JAZZEN IN DE MAAND
Bij de Welfare. In het groot orkest naast Eddy Mintjes. los zit uiterst rechts.
Haar naar voor gekamd Tonny Priem kreeg de muzikaliteit van huis uit mee. Zijn moeder studeerde piano aan het konservatorium, vader was eveneens muzikaal onderlegd. Bij zijn tante in Breda maakte hij kennis met de radio. Tonny Priem: - Thuis zong ik dan veel en begon ik met allerlei messen en vorken te trommelen. Als 12- of 13-jarige ging ik dus maar als trommelaar bij Den Bond. Ik was er meteen door de eerste lessen heen, het was overigens de Rabas die ons dat aanleerde. Rond die tijd geraakte ik ook bevriend met François Jansen (van de wasserij). Die had een electrische gitaar. Ik had een gewone gitaar, en leerde van hem mijn eerste akkoorden. De rest heb ik op het gehoor geleerd. Toen ik 15 was reed ik dikwijls naar Meer om er de Zonnekloppers te beluisteren. Af en toe mocht ik al eens een nummer meezingen. Toen op een bepaald moment de Rabas zijn voet brak, kon ik enkele weken als drummer invallen bij Los Camarados. Dat was in volle Beatles-tijd, en een en ander begeesterde me zo dat ik nog maanden verder optrad op bals en bruiloften. Wanneer de Zonnekloppers het voor bekeken hielden, vroeg René Oprins mij of ik geen zin had om met de resterende leden mee te doen. Eerst als drietal, totdat René Roefs na zijn legerdienst weer aanhaakte. De naam was veranderd in The Sunbeats. Vanaf 1966 begonnen we weer volop bals te spelen, soms wel 3 per week. Ik was nog op 't Seminarie en dat wilde wel eens problemen geven. Meestal kwam het erop neer dat ik 's avonds het haar naar voor kamde, en overdag weer netjes opzij ... The Sunbeats zijn gestopt in 1972, verder doen had toen weinig zin doordat de disco-bars het mooie weer maakten. Als muzikant ben ik ten slotte ook zelf gestopt, ik werd dj in The Witch en later op feesten en bals. Momenteel werk ik als Tony Prince op Radio Cosmos . Ik ben er muzieksamenstelleL -
bij de fanfare om er te leren trommelen, waar ik les kreeg van René Oprins van The Sunbeats. Kozijns van ons hadden een jazzke in Nederland, en wij begonnen hen zowat na te doen. Onze vader en ons moeder steunden ons daarin nogal. Toen we een versterker kregen voor de akkordeon was er een mikrofoon bij. Toen werd ook ons Ria maar ingeschakeld. Zij had gitaarles gevolgd bij Tonn Priem. Ons eerste optreden was bij een teerfeest van de Vogeltjesbond in Meer. Hoewel we heel jong waren, werden we alsmaar meer gevraagd en zo groeiden we tot De Wireri's van in de jaren '70. Wij treden nog altijd op in Nederland op teerfeesten, bruiloften en bals. Dat we het al zo lang volhouden komt doordat er in Nederland op tijd begonnen wordt en ook op tijd gestopt. Veel nachtbrakerij is er niet bij, en dan is het wel te doen ... In Nederland vindt men het heel normaal dat er regelmatig een pauze wordt ingelast, en dat houdt het ook weer doenbaar. Als ge in België een pauze inlast, dan denken de mensen direkt dat ge stukken hebt.
Tien kilo rozijnen Jos Herrijgers: -Toen ik 12 was speelde mijn broer bugel in de harmonie. Ik probeerde op zijn instrument ook al eens 'den ouwe taaie' te
spelen, en dat lukte nog ook. Op den duur speelde ik beter dan hij, en kort na de oorlog kreeg ik zelf een saxofoon. We kochten die in Holland voor 1500 frank en 10 kilo rozijnen. We konden zo stilaan van een jazzke beginnen spreken toen ik met mannen als Feel Peeraer, Lowieke Nousen Toon Wezenbeeck de streek afging. We hadden een klein Geloso versterkerke met een mikrofoon. Alle instrumenten gingen vanachter op de fietsen. Tijdens mijn legerdienst stopten ze mij, omdat ik muzikant was, bij de Wellfare, dat was de amusementsafdeling van het leger. Daar heb ik echt leren spelen, er moest soms hard gewerkt worden. Mijn kameraad was Eddy Mintjes uit Westmalle. Na mijn troep ben ik dan vast in een groep gaan spelen. Met The Sonny Boys speelden we half-professioneel heel België door, tot bij Tony Bel! in de Statiestraat in Antwerpen. Vier optredens per week, dat was geen uitzondering. Onze voorzanger Jack leek als twee druppels water op Buddy Holly, zowel kwa zangstijl als uiterlijk. Later is die nog opgedoken in Duo Onbekend. The Sonny Boys werden zo bekend dat er een uitnodiging kwam om in Hamburg te gaan spelen. Toen ben ik uit de groep gestapt. Mijn vrouw wilde liever niet dat ik meeging. De jongens hebben er goed geld verdiend, maar zijn uiteindelijk toch berooid teruggekomen. Zelf ben ik dan als uitbater van Het Fortuin begonnen.
Krakers De grote verdienste van de balorkesten was dat zij het volledige alfabet van de populaire muziek live konden brengen, van wals over levenslied naar rock and rolt. Het Top 40 repertoire werd op dansbare manier ten gehore gebracht. Toch had ook iedere groep wel een eigen specialiteit of voorkeur. Frans: - Het liefst zong ik Tutti Frutti, een echte onvervalste stemmenkraker. Klassieker waren voor ons ook Bad Moon Rising van ereedenee en One Night van Presley. Ooit kregen we een ferm kompliment zo: we hadden Karma Chameleon van Boy George gebracht, en iemand beschuldigde ons ervan een bandje te hebben gebruikt! Tonny: - Ons repertoire bestond uit het gekende Top 40 werk, aangevuld met de echte klassiekers. Je kent ze wel, dingen zoals One
Stukken of pauze Ondanks de opkomst van de disco-bars, werd er in Meer toch nog een groep geboren. De wieg stond bij het gezin Van der Velden waar de drie kinderen René, Wim en Ria de steun kregen van hun ouders. Wim Van der Velden: -Bij ons begon het met onze René die akkordeon leerde. Zelf ging ik 4
Los Camarados 1975: Bert Staffelen, lef Rabas Mertens, René Meyvis en Frans Pinxteren.