Leven na Het Visserijblad
HVB: Ook in DE LAATSTE VUURTORENWACHTER zien we de jongste tijd weer veel vissersverhalen opduiken. Hoe komt dat? FLOR: Er is iets waarmee ik geen rekening gehouden had. Na 25 jaar blijf je - pensioen of geen pensioen - toch met die visserij vereenzelvigd worden. Je kunt die visserij niet als een oude jas aan de kapstok hangen. Men blijft me vragen om over de visserij te spreken. Maar zoals gezegd: ik heb geen zin om voor de honderdste keer ergens te lande ‘de geschiedenis van de Vlaamse visserij’ te gaan vertellen. Ik wil verhalen schrijven. Maar ik kan natuurlijk wel het ene aan het andere koppelen, ik kan verhalen schrijven die zich in het vissersmilieu afspelen. Waarom ook niet? En als men me weer eens vraagt om over de visserij te komen spreken dan neem ik die verhalen onder m’n arm en lees ze in ’t publiek voor. Ik heb trouwens ondervonden dat de mensen dat zeer boeiend vinden. HVB: Wat moeten we ons dan bij zo’n verhalen voorstellen? FLOR: De visserij zit vol met verhalen. Meer zelfs, je kunt de visserij zonder die verhalen niet begrijpen. Helaas zijn ze inmiddels versteend. Ze behoren tot de folklore. Of ze verdwijnen samen met de know how die uit de visserij wegvloeit. Elke visser die ermee ophoudt is ook een vat vol verhalen dat verdwijnt. Wat kun je daaraan doen? Je zou ze weer kunnen vertellen zoals ze pakweg honderd jaar geleden verteld werden, maar dan kom je in iets als het volksdansen terecht, een versteende boel op klompen. Verhalen leven alleen maar als ze op hun beurt nieuwe verhalen voortbrengen. Dus zoek ik die vissersverhalen weer op en neem ze als startpunt om er iets nieuws mee te doen. Ze krijgen als ’t ware kinderen. HVB: Hoe ga je daarvoor tewerk? FLOR: Laat me je een voorbeeld geven. Aan de westkust hebben ze een reuzin die Babbe Roere heet. Je hebt daar wellicht nooit over gehoord, maar die Babbe is in de visserijfolklore wel verantwoordelijk voor de dood van vele mannen die op garnaal gingen kruien. ’t Is een oude vertelling, maar wel een die te actualiseren valt. Ik heb het gedaan in een verhaal dat Barbara heet. En je zult zien, da’s nu geen folklore meer, maar beangstigend hedendaags. Lees dat maar eens.
Toen Flor Vandekerckhove op pensioen ging hield Het Visserijblad op te bestaan. Een kwarteeuw lang was hij met dat blad vereenzelvigd geworden. We vroegen ons af of hij dat breekpunt goed verteerd had. FLOR: Met de visserij had ik wel zo’n beetje gehad. Vijfentwintig jaar lang was ik daar getuige geweest van een neergang, minder schepen, minder vissers, minder perspectief… Dat kruipt niet in je kleren, want dat zijn ook lezers die afhaken en adverteerders die wegvallen. Het geld was op ’t einde echt wel op. Bovendien komt er na vijfentwintig jaar ook sleet op je engagement. Het bereiken van de pensioenleeftijd was dan ook het ideale moment om het licht uit te doen. HVB: Wie je blog van DE LAATSTE VUURTORENWACHTER volgt, weet wat ‘iets anders’ voor jou betekent. Je begon verhalen te schrijven, fictie, aan een indrukwekkend tempo, soms één per dag. Een andere blog die je nog altijd blijft onderhouden heet dan weer HET VOORLAATSTE (!) VISSERIJBLAD. Wat is daar de bedoeling van? FLOR: De titel maakt het duidelijk: alhoewel HVB ophield te bestaan, bleef ik toch hopen dat iemand de draad zou opnemen waar ik hem had laten liggen. De kans was trouwens niet helemaal onbestaand, maar je weet hoe ’t gaat: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Onverhoeds is het er nu toch van gekomen, eenmalig weliswaar, maar het is in deze zoals mijn schoonvader het indertijd al zegde: je weet nooit hoe een koe een haas kan vangen.
4