Page 1

Kersen Atelier Vleuten


Titel: Kersenatelier Vleuten Opdrachtgever: Gemeente Utrecht Auteur: Ing. Bas Visscher Vormgeving: Esther Nijhuis

Uitvoerend bureau:

Buiting Advies Wilhelminaweg 64 6951 BP Dieren 0313 - 619042 advies@buiting.nl www.buiting.nl

Š Buiting Advies 2010.


Kersen Atelier Vleuten


Inhoud


1

Inleiding

6

2

De huidige kersenboomgaard 2.1 Ligging 2.2 Geschiedenis 2.3 Technische gegevens kersenboomgaard

8 9 9 9

3

Visie en inrichtingsprincipes 3.1 Visie en uitgangspunten 3.2 Inrichtingsprincipes

10 11 12

4

Beheer 4.1 Algemene snoeiprincipes 4.2 Beheer jonge fase 4.3 Beheer productiefase 4.4 Beheer aftakelingsfase

14 15 15 16 17

5 Beheer korte vegetatie en onderhoud 5.1 Gras en maaibeheer 5.2 Aanleg en onderhoud raster en poorten Literatuur

18 19 19 21

Bijlagen




1. Inleiding

 oningcorporatie Portaal is voornemens om in Vleuten drie clusters W atelierwoningen te ontwikkelen. De locatie waar deze woningen zijn voorzien, is nu nog in gebruik als kersenboomgaard door de familie Oosterom. Deze boomgaard is in de 70er jaren van de vorige eeuw aangelegd. Gemeente Utrecht is voorstander van de plannen van Portaal, maar heeft als randvoorwaarde gesteld dat in ieder geval een deel van de boomgaard zal worden ge誰ntegreerd in het ontwerp van locatie met atelierwoningen.


Tussen gemeente en woningbouwcoรถperatie zijn daarom beheerafspraken gemaakt middels de Beheerovereenkomst Kersenboomgaard. In deze beheerovereenkomst is overeengekomen dat Portaal de rol als beheerder op zich neemt. Voorwaarde daarbij is wel dat het te voeren beheer wordt omschreven in een beheerplan. Het voor u liggende beheerplan beschrijft kort de achtergrond en visie van het nieuwe ontwerp. Daarbij worden ook beheeringrepen die noodzakelijk worden geacht voor een duurzaam behoud van de boomgaard beschreven. Het beheerplan kan worden gebruikt als aanzet voor een uitvoeringsplan.

uitgesplitst naar drie fases, ieder met hun eigen specifieke beheer. Tevens is een aparte paragraaf opgenomen waarin het beheer van de korte vegetaties wordt beschreven. In de bijlage is het kaartmateriaal opgenomen.

Hoofdstuk 2 start met achtergrondinformatie over de kersenboomgaard. Daarbij komt de ligging en geschiedenis aan de orde en wordt enkele technische gegevens over de boomgaard gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie. Een visie is een belangrijk onderdeel van ieder plan omdat daarmee een duidelijke richting wordt gegeven voor het beheer van het gebied. De visie met daarin de randvoorwaarden sturen het beheer. Hoofdstuk 4 behandeld uitgebreid het beheer van de boomgaard. Daarbij is de boomgaard




2. De huidige kersenboomgaard

I n dit hoofdstuk wordt ingegaan op ligging en historie van de boomgaard. Ook worden enkele technische gegevens gegeven die van belang zijn voor het verder vormgeven van het beheerplan.

Fig.1 Ligging boomgaard langs de Vleutense Baan (bron: Google Maps)


Fig. 2 Twee afbeeldingen van de kersenrassen Prunus avium ‘Castor’ en ‘Early Rivers’

2.1 Ligging

De kersenboomgaard ligt in Vleuten, ingeklemd tussen de wegen Den Hoet in het zuidoosten, de Rijnkennemerlaan in het westen en de Vleutensebaan in het noorden. Tussen de Vleutensbaan en de boomgaard ligt een nog greppel. De clusters met atelierwoningen (30 woningen in totaal) zijn ten zuiden van de boomgaard gepland. Figuur 1 geeft de ligging van het plangebied. De in de bijlage opgenomen kaart 1 laat een detailkaart zien met de huidige situatie van de kersenboomgaard.

2.2 Geschiedenis

In 1968 werd de grond waarop de boomgaard is gevestigd, samen met aangrenzende bomen aan de zuidzijde, aangekocht door Vleutense Bloemen- en Plantenveiling. Doel hiervan was de aanleg van een nieuwe bloemen- en plantenveiling. Na de bouw en oplevering in 1970 bleek dat er grond over was waarvoor een nieuwe bestemming kon worden gevonden. Destijds is besloten deze grond, ongeveer 8.900 m² in totaal te verpachten aan fruitkweker Oosterom. Op deze grond zijn begin jaren 70 diverse soorten kersenbomen aangeplant. De bomen worden tot op heden verzorgd door de familie Oosterom. De grond is inmiddels eigendom van Woningbouwcorporatie Portaal.

2.3 Technische gegevens kersenboomgaard

De kersenboomgaard is oorspronkelijk 8.900 m² groot. Ongeveer 2/3 van de boomgaard, 5.000 m2 in totaal, zal onderdeel uit gaan maken van het nieuwe plan met de clusters. Op het moment van schrijven bevinden zich 57 kersenbomen van verschillende rassen binnen de grenzen van het ontwerpplan. De aanwezige rassen en bijbehorende bloei- en pluktijd worden gepresenteerd in tabel 2.1. De aanwezige bomen variëren in leeftijd van 8 tot 40 jaar oud.

Ras

Bloeitijd

Pluktijd

De Meikers

April mei

Juni - Juli

De Castor

April mei

Mei

Hedelfinger

April mei

Juli

De Early Rivers

April

Medio juni- juli

Zwarte wijnkers

April

Juli

Tabel 2.1 Aanwezige kersenrassen




3. Visie en inrichtings- principes

 De visie beschrijft kort de uitgangspunten voor het beheer. Met een visie wordt sturing gegeven, vragen die tijdens het beheer kunnen rijzen worden vaak vanzelf al beantwoord als er een gedegen visie aan ten grondslag ligt. De inrichtingsprincipes geven duidelijk handvaten voor de inrichting van de boomgaard.


3.1 Visie en uitgangspunten

Het uitgangspunt van de kersenboomgaard is dat deze duurzaam samengaat met de atelierwoningen. De bedoeling is dat boomgaard en bebouwing hand in hand gaan en straks één geheel vormen. Daarbij is sprake van een win-win situatie. Met de bouw van woningen komen financiële middelen vrij voor het behoud en beheer van de boomgaard. De boomgaard ‘geeft’ daar ook wat voor terug. Een goed onderhouden boomgaard is visueel aantrekkelijk. De kersenboomgaard draagt voor een aanzienlijk deel bij aan een groene en gezonde leefomgeving voor de toekomstige bewoners van de atelierwoningen. Dit komt de waarde van deze woningen ook ten goede. Als naar een niveau lager wordt gekeken, naar de boomgaard zelf, dan gelden de volgende punten. Een fruitboomgaard is kwetsbaar en vraagt om constante aandacht. Een verwaarloosde boomgaard is geen lang leven beschoren. Duurzaamheid staat dus voorop en dat kan op verschillende manieren gecreëerd worden. Het uitgangspunt van de huidige boomgaard biedt daarbij genoeg aankno-

pingspunten want aan de belangrijkste voorwaarden, namelijk leeftijdspreiding en variatie, wordt al voldaan. Dit blijft ook in de toekomst belangrijk. Een goede leeftijdsspreiding is belangrijk om te voorkomen dat in korte tijd alle bomen aan het eind van hun Latijn zijn en moeten worden vervangen. De continuïteit is met een goede leeftijdsopbouw gewaarborgd. Variatie is minstens zo belangrijk. door de verschillende genetische eigenschappen per ras wordt het risico op plagen verkleind. Het huidige aantal van vijf geteelde rassen is voldoende om eventuele ziekte en plagen te beperken tot een aanvaardbaar risico. Omdat de kersenboomgaard deel uit gaat maken van het totale inrichtingsplan, zal deze ook een recreatief medegebruik gaan krijgen. Ook om die reden is een goed uitgevoerd snoeiplan belangrijk. Voor de gezondheid van de bomen zelf, maar ook uit oogpunt van veiligheid en aansprakelijkheid, is het belangrijk dat dode takken periodiek worden verwijderd. Indien het beheerplan conform afspraken wordt uitgevoerd wordt tevens voldaan aan de zorgplicht.

11


Tenslotte leidt een goede snoei ook tot een hogere kersenopbrengst wat tevens het laatste uitgangspunt van deze visie is; de boomgaard moet kersen voortbrengen!

3.2 Inrichtingsprincipes

Voor een volwassen kersenboom is ongeveer 70 á 80 m² groeiruimte nodig. Dit betekent dat in de boomgaard een maximum aantal bomen van tussen de 62 en 70 bomen gehandhaafd kan worden. De huidige 57 bomen die binnen de grenzen van het plangebied groeien worden uitgebreid met nog eens 7 nieuwe bomen. De te planten bomen zijn van het ras Udense Spaanse Spekkers (bloeitijd mei, pluktijd augustus). Met de nieuw te planten kersenbomen komt het totaal aantal bomen in de boomgaard op 64 verdeeld over 6 rassen. Deze zes geplante rassen staan garant voor een pluktijd van in totaal 3,5 maand. Om meer grip te krijgen op de verschuillende leeftijdsopbouw van de boomgaard zullen drie verschillende ontwikkelingsfases worden geïntroduceerd. Ieder fase kent ook een afgestemd beheer met bijbehorende maatregelen. Bij een goede leeftijdsopbouw bestaat een boomgaard uit: • 1/3 jonge fase (0-20 jaar) • 1/3 productiefase bomen (20-60 jaar) • 1/3 Aftakelingsfase, productief/afstervend (> 60 jaar) (Naar : Schramayr en Reiterer, 2002) Zoals gezegd liggen de leeftijden in de boomgaard tussen de 8 en 40 jaar. Geprojecteerd op de na te streven leeftijdsopbouw van Schramayr en Reiterer betekent dit dat in de huidige situatie de oude bomen nog ontbreken. Dit kan ook niet anders want de boomgaard is slechts 40 jaar oud. Verstandig is om in deze fase alvast de bomen te selecteren die straks in de oudste ontwikkelingsfase terecht zal komen. Dit heet sturen op ontwikkeling. Het kan dus noodzakelijk zijn om in de komende jaren volwassen (minder vitale) bomen te kappen en te vervangen voor jonge bomen. Op deze wijze zullen ook over 20 jaar nog voldoende bomen van de jonge fase in de boomgaard aanwezig zijn. Zodra de verhoudingen in balans zijn, kan eenvoudig en tot in lengte van dagen geroteerd worden.


4. Beheer

 it hoofdstuk beschrijft het beheer van de kersenboomgaard. Gestart wordt D met algemene snoeiprincipes, de basis van het beheer. Vervolgens wordt het specifieke beheer van de afzonderlijke ontwikkelingsfases behandeld, waarbij wordt gestart met de jonge fase.

Groeiregels Vรถchting

Snoeiregels Koopmann

Gelijke takken groeien even hard

De grootste lengte van 1- en 2 jarig hout wordt verkregen als er niet wordt gesnoeid

De steilste tak groeit het hardst

De sterkste lengtegroei (het jaar volgend op de snoei) bekomt men wanneer men 2/3 van de scheut snoeit.

De dikste tak groeit het hardst.

De sterkste diktegroei bekomt men (het jaar volgend op de snoei) als men van de tak iets minder dan de helft terugsnoeit

De dichtst bij de harttak staande tak groeit het hardst

Aan de toppen van de takken is de groei het sterkst. Hoe horizontaler de tak, des te meer de afname van de lengtegroei. Ook geldt, hoe horizontaler de tak, des te meer de neiging tot bloemvorming.

Tabel 4.1: Groei- en snoeiregels volgens Vรถchting en Koopmann


Fig. 4.1 Loodglansaantasting, zie ook kader

Loodglans wordt veroorzaakt door een schimmelaantasting. Door de aantasting, die binnen komt via snoeiwonden, laat de opperhuid van het bladmoes los. In de ontstane tussenruimte komt lucht waardoor de bladeren hun typische kleur krijgen. Zware aantastingen van loodglans kunnen een boom doen afsterven.

4.1 Algemene snoeiprincipes

Naast een goede leeftijdsopbouw en beperken van risico op uitbraak van ziekten tot een aanvaardbaar niveau is snoei een belangrijke sturende factor in de boomgaard. Een goede snoei leidt tot een hoge opbrengst van fruit en beperkt de kans op het uitbreken van ziekten. Snoei van de kersenbomen vindt plaats volgens de groeiregels van Vöchting en de snoeiregels van Koopmann. Deze zijn overzichtelijk weergegeven in tabel 4.1. Daarnaast moet bij het beheer rekening gehouden met de algemene eigenschappen van kersenbomen. Bomen met steenvruchten, zoals de kers, mogen bijvoorbeeld nooit in de winter worden gesnoeid. Beter is dit om direct na de oogst in augustus te doen, om een nare aantasting als loodglans (zie fig. 4.1 en kader met verklaring) te voorkomen.

4.2 Beheer jonge fase

Het beheer in de jonge fase is erop gericht om een goede kroonopbouw te ontwikkelen door middel van zogeheten vormsnoei. Een goede kroonvorm voor een kersenboom is een piramidale vorm. Om deze te bereiken wordt in de jonge fase gestuurd op het ontwikkelen van een harttak (verticale doorgaande spil). Daarnaast worden in

de jonge fase de gesteltakken gekozen en ontwikkeld. Gesteltakken zijn de horizontale ‘zware’ zijtakken aangehecht op de harttak (liefst onder een hoek van 30°). In een hoogstamboomgaard begint de kroon op 1,80 meter boven maaiveld. Vanaf deze hoogte kunnen de gesteltakken worden ontwikkeld. Op de gesteltakken komen om de 50 cm de vruchttakken. Vervolgens is het de bedoeling dat op deze takken de vruchtspoorsystemen zich ontwikkelen (zie fig. 4.2). Vormsnoei samengevat • Ontwikkelen harttak. • Ontwikkelen gesteltak. • Verwijderen van concurrenten van de harttak en de gesteltakken • Gesteltakken op gelijke hoogte snoeien. • Z wakke groei van de vruchttakken betekent dat de gesteltakken gesnoeid moeten worden om de vruchttak ontwikkeling te prikkelen. • Sterke snoei van de vruchttak betekent sterke groei van de gesteltak. • Kleinere twijgen worden met mate behouden deze geven de eerste vruchten. • Wegnemen of uitbuigen van verticaal groeiende twijgen. • Wegnemen van takken die de kroon ingroeien.

15


4.3 Beheer productiefase

Vruchttak

Fig. 4.2: Vruchtspoorsysteem Een vruchtspoorsysteem is de benaming van het geheel aan gemengde knoppen op de vruchttak. Uit deze zogeheten gemengde knoppen groeien de vruchten.

16

In de productiefase is de boomvorm klaar en wordt gesnoeid om licht en lucht in de kruin te behouden en de vruchtbaarheid te handhaven. De onderhoudssnoei gebeurd het best in de zomer direct na de oogst. Wonden groeien dan snel dicht zodat de periode waarop besmetting door schimmels kan plaatsvinden kort is. Bij onderhouds- en verjongingssnoei moet de nieuwe scheutvorming niet gestimuleerd worden en dit is een reden waarom de zomersnoei het best is. Zomersnoei kan beginnen nadat de nieuwe scheuten op lengte zijn. Dat is te zien aan het al of niet voorkomen van een eindknop aan de twijgen. Te vroege zomersnoei zal dus toch nog voor scheuten zorgen, die zullen uitgroeien tot flauwe takjes. Basisregels die gelden voor de onderhouds- en verjongingssnoei: • Dunning van de kroon. o Te dicht staande en kruisende takken worden aan de takring verwijderd, gesteltakken worden afgeleid (afleiden = terugsnoeien van een gesteltak op een kleinere zijtak, die de natuurlijke groeirichting en de kruin uitbreidt). • Oude vruchttakken worden verwijderd. o bij kersen: oudere twijgen kunnen worden teruggesnoeid tot aan een zijvertakking van een nieuwe twijg (krieken dragen alleen vrucht op eenjarig hout; men moet dus steeds de groei van eenjarig vruchthout stimuleren). Ditzelfde principe kan worden toegepast op de hoofdtakken. • Waterlot moet eruit. • Wortel- en stamopslag mag eruit. o Er kan voor worden gekozen om bij jonge bomen de stamscheuten niet te verwijderen, maar slechts jaarlijks beperkt in te korten; dit gebeurd tot een leeftijd van ca. 4 jaar, waarna ze verwijderd kunnen worden. Door deze techniek wordt de diktegroei van de boom gestimuleerd. • De harttak wordt afgetopt op de gewenste hoogte. o Doel hiervan is de ontwikkeling van een lage open kruin, ongeveer 2-3 jaar na het bereiken van de productiefase. Figuur 4.3 laat het snoeibeeld voor en na zien.


4.4 Beheer aftakelingsfase

Wanneer een fruitboom minder productief wordt, wordt in een commerciële boomgaard veelal gekozen om de boom te rooien en te vervangen door een nieuwe jonge fruitboom. Het moment van aftakeling ligt rond de 60 jaar. Ook in de oudere fase zijn de bomen nog productief, zij het wat minder. Voor het evenwicht in de boomgaard is het aan te bevelen om de bomen in ieder geval de 60 jaar te laten halen. Wanneer in een hoogstamboomgaard wordt besloten om één of meerdere vruchtbomen te verwijderen, zal meestal het omzagen van de bomen voldoende zijn. Het met wortel en al rooien van

vruchtbomen vereist machines (trekkers, graafmachines) en is daardoor duur. Bovendien treedt bij het rooien een grote bodemverstoring op, waarvan het herstel lang duurt. De stobben kunnen natuurlijk wel het maaien of een eventuele heraanplant hinderen wanneer de boom hoog boven het maaiveld is afgezaagd. Kort bij de grond afzagen van de boom is daarom van belang. Bij het planten van de nieuwe fruitboom is het verstandig om deze zo kort mogelijk tegen de oude stobben aan te planten. Op deze manier wordt overlast van de stobbe vermeden en blijft het plantverband gehandhaafd. Op kaart 2 is te zien hoe de leeftijdsopbouw (de ontwikkelingsfasen) is in de huidige boomgaard.

Fig. 4.3 Snoeibeeld

17


5. Beheer korte vegetatie en onderhoud

 ehalve het onderhoud van de kersenbomen zelf, vraagt de boomgaard zelf ook B om onderhoud en beheer. Dit kan worden uitgesplitst in het beheer van de korte vegetatie, ofwel het maaibeheer, en het onderhoud aan rasters.


Fig. 5.1 Zitmaaier

5.1 Gras en maaibeheer

Het gras en maaibeheer is van belang om de gehele fruitboomgaard netjes en begaanbaar te houden. In de gehele fruitboomgaard moet rekening gehouden worden met een buffer van 50 cm rond alle obstakels (bomen, afrastering en de greppel). Voor het maaien moet gebruik worden gemaakt van een cirkelmaaier met opvangbak. Gezien de oppervlakte van 5.000 m2 wordt geadviseerd hiervoor een zitmaaier te gebruiken (fig. 5.1). De overgebleven buffers rondom de fruitbomen en langs rasters moeten worden gemaaid met een bosmaaier. Deze maaier dient te worden uitgerust met een stambeschermer, een beugel tegen het beschadigen van de fruitbomen (fig. 5.2). De maai-intensiteit varieert gedurende het groeiseizoen en is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de hoeveelheid neerslag. Op kaart 3 is weergegeven waar de buffers gesitueerd zijn.

5.2 Aanleg en onderhoud raster en poorten

Rondom de boomgaard wordt een raster geplaatst voor het

Fig. 5.2 Stambeschermer rondom bosmaaier

(eventueel en tijdelijk) inscharen van schapen. Schapen kunnen een groot deel van het maaiwerk overnemen en is een voordelige manier om de vegetatie kort te houden. Hoewel het enige verzorging en toezicht met zich meebrengt biedt schapenbegrazing veel voordelen. Zo geeft het onder andere een authentiek beeld van de boomgaard. Technische gegevens schapenraster Maten en lengtes Het schapenraster rond de fruitboomgaard zal een lengte krijgen van 83 meter verdeeld over 4 stukken en is 1 meter hoog. Materialen Het schapengaas wordt kan het beste worden bevestigd aan geschilde Robinia palen van Ă˜ 8-10 cm met een lengte van 1.80 meter. Robinia is een zeer duurzame houtsoort en de palen kunnen onbehandeld worden gebruik. Daarnaast is het een milieuvriendelijk alternatief in tegenstelling tot geĂŻmpregneerde palen. De hoekpalen worden in een iets zwaardere versie uitgevoerd, namelijk Ă˜ 14-16 cm en zijn 2.25 meter lang. Deze hoekpalen worden aan beide zijden

19


Fig. 5.3 Raster met Robiniapaal

Fig. 5.4 Klaphek

verstevigd door schoorpalen (afbeelding 2.7). Voor het behoud van het schapengaas moet het gaas tussen de 5 en 10 cm van de grond vast gezet worden. Op deze manier kan met de bosmaaier onder het gaas doorgemaaid worden. Hekwerk en toegankelijkheid Voor de toegankelijkheid van de fruitboomgaard worden 4 klaphekken geplaatst en 1 breder hek voor de grasmaaier en ander materiaal. Een klaphek is 1.25 meter breed, de hoogte is gelijk aan het raster 1 meter (fig. 5.4). Het grote hek voor de grasmaaier en dergelijke is 2.50 meter breed. Dit hek is gelijk aan het raster 1 meter hoog (fig. 5.4).

20

Onderhoud en toezicht Voor het onderhoud is het noodzakelijk om maandelijks een rondgang te maken langs het schapengaas. Tijdens deze rondgang is het van belang te controleren of de mazen nog goed zitten en het gaas nergens los van de palen zit. Ook de hekken dienen tevens maandelijks gecontroleerd worden op schade. Zodra er schapen worden ingeschaard is het verstandig een informatiebord te plaatsen met

Fig. 5.5 Dubbelhek

het verzoek de schapen niet te voederen en honden aan de lijn te houden. Schapen kunnen prima alleen worden gelaten. Toezicht dient echter, zeker in stedelijk gebied wel dagelijks plaats te vinden.


Literatuur Schramayr G. en Reiterer, 2002, Ökologische Funktionalität van Streuobstbeständen und deren betriebliche sicherung. LACON Technisches Büro für Landschaftsplanung and Consulting, Wenen Blitterswijk van H. en Baeteb J., 2006, De hoogstamboomgaard natuurlijk. Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Wageningen

21


Bijlage 1 overzichtskaart


ed)

! ! ! !! ! ! !! ! ! ! ! ! !!!! ! ! ! !! !! ! !! ! ! ! ! ! ! !! !!!!! ! ! ! ! !! !! !! !! ! ! ! ! ! !! ! ! !!

Legenda

!

bomen Legenda

!

Dubbele poort bomen Dubbele poort

Klaphekje Naam van de kaart: Klaphekje Opdrachtgever: Raster (83 meter) Raster (83 meter) Project: Atelierwoningen Atelierwoningen Projectnummer:

Wadi / greppel

Naam van de kaart:

Opdrachtgever: Gemeente Naam van de kaart: Kersenboomgaard VleutenUtrecht Kersenboomgaard Vleuten Project: Beheerplan Opdrachtgever: Gemeente Utrecht Gemeente Utrecht Project: Projectnummer:Beheerplan 10051/ BV

Beheerplan Projectnummer: 10051/ BV Topografische Dienst Emmen Bron data en ondergrond: Bron data en ondergrond: Topografische Dienst Emmen 10051/ BV Schaal: 1: 600

Schaal: Wadidata / greppel Bron en ondergrond: Topografische Dienst Emmen Formaat:

Paden rond woningen (2.5 m breed)

Paden rond woningen (2.5 m breed)1: Schaal:

Gras (5000 m2)

Gras (5000 m2) Formaat:

Kersenboomgaard Vleuten

600

Formaat:

Datum: Datum:

1: 600

A4 landscape

30 juni 2010 30 juni 2010

A4 landscape Getekend door: P. Smit Getekend door: 30 juni 2010

10 50 50 0 55Datum: 10 20 20303040 40 Meters Meters Getekend door: P. Smit

A4 landscape

O

P. Smit

23


Bijlage 2

Kaart 2 Ontwikkelingsfase kersenbomen


Kersenboomgaard Vleuten Thema bomen

!

! !!! !! ! ! ! ! ! !! !!! ! !!! !!!! !!!! ! !! !! !!!! !! ! !! !! ! !

! !

!

!

!

!

!

Legenda bomen

Legenda

! ! ! ! ! ! ! ! ! !

bomen

Stamdiameter 50cm +

Stamdiameter 50cm +

Stamdiameter 20-50 cm Stamdiameter 20-50 cm

Legenda

Stamdiameter 0-20 cm

bomen

Stamdiameter 0-20 cm

Naam van de kaart:

Kersenboomgaard Vleuten

Opdrachtgever:

Gemeente Utrecht

Project:

Stamdiameter Beheerplan 50cm + Projectnummer: 10051/ BV

Nieuwe fruitboom Nieuwe fruitboom

Gras (5000 m2)

Bron data en ondergrond: Topografische Dienst Emmen Schaal:

1: 600

Formaat:

landscape Stamdiameter A4 20-50 cm Datum: 30 juni 2010 Getekend door: P. Smit

Stamdiameter 0-20 cm

Nieuwe fruitboom Gras (5000 m2)

Naam van de kaart:

Gras (5000poort m2) Dubbele

Kersenboomgaard Vleuten

Opdrachtgever: Naam van de kaart:

Gemeente Vleuten Utrecht Kersenboomgaard

Klaphekje

Opdrachtgever: Project:

Gemeente Utrecht Beheerplan

Klaphekje

Project: Projectnummer:

Beheerplan 10051/ BV

Dubbele poort

Raster (83 meter)

O

Wadi / greppel

Projectnummer: 10051/Topografische BV Bron data en ondergrond: Dienst Emmen Bron data en ondergrond: Topografische Dienst Emmen

Paden rond woningen (2.5 m breed)

Schaal:

1: 600

Atelierwoningen

Formaat:

A4 landscape

Datum:

30 juni 2010

Raster (83 meter) Wadi / greppel

Paden rond woningen (2.5 m breed)

10 15 15 20 20 2525 10 Meters Meters

Naam van de kaart:

Formaat: Datum:

Atelierwoningen

002,5 2,55 5

Schaal:

Getekend Getekend door:door:

Kersenboomgaard Vleuten

1: 600

A4 landscape 30 juni 2010

P. Smit P. Smit


3. B Bijlage oomveiligheid 3 controles en hun plaats binnen de Nederlandse wetgeving Kaart 3 Maaikaart met buffers


s

Kersenboomgaard Vleuten Thema buffers

Naam van de kaart: Legenda

Kersenboomgaard Vleuten

Opdrachtgever:

Gemeente Utrecht

Project:

Beheerplan

Buffer (50 cm) Dubbele poort

Projectnummer:

10051/ BV

Naam van de kaart:

Opdrachtgever: Klaphekje Bron data en ondergrond: Topografische Dienst Emmen Project: Schaal: Raster (83 meter) 1: 600 Projectnummer: Formaat: A4 landscape Atelierwoningen Bron data en ondergrond: Datum: 30 juni 2010 Schaal: Wadi / greppel Getekend door: P. Smit Formaat: Paden rond woningen (2.5 m breed) Gras (5000 m2)

02,55

10 15 20 25 Meters

O

Kersenboomgaard Vleuten Gemeente Utrecht Beheerplan 10051/ BV Topografische Dienst Emmen 1: 600 A4 landscape

Datum:

30 juni 2010

Getekend door:

P. Smit


kersenaterlier vleuten  

kersenaterlier vleuten

Advertisement