#MRDH, nr 2, 2014, thema: Economie

Page 1

THEMA: ECONOMIE

The Hague Security Delta groeit Drones in strijd tegen criminaliteit

08

Stedelijke regio’s hebben de toekomst Meer samenwerking rond mondiale trends

CEO Siemens Ab van der Touw

‘Zet in op clusters met groot verdienvermogen’

MAGAZINE VAN STADSGEWEST HAAGLANDEN EN STADSREGIO ROTTERDAM

| nummer 8 - jaargang 3 - september 2014


Colofon #MRDH is een uitgave van de stadsregio Rotterdam en het Stadsgewest Haaglanden. Het blad verschijnt drie keer per jaar en wordt verspreid onder 6.000 relaties.

30

Deze uitgave is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Stadsgewest Haaglanden, de stadsregio Rotterdam en VNO-NCW West. Uitgave Nummer 8, september 2014, jaargang 3 Het volgende nummer verschijnt in januari 2015. Redactieadres #MRDH p/a Stadsgewest Haaglanden Postbus 66 2501 CB Den Haag www.mrdh.nl/magazine tel: (070) 750 15 00 fax: (070) 750 15 01 e-mail: redactie@mrdh.nl

07

Abonnementen, aanmelden en adreswijzigingen www.mrdh.nl/magazine Hoofdredactie Caroline Schep (Stadsgewest Haaglanden) en Willem Nettinga (stadsregio Rotterdam) Redactie Brigitte Beeks, Martijn Delaere, Dorine van Kesteren, Pieter Maessen en Cees van der Wel.

08

Fotografie en illustraties Aerialtronics, Ossip van Duivenbode, Kaying Lau, Harry van Mierloo, Maurice Mikkers, OESO, Mladen Pikulic, Mike Roelofs, Gerhard van Roon, Levien Willemse, FJ Producties. Concept, vormgeving en uitwerking Sabel Communicatie - Bilthoven Druk Drukwerkconsultancy - Utrecht Copyright en verantwoordelijkheid De hoofdredactie heeft het voorbehoud op het auteursrecht op de artikelen in dit tijdschrift. ISSN: 2213-2554 Op de cover The Hague Security Delta kijkt naar de inzet van drones. Foto: Aerialtronics.com

THEMA: ECONOMIE

08

14

20

23

#

MRDH 08 september 2014

14

Vestigingsklimaat MRDH zet in op marktleiderschap duurzaam leven

25

30

Raadsleden aan het woord Wat heeft mijn gemeente nodig om economisch te groeien?

33

The Hague Security Delta Nationaal veiligheidscluster komt tot bloei in MRDH Samenwerking haven en stad OESO ziet internationaal maritiem dienstencentrum

Maatschappelijk ondernemen Siemens over de maatschappelijke en industriĂŤle noodzaak Boeren in de Metropoolregio Inkomen van de stad naar het platteland brengen Vijf jaar Cittaslow Midden-Delfland versterkt zich als gras- en recreatiegemeente


20

36 De politie bekijkt in samenwerking met The Hague Security Delta de inzet van drones. Foto: Aerialtronics

Van de redactie | Gelukkig ondernemen RUBRIEKEN

04

Kort Nieuws

13

Feiten & Cijfers

18

In Beeld

28

Grenzeloos: Stockholm

36

De Plek

OPINIE

07

Column: Jan Slagter over ouderen in de MRDH

24

Metropoll

35

Column Cees van der Wel: Pas op voor Bruis

‘Gelukkig ondernemen’ is het thema van het Miljoenenontbijt 2014 van VNO-NCW West. Het is een nieuwe trend die de werkgevers tot ontwikkeling zien komen. Gevoel en beleving vinden steeds meer een plek binnen de maatschappij en de economie. De wereld van geld en consumptie maakt plaats voor een wereld met aandacht voor duurzaamheid en welbevinden. Het verschijnen van #MRDH met het thema Economie valt samen met het Miljoenenontbijt. Duurzaamheid, of het ecologiseren van de economie is ook één van de speerpunten in de Strategische Agenda Economisch Vestigingsklimaat die voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgesteld. Vijf deskundigen, Noé van Hulst, Willem te Beest, Peter Troxler, Thomas Rau en Rina van der Stolk vertellen over de mondiale trends die naast de ecologisering van de economie bestaan uit metropoolvorming, kennis als productiefactor, de nieuwe maakindustrie en de leefomgeving als consumptiegoed, waarop deze agenda is opgebouwd. Het thema duurzaamheid staat al jaren hoog op de agenda van gemeenten en bedrijven. Een multinational in de regio die al heel nadrukkelijk werkt met duurzaamheid is Siemens. ‘Het zit in onze genen’ , zegt CEO Ab van der Touw. De gemeente Midden-Delfland heeft het duurzaam ondernemen met oog voor de leefomgeving tot een waar handelsmerk voor het gebied gevormd. Cittaslow is na vijf jaar niet meer weg te denken uit haar beleid. Hun ‘groene bijdrage’ aan het vestigingsklimaat levert een mooie complementaire bijdrage aan de economische ambitie van de Metropoolregio. Kijkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag voornamelijk naar hoe alle gemeenten samen een beter vestigingsklimaat kunnen creëren, raadsleden van de deelnemende gemeenten bezien dit voor vanuit hun eigen gemeente. Ook The Hague Security Delta heeft oog voor duurzaamheid. Cybersecurity zoals camerabewaking door middel van bijvoorbeeld drones is efficiënt en toekomstbestendig.

02 | 03


Boek over ondernemers in de MRDH De Groene Verbinding is een brug voor fietsers en wandelaars over de A15 en het spoor.

De Groene Verbinding van Albrandswaard naar Rotterdam De stadsregio Rotterdam heeft deze zomer de Groene Verbinding officieel opengesteld voor publiek. Fietsers en wandelaars kunnen nu via deze bijzondere brug over de A15 en Betuwespoorlijn van Rotterdam naar Albrandswaard, en andersom. De verbinding is ter hoogte van de wijken Pendrecht in Charlois en Portland in de Albrandswaard. De Groene Verbinding staat nu al bekend als ‘de netkous’ , wat de brug te danken heeft aan het ontwerp met allemaal kleine gaten tussen de stalen bogen. “Het zal een icoon in de regio gaan vormen, die alle inwoners herkennen als stad-landverbinding tussen het dynamische Rotterdam en de rust en natuur van de polders van Albrandswaard”, aldus stadsregiobestuurder Jan van Belzen. De Groene Verbinding heeft een hele reis gemaakt. De tweedelige staalconstructie is gemaakt in Vlissingen door firma VDS Staalbouw. In augustus 2013 is de brug in twee delen, met lengten van 100 en 90 meter en een gewicht van 350 en 325 ton, per ponton vanaf de fabrikant naar Rotterdam vervoerd, om vervolgens vanaf de Waalhaven per trailer over de A15 naar de bestemming te rijden. Hiervoor is de A15 één nacht afgesloten richting Maasvlakte en twee nachten zelfs volledig afgesloten. Ook de treinen reden een nacht niet op de

#

MRDH 08 september 2014

Beneluxlijn, zodat het transport het spoor veilig kon oversteken. Voor dit bijzondere transport heeft de firma Wagenborg een Europese onderscheiding gewonnen. Investeren in leefbaarheid De stadsregio Rotterdam is opdrachtgever van de Groene Verbinding, een onderdeel van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Naast de ontwikkeling van Maasvlakte 2 is in het kader van dit omvangrijke project gekozen voor het investeren in de leefbaarheid in de Rotterdamse regio. De nieuwe fiets- en voetgangersbrug zorgt voor een wederzijdse verbinding tussen het bruisende Rotterdam en natuur en recreatiemogelijkheden in Albrandswaard en langs de Oude Maas. Filmpjes over de fabricage, de voorbereidingen ter plaatse, het transport en het inhijsen zijn te bekijken op www.YouTube.com onder het trefwoord ‘Groene Verbinding’.

Stichting Betrokken Ondernemers Platform (Stichting BOP) heeft het initiatief genomen om een boek te maken over de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het boek zal rond de jaarwisseling verschijnen in het Nederlands en het Engels. Stichting BOP van de maatschappelijk betrokken ondernemer Peter Verstappen heeft Benmedia de opdracht gegeven om het boek “Dit is de Metropoolregio Rotterdam Den Haag / This is the Metropolitan Area Rotterdam The Hague” te maken. Het boek beoogt de nieuwe metropoolregio (inter)nationaal op de kaart te zetten als een innovatief en inspirerend gebied. Het beschrijft de 24 gemeenten die de Metropoolregio gaan vormen en besteedt aandacht aan de zwaartepunten in het gebied. Ook krijgen bedrijven de kans om zich te presenteren en wordt er aandacht besteed aan het maatschappelijk betrokken ondernemerschap. Voor het boek is Benmedia op zoek naar bedrijven die zichzelf in het kader van de nieuwe Metropoolregio op de kaart willen zetten en de Metropoolregio een warm hart toedragen. Naast maatschappelijk en bij de Metropoolregio betrokken ondernemers is Stichting BOP op zoek naar sociale initiatieven in de Metropoolregio die zij in het boek kan opnemen. Ben Media: (070) 308 55 31 of 06 17 50 42 46.


KORT NIEUWS

Nieuwe stadstram naar Haaglanden Onder toeziend oog van koning Willem-Alexander is in juli voor het eerst de nieuwe stadstram van HTM gepresenteerd in de binnenstad van Den Haag. Deze moderne grijs-rode tram, rijdend onder de naam R-net, wordt de blikvanger van het OV in de regio Haaglanden. De nieuwe tram ziet er van buiten totaal anders uit dan de huidige rood-beige tram, maar belangrijker dan het uiterlijk zijn natuurlijk de vele voordelen voor de reiziger. De tram biedt plaats aan meer reizigers, is door de lage instap gemakkelijk toegankelijk voor mensen in een rolstoel, met een rollator of kinderwagen, en displays in de tram geven actuele reisinformatie. De nieuwe trams gaan nog niet gelijk met passagiers reizen. Eerst vindt nog een uitvoerige testfase plaats. Daarna worden de trams stapsgewijs ingezet op de verschillende tramlijnen. Als eerste op lijn 11, van Station Hollands Spoor naar Scheveningen Haven-Strand. De invoering van de nieuwe stadstram maakt deel uit van het project OV van de toekomst. Sinds 2012 werken de gemeenten, HTM en het Stadsgewest Haaglanden aan het aanpassen van de meeste sporen en halten, zodat de tramlijnen klaar zijn voor de komst van de nieuwe trams. In het najaar begint de plaatsing van nieuwe abri’s op verschillende halten in de regio. Bij de vernieuwde halten kunnen reizigers op een prettige manier wachten op de tram. In de buurt van grotere halten komen nieuwe fietsenstallingen om het overstappen van de fiets op de tram gemakkelijker te maken. Koning Willem-Alexander genoot als een van de eersten van de nieuwe stadstram van HTM.

Oprichting MRDH De Tweede Kamer heeft op 4 juli 2014 de intrekkingswet Wgr-plus aangenomen. Hiermee komt een einde aan de wettelijke verplichte samenwerking van de gemeenten binnen het Stadsgewest Haaglanden en de stadsregio Rotterdam. Hiermee wordt ook de weg vrijgemaakt voor een nieuw samenwerkingsverband tussen 24 gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag waar de nieuwe vervoerregio onderdeel van uitmaakt. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2015 in werking, nadat ook de Eerste Kamer daarmee heeft ingestemd. Wanneer de Eerste Kamer op 1 januari 2015 onverhoopt nog niet heeft ingestemd met de ‘Wet afschaffing plusregio’s’ zullen de stadsregio Rotterdam en het Stadsgewest Haaglanden de verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering van de strategische metropoolagenda op het gebied van mobiliteit en economie.

Voor de uitvoering van die agenda stellen zij dan een gezamenlijke projectorganisatie in. De gemeenteraden van de 24 gemeenten hebben inmiddels de visie voor de oprichting van de MRDH ontvangen. Half oktober start de zienswijzeprocedure en daarmee hebben de raden nu de koppositie. Namens de 24 vertegenwoordigers van de colleges van B&W in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, benadrukken de burgemeesters van Rotterdam en Den Haag, Aboutaleb en Van Aartsen, het belang van de regionale samenwerking. “Metropoolregio’s hebben de toekomst. Dat is de schaal waarop we op het wereldtoneel de concurrentie moeten aangaan.” www.mrdh.nl

04 | 05


App voor vaarroutes langs nieuwe waterOESO: ‘Stedelijk gebied sleutel tot verbinding economische vernieuwing en groei’ Wethouders Economie tijdens één van de break-out sessies op de OESO-conferentie.

Naast de Groene Verbinding, een verbinding over de weg, heeft de stadsregio ook het project de Blauwe Verbinding, een verbinding over water, onder haar hoede. Het is een bijzondere waterweg tussen het Zuiderpark in Rotterdam, het toekomstige landschapspark het Buytenland in Albrandswaard en de Zuidpolder in Barendrecht. Op 17 september zijn zes digitale fiets-, wandelen kanoroutes langs en rondom de Blauwe Verbinding in de gratis route-app AbelLife gelanceerd. De routes gaan door de gemeenten Rotterdam, Barendrecht en Albrandswaard en laten zien hoe mooi en verrassend de omgeving en de natuur langs deze prachtige waterverbinding is. Downloaden kan direct via de AbelLife app of via www.abellife.nl. Blauwe Verbinding De Blauwe Verbinding is een recreatief bevaarbare route die ook zorgt voor schoon water in het gebied, het functioneert als waterberging én het legt een ecologische verbinding tussen de verschillende groengebieden. De totale waterverbinding is naar verwachting klaar in 2020, maar u kunt nu al heerlijk genieten van de delen die al klaar zijn.

De stedelijke gebieden dragen in Europees perspectief te weinig bij aan het BBP. Nederland als geheel, blijft hierdoor achter. Dit is één van de conclusies uit het landenrapport (Economic Survey) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat in juni van dit jaar verscheen. Hierin schetst de OESO de uitdagingen voor de Nederlandse economie. Met name in de zuidelijke Randstad is de uitdaging groot. De wethouders economie uit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag troffen elkaar op 23 juni om in aanwezigheid van Noé van Hulst, Nederlands ambassadeur bij de OESO, over dit onderwerp te spreken. Hij onderstreepte de belangrijkste conclusie van het rapport: “Stedelijke gebieden in Nederland hebben dé sleutel voor economische vernieuwing en groei in handen. Maar dat lukt hen alleen als ze als gemeenten echt de handen ineen slaan.” Van Hulst ziet duidelijke meerwaarde in de samenwerking op gebied van bereikbaarheid en economische ontwikkeling zoals die nu in de MRDH wordt opgebouwd. Alle aanwezige wethouders deelden de noodzaak tot meer samenwerking, zo bleek tijdens de bijeenkomst. Conclusie: het succes van deze samenwerking valt of staat met een verandering van ‘mindset’ en cultuur. Dit vanuit de wetenschap dat er uiteindelijk een meerwaarde ontstaat voor álle inwoners door meer en beter samen te werken. Dit vergroot voor de gemeenten in de regio de noodzaak om onderscheidend te zijn, en elkaars profiel te waarderen. Alleen op deze wijze ontstaat een samenwerkingsklimaat

www.rotterdam.nl/blauweverbinding

#

MRDH 08 september 2014

waarin alle partijen kunnen focussen op hun eigen sterkten, en elkaar wederzijds successen gunnen. Tijdens drie break-out sessies konden de deelnemers de mogelijkheden tot samenwerking verder verkennen. Bijvoorbeeld in de sessie over agglomeratiekracht en financiering bogen de wethouders zich over de vraag: hoe kunnen we het Rotterdamse instrument ‘investeringskaarten’ regionaal inzetten om zo tot meer en betere publiek-private businesscases te komen. Deze cases zullen in de aankomende periode verder regionaal worden uitgewerkt. De sessie over innovatie en het MKB legde extra nadruk op de noodzaak tot het kiezen van focus, in sectoren en clusters, en tot het stimuleren van cross-overs hiertussen. Regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter zal hier in de MRDH een belangrijke rol in spelen. Focus en gunnen In de sessie ‘vestigingsklimaat’ kwam nogmaals duidelijk naar voren hoe belangrijk het voor samenwerkende gemeenten is om op basis van het eigen profiel een duidelijke rol te vervullen binnen de MRDH. Het gaat om ‘focus en gunnen’. Zo ontstaat een regio waarin steden en dorpen complementair aan elkaar zijn, clustervorming gestimuleerd wordt en een hoog, internationaal aantrekkelijk voorzieningenniveau tot stand komt. Na de bijeenkomst van deze zomer is de wens uitgesproken om begin 2015 nog een nieuwe bijeenkomst te organiseren. www.oecd.org/netherlands/


RUBRIEKSKOPJE OPINIE

Foto: Mike Roelofs

Guido Thys Jan Slagter Directeur en presentator Omroep MAX

Tussen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Omroep MAX bestaat een bijzondere relatie. Het is namelijk in een van de 24 deelnemende gemeenten, Zoetermeer, dat de bakermat lag van de in 2002 opgerichte omroepvereniging voor mensen van vijftig jaar en ouder. Tot voor zeer kort was ook hier nog de ledenadministratie van de omroep gevestigd; deze zomer trokken deze collega’s uit efficiencyoverwegingen in bij de omroep op het Mediapark in Hilversum. Maar Zoetermeer is voor mij als oprichter en directeur nog steeds een geliefde woonplaats. Omroep MAX zond zijn eerste televisieprogramma uit op 3 september 2005. Daarna volgden hooggewaardeerde programma’s als ‘Tijd voor MAX’, ‘Groeten van MAX’, ‘Sterren op het Doek’, ‘Dokter Deen’, ‘Erica op Reis’, ‘Heel Holland Bakt’ en ‘Moeder, ik wil bij de revue!’. Ook op radio en internet heeft MAX van zich laten horen. Dat de ouderendoel- groep zich aangesproken voelt door onze programma’s, blijkt wel uit de laatste ledentelling. Van alle omroepen is het ledental van MAX de afgelopen vijf jaar het sterkst gegroeid, met maar liefst 45 procent! Groei, althans het versterken van de internationale concurrentiepositie, is ook het doel van het bundelen van de twee stedelijke regio’s Rotterdam en Haaglanden tot de nieuwe Metropoolregio. Ik juich deze ontwikkeling toe; goed dat de handen ineen worden geslagen. Niet in de vorm van een van bovenaf opgelegde superprovincie, maar vanuit interne overtuiging. Europees gezien wordt dit één van de belangrijkste stedengebieden. Goed ook dat de regio beleid ontwikkelt dat specifiek gericht is op ouderen. Iedere twee minuten komt er in Nederland een 50-plusser bij. De politiek grijpt vergrijzing vaak aan om

bezuinigingen te rechtvaardigen. Je zou je als 83-jarige bijna schuldig voelen om de oplopende kosten van de zorg. Wij van Omroep MAX vinden vergrijzing geen bedreiging maar een kans. Het economisch belang van ouderen is een belangrijke factor voor het vestigings- en leefklimaat van de regio. Ouderen beschikken vaak over enig kapitaal en kunnen voor een economische impuls zorgen. Houd daar rekening mee in het winkelaanbod en de vormen van vrijetijdsbesteding (vaak doorgebracht binnen de eigen regio). Naast het soms tekortschietend openbaar vervoer baart mij het aanbod van ‘seniorproof’ woningen zorgen: er zijn simpelweg te weinig woningen beschikbaar die specifiek geschikt zijn voor ouderen. In vele gemeenten zijn voorzieningen als postkantoren en bankautomaten verdwenen en dat is vooral voor ouderen een probleem. Die moeten nu vaak een dorp verder reizen om een brief te posten of vijftig euro te kunnen pinnen. De leefbaarheid binnen de wijken verdient grote aandacht. Initiatieven van burgers, verenigingen en vrijwilligers om het leefklimaat te verbeteren dienen gekoesterd te worden en niet in de kiem gesmoord door allerlei regelgeving. Zo kan een verbinding tussen jong en oud in de wijk tot stand komen en kunnen we een bijdrage leveren aan de helaas nog te vaak alleen met het woord beleden participatiemaatschappij, waarin écht wordt omgezien naar elkaar. Tenslotte moet mij nog één ding van het hart: hoe stevig ik de samenwerking tussen Rotterdam en Den Haag ook omarm, ik mag toch hopen dat Feyenoord en ADO hun zelfstandigheid behouden!

06 12| |07 7


ECONOMIE

‘Allianties tussen gemeenten en externe partijen’

Tekst: Martijn Delaere | Fotografie: OESO, Mladen Pikulic en Levien Willemse

Stedelijke regio’s hebben de toekomst, maar dan moeten regionale overheden, ondernemers en onderzoekers elkaar wel vinden op een gezamenlijke economische agenda. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is die agenda vooral gericht op marktleiderschap op het gebied van duurzaam leven.

#

MRDH 08 september 2014


Eén van de mondiale trends die het vestigingsklimaat van de MRDH bepalen is ecologisering van de economie. Dit jaar is het duurzaamste kantoor van Europa, de Lely Campus in Maassluis, gelegen in het metropoolgebied, opgeleverd.

Lucas Vokurka is kwartiermaker economisch vestigingsklimaat van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in oprichting (MRDH). Volgens hem bepalen vijf mondiale trends de economische toekomst voor de MRDH. Deze trends zijn: metropoolvorming, kennis als productiefactor, de nieuwe maakindustrie, ecologisering van de economie en de leefomgeving als consumptiegoed. Economische groei is wereldwijd geconcentreerd in sterke metropoolregio’s, aldus Vokurka. “Stedelijke regio’s zijn in andere delen van de wereld verantwoordelijk voor zestig procent van de economische bijdrage; in Nederland is dat 40 procent. De MRDH levert daarvan 11,5 procent. We kunnen in dit deel van de Randstad enorme winst boeken door ons efficiënter te organiseren. Als gemeenten onderling anders gaan samenwerken en vooral samenwerken met externe partners, dan behalen we essentiële agglomeratievoordelen. Samenwerking tussen gemeenten en kennisinstituten en de vier universiteiten in de regio resulteert bijvoorbeeld in noodzakelijke versterking van de kennisas. Vokurka: “We moeten gezamenlijk het juiste doen om kennisintensieve bedrijvigheid aan deze regio te binden. Bedrijven moeten hier kunnen doorgroeien. Hun medewerkers moeten zich hier kunnen vestigen en verplaatsen.” Hetzelfde geldt voor de verduurzaming van de economie, die alleen van de grond komt als samenwerking op grote schaal plaatsvindt. Vokurka vindt dat de MRDH moet inzetten op de overgang naar een groene economie. “De sterke industriële sectoren in deze regio maken intensief gebruik van fossiele grondstoffen. Die afhankelijkheid maakt ons kwetsbaar en zet ons op een achter­ stand in de mondiale concurrentiestrijd. Daarom moeten we inzetten op die overgang naar een groene economie en daarin ook voorop lopen. We hebben volop kansen met energiebronnen als het kassensysteem en het petrochemische cluster, maar groot­schalige energietransitie is alleen interessant voor financiers als er voldoende schaalgrootte is.” Sterke merken De MRDH is geen bestuurslaag die wel even voornoemde transities gaat afdwingen, zegt kwartiermaker Vokurka. “Wij moeten ervoor zorgen dat het netwerk rond de vijf thema’s efficiënt wordt georganiseerd. We gaan op resultaat gerichte allianties tussen gemeenten en externe partijen bouwen. Den Haag en Rotterdam zijn sterke merken en moeten hun eigen identiteit behouden en ik snap als ex-wethouder uit Delft goed dat er voor een gemeente lokale meerwaarde in een alliantie moet zitten. Maar de regio kan alleen een economische slag maken als álle partijen samenwerken. Die samenwerking moet gestructureerder dan nu zijn, want anders laten we echt kansen liggen. We moeten gezamenlijk de transitieagenda bepalen en daar langjarig aan vasthouden.”

De Kenners Kenners vertellen over de vijf mondiale macro-economische trends die de groeikracht van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag bepalen.

Onbenut potentieel aanboren Noé van Hulst, permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), over de metropool als brandpunt van kennis en economische groei: “De OESO kijkt niet naar administratieve regio’s zoals gemeenten of provincies, maar beziet de economische stromen en het woonwerkverkeer. Wij noemen dat functionele stedelijke gebieden. De OESO beveelt aan om binnen en tussen deze stedelijke gebieden de verbondenheid te versterken door maximaal gebruik te maken van de agglomeratievoordelen. Het is economisch voordelig als mensen dicht bij elkaar wonen en werken. Studies van de OESO wijzen uit dat de meer geïntegreerde metropoolregio’s de afgelopen tien jaar hogere groeipercentages hebben laten zien. In het landenrapport van 2014 constateert de OESO dat de Nederlandse stedelijke gebieden hun potentieel onvoldoende benutten en daardoor internationaal minder concurrerend zijn. We laten in Nederland kansen liggen. Het groeipotentieel kan ons land aanboren als het de economische werkelijkheid, en niet de administratieve, als uitgangspunt neemt voor ontwikkelingsbeleid. Dit vraagt van gemeentelijke overheden wél dat ze over hun eigen grenzen heen durven kijken. Decentrale overheden moeten elkaar niet zien als mogelijke concurrent, maar als economisch complementair, ieder vanuit zijn eigen kwaliteit en specialisatie. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag heeft drie functionele stedelijke gebieden: Den Haag, Delft en Rotterdam. Alle 24 gemeenten behoren geheel of gedeeltelijk tot één van de drie gebieden. De uitgangspositie van de MRDH is goed. Je hebt havengerelateerde bedrijvigheid, Greenport, kennisintensieve sectoren, internationale instellingen, cultuur en toerisme. Met de ontwikkeling van een metropoolregio kan de regio het onbenutte potentieel aanboren. Maar dan moet je wel een samenhangend economisch beleidsprogramma ontwikkelen én uitvoeren en kijken naar het verband tussen de regio’s. Alles draait om betere samenwerking. Samenwerking tussen de relevante overheids-partners, maar ook met en tussen het bedrijfsleven en de kennisinstellingen. Als dat goed loopt, kunnen de kennis-instellingen groeien tot bronnen van nieuwe werkgelegenheid en bedrijvigheid. De OESO hamert erop dat de dynamiek van werkgelegenheidsgroei en radicale innovatie van jonge bedrijven komt. Dat potentieel moet je aanboren.”

08 | 09


#

MRDH 08 september 2014


In de Medical Delta komen overheden, bedrijven en universiteiten bij elkaar op het gebied van life science en medische technologie.

Onafgebroken verleggen van de grenzen Willem te Beest, vicevoorzitter College van Bestuur Universiteit Leiden en voorzitter van de Leiden Bio Science Park Foundation, over het toenemend belang van kennis als productiefactor: “De technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller en stellen hogere en vooral andere eisen aan kennis. Kijk naar wetenschappen als psychologie en pedagogie, waar we in hersenen kijken om te zien wat er gebeurt als mensen een TomTom gebruiken of hoe ze kennis opnemen. De universiteit is in die ontwikkelingen de grote innovatieorganisatie. Wetenschappers zijn onafgebroken bezig met het verkennen en verleggen van de grenzen van hun weten. Samenwerking tussen universiteiten versterkt die zoektocht. Daarom hebben we een strategische alliantie gesloten tussen de Universiteit Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en TU Delft.” “We hebben negen gebieden gedefinieerd waarop we gezamenlijk meer kunnen dan afzonderlijk. De eerste en meest ontwikkelde daarvan is Medical Delta. Binnen dit innovatieve cluster van universiteiten, bedrijven en overheden komen partijen bij elkaar op het gebied van life science en medische technologie. In de regio zijn zo’n zeshonderd bedrijven werkzaam in de life sciences en medische technologie, met maar liefst 120 bedrijven in het Leiden Bio Science Park. Wij kijken opzettelijk naar de bijdrage die we kunnen leveren in de ontwikkeling van Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Als je kijkt naar het medische domein, dan zijn we met de universiteiten en medische centra van Leiden en Rotterdam en TU Delft één van de sterkste clusters van Europa. We zitten met Oxford, Barcelona en Zürich in het Health Ties consortium. De absolute Europese top. Daarom hebben we er ook naar gestreefd om binnen de regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter (IQ) drie speerpunten te hebben: life sciences, clean tech en safety & security.” “We vinden de versterking van de economische structuur van Zuid-Holland, het ‘grootste bedrijventerrein van Nederland’, onze opdracht. Zo hebben we als voorbeeld van de gezamenlijke centra het Center for Sustainability opgericht. Binnen dat cluster brengen we onze beste mensen bij elkaar om onderzoek te doen naar duurzaamheid en omgeving.”

Lokale productie weer interessant Peter Troxler, lector revolutie in de maakindustrie RDM Campus en eigenaar onderzoeksbureau Square One over de nieuwe kansen voor de maakindustrie: “In de nieuwe maakindustrie komen ontwerpen en produceren op locatie weer centraal te staan. De 3D-printer zou je het icoon van deze slimme ontwikkeling kunnen noemen. Het is een technologisch andere manier van producten maken, maar de maakindustrie is meer dan 3D-printen. De gehele maakindustrie maakt een revolutie door. Zo’n revolutie ontstaat volgens de econoom Jeremy Rifkin als er gelijktijdig iets verandert in de informatie­

voorziening en in de energievoorziening. De eerste revolutie vond plaats rond de stoommachine en de drukpers, de tweede rond elektriciteit en telefoon en radio. Nu heb je internet en zonne-energie en windkracht. Het bijzondere van deze industriële revolutie is dat ze niet hiërarchisch is, maar horizontaal. Er is wel groei, maar niet in de zin dat concentratie plaatsvindt en bedrijven groeien, maar er komen meer kleine bedrijven bij. Door de nieuwe technologieën is er geen noodzaak meer voor grote productie. Daarmee wordt lokale productie weer interessant. Duurzamer en schoner is het daarmee overigens (nog) niet. In Amerika verwacht men dat de maakindustrie terugkomt uit de lage lonenlanden en de banenmotor wordt. Je ziet dat ook terug in Duitsland en zelfs in Engeland.” “Nederland is zeker geen koploper in de maakindustrie. We moeten mensen sneller opleiden en bijscholen. De onderwijsketen is nu veel te traag. In de regio Rotterdam Den Haag is natuurlijk al veel maakindustrie. We maken geen con­sumptiegoederen zoals mobiele telefoons, maar wel kranen in het havengebied. En wat dacht je van de mode-industrie in Rotterdam? Overheden zouden de groei van de maakindustrie en reshoring veel meer moeten bevorderen dan nu gebeurt. In Europa zijn wegen en stations gebouwd met de structuurfondsen van de EU. Dat is voorbij. De nadruk ligt nu op innovatie en men wil kleinschaliger en specifiek denken. De Europese Commissie noemt dat ‘smart specialisation’. De Metropoolregio moet inhaken op die regionale innovatiestrategie.”

Van duurzaamheid naar levensvatbaarheid Thomas Rau, directeur architectenbureau RAU en medeoprichter van de Turntoo Foundation voor oplossingen en diensten voor de circulaire economie, over de noodzaak tot ecologisering van de economie: “Ecologisering is iets anders dan duurzaamheid. Bedrijfsleven en overheid kloppen elkaar op de schouders omdat ze duurzaamheid prediken, maar die duurzaamheid die zij voor ogen hebben is enkel een andere manier van het eco­nomi­seren van de ecologie en het kapitaliseren van natuurlijke hulpbronnen. Met duurzaamheid is het middel tot doel verklaard en hoeven we niet meer na te denken over het doel. We voelen ons er goed bij, maar het is niet de oplossing. Het is het grootste probleem, want je optimaliseert het foute systeem. Mensen realiseren zich misschien dat het anders moet, maar vinden dat ánderen het anders moeten doen. We moeten allemaal ons handelen fundamenteel herinrichten en de economie transformeren. Voor het eerst in de geschiedenis moeten we ervoor kiezen om iets niet te doen wat we wel zouden willen en kunnen. Zo’n oplossing ligt buiten onze comfort zone. Duurzaamheid ligt daarbinnen. We vinden recycling allemaal de pijler van duurzaamheid. We halen elektriciteit uit afvalverbranding, maar afvalverbranding is een grondstoffencrematorium. Als je in een gesloten systeem iets fysieks wat eindig is kwijtraakt, dan noemen we dat

10 | 11


1. Noé van Hulst (OESO), 2. Rina van der Stolk, 3e van links, 3. Thomas Rau.

1

2

3

thermisch recyclen en komt er groene stroom uit. Wat een volksverlakkerij. We moeten ervoor zorgen dat materialen niet vervallen tot afval.” “Dat geldt ook voor architecten. In Zwitserland krijg je alleen een bouwvergunning als je minimaal energieneutraal bouwt. Je moet er ook een inventarisatie van alle grondstoffen in het gebouw maken. Wij doen dat bij RAU en Turntoo ook. Bij de bouw van het gemeentehuis van Brummen hebben we het eerste vastgoed ter wereld als grondstoffendepot gerealiseerd. Materialen worden aan het einde van de gebruiksduur hergebruikt. Over twintig jaar kan het gemeentehuis uit elkaar worden gehaald en gaan de materialen terug naar de producenten. Dat kan gemakkelijk overal, maar het gebeurt niet omdat we het niet willen. Ecologisering zit namelijk tussen de oren.”

Aantrekkelijke leefomgeving en duurzame producten Rina van der Stok, eigenaar EkoPlaza in Rotterdam, Leiden en Delft en mede-initiatiefnemer BuytenDelft over de omgeving als aantrekkelijk consumptiegebied: “De Delftse Hout staat in de top vijf van meest bezochte recreatiegebieden in de Metropoolregio. Het moet een gebied worden waar mensen willen zijn omdat het aansluit bij hoe ze willen leven. Bewust, duurzaam, maar ook leuk en ontspannend. Dat is de tijdgeest. Dit kan paradoxaal genoeg realiteit worden, nu de gemeente Delft heeft besloten om de water-

#

MRDH 08 september 2014

speeltuin, het natuur- en milieucentrum De Papaver en de kinderboerderij over te dragen aan private partijen. Wij, vier ondernemers, hebben de stichting BuytenDelft opgericht om deze voorzieningen te behouden en economisch rendabel te maken. Als je het hebt over de kwaliteit van de leefomgeving, dan denken wij dat we in het recreatiegebied meer beleving kunnen toevoegen en meer verbanden kunnen leggen tussen kleine ondernemers. Nu heb je een aparte kinderboerderij, een aparte waterspeeltuin. Ze hebben niets met elkaar te maken. Daar moet je voor zorgen. Er moet zoveel te doen zijn en het moet er zó leuk zijn dat mensen er graag willen zijn.” “Onder de stichting BuytenDelft gaan we een coöperatie hangen waar duurzame ondernemers kunnen aanhaken. Denk aan groente uit de buurt, haardhout of meubels uit de Delftse Hout. Er is al een biologische bakker op het vakantiepark Delftse Hout. De bakker haalt zijn eieren bij de boer om de hoek en niet bij de groothandel omdat ze twee cent goedkoper zijn. Zo hopen we een kringloopeconomie van de grond te krijgen en de publieke functies te behouden. We willen de drempel laag houden en dus richten wij ons op de mensen die belang hechten aan een aantrekkelijke leefomgeving en duurzame producten. Dat hoeft niet in Toscane te zijn, het kan ook naast de deur. Als je in de Delftse Hout streekproducten koopt, dan zorg je er ook voor dat streekproducenten hun brood kunnen verdienen en het landschap in stand blijft. Dat landschap zorgt er uiteindelijk weer voor dat je je leefomgeving waardeert.”


FEITEN & CIJFERS

Boodschappen doen in de MRDH Deze kaart is gemaakt op basis van het Koopstromenonderzoek Randstad uit 2011. Zij laat zien waar de inwoners van de MRDH hun dagelijkse inkopen doen. Hieruit ontstaat het beeld dat er veel inkomen buiten de steden wordt besteed. Met andere woorden: Hagenaars en Rotterdammers geven meer geld uit aan dagelijkse artikelen in de buurtgemeenten binnen de MRDH dan in hun eigen stad. Dit heeft te maken met de ligging van de Vinexwijken aan de rand van de twee steden. De inwoners van deze wijken doen hun dagelijkse boodschappen in de dichterbij gelegen winkelcentra in Nootdorp (de wijken Ypenburg en Leidschenveen), Westland (de wijken Wateringseveld en Rotterdam-West) en Ridderkerk (Rotterdam-Zuid). Ook blijkt de aantrekkingskracht van een regionale winkelcentra als Leidsenhage (Leidschendam-Voorburg) en In de Boogaard (Rijswijk) zo groot, dat niet alleen inwoners van omliggende gemeenten hier inkopen doen, maar ook inwoners van verderaf gelegen Haagse wijken, zoals Benoorden- en Bezuidenhout.

Thema: Winkelen Bestedingen van inwoners van de MRDH aan dagelijkse artikelen buiten hun woonplaats, 2011.

Geldstromen (mln euro's)

Wassenaar

1-5 5-15 15-50

L'dam Voorburg

Den Haag

Zoeter meer

Rijswijk

Pijnacker Nootdorp Westland

Lansingerland

Delft

Capelle aan den IJssel

MiddenDelfland Maassluis

Westvoorne

Schiedam

Rotterdam

Vlaardingen

Krimpen aan den IJssel

Brielle

Ridderkerk Albrandswaard

Hellevoetsluis Bernisse

Barendrecht

Spijkenisse

Bron: Koopstromenonderzoek Randstad 2011

12 | 13


ECONOMIE Waar moeten gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag het economisch van hebben? Wat kan en moet anders? #MRDH vroeg het vier raadsleden van partijen die bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart zetels wonnen. Tekst: Martijn Delaere | Fotografie: Mladen Pikulic

‘Rode loper uit voor ondernemers’ “Capelle heeft niet één grote economische pijler, zo van: dat is echt Capelle. Dat is misschien wel onze kracht, want we kunnen veel aanbieden en zijn minder kwetsbaar. Alle ondernemers maken Capelle aan den IJssel. Zonder hen geen bedrijvigheid en geen gezelligheid. We moeten daarom echt de rode loper uitrollen voor grote en kleine ondernemers die iets in Capelle willen beginnen of hun activiteiten willen uitbreiden. Dat is ook letterlijk zo verwoord in het coalitieakkoord. Minder regels voor ondernemers die de kans moeten krijgen om mee te denken. Het mag niet meer voorkomen dat een horecaondernemer op het Stadsplein zijn neus stoot aan allerlei gemeentelijke regeltjes en moeilijkheden om vervolgens in een gastvrije buurgemeente een bloeiende zaak op te zetten. Een leuk en gezellig restaurant is daarmee aan de neus van Capelle voorbij gegaan. Er moet veel meer bedrijvigheid en gezelligheid in het centrum komen. Uitbreiding van de horeca is echt nodig. Capelle moet groeien tot een opwindende stad. Het ligt gevoelig in de stad, maar wij zijn ook voorstander van verruiming van de koopzondagen. De gemeente moet actief meedenken en faciliteren als het maar enigszins kan. Zou het niet mooi zijn als jonge ondernemers het lege postkantoor in het centrum kunnen gebruiken, en dat zij daar ook meteen hun spullen verkopen? Ondernemers moeten alle kanten op kunnen in Capelle. Dus zijn wij voorstander van de proef om het opstarten van een bedrijf vanuit huis mogelijk te maken, of van de aanpak om kleine ondernemers in het Rivium-kantorenpark de kans te bieden om vijf of tien vierkante meter te huren. Sloop heeft niet de toekomst, de Rivium-marinier die moderne kantoren aanprijst bij bedrijven wel.”

Marc Wilson, raadslid Leefbaar Capelle in Capelle aan den IJssel

#

MRDH 08 september 2014


‘Zoetermeer moet bruisen’ “Al jaren probeert Zoetermeer van het imago slaapstad af te komen. De vestiging van een aantal grote sportvoorzieningen heeft de stad een betere uitstraling gegeven en zorgt voor een aanvullend aanbod in Zoetermeer ten opzichte van dat bij de twee grote buren Den Haag en Rotterdam. Maar Zoetermeer vergrijst en er komen onvoldoende nieuwe bedrijven. Dat komt zeker ook door het gebrek aan ‘bruis’. Er is te weinig te beleven. Het aantal cafés, restaurants en uitgaansgelegenheden is laag, zeker voor de derde stad van Zuid-Holland. Daarnaast is sinds het uitbreken van de financieel-economische crisis het aantal banen ten opzichte van de beroepsbevolking gedaald. Er moet werkgelegenheid komen en het liefst in een vorm die onze stad levendiger maakt. Zoetermeer moet, naast een fijn woonklimaat, ook voldoende ontspanningsmogelijkheden bieden die inwoners aan de stad binden. D66 pleit hier al langer voor: van museum tot kroeg en van concert tot factory outlet. Het is niet voor niets dat er met D66 als grootste partij in Zoetermeer, een wethouder is gekomen met ‘bruis’ in zijn portefeuille. Daar moet de stad de komende vier jaar flink op inzetten. Wij willen bedrijven naar Zoetermeer halen die opschudding bevorderen. Denk aan een pretpark bij Bleizo, op de grens van Zoetermeer en Bleiswijk, of een factory outlet in het centrum. Zo’n outlet moet er echt komen. Uiteindelijk moet de markt het zelf doen en kan de overheid stimuleren en faciliteren. Ik zie kansen in veranderingen in de regelgeving zodat er meer evenementen kunnen plaatsvinden, of door het verstrekken van subsidies en daaraan gestelde voorwaarden. Over een paar jaar moet Zoetermeer geen slaapstad meer zijn, maar een bruisende en gezellige woon- en leefstad.”

Chantal Kouwenberg, raadslid D66 in Zoetermeer

14 | 15


‘We mogen niet verpieteren’ “Vlaardingen is altijd een stad geweest van bedrijvigheid. Wij zijn werkers. Vanaf de achttiende eeuw is de visserij van grote invloed geweest op de economie van de stad. Vlaardingen was naast een havenstad ook een industriestad. Lege panden en terreinen herinneren aan die glorietijd. En laten we de scheepswerf HVO niet vergeten. Waar Rotterdam het oude havengebied nieuw leven heeft ingeblazen met woningen, horeca en kantoren, hangt het verdwijnen van grote bedrijven nog steeds als een molensteen om onze nek. Er is te veel leegstand, te veel achterstand. Om de economie een imuls te geven, moeten we Vlaardingen op de kaart zetten. We zijn wel de vijfde havenstad van Nederland. Daar moeten we meer gebruik van maken. Verouderde bedrijventerreinen hebben een opknapbeurt nodig en moeten weer tot leven komen. Functiemenging heeft de toekomst. Omdat in Vlaardingen behoefte is aan jeugdige technici, moeten we acuut kijken naar een vorm van technisch onderwijs op VMBO en MBO-niveau. Het opleidingsniveau van onze jongeren moet omhoog om onze nieuwe economie te ondersteunen. Jongeren uit Vlaardingen moeten niet naar Rotterdam hoeven voor hun opleiding. “Vanaf het moment dat de SP in 2012 in de coalitie kwam, hebben we hard gewerkt aan een visie om de economie een impuls te geven. Uiterlijk in 2030 moet Vlaardingen een stad zijn die investeringen aantrekt en waar een optimale balans is tussen leefmilieu, economie en bereikbaarheid. Hiervoor zullen we wel de voorwaarden moeten scheppen voor ondernemers op het gebied van bereikbaarheid, goede woonvoorzieningen, onderwijs en vitalisering van de binnenstad. We hebben daarom twee actieplannen over wonen en economie gelanceerd en binnenkort lanceren we een actieplan voor mobiliteit. We mogen niet verpieteren onder de rook van Rotterdam.”

Kasper Vink, raadslid SP in Vlaardingen

#

MRDH 08 september 2014


‘Pareltje in de Randstad’ “Leidschendam-Voorburg heeft onvoorstelbaar veel potentie. Om te beginnen liften we mee op wat er in Den Haag gebeurt. Afgezien van het voordeel van de nabijheid van de stad, is het hier fantastisch wonen, werken en recreëren. Dat heeft alles met de economie te maken. Winkelcentrum Leidsenhage ligt ideaal tussen Leiden en Den Haag en is prima te bereiken. Het krijgt vanaf 2016 een enorme update en wordt met een kwart uitgebreid. Maar Voorburg en Leidschendam hebben ook allebei oude dorpskernen waar het leuk winkelen is. En het mooie is, je zit hier pal op het Groene Hart met Stompwijk. Er is bedrijvigheid en rust. Vlietland is een onwijs recreatiegebied voor Hagenaars en Leidenaren, maar wel op het grondgebied van onze gemeente. Die economische kernen zijn unieke pareltjes in de drukke Randstad. Natuurlijk is niet alles even geweldig. We staan hoog op de ranglijst van lege kantoorruimte. Een aantal kantoren wordt gesloopt om ruimte te maken voor woningen met daaronder kleine bedrijfjes. Het voormalige gebouw van het CBS maakt plaats voor woningen. Je ziet gewoon dat voor een ‘economie’ als een groot kantoorgebouw geen ruimte is in deze gemeente. Om ervoor te zorgen dat we bouwen voor een welwillende markt en ruimte creëren voor het MKB, is een open bestuurscultuur essentieel. Maak nou mogelijk en niet onmogelijk. De gemeente moet ondernemers eerder betrekken bij besluitvorming. Het Dampleingebied in Leidschendam en de Herenstraat in Voorburg moeten allure krijgen. Je lost de winkelleegstand daar niet op met rapporten uit het gemeentehuis. Zeg niet: ‘Wij als overheid weten het’, want de overheid weet het niet. Praat met de winkelaars; wat verlangen ze? Okay, dan gaan we daarop actie ondernemen.”

Hans Peter Klazenga, raadslid Gemeentebelangen/ GBLV in Leidschendam-Voorburg

16 | 17


IN BEELD

#

MRDH 08 september 2014


Met de aanleg van Maasvlakte 2 is het Slufterstrand nagenoeg verdwenen. Hoewel nooit officieel bestemd voor recreatie, kon dit strand in de loop van de tijd genieten van een grote populariteit. Na de aanleg is het verloren strand teruggebracht én compleet ingericht voor recreanten, met name watersporters. Het is dan ook geen strand met boulevard en uitgebreide horeca. Wel is het een plek waar mensen kunnen genieten van zon, zee, strand, wind en rust. De hoge golven voor de kust van de Maasvlakte hebben bovendien altijd een grote aantrekkingskracht gehad op gevorderde (kite-)surfers. Het noordelijke deel van het strand is over een lengte van vijf kilometer beschikbaar voor sportieve activiteiten. Met voldoende ruime parkeerplaatsen en directe toegang tot het strand, zijn de kitesurfers op hun wenken bediend. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Maurice Mikkers

18 | 19


ECONOMIE

The Hague Security Delta groeit snel In maart van dit jaar werd het openbare leven in en rond de Metropoolregio een paar dagen gedomineerd door de Nuclear Security Summit met zijn deelname van 52 wereldleiders. In februari volgend jaar volgt een ander spektakel in Den Haag: de eerste Europese beurs voor onbemande vehikels, zoals drones. Tekst: Pieter Maessen | Fotografie: FJ Producties en Harry van Mierloo

Het zijn twee voorbeelden van de snelle en grootschalige ontwikkelingen op het brede gebied van veiligheid. De Metropoolregio speelt binnen Nederland daarin de hoofdrol want hier komt in hoog tempo het nationale ‘veiligheidscluster’ tot ontwik-

keling onder de naam The Hague Security Delta (HSD). Het cluster is bedoeld om te werken aan de gezamenlijke belangen van overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven op het gebied van veiligheid

en daarmee deze sector van de economie tot grotere bloei te brengen. Om het cluster verder te ontwikkelen is de stichting HSD opgericht. De stichting heeft een bestuur met vertegenwoordigers van de founding partners van de organisatie. De

Virtual reality training voor Nationale Politie en Defensie.

Ook politie wil op innovatie­­ agenda voor veiligheid Ook de nationale politie heeft aansluiting gezocht bij The Hague Security Delta. Commissaris Mark Wiebes, innovatiemanager bij de landelijke eenheid, zegt dat het contact ontstaan is tijdens de voorbereiding van de nucleaire veiligheidstop in maart. “We zagen dat bij HSD veel relevante partijen bijeenkwamen. We hebben besloten een kantoorFoto te betrekken drones wordt bij 18 augustus gemaakt HSD zodat we daar steeds met politiemensen aanwezig zijn. Het is voor ons het juiste podium om contact te houden met bedrijven, kennisinstellingen en andere overheden.” De politie wil voortdurend innoveren. “Dat gaat ook over het toezicht op straat en opsporing”, zegt Wiebes. “We volgen de ontwikkelingen van zaken als camera’s, robotica en technieken in de strijd tegen synthetische drugs. We willen met de schaarse financiële middelen de beste resultaten behalen.” De politie heeft zich voorlopig voor een jaar aangesloten bij HSD. Is er een speciaal doel voor deze periode? “Jazeker”, zegt Mark Wiebes. “HSD werkt aan de nationale innovatieagenda op het gebied van veiligheid. Daar willen we rechtstreeks bij betrokken zijn, want die agenda bepaalt waar bedrijven en overheden hun prioriteiten gaan leggen en waar de investeringen naartoe gaan. Bij die overheden denk ik bijvoorbeeld aan Defensie, want het belang van civiel-militaire samenwerking groeit overal.” #

MRDH 08 september 2014


Menno van de Marel, oprichter Fox-IT

Founding Partners van The Hague Security Delta: • Capgemini Nederland • Gemeente Den Haag • TU Delft • Fox-IT • Haagse Hogeschool • KPN • Ministerie van Veiligheid en Justitie • Siemens Nederland • Thales Nederland • TNO • Trigion

directie wordt gevormd door Rob de Wijk, Ida Haisma en Joris den Bruinen. Den Bruinen legt uit: “Veiligheid is een heel gefragmenteerd onderwerp. Politie, brandweer, ministeries, Defensie, grote en kleine bedrijven, publieke en private onderzoeks­ instellingen, burgers – ze zijn er allemaal mee bezig. In deze Metropoolregio komen veel lijnen bij elkaar, onder meer doordat de rijksoverheid hier gevestigd is, maar bijvoorbeeld ook door de haven van Rotterdam. Daar speelt veiligheid een rol bij het douanetoezicht op alles wat wordt in- en uitgevoerd, bij de administratieve verwerking van die handel en bij de processen in de petrochemische industrie.” “Een belangrijke aanjager van de veiligheidskennis is al heel lang het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), één van de topinstellingen op dit gebied in de wereld. Daarnaast is er een aantal grote bedrijven zoals Fox-IT, Redsocks, Hudson, Riscure, KPN, Siemens, Deloitte en cyber security organisaties, zoals die van de NAVO, Europol, TNO en de TU Delft.” Innovaties Als je alles bij elkaar neemt zijn er 450 ‘partijen’ binnen het Haagse deel van het cluster, van eenmansbedrijven die zich richten op niches in het veiligheidsdomein tot grote spelers zoals Thales en Wave. Er gaat per jaar 1,7 miljard euro om en 13.000 mensen verdienen er hun brood. Het concept van HSD is heel eenvoudig: alles uit de kast te halen om deze spelers met elkaar te laten samenwerken en zo tot meer en snellere innovaties te komen. Dat zorgt voor meer veiligheid én meer banen. De toenmalig wethouder Economische Zaken van de gemeente Den Haag, Henk Kool, vond virtuele samenwerking niet genoeg. Er moest een fysieke plek komen waar HSD zijn werk kon doen.

Den Bruinen zit nu met zijn The Hague Security Campus op een paar verdiepingen in een fors gebouw bij station Laan van NOI met het grote HSD-logo op de gevel. Minister Opstelten heeft het geopend en zo heeft het cluster een eigen plek, met volop uitbreidingsruimte. In totaal kent stichting HSD zo’n tweehonderd partners die ook een contributie betalen. Steeds meer partners laten enkele van hun medewerkers dagelijks op de campus werken, bijvoorbeeld de nationale politie en Fox-IT (zie de kaders). Daardoor functioneert die campus als broedplaats voor nieuwe contacten en ideeën. Op deze plek zijn projectgroepen aan de slag, er worden trainingen gegeven en simulaties gespeeld om nieuwe producten te verkennen. De HSD brengt ook vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar en heeft een talentprogramma voor veiligheid opgezet, waaronder de Cyber Security Academy. Beleidsagenda Het grote project voor HSD dit najaar is het opstellen van een nationale innovatieagenda met een bijbehorend investeringsprogramma. Den Bruinen: “Dat is een opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het wordt een belangrijk beleidsdocument, want het zal richting geven aan de besteding van overheidssubsidies en aan prioriteiten die bedrijven en instellingen gaan geven bij hun innovaties. We gaan de gemeenschappelijke belangen van de verschillende overheden bijeenbrengen, zodat de overheid een sterke launching customer kan zijn voor bedrijven en een effectieve opdrachtgever voor onderzoek. We gaan erin beschrijven met welke innovaties we de meeste veiligheidswinst voor zo veel mogelijk opdrachtgevers kunnen boeken, dus hoe we de schaarse middelen het best kunnen besteden.” Bij het opstellen van het beleidsdocument kijkt HSD niet alleen naar technologie. “Ook sociale innovaties komen in de agenda te staan, zoals vragen over de rol van de burger in het vergroten van veiligheid. En natuurlijk privacyaspecten. We hebben helemaal niets met NSA-achtige praktijken.” Was het niet logisch geweest als de HSD-campus zich had gevestigd in de internationale zone rond het Vredespaleis? Den Bruinen is daar heel stellig over: “Nee, daar zitten de instellingen die wel opdrachtgever kunnen zijn, maar wij wilden juist dichter bij de bedrijven en onderzoekers zitten, want daar moeten de innovaties vandaan komen.”

Op weg als wereldspeler computerbeveiliging Fox-IT langs de snelweg bij Delft is letterlijk het meest zichtbare bedrijf in het veiligheidscluster van de Metropoolregio. Het is in 1999 opgericht door twee voormalige whizzkids van de TU Delft. Die hadden eerst een aantal jaren gewerkt bij het Nederlands Forensisch Instituut, dat een paar kilometer verderop langs de A4 ligt. Oprichter Menno van de Marel zegt dat Fox-IT vanzelfsprekend één van de founding partners van The Hague Security Delta wilde zijn. “Wij geloven in de kruisbestuiving binnen dit soort clusters. Je staat in voortdurend contact met mensen van de universiteit en met opdrachtgevers, vooral bij de overheid in deze regio. Een initiatief als de Cyber Security Academy, waarin universiteiten, de hogeschool, overheden en bedrijven samenwerken aan de opleiding van specialisten, was anders nooit van de grond gekomen. Ik zie de campus van HSD echt als een broedplaats.’’ Eén van de innovaties is de DataDiode. Die verbindt twee netwerken met verschillende beveiligingsniveaus via een éénrichtingsverbinding. Dit voorkomt het versturen van data, openlijk of in het geheim, van een hoog naar een laag beveiligd netwerk. Het is techniek die heel geschikt is voor overheidsinformatie en inmiddels is goedgekeurd door de AIVD. Maar Fox-IT werkt ook aan producten voor het bedrijfsleven of gemeentelijke organisaties. Ze hebben een soort meldkamerdienst die continu volgt of er in een IT-systeem van een organisatie wordt ingebroken en die dan meteen op zoek kan gaan naar de dader. Het bedrijf is door zijn wortels bij de TU Delft en het NFI met deze regio vergroeid, maar vindt er ook een groot deel van zijn overheidsopdrachtgevers. Van de Marel: “In Nederland willen we in de haarvaten van organisaties en bedrijven zitten en daar onze diensten leveren. Dat leidt tot nieuwe producten en diensten die we dan toepasbaar maken voor buitenlandse bedrijven die met ons geassocieerd zijn, maar werken voor de markt in hun eigen land. Op die manier kunnen we uitgroeien tot een wereldspeler.”

www.thehaguesecuritydelta.com

20 | 21


Rotterdam en de haven, Rotterdam buit zijn positie als grootste havenstad van Europa onvoldoende uit, concludeerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vorig jaar in een rapport. Is de samenwerking tussen stad en haven inderdaad voor verbetering vatbaar? “Ze hebben elkaar gevonden, maar het kan altijd beter.” Tekst: Dorine van Kesteren i.o. VNO-NCW West | Fotografie: Ossip van Duivenbode (Rotterdam Image Bank)

In het ideale scenario van de OESO ontwikkelen de stad Rotterdam en de haven zich samen tot een internationaal maritiem dienstencentrum, met volop bedrijvigheid van scheepseigenaren, scheepvaartmakelaars, maritieme verzekeraars, consultants en juridische dienstverleners. Op die manier kan de stad optimaal profiteren van de economische spin-off van de haven. Is dit een realistisch streven? Of is de praktijk weerbarstiger dan de OESO doet voorkomen? Isabelle Vries is lector Port Development bij Kenniscentrum RDM van de Hogeschool Rotterdam, en onderzoekt onder andere de relatie tussen haven en stad. Vries over het realistisch streven: “Tien jaar geleden waren haven en stad nog twee gescheiden werelden, maar inmiddels hebben ze elkaar gevonden. Neemt niet weg dat er altijd lastige dossiers blijven. De eeuwige strijd over de beperkte ruimte bijvoorbeeld: kiezen we voor stedelijke uitbreiding of intensivering van de haven?” Ook Steven Lak, voorzitter van de havenondernemersvereniging Deltalinqs bevestigt de versterking van de samenwerking. “Er zijn talloze vormen van interactie tussen de haven en de stad, zoalsleefmilieu,werkgelegenheideninfrastructuur. Samenwerking is dus niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk.”

#

MRDH 08 september 2014

Ruimtelijk beleid De haven en de stad werken bijvoorbeeld nauw samen op ruimtelijk gebied, zoals bij bestemmingsplannen voor het havengebied en alle milieudossiers die daarmee samenhangen. Vooral bij de Stadshavens – de vier havengebieden die na het vertrek van haven(gerelateerde) bedrijven naar de Tweede Maasvlakte herontwikkeld worden tot innovatieve woonen werklocaties – zijn volgens lector Vries forse stappen gezet. “Met 1.600 hectare is Stadshavens het grootste stadsvernieuwingsproject van Nederland. Voor het deelgebied Merwe-Vierhavens hebben de stad en het havenbedrijf pas een gemeenschappelijke ontwikkelstrategie opgesteld. Een paar jaar geleden was dat nog ondenkbaar.”

De gemeente, de haven, het Rotterdams onderwijs, VNO-NCW Rotterdam en havenondernemersvereniging Deltalinqs trekken ook al geruime tijd samen op om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. Ondanks de crisis bestaat er namelijk nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel in de Rotterdamse haven, vooral in logistieke en technische functies. Voorzitter Lak: “We proberen mbo’ers, hbo’ers en wo’ers te enthousiasmeren voor de techniek en scheepvaart. Zo hebben wij samen met het beroepsonderwijs een Proces- en Maintenance College opgezet op mbo-niveau, met een carrièrestartgarantie voor de afgestudeerden. En voor de basisschooljeugd in Rotterdam en omgeving is er een speciaal lesprogramma over de haven.”

Moordende concurrentie Daarnaast heeft de stad meer oog gekregen voor de haveneconomie, en vice versa, aldus Vries. “Naar aanleiding van het OESO-rapport zijn de stad en de haven hard bezig om het maritieme dienstverleningscluster te versterken. Een ander voorbeeld van de wisselwerking is de RDM Campus, een havengericht innovatiecentrum van onderwijs en bedrijfsleven, waar ook veel jonge, startende bedrijven te vinden zijn die voortkomen uit de stedelijke economie.”

Er gebeurt dus al veel, maar het kan altijd beter. Volgens Diederik van Dommelen, voorzitter van ondernemingsorganisatie VNO-NCW Rotterdam, kunnen de OESO-doelen alleen werkelijkheid worden als de stad en de haven nóg intensiever samenwerken om internationale bedrijven aan te trekken. “Rotterdam moet meer zijn dan alleen een doorvoerhaven. Acquisiteurs zijn nu vaak bezig om lading te verkrijgen. Maar als we erin slagen om de hoofdkantoren of shared service


ACHTERGROND

twee werelden? centers van buitenlandse bedrijven hier naar toe te krijgen, profiteert de hele stad: de zakelijke dienstverlening, alle toeleveranciers, de maakindustrie…” En op den duur profiteert ook de gehele regio hiervan, denkt Van Dommelen.

vertraging op. Ook op de Maasvlakte kost het moeite om de terminals goed met het spoor te verbinden. En vergeleken met de ons omringende landen, is het in Nederland ook nog eens relatief duur om goederen per spoor te vervoeren.”

Van Dommelen merkt dat het vestigingsklimaat onder druk staat. “De concurrentie van met name Londen is moordend. Het is dus ontzettend belangrijk dat de stad en de haven Rotterdam gezamenlijk promoten als vestigingsplaats voor bijvoorbeeld de verzekeringsbranche. Met als boodschap: voor haven gerelateerde verzekeringen moet je in Rotterdam zijn. ” VNO-NCW Rotterdam en het havenbedrijf onderzoeken momenteel of en hoe Nederland en Rotterdam het vestigingsklimaat kunnen versterken.

Duurzaamheid

‘Haven en stad gezamenlijk promoten als vestigingsplaats’ “Daarbij kijken we onder andere naar het fiscale klimaat, het leefklimaat, onderwijs en regeldruk. De resultaten leggen we voor aan het college van B en W”, zegt Van Dommelen. Vries noemt alvast een punt van zorg voor het Rotterdamse vestigingsklimaat: het spoor. “Er zijn te veel knelpunten in de verbindingen met het achterland. De Duitse aansluiting op de Betuweroute, die de haven verbindt met de industrie in het Ruhrgebied, loopt voortdurend

Ook het duurzaamheidsdossier biedt meer mogelijkheden tot samenwerking. In 2030 moet dertig procent van alle energie in Rotterdam duurzaam zijn – een ambitie uit de Havenvisie waar volgens Lak een ‘geweldige synergie tussen stad en haven’ mogelijk is. “Bijvoorbeeld door alle restwarmte van de haven door te leveren aan de stadsverwarming in Hoogvliet en Rotterdam en de kassen in het Westland.” Vries reageert hier op: “In de haven vindt de komende jaren een transitie plaats naar duurzame industrie. Rotterdam kan een prachtige uitvalsbasis vormen voor biobased chemiebedrijven en waterstofproducenten, omdat ze hard werken aan alle faciliteiten: een warmtenet, CO2-afvang.” Stad en haven kunnen tot slot volgens Lak meer doen om het imago van de haven te verbeteren. Dit is alleen al nodig om in de toekomst voldoende nieuwe arbeidskrachten te vinden, stelt Lak. “Bij het publiek blijven allerlei beelden uit het verleden hangen, terwijl de haven tegenwoordig een hoogtechnologische werkomgeving is. We moeten de haven dus letterlijk zichtbaar maken in de stad. De grote videowall in het station met havenbeelden is een mooi voorbeeld, maar we zijn er nog niet.”

Geen nieuwe bestuurslaag Natuurlijk is niet alleen de stad Rotterdam van belang voor de haven, maar de hele regio en vice versa: van de omliggende gemeenten tot aan Antwerpen. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is vooral waardevol bij de promotie van de havenregio in het buitenland, aldus Isabelle Vries (Hogeschool Rotterdam). “Voor een Chinees doet het er natuurlijk niet toe of een persoon of bedrijf nu uit Rotterdam of Den Haag komt. Maar dan moet je het ook wel als één geheel presenteren. Dus niet dat de ene burgemeester vandaag naar Shanghai vliegt en morgen de andere.” Ook Diederik van Dommelen (VNO-NCW Rotterdam) ziet kansen voor de Metropoolregio. “Als we in de globaliserende wereld tot de top willen behoren, moeten stedelijke regio’s zich beter organiseren. Rotterdam en Den Haag kunnen elkaar versterken op het gebied van wonen, werken en onderwijs. En we moeten elkaar vooral niet beconcurreren als vestigingsplaats. Een initiatief als dit kan alleen slagen als je elkaar wat gunt. Ik heb me bijvoorbeeld enorm verbaasd over de Metropoolregio Amsterdam, waar Almere zich kandidaat stelde voor de Floriade 2022 en Amsterdam met een concurrerend voorstel kwam.” “Maar de Metropoolregio moet vooral geen nieuwe bestuurs-laag worden”, vult Steven Lak (Deltalinqs) aan. “Bestaande overheden moeten gewoon beter samenwerken.”

22 | 23


METROPOLL

Meer regelvrije zones voor het MKB Het MKB klaagt over de grote regeldruk die de creativiteit in het ondernemen belemmert. Een regelvrije zone zou innovatie en creativiteit stimuleren en leegstand kunnen bestrijden. Moeten er dus meer regelvrije zones in de Metropoolregio komen?

Janet van Huisstede

Nico van Buren

Mariëtte van Leeuwen

oprichter van Stichting

raadslid CDA Capelle

wethouder Economie

De Winkelmeiden

aan den IJssel

Zoetermeer

De winkelier bestaat niet meer. Tenminste, die afwachtende winkelier, hangend in zijn deuropening, slachtoffer van de crisis. De winkel van nu vergt een échte ondernemer die zich verdiept in zijn klant. Een servicegerichte persoon die de winkel als showroom combineert met een aansprekend aanbod in zijn webshop. Die regelmatig seizoengerichte aanbiedingen en workshops verzint en deze uitzet via social media. Vanuit Stichting De Winkelmeiden helpen we dit soort frisse (door)startende winkeliers op weg. Met alternatieve pop-up shops gaan we de leegstand te lijf en maken we van winkelen weer een feestje. In Vlaardingen met een pop-up galerie die in 12 weken 1.075 bezoekers trok, met een tentoonstelling ‘De Winkel van de Toekomst’ en met GoedZo: een leuke winkel in Tweede Kans Kleding van topmerken. Gemeenten kunnen ondernemers belonen door ze te verlossen van bureaucratische beperkingen. Wil je graag een leuke winkelstraat? Straf de ondernemer die zijn pui leuk aankleedt met fleurige plantenbak en zitje dan niet met forse precariorechten! Hoe leuk is het om als klant een kopje koffie te krijgen als je winkelt? Helaas wordt dit vaak aangemerkt als ‘branchevervuiling’ en valse concurrentie voor de koffiezaak op de hoek. Wie klanten wil trekken naar een winkelstraat waar weinig ‘loop’ is, zet creatief in met guerillamarketing en huurt energieke studenten in. Maar dat vergt een vergunning waarop je soms zes weken kunt wachten. Conclusie: als we straks nog leuk willen kunnen winkelen, moeten we het echte ondernemers ook leuk maken!

#

MRDH 08 september 2014

CDA Zuid-Holland deed in november 2013 haar voorstel tot een proef met regelvrije zones in het licht van de kerntaken van de provincie ZuidHolland. Fractievoorzitter Hans Démoed noemde daarbij onder andere de thema’s natuur, groen en cultuur, waarbij in Binnenlands Bestuur werd aangegeven dat een buitengebied of recreatiegebied meer voor de hand ligt. Vanwege de bevoegdheid van de gemeente zou het ingewikkeld zijn om een proef in een woonwijk te doen. Ook voor CDA Capelle kan deze vorm van deregulering een middel zijn om creativiteit van onderop echt ruimte te geven. Binnen de Metropoolregio krijgen op die thema’s verschillende gebieden door ondernemende initiatieven meer waarde voor de inwoners om van de groene kwaliteit van onze regio te genieten. Ook voor het behoud van een deel van het cultuurgoed in de vorm van bebouwing in het buitengebied is het zaak dat leegstaand agrarisch vastgoed andere bestemmingen kan krijgen. De meerwaarde van regelvrije zones voor het MKB neemt toe als we deze juist wel weten toe te passen op woonwijken. In veel gemeenten binnen de Metropoolregio is de werkgelegenheid, vooral voor laaggeschoolden, erbij gediend als (startende) ondernemers andere activiteiten kunnen ontplooien dan de spreekwoordelijke zzp’er die op zolder achter zijn computer een administratiekantoor runt. In iedere wijk staan wel panden die ook gebruikt zouden kunnen worden door kleine productiebedrijfjes. Er is toch niets mis met een school die een tweede leven krijgt als bedrijfslocatie?

Regelvrije zones is een instrument dat wij als gemeente zeker toejuichen. Het MKB vormt toch de motor van de lokale economie en we willen dat MKB’ers hier optimaal kunnen ondernemen. In het actieplan Economie voor Zoetermeer, wat op dit moment in ontwikkeling is, willen we uitbreidingen van bestaande regelvrije zones en nieuwe creëren op bijvoorbeeld industrieterreinen. De enige voorwaarde is wel dat ondernemers hierbij de veiligheid in acht nemen. Zeker in woongebieden is dit het geval. Maar over het algemeen hanteren we een houding van ‘Ja, tenzij…’ Daarnaast zullen we nieuwe ondernemers met creatieve initiatieven een warm welkom geven. De vraag ‘Wat wilt u doen en waar knelt het?’ staat hierbij centraal. Op verzoek passen wij dan de regelgeving aan. Natuurlijk in samenspraak met onze inwoners. Hierbij moet ik wel opmerken dat als je stappen voorwaarts wilt maken, je lef moet tonen. Er moet een gezond evenwicht ontstaan tussen het doorzetten van plannen en de samenspraak. Het nieuwe actieplan Economie voor de komende jaren is overigens best vooruitstrevend te noemen. Het is een plan dat past bij Zoetermeer, bij het pionieren dat de stad in de beginjaren heeft gedaan. Een plan waarin we risico’s durven nemen en waarmee een aantrekkelijk ondernemingsklimaat moet ontstaan met minder regeldruk. Zo komt er straks een team dat nieuwe ondernemers begeleidt in het proces van starten. Ook willen we meer kleine economie in woonwijken en de regels daartoe verruimen.


ECONOMIE

Ab van der Touw, directeur Siemens: ‘Mensen vinden het nu veel belangrijker om te werken voor een organisatie die ertoe doet.

Siemens-topman Ab van der Touw

‘Altijd verantwoording afleggen’ Siemens draait allang niet meer om telefonie en televisie. Bestuursvoorzitter Ab van der Touw richt zijn vizier op duurzame energie, mobiliteit, veiligheid en gezondheid. Hij doet dat door partnerschappen te sluiten en te werken in regionale netwerken. Tekst: Martijn Delaere | Fotografie: Mladen Pikulic

Een multinational maakt een koffiezetapparaat of een haarföhn in Polen of China en verkoopt hem van São Paulo tot Wateringen. Maar publieke goederen als windmolenparken? Of trams? Die produceer je in samenspraak met de klanten. Deze samenwerking maakt beide partijen maatschappelijk verantwoordelijk, vindt bestuursvoorzitter van Siemens Nederland Ab van der Touw. “De samenleving is onze klant én partner. Wij co-creëren producten. De tijd dat we los van de klanten iets bedachten, ligt achter ons. Voor wat wij doen, moeten we eigenlijk ook altijd publiekelijk verantwoording afleggen. Als trams het niet doen, dan is niet één consument of een groepje de dupe, maar heel Haaglanden. Als de energievoorziening niet klopt, dan betreft dat een heel gebied. Die verantwoordelijkheid verankert ons in de samenleving.”

minder bekende programma’s als het Smart Energy Collective, de stichting Klimaatfonds Haaglanden of de stichting Duurzaamheid Den Haag en bekendere als The Hague Security Delta, Beter Benutten Haaglanden en Spitsmijden Haaglanden. Forums waar Siemens als eminent speler op het gebied van energievoorziening, mobiliteit, gezondheidszorg en veiligheid in thuishoort, aldus Ab van der Touw. “Veel bedrijven gieten duurzaamheid als een marketingsausje over hun activiteiten, maar voor Siemens is het de kern van het bedrijf. Bij alles is duurzaamheid dé grote eis. Duurzaam ondernemen is een maatschappelijke en industriële noodzaak. De helft van wat wij vermarkten, is gericht op verduurzaming.” Volgens de Dow Jones Sustainability Index staat Siemens daarmee in de categorie kapitaalgoederen wereldwijd op de eerste plaats.

De verankering van Siemens in de maatschappij strekt zich in het kader van haar duurzaamheidsprogramma uit tot een oneindig aantal verenigingen, comités, platformen en raden van toezicht- en advies. Met Ab van der Touw als boegbeeld. In

Genen Het etiket maatschappelijk verantwoord ondernemen kleeft al heel lang aan Siemens. “Het zit wereldwijd in onze genen”, aldus Van der Touw. Werd dat twintig geleden in de tijd van de gouden

24 | 25


‘Veel bedrijven gieten duurzaamheid als een #

MRDH 08 september 2014

marketingsausje over hun activiteiten, maar voor Siemens is het de kern van het bedrijf.’


bergen en financiële windhandel tamelijk absurd gevonden, vandaag de dag wordt die betrokkenheid gewaardeerd. Siemens plukt er de vruchten van. De Siemens-topman: “Wij trekken medewerkers aan die het belangrijk vinden om te werken voor een bedrijf dat iets betekent voor de samenleving. In het licht van de vergrijzing en de ontgroening (daling van het percentage jongeren op de arbeidsmarkt, red.) werkt dat in ons voordeel. Kennelijk vinden mensen het nu veel belangrijker om

maar op de laan zelf stoten auto’s nog onbezorgd hun gassen uit. RandstadRail, die boven de weg rijdt, niet. Niet verwonderlijk dus dat Siemens ook een grote bouwer is van trams. In Amerika is één op de drie trams van Siemens. In Europa was de Haagse HTM de eerste klant van de nieuwe generatie Avenio-trams van Siemens. Niet zomaar op de rails gezet vanuit de fabriek in Wenen, maar op maat gemaakt. Ab van der Touw: “Je kijkt met de klant naar wat een trein of tram moet doen. De HTM wilde met de nieuwe tram in de spits grotere groepen mensen kunnen vervoeren. Zonder dienstregeling en met zo lang en breed mogelijke trams. De HTM krijgt een 32 meter lange en 2,65 meter brede tram, en niet veertig stuks, zoals oor­spronkelijk de bedoeling, maar zestig. Omdat de trams meer passagiers gaan vervoeren, worden ook de sporen aangepast. De Avenio-tram die we aan Den Haag leveren, ver­ schilt aanmerkelijk van die in München. Bij standaardisatie van de trams zou de kostprijs dertig procent lager liggen. Dat moeten we leren. Vervoersmaatschappijen moeten voor hun eigen bestwil naar een inter­nationale standaard, waardoor de kosten omlaag gaan.”

‘Duurzaam ondernemen is een maatschappelijke en industriële noodzaak’ voor een organisatie te werken die ertoe doet. We hebben een generatie achter de rug die graaide en voor wie het niet op kon, maar nu zie je dat werknemers de waarom-vraag stellen.” Siemens Nederland (omzet afgelopen boekjaar 973 miljoen euro, 16 miljoen winst) is geen overheid en ook geen liefdadigheidsinstelling. Geld verdienen is wel van belang, zo veel dat het Duitse concern kan meedraaien en meedingen in de internationale concurrentiestrijd. Gelukkig is duurzaamheid vandaag de dag winstgevend. Van der Touw: “Kijk naar het programma Beter Benutten Haaglanden om de bereikbaarheid van de stad en de omgeving te vergroten. Een invalshoek is dat er een breed draagvlak voor verkeersoplossingen moet zijn, maar de andere is dat Siemens ook de oplossingen in huis heeft, zoals een verkeerscontrolecentrum. Ik heb vorig jaar september meegedaan aan het Energieakkoord tussen bedrijfsleven, milieubeweging en vakbonden, omdat ik geloof in duurzame groei, maar óók omdat we ons steentje bijdragen met energiecentrales en windenergie. Wij hebben veel geld nodig voor innovatie. Tegelijk is het wél zo dat wij in het Rijnlandse model, waarbij continuïteit van de onderneming belangrijker is dan het nemen van een snelle kortetermijnwinst, veel meer dan in het Angelsaksische model op de langere termijn zijn gericht en dus niet meteen winst hoeven te maken.” Trams Op het pleintje voor het Siemens-hoofdkantoor aan de Haagse Prinses Beatrixlaan tappen de twee directieauto’s aan hun oplaadpunt elektriciteit,

Potentie Veel Haagser krijg je een bedrijf niet, maar dat wil niet zeggen dat de komst van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de bestuursvoorzitter van Siemens koud laat. Hoe kijkt Van der Touw, ook nog eens voorzitter van de Economische Programma­-raad van de Zuidvleugel, aan tegen de Metro-poolregio? “Een enorme vooruitgang. Je hebt een groter gebied te pakken dan de gewesten waar-binnen meer economische samenhang is dan binnen de provincie. Er zit veel potentie in de Metropoolregio, maar het komt er onvoldoende uit. Op het gebied van verdienvermogen blijven we achter bij Amsterdam en Brainport Eindhoven. In Den Haag is de verdienkracht beperkt door het grote aantal ambtenaren en in de Rotterdamse haven heeft de transitohandel een lage toegevoegde waarde.” Daarom moeten politiek en bedrijfsleven volgens Van der Touw inzetten op clusters met een groot verdienvermogen. “En dat gebeurt nu ook. Bedrijfsleven, overheid en onderwijs bepalen gezamenlijk een agenda.” Lichtend voorbeeld is volgens Siemens-topman Van der Touw The Hague Security Delta. “Een jaar

na oprichting van de The Hague Security Delta in het Beatrixkwartier zijn er tweehonderd be­drijven en organisaties aangesloten. Clubs die zich bezig houden met cyberveiligheid in zijn volle betekenis, dus van bruggen en ziekenhuizen tot energiecentrales. Als je erbij wilt horen, dan moet je hier zitten.” Windenergie Een ander speerpunt van de Metropoolregio zou volgens Van der Touw de vermarkting van windenergie moeten zijn. “Je hebt de TU in Delft. Van Oord in Rotterdam en Heerema in Zwijndrecht zijn kampioenen in het bouwen van windparken op zee en wij zijn kampioen in het ontwikkelen van windturbine-techniek. We hebben dit voorjaar een order van 1,5 miljard euro gescoord om ten noorden van Schiermonnikoog het grootste Nederlandse windpark in zee te bouwen. We gaan voor 785 duizend gezinnen zeshonderd megawatt op zee opwekken en wisselstroom in gelijkstroom omzetten op een drijvend eiland van zestig bij zestig, met golven van dertig meter hoog. Zo ontstaat een ijzersterk kenniscluster.”

Wie is Ab van der Touw? Albert Frank (Ab) van der Touw (59) werd geboren in Leiden en studeerde er klassieke talen en geschiedenis. Hij belandde 28 jaar geleden bij Siemens nadat hij les had gegeven op het christelijk gymnasium Sorghvliet in Den Haag. Van der Touw vervulde verschillende functies bij Siemens voordat hij in 2010 werd benoemd tot voorzitter van de raad van bestuur van Siemens Nederland. Van der Touw heeft daarnaast nevenfuncties bij meerdere organisaties zoals VNONCW en Beter Benutten.

26 | 27


GRENZELOOS

Hälsningar från Stockholm Kaying Lau woont al bijna tien jaar niet meer in Nederland. Amsterdam verruilde ze in 2005 voor China. Hier leerde ze haar Zweedse man Oscar Berger kennen die als attaché Sociale Zaken bij de Zweedse ambassade werkte. Toen hun eerste kind zich aankondigde, besloten ze begin 2013 het Aziatische land te verruilen voor het walhalla voor gezinnen met jonge kinderen: Stockholm. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Kaying Lau

“Stockholm bestaat uit veertien eilanden die om het stadscentrum heen liggen. Wij wonen op het Södermalm eiland. Je kunt het vergelijken met de Jordaan in Amsterdam. Er zijn overal cafétjes en winkeltjes in onze buurt te vinden. Ons appartement is gehuurd, maar we zoeken naar een koophuis in deze buurt, omdat we het erg naar onze zin hebben. Ook omdat ik nu zwanger ben van ons tweede kind, gaat ons huis straks te klein worden.” Lau heeft een eigen consultancypraktijk. “Ik geef bedrijven advies op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Door mijn ervaring en contacten in Azië kan ik ze ook assisteren bij het opzetten van handelsrelaties met China. Zweden heeft een aantrekkelijk klimaat voor zelfstandige ondernemers. Het is niet moeilijk om een eigen bedrijf te starten. Wel is de belasting natuurlijk erg hoog. Maar voor een eenmanszaak is er de regel dat de premieheffing voor de sociale verzekeringen de eerste twee jaar over een gemiddeld bedrag verloopt. Aangezien je in de eerste paar jaar nauwelijks winst maakt, hoef je dus niet veel geld te missen als je onverwachts door ziekte uitvalt. Ook zijn de regels voor het starten van een BV versoepeld. Je hoeft nu minder geld verplicht zelf te investeren.” Kindvriendelijk Zweden staat erom bekend dat het goed voor zijn jonge moeders en ouders zorgt. Standaard geldt ongeveer zestien maanden ouderschapsverlof. Daarvan is dertien maanden betaald met tachtig procent van het salaris en drie maanden op uitkeringsniveau. Ouders kunnen dit verlof verdelen over de moeder en de vader. De eerste tien maanden na de geboorte van hun dochter Bey bleef Lau thuis. De volgende zes maanden haar man. “Je kunt dus eigenlijk het hele eerste jaar zelf voor je kinderen zorgen. Dat heeft het nadeel dat de maatschappij aanneemt dat je dat ook dóet. Voor kinderen onder de één jaar zijn er geen opvangmogelijkheden. Bijkomend voordeel is weer dat er veel faciliteiten zijn waar je als jonge ouder, dus ook de vaders, met je kind naartoe kunt. Cafés en restaurants zijn hierop ingericht, je kunt samen op zangles of naar de bibliotheek, er zijn oneindig veel speeltuintjes in de stad en je kunt zelfs overdag naar de film met je baby. Ook kom je via de verloskundige na de bevalling in een clubje terecht met andere jonge moeders, zodat je van elkaar kunt leren en iets kunt ondernemen. Want niemand met zo’n jonge baby werkt. Om het nog makkelijker te maken om je te verplaatsen, is het openbaar vervoer voor reizigers met een kinderwagen gratis.”

#

MRDH 08 september 2014

Metro Qua infrastructuur zit het in de stad heel goed, vindt Lau. “Op vijftig meter van ons huis is een metrostation. Het centraal station ligt vervolgens op een ritje van tien minuten. Ook de bus kunnen we makkelijk pakken, al nemen we toch eerder de metro. Het is niet goedkoop om met het OV te reizen. Wel is het allemaal goed toegankelijk en zijn er overal liften. De auto nemen we eigenlijk nauwelijks. Het parkeren is duur en moeilijk. Met het openbaar vervoer is alles makkelijk te bereiken. Fietsen doen ze hier ook wel, maar minder dan in Nederland. Je hebt hier ook te maken met heuvelachtig gebied en de fietsinfrastructuur is de laatste jaren wel verbeterd, maar nog niet optimaal. Aparte fietspaden zijn er nog niet overal.” Foodtruck Uitgaan in Zweden is duur. Voor een biertje mag je al gauw zes à zeven euro neertellen. Ook restaurants zijn prijzig. Maar de Stockholmers zijn inventief en hebben zich op een uit Amerika overgewaaide trend gestort: de Foodtruck. Tot de zomer van 2013 was het nog moeilijk om een vergunning voor zo’n rijdend afhaalrestaurant te krijgen, maar de regels zijn versoepeld en ze schieten als padden­ stoelen uit de grond en de kwaliteit verbetert snel. Er zijn zelfs allerlei lijstjes op internet te vinden met top vijfs van het beste ‘street food’ in Stockholm. Lau: “Ze zijn hier ontzettend populair en het is een goedkope manier om toch iets buiten de deur te eten. De variëteit loopt uiteen van taco’s tot pannenkoeken en van hotdogs tot steaks.” Zeeën en meren “De zomers in Zweden zijn heerlijk. Het is lang licht en het klimaat is aangenaam. Rondom de stad zijn veel groengebieden, waar je binnen twintig minuten kunt zijn. ‘s Zomers is er ook van alles aan cultuur te beleven. Theatervoorstellingen in de open lucht en andere activiteiten in de vele parken. Dan leeft de bevolking echt buiten. Nog sneller, in tien minuten fietsen, zitten we al aan de kust. Na het werk en in de weekenden zijn we dan ook veel te vinden aan zee. Op vier à vijf verschillende plekken in onze omgeving zijn er kleine strandjes waar je kunt zwemmen.” Omdat het ‘s zomers in hun thuisland goed vertoeven is, gaan Stockholmers in die periode nauwelijks naar het buitenland op vakantie. “Veel mensen hier hebben een zomerhuis op maximaal twee uur rijden van de stad. Daar brengen ze hun zomers en weekenden door. In de winter gaan ze dan wel op vakantie naar een warm land.”


1 2

4 3

5 6

Stockholm Facts • Hoofdstad en grootste stad van Zweden • Ruim 2 miljoen inwoners, inclusief voorsteden • Konings- en regeringsstad • Ligt op 14 eilanden, met bruggen verbonden • 3 metrolijnen en 100 stations • Stockholm Central heeft 220.000 passagiers per dag • In 2008 is de bouw van een ondergrondse pendelspoorlijn begonnen • 3 vliegvelden rondom de stad • Tolheffing voor auto’s rondom de historische binnenstad

7

1. Ingang van de metro met aan de overkant van de straat de lift 2. Het gezin 3. Pleintje met café’s 4. Man Oscar met dochter Bey 5. Hornstull straat met winkels 6. Speeltuintje in de wijk 7. Strand in Tantolunden Park 8. Achterkant appartement in Södermalm 9. Foodtruck in Stockholm 10. Tantolunden Park

8

10

9

28 | 29


ECONOMIE

Boer Arie van den Berg leidt zijn melkkoeien terug de stal in.

Boeren in de Metropoolregio Achter de TU-wijk in Delft beginnen de groene longen van de stad. Uitgestrekte weilanden met vee en hier en daar een boerderij bepalen het uitzicht. Aan de horizon doemt aan de ene kant de stad Rotterdam op, en aan de andere kant Delft. Op Hoeve Ackerdijk in Schipluiden lijkt dat stadse leven heel ver weg, maar toch ook weer niet. Ze vormen de hoofdinkomstenbron voor boer Arie van den Berg. Geen boerderij zonder de Metropoolregio.

Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Gerhard van Roon

#

MRDH 08 september 2014


2014 is door de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, uitgeroepen tot het Internationale Jaar van het Boerenfamiliebedrijf. In de Metropoolregio zijn vooral drie soorten agrariërs te onderscheiden op 300 hectare agrarische grond: akkerbouwers, melkveehouders en tuinbouwers. Akkerbouwers vind je vooral op Voorne-Putten en in de Hoeksche Waard en omgeving. In Midden-Delfland zijn veel melkveehouderijen gevestigd. Dat heeft te maken met de grondsoorten in het gebied. In Midden-Delfland is dat veengrond, die zich niet leent voor iets anders dan begrazing. Zo ook op Hoeve Ackerdijk. Boer Arie van den Berg groeide hier op. “Toen ik geboren werd runden mijn oma en mijn vader de melkveehouderij. Ze pachtten toen nog van de kerk. In 1959 kregen we de hoeve in eigendom. Mijn vrouw Petra en ik hebben eerst nog een tijd met onze oudste kinderen in een woonwagen op het terrein gewoond. Totdat de boerderij voor ons vrijkwam. Onze vier kinderen zijn hier groot geworden en inmiddels passen wij op onze kleindochter Cato van vijftien maanden. Dit echte stadskind vindt het hier geweldig met al die dierengeluiden om zich heen.”

Biologisch Hoeve Ackerdijk ligt in het gebied de Schiezone, een recreatiegebied waar naast twee agrarische bedrijven ook onder andere een paintballcentrum, kunstcentrum, begraafplaats en een naturistencamping liggen. Het bedrijf van de familie Van den Berg beslaat 48 hectare weidegrond, inclusief natuurgrond zelfs 68 hectare. Hier lopen 75 koeien rond met bijbehorend jongvee en een aantal fokschapen. Sinds 1998 werkt Van den Berg compleet biologisch. Dat houdt niet alleen in dat hij geen bestrijdingsmiddelen en geen kunstmest gebruikt, maar ook dat de koeien, naast het gras, biologisch voedsel krijgen en dat Van den Berg geen medicijnen toedient, behalve als de koe ziek is. De melk gaat naar Campina. Eén dag in de week is Hoeve Ackerdijk zorgboerderij voor GGZ-patiënten. Ook kunnen scholen een rondleiding krijgen op het bedrijf. Natuurbeheer is iets wat Van den Berg serieus neemt. “Je ziet een verschuiving ontstaan in de agrarische sector. Bedrijven schalen op of hebben een verschuiving naar andere bedrijfsvormen.

Maar als agrariër moet je iets voor de natuur doen, vind ik. Daarom was ik vijftien jaar geleden ook mede-oprichter van de agrarische natuurvereniging Vockestaert en zat ik in het bestuur. Daarnaast doen we actief aan weidevogelbeheer en zorgen we voor natuurvriendelijke oevers.” Van den Berg weet waar hij over praat als het om de natuur en het water gaat. Naast het werk op de boerderij is hij namelijk ook bestuurder van het Hoogheemraadschap van Delfland. “Ik vind het belangrijk om als inwoner van het gebied politiek betrokken te zijn. Zo ben ik dertien jaar verantwoordelijk geweest voor de plannen voor de reconstructie van Midden-Delfland. Maar dat is nu afgerond. Daarnaast ben ik nog betrokken bij de Food Council in Rotterdam die de gemeente adviseert bij voedselvraagstukken. Bijvoorbeeld hoe zij de productie van voedsel in de regio en de vraag naar vers voedsel in de stad beter met elkaar kan verbinden.”

Metropoolregio Werkgelegenheid, groen en leefomgeving, dat zijn volgens de boer zaken die zorgen voor een

30 | 31


Het gemaaide gras vormt in de winter de hoofdvoedselbron.

goed vestigingsklimaat. “Groen is dus iets waar je goed voor moet zorgen. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zie ik veel kansen. In de visies die er nu liggen is het belang van het groen duidelijk benadrukt. Midden-Delfland vormt in die plannen de groene longen van de stad. Ik zie die regiovorming dan ook niet als bedreiging. Alleen zou de stad de ondernemers die in dit gebied iets willen doen, meer op gang moeten helpen, bijvoorbeeld de eerste jaren extra stimuleren. De steden zetten hierin al interessante stappen met nieuwe vormen van stadslandbouw. Zo ontstaat er meer interesse voor de omgeving waar het voedsel vandaan komt.”

‘Inkomen van stad naar platteland brengen’ Ook qua recreatie is nog veel werk te verrichten, vindt Van den Berg. “De overheid trekt zich terug als financier van het onderhoud en beheer. Daardoor verrommelen die gebieden. Het gebied dat naast mijn boerderij ligt, is een recreatiegebied. Maar ze maaien er niet, waardoor je er niet in kunt gaan zitten. Recreanten komen dus picknicken in mijn weides. Dat vind ik niet erg, maar het zou niet nodig moeten zijn. Het liefst zou ik een centraal punt zien voor het onderhoud van

#

MRDH 08 september 2014

het hele gebied. En het zou zich best wat meer mogen onderscheiden met bijvoorbeeld kunst in het landschap. Al die recreatiegebieden lijken zo op elkaar in Nederland.” Agrarisch kinderdagverblijf Qua uitbreiding van zijn bedrijf denkt Van den Berg dan ook niet aan opschaling, maar aan professionele verbredingen. “Ik ben constant bezig met het bedenken van manieren om het inkomen van de stad naar het platteland te brengen. Meer koeien hier houden is geen optie, dus moet je kijken naar andere mogelijkheden. We hebben hier al een tijdje een oude stal leegstaan. Ik wil daar een agrarisch kinderdagverblijf in beginnen. De medewerkers van de TU kunnen hier in deze landelijke omgeving hun kleintjes onderbrengen. Ook de gemeente ziet dit wel zitten. Je moet toch een beetje meegaan met je omgeving en alert zijn op veranderingen.” Helaas voor Arie en Petra van den Berg zien hun kinderen een overname van het boerenfamiliebedrijf niet zitten. “Het zijn ook nooit plattelandskinderen geweest, hun blik was op de stad gericht. Daar wonen ze nu ook. Ik heb personeel in dienst en voorlopig redden we het prima. We zien wat de toekomst brengt.”

Agrariërs in de MRDH • Aantal melkveehouderijen: 170 * • Aantal landbouwbedrijven: 4.885 * • Aantal ha agrarisch terrein: 30.379 ** (uitgezonderd glastuinbouw) *cijfers CBS 2013 **cijfers CBS 2010

Hoeve Ackerdijk aan de Rotterdamseweg in Schipluiden. www.hoeveackerdijk.nl


ECONOMIE

Bezoekers van de Internationale Cittaslow-conferentie doen mee aan een melkproeverij.

Melk van Schipluiden rechtstreeks naar de nieuwe Markthal op de Blaak Recreatiegebieden, stilteplekken en voedsel van eigen bodem maken een Metropoolregio pas echt leefbaar en aangenaam. De gemeente Midden-Delfland bestaat tien jaar en heeft als missie deze kwaliteiten aan de stedelijke omgeving toe te voegen. Tekst: Pieter Maessen | Gemeente Midden-Delfland

Tafereel in de grote koeienstal van boer Dijkshoorn in Midden-Delfland: tussen de beesten staat een gedekte tafel met daarop vier groepjes champagneflûtes, gevuld met een witte substantie. Daaromheen staat een gezelschap burgemeesters uit heel Europa om zich te wagen aan… een melkproeverij. Dit bijzondere moment voltrok zich op 21 juni tijdens de conferentie van de wereldwijde Cittaslowbeweging in Nederland. De inwoners van MiddenDelfland ontvingen honderdvijftig bestuurders en

trakteerden hen op streekgerechten, vaartochtjes, beeldende kunst en muziek. En tijdens de ‘melktest’ moesten de gasten het verschil proeven tussen houdbare melk, gewone supermarktmelk, biologische melk en verse melk van de koeien waar ze op dat moment tussen stonden. Kleinschaligheid Cittaslow ontstond vijftien jaar geleden in Italië. Het is een club van gemeenten die kleinschaligheid,

duurzaamheid en sociale cohesie in het vaandel dragen. Er zijn er nu zo’n tweehonderd, vooral in Europa, waarvan zeven in Nederland. Het is bijna vanzelfsprekend dat Midden-Delfland deel uitmaakt van dit gezelschap, want deze gemeente is juist gecreëerd om een groene buffer te zijn tussen de stedelijke gebieden van Rotterdam, Den Haag en het Westland. Bij de herindeling in 2004 is Westland gevormd als ‘glasgemeente‘ en MiddenDelfland als ‘grasgemeente’. “Het versterken van die

32 | 33


[Bezoekers van het internationale Cittaslow Congres doen mee aan een melkproeverij. Ter gelegenheid van het Cittaslow Congres is ook een concert gehouden.

Ter gelegenheid van de Cittaslow-conferentie is ook een concert gehouden.

identiteit als agrarische en recreatiegemeente is onze kernactiviteit”, zegt burgemeester Arnoud Rodenburg. Er zijn hierover wapenfeiten te melden. De gemeente verzette zich met succes tegen het bovengronds aanleggen van een nieuwe hoogspanningsverbinding. Die moest en zou onder de grond om de openheid van het landschap niet te verstoren, en dat is gelukt. Meerprijs voor investeerder Tennet: honderd miljoen euro. Een andere aanslag op het landschap kon de gemeente niet meer afslaan: de aanleg van het ontbrekende stuk van de A4 door haar polders. Maar het is – met hulp van veel medestanders – wel gelukt om de weg verdiept te leggen, zodat hij in het vlakke land bijna niet te zien is. De gemeente kreeg er een compensatie voor van achtien miljoen euro . Een bedrag dat zij onder meer besteden aan het bijscholen en ondersteunen van veehouders die milieuvriendelijk willen werken, agrarisch natuurbeheer, de aanleg van een ecologische verbinding en het opruimen van verspreid liggende verouderde kassen.

‘De grote steden maken duidelijk dat onze groene bijdrage aan de Metropoolregio ook in hun belang is’ Rustiek Recreatie is een nieuwe pijler onder de lokale economie. Ten tijde van de vorming van Midden-Delfland tien jaar geleden, waren er slechts twee campings. Nu zijn er in Schipluiden, Maasland en Den Hoorn al 24.000 overnachtingen per jaar, onder meer in het ‘Rechthuis van Zouteveen’, rustiek gelegen aan het water, nauwelijks bereikbaar. Eigenaar Jakob

#

MRDH 08 september 2014

Jongsma trekt het hele jaar door gasten en draait een prima omzet. Zijn bezoekers komen uit eigen land, bijvoorbeeld voor een familiereünie, maar ook uit verre buitenlanden. Toeristen weten hem via internationale websites moeiteloos vinden. De Stichting Groen Goud heeft de lokale recreatie­ bedrijven verenigd om elkaar en nieuwe ondernemers te helpen bij hun activiteiten. Het past naadloos op het karakter van Midden-Delfland als Cittaslowgemeente. Maar voor Jongsma mag het nog wel een beetje actiever. “Ik vind dat gemeenten een grotere rol moeten spelen in het bijeenbrengen van ondernemers. Er zijn nog te veel bedrijven die alleen met hun eigen zaak bezig zijn. Het gaat er juist om, dat we door samen te werken een veelzijdig recreatieaanbod krijgen met verblijf,etenenallerleivormenvanrecreatieencultuur.” Metropoolregio Midden-Delfland voelt zich thuis in de Metropoolregio. De grote steden vinden het van het grootste belang dat er een open, groen middengebied in stand blijft. “Wij denken graag mee over de uitdagingen waarvoor de metropool staat. Vooral omdat de grote steden duidelijk maken dat onze groene bijdrage aan de Metropoolregio ook in hun belang is”, zegt wethouder Buitengebied Hans Horlings (tevens regiobestuurder bij het Stadsgewest Haaglanden). Een mooi voorbeeld daarvan vond hij de aanwezigheid van de burgemeesters Van Aartsen (Den Haag) en Aboutaleb (Rotterdam) bij het bezoek van de staatssecretaris van Landbouw aan Midden-Delfland in 2011. “Door hun aanwezigheid gaven zij aan dat ons belang als agrarische en recreatiegemeente ook dat van hun steden is.” Markthal Deze zomer brengen ondernemers uit MiddenDelfland, onder wie melkveehouders, een bezoek aan de nieuwe Markthal en de Fenix Food Factory in Rotterdam. Dit laatste is een dagelijkse, ambachtelijke

versmarkt op Katendrecht met een kleinschaliger opzet dan de Markthal. De ondernemers gaan verkennen of ze hun producten uit Midden-Delfland op deze eigentijdse markten rechtstreeks kunnen verkopen aan de inwoners van de steden. Dan kunnen stadsmensen weer proeven hoe melk smaakt die niet eerst een paar dagen in opslag en transport is geweest. En als ze dat willen, kunnen ze zelf op de fiets naar de boerderij waar de melk vandaan komt en nog een paar verse eieren en een smakelijk stukje kaas meenemen.

Cittaslow Nederland Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. Het gaat hierbij om gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. De oorsprong van Cittaslow ligt in Orvieto (Italië). Het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving is het allerbelangrijkst voor een Cittaslow. Dit betekent dat een gezond milieu, het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en een goede infrastructuur hoog op de agenda van de gemeente staan. Deze koestert het cultuurhistorisch erfgoed, de plaatselijke tradities en het aanbieden en promoten van streekproducten. Midden-Delfland is in 2008 uitgeroepen tot de eerste Cittaslow-gemeente van Nederland. Inmiddels telt het netwerk in ons land zeven gemeenten. www.cittaslow-nederland.nl


COLUMN

Cees van der Wel hoofd externe projecten, RTV Rijnmond

Pas op voor Bruis Ze zijn wel schattig, die nieuwe raadsleden. Ze zitten er net en barsten van de dadendrang. Jong en wild. Daar gaan we nog veel lol aan beleven. Hun ambities spatten uit de kolommen in deze #MRDH. En gelijk hebben ze. Ze besturen middelgrote steden, maar ontslaat hen niet van Het Groot Denken. Zonder dromen moet je de politiek niet in willen. Het fraaiste voorbeeld dat ik daarvan ken, komt uit mijn Maassluis. Het zijn de jaren zeventig en op het stadhuis wordt hypernerveus aan een prachtplan gewerkt. Er vaart al decennia lang een ferry. Tussen ons en de overkant: van Maassluis naar Rozenburg. Het is een minicruise van tien minuten met wonderschoon uitzicht over de Nieuwe Waterweg. In die dagen dient zich een projectontwikkelaar aan. Met de kennis van nu zou je het een gladjakker kunnen noemen. In het diepste geheim wordt het plan voorbereid en op een grootse persconferentie zal het worden gepresenteerd. Het lokale huis-aan-huisblad De Schakel is wel tevoren geïnform­ eerd en komt – zó groot is het nieuws – met een extra editie. De burgemeester M.K. (“Theo”) van Dijke is een kleine man, maar die dag voelt hij zich De Koning van Nederland en de Overzeese Gebiedsdelen als hij het woord neemt. Het voltallige college zit er stralend bij. “Dames en heren van de pers”, doet hij sjiek, “wij hebben u groot nieuws te melden.” Wij van de pers konden niet wachten. Hij houdt het niet langer voor zich: Er Komt Een Dagelijkse Ferry Verbinding Tussen Maassluis En Londen. De daadkrachtige zakenmeneer die erbij zat te stralen zou ons allemaal rijk maken, want reken maar dat de stad er flink aan zou gaan verdienen. Werkgelegenheid, omzet, belastingen, toerisme: je kon het zo gek niet bedenken. In Het Vrije Volk – mijn broodheer – verschijnt de volgende dag de chocoladeletterkop: Wereldsteden Maassluis en Londen eindelijk verbonden. Ik geef toe: een beetje flauw, maar de aanwezige journalisten hadden allemaal een zeker wantrouwen.

Wij als dames en heren van de pers voelden iets aan ons water. Met de boot naar Rozenburg, okay. Maar naar Londen? Erger nog: wilden die Londenaren wel naar Maassluis? De Schakel pakte uit. Met foto’s, met wethouders, met de ondernemer. Ze waren zelfs op lokatiebezoek in Londen geweest. Helemaal naar het buitenland! Het zou voortaan iedere dag Koninginnedag zijn in ons Maassluis. Dank U Wel, College. Het feestje van de burgemeester en de ondernemer heeft nog geen volle dag geduurd, want daar verschijnt dagblad Trouw. Een journaliste verziekt het feest volledig. Het is Annemieke van Vlier. Het is haar primeur. Ondernemer Blijkt Oplichter. Gemeentebestuur Stinkt Erin. Niks ferry, niks miljoenen en de burgemeester plus zijn stralende college in hun diverse hemden. Ik complimenteer de collega meteen met een fantastische primeur. En heel veel jaar later zijn we ook nog eens getrouwd. Gelukkig! Laat dit verhaal een waarschuwing zijn, schattige bestuurders. Let op uw zaak. Beloof niet teveel. Neem nou Zoetermeer. Er is namelijk een wethouder gekomen met bruis in zijn portefeuille. Echt waar: wethouder Robin Paalvast doet naast onder andere financiën en grondbeleid ook bruis. Bruis: het staat in het collegeprogramma. Over een paar jaar is Zoetermeer een bruisende en gezellige stad. Met een nieuw pretpark erbij, want daar schijnt in Nederland een schrijnend tekort aan te zijn. Met dynamiek. Met ja… met wat niet eigenlijk. Dan denk ik: wat schattig. Maar zo’n bruistablet verliest snel aan kracht. Al die raadsleden verkeren in de euforie van Pas Verkozen. Ik wil hun feessie niet bederven, als ze maar een beetje letten op mannen (altijd mannen) in pakken die ferryboten komen aanbieden of andere spookkastelen te koop aanbieden. Cees van der Wel

34 | 35


DE PLEK De Metropoolregio kent veel bijzondere plekken. Soms bekend, soms nauwelijks ontdekt, maar erg geliefd bij de inwoners. In #MRDH vertellen ze daarover. Tekst: Brigitte Beeks | Fotografie: Mladen Pikulic

‘De statige architectuur en de sfeer’ Oud-hockeyster Miek van Geenhuizen (goud op de Spelen in 2008 en het WK in 2006) komt uit Eindhoven en heeft zich in 2010 met haar partner in Den Haag gesetteld. Na kort bij de Haagse hockeyclub HDM gespeeld te hebben, maakt ze nu haar hockeycarrière af bij het Rotterdamse HC. Den Haag bleef ze echter trouw. Ze viel als een blok voor de buurt van haar nieuwe woning aan de Denneweg, Buurtschap 2005. “Ik kom uit Brabant en dat bourgondische dat je hier vindt, met restaurantjes om de hoek, spreekt mij heel erg aan. Je bent hier midden in de stad, maar er kan hier op zondagmorgen ook intense rust heersen.

#

MRDH 08 september 2014

Eigenlijk is het kosmopolitisch en dorps tegelijk in deze buurt. We hebben hier nog wat kleine boetieks en antiquairs, een slager en de bakker zitten. Heb je meer nodig, dan ligt het echte centrum op loopafstand.” De statige architectuur en de sfeer die de straat en buurt uitstralen bevallen Van Geenhuizen. “Als we hier ’s avonds onze teckels uitlaten en het licht valt op een bepaalde manier, lijkt het net of je door een filmdecor loopt.” Buurtschap 2005 heeft ook zijn aantrekkingskracht op toeristen en andere bezoekers van de stad. “Ze komen hier met fietstochten langs.

Het is ook zeker een belangrijk historisch stukje van Den Haag. Ik ken Rotterdam niet goed genoeg om te weten of ze daar ook een dergelijke plek hebben. Daarbij trekt de gemoedelijke sfeer van Den Haag me ook meer aan.” Vanuit de Denneweg en het Lange Voorhout is het niet ver lopen naar het Plein. Dit vormde tijdens het WK Hockey het centrum voor allerlei activiteiten rondom het WK. “Heel mooi dat dat Plein er is geweest om zo hockey de rest van de stad te laten zien. Ik blijf het wel jammer vinden dat er zo weinig Haagse teams zijn die op een hoog niveau spelen.”

36


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.