Page 1

Notitie Kansrijke Perspectieven Koploperproject “Maas Venlo”

Documentcode: 15M3015.RAP002.HS.3


Opdrachtgever Gemeente Venlo Postbus 3434 5902 RK Venlo Contactpersoon opdrachtgever dhr. M. van der Hagen Contactpersoon LievenseCSO mevr. H. Stoop 088-910 2040 HStoop@LievenseCSO.com Contactpersoon BVR dhr. B. Bomas 010-225 1410 Bart.bomas@bvr.nl Projectcode: Documentnummer: Versiedatum: Status:

15M3015 15M3015.RAP002.HS.3 19 november 2015 Definitief


Notitie Kansrijke Perspectieven Koploperproject “Maas Venlo”

Koploperproject “Maas Venlo” is een project binnen het Deltaprogramma Maas onder verantwoording van de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas en Peel en Maas, waterschap Peel en Maasvallei, Provincie Limburg, het Deltaprogramma en Rijkswaterstaat. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een samenwerking van LievenseCSO en BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling.


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4


Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Doel van dit document Achtergrond Leeswijzer

7 7 7 8 8

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Kansrijke perspectieven Doelstelling project “Maas Venlo� Extra doelstelling MIRT-onderzoek Opzet en beoordeling van bouwstenen Vondsten Van de vondsten naar een strategische agenda

11 11 11 11 13 14

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beschrijving onderzochte perspectieven Drie mogelijke toekomstrichtingen Waterstad Balkon op de Maas Maaspark

25 25 28 30 32

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5 5.1 5.2

Effectbeoordeling Waterstandsverlaging Hoogwaterveiligheid Stedelijke structuur Natuur Kosten Termijnen Samenvatting van de beoordeling per bouwsteen

35 35 37 40 44 46 50 52

Inhoudelijke invulling koploperproject en MIRT-onderzoek Gevolgde werkwijze tot november 2015 Onderzoeksagenda voor het MIRT

55 55 56

Bijlage: Gebiedsopgave

61


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

6


1Inleiding

1.1 Aanleiding

1.2 Doel van dit document

Regio Venlo wil leven met de Maas. Gemeente Venlo heeft dit als een van de majeure opgaven opgenomen in de ruimtelijke structuurvisie van de stad. Venlo anticipeert daarmee op verwachte veranderingen in de rivierafvoeren. Ook koestert de regio de Maasvallei als natuurlijke, authentieke en langzame tegenhanger van de dynamische en grootschalige ontwikkelingen. De ambitie is om deze ruimtelijke kwaliteit te benutten om hoogwatermaatregelen een plek te geven en ruimtelijke en economische meerwaarde te creëren. Dit als tegenhanger van het schrikbeeld dat Venlo door hoge keringen het contact met de Maas verliest.

Samen met de bestuurlijke intentieovereenkomst (7 oktober 2015) vormt deze notitie de basis voor het MIRT-onderzoek ”Maas Venlo”. In de intentieovereenkomst is de medewerking van de betrokken bestuursorganen vastgelegd. Deze notitie Kansrijke perspectieven geeft de inhoudelijke basis. Het is de weerslag van het onderzoek tot nu toe (tussenstand) met een overzicht van kansrijke bouwstenen. Het is tevens de inhoudelijke basis voor een verdere samenwerking van de betrokken partijen. Tenslotte biedt deze notitie een aanzet voor de onderzoeksagenda voor het vervolg van het koploperproject als MIRT-onderzoek en MIRTverkenning. Deze onderzoeksagenda moet nog uitgewerkt worden in onderzoeksvragen die in het MIRTonderzoek opgepakt gaan worden. De opeenvolgende fasen van MIRT-onderzoek, verkenning en planstudie leiden tot een steeds verder uitgewerkt ontwerp waarover uiteindelijk aan het einde van de planstudiefase een besluit kan worden genomen. Iedere fase op zich kent een fasering van ontwerpend onderzoek, advies en besluitvorming.

Om met klimaatadaptieve maatregelen ruimtelijke en economische meerwaarde te creëren, is het nodig om de ontwikkelingen vanuit het Deltaprogramma, het HWBP en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen in gemeente Venlo en de buurgemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas met elkaar te verbinden. Vanwege de complexe stedelijke situatie en de potentiële kansen is Maas Venlo in 2014 samen met 5 andere gebieden langs de Maas koploperproject geworden. In een koploperproject wordt gezocht naar innovatieve oplossingen voor het hoogwatervraagstuk. Het gaat daarbij om het strategisch koppelen van water, ruimte en tijd. Interessant aan Koploperproject “Maas Venlo” is de directe koppeling tussen de waterveiligheid en andere infrastructuuropgaven. Binnen het ministerie van IenM is veel aandacht voor de vernieuwing van het MIRT waarbij gekeken wordt naar meekoppelkansen tussen, vaak droge, infrastructuur en ruimtelijke economie. Ook hieraan wordt handen en voeten gegeven in het Koploperproject ”Maas Venlo”. Het koploperproject wordt uitgevoerd volgens de systematiek en anticiperend op een MIRT-onderzoek en aansluitend een MIRT verkenning. Deze notitie bevat de kansrijke perspectieven die in het Koploperproject ”Maas Venlo” zijn ontwikkeld.

1. Het ministerie hanteert een ander motto: ‘krachtig samenspel tussen rivier en dijken’

7


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

1.3 Achtergrond Hoogwaterveiligheid en klimaatadaptatie Het Deltaprogramma Maas geeft vorm aan klimaatadaptatie, in dit geval met betrekking tot de waterafvoer van de Maas. De regionale voorkeursstrategie die gekozen is, is ‘ruimte waar het kan, dijken waar het moet’. Hierbinnen is aangegeven waar de waterkeringen kunnen worden teruggelegd, indien nodig gecombineerd met de aanleg van hoogwatergeulen. Naast de projecten die zijn gericht op het opvangen van toenemende rivierafvoeren door klimaatverandering speelt hoogwaterveiligheid ook op de korte termijn. Het waterschap Peel en Maasvallei ziet zich geconfronteerd met keringen in Venlo die volgens de huidige normering (1:250) in 2011 zijn afgekeurd, en voor de nieuwe normering (vigerend in 2017) een hogere beschermingsnorm krijgen. Het waterschap heeft de opdracht gekregen om de keringen op orde te brengen. Deze versterkingen vallen onder het hoogwaterbeschermings¬programma (HWBP). Een deel van de keringen moet voor 2024 zijn verbeterd, dit zijn ValuasVelden, Groot Boller, Baarlo en Belfeld. Tevens worden enkele kleinere restmaatregelen in de stad Venlo en stadsdeel Blerick aangepast. De overige keringen worden nog geprioriteerd binnen het HWBP. Ruimtelijke en economische ontwikkelingen De oevers van de Maas in regio Venlo worden intensief gebruikt voor wonen, recreëren en economische activiteiten. Venlo is als Euregionaal centrum een logistieke hotspot en een brandpunt van de Greenport. In de Strategische Visie 2030 (“Venlo vertelt”) van de gemeente Venlo wordt het beeld geschetst van de Maas als rustpunt, maar ook als vitaal middelpunt van de stad. Daarnaast wordt het principe van Cradle to Cradle (C2C) omarmd als inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen. Dit geeft richting aan de veelheid van initiatieven rondom de Maas, zowel vanuit ondernemingen als vanuit verschillende overheidsorganen. Deze initiatieven hangen ruimtelijk samen met de opgaves voor hoogwaterveiligheid en klimaatadaptatie.

De relatie tussen stad en rivier is de afgelopen jaren steeds hechter geworden. Niet alleen doordat de stad een gezicht heeft gekregen aan de Maas maar ook doordat de rivier in het hart van de stad is komen te liggen. Dit door de ontwikkeling van onder andere de Maasboulevard, het theater, Q4, het stadskantoor, Maaswaard en het Kazerneterrein. Tegelijkertijd kent de rivier zelf kansen die benut kunnen worden voor de stad. Denk aan de betekenis van de nieuwe geulen voor recreatie en natuur, de rivier als koude en warmtebron, de rivier als voedsel- en grondstoffenproducent, de rivier als logistieke motor en het verschillend gebruik van de rivier in de winter en de zomer. Een nieuwe kijk op de ‘rivier als stad’ geeft zowel richting aan het type maatregelen voor waterveiligheid als aan de opgaven die spelen in kader van het deltaprogramma Limburgse Maas.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 is de kern van de Notitie Kansrijke perspectieven. Hierin worden de vondsten van de afgelopen fase gepresenteerd. De beschrijvingen van het projectdoel en de conclusies van de effectbeoordeling nemen de lezer bij de hand zodat de vondsten in een logisch perspectief staan. Alle vondsten leiden tot een advies. Hoofdstuk 3 tot en met 5 bevatten de achtergronden. In hoofdstuk 3 worden de perspectieven gepresenteerd die de discussie gefaciliteerd hebben. De perspectieven zijn uiteengerafeld in bouwstenen. Deze bouwstenen staan aan de basis van de top-5 van hotspots zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 4 bevat de effectbeoordeling. Hoofdstuk 5 van deze notitie geeft een toelichting op het proces dat doorlopen is, en een vooruitblik op wat gaat komen. De adviezen die bij de vondsten zijn gepresenteerd zijn uitgewerkt tot een voorstel voor de onderzoeksagenda. Deze onderzoeksagenda kijkt verder dan het MIRTonderzoek. Er zijn ook onderdelen opgenomen die niet in het MIRT-onderzoek aan de orde zullen komen, maar later in het MIRT-proces. Van deze notitie is een samenvatting verkrijgbaar in de vorm van een flyer.

8


Waterveiligheid Dijkversterking grote dijkversterking dijkversterking Waterveiligheid mogelijk in combinatie met: Dijkversterking grotedijkversterking dijkverhoging grote dijkversterking dijkverhoging

Knelpunt

overig: in combinatie met: mogelijk statusdijkverhoging C-kering aanpassen grote Maas

Venlo

Venlo

VENLO

dijkteruglegging afhankelijk van dijkverhoging uitkomst nader onderzoek overig: systeemwerking Maas status C-kering aanpassen status rivierbed afhankelijk van dijkteruglegging afhankelijk van nader onderzoek systeemwerking uitkomst nader onderzoek Rivierverruiming systeemwerking Maas >40 cm waterstandsverlaging status rivierbed afhankelijk van nader systeemwerking 30-40onderzoek cm waterstandsverlaging 20-30 cm waterstandsverlaging Rivierverruiming 10-20 waterstandsverlaging >40 cmcm waterstandsverlaging 0-10 cm 30-40 cmwaterstandsverlaging waterstandsverlaging 20-30 cm waterstandsverlaging Ruimtelijke reservering 10-20 cm waterstandsverlaging handhaven 0-10 cm waterstandsverlaging laten vervallen nieuwe reservering Ruimtelijke reservering mogelijk toe te voegen handhaven afhankelijk van studie-opdracht laten vervallen

Overig nieuwe reservering rivierbed mogelijk toe te voegen overige dijken en C-keringen afhankelijk van studie-opdracht Overig

Ondergrond rivierbed

Deze kaart van het Deltaprogramma verbeeldt de mogelijke – en nader te onderzoeken – maatregelen langs het traject Maasvallei van de Maas. Bron: Hoofdlijnen voorkeursstrategie rivieren ‘Dijkversterking en rivierverruiming in een krachtig samenspel’, juli 2014.

zoetwater overige dijken en C-keringen zoutwater/ brakwater Ondergrond overstroombaar zoetwater gebied stedelijk gebied zoutwater/ rijksweg brakwater overstroombaar grens gebied stedelijk gebied rijksweg

36 9


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

10


2Kansrijke perspectieven In dit hoofdstuk staan de belangrijkste conclusies uit het Koploperproject “Maas Venlo”.

2.1 Doelstelling project “Maas Venlo”

2.2 Extra doelstelling MIRT-onderzoek

De doelstelling van het project “Maas Venlo” is tweeledig. De doelen zijn samenhangend en gelijkwaardig: >> Verbeteren van de waterveiligheid in Venlo en bovenstrooms. >> Verbeteren van de stedelijke structuur, met oog voor de kansen voor regionale economische ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit.

Naast een hoogwateropgave én een ruimtelijke opgave is er ook een opgave in de tijd: het pakken van koppelkansen. Dit moet zorgen voor een veilig, maar ook leefbaar stedelijk gebied, waar door werk met werk te maken meer bereikt kan worden met minder geld dan de verschillende partners individueel zou lukken. Het MIRT-onderzoek draait om het vinden van slimme combinaties, zodat er meerwaarde ontstaat en zicht op financiering is.

Uitgangspunten Voor de hoogwaterbescherming zijn de lopende bestuurlijke afspraken in HWBP en Deltaprogramma uiteraard sturend. Uitgangspunt binnen dit koploperproject is dat het waterschap alle keringen sober en doelmatig versterkt volgens de nieuwe normen uit het Nationaal Waterplan op de locatie waar de dijk nu ligt. Voor de ruimtelijke ontwikkeling volgen we de geldende structuurvisies en beleidsstukken van de betrokken overheden. Daarnaast zijn de voornemens van georganiseerde stakeholders zoals ondernemers (-verenigingen), belangenorganisaties en maatschappelijke instellingen meegenomen. Sturend in de keuzes is de ambitie om te leven met de Maas. Regio Venlo is zich bewust dat ze hiervoor in grote mate afhankelijk is van de uitvoering van projecten benedenstrooms. Maar vanuit deze motivatie is de stad Venlo bereid om ook binnenstedelijk te kijken wat de mogelijkheden zijn om een bijdrage te leveren aan waterstandsverlaging. In bijlage 1 is een toelichting op de gebiedsopgave opgenomen.

Met oog op de koppelkansen heeft het koploperproject een extra doelstelling vanuit het MIRT-onderzoek: Gegeven de opgave op het gebied van de waterveiligheid en de hoogwaterproblematiek en gegeven de regionaal-economische ruimtelijke ontwikkelingen in de Venlose Maasvallei; wat zijn de kansen voor de hoogwaterproblematiek en kansen voor regionaal-economische ontwikkelingen en op welke wijze - zowel inhoudelijk, tactisch als ook financieel - kunnen deze kansen aan elkaar worden gekoppeld?

2.3 Opzet en beoordeling van bouwstenen Tot november 2015, de pre-MIRT -fase, stond het verkennen van een breed scala aan kansrijke mogelijkheden centraal. Middels het ontwerpend onderzoek wordt hiermee input geleverd aan het formele MIRT-spoor. Op basis van drie onderzochte perspectieven (Waterstad, Balkon op de Maas en Maaspark – zie Hoofdstuk 3) is een inventarisatie van kansrijke bouwstenen gemaakt. Het ontwerpend onderzoek leverde ook innovatieve en creatieve ideeën op (‘bijvangst’). In deze notitie zijn ze ter inspiratie opgenomen. Omdat de kansrijkheid van bepaalde bouwstenen zal veranderen door de tijd, is het belangrijk om de hele oogst te bewaren. Daarnaast zal verder onderzoek de beoordeling van kansrijkheid nader detailleren: sommige bouwstenen zullen toch waardevoller zijn dan op dit moment gedacht, andere bouwstenen stuiten misschien op praktische bezwaren.

11


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Hoofdlijn uit de beoordeling van de bouwstenen Waterstandsverlaging: De aanleg van permanent watervoerende geulen die meestromen met hoogwater leveren de grootste bijdrage aan waterstandsdaling. Dit geldt voor de geulen zoals onderzocht bij BaarloLaerbroeck, Venlo-Velden en achterlangs de haven. Op een tweede plaats in effectiviteit komt rivierverruiming door het verlagen van Blericker Nak, het verplaatsen van de landhoofden van de bruggen, een dijkverlegging bij het ziekenhuis, het Kazernekwartier en aan de overzijde bij restaurant Valuas. Het minst effectief zijn oplossingen die ondanks dat ze voor waterberging zorgen, de vrije doorstroming niet vergroten. Hoogwaterveiligheid: Zowel met de versterking van de dijken als met het adaptief maken van de stad is (theoretisch gesproken) de veiligheid ook op de lange termijn te garanderen. Wel is een adaptieve stad een heel ander concept en vraagt het een grote mate van (zelf)organisatie en hoogwaterbewustzijn. Een onderwerp dat specifiek voor Venlo geldt is de afstroming van beken en van grondwater richting de Maas. Bij een hoogwater kan dit afstromende water binnendijks stagneren. Dit is een aandachtspunt dat in de verdere uitwerking opgepakt moet worden.

Impressie van de werkbijeenkomst “Maas Venlo” met overheden en stakeholders op 1 september 2015.

12

Stedelijke structuur: In elk van de deelgebieden liggen kansen voor een verbetering of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kansen met een integraal en Euregionaal karakter zijn de lange termijn ontwikkeling van locatie Molenbossen in samenhang met de eventuele verplaatsing van het ziekenhuis en herontwikkeling van de vrijkomende plek. Rond het centrum is de dijkteruglegging en invulling van Kazerneterrein en de koppeling met het noordelijker gelegen bedrijventerrein annex Bargeterminal een grote kans voor de stedelijke structuur. Uit dit onderzoek blijkt dat de stad Venlo zich op de lange termijn (na 2030) binnenstedelijk kan ontwikkelen rond het Kazerneterrein en mogelijk in het zuiden (Molenbossen/ziekenhuis). Een integraal ontworpen combinatie van de dijkteruglegging Venlo Velden, de aanleg van een jachthaven en in het verlengde een hoogwatergeul is kansrijk. Met name in het licht van een parkachtig uitloopgebied als poort van Maasduinen (Euregio). De aanpak van bruggen(hoofden) biedt kansen voor een betere verkeersafwikkeling op hoofd- en subniveau. Voor de logistieke hotspot Venlo van (nationaal) belang.


2.4 Vondsten Natuur: Er zijn geen onoverkomenlijke belemmeringen vanuit het oogpunt van natuur voor één van de perspectieven. Wel zijn er bij verschillende bouwstenen aandachtspunten om verlies van natuurwaarden binnen de EHS te voorkomen. In het onderzoek is gebleken dat er opties lijken te zijn voor natuurcompensatie. Kosten: Voor de financiële haalbaarheid van oplossingsrichtingen is flexibiliteit een belangrijke vereiste. De noodzaak van een alles-of-niets aanpak maakt projecten risicovol omdat ze in een keer hoge investeringen vragen voordat opbrengsten kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast is het belangrijk om bij nadere kostenbatenafwegingen ook waarden zoals beleving mee te wegen en beheerskosten in beeld te brengen. Een evenwichtige verdeling tussen de diverse belangen, kosten en baten is hierbij een aandachtspunt voor het vervolg.

Het koploperproject levert drie conclusies, vondsten, op. Ze worden hieronder verder toegelicht en voorzien van een agenda voor nader onderzoek: VONDST 1: Maatregelen om de hoogwaterveiligheid in de Maasvallei bij Venlo te verhogen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de stad. Door de maatregelen worden risico’s verlaagd tot het niveau dat hoort bij de nieuwe normen op het gebied van hoogwaterveiligheid. VONDST 2: De Maas kan nog meer als hart van de regio Venlo worden ontwikkeld: programmeer het rivierpark met de Maas als vestigingsfactor, voor stedelijke beleving en als duurzame bron voor economie. VONDST 3: Door het momentum van korte termijn opgaves te gebruiken met oog voor de ontwikkelingen op de lange termijn, ontstaat een meerwaarde voor de stad, zonder kapitaalvernietiging en verlies aan kansen.

13


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

2.5 Van de vondsten naar een strategische agenda VONDST 1: Maatregelen om de hoogwaterveiligheid in de Maasvallei bij Venlo te verhogen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de stad. Door de maatregelen worden risico’s verlaagd tot het niveau dat hoort bij de nieuwe normen op het gebied van hoogwaterveiligheid.

De Maas in Venlo kent verschillende deelgebieden. In het vooronderzoek zijn ze als letterlijke puzzelstukken gepresenteerd. Voor elk deelgebied zijn vanuit drie perspectieven diverse mogelijkheden geschetst voor de omgang met dijken, uiterwaarden, stedelijk gebied en infrastructuur. Het is de kunst om voor elk deelgebied een geïntegreerde strategie te ontwerpen die voldoet aan de gestelde voorwaarden voor waterveiligheid en ruimtelijkeconomische ontwikkeling. In elk deelgebied zijn kansrijke bouwstenen gevonden. In hoofdstuk 3 zijn alle bouwstenen weergegeven. Hieronder een overzicht van de vijf meest kansrijke sets bouwstenen: 5 hotspots. Top-5 hotspots De drie vondsten zijn integraal en niet locatie specifiek. Wanneer meer in detail wordt gekeken naar de vondsten is er een top-5 van locaties te maken waar kansrijke bouwstenen op basis van de vondsten samenkomen. Naast deze top-5 zijn er meer locaties waar kansrijke bouwstenen kunnen worden ontwikkeld. Omwille van het overzicht is de lijst hier beperkt tot een top-5. In hoofdstuk 3 zijn alle bouwstenen benoemd en in hoofdstuk 5 beoordeeld. 1. Ontwikkeling Baarlo - Laerbroeck >> Verbeteren van de waterveiligheid bovenstrooms van Venlo door dijkverklegging en aanleg nevengeul. >> Verbeteren van de stedelijke structuur door kansen voor bijzonder woonmilieu en/of recreatiegebied voor inwoners Venlo, kansen voor versterking ruimtelijke kwaliteit op basis van integrale visie. >> Betrokken partners: Deltaprogramma, HWBP, Waterschap Peel en Maasvallei, Provincie Limburg, Gemeente Peel en Maas.

14

2. Ziekenhuis >> Verbeteren van de waterveiligheid op korte termijn door ruimte voor de Maas ter plaatse van parkeerterrein. >> Verbeteren van de waterveiligheid op lange termijn door ruimte voor de Maas door verplaatsing ziekenhuis in lijn met nieuwe zorgconcepten. >> Verbeteren van de mogelijkheden tot rampenbestrijding en evacuatie door ziekenhuis uit overstromingsgevoeliggebied te plaatsen. >> Betrokken partners: Deltaprogramma, HWBP, Waterschap Peel en Maasvallei, Provincie Limburg, VieCuri Medisch Centrum. 3. Ontwikkelen Kazerneterrein en aanpassen wegstructuur >> Verbeteren van de waterveiligheid door ruimte voor de Maas door buitendijks brengen van Venrayseweg bij Kazernekwartier en St. Urbanusweg. >> Verbeteren van de stedelijke structuur door ontwikkeling Kazerneterrein met kansen voor het etaleren van het thema ‘fresh’ en de Greenport Venlo, zoals met een regionale foodmarkt. >> Betrokken partners: Deltaprogramma, HWBP, Waterschap Peel en Maasvallei, projectontwikkelaar Kazerneterrein. 4. Bargeterminal/jachthaven >> Mogelijk vliegwiel voor ontwikkeling van projecten ten gunste van hoogwaterveiligheid op de tegenoverliggende oostoever van de Maas. De Bargeterminal an sich biedt geen directe verbetering van hoogwaterveiligheid op de westoever. >> Verbeteren van de stedelijke structuur door kansen voor economische ontwikkeling. >> Betrokken partners: HWBP, Waterschap Peel en Maasvallei, Provincie Limburg, ECT/Seacon, gebruikers jachthaven. 5. Dijkverlegging Venlo-Velden, ten noorden en zuiden van A67 >> Verbeteren van de waterveiligheid door ruimte voor de Maas door dijkverlegging. >> Verbeteren van de stedelijke structuur door kansen voor aanleg hoogwatergeul in combinatie met jachthaven en recreatiegebied. Mogelijke verbinding met groene routes vanuit de stad naar Maasduinen. Combinatie mogelijk met inpassing nieuwe hoofdkantoor Océ. >> Betrokken partners: Deltaprogramma, HWBP, Waterschap Peel en Maasvallei, Provincie Limburg, Océ, gebruikers jachthaven, Limburgs Landschap. ECT/Seacon (Bargeterminal) kan mogelijk als aanjager dienen.


5 4

3

Overzicht van de vijf kansrijke hotspots langs de Maas bij Venlo. Hier komen kansen en urgenties samen vanuit hoogwaterveiligheid, ruimtelijke ontwikkeling.

2

1 15


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

2 1

Deze selectie van hotspots is een opsomming van de voorlopig meest kansrijke bouwstenen van de verschillende onderzochte perspectieven. De weergegeven volgorde is in de stroomrichting van de Maas, en staat los van de kansrijkheid. Zowel bij Ontwikkeling Baarlo – Laerbroeck als bij Dijkverlegging Venlo-Velden, ten noorden en zuiden van A67 geldt dat het waterschap hier op termijn een verkenning zal starten naar een dijkverlegging. Dit met het oog op de opgave hier voor 2024 de kering op orde te hebben. Dat maakt dat op korte termijn een besluit genomen zal moeten worden over de locatie van de dijk. De partijen die worden genoemd bij ‘betrokken partners’ zijn een eerste inschatting van de partners die samen met gemeente Venlo een rol kunnen spelen bij het vormgeven van de hotspot. Het MIRT-onderzoek zal concreet maken welke partners daadwerkelijk aansluiten bij welke projecten, en wat de rol van de verschillende partners bij de verschillende bouwstenen zal zijn.

16

Een belangrijk punt bij de koppeling van hoogwaterveiligheid en stedelijke ontwikkeling is dat de optelsom van alle toekomstige deeloplossingen in de Venlose Maasvallei een coherent en effectief geheel vormen. Dit betekent dat ontwerpend onderzoek voortdurend de verschillende schaalniveaus in ogenschouw moet nemen. Juist omdat de ontwikkeling van de beide oevers van de Maas momenteel niet integraal wordt uitgevoerd, ontstaat het gevaar van versnippering. Voorkomen moet worden dat ideeën op de eerste de beste plaats die zich aandient worden uitgevoerd, zonder dat er sturing is of die ontwikkeling op die locatie wel gewenst is. Om goed te kunnen sturen op het beoogde resultaat is zowel per deelgebied als voor het geheel een hanteerbare set doelen/ambities nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een structuurvisie Maasvallei. Het vinden en vaststellen van dit ruimtelijke kwaliteitskader is onderdeel van de fase MIRT-onderzoek, waarbij de stakeholders nauw worden betrokken. Hun kennis en commitment is onmisbaar om synergie te bereiken in de veelheid aan ontwikkelingen. Interessant is om te bezien of een aanpak vooruit kan lopen op het nieuwe Omgevingsbeleid. Mogelijk kan worden aangesloten bij de lopende pilot Bestemmingsplan met Brede Reikwijdte.


4

3

5

17


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Er zijn twee argumenten waarom het strategisch slim is om op korte termijn de oplossingen ten noorden van de stadsbrug nader te onderzoeken (hotspot Bargeterminal en Venlo Velden). a. Op basis van de toekomstbeelden en de effectbeoordeling van alle bouwstenen blijkt dat er veel kansen samenkomen in het noordelijke deel langs de Maas bij Venlo. De wens tot uitbreiding van de Bargeterminal, de wens van een beter ingerichte en toekomstbestendiger jachthaven en de voorgenomen verplaatsing van kantoren van Océ uit de Océ-weerd zijn kansen (zie hotspot Bargeterminal en Venlo-Velden). Er wordt urgentie gevoeld bij de betrokken partijen en er lijkt energie om tot een goede oplossing te komen. Kortom er is hier momentum. Het overbrengen van de jachthaven naar een landschappelijk mooiere locatie die dichter bij de stad ligt, levert een kans op om werk met werk te maken en de dijkverlegging tussen Valuas en de A67 te realiseren - eventueel in combinatie met een hoogwatergeul. Ook is het verplaatsen van de jachthaven een voorwaarde voor de vergroting van de Bargeterminal, mogelijk met een modern adaptief ingericht gedeelte. Dit samen maakt dat hier op korte termijn kansen zijn te verzilveren. Bijkomend voordeel is dat het met het oog hoogwaterveiligheid slim is om te beginnen met rivierverruimende maatregelen stroomafwaarts van Venlo.

b. Tevens is hier de urgentie vanuit de verschillende projecten hoog. De Bargeterminal vraagt op korte termijn ruimte voor uitbreiding van zijn activiteiten. De economie van het vervoer over water is een groeiende sector. Naar verwachting blijft het watergebonden bedrijventerrein op de linkeroever kansrijk voor de toekomst. In algemene zin lijken bedrijven geïnteresseerd om te investeren in een eigen kade aan de Maas. Dit biedt Venlo een blijvende economische positie. Het is wel essentieel dat Venlo bedrijven hiervoor de ruimte kan bieden en duidelijkheid kan geven over hun veiligheidsniveau. De dijkverlegging annex hoogwatergeul Venlo Velden scoort goed op waterstandsverlagende effecten, zeker wanneer deze verlengd wordt onder de A67 door met een dijkverlegging in de Océweerd. Het is daarmee een belangrijke sleutel voor een hoogwater- en toekomstbestendige Maasvallei. Doordat de meeste gronden ten zuiden van de A67 in handen zijn van Limburgs Landschap, en deze stichting in beginsel positief staat tegenover een dijkverlegging, zijn hier kansen om op korte termijn tot realisatie over te gaan. Het waterschap zal op termijn een verkenning starten naar een dijkverlegging Venlo-Velden, ten noorden van de A67. Ook voor het Waterschap is de urgentie hoog om snel helder te krijgen of hier dijkversterking of een dijkverlegging nodig is gezien de opgave deze dijk voor 2024 op orde te hebben. Dat betekent dat op korte termijn besluitvorming aan de orde is.

ADVIES 1: Zet in op verder ontwerpend onderzoek voor integrale (deel)oplossingen.

18


19


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

VONDST 2: De Maas kan nog meer als hart van de regio Venlo worden ontwikkeld: programmeer het rivierpark met de Maas als vestigingsfactor, voor stedelijke beleving en als duurzame bron voor economie.

In de Strategische visie Venlo 2030 (“Venlo vertelt”) worden enkele centrale doelen geformuleerd als antwoord op geconstateerde kansen of knelpunten. De belangrijkste doelen zijn: individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woonklimaat: Venlo als kansenstad. De Maas speelt een belangrijke rol als identiteitsdrager. Het koploperproject levert tot nu toe bouwstenen op die het profiel dat in de strategische visie wordt geschetst kan versterken. Vooral de ontwikkeling van het stedelijk centrum met een gezicht naar de Maas, de versterking van onderwijsclusters (oa Fontys, Has en University College Venlo) en de versterking van moderne bedrijvigheid (zie hotspot Bargeterminal en hotspot Venlo-Velden) direct naast de rivier biedt kansen voor het aantrekken van nieuwe inwoners. Daarnaast trekt het recreatie en toerisme aan.

20

De Maas kan daarin nog beter worden gepositioneerd. Bijvoorbeeld door de rivier integraal te ontwikkelen als een aantrekkelijk stedelijk rivierpark (zie onder andere hotspot Baarlo-Laerbroeck, Kazerneterrein en Venlo-Velden) en de rivier als economische bron te etaleren (zie hotspots Kazerneterrein en Bargeterminal). Dat vraagt een betere verbinding met de stad (rondje park, nieuwe brug), een diverse recreatieve programmering (sport, events, natuur, horeca en vertier) en economische benutting (C2C, haven, Greenport, care& cure). Ook de verbetering van de bestaande of de vernieuwing van de waterkering op een aangepaste locatie als integraal onderdeel van de planvorming heeft een grote meerwaarde en kan de landschappelijke/ stedebouwkundige inpassing ten goede komen. Door het beoogde profiel van regionaal centrum leidend te maken voor de omgang met de Maas wordt de Maas in Venlo samenhangend ontwikkeld tot optimale meerwaarde voor de stad. De projecten langs de Maas bieden kansen voor het versterken van het geschetste toekomstbeeld in “Venlo vertelt”. Dat zit hem vooral in de versterking van de economische westoever van het Kazerneterrein tot en met de bargeterminal, in het door-ontwikkelen van het stedelijke Maasfront gelegen tegenover een stedelijk rivierpark, de landschappelijke koppeling naar het buitengebied (Maasduinen, de hogere terrassen en groene omgeving) en tenslotte het mogelijk maken van bijzondere nieuwe woonmilieus.

ADVIES 2: Maak het profiel van Venlo als ‘kansenstad’ leidend voor de integrale (deel) oplossingen.


LEVEN MET DE MAAS

Impressie van het toekomstpanorama Leven met de Maas.

21


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

VONDST 3: Door het momentum van korte termijn opgaves te gebruiken met oog voor de ontwikkelingen op de lange termijn, ontstaat een meerwaarde voor de stad, zonder kapitaalvernietiging en verlies aan kansen.

Maasoevers. Voor adaptieve planning is inzicht in de korte en lange termijn opgaves van belang. Door stap voor stap de meest kosteneffectieve maatregelen te treffen en mogelijkheden open te houden om in te spelen op nieuwe inzichten en ontwikkelingen wordt kapitaal vernietiging voorkomen. Wanneer opgaven voor ruimte en water in de tijd bij elkaar komen, ontstaan knikpunten. Dat zijn momenten met ‘momentum’ en een keuzepalet: je kunt hier doorontwikkelen, heroverwegen, van koers wijzigen.

ADVIES 3: Ontwikkel een adaptief planningsinstrument, orden en prioriteer hiermee de keuzes. Maak keuzes die mogelijkheden open laten.

De projecten langs de Maas hebben elk hun eigen dynamiek en fasering. Projecten als Gieterijwegje of Bargeterminal kennen een hoge urgentie. In de planning staan ze op de korte termijnagenda. Opgaven zoals de afschrijving van de Molenbossen flats en eventuele toekomstige sloop en herontwikkeling van het gebied of de mogelijke verplaatsing van het ziekenhuis staan op de lange termijnagenda van de stad. Door de korte en lange termijn aan elkaar te verbinden, conform de methodiek van adaptief programmeren, kan een meerwaarde voor het gebied worden gegenereerd. Bijvoorbeeld, de (korte termijn) investeringen in het parkeergebied bij het ziekenhuis moeten kloppen met de lange termijnontwikkeling van dit deel van de

22


3800

4200

4600

5000

10

15

20

25

-5

5

2400

-10

3200

2000

-15

Populatie Nederland (Mln.)

Mln.

Dijkverlegging en geul Venlo Velden?

Bevolking

Vergroten bargeterminal

m3/s

Water

2028

0

1600

-20

Nieuw hoofdkantoor Océ 2024

2800

1200

-25

Structuurvisie Toetsmoment dijk Gemeenteraad

2017

800

Knikpunten

Max waterafvoer Maas (m3)

Nieuwe jachthaven

Kazerneterrein fase 1

Oplossen parkeerprobleem ziekenhuis Dijkverlegging Baarlo

Ingaan nieuwe waterwet/ omgevingswet Meest urgente dijken aangepakt Nieuwe MIRT gelden

Kazerneterrein fase 2 + 3 A67 knelpunt

Afschrijven stads/spoorbrug

2050

Nieuw i uw ziekenhuis? z e e hu

Nieuwe i uw RW I RWZI?

Halverwege Deltaprogramma

Sloop S oo Molenbo o en ossen se fflats as en e no oude de ziek ieke enhuis? nhu s? Herstructureren r c u e en bedrijventerrein e t r en Venrayseweg? a se eg

Herinrichting e i r c t g Ma Maas Venlo-Zuid en Z

Nieuwe we h hoogwatergeul gw t r e l kazerneterrein r e e r n --> haven? a en

Illustratie bij een adaptief planningsinstrument: een tijdlijn met daarin ‘knikpunten’: belangrijke mijlpalen, vaste ritmes van bestuurlijke wisselingen en visievorming. De aangegeven ‘maatregelen’ zijn indicatief geplaatst. In de loop van het MIRT project wordt de tijdlijn nauwkeuriger ingevuld.

23


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

24


3

Beschrijving onderzochte perspectieven

In dit hoofdstuk worden de drie perspectieven die zijn gebruikt in het onderzoek toegelicht. Het hoofdstuk geeft inzicht in de verschillende bouwstenen, de vijf meest kansrijke bouwstenen en de ‘bijvangsten’ uit het onderzoek.

3.1 Drie mogelijke toekomstrichtingen Tussen april 2015 en november 2015 stond het koploperproject in het teken van ontwerpend onderzoek. Drie extreme toekomstperspectieven bepaalden het speelveld van de discussie: Waterstad, Balkon op de Maas en Maaspark. In deze perspectieven gaat de stedelijke dynamiek samen met de dynamiek van de Maas. Het is niet de bedoeling om in het koploperproject te kiezen uit een van de drie perspectieven. Ze zijn vooral bedoeld geweest in de verkenningsfase om de bouwstenen voor oplossingsrichtingen te identificeren en om ateliers met stakeholders inhoudelijk te voeden. De perspectieven zijn ontworpen vanuit het concept rivier = stad. Dat betekent hier dat Venlo als onderdeel van het Maassysteem én de Maas als stedelijk deel van Venlo wordt opgevat. Een accent in alle drie de perspectieven is Cradle to Cradle, waarbij wordt de rivier als bron voor de stad benut.

WIKIPEDIA: Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things is een boek uit 2002 over duurzaam ontwerpen van William McDonough en Michael Braungart. De centrale gedachte van de cradle to cradle (wieg tot wieg) filosofie, is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Het verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is, en geen restproducten die alsnog gestort worden. Deze kringloop wordt bedoeld met het motto: waste equals food.

In de drie perspectieven wordt vanuit deze definitie steeds op verschillende wijze handen en voeten gegeven aan Cradle to Cradle. Bij het ontwerpen van de perspectieven is verder gebruik gemaakt van bekende studies en planvoorstellen zoals Maascorridor en de bekende en vernieuwende maatregelen uit het Deltaprogramma zoals: obstakels weghalen, verleggen dijk, verdiepen weerd etc. Daarnaast is geput uit documentatie over Venlo en voorstelbare maatregelen van stedelijke ontwikkeling zoals: wonen aan de Maas, werken aan de Maas, fiets en wandelroutes, balkons / uitkijk, pleinen en terrassen, strand, haven en varen, evacuatieroutes etc. De verschillende bouwstenen uit de perspectieven worden in deze notitie getoetst op economische en technische haalbaarheid en op het oplossend vermogen voor de waterveiligheid en de meerwaarde voor de regionale economie. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn van de voorgestelde ingrepen op andere beleidsthema’s. Voor zover voorhanden zijn de wensen en eisen vanuit de verschillende betrokken initiatieven meegenomen in het onderzoek. Voor wat betreft het verplaatsen van de jachthaven en oefenplas is hier uitgegaan van drie realistische zoeklocaties: de oostoever direct ten zuiden van de A67, de Océ-weerd, het Kazerneterrein. Ze zijn afzonderlijk opgenomen in de drie perspectieven. Het programma van wensen en eisen van de verenigde watersportverenigingen is voor zover relevant meegenomen in deze studie. In dit koploperproject gaan we voor hoogwaterveiligheid uit van de nul-situatie, die ook in het Deltaprogramma wordt gebruikt. In het Deltaprogramma is een voorkeursstrategie vastgesteld. Binnen deze voorkeursstrategie zijn mogelijk maatregelen benoemd. Over de individuele maatregelen heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Daarom nemen we de maatregelen vanuit het Deltaprogramma niet mee als een vaststaand feit in dit koploperproject, maar integreren we de ideeën in het onderzoek. Zowel ten noorden als ten zuiden van de stad is in de voorkeursstrategie een dijkteruglegging in combinatie

25


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

met een hoogwatergeul geprojecteerd. In de stad Venlo zet het Deltaprogramma verdere weerdverlagingen op de kaart. Bij de laatste toetsing zijn alle dijken in Venlo afgekeurd. Dat betekent dat het waterschap een opgave heeft in het HWBP om de dijken op orde te brengen. Uitgangspunt binnen dit koploperproject is dat het waterschap alle keringen sober en doelmatig versterkt volgens de nieuwe normen uit het Nationaal Waterplan op de locatie waar de dijk nu ligt. Hierbij wordt uitgegaan van een verhoging van de kering in de ordegrootte van een meter. Op die locaties waar dit koploperproject op de korte termijn kansen ziet, waarbij de dijk van het waterschap een rol speelt, wordt in overleg met het waterschap gekeken naar de mogelijkheden om de versterking van de kering zodanig uit te voeren dat de kansen versterkt worden. Dit kan als onderdeel van het Koploperproject “Maas Venlo” worden opgepakt, of parallel door het waterschap. De drie onderzochte perspectieven zijn primair ontwikkeld vanuit drie geheel verschillende manieren van omgaan met hoogwaterveiligheid. Waterstad is gebaseerd op meerlaags veiligheid met een adaptieve stad zonder dijken. Balkon op de Maas gaat uit van multifunctionele klimaatdijken die 100% veiligheid bieden bij elke rivierafvoer, veel meer dan de wettelijke normen vereisen. Maaspark gaat uit van groene dijken die uitgaan van de (nieuwe) wettelijke normen.

26


27


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Bouwstenen

3.2 Waterstad Uitgangspunten Waterstad: >> Geen dijken: stad is waterbestendig >> Baarlo, Venlo-Velden, brughoofden >> Meerlaags veilig: adaptief, evacuatiesysteem, waterkeringen als sluitstuk >> Adaptieve cultuur, isoleren, verplaatsen >> C2C: energiefabriek, hergebruik dijk, materialenbalans stadsverbouwing >> Eilanden Venlo zet in op een aantal robuuste ingrepen langs de rivier en het teruggeven van grote delen van het oorspronkelijke winterbed. In deze zone langs de Maas wordt de stad ‘overstromingsbestendig’ gemaakt. Dat betekent bijvoorbeeld: eerste verdiepingen die tegen water kunnen, bijzondere bouwmethoden en soms het isoleren op safe islands of zelfs het verplaatsen van kwetsbare functies. Cradle to Cradle ingrediënten zijn: de afvalwaterzuivering wordt energiefabriek, materialen die vrijkomen uit dijken en de stadsverbouwing worden hergebruikt. De stad viert jaarlijks een hoogwaterfeest en is goed voorbereid op een evacuatie van stadsdelen die natte voeten krijgen. Omdat de Maas hier in een vallei stroomt, gaat het om beperkte waterdiepten. Eerder overlast dan levensgevaar. Venlo wordt meerlaags-veilig. Als het ergens kan in Nederland dan hier. De belangrijkste ingrepen: dijkverlegging en hoogwatergeul Baarlo, dijkverlegging Venlo-Velden, aanpassing van de brughoofden, jachthaven bij het KazerneKwartier, isoleren gebied ziekenhuis en deel bedrijventerrein Venrayseweg, afwaarderen dijken en adaptief maken van bebouwing in winterbed. Bijvangst >> Koeling van vastgoed via rivierwater >> Tuin van Venlo op Kazerneterrein: agrocluster etaleren >> Grondsanering met vegetatie in winterbed >> Slimme hergebruiksstromen van vrijkomende dijkmaterialen >> Hoogwaterfeest >> Drijvend zwembad >> (Tijdelijke) paden en steigers zoals in Venetië >> C2C inzetten van rioolzuivering en bedrijventerrein (energiefabriek) >> Safe island: een veilig, hoogwatervrij terrein

28

W1 W2 W3 W4 W5 W6 W7 W8 W9 W10 W11 W12 W13 W14

Dijkteruglegging Baarlo met hoogwatergeul Buitenruimte Molenbossen als winterbed Gebied ziekenhuis/Fontys en brandweer isoleren Ophogen Tegelseweg en adaptief maken wijk Overstroombaar Kazerneterrein Jachthaven bij Kazerneterrein in combi met stadshaven Stadsbrug: aanpassen bruggenhoofd oost (UWV) Overstroombare binnenstad Hoogwatergeul achterlangs haven Deels isoleren van bedrijventerrein en rioolzuivering Overstroombaar bedrijventerrein Hoogwatergeul Venlo Velden Doorstroombare brug A67 oostkant en westkant Uitbreiden bargeterminal met adaptief deel en doorzetten hoogwatergeul westoever noord A67


W13 W14

W12

W11

W10 W9 W6 W8 W5

W7

W4

W2

W3 W1 29


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

3.3 Balkon op de Maas

Bouwstenen

Uitgangspunten Balkon op de Maas >> Dijk onbreekbaar, maximaal veiligheidsniveau (1: 5.000) >> Dijk = scherpe grens en stedelijke ruimte, grand design >> Maaslandschap in seizoengebruik, stad als trekpleister en kenniscentrum >> C2C: graven = ophogen, nieuwe materialen >> Fronten, balkons en terrassen

B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 B10 B11 B12 B13

Venlo zoekt de Maas op als scherpe grens en stedelijke ruimte. De stad zet in op contrasten: hoog-laag, groen-stenig, natuurlijk-artificieel. De dijken worden multifunctionele waterkeringen en sierraden voor de stad. Dijken worden gecombineerd met parkeren, fiets- en wandelroutes, promenades, terrassen, leisurefuncties en culturele functies. Cradle to Cradle ingrediënten zijn: gesloten grondbalans, toepassing van nieuwe upcyclematerialen. De stad gaat in Balkon op de Maas voor 100% waterveiligheid, ook bij de maximaal mogelijke piekafvoer van 4.600 m3/s. Het versmalde winterbed wordt gestroomlijnd en kent alleen tijdelijk ruimtegebruik. De belangrijkste ingrepen: ziekenhuis en Kazerneterrein krijgen een balkon, een nieuwe jachthaven in de Océweerd, vergroten industriehaven, stroomlijnen oostelijk landhoofd stadsbruggen, verdiepen Raaijweide en Blericker Nak. Bijvangst >> Tijdelijk ruimtegebruik in zomerbed >> strand voor Kazerneterrein >> S-vormige nieuwe brug om hoogteverschil te overbruggen >> Composieten brug, alleen in zomerseizoen compleet >> Dijkroute koppeling tussen Maasboulevard en jachthaven >> Opklapbare kering/balgstuw/deur in haven

30

Verlagen Blericker Nak Dijk in combinatie met nieuw woonmilieu Molenbos Dijk met parkeergebouw ziekenhuis Verhoogde Venrayseweg tot balkon Raaijweide eiland met nieuwe brug Verhogen Maasboulevard Aanpassen oostelijk brughoofd stadsbrug (UWV) Parkeren in dijk en nieuwe brug voor Q4 Versterkte waterkering langs bedrijventerrein en Bargeterminal Jachthaven in Océ weerd Nieuwe haven richting voormalig DSM terrein Uitbreiden bargeterminal ook ten noorden A67 Aanpassen westelijk bruggenhoofd A67


B12

B13 B11

B9

B10

B5 B8 B4

B6 B7

B2

B1

B3

31


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

3.4 Maaspark

Bouwstenen

Uitgangspunten van Maaspark: >> Dijken versterken tot 1: 1.000 >> Dijkverlegging Kazerneterrein, Venlo-Velden >> ‘Zachte’ grenzen en groene stedelijke gebruiksruimte, beekmondingen >> Gezonde rivier, sport, food >> C2C: snoeiafval, graven = ophogen, filterend landschap, healing environment >> Stroom-lijnen

M1 M2 M3 M4 M5 M6 M7 M8 M9 M10 M11 M12 M13 M14

De Maas en haar oevers worden hét beeldbepalende gezonde stadspark. Harde grenzen worden parkachtig, gestroomlijnd en groen gemaakt. Beekmondingen worden weer zichtbaar. Natuur in de stad betekent ‘natuur voor mensen’, bijvoorbeeld met een nieuw strand. Een iconische, groene stadsbrug completeert het park. Cradle to Cradle ingrediënten zijn: hergebruik van maai en snoeiafval, filterende en (lucht) zuiverende beplantingen, een healing environment. In perspectief Maaspark worden de dijken versterkt tot de nieuwe normen van 1: 1.000. Dijkprofielen worden groen en parkachtig ontworpen. De belangrijkste ingrepen: dijkverleggingen bij het Kazerneterrein en langs traject Venlo- Velden. Een nieuwe jachthaven aan overkant huidige plek, doorstroombaar landhoofd A67, herinrichting beekmondingen. Bijvangst >> Gezondheidsroutes, biowalks gekoppeld aan ziekenhuis >> Zuiverend landschap: water, lucht, bodem >> Sportief en recreatief sterker programmeren rivierpark >> Klimaatbestendige stad, groennetwerk >> Tijdelijke wandelbrug centrum >> Geleidelijk omvormen van bedrijventerrein Venrayseweg naar centrumstedelijk woonmilieu >> Parkroutes in uiterwaarden >> Koppeling met Maasduinen versterken en profileren van groen campusmilieu Océ >> Gebruik maai en snoeiafval uit weerden

32

Dijkverlegging Baarlo zonder geul Hoogwatergeul en eiland Blerickernak Nieuwe groene dijk en buitenruimte Molenbos Natuurlijke beekmonding bij ziekenhuis en koppeling naar kanoplas Parkeren ziekenhuis verplaatst Dijkverlegging bij ziekenhuis Nieuwe iconische park-stadsbrug en aanpassen beide brughoofden Terugleggen dijk Kazerneterrein Opwaarderen groene front Raaijweide voor stad Stroomlijnen en verruimen oostoever van Maasboulevard naar Valuas Terugleggen dijk bij bedrijventerrein Dijkteruglegging Venlo Velden met droge geul Jachthaven direct ten zuiden van A67 (oostoever) plus beekherstel Doorstroombaar brughoofd oost A67


M14 M13

M12

M11

M8

M10

M9

M7

M3 M2 M4

M6 M5

M1 33


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

34


4Effectbeoordeling Dit hoofdstuk behandelt de effecten van de bouwstenen van de perspectieven. De (bouwstenen uit) de drie perspectieven zijn op een vijftal aspecten globaal en kwalitatief beoordeeld. Het gaat om een expert judgement over rivierkunde, hoogwaterveiligheid, stedelijke structuur, milieu en kosten.

NAP

4.1 Waterstandsverlaging In deze beoordeling is gekeken naar de individuele bijdrage van de verschillende maatregelen aan het verlagen van de waterstand. Hierbij zijn de bouwstenen met de stroom mee van zuid naar noord beoordeeld. Voor de uitvoering van de projecten is het van belang om zowel rekening te houden met het effect van waterstandsverlaging bovenstrooms als met de geringe waterstandsverhoging benedenstrooms. Dit leidt tot een voorkeur voor uitvoering beginnend benedenstrooms werkend naar bovenstrooms (van noord naar zuid dus). Omdat details in het ontwerp van grote invloed zijn op de effectiviteit van de maatregelen is op dit moment niet per maatregel een inschatting van de waterstandsverlaging te geven. Hiervoor is een nadere ontwerpronde nodig, die doorrekenen mogelijk maakt. Bij Baarlo-Laerbroeck is een grote bijdrage aan de waterstandsverlaging te bereiken door de teruglegging van de dijk. Wanneer hierbij een watervoerende geul in het voorland wordt gegraven wordt het effect vergroot. In het algemeen geldt hoe groter de geul, hoe groter de bijdrage. Wanneer de dijk op de huidige locatie versterkt wordt, veranderen de waterstanden niet ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Het verleggen van de landhoofden van de brug van de A73 is het meest effectief wanneer dit gebeurt in afstemming met de inrichting van het terrein rond de Molenbossenflats en het ziekenhuis. De verbreding van de doorstroomopening is effectief tot zo ver het water daarna langs de Molenbossenflats over de Blericker Nak kan stromen, en langs het ziekenhuis. Wanneer het water direct na de brug op een kering stuit, is de verbreding minder zinvol. De verlaging van de Blericker Nak levert een bijdrage aan de doorstroming. De mate van de bijdrage is afhankelijk van de vormgeving. Hierbij spelen de aantakking op de stroombaan aan de zuidzijde een rol, hoe geleidelijker deze aantakking is hoe beter. Daarnaast geldt dat hoe groter het doorstroombaar profiel is, hoe groter de bijdrage. In integrale verlaging, of de aanleg van 1 diepe brede geul kan daardoor hetzelfde effect hebben.

Het weghalen van de dijk voor de Molenbossenflats levert geen duidelijke bijdrage aan de waterstandsverlaging. Dit komt omdat het binnendijkse terrein al hogere gronden bevat en er geen substantiĂŤle stroombaan kan worden gerealiseerd. De verplaatsing van het parkeerterrein van het ziekenhuis heeft het meeste effect wanneer dit in combinatie met de verplaatsing van de landhoofden van de brug van de A73 wordt uitgevoerd. Wanneer de dijk op de huidige locatie gehandhaafd blijft, is de meerwaarde van een verplaatsing van het bruggenhoofd gering. Door de uitstroom van de Wilderbeek gedeeltelijk via de plas bij de kanovereniging te laten lopen, ontstaat hier een geul die met hoogwater mee kan stromen met de Maas. Dit levert een extra bijdrage aan het verlagen van de waterstand ten opzichte van het enkel verplaatsen van de waterkering. Het verwijderen van de keringen bij de Professor Gelissensingel levert voornamelijk een bijdrage aan het bergend vermogen van de Maasbedding. De bijdrage aan de doorstroming is nihil, en daardoor is de bijdrage aan de waterstandsverlaging ook zeer klein. Hetzelfde geldt voor het verwijderen van de kering aan de overkant van de Maas bij de Staaiweg. De vele bebouwing belemmert de doorstroming, waardoor de bijdrage aan de waterstandsdaling gering is. Bij de verplaatsing van de landhoofden van de stadsbrug en de spoorbrug geldt net als bij de landhoofden van de A73, dat de grootste winst te halen is in combinatie met de verlegging van de keringen bij de benedenstroomse gebieden. Door een doorgaande stroombaan te creĂŤren naar de haven op de oostoever, wordt de meerwaarde van de verplaatsing van het landhoofd vergroot. Hiervoor is een dijkverlegging ter plaatse van het UWV aan de orde. Aan de westzijde geldt dit voor de combinatie van een dijkverlegging bij het Kazerneterrein. Een dijkteruglegging bij het Kazerneterrein zonder verplaatsing van de landhoofden van de stadsbrug en spoorbrug is ook effectief. Een verlaging van het terrein tussen de Venrayseweg en de gebouwen van de

35


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Kazerne, voor zover het terrein buitendijks ligt, draagt verder bij aan de effectiviteit. Het buitendijks leggen van het gehele Kazerneterrein heeft een geringe bijdrage aan de verlaging van de waterstand, omdat het water hier geen vrije stroombaan heeft. Wanneer in Raaijweide een jachthaven wordt aangelegd, moet er aandacht zijn voor de stroombaan onder normale omstandigheden en bij hoogwater. Onder normale omstandigheden is stroming door de haven ongewenst. Maatregelen om stroming te voorkomen kunnen bijdrage aan waterstandsverlaging verminderen. Wel zal er in alle gevallen een positief effect ontstaan door het extra water in Raaijweide. Het maken van een geul van Raaijweide, langs het Kazerneterrein naar de haven is zeer effectief in het verlagen van de waterstand, wanneer de uitstroomopening goed wordt vorm gegeven. Verplaatsing van het landhoofd van de A67 is hierbij essentieel. Door de aanleg van een nieuwe geul achter de haven langs ontstaat een bypass langs het smalle deel van de Maas ter hoogte van restaurant Valuas. De geul is het meest effectief wanneer deze altijd watervoerend is. Het smalle deel van de Maas ter hoogte van Valuas kan ook verbreed worden, door de eerste rij panden van het bedrijventerrein op de westoever te amoveren en het terrein te verlagen. Dit kan in combinatie worden uitgevoerd met het buitendijks leggen van de St. Urbanusweg voor een verdere verbreding. Deze oplossing levert naar verwachting minder waterstandsdaling dan een geul achterlangs de haven. Een dijkteruglegging in de Océ-weerd is het meest effectief, wanneer dit wordt uitgevoerd met een verplaatsing van het landhoofd van de A67, zodanig dat het water over de weerd kan meestromen. Wanneer een jachthaven in de weerd geplaatst wordt, is dit een meerwaarde als deze bij hoogwater onderdeel van de stroombaan wordt. Een inrichting van de jachthaven die de doorstroming vermindert, vermindert de bijdrage van de dijkverlegging aan de waterstandsdaling. Door de Océ-weerd te verbinden met een 36

hoogwatergeul Venlo-Velden ontstaat extra meerwaarde. De geul loopt dan onder de snelweg door. Ook hierbij geldt dat een permanent watervoerende geul een grotere bijdrage heeft aan de waterstandsverlaging bij hoogwater dan een geul die onder normale omstandigheden droogvalt. Aan de westzijde van de Maas kan de doorstroming ook verbeterd worden door het terugleggen van het landhoofd van de A67. Wanneer de haveningang verbreed wordt door de uitstekende punt aan de zuidzijde te verwijderen, ontstaat er een betere stroombaan voor het water langs het teruggelegde landhoofd. Het terugleggen van het landhoofd is ook zinvol als er geen geul achter de haven langs wordt gemaakt, of als de haveningang niet wordt aangepast, maar het effect is dan geringer. Samenvattend De aanleg van permanent watervoerende geulen die meestromen met hoogwater leveren de grootste bijdrage aan de waterstandsdaling. Dit geldt voor de geulen zoals onderzocht bij Baarlo-Laerbroeck, VenloVelden en achter de haven. Geulen die droogvallen onder normale omstandigheden zijn minder effectief, maar leveren ook een grote bijdrage. Rivierverruiming door het verlagen van Blericker Nak, het verplaatsen van de landhoofden van de bruggen, een dijkverlegging bij het ziekenhuis, het Kazernekwartier en op het bedrijventerrein ten noorden van het Kazernekwartier tot en met de waterzuivering zijn na de aanleg van geulen het meest effectief. Hierbij is het van belang bij het ontwerp rekening te houden met de vorm van de stroombaan. De effectiviteit wordt in grote mate bepaalt door de exacte uitvoering. Daarom zijn de maatregelen onderling nog niet in volgorde van effectiviteit te plaatsen. Het verwijderen van keringen zonder dat een stroombaan ontstaat levert een zeer geringe bijdrage aan de waterstandsdaling. De bijdrage wordt enkel geleverd door een groter bergend vermogen, en valt weg bij het effect van de aanleg van geulen of rivierverruiming.


4.2 Hoogwaterveiligheid De perspectieven zijn gebaseerd op drie verschillende achtergronden van hoogwaterveiligheid. De kern van de drie perspectieven is als volgt samen te vatten: >> Balkon op de Maas: 100% zeker droge voeten, ook met klimaatverandering >> Maaspark: groene keringen die voldoen aan de nieuwe normen >> Waterstad: hoogwaterveiligheid door adaptatie en evacuatie. De nieuwe normensystematiek van de Waterwet is gebaseerd op overstromingsrisicio’s in plaats van overstromingskansen. In het nu beschikbare rekeninstrumentarium is nog geen rekening gehouden met klimaatverandering. Naast hoogwater van de Maas, vormt de afvoer van beken een potentieel gevaar voor overstroming tijdens hoogwater op de Maas. Door het hoge water op de Maas vindt op de beken opstuwing plaats, waardoor het achterland overstroomt. Binnen het plangebied stromen meerdere beken in de Maas. Van de Rijnbeek is het laatste gedeelte van het trace (ca. 1 km) overkluisd. Daardoor is de kans aanwezig dat  het beekwater het centrum van de stad vanuit de overkluizing inundeert. Daarnaast zijn er rioolverbindingen vanuit het stedelijk rioolstelsel met de Maas. Tijdens een hoogwater zijn deze verbindingen afgesloten. De kans bestaat dat hierdoor wateroverlast ontstaat door kwelwater en met name regenwater (in geval van neerslag van enige betekenis). Deze problematiek is niet geadresseerd in de voorliggende perspectieven. De beoordeling van de verschillende achtergronden van hoogwaterveiligheid is hieronder weer gegeven. 100% droge voeten In principe is worden de normen zoals die door het Rijk worden vastgesteld gebaseerd op een acceptabel risico. Voor de hoogte van de waterkeringen betekent dit dat er op de Maas hogere waterstanden kunnen voorkomen dan de normhoogte waarop de waterkeringen worden ontworpen. Om 100% droge voeten te garanderen worden vanuit deze achtergrond de nieuwe keringen ontworpen om een waterstand te keren die met de kennis van nu hoort bij de hoogste waterstand die de Maas kan afvoeren, dat is 4600 m3/s.2 Omdat de keringen de hoogste waterstand kunnen keren die kan voorkomen, hoeven de keringen niet meer opgehoogd te worden. Ten opzichte van de hoogte van keringen

op basis van de nieuwe normen gebaseerd op een afvoergolf met een kans van voorkomen van 1:1.250 bij het huidige klimaat worden de keringen ongeveer een meter hoger. Indicatieve berekeningen geven aan dat de keringen ten opzichte van de huidige situatie met meer dan een meter moeten worden opgehoogd, wanneer geen rekening wordt gehouden met waterstandsdaling als gevolg van maatregelen. De sterkte van de dijk is ook afhankelijk van het materiaal waaruit de dijk bestaat, en hoe steil het talud is. Om 100% droge voeten te bereiken wordt veel gewerkt met harde en half verharde keringen. Bij de keuze van het materiaal is aandacht nodig voor de sterkte van de stroming en de kracht van de golven die de kering moet breken. Er zijn voldoende materialen voor handen die deze sterkte kunnen leveren, mits er voldoende breedte beschikbaar is voor de kering. Bij het nadere ontwerp moet hiermee rekening worden gehouden. Innovatieve oplossingen zijn daarbij mogelijk. Een (overigens kostbare) opklapbare kering zoals in Kampen of Bunschoten is denkbaar in het stedelijke centrum bij de Maasboulevard. De keringen liggen relatief dicht op het zomerbed van de Maas. Er is weinig ruimte om buitendijks maatregelen te nemen tegen piping, een mechanisme waarbij water dat onder de dijk doorstroomt de dijk verzwakt. Door de hoogte van de dijk en het waterstandsverschil dat de dijken moeten keren, en de bodemopbouw in Limburg, is de kans dat piping een probleem wordt aanwezig. Bij het oplossen van dit probleem voor de hoogwatersituatie, moet rekening worden gehouden met de afstroming van kwelwater in de normale situatie. Voorkomen moet worden dat het grondwater niet meer goed op de Maas afstroomt. Ook de afvoer van beken is een aandachtspunt. Bij hoogwater op de Maas blijven de beken stromen. Hierdoor komt de waterstand ook in de beek omhoog. In het vervolg onderzoek moeten oplossingen in beeld worden gebracht, waardoor gebieden niet vanuit de beken overstromen. Daarnaast dient de beperkte regenwaterafvoer capaciteit van het rioolsysteem tijdens een hoogwatersituatie eveneens worden meegenomen. Alsmede de effecten van het afkoppelen van regenwater van de riolering in het stedelijk gebied.

2. Op dit moment worden nieuwe analyses uitgevoerd van de maximaal mogelijke afvoergolf op de Maas. Hierbij wordt gesproken over een verhoging van de maximale afvoer naar 5200 m3/s. Op dit moment is hierover nog geen overeenstemming.

37


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Groene keringen volgens de nieuwe normen Keringen volgens de nieuwe normen betekenen dat de hoogte van de waterkering is afgestemd op een waterstand met een bepaalde kans van voorkomen. Omdat we nog niet weten hoe de klimaatverandering de waterstanden op de Maas beïnvloedt, kan het zijn dat over 50 jaar de kering opnieuw verhoogd moet worden. Indicatieve berekeningen tonen aan dat rekening moet worden gehouden met verhoging van de keringen in het HWBP in de ordegrootte van een meter, wanneer geen rekening wordt gehouden met waterstandsverlagende maatregelen. Groene keringen moeten voldoende breedte hebben om genoeg stabiliteit te kunnen bieden om het water te keren. Over het algemeen geldt dat hoe flauwer het talud, hoe beter. Op de huidige locatie van de kering is niet op alle plaatsen voldoende ruimte om groene keringen van voldoende breedte in te passen. Hierdoor zullen op sommige plaatsen, zoals bij de Staaiweg, langs de haven en het centrum van Venlo, harde elementen nodig zijn om binnen de beschikbare ruimte de kering in te passen. Wel kan op de plaatsen waar een harde kering wordt gemaakt, worden gewerkt aan een parkachtige inpassing. Op locaties waar de kering gecombineerd wordt met dijkterugleggingen, zoals bij het kazerneterrein, ziekenhuis en Océ-weerd, en waar al genoeg ruimte was zoals bij Molenbossenflats, is de breedte van de kering geen probleem. De groene kering kan zo worden vormgegeven dat deze onderdeel is van de inpassing van de routes en inrichting van de buitenruimte. Ook bij groene keringen volgens de nieuwe normen zijn piping en de afvoer van beken bij hoogwater aandachtspunten, die nader uitgewerkt moeten worden bij het verdere ontwerp. Hoogwaterveiligheid door adaptatie en evacuatie Omdat de Maas bij Venlo in een vallei ligt is adaptatie en meerlaags veiligheid een denkbare strategie. Bij hoogwaterveiligheid door adaptatie en evacuatie zijn nauwelijks keringen opgenomen. De keringen die nodig zijn om kwetsbare vitale functies zoals het ziekenhuis en de RWZI te beschermen worden ontworpen volgens de nieuwe normen. Een belangrijk aandachtspunt in zo’n strategie is de lastige politieke afweging wat wel en wat niet wordt beschermd met dijken. Met name de adaptatie van Blerick - wat voor een groot deel in het winterbed ligt -, vraagt aandacht.

38

De infrastructuur in de stad moet worden aangepast zodat deze in geval van dreigend hoogwater voldoende capaciteit heeft om de delen die geëvacueerd moeten worden te kunnen ontruimen. Welke aanpassingen dit vraagt van het wegennet staat nog open voor nader onderzoek. Ook zullen bestaande gebouwen adaptief moeten worden gemaakt. Voor de oude (vaak monumentale) gebouwen geldt dat zij zijn gebouwd in een tijd zonder dijken. Veel zijn dus in meer of mindere mate reeds geschikt om met de voeten in het water te staan. Wel is het van belang dat de eigenaren en bewoners de kennis over hoe te handelen in het geval van hoogwater niet verliezen om ongelukken en onnodige schade te voorkomen. Hoe minder vaak de delen overstromen, hoe meer het op peil houden van kennis een aandachtspunt is. De bedreiging van water uit de beken is in dit perspectief niet aan de orde. De maatwerkdijken ter bescherming van de kwetsbare objecten worden zo gepositioneerd dan de beken langs deze keringen stromen. Bij de keringen moet wel aandacht zijn voor piping en kwelwater. Het mag niet gebeuren dat via het grondwater de kwetsbare functies alsnog natte voeten krijgen. Tenslotte is een vraagstuk hoe om te gaan met het beheer van ‘uitgerangeerde’ dijken bij een strategie van adaptatie en evacuatie (zie ook het kopje ‘kosten’). Samenvattend Met alle drie de achtergronden van hoogwaterveiligheid is de veiligheid ook op de lange termijn te garanderen. Wanneer gekozen wordt voor de aanleg van keringen is nader onderzoek nodig om oplossingen tegen overstromingen vanuit de beken in een hoogwatersituatie te voorkomen en problemen met grondwaterstromingen te voorkomen.


39


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4.3 Stedelijke structuur Bij de ruimtelijke beoordeling van de gevonden bouwstenen uit de verkenning is gekeken naar een aantal aspecten: economisch ontwikkelpotentieel, ruimtelijke kwaliteit, effecten op verkeer, woonomgeving en leefbaarheid en de mogelijkheid om aan te sluiten op bestaande of nieuwe plannen. Van zuid naar noord gaat het om de volgende overwegingen. Baarlo-Laerbroeck: met het verleggen van de dijk en de eventuele aanleg van een hoogwatergeul ontstaan in het gebied kansen voor een recreatief interessant uitloopgebied met daarbij passende kostendragers. De kwaliteitsslag die reeds is ontstaan door sanering van kassen en het beekherstel van de Springbeek kan worden doorgezet. In eerdere visievorming is uitgegaan van de ontwikkeling van een bijzonder (adaptief) woonmilieu. Wanneer wordt gekozen voor een nieuw woonmilieu, moet de samenhang met de woningbouwbehoefte van de stad worden betrokken, ook in combinatie met ontwikkelingen die bij Molenbossen kunnen plaatsvinden. Vooralsnog zet Venlo in op binnenstedelijke ontwikkeling. De mogelijkheid woningen te ontwikkelen is afhankelijk van de toekomstige marktvraag en dat betreft hier een regionale markt. Molenbossenflats: De renovatie van de flats vergroot de ruimtelijke kwaliteit, zowel op de locatie als op afstand (zichtbaarheid). In aansluiting op hoogwatermaatregelen kan de buitenruimte rond de flats op een betere manier worden verbonden met de buitendijkse kwaliteit van de Blericker Nak. De plaats van de flats precies op de terrasrand biedt perspectief voor een landschappelijk bijzondere oplossing. De sfeer en betekenis van de buitenruimte rond de flats kan veel meer als eenheid worden vormgegeven met de Blericker Nak. Op de lange termijn ligt op deze plek (na sloop van de flats) voor Venlo een kans voor de realisatie van een onderscheidend nieuw woonmilieu wat het profiel van Euregionaal centrum versterkt. Ook dit is weer afhankelijk van de toekomstige marktvraag. Ziekenhuis: Bij consolidatie van het ziekenhuis op deze plek moet worden gezocht naar een betere parkeeroplossing. Een verplaatsing van het parkeren en een combinatie met parkeervoorzieningen bij Fontyshogeschool is een kans. De versterking of verlegging van de dijk kan bijdragen aan een betere inpassing van de beekmonding.

40

Een hoge beoordeling krijgt een oplossing waarbij het ziekenhuis op termijn wordt verplaatst naar een waterveiliger en bereikbaarder plek. Dit levert de stad een lange termijn kans op voor een gebiedsontwikkeling. Daarbij kan dijkverlegging en de aanpak van het bruggenhoofd A73, beek- en natuurherstel samengaan met (afhankelijk van de marktvraag) de mogelijkheid van bijvoorbeeld een onderscheidend woonmilieu. Wanneer de Molenbossenlocatie ook zou vrijvallen, kan deze gebiedsontwikkeling zelfs aan beide zijden van de Maas plaatsvinden. Kazerneterrein eo.: De ontwikkeling van het Kazerneterrein kent een eigen dynamiek die geleidelijk zal zorgen voor een versterking van Venlo aan de Maas. Voor de economische profilering van de stad is dit gebied waardevol. Die waarde kan stijgen als hoogwatermaatregelen integraal worden meegenomen. Een concrete kans is de dijkverlegging bij de Venrayseweg. Hoewel een beeldbepalende rij platanen verloren zal gaan, biedt de verlegging ruimte voor een uitbreiding van het groene rivierfront. Dat kan met een natuuroplossing (uitbreiden Raaijweide) of met een meer recreatief gebruikt gebied zoals een strand of drijvend zwembad. Het laatste wordt hoger gewaardeerd omdat het op deze plek de gemeentelijke ambities versterkt. Het toevoegen van een jachthaven (één van de zoeklocaties is het Kazerneterrein) kan het plaatje versterken, maar stuit ook op bezwaren: de ruimte is beperkt, de stroming levert problemen op, er liggen ondergrondse leidingen en de natuurwaarden van Raaijweide worden beschadigd. Mogelijk is er een kans voor een innovatieve oplossing waarbij dijk, stedelijke beleving/historie en programma kunnen worden gecombineerd. Deze beeldbepalende plek is daar geschikt voor. Ideeën binnen de drie perspectieven voor een nadrukkelijke profilering op deze centrale plek in de stad van het thema ‘fresh’ en de greenport Venlo (doelen uit de visie Venlo vertelt) kregen een hoge waardering tijdens de stakeholdersbijeenkomsten. Toevoeging van een nieuwe oeververbinding (circa 21 meter boven gemiddeld waterpeil) zal een sterke impuls zijn voor stedelijk waterfrontontwikkeling. De vervanging van de stadsbrug is tevens een kans voor de stedelijke structuur: de verkeerstromen kunnen beter worden geordend en een plezieriger verbinding ontstaat voor fietsers en wandelaars.


De Maasboulevard is een parel voor de stad. Het doorzetten van de stedelijke waterbeleving richting restaurant Valuas is een kans voor de stad. Wanneer een fiets/wandel route op de dijk of buitendijks kan worden gepositioneerd, wordt de beleving van de Maas sterker. Het verbeteren van de ruimtelijke uitstraling van het parkeerterrein en de Urbanusweg zoals in Balkon op de Maas is voorgesteld, is een kans voor Venlo. Die kans wordt reëler wanneer een jachthaven zou worden gerealiseerd in de Océ-weerd. Het bedrijventerrein langs de Venrayseweg stamt uit de jaren 80. Rond 2030 is het gebied dus vijftig jaar oud en is herstructurering reëel. De ruimtelijke kwaliteit kan hier vooruitgaan als hoogwatermaatregelen worden aangegrepen om ook een revitalisering en mogelijk herstructurering in te zetten. Om ruimte te kunnen maken voor een eventuele hoogwatergeul achterlangs de haven is herstructurering van de benodigde zone aan de orde. De positie van het bedrijventerrein is waterhuishoudkundig van belang, maar ook economisch is dit bedrijventerrein met de haven een belangrijke economische drager van Venlo. In de perspectieven wordt juist voor deze plek een sterke profilering van het Cradle to Cradle thema voorgesteld. Vanuit dit thema kijken naar de aanwezige rioolzuivering en de bedrijven wordt hoog beoordeeld omdat het sterk appelleert aan de ambities van de gemeente. Bargeterminal: De invulling van de uitbreiding van de bargeterminal hangt sterk samen met de wijze waarop hoogwaterveiligheid wordt vorm gegeven. Wanneer gekozen wordt voor een haventerrein dat 100% zeker droge voeten heeft, ook na klimaatverandering, is het afsluitbaar maken van de haveningang een logische oplossing. Hierdoor wordt de lengte van de benodigde waterkering beperkt, en zijn de aanpassingen in de bargeterminal zelf beperkt. Dit vraagt geen investeringen van de huidige bedrijven. De vormgeving van de haven heeft dan geen invloed op waterstandsdaling. Nadeel van deze oplossing is dat het keermiddel met enige regelmaat moet sluiten. Het huidige beschermingsniveau van de haven is 1:50. Dat betekent dat gemiddeld eens in de vijftig jaar de deur zal moeten sluiten. Als gevolg van klimaatverandering zal dit in de toekomst toenemen. Daarnaast moet het waterschap het keermiddel geregeld testen om de werking te kunnen garanderen. Wanneer de kering gesloten is, is een deel van de bargeterminal niet bereikbaar voor schepen.

De voorgenomen uitbreiding van de bargeterminal biedt een kans voor een innovatief project. Het nieuw te maken deel van de haven kan ‘adaptief’ worden ingericht. Dat betekent bijvoorbeeld een overstroombaar terrein, waterbestendige gebouwen, goede hoogwatervrije routes en bijvoorbeeld drijvende elementen. Wanneer gekozen wordt de uitbreiding van de haven adaptief vorm te geven, ontstaan er mogelijkheden voor een combinatie met waterstandsverlaging, door een slimme vormgeving. De vormgeving vraagt dan de nodige aandacht om stroming in de haven onder normale omstandigheden te voorkomen, maar bij hoogwater een goede stroombaan te bieden. Het bouwen van een adaptief haventerrein geeft de daar gevestigde bedrijven de mogelijkheid zich zelf te profileren als klimaatbewust en maatschappelijk verantwoord. Ook krijgt gemeente Venlo een kans om het C2C-imago verder in te vullen. Hierdoor kan meerwaarde ontstaan ten opzichte van een uitbreiding die beschermd is tegen hoogwater. De bestaande bargeterminal kan afzonderlijk van de uitbreiding worden beschermd. De aanleg van een hoogwatergeul achter de haven langs heeft grote gevolgen voor de hoogwaterbescherming van de bargeterminal. Zowel het adaptief maken van de huidige bedrijven, als het aanleggen van keringen om de bedrijven te beschermen vragen grote investeringen. De dijkverlegging Venlo-Velden biedt een kans op hier een recreatief en natuurlijk uitloopgebied te realiseren. Naast de mogelijkheid voor een ruime jachthaven waarin ook verschillende watersportverenigingen een plek kunnen krijgen liggen hier kansen voor natuurontwikkeling (beekherstel), recreatie en sport. Hier kan een fysieke groene verbinding worden gelegd met de Maasduinen. De campus van Océ kan daarin wellicht een rol spelen en kan profiteren van een hoogwaardige landschappelijke setting. Het beter doorstroombaar maken van de brughoofden van de A67 maakt de aanleg van een hoogwatergeul pas effectief. Daarbij is een permanent watervoerende geul gunstiger voor de waterafvoer. Ecologisch is dit ook interessanter dan een droge geul (zie Raaijweide). Bij een natte geul is een combinatie met een jachthaven meer voor de hand liggend.

41


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Samenvattend Als geheel kunnen projecten in de Maasoevers bijdragen aan stedelijkheid, leefbaarheid en economie, samengevat in Agenda Stad, de toekomstagenda van Nederlandse steden. In elk van de deelgebieden liggen kansen voor een verbetering of versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het op een eigen en innovatieve wijze omgaan met de rivier. De in hoofdstuk 3 benoemde bijvangsten zin daarvoor een extra inspiratie. Belangrijke kansen met een integraal en Euregionaal karakter zijn de lange termijn ontwikkeling van locatie Molenbossen in samenhang met de eventuele verplaatsing van het ziekenhuis en herontwikkeling van de vrijkomende plekken. Rond het centrum is de dijkteruglegging en invulling van Kazerneterrein en de koppeling met het noordelijker gelegen bedrijventerrein annex bargeterminal een grote kans voor de stedelijke structuur. De dijkteruglegging Venlo Velden, en aanleg van een jachthaven annex hoogwatergeul is kansrijk. Met name in het licht van een parkachtig uitloopgebied als poort van Maasduinen (Euregio). De aanpak van bruggen(hoofden) biedt kansen voor een betere verkeersafwikkeling op hoofd- en subniveau. Voor de logistieke hotspot Venlo van (nationaal) belang.

42


43


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4.4 Natuur De perspectieven zijn gebaseerd op drie verschillende achtergronden van natuur. De kern van de drie perspectieven is als volgt te koppelen aan de kijkrichtingen voor natuur uit de Natuurvisie 2010-2040 van de Rijksoverheid: >> Balkon op de Maas: inpasbare natuur waarbij de mens volop gebruik maakt van de natuur en economische activiteiten in en rond natuur plaatsvinden. >> Maaspark: beleefbare natuur, biedt bovenal een mooie en fijne leefomgeving. >> Waterstad: functionele natuur levert de mens diensten en producten. Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen staat centraal. Het Natuurnetwerk Nederland loopt via de Maas en de westoever (zie figuur rechts). Het Natuurnetwerk bestaat uit de gebieden die zijn aangewezen als EHS. Op de oostoever zijn enkele gebieden aangewezen als EHS. In deze gebieden mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die de natuurdoeltypen aantasten. Het dichtst bijzijnde Natura 2000-gebied is Maasduinen. Westoever In functionele natuur en inpasbare natuur wordt Blericker Nak vrijwel geheel vergraven. Wanneer de Blericker Nak vergraven wordt zullen de bestaande natuurwaarden aanvankelijk verdwijnenen. Op termijn kan er natuur terugkomen met vergelijkbare natuurwaarden. Door vergravingen zal het milieu dynamischer worden omdat de overstromingsfrequentie toeneemt. Dit biedt ontwikkelingskansen voor riviergebonden natuur. In beleefbare natuur vormt de vergraving in combinatie met de aanleg van het strand een grotere bedreiging. Ter plaatse van het strand komen geen natuurwaarden terug. Door de verbinding met de buitenruimte van Molenbossenflats ontstaan er ook nieuwe kansen voor natuur bij beleefbare natuur. Het netto effect op natuur is sterk afhankelijk van de inpassing. Door afwisselingen in de ruimtelijke inrichting ontstaat meer diversiteit in habitats. Afhankelijk van de omvang van en de overgangen tussen de verschillende habitats zal de biodiversiteit van het gebied kunnen toenemen. De bedenkingen ten aanzien van natuur voor Blericker Nak gelden ook voor Raaijweide. Op dit moment vormt de westelijke oever een lint waar grote grazers vrij kunnen lopen. Bij inpasbare natuur wordt dit lint bij het Kazerneterrein doorbroken door de aanleg van een strand. Hiermee wordt de reeds

44

ontwikkelde vegetatie van Raaijweide vernietigd. Bij beleefbare natuur vormt de ontsluiting van Raaijweide door middel van routes een aandachtspunt. Wanneer deze routes met oog voor de zich ontwikkelende natuur worden in gepast, hoeft dit geen belemmering te vormen. In functionele natuur wordt Raaijweide vrijwel geheel vergraven. Daardoor gaan de huidige natuurwaarden verloren. Op termijn komen vergelijkbare natuurwaarden terug.

Ligging gebieden aangewezen als EHS (Bron: gebiedendatabase rijksoverheid)


Bij de uitbreiding van de bargeterminal is het behoud van het maasbosje in het geding. Alleen in een groene leefomgeving bij beleefbare natuur behoudt het bosje relatie met het omliggende groen. Bij functionele natuur verdwijnt het bosje door de uitbreiding, in inpasbare natuur komt het Maasbosje geïsoleerd binnen het haventerrein. Oostoever Bij inpasbare natuur ontstaan geen kansen voor natuur op de oostoever. Het perspectief vormt ook geen bedreiging voor de bestaande waarden. Door dat in beleefbare natuur de beekmonding ten zuiden van het ziekenhuis de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen, ontstaat hier meerwaarde vanuit natuur ten opzichte van de andere perspectieven. Beleefbare natuur creëert in het noorden ruimte voor de ontwikkeling van een park in Océ-weerd. Afhankelijk van de inrichting kan dit een meerwaarde voor natuur hebben. De ligging van de jachthaven belemmert een goede verbinding met Venlo-Velden voor landdieren.

Ook de verbinding met Maasduinen is hierdoor gering. Omdat voor de functionele natuur de jachthaven zuidelijker gepositioneerd is, is de verbinding hier beter. Dat maakt dat functionele natuur de meeste kansen voor natuur biedt aan de noordzijde van de stad op de oostoever. Bodem De graafwerkzaamheden die nodig zijn voor de uitvoering van de verschillende werkzaamheden, in combinatie met de verwachte bodemkwaliteit maken dat het niet te verwachten is dat bodemkwaliteit van doorslaggevend belang zal zijn in de keuze van bouwstenen. Daarom is dit beoordelingsthema in deze fase niet verder uitgewerkt. Samenvattend Er zijn geen onoverkomenlijke belemmeringen vanuit het oogpunt van milieu voor één van de perspectieven. Wel zijn er bij verschillende bouwstenen aandachtspunten om verlies van natuurwaarden binnen de EHS te voorkomen en kansen te benutten.

45


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4.5 Kosten De verschillende bouwstenen zijn globaal beoordeeld op hun financiële haalbaarheid ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de kosten die worden gemaakt volgens dijkversterking binnen het HWBP. De financiële haalbaarheid hangt af van veel factoren: wat is het investerings- en opbrengstenniveau en welke financiële risico’s worden gelopen? Wie is kostendrager en probleemeigenaar? Zijn investeringen te koppelen aan marktinitiatieven en hoe is in dat geval de businesscase? Moeten bezittingen worden verworven en gronden worden aangekocht? In het algemeen zijn oplossingen minder haalbaar als ze een totaalplan nodig hebben en in een keer moeten worden gerealiseerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor kostbare multifunctionele dijken. Deze zijn veelal kostbaarder dan een losse kering met daarachter andere functies, omdat er technische constructies in de ondergrond nodig zijn of extra grond. Vanuit kostenoogpunt is er een voorkeur voor flexibiliteit in de zin dat investeringen en opbrengsten elkaar afwisselen in de tijd in plaats van een noodzakelijke hoge investering gevolgd door onzekere opbrengsten. Inzetten op onbreekbare dijken langs de Maas is dan nadelig, omdat hiervoor een alles-of-niets aanpak nodig is. Bovendien kan de constructie van een multifunctionele waterkering met economische dragers concurrentie opleveren met de binnenstad (verblijfsplekken, terrassen e.d.). Bij een onbreekbare dijk (balkon aan de Maas) zijn hoge investeringen nodig voor civieltechnische constructies en inrichting van het openbaar gebied. Daaruit volgend moet rekening worden gehouden met hoge beheerkosten na realisatie. Tijd is een belangrijke sleutel bij financiering. Onderzoek of werk met werk is te maken en of de uitvoering van onderhoud en beheer vanuit verschillende beheerders samen kunnen vallen. Het is daarnaast slim om no regret oplossingen in beeld te brengen en prioriteit te geven. Flexibiliteit zoeken via momentum, knikpunten en kunnen bijsturen is een prima strategie. Er is een sterke relatie tussen de volgtijdelijkheid van investeringen en opbrengsten en het kunnen beheersen van risico’s. Programmeren in de tijd en de opzet van kosten en baten in de tijd, moeten daarom optimaal op elkaar worden afgestemd. Voor dijkversterking tot de genormeerde niveaus is een budget uit het HWBP beschikbaar. Een belangrijke vraag is of dat te combineren is met bijvoorbeeld het ‘potje voor asfalt’ en de bijdrage uit het Deltafonds,

46

dus andere financieringsstromen binnen Rijk en EU? Door financieringsstromen te bundelen en ‘gelabelde’ budgetten samen te voegen in bijvoorbeeld een vernieuwingsfonds kan veel effectiever worden gewerkt aan integrale oplossingen met kwaliteit. Het verleggen van bruggenhoofden blijft vanuit financiering een risicovol punt. Er is een tijdafhankelijkheid wanneer de bruggen aan de beurt zijn. De gemeente zou over de dekking zekerheid kunnen zoeken. Bijvoorbeeld door een overeenkomst te sluiten met een marktpartij over de ontwikkeling van een omvangrijk programma. Dan nog rest de vraag wie de verbreding van de waterdoorgang moet betalen. De noodzaak voor verbreding ligt bij de gemeente die een ander model kiest dan dijkverhoging. Er lijkt ook dan een gemeentelijke kostendrager nodig. Inzicht in terugverdienperioden en in waardencreatie en afspraken over het terugvloeien daarvan naar gebiedspartners is van belang. Anticipeer op vervangingsinvesteringen, bijvoorbeeld het ziekenhuis, verouderde woningen, de Océ kantoren, vastgoed op het Kazerneterrein, of de Barge locatie. Ook bedrijven of woningcorporaties zelf zullen hier moeten meefinancieren. Het geleidelijk herinrichten van de stad op adaptatie en evacuatie met waterbestendig programma en inrichting, kan op juiste momenten geschieden, dus wanneer tegenover de kosten een dekking (programma?) is gevonden. Aan de andere kant is de omschakeling naar een waterbestendige stad kostentechnisch ingewikkeld: je moet tijdelijk investeren in keringen voor kwetsbare functies zoals het ziekenhuis die op termijn verdwijnen, gevaar dus voor kapitaal vernietiging. En je maakt kosten in een dergelijk scenario voor het weghalen van in onbruik geraakte waterkeringen. Een hoogwatergeul achterlangs de haven is kostbaar omdat nu nog vitale bedrijven en aanwezige infrastructuur moet worden uitgekocht waar tegenover nauwelijks opbrengsten staan. Dit lijkt een stap teveel omdat de gemeente ook al (deels) verantwoordelijk is voor het verleggen van bruggenhoofden. Gezocht kan worden naar co-financiering vanuit delfstoffenwinning. Pas wanneer er meer duidelijk is over concrete maatregelen en fasering kan er nauwkeuriger iets worden gezegd over kosten en baten. Belangrijk is om ook niet-monetaire waarden mee te laten wegen in een afweging. In het MIRT- onderzoek dient hiervoor het speelveld te worden verkend.


47


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

Beoordeling bouwstenen Baarlo-Laerbroeck: De verwachting is dat de kosten van een dijkversterking of -verlegging bij Laerbroeck in dezelfde orde van grootte liggen, omdat je bij een dijkverlegging richting hogere gronden met een minder hoge dijk toe kan. En er is een minder lange dijk nodig (immers, waar je aansluit op de natuurlijke hoge grond hoeft geen dijk aangelegd te worden). Dat betekent dat de dijk (grotendeels) uit het HWBP-budget gefinancierd kan worden. Met de aanleg van een geul zijn forse kosten gemoeid, omdat het om een lange geul gaat. Afhankelijk van de diepte en breedte van de geul lopen de kosten op. Wanneer er delfstoffen gewonnen kunnen worden is het mogelijk dat er opbrengsten tegenover staan. Wanneer de grond die uit de geulen komt in de nabijheid kan worden afgezet, kunnen de kosten worden gereduceerd. Daar is nu nog geen zicht op. Molenbossenflats: Uitgangspunt is dat de dijk volgens de nieuwe normen gefinancierd kan worden uit het HWBP. De aanpak van de buitenruimte bij de flats is onderdeel van de renovatie van de flats door woningbouwcorporatie Antares. De aanpassingen die nodig zijn om de flats adaptief te maken kunnen worden meegenomen bij de renovatie van de flats. Daardoor worden extra kosten voorkomen. Alleen wanneer er gekozen wordt voor een dijk in combinatie met een woonmilieu zijn de budgetten vanuit de woningcorporatie en het HWBP zeker onvoldoende. Wel is het dan mogelijk om een deel van de meerkosten terug te verdienen via vastgoedontwikkeling. De kosten die zijn verbonden met de verlaging van de Blericker Nak zijn afhankelijk van de omvang van de verlaging, de marktwaarde en de afstand waarover de grond getransporteerd moet worden. Omdat de omvang van Blericker Nak gering is, gaat het in alle gevallen om kosten die binnen het project te overzien zijn. Ziekenhuis: Om ruimte voor de rivier te creëren en ruimte voor de inpassing van een groene kering moet het parkeerterrein worden verplaatst. In de nabijheid van het ziekenhuis is voldoende gelegenheid om alternatieve parkeervoorzieningen op maaiveld te ontwikkelen, zodat de kosten voor een nieuw parkeerterrein gering zijn. Dit kan mogelijk op termijn uit budgetten van het ziekenhuis. Voor de natuurlijke inrichting van de beekmonding is nog geen financiering beschikbaar. Omdat de kering langs het ziekenhuis ook langs de beek wordt doorgetrokken is deze waarschijnlijk langer dan in de autonome situatie, daardoor zal het budget van het HWBP niet toereikend zijn.

48

Wanneer wordt gekozen de dijk en de parkeervoorziening te integreren, wordt de parkeergarage ongeveer 1,5 keer zo duur als een gewone parkeergarage. De kosten van een sobere en doelmatige dijk vallen in het niet bij de kosten van een parkeergarage. De budgetten van het HWBP zijn dus niet voldoende voor een geïntegreerde voorziening. Wanneer het ziekenhuis wordt geïsoleerd van de omgeving (Waterstad), hoeft de dijk maar beperkt langer te zijn dan in de optie van de groene keringen. Wel vraagt de bereikbaarheid van het ziekenhuis aandacht, dit is een grote kostenpost omdat de infrastructuur moet worden aangepast. Kazerneterrein eo.: Wanneer het Kazerneterrein overstroombaar wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met een kering om te voorkomen dat de rest van Blerick mee onderloopt. Deze kering is waarschijnlijk veel langer dan een kering langs de Maas. Daarom is er naast het HWBP extra budget nodig voor deze optie. Het verhogen van de Venrayseweg tot kering vraagt extra breedte op de kering, dit leidt tot extra kosten. Een dijkverlegging in de richting van het Kazerneterrein levert waarschijnlijk niet veel meerkosten ten opzichte van een dijkversterking op de huidige locatie. Een jachthaven in Raaijweide is een kostbare optie, vanwege de daar aanwezige kabels en leidingen. Voor alle vergravingen van Raaijweide geldt dat de ingreep veel kostbaarder wordt als de leidingen verlegd moeten worden. Het idee van een eiland met een nieuwe voetgangersburg over de Maas is kostbaar, omdat de aanleg van een brug duur is. Dit geldt ook voor het verplaatsen van de landhoofden van alle bruggen in het projectgebied. Maasboulevard: Aan het overstroombaar maken van de binnenstad van Venlo zijn weinig kosten verbonden. Het vraagt wel een grote inspanning van bewoners en eigenaren van vastgoed. Daarnaast worden dDe kosten voor het ophogen en onderhoud van de waterkering worden in dat geval in de binnenstad vermeden. Daarom wordt dit kostenneutraal beoordeeld. Ook voor het verruimen van de oostoever van de Maasboulevard naar restaurant Valuas worden kosten voor de versterking en het onderhoud van de kering vermeden. Omdat hier nauwelijks ingrepen nodig zijn om het gebied adaptief te maken is deze bouwsteen positief beoordeeld op kosten. Ophogen van de Maasboulevard met een versterking van de huidige kwaliteit is zeer kostbaar.


Het bedrijventerrein langs de Venrayseweg: Het terugleggen van de dijk om de flessenhals ter hoogte van Valuas te verruimen is een kostbare zaak. Er moeten bedrijven uitgekocht worden en grond aangekocht. De hoogte van de kering scheelt weinig van de benodigde hoogte op de huidige locatie. De aanleg van een hoogwatergeul achter het bedrijventerrein langs is nog kostbaarder. Dit vraagt een extra kering achterlangs het bedrijventerrein, naast de kosten voor de benodigde grond en het grondverzet. Bargeterminal: De bescherming van de Bargeterminal is erg duur wanneer gekozen wordt voor het afsluiten van de haven met een keerdeur. Een kering op de kade is in alle gevallen goedkoper. Daarom zal er waarschijnlijk geen financiering voor de deur vanuit het HWBP mogelijk zijn. Wanneer gekozen wordt voor een adaptief bedrijventerrein, worden de kosten voor dijkaanleg vermeden. Daarnaast besparen de bedrijven de kosten voor het aanpassen van de laad- en losvoorzieningen aan de nieuwe hoogte. Daardoor kan dit kostenneutraal worden uitgevoerd. Een vergroting van de bargeterminal is duur door het grondverzet. Hiervoor zijn deels al budgetten beschikbaar bij de gemeente. Venlo-Velden: Het verleggen van de dijk richting hogere gronden is kostenneutraal, omdat met een kleinere dijk kan worden volstaan. Daardoor is het budget van het HWBP waarschijnlijk toereikend. Aan de aanleg van een hoogwatergeul zijn kosten verbonden door het grondverzet. Afhankelijk van het materiaal dat vrij komt variĂŤren deze kosten. Dit geldt ook voor de aanleg van de jachthaven. Door het grondverzet zijn hier hoge kosten aan verbonden.

49


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4.6 Termijnen Op basis van de effectbeoordeling en de gesprekken met de betrokken partijen en stakeholders vallen de perspectieven uit een in onderdelen die op korte termijn aan de orde zijn, en onderdelen die op de langere termijn aan de orde zijn. In hoofdstuk Kansrijke perspectieven is dit toegelicht bij vondst 1 en 3. Dit leidt tot een eerste aanzet van een indeling in termijnen: Middellange termijn (2025 – 2050). Aanpak versterking centrummilieu

Kansrijke perspectieven: >> De jachthaven wordt verplaatst naar de Océweerd in combinatie met een dijkverlegging en een hernieuwde inrichting als hoogwatergeul en stedelijk uitloopgebied (recreatie, natuur, sport). De Bargeterminal krijgt hierdoor ruimte voor uitbreiding en versterkt de economische regiopositie van Venlo als logistieke draaischijf. >> Kazerneterrein fase 1 wordt ontwikkeld, met een nieuwe extra oeververbinding, een teruglegging van de dijk en een doorstroombaar profiel van de huidige af te waarderen Venrayseweg onder de stadsbrug door (binnenbocht). >> Hoogwaterbescherming van bedrijventerrein wordt verhoogd: ze kunnen door-ontwikkelen. >> De dijken worden versterkt. >> Flats Molenbossen worden gerenoveerd (laatste levensfase) en de buitenruimte wordt hier meer betrokken op de Maas. >> Blericker Nak wordt verruimd en heringericht tot toegankelijker en beleefbaarder natuur. >> Het parkeervraagstuk rond het ziekenhuis krijgt een tijdelijke oplossing, eventueel ophogen Tegelseweg. >> Dijkverlegging Laerbroeck op basis van integrale visie.

Kansrijke perspectieven: >> Kazerneterrein fase 2 en 3 worden ontwikkeld. >> Aansluitend wordt gewerkt aan een herstructurering van het bedrijventerrein (aanpak flessenhals) en mogelijke verdere stedelijke ontwikkeling. >> De stadsbrug wordt vervangen (want te laag en teveel pijlers voor scheepvaart, slechte stedelijke beleving) en het bruggenhoofd wordt aangepast. >> Traject Maasboulevard – Valuas wordt herontworpen als stedelijke boulevard met een route tussen centrum en heringerichte Océ weerd. >> Bruggenhoofd A67 wordt aangepast (werk met werk).

50

Korte termijn (2015 – 2025). Aanpak economie, recreatie en natuur

Lange termijn (2050 – 2100). Aanpak nieuwe C2C woonmilieus Kansrijke perspectieven: >> Molenbossen flats worden gesloopt en vervangen door natuur, onderscheidend programma en/of nieuw adaptief en onderscheidend woonmilieu. >> Ziekenhuis wordt verplaatst naar veiliger en gunstiger locatie. Dijk wordt verlegd, beekmonding verruimd. Bruggenhoofd van A73 wordt aangepast. >> Vrijkomende plek ziekenhuis wordt heringericht als natuur, onderscheidend programma en/of nieuw adaptief en onderscheidend woonmilieu. >> Venlo ontwikkelt een centrummilieu rond Kazerneterrein en - afhankelijk van de marktvraag op dat moment - ten noorden daarvan.


51


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

4.7 Samenvatting van de beoordeling per bouwsteen Hoogwater Waterstands Stedelijke veiligheid verlaging structuur

Natuur

Kosten

Termijn

Waterstad ++

+

+

--

W2

0/+

++

+

0

kort

0

0

0

-

lang

0/+

+

0

--

lang

0/+

++

0

-

lang

+

++

0/-

--

kort

W3 W4 W5 W6 W7

Bescherming tot de risiconorm door adaptatie en evacuatie

W1

Kosten afhankelijk van termijn, wanneer wordt aangesloten bij vervanging van bestaande woningen.

kort

<<

+

0

0

--

lang

0/+

-

0

0

lang

++

+

0

--

lang

0

++

0

--

lang

0/+

+

0

0

kort

++

+

+

--

kort

<<

+

+

0

--

lang

<<

+

++

0

--

lang

<<

B1

+

+

0

-

kort

B2

0

+

0

-

lang

0

0

0

--

kort

0

+

0

--

kort

<<

+

++

0/-

--

lang

<<

0

+

0

--

lang

<<

+

0

0

--

lang

0

++

0

--

lang

W8 W9 W10 W11 W12 W13 W14

<<

Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met doorstroombare brug A67 westkant, verdere versterking met doorzetten hoogwatergeul westoever noord A67. Versterking van kans voor stedelijke structuur in combinatie met de aanleg van de jachthaven bij de instroom van hoogwatergeul aan zuidzijde Océ-weerd. Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met doorstroombare brug A67 oostkant. Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met geul Venlo-Velden, en doorzetten hoogwatergeul westoever ten noorden van A67. Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met doorstroombare brug A67 westkant.

B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9

Bescherming hoger dan de nieuwe normen door dijken

Balkon op de Maas

0

0

0

--

kort

0/+

++

0

--

kort

Deze bouwsteen sluit bouwsteen hoogwatergeul achterlangs de haven uit. Inpassing strand is aandachtspunt voor natuur. Versterking van de kans voor stedelijke structuur in combinatie met jachthaven in zuidelijke deel van Océ-weerd en het verbeteren van de ruimtelijke uitstraling van het parkeerterrein en de Urbanusweg.

Deze bouwsteen is moeilijk te combineren met bouwsteen hoogwatergeul achterlangs de << haven.

0

+

0

--

lang

+

+

0

--

lang

+

+

0

--

lang

<< Versterking van de kans voor stedelijke structuur in combinatie met het verbeteren van de ruimtelijke uitstraling van het parkeerterrein en de Urbanusweg. Versterking van de bijdrage aan rivierkunde door jachthaven te combineren met instroom van droge of natte geul in Venlo Velden.

M1

+

+

+

0

kort

<< Wel duidelijk goedkoper dan met geul.

M2

+

+

0

-

kort

B10 B11 B12 B13 Maaspark

M3

+

0

0

kort

++

+

-

lang

0

++

0

0

kort

+

++

0

-

lang

+

++

0

--

lang

+

+

0

0

kort

0

+

+

-

lang

+

0

0

+

lang

+

+

0

--

lang

M12

++

+

+

0

kort

M13

+

0

+

--

kort

M14

+

0

0

--

lang

M5 M6 M7 M8 M9 M10 M11

52

bescherming tot de nieuwe normen door dijken

0 +

M4

<< Versterking van de kans stedelijke structuur in combinatie met sloop Molenbossenflats op termijn.

Versterking van kans voor stedelijke structuur in combinatie met de aanleg van de jachthaven bij de instroom van hoogwatergeul aan zuidzijde Océ-weerd. Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met doorstroombare brug A67 << westkant.

<<

Versterking van de bijdrage aan rivierkunde in combinatie met geul Venlo Velden.


W1 W2 W3 W4 W5 W6 W7 W8 W9 W10 W11 W12 W13 W14

Dijkteruglegging Baarlo met hoogwatergeul Buitenruimte Molenbossen als winterbed Gebied ziekenhuis/Fontys en brandweer isoleren Ophogen Tegelseweg en adaptief maken wijk Overstroombaar Kazerneterrein Jachthaven bij Kazerneterrein in combi met stadshaven Stadsbrug: aanpassen bruggenhoofd oost B11 (UWV) Overstroombare binnenstad Hoogwatergeul achterlangs haven Deels isoleren van bedrijventerrein en rioolzuivering Overstroombaar bedrijventerrein Hoogwatergeul Venlo Velden Doorstroombare brug A67 oostkant en westkant Uitbreiden bargeterminal met adaptief deel en doorzetten hoogwatergeul westoever noord A67

B1 B2 B3 B4 B5 B6 B7 B8 B9 B10 B11 B12 B13

Verlagen Blericker Nak Dijk in combinatie met nieuw woonmilieu Molenbos Dijk met parkeergebouw ziekenhuis Verhoogde Venrayseweg tot balkon Raaijweide eiland met nieuwe brug Verhogen Maasboulevard Aanpassen oostelijk brughoofd stadsbrug (UWV) Parkeren in dijk en nieuwe brug voor Q4 Versterkte waterkering langs bedrijventerrein en Bargeterminal Jachthaven in OcĂŠ weerd Nieuwe haven richting voormalig DSM terrein Uitbreiden bargeterminal ook ten noorden A67 Aanpassen westelijk bruggenhoofd A67

M1 M2 M3 M4 M5 M6 M7 M8 M9 M10 M11 M12 M13 M14

Dijkverlegging Baarlo zonder geul Hoogwatergeul en eiland Blerickernak Nieuwe groene dijk en buitenruimte Molenbos Natuurlijke beekmonding bij ziekenhuis en koppeling naar kanoplas Parkeren ziekenhuis verplaatst Dijkverlegging bij ziekenhuis Nieuwe iconische park-stadsbrug en aanpassen beide brughoofden Terugleggen dijk Kazerneterrein Opwaarderen groene front Raaijweide voor stad Stroomlijnen en verruimen oostoever van Maasboulevard naar Valuas Terugleggen dijk bij bedrijventerrein Dijkteruglegging Venlo Velden met droge geul Jachthaven direct ten zuiden van A67 (oostoever) plus beekherstel Doorstroombaar brughoofd oost A67

W1

B12

M14 W13

B13 W14

M13

W12

B9

M12

W11 B10

W10

W9

M11 M10

W6

B5 W8 B8

W5

M8

M9

B4 B6 M7

W7 B7

B2 W4 W2 M3

B1

M2

B3 M6

M4

M5 W3

Samenvattend overzicht van de beoordeling van alle bouwstenen.

M1

53


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

54


5

Inhoudelijke invulling koploperproject en MIRT-onderzoek

Dit hoofdstuk bevat de beschrijving van het werkproces en een eerste aanzet voor de MIRT-onderzoeksagenda. Deze agenda moet nog nader worden uitgewerkt en geprioriteerd. Een definitieve agenda is straks de basis voor het vervolg van Koploperproject “Maas Venlo”.

5.1 Gevolgde werkwijze tot november 2015 In het Koploperproject “Maas Venlo” werd in de periode van mei tot november 2015 het accent gelegd op het bedenken van haalbare creatieve oplossingen en strategieën (pre MIRT- fase) en de periode tussen november 2015 en november 2016 ligt het accent op de formele procedure en het trechteren naar de maatregelenpakketten en voorkeur-strategieën (MIRT-onderzoek fase).

Dit heeft geleid tot een overzicht van bouwstenen met hun effecten. Deze bouwstenen en effecten liggen aan de basis van de vondsten zoals opgenomen in hoofdstuk 2.

Via interne en externe ontwerpateliers zijn integrale perspectieven verkend en beoordeeld. Daarmee ontstond een palet aan bouwstenen en mogelijke oplossingsrichtingen. De kansrijke oplossingsrichtingen worden na november 2015 systematisch verder verkend en getoetst. De beoordeling van de bouwstenen en perspectieven is gebeurd op basis van expert judgement. Daarbij is gekeken naar de volgende thema’s en beoordelingscriteria:

Thema

Beoordelingscriteria

Waterstandsverlaging

Ruimte in het winterbed in de richting van de stroombaan Vorm van de aanloop van de stroom Ruwheid/mate waarin water wordt gehinderd

NAP

Optreden van erosie en sedimentatie Hoogwaterveiligheid

Hoogte van de kering in relatie tot waterstand Talud in relatie tot overslag en macrostabiliteit binnenwaarts Afstand van de kering tot aan het zomerbed met het oog op piping

Stedelijke structuur

Economisch ontwikkelingspotentieel Ruimtelijke kwaliteit Effecten op verkeerstromen Woonomgeving Mogelijkheid om bestaande / toekomstige plannen op te nemen

Natuur

Natuur Milieuhygienische bodemkwaliteit

Kosten

Grondverwerving Civieltechnische constructies Flexibiliteit Mogelijkheden voor co-financiering

55


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

5.2 Onderzoeksagenda voor het MIRT De pré-MIRT-fase heeft tot verschillende inzichten geleid. Zoals dat gaat bij onderzoeken, leidt ieder antwoord tot nieuwe vragen. In november start het MIRT-onderzoek. Deze fase is gericht op het verkrijgen van de status MIRT-verkenning in november 2016. Een belangrijke voorwaarde voor het verkrijgen van de MIRT-verkenningenstatus is zicht op financiering. Om in november 2016 voldoende zicht op financiering te hebben, is het van belang dat de betrokken regionale overheden bij de voorjaarsnota’s al de eerste stappen zetten. Dit vraagt veel van het MIRT-onderzoek. Zowel inhoudelijke onderzoek, als het verkrijgen van breed draagvlak heeft aandacht nodig. Voordat partijen zich vast kunnen leggen, moet meer duidelijk zijn over de uitwerking van de bouwstenen en oplossingsrichtingen. Hiervoor is in het MIRT-onderzoek een slag nodig in het ontwerp, zowel technisch als ruimtelijk. In de MIRT-verkenning vindt daarna een nadere uitwerking van verschillende bouwstenen en oplossingsrichtingen plaats, naar deelprojecten waarvoor de planuitwerking gericht op realisatie kan worden gestart. Om te komen tot een gedragen ontwerp is een stevig proces met de stakeholders nodig. Door met de stakeholders te werken aan mogelijke oplossingen per deelgebied en voor het geheel, ontstaat er begrip voor de keuze waar de gemeente in het proces voor staat. Dit vergroot het draagvlak voor het project binnen en buiten de ambtelijke organisatie. Regio Venlo heeft als eerste regio C2C volledig omarmt. Om handen en voeten te geven aan C2C binnen het Koploperproject “Maas Venlo” is een roadmap nodig, waarin de doelen worden vastgelegd.

56

Hieronder is een eerste aanzet opgenomen van een onderzoeksagenda voor het MIRT-onderzoek. Gedurende het koploperproject zullen alle vragen aan de orde komen, maar omwille van de beschikbare capaciteit zullen de vragen slim gefaseerd moeten worden. Deze onderzoeksagenda moet worden aangevuld door en afgestemd met alle betrokken partijen bij aanvang van het MIRT-onderzoek. Deze aanzet voor de onderzoeksagenda is opgesteld vanuit de inhoudelijke vragen die zijn geïdentificeerd in de préMIRT-fase. Deze onderzoeksagenda geeft nog geen invulling aan het proces dat in het MIRT-onderzoek moet worden doorlopen. De belangrijkste mijlpalen in het MIRTonderzoek zijn het BO-MIRT in najaar 2016, en de voorjaarsnota’s van gemeente Venlo en de regionale partijen. Er zijn vanuit het MIRT geen eisen waaraan het MIRT-onderzoek moet voldoen. ADVIES 1: Zet in op verder ontwerpend onderzoek voor integrale (deel)oplossingen. Voor de onderzoeksagenda MIRT-onderzoek Koploperproject “Maas Venlo” betekent dit: >> Opstellen van een stevige stakeholderanalyse en gerichte betrokkenheid van de stakeholders bij het Koploperproject “Maas Venlo”Opstellen C2C-roadmap. >> Formuleren van gebiedsdoelen om te kunnen sturen op kwaliteit, zowel integraal als per deelgebied. >> Ontwerpen van rivierverruimende maatregelen (geulen en verplaatsing landhoofden) om berekening van effecten op waterstanden mogelijk te maken. >> Ontwerpen van de waterkeringen om berekening van de hoogtes mogelijk te maken. >> Onderzoek en ontwerp de inpassing van de dijkverhoging en versterking met aandacht voor de afvoer van beken, kwelwater en regenwater vanuit de stad en haar achterland (gedurende een hoogwatersituatie). >> Verdere inventarisatie van geldstromen vanuit de verschillende overheden gecombineerd met een marktscan/consultatie om private medefinanciers inzichtelijk te maken.


Uitwerkingsvragen voor de verschillende hotspots zijn: Zuid: >> Bepaal een lange termijnstrategie hoe om te gaan met waterveiligheid en het parkeervraagstuk van het ziekenhuis binnen de integrale gebiedsvisie voor de Maasvallei. >> Bepaal een gezamenlijke integrale bestuurlijke visie van provincie, gemeente Peel en Maas en gemeente Venlo op de inrichting van Baarlo â&#x20AC;&#x201C; LaerbroeckBepaal wat nodig is voor een sobere en doelmatige dijkversterking/-verlegging. Midden: >> Bepaal een lange termijnstrategie hoe om te gaan met waterveiligheid en de mogelijkheid om een hoogwatergeul achterlangs de haven aan te leggen binnen de integrale gebiedsvisie voor de Maasvallei, opdat op basis daarvan keuzes irt hoogwaterveiligheid voor het Kazerneterrein kunnen worden gemaakt. >> Bepalen hoeveel ruimte er nog is in de afspraken die al gemaakt zijn met de ontwikkelaar. >> Let bij het formuleren van wensen met betrekking tot hoogwaterveiligheid op het identificeren van kansen die open moeten blijven voor de toekomst. Niet alles hoeft op korte termijn binnen de nu lopende ontwikkeling van het Kazernekwartier te worden uitgevoerd. >> Stel in de volgende fase een regie-team/Q-team in voor de borging van de integraliteit van de lopende ontwikkeling van het Kazerneterrein. Zorg dat de integrale gebiedsvisie Maasvallei voldoende handvat geeft voor regie-team.

Noord: >> Verzamel een gedetailleerd overzicht van alle wensen van de verschillende stakeholders die betrokken zijn bij de ontwikkelingen in het noorden, of die belangen hebben die geraakt worden door de ontwikkelingen in het noorden. >> Leg verbindingen tussen de verschillende partijen op beide oevers, werken aan vertrouwen en bouwen aan commitment. >> Stel een roadmap voor C2C op. >> Betrek de wensen van de stakeholders in het uitwerken van de mogelijkheden op beide oevers. Maak ontwerpen met voldoende detail om de bijdrage aan de waterstandsverlaging in de stad te kunnen kwantificeren. >> Stel een overzicht op van de reeds gemaakte afspraken, koppeling van tijdspaden van de verschillende deelprojecten. >> Bepaal een strategie voor de hoogwaterbeveiliging en de ontwikkelmogelijkheden of herstructureringsopgaven van het bedrijventerrein in relatie tot zijn omgeving en ligging in de stad. >> Onderzoek de mogelijkheden van lokale rioolwaterzuiveringsinstallaties en de effecten op en kansen voor de rioolinfrastructuur bij de Maas en de termijn waarop hierover besloten moet worden. >> Bepaal de voorwaarden voor aanleg van een hoogwatergeul op lange termijn achter het bedrijventerrein langs, zodat bij herstructurering van het bedrijventerrein bewust de keuze kan worden. gemaakt deze optie af te sluiten of open te houden. >> Breng alle mogelijke financieringsbronnen in beeld, samen met het belang dat de verschillende bronnen hebben bij realisatie.

57


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

ADVIES 2: Maak het profiel van Venlo als ‘kansenstad’ leidend voor de integrale (deel) oplossingen.

Voor de onderzoeksagenda MIRT-onderzoek Koploperproject “Maas Venlo” betekent dit: >> Uitwerken van de Maasvallei tot een samenhangend onderdeel van Venlo als Euregionaal centrum. >> Ontwikkelen lange termijnambitie voor de stad voorbij 2030? >> Ontwikkelen ideeën op hoe de Greenport zich kan etaleren via de Maas. >> Inzicht creëren in nieuwe woonmilieus die nodig en denkbaar zijn langs de Maas in de toekomst. >> Ontwikkel een (multi) functionele, robuuste en toekomstbestendige waterkering.

58

ADVIES 3: Ontwikkel een adaptief planningsinstrument, orden en prioriteer hiermee de keuzes. Maak keuzes die mogelijkheden open laten

Voor de onderzoeksagenda MIRT-onderzoek Koploperproject “Maas Venlo” betekent dit: >> Schets ontwerpoplossingen voor de genoemde gebieden vanuit de technische eisen en het stedelijke profiel. >> Bepaal per deelgebied afschrijvingstermijnen van de bestaande investeringen, en bepaal de momenten waarop herinvesteringen aan de orde kunnen zijn. >> Combineer de tijdslijn vanuit de ontwerpoplossingen met de tijdlijn van de investeringen om te analyseren waar opgaves in ruimte en tijd bij elkaar komen, en waar sprake is van knikpunten in verschillende deelgebieden. >> Bepaal welke interventies nodig zijn zodat flexibel kan worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen.


Concluderend Binnen het Koploperproject “Maas Venlo” is overeenstemming dat het doel van het project geen blauwdruk is voor de komende 50 jaar. Het project streeft naar een flexibel groeimodel met zicht op kansen en meerwaarden. Zo kunnen als keuzes voorliggen bewust opties open gehouden worden, of worden afgesloten. Regio Venlo ziet dat de Maasvallei rondom Venlo kansen biedt voor meerlaagsveiligheid. Hoge gronden zijn dichtbij. Daarom wordt de mogelijkheid van adaptief bouwen en water in de stad op dit moment nog bewust open gehouden. Dit is een afwijking van de landelijk gangbare praktijk. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze kansen ook reëel zijn. De veelheid aan kansen en projecten in de Maasvallei maakt een prioritering in de tijd noodzakelijk. Hierbij moet op meerdere fronten parallel gewerkt worden. Inhoudelijk moeten er vragen uitgediept worden. Met stakeholders moet een gedeeld beeld over de opgave en de mogelijkheden worden gekregen om te werken aan een gedragen oplossing. En financieel moet er een slag gemaakt worden, meer zicht is nodig op kosten en baten en mogelijke financieringsbronnen. De volgorde waarin de vragen van de onderzoeksagenda worden opgepakt, worden in overleg binnen het koploperproject bepaald.

59


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject ‘Maas Venlo’

60


Bijlage Gebiedsopgave In deze bijlage wordt het onderzoeksgebied afgebakend. Er wordt een toelichting gegeven op de huidige stand van zaken in Venlo, en de ontwikkelingen die te verwachten zijn in het plangebied als het Koploperproject â&#x20AC;&#x153;Maas Venloâ&#x20AC;? niet zou worden uitgevoerd.

61


Notitie kansrijke Perspectieven Koploperproject â&#x20AC;&#x2DC;Maas Venloâ&#x20AC;&#x2122;

Bijlage Gebiedsopgave

Gebiedsafbakening

Stedelijke ontwikkeling van Venlo Venlo is ontstaan op een kruispunt van handelsroutes. De stad was vestingstad en Hanzestad. Vandaag de dag is Venlo een logistieke hotspot. De tuinbouw heeft zich vanaf 1865 verder ontwikkeld tot een sterke economische bedrijfstak met een grote spin-off naar logistiek en nieuwe technologie. Veel bedrijven hebben zich gevestigd in de nabijheid van de logistieke hotspot die Venlo inmiddels is. In de toekomst presenteert Venlo zich nadrukkelijk als een dubbelstad aan de Maas. Blerick vormt daarbij een hoogwaardig stadsdeel complementair aan het oude centrum. Venlo is momenteel een middelgrote centrumstad in een dunbevolkte agrarische regio. Een regio met een snelle economische oostwest-as en een trage, gemoedelijke noordzuid-as. De gemeente Venlo beschikt over een sterke, kennisintensieve industrie, maakindustrie, land- en tuinbouwsector en een sterke transportsector.

Begrenzing beleidslijn Grote Rivieren begrenzing Belfeld en A67 Begrenzing Beleidslijn Grote Rivieren - rondom Venlo

0 Schaal

0,4

0,8 1:

1,2

30.000

(A3)

Kilometer 1,6

Z N

MIRT Verkenning Maas Venlo

Legenda

Auteur

K.P. Volleberg

Versie

15M3015.01b

De gemeente Venlo heeft tevens een mooie natuurlijke omgeving, beschikt over een boeiende cultuurhistorie en goede verbindingen. De hoogwaterveiligheidsmaatregelen zijn benut om de relatie met de rivier verder te versterken. De Maas is daarbij nog nadrukkelijker dan nu het geval geworden tot de identiteitsdrager van de stad en ontwikkelt zich tot een stedelijk rivierenpark.

Gedeelte van het rivierbed waar §6 van Hoofdstuk 6 van het Waterbesluit niet van toepassing is Stroomvoerend regime

De kern van het plangebied dat beschouwd wordt in deze notitie is het winterbed van de Maas vanaf 1 kilometer ten noorden van de A67 en ten noorden van de stuw Belfeld. Bergend regime Luchtfoto

Het gebied ten noorden van de A67 wordt mee genomen in de overwegingen, omdat er grote inhoudelijke samenhang is tussen de bouwstenen die zijn ontwikkeld ten zuiden van de A67 en het gebied ten noorden van de A67.

62

De ruimtelijke kwaliteit van de Maasoevers is over het algemeen hoog. De rivier vertoont de typische karakteristieken van de Maasvallei: vrij diep ingesneden met als gevolg mooie overzichten op het rivierbed. De stad ligt vaak op de eerste rij met zicht op de Maas. Typerend is de romantiek van groene bochten met bomen langs het winterbed en terrassen en dan weer een scherp contrast tussen stad en land bijvoorbeeld bij de Maasboulevard of de bedrijvige haven en drukbevaren rivier.


Beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling van de Maas De Maas ligt in vrijwel heel Limburg in een natuurlijke vallei. Het rivierbed wordt er van oudsher begrensd door van nature hogere gronden. Er was lang geen systematische bescherming tegen hoogwater. Er waren geen dijken en formeel vastgestelde buitengrenzen; pas ten noorden van Gennep gaat de Maasvallei over in een bedijkte rivier. De Limburgse bevolking had geregeld te maken met wateroverlast. Sommige gebieden liepen vaak onder, andere gebieden maar af en toe. Extreme afvoeren veroorzaakten door de diepe ligging van de Maas ten opzichte van het omringende landschap echter slechts in een relatief smalle zone overlast. De hoge gronden waren meestal dichtbij en konden betrekkelijk gemakkelijk bereikt worden. In de Maasvallei werden pas dijken aangelegd na de grote overstromingen in 1993 (met een afvoer van 3120 m3/s) en in 1995 (met een afvoer van 2870 m3/s). Sindsdien zijn er binnen het project Maaswerken in combinatie met een pakket rivierverruimende maatregelen ruim 40 dijkringen in het rivierbed aangelegd, veelal rond de bebouwingskernen. Dat gebeurde in stappen. In eerste instantie werden in het kader van de Deltawet Grote Rivieren (1996) tijdelijke kaden aangelegd waarmee de tot dan toe onbeschermde maar frequent bedreigde woonkernen snel bescherming werd geboden en de kans op overstroming werd teruggebracht tot eens in de 50 jaar (beschermingsniveau 1/50). In tweede instantie werden de adviezen over rivierverruiming van de commissie Boertien II (december 1994) uitgewerkt naar integrale plannen voor een veiligere, beter bevaarbare en meer natuurlijke Maas. De kaden vormde hierbij het sluitstuk. Tijdens de uitvoering van de Maaswerken bleken de keringen van de Deltawet Grote Rivieren blijvend nodig te zijn en kregen zij de status van primaire kering (2006).

Rivierkundig is het stroomgebied van de Maas 茅茅n geheel. Dat betekent dat de maatregelen in de Maasvallei niet alleen effecten hebben in Limburg zelf, maar ook benedenstrooms in Brabant en Gelderland (waar langs de Bedijkte Maas een beschermingsniveau van 1/1250 geldt). De afvoerkarakteristiek zal veranderen wanneer gebieden die voorheen overstroomden, langer droog blijven. Piekafvoeren en waterstanden zullen dan toenemen. Dit werd tijdens de voorbereiding van de Maaswerken onderkend en onwenselijk geacht. Daarom zijn er afspraken gemaakt die moeten voorkomen dat de aanwezigheid van de Limburgse dijkringen in het rivierbed leiden tot ongewenste waterstandverhoging benedenstrooms in Brabant en Gelderland. De Limburgse dijkringen inclusief de Lob van Gennep moeten bij een maatgevende afvoer van eens in de 1250 jaar kunnen instromen als bijdrage aan de veiligheid benedenstrooms. Het totale pakket van maatregelen en afspraken moet er per saldo voor zorgen dat maatgevende hoogwaterstanden in de Bedijkte Maas beneden het niveau van v贸贸r 1995 blijven. Het riviersysteem kan dan, als alles ook daadwerkelijk werkt zoals bedoeld, de afgesproken veiligheid en bescherming vrijwel overal garanderen. De aanleg van de kades rondom Venlo heeft op delen plaatsgevonden op grond in handen van particulieren en bedrijven. Bij de aanleg is rekening gehouden met de wensen en belangen van deze grondeigenaren. Op meerdere plaatsen is gekozen voor demontabele keringen om het uitzicht te behouden. Ook is er op meerdere plaatsen een keermuur geplaatst. Waar wegen en inritten de keermuur kruisen is de waterkering vorm gegeven als een demontabele kering. Dit maakt dat een relatief groot deel van de keringen moet worden opgezet als er een hoogwater is voorspeld. Hiervoor is veel menskracht nodig, vrijwel de gehele aannemerij moet meehelpen om alles op tijd op orde te krijgen.

63


Notitie kansrijke perspectieven koploperproject maas venlo  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you