Issuu on Google+


INFO-SFAN

NUMMER 15

MEI 1972

Maandblad voor science-fiction en fantastiek Informatief orgaan van S F A N , vereniging voor science-fiction en fantastiek. Lidgeld-abonnement : Gezinsabonnement :

250 Fr 350 Fr

Steunabonnement Losse nummers

: :

500 Fr 35 Fr

Het schorre Kletspraatje Sfancon III of de Overrompeling Somebody must have given me ... Jouw liefde is geen stenen bloem Juryverslag : verhalenwedstrijd '72 Gesprek met Michael Moorcock Links en Rechts in de S.F. Aardrijkskunde In Memoriam Fredrick Brown Ted Carnell Essefboeken in de VSA Nominaties Nebula Awards 1972 Triest : in de sf kijker Filmnieuws Hoe we de kleine groene mannetjes... Horror Shop 13 Uitgaven voor Cinefielen Voor U gezien Fanzine Corner Recensies Post voor I-S Redactieadres & PAUL TORFS verantw.uitgever MERKMARKT 33 2000 ANTWERPEN Eindredactie Simon Joukes

Omslagontwerp en tekening: Thijs van E.Tengbergen Binnentekeningen: H.Ceulemans, Atom,T.Jeeves Ieder huisje heeft zijn kruisje. Een kruisje in nevenstaand vakje betekent dat uw lidgeld uitgeput is. Gelieve 250 Fr te storten op PCR 0.10 va, het Gemeentekrediet te Brussel t.g.v. Oranjerekening 1751864/8/60 t.n.v. Paul Torfs. DANK U.

2 5 7 9 13 18 23 25 26 27 28 29 30 30 31 34 35 37 40 42 46


HET (SCHORRE)

van uw Seven Eyed Octopus SIMON JOUKES Het is misschien waar dat Essef-fans tot het 'onverwoestbare' type behoren, feit is dat uw dienaar op zondagavond 23 april SFANCON 3 afsloot wegens acuut ademgebrek. Ik kon geen woord meer uit mijn keel wringen en dat terwijl er nog zo veel interessante zaken te doen waren, niet waar Ef Leonard en Eddy C. Bertin ? Tot het laatste ogenblik is SFANCON 3 dus een daverend succes geweest. Het begon al om halfnegen 's morgens. Terwijl Herman Ceulemans en ikzelf met een licht-zwaar hoofd (in verband met 'sferenmuziek' gevolgd door receptie bij de bekende Prof.Dr. Eric Elst zo staat het tenminste in de krant, hé Eric) aan de poort van 'De Zwarte Panter' aan het morrelen waren, kwamen de eerste deelnemers reeds behoedzaam vragen of ze nog niet binnen mochten. Ze werden kordaat weggestuurd door Benny Suykerbuyk die voor zijn ingeslagen drankvoorraad vreesde. Adriaan Raamdonck zocht vertwijfeld naar stookolie om de St Julianuskapel toch iets op te warmen, Daniël De Raeve bleek probelemen te hebben met het opstellen van de 'huckstering'-tafels en Paul Torfs, nou ja, wat dachten jullie, die bezemde uiteraard de vloer van de kapel schoon. Ik zal hier maar niet herhalen wat er door sommige bestuursleden van Sfan allemaal is weggevloekt, maar een betere indicator van de spanning die er op dat ogenblik heerste, is beslist niet te vinden ... Jawel, en toen dat enorme succes, die toeloop die zelfs de meest optimistische fan niet had durven verwachten : BELGIAN FANDOM IS BORN ! Nog nooit heeft er in ons land een zo geanimeerde, zo druk bezochte en zo verscheiden convention plaatsgevonden. En al past het misschien om de inrichters, meer speciaal DanIël De Raeve, hiervoor te danken, toch zou alles vruchteloos zijn geweest zonder de opkomst van de Esseffans : per slot van rekening wordt de Convention in de eerste plaats bepaald door de aanwezigen zelf. Misschien is het waar dat de wereld blijkbaar naar zijn ondergang toeholt - Manuel van Loggem profeteert dit althans met zijn alpino-petje als paustiara-, en hoogst waarschijnlijk brengt die lieve arme Jetty Visser een verkleumde baby ter wereld (ja Frank, meer proteïnen hoor, zoals bij je 'Vrouwen van Iachartis'!) maar gelukkig is de opgelaten Gentse SFANBUS (ja ... wel waar !) niet op de E3 in de prak gereden, hoe zeer Julien C. Raasveld ook zijn best heeft gedaan, iedereen 'stekkies' te verkopen (die denkt dat alles toegelaten is op een SFANCON ... en hij heeft nog gelijk ook !). Kortom, wat ook de tekortkomingen mogen zijn, - zo was bijvoorbeeld Mike Moorcock onverstaanbaar door het gejoel van de 'hucksters' buiten (vergeten we ook niet dat de 'Bar'


niet veraf stond ... ), de uitmuntende vertalingen van Robert Smets namen wel tijd in beslag - het was onvergetelijk, een echte SFANCON, iets om lang over na te denken, om over te schrijven, te huilen, te piekeren, te bekritiseren ( ... wij worden hier helemaal in de schaduw gezet..., hoorden wij : klopt : de zon was weg) en vooral, iets om over te doen ... zo snel mogelijk ... en dan met nog meer mensen ... en nog meer inbreng (waren je broodjes lekker, Catherine Duval ?) en nog meer surprises (Luc De Meester koopt het hele zaakje op) ... Elders kunt u een officieel-technisch verslag van deze unieke gebeurtenis lezen en daar waag ik me dus niet aan. Wel is het mijn taak, als ex-toastmaster, de volgende namen + commentaar te citeren : - Ron Bennett, onze Fan-Guest of Honor, heeft tijdens de lunchpauze vals gespeeld bij de Vogelpik, maar heeft zich verder voortreffelijk gedragen - Vijf grote afwezigen (die zich niet eens verontschuldigden ) : Tom Bombadil, Betweter, Roothooft, Melanpugos, Bog Teenstamper. - Edith Brendall in grote vorm : liet zich ontelbare malen door Fanjan kieken in gezelschap voor Eddy Bertin en J.C. Raasveld - Michel Féron, dermate onder de indruk, dat hij uw eindredacteur een artikel beloofde. - A. Van Hageland, die het jammer vond dat Van Vogt en Jean Ray niet aanwezig konden zijn wegens persoonlijke omstandigheden - Jan Geysen, met twee man de hele dag paraat om alle gesprekken op band op te nemen - Schaduw Jan Jansen : overal aanwezig, nergens zichtbaar : honderden foto's die we speciaal voor u zullen afdrukken - A. Beguin : een vriendelijke, aardige man, en toevallig een groot schilder - George Gorremans : kwaad omdat hij niet met zijn alligator naar binnen mocht. Ze bijt niet, zei hij, maar we namen liefst geen risico ! - Paul Pandira : zo 'high' dat-ie al zijn boeken en zines te grabbel gooide, waar de veiling van heeft geprofiteerd; bedankt Paul ! - JP Boumans en echtgenote : 'k zag twee beren broodjes smeren : wordt zeer op prijs gesteld, weet je - Wullie 'The Saint' Magiels : vriendelijk lachend maar inwendig morrend omdat er geen Dracula op het programma stond - Benny J. Suykerbuyk : fidele kerel : schonk niemand bier in, als-ie niet minstens 0,8 promille alcohol in het bloed had. - George Coune : is erin geslaagd een vervalste Flash Gordon te verkopen; ook dàt kom je tegen op een SFANCON - Tania & Pierre Pepper : we komen volgende keer met een heleboel tafels boeken en met al onze vrienden (wie zijn dat dan ?) - Walter A. Wallie : was eigenlijk de enige valse noot; hij eiste zijn geld terug : ik vind er geen barst aan, zei hij; hij blijve voortaan weg. - Robert Terny : deelde iedereen mede hoe lang hij in de psychiatrische inrichting van Oegstgeest heeft gezeten. Als je 't mij vraagt ... nee, laat ik lief wezen. - Walter Belpaeme, André De Rijcke : we hebben al een zaal voor Gent in '73. Paul Torfs : stil, met 'Glue Factory' in een hoekje - Kathinka Lannoy : ik vind het zo fijn om hier weer te zijn ... - Lankester+ Prins (van Bruna) : wij zoeken samenstellers van bundels. Zo zo ! - Julien C. Raasveld : 'De Sterke drank most eichelijk ferdwijne ... " - Nog een trits afwezigen, al dan niet verontschuldigd : Jacques van Herp (had een wiskunde-seminarie), Ruiz Sanchez, René Lixhon, Alain


Le Bussy, Michel Grayn, A. Leborgne (in New-York), Michel Liésnard (militaire troepsoldaatplichtige), 'Big D' De Laet (was in het buitenland, en heeft ons dus 's avonds een gezellig pintje aangeboden). - Ef. Leonard : wat is Sword & Sorcery eigenlijk ? - Paul Van Herck : ik ben hier informeel hoor, ik kom straks wel op het podium ... - Eric Elst : Science Fiction is bijna Science Fact geworden; toe nou Eric, niet zo bescheiden zijn ... - Claude Dumont : een raadsel: wie trouwt er in februari en komt in april met twee forse zoons naar Sfancon. Hij heeft zich niet verveeld, zegt hij (dat kan ik me voorstellen ...) - Ondergetekende, uw dienaar : 'Aangezien iedereen hier Engels kent, zullen wij alles ook in het Frans vertalen' ... - Daniel De Raeve : dat wordt een ramp,mannen. 'k Heb het u gezegd hé, dat het goed zou zijn ... - Mike Moorcock : could you please get me a beer, a Belgian one, a strong one, I like it, I love that Beer, How Many Brands of Beer, you said ? Well, it's my favourite beer, belgian beer ... - Boudewijn : Oewaarde Landguenoten ... - Martin Box : wie heeft die vruchtbare venusheuveltjes achtergelaten ? - NN (reporter van het Laatste Nieuws) : In welk tijdperk speelt Essef zich af ? That's all Folks Simon Joukes --==ooOoo==-SFANCON 3 IN CIJFERS -

64 vóórinschrijvingen 130 deelnemers over de hele dag 232 kijkers naar '2001' (twee voorstellingen) 7248 boeken verkocht ( ... en gekocht) 17 bakken Stella 1 bak cola 100 koffie's 200 broodjes met ham en kaas 5.780 Fr opbrengst van de veiling 1 fanzine (met voorwoord van 'Big D' De Laet) 12 SF-auteurs + Eddy C. Bertin 1 poster à 200 Fr 1 verloofde 1 plons in de Schelde, na afloop. --==ooOoo==--

GOEDE RAAD IS DUUR Michael Moorcock : 'One should not write opinions in zines, which one could not say in public at Cons'. --==ooOoo==-De vuurpijl gaat zo lang te water, tot de kruik met een klap barst ... --==ooOoo==-GEVONDEN Volgende voorwerpen werden na afloop van SFANCON 3 gevonden. Ze kunnen worden afgehaald bij Paul Torfs, Melkmarkt 33, Antwerpen : - 2 rollen toiletpapier - 1 versleten leren' hoed - 1 zieltogende Martiaan - 10 lege frietzakjes (Michel Féron, we weten dat jij het bent) --==ooOoo==--


Sfancon + 24 uur. 24 uren na het derde Sfan-congres, de derde Sfan-conventie, en alles is opperbest. Je bent haast geneigd NASA-terminologie te gaan gebruiken. Des lendemains qui chantent. Uitputting en euforie, na de opruiming en het kas-nazicht. Of omgekeerd. Wel, de Vloek van Kariba (whatever thàt is) rustte op wie ditmaal nog durft te beweren dat Sfancon dit jaar niet tot een onvoorstelbaar succes is uitgegroeid. Snel echter een verslag voor Info-Sfan 15, die alweer wordt voorbereid. Een verslag ten behoeve van diegenen die de Conventie niet hebben bijgewoond. Nooit zo'n dynamische vereniging meegemaakt. Maar wie was er dan niet ? Gewoon niet te recupereren, die drie man. Vooruit dan maar. Vorige vrijdag reeds was er een eerste voorstelling, een eerste herneming beter - van Stanley Kubrick's "2001", voor een uitverkochte zaal. Meer dan honderd toeschouwers in een overvolle St.Julianus-kapel, alias Adriaan Raamdonck's Zwarte Panter Galerij. Bij de tweede herneming, zondag-avond, zouden nog ruim vijftig personen worden geweigerd (onder wie Michael Moorcock), omdat er gewoon geen plaats meer was. Vernissage van de Beguin-tentoonstelling, zaterdagavond, in aanwezigheid van de Franse Consul-Generaal, de Heer Barbusse, en een uitgelezen Antwerps kunstenaarspubliek. Een wonderlijk man, André Beguin : een van de weinigen om in de ruimtetelijke richting te werken, anders dan het gebruikelijke laat-laatsurrealisme. Wat je zou kunnen noemen een technisch tachistisch calligraaf. Wel, beloofd, dat is het laatste moeilijke woord dat ik voorlopig gebruik. Volgens de eerste berichten wordt ook deze tentoonstelling een onverdeeld succes, en het doet me werkelijk plezier voor de schilder en voor Adriaan Raamdonck, die een geweldige kerel is. Het woord succes komt haast onvermijdelijk terug, dat merk je zo. Aankomst, inmiddels, ttz in de nacht van vrijdag op zaterdag, van eregast Michael Moorcock, vergezeld van een der uitgevers van het "underground"-blad "Frendz", Jon Trux, en voorstelling, zaterdagnamiddag , aan de Sfan-bestuursleden, die konden worden opgetrommeld. Hoe geef je die bijzondere persoonlijkheid van Mike weer ? "Who the hell is Michael Moorcock ?", om de grootmeester zélf te citeren. Een overgrote, langharige, gebaarde bohémien-figuur, daim-vest, hoge leren laarzen en met een moeilijk te beschrijven leren hoofddeksel. Indrukwekkend, vervaarlijk zelfs, en exuberant : maar terzelfdertijd zo gevoelig en haast timide, zou je zeggen. Een man, die zowat veertig boeken heeft geschreven, sommige op enkele dagen tijds, en die je niettemin slechts aarzelend aan het praten krijgt. Een beroemdheid, die slechts zelden conventies bijwoont (omdat er zoveel reactionairen rondlopen), maar die nu toch naar SFANCON kwam, Mike houdt


van BelgiĂŤ, al kent hij dan enkel Brussel en nu ook Antwerpen, en van de "continental audience". "You're always sure to meet some really interesting people over here," zegt hij. Overigens is het Belgische bier ook niet te versmaden. "In Engeland doen ze d'r water in ... " En zo, voor je 't weet, is het zondagmorgen en zit je tot over je oren in de stoelen-tafels-broodjes-koffie-Stella-problemen. Waarom dat laatste met een hoofdletter hoort, lees je in het volgend nummer van Parallax, neem ik aan. En omstreeks 10 uur duiken reeds de eerste gegadigden op. 110 of 120 zouden het er later worden, met een niet te overziene drukte. Jan Geysen en de Brt, minstens een achttal boekenstands,en, op het middaguur, nog een tweede schilder met zijn werk. Tafels bijhalen, inschrijvingen noteren, en af en toe zelf een kijkje werpen bij een van de verkopers. Interviews ook, voor onze nationale zender, voor "Gazet van Antwerpen", en waarschijnlijk ook voor "Alle Macht aan de Arbeiders", maar dat weet ik niet meer zo juist. Zowat elf uur opent toastmaster Simon Joukes officieel de festiviteiten, met een voorstelling van fan eregast Ron. Bennett en van de "guest of honor", dear Mike, bescheiden als altijd. Daarop volgt ook een presentatie van AndrĂŠ Beguin, en, in principe, de uitslag van de short-story wedstrijd. Maar natuurlijk is het juryverslag zoek en dat moet dan later maar. En terwijl de dames (Dank U, Dames) de restauratie voorbereiden, volgt een bestorming in regel van de aanwezige auteurs. Eddy C. Bertin (Eddy met C+ verwijdert alle vlekken), Paul Van Herck, Manuel Van Loggem, Frank Visser, Catherine Duval en Kathinka Lannoy versieren hun werken met liefdevolle opdrachten. (Niemand vergeten, hoop ik maar !) En ja, Mike natuurlijk, ook, maar dan moet je er wel vooraf bij zeggen dat je hebt ontdekt dat hij niet Robert Heinlein is. (He probably gets kind of a kick out of it; this sure deserves a closer observation, I think ..,) Eenmaal iedereen van bij de broodjos-stands terug binnengehaald, gaat dan de namiddagzitting in. Thys van Ebbenhorst, Edward Charles the First en Manuel van Loggem nemen de prijzen in ontvangst voor hun winnende bijdragen in de verhalenwedstrijd. Eddy sleept dan waarempel nog een Award in de wacht voor zijn bundel "De Achtjaarlijkse God" en kondigt een tweede bundel aan, voor het einde van dit jaar. Toe maar. Julien Raasveld, van zijn kant, triomfeert met "Parallax", terwijl diploma's gaan naar Paul Van Herck, voor zijn TROS-luisterspelen, en, last but not least, maar dan gans onverwacht, naar onze vriend Paul, die nu al jaren de zware technische werkzaamheden van Sfan op zijn atletische schouders Torfst. Paul houdt wat we wel een historische toespraak mogen noemen en wordt dan ook meteen onthaald op het langste en luidste applaus van de dag. 32 sekonden juist, een hele halve minuut lang : That's celebrity, Man ! "Some serious stuff now" zegt Simon. En zo geschiedde het. Vooraleer over zichzelf te spreken hield Mike Moorcock eraan een ontroerde hulde te brengen aan de onlangs overleden editor Ted Carnell, de man die "new-wave" mogelijk maakte, zowel door zijn voortdurend stimuleren van de verschillende Britse uitgevers als door zijn aanmoedigen van jonge auteurs. Ongetwijfeld hebben alle aanwezigen begrepen hoe emotioneel geladen Mike wel was en hoe de ontroering hem soms het spreken bemoeilijkte. Omdat een gepland paneelgesprek, wegens verstek vanwege de gesolliciteerde auteurs kwam te vervallen, vervolgden we, na een break, met een verder gesprek met de eregast, ditmaal meer in het bijzonder in verband met zijn eigen werk. "Behold the Man" werd in een periode van depressie van verhaal tot roman omgewerkt, en ik heb er al mijn obsessies en moeilijkheden in uitgestort, zegt Mike. Persoonlijk houdt hij meer van de Jerry Cornelius verhalen (The Dehli Division, The Tank Trapeze e.a.) en - romans. Elderskomen wij hier meer uitgebreid op terug. Buiten de zaal woedde


ondertussen een soms wel luidruchtige mini-con, waarvan de academische hoogtepunten meermaals de sprekers in de kapel overstemden. En zo liep dan stilaan de dag ten einde, maar dat heb ik tot nu toe nog niet gemerkt. Euforie, ik zei het al. Natuurlijk waren er wel weer problemen. Die ellendige talenkwestie vooreerst, driemaal is inmers scheepsrecht. Vertaal je Engels voor de Nederlandstaligen, en idem voor de Franstalige vrienden, vooral wanneer een auteur zich moeilijk uitdrukt ? Iets te lang ... ja, onvermijdelijk. Na een korte stemming werd er besloten van vertaling af te zien. Akoustische problemen dan weer. Vertraging in het programma, zoekgeraakte laureaten en een weggevallen paneelgesprek. Ach ja. Maar wat je niet wegcijfert zijn 120 enthoesiaste fans, die mekaar verder hebben leren kennen, midden alle drukte en gewoel, en die de conventie hebben "gemaakt". Een succes, ontegensprekelijk, en een succes dat zelfs werd erkend door niemand minder dan Danny De Laet, die twee maanden tevoren, in het ICC., nog verkoos Sfan totaal te negeren, en die nu de deelnemers tot verder nachtelijk vertier kwam nodigen. Ontroerende come-back. Een jaartje volhouden, Danny, dan zien we volgend jaar voor je verjaardag wel.

julien c raasveld Everyone denies it, but there was a continuous series of earthquakes round about 4 p.m. last SFANCON. That's why I couldn't keep Mike Moorcock in focus when I was asking him for material to publish in Parallax, that's also the reason why I couldn't decipher his address I'd written down on a piece of paper. How can you write when the earth is swaying beneath your feet ? I also insist that someone, somewhere must've given me a conk on the nogging later on. I don't recall leaving the con, nor driving home. I woke up when the everloving was trying to steer me to bed. She says I was drunk as a buzzard, everyone knows that's a lie, I hardly touched the beer. Yeah, she says looking over my shoulder, it went down so fast it didn't have time to touch anything. Women are awful drags for a bright young fan. Somebody must have given me that conk on the nogging, how else do you explain the splitting headache I've today ? What could have forced me to leave Sfancon that early and miss seeing 2001 ? It was a clear case of kidnapping, if I was as drunk as the everloving says I simply couldn't have gotten home in my car, could I ? Now, after this important fact has been made clear, let's go into some other things. First of all I found a check for 50 Fr in my pocket from one J.P.Boumans. Why did you give it to me, JP ? Sub for Parallax ? PAPA ? Payment for books ? I've completely forgotten. You see ? Something must have happened to me. I'm famous for my iron-strong memory. Now, who else besides Paul Torfs, Jan Jansen & Willy Magiels became a member of PAPA at the con ? What exactly do I remember ? Lots & lots o'people. Why, do you realise there must've been more than a hundreth ! What a con, what a success ! Sold books like mad, next to George Coune and Ron Bennett who were laughing their heads of in spite of the chilly weather. Seen old & new friends, like A. van Hageland (his SF magazine is coming !), Manuel van Loggem (promised him a story, but warned him 't was veryvery New Wave - said in fact 90 % of the readers wouldn't think 't is SF at all), Paul van Herck (great guy this), Eddy Bertin (wanted a story another one ! If this goes on I'll he forced to write more than one


story every three months ! They'll kill me yet !), lovely young lady called Marina (what's the everloving doing with that knife ?) Michel Feron (Whatdid you do with that ball-point you gave me, dropped it in the chips ? It doesn't write, you crook), Claude Dumont (next Parallax will have a real Dumont illustration in it - for God's sake I hope someone took care of my hecto carbon I seem to have left behind), Thys van Ebbenhorst Tengbergen (also with an illustration in the next Parallax, Ghu what an ish that's going to he !), DaniĂŤl de Raeve (do you know something : THIS SHOULD BE THE VERY MAN TO ORGANISE A EUROCON !!! It was great what you've done, Danny, great !), Paul Torfs (now that they' ve given him a SFAN DIPLOMA, he's going to produce even more & better INFO-SFANs), all the folks from Ghent (nice and enthusiastic as ever remember guys, GHENT IN 73 and no but's about it !!! Somebody let slip that they've already got a place for the con, hear ! hear !), and God, all the other people, nice, friendly, etc. Do you know what; I think we've seen the birth of a real fannish con in Belgium ! It was .... how can you define something as great as this ??? Impossible, Belgian fandom has made a giant step forwards (there's more to it than just Parallax and JCR now, SFAN-eds !). Speaking of Parallax : next ish will have A Piece Written by MikeMoorcock !!! (WHY ISN'T EVERYBODY LAUGHING ? Some thoughts about Behold the Man.), also an article about the decline of British fanzine fandom by John Piggott, and one about the boom of Australian fanzines by Ron L Clarke. Groovy issue this will be for sure, I'll run of more copies than usual, and for once these are for sale. Not to make a profit, but to support next con (SFANCON 4). All the proceeds will be put in a special con-fund. Remember : only a limited number of copies, and the highest bidders will get them. Send your donations to Paul Torfs (in case someone cannot receive a copy his money will naturally be refunded) before July the first. Speaking 'bout fandom : did you know Belgium has the first APA-organisation on the continent ? It's called PAPA (Periodical Amateur Publishers Association). Interested ? Write to me. (Steynstraat 5-7, 2710 Hoboken). --==ooOoo==-GEVONDEN (vervolg) -

14 overbelichte films (van Jan Jansen) 1 map met vragen aan Moorcock 5 wetenschappelijke filosofische tractaten 1 Parallax nr 4 1 auto-handrem (van Claude Dumont's wagen) --==ooOoo==--

GEVLEUGELDE WOORDEN OP SFANCON 3 ' ' ' ' ' ' ' '

Als ze hier binnen de minuut niet zijn,dan ben ik weg' (S. Joukes) Don't spoil tradition by beginning on time' (Ron Bennett) Een achtarmig gedrocht ...' (Robert Smets) Ik heb 2 jaar geleden ècht mijn best gedaan (reporter van Gazet van Antwerpen) Ik ben hier om te luisteren want wat ik weet dat weet ik en dat hoef ik dus niet te zeggen' (A. van Hageland) Ik weet wel dat je Heinlein niet bent' (R. Smets tegen M. Moorcock) Nu moet ik echt naar huis, anders krijg ik het boek vandaag niet meer uit' (S.F.Rot, om half drie) Dave. Stop. Will you. Sop. Will you stop, Dave. I'm afraid. I'm afraid, Dave. My mind is going. I can feel it. There is nog question about it. I can feel it. I'm afraid ...' (HAL, in 2001) --==00000==--


Die ochtend vond hij een vage angsttrilling in de kristallen. Een amper bespeurbare reaktie op iets dat rondgeslopen had - iets dat net buiten de lichtcirkel van zijn nest gebleven was. Minutenlang stond hij besluiteloos. Moest hij zich terugtrekken in de binnenste kelken en de trage bladeren van zijn nest opkweken tot de hardheid van staal ? Misschien, heel misschien. De lange dagen van dat soort toekomst groeiden in zijn verbeelding al tot een stoffig, dood gewicht : dagen zonder zon, zonder de bitterzoete wandelingen langs getijdepoelen. Inplaats daarvan de bonzende stilte van zijn harten, de onmogelijkheid om zich in het isolerende sap te bewegen. "Dan zal ik wachten" ging het door hem heen, "wachten tot iets dichterbij komt, steeds dichterbij - tot dat iets aan de scherpe bloemen begint te knagen en met zijn buigzame snuit mijn pollen leegzuigt". "Ik verwerp die mogelijkheid", zei hij tot zijn begeleider, "zoiets kan ik niet volhouden. Ik wil niet wachten tot iets griezeligs en vormeloos zich een weg boort naar mij alsof ik een weekdier ben dat weggeslobberd wordt uit zijn kalkschalen. Zijn begeleider zweeg. Het schommelde traag naast zijn schouder aan een dunne, kleverige draad. Heen en weer, heen en weer. Hij klom door de halfopen bloembladen omhoog. Na de warmte van het nest was de wind een koud en wreed ding. Hij kromp in elkaar, werktuigelijk, en gleed terug in de poel van warmte. "Het is koud buiten. De zon is al op en toch is het koud als de nacht". Zijn begeleider opende een uitdrukkingsloos facetoog. "Je moet buiten de cirkel gaan. Je hebt dat besluit zelf genomen en het was een goed besluit. Maar je moet je wel aan je eigen besluit houden". Tassanein wreef over zijn nek en maakte een onduidelijk gebaar van afschuw. "Waarom nu ? Straks staat de zon hoger en ben ik ook wakkerder. Ik heb lang geslapen. De onwerkelijkheid van het rasdromen is nog in me". Zijn begeleider gromde. "Angst", spotte het, "angst, Tassanein, ontken het maar niet. Je argumenten hebben geen inhoud, zijn voze omhulsels. De zon zal weinig helderder worden en het beetje extra energie dat de middag brengt komt ook je vijand, de stille rondsluiper, ten goede". "Je hebt gelijk" bekende Tassanein. Nu werd hij zich ook bewust van een vage trilling in zijn lichaam, een golf van weerzin die zijn pels deed rimpelen en hem helemaal doordrenkte. "Goed", zei hij, "ik ga; je hebt me overtuigd".


"Een wijs besluit", zei de ander. "Ik zal hier op je wachten. Iemand moet tenslotte zorgen dat de kruipers het nest onberoerd laten". Tassanein klom over de rand en liet zich op de vochtige bodem zakken. Even keek hij terug naar het glanzende nest. Onduidelijk kon hij zijn begeleider onderscheiden achter de massieve kristaMakken. Het staarde naar hem met negen ogen; dicht tegen de wand aangedrukt liet het kleine vonken overspringen tussen zijn voelsprieten. De oude zon hing als een dovende neonreklame in de kilte. Verlopen, afgebladderd, seniel. De lage stralen gleden schuin langs de poelen, hun krachteloze lichtpatronen dansend over de uitgestrekte vloeistofvlakten. Hier en daar kroop wat doffe vegetatie uit een ertsader omhoog, verderop bespeelde de wind fossiele riffen, amper te onderscheiden van nog levende. Hun spookachtige muziek dreef hem tegemoet en voor het eerst drong de grote eenzaamheid van het landschap tot hem door. Leeg, kleurloos, doods - al die eigenschappen had hij al eerder in de vlakten ontdekt. Maar de eenzaamheid, nee, dat was nog nooit bij hem opgekomen. "Vreemd", kwam de gedachtenimpuls van zijn begeleider uit het veilige nest, "dat de eenzaamheid moest verdwijnen voor je het bewust kon waarnemen. Want je wereld is nu niet eenzaam meer. Er is nog iets in de schaduwen, iets wacht met onbekende bedoelingen. Het land is niet leeg meer. Tassanein antwoordde niet. Hij durfde de drukkende stilte zelfs niet met een gedachte te breken. Om zijn voeten zwommen zeeinsekten. Een melkweg van koud licht woven zijn in de diepere poelen : opĂŠĂŠn plaats waren zijn bijzonder talrijk en de felle gloed van hun krioelen trok Tassanein's aandacht. Hij boog zich over hen en zijn handen groeven diep in de modder. Zijn vingers stootten op iets hards, op het gladde kristal van een bijna perfekte bol. Hij hield het voorwerp in de schemerzon. Hoop, bodemloze vrees, een krijsend verlangen naar dodelijk geluk ... als pijlsnelle vissen schoten de emoties langs de rivieren van zijn geest. Azavas, een ei ! riep de oude deel van zijn hersens, het wilde deel dat levenssappen verlangde uit te storten en alleen door de ogen van nakomelingen kon kijken. Dat de dood van een ras en een universum nog niet gezien had. Het andere deel kronkelde in angst, zag zijn eigen ondergang in het onbevruchte leven van het ei. Hij bewoog zich niet, zijn spieren waren bevroren tot een netwerk van spanning. Het grijze decor ademde hem tegemoet. In zijn krampachtige greep spleet het ei open. Halfgevormd plonsde het embryo in de poel, waar prompt zwarte roofinsekten toeschoten. Een blauwe vloeistof wolkte even op en verdween toen. Begrip kwam. Een oud ei, de broze schaal bewees het. Een ei dat niet te bevruchten was. Maar toch nog vrij recent. Hoogstens een maand oud. "Terug", krijsde plots zijn begeleider, "terug dit is een val, een val" !


Met een razendsnelle beweging speurden zijn ogen de omgeving af. Achter de lage heuvels hoorde hij een angstaanjagend spetteren, alsof iets met grote snelheid op hem afstormde. Een lange gestalte met dunne armen sprong uit een nabije waterloop te voorschijn en uitte een ijle, snerpende kreet. Lokkend, vol diepe melancholie. Bijna had hij zich laten overweldigen en was hij op haar toegerend, maar zijn angst won het. Hij sprintte terug naar zijn nest en de bloembladen sloten zich als de omhelzing van een liefdevolle moeder om zijn schokkende lichaam. 's Nachts - toen zuurstof als nevels van de sterren neerviel - huilde- hij. Buiten droomde het land van een gele zon. Nergens was beweging. Tegen de middag werd hij wakker. Naast de zon was een nieuwe supernova opgevlamd. Zijn symbiotische begeleider volgde zijn blik en zie : "De stenen worden oud, Tassanein, de sterren sterven. Eén voor één worden zijn weggeplukt uit de overrijpe trossen van de melkweg". Tassanein had weinig behoefte om iets te zeggen. Zonder het op te merken sloegen zijn vingers het fatale ritme, het opzwepende lied dat paring vooraf gaat. Hij dacht aan de vlammende schepen waarmee zijn voorouders de leegte tussen de eilanden van leven overbrugd hadden. Aan oorlogen met insekten van koraalbloed, aan de miljarden gezichten die opduiken tijdens het rasdromen, wanneer zijn geest de raciale herinneringen aftast. Zijn ogen dwaalden zoekend door de ruimte. Tenslotte brak hij een stenen bloem af, waar aderen van blauwlicht in bloeiden. Korte tijd koesterde hij de bloem in zijn handpalm. De warmte, het kleine beetje gloed dat dit halfleven te bieden had, trok omhoog in zijn arm. "Als je nu weggaat ben je verloren", waarschuwde de ander. Somber wreef het met zijn stompe poten over het glanzende blad. "Ze zal je niet laten gaan. Ik en het nest zullen leeg op je wachten en wanneer we jouw stem niet meer horen sterven we, allebei. Overdenk goed wat je gaat doen, Tassanein. Een steriele dood. Het ras leeft niet meer - alleen jij. Je kan onsterfelijk zijn. Oh, Tassanein, blijf hier ! Je bent een deel van ons ! Tassanein schudde zijn hoofd, zijn tasters hingen neer van smart. "Ik moet gaan. Als ik nu blijf zal ik morgen gaan. Of anders de dag daarna. Ze heeft me geroepen. Mijn gehele geest, al mijn gedachten, alles wat mijn ik vormt, rilt met afschuw. Het indMdu in mij wil hier blijven, het wordt verscheurt door je woorden. Maar ze riep mij niet. Ze riep het oude bloed in mijn aderen, de onverzettelijke genen. Ik leefde drie eeuwen, zij een miljard en ik kan enkel gehoorzamen aan hun vreemde machten". De grote bloem van het nest ontvouwde zich en hij wankelde de grote eenzaamheid in. De wind zoog zijn hersens leeg, en ergens in zijn rug druppelde een minuskule klier enkele milligrammen groene stof in zijn bloedbanen. "Osseno, osseno", riep hij wanhopig, maar ook die laatste vonk van weerzin verdween en hij begon te rennen. De uitlopers van de eindeloze oceaan fluisterden halverwege de horizon. Achter hem verkleurde het nest tot een vaal grijs, lichtend vocht zoch weg in de modder - langzaam, als met intense tegenzin ontbond het in doffe schilfers. Een laatste stuiptrekking wierp de symbioot half in de poel. Het stootte een klaaglijk kreetje uit en probeerde terug te kruipen. Draadachtige tentakels omkapselden het echter en trokken het dieper


de poel in. Een korte worsteling deed even vloeistof opspatten, toen werd het oppervlak weer een spiegel van donker kwikzilver. Aan de vloedlijnen hadden zich versteende schelpen opgehoopt. Een vlies van doorschijnend slijm dreef op het water en ver weg speelde de zee met puimsteeneilanden, onbewoonde vestingen in de grauwe golven. "Tywaiéé", riep hij, "waar ben je ? Mijn lichaam schreeuwt om je, ik ben de pad die wacht om vertrapt te worden, ik ben het lam op het altaar van de duivel. Kom, mijn bloed is zoeter dan het wier, mijn beenderen witter dan de schelpen". De sporen waren duidelijk. Het was of er een zwakke lichtgloed van uitstraalde, zover kon hij ze volgen langs de eindeloze stranden. Hij knielde in het grove zand. Marmerachtige korrels schuurden zijn knieën. "Wacht", fluisterde de wind. "Vlucht", gromde de oceaan. "Vlucht, vlucht". De wereld sprak. Ieder omslaande golf werd een waarschuwing, iedere vlaag een aansporing. Hij aarzelde ... Gedachtenloos speelden zijn vingers met stenen visgraten. "Mijn vingers" dacht hij, "grijpdingen zonder doel. Mijn nagels, rudimentaire hoorngroeisels. Ik ben voorbij, mijn ras is een ras van parasieten, walgelijke weke bloemdiertjes die te lang blijven talmen". Hij sloeg zijn ogen op. "Kijk", zei hij tegen zichzelf, "de zonis al bijna dood. Ik ben een tombelever, iets dat niet dood wilde gaan toen zijn tijd kwam". Achter hem knarste het kiezel. Hij dook ineen, rolde zich op als een pissebed. Later verwijderden de voetstappen zich. Met gesloten ogen tastte hij om zich heen tot hij de eieren vond. Drie. Een vage verwondering vlamde op. In vroeger dagen had het wijfje honderden eieren gelegd. "We worden steriel", mompelde hij voor zich heen. "Het ras zal niet lang na mij verdwijnen". Hij stortte zijn mannelijk bevruchtingsvocht uit over de eieren. Een automatisme. Hij kon de functies van zijn lichaam niet langer beheersen. Hij kroop met onhandige bewegingen naar de waterkant om zijn kinderen aan de vriendelijke golven toe te vertrouwen. Kalm, bijna liefkozend, spoelden de golven de eieren uit zijn handen en voerden hen naar warme slijmbronnen. Een dodelijke verlamming nestelde zich in zijn lichaam. de hij, nu" !

"Nu", hijg-

Op vleugels van gaas kwam zijn minnares aandrijven, haar lachende mond vol scherpe naaldtanden. ===oooOO ===oooO Oooo=== ===oooOO


Bij de verschillende initiatieven, welke, in het raam van het verenigingsleven van Sfan, op regelmatige tijdstippen worden ondernomen, behoort het jaarlijks uitschrijven van een wedstrijd voor korte SF-verhalen. Hiermede hopen wij bij te dragen tot het verwezenlijken van één van de fundamentele doelstellingen van de vereniging, nl. het bevorderen van het plegen van SF, in onze gewesten en het aanmoedigen en bkendmaken van "overwegend debuterende, nederlandstalige SF-auteurs". Zoals bij andere SFAN-initiatieven, zoals de jaarlijkse "Convention" en het maandblad "INFO-SFAN", gaat ook hier het succes in stijgende lijn. Een wedstrijd kent in de meeste gevallen enkele regels : herinneren wij hier dan voornamelijk aan het feit dat de inhoud der verhalen in rechtstreeks verband diende te staan met SF, of fantastiek, dat een maximumlengte van 20 getypte blz. werd voorzien en dat de ingezonden verhalen niet eerder mochten zijn gepubliceerd. De jury, aan wie de zware taak werd toebedeeld de inzendingen door te nemen en er, indien hiertoe aanleiding bestond, een eerste, tweede en derde prijs uit te selecteren, was dit jaar samengesteld uit de Heren Daniël De Raeve, Simon Joukes en Robert Smets, onder het voorzitterschap van deze laatste. Vooreerst enkele cijfers : - Op de afsluitingsdatum beschikte de jury over 40 verhalen : in 1970 bedroeg dit aantal een tiental en in 1971 precies 19. Dit aantal is dus opnieuw verdubbeld, hoewel in dit verband mag worden aangestipt dat dit jaar een wijziging werd aangebracht aan het reglement, nl. in deze zin dat de vroeger gestelde minimumlengte van 10 getypte blz. niet langer van kracht was. De reden hiertoe was hoofdzakelijk, verder toegemoed te komen aan debuterende schrijvers. Verder is het vanzelfsprekend ook zo dat geen enkel kwalitatief verband kan bestaan tussen de lengte en de waarde van een verhaal en dat, meer in het bijzonder in het ultrakorte genre vaak bepaald uitzonderlijke zaken werden gepresteerd, welke wij mede in deze wedstrijd wensten te betrekken. Praktisch, bleven 26 verhalen beneden de vroeger gestelde minimum-lengte. - Bij de inzendingen was werk van 29 verschillende auteurs, van wie ruim twintig de juryleden achteraf niet bleken te kennen en die wij dus als nieuwkomers in het SF-gebied mogen beschouwen. Alleszins een overtuigend bewijs van het succes van het pionierswerk van SFAN en ongetwijfeld - gelet op het bepaald hoge niveau van vele inzendingen- meer dan enkel maar een vage belofte voor de toekomst. Terloops gezegd bleek een fantasy-inzending te zijn geschreven door een twaalfjarige. Het is natuurlijk nog te vroeg


om hieraan reeds beschouwingen vast te knopen voor de toekomst en een volgende generatie. Zoals gezegd stond de jury opnieuw voor een moeilijke taak, eerst omwille van het hoge aantal inzendingen, en vervolgens omwille van de grote diversiteit van de ingezonden verhalen, die nagenoeg alle, op een zeer klein aantal uitzonderingen na, op een behoorlijk peil stonden. Teneinde een voldoende overzicht te bewaren en de voor bekroning in aanmerking komende verhalen grondig te kunnen doornemen, werd er onmiddellijk beslist de bespreking in twee fasen te laten verlopen, met een tussenpauze van een week. In het eerste stadium werden door de juryleden niet minder dan 15 eventueel voor bekroning in aanmerking komende verhalen geselecteerd. Zes hiervan, die slechts door ĂŠĂŠn jurylid waren vermeld werden na bespreking en met het akkoord van het betrokken jurylid afgevoerd, zodat negen verhalen voor de definitieve bespreking werden aanvaard. Bij de waardering van in acht genomen :

de verhalen werden o.m. volgende elementen

- Originaliteit van gegeven en idee : elementen die wel zeer zwaar doorwegen in de beoordeling van speculatieve literatuur. In dit verband noteerde de jury bij nagenoeg alle deelnemers een vasthouden aan bepaalde sf- of fantasy-archetypen, als daar zijn, willekeurig opgesomd, aspecten van het ruimte-onderzoek, offensieve en defensieve aspecten van contacten met aliens, en evolutie, al dan niet na gebeurlijke catastrofen. In het fantasy-genre bleek een overwegende voorkeur aanwezig te zijn voor het bloeddorstige Dracula-type. Werkelijk nieuwe speculatieve elementen waren praktisch afwezig. - Zogeheten "dimensie" van de verhalen : hieronder verstaan wij het overschrijden van het louter verhalende element door maatschappelijke, sociale, humane of metafysische implicaties. Voor zover menselijke betrokkenheid in de ingezonden verhalen aanwezig was, was deze vooral toegespitst op bepaalde aspecten van de evolutie van de mens, biologisch of gecontroleerd-biologisch, of nog op de evolutie en de vervanging, of de opvolging van de menselijke soort. Ik citeer, nogmaalswillekeurig, experimenten inzake geboorte-controle, een cyborg-experiment, ontwikkeling van paranormale gaven en de evolutie van de aardbewoners in een verre, verre toekomst. Aangezien het interessantste gedeelte der inzendingen zich op deze gegevens toespitsten is het logisch te noemen dat ook de drie verhalen, die tenslotte werden bekroond, om deze thema's werden uitgebouwd. - Op de derde plaats kwamen dan meer technische aspecten van de verhalen : stijl en originaliteit van stijl: uitwerking van het gegeven en logica in de ontwikkeling ervan; originaliteit van de ontknoping en plaats hiervan in de behandeling van het thema ! taal en woordgebruik. Globaal gezien is de behandeling van de stof bij alle inzendingen conservatief, zoniet traditioneel te noemen, vernieuwende experimenten werden in dit verband niet aangetroffen. Wel bereikten zekere auteurs bepaald een poĂŤtische, zelfs etherische hoogte. Voor wat anderzijds de tekortkomingen betreft, welke ertoe hebben


geleid dat zekere verhalen niet hoger werden gekwoteerd, kunnen wij voornamelijk sterke reminiscenties noemen aan bekende auteurs, duidelijk te voorziene ontknopingen en evasieve pointes, overladen tot soms iets belachelijke beeldspraak en onwaarschijnlijkheden van verschillende aard. OOk is het zo dat in gevallen, waar gebruik werd gemaakt van medische of psychologische vaktaal, bepaald weinig grondige kennis van deze takken bleek. Citeren wij ondermeer het door elkaar gebruiken van termen als obsessie, paranoia en schizofrenie in verband met eenzelfde hoofdfiguur. Tenslotte kan nog gewag gemaakt worden van slordigheden in taal en woordgebruik bij bepaalde deelnemers. Bij de tweede bespreking stelden de juryleden eenparig vooraf, dat, zoals vorige jaren, aanleiding bestond tot het toekennen, zowel van een eerste als van een tweede en derde prijs. Bleven hierbij in een eerste stadium negen verhalen in aanmerking, dan werden bij een eerste proef tot het bepalen van drie winnaars, uiteindelijk slechts vijf verhalen over. Gelet op de sterke verschillen tussen de overblijvende verhalen onderling, liep de daaropvolgende detailbespreking tenslotte uit op het tegen elkaar afwegen van de verdiensten, in het raam van de vooraf geciteerde beoordingsfactoren en van de algemene indruk, welke de voor bekroning in aanmerking komende verhalen nalieten, met als finaal criterium, dat elk werk succesvol zou zijn binnen de termen, welke het door de auteur zelf werd gesteld. Uiteindelijk werd met eenparigheid van stemmen tot volgende rangschikking besloten : EERSTE PRIJS : "JOUW LIEFDE IS GEEN STENEN BLOEM" Het verhaal van het naderende einde van een soort, over de grenzen heen van animaal en vegetaal en mineraal : een verhaal dat baadt in een heel eigen poëtische, haast etherische atmosfeer, met een beheerst en kritisch afgewogen beeldgebruik, zonder enig exces, waartoe dergelijke bewerking licht aanleiding kan geven. Het gegeven komt slechts geleidelijk naar voor, als in een moirépatroon, terwijl het in mineur gehouden slot, nagenoeg effektloos, terzelfdertijd de onontkoombaarheid weergeeft en relatieve zinloosheid van de biologische noodzaak. TWEEDE PRIJS : "EEN KWESTIE VAN INSTINKT" Het verhaal van een cyborg-experiment in de ruimtevaart, waarbij minstens evenveel aandacht wordt geschonken aan de inner-space als aan het uiterlijke gebeuren. Een van de weinige pogingen, bij de ingezonden verhalen, tot psychologische verklaring, al staat hiertegenover dat men het verhaal als geheel eerder kan beschouwen als een verklaring van bepaald bloederig psychopathisch gedrag, dan wel als speculatieve fictie, waarbij de medische instelling zwakheden vertoont. Literair beschouwd een brok haast impulsief talent, met een onmiskenbare zeggingskracht en krachtige koppeling van dikwijls iets ondoelmatige metaforen en beeldspraak, en opmerkelijke, abrupte overgangen, dikwijls sprongsgewijze. Mits meer beheersing en correctie in taal- en beeldgebruik en iets meer zelfkritiek, on getwijfeld één van de hoogtepunten in onze nederlandstalige SF.


DERDE PRIJS : "DE VOLGENDE SOORT" Een foutloze, professionele inzending met betrekking tot mogelijke opvolgers van het menselijk ras, logisch opgebouwd, met rustige overgangen, beheerste en nergens ongebreidelde verbeelding, waarbij zonder zijpaden te betreden recht op het doel wordt afgegaan. Een "glad, perfekt" verhaal, waarbij wij "perfekt" wel tussen aanhalingstekens willen plaatsen, met een volstrekt geloofwaardige ontwikkeling, waarbij de ontknoping evenwel een verrassingselement ontbeert. Na het opstellen van voorafgaande waardering, werd in bijzijn van neutrale getuigen overgegaan tot het verbreken van de code der kenspreuken. De bekroonde verhalen bleken van de hand van volgende auteurs : 1. "Jouw liefde is geen stenen bloem" : THIJS VAN EBBENHORST-TENGBERGEN ('s-Gravenhage) 2. "Een kwestie van instinkt": EDDY C. BERTIN (Gent) 3. "De volgende soort" : MANUEL VAN LOGGEM (Amsterdam) Voormelde auteurs werden in kennis gesteld van de uitslag van de wedstrijd en uitgenodigd de uitreiking van de prijzen bij te wonen op Zondag 23 april 1972, in de zaal "Zwarte Panter" te Antwerpen. Verder wenst de jury volgende auteurs bijzonder te feliciteren met het door hen ingezonden werk, hoewel dit uiteindelijk niet voor bekroning werd weerhouden. Mevr. Kathinka Lannoy voor haar komische verhaal "Radiohoofd", waaraan de jury bijzonder veel plezier heeft beleefd. Walter Willaert voor zijn verhaal "De zendeling", waaruit onmiskenbare kwaliteiten naar voren komen, in verbeelding en behandeling en atmosfeerschildering. Een auteur, naar wiens verder werk wij belangstellend uitkijken. Walter Verstappen voor zijn helaas iets te lang verhaal "De acteur", een bijzonder levendig en boeiend verhaal, zzer vlot en onderhoudend geschreven, met foutloze smaak en taal, doch waarbij, in onze optiek, het sfkarakter iets minder aan bod kwam. Albert Van Hoeck voor "Herbeginnen", een verhaal, dat getuigt van een grootse visie en grote mogelijkheden, al bleek, in dit geval, een reminiscentie aan het werk van Arthur C. Clarke moeilijk te vermijden.


Leopold Denis voor "Megaton", het verhaal van een mislukte druk op de knop, waarbij evenwel de beloften, welke de inzet van het verhaal inhielden, niet volledig werden ingelost. Overigens nogmaals een auteur, waarvan wij volgend werk met spanning tegemoetzien. Besluitend mogen wij zeggen dat deze wedstrijd een ontegensprekelijk succes is geworden, waarbij verschillende nieuwe en belovende auteurs naar voren kwamen, van wie wij ongetwijfeld verder zullen horen. De jury wenst evenwel al deze auteurs op te roepen zich verder los te maken van beïnvloeding door sf-grootheden en van reeds begane paden, om te komen tot eigen, nieuwe speculatieve inzichten, waarbij diepere aandacht zou worden besteed aan het menselijk element in SF, en aan de enorme problemen, welkevoor verdere ontwikkeling van de mens rijzen en zullen bllJven rijzen. De kunstredactie van nederlandstalige bladen en tijdschriften zullen van deze uitslag in kennis worden gesteld en worden hierbij opgeroepen tot bespreking ervan en tot verdere bekendmaking van het verschijnsel SF, waaraan door het nederlandstalig publiek steeds meer aandacht wordt geschonken. Antwerpen, 6 april /1972 De Voorzitter van de Jury : R. SMETS

De Leden van de Jury : D. DE RAEVE S. JOUKES

O ===oooO Oooo=== O

Verleden jaar werd in Frankrijk een SF-prijs ingesteld voor de beste Franse SF-roman of de beste in het Frans vertaalde SF-roman van het jaar. Deze prijs, welke door een jury bestaande uit 11 schrijvers, SF-redacteurs en experts wordt toegewezen, kreeg de naam "PRIX APOLLO". Voor 1971 werd deze prijs voor de eerste maal toegekend aan "ISLE OF THE DEAD" (L'Isle des Morts) van Roger Zelazny, in het Frans verschenen bij Editions Opta (Parijs), collectie "Galaxie-Bis" nr. 21, vertaald door Alain Dorémieux himself; prijs : 70,- BF. O ===oooO Oooo=== O

Het organiserend comité van L.A. CON, de convention van LOS ANGELES van dit jaar, heeft de volgende werken niet verkiesbaar gesteld voor de HUGO AWARDS 1972 : THE WORLD INSIDE van Robert Silverberg THE TRAVELLER IN BLACK van John Brunner OPERATION CHAOS van Poul Anderson O ===oooO Oooo=== O


TB MM TB MM TB MM

: : : : : :

TB : MM :

TB : MM :

TB : MM :

TB : MM :

TB : MM :

TB : MM :

TB :

Wie ben je eigenlijk Mike ? Kijk naar me en lees mijn werk, dan weet je het ... Dus je schrijft autobiografisch ? Elke auteur doet dat in zekere zin. Concreet. Nemen we bijvoorbeeld BEHOLD THE MAN of de ELRIC-saga. Dat zijn verschillende zaken. Een groot gedeelte van BEHOLD THE MAN is mijn eigen ervaring. Ik heb een tamelijke mystieke periode gekend. Dat komt veel voor bij opgroeiende mensen, die worstelen met het probleem van de volwassenheid. Ja, tot zelfs na de militaire dienstplicht. Zelf ben ik niet godsdienstig opgevoed. Ik had nog nooit het Nieuwe Testament gelezen v贸贸r ik BEHOLD THE MAN schreef. Mijn kennis van het christendom (voor zover ik het ken) stamt uit de tijd van het boek. Het thema van dit werk is nogal spectaculair ... Ik weet niet; ik wilde het verband aantonen tussen de sexuele crisis en de godsdienstige crisis, iets wat ongeveer op dezelfde leeftijd plaatsvindt, bij de puberteit. Het is banaal, maar je kunt zeggen dat godsdienst ersatz is voor sexualiteit ... Niet eerder sublimatie ? Dat kan. In ieder geval wilde ik dat laten zien. In het eerste gedeelte van BEHOLD THE MAN zegt de jongen steeds zijn avondgebed en hij houdt daarmee op, alleen maar om eerder te kunnen masturberen. Dat is ook mijn eigen ervaring. En in ELRIC ? Daarin zijn ook mijn persoonlijke obsessies uit die periode in neergepend. Ik begon met ELRIC toen ik 18 was en mijn religieuze opvattingen zijn er in weer te vinden. Ik weet het, het is beslist een sombere, wanhopige visie op de wereld, het is zelfs vrij tragisch. Zeer symbolisch voor mijn gemoedstoestand op dat ogenblik. De ontwikkeling van de ELRIC--verhalen staat in verband met mijn eigen ontwikkeling. Heel mijn werk overigens. Wat bezielde je om SF te gaan schrijven ? Wat een vraag ... Nou, als kind verslond ik SF en toen begon ik met fanzines. En toen ik 17 jaar was, werd ik wonder boven wonder redacteur van een Brits blad dat Tarzanverhalen bracht, dat was in 1956. Ik heb toen massa's "Heldenromans" en politieverhalen geschreven voor die uitgever. V贸贸r je het weet zit je tot je nek in de brij. En toen ? In 1959 was Ted Carnell samensteller van SCIENCE FANTASY. Hij vroeg me wat Sword & sorcery of Heroic Fantasy. Toen ben ik begonnen met Elric. Tot in '65 heb ik SF geschreven, daarna ben ik aan experimenteler werk begonnen, maar af en toe schrijf ik nog traditlonele essef. Wat trekt je in Sword & Sorcery aan ?


MM : Ik haat het. Ik kan het niet zien. Tolkien heb ik nooit gelezen. Ik kan geen Heroic Fantasy lezen of dingen van Howard of Lovecraft. Ik schrijf zelf er veel van maar behalve ELRIC heb ik geen van mijn boeken zelf opnieuw gelezen. De enige auteur die ik wel kan lezen is FRITZ LEIBER : de GREY MOUSER-cyclus. TB : Toch heb je ontzettend veel in dat genre geschreven. MM : Ja, eerst ELRIC natuurlijk, dan de vier delen van THE RUNESTAFF; een trilogie : KNIGHT OF SWORDS, KING OF THE SWORDS, QUEEN OF THE SWORDS, THE ETERNAL CHAMPION, PHOENIX IN OBSIDIAN, THE SLEEPING SORCERESS ... TB : En heel wat boeken in de trant van EDGAR RICE BURROUGHS. MM : Zeker, bijvoorbeeld WARRIORS OF MARS, BLADES OF MARS, BARBARIANS OF MARS; eigenlijk allemaal namaaksels, maar wel leuk. TB : Velen denken dat je je beter op je gemak voelt wanneer je Heroic Fantasy schrijft dan wanneer je SF produceert. MM : Dat is waar, want eigenlijk houdt ik er niet van SF te schrijven. TB : In NEW WORLDS werden verhalen gepubliceerd die, in die periode althans, soms onbegrijpelijk leken voor de traditionele esseflezer. Stormen van protest gingen op ... MM : Ja, ik geloof wel dat Ballard en ik de eersten zijn geweest om radikaal van richting te veranderen. In die tijd schreven we beiden voor tijdschriften die traditionele essef brachten en we voelden ons gefrustreerd. Die monopoliehaaien gaven ons geen kans. Ze sloten het hele zaakje af. Niemand die er wat om gaf, onze eerste niet traditionele pogingen te publiceren. Dat is trouwens de grote sprong geweest van NEW WORLDS. ZOwel voor Ballard als voor mij, elk op zijn persoonlijke manier, ging het erom te ontsnappen aan de beperkingen inzake vorm en inhoud van traditionele essef. Niet dat wij er een aparte filosofie op nahielden, we begonnen gewoon te schrijven zoals we zelf het liefst wilden schrijven. En wanneer we van tijd tot tijd weer eens traditionele essef schreven dan was het alleen maar om ons gevoel voor verhoudingen niet te verliezen. NEW WORLDS heeft uiteraard manifesten en essays over deze nieuwe vorm van literatuur gepubliceerd maar er is nooit sprake geweest van een cenakel of van een bepaalde wijsgerige opvatting. Ook boeken als REPORT ON PROBABILITY A en BAREFOOT IN THE HEAD van Brian Aldiss hebben invloed uitgeoefend. TB : In verband met die literatuur wordt nogal eens de term "Speculatieve Fictie" gebruikt. MM : Ja, dat is een term die Robert Heinlein in 1938 (ik was toen nog niet eens geboren) heeft uitgevonden, maar die werd opnieuw ontdekt en gebruikt door Ballard. 't is wel een nuttig woord, alleen, het betekent eigenlijk niets. Het is een literatuur, die persoonlijker, subjectiever is dan SF. TB : En wat gebeurt er dan met de "Science"? MM : Het is niet zo dat er minder Wetenschap in de Speculative fiction zou zijn, het wordt alleen anders, in ruimere zin gebruikt. Ballard bijvoorbeeld weet enorm veel meer van wetenschap af dan vele traditionele SF-auteurs. Maar dat is niet belangrijk. In feite gebruiken we de term Speculative Fiction niet meer : we laten gewoon de verbeelding zijn gang gaan in een ruimer kader. We voeren nieuwe onderwerpen, een nieuwe inhoud in. TB : Ik kom even terug op NEW WORLDS. Wat was er volgens jou mis met SF toen je de redactie van dat blad ging verzorgen ?


MM : Mis met SF is sterk uitgedrukt. Ik bedoel het volgende. Ik denk dat de SF op dat ogenblik, zoals trouwens de hele literatuur, een decadente vorm was geworden. Ballard en ik, Disch iets minder omdat hij traditioneler is aangelegd, en nog enkele andere schrijvers, we vielen SF niet zo zeer aan om het begrip zelf, wij bekampten elke literatuur om er nieuw leven in te blazen. Neem nou bijvoorbeeld THE FINAL PROGRAMME, en de andere romans van de Jerry Cornelius-cyclus, dat beweegt zich in een steeds ruimer referentievlak. De inbreng van de verbeelding is steeds zeer groot. Misschien is de literatuur dood of op sterven na dood. Maar ik weet wel waar we naar toe gaan, Ballard, Disch, Langdon Jones, John Harrison en ikzelf : naar het etiket literatuur, maar waaronder talrijke in de SF gebruikte elementen schuilen. TB : Politiek en SF, is dat te rijmen ? MM : Ken je toch Enoch Powell ? Dat stuk parlementslid van ons, wilde de toegang tot Engeland ontzeggen aan de kleurlingen uit het Commenwealth, zoals Pakistani, Oegandezen, Jama誰kanen. Je reinste racisme. Ik was woest en heb toen een roman geschreven, THE BLACK CORRIDOR. Wat mij interesseert is de psychologie van de politicus. Eigenlijk geloof ik niet dat literatuur uitermate geschikt is om politieke stellingen te verkondigen ofwel, dat politiek op zijn plaats is in een roman. De romans van Jerry Cornelius-cyclus houden ergens altijd wel verband met de politiek. Maar dan plaats ik het gebeuren in Birma bijvoorbeeld of in het vroegere Britse Keizerrijk. Wanneer ik het over het imperialisme heb, kan ik alleen maar schrijven wat ik weet. Ik ken het Russische imperialisme niet en kan er dus niet over schrijven. Maar de meeste mensen die luid schreeuwen over het Russisch imperialisme in Tjechoslowakije zouden de eersten zijn om een dergelijke actie van de Britse legers in India te steunen. In THE DELHI DIVISION, een Jerry Cornelius-roman, las ik kranteknipsels in over de Russische inval maar ik plaats ze in een context over Birma. Vele SFauteurs pennen hun opinie neer in hun boeken : zoals Brunner, die links is, of reactionairen zoals Poul Anderson, Jack Vance of Robert Heinlein. Toch vreemd dat STRANGER IN A STRANGE LAND door zo vele hippies werd gelezen. Ik geloof dat hoe populairder SF wordt, dat wil zeggen, hoe meer je terecht komt in stationslektuur of zogeheten ontspanningslektuur, hoe meer uiterst rechtse opinies je vindt. Linkse auteurs doen trouwens niet beter : ze krijsen steeds maar om sterke leiders en ik geloof dat we iets dergelijks vijf-endertig jaar geleden al hebben meegemaakt... TB : En wat denk je van de auteurs van de "Golden Age" ? MM : Toen hadden ze misschien wat te vertellen. Nu zijn ze doodgebloed : ze hebben geen verbeelding meer. Ze herhalen zich. Ze schrijven uit reflex, dat is werkelijk decadentie. Sommigen hielden er mee op, zoals Ted Sturgeon; maar dan zijn ze niet consequent en Sturgeon begon weer te schrijven omdat zijn uitgever hem vijf boeken vooraf had betaald ! Neem dan Ballard : die schrijft tenminste met zijn eigen ervaring, hij schrijft zijn leven. Kerels als Brunner of Asimov schrijven nooit met hun kloten. Hun leven is iets dat zij doodsbenauwd zijn te laten zien in hun boeken. Bij NEW WORLDS is het anders; wanneer we een manuscript krijgen dat ons niet bevalt dan sturen we het terug met een briefje : schrijf met uw eigen ervaring, uw persoonlijke obsessies ! TB : Misschien niet fijngevoelig, maar toch : wat denk je van een


auteur als John Brunner ? MM : Wel, ik heb sommige van zijn verhalen gepubliceerd, maar ik mag ze niet. Wanneer ik zijn werk bekijk dan stel ik vast dat hij niet geworden is wat we tien jaar geleden van hem mochten verwachten. Ik praat trouwens niet meer met hem. Als ik hem zie dan werkt dat op me als een rode lap op een stier. Wanneer hij naar een bepaalde Con gaat, dan ga ik er niet heen : ik ben bang ongelukken te maken. Zijn gedichten, man, die zijn slecht. En zijn boeken worden zo mechanisch geschreven. Neem bijvoorbeeld THE LONG RESULT, wat een vervelend boek ... TB : Ik ben het niet met je eens. MM : Dat mag. Kijk nou eens : er wordt gezegd dat dat boek uitpuilt van de ideĂŤn. Maar het is traditionele SF, en dan van de slechtste soort. Brunner gelooft dat hij ook deel uitmaakt van de Renaissance van de literatuur en hij wordt woest als ik hem zeg dat het niet waar is. TB : En hoe gaat het nu met NEW WORLDS ? MM : Best ... TB : Dat kun je makkelijk zeggen, maar de gehele geschiedenis van NEW WORLDS lijkt me een lijdensverhaal. MM : Dat is het ook in zekere zin. Maar je moet het wel relativeren. Het zit zo : NEW WORLDS werd in 1946 opgericht door TED CARNELL. Hij heeft zich daar mee beziggehouden tot in 1963. Toen ging de uitgever failliet en er moest een nieuwe firma gevonden worden. Dit bleek COMPACT te kunnen zijn. Ted Carneil heeft me toen aanbevolen als directeur. Hij ging toen zijn eigen weg met NEW WRITINGS IN SF. Ik nam het zaakje over, en ook het dat andere blad, SCIENCE FANTASY dat later van naam veranderde en IMPULSE werd. In het begin verschenen al mijn ELRIC-verhalen in SCIENGE FANTASY. Dat duurde tot 1966. Toen ging de verdeler failliet ! Later kregen we een toelage van het ministerie. Nu is die natuurlijk ingetrokken ! Er zijn nogal wat schandalen geweest. In 1968 brachten we BUG JACK BARRON van Norman Spinrad in feuilletonvorm. Die roman is nogal politiek getint en wemelt van gewilde obsceniteiten : er werden vragen over gesteld in het House of Commons ! De twee grote Britse dealers van tijdschriften, Smith voor Engeland en Magnelist voor Schotland, hebben samen gekonkelfoesd en besloten het tijdschrift niet aan te bieden. En wij ondertussen maar verder nummers van het blad drukken ! Dat duurde zes maanden. Wij wisten nergens van en zij stapelden al die nummers in hun verdomhoekje op ! De hemel viel op ons hoofd toen wij de rekening van de drukker moesten betalen. Uiteraard gingen wij failliet ! Maar ik moet toch iets rechtzetten. Het is niet zo dat de Britse Post geweigerd heeft die nummers te bezorgen. Dat is gewoon een uitvindsel van de Amerikanen want in Engeland kĂ n zoiets gewoon niet. TB : En toen ? MM : Wel, toen ben ik naar Amerika gegaan, naar Berkeley Press. Dat was in 1970. Ze besloten NEW WORLDS driemaandelijks te gaan publiceren in een pocketuitgave, onder de naam NEW WORLDS QUARTERLY, bij Sphere Books. Dat had ook heel wat voeten in de aarde. Uiteindelijk verschenen verleden jaar de nummers 1 & 2 waarbij in Engeland de oude nummering werd aangehouden. Toen kwam er weer een kink in de kabel TB : Een lijdensverhaal, zei ik toch?


MM : Tenslotte, ik stap over de laatste strubbelingen heen, is de toestand nu zo : NEW WORLDS wordt in Engeland verder gepubliceerd door SPHERE (hoewel misschien niet als driemaandelijks blad); er bestaan ook plannen om een hard-cover-publicatie uit te geven. Er zijn contacten met een Amerikaanse uitgever van ingebonden uitgaven, misschien met de bedoeling elk jaar een boek te brengen met een keuze uit de Britse Uitgave. De politiek van het blad blijft dezelfde, maar de honorering van de auteurs blijft laag ! Manuscripten zijn welkom, maar dan liever van toegewijde, meer idealistische auteurs, dan van schrijvers met een zakelijke knobbel. De samenstellers blijven van mening dat de uitgave geen winst mag maken. De geldschieters van NEW WORLDS denken hetzelfde. Wij moeten die brug dan maar achter ons verbranden. Ook kwam er weer een alternatief voorstel van John Calders van CALDER & BOYARS in Engeland (te vergelijken met GROVE in de Verenigde Staten), maar de samenstellers zijn bang dat het blad in dat geval een soortement letterkundig tijdschrift met een relatief lage oplaag zou worden. En dat klopt niet met ons idee. In ieder geval is het nog steeds mogelijk dat er iets speciaals uit die hoek komt. TB : Staan er nog boeken op stapel ? MM : Heel wat ... Deze maand nog brengt NEW ENGLISH LIBRARY een soort vervolg op BEHOLD THE MAN namelijk BREAKFAST IN THE RUINS. In september ELRIC OF MELNIBONE bij Hutchinson. De 2 laatste romans uit de Jerry Cornelius-cyclus, eigenlijk geen SF meer, komen dit jaar ook uit : THE ENGLISH ASSASIN en THE CONDITION OF MUZAK. Dan is er een humoristische trilogie waarvan het eerste boek in oktober bij Harper and Row uitkomt, AN ALIEN HEAT. Daarbij werk ik nu aan een vervolg van WARLOCK OF THE AIR; het zal waarschijnlijk THE LAND LEVIATHAN heten. Ik ben ook bezig met een driedelig vervolg op THE RUNESTAFF-tetralogie; de voorlopige titel is A CHRONICLE OF CASTLE BRASS. TB : Is 't alles ? Waar haal je de tijd vandaan ? MM : Dat is een geheimpje. Dat mag ik niet vertellen ... TB : Ik heb ook iets gehoord over een film. MM : Dat klopt; op het ogenblik herschrijf ik het script voor THE FINAL PROGRAMME waarvan de rechten werden aangekocht door Goodtimes Films. Samen met Jim Cawthorn bewerk ik een filmversie van THE LAND THAT TIME FORGOT van Burroughs. Dat wordt nog dit jaar geproduceerd door Amicus Films die trouwens ook werken aan THE HEAD AND THE HAND van Christopher Priest en THE COMMITTED MAN van John Harrison. TB : Het venijn zit in de staart : waarom besloot BERCKLEY PRESS in het begin van dit jaar de nieuwe driemaandelijkse formule van NEW WORLDS QUARTERLY, waarvan de nummers 1 & 2 reeds waren verschenen, af te stoten ? Daarnet zei je er niets over ... MM : Och, 't is steeds hetzelfde liedje : er is moeilijk een markt voor te vinden. De nummers 3 & 4 waren toen al gedrukt en die verschijnen dus nog. George Ernsberger, de verantwoordelijke voor NWQ bij Berckley, heeft gezegd dat het beslist niet was om de literaire kwaliteit, maar om de slechte commerciĂŤle resultaten. Voor de Amerikanen is geld een belangrijk iets. TB : Laten we hopen dat er eindelijk een definitieve oplossing komt, want deze uitgave mag niet verdwijnen. MM : Nee, inderdaad, het blijft een unieke mogelijkheid voor auteurs diebij vetdenkende uitgevers geen kans maken. Maar ze moeten wel wat te vertellen hebben. TB : Om te besluiten : de laatste tijd was je niet zo vaak op Cons te zien. En nu besluit je zo maar ineens naar SFANCON 3 te


Antwerpen te komen. Waarom eigenlijk ? MM : Magik ook nog iets overhouden om in Antwerpen te komen vertellen ? TB : Ja hoor, dat wordt wordt Uedele toegestaan. A propos, waar blijft die kop thee ? O ===oooO Oooo=== O Noot van de Redaktie Van Michael MOORCOCK, chef de file van de Britse NEW WAVE, verschenen tot hiertoe in het nederlands : - GOD UIT DE MACHINE (The Final Programme), eerste uit de Jerry Cornelius-cyclus, 1970, Uitgeverij BORN, Amsterdam, Born SF-reeks nr. 27, vertaald door P.N. Veenboer. - ZIE DE MENS (Behold the Man), 1971, Uitgeverij Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, Bruna SF-reeks nr. 2, vertaald door W.M. Hodijk. O ===oooO Oooo=== O

Elke vorm van literatuur, en dus ook Science Fiction, krijgt regelmatig aanvallen te verduren die niet het gevolg zijn van bepaalde "esthetische" of "literaire" waardeschalen die door de critici worden aangehouden, maar die voortvloeien uit de wijsgerige, religieuze of politieke opinie van diezelfde critici. Als zodanig een "normaal", maar toch te betreuren feit. Het is moeilijk, zoniet onmogelijk, volledig objectief te zijn : wij oordelen (en veroordelen) allen uiteindelijk volgens onze persoonlijke smaak, die zelf een resultante is van talrijke conditionerende factoren, en niet op de minste plaats van de grote principes die wij met de moedermelk hebben ingezogen. Het lijkt mij daarom een onmogelijke zaak om een algemeen geldende waarderingsnorm voor literatuur en andere kunstuitingen uit te werken, zoiets als de Onfeilbare Goddelijke Criticus die Dogma's op zou leggen die iedereen braaf zou moeten toepassen op straffe van uitsluiting : werkelijke kunst past nooit helemaal in een bepaald schuifje, tot grote spijt van wie het gaarne anders zou zien. Terug tot de feiten. In naam van Law & Order worden schrijvers gebrandmerkt, hun werken verworpen ... In naam van Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid worden andere auteurs evenzeer gevonnist, hun boeken verafschuwd. In wezen beleeft de mensheid steeds hetzelfde liedje van Inquisitie en Intolerantie, maar dan steeds met onbegrepen en alles- en niets omvattende termen als uitgangspunt, zoals bijvoorbeeld Waarheid, Recht, Liefde, Moeder, Bescbaving, Mens ... Het is zeer de vraag of daar ooit verandering in zal (of kan ?) komen. Een maatschappij, in welke vorm dan ook, waarin eenieder op precies dezelfde basis tot een éénsluidend oordeel komt, lijkt me een onhaalbare (en vooral ook niet in werkelijkheid om te zetten) utopie. Immers, "... du choc des idéés, jaillit la lumière ..."


Is er dan geen einde te maken aan de vunzige scheldpartijen die regelmatig opduiken in dagbladen en tijdschriften ? Jawel, maar hiervoor zijn bepaalde, moeilijk samen te brengen voorwaarden nodig. Allereerst dienen auteurs, critici en jan publiek (= de min of meer aktieve kunst-"onderganger") zoveel mogelijk informatie op te slaan. Welke informatie ? Dat is al één van de beperkende moeilijke voorwaarden ! En ieder geval, informatie uit elke bron die er maar te vinden is. Uit die informatie zal een zekere kijk op de wereld, een zekere opinie voortvloeien. Dit zal er alvast toe leiden dat men niet meer (ver)oordeelt uit onwetenheid, zoals thans maar al te vaak het geval is. Gewapend met zijn op die manier gevormde persoonlijke opinie, maar rekening houdend met het feit dat informatie voor velerlei interpretatie vatbaar kan zijn en dat anderen dus precies het tegenovergestelde kunnen menen uitgaande van identieke gegevens, moet het niet al te moeilijk zijn die subjectiviteit opzij te schuiven bij de waardering van Kunst, als zijnde niet ter zake dienend. Ik pleit dus voor het uit elkaar houden van "esthetische" normen (zoals stijl, vormgeving, taalgebruik) en "wijsgerige" normen(inhoud, engagement), voor een apart beoordelen van beide componenten, al weet ik dat velen het niet met me eens kunnen zijn en het ene aan het andere ondergeschikt maken. In zekere zin wens ik dus auteur en werk te dissociëren. Laat ons een voorbeeld nemen. Wanneer ik "THE MOON IS A HARD MISTRESS" van Robert Heinlein volgens bovenstaand principe beoordeel, dan kan ik zeggen dat het één van zijn beter geschreven werken betreft qua behandeling van onderwerp, stylisme, typering van personages (met uitzondering van de centrale computer) en dat het dus ter lezing kan worden aanbevolen. Maar wat de erin verdedigde ideeën betreft, is het, vanuit progressief standpunt gezien, misleidend slecht = pernicieus. Ik kan dit boek derhalve met veel plezier lezen en het toch gedeeltelijk of volledig oneens zijn met de persoonlijke opvatting van de schrijver (zoals hij die in de mond van zijn personages legt) en daar dan ook gefundeerd uiting aan geven. Kortom, een boek is niet goed omdat er toevallig opinies in worden verkondigd die de lezer of criticus zelf aankleeft, maar doodeenvoudig omdat het bepaalde letterkundige kwaliteiten bezit, m.a.w. de Bijbel is niet goed omdat het bepaalde joodse en christelijke principes in worden verdedigd, maar omdat het epische, historische, poëtische en andere literaire eigenschappen bezit. In dat licht gezien, zijn de overdreven en soms smerige uitlatingen van overigens vaak "gezaghebbende" personen totaal te negeren. Wanneer een schrijver zich volledig engageert, in wat voor richting dan ook, en door zijn enthousiasme opgezweept wordt tot een topprestatie, dan blijft wat hij gerealiseerd heeft een meesterwerk, ook al worden er de meest vreemde meningen in verdedigd. Om te besluiten een paar anecdotes die mijn stelling kracht moeten bijzetten. Tijdens Heicon werd er ondermeer een "alternatieve" tentoonstelling georganiseerd waar de fans een afbeelding van Heinlein konden zien, gevat in een WC-bril. Dergelijke smakeloze vertoning is zinloos en zal niet beletten dat Heinlein inderdaad een paar meesterwerken heeft geschreven. Even smakeloos zijn de uitlatingen van Kate Anderson, echtgenote van Poul Anderson, die de hele NewWave-beweging begraaft met de dooddoener dat SF literatuur is en niet aan politiek doet. Natuurlijk is SF gedeeltelijk wèl politiek, soms zelfs van verdacht allooi (zoals in bepaalde, beruchte "ontspanningsreeksen") maar, ten gronde, waarom zou "links" niet mogen schrijven, en "rechts" wel ? Waarom worden schrijvers goed of slechts bevonden naargelang zij een manifest Pro-Vietnam of Anti-Vietnam hebben ondertekend ? Dit heeft toch werkelijk niets met hun boeken te maken ! Er kan eindeloos op dit thema worden verder geborduurd. Ik stop er-


Toen dat jonge meisje op het voetpad in mijn richting kwam, dacht ik eerst dat het een bedelares was die om wat muntstukjes zou vragen. Zelfs in kleine steden en plaatsen zie je tegenwoordig een schare jonge bedelaars, pseudo~hippies en wis en waarachtige hippies die liever zouden creperen dan een eerlijk beroep uit te oefenen als kruimeldieverij, benzinestationovervallen, kraken en dergelijke leuke dingen meer. Ik verwachtte dat dit meisje me op de huid zou zitten om te blèren om wat geld voor bier en popcorn. Welnu, zij verraste mij op een eerder aangename manier : zij vroeg waar ik geboren was. Zij legde uit dat zij studeerde aan de universiteit aldaar - met aardrijkskunde als hoofdvak - en dat zij een bepaald onderwerp onderzocht om voor de klas te brengen. Zij toonde me een lijst met veertig of vijftig, samen met de geboorteplaats van die personen. Deze namen zouden dan met speldjes op een kaart met de steden worden verbonden om uit te maken of er bij de migraties en verhuizingen een bepaalde tendens zichbaar is, of tenminste, om te zien of het waar is dat iedereen naar Napels trekt om die stad te zien en dan te sterven. En nu, mijn geboorteplaats alstublieft ? Ik zei : "Rigel". Ze was lichtjes verbaasd : "O zo, u bent buitenlander". Ik : "Hoe komt u erbij. Ik ben THANS een volwaardig Amerikaans staatsburger". Zij : "Wat goed van u ! In welke stad in Rigel" ? Ik antwoorde : "Porlock". Ze krabbelde dit ijverig op. "Is dit ver van de grens" ? Ik zei dat het zo dicht bij de grens was als je je maar in kon denken. Ze vroeg of ik enige moeilijkheid had ondervonden om hier te komen. Ik zei dat ik verplicht werd ongeveer drie jaar te wachten na mijn aanvraag was ingediend, maar dat toen mijn naam te voorschijn was gekomen ik verder en moeilijkheden meer had ondervonden. Ze zei : "Wel, dat is beslist bemoedigend ... ze worden de laatste tijd steeds menselijker, nietwaar" ? Tenslotte dankte ze me voor de tijd die ik aan haar had besteed en voor het geduld dat ik getoond had bij het beantwoorden van haar vragen. Ik vroeg : "Wat zei u ook weer wat u studeerde, juffrouw" ? Haar antwoord : "Aardrijkskunde als hoofdvak, bijvak Spaans". Na een hartelijke handdruk scheidden wij. Bij Hugo, de aardrijkskundeleraars zijn niet meer wat ze vroeger plachten te zijn ! Rigel en Riga, slechts één lettertje meer !! "Leven is gevaarlijk : iedereen die het heeft probeerd, is jammerlijk tekort geschoten". Franz


Frederick Brown, de welbekende science-fiction en "mystery"-auteur, overleed in Tucson (Arizona) op 11 maart jongstleden. Hij was 65 jaar oud. De oorzaak van zijn overlijden werd niet bekend gemaakt maar Frederick Brown was al jaren lang half invalide en heeft heel zijn levendoor ademhalingsproblemen gekend. Hij werd geboren op 29 oktober 1906 en na zijn opleiding werd hij journalist voor een dagblad in het Middenwesten van de VS. Later begon hij voor tijdschriften te schrijven en in het begin van de dertiger jaren publiceerde hij zijn eerste romans. Zijn allereerste "mystery"-verhaal : THE FABULOUS CLIPJOINT kreeg de "Edgar"prijs in 1947. Het was zijn eerste werk uit een lange reeks waarin een oom en een neef, Ed & Am Hunter, samen detectivewerk pleegden. Hij begon SF te schrijven in het begin van de veertiger jaren voor de bekende pulpmagazines. De beste verhalen die in deze tijdschriften verschenen werden gebundeld in SPACE ON MY HANDS. Zijn eerste echt sf-roman, WHAT MAD UNIVERSE ? (1948) bracht een combinatie van humor, afwisselende tijdreizen-trucs en beschrijvingen van het fandom. Ook vandaag nog erg leuk om te lezen. THE LIGHTS IN THE SKY ARE STARS, een andere roman, voorspelt het publiek genoeg van ruimtereizen zou krijgen en het veel te duur zou vinden ! Voor zover ik me kan herinneren is dit het enige boek waarin deze hypothese wordt gesteld. Zijn overbekende MARTIANS GO HOME was een ander humoristisch werk. Frederick Brownwerd beschouwd als een expert op het gebied van vignettes en publiceerde talrijke collecties van deze vaak prachtige druksels en stelde samen met Mack Reynolds een bloemlezing van illustraties samen. Hij verzorgde ook enkele scripts voor de televisie en de film, maar heeft de laatste tien jaar niets meer schreven, waarschijnlijk wegens zijn gezondheidstoestand. Ik ontmoette Fred Brown voor het eerst een dertig jaar geleden, kort nadat Lester del Rey en ik waren begonnen met de Hydra Club in NewYork. Fred was pas in New-York aangekomen uit Nieuw-Mexico. Hij belde ons op, kwam kijken naar een van onze samenkomsten en enkele jaren lang maakte hij gewoon deel uit van ons bestaan. Hij was een goed man, uiterst knap en intelligent, begaafd en bijzonder prettig gezelschap. Hij was ook ĂŠĂŠn van die zeer ondergewaardeerde sf-schrijvers. Fred had eerst "mysteries" geschreven en algemene verhalen in de trant van "Zeg het maar, uitgever, ik zal het wel versieren", zoals velen van ons "om den brode" hadden moeten doen in de dertiger jaren en veertiger jaren. Het was al te gemakkelijk hem te negeren en af te schilderen als een vulgair zakelijk type die alleen maar SF schreef omdat daarin toevallig wat geld te verdienen was op dat ogenblik. Ik geloof niet dat hem daarbij recht wordt gedaan. WHAT MAD UNIVERSE bijvoorbeeld, is een boek dat ik me nog steeds met veel plezier herinner. Sommige korte verhalen van hem zijn even goed als de verhalen van gelijk welke goede sf-auteur die me te binnen schiet. Fred Brown was een sieraad voor onze gemeenschap en voor ons sf-gebied en zijn verlies laat zeker een leegte na.


Korte (onvolledige) bibliografie in het Nederlands DE VERWRONGEN WERELD (What Mad Universe), 1971, Uitgeverij Luitingh (Laren), reeks "Tijgerpockets", vertaald door B. Van der Horst. HUWELIJKSEXPERIMENT OP DE MAAN (verhalen uit de bundels "Angelsand Spaceships", Honeymoon in Hell" en "Daymares"), 1968, Uitgeverij Bruna, reeks "Zwarte Beertjes" nr. 1222, vertaald door Else Hoog. HE, WAT DOEN DE STERREN RAAR (verhalen uit de bundels "Space on my Hands", "Angels and Spaceships", "Honeymoon in Hell" en "Daymares"), 1971, Uitgeverij Bruna, reeks "Zwarte Beertjes", nr. 1399, vertaald door Henk Bouwman. MARSBEWONERS HOEPEL OP (Martians, Go Home !), 1969, Uitgeverij Bruna in "Science Fiction Omnibus 2" (hardcover), vertaald door Th. Klepel. 1990 WAS ME 'T JAARTJE WEL (verhalen uit de bundels "Nightmares and Geezenstacks", "Angels and Spaceships" en "Space on my hands"), 1967, Uitgeverij Bruna, reeks "Zwarte Beertjes" nr. 1076, vertaald door Henk Bouwman. O ===oooO Oooo=== O

Edward John "Ted" Carnell bezweek bij een hartaanval op 23 maart jongstleden. Hij was pas 55 jaar geworden. Ted was een fan van de oude garde, door velen beschouwd als de vader van de Britse SF na de tweede wereldoorlog. In 1946 startte hij met het tijdschrift New Worlds en na een paar nummers nam hij ook Science Fantasy over. Hij stelde beide tijdschriften samen tot de zestiger jaren en "ontdekte" de meeste Britse auteurs uit die nieuwe, roerige periode, onder meer Brian Aldiss, Michael Moorcock en anderen. Toen New Worlds verkocht werd en Mike Moorcock er de redacteur van werd, startte hij met New Writings in SF, een oorspronkelijke reeks bloemlezingen waarvan 20 volumes in Groot-Brittannië verschenen, welke thans in de Verenigde Staten opnieuw worden gedrukt bij Bantam Press. Hij was ook de eerste Britse agent op het gebied van de SF en onderhandelde als zodanig met de meeste bekende Amerikaanse auteurs. Ted Carnell leed aan arthritis claudicans (een kreupel makende bloedvataandoening) en was bijgevolg de laatste maanden letterlijk aan zijn ziekbed gekluisterd. Hij zal door vele SF-liefhebbers worden gemist. Edward John Carnell was één van de stichters van het fandom, en heeft zo mogelijk meer bijgedragen tot de uitbouw en de bloei van het Britse fandom dan om het even wie. Tezelfdertijd bouwde hij zijn eigen speciaal huisje op als DE samenstellers van Britse prozines en ook als DE literaire agent die science fiction tot een erkend begrip en gewaardeerd genre maakte bij de Britse uitgevers van reeksen.


Ik kende Ted en correspondeerde met hem sedert 1936 toen wij beiden jonge fans waren die in iets geloofden waarin weinig anderen op dat ogenblik vertrouwen in hadden. Beiden gingen we onze weg - samen met talrijke kameraden uit die dagen - om te proberen van science fiction zowel ons beroep als onze fictie te maken, voor lief en leed. Ted was zeer nauw betrokken bij de eerste fan-beweging en de eerste fan-activiteiten in Groot-Brittannië en hij maakte deel uit van het groepje waaruit Arthur C. Clarcke, Wally Gillings, Leslie Flood en anderen zijn voortgekomen, elk met hun typische kwaliteiten. Voor Ted was de oprichting van New Worlds, een prozine het wapenfeit waarmee hij zijn faam vestigde. New Worlds (en later ook als samensteller van Science Fantasy, een zustertijdschrift ervan) stempelde Ted tot één van de meest invloedrijke sf-samenstellers in de wereld. Hij breidde zijn invloedssfeer nog uit door een in SF gespecialiseerd literair agent te worden. In die hoedanigheid vertegenwoordigde hij tot zijn overlijden talrijke bekende sf-namen. Hij vertegenwoordigde Amerikaanse schrijvers in Groot-Brittannië en in de derde wereld en via zijn talrijke contacten met het Europese vasteland bleek hij een onvervangbare medewerker voor talrijke Amerikaanse uitgevers. Verhalen die in New Writings in SF verschenen werden overal ter wereld vertaald en in bloemlezingen opgenomen. Ted Carnell woonde in Plumstead, in het zuidoosten van Londen, in een huis dat eerst zijn grootvader, later zijn vader toebehoorde. Hij placht te vertellen dat dit een huis was dat "door science fiction was verbouwd" omdat hij het dank zij zijn sf-werk had kunnen moderniseren op een manier die in deze wijk niet veel voorkomt. Ted trouwde in 1937. Zijn vrouw, Irene, schonk hem een zoon en een dochter die thans beiden een eigen familie en kroost hebben. Iedereen die Ted kende hield van hem en bracht respect voor hem op, want hij was altijd vriendelijk, vrijgevig, behulpzaam en nooit verhief hij zijn stem. Ik ben er zeker van dat ik bij het schrijven van dit "in memoriam" vele zaken niet vermeld heb die het waard zouden zijn even te worden gezegd. Maar de mare van zijn verscheiden heeft me zo aangegrepen dat ik niet de moed kan opbrengen om het allemaal op te gaan zoeken. Voor mij was Ted Carnell een oude en dierbare vriend, en zijn overlijden is een persoonlijk verlies voor mij, evenals een werkelijk verlies voor de professionele en amateur-SF-wereld. O ===oooO Oooo=== O ESSEFBOEKEN IN DE VERENIGDE STATEN Tom Bombadil In 1971 verschenen in de VSA 304 sf-boeken (ja lezer, er is beslist nog werk aan de winkel!), waarvan 195 nieuwe boeken en 109 herdrukken. In 1970 waren die cijfers respectievelijk 269, 175 en 94. Dit betekent dus dat er in 1971 13 % meer titels werden gepubliceerd dan in 1970 : een goed "vintage"-jaar, aangezien er in 1971 van de "gewone" romans, slecht 10 % meer gepubliceerd werd dan in 1970. Van die 304 boeken waren er 223 paperbacks en 81 gebonden werken. Deze 223 paperbacks behelsden 116 nieuwe boeken en 107 herdrukken. In 1970 waren dat 188 paperbacks en 81 gebonden werken. De 188 paperbacks van 1970 behelsden 95 nieuwe werken en 93 herdrukken. In 1971 werden dus 18,6 % meer paperbacks uitgegeven dan in 1970. Het totale aantal "fiction" boeken, bedroeg in 1971 3430 titels; dit betekent dat essef hiervan 8,9 % voor zijn rekening nam, wat beslist


een interessant percentage is. Ter vergelijking, de zogeheten "Mystery"-boeken haalden een percentage van 19,7 %. De keerzijde van deze bemoedigende medaille is de prijs van het boek. De gemiddelde prijs van een paperback was 66 cents in 1967; in 1970 was dat reeds 90 cents en in 1971 93 cents. De gemiddelde prijs voor een ingebonden boek bedroeg 5 dollars, 55 cents in 1970; 5 dollars, 98 cents in 1971 en de voor de herfst van 1972 aangekondigde boeken zullen niet minden dan 6 dollars, 98 cents kosten .... O ===oooO Oooo=== O

Op 29 april, dus over twee weken, worden de NEBULA AWARDS 1972 toegekend. Op dit ogenblik zijn de laureaten nog niet bekend maar we publiceren hieronder de kandidaten in de verschillende categorieĂŤn, aangezien het werken betreft die beslist het lezen waard zijn. We herinneren eraan dat de NEBULA AWARDS, in tegenstelling tot de HUGO AWARDS, door de auteurs worden toegekend, en niet door de fans. Roman THE BYWORLDER door Poul Anderson (uitg. Signet) A TIME OF CHANGES door Robert Silverberg (uitg. Signet) HALF PAST HUMAN door T.J. Bass (uitg. Ballantine) THE DEVIL IS DEAD door R.A. Lafferty (uitg. Avon) THE LATHE OF HEAVEN door Ursula K. LeGuin (uitg. Scribners) MARGARET AND I door Kate Wilhelm (uitg. Little, Brown) Kort verhaal HORSE OF AIR door Gardner Dozois (in ORBIT 8) GOOD NEWS FROM THE VATICAN door Robert Silverberg (in UNIVERSE 1) HEATHEN GOD door George Zebrowki (in F & SF) THE LAST GHOST door Stephen Goldin (in PROTOSTARS) Lang verhaal THE ENCOUNTER door Kate Wilhelm (in ORBIT 8) POOR MAN, BEGGAR MAN door Joanna Russ (in UNIVERSE 1) A SPECIAL KIND OF MORNING door Gardner Dozois (in NEW DEM.1) MOUNT CHARITY door Edgar Pangborn (in UNIVERSE 1) QUEEN OF AIR & DARKNESS door Poul Anderson (in F & SF) Novelle THE MISSING MAN door Katherine McLean (in Analog) THE INFINITY BOX door Kate Wilhelm (in ORBIT 9) THE PLASTIC ABBYS door Kate Wilhelm (in ABBYS) BEING THERE door Jersi Kosinski (in BEING THERE) THE GOD HOUSE door Keith Roberts (in NEW WORLDS QUARTERLY 2) Op te merken valt dat op de 20 nominaties er 7 door een vrouw werden geschreven, en dan nog liefst 4 ervan door Kate Wilhelm van wie tot op heden nog niets in het Nederlands werd vertaald. Gaan we naar een "rijke" sf-tijd voor damesauteurs ? Laat ons het hopen, als het maar van de kwaliteit is van Ursula LeGuin, Joanna Russ, en ... Ann McCaffey (mijn persoonlijke kandidaat voor de Hugo van dit jaar).


Het 10de Internationale SF-filmfestival vindt plaats te TriÊst van 8 tot 15 juli 1972. Het wordt gekoppeld aan Eurocon 1 dat van 12 tot 16 juli 1972 in dezelfde stad zal plaatsvinden. Volgende landen hebben reeds aangekondigd dat zij aan dit festival zullen deelnemen : België, Finland, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Japan, Polen, Hongarije, Verenigde Staten, Sowjet-Unie. Ik citeer de volgende films welke reeds werden uitgekozen : De dageraad van de mens (Bulgarije) van Guergui Stojanow, La plus longue nuit du diable (België) van Charles Lecocq, Kyuketsu Goremi doro (de kidnapper uit de hel - Japan) van Hafime Sato. De retrospectieve wordt gewijdt aan het bovennatuurlijke en geheimzinnige genre. Het algemeen thema is : "De duivel en zijn dienaars : tovenaars en heksen". Op het programma staan onder meer : "La main du diable" (1942) van Marcel Carne, "All that money can buy (1941) van Willa Dieterle en "Il Demonio" van Brunello Rondi (1963). Er bestaan tevens plannen voor een tentoonstelling van op schaal gereduceerde raketten en ruimtetuigen en wij hopen dat er ook voldoende "vliegende" modellen bij zullen zijn om een wedstrijd mogelijk te maken. A propos, hebt u al ingeschreven voor Eurocon 1 ? Het kan nog ! Agent voor België is Michel Féron, Grand Place 7, 4280 Hannut. En S. Joukes, eindredacteur van Info-Sfan, organiseert vanuit België een groepsreis per trein naar Eurocon 1. Schrijf tijdig bij hem in ! O ===oooO Oooo=== O

Vaak wordt gezegd dat er eigenlijk niet zoveel SF-films worden geproduceerd en dat vele ervan dan nog van zeer matige kwaliteit zijn. Niets is minder waar. Hieronder een lijst van goede SF-films die verleden jaar in Amerika werden gerealiseerd en waarvan zeker drie absolute musts zijn. Natuurlijk zullen we hier in dit achterlijke landje nog eeuwen moeten wachten om ze (ooit) te zien te krijgen : A CLOCKWORK ORANGE van Kubrick, naar de roman van Burgess; SILENT RUNNING van Douglass Trumbull; SLAUGHTERHOUSE FIVE van George Roy Hill, naar de roman van Kurt Vonnegut Jr. (met delicieuse sex-star Perinne); EARTH II; THE OMEGA MAN; THE HELLSTROM CHRONICLE; THE RESURRECTION OF ZACHARY WHEELER; A SAFE PLACE; TMX 1138; THE LAST CHILD; THE MEFISTO WALZ; NIGHT OF DARK SHADOWS. Van de omvangrijke produktie kregen wij in België slechts THE ANDROMEDA STRAIN (redelijk goed) en ESCAPE FROM THE PLANET OF THE APES (archi-slecht ... en de reeks is nog niet gedaan) te zien. Hoe lang zal die toestand nog blijven duren ? O ===oooO Oooo=== O


Harry WARNER Jr. We zaten bijeen in de winkel mopperend over de toestand. Jef Hawkins had net een klein groen mannetje uit de meelzak weggestampt toen de hele stapel emmers met een bang naar beneden kwam. Jeff vloekte en stampte naar de kleine groene mannetjes die te voorschijn kwamen onder de door hen veroorzaakte rommel. "Die oefeeningen met je benen helpen niet, jeff," zei iemand. "Je weet dat het sterke beestjes zijn. Zij zouden het niet eens voelen als ze zich niet op tijd hadden gebukt. Jeff stoomde terwijl hij het deksel terug op het meelvat plaatste en zijn emmer-uitstalling weer behoorlijk neerzette. Maar hij kon geen antw oord geven op die waarheid. Wij hadden een klein vredig dorpje tot de dag dat de kleine groene mannetjes uit hun vliegende schotel stapten. Ze maakten geen aanstalten om weer te vertrekken en brachten al hun tijd zoek met alle hoekjes en kantjes van het dorp grondig en nauwkeurig te doorzoeken. Een dezer dagen zouden de stadsmensen op doortocht langs de dorpsweg nog geloven wat ze zagen en dan zouden we alle soorten reclame op onze nek halen. "Ik hou vol dat het om juwelen gaat," zei mevrouw Hawkins. Haar ogen weken niet af van de kleine groene mannetjes die samendrumden bij de voordeur en nu, de ĂŠĂŠn achter de ander, tegen de muur omhoogklommen. "Er is anders niets waardevols te halen in dit dorpje." Jeff zag nog net bijtijds wat de kleine groene mannetjes van zin waren. Hij gebruikte de bezem om ze weg te houden van de verlichtingsbak. Enkele van ons gezelschap pakten een ladder beet, namen de grote TLbuizen en de bak van het plafond maakten die open en lieten de kleine groene mannetjes zien dat er niets van belang voor hen in kon steken. Dat was trouwens de enige manier om nog wat rust te hebben, tevoren raden waar ze ditmaal op uit waren en ze helpen zodat ze geen schade aanrichtten. De kerel van het Esso benzinestation was binnengekomen om de tijd wat te verdrijven. Hij zei : "ik heb een theorie. Ik denk niet dat ze achter iets aanjagen. Ze zoeken enkel een plaats om te wonen." "Nee," Jeff keek hoe de kleine groene mannetjes op een rij de winkel uitmarcheerden, en liet een zucht van verlichting. "Ze zoeken iets. Maar goed dat ze in 't donker glinsteren. Zoniet zou een kerel niet eens gerust zijn in zijn slaapkamer. Maar ik moet toegeven dat we het niet snappen. Ze hebben geen eten nodig, ze trekken zich niets van geld aan, we hebben ze al batterijen en gereedschap gegeven voor het geval ze hun schotel moeten herstellen. Ik denk dat we weinig anders kunnen doen dan de politie er maar bij te halen." Wij zagen de schaduw in de deuropening voor we de hermiet zagen staan. Mevrouw Hawkins vroeg : "En wat brengt jou naar de stad, old man romaine ?" "Ik zag een klein groen mannetje rond mijn hut snuffelen en volgde


hem terug naar het dorp. Ik ga er vandoor als dat zo gaat beginnen." Hij kwam binnen, voorzichtig, want er zaten splinters in de vloer en hij droeg nooit schoenen wanneer hij naar 't dorp kwam. Je kon aan zijn voetzolen, zo glad en fijn, zien dat hij nooit barrevoets liep, enkel maar wanneer hij zich van andere mensen wilden onderscheiden. Wij vertelden hem dat de kleine groene mannetjes naar iets zochten, we wisten wel niet wat, uranium misschien of iets in die aard, dat doodeenvoudig niet bestond in ons dorp, en hoe bang we waren dat jan en alleman naar het dorp zou stormen als de buitenwereld ooit vernam wat er hier gebeurde. "Wil je zeggen dat ze al vijf dagen lang dag en nacht tussen van alles en nog wat naar iets onbekends aan het neuzen zijn, zodat je er bijna gek van wordt ? Dat ze jullie nooit aanspreken of zelfs maar luisteren wanneer jullie hen iets zeggen ? En jullie kunnen niet te weten komen wat ze nu precies zoeken ? "Zo is het inderdaad." De mensen in de winkel antwoordden net als een vergadering, op de film, een spreker antwoordt. Old man Romaine liet zich in een gemakkelijke stoel neerzakken en bekeek ons een voor een. Hij zei : "Wanneer levende wezens gek beginnen te doen is het steeds met dezelfde reden op de achtergrond. Weet ik van ondervinding. Laat eens zien. Heb je kleine groene mannetjes in de bankkluis laten kijken ?" We vertelden hem hoe ze er op een andere manier in waren gekropen, de kassier schrok zich 's anderendaags haast dood toen hij de kluis opende en ze ontdekte. Het was er niet, waar ze ook naar zochten. "En ze vinden ook niet wat ze in de huizen van het dorp zoeken ?" Hij kon aan onze uitdrukking zien dat ze het niet gevonden hadden. Hij dacht even na. Vanuit de groep kwam een stem : "Wat bedoel je feitelijk met je woorden ? DĂ t van die mensen die om dezelfde redenen eigenaardig doen ?" Old man Romaine wierp vaag een kleinerende blik in de richting van de stem en kreeg eensklaps een ingeving. "Wat denk je van Dobson's grot." We bekeken elkaar. Jeff woelde in zijn haar, en zei : "Ik weet niet of ze daar al geweest zijn. De hele ingang is bijna dichtgegroeid. En er zijn grote stenen voor de ingang gerold om te beletten dat de kinderen naar binnen zouden gaan, sinds een gedeelte van het gewelf instortte. Maar in die grot is er niets." Old man Romaine stond op en begon rond te kijken naar een klein groen mannetje. We weten niet of ze gedachten konden lezen, maar een paar kwamen net de winkel binnengestormd. "Komaan, als je mee wilt zoeken." riep hij ons toe over zijn schouder. Niemand bewoog. We wisten dat er niets in de grot was behoudens enkele vleermuizen en het was een vijf kilometer lange wandeling. Dus keken we door het venster de lange rij kleine groene mannetjes na die achter de kluizenaar aanliepen. Het duurde niet lang of we konden de kleine groene mannetjes niet meer onderscheiden, zoals ze door de groene velden wandelden en we begonnen over andere zaken te praten. Het begon al te deemsteren toen we buiten een vaag lawaai hoorden. De kluizenaar was niet in zicht en het was moeilijk om iets tegen de duistere velden te zien afsteken. Mevrouw Hawkins begon op en neer te springen en in haar handen te klappen als bij een feestje. "Ik kom er pas op," kweelde ze, "misschien verzamelen de kleine groene mannetjes wezens van verschillende planeten. Misschien vangen ze enkele vleermuizen en vertrekken ze weer naarwaar ze vandaan kwamen. "Kalm aan," zei Jeff tot zijn vrouw. "Heb je geen greintje verstand meer ? Vleermuizen vliegen elke avond rond de straatlichten. De kleine groene mannetjes hebben er nog nooit aandacht aan besteed. Zij hield op met op en neer te springen en drukte haar voorhoofd tegen de grote etalageruit.


"Ik vraag me nog steeds af wat die kluizenaar bedoelde ," zei ze met bedrukte stem, "over die zaak waar alle levende wezens eigenaardig om beginnen te doen. Hij is zelf de meest eigenaardige kerel in drie ..." Zij maakte haar zin nooit meer af. Enkele kinderen waren reeds in de richting van het naderend lawaai gerend. Nu kwam er één teruggestormd, roepend en tierend, zo opgewonden dat je er niets kon van verstaan. We gingen allen de straat op. Zonder de vuile ruit vóór ons zagen we alle kleine groene mannetjes terugkomen van de grot. Het was geen rechte lijn meer, want sommigen hadden hun handen meer dan vol met kl kleine groene vroutjes. Maar de kleine groene mannetjes sleurden en d droegen en duwden de kleine groene vrouwtjes in de schotel, en tien minuten later waren ze voorgoed verdwenen. (vert.:Jan Jansen) —==ooOoo==—


THE BROTHERHOOD OF SATAN (Horror) - USA 1970 - Regie : Bernard Mc Eveety - Scen. : William Welch - P : Four Star Films - V : Strother Martin, L.Q. Jones, Charles Bateman, Anna Capri, Helene Winston. We zitten in een periode van hoogconjunctuur van de heksenfilm. Na "Rosemary's Baby", "Satan's Skin" en "The Mefisto Walz" nog een pretentieuze film in de reeks. Even goed als de voornoemden ? DRACULA TODAY (Horror) - Engeland 1972 - R : Alan Gibson - Sc : John Elder - P : Hammer Films - V : Christopher Lee, Stephanie Beacham. De Dracula reeks van Hammer kent geen einde. Presentering : de zevende in een reeks. In afdalende lijn. EQUINOX - USA 1969 - (SF) - Regie & scenario : Jack Woods een verhaal van Mark McGee - P : Tonylyn Films - V : Edward Barbara Hewitt, Fritz Leiber, Frank Boers. "Big Man" Fritz himself, als een dokter op zoek naar de "oude goden". Komt Lovecraft.

Naar Connell, Leiber zo uit

GIVE A DOG A BONE (SF) - Engeland 1967 - Regie : Henry Cass - Sc : Peter Howard - P : Westminster Productions - V : Ronnie Stevens, Ivor Danvers, Richard Warner, Patricia O'Callaghan. Een jongen sluit vriendschap met een allochtoon en samen strijden ze tegen een man die mensen in ratten veranderd. Als dat niet beloftevol is. LET'S SCARE JESSICA TO DEATH (Horror) - USA 1971 - Regie : John Hancock - Sc : Norman Jonas, Ralph Rose - P : The Jessica Company - V : Zohra Lampert, Barton Heyman, Maryclare Costello. Niettegenstaande de eerder komisch aandoende titel, een vampierengeschiedenis van het zuiverste karaat. NO BLADE OF GRASS (SF) - Engeland 1970 - Regie : Cornel Wilde - Sc : Sean Forestal, Jeff Pascal - Naar de roman "Death of Grass" van John Christopher - P : MGM - V : Nigel Davenport, Jean Wallace, John Hamill, Wendy Richards. Een zeer aktueel thema : de luchtverontreiniging en haar gevolgen op de mensheid. Een bittere film van een groot cineast, Cornel Wilde. PUNISHMENT PARK (SF) - USA 1971 - Regie + Sc. : Peter Watkins - P : Chartwell Films/Franรงoise Films - V : Carmen Argenziano, Stan Armsted, Jim Bohan, Katherine Quittner, Gladys Golden. Een nieuwe, meesterlijke, dokumentaire van de toekomst, door de meester van het genre Peter Watkins. Deze film werd bekroond met de eerste prijs op het Cinemanifestatie 72 te Antwerpen. Een prijs ten volle verdiend. SECRET RITES (Pseudo-Horror) - Regie : Derek Ford - Sc : Derek Ford P : Meadway Films - Engeland 1971 . Dokumentaire over de hekserij in de wereld. Waarschijnlijk niet veel beter dan "Angeli Bianchi, Angeli Neri" van Luigi Scattini.


UNA VERGINA PER SATANA (Horror) - Italië 1971 - Regie : A. Santini & B. Vani. Een op een werkelijke gebeurtenis (?) gebaseerde rekonstruktie van een onderzoek in een hekserij-moord. WUSA (SF) - USA 1970 - Regie : Stuart Rosenberg - Sc : Robert Stone Naar de roman "Hall of Mirrors" van Robert Stone - P: Mirror/Coleytown Films - V : Paul Newman, Joanne Woodward, Laurence Harvey, Anthony Perkins, Pat Hingle, Bruce Cabot, Diane Ladd. Een film in de trant van Watkins "Privilege", maar dan met een groter kapitaal vervaardigd. O ===oooO Oooo=== O

LA SCIENCE FICTION AU CINEMA door Jean-Pierre Bouyxou - Union Générale d'Editions, Paris 1971 - 98,-Fr. THE GHOULS - ed. by Peter Hayning - Introduction : Vincent Price Afterword : Christopher Lee - Stein & Day, New York 1971 - $ 7.95. KARLOFF : A PICTORIAL TRIBUTE - Alan G. Barbour, Alvin H. Marill, James R. Parish - Cinéfax, New York, 1969 - $ 2.95. HULDE AAN MICHAEL REEVES - George Coune, Danny de Laet, Willy Magiels - Vereniging ter bestudering der Nederlandstalige Wetenschappelijke Verbeeldingsliteratuur, Antwerpen - 20,-Fr. INLEIDING TOT DE JAPANSE SF-FILM - José Bernard, Danny de Laet, Willy Magiels - Vereniging ter Bestudering der Nederlandstalige Wetenschappelijke Verbeeldingsliteratuur, Antwerpen - Kosmos 9 20,-Fr. Maar amper 2 maanden geleden werden door Willy Magiels een zestal publicaties betreffende de fantastische film besproken of we hebben hier op onze tafel weeral 5 nieuwigheden ter beoordeling. "La Science-Fiction au Cinéma", van de Brusselaar Jean-Pierre Bouyxou, is ongetwijfeld de meest interessante. Het betreft hier een uitgebreide studie van zomaar eventjes 514 blz. Het valt uiteen in vier duidelijk van elkaar staande delen. Het eerste bevat een aantal algemene artikels over de definitie van SF, politiek in de SF en erotiek in de SF. Meestal zeer persoonlijke beschouwingen en eigenlijk van minder belang. In het tweede deel bespreekt Bouyxou het verschijnsel SF-film per land. Chronologisch geeft hij een totaal overzicht van de produktie in de belangrijkste landen met een SF-filmtraditie. In het derde deel behandelt hij het genre thematisch, met telkens enkele films als voorbeeld aangehaald. In het laatste deel werden een aantal interviews met cineasten opgenomen, bv. Antonio Margheriti, Roy Ward Baker, Jimmy Sangster en Hajime Sato. "La Science-Fiction au Cinéma" kunnen we door zijn volledigheid beschouwen als een encyclopedie over de SF-film. Het is op zijn minst de meest uitgebreide studie over de SF-film, die ooit op dit gebied verscheen, enwij mogen misschien wel trots zijn dat het een Belg was die dit verwezenlijkte. Spijtig dat het fotomateriaal eerder aan de magere kant is, 16 foto's (en dan nog niet van de zeldzaamste) in een werk van zulk een omvang is niet erg veel, maar kom, de kwaliteit van de inhoud zorgt dan weer voor de vergoeding In "The Ghouls" verzamelt Peter Haining 18 korte verhalen, welke alle de basis vormden voor één of meerdere films. Een dergelijke anthologie kan wel interessant zijn als het zeldzame verhalen betreft, zo-


als Tod Robbins "Spurs" (welke door Tod Brownings als "Freaks" verfilmd werd) of R.L. Stevensons "The Body Snatcher", maar het heeft heel wat minder belang om "The Beast with Five Fingers" van W.F. Harvey of "The Fly" van George Langelaan voor de zoveelste keer in uw bibliotheek te zetten, om dan nog niet te spreken over de ingekorte versie van"The Phantom of the Opera" van Gaston Leroux. Waar Haining vooral op rekent voor de verkoop is waarschijnlijk het voorwoord van Vincent Price en het nawoord van Christopher Lee. De namen van deze twee prinsen der duisternis waarborgen een goede verkoop maar daarom nog geen goede inhoud. Van heel wat meer belang (voor fotoverzamelaars) is het boekje "Karloff : A pictural Tribute". Hierin werden meer dan 100 foto's verzameld van "the King". Foto's uit films, zijn persoonlijk leven, zijn toneeloptredens en reclamefoto's, werden samengebracht tot een prachtig geheel, met zer vele zeldzame momentopnamen. We kunnen dit werkje beschouwen als een companion-volume voor Forrest Ackermans' "Boris Karloff - The Frankenscience Monster" (Ace, 1969). Tot slot nog twee pamfletten van eigen bodem. "Hulde aan Michael Reeves" werd samengesteld en uitgegeven ter gelegenheid van de speciale voorstelling in Studio Century te Antwerpen van de in België niet uitgebrachte film van Reeves "The Sorcerers". Het bevat een filmografie van deze veel te jong gestorven cineast, enkele uittreksels uit internationale recensies en een tekst over het leven, en werk van de regisseur. "Inleiding tot de Japanse SF-film" werpt een licht op een hier weinig bekende vorm van SF-film. Als we de zeer uitge breide filmografie nagaan, moeten we vast stellen dat we hier nog geen 5 % te zien kregen van wat in het land van de rijzende zon geproduceerd wordt. De ereplaats wordt natuurlijk ingenomen door Inoshiro Honda, welke misschien wel de bekenste, Japanse filmmaker is. Maar het is vooral voor de filmografie, welke de meest volledige is, die tot hiertoe gepubliceerd werd, een werkje dat elke liefhebber moet bezitten. Voor wie geïnteresseerd is in deze laatste twee uitgaven, kan de redaktie van "Info-Sfan" voor een exemplaar zorgen. Dus, zoals u ziet, leven we in een tijd dat de monografieën over het verschijnsel van de fantastische film, als paddestoelen uit de grond oprijzen. Voorlopig dus geen reden om te klagen voor de liefhebbers. O ===oooO Oooo=== O BLISH BRUNNER FARMER KEYES ANTHONY

HET HELSE PAASVUUR DE VRUCHTEN VAN DE WAANZIN WERELDOORLOG OP DE MAAN HET GENIE IN DE MUIZENVAL DE HEL IN DE HEMEL O ===oooO Oooo=== O

(Black Easter) (Bedlam Planet) (Tongues of the Moon) (Flowers for Algernon) (Chton)

Born Born Born Born Born

SF SF SF SF SF

29 30 32 35 36


SATANS SKIN (De Huid van Satan) - Engeland 1970 - Regie : Piers Haggard - Sc. : Robert Wynne-Simmons, Piers Haggard - Cam. : Dick Bush - Muz. : Marc Wilkinson - Mont. : Richard Best - P. : Peter L. Andrews, Malcolm B. Heyworth for Tigon British/Chilton Films - Ex. Prod. : Tony Tenser - Duur : 93 min. - Verd. : Deco - Kleuren Vert. : Linda Hayden (Angel Blake), Patrick Wymark (the Judge), Barry Andrews (Ralph Gower), Wendy Padbury (Cathy), Michele Dotrice (Margaret), Simon Williams (Peter Edmonton), Tamara Ustinov (Rosalind), Avice Landon (Isobel Banham), Robin Davies (Marc Vespers), Anthony Ainley (Rev. Fallowfield), Howard Goorney (Doctor), James Hayter (Squire Middleton), Charlotte Mitchell (Ellen). In USA verdeeld als "Blood on Satan's Claw". Engeland 1670. Bij het omploegen van landbouwgrond ontdekt Ralph Gower een gruwelijke schedel, waarvan één oog intakt is. Als hij dit aan de overheid meldt stuit bij natuurlijk op ongeloof en bij nader onderzoek blijkt de schedel verdwenen. Maar hiermee vangt een reeks geheimzinnige gebeurtenissen aan die het dorp paralyseren. Een meisje wordt midden in de nacht krankzinnig van angst en blijkt in plaats van een rechterhand een klauw te hebben. Haar verloofde onderzoekt de kamer waarin het meisje verbleef en wordt door een behaarde arm aangevallen. Hij hakt ernaar met een mes en stelt dan vast dat hij zijn eigen hand geamputeerd heeft. De tante van de jongeman verdwijnt spoorloos. Ondertussen heeft een dorpsmeisje, Angel Blake, zich met een groep kinderen in de bossen afgezonderd en ze offeren een jongen aan de duivel. Van dan af wordt praktisch dagelijks iemand vermist in het dorp. Angel probeert vergeefs de dorpspriester te verleiden. De rechter ontdekt de plaats waar de laatste rituelen zullen plaatsvinden om Satan te laten verrijzen. Samen met de dorpelingen begeeft hij zich op weg om dit te verhinderen. Deze debuutfilm van de jonge Engelse cineast, Piers Haggard, is een knap in elkaar gestoken mengeling van "Witchfinder General" en "Village of the damned". De vereniging van de onschuld en het kwaad is een onuitputtelijke bron voor horror-thema's en Haggard haalt er hier het maximum uit. De shockeffekten zijn zeer goed getimed en geen enkel mist het beoogde doel. Linda Hayden is zeer knap in haar rol van leidster der duivelskinderen en vooral haar verleidingsscène met de priester is sterk in beeld gebracht. De betreurde Patrick Wymark, die we hier in zijn laatste rol zien, is zoals steeds prachtig in zijn uitbeelding van het koele, cynische personage van de rechter, een man die nooit liefde heeft gekend en die zich dan ook zonder sentimentaliteit kan inzetten om de kinderheksen uit te roeien. "Satan's Skin" is één van die zeldzame pareltjes, die we veel te weinig tegenkomen op het terrein van de fantastische film. Zonder een meesterwerk te zijn is het toch een film die ver boven de mid-


delmaat uitsteekt. Hoewel het scenario dikwijls de aanleiding kan geven tot sterk geaccentueerde bloederige scènes, is Haggard erin geslaagd om de gemakkelijke sensatie te omzeilen. De troeven waarmee hij speelt zijn de onzekerheid en het geheimzinnige en hierdoor roept hij een onbehaaglijke sfeer op. "Satan's Skin" is een werk dat geen enkele liefhebber mag missen ! THE DAMNED - Engeland 1962 - Regie : Joseph Losey - Sc. : Evan Jones - Naar de roman "The Children of Light" van H.L. Lawrence Cam. : Arthur Grant - Muz. : James Bernard - Song "Black Leather Rock" van J. Bernard en E. Jones - Mont. : James Needs, Reginald Mills - P : Anthony Hinds for Hammer Prod. - Ex Prod. Michael Carreras - Duur: 87 min. - Scope - Vert. : Macdonald Carey (Simon Wells), Shirley Ann Field (Joan)- Viveca Lindfors (Freya Neilson), Alexander Knox (Bernard), Oliver Reed (King), Walter Gotell (Major Holland), James Villiers (Capt. Gregory), Rachel Clay (Victoria), Caroline Sheldon (Elisabeth), Nicholas Vlay (Richard), Kit Williams (Henry), Kenneth Cope (Sid). In USA verdeeld als "These are the Damned". Joseph Losey is één van de grootste heren van de zevende kunst. Als hij zich aan de verfilming van een SF-thema waagt, weet men al dat het iets speciaals gaat worden. De Britse regering heeft in een grot een aantal kinderen bijeengebracht. Deze kinderen werden radioaktief geboren, daar hun moeders, tijdens de zwangerschap, door deze stralen besmet werden. Het doel van de regering is deze kinderen op te voeden en ze dan de wereld in te sturen en in handen te geven, daar zij de enigen zijn die een atoomoorlog kunnen overleven. Ze rekenen er echter niet mee dat de kinderen naar vrijheid hunkeren en de liefde van ouders verlangen. Drie buitenstaanders komen met hen in contact en willen ze de zo verlangde vrijheid geven, wat ook de consequenties zijn. Daar steekt de regeringsverantwoordelijke een stokje voor en hij zal uiteindelijk alle niet-ingewijden die met het projekt in aanraking kwamen laten sterven. Dit is het eerste echte Britse werk van de uitgeweken Amerikaan Joseph Losey, die bekend staat voor zijn pessimistische films, zoals "The Servant", "King and Country", "Secret Ceremony", "Boom", "Figures in a landscape", e.a. Met "The Damned" heeft hij één van de schrikwekkendste beelden gegeven die ik ken. Men wil de kinderen bewust tot basis maken van wat later een radioaktieve gemeenschap zal worden. In plaats van ze te helpen, brengt men hen groot in bestraalde woonplaatsen. Deze kinderen zijn monsters geworden in de handen van de onmenselijke overheid. Vooral het einde laat een grote indruk na. Met de dood van de dood van de drie volwassenen en een koppel dat toevallig in de buurt was zijn alle getuigen uit de weg geruimd en zal de buitenwereld er niets van te weten komen. Losey trekt een parallel tussen een bende "Teddy-Boys", die leven van het geweld. Het liedje, waarmee de film aanvangt, heeft als refrein de woorden :"Smash, smash, smash !!! Kill, kill, kill !!! De woorden zijn zowel van toepassing op de bende jeugdmisdadigers als op de regeringsmensen. De kinderen, totaal onbewust van hun toestand, verlangen vriendschap, i.p.v. de koude woorden die ze steeds te horen krijgen. Werden ze van hun toestand op de hoogte gebracht dan zouden ze misschien erin berusten. De mannen, in luchtdichte pakken, die hen geregeld komen onderzoeken, noemen ze de "zwarte dood", daar geregeld één van


de kinderen, die door een overgrote dosis bestraling is ziek geworden, door hen meegenomen wordt en niet meer terug keert. Losey heeft van de eerder zwakke roman van Lawrence, een verschrikkelijk toekomstbeeld geschapen. Iets dat nu in elk land zou kunnen gebeuren, zonder dat ook maar iemand er iets van afweet. Om de een of andere reden (?) werd dit machtig werk in ons land niet verdeeld. Dit pleit zeker niet voor de smaak van de Belgische filmverdelers.

A SWORD FOR BRANDO (Een zwaard voor Brando) - ItaliÍ 1970 - Regie & Scen. : Alfio Caltabiano - Cam. : Aldo Giordani - Muz. : Carlo Rustichelli - Mont. : Eugenio Alabasio - Prod. : Luigi Rovere for Regalfilm Productions - Duur : 91 min. - Kleuren, Scope - Verd. : Exelsior - Vert. : Paul Winston (Brando), Karin Schubert (Simonne), Tano Cimarosa, Alfio Caltabiano, Furio Meniconi, Gerard Herter, Sandro Dori, Richard Watson. Hier is weer eens een typisch voorbeeld van films waarvan men zich op het einde afvraagt : hoe is het mogelijk dat zoiets nog gemaakt kan worden in onze tijd ? Stupied, infantiel, belachelijk, dat is alles wat men kan zeggen van deze held-met-het-zwaard die er alles op zet om een sekte duivelaanbidders uit te roeien. Het patroon waarop het scenario gesneden werd is zo bekend dat men na 10 minuten reeds kan zeggen wie de leider van de geheime sekte is. De meest originele scene in het hele werk heeft ongeveer zeventig jaar filmgeschiedenis achter de rug. Om dan nog niet over de "gags" te spreken die tentoongesteld worden. Deze zijn zo imbeciel dat men er af en toe zelfs om kan lachen. De vertolking staat op hetzelfde peil als het scenario en de gags. Paul Winston is een kerel die met een uitgesproken ernst akteert. De hele prent door vertrekt er geen spier op zijn gezicht, of hij nu in een gevecht zit of in een romantische scène met zijn teerbeminde maagd, bestemd om als bruid aan Satan gegeven te worden, maar door hem gered. De leden van de sekte lopen rond met een doodskopmasker. Als dit de dienaars zijn waarop de Prins der Duisternis moet rekenen, dan is zijn glorietijd toch ver achter de rug !!! O ===oooO Oooo=== O Uitspraak van de "Ongeruste esseffans" : -

WAAR IS "M O R G E N" GEBLEVEN ?

-

IS "M O R G E N" WIJLEN ?

Antwoorden op deze prangende vragen en nog veel meer kunt u verkrijgen door in massa aan te sluiten bij "Ongeruste esseffans". waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen. waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen. waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen waar is Morgen. ???????????????????????????????????????????????????????????????????


Het is al weer een tijdje geleden dat enkele publikaties onder Ogen werden genomen : daarom een greep uit de laatste fanzines die we ontvingen : POZITRON 71/3 Deze gedrukte Hongaarse clubzine (met foto's alstublieft) brengt zeer wetenschappelijke stof voor wie tenminste Magyaars verstaat ! (ik niet). Uit de inhoudsopgave heb ik menen op te maken dat er in geschreven wordt over de levensvoorwaarden in de cosmos, over een Hongaarse wedstrijd voor het korte essefverhaal (tiens, tiens) en over een tentoonstelling van "100-jaar Hongaarse essefliteratuur", met uitreiking van de "Gouden Meteoor"-Award (tiens, tiens, tiens !). De rest laat ik aan uw verbeelding over. Wel is het zo dat deze ogenschijnlijk bloeiende club een dringende oproep doet aan fans in Europa om te corresponderen. Voor wie het interesseert : Tudomànyos-Fantasztikus Klubjànak, Dr. Horvath Arpad, Brody Sandor u. 16, Budapest VIII. Op hoop van zegen. PINK PEPPER nr. 0 Een nieuwe, op klein offset gedrukte would be prozine van Pepperland te Brussel. Ben er niet kapot van. Boekbesprekingen en filmbesprekingen waar ik het in grote trekken eens mee kan zijn, een strip die niet uit de verf komt, een interview over strips en wat zeverachtig allerlei. Prijs 50,- F. Toch nog even afwachten : alle begin is moeilijk en misschien zit er wat in. NEWS FROM BREE 6 Info over Tolkienclub in Engeland. Interessant voor ingewijden. Schrijven naar die beste, goeie, ouwe Hartley Patterson, Finches, 7 Cambridge Road, Beaconsfield, Bucks, UK. 0 ja, hij geeft ook een diplomacy-game-fanzine uit : War Bulletin, samen met Will Haven. Zelfde adres ... en speel eens mee. PARALLAX 5 Jaja, het 5de nr. al, en dik, (30 blz.). Moet hem (-Julien Raasveld,Steynstraat 5-7, Hoboken, Belgenland) wel een bom duiten kosten. Dit keer een E.C. Bertin - J.C. Raasveldnummer, met covers en illos van laatstgenoemde en o.m. een in vitriool gedrenkte pen van ons aller Jan Janssen in de LoCsrubriek. Ik weiger dit blad te bespreken : je moet maar de moeite nemen in je geldbeugel te tasten en je te abonneren. 't Is in ieder geval de moeite wel waard. NOUVELLES DE XUENSE nr. 5 Onze vriend Alain Le Bussy (route de Méry 40, 4050 Esneux) liet dus weer van zich horen. Na zijn editoriaal het vervolg van een weidse space-space-geval in het heroïsche genre (ligt me niet zo goed) , bio- en bibliografiën van Poul Anderson en Muray Leinster (redelijk) en boekbesprekingen van ... natuurlijk : Vampirella Bertin. Na nog een verhaal dat je liever vergeet, een archi-slecht


interview met John Brunner, door een Michel Liesnard die betere dagen gekend heeft. Maar enfin, "Wie Waals doet, goed Ontmoet", zullen we maar zeggen ... Maar de illos zijn zeer goed. LE FANAL FANIQUE nr. 1 Ofte, de wederopstanding van Claude Dumont (Boîte Postale 29, Namur 2) als faned. Eigenlijk geen fanzine, maar een verhalenbundel, waarin "Le Mutant" er best mee door kan. De rest is jammer genoeg niet op peil , behalve misschien enkele blz. uit "Le supplice du temps" van franstalige Oerfan Michael Grayn. Maar schrijf Claude eens aan : het is een fijne jongen en een echte fan ! DANS LE PEAU DU DIABLE Bundel van hogergenoemde Claude Dumont. Met een witte voorzijde wordt zwart als je de bundel uit (op fotopapier). Ben ik vandaag in een cynische val kon slechts weinig me in deze bundel bekoren zo bekend, hoewel stilistisch vaak zeer goed.

leuk truukje : de de envelop haalt bui ? In ieder ge: het is allemaal

CYBORG 3 We geven nog eens het adres van deze Spaanse Brabander : Juan José Cagigal Ulloa, Avenida Martinez, 8-10-2, Reus, Spanje. Een echte fanzine, met beslist leuke illos. Boekbesprekingen, korte verhalen, gedichten, fanzines, comics. Het echte allegaartje, jammer dat in dit nr. LoCs ontbreken. NOTAZIARIO CCSF 19 Clubzine van het Centro Cultori Sciene Fiction, Casella Postale 423, Venezia 30.100, Italia. Verschijnt 4 maal per jaar. Redaktie : Gianluigi Missiaja en Gian Paolo Cossato, de "vriendelijkste fan" you've ever seen. Dit is een zeer serieuze zine : staat altijd vol tekst van de best mogelijke medewerkers. Dit nummer is volledig gewijd aan Tolkien. Eerst een uittreksel uit de Italiaanse vertaling van de trilogie, dan een voorstelling van het boek, vervolgens een paar blz. over Tolkien zelf door Karl Drosser. Interessant artikel over "Animisme & Magie" bij Tolkien door Patrick A. Callaghan, en tenslotte een bibliografie. Puik werk. Daarna een kroniek van Gian Paolo over Eastercon 22, met vele fotocollages, een monografie over Alice Mary Norton, met bibliografie, door Barry McGhan en natuurlijk een volledig verslag van Noreascon te Boston van de hand van Charles Brown himself + enkele woordjes over Eurocon. Voor wie Italiaans kan lezen, is een abonnement een absolute must. HOLLAND SF, jrg. 6, nr. 1 Ik ontving dit nr. in februari en dacht dat Leo en Annemarie Kindt (Mispelstraat 29, Den Haag 2025 - mmar prijs je gelukkig als ze de tijd vinden om de brieven te beantwoorden) dit keer het goede ritme van 4 à 6 nrs. per jaar te pakken hadden. Jammer genoeg blijkt dit niet zo te zijn : het is een hele opgaaf om bladen in elkaar te knutselen als je geen technische hulp hebt en alles alleen moet doen. Kan SFAN misschien helpen Leo ? Graag gedaan hoor - als het kan ! Interessant nr. met onze eigen Thijs van Ebbenhorst voor de illos en Grafopstaander Bertin voor boekbesprekingen. Wetenschappelijk artikel over "Paradoxen in verband met tachyonen" (ja, die dingen bestaan echt) brieven- en fanzines-rubrieken. In deze laatste, over InfoSfan : "voor Belgen een must". Niet dat we je het kwalijk nemen hoor Annemarie, maar waarom alleen voor Belgen een must? Al heel


wat Nederlanders zijn lid van SFAN. Apropos, wie van ons wordt ook lid van het NCSF ? Simon Joukes wil gaarne tussenpersoon zijn : stort 140,-F + 35,-F voor de eerste inschrijving op zijn PCR 45297 en het komt voor elkaar. In ĂŠĂŠn van de volgende nummers brengen we een lijst met de namen en adressen van de belangrijkste Amerikaanse en Europese fanzines van het ogenblik : het is nl. ondoenlijk om alle in IS te bespreken. O ===oooO Oooo=== O

BARST IN DE HEMEL door Jon Hartridge Uitg. Spectrum, 1972 - Prisma SF nr. 1519 - 187 blz. - 49 BF. "Earthjacket", vertaald door G. C. Grandia. De fameuze "Barst in de Hemel" waarop de Nederlandse titel slaat, is de inzet van deze anti-utopia, de eerste volledige roman van Hartridge. Het ontstaan van een scheur in de hemel rukt Phillips, een "Slaper" uit zijn droomwereld, een symbolisch begin voor de onttakeling van zijn ganse wereld. In de verre toekomst heeft de mensheid het door pollutie onbewoonbaar geworden oppervlak der aarde verlaten en zich teruggetrokken in hermetisch afgesloten steden onder de grond, die slechts zeer weinig kontakt met elkaar onderhouden. Het gebrek aan voldoende zuurstof en hulpmiddelen hebben uiteindelijk geleid tot het ontstaan van twee klassen : de Texecs, de elite die het zaakje aan gang houden, en de Slapers, die het grootste gedeelte van hun leven slapend en dromend doorbrengen, om zo minder zuurstof te verbruiken. Drugs houden hen onder kontrole op alle gebied. Phillips krijgt door een toeval teveel zuurstof en ontwaakt volledig; hij is natuurlijk niet bijster tevreden met de gevestigde orde en poogt daar door bruut geweld aan te verhelpen. Tot zijn bevreemding leidt dit tot zijn opname onder de Texecs. Wanneer hij enkele andere steden bezoekt ontdekt hij dat men daar nog andere, en luguberder manieren gebruikt om de Slapers in toom te houden. De opstand tegen de Texecs en het zoeken naar een uitweg voor de mensheid vormen de rest van deze avontuurlijke SF-roman. "Earthjacket" is boeiend geschreven, doch bevat verscheidene schoonheidsfoutjes : de logica blijkt soms zoek op zekere plaatsen, verscheidene personnages blijven zwak getekend en worden nooit werkelijkheid voor de lezer. Ook het verhaal zelf gaat soms met horten en stoten. Niettemin slaagt Hartridge er wel in een interessant beeld op te hangen van een sombere toekomst, en vooral de sfeerschepping in het laatste gedeelte van het boek is wel geslaagd. We denbv. aan de nachtmerrieachtige tunnels met de duizenden en duizenden Slapers, naast elkaar geplaatst als even zovele lijken. Interessant !!!


BROEDT DAAR EEN MENS ? door Isaac Asimov Bruna SF-1, 1971 - 189 blz. - 50 BF - Vertaling F. Lancel - Omslag : Looman. Als er iets kan worden gezegd van Asimov, is het dat hij niet veroudert. Old en New Wave zijn aan hem voorbijgegaan, en nog steeds schrijft hij zoals twintig jaar geleden, en nog steeds zijn zijn verhalen even boeiend, even fris en even technisch verzorgd. Het sukses van de eerste uitgave van "Nightfall and others" (Doubleday, N.Y. 1969), en dat 20 zijner beste verhalen uit zijn omvangrijk oeuvre bracht, heeft dit bewezen, en het venijnige geraaskal in Amerikaanse fanzines, meestal afkomstig van jongeren die protesteerden tegen deze "Old Hat" in SF heeft weinig invloed gehad op de verkoopcijfers. Met genoegen zien we dan ook deze selektie, ook al valt ze wat karig uit : 5 verhalen uit een bundel van 20 ! Gelukkig is er een tweede keuze voorzien voor latere datum. Niemand zal bij het lezen van "Broedt daar een Mens" kunnen vaststellen dat het hier verhalen betreft die werden geschreven in 1951 (nrs. 1-2-5), 1952 (nr. 3) en 1953 (nr. 4). Inderdaad, inzake stijl en uitwerking staan ze vèr boven véél van wat in de laatste tien jaar geschreven werd, en bewijzen zo eens te meer dat Asimov nog steeds één der grootste SF-auteurs is en blijft. Sommige ideeën komen ons nu wel bekend voor, want sedert hun eerste publikatie hebben verscheidene andere auteurs dezelfde thema's op hun manier herwerkt. GASTVROUW (Hostess) begint als een typisch Asimov-dialoogverhaal, wanneer een Martiaans geleerde te gast is bij een aards echtpaar, zeer tegen de zin in van de man. Alras blijkt er echter véél meer achter te zitten, en het verhaal ontwikkelt zich spoedig tot een intergalactisch cloak & dagger-intrige, van de uitslag waarvan het al dan niet uitbreken van een interplanetaire oorlog afhangt. In BROEDT DAAR EEN MENS ? (Breeds there a Man ?) wordt het thema uitgewerkt dat het mensdom niets meer is dan een bacteriënkultuur, waarin onze veelgenoemde intelligentie niets meer is dan een laboratoriumtest. Asimov ontleedt de psychologische reakties van enkele personnages, en ijverige lezers zullen zich Frederick Brown's versie hiervan herinneren in "Come and go mad". WAT ALS ... (What if ...) is de enige tegenvaller : een onlogische fantasie over een echtpaar dat tijdens haar tweede huwelijksreis fantaseert "Wat als ik je toenniet dààr ontmoet had ...", en een nooit-verklaarde mysterieuze medereiziger die hen in een soort magische spiegel laat zien dat ze elkaar niettemin zouden hebben gevonden. Een verhaaltje dat eerder uit de toon valt in deze bundel. SALLY (Sally) brengt ons Asimov's stokpaardje : positronische robots, en ditmaal zijn het zichzelf-besturende auto's, en hun psychologische binding met de man die hen verzorgt als ze "gepensioneerd" worden. L-SLUIS (C-Chute) tenslotte toont ons een groep willekeurig samengebrachte aardmensen die door twee aliens gevangen worden gehouden in een buitgemaakte ruimtecruiser. Het schip kan opnieuw veroverd worden ... indien iemand de held wil spelen, doch niemand heeft zin om zijn hachje te wagen. Golden-Age SF van topklasse; absoluut aanbevolen !!! WILT U IN EPS WONEN ? door François Valorbé (Voulez-vs vivre en EPS?) Bruna-Fantasy en Horror nr. 4 - 1971 - 190 blz. - 50 BF. Omslagtekening Roland Topor. Vertaling J. Hoeck-Vunderinck. Valorbé's roman verscheen oorspronkelijk in 1970 in de reeks "Dans L'Angoisse" van de Franse uitgever Christian Bourgeois, die daarin eveneens werk van H.H. Ewers, Lovecraft, Machen en andere uitbrengt. Het boek kreeg de "Grand Prix de l'Humour Noir", en eerlijk gezegd vragen we ons af waarom. Waarom deze prijs voor een vervelend boek,


en waarom een Nederlandse versie ? De presentatie is pover; de omslagtekening is één der zwakste en minst geïnspireerde die we ooit zagen van Topor, die we anders zeer hoog waarderen. Het boek kan misschien tot op zekere hoogte "fantasy" genoemd worden, doch valt sterk uit de toon met de andere werken in de reeks Fantasy & Horror. Over de vertaling kunnen we niet oordelen zonder het oorspronkelijke werk ter vergelijking, maar ofwel is de vertaling zwakjes, ofwel is Valorbé gewoonweg een pover auteur. Het boek is in feite een soort reisgids in dialoog/monoloogvorm langs de institutionele instellingen, dogma's en gewoonten van het koninkrijk Eps. Een botanist op tijdelijk bezoek in Eps verneemt alles van een collega, en wanneer hij Eps veilig verlaten heeft, tekent hij alles op, en dit vormt dan zijn relaas. Eps is de staat van de absolute verdrukking, uitbuiting en verplettering van de mens en zijn waardigheid, onder de knoet van een regime dat het absolute puritanisme koppelt aan de grofste sexuele uitspattingen. Cannibalisme, gewelddadigheid en sadisme worden officieel aangemoedigd, de gevangenissen zijn geraffineerde en geperfectioneerde foltertuinen, die als dierentuinen kunnen bezocht worden. De auteur delft alle gegevens op over de fictieve maatschappij van Eps, en bewerkt de geestelijkheid, het militarisme, literatuur, toneel, film, moraal, gezin, enz. enz. Jammer genoeg wordt het boek nooit meer dan dat : de uitwerking van een thesis op de absoluut-negatieve maatschappij. Het boek mist elke vereenzelviging, nooit ondervindt de lezer enige werkelijke menselijke sensatie. Het blijven woorden op papier, die elke pathos of werkelijke emotie missen. Voortdurend blijft men beseffen dat het maar een boek is dat men leest, en dan nog jammer genoeg een boek dat reeds vlug enorm begint te vervelen, daar er geen werkelijke leidraad of verhaal in verwerkt is. Andere auteurs hebben fictieve maatschappijen uitgewerkt, die misschien niet zó negatief waren als Eps, doch zij verschaften ons een hoofdpersonage waarmede we ons konden vereenzelvigen, en via wiens reakties en belevenissen wij deze maatschappij konden begrijpen en aanvoelen. Dit is hier nooit het geval. Sommige vondsten zijn wel leuk, maar daar blijft het dan ook bij. Beslist niet aanbevolen ! BEELDEN ZONDER SPIEGELBEELD door Catherine Duval Uitg. Contact, 1971 - 153 blz. - 145 BF - Papercovered edition Omslagontwerp Uniepers - tekening G. v.d. Arend. Na haar "De Bruiden van Lannismoore" (1970) brengt Catherine Duval ons een tweede bundel "Macabere Fantasieën", opnieuw vijf opmerkelijke novelles in de goede oude traditie van het klassieke spookverhaal. Het oneindig schone wandelt weer hand in hand met de gruwelen der duisternis. Duval heeft wel iets geleerd na de eerste bundel : ondanks het feit dat er nog steeds een scherpe scheidingslijn getrokken wordt tussen de begrippen "goed" en "kwaad", vermijdt zij ditmaal de overdrijvingen die enkele van haar eerste verhalen kenmerkten. Daarentegen echter hebben twee van deze nieuwe verhalen een tintje dat men bijna moraliserend zou kunnen noemen, nl. waarin de auteur rechtstreeks aan de lezer vertelt wat er gebeurt met deze of gene ziel na de dood. Letterkundig gezien kan Duval dit verantwoorden want-net als in "Bruiden"-worden de vijf novelles stuk voor stuk vertelt aan de auteur door een spook, dat haar op onregelmatige tijdstippen een bezoekje brengt om haar een verhaal te vertellen, en naar het einde van dit leidmotief te oordelen, mogen we nog verdere bundels verwachten. Meer en meer, zowel in de themakeuze als in stylistische uitwerking, benadert Duval de wonderlijk/macabere spookverhalen van Ex-Private X, alias A.M. Burrage : de samensmelting van het


hemelse, het onaanraakbaar mooie met het lugubere en satanische, de hunkering van de eenzame mens naar een begrip dat op deze wereld zelden gevonden wordt, de reinheid van het kind, dit alles komt terug in de symbolische titel "Beelden zonder Spiegelbeeld". Net zoals haar eerste bundel, begint deze met een verhaal dat pure gothiek is : DE KUS VAN DEMONA, dat ons dadelijk in de gewenste sfeer brengt van bijgelovige dorpelingen die hun vensters sluiten met zilveren grendels, waarin kruisen gegraveerd zijn, zwarte koetsen die enkel bij volle maan rijden, een verlaten slot en een vrouw die of wondermooi of een oude heks is. Het lijkt allemaal weggelopen uit Stoker's klassieke vampierroman, doch gelukkig blijkt Demona geen doodgewone vampier te zijn. Duval heeft er ditmaal zorg voor gedragen haar verhaal niet te overladen door er teveel door elkaar lopende thema's te willen inlassen. HET HART EN DE DOLK verhaalt de romance tussen een in zichzelf gekeerd meisje en een eenzaam spook, en hoewel het slot wat melodramatisch aandoet, is het toch genietbaar. DE SPIN is de huiveraar van de groep : in een afgelegen landhuis maakt een groep mensen voorbereidingen voor het kerstfeest, doch één van hen bezield door voedoemachten. DE BLAUWE BLOEMEN VAN HET GELUK is het verhaal van een verlamde jongeling die vriendschap sluit met het spook van een kind dat vermoord werd in het landhuis dat hij nu bewoont. Een ontroerend verhaal, dat naar het einde toe echter weer wat te melodramatisch wordt. DODE BLADEREN tenslotte is minder opvallend, een jonge vrouw die in een bos verdwaalt en op een kerkhof aangevallen wordt door een verrezen dode. Een eerder routine-aandoend verhaal zonder werkelijke plot, en dat slechts gered wordt door de sfeervolle beschrijving. Horror in de klassieke tradities. Aanbevolen. I WILL FEAR NO EVILL door Robert A. Heinlein Berckley pb. - 1972 - $ 1.25 - 512 blz. Reeds de serialisatie van "I will ..." in Galaxy (juli/Aug. -Sept./ Okt.-Nov./ Dec. 1970) veroorzaakte heel wat heen en weer gepraat, temeer daar Doubleday toen reeds de hardcover rechten aangekocht had, en pas daarna ontdekten dat het (zo schreef men in fannish circles) "a horrible dirthy book" was. Lezers die niet graag 400F uitgeven voor een boek kunnen nu terecht bij deze degelijke pocketuitgave aan een schappelijke prijs, en zo kennis maken met het recentste werk van Heinlein. Zoals te verwachten was verschilt het terdege van zijn voorgaande werken, en grijpt voor een deel terug naar de opinies die hij naar voren bracht in"Stranger in a Strange Land" en gedeeltelijk ook in "Glory Road", d.w.z. Heinlein's kijk op sex. Critici in fanzines, die het boek meestal kraakten, schreeuwden"Heinlein's discovered sex, at the late age". Sex is inderdaad waar, maar "dirthy" ? Onzin. Het thema is zeer eenvoudig : Johann Sebastian Bach Smith is oneindig rijk, en zeer oud. Zijn lichaam functioneert enkel nog maar door mechanische hulpmiddelen. Er is één oplossing : een brein-transplantatie. En zo ontwaakt Smith in het lichaam van zijn jonge bekoorlijke secretaresse Eunice, enkel om te ontdekken dat haar persoonlijkheid nog in het lichaam schuilt. De roman behandelt dan verder de strijd in de gerechtszalen om te bewijzen of het nu Smith of Eunice is, of beiden, of géén van beiden, en dan Smith's aanpassing - met Eunice's hulp - aan de vrouwelijke psychologie en persoonlijkheid. Drie-vierden van het ganse boek gaat dan over vrouwelijke psychologie en Smith-Eunice's sexuele ervaringen langs mannelijke en vrouwelijke kant, zonder echter te expliciet te worden. Tussendoor krijgen we een reeks interessante glimpsen van de toekomstige wereld zelf, een dekor waarvan we graag véél meer gezien zouden hebben, en dat ook het SF-gehalte van "I will ..." wat zou opgevoerd hebben. Het grootste deel van de roman is dialoog tussen het brein van Smith en het "ego" van Eunice, en er is dan ook een groot gebrek aan aktie van éénder welke soort. Vreemd genoeg verveelt het boek niet, ondanks zijn lengte, maar er kon wel een massa geknipt worden.


Van FRANCIS AERTS - Pretoriastraat, 2600 BERCHEM "... Ik was op de Esseftentoonstelling op de Meir waarover ik ten zeerste ontgoocheld ben : over het gebrek aan uitleg voor de leek op dat gebied, die de indruk krijgt dat het alleen om kinderachtige griezellektuur gaat. Nergens werd het principe van de Essef verklaard als een logische, volgens de gegeven basisfeiten, lektuur, die geestelijke soepelheid ten zeerste bevordert. Integendeel het wemelde er van kinderspeelgoed, belachelijke posters, fantasieverhalen en onverklaarde en onverklaarbare mechanismen ... RED. : We vinden het leuk dat je ons een briefje schrijft, maar waarom vergeet je je straatnummer ? Hopen maar dat eventuele polemisten toch nog bij je terecht kunnen komen. Over de tentoonstelling heeft Simon Joukes het in het vorige nummer gehad : je deelt ogenschijnlijk zijn mening. Is iedereen het daarmee eens ? Laat van je horen. Van EDITH BRENDALL - 's-Gravenstede "... Zojuist het laatste nummers van IS in de bus gekregen van mijn afgelegen slot, en toen ik het ritselen van vallend papier hoorde, ben ik maar dadelijk eventjes uit mijn tombe gekomen - ondanks het gevaar voor de zon, die nog niet helemaal weggezakt was - om te zien of het IS was. Jawel. Even kort commentaar. Verhaaltje van Wallis zei me niet veel, kort vullertje. Ik denk dat jullie "Morgen" wel wat hard aanpakken. Akkoord, er is tamelijk weinig lektuur aan voor de prijs, maar de presentatie is dat toch wel waard. Bovendien, het is het ENIGE sf-magazine dat we hebben, koop het verder, jongens, al kost het dubbel zo veel. Op de fanzines na, is het de enige plaats waar -naast de jonge Nederlanders- onze Vlaamse auteurs aan bod komen. Zijn de verhalen niet altijd goed, of zelfs flauw - bedenk dat die auteurs allemaal beginnen. Laten we ze de kans geven om talent te ontplooien. Wie het niet aankan, zal vanzelf wegvallen. HYPNOS, nou ja, daar gaat-ie weer met zijn griezelgrazzelverhalen. Ik merk dat er tamelijk scherpe reakties zijn geweest op horror in INFO. Waarom niet een vaste en aparte rubriek "Horror" ? Met boekbesprekingen, verhalen en alles wat specifiek "Horror" is ? Wie het niet interesseert slaat het dan gewoon over. Dan die stripserial ... Thijs' covers zijn helemaal niet slecht, en zijn binnenillustraties vallen ook mee, maar die strip vas gewoonweg rot. Van het grootste gedeelte der tekeningen kreeg je kop noch staart, en wat begrijpelijk was kon door een kind worden getekend. Werkelijk, ik begrijp dat het allemaal op stencil gebeurt, maar dan nog liever niks dan zo'n boel ! Zelfs op de stencil kan men oneindig betere resulaten bereiken ! Groetjes uit de tombe."


RED. Lieve Edith, de redaktie heeft je door ! Je gebruikt een schuilnaam !!! Dacht je nou werkelijk dat we het slikken dat de postbode 's avonds bij je langs komt ? Stiekem meisje ben je, hé ? Eh hoe zit dat nou met dat slot en die tombe ? Slot of tombe ? Is slot een tombe ? Is tombe in of buiten het slot ? Raadselachtig ! Bedankt voor warm pleidooi ten gunste van "Morgen" : we hadden niets anders verwacht van je. Je voorstel voor een aparte "Horror"-rubriek zal in Bestuursvergadering worden besproken. Waar is je fijnzinnige vrouwelijkheid gebleven bij kritiek op onze fijne Thijs ? Je trekt nogal van leer tegen een jongen die debuteert en hard zijn best doet en natuurlijk wel weet dat er aan zijn pogingen te schaven valt. Je bent niet consequent met jonge auteurs in "Morgen" te verdedigen en jonge auteurs en tekenaars in IS aan te vallen. O, dat ongebreidelde, onstuimige bloed van je !! Redaktie zal toch lekker proberen te achterhalen wie je bent ... A propos, J.C. Raasveld heeft ons medegedeeld dat hij zijn liefdesbrieven van je terug wil. Van THOMAS TRIPHON - Kraaistraat 32, B-9000 Gent "... Ik ben gewoon opgetogen over uw tijdschrift en wanneer ik geen zondagsdienst heb kom ik stellig naar de Sfan-dag. Ik heb trouwens ook een vreemd verhaal ingestuurd. Verder ga ik in mijn eigen tijdschrift "Tenen" een vreemd verhaal schrijven, voor het augustusnummer dan. Dit plots opduiken van de Science-Fiction heeft me zeer verbaasd. Vroeger was er bij mijn weten praktisch geen belangstelling voor en het was dus ook ontmoedigend zich aan het schrijven te zetten van een vreemd verhaal dat niet beantwoordt aan de zakelijke en harde logica van het leven. Nu daar kentering in is gekomen denk ik eraan af en toe een verhaal te schrijven waarin ik Eddy C. Bertin en andere groten van de essef naar de kroon wil steken. Of ik het kan laat ik aan de lezers over ..." RED. Is het dan toch waar, wat steeds onze betrachting is geweest, dat onze vereniging wel degelijk een stimulerende invloed uitoefend ? De redaktie wacht met spanning op de aangekondigde verhalen en als ze "fit to print" zijn, zult u ongetwijfeld de toets van de lezerskritiek kunnen ondergaan. Verder bedankt voor uw lof ! Van EDDY C. BERTIN - Res. Murillo - Dr. Van Boxstaelestraat 80, 9002 LEDEBERG "... Zojuist infodinges 13 binnengekregen, en natuurlijk dadelijk doorsnuffeld. Cover zoals al Tengbergen's werk : bizar, verward, toch leuk. Verhaaltje VENI, VIDI ... werkelijk H.C. Wallis, hoevele malen hebben we dat thema niet ontmoet sedert Katherine Mc Lean's "Pictures don't lie"? Geen enkele poging om een nieuwe twist te zoeken die tenminste het slot zou redden, of enige sfeervolle ontwikkeling die het "onverwachte" einde aanvaardbaar zou maken. VOOR U GEZIEN, nou ja, zo'n classering is interessant voor wie al die films gezien heeft. BIBLIOGRAFIE interessant ... maar sinds wanneer nemen we er de "kiddies"-books ook bij, zoals Appleton en ... brrr ... Catweazle ? SFANCON 3, nou ja, dat weten we al lang. Maar blijf het er inhameren jongens, blijf het er in stampen TOT ze allemaal komen. BOEKBESPREKINGEN SF. Rot doet me verbaasd staan door zijn commentaar op "Uur der Waarheid", wanneer hij dit een "aanvulling" noemde van "Laarzen in de Nacht". Heb mijn steekkaartjes niet bij de hand, maar ik ben er zeker van dat "The Man in the High Castle" een heel poosje later verscheen dan "The penultimate Truth" (dat trouwens gebaseerd is op één van Dick's eerste short


stories). De "s1ordigheid" van "Laarzen in de Nacht" zal waarschijnlijk wel aan de vertaling liggen, en niet aan het boek zelf, hoewel ik het niet gelezen heb. Niettemin denk ik niet dat de Hugo onverdiend gegeven werd. STRIPVERHAAL, zeer flauw jongens, daar kun je toch niks van maken ? Hector Vermeir vraagt naar "Les larmes de Dieu"... is hij naar de tentoonstelling in het ICC geweest ? Daar prijkte dat boek in één der toontafels. Heb auteur en zo genoteerd, als ik het terugvind, zend ik hem dat wel door". RED. Je ESPgaven lieten je in de steek voor wat Dick betreft : The Man in the High Castle werd inderdaad 2 jaar eerder geschreven dan The Penultimate Truth. Niet heel de redaktie is het, samen met jou, over de "slordigheid" eens (is ze niet gewild ?). Maar Sigmund Fr. Rot mag toch zeggen wat hij meent ? Is BIBLIOGRAFIE volledig wanneer jeugdboeken niet worden opgenomen ? Het is natuurlijk een kwestie van appreciatie. Bedankt voor je hulp aan ons lid Dr. H. Vermeir en ... val nou niet bovenarms op Thijs van Ebbenhorst-Tengbergen : overigens houdt redactie zich aanbevolen voor goede illos en strips ! En ... laat je tanden bijslijpen : je kritiek wordt bot !!! Van JULIEN C. RAASVELD - Steynstraat 5, 2710 HOBOKEN WAT ZIEN IK ??? Géén lezersbrieven ! Schande, schande ! Zijn de Vlaamse fans dan zulke luiaarden dat ze zelfs geen briefje kunnen sturen met hun mening ? Nee, dat kan toch niet, zelfs Eva, Het Rijk der Vrouwn en Humo ontvangen open lezersbrieven; waarom Info-Sfan dan niet ? Is het papier te duur, de posttarieven te hoog (ik hoor van alle kanten een volborstig JAAA ! roepen, akkoord). Bedenk toch eens jongens (dat geldt ook voor de meisjes) hoeveel plezier je aan zo'n brievenrubriek kunt beleven. Je kunt er eerst en vooral natuurlijk je mening eens in zeggen (bv. Raasveld is een idioot die maar beter zijn schrijfmachine in Hobokense Hollebeek kan gooien - het wordt tijd dat Simon Joukes zijn baard laat bijknippen, enz.), het hoeft niet ik-vond-dit-en-dat-goed-in-IS te zijn, lazer maar wat op, het geeft niet wat. Je kan er ook wat mee bijleren. Twee man weten meer dan één, wat moeten 150 dan wel weten ? Weet jij (ja, jij daar) iets speciaals, bv. over een auteur of een bepaald boek, bedenk eens welk een plezier je er iemand misschien mee kan doen dit mee te delen. Schrijf het eens in een briefje, stel eens vragen, of wees gewoon maar eens wat lollig om te laten zien dat je er ook bent. En hier een klein verwijt aan de redactie : waarom worden de adressen niet bij de ingezonden brieven geplaatst, dat kan toch een stimulans zijn om een persoonlijke correspondentie met iemand te beginnen, niet ? Ik weet dat de adressen van alle leden in vorige nummers te vinden zijn, maar waarom de mensen tijd 1aten verliezen met opzoeken. Die tijd kunnen ze beter gebruiken (ook om brieven te schrijven, bv.) Nu lig ik hier al een halve blz. te lullen, maar het wordt toch hoog tijd dat ik iets con(of des)tructiefs over IS neerpen. Here we go ! De altijd welbespraakte en vlotte Simon Joukes voert zijn kletspraatje nog altijd even keurig en (een verbetering) informeert zelfs over belangwekkende zaken. Prachtig, Simon, prachtig, jouw rubriek zou ik niet willen missen. (iemand niet akkoord, schrijf het dan) Eddy C. Bertin laat zich nog eens zien met een verhaal, zoals gewoonlijk vlot en talentvol geschreven, MAAR, ahà ! hier heb ik'm ! Proficiat, Edgar A. Poe, voor het fijne THE TELL-TALE HEART, want dat is het helemaal : het kloppende hart dat je misdadiger waanzinnig maakt en tot het bekennen van zijn misdaad drijft. Zal je leren, Eddy, om mij een imitator van Ballard te noemen. Michael Moorcock


wordt uitstekend belicht door Ron Bennett, ben benieuwd wat we met die twee gaan meemaken op de fameuze SFANCON III. Het gedicht van Paul Pandira is prachtig, formidabel, wat een dichter is die man, wat een talent (gnurk, gniffel, alleen voor ingewijden). MOORDROBOT van Walter A. Wallie (hmmm, dat lijkt wel sterk op de legendarische Walt. A. WILLIS) was een goed verhaal, keurig geschreven, spijtig genoeg wist ik al halverwege hoe het ging aflopen. Dat heb je als je een verhaal dat het van een eindtwist moet hebben te lang uitspint. 1 à 2 blz. zijn voor dergelijke dingen meer dan genoeg (als er toch niet per woord vertaald wordt, héhé). Hàhàà, een verhaal van Van Voght & 4e Ackerman, proficiat, ook voor de vertaler, die prachtig werk geleverd heeft (oeps, vergissing), meer van dat. Hoho, de Sfankern van Gent geeft het goede voorbeeld. Bravo, Stropkes, toon eens aan de rest van Vlaanderen hoe je in een fanof clubzine kunt meeleven, meewèreken, desnoods heibel maken. En wat zien mijne ogen : GENT IN 73 ! Harop, vliegt de blauwvoet en olie op 't Scheld, enz. Eindelijk concurrentie voor de Swinging SF-town of Europe, Antwerpen. Ja, ja, Gent in 73, Brussel in 74 (al is het desnoods maar voor een Sfancon) en verdomme, waarom Hoboken niet in 75, ik bedoel waarom Brugge of Hasselt niet in 75. Het enthousiasme sleepte me even mee; leve de SF, leve een bloeiend en groeiend fandom. Tot slot even gniffelen om de sukkelaar die mijn Alfa met extralange namen heeft moeten tikken, heeft er dan ook eens naastgeslagen". RED. Gèèn lezersbrieven zei je : kijk toch eens aan in deze rubriek. Maar natuurlijk moeten er meer komen. Je suggestie van de adressen werd onmiddellijk aanvaard en toegepast. En gelijk heb je : wie stemt met ons mee voor SFANCON in GENT 1973 ? Als ze daar ginder zelf willen natuurlijk ! Schrijf snel een briefkaart met mening naar redaktie. Inderdaad tikken de belangloze samenstellers van IS er wel eens naast : het moet allemaal zeer snel gaan en er is bijzonder veel te tikken. We doen ons best om ze zo veel mogelijk te vermijden, maar foutloze nummers zullen eeuwig een utopie blijven ( trouwens, ook in èchte, gedrukte tijdschriften en kranten staan tikfouten !!!). EXTRA NOTA VAN DE "SUKKELAAR" : wegens technische moeilijkheden (zoals stencil- en papierschaarste) zullen namen, langer dan een halve regel, afgekort worden tot de beginletter en ..., dit om het lezen te vergemakkelijken en ongelukken te vermijden door zich te verslikken bij het uitspreken van onmogelijke syllaben. Dank bij voorbaat. Van PAUL PANDIRA - Hollebeek "... Foei Thijs en Redaktie: In de Tuinen der Oorlog, dat kan toch niet : oorlog is mannelijk en de genitiefvorm der is vrouwelijk enkelvoud, of meervoud in de drie geslachten. Het moet zijn : van de ! Overigens vind ik het jammer dat er niet meer gedichten in IS worden opgenomen en vooral veel verhalen van J.C. Raasveld, die naar mijn mening, stukken beter schrijft dan de al maar door bloederige en sadistische Bertin ..." RED. Bedankt voor de taalles "Magister" ! We hopen dat Thijs van Ebbenhorst dit leest en het schaamrood naar zijn kaken stijgt. Is je vraag om meer gedichten wel belangloos : we menen te weten dat je nogal veel gedichten schrijft ! Laat anderen ook aan bod komen, jongen ! Je mening over de verhalen van JCR. is nogal categoriek. Wat denken onze lezers daarvan ?



Info Sfan 15