vooral op de kinderen die het moeilijk hebben bij het schrijven.

Volgende items kun je screenen.

• de facetten van de zithouding

• de facetten van de bladligging

• de facetten van de potlood- en pengreep

• de polsbeweging

• de beweging van de vingers

• het schrijftempo

35

Inleiding

• Product

Om het product te evalueren heeft Luna een observatielijst en zes tekstjes die kinderen kopiëren. Indien je dit wenst, kun je hiermee dus ook summatief evalueren. Dat betekent dat we het schrijfresultaat van het individuele kind afzetten tegenover het modelschrift van Luna en op die ‘schrijftoets’ eventueel ook een score geven in functie van onder meer correctheid en leesbaarheid

• Volgende items kun je screenen.

• de juiste vorming van de letters: duidelijk, zonder haperingen of bevingen, met de juiste verhouding tussen romp en halen.

• vlotte overgang/verbinding tussen de letters zonder onderbreking

• de juiste letterhelling

• een constante afstand tussen letters en woorden

• het schrijftempo

Dezelfde items gebruik je trouwens ook om het schrijfresultaat van de kinderen dag in dag uit te evalueren wanneer ze werken met de oefenmaterialen van Luna in de schrijfles. Op basis van die permanente evaluatie kun je individueel bijsturen

Formatief evalueren in elke les

Summatief evalueren in toetssituatie

Bijlage 3 Observatielijst proces Bijlage 2 Kijkwijzer product

Bijlage 1 Kijkwijzer proces

1.2 Zorg: wat als schrijven toch niet lukt?

Wat?

Bijlage 4 Observatielijst product Bijlage 5 Kopieerteksten

Ondanks de goede bedoelingen, het juiste materiaal en het passende proces kan zowel het schrijfresultaat als het schrijfproces voor problemen zorgen. Het schrift komt moeizaam tot stand en is onduidelijk en amper leesbaar, zelfs voor de schrijver zelf. Dit resultaat valt op in de klasgroep in negatieve zin. Het kind zelf ondervindt hiervan zelf ook hinder en dit heeft impact op zijn emotionele situatie. Kinderen dan de schrijfopdracht zelfs uitstellen of ontwijken.

Wanneer?

Schrijfproblemen duiken soms al onmiddellijk op bij de eerste stappen van het leerproces. Die obstakels kunnen blijven maar het kan ook dat het leertempo wat trager is maar de schrijver er uiteindelijk in slaagt om toch tot een leesbaar schrift te komen. Je hebt ook kinderen die aanvankelijk goed starten maar waarbij het schrijfproces later toch stokt

Wie?

Schrijfproblemen kunnen bij alle kinderen opduiken. Dat zijn soms ook kinderen die geen enkele ander leerprobleem hebben. Anderzijds moet je voor bepaalde kinderen toch al vooraf waakzaam zijn. Zoals we hierboven hebben beschreven, steunt leren schrijven op zowel de motorische, de cognitieve en de emotionele ontwikkeling. Kinderen die vooraf op een van die gebieden achterstand hebben opgelopen in hun ontwikkeling zullen sneller dan andere een probleem kunnen krijgen met schrijven.

36

Inleiding

En dan?

En wat als het ondanks alle goeie zorgen en bedoelingen toch niet lukt

Eerste en belangrijkste tip: kijk breed en ver genoeg! Zoals hierboven al vaker geschreven, schrijfmotoriek is psychomotoriek. Als de schrijfvoorwaarden niet voldoende zijn ingelost, is het oefenen van de schrijfmotoriek zelf water naar de zee dragen. Dan moet je breed en ver genoeg terug achteruit en teruggrijpen naar oefeningen die de verschillende psychomotorische facetten oefenen. Daarvoor verwijzen we ook naar onze methode Krullenbol

Een tweede groep probleemkinderen heeft jammer genoeg verkeerde gewoonten aangenomen en al ingeslepen: een slechte pengreep, slechte organisatie van het schrijfvlak, een slechte schrijfhouding… Een fout schrijfproces leidt nooit tot een goed schrijfresultaat. Die foute houding of bewegingen moeten dus gefocust aangepakt worden met de juiste oefeningen en aandacht.

Een derde groep kinderen bezit te weinig inzicht in de vorming van de letters. In Luna komt inzicht in de vorm van de letter (eigenlijk inzicht in de beweging die de letter vormt) daarom ook voor de motorische inoefening. In eerste instantie is het modelschema van de letter nodig om de beweging te sturen. Pas daarna wordt de beweging gaandeweg geautomatiseerd. Dus moeten we bij deze kinderen terug naar deze voorbereidende stap

En wat als het ondanks alle goeie zorgen in de klas toch niet lukt

Doorgedreven oefening geeft niet altijd de gewenste evolutie. Dan is het moment gekomen om specialistische hulp in te schakelen. Leren schrijven is leren fijnmotorisch bewegen.

Een psychomotorisch onderzoek is dan de eerste stap. Een goeie diagnose brengt het probleem breed genoeg in kaart zodat de aanpak zowel algemeen en specifiek is. Dit betekent daarom nog niet altijd therapie. Het onderzoek kan in eerste instantie specifieke richtlijnen geven om het oefenen thuis en in de klas nog gerichter aan te pakken.

Wanneer schrijfmotorische therapie de volgende stap is, kan het kind terecht bij een psycho-motorisch therapeut. Dit is een kinesitherapeut die is opgeleid om aan de psychomotoriek van kinderen te werken. Zoals bij elke externe hulpverlening is het belangrijk dat jij als leerkracht op de hoogte bent van de inhoud van deze therapie, zodat jij en de therapeut elkaars inspanningen met het kind op elkaar afstemmen

Wanneer om uiteenlopende redenen een verbonden schrift nog niet lukt, zijn er nog twee oplossingen. Het kind kan leren schrijven in blokletters. Dat is niet zo uitzonderlijk. Veel volwassenen schrijven niet gebonden in blokletters. Dat is zeker leesbaar. Je boet vooral in aan tempo.

Daarnaast kan het kind het ook typen. Dat vraagt natuurlijk speciale aanpassingen in de dagdagelijkse klaspraktijk en daarbuiten.

37

Inleiding

0 De lesfiches

Deel 1

De lesfiches van het lees- en speltraject pagina 39 tot 139

Deel 2

De lesfiches van het schrijftraject pagina 140 tot 226

38

Kennismaking met de methode

Materialen

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 1 en 2 • Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper • Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied • Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5 • Boek-e Luna 1, startanimatie • Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Doelen 1 De kinderen kennen de juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep en kunnen die verwoorden met behulp van tekeningen en liedjes. 2 De kinderen tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 3 De kinderen vervolledigen en kleuren soepel verschillende schrijfpatronen en figuren met de juiste dynamiek in een vloeiend ritme.

Instap

1

Vertel de kinderen dat • we in het eerste leerjaar niet alleen leren lezen maar ook leren schrijven.

• ze dat eigenlijk al een tijdje aan het oefenen zijn in de kleuterklas. Verwijs naar Krullenbol indien ze het gebruiken. Laat hen vertellen van de voorbereidende schrijfoefeningen in de kleuterklas vorig schooljaar, eventueel met Krullenbol. Laat hen zelf verwoorden wat daarbij belangrijk was: de houding, de beweging, de pengreep … Stel Luna voor: • In het eerste leerjaar hebben we daar een vriendje voor, Luna. Toon Luna op de cover, op de poster, op … • Luna is een ruimtevaarder. Zij is snel en behendig, moedig en altijd opgewekt op zoek naar een avontuur. Zij kan tussen en langs sterren en planeten vliegen net zoals wij straks gaan oefenen om te leren schrijven. Luna gaat ons daarbij helpen.

• Luna is fit. Wij moeten ook fit zijn om te kunnen schrijven. Zoals de les in de gymzaal gaat het in de schrijfles ook om bewegen en oefenen. Dat gaan we heel veel doen. Dus voor we stil zitten om goed te schrijven, gaan we altijd samen met Luna eerst bewegen. Beluister enkele malen het ‘ruimtelied’ van Luna. Laat gaandeweg meezingen en meebewegen. Toon en bespreek de materialen van Luna:

• De werkboekjes met de zijflap die we uitplooien en gebruiken om ons werkboek vast te zetten

• Het scheurblok met de schrijfpatronen

• De Luna app • De boek-e met werkboeken en de bijlagen: de liedjes, de animaties, de bewegingsroutines, de letterverhalen, de letterversjes …

• De oefenblaadjes uit de oefeningengenerator

• Het Encourage Script om je eigen oefenblaadjes te maken

• En natuurlijk, onze potloden!

39
LEES-
EN SPELTRAJECTLESFICHE 1

En ja, we hebben alles dubbel: voor wie werkt met zijn rechterhand, maar ook voor wie met zijn linkerhand schrijft. Voor Luna maakt dit allemaal niks uit. Wie gaat er werken met de rechterhand? Wie werkt er met de linkerhand? Toon de verschillen in zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep.

Oefenen

2

Motorische instap Voor we echt oefenen in ons werkboek, warmt Luna ons altijd eerst op. Zij toont voor en wij doen na. Kies en start één van de bewegingsroutines. Doe actief mee met je rug naar de kinderen! Wissel zelf ook es van links naar rechts en omgekeerd om alle kinderen een juist voorbeeld te tonen. De kinderen doen mee. Ben je klaar met de ene routine, herhaal of kies een andere. Laat dit duren zolang je dit nodig acht. Nu we goed opgewarmd zijn kunnen we gaan schrijven in ons werkboek. De overgang tussen de motorische opwarming en het oefenen in het werkboek doen we altijd met de ‘startanimatie’. Laat die enkele malen afspelen.

2.1

Oefenen in het werkboek We nemen het werkboek erbij. Laat kinderen het rustig doorbladeren. Leg uit dat we in werkboek 1 nog eerst de schrijfpatronen oefenen vooraleer we onze eerste letters schrijven. Bekijk de flap met de kinderen. Leg de link met de startanimatie en met pagina 2 in het werkboek. Bespreek: • de zithouding: ons hoofd lichtjes gebogen (1), onze bovenrug los van de leuning lichtjes gebogen naar de werktafel, tussen werktafel en buik k an nog een vuistje (2), onze onderrug wel goed vast tegen de leuning in onze stoel (3), knieën tegen elkaar (4), en voeten naast elkaar en plat op de grond (5). • de schrijfbladorganisatie: we openen de flap en leggen er onze steunhand op. Die schuift ons boek naar boven als we schrijven en houdt het vast. (1) We kantelen ons werkboek naar links als we rechts schrijven, naar rechts als we links schrijven. • de pengreep: ons potlood ligt op onze middelvinger, onze wijsvinger erbovenop. (1) Onze duim ondersteunt ons potlood. (2) Zo maken we een driehoekje waar ons potlood in steekt. (3) Als je kinderen met Krullenbol hebben gewerkt, laat hen dan vertellen hoe ze dit hebben geleerd. Laat de kinderen nu werken op de tekening van pagina 1. Ze vervolledigen de onafgewerkte vormen in de tekening, mogen er ook bijtekenen en kleuren de tekening in. Tekenen en inkleuren met de juiste houdingen is een heel goeie oefening. Maak goeie afspraken over het slijpen van hun potlood zodat dit goed en met zo weinig mogelijk tijdverlies gebeurt. Loop rond. Corrigeer waar nodig de zithouding, de schrijfbladorganisatie, en pengreep.

2.2

40 LEESEN
-
SPELTRAJECT
LESFICHE 1

Schrijfpatronen

Materialen

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 3 tot en met 17

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Scheurblok schrijfpatronen

• Oefeningengenerator Luna schrijfpatronen

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Opbouw van het modelschema Bespreek samen klassikaal de schrijfpatronen die je wil oefenen in deze les. Bouw samen met de kinderen telkens het modelschema van het patroon op. Zie commentaar onder. 2

Doelen 1 De kinderen kennen de juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep en kunnen die verwoorden met behulp van tekeningen en liedjes. 2 De kinderen tekenen, kleuren en schrijven met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 3 De kinderen vervolledigen en schrijven soepel verschillende schrijfpatronen en figuren met de juiste dynamiek in een vloeiend ritme.

Motorische instap

1

We luisteren naar het ruimtelied. We zingen en bewegen mee. Kies aansluitend een of meerdere bewegingsroutines. Draai je met je rug naar de kinderen en doe mee, afwisselend links en rechts. Doe dit zeker minimaal enkele minuten lang! Aansluitend luisteren we naar het zithoudingen pengreeplied. We zingen en doen mee. Als afsluiter kijken we naar de startanimatie. We zijn nu klaar om te oefenen!

Oefenen Op pagina 3 tot en met 17 in het werkboek oefenen we de schrijfpatronen. Dit zijn vanzelfsprekend opnieuw veel te veel oefeningen voor één les. Kies zelf over hoeveel lessen je deze oefeningen spreidt. Gebruik de tekeningen op pagina 3 en 13 als tempodifferentiatie. Op pagina 3 vervolledigen de kinderen de vormpjes en zetten die verder. Daarna kleuren ze de tekening helemaal in. Op pagina 13 staat een ‘Vind Luna’-tekening. Kinderen kleuren eerst het figuurtje, daarna de hele tekening.

2

41
2.1 LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE

Dit doe je zo. Bespreek het schrijfpatroon samen. Draai je met je rug naar de kinderen. Doe de beweging voor. Kinderen doen mee. Bepaal samen waar we welke stippen moeten zetten. Zet nu eerst de stippen groot op je bord zonder het patroon te schrijven, of nog beter laat de kinderen dit doen. Laat pas daarna enkele kinderen het patroon groot schrijven in het modelschema op het bord. Veeg niet weg. Elk poging blijft staan. Telkens doen alle kinderen mee (vinger in de lucht, op schrijftafel, tegen kastdeur …) en jij verwoordt telkens opnieuw de commentaar. Doe dit zolang alle kinderen vlot en soepel de beweging van het schrijfpatroon ‘groot schrijven’ (ook met de ogen dicht).

Commentaar

Open guirlande: we vertrekken altijd op de groene stip, gaan rechts omhoog draaien door rond de blauwe stip, terug naar onderen, terug doordraaien rond de blauwe stip, terug naar onderen, terug doordraaien rond de blauwe stip en draaien en stoppen op de rode stip.

Pagina

Open arcade: we vertrekken altijd op de groene stip, draaien naar rechts en naar onderen, draaien door rond de blauwe stip, terug omhoog, terug doordraaien rond de blauwe stip , terug naar boven, terug doordraaien rond de blauwe stip en stoppen op de rode stip.

Gesloten guirlande: we vertrekken op de groene stip, gaan naar beneden en draaien door naar rechts rond de blauwe stip, omhoog en langs dezelfde lijn terug naar beneden, nog eens doordraaien rond de blauwe stip, omhoog en terug naar beneden, nog eens doordraaien rond de blauwe stip, omhoog en terug naar beneden, nog eens doordraaien rond de blauwe stip, omhoog en terug naar beneden naar de rode stip.

Gesloten arcade: we vertrekken op de groene stip, we gaan omhoog en draaien rond de blauwe stip, naar beneden en langs dezelfde lijn terug omhoog, we draaien nog eens rond de blauwe stip, naar beneden en langs dezelfde lijn omhoog, we draaien nog eens rond de blauwe stip, terug naar beneden en omhoog, nog eens doordraaien rond de blauwe stip, en naar beneden en stoppen op de rode stip.

Open arcade met variërende lengte: we vertrekken op de groene stip, gaan rechts omhoog en draaien door rond de blauwe stip, terug naar onderen, nu naar omhoog doordraaien rond de blauwe stip, terug naar onderen, terug doordraaien rond de blauwe stip en draaien en stoppen op de rode stip.

4-5

Gesloten guirlande met variërende lengte: we vertrekken op de groene stip, gaan naar beneden en draaien door naar rechts, nu helemaal omhoog naar de oranje stip, stoppen en langs dezelfde lijn terug naar beneden, nog eens doordraaien, omhoog en terug naar beneden, naar de rode stip.

6-7

Zigzag: we vertrekken op de groene stip, we gaan schuin recht omhoog, stoppen en vertrekken op de oranje stip, schuin naar beneden op de oranje stip, terug omhoog naar de oranje stip, terug naar beneden op de oranje stip, terug omhoog naar de oranje stip, naar beneden naar de rode stip. Golven: we vertrekken op de groene stip, we gaan omhoog en draaien rond de blauwe stip, we gaan naar beneden en draaien rond de blauwe stip, omhoog en rond de blauwe stip, omlaag en rond de blauwe stip, omhoog en rond de blauwe stip, en stoppen op de rode stip.

8-9

CCC: we vertrekken op de groene stip, draaien naar links en tot onder de blauwe stip, draaien door naar boven tot op de oranje stip, stoppen en keren terug over dezelfde lijn, draaien naar rechts onder de blauwe stip, terug naar boven tot op de oranje stip, terug naar beneden onder de blauwe stip, terug naar boven tot op de oranje stip, en terug naar beneden onder blauwe stip en stoppen op de rode stip.

10-11

12

14

15

42 LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE
2

16

Krakeling: we vertrekken op de groene stip, we gaan links, draaien rond de blauwe stip, gaan naar rechts, draaien rond de blauwe stip, keren terug naar links en stoppen op de rode stip. Touw: we vertrekken op de groene stip, we gaan naar beneden, draaien naar links rond de blauwe stip, gaan rechts en keren terug naar de blauwe stip, naar beneden naar rechts, rond de blauwe stip, terug naar boven en stoppen op de rode stip. 17

We hebben de schrijfpatronen geoefend. We schrijven de belangrijkste basispatronen die nodig zijn om de meeste letters vlot, soepel en juist te schrijven: de open arcade, de gesloten guirlande, de gesloten arcade en de ellips. We hebben ons diploma verdiend! We kunnen aan de letters beginnen! 3

Tips • In de oefeningen in een wit spoor op blauwe achtergrond kunnen de kinderen met verschillende kleurpotloden in eenzelfde spoor meermaals het patroon herhalen. Bij het grijze spoor kan dit in principe ook maar is het minder aangewezen. • Begin iedere les met de motorische instap en de focus op zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. Dat is de vaste instap van elke Luna-les want schrijven is bewegen. Je laat hen focussen op de beweging. Beschouw dit niet als overbodig. Deze motorische instap is essentieel in de Lunales! • In de modelschema’s kun je altijd zelf nog bijkomende blauwe of oranje stippen plaatsen. Dat is niet fout! • Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig onmiddellijk bij te sturen. Let op de correcte beweging (vingers en pols) bij de vorming van de schrijfpatronen. Een juiste beweging geeft immers een juist resultaat. Wees hier streng op. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Extra oefeningen voor herhaling of tempodifferentiatie: scheurblok en oefeningengenerator Luna, schrijfpatronen.

43 LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 2

Materialen

De letter i

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 18

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter i

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter i

• Luna App, letter i

• Oefeningengenerator Luna letter i

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter i en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter i binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

1

Beluister één of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Oefenen

2

Opbouw van het modelschema Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter i met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren.

2.1

Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter i met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter i. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal.

44
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 3

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen de letter vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter i. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken hun tekeningen op vorige pagina’s af.

Letterversje i Ik vlieg rechts naar omhoog. Hé, wat is dat boven mij? Help! Ik val, maar bots weer op, als een vogel zo vrij. ‘k Ben toch benieuwd! Daarom spring ik op de wip. Zie je wel, daar bovenaan: een mooie, dikke stip!

Letterverhaal i Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan kort schuin omhoog naar rechts en stoppen op de oranje stip. We gaan recht naar beneden, draaien naar rechts en even terug naar boven op de rode stip. We heffen ons potlood op en zetten een stip boven de letter.

45
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 3

Materialen

De letter k

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 19 en 20

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter k

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter k

• Luna App, letter k

• Oefeningengenerator Luna letter k

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Opbouw van het modelschema Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter k met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter k met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter k. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt een van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. 4

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter k en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter k binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

2

46
Oefenen 2.1 LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• Opgelet! De inoefening van de letter k loopt verder op pagina 20. We delen deze moeilijke letter immers op in twee deelbewegingen: eerst de lus en daarna de volledige letter.

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen de letter vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter k. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken hun tekeningen op vorige pagina’s af.

Letterversje k M’n raket schiet schuin de hoogte in en stoot tegen het dak. Snel draaien naar de linkerkant en vallen met gemak. Oeps, te ver, een stukje terug, een lus rond die komeet en van de ruimteglijbaan nu. Als je dat maar weet!

Letterverhaal k Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan schuin omhoog en draaien naar links rond de blauwe stip. We komen recht naar beneden en stoppen. We gaan terug even omhoog op dezelfde lijn. We maken een klein lusje rond de blauwe stip. We gaan in een boogje naar rechts en draaien nog even door tot op de rode stip.

47
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 4

Materialen

Het woord ik

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 20 en 21

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letters i en k

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letters i en k

• Luna App, letters i en k

• Oefeningengenerator Luna letters i en k

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Opbouw van het modelschema Toon de letters i en k op de poster. Oriënteer de kinderen eventueel nog eens op de beweging van de letters met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen volgen de beweging. Lees eventueel nog eens de letterverhalen voor. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van het woord ik met de passende stippen. Toon nu de demo-animaties van de letters i en k. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen het woord nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. 5

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van het woord ik en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven het woord ik binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

Beluister één of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen één of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Oefenen 2.1 LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE

1

48
2

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• In het groene veldje kunnen de kinderen vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letters i en k en het woord ik. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app. • Kinderen werken hun tekeningen op vorige pagina’s af.

Letterversje i Ik vlieg rechts naar omhoog. Hé, wat is dat boven mij? Help! Ik val, maar bots weer op, als een vogel zo vrij. ‘k Ben toch benieuwd! Daarom spring ik op de wip. Zie je wel, daar bovenaan: een mooie, dikke stip!

Letterversje k M’n raket schiet schuin de hoogte in en stoot tegen het dak. Snel draaien naar de linkerkant en vallen met gemak. Oeps, te ver, een stukje terug, een lus rond die komeet en van de ruimteglijbaan nu. Als je dat maar weet!

Letterverhaal i Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan kort schuin omhoog naar rechts en stoppen op de oranje stip. We gaan recht naar beneden, draaien naar rechts en even naar terug naar boven op rode stip. We heffen ons potlood op en zetten een stip boven de letter.

Letterverhaal k Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan schuin omhoog en draaien naar links rond de blauwe stip. We komen recht naar beneden en stoppen. We gaan terug even omhoog op dezelfde lijn. We maken een klein lusje rond de blauwe stip. We gaan in een boogje naar rechts en draaien nog even door tot op de rode stip.

49
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 5

Materialen

De letter m

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 22 en 23

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter m

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter m

• Luna App, letter m

• Oefeningengenerator Luna letter m

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter m en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter m binnen een spoor en zonder spoor. 4 De kinderen schrijven verbindingen met de letter m binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Opbouw van het modelschema

Oefenen 2.1

Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter m met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter m met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter m. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. Bespreek en construeer nu samen kort de letterverbindingen met de i. Jij schrijft op het bord, alle kinderen ‘schrijven’ mee.

2

50
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 6

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Bespreek samen vooraf nog kort de verbindingen met de i pagina 23.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter m. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken de tekening af.

Letterversje m Ik draai kort rechts omhoog, val langs een manestraal en da’s pas het begin van m’n maanwandelverhaal. Vanaf de manebodem zet ik een eerste stap, maar ‘k zweef omhoog, kom verder neer; een tweede stap, mevrouw, meneer en langs de glijbaan voor de grap.

Letterverhaal m

Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan even schuin omhoog en draaien, dan recht naar beneden en stoppen. We keren terug langs hetzelfde lijntje en maken een boogje naar rechts rond de blauwe stip. We gaan terug recht naar beneden en keren opnieuw terug langs hetzelfde lijntje. We maken opnieuw een boogje naar rechts rond de blauwe stip en gaan terug naar beneden. We draaien nog even door naar rechts tot op de rode stip.

51
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 6

Materialen

De letter o

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 24 en 25

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter o

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter o

• Luna App, letter o

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter o en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter o binnen een spoor en zonder spoor. 4 De kinderen schrijven verbindingen met de letter o binnen een spoor en zonder spoor.

• Oefeningengenerator Luna letter o

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Opbouw van het modelschema

Oefenen 2.1

Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter o met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter o met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter o. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. Jij schrijft op het bord, alle kinderen ‘schrijven’ mee.

2

52
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 7

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen de letter vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter o. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken de tekening af.

Letterversje o Ik werp m’n anker uit en draai rond een planeet. Weer boven aangekomen, grijp ik het anker beet.

Letterverhaal o Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan naar links en naar onderen. We draaien door, terug naar boven en sluiten op de rode stip.

53
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 7

Materialen

De letter l

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 26 en 27

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter l

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter l

• Luna App, letter l

• Oefeningengenerator Luna letter l

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter l en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter l binnen een spoor en zonder spoor. 4 De kinderen schrijven verbindingen met de letter l binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Opbouw van het modelschema

Oefenen 2.1

Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter l met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter l met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter l. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. Bespreek en construeer nu samen kort de letterverbindingen met de l en het woord mol. Jij schrijft op het bord, alle kinderen ‘schrijven’ mee.

2

54
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 8

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter l. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken de tekening af.

Letterversje l M’n raket schiet schuin de hoogte in en stoot tegen het dak. Snel draaien naar de linkerkant en vallen met gemak. Hé, da’s fijn: ik bots weer op, wel een meter of tien. Ik stop en kijk: Zo’n mooie ‘l’ heb ik nog nooit gezien!

Letterverhaal l Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan schuin omhoog en draaien naar links rond de blauwe stip. We komen recht naar beneden en draaien dan nog even naar rechts tot op de rode stip.

55
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 8

Materialen

De letter b

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 28 en 29

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van letter b

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal en versje van letter b

• Luna App, letter b

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de letter b en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de letter b binnen een spoor en zonder spoor. 4 De kinderen schrijven verbindingen met de letter b binnen een spoor en zonder spoor.

• Oefeningengenerator Luna letter b

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Opbouw van het modelschema

Oefenen 2.1

Toon de letter op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter b met het letterversje. Laat het enkele malen beluisteren. Kinderen proberen gaandeweg de beweging te volgen. Verwoord vervolgens het letterverhaal. Kinderen bewegen opnieuw mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de letter b met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de letter b. Vergelijk met jullie modelschema op het bord. Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen. Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. Bespreek en construeer nu samen kort de letterverbindingen met de b. Jij schrijft op het bord, alle kinderen ‘schrijven’ mee.

2

56
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 9

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen de letter vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de letter b. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken de tekening af.

Letterversje b M’n raket schiet schuin de hoogte in en stoot tegen het dak. Snel draaien naar de linkerkant en vallen met gemak. Hé da’s fijn: ik bots weer op, wel een meter of tien. ‘k Sta op de rem en wijk plots uit: die ster had ‘k niet gezien.

Letterverhaal b Zet je potlood klaar op de groene stip. We gaan schuin omhoog en draaien rond het blauwe punt naar links. We komen recht naar beneden. We gaan nog even door en draaien naar rechts. We gaan even omhoog. We stoppen op de oranje stip en maken een klein boogje tot op de rode stip.

57
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 9

Materialen

De lettergroep ee

• Werkboek 1 Leesen speltraject pagina 30 en 31

• Schrijfen kleurpotloden en potloodslijper

• Boek-e Luna 1, het ruimtelied, het zithoudinglied en het pengreeplied

• Boek-e Luna 1, animaties bewegingsroutines 1-5

• Boek-e Luna 1, demo-animatie van de lettergroep ee

• Boek-e Luna 1, startanimatie

• Boek-e Luna 1, letterverhaal van de lettergroep ee

• Luna App, lettergroep ee

• Oefeningengenerator Luna letter e

• Kijkwijzer proces en product, bijlage 1 en 2

Doelen 1 De kinderen schrijven, tekenen en kleuren met een juiste zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep. 2 De kinderen kennen het modelschema van de lettergroep ee en kunnen het verwoorden. 3 De kinderen schrijven de lettergroep ee binnen een spoor en zonder spoor. 4 De kinderen schrijven verbindingen met de lettergroep ee binnen een spoor en zonder spoor.

Motorische instap

1

Beluister een of meerdere van de drie liedjes. Iedereen zingt en beweegt mee. Bekijk samen een of meerdere van de bewegingsroutines. De kinderen en jij bewegen mee. Sta zelf met je rug naar de klas en toon afwisselend links en rechts voor.

Oefenen

2

Opbouw van het modelschema Toon de letter e op de poster. Oriënteer de kinderen op de beweging van de letter e met het letterverhaal. Laat het enkele malen beluisteren.

2.1

Kinderen bewegen mee. Naar het bord. We construeren samen het modelschema van de lettergroep ee met de passende stippen. Toon nu de demo-animatie van de lettergroep ee. Vergelijk met jullie modelschema op het bord.

Laat enkele kinderen de letter nu schrijven op het bord in jullie schema. We verwijderen bij iedere schrijfbeurt één van de stippen.

Telkens schrijven alle kinderen mee (in de lucht, op de schrijftafel …) en jij verwoordt het letterverhaal. Bespreek en construeer nu samen kort de letterverbindingen met de ee. Jij schrijft op het bord, alle kinderen ‘schrijven’ mee.

58
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 10

Oefenen in het werkboek We starten met de startanimatie. Klaar om te oefenen in het werkboek!

2.2

• In het witte spoor kun je met kleurpotloden meerdere malen in één spoor schrijven. Hoe meer hoe liever.

• In het grijze spoor is het de bedoeling om één keer te schrijven.

• Op de groene stip start een nieuwe letter.

• In het groene veldje kunnen de kinderen de letter vrij oefenen.

• Loop rond om zithouding, schrijfbladorganisatie en pengreep indien nodig bij te sturen. Hou je kijkwijzer proces bij de hand om eventueel belangrijke observaties te noteren.

• Check bij de kinderen de vorming van de lettergroep ee. Hou je kijkwijzer product bij de hand om aan te stippen bij wie dit moeilijk gaat.

• Extra oefeningen in de generator en app.

• Kinderen werken de tekening af.

Letterversje e M’n raket schiet schuin de hoogte in en maakt een scherpe bocht. Overkop, wel helemaal … en verder gaat de tocht.

Letterverhaal e Zet je potlood klaar op het groene punt. We gaan schuin omhoog en draaien door naar links rond het blauwe punt. We gaan naar beneden en nu nog even door naar rechts tot op het rode punt. Letterverhaal ee Zet je potlood klaar op het groene punt. We gaan schuin omhoog en draaien door naar links rond het blauwe punt. We gaan naar beneden en draaien door naar rechts. We gaan recht omhoog en stoppen op het oranje punt. We gaan recht naar beneden over hetzelfde lijntje, draaien naar rechts en gaan terug recht omhoog tot op het oranje punt. We keren terug over hetzelfde lijntje tot bijna onderaan en dan draaien we nog even door naar rechts tot op het rode punt.

59
LEESEN SPELTRAJECTLESFICHE 10
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.