Issuu on Google+

31 03 11

AB-FESTIVAL DOMINO DUWT LAATSTE STEENTJE OM En ook: tg Stan, Philippe Claudel en Linda Van Waesberge.

VORST – Binnenkort is op Eén de nieuwe fictiereeks De Vijfhoek te zien, over de bewoners van een Brusselse wijk, die de handen in elkaar slaan als hun buurt bedreigd wordt door een groot bouwproject. Naast dat hoofdverhaal zijn de verhoudingen tussen de personages ook heel belangrijk. De bonte cast bestaat onder meer uit Jenne Decleir, Marieke Dilles, Jeroen Van Dyck, Mourade Zeguendi (foto l.) en Saïd Jaafari (r.). Het project, van Eén en productiehuis Kanakna, krijgt steun van het Brussels Gewest. Hoe groot die steun is, staat nog niet vast. De opnamen beginnen volgende week op het Sint-Denijsplein in Vorst. NK

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Vijfhoek ligt in Vorst © JO VOETS

Leefmilieu > Gewest verplicht eigenaars van vervuilde terrein tot sanering bij verkoop

Duizenden dupe van vuile grond

‘D

e grond waarvan u eigenaar bent, is vermoedelijk vervuild.” Dit bericht van Leefmilieu Brussel zullen tal van eigenaars en bedrijven de komende maanden in de bus krijgen. Achttienduizend percelen zijn door Leefmilieu Brussel geïdentificeerd als ‘potentieel vervuild’. Leefmilieu Brussel baseerde zich voor het onderzoek op historische plannen, oude bouwvergunningen en voormalige bestemmingen. Stond er op het perceel bijvoorbeeld ooit een fabriek, dan krijgt het een rood vlagje. Leefmilieu Brussel vraagt nu eigenaars en exploitanten om die informatie te valideren. Kunnen ze aantonen dat er een administratieve vergissing in het spel is, dan is er

geen probleem. Kunnen ze dat niet, dan komt het perceel in een kadaster van vervuilde terreinen. De kaart zal binnenkort ook publiek worden gemaakt, zodat iedereen kan nagaan welke Brusselse terreinen vervuild zijn.

Sanering Een bodemonderzoek, nodig om uit het kadaster te kunnen worden geschrapt, kost tussen duizend en vijfduizend euro. Een echte sanering van de grond kost daar een veelvoud van. Sinds een jaar kan een vermoedelijk vervuild terrein niet meer verkocht worden zonder bodemsanering. Elke verkoop vergt een bodemattest. De duizenden eigenaars die de laatste jaren, onvermoed, een vervuild stuk grond

gekocht hebben, zijn dus de dupe. Een en ander is het gevolg van een ordonnantie uit maart 2009, die een jaar geleden in voege is gegaan. Bij het kabinet van Brussels minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) geven ze toe dat de nieuwe wetgeving voor zenuw-

De Gomb bouwt al tien jaar in de kanaalzone. Uitgerekend daar liggen de meeste vervuilde terreinen

van het leefmilieu,” klinkt het daar. Mevrouw V. kocht in 2005 een woning in Sint-Jans-Molenbeek. Bij een recente verkoop na een scheiding bleek dat de tuin opgenomen is in het kadaster van historisch vervuilde percelen. Ooit zat er een leerlooierij op die plek, en er zit een stookolietank in de grond. Haar woning kan nu alleen verkocht worden als ze de bodem laat saneren. “Dat kost me ettelijke duizenden euro’s,” zegt ze. Mevrouw V. kocht de woning van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor Brussel (Gomb), een overheidsbedrijf dat middenklassewoningen bouwt. De kans is groot dat de vrouw niet de enige Gomb-

koper is die met vervuilde grond zit opgescheept. Uit het kadaster met vervuilde terreinen blijkt namelijk dat de hele kanaalzone op die kaart donkerrood kleurt omdat het om voormalig industriegebied gaat, met vermoedens van zware vervuiling. Precies in de kanaalzone heeft de Gomb de laatste tien jaar volop gebouwd. Kunnen de huiseigenaars aantonen wie verantwoordelijk is voor de vervuiling, dan kunnen ze die vervuiler aanklagen. Is de vervuiler onbekend en willen de eigenaars het pand van de hand doen, dan zit er niets anders op dan de grond te saneren. Steven Van Garsse

ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

DB11/720732C1

BRUSSEL – Het Brussels Gewest heeft achttienduizend percelen gevonden die mogelijk vervuild zijn. Eigenaars worden daar tussen nu en 2013 van op de hoogte gebracht. Zij moeten aantonen dat de grond die ze bezitten, niet vervuild is. Ook al treft hen geen schuld.

achtigheid kan zorgen bij de eigenaars, “maar het is de enige manier om de ordonnantie tot uitvoering te brengen. En die is in het belang

Ga snel naar pagina

26 en 27

STOEMP WITH A VIEW p. 5

N° 1273 VAN 31 MAART TOT 7 APRIL 2011 ¦ WEEK 13: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1273 PAGINA 2 - DONDERDAG 31 MAART 2011

ZAVENTEM LIGT NIET IN VLAANDEREN BRUSSEL – Vlaams, Waals en Brussels Gewest moeten samenwerken in ‘transregionale’ milieuzaken. Dat zegt een arrest van het Grondwettelijk Hof. Aanleiding voor de uitspraak zijn de emissierechten voor de luchtvaart. Europa verplicht vliegmaatschappijen vanaf 2012 CO2rechten te betalen. De lidstaat waarboven de vervuiling plaatsvindt, kan een graantje meepikken van de emissiehandel en met de opbrengst klimaatmaatregelen nemen. Ondanks intergewestelijk overleg heeft Vlaanderen nu een decreet waarin het alle winsten uit de emissierechten van de luchthaven van Zaventem opeist: Zaventem ligt in het Vlaams Gewest. Kan niet, stelt het Grondwettelijk Hof in een recent arrest. Ook het Brussels Gewest heeft milieuhinder van de luchthaven. Het Hof heeft het decreet vernietigd en verplicht de regio’s om een samenwerkingsakkoord te sluiten. Veel tijd rest er niet. Eind dit jaar moet de EU-richtlijn zijn SVG omgezet.

‘HUIZENMARKT EVENWICHTIGER NA CRISIS’

Kribben, crèches en kloven BRUSSEL – Een studie van de UGent toont aan dat, wil de Vlaamse Gemeenschap ambitieus zijn in de hoofdstad, er 4.550 opvangplaatsen in crèches moeten bijkomen tegen 2020. Bevoegd VGC-collegelid Brigitte Grouwels (CD&V) drukt de wens uit om dat aantal te bereiken. Maar aan de einder blijven de kloven gapen.

Z 

eggen dat Brussel voor een enorme demografische uitdaging staat, is zo stilaan een open deur intrappen. Toch toont een voorbeeld aan dat de geesten nog niet overal even rijp zijn. In Elsene pleit gemeenteraadslid Bianca Debaets (CD&V, oppositie) al bijna twee jaar voor een gemeentelijke Nederlandstalige crèche. Ze kreeg van de bevoegde schepen Nathalie Gilson (MR) toegezegd dat binnen de drie jaar een crèche de deuren zou openen. Na drie jaar vervalt immers de licentie van Kind & Gezin. Zo ver was Elsene al, en alles leek in orde gebracht te worden om daadwerkelijk 24 kindjes te kunnen huisvesten. Tot nu, anderhalf

jaar later, de gemeente schoorvoetend moet toegeven dat ze nog nagenoeg nergens staat. De bouw van de crèche in de Keienveldstraat stuit op verzet bij buurtbewoners, en de aankoop van een pand door de gemeente – een alternatief voor de lang aanslepende procedure bij de Raad van State – behoeft een gewestelijke en een gemeentelijke subsidie. Dat is administratie, en administratie gaat in Brussel traag. Toch toont een studie van de UGent in opdracht van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) aan dat er niet te veel getalmd mag worden, en dat het huidige decennium eens te meer cruciaal zal zijn als we de prognoses mogen geloven. Wil de Vlaamse Gemeenschap in

Brussel tegen 2020 én voldoen aan de zelfgestelde opvangnormen én aan de Brusselnorm, dan moeten er maar liefst 4.550 opvangplaatsen bijkomen. Zelfgestelde normen, want officieel geldt de Barcelonanorm in de Europese Unie, die stelt dat er kinderopvang moet zijn voor minstens 33 procent van de min-driejarigen. De Vlaamse Gemeenschap heeft daar een eigen ambitieuze versie van, het Pact 2020, dat opvang wil voor minstens vijftig procent van de mindriejarigen. Dit volhouden, tezamen met de Brusselnorm (de Vlaamse gemeenschap verzorgt diensten voor dertig procent van de Brusselse bevolking, red.), betekent dat er jaarlijks 455 plaatsen zouden moeten bijkomen. Wil de Vlaamse Gemeenschap vandaag al aan die normen voldoen, dan zijn er nu al zeshonderd plaatsen te kort.

Mattheus Volgens onderzoeksleider Michel Vandenbroeck speelt er bovendien

een mattheuseffect, ook al was dat – uiteraard – niet de bedoeling van het gevoerde beleid. Hij vergelijkt in zijn studie de situatie tijdens de

“Voor 2005 was er een discriminerend effect. Allochtonen schreven hun kind later in en waren de dupe” voorbije vijf jaar met die van vóór 2005, toen een eerste studie in opdracht van de VGC werd gevoerd. “De kloof tussen arme en rijke gemeenten wordt groter. De rijkere gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beschikken over

DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE © BART DEWAELE

BRUSSEL – Na de inzinking van 2009 stegen de Brusselse huizenprijzen vorig jaar weer, maar voorzichtig; de hoge prijzen van de jaren 2007 en 2008 worden nog niet gehaald. Dat is de conclusie van de Koninklijke Maatschappij van Landmeters. Die voert elk jaar een onderzoek uit naar de evolutie van de Brusselse vastgoedmarkt. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de verkoopprijzen, maar ook met de staat en de ligging van het goed. De aldus berekende prijs van de verkochte gezinswoningen ging er met 1,5 procent (openbare verkopen) en 3 procent (uit de hand) op vooruit. Opmerkelijk: de prijsstijging is verhoudingsgewijs groter in armere gemeenten als Sint-Joost, Molenbeek en Anderlecht dan in de meer residentiële gemeenten. Ook de opbrengsthuizen gaan weer in stijgende lijn. De evolutie van de appartementen was minder eenduidig: bij de openbaar verkochte appartementen werd, na drie jaar van daling, weer een stijging van vijf procent opgetekend; bij de uit de hand verkochte appartementen zette de dalende trend zich nog even door (-5 procent). Algemene conclusie van Alain Bellay van de Koninklijke Maatschappij: de markt stijgt, maar geen gekke prijzen meer, zoals in de jaren 2006-2008. “De huizenmarkt is na de crisis gezonder en HUB evenwichtiger.”

Uitgelicht > VGC staat voor grote uitdaging

Op donderdag 24 maart, klokslag 12 uur, zou de plenaire vergadering van het Europees parlement een minuut lang recht gaan staan: dat hadden de mensen achter het project Postcards from the Future gevraagd, “om de kloof tussen ons te overbruggen – de kloof tussen het Europa van de instituties en het Europa van de burgers.” Het heeft niet mogen zijn.


WEEKOVERZICHT

250

Ganshoren Oudergem

200

Watermaal-Bosvoorde Sint-Agatha-Berchem

150

Sint-Lambrechts-Woluwe

Brussel Sint-Jans-Molenbeek

150

Sint-Pieters-Woluwe

Evere Etterbeek

Schaarbeek Anderlecht

50

Ukkel

Jette

Elsene

Sint-Gillis Vorst Sint-Joost-ten-Node Koekelberg

BRON: CARTOGRAFIE VAN DE NEDERLANDSTALIGE BRUSSELSE KINDEROPVANG - MICHEL VANDENBROECK EN NAOMI GEENS 29/03/2011

DEKKINGSCOËFFICIËNT

BDW 1273 PAGINA 3 - DONDERDAG 31 MAART 2011

WOENSDAG 23 MAART RelleN in molenbeek. In Sint-Jans-Molenbeek breken relletjes uit na de arrestatie van een stuntende motorrijder. Terwijl een patrouille de bestuurder wegbrengt, wordt een tweede bekogeld met stenen en planken. De politie moet traangas inzetten om de relschoppers uiteen te drijven. Er volgt één arrestatie.

DONDERDAG 24 MAART Museum van de vrijmetselarij is klaar. Het vernieuwde Museum van de Vrijmetselarij aan de Lakensestraat 79 in hartje Brussel opent de deuren. Het museum, dat een overzicht biedt van de geschiedenis van de vrijmetselarij, is voortaan elke donderdagnamiddag toegankelijk. Er is een unieke verzameling schilderijen, juwelen en schootsvellen te zien. Europese betoging ontspoort. De Europese betoging tegen het Europese competitiviteitsbeleid wordt ontsierd door relletjes. Betogers gooien stenen en vuurpijlen naar de politie. Die antwoordt met waterkanonnen. De Belgische vakbonden strijden voor het behoud van de automatische loonindexering.

VRIJDAG 25 MAART Brandweerlui voeren actie. Een honderdtal brandweerlui voert actie aan de kabinetten van minister-president Charles Picqué (PS) en staatssecretaris Christos Doulkeridis (Ecolo). Ze protesteren tegen het uitblijven van een taalkader voor de dienst Brandbestrijding en Dringende Medische Hulpverlening. Dat getalm heeft gevolgen voor benoemingen en bevorderingen. Het schuim­ tapijt waaronder het kruispunt van Regentlaan en Belliardstraat wordt bedolven, veroorzaakt verkeershinder.

0 60

80

100

120

140

160

INKOMENSCOËFFICIËNT Het Brusselse mattheuseffect: in rijkere gemeenten is er meer betaalbare kinderopvang dan in arme. De kloof groeit.

meer betaalbare kinderopvang dan de arme gemeenten, waar er steeds minder betaalbare kinderopvang beschikbaar is, terwijl die net in die arme gemeenten hard nodig is. Bij een ongewijzigd beleid zal dat effect het komende decennium alleen maar sterker worden.” Vandenbroeck ontwaart ook wel positieve effecten van het gevoerde beleid ten opzichte van 2005: nu is er

aan een sociale functie dan toen.” De onderzoeker zegt wel dat de cijfers een vertekend beeld kunnen opleveren. Drie vierde (!) van de door Kind & Gezin erkende zelfstandige Nederlandstalige crèches zijn de facto Franstalig, bleek uit het onderzoek. Het aantal zelfstandige crèches is tot 2009 toegenomen. 

ZATERDAG 26 MAART Brussel doet het licht uit. De Stad Brussel dooft tussen halfnegen en halftien ’s avonds de lichten van het stadhuis. Ook de VRT-toren en de basiliek van Koekelberg doen mee aan Earth Hour, een onderdeel van het wereldwijde klimaatplan van het World Wildlife Fund (WWF).

Christophe Degreef Actie aan Syrische ambassade. Aan de Syrische ambassade verzamelen rond negen uur een vijftigtal betogers. Met hun aanwezigheid willen ze protesteren tegen het bloedige neerslaan van een betoging in de Syrische havenstad Latakia.

ZONDAG 27 MAART

De gemeente Elsene mogen ze gerust slopen, maar laat die gebouwen alsjeblief bestaan.”

Tweede mars voor het leven. De tweede Mars voor het Leven, een anti-abortusmars waaraan onder meer aartsbisschop Léonard deelneemt, lokt drieduizend deelnemers. Op het Spanjeplein vindt een tegenmanifestatie plaats met onder anderen Roger Lallemand (PS), destijds samen met Lucienne Herman-Michielsen (PVV) initiatiefnemer om abortus uit het strafrecht te halen.

Lezersreactie op brusselnieuws.be na het bericht over de plannen van de gemeente Elsene om een huizenblok achter het gemeentehuis af te breken.

MAANDAG 28 MAART mr grootste partij. In de nieuwste peiling van La Libre/RTL krijgen PS (-5) en CDH (-4) zware klappen in Wallonië. In Brussel kan de PS de schade beperken tot een verlies van 1,9 procent en blijft CDH status-quo. MR, die 3,5 procent wint, is opnieuw de grootste partij in de hoofdstad. Bij de Vlaamse partijen winnen Groen! en CD&V; Open VLD, N-VA, SP.A en Vlaams Belang verliezen. In Vlaanderen is Bart De Wever eens te meer de grote winnaar in de peiling.

De toestand is kritiek. Als we niet snel reageren, staan er de volgende weken weer tweeduizend asielzoekers op straat.” Ontslagnemend staatssecretaris Philippe Courard (PS) waarschuwt voor plaatstekort in de asielcentra door nieuwe vluchtelingenstromen en de trage asielprocedures (in Le Soir).

DINSDAG 29 MAART IKG DEKKINGSCOËFFICIËNT

“ “

meer prioriteit voor eenoudergezinnen (een sterke Brusselse realiteit), lage inkomens, laaggeschoolden en noodsituaties, terwijl voor 2005 een ‘eerst komt, eerst maalt’-principe heerste. “Allochtonen waren daarvan vaak de dupe, want zij beginnen doorgaans later met de inschrijving van hun kind. Het effect was bijgevolg discriminerend. Het opvangbeleid voldoet tegenwoordig dus meer

Moordenaar vrederechter geÏnterneerd. De moordenaar van vrederechter Isabelle Brandon en haar griffier André Bellemans moet worden geïnterneerd. Dat beslist de raadkamer. Brandon en Bellemans werden vorig jaar op 3 juni in de rechtszaal vermoord door een man die door de vrederechter uit zijn huis was gezet. Hij werd in het Warandepark opgepakt.

vierDuizend Extra crècheplaatsen. Als Vlaams-Brussel de VIA-norm (Vlaanderen in Actie) volgt, dan moeten er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 4.550 opvangplaatsen in crèches bijkomen tegen 2020. Het is de wens van VGC-collegelid Brigitte Grouwels (CD&V) om die ook te realiseren.

250

Ganshoren

Oudergem

200

Watermaal-Bosvoorde

Sint-Agatha-Berchem

65 uur, zo lang zitten pendelaars per jaar vast in de files in en om Brussel. Dat is de hoogste score in België. In Vlaanderen zit de topscore in Antwerpen, met 64 uur per jaar. Wallonië doet het beter, met Charleroi als koploper: daar zitten de pendelaars gemiddeld ‘slechts’ 26 uur per jaar vast in de file. De cijfers komen van het onderzoeksbureau Inrix. De grootste knelpunten in Brussel zitten op de Grote Ring rond Brussel, waarbij pendelaars vooral op 

Sint-Pieters-Woluwe

Evere

Etterbeek

Anderlecht

Schaarbeek

Elsene

Sint-Gillis Vorst Sint-Joost-ten-Node Koekelberg

50

65

Sint-Lambrechts-Woluwe

Brussel

Sint-Jans-Molenbeek

150

HET GETAL

Ukkel

Jette

150

0

60

80

100

120

140

160

INKOMENSCOËFFICIËNT

het traject van Groot-Bijgaarden tot Zaventem en  tussen Sint-Stevens-Woluwe en Zellik bijna dagelijks stil­staan. Als er geen maatregelen genomen worden, dan wordt er verwacht dat de pendelaar tegen 2020 nog dertig procent langer in de file zal staan. Dit doemscenario houdt rekening met het aantal verkochte auto’s en de geplande wegwerkzaamheden.  NK

non-profit betoogt. De witte sector trekt met dertienduizend betogers door de straten van Brussel om te protesteren tegen het uitblijven van een cao voor de komende vijf jaar. 

Samengesteld door Danny Vileyn en Noémie Kowalczyk

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


BDW 1273 PAGINA 4 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Samenleving > Wanneer werken in Molenbeek moeilijk wordt

‘Het gebouw deugt, de buurt niet’ SINT-JANS-MOLENBEEK – Sinds 1999 zit de Belgische zetel van het communicatiebedrijf BBDO in de Scheldestraat. En sinds het begin houdt de directie statistieken bij over het aantal criminele incidenten tegen het gebouw of tegen werknemers. Honderdvijftig zijn het er. “We denken aan verhuizen.”

S 

cheldestraat, een groot gebouw vlak tegen de grens met Laken. Een statig gebouw. Een oud gebouw. In 1908 begon hier de wijnhandel Besse et Fils. Later vestigde de honingfabrikant Meli zich er. En sinds 1999 huurt BBDO de gebouwen. Toen werd er gerenoveerd, het oude wijnmagazijn werd in ere hersteld – de oorspronkelijke vloeren inbegrepen – en er verscheen een nieuwbouw achter het grote pand. Sindsdien maken strakke jeans, kleurrijke sneakers en frisse medewerkers er de dienst uit. Toch loopt het niet naar wens. Waar de directie van het communicatiebedrijf in het begin nog een wijkfeest organiseerde, is het bedrijf  nu een versterkte burcht gewor­den in de Scheldestraat. “Een eiland,  we weten het. Maar we hebben geen andere keuze,” zegt L., office manager.

Verdedigen Een aantal medewerkers wil gerust zijn verhaal kwijt. Op voorwaarde dat het anoniem kan. “Want je weet maar nooit.” L: “De eerste twee jaar van het Molenbeekse bestaan was er nog niet

veel aan de hand. Zeker, het was een moeilijke buurt, dat wisten we. Maar we rekenden op, ja, op de gemeente, dat alles er wel bovenop zou komen. Toen begonnen de incidentjes. Eerst auto-inbraken, dan scheldpartijen.

“We lopen sollicitanten mis omdat mensen niet meer in Molenbeek willen werken. Dan weet je hoe laat het is”

ik klappen met de kolf van een revolver. Ik had nooit gedacht dat ik me in zulke situaties zou verweren, maar op dat moment denk je niet na. Je wilt je verdedigen.” Het slachtoffer kon uit zijn wagen raken, maar zijn belager liet hem niet gaan. “Die gast, ergens in de twintig, wilde mijn laptop. En hij liet me niet los. Uiteindelijk kon ik ontkomen en werd ik geholpen door enkele buurtbewoners. Die waren wel vriendelijk, maar toen ik hun vroeg om te getuigen voor de politie, werd het stil. De politie erbij halen, dat was een ander verhaal. Uiteindelijk was ik een week werkonbekwaam door al die slagen.” C. woont in Lokeren. “Daar was het vroeger ook erg: geweld, onwelvoeglijk gedrag, vuilnis. Maar er is toen een beleid van nultolerantie ingevoerd. De strakke lijn, voor iedereen. Dat zou hier ook eens moeten gebeuren,” meent hij. C. is naar eigen zeggen alerter geworden. Kijkt nu wie er allemaal in de straat is als hij het bedrijf verlaat. “Ik ben niet bang, maar toch ga je je anders gedragen.”

Vroom Dan sacjackings. En dan geweld.” De laatste maanden waren er acht incidenten, zegt de vrouw. “Ik stapte vorige lente in mijn wagen,” getuigt C. “Tegelijkertijd zag ik de deur opengaan, en voor ik het wist, zat er iemand naast mij. Een fractie van een seconde later kreeg

Het incident met C. was een van de ergste. Daarnaast waren er ook ‘gewone’ diefstallen, zoals I. overkwam. Gastjes van een jaar of zeventien stalen haar handtas toen ze een straat verderop liep, richting thuis. Zij woont in Molenbeek. “Ik kwam met mijn achterhoofd op de grond terecht. Gewond was ik

BBDO? BBDO, voluit Batten, Barton, Durstine & Osborn, is een wereldwijd reclame- en communicatienetwerk met hoofdkwartier in New York, en actief in 79 landen. Het is het tweede grootste bedrijf in zijn soort ter wereld. In België heeft BBDO 255 werknemers. In 2010 verzorgde het bedrijf onder meer reclamespots voor Belgacom, KBC en 11.11.11. Met zijn Belgische en internationale campagnes viel BBDO meermaals in de prijzen.

Sinds het bedrijf in de Scheldestraat zit, worden er statistieken bijgehouden van elk delict, klein en groot. Anno 2011 staat de teller op  honderdvijftig, in iets meer dan tien jaar tijd. Het parkeerterrein van het bedrijf is nu omheind, met prikkeldraad en een zware poort. Want er zijn al heel wat inbraken geweest. “Gekkenwerk als je het bedenkt. Rondom dit gebouw zijn er hoge muren, en inbrekers kunnen vaak niet anders dan halsbrekende toeren uithalen om hier binnen te komen,” voegt L. eraan toe. Er is nu ook een bewakingsfirma actief met twee medewerkers. Er is camerabewaking. En, als kers op de taart: een shuttledienst van en naar de twee dichtstbijzijnde metrostations. “Ik weiger er gebruik van te maken,” zegt C. “Zo naar je werk moeten gaan, dat kan niet de bedoeling zijn in onze maatschappij.” Een paar jaar geleden had het gemeentebestuur wel oren naar de problemen. Er werden vergaderingen belegd met de politie, met de burgemeester. “Maar nu haalt dat niet veel meer uit. Niet dat de politie ons vroeger niet heeft geholpen, maar soms hadden ze geen tijd en

© GWENFLICKR

Europa en Brussel zijn twee aparte werelden, maar hebben heel wat met elkaar te maken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Euro-

pese Commissie hebben de banden al aangehaald. Nu willen ook Europese opiniemakers weten of Europa en zijn officiële hoofdstad dichter naar elkaar toe kunnen groeien. The European voice, een onafhankelijk weekblad met EU-nieuws, uitgegeven door de gereputeerde The Economist-groep, organiseert

Shuttle

niet echt, maar ik heb wel een tijd spierpijn gehad. Spierpijn die veroorzaakt werd door de schok en de stress nadien.” Een handtasdiefstal, haar eerste in Brussel, daar kan I. nog mee leven. Maar waar ze het moeilijker mee heeft, is dat er getuigen van het incident waren. “Een jong koppel stond even verderop boodschappen uit hun auto te laden. Die mensen reageerden niet. Niet toen ik werd bestolen. Niet toen ik op grond lag. En niet nadien. Die vrouw was gesluierd, en ik weet nog dat ik dacht, vol woede, dat je daarvoor zo vroom moet zijn, om helemaal niets te doen.”

EUROPESE OPINIEMAKERS BUIGEN ZICH OVER HUN HOOFDSTAD BRUSSEL – The European voice vraagt zich af hoe Brussel écht de hoofdstad van Europa kan worden.

Maar het ergste voorval, dat was een vrouw die met haar hoofd tegen een autoportier geslagen werd om haar handtas te bemachtigen. Zij wil sindsdien niet meer in Molenbeek werken. Einde verhaal.

The European voice wil weten of Brussel een waardige EU-hoofdstad is.

er donderdag een colloquium over. Op de affiche: VUB-prof Eric Corijn, architect Karel Lowette, burgemeesters van gemeenten waar de EU zou kunnen uitbreiden, advocaat François Tulkens en ‘Mme Europe’ Marie-Laure Roggemans. Ook enkele hoge EU-functionarissen zullen er praten. Het geheel wordt aan elkaar gepraat door European voice-journaSVG list Tim King. Capital of Europe? op 31 maart vanaf 16 uur in het ING-auditorium. Meer op www.europeanvoice.com


BDW 1273 PAGINA 5 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Scheldestraat, oud wijnmagazijn. Camerabewaking en prikkeldraad.

raadden ze ons aan om kleine delicten zoals auto-inbraken en vandalisme elders aan te geven. Laken is vlakbij, en dat is een andere politiezone. We hebben nu wel een schepen in het gemeentebestuur die zich ons lot aantrekt. Daar blijft het voorlopig bij.” Binnen het statige pand is de onveiligheid een veelbesproken onderwerp, vertrouwen medewerkers ons toe. Geruchten van incidenten,  collega’s die bestolen zijn. De perceptie is dat de buurt niet meer veilig is. “Eerlijk, we denken aan verhuizen. Misschien niet noodzakelijk buiten Brussel, maar alleszins weg uit Molenbeek,” zegt de manager. “Het gebouw deugt, maar de buurt niet. We beginnen zelfs sollicitanten mis

te lopen omdat mensen niet in Molenbeek willen werken. Dan weet je hoe laat het is.”

Qui-vive “Het erge is,” zegt L., “dat de gemeente er in feite onlangs nog zelf een schep bovenop heeft gedaan. Er is een parkeerplan gekomen, en dus moeten we ook nog eens betalen om buiten te parkeren. Wij hebben onze garage, maar onze werknemers moeten vaak naar overal in België om klanten te ontmoeten. Dan is het makkelijker om met de wagen naar het werk te komen en – om snel weg te zijn – buiten te parkeren.” “Het argument dat we te horen kregen, is dat er meer werknemers met het openbaar vervoer moeten komen. Dat moet je nu net zeggen

© BART DEWAELE

tegen mensen die al op hun qui-vive zijn om naar Molenbeek te reizen!” Over het gros van de daders zijn alle geïnterviewde werknemers het eens. “Ik wou dat ik het niet

sen racistische reflexen krijgen.” Volgens Johan Berckmans, de woordvoerder van de politiezone West, waarin Molenbeek ligt, zijn er problemen in de Scheldestraat.

“Een shuttledienst naar de metrostations, dat kan niet de bedoeling zijn in onze maatschappij”

zo zou hoeven zeggen, maar het is zo,” klinkt het. C: “Dat heeft niets met racisme te maken.” I: “Ik begrijp dat sommige men-

“Die maakt deel uit van de Maritiemwijk.” De woordvoerder meent dat er in 2010 vijftig criminele feiten werden vastgesteld, waaronder vijf-

tien diefstallen, waaronder drie met geweld. “Wel is het zo dat, wanneer delicten elders worden aangegeven, die gegevens met een jaar vertraging komen.” Berckmans noemt meermaals ook problemen met hangjongeren in de Maritiemwijk. “Een sociaal werker uit de buurt,” zegt L., “heeft me eens uitgelegd dat voor de jeugd hier de drie-derderegel geldt. Met een derde van de jongeren heb je geen last. Het volgende derde is de risicogroep, diegenen die meegesleurd worden door de groep en daar nauwelijks, of heel nipt, aan kunnen ontsnappen. Voor het resterende derde komt alle hulp te laat, werd me toen verteld.”    Christophe Degreef

ADVERTENTIE

STOEMP WITH A VIEW

02

zaterdag april

3 SOORTEN STOEMP

keuken doorlopend open van 12.00 tot 22.00

DAKRESTAURANT Erasmushogeschool info : 0486 645 614 • stoemp@s-p-a.be


BDW 1273 PAGINA 6 - DONDERDAG 31 MAART 2011

ken foute prognoses (bijvoorbeeld inzake verkeersstromen), en uiteindelijk liggen de resultaten vaak ver van wat aanvankelijk gepland is. Toegepast op de Noordwijk geeft dat opzienbarende resultaten. Negentig procent van de geplande afbraak is inderdaad doorgegaan. Maar dan: de autosnelwegen zijn er niet gekomen. De voetgangerssokkel, die metershoog boven de begane grond een volledige nieuwe voetgangerszone moest creëren, is maar voor vijf procent gerealiseerd. Er was 1,6 miljoen vierkante meter kantoor gepland, er is maar 65 procent van

“Grensgebieden zijn altijd zwakke plekken”

Professor emeritus Albert Martens in de nieuwe Noordwijk. “‘Het is toch een mooie wijk,’ zeggen mijn studenten dan. Maar bent u hier al eens ’s nachts komen wandelen?”

© BART DEWAELE

Samenleving > Albert Martens maakt balans op van 45 jaar Noordwijk

‘De Titanic zinkt nog altijd’ BRUSSEL/SCHAARBEEK/SINT-JOOST-TEN-NODE – Volgend jaar is het 45 jaar geleden dat het Manhattanproject het licht zag. Een wijk, vergelijkbaar met de Marollen, moest tegen de vlakte voor acht kantoortorens en twee autosnelwegen. Emeritus hoogleraar en oud-buurtbewoner Albert Martens maakt de balans op.

H 

et is een onvermoed manco aan het internet. Over recente geschiedenis, pakweg van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, valt heel weinig te vernemen op het wereldwijde web. De decennia lijken wel tussen de plooien van de tijd te zijn gevallen. Net in die periode was Brussel het schouwtoneel van een weinig benijdenswaardige gebeurtenis. De Noordwijk moest eraan geloven. 53 hectare zou met de grond gelijk gemaakt worden. Duizenden gezinnen moesten op zoek naar een nieuw onderkomen. In naam van de vooruitgang hadden de nationale overheid en drie Brusselse gemeenten in 1967 het plan opgevat om er, naar Amerikaans model, een kantoorwijk neer te poten met acht hoge torens en twee autostrada’s.

Professor Albert Martens (K.U.­ Leuven) heeft het allemaal meegemaakt. Als jonge doctoraatstudent sociologie was hij in de jaren 1960 in de Noordwijk komen wonen, en hij heeft zich met hand en tand tegen de kaalslag verzet. Om die recente Brusselse geschiedenis in herinnering te brengen, heeft Martens zopas een tweetalige website gelanceerd, www.quartiernord.be, waar, naast tal van documenten, drie boeken over de Noordwijk te lezen zijn die niet meer in omloop zijn. Martens heeft tegelijk ook een update gemaakt met de laatste ontwikkelingen, want volgens hem laat het Manhattanplan zich nog tot vandaag voelen. “Veel is er niet veranderd. Kijk maar naar wat de bewoners meemaken die nu moeten wijken voor het treinviaduct in de

Vooruitgangstraat.” Onteigeningen, verkrotting, geen perspectief meer op een toekomst voor de wijk. De haves en de have-nots. De mechanismen zijn nauwelijks veranderd. Professor Martens laat een recente pagina zien uit het magazine Point de Vue. In de society-rubriek staan foto’s van Armand De Decker (MR, senator) in gezelschap van een aantal captains of industry en van betonboeren Patrick en Alain De Pauw, zonen van Charly De Pauw. Ook Jean Demannez, de PS-burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, laat zich opmerken. Een collusie tussen vastgoed en politiek? Zoals vroeger? Martens glimlacht, maar zegt niets. In een recent wetenschappelijk artikel dat Martens aanbood aan Belgeo, het tijdschrift van de Belgische

geografen, heeft hij onderzocht wat er veertig jaar na de drie Bijzondere Plannen van Aanleg, die het Manhattanproject vorm moesten geven, van geworden is. Drie BPA’s, want de Noordwijk ligt op drie gemeenten. Martens: “Dat maakte de wijk erg kwetsbaar. Het is klassiek in Brussel: een wijk die zich uitstrekt over verschillende gemeenten, kan zich moeilijk handhaven tegen vastgoedprojecten. Grensgebieden zijn zwakke plekken. Kijk maar naar de Europese wijk of de Zuidwijk. De verschillende overheden worden er tegen elkaar uitgespeeld, en de bewoners zijn de dupe.” Martens haalt de mosterd voor zijn analyse bij de Deense onderzoeker Bent Flyvbjerg. Die onderzocht tal van megaprojecten in de wereld en stelt vast dat de risico’s vaak verkeerd worden ingeschat. Zo gaan de projectontwikkelaars uit van een zerofriction-maatschappij: ze zijn niet voorbereid op maatschappelijke weerstand. Ze schatten ook vaak de kosten en de baten verkeerd in, ma-

neergezet. Er zouden veertienduizend mensen komen wonen, het zijn er vandaag minder dan de helft. En het Manhattanproject ging maximaal uit van 75.000 banen: dat zijn er maar 21.000 geworden. Symbolisch voor die mislukking is de Zenithtoren. Die is al een jaar klaar, maar staat helemaal leeg. De teller van de kantoorleegstand in de Noordwijk staat vandaag op 125.000 vierkante meter. Martens: “Mijn analyse toont dankzij Flyvbjerg goed aan waar mega­ projecten in de stad toe kunnen leiden. Het is alsof we zouden zeggen: ‘We willen naar Mars vliegen’, vervolgens eindigen we op de maan, en dan zeggen we zelfvoldaan: ‘We zijn toch ver geraakt.’” Volgens Martens is het interessant om te becijferen hoeveel inkomsten de gemeentelijke overheden misgelopen zijn door de aanslepende stadsontwikkeling. Voor Schaarbeek bedragen alle kosten voor onteigening, afbraak en herinrichting (geïndexeerd) 45 miljoen euro, voor Sint-Joost-ten-Node zelfs 190 miljoen. En daar is de inkomstenderving door het jarenlang laten braakliggen van de terreinen niet eens bijgerekend. Pas sinds enkele jaren lopen er kantoorbelastingen voor de Noordwijk binnen. Martens: “Het Manhattanplan is verkocht als een plan om Brussel een nieuw economisch elan te geven, maar het heeft de overheden alleen maar handenvol geld gekost.” We wandelen nog even naar de Voorstadsstraat, waar het voor Martens allemaal begon. Het huis waar hij gewoond heeft, staat er niet meer. Op die plaats staat nu een soort kopie, een verre reminiscentie aan de Brusselse architectuur. De straat is wel nog een woonstraat, een van de weinige in de Noordwijk, maar ze ligt midden tussen het kantoorgeweld. Martens: “Mijn studenten zeggen weleens: ‘De Noordwijk is toch mooi?’ Wat moet ik daarop zeggen? Loop hier ’s nachts eens?” 

Steven Van Garsse

De website van Martens: www.quartiernord.be. Centrum Noordpool, Antwerpsesteenweg 208, toont op 31 maart de film Le grand Nord over de bewoners van de Noordwijk (pttl.cvb-videp.be)


ADVERTENTIE

BDW 1273 PAGINA 7 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Media > Brussel midi is het nieuwe middagjournaal van tvbrussel

‘Het nieuws staat niet stil’

© TVBRUSSEL

BRUSSEL - Tvbrussel heeft vanaf 4 april een middagjournaal. “Een keer nieuws per dag, dat is echt niet meer van deze tijd,” zegt hoofdredacteur ad interim Robert Esselinckx.

De nationale zenders doen het al meer dan tien jaar, heel wat regionale zenders nu ook. En tvbrussel wil niet achterblijven. Op 4 april gaat Brussel midi van start, een middagjournaal om halfeen. “Nu is het nieuws van de vorige avond nog de hele dag doorlopend te zien. Daar wil-

len we van af. Het nieuws staat niet stil. Er gebeurt wel wat in Brussel na zes uur ’s avonds. Bovendien draait het internetnieuws tegenwoordig dag en nacht op volle toeren. Daarom zullen we voortaan ook  ’s middags enkele kersverse reportages  uitzenden met nieuws van de ochtend,”  zegt Esselinckx. “Met twee nieuwsuitzendingen per dag kunnen we nog dichter bij de Brusselaar staan.” Brussel midi wordt een televisiejournaal met een zestal items, evenwel zonder presentator. Dat is deels om kosten te besparen – tvbrussel doet geen beroep op extra overheidssubsidies –, “maar het heeft ook een voordeel,” legt Esselinckx uit, “omdat de reportages zonder intro door een presentator kant-en-klaar zijn voor het internet.” De avonduitzending van 18 uur blijft er wel één met presentator.  SVG Brussel midi, vanaf 4 april van maandag tot en met vrijdag om 12.30 uur

P-PRAAT Elsene is opera. Neem het van ons aan. Of meer bepaald: de gemeenteraad is een operette, en dan nog wel in een bijzonder neoklassiek interieur – bustes van alle voorgaande burgemeesters, rood tapijt, gedienstige dienaars, enzovoort. Olivier de Clippele, de MR-schepen van Financiën, speelt een hoofdrol. De man met de vinger op de knip heeft de neiging zo nu en dan een origineel standpunt in te nemen, vaak gevolgd door een argumentatie to the point, zoals discussies over centen vaak moeten, maar zelden willen zijn. De Clippele onthield zich in de jongste gemeenteraad bij de stemming over de renovatie en/of de sloop van een aantal achtergebouwtjes aan het gemeentehuis die plaats moeten maken voor kantoren en parkeergelegenheid. Kostprijs: vijftien miljoen euro. Waar De Clippele niet zo voor te vinden is, want de gemeentekas is behoorlijk leeg. Uiteraard was dit niet naar de zin van burgemeester Willy Decourty (PS), die volgens Le Soir kookte. Noem het een kink in de kabel, want de Elsense meerderheid (PS en MR, dus) leeft in een nagenoeg perfecte paarse entente. Stoorzender was ook de Ecolo-fractie, die vorige legislatuur nog in de meerderheid zat. De groenen zijn tegen het renovatie- en afbraakproject (“Verbrusseling!”), maar ze vergaten dat ze in 2004 hun akkoord voor de plannen hadden gegeven. Decourty, nog altijd tegen de negentig graden: “U houdt van flirten, maar niet van beslissen.” Ook Bianca Debaets (CD&V) stemde tegen, maar Decourty was ondertussen al bekomen van zijn meltdown. Overigens: dat De Clippele zo nu en dan een origineel standpunt inneemt, heeft merendeels te maken met het feit dat geen zinnig mens in staat is om gemeentefinanciën te begrijpen, laat staan er kritiek op te leveren. Dan lijkt iets inderdaad al snel origineel. Neem het van ons aan.

CHIEN ÉCRASÉ ELSENE – Het allervuilste plein ter wereld wordt nog vuiler, want wanneer deze woorden uit de tekstverwerker rollen, maken studenten van de VUB en de ULB zich op om het plein om te dopen in het ‘Frietplein’. De studenten doen dat omdat ze willen protesteren, en wel tegen de aanhoudende regeringsvorming. Revolutie! Barricades! Neen... friet! Benieuwd of de studenten hun friet plaatselijk aangeleverd zullen krijgen door het Flageykot op het Frietplein, en hoeveel onder hen dat daadwerkelijk zullen overleven. En of de frietenbakker de overrompeling overleeft, want zoals u weet, laat de man zich makkelijk schofferen door de kleur van uw ogen, het patroon op uw rok of het feit dat u Spaans spreekt. ELSENE – U leest volgende week een verslag in deze kolommen. Als wij het overleven. ELSENE – In de tussentijd kunt u de studenten steunen op Facebook, hun actie ‘leuk’ vinden en naar hartenlust gaan flashmobben. Ons pleidooi voor een proper plein is niet terug te vinden op Facebook, dus u kunt het niet ‘leuk’ vinden, en ons ook niet te vriend houden. LAKEN – Er is ophef ontstaan over de kasseien op de Havenlaan. U weet wel: die lange strook langs de haven waar u uw autovering kunt testen en uw mountainbikekunstjes kunt oefenen. Enkele verenigingen, waaronder het wijkcomité, pleiten voor het behoud van die kasseien, want “de grijze kleur varieert prachtig met de seizoenen en contrasteert met het intense groen van de platanen.” Serieus. Straf spul daar in het leidingwater.

Visie op wonen in Brussel Bianca Debaets: “Aanmoedigen van alternatieve woonformules” Meer en meer gezinnen ontvluchten de stad omdat ze geen betaalbare woningen vinden. Daarom ijver ik voor een doorgedreven beleid voor middeninkomens. Zo wil ik dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naast meer GOMB-woningen, ook nieuwe woonformules aanmoedigt zoals collectieve aankopen, groepswonen, kangoeroewonen (voor jonge gezinnen en senioren), enz. Ook moet elke Brusselaar Bianca Debaets kunnen rekenen op de “verzekering gewaardBrussels Volksvertegenwoordiger borgd wonen”. Deze verzekering zorgt ervoor en Gemeenteraadslid in Elsene dat je je hypothecair krediet verder kunt afbetalen wanneer je onverwachts je job verliest. Kortom, meer betaalbare huisvesting, daar blijf ik me hard voor inzetten.

Agnes Vanden Bremt: “Huisvestingprojecten voor betaalbare woningen: troef voor Brussel” In Brussel werk ik, via mijn politiek engagement, mee aan een uitbreiding van het aanbod van betaalbare woningen voor gezinnen met een middeninkomen in wijken met een tekort aan dergelijke woningen. Tevens is het waardevol dat oudere gebouwen in een hedendaags en duurzaam kleedje worden gestoken. Derge- Agnes Vanden Bremt lijke investeringen zijn een stimulans voor de Gemeenteraadslid in heropleving van de wijk en voor nieuwe inwo- Sint-Agatha-Berchem ners om zich in onze stad te komen vestigen. De Brusselse regering moet, via haar organen zoals de GOMB (Gewestelijke OntwikkelingsMaatschappij Brussel), deze huisvestingsdynamiek verder zetten zodat ook de Brusselaars de mogelijkheid krijgen om in Brussel op een kwalitatieve wijze te blijven wonen.

Lutgart Boelaert: “Tweede wijkcontract in Koekelberg: een positieve impuls voor het stadsuitzicht” Het wijkcontract ‘Vanhuffel’, dat uitvoering kreeg in de periode 2004-2007, kan heel wat verwezenlijkingen naar voren schuiven. Zo heeft het project ondermeer de bouw van 19 nieuwe woonsten, een kinderkribbe, de herinrichting van twee pleinen en de aanleg van een park met bijhorend speelplein gerealiseerd. Op basis van Lutgart Boelaert deze positieve balans, juich ik als gemeenteraadsGemeente- en OCMWlid in Koekelberg dan ook enthousiast de recente raadslid in Koekelberg goedkeuring van het tweede wijkcontract toe door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hierdoor komen er extra financiële middelen vrij voor Koekelberg, die zuurstof zullen bieden voor de ontwikkeling van de publieke ruimte in de gemeente.

Steven Vanackere: “Pleidooi voor een Brussel met pit” Ons Gewest heeft nood aan gebouwen en open ruimten die ambitie uitstralen. De ambitie om aan Brusselaars en kandidaat-Brusselaars te tonen dat de hoofdstad resoluut kiest voor een uitdagend en tot de verbeelding sprekend toekomstproject. En om bezoekers aan te trekken met meer dan alleen onze Grote Markt of het Europees Parlement. Brussel moet vol vertrouwen de 21ste eeuw binnenstappen. En kiezen voor groene aders doorheen de stad, kwaliteitsvol openbaar vervoer, autoluwe zones en duurzame gebouwen en pleinen. Kortom, kiezenvooreenattractiefstadsproject“metpit”.

www.brussel.cdenv.be

Steven Vanackere Ontslagnemend Vice-Premier en Minister van Buitenlandse zaken

www.cdenv-brusselsparlement.be


BDW REGIO

BDW 1273 PAGINA 8 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Deze week op Hogenbos > Fotoclub SAB houdt de blik scherp

Nog één week zonder kruinschaduw

Grote foto: zicht op de Zavelput vanuit Hogenbos. Voorts (met de klok mee): wijkcafé Quièvrain in de Kasterlindenstraat, Brasserie de la Couronne aan de Groendreef en Villa Psychose in de Hogenbosstraat.

SINT-AGATHA-BERCHEM – Je hoeft geen kilometers te lopen om harmonie tussen stad en natuur te vinden. Met zijn Nikon D300 met een 18/200-lens liep Dries Geyskens voor ons uit, die eerste lenteochtend. De Oude Kerk kreeg strijklicht van de vroege zon. Het nevelige Wilderbos zweeg stil en wijs. Klik-klik.

F 

otoclub SAB is de oudste en actiefste fotoclub van het gewest en heeft faam opgebouwd door onder meer tien keer de Ronde van Vlaanderen te hebben verslaan. Binnenkort houdt de club haar achttiende Fotosalon. Een goede gelegenheid om af te spreken voor een rondje ochtendfotografie. De nevel hangt nog in de lucht als we de omhoogslingerende Groendreef aanpakken. Een aanrader. De retro-lantaarnpalen bij het cultuurcentrum Le Fourquet, de voormalige Brasserie de la Couronne, ze maken het plaatje van het oud-boerkozendorp af. “Wie mooie foto’s wil maken, kan niet tot tien uur in zijn bed liggen,” vindt Dries Geyskens, al een kwart­eeuw voorzitter van Fotoclub SAB en daarnaast ook voorzitter van de Vlaams-Brabantse fotokringen. “Geen van het dertigtal Brabantse fotoclubs heeft het geluk om, zoals wij, jaarlijks op een prachtige plek als de Oude Kerk, met haar prima belichting, te exposeren. Elke maandagavond komen onze clubleden samen om bij te leren, en hun passie te delen. Weten wat vlakverdeling is, kleurenharmonie, een compositie, sterke punten in de foto: dat alles hangt niet van het toestel af. Zowel

digitale als analoge fotografie draait om basiskennis.” De gevel van het kerkje in romaanse stijl – in de twaalfde eeuw nog een kapel van de parochie Wemmel – oogt vlak, al vecht de witte steen om gezien te worden. Hoe neem ik hier een foto van, vragen we Geyskens. De kenner grijpt naar zijn toestel: “We komen beter over een uur of twee terug, als het zonlicht de gevel streelt met strijklicht. Maar kijk eens langs de Groendreef: we zien mooie lijnen die uitwaaieren en amper telefoonpaaldraden die hinderen. Je kunt alle soorten hinder – van auto’s tot draden – weg-fotoshoppen. Terwijl ik zeg: fotografeer het dan niet. De helft weghalen uit een foto is de helft van de kwaliteit vergooien. Je kunt hier een beeld nemen van de hobbelige kasseien. De holle weg omhoog. De herhaling van de oude straatlantaarns. Van alle kanten springt de rust je in het oog.” Geyskens vindt deze lentedagen de beste, omdat het licht nog volop door de takken valt. “Over luttele weken krijg je massa’s kruingroen, die donkere schaduwen projecteren en geen doorkijk gunnen.” De blik gaat naar wilgenkatjes, priemende scheuten en ontluikend struikgewas

langs de wandelput die het hellende Wilderbos in duikt. Goed zeven hectare aan bos, moestuinen, boomgaard en vennen met houten bruggetjes liggen hier. We blijven op de autoarme bewonersstraat, de meer dan honderdvijftig jaar oude Groendreef. Achter de hagen gaat het van caravanbewoning tot riante villadomeinen,

Een lapje grond, bewerkt als volkstuintje, is omsloten door brol. “Er zijn van die mensen die hun domein afsluiten met alles, als het maar niets kost. Deuren, planken, kapotte raamkozijnen: milieuvriendelijk is anders.” Verderop krabt een lapjeskat een vuilniszak stuk. Geyskens: “Zou een perfecte pose zijn met een 300 digitaal.” En: “Werven en kerkhoven zijn altijd dankbaar,” stipt hij nog aan als we met de postbode even uitrusten bij het oude kerkhof (1877-1960), vol historische oorlogsgraven. “Dit is niet het joodse kerkhof van Praag of Père-Lachaise

“Waarom moet de gemeente een voetpad pico bello houden als iedereen het landelijk wil?” en de laatste hoevetjes uit een ver tuinbouwverleden. Nergens in de stad verzoenen de extremen zich zo innig. “Fotografie is schilderen met licht,” zegt de clubvoorzitter. “Je moet alle vlakheid en eentonigheid mijden. Het rurale Berchem is nog goed voelbaar. De Ring heeft Berchem veertig jaar geleden afgescheurd van het hinterland, waardoor een groene buffer is ontstaan. Randbewoners komen de Ring niet over, en de stedeling zoekt meteen over de Ring de natuur op. Vandaar deze met rust gelaten oase.”

in Parijs. Maar de Belgische vlagjes op de vrijwilligersgraven hebben het over ons erfgoed, onze geschiedenis. Heel sterk als beeld.” Klik-klik. We laten Kasterlinden met de oude linde (van omstreeks 1700) rechts liggen. Het voormalige duivenmelkerscafé Quièvrain (sic), een artdecopareltje uit 1934, moet op de

© DRIES GEYSKENS

foto. Klik-klik. Big Brother kijkt van achter een gordijn vragend toe. De stadsontwikkeling blijft verrassen als we plots naast een villa uit 1909 in de Hogenbosstraat – Villa Psychose in de volksmond – konijnen zien huppelen, en er een nieuwe kubistische villa opduikt. Wie hier woont, heeft het hoogste mediaan­inkomen van de gemeente. Het uitzicht blijft boeien, de stad valt niet te horen, maar ze kijkt je in de ogen. Klik-klik. De basiliek zweeft volledig boven het groen. De VRT-mast is te zien, achter de kantoor- en woontorens van het tussenliggende centrum. “De locatie is ideaal voor een fotoopdracht: combineer de stad met het landelijke leven. De Zavelput. De koeien. De skyline van woon- en kantoortorens. Berchem heeft met respect een stuk authenticiteit bewaard. Maar de stedeling verwacht ook extreem comfort en geen plattelandstoestanden. Een haan die kraait is uit den boze. Waarom moet de gemeente hier een voetpad pico bello houden als iedereen een stuk landelijke authenticiteit wil? We zijn nu eenmaal met te veel in de stad om iedereen zijn zin te geven.” Klikklik.  Jean-Marie Binst

18de Fotosalon van SAB in de Oude Kerk en GC De Kroon, 1 april vanaf 20.30 uur en 2 en 3 april van 10 tot 18 uur. Meer op www.fotoklubsab.eu. Vanaf mei maakt de club wekelijks avondwandelingen met amateurfotografen


BDW 1273 PAGINA 9 - DONDERDAG 31 MAART 2011

ADVERTENTIE

Laat mij maar,

Sint-Jans-Molenbeek > Gefilmd vanuit voertuigen en huizen

ik zit in een dipje.

Camera’s tegen sluikstorters Het gemeentebestuur gaat camera’s inzetten om sluikstorters te betrappen. De camera’s komen op plaatsen waar vaak gesluikstort wordt. “Vanuit voertuigen of zelfs huizen zullen de camera’s alles haarscherp registreren,” zegt schepen van Leefmilieu Jan Gypers (Open VLD). “Ze zijn uitgerust met detectoren die elke beweging registreren. Ze zullen logischerwijs vooral tijdens de nacht draaien, omdat er dan veel gesluikstort wordt. De dag nadien zullen we de beelden analyseren, samen met de wijkagenten. Zo kunnen we nagaan of de sluikstorters van binnen of buiten de

wijk of de gemeente Molenbeek komen.” De straffen zijn niet min. Sluikstorters riskeren een sanctie van 150 tot 1.000 euro, de kosten om het afval te laten weghalen. Daarbovenop komt nog eens een adminis­ tratieve boete van 150 euro. Vorig jaar haalde de gemeente Sint-JansMolenbeek maar liefst 2.472 ton sluikafval op. “De hoeveelheid is wel verminderd sinds de invoering van de gratis ophalingen van grof huisvuil op afspraak,” zegt Gypers. “Toch blijft het een groot probleem in Molenbeek. Het is heel onaangenaam als je  ’s morgens alweer moet vaststellen dat er ilMV legaal afval gedumpt is.”

Gij kijkt zo zuur, Barbara ?

Brussel > Luisteraars FM Brussel hebben leukste wijk verkozen

Bloemenhofwijk wint nipt van Kuregem

TELEXREGIO

© BART DEWAELE

Het spinrag aan straatjes rond het Bloemenhofplein in hartje centrum staat voortaan in de annalen van radiozender FM Brussel geboekstaafd als de leukste Brusselse wijk. De luisteraars stemden de jongste weken op de vijf genomineerden: Kuregem, Scheut, Marollen, Kasteleinsen Bloemenhofwijk. De radiozender kreeg ruim duizend reacties op zijn ludieke actie. In een nek-aan-nekrace haalde Bloemenhof het van Kuregem, waar een wijkcomité ook alle geschut had ingezet. Het bedrijvige kmo-leven in de Bloemenhofwijk en de Erasmushogeschool – vooral heel wat studenten stemden de laatste week mee – tilden die laatste buurt omhoog. Voor wie de wijk niet kent: de Jardin aux Fleurs wordt afgebakend door de Anderlechtsesteenweg, Arteveldestraat, SintKristoffelstraat, Kogelstraat, Papenvest, Hopstraat, Barthélémylaan en Slachthuis­ laan. Het pleintje zelf is het hart van de JMB ruiker.

Rauw of gekookt, in een taart of in confituur… rabarber is altijd lekker en wordt bij ons geoogst van april tot en met juli. Zeg nu zelf, waarom zou u groenten kopen die van de andere kant van de wereld komen of helemaal niets met het seizoen te maken hebben ? Het transport of de cultuur in verwarmde serres vergt onnodig veel energie. Kies daarom voor lokale en seizoensgebonden producten. Zo herontdekt u de smaak van de seizoenen en vermindert u de impact van onze voeding op het milieu. O ja, geef ook de voorkeur aan fruit en groenten die geteeld zijn zonder meststoffen en pesticiden.

Recepten en kalender vindt u op www.leefmilieubrussel.be of via 02 775.75.75.

EET LOKAAL EN VOLGENS SEIZOEN D A’ S G O E D V O O R U E N G O E D V O O R O N Z E P L A N E E T. Een initiatief van de Brusselse Minister voor Leefmilieu, Energie en Stadsvernieuwing

2IBG0095_BDW_Rhubarbe_178x125_NL.indd 1

Alle beetjes helpen, want we zijn met meer dan één miljoen Brusselaars.

ADVERTENTIE

24/03/11 15:45

De Bloemenhofwijk is de leukste, vinden de FM Brussel-luisteraars.

Museum van Elsene in memphis ELSENE – Van 1 tot en met 31 mei wordt een selectie werken van Paul Delvaux en René Magritte tentoongesteld in het Amerikaanse Memphis, Tennessee. De tentoonstelling Belgian surrealism in paintings kadert in het internationale Memphis in Mayfestival, een maand vol kunst, cultuur en muziek. Dit jaar staat België in de kijker. CD Meer op www.memphisinmay.org.

vrijdag 8 april 2011

FEEST VOOR ALLE LEEFTIJDEN ANDERLECHT – Feest voor jong en oud op het Carrefour des Générations nu zaterdag. In het Huis van de Sociale Cohesie (Ropsy-Chaudronstraat 7) is er ’s middags op het binnenplein een picknick, waar je zelfbereide gerechten met elkaar kunt delen. De Compagnie Maritime laat vanaf 14 uur het publiek beleven wat het is om ouder te worden en je zelfstandigheid te verliezen. Om 16 uur zingt Florence Houzé van Assembl’âges met het publiek uit volle borst liedjes uit langvervlogen tijden. Het bal BS begint om 17 uur, met Koen Dhondt en Frisse Folk en daarna dj Cédric.

erasmus en zijn angsteN ANDERLECHT – Dirk Sacré (KUL) houdt in het Erasmushuis (Kapittelstraat) op 31 maart om 20 uur een voordracht over de fobieën (syfilisbesmetting, armoede,...) en JMB de angsten (einde van het christendom) van de Prins van het Humanisme.

Vaak denken wij over identiteit alsof het ons definitief gegeven zou zijn en beschermd moet worden. Klopt deze visie met de werkelijkheid? Er is steeds meer verscheidenheid in de samenleving en dat brengt uitdagingen met zich mee. Een pleidooi voor meervoudige en dynamische identiteiten. In dit derde en laatste deel van de reeks rond identiteit bij jongeren in Brussel, stelt Foyer een documentaire voor ‘Roma jongeren te Brussel: Wie zijn ze? Wie wensen ze te zijn?’ waarin een vijftal jongvolwassenen van Roma-afkomst spreken over wat zij kenmerkend vinden voor hun identiteit en voor het samenleven met anderen in een multiculturele stad zoals Brussel. Deze documentaire wordt gevolgd door een debat met enkele experten ter zake. Foyer wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschapscommissie


BDW 1273 PAGINA 10 - DONDERDAG 31 MAART 2011

BDW REGIO

© JO VOETS

Vorst > Tentoonstelling over openbaar vervoer

Omnibus, paardentram, trolley en onze geliefde 54 Van de aanleg van de spoorlijn naar Tubeke in 1839 tot de hst: het openbaar vervoer heeft een bewogen geschiedenis. Nostalgici kunnen nu hun hart ophalen in de Abdij van Vorst.

Buurtprotest tegen de geplande kap van de platanen aan de Havenlaan. Sophie, Guillaume en Bernard uit Jette kwamen hun steun betuigen.

Laken > Wijkcomité Maria-Christina voert actie tegen heraanleg Havenlaan

‘Platanen moeten blijven’ Buurtbewoners ketenden zich zondagmiddag vast aan de platanen langs de Havenlaan. Met deze actie protesteerde het wijkcomité MariaChristina tegen de geplande kap van de bomen. De driehonderd platanen moeten wijken voor de heraanleg van de Havenlaan. Minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels

(CD&V) bevestigt dat de platanen in augustus gekapt zullen worden. “Een deel van de bomen is ziek. Bovendien richten de enorme wortels schade aan aan de trottoirs en de riolen,” zegt woordvoerder Philippe Vanstapel. “Maar er komen jonge bomen in de plaats.”  HUB

“Zaterdag morgend, op 18 Februa­ ri, in de statie van Vorst-Zuid is er een verschrikkelijke spoorwegramp gebeurt.” We lezen een artikel over de botsing tussen een exprestrein en een omnibus op de lijn BrusselDoornik in 1899. Het is een van de vele verzamelstukken die de geschiedkundige kring bijeensprokkelde. Je ziet ook een foto van de eerste paardentrams in 1875, die de reizigers van het Zuidstation naar het Sint-Denijsplein vervoerden, en dus uitsluitend de vlakke stukken van de gemeente aandeden. Later kwamen de elektrische trams, zodat ook de hogergelegen Albertlaan in 1914 en het Hoogte Honderdplein in 1930 bereikbaar werden. Ook in 1930 reden de eerste bussen uit. Zo reed bus E van het Zuidstation naar Ruisbroek en vier jaar later verder tot Lot; in 1957, twee jaar na het ontstaan van de MIVB, werd dit bus 50. Ook van de geliefde buslijn die on-

losmakelijk verbonden is met Vorst, bus 54, wordt de geschiedenis uit de doeken gedaan. Op foto’s is te zien hoe de trolleybus eerst van het SintDenijs- naar het Luxemburgplein reed en al na twee maanden doorgetrokken werd tot in Machelen. De trolleybus moest in 1964, na de massale opkomst van de auto, vervangen worden door een autobus. “Er stonden altijd foutgeparkeerde auto’s in de weg, en de trolleybus kon natuurlijk niet gemakkelijk uitwijken,” legt Charles Poot, bezieler van de tentoonstelling, uit. Op de expositie wordt een vergeten monument in de kijker geplaatst. Vorst-Zuid is het op een na oudste Brusselse station, na het Luxemburgstation. Het neoklassieke gebouw van August Payen uit 1862 ligt verstopt achter de fabriek van Audi Brussels. “Het is een geklasseerd monument in alle betekenissen: beschermd, maar ook onaangeroerd,” merkt Poot op.  Bruno Schols Tot en met 3 april in de Abdij van Vorst, Sint-Denijsplein 9. Woensdag-vrijdag 14 tot 18 uur, zaterdag-zondag 10 tot 18 uur

ADVERTENTIE

Centra Morele Dienstverlening Het Centrum Morele Dienstverlening (CMD) is het lokale contactpunt van de vrijzinnige gemeenschap. Iedereen kan er terecht voor morele hulp, vrijzinnige plechtigheden, informatie en vormingen rond vrijzinnige waarden. Het CMD wil de draaischijf zijn voor de lokale Brusselse vrijzinnige organisaties en alle andere geïnteresseerden. Onze dienstverlening is kosteloos.

Morele bijstand is een warme en menselijke begeleiding vanuit vrijzinnig-humanistisch perspectief. Worstel je met twijfels, hevige gevoelens, zinvragen...en wil je erover praten? Dan kan je terecht bij een moreel consulent in het CMD.

Een initiatief van de Unie Vrijzinnige Verenigingen vzw

www.uvv.be

Centra Morele Dienstverlening Brussel-Jette

Stalingradlaan 18-20, 1000 Brussel [Premetrostation Anneessens] tel. 02 242 36 02 E-mail: cmd.brussel@uvv.be

Jetse Laan 362, 1090 Jette [Bus 14 halte Legrelle] tel. 02 513 16 33 E-mail: cmd.jette@uvv.be


BDW REGIO

BDW 1273 PAGINA 11 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Jette > Wodeks Atelier 340 hangt aan zijden draadje

Over Poolse hapjes en roofdieren

Wodek, bezieler van Atelier 340 Muzeum: “Merry Hermanus probeert ons al dertig jaar te vernietigen.”

JETTE – Fadila Laanan (PS), minister van Cultuur in de Franse Gemeenschapsregering, trekt de subsidies voor Atelier 340 Muzeum in wegens financieel wanbeleid. Het voortbestaan van het kunstencentrum met zijn verrassende tentoonstellingen en flamboyante président-concierge hangt aan een zijden draadje.

O 

p het kabinet van minister Laanan liggen drie verschillende rapporten waaruit zou blijken dat de vzw Atelier 340 voor meer dan een miljoen euro fiscale, sociale en andere schulden heeft. Laanan heeft daarom besloten de 153.000 euro die de vzw jaarlijks kreeg, definitief te schrappen. Volgens haar kabinetschef, Gilles Doutrelepont, heeft de minister nog geprobeerd om samen met andere overheden de schuld aan te zuiveren en zo het atelier een nieuwe kans te geven. “Maar alleen de gemeente Jette was bereid om 120.000 euro te betalen, gespreid over vier jaar. De Franse Gemeenschap moest dan nog altijd zelf een klein miljoen ophoesten. Dat kon niet. Daarom heeft de minister per direct het subsidiecontract verbroken.”

Chez Wodek Volgens président-concierge Wodek Majewski, die het centrum voor beeldhouwkunst in 1979 oprichtte, worden de financiële problemen zwaar overdreven. “We hebben een aantal leningen op de korte en langere termijn. Geef ons 170.000 euro en we kunnen weer vier jaar verder.”

Wodek, zoals hij door iedereen genoemd wordt, wijt de voortdurende geldzorgen van het centrum aan de jarenlange onderfinanciering. “We kregen de afgelopen vijf jaar 153.000 euro van de Franse Gemeenschap, maar daarvoor was het maar 45.000 euro.” De vzw vult die subsidie aan met eigen inkomsten van tentoonstellingen en rondreizende exposities, de uitgave van boeken en prentbriefkaarten, de organisatie van kinderstages, de verhuur van lokalen en de opbrengsten van het café Chez Wodek, waar romantische paddenstoelensoep, gevulde kool en andere Poolse hapjes geserveerd worden. Per jaar levert dat volgens Wodek 400.000 euro op. Voor de panden die Atelier 340 in de De Rivierendreef betrekt, hoeft de vzw niet veel te betalen. Met de gemeente, die eigenaar is, werd een erfpachtovereenkomst afgesloten: de vzw betaalt een lage huur – die de afgelopen twee jaar bovendien in natura betaald mocht worden –, maar moet in ruil hiervoor de huizen opknappen. Dat deed het centrum aanvankelijk ook, maar de laatste jaren gebeurde er, uit geldge-

brek, niet veel meer. Over het onafgewerkte hoekhuis hangt dan ook al een eeuwigheid een oranje zeil. Dat laatste is PS-schepen-zonderbevoegdheden Merry Hermanus, met wie Wodek al jaren in onmin leeft, een doorn in het oog. Naar verluidt weigerde Hermanus in het begin van de jaren 1980 ooit

“Het is alsof de overheid niet wil dat het centrum schittert”

eens de vijftig frank entreegeld te betalen bij de opening van een tentoonstelling in Atelier 340. Sinds die dag woedt tussen beiden een vete, die vooral per brief wordt uitgevochten. “We hebben hem hier al jaren niet meer gezien,” zegt Wodek, die zijn gezworen vijand consequent le prédateur local, ‘het plaatselijke roofdier’, noemt.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Een staaltje van de briefwisseling hangt nu ingelijst in de hal van het Atelier. Van een van Hermanus’ schrijfsels – een brief waarin hij klaagt dat zijn vrouw nog steeds de promotiefolder van Atelier 340 toegestuurd krijgt – maakte Wodek, nooit verlegen om een brutale witz, indertijd een kunstwerk: wie wilde, kon een getekend, genummerd en ingelijst exemplaar kopen. Wodek is ervan overtuigd dat Hermanus ook achter het dichtdraaien van de subsidiekraan zit. Eerder raakte hij naar eigen zeggen door toedoen van le prédateur local al de subsidies van de Cocof en een gesubsidieerd personeelslid kwijt. “Hermanus probeert ons al dertig jaar te vernietigen. En hij gebruikt daarbij Oostblokmethodes.” Hermanus heeft zijn eigen verhaal. Hij vindt dat het Atelier ten onrechte een voorkeursbehandeling van het Jetse gemeentebestuur krijgt. “Waarom mag de vzw de huur in natura betalen, waarom heft het gemeentebestuur geen leegstandsheffing op het half afgewerkte gebouw, en waarom moet Atelier 340 dit pand niet opknappen, zoals bepaald in de overeenkomst?” schrijft hij op zijn blog.

‘Veel met weinig’ De gemeente deed de laatste jaren inderdaad nooit erg moeilijk over de aanslepende renovatie. “Wij wil-

den begrip tonen voor de moeilijke financiële situatie van het atelier,” zegt Paul Leroy, schepen van Franstalige Cultuur (LBJ). Het college van burgemeester Hervé Doyen, dat zelf al jaren in een bits conflict verwikkeld is met Hermanus en de man anderhalf jaar geleden uit de meerderheid zette, zit met de kwestie flink in de maag. Het college is erg gehecht aan het kunstencentrum en wil heel graag een oplossing vinden om Atelier 340 te laten voortbestaan. “Het is niet zomaar een gadget, er wordt ook werkgelegenheid gecreëerd. En de laatste jaren was de begroting in evenwicht,” zegt Leroy. Maar hij voegt er meteen aan toe dat de reddingsmogelijkheden beperkt zijn. “Het is een privé-vzw. Wij kunnen onmogelijk alle schulden gaan betalen. Maar we staan open voor elk voorstel.” En er was al een voorstel. Minister Laanan wil de geschrapte subsidies aan een nieuw centrum voor hedendaagse kunst geven, dat, met de hulp van de gemeente Jette, opgericht zou worden in de panden van Atelier 340. Dat nieuwe centrum zou dan een deel van de activiteiten en het personeel kunnen overnemen. Voorwaarde is dat de vzw Atelier 340 ontbonden wordt en dat Wodek plaatsruimt, althans als baas. Als artistiek leider zou hij eventueel nog wel aan de slag kunnen. Het Jetse college heeft dit plan inmiddels voorgelegd aan de raad van bestuur van Atelier 340, voorgezeten door Wodek. Die heeft geweigerd en wil zelf een reddingsplan presenteren. “We maken mooie tentoonstellingen, waarom moet dat veranderen?” stelt Wodek. Hij voelt zich gesterkt door de steunbetuigingen van kunstenaars, mensen uit de kunstwereld en andere trouwe fans. Enkelen van hen waren afgelopen week aanwezig op de persbijeenkomst die Wodek had georganiseerd om de ‘uitvaart’ van zijn centrum te verijdelen. Daarop herhaalde hij poedelnaakt de ‘laxatieve performance’ die hij eerder al ten beste had gegeven voor het kabinet van Laanan. Onder de aanwezigen was ook ci­neast Jan Vromman, die een gloedvol betoog hield voor een centrum ‘dat veel doet met weinig middelen’. “Alleen werd het altijd ondergefinancierd, alsof de overheid niet wil dat het schittert.” Voor Vromman is het Atelier onlosmakelijk verbonden met de persoon van Wodek. “Overheden kunnen de conciërge/president en zijn vrienden aan de deur zetten en hier eigen mensen en academici droppen. Ze kunnen beleidsplannen opstellen. Het is zelfs mogelijk dat ook zij publiek aantrekken. Maar het zal hun niet alleen veel meer kosten, de ziel zal uit de ruimtes verdwijnen.” 

Bettina Hubo


BDW 1273 PAGINA 12 - DONDERDAG 31 MAART 2011

ook veroordeeld voor zijn lamentabele opvangpolitiek.

Wooncrisis

Opnieuw opvangcrisis in het Noordstation, elk jaar hetzelfde liedje. “Lamentabel.”

© BART DEWAELE

Maatschappij > 31 maart-groep klaagt immobilisme aan

‘Duurzame opvang en huisvesting: het kan’ BRUSSEL – Donderdag 31 maart: die dag voert een groep verontruste en verontwaardigde burgers actie tegen het immobilisme en het aanhoudende gekibbel die gedegen, structurele oplossingen in de opvangen wooncrisis in de weg staan. Jan Busselen, mede-initiatiefnemer van de 31 maart-groep, legt uit.

BDWOPINIE Afgelopen winter werd het station Brussel-Noord even omgetoverd in een vluchtelingenkamp. Een tafereel dat je normaal gezien alleen maar als item tegenkomt in de buitenland-rubriek van het journaal. De eerste dagen was de verbazing groot bij veel voorbijgangers en pendelaars. Na enkele weken werd een deel van de groep asielzoekers op straat gezet. Een twintigtal onder hen werd op de benedenverdieping van het station opgevangen, verder weg van de meeste reizigers, maar in even erbarmelijke omstandigheden. Noodgedwongen zochten veel mensen een onderkomen in leegstaande gebouwen, parkeergarages en ande-

re ongezonde of onveilige ruimten. De opvang voor deze mensen schoot te kort. Hij kwam laat op gang en verliep moeizaam. Ook al wisten de bevoegde ministers dat het deze winter niet anders zou zijn dan de vorige winters, integendeel. Er ontstond dan ook terecht commotie over de manier waarop de opvang van thuislozen en sans papiers werd georganiseerd. Verontwaardigd door deze gang van zaken sloegen burgers de handen in elkaar. Dankzij de expertise van middenveldorganisaties als Chez Nous, de BBRoW, het Ministerie van de Wooncrisis en vele andere kwamen ze onder meer tot de vaststelling dat het de armsten in onze samenleving zijn die het hardst getroffen worden door de huisvestingscrisis, en dat de vooropgestelde

“De VN noemde de Belgische opvangpolitiek ‘onaanvaardbaar voor een derdewereldland, laat staan voor Europa’”

Ook in de huisvesting houdt de crisis aan. De afgelopen tien jaar zijn de huurprijzen met ongeveer vijftig procent gestegen, terwijl de gezondheidsindex in diezelfde periode met amper vijftien procent steeg. Hoge huurprijzen en een prangend tekort aan sociale woningen drijft de armste inwoners in het ‘beste’ geval naar huurwoningen in slechte staat en naar huisjesmelkers; in het slechtste geval belanden ze op straat. Terwijl 35.000 mensen wachten op een sociale woning, staan er naar schatting 16.000 tot 30.000 huizen leeg. Het park aan sociale huurwoningen in Brussel haalt niet eens de kaap van acht procent, en nationaal scoren we even slecht. Ter vergelijking: in Groot-Brittannië gaat het over 21 procent, in Nederland over 35 procent van de huisvestingsmarkt. Ondertussen worden wijken zoals die rond de Dansaertstraat en het Bloemenhofplein dan wel opgewaardeerd, maar dat gaat al te vaak gepaard met sociale verdringing. De armoede verplaatst zich naar andere wijken en gemeenten. Onze democratische modelmaatschappij lijkt meer en meer te evolueren naar een samenleving waar individualisme het haalt van solidariteit. In de derde rijkste stad van Europa is een mens op de vijf arm en piekt de werkloosheid tot 21 procent. Bovenop de economische crisis en de hoge werkloosheid verarmt deze huisvestingscrisis de Brusselse bevolking nog meer.

Actie Het initiatief van de 31 maart-groep komt van verontwaardigde burgers die het politieke immobilisme en het communautaire gekibbel in ons land meer dan beu zijn. Wij pleiten voor meer solidariteit in het politieke landschap en binnen onze samenleving. We willen het debat over specifieke en technische dossiers rond opvang of huisvesting vermijden, maar vertrekken van het recht op degelijke huisvesting. Dat is een basisrecht dat je onder meer terugvindt onder Artikel 23 van de Belgische Grondwet, maar dat in de realiteit minder en minder wordt toegepast. We pleiten voor meer solidariteit en minder immobilisme, zodat het recht op degelijke opvang en huisvesting opnieuw op de agenda komt. Op donderdag 31 maart vindt u ons op het Albertinaplein, waar we onze tentjes opzetten tussen 12 en 20 uur. Loop gerust even langs.

Jan Busselen.  maatregelen voorlopig tekortschieten om het tij te keren, ondanks de inspanningen op gewestelijk niveau.

Opvangcrisis Opvang is een complex gegeven, verdeeld over verschillende overheden. De nood aan een structurele oplossing wordt alsmaar dringender. Jammer genoeg was de politieke reactie stuntelig en onduidelijk. Opvangcentra moesten deze winter

vaak noodgedwongen asielaanvragers en daklozen weigeren. Ook zijn er nog altijd niet genoeg middelen om mensen met specifieke problemen, zoals psychische aandoeningen of verslavingen, te begeleiden. Voor de UNCHR, het vluchtelingencommissariaat van de Verenigde Naties, schoot onze regering tekort. Volgens de mensenrechtenorganisatie was de situatie “onaanvaardbaar voor een derdewereldland, laat staan voor Europa”. België werd dan

Jan Busselen namens de 31 maart-groep (31maart2011@gmail.com)

Overige initiatiefnemers zijn Vincent Penesich, Melanie Spinnoy en Arne Nouwen. Ondertekenden mee: Werner Van Mieghem (BBRoW), Deborah Oddie (AMA), Thierry Balsat (ONHU), José Garcia (Huurdersbond), Bart De Win (Bij Ons/Chez Nous), Claire Geraets (GVHV), An Descheemaeker (Bral), Levon Muradyan (Progrès), Thierry Kuyken (IEB) en burgers


BDW 1273 PAGINA 13 - DONDERDAG 31 MAART 2011

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Rawitz In de aankondiging van het huldeconcert voor Benjamin Rawitz (BDW 1271, p. 16) worden de twee moordenaars boefjes genoemd. Dit diminutief, dat in onze pers altijd opduikt wanneer het gekleurde jonge misdadigers betreft, voegt een vergoelijkende en zelfs affectieve toon toe aan het woord boef. In de moord op mijn vriend Rawitz valt er nochtans niet veel te vergoelijken. Op het proces van Junior Kabunda viel te vernemen hoe weerzinwekkend de twee tegen de zachtaardige pianist waren tekeergegaan. Liever geen verkleinwoord voor dit soort geboefte. 

Johan De Geest, Schaarbeek

Huiswerk BDW 1271 was interessant. Eerst een artikel over het afschaffen van huiswerk (p. 1) en dus de lat laag genoeg te leggen voor onze kinderen. Is Vlaams onderwijsbeleid in Brussel nu echt alleen integratieonderwijs voor allochtonen? Wie spreekt er nog over om de beste kinderen van de klas te stimuleren? Een bladzijde verder een artikel over het niet-vinden van een plaats in Nederlandstalige scholen. Het gaat dan ook over de toestroom van Nederlandsonkundige kinderen vanaf de onthaalklassen (niet alleen migrantenkinderen, maar evengoed kinderen van Nederlandsonkundige Belgen). Benieuwd of het afschaffen van huiswerk (extra taaloefeningen), maar vooral het non-beleid van scholen (met gebouwen die na halfvier meestal leeg staan, want alle leraars moeten op tijd terug naar Vlaanderen) en het beleid om ouders ’s avonds Nederlandse les te doen volgen, nog helpt. Toch zou dit veel meer zoden aan de dijk zetten dan de lat naar beneden te halen. ‘Te weinig Nederlandse scholen in Brussel’, gaat het verder in een ander artikel. En pagina’s over het bakstenenbeleid van de VGC inzake gemeenschapscentra (p. 4-7). Ik lees over veel VGC-projecten, maar niet over de Maalbeek-sporthal, die samen met het schoolgebouw en de muziekschool al meer dan tien jaar half leeg staat te verkommeren. Privé-investeerders zoals de sportvereniging Friskis&Svettis kunnen tot op heden niet meeinvesteren, alvast niet in de sporthal. Voor het leegstaande schoolgedeelte – onbegrijpelijk in deze tijd – kan ik me andere publieke investeerders inbeelden, zeker in een gemeente als Etterbeek, waar het beleid nog altijd weigert Nederlandstalige crèches en scholen in te richten. Etterbeek heeft het laagste aantal Nederlandstalige scholen per inwoner van alle negentien gemeenten. En Franstaligen spreken over discriminatie als ze niet meer onbeperkt naar Nederlandstalige scholen mogen? Tot slot nog een artikel over het drietalig maken van schoolkinderen (p. 14). Dat gaat dan over het viertalig maken van een groot deel van de Brusselse kinderen. Niet eenvoudig zonder naschools beleid, zonder huiswerk en met scholen die Frans spreken met allochtone ouders. Het artikel gaf een voorbeeld van Turks in Nederlandstalige scholen. Met huiswerk voor de Nederlandstalige leerlingen dan toch?  Raf Deroo, Etterbeek

Taal Dit is een reactie op de lezersbrieven ‘Taal (2)’ en ‘Taal & kader’ (in BDW 1271, p. 15). Zeer zeker bestaan er nog wantoestanden ten aanzien van de Vlamingen in Brussel, en daartegen moet worden gereageerd. Ook lopen er nog Franstaligen rond met een meerderwaardigheidscomplex, maar dat was vroeger veel erger. Ik was en ben lid van tweetalige verenigingen: twintig à dertig

jaar geleden werd je scheef bekeken als je op vergaderingen Nederlands sprak. Ook verstond men ons niet. Nu spreken Franstaligen die weten dat ik haast evengoed Frans als Nederlands spreek, mij aan in het Nederlands. (...) Ik woon in Elsene en ik heb hier geen last meer aan de gemeenteloketten. Bij Delhaize kent het personeel nog altijd geen Nederlands, helaas, maar praktisch alle gedrukte info is tweetalig. De taallessen Nederlands worden druk gevolgd. De Franstaligen wensen dat hun kinderen Nederlands kennen, terwijl de kennis van het Frans bij de jonge Vlamingen helaas achteruitgaat. Men mag niet vergeten dat in Brussel geen enkele taalgroep nog een meerderheid van de bevolking uitmaakt. Het Frans wordt wel als lingua franca gebruikt (het Engels wint als dusdanig terrein), maar het is nog maar de moedertaal van veertig procent van de bevolking. Brussel is de hoofdstad van België en dus moet het Nederlands als officiële taal volgens bepaalde regels worden gebruikt, wat nog niet altijd het geval is. (...) Wat de pariteit op federaal niveau betreft, mag men niet vergeten dat de prijs die de Franstaligen daarvoor hebben betaald, niet alleen de pariteit in de Brusselse regering is, maar ook zeventien Vlaamse zetels in het Brussels parlement, wat ook de uitslag van de verkiezingen is. In haast elke gemeente is er een Vlaamse schepen. Dankzij die Vlaamse schepen is er in die gemeenten al heel wat mogelijk, bijvoorbeeld een 11 juliviering in het gemeentehuis. En in een aantal gemeenten werkt de Vlaamse bibliotheek zeer goed. Men moet dus kiezen: wil je geen pariteit meer in de federale regering, laat dan de Vlaamse Brusselaars politiek aan hun lot over. Dat heeft de Gravensteengroep onlangs nog voorgesteld: zij verkondigen met veel pretentie dat men drie principes moet toepassen om tot een ware democratie te komen. Ze willen niet weten dat hun stelling de politieke moord van de Vlaamse Brusselaars tot gevolg heeft. Daarmee bewijzen ze dat ze Brussel niet kennen.  Lydia Deveen-De Pauw, Elsene

Veiligheid In BDW 1270 (p. 4) las ik dat er een uitgebreid parlementair debat over de veiligheid op het MIVB-net geweest is. Ik weet niet of de heer Lootens-Stael gelijk had toen hij stelde dat een groot deel van de problemen bij de allochtone jongeren ligt. Er zullen wel cijfers beschikbaar zijn om zijn gelijk of ongelijk te bewijzen. Maar als hij gelijk heeft, en ik leg de nadruk op ‘als’, dan zie ik niet in waarom dit niet gezegd zou mogen worden. Een probleem kan pas opgelost worden als men het erkent. De reactie van zijn collega Fouad Ahidar vind ik totaal nergens op slaan. Waarom in dit geval naar het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding trekken? Wat heeft dit met racisme te maken (uiteraard op voorwaarde dat de stelling van de heer Lootens-Stael klopt)? (...) Op deze manier tast je de geloofwaardigheid van het Centrum aan. Ik mag toch hopen dat het CGKR destijds in het leven is geroepen om objectief en waarheidsgetrouw beslissingen te nemen (...)? Ook de reactie van Grouwels vind ik maar povertjes: “De situatie is niet slechter dan in andere steden, integendeel.” Ik denk niet dat je in zulke dossiers te veel vergelijkingen mag maken met andere steden. Je moet streven naar een optimale veiligheid en de problemen onmiddellijk en kordaat aanpakken zodat ze verdwijnen, of minstens verminderen. Vroeger heb ik altijd geleerd dat ik mezelf niet moest vergelijken met degenen die het minder goed deden, maar dat ik een voorbeeld moest nemen aan wie het beter deed. Maar ja, dat is meer dan dertig jaar geleden. De tijden veranderen.  Stefan De Roo, Laken

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE Jubelfeestbrug door Anne Brumagne Terwijl we bezig zijn met de eindredactie van ons blad, gaan we soms bij wijze van grap op zoek naar de rode draden die toevallig in dat krantennummer zijn geslopen. Opvallend veel kale mannen op de foto’s bijvoorbeeld, of een historisch feit dat ineens in verschillende artikels opduikt. Toegegeven, vaak zult u heel goed moeten zoeken om onze rode draad te ontdekken. In deze editie, de vorige en de volgende, zit ook zo’n fil rouge, alleen is het geen grappige: de Jubelfeestbrug over de vroegere spoorlijn van Thurn & Taxis, op de overgang van Jubelfeest- en Bockstaellaan, op de grens van Molenbeek en Laken. Van op de brug heb je een fenomenaal uitzicht op het uitgestrekte Thurn & Taxis en de torens van de Noordwijk. Maar kijk niet recht naar beneden, want het niemandsland onder de brug is verworden tot een openbaar stort. Vorige week toonden we op de voorpagina een foto van de ‘boot’ die ze vlak bij die brug op de middenberm aan het bouwen zijn. Goedbedoeld onderdeel van het wijkcontract Maritiem... dat al vier jaar is afgelopen. Nog steeds is het kunstwerk dat de poort tot de Molenbeekse wijk moet markeren, niet helemaal klaar. Deze week leest u het schrijnende verhaal van het communicatie­ bureau BBDO, dat zich twaalf jaar geleden vestigde in een oud indus­ trieel pand, net om de hoek van brug en boot, in de Scheldestraat. Bij het bedrijf, dat er indertijd vol enthousiasme neerstreek, hebben ze het aantal criminele, vaak gewelddadige feiten waarvan ze intussen het slachtoffer zijn geworden, bijgehouden: honderdvijftig zijn het er al. De laatste maanden alleen al waren er acht incidenten. Het gebouw ziet er ondertussen uit als een versterkte burcht met prikkeldraad boven op de al hoge muren. Er wordt gedacht aan verhuizen, misschien niet uit Brussel, maar wel weg uit de kanaalbuurt... Er valt over deze wijk, net als over vele andere in de kanaalzone, veel te vertellen: over de ruimtelijke wanorde, de kansarmoede van vele (vaak tijdelijke) bewoners die van overal zijn komen aanwaaien, de overheidsmolen die te traag maalt om verandering te brengen. Maar al die omstandigheden kunnen crimineel gedrag nooit vergoelijken. Zolang dat er is, kan het niet de goede kant op gaan. Terwijl de Jubelfeestbuurt toch echt wel troeven heeft. De gigantische, nu nog afgesloten ruimte van Thurn & Taxis kan zuurstof bieden, en speelruimte voor de kinderen. Er is patrimonium dat veel karakter uitstraalt. En er is de goodwill van vele bewoners. Op een strook grond naast de brug werd een collectieve ecologische tuin ingericht. Dat – opbeurender – verhaal leest u volgende week.

EVA HILHORST


© ’T MARIACRANSKE-DE WIJNGAARD

Rederijkers op appartement BRUSSEL – De Koninklijke Rederijkerskamer ’t Mariacranske-De Wijngaard heeft niet alleen een rijke geschiedenis, ze slaagt er ook in nieuwe hoofdstukken aan die geschiedenis toe te voegen. Gaat dit weekend allen kijken naar Bruthé.

Bruthé, 1 en 2 april om 20 uur en 3 april om 15 uur in De Markten. Meer op 02-512.34.25 (De Markten), 02-468.20.61, wijngaardtheater.be ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

 02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Geschiedenis > Van Scheut over Gaasbeek naar Beersel

Een oorlogsmachine genaamd Brussel © BART DEWAELE

Naast poëzieavonden, lezingen en andere culturele activiteiten werken de acteurs en theaterliefhebbers uit de vereniging jaarlijks aan een thea­ terproductie. Na De liefde van de nachtegaal van Timberlake Wertenbaker, Lady Windermere’s fan van Oscar Wilde en Party time van Harold Pinter gaan ze voor de lenteproductie van dit jaar resoluut de hedendaagse én de Brusselse toer op. Onder leiding van Inga Gijbels en Liesbeth Rutten schreven ze als collectief zelf een nieuwe tekst, die vertrekt van het gegeven dat Brussel een nog steeds groeiend aantal mensen kent dat alleen woont in een studio of kleine flat in een appartementsblok. Bruthé speelt zich af in eerder aftands flatgebouw waar zeven bewoners hun leven proberen in te richten. Paulette moeit zich graag met alles en iedereen, Roel lijkt iets op zijn kerfstok te hebben, Lutgard zorgt voor haar zieke moeder, Miro is een nieuwkomer... En dan is er nog de buitenstaander Jean-Jacques, een projectontwikkelaar met een plan. De toeschouwers maken kennis met de personages, hun standpunten, hun verhoudingen, onzekerheden en ruzies. Rederijkerskamers zijn broeder­ schap­­pen die zich vooral in de veertiende en vijftiende eeuw oefenden in kunstzinnig taalgebruik in refreinfeesten, haagspelen en landjuwelen. In Brussel had je zo De Violette en De Lelie, die in 1507 fuseerden tot ’t Mariacranske, dat later overging in De Wijngaard. Daardoor kan ’t Mariacranske-De Wijngaard zich de oudste nog actieve vereniging van Brussel MB noemen.

BDW 1273 PAGINA 14 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Kasteel van Gaasbeek. In 1388 sloopten de Brabanders het vakkundig, om de dood van Everaard t’Serclaes te wreken.

BRUSSEL/GAASBEEK/BEERSEL – Het beeld van urban hero Everaard t’Serclaes op de hoek van de Grote Markt en de Karel Bulsstraat straalt alles behalve heldendom uit. En misschien was zijn heldhaftigheid ook wel minder groot dan Hendrik Conscience ons wou doen geloven. In première op de Nacht van de geschiedenis van het Davidsfonds: de nieuwe middeleeuwen-tour ‘In vuur en vlam’ met t’Serclaes in de hoofdrol. Historici Bram Vannieuwenhuyze en Hans Vandecandelaere van Caldenberga gidsen. Een brok militaire geschiedenis, gekruid met verraad en diplomatie, familieruzies en bastaardkinderen.

I 

n de late middeleeuwen, tussen 1356 en 1489, was de Stad Brussel meer dan eens betrokken in een oorlog, onder meer in de slag van Scheut (1356), het beleg van het kasteel van Gaasbeek (1388) en de beschieting van het kasteel van Beersel (1488-’89). Steden waren in die periode echte oorlogsmachines, al is de reconstructie van die oorlogen

geen sinecure. In tegenstelling tot andere steden heeft de Stad Brussel bijvoorbeeld geen oorlogsboekhouding bewaard. Met een bont gezelschap in een goed gevulde bus op naar de slagvelden. Wat volgt, is het verslag van een boeiende, avondlijke tocht. Anderhalf uur na de start van onze tour, aan het beeld van t’Serclaes aan de Brusselse

Grote Markt, staan we op het Henri Nestlé­ plein, tegenover de Nestlé-gebouwen in Anderlecht. Hier, op het Scheutveld, zou het treffen tussen Vlamingen en Brabanders in 1356 plaatsgevonden kunnen hebben. ‘Zou kunnen’, want de gegevens zijn schaars en komen voornamelijk uit kronieken, en zoals historici weten, zijn kronieken literaire bron-


Slegt nieuws Eind juni sluit boekhandel De Slegte onherroepelijk de deuren. Boekhandels met een stevige collectie Nederlands op de planken worden een schaars goed in Brussel. Of springen de Franstalige boekenwinkels in het gat dat De Slegte laat? Een overzicht.

© SASKIA VANDERSTICHELE

© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1273 PAGINA 15 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Na de slag van Scheut zijn de kaarten grondig herschud. Hertogin Johanna verlaat haar kasteel op de Koudenberg; graaf Lodewijk van Male plant de Vlaamse vlag op het Huis De Ster op de Grote Markt en trekt strijdend verder. Lodewijk neemt de ene Brabantse stad na de andere in; alleen ’s-Hertogenbosch, Maastricht en Nijvel blijven in Brabantse handen. Nu is het alleen nog wachten op onze grote held, Everaard t’Serclaes. Een van de legendes wil dat hij op 24 oktober 1356 bij nacht en ontij – het regende dat het goot – met enkele van zijn getrouwen de stad is binnengetrokken langs het Warmoesbroek. Een James Bond-verhaal met valse noten, noemen Vannieuwenhuyze en Vandecandelaere dat verhaal. Want de t’Serclaessteeg kreeg die naam pas in de negentiende eeuw, in de middeleeuwen heette ze Eggloystraatje. Vandaag is de t’Serclaesstraat een onooglijk achterafstraatje, waar alleen de auto’s die de parkeergarage van een hotel inen uitrijden, voor wat beweging zorgen. t’Serclaes kan hier ook de stadswallen niet overgeklommen zijn: die liepen een eind ver-

© BART DEWAELE

Everaard, James Bond

De Zazie-reporters trokken in het zog van graffitikunstenaar Obès en Adrien Grimmeau, die veel over graffiti weet, door de straten van Brussel: ineens zagen ze overal graffiti! Welkom in de wondere wereld van Obès’ collega’s Bonom, Na (short for Narcissus) en Crevet. En wie o wie is Fatal?!? LEES MEER OP PAGINA 24-25

LEES MEER OP PAGINA 18

nen die niet altijd even betrouwbaar zijn. Het is aardedonker als we in het industriële gedeelte van Anderlecht uit de bus stappen. Met de lichtjes van de Zuidertoren in de verte is het niet makkelijk om een paar eeuwen terug in de tijd te reizen, maar de plek is unheimlich en het verhaal is spannend. Van het slagveld zijn geen sporen meer – er werd ook nooit naar gezocht – en historici raken het niet eens over de slag van Scheut. De voor Vannieuwenhuyze en Vandecandelaere meest plausibele verklaring is dat het om een treffen ging tussen de Vlamingen aan de ene kant en de Leuvenaars, Brusselaars en een groepje edellieden aan de andere kant. Aanleiding voor de oorlog tussen het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen was de troonsopvolging van Hertog Jan III, die bij zijn overlijden drie dochters achterliet. Margareta was gehuwd met Lodewijk van Male, de graaf van Vlaanderen; Johanna was getrouwd met Wenceslas, en dan was er nog de gehandicapte dochter Maria. Jan III schonk de hertogelijke titel aan Johanna en Wenceslas; in ruil moesten Margareta en Maria financiële compensaties krijgen. Maar Wenceslas, spilziek en politiek onbetrouwbaar, kwam zijn verplichtingen niet na en de Vlamingen besloten Brabant (en dus ook Brussel) gewapenderhand te veroveren. Bij het treffen was Wenceslas afwezig, hij was volgens sommige bronnen aan het feesten in Maastricht. Over het verloop van de slag van Scheut op 17 augustus 1356 resten nog veel vraagtekens. Waarom hebben de Brusselaars hun stad niet verdedigd? Historici weten het ook niet. Vast staat wel dat de Brabanders op een ogenblik zo hard schrokken dat ze op de loop gingen. Was er een spion in hun midden? De heer van Asse, die midden in de strijd plots de Brabantse banier liet vallen, is alvast een verdachte. Waarschijnlijker is dat de Brabanders schrokken van de kanonnen, die ze voor het eerst zagen.

SPECIAL: ZAZIE GOES GRAFFITI

de been gebracht om het kasteel van Gaasbeek te belegeren. Sweder vlucht naar Diest en laat het kasteel achter in de handen van zijn vrouw en drie dienaars. Maar het beleg blijft duren, en hertogin Johanna kiest discreet voor diplomatie. Ze kan niet werkeloos toekijken op een conflict tussen haar belangrijkste stad en een van haar belangrijkste raadgevers. Sweder en Johanna sluiten een deal. Sweders vrouw Anna van Leyningen en haar dienaars mogen de burcht verlaten en Sweder krijgt vijfduizend kronen in ruil voor overgave van de burcht. De Brabanders krijgen symbolische genoegdoening en breken het kasteel, dat uit 1236 dateerde, vakkundig tot de grond af. Het huidige kasteel van Gaasbeek is deels zestiende-, maar hoofdzakelijk negentiendeeeuws. Het is ’s avonds prachtig verlicht, en de sfeer is overweldigend. Als toemaatje mogen we in de kelders afdalen. De gidsen waarschuwen voor slipgevaar, maar iedereen komt weer heelhuids boven. Tijd voor een drankpauze. Het wordt een Keizer Karel.

Internationaal

Anderlecht, nu Henri Nestléplein, in 1356 het decor van de slag van Scheut. Voor wie of wat vluchtten de Brusselaars?

Gewapend met zaklampen trekken we tot halverwege de Kwadewegenstraat. Het verschil met de Grote Markt kan niet groter zijn derop, door de kelders van de huidige Nationale Bank. Meest waarschijnlijk is dat hij via een pand dat zijn familie toebehoorde, dat tegen de stadswallen aanleunde, de stad binnen is gekomen. t’Serclaes haalde de Vlaamse vlag weg en plantte er de Brabantse. Het verhaal vereist een paar correcties. Het is pas wanneer Lodewijk van Male naar Parijs geroepen wordt dat Johanna en Wenceslas de tegenaanval inzetten. Het zijn de Limburgse edellieden die de leiding nemen. En dan pas verschijnt t’Serclaes ten tonele. Vier schepenambten en een dikke dertig jaar later treedt t’Serclaes nog eens op als protagonist. De bejaarde man wordt overvallen in de velden bij Vlezenbeek. De plaats delict valt te situeren langs de Kwadewegenstraat – die loopt tussen de boom van Witse en de brouwerij Lindemans in. De bus wordt geparkeerd voor de brouwerij. Met zaklampen trekken we

tot halverwege de Kwadewegenstraat – het verschil met de Grote Markt, waar we een paar uur eerder nog stonden, kan niet groter zijn. Het lijkt alsof de daders, een bastaardzoon van Sweder van Abcoude, heer van Gaasbeek, en de baljuw van Gaasbeek, elk ogenblik uit het donker tevoorschijn kunnen springen. Naar de motieven voor de aanval op t’Serclaes is het gissen, zo leren we. Het is niet uitgesloten dat de gruweldaad een vorm van misplaatste loyauteit met Sweder is. Sweder, vertrouweling en geldschieter van Johanna (die ondertussen weduwe geworden was), had onder druk van schepen t’Serclaes bakzeil moeten halen in zijn aanspraken op de meierei van Rode, maar die gebiedsuitbreiding zagen de Brusselaars niet zitten: ze zagen het als een inbreuk op de Blijde Inkomst uit 1357, die de integriteit van het grondgebied waarborgde. Het is merkwaardig dat t’Serclaes niet ter plekke vermoord werd. Zijn voet werd afgehakt, zijn tong afgesneden. De Brusselaars zijn woest. Johanna zakt af naar de Grote Markt, waar t’Serclaes (inmiddels door een goede ziel naar Brussel gebracht) ligt te zieltogen, maar ze kan de gemoederen niet bedaren. In een paar uur wordt een oorlogsapparaat met tienduizend man op

Was het beleg van Scheut een oorlog tussen een hertogdom (Brabant) en een graafschap (Vlaanderen), en het beleg van Gaasbeek een oorlog tussen een stad (Brussel) en een heerlijkheid (Gaasbeek), dan is de derde oorlog – de beschieting van het kasteel van Beersel – er een met internationale allures. Het conflict gaat terug tot 1477, als de hertog van Bourgondië, Karel de Stoute, vroegtijdig sterft. Zijn dochter, Maria van Bourgondië, getrouwd met de ‘vreemde’ heerser Maximiliaan van Oostenrijk, volgt hem op en ze krijgen een zoon: Filips de Schone. Als Maria van Bourgondië in Wijnendale tijdens de valkenjacht van haar paard valt, eist Maximiliaan het regentschap op, maar dat zien Gent, Brugge en Ieper, bang om macht te verliezen, niet zitten. Een deel van de Bourgondische adel, met Filips van Kleef op kop, denkt er net zo over. Nadat de Maximiliaangezinden aan de kant gezet zijn, laten de Brusselse ambachten Filips van Kleef binnen. En dan is de tijd van de afrekeningen aangebroken. De Wittems, heren van Beersel, waren altijd al medestanders van de hertogen van Brabant en de Bourgondiërs. De Brusselse stadsartillerie slaagt er echter niet om Beersel aan flarden te schieten; het is wachten op de Fransen om Beersel neer te halen. Het kasteel wordt geplunderd. Maar de oorlog kantelt in het voordeel van Maximiliaan. Brussel moet Hendrik van Wittem de kosten betalen voor de heropbouw van het kasteel. In Beersel zijn nog altijd de sporen van de beschieting te zien. Ons avondje oorlogvoeren zit erop. De middeleeuwse stemmen zullen nog een wijl in mijn hoofd gonzen.  Danny Vileyn

Het Davidsfonds legt een lijst aan met gegadigden voor de nieuwe tour, die om en bij de zes uur duurt. De tocht begint op en rond de Grote Markt, dan volgt een busrit langs de stadswallen, een stop in Scheutveld en aan Kwadewegen en een bezoek in Beersel en Gaasbeek. Geïnteresseerd? Bel 02-512.89.43 of mail brussel@davidsfonds.be


BDW 1273 PAGINA 16 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Muziek > Grande noite de fado brengt de échte fado voor het eerst naar Brussel

‘Altijd trouw aan de fado-swing’ “Net als jazz is traditionele fado improvisatie­ muziek,” legt Ana Luísa Van Rompaey uit. “Je moet de standards kennen om te kunnen oor­ delen hoe de fadista de nummers interpreteert. Ook op de keuze van de gezongen gedichten wordt de originaliteit van de fadista geëva­ lueerd. Daarom geef ik tijdens het concert uit­ leg, zodat ook een niet-gespecialiseerd publiek begrijpt wat er gaande is.” Van Rompaey, die deze grote fadonacht orga­ niseert, is zelf ook al vijftien jaar bezig met traditionele fado, eerst als zangeres, nadien als muzikante. Ze zal op 2 april de viola de fado bespelen, een soort klassieke gitaar met zes ijzeren snaren. Naast de viola de fado is er bij traditionele fado altijd een viola baixo, een viersnarige akoestische basgitaar, en de guitarra portu­guesa, het enige instrument dat de moderne fado overgenomen heeft. Traditioneel heeft voor sommigen misschien de connotatie van ‘ouderwets’ of ‘saai’. Onte­ recht, vindt Van Rompaey. “Er is geen strikt

© LINDE RAEDSCHELDERS

BRUSSEL – “De fado die we in België over de vloer krijgen, is allemaal fado novo, een gemoderniseerde vorm. Op deze Grande noite de fado brengen we het genre op zijn puurst. Een primeur.” Zaterdagavond wordt La Tentation omgetoverd tot een ware fadoclub.

Op de Grande noite treden fadistas Débora Rodrigues en João Escada op.

keurslijf. Integendeel, je kunt je eigen stijl ont­ wikkelen, nieuwe akkoorden of invalshoeken zoeken, zolang je maar trouw blijft aan de batido de fado, de manier waarop het ritme wordt aangegeven op de vio­la de fado. Zo was Amá­ lia Rodriguez (grootste fadista aller tijden, BT)

vernieuwend in het gebruik van dichters uit de Portugese literatuur met een grote L, dus geen fadodichters. Dat was not done, want fado gold als muziek van het lage volk. Ook de nadruk op fado canção, met een refrein, is een vernieu­ wing van Amália. Allemaal bínnen de batido.”

ADVERTENTIE

Van Rompaey vergelijkt de batido met swing in jazz. “Niet te vatten in partituren; de essen­ tie gebeurt naast de geschreven muziek. Duke Ellington zei: ‘It don’t mean a thing if it ain’t got that swing.’ Dat geldt ook voor fado.” Verwacht in La Tentation geen klassiek fado­ concert van twee keer 45 minuten. Het wordt een volledig ritueel: de hele avond lang wordt er gezongen, te beginnen met drie fado’s op het einde van het avondmaal. De lichten gaan uit, iedereen wordt verondersteld te stoppen met eten en actief te luisteren, want dit is geen achtergrondmuziek. Na een korte pauze wor­ den opnieuw drie fado’s gezongen, en zo gaat dat verder tot er geen volk meer in de zaal zit. Of er ook mensen uit het publiek gaan zingen, zoals in de tascas, de kroegen in Lissabon? “In Brussel zijn er verschillende amateurfadista’s die zouden kunnen opdagen. Maar misschien hebben ze drempelvrees, zeker in zo’n grote zaal...”  Benjamin Tollet Grande noite de fado op 2 april in La Tentation, Lakensestraat 28, 1000 Brussel, www.latentation.be. Om 19 uur buffet, om 20.30 uur concert. Kaartjes 15/18 euro (concert) of 40/45 euro (concert + buffet)


BDW 1273 PAGINA 17 - DONDERDAG 31 MAART 2011

© DAVID CLAERBOUT

Media > Silent stories op Canvas over vervolgde holebi’s

Op de bres voor de ballingen van de liefde BRUSSEL – Met de intieme en mooie documentaire Silent stories geven Hanne Phlypo en Catherine Vuylsteke een stem aan vier mensen die naar hier zijn moeten vluchten. Niet politieke denkbeelden of bittere armoede maakte bannelingen van hen, maar de liefde. Sarah, Arezki, Rabiatou en Jean-Louis zijn niet hetero en bekochten dat bijna met hun leven.

David Claerbouts ‘Vietnam’: nog maar tot 6 april te zien in Wiels.

Rabiatou is lesbisch. Toen ze in Guinee met een vrouw betrapt werd, bracht haar oom haar naar haar vader. “Waarom heb je haar niet ter plaatse vermoord?” vroeg hij. De verhalen van Arezki uit Algerije, JeanLouis uit Senegal en de transseksueel Sarah uit Irak zijn niet minder schrijnend. In Silent stories krijgen ze het woord. De documen­ taire wordt volgende dinsdag op Canvas ver­ toond in de reeks ‘Hedendaagse taboes’. “De verhalen zijn complementair,” zegt Cathe­ rine Vuylsteke, een van de twee regisseurs. “We streefden een grote diversiteit na, want die vind je ook in de realiteit. Een homo, een lesbienne, een biseksueel en een transsek­ sueel uit verschillende landen getuigen. Ook hun vluchtrelaas is verschillend. Jean-Louis was een gereputeerde aids-activist die een goeie baan, een zoon en een hoge maat­

achteraf

Gezien: David Claerbout – De tijd die blijft, nog tot en met 15 mei in Wiels. (Op 6 april worden ‘Vietnam’ en ‘Nocturnal landscape’ vervangen door ‘The quiet shore’ en ‘Orchestra’; op 13 april gesprek met David Claerbout en Katerina Gregos. Meer op 02-340.00.50 en www.wiels.org.)

Een van de tentoonstellingen die me altijd is bijgebleven, is er een van de Franse fotograaf Jacques Henri Lar­ tigue (1894-1986). In diens archief zitten ook stereofoto’s: twee foto’s die hetzelfde moment in beeld brengen, maar vanuit een lichtjes verschillend standpunt, zo­ dat je dieptezicht krijgt. Ik herinner me zo’n stereofoto van zijn vrouw in bad, genomen door de kier van de badkamerdeur. En een foto van de voeten van een duikende man die in het opspattende water verdwijnen. Als je er­ naar keek, leek het alsof je erbij stond – daar en toen. Van Visionair België in Bozar in 2005 herin­ ner ik me een scherm met een gedigitaliseerde oude klasfoto: een veertigtal gedisciplineerde twaalfjarigen dat op een dag in de jaren 1930 braaf in de lens kijkt. Maar de kunstenaar had het beeld zo gemanipuleerd dat je een van die ondertussen al lang overleden leerlingen plots een knikje of een knipoog zag geven. En dan zag ik onlangs ook nog ergens een scherm met een beeld van een staande naakte vrouw dat deed denken aan een paneel van een Vlaamse primitief dat Eva afbeeldt. Ook dit beeld was een video die verried dat Eva be­ woog en dus nog leefde. Ik moest aan bovengenoemde beelden denken toen ik tijdens een door Wiels-directeur Dirk Snauwaert gegidst groepsbezoek door het werk van de internationaal erkende kunste­ naar David Claerbout werd geleid. Claerbout weet een hele tentoonstelling lang en op ver­ schillende manieren vergelijkbare sensaties op te wekken. Met werken die tussen fotogra­ fie en cinema zweven, en die op een vernuf­ tige manier ons begrip van die media én ons begrip van tijd en ruimte bespelen. Deze tentoonstelling moet u echt gezien heb­ ben, en u moet er ook de tijd voor nemen. Bij elk werk hoort een woordje uitleg, dat ver­

schaft wordt in de brochure. Maar u mag uzelf niet het plezier ontnemen om eerst onbevangen te kijken, en zelf proberen te achterhalen en te voelen wat er nu precies aan de hand is. Terugkerende elementen in het werk van Claerbout zijn – behalve het spelen met tijd en ruimte – het ondergraven van het ver­ wachtingspatroon van de kijker, de culturele referenties, de combinatie van een anekdo­ tische actie op de voorgrond met een krach­ tige theatrale achtergrond, en de correspon­ dentie tussen het onderwerp en de actie die van de toeschouwer wordt verwacht. Een geweldige binnenkomer is toch wel ‘The Algiers’ sections of a happy moment’, dat te­ gelijk een demonstratie is van Claerbouts technologische kunnen. Eenvoudig gesteld zie je op deze ‘diashow’ een voetbalpleintje in Algiers waar een aantal jongens opkijken naar de opvliegende duiven. Eén moment, dat niet gevangen zit in één fotografisch shot, maar in duizenden shots met verschil­ lende frames en gezichtspunten, waarvan Claerbout een selectie van zeshonderd beel­ den samenbrengt. De kijker slalomt als een vlieg door het bevroren moment. Die fusie tussen film en fotografie realiseerde Claer­ bout door eerst het (lege) speelpleintje ter plaatse te gaan fotograferen, en nadien de personages in dat decor te ‘plakken’. Die personages fotografeerde hij honderden ke­ ren vanuit verschillende standpunten in zijn atelier, zodat we alles en iedereen ‘in 3D’ kunnen bekijken. Claerbouts culturele referenties kunnen direct zijn (zoals die naar ‘Le mépris’ van Godard in zijn vijftien uur durende ‘Bor­ deaux piece’) of subtieler, als hij in zijn beeldvoering of enscenering teruggrijpt naar de geschiedenis van de film, architectuur of cinema. Spelletjes met achter- en voorgrond zijn er haast overal, maar wel bij uitstek in het beklijvende ‘Long goodbye’. ‘The Ame­ rican room’ is dan weer een grandioze de­ monstratie van het samenvallen tussen het getoonde onderwerp en de actie die van de toeschouwer wordt verwacht. Het werk zit in een geluidsbox waar één persoon binnen­ kan, die zich net als de personages in de film moet concentreren op de pianomuziek.  Michaël Bellon

© CANVAS

Praat

Spelen met tijd en ruimte

je kind, dan word je zelf geïsoleerd. Dat con­ formisme wordt gelegitimeerd door traditie en religie. De identiteit kan niet in vraag gesteld worden. Het woord komt immers van God. Wij zijn zelf atheïsten en we zou­ den het wel anders willen, maar godsdienst speel een belangrijke – en een nefaste – rol in de holebi-problematiek,” zegt Vuylsteke. De Brusselse journaliste van De Morgen schreef eerder het boek Onder mannen – Het verzwegen leven van Marokkaanse homo’s. Ondanks alle ellende in het vaderland valt de ballingschap zwaar. Arezki vond in Brussel interessant werk, veel vrienden én de liefde, en toch mist hij Algerije. Niet soms, maar elke seconde. “Die verscheurdheid is inhe­ rent, het is de prijs die de migrant betaalt. Arezki leefde 35 jaar in Algerije. Dat kun je niet uitwissen. Het vraagstuk houdt hem bezig. Hij mist Algerije zonder het te willen, hij vraagt zich af wat hij mist. De corruptie? De files? Het licht?” Silent stories is heel filmisch. Gestileerde, mooie beelden worden begeleid door prach­ tige muziek van Karim Baggili. Een bewuste keuze, zegt regisseur Hanne Phlypo. “De verhalen zijn schrijnend, en documentaires vinden niet gemakkelijk de weg naar het pu­ bliek. Dat proberen we te overbruggen door

Silent stories: Arezki vond in Brussel interessant werk, veel vrienden én de liefde, en toch mist hij Algerije. Niet soms, maar elke seconde.

schappelijke positie moest achterlaten toen hij publiek geout werd. Arezki ontvluchtte Algerije niet alleen om zijn seksuele geaard­ heid, maar ook om het harnas van onvrij­ heid. Rabiatou liep weg van geweld en een gedwongen huwelijk. Ze had alleen lagere school gehad en zag zichzelf als iemand met een afwijking waar je maar best niet over praat.” Hoe verschillend de geïnterviewden ook zijn, toch duiken bepaalde patronen op, zo­ als het onbegrip van de familie en de lelijke rol van religie. “Sinds de verlichting is het Westen de weg van het humanisme en het individualisme ingeslagen. Het individu, met zijn rechten en plichten, is de bouw­ steen van de maatschappij. Die ontvoogding hebben de Arabische wereld en Afrika nog niet achter de rug. De gemeenschap regeert via stringente regels. Je moet in het gelid blijven, voor afwijkingen is er geen plaats. Het gaat er vervolgens niet om of jij je kind graag ziet of niet, maar om wat de gemeen­ schap denkt. Als je je schikt naar de als ‘fout’ bestempelde seksuele geaardheid van

de film esthetisch interessant te maken. Over elke scène is nagedacht.” De getuigen laten toe dat de camera hen op de huid zit. “Natuurlijk was dat niet vanzelf­ sprekend. In het begin was het zelfs moei­ lijk om mensen te overtuigen herkenbaar in beeld te komen. We hebben zelfs even over­ wogen om hen anoniem in beeld te brengen, met blokjes of een schaduw. Maar dan zou­ den we de stigmatisering in de hand gewerkt hebben, terwijl de documentaire het taboe juist wil doorbreken. Door lange gesprekken vooraf en vele informele momenten heb­ ben we gelukkig het vertrouwen van de vier gewonnen. We zijn nooit zomaar beginnen filmen. Voor en na de interviews werd alles doorgepraat.”  Niels Ruëll

Silent stories, dinsdag 5 april om 22 uur op Canvas. Op 4 april is er om 19.30 uur een gratis vertoning in de Arenbergbioscoop, op 5 en 7 april in GC De Pianofabriek in Sint-Gillis


BDW 1273 PAGINA 18 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Literatuur > waar vind je nog Nederlandstalige boeken?

Zoek je boekje BRUSSEL – Het selecte clubje van Nederlandstalige boekenwinkels in Brussel-centrum telt binnenkort weer een lid minder: eind juni sluit De Slegte definitief de deuren. Waar kan de Nederlands lezende Brusselaar nu nog aan zijn gerief komen? Een rondje ‘op zoek naar het boek’ in de hoofdstad.

D 

e enige volledig Nederlandstalige boekenwinkel die de boekliefhebber nu nog op zijn pad vindt, is de Standaard Boekhandel op het Muntplein. De winkel heeft geen hinder ondervonden van de economische crisis, maar krijgt het sinds kort hard te verduren door de heraanleg van het Muntplein. De Standaard Boekhandel overweegt om nog een andere winkel in de hoofdstad te openen. Twee extra filialen in Brussel leveren uitsluitend boeken aan Nederlandstalige hogescholen en universiteiten. De naam Passa Porta klinkt menig boekliefhebber bekend in de oren. De winkel in de Dansaertstraat is een geliefde plek voor wie zijn collectie internationale literatuur wil aanvullen. Niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Frans en het Engels bieden ze een aardig palet aan. “De sluiting van De Slegte vinden wij heel spijtig, maar het zal ons niet beïnvloeden,” klinkt het bij de directie. “We spelen niet in dezelfde categorie.” Nog een winkel die de goed ingelichte Nederlandstalige lezer niet mag overslaan, is Het Ivoren Aapje, aan het begijnhof. De boekhandel

is genoemd naar de stadsroman van Herman Teirlinck. De eigenaar, Frederik Deflo, heeft in de loop der jaren een grote collectie filosofische, wetenschappelijke en literaire werken verzameld. Zodra hij de boeken zelf gelezen heeft, biedt hij ze te koop aan in zijn winkeltje. Deflo, historicus van opleiding, beperkt zich niet tot Nederlandstalig. Hij verkoopt onder meer boeken in het Engels, Italiaans, Duits, Russisch en Spaans. Deflo is niet van plan zijn verzameling uit te breiden nu De Slegte dicht gaat. De ondergang van De Slegte is, volgens hem, ‘hun eigen schuld’. “De laatste jaren verkozen ze kwantiteit boven kwaliteit. Ze hebben hun afdeling tweedehandsboeken verwaarloosd en meer belang gehecht aan afgeprijsde ramsjboeken.”

Verlies Een andere grote speler in de boekenwereld is Fnac. Hoewel Fnac in Brussel twee winkels heeft, is het aanbod Nederlandstalige literatuur er beperkt. “Dat komt omdat er weinig vraag is,” zeggen ze bij Fnac. “Als we merken dat de vraag opeens wel stijgt, dan zullen we dat dos-

sier weer bovenhalen. Ondertussen halen we de vertalingen van bestsellers en de bekendste Nederlandstalige auteurs binnen.” De papierwarenketen Club heeft ook een paar winkels in de hoofdstad. Bij hen vind je geen Nederlandstalige boeken in de rekken; je kunt ze er wel bestellen. De boekenwurm die op dit moment zijn gading nog niet gevonden heeft, zal misschien verbaasd zijn te ontdekken dat ze in sommige Franstalige boekhandels de deur naar Nederlandstalige boeken toch al op een kier gezet hebben. Zo is de Franstalige tweedehandsboekenwinkel Pêle-Mêle vast van plan om het aanbod Vlaamse schoolboeken sterk uit te breiden. Of ze ook het literaire aanbod zullen vergroten, staat nog niet vast. Ze hebben alvast hun Nederlandse boeken dicht bij de ingang gezet. “Zodat Nederlandstaligen die toevallig voorbijwandelen, ze direct zien,” zegt een verkoopster. Pêle-Mêle koopt boeken over van mensen die ze spontaan komen aanbieden en verkoopt ze dan verder voor een tikkeltje meer. “Het is aan de Nederlandstalige lezer om zijn boeken aan ons te verkopen, zodat wij ze kunnen doorverkopen. Alleen dan zal ons aanbod Nederlandstalige literatuur groter worden.” Bibliopolis koopt minstens één jaar oude boeken in grote hoeveelheden op bij uitgeverijen. “We verramsjen ze dan in onze winkels voor een heel voordelige prijs. Dankzij de crisis hebben veel mensen de weg

De Slegte: “Brussel is het enige filiaal dat verlies lijdt.”

“De sluiting van De Slegte is heel spijtig, maar het zal ons niet beïnvloeden: wij spelen in een andere categorie”

boeken zijn, maar dat is niet zo.” In Brussel-centrum heeft Bibliopolis verschillende filialen, waaronder één pal naast De Slegte. Bibliopolis vindt het geen goede zaak dat De Slegte de boeken dicht doet. “We vulden elkaar perfect aan,” zegt uitbaatster Julie. “We stuurden elkaar klanten door. Het is overigens wel vreemd dat ze dichtgaan. Ze hebben onlangs nog gevraagd of we ons pand niet aan hen wilden verhuren, omdat ze uitbreidingsplannen hadden.” Of ze ooit Nederlandstalige boeken zullen verkopen? “We heb-

naar ons gevonden. Sommige mensen denken dat het tweedehands-

Gastronomie > Nieuwe functie voor Ukkels lustpaviljoen

Hondenbar in Lodewijk XV-stijl

De herdenking van honderd jaar Lodewijk XV-paviljoen in het Wolvendaelpark zal niet onopgemerkt voorbijgaan. Twee zomers geleden kon je nog kreeft eten in het paviljoentje, tijdens de trendy events van Lobster in the Park. Maar de zaak ging dicht. Vorig jaar nam Houria Aghlam met haar zakenpartner de langetermijnconcessie van het paviljoen over, en nu lanceert ze een nieuw concept in en rond het paviljoentje. “Het terras richten we in met een barbecuetent, waar mensen heel democratisch kunnen lunchen. Van de saladbar, koude soep, vlees en ijsjes – samen

25 euro – kun je à volonté een bord samenstellen, dat je in het park op je picknickdeken mag opeten,” leggen de exploitanten uit. “Elke dag behalve maandag is er Pic-nic in the park, en bij de biertonnen, tentjes of binnen kun je bio-eten krijgen.” Aghlam ziet het allemaal heel sfeervol en volks. Er komt een stand van IJsboerke, waar je voor 2,50 euro zoveel soorten ijs mag opscheppen als het hoorntje dragen kan. Vanaf de paasvakantie wordt er op vrijdagen gezorgd voor muzikale Sunny after work-avonden. Op zaterdag is er disco en Frans en Vlaams chanson.

© SASKIA VANDERSTICHELE

UKKEL – Het barokke Pavillon Louis XV uit 1746 kwam precies honderd jaar geleden uit Amsterdam naar het domein Wolvendael in Ukkel. Eerdaags krijgt het andermaal een nieuwe functie. De concessiehouder begint er met een barbecue- en picknickterras in april, en met een smakelijke Toutou Bar in mei. Honden, blaft het rond!

Smile wacht op zijn biertje, een Cuvée du Pavillon Louis XV.

“We willen dan een Eddy Wallyachtig sfeertje scheppen.” Op zon-

dag komt een accordeonist. Maar er is meer, verrassend meer.

Vanaf 6 mei vertroetelt het Pavillon Louis XV ook hondlief, met een nieuw concept: de Toutou Bar. Het idee komt van de hondeneigenaars die op het groen voor het paviljoen elke avond na zessen verzamelen. Dan mogen de honden er zonder leiband socializen. En van al dat loops gedoe krijgt Blaffy dorst en honger. De lage, rode tafeltjes en de eetbakjes zijn al gekocht, de menukaart voor honden is gedrukt. Een terrine van rundsvlees, kip en konijn gaat 1 euro kosten, een bordje za­kouski’s en proevertjes 2 euro, een ijsje 1,50 en een coupe met drie bollen 4 euro. Daarnaast zijn er tweegangenmenu’s voor kleine en grote honden, ijsdessert en biertje inbegrepen. Jawel, hondenbier: het wordt een Belgische primeur en zal ook per flesje van 33 centiliter ter plaatse gekocht


© NICK TRACHET

BDW 1273 PAGINA 19 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT © SASKIA VANDERSTICHELE

ben momenteel geen banden met Vlaamse of Nederlandse uitgeverijen, maar met de volgende generatie zal dat veranderen.” De Slegte overweegt niet om later nog een nieuwe vestiging in Brussel te openen. “De Vlaamse Brusselaars kopen hun boeken al een tijdje via het internet,” klinkt het bij de directie in Nederland. “Brussel is het enige filiaal dat verlies lijdt. Al de andere winkels in Vlaanderen zijn winstgevend.” Een paar maanden geleden opperden de uitbaters nochtans om de winkel uit te breiden

kunnen worden. Het wordt een Vlaams biertje, nieuw gebrouwen in het Antwerpse en zonder alcohol of suiker: Cuvée du Pavillon Louis XV. “Zonder te veel schuim, anders hangt de muil vol bij het likken.”

Uit Amsterdam Op 26 mei viert het paviljoen zijn honderdste verjaardag. De publicatie Le parc de Wolvendael de 1700 à nos jours van Benoît Schoonbroodt (ter plaatse voor 5 euro te koop) vertelt de bewogen geschiedenis van het kleinood. Door de Inquisitie vluchtten joodse Portugezen naar Amsterdam, waar ze hun godsdienst vrij mochten beleven. Aron de Joseph de Pinto (1710-’58), een welgesteld handelaar en kunstliefhebber, liet achter zijn huis aan de Nieuwe Herengracht een paviljoen-

en het pand van Bibliopolis over te nemen. “De directie vond dat geen goed idee omdat de winkel al een tijdje structureel verlies leed. We hebben ons uiterste best gedaan om de winkel te redden, maar het mocht helaas niet baten.” Begin april wordt beslist wanneer de grote uitverkoop bij De Slegte zal beginnen. Op 30 juni gaan de deuren definitief dicht. De jacht op het Nederlandstalige boek kan beginnen. Noémie Kowalczyk

tje ontwerpen met sierlijk arduin- en stucwerk. Het is geïnspireerd op de Trianons van André le Nôtre in de tuinen van Versailles, en werd een trekpleister voor mondaine avonden. Begin twintigste eeuw kwam het in handen van een restauranthouder, die het op zijn beurt verkocht aan de bankiersnazaat baron Janssens, die het steen voor steen liet heropbouwen achter zijn kasteel in het huidige Wolvendaelpark. Hij schonk het kasteeldomein in 1921 aan de gemeente. Jean-Marie Binst Pavillon Louis XV, open vanaf 9 april. Het eerste weekend brunch tegen halve prijs. Toutou Bar vanaf 6 mei. Garden Party voor de honderdste verjaardag op 26 mei. Meer op www.pavillonlouisXV.be

Sandwich Als kind stond ik op zondag voor zware keuzes. Wat zou ik nemen voor ontbijt, een pistolet of een sandwich? Best moeilijk hoor, groot worden. Voor ons was een sandwich het broodje op de foto en niets anders. Bij het dominicale opstaan nam de huisgenoot met corvee de broodbestellingen van de rest van het gezin op en spoedde zich naar de bakker. Wat een eenvoudig geluk, vers brood op tafel bij het opstaan. Weet u, beste lezer, dat in sommige landen de bakkers op zondag gesloten blijven? Hier zouden ze failliet gaan. Zondag is een grote omzetdag voor de bakkerijsector. Wie het zich kan permitteren, haalt dan speciaal brood in huis en natuurlijk ook taart of pateekes voor het familiebezoek, of gewoon, omdat het zondag is. Toch is een sandwich iets anders dan een alternatief woord voor een piccolo of een puntbroodje (woorden die wij vroeger niet kenden). Elders in de wereld is een sandwich gewoon een boterham met beleg. Niks geen speciaal brood, maar sneetjes, en dan het liefst nog van een vierkant brood. Sandwich is in de eerste plaats een alleraardigst stadje in Kent, Engeland. Ooit lag het aan een baai bij de monding van de Stour, een bevaarbare rivier. Het was een handiger laadplaats dan Dover, dat geen natuurlijke haven heeft en ingekneld zit tussen hoge rotsen. Het was in Sandwich dat de Romeinen voet aan wal zetten; Richard Leeuwenhart keerde er terug van de kruistocht, en Thomas Becket vluchtte vandaaruit naar het vasteland. In Sandwich werd de wol verscheept naar de wevers van Vlaanderen. Door het verzanden van de haven verloor de plek ten slotte aan belang. Waar hebben we dat nog gehoord? In 1660 kreeg ene admiraal Edward Montagu van de koning de titel Earl of Sandwich (een Britse graaf draagt de titel van earl, van het Vikingwoord jarl; buitenlandse graven heten in het Engels count). Zo’n titel had verder nauwelijks wat met het stadje te maken, en de Montagu’s hebben er nooit gewoond. Edwards achterkleinzoon John werd in 1724 de vierde Earl met die titel en een belangrijk personage in de politiek van zijn tijd. Hij stond driemaal aan het hoofd van de Britse zeemacht. Om

hem te eren noemde James Cook, de ontdekkingsreiziger, een eilandengroep naar hem: de Sandwicheilanden. Vandaag kennen wij die archipel beter als Hawaï. In het Londense uitgaansleven introduceerde John van Sandwich de gewoonte om belegde boterhammen te eten in plaats van een hele maaltijd, om tijd te winnen. Anderen vonden dat handig en bestelden “hetzelfde als Sandwich”. De naam bleef hangen, zo wil de legende. Waarom vonden Britten het eten van boterhammen zo uitzonderlijk? Denk er even bij na. Ook vandaag is boterhammen eten in de wereld eerder uitzondering dan regel. Een English breakfast kent wel brood, maar dan meestal onder de vorm van toast met marmelade of andere zoetigheid. Sneetjes vlees of kaas tussen twee boterhammen is ‘continental’. Sandwich had veel gereisd (hij sprak naar men zegt vloeiend Turks) en had een Zwitserse schoonbroer die uit Graubünden kwam, het land van het droogvlees. Brood leende zich vroeger moeilijk om boterhammen van te snijden. Het werd droog bewaard en was zo hard dat men er met een bijl een portie van af moest hakken of het op de vloer in stukken gooide vanaf de hanenbalken waarop het werd bewaard. In delen van Frankrijk werd er slechts éénmaal in de dorpsoven gebakken voor een heel jaar! Brood diende om te soppen. Vroeger in soep (het woord zegt het zelf ), in wijn of bier of karnemelkpap, later in de koffie. Onze moderne, verse broden zijn een stedelijk luxeverschijnsel. Nog in het midden van de vorige eeuw drukten Franse chroniqueurs hun verwondering uit over het eten van van alles op brood in Scandinavië. In Parijs werd het zelfs even mode om smørebrød en smørgåsbord te serveren in cafés en restaurants. Dat was nu eens iets speciaals! Maar bij die Scandinavische versie gaat het om open broodjes, niet om twee sneetjes met iets ertussen. De Angelsaksen noemen dat een open faced sandwich. Het oorspronkelijke platte, droge brood uit Scandinavië zou overigens breken als men er twee zou nemen met iets instabiels ertussen zoals sla of americain. Misschien zijn echte dubbele boterhammen

Onze moderne, verse broden zijn een stedelijk luxeverschijnsel

wel typisch voor de Lage Landen en het noorden van Frankrijk (tartines)? De geografie van de boterham, wie begint er eens aan? Om het succesverhaal af te ronden moest nog één techniek worden uitgevonden: het boter smeren. Boteren is geen ongezonde gewoonte, het speelt een technische rol binnen de tartinologie. Het nadeel van een boterham – pardon: sandwich – is dat het beleg er weleens uit valt. Met boter plakt de inhoud beter aan het brood. Sandwiches werden met de industrialisatie ook hét meeneemvoedsel naar de fabriek (of op picknick, voor de rijken). Een laag boter zorgt er in dat geval voor dat het brood niet zompig wordt door het vocht van het beleg, het speelt een rol als waterbarrière. Ooit gedacht dat achter een boterham zoveel wetenschap verborgen ging? Wij eten dus op school en thuis alle dagen sandwiches, en we wisten dat niet. Zoals Monsieur Jourdain, le bourgeois gentilhomme, die al heel zijn leven in proza sprak, maar dat nooit had beseft. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1273 PAGINA 20 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Kristien Vermoesen: “De jongste tijd is Brussel op een goede manier meer kosmopolitisch aan het worden, meer van de wereld. Minder bescheiden, meer envergure. Ik hoop dat dat zich doorzet.”

BRUSSEL – “Vanwaar die drang om te ondernemen? Daar kan ik moeilijk de vinger op leggen. Van thuis uit is de aanzet niet gekomen, en in de naaste familie zijn er ook al geen ondernemers. Ambitie? Natuurlijk heeft dat een rol gespeeld. Net als de wil om iets van jezelf te laten groeien. En dat kon ik niet echt als journalist.” Kristien Vermoesen stampte in haar eentje het pr-bureau Finn uit de grond. Het ambassadeurschap van het European Network of Female Entrepreneurship is een verdiende erkenning.

‘T 

of aan dat ambassadeurschap is dat ik, door lezingen te geven, de kans krijg om jonge vrouwen een soort rolmodel aan te reiken. Iets waaraan ze zich kunnen spiegelen: het is niet omdat je vrouw bent dat je geen zelfstandig ondernemer kunt worden. Je hoeft niet per se in een bedrijf te gaan werken of een nine-to-five job te nemen. Zelf heb ik ook veel gehad aan de voorbeelden die me zijn voorgegaan. Toch is er nog veel werk aan de winkel, zo heeft een studie van Vlerick nog maar eens uitgewezen: België blijft onder het Europese gemiddelde wat vrouwelijk ondernemerschap betreft. ‘Zoek een gewone baan, het liefst van al nog bij de staat, dan ben je gerust’: dat blijft de trend. Faalangst, opzien tegen lange werkuren: bij vrouwen is het nog altijd een grotere sta-in-de-weg dan bij mannen. Ook belangrijk, én dit keer positief: vrouwen hechten meer dan mannen waarde aan creativiteit binnen hun onderneming. Je gaat me niet horen beweren dat zo’n aanpak beter is, maar diversiteit is wel belangrijk voor een economie.” Finn, het staat toepasselijk voor ‘vin’ in het Engels. “Toepasselijk, ja, omdat we bedrijven – door soms lichtjes bij te sturen – een bocht helpen te maken in hun communicatie. We zorgen ervoor dat ze in de krant en op tv komen, maar ook dat ze op een goede manier aanwezig zijn in de jonge social media zoals Twitter en Facebook.” “Nu zijn we met zijn drieën, en de bedoeling

is natuurlijk om nog verder te groeien. Heel aangenaam is het om als team ergens aan te werken. En mijn zelfvertrouwen is met de jaren alleen maar gegroeid, mede door de crisis. Dat was een goede leerschool. Bedrijven hielden de vinger op de knip, constant moesten we creatief zijn en oplossingen zoeken. Dat we groeiden ondanks de crisis, heeft me een boost gegeven: ‘Oké, we zijn vertrokken.’”

Liefde op het eerste gezicht “Het idee voor Finn is ontstaan door mijn werk als freelance journalist. Voor De Tijd en De Standaard, voor Feeling ook. Ik merkte dat er een grote kloof gaapt tussen bedrijven – met potentieel interessante verhalen – en de pers. Omdat de meeste bedrijven gewoon niet weten hoe ze optimaal moeten communiceren met journalisten. Het leek me een ideale kans om de sluimerende ambitie om iets uit de grond te stampen, te verwezenlijken. Iets waartoe ik in de journalistiek geen mogelijkheden zag.” “Een financieel risico? Zeker. Ik heb alles van nul moeten leren. Hoe run je een bedrijf, wat komt er allemaal bij kijken? Aan netwerken heb ik nog altijd heel veel. Zo maak ik deel uit van Plato, een initiatief van Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen. Elke maand komen we bijeen met een twintigtal ondernemers. Niet om klanten te werven, maar om van elkaar kennis op te doen en ervaringen te delen.” Finns hoofdkwartier en tevens Huisje Welte-

vree ligt in de Werfstraat, opzij van de Handelskaai. Beneden bureau, een grote garage – een enorme luxe in het centrum van Brussel – en bergruimte. En boven de leefruimtes. “Na mijn studie Romaanse talen wilde ik niets liever dan in Brussel komen wonen. Ik had hier mijn eerste baan gevonden, bij het Kunstenfestivaldesarts, het was liefde op het eerste gezicht. Het festival zat op vele plekken in de stad verspreid, en al gauw leerde ik al die puzzelstukjes in elkaar te leggen: er ging een wereld voor mij open. Zoveel rijker dan het Brussel dat ik kende van mijn jeugd, toen ik met mijn ouders weleens vanuit Opwijk hierheen kwam. Restte nog mijn vriend Raf, met wie ik in Leuven op kot zat, te overtuigen. Dat viel op de keper beschouwd mee, hoewel Raf een Antwerpenaar is. Maar gelukkig geen fanatieke.” “Eerst woonden we in de Dansaertstraat. Hectisch, boeiend, een rijk nachtleven, veel Vlamingen. Maar op den duur werd het allemaal wat te veel: in de zomer was er altijd wel iets te doen, als bewoner had je amper rust. Dus hebben we dit pand gekocht, nu acht jaar geleden. Op dat ogenblik had ik er nog geen benul van dat ik een bedrijfje wilde oprichten, maar de keuze bleek perfect: door de aard van het pand leent het zich ertoe wonen en werken onder één dak te combineren.”

Supermom & Superdad Vermoesen schotelt me een heerlijk kopje

© MARC GYSENS

espresso voor. “Raf is een echte koffiefreak, hij brandt eigenhandig de bonen.” En koffiebonen branden is lang niet alles wat manlief doet. Naast het kinderspeelgoed kan ik niet kijken, naast de mooie bolle buik van mijn gastvrouw evenmin. Bij een supermom hoort een superdad. “We hebben een dochtertje van tweeëneenhalf, Sophie, en binnen een maand of zo komt er een tweede kindje bij. Veel hooi op de vork als je ook nog een bedrijfje te runnen hebt, inderdaad. Op betaald zwangerschapsverlof hoef ik bijvoorbeeld niet te rekenen. Toch moet ik zeggen dat de combinatie kinderen en een zaak al met al wel meevalt. Zeker met een man in huis – Raf is journalist bij Humo – die niet aan nine-to-five gebonden is, flexibele uren heeft en zo zijn duit in het zakje kan doen. Onlangs nog ben ik voor mijn ambassadeurschap gaan spreken in een hogeschool, en ik heb dat jong geweld daar gezegd dat ze in de eerste plaats een goed lief moesten zoeken. Een boutade, maar het is wel zo dat de steun van je partner ongelooflijk belangrijk is als je als vrouw én moeder een onderneming wilt leiden. Als zakenvrouw moet je alert zijn en voortdurend bijsturen; als moeder moet je er kunnen zijn voor je kinderen. En dat kan onmogelijk als je niet iemand naast je hebt die je steunt. Voor de volle honderd procent.” “Met onze huidige gezinssituatie is het ideaal dat werk- en woonplaats één zijn. Ik moet niet dag in, dag uit files doorstaan – bij wijze van spreken alleen eventjes uitkijken dat ik ’s ochtends de trap niet af donder. ’s Avonds kan ik Sophie van de crèche halen, en als onze schat in bed ligt, begin ik opnieuw te werken. Dan wordt het al eens middernacht, maar daar zit ik niet mee. Ik ben ook blij dat we als bedrijf in het centrum van Brussel zitten. Je zit snel


BDW 1273 PAGINA 21 - DONDERDAG 31 MAART 2011

FREDDI SMEKENS

“Je gaat me niet horen beweren dat zo’n vrouwelijke bedrijfsaanpak beter is, maar diversiteit is wel belangrijk voor een economie”

Van da

I 

Kristien Vermoesen, zakenvrouw/moeder

‘Zoek eerst en vooral een goed lief’ © IVAN PUT

“Een foto van Ivan Put, waaruit een melancholie spreekt die voor mij heel Brussels is: frietjes eten bij Antoine als je net terug bent uit vakantie, of met de Vespa door lege straten scheuren op een zomeravond...”

overal, je bent makkelijk bereikbaar voor de klanten.”

Minder bescheiden Met Brussel was het dan misschien liefde op het eerste gezicht, en Vermoesen woont hier nog altijd heel graag, maar toch is het met de jaren een liefde met kanttekeningen geworden. “Het vuil, de overlast: het is niet altijd even gemakkelijk om daarmee om te gaan. De complexiteit van de regelgeving ook, door die twee taalgemeenschappen. Zo hebben we hemel en aarde moeten bewegen om Sophie in een Nederlandstalig buurtschooltje in  te schrijven, omdat ze naar een Franstalige crèche was geweest. Daartegenover staan  dan weer de positieve kanten. Fantastische winkels, de sandwiches van Wittamer, het biovlees van Jack O’Shea in de Europese wijk. 

Zoiets vind je alleen in Brussel, hé.” “Wat ik ook altijd zo tof heb gevonden aan Brussel: doordat je met al die taalgemeenschappen zit, kun je nauwelijks naast je schoenen gaan lopen. Toch is Brussel de jongste tijd op een goede manier meer kosmopolitisch aan het worden, meer van de wereld. Minder bescheiden, meer uitstraling, meer envergure. Ik hoop ook dat het zich zal doorzetten en dat Brussel zich ook zo zal kunnen verkopen,  dat de stad ambitie toont. Aan de ene kant  het gemoedelijke van wafels en Manneken  Pis, aan de andere kant ook de troeven van een wereldstad. Met een enorm arsenaal aan talent en dynamiek. In die zin mogen we  toch wat meer op de Antwerpenaars gaan lijken.” Karel Van der Auwera  www.finn.be

n het Algemeen Nederlands zeggen we “Het is zover” wanneer iets onherroepelijks of iets langverwachts ter sprake komt. De Brusselaar zal dat weleens hertalen als: “’t Es zuveir”, maar dat is heel uitzonderlijk. Wanneer het dan toch zover is, heeft men het hier veeleer over: “’t Es van da” of eventueel: “’t Es gebakke.” Het zou mij niet verwonderen, waarde lezer, dat we “’t Es van da” de laatste tijd meer dan eens gebruikt hebben. Niet bepaald bij de vorming van een nieuwe regering in dit geval, maar bijvoorbeeld wel bij een aardbeving die gepaard ging met een kernramp. Ook als er ergens een of andere revolutie annex oorlog uitbreekt, zeggen we dat het van da is. Mo lot ons de tristige dinge neki opzaa schooive. Het is nu eenmaal zo dat er elke dag, om niet te zeggen elk ogenblik, wel iets van da kan zijn. Wanneer iets ons uitentreuren op de zeine werkt, pakken we gezwind uit met: “Voilà! ’t Es waal van da!” Die uitdrukking kan gerust vervangen worden door een retorische vraag. Dan gaat het van: “Es ’t waal van da?!” Hoewel men het antwoord in dat geval dus duidelijk kent, kan die vraag hardop of zelfs in de vorm van een uitroep geformuleerd worden. Uiteraard kan het ook rustiger. Zo dacht ik zeer onlangs nog: “Auver wa goen ik schraaive wa den Brusseleir kan interesseire?” Gezien het brede interesseveld van mijn medeburger heb ik daar uiteraard geen last mee. Op een bepaald ogenblik kwam ik op een idee en dacht ik hardop bij mezelf: “Voilà, dat es ’t! ’t Es van da!” Doordat ik net op dat ogenblik even werd afgeleid, was ik meteen weer mijn onderwerp kwijt. Mo wee mag nen Brusseleir wel zaain vè in da geval te panikeire, waarde lezer? Vandaar dat ik onmiddellijk terugviel op de bedenking die ik bij mijn inval had: “’t Es van da!” Zonder me de vraag te stellen “Auver wa was ’t na wei?”, ging ik over tot de orde van de dag. Waarover ik zou schrijven, zou ‘Van da’ worden. Het eerste wat ik me daarbij afvroeg, was natuurlijk: “Mè wa eit da na faaitelaaik te moeke?” Neem nu ons geliefde gezegde:

“Da zeede van hee!” In dat geval weet men ongetwijfeld wel waar men staat. Mo wa we faaitelaaik van doe zeen, es ni altaaid dooidelaaik. En toch gaat men ervan uit dat een slechtziende of zelfs een blinde iets van hee kan zeen. Hetzelfde geldt voor: “’t Es van da!” Daarop zal men nooit de vraag krijgen: “Van wat es ’t aaigelaaik?” Neen, waarde lezer, ons woordje da heeft in dat geval te maken met een onomstotelijk feit. Maar van da kan gelukkig ook een soort hoop en verwachting in zich meedragen. Neem nu: “We zulle wel zeen as ’t van da es!” Op dat ogenblik heeft da meestal, zo niet altijd, een positieve klank en waarde. Dat staat in contrast met “’t Es waal van da”, waarvan hierboven sprake was. Ik kan me voorstellen dat het zowel mij als u weleens overkomt iemand aan te spreken met “’t Es van da”, zonder daarbij da nader te specificeren. Men gaat er namelijk in dat geval van uit dat onze toehoorder dat da zelf wel invult. Graag over nu naar enkele varianten die onze uitdrukking kunnen aanvullen of verrijken. Ik had het in dat verband al over het onnavolgbare “’t Es gebakke.” Deze uitdrukking kan volgens mij niets dan positieve connotaties hebben. Waar we in het geval van van da ook terechtkunnen, is bij “’t Es veugevalle.” En om het nog korter te houden, kan ook gewoon “Voilà” van pas komen. Natuurlijk zijn er nog varianten; het tegenovergestelde zou mij in ons Brusselse taalschaakspel ten zeerste verwonderen. U merkt het ongetwijfeld samen met mij, waarde lezer, dat ons Brussels een onuitputtelijke bron van uitwijkmogelijkheden is. En dat we nog heel ver van het ogenblik zijn dat we “’t Es van da!” zullen gebruiken over de dood van onze streektaal. Aan u om een en ander bij een volgende gelegenheid even uit te proberen, waarde lezer. Tot besluit wil ik iedereen een wijze raad meegeven. Af en toe, wanneer men diep in gedachten verzonken is, krijgt men de vraag voorgeschoteld: “Awel? Wat es ’t?” Welnu, dat is hét uitgelezen moment om uit te pakken met: “Niks. ’t Es van da...” Een beter middel om de nieuwsgierigheid op te wekken heb ik nog niet ontdekt.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 66.720 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw.be), Steven Vandenbergh (steven.vandenbergh@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny. vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Philip Ebels, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw. be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1273 PAGINA 22 - DONDERDAG 31 MAART 2011

Atletiek > Hordeloper Damien Broothaerts, na jaren blessureleed klaar voor Olympische Spelen

‘Mijn beste jaren komen nog’ BRUSSEL – Damien Broothaerts (28) dreigde tot voor kort als ‘eeuwige belofte’ te blijven steken. Blessureleed en mentale problemen bedreigden de carrière van de hordeloper. Maar hij hervond regelmaat in zijn prestaties en staat voor een cruciaal jaar om een ticket voor de Olympische Spelen te bemachtigen.

‘I 

k ben met hordelopen begonnen uit revanche,” vertelt Damien Broothaerts. “Tijdens mijn jeugd heb ik verschillende atletiekdisciplines beoefend; op mijn vijftiende ben ik op het Belgisch kampioenschap als laatste geëindigd in het hordelopen. Ik zwoer het jaar erna beter te doen. Op mijn zestiende werd ik Belgisch kampioen en is mijn carrière als hordeloper echt begonnen.” Broothaerts is al sinds zijn negende aangesloten bij atletiekclub Excelsior en is er nu een van de boegbeelden, samen met de tienkamper Frédéric Xhonneux. Zijn toenmalige trainers merkten het talent van de vijftienjarige Brusselaar op, die snel vooruitgang maakte. “Ik brak het Belgisch record en schreef heel wat overwinningen op mijn naam. In 1999 was mijn eerste grote toernooi de Olympische Spelen voor jongeren. Ik behaalde er, als jongste, de vierde plaats in de finale.” “De jaren erna liep ik op zowat alle EK’s en WK’s heel wat finales, maar zonder medailles te behalen. Ik moet toegeven dat ik toen niet voor de volle honderd procent gefocust was. Atletiek kwam op de tweede plaats.” Als negentienjarige besloot Broothaerts van sport zijn werk te maken, en sinds 2004 werkt hij bij de topsportsectie van het leger. Dat

de  CLUB

De carrière van Damien Broothaerts verliep tot dusver met hoogten en laagten. “Ik heb veel kracht en ik ben explosief. Dat zijn kwaliteiten, maar daardoor ben ik ook extra blessuregevoelig.”

Brussels Handball Club

‘Een verrijking op en naast het veld’ “Brussels Handball Club (BHC) is een fusie van verschillende ploegen,” legt Carole Veithen (33), de gloednieuwe voorzitster, uit. “We zijn een jonge ploeg met leden die toch al heel wat ervaring hebben. In Jette is er ook even een vrouwenhandbalploeg geweest, maar vandaag zijn wij de enige in de hoofdstad.” BHC komt uit in de eerste klasse voor vrouwen, maar begon het seizoen met amper een tiental speelsters. Op de koop toe verliet een aantal oudere bestuursleden de club, die nu in een overgangsfase zit. “Toch hebben we al bemoedigende resultaten behaald. We hebben ondertussen 25 speelsters en zelfs een tweede ploeg, die wel alleen maar vriendschappelijk speelt.” De leden van BHC zijn ouder dan zestien. Wie jonger is, kan in dezelfde Sportzaal François Guillaume in Evere terecht voor jongerenhand-

© MARC GYSENS

EVERE – Bloso zet handbal dit jaar in de kijker. Maar in Brussel kunnen dames die willen handballen, maar bij één club terecht: de Brussels Handball Club in Evere.

BHC, club in de overgang. “Toch halen we al bemoedigende resultaten.”

© MARC GYSENS

bal. Net als zoveel andere Brusselse sportploegen is BHC een allegaartje van nationaliteiten en talen. “Zweedse, Deense, Spaanse, Braziliaanse speelsters, ze komen van overal. Dat is toch wel een positief punt van Brussel,” zegt Veithen. “Op het gebied van taal passen we ons aan aan de speelsters. Het is heel intercultureel, een echte verrijking, zowel op als naast het handbalveld.” In het Belgische handbal hebben de Limburgers nog altijd een stevig monopolie. BHC probeert daar verandering in te brengen en organiseert op 18 en 19 juni een nieuw toernooi: Green handball. “Dat doen we samen met de mannenhandbalploeg van Kraainem. We noemen het Green handball omdat de wedstrijden op gras – op de voetbalvelden van Evere – worden gespeeld, terwijl dat normaal gezien in de zaal is. We proberen ook internationale ploegen, onder meer uit Zweden en Frankrijk, hierheen te halen. Er zullen tien mannen- en tien vrouwenploegen aan ons toernooi deelnemen. We willen het Brusselse handbal in de vitrine zetten en van ons toernooi een jaarlijkse afspraak maken.” Ondertussen wil BHC in alle rust groeien. “Hopelijk komen er nog jongeren bij en groeit het handbal in Brussel. Laten we samen rustig evolueren.”  TS

www.brussels-handball.be. Training op dinsdag- en donderdagavond


BDW 1273 PAGINA 23 - DONDERDAG 31 MAART 2011

David Steegen De Bleiters houdt in dat hij zich een halve dag per week moet aanmelden bij het militair ziekenhuis in Neder-Over-Heembeek, waar hij onder meer de zieken helpt. Verder kan hij volop voor zijn sport leven. Toch lukte dat tussen 2005 en 2009 niet echt. “Ik heb toen echt aangemodderd. Ik ben een paar keer van trainer veranderd, maar het

“Niet naar de Olympische Spelen kunnen zou een nederlaag zijn” waren vooral de blessures die me afremden. Ik heb veel kracht en ik ben explosief. Dat zijn kwaliteiten, maar daardoor ben ik ook extra blessuregevoelig. Mentaal zat ik ook diep. Ik heb regelmatig aan stoppen gedacht. Een sportman is tachtig procent mentaal en twintig procent fysiek. Uiteindelijk besefte ik dat ik niet zonder topsport kan. Het is als een drug. Het is mijn leven.” In 2009 voelde de Brusselaar het mes op de keel: hij gaf zichzelf nog één jaar. Hij begon blessurevrij aan het seizoen en bewees dat hij meer is dan die ‘eeuwige belofte’. “De trein was weer vertrokken. Ik haalde vrij gemakkelijk de finale van het EK indoor: dat deed mij en mijn imago deugd. Ook met mijn

prestatie op het WK in Berlijn was ik blij.” Vorig seizoen trok hij de lijn door. Jammer genoeg moest hij, terwijl hij in goeden doen was, afhaken voor het EK in Barcelona: een spierscheurtje. En afgelopen winter doken de mentale problemen weer op. “Daardoor verliep dit seizoen tot nu toe met ups en downs. Ik werd voor het EK indoor in Parijs opgevist, maar liep er een slechte 60 meter. Ik stelde me te veel vragen en was niet klaar om te presteren. Maar dat is alweer vergeten... Mijn voornaamste doel nu is mijn outdoorseizoen goed voorbereiden. Ik besef dat het van groot belang is voor mijn hoofddoel: de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen.” Elke dag is hij uren bezig met zijn sport, en daar komt veel meer bij kijken dan ‘wat lopen’. Zijn coaches, Jonathan Nsenga en Juan da Silva, kennen zijn sterke en zwakke punten. “Normaal gezien komen mijn beste jaren nog. Ik heb nog niet mijn beste niveau behaald, nog niet getoond wat ik al heb gepresteerd op training. Ik heb zeker nog marge. Nu komt het erop aan goed te trainen en geen blessures op te lopen. De belangrijkste reden waarom ik nog loop, zijn de Olympische Spelen. Als ik niet ga, is dat een nederlaag. Ik heb het potentieel. De voorbereiding begint nu, die druk leg ik mezelf op.” Maar eerst wil Broothaerts deze zomer nog schitteren op de Memorial Van Damme. “Als jonge jongen was de Memorial al een droom. Het is de mooiste, iedereen droomt ervan. Op mijn piste, in mijn stad en voor mijn publiek: gewoon kippenvel.”  Tim Schoonjans

Comeback voor RWDM?

Zondagmorgen, halftien. Drie zelfstandigen, één politicus, één architect, één kaderlid van een Brusselse verhuisfirma, zijn echtgenote en één woordvoerder blazen verzamelen aan de Jetse kant van het Elisabethpark. Allemaal Brusselaars. De politicus heeft enkele maanden geleden met enkele anderen een heuse wielerclub opgericht: De Bleiters. Toepasselijke naam in mijn geval. De keren dat ik sereen en ontspannen mee kon pedaleren met de embryonale versie van De Bleiters, zijn op een hand te tellen. Altijd afzien. Je ne suis pas un Flandrien. Ik kreeg een afkeer van fietsen. Het eigen falen en het gebrek aan mededogen van mijn maten stuwden me naar de rollen in de kelder. De nieuwe wieleruniformen bleven bijna een vol jaar onaangeroerd. Ik heb al lang spijt. Waarom heb ik toegezegd? Een dag eerder heb ik op de rollen gefietst en een wedstrijd gespeeld met de veteranen van Ritterklub Jette. Overschatting. Bovendien heeft het zomeruur een waardevolle stonde recuperatie afgepakt. We worden er niet jonger op. Een deel van de groep is me wat vroeger komen oppikken. Ik kan niet meer terug. Het vooruitzicht om voortdurend achteraan te bengelen vernietigt de weinige moed die ik heb. We rijden langs de basiliek de Leopold II-laan af richting centrum, aan het Saincte­ letteplein hartje Brussel rechtsaf, om het vers aangelegde fietspad te volgen langs het kanaal tot in het centrum van Halle. We ontwijken de glasscherven en ander zwerfvuil. Wie krijgt Brussel ooit proper? Vanuit het carnavalsstadje gaat het naar het glooiende Pajottenland, Gaasbeek, Vlezenbeek, Dilbeek, om te eindigen in café De Linde. Dit ultieme bruine wielercafé (sinds 1875) is een baken voor alle echte wielrenners. Het café van Emile ‘Miel’ Daems, de Brusselse winnaar van Parijs-Roubaix, we-

reldkampioen, triomfator in Milaan-San Remo en in vier etappes van de Tour, ligt op het driegemeentenpunt tussen Dilbeek, Sint-Agatha-Berchem en Sint-Jans-Molenbeek. Kan het Brusselser? Op weg naar De Linde kruisen we tientallen wielertoeristen. Hun pakjes zijn veel minder mooi dan de onze. Rond de middag komen de coureurs aan in het grensgebied, bij Lisette Vosté. Wie hier voor de eerste keer komt, voelt zich er voor eeuwig thuis. Het is een Daring- (en RWDM-)café. Wanneer ik binnenstap, roept een oude, besnorde coureur: “Et bien, monsieur Steegen, ça vous change du col et de la cravate du Sporting.” Tijdens de rit praat ik veel en lang met Eric, nen echte Brusseleir en Sporting Boy, over voetbal, Anderlecht, de koers, de politiek en andere essentiële bijkomstigheden. Eric ontfermt zich over mij. Ik draai ongemerkt mee en geniet. Mijn rollen en Erics vriendelijkheid doen wonderen. Ook mijn lieve echtgenote verdient alle lof voor het verjaardagscadeau-2009. Het is genieten op de fiets. Mooi weer, lekker tempo. In het café hangt welgeteld één verwijzing naar Royal Sporting Club Anderlecht. De kampioenenfoto 1963-’64. Het seizoen dat Anderlecht Real Madrid uitschakelde. Schilder Yvan-van-’t-Rad, getatoeëerd van boven tot onder en gehuld in de uitrusting van de Belgische nationale ploeg, komt even met ons zwanzen. Het kan niet beter. Na enkele pinten keren we terug naar huis. Moe en voldaan. Ik neem me voor om zoveel mogelijk met De Bleiters te fietsen. Op één voorwaarde: het eindpunt moet De Linde zijn. Het centrum van Brussel op zondag. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

SINT-JANS-MOLENBEEK – Voetbalsupporters uiten met een petitie de wens om de naam FC Brussels in RWDM Brussels te veranderen. In en om het Edmond Machtensstadion zijn de laatste weken de degradatieperikelen het belangrijkste gespreksonderwerp. Er wordt weleens met heimwee achterom gekeken naar de hoogdagen van het Molenbeekse voetbal en naar stamnummer 47: RWDM. Die club ging in 2002 failliet en werd ‘vervangen’ door het FC Brussels van Johan Vermeersch. In de Brabantse vierde provinciale

speelt ook nog Racing Whitestar Daring Molenbeek. De Molenbeekse aanhang is nu in actie geschoten om de mythische letters van onder het stof te halen. Ze vragen voorzitter Vermeersch om FC Brussels in RWDM Brussels te veranderen. “Om het stadion en de club weer een ziel te geven en om de supporters opnieuw naar het Machtensstadion te halen.” Ze hebben een internetpetitie gelanceerd die u op 9537.lapetition.be kunt tekenen, samen met ondertussen al enkele honderden andere ondertekenaars.  TS

VIERDE BUITENSPEELDAG BRUSSEL – Ketjes worden op 6 april naar buiten gestuurd: sporten en spelen op de vierde Buitenspeeldag. ‘We vliegen buiten! Weg van tv! Ooo ee, ooo ee, ooo ee jeej.’ Het Buitenspeeldag-lied vat het goed samen: over heel Vlaanderen en Brussel breken de kinderen uit. De Buitenspeeldag is een samenwerking van de Vlaamse overheid en de commerciële tv-zender Nickelodeon: die gaat op 6 april tussen 13 en 17 uur op zwart. Juffen en meesters worden opgeroe-

pen om geen huiswerk te geven. In Brussel zijn er activiteiten tussen 13.30 en 17 uur. In het Ambiorixpark kunnen kinderen tussen drie en twaalf genieten van krijtspelen, rolstoelparcours en meer. In het ABC-huis kunnen vierplussers hinkelen, hoelahoepen, bellenblazen of knikkeren. Aan het Roode­ beekcentrum is er mountainbike, hiphop, airtrack of een ontdekkingstocht in de natuur (6-15 jaar). Op de Nieuwe Graanmarkt biedt JES een stadstour, panna soccer en bakstapelen aan (6+). Zie www.buitenspeeldag.be. TS

Stem voor de mooiste klasfoto!

16

Brusselse klassen gaan de strijd aan voor de leukste klasfoto.

Nog niet gestemd?

Breng je stem uit op

www.klasindemedia.be


3

TOT 1

LE

9 N A

© SASK IA VANDERST ICHE

ZIE

VO O R I E

za

W

R• JAA BD

DE

BDW 1273 PAGINA 24 - DONDERDAG 31 MAART 2011

R EE N V

Obès wilde liever niet op de foto. In zijn atelier zagen we onder meer zijn vele spuitbussen, en een George Bushmasker. Een van zijn vermommingen?

graffiti-artiesten n va en or sp et vo de in s er Zazie-report

o C & e s o m s O , Bonom, Obès Idiot... Of nog: Crevet, Muga, Na of straten Als je goed rondkijkt in de oot van Brussel, is de kans gr kke dat je ergens een van die ge ls, ve ar tiestennamen ziet. Op ge of bushokjes, winkelrolluiken itielektriciteitscabines... Graff aal kunstenaars laten nu eenm ging ze overal sporen achter! Zazie achterna...

D

Dus trokken aar was de eerste lentezon! ige week onze Zazie-reporters er vor cialist / graag op uit. Samen met spe gen we op gin mmeau kunsthistoricus Adrien Gri wel graffiti genoemd. zoek naar straatkunst, ook rubriek ‘SorrySnorry?’) (Daarover lees je meer in de chten we een bezoek Tijdens onze wandeling bra lse graffiti-artiest aan het atelier van de Brusse itbussen en de Obès. Temidden van de spu hem het vuur aan de ver fpotten legden de Zazies schenen. met graffiti-kunst Kw inten (K): Hoe ben je begonnen? onnen toen ik der tien Obès (O): Ik ben ermee beg lie nu. Ik ben het gaan was, ongeveer zo oud als jul de zijn met andere doen omdat ik bev riend wil ook graffiti maakten. En jongens op mijn school die ft me in het beg in veel ook door mijn broer. Die hee ar nog altijd vind ik het geleerd. Ik ben nu der tig, ma

ening maak en dat ik die ik hier in mijn atelier een tek Of lijm op straat ga plakken. nadien met sterke behang en spijkers... ik hang iets op met hamer je leuk aan graffiti Jef Raven (JR): Wat vind maken? de straat een plek is waar O: Ik vind het belang rijk dat n. Op straat mag iedereen iedereen zich kan uitdrukke is niet verboden. Maar zeggen wat hij of zij wil, dat s tekenen of schilderen in lang niet iedereen mag iet nog altijd illegaal, en dat de straat. Graffiti maken is d dat iedereen het recht zou vind ik heel jammer. Ik vin met beelden in een stad moeten hebben om zich ook uit te drukken. vangenis gevlogen voor R: Ben jij al ooit in de ge je graffiti? t zo leuk, de politie was O: Ja, één keer. Dat was nie ook al meegemaakt dat heel agressief. Maar ik heb en applaudisseerden en mensen mijn graffiti zagen toonstellen in een museum zeiden dat ik ze moest ten ervan houden en mensen (lacht). Er zijn mensen die die er niet van houden.

rtiesten erin geoefend Patrick (P): Zijn graffiti-a ijk te werken? om zo ‘onzichtbaar’ mogel gaan we allerlei manieren O: Ja, omdat het illegaal is op te vallen. Meestal bedenken om niet te hard verkleden ons als ninja’s, werken we ’s nachts, of we len ook zoveel mogelijk volledig in het zwart. We zul ken. Maar soms kan de straat verlichting ont wij mogelijk maken om je jezelf beter zo zichtbaar onzichtbaar te zijn. P: Hoezo? eens verkleed als een O: Ik heb me bijvoorbeeld alsof hij de graffiti met gemeentewerker, die doet ar eigenlijk was ik dus wit te ver f overschilder t. Ma ver f aan het maken. gewoon graffiti met wit te (Iedereen lacht.) d niet om jullie JR: Waarom beslist de sta te geven waar het wel bijvoorbeeld één straat mag? al zo, in Gent O: In sommige steden is dat enover graffiti bijvoorbeeld. De houding teg In Zuid-Amerika is het verschilt van plek tot plek. an of in België. Ik zou veel makkelijker dan in Jap in Brussel zo’n straat het best fijn vinden als we graffiti-k unst, maar hadden. Niet alleen voor de zich wil uitdrukken in gewoon voor iedereen die doende vind? Nee, de straat. Maar of ik het vol l een stapje in de goeie toch niet... Maar het is wé

tussen graffitiWannes (W): Bestaan er praken om op kunstenaars een soort afs graffiti aan te brengen? bepaalde plekken nooit Op kerken of zo? enaar zelf af. In sommige O: Dat hangt van de kunst richting. naars zal er een soort van kringen van graffiti-k unste DOOR PATRICK JORDENS gebouwen. Maar soms respec t zijn voor sommige oorbeeld helemaal niet heb je ook mensen die bijv s willen uitdrukken wat ès te zien? In leuk. godsdienstig zijn, en net iet Benieuwd om graffiti van Ob ns een lee we ook n late Die t. gaa rollen, heeft tegen de godsdienst in de Kandelaarsstraat, in de Ma ti? ffi gra kerk. ser op een muur Rogier (R): Hoe maak je tekening of zo achter op een hij een grote rode brandblus leens met we ook ar ma us, itb spu heel wat andere O: Soms met een t achtergelaten! Je kan daar ook me s som rk? en, ke sel een pen en op f n, ver it gedaa grote markeerstiften, met Eva (E): Heb jij dat al oo graffiti ontdekken... ook wel dat t eur geb t He . nen die rkomen (lacht). kan ove al j mi is dat r, plakband... alles hoo Ja O:


BDW 1273 PAGINA 25 - DONDERDAG 31 MAART 2011

[ SORRY ] SNORRY?

’ in u lt e e p s n u h is d ta s e ‘D

© SASK IA VANDERST ICHE

LE

de ZazieDe graffiti-wandeling van , bij de grote reporters begon met Bonom het Museum dino-skeletten die hij voor maakte. En voor Natuurwetenschappen de de wandeling met dezelfde Bonom eindig de gevel van een ook, bij een zeepaardje op in. Tussendoor flatgebouw op het Flageyple graffiti. Zoals zagen we enorm veel andere aakt uit op de foto: een doodskop gem bloemetjesbehang! ti-kenner Dank zij onze gids, de graffi veel over schrijf t Adrien Grimmeau die er kunst. Zazie heel wat te weten over straat we en am kw , nda Age ine in ons magaz weetjes uit: pik t er een paar bijzondere rkt ar leeft nu in België. Hij we Hij komt uit Frank rijk, ma en bov “Bonom is amper 25 jaar. Meestal klimt hij graffiti maken verboden is. bijna altijd ’s nachts, omdat

© SASK IA VANDERST ICHE

LE

VANGER

BLIK

n zak ken om h aan touwen naar benede op gebouwen en laat hij zic museum zijn maken. De dino’s aan het zijn muurschilderingen te s geen echte vraag gemaak t. Dat zijn du wel legaal, want ze zijn op graffiti.” BCP, de ssel graffiti maakte, heette “De eerste groep die in Bru nog altijd 89 zijn ze begonnen. Je kan Brussels Cit y Painters. In 19 BCP staat taarnpalen en muren en zo. BCP-stickers vinden op lan ’, een rée, ‘pens, appelmoes, puree ook voor Boudin Compôte Pu typisch Belgisch gerecht.” dat de de spoorwegen. Dat is om “Graffiti vind je vaak langs der dat ’s nachts kunnen werken zon artiesten daar makkelijker voorbij. n overdag rijden er veel mense ze opgemerk t worden. En extra goed op.” De graffiti vallen daardoor rt in de stad. Tags zijn een soo “Je vindt ook heel veel tags kleur. Zo snel geschreven en in één handtekeningen, meestal d keer ig zijn artiestennaam honder is er de tag ‘NA’. NA is bez NA r. telkens op een andere manie in de straten te schrijven, log ie die guur uit de Griekse my tho komt van Narcissus, een fi en spiegelbeeld. Volgens NA lijk verliefd werd op zijn eigen lf en s: ze zijn verliefd op zichze graffiti-artiesten op Narcissu een ook m achter. Maar ze hebben laten daarom overal hun naa rs zien De meeste graffiti-k unstenaa speciale band met de stad. de stad als hun speeltuin.” mige graffiti geen kunst... “Misschien vinden jullie som nte niet kunst is? Er is interessa Maar wie zeg t of iets wel of nst ffiti-k unst. Soms moet ku en minder interessante gra nk of vreemd durven te zijn. De een beetje stout, gevaarlijk n hielden in het beg in ook maar aan Picasso. De mense endste en nu is hij een van de bek helemaal niet van zijn werk, kunstenaars.” mijn voordeur zou wil “Of ik zelf graag graffiti op nee, toch liever niet.”

op een snel een Zazie-graffiti aan Wannes, alias Fatal, brengt hem nu om jou vorm van graffiti! Aan paal. Ook een sticker is een te gaan zoeken...

Idulfania door Brecht Evens

len? Euh,

nog veel meer. ... en zo ver telde Adrien ons voor, tentoonstelling over graffiti Hij bereidt op dit moment een ene te zien in het Museum van Els ExPLOsition: vanaf 16 juni . (ww w.museumvanelsene.be)


BDW - editie 1273