Skip to main content

Een klimaatneutrale toekomst. Is iedereen mee?

Page 41

0

En dan zijn er nog een heleboel andere maatschappelijke actoren die een rol spelen in dit verhaal. We denken aan alle organisaties die mensen in armoede trachten te organiseren, te begeleiden en weerbaarder te maken. We hebben het dan over organisaties als Samenlevingsopbouw, de CAW’s, de verenigingen waar armen het woord nemen etc. Wanneer al die actoren tot een goede samenwerking kunnen komen en consequent mensen naar elkaar doorverwijzen, zou je tot een integrale aanpak van het probleem kunnen komen en zou je de doelgroep waarvan sprake al een stuk beter mee kunnen krijgen in het klimaatneutrale verhaal.

Energiehuis en energieloket Wanneer je met de actoren op het terrein praat, luidt het steevast dat er in een ideale wereld minder versnippering zou zijn. Enerzijds minder versnippering tussen de organisaties die min of meer dezelfde diensten aanbieden. Anderzijds –en dat vooral- minder versnippering tussen de verschillende diensten binnen één gemeente. Bjorn, van de Leuvense energiesnoeiers, drukt het in het interview in dit dossier als volgt uit: “Mij lijkt het eigenlijk logisch dat die verschillende diensten in Leuven op termijn in één en hetzelfde gebouw zouden werken. Er is onze werking als energiesnoeiers, je hebt de VZW Pendule, er is Wonen en werken en er zijn de diensten van het OCMW. Het zou ook gewoon efficiënt zijn om die samen te laten werken. Een dossier zou op die manier makkelijker opgevolgd kunnen worden. Maar er zijn nog andere partners: we hebben bijvoorbeeld ook altijd gratis lidkaarten van de huurdersbond op zak.” Je kan je dus de oprichting van een energiehuis per gemeente voorstellen, waar al die betrokken diensten in vervat zijn en waar burgers kunnen in eerste instantie terecht kunnen aan een energieloket, om vervolgens naar de juiste dienst te worden doorverwezen. Op die manier krijg je een samenwerking van de verschillende voorzieningen en diensten en kan je inderdaad op een erg integrale manier mensen voorthelpen en blijven opvolgen. Maar tussen droom en daad staan zoals geweten praktische bezwaren in de weg. Want als we verder het Leuvense voorbeeld volgen, dan zien we dat er grote verschillen bestaan tussen een OCMW (lokale overheid) en organisaties als ‘Wonen en werken’ (sociale economie) of ‘Leren ondernemen’ (vereniging waar armen het woord nemen). Hoe sterk ze ook op elkaar aangewezen zijn, toch blijven ze elk vanuit een andere invalshoek de problematiek benaderen. Het zou niet goed zijn om die autonomie in te perken en alles onder de vleugels van een lokale overheid onder te brengen. Er is immers een reden waarom er autonome verenigingen bestaan waar armen het woord nemen. Ook wordt opgevangen dat organisaties deelentiteiten niet graag naar een andere lokatie zouden zien vertrekken, maar dat probleem lijkt niet onoverkomelijk. Realistisch of niet, een centraal energieloket per gemeente en een bijhorend energiehuis waarbinnen de uiteenlopende organisaties een plek hebben – met garantie op ieders autonomie- zou een stap vooruit betekenen voor de burgers, voor de doelgroep maar ook voor de mensen die deze diensten bemannen. www.vlaamsbrabant.be/wonen-milieu/milieu-en-natuur/vlaams-brabant-klimaatneutraal/index.jsp 41

De puzzel van de dienstverlening in Vlaams-Brabant


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook