TOERIST IN BRUSSEL: de klassieke of alternatieve formule? nico leunen, monteur met naam en faam En ook: Silence is sexy, Brigitte Kaandorp en Kwabs.
09 04 15
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRUSSEL – De maanden april tot juni zijn voor de toeristische sector in Brussel een topseizoen. Het paasweekend bleek alvast een topper voor de Brusselse hotels. 90 procent van de hotelbedden waren bezet. Maar naast de reguliere hotelsector groeit en bloeit ook het alternatieve aanbod, via sites zoals Airbnb en Couchsurfing. Volgende maand treedt de nieuwe Brusselse regelgeving voor toeristische logies in voege. Intussen wil de pas opgericht Federatie van Gidsenverenigingen het versnipperde aanbod van toeristische rondleidingen ordenen en het gidsenberoep onderwerpen aan een kwaliteitserkenning, aangezien ook in de gidsenbranche de concurrentie woedt met relatief nieuwe alternatieven zoals de Free Tours. Lees het hele BDW-dossier over toerisme op pagina 6-8. KV
Bewoners Peterbos durven eigen kelder niet meer in LEES P. 10
Bakker Christian wil in ‘C’est si bon’ beste brood ter wereld bakken LEES P. 22-23 N° 1469 VAN 9 TOT 16 APRIL 2015 ¦ WEEK 15: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
© IVAN PUT
BDW 1469 PAGINA 2 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Kwaliteitseisen Het Brussels Nederlandstalig onderwijs heeft het moeilijk om te voldoen aan de hoge kwaliteitseisen die worden gesteld door de Vlaamse onderwijsinspectie. Moeilijker dan scholen in Vlaanderen. Ook voor verschillende nationale media was dat het belangrijkste gegeven van de persconferentie die de inspectie vorige week gaf samen met Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V). Een prettige boodschap is dat uiteraard niet voor al die Brusselse leerkrachten die zich dag in dag uit de ziel uit het lijf werken om de kinderen die hier school lopen, zo goed mogelijke kansen te geven. Dat de onderwijsinspectie met haar gegevens naar buiten komt, mag dan ook niet als resultaat hebben dat aan de capaciteiten van al die leerkrachten zou worden getwijfeld. Het omgekeerde moet het geval zijn. Leerkrachten worden rijk noch beroemd door hun baan, en diegenen die daarbij de moeilijkere weg gaan en kiezen voor een loopbaan in Brussel, verdienen net al onze lof en respect. Want wat zijn de redenen van de mindere prestaties in de Brusselse scholen, volgens de onderwijsinspectie? Het aantal lagereschoolkinderen is de laatste jaren
WAUTER MANNAERT
door Anne Brumagne
BDWVOORGROND
VAN DE REDACTIE
enorm gestegen. De schoolgebouwen hebben door de overbevolking “een kritische grens van bewoonbaarheid” bereikt. Bij te veel kinderen wordt thuis geen Nederlands gesproken en intussen heeft een meerderheid een niet-westerse culturele achtergrond. En ja, nogal wat jonge leerkrachten beginnen hun carrière wel in Brussel, maar haken dan af door de moeilijkere omstandigheden. Crevits voegde er nog aan toe dat er in verhouding te veel ASO-scholen zijn, maar te weinig technische opleidingen. En ze wees erop dat geld dat Vlaanderen vrijmaakt voor bijkomende klassen, door allerlei omstandigheden vaak veel te laat kan worden besteed. Ze beseft dat er in de lerarenopleiding meer aandacht moet worden besteed aan het lesgeven voor kinderen met een zeer uiteenlopende taalachtergrond. Nieuw klinkt dat allemaal niet voor wie de Brusselse onderwijswereld al een tijd volgt. Laat ons dan maar hopen dat door de bekendmaking van de inspectierapporten ook Vlaanderen echt is wakker geschud. Want vandaag zijn de signalen vanuit de Vlaamse overheid diffuus. Onderwijsprojecten voor de grootstedelijke context zoals PIEO (Project Innoveren en Excelleren in Onderwijs) worden opgestart en al even snel weer stopgezet, nog voor ze hun nut hebben kunnen bewijzen. Het geeft de indruk dat Vlaanderen het eigenlijk ook niet goed weet, of de problematiek niet zo belangrijk vindt. Al weigeren we om dat laatste te geloven.
Samenleving > Schepmans ontvangt Teun Voeten
‘Molenbeek heeft punkers nodig’ SINT-JANS-MOLENBEEK – Molenbeeks burgemeester Françoise Schepmans (MR) heeft de Nederlandse oorlogsfotograaf Teun Voeten ontmoet. Enkele weken geleden haalde Voeten het nationaal nieuws met een messcherpe analyse van zijn voormalige woonplaats, in een gesprek met BDW. Françoise Schepmans werd geflankeerd door haar schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden Annalisa Gadaleta (Groen), die vorige week Voeten van antwoord diende in een opiniestuk in deze krant. Het gesprek was een initiatief van de blauwe burgemeester, waar Voeten graag op inging. “Het strekt haar tot eer dat ze met mij over de islamisering en verpaupering van Molenbeek wil spreken,” zei Voeten bij aanvang. Meteen werd duidelijk dat Voeten en Schepmans het eens waren over Philippe Moureaux. De socialistische ex-burgemeester van Molenbeek heeft zijn gemeente geen goed gedaan, zo was hun vaste overtuiging. Wat bij Voeten erg steekt is dat Moureaux hem ooit gezegd heeft dat “hij iemand uit het land van Geert Wilders is,” nadat de fotograaf kritiek had geuit op het beleid. Schepmans en haar schepen Gadaleta wisten dat Philippe Moureaux vooral een kampioen was in de dingen niet benoemen. “Gelukkig is de tijd van politieke correctheid nu voorbij,” vertelde de schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden.
11-septemberfeesten Maar of dat werkelijk zo is, lijkt toch nog een beetje twijfelachtig. Zo beriep Schepmans zich op het ontbreken van een migratiebeleid gedurende lange tijd om migranten goed op te vangen. Waarop Voeten antwoordde dat mensen nog altijd verantwoordelijk blijven voor hun daden, en dat discriminatie niet als excuus mag blijven gelden om niet deel te nemen aan de samenleving. Opvallend daarbij was dat Annalisa Gadaleta het daar sterker mee eens leek dan Schepmans. “De mensen worden wakker, en ook de moslims zien hun fouten in. Laten we niet vergeten dat we
er als samenleving de voorbije 50 jaar op vooruit zijn gegaan. Na 11 september 2001 ontstonden in sommige steden heuse volksfeesten onder moslims. Dat hebben we niet gezien tijdens de aanslagen op Charlie Hebdo. Wel geloof ik dat wat voor ons vanzelfsprekend is, de democratie, dat niet noodzakelijk is voor migranten. Misschien zijn we onze samenleving zelfs als te vanzelfsprekend gaan beschouwen. We moeten democratische vorming opnieuw bovenaan de agenda zetten,” zei Gadaleta. Voeten bracht daar niets tegen in, en hamerde ook op de noodzaak van filosofische vorming. Schepmans herinnerde Voeten er wel aan dat niet iedereen Molenbeek verlaat als er problemen zijn. Zo haalde ze het voorbeeld aan van de jonge Vlaming die vorig jaar aan de Ninoofsepoort werd neergeschoten, maar toch in de gemeente wil blijven. Waarop Voeten zei dat dat wel zo kon zijn, maar hij als oorlogsfotograaf niet dezelfde situaties als in pakweg Syrië wil zien. “De tendens om problemen alleen maar als perceptieproblemen te blijven zien blijft heel sterk. Voor de goede orde: de problemen in Molenbeek zijn geen perceptieproblemen.”
Dalende roltrap Jammer genoeg voor het goede initiatief schemerde het gesprek nog wat te veel in een ‘Belgische’ sfeer. Zo reageerde Schepmans niet erg duidelijk op wat de kern van Voetens betoog was: de diversiteit. Inderdaad, Voeten zette geen kanttekeningen bij de diversiteit in de stad, maar nam vooral de eenzijdigheid en de geslotenheid van Molenbeek op de korrel. Zijn zin dat “Molenbeek Marokkaanse punkers nodig heeft” vatte dat goed samen: geen gesloten stad voor hem, of het nu een homogeen blanke is of een homogeen religieuze. Het grote voorbeeld voor de fotograaf blijft New York, zijn tweede thuis. Schepmans strijdt natuurlijk ook tegen de verenging van de samenleving, op haar manier, en verwoordde dat treffend door Molenbeek te vergelijken met “een dalende roltrap waarop je moet klimmen.” CD
BDW 1469 PAGINA 3 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Onderwijs > Lieven Viaene over pijnpunten Brussels onderwijs
‘De lat moet hoog blijven’ BRUSSEL – Lieven Viaene (54), inspecteur-generaal van de Vlaamse onderwijsinspectie, had vorige woensdag geen onderverdeeld positieve boodschap voor het Brussels Nederlandstalig onderwijs. Heel wat Brusselse scholen doen het goed, maar slechts 43 procent van de lagere scholen en 20 procent van de middelbare scholen krijgt een onverdeeld gunstig advies.
D
at is minder dan in Vlaanderen. Na jaren als leerkracht, docent en directeur weet Viaene als geen ander waar de pijnpunten liggen. Lieven Viaene: “Het verloop bij leerkrachten is in Brussel groter dan elders, en leerkrachten en directeurs zijn ook gemiddeld jonger. Er zijn scholen waar leerkrachten zeer snel vertrekken omdat ze totaal geen ondersteuning krijgen, zelfs als ze net afgestudeerd zijn. De context in Brussel is moeilijker dan elders; als je er alleen voor staat, hou je het als nieuwkomer niet vol.” “Meer ondersteuning is dus belangrijk. Ondersteunende diensten zoals het Onderwijscentrum Brussel doen prima werk, maar creëren jammer genoeg ook een mattheuseffect: de sterke scholen in Brussel worden sterker, de zwakken blijven zwak. Er wordt immers gewerkt op vraag van de school zelf. Maar een school in moeilijkheden weet niet precies wat de vraag is en krijgt dus geen aangepaste hulp.”
Of is zo’n school bang om buitenstaanders binnen te halen? Viaene: “Dat kan ook. Wie niet goed bezig is, zit niet te wachten op pottenkijkers. En voor een leegloop van de school hoeft een Brusselse directeur toch niet te vrezen. Door het plaatstekort is er geen gezonde concurrentie tussen scholen zoals in Vlaanderen. Ook scholen die minder goed presteren, lopen probleemloos vol.” “Daarom vraag ik me af of we niet tijdelijk beter alle beschikbare ondersteuning naar die scholen sturen die momenteel aan het verdrinken zijn, in plaats van te wachten tot ze er zelf om vragen.”
Er wordt vaak ook geopperd om leerkrachten die in de moeilijkste scholen lesgeven, meer te betalen. Viaene: “Dat heeft op de agenda gestaan, ja. Maar ik vraag me af of je zo de beste leerkrachten aantrekt. Waarom trekken veel jonge leerkrachten naar Brussel? Niet voor het geld, maar uit idealisme. Er zijn fantastische directeurs die zorgen voor een gezonde sfeer, waar de ploeg aan elkaar hangt. En in die scholen blijven jonge mensen met plezier lesgeven.” “Een ander idee is leraren met ruime ervaring naar Brussel te laten komen en voor hen een aangepast statuut te voorzien, waarbij ze bijvoorbeeld hun benoeming kunnen houden. We hebben de beste leerkrachten in Brussel nodig.” Uit het inspectierapport bleek dat er een oververtegenwoordiging is van ASO-richtingen in het secundair, terwijl er veel meer nood is aan TSO en BSO. Welke gevolgen heeft dat? Viaene: “Door het overaanbod gaan ASO-scholen zich zo organiseren dat ze voldoende leerlingen aantrekken. De lat komt lager te liggen. Zo krijg je een aantal scholen die onderpresteren.” “En de jongeren blijven toch. Want als mijn kind nood heeft aan een specifieke TSO-richting, maar die is er niet in Brussel, wat doe ik dan? Ik ga mijn dertienjarige geen dertig kilometer verder naar school sturen, al heeft dat kind niet de competenties of interesses voor het ASO. Gevolg: zijn studiesucces in het hoger onderwijs ligt lager, of hij valt ongekwalificeerd uit.” “Brusselse schooldirecteurs hebben
Inspecteur-generaal Lieven Viaene: “Een aantal scholen zitten onder de norm.”
me uitgelegd dat het probleem nog complexer is. Ouders kennen het schoolsysteem onvoldoende en zien maar één manier om het te maken in de westerse maatschappij: hun kind wordt dokter of advocaat, via het ASO. Hele groepen leerlingen
“Door het plaatstekort is er geen gezonde concurrentie tussen scholen zoals in Vlaanderen”
krijgen het advies om TSO te volgen, maar het jaar daarop zitten ze weer. In dezelfde klas. Ze doen nog
liever hun jaar over dan voor een andere richting te kiezen. Gevolg: zittenblijvers die blijven aanmodderen aan de staart van de klas, en uiteindelijk wel de eindmeet halen, maar niet de norm.” “Maar je kunt een ASO-school niet van de ene dag op de andere omdopen tot een TSO/BSO-school, alleen al de infrastructuur en de omkadering vergen investeringen. De VGC heeft nu wel geld vrijgemaakt voor twee nieuwe middelbare scholen in Brussel, waar ze van nul kunnen starten.” Anderstaligen in Brussel hebben vaak een enorm vertrouwen in het Nederlandstalig onderwijs. Terecht? Viaene: “Door de band genomen: ja. Enkele scholen zitten onder de norm, daar moeten we eerlijk in zijn.” “Maar voor de doorlichting sprak
© IVAN PUT
men van een apart Brussel-curriculum, want de Vlaamse norm was niet haalbaar, de lat lag te hoog. Dat blijkt niet juist. Het Nederlandstalig onderwijs loopt niet zo dramatisch ver achterop. De normen mogen dezelfde blijven als elders in Vlaanderen: hoog.” Opvallend: Brusselse scholen scoren wel beter in het bijbrengen van sociale vaardigheden dan Vlaamse. Viaene: “Dat is het grote voordeel van de verder moeilijke Brusselse context. Men leeft hier samen, maar men leert hier ook sámenleven. Terwijl heel wat mensen in Vlaanderen niet hebben leren samenleven, en er dus moeite mee hebben.” “Ouders die bewust kiezen voor Brussels onderwijs, kiezen ook daarvoor, en het is een krachtig argument.” Goele De Cort en Sara De Sloover
‘Speelpleinen gekaapt door onderwijs’ BRUSSEL – De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) en de animatoren zijn niet te spreken over de nieuwe speelpleinaanpak van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Binnen de VGC werd de bevoegdheid na de verkiezingen overgeheveld van ‘jeugd’ naar ‘onderwijs’. Intussen werden nieuwe doelen vastgelegd, evenwel zonder overleg met de
VDS en de huidige animatoren. Voortaan moet het speelplein ook pedagogische objectieven nastreven: taalstimulering, tegengaan van kennisverlies, maximale ontwikkelingskansen. Vanaf deze zomer zijn het Nederlandstalige scholen die de Brusselse speelpleinen organiseren – met geld en spelmateriaal van de VGC. Een leerkracht van de school zal de
vakantiewerking, samen met een ploeg animatoren, op zich nemen. Inhoudelijk zal het team begeleid worden door het Onderwijscentrum Brussel. Ook voor de ouders verandert een en ander. Tachtig procent van de plaatsen wordt gereserveerd voor leerlingen van de organiserende school. Voorts zullen de ouders hun kinderen voor een hele week moeten inschrijven.
“Het speelplein is hierdoor niet meer even toegankelijk voor alle kinderen,” zegt Wauter Temmerman van de VDS. “Bovendien worden de animatoren, die tot dusver de werking droegen, gedegradeerd tot uitvoerders. Ten slotte, een speelplein dient om te spelen. Spelen moet er een doel op zich zijn, niet een middel om te leren.” HUB
BDW 1469 PAGINA 4 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Uitgelicht > Mobib wordt de norm
Dagen zijn geteld voor papieren ticket BRUSSEL – De MIVB maakt komaf met het papieren ticket. In juli verdwijnen de tien- en vijfrittenkaarten. Tegelijkertijd krijgt Mobib een toepassing in heel België en kan je op de kaart een treinticket of een De Lijnbusticket laden.
D
e MIVB was al een tijdje klaar om deze ingrijpende verandering door te voeren, maar moest wachten op de andere vervoersmaatschappijen in dit land, omdat zij nog niet helemaal rond zijn met de overgang van papier naar de chipkaart. Vanaf 21 april zullen gebruikers van het Jumpticket (een tien- of vijfrittenkaart waar je in Brussel mee op het hele openbare vervoer kan, inclusief trein, TEC en de Lijn) hun vervoersbewijs kunnen opladen op een Mobib-kaart. Dat is ofwel een gepersonaliseerde Mobib-kaart (meestal met abonnement), ofwel een anonieme, die vijf euro kost. De papieren tienrittenkaart zal vanaf 1 juli niet meer te koop zijn. Dat lijkt een logische stap in een steeds papierlozere wereld, maar betekent voor heel wat reizigers een flinke verandering. Acht en
een half procent van de ritten bij de MIVB wordt nog altijd via het oranje Prodata-bakje gevalideerd. Er worden jaarlijks nog 3 miljoen tien- en vijfrittenkaarten verkocht.
Pioniersrol “Dit type valideermachine is niet meer op de markt,” zegt ceo Brieuc
De MIVB wil de verknochte gebruikers van het papieren Jump-ticket niet al veel te bruuskeren en zet alles op alles om hen aan boord te houden. “We schatten dat er nog 200.000 gebruikers zijn,” zegt Françoise Guillaume, commercieel directrice bij de MIVB. “We zullen in mei evenveel anonieme Mobibkaarten gratis uitdelen.” Verder wordt er ook een grootscheepse communicatiecampagne gevoerd om het afschaffen van het papieren Jumpticket aan te kondigen. Ceo Brieuc de Meeûs is ervan overtuigd dat het overgrote merendeel
Dit is een logische stap in een steeds papierlozere wereld, maar betekent voor heel wat reizigers een flinke verandering. de Meeûs. “We kunnen moeilijk anders dan het papieren ticket afschaffen.” De oude oranje bakjes blijven wel nog tot eind 2016 in werking.
de stap naar de chipkaart zonder probleem zal zetten. “Iedereen zal er snel de voordelen van inzien,” zegt hij.
Een en ander betekent ook dat (eindelijk) het potentieel van Mobib ten volle benut kan worden. Al in 2009 werd Mobib aangekondigd als een unieke mobiliteitspas waar ook tickets van andere openbare vervoersbedrijven op gezet konden worden. De NMBS heeft die stap al enige tijd gezet, De Lijn en TEC zullen over enkele maanden volgen. “Tegen eind dit jaar kan Mobib in heel België gebruikt worden,” zegt Brussels minister van Openbaar Vervoer Pascal Smet (SP.A), die wijst op de pioniersrol van de MIVB in dit dossier. Dat wil dus zeggen dat tegen dan een treinticket vanuit Kortrijk naar Brussel of een ticket voor de tram in Gent op de Brusselse Mobibkaart kan, en dat vice versa in de nabije toekomst de gebruiker van een De Lijn-abonnement een MIVB-ticket op zijn kaart zal kunnen zetten.
Microchip De eenritten-, eendags- en de Airportkaarten blijven nog op papier bestaan tot eind 2016. Die worden vanaf dan vervangen door een wegwerp-Mobibkaart. Met deze ticketintegratie is een nieu-
we belangrijke stap gezet in het voor de reiziger comfortabel maken van het openbaar vervoer: met Mobib valideren gaat sneller dan met Prodata. Maar het heeft ook voordelen voor de MIVB zelf, omdat zij nog beter reizigersstromen op haar net kan registreren.
DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS De narcissen op de Vilvoordselaan hebben het paasweekend niet gemist en zetten hun beste bloemblaadje voor. Ze moeten er wel de uitlaatgassen van het verkeer en van de verbrandingsoven even verderop bij nemen.
WEEKOVERZICHT
BDW 1469 PAGINA 5 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
© MIVB
WOENSDAG 1 APRIL MEER BRUSSELAARS IN VGC. Alhoewel het aantal Brusselaars die voor de VGC werken de afgelopen jaren van 30 naar 35 procent is gestegen, vindt parlementslid Elke Roex (SP.A) dat niet voldoende. 235 van de ruim 664 werknemers wonen in Brussel. Volgens SP.A heeft de VGC nood aan werknemers die Brussel goed kennen. Daarom pleit ze voor extra inspanningen bij toekomstige aanwervingen. KWALITEITSALARM BRUSSELSE SCHOLEN. De Vlaamse onderwijsinspectie geeft acht basisscholen en drie middelbare scholen een ongunstig advies. Bomvolle schoolgebouwen, onervaren leerkrachten en te weinig pedagogische begeleiding zijn de boosdoeners. In het laatste decennium is het aantal kinderen in Nederlandstalige scholen in Brussel meer dan verdubbeld.
DONDERDAG 2 APRIL Brussel meet ultrafijne stofdeeltjes. Als eerste gewest zal Brussel ultrafijne stofdeeltjes (UFP) meten. Vijf parlementsleden willen zo de impact van vliegroutes kennen. Wetenschappers vermoeden dat UFP heel schadelijk kan zijn omdat het heel diep in de longen zou doordringen.
VRIJDAG 3 APRIL EXIT rittenkaarten MIVB. De MOBIB-kaart neemt het roer over van de papieren rittenkaarten. De vijf- en tienrittenkaarten zullen al vanaf 1 juli niet meer verkocht worden. Later worden ook de eenrittenkaart, de Airport Line en de eendagkaart vervangen door wegwerpchipkaarten. VAN 70 naar 50 km PER UUR in Leopold-II-tunnel. De snelheidslimiet wordt opnieuw verlaagd in de Leopold-II-tunnel. Dat beslist Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A). Opmerkelijk, want Smet trok indertijd de limiet op. Er komt ook trajectcontrole in de tunnel.
ZATERDAG 4 APRIL Tegen eind dit jaar kan Mobib in heel België gebruikt worden. De oranje Prodata-bakjes verdwijnen tegen eind 2016.
Iets anders is de tariefintegratie die erin bestaat dat de vier openbare vervoersmaatschappijen hun tarieven op elkaar afstemmen waardoor iemand die van Sint-Gillis naar Ternat wil bijvoorbeeld, met MIVB, NMBS en De Lijn, slechts één tarief betaalt. Die discussie is echter nog veraf.
“
Intussen neemt de technologie zelf ook razendsnelle stappen. Zo vertelt Brieuc de Meeûs hoe je in Londen gewoon met een kredietkaart door de poortjes van de metro kunt. Dat is ook hier op termijn technisch mogelijk, want de nieuwste kredietkaarten in België hebben tegen-
woordig een microchip met antenne aan bord. Als de Mobib-bakjes aan die technologie worden aangepast, is valideren met een kredietkaart ook in Brussel mogelijk. Al is dàt nog verre toekomstmuziek.
HET GETAL
ZONDAG 5 APRIL LEONARD NOEMT ABORTUSWET ‘DRAMA’. Tijdens de hoogmis in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal herdenkt aartsbisschop André-Jozef Léonard ook de 25ste verjaardag van de abortuswet. Hij heeft lovende woorden veil voor wijlen koning Boudewijn die de wet weigerde te ondertekenen.
Steven Van Garsse
Straks verrijst er zo’n dertien-in-een-dozijn-ding, gelijk aan dat van Wolfsburg, Gelsenkirchen, Amsterdam, Gladbach, Southampton, Shaktar, Lens, Turijn en Sunderland. Het is de niet te stuiten trend van overkappingen, kunstvelden, lounges, luxe, het liefst gesitueerd op een terrein van bedrijfspercelen, ver van de gezellige pubs en de volle terrassen die zich verheugen op de big match” Jan Mulder wordt niet warm van het Ghelamcostadion op Parking C (in Humo).
“
UITSTOOTVERMINDERING. Het lucht-, energie-, en klimaatplan overleeft een tweede lezing in het parlement. Het plan, dat tegen 2025 de uitstoot met 30 procent wil verminderen tegenover het niveau van 1990, omvat 56 maatregelen en 124 acties.
PAASWEEKEND TOPPER. 90 procent van de Brusselse hotelkamers zijn in het weekend bezet. Dat komt in de buurt van het bezettingspercentage rond nieuwjaar. Het Gewest wil in de toekomst nog meer inzetten op toerisme, een sector goed voor 50.000 jobs. STRATEN VEGEN. Straatvegers zullen voortaan drie keer per dag de straten en pleinen van Sint-Joost-ten-Node schoonvegen. Ze zullen ook langer aanwezig zijn op straat: tot 20 uur in plaats van tot 14 uur. De gemeente wil zo iets doen aan het netheidsprobleem. Ze investeert ook in extra vuilnisbakken.
MAANDAG 6 APRIL STIL Protest aan N-VA-hoofdkwartier. Dyab Abou Jahjah, voorzitter van Movement X, en 150 gelijkgezinden houden een stil protest aan het hoofdkwartier van de N-VA. Zo tonen ze hun ongenoegen over de uitspraken rond racisme en integratie van N-VAvoorzitter Bart De Wever.
DINSDAG 7 APRIL
Ik zou graag mijn doopsel opdragen aan de 148 slachtoffers in Kenia die vermoord zijn omdat ze christen zijn” Georges werd tijdens het Paasweekeinde gedoopt in de Heilige Kruiskerk in Elsene. In heel Brussel lieten 51 volwassenen zich dopen. Die trend is al tien jaar aan de gang (op tvbrussel).
Zorg Plus
Nadat het project van de zorgregisseurs in december de boeken sloot, is er nu het thuiszorgproject Zorg Plus. De ambitie is om ouderen langer in eigen huis te laten
wonen. Zorg Plus is een verderzetting van de zorgregisseurs. Maar het gebeurt op kleinere schaal. Vier zorgregisseurs, in plaats van de oorspronkelijke twaalf, zullen regelmatig langsgaan bij hulpbehoevende ouderen. Het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsuitkering subsidieert vier jaar lang het project. Cyril Van der Esch
KRAKEN STRAFBAAR? Jan Jambon (N-VA), minister van Binnenlandse Zaken, overweegt om kraken strafbaar te maken. In Brussel werden ruim 400 krakers geteld in het najaar. Het gaat niet enkel om sans-papiers, maar ook om personen die de huur niet kunnen betalen. De minister bekijkt of een aanpassing van artikel 439 van het strafwetboek over huisvredebreuk tot de mogelijkheden behoort. Sans-papiers betogen. Ongeveer 250 sans-papiers betogen naar aanleiding van twee gevallen van zelfdoding vorige week. Ze eisen opheldering. Een Guineër stak zich vorige week in brand in de kantoren van Fedasil. Een tweede man kwam om het leven in het gesloten centrum van Merksplas. Samengesteld door Cyril van der Esch
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1469 PAGINA 6 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Toerisme > Airbnb boomt, maar niet zonder risico
Overnachten in een kamer zonder nummer BRUSSEL – Goed 315.000 overnachtingen in Brussel gebeuren buiten een hotel. Volgens de Brussels Hotels Association biedt de hoofdstad meer dan 5.000 Airbnbkamers aan, verspreid over een duizendtal adressen. Maar is die verblijfsformule wel veilig? De Brusselse regelgeving voor Airbnb’s, die in mei volledig van kracht wordt, is summier.
H
als ‘een zetel of bed uitlenen als ik thuis ben’), werd in 2011 een beursgenoteerd bedrijf. Airbnb begon in 2007 in San Francisco toen er geen hotelkamers meer te vinden waren tijdens een megacongres. De living en kamer verhuren bleek wereldwijd aan te slaan bij wie logies zocht. “Vandaag haalt Airbnb 13 miljard dollar marktwaarde, dankzij de 550.000 Airbnb-bedden over de hele wereld. Meer dus dan de hotelketen Hyatt. Enkel in Syrië, Iran en Noord-Korea
Overnachtingsmarkt Op enkele jaren tijd is het aantal Airbnb-gebruikers verdrievoudigd in ons land. De recentste cijfers voor België spreken van 20.000 slaapplaatsen op 5.207 adressen. Die worden verhuurd door 3.700 verhuurders. Een vijfde daarvan situeert zich in de hoofdstad. Volgens Brussels Hotel Associations (BHA) worden in het Brussels Gewest meer dan 5.000 Airbnb-bedden aangeboden. Dat is veel, want volgens het Observatorium voor Toerisme in Brussel telden alle Brusselse hotels in 2013 samen 17.677 kamers. Brussel is dus een belangrijke Airbnb-bestemming en aanbie-
der, ook al haalt dit marktsegment maar 1,5 procent van het verblijfstoerisme van jonge buitenlanders naar de hoofdstad en Vlaanderen (WES-enquête 2013, berekend op meerdere antwoordmogelijkheden). Couchsurfing haalt 1,2 procent. De hotels rijven nog steeds 95 procent van de overnachtingen binnen. Na de hotels zijn het de hostels, het logement bij vrienden, de B&B’s en het logeren bij familie dat de buitenlandse jongeren aanspreekt. Martha Meeze, woordvoerster van Visit Brussels, stelt het zo: “Binnen de toenemende groei van het toerisme in Brussel, met 7 miljoen bezoekers in 2014 – we mikken op 10 miljoen in 2020 – zijn alle verblijfsarrangementen mooi meegenomen. Voor ons bestaat er geen concurrentie in de overnachtingsmarkt, elk aanbod is complementair en heeft zijn publiek.”
Trendy plekjes Airbnb gebruiken lijkt eenvoudig, ook voor toeristen die Brussel bezoeken. Maar er zitten toch wat tekortkomingen in het systeem. Vooreerst weet internet waar je die nacht slaapt; elke gebruiker moet zich eerst digitaal registreren voor hij boekt. Sociale mediagebruikers moeten elkaar ook beoordelen, dus lezen dat je het boeltje gortig achterliet is niet leuk – ook al moest je stellig om 9 uur ’s ochtends de trein halen en kwam er nog een fotograaf aanbellen, zoals bij ons het geval was. De betaalregeling is ook niet klantbeschermend. Dat doe je vooraf met een kredietkaart, maar de ‘verhuurder’ kan de afspraak last minute annuleren. Je krijgt dan wel je geld terug, maar je moet voor vanavond of morgen wel dringend op zoek naar een ander bed. De sleutel af-
© Saskia Vanderstichele
et nieuwe model van gedeelde economie (sharing economy) schudt dankzij internet en apps de traditionele handelsmarkt door elkaar. Samen zaken delen, ruilen, lenen… Alles goedkoper en zonder (te veel) taksen, het leek even op dé toverformule. Die ontbrak althans in de flower-powerjaren een halve eeuw geleden. Met Roomer, Uber-taxi’s, allerhande ruil- of verkoopsites als eBay, Couchsurfing en Airbnb werd het deze eeuw realiteit. Maar Couchsurfing (gestart in 2004
bestaat het Airbnb-aanbod nog niet,” schrijft gids en hotelinspecteur Toerisme Alain Porreye in het proefschrift Airbnb in Brussel, de luchtmatras doorprikt?.
Dagje Brussel bij regen vanuit een Airbnb-appartement: controleer zowel de verzekering van de verhuurder als van jezelf.
© Saskia Vanderstichele
BDW 1469 PAGINA 7 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Brazilianen uit Madrid kozen voor veel verblijfsruimte in een Airbnb-appartement bij de Magdalenakerk.
halen van de stek die je huurt, kan ook wel eens een Uber-ritje door de stad kosten. Vandaar dat zakenlui die geen tijd willen verliezen minder of nooit voor Airbnb kiezen. En wat als je de sleutel tijdens je verblijf verliest? Daartegenover staat natuurlijk dat de verhuurder je zal vertellen over alle trendy plekjes en restaurants in de buurt. Want daar teert het cosy en local-gericht Airbnb-systeem toch op. Als je de verhuurder natuurlijk al te zien krijgt.
Verzekeringsclaim Airbnb is zeker niet goedkoper, stelt Porreye onomwonden. Het gemiddeld tarief in België is 83 euro per overnachting. In Brussel en Vlaanderen zijn de overnachtingen goedkoper dan in Wallonië. De huurder betaalt echter voor eenzelfde product meer dan bij een rechtstreekse betaling met een hotel (via website), of via Booking.com. Op 100 euro is het snel 6 euro duurder voor de huurder (een commissie van 6 tot 9 procent). En ook de verhuurder heeft er minder baat bij dan wanneer hij zijn appartement of kamer op een eigen website aanbiedt. Hij moet 3 euro afstaan aan Airbnb op een prijs van 100 euro, al is dat veel minder dan de 12 euro die hij verliest aan Booking.com. Door de dagen dat het geld geparkeerd staat bij Airbnb, worden de eigenaars van de site dus snel rijk. Een drukke verhuurdag in Amsterdam levert snel 50.000 euro commissie aan Airbnb. En wat met de hygiëne en de brand-
veiligheid bij Airbnb? Zolang die in orde is, is er geen probleem met de bescherming van de consument. Maar stel dat het gasfornuis een steekvlam geeft en je kind zich verbrandt. De verzekeringsclaim kan complex worden, want wat wel en niet gedekt is blijft per adres vaag. De nieuwe ordonnantie voor Toeristische Logies van het Brussels Gewest wil de gebruiker toch wat bescherming bieden, want het juridisch vacuüm deed de haren rijzen als er pech bij de Airbnb-deal opdook. De Brussels Hotels Association stond sterk achter een regelgeving en correcte fiscaliteit op dit vlak. Want zou een Brusselse verhuurder van Airbnb wel investeren in brandveiligheid, in hygiëne, in een verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid, in comfort en dies meer? Een Airbnb-aanbieder heeft amper of geen kosten, in vergelijking met het gemiddelde van 16 procent voor een B&B of hotel (lokale taksen, onderhoud, personeel, vastgoed, opfriswerken,…). Op de Airbnb-site staan al studio’s die expats maar af en toe gebruiken als ze in Brussel zijn, maar als opbrengsthuis gretig (onder)verhuren.
Platformaanbieder Vorig jaar (8 mei 2014) bracht het Brussels Gewest een nieuwe Ordonnantie voor Toeristische logies uit, die pas volgende maand van kracht wordt. Regelgeving voor gastenkamers en ‘logies bij de bewoner’ zijn hierin opgenomen, naar analogie
met wat in Vlaanderen bestond. Wie toeristische logies als Airbnb in Brussel gaat uitbaten, zal dan in principe een aanmelding moeten doen, met bewijsvoering van zaken als een brandveiligheidsattest. Eens het registratienummer toegekend, gebeurt er binnen het jaar een controlebezoek door de administratie. Overtredingen kunnen beboet worden tot 25.000 euro. Daarmee is het juridisch vacuüm in Brussel wat
weten dat Airbnb zelf nooit verantwoordelijk kan gesteld worden, voor wat dan ook, aan de schadeclaims van derden. De verhuurder draagt alle verantwoordelijkheid, Airbnb is enkel een platformaanbieder. De Brusselse Ordonnantie verplicht de aanbieder enkel een ‘aangepaste verzekering van dekking burgerlijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door hemzelf of zijn aangestelde’ voor te leggen. Wie geld
Martha Meeze (VisitBrussels):
“Voor ons bestaat er geen concurrentie in de overnachtingsmarkt, elk aanbod is complementair en heeft zijn publiek” gedicht. Couchsurfing wordt niet in de Ordonnantie opgenomen, het blijft voor de Brusselse overheid een gratis service aan toeristen en geen vorm van exploitatie van logies. De regelgeving verbergt ook addertjes. Wie in Vlaanderen maximaal twee kamers aan maximaal acht toeristen verhuurt, moet zich niet aanmelden bij de Toeristische Vergunningen. Je moet het wel doen als je er promotie voor maakt. Dat wil zeggen dat wie zijn appartement of kamers op www.airbnb.be aanbiedt, promotie maakt en dus naar de letter van de wet tot registratienummerbezit en andere aangiften verplicht is. De verhuurder moet wel
verdient aan het verhuren aan toeristen, is niet zomaar gedekt door zijn eenvoudige verzekeringspolis.
Bescherming Want wat als het fout gaat? Het appartement wordt overhoop of deels leeggehaald? Of een duur object is verdwenen? De Airbnb-verzekering dekt geen persoonlijke aansprakelijkheid. En een gewone verzekeringspolis (brand en diefstal) dekt sowieso geen verhuur van woonst aan toeristen. Wat brandveiligheid betreft, is er wel al een Voorstel van Wijziging van de Ordonnantie (11/02/2014) ingediend door Brusselaars Paul Delva, Fouad Ahidar,
Els Ampe, Hamza Fassi-Fihri, Emmanuel De Bock en Julien Uyttendaele. Zij zien liever de gemeente als verantwoordelijke voor het toekennen van brandveiligheidsattesten dan het gewest. Een herversnippering van de bevoegdheden én een moeilijkere centrale controle weliswaar, maar wel een controlemechanisme dat dicht bij de burger/wijk staat. Welke taksen voor Airbnb door Brussel kunnen geïnd worden, zal morgen ook nog duidelijker moeten worden. San Francisco vraagt sinds oktober vorig jaar 14 procent toeristentaks. Amsterdam int rechtstreeks 5,5 procent sinds november 2014. In Berlijn mag Airbnb in bepaalde stadsdelen niet meer. In New York is het sinds 2013 in een nog grotere regio verboden om via Airbnb te verhuren. En wat denkt Brussel wat betreft verfijning aan regelgeving vindt best ook aansluiting bij de andere gewesten. De Vlaamse minster voor Toerisme Ben Weyts (N-VA) herbekijkt trouwens het Vlaams decreet van 2010 om de nieuwe logiesvormen in een actueler wettelijk kader te moduleren. Een en ander maakt duidelijk dat de Brusselse Ordonnantie te algemeen blijft en niet alle bescherming biedt aan de toerist én verhuurder in Brussel. Als de Airbnb-toerist jouw appartement doorverhuurt of op de markt aanbiedt voor (seks)parties, dan kan je je verhaal delen via www.airbnbhell.com. Jean-Marie Binst
BDW 1469 PAGINA 8 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
den wanneer er een piek is. Daarmee zou tijdens en naast het toeristisch topseizoen april-juni en septemberoktober eindelijk af te leiden zijn waarin toeristen geïnteresseerd zijn.” Alles doet vermoeden dat de markt zichzelf verdeelt onder de aanbieders van geleide tours. VisitBrussels heeft zelf geen gidsen meer. Vroeger werkte de organisatie samen met Gidsen voor Brussel en België (opgericht in 1969), die met 48 aangesloten gidsen (en jaarlijkse bijscholingsmogelijkheden) de oudste en bijna de grootste aanbieder in Brussel is.
Japanners
© SASKIA VANDERSTICHELE
Het concept van gratis tours is complementair en niet-concurrentieel met de hoogkwalitatieve en thematische gidsbeurten.
TOERISME > HOOP GERICHT OP NIEUWE FEDERATIE VOOR ERKENNING GIDSENBEROEP
GEDEELDE PASSIE VOOR STADSRONDLEIDINGEN BRUSSEL – Er beweegt wat voor de gidsenverenigingen en de 843 gidsen in Brussel. VisitBrussels creëerde een nieuwe afdeling Discover the City, die het aanbod aan geleide tours meer afstemt op de passie van de toerist. Tegelijkertijd werkt de pas opgerichte Federatie van Gidsenverenigingen in Brussel aan een kwaliteitserkenning van de gids.
I
n Rome mag je zonder erkende gidsenopleiding en badge niet gidsen in het gros van de beschermde sites. De stad waakt over de kwaliteit van de toelichting bij haar patrimonium. In Brussel mag Jan Modaal vrijuit groepen rondleiden, of hij nu historicus is, een boekje over iets geschreven heeft of een ludieke entertainer is – iets waar vooral Amerikanen dol op zijn. Er is maar één echte ‘gidsopleiding Brussel’ erkend door Vlaamse Gemeenschap, een tweejarige vorming die bij Coovi en bij Syntra gegeven wordt. Alle gidsenverenigingen hebben een interne scholing, naast of los van de professionele methodiek van gidsen. Sinds vele decennia bieden verenigingen een divers palet aan stadsbezoeken aan. Op de website van de Stad Brussel staan tientallen aanbieders van geleide wandelvoordrachten en tours per bus, fiets,
koets, boot of joggingparcours. Enig probleem: je geraakt er snel je weg in kwijt. Elke vereniging heeft haar specifieke invalshoek, historische benadering en stijl. Bij het gewestelijk toerismebureau VisitBrussels is de insteek verschillend. Daar worden de tours per thema of ‘passie’ voorgesteld. Het lijstje met aanbieders van die thematische rondleidingen (vzw’s, onafhankelijke gidsen en bvba’s) volgt na de onderwerpkeuze.
Grote groep Fransen “Toeristen kiezen meestal voor hun passies, voor wat hen boeit,” stelt Charlotte Raymond, Guided Tourscoördinator bij het nieuwe Discover the City van VisitBrussels. “Vandaar dat we de sector van aanbieders willen structureren en het aanbod coördineren.” Inmiddels zijn er al bijna 80 verenigingen of aanbieders van geleide wandelvoordrachten in
het gewest. De verscheidenheid aan ‘ontdekkingsformules’ of ‘passies’ voor de stad is enorm. Raymond: “Er worden 426 routes aangeboden in vier talen, 146 enkel in het Frans en 21 enkel in het Nederlands. Dan zijn er nog de anderstalige tours, zoals die van bvba Bravo Discovery, dat de Zuid-Amerikaanse markt bedient. De meest aangevraagde tours blijven de Vijfhoek, art nouveau, de Europese wijk, gastronomie, de Marollen en de ‘hoogtepunten van het Gewest’, van Stadhuis tot Atomium. Daarnaast bestaan er een heleboel alternatieve, exclusieve en op maat van de actualiteit gemaakte tours, zoals naar aanleiding van de Europalia-tentoonstellingen. Naar alles is er vraag.” Nieuwe cijfers van VisitBrussels uit 2014 tonen dat individuele toeristen die een rondleiding willen doen, voor 36 procent uit Frankrijk komen, voor 18 procent uit Duitsland, voor 13 procent uit België, en voor 10 procent uit Nederland en Zwitserland. Noord- en Zuid-Amerikanen hinken achterop, met 3 procent. De grootste groep bezoekers zijn sowieso de Fransen, gevolgd door Duitsers en Engelsen.
Gratis kan ook In het proefschrift waarmee Ray-
mond aan de ULB afstudeerde, bracht ze de sector in kaart. “De bezoekers die gidsbeurten boeken of daartoe de intentie hebben, worden goed opgevangen door de gidsenverenigingen en commerciële touraanbieders. Het biedt werk aan 843 actieve gidsen, meestal in bijberoep.
Her en der zorgen federale instellingen voor monopoliecontracten van verenigingen. Zo mogen enkel Arkadia en Korei in het Justitiepaleis en vzw Flagey gidsen. Zelfstandige gidsen kunnen hierdoor naast het net vissen. Nieuwkomers als de Free Tours van het bedrijf Sandemans New Brussels (met tweemaal daags op een vast vertrekuur een tour voor particulieren) vullen een gat in de markt, die matig gereguleerd is in het gewest. “Een gratis tour is nooit gratis,” stelt Raymond. “Er wordt een fooi verwacht die makkelijk tien euro wordt – zo’n drie euro gaat naar het bedrijf. Bij groepen van dertig personen of meer brengt dat snel 300 euro op, terwijl een zelfstandig gediplomeerd gids maar 95 euro per uur vraagt.” “Wij zien de gratis tours niet als concurrentie,” stelt Michaëlla Van Huyneghem, voorzitter van GBB. “Onze gidsen hebben vooral veel vraag naar de klassieke centrumtour, de art-nouveau-promenades en de site Coudenberg. Ik blijf groeipotentieel zien, op alle vlakken. De crisis mag dan wel voor wat minder aanvragen van Belgische en Europese reisorganisatoren gezorgd hebben, het wordt gecompenseerd door een stijging uit Azië waar de middenklasse groeit en reist. Japanners brengen altijd hun eigen gids mee, maar Chinezen en Maleisiërs hebben hun tolk en vragen een Engelstalige Brusselgids aan.”
Nieuwe federatie
Het is de bedoeling dat erkende stadsgidsen een badge van de nieuwe federatie zullen dragen. De helft werkt voor drie organisaties. In 2011 leverden alle gidsen samen 14.000 prestaties (gidsbeurten), in 2014 waren dat er al 17.200. En dat voor respectievelijk 294.000 bezoekers in 2011 en 343.300 in 2014.” “De stijging spreekt voor zich: de vraag neemt toe. Ik tel 982 verschillende gegidste routes door Brussel. We werken nog aan een ‘maandbarometer’ waarmee geteld kan wor-
Terug naar het vrije marktprincipe, waar democratiebewuste gidsen wel achterstaan, maar de dupe van kunnen zijn. Bewust van de wrevel en de uitblijvende regelgeving, die al begin jaren 1980 werd aangeklaagd, heeft VisitBrussels de betrokkenen rond de tafel gebracht: het verenigingsveld, gidsen en ondernemingen. Eind vorig jaar ontstond van daaruit de Federatie van Gidsenverengingen in Brussel (FGB). Raymond van VisitBrussels: “Bedoeling is dat de FGB concrete doelstellingen afbakent en het statuut van het gidsenberoep uitwerkt.” Daartoe worden alle partners op een eerste vergadering in juni uitgenodigd. Het idee is om de erkende stadsgids een badge van de federatie te laten dragen, zodat die man of vrouw herkenbaar is. De problematiek van gidsenkwaliteit en erkenning is daarmee van VisitBrussels doorgeschoven naar de federatie. Jean-Marie Binst
BDW 1469 PAGINA 9 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
P-PRAAT
ECONOMIE > BIOWINKEL NAMASTHÉ DOET DE BOEKEN TOE
Hippe winkels gedijen niet aan Louis Bertrand SCHAARBEEK - Na boekenhandel Les 100 papiers, doet nu ook biowinkel Namasthé de boeken toe. Dat is een flinke opdoffer voor de buurt rond de Louis Bertrandlaan die de laatste jaren aan een remonte bezig was. Het kruispunt van de Bijenkorfstraat met de Louis Bertrandlaan oogt troosteloos. De rolluiken van beide hoekpanden zijn naar beneden. Rechts zat de alternatieve boekhandel Les 100 papiers. Die sloot eind vorig jaar de deuren. Links was de plaats van Namasthé. De biowinkel is twee weken geleden door de Handelsrechtbank failliet verklaard. Wat in Sint-Gillis en Elsene lukt, blijkt maar moeilijk van de grond te komen in Schaarbeek. Nochtans heeft de Louis Bertandlaan alles in huis om een hippe buurt te worden: allure en jonge tweeverdiende koppels die errond wonen.
Overnemer gezocht Dat vindt ook Laurent Daube van Haricot Magique, een kinderboetiek en ‘cafépoussette’. De winkel-horeca-zaak is er als laatste bij gekomen, aan de overkant van de Bijenkorfstraat, en blijft nu een beetje verweesd achter. “We hebben écht voor Schaarbeek gekozen,” zegt Daube. “We zijn van hier. De laan is prachtig en ze lijkt het de laatste jaren beter te doen.” Daube begrijpt ook niet wat er mis liep met Namasthé. Er was altijd wel volk, de winkel had een goede reputatie, zorgde voor een divers publiek door zowel bioshop te zijn als horeca-zaak. Daube: “Neen, het is moeilijk te begrijpen. Anderzijds blijft het hier een fragiele buurt en woedt de economische crisis volop.”
Daube vindt het jammer dat hij nu alleen achterblijft. “We waren complementair, het was fijn zo. Dat is niet plezant, neen. Ik hoor dat Namasthé een overnemer zoekt. Hopelijk wordt die snel gevonden.”
van Les Apéros du Parc die met steun van de gemeente in de winter in het prachtige oude Paardentramdepot van de MIVB in de Rubensstraat hun vrijdagaperitief houden. “En we zijn van plan om op dezelfde plek een biomarkt te organiseren,” aldus Noel.
Vrijdagaperitief Op de vraag of er voldoende steun is van de gemeente, is Daube minder positief. “Het schepencollege heeft de mond vol over
SCHEPEN VAN HANDEL ETIENNE NOEL: “ We moeten erover waken dat niet de zoveelste pitazaak de plaats inneemt van Namasthé”
hoe goed het gaat met de gemeente, en dat klopt ook wel, maar je moet dat niet alleen verkondigen, je moet er ook echt iets aan doen. En dat zien we veel minder.” Schepen van Handel Etienne Noel (Lijst van de Burgemeester) is het daar niet mee eens. Noel geeft als voorbeeld het initiatief
Geen louche café Hij betreurt wel dat in minder dan drie maand tijd twee kwaliteitsvolle winkels de deuren hebben gesloten op de Louis Bertrandlaan. Ook hij probeert verklaringen te zoeken. “We zullen hier de analyse van moeten maken, maar het blijft een deel gissen. Zou het kunnen dat de winkels een te beperkt publiek viseerden? Ik weet het niet.” Noel verwijst naar het nabijgelegen café Bar du Gaspi dat veel moeite doet om het publiek te verbreden, en niet alleen het typische bobo-publiek aan te trekken, “zelfs al is de uitbater een voormalige Ecoloschepen. Er is tegenwoordig zelfs karaoke,” zegt Noel. Noel wil er in ieder geval alles aan doen om handel en horeca op de Louis Betrandlaan kwalitatief te houden. “We moeten er echt over waken dat niet de zoveelste pitazaak of louche café de plaats inneemt van Namasthé. De Louis Bertrandlaan was aan een remonte bezig. We willen die dynamiek niet stoppen.”
Steven Van Garsse
Niet dat uw commentator de boel weer in de fik wil steken, maar die bos bloemen die federaal minister van Mobiliteit Jacqueline Galant (MR) van haar partijgenoot en Etterbeeks burgemeester Vincent De Wolf kreeg, dat was grof. Volgt u even de logica, die vaak ontbreekt in het vliegtuigdossier: Er komt een bocht naar links en een kanaalroute onder dwang van de hele regering plus Joëlle Milquet omdat die bocht de mirakeloplossing zou zijn voor bepaalde stukjes overvlogen Brussels gewest. Wanneer die bocht er is, maakt ze plots veel lawaai en worden de Brusselaars boos. Prompt krijgen de Brusselaars gelijk met een studie - besteld door de regering die de bocht heeft ingevoerd - die aantoont dat er plots 400.000 mensen worden overvlogen met die bocht. Er volgen rechtbanken en boetes om die bocht zeker weg te krijgen. En dan als de bocht weg is en Jacqueline Galant Milquet en consoorten publiek de mantel uitveegt, komt daar plots de burgemeester van Etterbeek uit een doosje, met een roos overhemd en een bos bloemen om dank u te zeggen in naam van Etterbeek. Etterbeek, dus niet Brussel, Woluwe of Elsene. Vlaanderen, u wordt gerold. Nogal opmerkelijk trouwens: Brussels minister van Leefmilieu Céline Fremault (CDH) heeft besloten om vier extra geluidsmeters in Brussel te plaatsen, waaronder één in Sint-Jans-Molenbeek, waar Madame Schep ook ontdekt heeft dat vliegtuigen lawaai maken. Dat gaat als volgt: per geplaatste geluidsmeter vermenigvuldigt de gevoeligheid voor lawaai met vijf. Op Facebook zelfs met 23. Want hoe moeten we immers de 17.000 ‘likes’ van actiecomité Pas Question plaatsen tegenover de 400.000 Brusselaars die werden overvlogen? Maar vooraleer u als rechtgeaarde Brusselaar in uw pen kruipt om uw p-praatcommentator de huid vol te schelden: wij waarschuwen u alleen voor dat geval-Fremault. Weet niets van boetes innen. Brusselaar, u wordt gerold.
CHIEN ÉCRASÉ Hopelijk hebt u genoten van het surrealistische proza dat we vorige week integraal overnamen uit de meest recente Brussels Studies. U weet wel, over het streven naar transversaliteit in het overheidsbeleid van de Brusselse New Deal. Of zoiets. Indien u er niets van hebt begrepen, hoeft u echter niet te panikeren. Deze week serveren we u meer tastbaar surrealisme in deze rubriek. U moet maar eens naar de Stormstraat gaan, waar de hogeschool Odisee gevestigd is, de vroegere HUB. Kijkt u eens omhoog als u voor de toegangspoort staat. Inderdaad, de hartjesvlag van het Brussels gewest hangt op zijn kop. Maar misschien dat u dat niet direct doorhad. Wij ook niet, daarom dat we twee keer teruggegaan zijn om ons in de ogen te wrijven. Misschien zijn ze zich bij Odisee ook van geen kwaad bewust en hebben ze niet door dat die vlag ondersteboven hangt. Beschouwen ze het als een soort kont met een slurfje waar gele vlekken uit komen. Vermits het beeldje van een bloot ventje dat op straat plast zowat het symbool is van Brussel, kunnen we begrijpen dat ze bij Odisee een hartje voor pissende re... kont aanzagen. Niet dat we ongevraagd advies willen geven over logo’s, maar de consultancydwang is sterker: wie heeft met een mes de onderkant van het Odiseelogo weggesneden? Er moet daar iets gebeurd zijn in de Hogeschool-Universiteit Brussel.
De handelaars uit de buurt hopen dat de remonte van de Louis Bertrandlaan wordt voortgezet.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Paste deze week ook nog in het surrealismo real ya!-plaatje: Dyab Abou Jahjah die voor de poorten van een leeg N-VA-hoofdkwartier demonstreerde.
BDW REGIO
BDW 1469 PAGINA 10 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Deze week in Peterbos > Ongewenste gasten in sociaal woonblok richten puinhoop aan
‘We durven onze eigen kelder niet meer in’ gang waar we een matras vinden met daarnaast een hoop afval met onder andere talloze sigarettenpeuken, restjes van lange blaadjes, drugszakjes en nog een beetje verder het toilet. We hebben hier ook al drugs gevonden, die ze in de gaten hadden verstopt die ze in de kelderdeuren hadden gemaakt.” “Nog niet zo lang geleden waren ze hier nog,” zegt Liliane. “Ik ben al eens een man in de gang tegengekomen die naar de kelders ging. Hij vertelde me dat hij van Sibelga was en dat hij de tellers kwam opmeten. Toen ik hem om zijn kaart van Sibelga vroeg, lachte hij me uit. De ongewenste gasten hebben zich de kelderverdieping al helemaal eigen gemaakt.” Ook de toegang tot de warmwaterketel is open, met alle gevolgen van dien. Zo hebben de bewoners al meermaals zonder water gezeten. En het laatste wapenfeit – nog na ons bezoek – is dat de brandblusapparaten werden leeggespoten.
Sleutel of badge
Liliane Vermeere gidst ons door de kelders van sociaal woonblok Peterbos. “Bijna alle kelders zijn opengebroken,” vertelt ze.
© SASKIA VANDERSTICHELE
ANDERLECHT – Een urinegeur, opengebroken kelderdeuren, sigarettenpeuken, drugszakjes en andere rotzooi, je ziet en ruikt het overal in de ondergrondse verdieping van blok 14 in de Peterboswijk. Op vraag van bewoners is de toegang naar de kelders permanent toegankelijk, met ongewenste bezoekers tot gevolg. “Bijna niemand durft nog in de kelder,” zeggen een aantal oudere bewoners in koor.
W
e kregen een mailtje van Liliane Vermeere. Ze woont al 43 jaar in Peterbos. Ze heeft onder andere de brand meegemaakt in april 2008 toen alle appartementen onder het roet lagen. Het kelderverhaal vormt een nieuw hoofdstuk van haar verblijf in de sociale woonwijk. In november vorig
ADVERTENTIE
Puzzel Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak
puzzel@resonansvzw.be
jaar gaf een grote meerderheid van de bewoners tijdens een vergadering met de Anderlechtse Haard (de huisvestingsmaatschappij die de woonblokken in Peterbos beheert, red.) aan dat ze het lastig vond telkens de sleutel bij de conciërge van het gebouw te moeten ophalen om toegang te krijgen tot de eigen kelder. Daarop werd het besluit genomen om de deur van de ondergrondse verdieping permanent open te laten. Liliane en een aantal andere bewoners waren vanaf het begin bezorgd en hun vrees werd helaas realiteit. “Lang heeft het niet geduurd of onze kelder werd ook door andere mensen dan de huurders van het appartement bezocht. En veel van de oudere bewoners durven hun eigen kelder niet meer te bezoeken.”
ondergrondse verdieping lopen we door de gangen met een honderdtal kelderdeuren. “Je kan ze bijna allemaal opentrekken, want ze zijn bijna allemaal opengebroken,” zegt Liliane ons, terwijl ze het demonstreert. Soms is enkel het slot geforceerd, bij andere deuren met een iets steviger slot werd de deur ingeslagen op zoek naar waardevolle spullen. Sommige
deur open te krijgen. Eerst door de deur zelf open te breken, daarna door een gat boven de deur te maken en met een ladder binnen te geraken, maar gelukkig tevergeefs. Bij andere kelderdeuren, zoals die van Pierre, werden hersteld met stevige planken: “Hier geraken ze niet meer binnen,” maakt de oude man zich sterk. Aan het einde van één van de gangen komen we in een plas terecht. Dit deel van de kelder staat volgens de bewoners al een tijd onder water, omdat de sterfput verstopt is. Even verder ruiken we de frietjes die nog overblijven in de tot eetkamer omgevormde kelder. Een kleine
“Een man in de kelder vertelde dat hij van Sibelga was en dat hij de tellers kwam opmeten. Toen ik hem om zijn kaart vroeg, lachte hij me uit”
Warmwaterketel Met een groepje bewoners gaan we via de trap richting kelders. Een walm komt ons al meteen tegemoet als we de traphal betreden. In de
kelders puilen uit van de rommel, waardoor de rommel tot op de gang ligt. In één deur zie je dat de dieven meermaals geprobeerd hebben de
groep heeft zich de kelderverdieping eigen gemaakt. Naast de ‘eetkamer’ zien we een beetje verderop een slaapplaats in een breder stukje
Voor Liliane met ons contact opnam, heeft ze het nodige gedaan om de conciërge en de Anderlechtse Haard over de wantoestanden te informeren. “De conciërge trekt er zich nog weinig van aan. Aangezien de bewoners zelf de deur permanent open wilden moeten ze het zelf maar weten,” krijgen we te horen. “Ik heb ook al drie brieven gestuurd naar Guy Wilmart, de voorzitter van de Anderlechtse Haard. Er kwam wel een sociaal assistent langs om naar ons verhaal te luisteren, maar naar onze opmerking om de toegang opnieuw te vergrendelen, werd niet eens geluisterd.” We bellen zelf naar Guy Wilmart (PS). Hij bevestigt ons dat het opnieuw afsluiten van de kelderverdieping niet echt in overweging genomen wordt, aangezien de bewoners zelf vroegen om die open te houden. “Ik zie dan ook niet meteen een oplossing,” geeft hij aan. Als we hem nog eens wijzen op de ernst van de feiten, geeft hij wel toe dat het zo niet verder kan. “Ik zal het er bij de eerstvolgende algemene vergadering nog eens over hebben. Een echte oplossing is er niet, tenzij we teruggaan naar de vroegere regeling waarbij de huurders terug via hun conciërge toegang krijgen.” Een systeem waarbij de huurders zelf een sleutel of een badge krijgen, ziet hij evenwel niet zitten. “Dan worden er in een mum van tijd kopies gemaakt en hebben een heleboel mensen toegang tot de kelders.”
Bruno Schols
RV
BDW 1469 PAGINA 11 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
brussel-staD > auto’s teisteren anneessensPlein
palen die niet verdwijnen Gemeenteraadslid Johan Van den Driessche (N-VA) begrijpt niet dat er nog altijd auto’s geparkeerd staan op het Anneessensplein. Waar dienen die verdwijnpalen dan voor, vroeg hij aan schepen Els Ampe (Open VLD). De palen zijn wel degelijk in gebruik, zo legde Ampe uit, maar het zijn manueel verzinkbare palen. De metro onder het plein verhindert de ingebruikname van automatisch verzinkbare palen. Helaas verplicht de brandweer de stad het gebruik van een bepaald type sleutels, bij brand moet ze vlug ter plekke kunnen zijn. Die sleutels worden door wildparkeerders gretig nagemaakt. Van den Driessche dringt er bij Ampe op aan dat de politie regelmatige controles uitvoert. Klopt het dat de stad het remgeld betaalt
voor al zijn personeelsleden, actief en gepensioneerd, die opgenomen worden in het ziekenhuis, en indien ja: hoeveel kost dat aan de stad? Dat vroeg Johan Van den Driessche (N-VA) aan schepen van Personeel Philippe Close (PS). Close bevestigde, het stadspersoneel – onderwijzend personeel inbegrepen – 8.000 personeelsleden sterk, moet geen remgeld betalen bij opname in één van de ziekenhuizen van Iris Noord. Van den Driessche vroeg zich af of de regeling niet consumptiebevorderend is en of er geen concurrentievervalsing is. “Nee,” antwoordde Close, “werknemers in de private sector hebben ook een groepsverzekering en bovendien mag het personeel naar een privaat ziekenhuis gaan, al moeten ze daar wel remgeld betalen.” Het systeem kost aan de DV stad jaarlijks één miljoen euro.
sint-gillis > Verhuizing naar haren zet aan tot DroMen
RV
Picqué wil gevangenis beschermen Burgemeester Charles Picqué (PS) wil historisch waardevolle delen van de gevangenissen in Sint-Gillis en Vorst beschermen. Na de opening van de geplande megagevangenis in Haren sluiten de gevangenissen normaal gezien de deuren. Met de bescherming wil Picqué vermijden dat er bij de herbestemming een stuk plaatselijke en nationale
geschiedenis verloren gaat. Maar de gemeente wil niet alles beschermen. De bescherming mag het optrekken van een nieuwe woonwijk – dat is waar Vorst en Sint-Gillis op mikken – niet in de weg staan. Picqué vraagt aan de federale regering wat ze van plan is met de gevangenis, die eigendom is van de Regie der Gebouwen. DV
ADVERTENTIE
De geplande acht verdiepingen hoge toren komt er niet.
brussel-staD > schePen ans Persoons (sP.a) hertekent Park
De acht verdiepingen hoge toren naast het ACOD-gebouw aan het Fontainasplein is nu definitief geschrapt. Het schepencollege trekt 200.000 euro uit om de plannen voor het Fontainaspark te laten hertekenen. Hiermee gaat schepen Ans Persoons (SP.A) in op vragen van de buurt. De acht verdiepingen hoge toren, met vooral woningen voor alleenstaanden, komt er dus niet. De geplande, gelijkvloerse horecazaak met terras verhuist naar een kleiner pand verderop aan de Zespenningenstraat. In plaats van het gebouw komt er extra groene ruimte die naadloos moet overlopen in het Fontainasplein dat ook groen wordt ingekleurd. Ans Persoons: “Een sterkere link tussen plein en park was een vraag van de werkgroep ‘Groene Ruimte’ die opgericht werd in het kader van het participatieproject rond de heraanleg van de centrale lanen. Investeren in de wijken die aansluiten bij het hypercentrum is erg belangrijk om de leefomgeving van de Brusselaars te verbeteren: dit nieuwe park moet de tuin worden van iedereen die zich geen privétuin kan veroorloven.”
Het nieuwe park telt volgens Persoons tien procent meer groene ruimte dan het huidige, er komt een afwisseling van hellingen, bomen, planten en grasvelden. Er komen ook verschillende omheinde speelpleintjes voor kinderen van drie tot acht en van negen tot twaalf jaar en een ligweide. Het park wordt niet omheind, ook de Baardgang – een voormalig steegje naast de vakbond, nu een kasseiweg – wordt in het project opgenomen. Het park krijgt ingangen langs het Fontainasplein, de Anderlechtsesteenweg, de Zespenningenstraat en de Van Arteveldestraat.
Multisportterrein De woongelegenheid wordt overigens niet geschrapt, aan de Zespenningenstraat komt een vijf verdiepingen hoog gebouw met negentien gezinswoningen, twee onthaalruimtes voor kinderen en 45 parkeerplaatsen. Aan de Van Arteveldestraat komen er 35 studio’s die ook aan studenten kunnen verhuurd worden. Ook de sportievelingen komen aan hun trekken met een multisportterrein, een semi-ondergrondse sportzaal en een informeel voetbalveld. Danny Vileyn
V.U.: Eleonora Holtzer, Zorgambassadeur, agentschap Zorg en Gezondheid, Koning Albert II-laan 35 bus 33, 1030 Brussel, België
Ligweide in plaats van toren
VERSTAND? AMBITIE EN DOSIS LEF, DE N JOB IN O N EZ EE NG OG OP HEB JE EE MET HET O N STUDIE OEDENDE EE RM R O VE VO TS IE KIES RG. DRIE N N GEDROPT DHEIDSZO EN WERDE DE GEZON JE VOOR HUN EN G IN G EN HADDEN AL SCHOLIER TIES. EN ZE WERKSITUA DE EN … AG N IE IN UITD EE TE DRAA DIG OM M TALENT NO PJES
FILM 3 STRAFFE AKKEN IN BE ZIE ZE UITP R. O O RV GAE OP WWW.IK
ONTDEK DE STUDIE DIE PAST BIJ JE AMBITIE OP
IKGAERVOOR.BE
BDW 1469 PAGINA 12 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
ELSENE > CLUBHOUSE ZINNEKE MAAKT MENSEN MET EEN PSYCHISCHE AANDOENING OPNIEUW ZELFSTANDIG
‘Ook de directeur poetst de stoep’ Het clubhuis is een sanctuarium. Een plaats waar personen met een psychische aandoening terecht kunnen om op eigen tempo opnieuw een normaal leven te starten. Centraal in het concept is werk. Clubleden beheren samen de dagelijkse gang van zaken. “De dagelijkse taakverdeling gebeurt op basis van persoonlijke interesses en vaardigheden,” legt Iris Hertsens, initiatiefneemster van het project uit. “Belangrijk is dat je je dag nuttig invult. Al is het maar door de vuilnisbakken buiten te zetten. Iedereen draagt zijn steentje bij, ook het omkaderend personeel. Het is niet ongewoon dat een directeur de stoep poetst.” Het personeel is niet medisch van aard. Leden worden niet gezien als patiënten. De clubleden zijn individuen met heel diverse achtergronden. Een
© SASKIA VANDERSTICHELE
In dagzorgcentrum Den Teirling, op een boogscheut van het Flageyplein, stellen Iris Hertsens en Tanja Gielen werkgroep Clubhouse Zinneke voor. Individuen met een psychische aandoening opnieuw zelfstandig maken is het doel.
element hebben ze wel gemeen, een psychische stoornis in welke vorm dan ook. “Een psychiatrisch verleden hebben is de enige voorwaarde om lid te worden van een clubhuis,” licht Tanja Gielen van Clubhouse Europe toe. “De personen die in clubhuizen toekomen hebben het gevoel dat ze niet meer nuttig zijn. Ze voelen zich niet gewaardeerd.” Onder andere partnerschappen met bedrijven moeten dat verhelpen. Leden die willen, kunnen voor een periode van drie tot zes maanden tegen betaling aan de slag gaan bij een partner. Alhoewel het initiatief kan uitgroeien tot iets bijzonders, als eerste in zijn soort in België, moet er nog veel gebeuren, zoals de naam ‘Clubhouse Zinneke’ officialiseren. “De werkgroep is samengesteld en begonnen met het leggen van een basis. Tanja helpt ons om alles in goede banen te leiden. Het eerste doel is om zo snel mogelijk een vzw op te richten. Pas dan kunnen we naar fondsen zoeken,” besluit Hertsens. Cyril van der Esch
De leden van Clubhouse Zinneke zijn mensen met diverse achtergronden.
www.clubhousezinneke.be
ADVERTENTIE
Bezorgd over je afhankelijkheid? Alcohol, drugs, pillen...?
Praten helpt! Elke woensdag van 20.00 tot 22.00 uur huisvandeMens Brussel
Sainctelettesquare 17, 1000 Brussel (ingang via Akenkaai 1, naast het Kaaitheater) Info: 0488 980 683 (Danny) ‒ www.sosnuchterheid.org is aangesloten bij
SOS Nuchterheid: Een nuchtere kijk op het leven
RV
BDW 1469 PAGINA 13 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
In dit achttiende-eeuwse gebouw in de Stoofstraat komt het chocolademuseum.
3.500 JAAr cHocolAdegescHiedenis BRUSSEL – Over twee of drie jaar opent een nieuw chocolademuseum de deuren in de Stoofstraat. Choco Story wordt naar eigen zeggen het grootste chocolademuseum van de wereld. Met een interactief overzicht van 5.500 jaar cacao-, 500 jaar chocolade- en 100 jaar pralinegeschiedenis. In het huidige chocolademuseum komt een frietmuseum. Wie België en Brussel citymarketing-gewijs in een paar clichés wil vatten, denkt automatisch aan bier, frieten, Manneken Pis, het Atomium en Magritte. Een biermuseum komt er over drie jaar in het Beursgebouw. Het Atomium kan men al jaren tot in de diepste uithoeken bezoeken. Aan de surrealistische schilder Magritte is een eigen museum gewijd op het Koningsplein. En de vele gedaantes van Manneken Pis verhuizen over een dik jaar naar het Huis van de Traditie en de Folklore. Wat chocolade betreft, ligt het al iets moeilijker. Er zijn namelijk twee chocolademusea in Brussel: de Brussels Chocolate Village in Koekelberg en het Chocolademuseum in de Guldenhoofdstraat, allebei eerder bescheiden van grootte. En een frietmuseum is er in Brugge, maar niet in Brussel. Maar nu zet Brusselaar Eddy Van Belle tegelijk het chocolade- en frietoffensief in. In een pand op een paar stappen van de Grote Markt wil hij binnen twee of drie jaar het grootste chocolademuseum openen van de wereld. Hij kocht daarvoor een achttiendeeeuws pand van drie verdiepingen in de Stoofstraat 39 - 41. Het gaat om een beschermd U-vormig huis met vroegere koetsingang. Het gebouw is beschermd, maar staat al een decennium leeg. Eddy Van Belle (67) is voorzitter van de raad van bestuur van de Puratos Group, wereldwijd een van de belangrijkste grondstoffenleveranciers, gaande van broodverbeteraars tot fruitvullingen en dekchocolade. Hij is bovenal ook een gepassioneerd verzamelaar, en heeft naar eigen zeggen de grootste collectie chocoladegebonden voorwerpen ter wereld.
Imperium Die stelt hij nu al tentoon in zijn bestaande musea: de Choco Story in Brugge – naast het Lampenmuseum, ook al van Van Bellingen – de Choco Story in Parijs, Praag, Mexico-stad. Voorts zijn nog twee andere Choco Story’s in aanbouw in Mexico. Het jongste project is dus in Brussel. Omdat er al een Cacao en Chocolade Museum bestaat in de Guldenhoofdstraat 9 - 11 in hartje Brussel, en “hij dat initiatief geen schade wil toebrengen,” heeft hij dan maar een meerderheidsparticipatie genomen in dat museum. Beide chocoladeprojecten versmelten
dan in de Stoofstraat. “Over drie verdiepingen komt er op een interactieve manier de geschiedenis van cacao en chocolade aan bod over een parcours voor jong en oud over 2.000 vierkante meter,” zegt Van Belle. “De eerste sporen van cacao dateren van 3.500 jaar voor Christus in Ecuador”, aldus Van Belle. Centraal in de eerste bezoekersruimte komt er een metate, een maalsteen uit de Mayabeschaving. Een tweede zaal zal volledig gewijd zijn aan die metates, waarvan sommigen voor-
“Over drie verdiepingen komt er op een interactieve manier de geschiedenis van cacao en chocolade aan bod over een parcours over 2.000 vierkante meter” zien zijn van een inscriptie die verwijst naar cacao.” Daarna is er aandacht voor de verspreiding van cacao in Europa via de Spaanse kolonisten, het gebruik van chocolade aan de Europese hoven en de ‘uitvinding’ van de praline door Neuhaus in Brussel in 1912. De Stad Brussel ziet het chocolademuseum graag komen. In La Libre Belgique kondigt de Brusselse schepen van Stedenbouw Geoffroy Coomans (MR) aan dat hij de aflevering van vergunningen zal bespoedigen. De bestemming van het gebouwencomplex moet veranderd worden: van een woon- en handelsbestemming naar een bestemming van collectief belang. Aangezien het pand beschermd is, moet ook de Commissie voor Monumenten en Landschappen haar goedkeuring geven. Van Belle zou zijn museum graag over twee jaar openen, maar geeft toe dat dat allicht wat optimistisch is.
Frietmuseum Maar Eddy Van Belle heeft nog een ander project op stapel: dat voor een frietmuseum in centrum Brussel. “Ik heb ook het gebouw gekocht waar nu nog het chocolademuseum gehuisvest is. Daar wil ik een frietmuseum openen, naar het voorbeeld van ons frietmuseum in Brugge.” Daarmee zou de voedingscirkel in het stadscentrum rond zijn: een bier-, een chocolade- en een frietmuseum.
Eric Vancoppenolle
UIT DE LUCHT GEGREPEN
erFgoeD > ‘grootste chocolaDeMuseuM ter werelD’ in De Maak
Elk jaar koopt het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) luchtfoto’s aan om zijn databank met geografische gegevens aan te passen. Overlappende luchtfoto’s worden daarop op elkaar gelegd, waardoor een 3D-model ontstaat, dat op zijn beurt vergeleken wordt met de gegevens die het NGI al heeft van plaatsnamen, rivieren, bossen en gebouwen. Zo wordt duidelijk hoe de werkelijkheid op het terrein is in vergelijking met de werkelijkheid op de kaart. Als het moet, dan past het NGI de gegevens aan. Het NGI is natuurlijk al zo lang bezig met kaarten maken dat het ondertussen over een indrukwekkend archief luchtfoto’s beschikt. Een selectie hiervan vindt u week na week in deze rubriek ‘Uit de lucht gegrepen’ terug. Het gaat steeds om (oude) luchtfoto’s uit een van de negentien Brusselse gemeenten. Vorige week zag u de Aartshertogensquare in Watermaal-Bosvoorde, waarvan men zegt dat de sociale woontoren heel vroeger werd gebruikt voor vliegtuigen. De woontoren is een onderdeel van de bekende woonwijk Floréal. Deze week nemen we u mee naar Elsene. Bovenstaande foto dateert uit 1969, en ligt niet ver van...? Ja, van wat eigenlijk? Laat ons zeggen: tussen een campus en een park. Waar zijn we? CD
ADVERTENTIE
Vrijwilligers zorgen
je krijgt een opleiding, ondersteuning en vervoersonkosten
meer info
BDW 1469 PAGINA 14 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
BDWOPINIE BRUSSEL-STAD > ELS AMPE (OPEN VLD) REAGEERT OP OPINIESTUK BRAM DEWOLFS
MARKT OF STENEN WOESTIJN? De roep om meer openbare pleinen en parken valt dus niet in dovemansoren. Meer zelfs: voor de Stad Brussel is dit een speerpunt. Op 29 juni is het zover. Dan breiden we de voetgangerszone rond de Grote Markt uit met een groot deel van de centrale lanen en de omliggende straten. De voetganger zal vanaf dan vrij over 50 hectare kunnen bewegen. De discussie over hoe we de nieuwe ruimte zullen invullen is springlevend. Onze ambitie reikt verder dan een stenen woestijn. Ik lees dat sommigen het een schande vinden dat de openbare pleinen
“Of mensen een plein bezoeken, hangt af van wat het plein te bieden heeft. De blauw-rode stadscoalitie speelt hierop in”
koudweg worden ‘vermarkt’ en ‘geprivatiseerd’. Bijvoorbeeld voor het pop-uprestaurant van VTM, foodtrucks of de stem van Lady Gaga. ‘Neoliberalisme troef!’ schreeuwen sommigen. Is dat zo? Laat ons even terugkeren naar de oorspronkelijke
functie van openbare pleinen. Hoe zijn ze ontstaan en waarvoor dienden ze? Een plein lag vaak op het kruispunt van verschillende wegen. Waar vele wegen samenkwamen ontstonden steden. Het is echt geen toeval dat handelaars elkaar hier ontmoetten om waren uit te wisselen. De stad is dus de handelsplaats bij uitstek. En de Stad Brussel zeker. De namen van de Brusselse pleinen liegen er niet om: Varkensmarkt, Kiekenmarkt, Grote Markt... De ‘vermarkting’ was vaak de eerste functie van een plein. Het bracht de Brusselaars jobs en brood op de plank. Zodra mensen over meer vrije tijd beschikten kwamen daar bijvoorbeeld ook evenementen bij. Private partijen stonden (en staan nog steeds) vaak in voor de organisatie. Café-uitbaters en restaurants privatiseren een deel van de pleinen
© ELKE VANOOST
BRUSSEL – Niemand kan het zonlicht ontkennen: veel Brusselaars dromen van meer ruimte voor voetgangers. Ik droom met hen mee, schrijft schepen van Mobiliteit in Brussel-Stad Els Ampe (Open VLD).
Het pop-upconcept is zo oud als de kasseien van de Grote Markt, zegt schepen van Mobiliteit en Openbare Werken Els Ampe (Open VLD).
CULTUUR > ARNAUD VERSTRAETE (GROEN) OVER DE CITROËNGARAGE
UNIEK BRUSSELS STADSPROJECT OF TOCH MAAR EEN MUSEUM? © SASKIA VANDERSTICHELE
Alleen… De Brusselse ministerpresident staat op het punt die kans te missen. Hij heeft een idee en wil dat absoluut doordrukken. Het voorgebouw van de Citroëngarage moet een museum worden en de enorme ateliers worden dan woningen, bevestigde Vervoort woensdag in het Brussels Parlement. Er leven nochtans veel vragen over de haalbaarheid en de betaalbaarheid van een museum in het gebouw… Een dan zwijgen we nog over de collectie. Vervoort geeft toe dat hij die vragen niet kan beantwoorden, maar zijn beslissing staat wel vast.
© SASKIA VANDERSTICHELE
De Brusselse regering koopt binnenkort de Citroëngarage in de Brusselse kanaalzone. Dit unieke gebouw kan dé kans worden voor de heropleving van de wijk, zoals Park Spoor Noord (Antwerpen) of de Van Nelle fabriek (Rotterdam), zegt Brussels parlementslid Arnaud Verstraete (Groen).
“ Er moet zo snel mogelijk inspraak komen over de bestemming van de Citroëngarage. Maak er een uniek Brussels project van, geen kopie”
Het Citroëngebouw wordt zo een symbool voor de manier waarop de Brusselse Regering omgaat met kansen om de stad van de toekomst vorm te geven. De garage staat letterlijk te midden de Brusselse uitdagingen: bevolkingsexplosie, werkloosheid, ruimtegebrek... Een museum en meer woningen, is dat dan het beste wat we hier kunnen bedenken? Of zijn er andere bestemmingen mogelijk, die hier gewoon beter passen? Onlangs organiseerden Groen en Ecolo een debatavond in het Kaaitheater waar stedenbouwkundigen en architecten veelbelovende voorzetten gaven. De zaal zat afgeladen vol. De goesting bij Brusselaars om samen iets van dit geweldige gebouw te maken, is groot. Inspirerende ideeën waren er genoeg: zouden de ateliers van de Citroënsite geen uitstekende plaats zijn voor creatieve economie, voor startups en dus voor broodnodige jobs?
L’art pour l’art Beeld je in dat er geen Zuidmarkt zou bestaan. Dan is het plein leeg, een stenen woestijn. Of moeten er pleinen zijn omdat ze er vanop de tekentafel mooi uitzien? Neen, op een plein wordt er gegeten, gedronken, gerust, gekust, gekocht, verkocht, gelachen, naar muziek geluisterd en zoveel meer. Of mensen een plein bezoeken, hangt af van wat het plein te bieden heeft. De blauw-rode stadscoalitie speelt hierop in. Is dat een schande? Ik denk het niet. Een stad is er in de eerste plaats voor mensen. Els Ampe schepen van Mobiliteit en Openbare Werken in Brussel-Stad (Open VLD)
Technische scholen zouden hier werkplaatsen kunnen inrichten. De garage als atelier waar de industrie van de eenentwintigste eeuw zich ontwikkelt. Zou de showroom niet uitstekend werken als vrije ruimte voor cultuur? Denk aan uitzonderlijke zalen waar verenigingen, kunstenaars, jongeren hun ding kunnen doen. Eerst een fuifzaal, daarna een kunstenaarsatelier, repetitieruimte, expositieruimte, … En waarom geen sporthal, een evenementenzaal, een kinderopvang, een café? ‘De Citroën’ als plek voor ontspanning, ontmoetingen en cultuurproductie. Maak van de Citroëngarage met andere woorden een creatief platform. Een ruimte, die je vooral niet te gedetailleerd invult op voorhand en van bovenaf. Een plek waar Brusselaars mee antwoorden kunnen creëren op de uitdagingen waar Brussel voor staat. De Citroëngarage zou een symbool kunnen worden voor de toekomst van onze hoofdstad. Met zijn koppige en gesloten houding staat Rudi Vervoort nu in de weg van die toekomst. Je mening zonder overleg doordrukken is geen teken van leiderschap. Er moet zo snel mogelijk inspraak komen over de bestemming van de Citroëngarage. Luister naar de Brusselaars en maak er een uniek Brussels project van, geen inhoudsloze kopie. Arnaud Verstraete Brussels Parlementslid (Groen)
lezersbrieven@bdw.be
voor hun terrassen. Zo vergroten ze hun omzet tijdens de zomermaanden. Ondertussen genieten wij Brusselaars van een glas Faro in de zon. Is dat een schande? Ik denk het niet. De Zuidfoor is een ander voorbeeld. Geen enkel kraam wordt er door de overheid ingericht. Het is een ketting van geprivatiseerde openbare ruimte. Zo zie je dat het pop-upconcept zo oud is als de kasseien van de Grote Markt, alleen hebben we er nu een flitsende naam voor.
BRIEVEN VAN LEZERS
BDW 1469 PAGINA 15 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Bevolkingsgroei Ik las het artikel over de hoorzitting in het Vlaams parlement over de Brusselse bevolking (BDW1467, p.4-5) en was verbaasd over de inhoud. Niet alleen licht uw redacteur één enkel aspect uit een debat dat veel rijker en complexer was – wat zijn goed recht is – maar er wordt dusdanig slordig omgesprongen met de inhoud dat het vooral meer verwarring schept. Het artikel bevat verschillende onjuistheden en een hoogst eigenaardige interpretatie van wat er gezegd is. De plaats ontbreekt om elke foute uitspraak recht te zetten, maar ik wil me concentreren op de essentie die reeds in de titels aan bod komt: “bevolkingsgroei laat zich weinig beïnvloeden door demografen” en als hoofdtitel ‘Stop de voorspellingen’. Beide stellingen slaan nergens op. Demografen kunnen de bevolkingsgroei uiteraard niet beïnvloeden en voor zover ik weet heeft geen enkele demograaf dat ooit beweerd. Demografie beschrijft de bevolkingsevolutie. Politici en burgers kunnen uit die beschrijving conclusies trekken en een aangepast beleid voorstellen, maar demografen zijn de eersten om te waarschuwen dat beleid in vergelijking met andere factoren vaak slechts een marginaal effect heeft op bevolkingsevoluties. Een stelling weerleggen die door niemand geclaimd wordt, is intellectueel niet echt eerlijk. Maar het is vooral de hoofdstelling die volkomen onzinnig is. Om te beginnen doen demografen geen ‘voorspellingen’. Jaar na jaar, en telkens opnieuw, proberen we duidelijk te maken dat een bevolkingsprojectie geen voorspelling is. Demografen hebben geen glazen bol. Dit is ook de precisering die ik in het parlement gegeven heb. Projecties proberen aan de hand van de realiteit die we observeren aan te geven hoe de bevolking zal evolueren, in de veronderstelling dat alle gemeten kenmerken constant blijven of constant evolueren. Op basis van expertinformatie kan men projecties modelleren en verfijnen, maar steeds met de bedoeling om aan te geven waar we op basis van de kennis van vandaag binnen een aantal jaar kunnen uitkomen. Het is omdat we weten dat de neiging bestaat om projecties met ‘voorspellingen’ te verwarren dat we in de bevolkingsprojecties van 2008 van het Federaal Planbureau de grafiek opnamen die u publiceert en aan Arau toeschrijft. De publicatie van deze grafiek had net de bedoeling te wijzen op de mogelijke foute interpretatie van projecties. De titel van de grafiek is overigens ten onrechte door BDW gewijzigd in ‘voorspellingen’. Betekent het gevaar voor foute interpretaties dat we dan maar moeten stoppen met het maken van projecties? Een eenvoudige vergelijking maakt dit helder. Als we de wagen nemen om van Brussel naar Oostende te rijden dan kunnen we, eenmaal op de autostrade, op basis van een gestadige snelheid van 110 kilometer per uur besluiten dat we binnen ongeveer een uur in Oostende aankomen. Die informatie is nuttig, want ze laat toe om plannen te maken over het verdere verloop van de
dag en te voorzien wanneer we moeten vertrekken om tijdig aan te komen. Helaas, wanneer ik plots in een opstopping terechtkom ter hoogte van Aalst of Gent, zal ik heel wat later aankomen en een deel van mijn plannen zullen wellicht in het water vallen. Moeten we dan maar besluiten kilometertellers voortaan uit wagens te slopen? Bevolkingsprojecties berekenen precies wat de uitkomst is van een bepaald scenario. Wanneer ik veronderstel dat ik binnen een uur in Oostende zal aankomen, is het omdat ik uitga van het scenario dat ik met constante snelheid zal kunnen doorrijden en misschien moet ik beter mijn scenario aanpassen. In die zin zijn projecties steeds correct: ze geven de uitkomst van de combinatie van de bevolkingsinertie met een welbepaald scenario. Het inertie-effect bevat de evolutie die voortvloeit uit de bestaande bevolkingsstructuur. Zo konden we met grote zekerheid reeds veertig jaar geleden de vergrijzing van de bevolking in de toekomst beschrijven. Daarnaast bouw je een scenario met veronderstellingen over geboorten, sterfte en migratie. Bevolkingsprojecties zijn dus een hulpmiddel om beleid te helpen sturen en vooruitziend te zijn. Ze zijn allesbehalve voorspellingen van hoe de toekomst er zal uitzien. Ze zijn nochtans dermate nuttig dat we reeds in 2006 op basis van de analyse van bevolkingscijfers aangaven dat België en Brussel zich moesten voorbereiden op een periode van sterke bevolkingsgroei. De stelling “Nog een argument tegen voorspellingen: tot 2009 zag vrijwel niemand de demografische groei in Brussel aankomen,” raakt kant noch wal. Reeds in mei 2008 heeft het Federaal Planbureau bevolkingsprojecties gepubliceerd die de belangrijke omslag in sterke groei duidelijk maakten. Het moet gezegd dat België gedurende lange tijd gewoon was aan een periode van zeer trage bevolkingsgroei. Door de trage bevolkingsevolutie was er vanuit de overheid ook geen vraag naar snellere en meer accurate gegevens. Sinds de jaren 1990 is het gecentraliseerde bevolkingsregister actief en kunnen we vrijwel jaar op jaar de evolutie van de bevolking volgen. Dit is een volkomen nieuwe situatie. Met de snelle demografische veranderingen is het vandaag aangewezen om ook het tempo van de projecties op te voeren en sinds 2008 publiceert het Planbureau, terecht, om de twee jaar nieuwe projecties. Geen voorspellingen dus, maar potentiële evoluties gebaseerd op wijzigende vaststellingen. Integendeel, precies omdat de werkelijkheid zo snel evolueert moeten we de vinger aan de pols houden. Net zoals we reeds in 2006 konden aangeven dat we in een groeiscenario waren terechtgekomen, geven we nu reeds een paar jaar aan dat die groei zal afnemen (“afnemen” betekent niet “stoppen”, maar wel tragere groei). De reden hiervoor is onze analyse dat de bevolkingsgroei voornamelijk door economische factoren wordt gevoed – twee derden van de migranten zijn afkomstig uit de EU28 – en dat de crisis van 2008 met vertraging ook impact heeft op migratie. Vandaar dat de nieuwe projecties van het Planbureau rekening houden met deze nieuwe conjuncturele gegevens en de bevolkingscijfers op korte termijn worden bijgesteld. Ten slotte is het belangrijk om ook de componenten in de bevolkingsgroei te onderscheiden. Dat de groei (wellicht tijdelijk) minder sterk wordt door een verminderde intra-Europese migratie, doet de geboorten niet onmiddellijk dalen. In de komende jaren heeft Brussel nog een grote nood aan investeringen in kinderopvang en onderwijs om de opgelopen achterstand goed te maken. Dit zal nog een aantal jaar het geval zijn. De Brusselse bevolking is naar samenstelling de jongste van het land. Zelfs als vrouwen in Brussel gemiddeld evenveel kinderen hebben als in de rest van het land, worden er verhoudingsgewijs meer kinderen geboren precies omdat Brussel veel jonge moeders telt. Bovendien is de schoolgaande jeugd van de komende jaren reeds geboren.
Patrick Deboosere, demograaf ( Vrije Universiteit Brussel)
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDW 1469 PAGINA 16 - dondErdaG 9 aPriL 2015
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK © MUZIEKPUBLIQUE
DUOALBUM > VARDAN HOVANISSIAN EN EMRE GÜLTEKIN HERDENKEN ARMEENSE GENOCIDE
‘VRIENDSCHAP GAAT VOOR OP POLITIEKE CONFLICTEN’
BDW 1469 PAGINA 17 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
het album ook de Turkse stad waar de genocide honderd jaar geleden van start ging. Het was de brandhaard van de volkerenmoord. “Wij dromen van een nieuw Adana, waar Armeniërs en Turken opnieuw vreedzaam samenleven,” zegt Hovanissian. “Wij grijpen de herdenking van de genocide aan om een album te maken dat deze vreselijke gebeurtenis herdenkt. Zodat er in de eenentwintigste eeuw geen genocides meer zijn.”
Nostalgie
Vardan Hovanissian (links) en Emre Gültekin willen bruggen bouwen tussen de Turkse en Armeense gemeenschap.
ELSENE – Honderd jaar na de start van de Armeense genocide brengen de Armeniër Vardan Hovanissian en de Turkse Belg Emre Gültekin een album uit dat dit tragische evenement herdenkt. Maar Adana is veel meer dan politiek, het is vooral een ontmoeting tussen twee klasbakken die gewoon heel mooie muziek willen maken. Op vrijdag 17 april wordt het album voorgesteld bij Muziekpublique.
E
mre Gültekin is in La Louvière geboren en is zoon van de grote Turkse zanger en saz-speler Lütfü Gültekin die naar België gekomen was om in de mijnen te werken. Vardan Hovanissian is twintig jaar geleden uit Armenië in Brussel terechtgekomen op uitnodiging van een bevriende muzikant. Hun levensloop is erg verschillend, maar allebei zijn ze sterk gebonden aan de muzikale traditie van hun land. Twee landen, Armenië en Turkije, die een loodzware geschiedenis delen, een trauma dat nog niet verwerkt is. De herdenking van de genocide die honderd jaar geleden een goed miljoen Armeniërs het leven kostte, is evenwel niet de aanleiding voor deze samenwerking. Het idee kwam van Peter Van Rompuy, directeur van Muziekpublique. “Peter spoorde ons aan om samen een album op te nemen. Hij was erg betrokken, gaf raad bij het uitpluizen van het repertorium, we kregen toegang tot de zaal van Muziekpublique en de rest van het team was ook erg betrokken. Het was echt teamwork,” zegt Emre Gültekin.
Uniek Hovanissian en Gültekin stonden al vaker samen op het podium. Dat begon zo’n vijftien jaar geleden toen Gültekin vernam dat er in Brussel een duduk-speler was, een traditionele Armeense dubbelrietblazer. “Dat is zeer zeldzaam in Brussel, ik heb meteen aan mijn vader voorgesteld om met hem te werken,” zegt Gültekin. “We stonden al vaak samen op het podium, in trio met Lütfü Gültekin en met Blindnote,” vult Vardan Hovanissian aan. Blindnote is eveneens een project van Muziekpublique op initiatief van Van Rompuy met naast Hovanissian en Gültekin muzikanten uit Mexico, Senegal, België en Madagascar. Hij zag dat de combinatie duduk en saz wonderen deed. “Het is in de Turkse en de Armeense cultuur gebruikelijk om een snaarinstrument naast een houtblazer te zetten, maar de combinatie duduk en saz, dat deed niemand ons voor,” zegt
Gültekin. “Dat heeft uiteraard te maken met de moeilijke verstandhouding tussen Turken en Armeniërs. Nochtans passen deze instrumenten wonderwel samen,” vult Hovanissian aan. “Bij ons speelt nationaliteit geen rol,” zegt Gültekin. “Wij zijn eerst en vooral vrienden die graag samen muziek maken en die ook graag buiten de gebaande paden treden. Maar toch, zonder Peter was dit album er nooit van gekomen. We zouden elk aan onze kant muziek blijven maken en af en toe samen iets doen, maar nooit samen een album opnemen.” De Armeense genocide blijft een delicaat thema in Turkije, zelfs honderd jaar na de feiten. “In intellectuele milieus tracht men het thema bespreekbaar te maken en Erdogan (de Turkse president, BT) heeft een tijdje geleden deze dramatische gebeurtenis erkend, maar het blijft taboe om het woord genocide in de mond te nemen aangezien dat verboden is door de wet,” zegt Gültekin. In een wereldstad als Brussel wegen problemen in het thuisland vaak door in het stedelijk weefsel. Hier leven naar schatting 10.000 Armeniërs en over de banden tussen hen en de Turken zijn beide muzikanten het eens: “Turken blijven onder Turken, Armeniërs onder Armeniërs. Er is geen vermenging. Binnen enkele eeuwen misschien...” ironiseert Gültekin de situatie. “Ze zullen sneller banden smeden met Europeanen.”
Verzoening onder buren Het onderwerp is ook bij ons zo delicaat dat er voor de cd-voorstelling in Gent aan de muzikanten gevraagd werd niet te diep in te gaan op de genocide, om de grote Turkse gemeenschap niet tegen de borst te stuiten. “Wij willen met onze muziek net bruggen bouwen tussen beide gemeenschappen,” zegt Hovanissian. “Wij zijn buren, we kunnen de geografische ligging van onze landen niet zomaar aanpassen. We moeten dus een manier vinden om samen te leven. De oplossing zal er niet via de politici komen,
© JAN LOCUS
Vardan Hovanissian:
“Als Emre en ik bevriend kunnen zijn, dan kunnen andere Armeniërs en Turken dat ook”
Op het album staat een mix van traditionele Armeense nummers en eigen composities van zowel Emre als Lütfü Gültekin. Een echte fusie van de Armeense en Turkse traditie is het niet geworden, al hebben de muzikanten wel samen aan de arrangementen gewerkt. “Er is een Turks nummer waarop Vardan met zijn duduk op traditioneel Armeense wijze improviseert,” zegt Gültekin. “En Emre zingt in het Armeens op twee tracks, dat is toch wel moedig,” vult Hovanissian aan, wijzend op de mogelijkheid dat een deel van de Turkse gemeenschap daar niet al te verheugd mee zal zijn. “Het is de eerste keer dat ik in het Armeens zich. Voor de uitspraak heb ik in Vardan natuurlijk een fantastische coach,” zegt Gültekin, die zelf geen Armeens spreekt. De muziek op Adana is eerder triest en nostalgisch, aangezien het over een tragische gebeurtenis gaat, maar ook door de klankkleur van de instrumenten. De duduk is een dubbelrietblazer die deel uitmaakt van het werelderfgoed van Unesco en bekend werd dankzij Peter Gabriels track voor de film The Gladiator. “Het heeft een melancholische sound, zacht en triest, een beetje te vergelijken met de cello en zelfs met de menselijke stem,” zegt Hovanissian, die op het album ook de bergfluit chvi speelt. De saz is een Centraal-Aziatische luit. “Het instrument is niet gestandaardiseerd, ik heb er thuis wel dertig staan die allemaal verschillen wat betreft vorm, formaat, afstemming en soort koorden,” zegt Gültekin. “Ik speel daarnaast ook tanbur, een geraffineerde versie van de saz die aan het Turkse hof ontwikkeld is om klassieke Ottomaanse muziek te maken.” Op sommige nummers worden de twee bijgestaan door contrabassist Joris Vanvinckenroye en percussionist Simon Leleux.
© MUZIEKPUBLIQUE
die zetten al te vaak aan tot haat en oorlog. Volgens mij is verzoening via muziek, sport, literatuur en dialoog wel mogelijk. Als Emre en ik bevriend kunnen zijn, dan kunnen andere Armeniërs en Turken dat ook.” “Onze politici vervallen maar al te makkelijk in nationalisme, waardoor de grenzen nog steeds gesloten zijn,” voegt Gültekin aan. “Nochtans zie ik echt niet zoveel verschil tussen een Griek, een Turk en een Armeniër.” Al was de genocide niet de aanleiding van deze samenwerking, ze is wel het centrale thema van het album. Adana is naast de naam van
Adana komt op 17 april uit op het label van Muziekpublique, dat momenteel aan het onderhandelen is met een Turks label om het album ook daar uit te brengen. En als het van de muzikanten afhangt, volgt er ook een tournee in Turkije en Armenië. Benjamin Tollet Cd-voorstelling op vrijdag 17 april om 20 uur bij Muziekpublique, Naamsepoortgalerij, Bolwerksquare 3 te Elsene. Tickets kosten 8, 12 of 14 euro. Meer info op www.muziekpublique.be
BDW 1469 PAGINA 18 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET DE BOEMELTREIN NAAR ‘t Holleken
Kwieke bejaarden en de mooiste holle weg © SASKIA VANDERSTICHELE
‘T HOLLEKEN – Vaak gaan uitstapjes in het weekend naar verre oorden of grote bestemmingen, maar Nick Trachet blijft dichter bij huis. Hij brengt ons naar enkele pareltjes in de onmiddellijke omgeving van Brussel, waar nog niemand in een reisbureau aan gedacht heeft. Deze week houdt Trachet halt in ‘T Holleken.
O
oit op stap geweest in ‘t Holleken? Hier is uw kans, er stopt elk uur een trein uit het Zuidstation. ‘t Holleken is een deel van Linkebeek. Dat kan gek lijken, want Linkebeek is zelf maar een schort groot (4,15 vierkante kilometer). Toch heeft deze piepkleine faciliteitengemeente twee woonkernen en twee spoorstations, drie zelfs als je er het stationnetje Moensberg bij rekent dat technisch-politiek gesproken in het Brussels Gewest ligt, maar dichter bij het centrum van Linkebeek dan bij een van de dorpen van Ukkel. Linkebeek is nu een deel van de grote stad. Vanuit het centrum zie je de hoogbouw staan en Vlaanderen gaat hier zuchtloos over in Brussel. Maar het is een vrij chique plek, met villa’s en hoge bomen die ooit tot het Zoniënwoud behoorden.
Honderdjarige Maar we stappen bewust af in Holleken, veertien minuten nadat we in het Zuidstation vertrokken. Vanuit Brussel komende, moeten we onder de spoorwegbrug door om naar Linkebeek te trekken. De weg gaat bergop en loopt uit in een fiets- en wandelstraat, de kleine Perkstraat. Daar op de hoek staat een voormalige boerderij met muurankers die 1866 aangeven. Dit is de hoek met de Hollebeekstraat. Voor ons rollen velden en weiden hun tapijt uit. Dit is het absolute randje van de stad en we zien Sint-Genesius-Rode in de diepte liggen. Langs het veld achter de huizen kunt u de Boesdaal bereiken die u rechtsaf slaat, met zicht op de velden. Zo bereikt u weer de Hollebeekstraat die u nu linksaf volgt. Wij wandelen langs de hoeve ‘t Holleken, een cultureel centrum dat ook een speeltuin en picknickveld rijk is, voor als het zonnig zou zijn en de kinderen al nood hebben aan vertier. De Hollebeekstraat loopt bergaf. Let
De Wijnbrondal is misschien wel de mooiste holle weg in de buurt van Brussel. Het is er genieten van lentebloemen en vogelzang.
vooral rechts om verderop het begin van het Wijnbrondal niet te missen. Dit is misschien de mooiste holle weg in de buurt van Brussel, in het Frans heet hij dan ook vallée des artistes! Een beekje heeft de weg gedurende meer dan duizend jaar diep uitgesleten en het is er genieten van lentebloemen en vogelzang. Ik hoor een bonte specht timmeren op één van de hoge bomen. Hij kijkt mij onwennig aan. Beneden aan de helling wacht ons de Kasteeldreef. We zien hier al de trappen die ons naar het centrum van het dorp zullen voeren. Voor de Oostenrijkers 250 jaar geleden de grote steenwegen aanlegden (hier ten Westen de Alsembergsesteenweg), moest het verkeer van Brussel naar het Zuiden door dit dorp, daarom zijn de wegen hier dieper uitgesleten dan elders en is Linkebeek nu een trappendorp. Via de kerktrappen komen we aan het bouwvallige kerkje en het gemeenteplein ervoor. Hier zijn wat winkels en achteraan het kleine gemeentehuis. Er zijn ook vrij veel sporen van de lokale Vlaamse folklore, met name ‘grammensacties’, een fenomeen dat tegenwoordig beperkt blijft tot de faciliteitengemeenten.
Voor het kerkportaal begint ook nog een ‘trap van de Honderdjarige’. Hier moeten kwieke bejaarden wonen! Voorbij het gemeentehuis staan we aan de Stationsstraat. Wie er al de brui wil aan geven kan die rechtsaf nemen naar het station van Linkebeek, of nog even rechtdoor wandelen naar station Moensberg.
Oude professoren Wij draaien echter linksaf en nemen de Kasseistraat naar beneden langs Gemeenschapscentrum De Moelie – de bar is open vanaf 16 uur. De stemmige Sint-Sebastiaanstraat leidt naar de onderkant van de trappen van de Honderdjarige en een kapelletje, verder naar beneden komen we aan de Brouwerijstraat, die wij linksaf nemen. We volgen nu de Linkebeek via de Vijversdreef, langs de beek zijn waterpartijen van verschillende oppervlakten. Let op: met wat geluk zien we een ijsvogel voorbijvliegen. Schrijver en Brusselaar Herman Teirlinck woonde hier ergens tussen 1912 en 1936. De weg volgt een grote bocht die de Linkebeek zijn naam gaf (link = bocht) en zo komen wij bij het Centrum voor Viskweek. Hier doet men
wetenschappelijk onderzoek naar inheemse vissoorten. Het instituut kreeg redelijke internationale vermaardheid omdat ze hier de échte lotte hebben laten
Het is opmerkelijk hoe de twee delen van de gemeente in stijl en landschap van elkaar verschillen.
kweken. Deze vissoort (Lotta lotta L.) is helemaal niet verwant met de zeeduivel die vaak verkeerdelijk ook lotte wordt genoemd, maar het is het enige lid van de kabeljauwsfamilie die in zoet water leeft. De vis was in onze streken al eeuwenlang uitgestorven, maar nu terug. Het instituut is te bezoeken op afspraak, voor groepen van tien tot dertig personen. Van hieruit worden verschillende bedreigde vissoorten weer uitgezet in alle Vlaamse wateren. Iets verderop stoten we op een dries
(driekruispunt) met het beeldje van een Engelse wandelaar. Het verwijst naar de jumelage van Linkebeek met het dorp Kenton bij Exeter, Devon in het Verenigd Koninkrijk. Daarachter vertrekt de Heidedreef de hoogte in, tussen statige villa’s en de vijvers van het Instituut. We zien een vreemdsoortig basketbalmonument voor een huis staan. De weg komt nu uit op het kruispunt van de Hollebeekstraat. Rechtsaf kunnen de moedigen onder ons nog langs het Kleetbos, via het Bospad. Zoniet gaat de weg verder langs de Hollebeekstraat, die we nu als terugweg nemen. Er is een apart voetpad langs de rijweg. We komen voorbij een aantal merkwaardige woonsten van oude professoren, rechters of industriëlen. De weg brengt ons terug naar het volksere Holleken. Het is opmerkelijk hoe de twee delen van de gemeente in stijl en landschap verschillen. En dan is het wachten op het perron voor een trein, die ons desnoods in anderhalf uur naar Antwerpen-Centraal brengt. Nick Trachet www.brusselnieuws.be/ opvadrouille
BDW 1469 PAGINA 19 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
© PARKDESIGN 2014
Growfunding begeleidt voortaan projecten, zoals de Parckfarmkantine.
Growfunding > Voortaan aanwezig op terrein
‘Geen sprake van concurrentie’ BRUSSEL – Growfunding/Bxl gaat voortaan anders te werk, met vier projecten in en rond het nieuwe park L28 aan Thurn en Taxis. “We nemen actief deel aan de projecten,” legt Frederik Lamote van Growfunding/Bxl uit. “Het is begonnen met de Parckfarmkantine twee weken geleden. Nu zijn er drie projecten gelanceerd. Dat zijn festival Tcharmela, Allée du Lapin en Feest van de stadskip.” De manier van werken is nieuw voor Growfunding/Bxl, aldus Lamote. Growfunding/Bxl is op zich een passief platform. Het is een website waar mensen met ideeën na goedkeuring een campagne kunnen lanceren om fondsen te werven. “Die passiviteit proberen we te doorbre-
ken door effectief aanwezig te zijn op het terrein, zelf ook de handen uit de mouwen te steken en begeleiding te geven aan de deelnemers. Zo hebben we ook mee vorm gegeven aan de projecten. Op onze website zijn er nog projecten die dingen naar fondsen, maar we werken niet zo nauw samen met hen als hier het geval is.” Het werkterrein van de vier projecten is de omgeving van het park L28. Om elkaar niet voor de voeten te lopen is samenwerken noodzakelijk. Van concurrentie is geen sprake. “Al de deelnemers kennen elkaar goed en ze werken samen in het kader van de vernieuwing van de wijk,” licht Lamote toe. Gezelligheid en sociaal engagement troef dus in en rond het park aan Thurn & Taxis. Cyril van der Esch
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
andouillette Dit is eten voor de ware liefhebbers, voor échte mannen. De glorie van Frankrijk en de walg van vele bange buitenlanders: varkensdarmen verpakt in een darm. De naam andouillette zou van het Latijnse inductum komen, gevuld, maar dat bekent dan gewoon worst. Andouillette is natuurlijk een heel specifieke worst, die gevuld wordt met darm (chaudin) en maag van het zwijn. Vroeger kon een andouillette ook nog wat anders bevatten, kalfsdarm bijvoorbeeld of mager vlees, maar die variaties zijn nu grotendeels verdwenen, onder andere sinds de dolle koeienziekte. Enkel de andouillette de Troyes schijnt nog courant te worden gemaakt. Die komt niet van Troje, maar van de stad Troyes in de Champagne, in het zuiden van de wijnstreek. Andouillette de Troyes betekent dat zuivere varkensdarm en maag in kleine reepjes worden gesneden en in de buitendarm geduwd. Een andouillette à la ficelle bevat lange strips vulsel die er met een koordje zijn ingetrokken. Een bewijs dat de worst in kwestie met de hand werd gemaakt, want machinaal lukt dat niet. Andouillette is het verkleinwoord van andouille, grote darmworst, die vandaag wat minder populair is en vooral geassocieerd wordt met Bretagne. Op een handige manier trekt de tripier voor een andouille de ene darm door de andere, Denk aan Russische moederpopjes, maar dan van darm gemaakt. Een gesneden plakje andouille ziet eruit als concentrische ringen darm. U komt ze wel eens in schijfjes tegen als garniture voor galettes (boekweitpannenkoeken) in een authentieke Bretoense crêperie. Kleingesneden darmen eten is vandaag iets voor echte kenners, maar niet alleen in Frankrijk. In de Westhoek zien we hier en daar nog wel ‘vette derms’ aangekondigd bij de slager, meestal maar één keer per week omdat schoonmaken en koken van darmen nogal veel werk is. Maar ook de Britse keuken kent chitterlings en in Amerika zijn chitlins ook nog populairder dan je zou denken. Maar de Angelsaksers kijken er een beetje op neer, voor hen is dat voedsel voor armen, terwijl men er in Frankrijk juist hoog mee oploopt. De darmen worden zorgvuldig gespoeld en gewassen, en daarna door de tripier zelf gekookt. Dat is nodig omdat ingewanden sneller vergaan dan spierweefsel. Orgaanvlees zal dus ook voor altijd verbon-
den blijven met pensenkermissen en slachterijen. Droogworsten, hespen en desnoods rugvlees (filet de Saxe), konden maanden bewaren, maar bloed en darmen moesten meteen opgegeten worden. De ingewanden werden in twee soorten ingedeeld. De witte ingewanden heten in Franse keukentaal la fraise. Die mooie naam slaat op het geheel van darmen die samenhangen met het buikvlies. Die geplooide massa gaf trouwens haar naam aan de kanten plooikragen die mode waren tijdens de renaissance en vandaag nog in sommige protestantse kerken. Denk daaraan als u nog eens een Engels kathedraalkoor ziet optreden. De rode ingewanden (lever, hart, milt, longen, nieren en alvleesklier) hebben hun eigen toepassingsgebied, niet in het minst als paté of terrine. Zoals gezegd worden darmen reeds gekookt verkocht, maar de meeste amateurs houden het daar niet bij. Ze worden doorgaans ook nog eens gebakken, zodat de buitenkant krokant wordt. Om het helemaal feestelijk te maken wordt de pan dan geblust met een sterke drank, sommigen gebruiken calvados, bij ons thuis ging het er Vlaamser aan toe, met Jenever van distillerie Claessens uit Wambrechies. Die alcohol verfrist de nogal vette bereiding. Een lepel mosterd hoort er ook bij. Tot mijn verbazing dient men in Frankrijk de andouillette op met frieten, wat een beetje van het goede te veel wordt. Een slaatje is meer dan genoeg. Verder blijkt andouillette eten een mannenzaak. Ik heb zelden aan tafel gezeten met dames die ze bestelden. Erger nog, de vrouwen in mijn leven hebben de neiging de eetzaal, wat zeg ik, het huis te verlaten wanneer vette derms of andouillettes worden opgediend. Ik herinner hoe een dame op visite nieuwsgierig aan mijn vader kwam vragen om een klein stukje te mogen proeven. Ze zette haar tanden erin en rende daarop kokhalzend de tuin in. Het moet iets met de geur te maken hebben. Een gezegde wordt vaak aan Georges Clémenceau toegeschreven, maar komt van een andere Franse président du conseil (eerste minister) uit het begin van de twintigste eeuw, Édouard Herriot: “La politique, c’est comme l’andouillette: ça doit sentir la merde mais pas trop.” Andouillette is
“De vrouwen in mijn leven hebben de neiging de eetzaal, wat zeg ik, het huis te verlaten wanneer ‘vette derms’ of andouillettes worden opgediend” Freudian Food vrees ik, voor mannen die in de zogenaamde ‘anale fase’ zijn blijven steken. Feit is dat liefhebbers van stinkend en glibberig voedsel een soort broederband ontwikkelen. Wanneer ik een wildvreemde ontmoet die ook blijkt van andouillettes, callos, choezels of ettekeis te houden, dan ontstaat er een onmiddellijke verstandhouding. Er zijn veel andouillettes te krijgen in Frankrijk en ons land, maar er bestaat een keurmerk: dat van de AAAAA ofte association amicale des amateurs d’andouillette authentique, met zetel in Parijs. Deze ernstige kring van Franse gastronomische journalisten en schrijvers verleent het keurmerk voor twee jaar aan verdienstelijke tripiers die uitstekende andouillettes maken, na collectief proeven en beoordelen. Het keurmerk wordt vaak vermeld op de spijskaart van de opdienende restaurants. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
ADVERTENTIE
BDW 1469 PAGINA 20 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Geschiedenis > Georges Despaux in Hastir Huis en Europees Parlement
Museum over de geschiedenis van het boek en het schrift
Getekend door Buchenwald © Georges Despaux
www.kbr.be/librarium
GRATIS BEZOEKERSGIDS
op vertoon van deze bon Despaux portretteerde zijn medegevangenen in concentratiekamp Buchenwald.
Koninklijke Bibliotheek van België Kunstberg - 1000 Brussel
ADVERTENTIE
BRUSSEL – Op 11 april 1945 om 15.15 uur werd het concentratiekamp van Buchenwald door de Amerikanen bevrijd. Op hetzelfde moment zeventig jaar later brengt het Hastir Huis Georges Despaux die in het Kleine ‘sterf’ Kamp in Buchenwald zijn medegevangenen portretteerde. Een van hen was de Belg Hendrik Vanmolkot, die een vriend voor het leven werd en aan wie hij 180 tekeningen schonk. Van 4 tot 21 mei zijn de 70 geselecteerde originelen ook te zien in het voormalige Luxemburgstation van het Europees Parlement, “het hart van onze democratie.” “Despaux tekende met potlood op slecht papier en met het gevaar om verklikt te worden. De SS’ers gaven kunstenaars wel eens de opdracht om bijvoorbeeld hun vrouwen te portretteren, maar Despaux heeft zeker ook clandestien gewerkt. Scènes als Le matin à Buchenwald waarop in de zogenaamde Boulevard des Invalides lijken door medegevangenen op een kar worden geladen, waren geen propaganda,” zegt Rik Vanmolkot, Hendriks zoon, die op zoek ging naar de personen achter de geportretteerden. Zoals de accordeonist die in Le mort qu’il faut beschreven werd door medegevangene Jorge Semprún, later nog Spaanse minister van Cultuur. Despaux tekende ook de mythische eik van Goethe, zoals de gevangenen hem noemden omdat Goethe dikwijls naar de Ettersberg trok waar het concentratiekamp werd aangelegd. En bij een scène van de latrines getuigde Paul Le Goupil achteraf dat ze zich aan houten planken moesten vastklampen om niet twee meter diep in de drek te vallen, en dat de echo van het lawaai van buikloop opklom van het ene eind naar het andere.
Vredesopvoeding “Het is mogelijk dat Despaux tekeningen ruilde voor extra voedsel voor mijn vader want hij was doodziek toen hij van Breendonk naar Buchenwald werd overgebracht.” Vanmolkot reconstrueerde beetje bij beetje de vriendschap tussen de Fransman Despaux (1906-1969) en zijn vader (19211969): “Zelf was mijn vader te zwak maar zijn makkers droegen hem elke dag naar buiten om in de zon op krachten te komen. Hij kwam erdoor terwijl hij daar ook kinderverlamming had gekregen wat zo veel als een doodvonnis betekende. In de jaren 1960 kwam Despaux regelmatig bij ons op bezoek, soms wel zes maanden lang, waar hij zich dan terugtrok om te schilderen en
te beeldhouwen. Toen Despaux met een van zijn uitvindingen ons huis bijna in brand stak, was mijn moeder niet opgezet. Maar mijn vader wilde geen kwaad woord over hem horen. Omgekeerd schreef Despaux dat velen het kamp overleefd hadden dankzij het toedoen van de geneeskundestudent, zijn vriend wiens leven hij zelf gered had.” In Kazerne Dossin wordt de bevrijding van Buchenwald nu herdacht met een fotoreportage over de repatriëring van de meer dan 600 Belgen die het kamp overleefden. Als zelfstandig consulent pleit Rik Vanmolkot voor een juiste vorm van herinneren: “Originele tekeningen voegen een extra dimensie toe aan een louter historisch of, wat meestal gebeurt, een emotioneel of zelfs markt- of egogedreven discours. Natuurlijk worstel ik daar ook mee. Het is wellicht geen wonder dat mijn vader op jonge leeftijd is gestorven. Terwijl hij als praeses van de Brabantse Gilde in Leuven gewoon opkwam voor zijn mening.” Op 20 mei worden in de Leuvense Stadsschouwburg de tours naar Buchenwald en Weimar gevierd die de stad op voorstel van Vanmolkot al tien jaar voor zesdejaars organiseert: “Weimar als hoogaltaar van Duitse kunst en cultuur, met Goethe, Schiller, Bach, Liszt, Nietzsche, Bauhaus, en slechts een paar kilometer verder Buchenwald als de negatie van cultuur. De mix van leerlingen uit beroepsscholen en uit de zogenaamde betere colleges confronteert hen ook met hun eigen neiging tot discriminatie van ‘de anderen’.” An Devroe
Vernissage op 11 april om 15u (tot 20 uur) in Hastir Huis, Handelsstraat 51, 1000 Brussel, verder 12, 18 en 19 april van 14 tot 20 uur, lezing op 19 april om 15 uur door Rik Vanmolkot
BDW 1469 PAGINA 21 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Artists in residence David Helbich in Brussel
Een stad in je oor David Helbich (Berlijn 1973) is een Duitse kunstenaar die sinds 2002 in Brussel woont. Voor hij hier aanbelandde, woonde hij onder meer in netjes geordende steden als Freiburg en Amsterdam. Hij trok dan ook grote ogen en oren toen hij voor het eerst de Brusselse straten doorkruiste. Maar uiteindelijk bevielen ze hem zozeer dat hij wandelingen begon te maken die onder meer het bekende fotoproject Belgian Solutions opleverden, waarmee geïmproviseerde ad hoc oplossingen voor kleine praktische stedelijke problemen werden vastgelegd. Maar behalve een man van het beeld en van het woord is Helbich ook een man van het geluid. Hij studeerde muziek en filosofie, geeft muziekanalyse aan dansschool Parts en probeert de combinatie van choreografie en muziek ook uit in stadschoreografieën, soundwalks en audiogidsen die gestoffeerd zijn met field recordings en instructies die je de stedelijke werkelijkheid op een andere manier doen ervaren. Eén van die projecten loopt momenteel in de Beursschouwburg. Brussels tracks stuurt je met een mp3-speler, een forse koptelefoon
© IVAN PUT
BRUSSEL – Er zijn kunstenaars die je naar een stad doen kijken, kunstenaars die je over een stad doen lezen, en er zijn kunstenaars die je naar een stad doen luisteren. Eerst met je linkeroor en dan met je rechter.
en een instructieboekje het stadscentrum in voor een geanimeerde wandeling die je op je eentje of in groep en op eigen tempo kan maken. Verwacht daarbij geen toeristische informatie, historische weetjes of andere stadsverhalen. Helbichs werkwijze bestaat erin de deelnemer zelf beter te laten kijken - of in dit geval luisteren - naar de onvermoede details die de werkelijkheid reliëf geven. “Ik voeg geen inhoud toe aan de stad, alleen vorm. Ik frame de werkelijkheid. Toeristen dwalen dikwijls in sneltempo door een stad, terwijl je je juist beter integreert als je een tijdlang niet beweegt.”
Derde oor
David Helbich laat je op een andere manier naar Brussel kijken en luisteren.
Nog tot eind mei kan je van woensdag tot zaterdag tussen 12 en 22 uur in het zog van Helbich op stap gaan in het centrum. Ik heb dat even voor u uitgeprobeerd. Hoewel ik niet stond te springen om met twee van die dikoren de straat op te gaan en mijn gebruikelijke zelfverzekerde tred in te ruilen voor het weifelend gedraai en gekeer dat gepaard gaat met het lezen en volgen van de niet helemaal eenduidige handleiding. Komt daarbij dat die dekselse Helbich ook niet vies is van wat humor op tijd en stond. Zo tref je bij de warm-up oefeningen in het boekje al instructies aan als “Look at your left ear”, “Point at both ears”, of “Imagine a third ear on your forehead”. Bij de eerste stop op de trappen van de Beursschouwburg
ADVERTENTIE
probeert Helbich je vervolgens te overhalen om “naar links”, “naar rechts” of “achter je hoofd” te luisteren. Zoveel mindfulness kan die drukke plek nauwelijks verdragen. In de categorie practical jokes past ook een track als Key Notes. Die moet je afspelen terwijl je je koptelefoon losjes aan zijn kabel heen en weer zwiert vanuit je heup. Omdat uit de koptelefoon het geluid van rinkelende sleutels weerklinkt, lijkt het dan alsof je op een zomerse dag gezwind met je sacoche op en neer deint. Op het einde van de wandeling mag je de koptelefoon zelfs als een hond aan de leiband achter je aanslepen. De track Goodbye laat dan het aandoenlijk geblaf horen van het beestje dat op deze korte stadswandeling je vriendje is geworden. Tussendoor komt het bijvoorbeeld ook nog tot grensoverschrijdend seksueel gedrag met het Coca-Colagebouw op het De Brouckèreplein. Ik moet toegeven dat ik dat soort fratsen niet altijd tot in de details volgens het boekje heb uitgevoerd. Gelukkig zitten in het parcours ook haltes met subtielere suggestieve instructies. Die op het dak van Parking 58 bijvoorbeeld. Daar slaagt Helbich erin om je eerst met behulp van een grondplannetje en het geluid van fluitende vogeltjes en voetstappen in het grind naar het park van Versailles te transporteren, en daarna met een fotomontage en een field recording naar een appartementsblok in Nabloes. Ook passages aan de bushalte in de Bisschopstraat of het shoppingcentrum City 2 worden met de extra geluidslaag die de mp3-tracks over de bestaande realiteit heen leggen een geestverruimende ervaring. Michaël Bellon www.brusselnieuws.be/inresidence
BDW 1469 PAGINA 22 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
Het brood dat Celej vandaag verkoopt in ‘C’est si bon’ is biologisch en valt te vergelijken met het brood op het Franse platteland.
CHRISTIAN CELEJ BAKKER
Ambitie: het beste brood ter wereld bakken ANDERLECHT – Vijf jaar geleden volgde hij cursussen Anarchisme over hoe je met zo weinig mogelijk geld kunt overleven - en twee jaar geleden ging hij maand na maand bijna failliet. Vandaag floreert zijn bakkerij en staat de opening van een tweede op stapel. Zijn ambitie is dan ook niet min: het beste brood ter wereld bakken, maar zelf vindt hij dat de enige juiste ambitie.
N
a een nacht werken ziet hij er hondsmoe uit, als we die donderdagochtend om kwart over negen handen schudden in de bakkerij aan de Processiestraat 42 in Anderlecht. Het lijkt wel een noodbakkerij: in de etalage liggen zakken bakmeel, in de toog brood, croissants, chocoladekoeken en focaccia’s. Geen Berlijnse bollen, geen schuimpjes en andere modieuze zoetigheden, geen snoepjes voor de kinderen, wel de eerste achttien hoofdstukken van zijn ‘filosofisch’ boek over
brood. Hij wil zich even opfrissen vooraleer we praten. Ik leg mijn opnameapparaatje op een andere stapel van zakken bakmeel, mijn notitieboekje op een smal bankje. Het interview vindt al staande plaats. De zakken bakmeel in de etalage zijn geen statement, legt hij uit, hij heeft nergens anders plaats. Hoe moe hij ook is, hij ontpopt zich tot een echte praatvaar. Zijn familienaam klinkt exotisch – Celej – maar hij is een geboren en getogen Montois. Hij studeerde Economie aan de UCL, en trok met Eras-
mus naar Warschau en Warwick waar hij altijd Duitse vrienden had. Dat hij uiteindelijk bakker geworden is, heeft hij te danken aan Duitse vrienden. In het eerste hoofdstuk van zijn boek luidt het aldus: “Deze bakkerij is het resultaat van een veelheid aan ontmoetingen, de ene al merkwaardiger dan de andere, maar als er ook maar één ontbrak, zou wat ik dag na dag doe, al vele maanden lang, niet mogelijk zijn.” Christian is een dertiger, hij studeerde af toen de financiële crisis in 2008 in alle hevigheid uitbrak. Twee Erasmusjaren gaven hem respijt, een jaar in het Britse Warwick en een jaar in het Poolse Warschau: “Net zoals veel jongeren van mijn generatie studeerden we voor het plezier, nogal wat leeftijdgenoten haalden de ene master na de andere.” Na een interim bij een financiële instelling, dreigende werkloosheid, zijn liefje dat hem in de steek liet en zijn auto die total loss uit een ongeval kwam, maakte hij
geen depressie door. Hij greep de kans om zijn grote droom waar te maken: vlot Duits leren spreken. Christian: “Een onbetaalde stage op een boerderij leek me de goedkoopste manier om Duits leren, maar de romantiek van dieren voederen was al na twee dagen over. Ik trok van de ene boerderij naar de andere.” Maar dan gebeurde er een wonderbaarlijke ontmoeting. Terwijl Christian in een van de boerderijen ‘babytomaten’ aan het verzorgen was, kwam Karim er aan. Karim was er pas negentien, net de puberteit ontgroeid, van Algerijnse origine, overtuigd anarchist, een vat vol ressentiment tegenover een Duitsland waar hij zich niet aanvaard voelde, maar evenzeer tegen religie, tegen de islam. Christian trekt in bij Karim in Frankfurt-am-Main waar hij een anarchistische stage volgt, maar alras duiken de meningsverschillen tussen de twee op. En de smaken. Karim is vegetariër, Christian niet.
BDW 1469 PAGINA 23 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
© BART DE WAELE
Ze maken het appartement leeg, tot en met de vloerbekleding. Karim trekt blootvoets naar Portugal, schoenen en T-shirt gooit hij in de vuilnisbak. Karim wilde leven als een vagebond, hij zwoer nooit nog huishuur te betalen omdat hij dat onrechtvaardig vond. Christian heeft bij de anarchistische jongeren wel veel geleerd: “Ik leerde om gratis te reizen met het openbaar vervoer en om mijn maag te vullen met schotels die de grootwarenhuizen in de vuilnisbak dropten. Er werden ontzettend lek-
“Of ik mijn succes te danken heb aan een opleiding Economie? Neen, aan de kwaliteit van mijn brood” kere schotels, niet eens over tijd, weggegooid. Dat schijnt nu niet meer zo te zijn. Maar ik kreeg ook een ingeving: ik moet brood leren bakken.” Hij kwam op aanraden van Karim terecht in een biologische bakkerij, hij kreeg een matras en hij kreeg gratis eten. Na vier dagen stapte hij het al af. Hij liet een briefje achter. Christian: “Om middernacht opstaan om brood te leren bakken, viel me zwaar na een anarchistische stage.” In het Duitse Rostock aan de Baltische Zee had Christian meer geluk: hij kon er een maand stage lopen in een bakkerij waar hij maar drie keer per week aan de slag moest. En
In de winkel wordt het ondertussen behoorlijk druk, gelukkig heeft Christian hulp. Als het brood gesneden wordt, pauzeren we noodgedwongen. Ik was vergeten dat die dingen – broodsnijmachines – zoveel lawaai maken. We praten verder, over brood. Er vallen grote namen zoals die van de Parijse bakker Franck Debieu: “Na het proeven van zijn brood luidde mijn spontane reactie: zo lekker heb ik het nog nooit gehad, ik moet hetzelfde doen.” Volgden biologisch-dynamische bakkerijen als Volcker in Berlijn, Gragger in Wenen en Linz, Jürgen in Aken en de eerste gecertificeerde biologische bakkerij in Polen: Bogdan. Om zijn kennis van de grondstoffen te verrijken ging Christian ook nog langs bij Triptolème, een vereniging die oude granen die zeer voedzaam en zeer ecologisch zijn wil doen herleven. Met al die kennis en stages op zak slaagde Christian erin om in twee maanden tijd zijn diploma van bakker te halen. “Mijn medeleerlingen noemden me spottend grand maître, zo nauwkeurig ging ik tijdens de praktijklessen te werk. Toen heb ik het besluit genomen: ik wil het beste brood ter wereld bakken en dat heb ik de examenjury ook gezegd. Ze hebben me veel geluk gewenst.” Christian heeft zwarte sneeuw gezien de eerste maanden na de opening van de bakkerij in Anderlecht: “Soms had ik geen geld om eten te kopen.” Hij geraakte gecharmeerd door de bakkerij omdat ze een stenen bakoven had, maar de bakkerij stond al twee jaar leeg, de buurtbewoners kochten hun brood elders. Drie keer in drie maanden tijd ging ik bijna failliet. Maar in april 2013 regende het pijpenstelen, de markten hadden weinig succes en de klanten begonnen te komen. Zijn klanten komen uit de buurt en uit alle Brusselse gemeenten, hij heeft nooit één eurocent aan reclame uitgegeven, hij moet het hebben van mond-tot-mondreclame en van de hoofdstukken van zijn boek die doorgegeven worden. Het brood dat hij aanbiedt verschilt van week tot week, soms zeggen ze dat ze de versie van de week voordien toch beter vonden. Dat kan, zegt hij. Maar gaandeweg wordt het alsmaar beter, het brood van dit jaar moet beter zijn dan dat van vorig jaar. Het bakmeel dat hij gebruikt komt uit Duitsland (zoals bij Jürgen) en uit Frankrijk (zoals bij Franck Debieu). Een huwelijk tussen Frankrijk en Duitsland moet volgens hem het beste brood ter wereld opleveren. Of: een brood dat de kwaliteiten heeft van Schwarzbrot en de baguette. Hij heeft ook nog een primeur in petto: in september plant hij de opening van een tweede bakkerij, in het centrum van Brussel, op de grens met Molenbeek. Hij heeft net een architecte onder de arm genomen. Twee jaar geleden bittere armoede, nu al op weg naar een tweede bakkerij. Heeft hij dat te danken aan zijn economische scholing? Christian: “Nee, aan de kwaliteit van mijn brood.” Van Socrates tot Aristoteles hebben de Griekse filosofen ons het belang van de dialoog geleerd, van de confrontatie van zekerheden om tot de waarheid te komen. Ik stop de eerste hoofdstukken van Christians boek in mijn tas. Er komt een oudere man met rugzakje binnen, een fietser. “Een collega heeft me verteld dat u heel lekker brood bakt.” Als laat ontbijt vertrek ik met een croissant en een chocoladekoek. Ze proeven verrukkelijk. Nu is het wachten op de volgende hoofdstukken van Christians boek waarin hij uitlegt hoe je vanuit ‘brood’ een hele filosofie kan ontwikkelen over het gezin, liefde, vriendschap en moed. Danny Vileyn De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Mieke Van Raemdonck: “Ik word getroffen door de harmonie van elk object.”
‘Harmonie is een relatie’ BRUSSEL – Van 1993 tot 2014 was Mieke Van Raemdonck conservator Islam en Christelijke Kunst van het Oosten in de KMKG. De neerslag van twintig jaar onderzoek naar de Belgische collectie is nu te lezen in het boek ‘In harmonie. Kunst uit de islamitische wereld’ (Lannoo). In 2008 opende u fier de Zaal van de islamitische kunst. Hoe vertaal je een zaal naar een boek? Mieke Van Raemdonck: “Arabieren, Perzen en Turken hebben elk hun eigen achtergronden en geschiedenis. Hoewel het in de zaal visueel niet opvalt, zijn we ook daar van regionale en chronologische spreiding vertrokken. Maar samen met de andere experts uit binnen- en buitenland ontdekten we nog veel nauwere banden tussen de volkeren dan eerst gedacht. Het was ook fijn om te voelen hoe we eenzelfde beeld van de islam wilden uitdragen en behalve wetenschappelijk ook toegankelijk wilden zijn.” “Het tactiele, want de houten moskee aanraken mag, en visuele vertalen was niet zo gemakkelijk. Door de lichtwerking op de foto’s van Hugo Maertens is er net zoals in de zaal met gefilterd licht door het
CULTUUR KORT
Tweede bakkerij
3 VRAGEN AAN MIEKE VAN RAEMDONCK © LANNOO
dan werd het tijd om terug te keren naar België, zijn Duits stond op punt. In zijn achterzak had hij ook een plan B: mocht hij geen werk vinden met zijn universitaire diploma’s dan kon hij nog altijd als bakkershulp aan de slag.
scherm, geïnspireerd op een Arabisch kamerscherm, (mashrabiyya), veel sfeer.” Welk object is het meest harmonisch? Van Raemdonck: “Kiezen lukt me niet! Ik word getroffen door de harmonie van elk object, van het kleinste olielampje tot de monumentale houten moskeefragmenten. Bovendien is mutanasiban (‘in harmonie’) een derde werkwoordsvorm van nasaba, verbinden, wat op een relatie duidt. Het gaat dus niet zozeer om een statisch kenmerk van een artefact, als om een proces dat zich afspeelt tussen artefact en waarnemer en bij hem of haar een evenwicht teweegbrengt. De Arabische auteur Ibn Khaldun gebruikt het woord als hij het over schoonheid heeft.” Is er leven na de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis? Van Raemdonck: “Het onderwerp zal me blijven interesseren, maar ik hoop zonder druk en zonder bureaucratie. Verder ben ik erg gelukkig die mooie voorwerpen van zo dichtbij meegemaakt te hebben. Soms voelde ik de vingers van de pottenbakkers en de veeg van de schilder.” An Devroe
MEIKLOKJE NODIGT TANTE VAN CHARLIE UIT. Roger en Charlie, twee jongeheren van aristocratische huize, hebben een boontje voor de knappe zusjes Eline en Céline, maar ze mogen de jongedames alleen ontmoeten met een chaperonne erbij. De heren dromen ervan om Eline en Céline hun liefde te betuigen voor ze naar de Azurenkust vertrekken. Charlie verwacht het bezoek van Donna d’Alvacorez, een steenrijke tante uit Brazilië. Dat bezoek is zeer welgekomen want Roger heeft net vernomen dat zijn vader het familiefortuin heeft verspeeld op de beurs. Als de tante op zich laat wachten moet de butler een gedaanteverwisseling ondergaan. Het Meiklokje voert deze klassieke Britse komedie van Brandon Thomas op vrijdag 24 april en zaterdag 25 april om 20 uur op en op zondag 26 april in het Gemeenschapscentrum De Kroon, J.B. Vandendriesschestraat 19 in Sint-Agatha-Berchem. Toegangsprijs: 13 euro aan de kassa, tien euro vooraf. n BRUSSELS ART GUIDE IS OP KOMST. Ieder jaar telt Brussel meer kunstenaars en kunstverzamelaars uit heel de wereld, meer galerijen, meer kunstencentra. De Stichting voor de Kunsten nam zich voor een exhaustieve gids samen te stellen van alle projecten en locaties die cultureel gelinkt zijn. De Brussels Art Guide 2015/2016 begint met interviews met tien persoonlijkheden en hun visie op de hedendaagse kunst in Brussel. Samen kozen ze ook 40 coups de coeur. Tot slot is er een adressenlijst. De gids wordt op 22 april voorgesteld in het kader van Art Brussels, ze telt 208 bladzijden en kost tien euro. n EEN WEEK LANG HOPLA. Al voor de negende keer pakt Brussel-Stad uit met een circusweek voor groot en klein, Hopla genoemd. De circusweek vindt plaats op dertien locaties van 13 tot en met 17 april, voor de eerste keer ook in de wijken van Laken. Meer info op www.hopla-cirk.be. Samengesteld door Danny Vileyn
BDW 1469 PAGINA 24 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
VOETBAL > JACQUES URBAIN WERKT IN DE LUWTE MEE AAN SUCCES VAN UNION SINT-GILLIS
‘GEEN OPERETTESPELERS NODIG’ BDWSPORT
© MARC GYSENS
SINT-GILLIS – Union is goed op weg om de promotie naar tweede klasse af te dwingen. Dat sommige derdeklassers door strenge licentievoorwaarden niet wensen te promoveren helpt een handje, maar dat neemt niet weg dat de Brusselaars sportief goed bezig zijn. Jacques Urbain (65) is na jarenlang trainer te zijn geweest nu actief als technisch directeur. Het succes is ook een beetje het zijne. lf keer ben ik als trainer gepromoveerd naar een hogere divisie,” vertelt Urbain. “In 2004 was dat met Union, toen we voor het laatst in tweede klasse hebben gespeeld. Het zou mooi zijn mocht ik tijdens mijn derde passage bij deze club nog eens kunnen promoveren. De kaarten liggen alvast goed.” Urbain werd vorig seizoen terug aan boord gehaald bij Union. Zijn tweede termijn had nochtans een wrang gevoel nagelaten, onder meer door een bestuurswissel. Maar nu er met voorzitter Alain Vander Borght en hoofdinvesteerder Jurgen Baatsch een stevig bestuur aan het roer is, hapte hij toch toe. “Ik werd aangetrokken om te werken aan de coördinatie met de jeugdschool. Ik ken de club goed. Een toffe, maar ook wel speciale club. Het is zeer familiaal en dat heeft ook mindere kanten. Zo trachten heel wat mensen – niet altijd met slechte bedoelingen, hoor – hun neus in allerhande zaken te steken. Dat heb ik hier ook als trainer meegemaakt.” “Ik vind dat iedereen zijn plaats moet kennen. Op een bepaald moment moet je kordaat zijn en je verantwoordelijkheid nemen. Op alle niveaus. Door de functie van technisch directeur te creëren is er nu meer structuur.” Alvorens die functie op te nemen, moest Urbain eind vorig seizoen nog inspringen als trainer. De ploeg strandde alsnog op een zucht van promotie naar tweede klasse, maar na het seizoen ruilde de interimcoach zijn functie voor die van technisch directeur. “Mijn functie is nieuw binnen de club, al was er vorig seizoen met Abdel Borak wel een manager. Maar hij is eveneens spelersmakelaar en dat is geen evidente combinatie. Hij heeft heel wat spelers aangekocht die, hoewel ze niet slecht waren, volgens mij niet echt samen in een ploeg pasten. Er is niet genoeg gekeken naar de complementariteit van de spelers, zowel tactisch als psychologisch. Elf namen bijeen kopen kan iedereen. Maar je moet net een ploeg kunnen vormen.”
‘E
Geen geniepigaard Urbain moest dus op zoek naar een nieuwe coach. Hij maakte een eerste selectie en ging in een later stadium de gesprekken aan met kandidaten, in overleg met de voorzitter en hoofdinvesteerder. Met zijn veertien jaar ervaring als lesgever aan de trainersschool was hij de geknipte selectieheer. “Drazen Brncic had tijdens ons gesprek wel indruk op mij gemaakt. Hij kon goed uitleggen wat hij wou en kon interessante methodes voorleggen. Hij tekende uiteindelijk in mei zijn contract.” “Aangezien de onderhandelingen met de trainer nog liepen, ben ik begonnen met het samenstellen van de spelersgroep. De kern
Het is in positieve zin, om de trainer en de club te helpen.” Het harde werk in het Dudenpark werpt dit seizoen zijn vruchten af. Mede dankzij het feit dat sommige derdeklassers hun licentie voor tweede klasse niet aanvroegen, is de kans groot dat Union binnenkort de promotie mag vieren. Achter de schermen wordt geanticipeerd. “Ik ben al bezig met volgend seizoen, ja. Ik weet nog niet met welk budget ik zal werken, maar ik kijk al uit naar interessante spelers. Indien we promoveren, zouden we toch drie à vier basisspelers moeten aantrekken. Mannen met ervaring in tweede die kwaliteit bijbrengen. Ze moeten niet met operettespelers afkomen, maar gasten met
“De coach heeft het laatste woord over zijn kern en het spel. Maar het moet passen in de filosofie van de club”
Jacques Urbain: “Indien we promoveren, zouden we toch drie à vier basisspelers moeten aantrekken. Spelers die hier passen, anders werk ik er niet aan mee.”
van 26 was te ruim en te veel jongens zaten in dezelfde periode in hun carrière. Daarom werd de groep opgekuist en werden er een paar jongeren naar de A-ploeg gehaald. Ik heb onder meer Geoffrey Cabeke en Charles Morren aangetrokken. Die laatste kende ik al een paar jaar en ben ik in tweede provinciale gaan halen.” Urbain heeft dus samen met trainer Brncic de huidige spelerskern gevormd. Hij luistert naar de wensen van zijn coach, staat in contact met makelaars om naar opportuniteiten te speuren en gaat naar de bestuurders als er knopen doorgehakt moeten worden. Maar ook op tactisch vlak doet hij graag zijn zegje. “Natuurlijk heeft de coach het laatste woord. Maar het moet allemaal passen in de filosofie van de club. Tactisch heb ik ook wel een inbreng om daar op te letten. Elke week ga ik naar een drietal trainingen kijken en praat ik met de coach.”
Geen show “Je mag me als een man van de luwte zien, ja. Maar niet in de zin van een geniepigaard, hé.
GEEN MINUUT STILTE MEER? Union is terug hip. De tribunes zitten bijvoorbeeld steeds voller, heel wat cafés uitten zich als Uniongezind en @UnionStGilloise is steeds meer te vinden op Twitter. “Ik loop hier al een tijdje rond en ik merk ook wel dat Union steeds meer leeft,” aldus Urbain. “Ik zie steeds meer jonge gasten in de tribunes. Dat is goed, want we staan bekend als een club met een ouder publiek. Er wordt zelfs gegrapt dat elke thuismatch een minuut stilte wordt gehouden, want om de vijftien dagen is er wel iemand gestorven (lacht). Het is leuk om te zien dat die jonge gasten de mentaliteit en de sfeer van de club behouden.”
een goede mentaliteit. We moeten een stevige basis leggen zodat we geen liftploeg worden.” Of er in de toekomst nog echt sprake zal zijn van liftploegen hangt af van de competitiehervorming die doorgevoerd zou kunnen worden. In het voorstel staat dat het aantal profclubs herleidt wordt tot 24 ploegen en dat de tweede klasse, die nog maar acht ploegen zal tellen, helemaal hervormd wordt. “We moeten afwachten wat er uiteindelijk uit de bus komt. Maar we hebben wel de ambitie om ons stevig te settelen als we opgaan. Dat is ook nodig om goede spelers aan te kunnen trekken. “De afgelopen maanden waait er alvast een frisse wind binnen de club. Jurgen Baatsch en medebestuurder Michael Piette hebben veel ideeën op commercieel vlak en dat doet de zaken bewegen. Nogmaals, bij een club als Union is het soms moeilijk omdat sommige mensen vasthouden aan hun gewoontes. Maar ik vind dat beide heren het goed doen. Uiteraard moet er gecommuniceerd worden met de sportieve cel om op dezelfde golflengte te blijven zitten, en dat gebeurt ook.” Projecten zoals het bouwen van een tribune achter de goal, waar nu het secretariaat gevestigd is, lopen nog. Maar dergelijke zaken nemen tijd, veel tijd. Dat het stadion aan de gemeente behoort, zorgt soms ook voor lange wachttijden en bepaalde ongemakken op vlak van veldonderhoud. Maar volgens Urbain is de club op de goede weg. “Het is belangrijk om de promotie naar tweede klasse af te dwingen en op de ingeslagen weg door te gaan. Ik vind alvast dat we goed bezig zijn.”
Tim Schoonjans
BDW 1469 PAGINA 25 - DONDERDAG 9 APRIL 2015
@3X3BasketballBE @ManuLecomte20 en de Miami Hurricanes verliezen de finale van het #NIT Tournament na OT in Madison Square Garden. Awesome experience i bet
ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE
Pol en ik, ik en Pol
Dat Manu Lecomte een topper in wording is, las u twee jaar geleden al op deze sportpagina’s. De Brusselaar zet die stempel kracht bij met uitstekende prestaties bij de Miami Hurricanes. Zij plaatsten zich voor de finale van het National Invitation Tournament, een topcompetitie tussen Amerikaanse collegeploegen. Lecomte en zijn maats verloren uiteindelijk met 66-64 van Stanford, na verlengingen. Maar het staat nu al vast dat we nog van hem zullen horen. TS
Theaterstuk over Union Sint-Gillis
UNIVERSELE PASSIE “Ik zat daar, naar de match tussen Rode Ster Belgrado en Dynamo Kiev te kijken, en dacht bij mezelf: eigenlijk zijn het theater en een voetbalstadion nogal vergelijkbaar,” vertelt Sanja Mitrović, auteur en producer van het stuk. “Ik was overweldigd door de sfeer, de gezangen, de choreografie van lichamen. Al die emoties, al die passie; het is iets dat je ook terugvindt op een theaterscène.” De ervaring in haar thuisland Servië, in 2000, was de kiem die uiteindelijk uitgroeide tot Do You Still Love Me? In het stuk worden vier acteurs gespiegeld aan vier voetbalsupporters. Beide groepen delen hun ervaringen en groeien stilaan naar elkaar toe. “Wat was je eerste hoofdrol? Wat was de eerste match die je van je club hebt bijgewoond? Dat soort informatie delen beide groepen met elkaar, en ze gaan daar ook op in door vragen te stellen. Ze schuwen geen vooroordelen, zoals het beeld dat voetbalsupporters vooral blanke hooligans zijn. Ze weerleggen dat, gaan een dialoog aan en beseffen stilaan dat hun passie vergelijkbaar is.”
Union Bhoys Mitrović werkte eerst met voetbalsupporters van het Franse Stade Reims en ondertussen deed ze dat ook met aanhangers van Feyenoord Rotterdam, Union Sint-Gillis en volgend jaar Paris Saint-Germain. Haar keuze voor de Brusselaars is geen toeval. “Ik woon
SPORT KORT
Ketjes maken dezer dagen gretig gebruik van de paasvakantie om sportstages te volgens in allerhande sportclubs en gemeenschapscentra. Wie geen plaatsje heeft kunnen bekomen en wel eens iets anders wil uitproberen, kan volgende week terecht bij de negende editie van Hopla!, HET FEEST VAN DE CIRCUSKUNSTEN. Van maandag 13 tot en met zondag 19 april zullen er in Brussel verschillende evenementen georganiseerd worden. Circuscabaret Bardaf trekt als een rondreizend circus door verschillende gemeentes, circusschool Circus Zonder Handen voorziet in de buurt van de Vismarkt initiatieruimtes voor kinderen en jongeren, enzovoort. Meer info op www.hopla-cirk. be. n Tijdens START-TO-GOLF op zondag 19 april openen clubs hun deuren om iedereen die het wil kennis te laten maken met de sport. In Brussel neemt er maar één club
© KRIS DEWITTE
BRUSSEL – Passie is passie, of het nu voor een theaterstuk van Shakespeare is of voor een voetbalmatch van Union Sint-Gillis. Het theaterstuk ‘Do You Still Love Me?’ brengt beide werelden samen.
in de buurt van het stadion en ben al naar een paar matchen gaan kijken. De open sfeer vind ik speciaal, het internationale publiek is zeer Brussels.” “Vier ultra’s van de Union Bhoys spelen zelf in het stuk. De verhalen en ervaringen die ze delen zijn echt, maar zijn uiteraard gekaderd en in dialogen gegoten. Maar eigenlijk spelen ze zichzelf, net als de acteurs. Allemaal gepassioneerde mensen die op het einde van het stuk geen twee groepen van vier meer vormen, maar één groep van acht.” De première van het stuk met Union-supporters vindt op vrijdag 24 april plaats in de Beursschouwburg. Na een tweede Brusselse opvoering trekken ze nog naar Hasselt en Leuven. “Hopelijk komen er nog meer voorstellingen bij. In Reims zijn er tijdens de première heel wat supporters komen kijken, waardoor er een leuke mengeling was van voetbal- en theaterfans. Hopelijk herhaalt zich dat in Brussel.” Tim Schoonjans
Eigenlijk was het niet de bedoeling. Maar ik heb het toch gedaan. Ik heb mezelf en de Brusselse middenstand een plezier gedaan. Er blinkt sinds kort een nieuwe hartslagmeter rond mijn linkerpols. Cadeautje voor mezelf. Ach, het was twee dagen voor mijn verjaardag. Het mocht. Een hartslagmeter dus. Hij is wit, compact, van een bekend Fins merk en heeft een geïntegreerde gps. Pol – vanaf nu heet mijn hartslagmeter Pol – is geweldig. Na ieder inspanning spuwt hij duizelingwekkend veel getallen. Werkelijk. Hij kakt cijfertjes aan de lopende band. Meer dan mijn dikke rood aangelopen kop kan bevatten. Mijn hartslag uiteraard (de actuele, de maximale en de gemiddelde), mijn snelheid (ook de actuele, enzovoort), de hoeveelheid verbrande calorieën en het vetpercentage daarvan, het aantal hoogtemeters en mijn runningindex. Wat dat betekent, moet ik nog eens uitvogelen. Pol geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Maar ‘t is een topgozer. Zelfs na een run waarbij ik me dagen later nog lamlendig voel, heeft de Polle een grafiekje of statistiekje klaar waaruit blijkt dat ik een echte held ben. Beste gemiddelde tempo aangehouden. Grootste hoogteverschil overwonnen. Snelste kilometer uit mijn tengere lijf geperst. Een verbeterde aerobe conditie. Ik ben altijd goed bezig. Ik heb mezelf een onvervalste complimentenmachine cadeau gedaan. De verkoper heeft me wijsgemaakt dat mijn nieuwe digitale vriend ook een ‘back to start’-functie heeft voor als ik me verslik in mijn runner’s high en behalve het noorden ook de andere windstreken uit het oog
verlies. Maar ook dat knopje heb ik nog niet gevonden. Het is nog te vroeg om te gaan freewheelen in het Zoniënwoud. As we speak hangt Pol te synchen aan mijn computer. Even op adem komen. Batterijen opladen en terloops die cijferstroom op mijn scherm gooien. Pol toont me de kaart van waar we vandaag zijn gaan sporten. Ik heb hem voor het eerst Ter Kamerenbos laten zien. Dat ronde lijntje langs de oevers van de vijver, dat zijn wij. Ik toonde hem het bos en de bomen, de chalet Robinson en het fonteintje met gratis drinkbaar water. Hij toonde mij hoe ver we van huis waren en hield ook nauwkeurig het toerental van mijn motor in de gaten. Pol begint te piepen als ik te enthousiast versnel. Hij zorgt ervoor dat we een gezamenlijke koers kunnen varen van zo’n 160 slagen per minuut. Ik durf er af en toe wel eens de hoekjes van af te lopen. Pol niet. Hij is de nauwkeurige van ons twee. Niets ontgaat hem. We kennen elkaar nog maar net. Maar dit is een goed team. De belangrijkste functie van Pol is zijn permanente aanwezigheid. Hij is onopvallend, maar nooit veraf. Hij is een constante reminder dat ik uit mijn luie zetel moet komen en actie moet ondernemen. Soms piept ie. Als een kat die tegen je benen aanschurkt en spinnend om wat aandacht vraagt. “Tijd om te bewegen,” staat er dan op zijn kleine schermpje te lezen. Dit is de start van een digitale ‘bromance’. Ik en Pol. Pol en ik. Pure hartstocht. Letterlijk.
Bram Van de Velde is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter
Meer informatie over tickets vindt u op www.sanjamitrovic.com en www.beursschouwburg.be
deel, namelijk Brussels Droh!me Golf Club uit Ukkel. Meer info op www.bdgc.be. n Terwijl de basketballers van Basic-Fit Brussels volop verwikkeld zijn in de strijd om te mogen kennismaken met de play-offs van de Scooore League, komt er een groepje Amerikanen in Vorst Nationaal wat dollen met de basketbal. De HARLEM GLOBETROTTERS houden er op 15 april halt tijdens hun wereldtournee. Hun spectaculaire show is doorspekt met dunks, snelle passes, trucjes en de nodige humor. Meer info op www.vorst-nationaal.be. n Na een sterke reeks eindigden de BARBAR GIRLS tijdens de reguliere competitie op een haar van de play-offs. Tijdens de playdowns doen ze het zeker niet slecht. Ze hebben nog twee matchen voor de boeg en zijn al zeker van het behoud: zondag trekken ze naar Farciennes, de zaterdag erop ontvangen ze Kivola Riemst. Wilt u een kijkje gaan nemen? Meer info op www.barbargirls.com. TS
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE73 7340 3974 6060, BIC: KREDBEBB van Vlaams-Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (hoofdredacteur), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Sara De Sloover, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. MEDEWERKERS Nicky Aerts, Michaël Bellon, Alex Deforce, An Devroe, Elien Haentjens, Eva Hilhorst, Ilah, Toon Lambrechts, Wauter Mannaert, Tom Peeters, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Marc Gysens, Ivan Put, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Michel Tubbax. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).