Issuu on Google+

tuur wil eten


tuur is wakker. hij kijkt rond. waar is baas? ze is niet hier! tuur is nog wat moe. hop, tuur gaat van de bank. hij stapt naar de keuken. Porties daar

is baas.

“dag, baas.” “dag, tuur.”


“wil je eten, tuur?” vraagt baas. tuur blaft. wil je een stok? wil je wat worst? of wil je een koek? tuur weet het niet goed. een stok, een worst of een koek? tuur kiest ...


ik wil geen stok. en ik wil ook geen koek. dus neem ik een worst! baas geeft tuur een worst. tuur is blij! een worst is goed. dank je, baas! eet het maar op, tuur!


hap, hap! de worst is op. dat was lekker! “mag ik nog een worst, baas?” “nee hoor, tuur. dan word je te dik.” zegt baas. “later krijg je nog een stok.” tuur zijn buik is vol. tijd om nog wat te slapen?


Tuur wil eten