Issuu on Google+

CVN is ingesteld op basis van het in 1995 ondertekende Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland. CVN is onafhankelijk en adviseert de Vlaamse en Nederlandse regeringen gevraagd en ongevraagd over actueel bilateraal beleid inzake de vier verdragsthema’s cultuur, onderwijs, wetenschap en welzijn.

Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu. Beleidsadvies over 100 jaar Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland Brussel, 21 september 2013


Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu. Beleidsadvies over 100 jaar Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland Brussel, 21 september 2013


Inhoudsopgave Preambule........................................................................................................................................................ 4 Samenvatting ................................................................................................................................................... 6 Inleiding ........................................................................................................................................................... 8 Analyse van vigerend beleid ........................................................................................................................... 10 Context van de beleidsanalyse ..................................................................................................................... 10 Speerpunten in het beleid ............................................................................................................................ 11 Analyse van uitvoering ................................................................................................................................... 12 Analyse van sterktes en zwaktes .................................................................................................................... 14 Praktische aanbevelingen voor de overheden ................................................................................................ 15 Inrichting van centrale coördinatie .............................................................................................................. 15 De Vlaamse en Nederlandse contactpunten werken samen .................................................................. 16 De herdenking in de vorm van een drieluik .................................................................................................. 17 Bilaterale financiële onderbouwing ........................................................................................................ 24 Opbouw van duurzame informatievoorziening middels digitaal platform .................................................. 25 … voor Vlaams-Nederlandse ontsluiting van unilaterale initiatieven ..................................................... 25 … voor presentatie van bilaterale herdenkingsactiviteiten .................................................................... 27 Digitaal platform als zelfstandig medium ............................................................................................... 27 Lancering digitaal platform tijdens Maand van de Geschiedenis 2014 .................................................. 28 Overzicht van belangrijke bilaterale planvorming .......................................................................................... 29 Concrete plannen i.h.k.v. luik I: culturele activiteiten .................................................................................. 29 Concrete plannen i.h.k.v. luik II: educatieve activiteiten .............................................................................. 31 Concrete plannen i.h.k.v. luik III: plechtige herdenking omlijst door wetenschappelijk congres ................ 32 Overzicht van bronnen ................................................................................................................................... 32 Bijlage 1: de adviesaanvraag .......................................................................................................................... 35 Bijlage 2: bestaande plannen in de sector ...................................................................................................... 36 Uitbreiding Maand van de Geschiedenis tot Vlaams-Nederlands evenement............................................. 36 Voorstel voor Vlaams-Nederlandse televisieproductie ................................................................................ 40 Bijlage 3 ......................................................................................................................................................... 43 Stappenplan voor totstandkoming van zelfstandig digitaal platform .......................................................... 43 Colofon .......................................................................................................................................................... 46


“De Eerste Wereldoorlog is een pikzwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid. Politieke onmacht overvleugeld door technische mogelijkheden. Broedervolken die elkaar vier jaar lang zinloos afslachtten. We moeten erover na denken hoe we deze periode toegankelijk kunnen maken, voor de jeugd, maar daarmee ook voor veel ouderen die het nooit hebben begrepen (zoals ikzelf).� Jan Terlouw 15 februari 2013

3


Preambule Het contrast tussen de geschiedenis van Vlaanderen en Nederland tijdens de Groote Oorlog kan op het eerste gezicht niet groter zijn. Vlaanderen werd door Duitse troepen onder de voet gelopen en maakte vervolgens een bezetting door. Alleen het uiterste zuidwesten bleef die overweldiging bespaard, maar daar, aan het IJzerfront, vonden verwoestende veldslagen plaats die aan honderdduizenden het leven hebben gekost. Terwijl Vlaamse soldaten samen met hun Waalse landen geallieerde bondgenoten strijd leverden en Vlaamse burgers geconfronteerd werden met een vreemde overheerser, was Nederland neutraal. Die neutraliteit was niet vanzelfsprekend en moest gedurende de hele oorlog tegen alle kanten uitgelegd maar vooral ook verdedigd worden. Desondanks lopen er over de schijnbaar onneembare grens tussen oorlog en neutraliteit een aantal lijnen die Vlaanderen en Nederland met elkaar verbonden. Hieronder hebben we zeven kernpunten genoemd waarop een gezamenlijke herdenking van die gedeelde Eerste Wereldoorlog-ervaring, die met oog voor het verleden ook relevant voor het nu wil zijn, zich ons inziens zou moeten richten:

4

1.

Vluchtelingenopvang. Bij de Duitse inval in augustus 1914 en opnieuw na de Val van Antwerpen (oktober 1914) werd Nederland overspoeld door in totaal bijna een miljoen vluchtelingen, zowel burgers als soldaten. Daarvan bleven er ongeveer 100.000 gedurende de hele oorlog in Nederland. De overblijfselen van de “Belgenkampen” en het Belgenmonument in Amersfoort herinneren er nu nog aan.

2.

Culturele contacten tussen Vlaanderen en Nederland: Tijdens het gedwongen “exil” van veel Vlamingen in Nederland ontstonden er allerlei nieuwe contacten, juist ook op cultureel gebied. Vlaamse kunstenaars als Rik Wouters en Alfred Ost en musici als Emiel Hullebroeck woonden en werkten in Nederland, de oorlogspublicaties van Vlaamse schrijvers als Stijn Streuvels, Maurits Sabbe, René De Clercq en Abraham Hans zijn verschenen bij Nederlandse uitgeverijen. Denk hierbij aan het uitgeven van Vlaamse kranten in Nederland, de organisatie van Vlaamse feesten in grote Nederlandse steden, en de activiteiten van iemand als Modest Terwange (1864-1945), o.a. in het Office Belge Patrie et Liberté in Den Haag.

3.

Humanitaire hulp. Nederland speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming en werking van de grote internationale hulpactie voor bezet België, de Committee for the Relief of Belgium. Maar ook op nationaal en lokaal niveau kwamen hulpacties voor de getroffen Belgische burgerbevolking op gang. Vlaamse soldaten aan de IJzer beschreven hun frontervaringen aan Nederlandse ‘oorlogsmeters’ en ontvingen naast brieven ook kleding- en voedselpakketjes retour.

4.

De Grens: De elektrische versperring [de ‘Dodendraad’, red.] tussen Vlaanderen en Nederland vormde in theorie een belemmering voor elk niet door de Duitse bezetter toegestane verkeer. Maar in de praktijk wisten smokkelaars, spionnen en saboteurs (o.a. van het Dame Blanchenetwerk) en soldaten soms toch deze schijnbaar onneembare barrière te nemen. De Britse stafchef erkende al tijdens de oorlog dat Nederland voor Groot-Brittannië de belangrijkste bron van informatie over Duitse militaire activiteiten in België was. In een tijdperk waarin de grens tussen Nederland en Vlaanderen weinig meer voorstelt dan enkele borden langs de snelweg, is het goed ons te bedenken welke beperkingen grenzen in oorlogstijd konden opleggen.


5.

Het Nederlandse volk: De sympathie voor het lot van België onder het Nederlandse volk was groot. Vooral in kringen waar de Groot-Nederlandse gedachte werd aangehangen, werd een grote lotsverbondenheid gevoeld en in woord en daad uitgedragen.

6.

Inmenging op regeringsniveau: Een van de spaarzame malen dat de Nederlandse regering zich succesvol bemoeide met het Duitse beleid in bezet België was toen uit Nederland teruggekeerde vluchtelingen door de Duitse bezetter als dwangarbeider werden ingezet.

7.

De vrede: Nederlandse en Belgische intellectuelen hielden zich actief bezig met de vraag hoe een blijvende vrede kon worden bewerkstelligd. Al in 1915 verschenen publicaties over een Europese Statenbond, die na de oorlog over de vrede in Europa zou moeten waken.

Wegens al deze punten is het bepaald niet overdreven om te stellen dat een belangrijk deel van de Vlaamse oorlogsbeleving in de jaren 1914-1918 in Nederland plaatsvond. De komende herdenking is daarom een ideale gelegenheid om die beleving in al zijn verschillende facetten voor het eerst duidelijk in kaart te brengen.

Prof. dr. Wim Klinkert (Nederlandse Defensie Academie, Universiteit van Amsterdam) Dr. Paul Moeyes (Educatieve Hogeschool van Amsterdam) Dr. Samuël Kruizinga (Universiteit van Amsterdam)

5


Samenvatting Vanuit verschillende perspectieven is de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland verschillend beleefd. Op het eerste gezicht lijkt het wellicht een uitdaging om verandering te brengen in de veronderstelde onbekendheid onder Nederlanders van de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, gezien het feit dat Nederland destijds een neutrale staat was. Maar “over de schijnbaar onneembare grens tussen oorlog en neutraliteit [loopt] een aantal lijnen die Vlaanderen en Nederland met elkaar verbonden”: er is daarom voldoende reden om nu ook gezamenlijk te herdenken. Het is wel noodzakelijk om tijdig de juiste Vlaams-Nederlandse organisatorische verbanden te leggen. Daarop richt zich dit beleidsadvies. Het geeft inzicht in welke actoren in Vlaanderen en Nederland activiteiten ontplooien in het kader van de herdenking, het inventariseert welke activiteiten de belangrijkste zijn en bevat aanbevelingen voor de bevordering van de samenwerking daaromtrent. De aanbevelingen Op basis van een analyse van het staand beleid, de uitvoering van het beleid en de bijbehorende sterktes en zwaktes, komt CVN tot de volgende aanbevelingen: Praktische aanbevelingen voor de overheden: 

Inrichting van centrale coördinatie CVN beveelt aan om, binnen de bestaande (publieke of private) infrastructuur , een Nederlands centraal contactpunt aan te wijzen dan wel in te richten om de gezamenlijke herdenking te coördineren en de totstandkoming van samenwerking te bevorderen. 

De Vlaamse en Nederlandse contactpunten werken CVN beveelt aan dat het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt afstemmen over de totstandkoming van de VlaamsNederlandse herdenking. In onderling overleg bewaren zij het overzicht van de verschillende activiteiten en wijzen derde partijen richting de juiste contactpersonen.



De herdenking in de vorm van een drieluik CVN beveelt aan dat de overheden aansluiten op de activiteiten die de verschillende sectoren ontwikkelen en plannen; door CVN inzichtelijk gemaakt in het drieluik dat bestaat uit I) concrete culturele activiteiten, II) educatieve activiteiten en III) plechtige herdenking en een internationaal wetenschappelijk congres. De overheden kunnen de realisatie van dit drieluik faciliteren en belichten. CVN beveelt aan dat de Vlaamse en Nederlandse contactpunten de gezamenlijke VlaamsNederlandse planvorming in het kader van de drie luiken bevorderen en waar nodig coördineren. Veel herdenkingsinitiatieven ontstaan op unilaterale basis; de contactpunten nodigen waar mogelijk en wenselijk uit tot het aangaan van samenwerking met een of meerdere partners over de grens. Zoals bij iedere herdenking kunnen de kunsten heel speciale uitdrukking geven aan gevoelens die moeilijker onder woorden te brengen zijn. De verbeelding van de kunsten kunnen hier hun heel eigen, waardevolle en krachtige rol spelen. Om deze symbolische kracht optimaal te benutten geeft CVN in overweging een speciaal herdenkings-monument te laten ontwerpen, in bilaterale context.

6




Financiële onderbouwing CVN beveelt aan om de aanbeveling uit Tot hier. En nu verder!, voor een VlaamsNederlands Cultuurparticipatiefonds, toe te passen op de gezamenlijke herdenkingsactiviteiten in de periode 2014-2018.



Opbouw van duurzame informatievoorziening middels digitaal platform CVN beveelt aan dat de overheden de totstandkoming van een digitaal platform faciliteren, als duurzame informatievoorziening die aansluit op de interesses en communicatiemethoden van met name jonge generaties. 

… voor online Vlaams-Nederlandse ontsluiting van lokale initiatieven CVN beveelt aan dat het digitaal platform aangewend wordt voor dynamische VlaamsNederlandse ontsluiting van de vele lokale initiatieven middels een herdenkingsagenda (naar voorbeeld van bestaande online culturele agenda’s).



… voor presentatie van bilaterale herdenkingsactiviteiten CVN beveelt aan dat het digitaal platform de centrale vindplaats is voor informatie over de Vlaams-Nederlandse herdenkingsmomenten. Vanaf de verschillende (sociale) media kan de link naar het platform gelegd worden zodat de meest actuele en accurate informatie steeds voor eenieder beschikbaar is. De herdenkingsmomenten staan weergegeven in de herdenkingsagenda.



Digitaal platform als zelfstandig medium CVN benadrukt het belang van een zelfstandig digitaal platform. De unieke kenmerken #versterkingbetrekkingen, #ontkrachtingmythen en #kennisvergaring vragen om een speciale presentatievorm, die recht doet aan het eveneens speciale karakter van de herdenking.



Lancering van digitaal platform tijdens Maand van de Geschiedenis 2014 CVN beveelt aan dat de overheden inhaken op het momentum dat met een VlaamsNederlandse Maand van de Geschiedenis ‘Vriend & Vijand’ gecreëerd kan worden, om aandacht te vragen voor de herdenking richting een breed publiek. Het biedt het uitgelezen moment voor o.m. de lancering van het digitaal platform.

7


Inleiding Inleiding Vanuit verschillende perspectieven is de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland verschillend Vanuit verschillende perspectieven is de Eerste beleefd. Het gepercipieerde aan weerszijden Wereldoorlog in Vlaanderenonbegrip en Nederland verschillend van de grens over elkaars rolonbegrip en handelen hieruit beleefd. Het gepercipieerde aan dat weerszijden voortvloeit, belemmert gezamenlijk optreden richting van de grens over elkaars rol en handelen dat hieruit de toekomst. Derhalve is het van belangoptreden wederzijdse kennis voortvloeit, belemmert gezamenlijk richting de te vergroten met als doel het onderlinge begrip te toekomst. Derhalve is het van belang wederzijdse kennis versterken. totals nu doel toe als beleefde te vergrotenDemet hetongelijkwaardig onderlinge begrip te posities vanDe Vlaanderen in dit hoofdstuk versterken. tot nu toeen alsNederland ongelijkwaardig beleefde van de wereldgeschiedenis, is onderdeel de mythes posities van Vlaanderen en Nederland invan dit hoofdstuk 1 die de oorlog zijn ontstaan. vanrond de wereldgeschiedenis, is onderdeel van de mythes 1 die rond de oorlog zijn ontstaan. Inzicht in elkaars verleden versterkt het fundament voor

          “Er is geen interesse in “ Er is geen interesse in elkaars herinneringen.” elkaars herinneringen.”

samenwerking in verleden een toekomst waarin Inzicht in elkaars versterkt hetVlaanderen fundament en voor Nederland elkaar als gelijkwaardige partners voor samenwerking in een toekomst waarin Vlaanderen en samenwerking benaderen. Nederland elkaar als gelijkwaardige partners voor samenwerking benaderen.

Op het eerste gezicht lijkt het wellicht een uitdaging om verandering te brengen in de veronderstelde onbekendheid onder Nederlanders vaneen de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, gezien het Op het eerste gezicht lijkt het wellicht uitdaging om verandering te brengen in de veronderstelde feit dat Nederland destijds een neutrale staat was. Maar in de preambule bij dit advies wordt onbekendheid onder Nederlanders van de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, gezien het betoogd dat “over de schijnbaar onneembare tusseninoorlog en neutraliteit een aantal lijnen feit dat Nederland destijds een neutrale staat grens was. Maar de preambule bij dit advies wordt [loopt] diedat Vlaanderen en Nederland met elkaar verbonden”. Uit deenVlaamse onderzoeken lijnen betoogd “over de schijnbaar onneembare grens tussen oorlog neutraliteit een aantal museumsector ontving CVN tevens berichten dat de interesse voor de materie met name vanuit [loopt] die Vlaanderen en Nederland met elkaar verbonden”. Uit de Vlaamse onderzoek- en Nederland afkomstig is. CVN Dit wordt inde deinteresse Vlaamse beleidsdocumentatie. museumsector ontving tevensweerspiegeld berichten dat voor de materie met name vanuit Nederland afkomstig is. Dit wordt weerspiegeld in de Vlaamse Kortom, er zijn voldoende mogelijkheden om samen op zinvollebeleidsdocumentatie. wijze te herdenken. Het is wel

noodzakelijk omvoldoende tijdig de juiste Vlaams-Nederlandse te leggen. Daarop Kortom, er zijn mogelijkheden om samen organisatorische op zinvolle wijze verbanden te herdenken. Het is wel richt zich dit beleidsadvies. Het geeft inzicht in welke actoren in Vlaanderen en Nederland activiteiten noodzakelijk om tijdig de juiste Vlaams-Nederlandse organisatorische verbanden te leggen. Daarop ontplooien het kader van Het de herdenking, inventariseert welke activiteiten de belangrijkste zijn richt zich ditinbeleidsadvies. geeft inzichthet in welke actoren in Vlaanderen en Nederland activiteiten en bevat aanbevelingen voorde deherdenking, bevorderinghet vaninventariseert de samenwerking ontplooien in het kader van welkedaaromtrent. activiteiten de belangrijkste zijn en bevat aanbevelingen voor bevordering van de samenwerking daaromtrent. Herdenken met de nadruk opde bewustwording

Herdenken met op te bewustwording “Om 100 jaar na de de nadruk feiten niet vervallen in een wij-zij verhaal, is het […] cruciaal om verschillende 2 stemmen aan het woord laten.” “Om 100 jaar na de feitenteniet te vervallen in een wij-zij verhaal, is het […] cruciaal om verschillende stemmen aandehet woord te laten.” 2voor de Eerste Wereldoorlog kan de herdenking een Op basis van gedeelde interesse

gezamenlijke Vlaams-Nederlandse weerspiegelen. gezichtspunten die Op basis van de gedeelde interessetoon vooren deinput Eerste WereldoorlogDe kanverschillende de herdenking een erin weerspiegeld worden, maken de gezamenlijke herdenking totDeeen waardevol moment van die gezamenlijke Vlaams-Nederlandse toon en input weerspiegelen. verschillende gezichtspunten uitwisseling en vergroting wederzijds begrip. herdenking tot een waardevol moment van erin weerspiegeld worden,van maken de gezamenlijke uitwisseling en vergroting van wederzijds begrip. Hoewel beleidsdomeinoverschrijdend in opzet, is het toeristische aspect van de herdenking aan Vlaamse kant sterk ontwikkeld. CVN beoogt metisdit (eveneens Hoewel beleidsdomeinoverschrijdend in opzet, hetbeleidsadvies toeristische aspect van de herdenking aan beleidsdomeinoverschrijdende) complementaire aanbevelingen te(eveneens doen, die aansluiten op het Vlaamse kant sterk ontwikkeld. CVN beoogt met dit beleidsadvies Vlaams beleid. Tegelijkertijd raken de aanbevelingen aan elementen van de juist niet beleidsdomeinoverschrijdende) complementaire aanbevelingen te doen, dieherdenking aansluiten die op het met toerisme te maken hebben, om de herdenking op die manier te verrijken. Het VlaamsVlaams beleid. Tegelijkertijd raken de aanbevelingen aan elementen van de herdenking die juist niet met toerisme te maken hebben, om de herdenking op die manier te verrijken. Het Vlaams1

Sophie De Schaepdrijver. Vlaanderen. Tijd-Schrift, jaargang 3 (nummer 2) ‘100 jaar Grote Oorlog: een erfgoedverhaal’. Sophie De Schaepdrijver. 2 Pagina 5. Heemkunde Vlaanderen. Tijd-Schrift, jaargang 3 (nummer 2) ‘100 jaar Grote Oorlog: een erfgoedverhaal’. 21 Heemkunde

8

Pagina 5.


Nederlandse initiatief geeft ruim baan aan de parallel geplande nationale initiatieven van onder meer België en Nederland. De herdenking moet inhoud krijgen op een manier die verder gaat dan alleen de culturele aspecten van de herdenking in enge zin. Maatschappelijke en actuele duiding helpt om de bewustwording Nederlandse initiatief geeft ruim baan aan de parallel geplande nationale initiatieven van onder meer onder een breed en jong publiek te stimuleren.3 Cultuur en wetenschappelijk onderzoek kunnen hier België en Nederland. het middel voor zijn. Educatie, met als doel jonge generaties bewust te maken van de gebeurtenissen De herdenking moet inhoud krijgen opvertaling een manier die verder gaat danproblematiek, alleen de culturele aspecten tijdens de Eerste Wereldoorlog en de daarvan naar actuele krijgt bovendien van herdenking in enge Maatschappelijke en actuele duiding helpt om de bewustwording eende prioritaire plaats in dezin. herdenking. onder een breed en jong publiek te stimuleren.3 Cultuur en wetenschappelijk onderzoek kunnen hier De rode draad door het beleidsadvies is nadruk op en samenhang tussen de ontkrachting van het middel voor zijn. Educatie, met als doel jonge generaties bewust te maken van de 4gebeurtenissen mythen, kennisvergaring en versterking van de Vlaams-Nederlandse betrekkingen. tijdens de Eerste Wereldoorlog en de vertaling daarvan naar actuele problematiek, krijgt bovendien een prioritaire plaats in de herdenking. De rode draad door het beleidsadvies is nadruk op en samenhang tussen de ontkrachting van mythen, kennisvergaring en versterking van de Vlaams-Nederlandse betrekkingen. 4

3

Overleg i.v.m. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’, d.d. 21 januari 2013. 4 Overleg i.v.m. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’, d.d. 21 januari 2013. 3

Overleg i.v.m. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’, d.d. 21 januari 2013. 4 Overleg i.v.m. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’, d.d. 21 januari 2013.

9


Analyse van vigerend beleid Analyse van vigerend beleid

Context van de beleidsanalyse Context van devan beleidsanalyse Met de herdenking de Eerste Wereldoorlog profileert Vlaanderen zich op internationaal terrein.

De is een zwaartepunt van het Vlaams toeristisch en erfgoedbeleid, in voorbereiding op Metherdenking de herdenking van de Eerste Wereldoorlog profileert Vlaanderen zich op internationaal terrein. en tijdens de periode 2014-2018. De grote slagveldsites en militaire begraafplaatsen bevinden zich De herdenking is een zwaartepunt van het Vlaams toeristisch en erfgoedbeleid, in voorbereiding opin Vlaanderen, internationaal belangrijke museum ‘In Flanders Fields’. en tijdens deevenals periodehet 2014-2018. De grote slagveldsites en militaire begraafplaatsen bevinden zich in Vlaanderen, evenals het internationaal belangrijke museum ‘In Flanders Fields’. De herdenking wordt door Vlaanderen vormgegeven in lijn met de bevoegdheden die zij verworven

heeft om zich zelfstandig het buitenland te profileren. is het een historisch De herdenking wordt doorrichting Vlaanderen vormgegeven in lijn metTegelijkertijd de bevoegdheden die zij verworven gegeven dat niet Vlaanderen, maar België als staat in de Eerste Wereldoorlog verwikkeld was. 5 Naast heeft om zich zelfstandig richting het buitenland te profileren. Tegelijkertijd is het een historisch de Vlaams-Nederlandse, spelen in de analyse van deincontext ook de interne Belgische verhouding gegeven dat niet Vlaanderen, maar België als staat de Eerste Wereldoorlog verwikkeld was. 5 Naast 6 een rol, zoals de Vlaams-Waalse. de Vlaams-Nederlandse, spelen in(4B) de analyse van de context ook de interne Belgische verhouding een Vlaams-Waalse. (4B) 6 CVNrol, sluitzoals haarde ogen niet voor de gevoeligheden hieromtrent. Tegelijkertijd is zij zich ervan bewust dat over andere verhoudingen dan dehieromtrent. Vlaams-Nederlandse buiten haar vallen. CVNuitspraken sluit haar ogen niet voor de gevoeligheden Tegelijkertijd is zij zichwerkveld ervan bewust CVN kiest dan ook een verhoudingen focus op de brede inhoudelijke basis voor een zinvolle dat uitspraken overvoor andere dan de Vlaams-Nederlandse buiten haar Vlaamswerkveld vallen. Nederlandse in focus lijn met in de preambule diteen beleidsadvies. De VlaamsCVN kiest danherdenking, ook voor een ophet de betoog brede inhoudelijke basis bij voor zinvolle VlaamsNederlandse herdenking heeft een eigen karakter en dynamiek, die de herdenkingen door andere herdenking, in lijn met het betoog in de preambule bij dit beleidsadvies. De Vlaamsnationale en internationale gremia de weg staat. (8A) Nederlandse herdenking heeft een niet eigeninkarakter en dynamiek, die de herdenkingen door andere nationale en internationale gremia niet in de weg staat. (8A)

5

Sophie De Schaepdrijver en de Nederlandse Ambassade. Op verschillende plaatseneninde ditNederlandse beleidsadviesAmbassade. staat een cijfer-lettercombinatie aangeduid. Dit zijn Sophie De Schaepdrijver 6 verwijzingen naar de plaats in van desbetreffende in de sterkte-zwakteanalyse, weergegeven Op verschillende plaatsen dithet beleidsadvies staatpunt een cijfer-lettercombinatie aangeduid. Dit zijn als afsluiting vannaar de beleidsanalyse. verwijzingen de plaats van het desbetreffende punt in de sterkte-zwakteanalyse, weergegeven als afsluiting van de beleidsanalyse. 6 5

10


Speerpunten in het beleid Speerpunten In Vlaanderen in het beleid In Vlaanderen De herdenking in Vlaanderen is beleidsdomeinoverschrijdend en komt tot stand door actiepunten in het beleid voorin het buitenlands, toerisme, erfgoedzorg, educatie, communicatie en wetenschappelijk De herdenking Vlaanderen is beleidsdomeinoverschrijdend en komt tot stand door actiepunten in onderzoek. Het zwaartepunt bevindt zich in de domeinen toerisme en onroerend erfgoed. het beleid voor het buitenlands, toerisme, erfgoedzorg, educatie, communicatie en wetenschappelijk onderzoek. Het zwaartepunt bevindt zich in de domeinen toerisme en onroerend erfgoed. Het herdenkingstoerisme HetVlaamse herdenkingstoerisme De overheid stelt in haar analyses van het toerisme op haar grondgebied vast dat er onder de Nederlandse bevolking bestaat voor de Eerste Wereldoorlog en de bijbehorende De Vlaamse overheid stelt belangstelling in haar analyses van het toerisme op haar grondgebied vast dat er onder 7 herdenkingsactiviteiten (1A). De oorlogsthematiek heeft in Nederland de laatste op steeds de Nederlandse bevolking belangstelling bestaat voor de Eerste Wereldoorlog en jaren de bijbehorende meer aandacht mogen rekenen, aangewakkerd doorin(wetenschappelijke) en herdenkingsactiviteiten (1A).7 Demede oorlogsthematiek heeft Nederland de laatstepublicaties jaren op steeds documentaires die op televisie vertoond zijn. Voor het Vlaamse herdenkingstoerisme geldt meer aandacht mogen rekenen, mede aangewakkerd door (wetenschappelijke) publicaties en 8 Nederland als interessante groeimarkt. documentaires die op televisie vertoond zijn. Voor het Vlaamse herdenkingstoerisme geldt 8 Nederland als interessante groeimarkt. In lijn met deze ontwikkeling, vormt het Nederlandse publiek een niet onbelangrijk deel van het 9 aantal herdenkingstoeristen de Vlaamse Westhoek:publiek in het jaar 9,3 % van hetdeel totale In lijn met deze ontwikkeling,invormt het Nederlandse een2006 niet onbelangrijk vanaantal. het aantal herdenkingstoeristen in de Vlaamse Westhoek: in het jaar 2006 9,3 % van het totale aantal.9 De erfgoedstrategie

De erfgoedstrategie Vlaanderen hanteert een strategie voor het behoud van het onroerend oorlogserfgoed onder de naam Erfgoed van de een Groote Oorlog. Hethet betreft hetvan onderzoek, de bescherming, het beheer Vlaanderen hanteert strategie voor behoud het onroerend oorlogserfgoed onderen dede erkenning van tastbare sporen, zoals militaire begraafplaatsen, oorlogsgedenktekens en naam Erfgoed van de Groote Oorlog. Het betreft het onderzoek, de bescherming, het beheer en de (ondergrondse) verdedigingsconstructies, die in Vlaanderen nogoorlogsgedenktekens steeds talrijk aanwezig erkenning van tastbare sporen, zoals militaire begraafplaatsen, enzijn. (ondergrondse) verdedigingsconstructies, die in Vlaanderen nogaan steeds talrijk aanwezig zijn. Tevens Doel is het erfgoed in de beste omstandigheden over te dragen de volgende generaties.

is hetisonderdeel vaninde voor het herdenkingstoerisme, metdeonder meergeneraties. een tijdelijkTevens Doel het erfgoed destrategie beste omstandigheden over te dragen aan volgende Herinneringspark dat in de periode 2014-’18 een trekpleister moet zijn voor het cultuurtoerisme. Het is het onderdeel van de strategie voor het herdenkingstoerisme, met onder meer een tijdelijk is een samenwerkingsproject van Nederlandse entrekpleister Vlaamse professionals uit de Herinneringspark dat in de periode 2014-’18 een moet zijn voor hetarchitectuur, cultuurtoerisme. Het scenografie en stedenbouwkunde. is een samenwerkingsproject van Nederlandse en Vlaamse professionals uit de architectuur, scenografie en stedenbouwkunde. In Nederland

In Nederland Op dit moment is in Nederland geen specifiek beleid of doelstellingen geformuleerd rond de (uni-, 10 dan welmoment multilaterale) herdenking vanspecifiek 100 jaarbeleid EersteofWereldoorlog. Op dit is in Nederland geen doelstellingen geformuleerd rond de (uni-, dan wel multilaterale) herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog.10

7

In deze analyse van vigerend beleid, evenals verderop in de tekst, staan cijfer-lettercombinaties vermeld. 7 Deze verwijzen plaats van de opmerking in de sterkte-zwakteanalyse, die onderdeel uitmaakt van dit In deze analysenaar vande vigerend beleid, evenals verderop in de tekst, staan cijfer-lettercombinaties vermeld. document. Deze verwijzen naar de plaats van de opmerking in de sterkte-zwakteanalyse, die onderdeel uitmaakt van dit 8 Uit Studie ‘Toeristische valorisatie van erfgoed uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek met het oog op document. 8 100 jaar Groote Oorlog (2014-2018)’, pagina 183. Uit Studie ‘Toeristische valorisatie van erfgoed uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek met het oog op 9 Uitjaar Studie ‘Toeristische valorisatie van erfgoed 100 Groote Oorlog (2014-2018)’, pagina 183.uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek met het oog op 9 100 jaar Groote Oorlog (2014-2018)’, pagina 99-100. Uit Studie ‘Toeristische valorisatie van erfgoed uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek met het oog op 10 Opjaar basis van onderzoek door CVN en bevestiging 100 Groote Oorlog (2014-2018)’, pagina 99-100.van uitkomsten door de Nederlandse Ambassade te 10 Brussel. Op basis van onderzoek door CVN en bevestiging van uitkomsten door de Nederlandse Ambassade te Brussel.

11


Analyse van uitvoering Analyse van uitvoering In Vlaanderen In Vlaanderen

De Groote Oorlog is voor Vlaanderen de historische gebeurtenis die het meest bepalend is geweest De Groote Oorlogvan is voor Vlaanderen de en historische gebeurtenis dievan het de meest bepalend is geweest voor het verloop de twintigste eeuw de verdere ontwikkeling Belgische en Vlaamse voor het verloop de twintigste eeuwDeenvele de verdere ontwikkeling vanorganisaties, de Belgischeinstellingen en Vlaamseen maatschappij in devan context van Europa. initiatieven die Vlaamse maatschappij in de context Europa. Deherdenking vele initiatieven die Vlaamse organisaties, instellingen bedrijven ontwikkelen in hetvan kader van de van honderd jaar Eerste Wereldoorlog vormten bedrijven ontwikkelen in het kader van de herdenking van honderd jaar Eerste Wereldoorlog vormt van deze impact de afspiegeling. van deze impact de afspiegeling. Om de realisatie van de herdenking te coördineren heeft de Vlaamse Overheid het Om de realisatie van de jaar herdenking te coördineren heeft de Vlaamse Overheid Projectsecretariaat ‘100 Groote Oorlog’ opgericht onder de vleugels van hethet Departement Projectsecretariaat ‘100 jaar Oorlog’ opgericht onder opereert. de vleugels vanToerisme het Departement internationaal Vlaanderen, datGroote beleidsdomeinoverschrijdend Ook Vlaanderen internationaal Vlaanderen, beleidsdomeinoverschrijdend opereert. Ook behandelt de herdenking endat de activiteiten daar omheen als speerpunt. (2A) Toerisme Vlaanderen behandelt de herdenking en de activiteiten daar omheen als speerpunt. (2A) De manier waarop Vlaanderen de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog aanpakt is groots. Ter 11 De manier waarop de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog aanpakt is groots. Ter illustratie een citaat Vlaanderen van de website van het Projectsecretariaat: illustratie een citaat van de website van het Projectsecretariaat:11 “De concrete programmering van de activiteiten die naar aanleiding van de herdenking van honderd “De Wereldoorlog concrete programmering van de activiteiten naar aanleiding van deVlaanderen herdenkinginternationale van honderd jaar I worden georganiseerd, moet die ertoe leiden dat de naam jaar Wereldoorlog worden georganiseerd, leiden dat de naam Vlaanderen internationale zichtbaarheid krijgt Ien duurzaam verbondenmoet wordtertoe met het vredesthema. Een andere doelstelling zichtbaarheid en duurzaam verbonden wordt met vredesthema. Eengemaakt andere doelstelling bestaat erin datkrijgt de huidige en toekomstige generaties in het Vlaanderen gevoelig worden voor bestaat als erinverdraagzaamheid, dat de huidige en toekomstige generaties Vlaanderen gevoelig gemaakt worden voor thema’s interculturele dialoog enininternationale verstandhouding, met het thema’s alsopen verdraagzaamheid, interculturele dialoog en internationale metwordt het oog op een en tolerante samenleving en een actieve internationale verstandhouding, oriëntatie. Ten slotte ooggestreefd op een open tolerante samenleving eenhet actieve internationale oriëntatie. Ten slotte wordt ook naareneen aanzienlijke toenameenvan vredestoerisme in (West-)Vlaanderen.” ook gestreefd naar een aanzienlijke toename van het vredestoerisme in (West-)Vlaanderen.” Het Vlaamse projectsecretariaat is het centrale aanspreekpunt voor betrokken en geïnteresseerde Het Vlaamse projectsecretariaat het centraleafkomstig aanspreekpunt voor en betrokken en geïnteresseerde partijen uit alle beleidsdomeinenisen sectoren uit binnenbuitenland. Op deze manier uit alle vindbaar beleidsdomeinen sectoren afkomstig uit binnen- en buitenland. manier ispartijen de organisatie achter deen uiteenlopende herdenkingsactiviteiten, ook al zijnOp diedeze fysiek is de organisatie verspreid over devindbaar regio. achter de uiteenlopende herdenkingsactiviteiten, ook al zijn die fysiek verspreid over de regio. Het zwaartepunt van de activiteiten die de Vlaamse overheid initieert, ligt op het gebied van het Het zwaartepunt van activiteiten de Vlaamse overheid initieert,impliceert ligt op hetgerichtheid gebied van op het onroerend erfgoed ende toerisme. Metdie name de toeristische invalshoek onroerend erfgoed derde landen. (2B) en toerisme. Met name de toeristische invalshoek impliceert gerichtheid op derde landen. (2B)

11

12

Op website van het Projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’, geraadpleegd op 12 september 2013. Op website van het Projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’, geraadpleegd op 12 september 2013.

11


In Nederland In Nederland Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog een neutrale staat en niet betrokken bij de

oorlogsvoering. Meest de bepalend in de twintigste eeuw is, vanuit van bij veel Nederland was tijdens Eerste Wereldoorlog een neutrale staathet enperspectief niet betrokken de Nederlandse beleidsmakers, de Tweede Wereldoorlog. oorlogsvoering. Meest bepalend in de twintigste eeuw is, vanuit het perspectief van veel Nederlandse beleidsmakers, de Tweede Wereldoorlog. Deze opvatting vindt weerspiegeling in de manier waarop de Nederlandse overheid de herdenking van jaar Eerst Wereldoorlog aanpakt: bescheiden. Deze100 opvatting vindt weerspiegeling in de manier waarop de Nederlandse overheid de herdenking van 100 jaar Eerst Wereldoorlog aanpakt: bescheiden. De perceptie dat Nederlanders geringe belangstelling aan de dag zouden leggen voor de

gebeurtenissen het eigen en de omringende landen tijdens Wereldoorlog, De perceptie datinNederlanders geringe belangstelling aan de de dagEerste zouden leggen voor blijkt de echter te berusten op een onvolledige enomringende soms onjuiste voorstelling vanEerste zaken.Wereldoorlog, (1B) Er zijn talrijke gebeurtenissen in het eigen en de landen tijdens de blijktlokale echter initiatieven op het niveau van universiteiten, steden en culturele instellingen om de Groote Oorlog te berusten op een onvolledige en soms onjuiste voorstelling van zaken. (1B) Er zijn talrijke lokale te herdenken. initiatieven op het niveau van universiteiten, steden en culturele instellingen om de Groote Oorlog te herdenken. Tevens is de belangstelling voor de gebeurtenissen in Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog onder Nederlandse publiek noemenswaardig groot. Centrum vanEerste aandacht is het In Tevenshet is de belangstelling vooraldejaren gebeurtenissen in Vlaanderen tijdens de Wereldoorlog Flanders Fields Museum te Ieper. Uit de bezoekersmonitor van het museum blijkt dat naast onder het Nederlandse publiek al jaren noemenswaardig groot. Centrum van aandacht is hetBritten In en Belgen, Nederlanders deIeper. belangrijkste bezoekersgroep vormen. verhouding sinds Britten een flink Flanders Fields Museum te Uit de bezoekersmonitor van het Deze museum blijkt datisnaast aantal jarenNederlanders stabiel.12 Ookde is belangrijkste de Nederlandse academische vormen. wereld deDeze laatste tijd productief en Belgen, bezoekersgroep verhouding is sindsgeweest een flink 13 12 waar het de Eerste Wereldoorlog betrof. aantal jaren stabiel. Ook is de Nederlandse academische wereld de laatste tijd productief geweest 13 waar de Eerste belangstelling, Wereldoorlog betrof. Naasthet vrijblijvende zijn er in Nederland wel degelijk plannen voor herdenking van de Eerste Wereldoorlog. De planvorming enin uitvoering concentreert op het niveau van het van de Naast vrijblijvende belangstelling, zijn er Nederland wel degelijkzich plannen voor herdenking maatschappelijk middenveld en particulieren, met als doel “het verhaal Eerste Wereldoorlog. De planvorming en uitvoering concentreert zich opvan hetNederland niveau vantijdens het de Eerste Wereldoorlog, met inbegrip van de aanloop en nasleep, in de periode 2014-2018 bij een de breed maatschappelijk middenveld en particulieren, met als doel “het verhaal van Nederland tijdens 14 publiek onder de aandacht te brengen”. (3A) Er is in dit kader geen sprake van noemenswaardige Eerste Wereldoorlog, met inbegrip van de aanloop en nasleep, in de periode 2014-2018 bij een breed 14 contacten tussen de Rijksoverheid en uitvoerende publiek onder de aandacht te brengen”. (3A) Er isorganisaties. in dit kader geen sprake van noemenswaardige contacten tussen Rijksoverheid en uitvoerende organisaties. De overheid heeftde geen projectsecretariaat of –leiding in het leven geroepen. (3B) De consequentie hiervan is datheeft Nederland geen centraal aanspreekpunt biedt uit binnenbuitenland De overheid geen projectsecretariaat of –leiding in het voor levenpartijen geroepen. (3B) De of consequentie die rond de herdenking van WO1 een initiatief willen ondernemen. Het Vlaams Projectsecretariaat hiervan is dat Nederland geen centraal aanspreekpunt biedt voor partijen uit binnen- of buitenland ‘100 jaar de Groote Oorlog’van ervaart alsinitiatief een struikelblok in verband met samenwerking. die rond herdenking WO1dit een willen ondernemen. Het potentiële Vlaams Projectsecretariaat 15 (5B) ‘100 jaar Groote Oorlog’ ervaart dit als een struikelblok in verband met potentiële samenwerking. (5B) 15

12

Uit de bezoekersmonitor van het In Flanders Fields Museum te Ieper komt het volgende beeld naar voren: 12 Percentage bezoekers naar van nationaliteit: Uit de bezoekersmonitor het In Flanders Fields Museum te Ieper komt het volgende beeld naar voren: 40 % Brits, 37 % Belgisch, 10 % Nederlands, 13 % andere nationaliteiten. Percentage bezoekers naar nationaliteit: Deze cijfers37 zijn afgelopen stabiel gebleven. 40 % Brits, % de Belgisch, 10 %jaren Nederlands, 13 % andere nationaliteiten. Van de 10 % Nederlandse bezoekers bestaat een goed deel uit scholen die “elk jaar terugkomen vanwege hun Deze cijfers zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven. enthousiasme” over het museum en de aangeboden programma’s, Petra Delvaux, Van de 10 % Nederlandse bezoekers bestaat een goededucatieve deel uit scholen die “elk aldus jaar terugkomen vanwege hun verantwoordelijk van marketing en promotie van het museum (telefonisch gesproken op 13Delvaux, februari 2013). enthousiasme” over het museum en de aangeboden educatieve programma’s, aldus Petra 13 Zie: verantwoordelijk van marketing en promotie van het museum (telefonisch gesproken op 13 februari 2013). 13  Zie: Amersfoort, Herman en Wim Klinkert. Small Powers in the Age of Total War, 1900-1940. Leiden: BRILL, 2011.  Amersfoort, Herman en Wim Klinkert. Small Powers in the Age of Total War, 1900-1940. Leiden: BRILL,  Van Galen Last, Dick. De zwarte schande. Afrikaanse soldaten in Europa 1914-1922. Amsterdam: Atlas – 2011. Contact (i.s.m. 2012.  Van Galen Last,NIOD), Dick. De zwarte schande. Afrikaanse soldaten in Europa 1914-1922. Amsterdam: Atlas –  Moeyes, Paul. Buiten schot. Contact (i.s.m. NIOD), 2012. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam: de Arbeiderspers, 2011.  Moeyes, Paul. Buiten schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam: de Arbeiderspers, 14 Zie de2011. Stichting 100 Jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog (http://www.100jaarnederlandenwo1.nl/). 15 14 Uit verslag van overleg i.v.m. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Zie de Stichting 100 Jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog (http://www.100jaarnederlandenwo1.nl/). 15 Wereldoorlog’, d.d. 21 januari Uit verslag van overleg i.v.m.2013. beleidskader (pre)advies Vlaams-Nederlandse herdenking ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’, d.d. 21 januari 2013.

13


Analyse van sterktes en zwaktes

1

2

3

Sterkte

Zwakte

A De Vlaams-Nederlandse herdenking mag in Vlaanderen ĂŠn in Nederland rekenen op brede belangstelling van zowel (gespecialiseerde) professionals als het publiek. Professionele publieke infrastructuur i.v.m. organisatie herdenking aan Vlaamse kant.

B Perceptie van beleidsmakers dat interesse voor de herdenking onder het Nederlandse publiek gering zou zijn.

Meerdere serieuze particuliere initiatieven aan Nederlandse kant om inhoudelijke en organisatorisch bij te dragen aan de herdenking.

4

5

6

7

8 9

10

14

Professionele publieke Vlaamse infrastructuur met beperkte nadruk op toeristische en economische aspecten van de herdenking. Zwakke organisatorische infrastructuur i.v.m. herdenking aan Nederlandse kant. Een centraal aanspreekpunt ontbreekt. Rijksoverheid heeft geen middelen voorzien om contactpunt in te richten. Profilering van Vlaanderen met de herdenking tegenover het feit dat BelgiĂŤ als staat bij de oorlog betrokken was. Gevolg: Voor buitenstaanders niet altijd duidelijk vanuit welk gremium herdenkingsactiviteiten tot stand komen en/of wat de onderlinge verhouding is.

Kans

Bedreiging

Aan Nederlandse kant: ondersteuning van sterke particuliere initiatieven en verbetering van communicatie d.m.v. een centraal contactpunt voor Nederland. Toepassing herdenkingsthematiek op culturele programmering, educatie en wetenschap: #ontkrachtingmythen #kennisvergaring #versterkingbetrekkingen Toepassing best practices van eerdere / andere Vlaams-Nederlandse initiatieven om gezamenlijke herdenking voorspoedig te realiseren. Vlaams-Nederlandse herdenking als complementair initiatief naast de statelijke herdenkingen. Betrekken van een breed Vlaams en Nederlands geĂŻnteresseerd publiek bij de herdenking door middel van centrale online ontsluiting van lokale initiatieven. De herdenking als aanleiding voor de opbouw van duurzame informatievoorziening over de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Moeizame totstandkoming gezamenlijke activiteiten door afwezigheid van gelijkwaardige aanspreekpunten in Vlaanderen en Nederland. Dit terwijl de herdenkingsperiode snel dichterbij komt. Wens van met name Nederlandse kant om herdenking te beperken tot cultuur in enge zin.

Versnippering als gevolg van lokaal karakter van activiteiten verspreid over de regio.


Praktische aanbevelingen voor de overheden “Door het geleidelijk verdwijnen van de laatste getuigen van de Eerste Wereldoorlog moet de herinnering aan de oorlog doorgegeven worden door mensen die steeds verder in de tijd verwijderd zijn van de gebeurtenissen die ze herdenken. In de loop van decennia zijn ook de motieven en de praktijken om de oorlog te herdenken gewijzigd. En hoewel formele plechtigheden en het bezoeken van begraafplaatsen en memorialen in de herdenkingen nog altijd een belangrijke rol spelen, gebeurt de overdracht van de herinnering vandaag in steeds toenemende mate door anderen kanalen zoals toerisme, onderwijs, wetenschap, cultuur en media.” 16 Op deze observatie van het Vlaams Vredesinstituut haakt CVN in. Op basis van de analyse van beleid, uitvoering en de sterktes en zwaktes, formuleert zij aanbevelingen voor een Vlaams-Nederlandse herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog die alle genoemde kanalen benutten en bijdragen aan de sensibilisering van een breed publiek.

Inrichting van centrale coördinatie Uit de uitvoeringsanalyse komt naar voren dat aan Vlaamse kant een centraal punt van coördinatie van de herdenking is ingericht in de vorm van het Projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ (onderdeel van het Departement internationaal Vlaanderen). Aan Nederlandse kant ontbreekt het aan een dergelijk centraal contactpunt, wat de Vlaams-Nederlandse communicatie en uitwisseling frustreert. Een centraal contactpunt is onmisbaar om de grensoverschrijdende samenwerking tussen reeds actieve actoren te bevorderen, en om de Vlaams-Nederlandse afstemming van de uiteenlopende activiteiten te coördineren dan wel te realiseren. In verband met de inrichting van een contactpunt heeft de Nederlandse overheid een verkenning verricht. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een gesprek gehad met de ‘Stichting 100 jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog’. Deze stichting is bereid als contactpunt op te treden, op voorwaarde dat de Rijksoverheid de stichting financieel of met mankracht ondersteunt. Daar is de Rijksoverheid niet toe bereid. Een subsidieverzoek van de Stichting aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is afgewezen. Dit weerhoudt CVN niet van de aanbeveling om, binnen de bestaande (publieke of private) infrastructuur, een Nederlands centraal contactpunt aan te wijzen dan wel in te richten om de gezamenlijke herdenking te coördineren en de totstandkoming van samenwerking te bevorderen. Het feit meegewogen dat de publiek aangestuurde initiatieven van Nederlandse kant rond de herdenking van de Eerste Wereldoorlog kleinschaliger zullen zijn dan aan Vlaamse kant, volstaat het om binnen de bestaande infrastructuur een contactpunt in te richten als ‘wegwijzer’. Zonder zelf activiteiten te ontwikkelen, behoudt het contactpunt het overzicht van de verschillende initiatieven met als doel externe partijen toegang te verschaffen tot relevante netwerken en contacten. (5A en B) Zo legt het contactpunt de verbanden tussen de talrijke lokale initiatieven die in Vlaanderen en Nederland bestaan op het niveau van universiteiten, steden en culturele instellingen: #versterkingbetrekkingen. Bij het aanwijzen en operationeel maken van het contactpunt is geen tijd te verliezen. De herdenking van de Groote Oorlog gaat van start in 2014; zo ook de Vlaams-Nederlandse activiteiten hieromtrent. Voor afstemming en realisatie van gezamenlijke initiatieven is tijd nodig, wat de tijdsdruk vergroot. Het verdient aanbeveling om de gezamenlijke herdenking zich voornamelijk vanaf 2015 te laten afspelen. Om de vruchten te plukken van het maatschappelijk bewustzijn dat in 2014 wordt 16

Citaat uit Honderd jaar Eerste Wereldoorlog in het teken van vrede. Brussel: Vlaams Vredeninstituut, 2011. Pagina 7.

15


opgebouwd door middel van verschillende informatieve uitzendingen, publicaties en activiteiten; tegelijkertijd concurrentie hiermee vermijdend. 17 Ook in dit scenario is tijdige afstemming en opgebouwd door middel van verschillende informatieve uitzendingen, publicaties en activiteiten; coördinatie door de contactpunten vereist. tegelijkertijd concurrentie hiermee vermijdend. 17 Ook in dit scenario is tijdige afstemming en coördinatie door contactpunten vereist. De Vlaamse en de Nederlandse contactpunten werken samen De Vlaamse inrichting van het Nederlandse contactpunt vergemakkelijkt de coördinatie van gezamenlijke De en Nederlandse contactpunten werken samen Vlaams-Nederlandse herdenkingsactiviteiten aanzienlijk. De inrichting van het Nederlandse contactpunt vergemakkelijkt de coördinatie van gezamenlijke Vlaams-Nederlandse aanzienlijk. CVN beveelt aan datherdenkingsactiviteiten het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt afstemmen over de totstandkoming van de Vlaams-Nederlandse CVN beveelt aan dat het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het herdenking. In onderling overleg bewaren zij het overzicht van de verschillende activiteiten en Nederlandse contactpunt afstemmen over de totstandkoming van de Vlaams-Nederlandse wijzen derde partijen richting de juiste contactpersonen. herdenking. In onderling overleg bewaren zij het overzicht van de verschillende activiteiten en wijzen derde partijen richting de juiste contactpersonen. De achterliggende overweging is dat een centrale, zichtbare en dus vindbare organisatie de onmisbare basis is onder een gezamenlijke en eenduidige inhoudelijke boodschap. (5A en B) De achterliggende overweging is dat een centrale, zichtbare en dus vindbare organisatie de onmisbare basis is onder een gezamenlijke en eenduidige inhoudelijke boodschap. (5A en B)

17

16

Geciteerd uit Voorstel voor Vlaams-Nederlandse televisieproductie Twee kleine landen in de Groote Oorlog, opgenomen in bijlage 2 bij dit beleidsadvies. 17 Geciteerd uit Voorstel voor Vlaams-Nederlandse televisieproductie Twee kleine landen in de Groote Oorlog, opgenomen in bijlage 2 bij dit beleidsadvies.


De herdenking in de vorm van een drieluik CVN beveelt aan dat de overheden aansluiten op de activiteiten die de verschillende sectoren ontwikkelen en plannen; door CVN inzichtelijk gemaakt in het drieluik dat bestaat uit I) concrete culturele activiteiten, II) educatieve activiteiten en III) plechtige herdenking en internationaal wetenschappelijk congres. De overheden kunnen de realisatie van dit drieluik faciliteren en belichten. De onderdelen die samen het drieluik vormen, zijn weergegeven aan het slot van de paragraaf. (6A) Mogelijke initiatieven worden per luik ter illustratie meegegeven. De luiken sluiten alle drie volledig aan op bestaande (plannen voor) lokale herdenkingsactiviteiten. Gedurende het adviestraject is CVN door de overheden verzocht met name, zo niet uitsluitend in te zetten op culturele invulling van de herdenking. Een dergelijke benadering zou echter de kans laten liggen om de initiatieven uit de sectoren in de volle breedte te faciliteren en te ontsluiten. (6B) Deze luiken zijn als één geheel zelfstandig uitvoerbaar. Onderling zijn zij complementair en in alle mogelijke combinaties inzetbaar. Juist op het snijvlak van de luiken, waar de disciplines cultuur, onderwijs en wetenschap elkaar vinden, zitten de krachtigste initiatieven waarbij de verschillende disciplines elkaar bevruchten. Bij elkaar opgeteld bestrijken de luiken drie pijlers van het Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland, te weten cultuur, onderwijs en wetenschap. CVN beveelt aan dat de Vlaamse en Nederlandse contactpunten de gezamenlijke VlaamsNederlandse planvorming in het kader van het drieluik bevorderen en waar nodig coördineren. Veel herdenkingsinitiatieven ontstaan op unilaterale basis; de contactpunten nodigen waar mogelijk en wenselijk uit tot het aangaan van samenwerking met een of meerdere partners over de grens. Zo ontstaat er een waardevol web van grensoverschrijdende verbanden in het kader van de herdenking, waarin de contactpunten als spreekwoordelijke spin fungeren. Aanvankelijk lokale unilaterale activiteiten worden verrijkt door uitwisseling en de daarmee gepaard gaande vergroting van het wederzijds begrip en versterking van de onderlinge relaties. Om hier ter illustratie één sprekend voorbeeld bij te noemen, vraagt CVN aandacht voor het projectvoorstel Belgische vluchtelingen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 van het Vredescentrum Antwerpen en de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW). Door de aandacht voor (cultureel) oorlogserfgoed, de educatieve doelstellingen en de wetenschappelijke verantwoorde onderbouwing van de inhoud van het project, appelleert dit voorstel aan het gehele door CVN aanbevolen drieluik. Het sluit thematisch aan op de zeven Vlaams-Nederlandse historische aanknopingspunten zoals uiteengezet in de preambule bij dit beleidsadvies. “Het Vredescentrum Antwerpen heeft besloten met Frankrijk, Engeland en Nederland, waar maar liefst 1/5 van de Belgische bevolking naar uitweek, een herdenkingsprogramma op te zetten: het thema vluchtelingen staat hierin centraal, met kinderen en jongeren als belangrijke doelgroep. Rondom het thema “Belgische Vluchtelingen” zal daartoe ook een aantal ondersteunende projecten worden uitgevoerd om aan het totale karakter van de oorlog recht te doen en te wijzen op de relevantie om er vandaag de dag nog bij stil te staan en erover te reflecteren. Deze projecten kunnen betrekking hebben op conferenties, lezingen, tentoonstellingen, uitgave of heruitgave van publicaties, onderwijs, toeristische activiteiten, e.d. 17


Specifieke doelstelling [voor het project in Vlaanderen en Nederland, red]:   

Het verhaal van de Belgische vluchtelingen en militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland zichtbaar maken, waarbij zoveel mogelijk vluchtoorden in Nederland zullen worden betrokken. Het organiseren van activiteiten rondom het hoofdthema “Belgische Vluchtelingen” bij zoveel mogelijk vluchtoorden in Nederland, die bezocht kunnen worden door nazaten en geïnteresseerden in Vlaanderen en Nederland. Het ontwikkelen van projecten en nevenactiviteiten die het hoofdprogramma “Belgische Vluchtelingen” in sterke mate kunnen ondersteunen. Speciale aandacht zal hierbij worden gegeven aan het project “Dodendraad” waarover met de Provincie Antwerpen reeds diverse contacten lopen.” (Uit: Projectvoorstel Belgische vluchtelingen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 van het Vredescentrum Antwerpen en de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW), 1 februari 2013).

Het project krijgt vorm door middel van inventarisatie van mogelijke activiteiten die binnen het kader van dit project ondernomen (kunnen) worden in de vluchtoorden; het opzetten van een speciale website voor Belgische vluchtoorden in Nederland (inclusief informatievoorziening, agenda van gebeurtenissen en actualiteiten); het organiseren, coördineren en afstemmen van relevante activiteiten; onderzoek en publicatie; het stimuleren van onderlinge uitwisselingen van artefacten zoals foto- c.q. filmmateriaal en informatie; publieksevenementen zoals rondreizen en tentoonstellingen; en het genereren van media-aandacht voor de herdenkingsthematiek. CVN beveelt de realisatie van dit project van harte aan.

18


19

Lokale amateurkunstverenigingen en – gezelschappen

De op uitvoering gerichte Vlaams-Nederlandse organisaties: Ons Erfdeel vzw, Vlaams-Nederlands Huis deBuren, De Brakke Grond







5.

Kijkwijzer AL (alle leeftijden)

Waar? Nader te bepalen, evt. in de grensregio.

Voor wie? 1. Zichtbaar voor het brede publiek 2. Idem. 3. Prominenten uit internationale academische wereld, hoogheden en hoogwaardigheidsbekleders 4. In WO1 geïnteresseerde jonge wetenschappers

Door wie? 1. De overheden 2. (Samenwerkende) Vlaamse en/of Nederlandse kunstenaar(s) van statuur 3. Universiteiten 4. In WO1 geïnteresseerde jonge wetenschappers

Wat? 1. Een plechtige herdenking op 10 oktober 2014 in aanwezigheid hoogwaardigheidsbekleders; 2. met onthulling herdenkingsmonument. 3. Dit alles omlijst door een internationaal wetenschappelijk congres rond de thema’s neutraliteit en internationaal recht rond 10 oktober 2014. 4. Uitreiking scriptieprijs tijdens het congres

#ontkrachtingmythen #kennisvergaring #versterkingbetrekkingen

Luik III: plechtige herdenking omlijst door wetenschappelijk congres

Zichtbaar, vindbaar en onderling verbonden door middel van online platform ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog Vlaanderen – Nederland’ (lancering tijdens Maand van de Geschiedenis).

Waar? 1. Bij de kenniscentra in huis of op school 2. In heel Vlaanderen en Nederland 3. Op scholen en in boekhandels door heel Vl en NL, i.s.m. organisatie kinderboekenweek 4. Op Vlaamse en Nederlandse publieke televisiezenders i.s.m. filmfondsen Vl en NL, en op dvd volgens dit concept van schenking.

4.

Voor wie? 1, 2 Geïnteresseerden van alle leeftijden 3. Kinderen in de leeftijd 12-16 jaar en hun ouders / begeleiders.

Door wie? 1. NIOD, SOMA en In Flanders Fields. 2. Hoger onderwijsinstellingen en studenten 3. Een vooraanstaand auteur. 4. De publieke omroep: VRT en NTR.

In het bijzonder kansen te bieden aan innovatieve creatieve en kunstzinnige sectoren, en jong talent.

Op internet en evt. televisie

Waar?  In de Vlaams-Nederlandse grensregio; eventueel uit te breiden naar de grote steden (overeenkomstig de werking van De Brakke Grond en deBuren in resp. Amsterdam en Brussel).

Voor wie?  Een breed geïnteresseerd publiek. Zowel lokaal publiek als toeristen zoals dagjesmensen; jong en oud.

De jeugd (via scholen, jeugdbewegingen, jeugdwerk en culturele verenigingen)



Door wie?  Lokale culturele instellingen i.s.m. (wetenschappelijke) kenniscentra

Culturele projecten: informatieve lezingen, debatten en wetenschappelijk verantwoorde tentoonstellingen

Wat?

#ontkrachtingmythen #kennisvergaring

#ontkrachtingmythen #kennisvergaring #versterkingbetrekkingen Wat? 1. Educatieve activiteiten vanuit nationale kenniscentra 2. Cultureel-educatief project voor studenten aan artistieke hogere opleidingen 3. Literaire jeugduitgave 4. Projectmatige samenwerking i.d.v.v. een coproductie die het Nederlandse publiek informeert over de impact van WO1

Luik II: educatieve activiteiten

Luik I: culturele activiteiten


Toelichting op het drieluik Toelichting opactiviteiten het drieluik Luik I: culturele Luik I: culturele De inhoud van ditactiviteiten luik is gericht op enerzijds culturele activiteiten, anderzijds op informatievoorziening duiding. vormenculturele van uitvoering zijn informatieve lezingen, debatten en De inhoud van dit luik en is gericht opDe enerzijds activiteiten, anderzijds op wetenschappelijk verantwoorde tentoonstellingen, uitgevoerd en gepresenteerd door culturele informatievoorziening en duiding. De vormen van uitvoering zijn informatieve lezingen, debatten en instellingen in samenwerking mettentoonstellingen, (wetenschappelijke) kenniscentra. De focus voordoor presentatie wetenschappelijk verantwoorde uitgevoerd en gepresenteerd cultureleligt in de Vlaams-Nederlandse grensregio en is eventueel uit tekenniscentra. breiden naarDe defocus grotevoor Vlaamse en instellingen in samenwerking met (wetenschappelijke) presentatie ligt in Nederlandse steden, of andere plaatsen waar van bijzondere interesse sprake is. Het is aan culturele de Vlaams-Nederlandse grensregio en is eventueel uit te breiden naar de grote Vlaamse en instellingen de afweging in deze te maken; de overheden hen hiertoe natuurlijk via Nederlandseom steden, of andere plaatsen waar van bijzonderekunnen interesse sprake is. Het is aan wel culturele de reguliere om kanalen uitnodigen. instellingen de afweging in deze te maken; de overheden kunnen hen hiertoe natuurlijk wel via de reguliere kanalen uitnodigen. Jongeren hebben in dit luik een prominente plaats als uitvoerenden en geadresseerden. Daarnaast trekken dehebben verschillende activiteiten een breed publiek door bij de uitvoering Jongeren in dit luik een prominente plaats als uitvoerenden en geadresseerden. Daarnaast amateurkunstbewegingen en –verenigingen te betrekken. trekken de verschillende activiteiten een breed publiek door bij de uitvoering amateurkunstbewegingen en –verenigingen te betrekken. Belangrijke spelers zijn: Belangrijke zijn: Lokalespelers culturele instellingen (debatcentra, musea et cetera); i.s.m. (wetenschappelijke) kenniscentra en Lokale culturele stichtingen instellingen (debatcentra, musea et cetera); i.s.m. (wetenschappelijke) kenniscentra en stichtingen en marktbewerking Partners voor communicatie Partnersjeugdbewegingen, voor communicatiejeugdwerk en marktbewerking Scholen, en culturele verenigingen Scholen, jeugdbewegingen, jeugdwerk en culturele verenigingen Lokale amateurkunstverenigingen en –gezelschappen Lokale amateurkunstverenigingen en –gezelschappen De op uitvoering gerichte Vlaams-Nederlandse organisaties: Ons Erfdeel vzw, Vlaams-Nederlands Huis deBuren, De Brakke Grond De op uitvoering gerichte Vlaams-Nederlandse organisaties: Ons Erfdeel vzw, Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Brakke Grond De Vlaamse en De Nederlandse fondsen voor cultuur Vlaamse en Nederlandse fondsen voor cultuur Luik II: De educatieve activiteiten Luik II: educatieve “Onderwijs over de activiteiten Eerste Wereldoorlog om mythes en legendes te ontkrachten en goede informatie

te verstrekken; kan beleid iets betekenen.” AldusenSophie De Schaepdrijver, vaninformatie het “Onderwijs overdaar de Eerste Wereldoorlog om mythes legendes te ontkrachtenauteur en goede standaardwerk Groote Oorlog. koninkrijk Aldus BelgiëSophie tijdens De de Schaepdrijver, Eerste Wereldoorlog. te verstrekken; De daar kan beleid ietsHet betekenen.” auteur van het standaardwerk De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het belang van educatie is onderschreven door alle experts en de meeste beleidsmakers die CVN in

het van diteducatie beleidsadvies geraadpleegd heeft. kanttekening is gemaakt dat overheden in in Hetkader belang van is onderschreven door alleDe experts en de meeste beleidsmakers die CVN wisselende mate over de inhoud van de educatieve curriculi. Toch werden lespakketten en in het kader van ditgaan beleidsadvies geraadpleegd heeft. De kanttekening is gemaakt dat overheden suggesties schoolreizen genoemd als mogelijke lesproducten. Het Inwerden Flanders Fields Museum wisselendevoor mate gaan over de inhoud van de educatieve curriculi. Toch lespakketten en te Vlaanderen onderschrijft dit op basis van succes van het educatieve programma dat het museum suggesties voor schoolreizen genoemd alshet mogelijke lesproducten. Het In Flanders Fields Museum te 18 scholen aanbiedt. Vlaanderen onderschrijft dit op basis van het succes van het educatieve programma dat het museum 18 scholen aanbiedt. Maar educatie verloopt niet alleen via de school. Jan Terlouws boek Oorlogswinter is een goed

voorbeeld van een jeugdboek dat een een hele heeft ontsloten. Maar educatie verloopt niet alleen viaoorlogsverhaal de school. Jan voor Terlouws boekgeneratie Oorlogswinter is een goed Daarnaast bijvoorbeeld Scoutsen Chiro-verenigingen, een voorbeeldkunnen van eenjeugdbewegingen, jeugdboek dat eenzoals oorlogsverhaal voor een hele generatie heeft ontsloten. ongedwongen dochjeugdbewegingen, betekenisvolle rol zoals spelen in de bewustmaking, bovendien appelleert Daarnaast kunnen bijvoorbeeld Scouts- enwat Chiro-verenigingen, een aan de vierde pijler van het Cultureel Verdrag: welzijn. ongedwongen doch betekenisvolle rol spelen in de bewustmaking, wat bovendien appelleert aan de vierde pijler van het Cultureel Verdrag: welzijn.

18 18

20

Op basis van bezoekersmonitor In Flanders Fields Museum te Ieper. Op basis van bezoekersmonitor In Flanders Fields Museum te Ieper.


Ook is en blijft de televisie, naast internet, een van de meest invloedrijke en meest geraadpleegde 19 media. Deze de een uitgelezen om bevindingen uit onder meer Ook is en blijft en de nieuwe televisie,media naastbieden internet, van de mogelijkheid meest invloedrijke en meest geraadpleegde 19 geschiedkundige wetenschap tebieden laten doorsijpelen naar een breed om publiek. Bij de ontkrachting van media. Deze en nieuwe media de uitgelezen mogelijkheid bevindingen uit onder meer de mythes die rond de Eerste te Wereldoorlog bestaan, spelen zij eenpubliek. belangrijke rol.ontkrachting van geschiedkundige wetenschap laten doorsijpelen naar een breed Bij de de mythes die rond de Eerste Wereldoorlog bestaan, spelen zij een belangrijke rol. Om de educatieve impact van de Vlaams-Nederlandse herdenking te optimaliseren, is het van belang om gebruik te maken van van al deze kanalen. De instrumenten hiertoetezijn voorhanden;isdenk daarbij Om de educatieve impact de Vlaams-Nederlandse herdenking optimaliseren, het van belang aangebruik de fondsen voor audiovisuele producties, publieke televisiezenders en de literatuurfondsen. om te maken van al deze kanalen. De instrumenten hiertoe zijn voorhanden; denk daarbijVeel expertise is aanwezig bij de instellingen die zich bezig houden met de digitalisering en ontsluitingVeel van aan de fondsen voor audiovisuele producties, publieke televisiezenders en de literatuurfondsen. erfgoed. is aanwezig bij de instellingen die zich bezig houden met de digitalisering en ontsluiting van expertise erfgoed. De educatie zou vooral gericht moeten zijn op het bieden van een actueel perspectief op de 20 begrippen en oorlogsdreiging in zijn de eigen Kernvragen “Hoe komt De educatieoorlog zou vooral gericht moeten op hetomgeving. bieden van een actueelzijn perspectief op het de eigenlijk 20 dat we in de Lageen Landen al zo lang ininvrede leven?” en “WatKernvragen betekent het begrippen oorlog oorlogsdreiging de eigen omgeving. zijnbegrip “Hoe neutraliteit?”. komt het eigenlijk dat we in de Lage Landen al zo lang in vrede leven?” en “Wat betekent het begrip neutraliteit?”. Of: “Stel je voor: je leefde niet nu, maar 100 jaar geleden. Je ging niet nu naar school, maar 100 jaar geleden. Hoe zoujejeleefde leven er dan hebben? Wat zou dat hebben voor je tijd Of: “Stel je voor: niet nu,uitgezien maar 100 jaar geleden. Je ging niet nu betekend naar school, maar 100opjaar school, jeHoe perspectief op een vervolgopleiding, je vriendschappen met klasgenoten?” geleden. zou je leven er dan uitgezien hebben? Wat zou dat hebben betekend voor je tijd op school, je perspectief op een vervolgopleiding, je vriendschappen met klasgenoten?” Belangrijke spelers zijn: Belangrijke spelers zijn: Scholen in Vlaanderen en Nederland Scholen in Vlaanderen Nederland Vlaams en Nederlandseen(wetenschappelijke) kenniscentra (NIOD, SSEW, SOMA etc.) en stichtingen Vlaams en Nederlandse (wetenschappelijke) kenniscentra (NIOD, SSEW, SOMA etc.) en stichtingen Gespecialiseerde musea (met name ‘In Flanders Fields’ Museum te Ieper) Gespecialiseerde musea (met name ‘In Flanders Fields’ Museum te Ieper) De Vlaamse en Nederlandse publieke mediaproducenten en omroepen De Vlaamse en Nederlandse publieke mediaproducenten en omroepen de Vlaamse en Nederlandse fondsen voor culturele productie de Vlaamse en Nederlandse fondsen voor culturele productie Partners voor communicatie en marktbewerking Partners voor communicatie en marktbewerking Luik III: plechtige herdenking omlijst door wetenschappelijk congres Luik III: plechtige herdenking omlijst door wetenschappelijk congres In dit luik komt het publieke karakter van de herdenking naar voren. De luiken I en II creëren de maatschappelijke waarop overhedennaar een voren. plechtige In dit luik komt hetvoedingsbodem publieke karakter van dedeherdenking De herdenking luiken I en IIkunnen creëren de vormgeven. Omgekeerd mobiliseert een plechtige herdenking cultureelherdenking en educatief georiënteerde maatschappelijke voedingsbodem waarop de overheden een plechtige kunnen organisatiesOmgekeerd om de herdenking een plaats te gevenherdenking in de programmering. III is daarmee het vormgeven. mobiliseert een plechtige cultureel enLuik educatief georiënteerde sluitstuk in de en wisselwerking de drie luiken. organisaties omcomplementariteit de herdenking eenvan plaats te geven in detussen programmering. Luik III is daarmee het sluitstuk in de complementariteit van en wisselwerking tussen de drie luiken. Bij de te organiseren plechtige herdenkingsmomenten waarbij, in aanwezigheid van de bilaterale vertegenwoordigers de regeringen en ander formele instanties, ook op het hoogste bestuurlijke Bij de te organiseren van plechtige herdenkingsmomenten waarbij, in aanwezigheid van de bilaterale niveau uitdrukking wordt gegeven aan de noodzaak van gezamenlijke herdenking, kunnen vertegenwoordigers van de regeringen en gevoelde ander formele instanties, ook op het hoogste bestuurlijke culturele activiteiten een gegeven prominente niveau uitdrukking wordt aanrol de spelen. gevoelde noodzaak van gezamenlijke herdenking, kunnen culturele activiteiten een prominente rol spelen. 19

Zie de uitkomsten van meest recente onderzoek naar vrije tijdsbesteding in België (2005): uitgevoerd door Algemene Directie Statistiek enrecente Economische Informatie (ADSEI) en resultaten uitgewerkt door Zie de uitkomsten van meest onderzoek naar vrije tijdsbesteding in België (2005): uitgevoerd door onderzoeksgroep van deenVrije Universiteit Brussel: “Het overgrote deel van de vrije tijd Algemene DirectieTOR Statistiek Economische Informatie (ADSEI) en resultaten uitgewerkt door wordt voor de televisie doorgebracht. De BelgenBrussel: kijken gemiddeld 16u52’ ofvan bijna onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit “Het overgrote deel de vrije tijd 2,5 uurvoor per de dagtelevisie televisie.” wordt doorgebracht. De Belgen kijken gemiddeld 16u52’ of bijna Zie uur de uitkomsten van meest recente onderzoek naar vrije tijdsbesteding in Nederland Nederland in een dag 2,5 per dag televisie.” (Den Haag: Sociaal Cultureel 2011): naar “Nederlandse jongeren (10-19 jaar) kijken 2:12 uur per dag Zie de uitkomsten van meest Planbureau, recente onderzoek vrije tijdsbesteding in Nederland Nederland in een naar de televisie. In de meeste andere Europese landen kijken jongeren echter nog langer naar de televisie; (Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau, 2011): “Nederlandse jongeren (10-19 jaar) kijken 2:12 uur per daghet Europees gemiddelde jongeren 2:27 uurlanden per dag. Ouderen boven de zestig brengen echter de meeste naar de televisie. In deonder meeste andere is Europese kijken jongeren echter nog langer naar de televisie; het tijd voor de buis door: ruim 3 uur per dag.” (uit hoofdstuk 5 ‘Europa ontspant’). Europees gemiddelde onder jongeren is 2:27 uur per dag. Ouderen boven de zestig brengen echter de meeste 20 Tames en Sophie De dag.” Schaepdrijver. tijdIsmee voor de buis (NIOD) door: ruim 3 uur per (uit hoofdstuk 5 ‘Europa ontspant’). 20 Ismee Tames (NIOD) en Sophie De Schaepdrijver. 19

21


Zoals bij iedere herdenking kunnen de kunsten heel speciale uitdrukking geven aan gevoelens die moeilijker onder woorden te brengen zijn. De verbeelding van de kunsten kunnen hier hun heel eigen, waardevolle en krachtige rol spelen. Om deze symbolische kracht optimaal te benutten geeft CVN in overweging een speciaal herdenkings-monument te laten ontwerpen, in bilaterale context. De plechtige herdenking kan daarvoor het decor zijn, maar uiteraard kunnen meerder vormen gekozen worden. De opzet en uitvoering hiervan zou onderwerp kunnen zijn van een nadere uitwerking, en daarmee een schitterende pilot voor een bilateraal kunstenproject. CVN doet over de uitvoering ervan op dit moment geen verdere richtinggevende uitspraken, maar is uiteraard beschikbaar voor nadere consultatie en advisering. De mogelijke thematische aanknopingspunten zijn talrijk. Bijvoorbeeld de Val van Antwerpen, die op 10 oktober precies 100 jaar geleden is. Met de Val van Antwerpen kwam de stroom vluchtelingen van België naar Nederland op zijn hoogtepunt. Deze was al eerder zo sterk gegroeid dat Koningin Wilhelmina de vluchtelingen in haar troonrede van 1914 namens het Nederlandse volk welkom heette.21 De preambule bij dit advies reikt nog meer thema’s aan. De herdenking markeert op plechtige wijze de impact die de Eerste Wereldoorlog heeft gehad op de Lage Landen, met nog altijd herkenbare en blijvende littekens tot gevolg. De plechtige herdenking is aanleiding om een academisch congres te wijden aan bijvoorbeeld de grote vraagstukken rond neutraliteit en internationaal recht. Dit sluit aan op sterk heersende interesse in de wetenschappelijke wereld. 22 Bovendien geeft de herdenking zo extra momentum aan het wetenschappelijk onderzoek naar deze belangrijke periode in de 20e eeuw. 

Rond thematiek van ‘neutraliteit’ In de periode voor de inval van Duitsland in België, profileerden Nederland en België zich als neutraal en koesterden de hoop en verwachting buiten de oorlog te blijven. Tegelijkertijd voelden beide staten en bevolkingen de oorlogsdreiging.



Rond thematiek van internationaal recht Met de inval van Duitsland in België scheidden de wegen van Nederland en België. Het verdere verloop van de geschiedenis is bekend. Duitsland schond het internationaal recht door België binnen te vallen. Het contrast tussen België en Nederland kan niet groter zijn: waar de oorlog in België als De Groote Oorlog de boeken in ging door de onvoorstelbare vernietigingen die het met zich meebracht, heeft Nederland de oorlog als neutrale staat op het eigen grondgebied bijna niet gevoeld. Dit illustreert op ontluisterende wijze het belang van het internationaal recht als een hoeksteen van vrede en veiligheid.

De belangrijke spelers zijn: De overheden Kunstenaars Universiteiten Wetenschappers en wetenschappelijk georiënteerde kringen en stichtingen 21

22

22

Uit: lezing Hein Klemann ‘Verzwegen verleden’, deBuren 13 november 2012. Zie ook voetnoot 13.


In de uitvoering van dit luik is het van belang overlap te voorkomen met reeds geplande plechtige herdenkingsmomenten van andere regeringen. Zo heeft de Belgische regering inmiddels aangekondigd officieel te herdenken op in ieder geval 4 augustus 2014 (herdenking van de invasie van BelgiĂŤ door Duitsland en de schending van de Belgische neutraliteit, te Luik), op 28 oktober 2014 (te Ieper en Nieuwpoort, herdenking van de Slag bij Ieper, te Ieper en Nieuwpoort) en op 11 november 2018 (herdenking van de ondertekening van de wapenstilstand, te Brussel). Ook andere regeringen hanteren een dergelijke vastgestelde agenda. Vlaams-Nederlandse herdenkingsmomenten zouden de herdenkingen van andere gremia moeten versterken, of tenminste ruim baan moeten geven. (8A)

23


Bilaterale financiële onderbouwing Om in de financiële paragraaf ook het gezamenlijk bilaterale karakter te laten weerspiegelen, geeft CVN in overweging daartoe bilaterale middelen in te zetten. Terwijl aan Vlaamse kant voor Bilaterale financiële onderbouwing herdenkingsactiviteiten ruime budgetten aanwezig zijn, zijn daarvoor aan Nederlandse kant tot dit Om in de financiële paragraaf ook het gezamenlijk bilaterale karakter te laten weerspiegelen, geeft moment geen middelen geoormerkt. Bilateraal is er derhalve ook nog geen voorziening. CVN acht CVN in overweging daartoe bilaterale middelen in te zetten. Terwijl aan Vlaamse kant voor het alleen al van symbolisch belang dat de bilaterale overheden, in gezamenlijk verband, de herdenkingsactiviteiten ruime budgetten aanwezig zijn, zijn daarvoor aan Nederlandse kant tot dit uitnodiging om de gewenste bilaterale culturele activiteiten in het kader van de herdenking op te moment geen middelen geoormerkt. Bilateraal is er derhalve ook nog geen voorziening. CVN acht zetten daarom kracht bij zetten met een bilateraal geoormerkt budget. Dit ter versterking van de het alleen al van symbolisch belang dat de bilaterale overheden, in gezamenlijk verband, de reguliere middelen die daarvoor via de reguliere unilaterale kanalen kunnen worden aangewend. uitnodiging om de gewenste bilaterale culturele activiteiten in het kader van de herdenking op te In haardaarom aanbevelingen voor financiële onderbouwing van de Viering vanDit 20 ter jaarversterking Cultureel Verdrag zetten kracht bij zetten met een bilateraal geoormerkt budget. van de Vlaanderen – Nederland in 2015, neergelegd in deel I van het beleidsadvies Tot hier. En nu verder! 23 reguliere middelen die daarvoor via de reguliere unilaterale kanalen kunnen worden aangewend. heeft CVN aangegeven dat het wenselijk is een bilateraal cultuurparticipatie-fonds in te richten met In haar aanbevelingen voor financiële onderbouwing van de Viering van 20 jaar Cultureel Verdrag geoormerkte middelen voor bilateraal opgezette activiteiten. CVN ziet in de gezamenlijke herdenking Vlaanderen – Nederland in 2015, neergelegd in deel I van het beleidsadvies Tot hier. En nu verder! 23 van 100 jaar Eerste Wereldoorlog meer dan gerechtvaardigde inhoudelijkheid om activiteiten uit dit heeft CVN aangegeven dat het wenselijk is een bilateraal cultuurparticipatie-fonds in te richten met nog in te richten fonds te begunstigen. geoormerkte middelen voor bilateraal opgezette activiteiten. CVN ziet in de gezamenlijke herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog meer dan gerechtvaardigde inhoudelijkheid om activiteiten uit dit nog te richten te begunstigen. CVNinbeveelt aanfonds de aanbeveling uit Tot hier. En nu verder!, voor een Vlaams-Nederlands Cultuurparticipatiefonds, toe te passen op de gezamenlijke herdenkingsactiviteiten in de periode 20142018. CVN beveelt aan de aanbeveling uit Tot hier. En nu verder!, voor een Vlaams-Nederlands Cultuurparticipatiefonds, toe te passen op de gezamenlijke herdenkingsactiviteiten in de periode 20142018.de Viering tot doel heeft een breed publiek te bereiken ter enthousiasmering, is de herdenking Zoals een evenement in het kader van bewustwording en vergroting van het wederzijds begrip. Beiden vertrekken vanuit brede participatie. Een gezamenlijk Fonds dat zich daarop richt, zou voor beide Zoals de Viering tot doel heeft een breed publiek te bereiken ter enthousiasmering, is de herdenking Vlaams-Nederlandse markeringspunten een belangrijke stimulans betekenen. 24 een evenement in het kader van bewustwording en vergroting van het wederzijds begrip. Beiden CVN voelt aan dat brede herdenken een ander heeftFonds dan vieren. onafhankelijk van het vertrekken vanuit participatie. Eenkarakter gezamenlijk dat zichMaar daarop richt, zou voor beide 24 karakter van de Vlaams-Nederlandse samenwerking, kan de bijbehorende financiële basis op brede Vlaams-Nederlandse markeringspunten een belangrijke stimulans betekenen. en samengestelde wijze tot stand komen. CVN voelt aan dat herdenken een ander karakter heeft dan vieren. Maar onafhankelijk van het De Viering van jaar Cultureel Verdrag Vlaanderen zal plaatsvinden in het karakter van detwintig Vlaams-Nederlandse samenwerking, kan –deNederland bijbehorende financiële basis op jaar brede 2015. De aanbeveling omtot destand in hetkomen. kader van de Viering te lanceren Vlaams-Nederlands en samengestelde wijze Cultuurparticipatiefonds ook in te zetten voor de herdenking, valt samen met de suggestie onder De Viering van twintig jaar Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland zal plaatsvinden in het jaar ‘Inrichting van centrale coördinatie’, om de Vlaams-Nederlandse herdenking vanaf 2015 te laten 2015. De aanbeveling om de in het kader van de Viering te lanceren Vlaams-Nederlands plaatsvinden. Op deze manier heeft het Vlaams-Nederlandse Cultuurparticipatiefonds vanaf zijn start Cultuurparticipatiefonds ook in te zetten voor de herdenking, valt samen met de suggestie onder een zinvolle, inhoudelijke taakstelling. (7A) ‘Inrichting van centrale coördinatie’, om de Vlaams-Nederlandse herdenking vanaf 2015 te laten plaatsvinden. Op deze manier heeft het Vlaams-Nederlandse Cultuurparticipatiefonds vanaf zijn start een zinvolle, inhoudelijke taakstelling. (7A)

23

Gepubliceerd te Brussel op 4 september 2013. De aanbeveling van een Vlaams-Nederlands Cultuurparticipatiefonds is terug te vinden in Tot hier. En nu verder! Deel I: de Viering, pagina 19 (derde kolom van de matrix). 23 Gepubliceerd te Brussel op 4 september 2013. 24 De aanbeveling van een Vlaams-Nederlands Cultuurparticipatiefonds is terug te vinden in Tot hier. En nu verder! Deel I: de Viering, pagina 19 (derde kolom van de matrix). 24

24


Opbouw van duurzame informatievoorziening middels digitaal platform Opbouw van informatievoorziening middels digitaal platformhet Het verbinden vanduurzame lokale activiteiten aan weerszijden van de grens (#versterkingbetrekkingen),

vergroten van kennis bij een geïnteresseerd publiek over de Eerste Wereldoorlog voor Het verbinden van lokale activiteiten aan weerszijden vanwat de grens (#versterkingbetrekkingen), het Vlaanderen en Nederland heeft betekend (#ontkrachtingmythen) en het creëren van actuele vergroten van kennis bij een geïnteresseerd publiek over wat de Eerste Wereldoorlog voor draagwijdte voor met name een betekend jongere generatie (#kennisvergaring): hetcreëren zijn drievan doelstellingen Vlaanderen en Nederland heeft (#ontkrachtingmythen) en het actuele waarvoor een digitaal platform een belangrijk communicatiemedium is. Het digitaal platform is de draagwijdte voor met name een jongere generatie (#kennisvergaring): het zijn drie doelstellingen 25 samenballing kennisopbouw en belangrijk kennisoverdracht, van peuter naaris.puber tot professor. waarvoor eenvan digitaal platform een communicatiemedium Het digitaal platform is de samenballing van kennisopbouw en kennisoverdracht, van peuter naar puber tot professor. 25 CVN beveelt aan dat de overheden de totstandkoming aan van een digitaal platform faciliteren, als duurzame informatievoorziening aansluit op de aan interesses communicatiemethoden CVN beveelt aan dat de overheden dedie totstandkoming van eenendigitaal platform faciliteren, van met name jonge generaties. als duurzame informatievoorziening die aansluit op de interesses en communicatiemethoden

van met name jonge generaties. Een digitaal platform zekert de beschikbaarheid van betrouwbare informatie en duiding. Zulke ontsluiting erfgoed is essentieel, “niet enkel om op duurzame wijze teen bewaren, Een digitaalvan platform zekert de beschikbaarheid van het betrouwbare informatie duiding.maar Zulkevooral 26 om het toegankelijk en doorzoekbaar te maken de brede samenleving”. (10A) ontsluiting van erfgoed is essentieel, “niet enkelvoor om het op duurzame wijze te bewaren, maar vooral 26 omkoppeling het toegankelijk doorzoekbaar maken voor de brede samenleving”. (10A) denk De van heten digitaal platformte naar de meest gebruikte media is snel gemaakt; bijvoorbeeld te vinden zijngebruikte op webpagina’s de vele andere recente De koppelingaan vande het digitaal-knopjes platformdie naar de meest media isensnel gemaakt; denk ontwikkelingen in de digitale wereld en sociale media in al zijn verschijningsvormen. Door hierop bijvoorbeeld aan de -knopjes die te vinden zijn op webpagina’s en de vele andere recentein te haken ontwikkelt het digitaal platform in korte tijd van medium tot een ontwikkelingen in de digitale wereld en sociale media in aleen zijnlosstaand verschijningsvormen. Doorknooppunt hierop in 27 van informatie, duiding en interactie. Zo stelt het platform derden in staat om waarde te creëren te haken ontwikkelt het digitaal platform in korte tijd van een losstaand medium tot een knooppunt 28 27 op basis van het geïnventariseerde en ontsloten oorlogserfgoed. (9A) van informatie, duiding en interactie. Zo stelt het platform derden in staat om waarde te creëren

28 op basis vanvan heteen geïnventariseerde (9A) Het maken combinatie van en de ontsloten bestaandeoorlogserfgoed. websites met de informatievoorziening over de herdenking is, meegewogen de omvangrijke doelstellingen die aan de herdenking verbonden Het maken van een combinatie van de bestaande websites met de informatievoorziening overzijn, de geen realistische piste. De organisaties achter deze websites zijn bovendien niet geoutilleerd om herdenking is, meegewogen de omvangrijke doelstellingen die aan de herdenking verbonden zijn,een digitaal platform te bouwen, dan wel in achter de herdenkingsperiode onderhouden. geen realistische piste. De organisaties deze websites zijnpermanent bovendienteniet geoutilleerd om een

digitaal platform te bouwen, wel in de herdenkingsperiode permanent onderhouden. Het is van essentieel belang tedan achterhalen naar welk type informatie vraag te bestaat. Alleen wanneer het platform aansluit op een heersende interesse, zal het geraadpleegd en daarmee gekend worden. Het is van essentieel belang te achterhalen naar welk type informatie vraag bestaat. Alleen wanneer Het zoeken van aansluiting met het onderwijs en een invloedrijk medium als televisie is kan hier het platform aansluit op een heersende interesse, zal het geraadpleegd en daarmee gekend worden. ondersteuning Het zoeken vanbieden. aansluiting met het onderwijs en een invloedrijk medium als televisie is kan hier ondersteuning bieden. … voor Vlaams-Nederlandse ontsluiting van unilaterale initiatieven

… voorhet Vlaams-Nederlandse ontsluiting unilaterale initiatieven Tijdens verloop van het adviestraject heeftvan CVN informatie ontvangen over een enorme hoeveelheid lokale, meestal unilaterale initiatieven. Tijdens het verloop van het adviestraject heeft CVN informatie ontvangen over een enorme

hoeveelheid lokale, meestal unilaterale Voor de inhoudelijke ondersteuning vaninitiatieven. lokale initiatieven in Vlaanderen heeft het Vlaams Vredesinstituut in 2012 een inspiratiegids gepubliceerd, waarin thema’s enheeft concrete tips voor Voor de inhoudelijke ondersteuning29van lokale initiatieven in Vlaanderen het Vlaams programmering worden aangereikt. Vredesinstituut in 2012 een inspiratiegids gepubliceerd, waarin thema’s en concrete tips voor programmering worden aangereikt.29

25

Erfgoed Brabant. van Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Erfgoed Brabant. 26 Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand op de homepage van het Vlaams Citaat van Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Instituut voor Archivering (VIAA, www.viaa.be). Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand op de homepage van het Vlaams 27 Verwijzend naar de techniek die het VIAA hanteert: “VIAA wil het digitale erfgoed van Vlaanderen op een Instituut voor Archivering (VIAA, www.viaa.be). 27 duurzame manier bewaren en toegankelijk maken voor iedereen.” (www.viaa.be) Realisatie middels Verwijzend naar de techniek die het VIAA hanteert: “VIAA wil het digitale erfgoed van Vlaanderen op een 1) digitaliseren, 2) archiveren en 3) interactie. duurzame manier bewaren en toegankelijk maken voor iedereen.” (www.viaa.be) Realisatie middels 28 Zie ook Waardeer Samenwerking. Advies over Nederlands-Vlaams beleid voor het duurzaam beheren, 1) digitaliseren, 2) archiveren en 3) interactie. behouden en beschikbaar stellen van Nederlandstalig digitaal erfgoed. 28 29 Zie ook Waardeer Samenwerking. Advies over Nederlands-Vlaams beleid voor het duurzaam beheren, Nath, Giselle en Maarten Van Alstein. 14-18 van dichtbij. Inspiratiegids voor lokale projecten over de Grote behouden en beschikbaar stellen van Nederlandstalig digitaal erfgoed. 29 Oorlog. Brussel / Leuven / Den Haag: Acco en Vlaams Vredesinstituut, 2012. Nath, Giselle en Maarten Van Alstein. 14-18 van dichtbij. Inspiratiegids voor lokale projecten over de Grote Oorlog. Brussel / Leuven / Den Haag: Acco en Vlaams Vredesinstituut, 2012. 26 25 Citaat

25


De lokale initiatieven vormen een zeer dynamisch veld waarin partners elkaar zoeken en soms vinden, de plannen aanpassen in het kader van samenwerking, de intentie tot samenwerking toch zien sneuvelen, plannen wijzigen door voortschrijdende inzicht, door praktische aanpassingen of externe factoren. Het geven van een statisch overzicht op papier als onderdeel van dit beleidsadvies zou daarom weinig meerwaarde bieden. Hoewel waardevol voor ontsluiting richting een breed publiek, bood het adviestraject CVN niet de ruimte voor het maken van een dynamisch, blijvend actueel overzicht. Als alternatief adviseert CVN hoe deze vele, vaak zeer waardevolle initiatieven centraal vindbaar gemaakt en ontsloten kunnen worden. Ook al zijn ze unilateraal qua organisatorische opzet, door ontsluiting op het digitaal platform kan een grensoverschrijdende bezoekersstroom ontstaan. (9B) Dat soort uitwisseling raakt aan de essentiële doelstelling van de Vlaams-Nederlandse herdenking: de vergroting van het wederzijdse begrip. In lijn met de hierboven geformuleerde aanbeveling van een digitaal platform, beveelt CVN dan ook bijkomend aan dat het digitaal platform aangewend wordt voor dynamische Vlaams-Nederlandse ontsluiting van de vele lokale initiatieven middels een herdenkingsagenda (naar voorbeeld van bestaande online culturele agenda’s. De ontsluiting verloopt indien mogelijk in samenwerking met de reeds actieve Vlaamse en Nederlandse makers van online culturele agenda’s, wat op zichzelf een stimulans is voor VlaamsNederlandse samenwerking. De verschillende initiatieven kunnen in de herdenkingsagenda in onderlinge samenhang gepresenteerd worden, door middel van overkoepelende concepten. Voorbeelden zijn de volgende: Ontsluiting als route: Liberation Route Europe De ontsluiting kan extra gestimuleerd worden door de verschillende herdenkingsinitiatieven in samenhang te presenteren, bijvoorbeeld als route die afgelegd kan worden langs verschillende sleutelplaatsen. Dit naar voorbeeld van de Liberation Route Europe, die bezoekers laat “beleven wat zich in 1944 en 1945 afspeelde in Noord-Brabant, rondom Arnhem en Nijmegen en op de Veluwe. Op ruim 80 locaties in de wijde omgeving liggen veldkeien, de zogenoemde luisterplekken. Op iedere luisterplek is een hoorspel te beluisteren over de indrukwekkende belevenissen van één of meerdere personen in de jaren 1944-1945. […] De Liberation Route volgt het pad dat de geallieerden bewandelden tijdens de bevrijding van Europa. De route begint bij Normandië en loopt via Noord-Brabant, Nijmegen, Arnhem en de Zuid-Veluwe richting Berlijn. Deze gebieden speelden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol op het wereldtoneel.” 30 De Liberation Route Europe is een complete productie, met speciaal gemaakte hoorspellen. Iets dergelijks voert waarschijnlijk te ver voor de Vlaams-Nederlandse herdenking van 100 jaar Groote Oorlog. Evenwel kunnen, op basis van soortgelijke filosofie, de verschillende activiteiten aan weerszijden van de grens in de periode 2014-2018 als route gepresenteerd worden. Dat stimuleert de publieksstroom richting kleine initiatieven, die als onderdeel van een overkoepelend concept op meer aandacht van het publiek kunnen rekenen.

30

26

Geciteerd van de website van de Liberation Route Europe.


Ontsluiting als publicatie: boek rond de regionale verhalen Ontsluiting als publicatie: boek rond de regionale verhalen Naast de herdenking van de grote gebeurtenissen, zijn er de vele ‘kleine’ verhalen over het dagelijks 31 leven tijdens de Groote Oorlog. Ook deze verdienen bijvoorbeeld online in dagelijks Naast de herdenking van de grote gebeurtenissen, zijnontsluiting, er de vele ‘kleine’ verhalen overofhet 31 boekvorm. Een initiatief Ook is ontwikkeld door deontsluiting, Werk- / studiegroep Hertogdom Brabant, een leven tijdens dedergelijk Groote Oorlog. deze verdienen bijvoorbeeld online of in grensoverschrijdend samenwerkingsverband van de provinciale heemkundekoepels Heemkunde boekvorm. Een dergelijk initiatief is ontwikkeld door de Werk- / studiegroep Hertogdom Brabant, een Vlaams-Brabant, Brabants Heem en Heemkunde Antwerpen. Het door deze Groep in het grensoverschrijdend samenwerkingsverband vanGouw de provinciale heemkundekoepels Heemkunde najaar van 2013 te publiceren boek een compilatie van waar Het gebeurde, persoonlijke Vlaams-Brabant, Brabants Heem en “bevat Heemkunde Gouw Antwerpen. door deze Groep in verhalen, het 89 in totaal, vaak plaatselijk of uit familieverband bekend, gebundeld in een bijzondere publicatie, najaar van 2013 te publiceren boek “bevat een compilatie van waar gebeurde, persoonlijke verhalen, waarin vele heemkundekringen aanfamilieverband beide zijden van de Belgisch-Nederlandse grens hunpublicatie, mooiste en 89 in totaal, vaak plaatselijk of uit bekend, gebundeld in een bijzondere boeiendste verhalen hebben te boek gesteld. Dit werk van ongeveer 400 blz. in vierkleurendruk, waarin vele heemkundekringen aan beide zijden van de Belgisch-Nederlandse grens hun mooistemet en vele afbeeldingen in zwart-wit, sepia gesteld. of kleur,Dit handelt niet over aan het IJzerfront, boeiendste verhalen hebben te boek werk nu vaneens ongeveer 400de blz.oorlog in vierkleurendruk, met maar tekent het lotinvan gewonesepia mensen in oorlogstijd aaneens beide de grens, door vele afbeeldingen zwart-wit, of kleur, handelt nu nietzijden over van de oorlog aangescheiden het IJzerfront, de lugubere ‘dodendraad’: wat beleefden de Belgische vluchtelingen die in 1914 Noord-Brabant maar tekent het lot van gewone mensen in oorlogstijd aan beide zijden van de grens, gescheiden door massaal overspoelden? Hoewat verliep – na dedeterugkeer het dagelijks die leven 14-18? Wat de lugubere ‘dodendraad’: beleefden Belgische–vluchtelingen in in 1914 Noord-Brabant doorstonden de ontheemden, de gegijzelden, de krijgsgevangenen? Allemaal levensechte, massaal overspoelden? Hoe verliep – na de terugkeer – het dagelijks leven in 14-18? Wat waar gebeurde, korte verhalen uit het erfgoed de datkrijgsgevangenen? bewaard blijft in honderden heemkundige kringen. doorstonden de ontheemden, de rijke gegijzelden, Allemaal levensechte, waar 32 De drie betrokken provincies ondersteunen ditdat grensverleggend met projectsubsidies.” gebeurde, korte verhalen uit het rijke erfgoed bewaard blijftinitiatief in honderden heemkundige kringen.

De drie betrokken provincies ondersteunen dit grensverleggend initiatief met projectsubsidies.” 32 … voor presentatie van bilaterale herdenkingsactiviteiten

… voor presentatie van bilaterale herdenkingsactiviteiten CVN beveelt aan dat het digitaal platform de centrale vindplaats is voor informatie over de Vlaams-Nederlandse herdenkingsmomenten. Vanaf devindplaats verschillende (sociale) mediaover kande de link CVN beveelt aan dat het digitaal platform de centrale is voor informatie naar het platform gelegd worden zodat de meest actuele en accurate informatie steeds voor Vlaams-Nederlandse herdenkingsmomenten. Vanaf de verschillende (sociale) media kan de link eenieder beschikbaar is. De herdenkingsmomenten staan en weergegeven in de naar het platform gelegd worden zodat de meest actuele accurate informatie steeds voor herdenkingsagenda. eenieder beschikbaar is. De herdenkingsmomenten staan weergegeven in de herdenkingsagenda. Digitaal platform als zelfstandig medium Digitaal platform als zelfstandig medium CVN heeft zich laten adviseren over de mogelijkheid van het onderbrengen van het digitaal platform op website derden, en kunnen dathet omonderbrengen zowel technische als inhoudelijke CVNdeheeft zichvan laten adviseren over deconstateren mogelijkheiddat van van het digitaal platform redenen niet wenselijk is. op de website van derden, en kunnen constateren dat dat om zowel technische als inhoudelijke redenen niet wenselijk is. CVN benadrukt het belang van een zelfstandig digitaal platform. De unieke kenmerken #versterkingbetrekkingen, en #kennisvergaring vragen om een speciale CVN benadrukt het belang #ontkrachtingmythen van een zelfstandig digitaal platform. De unieke kenmerken presentatievorm, die recht doet aan het eveneens speciale karakter van de herdenking. #versterkingbetrekkingen, #ontkrachtingmythen en #kennisvergaring vragen om een speciale

presentatievorm, die recht doet aan het eveneens speciale karakter van de herdenking. Het karakter van de herdenking, en daarmee van het platform is zeer specifiek. Er is geen organisatie of website vindbaar met dezelfdeen ofdaarmee vergelijkbare doelstelling impact. “Het behoeft eenorganisatie Het karakter van de herdenking, van het platform en is zeer specifiek. Er is geen homepage in plaats van een subpagina.” of website vindbaar met dezelfde of vergelijkbare doelstelling en impact. “Het behoeft een

homepage in plaats van een subpagina.” Voor de totstandkoming van het digitaal platform formuleert CVN praktische aanbevelingen in bijlage 3 bij dit Voor de beleidsadvies. totstandkoming van het digitaal platform formuleert CVN praktische aanbevelingen in bijlage 3 bij dit beleidsadvies.

31

Zie ook Heemkunde Vlaanderen. Tijd-Schrift 2013, artikel ‘De angel in het gewone’. Citaat uit persbericht Intekenperiode verlengd wegens aanhoudende vraag naar succesvol nieuw boek, Zie ook Heemkunde Vlaanderen. Tijd-Schrift 2013, artikel ‘De angel in het gewone’. gepubliceerd door Werkgroep Hertogdom Brabant. 32 Citaat uit persbericht Intekenperiode verlengd wegens aanhoudende vraag naar succesvol nieuw boek, gepubliceerd door Werkgroep Hertogdom Brabant. 32 31

27


Lancering digitaal platform tijdens Maand van de Geschiedenis 2014 Jaarlijks vindt in oktober in Nederland de Maand van de Geschiedenis plaats. De organisatie van de Maand van de Geschiedenis is in handen van het Nederlands Openluchtmuseum (NOM). Honderden musea, archieven, historische verenigingen, bibliotheken, theaters, filmhuizen, universiteiten, monumentenorganisaties, archeologische diensten en andere instellingen organiseren tijdens de Maand van de Geschiedenis speciale activiteiten voor een breed publiek rond een jaarlijks wisselend thema. Mede door de aanjagende rol die CVN vervuld heeft, is het thema van de Maand van de Geschiedenis in 2014 Vriend & Vijand, waarmee het evenement in zal spelen op de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog. Het NOM grijpt de kans om de Maand voor deze gelegenheid uit te breiden naar een Vlaams-Nederlands evenement, en legt daartoe momenteel contact met (potentiële) Vlaamse partners. CVN beveelt aan dat de overheden inhaken op het momentum dat met de Vlaams-Nederlandse Maand van de Geschiedenis ‘Vriend & Vijand’ gecreëerd wordt, om aandacht te vragen voor de herdenking richting een breed publiek. Het biedt het uitgelezen moment voor o.m. de lancering van het digitaal platform.

28


Overzicht van belangrijke bilaterale planvorming Naast de veelheid aan unilaterale, lokale herdenkingsinitiatieven zijn er initiatieven die vanuit Vlaams-Nederlandse samenwerking vertrekken. Het betreft plannen van de Vlaams-Nederlandse culturele organisaties, maar ook gezamenlijke planvorming van in essentie unilaterale organisaties. Hier blijkt ruimte voor te bestaan: bescheiden acties vanuit CVN om Vlaams en Nederlandse partijen tot samenwerking te motiveren, hebben in enkele gevallen tot verregaande planvorming geleid. Het is aan de betrokken actoren om deze plannen verder vorm te geven en te realiseren. Evenwel geeft CVN hieronder inzicht in de initiatieven opdat de overheden op de hoogte zijn van deze ontwikkelingen en waar nodig de benodigde faciliteiten kunnen bieden.

Concrete plannen i.h.k.v. luik I: culturele activiteiten Maand van de Geschiedenis ‘Vriend & Vijand’ in Vlaanderen en Nederland in 2014 Mede door de suggestie van CVN, zal de Maand van de Geschiedenis 2014 ruimte bieden aan programmering rond de Eerste Wereldoorlog en uitgebouwd worden tot een VlaamsNederlands initiatief. In 2014 is het 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Een belangrijk en bijzonder moment om bij stil te staan en aandacht voor te vragen bij een breed publiek en leerlingen. De oorlog zelf heeft grote invloed gehad op inwoners van Nederland en Vlaanderen, maar was tevens aanleiding tot onze huidige samenleving. 100 jaar na dato staat de Maand van de Geschiedenis in het teken van deze thematiek en brengt daarmee 100 jaar geschiedenis van Nederland en Vlaanderen in beeld, evenals de bredere historische uitwerking van vriend- en vijandschap die een gebeurtenis als de Eerste Wereldoorlog met zich meebrengt. Na tien jaar Maand van de Geschiedenis en met de kans voor het grijpen om de thematiek van de Eerste Wereldoorlog op te pakken in 2014 is een stap richting Vlaanderen een logische stap. Het Nederlands Openluchtmuseum zet zich in om de Maand van de Geschiedenis in 2014 in gezamenlijkheid met Vlaamse partners te organiseren. Mogelijke Projectonderdelen Maand van de Geschiedenis 2014 De Maand van de Geschiedenis heeft de afgelopen jaren een aantal onderdelen ontwikkeld die zonder veel aanpassingen geschikt gemaakt kunnen worden voor een samenwerking met Vlaanderen. Zowel in Nederland als Vlaanderen bestaan veel organisaties die dezelfde werkzaamheden verrichten en doelen hebben. Wanneer we voor de Nederlandse partners Vlaamse collega-instellingen bereid weten te vinden om ook te participeren kunnen onderstaande projectonderdelen in gezamenlijkheid ontwikkeld worden. •

Activiteiten rondom het thema Herdenking Eerste Wereldoorlog/Vriend & Vijand in heel Nederland en Vlaanderen

Nacht van de Geschiedenis in Amsterdam & Antwerpen

Maand van de Geschiedenisboek

Maand van de Geschiedenis digitaal (website en sociale mediacampagne)

TV- en radioprogramma’s

Bij mij om de hoek – een educatief pakket

(Uit: Projectvoorstel Maand van de Geschiedenis) Lees het gehele voorstel in bijlage 2 van dit beleidsadvies.

29


Plannen van de Vlaams-Nederlandse cultuurproducenten Vlaams-Nederlands Huis deBuren deBuren organiseert, in samenwerking met de Vlaamse Dienst voor Filmcultuur (VDFC), uitgeverij Ambo en diverse locatiepartners onder de noemer ‘Grote Woorden’ een tiendelige reeks avondprogramma’s op relevante locaties in Vlaanderen en Nederland. Uitgangspunt is de magnifieke bloemlezing Het lijf in slijk geplant en de bekroonde cultuurwetenschappelijke studie Europa, Europa. Dit materiaal wordt doorlopend vruchtbaar aangevuld uit vier bronnen: HERA-project [zie concrete activiteiten bij luik III, red.], nieuw onderzoek van de VDFC, de bevindingen van diverse gastsprekers die in gesprek gaan met interviewer Buelens en de resultaten van citybooks Ieper (in samenwerking met In Flanders Fields en de provincie WestVlaanderen). Van oktober 2014 tot en met november 2018 trekt deBuren door de Lage Landen met een avondvullend programma rondom de Eerste Wereldoorlog. Interessante lezingen en inhoudsvolle debatten worden afgewisseld met vertoningen van originele filmbeelden. Uiteraard neemt de oorlogspoëzie, waarin Grote Woorden gaandeweg het veld ruimden voor even grote vertwijfeling, een belangrijke plaats in. Wat is de waarde van een vaderland? Hoe hoog de prijs van een mensenleven? Tijdens deze avondprogramma’s probeert deBuren, met typische deBuren-middelen, een tegenwicht te bieden tegen de al te toeristische invulling die deBuren op dit moment vreest. Het zijn telkens samengestelde avonden met een stevige introductie door Geert Buelens, origineel filmmateriaal van EYE en VDFC, voordrachten door schrijvers en acteurs en interviews met de belangrijkste stemmen uit de betrokken vakgebieden (geschiedenis, literatuurwetenschap, filmstudies). citybooks Ieper gaat van start in 2015 en brengt auteurs van verschillende voormalige oorlogslanden of zelfs huidige conflictgebieden samen op de door de geschiedenis verzwaarde West-Vlaamse grond. Het zwaartepunt van de inspanning van deBuren rondom de Eerste Wereldoorlog ligt in de jaren 2015-6 maar ook in de jaren daaromheen zal deBuren initiatieven ontplooien om te denken en te herdenken. deBuren neemt eind 2013 al een aanloop met het programma Bezeten stad. Van Ostaijen in jazzhoofdstad Berlijn met steun van het Goethe Instituut. Samen met filosofiehuis Het Zoekend Hert zetten gedurende heel 2014 denkende eenlingen uit het begin van de twintigste eeuw opnieuw op de kaart en onderzoeken de verschillende intellectuele en artistieke posities ten opzichte van WO I. Passeren zeker de revue: Rosa Luxemburg, Oswald Spengler, Paul van Ostaijen en Frans Masereel. Ons Erfdeel vzw Plannen voor productie Götterdämmerung 1914-2014. Een literaire evocatie van de Eerste Wereldoorlog en zijn nasleep, op te voeren in Brussel, Amsterdam Parijs, Londen en Berlijn. Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond De Brakke Grond bevraagt de Nederlandse podia over hun bereidwilligheid om de herdenkingsthematiek in de programmering te brengen.

30


Concrete plannen i.h.k.v. luik II: educatieve activiteiten Vlaams-Nederlandse televisieproductie die het Nederlandse publiek informeert over de impact van WO1 Op vraag van CVN verkennen de omroepen VRT en NTR momenteel de mogelijkheden voor een Vlaams-Nederlandse televisieproductie over de Eerste Wereldoorlog voor alle leeftijden, onder de werktitel Twee kleine landen in de Groote Oorlog. Op tafel ligt een opzet voor een een vierdelige televisieserie. Uitgangspunt is de kijk op wat er aan de andere kant van de grens is gebeurd tussen 1914 en 1918. In vier uitzendingen van ieder een half uur wordt een geschiedenis verteld die in beide landen apart is verteld, maar nooit in samenhang met elkaar. En zo worden vastgeroeste beelden en mythes doorgeprikt en ontkracht. Gekozen wordt voor uitzending in 2015, om de vruchten te plukken van het maatschappelijk bewustzijn dat in 2014 wordt opgebouwd door middel van verschillende informatieve uitzendingen, publicaties en activiteiten; tegelijkertijd concurrentie hiermee vermijdend.(uit: Projectvoorstel VRT en NTR) Lees het gehele projectvoorstel in bijlage 2 bij dit beleidsadvies. NB: Eventueel schenking van de productie aan scholen voor educatieve doeleinden, naar het voorbeeld van Steven Spielberg en zijn film Lincoln.

Concrete plannen i.h.k.v. luik III: plechtige herdenking omlijst door wetenschappelijk congres De preambule van dit beleidsadvies bevat verschillende relevante thematische invalshoeken voor nader wetenschappelijk onderzoek en een bijbehorend congres. De herdenking is de ideale gelegenheid om de verschillende belevingen van de oorlog in al zijn facetten voor het eerst duidelijk in kaart te brengen. De wetenschappelijke sector ontwikkelt op dit moment verschillende plannen. CVN heeft niet de intentie of ambitie om deze met elkaar of met eventueel nog te ontwikkelen Vlaams-Nederlandse initiatieven te verbinden. Evenwel geeft CVN graag inzicht in de door haar gekende plannen. Onderzoek in het kader van het HERA Joint Research Programme Op initiatief van prof. dr. Geert Buelens, dienden de Universiteit Utrecht, Adam Mickiewicz University Poznań, King’s College en ZMO Berlin gesteund door sterke geassocieerde partners (Imperial War Museum, In Flanders Fields, EYE Filmmuseum) succesvol een HERA-aanvraag in. deBuren is ook een van de geassocieerde partners van dit grootschalige project, genaamd Cultural exchange in a time of global conflict: Colonials, Neutrals (and Belligerents) during the First World War (CEGC). In het project zal uiteraard aandacht zijn voor neutraliteit als concept en daarnaast voor allerlei bilaterale banden (Duits-Nederlands, Frans-Nederlands, Belgisch-Nederlands, en binnen de context van de Groot-Nederlandse gedachte en het activisme ook VlaamsNederlands), maar neutraliteit is slechts een beperkt deel van het project (dat daarnaast veel aandacht heeft voor koloniale troepen, krijgsgevangenen e.d.). Voornemen voor wetenschappelijke conferentie vanuit Université Catholique de Louvain Ter sprake gekomen in gesprekken met verschillende wetenschappers-experts. Nochthans geen concrete plannen inzichtelijk voor derden.

31


Overzicht van bronnen Instellingen en organisaties: Algemeen Nederlands Verbond Ambassade voor het Koninkrijk der Nederlanden te België Brabant Cloud: Digitale collectieontsluiting in Noord-Brabant Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) Erasmus Universiteit Rotterdam Erfgoed Brabant Flanders DC Forum Eerste Wereldoorlog (www.forumeerstewereldoorlog.nl) Great War Centenary 2014-2018 Het Nieuwe Instituut In Flanders Fields Museum Kabinet Geert Bourgeois (Viceminister-president, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand) Kabinet Joke Schauvliege (Vlaamse Minister van Leefmilieu, natuur en cultuur) Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen Katholieke Universiteit Leuven Kennisnet Liberation Route Europe Markiezenhof (Bergen op Zoom) Nederlands Consulaat te Antwerpen Nederlandse Defensie Academie Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Omroep NTR (fusie van NPS, Teleac en RVU) Ons Erfdeel vzw Pennsylvania State University Platform De Eerste Wereldoorlog 1914 – 1918 (www.wereldoorlog1418.nl) Projectsecretariaat ‘100 jaar Grote Oorlog’, onderdeel van Departement internationaal Vlaanderen Stichting 100 Jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW) Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

32


Toerisme Vlaanderen Universiteit Antwerpen Universiteit Utrecht Universiteit van Amsterdam Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond Vlaams Departement voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media Vlaamse Radio en Televisie (VRT) Vlaamse Vertegenwoordiging (Den Haag) Vlaams Instituut voor Archivering VIAA Vlaams-Nederlands Huis deBuren Vlaams Vredesinstituut (Brussel) Vredescentrum Provincie Stad Antwerpen Vrijetijdshuis (’s-Hertogenbosch) Wereldoorlog in de Westhoek (www.wo1.be) Werk- / studiegroep Hertogdom Brabant (grensoverschrijdende initiatief van een drietal koepels van erfgoedverenigingen Heemkunde Vlaams-Brabant, Brabants Heem en Heemkunde Gouw Antwerpen) Beleidsdocumenten: Studie Toerisme in Vlaanderen rond de Eerste Wereldoorlog, geschreven in opdracht van Geert Bourgeois. Toeristisch marketingplan 100 jaar Groote Oorlog 2014-2018. Brussel: Toerisme Vlaanderen en Westtoer, 2012. Toeristische valorisatie van erfgoed uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek met het oog op 100 jaar Groote Oorlog (2014-2018). Brussel: Toerisme Vlaanderen, Vlaamse Overheid e.a., 2008. 100 jaar Groote Oorlog. Voortgangsrapport Erfgoed en Toerisme. Brussel: Projectsecretariaat 100 jaar Groote Oorlog, 2012. 100 jaar Groote Oorlog. Voortgangsrapport Onroerend Erfgoed en Toerisme. Brussel: Projectsecretariaat 100 jaar Groote Oorlog, 2012. Parlementaire stukken: Voorstel van resolutie van de heer Johan Verstreken, mevrouw Kathleen Deckx, de heren Lieven Dehandschutter, Marc Vanden Bussche en Luckas Van Der Taelen en mevrouw Ulla Werbrouck betreffende het aanmoedigen van klasreizen naar sites gerelateerd aan de Eerste Wereldoorlog voor leerlingen van het secundair onderwijs in het kader van de herdenking van ‘100 jaar Groote Oorlog’. Vlaams Parlement, 11 mei 2012 (geamendeerd op 23 januari 2013).

33


Publicaties: 100 jaar Groote Oorlog in Vlaanderen. Brussel: Projectsecretariaat 2014-18 100 jaar Groote Oorlog, 2012. Advies: Honderd jaar Eerste Wereldoorlog in het teken van vrede. Brussel: Vlaams Vredesinstituut, 2 februari 2012. Amersfoort, Herman en Wim Klinkert. Small Powers in the Age of Total War, 1900-1940. Leiden: BRILL, 2011. Belgische vluchtelingen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. Gezamenlijk projectvoorstel van het Vredescentrum Antwerpen en de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW), 1 februari 2013. ‘De jaren dertig waren voor veel mensen ook een tijd van vreugde’. Knack 2013 (13 februari): pagina 40-44. Heemkunde Vlaanderen. Tijd-Schrift 2013; 2 (augustus) ‘100 jaar Grote Oorlog: een erfgoedverhaal’. Honderd jaar Eerste Wereldoorlog in het teken van vrede. Brussel: Vlaams Vredeninstituut, 2011. Moeyes, Paul. Buiten schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam: de Arbeiderspers, 2011. Nath, Giselle en Maarten Van Alstein. 14-18 van dichtbij. Inspiratiegids voor lokale projecten over de Grote Oorlog. Brussel / Leuven / Den Haag: Acco en Vlaams Vredesinstituut, 2012. Van Galen Last, Dick. De zwarte schande. Afrikaanse soldaten in Europa 1914-1922. Amsterdam: Atlas – Contact (i.s.m. NIOD), 2012. Van Humbeeck, Hubert en Walter Pauli. 'Wat Vlaamse regering wil doen met WO I, doet ons vrezen voor het ergste'. In: Knack (online), 13 februari 2013. Waardeer Samenwerking. Advies over Nederlands-Vlaams beleid voor het duurzaam beheren, behouden en beschikbaar stellen van Nederlandstalig digitaal erfgoed. Den Haag: de Nederlandse Taalunie (Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren), 2013.

34


Bijlage 1: de adviesaanvraag Adviesaanvraag gezamenlijke activiteiten Vlaanderen Nederland rond herdenking WOI In 2014 is het honderd jaar geleden dat WOI uitbrak. Vele landen zullen hierbij stilstaan en activiteiten organiseren. Dat geldt zeker voor de oorlogvoerende landen van destijds. Op dit moment onderzoeken Vlaanderen en Nederland de mogelijkheid om gezamenlijk initiatieven rond de herdenking van WOI te ondersteunen. Beide overheden verzoeken de CVN hierover advies uit te brengen. Dit advies dient in elk geval in te gaan op het verbinden van lokale activiteiten aan weerszijden van de grens, bijvoorbeeld via een digitaal platform, op het vergroten van kennis bij een ge誰nteresseerd publiek over wat WOI voor Vlaanderen en Nederland heeft betekend, en op de actuele draagwijdte van WOI voor met name een jongere generatie. Vlaanderen en Nederland gaan ervan uit dat de CVN in haar advisering rekening houdt met de bescheiden budgettaire ruimte van beide overheden. Verder verzoeken de overheden om in het advies uit te gaan van een actieve rol van Vlaamse en Nederlandse culturele instellingen en van initiatieven in de organisatie, bundeling en communicatie van activiteiten. Het advies kan bovendien bevruchtend zijn voor de bestaande Vlaams-Nederlandse instrumenten en instellingen (zoals de Buren, Ons erfdeel,...).

35


Bijlage 2: bestaande plannen in de sector Uitbreiding Maand van de Geschiedenis tot Vlaams-Nederlands evenement Mede door de aanjagende rol die CVN vervuld heeft, is het thema van de Maand van de Geschiedenis in 2014 Vriend & Vijand, waarmee het evenement in zal spelen op de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog. Het NOM grijpt de kans om de Maand voor deze gelegenheid uit te breiden naar een Vlaams-Nederlands evenement, en legt daartoe momenteel contact met (potentiële) Vlaamse partners.         

                               

36


    

    

                                            

37


                                        ���                         38


                             

39


Voorstel voor Vlaams-Nederlandse televisieproductie

Twee kleine landen in de Groote Oorlog Opzet van een vierdelige televisieserie over de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland In meerdere brainstormsessies van programmamakers uit Vlaanderen en Nederland, om te onderzoeken of een gezamenlijke serie kan worden geproduceerd, is onderstaande opzet als breed gedragen resultaat tot stand gekomen. Dit in het kader van het adviestraject dat CVN op verzoek van de Vlaamse en Nederlandse overheden doorloopt, naar een gezamenlijke herdenking van 100 jaar Groote Oorlog. Brussel, 17 juni 2013 Als het om de Eerste Wereldoorlog gaat hebben Nederland en Vlaanderen weinig met elkaar gemeen, zo lijkt het op het eerste gezicht. Immers in Vlaanderen was het oorlog, in Nederland niet. Vlaanderen was slachtoffer, Nederland bleef buiten schot. Maar wie zich iets meer in de materie verdiept, komt tot een opvallende overeenkomst en tot verrassende verbanden. Belgische vluchtelingen werden in Nederland opgevangen, terwijl Nederland ook in België humanitaire hulp verleende; de gemeenschappelijke grens werd door de Duitsers afgesloten, wat niet belette dat er een levendige smokkel aan goederen, mensen en vooral inlichtingen ontstond ; er waren veel contacten op cultureel gebied, terwijl ook op politiek vlak er constant overleg was. Net in die dramatische oorlogsperiode was er dus een intens contact tussen beide landen. Het startpunt van beide landen was verbazend eensluidend. Nederland was neutraal. En België? Ook. Het verschil zat hem in de geografische ligging. België vormde voor de Duitsers de toegangsweg tot Frankrijk. Nederland bood voor de Duitsers de toegang tot informatie en grondstoffen. De neutraliteit van het éne land werd met voeten getreden, die van het andere werd net geëerbiedigd. Voor het éne land leidde neutraliteit tot vrede, voor het andere tot oorlog. Wat Nederland bespaard bleef, kreeg België over zich heen. Nauwelijks twintig jaar later en een Wereldoorlog verder zouden ze beide hetzelfde lot delen. Op die manier vormen de gebeurtenissen die België tijdens de Eerste Wereldoorlog meemaakte, een vooraankondiging van wat ook Nederland een generatie later te wachten stond. Het is deze kijk op wat er aan de andere kant van de grens is gebeurd tussen 1914 en 1918 die het uitgangspunt vormt van een coproductie tussen de Vlaamse en de Nederlandse publieke omroep. In vier uitzendingen van ieder een half uur wordt een geschiedenis verteld die in beide landen apart is verteld, maar nooit in samenhang met elkaar. En zo worden vastgeroeste beelden en mythes doorgeprikt en ontkracht. Gekozen wordt voor uitzending in 2015, om de vruchten te plukken van het maatschappelijk bewustzijn dat in 2014 wordt opgebouwd door middel van verschillende informatieve uitzendingen, publicaties en activiteiten; tegelijkertijd concurrentie hiermee vermijdend. Aanpak Een Belg en een Nederlander (profiel : Wouter Deprez en Diederik van Vleuten – beiden met een sterk profiel naar een jong en tegelijk breed publiek) onderzoeken samen de wederzijdse geschiedenis. Samen reconstrueren zij aan de hand van zichtbare overblijfselen, archiefstukken,

40


egodocumenten, gesprekken met deskundigen, archiefbeeld en reeds opgenomen getuigenissen een aantal aspecten van de vele dramatische gebeurtenissen tussen 1914 en 1918. De grote politiek wordt verteld aan de hand van gebeurtenissen vlak bij de grond: de lotgevallen van een individu, een gezin, een bepaalde buurt, een groep. De Nederlander schotelt de Belg een aantal verrassende verhalen over de Eerste Wereldoorlog in Nederland voor, terwijl de Belg op zijn beurt de Nederlander laat kennismaken met een aantal verrassende aspecten van dezelfde oorlog in België. Enkele mogelijke onderwerpen Neutraliteit : terwijl Duitse troepen op 4 augustus België binnenvallen, kijken Nederlandse burgers en grenswachters vanop de heuvels toe. De schending van de Belgische neutraliteit in 1914 is geografisch het meest schrijnend pal ten zuiden van de Nederlandse grens bij Eijsden. Op gezichtafstand van de Nederlandse bevolking marcheerden de Duitse troepen door België. Hoe bang was men op dat moment in de Belgische Voerstreek? Hoe opgelucht een kilometer noordelijker? Radiostation MN7 : omwille van de Nederlandse neutraliteit bleven de 22 Belgische enclaves van Baarle-Hertog onbezet. De Belgen maakten hiervan slim gebruik. Op een Belgisch lapje grond richtten zij een hoge radiomast op. Om berichten te zenden van de legerleiding naar het front bij Ieper en zelfs tot aan Parijs. En om de communicatie tussen de Duitse legerleiding en hun onderzeeboten te onderscheppen, dan wel te storen. Met materiaal aangevoerd door Nederlanders (zonder hen in te lichten omtrent het doel) en met spandraden tot op een meter van de Nederlandse grens. Zo bood de grens veiligheid. Immers, de Duitsers dorsten de mast niet te beschieten omdat dan de munitie ook op Nederlands grondgebied zou komen. Oorlogsmeters : In België lagen de zonen aan het front en waren de vaders en moeders op de vlucht geslagen. En dus konden de frontsoldaten geen brieven naar huis schrijven. Hiervoor ontstond een inventieve oplossing: de oorlogsmeter. Belgische soldaten schreven naar Nederlandse surrogaatmoeders. Of naar jonge vrouwen in Nederland. Hier zijn na de oorlog zelfs huwelijken uit ontstaan. Kranten : Hoe verschillend was de burger in Vlaanderen en Nederland geïnformeerd over de oorlog? Wat wist men van de werkelijke stand van zaken? We volgen één van de Nederlandse journalisten die verslag deed van het front en vergelijken de copij van Vlaamse en Nederlandse kranten. In Nederland was het balanceren tussen persvrijheid en het te vriend houden van beide strijdende partijen. In België beperkte de censuur het vrije woord. Vluchtelingen : Nederland ontving honderdduizenden Belgische vluchtelingen en ving ook vele Belgische soldaten op. Hoe was het in Harderwijk, waar 14.000 Belgische vluchtelingen in een kamp waren ondergebracht? Tegen het plan het kamp te verplaatsen is door de lokale middenstand luid geprotesteerd; de Belgen waren goede klanten, die niet gemist konden worden. Het Belgenmonument : Bij Amersfoort staat een monument. Het is het grootse stenen monument van Nederland. Gebouwd door Belgische soldaten. Als dank voor hun verblijf in Nederland, en als activiteit om de altijd loerende verveling te verdrijven. De Dodendraad : Een elektrische draad op de grens maakte geen einde aan het smokkelverkeer van goederen, mensen en inlichtingen. Hoe aantrekkelijk was de vlucht naar Nederland? En hoe winstgevend de smokkel? In ieder geval zo aantrekkelijk en renderend dat een stroomdraad van honderden kilometers de aspirant vluchteling en smokkelaar moest tegenhouden. De Draad des Doods van Cadzand tot Vaals heeft veel slachtoffers gemaakt. Een Nederlandse oorlogsheld : Het was een wereldoorlog. Maar uitgerekend de meest gedecoreerde soldaat uit de Eerste wereldoorlog is een Nederlander! Wie was deze Louis van Iersel? Welke uitzonderlijke daden heeft hij verricht?

41


Nederland en BelgiĂŤ, twee kleine buurlanden met in 1914 eenzelfde uitgangspunt: neutraal blijven. Dat lukte Nederland en het gevolg van deze loop van de geschiedenis is bijna symbolisch te zien in 1919. Toen eiste het land dat zo vreselijk onder de oorlog had geleden stukken grond van het land dat van de oorlog slechts zou hebben geprofiteerd. Door elkaar te vertellen hoe het werkelijk was, kan het eenzijdige en platte beeld van het slachtoffer en de profiteur honderd jaar na dato worden bijgesteld.

42


Bijlage 3 Bijlage 3

Stappenplan voor totstandkoming van zelfstandig digitaal platform Stappenplan voor totstandkoming van zelfstandig digitaal platform

Een uitdrukkelijke wens van de Vlaamse en Nederlandse overheden, neergelegd in de Een uitdrukkelijke de de Vlaamse en Nederlandse overheden, neergelegd in de samen te adviesaanvraag aanwens CVN,van is om verschillende gezamenlijke herdenkingsactiviteiten adviesaanvraag CVN,platform. is om deDit verschillende samen tebij de brengen op één aan digitaal platform, zogezamenlijke interpreteertherdenkingsactiviteiten CVN, biedt bovendien context brengen op één digitaal platform. Dit platform, zo interpreteert CVN, biedt bovendien context bij de herdenking door een overzicht te geven van de bestaande online bronnen voor zover die bijdragen herdenking door een overzicht te geven van de bestaande online bronnen voor zover die bijdragen aan de verstrekking van betrouwbare informatie en verwerving van kwaliteitsvolle kennis. aan de verstrekking van betrouwbare informatie en verwerving van kwaliteitsvolle kennis. Dit is een concreet vormgegeven wens, waaraan CVN wenst te beantwoorden. In samenwerking met Dit is een concreet vormgegeven wens, waaraan CVN wenst te beantwoorden. met experts is onderstaand stappenplan tot stand gekomen, dat als gids kan dienen In bijsamenwerking de experts is onderstaand stappenplan tot stand gekomen, dat als gids kan dienen bij de totstandkoming van het digitaal platform. totstandkoming van het digitaal platform.  Stap 1: opbouw infrastructuur digitaal platform via het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar  Stap 1: Oorlog’ opbouw en infrastructuur digitaal platform via het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote het Nederlandse contactpunt Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt De eerste stap in de ontwikkeling van het platform is de opbouw van een centrale online De eerste stap waarop in de ontwikkeling platform is de opbouw een centrale online infrastructuur, vervolgensvan alle het inhoud samengebracht kanvan worden. Het is belangrijk infrastructuur, waarop vervolgens alle inhoud samengebracht kan worden. Het is belangrijk dat de ontwikkeling en begeleiding hiervan centraal gebeurt, gebruikmakend van en inhakend datde deverschillende ontwikkelingunilaterale en begeleiding hiervandie centraal gebruikmakend van en inhakend op initiatieven op ditgebeurt, vlak in Vlaanderen en Nederland op de verschillende unilaterale initiatieven die op dit vlak in Vlaanderen en Nederland ondernomen worden. ondernomen worden. Best practices voor de opbouw van een platform zijn vindbaar in de praktijk van digitale Best practices de opbouw vanDoor een platform vindbaar in de praktijk ontsluiting vanvoor museumcollecties. te werkenzijn met open source softwarevan en digitale open ontsluiting van museumcollecties. Door te werken met open source software en open standaarden, kunnen alle ter zake kundige instellingen in Vlaanderen en Nederland een 33 standaarden,bijdrage kunnenleveren alle ter zake kundige instellingen in Vlaanderen en Nederland een inhoudelijke aan het platform. In Vlaanderen en Nederland is hieromtrent 33 inhoudelijke bijdrage leveren aan het platform. In Vlaanderen en Nederland is hieromtrent ruime expertise aanwezig bij onder meer het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA), het ruime expertise aanwezig bij onder meer het Vlaams met Instituut voor Archivering (VIAA), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en andere archivering, digitalisering en het Nederlandsbelaste Instituut voor Beeld en Geluid en andere met archivering, digitalisering en ontsluiting organisaties. ontsluiting belaste organisaties. Om deze partijen samen te brengen, beveelt CVN aan om de coördinatie in handen te geven Om het dezeVlaamse partijenprojectsecretariaat samen te brengen,‘100 beveelt aanOorlog’ om de coördinatie in handen te geven van jaarCVN Groote en het Nederlandse van het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt. contactpunt. CVN beveelt aan om de totstandkoming van het platform te laten verlopen via het Vlaamse CVN beveelt aan om‘100 de totstandkoming van het platform te latencontactpunt. verlopen viaZijhet Vlaamse projectsecretariaat jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse bewaren bij projectsecretariaat Oorlog’partijen en hetdie Nederlandse Zij bewaren bij uitstek het overzicht‘100 overjaar de Groote verschillende betrokkencontactpunt. zijn bij de uitvoering van de uitstek het overzicht over de verschillende partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van de verschillende Vlaams-Nederlandse herdenkingsactiviteiten. verschillende Vlaams-Nederlandse herdenkingsactiviteiten.

33 33

Zie bijvoorbeeld het concept voor de Brabant Cloud. Zie bijvoorbeeld het concept voor de Brabant Cloud.

43




Stap 2: invulling digitaal platform door ‘Taskforce Digitaal Platform WO1’ op basis van heldere afspraken over afgebakende deeltaken. De hoeveelheid werk die de ontwikkeling en het onderhoud van een digitaal platform met zich meebrengt, mag niet onderschat worden. CVN beveelt dan ook aan om het werk te verdelen binnen een ‘Taskforce Digitaal Platform WO1’, op basis van heldere afspraken over afgebakende deeltaken. Daarnaast beveelt CVN bij het ontwerp en de realisatie van het digitaal platform zoveel mogelijk gebruik te maken van en aansluiting te zoeken op bestaande online bronnen. De betreffende organisaties zijn bij voorkeur lid van de Taskforce. Te denken valt met name aan:       

In Flanders Fields Museum; publieke omroep VRT, die binnenkort een eigen digitaal platform over de Groote Oorlog presenteert met mogelijkheid tot het bekijken van uitzendingen en publicaties; Projectsecretariaat ‘ 100 Jaar Groote Oorlog’; de Stichting ‘100 jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog’; het Forum Eerste Wereldoorlog; de organisatie achter www.wereldoorlog1418.nl; et cetera.

De leden van de Taskforce verzorgen in onderlinge afstemming de weergave van de herdenkingsactiviteiten op het digitale platform, inclusief de doorverwijzing naar betrouwbaar en verrijkend bronnenmateriaal. Het takenpakket dat hiervan het resultaat is, is van een dermate overzichtelijke omvang dat het in principe als onderdeel van de reguliere werking van de organisaties opgepakt kan worden. Wanneer het een organisatie betreft die niet reeds reguliere of projectsubsidie ontvangt, moet eventueel extra budget voorzien worden voor vergoeding van de inspanningen. De monitoring en opvolging van voortgang van deze activiteiten is in handen het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt.

44




Stap 3: kwaliteitshandhaving en onderhoud De ‘Taskforce Digitaal Platform WO1’ verzorgt de inhoud van het platform en is daarmee verantwoordelijk voor de kwaliteitshandhaving en het onderhoud. Ook hier verzorgen het Vlaamse projectsecretariaat ‘100 jaar Groote Oorlog’ en het Nederlandse contactpunt de noodzakelijke monitoring.

Een eerste inventarisatie onder experts brengt naar voren dat voor een zelfstandig online platform een minimaal budget van € 50.000 euro voorzien zou moeten worden. Dit is de investering in een platform dat gekenmerkt wordt door: 

Duurzaamheid Volop mogelijkheden om het platform te verbinden met online (sociale) media, waardoor het platform vindbaar wordt en blijft voor een breed publiek.



Aantrekkelijkheid in de vorm van gebruiksplezier. Volop mogelijkheden voor optimale gebruikerservaring zoals een aantrekkelijke interface en onder meer de nieuwste videofuncties. Dit doet bezoekers blijven en terugkeren.



Interactiviteit Doel van het platform is zo veel mogelijk herdenkingsinitiatieven te verbinden en inzichtelijk te maken. Dit vraagt om Wikipedia-aanpak: gebruikers kunnen bijdragen aan de inhoud, waarover centrale redactie gevoerd wordt om de kwaliteit te bewaken. Het platform ondersteunt de mogelijkheid van uploaden door gebruikers. Mogelijkheid van interactiviteit en het down- en uploaden van content door gebruikers. De ‘Taskforce Digitaal Platform WO1’ verzorgt de centrale redactie.

45


Colofon

Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu. Beleidsadvies over 100 jaar Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland Dit advies is een uitgave van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland (CVN).

Leopoldstraat 6 B-1000 Brussel E: commissie@cvn.be W: www.cvn.be Het is toegestaan (delen van) de inhoud van deze publicatie te citeren of te verspreiden, mits daarbij CVN en deze publicatie als bronnen vermeld worden. Aan deze publicatie kunnen geen rechten ontleend worden. Brussel, 21 september 2013

Met steun van: Het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken; en

het Departement internationaal Vlaanderen.


CVN is ingesteld op basis van het in 1995 ondertekende Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland. CVN is onafhankelijk en adviseert de Vlaamse en Nederlandse regeringen gevraagd en ongevraagd over actueel bilateraal beleid inzake de vier verdragsthema’s cultuur, onderwijs, wetenschap en welzijn.

Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu. Beleidsadvies over 100 jaar Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Nederland

Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland Brussel, 21 september 2013


CVN Advies: Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu.